<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70978_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ede Stad 19-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33, 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>724273</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regel uitgaven fractieondersteuning</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>De raad van de gemeente Ede;</cursief></al><al><cursief>gelezen het voorstel van het Presidium op 29 oktober 2012, kenmerk
                            724239;</cursief></al><al><cursief>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</cursief></al><al>besluit</al><al>1. vast te stellen de bijgevoegde Wijzigingsverordening van de verordening
                        op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                        moties of andere bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt
                                door de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek van de
                                griffier door een ambtenaar gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                                secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend
                                door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de
                                gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de
                                griffie kan worden verleend verzoekt de griffier de secretaris één
                                of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo
                                spoedig mogelijk verlenen. Dit gebeurt in overleg met het college
                                van burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier ambtelijke
                                bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c,
                                        betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek. Desgewenst doet de burgemeester dit in
                            overleg met het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan
                                de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Indien het college of leden van het college of de burgemeester als
                            bestuursorgaan informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand
                            of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks
                            tot het betrokken raadslid.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>fractie: de gezamenlijke leden van de raad zoals bedoeld in
                                    artikel 5 van het reglement van orde;</al></li><li nr="b."><al>zittingsjaar: de tijdsperiode van 1mei tot 1mei van het volgend
                                    jaar;</al></li><li nr="c."><al>zittingsperiode: de tijdsperiode van 1 mei van het jaar waarin
                                    de raad in een nieuwe samenstelling aantreedt tot 1 mei van het
                                    vierde daarop volgende jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties ontvangen jaarlijks van de raad een financiële bijdrage
                                als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                                fractie. Een betaling op grond van dit artikel vindt plaats zonder
                                dat dit bij beschikking is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat voor een fractie per zittingsjaar uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een vast bedrag van € 2.500,--;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag van € 700,-- voor ieder lid van de fractie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrag van de onder b. bedoelde tegemoetkoming wordt berekend
                                naar het aantal leden dat elke fractie in de eerste vergadering van
                                de raad in een nieuw zittingsjaar telt, opengevallen en niet
                                vervulde plaatsen daarbij inbegrepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Er is een commissie Financiële Controle, voorgezeten door de
                                plaatsvervangend voorzitter van de raad. Zij bestaat verder uit de
                                fractievoorzitters die stemrecht bezitten. Elke fractievoorzitter
                                wijst een lid van de raad aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het
                                presidium vervangt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De commissie Financiële Controle heeft tot taak de besteding van de
                                bijdrage voor fractieondersteuning te controleren en de hoogte van
                                de bijdrage vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De commissie Financiële Controle brengt haar besluiten ter kennis
                                van de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De leden van de raad hebben inzage in stukken waarvoor de commissie
                                Financiële Controle geheimhouding heeft opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: </al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie Financiële Controle kan nadere regels stellen over
                                uitgaven waarvoor de bijdrage niet mag worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tijdens een zittingsperiode van de gemeenteraad een of meer
                                leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden, heeft
                                deze nieuw gevormde fractie geen recht op de fractievergoeding als
                                bedoeld in artikel 7, lid 3, sub a. De leden behouden de in artikel
                                7, lid 3, sub b aan hun toegekende individuele geldelijke
                                tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien tijdens een zittingsperiode van de gemeenteraad twee of meer
                                fracties als een fractie gaan optreden, wordt - na mededeling aan de
                                voorzitter van de raad - met de daardoor veranderde situatie voor de
                                berekening van de in artikel 7 lid 3 sub a bedoelde
                                fractievergoeding eerst rekening gehouden bij de aanvang van het
                                eerstvolgende nieuwe zittingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een fractie/politieke partij wordt opgeheven of anderszins
                                ophoudt te bestaan, dan verzorgt de griffier de terugvordering van
                                de toegekende financiële bijdrage. Het bedrag wordt als volgt
                                berekend:</al><lijst><li nr="-"><al>het bedrag naar rato berekend over de maand of de maanden
                                        van het lopende zittingsjaar, volgende op de maand van het
                                        opheffen of de beëindiging van het bestaan van de
                                        fractie/politieke partij;</al></li><li nr="-"><al>het resterende bedrag van de rekening waarop de
                                        fractiebijdrage in de zittingsperiode is gestort.</al></li></lijst><al>De opgeheven fractie/politieke partij is ervoor verantwoordelijk dat
                                het terugstorten binnen één maand na het verzoek daartoe van de
                                griffier plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een fractie na de verkiezingen terugkeert in de gemeenteraad
                                wordt het saldo van de rekening waarop de fractiebijdrage in de
                                vorige zittingsperiode is gestort afgeroomd tot een bedrag van €
                                5.000,--. </al><al>De griffier dient hiertoe een verzoek in bij de desbetreffende
                                fractie. </al><al>De desbetreffende fractie is ervoor verantwoordelijk dat het
                                terugstorten binnen één maand na het verzoek daartoe van de griffier
                                plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie legt verantwoording af over de besteding van de
                                bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een
                                verslag. Alle benodigde informatie wordt binnen drie maanden na het
                                einde van een kalenderjaar aangeleverd bij de griffier. De
                                resultaten van de controle op deze verantwoording worden door de
                                griffier voorgelegd aan de commissie Financiële Controle.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De raad kan tot terugvordering van de bijdrage voor
                                fractieonder-steuning overgaan, voor zover deze is besteed in strijd
                                met het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Het totale bedrag van de tegemoetkoming per fractie wordt aan het begin
                            van elk zittingsjaar uitgekeerd op een door elke fractie te bepalen
                            rekeningnummer, van welk nummer aan de voorzitter van de raad mededeling
                            wordt gedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de
                            financiële middelen die een fractie ontvangt. Er wordt geen verslag als
                            bedoeld in artikel 4:24 van de Awb opgemaakt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend
                            op die van de vaststelling. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld bij raadsbesluit van 27 februari 2003, nr. V.R. 2003/8.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd vastgesteld bij raadsbesluit van 12 april 2007, nr. V.R.
                        2007/18-f.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd vastgesteld bij raadsbesluit van 16 december 2010, nr. V.R.
                        2010/96.</ondertekening><ondertekening>Laatstelijk gewijzigd vastgesteld bij raadsbesluit van 13 december 2012, nr.
                        V.R. 2012/97.</ondertekening><ondertekening>De laatste wijziging treedt in werking op 1 januari 2013.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting artikelsgewijs</titel></kop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al/><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare
                    documenten wordt een regeling gegeven in de artikel 25, 55 en 86 van de
                    Gemeentewet. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het reglement van orde voor
                    de raad, het reglement van orde voor het college en de verordening op de
                    raadscommissies. </al><al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan
                    van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het
                    college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe dat de
                    ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering
                    van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. </al><al>Als het gaat om bijstand als bedoeld onder c van lid 1 zal de praktijk aangeven
                    of het verzoek direct door de secretaris kan worden ingewilligd. Bij omvangrijke
                    bijstand zal <onderstreept>de secretaris overleg plegen met</onderstreept> het
                    college beslissen.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet
                    griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de
                    griffie ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft. </al><al/><tussenkop>Artikelen 2 en 3 </tussenkop><al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en desgewenst ook met het betrokken
                    raadslid en het college). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg
                    hierover de burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al/><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven<onderstreept>, wordt</onderstreept> de
                    zaak aan <onderstreept>de burgemeester</onderstreept> voorgelegd.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren
                    met de secretaris.</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al/><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen
                    gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk
                    opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. De mogelijkheid wordt dan ook geopend dat
                    een raadslid aangeeft dat de inhoud van de verleende bijstand geheim wordt
                    gehouden. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk
                    wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen over de inhoud van het verzoek
                    van een raadslid is in het tweede lid bepaald dat collegeleden zich voor
                    informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en niet tot de behandelend
                    ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de onafhankelijke
                    behandeling.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Lid 1</al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte
                    van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten
                    worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. </al><al>Lid 2</al><al>De fractieondersteuning bestaat uit een vast en variabel deel. Het vaste deel
                    garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten
                    ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair
                    gebied is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding
                    krijgen. </al><al><cursief>Artikel 8</cursief></al><al>Voorheen werd het toezicht op de bestedingen van de fracties uitgevoerd door het
                    presidium. De wens van het presidium om nadere regels te kunnen stellen over de
                    uitgaven waarvoor de bijdrage mag worden gebruikt noodzaakt tot oprichting van
                    een aparte bestuurscommissie waaraan deze raadsbevoegdheid kan worden
                    overgedragen. De fractievoorzitters hebben stemrecht in de commissie. De
                    plaatsvervangend voorzitter van de raad heeft dat niet, tenzij hij tevens
                    fractievoorzitter is.</al><al>De werkwijze van de commissie vindt verder plaats op de wijze zoals bepaald door
                    de Gemeentewet. De verantwoording aan de raad is ingevuld door de verplichting
                    om de raad te informeren over genomen besluiten. Gelet op het beperkte
                    werkterrein van de commissie Financiële Controle is er niet voorzien in
                    aanvullend toezicht (naast de bevoegdheid van de raad tot schorsing en
                    vernietiging op basis van artikel 85 van de Gemeentewet). De commissie kan met
                    toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet geheimhouding opleggen. In
                    dergelijke stukken hebben raadsleden inzage, zodat ook voor geheime stukken de
                    verantwoording aan de raad is gewaarborgd.</al><al><cursief>Artikel 9</cursief></al><al>De fracties hebben vrijheidom keuzes te maken voor de inhoudelijke besteding van
                    de fractieondersteuning binnen de kaders van de verordening en de regels gesteld
                    door het presidium.</al><al>Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage besteed wordt aan het
                    raadswerkzaamheden. </al><al>Het is uitdrukkelijk uitgesloten dat:</al><lijst><li nr="-"><al>met de fractiebijdrage verkiezingsactiviteiten worden gefinancierd;</al></li><li nr="-"><al>raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                            rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt
                            in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage
                            voor fractieondersteuning.</al></li></lijst><al>Het presidium kan nadere regels stellen over de besteding van de
                    fractieondersteuning om duidelijk te maken welke kosten daaruit wel en niet
                    kunnen worden bestreden. </al><al>Fractieondersteuning in de vorm van het beschikbaar stellen van
                    gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk geacht, aangezien het
                    vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties moeten daarom vrij zijn in
                    de keuze van de personen die de fracties eventueel ondersteunen. </al><al><cursief>Artikel 10</cursief></al><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderende
                    verhoudingen in de raad. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die ontstaan
                    tijdens de zittingsperiode geen vast bedrag ontvangen. Het bedrag per lid
                    ontvangen zij wel. </al><al>De desbetreffende fractie is ervoor verantwoordelijk dat het terugstorten binnen
                    één maand na het verzoek daartoe van de griffier plaatsvindt. </al><al><cursief>Artikel 11</cursief></al><al>Lid 1</al><al>Fracties verantwoorden jaarlijks de besteding van de fractiebijdrage over een
                    kalenderjaar. Bij de verantwoording wordt gebruik gemaakt van een uniform
                    formulier. Aan dit uniforme formulier worden door de fracties belegstukken voor
                    uitgaven boven € 100,-- toegevoegd. </al><al>Om een goede verantwoording mogelijk te maken heeft elke fractie de beschikking
                    over één bankrekening waar de te ontvangen fractiebijdrage op wordt gestort en
                    betalingen ten laste hiervan worden verricht.</al><al>Lid 2</al><al>Het spreekt vanzelf dat de raad sanctiemogelijkheden kan hanteren voor het geval
                    een fractie niet handelt conform de verordening. Bijvoorbeeld wanneer uitgaven
                    worden gedaan waar de financiële bijdrage niet voor bedoeld is of die niet
                    kunnen worden onderbouwd of wanneer de verantwoording niet tijdig of volledig
                    wordt ingediend. De vermelding in de verordening van de mogelijkheid van
                    terugvordering is stikt genomen overbodig omdat die mogelijkheid ook al bestaat
                    op grond van artikel 4:57 van de Awb. Aan een besluit tot terugvordering moet
                    altijd eerst een besluit tot (lagere) vaststelling of intrekking van de subsidie
                    voorafgaan.</al><al><cursief>Artikel 13.</cursief></al><al>Indien fractieondersteuning de vorm heeft van financiële middelen is sprake van
                    een subsidie als bedoeld in titel 4.2 Awb. Bij de invoering van het recht op
                    fractieondersteuning (amendement-De Cloe c.s.) is niet stilgestaan bij de
                    verhouding met de Awb. In veel gemeenten wordt echter inmiddels de
                    fractieondersteuning met toepassing van titel 4.2 Awb aangewend. Nu blijkt dat
                    dit een juiste wijze van handelen is. Wij hebben derhalve besloten in de
                    verordening een extra artikel toe te voegen, waarin het verkrijgen van
                    fractieondersteuning gelijk wordt gesteld aan het verkrijgen van subsidie. </al><al>Naar zijn aard leent de bijdrage voor fractieondersteuning zich niet voor een
                    evaluatierapport als bedoeld in artikel 4:24 van de Awb. De doeltreffendheid en
                    effectiviteit van de subsidie vertaalt zich in het optreden van de fractie in de
                    raad. Het rapporteren over de kwaliteit van het optreden van een fractie zou een
                    dermate politiek karakter krijgen dat ervan wordt afgezien.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>