<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR709655_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling ‘hûs en hiem, advisering omgevingskwaliteit’</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">gemeenschappelijke regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2023-12-22</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-553771">gmb-2023-553771</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2023-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2023-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-10-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gemeenschappelijke regeling ‘hûs en hiem, advisering omgevingskwaliteit’ </overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling ‘hûs en hiem, advisering omgevingskwaliteit’ </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>1 ALGEMENE BEPALINGEN </label></kop><al><vet>Artikel 1. </vet>Deze regeling verstaat onder:</al><al>a. adviescommissie - door de gemeenteraden van de deelnemende</al><al>gemeenten ingestelde adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de Omgevingswet;</al><al>b. regeling - deze gemeenschappelijke regeling;</al><al>c. gemeente - een aan de regeling deelnemende gemeente;</al><al>d. lichaam  - het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als</al><al>bedoeld in artikel 2;</al><al>e. Gedeputeerde Staten  - Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân;</al><al>f. raad  - de gemeenteraad van één van de gemeenten;</al><al>g. wet  - de Wet Gemeenschappelijke Regelingen;</al><al>h. Reglement op de commissie - het door de raad vastgestelde Reglement op de commissie</al><al>i. college  - een aan de regeling deelnemend college van burgemeester en wethouders.</al><al>Artikel 2 </al><al>1. Voor de uitvoering van deze regeling wordt een openbaar lichaam gevormd, genaamd ‘hûs en hiem, advisering omgevingskwaliteit’.</al><al>2. Het lichaam is gevestigd te Leeuwarden.</al><al>3. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. </al><al>Artikel 3</al><al>Het bestuur van het lichaam bestaat uit:</al><al>- een algemeen bestuur;</al><al>- een dagelijks bestuur;</al><al>- een voorzitter.</al><al>Artikel 4 </al><al>Waar in de regeling wettelijke bepalingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die bepalingen voor de gemeente, raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester in de plaats: het lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al><al>Paragraaf 2 Doelstelling en taken</al><al>Artikel 5 </al><al>Deze regeling heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân.</al><al>Artikel 6</al><al>1. Het openbaar lichaam heeft de volgende taken:</al><al>a. het beschikbaar stellen van onafhankelijk en deskundig personeel ten behoeve van</al><al>de bemensing van de adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet</al><al>die door de raden is ingesteld;</al><al>b. het voordragen van personen tot benoeming van leden van de adviescommissie ten</al><al>behoeve van de voorstellen van de colleges daartoe aan de gemeenteraden;</al><al>c. het verzorgen van het secretariaat van de adviescommissie;</al><al>d. het faciliteren van de adviescommissie, zodat deze commissie haar taken kan</al><al>uitvoeren overeenkomstig de door de raden vastgestelde Verordening op de</al><al>regionale adviescommissie omgevingskwaliteit;</al><al>e. het opstellen van het jaarverslag van de adviescommissie en toezending daarvan</al><al>aan de gemeenteraden;</al><al>f. het geven van adviezen over algemene vraagstukken betreffende de</al><al>omgevingskwaliteit aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan</al><al>particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling</al><al>betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke regeling</al><al>deelnemende gemeenten;</al><al>g. het op verzoek van de colleges voorzien in advisering over gemeentelijke</al><al>monumenten, in het bijzonder ten aanzien van beeldbepalende panden binnen</al><al>ingeschreven beschermde stads- en dorpsgezichten en in de advisering van</al><al>objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarden;</al><al>h. alle overige feitelijke werkzaamheden die nodig zijn voor de advisering en het</al><al>ondersteunen van de colleges door de adviescommissie.</al><al>2. Aan het Algemeen Bestuur van het lichaam worden de voor de uitvoering van de taken</al><al>benodigde bevoegdheden overgedragen dan wel de benodigde machtigingen verstrekt.</al><al>3. Voor zover het niet wettelijk verplichte advisering betreft, kunnen de colleges ieder voor</al><al>zich aangeven in welke gevallen zij de adviserende taak aan de Gemeenschappelijke</al><al>regeling willen overdragen.</al><al>Artikel 7</al><al>Het openbaar lichaam is niet bevoegd tot:</al><al>- borgstelling;</al><al>- het om niet uitlenen van geld;</al><al>- het schenken van geld of andere zaken.</al><al>§ 3 HET ALGEMEEN BESTUUR</al><al>Artikel 8</al><al>1. Het Algemeen Bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal deelnemende colleges</al><al>bedraagt.</al><al>2. De colleges wijzen uit hun midden elk één lid in het Algemeen Bestuur aan.</al><al>3. Alle leden hebben één stem.</al><al>4. De colleges beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de</al><al>aanwijzing van de in het tweede lid genoemde leden en plaatsvervangende leden.</al><al>5. Het Algemeen Bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend</al><al>voorzitter.</al><al>Artikel 9</al><al>1. Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt op de dag waarop het lid de</al><al>hoedanigheid verliest, waarin hij is benoemd, respectievelijk gekozen.</al><al>2. De leden van het Algemeen Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag</al><al>stellen zij de voorzitter van het Algemeen Bestuur, alsmede het college, dat hen heeft</al><al>aangewezen op de hoogte.</al><al>3. In een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken</al><al>na het ontstaan van deze vacature, een nieuw lid van het Algemeen Bestuur benoemd</al><al>door het college van de gemeente waaruit het lid wiens lidmaatschap is geëindigd</al><al>afkomstig is.</al><al>Artikel 10</al><al>1. Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal en voorts zo dikwijls de</al><al>voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig acht, of tenminste vier leden van het</al><al>Algemeen Bestuur dat, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, schriftelijk</al><al>verzoeken.</al><al>2. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur worden in het openbaar gehouden.</al><al>Artikel 11</al><al>1. Aan de beraadslagingen tijdens de vergaderingen van het Algemeen Bestuur kunnen</al><al>tevens deelnemen:</al><al>a. de leden van het Dagelijks Bestuur genoemd in artikel 13, lid 1 sub d en de vaste</al><al>leden van de commissies bedoeld in § 8;</al><al>b. de functionarissen, in dienst van het lichaam, voor zover belast met bestuurlijke of</al><al>adviserende taken;</al><al>2. De in het eerste lid genoemde personen hebben een adviserende stem.</al><al>Artikel 12</al><al>Alle taken en bevoegdheden in het kader van deze regeling die niet aan het Dagelijks</al><al>Bestuur of de voorzitter zijn opgedragen, behoren aan het Algemeen Bestuur.</al><al>§ 4 HET DAGELIJKS BESTUUR</al><al>Artikel 13</al><al>1. Het Dagelijks Bestuur wordt gevormd door:</al><al>a. De voorzitter van het Algemeen Bestuur, die tevens als voorzitter van het Dagelijks</al><al>Bestuur fungeert;</al><al>b. de plaatsvervangend voorzitter van het Algemeen Bestuur, tevens</al><al>plaatsvervangend voorzitter van het Dagelijks Bestuur;</al><al>c. maximaal vier leden uit het Algemeen Bestuur, te benoemen door het Algemeen</al><al>Bestuur;</al><al>d. twee adviserende leden uit de beroepspraktijk, werkzaam in de provincie Fryslân, te</al><al>benoemen door het Algemeen Bestuur uit een voordracht van het Dagelijks Bestuur.</al><al>2. Bij de samenstelling van het Dagelijks Bestuur wordt zoveel mogelijk rekening gehouden</al><al>met een spreiding binnen de provincie Fryslân.</al><al>Artikel 14</al><al>1. Het lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur eindigt op de dag waarop het lid de</al><al>hoedanigheid verliest, waarin hij is benoemd respectievelijk ingevolge het eerste lid van</al><al>artikel 13 is aangewezen.</al><al>2. De leden van het Dagelijks Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag</al><al>stellen zij de voorzitter op de hoogte. In een tussentijdse vacature wordt op de</al><al>eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur een nieuw lid benoemd.</al><al>3. De leden van het Dagelijks Bestuur treden als lid van dit bestuur af op de dag waarop de</al><al>zittingsperiode voor de leden van de raden afloopt, met dien verstande dat de in artikel</al><al>13, lid 1 sub d bedoelde leden maximaal acht jaar zitting kunnen hebben in het Dagelijks</al><al>Bestuur.</al><al>4. In de gevallen van lid 2 en 3 blijven de leden hun functie waarnemen tot door het</al><al>Algemeen Bestuur in hun opvolging is voorzien.</al><al>Artikel 15</al><al>1. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of zulks</al><al>schriftelijk door een lid van het Dagelijks Bestuur onder opgave van de te behandelen</al><al>onderwerpen wordt verzocht.</al><al>2. Indien het Dagelijks Bestuur of de voorzitter het nodig oordeelt, kunnen één of meer</al><al>deskundigen uitgenodigd worden om aan de beraadslagingen deel te nemen. Zij hebben</al><al>een adviserende stem.</al><al>Artikel 16</al><al>1. Het Dagelijks Bestuur is belast met:</al><al>a. de voorbereiding van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter overweging en</al><al>beslissing zal worden voorgelegd;</al><al>b. de uitvoering van de besluiten van het Algemeen Bestuur;</al><al>c. het beheer van de activa en de passiva van het lichaam;</al><al>d. de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het</al><al>geldelijk beheer en de boekhouding;</al><al>e. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het</al><al>doen van alles wat nodig is ter voorkomen van verjaren en verlies van recht of bezit;</al><al>f. de benoeming, de schorsing, het ontslag, dan wel de tewerkstelling op</al><al>arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht van het personeel, een en ander</al><al>overeenkomstig het bepaalde in artikel 29 en verder voor zover het Algemeen</al><al>Bestuur zich de betreffende bevoegdheden niet heeft voorbehouden.</al><al>2. Het Algemeen Bestuur kan aan het Dagelijks Bestuur bevoegdheden van het</al><al>Algemeen Bestuur overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid tot:</al><al>a. het instellen van een bedrijf of een tak van dienst;</al><al>b. het vaststellen van de begroting of van de rekening conform artikel 34 van de wet;</al><al>c. het vaststellen van regels m.b.t. de organisatie van de administratie en het beheer</al><al>van de vermogenswaarde van het lichaam.</al><al>§ 5 DE VOORZITTER</al><al>Artikel 17</al><al>1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door het Algemeen Bestuur uit</al><al>zijn midden aangewezen en treden als zodanig op in het Algemeen en het Dagelijks</al><al>Bestuur.</al><al>2. De bepalingen in deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing op de</al><al>plaatsvervangend voorzitter.</al><al>3. Het voorzitterschap eindigt indien de betrokkene ophoudt lid van het Algemeen Bestuur</al><al>te zijn. Alsdan voorziet het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk in de vervanging.</al><al>Artikel 18</al><al>1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur</al><al>en het Dagelijks Bestuur.</al><al>2. De voorzitter draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken en tekent alle stukken</al><al>die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan.</al><al>3. De voorzitter roept de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks</al><al>Bestuur zoveel mogelijk met vermelding van de te behandelen onderwerpen, schriftelijk</al><al>en onder medezending van de relevante stukken, spoedeisende gevallen daargelaten,</al><al>tenminste 14 dagen van tevoren bijeen op een door hem te bepalen datum, plaats en</al><al>uur. Een afschrift van de vergaderstukken van de vergaderingen van het Algemeen</al><al>Bestuur zendt hij ter kennisname aan de colleges van burgemeester en wethouders van</al><al>de deelnemende gemeenten. Voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur zendt</al><al>hij de uitnodigingen en de stukken tevens aan de personen genoemd in artikel 11.</al><al>4. De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte. Indien hij behoort tot het</al><al>bestuur van een gemeente die partij is in het geding waarbij het lichaam is betrokken,</al><al>wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.</al><al>§ 6 SECRETARIS</al><al>Artikel 19</al><al>1. De secretaris wordt door het Dagelijks Bestuur benoemd, geschorst of ontslagen.</al><al>2. De secretaris is, in overleg met de voorzitter, belast met de voorbereiding van de</al><al>vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur.</al><al>3. De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van het</al><al>Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur.</al><al>4. Alle stukken die van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur uitgaan,</al><al>worden door hem meeondertekend.</al><al>5. De functie van secretaris kan worden uitgeoefend door de directeur.</al><al>§ 7 DE PENNINGMEESTER</al><al>Artikel 20</al><al>1. De penningmeester wordt door het Dagelijks Bestuur benoemd, geschorst of ontslagen.</al><al>2. De penningmeester is in het bijzonder belast met de financiële administratie en het</al><al>opstellen van de ontwerpbegroting en de rekening.</al><al>§ 8 COMMISSIES</al><al>Artikel 21</al><al>1. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen commissies van</al><al>advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet.</al><al>2. Het Algemeen Bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van</al><al>bepaalde belangen, zulks met inachtneming van artikel 25 van de wet.</al><al>Artikel 22 - vervallen -</al><al>Artikel 23 - vervallen-</al><al>§ 9 VERGOEDINGEN</al><al>Artikel 24</al><al>1. De leden van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de commissies als</al><al>bedoeld in § 8, alsmede de adviseurs als bedoeld in artikel 11 en 15 lid 2 genieten een</al><al>tegemoetkoming in de kosten, naar regels te stellen door het Algemeen Bestuur met</al><al>inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de Wet.</al><al>2. Voor leden van het Dagelijks Bestuur en van commissies als bedoeld in § 8, niet zijnde</al><al>gemeentebestuurder of in overheidsdienst, stelt het Algemeen Bestuur met</al><al>inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de Wet een vergoedingen-regeling vast.</al><al>§ 10 INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN TERUGROEPING</al><al>Artikel 25</al><al>1. Elke gemeente regelt binnen haar eigen bestuur de spelregels ten aanzien van het</al><al>verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording door het lid van het</al><al>Algemeen Bestuur.</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk leggen uit eigen beweging aan</al><al>het Algemeen Bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde</al><al>bestuur.</al><al>3. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur uit eigen beweging alle inlichtingen</al><al>die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.</al><al>4. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te</al><al>verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit.</al><al>5. Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen, indien dit lid het</al><al>vertrouwen van het college niet meer bezit.</al><al>§ 11 REGLEMENTEN VAN ORDE</al><al>Artikel 26</al><al>1. Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en</al><al>overige werkzaamheden.</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur kan een reglement van orde vaststellen voor zijn vergaderingen</al><al>en overige werkzaamheden.</al><al>§ 12 ARCHIEFVORMING</al><al>Artikel 27</al><al>1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het</al><al>lichaam overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur, met inachtneming van de</al><al>Archiefwet 1995 vast te stellen regeling, welke aan Gedeputeerde Staten moet worden</al><al>meegedeeld.</al><al>2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van</al><al>het lichaam, alsmede van de commissies, bedoeld in § 8.</al><al>3. Gedeputeerde Staten oefenen overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk IX van het</al><al>Archiefbesluit toezicht uit op de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden.</al><al>4. De archiefbescheiden worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van het</al><al>Rijksarchief of van de gemeente aan te wijzen door het Algemeen Bestuur.</al><al>5. Bij opheffing van deze regeling worden de nog niet ingevolge het vorige lid</al><al>overgebrachte archiefbescheiden geplaatst in die archiefbewaarplaats.</al><al>§ 13 DIRECTEUR</al><al>Artikel 28</al><al>1. De directeur van het bureau wordt door het Dagelijks Bestuur benoemd, geschorst of</al><al>ontslagen.</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur stelt voor de directeur een instructie vast.</al><al>§ 14 OVERIGE PERSONEEL</al><al>Artikel 29</al><al>1. Het Dagelijks Bestuur stelt de personeelsformatie vast.</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur kan voor het personeel de nodige instructies vaststellen.</al><al>3. De bezoldiging van het personeel wordt door het Dagelijks Bestuur bepaald.</al><al>4. Op het personeel zijn de collectieve arbeidsovereenkomst Samenwerkende</al><al>Gemeentelijke Organisaties van toepassing en zijn de regels die zijn of zullen worden</al><al>vastgesteld in het Personeelshandboek Gemeente Smallingerland van overeenkomstige</al><al>toepassing.</al><al>§ 15 FINANCIËLE BEPALINGEN</al><al>Beheer en controle.</al><al>Artikel 30</al><al>1. Het Algemeen Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de</al><al>administratie, het beheer van vermogenswaarden en de controle.</al><al>2. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.</al><al>Begroting.</al><al>Artikel 31</al><al>1. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor</al><al>de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige</al><al>jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting, alsmede een</al><al>meerjarenraming voor een aaneensluitend tijdvlak van tenminste drie jaren, aan. Zowel</al><al>de ontwerpbegroting als de meerjarenraming worden acht weken voordat zij aan het</al><al>Algemeen Bestuur worden aangeboden, door het Dagelijks bestuur toegezonden aan de</al><al>raden van de deelnemende gemeenten.</al><al>3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor eenieder ter inzage</al><al>gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, lid 2,</al><al>van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.</al><al>4. De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de meerjarenraming van hun zienswijze</al><al>doen blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren bij de ontwerpbegroting en</al><al>de meerjarenraming, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.</al><al>5. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast vóór 15 juli van</al><al>het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.</al><al>6. Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur, zo nodig, de begroting en de</al><al>meerjarenraming aan de raden. Deze kunnen van hun zienswijze doen blijken bij</al><al>Gedeputeerde Staten.</al><al>7. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken,</al><al>doch in ieder geval vòòr 1 augustus aan Gedeputeerde Staten.</al><al>Artikel 32</al><al>Met betrekking tot het wijzigen van de begroting is het bepaalde in het voorafgaande artikel</al><al>van overeenkomstige toepassing.</al><al>Jaarrekening.</al><al>Artikel 33</al><al>1. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar,</al><al>waarvoor de rekening geldt.</al><al>2. De vastgestelde jaarrekening wordt vóór 15 juli volgende op het jaar waarvoor de</al><al>rekening geldt, toegezonden aan gedeputeerde staten.</al><al>Kostenverdeling.</al><al>Artikel 34</al><al>1. Elke gemeente draagt in de kosten van het lichaam bij naar rato van de dienstverlening</al><al>op basis van tarieven, die door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld en</al><al>medegedeeld aan de gemeenten.</al><al>2. Het nadelig saldo van de vastgestelde rekening wordt, na in achtneming van het door</al><al>het Algemeen Bestuur vastgestelde reserveringsbeleid, door de gemeenten gedragen in</al><al>verhouding tot het aantal ingezetenen op 1 januari van het betreffende kalenderjaar.</al><al>3. Het batig saldo van de vastgestelde rekening wordt, na in achtneming van het door het</al><al>Algemeen Bestuur vastgestelde reserveringsbeleid, naar rato van de gemeentelijke</al><al>bijdragen op basis van de tarieven in het betreffende kalenderjaar, aan de gemeente</al><al>uitbetaald.</al><al>Artikel 35</al><al>1. De declaraties op basis van de tarieven worden periodiek verzonden en dienen binnen</al><al>één maand na verzending door de gemeenten te worden betaald.</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten, de gemeenten voorschotten in rekening te brengen</al><al>in de (geraamde) bijdragen van het lopende kalenderjaar. In dat geval wordt onmiddellijk</al><al>na afloop van het eerste en het tweede halfjaar van dat kalenderjaar een declaratie op</al><al>basis van de werkelijk verschuldigde bijdragen en met verwerking van de voorschotten,</al><al>naar de gemeenten verzonden.</al><al>Vaststelling bijdragen in nadelig saldo.</al><al>Artikel 36</al><al>1. De vaststelling van de door iedere gemeente op basis van artikel 32 lid 2 eventueel</al><al>verschuldigde bijdrage geschiedt binnen een maand na de vaststelling van de rekening</al><al>door het Algemeen Bestuur.</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur doet van de vaststelling van de bijdragen mededeling aan de</al><al>raden en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten.</al><al>3. Binnen vier weken na de mededeling aan de raden en de colleges van Burgemeester en</al><al>Wethouders van de in het tweede lid bedoelde bedragen worden de door de gemeenten</al><al>verschuldigde bijdragen met de ingevolge artikel 33, lid 2 betaalde voorschotten</al><al>verrekend.</al><al>§ 16 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</al><al>Artikel 37</al><al>1. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van toetreding.</al><al>2. Het Algemeen Bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.</al><al>3. Toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop alle</al><al>colleges van de gemeenten hebben ingestemd met het besluit tot toetreding, tenzij het</al><al>Algemeen Bestuur met instemming van de deelnemers anders bepaalt.</al><al>Artikel 38</al><al>1. Een college kan, na vooraf verkregen toestemming van de raad van die gemeente,</al><al>besluiten uit deze regeling te treden.</al><al>2. Uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, mits</al><al>een daartoe strekkend besluit tenminste één jaar tevoren aan het Algemeen Bestuur</al><al>toegezonden is.</al><al>3. Het Algemeen Bestuur stelt de financiële en eventueel andere voorwaarden vast</al><al>waaronder uittreding plaatsvindt.</al><al>Artikel 39</al><al>1. Deze regeling kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel der</al><al>gemeenten daartoe een eensluidend besluit nemen, met uitzondering van artikel 5. Voor</al><al>wijziging van het hiervoor genoemde artikel is unanimiteit vereist.</al><al>2. Een college dat wijziging wenselijk acht, richt het daartoe strekkende voorstel aan het</al><al>Algemeen Bestuur.</al><al>3. Indien het Algemeen Bestuur of één of meer colleges wijziging wenselijk achten, doet</al><al>het Algemeen Bestuur een daartoe strekkend voorstel aan de raden.</al><al>Artikel 40</al><al>1. Deze regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges</al><al>van tenminste 2/3 deel van de gemeenten.</al><al>2. In geval van opheffing wordt het Dagelijks Bestuur met de liquidatie van de dienst belast.</al><al>Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden gehoord, vastgesteld.</al><al>3. Ter uitvoering van de liquidatie blijft het Dagelijks Bestuur zo nodig na het tijdstip van</al><al>opheffing van de regeling in functie.</al><al>4. Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo wordt naar verhouding van het</al><al>inwonertal van de gemeenten op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het jaar</al><al>waarop de regeling wordt opgeheven, vastgesteld. Voor de vaststelling van de aantallen</al><al>inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau van de Statistiek bekend</al><al>gemaakte bevolkingscijfers.</al><al>§ 17 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</al><al>Artikel 41</al><al>Het college van de gemeente Leeuwarden draagt overeenkomstig artikel 26 van de wet zorg</al><al>voor de bekendmaking van de in dat artikel genoemde besluiten en voor de toevoeging van</al><al>gegevens als bedoeld in artikel 136, tweede lid, van de wet aan het register als bedoeld in</al><al>artikel 136, eerste lid, van de wet.</al><al>Aldus vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten</al><al>Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen,</al><al>Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog,</al><al>Smallingerland, Súdwest-Fryslân, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf.</al><al/><lijst><li nr="1."><al/></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al><vet>Kop</vet></al></entry><entry><al><vet>1</vet></al></entry><entry><al><vet>2</vet></al></entry><entry><al><vet>3</vet></al></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colB"><al>Aldus besloten </al></entry><entry><al>GVOP</al></entry><entry><al>GVOP</al></entry></row><row><entry><al>Rij3</al></entry><entry><al>GVOP</al></entry><entry><al>GVOP</al></entry><entry><al>GVOP</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op……………...</al><al>De griffier, </al><al>……………………,</al><al>De burgemeester, </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>