<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR7095_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis; 30 januari 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Leeuwarden 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 168</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet, art. 6</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-10-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-01-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Parkeerverordening Leeuwarden 2002, vastgesteld op 17 december 2001</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen
            voor het parkeren 2005
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>DE RAAD DER GEMEENTE LEEUWARDEN;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van </al>
          <al> september 2004 (bijlage nr. );</al>
          <al>gelet op het bepaalde in artikel 168 van de Gemeentewet en artikel 6 van de
                        Wegenverkeerswet;</al>
          <al>BESLUIT:</al>
          <al>vast te stellen de:</al>
          <al>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van
                        vergunningen voor het <vet>parkeren 2005.</vet></al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>RVV 1996: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 4
                                    mei 1966, Stb. 181;</al></li>
              <li nr="b."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb. 459;</al></li>
              <li nr="c."><al>motorvoertuig hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1966
                                    of in het RVV 1990;</al></li>
              <li nr="d."><al>voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het
                                    Wegenverkeersreglement (Stb. 1950, K377), met dien verstande dat
                                    fietsen en bromfietsen niet als voertuigen worden
                                    beschouwd;</al></li>
              <li nr="e."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li>
              <li nr="f."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    voertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet (Stb. 1935, 554) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het voertuig opgegeven kenteken ten tijde van het
                                    parkeren in het register was ingeschreven;</al></li>
              <li nr="g."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="h."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li>
              <li nr="i."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die 1. is aangeduid met
                                    bord 99a uit bijlage II van het RVV 1966, dan wel met bord E9
                                    uit bijlage I van het RVV 1990, of 2. gelegen is binnen een zone
                                    aangeduid met bord 99aa uit bijlage II van het RVV 1966, dan wel
                                    met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift
                                    zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li>
              <li nr="j."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke is toegestaan een voertuig te
                                    parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li>
              <li nr="k."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit
                                weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek
                                een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                of parkeerapparatuur plaatsen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                voertuig wanneer deze</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, dan wel</al></li>
                <li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang van diens
                                        beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat
                                        gebied een voertuig te parkeren.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De eigenaar of houder van een voertuig die voldoet aan beide in het
                                tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat betreft de eerste
                                aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder a.
                                genoemde voorwaarde.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van voertuigen die
                                niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde
                                voorwaarden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde
                                in de volgende leden van dit artikel, regels geven voor het
                                aanvragen en verlenen van een vergunning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twee maanden na
                                ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                termijn met ten hoogste twee maanden verlengen. Van een verlenging
                                van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk is kennis
                                gesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een besluit of afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed. De
                                aanvrager wordt van deze afwijzing schriftelijk in kennis
                                gesteld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een vergunning wordt voor ten hoogste een jaar verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens;</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li>
                <li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li>
                <li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        voertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                                wijzigen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li>
                <li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
                                        uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li>
                <li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li>
                <li nr="d."><al>wanneer voor het desbetreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li>
                <li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li>
                <li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li>
                <li nr="g."><al>om reden van openbaar belang.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                                redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen
                                van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Verbodsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li>
                <li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
            </kop>
            <al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een voertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li>
                <li nr="b."><al>zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
                                        de vergunning;</al></li>
                <li nr="c."><al>in strijd is met de aan de vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Strafbepaling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>V</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepaling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
            </kop>
            <al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door burgemeester en wethouders aangewezen
                            ambtenaren belast.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Parkeerverordening
                            Leeuwarden 2005”.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De "Parkeerverordening Leeuwarden 2002", vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 17 december 2001, wordt ingetrokken met ingang van
                                de in het derde lid genoemde datum van ingang. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Vergunningen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                Leeuwarden 2002, worden geacht te zijn verleend krachtens deze
                                verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2005.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>griffier</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>