<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70866_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidie-verordening besluit woninggebonden subsidies 1993 Regio Nijmegen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 1994/026</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening woninggebonden subsidies</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>1993-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1993-11-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1993-11-11</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>wonen woninggebonden subsidies</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regionale verordening, waaraan ook de gemeente Nijmegen zich gebonden heeft, regelt een materie waaromtrent de gemeente Nijmegen ook zelf een regeling getroffen heeft. Bij eventuele strijdigheid tussen de beide regelingen geldt de regionale verordening en treedt de gemeentelijke verordening in die gevallen buiten werking.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-55504</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidie-verordening besluit woninggebonden subsidies 1993 Regio
            Nijmegen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Deelnemende gemeenten:</vet></al><al>Beuningen</al><al>Druten</al><al>Gennep</al><al>Groesbeek</al><al>Heumen</al><al>Millingen aan de Rijn</al><al>Mook</al><al>Nijmegen</al><al>Ubbergen</al><al>West Maas en Waal</al><al>Wijchen</al><al/><al>November 1993</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Inhoudsopgave</label><nr/></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>§ 1 Begripsbepalingen</al><al>§ 2 Grondslag en werkingssfeer</al><al>§ 3 Vaststelling en reservering van de budgetten</al><al>§ 4 Prioriteiten en nadere voorwaarden</al><al>§ 5 Raadpleging belanghebbende personen en organisaties</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Aanvragen, verlenen en vaststellen van geldelijke steun</titel></kop><structuurtekst><al>§ 1 De aanvraag om geldelijke steun</al><al>§ 2 De verlening van geldelijke steun</al><al>§ 3 De gereedmelding</al><al>§ 4 De vaststelling van geldelijke steun</al><al>§ 5 De intrekking van geldelijke steun</al><al>§ 6 Nadere bepalingen</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Bepalingen per subsidiecategorie</titel></kop><structuurtekst><al>§ 1 Sociale-huurwoningen, huurstandplaatsen en huurwoonwagens</al><al>§ 2 Sociale-koopwoningen, koopstandplaatsen en koopwoonwagens</al><al>§ 3 Ingrijpende voorzieningen aan woningen en standplaatsen</al><al>§ 4 Huurwoningen van beleggers</al><al>§ 5 Premie-woningen</al><al>§ 6 Toeslagen ten behoeve van plaatselijk verschillende
                            omstandigheden</al><al>§ 7 Toeslagen ten behoeve van huurverlaging</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Regio
                                    Nijmegen</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Begunstigde: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een
                                    verzoek doet om vaststelling en uitbetaling van de door de Regio
                                    Nijmegen verleende geldelijke steun.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Belegger: rechtspersoon als bedoeld in het Besluit
                                    woninggebonden subsidies.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het Besluit: het Besluit woninggebonden subsidies (Stb. 1992,
                                    554).</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Bestuurscommissie: de Bestuurscommissie Woninggebonden Subsidies
                                    Regio Nijmegen, ingesteld bij de Verordening Bestuurscommissie
                                    Woninggebonden Subsidies Regio Nijmegen; verantwoordelijk voor
                                    het regionaal budgetbeheer in het kader van het Besluit
                                    Woninggebonden Subsidies 1993. In het Aanhangsel Regionaal
                                    Budgetbeheer, behorende bij de Basisregeling Regio Nijmegen is
                                    vastgelegd dat de uitvoerende werkzaamheden zijn opgedragen aan
                                    de gemeente Nijmegen.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Bouwplan: de beschrijving van de te bouwen woningen,
                                    standplaatsen of woonwagens, of de te treffen voorzieningen aan
                                    woningen of standplaatsen, vergezeld van alle voorgeschreven
                                    gegevens, zoals vereist op grond van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Budget: bedrag aan geldelijke steun dat jaarlijks door de
                                    minister aan de Regio Nijmegen beschikbaar wordt gesteld,
                                    alsmede het bedrag dat resteert van in vorige jaren toegekende
                                    budgetten, alsmede daaraan op grond van het Besluit of op grond
                                    van een besluit van de bestuurscommissie toegevoegde
                                    vrijvallende middelen ten behoeve van:</al><lijst><li nr="1."><al>sociale-huurwoningen, huurstandplaatsen, huurwoonwagens,
                                            sociale-koopwoningen, koopstandplaatsen, koopwoonwagens,
                                            ingrijpende voorzieningen aan huurwoningen en
                                            ingrijpende voorzieningen aan huurstandplaatsen, te
                                            noemen het budget voor de sociale-bouwsector, of</al></li><li nr="2."><al>huurwoningen van beleggers en premie-woningen, of</al></li><li nr="3."><al>toeslagen ten behoeve van plaatselijk verschillende
                                            omstandigheden, of</al></li><li nr="4."><al>toeslagen ten behoeve van huurverlaging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van een
                                    deelnemende gemeente.</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Regio
                                    Nijmegen.</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Gemeenteraad: de raad van een deelnemende gemeente.</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>Gereedkomingsdatum: de dag waarop de woning, de standplaats of
                                    de woonwagen gereedkomt dan wel de dag waarop de administratief
                                    in een plan samengevoegde woningen gemiddeld gereedkomen dan wel
                                    de dag waarop een buiten de standplaats gebouwde woonwagen op de
                                    standplaats wordt geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>Hoofdsom: het op de datum waarop de geldelijke steun door de
                                    bestuurscommissie wordt verleend te bepalen bedrag aan
                                    geldelijke steun aan de hand van de desbetreffende, bij
                                    ministeriële regeling vastgestelde tabel.</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>Huurder: degene die met de verhuurder een huurovereenkomst heeft
                                    gesloten als bedoeld in artikel 7A:1584 van het Burgerlijk
                                    Wetboek.</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al>Huurprijs: prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor
                                    het enkele gebruik van een woning, standplaats of woonwagen,
                                    uitgedrukt in een bedrag per maand.</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al>Huurwoning: verhuurde of te verhuren woning.</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al>Ingrijpende voorziening aan een huurwoning: voorziening aan een
                                    huurwoning waarvan de bouw is voltooid voor 1 januari 1946 en
                                    waarvan de kosten verminderd met de op grond van paragraaf 6 van
                                    hoofdstuk III verleende toeslag per woning meer bedragen dan de
                                    in het Besluit genoemde minimumkosten.</al></lid><lid><lidnr>q.</lidnr><al>Initiatiefnemer: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die
                                    een aanvraag indient voor de verlening van geldelijke
                                    steun.</al></lid><lid><lidnr>r.</lidnr><al>Kosten van het verkrijgen in eigendom: de door de
                                    bestuurscommissie vast te stellen kosten van de bouw of van de
                                    voorzieningen die kunnen bestaan uit de som van:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanneemsom voor het verrichten van de
                                            werkzaamheden;</al></li><li nr="2."><al>de risicoverrekening van loon- en
                                            materiaalprijsstijgingen met inachtneming van het
                                            bepaalde in de Risicoregeling woningbouw 1991, dan wel
                                            het afkooprisico;</al></li><li nr="3."><al>de kosten van een centrale verwarmingsinstallatie, een
                                            liftinstallatie en andere onroerende installaties;</al></li><li nr="4."><al>het architectenhonorarium, indien en voor zover dit niet
                                            hoger is dan omschreven in de Standaardvoorwaarden 1988
                                            rechtsverhouding opdrachtgever - architect (SR 1988),
                                            met inbegrip van de aanvullingen en wijzigingen in het
                                            bijbehorende zgn. protocol sociale woningbouw d.d. 13
                                            september 1989 en de in dat protocol voorziene
                                            indexherziening per 1 juli van ieder jaar;</al></li><li nr="5."><al>de aansluiting op de nutsvoorzieningen;</al></li><li nr="6."><al>de leges voor de bouwvergunning en de
                                            precariorechten;</al></li><li nr="7."><al>de verschuldigde niet verrekenbare omzetbelasting;</al></li><li nr="8."><al>de overdrachtsbelasting;</al></li><li nr="9."><al>huurderving voor zover deze verband houdt met het
                                            treffen van voorzieningen;</al></li><li nr="10."><al>renteverlies voor zover dit verband houdt met de bouw
                                            dan wel het treffen van voorzieningen;</al></li><li nr="11."><al>het constructeurshonorarium, indien en voor zover dit
                                            niet hoger is dan omschreven in de Regeling van de
                                            verhouding tussen opdrachtgever en adviserend
                                            ingenieursbureau (RVOI 1987), met inbegrip van de
                                            aanvullingen en wijzigingen voor de woningbouw in
                                            bijlage B.2.3 (d.d. 26 april 1989);</al></li><li nr="12."><al>de kosten van een garantiecertificaat;</al></li><li nr="13."><al>de kosten van administratie ten behoeve van de
                                            voorbereiding en de uitvoering van de
                                            werkzaamheden;</al></li><li nr="14."><al>het honorarium van notarissen en makelaars (alleen van
                                            toepassing in de koopsector);</al></li><li nr="15."><al>door burgemeester en wethouders goedgekeurde
                                            kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de
                                            kosten niet zijn voorzien of tijdens de bouw tussen de
                                            aannemer en de opdrachtgever tot de bouw zijn
                                            overeengekomen;</al></li><li nr="16."><al>de prijs van de bouwrijpe grond;</al></li><li nr="17."><al>een vergoeding van door de verhuurder verstrekte
                                            tegemoetkomingen voor door de huurder aangebrachte
                                            voorzieningen, voor zover deze gehandhaafd kunnen
                                            blijven en een of meer van de te treffen voorzieningen
                                            overbodig maken;</al></li><li nr="18."><al>het toezicht op de uitvoering;</al></li><li nr="19."><al>de kosten samenhangende met de financiering, indien en
                                            voor zover hiervoor geen fiscale
                                            compensatiemogelijkheden bestaan;</al></li><li nr="20."><al>het honorarium van deskundigen op installatietechnisch
                                            of bouwfysisch gebied;</al></li><li nr="21."><al>kosten in verband met technisch onderzoek en
                                            adviezen;</al></li><li nr="22."><al>overige door de bestuurscommissie vast te stellen
                                            kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>s.</lidnr><al>Kosten van ingrijpende voorzieningen: de door de
                                    bestuurscommissie vast te stellen kosten die direct samenhangen
                                    met het treffen van ingrijpende voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>t.</lidnr><al>De minister: de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke
                                    ordening en milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>u.</lidnr><al>Reservering: de door de bestuurscommissie voor een gemeente
                                    gereserveerde geldelijke steun in een budgetjaar.</al></lid><lid><lidnr>v.</lidnr><al>Sociale-huurwoning: huurwoning in eigendom van een gemeente of
                                    een toegelaten instelling waarvoor geldelijke steun is
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>w.</lidnr><al>Sociale-koopwoning: te bouwen woning waarvoor op grond van
                                    paragraaf 2 van hoofdstuk III geldelijke steun wordt
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>x.</lidnr><al>Subsidiecategorie: dat deel van de voor de gemeente
                                    gereserveerde geldelijke steun dat door de gemeenteraad
                                    beschikbaar is gesteld voor een categorie woningen,
                                    standplaatsen, woonwagens of voorzieningen dan wel toeslagen als
                                    bedoeld in artikelen 5 en 6 juncto 11.</al></lid><lid><lidnr>y.</lidnr><al>Toegelaten instelling: instelling, toegelaten krachtens artikel
                                    70 van de Woningwet.</al></lid><lid><lidnr>z.</lidnr><al>Vaststellen van geldelijke steun: het besluit van de
                                    bestuurscommissie waarbij de hoogte van de verleende geldelijke
                                    steun wordt vastgesteld en de Regio Nijmegen zich verplicht tot
                                    uitbetaling.</al></lid><lid><lidnr>aa.</lidnr><al>Verdeelbesluit: besluit van de gemeenteraad, waarin wordt
                                    vastgesteld dat bouwplannen van in dat besluit aangegeven
                                    gegadigden op in dat besluit aangegeven locaties in aanmerking
                                    kunnen komen voor geldelijke steun vanuit een
                                    subsidiecategorie.</al></lid><lid><lidnr>bb.</lidnr><al>Verlenen van geldelijke steun: het besluit van de
                                    bestuurscommissie dat een aanspraak op geldelijke steun
                                    verschaft.</al></lid><lid><lidnr>cc.</lidnr><al>Voorziening: bouwkundige of bouwtechnische maatregel aan een
                                    woning of standplaats, die strekt tot verbetering van de
                                    indeling of het woongerief, waaronder begrepen de daartoe
                                    noodzakelijke opheffing van technische gebreken, of tot
                                    bouwkundige splitsing of samenvoeging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt mede verstaan
                                onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Eigenaar: opstaller, erfpachter, gerechtigde tot een
                                        appartementsrecht of degene die lid is van een coöperatie en
                                        op die grond het uitsluitende gebruik heeft van een aan die
                                        coöperatie in eigendom toebehorende woning.</al></li><li nr="2."><al>Eigendom: opstal, erfpacht, appartementsrecht of
                                        lidmaatschap als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Woning: onzelfstandige woonruimte.</al></li><li nr="4."><al>Het verlenen van geldelijke steun aan een toegelaten
                                        instelling: het verlenen van geldelijke steun ten behoeve
                                        van het bouwen dan wel het treffen van voorzieningen van
                                        gemeentewege.</al></li><li nr="5."><al>Bouwen: het verbouwen van gebouwd onroerend goed tot
                                        woonruimte, waarbij de bestemming van het onroerend goed
                                        wordt gewijzigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>woningen die niet geschikt of bestemd zijn om voortdurend
                                        door dezelfde persoon of personen te worden bewoond;</al></li><li nr="b."><al>woningen die als ambts- of dienstwoning in gebruik zijn of
                                        als zodanig bestemd, en</al></li><li nr="c."><al>bejaardenoorden als bedoeld in de Wet op de bejaardenoorden
                                        (Stb. 1990, 468).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De algemene bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing, tenzij
                                in de overige hoofdstukken van deze verordening hiervan nadrukkelijk
                                wordt afgeweken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Grondslag en werkingssfeer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Op grond van deze verordening kan de bestuurscommissie geldelijke
                                steun verlenen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwen van sociale-huurwoningen;</al></li><li nr="b."><al>het bouwen van huurstandplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>het bouwen van huurwoonwagens;</al></li><li nr="d."><al>het bouwen van sociale-koopwoningen;</al></li><li nr="e."><al>het bouwen van koopstandplaatsen;</al></li><li nr="f."><al>het bouwen van koopwoonwagens;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van ingrijpende voorzieningen aan
                                        huurwoningen;</al></li><li nr="h."><al>het treffen van ingrijpende voorzieningen aan
                                        huurstandplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>het bouwen van huurwoningen van beleggers;</al></li><li nr="j."><al>het bouwen van premie-woningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan geldelijke steun verlenen in de vorm
                                    van een toeslag ten behoeve van plaatselijk verschillende
                                    omstandigheden voor het bouwen van woningen of standplaatsen of
                                    het treffen van ingrijpende voorzieningen aan huurwoningen of
                                    huurstandplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan geldelijke steun verlenen in de vorm
                                    van een toeslag ten behoeve van huurverlaging aan een toegelaten
                                    instelling die een sociale-huurwoning of een huurstandplaats
                                    beheert</al><lijst><li nr="a."><al>die wordt gebouwd ter vervanging van een andere woning
                                            of een huurstandplaats, of</al></li><li nr="b."><al>waaraan ingrijpende voorzieningen worden getroffen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De verlening van geldelijke steun geschiedt overeenkomstig de
                                bepalingen van de hoofdstukken II, III en IV van deze
                                verordening.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling en reservering van de budgetten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jaarlijks besluit de bestuurscommissie welk deel van de
                                    budgetten voor geldelijke steun voor de gemeenten wordt
                                    gereserveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie deelt jaarlijks voor 1 november
                                    schriftelijk aan de gemeenteraden mee hoeveel geldelijke steun
                                    uit de onderscheiden budgetten in het volgende jaar is
                                    gereserveerd voor het bouwen van woningen, standplaatsen en
                                    woonwagens, het treffen van voorzieningen aan woningen en
                                    standplaatsen, en het verstrekken van toeslagen voor plaatselijk
                                    verschillende omstandigheden en voor huurverlaging in hun
                                    gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de minister een besluit heeft genomen als bedoeld in
                                    artikel 11 van het Besluit, houdt de bestuurscommissie daarmee
                                    rekening bij de verdeling als bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bestuurscommissie deelt tevens een verdeling over de
                                    gemeenten van het voorlopige programma voor de drie jaren
                                    volgend op het eerstkomende jaar mee.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>Prioriteiten en nadere voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>1.De gemeenteraad besluit welke prioriteiten hij stelt bij het
                                indienen van aanvragen om verlening van geldelijke steun voor het
                                bouwen van woningen, standplaatsen en woonwagens en het treffen van
                                voorzieningen aan huurwoningen en huurstandplaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders doen een voorstel tot het stellen van
                                    prioriteiten nadat daaromtrent door hen de in artikel 18, eerste
                                    lid, bedoelde plaatselijke organisaties zijn geraadpleegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders doen schriftelijk verslag van deze
                                    raadpleging aan de gemeenteraad. Tevens geven zij een reactie op
                                    de daarbij naar voren gebrachte argumenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan de voor de gemeente gereserveerde geldelijke
                                    steun in subsidiecategorieën onderverdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende subsidiecategorieën kunnen worden
                                    onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen het budget voor de sociale-bouwsector:</al><lijst><li nr="1."><al>sociale-huurwoningen;</al></li><li nr="2."><al>huurstandplaatsen;</al></li><li nr="3."><al>huurwoonwagens;</al></li><li nr="4."><al>sociale-koopwoningen;</al></li><li nr="5."><al>koopstandplaatsen;</al></li><li nr="6."><al>koopwoonwagens;</al></li><li nr="7."><al>ingrijpende voorzieningen aan huurwoningen;</al></li><li nr="8."><al>ingrijpende voorzieningen aan
                                                  huurstandplaatsen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>binnen het budget huurwoningen van beleggers en
                                            premie-woningen:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><al>1. huurwoningen van beleggers;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><al>2. premie-woningen;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>toeslagen ten behoeve van plaatselijk verschillende
                                            omstandigheden;</al></li><li nr="d."><al>toeslagen ten behoeve van huurverlaging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een subsidiecategorie bedoeld in het eerste
                                    lid in meerdere onderdelen splitsen; dergelijke onderdelen zijn
                                    ook subsidie-categorieën in de zin van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Jaarlijks neemt de gemeenteraad een verdeelbesluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>De gemeenteraad kan burgemeester en wethouders toestemming verlenen
                                tot nader door hem te bepalen grenzen en onder nader door hem te
                                bepalen voorwaarden het verdeelbesluit te wijzigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan op verzoek van de initiatiefnemer en
                                    door tussenkomst van burgemeester en wethouders binnen de
                                    budgetten voor de sociale-bouwsector en de marktsector verleende
                                    geldelijke steun wijzigen in geldelijke steun voor een andere
                                    categorie dan waarvoor de geldelijke steun is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan de omzetting weigeren indien de
                                    aanvankelijk verleende geldelijke steun ontoereikend is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>De bestuurscommissie kan afwijken van de op grond van artikel 8,
                                eerste lid, vastgestelde voor gemeenten gereserveerde geldelijke
                                steun en van de op grond van artikel 8, tweede lid, vastgestelde
                                verdeling over de gemeenten, indien door de minister op grond van
                                het Besluit een budget wordt herzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>De bestuurscommissie kan afwijken van de op grond van artikel 8,
                                tweede lid, vastgestelde verdeling over de gemeenten indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de betrokken gemeenten met de herverdeling instemmen;
                                        of</al></li><li nr="b."><al>op 1 september een zodanig aantal aanvragen om geldelijke
                                        steun bij het dagelijks bestuur is ingediend dat bij
                                        toekenning daarvan meer dan vijftig procent resteert van een
                                        of meer budgetten die voor dat jaar zijn toegekend.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5</nr><titel>Raadpleging belanghebbende personen en organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening wordt niet gewijzigd dan nadat over het ontwerp
                                    door de bestuurscommissie voorafgaand geraadpleegd zijn de
                                    gemeenteraden, de lokaal of regionaal toegelaten instellingen en
                                    andere naar het oordeel van de bestuurscommissie daarvoor in
                                    aanmerking komende natuurlijke en rechtspersonen, waaronder
                                    woonconsumentenorganisaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het algemeen bestuur doet de bestuurscommissie schriftelijk
                                    verslag van deze raadpleging. Tevens geeft hij een reactie op de
                                    daarbij naar voren gebrachte argumenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten minste eenmaal per jaar raadplegen burgemeester en
                                    wethouders de lokaal of regionaal toegelaten instellingen en
                                    andere naar het oordeel van de gemeenteraad daarvoor in
                                    aanmerking komende natuurlijke en rechtspersonen, waaronder
                                    woonconsumentenorganisaties, over de uitvoering van deze
                                    verordening door de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de gemeenteraad en de bestuurscommissie doen burgemeester en
                                    wethouders schriftelijk verslag van deze raadpleging. Tevens
                                    geven zij een reactie op de daarbij naar voren gebrachte
                                    argumenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>In de in artikel 18 bedoelde raadpleging komt ten minste aan de
                                orde:</al><lijst><li nr="a."><al>een raming van de plannen waarvoor geldelijke steun zal
                                        worden gevraagd voor de komende jaren;</al></li><li nr="b."><al>de door burgemeester en wethouders voorgenomen verdeling van
                                        de geldelijke steun voor het eerstkomende budgetjaar;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de mogelijk toe te passen
                                        afwijkingsbevoegdheden op grond van artikel 13.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie en burgemeester en wethouders kunnen ter
                                    uitvoering van deze verordening overeenkomsten sluiten met
                                    daarvoor in aanmerking komende natuurlijke en rechtspersonen als
                                    bedoeld in de artikelen 17 en 18.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten worden
                                    gesloten brengt de bestuurscommissie deze ter kennis van het
                                    algemeen bestuur en brengen burgemeester en wethouders deze ter
                                    kennis van de gemeenteraad en het algemeen bestuur.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Aanvragen, verlenen en vaststellen van geldelijke steun</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>De aanvraag om geldelijke steun</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De initiatiefnemer vraagt geldelijke steun aan bij de
                                    bestuurscommissie door tussenkomst van burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag om het verlenen van geldelijke steun geschiedt op
                                    een door de bestuurscommissie vastgesteld en door de
                                    initiatiefnemer volledig ingevuld en ondertekend
                                    aanvraagformulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De initiatiefnemer dient de aanvraag als bedoeld in artikel 21
                                    in bij burgemeester en wethouders vóór 1 september van het jaar
                                    waarin de beslissing wordt gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvraag na de in het eerste lid genoemde datum wordt
                                    ontvangen, kan de aanvraag worden aangehouden tot het volgende
                                    jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beslissing tot aanhouding van een plan kan voor datzelfde
                                    plan eenmaal genomen worden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de aanvraag om verlening van de geldelijke steun naar het
                                    oordeel van burgemeester en wethouders niet voldoet aan artikel
                                    21 en 23, doen zij hiervan binnen vier weken schriftelijk
                                    mededeling aan de initiatiefnemer onder vermelding van de nog
                                    aan te leveren gegevens en houden zij de behandeling van de
                                    aanvraag aan totdat de gevraagde gegevens zijn geleverd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien binnen dertig dagen na het verzenden van de mededeling
                                    bedoeld in het vijfde lid de nog te leveren gegevens niet zijn
                                    verstrekt, kunnen burgemeester en wethouders de aanvraag om
                                    geldelijke steun niet-ontvankelijk verklaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 gaat in elk geval
                                    vergezeld van de, door de Bestuurscommissie te bepalen, door de
                                    initiatiefnemer te verstrekken gegevens. Een opsomming van de
                                    benodigde gegevens zal door de Bestuurscommissie op een
                                    controle-lijst worden aangegeven. De controle-lijst zal, tezamen
                                    met het in artikel 21 tweede lid genoemde aanvraagformulier,
                                    door de bestuurscommissie ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 gaat tevens vergezeld van
                                    de op grond van hoofdstuk III vereiste door de initiatiefnemer
                                    te verstrekken gegevens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Indien een bouwplan niet voldoet aan de prioriteiten gesteld op
                                grond van artikel 9, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders
                                de aanvraag aanhouden tot 15 september van het jaar waarin de
                                beslissing wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden de aanvraag aan tot het
                                    volgende jaar indien het bouwplan niet in het verdeelbesluit is
                                    opgenomen dan wel de betreffende subsidiecategorie of de voor de
                                    gemeente gereserveerde geldelijke steun overschreden zou worden
                                    wanneer geldelijke steun wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot aanhouding van een plan kan voor datzelfde plan
                                    eenmaal genomen worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste
                                    lid afwijken indien:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>in het verdeelbesluit de betreffende subsidiecategorie
                                            dan wel de voor de gemeente gereserveerde geldelijke
                                            steun niet of gedeeltelijk met bouwplannen is
                                            belegd;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>bouwplannen die opgenomen zijn in het verdeelbesluit in
                                            het betreffende jaar geen doorgang vinden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun
                                in bij de bestuurscommissie indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak van het bouwen van de woning, de standplaats, de
                                        woonwagen of van het treffen van de ingrijpende
                                        voorzieningen is aangetoond;</al></li><li nr="b."><al>het bouwplan sober en doelmatig is;</al></li><li nr="c."><al>voor het bouwplan een bouwvergunning is verleend of zal
                                        worden verleend;</al></li><li nr="d."><al>niet reeds een begin met de werkzaamheden is gemaakt zonder
                                        hun toestemming;</al></li><li nr="e."><al>de grond waarop de woning of de standplaats wordt gebouwd
                                        niet verontreinigd is, of de verontreiniging zodanig gering
                                        is dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders uit
                                        het oogpunt van volksgezondheid geen bezwaar bestaat tegen
                                        het bouwen van de woning of de standplaats op die
                                        grond.</al></li><li nr="f."><al>zij schriftelijk verklaren aan de bestuurscommissie dat de
                                        grond waarop de woning of de standplaats wordt gebouwd
                                        verontreinigd is doch vóór aanvang van de bouw gereinigd
                                        wordt conform de daarvoor geldende NEN-normen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>De noodzaak van een bouwplan als bedoeld in artikel 26, onder a,
                                wordt geacht te zijn aangetoond indien dit plan opgenomen is in het
                                verdeelbesluit als bedoeld in artikel 12.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen tien weken na ontvangst
                                van een aanvraag als bedoeld in artikel 21 of de aanvraag wordt
                                ingediend bij de bestuurscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>De indiening van de aanvraag bij de bestuurscommissie gaat vergezeld
                                van de verklaring door burgemeester en wethouders dat is voldaan aan
                                deze verordening en van alle in de controle-lijst van de
                                bestuurscommissie vereiste bescheiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>Een aanvraag om geldelijke steun als bedoeld in artikel 21 wordt
                                door burgemeester en wethouders bij de bestuurscommissie ingediend
                                vóór 15 november van het jaar waarin de beslissing wordt
                                gevraagd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>De verlening van geldelijke steun</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie bevestigt binnen twee weken de ontvangst
                                    van de aanvraag bedoeld in artikel 29 aan burgemeester en
                                    wethouders en aan de initiatiefnemer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag bedoeld in het eerste lid naar het oordeel
                                    van de bestuurscommissie niet voldoet aan de artikelen 21, 23,
                                    26, 27 en 29, doet zij daarvan binnen drie weken na ontvangst
                                    van deze aanvraag schriftelijk mededeling aan burgemeester en
                                    wethouders onder vermelding van de nog te leveren gegevens c.q.
                                    stukken en houdt zij de behandeling van de aanvraag aan totdat
                                    de gevraagde gegevens c.q. stukken zijn geleverd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien binnen drie weken na het verzenden van de mededeling
                                    bedoeld in lid 2 de nog te leveren gegevens c.q. stukken niet
                                    zijn verstrekt kan de bestuurscommissie de aanvraag om
                                    geldelijke steun niet-ontvankelijk verklaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>De bestuurscommissie beslist binnen vier weken na ontvangst van een
                                aanvraag als bedoeld in artikel 29.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al>De bestuurscommissie verleent geldelijke steun indien de voor de
                                gemeente gereserveerde geldelijke steun niet wordt
                                overschreden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>De bestuurscommissie verleent geldelijke steun onder voorwaarde
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>wordt voldaan aan de door de gemeenteraad gestelde
                                        prioriteiten en nadere voorwaarden als bedoeld in artikel
                                        9;</al></li><li nr="b."><al>zonder toestemming van burgemeester en wethouders bij de
                                        werkzaamheden niet wordt afgeweken van het bouwplan;</al></li><li nr="c."><al>de bouw binnen 9 maanden na het besluit tot verlening ervan
                                        tot de bovenkant van de begane-grondvloer is gevorderd dan
                                        wel ingeval van het bouwen van woonwagens of standplaatsen
                                        of het treffen van voorzieningen (met uitzondering van het
                                        treffen van voorzieningen in opdracht van particuliere
                                        initiatiefnemers) binnen 9 maanden met de werkzaamheden is
                                        gestart. Bij het treffen van voorzieningen in opdracht van
                                        particuliere initiatiefnemers dient binnen 6 maanden na het
                                        besluit tot verlening van de geldelijke steun met de
                                        werkzaamheden te zijn gestart;</al></li><li nr="d."><al>de gereedmelding van de werkzaamheden plaatsvindt
                                        overeenkomstig artikel 36;</al></li><li nr="e."><al>de initiatiefnemer de informatie als bedoeld in artikel 55
                                        van het Besluit beschikbaar houdt en op verzoek van de
                                        bestuurscommissie of burgemeester en wethouders terstond
                                        levert.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al>De bestuurscommissie verleent geldelijke steun onder de voorwaarde
                                dat de door burgemeester en wethouders belaste personen op door
                                burgemeester en wethouders te bepalen tijdstippen:</al><lijst><li nr="a."><al>toegang wordt verleend tot de bouwplaats, de woning, de
                                        standplaats, de woonwagen of het gebouw dat tot woning wordt
                                        verbouwd;</al></li><li nr="b."><al>inzage wordt verleend in de op de bouw betrekking hebbende
                                        bescheiden en tekeningen;</al></li><li nr="c."><al>alle inlichtingen worden verstrekt die naar hun oordeel
                                        noodzakelijk zijn voor de beoordeling of aan de voorwaarden
                                        verbonden aan het verlenen van geldelijke steun wordt
                                        voldaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>De gereedmelding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begunstigde verklaart door tussenkomst van burgemeester en
                                    wethouders aan de bestuurscommissie dat de bedoelde
                                    werkzaamheden zijn voltooid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en
                                    uitbetaling van de geldelijke steun.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begunstigde dient de gereedmelding, bedoeld in het eerste
                                    lid, terstond na de voltooiing van de werkzaamheden doch
                                    uiterlijk binnen drie jaar na het verlenen van de geldelijke
                                    steun in bij burgemeester en wethouders. De gereedmelding van
                                    ingrijpende voorzieningen in opdracht van particuliere
                                    initiatiefnemers dient uiterlijk 30 maanden na het verlenen van
                                    de geldelijke steun bij burgemeester en wethouders te worden
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gereedmelding geschiedt op een door de bestuurscommissie
                                    vastgesteld en door de begunstigde volledig ingevuld en
                                    ondertekend formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gereedmelding, bedoeld in artikel 36, gaat vergezeld van een
                                    verklaring van de begunstigde dat bij de bouw respectievelijk
                                    het treffen van de voorzieningen is of wordt voldaan aan de
                                    voorwaarden waaronder de geldelijke steun is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begunstigde een ander is dan de initiatiefnemer, gaat
                                    de gereedmelding, bedoeld in het eerste lid, vergezeld van een
                                    opgave van de afwijkingen van bestek en tekeningen of
                                    omschrijving van het werk, indien deze hebben
                                    plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De initiatiefnemer dient gedurende een periode van vijf jaar na
                                    de gereedmelding alle rekeningen en betalingsbewijzen met
                                    betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te
                                    houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de
                                    ontvangst van de gereedmelding, bedoeld in artikel 36, aan de
                                    begunstigde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gereedmelding naar het oordeel van burgemeester en
                                    wethouders niet voldoet aan de artikelen 36 en 37, doen zij
                                    hiervan binnen vier weken na ontvangst schriftelijk mededeling
                                    aan de begunstigde onder vermelding van de nog aan te leveren
                                    gegevens en houden zij de behandeling van de aanvraag aan totdat
                                    de gevraagde gegevens zijn geleverd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien binnen dertig dagen na het verzenden van de mededeling in
                                    het tweede lid de nog te leveren gegevens niet zijn verstrekt,
                                    verklaren burgemeester en wethouders de gereedmelding niet
                                    ontvankelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na
                                    ontvangst van een gereedmelding, bedoeld in artikel 36, of de
                                    gereedmelding wordt ingediend bij de bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een besluit bedoeld in het
                                    eerste lid, eenmaal met acht weken verdagen voor zover de
                                    controle op de juistheid van de gegevens daartoe aanleiding
                                    geeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de begunstigde binnen twee
                                    weken na de in het eerste lid bedoelde beslissing, schriftelijk
                                    op de hoogte van deze beslissing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><al>De indiening van de gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring
                                van burgemeester en wethouders dat is voldaan aan deze
                                verordening.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>De vaststelling van geldelijke steun</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie bevestigt binnen twee weken de ontvangst
                                    van de gereedmelding bedoeld in artikel 40 aan burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gereedmelding naar het oordeel van de
                                    bestuurscommissie niet voldoet aan de artikelen 36, 37 en 40,
                                    doet zij daarvan binnen drie weken na ontvangst van deze
                                    gereedmelding schriftelijk mededeling aan burgemeester en
                                    wethouders onder vermelding van de nog te leveren gegevens c.q.
                                    stukken en houdt zij de behandeling aan totdat de gevraagde
                                    gegevens c.q. stukken zijn geleverd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien binnen drie weken na het verzenden van de mededeling als
                                    bedoeld in het tweede lid de nog te leveren gegevens c.q.
                                    stukken niet zijn verstrekt verklaart de bestuurscommissie de
                                    gereedmelding niet ontvankelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen vier weken na ontvangst van de gereedmelding bedoeld in
                                    artikel 40, neemt de bestuurscommissie een besluit op het
                                    verzoek tot vaststelling en uitbetaling van geldelijke
                                    steun.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan een besluit als bedoeld in het eerste
                                    lid eenmaal met vier weken verdagen voor zover de controle op de
                                    juistheid van de gegevens daartoe aanleiding geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><al>Indien de bestuurscommissie instemt met het verzoek tot vaststelling
                                en uitbetaling, stelt hij de geldelijke steun vast overeenkomstig
                                het bij of krachtens het Besluit bepaalde.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5</nr><titel>De intrekking van geldelijke steun</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan een besluit tot verlening van
                                    geldelijke steun geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al> niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                                            krachtens deze verordening;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> een bijdrage op grond van deze verordening is verleend
                                            op grond van gegevens en gebleken is dat deze zodanig
                                            onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend
                                            geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien geldelijke steun is verleend en gebleken is dat de
                                    gegevens op grond waarvan de geldelijke steun werd verleend
                                    onjuist waren en waarvan de begunstigde wist of redelijkerwijs
                                    had kunnen weten dat deze onjuist waren, kan de
                                    bestuurscommissie zijn besluit tot verlening van geldelijke
                                    steun intrekken en kan hij een reeds betaalde bijdrage geheel of
                                    gedeeltelijk met vergoeding van de wettelijke rente
                                    terugvorderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan een besluit tot het verlenen van een
                                    toeslag ten behoeve van plaatselijk verschillende omstandigheden
                                    of een toeslag ten behoeve van huurverlaging intrekken, indien
                                    de verlening van de geldelijke steun voor dezelfde woning of
                                    standplaats, op grond van artikel 11, tweede lid, wordt
                                    ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bestuurscommissie trekt zijn besluit tot het verlenen van
                                    geldelijke steun in ieder geval in, indien de initiatiefnemer
                                    meldt dat de bouw geen doorgang zal vinden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>6</nr><titel>Nadere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing, tenzij in
                                hoofdstuk III hiervan nadrukkelijk wordt afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan op een daartoe strekkend en gemotiveerd
                                    verzoek van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van
                                    de termijn genoemd in artikel 30. Een dergelijk verzoek wordt
                                    vóór het verstrijken van deze termijn bij de bestuurscommissie
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de bestuurscommissie een verzoek als bedoeld in het
                                    eerste lid honoreert, geeft hij een nieuwe termijn aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend en
                                    gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer dan wel de
                                    begunstigde ontheffing verlenen van de termijnen genoemd in de
                                    artikelen 22, 34 en 36. Een dergelijk verzoek wordt vóór het
                                    verstrijken van de betreffende termijn bij burgemeester en
                                    wethouders ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders een verzoek als bedoeld in het
                                    eerste lid honoreren, geven zij een nieuwe termijn aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr></kop><al>De bestuurscommissie kan voor de uitvoering van deze verordening
                                nadere regels vaststellen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Bepalingen per subsidiecategorie</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Sociale-huurwoningen, huurstandplaatsen en huurwoonwagens</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan ten laste van het budget voor de
                                    sociale-bouwsector geldelijke steun verlenen voor het bouwen van
                                    een sociale-huurwoning, een huurstandplaats of een huurwoonwagen
                                    aan een toegelaten instelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan gelijktijdig met de verlening van
                                    geldelijke steun voor een huurstandplaats aanvullende geldelijke
                                    steun verlenen voor sanitaire voorzieningen op die standplaats
                                    of aan of in de daarop te plaatsen woonwagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke
                                    steun in voor een sociale-huurwoning of een huurstandplaats
                                    indien de koopsom van de bouwrijpe grond waarop de woning of
                                    standplaats wordt gebouwd, niet meer bedraagt dan de in het
                                    Besluit bepaalde maximumkoopsom van bouwrijpe grond.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toepassing van het bepaalde in het eerste lid
                                    betrekking heeft op het bouwen van een aantal administratief in
                                    een complex samengevoegde woningen geldt het van toepassing
                                    zijnde bedrag, genoemd in het eerste lid, als de gemiddelde
                                    koopsom van de bouwrijpe grond van de in dat complex opgenomen
                                    woningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun
                                in voor een huurstandplaats indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de standplaats wordt gebouwd overeenkomstig een goedgekeurd
                                        bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de
                                        Ruimtelijke Ordening, dan wel overeenkomstig een
                                        vrijstelling daarvan als bedoeld in artikel 19 van die wet;
                                        en</al></li><li nr="b."><al>door het bouwen van de standplaats in de onmiddellijke
                                        nabijheid van andere standplaatsen het aantal bijeengelegen
                                        standplaatsen niet meer dan 15 zal bedragen, tenzij met
                                        instemming van gedeputeerde staten daarvan wordt
                                        afgeweken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun
                                in voor een huurwoonwagen, indien de standplaats waarop die
                                woonwagen wordt geplaatst is gebouwd met geldelijke steun van
                                rijkswege op voet van enige voor 1 januari 1993 geldende wettelijke
                                regeling, dan wel wordt gebouwd met geldelijke steun op voet van het
                                Besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om aanvullende
                                geldelijke steun voor sanitaire voorzieningen in indien:</al><lijst><li nr="a."><al>geen sanitaire voorzieningen aanwezig zijn in of aan de
                                        daarop te plaatsen woonwagen; en</al></li><li nr="b."><al>de woonwagen op 1 januari 1993 bestaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr></kop><al>De bestuurscommissie verleent in aanvulling op artikel 34 geldelijke
                                steun voor een sociale-huurwoning, een huurstandplaats of een
                                huurwoonwagen onder de voorwaarde dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorgestelde aanvangshuurprijs niet hoger is dan de in
                                        het Besluit bepaalde maximum huurprijs; en</al></li><li nr="b."><al>het bedrag, bedoeld in onderdeel a, zodanig is dat bij een
                                        daaraan gelijke huurprijs bij aanvang van de eerste huur
                                        naar verwachting van de initiatiefnemer een kostendekkende
                                        exploitatie van de woonwagen of het complex waarvan de
                                        woning of standplaats deel uitmaakt mogelijk is met behulp
                                        van uitsluitend de huuropbrengst en de te verlenen
                                        bijdragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr></kop><al>Een gereedmelding als bedoeld in artikel 36, gaat in aanvulling op
                                de verklaring bedoeld in artikel 37 vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van de voorgestelde aanvangshuurprijs;</al></li><li nr="b."><al>een verklaring dat wordt voldaan aan de voorwaarde bedoeld
                                        in artikel 54, onderdeel b; en</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de gereedkomingsdatum van het bouwplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr></kop><al>De geldelijke steun wordt uitbetaald in jaarbedragen, voor de eerste
                                maal een jaar na gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie beëindigt de uitbetaling van geldelijke
                                    steun voor een sociale-huurwoning, een huurstandplaats of een
                                    huurwoonwagen en stelt de geldelijke steun opnieuw vast op het
                                    tot dat moment betaalde bedrag, indien de eigendom van de
                                    woning, de standplaats of de woonwagen waarvoor geldelijke steun
                                    wordt verleend, overgaat op een ander dan een gemeente of een
                                    toegelaten instelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de eigendom van de woning, de standplaats of de woonwagen
                                    overgaat op een gemeente of een toegelaten instelling, wordt
                                    deze vanaf het moment van de eigendomsoverdracht de
                                    begunstigde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurscommissie beëindigt de uitbetaling van geldelijke
                                    steun voor een sociale-huurwoning, een huurstandplaats of een
                                    huurwoonwagen en stelt de geldelijke steun opnieuw vast op het
                                    tot dat moment betaalde bedrag, indien de sociale-huurwoning, de
                                    huurstandplaats of huurwoonwagen niet meer voor woondoeleinden
                                    wordt verhuurd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Sociale-koopwoningen, koopstandplaatsen en koopwoonwagens</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan ten laste van het budget voor de
                                    sociale-bouwsector geldelijke steun verlenen ten behoeve van een
                                    sociale-koopwoning, een koopstandplaats of een koopwoonwagen aan
                                    een natuurlijke persoon die de woning, de standplaats of de
                                    woonwagen als eigenaar zal bewonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan gelijktijdig met de verlening van
                                    geldelijke steun voor een koopstandplaats aanvullende geldelijke
                                    steun verlenen voor sanitaire voorzieningen op die standplaats
                                    of aan of in de daarop te plaatsen woonwagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder kosten van
                                verkrijgen in eigendom verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de som van de bedragen afzonderlijk vermeld als koopsom van
                                        de grond en de koopsom of de koop-/aanneemsom van de woning,
                                        de standplaats of de woonwagen in de overeenkomst van koop
                                        en verkoop of koop en aanneming, of</al></li><li nr="b."><al>in gevallen waarin een woning of standplaats wordt gebouwd
                                        op grond waarop een recht van opstal rust of waarop een
                                        recht van erfpacht is gevestigd dan wel de grond en de
                                        woning of de standplaats afzonderlijk in eigendom worden
                                        verkregen of de grond reeds geruime tijd eigendom is van de
                                        eigenaar, wordt als koopsom van de bouwrijpe grond
                                        aangehouden een door burgemeester en wethouders te bepalen
                                        bedrag;</al></li><li nr="c."><al>indien een woning, een standplaats of een woonwagen geheel
                                        of gedeeltelijk met eigen arbeid of in eigen beheer wordt
                                        gebouwd wordt als kosten van het verkrijgen in eigendom
                                        aangehouden een door burgemeester en wethouders te bepalen
                                        bedrag;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het verkrijgen in eigendom kunnen in
                                        voorkomende gevallen verminderd worden met geldelijke steun
                                        verleend als bijdrage ten behoeve van voorzieningen voor
                                        gehandicapten op grond van artikel 52 van het Besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr></kop><al>Een aanvraag om geldelijke steun gaat in aanvulling op gegevens,
                                bedoeld in artikel 23, vergezeld van een verklaring van de
                                initiatiefnemer dat het aangaan van de koopovereenkomst of de koop-
                                en aanneemovereenkomst niet afhankelijk wordt gesteld van het tegen
                                een meerprijs afnemen van voorzieningen, leveringen of
                                diensten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun
                                in voor een sociale-koopwoning, een koopstandplaats of een
                                koopwoonwagen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van het verkrijgen in eigendom niet meer bedragen
                                        dan het in het Besluit bepaalde maximumbedrag voor een
                                        sociale-koopwoning, een koopstandplaats of een
                                        koopwoonwagen;</al></li><li nr="b."><al>de koopsom van de bouwrijpe grond waarop de woning of de
                                        standplaats wordt gebouwd niet meer bedraagt dan de in het
                                        Besluit bepaalde maximumkoopsom van de bouwrijpe grond;</al></li><li nr="c."><al>voor een woning of een woonwagen een garantiecertificaat
                                        wordt afgegeven door een door de minister erkende ter zake
                                        kundige instantie;</al></li><li nr="d."><al>de risicoverrekening wordt afgekocht;</al></li><li nr="e."><al>de melding van doorverkoop binnen drie maanden na het
                                        betrekken van de woning door de tweede opvolgend eigenaar
                                        bij burgemeester en wethouders is ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 61, onderdeel c, is niet van toepassing
                                    indien de aanvraag betrekking heeft op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een woning of een woonwagen die geheel of in belangrijke mate
                                    wordt gebouwd door degene die deze als eigenaar zal
                                    bewonen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een woning die wordt gebouwd als casco;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een sociale-koopwoning die onderdeel is van een complex waarvan
                                    ook andere woningen of niet voor bewoning bestemde onderdelen
                                    deel uitmaken;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>woonruimte die ontstaat door het verbouwen van een niet voor
                                    bewoning geschikt gebouwd onroerend goed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een sociale-huurwoning die op grond van artikel 14 wordt omgezet
                                    in een sociale-koopwoning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun
                                in voor een koopstandplaats indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de standplaats wordt gebouwd overeenkomstig een goedgekeurd
                                        bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de
                                        Ruimtelijke Ordening, dan wel overeenkomstig een
                                        vrijstelling daarvan als bedoeld in artikel 19 van die wet;
                                        en</al></li><li nr="b."><al>door het bouwen van de standplaats in de onmiddellijke
                                        nabijheid van andere standplaatsen het aantal bijeengelegen
                                        standplaatsen niet meer dan 15 zal bedragen, tenzij met
                                        instemming van gedeputeerde staten daarvan wordt
                                        afgeweken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun
                                in voor een koopwoonwagen, indien de standplaats waarop de woonwagen
                                wordt geplaatst is gebouwd met geldelijke steun van rijkswege op
                                voet van enige voor 1 januari 1993 geldende wettelijke regeling, dan
                                wel wordt gebouwd met geldelijke steun op voet van het Besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om aanvullende
                                geldelijke steun voor sanitaire voorzieningen in indien:</al><lijst><li nr="a."><al>geen sanitaire voorzieningen aanwezig zijn in of aan de
                                        daarop te plaatsen woonwagen; en</al></li><li nr="b."><al>de woonwagen op 1 januari 1993 bestaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie verleent in aanvulling op artikel 34
                                    geldelijke steun voor een sociale-koopwoning, een
                                    koopstandplaats of een koopwoonwagen onder de voorwaarde dat de
                                    begunstigde degene is die:</al><lijst><li nr="a."><al> de woning, de standplaats of de woonwagen als eerste of
                                            tweede opvolgende eigenaar bewoont, en </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de woning, de standplaats of de woonwagen bewoont met
                                            ingang van een tijdstip dat minder dan vijf jaar ligt na
                                            het tijdstip van het verlijden van de akte aan de eerste
                                            eigenaar/bewoner, bedoeld in artikel 3:89 van het
                                            Burgerlijk Wetboek, of </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>indien zodanige akte voor verkrijgen van de eigendom
                                            niet noodzakelijk was, met ingang van een tijdstip dat
                                            minder dan vijf jaar ligt na de dag waarop het
                                            bestuurscommissie de geldelijke steun voor de eerste
                                            eigenaar heeft vastgesteld, de woning, de standplaats of
                                            de woonwagen als eigenaar bewoont, of </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de woning, de standplaats of de woonwagen heeft bewoond
                                            bedoeld onder a, b en c, indien na diens vertrek diens
                                            partner of gewezen partner de woning, de standplaats of
                                            de woonwagen is blijven bewonen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie verleent in aanvulling op het eerste lid
                                    geldelijke steun voor een koopwoonwagen onder de voorwaarde dat
                                    ten aanzien van de begunstigde zich een van de gevallen
                                    voordoet, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, onder
                                    2, van de Woonwagenwet juncto artikel II van de wet van 30
                                    oktober 1974 (Stb. 703) tot wijziging van eerstgenoemde
                                    wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overlijden van een eigenaar van een sociale-koopwoning, een
                                    koopstandplaats of een koopwoonwagen, als bedoeld in het eerste
                                    lid, worden diens erfgenamen die de woning, de standplaats of de
                                    woonwagen blijven bewonen beschouwd als begunstigde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is, voor zover het de erfgenaam van de eerste
                                    eigenaar van een koopwoonwagen betreft, slechts van toepassing
                                    op de erfgenaam die voldoet aan de voorwaarde bedoeld in het
                                    tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>67</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gereedmelding als bedoeld in artikel 36, gaat naast de in
                                    artikel 37 bedoelde verklaring vergezeld van de volgende
                                    gegevens: een door de inspecteur der directe belastingen te
                                    verstrekken formulier, waarop is aangegeven het definitief
                                    vastgestelde of nog vast te stellen inkomen, dan wel het
                                    brutoloon van de personen bedoeld in bijlage VI van het Besluit;
                                    op dit formulier is tevens aangegeven of bedoelde personen wel
                                    of niet vermogensbelasting verschuldigd zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op het tijdstip van de gereedmelding nog geen opgave van
                                    het definitief vastgestelde inkomen verstrekt kan worden, wordt
                                    de vaststelling van de geldelijke steun aangehouden tot het
                                    moment dat de opgave van het definitief vastgestelde inkomen
                                    wordt overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>68</nr></kop><al>Een gereedmelding als bedoeld in artikel 36, gaat naast het in
                                artikel 67 gestelde vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een bewijs van eigendom in de vorm van een afschrift van de
                                        akte, bedoeld in artikel 3:89 van het Burgerlijk
                                        Wetboek;</al></li><li nr="b."><al>een bewijs van de datum van eerste bewoning, in de vorm van
                                        een uittreksel uit het bevolkingsregister; en</al></li><li nr="c."><al>een afschrift van de vergunning van de gemeente tot het
                                        bewonen van de woning of de standplaats dan wel een
                                        verklaring dat een dergelijke vergunning zal worden
                                        verstrekt, indien een dergelijke vergunning vereist is.</al></li><li nr="d."><al>een door de bouwer en de begunstigde getekende
                                        koopovereenkomst of koop- en aanneemovereenkomst, voor zover
                                        deze niet reeds eerder door de begunstigde verstrekt
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>69</nr></kop><al>De bestuurscommissie stemt in met het verzoek bedoeld in artikel 36,
                                tweede lid, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>de woning, de standplaats of de woonwagen ten behoeve
                                        waarvan geldelijke steun is verstrekt wordt bewoond door de
                                        eigenaar;</al></li><li nr="b."><al>de eigenaar of diens erfgenaam over het kalenderjaar dat
                                        voorafgaat aan het tijdstip waarop de geldelijke steun is
                                        verleend of, in geval van doorverkoop, het kalenderjaar
                                        voorafgaande aan het tijdstip waarop de woning door de
                                        tweede opvolgende eigenaar is betrokken, geen
                                        vermogensbelasting in de zin van de Wet op de
                                        vermogensbelasting 1964 (Stb. 520) verschuldigd is, dan wel
                                        geen gemeenschappelijke huishouding voert met een persoon
                                        die krachtens die wet vermogensbelasting verschuldigd is;
                                        en</al></li><li nr="c."><al>de som der inkomens, bepaald volgens bijlage VI bij het
                                        Besluit, bij uitbetaling van de geldelijke steun als
                                        jaarlijkse bijdrage gedurende de gehele uitbetalingsduur
                                        niet meer bedraagt dan het bij het Besluit bepaalde
                                        maximum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>70</nr></kop><al>De som van de inkomens bedoeld in bijlage VI van het Besluit op
                                grond waarvan de geldelijke steun wordt berekend, wordt bepaald aan
                                de hand van de in artikel 67 genoemde gegevens, over het jaar
                                voorafgaande aan het jaar waarin de geldelijke steun wordt verleend
                                of, in geval van doorverkoop, over het jaar voorafgaande aan het
                                betrekken van de woning door de tweede opvolgende eigenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>71</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen acht weken na het verstrijken van het eerste jaar van
                                    bewoning en telkens een jaar nadien dient de begunstigde een
                                    bewonings-/eigendomsverklaring in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geldelijke steun wordt uitbetaald in jaarbedragen, telkens
                                    binnen acht weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde
                                    verklaring.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>72</nr></kop><al>De bestuurscommissie verhoogt voor een koopstandplaats het eerste
                                jaarbedrag met het in bijlage VI van het Besluit bepaalde bedrag
                                indien op grond van artikel 58, tweede lid, aanvullende geldelijke
                                steun voor sanitaire voorzieningen is verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>73</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de geldelijke steun wordt uitbetaald als bijdrage-ineens
                                    geldt als voorwaarde dat de woning, de standplaats of de
                                    woonwagen gedurende ten minste een jaar is bewoond door de
                                    eigenaar of in geval van overlijden van de eigenaar diens in de
                                    woning, op de standplaats of in de woonwagen woonachtige
                                    erfgenaam of in geval van vertrek van de eigenaar uit de woning,
                                    van de standplaats of uit de woonwagen diens in de woning, op de
                                    standplaats of in de woonwagen woonachtige partner of gewezen
                                    partner.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 66, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>74</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie beëindigt de uitbetaling van geldelijke
                                    steun voor een sociale-koopwoning, een koopstandplaats of een
                                    koopwoonwagen en stelt de geldelijke steun opnieuw vast op het
                                    tot dat moment ontvangen bedrag, indien hij constateert dat: </al><lijst><li nr="a."><al> de eigenaar bedoeld in artikel 66, eerste lid, dan wel
                                            de op het tijdstip van diens overlijden in de woning, op
                                            de standplaats of in de woonwagen woonachtige erfgenaam,
                                            dan wel de op het moment van diens vertrek uit de
                                            woning, van de standplaats of uit de woonwagen diens in
                                            de woning, op de standplaats of in de woonwagen
                                            woonachtige partner of gewezen partner de woning, de
                                            standplaats of de woonwagen niet langer bewoont, of
                                        </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden anders dan aan
                                            de tweede opvolgend eigenaar/bewoner binnen vijf jaar na
                                            verlening van de geldelijke steun aan de eerste
                                            eigenaar/bewoner.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie komt tot een besluit als bedoeld in het
                                    eerste lid aan de hand van de in artikel 71 bedoelde door de
                                    eigenaar jaarlijks in te zenden verklaring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er sprake is van doorverkoop zal de bestuurscommissie de
                                    geldelijke steun opnieuw vaststellen en daarbij de tot op dat
                                    tijdstip aan de eerste eigenaar/bewoner uitbetaalde bedragen in
                                    mindering brengen op de conform bijlage VI bepaalde
                                    hoofdsom.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>75</nr></kop><al>De bestuurscommissie stelt de geldelijke steun opnieuw vast
                                overeenkomstig het in het Besluit bepaalde, indien hij constateert
                                dat de som van de inkomens bedoeld in bijlage VI van het Besluit
                                zodanig is gestegen ten opzichte van de som van de inkomens op grond
                                waarvan de geldelijke steun werd vastgesteld, respectievelijk op
                                grond waarvan een herziene vaststelling als bedoeld in dit artikel
                                heeft plaatsgevonden, dat daarbij volgens het Besluit een ander
                                bedrag aan geldelijke steun moet worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>76</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van een vaststelling als bedoeld in artikel 75 dient
                                    de eigenaar, terstond nadat het vijfde jaarbedrag is uitbetaald,
                                    onderscheidenlijk telkens vijf jaar nadien een door de
                                    inspecteur der directe belastingen verstrekte opgave van
                                    inkomens te overleggen van die personen waarvan het inkomen
                                    ingevolge het Besluit deel uitmaakt van de som van de inkomens
                                    bedoeld in bijlage VI van het Besluit over de in het Besluit
                                    bepaalde periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de in het eerste lid genoemde gegevens niet of
                                    onvoldoende binnen de in het eerste lid genoemde termijn vanwege
                                    de eigenaar worden overgelegd doet het dagelijks bestuur daarvan
                                    schriftelijk mededeling aan de eigenaar onder vermelding van de
                                    nog te leveren gegevens en de termijn waarbinnen zij geleverd
                                    dienen te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de in het tweede lid gegeven termijn door de eigenaar
                                    wordt overschreden, wordt de uitbetaling van de geldelijke steun
                                    met onmiddellijke ingang gestaakt en de hoogte van de geldelijke
                                    steun opnieuw vastgesteld op het tot dat moment aan geldelijke
                                    steun uitbetaalde bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>77</nr></kop><al>De bestuurscommissie besluit omtrent een vaststelling als bedoeld in
                                artikel 75 binnen drie maanden nadat de in artikel 76, eerste lid,
                                bedoelde gegevens zijn verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>78</nr></kop><al>Op een daartoe strekkend verzoek van de begunstigde stelt de
                                bestuurs- commissie geldelijke steun eenmalig opnieuw vast
                                overeenkomstig het in het Besluit bepaalde, indien uit dit verzoek
                                blijkt dat in het kalenderjaar waarin de eigenaar de woning, de
                                standplaats of de woonwagen heeft betrokken of in een van de zes
                                daarop volgende kalenderjaren een van de personen van wie het
                                inkomen medebepalend is geweest voor de som van de inkomens bedoeld
                                in bijlage VI van het Besluit en met wie de eigenaar in bedoeld
                                kalenderjaar een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd, geen
                                inkomen heeft genoten, doch in het jaar voorafgaande aan dat jaar
                                wel een inkomen heeft genoten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>79</nr></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 76, eerste lid, dient de
                                eigenaar de in dat artikel genoemde gegevens te leveren vijf jaar na
                                de herziene vaststelling bedoeld in artikel 78 en telkens vijf jaren
                                nadien.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>Ingrijpende voorzieningen aan woningen en standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>80</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan ten laste van het budget voor de
                                    sociale-bouwsector geldelijke steun verlenen voor:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een
                                            sociale-huurwoning;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een andere
                                            huurwoning;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een
                                            huurstandplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan gelijktijdig met de verlening van
                                    geldelijke steun voor het treffen van ingrijpende voorzieningen
                                    aan een huurstandplaats aanvullende geldelijke steun verlenen
                                    voor sanitaire voorzieningen op die standplaats of aan of in de
                                    daarop te plaatsen woonwagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>81</nr></kop><al>Een aanvraag om verlening van geldelijke steun als bedoeld in
                                artikel 80, eerste lid, onder b, gaat in aanvulling op de gegevens
                                van artikel 23 vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een bewijs van eigendom blijkend uit een authentiek
                                        afschrift van de koopakte en een gewaarmerkt recent
                                        uittreksel uit de kadastrale legger;</al></li><li nr="b."><al>voor zover van toepassing een afschrift van de akte van
                                        splitsing;</al></li><li nr="c."><al>voor zover van toepassing een verklaring van de Vereniging
                                        van eigenaren welke bouwdelen gemeenschappelijk dan wel niet
                                        gemeenschappelijk zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>82</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun
                                in voor het treffen van ingrijpende voorzieningen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende
                                        mate overleg over het bouwplan heeft plaatsgevonden met de
                                        huurder(s) van de woning(en) of de standplaats(en), waarop
                                        het bouwplan betrekking heeft en/of de hen
                                        vertegenwoordigende organisaties;</al></li><li nr="b."><al>voor de woning of de standplaats waaraan de voorzieningen
                                        worden getroffen, geen gemeenteraadsbesluit tot onteigening
                                        dan wel tot ontbinding van de erfpachtsrechten is
                                        genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>83</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke
                                    steun in voor het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een
                                    woning of een standplaats indien de kosten van het treffen van
                                    de voorzieningen, verminderd met de krachtens paragraaf 6 van
                                    dit hoofdstuk verleende toeslag, meer bedragen dan de in het
                                    Besluit bepaalde minimumkosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het treffen van de voorzieningen leidt tot bouwkundige
                                    splitsing of samenvoeging van woningen, wordt voor de toepassing
                                    van het eerste lid het aantal in het plan opgenomen woningen
                                    gesteld op het aantal woningen na die splitsing of
                                    samenvoeging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>84</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen in aanvulling op artikel 83 een
                                aanvraag om geldelijke steun in voor het treffen van ingrijpende
                                voorzieningen aan een woning, indien de warmteweerstand van de gevel
                                en het dak na het treffen van voorzieningen gelijk of hoger is dan
                                het bij of krachtens het Besluit bepaalde met inbegrip van de
                                daarbij gegeven uitzonderingsbepalingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>85</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen in aanvulling op artikel 83 een
                                aanvraag om geldelijke steun in voor het treffen van ingrijpende
                                voorzieningen aan een standplaats, indien de standplaats niet is
                                gelegen op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet
                                dat bij ministeriële regeling, in een woonwagenplan als bedoeld in
                                artikel 4a van die wet, in een streekplan als bedoeld in artikel 4a
                                van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of bij een ander besluit van
                                provinciale staten is aangewezen om te worden opgeheven of
                                verkleind.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>86</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om aanvullende
                                geldelijke steun voor sanitaire voorzieningen in indien:</al><lijst><li nr="a."><al>geen sanitaire voorzieningen aanwezig zijn op de standplaats
                                        of in of aan de daarop te plaatsen woonwagen; en</al></li><li nr="b."><al>de woonwagen op 1 januari 1993 bestaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>87</nr></kop><al>De bestuurscommissie verleent in aanvulling op artikel 34 geldelijke
                                steun voor het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een
                                huurwoning of een huurstandplaats onder de voorwaarde dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorgestelde huurprijs na het treffen van de
                                        voorzieningen niet hoger is dan de in het Besluit bepaalde
                                        maximumhuurprijs; en</al></li><li nr="b."><al>indien de eigenaar een toegelaten instelling is, bij een
                                        daaraan gelijke huurprijs na het treffen van de
                                        voorzieningen naar verwachting van de initiatiefnemer een
                                        kostendekkende voortzetting van de exploitatie van het
                                        complex waarvan de woning of de standplaats deel uitmaakt
                                        mogelijk is met behulp van uitsluitend de huuropbrengst en
                                        de te verlenen bijdragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>88</nr></kop><al>Een gereedmelding als bedoeld in artikel 36, gaat in aanvulling op
                                de verklaring bedoeld in artikel 37 vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van de voorgestelde huurprijs na het treffen van
                                        de voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de gereedkomingsdatum van het bouwplan;</al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing een verklaring dat wordt voldaan aan
                                        de voorwaarde bedoeld in artikel 87, onderdeel b.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>89</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geldelijke steun wordt uitbetaald aan degene die het treffen
                                    van de voorzieningen bekostigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geldelijke steun wordt uitbetaald in jaarbedragen, voor de
                                    eerste maal een jaar na de gereedkomingsdatum en telkens een
                                    jaar nadien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan in afwijking van het tweede lid
                                    besluiten de bijdrage uit te betalen als bijdrage-ineens.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>Huurwoningen van beleggers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>91</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan ten laste van het budget huurwoningen
                                    van beleggers en premie-woningen geldelijke steun verlenen voor
                                    het bouwen van een huurwoning van een belegger ten behoeve van
                                    een belegger of een toegelaten instelling die de woning zal
                                    verhuren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 59, onder a, b en d, is van overeenkomstige toepassing
                                    met dien verstande dat ingeval de woning tot stand wordt
                                    gebracht krachtens meerdere, onderscheidene overeenkomsten van
                                    koop, aanneming en andere, daarmee samenhangende overeenkomsten,
                                    als kosten van het verkrijgen in eigendom wordt aangehouden het
                                    door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid geldt artikel 2, vierde
                                    lid, niet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>92</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun
                                in voor een huurwoning van een belegger indien de kosten van het
                                verkrijgen in eigendom niet meer bedragen dan het in het Besluit
                                genoemde maximumbedrag voor een huurwoning van een belegger.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>93</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie verleent in aanvulling op artikel 34
                                    geldelijke steun voor een huurwoning van een belegger onder de
                                    voorwaarde dat:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>de woning gedurende ten minste vijf jaar voor verhuur
                                            beschikbaar blijft;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>de woning op het moment van gereedmelding eigendom is
                                            van een belegger of een toegelaten instelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie beëindigt de uitbetaling van geldelijke
                                    steun voor een beleggers-huurwoning en stelt de geldelijke steun
                                    opnieuw vast op het tot dat moment betaalde bedrag indien:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>de eigendom van de woning overgaat en de nieuwe eigenaar
                                            de woning niet verhuurd;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>de woning niet meer voor woondoeleinden wordt
                                            verhuurd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>94</nr></kop><al>Een gereedmelding als bedoeld in artikel 36, gaat naast de
                                verklaring bedoeld in artikel 37 vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een verklaring dat de woning waarvoor geldelijke steun is
                                        aangevraagd eigendom is van de begunstigde;</al></li><li nr="b."><al>een verklaring dat de woning ten minste vijf jaar voor
                                        verhuur beschikbaar blijft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>95</nr></kop><al>De geldelijke steun wordt uitbetaald in jaarbedragen, voor de eerste
                                maal een jaar na gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5</nr><titel>Premie-woningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>96</nr></kop><al>De bestuurscommissie kan ten laste van het budget huurwoningen van
                                beleggers en premie-woningen geldelijke steun verlenen voor het
                                bouwen van een premie-woning ten behoeve van een natuurlijke persoon
                                die de woning als eigenaar zal bewonen of een natuurlijke of een
                                rechtspersoon die de woning zal verhuren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>97</nr></kop><al>Indien een woning bewoond zal worden door de eigenaar, gaat een
                                aanvraag om geldelijke steun, in aanvulling op de gegevens, bedoeld
                                in artikel 23, vergezeld van een verklaring van de initiatiefnemer
                                dat het aangaan van de koopovereenkomst of de koop- en
                                aanneemovereenkomst niet afhankelijk wordt gesteld van het tegen een
                                meerprijs afnemen van voorzieningen, leveringen of diensten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>98</nr></kop><al>Artikel 59 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat,
                                indien de woning een huurwoning is die tot stand wordt gebracht
                                krachtens meerdere, onderscheidene overeenkomsten van koop,
                                aanneming en andere, daarmede samenhangende overeenkomsten, als
                                kosten van het verkrijgen in eigendom wordt aangehouden burgemeester
                                en wethouders te bepalen bedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>99</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke
                                    steun in voor een premie-woning indien de kosten van het
                                    verkrijgen in eigendom niet meer bedragen dan het in het Besluit
                                    bepaalde maximumbedrag voor een premie-woning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de premie-woning door de eigenaar zal worden bewoond,
                                    vragen burgemeester en wethouders in aanvulling op het eerste
                                    lid, geldelijke steun aan indien:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>een garantiecertificaat wordt afgegeven door een door de
                                            minister erkende ter zake kundige instantie;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>de risicoverrekening wordt afgekocht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de premie-woning zal worden verhuurd, verleent het
                                    dagelijks bestuur geldelijke steun onder de voorwaarde dat de
                                    woning gedurende ten minste vijf jaar voor verhuur beschikbaar
                                    blijft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>100</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 99, tweede lid, onderdeel a, is niet van
                                    toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>een woning die geheel of in belangrijke mate wordt
                                            gebouwd door degene die deze als eigenaar zal
                                            bewonen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>een woning die wordt gebouwd als casco;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>een koopwoning die onderdeel is van een complex waarvan
                                            ook andere woningen of niet voor bewoning bestemde
                                            onderdelen deel uitmaken;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>woonruimte die ontstaat door het verbouwen van een niet
                                            voor bewoning geschikt gebouwd onroerend goed.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>101</nr></kop><al>Een gereedmelding als bedoeld in artikel 36, gaat indien de woning
                                bewoond zal worden door de eigenaar, in aanvulling op de verklaring
                                bedoeld in artikel 37 vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een bewijs van eigendom in de vorm van een afschrift van de
                                        akte, bedoeld in artikel 3:89 van het Burgerlijk
                                        Wetboek;</al></li><li nr="b."><al>een bewijs van de datum van eerste bewoning, in de vorm van
                                        een uittreksel uit het persoonsregister;</al></li><li nr="c."><al>een afschrift van de vergunning van de gemeente tot het
                                        bewonen van de woning dan wel een verklaring dat een
                                        dergelijke vergunning zal worden verstrekt, indien een
                                        dergelijke vergunning vereist is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>102</nr></kop><al>Uitbetaling vindt plaats binnen twee maanden na het besluit, bedoeld
                                in artikel 43, doch niet eerder dan in het tweede jaar volgend op
                                het jaar waarvoor het budget is toegekend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>6</nr><titel>Toeslagen ten behoeve van plaatselijk verschillende
                                omstandigheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>103</nr></kop><al>De bestuurscommissie kan ten laste van het budget toeslagen ten
                                behoeve van plaatselijk verschillende omstandigheden een toeslag
                                verlenen aan de initiatiefnemer ten behoeve van de bouw van een
                                woning of een standplaats en het treffen van ingrijpende
                                voorzieningen aan een woning of een standplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>104</nr></kop><al>Een aanvraag om een toeslag vindt plaats in aanvulling op een
                                aanvraag om geldelijke steun ingevolge de paragrafen 1 tot en met
                                5.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>105</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders houden bij het indienen van een aanvraag
                                om een toeslag rekening met de projectgrootte, de locatie en andere
                                specifieke kenmerken van het bouwplan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>106</nr></kop><al>Een toeslag wordt uitbetaald als bijdrage-ineens binnen twee maanden
                                na de datum van het besluit bedoeld in artikel 43.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>107</nr></kop><al>De bestuurscommissie kan besluiten tot het verstrekken van een
                                voorschot op de verleende toeslag.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>7</nr><titel>Toeslagen ten behoeve van huurverlaging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>108</nr></kop><al>De bestuurscommissie kan ten laste van het budget voor toeslagen ten
                                behoeve van huurverlaging een toeslag verlenen ten behoeve van het
                                verlagen van de huurprijs aan een toegelaten instelling die een
                                sociale-huurwoning of een huurstandplaats beheert:</al><lijst><li nr="a."><al>die wordt gebouwd ter vervanging van een andere woning of
                                        standplaats; of</al></li><li nr="b."><al>waaraan ingrijpende voorzieningen worden getroffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>109</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een toeslag ten behoeve van huurverlaging vindt
                                    plaats in aanvulling op een aanvraag om geldelijke steun
                                    ingevolge paragraaf 1 of 3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om verlening van een toeslag gaat in aanvulling op
                                    artikel 23 vergezeld van een verklaring van de verhuurder dat
                                    hij een sociale-huurwoning of een huurstandplaats beheert die
                                    wordt gebouwd ter vervanging van een andere woning of
                                    standplaats, of een woning of een standplaats beheert waaraan
                                    ingrijpende voorzieningen worden getroffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>110</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de aan te vragen
                                toeslag ten behoeve van huurverlaging vast met inachtneming van de
                                door de gemeenteraad gestelde prioriteiten en nadere voorwaarden als
                                bedoeld in artikel 9.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>111</nr></kop><al>De toeslag ten behoeve van huurverlaging wordt uitbetaald in
                                jaarbedragen, voor de eerste maal een jaar na de gereedkomingsdatum
                                en telkens een jaar nadien.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>112</nr></kop><al>Op aanvragen, waarop voor de inwerkingtreding van deze verordening een
                            bijdrage is verleend, blijven de bepalingen van de regeling op grond
                            waarvan de bijdrage is verleend van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>113</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de uitvoering van bepalingen van
                                deze verordening, voor zover die uitvoering tot hun bevoegdheid
                                behoort, overdragen aan door hen aan te wijzen
                                gemeenteambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van besluiten of fictieve weigeringen van de ambtenaren bedoeld in
                                het eerste lid staat schriftelijk beroep open op burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroepschrift moet bij burgemeester en wethouders worden
                                ingediend binnen zes weken na de dag waarop het besluit waartegen
                                het beroepschrift is gericht, is verzonden dan wel uitgereikt dan
                                wel geacht wordt geweigerd te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien Burgemeester en Wethouders geen gebruik maken van het
                                gestelde in het eerste lid is de Wet administratieve
                                overheidsbeschikkingen (Wet AROB) rechtstreeks van toepassing.
                                Schriftelijke en gemotiveerde bezwaren moeten dan binnen 30 dagen na
                                de datum van verzending van het besluit waartegen bezwaar gemaakt
                                wordt bij burgemeester en wethouders worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>114</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan de uitvoering van bepalingen van deze
                                verordening, voor zover die uitvoering tot hun bevoegdheid behoort,
                                overdragen aan door hen aan te wijzen ambtenaren van het openbaar
                                lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van besluiten of fictieve weigeringen van de ambtenaren bedoeld in
                                het eerste lid staat schriftelijk beroep open op de
                                bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroepschrift moet bij de bestuurscommissie worden ingediend
                                binnen zes weken na de dag waarop het besluit waartegen het
                                beroepschrift is gericht, is verzonden dan wel uitgereikt dan wel
                                geacht wordt geweigerd te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de bestuurscommissie geen gebruik maakt van het gestelde in
                                het eerste lid is de Wet administratieve overheidsbeschikkingen (Wet
                                AROB) rechtstreeks van toepassing. Schriftelijke en gemotiveerde
                                bezwaren moeten dan binnen 30 dagen na de datum van verzending van
                                het besluit waartegen bezwaar gemaakt wordt bij de bestuurscommissie
                                worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>115</nr></kop><al>Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het
                            bepaalde in deze verordening naar het oordeel van de bestuurscommissie
                            zou leiden tot een onredelijke beslissing, kan het dagelijks bestuur
                            afwijken van het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>116</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening woninggebonden
                            subsidies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>117</nr></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 11 november 1993.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Basisregeling Regio
                        Nijmegen in de openbare vergadering van 11 november 1993.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, Mr. E.M. d'Hondt</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, Mr. drs. M.J.M. Hageman</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Nijmegen/i17125.pdf">Bijlage 1 Inleiding verordening woninggebonden subsidies</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>