Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Oosterhout

NADERE REGELS VOOR DE WARENMARKTEN IN DE GEMEENTE OOSTERHOUT 2024 BEHORENDE BIJ MARKTVERORDENING

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOosterhout
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingNADERE REGELS VOOR DE WARENMARKTEN IN DE GEMEENTE OOSTERHOUT 2024 BEHORENDE BIJ MARKTVERORDENING
Citeertitel
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 160 van de Gemeentewet
  2. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR620780/1
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2024nieuwe regeling

05-12-2023

gmb-2023-546386

Tekst van de regeling

Intitulé

NADERE REGELS VOOR DE WARENMARKTEN IN DE GEMEENTE OOSTERHOUT 2024 BEHORENDE BIJ MARKTVERORDENING

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout;

 

gelet op artikel 160, eerste lid sub h, Gemeentewet, artikel 3 van de Marktverordening, de Algemene wet bestuursrecht;

 

overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen met betrekking tot uitvoering van de Marktverordening en een ordelijk verloop van de markten;

 

B E S L U I T:

 

vast te stellen de volgende

Marktregeling gemeente Oosterhout 2024

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijving

Voor de begripsomschrijvingen wordt verwezen naar artikel 1 van de Marktverordening.

Artikel 2. Dag, tijd en plaats van de markten

  • 1.

    De markten vinden plaats op:

    • a.

      Woensdag van 11.30 tot 17.00 uur op het winkelcentrum Zuiderhout te Oosterhout;

    • b.

      Zaterdag van 08.30 uur tot 16.00 uur op de Markt en Basiliekstraat te Oosterhout;

    • c.

      Direct na afloop van de markt moet worden begonnen met het afbreken van de markt. Uiterlijk om 18.00 uur moet de woensdagmarkt afgebroken zijn en uiterlijk om 17.30 uur de zaterdagmarkt.

  • 2.

    Het college kan, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat de markt tijdelijk plaats zal vinden op een andere dag, tijd of plaats, op grond van dringende redenen of het samenvallen van een onder lid 1 genoemde dag met een dag zoals genoemd in de Winkeltijdenwet, artikel 2, eerste lid, onder b.

  • 3.

    Verplaatsingsbeleid zaterdagmarkt:

    • a.

      Het college kan maximaal 9 keer per kalenderjaar de zaterdagmarkt of een gedeelte hiervan verplaatsen naar een alternatieve locatie in verband met evenementen en nog maximaal 6 extra zaterdagen verplaatsen in verband met een winteractiviteit. Het college kan te allen tijde als gevolg van herstel- en onderhoudswerkzaamheden aan de openbare ruimte de zaterdagmarkt verplaatsen naar een locatie buiten de Markt. Een verplaatsing als gevolg van herstel- en onderhoudswerkzaamheden wordt niet meegerekend met het bepaalde maximale aantal verplaatsingen;

    • b.

      Het college kan besluiten tot een extra verplaatsing indien zich een activiteit aandient van zwaarwegend maatschappelijk belang en/of bovenlokaal niveau;

    • c.

      De alternatieve locatie is in eerste instantie ‘de pleinen achter de basiliek’. Indien deze niet beschikbaar is of niet genoeg ruimte biedt, zijn de alternatieve locaties Schapendries en Heuvel;

    • d.

      Uiterlijk vier weken voorafgaand aan een evenement, besluit het college wanneer een verplaatsing van de zaterdagmarkt van toepassing is naar een alternatieve locatie zoals bedoeld in lid 3 a;

    • e.

      Op basis van een rondvraag inventariseert de marktmeester de belangstelling van de vaste standplaatshouders om deel te nemen aan de verplaatste markt;

    • f.

      Vervolgens wordt door de marktmeester, op basis van een van tevoren vastgestelde datum, de binnengekomen reacties verwerkt waaruit blijkt dat men belangstelling heeft voor het innemen van een standplaats. Er wordt een opzet gemaakt voor een verdeling van de beschikbare opstelruimte;

Artikel 3. Inrichting van de markten

  • 1.

    Het college bepaalt ten aanzien van alle markten:

    • a.

      De opstelling en de indeling van de markten overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen;

    • b.

      Op alle vaste standplaatsen wordt het toegestaan eigen materiaal te gebruiken. Onder eigen materiaal wordt verstaan een verkoopwagen of markavan of kwalitatieve gecertificeerde en veilige tenten ter vervanging van reguliere marktkramen die door de gemeente, dan wel in opdracht van de gemeente tegen betaling beschikbaar worden gesteld. Voor alle eigen materialen geldt dat voor gebruik ervan, toestemming nodig is van het college om een kwalitatieve uitstraling van de markt en een veilige markt te blijven garanderen.

  • Het plaatsen van parasols op de standplaats is niet toegestaan, tenzij hier ontheffing voor verleend is door het college.

    • c.

      Tevens wordt onder eigen materiaal kraamverbreders verstaan. De ambulante handelaar mag ter bescherming van zijn waren wel zijn luifel verlengen, maar dient altijd minimaal 3 meter afstand te hebben van zijn overbuur;

    • d.

      Op alle vaste standplaatsen op de warenmarkten is het toegestaan maximaal 60 cm voor de staander van de huurkraam goederen uit te stallen;

    • e.

      Het eigen materiaal dient technisch inpasbaar te zijn. Onder technisch inpasbaar wordt verstaan, dat het eigen materiaal binnen de gegunde ruimte inpasbaar moet zijn, waarbij eventueel naastgelegen kramen hiervan geen hinder mogen ondervinden.

    • f.

      De hoogte van de voorste begrenzing van eigen materiaal (bij huurkraam de voorlat) dient ten minste 2 meter te zijn;

    • g.

      Het eigen materiaal mag niet voorbij de voorste staander van de huurkraam worden geplaatst;

    • h.

      Indien niet aan sub e, f en g kan worden voldaan, kan geen aanspraak worden gemaakt voor het innemen van een vaste standplaats met eigen materiaal op de tot dan met huurmateriaal ingenomen standplaats.

    • i.

      Het college kan een ontheffing verlenen op het verbod zoals gesteld in lid 1b.

  • 2.

    Het college bepaalt ten aanzien van de markt op woensdag (Zuiderhout):

    • a.

      Het aantal standplaatseenheden op maximaal 27;

    • b.

      De standplaatseenheden, op de tekening als bedoeld in lid 1 onder a aangeduid met de nummers 1 t/m 27, worden aangewezen als vaste standplaats. De plaatsen op de tekening als bedoeld in lid 1 onder a aangeduid met de nummers S1 en S2 als standwerkerplaats.

    • c.

      De afmeting van een standplaatseenheid op 4 x 4 meter;

  • 3.

    Het college bepaalt ten aanzien van de markt op zaterdag (Markt en Basiliekstraat):

    • a.

      Het aantal standplaatseenheden op maximaal 75;

    • b.

      De standplaatseenheden, op de tekening als bedoeld in lid 1 onder a aangeduid met de nummers 1 t/m 63, worden aangewezen als vaste standplaats. Daar waar mogelijk en ruimte is kan een standwerker worden geplaatst.

    • c.

      De standplaatseenheden, op de tekening als bedoeld in lid 1 onder a aangeduid met de nummers 12 t/m 16, 25 t/m 27 en 49 t/m 51 als bak- en braadplaats;

    • d.

      De afmeting van een standplaatseenheid aangeduid op tekening;

Artikel 4. Branche-indeling

  • 1.

    Voor de indeling van de markten worden de branchelijsten gehanteerd, waarbij een maximaal aantal vergunninghouders per branche per markt is aangegeven. De branchelijsten zijn opgenomen in bijlage I van deze regeling.

  • 2.

    Ten aanzien van de branche-indeling gelden de navolgende regels:

    • a.

      Voor de branches waar het maximaal aantal vergunninghouders is bereikt geldt een branchestop;

    • b.

      Per vergunninghouder is slechts 1 branche toegestaan;

    • c.

      Branchevreemde artikelen gaan voor op reeds aanwezige branches;

    • d.

      Bij erfopvolging dient de opvolger in dezelfde branche actief te zijn als die waarin de ouder actief was;

    • e.

      Indien een vaste vergunninghouder een assortimentswijziging c.q. branchewijziging wenst, dient hij dit schriftelijk aan te vragen.

  • 3.

    Eenmaal per twee jaar zal het college het branchepatroon toetsen op basis van hanteerbaarheid, inpasbaarheid en wenselijkheid en zo nodig opnieuw vaststellen.

Artikel 5. Marktcommissie

  • 1.

    Het college stelt een marktcommissie in, die tot taak heeft het college – gevraagd dan wel ongevraagd – te adviseren inzake marktaangelegenheden.

  • 2.

    Met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van deze marktcommissie gelden de volgende regels:

    • a.

      De marktcommissie bestaat uit maximaal 9 personen, en is als volgt opgebouwd:

      • Voorzitter, de wethouder verantwoordelijk voor de markten of bij afwezigheid als plaatsvervanger de teamleider verantwoordelijk voor de markten

      • Secretaris, een aangewezen ambtenaar

      • De marktmeester

      • Maximaal 1 vertegenwoordiger van de woensdagmarkt

      • Maximaal 3 vertegenwoordigers van de zaterdagmarkt

      • 1 vertegenwoordiger namens de Centrale Vereniging Ambulante Handel

    • b.

      Incidenteel kunnen vertegenwoordigers van de standwerkers of de kramenzetter worden uitgenodigd om deel te nemen aan een vergadering, indien het voor hen een relevant onderwerp betreft.

    • c.

      De markcommissie komt in beginsel twee keer per jaar bij elkaar. Belanghebbenden kunnen na schriftelijk verzoek in de vergadering worden gehoord.

    • d.

      Eén maal per vier jaar worden verkiezingen gehouden waarbij vertegenwoordigers van de markten zoals bedoeld in lid 2, sub a, worden uitgekozen. De verkiezingen vinden plaats in hetzelfde jaar als dat de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden.

  • 3.

    De voorzitter van de marktcommissie bepaalt de plaats en het tijdstip van de vergadering.

  • 4.

    Voor het houden van een vergadering is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in ieder geval de voorzitter of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

  • 5.

    De vertegenwoordigers van de markten behartigen het algemeen belang van hun markt.

  • 6.

    De gemeente faciliteert het overleg.

Artikel 6. Parkeren

  • 1.

    Het is vergunninghouders van de woensdagmarkt, zoals bedoeld in artikel 2, toegestaan hun vervoermiddel achter de kraam te parkeren.

  • 2.

    Het is vergunninghouders van de zaterdagmarkt, zoals bedoeld in artikel 2, niet toegestaan hun vervoersmiddel achter de kraam te parkeren.

  • 3.

    Het college kan een ontheffing verlenen op het verbod zoals gesteld in lid 2, op grond waarvan het de vergunninghouder is toegestaan het vervoermiddel achter de kraam te parkeren, namelijk op advies van een door de gemeente erkende adviseur, waaruit blijkt dat de vergunninghouder voor de uitoefening van zijn werkzaamheden genoodzaakt is het vervoermiddel achter de kraam te parkeren.

HOOFDSTUK 2. BEPALINGEN OVER VERGUNNINGEN

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 7. Inhoud vaste standplaatsvergunning

  • 1.

    Een vaste standplaatsvergunning wordt aangevraagd op een door het college vastgesteld formulier.

  • 2.

    De vergunning vermeldt in ieder geval:

    • a.

      de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;

    • b.

      een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan;

    • c.

      de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken;

    • d.

      het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort;

    • e.

      welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan.

  • 3.

    Een standplaatsvergunning wordt geweigerd indien:

    • a.

      de aanvraag in strijd is met het op grond van artikel 3 bepaalde ten aanzien van de markten;

    • b.

      het maximaal aantal vergunningen per branche als bedoeld in artikel 4 reeds is verleend;

  • 4.

    op basis van objectieve informatie wordt verwacht dat zich ten aanzien van de aanvrager de in artikel 9 van de Marktverordening genoemde aspecten zullen voordoen.

Artikel 8. Nadere bepaling vergunningen

  • 1.

    Indien de vergunninghouder bakt of frituurt in olie, is het gebruik van een bakwagen verplicht, dient apparatuur te functioneren in overeenstemming met de op de installatie of toestel van toepassing zijnde voorschriften, dient apparatuur adequaat te worden beheerd, onderhouden en gecontroleerd en wordt gehandeld op een manier dat de veiligheid niet in het geding komt.

  • 2.

    Indien een vergunninghouder verse vis- en poelierproducten verkoopt, waarbij er sprake is van koelwater, dan dient dit in een gesloten circuit te worden opgevangen.

  • 3.

    De vergunninghouder draagt zelf zorg voor de inzameling en afvoer van zijn afval en levert zijn standplaats schoon op na elke marktdag.

  • 4.

    Elektriciteit wordt betrokken van de gemeente Oosterhout.

  • 5.

    Geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan als het in de vergunning is opgenomen.

Artikel 9. Beoordeling aanvraag volgens Selectiestelsel

  • 1.

    Wanneer de maximale grootte van de markt is bereikt en er een standplaatshouder vertrekt, maken burgemeester en wethouders bekend dat voor de markt een of meer vaste-standplaatsvergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche of artikelgroep dit geldt en dat gegadigden voor een vergunning vóór de daarbij genoemde datum daarvoor een aanvraag kunnen indienen.

  • 2.

    De bekendmaking geschiedt door openbare kennisgeving op de website van Oosterhout, social media en het weekblad.

  • 3.

    Bij beoordeling van aanvragen, al dan niet na bekendmaking, wordt rekening gehouden met de volgende aspecten:

    • a.

      of het assortiment van de gegadigde een gewenste toevoeging aan het marktassortiment vormt (branchelijst);

    • b.

      de kwaliteit en de uitstraling van het verkoopmateriaal;

    • c.

      het marktverleden van de gegadigde en de indruk die hij maakt. In het belang van een aanvraag kan een verklaring omtrent gedrag worden opgevraagd;

    • d.

      logistieke aspecten;

    • e.

      inrichting van een locatie en omliggende panden.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een vergunning voor een vaste standplaats.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders stellen de marktcommissie op de hoogte van een aanvraag voor een vaste standplaats en kunnen de marktcommissie raadplegen voor advies bij beoordeling van de aanvraag.

Paragraaf 2. Vaste plaatsen

Artikel 10. Volgorde toewijzing vaste standplaatsen

Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan:

  • a.

    De vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, waarbij bij de beoordeling van de aanvraag rekening gehouden wordt met logistieke aspecten en de inrichting van een locatie en omliggende panden.

  • b.

    Indien door plaatsverbetering als bedoeld onder sub a een volgende standplaats beschikbaar komt, wordt met betrekking tot die volgende standplaats opnieuw de procedure van toewijzing gestart.

  • c.

    Bij verplaatsing van de weekmarkt naar een alternatieve locatie of wijziging van de openbare inrichting of bij het vrijkomen van een standplaats, wordt uitgegaan van het principe om samen met de marktmeester, de marktcommissie en zo veel als mogelijk met alle ambulante handelaren tot een opstelling van de markt te komen met oog voor kwaliteit, veiligheid, logistieke aspecten en een goede brancheverdeling. Zo kan ook rekening gehouden worden met de specifieke inrichting van een locatie en de ligging en het gebruik van omliggende panden.

Artikel 11. Overschrijving vaste standplaatsvergunning

  • 1.

    In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, of ingeval van bedrijfsbeëindiging kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner, het kind mits deze op dat moment in loondienst of als mede-eigenaar in het bedrijf heeft meegewerkt, of een achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde.

  • 2.

    Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een medewerk(st)er van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien diegene aantoonbaar ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.

  • 3.

    Een aanvraag tot overschrijving als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt ingediend bij het college binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.

  • 4.

    Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3, namelijk:

    • a.

      bij overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van beide ouders, waarbij het kind de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft;

    • b.

      bij echtscheiding, indien door een rechterlijke uitspraak de desbetreffende markt wordt toegewezen aan degene die niet op de vergunning vermeld staat.

Paragraaf 3. Dagplaatsen en standwerkers

Artikel 12. Toewijzing dagplaats

  • 1.

    Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen.

  • 2.

    De dagplaats voor de woensdagmarkt wordt toegewezen overeenkomstig de selectie van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf op vóór 10.30 uur aanmelden bij de marktmeester.

  • 3.

    De dagplaats voor de zaterdagmarkt wordt toegewezen overeenkomstig de selectie van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf op vóór 07.30 uur aanmelden bij de marktmeester.

Artikel 13a. Standwerkers

  • 1.

    Onder standwerken wordt verstaan: de activiteit waarbij de standwerker publiek om zich heen verzamelt, over het door hem te verkopen artikel een aansprekende uiteenzetting houdt en ten slotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop van het artikel te bewegen.

  • 2.

    Onder een standwerkerplaats wordt verstaan: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken.

  • 3.

    Onder uitzoekhandel wordt verstaan: handel waarbij de consument kan kiezen uit meerdere soorten dan één product.

Artikel 13b. Standplaats standwerker

  • 1.

    Een standwerkerplaats heeft een oppervlakte van maximaal 10m² en een maximale frontbreedte van 4 meter, waarvan maximaal 3,5 meter gebruikt mag worden als verkoopruimte/uitstalling.

  • 2.

    Buiten het front mogen geen goederen dan wel borden worden uitgestald en aan de overkapping mogen geen goederen dan wel borden worden opgehangen.

  • 3.

    Een standwerkerplaats moet direct na de loting, zoals bedoeld in artikel 13d, met voldoende goederen worden ingericht en de gehele marktdag worden ingenomen.

Artikel 13c. Branches

  • 1.

    Het is verboden te standwerken met uitzoekhandel en tweedehands artikelen.

  • 2.

    Standwerkers dienen het door hen te verkoop aan te bieden product direct bij aanmelding bekend te maken.

  • 3.

    Op de standwerkerplaats mag uitsluitend het bij aanmelding opgegeven artikel ten verkoop worden aangeboden.

  • 4.

    Het gebruik van meet- en weegwerktuigen, van audiovisuele en/of geluidsversterkende apparatuur evenals het prijzen van het ten verkoop aan te bieden artikel is niet toegestaan.

  • 5.

    Per subbranche mag niet meer dan één standwerker ingeloot worden.

  • 6.

    Indien een branche opgevuld is met vaste standplaatsen, kan er maximaal één keer per vier weken een standwerker met deze branche worden toegelaten.

Artikel 13d. Nadere regels standwerkers

De standwerker die een standwerkerplaats krijgt toegewezen, moet deze plaats persoonlijk innemen. Weigeren (passen), onderling ruilen of doorgeven van deze plaats is niet toegestaan.

  • 1.

    Samenwerken is toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • a.

      er mogen zich maximaal twee standwerkers per standwerkerplaats als samenwerkende aanmelden, die beiden hetzelfde artikel ten verkoop moeten aanbieden;

    • b.

      samenwerkende standwerkers moeten zich ieder persoonlijk voor de loting aanmelden en daarbij direct aangeven samen te willen werken;

    • c.

      zodra één van de als samenwerkende aangemelde standwerkers wordt ingeloot, vervalt automatisch het recht op deelname aan de loting van de tweede standwerker;

    • d.

      bij onvoldoende daadwerkelijk standwerken van één of beide standwerkers, dan wel bij overtreding van de in deze regeling genoemde bepalingen, zijn de in artikel 13f genoemde bepalingen op beide standwerkers van toepassing.

  • 2.

    Standwerkers die ieder voor zich aan de loting hebben deelgenomen worden geacht verschillende partijen te zijn.

  • 3.

    Het is niet toegestaan dat op de standwerkerplaats een andere standwerker actief is dan hij die is ingeloot, waaronder mede wordt verstaan dat de ingelote standwerker zich niet door een ander mag laten vervangen of aflossen. Wel mag de standwerker zich door maximaal één persoon laten bijstaan. Bij tijdelijke afwezigheid van de ingelote standwerker dienen de goederen te worden afgedekt.

  • 4.

    Aangemelde samenwerkende standwerkers zijn verplicht om elkaar op de standwerkerplaats af te wisselen en dienen beiden, gedurende de in artikel 2 van de Marktregeling genoemde uren, op de standwerkerplaats aanwezig te zijn. Dit om te voorkomen dat één van beiden tussentijds vertrekt.

Artikel 13e. Toewijzing standwerkerplaats

  • 1.

    De toewijzing van standwerkerplaatsen geschiedt door middel van loting door de marktmeester.

  • 2.

    Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem bijstaat mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting.

  • 3.

    De procedure voor toewijzing is als volgt:

    • a.

      aanmelden voor een standwerkerplaats dient op de woensdagmarkt te gebeuren voor 11.00 uur, en op de zaterdagmarkt voor 08.00 uur bij de marktmeester;

    • b.

      de standwerkers worden in volgorde van aanmelding op een doorlopend genummerde lijst geplaatst;

    • c.

      loting vindt plaats door middel van het gooien met een dobbelsteen, wat correspondeert met de plaats op de genummerde lijst zoals bedoeld in lid b;

    • d.

      de marktmeester stelt de standwerkers ter plaatse op de hoogte van het resultaat van de loting.

  • 4.

    Voorafgaand aan de loting dienen de aangemelde standwerkers bij de marktmeester de volgende bewijzen in te leveren:

    • a.

      een geldig legitimatiebewijs;

    • b.

      een recente kopie van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 13f. Beoordeling en sancties

  • 1.

    De marktmeester beoordeelt of een standwerker daadwerkelijk als standwerker actief is en of hij voldoet aan de bepalingen in deze regeling.

  • 2.

    Indien een standwerker bij de loting heeft gepast of zijn standwerkerplaats aan een niet ingelote standwerker heeft doorgegeven zal hij, na de mondelinge mededeling door de marktmeester, tijdelijk (voor de duur van tenminste vier marktdagen) van deelname aan de loting worden uitgesloten, hetgeen schriftelijk aan de standwerker zal worden bevestigd.

  • 3.

    Indien een standwerker:

    • a.

      niet als standwerker actief is, of;

    • b.

      zijn standwerkerplaats met een andere, ingelote standwerker heeft geruild, of;

    • c.

      heeft samengewerkt zonder dit vóór de loting te hebben medegedeeld, dan wel zich heeft laten vervangen, of;

    • d.

      niet heeft voldaan aan het gestelde in artikel 13b, 13c en 13d, of;

    • e.

      zijn plaats niet schoon heeft achtergelaten;

  • zal de uitslag van deze beoordeling en/of geconstateerde overtreding door de marktmeester aan de standwerker worden medegedeeld. Tevens zal een schriftelijke waarschuwing aan deze standwerker worden toegestuurd.

  • 4.

    Indien deze standwerker ook de daaropvolgende marktdag opnieuw één of meer van de in het derde lid genoemde overtredingen begaat, zal de standwerker tijdelijk (voor de duur van tenminste vier marktdagen) van deelname aan de loting worden uitgesloten, wat schriftelijk aan de standwerker zal worden medegedeeld.

  • 5.

    Voor verdere specificatie van overtredingen en sancties wordt verwezen naar artikel 20.

HOOFDSTUK 3. BEPALINGEN OVER HET GEBRUIK VAN DE STANDPLAATS

Artikel 14. Persoonlijk innemen standplaats; bijstand

  • 1.

    De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.

  • 2.

    Het college is bevoegd een uitzondering te maken op het gestelde in lid 1 door bij de afgifte van de vergunning één vennoot dan wel werknemer van de vergunninghouder aan te wijzen die de vergunninghouder mag vervangen.

  • 3.

    De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

Artikel 15. Innemen standplaats; bijstand

De vergunninghouder van een vaste plaats is verplicht zijn plaats in te nemen, met uitzondering van de situaties genoemd in de artikelen 16 en 17.

Artikel 16. Afwezigheid wegens vakantie of bijzondere omstandigheden

  • 1.

    De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens vakantie of bijzondere omstandigheden, zoals bedoeld in lid 2, verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit tijdig voor de betreffende marktdag schriftelijk, telefonisch of mondeling mee aan de marktmeester. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.

  • 2.

    Van bijzondere omstandigheden wordt gesproken in de volgende gevallen:

    • a.

      afwezigheid voor de uitoefening van kiesrecht, voor zover dit niet buiten de markttijden kan geschieden;

    • b.

      afwezigheid voor het voldoen aan een wettelijke verplichting;

    • c.

      afwezigheid in verband met het huwelijk van de vergunninghouder dan wel bloed- en aanverwanten van de eerste en tweede graad;

    • d.

      afwezigheid bij ernstige ziekte van vergunninghouder, echtgeno(o)t(e), levenspartner, ouders, pleegouders, stiefouders, schoonouders, kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen en aangetrouwde kinderen;

    • e.

      afwezigheid bij overlijden van echtgeno(o)t(e), levenspartner, ouders, pleegouders, stiefouders, schoonouders, kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen en aangetrouwde kinderen en bloed- en aanverwanten tot de vierde graad;

    • f.

      afwezigheid bij bevalling van de vergunninghouder dan wel de echtgenote van de vergunninghouder;

    • g.

      afwezigheid in verband met het vieren van het 25-, 40-, of 50-jarig huwelijksjubileum van de vergunninghouder dan wel ouders, pleegouders, stief- of schoonouders;

    • h.

      afwezigheid voor het bijwonen van (algemene) vergaderingen van verenigingen van marktkooplieden;

    • i.

      een nader door het college te bepalen bijzondere omstandigheid.

  • 3.

    Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte overlegt de vergunninghouder iedere drie maanden een geneeskundige verklaring, tenzij het college hiervan ontheffing heeft verleend. Deze situatie kan maximaal twee jaar duren.

  • 4.

    Afwezigheid in verband met vakantie of andere bijzondere omstandigheden dan ziekte mag maximaal drie weken achtereen duren. Als deze afwezigheid langer duurt kan de vergunning worden ingetrokken.

Artikel 17. Ontheffing en vervanging

  • 1.

    In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting uit artikel 15.

  • 2.

    Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem toestemming verlenen zich, in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 16, op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.

Artikel 18. Legitimatie en identiteit vergunninghouder

  • 1.

    Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.

  • 2.

    De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.

Artikel 19. Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen

  • 1.

    Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan twee uur voor aanvang en na het tijdstip bepaald in artikel 2 lid 1, sub c met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.

  • 2.

    De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen.

  • 3.

    Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk 1 uur voor aanvang heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.

HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN

Artikel 20. Sancties

  • 1.

    Voor wat betreft bestuursrechtelijke sancties, als bedoeld in artikel 9 en 10 van de Marktverordening, die kunnen worden opgelegd, wordt het respectievelijke stappenplan doorlopen, opgenomen in Bijlage II behorende bij deze regeling.

  • 2.

    Ten aanzien van elke overtreding, ook al worden er meerdere tegelijkertijd geconstateerd, worden de verschillende stadia van het stappenplan doorlopen.

  • 3.

    Indien echter binnen 2 jaar drie verschillende overtredingen zijn geconstateerd, zal in uitzondering op lid 4, bij de vierde en volgende overtreding direct over worden gegaan tot de eerste bijbehorende sanctie.

  • 4.

    Indien een vergunninghouder voor een vaste standplaats vier marktdagen geschorst is geweest, zal bij een eerstvolgende willekeurige overtreding zijn vergunning direct worden ingetrokken.

  • 5.

    Indien een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerker vier marktdagen uitgesloten is geweest, zal bij een eerstvolgende willekeurige overtreding direct definitieve uitsluiting plaatsvinden.

Artikel 21. Intrekken oude regeling

De Marktregeling, in werking getreden per 2 augustus 2022 wordt ingetrokken per de in artikel 22 bedoelde datum.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2024.

Artikel 23. Overgangsbepaling

Besluiten, genomen krachtens eerdere versies van de Marktregeling, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze Marktregeling en waarvoor deze Marktregeling overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze Marktregeling.

Artikel 24. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Marktregeling gemeente Oosterhout 2024.

 

Aldus vastgesteld in het college van Oosterhout van 5 december 2023

Het college van Oosterhout,

de secretaris de burgemeester

Bijlage I: behorende bij Nadere regels voor de warenmarkten in de gemeente Oosterhout 2024

 

 

Branchelijst woensdagmarkt

maximum aantal

vergunninghouders

AGF

2

Babykleding (maat 64 t/m 104) / Kinderkleding (maat 104 t/m 176)

2

Beenmode

1

Brood / banket / koek

1

Bijouterie (sieraden, horloges, haarmode)

1

Buitenlandse delicatessen

1

Dameskleding

2

Dierenbenodigdheden

1

Drogisterijartikelen / cosmetica

1

Fanartikelen

1

Fietsartikelen / gereedschappen

1

Foundation / badkleding

1

Gegrilde kip

1

Gereedschappen (incl. elektrisch)

1

Herenkleding

2

Hobbyartikelen en wenskaarten

1

Huishoudartikelen

1

Huishoudtextiel

1

Jeans

1

Kaas- en zuivelproducten

1

Kleine etenswaren en frisdrank

2

Kleinvakartikelen en fournituren

1

Lederwaren

1

Modestoffen

1

Nachtkleding, lingerie, ondergoed

1

Noten en zuidvruchten

1

Poelierswaren en eieren

1

Rageartikelen

1

Reformartikelen

1

Schoenen

1

Snijbloemen / kamerplanten

1

Speelgoed

1

Stroopwafels

1

Telefoonaccessoires

1

Vis (bewerkte vis / verse vis)

1

Vlees, vleeswaren

1

Zaden, bloembollen, bomen, heesters, perkplanten

1

Zoetwaren (snoep, chocolade, verpakte koek)

1

 

 

 

Branchelijst zaterdagmarkt

maximum aantal

vergunninghouders

AGF

2

Aardappelen / uien

1

Babykleding (maat 64 t/m 104) / Kinderkleding (maat 104 t/m 176)

1

Beenmode

1

Brood / banket / koek

2

Bijouterie (sieraden, horloges, haarmode)

1

Buitenlandse delicatessen

1

Dameskleding

1

Dierenbenodigdheden

1

Drogisterijartikelen / cosmetica

1

Fietsartikelen / gereedschappen (incl. elektrische)

1

Foundation / badkleding

1

Gegrilde kip

1

Geluidsdragers

1

Herenkleding / Jeans

1

Hobbyartikelen en wenskaarten

1

Huishoudartikelen

1

Huishoudtextiel

1

Interieurstoffen / meubel- en gordijnstoffen

1

Kaas- en zuivelproducten

2

Kleine etenswaren en frisdrank

1

Kleinvakartikelen en fournituren

1

Lederwaren

1

Modestoffen

2

Nachtkleding, lingerie, ondergoed

1

Noten en zuidvruchten

1

Plastics, schuimrubber

1

Poelierswaren en eieren

1

Reformartikelen

1

Schoenen

1

Snijbloemen / kamerplanten

1

Speelgoed

1

Stroopwafels

1

Telefoonaccessoires

1

Vis (bewerkte vis / verse vis)

2

Vlees, vleeswaren, worst etc.

1

Zaden, bloembollen, bomen, heesters, perkplanten

1

Zoetwaren (snoep, chocolade, verpakte koek)

1

2e hands lectuur

1

 

 

 

Bijlage II: behorende bij Nadere regels voor de warenmarkten in de gemeente Oosterhout 2024

Stappenplan dat wordt gehanteerd bij het opleggen van een sanctie als bedoeld in de Marktverordening artikel 9.

Stappenplan dat wordt gehanteerd bij het opleggen van een sanctie als bedoeld in de Marktverordening artikel 10

 

 

Bijlage III: Voorbeelden van tenten, zoals beschreven in art. 3, lid 1, sub b

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage IV: Opstelling van weekmarkten

 

Onderstaande opstelling is de vastgestelde opstelling, de nummering geeft aan dat er 27 plaatsen zijn. Bij meer belangstelling wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn.

 

 

 

Bovenstaande opstelling is de vastgestelde opstelling, de nummering geeft aan dat er 63 plaatsen zijn. Bij wijziging van ondernemers bekijkt de marktmeester samen met de marktadviescommissie welke opstelling mogelijk is en recht doet aan de weekmarkt en aan de horecaondernemers. De Marktregeling wordt daarop niet iedere keer aangepast. Bij toename van het aantal ambulante ondernemers kunnen deze ondernemers een plek krijgen in de Basiliekstraat.

Onderstaande tekening geeft de opstelling weer bij een verplaatsing van de weekmarkt naar de alternatieve locatie bij een evenement op de Markt.