<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70859_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Breeduit, 09-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>07-12-2010, volgnr. 7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP HET GEBRUIK VAN PARKEERPLAATSEN EN DE VERLENING VAN VERGUNNINGEN
            VOOR HET PARKEREN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Smallingerland;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        oktober 2010;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de VERORDENING OP HET GEBRUIK VAN PARKEERPLAATSEN EN DE
                        VERLENING VAN VERGUNNINGEN VOOR HET PARKEREN</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr></kop><structuurtekst><al><vet> DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaand onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990 : het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig : hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV1990
                                    met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder
                                    ia van het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al>parkeren : het gedurende een aaneengesloten periode doen of
                                    laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weg-gedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>houder : degene op wiens naam het voor het motorrijtuig
                                    opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven
                                    in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register
                                    van opgegeven kentekens;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur : parkeermeters, parkeerautomaten, met
                                    inbegrip van verza-melparkeerders en hetgeen naar
                                    maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur
                                    wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats : een parkeerplaats waarvoor
                                    parkeerbelasting wordt geheven door middel van
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbendenplaats : een parkeerplaats die</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I
                                    van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats
                                    niet is uitgezonderd;</al><lijst><li nr="h."><al>vergunning : een door het college van burgemeester en
                                            wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is
                                            toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                            aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                            belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>vergunninghouder : de natuurlijke of rechtspersoon aan
                                            wie een vergunning is verleend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr></kop><structuurtekst><al><vet> PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, </vet></al><al><vet> VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGBEWIJZEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te
                                maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het
                                parkeren door vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te
                                maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan
                                vergunninghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel C</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe
                                strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op
                                belanghebbendenplaatsen of parkeer-apparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan regels stellen voor
                                het aanvragen en verlenen van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig wanneer deze:</al><lijst><li nr="a."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, dan wel</al></li><li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig te parkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
                                gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van
                                motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het derde lid
                                genoemde vereisten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning
                                voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming
                                van het belang van een goede verdeling van de beschikbare
                                parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label> Artikel D</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen vier weken
                                na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de in het eerste lid
                                genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een
                                verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in
                                kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed.
                                De aanvrager wordt van deze afwijzing schriftelijk in kennis
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label> Artikel E</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label> Artikel F</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning
                                intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                        beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend:</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                                redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen
                                van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr></kop><structuurtekst><al><vet> VERBODSBEPALINGEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>G</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig
                                    te plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp
                                    op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of
                                    te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                    belemmerd of verhinderd.</al></li><li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing
                                    verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit
                                    artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel H</label></kop><lijst><li nr=""><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                    middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de
                                    kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking
                                    te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                                van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr></kop><structuurtekst><al><vet> STRAFBEPALING</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>J</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr></kop><structuurtekst><al><vet> OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>K</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college van burgemeester en wethouders
                            aangewezen ambtenaren belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>L</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Parkeerverordening
                            2011".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>M</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op een door het college van
                                    burgemeester en wethouders bij openbaar besluit bekend te maken
                                    datum.</al></li><li nr="2."><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    Parkeerverordening 2010, vastgesteld op 1 december 2009.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                    2010 worden geacht te zijn verleend krachtens deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 7 december
                        2010</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>