<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70836_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Geertruidenberg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Wet op het basisonderwijs&lt;br /&gt;Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>30 oktober 1997, nr. 273</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum van publicatie is niet meer te achterhalen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 273</al><al/><al>De raad der gemeente GEERTRUIDENBERG;</al><al/><al>gelezen het het voorstel van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg
                        van 16 september 1997, reg. nr. 155;</al><al/><al>gelet op de bepalingen over het op overeenstemming gericht overleg in de Wet
                        op het basisonderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al/><al>gezien het gevoerde overleg met de vertegenwoordigers van de
                        schoolbesturen;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is een regeling vast te stellen voor het
                        overleg tussen de gemeente en de schoolbesturen over het lokaal
                        onderwijsbeleid;</al><al/><al>BESLUIT</al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Geertruidenberg.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: a. schoolbestuur: het bevoegd
                            gezag van een volgens de Wet op het basisonderwijs en de Wet op het
                            voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school voor
                            basisonderwijs en voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs/voor
                            algemeen voortgezet onderwijs/voor voorbereidend beroepsonderwijs, die
                            gelegen is op het grondgebied van de gemeente; b. advies: het advies van
                            de Onderwijsraad als bedoeld in de Wet op het basisonderwijs en liet
                            voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs; c.
                            burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en
                            wethouders.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Overleg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Functie overlegorgaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin
                                    burgemeester en wethouders met de vertegenwoordigers van alle
                                    schoolbesturen overleg voeren over de voorbereiding en
                                    uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het overlegorgaan komen aan de orde: a. de onderwerpen waarop
                                    het op overeenstemming gericht overleg van toepassing is als
                                    bedoeld in de Wet op het basisonderwijs en de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs; b. de overige onderwerpen aangaande het
                                    lokaal onderwijsbeleid indien burgemeester en wethouders zulks
                                    wensen.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is
                                    artikel 9 niet van toepassing.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling overlegorgaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het
                                    overlegorgaan. Een schoolbestuur wijst daartoe een of twee
                                    vertegenwoordigers aan, die namens dit schoolbestuur het overleg
                                    voeren.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt burgemeester en
                                    wethouders in het overlegorgaan. De portefeuillehouder onderwijs
                                    fungeert als voorzitter van het overlegorgaan.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Derden</titel></kop><al>Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan dit wenst
                                of een of meer vertegenwoordigers van de schoolbesturen, genoemd in
                                artikel 3, dit wensen, deelnemen aan een overleg.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Voorbereiding overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad
                                    doen over een onderwerp, zenden zij de voorgenomen inhoud van
                                    dit voorstel met een toelichting daarop en de inventarisatie,
                                    als bedoeld in artikel 7, toe aan alle schoolbesturen.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de
                                    datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal aanvangen.
                                    Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de datum
                                    van het overleg liggen ten minste twee weken.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor
                                    de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                    maken aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders
                                    stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan in kennis.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Secretariaat.</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voeren het secretariaat van het
                                overlegorgaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een voorbereidend overleg tussen
                                vertegenwoordigers van de schoolbesturen en burgemeester en
                                wethouders instellen dat voorafgaat aan het overleg in het
                                overlegorgaan. Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een
                                inventarisatie van de onderwerpen waarover al dan niet
                                overeenstemming is bereikt. Per onderwerp wordt aangegeven of het
                                gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder
                                a.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een agendaoverleg instellen.
                                    Hierin wordt nagegaan welke onderwerpen op welk tijdstip in het
                                    overlegorgaan aan de orde kunnen komen, Op grond hiervan stellen
                                    burgemeester en wethouders de agenda op.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het agendaoverleg nemen de portefeuillehouder onderwijs en
                                    vertegenwoordigers van de schoolbesturen, maximaal één per
                                    schoolbestuur, deel.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Uitvoering overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een of meer schoolbesturen of burgemeester en wethouders
                                    een advies wensen over een onderwerp waarop het op
                                    overeenstemming gericht overleg van toepassing is, maken ze dit
                                    uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale
                                    zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk
                                    gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het advies
                                    wordt verwacht. Hierbij wordt tevens liet verband aangegeven
                                    tussen het onderwerp en de vrijheid van richting en de vrijheid
                                    van inrichting van het onderwijs.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle vertegenwoordigers krijgen in liet overleg de gelegenheid
                                    hun zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek om
                                    advies.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van een
                                    verzoek om advies. Zij doen dit uiterlijk twee weken na afloop
                                    van het overleg. Daarbij informeren zij tevens de Onderwijsraad
                                    over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen.</al><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies wordt
                                    opgeschort met ingang van de dag waarop de Onderwijsraad
                                    burgemeester en wethouders uitnodigt het verzoek voor het
                                    uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die hij
                                    nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak, tot de dag
                                    waarop het verzoek is aangevuld.</al><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van het
                                    advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is
                                    gevraagd.</al><al/></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk een
                                    afschrift van het uitgebrachte advies toe aan alle
                                    schoolbesturen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van
                                    het advies zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen
                                    van het voorstel over een onderwerp waarover advies is gevraagd,
                                    worden de schoolbesturen bij de toezending van het afschrift van
                                    liet advies uitgenodigd voor nader overleg.In alle andere
                                    gevallen beoordelen burgemeester en wethouders of nader overleg
                                    over het advies wenselijk is. Zij geven dit aan bij de
                                    toezending van het afschrift van het advies.</al><al/></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het overleg, als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen twee
                                    weken plaats nadat het advies is uitgebracht. Burgemeester en
                                    wethouders informeren de raad over dit overleg in de vorm van
                                    een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken een verslag van het
                                    overleg.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen,
                                    waarbij per onderwerp wordt aangegeven: a. of het bepaalde in
                                    artikel 2, tweede lid, onder a of b van toepassing is; b. of
                                    volledige, geen volledige of geen overeenstemming is bereikt; c.
                                    de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte
                                    zienswijzen en - indien van toepassing - de zienswijzen als
                                    bedoeld in artikel 5, derde lid; d. de door de
                                    portefeuillehouder onderwijs in het overleg toegezegde
                                    wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel. </al><al>Indien artikel 9, eerste lid van toepassing is, wordt hiervan
                                    eveneens een weergaveopgenomen in het verslag.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan
                                    kunnen burgemeester en wethouders spoedheidshalve het verslag
                                    ter commentaar toezenden aan de schoolbesturen. Binnen tien
                                    dagen na de dag waarop het conceptverslag is toegezonden, maken
                                    deschoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg
                                    schriftelijk hun opmerkingen over het concept van het verslag
                                    kenbaar. Burgemeester en wethouders stellen het verslag vast met
                                    inachtneming van de opmerkingen.</al><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders brengen het verslag gelijktijdig met
                                    het voorstel over het onderwerp ter kennis van de raad.
                                    Voorzover burgemeester en wethouders afwijken van de tijdens het
                                    overleg naar voren gebrachte zienswijzen, wordt dit gemeld in
                                    het voorstel aan de raad. Daarbij geven zij de redenen aan van
                                    het niet of niet geheel overnemen van deze zienswijzen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over het
                                    voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp blijkt dat
                                    de meerderheid van de raadscommissie of een deel van de
                                    raadscommissie dat volgens burgemeester en wethouders geacht
                                    wordt eenmeerderheid in de raad te vertegenwoordigen, van
                                    oordeel is dat het voorstel inhoudelijk bijstelling behoeft, dan
                                    kan een heropening van het overleg plaatsvinden. Burgemeester en
                                    wethouders beslissen daarover. Zij heropenen het overleg in
                                    ieder geval indien deinhoudelijke bijstelling betrekking heeft
                                    op een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a,
                                    waarover overeenstemming in het overlegorgaan was bereikt.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders het overleg heropenen, dan
                                    roepen zij het overlegorgaan zo spoedig mogelijk bijeen, doch
                                    uiterlijk vòòr het moment waarop de raad een definitief besluit
                                    neemt over het onderwerp. In dit overleg hebben de
                                    vertegenwoordigers de gelegenheid om hun zienswijze te geven op
                                    het oordeel van de raadscommissie. Burgemeester en wethouders
                                    informeren de raad over het resultaat van dit overleg in de vorm
                                    van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10. De
                                    raad betrekt de in dit aanvullend verslag neergelegde
                                    zienswijzen bij zijn definitieve besluitvorming over het
                                    onderwerp.</al><al/></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                            burgemeester en wethouders, gehoord de vertegenwoordigers van de
                            schoolbesturen in het overleg.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening overleg lokaal
                                onderwijsbeleid gemeente Geertruidenberg.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt, onder gelijktijdige intrekking van de
                                vigerende verordeningen‘procedure overleg huisvesting gemeente
                                Geertruidenberg’ en ‘procedure overleghuisvesting gemeente
                                Raamsdonk’ in werking met ingang van de dag na de bekendmaking.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Geertruidenberg, 30 oktober 1997</ondertekening><ondertekening>De gemeenteraad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>R.A.K. Huijbregts W.A. Letschert</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><nr>1</nr><titel>Artikelsgewijze toelichting op de Verordening overleg lokaal
                        onderwijsbeleid gemeente Geertruidenberg</titel></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet>De schoolbesturen die worden uitgenodigd
                    voor het bestuurlijk overleg, lijn de bevoegde gezagsorganen van alle scholen
                    die zijn gesitueerd op het grondgebied van de gemeente, en vallen onder de
                    reikwijdte van een onderwerp van lokaal onderwijsbeleid waarop het overleg van
                    toepassing is, Zo is bijvoorbeeld de bepaling over de vaststelling van het
                    onderwijsachterstandenplan van toepassing op een op het grondgebied van de
                    gemeente gelegen nevenvestiging van een school (zie artikel 1 10h, vijfde lid,
                    WBO). De verordening gaat uit van de territoriale werking van de regelgeving,
                    dat wil zeggen dat alle rijksbekostigde scholen en nevenvestigingen die gelegen
                    zijn op het grondgebied van de gemeente onder de werking van de verordening
                    vallen.Deze benadering maakt het noodzakelijk dat de gemeente goed nagaat welke
                    schoolbesturen in aanmerking komen voor deelname aan het overleg.</al><al/><al>Tijdens het op overeenstemming gericht overleg kan de gemeenteraad de
                    Onderwijsraad verzoeken om een advies uit te brengen over een onderwerp waarop
                    het op overeenstemming gericht overleg van toepassing is. De gemeenteraad moet
                    dit verzoek doen indien een schoolbestuur dit wenst (zie verder toelichting op
                    artikel 2 en 9).</al><al/><al><vet>Artikel 2 Functie overlegorgaan</vet>In het overlegorgaan lokaal
                    onderwijsbeleid wordt tussen de gemeente en alle schoolbesturen overleg gevoerd
                    over de verschillende facetten van het lokaal onderwijsbeleid. Met de instelling
                    van het overlegorgaan wordt beoogd het wettelijk voorgeschreven overleg te
                    institutionaliseren. Dit is gezien het feit dat dit overleg qua intensiteit en
                    reikwijdte toeneemt door de decentralisatie van bepaalde onderwijstaken naar de
                    gemeente.</al><al/><al>Het voorgeschreven op overeenstemming gericht overleg moet voldoen aan de
                    wettelijke eisen. Ze hebben betrekking op het advies van de Onderwijsraad
                    (artikel 9). Op de onderwerpen waarvoor het op overeenstemming gericht overleg
                    in de wet is voorgeschreven, is dit artikel exclusief van toepassing.De wetgever
                    heeft met het op overeenstemming gericht overleg een ‘zwaarder type van overleg
                    willen creëren om tot consensus te komen. Het gemeentebestuur kan immers door
                    zijn wettelijke competenties dicht raken aan de autonomie van de scholen.</al><al/><al>Het karakter van het finale overleg is te allen tijde bestuurlijk. Dit is ter
                    onderscheiding van het technisch getinte voorbereidend overleg (artikel 7) en
                    het agendaoverleg (artikel 8). Het betreft immers een overleg tussen het
                    gemeentebestuur en de schoolbesturen.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Samenstelling overlegorgaan</vet>Een schoolbestuur is uiteraard
                    vrij om al of niet deel te nemen in het overlegorgaan. Indien een bestuur daarin
                    plaatsneemt, wijst het hiervoor een of meer vertegenwoordigers aan. Uiteraard
                    dient de mogelijkheid te worden geboden dat de vertegenwoordigers, net zo goed
                    als dat het geval zal zijn bij vertegenwoordigers van het gemeentebestuur, zich
                    laten bijstaan door een of meer adviseurs. Het schoolbestuur bepaalt door wie
                    het zich laat vertegenwoordigen. Dit kan door een of meer leden van het
                    schoolbestuur zijn en/of door een of meer door het schoolbestuur gemandateerde
                    leden van het management, De vertegenwoordiging hoeft overigens niet
                    persoonsgebonden te zijn. Per onderwerp, bijvoorbeeld gelet op de
                    portefeuilleverdeling of de affiniteit met het desbetreffende onderwerp, kan
                    iemand anders worden afgevaardigd.Het eerste lid biedt de mogelijkheid om de
                    omvang van vertegenwoordiging van een schoolbestuur - uit oogpunt van een
                    effectief overleg - te binden aan een maximum. Bij het gebruikmaken van deze
                    mogelijkheid zal de lokale situatie (aantal schoolbesturen; schaalomvang van de
                    besturen) een rol spelen. De beruchte “Poolse landdagen” dienen te worden
                    voorkomen.</al><al/><al>Voor een effectief overleg is het eveneens belangrijk dat de besturen hun
                    vertegenwoordigers voldoende mandaat geven voor het voeren van het overleg
                    (innemen standpunten/maken van afspraken). De gekozen formulering dat de
                    vertegenwoordiger namens zijn bestuur deelneemt aan het overleg, is daarvan een
                    uitdrukking.De vertegenwoordigers dienen zich te vergewissen van voldoende
                    mandaat door middel van gestructureerd vooroverleg met de schoolbesturen die zij
                    vertegenwoordigen. Het mandaat zal inhoudelijk doorgaans betrekking hebben op de
                    standpuntbepaling over voorstellen die langs de reguliere weg zijn ingebracht in
                    het overleg. Wanneer zich tijdens of vlak voor het overleg nieuwe omstandigheden
                    aandienen, dan dient er uiteraard voldoende ruimte te zijn voor de
                    vertegenwoordigers om tussentijds terug te kunnen koppelen naar de
                    respectievelijke schoolbesturen of het college van burgemeester en
                    wethouders.</al><al/><al><onderstreept>Positionering openbaar onderwijs</onderstreept>Het verdient
                    nadrukkelijk overweging om de vertegenwoordiging van het door de gemeente
                    bestuurde openbaar onderwijs (bestuurscommissie ex artikel 82 van de
                    Gemeentewet) in het overleg zo helder mogelijk te markeren.</al><al/><al>De vertegenwoordiging van de door de gemeente in stand gehouden school vindt
                    plaats via de ‘Bestuurskommissie voor de openbare basisschool De Radonkel te
                    Raamsdonk”.</al><al/><al>In relatie tot het bepaalde in het tweede lid behoort de portefeuillehouder
                    onderwijs als vertegenwoordiger van het openbaar onderwijs uitgesloten te
                    worden.Het duidelijk positioneren van het openbaar onderwijs in het overleg
                    maakt wel voor alle deelnemers in het overleg goed zichtbaar wanneer de lokale
                    overheid iets inbrengt vanuit de invalshoek van schoolbestuur hij monde van de
                    aangewezen vertegenwoordiger voor het openbaar onderwijs, en wanneer de gemeente
                    in hoedanigheid van lokale overheid bij monde van de voorzitter van het overleg
                    een standpunt inneemt. Hiermee wordt het bestaan van de dubbelrol niet ontkend,
                    maar wel een alternatief geboden om daarmee op voor alle partijen waarneembare
                    wijze om te gaan.</al><al/><al>Uit het tweede lid vloeit voort dat de raad de wettelijke opdracht tot het
                    voeren van overleg delegeert aan burgemeester en wethouders door middel van
                    afvaardiging van de portefeuillehouder onderwijs naar het overleg. De deelname
                    aan het overleg van burgemeester en wethouders in de persoon van de direct
                    verantwoordelijke portefeuillehouder benadrukt — ook vanuit de invalshoek van de
                    lokale overheid — het bestuurlijk karakter van het overleg. Er is daarom niet
                    gekozen voor een ambtelijk vertegenwoordiger.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Derden</vet>Afhankelijk van het onderwerp van het overleg kunnen
                    derden, niet te verwarren met de adviseurs van de gemeente of de schoolbesturen
                    (zie de toelichting bij artikel 3), als deelnemer worden toegelaten tot het
                    overleg. Denk bijvoorbeeld aan de schoolbegeleidingsdienst of
                    welzijnsinstellingen.Kenmerkend verschil tussen de positie van de schoolbesturen
                    en deze derden is dat voor de laatsten de formule van het op overeenstemming
                    gericht overleg in relatie tot het advies van de Onderwijsraad niet opgaat. Wel
                    dienen de zienswijzen van de derden tot uiting te komen in het verslag van het
                    overleg. Hierdoor kan de raad ook deze zienswijzen betrekken bij zijn
                    definitieve besluitvorming over het betrokken onderwerp.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Uitnodiging</vet>De strekking van dit artikel is dat in
                    procedurele zin wordt gewaarborgd dat de schoolbesturen tijdig worden
                    ingeschakeld in het traject dat moet leiden tot een besluit over een onderwerp
                    waarop het overleg van toepassing is.Hierbij is gekozen voor een termijn van
                    minimaal twee weken om ook de schoolbesturen voldoende tijd te geven voor de
                    voorbereiding van het overleg. Overigens mag, ingeval er gewerkt wordt met een
                    voorbereidend overleg, ervan worden uitgegaan dat de besturen of de
                    vertegenwoordigers van de besturen al in een eerder stadium op de hoogte zijn
                    van de inhoud van de voorstellen.Tevens kan in dit voorbereidend overleg worden
                    vastgesteld wat het geschiktste tijdstip (voor schoolbestuurders meestal een
                    tijdstip in de namiddag of avond) voor het bijeen- roepen van het overleg is.
                    Bij het ontbreken van vormen van vooroverleg spreekt het voor zich dat de
                    gemeente zich ervan vergewist dat de geplande datum van het overleg een geschikt
                    tijdstip is voor de andere overlegpartners.</al><al/><al>De schoolbesturen die niet deel kunnen nemen aan het overleg, kunnen voor de
                    datum van het overleg hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken aan burgemeester
                    en wethouders.</al><al/><al>De gemeente is gehouden om een “aangekleed” voorstel toe te zenden, In de vorm
                    van een toelichting wordt de overlegpartners inzicht gegeven in de achtergronden
                    van het voorstel. Tevens dient te worden aangegeven of het overleg over het
                    voorstel moet worden aangemerkt als een op overeenstemming gericht overleg.</al><al/><al>Indien het overleg wordt voorbereid (zie artikel 7), dan verdient het
                    aanbeveling dat het voorstel ook vergezeld gaat van de uitkomst van dit
                    vooroverleg (bijvoorbeeld in de vorm van een inventarisatie van onderwerpen
                    waarover wel of niet overeenstemming bestaat).De formulering dat het overleg op
                    een bepaald tijdstip zal “aanvangen’, impliceert dat het overleg niet in één
                    ronde behoeft te worden afgerond. Vaak zal het zo zijn dat voor het overleg meer
                    dan één bijeenkomst nodig is. Er is in de verordening voor gekozen om deze optie
                    van vervolgoverleg niet te binden aan nadere formele vereisten (behoudens de
                    beschreven omstandigheden in artikel 9, zesde lid, en artikel 11 van de
                    verordening) over de uitnodiging en toezending van stukken. De deelnemers kunnen
                    hierover in het eerste overleg concrete afspraken maken die inspelen op de
                    feitelijke situatie die zich op dat moment voordoet.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Secretariaat</vet>In formele zin zijn burgemeester en wethouders
                    belast met het voeren van het secretariaat van het overlegorgaan, De praktijk is
                    dat het secretariaat - onder verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders
                    - wordt verzorgd door een gemeenteambtenaar. Het zal daarbij in de regel om de
                    ambtenaar gaan van de afdeling Welzijn en Onderwijs, belast met aangelegenheden
                    inzake het lokaal onderwijsbeleid. Het verdient aanbeveling om aan de
                    vertegenwoordigers in het overleg duidelijk aan te geven wie feitelijk met het
                    voeren van het (uitvoerend) secretariaat is belast.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Voorbereiding</vet>De praktijk laat vaak zien dat een overleg
                    wordt voorafgaan door het nodige (technische) vooroverleg, Dit overleg heeft tot
                    doel om onderwerpen in inhoudelijke en technische zin voor te bereiden voor de
                    bespreking in het overlegorgaan.Er zijn meerdere tijdstippen mogelijk om het
                    voorbereidend overleg te laten plaatsvinden.Het kan voorafgaan aan het
                    agendaoverleg als bedoeld in artikel 8. Indien een onderwerp is voorbereid, kan
                    het op de agenda geplaatst worden, Men kan er ook voor kiezen om het
                    voorbereidend overleg na het agendaoverleg te houden, indien een onderwerp op de
                    agenda is geplaatst, kan het worden voorbereid voor het overleg in het
                    overlegorgaan.Daarnaast kan ervoor gekozen worden om het voorbereidend overleg
                    en het agendaoverleg samen te voegen.</al><al/><al>De bereikte overeenstemming en overgebleven verschillen van inzicht in het
                    vooroverleg vormen de basis van het overleg in het overlegorgaan. De
                    inventarisatie van de onderwerpen waarover al dan niet overeenstemming is
                    bereikt, vormt een hulpmiddel voor een efficiënt overleg. In het kader van het
                    op overeenstemming gericht overleg richt de aandacht zich meestal op de nog
                    resterende geschilpunten, waarbij in het kader van het op overeenstemming
                    gerichte karakter van het overleg gestreefd moet worden naar een oplossing. Dit
                    neemt niet weg dat in het overleg tevens een inhoudelijke discussie kan
                    plaatsvinden over de onderwerpen waarover, blijkens de inventarisatie, wel
                    overeenstemming bestond in het voorbereidend overleg.Er is van afgezien om het
                    voeren van het voorbereidend overleg te binden aan procedurele voorschriften.
                    Afhankelijk van de omvang van de problematiek dient dit overleg met een grote
                    mate van flexibiliteit te kunnen worden ingericht en gevoerd. Het voorbereidend
                    overleg kan bijvoorbeeld per onderwerp of schoolsoort plaatsvinden. Deze
                    flexibiliteit geldt ook voor de wijze van vertegenwoordiging (ambtelijk dan wel
                    op bestuurlijk niveau).</al><al/><al>Burgemeester en wethouders kunnen dit voorbereidend overleg instellen. Zij doen
                    dit uiteraard in nauw overleg niet de vertegenwoordigers van de
                    schoolbesturen.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Agendaoverleg</vet>In het agendaoverleg kan onderzocht worden
                    welke onderwerpen op welk tijdstip in het op overeenstemming gericht overleg aan
                    de orde kunnen komen en welke onderwerpen op welk tijdstip in andere vormen van
                    overleg.De ratio is om te komen tot een vroegtijdige afstemming op bestuurlijk
                    niveau van welke zaken er in de tijd bezien aan de orde zullen komen. Alle
                    partners kunnen dan in de planning van hun werkzaamheden hiermee rekening
                    houden.Het bovenstaande gebeurt uit een oogpunt van planmatig werken. Dit laat
                    onverlet dat tijdens het overleg in het overlegorgaan de agenda op verzoek van
                    een of neer vertegenwoordigers kan worden aangepast.Burgemeester en wethouders
                    stellen dit overleg in. Zij doen dit, evenals bij het voorbereidend overleg, in
                    samenspraak met de vertegenwoordigers van de schoolbesturen.Het aantal
                    vertegenwoordigers van schoolbesturen die deelnemen aan dit agendaoverleg, kan
                    per gemeente variëren.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Advies Onderwiisraad</vet>Dit artikel betreft de rol van de
                    Onderwijsraad. Daar waar het lokaal onderwijsbeleid inzake huisvesting,
                    schoolbegeleiding, achterstandenbeleid en OALT de grondwettelijke vrijheid van
                    richting en vrijheid van inrichting van het onderwijs raakt, kan de
                    Onderwijsraad in beeld komen, Niet als geschillenbeslechter; maar als adviseur
                    van de lokale overheid. Maar wel, wanneer een schoolbestuur zich beroept op
                    strijdigheid met deze grondwettelijke aspecten van onderwijsvrijheid, in de vorm
                    van een verplichting voor de gemeente om advies te vragen. De wetgever beperkt
                    de formulering doelbewust tot de vrijheid van richting en inrichting. Het aspect
                    van de bekostiging van het openbaar en bijzonder onderwijs naar dezelfde
                    maatstaf (gelijke behandeling) is daarbij niet genoemd. Mocht een gemeente
                    echter een ongerechtvaardigd onderscheid aanbrengen tussen bijzonder en openbaar
                    onderwijs en daardoor scholen voor bijzonder onderwijs vanwege hun bijzonder
                    zijn achterstellen bij openbaar onderwijs, dan handelt deze gemeente in strijd
                    niet de vrijheid van richting en inrichting. Er wordt immers een inbreuk gemaakt
                    op de wezenlijke aard van de bijzondere school. Een schoolbestuur kan via deze
                    invalshoek de gemeente verzoeken om advies te vragen van de
                    Onderwijsraad.Artikel 9 geeft in procedurele zin aan op welke wijze een of meer
                    overlegpartners, schoolbesturen en gemeentebestuur, kenbaar moeten maken dat ze
                    de Onderwijsraad willen inschakelen voor een advies over aspecten aangaande een
                    onderwerp waarop het op overeenstemming gericht overleg van toepassing is.
                    Uitgangspunt daarbij is dat de partij die om advies verzoekt, inhoudelijk en
                    gemotiveerd aangeeft wat de relatie is tussen deze aspecten en de vrijheid van
                    richting of vrijheid van inrichting. Dit gebeurt uiterlijk in het overleg dat is
                    bestempeld als het laatste, afrondende overleg over het desbetreffende
                    onderwerp. Het is aan te bevelen om het finale karakter van het overleg te
                    vermelden in de uitnodiging. Zowel de schoolbesturen als burgemeester en
                    wethouders zijn gebonden aan dit uiterste moment (zie artikel 9, eerste
                    lid).Burgemeester en wethouders dienen het verzoek om advies in bij de
                    Onderwijsraad. Zij doen dit uiterlijk twee weken na afloop van het overleg. Deze
                    termijn is opgenomen vanwege het feit dat de wet met het oog op een goede
                    procesgang voorschrijft dat in de gemeentelijke verordening wordt opgenomen
                    vanaf wanneer en tot welk moment het gemeentebestuur de Onderwijsraad kan
                    verzoeken een advies uit te brengen.</al><al/><al>Tevens is erin voorzien dat in het overleg van gedachten kan worden gewisseld
                    over de inhoud van het verzoek aan de Onderwijsraad. Dit is tegen de achtergrond
                    dat iedereen erbij gebaat is dat er minimaal duidelijkheid bestaat over de
                    beweegredenen van een, meer of alle partijen om zich tot de Onderwijsraad te
                    wenden. Deze gedachtewisseling laat uiteraard het recht van een individueel
                    schoolbestuur of de gemeente onverlet om de Onderwijsraad in te schakelen, ook
                    wanneer de andere overlegpartners daaraan geen behoefte hebben. Daarnaast zal
                    ook de Onderwijsraad in het kader van zijn advisering geïnformeerd willen worden
                    over de (mogelijk afwijkende) zienswijzen van alle partners uit het overleg.De
                    adviestermijn bedraagt vier weken, De wettelijke bepalingen geven aan dat de
                    termijn van vier weken wordt opgeschort indien de Onderwijsraad op redelijke
                    gronden aanvullende gegevens nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak
                    (zie het vierde lid). Bij de formulering van de opschorting van de termijn is
                    aangesloten bij artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat
                    artikel bevat een regeling voor opschorting van de termijn bij de aanvraag van
                    een beschikking.De woorden ‘nodig voor een goede vervulling van diens taak”
                    maken duidelijk dat de Onderwijsraad gemotiveerd zal moeten aangeven welke
                    gegevens hij nodig heeft. De Onderwijsraad zal alleen aanvullende gegevens
                    kunnen opvragen voorzover die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het
                    uitbrengen van het advies.</al><al/><al>Verder bepaalt de wet dat de gemeenteraad geen besluit neemt over een onderwerp
                    waarop het overleg van toepassing is alvorens de termijn is verstreken
                    waarbinnen de Onderwijsraad advies moet uitbrengen.</al><al/><al>In het zesde lid wordt bepaald in welke situatie er in ieder geval nader overleg
                    plaatsvindt over het advies van de Onderwijsraad. Dit is aan de orde wanneer de
                    Onderwijsraad adviseert om inhoudelijke wijzigingen aan te brengen in het
                    voorstel over het desbetreffende onderwerp. In alle andere gevallen maken
                    burgemeester en wethouders de afweging of nader overleg noodzakelijk is. In het
                    model is voor deze formule gekozen in plaats van voor de benadering om ongeacht
                    de strekking en inhoud van het advies standaard te bepalen dat nader overleg
                    plaatsvindt over het uitgebrachte advies. Er kunnen zich namelijk situaties
                    voordoen waarin een dergelijk nader overleg geen toegevoegde waarde heeft,
                    bijvoorbeeld wanneer het advies het voorstel van burgemeester en wethouders
                    onderschrijft. Uiteraard is er niets op tegen wanneer op lokaal niveau hierbij
                    een andere benadering wordt gevolgd, zoals het standaard uitgaan van een nader
                    overleg of het bijeenroepen van een overleg indien een of meer overlegpartners
                    naar aanleiding van het toegezonden afschrift van het advies hierom vragen
                    binnen een bepaalde periode.Overigens wordt nog opgemerkt dat de wettelijke
                    bepalingen over de advisering van de Onderwijsraad niets voorschrijven over een
                    overlegmogelijkheid zoals hiervoor is beschreven. Er wordt bepaald dat de
                    Onderwijsraad advies uitbrengt aan de gemeenteraad. Het advies wordt vervolgens
                    bekendgemaakt, tezamen met het besluit over het onderwerp waarop het overleg van
                    toepassing is.Om te voorkomen dat eventueel nader overleg over het uitgebrachte
                    advies tot een te grote vertraging in het besluitvormingsproces leidt, is ïn het
                    zesde lid uitgegaan van een vrij korte termijn waarbinnen een dergelijk overleg
                    plaats zal dienen te vinden. Om hierbij problemen te voorkomen verdient het
                    aanbeveling om aan de vooravond van de indiening van het verzoek om advies met
                    de daarbij behorende stukken bij de Onderwijsraad alvast in onderling overleg
                    enkele data te reserveren voor een eventueel nader overleg.</al><al/><al>Op de advisering door de Onderwijsraad is hetgeen in algemene zin over
                    advisering is geregeld in de Awb van toepassing, In dit verband is met name het
                    bepaalde in artikel 3:6, tweede lid, artikel 3:7 en artikel 4:20 van belang. Zo
                    kan op grond van artikel 3:6 de gemeenteraad een besluit nemen over een
                    onderwerp waarop het overleg van toepassing is indien de Onderwijsraad het
                    advies niet binnen vier weken uitbrengt. Op grond van artikel 3:7 is de
                    gemeenteraad gehouden om, al dan niet op verzoek, de gegevens beschikbaar te
                    stellen die de Onderwijsraad nodig heeft voor het uitbrengen van het advies,
                    Wanneer de gemeenteraad afwijkt van het advies van de Onderwijsraad, worden
                    ingevolge artikel 4:20 de redenen daarvan vermeld in de motivering. (In de derde
                    tranche van de Awb worden de bepalingen aangaande motivering verplaatst naar
                    afdeling 3,7.)</al><al/><al><vet>Artikel 10 Verslaglegging; informeren raad</vet>De raad zal bij zijn
                    besluitvorming over het onderwerp waarop het overleg van toepassing is de
                    argumenten en zienswijzen moeten wegen die in het overleg naar voren zijn
                    gebracht. Hiertoe is het van belang dat de raad zich een duidelijk beeld kan
                    vormen van de inhoud en strekking van hetgeen tijdens en voor het overleg is
                    aangevoerd. De raad wordt hierover op de hoogte gebracht via toezending van het
                    verslag van het overleg.In het verslag wordt per onderwerp aangegeven of het op
                    overeenstemming gericht overleg van toepassing is. Daarnaast wordt per onderwerp
                    aangegeven in hoeverre er in het overlegorgaan overeenstemming over het
                    onderwerp is bereikt.Het verslag bevat uiteraard de zienswijzen die door de
                    verschillende deelnemers (vertegenwoordigers van schoolbesturen, derden en de
                    gemeente) zijn ingebracht. Voorzover deze zienswijzen niet of niet geheel zijn
                    overgenomen in het voorstel dat aan de raad is voorgelegd, wordt hiervan in het
                    betrokken raadsvoorstel melding gemaakt door burgemeester en wethouders. Daarbij
                    wordt ook aangegeven op welke gronden burgemeester en wethouders tot het
                    desbetreffende oordeel zijn gekomen.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Heropening overleg</vet>De uitkomst van het overleg vormt een
                    belangrijk gegeven in de verdere besluitvormingsprocedure (raadscommissie en
                    raad) over een onderwerp waarop het overleg van toepassing is.</al><al>In het voorstel van burgemeester en wethouders is aangegeven op welke wijze is
                    omgegaan met de gebrachte zienswijzen. Indien er in het verdere
                    besluitvormingsproces signalen komen dat vermoedelijk wordt afgeweken van het
                    voorstel van burgemeester en wethouders en dat daarmee de uitkomst van het
                    overleg in een ander licht komt te staan, komt de vraag aan de orde of de
                    mogelijkheid moet worden geboden om over de gewijzigde situatie het overleg te
                    heropenen.Een eventueel hernieuwd overleg is in dit artikel gekoppeld aan het
                    resultaat van de bespreking van het voorstel van burgemeester en wethouders in
                    de raadscommissie waarin onderwijsaangelegenheden aan de orde komen. Indien de
                    raadscommissie of een deel daarvan dat een meerderheid vertegenwoordigt in de
                    raad aanleiding ziet voor een standpunt om te komen tot inhoudelijke
                    bijstellingen in het voorstel van burgemeester en wethouders, dan kan dit
                    aanleiding zijn om het overleg bijeen te roepen.In één geval moeten burgemeester
                    en wethouders het overleg heropenen, namelijk indien dit oordeel betrekking
                    heeft op inhoudelijke onderdelen van het voorstel waarover in het op
                    overeenstemming gericht overleg overeenstemming was bereikt, Hiermee wordt tot
                    uitdrukking gebracht dat deze consensus een zwaarder gewicht kan hebben dan een
                    bereikte overeenstemming over een onderwerp waarover de wetgever geen op
                    overeenstemming gericht overleg heeft voorgeschreven.</al><al/><al>Er kunnen zich in dit laatste geval naar aanleiding van de behandeling in de
                    raadscommissie verschillende situaties voordoen:</al><lijst><li nr="1."><al>Over (onderdelen van) het voorstel dat burgemeester en wethouders hebben
                            ingebracht bestondin het overleg volledige overeenstemming. Het
                            afwijkende meerderheidsstandpunt van deraadscommissie daarover betekent
                            dus ook een afwijking van de bereikte consensus in het overleg.In een
                            dergelijk geval heropenen burgemeester en wethouders het overleg. Het
                            spreekt voor zichdat het daarbij dient te gaan om aspecten met een
                            zekere importantie. Vandaar dat gekozen isvoor de formulering dat het
                            moet gaan om een “inhoudelijke” bijstelling, Het zou
                            bijvoorbeeldoverdreven lijn om voor kleine technische bijstellingen een
                            bestuurlijk overleg bijeen te roepen.</al></li><li nr="2."><al>De afwijkende visie van de raadscommissie strookt met de afwijkende
                            zienswijzen zoals diegezamenlijk door de vertegenwoordigers van de
                            schoolbesturen zijn ingebracht in het overleg.In een dergelijke situatie
                            lijkt het opnieuw bijeenroepen van het overleg niet noodzakelijk,
                            tenzijburgemeester en wethouders dit dienstig vinden voor hun
                            standpuntbepaling over hetmeerderheidsstandpunt van de
                            raadscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De afwijkende visie van de raadscommissie strookt met de zienswijze
                            zoals die door een deelvan de schoolbesturen in het overleg naar voren
                            is gebracht. In deze situatie kan het bijeenroepenvan het overleg
                            gewenst zijn in verband met de positie van de schoolbesturen die hun
                            zienswijzeniet gehonoreerd zien. Burgemeester en wethouders bezien de
                            noodzaak daartoe.</al></li></lijst><al/><al>Het voordeel van de in artikel II neergelegde procedure is dat het gemeentelijk
                    besluitvormingsproces voortgang kan vinden zonder het gewicht van het overleg
                    geweld aan te doen. Het voorstel van burgemeester en wethouders, al dan niet
                    bijgesteld naar aanleiding van de behandeling in de raadscommissie, kan namelijk
                    doorgaan naar de raad. Het resultaat van het heropende overleg kan vervolgens
                    ter kennis worden gebracht van de raad. Dit resultaat wordt door de raad
                    betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming. Dit positioneert de raad ook als
                    hoogste bestuursorgaan in de gemeente, di.e alles afwegend een finale beslissing
                    neemt.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                        verordening niet voorziet</vet>Wanneer de verordening voor het overleg in
                    bepaalde zaken niet voorziet, dan nemen burgemeester en wethouders een
                    beslissing. Aangezien dergelijke beslissingen (de inrichting van) het overleg
                    raken, is erin voorzien dat B en W hierover de andere partijen uit het overleg
                    horen. Daaruit zou bijvoorbeeld kunnen blijken dat het wenselijk wordt geacht
                    om:- bepaalde zaken nader te regelen (reglement van orde, huishoudelijk
                    reglement of iets dergelijks);- bepaalde zaken via een aan de raad voor te
                    leggen wijziging vast te leggen in de verordening op het overleg.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Citeertitel; inwerkingtreding</vet>Bij de inwerkingtreding van
                    de verordening overleg over lokaal onderwijsbeleid dient de verordening
                    procedure overleg huisvesting te worden ingetrokken. Zoals bij artikel 2 al is
                    vermeld, is gekozen voor een brede overlegverordening waaronder ook het overleg
                    over de inhoud van de verordening voor de onderwijshuisvesting is begrepen.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>