<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70816_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren inzake werkzaamheden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.geertruidenberg.nl">De Langstraat, 13 januari 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>AVOI Geertruidenberg 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, artt. 149, 154, 156 en 229 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Belemmeringenwet Privaatrecht, art. 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Telecommunicatiewet, artt. 5.2 en 5.4 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010-12-16 nr. 7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels Kabels en leidingen in openbare ruimte Gemeente Geertruidenberg</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren inzake werkzaamheden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nummer 07</al><al/><al>De raad van de gemeente Geertruidenberg;</al><al/><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 2 november 2010</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>De raad besluit:</al><al>1. De AVOI, inclusief de Toelichting, onder gelijktijdige intrekking van de
                        Telecommunicatieverordening vast te stellen.</al><al>2. De Bijlagen bij de AVOI, zijnde het Uitwerkingsbesluit op art. 5 AVOI,
                        het Handboek Kabels en Leidingen, instemmingsformulier kabel- en
                        leidingwerkzaamheden en Beleidsregels voor kabels en leidingen in de
                        openbare ruimte eenmalig vast te stellen.</al><al>3. Het College te delegeren de hierboven bij punt 2 genoemde documenten in
                        de toekomst daar waar nodig actueel te houden en aan te passen.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 16 december 2010,</al><al/><al>De raad van Geertruidenberg,de griffier, de voorzitter,</al><al>drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere M.J.A. Meijer </al><al/><al><vet>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren inzake werkzaamheden
                            voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen in
                            openbare gronden (AVOI Geertruidenberg 2010</vet>) </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: a. college college van
                            burgemeester en wethouders;</al><al>b. net: een of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), bestemd
                            voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van
                            energie of van informatie, uitgezonderd gemeentelijke kabels en
                            leidingen;</al><al>c. kabels en leidingen: openbare kabels en/of leidingen als onderdeel
                            van een net;</al><al>d. (huis)aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding in of op
                            openbare gronden dat een net verbindt met een netwerkaansluitpunt ten
                            behoeve van een onroerende zaak of met een ander net;</al><al>e. netbeheerder: rechtspersoon die is aangewezen als beheerder van een
                            net dan wel de aanbieder is van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk;</al><al>f. opdrachtgever: degene die opdracht geeft tot het uitvoeren van
                            werkzaamheden;</al><al>g. grondroerder: degene onder wiens verantwoordelijkheid
                            graafwerkzaamheden worden verricht;</al><al>h. gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                            artikel 1, van de Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, 1e
                            lid Telecommunicatiewet;</al><al>i. openbare gronden: openbare wegen en wateren conform artikel 1.1,
                            onder aa Telecommunicatiewet;</al><al>j. werkzaamheden: handmatige en mechanische werkzaamheden in of op
                            openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming
                            van kabels en leidingen;</al><al>k. werkzaamheden van minder ingrijpende aard: werkzaamheden die dusdanig
                            beperkt zijn dat, ter beoordeling door het college, een lichter
                            procedureel regime toegepast kan worden:- het aanbrengen/verwijderen van
                            kabels/leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen;- reparaties aan
                            het net(werk) met een lengte van minder dan 25 meter dan wel van
                            lasgaten;- werkzaamheden met een grondoppervlakte van maximaal 10 m2;-
                            (incidentele) huisaansluitingen met een gezamenlijke lengte korter dan
                            25 meter in of op openbare gronden, waarbij geen rijbanen of andere
                            verhardingen, wateren of groenvoorzieningen (in de zin van beplanting)
                            worden gekruist en waarbij geen boringen toegepast worden;</al><al>l. instemmingsbesluit: besluit van het college op een melding van
                            voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen ten behoeve van een
                            openbaar elektronisch communicatienetwerk; het besluit betreft plaats,
                            tijdstip en wijze van uitvoering, medegebruik van voorzieningen en
                            afstemming met overige netbeheerders.</al><al>m. vergunning: vergunning die door het college op aanvraag verleend kan
                            worden voor voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen bestemd
                            voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of van
                            energie;</al><al>n. niet-openbare kabels en leidingen: kabels en leidingen die niet
                            gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden;</al><al>o. marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden
                            in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;</al><al>p. Handboek: het Handboek Kabels en Leidingen (Standaardbepalingen voor
                            het opnemen van de sleufverharding, het graven, aanvullen en verdichten
                            van sleuven en het leggen etc. van kabels en leidingen die in eigendom
                            of beheer zijn bij de gemeente), als formalisering van de in deze
                            verordening bedoelde vast te stellen regels en voorwaarden betreffende
                            de voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie,
                            onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op het aanleggen, instandhouden en
                            opruimen van kabels en leidingen in of op openbare gronden, voor zover
                            de gemeente deze gronden beheert, in eigendom heeft of daarover
                            coördinatieverplichtingen heeft conform de Belemmeringenwet Privaatrecht
                            of Telecommunicatiewet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Melding en instemmingsbesluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vereiste van instemming of vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan
                                te leggen, in stand te houden of op te ruimen, zonder of in
                                afwijking van een voorafgaand door het college verleende vergunning
                                of instemmingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard of spoedeisende
                                werkzaamheden/calamiteiten, is geen instemming of vergunning, als
                                bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk en kan worden volstaan met
                                een melding conform artikel 4 leden 3 en 4 van de verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Melding of aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een grondroerder doet minimaal acht weken voor de geplande aanvang
                                van de werkzaamheden bij het college melding voor een
                                instemmingsbesluit dan wel aanvraag voor een vergunning voor
                                voorgenomen werkzaamheden als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de voorgenomen werkzaamheden mede betrekking hebben op
                                gronden van andere gedoogplichtigen, stelt de grondroerder uiterlijk
                                vier weken na indiening van de melding of aanvraag, het college
                                schriftelijk in kennis van de resultaten van het overleg met de
                                andere gedoogplichtige(n).</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voorgenomen werkzaamheden van minder ingrijpende aard, conform
                                artikel 1 lid k van de verordening, dient de grondroerder minimaal 4
                                werkdagen voor uitvoering van deze werkzaamheden schriftelijk bij de
                                gemeente te melden. Op grond van belangen als genoemd in artikel 7
                                lid 1 van de verordening kan het college bepalen dat realisatie op
                                een ander tijdstip moet plaats vinden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Spoedeisende werkzaamheden/calamiteiten, als bedoeld in artikel 3
                                lid 2 van de verordening, ten gevolge van een ernstige belemmering
                                of storing in de dienstverlening via het net, waarvan uitstel niet
                                mogelijk is, dan wel in relatie tot een calamiteit, dient de
                                grondroerder voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden te
                                melden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waar artikel 4 lid 3 en lid 4 van
                                de verordening niet van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt via een uitwerkingsbesluit nadere regels vast
                                inzake de te verstrekken gegevens en de wijze waarop die worden
                                verstrekt bij een melding of aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt bij haar uitwerkingsbesluit het voor een melding
                                of aanvraag als bedoeld in artikel 4 van de verordening te gebruiken
                                formulier vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beslistermijnen en geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college beslist uiterlijk binnen acht weken na indiening van de
                                melding of aanvraag als bedoeld in artikel 3 lid 1. Betreft het een
                                melding of aanvraag waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn
                                betrokken, dan beslist het college binnen acht weken na ontvangst
                                van de complete melding of aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De termijn bedoeld in het eerste lid kan eenmaal met ten hoogste
                                acht weken worden verlengd. Dit wordt schriftelijk en gemotiveerd
                                aan de melder of aanvrager medegedeeld, voor afloop van de termijn
                                als bedoeld in lid 1, met vermelding van de termijn waarbinnen de
                                beschikking tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het instemmingsbesluit of vergunning heeft een maximale geldigheid
                                van een jaar na inwerkingtreding van het instemmingsbesluit of
                                vergunning, binnen welke termijn de werkzaamheden moeten zijn
                                voltooid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan aan een instemmingsbesluit voorschriften en
                                beperkingen verbinden of een vergunning weigeren dan wel daaraan
                                voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van:a. de
                                openbare orde;b. de openbare veiligheid, waaronder mede verstaan
                                wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het
                                verkeer; c. het voorkomen of beperken van overlast, waaronder mede
                                verstaan wordt het voorkomen of beperken van schade, de bescherming
                                van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen
                                en beplantingen en van het uiterlijk aanzien van de omgeving;d. de
                                bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan
                                wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en
                                gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader
                                aan te geven grote lokale evenementen als weekmarkten en
                                kermissen;e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt
                                het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor in de grond aanwezige
                                werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken
                                van deze werken, waaronder werken ten behoeve van de levering of het
                                transport van elektronische informatie, gas, water en
                                elektriciteitf. de bescherming van het milieu. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ter bescherming van de belangen als genoemd het eerste lid kan het
                                college aan de instemming of vergunning voorschriften of beperkingen
                                verbinden over het medegebruik van voorzieningen. Een grondroerder
                                is verplicht om zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van
                                bestaande, door andere netbeheerders of in opdracht van het college
                                aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten en
                                –geleidingen, die door derden of de gemeente tegen marktconforme
                                prijzen ter beschikking worden gesteld. Indien de grondroerder een
                                redelijk aanbod wordt gedaan, is deze verplicht ervan gebruik te
                                maken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan
                                het college aan de instemming of vergunning het voorschrift
                                verbinden van zekerheidsstelling voor de nakoming van de
                                voorschriften en beperkingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De grondroerder dient omwonenden (inclusief bedrijven en
                                instellingen) ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden
                                minimaal drie werkdagen voor de start van de werkzaamheden
                                schriftelijk te informeren over aanvang, duur, aard en plaats van de
                                werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien het leidingentracé geen ruimte biedt voor de aanleg van
                                nieuwe kabels, dient de grondroerder een alternatief tracé te
                                kiezen, of (in geval van elektronische communicatienetwerken) aan
                                andere netbeheerders een verzoek tot medegebruik van kabels en/of
                                leidingen te doen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen
                                geschiedt conform het Handboek. In dat kader is het college bevoegd
                                voorschriften te stellen op het gebied van markering, afzetting en
                                het toepassen van proefsleuven. Bij tegenstrijdigheden tussen de
                                bepalingen van de AVOI en het Handboek omtrent de procedure hebben
                                de bepalingen van de AVOI voorrang.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De ondergrond en de verharding worden na voltooiing van
                                werkzaamheden minimaal teruggebracht in de hoedanigheid en kwaliteit
                                zoals deze bestond voor het aanvangen van de werkzaamheden; het
                                herstel geschiedt conform de door het college te bepalen wijze en de
                                kosten van het herstel komen voor rekening van de grondroerder. Aan
                                herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden
                                stellen. De grondroerder stelt de gemeente tijdig in staat een
                                opleveringsopname uit te voeren. De netbeheerder is verantwoordelijk
                                voor het onderhoud gedurende het 1e jaar, waarna, middels een
                                overdrachtsopname en gebleken geschiktheid, de gemeente het
                                onderhoud overneemt.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>De grondroerder is verplicht zo spoedig mogelijk na constatering van
                                de aanwezigheid van kabels en/of leidingen, waarvan niet bekend is
                                van wie ze zijn, een kopiemelding van de mededeling aan het
                                kadaster, aan de gemeente te verstrekken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verleggingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op verleggingen op verzoek van de gemeente van leidingen die ten
                                dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in
                                of op openbare gronden gelden de volgende bepalingen, tenzij en voor
                                zover daarover andersluidende afspraken zijn overeengekomen tussen
                                partijen:a. De netbeheerder is verplicht op verzoek van de gemeente
                                over te gaan tot het nemen van maatregelen voor kabels en leidingen
                                ten dienste van zijn net, waaronder het verplaatsen, voor zover deze
                                noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering
                                van werken door of vanwege de gemeente in het algemeen belang; b. De
                                gemeente en de netbeheerder zullen bij verwijdering, verlegging of
                                aanpassing van leidingen en/of kabels elkaars schade zo veel
                                mogelijk beperken;c. Na een verzoek tot het nemen van maatregelen
                                gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, doch
                                niet later dan twaalf weken na de datum van ontvangst van het
                                verzoek. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien ten gevolge van werkzaamheden, niet zijnde gemeentelijke
                                werkzaamheden, verplaatsing, wijziging of verwijdering van enig
                                eigendom van de gemeente noodzakelijk is dan wel ten behoeve van
                                werkzaamheden speciale voorzieningen moeten worden getroffen, komen
                                de kosten ervan voor rekening van de opdrachtgever, tenzij er
                                redelijkerwijs aanleiding bestaat om de kosten over meerdere
                                partijen te verdelen dan wel om geen kosten in rekening te
                                brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Eigendom</titel></kop><al>Indien de eigendom, exploitatie of beheer van een net, kabel of leiding
                            wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten en
                            plichten over op de nieuwe netbeheerder, en stelt de voormalige
                            netbeheerder het college onverwijld van deze overdracht in kennis en is
                            deze verplicht zorg te dragen voor overdracht van rechten en plichten op
                            de nieuwe netbeheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Niet-openbare kabels en leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij voorgenomen werkzaamheden aan niet-openbare kabels en/of
                                leidingen in of op openbare gronden is het bepaalde in deze
                                verordening in procedurele zin van overeenkomstige toepassing, maar
                                houdt het bepaalde geen gedoogplicht voor de gemeente van deze
                                kabels en leidingen in.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Niet-openbare kabels en/of leidingen dienen op verzoek van de
                                gemeente, op kosten van de eigenaar van de kabels en/of leidingen,
                                te worden verlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in
                                kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten dienste
                                staat van een openbaar net in, of op, openbare gronden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De netbeheerder levert op verzoek een overzicht van alle (niet) in
                                gebruik zijnde kabels en/of leidingen. De bewijslast van
                                ingebruikname ligt bij de netbeheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overleg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeente organiseert periodiek (in de regel halfjaarlijks) een
                                overleg, waarvoor de bij de gemeente bekende netbeheerders en andere
                                belanghebbende partijen worden uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In dit overleg worden de plannen van de gemeente en de voorgenomen
                                werkzaamheden van de netbeheerders en andere belanghebbende partijen
                                besproken. Dit mede ter beoordeling van mogelijk medegebruik van
                                voorzieningen en afstemming van gezamenlijk of gelijktijdig uit te
                                voeren werkzaamheden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de bij besluit van het college
                                aangewezen personen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de gemeente vaststelt dat de verplichtingen van deze
                                verordening niet zijn nagekomen, kan het college besluiten
                                handhavend op te treden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Naast toepassing van het algemene gemeentelijke toezicht- en
                                handhavingsbeleid, en het gebruik van de daarvoor aangewezen
                                instrumenten, kan het college in het Handboek specifieke
                                sanctiemaatregelen ter zake van de in deze verordening bedoelde
                                werkzaamheden vastleggen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                                bekendmaking op de gemeentelijke website en in De Langstraat.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De Telecommunicatieverordening wordt ingetrokken gelijktijdig met de
                                inwerkingtreding als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepalingen en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare
                                gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd met
                                toepassing van verleende vergunningen of andere gelegaliseerde
                                afspraken met de gemeente, wordt met ingang van deze verordening
                                eveneens beheerst door de regels daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend op grond van de
                                Algemene Plaatselijke Verordening en instemmingsbesluiten die zijn
                                verleend op grond van de Telecommunicatieverordening blijven ook na
                                de inwerkingtreding van deze verordening gelden, hetzij tot het
                                einde van hun looptijd, hetzij tot het tijdstip waarop zij met
                                toepassing van deze verordening worden ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met
                                toepassing van deze verordening een beslissing genomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college heeft de bevoegdheid op grond van afweging van de te
                                behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en
                                billijkheid in incidentele en te motiveren gevallen af te wijken van
                                de bepalingen van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als AVOI Geertruidenberg 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Uitwerkingsbesluit behorende bij art. 5 AVOI Geertruidenberg 2010</label><nr>1</nr></kop><al/><al/><al><vet>Uitwerkingsbesluit College bij artikel 5 AVOI Geertruidenberg 2010
                    </vet></al><al>1. Het college stelt hierbij voorwaarden vast die van toepassing zijn op een
                    aanvraag of melding voor voorgenomen werkzaamheden op grond van de Algemene
                    Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI Geertruidenberg 2010).</al><al>2. Het college stelt hierbij het gemeentelijk Handboek Kabels en Leidingen
                    vast.</al><al>3. Het college stelt hierbij de formulieren vast waarvan gebruikt gemaakt moet
                    worden voor de melding of aanvraag op grond van de artikelen 3, 4 en 5
                    AVOI.</al><al>a. Het Instemmingsformulier Kabel- en Leidingwerkzaamheden is als bijlage
                    bij</al><al> dit Uitwerkingsbesluit toegevoegd en betreft de aanvragen en meldingen conform
                    artikel 4</al><al> lid 1 AVOI. b. Het Meldingsformulier Minder ingrijpende werkzaamheden is als
                    bijlage bij dit</al><al> Uitwerkingsbesluit toegevoegd en betreft de meldingen van voorgenomen
                    werkzaamheden</al><al> conform artikel 4 lid 3 en 4 AVOI.</al><al>4. Bij de melding of aanvraag conform artikel 4 lid 1 AVOI verstrekt de
                    grondroerder in elk geval de volgende gegevens:a. een machtiging indien het een
                    melding betreft voor of namens een opdrachtgever;b. naam, (e-mail)adres en
                    telefoon- en faxnummer van de netbeheerder, opdrachtgever</al><al> en/of grondroerder van de kabels en/of leidingen, alsmede de naam,
                    (e-mail)adres</al><al> en telefoonnummer van de (te machtigen) uitvoerder waarvan de contactpersoon
                    de</al><al> Nederlandse taal machtig moet zijn;c. een opgave van aantal, soort en beoogd
                    gebruik van de kabels en/of leidingen;d. een opgave van direct betrokken
                    belanghebbenden (waaronder omwonenden)</al><al> en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen
                    aanvang,</al><al> beëindiging en aard van de werkzaamheden;e. een omschrijving van eventuele
                    opbrekingen van de verhardingen;f. het voorgenomen tijdstip van aanvang en
                    beëindiging van de werkzaamheden;g. een opgave van ondergrondse of bovengrondse
                    kasten, alsmede de situering</al><al> en afmetingen ervan;h. een opgave van alle overige van belang zijnde feiten en
                    omstandigheden gelet</al><al> op de in artikel 7 AVOI genoemde belangen:i. een uitvoeringsplan inclusief: 1.
                    in viervoud volledige en duidelijk leesbare tekeningen van het gewenste tracé,
                    schaal 1:500; 2. een opgave van de eventuele te plaatsen objecten, alsmede van
                    de situering daarvan; 3. een beschrijving van de maatregelen voor de
                    bereikbaarheid en bescherming</al><al> van in de openbare gronden aanwezige kabels en leidingen; 4. de te nemen
                    verkeersmaatregelen; 5. de te nemen maatregelen ter bescherming van de openbare
                    voorzieningen (bomen etc.); 6. de te nemen maatregelen ten behoeve van de
                    bereikbaarheid van percelen</al><al> en opstallen in de nabijheid;7. een opgave van aantal kabels dat direct/niet
                    direct</al><al> in gebruik wordt genomen (indien de voorgenomen werkzaamheden betrekking</al><al> hebben op kabels van elektronische communicatienetwerken) en de lengte en</al><al> breedte van de kabelsleuf; j. de planning van het gehele werk inclusief de
                    fasering en werkvolgordes.</al><al>5. Bij de melding van voorgenomen minder ingrijpende of spoedeisende
                    werkzaamheden/calamiteiten, als bedoeld in artikel 4 lid 3 en 4, verstrekt de
                    grondroerder in elk geval de volgende gegevens:a. naam, adres en ondertekening
                    van de netbeheerder (dan wel diens</al><al> gemachtigde) en de naam, adres en telefoonnummer van de uitvoerende</al><al> partijen, waarbij de contactpersoon de Nederlandse taal machtig dient te
                    zijn;b. de dagtekening van de melding;c. de lengte van de sleuf die wordt
                    opengebroken;d. het oppervlak van het lasgat dat wordt opengebroken.</al><al>6. Gegevens die digitaal beschikbaar zijn, dient de grondroerder bij voorkeur
                    ook digitaal in te dienen.</al><al/><al/><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Handboek kabels en leidingen gemeente Geertruidenberg</label><nr>2</nr></kop></bijlage><bijlage><kop><label>Meldingformulier</label><nr>3</nr></kop><al><vet>Meldingsformulier aanvang werkzaamheden gemeente Geertruidenberg</vet>Een
                    PDF scan van het ingevulde en ondertekende formulier dient naar
                    info@geertruidenberg.nl te worden gemaild ter attentie van de opzichter cluster
                    BOR.1. Betreft : Projectnaam: Vergunningnr. Lokatie werk: 2. Gegevens van de
                    netbeheerder : (dan wel de gemachtigde met bewijs van machtiging!) Bedrijfsnaam:
                    Postadres: Plaats: Factuuradres: Plaats: Contactpersoon: Tel. 0E-mail: Fax: 03.
                    Uitvoerende partij(en) : Aannemer: Contactpersoon: Tel. 0Onderaannemer:
                    Contactpersoon: Tel. 04. Projectgegevens : Aard werk - Regulier - Klein werk -
                    Storing/Calamiteit Discipline - Gas - Elektra - Ander: - Water -
                    CAI/Telecom/Data Soort kabel/leiding/ - Klantaansluiting -
                    Inbouw/Lasmof/Handhole voorziening: - Hoofdleiding/kabel -
                    Distributieleiding/kabel aantal leidingen - Ander: 5. Reden en omvang
                    werkzaamheden : Reden lengte sleuf breedte sleuf (gem.) opp. Lasgat (gem.)
                    stuks- Aanleg - Verleggen - Ruimen - Vervangen - Plaatsing van: stuks- Anders:
                    6. Aanvang werk (datum en - tijdstip): Voorgenomen einddatum: * Het college kan
                    nadere regels stellen inzake de gegevens die bij de melding worden verstrekt. *
                    Onvolledig ingevulde formulieren worden niet in behandeling genomen. *
                    Ondertekenaar is bekend met het Handboek Kabels en Leidingen van de Gemeente
                    Geertruidenberg 7. Ondertekening : Plaats: Datum: Naam: Handtekening: </al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>TOELICHTING AVOI Geertruidenberg 2010</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet>Voornaamste doel van de Algemene Verordening Ondergrondse
                    Infrastructuren (AVOI Geertruidenberg 2010) is de realisatie van één uniform
                    regime voor al het werk in de openbare ruimte. De AVOI geeft daarmee enerzijds
                    invulling aan de wettelijke plicht voor de gemeente om een
                    Telecommunicatieverordening op te stellen. Anderzijds wordt beleidsmatig -
                    ordening van de openbare ondergrond en gelijke behandeling van vergelijkbare
                    partijen - voorzien in lokaal beleid dat ook andere netten van kabels en
                    leidingen (nutsvoorzieningen) betreft.</al><al>Het doel van deze Toelichting is conform de AVOI aanvullende informatie te
                    bieden. Zowel voor gebruik binnen de gemeente als door grondroerders en
                    netbeheerders is deze toelichting bestemd. Conform de AVOI is het college
                    bevoegd deze Toelichting vast te stellen en indien nodig te actualiseren. De
                    meest actuele versie is steeds bepalend, is steeds opvraagbaar en wordt deze
                    waar wenselijk gecommuniceerd. De bestaande Telecommunicatieverordening van de
                    gemeente vervalt gelijktijdig met de inwerkingtreding van de AVOI, zodat er per
                    saldo geen verordening en dus niet meer regelgeving bijkomt.</al><al>De AVOI reguleert kort gezegd alle werkzaamheden in de openbare ruimte, waarbij
                    de wegverharding (ook bermen, plantsoenen, e.d.) wordt opgebroken. Ook de
                    objecten die nodig zijn ten behoeve van deze werkzaamheden vallen onder de
                    reikwijdte van de AVOI. Losse objecten die niet gekoppeld zijn aan deze
                    werkzaamheden, blijven onder het reguliere gemeentelijke vergunningenregime
                    (APV) vallen.</al><al>De AVOI is onder andere gericht op minimalisatie van overlast en
                    maatschappelijke kosten ten gevolge van werk in uitvoering; meer grip en sturing
                    op werkzaamheden; het waarborgen van bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en
                    communicatie tijdens werkzaamheden; eenduidige regels en sanctiemogelijkheden;
                    uniforme regels en een efficiënt gebruik van de openbare ruimte.</al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>college: Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken
                    voortvloeiende uit de AVOI af te handelen, waarbij deze bevoegdheden voor wat
                    betreft de uitvoering om praktische redenen deels gemandateerd worden (via het
                    Mandaatbesluit en Mandaatregister) aan een of meer daartoe aangewezen
                    ambtenaren. Deze functie betreft enerzijds het houden van toezicht en anderzijds
                    het coördineren en verlenen van instemmingen en vergunningen.</al><al/><al>net: De definitie is afgeleid van de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse
                    Netten (WION). Deze refereert aan artikel 20 2e lid, Boek 5 Burgerlijk Wetboek,
                    maar geeft ook uitbreidingen, die hier worden overgenomen. De omschrijving geeft
                    aan dat het om de volgende ondergrondse netten (of netwerken) gaat: - de netten
                    voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of energie: de
                    distributie- en transportnetten voor de nutsvoorzieningen, zijnde voorzieningen
                    van openbaar nut zoals gas, elektriciteit en water, en de aanlevering ervan- de
                    netten voor transport van informatie: de openbare elektronische
                    communicatienetwerken (voor telecommunicatie en omroep, zoals geregeld in de
                    Telecommunicatiewet; zie definitie in Tw artikel 1 lid 1 onder e jo. h.):
                    transmissiesystemen, waaronder satellietnetwerken, vaste en mobiele
                    terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht
                    van signalen worden gebruikt en netwerken voor radio- en televisieomroep en
                    kabeltelevisienetwerken, die geheel of hoofdzakelijk worden gebruikt om openbare
                    elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen
                    een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma's voor zover dit aan het
                    publiek geschiedt. Vooral om praktische redenen zijn de gemeentelijke kabels en
                    leidingen uitgezonderd.Ondergronds heeft betrekking op dat deel van de aarde
                    vanaf het maaiveld tot circa 10 km diepte, zij het dat in de praktijk
                    graafwerkzaamheden zich op veel beperktere diepte afspelen. In de AVOI wordt
                    geen formeel onderscheid gemaakt tussen de termen net en netwerk.</al><al/><al>kabels en leidingen: De netten bestaan uit fysieke kabels en/of leidingen.
                    Formeel en procedureel is er in deze verordening geen onderscheid tussen kabels
                    en leidingen. De kabels/ leidingen zijn inclusief de ondergrondse infrastructuur
                    en de bovengrondse infrastructuur- lege buizen,- ondergrondse
                    ondersteuningswerken (mantelbuizen, kabelgoten, handholes, lasdozen, duikers), -
                    beschermingswerken, - signaalinrichtingen (zoals optische en elektrische
                    versterkers)- componenten voor het verbinden van kabels met onroerende zaken
                    (conform artikel 16 a tot en met d, van Wet waardering onroerende zaken; zoals
                    transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen,
                    behoudens voor zover ze liggen binnen de installatie van een producent/afnemer).
                    Voorbeelden van de kabels en leidingen zijn telecommunicatie- en omroepkabels
                    (gedefinieerd in art. 1.1 onder z Tw), elektriciteitskabels (koppel-, transport-
                    en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en
                    dienstleidingen), leidingen voor warmte-koude opslag en waterleidingen.
                    Industriële of private netten behoren hier formeel ook toe, maar worden als
                    niet-openbare netten specifiek behandeld in deze verordening.</al><al/><al>(huis)aansluitingen: (huis)aansluitingen worden door de relatief beperkte omvang
                    van de werkzaamheden uitgezonderd van de algemene regels van de AVOI, en is
                    daarvoor een lichter formeel regime van toepassing, zodat afkadering dient te
                    geschieden wat hier wel en niet toe gerekend kan worden.</al><al/><al>netbeheerder, opdrachtgever, grondroerder- Het begrip netbeheerder is de
                    uniforme term voor de beheerders van netten voor nutsvoorzieningen èn de
                    aanbieders (of operators) van de openbare elektronische communicatienetwerken
                    (dus zowel een kabel- als leidingbeheerder die in de stad kabel- en
                    leidinginfrastructuur aanlegt, in eigendom heeft of beheert);- Veelal is de
                    netbeheerder bij graafwerkzaamheden de opdrachtgever. Aan het begrip
                    opdrachtgever komt in het kader van de AVOI een eigen rol toe, omdat deze
                    conform actuele wet- en regelgeving (WION) medeverantwoordelijk wordt gehouden
                    voor een juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen. - De
                    grondroerder is de partij die de graafwerkzaamheden verricht of laat verrichten.
                    Dat is veelal een aannemer of installateur, maar soms ook de (interne afdeling
                    van een) netbeheerder. Indien een grondroerder namens een opdrachtgever
                    optreedt, wordt de machtiging overlegd. Ook kan de grondroerder een partij zijn
                    die voor eigen naam en rekening netwerken aanlegt, maar niet zelf exploiteert,
                    en netwerkcapaciteit verhuurt of verkoopt. Mogelijk werken andere partijen voor
                    de grondroerder; zij dienen ook over een machtiging te beschikken.</al><al/><al>gedoogplichtige en openbare grondenDe gemeentelijke betrokkenheid is gericht op
                    het beheer van openbare ruimte (inclusief de openbare gronden). Tot de openbare
                    gronden worden gerekend de openbare wegen, inclusief stoepen, glooiingen,
                    bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere
                    werken, evenals wateren inclusief bruggen, plantsoenen en pleinen, die voor een
                    ieder toegankelijk zijn. In deze hoedanigheid is de gemeente voor wat betreft de
                    (openbare) elektronische communicatienetwerken gedoogplichtige conform de
                    Telecommunicatiewet. Het begrip gedoogplichtige slaat tevens op andere partijen
                    die krachtens die wet gedoogplichtig zijn, en op partijen en personen die
                    krachtens de Belemmeringenwet Privaatrecht gedoogplichtig zijn. De openbare
                    ruimte betreft de ruimte op of in de openbare gronden als bedoeld in art.1.1,
                    onder aa., van de Telecommunicatiewet;</al><al/><al>werkzaamhedenDe AVOI betreft in algemene zin werkzaamheden in verband met de
                    aanleg, instandhouding en/of opruiming van kabels en leidingen. Praktisch gezien
                    betreft het veelal de noodzakelijke graafwerkzaamheden. Hoewel de AVOI met name
                    betrekking heeft op mechanische graafwerkzaamheden, vallen er formeel ook
                    handmatige graafwerkzaamheden onder. Voor zover die zeer beperkt van karakter
                    zijn, zullen ze veelal vallen onder de categorieën spoedeisende werkzaamheden of
                    minder ingrijpende werkzaamheden, waarvoor een ander, lichter, regime in deze
                    AVOI is vastgelegd. Graafwerkzaamheden omvatten een scala van activiteiten,
                    zoals aanleg, uitbreiding, verplaatsing en verwijdering van netten,
                    bouwwerkzaamheden zoals heien van palen en het slaan van damwanden, het bouwrijp
                    maken van gronden, maar ook diepploegen en uitbaggeren van sloten. Tot de
                    werkzaamheden als bedoeld in de AVOI behoren eveneens werkzaamheden in verband
                    met het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten of geleidingen. Vanuit
                    de door de gemeente te behartigen belangen kan het nastreven of voorschrijven
                    van medegebruik gestimuleerd worden. Werkzaamheden aan of het aanbrengen, het
                    hebben of verwijderen van infrastructuur brengen vaak overlast met zich. Dat kan
                    bijvoorbeeld rechtstreeks door de graafwerkzaamheden waarvoor de weg
                    opengebroken moet worden, maar eventueel ook bij het inrichten en gebruiken van
                    de openbare ruimte als werkterrein (vooral bij grotere werkzaamheden)</al><al/><al>werkzaamheden van minder ingrijpende aardHet definiëren van het onderscheid
                    tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard vloeit voort uit artikel
                    5.4, lid 5 Telecommunicatiewet. Naast huisaansluitingen (tot een bepaalde
                    lengte) worden andere minder ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime
                    onderworpen. Als uitzondering op de standaardprocedure is de lijst zoals
                    opgenomen in art. 1 sub k, limitatief, maar kan deze uitgebreid worden.Voor deze
                    minder ingrijpende (of in de terminologie van het Handboek ‘kleine’)
                    werkzaamheden geldt een verkorte procedure voor het verkrijgen van een
                    vergunning of instemmingsbesluit. De plaatsing van onder- en bovengrondse kasten
                    zoals handholes, ramputten en schakelkasten valt niet onder deze minder
                    ingrijpende werkzaamheden, ondanks dat ze vaak wel binnen de daarvoor geldende
                    normen voor oppervlakte en tijd vallen. Omdat de exacte locatie van dergelijke
                    kasten zeer zorgvuldig moet worden afgewogen is voor deze werkzaamheden altijd
                    een vergunning of instemmingsbesluit vereist conform de reguliere
                    procedure.</al><al/><al>instemmingsbesluit en vergunning Werkzaamheden als bedoeld in deze verordening
                    dienen steeds vooraf gemeld te worden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen
                    de reguliere, of ook wel genoemd ‘grote’ werkzaamheden, werkzaamheden van minder
                    ingrijpende aard en werkzaamheden in verband met spoedeisende zaken/calamiteiten
                    zoals storingen. Vooral voor de reguliere (graaf)werkzaamheden geldt dat eerst
                    gestart mag worden met die werkzaamheden als door de gemeente op basis van een
                    melding een instemmingsbesluit (conform de Telecommunicatiewet) is verleend dan
                    wel een vergunning op basis van een daartoe ingediende aanvraag (voor
                    nutsvoorzieningen of andere netten; zowel individuele vergunningen als algemene
                    concessies betreffend).Uitgangspunt is vooralsnog dat het verlenen van een
                    instemmingsbesluit of vergunning bekend wordt gemaakt door middel van informatie
                    aan de meldende/aanvragende partij. Publicatie in meer algemene zin is niet
                    standaard, maar kan worden toegepast door de gemeente naar haar keuze,
                    bijvoorbeeld in het geval van grootschaliger en langduriger of ingrijpender
                    werkzaamheden.</al><al><vet>Artikel 2 Toepasselijkheid</vet></al><al>De toepasselijkheid is reeds hiervoor toegelicht bij de diverse
                    begripsbeschrijvingen.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Vereiste van instemming of vergunning</vet></al><al>Het in de Telecommunicatiewet wettelijk vastgelegde principe van graafrechten
                    (onder voorwaarden) in relatie tot de vereiste instemming van het college is
                    hiermee vertaald naar de AVOI en wordt toegepast op alle betrokken
                    werkzaamheden. Conform het wettelijk bepaalde heeft die instemming betrekking op
                    de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, maar
                    ook op het bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van
                    voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige
                    werken.Het onderscheid met werkzaamheden van minder ingrijpende aard wordt
                    duidelijk gemaakt. Tot laatstgenoemde categorie behoren werkzaamheden waarvoor
                    veelal slechts gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van het
                    netwerk werkzaamheden worden verricht, en waarvan de impact relatief beperkt en
                    kortstondig is.</al><al>Uitgangspunt van de AVOI is dat werkzaamheden in de openbare ruimte verboden
                    zijn, tenzij men beschikt over een vergunning of een instemmingsbesluit. Het
                    karakter van een vergunningstelsel in het algemeen bestuursrecht is: de
                    handelingen (in casu werkzaamheden in de openbare ruimte) zijn op zich
                    toegestaan maar de gemeente wil plaats, tijd en werkwijze kunnen beoordelen en
                    bijsturen.</al><al><vet>Artikel 4 Melding of aanvraag</vet></al><al>In geval van voorgenomen werkzaamheden moet de melding of aanvraag door de
                    grondroerder bij de gemeente plaatsvinden. Dat kan bij het college van
                    burgemeester en wethouders of bij de gemachtigde ambtenaar. Deze vereiste
                    voorafgaande instemming van gemeentewege heeft betrekking op het tijdstip, de
                    plaats en de wijze waarop de werkzaamheden plaatsvinden. Op het verlenen van dit
                    besluit zijn ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing;
                    dit houdt o.a. in dat het gelijkheidsbeginsel in acht moet worden genomen.</al><al>De maximale termijn van 8 weken is conform de Awb. De termijn voor minder
                    ingrijpende werkzaamheden is korter, namelijk vier werkdagen. Voorts wordt een
                    uitzondering gemaakt voor spoedeisende werkzaamheden/calamiteiten die nodig zijn
                    bij ernstige storingen en/of belemmeringen. In dit geval kan worden volstaan met
                    een kennisgeving, die (conform de wettelijke vereisten) tevoren dient te worden
                    gedaan. Duidelijk dient te zijn dat de gemeente akkoord gaat voordat gestart kan
                    worden met de werkzaamheden. Hoewel dit om formele redenen niet in de AVOI zelf
                    zo is opgenomen, kan de richtlijn voor de praktijk zijn dat als het vooraf
                    melden uit een oogpunt van veiligheid of dienstverlening in een incidentele
                    situatie niet mogelijk zou zijn (bij uitzondering dus!), dit alsnog uiterlijk
                    binnen 1 werkdag via het door de gemeente aan te geven telefoonnummer of
                    mailadres moet geschieden.</al><al>Deze verstoringen zijn niet specifiek omschreven, anders dan dat het veelal
                    spoedeisende reparatie of onderhoud betreft zoals bij een kabelbreuk. De
                    gemeente beoordeelt of een ernstige belemmering of storing in de communicatie
                    voor een zeer beperkt aantal aansluitingen voldoende reden is om als spoedeisend
                    te worden aangemerkt.</al><al>Werkzaamheden kunnen tevens betrekking hebben op gronden van andere
                    gedoogplichtigen: dat kunnen instanties of (rechts)personen zijn binnen dezelfde
                    gemeente maar ook andere gemeentes. Ook kunnen op grond van een andere wet
                    andere vergunningen noodzakelijk zijn. Deze samenhang kan in de praktijk tot
                    lange doorlooptijden leiden. De wetgever heeft toegestaan dat de gemeente
                    eventueel een deelinstemmingsbesluit verleent (voor een deeltraject of een
                    deelproject) zodat de aanvragende partij alvast op de hoogte is van deze
                    instemming en de daaraan te stellen voorwaarden, zodat eventueel met de verdere
                    tracékeuze en andere aanvragen rekening gehouden kan worden, of dat in principe
                    zelfs al begonnen kan worden met de werkzaamheden in dat deel van het gebied. De
                    risico’s verbonden aan deze aanpak (bijvoorbeeld dat door latere
                    vergunningverlening door een ander orgaan de aanvankelijke gemeentelijke
                    aanvraag of het tracé aangepast moet worden, en dus wellicht opnieuw moet worden
                    gedaan) zullen veelal in projectmatige zin opgepakt en afgestemd dienen te
                    worden daar het in die gevallen veelal om grootschaliger aanleg zal gaan.</al><al>In eerste instantie is de grondroerder zelf verplicht met alle betrokken
                    instanties of (rechts)personen naar overeenstemming te streven. Als de
                    grondroerder dat verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de
                    beoordeling van de ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen (bijvoorbeeld
                    een waterschap) nastreven (= bemiddeling). Daartoe dient de grondroerder op het
                    melding/aanvraagformulier enkele (contact)gegevens over deze andere aanvragen te
                    vermelden. Voor private partijen blijft de grondroerder zelf
                    verantwoordelijk.</al><al>Als werkzaamheden worden verricht in nader aan te wijzen gebieden is de
                    uitzonderingsbepaling voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet
                    van toepassing. Voorbeelden zijn risicogebieden als industriegebieden met
                    buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen, historische stadskernen of
                    straten of natuurgebieden. Dan is het niet aanvaardbaar dat zonder specifiek
                    toezicht van de gemeente wordt gegraven. Bij de vaststelling van de AVOI kan
                    aanwijzing van deze gebieden plaatsvinden, maar dit kan ook naderhand.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 5 Gegevensverstrekking</vet></al><al>Hier is verduidelijkt op welke wijze de melding dient te worden gedaan en welke
                    gegevens verstrekt moeten worden. Het betreft die informatie die de gemeente als
                    beheerder van openbare gronden nodig heeft om een juiste beoordeling te maken en
                    inzicht te hebben in de belangen die door de voorgenomen werkzaamheden worden
                    geraakt. De te stellen voorwaarden worden om praktische redenen niet in de
                    verordening zelf neergelegd maar in een door het College vast te stellen
                    Uitwerkingsbesluit op grond van deze verordening. Daarbij dient gebruik te
                    worden gemaakt van standaardformulieren: het formulier voor de reguliere
                    melding/aanvraag (Instemmingsformulier) of het formulier voor minder ingrijpende
                    (of spoedeisende) werkzaamheden (Meldingsformulier Aanvang werkzaamheden), welke
                    respectievelijk als bijlage bij het Uitwerkingsbesluit en Handboek worden
                    vastgesteld. Instemming of vergunningverlening zal op aanvraag van de
                    verzoekende partij plaatsvinden. De grondroerder geeft bij zijn melding aan wat
                    de gewenste startdatum is. De gemeente kan, gemotiveerd, bijvoorbeeld met het
                    oog op andere graafwerkzaamheden, aanpassingen aanbrengen, waarbij de wet een
                    maximale uitsteltermijn van 12 maanden aangeeft. De Regeling schriftelijke
                    kennisgeving aanleg kabels (Staatscourant 15-01-2007, nr. 10) schrijft voor
                    kabels van elektronische communicatienetwerken voor dat de melding aangetekend
                    moet worden verstuurd. Dit vereiste is in de AVOI niet als uniforme eis
                    opgenomen, maar het kan veelal in het belang van de verzoekende partij zelf zijn
                    om via aangetekende verzending duidelijkheid te hebben over datum en tijd van
                    indiening. Hoewel het in de AVOI niet als zelfstandig voorschrift is opgenomen,
                    zal een aanvraag of melding pas in behandeling genomen worden (en beginnen de
                    vastgestelde termijnen te lopen) indien en zodra alle vereiste gegevens
                    ontvangen en compleet zijn. Deze bevoegdheid is al vastgelegd in Awb art. 4:5.
                    Conform het Uitwerkingsbesluit dient ook opgave te worden gedaan van eventueel
                    benodigde ondergrondse of bovengrondse kasten, waartoe ook de eventuele
                    handholes worden gerekend. Van belang kan hier ook zijn dat daarnaast een
                    Bouwvergunning is vereist (materie te regelen conform het Omgevingsloket en de
                    Wabo).</al><al>Op grond van de in 2008 van kracht geworden Wet Informatie-uitwisseling
                    Ondergrondse Infrastructuren (WION) is registratie van de kabels en leidingen
                    wettelijk verplicht (bij het Kadaster). Algemeen wordt van de grondroerders
                    verwacht dat men de kabels zo registreert dat inzicht steeds kan worden geboden.
                    Gewezen wordt op de samenhang van bepalingen uit de WION (nationale wetgeving)
                    en de AVOI (gemeentelijke verordening). De WION heeft (veralgemeniseerd)
                    betrekking op het voorkomen van graafschade via een plicht tot zorgvuldig graven
                    èn een plicht tot een zorgvuldige en tijdige informatie-uitwisseling. Hoewel
                    sprake is van samenhang, bepaalt de WION (artikel 44) dat het onverlet laat dat
                    de gemeente in het belang van de openbare orde en veiligheid bij verordening
                    voorschriften kan geven over het verrichten van graafwerkzaamheden, waaronder
                    het binden van graafwerkzaamheden aan het hebben van een vergunning. Deze
                    samenhang van een wettelijke regeling en een lokale verordening heeft tevens
                    mogelijk gevolg voor de vereiste screening van gemeentelijke verordeningen met
                    het oog op de Dienstenwet (ter implementatie van de Europese
                    Dienstenrichtlijn).</al><al><vet>Artikel 6 Beslistermijnen en geldigheidsduur</vet></al><al>De beslistermijn is gelijk aan de meld/aanvraagtermijn zodat de werkzaamheden op
                    de geplande datum kunnen aanvangen, mits aan de voorwaarden tijdig en geheel
                    voldaan is. Op grond van de Awb is de gemeente verplicht binnen een redelijke
                    termijn een besluit te nemen, welke termijn geacht wordt te zijn verstreken na
                    verloop van 8 weken. Artikel 6 lid 3 beperkt de werkingsduur van het
                    instemmingsbesluit om uitvoering geruime tijd na afgifte te voorkomen. Eventueel
                    gewijzigd gebruik van gronden kan de werkzaamheden inmiddels onwenselijk maken.
                    In gevallen waar uitvoering en voorbereiding een langere doorlooptijd vergen,
                    dient dat bij de melding te worden aangegeven en kan hiermee bij het verlenen
                    van het instemmingsbesluit rekening worden gehouden.</al><al><vet>Artikel 7 Voorschriften en beperkingen</vet></al><al>De gemeente kan aan het instemmingsbesluit aanvullende voorschriften of
                    beperkingen verbinden. Omwille van uniformiteit is aangegeven welk soort
                    voorschriften en beperkingen dit kunnen zijn. Ze hebben vooral te maken met de
                    wijze van uitvoering en zijn gericht op de belangen die de gemeente geacht wordt
                    te behartigen. Daarnaast zijn lokale regels en voorwaarden van toepassing
                    verklaard (‘Handboek’), waarbij mogelijk specifieke aanvullende voorschriften
                    bij ververlening van de instemming of vergunning worden bekend gemaakt. Dit
                    Handboek is of wordt door het College vastgesteld.</al><al>Artikel 7 omvat ook bepalingen over de informatievoorziening, medegebruik van
                    voorzieningen en leges.Dit artikel bevat bepalingen over het herstel van de
                    openbare ruimte nadat het werk heeft plaatsgevonden: een beginselplicht tot het
                    herstellen van de openbare ruimte. In beginsel wordt uitgegaan van de
                    “aangetroffen staat” van de infrastructuur. Voorzien wordt in het mogelijk maken
                    van een drietal gemeentelijke opname-momenten: een vooropname, een
                    opleveringsopname en een overdrachtsopname na de onderhoudstermijn van 1 jaar.
                    Dit om te voorkomen dat later niet meer duidelijk is hoe de staat van de
                    openbare ruimte was. Onder degeneratie wordt verstaan de achteruitgang van de
                    levensduur van de wegverharding als gevolg van graafwerkzaamheden. De
                    degeneratie is mede afhankelijk van de bodemgesteldheid.</al><al><vet>Artikel 8 Verleggingen</vet></al><al>Voor het verleggen van kabels van elektronische communicatienetwerken zijn de
                    wettelijke regels (Telecommunicatiewet) van toepassing, volgens het principe
                    ‘leggen om niet, verplaatsen om niet’. Gezien de wettelijke regels rechtstreeks
                    van toepassing zijn, stelt de verordening hierover geen nadere regels.</al><al>Voor verleggingen van kabels en leidingen van nutsvoorzieningen zijn enkele
                    procedurele regels opgenomen, in samenhang met de te respecteren
                    (privaatrechtelijke) afspraken (al dan niet in de vorm van een
                    concessieovereenkomst). Een netbeheerder is verplicht te verleggen als dat
                    noodzakelijk is voor werken door of vanwege de gemeente. De gemeente zal dus
                    moeten aantonen dat die noodzakelijkheid er is. De eventuele verrekening van
                    kosten van de verleggingen wordt vooralsnog berekend aan de hand van de tussen
                    partijen van toepassing zijnde afspraken, totdat er algemeen geldende regels
                    hieromtrent zijn overeengekomen. Procedureel geldt als praktische richtlijn dat
                    als de gemeente al nadeelcompensatie moet bieden aan een netbeheerder, dit
                    slechts zal geschieden op basis van een gespecificeerd kostenoverzicht.</al><al><vet>Artikel 9 Eigendom</vet></al><al>Het zakelijk karakter van de instemming is er opdat een nieuwe aanbieder, die
                    gebruik maakt van de kabel, de instemming heeft, en zich houdt aan de
                    voorschriften. De wettelijke bepalingen (vooral het BW) zijn van toepassing op
                    het eigendom van kabelnetwerken.</al><al><vet>Artikel 10 Niet-openbare kabels en leidingen</vet></al><al>Bij werkzaamheden met niet-openbare kabels en leidingen in openbare gronden
                    geldt uitdrukkelijk géén wettelijke gemeentelijke gedoogplicht, maar wordt de
                    AVOI in procedureel opzicht van overeenkomstige toepassing verklaard. Dat houdt
                    in dat een voornemen tot het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden voor
                    niet-openbare kabels/leidingen in openbare gronden vooraf gemeld moet worden aan
                    de gemeente, en dat de gemeente beleidsvrijheid heeft die instemming (=
                    vergunning) al dan niet te verlenen (of de voorwaarden te bepalen). Met
                    betrekking tot verzoeken voor het verleggen van niet-openbare kabels en
                    leidingen, dienen deze op verzoek van de gemeente, altijd op kosten van de
                    eigenaar van de kabels en leidingen, uitgevoerd te worden.</al><al><vet>Artikel 11 Informatieplicht</vet></al><al>Wettelijk is voor openbare elektronische communicatienetwerken voorzien in
                    regels rond kabels (en aanpalende voorzieningen als lege mantelbuizen) voor de
                    duur van de gedoogplicht. Daarbij is van belang de daadwerkelijke situatie of
                    die kabels en leidingen (nog) deel uit maken van een dergelijk netwerk.
                    Onderscheid is er tussen bestaande lege mantelbuizen en nieuw te leggen lege
                    mantelbuizen. Voor de gemeente is het niet doenlijk zelfstandig voldoende zicht
                    te houden op het al dan niet in gebruik zijn van de voorzieningen. De
                    netbeheerders worden geacht een kabel- en leidingregistratie bij te houden en de
                    gemeente te informeren (op verzoek van de gemeente dan wel op eigen initiatief)
                    over voorzieningen als lege mantelbuizen. Uitgangspunt hierbij is digitale
                    aanlevering van gegevens. Wijzigingen kunnen ook optreden door het vervallen van
                    het openbare karakter van gronden, dat dan ook gevolgen heeft voor het karakter
                    van de kabels in die gronden.</al><al><vet>Artikel 12 Overleg</vet></al><al>In de praktijk heeft de gemeente periodiek (in principe halfjaarlijks) overleg
                    met netbeheerders en andere grondroerders. Dit overleg krijgt aldus een formele
                    status, zonder dat deelnemers hieraan rechten ontlenen. Anderzijds mag verwacht
                    worden dat partijen in hun eigen belang deelnemen aan dit overleg en dat de
                    gemeente hen zal uitnodigen. Doelstelling van het overleg is tijdige
                    informatie-uitwisseling over plannen tussen partijen (zowel de gemeente als de
                    gravende partijen) zodat men waar mogelijk daarop tijdig kan inspelen. Een
                    dergelijk overlegorgaan is afhankelijk van deelname van alle belangrijke
                    partijen bij werkzaamheden. Dit overleg heeft hiermee een formele en structurele
                    basis. Dit laat onverlet de mogelijkheid dat partijen die voornemens zijn
                    werkzaamheden te gaan verrichten met de gemeentelijke contactpersonen in die
                    concrete situaties in vooroverleg treden.</al><al><vet>Artikel 13 Toezicht en handhaving</vet></al><al>Dit artikel heeft mede ten doel alle betrokken partijen bewust te maken van het
                    niet-vrijblijvende karakter van de AVOI. Uitgangspunt is dat partijen zich
                    houden aan de bepalingen. Indien partijen zich niet houden aan de voorschriften
                    en beperkingen, behoudt de gemeente zich nadrukkelijk het recht voor gebruik te
                    maken van haar bevoegdheden, vooral bestuursrechtelijk. Bestuursrechtelijk zijn
                    de Awb (hoofdstuk 5) en de Gemeentewet van toepassing met bepalingen inzake de
                    toezichthouder, bestuursdwang, last onder dwangsom en bestuurlijke boete. De
                    bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving is veelal gemandateerd en de
                    toezichthouder wordt aangewezen. Vooruitlopend op de bestuursrechtelijke
                    handhaving, kan de toezichthouder in voorkomende gevallen (indien noodzakelijk
                    geacht, vooral om geen onomkeerbare situatie te creëren en onevenredige overlast
                    te vermijden) de grondroerder bevelen de werkzaamheden stil te leggen.</al><al>Indien en voor zover nodig kunnen daarnaast of aansluitend ook de
                    civielrechtelijke en strafrechtelijke mogelijkheden benut worden.
                    Strafrechtelijke consequenties vloeien vooral voort uit de mogelijke
                    overtredingen van de Wet op de economische delicten (WED). Er is voor gekozen
                    aan te sluiten bij het generieke gemeentelijke toezicht- en handhavingsbeleid,
                    waarbij enkele materiegebonden sanctiemaatregelen benoemd zijn in het
                    Handboek.</al><al><vet>Artikel 14 InwerkingtredingArtikel 15 Overgangsbepalingen en
                        hardheidsclausuleArtikel 16 Citeertitel</vet>Geen nadere toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>