<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70795_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening Openbaar Lichaam Bergerden 1999</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2000-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2000/016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening Openbaar Lichaam Bergerden 1999</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht, Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 42 Wet op de Ruimtelijke Ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-09-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2005-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vaststeld door het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam Bergerden op 1 september 1999</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening Openbaar Lichaam Bergerden 1999</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam Bergerden;</al><al/><al>Gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet
                        gemeenschappelijke regelingen en artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke
                        Ordening;</al><al/><al>Gelet op artikel 6 van de Gemeenschappelijke Regeling Bergerden;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening, houdende de voorwaarden waaronder
                        het Openbaar Lichaam Bergerden medewerking zal verlenen aan het in
                        exploitatie brengen van gronden (exploitatieverordening).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van
                                            gronden</vet>: het door of met medewerking van het
                                        Openbaar Lichaam treffen van voorzieningen van openbaar nut,
                                        waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende
                                        zaken gebaat worden.</al></li><li nr="b."><al><vet>Exploitatiegebied</vet>: een als zodanig aangewezen
                                        gebied dat onderdeel uitmaakt van het Glastuinbouwgebied,
                                        waarbinnen de onroerende zaken zijn gelegen die gebaat
                                        worden door de voorzieningen van openbaar nut die door of
                                        met medewerking van het Openbaar Lichaam worden
                                        getroffen.</al></li><li nr="c."><al><vet>exploitant</vet>: de eigenaar of rechthebbende van een
                                        in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak die als
                                        gevolg van het door of met medewerking van het Openbaar
                                        Lichaam treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt
                                        gebaat.</al></li><li nr="d."><al><vet>kostenbegroting</vet>: begroting van kosten en
                                        opbrengsten op basis waarvan de door een exploitant
                                        verschuldigde exploitatiebijdrage wordt vastgesteld.</al></li><li nr="e."><al><vet>Openbaar Lichaam</vet>: het Openbaar Lichaam Bergerden,
                                        zoals bedoeld in artikel 1 van de Gemeenschappelijke
                                        Regeling Bergerden.</al></li><li nr="f."><al><vet>Algemeen Bestuur</vet>: het Algemeen Bestuur van het
                                        Openbaar Lichaam.</al></li><li nr="g."><al><vet>Dagelijks Bestuur</vet>: het Dagelijks Bestuur van het
                                        Openbaar Lichaam.</al></li><li nr="h."><al><vet>Glastuinbouwgebied</vet>: het gebied zoals bedoeld in
                                        artikel 2.2 van de Gemeenschappelijke Regeling
                                        Bergerden.</al></li><li nr="i."><al><vet>Afstand van gronden</vet>: eigendomsoverdracht van
                                        gronden aan het Openbaar Lichaam.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan gebieden aanwijzen die als
                                exploitatiegebied zullen gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                                    werken en werkzaam-heden:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
                                            afgraven;</al></li><li nr="b."><al>riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                                            tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg van deze
                                            voor-zieningen van openbaar nut en kunstwerken verband
                                            houdende werken;</al></li><li nr="d."><al> d. plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut betreft en voorzover de daarmee verband
                                            houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                                            verhaald;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                                            maatregelen en voorzieningen van openbaar nut ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>het aanleggen van nutsvoorzieningen, zoals voor gas,
                                            elektra en water;</al></li><li nr="i."><al>het treffen van waterhuishoudkundige voorzieningen, met
                                            inbegrip van drainage-voorzieningen;</al></li><li nr="j."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                            nut.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>de aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden
                                    buiten een exploitatie-gebied, voorzover de binnen het
                                    exploitatiegebied liggende onroerende zaken hierdoor direct
                                    danwel indirect worden gebaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II:</nr><titel>Exploitatie op initiatief van het Openbaar Lichaam</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door het Openbaar Lichaam aangelegd, tenzij de aanleg
                                van deze voorzieningen behoort tot de taken van een ander
                                publiekrechtelijk Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het Dagelijks
                                Bestuur besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door
                                het Openbaar Lichaam aan te leggen voorzieningen van openbaar nut
                                aan de exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede
                                uitvoering is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door het Algemeen Bestuur
                                een kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op
                                welke wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden
                                kosten zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekend-gemaakt door
                                toezending aan de eigenaren van de onroerende zaken gelegen binnen
                                het exploitatiegebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de
                                        daarin gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de vanwege het Openbaar Lichaam uit te
                                        voeren voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van
                                        de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals
                                        bedoeld in artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de
                                        vorige volzin kan in het besluit zoals bedoeld in het eerste
                                        lid, worden bepaald dat de kostenbegroting op een later
                                        tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot vaststelling van
                                        de kostenbegroting wordt bekendgemaakt door toezending aan
                                        de eigenaren van de onroerende zaken gelegen binnen het
                                        exploitatiegebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat de door het
                                Openbaar Lichaam in eigendom verkregen of te verkrijgen in het
                                exploitatiegebied liggende onroerende zaken betreft, het verhaal van
                                kosten zo veel mogelijk plaatsvindt via gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat de niet door
                                het Openbaar Lichaam in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken betreft, het
                                verhaal van kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een
                                overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al><al/><lijst><li nr="A."><al>een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten,
                                        te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied
                                                gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond
                                                vermeerderd met de waarde van de opstallen die voor
                                                de verwezenlijking van de bestemming niet
                                                gehandhaafd kunnen worden, en met de kosten van
                                                vrijmaken van opstallen - met inbegrip van de zich
                                                in de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                                                leidingen en kabels -, persoonlijke rechten en
                                                lasten, eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijke
                                                lasten alsmede de kosten van
                                                schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de voor rekening van het Openbaar Lichaam komende
                                                kosten van planontwikkeling, -voorbereiding en
                                                -beheer en toezicht. Onder deze kosten wordt ten
                                                minste verstaan: de kosten verband houdende met het
                                                opstellen van structuur- en bestemmingsplannen, het
                                                opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                                wijzigingen, het ver-vaardigen van besluiten tot het
                                                verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                                                alsmede van overige planologische maatregelen voor
                                                zoveel deze nodig zijn voor het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het
                                                exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                                van openbaar nut, voorzover deze verband houden met
                                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het exploitatiegebied,
                                                alsmede de daarmee verband houdende kosten van
                                                onderzoeken, voorbereiding en toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het ambtelijke apparaat van het
                                                Openbaar Lichaam, voorzover dit rechtstreeks aan het
                                                in exploitatie brengen van gronden kan worden
                                                toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige
                                                lasten verminderd met rente-opbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                                grondexploitatie behoren te worden gebracht;</al><al/></li></lijst></li><li nr="B."><al>een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende
                                        opbrengsten, bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen
                                                van openbaar nut;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen;</al><al/></li></lijst></li><li nr="C."><al>de wijze van toerekening van de totale onder sub A en B van
                                        dit artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de
                                        onroerende zaken in het exploitatiegebied, naar de mate van
                                        de baat die de onroerende zaken hebben van het samenhangend
                                        geheel van voor-zieningen van openbaar nut zoals bedoeld in
                                        artikel 2 van deze verordening.De mate van baat wordt
                                        aangeduid met inachtneming van hetgeen hieromtrent in
                                        artikel 6 is bepaald.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan, dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door het Openbaar Lichaam in
                                exploitatie zal worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                danwel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt door
                                toezending aan de eigenaren van de onroerende zaken gelegen binnen
                                het exploitatiegebied.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1, sub a. is niet van
                                toepassing op de binnen een exploitatiegebied gelegen en gebate
                                gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar nut niet
                                geschikt worden voor bebouwing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m<sup>2</sup>
                                grond-oppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de vanwege het Openbaar Lichaam getroffen voorzieningen van
                                openbaar nut tot uitdrukking komen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m<sup>2</sup> grondoppervlakte
                                onvoldoende uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied
                                opgenomen verschillen in toerekening van baat, geschiedt de
                                toerekening op basis van een nader door het Dagelijks Bestuur te
                                bepalen grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in
                                baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, wat de in het exploitatiegebied liggende
                                onroerende zaken die niet in eigendom zijn van het Openbaar Lichaam
                                betreft, indien dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen
                                met de exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst.
                                Van de exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het
                                afstand doen van gronden zoals bedoeld in het derde lid, onder d.,
                                onderdeel uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële
                                akte opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur besluit tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst, nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in
                                artikel 5, is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de door het Openbaar Lichaam te
                                        treffen voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens de artikelen 5, 6 en 8;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan het
                                        Openbaar Lichaam, voorzover die gronden zijn bestemd voor de
                                        aanleg c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar
                                        nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de door exploitant uit te voeren werken een
                                        aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij het Openbaar
                                        Lichaam als opdrachtgever en de exploitant als aannemer
                                        worden aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op
                                        de door de exploitant uit te voeren werken geschieden door
                                        of vanwege het Openbaar Lichaam;</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt
                                        vastgesteld op een proformabedrag van ƒ 10,--, zulks met
                                        inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is
                                        bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende, en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub A, onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan het Openbaar Lichaam worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door het Openbaar Lichaam in
                                overeenstemming met de exploitant op basis van taxatie vastgesteld.
                                Bij het ontbreken van overeenstemming wordt de waarde van de gronden
                                vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van wie één aan
                                te wijzen door het Openbaar Lichaam, één door de exploitant en één
                                door de beide reeds aangewezen deskundigen.Wordt over de aanwijzing
                                van laatstgenoemde deskundige geen overeenstemming verkregen, dan
                                maken de aangewezen deskundigen tezamen dit bekend aan de
                                opdrachtgevers, waarna de meeste gerede partij, onder bekendmaking
                                aan de wederpartij, de kantonrechter in het kanton waartoe het
                                Openbaar Lichaam behoort, kan verzoeken deze deskundige te
                                benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden
                                        vallende, en de kosten van kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al><al>1. de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                        exploitant behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid
                                        van dit artikel is van overeenkomstige toepassing;</al><al>2. het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten
                                        zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub A, onder b. tot
                                        en met f., voorzover de uitvoering van de daarmee verband
                                        houdende werken en werkzaamheden voor risico en rekening
                                        komt van de exploitant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde lid toepassing heeft
                                verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende bijdrage
                                bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid, onder b, sub 1.
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door exploitant aan het Openbaar Lichaam worden afgestaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III:</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan het Dagelijks Bestuur verzoeken tot het
                                verlenen van mede-werking met betrekking tot het in exploitatie
                                brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                                        verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur beslist binnen zes maanden na ontvangst van de
                                aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur verleent slechts medewerking aan het op
                                verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7. Het bepaalde in artikel
                                7, tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt aan de
                                aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                        gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
                                        leiden tot strijd met het bestemmingsplan of de
                                        Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                                        overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden
                                        tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding
                                        van bebouwing en/of herinrichting;</al><al> d. het in exploitatie brengen van grond anderszins tot
                                        grote kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien
                                        van het doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare
                                        verlichting, riolering, etc.;</al></li><li nr="e."><al>exploitant geen afstand wil doen van de gronden ten behoeve
                                        van de aanleg van voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                                        het bestemmingsplan of herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                        weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke in de aanvraag betrokken werken in het daarbij
                                behorende exploitatiegebied reeds een kostenverhaalsbesluit zoals
                                bedoeld in artikel 4 is genomen, maakt het Dagelijks Bestuur dit aan
                                de exploitant bekend. Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt
                                aan exploitant tevens een ontwerp-overeenkomst zoals bedoeld in
                                artikel 7, aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV:</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien vanwege het Openbaar Lichaam een overeenkomst wordt aangegaan die
                            naast het kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut voor het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst tot stand gekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Relatie grondexploitatie door Openbaar Lichaam</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening vinden, voorzover mogelijk,
                            overeenkomstige toepassing bij de kostprijsberekening van de door het
                            Openbaar Lichaam in exploitatie te brengen gronden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Uitvoering verordening</titel></kop><al>Het Algemeen Bestuur kan de uitoefening van zijn bevoegdheden onder
                            nader te stellen regels overdragen aan het Dagelijks Bestuur. Het
                            Algemeen Bestuur kan met betrekking tot de over te dragen bevoegdheden
                            beleidsregels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Voor een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de datum van
                            inwerkingtreding van deze verordening met medewerking van het Openbaar
                            Lichaam met het treffen van voorzieningen van openbaar nut is
                            aangevangen, deze voorzieningen niet geheel zijn voltooid en waarvoor
                            geen kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting zoals
                            bedoeld in deze verordening is vastgesteld, vinden de bepalingen van
                            deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig, op een aan
                            die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt daarbij
                            dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot een
                            exploitatie-overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de vaststelling van
                            de daarin op te nemen financiële bijdrage geschiedt op basis van een
                            door het Algemeen Bestuur vast te stellen kosten-begroting zoals bedoeld
                            in artikel 5. Het besluit tot vaststelling van de kostenbegroting wordt
                            bekendgemaakt door toezending aan de eigenaren van de onroerende zaken
                            gelegen binnen het exploitatiegebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de
                                Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip houden de alsdan binnen de deelnemende
                                gemeenten vigerende exploitatieverordeningen op te gelden, voorzover
                                het de toepassing betreft in de binnen het Glastuinbouwgebied
                                gelegen gedeelten van die gemeenten. In afwijking van het bepaalde
                                in de vorige volzin blijven, voorzover noodzakelijk, de alsdan
                                vigerende gemeentelijke exploitatieverordeningen van toepassing ten
                                aanzien van door de raden van die gemeenten op grond van die
                                verordeningen genomen kostenverhaals- of aangevulde
                                bekostigingsbesluiten, voorzover laatstbedoelde besluiten de
                                toepassing betreffen van artikel 274, vierde lid van de gemeentewet
                                zoals dat artikel luidde tot 1 januari 1994, danwel artikel 222,
                                vierde lid van de Gemeentewet zoals dat artikel luidde vanaf 1
                                januari 1994 tot 1 januari 1995, danwel artikel 222, tweede lid van
                                de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorzover een exploitatieverordening van een deelnemende gemeente in
                                werking treedt na inwerkingtreding van de Exploitatieverordening
                                Openbaar Lichaam Bergerden 1999 danwel een besluit tot wijziging van
                                laatstgenoemde verordening, houdt de alsdan binnen de deelnemende
                                gemeente geldende exploitatieverordening op te gelden voorzover het
                                de toepassing betreft in het binnen het Glastuinbouwgebied gelegen
                                gedeelte van die gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Exploitatieverordening
                            Openbaar Lichaam Bergerden 1999'.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van
                        het Openbaar Lichaam Bergerden op 1 september 1999.</ondertekening><ondertekening>de secretaris, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Exploitatieverordening Openbaar Lichaam Bergerden
                        1999</titel></kop><al/><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al/><al>Voor de realisatie van het glastuinbouwgebied Bergerden wordt een actieve
                    grondpolitiek nagestreefd. Dit uitgangspunt ligt vast in artikel 4 en 5 van de
                    Gemeenschappelijke Regeling Bergerden. Actieve grondpolitiek houdt in dat het
                    Openbaar Lichaam de gronden in het te ontwikkelen gebied aankoopt, bouwrijp
                    maakt en uitgeeft. Op basis van deze aanpak verwacht het Openbaar Lichaam
                    Bergerden een maatschappelijk en economisch uitvoerbaar ruimtelijk beleid voor
                    de glastuinbouwlocatie Bergerden te realiseren. Hoewel dit uitgangspunt
                    duidelijk is, is de mogelijkheid aanwezig dat actieve grondpolitiek niet
                    haalbaar is voor het gehele glastuinbouwgebied.</al><al/><al>In dergelijke situaties waarin de grondexploitatie door zowel het Openbaar
                    Lichaam Bergerden (hierna te noemen: Openbaar Lichaam) als particuliere
                    grondeigenaren plaatsvindt, is het Openbaar Lichaam verantwoordelijk voor de
                    aanleg van de benodigde infrastructurele werken, zoals wegen, straten,
                    riolering, etc.</al><al>Met de actieve grondpolitiek worden deze kosten doorberekend aan de
                    netto-uitgeefbare bouwterreinen. In geval van zelfstandige grondexploitatie door
                    private partijen is een dergelijke doorberekening niet mogelijk, simpelweg
                    vanwege het feit dat de grond niet in eigendom is van het Openbaar Lichaam.</al><al>Toch is het uit een oogpunt van gelijkheid en rechtszekerheid rechtvaardig, dat
                    ook particuliere grondexploitanten een (financiële) bijdrage leveren in de
                    kosten van de eerdergenoemde voorzieningen. Deze bijdrage wordt dan bepaald op
                    basis van de baat die deze (bouw)gronden hebben bij de aanleg van genoemde
                    werken.</al><al/><al>In artikel 42 WRO is bepaald dat de gemeenteraad een verordening behoort vast te
                    stellen, die de voorwaarden bevat waaronder de gemeente medewerking verleent aan
                    het in exploitatie brengen van gronden. Op grond van de artikelen 6.1 en 6.4 van
                    de Gemeenschappelijke Regeling Bergerden is het Algemeen Bestuur bevoegd deze
                    verordening voor het glas-tuinbouwgebied vast te stellen. Deze verordening wordt
                    'Exploitatieverordening' genoemd.</al><al>De verordening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Voorafgaande aan de realisatie van het bestemmingsplan moet
                            duidelijkheid ontstaan omtrent de risico's die verbonden zijn aan het
                            niet-volledig kunnen verwerven van de betreffende gronden. Aan de hand
                            van deze risico's zal door een besluit van het Algemeen Bestuur (het
                            zgn. 'kostenverhaalsbesluit') moeten worden vastgesteld of, en zo ja op
                            welke wijze, privaatrechtelijk kostenverhaal zal plaatsvinden. Op deze
                            wijze ontstaat vooraf duidelijkheid voor alle betrokkenen.Deze werkwijze
                            sluit aan bij de toepassing van baatbelasting zoals opgenomen in artikel
                            222 van de Gemeentewet. De bevoegdheid tot het invoeren van
                            baatbelasting is voorbehouden aan de raden van de desbetreffende
                            gemeenten en kan niet worden overgedragen aan het Algemeen Bestuur van
                            het Openbaar Lichaam. Bij de uitvoering van het kosten-verhaalsbeleid
                            zal de toepassing van het privaatrechtelijke kostenverhaal (door het
                            Openbaar Lichaam) worden afgestemd op het mogelijk toe te passen fiscale
                            kostenverhaal door een of meerdere deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="2."><al>Op basis van het onder a. genoemde uitgangspunt wordt de wijze van
                            toerekening van baat via de methoden van exploitatieovereenkomst en
                            baatbelasting zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Dit betekent dat de
                            in de exploitatieverordening opgenomen systematiek van baattoerekening
                            is aangepast op en gerelateerd aan de fiscale verhaalsmethode.</al></li><li nr="3."><al>Het onder a. genoemde uitgangspunt brengt met zich mee, dat de
                            exploitatieovereenkomst zowel op initiatief van het Openbaar Lichaam als
                            op basis van een verzoek van exploitant kan worden aangegaan.Gelet op de
                            thans opgenomen werkwijze, zal een aanvraag tot het sluiten van een
                            exploitatieovereenkomst op verzoek van een private exploitant in de
                            regel alleen nog voorkomen in situaties waarbij incidentele
                            voorzieningen moeten worden getroffen, vaak speciaal ten behoeve van
                            exploitant. In de meeste overige gevallen zal immers steeds sprake zijn
                            van de werking van een kostenverhaalsbesluit.</al><al/></li></lijst><al> Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting.</al><al/><tussenkop>Afdeling I: Algemene bepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>De exploitatieverordening is van toepassing, indien medewerking wordt verleend
                    aan het in exploitatie brengen van gronden. Hieronder wordt verstaan: het
                    vanwege het Openbaar Lichaam treffen van voorzieningen van openbaar nut,
                    waardoor een onroerende zaak wordt gebaat.</al><al>Met deze definitie wordt aangesloten bij de definitie van de baatbelasting. Dit
                    betekent dat ook in gevallen waarbij voorzieningen worden getroffen waardoor een
                    reeds bebouwde onroerende zaak wordt gebaat, het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst mogelijk is. De verordening is gebaseerd op de artikelen
                    6.1 en 6.4 van de gemeenschappelijke Regeling. Hieruit volgt dat de verordening
                    slechts rechtskracht heeft voor het gebied dat in de Gemeenschappelijke Regeling
                    Bergerden is aangeduid als 'Glastuinbouwgebied'.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat het Algemeen Bestuur gebieden kan aanwijzen die
                    als een 'exploitatiegebied' zullen gelden. Denkbaar is dat binnen het
                    Glastuinbouwgebied één totaalgebied danwel meerdere afzonderlijke deelgebieden
                    als 'exploitatiegebied' worden aangewezen.</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Voorzieningen van openbaar nut</tussenkop><al>In de omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut is, gelet op de
                    vigerende jurisprudentie, de aanleg van rioolwaterzuiveringsinstallaties niet
                    opgenomen. Dergelijke inrichtingen worden - vanwege het doel van deze werken -
                    niet gerekend tot die werken die nodig zijn voor het in exploitatie brengen van
                    gronden.</al><al>Als voorzieningen van openbaar nut worden verder aangemerkt het uitvoeren van
                    bodem-onderzoek en -sanering, voorzover dit betrekking heeft op de ondergrond
                    van voorzieningen van openbaar nut en voorzover de daarmee verband houdende
                    kosten niet op een andere wijze kunnen worden verhaald. Hierbij moet met name
                    worden gedacht aan het verhaal van kosten bodemsanering, zoals onder meer is
                    bepaald in de Wet bodembescherming.</al><al>Ingeval kostenverhaal op derden echter niet (geheel) mogelijk is, is het
                    redelijk om de ten laste van het Openbaar Lichaam blijvende nettokosten te
                    verhalen via de grondexploitatie.</al><al/><al>Dit geldt ook voor de maatregelen die op basis van de vigerende milieuwetgeving
                    nodig zijn voor de realisatie van bestemmingsplannen. Gedacht moet worden aan
                    het treffen van bijvoorbeeld geluidwerende voorzieningen, maar ook aan het
                    verwijderen van bedrijvigheid die stankoverlast of andersoortige hinder
                    veroorzaakt.</al><al>Ten slotte is aangegeven dat ook werken die als zogenaamde 'bovenwijkse
                    voorzieningen' worden beschouwd, kunnen worden aangemerkt als voorzieningen van
                    openbaar nut, voorzover deze werken direct danwel indirect baat opleveren voor
                    de in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken.</al><al>De kosten van bovenwijkse voorzieningen worden in de regel via een fondsopslag
                    in de kostprijs verwerkt. Het is daarbij van belang dat een dergelijke omslag
                    van kosten steeds op een juiste wijze beleidsmatig wordt onderbouwd.</al><al/><tussenkop>Afdeling II: Exploitatie op initiatief van het Openbaar
                    Lichaam</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 3. Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</tussenkop><al>Hoewel het sluiten van een exploitatieovereenkomst nimmer zal kunnen en mogen
                    worden afgedwongen, wordt in dit artikel bepaald dat de eerdergenoemde
                    voorzieningen van openbaar nut alleen door of met medewerking van het Openbaar
                    Lichaam kunnen worden aangelegd. Het primaat met betrekking tot de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut ligt derhalve bij het Openbaar Lichaam, tenzij de
                    uitvoering tot de taken van een ander publiekrechtelijk Lichaam behoort.</al><al>In sommige gevallen zal een private exploitant in staat en bereid kunnen zijn
                    tot het zelfstandig treffen van dergelijke voorzieningen van openbaar nut op de
                    gronden die in eigendom zijn van de exploitant.</al><al> Aangezien het daarbij steeds gaat om openbare voorzieningen, zal deze
                    particuliere uitvoering alleen dan mogelijk zijn, indien garanties aanwezig zijn
                    omtrent met name de kwaliteit van de uitvoering. De door het Openbaar Lichaam te
                    stellen kwaliteitseisen zullen overeen moeten komen met die eisen die zij
                    zichzelf steeds stelt bij de aanleg van dergelijke voorzieningen. Wel zijn
                    garanties nodig in de vorm van tijdige uitvoering, kwaliteitseisen,
                    garantieregeling in geval van wanprestatie, overdracht van voorzieningen van
                    openbaar nut aan het Openbaar Lichaam, etc. De verhouding tussen het Openbaar
                    Lichaam en de uitvoerende exploitant kan worden vastgelegd in een
                    aannemingsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 7, vierde lid van deze
                    verordening.</al><al>De uitvoering van openbare voorzieningen door de exploitant zal niet betekenen,
                    dat geen financiële bijdrage aan het Openbaar Lichaam verschuldigd is. Ook
                    indien wordt gekomen tot het zelf uitvoeren van bepaalde werken, is het redelijk
                    dat alsnog een financiële bijdrage wordt verleend in de kosten van onder meer
                    planvoorbereiding, ambtelijk apparaat, bovenwijkse voorzieningen, de door het
                    Openbaar Lichaam voorts nog te realiseren voorzieningen alsmede in de (extra)
                    kosten van voorbereiding en toezicht. In het derde lid van dit artikel alsmede
                    in artikel 8, derde lid is hiervoor een Regeling opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Vaststelling kostenverhaalsbesluit</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat het Openbaar Lichaam alle gronden in een dergelijk plan zal
                    verwerven. Deze gronden zullen vervolgens bouwrijp worden gemaakt en worden
                    uitgegeven.</al><al>Steeds meer wordt, vaak pas lopende de realisatie van een bestemmingsplan,
                    duidelijk dat niet alle gronden in eigendom zullen kunnen worden verkregen.</al><al/><al>Ter voorkoming van problemen met betrekking tot het kunnen uitvoeren van
                    kostenverhaal alsmede in belang der rechtszekerheid is de bepaling opgenomen,
                    dat voordat met de uit-voering van werken wordt begonnen, door het Algemeen
                    Bestuur wordt bepaald volgens welke strategie de te maken kosten worden
                    verhaald.</al><al>Daarbij wordt aangegeven via een kostenbegroting welke voorzieningen worden
                    getroffen alsmede wat de omvang zal zijn van het gebied dat door deze
                    voorzieningen zal worden gebaat (i.c. het exploitatiegebied).</al><al>Belangrijk bij het nemen van een kostenverhaalsbesluit is de strategie die
                    toegepast zal gaan worden bij het verhaal van kosten. Uitgangspunt zal daarbij
                    blijven, dat het Openbaar Lichaam de voorkeur uitspreekt voor het zelf aankopen
                    en vervolgens uitgeven van deze gronden. Mocht dit niet lukken, dan zullen de
                    private exploitanten een exploitatie-overeenkomst voorgelegd krijgen, waarmee op
                    basis van wilsovereenstemming tot kosten-verhaal kan worden gekomen.</al><al>Indien men niet bereid is tot het aangaan van zodanige overeenkomst, dan bestaat
                    de mogelijkheid dat door de gemeente binnen wier grondgebied de desbetreffende
                    in exploitatie te brengen gronden zijn gelegen, een baatbelasting instelt. De
                    hiervoor benodigde besluitvorming is voorbehouden aan de desbetreffende gemeente
                    en maakt dan ook geen onderdeel uit van het kostenverhaalsbesluit.</al><al>Het kostenverhaalsbesluit wordt bekendgemaakt door toezending aan de eigenaren
                    van de binnen het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken.</al><al/><al>Op grond van het tweede lid, sub c. maakt de kostenbegroting onderdeel uit van
                    het kostenverhaalsbesluit. In de praktijk is het niet in alle gevallen mogelijk
                    de begrotingscijfers ten tijde van de vaststelling van het kostenverhaalsbesluit
                    geheel gereed te hebben. Om deze reden is onder c. bepaald dat de
                    kostenbegroting ook later kan worden vastgesteld. In dat geval dient de
                    kostenbegroting nog afzonderlijk te worden bekendgemaakt.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. De kostenbegroting</tussenkop><al>In de kostenbegroting zijn de kosten en opbrengsten verband houdende met het
                    verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden opgenomen.
                    Benadrukt is dat er een directe relatie aanwezig dient te zijn tussen de
                    verschillende kosten- en opbrengst-elementen en het exploitatiegebied. Gezien de
                    diversiteit van de werken en werkzaamheden is het niet mogelijk een limitatieve
                    opsomming van de met de medewerking verband houdende kosten te geven. De wijze
                    van toerekening zal plaatsvinden op basis van de baat die de in het
                    exploitatiegebied opgenomen onroerende zaken zullen hebben van de te treffen
                    voorzieningen van openbaar nut. Dit geldt derhalve zowel voor de gronden die
                    bestemd zijn voor gronduitgifte door het Openbaar Lichaam, als de gronden die
                    door private exploitanten worden ontwikkeld. De mate van baat kan daarbij
                    onderling variëren als gevolg van verschillen in ligging, bestemming en
                    objectieve gebruiksmogelijkheid van de desbetreffende onroerende zaak. Het
                    uitgangspunt bij de opstelling van de kostenbegroting zal steeds zijn, dat het
                    totale exploitatiegebied door het Openbaar Lichaam in exploitatie zal worden
                    gebracht. Hiermee wordt de afstemming bereikt met de uitgangspunten die zijn
                    neergelegd in de door het Openbaar Lichaam opgemaakte analyse naar de
                    economische uitvoerbaarheid van het desbetreffende exploitatiegebied. Wij
                    verwijzen hierbij naar het gestelde in artikel 12 van de verordening.</al><al/><al>Opgemerkt wordt dat de in artikel 5 opgenomen eisen zowel gelden voor een
                    kostenbegroting behorende bij een kostenverhaalsbesluit, als voor een begroting
                    die naar aanleiding van een aanvraag om medewerking (gebaseerd op afdeling III
                    van de Exploitatieverordening), in dat geval door het Dagelijks Bestuur, wordt
                    vastgesteld.</al><al/><al>Uitgangspunt voor de opstelling van de kostenbegroting is dat de inbrengwaarde
                    van alle gebate onroerende zaken en de gronden bestemd voor de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut, in de kostenbegroting wordt opgenomen. Deze
                    inbrengwaarde kan daarmee in beginsel ook betrekking hebben op onroerende zaken
                    die wel door de voorzieningen gebaat worden maar niet als gevolg van die
                    voorzieningen geschikt worden voor bebouwing. Hierbij kan bijvoorbeeld worden
                    gedacht aan bestaande te handhaven bebouwing binnen een exploitatiegebied.</al><al>Op grond van het gestelde in het vierde lid wordt bereikt dat de inbrengwaarde
                    van deze gronden niet in de kostenbegroting behoeft te worden opgenomen.</al><al>De aanduiding 'geschikt worden voor bebouwing' is afkomstig van de tot 1 januari
                    1995 geldende bouwgrondbelasting en maakte onderdeel uit van de drie voor deze
                    belasting bestaande rechtsgronden (nl. het geschikt worden voor bebouwing; het
                    beter geschikt worden voor bebouwing; alsmede het in een voordeligere positie
                    komen te verkeren van onroerende zaken als gevolg van de te treffen
                    voorzieningen).</al><al/><al>Op grond van artikel 5, eerste lid, onder C, dient in de kostenbegroting de
                    wijze van toerekening te worden opgenomen. Hierin is bepaald dat de mate van
                    baat wordt aangeduid met inachtneming van het gestelde in artikel 6. Bedoeling
                    van deze bepaling is dat in de begroting de te hanteren omslagmethodiek wordt
                    aangeduid. Het is niet de bedoeling dat de methodiek wordt uitgewerkt naar de
                    berekening van bijdragen ten behoeve van specifieke percelen. Omdat in artikel 6
                    de mogelijkheid van verschillende omslagmethoden is opgenomen, dient in de
                    begroting te worden aangeduid of de in artikel 6, eerste lid genoemde methode
                    zal worden gevolgd danwel een nader door het Dagelijks Bestuur vast te stellen
                    methode zal worden gehanteerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Grondslag voor toerekening baat</tussenkop><al>Om de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van vaststelling van de
                    kostprijs bij gronduitgifte, is gekozen voor de rekeneenheid van de vierkante
                    meter grondoppervlakte van de gebate onroerende zaken (zowel bebouwd als
                    onbebouwd). Met toepassing van liggings-, bestemmings- en gebruiksfactoren is
                    het mogelijk in nagenoeg alle gevallen te komen tot een verantwoorde baatomslag
                    ter bepaling van de omvang van de exploitatie-bijdrage.</al><al>Ingeval de grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen niet tegemoet komt aan
                    de aanwezige baatverschillen, biedt de verordening de mogelijkheid tot
                    vaststelling van een afwijkende grondslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Inhoud exploitatieovereenkomst</tussenkop><al>In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat, in navolging van het reeds genomen
                    kostenverhaalsbesluit, het sluiten van een exploitatieovereenkomst als centrale
                    methode van kostenverhaal bij private exploitatie (d.w.z. ingeval de gronden
                    niet in eigendom zijn van het Openbaar Lichaam) is aan te merken.</al><al>Wij willen duidelijk benadrukken dat het sluiten van een exploitatieovereenkomst
                    - evenals iedere andere overeenkomst - is gebaseerd op wilsovereenstemming. Dit
                    betekent, dat een exploitant niet kan worden verplicht tot het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst. De bevoegdheid tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst is op grond van deze verordening overgedragen aan het
                    Dagelijks Bestuur.</al><al>Hoewel de kostenbegroting later kan worden vastgesteld, dient in alle gevallen
                    de in een overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage te worden vastgesteld op
                    basis van de kosten-begroting. Om deze reden is in artikel 7, tweede lid bepaald
                    dat het Dagelijks Bestuur pas kan besluiten tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, nadat de desbetreffende kostenbegroting is
                    vastgesteld.</al><al>Gezien het bepaalde in artikel 10, eerste lid van de Exploitatieverordening,
                    geldt deze voorwaarde ook ingeval de overeenkomst tot stand komt op basis van
                    een aanvraag. In dat geval kan de vaststelling van de kostenbegroting (aangezien
                    een kostenverhaalsbesluit ontbreekt) plaatsvinden door het Dagelijks
                    Bestuur.</al><al/><al>Indien wordt overgegaan tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst, bevat
                    artikel 7 een aantal voorwaarden waaraan deze overeenkomst in alle gevallen moet
                    voldoen. Naast de vaststelling van een financiële bijdrage is in voorkomende
                    gevallen de bepaling opgenomen dat gronden die bestemd zijn als ondergrond voor
                    voorzieningen van openbaar nut, via deze overeenkomst worden afgestaan aan het
                    Openbaar Lichaam. In de situatie dat er sprake is van een overdracht van
                    gronden, is in het eerste lid de bepaling opgenomen dat van de overeenkomst een
                    notariële akte wordt opgemaakt.</al><al>In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen, die kunnen worden
                    toegepast indien de werken geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd door de
                    particuliere exploitant.</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Vaststelling exploitatiebijdrage</tussenkop><al>Essentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is het feit, dat
                    overeenkomstig artikel 5, tweede lid de kostentoerekening is opgesteld met het
                    uitgangspunt dat het exploitatie-gebied door het Openbaar Lichaam in zijn geheel
                    in exploitatie zal worden gebracht.</al><al>Dit betekent, dat in de kostenbegroting gerekend wordt met een gemiddelde prijs
                    van de inbrengwaarde van alle gronden (ook die van de particuliere eigenaren).
                    Op deze wijze komt een gemiddelde kostprijs tot stand, die daarna - waar nodig -
                    zal worden gecorrigeerd voor verschillen in ligging, etc.</al><al>Het zal duidelijk zijn dat de particuliere exploitant op deze prijs de waarde
                    van de hem toebehorende gronden (zowel ten behoeve van de exploitatie als ten
                    behoeve van de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) in mindering zal mogen
                    brengen. Omdat deze vermindering kan afwijken van de eerdergenoemde gemiddelde
                    grondinbrengprijs, is een Regeling nodig voor bindende vaststelling van deze
                    inbrengwaarde.</al><al>In het derde lid is bepaald op welke wijze de financiële bijdrage wordt
                    vastgesteld, indien de exploitant overgaat tot het geheel of gedeeltelijk zelf
                    uitvoeren van voorzieningen van openbaar nut. In een dergelijke situatie blijft
                    de financiële bijdrage in de regel beperkt tot de kosten die het Openbaar
                    Lichaam maakt of zal maken in verband met de planuitvoering, de -voorbereiding
                    en het -toezicht, maar ook met betrekking tot voorzieningen die voor het totale
                    exploitatiegebied gelden danwel een bovenwijks karakter hebben. De omslag van
                    deze voor rekening van het Openbaar Lichaam blijvende kosten vindt plaats
                    overeenkomstig de in artikel 5 en 6 beschreven methode, onder verrekening van de
                    inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant behorende gronden.
                    Daarnaast vindt een vermindering plaats van de daarin opgenomen kosten voor
                    voorzieningen, voorzover deze voorzieningen door de exploitant worden
                    gerealiseerd.</al><al/><al>Als gevolg van de het bepaalde in artikel 5, vierde lid dient de wijze van
                    berekening van de exploitatiebijdrage in die situaties dienovereenkomstig te
                    worden aangepast. Aan artikel 8 is een vierde lid toegevoegd, waarin is bepaald
                    dat, indien de in artikel 5, vierde lid beschreven situatie toepassing heeft
                    verkregen, de wijze van berekening van de bijdrage wordt gehandhaafd, met dien
                    verstande dat de correctie van de inbrengwaarde is beperkt tot de gronden die
                    bestemd zijn voor het treffen van voorzieningen en door de exploitant aan het
                    Openbaar Lichaam in eigendom worden afgestaan.</al><al/><tussenkop>Afdeling III: Exploitatie op verzoek van exploitant</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 9. De aanvraag</tussenkop><al>Naast het door het Openbaar Lichaam op eigen initiatief treffen van
                    voorzieningen van openbaar nut kan het voorkomen, dat een particuliere
                    exploitant het Openbaar Lichaam verzoekt tot het treffen van voorzieningen. Vaak
                    zullen dit dan incidentele op zichzelf staande voorzieningen zijn, die specifiek
                    betrekking hebben op de onroerende zaak van één of enkele exploitanten in een
                    situatie waarin geen kostenverhaalsbesluit door het Openbaar Lichaam is
                    vastgesteld.</al><al/><tussenkop>Artikel 10. Beslissing op de aanvraag</tussenkop><al>Aangegeven is dat de medewerking tot het treffen van voorzieningen alleen kan
                    worden verleend door het sluiten van een overeenkomst op basis van artikel 7 van
                    de verordening. Nu in deze situaties een kostenverhaalsbesluit ontbreekt, zal,
                    op grond van artikel 7, tweede lid van de verordening, een afzonderlijke
                    kostenbegroting dienen te worden vastgesteld. Deze begroting geldt als basis
                    voor de door de exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage. De begroting wordt
                    vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. Het besluit tot vaststelling dient
                    bekend te worden gemaakt aan de aanvrager.</al><al>Daarnaast is een vijftal facultatieve gronden opgenomen, waaronder de
                    medewerking kan worden geweigerd. Tevens is een mogelijkheid tot aanhouding van
                    de aanvraag opgenomen in gevallen waarin bijvoorbeeld de procedure van de
                    vaststelling/goedkeuring van een onderliggend bestemmingsplan nog niet is
                    afgerond.</al><al>Ten slotte is de bepaling opgenomen dat, ingeval een aanvraag is ontvangen voor
                    een gebied waarvoor reeds een kostenverhaalsbesluit is vastgesteld waarin de
                    werken, zoals bedoeld in de aanvraag, zijn begrepen, dit besluit aan de
                    exploitant bekend wordt gemaakt.</al><al>Deze bekendmaking zal mede inhouden, dat het Algemeen Bestuur reeds eerder in
                    het kostenverhaalsbesluit heeft aangegeven dat de onderhavige onroerende zaak
                    wordt gebaat door het treffen van voorzieningen van openbaar nut, en het om die
                    reden gerechtvaardigd is dienaangaande kostenverhaal toe te passen. Derhalve zou
                    ook zonder het insturen van een aanvraag het Openbaar Lichaam reeds op eigen
                    initiatief zijn gekomen met een exploitatie-overeenkomst.</al><al>Een en ander betekent, dat de reeds voorgenomen aanbieding van een
                    ontwerp-exploitatie-overeenkomst direct kan plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Afdeling IV: Relatie gronduitgifte en andere
                    kostenverhaalsinstrumenten</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 11. Relatie andere overeenkomsten</tussenkop><al>Het is denkbaar dat door het Openbaar Lichaam overeenkomsten worden gesloten met
                    marktpartijen tot samenwerking ter zake de exploitatie van het
                    Glastuinbouwgebied, dan-wel delen van dat gebied. We spraken/spreken dan van een
                    publiek-private samenwerking (PPS). Dergelijke overeenkomsten omvatten naast
                    elementen van kostenverhaal van voor-zieningen van openbaar nut vaak nog totaal
                    andere elementen. Ter voorkoming van onnodig complexe contracten worden deze
                    elementen vaak alle tezamen in één overeenkomst opgenomen.</al><al>In dit artikel is bepaald dat het sluiten van laatstbedoelde groep
                    overeenkomsten geen bezwaar behoeft op te leveren, mits de vaststelling van de
                    door exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage maar geschiedt op basis van
                    het gestelde in deze exploitatieverordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Relatie grondexploitatie door Openbaar Lichaam</tussenkop><al>Op basis van dit artikel wordt aangegeven, dat de wijze van toerekening van de
                    kosten van voorzieningen van openbaar nut zoals opgenomen in deze verordening,
                    zo veel mogelijk zal worden toegepast bij de kostprijsberekening bij
                    gronduitgifte door het Openbaar Lichaam. In beginsel is de methodiek van
                    'baattoerekening' zoals beschreven in de artikelen 5 en 6 van de verordening, te
                    onderscheiden van de methodiek van berekening van de gronduitgifteprijzen indien
                    wordt overgegaan tot grondexploitatie door het Openbaar Lichaam. Uit een oogpunt
                    van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid is het van uitermate groot belang dat
                    het verhaal van kosten via gronduitgifte door het Openbaar Lichaam is afgestemd
                    op het niveau van kostenverhaal via toepassing van de
                    exploitatieverordening.</al><al>Dit betekent echter niet, dat de gronduitgifteprijs gelijk behoeft te zijn aan
                    de bruto-financiële bijdrage zoals bepaald in artikel 8 van de verordening.</al><al>Laatstgenoemde prijs is naast de hoogte van de kostprijs afhankelijk van de
                    economische marktsituatie, de aanwezige concurrentieverschillen, etc.</al><al/><tussenkop>Afdeling V: Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 13. Uitvoering verordening</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald dat de in deze verordening aan het Algemeen Bestuur
                    toegekende bevoegdheden door laatstgenoemd bestuur kunnen worden overgedragen
                    aan het Dagelijks Bestuur. Deze overdracht geldt bijvoorbeeld de bevoegdheid tot
                    het vaststellen van een kostenverhaalsbesluit en een kostenbegroting. De
                    bevoegdheid tot het aangaan van een overeenkomst is in artikel 7, tweede lid van
                    de verordening reeds overgedragen aan het Dagelijks Bestuur.</al><al>Bepaald is dat het Algemeen Bestuur ter zake de over te dragen bevoegdheden
                    beleidsregels kan vaststellen.</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Overgangsbepalingen</tussenkop><al>De overgangsbepaling is bedoeld voor de situatie waarin op het moment van
                    inwerkingtreding van de exploitatieverordening reeds een aanvang is gemaakt met
                    de uitvoering van voorzieningen van openbaar nut. Ten tijde van de
                    inwerkingtreding van de onderhavige verordening is met de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut reeds een aanvang gemaakt.</al><al/><al>Artikel 4 gaat ervan uit dat het nemen van een kostenverhaalsbesluit moet
                    plaatsvinden voordat met de aanleg van voorzieningen van openbaar nut wordt
                    aangevangen. Ingeval het Glastuinbouwgebied als een exploitatiegebied wordt
                    aangemerkt, is de overgangsbepaling op de gehele locatie van toepassing. Indien
                    wordt besloten het Glastuinbouwgebied onder te verdelen in verschillende
                    exploitatiegebieden, geldt de overgangsbepaling voor die deelgebieden waar ten
                    tijde van de inwerkingtreding van de verordening met de aanleg van de
                    voorzieningen is aangevangen.</al><al/><al>Om in dergelijke situaties (bij het ontbreken van een kostenverhaalsbesluit of
                    afzonderlijke kostenbegroting) toch te kunnen komen tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, is bepaald dat de regels van deze verordening op een zo
                    veel mogelijk aan deze afwijking aangepaste wijze van toepassing zijn. Hierbij
                    geldt in ieder geval, dat de hoogte van de in de overeenkomst op te nemen
                    bijdrage wordt bepaald op basis van een door het Algemeen Bestuur vast te
                    stellen kostenbegroting die voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen. In
                    navolging op het gestelde in artikel 4, eerste lid dient ook de vast te stellen
                    kostenbegroting bekend te worden gemaakt door toezending aan de eigenaren van
                    onroerende zaken binnen het exploitatiegebied.</al><al/><tussenkop>Artikel 15. Inwerkingtreding</tussenkop><al>In artikel 15 van de verordening is de inwerkingtreding geregeld. Hierbij is in
                    de leden 2 en 3 uitwerking gegeven aan artikel 6.4 van de Gemeenschappelijke
                    Regeling Bergerden. Samengevat voorziet deze Regeling erin dat de thans geldende
                    exploitatieverordeningen van de deelnemende gemeenten, voorzover deze
                    verordeningen betrekking hebben op het deelgebied van de desbetreffende
                    gemeenten dat is gelegen binnen het Glastuinbouwgebied, ophouden te gelden.</al><al/><al>De gemeentelijke exploitatieverordeningen blijven voor die gebieden echter
                    bestaan, voorzover het de toepassing betreft van door de raden van de
                    deelnemende gemeenten voor die deelgebieden vastgestelde kostenverhaals- of
                    aangevulde bekostigingsbesluiten, waar het gaat om de mogelijkheid tot invoering
                    van een baatbelasting.</al><al/><al>Gemeentelijke exploitatieverordeningen die van kracht worden nadat de
                    Exploitatie-verordening Openbaar Lichaam Bergerden 1999 in werking is getreden,
                    houden op te gelden voorzover het de toepassing betreft binnen het
                    Glastuinbouwgebied.</al><al/><al>Behoort bij besluit van het Algemeen Bestuur van 1 september 1999.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>