Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Ouder-Amstel

Water- en rioleringsprogramma Ouder-Amstel 2023-2027

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOuder-Amstel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingWater- en rioleringsprogramma Ouder-Amstel 2023-2027
CiteertitelWater- en rioIeringsprogramma Ouder-Amstel 2023-2027
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-12-2023nieuwe regeling

31-10-2023

gmb-2023-539540

2023/66

Tekst van de regeling

Intitulé

Water- en rioleringsprogramma Ouder-Amstel 2023-2027

De raad van de gemeente Ouder-Amstel,

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 september, nummer

2023/66,

 

BESLUIT :

  • 1.

    Het Water- en rioIeringsprogrammaOuder-Amstel 2023-2027 (Wrp) vast te stellen;

  • 2.

    De financieleconsequentiesvan het Wrp te verwerken in de (meerjaren-)begroting;

  • 3.

    De financieleconsequentiesvan het Wrp te verwerken in de riool- en waterzorgheffing;

  • 4.

    Het Gemeentelijk Rioleringsplan Ouder-Amstel 2018-2022 (GRP) in te trekken.

  • 5.

    De stijging van de rioolheffingvan €18,17 enkel goed te keuren voor 2024, waarbij het college wordt verzocht om de opties in beeld te brengen om de lange termijn stijging van de rioolheffing te beperken zonder dat het ten koste gaat van het bereikenvan de ambitiet.a.v. klimaatadaptatieen deze aan de raad voor te leggen ter besluitvorming.

1 Inleiding

Te veel, te weinig, te vies. Dat zijn de uitdagingen met ‘water’ waar we de komende jaren voor staan. Water moeten we gaan zien als een van onze belangrijke grondstoffen (het ‘blauwe goud").

 

Met haar rijke geschiedenis, schilderachtige landschap en gunstige ligging nabij de stad Amsterdam is Ouder-Amstel een aantrekkelijke bestemming voor zowel bewoners als bezoekers. De gemeente strekt zich uit over een oppervlakte van zo'n 24 vierkante kilometer en telt nu ongeveer 14.280 inwoners. Wij zijn als gemeente trots op ons groene karakter, met uitgestrekte polders.

 

Hier tegenover staat dat de komende jaren een aantal bijzondere nieuwe stadswijken in onze gemeente verrijzen. In het gebied dat nu nog bekend staat als De Nieuwe Kern, komt ruimte voor circa 5.000 woningen en veel bedrijvigheid rondom een groot stadspark. Ook bij Entrada en in Werkstad OverAmstel worden veel woningen gebouwd. Als alles volgens plan verloopt, kunnen in 2026 de eerste woningen opgeleverd worden. Dit betekent dat het inwoneraantal van onze gemeente in de jaren daarna gaat verdubbelen. Deze groei heeft een grote impact op Ouder-Amstel.

 

Om de uitdagingen met water aan te gaan en de kwaliteit van de leefomgeving in de gemeente op niveau te houden, is het van belang de openbare ruimte met de onderliggende systemen en structuren te onderhouden. Een van de kernfactoren hierbij is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen betreffende de riolering en het watersysteem. Deze hebben immers de volgende belangrijke doelen voor het dagelijks leven:

  • Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten;

  • Het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater;

  • Het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte in de bebouwde omgeving;

  • Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater.

Het inzamelen en verwerken van afvalwater en hemelwater is een taak van de gemeente. Het waterschap zorgt vervolgens voor de zuivering van het afvalwater. Tevens heeft de gemeente een regierol in de aanpak van structurele grondwateroverlast in het stedelijk gebied. De zorg voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn voor de gemeente wettelijke plichten. We hebben echter bij de invulling van deze zorgplichten de beleidsvrijheid die aanpak te kiezen die wij, gelet op de lokale omstandigheden, het meest doelmatig en kostenefficiënt vinden. Ons duurzaamheidsdenken is daarbij eveneens belangrijk. Er is dus ruimte voor ambitiekeuzes. De gemeentelijke watertaken hebben raakvlakken met veel andere beleids- en taakvelden (zoals wegen, groen en ruimtelijke ordening). De afstemming in de openbare ruimte realiseren wij door gezamenlijk de kwaliteit van de openbare ruimte vast te stellen, met integrale onderhouds- en vervangingsprogramma’s.

 

De riool- en watertaken gaan verder dan alleen de buizen onder de grond. Zo dragen onder meer de gemalen, randvoorzieningen en sloten bij aan bovenstaande doelen.

 

 

1.1 Visie, uitvoeringsprogramma en financiering in één

Visie

Het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) beschrijft de visie en ambitie van de gemeente omtrent de wettelijke riool- en watertaken. De uitwerking van deze ambities is gekoppeld aan de strategische doelen en pijlers uit de (concept) Omgevingsvisie Ouder-Amstel. Het Wrp geeft toetsbare kwaliteitskaders voor het in stand houden van de huidige voorzieningen en het toekomstbestendig waterrobuust en klimaatadaptief maken van de riolering, het watersysteem en de leefomgeving. Afspraken en verplichtingen uit het verleden én vanuit het beleid dienen realistisch te zijn. In het Wrp is eenduidig vastgelegd hoe hiermee wordt omgegaan en op welke wijze invulling wordt gegeven aan de zorgplichten, zodat onze inwoners en ondernemers weten waar zij aan toe zijn.

 

Programma

Het Wrp geeft inzicht in de programmering van de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval‐, hemel‐ en grondwater en het beheer en onderhoud van gemeentelijk oppervlaktewater in de gemeente Ouder-Amstel. Voor de periode 2023 t/m 2027 zijn onderzoeken, activiteiten en maatregelen per jaarschijf geagendeerd en gebudgetteerd. Voor de lange termijn geeft het Wrp een doorkijk.

 

Financiering

Visie en programma zijn vervolgens omgezet in een consequentie voor zowel de tarief-ontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing als de personele middelen. De focus ligt op het programma en de financiering hiervan vanuit de riool- en waterzorgheffing, voor de planperiode 2023 t/m 2027.

 

 

1.2 De relatie met de Omgevingswet en het klimaatadaptatieprogramma

De invoering van de Omgevingswet (Ow) is op 1 januari 2024. Deze nieuwe wet integreert de vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. Dit betekent dat de positie van het Wrp wijzigt ten opzichte van het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) onder de Wet milieubeheer. In deze paragraaf hebben we dit nader uitgewerkt, vanuit het volgende schema:

 

 

Koppeling met omgevingsvisie

De gemeente Ouder-Amstel heeft nog geen vastgestelde Omgevingsvisie. Het concept (augustus 2023) bevat onder meer een beschrijving van de samenhang tussen boven- en ondergrond en de maatschappelijke opgaven verdeeld in gebieden en de rol van de diverse overheden in deze samenhang. Daarnaast biedt het handvatten voor hoe het toekomstige beheer van het grond- en oppervlaktewater en de bodem eruitziet. Bij het vaststellen van de omgevingsvisie moeten de overheden rekening houden met het voorzorgsbeginsel, het preventiebeginsel en het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden. Ook moet de omgevingsvisie aangeven hoe bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken (motiveringsplicht, art. 10.7 Ow). Te zijner tijd zal het visie- en beleidsdeel van het Wrp gepositioneerd worden in de Omgevingsvisie Ouder-Amstel.

 

Koppeling met omgevingsprogramma's

Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen maken hun omgevingsvisies operationeel in programma's (afd. 3.2 Ow). In de programma’s wordt het beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer of de bescherming van de fysieke leefomgeving uitgewerkt en zijn maatregelen op te nemen om aan omgevingswaarden te voldoen of om andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Programma’s binden alleen het vaststellende bestuursorgaan zelf en kennen dus geen hiërarchie en geen doorwerking in juridische zin. Het omgevingsplan en de verordeningen kennen deze doorwerking daarentegen wel. Monitoring van de programma’s vindt plaats vanuit de nog op te stellen Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) onder de Omgevingsvisie Ouder-Amstel.

 

De effecten van de klimaatverandering raken nauw aan de gemeentelijke watertaken en zorgplichten; de gevolgen van heftige regenbuien, toenemende hitte en toenemende droogte komen nu al aan het licht. Door klimaatadaptatie mee te nemen bij de invulling van de watertaken, blijft de kwaliteit van de leefomgeving in de toekomst op niveau. Het water- en rioleringsprogramma is dan ook nadrukkelijk gekoppeld de klimaatstrategie en uitvoeringsagenda.

 

De juiste uitvoering van de riool- en watertaken draagt bij aan de integrale aanpak van droogte, toenemende hitte en wateroverlast. Een deel van de klimaatmaatregelen is bovendien te financieren vanuit de riool- en waterzorgheffing, vanuit onderhavig programma.

 

Hiermee is de reikwijdte van het Wrp afgebakend. De drinkwatervoorziening (Waternet) en rioolwaterzuivering (waterschap Amstel, Gooi en Vecht) vallen buiten de scope van de gemeentelijke zorgplichten bij de riool- en watertaken. Dit geldt ook voor thema’s als waterrecreatie, viswater en de bluswatervoorzieningen. De uitwerking van deze thema’s krijgt een plek in de overige (nog op te stellen) programma’s.

 

Koppeling met omgevingsplan

Een omgevingsplan bevat voor de gehele gemeente de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de regels die hierbij nodig zijn (art. 4.2 Ow). Ook kan de gemeente omgevingswaarden (art. 2.11 Ow) of maatwerkregels (art. 4.6 Ow) opnemen, mits de algemene rijksregels of de omgevingsverordening van de provincie daarvoor ruimte bieden. De gemeente Ouder-Amstel geeft hier invulling aan door de (eventuele) beleidsregels die gericht zijn op inwoners en bedrijven te laten landen in het Omgevingsplan.

 

1.3 Van beleidskader naar operationele uitvoeringsprogramma’s

De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het stellen van het beleidskader. Het college is vervolgens verantwoordelijk voor de uitvoering en programmering van dit beleidskader. Het is aan het college hoe zij op een doelmatige en efficiënte wijze dit beleidskader invult.

 

De status van het Wrp onder de Omgevingswet is dat het een programma is, als uitwerking van de Omgevingsvisie. De beleidskaders daaruit zijn reeds door de gemeenteraad vastgesteld, aangevuld met de beleidskaders uit de klimaatadaptatiestrategie. Hierdoor hoeft het Wrp niet te worden vastgesteld door de gemeenteraad. Anderzijds werkt dit Wrp de beleidskaders nader uit voor de riool- en waterzorgheffing. De riool- en water-zorgheffing (voorheen rioolheffing) zelf wordt jaarlijks vastgesteld door de raad in de rioolverordening. Het Wrp is hiervoor een belangrijke onderlegger.

 

Aangezien de Omgevingsvisie, de Klimaatadaptatiestrategie én dit Wrp voor het eerst in deze vorm en onderlinge samenhang zijn opgesteld, is er in deze overgangsfase voor gekozen ook het Wrp bestuurlijk te laten vaststellen door college en raad. Met dit Water- en rioleringsprogramma wordt het beleidskader en de financiering voor de riool- en watertaken door de raad vastgesteld voor de periode 2023 t/m 2027 en het vervangt hiermee het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) 2018 t/m 2022.

 

1.4 Betrokken partijen

Basisgedachte achter het Wrp is dat een gedegen en integrale beleidsafweging plaatsvindt op het terrein van de verbrede watertaken, met raakvlakken naar de openbare ruimte, financiën en personeel. Dit is van toepassing voor zowel de gemeentelijke organisatie als bij externe partijen die hier belang bij hebben. Bij het opstellen van het Wrp is een ambtelijke werkgroep betrokken. De werkgroep bestaat uit medewerkers van de gemeente Ouder-Amstel, samenwerkingsorganisatie Duo+, het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (Waternet) en Antea Group.

 

Gezien de technische aard en het aandeel wet- en regelgeving van het beleidsstuk worden inwoners betrokken door middel van informeren. Dit gebeurt in de vorm van een informatief artikel in de (lokale) media. In de omgang met water is bewustwording en het bevorderen van het gevoel van eigenaarschap bij bewoners en bedrijven een belangrijk thema. Het Wrp gaat in op de vragen hoe dit te bereiken en welke maatregelen en processen hiervoor worden ingezet en opgestart. Bewoners en bedrijven worden actief betrokken als we de diverse activiteiten en maatregelen uit het programma concreet gaan uitvoeren.

 

1.5 Begrippenkader

Het vakgebied van de gemeentelijke watertaken kent een eigen begrippenkader. De belangrijkste begrippen zijn door de Stichting Rioned in algemene bewoordingen toegelicht en te vinden op: www.riool.info/home en www.rioolenraad.nl/. Meer verdieping is te vinden op: https://www.riool.net/begrippen-en-definities

 

 

1.6 Leeswijzer en status rapportage

Leeswijzer

Het Wrp is opgebouwd uit een tweetal delen:

  • A.

    Een hoofddocument voor de verantwoordelijke bestuurders, politici en vaktechnisch personeel. Dit document bevat de hoofdlijnen en beschrijft onder andere de visie op de rioleringszorg, de beleidskeuzes in de vorm van ambities, sfeerbeelden en speerpunten, de benodigde middelen en de consequenties voor de riool- en waterzorgheffing en de voorziening.

  • B.

    Een achtergrondendocument met aanvullende detailinformatie, waaronder een uitgebreide evaluatie van de afgelopen jaren, een uitgebreid overzicht van de vertaling van de beleidskeuzes naar specifiekere kwaliteitsbeschrijvingen en kwaliteitsnormen, een nulmeting, de uitvoeringsstrategie om binnen de planperiode te voldoen aan de gestelde beleidskeuzes en een uitgebreidere analyse van de benodigde middelen en ontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing en de voorziening. Ook het achtergrondendocument neemt derhalve een belangrijke plaats in en is integraal onderdeel van het Wrp. Met name voor de kaderstelling en vaststelling van de (meer technische) kwaliteitsnormen.

Voorliggende rapportage betreft het hoofddocument. De indeling van de rapportage is als volgt:

  • Hoofdstuk 2 gaat in op de prioriteiten en de te maken (beleids)keuzes: welke zijn dit en hoe wordt hiermee omgegaan? De speerpunten voor de komende planperiode zijn in dit hoofdstuk benoemd;

  • Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van de programmering van de activiteiten en de vertaling hiervan naar de benodigde budgetten;

  • Hoofdstuk 4 gaat in op de monitoring, zowel van processen als fysieke parameters.

  • In hoofdstuk 5 zijn de consequenties bepaald voor de riool- en waterzorgheffing vanuit het kostendekkingsplan en is de personele organisatie beschouwd.

  • Hoofdstuk 6 tot slot betreft het ambtelijk advies en een samenvatting van de bestuurlijke besluiten.

Status

Onderhavige versie, d.d. medio begin september 2023, dient voor afstemming met en besluitvorming door de gemeentelijke bestuurders.

2 Visie en ambitie

De gemeente Ouder-Amstel heeft haar visie nog niet vastgelegd in een Omgevingsvisie. Vanuit het College is een koers bepaald; de onderstaande citaten uit het Collegeprogramma 2022-2026 geven het kenmerkend weer:

 

De kern: een aantrekkelijk en vitaal landschap

”Een aantrekkelijk en vitaal landschap in de regio is waardevol voor de economie en de leefomgeving van de bewoners. Opgaven op het gebied van duurzame energie, woningbouw en klimaatbestendigheid stellen het landschap voor complexe uitdagingen en bieden ook kansen. Door samenwerking met andere overheden en maatschappelijke partners in de Metropoolregio Amsterdam kan het landschap beter worden ontwikkeld, beheerd en onderhouden”

 

“Wij hechten veel belang aan een schone en hele openbare ruimte”

 

“Afgelopen jaar is een klimaatadaptatieplan vastgesteld. Wij willen hier uitvoering aan geven en zorgen dat bij het opknappen van bestaande buurten of nieuwbouw er meer groen wordt gerealiseerd en minder verharding in de openbare ruimte en in de tuinen. Er zal worden gekeken naar de mogelijkheden om groene daken en groene tuinen te stimuleren door gebruik te maken van de regelingen die hiervoor zijn vanuit Rijk en provincie”

 

Voor het formuleren van de ambities voor het water- en rioleringsprogramma is aansluiting gezocht bij de thema’s zoals geformuleerd in onze Omgevingsvisie (concept augustus 2023) en het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR). Tevens is aansluiting gezocht bij de visies en programmering van het waterschap (Waterbeheerprogramma 2022-2027) en de landelijke koers van het Rijk (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA), het Nationaal Programma Landelijk Gebied, de kamerbrief ’Water en Bodem sturend’ en de Kaderrichtlijn Water (KRW). In hoofdlijn onderkennen al deze visiedocumenten vier maatschappelijke thema’s die de komende tijd centraal staan en bijdragen aan een waardevolle leefomgeving.

 

In dit Wrp geeft de gemeente concreet aan hoe de invulling van de gemeentelijk riool- en watertaken een bijdrage levert aan de diverse ambities en pijlers. Om inzichtelijk te maken waar de gemeentelijke watertaken en visie elkaar vinden, leggen wij dit verband in de komende paragrafen. Niet alle doelstellingen uit de strategische visie hebben direct verband; voor het Wrp hebben we aansluiting gezocht bij de volgende punten:

  • Goed leefklimaat: Gebiedsgericht werken, een gezonde, schone en veilige woon- werk- en leefomgeving.

  • Kwalitatief goed openbaar gebied: Een toegankelijk en aantrekkelijke omgeving; goed onderhouden riolen, wegen, voet- en fietspaden: veilig, waterrobuust en klimaatbestendig.

  • Duurzame ontwikkelingen: Verduurzaming stimuleren vanuit brede invalshoek. De gemeente richt zich in het bijzonder op energietransitie en een circulaire economie. Initiatieven vanuit de samenleving verdienen ondersteuning.

  • Verbindende overheid: Participeren van inwoners, ondernemers en organisaties. De samenleving wordt betrokken bij de beleidsontwikkeling en -uitvoering en de gemeente regisseert. De basis ligt in een actieve communicatie met samenleving

De volgende kaders geven de hoofdlijn van de gemeentelijke ambitie weer.Strat

Onze inwoners en ondernemers kunnen ervan uitgaan dat de riool- en watertaken op een professionele en adequate manier door de gemeente worden ingevuld.

Onze inwoners en ondernemer zijn sterk betrokken bij hun eigen leefomgeving en de inrichting van de openbare ruimte. We stimuleren en ondersteunen buurt- of inwonersinitiatieven die de leefbaarheid vergroten.

 

We willen groene en veilige wijken en hebben hierbij specifiek aandacht voor klimaatadaptatie en de gevolgen van hittestress, maar ook voor veiligheid en sociale aspecten. We zetten daarnaast actief in op het behoud, onderhoud en toevoegen van kwalitatief waardevol groen.

De leefomgeving blijft minimaal op het huidige niveau, de beleving en aantrekkelijkheid wordt, waar mogelijk en doelmatig, verbeterd.

We benutten hiervoor de natuurlijke momenten.

 

Niet alle doelstellingen uit de strategische visies hebben een direct verband. Voor het formuleren van de visie en ambities voor het water- en rioleringsprogramma hebben we de Omgevingsvisie en thema’s uit het IBOR als volgt gekoppeld aan de vier pijlers voor het Wrp.

 

Pijlers Wrp

Thema’s Omgevingsvisie*

Thema's IBOR

Goed leefklimaat

  • 6.

    Verkeer en vervoer in Ouder-Amstel

  • 7.

    Gezond en veilig Ouder-Amstel

Gezondheid

Veiligheid

Mobiliteit

Kwalitatief goed openbaar gebied

  • 1.

    Ruimtelijk Ouder-Amstel

  • 2.

    Natuurlijk Ouder-Amstel

  • 3.

    Wonen in Ouder-Amstel

Klimaatadaptatie

Biodiversiteit

Verstedelijking

Duurzame ontwikkelingen

  • 5.

    Duurzaam Ouder-Amstel

  • 4.

    Bedrijvig en recreatief Ouder-Amstel

Energietransitie

Circulaire economie

Verbindende overheid

Binnen alle thema’s is het onze ambitie om de sociale en fysieke verbinding tussen inwoners, met gemeente en met het gemeentebestuur te stimuleren, de verbinding met de regio vast te houden en waar nodig te versterken.

Sociale cohesie

* dit zijn de thema’s zoals genummerd en verwoord in de concept Omgevingsvisie 11 april 2023

 

In onze Omgevingsvisie werken wij met een gebiedsindeling (zie figuur 2.1) in de volgende duidelijk te onderscheiden gebieden:

  • 1.

    Duivendrecht (bestaand woon-en werkgebied)

  • 2.

    Ouderkerk aan de Amstel (bestaand woon-en werkgebied)

  • 3.

    Amstelscheg (buitengebied)

  • 4.

    Gebiedsontwikkelingen (De Nieuwe kern, Werkstad OverAmstel, Entrada).

Figuur 2-1; gebiedsindeling conform de Omgevingsvisie gemeente Ouder-Amstel

 

Met dit Wrp geven wij concreet aan hoe de invulling van de gemeentelijke riool- en water-taken een bijdrage levert aan de diverse pijlers, invalshoeken en thema’s. Om inzichtelijk te maken waar de watertaken (zorgplichten) en visie elkaar vinden, komt dit verband in de komende paragrafen aan het licht. De paragrafen zijn voorzien van referentiebeelden voor de betreffende watertaak en dienen ter illustratie voor respectievelijk een sobere en een ambitieuze insteek. De omschrijvingen van de ambities zijn in dit hoofddocument kort en bondig; voor meer duiding wordt verwezen naar het achtergronddocument. Daarin is per aspect uitgebreid ingegaan op de kwaliteitsbeschrijvingen en getalsmatige kwaliteitsnormen.

 

2.1 Gebiedsontwikkelingen

Afspraken riool- en waterzorgheffing

Zoals vermeld in de inleiding zullen de komende jaren enkele bijzondere nieuwe stadswijken in onze gemeente verrijzen. De kosten voor de nieuwe aanleg van riolering bij nieuwbouw of inbreidingslocaties wordt verhaald op de ontwikkeling zelf, conform de Wro (Wet Ruimtelijke Ordening, Grex-wet) en komen niet ten laste van de rioolheffing. Op termijn komen de beheerkosten voor deze uitbreidingen in beeld, terwijl de nieuwe bewoners al wel direct worden aangeslagen voor de rioolheffing. Hierover worden afspraken gemaakt met de gemeente Amsterdam en de projectontwikkelaars. Voor dit Wrp hebben wij de volgende uitgangpunten gehanteerd:

 

Werkstad OverAmstel

In het gebiedsdeel Werkstad OverAmstel (ABPZ/WSO) is het riool in eigendom van de gemeente Amsterdam/Waternet. Zij voeren momenteel het beheer en onderhoud volledig zelf uit. Voor deze gebiedsdelen innen wij de rioolheffing; na aftrek van de kosten voor de inning wordt het resterende bedrag overgemaakt naar de gemeente Amsterdam/Waternet (overeenkomst 6 maart 2018). Dit gebied pakt zodoende momenteel budgetneutraal uit voor de gemeente Ouder-Amstel. De insteek voor onderhavig Wrp is dat dit principe voor deze gebieden niet wijzigt door de voorgenomen ontwikkelingen.

De Nieuwe Kern

DNK valt in het oorspronkelijke gebied van de voornoemde overeenkomst met de gemeente Amsterdam. Voor DNK wordt echter grootschalige nieuwe riolering aangelegd. Contractueel wordt geregeld dat Ouder-Amstel eigenaar wordt van de grond en de riolering en dus de rioolheffing kan innen én besteden.

Wel blijft de hoofdinfrastructuur (Holterbergweg) die wijkoverstijgend is bij de gemeente Amsterdam, zowel boven als onder de grond.

Entrada

Op dit moment is Entrada een kantorengebied. De riolering op het terrein is eigendom van de verschillende grondeigenaren en wordt ook door deze eigenaren beheerd en onderhouden. Het ingezamelde afvalwater loost op een stelsel van gemeente Ouder-Amstel. Ook na de ontwikkelingen blijft dit mogelijk de situatie.

 

Eisen bij nieuwe aanleg

Ook bij nieuwe aanleg van de openbare ruimte richten wij deze zodanig in dat bij extreme neerslag (eens per 100 jaar, in 2050) de gradatie ‘ernstige hinder’ niet wordt overschreden. Deze maatstaf geldt ook voor de particuliere terreinen en voor de in- of uitbreiding als geheel, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de afspraken voor klimaatbestendige nieuwbouw vanuit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en de landelijke richtlijnen van de Rijksoverheid (maart 2023). Uitgesproken is dat (her)ontwikkelingen in ieder geval niet leiden tot een verslechtering van de watersituatie.

 

In de omgang met regenwater hanteren wij de volgende volgorde, ook bij nieuwe aanleg:

  • 1.

    Gebruik – de mogelijkheden en meerwaarde voor het opvangen en gebruiken van regenwater brengen wij onder de aandacht bij inwoners en bedrijven.

  • 2.

    Vasthouden - water zoveel mogelijk verwerken en infiltreren in de bodem daar waar het valt; dit draagt bij aan de bestrijding van de droogte.

  • 3.

    Bergen – (tijdelijk) opslaan in wadi’s, retentievoorzieningen of oppervlaktewater.

  • 4.

    Afvoeren - als laatste instrument is de afvoercapaciteit vanuit een gebied te vergroten.

Deze opgave en volgorde geldt ook als een ontwikkelaar de openbare ruimte voor ons aanlegt. Onze richtlijnen voor inrichting zijn helder een eenduidig voor iedereen. De getalsmatige invulling is verder uitgewerkt in de volgende paragrafen.

 

2.2 Overkoepelende ambities en beleid

Sommige ambities en beleidspunten werken door in alle zorgplichten. Of we nu kijken naar het afvalwater, oppervlaktewater, grondwater of hemelwater, het is van groot belang dat de bijbehorende voorzieningen werken (technische staat), dat het risico op storing bij gemalen laag is (bedrijfszekerheid gemalen) en dat er bij de aanleg van nieuwe stelsels en systemen (zoals wadi’s en infiltratievoorzieningen) duidelijke kaders worden gesteld. Om herhaling te voorkomen zijn deze overkoepelende aspecten in deze paragraaf benoemd.

 

Aspect

Ambitie

Goed leefklimaat

Kwalitatief goed openbaar gebied

Duurzame

ontwikkelingen

Verbindende overheid

Algehele

technische staat (de

conditie van de voorzieningen)

  • De voorzieningen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater verkeren in een goede technische staat.

Voorkomen van onnodige vervuiling en overlast voor de omgeving. Voorkomen van lekkend afvalwater naar de bodem.

Voorkomen van ongewenst water op straat en stankoverlast, om de omgeving aantrekkelijk te houden.

Beter onderhoud zorgt voor een langere levensduur van installaties en systemen. Het voorkomen van lekkages zorgt voor minder stroom- en waterverbruik.

Meldingen worden beantwoord met actuele data. Werk-met-werk-maken. Data brengt de natuurlijke momenten in beeld.

Bedrijfszekerheid gemalen

  • Gemalen vallen beperkt uit.

  • De afvoercapaciteit van de gemalen is gewaarborgd.

Voorkomen van onnodige vervuiling en overlast voor de omgeving.

Voorkomen van ongewenst water op straat en overstorten van (schoon) water.

Geen vervuiling van schoon regenwater als er lozingen plaatsvinden i.v.m. inactieve of onder presterende gemalen.

Meldingen worden beantwoord met actuele data. Data wordt geactualiseerd met meldingen.

Nieuwe aanleg en renovatie

  • De voorzieningen zijn in staat de hoeveelheid te verwerken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt overlast door afval-, hemel-, grond- en oppervlaktewater voorkomen.

  • De Technische Richtlijnen en Verordeningen worden gevolgd.

  • Er is aandacht voor de inbreng van

Het gebruik van toekomst bestendige voorzieningen bij nieuwbouw en renovatie, om ook overlast in de toekomst te voorkomen.

Gebruik van toekomst-bestendige en klimaatrobuuste voorzieningen bij nieuwbouw en renovatie.

Duurzame, natuurinclusieve en circulaire ontwerpen bij nieuwbouw en renovatie.

Inwoners worden bij relevante projecten betrokken.

 

Beheerdata actueel, compleet en valide

We hebben de technische staat van de leidingen en voorzieningen inzichtelijk; de inspectiegraad is de laatste jaren toegenomen. De beheerdata en beheersoftware maken wij verder op orde. Hier is de laatste jaren al een grote slag in gemaakt (>90% op orde) voor wat betreft de geometrie van de riolen. De rioolinspecties zijn voor een groot deel (65%) uitgevoerd, maar deze informatie moeten we nog toevoegen aan het beheersysteem. Vanuit het dagelijks beheer is geborgd dat bij falen van bijvoorbeeld een gemaal of aan-sluitleiding snel kan worden gereageerd. Wij hebben het areaal nagenoeg volledig (riolering, drainage, oppervlaktewater) in het beheersysteem staan. Door deze beheerdata op orde te houden en te valideren, houden we inzicht in de omvang en de staat van het systeem, en daarmee de verwachte kosten voor het dagelijks beheer.

We zetten in op het verbeteren van de uitwisselbaarheid van data en informatie, via het Gegevenswoordenboek Stedelijk Water (GWSW) en diverse platforms.

 

Inzicht in functioneren op orde

Momenteel is er geen actueel Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW). Wel is er een regionale klimaatstresstest uitgevoerd. Deze test laat voor enkele locaties binnen de gemeente de wateroverlast zien bij een T=100 neerslagintensiteit gedurende 1 uur. Wij kennen binnen ons grondgebied geen urgente probleemlocaties, qua wateroverlast. Vanuit de actuele en complete data willen wij actuele modelstudies opstellen om te kijken hoe ons systeem presteert. Hiermee weten we getalsmatig waar we staan, wat voor risico’s we lopen en waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Zodra we de eventuele zwakke punten van ons stelsel in kaart hebben en we weten welke maatregelen we kunnen treffen, verwerken we dit in de planning.

 

Betrouwbaar rioolstelsel en naar een waardegedreven beheer

Het stelsel moet betrouwbaar zijn, knelpunten worden aangepakt, waar het stelsel niet voldoet of verouderd is grijpen wij in. Hierbij wegen wij de mogelijke effecten en risico’s en de beoogde kosten af, met als doel het maken van transparante en vastgelegde keuzes en het efficiënt inzetten van de beschikbare middelen.

 

De komende planperiode gaan wij aan de slag met onze visie op het ‘beheer van de openbare ruimte’. De beheeropgaven en -processen houden wij tegen het gedachtegoed van de Omgevingsvisie aan. Bewoordingen bij dit gedachtegoed zijn:

  • a.

    Leefomgeving centraal (effect/waardegestuurd, participatie, integraal scope en partners);

  • b.

    Inzichtelijk en transparant (structuur in documenten, KPI’s, monitoring);

  • c.

    Ruimte voor maatwerk en afweging van kosten/baten/risico’s;

  • d.

    Cultuurverandering (werkprocessen, regie, rollen, korte en lange termijn).

Meekoppelkansen benutten

In projecten en op buurt/wijkniveau worden riool- en waterprojecten in samenhang met andere opgaven, zoals integrale vervanging andere assets, klimaatopgave of de opgave energietransitie, afgestemd en benut. Enerzijds om werk-met-werk te maken, anderzijds om regie te houden op de drukte in de ondergrond. Vanuit actuele data hebben wij de natuurlijke momenten voor integraal beheer openbare ruimte in beeld. In de uitwerking van onderhavig Water- en rioleringsprogramma stemmen wij structureel af met bijvoorbeeld het Groenbeheerplan, het Wegenbeheerplan en het nog op te stellen klimaatadaptatieprogramma.

 

Controleren van nieuw, vervangen of gerepareerd werk

We blijven actief controleren op wat nieuw wordt aangelegd of gerepareerd en verlenen pas goedkeuring bij een correcte aansluiting én de bijbehorende dataverstrekking (revisie-tekeningen).

 

Dataveiligheid

De komende jaren zal dataveiligheid en cybersecurity belangrijker worden. Denk bijvoorbeeld aan het voorkomen van het hacken van de aansturing van de rioolgemalen. Om de bedrijfszekerheid van de besturing en bediening van deze essentiële onderdelen van de waterketen te borgen, zetten wij de komende periode in op de Cybersecurity Implementatierichtlijn Objecten – CSIR 1 .

 

Communicatie met inwoners en ondernemers

Voor het inzetten van burgerparticipatie heeft de gemeente een protocol en zijn er procesafspraken. Op projectniveau komt dit uitvoerig tot uiting, voor het opstellen van beleid en invullen van bewonersinitiatieven is dit minder vanzelfsprekend. Hiervoor is een proces voorhanden, maar is verbetering mogelijk in de daadwerkelijke uitvoering van de communicatie richting onze inwoners en ondernemers.

 

2.3 Ambitie en beleid voor zorgplicht afvalwater

De gemeente heeft de plicht te zorgen voor de inzameling en het transport van het stedelijk afvalwater. Deze zorgplicht komt voort uit de wettelijke zorgplicht zoals opgenomen in artikel 2.16 lid 1a in de Omgevingswet (Artikel 10.33 Wet milieubeheer). In de volgende tabel is voor onze invulling van deze zorgplicht toegelicht hoe deze bijdragen aan onze overkoepelende thema’s.

 

De aspecten ‘inzameling’ en ‘transport’ hebben betrekking op de wettelijke verplichting om huishoudelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren om te voorkomen dat dit in het leefmilieu terechtkomt, om zodoende een bijdrage te leveren aan een betere kwaliteit van het oppervlaktewater, grondwater en de bodem. Daarnaast wordt bij dit item aandacht besteed aan (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en zuivering) van afvalwater belemmeren. Om het afvalwater te kunnen inzamelen en transporteren moeten de buizen, putten, gemalen etc. voldoende capaciteit hebben, (onder vrijverval) binnen gestelde tijd afstromen en bedrijfszeker, dus in goede staat zijn.

 

Aspect

Ambitie

Goed leefklimaat

Kwalitatief goed openbaar gebied

Duurzame ontwikkelingen

Verbindende overheid

Aansluiting en inzameling

  • Al het afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd en komt tijdens droog weer niet ongezuiverd in sloten of bodem. Er zijn geen stankklachten en/of verontreinigingen van sloten en bodem door het riool.

  • Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling en transport (en zuivering) van afvalwater belemmeren.

Voorkomen dat afvalwater in het leefmilieu (op maaiveld of in het oppervlaktewater) terecht komt.

Geen stankklachten of verstoppingen bij de inwoners.

Openstaan voor (grijs water) alternatieven ‘anders omgaan met afvalwater’.

Communicatie tussen gemeente en inwoners voor aansluitplicht en voorkomen van nieuwe foutaansluitingen.

 

 

Inzameling van afvalwater

Wij streven naar het aansluiten op de riolering van alle percelen waar afvalwater wordt geproduceerd binnen ons grondgebied. Indien innovatieve systemen, in plaats van inzameling met pompen en leidingen, bijdragen aan een duurzame inzet van middelen en (toekomstige) kostenbesparingen worden deze verkend en waar mogelijk toegepast. Hierbij zoeken wij de samenwerking met bedrijven, marktpartijen en Waternet. Dit omvat ook de bebouwing op de tuinparken in met name De Nieuwe Kern, waar het waterschap waterkwaliteitsbeheerder is en de gemeente Amsterdam de grondeigenaar.

 

Assetmanagement

Het inzicht in de technische staat van de vrijverval riolering is goed. Van een groot deel van de riolen (65%) is de kwaliteit in beeld. Aandachtspunten die vanuit de inspecties naar voren komen worden veelal direct verholpen. In het overgrote deel van de geïnspecteerde riolen is geen tot weinig schade geconstateerd en in vergelijking met het globale schade-beeld is een relatieve verbetering te zien. De aangetroffen schades worden beoordeeld en indien nodig op de planning gezet. In ons assetmanagement houden wij rekening met de risico’s en effecten op de leefomgeving. Het falen van een riool in een achterpad heeft bijvoorbeeld een andere impact dan een riool in een hoofdstraat. Hierbij hoort dan een andere beheerstrategie; wij geven elk probleem de aandacht die het verdient. Deze koers zetten wij door.

 

Bewustzijn creëren voor het ‘anders omgaan met drinkwater en afvalwater’

We willen onze inwoners en ondernemers bewuster maken van de waarde van water. Dit willen we doen door de inwoners op de hoogte te houden van de jaarlijkse afvalwaterproductie (bijvoorbeeld in perspectief tot vergelijkbare woningen, buurten of omliggende dorpen) en mogelijkheden om dit terug te dringen te promoten (bijvoorbeeld door gebruik van regenwater voor toiletspoeling en de was, het hergebruik van ‘grijs’ water). Dit doen wij nadrukkelijk in samenwerking met drinkwaterbedrijf Waternet en in samenhang met de bewustwording voor het veranderende klimaat en de kansen voor particuliere bijdrage aan klimaatadaptatie.

 

Kaderrichtlijn Water

Door de realisatie van bergbezinkvoorzieningen en het afkoppelen van verhard oppervlak hebben wij ongewenste lozing van rioolwater naar het oppervlaktewater het afgelopen decennium reeds gereduceerd. De impact van de resterende vuilemissie uit de riolen (als overloop bij heftige buien) op de doelstellingen voor de watergangen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) is nog niet in beeld.

Wij maken samen met het waterschap de impact van de restlozingen uit de riolen op de waterkwaliteit van de watergangen inzichtelijk en onderzoeken gezamenlijk de mogelijkheden voor optimalisatie van de afvalwaterketen, ter invulling van het ‘Zero Pollution Plan’ vanuit de Europese Commissie2 . Hierbij beschouwen wij de doelstellingen opgaven voor riolering, oppervlaktewater en rioolwaterzuivering als één integrale opgave. Belangrijk is, in samenspraak met het waterschap, aansluiting te zoeken bij de actualisatie van de Kaderrichtlijn Water, die de komende jaren wordt verwacht.

 

2.4 Ambitie en beleid voor zorgplicht hemelwater

De gemeente heeft de plicht te zorgen voor de inzameling van het hemelwater (regenwater). De zorgplicht voor de inzameling en verwerking van overtollig afvloeiend hemelwater sluit aan bij artikel 2.16 lid1a in de Omgevingswet (artikel 3.5 van de Waterwet). In onderstaande tabel is toegelicht hoe de omgang met afvloeiend hemelwater bijdraagt aan de overkoepelende thema’s voor de gemeente Ouder-Amstel.

 

Bewuste, doelmatige keuzes over de omgang met hemelwater zijn noodzakelijk. Indien hemelwater niet lokaal in de bodem of op een oppervlaktewaterlichaam te brengen is, is transport en verwerking mogelijk. Bij gemengde rioolstelsels wordt het op daken en wegen vallend hemelwater vermengd met afvalwater van huishoudens en bedrijven en getransporteerd naar de RWZI’s. Het transporteren en zuiveren van relatief 'schoon' hemelwater is voor de gemeente geen duurzame oplossing. De afvalwaterketen wordt onnodig belast en er wordt onnodig energie verbruikt.

 

Aspect

Ambitie

Goed

leefklimaat

Kwalitatief goed openbaar gebied

Duurzame ontwikkelingen

Verbindende overheid

Aansluitingen en inzameling

  • Overtollig hemelwater dat de particulier redelijkerwijs niet op eigen terrein kan verwerken wordt ingezameld.

  • Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en verwerking) van overtollig hemelwater belemmeren.

  • Voor zover doelmatig wordt geprobeerd zoveel mogelijk schoon hemelwater te scheiden van het stedelijk afvalwater.

  • Hemelwater wordt waar mogelijk bovengronds en zichtbaar verwerkt.

De openbare ruimte wordt onderdeel van de verwerking én beleving van hemelwater.

Water op straat is onvermijdelijk in de toekomst. Bepaalde gebieden worden hier juist op ingericht, om wateroverlast te voorkomen.

Tegengaan van onnodige inzameling en transport van schoon regenwater vermindert het energie- en waterverbruik in de gehele keten.

Communicatie tussen gemeente en inwoners voor stimulering, bewustwording en rolverdeling in de omgang met hemel-water en klimaatadaptatie.

Verwerking en afvoer-capaciteit

  • De bebouwing, wegen en openbare ruimte zijn zo ingericht dat het water bij regen goed kan afvoeren naar de straatkolken en/of riolering. Hinderlijke plas-sen op straat komen beperkt voor. De afstroming dient gewaar-borgd te zijn.

  • Bij normale regenval wordt het rioolwater afdoende opgevangen in de riolen (en eventuele bergings-voorzieningen), zonder dat dit leidt tot hinderlijke water op straat.

  • Bij extreme situatie (vanaf een bui die eens in 2 jaar optreedt) mag tijdelijk enige hinder door 'water op straat' situaties ontstaan.

In 2050 is de verwerkingscapaciteit van de ondergrond én de openbare ruimte ingericht om de korte heftige bui die eens per 100 jaar valt te verwerken, zonder dat er wateroverlast optreedt.

Water op straat is onvermijdelijk in de toekomst. Bepaalde gebieden worden hier juist op ingericht, om wateroverlast te voorkomen

Het tempo van maatregelen tegen wateroverlast volgt in de basis de vervangings-opgave van riolering en wegen.

Afstemming tussen gemeente, waterschap en inwoners omtrent de acceptatie van water-op-straatsituaties.

Bewustwording

  • Inwoners zijn op de hoogte van het veranderende klimaat en hoe dit zich vertaalt in uitdagingen in de gemeente.

Inwoners worden betrokken zodat ze een actieve bijdrage kunnen leveren aan een klimaat neutrale straat.

-

-

Inwoners worden geïnformeerd over de situatie, en gestimuleerd en uitgedaagd om mee te denken aan oplossingen.

 

 

Omgaan met hemelwater - bewustwording bij particulieren

Wij willen bij onze inwoners en ondernemers bewustzijn creëren voor de effecten van het veranderende klimaat en de toename van neerslag. Wij denken aan publieksacties om inwoners bewust te laten worden van de effecten van een veranderend klimaat en hun rol daarin. Bijvoorbeeld een ‘actie regenton’ of het stimuleren van onttegelen van tuinen (NK-Tegelwippen), of door aan te sluiten bij initiatieven als operatie Steenbreek of Rainproof. Kaders, taken en verantwoordelijkheden van particulieren, ontwikkelaars en gemeente gaan wij de komende periode eenduidig vastleggen en communiceren. Met een veranderend klimaat en toenemende neerslag is dit een manier om ook in de toekomst veiligheid en een goede leefomgeving te garanderen voor de inwoners. In 2050 is onze gemeente klimaatbestendig en waterrobuust. Wij dragen deze boodschap en visie uit naar onze inwoners en bedrijven.

 

Wateroverlast bij extreme neerslag – klimaatbestendig en water robuuste maatregelen in bestaand gebied

Om overlast tijdens heftige regen te voorkomen, moet de riolering voldoende afvoercapaciteit hebben. Hiervoor dienen de buizen, putten, etc. in goede staat te zijn. Regulier onderhoud en tijdige vervanging is daarbij noodzaak. Bij extreme buien heeft de gehele buitenruimte een rol in de opvang, afvoer en verwerking van het hemelwater. Ook het oppervlaktewater speelt hierin een belangrijke rol. Via deze voorzieningen wordt het hemelwater dat op stoepen, daken, wegen, parkeerplaatsen, pleinen, enz. valt (met uitzondering van de gemengde stelsels) verzameld en lokaal toegevoegd aan het grondwater of afgevoerd naar het oppervlaktewater.

 

Ouder-Amstel kent anno 2023 niet veel probleemlocaties, qua wateroverlast. Wij kijken wel met een blik gericht op de toekomst. Wij kunnen straks de ‘klimaatbuien’ verwerken die eens per 100 jaar optreden en wij verkoelen de kernen en wijken door het versterken van de groene leefomgeving. Zo zorgen wij ervoor dat in 2050 de waterveiligheid op orde is met een robuuste vitale infrastructuur en dat de leefbaarheid voor onze inwoners en ondernemers in stand blijft. Bij de herinrichting van de openbare ruimte wordt ontworpen op een klimaatbui van 70 mm in één uur, in aansluiting op de landelijke maatlat (maart 2023) en het PvE Duurzaamheid (versie 2022). De definities voor ‘(regen)wateroverlastlocatie’ wijzigen niet, wat inhoudt dat wij bij ‘water op straat’ onderscheid maken in drie verschillende gradaties:

  • a.

    Hinder: kortdurend beperkte hoeveelheden ‘water op straat’, met een duur in de orde van 0-30 minuten;

  • b.

    Ernstige hinder: forse hoeveelheden ‘water op straat’, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels, met een duur in de orde van 30-120 minuten;

  • c.

    Overlast: langduriger en op grotere schaal ‘water op straat’, water in winkels en woningen (boven het vloerpeil van de begane grond) met materiele schade en mogelijk ook ernstige belemmering van en gevaar voor het (economische) verkeer.

De bovenstaande definiëring geldt niet voor gebieden die als calamiteitenberging aangewezen zijn.

 

Wateroverlast bij extreme neerslag – klimaatbestendig en waterrobuuste maatregelen in ontwikkelgebieden

Ook bij nieuwe aanleg van de openbare ruimte richten wij deze zodanig in dat bij extreme neerslag (eens per 100 jaar, in 2050) de gradatie ‘ernstige hinder’ niet wordt overschreden. Deze maatstaf geldt ook voor de particuliere terreinen en voor de in- of uitbreiding als geheel, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de afspraken voor klimaatbestendige nieuwbouw vanuit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en de landelijke maatlat (maart 2023). Uitgesproken is dat (her)ontwikkelingen niet zorgen voor een verslechtering van de watersituatie. Onderstaand kader geeft een overzicht.

 

Figuur 2-2: Basisveiligheidsniveau-Klimaatbestendige-nieuwbouw v3.0 (juni 2021)

 

Deze opgave en de voorkeursvolgorde gebruik- vasthouden-bergen-afvoeren (zie §2.1) geldt ook als een ontwikkelaar de openbare ruimte voor ons aanlegt. Onze richtlijnen voor inrichting zijn helder en eenduidig voor iedereen. De getalsmatige invulling is uitgewerkt in figuur 2-2. De komende planperiode werken wij de technische details voor het ‘klimaatadaptief inrichten’ verder uit en implementeren dit in onze LIOR.

 

Regenwater is in principe schoon

Uitgangspunt is dat hemelwater in principe schoon genoeg is om direct op oppervlaktewater te lozen. De afgelopen decennia hebben wij een deel van onze gemengde stelsels omgebouwd naar een gescheiden stelsel. Dit heeft een positieve invloed op de waterkwaliteit en voorkomt het onnodige transporteren en zuiveren van hemelwater. Verdachte oppervlakken in de gemeente voeren af op een gemengd of verbeterd gescheiden stelsel.

De ambitie om de afkoppelkansen te benutten (werk-met-werk maken) zetten wij door. Dit afkoppelen doen wij ter voorkoming van het onnodig transporten en zuiveren van schoon hemelwater, het voorkomen van wateroverlast en het beperken van droogte. Hierbij wordt het water waar mogelijk zoveel mogelijk bovengronds wordt afgevoerd.

 

Doelmatige maatregelen

Wij willen het hemel- en grondwater zo weinig mogelijk vermengen met afvalwater. De huidige praktijk van afkoppelen wordt doorgezet in de planperiode van het Wrp 2023-2027. Dit betekent dat per project de keuze voor wel of niet afkoppelen op doelmatigheid en kosteneffectiviteit wordt getoetst en verhard oppervlak bij een positief toetsresultaat wordt afgekoppeld. Het afkoppelen wordt gecombineerd met de vervanging van de vrij-vervalriolering, de herinrichting van de openbare ruimte of werkzaamheden van derden. Voor het afkoppelen van verhard oppervlak van woningen wordt de samenwerking gezocht met grotere vastgoedeigenaren, zoals woningstichting Eigen Haard.

 

Wij nemen alleen maatregelen tegen regenwateroverlast en het scheiden van waterstromen (afkoppelen) indien dit voldoende doelmatig wordt geacht. De afwegingen en eventuele maatregelen zijn altijd locatieafhankelijk en maatwerk. Om de doelmatigheid van regenwatermaatregelen te beoordelen, stellen wij een advies op vanuit de volgende beleidsregels:

  • a.

    Er is een probleem: op basis van een gemeentelijke analyse wordt verwacht dat er op één of meerdere locaties niet wordt voldaan aan voornoemde ambities met betrekking tot ‘geen hinder’, ‘hinder’, ‘ernstige hinder’ en/of ‘overlast’.

  • b.

    De maatregel heeft nut: de maatregel heeft naar verwachting een gunstig effect op het behalen van bovenstaande ambities zonder nieuwe hinder of overlast te veroorzaken op andere locaties en zonder de kwetsbaarheid van het watersysteem te vergroten.

  • c.

    De maatregel is kosteneffectief: de investerings- en exploitatiekosten van maatregelen door de gemeente staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten (individuele) kosten voor schades.

  • d.

    De maatregel is inpasbaar: de maatregel leidt niet tot onevenredig grote belemmeringen voor het behalen van andere gemeentelijke ambities, waaronder de (voor het gebied of locatie) gewenste uitstraling, verkeersveiligheid of energieverbruik.

Vanwege de specifieke (geo)hydrologische situatie is er op voorhand geen getalsmatige invulling aan bovenstaande beleidsregels te geven.

 

2.5 Ambitie en beleid voor zorgplicht grondwater

De zorgplicht voor de structurele nadelige gevolgen van grondwaterstanden is opgenomen in artikel 2.16 lid1a in de Omgevingswet (artikel 3.6 van de Waterwet). Waar mogelijk zetten wij in op een positieve bijdrage aan het droogteprobleem.

 

Grondwater is een natuurlijk verschijnsel. In het stedelijk gebied komen situaties voor waarbij de aan de grond gegeven bestemming en de aanwezigheid van grondwater elkaar hinderen. Door de ligging in een polder en de bodemdaling is het in de gemeente Ouder-Amstel niet ongebruikelijk dat er zich in een kruipruimte grondwater bevindt. Water in de kruipruimte is niet per definitie overlast. Water mag aanwezig zijn als dit geen gevolgen heeft voor het woongenot of de bouwtechnische staat.

 

Naast hoge grondwaterstanden kunnen ook lage grondwaterstanden leiden tot overlast. Lage grondwaterstanden kunnen bijvoorbeeld leiden tot paalrot van houten paalfunderingen (met name bij oudere woningen), extra (ongelijke) zetting van veen- en kleibodems en verdorring van vegetatie in openbaar of particulier groen. Passende maatregelen komen veelal overeen met de voorkeursstrategie uit het omgaan met neerslagafvoer: vasthouden, bergen en pas als het niet anders kan afvoeren. Voorbeelden van maatregelen die hieraan bijdragen zijn: verminderen van gesloten verhard oppervlak, gebruik van infiltratievoorzieningen en vasthouden van extra grondwater door beperken van drainage.

 

Aspect

Ambitie

Goed

leefklimaat

Kwalitatief goed openbaar gebied

Duurzame

ontwikkelingen

Verbindende overheid

Aansluiting

en wijze van

inzameling en opvang

De gemeente wil een duidelijk aanspreekpunt zijn voor burgers en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over het grondwater.

Grondwater geeft geen problemen voor de aan de grond gegeven bestemming.

-

-

Communicatie tussen gemeente en inwoners over de rolverdeling en bewustwording voor (structurele) grondwateroverlast.

Aanpak

structurele

overlast

De gemeente treft, mits doelmatig, maatregelen op openbaar terrein ter beperking van structurele grondwateroverlast.

Grondwater geeft geen problemen voor de aan de grond gegeven bestemming.

-

Het tempo van maatregelen tegen structurele grondwateroverlast volgt de natuurlijke vervangingsmomenten van riolering en wegen.

Communicatie tussen gemeente en inwoners over de rolverdeling en bewustwording voor (structurele) grondwateroverlast.

Instand-houding grondwaterbalans

De gemeente draagt bij aan een duurzame omgang met water door waar mogelijk infiltratie van hemelwater te stimuleren.

-

Een groene, levendige omgeving. Waar droogte en hitte onder controle zijn.

Door hemelwater zo veel mogelijk lokaal te verwerken en/of te infiltreren, voorkomt dit onnodige voorzieningen en energieverbruik.

Communicatie tussen gemeente en bewoners over de bewustwording voor het anders omgaan met water.

 

 

Voortzetten huidige koers

In grote lijnen volgen wij de koers van de afgelopen jaren voor de invulling van onze gemeentelijke watertaken. Onze insteek is onveranderd: de gemeentelijke grondwaterzorg-plicht wordt sober en doelmatig ingevuld. Het is erop gericht om op doelmatige wijze bestaande hinder weg te nemen en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nieuwe hinder te voorkomen met als resultaat een duurzaam functionerend grondwatersysteem én een duurzaam gebruik.

 

De financiering van aanpak van droogtestress is niet volledig onder de zorgplicht grondwater te borgen, tenzij het ‘structurele nadelige gevolgen’ betreft. Dit maakt het niet mogelijk de hierbij bijhorende activiteiten te financieren vanuit de riool- en waterzorgheffing.

 

Doelmatige maatregelen

Wij nemen alleen zelf maatregelen tegen grondwateroverlast of -onderlast als dit doelmatig wordt geacht, en alleen in de openbare ruimte. De afwegingen en eventuele maatregelen zijn altijd locatieafhankelijk en maatwerk. Om de doelmatigheid van grondwatermaat-regelen te beoordelen, stellen wij een advies op vanuit de volgende beleidsregels:

  • a.

    Er is een probleem: structureel nadelige gevolgen door een te hoge of te lage grondwaterstand (nadelige gevolgen zijn afhankelijk van de bouwwijze van de woning én ter beoordeling van de gemeente. Optrekkend vocht in muren hoeft bouwtechnisch geen probleem te zijn, maar kan wel tot een afname van het woongenot leiden als gevolg van vochtig binnenklimaat).

  • b.

    De maatregel heeft nut: vanuit de openbare ruimte wordt een gunstig effect voor de (particuliere) percelen met overlast bereikt zonder nieuwe structurele schade of overlast te veroorzaken.

  • c.

    De maatregel is kosteneffectief: de investerings- en exploitatiekosten van maatregelen door de gemeente staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades.

  • d.

    De maatregel is inpasbaar: de maatregel leidt niet tot onevenredig grote belemmeringen voor het behalen van andere gemeentelijke ambities, waaronder de (voor het gebied of locatie) gewenste uitstraling, verkeersveiligheid of energieverbruik. Vanwege de specifieke geohydrologische situatie is er op voorhand geen getalsmatige invulling aan bovenstaande beleidsregels te geven.

Maatregelen zijn altijd locatie specifiek. Per vervangings- of onderhoudsproject in de openbare ruimte onderzoeken wij de mogelijke effecten op de grondwaterstand (zoals bijvoorbeeld de stijging als gevolg van het vervangen van oude, lekke riolen). Ervaringen en adviezen vanuit lopende projecten nemen wij mee in de afweging bij nieuwe projecten. Passende en doelmatige maatregelen in de openbare ruimte worden door ons verkend en uitgevoerd.

 

Invullen regierol – onderzoeken effecten grondwaterstand bij projecten

In grote lijnen volgen wij de koers van de afgelopen jaren voor de invulling van haar gemeentelijke watertaken. De insteek is onveranderd; in situaties waar grondwaterlast wordt gemeld, treden wij op als regisseur bij het zoeken naar oplossingen.

 

De gevolgen van overtollig grondwater of een lage grondwaterstand vallen onder de verantwoordelijkheid van de grondeigenaar. Wij werken, waar mogelijk, mee aan oplossingen (onderzoekend en regisserend) en willen daartoe een duidelijk aanspreekpunt zijn voor burgers en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over grondwater. In situaties waar grondwateroverlast wordt gemeld, treden wij op als regisseur bij het zoeken naar oplossingen. In de praktijk is deze rol niet geheel eenduidig; de komende jaren zetten wij in op een communicatieslag.

 

Verkrijgen van inzicht – voortzetten monitoring grondwaterstanden

Wij hebben de grondwatersituatie goed in beeld met een operationeel netwerk van peilbuizen. In 2020 is deze monitoringsopzet nog goed doorgelicht. Het continue monitoren zorgt voor inzicht in de langjarige ontwikkeling van het grondwater in onze gemeente. Zo grijpen wij tijdig in als de grondwaterstand wijzigt. De grondwatermonitoring zetten wij voort.

 

Verkrijgen van inzicht – inventariseren en inspecteren

De voorzieningen die een bijdrage leveren aan de beheersing van het grondwater (met name drainagesystemen) leggen wij vast in het beheersysteem. Deze gegevens zijn voldoende op orde en dienen dit te blijven. Wij zetten een structureel inspectie- en reinigingsprogramma op, ook voor deze voorzieningen.

 

2.6 Ambitie en beleid voor zorgplicht oppervlaktewater

De gemeentelijke taken omtrent oppervlaktewater vallen buiten de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Oppervlaktewater hebben wij wel als onderdeel van dit Wrp opgenomen, aangezien het een belangrijke bijdrage levert aan de hoofddoelen vanuit de inleiding (H1). De gemeente heeft wel een verplichting voor het nastreven van een gewenste waterkwaliteit (afspraken KaderRichtlijn Water, zie par. 2.2 afvalwater, en naar verwachting (conceptstatus) tevens vanuit de Europese richtlijn Stedelijk Water) en verplichtingen die volgen vanuit de Keur van het waterschap. Onderhavig document richt zich op het oppervlaktewater in stedelijk gebied, gezien de samenhang en wisselwerking met de riolering.

 

Wij hebben als gemeente relatief weinig oppervlaktewater in beheer en onderhoud. Een merendeel van het areaal (circa 90%) is in beheer en onderhoud bij het waterschap. Het beheer van de Amstel ligt bij de Provincie. Voor het stedelijk oppervlaktewater is het onze ambitie om, samen met het waterschap, de aankomende planperiode de aspecten verder vorm te geven. Niet alleen de gezamenlijke kaders voor de technische staat en de beheer- en onderhoudsregimes, maar ook investeringen vanuit bijvoorbeeld de regionale Klimaatadaptatiestrategie vallen hieronder. Immers, in de kernen draagt een goed functionerend en onderhouden watersysteem, plus het omliggende groen, bij aan de klimaatop-gaven voor het verminderen van wateroverlast, hittestress en droogtestress.

 

De ambities en het beleid op het gebied van oppervlaktewater zijn niet eerder op deze wijze opgenomen. De insteek op het huidige beleid van de gemeente Ouder-Amstel en van het waterschap kan op een aantal vlakken licht verschillen (bijvoorbeeld over de plaatsing van bomen of het onderhoudsregime voor riet). Een verbeterde afstemming over de doelen en ambities van het waterschap, voor zowel het beheer en onderhoud als de inrichting van oppervlaktewater én oevers, is een belangrijk speerpunt voor de komende jaren. Evenzo geldt dit voor de ambities vanuit andere beleidsvelden. In onderhavig Wrp schetsen wij hiervoor de eerste contouren.

 

Aspect

Ambitie

Goed

leefklimaat

Kwalitatief goed openbaar gebied

Duurzame

ontwikkelingen

Verbindende overheid

Afvoer-

capaciteit

Bij extreme situatie mogen opstuwing tot op maaiveld en 'water-op-straat' situaties ontstaan. Dit mag niet leiden tot overlast/ schade.

De afvoer-capaciteit wordt gegarandeerd. Zodat overlast en onveilige situaties zoveel mogelijk worden voorkomen.

De bestaande en nieuwe watergangen leveren een bijdrage aan de leefbaarheid en de beleving van de openbare ruimte en de klimaatopgave.

-

Meldingen over hoogwater of overlast worden opgepakt.

Uitstraling

De gemeente en het waterschap zetten met regulier beheer in op de optimale uitstraling van de watergangen en vijvers.

-

De bestaande en nieuwe watergangen leveren een bijdrage aan de leefbaarheid en de beleving van de openbare ruimte en de klimaatopgave.

-

-

Beleving en zichtbaarheid

De gemeente en het waterschap zetten in op vergroten van de belevingswaarde en biodiversiteit van het oppervlaktewater.

-

-

-

-

 

Hiervoor zetten wij de komende planperiode in op het volgende:

 

Een andere inrichting van de buitenruimte

Andere keuzes in de inrichting van de openbare ruimte dragen bij aan de verwerking van het hemelwater, volgens de voorkeursvolgorde gebruik-vasthouden-bergen-afvoeren. Het water draagt positief bij aan het functioneren van het oppervlaktewater, qua aanvulling en doorspoeling. Van belang is dat zodra de openbare ruimte meerdere functies vervult (berging van water op straat, berging van water in groenvoorzieningen), dit duidelijk gecommuniceerd wordt naar de gebruikers hiervan.

 

Afstemming beheerstrategie (bijdragen aan beleving, zichtbaarheid en biodiversiteit)

Het oppervlaktewater levert een bijdrage aan de beleving en aantrekkelijkheid van onze gemeente en is belangrijk voor de biodiversiteit. Het beheer en onderhoud ligt bij verschillende assetmanagers; van belang is de integrale benadering (proces en werkplan) goed af te stemmen. Het oppervlaktewater levert immers een belangrijke bijdrage aan een goed leefklimaat en openbare ruimte.

 

Een groot deel van het water is in beheer en onderhoud bij het waterschap. Ook zij levert hieraan dus een belangrijke bijdrage. Wij willen dan ook de streefbeelden voor het oppervlaktewater actualiseren in samenspraak met het waterschap (gekoppeld aan onder meer de Kaderrichtlijn Water) en de maatregel Goede stedelijke waterbeheerpraktijk, zoals Waternet die heeft gedefinieerd: “onder een goede stedelijke beheerpraktijk wordt verstaan dat we de gemeenten vragen om bij de inrichting en het beheer van het rioolstelsel, het watersysteem en het omringend groen rekening te houden met de effecten daarvan op de ecologische waterkwaliteit’. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de afstemming rondom de uitvoering van het maaiwerk, het op orde houden van het bodemprofiel en de eisen aan lozingspunten van hemelwater.

 

Afstemmen beleidsvelden en overige functies van het oppervlaktewater

Water is een belangrijke drager in de buitenruimte, zeker voor de gemeente Ouder-Amstel in het kenmerkende polderlandschap en waterrijke gebied. Water heeft meer functies dan alleen invulling van de gemeentelijke watertaken of de koppeling met belevingswaarde. In de vaststelling van de streefbeelden en het onderhoudsstramien nemen wij de thema’s waterrecreatie, viswater en bluswater nadrukkelijk mee.

3. Programma

In het voorgaande hoofdstuk zijn de ambities, de actuele stand van zaken en bijbehorende speerpunten voor water en riolering beschreven, maar wat betekent dit nu? Welke acties en maatregelen neemt de gemeente de komende jaren om het beoogde kwaliteitsniveau te realiseren en te handhaven?

 

Een nulmeting is opgesteld van de kwaliteit en kwantiteit van ons areaal (peildatum 2023). In het programma hebben wij de ambities vertaald naar een strategie met onderzoeken, beheer- en onderhoudsactiviteiten en investeringen met bijbehorende budgetten. De details zijn te vinden in respectievelijk hoofdstuk 5 en 6 van het achtergronddocument.

 

3.1 De activiteiten in hoofdlijnen

Het dagelijks beheer en onderhoud van riool- en watervoorzieningen (inspecties, reiniging en kleine reparaties) zetten we op de huidige wijze voort. Hiervoor hebben we het gegevensbeheer op orde en hebben we zodoende voldoende inzicht in het functioneren en in de kwaliteitstoestand van de voorzieningen. Accenten brengen we aan vanuit de ambities uit het voorgaande hoofdstuk De volgende tabel geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste activiteiten en accenten voor de periode 2023-2027.

 

Activiteitenprogramma 2023-2027

Onderzoek en beleidsopgaven

Implementeren beleidsregels en kaders in richtlijnen voor nieuwbouw.

Stimuleren en faciliteren van acties voor inwoners en bedrijven gekoppeld aan de thema’s duurzaamheid en klimaat.

Onderzoeken en afstemmen beheer- en onderhoud stedelijk water met het waterschap.

Dagelijks beheer en onderhoud

Dagelijks beheer (reinigen, inspecteren en repareren voorzieningen als riolen, gemalen, drainage, kolken, duikers en watergangen).

Stap van assetbeheer naar waardegedreven beheer.

Investeringen

Vervangen, renoveren en herstellen van riolen die kwalitatief in slechte staat zijn.

Vervangen en herstellen gemalen en pompunits die kwalitatief in slechte staat zijn.

Maatregelen ter verbetering van het functioneren van riolen, zoals het afkoppelen van verhard oppervlak en aanpassen van diameters.

Maatregelen ter verbetering van het functioneren van de watersystemen, met name de verwerking van overtollig water.

Klimaatbestendig en waterrobuuste meekoppelkansen; niet verstenen en verzamelen, maar vergroenen en verspreiden.

Participatie en bewustwording

Inzetten op stimuleren particulieren voor afkoppelen verhard oppervlak, aanleg groene daken en gebruik regenwater.

Personeel

Personele capaciteit, kwalitatief en kwantitatief. Structureel voor de adequate invulling van de water- en rioleringstaken en de klimaatopgaven.

Personele capaciteit, kwalitatief en kwantitatief. Voor de invulling van de voorbereiding, advies en toezicht van de komende gebiedsontwikkelingen.

 

3.2 Totale lasten binnen de planperiode

Met het programma hebben wij de ambitie vertaald naar een strategie met onderzoeken, activiteiten en investeringen met bijbehorende budgetten. Medio 2023 zijn deze budgetten afgestemd met de begrotingen. De volgende tabellen geven een samenvatting per onderdeel, als jaarschijf voor de komende planperiode. De budgetten voor onderzoek en dagelijks beheer komen direct op de exploitatie. De investeringen worden over een lange termijn afgeschreven; deze afschrijvingen (en rente) worden als kapitaallasten verrekend.

 

Tabel 3-1: overzicht exploitatie

activiteit

type

2024

2025

2026

2027

onderzoek

exploitatie

€ 15.000

€ 55.000

€ 25.000

€ 65.000

Dagelijks

beheer

exploitatie

€371.395

€371.395

€371.395

€371.395

personeel

exploitatie

€ 518.845

€ 518.845

€ 518.845

€ 518.845

Totaal

€ 905.240

€ 945.240

€ 915.240

€ 955.240

 

Tabel ‎3-2: overzicht investeringen (naar financiële afschrijvingstermijn)

financiële

afschrijvingstermijn

type

2024

2025

2026

2027

15 jaar

vervanging

-

-

-

-

20 jaar

vervanging

€ 115.000

€ 3.200.000

€ 1.750.000

€ 1.750.000

30 jaar

vervanging

€ 48.037

€ 48.037

-

-

40 jaar

vervanging

€ 441.309

€ 1.921.812

€ 1.423.830

€ 1.478.602

Totaal

€ 604.346

€ 5.169.849

€ 3.173.830

€ 3.228.602

 

De budgetten zijn inclusief de benodigde personele inzet vanuit de gemeente, voor voorbereiding, advies, toezicht en participatie. Het vervangingsbudget loopt op van €1,6 mln. in 2023 naar €3,2 mln. in 2027. De daadwerkelijke planningen van de maatregelen (reparatie, relining of vervanging) worden op reguliere basis afgestemd met de disciplines wegen en groen, en kabels en leidingen in het MeerjarenInvesteringsprogramma.

4. Monitoring

Daar waar middelen worden ingezet om doelen te bereiken is het belangrijk om te monitoren of en in welke mate die doelen ook worden bereikt. Hierbij onderscheiden wij twee sporen.

 

4.1 Monitoring beleids- en procesmatig

De Omgevingswet verplicht gemeenten om het eigen beleid meetbaar te maken en effecten te monitoren. Dit kan door herhaaldelijk de effecten van genomen maatregelen te meten en de actuele situatie aan de hand van de kwaliteitskaders te beoordelen.

 

Daar waar een maatregel bedoeld is om bijvoorbeeld bewustwording te vergroten kan dit kwalitatief (interview) of kwantitatief (enquête, vragenlijst) gemeten worden. Daar waar een maatregel beoogt de vuilemissie te verminderen kan gemeten worden of het water op de betreffende plaatsen schoner is na het nemen van maatregelen. Het is aan de gemeenteraad van Ouder-Amstel om de uitvoering te blijven monitoren en te controleren of het college van burgemeester en wethouders het afgesproken beleid (via de ambtenaren) goed uitvoert. Welke (maatschappelijke) doelstellingen en indicatoren hier van belang zijn wordt besproken in de Omgevingsvisie.

 

Evaluatie van maatregelen is een belangrijk, maar vaak ondergeschoven, onderdeel van de beleidscyclus. Wij gaan de uitgevoerde acties, activiteiten en maatregelen evalueren. Aan het einde van de looptijd evalueren we dit programma op:

  • o

    Inhoud: in hoeverre zijn doelstellingen behaald?

  • o

    Proces: zijn de juiste stappen gezet op de juiste wijze?

  • o

    Relatie: kan de samenwerking met inwoners en bedrijven beter?

De evaluatie is de ‘check’ in de plan-do-check-act cyclus. De evaluatie wordt aansluitend vertaald in een geactualiseerde versie van de visie en programmering water en riolering.

 

4.2 Monitoring functioneel

Hiernaast meten wij concreet een aantal fysieke parameters, om inzicht te hebben in het dagelijks functioneren van onze riool- en watervoorzieningen. Bovendien gebruiken wij deze informatie in de beoordeling van calamiteiten, zoals bijvoorbeeld wateroverlast bij heftige buien.

 

Wij hebben en houden de volgende meetopstellingen operationeel:

  • Het peilbuizennetwerk voor de monitoring van grondwaterstanden;

  • Het meetnetwerk van waterstanden bij de overstorten in de riolering;

  • Het meten van draaiuren en start en stops van onze rioolgemalen;

  • Het meetgrid van de neerslaghoeveelheden.

Bij de beoordeling van specifieke situaties gebruiken wij tevens de meetinformatie van het waterschap, zoals waterstanden van het oppervlaktewater en metingen van de waterkwaliteit.

 

Onder deze noemer valt ook het bijhouden en registeren van meldingen en klachten.

5. Middelen

Jaarlijks geven wij circa € 1,5 miljoen uit aan de riolerings- en watertaken (begroting 2023). Dit bedrag wordt opgebracht door onze inwoners en ondernemers, via de riool- en waterzorgheffing. Deze wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld met de ‘Verordening Riool- en Waterzorgheffing’. Voor 2023 is de hoogte van de heffing reeds vastgesteld op € 153,28 voor een regulier huishouden.

 

Het volgende schema geeft op hoofdlijn de balans tussen de riool- en waterzorgheffing en de lasten weer. De lasten van de watertaken worden door meerdere componenten bepaald:

  • De reguliere kosten voor het dagelijkse beheer en het op peil houden van het gewenste kwaliteitsniveau;

  • De investeringen voor vervanging van oude voorzieningen en verbetering van het functioneren, zoals het klimaatadaptief inrichten;

  • De financieringsstrategie; de huidige methodiek is gebaseerd op langjarig afschrijven van investeringen en de bijbehorende rentecomponent;

  • De concernstrategie voor het doorberekenen van overhead en btw, doorbelastingen vanuit andere taakvelden en de omgang met kwijtscheldingen;

  • Het inzetten van de voorziening egalisatie riolering.

 

Wij hebben benoemd dat de ambities realistisch en haalbaar moeten zijn. Een van de belangrijkste voorwaarden hierbij is het hebben van voldoende financiële middelen en personele capaciteit om de totale gemeentelijke watertaak naar behoren te vervullen en de risico’s te beperken. Vanuit het programma in hoofdstuk 3 is een doorkijk gemaakt voor de komende jaren. Belangrijk uitgangspunt is dat de reserve riolering wordt benut en dat de kosten voor de gemeentelijke watertaken voor 100% worden gedekt vanuit de riool- en waterzorgheffing.

 

5.1 Ontwikkeling lasten

In het achtergronddocument hebben wij de ambitie vertaald naar een strategie in detail, met onderzoeken, activiteiten en investeringen met bijbehorende budgetten. Met dat beeld en aannames voor areaaluitbreiding, inflatie, indexering en rentepercentages is een doorkijk gemaakt voor de komende jaren. De gekleurde vlakken geven de lasten weer met de huidige methodiek van afschrijving, rente (4%), exclusief inflatie. De rente en afschrijvingscomponent zijn opgesplitst om te zien wat het effect van de rente op de lasten is. Door de afwisselende vervangingspieken nemen de lasten gestaag toe als gevolg van het stijgen van de kapitaallasten. Tevens is een lijn gepresenteerd waarbij de toename in las-ten, als gevolg van de uitbreiding van het areaal met de ruimtelijke ontwikkelingen.

 

Figuur 4-1: lastenontwikkeling gemeentelijke watertaken lange termijn.

 

Waarom stijgen de lasten?

De eerste aanleg van riolen is, en wordt, bekostigd vanuit de grondexploitatie en komt daarmee niet ten laste van de exploitatiebegroting voor de rioleringszorg. Het vervangen van de riolering komt wel ten laste van de exploitatiebegroting voor de rioleringszorg. Riolering in Ouder-Amstel moet 20 tot 40 jaar na aanleg worden vervangen, afhankelijk van de zettingsgevoeligheid van het gebied. De kosten voor vervanging zijn relatief hoog. Dit betekent dat de lasten voor het rioolbeheer tot circa 40 jaar na aanleg nog toenemen. Vanuit de areaalgegevens en de aanlegjaren is te zien dat de oude gemengde riolen nu aan vervanging toe zijn.

 

Doordat de vervangingsinvesteringen geactiveerd worden komen alleen de kapitaallasten van de investeringen ten laste van de rioolbegroting. De kapitaallasten blijven jaarlijks toenemen als gevolg van nieuwe, geactiveerde investeringen. Voor onze gemeente is vermeldenswaardig dat we sinds 2023 voor de investeringen leningen moeten afsluiten. Financiering via eigen middelen is niet meer mogelijk. Dit betekent dat ook wij te maken krijgen met een rentecomponent over onze investeringen (het lichtgroene vlak in de grafiek). Te zien is dat de totale jaarlijkse lasten stijgen tot circa € 4,1 miljoen over 20 jaar in 2043, bij een rentepercentage van 4,0% (exclusief inflatie).

 

5.2 Consequenties voor de koers riool- en waterzorgheffing

In de visie hebben wij benoemd dat de ambitie realistisch en haalbaar moet zijn. Een van de belangrijkste voorwaarden hierbij is het hebben van voldoende financiële middelen en personele capaciteit om de totale gemeentelijke watertaak naar behoren te vervullen en de risico’s te beperken. Met de visie op de invulling van de gemeentelijke watertaken, de voorgestelde investeringen en de handhaving van de huidige financieringsstrategie uit de voorgaande paragraaf, is een doorkijk gemaakt voor de komende jaren. Belangrijk uitgangspunt is dat de voorzieningen riolering worden benut en dat de kosten voor de gemeentelijke watertaken voor 100% worden gedekt vanuit de riool- en waterzorgheffing.

 

In een kostendekkingsmodel is voor een aantal scenario’s geanalyseerd welke stijging van de riool- en waterzorgheffing voor de langere termijn noodzakelijk is. Dit model is exclusief een correctie voor inflatie, waarbij de volgende uitgangspunten zijn gehanteerd:

  • de rekenrente is 4,0% en geldt over de investeringen vanaf 2024.

  • de voorziening egalisatie riolering (huidige stand € 10,5 mln.) komt de komende 15 jaar geleidelijk ten gunste van de inwoners en ondernemers

  • de stand van de egalisatievoorziening is € 2,0 mln. in 2038.

De drie volgende varianten zijn beschouwd (zie de onderstaande grafiek met de ontwikkeling van de rioolheffing):

  • 1.

    De huidige financieringsstrategie met activering, exclusief het meerekenen van de grote uitbreidingen aan de baten of lastenkant;

  • 2.

    De huidige financieringsstrategie met activering, inclusief de grote uitbreidingen (de aanlegkosten komen uit de GREX en vallen hierbuiten);

  • 3.

    Het direct afschrijven van de komende vervangings- en verbeteringsmaatregelen, inclusief de grote uitbreidingen.

Figuur 4.2: koers rioolheffing

 

Advies koers rioolheffing

Het advies is de riool- en waterzorgheffing de komende jaren €18,17 (12%) per jaar te laten stijgen (variant 1), exclusief de indexatie, vanuit de volgende argumentatie:

 

  • Overstappen naar ‘direct afschrijven’ is geen optie, gezien de fors benodigde stijging tot €586 in 2028. De huidige inwoners en ondernemers hoeven niet te betalen voor de toekomstige inwoners en ondernemers.

  • De egalisatievoorziening is de laatste jaren gevuld door de inwoners en ondernemers; deze wordt de komende 15 jaar geleidelijk ingezet, waardoor de lastenstijging beperkt wordt.

  • Gezien de onzekerheden in het tempo en de omvang van de gebiedsontwikkelingen ontstaat een bandbreedte in de koers van de rioolheffing. Het advies is voor de komende jaren uit te gaan van aan koers waarin eventuele opbrengsten vanuit deze ontwikkelingen niet zijn meegerekend, en koers van de rioolheffing tweejaarlijks te ijken.

5.3 Consequenties voor de personele middelen

De raming van de personele middelen is, net zoals de vorige planperiode, gebaseerd op de gehanteerde investeringen en activiteiten. Aan de hand van kengetallen en lokale expertise zijn de activiteiten vertaald naar de benodigde personele fte’s. Wij kiezen in de basis de regierol en besteden veel werkzaamheden uit. De buitendienst doet nog een deel van de werkzaamheden in eigen beheer. Bij het wel of niet uitbesteden speelt de huidige beschikbaarheid van eigen personeel een rol.

 

Onderscheid is gemaakt in de interne organisatie (binnendienst) en de uitvoerende diensten (buitendienst). Communicatie van de taken en verantwoordelijkheden, en de veranderende rol van de overheid, heeft in de visie van de gemeente een belangrijke plek. Binnen de gemeente is hier voor de personeelskosten van het team Communicatie eigen budget beschikbaar. Deze kosten worden niet doorgerekend aan de riool- en waterzorg-heffing.

 

De volgende tabel schetst het beeld van deze vergelijking. In het achtergronddocument is de uitgebreide calculatie opgenomen. De conclusie is dat er ca. 0,5 fte extra benodigd is voor de binnendienst. Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen bemensing van de gemeente of van de bedrijfsvoeringsorganisatie Duo+.

 

Formatiescan

Aanwezig 2023 [fte]

Benodigd 2024 [fte]

Beleidsmedewerker

1,7 fte vanuit doorbelasting Duo+

0,67

Beheerder

0,46

Gegevensbeheerder

0,07

Ontwerper

0,20

Projectleider, werkvoorbereider, toezichthouder

0,40

Buitendienst, dagelijks onderhoud

0,46

Totaal fte

1,7

2,26

 

Belangrijke kanttekening is dat de benodigde personele inzet voor de nieuwe, eerste aanleg van riolering (zoals bij uitbreidingswijken) hierin niet is meegenomen. De capaciteit wordt doorbelast op de ontwikkeling zelf, conform de Wro (Wet Ruimtelijke Ordening, Grex-wet). De benodigde menskracht moet wel voortkomen uit de gemeentelijke organisatie. Dit speelt met name bij de ontwikkelingen van De Nieuwe Kern, Entrada en Werkstad OverAmstel.

6. Advies en besluit

6.1 Resumé

Het voorliggende Water- en rioleringsprogramma (Wrp) 2023-2027 geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen waarmee wij als gemeente Ouder-Amstel invulling geven aan de wettelijke zorgplichten van het stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater, en onze zorg voor het oppervlaktewater. Het Wrp beschrijft hierin de maatschappelijke doelen, de visie en de beleidskaders. Van daaruit ontstaan onze ambities, programmering en de financieringsstrategie voor de komende jaren.

 

Ambities

Het Wrp geeft onze watertaken en verplichtingen weer. Belangrijke ontwikkelingen hierin zijn de Omgevingswet, de grote ontwikkelgebieden in onze gemeente, het thema klimaat-adaptatie en het IBOR. Vanuit deze basis is een visie op onze invulling van de gemeentelijke watertaken opgesteld. Wij steken onze ambities en kwaliteitskaders als volgt in:

 

Onze inwoners en ondernemers kunnen ervan uitgaan dat de riool- en watertaken op een professionele en adequate manier door de gemeente worden ingevuld. We zetten de huidige aanpak voort, we doen wat we moeten doen. Dit houdt in dat de voorzieningen functioneren op het basisniveau (voldoende onderhouden, hier en daar wat op aan te merken, af en toe hinder is mogelijk). We betrekken onze inwoners en ondernemers bij hun eigen leefomgeving en de inrichting van de openbare ruimte. We stimuleren en ondersteunen buurt- of inwonersinitiatieven die de leefbaarheid vergroten.

 

De komende jaren leggen wij de focus op:

Overkoepelend

  • Het op orde brengen van beheerdata en deze actueel, compleet en valide houden.

  • Het vergroten van inzicht in het functioneren.

  • Het betrouwbaar houden van onze systemen door het tijdig vervangen, repareren of renoveren van onze riolen, pompen, gemalen etc.

  • Het benutten van de meekoppelkansen, het gelijktijdig optrekken met andere projecten in de openbare ruimte.

  • Het doorkijken naar de stap naar waardegedreven beheer waar de bijdrage aan maatschappelijke waarden centraal staat.

  • Het op orde brengen van de dataveiligheid.

  • Het inzetten op de communicatie met onze inwoners en ondernemers.

Afvalwater

  • Het benutten van kansen voor nieuwe sanitatie.

  • Het creëren van bewustzijn voor het ‘anders omgaan met drinkwater en afvalwater’.

  • Het implementeren van de Kaderrichtlijn Water.

Hemelwater

  • Het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van bestaande gebieden.

  • Het borgen van de klimaatadaptieve maatregelen in de ontwikkelgebieden.

  • Het implementeren van de voorkeursvolgorde gebruik-vasthouden-bergen-afvoeren. Regenwater is in principe schoon.

  • Het uitvoeren van doelmatige maatregelen in de openbare ruimte, op probleemlocaties met wateroverlast.

Grondwater

  • Het invullen en communiceren van onze regierol.

  • Het voortzetten van de monitoring van grondwaterstanden.

  • Het uitvoeren van doelmatige maatregelen in de openbare ruimte, op probleemlocaties met structurele grondwateroverlast.

Oppervlaktewater

  • Het communiceren van de keuze van de inrichting van de buitenruimte vanuit de voorkeursvolgorde.

  • Het afstemmen van de beheerstrategie met het waterschap.

  • Het afstemmen van de functies van oppervlaktewater met andere beleidsvelden.

Programmering

Om onze riool- en watervoorzieningen op het gewenste niveau te houden of te krijgen moeten kosten gemaakt worden. De benodigde activiteiten, onderzoeken en investeringen zijn gebudgetteerd en geagendeerd voor de planperiode 2023-2027 en in detail uitgewerkt in het achtergronddocument.

 

Financiering

De riool- en waterzorgheffing wordt jaarlijks voor de gemeenteraad vastgesteld met de ‘Verordening Riool- en waterzorgheffing’. Voor 2023 is de hoogte van de heffing vastgesteld op € 153,28 voor een regulier huishouden. Met het beeld van de riolering van nu en de voorgestelde programmering is een verkenning gemaakt van de ontwikkeling van de lasten voor de riool- en watertaken voor komende jaren.

Geadviseerd wordt de riool- en waterzorgheffing de komende planperiode met €18,17 per jaar (+12%) per jaar te laten stijgen (exclusief indexatie). De beschikbare middelen van de voorziening egalisatie riolering (à € 10,5 mln.) komt hiermee de komende 15 jaar ten goede aan de inwoners en ondernemers van Ouder-Amstel.

Deze financieringsstrategie houdt geen rekening met de uitbreiding van het areaal door de grote gebiedsontwikkelingen, gezien de huidige onzekerheden in tempo en omvang.

 

Organisatie

Onze rol als gemeentelijke overheidsorganisatie is aan verandering onderhevig. Naast verbreding en integratie van thema’s als klimaatadaptatie wordt, om de gestelde ambities te bereiken, ook ingezet op burgerparticipatie, samenwerking en ‘verbinden’.

Om de strategie voor de komende planperiode ten uitvoer te brengen, is de belangrijkste voorwaarde dat de personele organisatie van de gemeente en van de uitvoeringsorganisatie Duo+ staat, zowel kwantitatief als kwalitatief. De conclusie uit de calculatie is dat er ca. 0,5 fte extra nodig is voor de binnendienst.

Belangrijke kanttekening is dat de benodigde personele inzet voor de nieuwe, eerste aanleg van riolering (zoals bij uitbreidingswijken) hierin niet is meegenomen. De capaciteit wordt doorbelast op de ontwikkeling zelf, maar de benodigde menskracht moet wel voortkomen uit de gemeentelijke organisatie.

 

6.2 Advies

De ambtelijke voorbereiding en uitwerking is verzorgd door een projectgroep, bestaande uit medewerkers van de gemeente Ouder-Amstel, Duo+, en Waternet, in samenspraak met de portefeuillehouder. Vanuit deze groep zijn de visie, ambitie en programmering tot stand gekomen. Het ambtelijk advies is:

  • Het Water- en rioleringsprogramma Ouder-Amstel 2023-2027 (Wrp) vast te stellen;

  • De financiële consequenties van het Wrp te verwerken in de (meerjaren) begroting;

  • Het Gemeentelijk Rioleringsplan Ouder-Amstel 2018-2022 (GRP) in te trekken.

6.3 Bestuurlijk besluit

De bestuurlijke besluiten worden te zijner tijd los bijgevoegd.

Ouder-Amstel, 31 oktober 2023

De raad voornoemd,

Raadsgriffier,

L.W.F. Örsçek-Moolenaar

de voorzitter,

J. Langenacker

Water– en rioleringsprogramma 2023-2027 – Achtergronden

 

1.Inleiding

In dit achtergronddocument is de detailinformatie opgenomen voor de vaktechnici, inclusief op hoofdlijn het activiteitenprogramma met budgetten en een planning voor de komende planperiode. De beleidskaders en -keuzes zijn opgenomen in het hoofdrapport, bedoeld voor het bestuur en de beleidsadviseurs. Het doel van dit achtergronddocument is het beschrijven en toelichten van de gehanteerde bronnen, de gebruikte informatie, de overwegingen en de uitgevoerde analyses. In opbouw is het achtergronddocument geschreven als een bijlagerapport aanvullend op het hoofdrapport en geeft het achtereenvolgens inzage in:

 

Visie

Het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) beschrijft de visie en ambitie van de gemeente omtrent de wettelijke riool- en watertaken. De uitwerking van deze ambities is gekoppeld aan de strategische doelen en pijlers uit de (concept) Omgevingsvisie Ouder-Amstel.

Wat moeten wij?

De context van de gemeentelijke watertaken (H2)

Het wettelijk kader en bestaande afspraken van de gemeente (H2)

 

Het Wrp geeft toetsbare kwaliteitskaders voor het in stand houden van de huidige voorzieningen en het toekomstbestendig, waterrobuust en klimaatadaptief maken van de riolering, het watersysteem en de leefomgeving. Hiervoor is het huidige areaal inzichtelijk gemaakt en het voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplan 2018-2022 geëvalueerd.

Waar staan wij?

Een overzicht van het areaal (H3)

Een evaluatie van het GRP 2018-2022 (H4)

 

Afspraken en verplichtingen uit het verleden én vanuit het beleid dienen realistisch te zijn. In het Wrp is eenduidig vastgelegd hoe hiermee wordt omgegaan en op welke wijze invulling wordt gegeven aan de zorgplichten, zodat onze inwoners en ondernemers weten waar zij aan toe zijn.

Wat vinden we belangrijk?

Beleids- en kwaliteitskader gemeentelijke watertaken, inclusief de nulmeting (H5)

 

Programma

Het Wrp geeft inzicht in de programmering van de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval‐, hemel‐ en grondwater en het beheer en onderhoud van gemeentelijk oppervlaktewater in de gemeente Ouder-Amstel. Voor de periode 2023 t/m 2027 zijn de onderzoeken, activiteiten en maatregelen per jaarschijf geagendeerd en gebudgetteerd. Voor de lange termijn geeft het Wrp een doorkijk.

Wat betekent dit?

Uitwerking van het programma in activiteiten, investeringen en budgetten (H6)

 

Financiering

De manier van omgang en wijze van invulling is vervolgens omgezet in een consequentie voor zowel de tariefontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing als de personele middelen.

Wat betekent dit?

Analyseren financieringsstrategie en advies koers rioolheffing het kostendekkingsplan (H7)

 

Reacties en besluiten

Basisgedachte achter het Wrp is dat een gedegen en integrale beleidsafweging plaatsvindt op het terrein van de verbrede watertaken, met raakvlakken naar de openbare ruimte, financiën en personeel. Dit is van toepassing voor zowel de gemeentelijke organisatie als bij externe partijen die hierbij belang hebben. Ingekomen reacties en besluiten zijn toegevoegd.

Wat spreken wij af?

Reacties van externen en bestuurlijke besluiten (separate bijlagen)

 

Begrippenkader

Het vakgebied van de gemeentelijke watertaken kent een eigen begrippenkader. De belangrijkste begrippen zijn door de Stichting Rioned in algemene bewoordingen toegelicht. Deze zijn te vinden op:

www.riool.info/home en www.rioolenraad.nl/

 

Meer verdieping is te vinden op:

https://www.riool.net/begrippen-en-definities

 

 

2.De context van de gemeentelijke watertaken

De gemeentelijke watertaken omvatten meer dan de zorg voor een stelsel van buizen in de ondergrond. Om de inhoud van het Wrp te begrijpen is kennis nodig van de (milieu) technische, financiële, organisatorische en juridische aspecten. Dit hoofdstuk beschrijft de context van de gemeentelijke watertaken. De zorg en verantwoordelijkheid voor het water in de gemeente Ouder-Amstel ligt, behalve bij de gemeente, ook in handen van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (met als uitvoeringsorganisatie Waternet), de provincie Noord-Holland, het drinkwaterbedrijf PWN en de particulieren. De volgende figuur geeft een indicatie van de verdeling van de werkvelden en verantwoordelijkheden.

 

 

2.1.Omgevingswet en zorgplichten

De Omgevingswet wordt per 1 januari 2024 van kracht. Deze nieuwe wet integreert de vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. De Omgevingswet omvat de belangrijkste delen van het omgevingsrecht, zowel procedureel als materieel. Dit nieuwe stelsel moet leiden tot:

  • meer inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en gebruiksgemak binnen het omgevings-recht;

  • snellere en verbeterde besluitvormingsprocessen;

  • integratie van plannen en toetsingskaders;

  • een grotere bestuurlijke afwegingsruimte.

De Omgevingswet heeft twee doelen:

  • Beschermen: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.

  • Benutten: de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen.

Vanuit de wetgever is gesteld dat elke gemeente over een Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) dient te beschikken waarin invulling aan de zorgplichten wordt gegeven (artikel 4.22 Wm). Met de komst van de Omgevingswet vervalt de planverplichting voor een GRP. De strekking voor de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater voor de gemeente wijzigt niet. In het volgende kader zijn de ‘nieuwe’ wetteksten opgenomen.

 

Omgevingswet artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving)

  • 1.

    Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken:

    • a.

      op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:

      • 1°.

        de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan.

      • 2°.

        het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 * tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort.

      • 3°.

        de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater.

      • 4°.

        het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid.

      • 5°.

        de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid

  • 2.

    Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt:

    • a.

      op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool.

    • b.

      op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool.

  • 3.

    In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.

* 2.17, 2.18 en 2.19 gaan in op de taken van de andere overheden voor de fysieke leefomgeving.

* 2.20 gaat in de mogelijkheid van het aanwijzen van locaties met afwijkend beheerverantwoordelijkheid.

 

De gemeente bepaalt zelf welke voorzieningen ze gebruikt en hoe ze deze beheert voor de inzameling, het transport en de (lokale) behandeling van het vrijkomend stedelijk afvalwater en het verwerken van overtollige hemelwater. Uiteraard in overleg met het waterschap en andere partijen. De gemeente heeft hiernaast een regierol in de aanpak van structurele grondwateroverlast.

Vanuit andere overheidslichamen is het onder de Omgevingswet, als gezamenlijk bestuurlijk besluit tussen gemeente en het waterschap, als ministeriële regeling of onder een omgevingsverordening, ook mogelijk de taak voor het beheer van watersystemen of de zuivering van stedelijk afvalwater bij de gemeente neer te leggen. Dit is dit binnen de gemeente Ouder-Amstel niet aan de orde.

 

Koppeling met Omgevingsvisie

Een integrale omgevingsvisie bevat onder meer een beschrijving van de samenhang tussen boven- en ondergrond, grondwaterkwantiteit en -kwaliteit, grondwater- en oppervlaktewatersysteem en de maatschappelijke opgaven, inclusief de rol van de diverse overheden hierin. Daarnaast moet erin staan hoe het toekomstige beheer van het grond- en oppervlaktewater en de bodem eruitziet. Bij het vaststellen van de omgevingsvisie moeten de overheden rekening houden met het voorzorgsbeginsel, het preventiebeginsel en het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden. Ook moet de omgevingsvisie aangeven hoe bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken (motiveringsplicht, art. 10.7 Ob).

Dit betekent voor de gemeente dat de onderhavige ambities en visie op de gemeentelijk watertaken gezien worden als een uitwerking en nadere detaillering van de Omgevingsvisie Ouder-Amstel.

 

Koppeling met omgevingsprogramma's

Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen maken hun omgevingsvisies operationeel in programma's (afd. 3.2 Ow). In de programma’s wordt het beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer of de bescherming van de fysieke leefomgeving uitgewerkt en zijn maatregelen op te nemen om aan omgevingswaarden te voldoen of om andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Programma’s binden alleen het vaststellende bestuursorgaan zelf en kennen dus geen hiërarchie en geen doorwerking in juridische zin. Het omgevingsplan en de verordeningen kennen deze doorwerking daarentegen wel.

De gemeente Ouder-Amstel geeft hier invulling aan door het opstellen van het onderhavige Water- en rioleringsprogramma.

 

Koppeling met omgevingsplan (invoering, decentralisatie en bruidsschat)

De Invoeringswet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelen de overgang van het bestaande stelsel naar het nieuwe stelsel. Onderdeel hiervan zijn de regels die van het Rijk naar gemeenten en waterschappen overgaan. De regels uit de Omgevingswet zijn verder uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s):

  • Het Omgevingsbesluit (Ob): dit besluit geeft antwoord op de vraag welke procedurele regels gelden en – in aanvulling op de Omgevingswet – wie het bevoegd gezag is om op een aanvraag te beslissen en te handhaven.

  • Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): hierin staan algemene regels die erop zijn gericht om nationale doelstellingen te behalen en te voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl richt zich (alleen) tot overheden. Het bevat instructieregels (bijvoorbeeld voor het beheer van het openbaar vuilwaterriool) en omgevingswaarden. Omgevingswaarden zijn normen die de gewenste staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving vastleggen.

  • Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): dit besluit bevat de algemene (rijks)regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit zijn onder andere de regels voor lozingen in bodem, riolering en oppervlaktewater.

  • Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): deze regels gelden (alleen) voor burgers en bedrijven. Denk aan regels voor veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.

Een belangrijk onderdeel van het nieuwe stelsel is decentralisatie. Dit houdt in dat bepaalde onderwerpen die het Rijk nu nog centraal regelt, onder de Omgevingswet worden overgelaten aan de gemeente of een andere decentrale overheid, zoals het waterschap. Dat geldt bijvoorbeeld voor de lozingsregels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Om te voorkomen dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet een situatie ontstaat zonder regels voor lozingen, gaan deze regels van rechtswege over naar decentrale overheden. Dit is de zogenoemde bruidsschat.

Dit betekent dat de beleidsregels vanuit onderhavig Wrp met de planperiode 2023 tot en met 2027 gestand blijven en kunnen landen in het nog op stellen omgevingsplan.

 

2.2.Verdeling taken en verantwoordelijkheden

De vrijheid voor de gemeente om invulling te geven aan haar taken schept echter ook de verplichting naar de bewoners en bedrijven om helder te communiceren wat van de gemeente te verwachten is. Het volgende schema toont op hoofdlijn de taken en verplichtingen van de betrokkenen.

 

Grondeigenaar (bewoners/ bedrijven)

De grondeigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat deze zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen voor de inzameling van stedelijk afvalwater en afwatering van hemel- en grondwater. Zo is de eigenaar in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater dat op zijn terrein valt. Pas als de particulier hier niet met redelijke inspanning aan kan voldoen, ligt er een adviserende taak voor de gemeente. Ook het gevolg van overtollig grondwater of een lage grondwaterstand vallen onder de verantwoordelijkheid van de grondeigenaar.

 

Daarnaast heeft de particulier een algemene zorgplicht. Hij/zij mag niets doen waarvan verwacht kan worden dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. De voorschriften zijn in diverse besluiten wettelijk vastgelegd. Gemeente en waterschap zien erop toe of de particulier zich hier ook aan houdt. Bedrijven zijn in principe zelf verantwoordelijk voor het ontstaan van afvalwater en dienen dit zo veel als mogelijk te voorkomen.

 

Het ingezamelde huishoudelijk afvalwater dient de eigenaar van het perceel af te voeren naar de erfgrens. Hier gaat de verantwoordelijkheid over naar de gemeente. Vaak is op de erfgrens een zogenaamd ontstoppingsstuk aangebracht. Hier kan in geval van een verstopping worden nagegaan in welk deel van de riolering de verstopping aanwezig is (particulier of gemeente).

Gemeente Ouder-Amstel

Vanaf de erfgrens verzorgt de gemeente de verdere inzameling en het transport van het huishoudelijk afvalwater (rioleringsbeheer). De gemeente kan zelf kiezen via welke voorzieningen (riolering of een lokale zuiverende voorziening (IBA)) ze haar zorgplicht voor inzameling invult, zowel voor de bebouwde kom als voor het buitengebied. Het transport verzorgt de gemeente tot het overnamepunt van het waterschap. Vanaf dit overnamepunt is de ontvangende partij verantwoordelijk voor de verdere afvoer of verwerking van het ingezamelde stedelijk afvalwater. De afvalwaterstromen die bij de productie in de bedrijven vrijkomen, dienen volgens de Wet Milieubeheer eveneens op de gemeentelijke riolering geloosd te worden. Als het gemeentelijke vuilwaterriool onvoldoende capaciteit heeft, moeten eerst de afvalwaterstromen met de meeste verontreiniging worden geloosd en moet de afvoercapaciteit van het vuilwaterriool optimaal worden benut. Pas dan mag het resterende afvalwater in oppervlaktewater worden geloosd. Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift of een gemeentelijke verordening een andere volgorde bepalen en eisen stellen aan het debiet in de tijd.

 

Voor afvloeiend hemelwater is de gemeente alleen verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verdere verwerking. Dit houdt in dat de gemeente zorgt voor de afvoer als dit niet redelijkerwijs van de eigenaar gevergd kan worden. De gemeente kan het afvloeiend hemelwater samen met het afvalwater afvoeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI); het hemelwater valt dan onder stedelijk afvalwater. Afvloeiend hemelwater kan ook separaat worden ingezameld, en is dan geen stedelijk afvalwater. In dat geval zorgt de gemeente voor de afvoer naar de bodem of het oppervlaktewater, onder de voorwaarden van de waterkwaliteitsbeheerder.

 

Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor de ontwatering in openbaar gebied. Als onderdeel hiervan onderhoudt de gemeente een deel van de hiervoor noodzakelijke voorzieningen. De gemeente draagt daarnaast zorg voor inrichting en beheer van de openbare ruimte en de integratie met andere beleidsterreinen, zoals wegen en groen.

Waterschap

Het waterschap zorgt voor schoon water, voldoende water en veiligheid. Dit komt neer op de zorg voor waterkeringen, de aan‐ en afvoer van water, het ondiep (grond)waterpeilbeheer, het zuiveren van afvalwater en het oppervlaktewaterkwaliteitsbeheer. Waternet is de uitvoerende instantie van het waterschap.

Provincie Noord-Holland

De provincie Noord-Holland formuleert het overall beleid voor de omgeving (RO en Water) en is verantwoordelijk voor het diepe grondwaterpeilbeheer, de zwemwaterkwaliteit en is vaarwegbeheerder van de belangrijke vaarroutes (de Amstel). De provincie zet zich in voor het herstellen en handhaven van de grondwaterkwaliteit.

Drinkwaterbedrijf

Waternet is in de gemeente verantwoordelijk voor het drinkwater. Waternet haalt het drinkwater uit de grond vanuit de waterwingebieden. Het waterbedrijf zuivert dit grondwater en pompt het naar zijn klanten. Binnen de gemeente Ouder-Amstel zijn geen grondwaterbeschermingsgebieden of waterwingebieden aanwezig.

Het Rijk

Het Rijk bepaalt (o.a. op basis van de Europese Kaderrichtlijn Water) in het Nationaal Waterplan de hoofdlijnen van het landelijke beleid voor het waterbeheer en stelt de wettelijke kaders. In de gemeente Ouder-Amstel zijn geen wateren beheerd door Rijkswaterstaat.

 

2.3.Wettelijke kaders, landelijke en regionale afspraken

De betrokkenen uit de voorgaande tabel hebben verschillende taken en verplichtingen. Sommige verplichtingen zijn wettelijk vastgelegd, een aantal verplichtingen is vastgesteld in Europees, landelijk, provinciaal of regionaal beleid. Andere verplichtingen komen voort uit ambtelijke afspraken (al dan niet bestuurlijk vastgesteld). Soms gaat het om een resultaatsverplichting, in andere gevallen zijn slechts werknormen bepaald. Een actueel overzicht en toelichtingen is te vinden bij de Stichting Rioned.

Link: www.riool.net/kennisbank

 

Een duidelijk overzicht voor bepaalde onderdelen geeft ook het Infoblad Bouwbesluit, zoals uitgegeven door Stichting Rioned. Link: https://www.riool.net/infoblad-bouwbesluit-2012-2015-herziene-versie-

 

 

Samenwerking en afspraken waterschap

De gemeente Ouder-Amstel ligt in het gebied van waterschap Amstel, Gooi en Vecht, met Waternet als uitvoerende organisatie. Afstemming met de gemeente vindt op reguliere basis plaats, in ambtelijk en bestuurlijk overleg. Ook in de afvalwaterteams en bij projecten (beleid, onderhoud en realisatie) vindt er de nodige afstemming en samenwerking plaats. In de regionale samenwerking sluit de gemeente aan bij Waternet. Voor meer informatie daarover, zie: https://www.waternet.nl/

 

2.4.Belangrijke ontwikkelingen

Voor het formuleren van de visie en de keuzes is aansluiting gezocht bij de verschillende documenten en visies die binnen de gemeente vastgelegd zijn. De belangrijkste zijn opgenomen in de volgende tabel:

Overzicht beleidsdocumenten Ouder -Amstel

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2020-2030

IBOR

vastgesteld

Omgevingsvisie Ouder Amstel, concept augustus 2023

-

concept

Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA

-

Vastgesteld

Definitieve programma van Eisen Duurzaamheid 2022

PvE

Vastgesteld

 

Andere belangrijke ontwikkelingen die naar verwachting de komende jaren geïmplementeerd moeten worden zijn:

  • -

    De nieuwe KaderRichtlijn Water en de Europese Richtlijn Stedelijk Water

  • -

    CSIR, beveiliging van Proces Automatisering van gemeenten

Ontwikkelingen nieuwe KaderRichtlijn Water en de Europese Richtlijn Stedelijk Water

Update VNG oktober 2022

De Europese Commissie kondigt nieuwe wetgeving aan om de verontreiniging van lucht, water en bodem in Europa terug te dringen. In het ‘Zero Pollution Action Plan’ staat al wetgeving over verontreiniging. Daar komen nu richtlijnen over onder andere stedelijk afvalwater bij. Zodra het wetgevingspakket is aangenomen, zullen ze geleidelijk van kracht worden, met verschillende doelen voor 2030, 2040 en 2050. Dit kan nog wel een jaar duren.

 

De inzameling en behandeling van huishoudelijk afvalwater moet aan verschillende eisen voldoen. Het gaat dan bijvoorbeeld om normen voor de lozing van stikstof en fosfaat. Deze normen worden verscherpt. Zo moet de inzameling en zuivering van rioolwater binnen een aantal jaar energieneutraal zijn. Daarnaast wordt het voor alle grote rioolwaterzuiveringen verplicht om een aanvullende zuivering van medicijnresten te doen. Ook wordt het toepassingsgebied van de normen vergroot. De nieuwe richtlijn is van toepassing op alle steden met meer dan 1000 inwoners. De regels hebben betrekking op regenwater.

 

Gemeenten voldoen grotendeels al aan de normen voor stedelijk afvalwater. Nederland blijft ruimschoots binnen de nieuwe norm voor lozingen van afvalwater via overstorten. De voorgestelde maatregelen voor infiltratie en opvang van regenwater passen goed in de inzet die Nederlandse gemeenten voor ogen hebben. Wel zijn de richtlijnen voor regenwater onduidelijk. Hierover wil de VNG in gesprek met de Europese Commissie.

 

Prioritaire stoffen: bescherming van oppervlakte- en grondwater tegen nieuwe verontreinigende stoffen. De urgentie om aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) te voldoen wordt verhoogd. De waterkwaliteit moet getoetst worden aan een aantal extra stoffen, zoals PFAS en bepaalde pesticiden.

 

Cybersecurity Implementatierichtlijn Objecten – CSIR, beveiliging van Proces Automatisering van gemeenten

Update VNG februari 2022

Gemeenten gebruiken Proces Automatisering (PA) voor een veelheid aan taken. PA kom je bij gemeenten tegen bij onder andere, in dit kader relevant:

  • -

    Besturing en bediening van afvalwaterinstallaties

  • -

    Besturing en bediening van bruggen, sluizen en stuwen

  • -

    Besturing van gemalen

Gemeenten gebruiken al de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als beveiligings-norm voor ICT. Voor het beveiligingen van PA – procesautomatiseringssystemen bestaan aanvullende beveiligingseisen die niet in de BIO staan. In 2021 heeft Rijkwaterstaat (RWS) hiervoor de CSIR 2.4 (CyberSecurity ImplementatieRichtlijn) uitgegeven. Deze richtlijn bestaat uit de BIO en daar waar nodig aangevuld met de IEC 62443 (International Electro-technical Commission). De Waterschappen, Rijkswaterstaat en domeinexperts hebben onder aansturing van het Waterschapshuis samengewerkt om deze CSIR 2.4 van RWS te vertalen naar een veralgemeniseerde versie voor de Waterschappen en overige BAW (Bestuursakkoord Water) partners. Deze veralgemeniseerde versie (CSIR 3.4) is tevens breed inzetbaar voor overheidsorganisaties die gebruik maken van industriële automatisering, en daarmee dus ook door Nederlandse gemeenten.

 

De CSIR 3.4 is toepasbaar op technische PA-installaties behorende bij kunstwerken en objecten die worden gebruikt om te meten, bedienen, besturen en bewaken. Met de CSIR 3.4 heeft de gemeente alle middelen in handen om PA-risicogestuurd te beveiligen. Hiermee verbetert de continuïteit van PA en wordt de kans op cyberincidenten van PA geminimaliseerd. De CSIR en de bijbehorende bijlagen, zoals de proces- en systeemtechnische eisen, evenals de template voor het cybersecurity beveiligingsplan, het format voor de Configuration management database (CMDB) en de tool voor objectclassificatie, zijn te verkrijgen via het Waterschapshuis csir@hetwaterschapshuis.nl.

 

3.Riolering in Ouder-Amstel

Voordat de Omgevingswet daadwerkelijk in werking treedt (beoogd 1 januari 2024) blijft de Wet Milieubeheer van kracht. In de Wet milieubeheer staat in artikel 22 het volgende over het Gemeentelijk Rioleringsplan:

  • 1.

    De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast.

  • 2.

    Het plan bevat ten minste:

    • a.

      een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3.6 van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;

    • b.

      een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a;

    • c.

      een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b, worden of zullen worden beheerd;

    • d.

      de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten;

    • e.

      een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten.

Hiernaast volgt vanuit het Besluit Lozingen afvalwater Buiten Inrichtingen het voorschrift dat in het GRP de gemeentelijke lozingen worden beschreven. De onderstaande tabel maakt duidelijk waar wat te vinden is, waarmee expliciet invulling is geven aan de bovenstaande wettelijke voorschriften.

 

Art 22

Lidnr.

Overzicht

Te vinden

2a

Overzicht

aanwezige

voorzieningen

Een actueel overzicht van de aanwezige voorzieningen is beschikbaar vanuit het beheersystemen van de gemeente (GBOR en SAM gemalenbeheer). Hierin is de actuele situatie qua zowel de ligging, geometrie als de kwalitatieve toestand en maatregelplanning eenvoudig raadpleegbaar.

2b

Overzicht

vervangingen

Beheersystemen GBOR en SAM en het Meerjareninvesteringsprogramma

2c

Overzicht beheer en onderhoud

Beheersystemen GBOR en SAM

2d

Milieugevolgen

Een beschouwing van de vuilemissie en hemelwaterlozingen is in beeld vanuit de laatste inspecties, de impact hiervan wordt nog nader onderzocht.

2e

Overzicht

financiële gevolgen

Een beschouwing is uitgewerkt in hoofdstuk 7 “kostendekkingsplan” van onderhavig document.

 

3.1.Het areaal

 

 

 

 

Vrijvervalleidingen

De gemeente heeft ongeveer 70 km aan vrijvervalleidingen in beheer. De leidingen zijn onderdeel van verschillende stelseltypen. Per stelseltype, is gekeken hoeveel er in beheer is en in welke periode dit aangelegd is.

 

Tabel 3-1; stelseltype inclusief bijbehorende lengtes.

Stelseltype

Lengte 2023 [m]

Percentage

Droogweerafvoer

26.134

37%

Gemengd

11.180

16%

Hemelwaterafvoer

32.883

47%

->Waarvan aansluitleiding

8.287

25% (van hemelwater)

Eindtotaal

70.199

100%

 

Zoals blijkt uit tabel 3-1 bestaat het grootste deel van de leidingen uit gescheiden leidingtype.

 

 

Uit de analyse van de aanlegjaren blijkt dat er sprake is van een aantal aanlegpieken. De eerste rond 1983, een tweede rond 1995-2000. Waar het bij de relatief oude leidingen nog om gemengde riolering gaat, zijn deze bij een recenter aanlegjaar steeds vaker gescheiden. Er valt op dat circa 10 km zonder aanlegjaar is. Hiervan is de verwachting (vanwege de diameters) dat dit aansluitleidingen zijn. Het minimale restant (120 m) is toe te rekenen aan de midden jaren 90.

 

Mechanische riolering en overige voorzieningen

Naast het vrijverval rioolstelsel is de gemeente Ouder-Amstel ook beheerder van het mechanisch rioolstelsel en een aantal overige voorzieningen. In de volgende tabellen zijn deze opgesomd.

 

Tabel 3-2; Overzicht mechanische riolering en overige voorzieningen

Type

Aantal

Gemalen druksysteem

218

Lengte mechanische riolering

36.300 m

Hoofdgemalen

6

Overstorten gemengd

5

Overstorten regenwater

0

Overstorten intern

0

Uitlaten

Niet bekend

Kolken

5.550

BergBezinkvoorzieningen

2

Lamellenfilters

0

(Grond)watermeetpunten

30

Lengte Beschoeiing

Niet bekend

Duiker

Niet bekend

Gemeentelijk oppervlaktewater

55.000 m²

Wadi

0 m²

Infiltratievoorziening

0 m³

 

Stedelijk water

De gemeente heeft maar een klein deel van het areaal van het oppervlaktewater in bebouwd gebied in beheer: 5,5 ha van bijna 365 hectare totaal aan oppervlaktewater. De detailinformatie van het gemeentelijk oppervlaktewater is in het beheersysteem beschikbaar. Voor Ouder-Amstel geldt dat Waternet voornamelijk verantwoordelijk is voor de uitvoer van onderhoudsactiviteiten.

 

3.2.De technische staat

In het vrijvervalstelsel worden door de gemeente gedetailleerde inspecties uitgevoerd. Voor het analyseren van de beschikbare inspectiegegevens is een actualiteit gehanteerd van maximaal 15 jaar. Dit betekent dat al het areaal dat tussen 2006 en nu is geïnspecteerd, is meegenomen in de analyse. Noodzakelijke maatregelen worden direct uitgevoerd of op korte termijn ingepland. Grotere en omvangrijke maatregelen komen op de meerjarenplanning, na afstemming met de overige werkzaamheden in de openbare ruimte. De maatstaf voor deze maatregelkeuze heeft de gemeente Ouder-Amstel echter niet vastgelegd. Van de riolen is 65% geïnspecteerd. De gegevens over de kwaliteit van de riolen staan echter niet in het beheersysteem, waardoor er geen overall beeld te maken is van de kwaliteit van de leidingen. Alle gemalen zijn geïnspecteerd en deze gegevens zijn opgenomen in SAM gemalenbeheer.

 

De gemeente heeft geen actueel Rioolbeheerplan met een beeld van de kwaliteit van de riolen. In vergelijking met het globale schadebeeld uit 2018 is op basis van de lokale kennis en een scan van data uit het beheersysteem een relatieve verbetering te zien. De destijds geconstateerde schades komen nu minder voor.

 

3.3.Het functioneren

Ouder-Amstel heeft geen actueel Basisrioleringplan of Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW). Wel is er een regionale klimaatstresstest uitgevoerd. Link: Klimaatatlas (klimaatmonitor.net) Deze test laat voor enkele locaties binnen de gemeente wateroverlast zien bij een T=100 neerslagintensiteit gedurende 1 uur. De gemeente kent binnen haar grondgebied geen probleemlocaties, qua wateroverlast. De verdieping en verder uitwerking op het beeld vanuit de regionale klimaatstresstest is niet urgent en dan ook niet gemaakt.

 

4.Evaluatie GRP 2018-2022

In het GRP 2018-2022 staan de doelen die de gemeente heeft gesteld ter voldoening aan de wettelijke zorgplichten omtrent het grond-, afval- en hemelwater. In het GRP staan ook de voorgenomen maatregelen en activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van die zorgplichten. De maatregelen en activiteiten zijn vertaald naar financiële en personele middelen. De planperiode van het huidige GRP is reeds verstreken en de gemeente Ouder-Amstel wil uiterlijk eind 2023 een nieuw Wrp (als opvolger van het GRP) hebben. Het GRP 2018-2022 is geëvalueerd en uitgewerkt in de volgende paragrafen:

§4.1: Op hoofdlijn

§4.2: Uitvoering van de beheer- en onderhoudstaken

§4.3: Organisatie en financiën

 

Doel van de evaluatie

De evaluatie heeft tot doel om inzicht te geven in de voortgang van de ambities (prestaties) en om eventuele afwijkingen te verklaren en toe te lichten. Hiervoor zijn interviews afgenomen binnen de organisatie en zijn de jaarstukken en begrotingen doorgelicht, vanuit de volgende vragen:

  • Zijn de doelstellingen, maatregelen en ambities van dat GRP gerealiseerd?

  • Waren er afwijkingen of tegenvallers?

4.1.Op hoofdlijn

Inleiding

De afgelopen jaren lag vanuit het GRP 2018-2022 de focus op:

  • Inzameling van afvalwater – benutten kansen nieuwe sanitatie

  • Verkrijgen van inzicht – inventariseren, inspecteren, monitoren en toetsen

  • Assetmanagement – stappen zetten naar effectgestuurd rioolbeheer

  • Optimalisatie in de afvalwaterketen – benutten kansen verbetering waterkwaliteit

  • Wateroverlast bij heftige buien – inzicht in de gevoelige locaties

  • Wateroverlast bij extreme neerslag – klimaatbestendig en waterrobuust inrichten

  • Omgaan met hemelwater (particulieren) – vastleggen Taakopvatting hemelwater

  • Uitwerking kaders – opstellen technische ontwerprichtlijnen

  • Invulling regierol – onderzoeken effecten op de grondwaterstand bij rioolvervanging

  • Communicatie – informeren betrokkenen op projectbasis

  • Verkrijgen van inzicht – voortzetten monitoring grondwaterstanden

Positieve aspecten

  • Het GRP 2018-2022 is in goed overleg met ander afdelingen binnen de gemeente en met Waternet tot stand gekomen. Hiermee is een breed draagvlak voor en herkenbaarheid in de koers van de gemeente Ouder-Amstel voor de gemeentelijke watertaken tot stand gebracht.

  • Een volgende stap is gezet in het op orde brengen van de gegevens en het vullen van het beheersysteem. Vanuit de actuele rioolinspecties is het noodzakelijke onderhoud (reiniging, kleine reparaties) uitgevoerd.

  • Rioolvervangingen zijn uitgevoerd; waarbij oude riolen zijn vervangen door vuilwaterriolen en DT-riolen (riolen voor gecombineerde drainage en transport hemelwater).

  • Reparaties en renovaties van gemalen, pompunits, riolen en huisaansluitingen vinden niet meer ad hoc plaats. Dit gebeurt nu wel op basis van inspectie en beoordelingsrichtlijn (BRL), waarna daarop wordt geacteerd en gerepareerd. Dit maakt de budgettering ook gemakkelijker.

Aandachtspunten voor de komende planperiode

Belangrijke constatering is dat de meeste aandachtspunten uit de evaluatie van het GRP 2018-2022 blijven staan:

  • De personele capaciteit blijft een aandachtspunt. Deels is dit de afgelopen jaren opgelost door inhuur.

  • Het beheersysteem is aangevuld, maar opvolging richting de actualisatie van de toetsing en het effectgestuurd rioolbeheer heeft nog niet plaatsgevonden.

  • Inspectie-, reinigings- en beheerplannen zijn niet opgesteld. Het dagelijks beheer en onderhoud van de riolen door de gemeente Ouder-Amstel vindt reactief en op cyclische basis plaats. Gemalen worden wel preventief onderhouden door het uitvoeren van BRL-inspecties in combinatie met een ronde ‘vervangen onderdelen’

  • De expertise is aanwezig in de hoofden van de medewerkers, maar staat beperkt op papier of in het beheersysteem. Door het gebruik van SAM gemalenbeheer en het verwerken van de revisie is dit wel beter gedocumenteerd

  • Rol coördinator regierol grondwateroverlast. Binnen de gemeente is de rol en taakopvatting voor deze zorgplicht helder omschreven. De communicatie op de website en de invulling richting inwoners kan beter. Inwoners hebben hier geregeld vragen over.

  • De indeling en toedeling van budgetten kan verder geoptimaliseerd worden.

  • Het tempo van de grote gebiedsontwikkelingen blijft aan verandering onderhevig De woningmarkt is onzeker met zaken als de stikstofregels en de mogelijk stijgende hypotheekrentes. Anderzijds is de verwachting dat binnen de komende planperiode de eerste woningen daadwerkelijk opgeleverd worden.

4.2.Uitvoering van de beheer- en onderhoudstaken

In hoofdstuk 7 van het GRP 2018-2022 zijn de doelen en visie vertaald naar een strategie en activiteiten, verdeeld naar diverse onderzoeken, beheeractiviteiten en projecten (investeringen). In de volgende tabellen is per activiteit weergegeven wat de voorgenomen prestatie was, wat de daadwerkelijk prestatie is (een indicatie in %), voorzien van een toelichting.

 

Onderzoek (§7.3.1 Achtergronddocument GRP 2018-2022)

Activiteit

Resultaat

Toelichting

beheergegevens op orde

80%

De data is nagenoeg op orde gebracht. 90% van de geometrie is in beeld en opgenomen in het beheersysteem. Circa 65% van de kwaliteit is in beeld, maar moet nog in het beheersysteem worden opgenomen.

opstellen Basisrioleringsplan / SSW

0%

In afwachting van de laatste punten v.w.b. de data

opstellen OAS

0%

Lage prioriteit vanuit de gemeenten en waterschap

opstellen van GRP/Wrp

100%

Ingevuld met onderhavig document

onderzoek risicogestuurd rioolbeheer

0%

In afwachting van de laatste punten v.w.b. de data

opstellen Rioolbeheerplan

0%

In afwachting van de laatste punten v.w.b. de data

nieuwe sanitatie / klimaatbestendigheid

75%

Wel ingevuld voor wat betreft klimaatbestendigheid. De gemeente staat ervoor open om nieuwe sanitatie een plek te geven in de komende gebiedsontwikkelingen

opstellen Taakopvatting Hemelwater

75%

Nadere uitwerking is nodig; dit wordt ingevuld met onderhavig document, MRA en de landelijke Maatlat klimaatadaptatie

optimalisatie meetnet

75%

Onderzoek is uitgevoerd, laatste acties lopen

 

Beheer - vervanging (§7.3.3 Achtergronddocument GRP 2018-2022)

Activiteit

Resultaat

Toelichting

reparaties derden

100%

De werkelijke kosten lopen in de pas met geraamde budgetten. De afgelopen jaren hebben jaarlijks relatief kleine bijstellingen plaatsgevonden.

klein onderhoud

100%

afvoer slib riolen en kolken

100%

huur kolkenzuiger

100%

gemalen - reparaties derden

100%

onderhouden grondwatermeetnet

100%

Abonnementskosten Hydronet neerslagmeting

100%

reiniging en inspectie drukrioolgemalen

100%

reiniging en inspectie vrijvervalriolen

100%

intensivering reiniging en inspectie

100%

doorbelasting tractie 3.8 (materieel buitendienst)

100%

doorbelaste tractie belastingen (mat. buitendienst)

100%

advieskosten derden

100%

gemalen - elektra

100%

gemalen - telefoon

100%

straatvegen

100%

Toerekening deel kosten ond. watergangen

100%

 

Beheer - vervanging (§7.3.3 Achtergronddocument GRP 2018-2022)

Activiteit

Toelichting

vervanging zwevend riool

Vanuit het GRP 2018-2022 was voorzien in een gemiddeld investeringsbudget van € 1,5 mln. per jaar. Met de actualisatie van de kostendekking in 2021 is dit bijgesteld naar € 1,7 mln. per jaar. Het daadwerkelijke investeringsniveau, aan aantal integrale projecten, in de afgelopen jaren was:

2018: € 152.769

2019: € 822.147

2020: € 248.677

2021: € 816.043

2022: € 2.459.330

vervanging onderheid riool

vervanging hemelwaterafvoer

vervanging zwevend > 20 jaar

vervanging HWA > 40 jaar

vervanging drukriool en persleidingen

vervanging gemalen en pompunits

vervanging drainage

 

Het gemiddelde investeringsniveau over de gehele periode was € 0,9 mln. De laatste twee jaar is dit gestegen naar € 1,7 mln., zoals voorzien. Uitgesplitst naar projecten, op basis van ’Staat C’, is het volgende beeld in detail als volgt:

Omschrijving

2021

[€]

2022

[€]

Afschrijving

[over x jaar]

Koninginnenbuurt vervangen riool VB

497.513,67

1.743.419,47

20

Rijksstraatweg vervangen riool VB

67.012,10

626.110,41

20

Smient renovatie gemaal

6.395,00

15

BaHo A9

24.412,36

89.800,00

40

Purperreiger reparatie riool

110.575,51

40

Vondelstraat/Pr. Hendrikstraat/Raadhuislaan

79.878,32

5

Totaal

785.786,96

2.459.329,88

 

Beheer - verbetering (§7.3.4 Achtergronddocument GRP 2018-2022)

Activiteit

Toelichting

afkoppelen en klimaatbestending inrichten

Vanuit het GRP 2018-2022 was voorzien in een gemiddeld investeringsbudget van € 0,1 mln. per jaar. Met de actualisatie van de kostendekking in 2021 is dit niet bijgesteld. Deze investering is onderdeel van het daadwerkelijke investeringsniveau uit de voorgaande tabel.

 

Bij de investeringsprojecten, met name bij de herinrichtingsprojecten, is waar mogelijk verhard oppervlak afgekoppeld en zijn bij de herinrichtingen maatregelen getroffen voor de bovengrondse sturing van overtollige hemelwater. Het is niet mogelijk uit de investeringsbudgetten het aandeel voor ‘verbetering’ te destilleren.

 

4.3.Financiën en organisatie

Personele middelen en organisatie

Voor de actualisatie van de Kostendekking is in 2021 de benodigde personele inzet herijkt. Om de taken, zoals beschreven in het GRP 2018-2022, verantwoord uit te voeren is de wenselijke bezetting van de regisserende binnendienst met kentallen uit de Leidraad Riolering bepaald op 1,8 fte (binnendienst en Projecten) en 1,5 fte (buitendienst). Waarbij wordt aangegeven dat er qua areaal is uitgebreid afgelopen planperiode, deze bezetting is dus niet meer accuraat. Vanuit de jaarrekening 2022 is te herleiden dat er circa 0,5 fte ten laste is gekomen van de rioolheffing, aanzienlijk minder dan beoogd. Door de geringe omvang van de gemeentelijke organisatie is dit beeld voor het Dagelijks Onderhoud lastig inzichtelijk te maken vanuit het financiële systeem, doordat de medewerkers diverse onderdelen van de openbare ruimte tegelijkertijd beheren (wegen, groen, afwatering).

 

De personele omvang is de afgelopen jaren niet bijgesteld, waardoor een groot aantal voornemens achterwege is gebleven. Het noodzakelijke onderhoud (reiniging, kleine reparaties) en vervangingen zijn uitgevoerd, maar met name de voorgenomen onderzoeken voor het verkrijgen van meer inzicht in het functioneren en effectgestuurd beheren zijn blijven liggen.

 

De kleine omvang van de organisatie in de afgelopen planperiode (0,5 fte binnendienst en 1,0 fte buitendienst, feitelijk twee personen) maakt de organisatie kwetsbaar. Zeker gezien de omvangrijke gebiedsontwikkelingen van De Nieuwe Kern, Entrada en Werkstad OverAmstel die een behoorlijk aandeel van de personele inzet gaan vragen.

 

Ontwikkeling tarief rioolheffing

De koers voor de rioolheffing vanuit het GRP 2018 -2022 was het handhaven van de rioolheffing op een peil van €277,80, exclusief inflatie. Dit besluit is echter losgelaten en de rioolheffing is in 2020 en 2021 naar beneden bijgesteld met respectievelijk €20 en €15. In 2022 heeft daarnaast een wijziging plaatsgevonden van een gebruikersheffing naar een eigenaars/WOZ-heffing en is de heffing nog verder omlaag bijgesteld naar de onderstaande situatie:

  • -

    Eigenaar vastrecht, WOZ-waarde > € 50.000: € 153,28

  • -

    Eigenaar vastrecht, WOZ-waarde < € 50.000: € 76,64

  • -

    artikel 16 wet WOZobjectonderdelen: € 153,28: € 76,64

  • -

    Gebruiker afvoerrecht boven de 300 m3 ,per elke 100m3: € 144,14

Ter vergelijking, dit betekent dat een gemiddeld meerpersoonshuishouden € 153,28 per jaar betaalt in plaats van € 316,40. Gesteld wordt dat behoorlijk is afgeweken van de koers vanuit het GRP 2018-2022.

 

Begroting en jaarrekening

Op basis van de jaarrekening 2022 en de Programmabegroting 2023 is een beeld gevormd van de huidige budgetten voor de rioleringszorg, in relatie tot het GRP 2018-2022. De volgende tabel geeft de totale baten en lasten weer:

 

Rekening 2021

Rekening 2022

Begroting 2023

Koers GRP 2018-2022, voor 2023

Koers vanuit KDP 2021, voor 2023

Lasten*

€ 1.687.000

€ 1.513.000

€ 906.000

€ 1.043.000

€ 1.020.000

Baten

€ 1.941.000

€ 1.799.000

€ 1.244.000

€ 1.859.000

€ 1.693.000

Dotatie voorziening

€ 340.000

€ 833.000

€ 673.000

* de totale lasten zoals opgenomen de begroting is inclusief de post ‘storting voorziening riool’.

** het resultaat wordt toegevoegd of onttrokken aan de dotatie aan de voorzieningen

 

Ontwikkeling stand voorziening

De gemeente kent een voorziening ‘egalisatie vervanging riolering’. Achterliggend is de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’. Dit is een voorziening conform artikel 44, lid 2 van de BBV. De vulling hiervan heeft zich in de afgelopen jaren doorgezet, zie het overzicht hieronder. In de Programmabegroting 2023 is voorzien dat deze financiële ruimte geleidelijk wordt ingezet:

  • -

    Stand voorziening 1-1-2018 (werkelijk) € 5,4 mln.

  • -

    Stand voorziening 1-1-2023 (beoogd) € 10,6 mln.

  • -

    Stand voorziening 1-1-2023 (werkelijk) € 10,5 mln.

  • -

    Stand voorziening 1-1-2026 (begroot) € 9,0 mln.

5.Kwaliteitskader en nulmeting

Het werkveld van de gemeentelijke watertaken is complex. Om juiste keuzes te kunnen maken is inzicht in en begrip van de toestand en het functioneren van de riolering en watergangen nodig. Dit vraagt enerzijds om actuele en betrouwbare gegevens en informatie. Anderzijds is ook specialistische kennis nodig om de informatie op de juiste wijze te interpreteren en op die wijze de juiste afwegingen te kunnen maken.

 

Bij het beleidskader voor de gemeentelijke watertaken wordt gewerkt vanuit de drie zorgplichten (stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater). Toevoeging hierop voor onze gemeente is het onderdeel oppervlaktewater. Sommige ambities en beleidspunten werken door in alle zorgplichten. Om herhaling te voorkomen zijn deze overkoepelende aspecten in een separate paragraaf benoemd.

 

Dit hoofdstuk geeft het complete kwaliteitskader weer, waarbij de ambities zijn uitgewerkt naar een kwaliteitsbeschrijving en kwaliteitsnormen. Per norm beoordeeld of hieraan is voldaan, voorzien van een korte toelichting.

 

 

5.1.Overkoepelend

Sommige ambities en beleidspunten werken door in alle zorgplichten. Of we nu kijken naar het afvalwater, oppervlaktewater, grondwater of hemelwater, het is van groot belang dat de bijbehorende voorzieningen werken (technische staat), dat het risico op storing bij gemalen laag is (bedrijfszekerheid gemalen) en dat er bij de aanleg van nieuwe stelsels duidelijke kaders worden gesteld. Om herhaling te voorkomen zijn deze overkoepelende aspecten in deze paragraaf benoemd.

 

Overkoepelend

Kwaliteitsbeschrijving

Kwaliteitsnorm

Nulmeting

Technische staat

De voorzieningen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater verkeren in een goede technische staat.

  • Ingrijpmaatstaven voor stabiliteit, waterdichtheid of afstroming worden binnen twee maanden beoordeeld (maatregeltoets).

Ingrijpmaatstaven zullen altijd aanwezig zijn. De komende planperiode worden enkele riolen gerepareerd of vervangen, op basis van een risicobeoordeling van de schadebeelden.

 

 

  • Maatregelen worden niet uitgesteld.

 

De beheerdata (geometrie en inspecties) en telemetrie is actueel, op orde en veilig.

  • Alle beheerdata is verwerkt in het beheerssysteem van de gemeente en ontsloten via de GWSW-server van Stichting Rioned. Mutaties zijn verwerkt conform het protocol en conform de GWSW-standaard.

X

Circa 90% van de data is verwerkt in het beheersysteem. 10% staat in tekeningen, rioolinspectiebestanden en rekenmodellen en moet worden ingelezen. Niet overal is eenduidig welke bron de meest actuele data bevat. Een mutatie-protocol is nog niet geïmplementeerd, de data voldoet nog niet aan de GWSW-standaard.

Niet duidelijk is of de data afdoende bestand is tegen bijvoorbeeld hackers en of de aansturing van bijvoorbeeld rioolgemalen voldoet aan de CSIR 3.4.

 

 

  • Alle beheerdata is veilig tegen cyberaanvallen. De telemetrie voldoet aan de CyberSecurity ImplementatieRichtlijn (CSIR 3.4, in aansluiting bij de VNG).

 

 

Kwaliteitsbeschrijving

Kwaliteitsnorm

Nulmeting

Bedrijfszekerheid gemalen

De bedrijfszekerheid van rioolgemalen is gewaarborgd. Kans op calamiteiten is hiermee beperkt.

  • Het gemiddeld aantal storingen van rioolgemalen is minder dan 2 keer per jaar. Per individueel rioolgemaal is het aantal storingen minder dan 5 keer per jaar. Reservepompen kunnen binnen 24 uur geplaatst worden.

✔️

De indruk is dat de gemeente het gemalenbeheer goed in de vingers heeft en weet wat er gebeurt. Alle hoofdrioolgemalen zijn voorzien van een reservepomp.

 

 

  • Storingen moeten binnen 48 uur na signale-ring zijn verholpen, overlast dient binnen 24 uur verholpen te zijn.

✔️

 

 

 

  • Alle hoofdrioolgemalen in de gemeente zijn voorzien van twee pompen en zijn hiermee elkaars reserve.

✔️

 

De afvoer via de rioolgemalen is gewaarborgd. De kans op calamiteiten is hiermee beperkt.

  • De in- en uitslagpeilen van gemalen zijn bij voorkeur gelijk of lager ingesteld dan de binnen onderkant van het aanvoerriool.

 

 

  • De pendelberging is voldoende om de pomp maximaal 7x per uur te laten schakelen.

 

Nieuwe aanleg en renovatie

De voorzieningen zijn in staat de hoeveelheid te verwerken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt overlast door afval-, hemel-, grond- en oppervlaktewater voorkomen. De Technische Richtlijnen en Verordeningen worden gevolgd. Er is aandacht voor inbreng inwoners.

  • Het ontwerp en de aanleg van nieuwe voorzieningen vindt plaats volgens de technische richtlijnen van de gemeente.

Het delen van en toetsen aan het technische richtlijnen en de standaarddetails zijn ingebed in het ontwerpprotocol. Instemming vindt plaats in de anterieure overeenkomsten.Oppervlaktewater en klimaatadaptatiemaatregelen worden uniform onderdeel van de technische ontwerprichtlijnen en de standaarddetails. Procesafspraken en protocollen omtrent burgerparticipatie zijn aanwezig en worden gevolgd.

 

 

  • Nieuwe ontwikkelingen worden hydrologisch neutraal opgesteld. Dit betekent dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. Hierbij wordt de grondwaterstand niet verlaagd. Bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied overschrijden we de landelijke afvoer niet. Waterpeilen sluiten aan bij de optimale grondwaterstanden.

 

 

 

  • Burgerparticipatie vanuit een ‘standaard’. Bij welk type project/traject wordt welke mate van participatie vanuit de betrokkenen toegepast.

 

 

5.2.Zorgplicht inzameling en transport stedelijk afvalwater

Onder de zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater vallen de volgende items:

 

Het item "inzameling van stedelijk afvalwater" heeft betrekking op de wettelijke verplichting om afvalwater in te zamelen. Daarnaast wordt bij dit item aandacht besteed aan (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en zuivering) van afvalwater belemmeren. Om het afvalwater te kunnen inzamelen moeten de buizen, putten, etc. in goede staat zijn.

 

Het item "transport van stedelijk afvalwater" heeft betrekking op het transport van het afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Voor het transporteren van het afvalwater moeten de riolen groot genoeg zijn en moet het water door de riolen onder vrij verval naar het gemaal of uitlaat binnen een bepaalde tijd kunnen afstromen. De gemalen moeten voldoende capaciteit hebben om het afvalwater te kunnen verpompen en bedrijfszeker zijn. Daarnaast moeten de buizen, putten, etc. in goede staat zijn.

 

Om "ongewenste lozingen van afvalwater naar oppervlaktewater, bodem en grondwater" te voorkomen worden onder andere door het rijk, de provincie en het waterschap eisen gesteld. Het betreft de eisen aan de lozing uit de riolering naar oppervlaktewater en lekkage naar bodem en grondwater. De keuzes rondom deze eisen krijgen hun plek in dit item.

 

Stedelijk afvalwater

Kwaliteitsbeschrijving

Kwaliteitsnorm

Nulmeting

Aansluitingen

Het afvalwater wordt ingezameld en gezuiverd. Het afvalwater kan dus niet in sloten of bodem lopen. Er zijn daarom geen stankklachten en of verontreinigingen van sloten en bodem door het riool.

  • Percelen waar afvalwater vrijkomt en zijn voorzien van een water- en elektra-aansluiting zijn aangesloten op de riolering.

Bekend is dat dit bij de volkstuinen niet het geval is. Onderzoek naar de meest doelmatige aanpak moet worden uitgevoerd, i.s.m. Waternet (als waterkwalteitsbeheerder) en de gemeente Amsterdam (als eigenaar van de grond).

 

 

  • Alle percelen zijn aangesloten op de riolering.

 

 

 

  • Wanneer stankoverlast in openbaar gebied wordt geconstateerd, wordt binnen een week actie ondernomen.

 

Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en zuivering) van afvalwater belemmeren.

  • Er zijn geen foutieve aansluitingen op de DWA riolering of drukriolering; daar waar deze geconstateerd zijn wordt gehandhaafd.

Bekend is dat er foutieve aansluitingen zijn. Deze zorgen niet voor grote problemen. De gemeente reageert reactief op foutieve aansluitingen. Waar nodig gaat de gemeente in overleg en worden maatwerkmaatregelen getroffen.

 

 

  • Er kan bij normale peilfluctuaties geen oppervlaktewater via overstorten en nooduitlaten in gemengde of DWA riolering intreden.

 

 

 

  • Er zijn geen overtredingen van lozings- en aansluitverordeningen; daar waar overtredingen bekend zijn wordt gehandhaafd.

 

Technische staat

Afvalwater kan ongehinderd afstromen.

  • De verloren berging is maximaal 10% per streng.

Vanuit inspectiebeelden is de conclusie dat wordt voldaan aan de streefwaarde. Bekend is dat in zettingsgevoelige gebieden is de norm niet behaald kan worden. In die gebieden wordt 10% beschouwd als streefwaarde

Afvoer-capaciteit

Doordat het afvalwater snel wordt afgevoerd komt aantasting van het riool niet voor en zijn er geen risico's op beschadigde riolen.

  • De maximale vervuilingsgraad in de VWA en gemengde riolen bedraagt 30%.

Vanuit inspectiebeelden is de conclusie dat wordt voldaan aan de streefwaarde. In enkele zettingsgevoelige gebieden is dit niet het geval.

 

 

  • De verblijftijd van het afvalwater in de vrijverval riolen is maximaal 24 uur.

 

 

Kwaliteitsbeschrijving

Kwaliteitsnorm

Nulmeting

Vuiluitworp

Bij hoosbuien wordt het rioolwater afdoende opgevangen in de riolen (en eventuele bergingsvoorzieningen). De vuiluitworp via de overstorten in sloten en vijvers is beperkt. Slechts af en toe is er sprake van stank en vervuiling.

  • De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels moet kleiner of gelijk zijn aan de vuiluitworp van het referentiestelsel volgens de eenduidige basisinspanning van de CIW en mag de doelstellingen voor het oppervlaktewater niet in gevaar brengen. Deze zijn in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder bepaald.

De gemeente heeft veel verhard oppervlak afgekoppeld. Problemen worden niet ervaren, meldingen zijn niet bekend. Vanuit inspectiebeelden is de conclusie dat wordt voldaan.

De vuiluitworp via de overstorten in sloten en vijvers leidt niet tot risico's voor mens en omgeving.

  • De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels moet kleiner of gelijk zijn aan de doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit, zoals bepaald in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder.

In samenspraak met het waterschap wordt gekeken naar de (nieuwe) KRW-doelstellingen en (concept) Europese Richtlijnen Stedelijk Water en de impact van de vuiluitworp van de riolen hierop.

 

 

  • Risicovolle overstorten zijn gesaneerd.

 

 

5.3.Zorgplicht overtollig hemelwater

Onder de zorgplicht voor het overtollige hemelwater vallen de volgende items:

 

Bij gemengde rioolstelsels wordt de neerslag die valt op daken en wegen vermengd met afvalwater van huishoudens en bedrijven getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het transporteren en zuiveren van relatief 'schoon' hemelwater is geen duurzame oplossing. De waterzuivering wordt onnodig belast en er wordt onnodig energie verbruikt. Bewuste keuzes in het omgaan met regenwater zijn dus noodzakelijk.

 

Dit item heeft betrekking op wateroverlast tijdens regen, door een tekortschietend rioolsysteem. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, moet de riolering voldoende afvoer-capaciteit hebben. Hiervoor dienen de buizen, putten, etc. in goede staat zijn. Regulier onderhoud en tijdige vervanging is daarbij noodzaak. Daarnaast moet de bovengrond zodanig zijn ingericht dat bij hevige neerslag (de extreme piekbuien) het overtollige water in voldoende mate kan worden verwerkt, vanuit de trits vasthouden-bergen-afvoeren.

 

Ook kan sprake zijn van wateroverlast als gevolg van oppervlaktewater dat buiten de oevers treedt. Het is dan ook belangrijk dat de gemeente en de waterkwantiteitsbeheerder hun gezamenlijke waterbeleid op elkaar afstemmen en een gezamenlijke inspanning leveren om wateroverlast in stedelijke gebieden te voorkomen.

 

De gemeente draagt de onderhoudsplicht voor een deel van de overige watergangen. Het betreft onder andere een baggerverplichting en het schoonhouden van het doorstroomprofiel. De gemeente sluit hierbij in principe aan bij de onderhoudsregimes zoals gehanteerd door het waterschap.

 

Hemelwater

Kwaliteitsbeschrijving

Kwaliteitsnorm

Nulmeting

Inzameling

Overtollig hemelwater dat de particulier niet op eigen terrein kan verwerken wordt ingezameld.

  • In bestaand stedelijk gebied wordt de particulier gestimuleerd en gefaciliteerd anders om te gaan met het hemelwater, volgens de trits vasthouden-bergen-afvoeren (verplichting middels een Hemelwaterverordening is niet de insteek).

Dit is een beleidskeuze en is als zodanig opgenomen in dit Wrp.

Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en verwerking) van overtollig hemelwater belemmeren.

  • Er zijn geen foutieve aansluitingen op de HWA riolering; daar waar deze geconstateerd zijn wordt gehandhaafd.

✔️

Waar nodig wordt door de gemeente handhavend opgetreden of worden maatregelen getroffen. Water heeft een duidelijke plaats in de gemeentelijke visies.

 

 

  • Verharde oppervlakken met grote risico's op vervuiling lozen via de riolering naar de RWZI.

✔️

 

 

 

  • Door gebruik te maken van duurzame, milieuvriendelijke en niet uitlogende materialen worden risico's op vervuiling van afgekoppelde oppervlakken voorkomen.

✔️

 

 

 

  • De onkruidbestrijding vindt plaats volgens de wettelijke voorschriften.

✔️

 

Er wordt geprobeerd zoveel mogelijk schoon hemelwater te scheiden van het afvalwater, waarbij het hemelwater zoveel mogelijk bovengronds en zichtbaar verwerkt wordt.

  • Bestaand gebied: afkoppelen van verhard oppervlak indien technisch uitvoerbaar en kosteneffectief.

Wij zetten richting onze inwoners en ondernemers in op bewustzijn en stimulering voor het anders omgaan met water in bestaande gebieden. Wij geven zelf het goede voorbeeld door haar eigen verharde oppervlakken af te koppelen als kansen zich voordoen.

 

 

  • Nieuwbouw: scheiden van afval- en hemelwater in woningen, bedrijven en overige gebouwen is verplicht.Daar waar mogelijk mag de eigenaar (na overleg met de waterkwaliteitsbeheerder) het HWA ook rechtstreeks lozen op de waterpartijen. Bij wadi/retentie dient het HWA bovengronds en zichtbaar te worden aangeboden.

 

 

Kwaliteitsbeschrijving

Kwaliteitsnorm

Nulmeting

Afvoer-capaciteit

De bebouwing, wegen en openbare ruimte zijn zo ingericht dat het water bij hoosbuien redelijk goed afvoert naar de straatkolken en/of riolering. Hinderlijke plassen op straat komen beperkt voor.

  • Straatkolken worden jaarlijks gereinigd.

✔️

Als er bij de gemeente klachten over plasvorming bij kolken binnenkomen wordt binnen enkele dagen actie ondernomen en wordt het probleem adequaat verholpen.

 

 

  • Plasvorming mag bij maximaal 5% van de kolken voorkomen. Incidenteel verstopte kolken zijn binnen een week verholpen.

✔️

 

Bij hevige buien kan de riolering het water afvoeren zonder dat dit leidt tot hinder.

  • De vrijverval riolering moet in staat zijn een bui die 1x in de 2 jaar (ca. 20 mm in 60 minuten) optreedt te verwerken zonder dat dit tot hinderlijke 'water-op-straat' situaties leidt.

✔️

Er is geen systeemoverzicht stedelijk water dat actueel inzicht geeft. Vanuit de uitgevoerde klimaatstresstest en de praktijk zijn geen urgente probleemlocaties benoemd.

Bij extreme hoosbuien mogen 'water-op-straat' situaties ontstaan. Dit mag niet leiden tot overlast/schade.

  • Bij buitengewone omstandigheden vindt waterberging plaats buiten de riolering op daarvoor ingerichte locaties zoals watergangen en groenvoorzieningen. De openbare ruimte is uiterlijk in 2050 zodanig ingericht dat bij buitengewone omstandigheden (eens per 100 jaar) geen overlast voor de omgeving optreedt. Als overlast is gedefinieerd dat de waterstand maximaal 20 cm boven straatpeil is. Woningen mogen niet onderlopen en doorgaande verkeersroutes mogen niet worden geblokkeerd.

X

✔️

in

2050

Aansluiting is gezocht bij de landelijke maatlat (maart 2023). Met de klimaatbui (70 mm in 60 minuten) als toetskader is een doel met dit Wrp gezet.

 

Maatregelen uit de voorgaande planperiode zijn uitgevoerd of staan voor de korte termijn op de rol. Aanvullende maatregelen volgen vanuit de toekomstige onderzoeken en werk-met-werk maken.

 

 

  • De klimaatbui (70 mm in 60 minuten) mag niet leiden tot wateroverlast volgens bovenstaande definitie. Deze bui komt in 2050 eens per 100 jaar voor. In 2050 is de gemeente klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.

X

✔️

in

2050

 

 

5.4.Zorgplicht structurele grondwateroverlast

Het item "grondwateroverlast" heeft betrekking op de nieuwe zorgplicht voor 'het in openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen teneinde structurele nadelige

gevolgen van de grondwaterstand voor de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken'. Binnen dit item worden keuzes vastgelegd over definities als 'structureel', 'nadelige gevolgen' en 'doelmatigheid'.

 

Grondwater

Kwaliteitsbeschrijving

Kwaliteitsnorm

Nulmeting

Inzameling

Er is een waterloket, de rol van de gemeente is helder.

  • Er is een grondwaterloket ingericht. De gemeente zal vervolgens optreden als adviseur voor de particulier.

Het Waterloket is geïmplementeerd in de organisatie in de vorm van een front office.

Er is vastgelegd wat de regierol van de gemeente is. Aangezien hier nog vragen vanuit inwoners over binnenkomen, communiceren wij dit duidelijk.

 

 

  • Er is een grondwaterprotocol aanwezig, waarin de kaders zijn vastgelegd voor de begrippen "structureel nadelige gevolgen", "bestemming van de gronden" en "doelmatig", en is aangegeven wat de burgers van de gemeenten mogen verwachten.

 

Verwerking

De gemeente treft, mits doelmatig, maatregelen op openbaar terrein ter beperking van structurele grondwateroverlast.

  • Er bestaat inzicht in de optredende grondwaterstanden.

De gemeente beschikt over een operationeel grondwatermeetnet met meetpunten.

Bij de gemeente zijn geen locaties met structureel te hoge grondwaterstanden bekend. Bij eventuele meldingen pakt de gemeente haar rol conform De Taakopvatting.

 

Bij ontwikkellocaties worden de kaders voor drooglegging en ontwatering getoetst.

 

Aandachtspunt is monitoren van het mogelijk effect op de grondwaterstand van het vervangen van de oude, mogelijke lekke, riolen.

 

 

  • Ontwateringsmiddelen worden niet aangesloten op riolen die naar de RWZI afvoeren.

 

 

 

  • De gemeente stelt vast wanneer er sprake is van structurele grondwateroverlast en welke maatregelen doelmatig zijn. Zij gebruikt hierbij de overwegingen uit de afweging op doelmatigheid volgens de regels zoals opgenomen in dit Wrp); dit is altijd maatwerk.

 

 

 

  • In gebieden met structurele overlast neemt de gemeente het initiatief om de overlast te bestrijden.

 

 

 

 

  • De plantsoenen van de gemeente zijn na een periode van regen een paar dagen drassig, maar blijven redelijk begaanbaar.

 

 

 

  • Schade als gevolg van gemeentelijk ingrijpen in de grondwaterstanden komt niet voor.

 

 

 

5.5.Oppervlaktewater

De gemeentelijke taken voor oppervlaktewater vallen buiten de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Voor het onderdeel oppervlaktewater is onze gemeente niet alleen aan zet. Voor een groot deel van het oppervlaktewater in het stedelijk gebied zijn het waterschap AGV en provincie Noord-Holland als eigenaar en/of beheerder eveneens verantwoordelijk. In paragraaf 3.1 is op de areaalverdeling ingegaan. Hieronder zijn dan ook geen getalsmatige kwaliteitsnormen vanuit onze gemeente geformuleerd. Het komt het erop neer dat de gemeente en het waterschap in gezamenlijk overleg de kaders gaan opstellen.

 

Van belang is dat zodra de openbare ruimte meerdere functies gaat vervullen (berging van water-op-straat, berging van water in groenvoorzieningen), dit duidelijk gecommuniceerd wordt naar de gebruikers hiervan. Ook het aspect ‘veiligheid’ staat hoog in het vaandel bij de realisatie van nieuw water.

 

Kwaliteitsbeschrijving

Kwaliteitsnorm

Nulmeting

Technische staat

De gemeente en het waterschap zetten in op een verdere verbetering van de uitstraling van het oppervlaktewater.

  • De gemeente en het waterschap bepalen in een gezamenlijk plan de kaders voor de technische staat en komen de beheer- en onderhoudsregimes overeen.

X

Nadere uitwerking voor de kaders, gezamenlijk met het waterschap volgt in de komende planperiode.

Beleving en zichtbaarheid

De gemeente en het waterschap zetten in op vergroten van de belevingswaarde van het oppervlaktewater.

  • Bij projecten is voor het zichtbaar houden en/of maken van water het uitgangspunt “ja, tenzij…” 

X

De aandacht voor het thema is er, maar moet de komende planperiode een structurele plek krijgen. Dit vraagt uitwerking in de werkprocessen en de LIOR.

 

 

  • Bij projecten is er aandacht voor de toegevoegde waarde van oppervlaktewater als adaptieve maatregel voor wateroverlast, hittestress en droogtestress.

 

Nieuwe aanleg

De voorzieningen (watergangen, duikers, stuwen etc.) zijn in staat de hoeveelheid te verwerken.

  • De voorzieningen zijn aangelegd conform de LIOR

X

In de LIOR moet er meer ruimte en aandacht zijn voor de kaders voor het gemeentelijk deel van het oppervlaktewater, in afstemming met de kaders van het waterschap en de landelijke Maatlat (maart 2023).

 

6.Programma Water en Riolering 2023-2027

In de voorgaande hoofdstukken is het areaal van de gemeente bekeken en het vertrekpunt voor dit plan vastgelegd (nulmeting). Dit hoofdstuk geeft het overzicht van wat er moet gebeuren om het beoogde kwaliteitsniveau te realiseren c.q. te handhaven. Dit zal de gemeente doen door onderzoek (vergroting van inzicht), regulier beheer en onder-houdsmaatregelen. Daarnaast zijn ook éénmalige investeringsmaatregelen nodig. De technische onderbouwing van de maatregelen is te vinden in de beheersystemen (GBOR en SAM) en onderliggend plan als in het Meerjareninvesteringsprogramma.

 

Dit hoofdstuk beschrijft het Programma Water en Riolering en geeft een toelichting op de budgetten. Per activiteit is er een overzichtstabel opgenomen (prijspeil 2023). Deze tabel geeft de activiteiten en budgetten weer voor de komende jaren. De volgende paragrafen geven hierop een toelichting. De volgende kolommen zijn weergegeven:

  • Het fcl-nummer voor de eenduidige koppeling met de begroting en jaarrekening;

  • Een korte omschrijving van de activiteit;

  • Het budget voor 2023, conform de begroting;

  • De budgetten voor de komende planperiode 2023 tot en met 2027.

Alle exploitatiebudgetten zijn exclusief gemeentelijke personeelslasten, btw en indexatie. Deze posten zijn in de navolgende paragrafen separaat benoemd. De projecturen voor de investeringen (vervangings- en verbeteringsmaatregelen) zijn wel in de investeringsbudgetten meegenomen en worden geactiveerd. Tot slot van dit hoofdstuk is de analyse van de personele middelen opgenomen, vanuit het actuele model van de Stichting Rioned.

 

6.1.Onderzoek

Enkele van de onderzoekstaken zijn cyclisch en komen elk jaar weer terug, zoals het bijhouden van en het verwerken van meetgegevens. Daarnaast zijn er onderzoeken die incidenteel (niet-cyclisch) uitgevoerd moeten worden. Al deze onderzoeken hebben als doel bestaande knelpunten in beeld te krijgen en hiervoor maatregelen op te stellen. Deze maatregelen worden vervolgens in het beheer opgenomen om tot uitvoering te komen.

 

ONDERZOEK (Exploitatie)

PROGRAMMA

 

Fcl

Activiteit

 

2023

2024

2025

2026

2027

670205

Opstellen SSW

€ -

€ -

€ 40.000

€ -

€ -

670205

Opstellen Wrp

€ 35.000

€ -

€ -

€ -

€ 35.000

670205

Onderzoek waardegestuurd rioolbeheer

€ 10.000

€ -

€ -

€ 10.000

€ -

670205

opstellen Rioolbeheerplan

€ -

€ -

€ -

€ -

€ 15.000

nieuw

onderzoeken nieuwe sanitatie

€ -

€ 5.000

€ 5.000

€ 5.000

€ 5.000

nieuw

onderzoeken klimaatbestendigheid

€ -

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 45.000

€15.000

€ 55.000

€ 25.000

€ 65.000

 

6.2.Regulier beheer

Onder het reguliere beheer vallen activiteiten die ervoor zorgen dat het riool zijn levensduur behoudt, zoals het reinigen en inspecteren van de riolen en de kosten voor stroom en telefonie. Onderdeel hiervan is ook het orde houden van de beheersystemen voor de riolen en de gemalen.

 

Bij een adequaat niveau past het huidige regime van reinigen en inspecteren. In de afstemming van de strategie (meer differentiatie in plaats van een cyclische benadering) en prioritering van maatregelen gaat de gemeente de komende planperiode een slag slaan, vanuit het oogpunt van doelmatigheid en kosteneffectiviteit. Uitgangspunt voor dit Wrp is dat de huidige budgetten worden voorgezet.

 

Rioolinspecties vormen een belangrijke bron van kennis over de kwaliteitstoestand van het vrijverval rioolstelsel. Voor het uitvoeren van reparaties en klein onderhoud is inzicht nodig in de kwalitatieve toestand van de riolering: dit inzicht is er. Van nagenoeg alle gemengde en DWA riolering is er inmiddels een inspectie aanwezig die niet ouder is dan 15 jaar.

 

Kolkenzuigen dient ertoe om instroom vanaf de straat in de riolering ongehinderd plaats te laten vinden. Kolkenzuigen gebeurt daardoor volledig ten bate van de rioleringszorg. Straatvegen en onkruidbestrijding zorgen ervoor dat de straatkolken minder snel verstopt raken. Een gehele dekking van deze kostenposten onder de rioleringszorg acht de gemeente niet gerechtvaardigd aangezien de activiteiten ook de wegen schoon en begaanbaar houden. De gemeente Ouder-Amstel kent 50% van de kosten voor straatvegen en 33% van de onkruidbestrijding toe aan de rioleringszorg.

 

Een andere belangrijke kostenpost is het beheer en onderhoud van de gemalen, pomp-units en drukriolering in het buitengebied. Onderhoud vindt nu plaats door 2x per jaar preventief te reinigen, eens per 2 jaar een BRL inspectie te doen en waar nodig correctief onderhoud uit te voeren.

 

Onderhoud watergangen en slibverwerking oppervlaktewater

Het onderhoud van de watergangen pakt de gemeente qua werkzaamheden deels met de activiteiten van het waterschap op. De gemeente betaalt hiervoor haar deel van deze kosten. Daarnaast heeft de gemeente ontvangstplicht voor slootvuil en baggerspecie uit primaire watergang binnen bebouwd gebied en als grondeigenaar langs primaire watergangen buiten bebouwd gebied. Het is toegestaan een deel van deze kosten over te brengen naar het deelproduct Riolering, om bekostigd te worden vanuit de riool en waterzorgheffing. De wetgeving biedt die ruimte; zie de Handreiking kostentoerekening leges en tarieven en het Model kostenonderbouwing van de VNG. Dit onderhoud dient immers meerdere doelen:

  • -

    Het goed op diepte houden van vijvers en watergangen voor de beheersing van de (grond)waterstanden;

  • -

    Het afvoeren en bergen van hemelwater;

  • -

    Het verwijderen van verontreinigd slib dat via riooloverstorten in het oppervlaktewater terecht is gekomen;

  • -

    Het verwijderen van slib en vuil, om de watergangen schoon en eventueel begaanbaar te houden (vanuit een esthetische, nautische of ecologische functie).

Toerekening van 50% van deze onderhoudskosten aan de verschillende zorgplichten van de gemeentelijke watertaken wordt vanwege de aangegeven samenhang redelijk geacht (20% in het kader van de hemelwaterzorgplicht, 10% in het kader van de afvalwaterzorg-plicht en 20% in het kader van de grondwaterzorgplicht). Voor de resterende 50% is cofinanciering nodig, bijvoorbeeld uit projecten, de algemene middelen, bijdragen van derden of subsidies. Voor de gemeente Ouder-Amstel gaat het om een totaalbudget van € 88.700. Geadviseerd wordt om 50% van het totaalbudget toe te rekenen aan de rioleringszorg en daarmee aan de rioolheffing en de komende planperiode het bedrag en de verdeling nader te specificeren. Voor onderhavig Wrp betekent dit concreet dat een bedrag van € 44.350 ten laste komt van de rioleringszorg.

 

Onderstaand een overzicht van (jaarlijks) terugkerende kosten:

 

BEHEER - REGULIER

PROGRAMMA

FCL

Activiteit

2023

2024

2025

2026

2027

670203/438015

Onderhoud en reparaties derden

€ 74.328

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

670203/438090

Afvoer slib riolen en kolken

€ 5.905

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

670203/438019

Abonnementen, lidmaatschap en contributies

€ 18.350

€ 18.350

€ 18.350

€ 18.350

€ 18.350

670203/438004

Huur, pacht en opstal

€ 10.170

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

670203/438030

Advieskosten derden (beheerdata op orde)

€ 8.322

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

670206/438015

Gemalen - reparaties derden

€ 52.171

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

670206/438026

Gemalen - elektra

€ 33.030

€ 60.000

€ 60.000

€ 60.000

€ 60.000

670206/4380737

Gemalen - water

€ 169

€ 200

€ 200

€ 200

€ 200

670201

Straatreiniging

€ 38.737

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

670213/438015

Onderhouden grondwatermeetnet

€ 3.051

€ 3.500

€ 3.500

€ 3.500

€ 3.500

670214

Reiniging en inspectie drukrioolgemalen

€ 10.170

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

670215

Reiniging en inspectie vrijvervalriolen

€ 29.851

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

Nieuwe

Toerekening deel kosten ond. watergangen

 

€ -

€ 44.345

€ 44.345

€ 44.345

€ 44.345

€284.254

€371.395

€371.395

€371.395

€371.395

 

6.3.Investeringen

Onder deze noemer vallen de investeringen voor het vervangen van oude objecten (riolen, gemalen, pompunits, drukriolering, etc.) die slecht functioneren en de investeringen ten behoeve van een verbetering voor het functioneren van het riool- en watersysteem. Ook investeringen gerelateerd aan klimaatadaptatie krijgen hierin een plek. Immers, deze maatregelen dragen bij aan de verwerken van overtollig hemelwater of de beheersing van de grondwaterstand, en zijn hiermee te bekostigen vanuit de riool- en waterzorgheffing.

 

De benodigde investeringskosten voor 2023 zijn reeds vastgesteld op € 1,5 mln. De komende projecten riool- en waterprojecten worden in samenhang met andere opgave, zoals integrale vervanging andere assets, klimaatopgave of de opgave energietransitie, afgestemd en benut. Enerzijds om werk-met-werk te maken, anderzijds om regie te houden op de drukte in de ondergrond. Vanuit actuele data hebben wij de natuurlijke momenten voor Integraal beheer Openbare Ruimte in beeld. Onderhavig Water- en rioleringsprogramma stemmen wij structureel af met bijvoorbeeld het Groenbeheerplan, het Wegen-beheerplan en het op te stellen programma Klimaatadaptatie.

 

Voor 2024-2027 zijn de benodigde investeringen bepaald door het combineren van de beschikbare informatie uit de beheersystemen en de Meerjareninvesteringsprogramma.

Dit zijn projecten en eenmalige investeringen, welke in principe worden geactiveerd (verrekend in kapitaallasten en rente). In het MJIP zijn de investeringen op diverse locaties, waarbij DWA-riool wordt vervangen, gefundeerde riolen worden gerepareerd, HWA wordt aangelegd en verharding van rijbanen wordt afgekoppeld. De budgetten zijn inclusief de benodigde personele inzet vanuit de gemeente, voor voorbereiding, advies, toezicht en participatie. Het vervangingsbudget loopt op van €1,6 mln. in 2023 naar €3,2 mln. in 2027.

 

De komende jaren staat de buurt Benning prominent op de agenda. In dit zettingsgevoelige gebied is de vervanging van de verzakte riolen nodig. Dit vraagt een forse investering. Voor de periode 2025 -2029 is een budget opgenomen van € 10 mln. De concrete uitwerking is maatwerk en moet nog plaatsvinden. Wel gaan we hier werk met werk maken en verbeteren we tegelijkertijd de afwatering van het gebied en richten deze klimaatbestendig in.

 

De komende riool- en waterprojecten worden in samenhang met de andere opgaven in de buitenruimte, zoals de integrale vervanging van andere assets, de klimaatopgave en energietransitie, afgestemd. Meekoppelkansen worden benut. Enerzijds om werk-met-werk te maken, anderzijds om de regie te houden op de drukte in de ondergrond. Voor het doen van investeringen als het afkoppelen van de openbare ruimte en het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de openbare ruimte is gerekend met een toeslag van 15% over de vervangingsinvesteringen. Dit is een aanname. De komende planperiode wordt beschouwd of dit percentage bijgesteld moet worden.

 

Maatregelen voor de aanpak van hittestress, droogtestress of overstromingsrisico’s vanuit oppervlaktewater vallen hier nadrukkelijk niet onder. Hetzelfde geldt voor activiteiten gericht op waterrecreatie, viswater of bluswater (zoals de aanleg van steigers of het toegankelijke maken en houden van oevers).

 

Investeringen (Activering)

PROGRAMMA

Activiteit

2023

2024

2025

2026

2027

Vervanging zwevend riool

€ 685.000

€ 115.000

€3.200.000

€1.750.000

€1.750.000

Vervanging onderheid riool

€ 800.000

€335.000

1.790.000

€ 750.000

€ 750.000

Vervanging hemelwaterafvoer

€ -

€ -

€ -

€ 298.830

€ 353.602

Vervanging zwevend > 20 jr.

€ -

€ -

€ -

€ -

€ -

Vervanging HWA > 40 jaar

€ -

€ -

€ -

€ -

€ -

Vervanging drukriool

 

€ 48.037

€ 48.037

€ 48.037

€ -

€ -

Afkoppelen en klimaatbestendig inrichten

€ 118.325

€ 106.309

€ 131.812

€ 375.000

€ 375.000

€1.651.362

€ 604.346

€5.169.849

€1.173.830

€3.228.602

 

Voor de jaren daarna is de planning gebaseerd op een cyclische planning en de verwachte technische levensduur van de verschillende rioolstelsels en onderdelen. Specifieke voor de gemeente Ouder-Amstel betekent dit een verwachte levensduur van 20 jaar voor zwevende riolen in zettingsgevoelige gebieden en 40 jaar voor gefundeerde voorzieningen. Op de middellange termijn is in het investeringsniveau een licht stijgende lijn te zien. De oudste riolen komen op leeftijd en hierdoor neemt het investeringsniveau verder toe. De volgende grafiek geeft het beeld weer, exclusief inflatie.

 

 

6.4.Personeel

De rol van de gemeentelijke overheidsorganisatie is aan verandering onderhevig. Naast verbreding en meer integratie van thema’s als klimaatadaptatie, wordt om de

gestelde doelen te bereiken en invulling te geven aan de ambities ook wat van de

inwoners verwacht. Ingezet wordt op burgerparticipatie, samenwerking en ‘verbinden’, zowel de interne afdelingen, met andere instanties (buurgemeenten, het waterschap, LTO) én met burgers. Om de strategie voor de komende planperiode ten uitvoer te brengen is de belangrijkste voorwaarde dat de personele organisatie van de gemeente en van de uitvoeringsorganisatie Duo+ staat, zowel kwantitatief als kwalitatief.

 

Vanuit de begroting 2023 is een calculatie gemaakt van de beschikbare personele inzet. Hier is de calculatie van de benodigde personele middelen naast gezet, op basis van het rekenmodel van de Stichting Rioned (formatiescan 2023v3.xlsx). De insteek hierbij is dat de gemeente en Duo+ veel werkzaamheden door externe partijen laten uitvoeren en de gemeente de regierol neemt, conform de lijn van het GRP 2018-2022.

 

De volgende tabel schetst het beeld van deze vergelijking. De conclusie is dat er ca. 0,5 fte extra benodigd is voor de binnendienst. Hierbij is geen onderscheid gemaakt in de bemensing vanuit de gemeente of van de uitvoeringsorganisatie Duo+.

 

Formatiescan

Aanwezig

2023

[fte]

benodigd

2024

[fte]

Benodigd

budget 2024 *

Toelichting

Beleidsmedewerker

1,7 fte vanuit doorbelasting Duo+

€ 191.2165

uitgaande van 1.400 uur per jaar en € 80 per uur

0,67

€ 83.166

-

Beheerder

0,46

€ 57.075

In 1 functie ‘beheerder’

Gegevensbeheerder

0,07

€ 8.223

Ontwerper

0,20

€ 26.500

Kleine ontwikkelingen

Projectleider, werkvoorbereider, toezichthouder

0,40

€ -

Uren in projectbudget. Van 15% VAT, doen we 25% zelf en 75% besteden we uit.

Buitendienst, dagelijks onderhoud

0,46

€ 42.825

-

Totaal fte

1,7

2,26

-

Uitbreiding binnen met ruim 1 fte is noodzakelijk

Totale personeelslasten

€ 191.216

€ 216.289

* uitgaande van 1.400 werkbare uren per jaar en € 80 per uur.

 

De inzet voor straatvegen en reiniging is verrekend in de doorbelastingen (50% van het betreffende budget komt ten laste van de riolering). Daarnaast wordt verwacht dat het werken in de uitvoeringsorganisatie Duo+ en de samenwerking via het platform BOWA leidt tot een vermindering van de personele kwetsbaarheid en een verdere versterking van de kwaliteit.

 

Voor de totale personeelslasten zoals die worden doorberekend aan de riool- en water-zorgtaken betekent dit het volgende:

 

PERSONEEL (exploitatie)

 

PROGRAMMA

 

 

FCL

Activiteit

2023

2024

2025

2025

2027

670295

Personeel – eigen uren gemeente

€ 0

Niet doorbelast

670296

Personeel - bijdrage Duo+

€ 191.216

€ 191.216

€ 191.216

€ 191.216

€ 191.216

600497

Overhead

€ 173.425

€ 173.425

€ 173.425

€ 173.425

€ 173.425

Nieuw

Uitbreiding personeel (+0,5 fte)

 

-

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Nieuw

Uitbreiding overhead (agv +0,5 fte)

-

€ 35.000

€ 35.000

€ 35.000

€ 35.000

670295/438300

Inningskosten rioolheffing (BGA)

€ 69.207

€ 69.207

€ 69.207

€ 69.207

€ 69.207

€ 433.848

€ 518.845

€ 518.845

€ 518.845

€ 518.845

 

Personele capaciteit grote ontwikkelgebieden

De lasten voor de benodigde personele inzet voor de nieuwe, eerste aanleg van riolering (zoals bij uitbreidingswijken) komt niet ten laste van de rioolheffing. De kosten worden verhaald op de ontwikkeling zelf, conform de Wro (Wet Ruimtelijke Ordening, Grex-wet). Dit speelt met name bij de ontwikkelingen van De Nieuwe Kern, Entrada en Werkstad Over-Amstel een rol. De gemeente heeft hierbij een meer toetsende rol. Uitgangspunt is maximale uitbesteding, waarbij de gemeente de regierol heeft. Hiervoor wordt een Taakopvatting of leidraad voor de inrichting opgesteld en in de organisatie geïmplementeerd en controleert de gemeente de initiatiefnemers van ontwikkelingen. De benodigde menskracht komt wel ten laste van de personele organisatie.

 

Zodra het ontwikkelde areaal in beheer en onderhoud van de gemeente komt, is wel uitbreiding van de personele organisatie nodig. Vanuit de rekenexercitie uit de ijking 2021 van GRP 2018-2022 is ingeschat dat vanaf 2032 1,0 extra fte Binnen en 1,4 fte Buiten nodig zal zijn. De verwachting is dat dit geleidelijk zal ingroeien tussen 2025 en 2032. Voor de lange termijn (vanaf 2061, zodra het areaal weer aan vervanging toe is) zal aanvullend nog eens 1,1 fte nodig zijn in Projecten. Laatstgenoemde personeelslasten zijn onderdeel van de investeringsbudgetten en worden in de huidige financieringsmethodiek geactiveerd.

 

7.Kostendekkingsplan

In de ambitie van de gemeente Ouder-Amstel is uitgesproken dat de kosten niet doorgeschoven mogen worden naar de volgende generatie. Daar hoort bij dat het doel een kostendekkende rioolheffing moet zijn. Eén van de belangrijkste voorwaarden hierbij is het hebben van voldoende financiële middelen en personele capaciteit (kwantitatief en kwalitatief) om de totale gemeentelijke watertaak naar behoren te kunnen vervullen en risico’s te beperken.

 

Dit hoofdstuk beschrijft de uitgangspunten, de invoer en de conclusies van het kostendekkingsplan en bestaat uit de volgende onderdelen c.q. paragrafen:

  • 1.

    De basis voor de rioolheffing. Dit zijn de huidige grondslagen, de hoogte van heffing en het aantal heffingseenheden.

  • 2.

    Een overzicht van de financiële uitgangspunten.

  • 3.

    Het overzicht van de lasten, lange termijn.

  • 4.

    De baten en het advies voor de ontwikkeling van de heffing.

7.1.Basis rioolheffing

Grondslag en hoogte van riool- en waterzorgheffing

De grondslag voor de rioolheffing is gebaseerd op de WOZ-waarde van de heffingseenheid alsook de hoeveelheid kubieke meters dat vanuit het perceel wordt afgevoerd, gebaseerd op het leidingwaterverbruik boven de 300 kubieke meter. De tariefstelling is voor 2023 als volgt gedefinieerd.

 

Vast bedrag per eenheid

WOZ-waarde < €50.000

€ 76,64

WOZ-waarde > €50.000

€ 153,28

Verbruik voor elke volle 100 m³ boven de 300 m³ water

Toeslag van € 144,14

 

Heffingseenheden en areaalontwikkeling

Het aantal heffingseenheden is per 1 januari 2023 gesteld op 6.475 eigendommen met een waarde groter dan € 50.000 en 815 eigendommen met een waarde kleiner € 50.000. Hierbij heeft het gebruikersdeel € 151.755 opgebracht in 2023.

Voor toename van het aantal heffingseenheden zijn de aantallen van de Kadernota 2023 aangehouden, verfijnd met de Monitor plancapaciteit 1 waar nodig. Dit betekent een mogelijke groei van het aantal heffingseenheden met 7.224 in de periode 2023-2040.

 

7.2.Financiële uitgangspunten

Het beleid van de gemeente is dat de lasten voor de rioleringszorg voor 100% gedekt worden door de riool- en waterzorgheffing. Onderhavige paragraaf beschrijft de uitgangspunten voor de financieringsstrategie.

 

Voorziening riolering

De gemeente kent een ‘Voorziening Egalisatie vervanging riolering’. Achterliggend is de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2013’. Op basis van de jaarrekening 2022 is de stand van de voorziening per 31-12-2022 € 10.471.123,99.

Deze voorziening egalisatie vervanging riolering wordt ingezet ter egalisatie van de baten en lasten van de riolering. Rekening is gehouden met de toekomstige hoge investeringen voor de vervanging van de in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw aangelegde riolering.

 

Rekenrente

De gemeente hanteert in de Programmabegroting 2023 een omslagrente van 2,5% over de boekwaarde van de nieuwe investeringen. Gezien de ontwikkelingen in de financiële sector wordt een rentestijging verwacht. Voor dit WRP is reeds met een omslagrente gerekend van 4%.

 

Bestaande kapitaallasten

Vanuit het ‘Staat C’ van de gemeente is deze last begroot op € 210.213,18 voor 2022. Dit bedrag is voor dat jaar volledig opgebouwd uit afschrijvingen zonder rente, omdat de financiering hiervan heeft plaatsgevonden uit eigen middelen.

 

Nieuwe kapitaallasten

Ook de komende periode staan er de nodige investeringen op stapel, gevormd door vervanging van oude en kwalitatief slechte riolen, gemalen en pompunits en maatregelen om het functioneren van te verbeteren. Deze investeringen moeten eveneens bekostigd worden door activering van de investeringen, zoals beschreven in de Nota Activabeleid 2017 van de gemeente.

  • Het activeren van investeringen is niet toegestaan voor aankopen onder de € 25.000.

  • Lineair afschrijven wordt toegepast bij alle vaste activa met maatschappelijk nut en economisch nut.

  • De afschrijving start in het jaar waarin het actief door of vanwege de gemeenten in gebruik wordt genomen. Er wordt afgeschreven in hele jaren.

  • De indeling van activa en afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de regelgeving, respectievelijk verwachte economische levensduur. De termijnen die worden toegepast zijn:

    • -

      15 jaar voor schakelkasten

    • -

      20 jaar voor ‘zwevende’ riolen (eindstrengen en inzamelleidingen)

    • -

      30 jaar voor drukriolering buitengebied

    • -

      40 jaar voor hemelwaterriolen

    • -

      60 jaar voor onderheide riolen (hoofdriolen en grote transportleidingen)

Compensabele BTW

De Gemeentewet, artikel 228a lid 3, regelt dat de BTW die gemeenten op grond van het BTW-compensatiefonds gecompenseerd krijgen als last mogen worden opgenomen in de berekening van de tarieven. De gemeente Ouder-Amstel rekent de BTW over de exploitatie en de afschrijvingen van investeringen mee aan de lastenkant voor de tariefsbepaling. Voor 2023 is dit bedrag begroot op € 147.468.

 

Oninbaar/kwijtschelding

Voor sommige huishoudens kan door de gemeente de rioolheffing worden kwijtgescholden, of als oninbaar beschouwd. In de begroting houdt de gemeente geen rekening met kwijtschelding, aangezien de rioolheffing is gebaseerd op een eigenarendeel. Voor oninbare heffingen, zoals het gevolg bij faillissementen, is een post voorzien van € 10.000.

 

7.3.Ontwikkeling lasten

De volgende grafiek geeft een totaalbeeld van de componenten waaruit de lasten zijn gevormd voor de lange termijn. De gekleurde vlakken geven de lasten weer met de huidige methodiek van afschrijving en rente (4%), exclusief inflatie. De rente en afschrijvings-component zijn opgesplitst om te zien wat het effect van de rente op de lasten is. Door de afwisselende vervangingspieken nemen de lasten gestaag toe als gevolg van het stijgen van de kapitaallasten. Tevens is een lijn gepresenteerd waarbij de toename in lasten, als gevolg van de uitbreiding van het areaal met de ruimtelijke ontwikkelingen.

 

 

In het GRP 2018-2022 zijn de mogelijkheden verkend voor het overstappen naar het direct bekostigen van de investeringen vanuit de voorziening (oftewel, ‘sparen vooraf’). Dit heeft als voordeel dat daarmee rentelasten voor de lange termijn voorkomen worden en de rioolheffing op middellange termijn structureel lager uitvalt. In de volgende grafiek is de lijn gepresenteerd voor het scenario waarbij alle komende investeringen direct worden afgeschreven, in plaats van gekapitaliseerd over de lange termijn.

 

 

7.4.Ontwikkeling rioolheffing en rioolvoorzieningen

In een kostendekkingsmodel is voor een aantal scenario’s geanalyseerd welke stijging van de riool- en waterzorgheffing voor de langere termijn noodzakelijk is. Dit model is exclusief een correctie voor inflatie en indexatie, waarbij de volgende uitgangspunten zijn gehanteerd:

  • de rekenrente is 4,0% en geldt over de investeringen vanaf 2024.

  • de voorziening egalisatie riolering (huidige stand € 10,5 mln.) komt de komende 15 jaar geleidelijk ten gunste van de inwoners en ondernemers

  • de stand van de egalisatievoorziening is € 2,0 mln. in 2038.

De drie volgende varianten zijn beschouwd (zie de onderstaande grafiek met de ontwikkeling van de rioolheffing):

  • 1.

    De huidige financieringsstrategie met activering, exclusief het meerekenen van de grote uitbreidingen aan de baten of lastenkant;

  • 2.

    De huidige financieringsstrategie met activering, inclusief de grote uitbreidingen (de aanlegkosten komen uit de GREX en vallen hierbuiten);

  • 3.

    Het direct afschrijven van de komende vervangings- en verbeteringsmaatregelen, inclusief de grote uitbreidingen.

 

 

De volgende punten geven het resumé voor het adviesscenario voor de ontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing weer, waarbij een doorkijk is gemaakt tot 20 jaar:

 

jaar

Activering huidig areaal rente 4,0%

Activering areaal uitbreidingen rente 4,0%

direct afschrijven, areaal uitbreidingen geen rente

2023

€ 153

2024

€ 171

€ 159

€ 236

2028

€ 244

€ 182

€ 568

2043

€ 552

€ 271

€ 207

 

Advies koers rioolheffing

Het advies is de riool- en waterzorgheffing de komende jaren €18,17 (12%) per jaar te laten stijgen (variant 1), exclusief de indexatie, vanuit de volgende argumentatie:

  • Overstappen naar ‘direct afschrijven’ is geen optie, gezien de fors benodigde stijging tot €586 in 2028. De huidige inwoners en ondernemers hoeven niet te betalen voor de toekomstige inwoners en ondernemers.

  • De Egalisatievoorziening is de laatste jaren gevuld door de inwoners en ondernemers; deze wordt de komende 15 jaar geleidelijk ingezet, waardoor de lastenstijging beperkt wordt.

  • Gezien de onzekerheden in het tempo en de omvang van de gebiedsontwikkelingen ontstaat een bandbreedte in de koers van de rioolheffing. Het advies is voor de komende jaren uit te gaan van aan koers waarin eventuele opbrengsten vanuit deze ontwikkelingen niet zijn meegerekend, en koers van de rioolheffing tweejaarlijks te ijken.