<lvbbu:Consolidaties schemaversie="1.2.0" xmlns:lvbbu="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <lvbbu:Consolidatie>
    <consolidatie:ConsolidatieIdentificatie xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR706717</consolidatie:FRBRWork>
      <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_006</consolidatie:soortWork>
      <consolidatie:isConsolidatieVan>
	<consolidatie:WorkIdentificatie>
	  <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/pv23/2023/omgevingsverordening</consolidatie:FRBRWork>
	  <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_019</consolidatie:soortWork>
	</consolidatie:WorkIdentificatie>
      </consolidatie:isConsolidatieVan>
    </consolidatie:ConsolidatieIdentificatie>
    <consolidatie:Toestanden xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:bekendOp>2025-04-25</consolidatie:bekendOp>
      <consolidatie:ontvangenOp>2025-04-25</consolidatie:ontvangenOp>
      <consolidatie:BekendeToestand>
	<consolidatie:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR706717/nld@2025-05-01</consolidatie:FRBRExpression>
	<consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/pv23/2023/3_80_nieuweregeling</consolidatie:doel>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/pv23/2024/3_87_mutatie</consolidatie:doel>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/pv23/2025/3_111_mutatie</consolidatie:doel>
	</consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	<consolidatie:geldigheid>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2025-05-01</consolidatie:vanaf>
		<consolidatie:tot>2026-07-01</consolidatie:tot>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2025-05-01</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2026-07-01</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2025-05-01</consolidatie:vanaf>
		<consolidatie:tot>2026-07-01</consolidatie:tot>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	</consolidatie:geldigheid>
	<consolidatie:instrumentVersie>/akn/nl/act/pv23/2023/omgevingsverordening/nld@111</consolidatie:instrumentVersie>
      </consolidatie:BekendeToestand>
    </consolidatie:Toestanden>
    <lvbbu:RegelingVersie schemaversie="1.2.0">
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/pv23/2023/omgevingsverordening</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/pv23/2023/omgevingsverordening/nld@111</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_019</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingVersieMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:versienummer>v1</data:versienummer>
      </data:RegelingVersieMetadata>
      <tekst:RegelingCompact xmlns:tekst="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	<tekst:RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	  <tekst:Al>Omgevingsverordening Overijssel</tekst:Al>
	</tekst:RegelingOpschrift>
	<tekst:Lichaam eId="body" wId="body">
	  <tekst:Hoofdstuk eId="chp_1" wId="pv23_80__chp_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>1</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Algemene bepalingen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>1.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Begripsbepalingen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntRef ref="cmp_1">Bijlage I Begripsbepalingen</tekst:IntRef> bevat de begripsbepalingen voor de toepassing van deze verordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Artikel>
	    <tekst:Artikel eId="chp_1__art_1.2" wId="pv23_80__chp_1__art_1.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>1.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik algemeen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Deze verordening bevat de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor deze fysieke leefomgeving.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Artikel>
	    <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_1__art_1.3" eId="chp_1__art_1.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>1.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(informatieobjecten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor de toepassing van deze verordening en de uitvoeringsregelingen die op deze verordening gebaseerd zijn, zijn werkingsgebieden vastgelegd in informatieobjecten, waarvan een overzicht te vinden is in <tekst:IntRef ref="cmp_2">Bijlage 
										II
									</tekst:IntRef> van deze verordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Artikel>
	    <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_1__art_1.4" eId="chp_1__art_1.4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>1.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(hardheidsclausule instructieregels)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_1__art_1.4__para_1" eId="chp_1__art_1.4__para_1">
		<tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> kunnen op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente ontheffing verlenen van de instructieregels in <tekst:IntRef ref="chp_4">Hoofdstuk 4</tekst:IntRef> als dit nodig is voor het realiseren van gemeentelijk ruimtelijk beleid dat door bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd door deze instructieregels, terwijl dat niet in verhouding staat met de provinciale belangen die deze regels dienen.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Lid>
	      <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_1__art_1.4__para_2" eId="chp_1__art_1.4__para_2">
		<tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> kunnen aan de ontheffing voorschriften verbinden als dit noodzakelijk is voor de betrokken provinciale belangen.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Lid>
	    </tekst:Artikel>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	  <tekst:Hoofdstuk eId="chp_2" wId="pv23_80__chp_2">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>2</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>DOELEN EN OMGEVINGSWAARDEN</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_2__subchp_2.1" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>DOELEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(oogmerkencatalogus)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Deze verordening is met het oog op de rode draden van het provinciaal omgevingsbeleid (<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_45">duurzaamheid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_144">sociale kwaliteit</tekst:IntRef> en gezondheid) gericht op:</tekst:Al>
		  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1" type="expliciet">
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_a">
		      <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>ontwikkeling van een goed woon- en leefklimaat, nu en in de toekomst;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_b" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_b">
		      <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>ontwikkeling van een vitale en zichzelf vernieuwende regionale economie met flexibele vestigingsmogelijkheden;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_c" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_c">
		      <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>beschermen en ontwikkeling van een gezonde en aantrekkelijke natuur voor mensen, dieren en planten;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_d" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_d">
		      <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>versterking van de complementariteit van stad en platteland als ruimtelijk, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_e" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_e">
		      <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>bieden van veilige, betrouwbare en vlotte ketenreizen voor personen en goederen van en naar stedelijke netwerken binnen en buiten Overijssel;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_f" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_f">
		      <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>watersystemen van een goede ecologische kwaliteit die voor de lange termijn klimaatbestendig, veilig en beleefbaar zijn;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_g" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_g">
		      <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recre&#235;ren en reizen;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_h" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_h">
		      <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>betrouwbare, duurzame en betaalbare energievoorziening met beperking van uitstoot van broeikasgassen; en</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_i" eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1__list_1__item_i">
		      <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>balans tussen gebruik en bescherming van de ondergrond.</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		  </tekst:Lijst>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_2__subchp_2.2" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>OMGEVINGSWAARDEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.2" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik omgevingswaarden)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>In deze paragraaf worden op grond van artikel 2.13 Omgevingswet omgevingswaarden vastgesteld voor:</tekst:Al>
		  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.2__list_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.2__list_1" type="expliciet">
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.2__list_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.2__list_1__item_a">
		      <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>de veiligheid van de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.2__list_1__item_1__ref_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.2__list_1__item_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">Regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> die bij deze verordening zijn aangewezen;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.2__list_1__item_b" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.2__list_1__item_b">
		      <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>de gemiddelde kans op overstroming per jaar van gebieden die bij deze verordening zijn aangewezen met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht.</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		  </tekst:Lijst>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.3" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(aanwijzing regionale keringen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Als <tekst:strong>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.3__ref_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">Regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef>
									</tekst:strong> zijn aangewezen de niet-primaire waterkeringen in Overijssel die beschermen tegen overstromingen en die als zodanig indicatief geometrisch zijn begrensd.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.4" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(omgevingswaarden veiligheid regionale waterkeringen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.4__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Voor Regionale waterkeringen geldt de omgevingswaarde veiligheid Regionale waterkeringen zoals die bij de aanwijzing als Regionale waterkeringen voor elk dijktraject is opgenomen en in de <tekst:IntRef ref="cmp_3__content_1">Bijlage III</tekst:IntRef> (Omgevingswaarden dijktrajecten) is vermeld.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.4__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De omgevingswaarde veiligheid Regionale waterkeringen bedoeld in het eerste lid, geldt als de gemiddelde overschrijdingskans per jaar van de maatgevende hoogwaterstand waarop het dijktraject moet zijn berekend en waarbij rekening is gehouden met de overige factoren die het waterkerende vermogen bepalen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.4__para_3" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.4__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De omgevingswaarden veiligheid Regionale waterkeringen zijn resultaatsverplichtingen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.5</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(aanwijzing bebouwde kom)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_1__ref_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_60">bebouwde kom</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen de gebieden die een overwegende woon- en verblijffunctie hebben door de mate van concentratie van bebouwing en die als zodanig geometrisch zijn begrensd.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als buiten de bebouwde kom zijn aangewezen de gebieden die buiten de bebouwde kom als bedoeld in lid 1 zijn gelegen en waarbinnen de volgende gebiedscategorie&#235;n worden aangewezen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_1__ref_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84__ref_o_84">glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw</tekst:IntIoRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_b" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_2__ref_2" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_53">akkerbouw</tekst:IntIoRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_c" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_3__ref_3" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_3__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87__ref_o_87">grasland</tekst:IntIoRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_d" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_4__ref_4" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_4__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_142__ref_o_142">veenweidegebieden rond de Weerribben in beheergebied Drents Overijsselse Delta</tekst:IntIoRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_e" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_5__ref_5" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_5__ref_5" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105__ref_o_105">landbouwgebieden in beekdalen in beheergebied Vechtstromen</tekst:IntIoRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_f" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_6__ref_6" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.5__para_2__list_1__item_6__ref_6" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101__ref_o_101">laaggelegen gebieden in beheergebied van Vechtstromen</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.6" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.6">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.6</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(omgevingswaarden wateroverlast)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.6__para_1" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.6__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als omgevingswaarden voor het voorkomen of beperken van wateroverlast geldt de gemiddelde kans op overstroming per jaar zoals in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.7">Artikel 2.7</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.8">Artikel 2.8</tekst:IntRef> is vastgesteld voor gebieden binnen en buiten de bebouwde kom.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.6__para_2" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.6__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De omgevingswaarden wateroverlast gelden als een inspanningsverplichting waaraan uiterlijk 1 januari 2027 moet zijn voldaan.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.7" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.7">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.7</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast binnen de bebouwde kom)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Binnen de bebouwde kom geldt een gemiddelde kans op overstroming van:</tekst:Al>
		  <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.7__list_1" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.7__list_1">
		    <tekst:Li eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.7__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.7__list_1__item_a">
		      <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>1/100 per jaar voor locaties met bebouwing;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.7__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.7__list_1__item_b">
		      <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>1/100 per jaar voor hoofdinfrastructuur en spoorwegen;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.7__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.7__list_1__item_c">
		      <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>1/10 per jaar voor de overige gebieden.</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		  </tekst:Lijst>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.8</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast buiten de bebouwde kom)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Buiten de bebouwde kom geldt een gemiddelde kans op overstroming van:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1__list_1" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>1/50 per jaar voor <tekst:strong>glastuinbouw</tekst:strong> en hoogwaardig land- en tuinbouw, waarbij 1 % van het oppervlak een grotere overstromingskans mag hebben;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>1/25 per jaar voor <tekst:strong>akkerbouw</tekst:strong>, waarbij 1 % van het oppervlak een grotere overstromingskans mag hebben;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_1__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>1/10 per jaar voor <tekst:strong>grasland</tekst:strong>, waarbij 5 % van het oppervlak een grotere overstromingskans mag hebben.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_2" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid, geldt binnen het beheersgebied van waterschap Drents Overijsselse Delta een gemiddelde kans op overstroming van 1/10 per jaar voor de <tekst:strong>veenweidegebieden rond de Weerribben</tekst:strong>, waarbij 30% van het oppervlak een grotere overstromingskans mag hebben.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_3" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid, geldt binnen het beheersgebied van waterschap Vechtstromen een gemiddelde kans op overstroming van:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_3__list_1" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_3__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_3__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_3__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>1/10 per jaar voor <tekst:strong>landbouwgronden in beekdalen</tekst:strong>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_3__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.8__para_3__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>1/1 per jaar voor <tekst:strong>laaggelegen gebieden</tekst:strong>.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.9" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.9">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.9</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(uitzonderingsmogelijkheid omgevingswaarden veiligheid regionale waterkeringen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Op het voldoen aan de omgevingswaarden voor de veiligheid van regionale waterkeringen als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.4">Artikel 2.4</tekst:IntRef>, kan in het waterbeheerprogramma een uitzondering worden gemaakt.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het eerste lid geldt voor gevallen waarin:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2__list_1" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2__list_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het voldoen aan de omgevingswaarde onevenredig kostbaar is;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2__list_1__item_b" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>door omstandigheden buiten de invloedssfeer van het algemeen bestuur van het waterschap de resultaten van de beoordeling van de veiligheid van de regionale waterkering zo wijzigen dat niet wordt of kan worden voldaan aan de omgevingswaarde; 
												of
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2__list_1__item_c" eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.9__para_2__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
												
												ondanks de verrichte handelingen daartoe niet binnen een passende termijn is of kan worden voldaan aan de omgevingswaarde door de doorlooptijd van het treffen van maatregelen om te voldoen aan de omgevingswaarde.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	    </tekst:Afdeling>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	  <tekst:Hoofdstuk eId="chp_3" wId="pv23_80__chp_3">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>3</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>REGELS VOOR ACTIVITEITEN</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ALGEMEEN (reservering)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Gereserveerd/>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>RUIMTELIJKE KWALITEIT (reservering)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Gereserveerd/>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.3" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>WONEN, WERKEN EN RECRE&#203;REN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.3.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>plichten houders zwemlocaties</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk plichten houders zwemwaterlocaties)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De regels in deze paragraaf moeten ervoor zorgen dat:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_157__ref_o_157">zwemwaterlocaties</tekst:IntIoRef> die door <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> zijn aangewezen, voldoen aan de eisen die de Omgevingswet en het Besluit Kwaliteit Leefomgeving stellen aan de veiligheid en hygi&#235;ne van zwemlocaties,</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de uitvoering van werkzaamheden die moeten worden verricht om <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_2__ref_3" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_2__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_157__ref_o_157">zwemwaterlocaties</tekst:IntIoRef> te laten voldoen aan de eisen van veiligheid en hygi&#235;ne, zoveel mogelijk bij de houders van <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_2__ref_4" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.1__list_1__item_2__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_157__ref_o_157">zwemwaterlocaties</tekst:IntIoRef> wordt gelegd.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.2</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(werkingsgebied plichten houders zwemwaterlocaties)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op alle <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_157__ref_o_157">zwemwaterlocaties</tekst:IntIoRef> die door <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> op grond van artikel 3.2 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving zijn aangewezen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_2" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De regels in deze paragraaf zijn gericht tot de houders van de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_157__ref_o_157">zwemwaterlocaties</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_3" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> is degene voor wiens rekening en risico een zwemwaterlocatie wordt gedreven.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.3" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.3">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.3</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanduidingen zwemwater)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> moet bezoekers duidelijk maken:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.3__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.3__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>waar de grens ligt tussen het zwemwater, dat geschikt is voor zwemmen en baden, en het overige water, dat niet is aangewezen voor zwemmen en baden; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.3__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>waar zich mogelijk gevaren voordoen voor zwemmers en baders binnen het deel dat geschikt is voor zwemmen en baden.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.4</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordeling zwemwater)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> beoordeelt dagelijks het zwemwater bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.3">Artikel 3.3</tekst:IntRef> onder a, op doorzicht, kleur, geur, schuim, olie en vuil en maakt hiervan een rapport op.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> treft passende maatregelen als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het doorzicht van het zwemwater minder is dan 1 meter;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kleur van het zwemwater niet door natuurlijke omstandigheden is veroorzaakt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de geur van het zwemwater als hinderlijk kan worden ervaren;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er sprake is van schuim op het zwemwater dat niet door natuurlijke omstandigheden is veroorzaakt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er olie op het watervlak aanwezig is in een zichtbare hoeveelheid; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_2__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er vuil in de vorm van afvalstoffen en dode organische materie in een aanmerkelijke hoeveelheid aanwezig is in of op het water of op de bodem.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_3" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> informeert zo snel mogelijk zowel beheerder van het oppervlaktewater als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>, als er aanleiding is om de passende maatregelen te treffen bedoeld in het tweede lid.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_4" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.4__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> bewaart de rapporten met de beoordeling van het zwemwater minstens 2 jaar.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.5" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.5">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.5</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(talud zwemwater)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> zorgt ervoor dat het talud van de zwemwaterlocatie bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.2">Artikel 3.2</tekst:IntRef> onder a, een helling heeft van maximaal 20% tot het punt waar het zwemwater een diepte heeft van 1,50 meter.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.6" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.6">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.6</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(springvoorzieningen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.6__para_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.6__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> zorgt ervoor dat er alleen springvoorzieningen zijn in het gedeelte van het zwemwater dat dieper is dan 1.40 meter.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.6__para_2" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.6__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De springvoorziening bestaat uit startblokken als het zwemwater ter hoogte van de springvoorziening een diepte heeft tussen 1,40 en 2 meter.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.6__para_3" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.6__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De springvoorziening is aan de zijkanten van leuningen voorzien als het loopvlak zich op een hoogte van meer dan 1 meter boven de waterspiegel of het perron bevindt. De leuningen lopen door tot ten minste 0,50 meter voorbij het punt dat zich loodrecht boven de rand van het bassin bevindt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.7</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(inrichting zwemwaterlocatie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> zorgt ervoor dat:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>er minimaal 1 toilet beschikbaar is per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>bezoekers zich niet kunnen bezeren aan scherpe randen en uitsteeksels van aanwezige voorzieningen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>bezoekers niet kunnen uitglijden in en op aanwezige voorzieningen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de aanwezige voorzieningen zoals toiletten en douches, schoon en goed onderhouden zijn; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de stranden langs het zwemwater egaal en schoon zijn.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.8</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(maatregelen veiligheid en hygi&#235;ne)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">houder van een zwemwaterlocatie</tekst:IntRef> treft maatregelen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als uit het onderzoek naar de veiligheid bedoeld in artikel 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, blijkt dat de veiligheid en hygi&#235;ne niet voldoet aan de eisen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als bij monitoring bedoeld in artikel 11.43 en 11.44 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, door de beheerder van het oppervlaktewater, zwemverontreinigingen of proliferatie van cyanobacteri&#235;n, macroalgen en marien fytoplankton zijn vastgesteld; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>ter verbetering en behoud van de kwaliteit van de zwemwaterlocatie bedoeld in het vierde lid van artikel 3.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.4" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>AGRARISCH</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.4.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>geitenstop</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.9</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk geitenstop)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Deze paragraaf over de geitenstop is gericht op:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de bescherming van de volksgezondheid, in het bijzonder de gezondheid van omwonenden van geitenhouderijen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>continuering van de voorzorgsmaatregel die genomen is in de vorm van het voorbereidingsbesluit dat op 28 september 2018 (PS/2018/748) is vastgesteld; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.9__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het instellen van een tijdelijk verbod waardoor het totaal aantal geiten in Overijssel niet zal toenemen in afwachting van de resultaten van landelijk onderzoek naar het verband tussen geitenhouderijen en het aantal longontstekingen bij omwonenden.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.10</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(geitenstop)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef> te vestigen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een bestaande veehouderij of veehouderijtak met andere <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_89">landbouwhuisdieren</tekst:IntRef> geheel of gedeeltelijk te wijzigen in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aantal geiten dat op een bestaande <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef> gehouden wordt te vergroten;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de oppervlakte van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">dierenverblijven</tekst:IntRef> van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef> te vergroten, tenzij het vergunde of gemelde aantal geiten niet toeneemt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een dierenverblijf voor een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef> op te richten, tenzij het vergunde of gemelde aantal geiten niet toeneemt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">gebouw</tekst:IntRef> of gronden voor het houden van geiten in gebruik te nemen, tenzij het vergunde of gemelde aantal geiten niet toeneemt; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>bouwwerken of gronden tijdelijk te gebruiken voor een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_2" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als voor die activiteit v&#243;&#243;r 29 september 2018:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een ontvankelijke melding als bedoeld in artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit is ingediend bij het bevoegd gezag; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een omgevingsvergunning is verleend of een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend bij het bevoegd gezag, tenzij de aanvraag ziet op een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen bedoeld in het eerste lid is ook niet van toepassing op bedrijven die door de Stichting Skal Biocontrole zijn gecertificeerd voor zover:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gaat om opfokgeiten en afmestlammeren van ten hoogste 60 dagen oud die op het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">bedrijf</tekst:IntRef> zelf zijn geboren;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de uitbreiding nodig is voor het afmesten van geitenbokken; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor het houden van deze categorie dieren rechten verkregen zijn van een andere <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef> in de provincie Overijssel.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_4" eId="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod in het eerste lid geldt totdat voor het plangebied een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> geldt dat in overeenstemming is met de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_77">instructieregel</tekst:IntRef> voor geitenhouderijen in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44">Artikel 4.44</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.5" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>LANDSCHAP EN NATUUR</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.5.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>houtopstanden</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.11" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.11">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.11</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Deze paragraaf geeft invulling aan de bevoegdheid op grond van artikel 11.117 van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:IntRef> om maatwerkregels te stellen voor het vellen van houtopstanden.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.12</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende gegevens melding vellen houtopstanden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In aanvulling op de eisen die artikel 11.120 van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:IntRef> stelt over algemene gegevens bij een melding, bevat de melding van het vellen van houtopstanden, ook de volgende gegevens:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>contactgegevens en wanneer van toepassing de bedrijfsgegevens van degene die de activiteit verricht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als degene die de activiteit verricht niet de eigenaar is, ook de naam, het adres, de contactgegevens, en wanneer van toepassing bedrijfsgegevens, van de eigenaar van de locatie;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de topografische en kadastrale locatie, de oppervlakte van de velling, de boomsoort, de leeftijd, en wanneer relevant het aantal bomen; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.12__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de reden van de velling.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.13" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.13">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.13</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(termijnen voor meldingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.13__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.13__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van de termijn in artikel 11.126 eerste lid Besluit activiteiten leefomgeving wordt een melding niet later dan 6 weken voorafgaand aan de velling gedaan en niet eerder dan 1 jaar voorafgaand aan de velling.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.13__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.13__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Gedeputeerde Staten kunnen met een maatwerkvoorschrift toestaan dat eerder dan 6 weken na een melding met de velling wordt gestart.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.14</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen herbeplantingen op dezelfde grond)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een bosbouwkundig verantwoorde herbeplanting als bedoeld in artikel 11.129, eerste lid van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:IntRef>, voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>De oppervlakte van de herplant is ten minste even groot als de gevelde oppervlakte;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>De nieuwe houtopstand kan gelet op de bodemkwaliteit en de waterhuishouding ter plaatse uitgroeien tot een volwaardige en duurzame houtopstand;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>De nieuwe houtopstand kan binnen een periode van 5 tot 10 jaar een gesloten kronendak vormen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>Het gebruik van sierheesters, tuinsoorten, en soorten die een gevaar vormen voor de natuurlijke biodiversiteit op die plaats, is niet toegestaan;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>Herbeplanting binnen Natura 2000-gebieden vindt plaats op een wijze en met soorten die geen schade toebrengen aan de natuurlijke kenmerken en aan de voor dit gebied geldende instandhoudingsdoelstellingen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>Als sprake is van herbeplanting door natuurlijke verjonging wordt aan een bosbouwkundig verantwoorde herbebossing voldaan als de verjonging uit kan groeien tot een volwaardige houtopstand en deze houtopstand vergelijkbare ecologische en landschappelijke waarden kan vertegenwoordigen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>De herbeplante houtopstand kan op termijn vergelijkbare ecologische en landschappelijke waarden vertegenwoordigen en dient derhalve kwalitatief en kwantitatief in redelijke verhouding te staan tot de gevelde of teniet gegane houtopstand.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.15</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod herbeplanting op andere gronden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Herbeplanting op andere grond, bedoeld in artikel 11.130, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving, is niet toegestaan als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>hierdoor de oppervlakte van een boskern afneemt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de houtopstand valt onder de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gaat om een oude bosgroeiplaats waarbij sprake is van een goed ontwikkelde bosbodem.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_2" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.15__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod op herbeplanting op andere grond bedoeld in het eerste lid geldt niet als de houtopstand moet wijken voor een ontwikkeling als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef> (afwijking voor grootschalige ontwikkelingen), <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61">Artikel 4.61</tekst:IntRef> (afwijking <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_142">saldobenadering</tekst:IntRef> gebiedsvisie) en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62">Artikel 4.62</tekst:IntRef> (afwijking voor kleinschalige ontwikkelingen) of een ontwikkeling als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66">Artikel 4.66</tekst:IntRef> (afwijken beschermingsregime bestaande natuur) van deze verordening.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.16</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen herbeplanting op andere grond)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Bij herbeplanting op andere grond als bedoeld in artikel 11.130, onder a van het Besluit activiteiten leefomgeving moet voldaan worden aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de herbeplanting vindt op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaats volgens de eisen die <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.14">Artikel 3.14</tekst:IntRef> daaraan stelt;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de gronden waarop de herbeplanting plaatsvindt ligt in de provincie Overijssel;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de gronden waarop de herbeplanting plaatsvindt is op dat moment nog niet beplant en vrij van andere herbeplantingsplichten;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de gronden waarop de herbeplanting plaatsvindt is vrij van (natuur)compensatieplichten die ontstaan zijn op grond van andere wet- en regelgeving;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de herbeplanting van de andere grond gaat niet ten koste van beschermde natuurwaarden en bijzondere landschappelijke waarden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de gronden waarop de herbeplanting plaatsvindt is van gelijke kwaliteit als de gronden waarop houtopstanden zijn geveld; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_g" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.16__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de oppervlakte van de gronden waarop de herbeplanting plaatsvindt, is gelijk aan de oppervlakte van de houtopstand die geveld is of tenietgegaan is.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.17" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.17">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.17</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(uitzondering plicht herbeplanting)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In aanvulling op artikel 11.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving is de plicht tot herbeplanting ook niet van toepassing op:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.17__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.17__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.17__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.17__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het herstel van oevers van natuurlijke, bestaande vennen over een breedte 30 meter gerekend vanaf bestaande gemiddelde voorjaarswaterlijn;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.17__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1__art_3.17__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het door natuurlijke ontwikkelingen blijvend teniet gaan van houtopstanden in het geval er sprake is van;<tekst:br/>1. vernatting door natuurlijke processen of vernatting als onderdeel van anti-verdrogingsmaatregelen;<tekst:br/>2. op natuurlijke wijze teniet gaan van bossen op gronden die van nature geen bosvorming kennen.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.5.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>soortenbescherming</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.18" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.18">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.18</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(provinciale regels fauna-activiteiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de bevoegdheid op grond van artikel 11.56 van het Besluit activiteiten leefomgeving om provinciale regels te stellen voor fauna-activiteiten waarvoor op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet een vergunningplicht geldt.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.19" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.19">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.19</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik provinciale regels fauna-activiteiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de soorten die aangewezen zijn in <tekst:IntRef ref="cmp_4__content_1">Bijlage IV</tekst:IntRef> 'Vergunningvrije gevallen flora- en fauna activiteit: opzettelijk vangen'.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.20</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(vergunningvrije fauna-activiteiten: opzettelijk vangen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet is het voor soorten die aangewezen zijn in <tekst:IntRef ref="cmp_4__content_1">Bijlage IV</tekst:IntRef> 'Vergunningvrije gevallen flora- en fauna activiteit: opzettelijk vangen' toegestaan om zonder omgevingsvergunning dieren opzettelijk te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen, als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>dit noodzakelijk is voor de belangen die voor de soort genoemd zijn in <tekst:IntRef ref="cmp_4__content_1">Bijlage IV</tekst:IntRef> 'Vergunningvrije gevallen flora- en fauna activiteit: opzettelijk vangen';</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er geen andere bevredigende oplossing mogelijk is;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er gebruik wordt gemaakt van de middelen die voor de soort genoemd zijn in <tekst:IntRef ref="cmp_4__content_1">Bijlage IV</tekst:IntRef> 'Vergunningvrije gevallen flora- en fauna activiteit: opzettelijk vangen'; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>rekening wordt gehouden met de voorschriften en beperkingen die voor de soort genoemd zijn in <tekst:IntRef ref="cmp_4__content_1">Bijlage IV</tekst:IntRef> 'Vergunningvrije gevallen flora- en fauna activiteit: opzettelijk vangen'.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_2" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.20__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid geldt niet voor activiteiten waarvoor een gedragscode bedoeld in artikel 11.59 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving van toepassing is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.21" eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.21">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.21</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(vergunningvrije activiteit: bezit en vervoer 
									uitwerpselen, braakballen, losse veren en sterrenschot van vogels)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In afwijking van de verboden, bedoeld in artikel 5.1, lid 2, aanhef en onder g van de Omgevingswet, is het toegestaan 
									uitwerpselen, braakballen, losse veren en sterrenschot afkomstig van 
									vogels, onder zich te hebben en te vervoeren als dat in het belang is voor onderzoek en onderwijs.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.22" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.22">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.22</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(maatwerkregel sluiten van de jacht)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om de jacht op wildsoorten te sluiten, in de hele provincie of een deel daarvan, als bijzondere weersomstandigheden dat noodzakelijk maken. </tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.6" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>GRONDWATERBESCHERMING</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.6.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>grondwaterbescherming algemeen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.23</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk grondwaterbescherming)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op de bescherming van de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van water voor menselijke consumptie.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.24</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik afdeling grondwaterbescherming)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze afdeling bevat de direct werkende provinciale regels voor milieubelastende activiteiten in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">waterwingebied</tekst:IntIoRef>en, grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones<tekst:strong>, </tekst:strong>die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_170">water voor menselijke consumptie</tekst:IntRef>
										<tekst:strong>, </tekst:strong>anders dan milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Onder 'milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties' wordt in deze afdeling verstaan: milieubelastende activiteiten die beroepshalve of bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig waren, op een locatie worden verricht, met uitzondering van:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>wonen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_146">spoorwegen</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>evenementen, anders dan op een locatie voor evenementen en anders dan festiviteiten als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving of evenementen waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.24__para_2__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een milieubelastende activiteit met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos, die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:IntRef> is.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.25" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.25">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.25</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(omgevingsvergunning grondwaterbescherming)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.25__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.25__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden voorschriften verbonden die nodig zijn vanwege het belang bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.25__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.25__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De voorschriften van een omgevingsvergunning kunnen worden gewijzigd of de omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als dit nodig is vanwege het belang bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.26</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(specifieke zorgplicht)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_170">water voor menselijke consumptie</tekst:IntRef>, is verplicht:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor zover deze niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.26__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Die plicht houdt in ieder geval in dat <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> en het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef> direct worden ge&#239;nformeerd over een ongewoon voorval dat nadelige gevolgen kan hebben voor het belang, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.6.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>regels voor waterwingebieden</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.27</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik regels waterwingebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf bevat de direct werkende provinciale regels voor milieubelastende activiteiten in <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">Waterwingebied</tekst:IntIoRef>en, </tekst:strong>die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van water voor menselijke consumptie, anders dan milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> brengen, hebben, gebruiken en vervoeren van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>oprichten, hebben en uitvoeren van constructies of werken op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef>, waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> worden opgeslagen, geborgen of vervoerd, of waarmee verspreiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> of aantasting van de beschermende werking van bodemlagen kan ontstaan.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Tot <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> worden in ieder geval gerekend <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_63">gewasbeschermingsmiddelen</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_32">biociden</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_96">meststoffen</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> waarvan de kwaliteit de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_12">achtergrondwaarden</tekst:IntRef> overschrijden en (de families en groepen van) stoffen die zijn opgenomen in bijlage XIX, onder B van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_4" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.27__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Tot constructies en werken op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> worden in ieder geval gerekend: leidingen, installaties, opslagreservoirs, <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_24">begraafplaatsen en terreinen voor het verstrooien van as</tekst:IntRef>, wegen, parkeerplaatsen en andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer, <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_146">spoorwegen</tekst:IntRef> en waterwegen, recreatieve voorzieningen, gebouwen en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">bodemenergiesystemen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.28</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(algemene regels schadelijke stoffen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om in waterwingebieden <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> op of in de bodem te brengen, te hebben, te gebruiken of te vervoeren.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod geldt niet voor:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>activiteiten van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef>, voor zover de activiteiten noodzakelijk zijn voor de waterwinning;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteit</tekst:IntRef> waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, als aan die vergunning voorschriften verbonden zijn die nodig zijn ter bescherming van de waterwinning;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>hebben of gebruiken van geringe hoeveelheden <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef>, anders dan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_63">gewasbeschermingsmiddelen</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_32">biociden</tekst:IntRef>, bij woningen en andere gebouwen, bestemd voor of afkomstig van normaal gebruik ter plaatse, mits bewaard in een deugdelijke verpakking en afdoende beschermd tegen weersinvloeden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>hebben of gebruiken van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> aanwezig in en benodigd voor het doen functioneren van motorvoertuigen, motorwerktuigen of bromfietsen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>toepassen van strooizout voor de gladheidbestrijding; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_2__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>vervoeren van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> in afgesloten en vloeistofdichte tanks of in een deugdelijk gesloten verpakking, mits deugdelijk geladen, afdoende beschermd tegen weersinvloeden en op een wijze dat geen gevaar voor verspreiding of verstuiving bestaat.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.29</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(algemene regels constructies en werken)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">waterwingebied</tekst:IntIoRef>en constructies of werken op of in de bodem op te richten, te hebben en uit te voeren waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> worden opgeslagen, geborgen of vervoerd, of waarmee verspreiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> in de bodem, of aantasting van de beschermende werking van bodemlagen kan ontstaan.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod geldt niet voor:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>activiteiten van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef> die noodzakelijk zijn voor de waterwinning;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">Ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef> waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, als aan die vergunning voorschriften verbonden zijn die nodig zijn ter bescherming van de waterwinning;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>constructies of werken die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening bestonden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>uitbreiding of wijziging van de constructies en werken, bedoeld onder c, voor zover de risico's op verontreiniging van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voor de waterwinning niet toenemen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.30</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afwijken met omgevingsvergunning)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.28__para_1">Artikel 3.28, eerste lid</tekst:IntRef>, en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.29__para_1">Artikel 3.29, eerste lid</tekst:IntRef>, kunnen binnen <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__ref_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">waterwingebied</tekst:IntIoRef>en met omgevingsvergunning activiteiten worden toegestaan, als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de activiteiten nodig zijn in verband met natuurontwikkeling of natuurbeheer;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de activiteiten verband houden met extensieve recreatie of educatie; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de activiteiten van tijdelijke aard zijn, een zwaarwegend maatschappelijk belang dienen en daarvoor geen alternatieven beschikbaar zijn.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de risico's op verontreiniging van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voor de waterwinning niet toenemen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt voor maximaal vijf jaar verleend.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De volgende bestuursorganen en rechtspersonen zijn adviseur voor de omgevingsvergunning:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de inspecteur-generaal leefomgeving en transport;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>burgemeester en wethouders van de gemeente;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het dagelijks bestuur van het waterschap; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_4__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.6.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>regels voor grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.31</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik regels grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf bevat de direct werkende provinciale regels voor milieubelastende activiteiten in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s<tekst:strong>, </tekst:strong>die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_170">water voor menselijke consumptie</tekst:IntRef>, anders dan milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten die risico's opleveren op verontreiniging van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> en daardoor voor de waterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Tot die activiteiten worden in ieder geval de volgende activiteiten gerekend:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_71">grote en grootschalige risicovolle activiteiten</tekst:IntRef> realiseren, wijzigen of uitbreiden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_96">meststoffen</tekst:IntRef> op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> brengen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> toepassen op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> of in een oppervlaktewaterlichaam;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>lozingen op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> doen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>constructies voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> realiseren;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> uitvoeren; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.31__para_3__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">bodemenergiesystemen</tekst:IntRef> aanleggen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.32</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(grote en grootschalige risicovolle activiteiten in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om in grondwaterbeschermingszones zonder omgevingsvergunning <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_71">grote en grootschalige risicovolle activiteiten</tekst:IntRef> te realiseren, te wijzigen of uit te breiden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Tot grote en grootschalige risicovolle activiteiten worden in ieder geval gerekend:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>dag- of verblijfsrecreatie;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>woningbouw van minimaal 10 woningen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>stedenbouw, met inbegrip van winkelcentra, bedrijven voor horeca, handel en dienstverlening;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>wegen inclusief parkeerterreinen en transferia, spoorwegen en waterwegen inclusief havens;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>bedrijventerreinen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">buisleiding</tekst:IntRef> van meer dan 1 kilometer in de grondwaterbeschermingszone.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als de risico's op verontreiniging van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> afnemen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De volgende bestuursorganen en rechtspersonen zijn adviseur voor die omgevingsvergunning:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de inspecteur-generaal leefomgeving en transport;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>burgemeester en wethouders van de gemeente;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het dagelijks bestuur van het waterschap; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_4__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.33</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(meststoffen in de bodem brengen in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_96">meststoffen</tekst:IntRef> op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> te brengen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid geldt niet voor het op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> brengen van:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_43">dierlijke meststoffen</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_17">anorganische meststoffen</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_41">compost</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.33__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_79">kalkmeststoffen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.34</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(grond en baggerspecie in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> toe te passen op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> op of in de bodem toe te passen met een omvang van minder dan 5.000 m<tekst:sup>3</tekst:sup>, als de kwaliteit van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef>:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de achtergrondwaarden voor de toepassing op of in de bodem niet overschrijdt; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de maximale waarden van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">kwaliteitsklasse</tekst:IntRef> 'wonen' niet overschrijdt, de kwaliteit van de ontvangende bodem gelijk is aan of slechter is dan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">kwaliteitsklasse</tekst:IntRef> 'wonen' en de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> uit de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__list_1__item_2__ref_10" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_2__list_1__item_2__ref_10" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef> afkomstig is.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid is het verder toegestaan om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> in een oppervlaktewaterlichaam toe te passen met een omvang van minder dan 5.000 m<tekst:sup>3</tekst:sup>, als de kwaliteit van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef>:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de achtergrondwaarden voor de toepassing in een oppervlaktewaterlichaam niet overschrijdt;of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de maximale waarden van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">kwaliteitsklasse</tekst:IntRef> 'licht verontreinigd' niet overschrijdt, de kwaliteit van de ontvangende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_172">waterbodem</tekst:IntRef> gelijk is aan of slechter is dan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">kwaliteitsklasse</tekst:IntRef> 'licht verontreinigd' en de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> uit de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__list_1__item_2__ref_11" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_3__list_1__item_2__ref_11" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef> afkomstig is.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid is het verder toegestaan om in grondwaterbeschermingszones <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> toe te passen met een omvang van ten minste 5.000 m<tekst:sup>3</tekst:sup>, mits dit ten minste vier weken voor het begin ervan is gemeld, en als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>wordt aangetoond dat de risico's op verontreiniging van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voor de waterwinning niet toenemen,</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> uit de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1__item_2__ref_6" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1__item_2__ref_6" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>afkomstig is; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kwaliteit van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef>:<tekst:br/>1) de maximale waarden van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">kwaliteitsklasse</tekst:IntRef> 'wonen' niet overschrijdt bij een toepassing op of in de bodem;<tekst:br/>2) de maximale waarden van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">kwaliteitsklasse</tekst:IntRef> 'licht verontreinigd' niet overschrijdt bij een toepassing in een oppervlaktewaterlichaam.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_5" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van eerste lid is het verder toegestaan om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_5__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_5__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> te verspreiden als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a, van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:IntRef>, volgens de eisen in het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_6" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_6">
		    <tekst:LidNummer>6.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de activiteit als bedoeld in het vierde lid, als dit in het belang als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef> is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.35</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(lozingen in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s lozingen op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> te doen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod geldt niet voor:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>lozingen die ontstaan bij het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_158">toepassen van grond of baggerspecie</tekst:IntRef>; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>lozingen bij een huishouden.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid zijn in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s lozingen op of in de bodem toegestaan mits dit tenminste vier weken voor het begin van de aanleg, wijziging of uitbreiding van het terrein is gemeld en als het gaat om afstromend hemelwater dat afkomstig is van nieuwe en van wijziging of uitbreiding van bestaande:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>wegen, spoorwegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>parkeerplaatsen; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>andere terreinen die openstaan voor gemotoriseerd verkeer.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_4" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bij het doen van lozingen als bedoeld in het derde lid wordt voldaan aan de volgende voorschriften:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_4__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_4__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor het afvoeren van afstromend hemelwater afkomstig van verhardingen worden maatregelen genomen of voorzieningen aangebracht, zodat deze vloeistoffen de bodem niet kunnen verontreinigen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_4__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er wordt een regelmatige controle uitgevoerd op het functioneren van die voorzieningen en maatregelen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_5" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan het derde lid is voldaan als lozingen worden uitgevoerd volgens de aanwijzingen in bijlage V (Aanwijzingen lozingen afstromend hemelwater van wegen in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_5__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_5__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s).</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_6" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_6">
		    <tekst:LidNummer>6.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de activiteiten als bedoeld in het tweede lid, als dit in het belang als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef> is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.36</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(constructies in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s constructies te realiseren en in stand te houden voor het vervoeren, bergen, opslaan, overslaan, storten of verzinken van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> op of in de bodem, zoals leidingen, installaties en opslagreservoirs.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod geldt niet voor:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>constructies voor inzameling en transport van afvalwater;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>constructies voor opslag en transport van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> voor niet-bedrijfsmatige doeleinden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">buisleiding</tekst:IntRef> van minder dan 1 kilometer aan te leggen, te wijzigen of uit te breiden, mits dit ten minste vier weken voor het begin ervan is gemeld, en als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>gebruik wordt gemaakt van mantelbuizen conform <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_7">NEN 3650</tekst:IntRef> met een lekdetectiesysteem;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>markeringslint boven de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">buisleiding</tekst:IntRef> is aangebracht; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een locatie specifiek plan is opgesteld als onderdeel van een veiligheidsbeheerssysteem conform <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">NEN 3655</tekst:IntRef>, gericht op het voorkomen van verontreiniging van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voor de waterwinning, waarbij in ieder geval wordt betrokken een geohydrologisch onderzoek met berekeningen van de verspreiding van schadelijke stoffen in de bodem.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_4" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de activiteiten als bedoeld in het derde lid, onder c. als dit in het belang als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef> is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.37</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(mechanische ingrepen in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s mechanische ingrepen op of in de bodem uit te voeren die dieper gaan dan twee meter onder het maaiveld zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod geldt niet voor mechanische ingrepen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef> die noodzakelijk zijn voor de waterwinning;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in verband met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef> waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, als aan die vergunning voorschriften verbonden zijn die nodig zijn ter bescherming van de waterwinning.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in het eerste lid wordt voldaan aan de volgende eisen<tekst:i>:</tekst:i>
									</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>tijdens de ingreep vindt geen verontreiniging van de bodem plaats;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de mate van doorlaatbaarheid van de beschermende bodemlaag is na de ingreep niet groter dan daarvoor;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er worden voorzieningen getroffen waardoor er geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> via een boorgat in de bodem kunnen komen, zowel tijdens het gebruik als bij het tijdelijk niet gebruiken van dit boorgat; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_3__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als een pompput of peilbuis buiten gebruik wordt gesteld of de werkzaamheden worden be&#235;indigd, wordt het ontstane boorgat of de ontgraving afdoende afsluitend aangevuld en vindt geen verontreiniging van de bodem plaats.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_4" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan het derde lid is voldaan als boringen en buiten gebruik stellen van boorputten, en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef>- en funderingswerken worden uitgevoerd volgens de aanwijzingen in <tekst:IntRef ref="cmp_6__content_1">Bijlage VI</tekst:IntRef> Aanwijzingen voor uitvoering van mechanische ingrepen in grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_5" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als dit in het belang als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef> is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.38" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.38">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.38</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(bodemenergiesystemen in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het is verboden om in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.38__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.38__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s bodemenergiesystemen aan te leggen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.6.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>regels voor boringsvrije zones</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.39</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik regels boringsvrije zones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf bevat de direct werkende provinciale regels voor milieubelastende activiteiten in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_65">boringsvrije zone</tekst:IntIoRef>s<tekst:strong>, </tekst:strong>die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van water voor menselijke consumptie, anders dan milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.39__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_65">boringsvrije zone</tekst:IntIoRef>s waarbij ingrepen worden gedaan die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> wordt onttrokken.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.40</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(boringsvrije zones Diepenveen, Deventer-Ceintuurbaan en Deventer-Zutphenseweg)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66__ref_o_66">boringsvrije zone Diepenveen, Deventer-Ceintuurbaan en Deventer-Zutphenseweg</tekst:IntIoRef> is het verboden om:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>lozingen in de bodem te doen dieper dan 50 meter onder het maaiveld; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>bodemenergiesystemen aan te leggen dieper dan 50 meter onder het maaiveld.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de boringsvrije zones Diepenveen, Deventer-Ceintuurbaan en Deventer-Zutphenseweg is het verboden om mechanische ingrepen uit te voeren dieper dan 50 meter onder het maaiveld zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor mechanische ingrepen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef> die noodzakelijk zijn voor de waterwinning.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in verband met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef> waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, als aan die vergunning voorschriften verbonden zijn die nodig zijn ter bescherming van de waterwinning.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.41</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(boringsvrije zone Engelse werk in Zwolle)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_67">boringsvrije zone Engelse werk in Zwolle</tekst:IntIoRef> is het verboden om:</tekst:Al>
		      <tekst:Al>lozingen in de bodem te doen dieper dan 75 meter onder het maaiveld: en</tekst:Al>
		      <tekst:Al>bodemenergiesystemen aan te leggen dieper dan 75 meter onder het maaiveld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de boringsvrije zone Engelse Werk in Zwolle is het verboden om mechanische ingrepen uit te voeren dieper dan 75 meter onder het maaiveld zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor mechanische ingrepen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef> die noodzakelijk zijn voor de waterwinning;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in verband met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef> waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, als aan die vergunning voorschriften verbonden zijn die nodig zijn ter bescherming van de waterwinning.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.42</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(boringsvrije zone Kotkamp/Schreurserve in Enschede)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_68">boringsvrije zone Kotkamp - Schreurserve in Enschede</tekst:IntIoRef> is het verboden om:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>lozingen in de bodem te doen dieper dan 5 meter onder het maaiveld; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>bodemenergiesystemen aan te leggen dieper dan 5 meter onder het maaiveld.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_68">boringsvrije zone Kotkamp - Schreurserve in Enschede</tekst:IntIoRef> is het verboden om mechanische ingrepen uit te voeren diepter dan 5 meter onder het maaiveld, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor mechanische ingrepen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>van de grondwateronttrekker die noodzakelijk zijn voor de waterwinning;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in verband met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef> waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, als aan die vergunning voorschriften verbonden zijn die nodig zijn ter bescherming van de waterwinning.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.43</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(boringsvrije zone Salland Diep)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_69">boringsvrije zone Salland Diep</tekst:IntIoRef> is het verboden om lozingen in de bodem te doen op een diepte van meer dan 50 meter onder het maaiveld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de boringsvrije zone Salland Diep is het verboden om dieper dan 50 meter onder het maaiveld een bodemenergiesysteem aan te leggen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de boringsvrije zone Salland Diep is het verboden om mechanische ingrepen uit te voeren dieper dan 50 meter zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_4" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod, bedoeld in het derde lid, geldt niet voor mechanische ingrepen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_4__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_4__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef> die noodzakelijk zijn voor de waterwinning;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_4__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in verband met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef> waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, als aan die vergunning voorschriften verbonden zijn die nodig zijn ter bescherming van de waterwinning.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_111__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.43a</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(boringsvrije zone Salland Diep Noord)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_111__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de <tekst:IntIoRef wId="pv23_111__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_70">boringsvrije zone Salland Diep Noord</tekst:IntIoRef> is het verboden om lozingen in de bodem te doen op een diepte van meer dan 50 meter onder het maaiveld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_111__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de <tekst:IntIoRef wId="pv23_111__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_70">boringsvrije zone Salland Diep Noord</tekst:IntIoRef> is het verboden om dieper dan 50 meter onder het maaiveld een bodemenergiesysteem aan te leggen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_111__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de <tekst:IntIoRef wId="pv23_111__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_3__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_70">boringsvrije zone Salland Diep Noord</tekst:IntIoRef> is het verboden om mechanische ingrepen uit te voeren dieper dan 50 meter onder het maaiveld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_111__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_4" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43a__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod, bedoeld in het derde lid, geldt niet voor mechanische ingrepen van het drinkwaterbedrijf die noodzakelijk zijn voor de waterwinning of de ontwikkeling van een waterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.44</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(algemene regels voor mechanische ingrepen in boringsvrije zones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bij het uitvoeren van mechanische ingrepen in boringsvrije zones als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_2">Artikel 3.40, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_2">Artikel 3.41, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2">Artikel 3.42, tweede lid</tekst:IntRef>, en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_3">Artikel 3.43, derde lid</tekst:IntRef>, wordt voldaan aan de volgende eisen<tekst:i>:</tekst:i>
									</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>tijdens de ingreep vindt geen verontreiniging van de bodem plaats;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de mate van doorlaatbaarheid van de beschermende bodemlaag is na de ingreep niet groter dan daarvoor;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er worden voorzieningen getroffen, waardoor er geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> via een boorgat in de bodem kunnen komen, zowel tijdens het gebruik als bij het tijdelijk niet gebruiken van dit boorgat; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als een pompput of peilbuis buiten gebruik wordt gesteld of de werkzaamheden worden be&#235;indigd, wordt het ontstane boorgat of de ontgraving afdoende afsluitend aangevuld en vindt geen verontreiniging van de bodem plaats.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan het eerste lid is voldaan als boringen en buiten gebruik stellen van boorputten, en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef>- en funderingswerken worden uitgevoerd volgens de aanwijzingen in <tekst:IntRef ref="cmp_6__content_1">Bijlage VI</tekst:IntRef> (Aanwijzingen voor uitvoering van mechanische ingrepen in grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones).</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.44__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de activiteiten, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_2">Artikel 3.40, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_2">Artikel 3.41, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2">Artikel 3.42, tweede lid</tekst:IntRef>, en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_3">Artikel 3.43, derde lid</tekst:IntRef> als dit in het belang als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef> is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.6.5</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>indieningsvereisten melding en vergunning grondwaterbescherming</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.45</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indienen van een melding)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een melding als bedoeld in deze afdeling wordt gedaan langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de melding beschikbaar is via de landelijke voorziening als bedoeld in artikel 20.21 van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de aanduiding van de activiteit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het adres waarop de activiteit wordt verricht; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de dagtekening.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bij een melding als bedoeld in deze afdeling worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>telefoonnummer, woonplaats, e-mailadres van degene die de activiteit verricht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als de melding wordt gedaan door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer, woonplaats en e-mailadres</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een kadastrale tekening, situatietekening of plattegrond met een schaal van 1:10.000 of de co&#246;rdinaten, uitgedrukt in het stelsel van Rijksdriehoeksmeting, van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de naam van de grondwaterbeschermingszone of de boringsvrije zone waarin de activiteit wordt verricht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een overzicht van de geologische opbouw van de bodem op de locatie waarop de activiteit wordt verricht of in de directe omgeving daarvan;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een korte beschrijving van de activiteit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_g" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om nadelige gevolgen voor het belang, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef>, te voorkomen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_h" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.45__para_3__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de verwachte datum van be&#235;indiging van de activiteit.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.46</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten melding toepassen grond of baggerspecie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Bij de melding, bedoeld in het <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4">Artikel 3.34, vierde lid</tekst:IntRef>, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de kenmerken van de toepassing van de grond of baggerspecie;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kwaliteit van de grond of baggerspecie die wordt toegepast;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.46__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een rapport van locatie-specifiek onderzoek waarmee kan worden vastgesteld dat de risico&#x2019;s op verontreiniging van het grondwater voor de waterwinning door de toepassing niet zullen toenemen.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.47</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten melding lozing afstromend hemelwater)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Bij de melding, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3">Artikel 3.35, derde lid</tekst:IntRef>, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de kenmerken van de lozing en van de weg, parkeerplaats of een ander terrein waarvan de lozing afkomstig is;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kwaliteit van de stoffen die worden geloosd;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als sprake is van een weg: de trac&#233;tekening en dwarsprofielen van de weg;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het type verharding dat wordt aangebracht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de opbouw en de samenstelling van de bodem tot een diepte van 0,5 meter onder het maaiveld ter plaatse van de lozing;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het monitoringsplan voor het toetsen van de bodemverontreiniging door afstromend hemelwater;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_g" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.47__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als voorzieningen worden getroffen: de kenmerken van de voorziening en het meetplan voor het toetsen van het correct functioneren van de voorziening.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.48</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten melding buisleidingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Bij een melding, bedoeld in de <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3">Artikel 3.36, derde lid</tekst:IntRef>, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de kenmerken van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">buisleidingen</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van de mantelbuizen conform <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_7">NEN 3650</tekst:IntRef> met het lekdetectiesysteem;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.48__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het locatie-specifiek plan als onderdeel van een veiligheidsbeheerssysteem conform <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">NEN 3655</tekst:IntRef>, gericht op het voorkomen van verontreiniging van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voor de waterwinning, waarbij in ieder geval wordt betrokken een geohydrologisch onderzoek met berekeningen van de verspreiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.49" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.49">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.49</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten melding mechanische ingrepen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.49__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.49__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bij de melding, bedoeld in: <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_1">Artikel 3.37, eerste lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_2">Artikel 3.40, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_2">Artikel 3.41, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2">Artikel 3.42, tweede lid</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_3">Artikel 3.43, derde lid</tekst:IntRef>, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een overzicht van de kenmerken van de mechanische ingrepen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.49__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.49__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Twee weken na be&#235;indiging van een activiteit, bedoeld in: <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_1">Artikel 3.36, eerste lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_2">Artikel 3.40, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_2">Artikel 3.41, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2">Artikel 3.42, tweede lid</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_3">Artikel 3.43, derde lid</tekst:IntRef>, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt als sprake is van een boring: een nauwkeurige profielbeschrijving van de bodem op de plaats van de boring, een aanduiding van de diepte waarop de kleiafdichting is aangebracht en eventuele filterstellingen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.50</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(algemene indieningsvereisten omgevingsvergunningen grondwaterbescherming)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.25">Artikel 3.25</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30">Artikel 3.30</tekst:IntRef> worden, in aanvulling op de artikelen 7.3 en 7.4 van de Omgevingsregeling, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verwachte datum van be&#235;indiging van de activiteit;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een kadastrale tekening, situatietekening of plattegrond met een schaal van 1:10.000 of de co&#246;rdinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de naam van het waterwingebied of de grondwaterbeschermingszone waarin de activiteit wordt verricht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de geologische opbouw van de bodem op de locatie waarop de activiteit wordt verricht of in de directe omgeving daarvan;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de gemiddeld hoogste en de gemiddeld laagste grondwaterstand op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, in centimeters onder het maaiveld;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>gegevens over de grondwaterstroming op de locatie waarop de activiteit wordt verricht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_h">
			<tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van de activiteit;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_i" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_i">
			<tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als sprake is van het op of in de bodem brengen, opslag, overslag, gebruik of vervoer van schadelijke stoffen:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_i__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_i__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_i__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_i__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>een overzicht van de kenmerken van de schadelijke stoffen; en</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_i__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_i__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>als een tank wordt gebruikt voor de opslag van schadelijke stoffen: een keuringscertificaat van de tank;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_j" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_j">
			<tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als sprake is van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_120">op of in de bodem brengen van meststoffen</tekst:IntRef>:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_j__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_j__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_j__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_j__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>een overzicht van de kenmerken van de meststoffen; en</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_j__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_j__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de kwaliteit van de meststoffen;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_k" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_k">
			<tekst:LiNummer>k.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als sprake is van toepassing van grond of baggerspecie op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_k__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_k__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_k__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_k__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>een overzicht van de kenmerken van de toepassing van grond en baggerspecie;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_k__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_k__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de kwaliteit van de grond of baggerspecie die wordt toegepast;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_l" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_l">
			<tekst:LiNummer>l.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als sprake is van lozingen op of in de bodem van koelwater, afvalwater of overige vloeistoffen waarin schadelijke stoffen voorkomen:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_l__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_l__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_l__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_l__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>een overzicht van de kenmerken van de lozing; en</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_l__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_l__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de kwaliteit van de stoffen die worden geloosd;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_m" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_m">
			<tekst:LiNummer>m.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als sprake is van het realiseren of in stand houden van constructies voor schadelijke stoffen: een overzicht van de kenmerken van de constructies voor schadelijke stoffen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_n" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_n">
			<tekst:LiNummer>n.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als sprake is van het uitvoeren van mechanische ingrepen op of in de bodem dieper dan twee meter onder het maaiveld: een overzicht van de kenmerken van de mechanische ingrepen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_o" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_o">
			<tekst:LiNummer>o.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om nadelige gevolgen voor het belang, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.1__art_3.23">Artikel 3.23</tekst:IntRef>, te voorkomen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_p" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_p">
			<tekst:LiNummer>p.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een bevestiging dat het project past in het vigerende omgevingsplan of dat hiervoor een aanvraag is ingediend; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_q" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.50__list_1__item_q">
			<tekst:LiNummer>q.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de benodigde vergunningen, meldingen en toestemmingen om de voorgenomen activiteit te kunnen realiseren.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.51</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten voor milieubelastende activiteiten in een waterwingebied)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als de activiteit wordt verricht in een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">waterwingebied</tekst:IntIoRef>, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de categorie waarin de activiteit valt, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30__para_1">Artikel 3.30, eerste lid</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als sprake is van een activiteit van tijdelijke aard en van zwaarwegend maatschappelijk belang:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_b__list_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_b__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_b__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_b__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de tijdsduur van het project;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_b__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_b__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat voor de uitvoering van de activiteit geen alternatieven beschikbaar zijn om de activiteit buiten het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_2__list_1__item_2__ref_3" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_2__list_1__item_2__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">waterwingebied</tekst:IntIoRef> te verrichten;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat de risico&#x2019;s op verontreiniging van het grondwater voor de waterwinning door het verrichten van de activiteit niet toenemen; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.51__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>schriftelijke toestemming van het waterleidingbedrijf om de activiteit te verrichten.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.52" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.52">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.52</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten voor milieubelastende activiteiten in een grondwaterbeschermingszone)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als de activiteit wordt verricht in een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.52__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.52__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>, wordt ook de categorie waarin de activiteit valt vermeld, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2">Artikel 3.32, tweede lid</tekst:IntRef>, of een andere categorie.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.53" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.53">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.53</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten bij toepassing van grond en baggerspecie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als sprake is van het toepassen van grond of baggerspecie met een omvang van ten minste 5.000 m<tekst:sup>3</tekst:sup> wordt ook een rapport van locatie-specifiek onderzoek verstrekt waarmee kan worden vastgesteld dat de risico&#x2019;s op verontreiniging van het grondwater voor de waterwinning door de toepassing niet zullen toenemen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.54</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten bij lozen van koelwater, afvalwater of overige vloeistoffen waarin schadelijke stoffen voorkomen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Bij het lozen van afstromend hemelwater dat geloosd wordt vanaf wegen, parkeerplaatsen en andere terreinen die openstaan voor motorvoertuigen worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de kenmerken van de lozing en van de weg, parkeerplaats of ander terrein waarvan de lozing afkomstig is;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als sprake is van een weg: de trac&#233;tekening en dwarsprofielen van de weg;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het type verharding dat wordt aangebracht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de opbouw en de samenstelling van de bodem tot een diepte van 0,5 meter onder het maaiveld ter plaatse van de lozing;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het monitoringsplan voor het toetsen van de bodemverontreiniging door afstromend wegwater;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.54__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als voorzieningen worden getroffen: de kenmerken van de voorziening en het meetplan voor het toetsen van het correct functioneren van de voorziening.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.55</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten bij constructies van schadelijke stoffen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als de constructie een leiding betreft, worden ook het soort en de diameter van de leidingen aangegeven.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als de constructie een buisleiding betreft worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_2__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_2__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_2__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een beschrijving van de mantelbuizen conform NEN 3650 met het lekdetectiesysteem;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_2__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.55__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het locatie-specifiek plan als onderdeel van een veiligheidsbeheerssysteem conform NEN 3655, gericht op het voorkomen van verontreiniging van het grondwater voor de waterwinning, waarbij in ieder geval wordt betrokken een geohydrologisch onderzoek met berekeningen van de verspreiding van schadelijke stoffen in de bodem. </tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.56</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indieningsvereisten bodemenergiesysteem Salland Diep)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_2">Artikel 3.43, tweede lid</tekst:IntRef>, worden, in aanvulling op de artikelen 7.3 en 7.4 van de Omgevingsregeling, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verwachte datum van be&#235;indiging van de activiteit;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een kadastrale tekening, situatietekening of plattegrond met een schaal van 1:10.000 of de co&#246;rdinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de geologische opbouw van de bodem op de locatie waarop de activiteit wordt verricht of in de directe omgeving daarvan;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van het bodemenergiesysteem;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de toegepaste methode van de vaststelling van de beoogde diepte van de boring;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_g" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>profielbeschrijvingen van de bodem op de locatie van de boring of op nabijgelegen locaties van boringen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_h" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_h">
			<tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de maximale diepte van de boring in meters ten opzichte van het maaiveld; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_i" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.5__art_3.56__list_1__item_i">
			<tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de slecht doorlatende bodemlagen die worden doorboord, aangetast of verwijderd.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.7" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>WATERGEBIEDSRESERVERING (reservering)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Gereserveerd/>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.8" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>MOBILITEIT</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.8.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>mobiliteit algemeen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.57</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik provinciale wegen en vaarwegen algemeen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze afdeling bevat regels voor activiteiten binnen de beperkingengebieden <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef>, <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_1__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154__ref_o_154">zicht op de weg</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_1__ref_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> die gevolgen kunnen hebben voor de staat en werking van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale wegen</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_129">provinciale vaarwegen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze afdeling is niet van toepassing op activiteiten door of in opdracht van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.58</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing beperkingengebied provinciale wegen en vaarwegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale wegen</tekst:IntRef> en de zones langs deze <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale wegen</tekst:IntRef> die als zodanig geometrisch zijn begrensd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154__ref_o_154">zicht op de weg</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen de zones langs de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale wegen</tekst:IntRef> die als zodanig geometrisch zijn begrensd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_3__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.58__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_129">provinciale vaarwegen</tekst:IntRef> en de zones langs deze <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_129">provinciale vaarwegen</tekst:IntRef> die als zodanig geometrisch zijn begrensd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.59</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerken regels mobiliteit)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld om de staat en de doelmatige en veilige werking van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale wegen</tekst:IntRef> en vaarwegen te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen en vaarwegen. Met de staat en de doelmatige en veilige werking van deze wegen en vaarwegen wordt in ieder geval bedoeld:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het belang van de veiligheid en doorstroming van het verkeer en scheepvaartverkeer;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het belang van het beheer en onderhoud; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het belang van verruiming en wijziging van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale wegen</tekst:IntRef> en vaarwegen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De regels voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale wegen</tekst:IntRef> en vaarwegen zijn ook gesteld met het oog op de 
										bescherming van de ecologische waarden en natuur.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.60</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(specifieke zorgplichten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59">Artikel 3.59</tekst:IntRef> (oogmerken), moet:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Onder het nemen van maatregelen, als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt in ieder geval verstaan:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het verzekeren van het veilig en doelmatig gebruik van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale weg</tekst:IntRef> of provinciale vaarweg;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het voorkomen van een ongewoon voorval als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het voorkomen van nadelige gevolgen van een ongewoon voorval, bedoeld in artikel 19.1 van de Omgevingswet.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.61</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(vergunningvoorschriften en maatwerkvoorschriften regels mobiliteit)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> kunnen voor de belangen die zijn genoemd in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59">Artikel 3.59</tekst:IntRef> (oogmerken), een maatwerkvoorschrift vaststellen of een vergunningvoorschrift verbinden aan een omgevingsvergunning voor activiteiten in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_1__ref_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef>, beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_1__ref_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_1__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154__ref_o_154">zicht op de weg</tekst:IntIoRef> of in een beperkingengebied <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_129">provinciale vaarwegen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van bij (of krachtens) deze afdeling gestelde regels, tenzij anders is bepaald.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning, bedoeld in deze afdeling kan worden verbonden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Gedeputeerde Staten kunnen een omgevingsvergunning die is afgegeven op grond van deze afdeling intrekken als de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat de omgevingsvergunning niet meer op dezelfde wijze zou worden verleend.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.61__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Gedeputeerde Staten kunnen voorschriften die zijn verbonden aan een melding of een omgevingsvergunning die is afgegeven op grond van deze afdeling wijzigen als de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat de voorschriften niet meer op dezelfde wijze zouden worden gesteld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.8.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Algemene regels provinciale wegen en vaarwegen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Subparagraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Subparagraaf</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.8.2.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Algemene regels provinciale wegen</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.62</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(algemene regels beperkingengebied provinciale wegen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Degene die een activiteit verricht in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef>, neemt de volgende voorwaarden in acht:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_a">
			    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de provinciale weg wordt alleen gebruikt in overeenstemming met de functie als openbare weg;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_b">
			    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het voor het verkeer noodzakelijke vrije zicht op en vanaf de provinciale weg wordt verzekerd;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_c">
			    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>in het beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_3__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_3__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> worden geen vaste stoffen of voorwerpen gedeponeerd die hinder of gevaar opleveren voor het verkeer of een belemmering inhouden voor het beheer en onderhoud van de weg;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_d">
			    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_4__ref_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_4__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> wordt niet verontreinigd met vloeistoffen of beplantingsresten die gevaar of hinder opleveren voor het verkeer of schadelijk zijn voor de provinciale weg;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_e">
			    <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de afwatering van de weg wordt niet belemmerd;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_f">
			    <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>beplanting wordt in die conditie gehouden dat zij geen gevaar of hinder vormt voor weggebruikers;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_1__list_1__item_g">
			    <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de veiligheid en de doorstroming van het verkeer op de weg wordt niet in gevaar gebracht.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Degene die een werk realiseert in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef>
										<tekst:strong>, </tekst:strong>draagt zorg voor het beheer en onderhoud hiervan, waarbij de voorwaarden in het eerste lid van dit artikel en de algemene regels in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2">Paragraaf 3.8.2</tekst:IntRef>. worden nageleefd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_3">
		      <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Degene die een werk realiseert in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_3__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.62__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> verwijdert het werk onmiddellijk wanneer het werk zijn functie heeft verloren of het werk niet meer wordt gebruikt en de openbare ruimte wordt volledig hersteld in oorspronkelijke staat.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.63</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(algemene regels beperkingengebied zicht op weg)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die een activiteit verricht in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154__ref_o_154">zicht op de weg</tekst:IntIoRef>, neemt de volgende voorwaarden in acht:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>beplanting wordt in die conditie gehouden dat zij geen gevaar of hinder vormt voor weggebruikers;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.63__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het voor het verkeer noodzakelijke vrije zicht op en vanaf de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> wordt verzekerd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.64</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(uitvoeringsregels bij activiteiten in beperkingengebied provinciale wegen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Voor, tijdens en na de uitvoering van een activiteit in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> worden aanwijzingen van de provinciaal toezichthouder opgevolgd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Activiteiten worden uitgevoerd conform de gegevens en bescheiden die aangeleverd zijn bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of een melding, waaronder de tekening en het verkeersmaatregelenplan.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3">
		      <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>De aanvrager zorgt ervoor dat voor aanvang van de activiteiten tijdelijke verkeersmaatregelen worden genomen volgens de CROW-richtlijnen 96b &#x2013; &#180;werk in uitvoering&#180;, waarbij</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3__list_1__item_a">
			    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de tijdelijke verkeerstekens volgens de Uitvoeringsvoorschriften Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer voor verkeerstekens worden geplaatst;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3__list_1__item_b">
			    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de tijdelijke verkeersmaatregelen maximaal drie dagen voor de start van de werkzaamheden worden geplaatst; en</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_3__list_1__item_c">
			    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de tijdelijke verkeersmaatregelen meteen na afloop van de werkzaamheden buiten werking worden gesteld, de borden worden afgedraaid en binnen 24 uur de verkeersmaatregelen worden weggehaald.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_4">
		      <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Degene die de werkzaamheden op, langs, of boven de openbare <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> uitvoert, draagt veiligheidskleding die goed waarneembaar is. Deze waarschuwingskleding met hoge zichtbaarheid voldoet aan de Europese norm voor signaalkleding, de EN ISO 20471.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_5">
		      <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Activiteiten worden uitgevoerd in de werkbare uren zoals vastgelegd in de meest recente WBU-tabel van de provincie Overijssel.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_6" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_6">
		      <tekst:LidNummer>6.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Bij slecht zicht van minder dan 200 meter door mist, sneeuwval of andere omstandigheden worden geen activiteiten uitgevoerd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_7" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.1__art_3.64__para_7">
		      <tekst:LidNummer>7.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Na afloop van de werkzaamheden wordt de openbare ruimte volledig hersteld in oorspronkelijke staat.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
		<tekst:Subparagraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Subparagraaf</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.8.2.2</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Algemene regels provinciale vaarwegen</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.65</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(algemene regels beperkingengebied provinciale vaarwegen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Degene die een activiteit verricht in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>, neemt de volgende voorwaarden in acht:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_a">
			    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>in de provinciale vaarweg worden geen vaste stoffen of voorwerpen gedeponeerd;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_b">
			    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>vaste stoffen of voorwerpen worden niet zodanig op oevers geplaatst dat deze in de vaarweg kunnen geraken;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_c">
			    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de provinciale vaarweg wordt niet verontreinigd met vloeistoffen of beplantingsresten die gevaar of hinder opleveren voor het scheepvaartverkeer of schadelijk zijn voor de provinciale vaarweg;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_d">
			    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het voor het vaarverkeer noodzakelijke vrije zicht op en vanaf de vaarweg wordt verzekerd;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_e">
			    <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de veiligheid of het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer op de vaarweg wordt niet in gevaar gebracht;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_f">
			    <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>houtgewas, bomen of takken van bomen worden zodanig geplant en onderhouden dat deze geen hinder voor het scheepvaartverkeer kunnen veroorzaken;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_1__list_1__item_g">
			    <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de stabiliteit van de oevers, de aanliggende oeverconstructies en taluds wordt niet in gevaar gebracht.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Degene die een werk realiseert in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.65__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>, draagt zorg voor het beheer en onderhoud hiervan, waarbij de voorwaarden in het eerste lid van dit artikel en de algemene regels in paragraaf 3.8.2 worden nageleefd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.66" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.2__art_3.66">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.66</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(verhaalplicht schepen bij onderhoud)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Onverminderd artikel 7.11 van het Binnenvaartpolitiereglement, moeten schepen, samenstellen van schepen en drijvende voorwerpen op aanwijzing van de vaarwegbeheerder worden verhaald als onderhoud van een vaarweg of bijbehorend werk dat nodig maakt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
		<tekst:Subparagraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Subparagraaf</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.8.2.3</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Algemene regels provinciale wegen en vaarwegen</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.67</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(algemene regels bescherming bomen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Degene die een activiteit verricht in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef>, een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154__ref_o_154">zicht op de weg</tekst:IntIoRef> of een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__ref_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>, neemt de volgende regels in acht:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_a">
			    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het is verboden een activiteit te verrichten binnen 1,5 meter van de kroonprojectie van de bomen als bedoeld in bijlage <tekst:IntRef ref="cmp_18__content_1">Bijlage XVIII</tekst:IntRef> (bomenposter Werken rond bomen);</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_b">
			    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het is verboden binnen 1,5 meter van de kroonprojectie van de bomen als bedoeld in <tekst:IntRef ref="cmp_18__content_1">Bijlage XVIII</tekst:IntRef> (bomenposter Werken rond bomen) te rijden of parkeren met zwaar materieel of materiaal op te slaan;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_c">
			    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het is verboden boomwortels met een diameter van meer dan 5 centimeter te verwijderen;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_d">
			    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het is verboden boomwortels te frezen, hakken, lostrekken of doorscheuren;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_1__list_1__item_e">
			    <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>wortels met een diameter tussen 2,5 en 5 centimeter moeten bij bodembewerking of graafwerkzaamheden haaks op de groeirichting worden doorgezaagd, doorgeknipt of afgestoken.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.3__art_3.67__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van lid 1 onder sub a, b en c door middel van een maatwerkvoorschrift indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is en door middel van een Bomen Effect Analyse aangetoond wordt dat de stabiliteit en levensvatbaarheid van de bomen niet wordt aangetast.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
		<tekst:Subparagraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Subparagraaf</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.8.2.4</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Algemene regels aanduidingen provinciale wegen</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.68</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(algemene regels voor het plaatsen van aanduidingen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_11">Aanduiding</tekst:IntRef>en worden geplaatst conform afstanden zoals vermeld in de CROW Richtlijn bewegwijzering 2014, publicatie 322.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>De kosten voor aanschaf, plaatsing, beheer, onderhoud, vervanging en verwijdering van aanduidingen zijn voor rekening van de vergunninghouder, melder of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_131">rechthebbende</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68__para_3">
		      <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>De provincie is tegenover de vergunninghouder, melder of rechthebbende niet aansprakelijk voor beschadiging, vernieling of diefstal van de aanduidingen.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68__para_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68__para_4">
		      <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>De provincie kan een aanduiding verplaatsen of tijdelijk verwijderen indien dit nodig is ten behoeve van een herinrichting van de weg dan wel werkzaamheden aan of langs de weg.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.69" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.69">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.69</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(geldigheidstermijn omgevingsvergunning aanduidingen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.69__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.69__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>De geldigheidstermijn van een omgevingsvergunning voor tijdelijke bewegwijzering bedraagt maximaal 2 jaar.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.69__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.69__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Onverminderd het eerste lid wordt de omgevingsvergunning voor een aanduiding verleend voor een periode van maximaal tien jaar en wordt steeds voor de periode van &#233;&#233;n jaar stilzwijgend verlengd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.69__para_3" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.69__para_3">
		      <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Gedeputeerde Staten kunnen de omgevingsvergunning intrekken wanneer de geldigheidstermijn van de omgevingsvergunning niet meer stilzwijgend wordt verlengd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.70</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(verval van rechtswege omgevingsvergunning aanduidingen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor een aanduiding vervalt van rechtswege als:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1__list_1">
			  <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1__list_1__item_a">
			    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de aanduiding niet is geplaatst binnen een jaar na de verzenddatum van de omgevingsvergunning;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1__list_1__item_b">
			    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de noodzaak voor de aanduiding ophoudt te bestaan; of</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_1__list_1__item_c">
			    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de geldigheidstermijn van een omgevingsvergunning voor tijdelijke bewegwijzering zoals bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.69__para_1">Artikel 3.69, eerste lid</tekst:IntRef>, is verstreken.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.70__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Een aanduiding waarop het recht van rechtswege is vervallen, wordt door de rechthebbende onverwijld verwijderd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
		<tekst:Subparagraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Subparagraaf</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.8.2.5</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Algemene regels uitwegen provinciale wegen</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.71</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(algemene regels uitwegen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Kosten voor aanleg of wijziging van de uitweg komen voor rekening van 
										de vergunninghouder.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>De vergunninghouder draagt zorg voor het beheer en onderhoud van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> en de bijbehorende duikers. Onder beheer en onderhoud wordt ook begrepen het herstellen van verzakkingen van bermen, werken en taluds van sloten binnen &#233;&#233;n jaar nadat de werkzaamheden aan de uitweg zijn be&#235;indigd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71__para_3">
		      <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>De kosten voor beheer en onderhoud als bedoeld in het tweede lid komen voor rekening van de vergunninghouder.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71__para_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.5__art_3.71__para_4">
		      <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Als een uitweg wordt verwijderd, is de vergunninghouder verplicht op eigen kosten en binnen een redelijke termijn de berm en de bermverharding langs de hoofdrijbaan in een staat te brengen zoals de wegbeheerder die langs het wegvak in stand houdt.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
		<tekst:Subparagraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Subparagraaf</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.8.2.6</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Algemene regels kabels en leidingen (provinciale wegen en vaarwegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.72</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(algemene regels kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Degene die kabels of leidingen aanlegt in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> of een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> neemt de volgende voorwaarden in acht:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_a">
			    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de werkzaamheden worden onafgebroken uitgevoerd;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_b">
			    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de melding of de omgevingsvergunning kabels en leidingen met alle daarbij behorende stukken is tijdens de uitvoering van de werkzaamheden aanwezig en wordt op verzoek van de provinciaal toezichthouder getoond;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_c">
			    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd in de nabijheid van bomen, is ook de bomenposter Werken rond bomen als bedoeld in <tekst:IntRef ref="cmp_18__content_1">Bijlage XVIII</tekst:IntRef> (Bomenposter Werken rond bomen) tijdens de uitvoering van de werkzaamheden aanwezig en wordt op verzoek van de provinciaal toezichthouder getoond;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_d">
			    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>in geval van werkzaamheden langs vaarwegen worden de Richtlijnen Vaarwegen 2020 nageleefd; en</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_1__list_1__item_e">
			    <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>gedurende twee jaar na de uitvoering van de werkzaamheden worden optredende verzakkingen en beschadigingen in de verharding van de provinciale weg hersteld door of op kosten van de rechthebbende op de kabel of leiding.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>In aanvulling op het eerste lid worden werken ten behoeve van kabels of leidingen geplaatst:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1__item_a">
			    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>met een omgevingsvergunning, melding of in overleg met de provinciaal toezichthouder;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1__item_b">
			    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>op plekken die goed toegankelijk zijn;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1__item_c">
			    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>op plekken waar het verkeer niet in gevaar wordt gebracht en het beheer en onderhoud van de (vaar)weg niet wordt belemmerd; en</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_2__list_1__item_d">
			    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>bij voorkeur op of tegen de grens van het provinciaal eigendom.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_3">
		      <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Als een handhole wordt geplaatst in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_3__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> of een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_3__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.72__para_3__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>, bedraagt de gronddekking ten minste 30 centimeter.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.73" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.73">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.73</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(voorschouw, nulmeting en naschouw)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die een activiteit verricht in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.73__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.73__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> of in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.73__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.73__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> voert op verzoek van de provinciaal toezichthouder een voorschouw, een nulmeting of een naschouw uit.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.74</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(ontgraving kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die een ontgraving verricht in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> of een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>, neemt de volgende voorwaarden in acht:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>gesloten verhardingen worden niet opgebroken;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de ontgraving wordt beperkt tot een zo klein mogelijk profiel en onafgebroken uitgevoerd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de ontgraving wordt op dezelfde dag gedicht of, als dit niet mogelijk is, in overleg met een provinciaal toezichthouder veilig afgedekt en/of afgezet;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de grondopbouw wordt in dezelfde lagen teruggebracht en verdicht per 20 centimeter volgens de Standaard RAW Bepalingen 2020;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als de sleuf verdicht wordt met aangevoerde grond, wordt een schonegrondverklaring overlegd aan de provinciaal toezichthouder;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de overblijvende grond, het vrijgekomen puin en overige bodemvreemde materialen worden afgevoerd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de bestrating wordt in de oorspronkelijke staat teruggebracht; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.74__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de CROW-publicatie 500 'Schade voorkomen aan kabels en leidingen' wordt nageleefd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.75</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(ontgraving bescherming groenvoorziening)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die een ontgraving verricht in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef>, neemt de volgende voorwaarden in acht:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gras in het werkvak wordt gemaaid als het langer is dan 10 centimeter en het gemaaide gras wordt afgevoerd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in geval van zeer waardevolle bermen worden de graszoden van regelmatige grootte en dikte van ongeveer 10 centimeter levensvatbaar gehouden en na het afronden van de werkzaamheden worden de graszoden met de vegetatiezijde boven teruggeplaatst en bewaterd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in geval van waardevolle bermen worden de graszoden eruit gehaald en teruggeplaatst conform de werkwijze die onder b is beschreven, of ze worden afgevoerd en de berm wordt na het afronden van de werkzaamheden handmatig ingezaaid met een kruidenmengsel van het type &#x2018;G1&#x2019; van de Cruydt-Hoeck;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in geval van overige bermen worden de graszoden eruit gehaald en teruggeplaatst conform de werkwijze die onder b is beschreven, of ze worden afgevoerd en de berm wordt na het afronden van de werkzaamheden handmatig ingezaaid met een kruidenmengsel van het type &#x2018;B3&#x2019; van de Cruydt-Hoeck; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.75__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er wordt gewerkt volgens het Landelijk protocol Aziatische duizendknopen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.76</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(gestuurd boren en persen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die kabels of leidingen door middel van een gestuurde boring of persing aanlegt in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> of <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>, neemt de volgende voorwaarden in acht:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de werkzaamheden voldoen aan de geldende NEN-normen, zoals NEN 3650 en NEN 3651;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de gemeten druk van de boorspoeling wordt gecontroleerd tijdens het boren en als de druk extreem toeneemt ten opzichte van de prognosedrukken, wordt de boring stilgelegd en worden in overleg met de provinciaal toezichthouder passende maatregelen genomen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.76__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als de boring of persing mislukt, worden passende herstelmaatregelen genomen in overleg met de provinciaal toezichthouder.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.77</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(kunstwerken)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die een activiteit verricht in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> of een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> neemt de volgende voorwaarden in acht:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de stabiliteit van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_83">kunstwerk</tekst:IntRef> wordt niet in gevaar gebracht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het is verboden om materieel of materialen op kunstwerken op te stellen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>kabels of leidingen die kruisen met of onder een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_83">kunstwerk</tekst:IntRef> worden aangelegd op een veilige afstand van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_83">kunstwerk</tekst:IntRef> volgens de Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen. Afhankelijk van de uitvoeringstechniek wordt aan de volgende paragrafen voldaan:</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1" type="expliciet">
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_1">
			      <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>paragraaf 2.3.6 in geval van een horizontaal gestuurde boring;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_2">
			      <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>paragraaf 3.3.2 in geval van een open front techniek;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_3">
			      <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>paragraaf 4.3.3 in geval van een gesloten front techniek;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_4">
			      <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>paragraaf 5.4.4 en paragraaf 5.4.8 in geval van een open ontgraving;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.77__list_1__item_c__list_1__item_5">
			      <tekst:LiNummer>5.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>paragraaf 6.4.5 in geval van niet omschreven uitvoeringstechnieken.</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>3.78</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(buiten bedrijf gestelde kabels of leidingen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Buiten bedrijf gestelde kabels, leidingen of mantelbuizen worden verwijderd en afgevoerd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kunnen:
									</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_2__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_2__list_1__item_a">
			    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>mantelbuizen met een diameter groter dan 149 millimeter die liggen onder de gesloten verharding tijdelijk in de grond blijven liggen, gevuld worden met D&#228;mmer of vloeibeton en aan beide kanten worden afgedopt;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_2__list_1__item_b">
			    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>kabels of leidingen tijdelijk in de grond blijven liggen wanneer het verwijderen hiervan tot schade aan provinciale eigendommen zou leiden.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.6__art_3.78__para_3">
		      <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Buiten bedrijf gestelde kabels of leidingen die in de grond blijven liggen kunnen door of in opdracht van Gedeputeerde Staten op kosten van de netbeheerder worden verwijderd.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.8.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>vergunningplicht activiteiten in beperkingengebied provinciale wegen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.79</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(vergunningplicht activiteiten in beperkingengebied provinciale wegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een beperkingengebied provinciale wegen activiteiten te verrichten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waardoor de vorm, de loop, de constructie of het profiel van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale weg</tekst:IntRef> verandert;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waarbij een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> wordt aangelegd, in stand gehouden, veranderd of verwijderd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waarbij borden en aanduidingen aangebracht, in stand gehouden, veranderd of verwijderd worden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waarbij kabels of leidingen worden aangebracht, in stand gehouden, veranderd of verwijderd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waarbij overige werken of bouwwerken gerealiseerd, aangebracht, in stand gehouden, veranderd of verwijderd worden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waarbij de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> wordt gebruikt in strijd met het doel ervan, zoals het houden van een evenement.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid geldt niet voor de activiteiten waarvoor een melding als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4">Paragraaf 3.8.4</tekst:IntRef> kan worden gedaan.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.80</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(weigeringsgronden omgevingsvergunning)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het verrichten van een activiteit in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> of een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154__ref_o_154">zicht op de weg</tekst:IntIoRef> kan worden geweigerd als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de veiligheid en de doorstroming van het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het beheer en onderhoud van de weg wordt belemmerd; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het voor het verkeer noodzakelijke uitzicht op en bij de weg wordt belemmerd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het verrichten van een activiteit in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> kan worden geweigerd als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer op de vaarweg in gevaar wordt gebracht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>vaste stoffen of voorwerpen in een vaarweg worden gebracht of op een zodanige wijze op oevers worden geplaatst dat deze geheel of gedeeltelijk in een vaarweg kunnen geraken;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.80__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het voor het scheepvaartverkeer noodzakelijke uitzicht op en bij de vaarweg wordt belemmerd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.81</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanduiding van een toeristisch object)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het plaatsen, in stand houden of verwijderen van een aanduiding van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_159">toeristisch object</tekst:IntRef> in een beperkingengebied provinciale wegen wordt alleen verleend als het object:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>gelegen is buiten de bebouwde kom;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>geopend is voor een aaneengesloten periode van minimaal zes maanden per jaar, en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voornamelijk gericht is op bezoekers van buiten de gemeente waarin het object is gelegen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een aanduiding van een toeristisch object wordt niet toegestaan zolang op basis van de algemene geografische bewegwijzering gereden kan worden naar een geografische bestemming waar het object is gelegen of waarmee het object geassocieerd kan worden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Voor aanduidingen die geplaatst worden langs een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_155">stroomweg</tekst:IntRef> gelden de volgende aanvullende voorwaarden:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het object is gelegen op een rijafstand van maximaal 15 kilometer van de provinciale weg; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het object wordt door minimaal 250.000 bezoekers per jaar bezocht of heeft meer dan 400 parkeerplaatsen ter beschikking.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Voor aanduidingen die geplaatst worden langs een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_58">gebiedsontsluitingsweg</tekst:IntRef> gelden de volgende aanvullende voorwaarden:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_4__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_4__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het object is gelegen op een rijafstand van maximaal 5 kilometer van de provinciale weg; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_4__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het object wordt door minimaal 50.000 bezoekers per jaar bezocht of heeft meer dan 100 parkeerplaatsen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van de voorgaande leden kunnen Gedeputeerde Staten een omgevingsvergunning verlenen wanneer een aanduiding noodzakelijk is in verband met de verkeersveiligheid, als het verkeer bewust volgens een bepaalde route geleid moet worden of ter voortzetting van aanduidingen die geplaatst zijn op wegen van hogere orde.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_6" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_6">
		    <tekst:LidNummer>6.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Langs <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_48">erftoegangsweg</tekst:IntRef>en worden geen aanduidingen van toeristische voorzieningen toegestaan, behoudens ter voortzetting van bewegwijzering die op een stroomweg of een gebiedsontsluitingsweg is ingezet.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_7" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_7">
		    <tekst:LidNummer>7.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De aanvraag wordt ingediend door of namens de eigenaar of exploitant van het toeristische object.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_8" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.81__para_8">
		    <tekst:LidNummer>8.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De aanduiding voldoet aan de normen van de CROW Richtlijn bewegwijzering 2014, publicatie 322.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.82</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beperking van het aantal aanduidingen naar toeristische objecten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Op gebiedsontsluitingswegen wordt per punt naar maximaal 8 en per richting naar maximaal 6 toeristische objecten verwezen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Op stroomwegen wordt per punt naar maximaal 4 toeristische objecten verwezen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van de voorgaande leden als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de plaatselijke omstandigheden daartoe aanleiding geven, of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de beperking naar het oordeel van Gedeputeerde Staten tot onevenredige gevolgen zou leiden, en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.82__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de veiligheid en doorstroming van het verkeer op de weg niet in gevaar wordt gebracht en het beheer en onderhoud van de weg niet wordt belemmerd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.83" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.83">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.83</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(plaatsing van een generiek bord)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.83__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.83__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Gedeputeerde Staten kunnen in verband met de verkeersveiligheid besluiten een generiek bord te plaatsen waarmee aanduidingen naar toeristische overstappunten of toeristische objecten met eenzelfde of vergelijkbare bestemming worden vervangen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.83__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.83__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het generieke bord 
										wordt op kosten van Gedeputeerde Staten geplaatst en onderhouden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.84</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanduiding van een toeristisch overstappunt)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het plaatsen, in stand houden of verwijderen van een aanduiding van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_160">toeristisch overstappunt</tekst:IntRef> in een beperkingengebied provinciale wegen kan worden verleend, als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het toeristische overstappunt op een rijafstand van maximaal vijf kilometer van de provinciale weg is gelegen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de aanvraag wordt ingediend door of namens de eigenaar of exploitant van het toeristische overstappunt; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.84__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de aanduiding voldoet aan de normen van de CROW Richtlijn bewegwijzering 2014, publicatie 322.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.85</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanduiding van een verzorgingsplaats)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het plaatsen, in stand houden of verwijderen van een aanduiding van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_166">verzorgingsplaats</tekst:IntRef> in een beperkingengebied provinciale wegen wordt alleen verleend als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_166">verzorgingsplaats</tekst:IntRef> direct aan de provinciale stroomweg is gelegen; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_166">verzorgingsplaats</tekst:IntRef> aan de doorgaande provinciale gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom is gelegen en veilig bereikbaar is; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_166">verzorgingsplaats</tekst:IntRef> aan een zijweg van de doorgaande provinciale gebiedsontsluitingsweg buiten de 
												bebouwde kom is gelegen waarbij de rijafstand van de voorziening tot de doorgaande weg niet meer dan 500 meter bedraagt, de verwijziging langs de zijweg wordt gecontinueerd en de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_166">verzorgingsplaats</tekst:IntRef> veilig bereikbaar is.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Verzorgingsplaatsen die zijn gelegen langs erftoegangswegen worden niet aangeduid.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> een omgevingsvergunning verlenen voor aanduidingen van verzorgingsplaatsen wanneer een aanduiding noodzakelijk is in verband met de verkeersveiligheid.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De aanvraag wordt ingediend door of namens de eigenaar of exploitant van de verzorgingsplaats.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.85__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De aanduiding voldoet aan de aanwijzigingen voor bordtypen verzorgingsplaatsen van de CROW Richtlijn bewegwijzering 2014, publicatie 322.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.86</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels informatiepanelen van gemeenten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het plaatsen, in stand houden of verwijderen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">informatiepaneel</tekst:IntRef> in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> wordt alleen verleend als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de aanvrager een gemeente is;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">informatiepaneel</tekst:IntRef> nabij de bebouwde kom wordt geplaatst;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">informatiepaneel</tekst:IntRef> wordt geplaatst evenwijdig aan de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> of onder een hoek van maximaal 15 graden en volgens de afstand die voor de bordtypen toeristisch-recreatieve aanduidingen is opgenomen in tabel 8.1 van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_3">CROW</tekst:IntRef> Richtlijn bewegwijzering 2014, publicatie 322;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>bij wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer, een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_25">besliswijzer</tekst:IntRef> wordt geplaatst met een voorwegwijzer op circa driehonderd meter,</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>reclame, anders dan vermelding van de gemeentenaam, niet meer dan 40% van de oppervlakte van de voorzijde van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">informatiepaneel</tekst:IntRef> beslaat;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verlichting van het paneel niet afleidend kan zijn voor de weggebruiker; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.86__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>bij het paneel parkeerruimte aanwezig is voor minimaal &#233;&#233;n personenauto.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.87" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.87">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.87</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels tijdelijke bewegwijzering)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het plaatsen, in stand houden of verwijderen van tijdelijke bewegwijzering ter begeleiding van het verkeer in een beperkingengebied provinciale wegen kan worden verleend als de aanvraag door of namens de rechthebbende wordt ingediend.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.88</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels activiteitenborden van gemeenten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het plaatsen, in stand houden of verwijderen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_13">activiteitenbord</tekst:IntRef> in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> wordt alleen verleend als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de aanvrager een gemeente is;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_13">activiteitenbord</tekst:IntRef> nabij de bebouwde kom wordt geplaatst;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de activiteiten worden aangeduid op stroken die afzonderlijk boven elkaar zijn geplaatst, en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.88__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>er alleen activiteiten worden vermeld die binnen een periode van vier weken plaatsvinden.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.89</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels uitwegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> wordt niet verleend als hierdoor nadelige gevolgen ontstaan of dreigen te ontstaan voor:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de verkeersveiligheid;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de doorstroming van het verkeer op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_121">openbare provinciale weg</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het doelmatig gebruik van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_121">openbare provinciale weg</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Lid 1 is ook van toepassing op de wijziging van het gebruik van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.90</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(nadere beoordelingsregels uitwegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> wordt niet verleend als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> kan worden aangesloten op een parallelweg of op een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> van een gemeente, een waterschap, een particulier of op een andere <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> van lagere orde,</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>na het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> per functie van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_124">perceel</tekst:IntRef> sprake zou zijn van meer dan:<tekst:br/>- &#233;&#233;n <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_178">woninguitweg</tekst:IntRef> per perceel waarvan de functie in het omgevingsplan een of meer woningen toelaat;<tekst:br/>- &#233;&#233;n <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">bedrijfsuitweg</tekst:IntRef> per perceel met een bedrijfsmatige functie; of<tekst:br/>- &#233;&#233;n <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_164">uitweg landbouw en natuurbeheer</tekst:IntRef> per perceel dat wordt gebruikt voor landbouw, natuur of een waterstaatswerk en een bij dat gebruik passende functie heeft.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> kunnen wegens zwaarwegende omstandigheden afwijken van het bepaalde in het eerste lid.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.91</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen uitvoering uitwegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> voldoet aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> komt overeen met 
												een van de standaarduitwegen in bijlage XVII: <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_148">Standaardtekening uitwegen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de vormgeving en constructie van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> voldoet aan de eisen aangegeven op bijlage XVII: <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_148">Standaardtekening uitwegen</tekst:IntRef>, waarbij:</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1" type="expliciet">
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1">
			      <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>de betonstraatstenen worden gelegd in elleboogverband;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2">
			      <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>de waterafvoer van verhardingen vrij blijft aflopen;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3">
			      <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>een bestaand fietspad leidend is voor de aansluitingen;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4">
			      <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>de uitwegconstructie vloeiend aansluit op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> en het fietspad;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_5">
			      <tekst:LiNummer>5.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>voor de aansluiting op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> en het fietspad een rechte zaagsnede wordt aangebracht, die de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> en het fietspad niet noemenswaardig versmallen;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_6" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_6">
			      <tekst:LiNummer>6.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>na de aanleg of verandering de berm wordt aangevuld met teelaarde en ingezaaid met een bermgraszaadmengsel; en</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_7" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_1__list_1__item_b__list_1__item_7">
			      <tekst:LiNummer>7.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>als een bermsloot moet worden gedempt, de waterafvoer wordt geborgd door een duiker aan te leggen met een diameter die gelijk is aan die van aanpalende uitwegen.</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> kunnen op de navolgende wijze afwijken van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een bredere <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">bedrijfsuitweg</tekst:IntRef> is toegestaan als de rijcurve van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_168">voertuig</tekst:IntRef>en die het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_124">perceel</tekst:IntRef> bezoeken dit noodzakelijk maakt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>andere of aanvullende eisen kunnen gesteld worden als de belangen bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89__para_1">Artikel 3.89, eerste lid</tekst:IntRef> dit noodzakelijk maken.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bij aanwezigheid van een fiets- of voetpad mag een doorsteek aangelegd worden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.92</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels tijdelijke uitwegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor een tijdelijke <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> wordt verleend als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef> noodzakelijk is voor het verrichten van werkzaamheden van tijdelijke aard;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de belangen genoemd in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89">Artikel 3.89</tekst:IntRef> zich niet verzetten tegen de aanleg van een tijdelijke <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het werkverkeer niet kan worden ontsloten via een bestaande <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">uitweg</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het werkverkeer het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_124">perceel</tekst:IntRef> niet kan bereiken via een parallelweg of via een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> van een gemeente, een waterschap, een particulier, of via een andere <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> van lagere orde.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.92__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> kunnen wegens zwaarwegende omstandigheden afwijken van het bepaalde in het eerste lid.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.93" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.93">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.93</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(zaaksgebonden karakter omgevingsvergunning uitwegen en aanduidingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.93__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.93__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Na realisatie of wijziging van de uitweg gaat de voor de aanleg of wijziging afgegeven omgevingsvergunning steeds over op de eigenaar van of zakelijk gerechtigde op het perceel dat door de uitweg wordt ontsloten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.93__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.93__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Na plaatsing van de aanduiding gaat de hiervoor afgegeven omgevingsvergunning steeds over op rechtsopvolgers van de vergunninghouder of rechthebbenden op het object waar de aanduiding naar verwijst.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.94</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels evenementen op de weg)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het houden van een evenement in een beperkingengebied provinciale wegen wordt alleen verleend als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>door het beoogde gebruik van de weg geen onherstelbare of ernstige schade aan de weg ontstaat;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het verkeersmaatregelenplan voldoet aan de volgende eisen:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>er is een veilige omleidingsroute, voor zover nodig;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de bereikbaarheid 
													voor de hulpdiensten wordt gegarandeerd;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_3">
			    <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>er worden geen U-routes afgesloten;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_4">
			    <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de te nemen verkeersmaatregelen zijn conform de CROW richtlijn verkeersmaatregelen, publicatie 96b;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_b__list_1__item_5">
			    <tekst:LiNummer>5.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>eventueel in te zetten verkeersregelaars zijn bevoegd op grond van de Regeling Verkeersregelaars 2009 en het verkeer op de hoofdrijbaan van provinciale wegen buiten de bebouwde kom wordt geregeld door verkeersregelaars die de opleiding tot beroepsverkeersregelaar met succes hebben afgerond en dit ter plaatse kunnen aantonen met een geldig certificaat of pas.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het evenement geen ernstige risico's en hinder veroorzaakt voor het reguliere verkeer;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.94__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de weg niet afgesloten of gestremd wordt, tenzij dit noodzakelijk is voor het evenement en onvermijdelijk is.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.8.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Meldplicht activiteiten beperkingengebied provinciale wegen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.95</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(meldplicht speciale aanduidingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het is verboden zonder voorafgaande melding in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> de navolgende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_145">speciale aanduidingen</tekst:IntRef> te plaatsen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>buurtschapsborden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>provincie- en gemeentegrensborden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>benaming van rivieren, kanalen, bruggen en viaducten;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_54">gebiedsaanduidingsborden</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>streekgrensborden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>borden bebouwde kom;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>straatnaamborden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_h">
			<tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>huisnummering;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_i" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_i">
			<tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>borden route gevaarlijke stoffen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_j" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_j">
			<tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>borden voor fiets-, wandel- en ruiterroutes;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_k" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95__list_1__item_k">
			<tekst:LiNummer>k.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_99">mottoborden</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.96" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.96">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.96</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(meldplicht gedenkteken)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het is verboden zonder voorafgaande melding in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.96__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.96__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> te plaatsen, in stand te houden of te verwijderen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.97" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.97">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.97</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(meldplicht klein evenement)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het is verboden zonder voorafgaande melding in een beperkingengebied provinciale wegen een klein evenement op de weg te organiseren.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.98</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(meldplicht kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden zonder voorafgaande melding in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef>:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>kruisende of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_90">langsliggende kabels of leidingen</tekst:IntRef> van algemeen nut aan te leggen, in stand te houden, aan te passen, in een bestaande mantelbuis te blazen of te verwijderen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>werkzaamheden te verrichten of ondergrondse werken te plaatsen ten behoeve van kabels of leidingen van algemeen nut.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De meldplicht als bedoeld in het eerste lid geldt in afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79">Artikel 3.79</tekst:IntRef> wanneer de activiteit met betrekking tot kabels of leidingen voldoet aan de eisen in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103">Artikel 3.103</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104">Artikel 3.104</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.99" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.99">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.99</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indienen van een melding)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een melding als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.95">Artikel 3.95</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.96">Artikel 3.96</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.97">Artikel 3.97</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.98">Artikel 3.98</tekst:IntRef> wordt ten minste vier weken voor het begin van de werkzaamheden of het evenement ingediend bij <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.100</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen speciale aanduidingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Speciale aanduidingen voldoen aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_11">aanduiding</tekst:IntRef> is niet bevestigd aan beplanting of een tot de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> behorende verkeersvoorziening;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>op of naast de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_11">aanduiding</tekst:IntRef> wordt geen verlichting geplaatst;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_11">aanduiding</tekst:IntRef> mag de veiligheid en doorstroming van het verkeer of het beheer en onderhoud van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> niet belemmeren; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.100__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de aanduiding voldoet wat betreft maatvoering, uitvoering, plaatsing en afstanden aan de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_3">CROW</tekst:IntRef> richtlijn bewegwijzering 2014, publicatie 322, voor de betreffende bordtypen.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.101</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen gedenkteken)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> voldoet aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> mag alleen geplaatst en in stand gehouden worden door de meest naaste familie van het verkeersslachtoffer;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> dient ter nagedachtenis aan een menselijk slachtoffer van een verkeersongeluk op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> is maximaal 0,60 m hoog en 0,40 m breed;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> wordt geplaatst in de berm op minimaal 2,5 meter van de hoofdrijbaan en minimaal 0,5 meter uit de buitenkant van de verhardingen, maar niet in de tussenberm;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> is niet bevestigd aan beplanting of aan een tot de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> behorende verkeersvoorziening;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>op of naast het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> wordt geen verlichting geplaatst;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de aanwezigheid van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> mag de veiligheid en doorstroming van het verkeer of het beheer en onderhoud van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> niet belemmeren; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.101__list_1__item_h">
			<tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">gedenkteken</tekst:IntRef> moet na maximaal vijf jaar verwijderd worden.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.102</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen klein evenement)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een klein evenement voldoet aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het evenement betreft geen wegwedstrijd in de zin van de Wegenverkeerswet 1994;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het evenement is niet gericht op het vermaak van omstanders;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het evenement betreft geen optocht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>bij het evenement zijn maximaal 300 deelnemers of andere tot de organisatie behorende personen aanwezig;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het evenement vindt plaats tussen een half uur na zonsopgang en een half uur voor zonsondergang;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>voor de deelnemers aan het evenement gelden de reguliere verkeersregels;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>er worden geen verkeersmaatregelen getroffen en ingevolge de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_3">CROW</tekst:IntRef> richtlijnen 96b 'werk in uitvoering' zijn deze ook niet nodig;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_h">
			<tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het is niet noodzakelijk om het verkeer op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale weg</tekst:IntRef> te regelen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_i" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_i">
			<tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>er worden geen objecten aangebracht op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> of aan andere eigendommen van de provincie, zoals het wegmeubilair. Alleen het plaatsen van routebebording is toegestaan wanneer deze maximaal 20 centimeter hoog en 30 centimeter breed is;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_j" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_j">
			<tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>er worden geen markeringen, in welke vorm dan ook, aangebracht op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">provinciale weg</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_k" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.102__list_1__item_k">
			<tekst:LiNummer>k.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>er ontstaat geen voorzienbare schade aan de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef>, de bermen of het wegmeubilair.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.103</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen aanleggen langsliggende kabels en leidingen weg)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een kabel of leiding die in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> langs de provinciale weg wordt aangelegd of veranderd, voldoet aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kabel of leiding wordt aangelegd op een afstand van ten minste:</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1" type="expliciet">
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1__item_1">
			      <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>1,25 meter van de kant van de verharding van de hoofdrijbaan of de parallelweg in geval van een telecommunicatiekabel;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1__item_2">
			      <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>0,8 meter van de kant van de verharding van het fietspad in geval van een telecommunicatiekabel;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1__item_3">
			      <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>1,5 meter van de kant van de verharding van de hoofdrijbaan of de parallelweg in geval van een overige nutskabel of -leiding;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1__item_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_a__list_1__item_4">
			      <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>1 meter van de kant van de verharding van het fietspad in geval van een overige nutskabel of -leiding;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kabel of leiding wordt aangelegd op een diepte van ten minste</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1" type="expliciet">
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1">
			      <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>0,6 meter onder het maaiveld in geval van een telecommunicatiekabel,</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2">
			      <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>0,8 meter onder het maaiveld in geval van een elektriciteitskabel;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3">
			      <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>0,85 meter onder het maaiveld in geval van een gasleiding of riolering;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4">
			      <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>1 meter onder het maaiveld in geval van een waterleiding;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_b__list_1__item_5">
			      <tekst:LiNummer>5.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>1,5 meter onder het maaiveld in geval van riolering;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kabel of leiding wordt aangelegd op een afstand van ten minste 1,5 meter van de kroonprojectie van bomen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kabel of leiding kruist niet met of onder een kunstwerk en wordt aangelegd op een afstand van ten minste 5 meter van een kunstwerk, waarbij in geval van een buisleiding met explosieve stof, een watertransportleiding of een persleiding die op een afstand van minder dan 50 meter van een kunstwerk wordt aangelegd, de volgende aanvullende eisen gelden:</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_d__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_d__list_1" type="expliciet">
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_d__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_d__list_1__item_1">
			      <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>de funderingsconstructie wordt aantoonbaar niet negatief be&#239;nvloed door een eventuele erosiekrater;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_d__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_d__list_1__item_2">
			      <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>als een grondkerende constructie onderdeel uitmaakt van het kunstwerk, wordt de kabel of leiding aangelegd buiten de passieve of actieve zone van de grondkerende constructie, waarbij de invloed op eventuele verankering meegenomen wordt;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor het aanleggen van de kabel of leiding wordt een verkeersplan aangeleverd dat voldoet aan de CROW-richtlijnen 96b 'werk in uitvoering&#x2019;.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht en ondergrondse werken die worden geplaatst in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> langs de provinciale weg ten behoeve van kabels of leidingen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.104</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen aanleggen kruisende kabels en leidingen weg)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een kabel of leiding die in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> onder een provinciale weg wordt aangelegd of veranderd, voldoet aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kabel of leiding wordt haaks op de verharding gelegd;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kabel of leiding wordt in een mantelbuis geplaatst;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het in- en uittredepunt van de mantelbuis ligt op een afstand van ten minste:<tekst:br/>- 1,5 meter van de kant van de verharding in geval van een persing;<tekst:br/>- 3 meter van de kant van de verharding van een hoofdrijbaan in geval van een gestuurde boring;<tekst:br/>- 2,5 meter van de kant van de verharding van een fietspad of parallelweg in geval van een gestuurde boring;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de bovenkant van de mantelbuis ligt op een diepte van ten minste<tekst:br/>- 1 meter onder de bovenkant van de verharding in geval van een persing;<tekst:br/>- 2 meter onder de bovenkant van de verharding in geval van een bestuurbare boring;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kabel of leiding wordt aangelegd op een afstand van ten minste 1,5 meter van de kroonprojectie van bomen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kabel of leiding kruist niet met of onder een kunstwerk en wordt op een afstand van ten minste 5 meter van een kunstwerk aangelegd, waarbij in geval van een buisleiding met explosieve stof, een watertransportleiding of een persleiding die op een afstand van minder dan 50 meter van een kunstwerk wordt aangelegd, de volgende aanvullende eisen gelden:<tekst:br/>- de funderingsconstructie wordt aantoonbaar niet negatief be&#239;nvloed door een eventuele erosiekrater;<tekst:br/>- als een grondkerende constructie onderdeel uitmaakt van het kunstwerk, wordt de kabel of leiding aangelegd buiten de passieve of actieve zone van de grondkerende constructie, waarbij de invloed op eventuele verankering meegenomen wordt;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als de kabel of leiding kruist met een bermsloot, is de gronddekking boven de kabel of leiding ten minste 0,8 meter</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104__list_1__item_h">
			<tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>voor het aanleggen van de kabel of leiding wordt een verkeersplan aangeleverd dat voldoet aan de CROW-richtlijnen 96b 'werk in uitvoering&#x2019;.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.8.5</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Vergunningplicht activiteiten in beperkingengebied provinciale vaarwegen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.105</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(vergunningplicht activiteiten in beperkingengebied provinciale vaarwegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> activiteiten te verrichten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waardoor de vorm, de loop, de constructie of het profiel van de vaarweg verandert;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waarbij werken of bouwwerken gerealiseerd, in stand gehouden, veranderd of verwijderd worden; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waarbij kabels en leidingen worden aangebracht, in stand gehouden, veranderd of verwijderd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid sub b geldt niet voor de activiteiten waarvoor een melding als bedoeld in deze afdeling kan worden gedaan.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.106</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(weigeringsgronden omgevingsvergunning)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het verrichten van een activiteit in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> kan worden geweigerd als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer op de vaarweg in gevaar wordt gebracht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>vaste stoffen of voorwerpen in een vaarweg worden gebracht of op een zodanige wijze op oevers worden geplaatst dat deze geheel of gedeeltelijk in een vaarweg kunnen geraken;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.106__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het voor het scheepvaartverkeer noodzakelijke uitzicht op en bij de vaarweg wordt belemmerd.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.107</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanleg kabels en leidingen met een zinker)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een omgevingsvergunning voor het aanleggen van kabels of leidingen met een zinker in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> wordt alleen verleend als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de werkzaamheden het scheepvaartverkeer niet belemmeren;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de bovenkant van de kabel, leiding of mantelbuis ten minste 2 meter onder de onderhoudsdiepte van de vaarweg ligt;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de afstand tot de boveninsteek van het talud van de vaarweg minimaal 1,5 meter bedraagt;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de aanwezige oeverconstructie hersteld wordt in de oorspronkelijke staat, inclusief het herstel van de sterkte van de grondkerende werking van de oeverconstructie;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de waterbodem hersteld wordt in de oorspronkelijke staat en diepte; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.107__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>bij afwezigheid van een oeverconstructie, de aanvrager aantoont dat de stabiliteit van het talud gegarandeerd is, desnoods door het plaatsen van een nieuwe oeverconstructie die deugdelijk en voldoende waterkerend is over de breedte van de ontstane sleuf.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.8.6</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Meldplicht activiteiten beperkingengebied provinciale vaarwegen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.108" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.108">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.108</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(meldplicht werk op oever)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.108__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.108__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden zonder voorafgaande melding activiteiten te verrichten in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.108__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.108__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> door op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_114">oever</tekst:IntRef> werken of bouwwerken te maken, te behouden, te veranderen of te verwijderen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.108__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.108__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid geldt niet voor het Kanaal Almelo-De Haandrik.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.109</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(meldplicht kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden zonder voorafgaande melding in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>kruisende of langsliggende kabels of leidingen van algemeen nut aan te leggen, in stand te houden, aan te passen, in een bestaande mantelbuis te blazen of te verwijderen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>werkzaamheden te verrichten of ondergrondse werken te plaatsen ten behoeve van kabels of leidingen van algemeen nut.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De meldplicht als bedoeld in het eerste lid geldt in afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105">Artikel 3.105</tekst:IntRef> wanneer de activiteit met betrekking tot kabels of leidingen voldoet aan de eisen in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112">Artikel 3.112</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113">Artikel 3.113</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid geldt niet voor het Kanaal Almelo-De Haandrik.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.110" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.110">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.110</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indienen van een melding)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een melding als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.108">Artikel 3.108</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.109">Artikel 3.109</tekst:IntRef> wordt ten minste vier weken voor het begin van de werkzaamheden ingediend bij Gedeputeerde Staten.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.111</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen werk op de oever)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een werk op de oever voldoet aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de werkzaamheden of het werk veroorzaken geen schade aan de vaarweg, de oever of de aanliggende oeverconstructies;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de stabiliteit van de vaarweg, de oever en de aanliggende oeverconstructies wordt niet in gevaar gebracht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de veiligheid of het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer wordt niet belemmerd;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de bruikbaarheid of de instandhouding van de vaarweg wordt niet in gevaar gebracht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.111__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de werkzaamheden en het werk voldoen aan de Richtlijnen Vaarwegen 2020.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.112</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen aanleggen langsliggende kabels en leidingen vaarweg)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een kabel of leiding die in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> langs de provinciale vaarweg wordt aangelegd of veranderd, voldoet aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kabel of leiding wordt aangelegd op een afstand van ten minste 5 meter van de boveninsteek van het talud van de vaarweg;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kabel of leiding wordt aangelegd op een diepte van ten minste</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1" type="expliciet">
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1">
			      <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>0,6 meter onder het maaiveld in geval van een telecommunicatiekabel;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2">
			      <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>0,8 meter onder het maaiveld in geval van een elektriciteitskabel;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3">
			      <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>0,85 meter onder het maaiveld in geval van een gasleiding;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4">
			      <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>1 meter onder het maaiveld in geval van een waterleiding;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_b__list_1__item_5">
			      <tekst:LiNummer>5.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>1,5 meter onder het maaiveld in geval van een riolering;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kabel of leiding wordt aangelegd op een afstand van ten minste 1,5 meter van de kroonprojectie van bomen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kabel of leiding kruist niet met of onder een kunstwerk en wordt aangelegd op een afstand van ten minste 5 meter van een kunstwerk, waarbij in geval van een buisleiding met explosieve stof, een watertransportleiding of een persleiding die op een afstand van minder dan 50 meter van een kunstwerk wordt aangelegd, de volgende aanvullende eisen gelden:</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_d__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_d__list_1" type="expliciet">
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_d__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_d__list_1__item_1">
			      <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>de funderingsconstructie wordt aantoonbaar niet negatief be&#239;nvloed door een eventuele erosiekrater;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_d__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_1__list_1__item_d__list_1__item_2">
			      <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>als een grondkerende constructie onderdeel uitmaakt van het kunstwerk, wordt de kabel of leiding aangelegd buiten de passieve of actieve zone van de grondkerende constructie, waarbij de invloed op eventuele verankering meegenomen wordt.</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De eisen in het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht en ondergrondse werken die worden geplaatst in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_2__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.112__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> langs de provinciale vaarweg ten behoeve van kabels of leidingen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.113</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen aanleggen kruisende kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een kabel of leiding die in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> onder een provinciale vaarweg wordt aangelegd of veranderd, voldoet aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kabel of leiding wordt aangelegd met een gestuurde boring loodrecht op de as van de vaarweg;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kabel of leiding wordt in een mantelbuis geplaatst;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het in- en uittredepunt van de mantelbuis ligt op een afstand van ten minste 5 meter van de boveninsteek van het talud van de vaarweg;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de bovenkant van de mantelbuis ligt op een diepte van ten minste 10 meter onder de onderhoudsdiepte van de vaarweg;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kabel of leiding wordt aangelegd op een afstand van ten minste 1,5 meter van de kroonprojectie van bomen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de kabel of leiding kruist niet met of onder een kunstwerk en wordt op een afstand van ten minste 5 meter van een kunstwerk aangelegd, waarbij in geval van een buisleiding met explosieve stof, een watertransportleiding of een persleiding die op een afstand van minder dan 50 meter van een kunstwerk wordt aangelegd, de volgende aanvullende eisen gelden:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_f__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_f__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_f__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_f__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de funderingsconstructie wordt aantoonbaar niet negatief be&#239;nvloed door een eventuele erosiekrater;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_f__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6__art_3.113__list_1__item_f__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>als een grondkerende constructie onderdeel uitmaakt van het kunstwerk, wordt de kabel of leiding aangelegd buiten de passieve of actieve zone van de grondkerende constructie, waarbij de invloed op eventuele verankering meegenomen wordt.</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.8.7</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Informatieplicht en gegevens provinciale wegen en vaarwegen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.114</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(informatieplicht start activiteiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Ten minste vijf werkdagen voor het begin van activiteiten in een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> of een beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_1__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> stelt degene die de activiteit verricht, Gedeputeerde Staten schriftelijk in kennis van dit voornemen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de kennisgeving worden in elk geval de volgende gegevens vermeld:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het kenmerk van de omgevingsvergunning of de reactie op de melding voor het verrichten van de activiteit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de verwachte datum en de tijd wanneer de activiteit wordt verricht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de verwachte duur van de activiteit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het (vaar)wegnummer en het hectometerpunt van de provinciale (vaar)weg waar de activiteit wordt verricht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.114__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>indien van toepassing: informatie over het plaatsen van piketten langs het trac&#233;.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.115</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(informatieplicht eind activiteiten in beperkingengebied provinciale wegen of provinciale vaarwegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Uiterlijk 24 uur na het eind van activiteiten in het beperkingengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_1__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124">provinciale wegen</tekst:IntIoRef> of <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_1__ref_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> stelt degene die de activiteit verricht, Gedeputeerde Staten in kennis van dit voornemen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de kennisgeving worden in elk geval de volgende gegevens vermeld:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het kenmerk van de omgevingsvergunning of de reactie op de melding voor het verrichten van de activiteit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de datum en de tijd wanneer de activiteit is gestart en is gestopt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.115__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het (vaar)wegnummer en het hectometerpunt van de provinciale (vaar)weg waar de activiteit wordt verricht.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.116</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(informatieplicht schade aan provinciaal eigendom of een ongewoon voorval)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Gedeputeerde Staten worden onmiddellijk ge&#239;nformeerd over schade aan provinciaal eigendom of een ongewoon voorval.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In geval van schade aan provinciaal eigendom wordt de volgende informatie verstrekt, indien bekend:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_2__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_2__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_2__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>informatie over de oorzaak van de schade en de omstandigheden waaronder de schade zich heeft voorgedaan; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_2__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>informatie over de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de schade te voorkomen, beperken, ongedaan te maken of de nadelige gevolgen daarvan te voorkomen of te beperken.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In geval van een ongewoon voorval wordt de volgende informatie verstrekt:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>informatie over de oorzaak van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>informatie die nodig is om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.116__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>informatie over de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.117" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7__art_3.117">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.117</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(gegevens en bestanden: revisietekening kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als tijdens de uitvoeringswerkzaamheden kabels en leidingen afgeweken wordt van de aangeleverde tekening, ontvangen Gedeputeerde Staten uiterlijk binnen twee maanden een revisietekening.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.8.8</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Indieningsvereisten omgevingsvergunningen en meldingen wegen en vaarwegen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.118</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>
									
									(indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning activiteit in beperkingengebied provinciale wegen)
								</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In aanvulling op de eisen van artikel 7.3 van de Omgevingsregeling, worden bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning 
									activiteit in
									 beperkingengebied provinciale 
									wegen de volgende gegevens verstrekt:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van het werk en de uitvoering daarvan;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een topografische kaart waarop de volgende informatie is vermeld:
										</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de locatie van het werk;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het/de wegnummer(s) van de provinciale weg(en);</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_b__list_1__item_3">
			    <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het/de hectometerpunt(en) waar het werk wordt verricht;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een verkeersmaatregelenplan waarop de volgende informatie is vermeld:
										</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de te nemen verkeersmaatregelen;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het/de wegnummer(s) van de provinciale weg(en);</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_c__list_1__item_3">
			    <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het /de hectometerpunt(en) waar het werk wordt verricht;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verwachte startdatum en duur van de werkzaamheden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als het werk tijdelijk wordt geplaatst: de duur van de instandhouding van het werk;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als de aanvraag voor een omgevingsvergunning namens een ander is ingediend: een machtiging;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.118__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>overige informatie die voor de beoordeling van de aanvraag van belang is;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.119</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>
									
									(indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning activiteit in beperkingengebied provinciale vaarwegen)
								</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In aanvulling op de eisen van artikel 7.3 van de Omgevingsregeling, worden bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning 
									activiteit in
									 beperkingengebied provinciale 
									vaarwegen de volgende gegevens verstrekt:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van het werk en de uitvoering daarvan, waarbij aangegeven wordt:
										</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_a__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_a__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_a__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_a__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>vanaf welke locatie (de oever en/of de vaarweg) de werkzaamheden worden uitgevoerd;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_a__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_a__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>wat is de verwachte hinder voor het scheepvaartverkeer en de verwachte duur daarvan;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een topografische kaart waarop de werkzaamheden zijn ingetekend en waarop de volgende informatie is vermeld:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de locatie van het werk;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het/de vaarwegnummer(s) van de provinciale vaarweg(en);</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_b__list_1__item_3">
			    <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het/de hectometerpunt(en) waar het werk wordt verricht;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verwachte startdatum en duur van de werkzaamheden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als het werk tijdelijk wordt geplaatst: de duur van de instandhouding van het werk;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als de aanvraag voor een omgevingsvergunning namens een ander is ingediend: een machtiging;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.119__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>overige informatie die voor de beoordeling van de aanvraag van belang is.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.120</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indieningsvereisten melding werk op oever)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een melding werk op oever bevat de volgende gegevens:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>gegevens zoals bedoeld in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van het werk en de uitvoering daarvan, waarbij aangegeven wordt vanaf welke locatie (de oever en/of de vaarweg) de werkzaamheden worden uitgevoerd;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een topografische kaart waarop de werkzaamheden zijn ingetekend waarop de volgende informatie is vermeld:<tekst:br/>- de locatie van het werk;<tekst:br/>- het/de vaarwegnummer(s) van de provinciale vaarweg(en);<tekst:br/>- het/de hectometerpunt(en) waar het werk wordt verricht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verwachte startdatum en duur van de werkzaamheden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als het werk tijdelijk wordt geplaatst: de duur van de instandhouding van het werk;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als de melding namens een ander is ingediend: een machtiging;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_g" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>overige informatie die voor de beoordeling van de melding van belang is.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.121</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning uitwegen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In aanvulling op de eisen van artikel 7.3 van de Omgevingsregeling, worden bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een uitweg de volgende gegevens verstrekt:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het type uitweg (woninguitweg, bedrijfsuitweg of uitweg landbouw en natuurbeheer);</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een topografische kaart waarop de volgende informatie is vermeld:
											</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1" type="expliciet">
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1">
			      <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>de exacte locatie van de uitweg;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2">
			      <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>eventuele obstakels in de nabijheid van de uitweg;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3">
			      <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>het/de wegnummer(s) van de provinciale weg(en); en</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4">
			      <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>het/de hectometerpunt(en);</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de verwachte startdatum en duur van de werkzaamheden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het verkeersmaatregelenplan, ingetekend op een topografische kaart met wegnummer(s) en hectometerpunten;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als de uitweg gewijzigd wordt: een beschrijving van de beoogde wijziging;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als de uitweg tijdelijk wordt geplaatst: de duur van de instandhouding van de uitweg;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als de aanvraag voor een omgevingsvergunning namens een ander is ingediend: een machtiging;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_1__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>overige informatie die voor de beoordeling van de aanvraag van belang is.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.121__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een aanvraag van een omgevingsvergunning omvat tevens eventuele bijzondere omstandigheden, die nopen tot een afwijking, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.90__para_2">Artikel 3.90, tweede lid</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.122</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning of melding aanduiding)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een aanvraag 
										voor een omgevingsvergunning of een melding voor een aanduiding bevat de volgende gegevens:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>gegevens zoals bedoeld in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aantal gewenste aanduidingen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de soort 
												aanduiding(en);</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een topografische kaart waarop de volgende informatie is vermeld:
											</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d__list_1" type="expliciet">
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d__list_1__item_1">
			      <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>de exacte locatie van de aanduiding(en);</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d__list_1__item_2">
			      <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>het/de wegnummer(s) van de provinciale weg(en); en</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_d__list_1__item_3">
			      <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>het/de hectometerpunt(en) waar de aanduiding(en) wordt/worden geplaatst;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de verwachte startdatum en duur van de werkzaamheden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als tijdelijke bewegwijzering wordt geplaatst: de duur van de instandhouding van de tijdelijke bewegwijzering;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als de aanvraag voor een omgevingsvergunning of de melding namens een ander is ingediend: een machtiging;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_1__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>overige informatie die voor de beoordeling van de aanvraag of de melding van belang is.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een aanduiding van een toeristisch overstappunt of een verzorgingsplaats bevat in aanvulling op het eerste lid de naam en de locatie van het toeristische overstappunt of de verzorgingsplaats waar naar verwezen wordt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een aanvraag van een omgevingsvergunning aanduiding van een toeristisch object bevat in aanvulling op het eerste lid de volgende gegevens:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de naam en de locatie van het toeristisch object; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aantal bezoekers per jaar, of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.122__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aantal parkeerplaatsen bij het object.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.123</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indieningsvereisten melding gedenkteken)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een melding gedenkteken bevat de volgende gegevens:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>gegevens zoals bedoeld in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een topografische kaart waarop de volgende informatie is vermeld:<tekst:br/>- de exacte locatie van het gedenkteken;<tekst:br/>- het/de wegnummer<tekst:u>(s)</tekst:u> van de provinciale weg(en);<tekst:br/>- het/de hectometerpunt(en) waar het gedenkteken wordt geplaatst;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>vormgeving, materiaal en afmetingen van het gedenkteken;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verwachte startdatum en duur van de werkzaamheden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als de melding namens een ander is ingediend: een machtiging;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.123__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>overige informatie die voor de beoordeling van de melding van belang is.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.124</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning of melding kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een aanvraag 
									voor een omgevingsvergunning of een melding voor het aanleggen, veranderen of verwijderen van kabels en leidingen bevat de volgende gegevens:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>gegevens zoals bedoeld in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een tekening waarop de volgende informatie is vermeld:</tekst:Al>
			<tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1" type="expliciet">
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_1">
			    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het trac&#233; van de kabel of leiding;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_2">
			    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de soort kabel of leiding;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_3">
			    <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>de wijze van het aanleggen, veranderen of verwijderen van de kabel of leiding;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_4" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_4">
			    <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>het/de hectometerpunt(en) van de provinciale weg of vaarweg;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_5" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_5">
			    <tekst:LiNummer>5.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>voorzieningen op het gebied van transport, zoals wegen, vaarwegen, bruggen, tunnels, spoorlijnen, vliegvelden en havens;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_6" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_6">
			    <tekst:LiNummer>6.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>eventuele obstakels, zoals lantaarnpalen en verkeersregelinstallaties;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_7" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_7">
			    <tekst:LiNummer>7.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>-reeds aanwezige kabels en leidingen;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_8" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_8">
			    <tekst:LiNummer>8.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>kunstwerken;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_9" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_9">
			    <tekst:LiNummer>9.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>beplanting;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			  <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_10" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_b__list_1__item_10">
			    <tekst:LiNummer>10.</tekst:LiNummer>
			    <tekst:Al>eventuele te treffen voorzieningen, zoals mantelbuizen;</tekst:Al>
			  </tekst:Li>
			</tekst:Lijst>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de startdatum en de verwachte duur van de werkzaamheden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het verkeersmaatregelenplan, ingetekend op een topografische kaart met wegnummer(s) en hectometerpunten;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als een gestuurde boring wordt gebruikt: een boorprofiel;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als een zinker wordt gebruikt: een uitvoeringsplan;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_h">
			<tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als een buisleiding met explosieve stof, een watertransportleiding of een persleiding aangelegd wordt op een afstand van minder dan 50 meter tot een kunstwerk: een berekening van de erosiekrater;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_i" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_i">
			<tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als de aanvraag voor een omgevingsvergunning of de melding namens een ander is ingediend: een machtiging;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_j" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.124__list_1__item_j">
			<tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>overige informatie die voor de beoordeling van de aanvraag of de melding van belang is.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.125</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning en melding evenement op de weg)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een aanvraag 
										voor een omgevingsvergunning of een melding evenement op de weg bevat de volgende gegevens:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>gegevens zoals bedoeld in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de exacte locatie van het evenemententerrein, inclusief eventuele parkeerfaciliteiten en objecten (zoals borden en kramen) die geplaatst worden op of naast 
												de provinciale weg, ingetekend op een topografische kaart met wegnummer(s) en hectometerpunten;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de routes, ingetekend op een topografische kaart met wegnummer(s) en hectometerpunten;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als het nemen van verkeersmaatregelen nodig is: een verkeersmaatregelenplan met de te treffen verkeersmaatregelen ingetekend op een topografische kaart, inclusief de eventuele aanwezigheid van verkeersregelaars en benodigde omleidingen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_e" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>datum en tijden van het gebruik van de weg;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_f" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gedeelte van de weg (berm, fietspad, parallelweg of hoofdrijbaan) dat gebruikt wordt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_g" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bereikbaar is gedurende het evenement;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_h" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het verwachte aantal bezoekers;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_i" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_i">
			  <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een beschrijving van het aantal en de soort deelnemende voertuigen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_j" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_j">
			  <tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>informatie over het aanbrengen van objecten op de provinciale weg of aan provinciale eigendommen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_k" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_1__list_1__item_k">
			  <tekst:LiNummer>k.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>overige informatie die voor de beoordeling van de aanvraag of de melding van belang is.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_2" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als de provinciale weg afgesloten of gestremd moet worden, bevat een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een evenement op de weg in aanvulling op het eerste lid de volgende gegevens:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_2__list_1" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_2__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een toelichting waarom de afsluiting of de stremming van de weg noodzakelijk is voor het evenement en onvermijdelijk is, waarin in elk geval wordt opgenomen welke alternatieven zijn onderzocht om de afsluiting of stremming van de weg te voorkomen en waarom deze alternatieven niet toereikend zijn;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_2__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de duur van de afsluiting of stremming.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_3" eId="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.125__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als de aanvraag voor een omgevingsvergunning of de melding namens een ander is ingediend bevat een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een evenement op de weg een machtiging.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.9" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.9</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ENERGIE EN AFVAL</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.9.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>gesloten stortplaatsen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.126" eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.126">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.126</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk vergunningplicht gesloten stortplaatsen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De regels in deze paragraaf verzekeren dat:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.126__list_1" eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.126__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.126__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.126__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het nazorgplan voor een stortplaats die gesloten is na 1 september 1996 blijvend kan worden uitgevoerd en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.126__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.126__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>schade door het lekken van verontreinigende stoffen uit de gesloten stortplaats naar de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> en het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voorkomen wordt.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.127" eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.127">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.127</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik gesloten stortplaatsen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Deze paragraaf is van toepassing op alle stortplaatsen die gesloten zijn na 1 september 1996, waarvoor in kader van de zorg in artikel 8.49 van de Wet milieubeheer voor <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.127__ref_1" eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.127__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_83">gesloten stortplaatsen</tekst:IntIoRef>, nazorgvoorzieningen zijn aangebracht of nazorgmaatregelen zijn getroffen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.128</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(vergunningplicht activiteiten met schadelijke gevolgen voor nazorgvoorzieningen en nazorgmaatregelen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om zonder omgevingsvergunning activiteiten in, op, onder of boven een gesloten stortplaats bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.127">Artikel 3.127</tekst:IntRef> te verrichten die de werking kunnen aantasten van nazorgvoorzieningen die in het kader van de nazorg voor de gesloten stortplaats zijn aangebracht en de nazorgmaatregelen die daarvoor zijn getroffen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_2__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_2__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_2__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanbrengen, beheer, onderhoud, vervangen en verwijderen van nazorgvoorzieningen als dit door, namens of in opdracht van het bevoegd gezag plaatsvindt; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_2__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>treffen van nazorgmaatregelen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.129</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indieningsvereisten omgevingsvergunning gesloten stortplaatsen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.128">Artikel 3.128</tekst:IntRef> verstrekt de volgende gegevens:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een toelichting op de activiteiten die zullen worden verricht op de gesloten stortplaats en het gebied waarin de nazorgvoorzieningen zijn gelegen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een kadastrale kaart, waarop het grondgebied is aangegeven waarop de activiteiten zullen worden verricht;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de naam, adres en andere contactgegevens van een ieder die een zakelijk of een persoonlijk recht heeft op het grondgebied, bedoeld onder b;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de benodigde vergunningen, meldingen en toestemmingen om het voorgenomen gebruik te kunnen realiseren;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de maatregelen die worden getroffen om:<tekst:br/>1) de bereikbaarheid van de nazorgvoorzieningen te garanderen;<tekst:br/>2) aantasting van de nazorgvoorzieningen te voorkomen of;<tekst:br/>3) op een andere manier de uitvoering van de nazorg niet te belemmeren.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.9__subsec_3.9.1__art_3.129__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>informatie over de wijze waarop de aanvrager de uitvoering van de onder e bedoelde maatregelen gaat evalueren en rapporteren.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_3__subchp_3.10" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.10</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ONDERGROND</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>3.10.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>ontgrondingen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.130" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.130">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.130</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk paragraaf ontgrondingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De regels in deze paragraaf zijn gericht op:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.130__list_1" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.130__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.130__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.130__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een zorgvuldig gebruik van de ondergrond voor de winning van zand en andere <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_36">bouwstoffen</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.130__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.130__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een zorgvuldige afweging van alle belangen bij <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef> op land, in regionale wateren en in het winterbed van een rivier in het beheer van het Rijk een voorgenomen ontgrondingactiviteit worden betrokken, waarvoor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> het bevoegd gezag zijn.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.131" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.131">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.131</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik ontgrondingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.131__para_1" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.131__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf bevat de provinciale regels voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef>, bedoeld in artikel 16.9, tweede lid van het Besluit activiteiten leefomgeving.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.131__para_2" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.131__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteit</tekst:IntRef> als bedoeld in het eerste lid is elke activiteit waardoor iets aan of in de hoogteligging van een terrein verandert of waarbij de bodem van een water wordt verlaagd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.132</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvulling vergunningsplichtige ontgrondingsactiviteiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het verbod in artikel 5.1 van de Omgevingswet om zonder omgevingsvergunning een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteit</tekst:IntRef> te verrichten bedoeld, geldt in afwijking van artikel 16.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving ook voor de volgende activiteiten:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van een werk door of in opdracht van gemeenten of waterschappen, met inbegrip van de aanleg van waterpartijen als meer dan 10.000 m3 vaste stoffen uit &#233;&#233;n of meer waterpartijen wordt ontgraven en waarbij dieper wordt gegraven dan 3 meter beneden het oorspronkelijke niveau;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van rijkswaterstaatswerken en werken door of op last van de provincie Overijssel;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het aanleggen, onderhouden of veranderen van een oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in art 16.7, onderdeel j, onder 2 van het Besluit activiteiten leefomgeving als:<tekst:br/>1) het oppervlaktewaterlichaam een bodembreedte van meer dan 5 m; en<tekst:br/>2) dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld 
											wordt gegraven;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1__item_d" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het ontgronden voor een waterput, reservoir bassin, vijver, poel of daarmee vergelijkbare voorziening zoals bedoeld in artikel 16.7, onderdeel a, onder 2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, als er meer dan 500 m3 vaste stof wordt ontgraven;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.133</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvulling vergunningsvrije ontgrondingsactiviteiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod, bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet, om zonder omgevingsvergunning een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteit</tekst:IntRef> te verrichten, geldt niet voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef> voor zover die tot doel hebben het verkrijgen van bodemmateriaal en als het gaat om:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1__list_1" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1__list_1__item_a" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aanleggen of wijzigen van een buitenmanege, als:<tekst:br/>1) die niet groter is dan 1.500 m&#178;;<tekst:br/>2) die niet gelegen is in landschappelijk of natuurwetenschappelijk gevoelige gebieden,<tekst:br/>3) er alleen sprake is van omwisseling van deklaag en onderliggend zand; en<tekst:br/>4) grondlagen dieper dan 1,0 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1__list_1__item_b" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aanleggen, verhogen, verzwaren of onderhouden van waterkeringen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1__list_1__item_c" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van een werk door of in opdracht van gemeenten of waterschappen, met inbegrip van de aanleg van waterpartijen als minder dan 10.000 m3 vaste stoffen uit &#233;&#233;n of meer waterpartijen wordt ontgraven en waarbij niet dieper wordt gegraven dan 3 meter beneden het oorspronkelijke niveau;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_2" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid is niet van toepassing op <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteiten</tekst:IntRef> waarvoor een eis geldt om een milieueffectrapportage (
										mer) op te stellen of te beoordelen of de eis geldt om te beoordelen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld.
									</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.134" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.134">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.134</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(meldingsplicht vrijgestelde ontgrondingsactiviteiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.134__para_1" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.134__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is verboden om zonder voorafgaande melding een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteit</tekst:IntRef> bedoeld in artikel 16.7 en artikel 16.8 van het Besluit activiteiten leefomgeving en als bedoeld in het <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.133">Artikel 3.133</tekst:IntRef> van deze verordening, te verrichten als daarbij meer dan 10.000 m3 wordt ontgraven.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.134__para_2" eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.134__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De melding wordt uiterlijk twee weken voor het begin van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">ontgrondingsactiviteit</tekst:IntRef> langs elektronische weg bij <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de aanvraag beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 20.21 van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.135" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.135">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>3.135</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvulling indieningsvereisten ontgrondingsvergunningen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.135__para_1" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.135__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132">Artikel 3.132</tekst:IntRef> verstrekt in aanvulling op de indieningsvereisten van artikel 7.207 en artikel 7.162 onder i van de Omgevingsregeling een tekening met kadastrale ondergrond met daarop aangegeven de begrenzing van de te ontgronden en in te richten locatie op een zodanige schaal dat op locatie plaatsbepaling tot op 0,1 meter nauwkeurig mogelijk is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.135__para_2" wId="pv23_80__chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.135__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.10__subsec_3.10.1__art_3.132">Artikel 3.132</tekst:IntRef> verstrekt in aanvulling op de indieningsvereisten van artikel 7.162 Omgevingsregeling een verklaring van toestemming van de eigenaar, als hij niet aantoonbaar de eigenaar is van de onroerende zaak waar ontgrond zal worden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	  <tekst:Hoofdstuk eId="chp_4" wId="pv23_80__chp_4">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>4</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>OMGEVINGSPLANNEN</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ALGEMEEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Artikel eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.1__art_4.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De instructieregels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op het stellen van regels in omgevingsplannen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De instructieregels in dit hoofdstuk zijn ook van toepasssing op projectbesluiten, voor zover die het omgevingsplan wijzigen, met uitzondering van projectbesluiten van het Rijk, en op omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten waarmee van een geldend omgevingsplan wordt afgeweken.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.1__art_4.2" eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(oogmerk instructieregels omgevingsplannen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_77">instructieregel</tekst:IntRef>s in dit hoofdstuk worden gesteld voor de doorwerking van provinciale belangen in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>OVERIJSSELSE LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.3" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(oogmerk Overijsselse Ladder voor duurzame verstedelijking)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Deze afdeling stelt voor de provinciale doelstellingen voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_45">duurzaamheid</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_144">sociale kwaliteit</tekst:IntRef>, aanvullende eisen op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_88">ladder voor duurzame verstedelijking</tekst:IntRef> en is gericht op concentratie van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_153">stedelijke functies</tekst:IntRef> in kernen, het bevorderen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en toekomstbestendigheid.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.4" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(principe van concentratie)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_1" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_92">lokale behoefte</tekst:IntRef> of in de behoefte van bijzondere doelgroepen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_2" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Daarbij geldt voor bedrijventerreinen dat <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_92">lokale behoefte</tekst:IntRef> wordt ingevuld als bedoeld voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_91">lokaal gewortelde bedrijvigheid</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_3" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In gebieden die deel uitmaken van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_151">stedelijk netwerk</tekst:IntRef> kan het omgevingsplan voorzien in een bovenregionale behoefte aan ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_4" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_4">
		  <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In gebieden die deel uitmaken van een streekcentrum kan een omgevingsplan voorzien in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_136">regionale behoefte</tekst:IntRef> aan ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen, mits dit past binnen de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_139">regionale programmering</tekst:IntRef> voor de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> waartoe het streekcentrum behoort.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_5" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.4__para_5">
		  <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een omgevingsplan kan voorzien in (een deel van) de behoefte van een buurgemeente aan ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen, als dit past binnen de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_139">regionale programmering</tekst:IntRef> van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> waartoe de gemeente behoort.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.5</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_153">stedelijke functies</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef> mogelijk aansluitend op <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_26">bestaand bebouwd gebied</tekst:IntRef> en als aannemelijk gemaakt is dat:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de ruimte binnen het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_26">bestaand bebouwd gebied</tekst:IntRef> ook niet geschikt te maken is door <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">herstructurering</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_161">transformatie</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_1__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_26">bestaand bebouwd gebied</tekst:IntRef> optimaal zijn benut.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef> die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen, als aannemelijk gemaakt is dat:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>(her)benutten van bestaande <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2__list_1__item_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2__list_1__item_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_61">bebouwing</tekst:IntIoRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef> in redelijkheid niet mogelijk is; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>mogelijkheden voor combinatie van functies op <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_28">bestaande erven</tekst:IntRef> optimaal zijn benut.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_3" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het tweede lid is niet van toepassing op stedelijke functies waarvooor extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving plaatsvindt in de vorm van uitleg van dorpen en steden.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.6" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.6">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.6</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(toekomstbestendigheid)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>In omgevingsplannen worden alleen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef> mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_156">toekomstbestendig</tekst:IntRef> zijn en dus:</tekst:Al>
		  <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.6__list_1" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.6__list_1" type="expliciet">
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.6__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.6__list_1__item_a">
		      <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen;</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.6__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.6__list_1__item_b">
		      <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.2__art_4.6__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.2__art_4.6__list_1__item_c">
		      <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben.</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		  </tekst:Lijst>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.3" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>RUIMTELIJKE KWALITEIT</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.7" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.7">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.7</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(oogmerk ruimtelijke kwaliteit)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Deze paragraaf is gericht op het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_165">versterken van ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> door het toepassen van de OF-, WAAR- en HOE-benadering volgens het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_162">uitvoeringsmodel</tekst:IntRef> van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_116">omgevingsvisie Overijssel</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.8" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.8">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.8</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> versterken.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.9</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(onderbouwing ruimtelijke kwaliteit)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>nen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef> bijdragen aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> waarin:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_162">uitvoeringsmodel</tekst:IntRef> (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_116">omgevingsvisie Overijssel</tekst:IntRef> wordt toegepast;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_116">omgevingsvisie Overijssel</tekst:IntRef> van toepassing is voor het gebied; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_1__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_162">uitvoeringsmodel</tekst:IntRef> is toegepast en de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">catalogus Gebiedskenmerken</tekst:IntRef> (<tekst:IntRef ref="cmp_7__content_1">Bijlage VII</tekst:IntRef>) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In omgevingsplannen kan gemotiveerd worden afgeweken van het ontwikkelingsperspectief dat volgens de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_116">Omgevingsvisie Overijssel</tekst:IntRef> van toepassing is voor het gebied, als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_2__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_2__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>er sprake is van sociaaleconomische of maatschappelijke redenen; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_2__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> in overeenstemming met de uitspraken die de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">Catalogus Gebiedskenmerken</tekst:IntRef> doet voor dat gebied.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In de Catalogus Gebiedskenmerken worden de volgende gebieden onderscheiden:<tekst:br/>Natuurlijke laag:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1" type="ongemarkeerd">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_1">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_137__ref_o_137">Stuwwallen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_2">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72__ref_o_72">Dekzandvlakte en ruggen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_3" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_3">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_3__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_3__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71__ref_o_71">brongebieden (globaal aangeduid)</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_4" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_4">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_4__ref_4" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_4__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64__ref_o_64">Beekdalen en natte laagtes</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_5" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_5">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_5__ref_5" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_5__ref_5" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102__ref_o_102">laagveengebieden (in cultuur gebracht)</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_5__ref_6" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_5__ref_6" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104__ref_o_104">laagveenrestanten</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_6" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_6">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_6__ref_7" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_6__ref_7" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91__ref_o_91">hoogveengebieden (in cultuur gebracht)</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_6__ref_8" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_6__ref_8" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_93">hoogveenrestanten</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_9" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_9" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_130__ref_o_130">Rivierengebieden</tekst:IntIoRef> (<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_10" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_10" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_128__ref_o_128">rivier</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_11" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_11" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_129__ref_o_129">rivierengebied - rivier en uiterwaarden</tekst:IntIoRef>, <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_12" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_12" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115__ref_o_115">oeverwallen</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_13" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_7__ref_13" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100__ref_o_100">komgronden</tekst:IntIoRef>)</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_8" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_8">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_8__ref_14" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_1__item_8__ref_14" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_151__ref_o_151">Zeekleigebied en randmeren</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		    <tekst:Al>Laag van het agrarisch cultuurlandschap:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2" type="ongemarkeerd">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_1">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_1__ref_15" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_1__ref_15" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77__ref_o_77">Essenlandschap</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_2">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_2__ref_16" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_2__ref_16" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116__ref_o_116">Oude hoevenlandschap</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_3" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_3">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_3__ref_17" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_3__ref_17" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110__ref_o_110">maten en flierenlandschap</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_4" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_4">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_4__ref_18" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_4__ref_18" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97__ref_o_97">Jong heide- en broekontginningslandschap</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_5" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_5">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_5__ref_19" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_5__ref_19" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103__ref_o_103">Laagveenontginningen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_6" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_6">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_6__ref_20" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_6__ref_20" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92__ref_o_92">Hoogveenontginningen</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_6__ref_21" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_6__ref_21" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_93">hoogveenrestanten</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_7" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_7">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_7__ref_22" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_7__ref_22" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_141__ref_o_141">Veenkoloniaal landschap</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_8" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_8">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_8__ref_23" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_8__ref_23" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_131__ref_o_131">rivierenlandschap - rivier en uiterwaarden</tekst:IntIoRef> , <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_8__ref_24" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_8__ref_24" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115__ref_o_115">oeverwallen</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_8__ref_25" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_8__ref_25" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99__ref_o_99">komgebieden</tekst:IntIoRef>)</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_9" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_9">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_9__ref_26" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_2__item_9__ref_26" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_152__ref_o_152">Zeekleilandschap</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		    <tekst:Al>Stedelijke laag:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3" type="ongemarkeerd">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_1">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_1__ref_27" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_1__ref_27" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90__ref_o_90">historische centra binnensteden en landstadjes</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_2">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_2__ref_28" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_2__ref_28" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_62">Bebouwingsschil 1900 - 1955</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_3" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_3">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_3__ref_29" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_3__ref_29" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_150__ref_o_150">Woonwijken 1955 - nu</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_4" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_4">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_4__ref_30" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_4__ref_30" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_63">Bedrijventerreinen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_5" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_5">
			<tekst:Al>Dorpen en buurtschappen</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_6" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_6">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_6__ref_31" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_6__ref_31" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_144__ref_o_144">Verspreide bebouwing</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_7" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_7">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_7__ref_32" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_7__ref_32" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_55">Autosnelwegen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_8" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_8">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_8__ref_33" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_8__ref_33" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_56">Autowegen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_9" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_9">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_9__ref_34" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_9__ref_34" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82__ref_o_82">Gebiedsontsluitingswegen</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_9__ref_35" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_9__ref_35" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76__ref_o_76">erftoegangswegen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_10" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_10">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_10__ref_36" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_10__ref_36" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_94">Informele trage netwerk</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_11" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_11">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_11__ref_37" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_11__ref_37" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_133__ref_o_133">spoorweg</tekst:IntIoRef> met <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_11__ref_38" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_11__ref_38" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_136__ref_o_136">stations</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_12" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_12">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_12__ref_39" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_3__item_12__ref_39" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98__ref_o_98">Kanalen en vaarten</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		    <tekst:Al>Laag van de beleving:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4" type="ongemarkeerd">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_1">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_1__ref_40" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_1__ref_40" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106__ref_o_106">Landgoederen en buitenplaatsen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_2">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_2__ref_41" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_2__ref_41" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81__ref_o_81">Gebieden voor verblijfsrecreatie</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_3" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_3">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_3__ref_42" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_3__ref_42" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_54">Attracties</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_4" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_4">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_4__ref_43" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_4__ref_43" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_125__ref_o_125">Recreatieve routes en vaarwegen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_5" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_5">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_5__ref_44" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_5__ref_44" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_134__ref_o_134">Stads- en dorpsfronten</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_6" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_6">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_6__ref_45" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_6__ref_45" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_135__ref_o_135">Stads- en dorpsranden</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_7" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_7">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_7__ref_46" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_7__ref_46" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_58">Balkons en belved&#232;res</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_8" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_8">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_8__ref_47" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_8__ref_47" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_57">Bakens in de tijd</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_9" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_9">
			<tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_9__ref_48" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.9__para_3__list_4__item_9__ref_48" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_73">Donkerte</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.10" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.10">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.10</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(normerende en richtinggevende uitspraken)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In omgevingsplannen worden de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_113">normerende uitspraken</tekst:IntRef> en de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_140">richtinggevende uitspraken</tekst:IntRef> in acht genomen die de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">catalogus Gebiedskenmerken</tekst:IntRef> doet over gebieden die in dat <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> zijn opgenomen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In omgevingsplannen kan gemotiveerd worden afgeweken van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_140">richtinggevende uitspraken</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">Catalogus Gebiedskenmerken</tekst:IntRef> als verzekerd is dat de kwaliteitsambitie die in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">Catalogus Gebiedskenmerken</tekst:IntRef> voor dat gebied is opgenomen, in gelijke mate gerealiseerd wordt.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_3" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In omgevingsplannen kan gemotiveerd worden afgeweken van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_113">normerende uitspraken</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">Catalogus Gebiedskenmerken</tekst:IntRef> als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_3__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_3__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>sprake is van zwaarwegende sociaaleconomische of maatschappelijke redenen; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.10__para_3__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> in overeenstemming met de provinciale ambities die in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">Catalogus Gebiedskenmerken</tekst:IntRef> zijn opgenomen voor dat gebied.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.11</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(kwaliteitsimpuls Groene Omgeving)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen laten alleen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> en grootschalige uitbreiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_29">bestaande functies</tekst:IntRef> toe in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef> als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> in de omgeving; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>in het geval de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_119">ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water</tekst:IntRef> de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het eerste lid is in ieder geval van toepassing op:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>nieuwe verblijfsrecreatieve complexen en verblijven;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>uitbreidingen van bestaande verblijfsrecreatieve complexen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de bouw van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>nieuwe bouwlocaties voor bedrijvigheid die niet aan de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef> is gebonden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_2__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>grootschalige uitbreiding van bestaande locaties voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_102">niet-agrarische bedrijvigheid</tekst:IntRef> die niet aan de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef> is gebonden.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_3" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_3__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_3__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de bedrijfsontwikkeling en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> van agrarische bedrijven;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_3__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>zelfstandige opstellingen van zonnepanelen.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.12" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.12">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.12</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(cultureel erfgoed)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In omgevingsplannen wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn, waaronder in ieder geval worden verstaan:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>historische landschappen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>historisch geografische elementen en structuren;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en bouwwerken; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_1__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>archeologische vindplaatsen.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_2" eId="chp_4__subchp_4.3__art_4.12__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat een onderbouwing van de wijze waarop rekening is gehouden met aanwezige cultuurhistorische waarden.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.4" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>STUREN OP WATER EN BODEM</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__art_4.13" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.4__art_4.13">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.13</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(klimaatrobuust water- en bodemsysteem)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid eId="chp_4__subchp_4.4__art_4.13__para_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.4__art_4.13__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid eId="chp_4__subchp_4.4__art_4.13__para_2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.4__art_4.13__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In de onderbouwing bedoeld in het eerste lid wordt bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.5" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>WONEN, WERKEN EN RECRE&#203;REN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.5.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Woningbouw</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.14" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.14">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.14</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(woonafspraken)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.14__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.14__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen staan alleen toe dat <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef> worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_179">woonafspraken</tekst:IntRef>, zoals deze zijn gemaakt door de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.14__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.14__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">Nieuwe woningen</tekst:IntRef> zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.15</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(woningbouw in afwijking van woonafspraken)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Wanneer de realisatie van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef> niet past binnen geldende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_179">woonafspraken</tekst:IntRef> of wanneer er voor de gemeente geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_179">woonafspraken</tekst:IntRef> gelden:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>moet de behoefte aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef> worden aangetoond met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">actueel onderzoek woningbouw</tekst:IntRef> waarop instemming is verkregen van de andere gemeenten in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voorziet het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> in maximaal 80% van de behoefte aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef> zoals is vastgesteld met het actueel onderzoek.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid geldt de eis dat de andere gemeenten in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> moeten hebben ingestemd met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">actueel onderzoek woningbouw</tekst:IntRef> niet voor afstemming met gemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_3" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als de bouw van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef> als bedoeld in het eerste lid past binnen de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_136">regionale behoefte</tekst:IntRef> aan woningbouw, maar gemeenten in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> toch weigeren in te stemmen met het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">actueel onderzoek woningbouw</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid, dan treedt de instemming van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> in de plaats van de instemming van die gemeenten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.16" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.16">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.16</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen actueel onderzoek woningbouw)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.16__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.16__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">Actueel onderzoek woningbouw</tekst:IntRef> bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15__para_1">Artikel 4.15, eerste lid</tekst:IntRef> voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		      <tekst:Al>a. het onderzoek naar de behoefte aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef> wordt onderbouwd vanuit de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_137">regionale behoefte woningbouw</tekst:IntRef>, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens; en</tekst:Al>
		      <tekst:Al>b. het onderzoek wordt door de raad vastgesteld en eens in de twee jaar geactualiseerd;</tekst:Al>
		      <tekst:Al>c. Er wordt uitgegaan van een behoefteprognose die niet ouder is dan twee jaar.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.16__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.16__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als een gemeente nalaat om het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">actueel onderzoek woningbouw</tekst:IntRef> tijdig te actualiseren, kunnen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">actueel onderzoek woningbouw</tekst:IntRef> voor deze gemeente vaststellen dat in de plaats komt het eerdere onderzoek naar de behoefte aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.17</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(schrappen overcapaciteit)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen die mogelijkheden bieden om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef> te bouwen waaraan volgens de geldende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_179">woonafspraken</tekst:IntRef> de komende 10 jaar geen behoefte meer is, moeten in overeenstemming gebracht worden met de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_179">woonafspraken</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als termijn waarbinnen overcapaciteit geschrapt moet worden, geldt de termijn die daarvoor in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_179">woonafspraken</tekst:IntRef> is vastgelegd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17__para_3" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In het geval er voor de gemeente geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_179">woonafspraken</tekst:IntRef> gelden, wordt het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>, als dat voorziet in de mogelijkheid om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef> te bouwen waaraan volgens <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">actueel onderzoek woningbouw</tekst:IntRef> de komende 10 jaar geen behoefte meer is, met dit onderzoek in overeenstemming gebracht.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17__para_4" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.17__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Om te voldoen aan de opdracht om overcapaciteit te schrappen stelt de raad binnen 6 maanden na de vaststelling van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">actueel onderzoek woningbouw</tekst:IntRef> een besluit vast waarin benoemd wordt welke mogelijkheden om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">nieuwe woningen</tekst:IntRef> te bouwen uit het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> zullen worden geschrapt. Binnen een termijn van 2 jaar na het nemen van dat raadsbesluit worden deze woningbouwmogelijkheden uit het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> geschrapt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.5.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Detailhandel</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.18</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Detailhandel</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien alleen in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_106">nieuwe detailhandelsvestigingen</tekst:IntRef> binnen of direct aansluitend aan bestaande kernwinkelgebieden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Grootschalige detailhandelsvestigingen met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_138">regionale effecten</tekst:IntRef> zijn alleen toegestaan binnen of direct aansluitend aan het bestaande <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">kernwinkelgebied</tekst:IntRef> van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_152">stedelijke centra</tekst:IntRef>, en als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voorzien wordt in een behoefte conform <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">Artikel 4.4</tekst:IntRef> (principe van concentratie) van deze verordening;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aangetoond is dat de vestiging niet leidt tot onevenredige aantasting van het voorzieningenniveau in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef>, de vitaliteit van kernwinkelgebieden en het woon-, leef- en ondernemersklimaat in de kern; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>regionale afstemming heeft plaatsgevonden met buurgemeenten en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_169">Volumineuze detailhandel</tekst:IntRef> met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_138">regionale effecten</tekst:IntRef> is alleen toegestaan in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_154">streekcentra</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_152">stedelijke centra</tekst:IntRef>, en als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voorzien wordt in een behoefte conform <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">Artikel 4.4</tekst:IntRef> (principe van concentratie) van deze verordening;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de vestiging niet leidt tot onevenredige aantasting van het voorzieningenniveau of de vitaliteit van kernwinkelgebieden of een onevenredige aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat in de kernen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>regionale afstemming heeft plaatsgevonden met de buurgemeenten en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.19" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.19">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.19</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(buurt- en wijkwinkelcentra)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_1">Artikel 4.18, eerste lid</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voorzien in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_106">nieuwe detailhandelsvestigingen</tekst:IntRef> binnen of direct aansluitend aan bestaande <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_38">buurt- en wijkwinkelcentra</tekst:IntRef> voor zover de detailhandelsvestiging in hoofdzaak is gericht op het voorzien in dagelijkse behoeften.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.20</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(volumineuze detailhandel op perifere locaties)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_1">Artikel 4.18, eerste lid</tekst:IntRef> kan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_169">volumineuze detailhandel</tekst:IntRef> worden toegestaan op bedrijventerrein als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voorzien wordt in een behoefte conform <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">Artikel 4.4</tekst:IntRef> (principe van concentratie) van deze verordening; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor deze vorm van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_169">volumineuze detailhandel</tekst:IntRef> geen ruimte gevonden of gemaakt kan worden binnen of direct aansluitend aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">kernwinkelgebied</tekst:IntRef> van de kern.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_3">Artikel 4.18, derde lid</tekst:IntRef> kan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_169">volumineuze detailhandel</tekst:IntRef> met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_138">regionale effecten</tekst:IntRef> in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_152">stedelijke centra</tekst:IntRef> worden toegestaan op andere <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_125">perifere locaties</tekst:IntRef> dan <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__ref_6" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__ref_6" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_63">bedrijventerreinen</tekst:IntIoRef>, als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voorzien wordt in een behoefte conform <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">Artikel 4.4</tekst:IntRef> (principe van concentratie) van deze verordening;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_169">volumineuze detailhandel</tekst:IntRef> wordt geconcentreerd in daarvoor speciaal aangewezen winkelgebieden voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_169">volumineuze detailhandel</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor deze vorm van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_169">volumineuze detailhandel</tekst:IntRef> aantoonbaar geen ruimte gevonden of gemaakt kan worden binnen of direct aansluitend aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">kernwinkelgebied</tekst:IntRef> van de kern;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aangetoond is dat de vestiging niet leidt tot onevenredige aantasting van het voorzieningenniveau of de leegstand in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> of de vitaliteit van kernwinkelgebieden of een onevenredige aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat in de kernen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>regionale afstemming heeft plaatsgevonden met buurgemeenten en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.21</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(grootschalige detailhandel op perifere locaties)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_1">Artikel 4.18, eerste lid</tekst:IntRef> kan in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_152">stedelijke centra</tekst:IntRef> nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_70">grootschalige detailhandel</tekst:IntRef> worden toegestaan op <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_125">perifere locaties</tekst:IntRef>, alleen als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor deze vorm van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_70">grootschalige detailhandel</tekst:IntRef> aantoonbaar geen ruimte gevonden of gemaakt kan worden binnen of direct aansluitend aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">kernwinkelgebied</tekst:IntRef> van de kern; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aangetoond is dat de vestiging niet leidt tot onevenredige aantasting van het voorzieningenniveau of de leegstand in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> of de vitaliteit van kernwinkelgebieden of een onevenredige aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat in de kernen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>regionale afstemming heeft plaatsgevonden met buurgemeenten en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.21__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De vestiging van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_70">grootschalige detailhandel</tekst:IntRef> op een locatie buiten het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">kernwinkelgebied</tekst:IntRef> als bedoeld in lid 1, wordt alleen mogelijk gemaakt met een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit waarbij afgeweken wordt van het geldende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) op basis van een concreet verzoek.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.22</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(bijzondere vormen van detailhandel op perifere locaties)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_1">Artikel 4.18, eerste lid</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_82">kringloopwinkel</tekst:IntRef> worden toegestaan op <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_63">bedrijventerreinen</tekst:IntIoRef> als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_82">kringloopwinkel</tekst:IntRef> geen ruimte gevonden of gemaakt kan worden binnen of direct aansluitend aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">kernwinkelgebied</tekst:IntRef> van de kern; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> andere vormen van detailhandelsactiviteiten dan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_82">kringloopwinkel</tekst:IntRef> op de locatie uitsluit.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.22__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18__para_1">Artikel 4.18, eerste lid</tekst:IntRef> kunnen ondergeschikte detailhandelsactiviteiten worden toegestaan op perifere locaties, als deze detailhandelsactiviteiten functioneel verbonden zijn aan de hoofdactiviteit op de locatie.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.5.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Werklocaties (bedrijventerreinen en kantorenlocaties)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.23" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.23">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.23</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afspraken bedrijventerreinen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.23__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.23__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen staan alleen toe dat <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> wordt gerealiseerd als de aanleg van dat bedrijventerrein past binnen de geldende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">afspraken bedrijventerreinen</tekst:IntRef>, zoals deze zijn gemaakt door de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.23__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.23__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">Nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> is een locatie voor bedrijvigheid en bij die bedrijven behorende kantoorruimte, waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.24</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanleg bedrijventerrein in afwijking van afspraken bedrijventerreinen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Wanneer de aanleg van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> niet past binnen geldende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">afspraken bedrijventerreinen</tekst:IntRef> of wanneer er voor de gemeente geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">afspraken bedrijventerreinen</tekst:IntRef> gelden:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>moet de behoefte aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> worden aangetoond met actueel onderzoek bedrijventerrein waarop instemming is verkregen van de andere gemeenten in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voorziet het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> in maximaal 80% van de behoefte aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> zoals is vastgesteld met het actueel onderzoek.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid geldt de eis dat de andere gemeenten in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> moeten hebben ingestemd met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">actueel onderzoek bedrijventerreinen</tekst:IntRef> niet voor afstemming met gemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_3" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als de aanleg van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid past binnen de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_136">regionale behoefte</tekst:IntRef> aan bedrijventerreinen, maar gemeenten in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> toch weigeren in te stemmen met het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">actueel onderzoek bedrijventerreinen</tekst:IntRef>, dan treedt de instemming van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> in de plaats van de instemming van die gemeenten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.25</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(actueel onderzoek bedrijventerreinen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">Actueel onderzoek bedrijventerreinen</tekst:IntRef> bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24__para_1">Artikel 4.24, eerste lid</tekst:IntRef> voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het onderzoek naar de behoefte aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> wordt onderbouwd vanuit de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_136">regionale behoefte</tekst:IntRef> bedrijventerreinen, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het onderzoek wordt door de raad vastgesteld en eens in de twee jaar geactualiseerd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het onderzoek gaat uit van de scenario's uit de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_157">Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving</tekst:IntRef> (WLO-scenario's) of de scenario's van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_46">economisch instituut voor de bouw (EIB)</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_3" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Er wordt uitgegaan van een behoefteprognose die niet ouder is dan twee jaar.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_4" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als een gemeente nalaat om het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">actueel onderzoek bedrijventerreinen</tekst:IntRef> tijdig te actualiseren, dan kunnen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">actueel onderzoek bedrijventerreinen</tekst:IntRef> voor deze gemeente vaststellen dat in de plaats komt het eerdere onderzoek naar de behoefte aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.26</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(schrappen overcapaciteit)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen die mogelijkheden bieden om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> aan te leggen waaraan volgens de geldende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">afspraken bedrijventerreinen</tekst:IntRef> de komende 10 jaar geen behoefte meer is, moeten in overeenstemming gebracht worden met de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">afspraken bedrijventerreinen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als termijn waarbinnen overcapaciteit geschrapt moet worden, geldt de termijn die daarvoor in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">afspraken bedrijventerreinen</tekst:IntRef> is vastgelegd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26__para_3" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In het geval voor de gemeente geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">afspraken bedrijventerreinen</tekst:IntRef> gelden, wordt het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> als dat voorziet in de mogelijkheid om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> aan te leggen waaraan volgens <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">actueel onderzoek bedrijventerreinen</tekst:IntRef> de komende 10 jaar geen behoefte meer is, met dit onderzoek in overeenstemming gebracht.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26__para_4" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Om te voldoen aan de opdracht om overcapaciteit te schrappen stelt de raad binnen 6 maanden na de vaststelling van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">actueel onderzoek bedrijventerreinen</tekst:IntRef> een besluit vast waarin benoemd wordt welke mogelijkheden om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> aan te leggen uit het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> zullen worden geschrapt. Binnen een termijn van 2 jaar na het nemen van dat raadsbesluit worden deze mogelijkheden om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">nieuw bedrijventerrein</tekst:IntRef> aan te leggen uit het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> geschrapt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.27</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(nieuwe kantoren en kantorenlocaties)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen staan alleen toe dat <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_111">nieuwe zelfstandige kantoren</tekst:IntRef> of kantorenlocaties gerealiseerd worden, als met een ruimtelijk-economische onderbouwing is aangetoond dat:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er behoefte is aan extra kantoorruimte waarin niet kan worden voorzien vanuit de bestaande capaciteit aan kantoorruimte; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>buurgemeenten en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> hebben ingestemd met de conclusie dat er behoefte is aan extra kantoorruimte zoals voorzien is in het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De eis van instemming van buurgemeenten in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">regio</tekst:IntRef> bedoeld in eerste lid geldt niet voor buurgemeenten buiten de provincie Overijssel. In dat geval is het voldoende dat is aangetoond dat er afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.5.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Verblijfsrecreatie</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.28</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk regels verblijfsrecreatie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Deze paragraaf is erop gericht om:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het huidige aanbod aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> in Overijssel beter te laten aansluiten op de vraag van recreanten en toeristen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>bestaande en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114__ref_o_114">nieuwe recreatiewoningen</tekst:IntIoRef> ook op termijn beschikbaar te houden voor de recreatieve verhuur;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> zonder recreatief toekomstperspectief mogelijkheden te bieden om andere functies toe te staan;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>tijdelijke functies toe te staan in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> als dit bijdraagt aan het cre&#235;ren van een verdienmodel voor het verwezenlijken van het duurzaam toekomstperspectief van minder vitale <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_132">recreatieparken</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de bouw van nieuwe <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_5__ref_6" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_5__ref_6" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_126__ref_o_126">recreatiewoningen toe te staan binnen gebieden die daarvoor zijn aangewezen in Noordwest-Overijssel</tekst:IntIoRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.28__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>verder alleen nog nieuwe<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> toe te staan als er sprake is van nieuw recreatief aanbod dat nog niet in Overijssel beschikbaar is.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.29</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing locatie verblijfsrecreatie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108__ref_o_108">locatie verblijfsrecreatie</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen gebieden in Noordwest-Overijssel waar ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe verblijfsaccommodaties.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29__para_2__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109__ref_o_109">locatie verblijfsrecreatie alleen kleinschalige complexen toegestaan</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen gebieden in Noordwest-Overijssel waar ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe verblijfsaccommodaties in kleinschalige complexen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.30</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(nieuwe recreatiewoningen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen staan alleen toe dat <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114__ref_o_114">nieuwe recreatiewoningen</tekst:IntIoRef> worden gerealiseerd als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er sprake is van een innovatief concept;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig ge&#235;xploiteerd en verhuurd worden; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden gerealiseerd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid geldt de eis van complexgewijs realiseren van recreatiewoningen niet als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de recreatiewoningen worden gerealiseerd in het kader van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">kwaliteitsimpuls</tekst:IntRef>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de nieuwe recreatiewoningen wel voldoen aan de eisen van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_21">bedrijfsmatige exploitatie</tekst:IntRef> en verhuur.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.31</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(uitbreiding bestaand complex recreatiewoningen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30">Artikel 4.30</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> de bouw van nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> mogelijk maken als dat nodig is in het kader van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">kwaliteitsimpuls</tekst:IntRef> voor een bestaand recreatieterrein.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De uitbreiding van een bestaand complex van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid is alleen toegestaan als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>verzekerd is dat nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> bedrijfsmatig ge&#235;xploiteerd en verhuurd worden; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.31__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> onderdeel gaan uitmaken van het complex van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.32</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(locaties voor verblijfsrecreatie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30">Artikel 4.30</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> de bouw van nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> toestaan binnen gebieden die aangewezen zijn als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1__ref_4" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108__ref_o_108">locatie verblijfsrecreatie</tekst:IntIoRef> als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>verzekerd is dat <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> bedrijfsmatig ge&#235;xploiteerd en verhuurd worden; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> in de vorm van een complex van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> worden gerealiseerd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.30">Artikel 4.30</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> de bouw van nieuwe recreatiewoningen toestaan binnen gebieden die zijn aangewezen als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109__ref_o_109">locatie verblijfsrecreatie alleen kleinschalige complexen toegestaan</tekst:IntIoRef> als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig ge&#235;xploiteerd en verhuurd worden; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de recreatiewoningen worden gerealiseerd in de vorm van een kleinschalig complex van recreatiewoningen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.33" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.33">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.33</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod op permanente bewoning)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_133">recreatieverblijven</tekst:IntRef> worden regels opgenomen die permanente bewoning daarvan uitsluiten.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.34</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afwijking verbod permanente bewoning)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.33">Artikel 4.33</tekst:IntRef> kan in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> permanente bewoning worden toegestaan voor zover het gaat om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoningen</tekst:IntRef>:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>die v&#243;&#243;r of op 31 oktober 2003 permanent werden bewoond en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de permanente bewoning daarna onafgebroken is voortgezet.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Permanente bewoning bedoeld in het eerste lid kan alleen worden geregeld in de vorm van:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>persoonsgebonden overgangsrecht,</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een persoonsgebonden gedoogbeschikking; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.34__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een persoonsgebonden tijdelijke afwijking van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.35</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(transformatie en sanering recreatieparken)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_132">recreatiepark</tekst:IntRef> voorziet alleen in andere, passende functies voor het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_132">recreatiepark</tekst:IntRef>, als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>aangetoond is dat het ontwikkelen van een duurzaam recreatief en bedrijfseconomisch toekomstperspectief voor het park niet langer haalbaar is of redelijkerwijs haalbaar gemaakt kan worden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de impact van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_161">transformatie</tekst:IntRef> of sanering op de omgeving in voldoende mate is gecompenseerd;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_161">transformatie</tekst:IntRef> of sanering geen afbreuk doet aan omliggende functies; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.35__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_161">transformatie</tekst:IntRef> of sanering voldoet aan de overige regels in deze verordening die van toepassing zijn.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.36</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(tijdelijke andere functies recreatiepark)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_132">recreatiepark</tekst:IntRef> dat niet goed functioneert maar op termijn wel weer een duurzaam recreatief toekomstperspectief kan krijgen of gesaneerd zal worden, kan tijdelijk andere functies mogelijk maken, als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>verzekerd is dat deze tijdelijke functies niet langer dan 10 jaar zullen functioneren;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de functies die mogelijk worden gemaakt voorzien in een verdienmodel die op termijn weer een duurzaam toekomstperspectief of sanering van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_132">recreatiepark</tekst:IntRef> mogelijk maakt;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>er geen samenloop is met verblijfsrecreatief gebruik;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de impact op de omgeving in voldoende mate is gecompenseerd;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de functies geen afbreuk doen aan het functioneren van de omliggende functies;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het tijdelijke huisvesting betreft in het kader van de Woonagenda's afstemming heeft plaatsvindt met de partners in de woonregio en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_g" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.36__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>geborgd is dat het beoogde eindbeeld <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_161">transformatie</tekst:IntRef>, sanering of revitalisering) van de recreatieterreinen na afloop van de termijn daadwerkelijk gerealiseerd zal worden.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.37</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(solitair gelegen recreatiewoningen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een solitair gelegen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoning</tekst:IntRef> kan alleen voorzien in een andere functie voor deze <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoning</tekst:IntRef>, als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">recreatiewoning</tekst:IntRef> geen bijdrage meer levert aan het recreatief product van het gebied;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de nieuwe functie passend is op de locatie;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de impact op de omgeving in voldoende mate is gecompenseerd;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de nieuwe functie geen afbreuk doet aan omliggende functies; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.37__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>voldaan wordt aan de overige regels van deze verordening die van toepassing zijn.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.6" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>AGRARISCH</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.6.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Kwaliteitsimpuls agro en food</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.38" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.38">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.38</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(kwaliteitsimpuls agro en food, algemene regel)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen laten bedrijfsontwikkeling en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> van agrarisch bedrijven alleen toe op een bestaand agrarisch bouwperceel of een voormalig agrarisch bouwperceel.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.39</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(kwaliteitsimpuls agro en food, nieuw agrarisch bouwperceel)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> kan in afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.38">Artikel 4.38</tekst:IntRef> voorzien in een nieuw agrarisch bouwperceel voor de verplaatsing van een agrarisch <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">bedrijf</tekst:IntRef> als een ondernemer:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>zijn agrarisch <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">bedrijf</tekst:IntRef> verplaatst voor het realiseren van publieke belangen of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op de huidige locatie geen ontwikkelingsmogelijkheden meer heeft; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een volwaardig agrarisch <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">bedrijf</tekst:IntRef> verplaatst naar een locatie waar wel ontwikkelingsmogelijkheden zijn.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een nieuw agrarisch bouwperceel bedoeld in het eerste lid mag alleen in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> worden opgenomen als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>onderbouwd is dat het in redelijkheid niet mogelijk is om een bestaand of voormalig agrarisch bouwperceel te benutten voor de hervestiging van het agrarische <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">bedrijf</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een evenredige omvang aan bestaand of voormalig agrarische <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_2__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_2__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_61">bebouwing</tekst:IntIoRef> in Overijssel wordt gesloopt en wegbestemd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate gecompenseerd zal worden door investeringen in de versterking van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> in de omgeving;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aannemelijk is gemaakt dat er een kwaliteitswinst wordt geboekt op het gebied van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_45">duurzaamheid</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_144">sociale kwaliteit</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.39__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in het geval de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> plaatsvindt op gronden binnen het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_119">ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water</tekst:IntRef>, de compensatie gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.40" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.40">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.40</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(kwaliteitsimpuls agro en food, beperkte wijziging agrarisch bouwperceel)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> kan in afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.38">Artikel 4.38</tekst:IntRef> voorzien in een beperkte aanpassing of uitbreiding van een bestaand of voormalig agrarisch bouwperceel als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.40__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.40__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.40__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.40__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>dit nodig is voor de bedrijfsontwikkeling van een agrarisch <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">bedrijf</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.40__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.40__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>onderbouwd is dat het in redelijkheid niet mogelijk is om het bestaande agrarische bouwperceel voor de beoogde bedrijfsontwikkeling geschikt te maken;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.41</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(kwaliteitsimpuls agro en food, grootschalige wijziging agrarisch bouwperceel)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> kan in afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.38">Artikel 4.38</tekst:IntRef> voorzien in een grootschalige aanpassing of uitbreiding van een bestaan of voormalig agrarisch bouwperceel als dit nodig is voor de bedrijfsontwikkeling van een agrarisch <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">bedrijf</tekst:IntRef> en als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>onderbouwd is dat het in redelijkheid niet mogelijk is om het bestaande agrarische bouwperceel voor de beoogde bedrijfsontwikkeling geschikt te maken;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate gecompenseerd zal worden door investeringen in de versterking van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> in de omgeving;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>aannemelijk is gemaakt dat er een kwaliteitswinst wordt geboekt op het gebied van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_45">duurzaamheid</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_144">sociale kwaliteit</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.1__art_4.41__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>als de grootschalige wijziging plaatsvindt op gronden binnen het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_119">ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water</tekst:IntRef>, de compensatie gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.6.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Glastuinbouwlocaties</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.42" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.42">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.42</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing glastuinbouwlocaties)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_64">Glastuinbouwlocatie</tekst:IntRef> in Overijssel is aangewezen het glastuinbouwgebied 'de Koekoekspolder'.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.43</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod op nieuwe glastuinbouwbedrijven)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien niet in de mogelijkheid van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> van Glastuinbouwbedrijven aangegeven op locatie <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85__ref_o_85">glastuinbouw niet toegestaan</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_2" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid is niet van toepassing op gebieden die zijn aangewezen als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_2__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86__ref_o_86">glastuinbouwgebied</tekst:IntIoRef>
										<tekst:strong>locatie</tekst:strong>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_3" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid is ook niet van toepassing op bedrijven die telen met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_117">ondersteunend glas</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.6.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>geitenhouderijen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.44</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel geitenhouderijen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>nen sluiten de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> en uitbreiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef>en uit.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_2" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Onder <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid wordt ook verstaan het geheel of gedeeltelijk wijzigen van een veehouderij of een veehouderijtak met andere <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_89">landbouwhuisdieren</tekst:IntRef>, in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Onder uitbreiding bedoeld in het eerste lid wordt ook verstaan:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het vergroten van het aantal geiten op een bestaande <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het vergroten van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">dierenverblijven</tekst:IntRef> van een bestaande <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef>, tenzij het vergunde of gemelde aantal geiten aantoonbaar niet toeneemt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de bouw van een dierenverblijf voor een bestaande <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef>, tenzij het vergunde of gemelde aantal geiten aantoonbaar niet toeneemt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een bestaand <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">gebouw</tekst:IntRef> of gronden in gebruik te nemen voor het houden van geiten, tenzij het vergunde of gemelde aantal geiten aantoonbaar niet toeneemt.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_4" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_4__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_4__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_143__ref_o_143">verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen</tekst:IntIoRef> bedoeld in het eerste lid is ook van toepassing op het tijdelijk gebruik van bouwwerken en gronden voor een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.45</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(uitzonderingen verbod geitenhouderijen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> kan in afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44">Artikel 4.44</tekst:IntRef>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> en uitbreiding van geitenhouderijen toestaan voor zover voor deze activiteit v&#243;&#243;r 29 september 2018:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een ontvankelijke melding als bedoeld in artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit is ingediend bij het bevoegd gezag; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een omgevingsvergunning is verleend of een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend bij het bevoegd gezag, tenzij de aanvraag ziet op een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> kan in afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44">Artikel 4.44</tekst:IntRef>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">nieuwvestiging</tekst:IntRef> en uitbreiding van geitenhouderijen toestaan voor zover het gaat om bedrijven die door de Stichting Skal Biocontrole zijn gecertificeerd; en:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gaat om opfokgeiten en afmestlammeren van ten hoogste 60 dagen oud die op het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">bedrijf</tekst:IntRef> zelf zijn geboren;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de uitbreiding nodig is voor het afmesten van geitenbokken en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor het houden van deze categorie dieren rechten verkregen zijn van een andere <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">geitenhouderij</tekst:IntRef> in de provincie Overijssel.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.46" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.46">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.46</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(termijn uitvoering instructieregel geitenhouderijen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De instructie bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44">Artikel 4.44</tekst:IntRef> moet uiterlijk 6 maart 
									2027 zijn uitgevoerd.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.6.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Veehouderijen nabij verzuringgevoelige gebieden</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.47</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik instructieregels verzuringgevoelige gebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf geeft instructieregels voor gemeenten over <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>nen waarin wordt voorzien in het oprichten en uitbreiden van veehouderijen in <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_153__ref_o_153">Zeer kwetsbare natuurgebieden</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong>of in een zone van 250 meter rond <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_153__ref_o_153">Zeer kwetsbare natuurgebieden</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong> die gevoelig zijn voor verzuring, voor zover sprake is van ammoniakemissie uit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">dierenverblijven</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_2" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Veehouderijen bedoeld in het eerste lid zijn agrarische bedrijven die milieubelastende activiteiten verrichten bedoeld in artikel 3.201 van het Besluit activiteiten leefomgeving (exploiteren van een IPPC-installatie voor het houden van pluimvee of varkens) of milieubelastende activiteiten bedoeld in artikel 3.202 van het Besluit activiteiten leefomgeving (exploiteren van een andere milieubelastende installatie), voor zover die activiteiten worden verricht in een dierenverblijf.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.48" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.48">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.48</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing zeer kwetsbare natuurgebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als '<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.48__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.48__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_153__ref_o_153">Zeer kwetsbare natuurgebieden</tekst:IntIoRef>' zijn aangewezen de voor verzuring gevoelige gebieden in Overijssel.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.49</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(weigeringsgronden oprichten en veranderen veehouderij)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voorziet niet in het oprichten en uitbreiden van een veehouderij als daardoor milieubelastende activiteiten als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_2">Artikel 4.47, tweede lid</tekst:IntRef> geheel of gedeeltelijk zullen worden uitgeoefend in een <tekst:strong>zeer kwetsbaar natuurgebied</tekst:strong>, of in een zone van 250 meter rond een <tekst:strong>zeer kwetsbaar natuurgebied</tekst:strong>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_2" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voorziet niet in het oprichten en uitbreiden van een veehouderij waarbij veranderingen optreden in een milieubelastende activiteit bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.47__para_2">Artikel 4.47, tweede lid</tekst:IntRef>, als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van het aantal dieren van een of meer diercategorie&#235;n, en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het dierenverblijf waar deze activiteit wordt uitgeoefend geheel of gedeeltelijk ligt in een <tekst:strong>zeer kwetsbaar natuurgebied</tekst:strong> of in een zone van 250 meter rond een <tekst:strong>zeer kwetsbaar natuurgebied</tekst:strong>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.50</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(uitzonderingen weigeringsgronden oprichten veehouderij)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_1">Artikel 4.49, eerste lid</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voorzien in milieubelastende activiteiten als bedoeld in dat artikel, als de veehouderij niet vergunningplichtig zou zijn geweest op grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, en:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aantal dieren per diercategorie niet hoger is dan volgens de algemene maatregel van bestuur onmiddellijk voorafgaand aan het ontstaan van de vergunningplicht aanwezig mocht zijn;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aantal dieren van een of meer diercategorie&#235;n hoger is dan het aantal, bedoeld onder a, maar de ammoniakemissie niet meer bedraagt dan de ammoniakemissie uit de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">dierenverblijven</tekst:IntRef> van de veehouderij die de veehouderij onmiddellijk voorafgaand aan het ontstaan van de vergunningplicht zou mogen veroorzaken en de emissie per dierplaats gelijk zou is aan de maximale emissiewaarde die toegestaan was onder de Wet milieubeheer;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de veehouderij onmiddellijk voorafgaand aan het vervallen van de Interimwet ammoniak en veehouderij:<tekst:br/>1) aangemerkt zou zijn als een melkrundveehouderij,<tekst:br/>2) de ammoniakemissie niet meer bedraagt dan de ammoniakemissie die een melkrundveehouderij met 200 stuks melkvee en 140 stuks vrouwelijk jongvee in geval van oprichting zou veroorzaken en<tekst:br/>3) de ammoniakemissie per dierplaats gelijk is aan de maximale emissiewaarde die was toegestaan onder de Wet milieubeheer;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gaat om schapen of paarden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gaat om dieren betreft die worden gehouden volgens biologische productiemethoden als bedoeld in artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gaat om dieren die worden gehouden alleen of in hoofdzaak voor natuurbeheer.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_2" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_1">Artikel 4.49, eerste lid</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> ook voorzien in milieubelastende activiteiten als bedoeld in dat artikel, als de dieren in de veehouderij alleen of in hoofdzaak worden gehouden voor natuurbeheer.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.51</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(uitzonderingen weigeringsgronden veranderen veehouderij)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.49__para_2">Artikel 4.49, tweede lid</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> ook voorzien in het veranderen van milieubelastende activiteiten als bedoeld in dat artikel als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de ammoniakemissie uit de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">dierenverblijven</tekst:IntRef> na de uitbreiding niet meer bedraagt dan de ammoniakemissie die de veehouderij voorafgaand aan de uitbreiding:<tekst:br/>1) zou mogen veroorzaken als de emissie per dierplaats gelijk zou zijn aan de maximale emissiewaarde; of<tekst:br/>2) mocht veroorzaken op <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> van eerder verleende nog geldende vergunningen, als deze lager is dan de ammoniakemissie, bedoeld onder 1);</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>in de veehouderij onmiddellijk voorafgaand aan het vervallen van de Interimwet ammoniak en veehouderij:<tekst:br/>1) melkrundvee werd gehouden,<tekst:br/>2) de uitbreiding alleen melkrundvee betreft;<tekst:br/>3) de ammoniakemissie na uitbreiding niet meer bedraagt dan de ammoniakemissie die een melkrundveehouderij met 200 stuks melkvee en 140 stuks vrouwelijk jongvee zou veroorzaken; en<tekst:br/>4) de ammoniakemissie per dierplaats gelijk zou is aan de maximale emissiewaarde;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de uitbreiding schapen of paarden betreft;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de uitbreiding dieren betreft die gehouden worden volgens biologische productiemethoden als bedoeld in artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de uitbreiding dieren betreft die worden gehouden alleen of in hoofdzaak voor natuurbeheer.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.52" eId="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.52">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.52</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(niet meerekenen dieren waarvoor eerder uitzondering is gemaakt)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Voor de toepassing van deze paragraaf worden dieren waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend met toepassing van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1">Artikel 4.50, eerste lid</tekst:IntRef>, onder c tot en met f, en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51">Artikel 4.51</tekst:IntRef>, onder b tot of met e, bij een later verzoek voor aanpassing van de milieubelastende activiteiten niet meegerekend bij het bepalen van de emissie van ammoniak uit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">dierenverblijven</tekst:IntRef> die voorafgaand aan de uitbreiding zou mogen worden veroorzaakt.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.7" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>LANDSCHAP EN NATUUR</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.7.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Nationale Landschappen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.53</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(werkingsgebied instructieregels nationale landschappen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf is van toepassing op de gebieden die zijn aangewezen als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_101">nationaal landschap</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In Overijssel zijn de volgende gebieden aangewezen als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_101">Nationaal Landschap</tekst:IntRef> en als zodanig geometrisch begrensd:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1__item_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1__item_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_111">nationaal Landschap IJsseldelta</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1__item_2__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53__para_2__list_1__item_2__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_112">nationaal Landschap Noordoost-Twente</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.54</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(nieuwe ontwikkelingen in Nationaal Landschap IJsseldelta)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voorziet alleen in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef> binnen het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_111">Nationaal Landschap IJsseldelta</tekst:IntIoRef> als die <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef> bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">kernkwaliteiten</tekst:IntRef> van dat landschap.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">kernkwaliteiten</tekst:IntRef> van het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_111">Nationaal Landschap IJsseldelta</tekst:IntIoRef> zijn:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de grote mate van openheid,</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de historische, rationele, geometrische verkaveling van de polder Mastenbroek,</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het reli&#235;f in de vorm van huisterpen en kreekruggen,</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de kleinschaligheid en openheid van het rivierenlandschap.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat een onderbouwing waaruit blijkt rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_3__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_3__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_111">Nationaal Landschap IJsseldelta</tekst:IntIoRef> en met <tekst:IntRef ref="cmp_8__content_1">Bijlage VIII</tekst:IntRef> van deze verordening (Nader uitgewerkte <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">kernkwaliteiten</tekst:IntRef>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_3__ref_5" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.54__para_3__ref_5" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_111">Nationaal Landschap IJsseldelta</tekst:IntIoRef>) waarin de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">kernkwaliteiten</tekst:IntRef> nader zijn uitgewerkt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.55</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(nieuwe ontwikkelingen in Nationaal Landschap Noordoost-Twente)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voorziet alleen in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef> binnen het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_112">nationaal Landschap Noordoost-Twente</tekst:IntIoRef> als die <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef> bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">kernkwaliteiten</tekst:IntRef> van dat landschap.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">kernkwaliteiten</tekst:IntRef> van het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_112">nationaal Landschap Noordoost-Twente</tekst:IntIoRef> zijn:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de grote mate van kleinschaligheid;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het groene karakter.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat een onderbouwing waaruit blijkt rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_3__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_3__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_112">nationaal Landschap Noordoost-Twente</tekst:IntIoRef> en met <tekst:IntRef ref="cmp_9__content_1">Bijlage IX</tekst:IntRef> van deze verordening (Nader uitgewerkte <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">kernkwaliteiten</tekst:IntRef>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_3__ref_5" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.55__para_3__ref_5" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_112">Nationaal Landschap Noordoost-Twente</tekst:IntIoRef>) waarin de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">kernkwaliteiten</tekst:IntRef> nader zijn uitgewerkt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.7.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Natuurnetwerk Nederland</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.56" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.56">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.56</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk Natuurnetwerk Nederland)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Deze paragraaf over <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.56__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.56__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_113">Natuurnetwerk Nederland (NNN)</tekst:IntIoRef> is gericht op:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.56__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.56__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.56__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.56__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>beschermen, duurzaam ontwikkelen, verbeteren en in stand houden van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Overijssel met bestaande en potenti&#235;le natuurwaarden die van (inter)nationaal belang zijn; en het daarmee veiligstellen van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef> in Overijssel zoals vastgesteld in <tekst:IntRef ref="cmp_10__content_1">Bijlage X</tekst:IntRef> &#x201c;Wezenlijke kenmerken en waarden in NNN".</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.57</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing Natuurnetwerk Nederland)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_113">Natuurnetwerk Nederland (NNN)</tekst:IntIoRef> worden aangewezen gebieden in Overijssel die:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>vanwege aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden van (inter)nationaal van belang zijn; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een samenhangend netwerk van natuurgebieden vormen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Voor de gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland zijn de beoogde natuurdoelen vastgesteld in <tekst:IntRef ref="cmp_10__content_1">Bijlage X</tekst:IntRef> "Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN".</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen het Natuurnetwerk Nederland worden de volgende gebiedscategorie&#235;n aangewezen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_55">Gebiedscategorie bestaand</tekst:IntRef> omvat gebieden die beschikbaar zijn voor het realiseren van de natuurdoelen zoals vastgesteld in Bijlage X "<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">Wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef> van het NNN".</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_56">Gebiedscategorie te realiseren</tekst:IntRef> omvat gebieden die getypeerd zijn als geschikt voor verdere ontwikkeling van aanwezige of in potentie <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_30">bestaande/aanwezige natuurwaarden</tekst:IntRef>, maar die nog niet of niet geheel kunnen worden ingericht als natuur volgens de natuurdoelen zoals vastgesteld in de Bijlage X "<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">Wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef> van het NNN" omdat ze nog niet zijn aangekocht, afgewaardeerd of nog niet beschikbaar zijn voor het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen de gebiedscategorie Te realiseren worden de volgende subcategorie&#235;n aangewezen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_140__ref_o_140">Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000</tekst:IntIoRef> omvat gebieden waar maatregelen genomen moeten worden om natuurwaarden in nabijgelegen Natura 2000-gebieden te beschermen of te vergroten;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_155__ref_o_155">Zoekgebied natuur NNN</tekst:IntIoRef> omvat gebieden waar de natuurdoelen door agrarische natuurbeheer en door natuurbeheer kunnen worden bereikt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_3__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_4__list_1__item_3__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117__ref_o_117">Overig te realiseren natuur</tekst:IntIoRef> omvat gebieden die concreet begrensd zijn, maar waar de natuurdoelen nog gerealiseerd moeten worden.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen het Natuurnetwerk Nederland worden de volgende deelgebieden onderscheiden:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1" type="ongemarkeerd">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_1">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">1. De Woldberg - De Eese</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_2">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_12">2. Wieden - Weerribben</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_3">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_3__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_3__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_23">3. Reestdal</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_4" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_4">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_4__ref_4" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_4__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_24">4. Oeverlanden Zwarte Water</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_5" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_5">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_5__ref_5" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_5__ref_5" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_25">5. Zwarte Meer - Vossemeer</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_6" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_6">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_6__ref_6" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_6__ref_6" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_26">6. Uiterwaarden IJssel</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_7" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_7">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_7__ref_7" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_7__ref_7" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_27">7. Olde Maten - Veerslootlanden</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_8" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_8">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_8__ref_8" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_8__ref_8" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_28">8. Stadsgaten - De Ruiten</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_9" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_9">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_9__ref_9" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_9__ref_9" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_29">9. Lierder- en Molenbroek</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_10" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_10">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_10__ref_10" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_10__ref_10" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_2">10. Landgoederen Salland</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_11" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_11">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_11__ref_11" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_11__ref_11" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_3">11. Boetelerveld</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_12" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_12">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_12__ref_12" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_12__ref_12" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_4">12. Vechtdal</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_13" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_13">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_13__ref_13" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_13__ref_13" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_5">13. Sallandse Heuvelrug</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_14" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_14">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_14__ref_14" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_14__ref_14" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_6">14. Reggedal</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_15" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_15">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_15__ref_15" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_15__ref_15" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_7">15. Wierdense veld - Notterveld</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_16" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_16">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_16__ref_16" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_16__ref_16" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_8">16. Borkeld en Entervenen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_17" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_17">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_17__ref_17" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_17__ref_17" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_9">17. Diepenheim</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_18" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_18">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_18__ref_18" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_18__ref_18" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_10">18. Engbertsdijksvenen - Veenschap</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_19" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_19">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_19__ref_19" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_19__ref_19" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_11">19. Mander - Reutum</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_20" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_20">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_20__ref_20" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_20__ref_20" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_13">20. Dinkeldal boven- en middenloop</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_21" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_21">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_21__ref_21" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_21__ref_21" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_14">21. Dinkeldal benedenloop - Ottershagen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_22" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_22">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_22__ref_22" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_22__ref_22" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_15">22. Volther Agelerbroek en Achter de Voort</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_23" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_23">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_23__ref_23" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_23__ref_23" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_16">23. Beekdalen Weerselo</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_24" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_24">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_24__ref_24" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_24__ref_24" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_17">24. Bergvennen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_25" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_25">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_25__ref_25" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_25__ref_25" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_18">25. Punthuizen</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_26" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_26">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_26__ref_26" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_26__ref_26" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_19">26. Landgoederen en beekdalen Enschede - Hengelo</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_27" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_27">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_27__ref_27" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_27__ref_27" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_20">27. Heide- en veengebieden zuid Twente</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_28" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_28">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_28__ref_28" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_28__ref_28" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_21">28. Stuwwal Oldenzaal</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_29" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_29">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_29__ref_29" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57__para_5__list_1__item_29__ref_29" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_22">29. Twickel</tekst:IntIoRef>
											</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.58</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels beschermingsregime Natuurnetwerk Nederland)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_113">Natuurnetwerk Nederland (NNN)</tekst:IntIoRef> maken geen ontwikkelingen mogelijk die leiden tot:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aantasting van de mogelijkheden om de natuurdoelen te realiseren die voor dit gebied zijn vastgesteld in <tekst:IntRef ref="cmp_10__content_1">Bijlage X</tekst:IntRef> "<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">Wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef> van het NNN",</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>vermindering van het areaal van het Natuurnetwerk Nederland; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aantasting van de samenhang tussen onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als <tekst:strong>Bestaand</tekst:strong> worden regels opgenomen die zijn gericht op bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de natuurdoelen zoals vastgesteld in <tekst:IntRef ref="cmp_10__content_1">Bijlage X</tekst:IntRef> "<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">Wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef> van het NNN".</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>nen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_3__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_3__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_138__ref_o_138">Te realiseren natuur NNN</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong> worden - zolang de gronden nog niet zijn aangekocht of afgewaardeerd naar natuur - regels opgenomen die ook gericht zijn op bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van de instructieregels in het eerste en derde lid geldt binnen gebieden die zijn aangewezen als <tekst:strong>Te realiseren</tekst:strong> geen plicht om rechten en ontwikkelingsmogelijkheden te beperken voor zover:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gaat om rechten en ontwikkelingsmogelijkheden van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_29">bestaande functies</tekst:IntRef> zoals die zijn vastgelegd in een geldend <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>deze gronden nog niet zijn aangekocht voor het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland of nog geen functiewijziging heeft plaatsgevonden naar natuur door de eigenaar zelf.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.59" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.59">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.59</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel aanscherpen beschermingsregime na aankoop voor te realiseren natuur)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als <tekst:strong>Te realiseren </tekst:strong>worden regels opgenomen die gericht zijn op bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef> die vastgelegd zijn voor deze gronden in <tekst:IntRef ref="cmp_10__content_1">Bijlage X</tekst:IntRef> "<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">Wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef> van het NNN", voor zover de gronden zijn aangekocht of afgewaardeerd zijn voor de ontwikkeling van natuur en ook beschikbaar zijn voor het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.60</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afwijking voor grootschalige ontwikkelingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58">Artikel 4.58</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voorzien in een relatief grootschalige nieuwe ontwikkeling binnen een gebied dat begrensd is als<tekst:strong> Natuurnetwerk Nederland</tekst:strong> als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er uit onderzoek blijkt dat er een alternatievenafweging heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat voor de realisering van de boogde nieuwe ontwikkeling geen re&#235;le alternatieven zijn;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied ten gevolge van de nieuwe ontwikkeling worden voorkomen en - als dat niet mogelijk is - zoveel mogelijk worden beperkt door mitigerende maatregelen te treffen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de overblijvende schade of significant negatieve effecten op een toereikende maar tenminste gelijkwaardige en tijdige wijze worden gecompenseerd; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het areaal van het Natuurnetwerk Nederland per saldo ten minste gelijk blijft.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De compensatie die nodig is op grond van het eerste lid wordt gelijktijdig geregeld met het omgevingsplan dat de ontwikkeling mogelijk maakt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Voor de onderbouwing van de afwijking bedoeld in het eerste lid wordt een compensatieplan vastgesteld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_4" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Burgemeester en wethouders informeren Gedeputeerde Staten dat er een afwijking bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden als de herziening van het omgevingsplan voor de nieuwe ontwikkeling onherroepelijk is geworden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.61</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afwijking saldobenadering gebiedsvisie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58">Artikel 4.58</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> op basis van een samenhangende gebiedsvisie voorzien in een combinatie van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef> en maatregelen binnen een gebied dat begrensd is als <tekst:strong>Natuurnetwerk Nederland</tekst:strong> als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de combinatie van ontwikkelingen en maatregelen onderbouwd is vanuit een samenhangende visie op het gebied;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het verlies aan ecologische waarden en kenmerken gecompenseerd wordt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>per saldo binnen een redelijke termijn een aantoonbare meerwaarde oplevert in kwaliteit en kwantiteit van het Natuurnetwerk Nederland waardoor een beter functionerend natuurnetwerk ontstaat;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de samenhang van het Natuurnetwerk Nederland minimaal gelijk blijft;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het areaal van het Natuurnetwerk Nederland minimaal gelijk blijft; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>verzekerd is dat de ontwikkelingen en maatregelen die in de gebiedsvisie worden beoogd ook daadwerkelijk in onderlinge samenhang gerealiseerd zullen worden.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De toelichting op het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> maakt duidelijk wat de samenhangende gebiedsvisie is waarop de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_142">saldobenadering</tekst:IntRef> bedoeld in eerste lid is gebaseerd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De compensatie die nodig is op <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> van eerste lid wordt gelijktijdig geregeld met het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat de ontwikkeling mogelijk maakt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_4" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Voor de onderbouwing van de afwijking bedoeld in het eerste lid wordt een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_40">compensatieplan</tekst:IntRef> vastgesteld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_5" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Burgemeester en wethouders informeren <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> dat er een afwijking bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden, als de herziening van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voor de nieuwe ontwikkeling onherroepelijk is geworden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.62</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afwijking voor kleinschalige ontwikkelingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58">Artikel 4.58</tekst:IntRef> kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voorzien in een relatief kleinschalige nieuwe ontwikkeling binnen een gebied dat begrensd is als Natuurnetwerk Nederland als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er uit onderzoek blijkt dat een zorgvuldige afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef> van het gebied door de nieuwe ontwikkeling in beperkte mate wordt aangetast; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er maatregelen worden getroffen waardoor per saldo:<tekst:br/>1) versterking van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef>; of<tekst:br/>2) een vergroting van het areaal van het Natuurnetwerk Nederland plaatsvindt.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Burgemeester en wethouders informeren <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> dat er een afwijking bedoeld in eerste lid heeft plaatsgevonden, als de herziening van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voor de nieuwe ontwikkeling onherroepelijk is geworden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.63</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(compensatieplan)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Uit het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_40">compensatieplan</tekst:IntRef> bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61">Artikel 4.61</tekst:IntRef> blijkt in ieder geval dat:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>nadelige effecten zoveel mogelijk worden voorkomen - en als dat niet kan - zoveel mogelijk worden beperkt door mitigerende maatregelen te treffen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>per saldo geen verlies plaatsvindt van areaal, kwaliteit en samenhang van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:IntRef> van het Natuurnetwerk Nederland;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>compensatie tijdig plaatsvindt aansluitend of nabij het gebied waar de nieuwe ontwikkeling plaatsvindt waarbij de potenties van de wezenlijke kenmerken en waarden zoals opgenomen in bijlage X &#x201c;Wezenlijke kenmerken en Waarden van het NNN&#x201d; benut worden. Wanneer compensatie aansluitend of nabij het gebied onmogelijk is, vindt tijdige compensatie plaats door realisering van kwalitatief gelijkwaardige waarden door ergens anders waarden te realiseren die ten minste van dezelfde kwaliteit zijn als door de beoogde ontwikkelingen verloren gaat;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>compensatie zo wordt uitgevoerd dat de voorgenomen ontwikkeling het nieuw gerealiseerde natuurbeheertype niet aantast dan wel geen uitstralende effecten heeft in het gebied waarin de compensatie plaatsvindt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>compensatie mogelijk is of mogelijk wordt gemaakt door het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat in de nieuwe ontwikkeling voorziet in het geval de compensatie in de eigen gemeente plaatsvindt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>compensatie mogelijk is of mogelijk wordt gemaakt door het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> van een andere gemeente als daar de compensatie is voorzien;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_g" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voldoende compenserende maatregelen en voorzieningen worden getroffen, waarbij een beschrijving wordt opgenomen van:<tekst:br/>1) aard;<tekst:br/>2) omvang;<tekst:br/>3) kwaliteit;<tekst:br/>4) locatie; en<tekst:br/>5) tijdvak van uitvoering;<tekst:br/>van de maatregelen en voorzieningen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_h" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>verzekerd is dat uitvoering en beheer van de compenserende maatregelen en voorzieningen - ook voor de toekomst - financieel geregeld is;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_i" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_i">
			  <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>compensatie feitelijk uitvoerbaar is en daadwerkelijk gerealiseerd zal worden; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_j" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_1__list_1__item_j">
			  <tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>realisatie van de compenserende maatregelen en voorzieningen goed gemonitord en gerapporteerd zal worden.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_40">compensatieplan</tekst:IntRef> bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef> gaat verder in op: de gebiedsvisie die de basis is voor de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_142">saldobenadering</tekst:IntRef> die wordt toegepast; en de waarborgen die geboden worden dat de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef> en maatregelen in onderlinge samenhang worden gerealiseerd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als de compensatie bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.59">Artikel 4.59</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef> wordt uitgevoerd door private partijen, moet uit het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_40">compensatieplan</tekst:IntRef> blijken dat gewaarborgd is dat de vereiste compensatie ook daadwerkelijk tijdig gerealiseerd zal worden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_4" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De waarborgen bedoeld in het derde lid bestaan in ieder geval uit:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_4__list_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_4__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een financi&#235;le zekerheidsstelling voor de uitvoering en beheer van compenserende maatregelen en voorzieningen die op <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_40">compensatieplan</tekst:IntRef> moet plaatsvinden; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_4__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een uiterste termijn voor het uitvoeren van de compensatie en een effectieve <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_35">boeteclausule</tekst:IntRef> voor het geval de verplichtingen uit het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_40">compensatieplan</tekst:IntRef> niet tijdig of niet voldoende worden nagekomen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.7.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Bos en natuur buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.64</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(werkingsgebied instructieregel bos en natuur buiten het NNN)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf is van toepassing op bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland alsmede op de leefgebieden voor weidevogels.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland zijn de gebieden waarvoor het geldende omgevingsplan regels stelt gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64__para_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen Overijssel worden gebieden aangewezen als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64__para_3__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.64__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107__ref_o_107">Leefgebied weidevogels</tekst:IntIoRef> met daarbinnen de categorie&#235;n open grasland en open akker, die vanwege aanwezige en te ontwikkelen condities zoals openheid, rust en voldoende hoog waterpeil van groot belang zijn als leefgebieden voor weidevogels.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.65</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(handhaven beschermingsregime bos en natuur buiten het NNN)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65__para_1" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>nen die betrekking hebben op bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.57">Artikel 4.57</tekst:IntRef> moeten blijven voorzien in regels voor deze gebieden die gericht zijn op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, waarbij in ieder valt het kappen van houtopstanden niet is toegestaan.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65__para_2" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen die betrekking hebben op bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland voorzien niet in nieuwe ontwikkelingen waardoor de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden worden aangetast.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65__para_3" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen die betrekking hebben op functies binnen leefgebieden voor weidevogels, voorzien in een specifieke, daarop toegesneden functie die gericht is op instandhouding van de leefgebieden voor weidevogels dat in ieder geval tot uiting komt in behoud van openheid, rust en voldoende hoog waterpeil.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.66</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afwijking beschermingsregime bos en natuur buiten het NNN)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65__para_2">Artikel 4.65, tweede lid</tekst:IntRef>, kan een omgevingsplan ontwikkelingen toelaten die de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden kunnen aantasten als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>deze ontwikkelingen noodzakelijk zijn uit een oogpunt van zwaarwegende maatschappelijke belangen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er geen re&#235;le alternatieven zijn;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de negatieve effecten van de ontwikkelingen zo beperkt mogelijk worden gehouden; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de overblijvende negatieve effecten in voldoende mate worden gecompenseerd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65__para_2">Artikel 4.65, tweede lid</tekst:IntRef>, kan een omgevingsplan kleinschalige ontwikkelingen toelaten die de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden kunnen aantasten als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2__list_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>daardoor de waarde van een bestaand bos of natuurgebied alleen in beperkte mate wordt aangetast;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep zijn; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>per saldo sprake is van een versterking van de waarden van het gebied of vergroting van het oppervlakte daarvan.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65__para_3">Artikel 4.65, derde lid</tekst:IntRef>, kan een omgevingsplan ontwikkelingen binnen leefgebieden voor weidevogels toelaten indien dat mogelijk is op basis van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.7">Artikel 4.7</tekst:IntRef> tot en met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.10">Artikel 4.10</tekst:IntRef> als: </tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1__item_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1__item_1">
			  <tekst:Al>daardoor de omvang van een leefgebied voor weidevogels niet wordt verkleind;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1__item_2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1__item_2">
			  <tekst:Al>er per saldo sprake is van een versterking van de kwaliteit van het leefgebied voor weidevogels;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1__item_3" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1__item_3">
			  <tekst:Al>er is aangetoond dat er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep mogelijk zijn;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1__item_4" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.66__para_3__list_1__item_4">
			  <tekst:Al>overblijvende negatieve effecten op leefgebieden voor weidevogels in voldoende mate worden gecompenseerd. </tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.8" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>GRONDWATERBESCHERMINGSGEBIEDEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.8.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Grondwaterbeschermingsgebieden algemeen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.67</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik grondwaterbeschermingsgebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze afdeling geeft instructieregels voor gemeenten over <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>nen waarin ruimtelijke ontwikkelingen en milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties worden toegestaan in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_68">grondwaterbeschermingsgebieden</tekst:IntRef> die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_170">water voor menselijke consumptie</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Onder 'milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties' wordt in deze afdeling verstaan: milieubelastende activiteiten die beroepshalve of bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig waren, op een locatie worden verricht, met uitzondering van:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>wonen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_146">spoorwegen</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>evenementen, anders dan op een locatie voor evenementen en anders dan festiviteiten als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving of evenementen waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.67__para_2__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een milieubelastende activiteit met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos, die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.68</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing grondwaterbeschermingsgebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als waterwingebieden zijn aangewezen de gebieden rond <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_173">waterwinlocaties gelegen in een grondwaterlichaam</tekst:IntRef> waar de feitelijke winning van drinkwater plaatsvindt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_2__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">Grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>s zijn aangewezen de gebieden rond waterwingebieden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_3__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95__ref_o_95">intrekgebieden</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen de gebieden rond grondwaterbeschermingszones en de gebieden voor de bescherming van toekomstige drinkwaterwinningen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_4" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_4__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_4__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89__ref_o_89">grondwaterbeschermingszone met stedelijke functie</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen de grondwaterbeschermingszones met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_150">stedelijk gebied</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_5" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_5__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_5__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96__ref_o_96">intrekgebieden met stedelijke functies</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_5__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_5__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95__ref_o_95">intrekgebieden</tekst:IntIoRef> met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_150">stedelijk gebied</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_6" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_6">
		    <tekst:LidNummer>6.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_6__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.68__para_6__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_65">boringsvrije zone</tekst:IntIoRef>s zijn aangewezen de gebieden waarin zich beschermende bodemlagen bevinden tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.69</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aangewezen boringsvrije zones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als boringsvrije zones bedoeld in Artikel 4.68, zesde lid, zijn aangewezen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de boringsvrije zone Diepenveen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de boringsvrije zone Deventer-Ceintuurbaan en Deventer-Zutphenseweg;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_3__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_67">boringsvrije zone Engelse werk in Zwolle</tekst:IntIoRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_4__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_4__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_68">boringsvrije zone Kotkamp - Schreurserve in Enschede</tekst:IntIoRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_5__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_5__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_69">boringsvrije zone Salland Diep</tekst:IntIoRef>
											
											;
										</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_6__ref_4" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.1__art_4.69__list_1__item_6__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_70">boringsvrije zone Salland Diep Noord</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.8.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Instructieregels grondwaterbescherming</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.70</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel functieaanduiding waterwingebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">Waterwingebied</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong> wordt daarvoor de functieaanduiding '<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">waterwingebied</tekst:IntIoRef>' opgenomen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> laat binnen een <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.70__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">Waterwingebied</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong>alleen activiteiten toe die in dienst staan van de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.71</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel functieaanduiding grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">Grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong> wordt daarvoor de functieaanduiding 'grondwaterbeschermingszone' opgenomen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> laat binnen een <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">Grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong> alleen activiteiten toe die goed samengaan met de betekenis van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voor de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.71__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de activiteiten, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_2">Artikel 3.40, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_2">Artikel 3.41, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2">Artikel 3.42, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_3">Artikel 3.43, derde lid</tekst:IntRef>, als dit in het belang als bedoeld in artikel 3.23 is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.72</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afwijking instructieregel functieaanduiding grondwaterbeschermingszone)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">Grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong> kan nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_103">niet-risicovolle activiteiten</tekst:IntRef> toestaan als in de onderbouwing van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> met toepassing van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_98">methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming</tekst:IntRef> verantwoord is dat wordt voldaan aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_147">stand still-principe</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">Grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong> kan nieuwe grote of grootschalige risicovolle activiteiten toestaan als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>dit noodzakelijk is vanuit een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor redelijke alternatieven ontbreken; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in de onderbouwing van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> met toepassing van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_98">methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming</tekst:IntRef> verantwoord is dat voldaan wordt aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_149">stap vooruit-principe</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_3__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.72__para_3__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">Grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong>
										<tekst:strong>met<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_153">stedelijke functies</tekst:IntRef>
										</tekst:strong> kan nieuwe grootschalige risicovolle activiteiten toestaan als in de onderbouwing van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> met toepassing van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_98">methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming</tekst:IntRef> verantwoord is dat wordt voldaan aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_149">stap vooruit-principe</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.73" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.73">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.73</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel functieaanduiding intrekgebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.73__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.73__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:strong> 
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">intrekgebied</tekst:IntRef>
										</tekst:strong>wordt daarvoor de functieaanduiding '<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">intrekgebied</tekst:IntRef>' opgenomen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.73__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.73__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> laat binnen een <tekst:strong> 
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">intrekgebied</tekst:IntRef>
										</tekst:strong> alleen activiteiten toe die goed samengaan met de betekenis van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voor de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.74</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afwijking instructieregel functieaanduiding intrekgebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:strong> 
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">Intrekgebied</tekst:IntRef>
										</tekst:strong> kan nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_103">niet-risicovolle activiteiten</tekst:IntRef> en grote risicovolle activiteiten toestaan als in de onderbouwing van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> met toepassing van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_98">methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming</tekst:IntRef> verantwoord is dat voldaan wordt aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_147">stand still-principe</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:strong> 
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">intrekgebied</tekst:IntRef>
										</tekst:strong> kan nieuwe, grootschalige risicovolle activiteiten toestaan als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>dit noodzakelijk is vanuit een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor redelijke alternatieven ontbreken; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>in de onderbouwing van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> met toepassing van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_98">methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming</tekst:IntRef> verantwoord is dat wordt voldaan aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_149">stap vooruit-principe</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2__art_4.74__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:strong> 
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">Intrekgebied</tekst:IntRef>
										</tekst:strong>
										<tekst:strong>met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_153">stedelijke functies</tekst:IntRef>
										</tekst:strong> kan nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_71">grote en grootschalige risicovolle activiteiten</tekst:IntRef> toestaan als in de onderbouwing van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> met toepassing van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_98">methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming</tekst:IntRef> verantwoord is dat wordt voldaan aan het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_147">stand still-principe</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.8.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Instructieregels voor waterwingebieden</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.75</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik instructieregels voor bedrijfslocaties in waterwingebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf geeft de instructieregels voor omgevingsplannen voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">waterwingebied</tekst:IntIoRef>en die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_170">water voor menselijke consumptie</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De instructieregels in deze paragraaf gelden voor:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> brengen, hebben, gebruiken en vervoeren van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>oprichten, hebben en uitvoeren van constructies of werken op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef>, waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> worden opgeslagen, geborgen of vervoerd of waarmee verspreiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> of aantasting van de beschermende werking van bodemlagen kan ontstaan.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.76</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels verboden milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in waterwingebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat een verbod om binnen een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">Waterwingebied</tekst:IntIoRef> milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.75__para_2">Artikel 4.75, tweede lid</tekst:IntRef>, te verrichten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat in ieder geval een verbod om binnen een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">Waterwingebied</tekst:IntIoRef> op bedrijfslocaties de volgende milieubelastende activiteiten te verrichten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare dierlijke mest in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_95">mestfoliebassins</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_97">mestzakken</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_96">meststoffen</tekst:IntRef>, anders dan dierlijke mest;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>opslaan van vaartuigen, voertuigen of motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>lozen op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> van koelwater, afvalwater en overige vloeistoffen waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> voorkomen, anders dan het lozen van afvloeiend hemelwater afkomstig van wegen, parkeerterreinen en andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>toepassen van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> of in een oppervlaktewaterlichaam, als de kwaliteit van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_12">achtergrondwaarden</tekst:IntRef> voor de toepassing op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> of in een oppervlaktewaterlichaam overschrijdt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_g" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>toepassen van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> van meer dan 5.000 m3;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_h" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>verspreiden van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> uit een watergang, die vrijkomt bij regulier onderhoud, over de aangrenzende percelen met als doel herstel en verbetering van deze percelen als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a van het Besluit activiteiten leefomgeving; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_i" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_2__list_1__item_i">
			  <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">bodemenergiesystemen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a wordt niet van toepassing verklaard op milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 3.93 van het Besluit activiteiten leefomgeving, van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef>, die noodzakelijk zijn voor de waterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.77</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in waterwingebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148">Waterwingebied</tekst:IntIoRef> kan, in afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.76__para_1">Artikel 4.76, eerste lid</tekst:IntRef>, toestaan om de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten, als de activiteit voldoet aan de voorwaarden die in <tekst:IntRef ref="cmp_11__content_1">Bijlage XI</tekst:IntRef> (voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones) voor die activiteit zijn gesteld.</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare en vaste schadelijke stoffen en vloeibare en vaste afvalstoffen in verpakking;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vaste schadelijke stoffen en vaste afvalstoffen, anders dan in verpakking;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare aardolieproducten in ondergrondse tanks;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare schadelijk stoffen, vloeibare afvalstoffen en diesel (andere vloeibare olieproducten uitgezonderd) in ondergrondse tanks;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare aardolieproducten, anders dan diesel, in bovengrondse tanks;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare schadelijke stoffen, vloeibare afvalstoffen en diesel (andere vloeibare olieproducten uitgezonderd) in bovengrondse tanks;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_g" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>gebruiken van vloeibare aardolieproducten en andere schadelijke stoffen in het productieproces;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_h" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen, hebben of gebruiken van leidingen voor transport van schadelijke stoffen, anders dan afvalwater;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_i" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_i">
			  <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen, hebben of gebruiken van leidingen voor transport van afvalwater;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_j" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_j">
			  <tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen, hebben of gebruiken van andere voorzieningen om schadelijke stoffen te vervoeren, te bergen, over te slaan of te storten;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_k" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_k">
			  <tekst:LiNummer>k.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen, hebben of gebruiken van wegen, parkeerterreinen en andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer, inclusief het lozen van afvloeiend hemelwater afkomstig van wegen, parkeerterreinen of andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_l" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_l">
			  <tekst:LiNummer>l.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>toepassen van grond en baggerspecie op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam als de kwaliteit van de grond of baggerspecie de achtergrondwaarden niet overschrijdt; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_m" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_1__list_1__item_m">
			  <tekst:LiNummer>m.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>uitvoeren van mechanische ingrepen in de bodem, dieper dan twee meter onder het maaiveld.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een waterwingebied kan, in afwijking van artikel 4.76, eerste lid, een verbod bevatten om zonder omgevingsvergunning de milieubelastende activiteiten als bedoeld in het eerste lid op bedrijfslocaties te verrichten, als geregeld is dat de activiteit voldoet aan de voorwaarden die in bijlage XI (voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones) voor die activiteit zijn gesteld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> worden <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> aangewezen als adviseur voor de omgevingsvergunning, bedoeld in het tweede lid.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_4" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> kunnen voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in het eerste en tweede lid maatwerkregels worden gesteld voor zover in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_31">bijlage</tekst:IntRef> XI (voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones) is bepaald dat afgeweken kan worden van de gestelde voorwaarden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_5" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het omgevingsplan bevat bij toepassing van het tweede lid de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden verstrekt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.8.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Instructieregels voor grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.78</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik instructieregels voor bedrijfslocaties in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf bevat de instructieregels voor omgevingsplannen voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in grondwaterbeschermingszones die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_170">water voor menselijke consumptie</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De instructieregels in deze paragraaf gelden voor:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> brengen, hebben, gebruiken en vervoeren van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>oprichten, hebben en uitvoeren van constructies of werken op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef>, waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> worden opgeslagen, geborgen of vervoerd of waarmee verspreiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> of aantasting van de beschermende werking van bodemlagen kan ontstaan.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.79</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels verboden milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat een verbod om binnen een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">Grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef> milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.78__para_2">Artikel 4.78, tweede lid</tekst:IntRef>, te verrichten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat in ieder geval een verbod om binnen een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88">Grondwaterbeschermingszone</tekst:IntIoRef> de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het in exploitatie nemen van bedrijven als bedoeld in <tekst:IntRef ref="cmp_12__content_1">Bijlage XII</tekst:IntRef> (Lijst met verboden bedrijven in grondwaterbeschermingszones);</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>lozen op of in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> van koelwater, afvalwater en overige vloeistoffen waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> voorkomen, anders dan het lozen van afstromend hemelwater afkomstig van wegen, parkeerterreinen en andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">bodemenergiesystemen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.79__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt niet van toepassing verklaard op activiteiten van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">drinkwaterbedrijf</tekst:IntRef> die noodzakelijk zijn voor de waterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.80</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in grondwaterbeschermingszone)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een <tekst:strong>Grondwaterbeschermingszone</tekst:strong> kan, in afwijking van Artikel 4.79, eerste lid, een verbod bevatten om zonder omgevingsvergunning de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten, als geregeld is dat de activiteit voldoet aan de voorwaarden die in Bijlage XI (voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones ) voor die activiteit zijn gesteld:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare en vaste schadelijke stoffen en vloeibare en vaste afvalstoffen in verpakking;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vaste schadelijke stoffen en vaste afvalstoffen anders dan in verpakking;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare aardolieproducten, anders dan diesel, in ondergrondse tanks;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare schadelijke stoffen, vloeibare afvalstoffen en diesel (andere vloeibare aardolieproducten uitgezonderd) in ondergrondse tanks;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare aardolieproducten, anders dan diesel, in bovengrondse tanks;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare schadelijke stoffen, vloeibare afvalstoffen en diesel (andere vloeibare aardolieproducten uitgezonderd) in bovengrondse tanks;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_g" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van vloeibare dierlijke mest;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_h" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>op- en overslaan van meststoffen, anders dan dierlijke mest, in mestfoliebassins en mestzakken;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_i" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_i">
			  <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>opslaan van vaartuigen, vliegtuigen of motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_j" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_j">
			  <tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>gebruiken van vloeibare aardolieproducten en andere schadelijke stoffen in het productieproces;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_k" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_k">
			  <tekst:LiNummer>k.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen, hebben of gebruiken van leidingen voor transport van schadelijke stoffen, anders dan afvalwater;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_l" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_l">
			  <tekst:LiNummer>l.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen, hebben of gebruiken van leidingen voor transport van afvalwater;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_m" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_m">
			  <tekst:LiNummer>m.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen, hebben of gebruiken van andere voorzieningen om schadelijke stoffen te vervoeren, te bergen, over te slaan of te storten;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_n" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_n">
			  <tekst:LiNummer>n.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen, hebben of gebruiken van wegen, parkeerterreinen en andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer, inclusief het lozen van afvloeiend hemelwater afkomstig van wegen, parkeerterreinen of andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_o" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_o">
			  <tekst:LiNummer>o.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>toepassen van grond en baggerspecie op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_p" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_1__list_1__item_p">
			  <tekst:LiNummer>p.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>uitvoeren van mechanische ingrepen in de bodem, dieper dan twee meter onder het maaiveld.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een grondwaterbeschermingszone kan, in afwijking van artikel 4.79, eerste lid, ene verbod bevatten om zonder omgevingsvergunning de milieubelastende activiteiten als bedoeld in het eerste lid op bedrijfslocaties te verrichten, als geregeld is dat de activiteit voldoet aan de voorwaarden die in bijlage XI (voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones) voor die activiteit zijn gesteld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> worden <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> aangewezen als adviseur voor de omgevingsvergunning, bedoeld in het tweede lid.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_4" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In het omgevingsplan kunnen voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in het eerste en tweede lid maatwerkregels worden gesteld voor zover in <tekst:IntRef ref="cmp_11__content_1">Bijlage XI</tekst:IntRef> (voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones) is bepaald dat afgeweken kan worden van de gestelde voorwaarden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_5" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het omgevingsplan bevat bij toepassing van het tweede lid de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden verstrekt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.8.5</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Instructieregels voor boringsvrije zones</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.81" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.81">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.81</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik instructieregels voor bedrijfslocaties in boringsvrije zones)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.81__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.81__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf bevat de instructieregels voor omgevingsplannen voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in <tekst:strong>boringsvrije zones</tekst:strong> die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> dat wordt gebruikt voor de bereiding van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_170">water voor menselijke consumptie</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.81__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.81__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De instructieregels in deze paragraaf gelden voor milieubelastende activiteiten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaruit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.82</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in de boringsvrije zones Diepenveen, Deventer-Ceintuurbaan en Deventer-Zutphenseweg)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op de <tekst:strong>boringsvrije zones Diepenveen, Deventer-Ceintuurbaan en Deventer-Zutphenseweg </tekst:strong>bevat een verbod ommilieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat in ieder geval een verbod om binnen de boringsvrije zones de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">bodemenergiesysteem</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 50 meter onder het maaiveld; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_93">lozing</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> op een diepte van meer dan 50 meter van koelwater, afvalwater of andere vloeistoffen, waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> voorkomen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> op bedrijfslocaties binnen de <tekst:strong>boringsvrije zones</tekst:strong>
										<tekst:strong>Diepenveen, Deventer-Ceintuurbaan en Deventer-Zutphenseweg </tekst:strong>het uitvoeren van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 50 meter onder het maaiveld toestaan alsdaaraan de volgende eisen worden gesteld:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>tijdens de ingreep vindt geen verontreiniging van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> plaats;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de mate van doorlaatbaarheid van de beschermende bodemlaag is na de ingreep niet groter dan daarvoor;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er worden die voorzieningen getroffen dat er geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> via een boorgat in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> kunnen komen, zowel tijdens het gebruik als bij het tijdelijk niet gebruiken van het boorgat; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_3__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als een pompput of peilbuis buiten gebruik wordt gesteld of de werkzaamheden worden be&#235;indigd, wordt het ontstane boorgat of de ontgraving afdoende afsluitend aangevuld en vindt geen verontreiniging van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> plaats.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_4" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.82__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan het derde lid is voldaan als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> worden uitgevoerd volgens de voorwaarden in <tekst:IntRef ref="cmp_6__content_1">Bijlage VI</tekst:IntRef> (Aanwijzingen voor uitvoering van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> in grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones).</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.83</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in de boringsvrije zone Engelse werk te Zwolle)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op de <tekst:strong>Boringsvrije zone Engelse werk in Zwolle </tekst:strong>bevat een verbod ommilieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aanasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat in ieder geval een verbod om binnen de boringsvrije zone Engelse werk in Zwolle de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">bodemenergiesysteem</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 75 meter onder het maaiveld; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_93">lozing</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 75 meter van koelwater, afvalwater of andere vloeistoffen, waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> voorkomen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> op bedrijfslocaties binnen de <tekst:strong>Boringsvrije zone Engelse werk in Zwolle </tekst:strong>het uitvoeren van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 75 meter onder het maaiveld toestaan alsdaaraan de volgende eisen worden gesteld:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>tijdens de ingreep vindt geen verontreiniging van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> plaats;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de mate van doorlaatbaarheid van de beschermende bodemlaag is na de ingreep niet groter dan daarvoor;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er worden die voorzieningen getroffen dat er geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> via een boorgat in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> kunnen komen, zowel tijdens het gebruik als bij het tijdelijk niet gebruiken van het boorgat; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_3__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als een pompput of peilbuis buiten gebruik wordt gesteld of de werkzaamheden worden be&#235;indigd, wordt het ontstane boorgat of de ontgraving afdoende afsluitend aangevuld en vindt geen verontreiniging van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> plaats.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_4" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.83__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan het derde lid is voldaan als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> worden uitgevoerd volgens de voorwaarden in <tekst:IntRef ref="cmp_6__content_1">Bijlage VI</tekst:IntRef> (Aanwijzingen voor uitvoering van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> in grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones).</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.84</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in de boringsvrije zone Kotkamp/Schreurserve te Enschede)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft op de <tekst:strong>Boringsvrije zone Kotkamp/Schreurserve in Enschede </tekst:strong>bevat een verbod ommilieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat in ieder geval een verbod om binnen de boringsvrije zone Kotkamp/Schreurserve in Enschede de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">bodemenergiesysteem</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 5 meter onder het maaiveld; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_93">lozing</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 5 meter van koelwater, afvalwater of andere vloeistoffen, waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> voorkomen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> op bedrijfslocaties binnen de <tekst:strong>Boringsvrije zone</tekst:strong>
										<tekst:strong>Kotkamp/Schreurserve in Enschede </tekst:strong>het uitvoeren van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 5 meter onder het maaiveld toestaan alsdaaraan de volgende eisen worden gesteld:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>tijdens de ingreep vindt geen verontreiniging van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> plaats;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de mate van doorlaatbaarheid van de beschermende bodemlaag is na de ingreep niet groter dan daarvoor;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er worden die voorzieningen getroffen dat er geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> via een boorgat in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> kunnen komen, zowel tijdens het gebruik als bij het tijdelijk niet gebruiken van het boorgat; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_3__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als een pompput of peilbuis buiten gebruik wordt gesteld of de werkzaamheden worden be&#235;indigd, wordt het ontstane boorgat of de ontgraving afdoende afsluitend aangevuld en vindt geen verontreiniging van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> plaats.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_4" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.84__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan het derde lid is voldaan als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> worden uitgevoerd volgens de voorwaarden in <tekst:IntRef ref="cmp_6__content_1">Bijlage VI</tekst:IntRef> (Aanwijzingen voor uitvoering van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">mechanische ingrepen</tekst:IntRef> in grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones).</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.85</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels verboden activiteiten op bedrijfslocaties in de boringsvrije zone Salland Diep)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat betrekking heeft de <tekst:strong>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_69">Boringsvrije zone Salland Diep</tekst:IntIoRef>
										</tekst:strong>bevat een verbod ommilieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bevat in ieder geval een verbod om binnen de boringsvrije zone de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">bodemenergiesysteem</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 50 meter onder het maaiveld; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doen van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_93">lozing</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 50 meter van koelwater, afvalwater of andere vloeistoffen, waarin <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> voorkomen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.86</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel voor mechanische ingrepen op bedrijfslocaties in de boringsvrije zone Salland Diep)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.85__para_1">Artikel 4.85, eerste lid</tekst:IntRef>, kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> op bedrijfslocaties binnen de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_69">boringsvrije zone Salland Diep</tekst:IntIoRef> het uitvoeren van mechanische ingrepen in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> dieper dan 50 meter onder het maaiveld toestaan, als daaraan de volgende eisen worden gesteld:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>tijdens de ingreep vindt geen verontreiniging van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> plaats;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de mate van doorlaatbaarheid van de beschermende bodemlaag is na de ingreep niet groter dan daarvoor;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er worden die voorzieningen getroffen dat er geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">schadelijke stoffen</tekst:IntRef> via een boorgat in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> kunnen komen, zowel tijdens het gebruik als bij het tijdelijk niet gebruiken van het boorgat; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als een pompput of peilbuis buiten gebruik wordt gesteld of de werkzaamheden worden beeindigd, wordt het ontstane boorgat of de ontgraving voldoende afsluitend aangevuld en vindt geen verontreiniging van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> plaats.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan het eerste lid is voldaan, als mechanische ingrepen worden uitgevoerd volgens de voorwaarden in bijlage VI (Aanwijzingen voor uitvoering van mechanische ingrepen in grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones).</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.86a</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels verboden activiteiten op bedrijfslocaties in de boringsvrije zone Salland Diep Noord)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op de <tekst:IntIoRef wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_70">boringsvrije zone Salland Diep Noord</tekst:IntIoRef> bevat een verbod om milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit grondwater wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het omgevingsplan bevat in ieder geval een verbod om binnen de boringsvrije zone de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanleggen van een bodemenergiesysteem in de bodem dieper dan 50 meter onder het maaiveld;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doen van een lozing in de bodem dieper dan 50 meter onder het maaiveld van koelwater, afvalwater of andere vloeistoffen, waarin schadelijke stoffen voorkomen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>uitvoeren van mechanische ingrepen dieper dan 50 meter onder het maaiveld.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86b" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86b">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.86b</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel voor mechanische ingrepen op bedrijfslocaties in de boringsvrije zone Salland Diep Noord)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In afwijking van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_1">Artikel 4.86a, eerste lid</tekst:IntRef>, en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86a__para_2">Artikel 4.86a, tweede lid</tekst:IntRef> onder c, kan een omgevingsplan op bedrijfslocaties binnen de <tekst:IntIoRef wId="pv23_111__chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86b__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5__art_4.86b__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_70">boringsvrije zone Salland Diep Noord</tekst:IntIoRef> het uitvoeren van mechanische ingrepen van het drinkwaterbedrijf die noodzakelijk zijn voor de waterwinning of de ontwikkeling van een waterwinning toestaan.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.9" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.9</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>WATERGEBIEDSRESERVERINGEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Artikel eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.87" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.87">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.87</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(oogmerk watergebiedsreserveringen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Deze afdeling over watergebiedsreserveringen is gericht op het beperken van negatieve gevolgen van overstromingen en wateroverlast in gebieden die een verhoogd risico lopen om onder water te lopen.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.88</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(aanwijzing watergebiedsreserveringen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_1" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_120__ref_o_120">primaire watergebieden</tekst:IntIoRef> zijn gebieden aangewezen die door de natuurlijke ligging bij hevige neerslag gemakkelijk onder water lopen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_2" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_2__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_147__ref_o_147">Waterbergingsgebieden</tekst:IntIoRef> zijn gebieden aangewezen die door het aanbrengen van waterhuishoudkundige werken zoals dijken, kades en toevoerwerken geschikt zijn gemaakt voor wateropvang.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_3" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_3__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118__ref_o_118">overstromingsrisicogebieden</tekst:IntIoRef> zijn gebieden aangewezen die niet beschermd worden door primaire keringen en daarmee wettelijk buitendijks liggen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_4" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_4">
		  <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_4__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_4__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119__ref_o_119">overstroombaar gebied</tekst:IntIoRef> zijn gebieden aangewezen die normaal niet onder water staan, maar tijdelijk onder water kunnen komen te staan bij overstroming.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_5" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_5">
		  <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als vrijwaringszone essenti&#235;le waterlopen zijn stroken langs <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_5__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.88__para_5__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78__ref_o_78">essenti&#235;le waterlopen</tekst:IntIoRef> aangewezen die van belang zijn voor het waterafvoerend en waterbergend vermogen van deze waterlopen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.89" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.89">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.89</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(instructieregels primaire watergebieden, waterbergingsgebieden en overstromingsrisicogebieden)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.89__para_1" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.89__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen die betrekking hebben op gebieden die zijn aangewezen als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_127">primair watergebied</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_171">waterbergingsgebied</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_122">overstromingsrisicogebied</tekst:IntRef>, voorzien alleen in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef>, als die de rol van dat gebied voor wateropvang niet belemmeren.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.89__para_2" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.89__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid voorziet alleen in nieuwe kapitaalintensieve functies, als maatregelen zijn getroffen om schadekosten te voorkomen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.89__para_3" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.89__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Kapitaalintensieve functies bedoeld in het tweede lid zijn functies die hoge investeringskosten per vierkante meter met zich meebrengen, zoals woonwijken, bedrijventerreinen en glastuinbouwbedrijven.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.90" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.90">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.90</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(instructieregels overstroombaar gebied)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_1" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen die betrekking hebben op gebieden die zijn aangewezen als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_123">Overstroombaar gebied</tekst:IntRef> voorzien alleen in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_153">stedelijke functies</tekst:IntRef> binnen dat gebied als door het stellen van voorwaarden is verzekerd dat de veiligheid ook op lange termijn is geborgd.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_2" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Bij het stellen van voorwaarden bedoeld in het eerste lid is meerlaagse veiligheid het uitgangspunt.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_3" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De onderbouwing van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid bevat een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_3__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_3__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de risico's bij overstroming; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.90__para_3__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen of te beperken.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.91" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.91">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.91</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(instructieregels beperkingengebied essenti&#235;le waterlopen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als <tekst:strong>vrijwaringszone essenti&#235;le waterlopen</tekst:strong> voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen als:</tekst:Al>
		  <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.91__list_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.91__list_1">
		    <tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.91__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.91__list_1__item_a">
		      <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>de functie van de waterloop voor de waterafvoer daardoor niet beperkt wordt; en</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.9__art_4.91__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.9__art_4.91__list_1__item_b">
		      <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>de toekomstige verruiming van de waterloop voor de afvoer en berging van water daardoor niet onmogelijk gemaakt wordt.</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		  </tekst:Lijst>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Artikel>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.10" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.10</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>MOBILITEIT</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.10.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Mobiliteit</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.92</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk mobiliteit)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf over mobiliteit is gericht op:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de bundeling van verkeersstromen op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">hoofdinfrastructuur</tekst:IntRef> waar het belang van een goede en veilige doorstroming voorop wordt gezet; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>behoud van de kwaliteit van de leefomgeving in de overige gebieden, waaraan het mobiliteitsbelang ondergeschikt geacht wordt.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.92__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">hoofdinfrastructuur</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid bestaat uit de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef>-, vaarweg- en spoorwegverbindingen van en naar de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_152">stedelijke centra</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_154">streekcentra</tekst:IntRef> en uit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_73">hoofdfietsverbindingen</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_100">multimodale knooppunten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.93" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.1__art_4.93">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.93</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel mobiliteit)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voorziet alleen in nieuwe grootschalige ontwikkelingen die bovenlokale verkeersbewegingen met zich meebrengen of effecten hebben op de verkeersafwikkeling op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">hoofdinfrastructuur</tekst:IntRef>, als rekening is gehouden met het uitgangspunt dat ontwikkelingen die mobiliteit oproepen, geprojecteerd worden nabij aansluitingen op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">hoofdinfrastructuur</tekst:IntRef> bedoeld in Artikel 4.92, tweede lid.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.10.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Basisrecreatietoervaartnet</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.94" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.94">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.94</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing basisrecreatietoervaartnet)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.94__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.94__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_59">Basisrecreatietoervaartnet</tekst:IntIoRef> zijn vaarwegen aangewezen die onderdeel uitmaken van de landelijke toeristisch-recreatieve infrastructuur voor de recreatieve toervaart.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.95</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel basisrecreatietoervaartnet)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95__para_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen die ontwikkelingen mogelijk maken in, over of bij een vaarweg die onderdeel uitmaakt van het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_59">Basisrecreatietoervaartnet</tekst:IntIoRef>, wordt rekening gehouden met de betekenis van deze vaarweg voor het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_19">basisrecreatietoervaartnet</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95__para_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de onderbouwing van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid wordt aangegeven hoe rekening is gehouden met de betekenis van de vaarweg voor het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.2__art_4.95__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_59">basisrecreatietoervaartnet</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.10.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Fiets- en wandelstructuren</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.96" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.96">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.96</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing fiets- en wandelstructuren)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als fiets- en wandelstructurenworden de fiets- en wandelpaden aangewezen die onderdeel uitmaken uitmaakt van het bovenlokale netwerk van <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.96__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.96__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79__ref_o_79">fietsroutes</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.96__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.96__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_146__ref_o_146">wandelroutes</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.97</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel fiets- en wandelstructuren)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97__para_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">nieuwe ontwikkelingen</tekst:IntRef> mogelijk maakt op of rond verkeersinfrastructuur dat aangewezen is als <tekst:strong>fiets- en wandelstructuren</tekst:strong> wordt rekening gehouden met de betekenis van deze verkeersinfrastructuur in het bovenlokale netwerk van fiets- en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97__para_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_146__ref_o_146">wandelroutes</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97__para_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de onderbouwing van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid wordt aangegeven hoe rekening is gehouden met de betekenis van de verkeersinfrastructuur voor het bovenlokale netwerk van fiets- en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.3__art_4.97__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_146__ref_o_146">wandelroutes</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.10.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Externe veiligheid</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.98" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.98">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.98</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk externe veiligheid)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Deze paragraaf over externe veiligheid is gericht op:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.98__list_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.98__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.98__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.98__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het beperken van negatieve effecten op de woon-, werk- en leefomgeving bij calamiteiten bij transport over wegen van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.98__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.98__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het kunnen blijven functioneren van essenti&#235;le functies en gebouwen in het geval van een crisis, ramp of andere calamiteit.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.99" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.99">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.99</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.99__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.99__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122">Provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen wegen die vrijgegeven en aangewezen zijn voor het transport van gevaarlijke stoffen over de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.100</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing aandachtsgebieden provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_74">effectgebied incidenten met brand</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen de gebieden die binnen de invloedssfeer van het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122">provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_2__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_75">effectgebied incidenten met explosie</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen de gebieden die binnen de invloedssfeer van het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.100__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122">Provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.101</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing essenti&#235;le functies en gebouwen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als essenti&#235;le functies en gebouwen zijn aangewezen functies en gebouwen die inzetbaar moeten blijven bij een brand, ramp, crisis of andere calamiteit. </tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Tot essenti&#235;le functies en gebouwen bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval gerekend:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>rampenco&#246;rdinatiecentra;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>ziekenhuizen die aangewezen zijn als traumacentrum;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>energiecentrales; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.101__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al> infrastructuur die nodig is voor rampenbestrijding.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.102</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen die betrekking hebben op gebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het effectgebied incidenten met brand of het effectgebied incidenten met explosie van het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122">provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:IntIoRef>, houden rekening met de provinciale samenhang en continu&#239;teit van het routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> bedoeld in het eerste lid voorziet alleen in de aanleg, bouw en vestiging van beperkt kwetsbare, kwetsbare en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">zeer kwetsbare gebouwen</tekst:IntRef> en beperkt kwetsbare en zeer <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_87">kwetsbare locaties</tekst:IntRef> als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>dit geen beperkingen oplevert voor de functie van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef> voor het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1__item_1__ref_5" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1__item_1__ref_5" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122">provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:IntIoRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er voldoende mogelijkheden worden geboden voor het bestrijden en beperken van de omvang van een brand, ramp of crisis als die zich voordoet op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er voldoende mogelijkheden worden geboden om zich in veiligheid te brengen voor personen als zich een brand, ramp of crisis voordoet op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">weg</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.103</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(groepsrisico binnen effectgebied incidenten met brand en effectgebied incidenten met explosie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_74">effectgebied incidenten met brand</tekst:IntIoRef> of een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_75">effectgebied incidenten met explosie</tekst:IntIoRef> van het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_4" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122">provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:IntIoRef>, wordt voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">zeer kwetsbare gebouwen</tekst:IntRef> en beperkt kwetsbare en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_87">kwetsbare locaties</tekst:IntRef> binnen een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_7" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_7" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_74">effectgebied incidenten met brand</tekst:IntIoRef> en een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_8" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_1__ref_8" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_75">effectgebied incidenten met explosie</tekst:IntIoRef> rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar (<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_65">groepsrisico</tekst:IntRef>) als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een transport met gevaarlijke stoffen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> binnen een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_74">effectgebied incidenten met brand</tekst:IntIoRef> of een <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_75">effectgebied incidenten met explosie</tekst:IntIoRef>:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">zeer kwetsbare gebouwen</tekst:IntRef> en beperkt kwetsbare en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_87">kwetsbare locaties</tekst:IntRef> toelaat; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>waar het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> beperkt kwetsbare, kwetsbare en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">zeer kwetsbare gebouwen</tekst:IntRef> en beperkt kwetsbare en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_87">kwetsbare locaties</tekst:IntRef> toelaat, waarborgt:<tekst:br/>1) dat maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of<tekst:br/>2) dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_3" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Onverminderd de voorgaande leden worden in de onderbouwing van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_1">Artikel 4.102, eerste lid</tekst:IntRef>, de redenen vermeld die het rechtvaardigen om in het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_3__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_3__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_74">effectgebied incidenten met brand</tekst:IntIoRef> en het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_3__ref_4" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103__para_3__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_75">effectgebied incidenten met explosie</tekst:IntIoRef> nieuwe beperkt kwetsbare, kwetsbare en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">zeer kwetsbare gebouwen</tekst:IntRef> of beperkt kwetsbare en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_87">kwetsbare locaties</tekst:IntRef> toe te laten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.104" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.104">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.104</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(advies veiligheidsregio)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.104__para_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.104__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bij de voorbereiding van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_1">Artikel 4.102, eerste lid</tekst:IntRef> stelt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio waarbinnen de gemeente is gelegen in de gelegenheid advies uit te brengen over de in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.102__para_2">Artikel 4.102, tweede lid</tekst:IntRef> en voor zover van toepassing <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.103">Artikel 4.103</tekst:IntRef>, eerste en tweede lid genoemde onderwerpen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.104__para_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.104__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De onderbouwing van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> als bedoeld in Artikel 4.101, eerste lid bevat een samenvatting van het advies van de veiligheidsregio.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.105</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel functioneren essenti&#235;le functies en gebouwen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien alleen in de aanleg, bouw en vestiging van nieuwe essenti&#235;le functies en gebouwen binnen het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_74">effectgebied incidenten met brand</tekst:IntIoRef> of <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_75">effectgebied incidenten met explosie</tekst:IntIoRef> van het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122">provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:IntIoRef> als verzekerd is dat de nieuwe essenti&#235;le functie of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">gebouw</tekst:IntRef> naar zijn aard kan blijven functioneren in het geval van een brand, ramp of crisis.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien alleen in de aanleg, bouw en vestiging van een nieuwe activiteit met een aandachtsgebied zoals genoemd in het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage VII of binnen het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_2__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_74">effectgebied incidenten met brand</tekst:IntIoRef> of het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_2__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_75">effectgebied incidenten met explosie</tekst:IntIoRef> van het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_2__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4__art_4.105__para_2__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122">provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:IntIoRef>, als verzekerd is dat bestaande essenti&#235;le functies en gebouwen in de omgeving naar hun aard kunnen blijven functioneren in het geval van een calamiteit op of bij deze activiteit.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.11" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.11</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ENERGIE EN AFVAL</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.11.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Zonnevelden</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.106</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(
									instructieregel zonnevelden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien alleen in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_180">zelfstandige opstelling van zonnepanelen</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef>:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1" type="ongemarkeerd">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_1">
			  <tekst:Al>op onbebouwde gedeelten van bouwpercelen van (agrarische) bedrijven, voor zover deze gronden niet nodig zijn voor de (agrarische) bedrijfsvoering, tot een maximumoppervlak van 2 ha aan zonnepanelen en mits goed ingepast in het landschap;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_2">
			  <tekst:Al>op gronden in stads- en dorpsranden, tot een maximumoppervlak van 2 ha aan zonnepanelen en mits goed ingepast in het landschap;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_3" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_3">
			  <tekst:Al>langs <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">hoofdinfrastructuur</tekst:IntRef>, mits de ontwikkeling past in een samenhangend ontwerp voor het gehele trac&#233; en in afstemming met de wegbeheerder;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_4" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_4">
			  <tekst:Al>op het water van zandwinplassen, mits dit verenigbaar is met de natuur- en recreatiedoelen van deze plassen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_5" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_5">
			  <tekst:Al>op geluidswallen en boven bestaande verhardingen, zoals parkeerterreinen, mits goed ingepast in het landschap;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_6" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_1__list_1__item_6">
			  <tekst:Al>in de vorm van kleinschalige installaties op erven van woningen, mits goed ingepast in het landschap.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_180">zelfstandige opstelling van zonnepanelen</tekst:IntRef> toestaan voor zover het gaat om concrete initiatieven waarvoor het bevoegd gezag v&#243;&#243;r 13 oktober 2023 met een positief principebesluit schriftelijk verklaard heeft dat medewerking verleend zal worden aan het initiatief en mits verzekerd is dat het project uiterlijk 1 januari 2030 gerealiseerd zal zijn.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_180">zelfstandige opstelling van zonnepanelen</tekst:IntRef> als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt uitsluitend toegestaan in de vorm van tijdelijk (mede)gebruik van gronden en als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het verlies van ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> in de omgeving; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_180">zelfstandige opstelling van zonnepanelen</tekst:IntRef> plaatsvindt op gronden binnen het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_119">ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water</tekst:IntRef>, is de compensatie gericht op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> dat de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_180">zelfstandige opstelling van zonnepanelen</tekst:IntRef> toestaat in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef> bevat een onderbouwing van de maatschappelijke meerwaarde die ingaat op:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken of te compenseren;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de mate waarin wordt aangesloten op de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_57">gebiedskenmerken</tekst:IntRef> die van toepassing zijn op de locatie zelf en de omgeving; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.1__art_4.106__para_4__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.11.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>
									
									Windenergie
								</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.107</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing uitsluitingsgebieden windenergie, zoekgebieden windenergie en voorkeursgebieden windenergie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als uitsluitingsgebied <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbines</tekst:IntRef> zijn aangewezen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1" type="ongemarkeerd">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_1">
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_1__ref_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_111">Nationaal Landschap IJsseldelta</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_1__ref_3" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_112">Nationaal Landschap Noordoost-Twente</tekst:IntIoRef>, zoals aangewezen in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1__art_4.53">Artikel 4.53</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_2">
			  <tekst:Al>het <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_2__ref_5" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_1__list_1__item_2__ref_5" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80__ref_o_80">gebied van twee keer de tiphoogte, gemeten vanaf de rand van het bekende schadegebied van het Kanaal Almelo-De Haandrik</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_2__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_156__ref_o_156">zoekgebieden windenergie Noordoost-Twente</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen gebieden binnen een Nationaal Landschap die kansrijk worden geacht voor het realiseren van de opgave van duurzame energieopwekking met wind.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_3" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_3__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.107__para_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_145__ref_o_145">voorkeursgebieden windenergie</tekst:IntIoRef> zijn aangewezen gebieden die kansrijk worden geacht voor grootschalige clustering van windturbines.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.108</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel uitsluitingsgebied windenergie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien niet in de mogelijkheid om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbines</tekst:IntRef> op te richten in gebieden die zijn aangewezen als 'uitsluitingsgebied windturbines'.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kan binnen de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_156__ref_o_156">zoekgebieden windenergie Noordoost-Twente</tekst:IntIoRef> ruimte geboden worden voor het realiseren van clusters van minimaal 4 <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbines</tekst:IntRef>, als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>dit noodzakelijk is voor de opgave van duurzame energieopwekking met wind; en mits</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de landschappelijke inpassing conform de aanwezige <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_57">gebiedskenmerken</tekst:IntRef> is verzekerd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.108a</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel voorkeursgebieden windenergie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a__para_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien niet in nieuwe ontwikkelingen binnen de aangewezen energiepotentiegebieden die liggen in de <tekst:IntIoRef wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_145__ref_o_145">voorkeursgebieden windenergie</tekst:IntIoRef>, zoals opgenomen in het Provinciaal Programma Energiestrategie (<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_128">programmeringsafspraken windenergie</tekst:IntRef>), die een optimale invulling van het gebied voor grootschalige clustering van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbines</tekst:IntRef> in de weg staan.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a__para_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kunnen nieuwe ontwikkelingen worden toegestaan die van groot openbaar en bovenlokaal belang zijn en mits aannemelijk gemaakt is dat daarvoor geen re&#235;le alternatieven zijn.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a__para_3" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108a__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze bescherming vervalt zodra is voldaan aan de doelstelling genoemd in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c__para_1">Artikel 4.108c, eerste lid</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108b" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108b">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.108b</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel clustering windturbines)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108b__para_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108b__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien op gronden buiten de <tekst:IntIoRef wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108b__para_1__ref_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108b__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_145__ref_o_145">voorkeursgebieden windenergie</tekst:IntIoRef> alleen in de mogelijkheid om nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbines</tekst:IntRef> op te richten als deze windturbines deel uitmaken van een cluster van minimaal 4 windturbines.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108b__para_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108b__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kan op gronden die deel uitmaken van een bedrijventerreinen of daar direct aan grenzen ruimte worden geboden voor het realiseren van 1 of meer <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbines</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.108c</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(programmeringsafspraken windenergie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c__para_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien niet in het oprichten van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbines</tekst:IntRef>s voor zover dit ertoe leidt dat er in Overijssel jaarlijks in totaal meer dan 2,3 TWh aan windenergie opgewekt wordt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c__para_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbines</tekst:IntRef> worden opgericht als dit past binnen de geldende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_128">programmeringsafspraken windenergie</tekst:IntRef>, zoals deze zijn gemaakt en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c__para_3" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Wanneer de realisatie van een nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbine</tekst:IntRef> niet past binnen geldende <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_128">programmeringsafspraken windenergie</tekst:IntRef>, kan de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">windturbine</tekst:IntRef> alleen worden opgericht als daarvoor vooraf instemming is verkregen van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c__para_4" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108c__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als er voor de gemeente geen <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_128">programmeringsafspraken windenergie</tekst:IntRef> gelden, zijn <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> bevoegd om vast te stellen wat voor die gemeente de benodigde hoeveelheid maximum opwek (GWh) is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.108d</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel erfmolens)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d__para_1" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid om <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">erfmolen</tekst:IntRef> op te richten in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Groene Omgeving</tekst:IntRef> binnen de bouwpercelen van (agrarische) bedrijven.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d__para_2" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">Erfmolen</tekst:IntRef>s als bedoeld in het eerste lid hebben een tiphoogte van maximaal 25 meter.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d__para_3" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een hogere tiphoogte worden toegestaan, mits onderbouwd is dat een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">erfmolen</tekst:IntRef> met die tiphoogte niet leidt tot aantasting van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef> zoals die op basis van de uitspraken die de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">Catalogus Gebiedskenmerken</tekst:IntRef> doet voor dat gebied, moeten worden behouden en versterkt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_87__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d__para_4" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2__art_4.108d__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">erfmolen</tekst:IntRef> op een afstand van ten hoogste 25 meter buiten het bouwperceel worden geplaatst, als plaatsing binnen het bouwperceel niet mogelijk of ongewenst is gelet op de gevolgen voor het landschap of omliggende functies, en mits onderbouwd is dat plaatsing buiten het bouwperceel leidt tot een evident betere ruimtelijke situering.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.3" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.11.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Onconventioneel gas (schaliegas, steenkoolgas)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.3__art_4.109" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.3__art_4.109">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.109</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod op installaties onconventioneel gas)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien niet in het oprichten en gebruik van installaties voor proefboringen naar en winning van fossiele gassen die opgesloten zitten in de hardere bodemlagen in de diepe ondergrond, zoals schaliegas en steenkoolgas, en die alleen gewonnen kunnen worden door een bewerking, zoals <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_53">fracking</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.4" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.11.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Radioactief afval</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.4__art_4.110" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.4__art_4.110">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.110</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod opslag radioactief afval in ondergrond)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien niet in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_108">nieuwe ondergrondse opslagmogelijkheid</tekst:IntRef> voor radioactief afval.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.4__art_4.111" eId="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.4__art_4.111">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.111</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod bovengrondse opslag hoogradioactief afval)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien niet in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_105">nieuwe bovengrondse opslagmogelijkheid</tekst:IntRef> voor hoogradioactief afval.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_4__subchp_4.12" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.12</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ONDERGROND</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.12.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Winlocaties grondstoffen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.112" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.112">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.112</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk winlocaties grondstoffen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Deze paragraaf over winlocaties grondstoffen is gericht op duurzaam benutten van de ondergrond als bron van grondstoffen waaronder oppervlaktedelfstoffen. </tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.113</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel zandwinning)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een Omgevingsplan voorziet alleen in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_107">nieuwe multifunctionele locatie</tekst:IntRef> voor zandwinning als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de locatie past binnen het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_27">bestaand netwerk van zandwinningen</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de winning zo wordt geprojecteerd en ingericht dat de invloed op aanwezige omgevingskwaliteiten beperkt blijft;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de multifunctionele winlocatie bijdraagt aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de locatie na het (gefaseerd) be&#235;indigen van de winning eenvoudig geschikt te maken is voor de beoogde vervolgfunctie.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.114</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel zoutwinning)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien alleen in een nieuwe locatie voor zoutwinning als:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de winning kan worden ingepast in bestaande structuur van landbouw, natuur en landschap;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de winning zo wordt geprojecteerd en ingericht dat de invloed op de aanwezige omgevingskwaliteiten beperkt blijft; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de winlocatie bijdraagt aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">ruimtelijke kwaliteit</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>4.12.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Bodembescherming</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.115" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.115">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.115</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk aanpak bodemverontreiniging)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De regels in deze paragraaf zijn opgesteld voor een zorgvuldige aanpak van:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.115__list_1" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.115__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.115__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.115__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>bodemverontreinigingen die risico&#x2019;s opleveren voor de mens en leefomgeving; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.115__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.115__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>van bodemverontreiniging in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones. </tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.116</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik paragraaf aanpak bodemverontreiniging)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze paragraaf geeft instructieregels voor gemeenten over activiteiten met mogelijke risico's voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> en in het bijzonder voor de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> in of nabij waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones, zoals:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>graven in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, als bedoeld in paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>saneren van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef>, als bedoeld in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>bouwen van een bodemgevoelig <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">gebouw</tekst:IntRef> op een bodemgevoelige locatie, als bedoeld in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_2" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze instructieregels zijn alleen van toepassing voor activiteiten waarvoor op grond van artikel 5.2.2. van het Besluit activiteiten leefomgeving een voorafgaand bodemonderzoek moet worden verricht.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.117</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende eisen bodemonderzoek)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Omgevingsplannen voorzien alleen in activiteiten als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.116">Artikel 4.116</tekst:IntRef> als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>naast het voorafgaand onderzoek dat op grond van paragraaf 5.2.2. van het Besluit activiteiten leefomgeving moet worden verricht, ook onderzoek is gedaan naar de kwaliteit van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> en naar de gevolgen voor waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones van de beoogde activiteit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een nader bodemonderzoek bedoeld in artikel 5.7d van het Besluit activiteiten leefomgeving is gedaan, als uit een voorafgaand bodemonderzoek blijkt dat de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering bedoeld in artikel 4.12a van het Besluit activiteiten leefomgving wordt overschreden; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een risicobeoordeling is gedaan waarbij gebruik is gemaakt van de Risicotoolbox <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> en als dit niet beschikbaar is van Sanscrit.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_2" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als uit onderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat de signaleringsparameter beoordeling <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> als bedoeld in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt overschreden, dan worden in het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voor waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones regels opgenomen die voorzien in de standaard saneringsaanpak 'verwijderen van verontreiniging' als bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of in de standaard saneringsaanpak 'afdekken' als bedoeld in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarbij de afdeklaag bestaat uit een laag <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">baggerspecie</tekst:IntRef> met een minimale dikte van 1,0 meter.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_3" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als uit het onderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering als bedoeld in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt overschreden, maar er geen risico's zijn volgens de Risicotoolbox <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef>, dan worden in het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> voor waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones regels opgenomen die voorzien in bronverwijdering om nalevering naar het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> zoveel mogelijk te beperken.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_4" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als uit het bodemonderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering als bedoeld in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt overschreden en er risico's zijn volgens de Risicotoolbox <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef>, dan worden in het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> regels opgenomen die erin voorzien dat de beoogde activiteit alleen wordt uitgevoerd nadat er risicogericht en kosteneffectief is gesaneerd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.118" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.118">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.118</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel bronverwijdering)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De bronverwijdering om de nalevering te beperken, bedoeld in het <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_3">Artikel 4.117, derde lid</tekst:IntRef>:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.118__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.118__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.118__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.118__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>is gericht op het verwijderen van de vaste <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> die verontreinigd is boven de interventiewaarde; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.118__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.118__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>wordt kosteneffectief uitgevoerd.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.119</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel procedure risicogerichte en kosteneffectieve sanering)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Voor de toepassing van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_4">Artikel 4.117, vierde lid</tekst:IntRef> geldt dat het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> in ieder geval een verbod bevat om zonder omgevingsvergunning een sanering van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> en het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> te verrichten, als uit het nader bodemonderzoek en de risicobeoordeling blijkt dat:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de verontreiniging negatieve gevolgen voor de gezondheid heeft;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de verontreiniging onaanvaardbare gevolgen kan hebben voor waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones ter bescherming van actuele drinkwaterwinningen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er sprake is van een onbeheersbare situatie door de aanwezigheid van een drijflaag of zaklaag of door nalevering vanuit een bodemverontreiniging in de vaste <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> naar de grondwaterpluim.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> stelt de volgende voorwaarden aan een sanering als bedoeld in het eerste lid:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de sanering moet risicogericht en kosteneffectief worden uitgevoerd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de sanering is gericht op een verdergaande bronaanpak van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> en het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef>, waarbij risico's worden weggenomen en nalevering naar het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> in voldoende mate wordt beperkt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de sanering wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_1">BRL SIKB</tekst:IntRef> 7000;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de sanering wordt ge&#235;valueerd door een deskundige met een erkenning bodemkwaliteit voor de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_1">BRL SIKB</tekst:IntRef> 6000;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>van de sanering wordt een evaluatieverslag gemaakt met aanbevelingen voor eventuele nazorgmaatregelen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_3" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> geeft bij het verbod om zonder omgevingsvergunning een sanering van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> en het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> te verrichten als bedoeld in het eerste lid aan:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de indieningsvereisten voor de omgevingsvergunning voor de sanering;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de termijn en indieningsvereisten voor het indienen van het evaluatieverslag met daarin de eventuele noodzakelijke nazorgmaatregelen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_4" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.119__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> regelt dat bij een sanering als bedoeld in het eerste lid de nazorgmaatregelen worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>4.120</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(afwijking in kader van gebiedsgerichte aanpak)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> van een gemeente waar een programma gebiedsgerichte aanpak grondwaterbeheer van toepassing is, kan afgeweken worden van de aanvullende eisen voor bodemonderzoek in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_3">Artikel 4.117, derde lid</tekst:IntRef> en van de eisen die gesteld worden aan de bodemsanering in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.117__para_2">Artikel 4.117, tweede lid</tekst:IntRef>, als in het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef> regels worden opgenomen die ervoor zorgen dat de sanering van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef>- en grondwaterverontreinigingen en andere activiteiten die van invloed zijn op het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> worden verricht in overeenstemming met het programma.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het programma gebiedsgerichte aanpak grondwaterbeheer is minimaal gericht op:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het beschermen van de grondwaterkwaliteit in verhouding tot de opgaven in het gebied;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het functiegericht en kosteneffectief uitvoeren van sanering van een bodemverontreiniging in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">grond</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voor de gebiedsaanpak, waarbij een gestage verbetering van de grondwaterkwaliteit wordt gerealiseerd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het zoveel mogelijk voorkomen van de risico's van verspreiding van grondwaterverontreiniging buiten het gebied, die kunnen leiden tot:<tekst:br/>1) bedreiging van beschermde gebieden en<tekst:br/>2) overschrijding van de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een programma gebiedsgerichte aanpak grondwaterbeheer bevat in ieder geval:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_a" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een beschrijving van de opgaven in het gebied, de ambities, doelen en duur van het programma;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_b" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gebruik van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> en de beschermde gebieden binnen en in de nabijheid van het gebied;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_c" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de type verontreinigingen in het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> die vallen onder de gebiedsgerichte aanpak;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_d" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de uit te voeren maatregelen van de eigen organisatie en derden, inclusief de beschikbare middelen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_e" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de monitoring van het doelbereik van de maatregelen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_f" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aanwijzingen voor de doorwerking in het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">omgevingsplan</tekst:IntRef>, het regionale waterprogramma en het waterbeheerprogramma;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_g" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de uitgevoerde participatie en interbestuurlijke afstemming; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_h" eId="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.2__art_4.120__para_3__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de wijze van nazorg en afronding van het programma.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	  <tekst:Hoofdstuk eId="chp_5" wId="pv23_80__chp_5">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>5</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>WATERBEHEER</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_5__subchp_5.1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>INSTRUCTIEREGELS VOOR BEVOEGDHEDEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.1.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>instructies omgevingswaarden</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(naleven omgevingswaarden veiligheid regionale waterkeringen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Waterschappen nemen in het beheer en onderhoud van <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_1__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> de omgevingswaarden veiligheid regionale waterkeringen bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.4">Artikel 2.4</tekst:IntRef> in acht, die voor de dijktrajecten zijn opgenomen in <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_31">bijlage</tekst:IntRef> III (Omgevingswaarden dijktrajecten) en die bij <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_1__ref_4" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_1__ref_4" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> voor het dijktraject zijn aangegeven.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het waterkerend vermogen van de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_2__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.1__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> moet zijn berekend op de gemiddelde overschrijdingskans per jaar van de maatgevende waterstand, waarbij rekening is gehouden met de overige factoren die het waterkerende vermogen bepalen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.2" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.2">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.2</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(naleven omgevingswaarden wateroverlast)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Waterschappen nemen bij het bepalen van de bergings- en afvoercapaciteit van regionale wateren de omgevingswaarden wateroverlast bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.6">Artikel 2.6</tekst:IntRef> in acht, die voor het overwegende landgebruik van gebieden zijn vastgesteld.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.1.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Monitoring en gegevensverzameling omgevingswaarden regionale keringen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.3</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(monitoring omgevingswaarden regionale waterkeringen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap voert de monitoring uit van de omgevingswaarden <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef>, als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.4__para_1">Artikel 2.4, eerste lid</tekst:IntRef>, door het waterkerend vermogen <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__ref_3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> te beoordelen op basis van metingen, berekeningen en modellen, waarbij het waterschap gebruik gemaakt van:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__list_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__list_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de actuele STOWA-documenten; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__list_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.3__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de maatgevende hoogwaterstanden die vastgesteld zijn door <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.4</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verslag veiligheid regionale waterkeringen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap stelt periodiek een verslag op over het waterkerend vermogen van de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_1__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> die onder zijn beheer vallen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verslag bevat de resultaten van de beoordeling van de veiligheid van <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef>op:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de omgevingswaarde die op de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1__item_1__ref_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1__item_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> van toepassing is;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de maatgevende hoogwaterstanden waarmee rekening moet worden gehouden; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>gegevens in de legger.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het dagelijks bestuur brengt het verslag uit aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.1.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Monitoring en gegevensverzameling omgevingswaarden wateroverlast</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.5" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.5">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.5</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(monitoring omgevingswaarden wateroverlast )</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.5__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.5__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap voert de monitoring uit van de omgevingswaarde wateroverlast, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.6">Artikel 2.6</tekst:IntRef>, door te beoordelen of de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht voldoet aan de omgevingswaarde die voor dat gebied is gesteld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.5__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.5__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bij de monitoring van de omgevingswaarden, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.6">Artikel 2.6</tekst:IntRef>, worden de aanwijzingen van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> daarvoor in acht genomen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.6</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verslag wateroverlast)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap stelt periodiek een verslag op over de algemene waterstaatkundige toestand van de bergings- en afvoercapaciteit van regionale wateren die onder zijn beheer vallen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verslag bevat een beoordeling van de resultaten van de omgevingswaarden wateroverlast en een beoordeling van de mate waarin aan deze omgevingswaarde is voldaan.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6__para_3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verslag bevat ook een omschrijving van voorzieningen die op basis van de beoordeling bedoeld in het tweede lid nodig worden geacht.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6__para_4" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.3__art_5.6__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap brengt het verslag uit aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.1.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Aanvullende eisen Waterbeheerprogramma</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.7</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende eisen inhoud waterbeheerprogramma)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het waterbeheerprogramma bevat in aanvulling op de eisen die artikel 4.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving daaraan stelt, tenminste:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een beschrijving van de bestaande toestand van het watersysteem waarover het beheer zich uitstrekt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het beleid voor het beheer van de watersystemen, gericht op de aan de watersystemen toegekende functies en doelstellingen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een beschrijving van de maatregelen met prioriteitstelling en fasering, die nodig zijn om de gestelde doelen te realiseren; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een raming van de kosten van de gedurende de programmaperiode te nemen maatregelen, inzicht in de dekking van de kosten en een indicatie van het verloop van de op te leggen omslagen of heffingen in de programmaperiode;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_e" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>&#233;&#233;n of meer kaarten, waarbij de gebieden met de daarbij behorende omgevingswaarden als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.8">Artikel 2.8</tekst:IntRef> staan aangegeven, als het waterschap een strengere omgevingswaarde hanteert.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de onderbouwing van het waterbeheerprogramma wordt in ieder geval ingegaan op:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_2__list_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_2__list_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de afwegingen die aan het programma ten grondslag liggen en uitkomsten van de eventueel uitgevoerde onderzoeken; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_2__list_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de strategische doelstellingen van het regionale waterprogramma, die worden gerealiseerd door het uitvoeren van de maatregelen bedoeld in het eerste lid, onder c.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap rapporteert ten minste eenmaal per jaar aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> over:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3__list_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3__list_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de voortgang van de uitvoering van het waterbeheerprogramma;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3__list_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de mate waarin gestelde doelen worden bereikt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3__list_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de redenen van eventuele afwijkingen en de voorgestelde maatregelen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.1.5</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Watersysteem</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.8</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanvullende eisen inhoud legger waterstaatswerken)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De waterschappen geven in de legger een nadere invulling van de begrenzing van <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_1__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.3">Artikel 2.3</tekst:IntRef> (aanwijzing <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_1__ref_3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_1__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef>).</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De legger bevat in aanvulling op de eisen die artikel 2.39 van de Omgevingswet daaraan stelt in ieder geval:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het lengteprofiel en dwarsprofielen van de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1__item_1__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1__item_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> en regionale oppervlaktewaterlichamen; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een omschrijving van de ondersteunende kunstwerken en de bijzondere constructies die deel uitmaken van de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1__item_2__ref_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_2__list_1__item_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef>, regionale oppervlaktewaterlichamen en bergingsgebieden.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In geval van het meanderen van een oppervlaktelichaam wordt in afwijking van het tweede lid, onder a, in de legger de ruimtelijke begrenzing en het minimale dwarsprofiel vastgelegd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_4" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Voor bergingsgebieden wordt in de legger de ruimtelijke begrenzing en het bergend vermogen vastgelegd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.9" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.9">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.9</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel waterschapsverordening profiel vrije ruime)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De waterschapsverordening wijst voor <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.9__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.9__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_121__ref_o_121">primaire waterkeringen</tekst:IntIoRef> en <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.9__ref_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.9__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127">regionale waterkeringen</tekst:IntIoRef> het profiel vrije ruimte aan, waarbinnen ontwikkelingen worden tegengegaan die een toekomstige dijkverzwaring in de weg kunnen staan.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.10" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.10">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.10</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing werkingsgebied peilbesluiten en weidevogelleefgebied)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.10__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.10__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.10__para_1__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.10__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_149__ref_o_149">werkingsgebied peilbesluiten</tekst:IntIoRef> zijn de gebieden aangewezen waarbinnen op grond van artikel 2.41, eerste lid van de Omgevingswet peilbesluiten moeten worden genomen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.10__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.10__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als weidevogelleefgebieden zijn de gebieden aangewezen waarbinnen rekening moet worden gehouden met weidevogels.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.11" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.11">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.11</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregel peilbesluiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het algemeen bestuur van het waterschap stelt voor oppervlaktewaterlichamen die gelegen zijn binnen <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.11__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.11__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_149__ref_o_149">werkingsgebied peilbesluiten</tekst:IntIoRef> een of meer peilbesluiten vast.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.12</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(inhoud peilbesluiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het peilbesluit bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.11">Artikel 5.11</tekst:IntRef> bevat, in aanvulling op de eisen die artikel 2.41, derde lid van de Omgevingswet stelt, een kaart met de nadere begrenzing van het gebied waarbinnen de oppervlaktewaterlichamen en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">grondwaterlichaam</tekst:IntRef> gelegen zijn waarop het peilbesluit betrekking heeft.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het peilbesluit is voorzien van een onderbouwing, waarin ten minste zijn opgenomen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2__list_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2__list_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de afwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen en de uitkomsten van de onderzoeken die zijn verricht;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2__list_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een aanduiding van de veranderingen van de waterstanden ten opzichte van de bestaande situatie; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2__list_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een aanduiding van de gevolgen van het handhaven van de waterstanden voor de diverse belangen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.12__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de afwegingen bij het nemen van een peilbesluit voor een gebied dat is aangewezen als weidevogelleefgebieden, wordt in ieder geval het belang van de instandhouding en versterking van gunstige omgevingskwaliteiten voor weidevogels betrokken.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.13" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.13">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.13</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(herziening peilbesluiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.13__para_1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.13__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het Algemeen Bestuur van het waterschap zorgt ervoor dat een peilbesluit als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.11">Artikel 5.11</tekst:IntRef>, actueel is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.13__para_2" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.13__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het Algemeen Bestuur beziet ten minste een keer per 10 jaar of aanpassing nodig is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.1.6</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Instructies grondwateronttrekkingen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.14" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.14">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.14</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik instructieregels grondwateronttrekkingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Deze paragraaf bevat de instructieregels voor waterschappen over grondwateronttrekkingen en infiltratie van water in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">grondwaterlichaam</tekst:IntRef>. Deze instructieregels zijn niet van toepassing op grondwateronttrekkingen voor industri&#235;le toepassing groter dan 150.000 m3 en de openbare drinkwatervoorziening.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.15" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.15">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.15</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels grondwateronttrekkingen melding of omgevingsvergunning)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.15__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.15__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een waterschapsverordening staat onttrekken van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> of infiltreren van water in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">grondwaterlichaam</tekst:IntRef> alleen toe met een omgevingsvergunning of na het doen van een melding.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.15__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.15__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid is niet van toepassing op grondwateronttrekkingen en infiltreren van water in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">grondwaterlichaam</tekst:IntRef> die kleiner zijn dan 50.000 m<tekst:sup>3</tekst:sup> per jaar en op tijdelijke grondwateronttrekkingen en infiltraties van in totaal 50.000 m<tekst:sup>3</tekst:sup>, tenzij <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16">Artikel 5.16</tekst:IntRef>
										of <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16a">Artikel 5.16a</tekst:IntRef>
										van toepassing is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.16</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels grondwateronttrekkingen in de boringsvrije zone Salland Diep)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een waterschapsverordening die betrekking heeft op gebieden die zijn gelegen in de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16__para_1__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_69">boringsvrije zone Salland Diep</tekst:IntIoRef> bevat een verbod op grondwateronttrekkingen op een diepte van meer dan 50 m beneden het maaiveld.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kan de waterschapsverordening grondwateronttrekkingen, met een omgevingsvergunning mogelijk maken als dit <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> voor hoogwaardig industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_111__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16a">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.16a</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels grondwateronttrekkingen in de boringsvrije zone Salland Diep Noord)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een waterschapsverordening die betrekking heeft op gebieden die zijn gelegen in de <tekst:IntIoRef wId="pv23_111__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16a__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.16a__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_70">boringsvrije zone Salland Diep Noord</tekst:IntIoRef> bevat een verbod op grondwateronttrekkingen op een diepte van meer dan 50 m beneden het maaiveld voor andere doeleinden dan voor de ontwikkeling van een openbare drinkwaterwinning.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.1.7</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Instructies grondwaterregister</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.17" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.17">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.17</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik monitoring grondwateronttrekkingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Deze afdeling bevat regels voor de gegevensverzameling voor het grondwaterregister dat door <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> wordt bijgehouden en gegevens bevat over activiteiten waarbij <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> wordt onttrokken of water wordt ge&#239;nfiltreerd in een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">grondwaterlichaam</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.18</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels gegevensverzameling grondwateronttrekkingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De waterschapsverordening bepaalt dat:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_1__list_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_1__list_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>degene die <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> onttrekt of water infiltreert, elk kwartaal de onttrokken hoeveelheid <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> of ge&#239;nfiltreerd water meet met een nauwkeurigheid van ten minste 95%;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_1__list_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>degene die water infiltreert:<tekst:br/>1) de kwaliteit van dat water meet, voor de parameters en met de frequentie die zijn opgenomen in bijlage 3 van de Drinkwaterregeling; en<tekst:br/>2) de monsters analyseert volgens de eisen van bijlage 4 van de Drinkwaterregeling.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de waterschapsverordening kan worden bepaald dat voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties, in de voorschriften van de vergunning voor het onttrekken van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> of het infiltreren van water of, als geen vergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift kan worden bepaald dat de hoeveelheid over een kortere tijdspanne wordt gemeten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid geldt niet voor onttrekkingen of infiltraties kleiner dan 50.000 m3 per jaar en voor tijdelijke onttrekkingen of infiltraties van in totaal minder dan 50.000 m3, tenzij het gaat om onttrekkingen of infiltraties op meer dan 50 meter beneden het maaiveld binnen de boringsvrije zone Salland Diep.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.19" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.19">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.19</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verstrekken gegevens grondwateronttrekkingen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.19__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.19__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap waarin een onttrekking van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> of infiltratie van water plaatsvindt, verstrekt aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>: gegevens die op grond van <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.18">Artikel 5.18</tekst:IntRef>, eerste en tweede lid, worden verkregen; en een overzicht van de vergunningen en meldingen op basis waarvan het onttrekken van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> of infiltreren van water plaatsvindt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.19__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.19__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De gegevens bedoeld in het eerste lid worden uiterlijk op 31 mei van elk jaar verstrekt of bij be&#235;indiging van een onttrekking of infiltratie, binnen vier maanden na die be&#235;indiging.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.19__para_3" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.19__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap maakt voor het verstrekken van gegevens over grondwateronttrekking gebruik van het Landelijk Grondwater Register.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.20</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(instructieregels gegevensverzameling grondwateronttrekkingen en infiltratie)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De waterschapsverordening bepaalt dat degene die op basis van een melding of een omgevingsvergunning <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> onttrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het doel waarvoor het te onttrekken <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> wordt gebruikt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het aantal in te richten putten;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de co&#246;rdinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de diepte van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het N.A.P;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_e" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de lengte van het effectieve filter of de effectieve filters in iedere put;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_f" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de capaciteit van de put in kubieke meter per uur;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_g" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de hoeveelheid water in kubieke meter per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_h" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de negatieve gevolgen van de onttrekking te voorkomen of te beperken; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_i" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_1__list_1__item_i">
			  <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef> in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> brengen van water ter aanvulling van het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">grondwater</tekst:IntRef>:<tekst:br/>1) de hoeveelheid water in kubieke meter per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> wordt gebracht;<tekst:br/>2) de diepte waarop het water in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> wordt gebracht;<tekst:br/>3) een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> met de onttrekking;<tekst:br/>4) de herkomst en samenstelling van het water dat in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> wordt gebracht; en<tekst:br/>5) een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de negatieve gevolgen van het brengen van water in de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">bodem</tekst:IntRef> te voorkomen of te beperken.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_2" eId="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__art_5.20__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het eerste lid geldt niet voor onttrekkingen of infiltraties kleiner dan 50.000 m3 per jaar en voor tijdelijke onttrekkingen of infiltraties van in totaal minder dan 50.000 m3, tenzij het gaat om onttrekkingen of infiltraties binnen de boringsvrije zone Salland Diep.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_5__subchp_5.2" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>REGIONALE VERDRINGINGSREEKS</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.2.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Rangorde van waterschaarste regionale wateren</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.21</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(regionale verdringingsreeks onttrekking IJsselmeergebied)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In geval van watertekort of dreigend watertekort, wordt voor de verdeling van het beschikbare water over de in artikel 3.14, vierde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bedoelde behoeften bij het beheer van de regionale wateren achtereenvolgens prioriteit toegekend aan:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_1__list_1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_1__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_1__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>gebruik als industrieel proceswater;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_1__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>tijdelijke beregening van kapitaal-intensieve gewassen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In geval van watertekort of dreigend watertekort, wordt voor de verdeling het beschikbare water over de in artikel 3.14, vijfde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bedoelde behoeften bij het beheer van de regionale wateren achtereenvolgens prioriteit toegekend aan:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>peilhandhaving;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doospoelen en onttrekking voor beregening van akkerbouw;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>beregening van gras/mais;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doorspoelen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>overige belangen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>5.22</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(regionale verdringingsreeks onttrekking Twentekanalen/Overijsselse vecht)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In geval van watertekort of dreigend watertekort, wordt voor de verdeling van het beschikbare water over de in artikel 3.14, vierde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving bedoelde behoeften bij het beheer van de regionale wateren achtereenvolgens prioriteit toegekend aan:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1__list_1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>onttrekking voor proceswater;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doorspoeling ter bestrijding van verzilting of verontreiniging van oppervlaktewater waaruit proces- of gietwater onttrokken wordt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>beregening van kapitaalintensieve gewassen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In geval van watertekort of dreigend watertekort, wordt voor de verdeling het beschikbare water over de in artikel 3.14, vijfde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving bedoelde behoeften bij het beheer van de regionale wateren achtereenvolgens prioriteit toegekend aan:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doorspoelen in geval van (de kans op) acuut risico voor de volksgezondheid;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>scheepvaart;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>peilhandhaving en beregening voor akkerbouw;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>beregening gras/ma&#239;s;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>peilhandhaving en doorspoeling van niet kwetsbare natuur;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22__para_2__list_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>doorspoeling voor aquatische ecologie (KRW).</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_5__subchp_5.3" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>BEHEER PROVINCIALE VAARWEGEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.23" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.23">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.23</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(vaarwegbeheer provinciale vaarwegen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.23__para_1" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.23__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De provincie beheert de <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.23__para_1__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.23__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>, voor zover het beheer niet is toebedeeld aan waterschappen of gemeenten.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.23__para_2" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.23__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="cmp_13__content_1">Bijlage XIII</tekst:IntRef> (<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.23__para_2__ref_2" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.23__para_2__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>) is vermeld welke vaarwegen, sluizen en bruggen onderhouden en beheerd worden door de provincie en welke door waterschappen en gemeenten.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.24" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.24">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.24</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(vaarwegdiepte en vaarwegonderhoud)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.24__para_1" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.24__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De vaarwegbeheerder draagt zorg voor het onderhoud van de vaarweg en neemt daarbij de minimaal benodigde vaarwegdiepte in acht.  </tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.24__para_2" wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.24__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Op een besluit tot wijziging van de vaarwegdiepte van een provinciale vaarweg is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.25" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.25">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.25</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(onttrekken vaarweg aan openbaar scheepvaartverkeer)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.25__para_1" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.25__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Een besluit van een vaarwegbeheerder, anders dan het Rijk, om een regionale vaarweg voor alle schepen geheel of voor een deel blijvend te onttrekken aan het openbaar verkeer, moet goedgekeurd worden door <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.25__para_2" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.25__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het eerste lid is niet van toepassing op tijdelijke onttrekkingen aan het openbaar verkeer.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.25__para_3" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.25__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>
										<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> kunnen besluiten om een vaarweg of een deel van een vaarweg gesloten te verklaren voor nader te bepalen categorie&#235;n van vaartuigen.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.25__para_4" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.25__para_4">
		  <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Op de voorbereiding van besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	      <tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.26" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.26">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>5.26</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(bedieningstijden bruggen en sluizen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_1" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_1">
		  <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De beheerders van de bruggen en sluizen die onderdeel uitmaken van de vaarwegen die opgenomen zijn in Bijlage XIII <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_1__ref_1" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">Provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef> (<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_1__ref_2" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123">Provinciale vaarwegen</tekst:IntIoRef>), zorgen ervoor dat de bruggen en sluizen worden bediend op tijden die door <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> zijn vastgesteld.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_2" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_2">
		  <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het eerste lid geldt niet voor spoorbruggen en voor bruggen en sluizen in beheer bij het Rijk.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
		<tekst:Lid wId="pv23_80__chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_3" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.26__para_3">
		  <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Op de voorbereiding van het besluit waarmee de bedieningstijden van bruggen en sluizen worden vastgesteld zoals bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Lid>
	      </tekst:Artikel>
	    </tekst:Afdeling>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	  <tekst:Hoofdstuk eId="chp_6" wId="pv23_80__chp_6">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>6</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>FAUNABEHEER</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_6__subchp_6.1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>FAUNABEHEER</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>6.1.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>faunabeheereenheid</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen faunabeheereenheid)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Er is in Overijssel &#233;&#233;n faunabeheereenheid werkzaam die verantwoordelijk is voor de co&#246;rdinatie van de uitvoering van het door haar vastgestelde faunabeheerplan.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.2</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(samenstelling bestuur faunabeheereenheid)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In het bestuur zijn vier bestuurszetels beschikbaar voor de vertegenwoordiging van jachthouders, waarbij de volgende verdeling geldt:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>&#233;&#233;n zetel namens de terreinbeheerders;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>&#233;&#233;n zetel namens het particulier grondbezit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>&#233;&#233;n zetel namens het jachtbedrijf; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>&#233;&#233;n zetel namens de agrarische sector.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_2" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In het bestuur is &#233;&#233;n bestuurszetel beschikbaar voor de vertegenwoordiging van maatschappelijke organisaties als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, onder b van het Omgevingsbesluit.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_3" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.2__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het bestuur van de faunabeheereenheid wordt voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>6.1.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Eisen faunabeheerplan</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.3</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(reikwijdte faunabeheerplan)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het faunabeheerplan geldt voor tenminste 5000 hectare van het totale werkgebied van de faunabeheereenheid.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.4</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(geldigheidsduur faunabeheerplan)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het faunabeheerplan geldt voor maximaal 5 jaar.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_2" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De faunabeheereenheid kan het faunabeheerplan tijdens de looptijd gedeeltelijk wijzigen.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.5</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen faunabeheerplan &#x2013; populatiebeheer en schadebestrijding)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het faunabeheerplan bevat voor het onderdeel populatiebeheer en schadebestrijding in ieder geval de volgende gegevens:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de omvang van het werkgebied van de faunabeheereenheid;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een kaart waarop de begrenzing van het werkgebied van de faunabeheereenheid is aangegeven;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>kwantitatieve gegevens over de populatie van de diersoorten waarvoor een duurzaam beheer en schadebestrijding noodzakelijk wordt geacht, met inbegrip van gegevens over de aanwezigheid van de populaties in het gebied gedurende het jaar;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een onderbouwing van de noodzaak van een duurzaam beheer en schadebestrijding, waaronder een onderbouwde verwachting van de belangen die zouden worden geschaad, wanneer niet tot beheer of bestrijding zou worden overgegaan;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van de mate waarin de in onderdeel d bedoelde belangen in de 5 jaren voorafgaand aan het ter goedkeuring indienen van een faunabeheerplan zijn geschaad, inclusief de getroffen beheermaatregelen waaronder het naar soort onderscheiden aantal gedode dieren;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_f" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de huidige en gewenste stand van de in onderdeel c bedoelde diersoorten;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_g" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_g">
			<tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>per diersoort een beschrijving van de aard, omvang en noodzaak van de handelingen die zullen worden verricht om de gewenste stand, bedoeld in onderdeel f, te bereiken en schade te voorkomen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_h" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_h">
			<tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>per diersoort en gewas een beschrijving van de handelingen die in de periode, bedoeld in onderdeel e, zijn verricht om het schaden van de in onderdeel d bedoelde belangen te voorkomen, en ook, voor zover daarover redelijkerwijs kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn, een beschrijving van de effectiviteit van die handelingen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_i" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_i">
			<tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>voor zover het plan betrekking heeft op het beheer van edelherten, damherten, ree&#235;n of wilde zwijnen, een beschrijving van het voedselaanbod, de verhouding tussen dit voedselaanbod en de grootte van de populatie van die dieren, en ook de mogelijkheden van uitwisseling met aangrenzende terreinen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_j" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_j">
			<tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van de plaatsen in het werkgebied van de faunabeheereenheid waar en de perioden in het jaar waarin de in onderdeel g bedoelde handelingen zullen plaatsvinden;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_k" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_k">
			<tekst:LiNummer>k.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>voor zover daarover kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn, een onderbouwde inschatting van de verwachte effectiviteit van de in onderdeel g bedoelde handelingen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_l" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__list_1__item_l">
			<tekst:LiNummer>l.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een beschrijving van de wijze waarop de effectiviteit van de voorgenomen handelingen zal worden beoordeeld.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.6</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen faunabeheerplan &#x2013; uitoefening jacht)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het faunabeheerplan bevat over de uitoefening van de jacht in ieder geval de volgende gegevens:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__list_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>kwantitatieve gegevens over de populatie van de diersoorten waarop de uitoefening van de jacht plaatsvindt. Voor zover deze exacte gegevens ontbreken kan worden volstaan met een schatting van deze populaties en trendgegevens van deze populaties;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een overzicht van de gerealiseerde afschot per diersoort in de looptijd van het voorgaande faunabeheerplan;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een afwegingskader aan de hand waarvan de individuele jachthouder de redelijke wildstand als bedoeld in artikel 11.66 van het Besluit activiteiten leefomgeving in zijn jachtveld kan bepalen.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>6.1.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Wildbeheereenheden</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.7</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(eisen wildbeheereenheden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De jachthouders die samenwerken in een wildbeheereenheid zijn gerechtigd tot de jacht op gronden die voldoen aan de volgende eisen:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1">
			<tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het werkgebied van de wildbeheereenheid ligt geheel binnen de provincie Overijssel;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het werkgebied van een wildbeheereenheid overlapt niet met het werkgebied van een andere wildbeheereenheid;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_c" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de gronden hebben een totale oppervlakte van ten minste 5000 hectare;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_d" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de gronden omvatten ten minste 75% van de totale oppervlakte van het werkgebied van de wildbeheereenheid; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_e" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de gronden van het werkgebied zijn aaneengesloten.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_2" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.7__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De wildbeheereenheid zorgt voor publicatie van de begrenzing van het werkgebied op de website van de Faunabeheereenheid Overijssel.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.8" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.8">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.8</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aansluiting jachtaktehouders)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.8__para_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.8__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Jachthouders met een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en met een jachtveld dat met het geweer bejaagbaar is dat ligt binnen het werkgebied van een wildbeheereenheid, moeten zich bij deze wildbeheereenheid aansluiten.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.8__para_2" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.8__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De verplichte aansluiting bij een wildbeheereenheid als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor de jachthouders van Staatsbosbeheer, de vereniging Natuurmonumenten en de stichting Landschap Overijssel, als deze organisaties vertegenwoordigd zijn in het bestuur van de faunabeheereenheid.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.9</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(gegevensverzameling)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De wildbeheereenheid werkt actief mee aan trendtellingen van diersoorten, afschotregistratie en de registratie van dood gevonden dieren die in het werkgebied van de wildbeheereenheid gedaan moeten worden voor het faunabeheerplan.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.10</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(be&#235;indiging lidmaatschap)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het lidmaatschap van een wildbeheereenheid kan - gehoord het bestuur van de faunabeheereenheid - door het bestuur van de wildbeheereenheid worden opgezegd als een lid niet handelt conform het faunabeheerplan.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.11</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(geschillenregeling)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De wildbeheereenheden stellen een gezamenlijke geschillenregeling in.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_2" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze geschillenregeling voorziet in ieder geval in de behandeling van geschillen die voortvloeien uit besluiten over de be&#235;indiging van het lidmaatschap als bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10">Artikel 6.10</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>6.1.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Tegemoetkoming faunaschade</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.12" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.12">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.12</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(indiening aanvraag tegemoetkoming)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.12__para_1" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.12__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De aanvraag om tegemoetkoming wordt gedaan langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de aanvraag beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 20.21 van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.12__para_2" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.12__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De aanvraag wordt uiterlijk binnen 7 werkdagen nadat de aanvrager de schade heeft geconstateerd, ingediend.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.12__para_3" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.12__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als een aanvraag om tegemoetkoming niet voldoet aan de eisen in het eerste en tweede lid, komt de schade niet voor een tegemoetkoming in aanmerking.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.13" wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.13">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.13</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(taxatie schade)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het gewas, de teelt of de producten waarop de aanvraag om tegemoetkoming betrekking heeft, wordt niet eerder geoogst of op een andere manier afgevoerd van het bedrijf, dan nadat de schade definitief is getaxeerd door de taxateur.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.14" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.14">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>6.14</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(opmerkingen over het taxatierapport)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.14__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.14__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Opmerkingen over het taxatierapport moeten binnen acht werkdagen na ontvangst van het formulier 'bevestiging taxatie grondgebruiker' kenbaar gemaakt worden aan <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.14__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.4__art_6.14__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Opmerkingen over het taxatierapport worden ingediend langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op die datum beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 20.21 van de Omgevingswet. <tekst:strong> </tekst:strong>
									</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	  <tekst:Hoofdstuk eId="chp_7" wId="pv23_80__chp_7">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>7</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>LUCHTHAVENBESLUIT TWENTE AIRPORT</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Afdeling eId="chp_7__subchp_7.1" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>LUCHTHAVENBESLUIT TWENTE AIRPORT</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>7.1.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Algemene bepalingen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De regels in dit hoofdstuk zijn gericht op het optimaal benutten van <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1__ref_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139__ref_o_139">Twente Airport</tekst:IntIoRef> dat onderdeel uitmaakt van een gebiedsontwikkeling waarbij het voormalige militaire vliegveld Twente herontwikkeld wordt om ruimte te bieden aan luchtvaart ten dienste van luchthavengebonden bedrijvigheid, Business Aviation en General Aviation, met ruimte voor recreatief gebruik en met behoud van de kwaliteit van de leefomgeving, waaronder behoud van natuurkwaliteit en beperking van overlast.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.2</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(luchtvaartbesluit en definities Wet luchtvaart)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__para_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De regels van dit hoofdstuk gelden als luchthavenbesluit, bedoeld in artikel 8.43, eerste en tweede lid van de Wet luchtvaart, voor luchthaven <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__para_1__ref_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__para_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139__ref_o_139">Twente Airport</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__para_2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De begrippen, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet luchtvaart en artikel 1 van het Besluit Burgerluchthavens, zijn ook van toepassing op dit hoofdstuk.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.3</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Dit hoofdstuk gaat over:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>luchtvaartverkeer op en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_49">exploitant van de luchthaven</tekst:IntRef>
											<tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1__item_1__ref_2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1__item_1__ref_2" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139__ref_o_139">Twente Airport</tekst:IntIoRef>; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>activiteiten in beperkingengebieden rond luchthaven <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1__item_2__ref_3" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__list_1__item_2__ref_3" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139__ref_o_139">Twente Airport</tekst:IntIoRef>.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.4</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(luchthaven Twente Airport)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De luchthaven <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__ref_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139__ref_o_139">Twente Airport</tekst:IntIoRef> is gelegen aan Vliegveldstraat 100-C94, 7924 PK Enschede. De percelen en <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_124">perceel</tekst:IntRef>delen die onderdeel uitmaken van de luchthaven zijn als zodanig geometrisch begrensd/zijn weergegeven in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__content_3">Bijlage XVI - V-1</tekst:IntRef> bij dit besluit.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.5</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing luchthavengebied Twente Airport)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als luchthavengebied <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__ref_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139__ref_o_139">Twente Airport</tekst:IntIoRef> is het gebied aangewezen dat als zodanig geometrisch is begrensd/is weergegeven in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__content_4">Bijlage XVI - V-2</tekst:IntRef> bij dit besluit.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.6</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(start- en landingsbanen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Op de luchthaven zijn gelegen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1">
		      <tekst:Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1__item_a" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de verharde start- en landingsbaan, gelegen in de geografische richting 0550-2350 met een lengte van 2406 meter en een breedte van 45 meter met daarbij behorende taxibanen; en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1__item_b" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>een onverharde start- en landingsbaan, gesitueerd direct ten zuiden van de verharde baan, bedoeld onder a, eveneens gelegen in de geografische richting 0550-2350, met een lengte van 950 meter en een breedte van 150 meter.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>7.1.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Luchthavenverkeer en exploitatie</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.7</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(luchthavenverkeer)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7__para_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Op de luchthaven is alleen burgerluchtverkeer toegestaan.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7__para_2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid is het toegestaan op de luchthaven te landen en op te stijgen met militaire vliegtuigen en militaire helikopters, als deze <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_167">vliegbewegingen</tekst:IntRef> plaatsvinden voor vluchten die humanitair, militair of maatschappelijk noodzakelijk zijn.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7__para_3" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De exploitant laat op de luchthaven luchthavenluchtverkeer toe zolang de daardoor veroorzaakte geluidsbelasting niet tot een overschrijding leidt van de grenswaarden, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8">Artikel 7.8</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.8</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(grenswaarden voor geluidsbelasting)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>
									<tekst:IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7__para_3">Artikel 7.7, derde lid</tekst:IntRef>
								</tekst:Al>
		    <tekst:Al>Voor de toepassing van artikel 7.7, derde lid gelden de handhavingspunten bedoeld in artikel 8 van het Besluit Burgerluchthavens, en de grenswaarden voor de geluidsbelasting zoals die voor deze punten zijn opgenomen in onderstaande tabel en weergegeven op de kaart in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__content_4">Bijlage XVI - V-2</tekst:IntRef> bij dit besluit.</tekst:Al>
		    <tekst:Al>
									<tekst:i>Ligging van en grenswaarden op de handhavingspunten</tekst:i>
								</tekst:Al>
		    <tekst:table wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__table_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__table_1">
		      <tekst:tgroup align="left" cols="5">
			<tekst:colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="19.438*"/>
			<tekst:colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19.5702*"/>
			<tekst:colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="29.2231*"/>
			<tekst:colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20.0000*"/>
			<tekst:colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="11.6364*"/>
			<tekst:tbody valign="top">
			  <tekst:row>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>Baan</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>Baankop</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>Co&#246;rdinaten Handhavingspunten<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry/>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>Grenswaarde<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			  </tekst:row>
			  <tekst:row>
			    <tekst:entry/>
			    <tekst:entry/>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>X-co&#246;rdinaat<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>Y-co&#246;rdinaat<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>in dB(A) L<tekst:sub>den</tekst:sub>
														<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			  </tekst:row>
			  <tekst:row>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>05-23 (verhard)<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>HH05<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>256.446<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>476.717<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>57,26<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			  </tekst:row>
			  <tekst:row>
			    <tekst:entry/>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>HH23<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>258.550<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>478.256<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>57,64<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			  </tekst:row>
			  <tekst:row>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>05z-23z (onverhard)<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>HH05z<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>257.285<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>477.219<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>37,42<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			  </tekst:row>
			  <tekst:row>
			    <tekst:entry/>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>HH23z<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>258.213<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>477.898<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			    <tekst:entry>
			      <tekst:Al>36,73<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			    </tekst:entry>
			  </tekst:row>
			</tekst:tbody>
		      </tekst:tgroup>
		    </tekst:table>
		    <tekst:Al>(Kik hier voor de Bijlage 17 - V-9 in pdf-formaat)</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.9</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(openingstijden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_1" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De luchthaven mag geopend zijn op: alle dagen van 6.00 uur tot 23.00 uur.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_2" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het is exploitant toegestaan om toestemming te verlenen om incidenteel buiten de in het eerste lid genoemde openingstijden gebruik te maken van de luchthaven;</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het incidentele gebruik, bedoeld in het tweede lid, is beperkt tot 2 vliegbewegingen per dag op maximaal 12 dagen per gebruiksjaar en geldt alleen voor de avonduren tussen 23.00 en 24.00 uur.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_4" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De openingstijden, bedoeld in het eerste lid, zijn niet van toepassing op luchtvaartuigen die in nood verkeren of voor luchtvaartuigen die voor reddingsacties of hulpverlening worden ingezet.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.10</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(gebruiksjaar)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Het gebruiksjaar van de luchthaven omvat de periode van 1 januari van enig jaar tot en met 31 december van dat jaar.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>7.1.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Beperkingengebiedactiviteiten</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.11</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing beperkingengebiedactiviteiten)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Als beperkingengebiedactiviteiten <tekst:IntIoRef wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__ref_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_132__ref_o_132">rond luchthaven Twente Airport</tekst:IntIoRef> worden aangewezen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1" type="expliciet">
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_a">
			<tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>nieuwbouw van kwetsbare <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">gebouw</tekst:IntRef>en;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_b">
			<tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>de bouw van <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_177">woning</tekst:IntRef>en en andere geluidgevoelige bebouwing;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_c" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_c">
			<tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het oprichten van een obstakel die schade kan toebrengen aan vliegtuigen en bemanning bij het doorschieten op landingsbanen of te vroeg landen;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_d" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_d">
			<tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het oprichten van een obstakel die naderings- en vertrekroutes onbruikbaar kan maken;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_e" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_e">
			<tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>vogelaantrekkende activiteiten en</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_f" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.11__list_1__item_f">
			<tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			<tekst:Al>het gebruiken van een laserstraal die de vliegveiligheid kan verstoren.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.12</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(aanwijzing beperkingengebieden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">aandachtsgebieden</tekst:IntRef>
										<tekst:strong>voor externe veiligheid</tekst:strong> zijn aangewezen de gebieden die liggen binnen de contouren waarmee het 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risico zijn aangeduid en die als zodanig geometrisch zijn begrensd/zijn weergegeven op de kaart in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__content_5">Bijlage XVI - V-3</tekst:IntRef> bij dit besluit.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:strong>
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">Aandachtsgebieden</tekst:IntRef>voor geluidbelasting</tekst:strong> zijn aangewezen de gebieden die liggen binnen de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">Lden-contouren</tekst:IntRef> waarmee de geluidbelasting van 70 dB(A) Lden, 56 dB(A) Lden en 48 dB(A) Lden zijn aangeduid en die als zodanig geometrisch zijn begrensd/zijn weergegeven op de in kaart <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__content_6">Bijlage XVI - V-4</tekst:IntRef> bij dit besluit.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_3" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:strong>veiligheidsgebieden</tekst:strong> zijn aangewezen de gebieden die liggen binnen de contouren waarmee de veiligheidsrisico's door obstakels zijn aangeduid en die als zodanig geometrisch zijn begrensd/zijn weergegeven op de kaart in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__content_7">Bijlage XVI - V-5</tekst:IntRef> bij dit besluit.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_4" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:strong>gebieden met hoogtebeperkingen</tekst:strong> in verband met de vliegveiligheid zijn aangewezen de gebieden die liggen binnen de contouren die de risico's voor vliegveiligheid zijn aangeduid en die als zodanig geometrisch zijn begrensd/zijn weergegeven op de kaarten in de <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__div_1">Bijlage XVI - V-6</tekst:IntRef> bij dit besluit. Binnen deze gebieden zijn Obstakel Limitatie Vlakken en Obstakelvlakken voor de naderings- en vertrekroutes onderscheiden zoals aangegeven in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__div_1__content_1">Bijlage XVI - V6A</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__div_1__content_2">Bijlage XVI - V6B</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_5" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_5">
		    <tekst:LidNummer>5.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:strong>gebieden met beperkingen voor vogelaantrekkende functies en grondgebruik</tekst:strong> zijn aangewezen gebieden die als zodanig geometrisch zijn begrensd/zijn weergegeven op de kaart in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__content_8">Bijlage XVI - V-7</tekst:IntRef> bij dit besluit.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_6" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.12__para_6">
		    <tekst:LidNummer>6.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Als <tekst:strong>laserstraalvrije gebieden</tekst:strong> zijn aangewezen zijn gebieden die als zodanig geometrisch zijn begrensd/zijn weergegeven op de kaart in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__content_9">Bijlage XVI - V-8</tekst:IntRef> bij dit besluit.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.13</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod nieuwbouw in aandachtsgebieden externe veiligheid)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen <tekst:strong> 
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">Aandachtsgebieden</tekst:IntRef> voor externe veiligheid</tekst:strong> is de nieuwbouw van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">gebouw</tekst:IntRef> niet toegestaan op locaties die gelegen zijn op de 10-6 <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_126">plaatsgebonden risicocontour</tekst:IntRef> of tussen deze contour en de daarbinnen gelegen 10-5 <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_126">plaatsgebonden risicocontour</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_2__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_2__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">Aandachtsgebieden</tekst:IntRef> voor externe veiligheid voor zover die samenvallen met het luchthavengebied; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_2__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">Bedrijfswoningen</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_3" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kan de gemeente nieuwbouw van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">gebouw</tekst:IntRef> toestaan als <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> daarvoor advies met instemming hebben verleend.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De instemming voor de bouw van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_177">woning</tekst:IntRef> of een ander <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">kwetsbaar gebouw</tekst:IntRef>, wordt gegeven als er sprake is van:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>nieuwbouw op een open plek in de bestaande bebouwing;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>verandering van bestemming van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">gebouw</tekst:IntRef>; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4__list_1__item_c" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.13__para_4__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>verplaatsing van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_177">woning</tekst:IntRef> of een kwetsbaar gebouw naar een minder risicodragende locatie binnen het gebied, als de oude <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_177">woning</tekst:IntRef> of het oude kwetsbare <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">gebouw</tekst:IntRef> aan de functie is onttrokken.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.14</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod nieuwbouw geluidgevoelige bebouwing in aandachtsgebieden geluidbelasting)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen <tekst:strong> 
											<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">Aandachtsgebieden</tekst:IntRef> voor geluidbelasting</tekst:strong> is de nieuwbouw van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_177">woning</tekst:IntRef> of een ander <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">geluidsgevoelig gebouw</tekst:IntRef>, niet toegestaan op locaties die gelegen zijn op of binnen de contour van 48 dB(A) Lden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_2__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_2__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aandachtsgebieden voor geluidbelasting voor zover die samenvallen met het luchthavengebied; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_2__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">bedrijfswoning</tekst:IntRef>en.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In afwijking van het eerste lid kan de gemeente de bouw van een <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_177">woning</tekst:IntRef> of een ander <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">geluidsgevoelig gebouw</tekst:IntRef> toestaan op een locatie die gelegen is op de contour van 48 dB(A) Lden of in het gebied tussen de contour van 48 dB(A) Lden en het luchthavengebied als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>
												<tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gedeputeerde Staten</tekst:IntRef> daarvoor advies met instemming hebben verleend; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de nieuwbouw op die plaats al aanwezige bebouwing vervangt; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3__list_1__item_c" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.14__para_3__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het gaat om een verplaatsing binnen het gebied naar een locatie waar de geluidbelasting door het luchthavenluchtverkeer minder is en als de oude <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_177">woning</tekst:IntRef> of het <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">geluidsgevoelig gebouw</tekst:IntRef> aan de bestemming is onttrokken.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.15</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod obstakels in beperkingengebieden veiligheid)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen <tekst:strong>veiligheidsgebieden</tekst:strong> gelden er eisen voor de vlakheid van het terrein en zijn daarom obstakels niet toegestaan met uitzondering van breekbare en lichte constructies.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod bedoeld in het tweede lid geldt niet als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het obstakel of de helling is opgericht, geplaatst of aangelegd in overeenstemming met een omgevingsvergunning;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor het obstakel of de helling v&#243;&#243;r inwerkingtreding van dit besluit op 30 maart 2017 een omgevingsvergunning is verleend; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2__list_1__item_c" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het obstakel een boom of een struik betreft, tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_49">exploitant van de luchthaven</tekst:IntRef> beoordeelt dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid oplevert.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_3" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen veiligheidsgebieden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een werk dat geen bouwwerk is, of een werkzaamheid uit te voeren als dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen voor de vlakheid van het terrein.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_4" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.15__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De voorschriften in dit artikel zijn niet van toepassing op veiligheidsgebieden voor zover die samenvallen met het luchthavengebied.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.16</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(hoogtebeperkingen voor vliegveiligheid)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen <tekst:strong>gebieden met hoogtebeperkingen</tekst:strong> zijn obstakels niet toegestaan als die hoger zijn dan de hoogten die vermeld zijn voor de Obstakel Limitatie Vlakken op de kaart in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__div_1__content_1">Bijlage XVI - V6A</tekst:IntRef> en voor de Obstakelvlakken voor de naderings- en vertrekroutes op de kaart in <tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__div_1__content_2">Bijlage XVI - V6B</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het obstakel is opgericht, geplaatst of aangelegd in overeenstemming met een omgevingsvergunning voor een bouw- of aanlegactiviteit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>v&#243;&#243;r het tijdstip inwerkingtreding van dit luchthavenbesluit op 30 maart 2017 voor het obstakel een omgevingsvergunning voor een bouw- of aanlegactiviteit is verleend; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2__list_1__item_c" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_2__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het obstakel een boom of een struik betreft tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_49">exploitant van de luchthaven</tekst:IntRef> of Luchtverkeersleiding Nederland beoordeelt dat de boom of de struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen van het gebruik van de luchthaven.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_3" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De voorschriften in dit artikel zijn niet van toepassing op gebieden met hoogtebeperkingen voor zover die samenvallen met het luchthavengebied.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.17</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod op vogelaantrekkende functies en grondgebruik)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen <tekst:strong>gebieden met beperkingen voor vogelaantrekkende functies en grondgebruik </tekst:strong>zijn de volgende functies of gebruik binnen de volgende categorie&#235;n niet toegestaan:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>industrie in de voedingsopslag met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_50">extramurale opslag</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_51">extramurale overslag</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>viskwekerij met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_50">extramurale opslag</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_c" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>opslag of verwerking van afvalstoffen met <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_50">extramurale opslag</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">extramurale verwerking</tekst:IntRef>;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_d" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>natuurgebied of vogelgebied; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_e" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_1__list_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>moerasgebied of oppervlaktewater of een combinatie daarvan groter dan 3 hectare of waarvan het totaal van de opgesplitste delen groter is dan 3 hectare.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_2" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod in het tweede lid geldt niet:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_2__list_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_2__list_1" type="expliciet">
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_2__list_1__item_a" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_2__list_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor zover het gebruik of de bestemming rechtmatig was op 29 maart 2017; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_2__list_1__item_b" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.17__para_2__list_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>wanneer op basis van een studie naar de vogelaantrekkende werking kan worden geconcludeerd dat het gebruik of de functie geen onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.18" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.18">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>7.18</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(verbod op laserstralen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.18__para_1" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.18__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Binnen <tekst:strong>laserstraalvrije gebieden</tekst:strong> is een functie voor of een gebruik van een laserstraal die de vliegveiligheid kan verstoren niet toegestaan.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.18__para_2" wId="pv23_80__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.18__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2.</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover de functie of het gebruik rechtmatig was op 29 maart 2017.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	  <tekst:Hoofdstuk eId="chp_8" wId="pv23_80__chp_8">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>8</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Artikel eId="chp_8__art_8.1" wId="pv23_80__chp_8__art_8.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>8.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(inwerkingtreding)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Deze verordening treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Artikel>
	    <tekst:Artikel eId="chp_8__art_8.2" wId="pv23_80__chp_8__art_8.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>8.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(citeertitel)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Deze verordening wordt aangehaald als: Omgevingsverordening Overijssel 2024.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Artikel>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	</tekst:Lichaam>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_1" eId="cmp_1">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>I</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Begripsbepalingen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1" eId="cmp_1__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Begrippenlijst wId="pv23_87__cmp_1__list_1" eId="cmp_1__list_1">
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_10" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">
		  <tekst:Term>aandachtsgebieden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_11" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_11">
		  <tekst:Term>aanduiding</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>verwijzing naar een toeristisch object, verzorgingsplaats of toeristisch overstappunt, informatiepanelen, activiteitenborden, speciale aanduidingen, tijdelijke bewegwijzering en gedenktekens</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_12" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_12">
		  <tekst:Term>achtergrondwaarden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>achtergrondwaarden als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_13" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_13">
		  <tekst:Term>activiteitenbord</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bord van een gemeente met informatie over actuele activiteiten binnen die gemeente</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_14" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">
		  <tekst:Term>actueel onderzoek bedrijventerreinen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>onderzoek naar de behoefte aan nieuw bedrijventerrein zoals dat onderbouwd kan worden vanuit de regionale behoefte bedrijventerreinen, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_15" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">
		  <tekst:Term>actueel onderzoek woningbouw</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>onderzoek naar de behoefte aan nieuwe woningen zoals dat onderbouwd kan worden vanuit de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_16" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">
		  <tekst:Term>afspraken bedrijventerreinen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bestuurlijke afspraken tussen de provincie Overijssel en gemeenten over onder meer het ambitieniveau voor de economische ontwikkeling van de regio, profilering van bedrijventerreinen, het toekomstbestendig maken en houden van de bestaande voorraad, (her)programmering van het aanbod aan bedrijventerreinen en de bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_17" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_17">
		  <tekst:Term>anorganische meststoffen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>anorganische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_18" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">
		  <tekst:Term>baggerspecie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_19" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_19">
		  <tekst:Term>basisrecreatietoervaartnet</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>landelijk netwerk van doorgaande vaarwegen dat de vaargebieden in alle provincies met elkaar verbindt voor de watersport</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_20" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">
		  <tekst:Term>bedrijf</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten en daarmee samenhangende functies</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_21" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_21">
		  <tekst:Term>bedrijfsmatige exploitatie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>door middel van een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon beheren en/of exploiteren</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_22" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">
		  <tekst:Term>bedrijfsuitweg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>uitweg ter ontsluiting van een perceel dat bij of krachtens de Omgevingswet een bedrijfsmatige functie en daarmee samenhangende functies heeft</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_23" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">
		  <tekst:Term>bedrijfswoning</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>woning in of bij een gebouw of op een terrein waar een bedrijf wordt uitgeoefend, kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de aard van het bedrijf kennelijk gewenst is</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_24" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_24">
		  <tekst:Term>begraafplaatsen en terreinen voor het verstrooien van as</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>begraafplaatsen en terreinen die bestemd zijn om permanent as op te verstrooien als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging alsmede dierenbegraafplaatsen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_25" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_25">
		  <tekst:Term>besliswijzer</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>wegwijzer op of nabij het punt waar de weggebruiker op de verkregen informatie van de bewegwijzering zal reageren door al dan niet van richting veranderen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_2" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">
		  <tekst:Term>Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) stelt het Rijk algemene regels bij activiteiten in de fysieke leefomgeving. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een melding of omgevingsvergunning nodig is. Daarnaast regelt het Bal wie het bevoegd gezag is. Het Bal geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving burgers, bedrijven en overheid.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_26" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_26">
		  <tekst:Term>bestaand bebouwd gebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>de gronden binnen steden en dorpen die benut worden voor stedelijke functies op grond van een geldend omgevingsplan en op grond van een (voor)ontwerp voor zover de provincie daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_27" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_27">
		  <tekst:Term>bestaand netwerk van zandwinningen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>het geheel van bestaande zandwinlocaties</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_28" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_28">
		  <tekst:Term>bestaande erven</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>locaties in de Groene Omgeving waar woningen, bedrijven en voorzieningen aanwezig zijn of gerealiseerd kunnen worden op grond van het geldende omgevingsplan of op grond van een (voor)ontwerp voor zover de provincie daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_29" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_29">
		  <tekst:Term>bestaande functies</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>functies die gerealiseerd kunnen worden op grond van het geldende omgevingsplan of op grond van een (voor)ontwerp voor zover de provincie daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_30" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_30">
		  <tekst:Term>bestaande/aanwezige natuurwaarden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>natuurwaarden die feitelijk aanwezig zijn in een gebied</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_31" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_31">
		  <tekst:Term>bijlage</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bij deze verordening behorende bijlage</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_32" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_32">
		  <tekst:Term>biociden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>biociden als bedoeld in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_33" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">
		  <tekst:Term>bodem</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_34" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">
		  <tekst:Term>bodemenergiesysteem</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>een activiteit waarbij direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd, waaronder begrepen een bodemenergiesysteem als bedoeld in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving en een mijnbouwwerk ten behoeve van het opsporen en winnen van aardwarmte als bedoeld in artikel 1, onder n, onderdeel 1, van de Mijnbouwwet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_35" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_35">
		  <tekst:Term>boeteclausule</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>contractuele afspraak waarin is vastgelegd dat de ene partij aan de andere partij een boete verschuldigd is als zich een bepaalde situatie voordoet. De boete kan bestaan uit een geldbedrag of een prestatie</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_36" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_36">
		  <tekst:Term>bouwstof</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bouwstof als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_1" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_1">
		  <tekst:Term>BRL SIKB</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>BRL SIKB als bedoeld in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_37" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">
		  <tekst:Term>buisleiding</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>buisleiding bestemd of gebruikt voor het vervoer van olie(producten), chemicali&#235;n en gas, met uitzondering van een buisleiding voor het transport van aardgas, alsmede een buisleiding voor het transport van elektriciteit die wordt gekoeld met olie of chemicali&#235;n</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_38" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_38">
		  <tekst:Term>buurt- en wijkwinkelcentra</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>winkelgebieden waar detailhandelsvestigingen geconcentreerd zijn, niet zijnde kernwinkelgebieden, die vooral gericht zijn op het voorzien in de dagelijkse behoeften</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_39" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">
		  <tekst:Term>catalogus Gebiedskenmerken</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bijlage van de Omgevingsvisie Overijssel waarin een beschrijving is opgenomen van alle gebiedstypen in Overijssel, waarbij is vastgelegd welke kwaliteiten en kenmerken van elke gebiedstype behouden, versterkt en ontwikkeld moeten vanuit de benadering van de natuurlijke laag, de laag van de agrarische cultuurlandschappen, de stedelijke laag en de laag van de beleving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_40" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_40">
		  <tekst:Term>compensatieplan</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>plan waarin de maatregelen worden vastgelegd die noodzakelijk zijn om de impact van ontwikkelingen binnen het Natuurnetwerk Nederland te compenseren en te mitigeren</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_41" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_41">
		  <tekst:Term>compost</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>compost als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit meststoffenwet.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_3" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_3">
		  <tekst:Term>CROW</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_42" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">
		  <tekst:Term>dierenverblijven</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebouwen met inbegrip van de verharde uitloop voor het houden van landbouwhuisdieren of een ander bouwwerk voor het houden van dieren</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_43" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_43">
		  <tekst:Term>dierlijke meststoffen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>dierlijke meststoffen als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Meststoffenwet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_44" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">
		  <tekst:Term>drinkwaterbedrijf</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Drinkwaterwet of een ander bedrijf dat uitsluitend of mede bestemd is voor het onttrekken van grondwater voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water en in wiens belang het betreffende gebied wordt beschermd</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_45" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_45">
		  <tekst:Term>duurzaamheid</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>duurzame ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoefte te voorzien</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_46" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_46">
		  <tekst:Term>economisch instituut voor de bouw (EIB)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) is een onderzoeksbureau voor toegepaste economische analyse. <tekst:br/>Zowel in opdracht als op eigen initiatief verricht het EIB onderzoek voor marktpartijen en overheid. Op onafhankelijke en wetenschappelijke wijze beantwoordt het EIB economische en sociale vraagstukken over de bouw en gebouwde omgeving.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_47" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">
		  <tekst:Term>erfmolen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>kleine windturbines op het erf van een (agrarisch) bedrijf waarmee energie wordt opgewekt voor in hoofdzaak eigen gebruik</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_48" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_48">
		  <tekst:Term>erftoegangsweg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>lokale weg met een verblijfsfunctie, die primair bedoeld is voor bestemmingsverkeer</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_49" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_49">
		  <tekst:Term>exploitant van de luchthaven</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>de rechtspersoon die de luchthaven exploiteert</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_50" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_50">
		  <tekst:Term>extramurale opslag</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>opslag anders dan in een volledig afgesloten gebouw</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_51" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_51">
		  <tekst:Term>extramurale overslag</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>overslag anders dan in een volledig afgesloten gebouw</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_52" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">
		  <tekst:Term>extramurale verwerking</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>verwerking anders dan in een volledig afgesloten gebouw</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_53" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_53">
		  <tekst:Term>fracking</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>het proces waarbij onder hoge druk een mix van water, chemicali&#235;n en zandkorrels de kleisteenlaag wordt ingespoten, waarbij scheuren ontstaan waarlangs het gas naar de boorschacht kan lopen en gewonnen kan worden</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_54" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_54">
		  <tekst:Term>gebiedsaanduidingsbord</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bord voor de aanduiding van regio&#x2019;s, nationale landschappen, nationale parken, ecologische hoofdstructuurgebieden en Unescogebieden- en objecten</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_55" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_55">
		  <tekst:Term>gebiedscategorie bestaand</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden die beschikbaar zijn voor het realiseren van de natuurdoelen zoals omschreven in bijlage X: Wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_56" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_56">
		  <tekst:Term>gebiedscategorie te realiseren</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden die getypeerd worden door de geschiktheid voor verdere ontwikkeling van aanwezige of in potentie aanwezige natuurwaarden, maar die nog niet of niet geheel kunnen worden ingericht als natuur conform de natuurdoelen zoals omschreven in bijlage X: Wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland, omdat de gronden nog niet zijn aangekocht, nog niet zijn afgewaardeerd of nog niet beschikbaar zijn voor het realiseren het Natuurnetwerk Nederland</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_57" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_57">
		  <tekst:Term>gebiedskenmerken</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>de verschillende typen landschappen en hun kenmerkende eigenschappen zoals beschreven in de Catalogus Gebiedskenmerken</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_58" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_58">
		  <tekst:Term>gebiedsontsluitingsweg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>een weg die de verbindingsschakel vormt tussen stroomwegen en erftoegangswegen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_59" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">
		  <tekst:Term>gebouw</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebouw als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_60" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">
		  <tekst:Term>gedenkteken</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>niet aard- en nagelvast voorwerp zonder verkeersfunctie ter nagedachtenis aan een menselijk verkeersslachtoffer</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_4" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">
		  <tekst:Term>Gedeputeerde Staten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Gedeputeerde Staten van Overijssel</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_61" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">
		  <tekst:Term>geitenhouderij</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>veehouderij met meer dan 10 geiten</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_62" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">
		  <tekst:Term>geluidsgevoelig gebouw</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebouw met een onderwijs- of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_63" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_63">
		  <tekst:Term>gewasbeschermingsmiddel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_64" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_64">
		  <tekst:Term>glastuinbouwlocatie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebied dat is aangewezen voor de vestiging van nieuwe glastuinbouwgebieden</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_5" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">
		  <tekst:Term>Groene Omgeving</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>dat deel van de fysieke leefomgeving waarvan de gronden niet vallen binnen bestaand bebouwd gebied</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_65" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_65">
		  <tekst:Term>groepsrisico</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>kans per jaar dat ten minste 10 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied dat wordt veroorzaakt door een activiteit met externe veiligheidsrisico's</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_66" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">
		  <tekst:Term>grond</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_67" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">
		  <tekst:Term>grondwater</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>grondwater als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_68" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_68">
		  <tekst:Term>grondwaterbeschermingsgebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden die op grond van artikel 7.11, eerste lid onder b van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen met het oog op de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de winning daarvan voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_69" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">
		  <tekst:Term>grondwaterlichaam</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>grondwaterlichaam als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_70" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_70">
		  <tekst:Term>grootschalige detailhandel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>detailhandel - niet zijnde detailhandel in de branchegroepen dagelijkse goederen of mode en luxe artikelen - met een zeer groot winkelvloeroppervlak en met een assortiment van goederen die qua aard en omvang op zichzelf passend zijn binnen een kernwinkelgebied, maar die aantoonbaar vanwege de omvang van het assortiment van de winkelformule een zeer groot winkeloppervlak nodig hebben</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_71" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_71">
		  <tekst:Term>grote en grootschalige risicovolle activiteiten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>activiteiten die gelet op de risico&#x2019;s voor de grondwaterkwaliteit &#233;n als zodanig, ongewenst zijn in grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_72" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">
		  <tekst:Term>herstructurering</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>het proces waarbij verouderde woonwijken en bedrijventerreinen opnieuw worden ingericht en waarbij de bestaande functie van het gebied gehandhaafd blijft</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_73" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_73">
		  <tekst:Term>hoofdfietsverbindingen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>hoogwaardig fietsnetwerk van en naar de stedelijke centra en streekcentra</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_74" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">
		  <tekst:Term>hoofdinfrastructuur</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>weg-, vaarweg- en spoorverbindingen van en naar de stedelijke centra en streekcentra</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_75" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">
		  <tekst:Term>houder van een zwemwaterlocatie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>degene voor wiens rekening en risico een zwemwaterlocatie wordt gedreven</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_76" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">
		  <tekst:Term>informatiepaneel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>paneel dat bestaat uit een kaart van het gebied en een bijbehorend register van objecten en straatnamen om de weggebruiker duidelijk te maken waar een object of een straat ligt en langs welke route dit kan worden bereikt</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_77" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_77">
		  <tekst:Term>instructieregel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Instructieregels gaan over de inhoud, toelichting of motivering van een instrument dat een bestuursorgaan op grond van de Omgevingswet kan inzetten.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_78" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">
		  <tekst:Term>intrekgebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden die aangewezen zijn voor de bescherming van grondwater op basis van de tijd die een waterdruppel er over doet om vanaf de rand van het gebied tot aan een winput te komen waar grondwater wordt onttrokken voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_79" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_79">
		  <tekst:Term>kalkmeststoffen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>kalkmeststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_80" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">
		  <tekst:Term>kernkwaliteiten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>essenti&#235;le landschappelijke of cultuurhistorische kenmerken van nationale landschappen of van een deel van een nationaal landschap die aanleiding zijn geweest om over te gaan tot aanwijzing van het nationaal landschap</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_81" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">
		  <tekst:Term>kernwinkelgebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>het gedeelte van binnensteden en dorpscentra waar detailhandelsvestigingen geconcentreerd zijn</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_82" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_82">
		  <tekst:Term>kringloopwinkel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>winkel die met het oog op de beperking van de afvalstroom en het hergebruik van producten afgedankte waren gratis inzamelt, sorteert, eventueel repareert en opnieuw verkoopt;</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_83" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_83">
		  <tekst:Term>kunstwerk</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>een civieltechnische constructie die onderdeel is van een weg, vaarweg of watergang, zoals een brug, viaduct, ecoduct, (fauna)tunnel, onderdoorgang, sluis, stuw, gemaal, sifon, duiker (met een diameter groter dan 800 milimeter) en geleide- en remmingwerken;</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_84" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">
		  <tekst:Term>kwaliteitsimpuls</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>extra inzet op het verbeteren en versterken van ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_85" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">
		  <tekst:Term>kwaliteitsklasse</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>kwaliteitsklasse als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_86" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">
		  <tekst:Term>kwetsbaar gebouw</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebouw met een onderwijs- of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_87" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_87">
		  <tekst:Term>kwetsbare locatie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>locatie als bedoeld in Bijlage VI, onderdeel D van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zoals dat luidde op de datum van inwerkingtreding van deze verordening</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_88" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_88">
		  <tekst:Term>ladder voor duurzame verstedelijking</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor effici&#235;nt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De regeling vindt u in artikel 3.1.6 Bro.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_89" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_89">
		  <tekst:Term>landbouwhuisdieren</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>zoogdier of vogel voor de productie van vlees, eieren, melk, wol, pels of veren of een paard of pony voor het fokken</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_90" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_90">
		  <tekst:Term>langsliggende kabels of leidingen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>een kabel of leiding die parallel is gelegd aan, boven, onder, op of in een infrastructureel werk of andere werken in beheer van de provincie</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_6" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">
		  <tekst:Term>Lden-contouren</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>contouren ter aanduiding van de beperkingengebieden in verband met de geluidsbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer, bedoeld in artikel 9 van het Besluit burgerluchthavens</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_91" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_91">
		  <tekst:Term>lokaal gewortelde bedrijvigheid</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bedrijven die hun oorsprong &#243;f verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen &#233;n toegevoegde waarde bieden aan de sociaal-economische structuur en voorzieningen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_92" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_92">
		  <tekst:Term>lokale behoefte</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>behoefte op gemeentelijke niveau</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_93" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_93">
		  <tekst:Term>lozing</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>het op of in de bodem brengen van koelwater, afvalwater dan wel overige vloeistoffen, waarin schadelijke stoffen voorkomen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_94" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_94">
		  <tekst:Term>mechanische ingreep</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>werk op of in de bodem, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten of verspreiding van schadelijke stoffen in de bodem kunnen veroorzaken, waaronder begrepen boringen, grond- en funderingswerken</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_95" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_95">
		  <tekst:Term>mestfoliebassin</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>mestbassin als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, voornamelijk opgebouwd uit folies</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_96" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_96">
		  <tekst:Term>meststoffen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de meststoffenwet.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_97" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_97">
		  <tekst:Term>mestzak</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>mestzak als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_98" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_98">
		  <tekst:Term>methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>door Gedeputeerde Staten vastgestelde methodiek die moet worden gebruikt voor het toestaan van nieuwe risicovolle activiteiten in een omgevingsplan</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_99" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_99">
		  <tekst:Term>mottoborden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>speciale aanduidingen die gericht zijn op de be&#239;nvloeding van het gedrag van weggebruikers ter uitvoering van overheidsbeleid op het gebied van verkeersveiligheid en mobiliteit</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_100" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_100">
		  <tekst:Term>multimodale knooppunten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>locaties waar de uitwisseling plaatsvindt tussen de verkeersmodaliteiten weg, water en spoor</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_101" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_101">
		  <tekst:Term>nationaal landschap</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebied met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee cultuurhistorische en natuurlijke kenmerken</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_7" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_7">
		  <tekst:Term>NEN 3650</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>NEN 3650 &#x2018;Eisen voor buisleidingsystemen&#x2019;, uitgave januari 2020</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_8" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">
		  <tekst:Term>NEN 3655</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>NEN 3655 &#x2018;Veiligheidsbeheersysteem (VBS) voor buisleidingsystemen voor het transport van gevaarlijke stoffen &#x2013; Functionele eisen&#x2019;, uitgave januari 2020</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_102" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_102">
		  <tekst:Term>niet-agrarische bedrijvigheid</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bedrijvigheid anders dan agrarisch bedrijvigheid, die niet functioneel aan de Groene Omgeving is gebonden</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_103" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_103">
		  <tekst:Term>niet-risicovolle activiteiten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>alle activiteiten behalve de activiteiten die goed samengaan met de betekenis van het grondwater voor de drinkwaterwinning en grote of grootschalige risicovolle activiteiten</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_104" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_104">
		  <tekst:Term>nieuw bedrijventerrein</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bedrijventerrein waarin het geldende omgevingsplan nog niet voorziet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_105" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_105">
		  <tekst:Term>nieuwe bovengrondse opslagmogelijkheid</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bovengrondse opslagmogelijkheden waarin het geldende omgevingsplan nog niet voorziet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_106" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_106">
		  <tekst:Term>nieuwe detailhandelsvestigingen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>detailshandelsvestigingen waarin het geldende omgevingsplan nog niet voorziet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_107" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_107">
		  <tekst:Term>nieuwe multifunctionele locatie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>multifunctionele locatie waarin het geldende omgevingsplan nog niet voorziet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_108" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_108">
		  <tekst:Term>nieuwe ondergrondse opslagmogelijkheid</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>ondergrondse opslagmogelijkheden waarin het geldende omgevingsplan nog niet voorziet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_109" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_109">
		  <tekst:Term>nieuwe ontwikkelingen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving waarvoor het geldende omgevingsplan moet worden aangepast voordat daaraan medewerking kan worden verleend</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_110" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_110">
		  <tekst:Term>nieuwe woningen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_111" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_111">
		  <tekst:Term>nieuwe zelfstandige kantoren</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>kantoorruimten die geen onderdeel uitmaken van een bedrijf</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_112" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_112">
		  <tekst:Term>nieuwvestiging</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>vestiging waarin het geldende omgevingsplan nog niet voorziet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_113" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_113">
		  <tekst:Term>normerende uitspraken</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>uitspraken over landschappelijke inpassing volgens de aanwezige gebiedskenmerken die geen ruimte laten voor lokale afweging</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_114" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_114">
		  <tekst:Term>oever</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>stuk land tussen de oeverlijn en de dichtstbij gelegen rand van het beperkingengebied vaarwegen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_115" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_115">
		  <tekst:Term>omgevingsplan</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_116" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_116">
		  <tekst:Term>omgevingsvisie Overijssel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>provinciale integrale visie voor de fysieke leefomgeving zoals vastgesteld door Provinciale Staten</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_117" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_117">
		  <tekst:Term>ondersteunend glas</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>tuinbouw waarbij geteeld wordt in kassen (onder glas) en waarbij deze glastuinbouw dienstbaar is aan de opengrondteelt, zoals broeien van bollen of het opkweken van plantmateriaal</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_118" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_118">
		  <tekst:Term>ontgrondingsactiviteit</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>elke activiteit waardoor iets aan of in de hoogteligging van een terrein verandert of waarbij de bodem van een water wordt verlaagd.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_119" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_119">
		  <tekst:Term>ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>kwaliteitsimpuls Groene Omgeving in de zone Ondernemen met Natuur en Water Het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water is gericht op behouden en ontwikkelen van de natuur- en landschapskwaliteiten en de versterking van het watersysteem, in samenhang met economische ontwikkeling. De ambitie is een samenhangend netwerk van natuur en water met ecologische, hydrologische, economische en recreatieve kwaliteit. Voor zover gronden niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland, geldt hier een "ja, mits benadering". Dit houdt in dat ontwikkelingsruimte wordt geboden onder de voorwaarde dat er bijgedragen wordt aan ruimtelijke kwaliteit. Deze benadering geldt in principe ook voor de andere ontwikkelingsperspectieven, maar daar kan de kwaliteitsinvestering breed worden ingezet. In het geval van het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water geldt dat de investeringen in ruimtelijke kwaliteit gericht moeten worden ingezet op het realiseren van wateropgaven en het versterking van natuur en landschap. Als ondernemers, burgers of organisaties nieuwe groene initiatieven ontplooien, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van een nieuw landgoed, dient dat bij voorkeur in de zone Ondernemen met Natuur en Water plaats te vinden.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_120" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_120">
		  <tekst:Term>op of in de bodem brengen van meststoffen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>op of in de bodem brengen van meststoffen als bedoeld in paragraaf 3.2.20, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_121" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_121">
		  <tekst:Term>openbare provinciale weg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>provinciale weg die openbaar is in de zin van de Wegenwet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_122" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_122">
		  <tekst:Term>overstromingsrisicogebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden die niet beschermd worden door primaire keringen en daarmee wettelijk gezien buitendijks liggen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_123" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_123">
		  <tekst:Term>overstroombaar gebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden die normaal niet onder water staan, maar tijdelijk onder water kunnen komen te staan bij overstroming</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_124" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_124">
		  <tekst:Term>perceel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>aaneengesloten stuk grond dat in de feitelijke actuele situatie is ingericht ten behoeve van een functie</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_125" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_125">
		  <tekst:Term>perifere locaties</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden buiten de kernwinkelgebieden</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_126" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_126">
		  <tekst:Term>plaatsgebonden risicocontour</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>contouren ter aanduiding van de beperkingengebieden in verband met het externe veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer, zoals bedoeld in artikel 9 van het Besluit burgerluchthavens</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_127" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_127">
		  <tekst:Term>primair watergebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden die door de natuurlijke ligging bij hevige neerslag gemakkelijk onder water lopen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_128" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_128">
		  <tekst:Term>programmeringsafspraken windenergie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Bestuurlijke afspraken tussen de provincie Overijssel en gemeenten over onder meer het ambitieniveau voor de verduurzaming van de energievoorziening, de maximum opwek (GWh) van windenergie, het aantal windturbines dat daarvoor minimaal gerealiseerd moet worden binnen de provincie en de verdeling daarvan over de verschillende regio's en de bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_129" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_129">
		  <tekst:Term>provinciale vaarwegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>elk binnen de provincie gelegen water dat openstaat voor het openbaar scheepvaartverkeer, voor zover op grond van artikel 5.23 Omgevingsverordening in beheer bij de provincie</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_130" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_130">
		  <tekst:Term>provinciale weg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>voor het openbaar verkeer openstaande wegen in beheer bij de provincie, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_131" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_131">
		  <tekst:Term>rechthebbende</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>de houder van een omgevingsvergunning, de indiener van een melding dan wel degene wiens belang door de aanduiding wordt gediend</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_132" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_132">
		  <tekst:Term>recreatiepark</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>complex van recreatiewoningen en/of recreatieverblijven die voor recreatief nachtverblijf zijn bestemd; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_133" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_133">
		  <tekst:Term>recreatieverblijf</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebouw of kampeermiddel dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_134" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_134">
		  <tekst:Term>recreatiewoning</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>permanent ter plaatse aanwezig gebouw dat niet op wielen verplaatsbaar is en dat bedoeld is om steeds wisselend door huishoudens of daarmee gelijk te stellen groepen van personen, die het hoofdverblijf elders hebben, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt voor toeristisch of recreatief gebruik. Onder recreatiewoningen worden niet verstaan groepsaccommodaties zoals kampeerboerderijen en jeugdherbergen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_135" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_135">
		  <tekst:Term>regio</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gemeenten met een samenhangende markt voor woningen, bedrijventerreinen of (detailhandels)voorzieningen, die bediend wordt door de bouwmogelijkheden die deze gemeenten daarvoor bieden</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_136" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_136">
		  <tekst:Term>regionale behoefte</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bovenlokale behoefte van de regio</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_137" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_137">
		  <tekst:Term>regionale behoefte woningbouw</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>provinciale analyse van de behoefte aan nieuwe woningen in de regio die gebaseerd is op de provinciale behoefteprognose</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_138" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_138">
		  <tekst:Term>regionale effecten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>effecten op bovengemeentelijk niveau</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_139" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_139">
		  <tekst:Term>regionale programmering</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>afstemmingsoverleg tussen gemeenten in de regio waarin wordt vastgesteld welk aanbod per gemeente nodig is om gezamenlijk in de regionale behoefte te voldoen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_140" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_140">
		  <tekst:Term>richtinggevende uitspraken</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>uitspraken over landschappelijke inpassing volgens de aanwezige gebiedskenmerken die ruimte laten voor lokale afweging binnen de kaders van de provinciale kwaliteitsambities</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_141" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_141">
		  <tekst:Term>ruimtelijke kwaliteit</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, dier en plant belangrijk is</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_142" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_142">
		  <tekst:Term>saldobenadering</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>combinatie van onderling samenhangende plannen, projecten of handelingen waarvan &#233;&#233;n of enkele afzonderlijk een negatief effect hebben op het Natuurnetwerk Nederland, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een vergroting van de oppervlakte of een verbetering van de kwaliteit en samenhang van de ecologische hoofdstructuur op gebiedsniveau</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_143" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_143">
		  <tekst:Term>schadelijke stoffen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>stoffen of combinaties van stoffen of vloeistoffen, preparaten of andere producten, in welke vorm dan ook, waarvan hetzij in het algemeen, hetzij in het gegeven geval, verwacht kan worden dat ze de bodem en het grondwater verontreinigen of kunnen verontreinigen, waaronder in ieder geval begrepen de (families en groepen van) stoffen die zijn opgenomen in bijlage XIX onder B van het Besluit kwaliteit leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_144" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_144">
		  <tekst:Term>sociale kwaliteit</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>welzijn van mens voor zover het gaat om het voldoen aan de menselijke behoeften die samenhangen met de inrichting of vormgeving van de leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_145" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_145">
		  <tekst:Term>speciale aanduidingen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>aanduidingen die dienen voor verkeersori&#235;ntatie, zoals buurtschapsborden, borden ter benaming van rivieren, kanalen, bruggen en viaducten, gebiedsaanduidingsborden, gemeentegrensborden, straatnaamborden, borden bebouwde kom (H1 of H2), huisnummering, borden route gevaarlijke stoffen (K14), of borden die geen bewegwijzering tot doel hebben, zoals mottoborden</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_146" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_146">
		  <tekst:Term>spoorweg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_147" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_147">
		  <tekst:Term>stand still-principe</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>beginsel dat erop gericht is verslechtering van de grondwaterkwaliteit tegen te gaan en het vergroten van risico&#x2019;s op verontreiniging van het grondwater te voorkomen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_148" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_148">
		  <tekst:Term>standaardtekening uitwegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>standaardtekening uitwegen, zoals uitgewerkt in bijlage XVII</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_149" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_149">
		  <tekst:Term>stap vooruit-principe</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>beginsel dat erop gericht is risico&#x2019;s op verontreiniging van het grondwater te verminderen en de grondwaterkwaliteit te verbeteren</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_150" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_150">
		  <tekst:Term>stedelijk gebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebied dat onderdeel uitmaakt van bestaand bebouwd gebied</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_151" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_151">
		  <tekst:Term>stedelijk netwerk</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>de gemeenten Zwolle en Kampen, de Netwerkstad Twente en de Cleantech regio (Deventer)</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_152" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_152">
		  <tekst:Term>stedelijke centra</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>de steden Almelo, Borne, Deventer, Enschede, Hengelo, Kampen, Oldenzaal en Zwolle</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_153" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_153">
		  <tekst:Term>stedelijke functies</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_154" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_154">
		  <tekst:Term>streekcentra</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>de kernen Steenwijk en Hardenberg</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_155" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_155">
		  <tekst:Term>stroomweg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>autoweg met een maximale snelheid van 100 km/u die aangeduid is met een RVV bord G03/G04</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_156" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_156">
		  <tekst:Term>toekomstbestendig</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>situatie waarin ontwikkelingen de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen, duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en beheer van natuurlijke voorraden en ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_157" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_157">
		  <tekst:Term>toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>met de Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving kijken het CPB en het PBL vooruit naar de jaren 2030 en 2050. Zij brengen demografische en economische trends in beeld en analyseren ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Daarbij ligt de focus op vier brede thema's: regionale ontwikkelingen en verstedelijking, mobiliteit, klimaat en energie en landbouw. In het WLO ontwikkelen zij twee referentiescenario's: Hoog en Laag. Scenario Hoog combineert een hoge economische groei van 2 procent per jaar met een relatief sterke bevolkingsaanwas. En in scenario Laag gaat een gematigde economische groei van 1 procent per jaar samen met een beperkte demografische ontwikkeling. Deze referentiescenario's zijn beleidsarm ingevuld. Ze bieden daardoor een inzicht in toekomstige knelpunten en kansen en vormen zo een kader om na te denken over toekomstig beleid.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_158" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_158">
		  <tekst:Term>toepassen van grond of baggerspecie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>toepassen van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_159" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_159">
		  <tekst:Term>toeristisch object</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>object dat door aard, omvang en wijze van exploitatie is ingesteld op bezoek van recreanten en toeristen of dat een vergelijkbare publieksfunctie heeft. Een toeristisch object kan bestaan uit &#233;&#233;n of meerdere gebouwen of een terrein met een recreatieve functie</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_160" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_160">
		  <tekst:Term>toeristisch overstappunt</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>een landelijk geregistreerd knooppunt waar diverse fiets-, wandel- en eventueel vaarroutes samenkomen dat voorzien is van parkeergelegenheid</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_161" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_161">
		  <tekst:Term>transformatie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>proces waarbij verouderde woonwijken en bedrijventerreinen opnieuw worden ingericht en waarbij de bestaande functie van het gebied wordt omgezet naar een nieuwe functie</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_162" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_162">
		  <tekst:Term>uitvoeringsmodel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>afwegingsmodel zoals beschreven in de Omgevingsvisie Overijssel waarmee bepaald wordt of nieuwe ruimtelijke initiatieven bijdragen aan provinciale ambities, waarbij achtereenvolgens de vraag beantwoord moet worden:<tekst:br/>- OF het initiatief past binnen de generieke en gebiedsspecifieke beleidskeuzes van de provincie, <tekst:br/>- WAAR het initiatief het beste ingepast kan worden gelet op de provinciale ontwikkelingsperspectieven en <tekst:br/>- HOE het initiatief uitgevoerd moet worden gelet op de provinciale uitspraken over gebiedskenmerken</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_163" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_163">
		  <tekst:Term>uitweg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>elke rechtstreekse ontsluiting voor voertuigen van een perceel ten behoeve van een woning, bedrijf of landbouwgrond op een in deze regeling bedoelde openbare provinciale weg en de daarbij behorende doorsteken, dammen, duikers en verhardingen van de tussenberm</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_164" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_164">
		  <tekst:Term>uitweg landbouw en natuurbeheer</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>uitweg ter ontsluiting van een perceel dat wordt gebruikt voor landbouw, natuur of een waterstaatswerk en een bij dat gebruik passende functie heeft.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_165" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_165">
		  <tekst:Term>versterken van ruimtelijke kwaliteit</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>leggen van nieuwe verbindingen tussen bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen waarbij bestaande kwaliteiten worden benut en waar mogelijk nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_166" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_166">
		  <tekst:Term>verzorgingsplaats</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>buiten de rijbaan gelegen parkeervoorziening voor de weggebruiker, al dan niet gecombineerd met voorzieningen zoals een brandstofverkooppunt of een wegrestaurant</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_167" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_167">
		  <tekst:Term>vliegbeweging</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>start of landing met een luchtvaartuig</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_168" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_168">
		  <tekst:Term>voertuig</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>een voertuig zoals bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zijnde fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_169" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_169">
		  <tekst:Term>volumineuze detailhandel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>winkelformules die vanwege de omvang en aard van het assortiment een groot oppervlak nodig hebben, zoals showrooms voor auto's, boten en caravans, bouwmarkten, tuincentra, wooninrichtingszaken</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_170" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_170">
		  <tekst:Term>water voor menselijke consumptie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>voor menselijke consumptie bestemd water als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_171" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_171">
		  <tekst:Term>waterbergingsgebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebieden die door het aanbrengen van waterhuishoudkundige werken, zoals dijken, kades en toevoerwerken, geschikt zijn gemaakt voor wateropvang</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_172" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_172">
		  <tekst:Term>waterbodem</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>waterbodem als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_173" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_173">
		  <tekst:Term>waterwinlocaties gelegen in een grondwaterlichaam</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>waterwinlocatie gelegen in een grondwaterlichaam als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_174" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_174">
		  <tekst:Term>weg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>weg als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_175" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_175">
		  <tekst:Term>wezenlijke kenmerken en waarden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>actuele en potentiele natuurwaarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied, zoals omschreven in bijlage X Wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_176" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_176">
		  <tekst:Term>windturbine</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>een door wind aangedreven bouwwerk waarmee energie wordt opgewekt, niet zijnde een erfmolen</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_177" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_177">
		  <tekst:Term>woning</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebouw of gedeelte daarvan met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_178" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_178">
		  <tekst:Term>woninguitweg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>uitweg om te komen van en naar een perceel waarop bij of krachtens de Omgevingswet een woning is toegestaan</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_179" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_179">
		  <tekst:Term>woonafspraken</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>bestuurlijke afspraken tussen de provincie en gemeenten over onder meer de bouw van nieuwe woningen, huisvesting van doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing en de toekomstbestendigheid van de bestaande woningvoorraad</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_9" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">
		  <tekst:Term>Zeer kwetsbaar gebouw</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>gebouw als bedoeld in Bijlage VI, onderdeel E van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zoals dat luidde op de datum van inwerkingtreding van deze verordening</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_1__content_o_1__list_1__item_180" eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_180">
		  <tekst:Term>zelfstandige opstelling van zonnepanelen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>installatie voor de opwekking van zonne-energie die niet gecombineerd wordt met bebouwing, maar zelfstandig is opgesteld in het vrije veld</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
	      </tekst:Begrippenlijst>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_2" eId="cmp_2">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>II</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Overzicht Informatieobjecten</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1" eId="cmp_2__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Begrippenlijst wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <tekst:Term>1. de woldberg - de eese</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioe4f59dfd-58e9-43de-ad8c-512578a0e66c/nld@2024-10-22;635">/join/id/regdata/pv23/2024/gioe4f59dfd-58e9-43de-ad8c-512578a0e66c/nld@2024-10-22;635</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		  <tekst:Term>10. landgoederen salland</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_2" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_2" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio44c27632-5ee2-48bf-ad82-86b0d25578a7/nld@2024-10-22;638">/join/id/regdata/pv23/2024/gio44c27632-5ee2-48bf-ad82-86b0d25578a7/nld@2024-10-22;638</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		  <tekst:Term>11. boetelerveld</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_3" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_3" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio53384e7c-bd7d-458d-aa3e-47df68e68ae8/nld@2024-10-22;634">/join/id/regdata/pv23/2024/gio53384e7c-bd7d-458d-aa3e-47df68e68ae8/nld@2024-10-22;634</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		  <tekst:Term>12. vechtdal</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_4" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_4" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giod543d619-c839-4bbe-b1fc-3cde36f0922a/nld@2024-10-22;633">/join/id/regdata/pv23/2024/giod543d619-c839-4bbe-b1fc-3cde36f0922a/nld@2024-10-22;633</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
		  <tekst:Term>13. sallandse heuvelrug</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_5" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_5" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio78f60777-452c-4206-9fad-865bc2d92139/nld@2024-10-22;636">/join/id/regdata/pv23/2024/gio78f60777-452c-4206-9fad-865bc2d92139/nld@2024-10-22;636</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
		  <tekst:Term>14. reggedal</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_6" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_6" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio63089ee7-e3b3-4b3a-9040-c8c85891bc71/nld@2024-10-22;632">/join/id/regdata/pv23/2024/gio63089ee7-e3b3-4b3a-9040-c8c85891bc71/nld@2024-10-22;632</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
		  <tekst:Term>15. wierdense veld - notterveld</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_7" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_7" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giod9d20093-805b-4524-92a3-efff5b6ea914/nld@2024-10-22;629">/join/id/regdata/pv23/2024/giod9d20093-805b-4524-92a3-efff5b6ea914/nld@2024-10-22;629</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
		  <tekst:Term>16. borkeld en entervenen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_8" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_8" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio03025b5e-3d98-4fec-805f-919ac701480a/nld@2024-10-22;637">/join/id/regdata/pv23/2024/gio03025b5e-3d98-4fec-805f-919ac701480a/nld@2024-10-22;637</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
		  <tekst:Term>17. diepenheim</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_9" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_9" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio5d65f201-5e8a-453d-9887-09c684bd1416/nld@2024-10-22;630">/join/id/regdata/pv23/2024/gio5d65f201-5e8a-453d-9887-09c684bd1416/nld@2024-10-22;630</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
		  <tekst:Term>18. engbertsdijksvenen - veenschap</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_10" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_10" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio23b2fec3-b310-4c6a-b7d8-54c56d873847/nld@2024-10-22;631">/join/id/regdata/pv23/2024/gio23b2fec3-b310-4c6a-b7d8-54c56d873847/nld@2024-10-22;631</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
		  <tekst:Term>19. mander - reutum</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_11" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_11" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giod7ad5491-8857-4a0e-8442-812aa1666f1a/nld@2024-10-22;628">/join/id/regdata/pv23/2024/giod7ad5491-8857-4a0e-8442-812aa1666f1a/nld@2024-10-22;628</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
		  <tekst:Term>2. wieden - weerribben</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_12" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_12" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio7df93aad-85ce-4a4f-bea4-d575772072bf/nld@2024-10-22;651">/join/id/regdata/pv23/2024/gio7df93aad-85ce-4a4f-bea4-d575772072bf/nld@2024-10-22;651</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
		  <tekst:Term>20. dinkeldal boven- en middenloop</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_13" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_13" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio195a634a-7abb-40d3-b319-8337bfa20c7b/nld@2024-10-22;646">/join/id/regdata/pv23/2024/gio195a634a-7abb-40d3-b319-8337bfa20c7b/nld@2024-10-22;646</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
		  <tekst:Term>21. dinkeldal benedenloop - ottershagen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_14" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_14" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioa9eac0cc-ed01-44bd-ad4e-6d93a34bfcc5/nld@2024-10-22;647">/join/id/regdata/pv23/2024/gioa9eac0cc-ed01-44bd-ad4e-6d93a34bfcc5/nld@2024-10-22;647</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
		  <tekst:Term>22. volther agelerbroek en achter de voort</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_15" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_15" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio313681a5-1a33-4e6b-b562-71ab06a53ff2/nld@2024-10-22;644">/join/id/regdata/pv23/2024/gio313681a5-1a33-4e6b-b562-71ab06a53ff2/nld@2024-10-22;644</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
		  <tekst:Term>23. beekdalen weerselo</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_16" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_16" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioa805a3bf-fd8e-49e9-86fc-b6513c5fceb7/nld@2024-10-22;649">/join/id/regdata/pv23/2024/gioa805a3bf-fd8e-49e9-86fc-b6513c5fceb7/nld@2024-10-22;649</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17">
		  <tekst:Term>24. bergvennen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_17" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_17" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio30a162e4-d12c-420b-8221-92139551fb0b/nld@2024-10-22;650">/join/id/regdata/pv23/2024/gio30a162e4-d12c-420b-8221-92139551fb0b/nld@2024-10-22;650</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18">
		  <tekst:Term>25. punthuizen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_18" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_18" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio8ebde3c0-8aa4-4b73-a8d6-64f0c2da244b/nld@2024-10-22;641">/join/id/regdata/pv23/2024/gio8ebde3c0-8aa4-4b73-a8d6-64f0c2da244b/nld@2024-10-22;641</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19">
		  <tekst:Term>26. landgoederen en beekdalen enschede - hengelo</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_19" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_19" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giofea401be-909d-438d-b857-2080c8cd64f1/nld@2024-10-22;642">/join/id/regdata/pv23/2024/giofea401be-909d-438d-b857-2080c8cd64f1/nld@2024-10-22;642</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20">
		  <tekst:Term>27. heide- en veengebieden zuid twente</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_20" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_20" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio8711b662-fddc-455a-9616-f69ba2e836b9/nld@2024-10-22;648">/join/id/regdata/pv23/2024/gio8711b662-fddc-455a-9616-f69ba2e836b9/nld@2024-10-22;648</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21">
		  <tekst:Term>28. stuwwal oldenzaal</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_21" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_21" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioc3af3411-c3d3-477d-83f1-fc113283e27d/nld@2024-10-22;643">/join/id/regdata/pv23/2024/gioc3af3411-c3d3-477d-83f1-fc113283e27d/nld@2024-10-22;643</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22">
		  <tekst:Term>29. twickel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_22" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_22" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioba72ccd6-672c-43b1-9636-746be706ea9e/nld@2024-10-22;645">/join/id/regdata/pv23/2024/gioba72ccd6-672c-43b1-9636-746be706ea9e/nld@2024-10-22;645</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23">
		  <tekst:Term>3. reestdal</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_23" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_23" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio49b72896-3519-42a5-9f97-e3d0e633657f/nld@2024-10-22;640">/join/id/regdata/pv23/2024/gio49b72896-3519-42a5-9f97-e3d0e633657f/nld@2024-10-22;640</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24">
		  <tekst:Term>4. oeverlanden zwarte water</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_24" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_24" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio3057a338-9f8b-483e-ad3d-3b2e03d52310/nld@2024-10-22;664">/join/id/regdata/pv23/2024/gio3057a338-9f8b-483e-ad3d-3b2e03d52310/nld@2024-10-22;664</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25">
		  <tekst:Term>5. zwarte meer - vossemeer</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_25" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_25" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio960ed637-7ce4-44be-a6c9-be75412b6f79/nld@2024-10-22;655">/join/id/regdata/pv23/2024/gio960ed637-7ce4-44be-a6c9-be75412b6f79/nld@2024-10-22;655</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26">
		  <tekst:Term>6. uiterwaarden ijssel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_26" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_26" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio0a4f0df6-ade6-48a7-95d7-a6f792c31b03/nld@2024-10-22;662">/join/id/regdata/pv23/2024/gio0a4f0df6-ade6-48a7-95d7-a6f792c31b03/nld@2024-10-22;662</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27">
		  <tekst:Term>7. olde maten - veerslootlanden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_27" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_27" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio3eac694d-348a-4e3e-8679-57261e346bfe/nld@2024-10-22;665">/join/id/regdata/pv23/2024/gio3eac694d-348a-4e3e-8679-57261e346bfe/nld@2024-10-22;665</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28">
		  <tekst:Term>8. stadsgaten - de ruiten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_28" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_28" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio36eb2a03-7fa2-4cdb-8d31-2281bca23c57/nld@2024-10-22;660">/join/id/regdata/pv23/2024/gio36eb2a03-7fa2-4cdb-8d31-2281bca23c57/nld@2024-10-22;660</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29">
		  <tekst:Term>9. lierder- en molenbroek</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_29" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_29" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio24aeecb9-af0b-4fa8-aa11-46c2f746bde6/nld@2024-10-22;656">/join/id/regdata/pv23/2024/gio24aeecb9-af0b-4fa8-aa11-46c2f746bde6/nld@2024-10-22;656</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30">
		  <tekst:Term>Bijlage III Omgevingswaarden dijktrajecten regionale waterkeringen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_30" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_30" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfa559cf24-1707-4cfe-a13e-111474dea21b/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfa559cf24-1707-4cfe-a13e-111474dea21b/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31">
		  <tekst:Term>Bijlage IV Vergunningvrije gevallen flora- en fauna activiteit - opzettelijk vangen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_31" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_31" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf599c9ddb-7bce-49a6-bf14-74ecfac32171/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf599c9ddb-7bce-49a6-bf14-74ecfac32171/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32">
		  <tekst:Term>Bijlage IX Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_32" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_32" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfa6da6b92-e0d0-4f8e-a539-098ea136f542/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfa6da6b92-e0d0-4f8e-a539-098ea136f542/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33">
		  <tekst:Term>Bijlage VII Catalogus gebiedskenmerken 08-11-2023</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_33" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_33" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf8f339dfa-625f-4d53-ae5b-e2f2ddbf1359/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf8f339dfa-625f-4d53-ae5b-e2f2ddbf1359/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34">
		  <tekst:Term>Bijlage VIII - Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap IJsseldelta</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_34" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_34" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf4a4bd34b-de20-4735-b629-46c477b2cbaf/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf4a4bd34b-de20-4735-b629-46c477b2cbaf/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35">
		  <tekst:Term>Bijlage X - Wezenlijke kenmerken en Waarden van het NNN</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_35" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_35" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf78ec459b-0d5c-4842-b264-1ee2a5d893af/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf78ec459b-0d5c-4842-b264-1ee2a5d893af/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36">
		  <tekst:Term>Bijlage XI - Voorwaarden voor toestaan milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_36" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_36" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfadab235d-d1b6-4227-93d8-c2bb71fc2df8/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfadab235d-d1b6-4227-93d8-c2bb71fc2df8/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37">
		  <tekst:Term>Bijlage XII - Lijst met verboden bedrijven in grondwaterbeschermingszones</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_37" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_37" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdff5db593a-eebd-4836-b721-a95628bf4ecf/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdff5db593a-eebd-4836-b721-a95628bf4ecf/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38">
		  <tekst:Term>Bijlage XIII Lijst van vaarwegen behorende bij de Omgevingsverordening overijssel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_38" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_38" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf5152a739-8c80-4ff2-b38c-f6c61c3ead14/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf5152a739-8c80-4ff2-b38c-f6c61c3ead14/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI - II - Nota van Toelichting</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_39" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_39" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfad7f3581-f8b9-46f3-ae3c-55d9b80044bd/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfad7f3581-f8b9-46f3-ae3c-55d9b80044bd/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI - IV - Afkortingen en referenties</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_40" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_40" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf328aba42-257c-4eb0-8da7-31c88d3706dd/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf328aba42-257c-4eb0-8da7-31c88d3706dd/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI - V6A Obstakel limitatie vlakken (Inner Horizontal Surface Conical Surface en Outer Horizontal Surface) - actualisatie 2025</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_41" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_41" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf8cfa8176-e1be-486a-b4b2-c25adf1ec623/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf8cfa8176-e1be-486a-b4b2-c25adf1ec623/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI - V6B Obstakelvlakken voor naderings- en vertrekroutes (Approach Surface Transitional Surface en Take-off climb Surface)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_42" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_42" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf6b18b60b-364a-4324-ac4f-70d9747b4539/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf6b18b60b-364a-4324-ac4f-70d9747b4539/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI-V-1 - Luchthavengebied met de kadastrale ondergrond</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_43" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_43" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfcb75d05f-702d-46f7-b330-6ab70101604f/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfcb75d05f-702d-46f7-b330-6ab70101604f/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI-V-2 - Luchthavengebied ligging banen en locatie handhavingspunten en grenswaarden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_44" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_44" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfffd7fb5e-b293-4f7d-b972-b944593ef422/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfffd7fb5e-b293-4f7d-b972-b944593ef422/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI-V-3 - Beperkingengebieden in verband met externe veiligheid</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_45" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_45" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf2e43a2b7-6535-446f-95cc-a5069518b828/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf2e43a2b7-6535-446f-95cc-a5069518b828/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI-V-4 - Beperkingengebieden in verband met geluid</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46__ref_o_46" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46__ref_o_46" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf7f2388cb-ec5a-497e-8929-28f598d110c9/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf7f2388cb-ec5a-497e-8929-28f598d110c9/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI-V-5 - Veiligheidsgebieden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_47" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_47" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfccc09025-3e55-4ae9-bc1a-a3eb3ccb73d4/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfccc09025-3e55-4ae9-bc1a-a3eb3ccb73d4/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI-V-6C Hoogtebeperkingen in verband met vliegveiligheidLaserstraalvrij gebied - Obstakelvrije zone</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_48" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_48" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf3aa856f7-d065-4825-a611-fb7f5f50778a/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf3aa856f7-d065-4825-a611-fb7f5f50778a/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI-V-7 - Beperkingengebied vogelaantrekkende bestemmingen en grondgebruik</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_49" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_49" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfb4ae34cd-4344-4c74-9258-8a2a4b92819a/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdfb4ae34cd-4344-4c74-9258-8a2a4b92819a/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50">
		  <tekst:Term>Bijlage XVI-V-8 Laserstraalvrij gebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_50" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_50" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf5d7be637-a474-4079-9757-d1b8f86a5bdc/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf5d7be637-a474-4079-9757-d1b8f86a5bdc/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51">
		  <tekst:Term>Bijlage XVIII Bomenposter werken rond bomen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_51" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_51" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf12729ae2-3c82-4de0-84aa-7d967731824e/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf12729ae2-3c82-4de0-84aa-7d967731824e/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52">
		  <tekst:Term>Standaardtekening uitwegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_52" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_52" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf9eae087b-72cd-44a3-b1c8-aeaa2457e417/nld@2025-04-25;111">/join/id/regdata/pv23/2025/59pdf9eae087b-72cd-44a3-b1c8-aeaa2457e417/nld@2025-04-25;111</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53">
		  <tekst:Term>akkerbouw</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_53" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_53" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio8381339c-82d2-4a97-b85f-5b2c39951427/nld@2024-10-22;526">/join/id/regdata/pv23/2024/gio8381339c-82d2-4a97-b85f-5b2c39951427/nld@2024-10-22;526</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54">
		  <tekst:Term>attracties</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_54" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_54" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioc8eae636-5006-4974-9ba6-6fd6611da3cd/nld@2024-10-22;447">/join/id/regdata/pv23/2024/gioc8eae636-5006-4974-9ba6-6fd6611da3cd/nld@2024-10-22;447</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55">
		  <tekst:Term>autosnelwegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_55" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_55" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio8469f2a5-0f1e-4688-9daa-d65003c538e7/nld@2024-10-22;654">/join/id/regdata/pv23/2024/gio8469f2a5-0f1e-4688-9daa-d65003c538e7/nld@2024-10-22;654</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56">
		  <tekst:Term>autowegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_56" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_56" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio33304a21-8a52-40f0-b19b-9cb9c75093b3/nld@2024-10-22;663">/join/id/regdata/pv23/2024/gio33304a21-8a52-40f0-b19b-9cb9c75093b3/nld@2024-10-22;663</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57">
		  <tekst:Term>bakens in de tijd</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_57" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_57" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio20c4bc21-d0d9-4510-8273-a5f64ae68a53/nld@2024-10-22;450">/join/id/regdata/pv23/2024/gio20c4bc21-d0d9-4510-8273-a5f64ae68a53/nld@2024-10-22;450</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58">
		  <tekst:Term>balkons en belved&#232;res</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_58" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_58" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio444269ab-c51b-44f7-b305-f7e9bcd2f460/nld@2024-10-22;448">/join/id/regdata/pv23/2024/gio444269ab-c51b-44f7-b305-f7e9bcd2f460/nld@2024-10-22;448</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59">
		  <tekst:Term>basisrecreatietoervaartnet</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_59" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_59" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio9cab269c-31d0-48d4-b049-9e156954ab1e/nld@2024-10-22;453">/join/id/regdata/pv23/2024/gio9cab269c-31d0-48d4-b049-9e156954ab1e/nld@2024-10-22;453</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60">
		  <tekst:Term>bebouwde kom</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_60" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_60" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio1b192621-23e2-4067-926a-52a1b4a18d5e/nld@2024-10-22;531">/join/id/regdata/pv23/2024/gio1b192621-23e2-4067-926a-52a1b4a18d5e/nld@2024-10-22;531</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61">
		  <tekst:Term>bebouwing</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_61" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_61" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giod7c489ad-39eb-4b1b-b1d3-29766b9abfbd/nld@2024-10-22;657">/join/id/regdata/pv23/2024/giod7c489ad-39eb-4b1b-b1d3-29766b9abfbd/nld@2024-10-22;657</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62">
		  <tekst:Term>bebouwingsschil 1900 - 1955</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_62" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_62" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio8f411b3c-9331-4634-b3e6-10dc27f1166d/nld@2024-10-22;451">/join/id/regdata/pv23/2024/gio8f411b3c-9331-4634-b3e6-10dc27f1166d/nld@2024-10-22;451</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63">
		  <tekst:Term>bedrijventerreinen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_63" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_63" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio99513a54-240d-4d4f-960e-a835e36b83e0/nld@2024-10-22;455">/join/id/regdata/pv23/2024/gio99513a54-240d-4d4f-960e-a835e36b83e0/nld@2024-10-22;455</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64">
		  <tekst:Term>beekdalen en natte laagtes</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64__ref_o_64" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64__ref_o_64" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giob29535f1-f807-44f6-8235-73d2800a6b8d/nld@2024-10-22;454">/join/id/regdata/pv23/2024/giob29535f1-f807-44f6-8235-73d2800a6b8d/nld@2024-10-22;454</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65">
		  <tekst:Term>boringsvrije zone</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_65" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_65" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giocb21eeaa-4572-4c07-ad9b-c31c017c87b0/nld@2024-10-22;598">/join/id/regdata/pv23/2024/giocb21eeaa-4572-4c07-ad9b-c31c017c87b0/nld@2024-10-22;598</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66">
		  <tekst:Term>boringsvrije zone diepenveen, deventer-ceintuurbaan en deventer-zutphenseweg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66__ref_o_66" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66__ref_o_66" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio5954bdae-9885-487e-b995-1f4851cb226a/nld@2024-10-22;459">/join/id/regdata/pv23/2024/gio5954bdae-9885-487e-b995-1f4851cb226a/nld@2024-10-22;459</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67">
		  <tekst:Term>boringsvrije zone engelse werk in zwolle</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_67" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_67" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio8cc6d38a-fe54-49fd-b16e-9693cc772a90/nld@2024-10-22;605">/join/id/regdata/pv23/2024/gio8cc6d38a-fe54-49fd-b16e-9693cc772a90/nld@2024-10-22;605</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68">
		  <tekst:Term>boringsvrije zone kotkamp - schreurserve in enschede</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_68" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_68" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio53651614-faa4-488a-9817-c0a8cb8d2d14/nld@2024-10-22;604">/join/id/regdata/pv23/2024/gio53651614-faa4-488a-9817-c0a8cb8d2d14/nld@2024-10-22;604</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69">
		  <tekst:Term>boringsvrije zone salland diep</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_69" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_69" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioc5d0f733-f16a-4868-a795-d0c18ed84351/nld@2024-10-22;470">/join/id/regdata/pv23/2024/gioc5d0f733-f16a-4868-a795-d0c18ed84351/nld@2024-10-22;470</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70">
		  <tekst:Term>boringsvrije zone salland diep noord</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_70" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_70" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/giofda8a430-ad8a-489e-bd1f-4c65c3a0b03b/nld@2025-04-25;706">/join/id/regdata/pv23/2025/giofda8a430-ad8a-489e-bd1f-4c65c3a0b03b/nld@2025-04-25;706</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71">
		  <tekst:Term>brongebieden (globaal aangeduid)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71__ref_o_71" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71__ref_o_71" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio26060fbe-a1d5-41d8-9c3a-e584b18966ae/nld@2024-10-22;456">/join/id/regdata/pv23/2024/gio26060fbe-a1d5-41d8-9c3a-e584b18966ae/nld@2024-10-22;456</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72">
		  <tekst:Term>dekzandvlakte en ruggen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72__ref_o_72" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72__ref_o_72" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio0c030584-7176-4507-88b4-ff86bea927cb/nld@2024-10-22;479">/join/id/regdata/pv23/2024/gio0c030584-7176-4507-88b4-ff86bea927cb/nld@2024-10-22;479</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73">
		  <tekst:Term>donkerte</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_73" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_73" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio55868b95-fb43-4837-9132-339e795c8c0e/nld@2024-10-22;474">/join/id/regdata/pv23/2024/gio55868b95-fb43-4837-9132-339e795c8c0e/nld@2024-10-22;474</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74">
		  <tekst:Term>effectgebied incidenten met brand</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_74" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_74" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio889a0ff4-7a27-470d-856c-7ca835c40ec1/nld@2024-10-22;674">/join/id/regdata/pv23/2024/gio889a0ff4-7a27-470d-856c-7ca835c40ec1/nld@2024-10-22;674</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75">
		  <tekst:Term>effectgebied incidenten met explosie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_75" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_75" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio08aec1a4-011a-448e-a7d1-578f6a360d05/nld@2024-10-22;671">/join/id/regdata/pv23/2024/gio08aec1a4-011a-448e-a7d1-578f6a360d05/nld@2024-10-22;671</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76">
		  <tekst:Term>erftoegangswegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76__ref_o_76" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76__ref_o_76" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giobc66431b-9d57-40b0-a2ad-30944f403ee1/nld@2024-10-22;472">/join/id/regdata/pv23/2024/giobc66431b-9d57-40b0-a2ad-30944f403ee1/nld@2024-10-22;472</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77">
		  <tekst:Term>essenlandschap</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77__ref_o_77" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77__ref_o_77" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio4dcc88f6-2719-40b1-ae40-9a049fc59413/nld@2024-10-22;473">/join/id/regdata/pv23/2024/gio4dcc88f6-2719-40b1-ae40-9a049fc59413/nld@2024-10-22;473</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78">
		  <tekst:Term>essenti&#235;le waterlopen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78__ref_o_78" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78__ref_o_78" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio0cb641fa-61d3-43a7-912b-9ab8e8d06ee5/nld@2024-10-22;477">/join/id/regdata/pv23/2024/gio0cb641fa-61d3-43a7-912b-9ab8e8d06ee5/nld@2024-10-22;477</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79">
		  <tekst:Term>fietsroutes</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79__ref_o_79" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79__ref_o_79" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio4f1fc6af-647e-4b0c-a32d-e3b3a7511b69/nld@2024-10-22;471">/join/id/regdata/pv23/2024/gio4f1fc6af-647e-4b0c-a32d-e3b3a7511b69/nld@2024-10-22;471</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80">
		  <tekst:Term>gebied van twee keer de tiphoogte, gemeten vanaf de rand van het bekende schadegebied van het kanaal almelo-de haandrik</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80__ref_o_80" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80__ref_o_80" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio4d25eda8-76f8-4750-be2e-342c7fe4db35/nld@2024-10-22;678">/join/id/regdata/pv23/2024/gio4d25eda8-76f8-4750-be2e-342c7fe4db35/nld@2024-10-22;678</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81">
		  <tekst:Term>gebieden voor verblijfsrecreatie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81__ref_o_81" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81__ref_o_81" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio33555c8b-22cb-4aae-a2d2-7251eb8c5a23/nld@2024-10-22;364">/join/id/regdata/pv23/2024/gio33555c8b-22cb-4aae-a2d2-7251eb8c5a23/nld@2024-10-22;364</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82">
		  <tekst:Term>gebiedsontsluitingswegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82__ref_o_82" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82__ref_o_82" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioebe64dfb-bca6-4e59-9429-00c94a15d799/nld@2024-10-22;374">/join/id/regdata/pv23/2024/gioebe64dfb-bca6-4e59-9429-00c94a15d799/nld@2024-10-22;374</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83">
		  <tekst:Term>gesloten stortplaatsen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_83" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_83" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio669f45d2-e50e-4b6e-9970-bd1d5fd5a335/nld@2024-10-22;599">/join/id/regdata/pv23/2024/gio669f45d2-e50e-4b6e-9970-bd1d5fd5a335/nld@2024-10-22;599</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84">
		  <tekst:Term>glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84__ref_o_84" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84__ref_o_84" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giof2fd8c05-f78c-4abd-948f-850a1e93d0bf/nld@2024-10-22;527">/join/id/regdata/pv23/2024/giof2fd8c05-f78c-4abd-948f-850a1e93d0bf/nld@2024-10-22;527</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85">
		  <tekst:Term>glastuinbouw niet toegestaan</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85__ref_o_85" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85__ref_o_85" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio0758a355-7c3b-4dd3-90a6-d75d272337cb/nld@2024-10-22;363">/join/id/regdata/pv23/2024/gio0758a355-7c3b-4dd3-90a6-d75d272337cb/nld@2024-10-22;363</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86">
		  <tekst:Term>glastuinbouwgebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86__ref_o_86" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86__ref_o_86" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioe9d26854-1bb4-4d33-989d-d262148b120f/nld@2024-10-22;365">/join/id/regdata/pv23/2024/gioe9d26854-1bb4-4d33-989d-d262148b120f/nld@2024-10-22;365</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87">
		  <tekst:Term>grasland</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87__ref_o_87" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87__ref_o_87" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio4473c9bd-e2fd-4f90-84ab-276d83ca70c7/nld@2024-10-22;529">/join/id/regdata/pv23/2024/gio4473c9bd-e2fd-4f90-84ab-276d83ca70c7/nld@2024-10-22;529</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88">
		  <tekst:Term>grondwaterbeschermingszone</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_88" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio01fc68c5-f91f-4768-bc36-385965f37103/nld@2024-10-22;367">/join/id/regdata/pv23/2024/gio01fc68c5-f91f-4768-bc36-385965f37103/nld@2024-10-22;367</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89">
		  <tekst:Term>grondwaterbeschermingszone met stedelijke functie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89__ref_o_89" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89__ref_o_89" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio65d8d874-dc72-4215-ab0a-b3fd503e7580/nld@2024-10-22;361">/join/id/regdata/pv23/2024/gio65d8d874-dc72-4215-ab0a-b3fd503e7580/nld@2024-10-22;361</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90">
		  <tekst:Term>historische centra binnensteden en landstadjes</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90__ref_o_90" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90__ref_o_90" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioaa1ecfba-5d17-4133-b566-c089d5214374/nld@2024-10-22;496">/join/id/regdata/pv23/2024/gioaa1ecfba-5d17-4133-b566-c089d5214374/nld@2024-10-22;496</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91">
		  <tekst:Term>hoogveengebieden (in cultuur gebracht)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91__ref_o_91" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91__ref_o_91" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio4be37218-4908-4277-bc69-b5e97890223c/nld@2024-10-22;495">/join/id/regdata/pv23/2024/gio4be37218-4908-4277-bc69-b5e97890223c/nld@2024-10-22;495</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92">
		  <tekst:Term>hoogveenontginningen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92__ref_o_92" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92__ref_o_92" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio8af97f13-52fd-473f-9cff-544f9018b0ef/nld@2024-10-22;499">/join/id/regdata/pv23/2024/gio8af97f13-52fd-473f-9cff-544f9018b0ef/nld@2024-10-22;499</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93">
		  <tekst:Term>hoogveenrestanten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_93" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_93" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giof2c48818-3131-4cbc-a0c9-fc0c7e33a7ac/nld@2024-10-22;497">/join/id/regdata/pv23/2024/giof2c48818-3131-4cbc-a0c9-fc0c7e33a7ac/nld@2024-10-22;497</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94">
		  <tekst:Term>informele trage netwerk</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_94" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_94" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio589cadea-8d04-4c1d-8c3e-c6a0a6c9564e/nld@2024-10-22;498">/join/id/regdata/pv23/2024/gio589cadea-8d04-4c1d-8c3e-c6a0a6c9564e/nld@2024-10-22;498</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95">
		  <tekst:Term>intrekgebieden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95__ref_o_95" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95__ref_o_95" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio9303b547-869f-44dc-93f5-80363fa33853/nld@2024-10-22;507">/join/id/regdata/pv23/2024/gio9303b547-869f-44dc-93f5-80363fa33853/nld@2024-10-22;507</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96">
		  <tekst:Term>intrekgebieden met stedelijke functies</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96__ref_o_96" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96__ref_o_96" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio603f4c65-d8ee-4a46-8d41-6f7a291af1b9/nld@2024-10-22;506">/join/id/regdata/pv23/2024/gio603f4c65-d8ee-4a46-8d41-6f7a291af1b9/nld@2024-10-22;506</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97">
		  <tekst:Term>jong heide- en broekontginningslandschap</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97__ref_o_97" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97__ref_o_97" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioe095a088-09db-4a75-bfc9-ff89d6cb5e8f/nld@2024-10-22;511">/join/id/regdata/pv23/2024/gioe095a088-09db-4a75-bfc9-ff89d6cb5e8f/nld@2024-10-22;511</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98">
		  <tekst:Term>kanalen en vaarten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98__ref_o_98" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98__ref_o_98" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio06a0dfd9-054b-413f-959c-e055cbedcd01/nld@2024-10-22;518">/join/id/regdata/pv23/2024/gio06a0dfd9-054b-413f-959c-e055cbedcd01/nld@2024-10-22;518</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99">
		  <tekst:Term>komgebieden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99__ref_o_99" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99__ref_o_99" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio5487b27e-c571-434a-ad54-005366092ca2/nld@2024-10-22;521">/join/id/regdata/pv23/2024/gio5487b27e-c571-434a-ad54-005366092ca2/nld@2024-10-22;521</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100">
		  <tekst:Term>komgronden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100__ref_o_100" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100__ref_o_100" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio8d22ebf6-cc2b-4c3f-8e5f-44f699105ae5/nld@2024-10-22;517">/join/id/regdata/pv23/2024/gio8d22ebf6-cc2b-4c3f-8e5f-44f699105ae5/nld@2024-10-22;517</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101">
		  <tekst:Term>laaggelegen gebieden in beheergebied van vechtstromen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101__ref_o_101" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101__ref_o_101" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio2a4cdd22-fd3c-4897-bbee-dfb9e93fb6cd/nld@2024-10-22;532">/join/id/regdata/pv23/2024/gio2a4cdd22-fd3c-4897-bbee-dfb9e93fb6cd/nld@2024-10-22;532</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102">
		  <tekst:Term>laagveengebieden (in cultuur gebracht)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102__ref_o_102" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102__ref_o_102" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioae1f30b5-79af-4f1c-b899-c9c949000b07/nld@2024-10-22;516">/join/id/regdata/pv23/2024/gioae1f30b5-79af-4f1c-b899-c9c949000b07/nld@2024-10-22;516</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103">
		  <tekst:Term>laagveenontginningen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103__ref_o_103" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103__ref_o_103" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio27ce50ec-2c69-4fc1-b53a-e090b39c5029/nld@2024-10-22;509">/join/id/regdata/pv23/2024/gio27ce50ec-2c69-4fc1-b53a-e090b39c5029/nld@2024-10-22;509</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104">
		  <tekst:Term>laagveenrestanten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104__ref_o_104" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104__ref_o_104" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio7b05fc7e-81c0-4b77-9249-eabc16cca331/nld@2024-10-22;514">/join/id/regdata/pv23/2024/gio7b05fc7e-81c0-4b77-9249-eabc16cca331/nld@2024-10-22;514</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105">
		  <tekst:Term>landbouwgebieden in beekdalen in beheergebied vechtstromen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105__ref_o_105" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105__ref_o_105" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioe7a6552a-122b-4c41-9bb3-a1a632760e9f/nld@2024-10-22;626">/join/id/regdata/pv23/2024/gioe7a6552a-122b-4c41-9bb3-a1a632760e9f/nld@2024-10-22;626</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106">
		  <tekst:Term>landgoederen en buitenplaatsen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106__ref_o_106" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106__ref_o_106" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giof5cf4730-eaab-41f3-83bd-24d36cb1fba2/nld@2024-10-22;661">/join/id/regdata/pv23/2024/giof5cf4730-eaab-41f3-83bd-24d36cb1fba2/nld@2024-10-22;661</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107">
		  <tekst:Term>leefgebied weidevogels</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107__ref_o_107" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107__ref_o_107" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/gioaecebd20-db31-4419-ba4f-81185b37576c/nld@2025-04-25;697">/join/id/regdata/pv23/2025/gioaecebd20-db31-4419-ba4f-81185b37576c/nld@2025-04-25;697</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108">
		  <tekst:Term>locatie verblijfsrecreatie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108__ref_o_108" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108__ref_o_108" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioe622f94f-f207-4b73-867a-4d4e43780ba5/nld@2024-10-22;623">/join/id/regdata/pv23/2024/gioe622f94f-f207-4b73-867a-4d4e43780ba5/nld@2024-10-22;623</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109">
		  <tekst:Term>locatie verblijfsrecreatie alleen kleinschalige complexen toegestaan</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109__ref_o_109" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109__ref_o_109" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giode92e7eb-1903-4c50-bb3c-51f80bc12bb1/nld@2024-10-22;624">/join/id/regdata/pv23/2024/giode92e7eb-1903-4c50-bb3c-51f80bc12bb1/nld@2024-10-22;624</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110">
		  <tekst:Term>maten en flierenlandschap</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110__ref_o_110" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110__ref_o_110" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioedbfe31b-92db-457a-92ca-3fc1350045b4/nld@2024-10-22;515">/join/id/regdata/pv23/2024/gioedbfe31b-92db-457a-92ca-3fc1350045b4/nld@2024-10-22;515</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111">
		  <tekst:Term>nationaal landschap ijsseldelta</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_111" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_111" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioe400b22c-e18d-4a74-83d7-3afdd41a7563/nld@2024-10-22;530">/join/id/regdata/pv23/2024/gioe400b22c-e18d-4a74-83d7-3afdd41a7563/nld@2024-10-22;530</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112">
		  <tekst:Term>nationaal landschap noordoost-twente</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_112" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_112" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio7489bcd0-65a1-4ee9-940d-fb00de30808d/nld@2024-10-22;525">/join/id/regdata/pv23/2024/gio7489bcd0-65a1-4ee9-940d-fb00de30808d/nld@2024-10-22;525</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113">
		  <tekst:Term>natuurnetwerk nederland (nnn)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_113" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_113" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/gioad447814-cb60-4072-b23f-8a689e0185ea/nld@2025-04-25;720">/join/id/regdata/pv23/2025/gioad447814-cb60-4072-b23f-8a689e0185ea/nld@2025-04-25;720</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114">
		  <tekst:Term>nieuwe recreatiewoningen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114__ref_o_114" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114__ref_o_114" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio73284cf3-09ab-47db-9e49-2babb92e911d/nld@2024-10-22;619">/join/id/regdata/pv23/2024/gio73284cf3-09ab-47db-9e49-2babb92e911d/nld@2024-10-22;619</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115">
		  <tekst:Term>oeverwallen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115__ref_o_115" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115__ref_o_115" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio1257c45b-e7d4-429c-8b9f-90ac30596af0/nld@2024-10-22;540">/join/id/regdata/pv23/2024/gio1257c45b-e7d4-429c-8b9f-90ac30596af0/nld@2024-10-22;540</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116">
		  <tekst:Term>oude hoevenlandschap</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116__ref_o_116" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116__ref_o_116" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio68cea00c-2940-4f16-9b59-858d5eb46eac/nld@2024-10-22;538">/join/id/regdata/pv23/2024/gio68cea00c-2940-4f16-9b59-858d5eb46eac/nld@2024-10-22;538</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117">
		  <tekst:Term>overig te realiseren natuur</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117__ref_o_117" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117__ref_o_117" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio1285c3f6-4876-4bec-a480-0c81fec6a15e/nld@2024-10-22;536">/join/id/regdata/pv23/2024/gio1285c3f6-4876-4bec-a480-0c81fec6a15e/nld@2024-10-22;536</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118">
		  <tekst:Term>overstromingsrisicogebieden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118__ref_o_118" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118__ref_o_118" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio3c0eedca-a8de-445d-8fbd-5c9c7c1dac00/nld@2024-10-22;542">/join/id/regdata/pv23/2024/gio3c0eedca-a8de-445d-8fbd-5c9c7c1dac00/nld@2024-10-22;542</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119">
		  <tekst:Term>overstroombaar gebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119__ref_o_119" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119__ref_o_119" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/gio42f84f48-7c0e-4511-a00a-bd7ba5d01d9f/nld@2025-04-25;714">/join/id/regdata/pv23/2025/gio42f84f48-7c0e-4511-a00a-bd7ba5d01d9f/nld@2025-04-25;714</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_120" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_120">
		  <tekst:Term>primaire watergebieden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_120__ref_o_120" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_120__ref_o_120" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio7fd01ce2-d09c-4a9d-b911-82ef10ed50a5/nld@2024-10-22;553">/join/id/regdata/pv23/2024/gio7fd01ce2-d09c-4a9d-b911-82ef10ed50a5/nld@2024-10-22;553</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_121" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_121">
		  <tekst:Term>primaire waterkeringen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_121__ref_o_121" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_121__ref_o_121" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio03a895c8-6288-4830-b9e1-5b724eb8887e/nld@2024-10-22;552">/join/id/regdata/pv23/2024/gio03a895c8-6288-4830-b9e1-5b724eb8887e/nld@2024-10-22;552</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122">
		  <tekst:Term>provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_122__ref_o_122" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio272a97e4-182f-44ad-90eb-fc96786992f2/nld@2024-10-22;659">/join/id/regdata/pv23/2024/gio272a97e4-182f-44ad-90eb-fc96786992f2/nld@2024-10-22;659</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123">
		  <tekst:Term>provinciale vaarwegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_123__ref_o_123" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/gio1f3edfdf-3068-4ecf-9753-655c390c55d5/nld@2025-04-25;699">/join/id/regdata/pv23/2025/gio1f3edfdf-3068-4ecf-9753-655c390c55d5/nld@2025-04-25;699</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124">
		  <tekst:Term>provinciale wegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_124__ref_o_124" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/gio6dc0a217-b1b0-4f56-a85e-999ec1ef5cd6/nld@2025-04-25;722">/join/id/regdata/pv23/2025/gio6dc0a217-b1b0-4f56-a85e-999ec1ef5cd6/nld@2025-04-25;722</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_125" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_125">
		  <tekst:Term>recreatieve routes en vaarwegen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_125__ref_o_125" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_125__ref_o_125" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio93c3bee9-317e-4f8f-9970-bac3a313348d/nld@2024-10-22;551">/join/id/regdata/pv23/2024/gio93c3bee9-317e-4f8f-9970-bac3a313348d/nld@2024-10-22;551</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_126" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_126">
		  <tekst:Term>recreatiewoningen toe te staan binnen gebieden die daarvoor zijn aangewezen in noordwest-overijssel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_126__ref_o_126" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_126__ref_o_126" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio687f0016-7226-497b-bf33-6b2185a50cb3/nld@2024-10-22;620">/join/id/regdata/pv23/2024/gio687f0016-7226-497b-bf33-6b2185a50cb3/nld@2024-10-22;620</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127">
		  <tekst:Term>regionale waterkeringen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_127__ref_o_127" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio0f6bfad2-ba5c-4d73-aecc-395570afbfd6/nld@2024-10-22;601">/join/id/regdata/pv23/2024/gio0f6bfad2-ba5c-4d73-aecc-395570afbfd6/nld@2024-10-22;601</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_128" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_128">
		  <tekst:Term>rivier</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_128__ref_o_128" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_128__ref_o_128" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giof8193524-ba49-4fde-b77c-69e954bf2712/nld@2024-10-22;550">/join/id/regdata/pv23/2024/giof8193524-ba49-4fde-b77c-69e954bf2712/nld@2024-10-22;550</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_129" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_129">
		  <tekst:Term>rivierengebied - rivier en uiterwaarden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_129__ref_o_129" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_129__ref_o_129" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giob04fb0c3-1821-4fb9-a46d-ccb7a6952944/nld@2024-10-22;556">/join/id/regdata/pv23/2024/giob04fb0c3-1821-4fb9-a46d-ccb7a6952944/nld@2024-10-22;556</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_130" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_130">
		  <tekst:Term>rivierengebieden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_130__ref_o_130" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_130__ref_o_130" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio21edd3ad-d5be-4522-8b63-643de549513e/nld@2024-10-22;555">/join/id/regdata/pv23/2024/gio21edd3ad-d5be-4522-8b63-643de549513e/nld@2024-10-22;555</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_131" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_131">
		  <tekst:Term>rivierenlandschap - rivier en uiterwaarden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_131__ref_o_131" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_131__ref_o_131" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioba37a082-e018-4b38-a0ec-8a0eb36fc015/nld@2024-10-22;544">/join/id/regdata/pv23/2024/gioba37a082-e018-4b38-a0ec-8a0eb36fc015/nld@2024-10-22;544</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_132" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_132">
		  <tekst:Term>rond luchthaven twente airport</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_132__ref_o_132" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_132__ref_o_132" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio14cac466-b1c7-4957-af2f-891c6c2c47c4/nld@2024-10-22;464">/join/id/regdata/pv23/2024/gio14cac466-b1c7-4957-af2f-891c6c2c47c4/nld@2024-10-22;464</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_133" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_133">
		  <tekst:Term>spoorweg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_133__ref_o_133" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_133__ref_o_133" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio70f5f544-99e5-4369-a285-fdfda4ef14fa/nld@2024-10-22;566">/join/id/regdata/pv23/2024/gio70f5f544-99e5-4369-a285-fdfda4ef14fa/nld@2024-10-22;566</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_134" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_134">
		  <tekst:Term>stads- en dorpsfronten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_134__ref_o_134" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_134__ref_o_134" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioe21bdaff-2474-4428-975b-dec88fef8449/nld@2024-10-22;560">/join/id/regdata/pv23/2024/gioe21bdaff-2474-4428-975b-dec88fef8449/nld@2024-10-22;560</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_135" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_135">
		  <tekst:Term>stads- en dorpsranden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_135__ref_o_135" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_135__ref_o_135" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio30499f36-c064-4b84-84db-bc8ba6b1422c/nld@2024-10-22;565">/join/id/regdata/pv23/2024/gio30499f36-c064-4b84-84db-bc8ba6b1422c/nld@2024-10-22;565</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_136" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_136">
		  <tekst:Term>stations</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_136__ref_o_136" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_136__ref_o_136" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio288e1e27-310b-40f5-9311-1f74cd9e7b9e/nld@2024-10-22;559">/join/id/regdata/pv23/2024/gio288e1e27-310b-40f5-9311-1f74cd9e7b9e/nld@2024-10-22;559</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_137" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_137">
		  <tekst:Term>stuwwallen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_137__ref_o_137" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_137__ref_o_137" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/giod99d7819-6df0-4c1b-bdf9-25b480d5a89f/nld@2024-10-22;567">/join/id/regdata/pv23/2024/giod99d7819-6df0-4c1b-bdf9-25b480d5a89f/nld@2024-10-22;567</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_138" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_138">
		  <tekst:Term>te realiseren natuur nnn</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_138__ref_o_138" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_138__ref_o_138" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio55305b42-3124-4df0-ba84-c8f16ebe90a9/nld@2024-10-22;562">/join/id/regdata/pv23/2024/gio55305b42-3124-4df0-ba84-c8f16ebe90a9/nld@2024-10-22;562</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139">
		  <tekst:Term>twente airport</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139__ref_o_139" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_139__ref_o_139" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio8166b649-b5c8-47bf-bfa6-4052689c5a20/nld@2024-10-22;618">/join/id/regdata/pv23/2024/gio8166b649-b5c8-47bf-bfa6-4052689c5a20/nld@2024-10-22;618</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_140" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_140">
		  <tekst:Term>uitwerkingsgebied ontwikkelopgave natura 2000</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_140__ref_o_140" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_140__ref_o_140" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio54f67922-d099-4085-a2c0-442b11533188/nld@2024-10-22;669">/join/id/regdata/pv23/2024/gio54f67922-d099-4085-a2c0-442b11533188/nld@2024-10-22;669</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_141" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_141">
		  <tekst:Term>veenkoloniaal landschap</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_141__ref_o_141" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_141__ref_o_141" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio3ed1d77e-2abe-4912-8a50-2f305f4d03d7/nld@2024-10-22;571">/join/id/regdata/pv23/2024/gio3ed1d77e-2abe-4912-8a50-2f305f4d03d7/nld@2024-10-22;571</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_142" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_142">
		  <tekst:Term>veenweidegebieden rond de weerribben in beheergebied drents overijsselse delta</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_142__ref_o_142" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_142__ref_o_142" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio1efe7af8-22d3-4214-ae90-9613f2cb0e04/nld@2024-10-22;533">/join/id/regdata/pv23/2024/gio1efe7af8-22d3-4214-ae90-9613f2cb0e04/nld@2024-10-22;533</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_143" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_143">
		  <tekst:Term>verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_143__ref_o_143" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_143__ref_o_143" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio36f7ae82-b3b1-4827-ac21-ee13e9345789/nld@2024-10-22;574">/join/id/regdata/pv23/2024/gio36f7ae82-b3b1-4827-ac21-ee13e9345789/nld@2024-10-22;574</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_144" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_144">
		  <tekst:Term>verspreide bebouwing</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_144__ref_o_144" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_144__ref_o_144" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioe3622ae2-6ba8-4647-9ec0-8cf21c0fed8a/nld@2024-10-22;593">/join/id/regdata/pv23/2024/gioe3622ae2-6ba8-4647-9ec0-8cf21c0fed8a/nld@2024-10-22;593</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_145" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_145">
		  <tekst:Term>voorkeursgebieden windenergie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_145__ref_o_145" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_145__ref_o_145" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio2fe2b631-52e4-4162-b39d-a41c1742af4c/nld@2024-10-22;676">/join/id/regdata/pv23/2024/gio2fe2b631-52e4-4162-b39d-a41c1742af4c/nld@2024-10-22;676</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_146" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_146">
		  <tekst:Term>wandelroutes</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_146__ref_o_146" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_146__ref_o_146" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio05c42cdc-5c0d-40ee-9db7-b15f3773d9fc/nld@2024-10-22;584">/join/id/regdata/pv23/2024/gio05c42cdc-5c0d-40ee-9db7-b15f3773d9fc/nld@2024-10-22;584</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_147" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_147">
		  <tekst:Term>waterbergingsgebieden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_147__ref_o_147" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_147__ref_o_147" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioee8a933e-a9a3-4812-a581-4858a7af36e1/nld@2024-10-22;578">/join/id/regdata/pv23/2024/gioee8a933e-a9a3-4812-a581-4858a7af36e1/nld@2024-10-22;578</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148">
		  <tekst:Term>waterwingebied</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_148__ref_o_148" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/gio979eb746-f40a-4fae-bced-3fc209b96629/nld@2025-04-25;713">/join/id/regdata/pv23/2025/gio979eb746-f40a-4fae-bced-3fc209b96629/nld@2025-04-25;713</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_149" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_149">
		  <tekst:Term>werkingsgebied peilbesluiten</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_149__ref_o_149" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_149__ref_o_149" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio83be2aa3-039b-45d5-9f29-a5a956b6bed5/nld@2024-10-22;362">/join/id/regdata/pv23/2024/gio83be2aa3-039b-45d5-9f29-a5a956b6bed5/nld@2024-10-22;362</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_150" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_150">
		  <tekst:Term>woonwijken 1955 - nu</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_150__ref_o_150" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_150__ref_o_150" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gioe0a882ee-a00c-4980-bfc7-8815147cd2cd/nld@2024-10-22;670">/join/id/regdata/pv23/2024/gioe0a882ee-a00c-4980-bfc7-8815147cd2cd/nld@2024-10-22;670</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_151" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_151">
		  <tekst:Term>zeekleigebied en randmeren</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_151__ref_o_151" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_151__ref_o_151" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio83a6ef14-c9e0-42f2-b370-da9089e427f0/nld@2024-10-22;586">/join/id/regdata/pv23/2024/gio83a6ef14-c9e0-42f2-b370-da9089e427f0/nld@2024-10-22;586</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_152" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_152">
		  <tekst:Term>zeekleilandschap</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_152__ref_o_152" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_152__ref_o_152" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio02658b42-2be7-4f34-9979-3a253f6a1dcc/nld@2024-10-22;587">/join/id/regdata/pv23/2024/gio02658b42-2be7-4f34-9979-3a253f6a1dcc/nld@2024-10-22;587</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_153" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_153">
		  <tekst:Term>zeer kwetsbare natuurgebieden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_153__ref_o_153" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_153__ref_o_153" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio04cfb5e3-582c-4338-b063-9c5a2a9f20bc/nld@2024-10-22;590">/join/id/regdata/pv23/2024/gio04cfb5e3-582c-4338-b063-9c5a2a9f20bc/nld@2024-10-22;590</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154">
		  <tekst:Term>zicht op de weg</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154__ref_o_154" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_154__ref_o_154" ref="/join/id/regdata/pv23/2025/gio6a8a3001-3d26-4bc3-a5dc-e05919322af8/nld@2025-04-25;712">/join/id/regdata/pv23/2025/gio6a8a3001-3d26-4bc3-a5dc-e05919322af8/nld@2025-04-25;712</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_155" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_155">
		  <tekst:Term>zoekgebied natuur nnn</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_155__ref_o_155" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_155__ref_o_155" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio5a92c276-b4db-4d3e-a1e8-d62421f90d97/nld@2024-10-22;589">/join/id/regdata/pv23/2024/gio5a92c276-b4db-4d3e-a1e8-d62421f90d97/nld@2024-10-22;589</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_156" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_156">
		  <tekst:Term>zoekgebieden windenergie noordoost-twente</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_156__ref_o_156" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_156__ref_o_156" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio2fa803bb-6ddb-4464-a3c4-fefe6ca966b9/nld@2024-10-22;588">/join/id/regdata/pv23/2024/gio2fa803bb-6ddb-4464-a3c4-fefe6ca966b9/nld@2024-10-22;588</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_157" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_157">
		  <tekst:Term>zwemwaterlocaties</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
													<tekst:ExtIoRef wId="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_157__ref_o_157" eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_157__ref_o_157" ref="/join/id/regdata/pv23/2024/gio6132ffe2-2370-4579-bc76-c83ed1124945/nld@2024-10-22;594">/join/id/regdata/pv23/2024/gio6132ffe2-2370-4579-bc76-c83ed1124945/nld@2024-10-22;594</tekst:ExtIoRef>
												</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
	      </tekst:Begrippenlijst>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_3" eId="cmp_3">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>III</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Omgevingswaarden dijktrajecten regionale waterkeringen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_3__content_1" eId="cmp_3__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>III</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Omgevingswaarden dijktrajecten regionale waterkeringen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_3__content_1__ref_1" eId="cmp_3__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_30">Bijlage III Omgevingswaarden dijktrajecten regionale waterkeringen.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_4" eId="cmp_4">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>IV</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Vergunningvrije gevallen flora- en fauna activiteit - opzettelijk vangen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_4__content_1" eId="cmp_4__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>IV</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Vergunningvrije gevallen flora- en fauna activiteit - opzettelijk vangen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_4__content_1__ref_1" eId="cmp_4__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_31">Bijlage IV Vergunningvrije gevallen flora- en fauna activiteit - opzettelijk vangen.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_5" eId="cmp_5">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>V</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Aanwijzingen lozing afvloeiend hemelwater van wegen in grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_111__cmp_5__content_1" eId="cmp_5__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>V</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Aanwijzingen lozing afvloeiend hemelwater van wegen in grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>1. Bij lozing van afstromend hemelwater wordt aan de eisen voldaan als:</tekst:Al>
	      <tekst:Lijst wId="pv23_111__cmp_5__content_1__list_1" eId="cmp_5__content_1__list_1" type="expliciet">
		<tekst:Li wId="pv23_111__cmp_5__content_1__list_1__item_a" eId="cmp_5__content_1__list_1__item_a">
		  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>een weg, een parkeerplaats of een ander terrein dat openstaat voor gemotoriseerd verkeer ten behoeve van transportmaterieel, zoals vrachtwagens, tankauto's, bussen, of waar handelingen met schadelijke stoffen plaatsvinden, is voorzien van een vloeistofdichte verharding;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_111__cmp_5__content_1__list_1__item_b" eId="cmp_5__content_1__list_1__item_b">
		  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>overige terreinen die open staan voor gemotoriseerd verkeer zijn voorzien van een aaneengesloten verharding;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_111__cmp_5__content_1__list_1__item_c" eId="cmp_5__content_1__list_1__item_c">
		  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>het afstromend hemelwater wordt geloosd via &#233;&#233;n of meer afvoerputten op de riolering of een andere voorziening voor de inzameling of transport van afvalwater, die is aangesloten op een doelmatig werkend zuiveringstechnisch werk of een andere zuiveringsvoorziening. De kwaliteit van het via een zuiveringsvoorziening te lozen afvloeiend hemelwater voldoet aan de streefwaarden ondiep grondwater, die zijn opgenomen in bijlage 1 bij de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_111__cmp_5__content_1__list_1__item_d" eId="cmp_5__content_1__list_1__item_d">
		  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>bij lozing op de bodem wordt aangetoond wordt dat de opbouw van de bodem, waarop wordt geloosd, zodanig is dat geen verontreiniging van de bodem en het grondwater is te verwachten. De kwaliteit van de bodem en van het grondwater wordt periodiek gecontroleerd. In geval van verontreiniging worden gepaste maatregelen getroffen om die verontreiniging ongedaan te maken.</tekst:Al>
		</tekst:Li>
	      </tekst:Lijst>
	      <tekst:Al>2. De eisen onder 1 sub a en b gelden niet voor een terrein dat openstaat voor gemotoriseerd verkeer dat in beperkte mate wordt gebruikt en waar geen handelingen met schadelijke stoffen plaatsvinden. In dat geval kan worden volstaan met een elementenverharding.</tekst:Al>
	      <tekst:Al>3. De eisen onder 1 sub c en d gelden niet voor een terrein dat openstaat voor gemotoriseerd verkeer dat in beperkte mate wordt gebruikt en waar geen handelingen met schadelijke stoffen plaatsvinden.</tekst:Al>
	      <tekst:Al>4. Bij lozingen van afstromend hemelwater bedoeld onder 1 sub c geldt dat wordt voldaan aan de aanvullende eis dat een meetplan wordt overgelegd voor de toetsing van het correct functioneren van de zuiveringsvoorziening. Dit plan geeft in elk geval informatie over het analyseprogramma.</tekst:Al>
	      <tekst:Al>5. Bij lozingen van afstromend hemelwater bedoeld onder d geldt dat wordt voldaan aan de aanvullende eis dat een meetplan wordt overgelegd voor het controleren van de kwaliteit van de bodem en het grondwater.</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_6" eId="cmp_6">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>VI</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Aanwijzingen voor uitvoering van mechanische ingrepen in grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_6__content_2" eId="cmp_6__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>VI</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Aanwijzingen voor uitvoering van mechanische ingrepen in grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>1. Bij het uitvoeren van boringen en het buiten gebruik stellen van boorputten wordt aan de eisen voldaan als:</tekst:Al>
	      <tekst:Lijst wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1" eId="cmp_6__content_1__list_1" type="expliciet">
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_a" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_a">
		  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>het voor de boring toe te passen werkwater of spoelwater van drinkwaterkwaliteit is;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_b" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_b">
		  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>voor het aanmaken van boorspoeling klei of bentoniet wordt toegepast. Het is niet toegestaan andersoortige anorganische of organische hulpstoffen toe te passen, uitgezonderd natriumhydroxide voor het reguleren van de zuurgraad;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_c" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_c">
		  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>bassins, suppletiebakken en tanks voor de opslag van werkwater, spoelwater of boorspoeling geen schadelijke stoffen bevatten;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_d" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_d">
		  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>de aanwezigheid van slecht doorlatende lagen is vastgesteld aan de hand van een profielopname van de doorboorde grondkolom. Als de boormethode dit onvoldoende nauwkeurig mogelijk maakt, wat bijvoorbeeld het geval is bij toepassing van spuit- of roterende boormethoden, wordt het profiel door middel van een geofysisch boorgatonderzoek vastgesteld;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_e" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_e">
		  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>een boorgat zo spoedig mogelijk na het boren of tijdens het plaatsen van peilbuizen/putfilters wordt opgevuld. Daarbij worden de slecht doorlatende lagen in het profiel van 0,5 m boven tot 0,5 m onder deze lagen afgedicht met klei, bijvoorbeeld expanderende of zwelklei;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_f" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_f">
		  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>de in het boorgat geplaatste peilbuizen/putfilters aan de bovenzijde worden beschermd met afsluitbare straatpotten of putdeksels;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_g" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_g">
		  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>peilbuizen en putfilters zo spoedig mogelijk na het buiten gebruik stellen van de put worden opgevuld. De zandvang en het filtergedeelte worden afgedicht met grof grindzand of grind;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_h" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_h">
		  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>het boorgat en/of de buis van 0 tot 5 meter beneden het maaiveld wordt afgedicht met klei, bijvoorbeeld expanderende klei of zwelklei;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_i" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_i">
		  <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>de slecht doorlatende lagen in het profiel van 0,5 m boven tot 0,5 m beneden deze lagen worden afgedicht met zwelklei of expanderende klei. Indien een profielopname ontbreekt, worden de peilbuizen en putfilters volledig opgevuld met deze klei; en</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_1__item_j" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_j">
		  <tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>in het opvul- of afdichtingsmateriaal geen schadelijke stoffen voorkomen in concentraties boven de Achtergrondwaarden van grond zoals opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.</tekst:Al>
		</tekst:Li>
	      </tekst:Lijst>
	      <tekst:Al>2. Bij het uitvoeren van grond- en funderingswerken wordt aan de eisen voldaan als:</tekst:Al>
	      <tekst:Lijst wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_2" eId="cmp_6__content_1__list_2" type="expliciet">
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_2__item_a" eId="cmp_6__content_1__list_2__item_a">
		  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>bij het toepassen van retourbemaling aan het terug te pompen water geen schadelijke stoffen worden toegevoegd;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_2__item_b" eId="cmp_6__content_1__list_2__item_b">
		  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>bij het injecteren in de bodem de te injecteren vloeistoffen niet schadelijk zijn;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_2__item_c" eId="cmp_6__content_1__list_2__item_c">
		  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>bij het inbrengen van palen uitsluitend worden gebruikt:<tekst:br/>I. grondverdringende gladde geprefabriceerde palen zonder verbrede voet;<tekst:br/>II. in de grond gevormde palen waarbij een hulpbuis wordt gebruikt die niet plaatselijk verbreed is, grondverdringend wordt ingebracht en niet wordt getrokken; of<tekst:br/>III. boor- of schroefpalen, indien wordt aangetoond dat de paalsystemen genoemd onder a en b op de betreffende locatie niet toepasbaar zijn;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_2__item_d" eId="cmp_6__content_1__list_2__item_d">
		  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>bij het aanbrengen van een damwand of diepwand:<tekst:br/>I. het materiaal van de damwand of diepwand geen verontreiniging van de bodem of het grondwater kan veroorzaken; en<tekst:br/>II. de gebruikte (dik)spoeling en vulvloeistoffen niet uit schadelijke stoffen bestaan, maar bijvoorbeeld uit bentoniet, kleicementmengsels of beton;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_2__item_e" eId="cmp_6__content_1__list_2__item_e">
		  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>bij het aanbrengen van een scherm het materiaal van de platen, vliezen of folie niet uit schadelijke stoffen bestaat, maar bijvoorbeeld uit kunststoffolie HDPE al of niet in combinatie met bentoniet;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_2__item_f" eId="cmp_6__content_1__list_2__item_f">
		  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>bij het verwijderen van een damwand, diepwand of scherm geen schadelijke stoffen worden toegepast; en</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv23_87__cmp_6__content_2__list_2__item_g" eId="cmp_6__content_1__list_2__item_g">
		  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>de grond uit de ontgraving zoveel mogelijk op dezelfde plaats wordt teruggebracht in de ontgraving, zodat de slecht doorlatende bodemlagen die zijn doorboord, weer afsluitend en/of weerstandbiedend worden gemaakt.</tekst:Al>
		</tekst:Li>
	      </tekst:Lijst>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_7" eId="cmp_7">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>VII</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Catalogus Gebiedskenmerken</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_7__content_1" eId="cmp_7__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>VII</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Catalogus Gebiedskenmerken</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_7__content_1__ref_1" eId="cmp_7__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_33">Bijlage VII Catalogus gebiedskenmerken 08-11-2023.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_8" eId="cmp_8">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>VIII</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap IJsseldelta</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_8__content_1" eId="cmp_8__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>VIII</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap IJsseldelta</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_8__content_1__ref_1" eId="cmp_8__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_34">Bijlage VIII - Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap IJsseldelta.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_9" eId="cmp_9">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>IX</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_9__content_1" eId="cmp_9__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>IX</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_9__content_1__ref_1" eId="cmp_9__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_32">Bijlage IX Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_10" eId="cmp_10">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>X</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_10__content_1" eId="cmp_10__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>X</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_10__content_1__ref_1" eId="cmp_10__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_35">Bijlage X - Wezenlijke kenmerken en Waarden van het NNN.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_11" eId="cmp_11">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>XI</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_11__content_1" eId="cmp_11__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>XI</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_11__content_1__ref_1" eId="cmp_11__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_36">Bijlage XI - Voorwaarden voor toestaan milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_12" eId="cmp_12">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>XII</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Lijst met verboden bedrijven in grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_12__content_1" eId="cmp_12__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>XII</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Lijst met verboden bedrijven in grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_12__content_1__ref_1" eId="cmp_12__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_37">Bijlage XII - Lijst met verboden bedrijven in grondwaterbeschermingszones.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_13" eId="cmp_13">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>XIII</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Provinciale vaarwegen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_13__content_1" eId="cmp_13__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>XIII</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Provinciale vaarwegen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_13__content_1__ref_1" eId="cmp_13__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_38">Bijlage XIII Lijst van vaarwegen behorende bij de Omgevingsverordening overijssel.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_14" eId="cmp_14">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>XIV</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Vaarwegdiepten provinciale vaarwegen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_14__content_1" eId="cmp_14__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>XIV</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Vaarwegdiepten provinciale vaarwegen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>vervallen Bijlage XIV - Vaarwegdiepten provinciale vaarwegen.pdf</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_15" eId="cmp_15">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>XV</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Bedieningstijden bruggen en sluizen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_15__content_1" eId="cmp_15__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>XV</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Bedieningstijden bruggen en sluizen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>vervallen Bijlage XV - Bedieningstijden bruggen en sluizen.pdf</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_16" eId="cmp_16">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>XVI</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Luchthavenbesluit Twente Airport</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisie wId="pv23_87__cmp_16__div_1" eId="cmp_16__div_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>XVI</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Luchthavenbesluit Twente Airport</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_111__cmp_16__div_1__content_1" eId="cmp_16__div_1__content_1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - II</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Nota van Toelichting</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_111__cmp_16__div_1__content_1__ref_1" eId="cmp_16__div_1__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_39">Bijlage XVI - II - Nota van Toelichting.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_111__cmp_16__div_1__content_2" eId="cmp_16__div_1__content_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - IV</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Lijst van afkortingen en referenties</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_111__cmp_16__div_1__content_2__ref_1" eId="cmp_16__div_1__content_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_40">Bijlage XVI - IV - Afkortingen en referenties.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_1" eId="cmp_16__div_1__content_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - V-1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Luchthavengebied met de kadastrale ondergrond</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_1__ref_1" eId="cmp_16__div_1__content_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_43">Bijlage XVI-V-1 - Luchthavengebied met de kadastrale ondergrond.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_2" eId="cmp_16__div_1__content_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - V-2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Luchthavengebied met de ligging van de banen en de locatie van de handhavingspunten en de grenswaarden in de handhavingspunten</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_2__ref_1" eId="cmp_16__div_1__content_4__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_44">Bijlage XVI-V-2 - Luchthavengebied ligging banen en locatie handhavingspunten en grenswaarden.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_3" eId="cmp_16__div_1__content_5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - V-3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Beperkingengebieden in verband met externe veiligheid</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_3__ref_1" eId="cmp_16__div_1__content_5__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_45">Bijlage XVI-V-3 - Beperkingengebieden in verband met externe veiligheid.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_4" eId="cmp_16__div_1__content_6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - V-4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Beperkingengebieden in verband met geluid</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_4__ref_1" eId="cmp_16__div_1__content_6__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46__ref_o_46">Bijlage XVI-V-4 - Beperkingengebieden in verband met geluid.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_5" eId="cmp_16__div_1__content_7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - V-5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Veiligheidsgebieden</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_47" eId="cmp_16__div_1__content_7__ref_1" wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_5__ref_1">Bijlage XVI-V-5 - 
										Veiligheidsgebieden.pdf
									</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisie wId="pv23_87__cmp_16__div_1__div_1" eId="cmp_16__div_1__div_1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - V-6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Hoogtebeperkingen in verband met vliegveiligheid</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__div_1__content_1" eId="cmp_16__div_1__div_1__content_1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>XVI - V6A</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Obstakel limitatie vlakken (Inner Horizontal Surface, Conical Surface en Outer Horizontal Surface)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_41" wId="pv23_87__cmp_16__div_1__div_1__content_1__ref_1" eId="cmp_16__div_1__div_1__content_1__ref_1">Bijlage XVI - V6A Obstakel limitatie vlakken (Inner Horizontal Surface Conical Surface en Outer Horizontal Surface) - actualisatie 2025.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__div_1__content_2" eId="cmp_16__div_1__div_1__content_2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>XVI - V6B</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Obstakelvlakken voor naderings- en vertrekroutes (Approach Surface, Transitional Surface en Take-off climb Surface)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_16__div_1__div_1__content_2__ref_1" eId="cmp_16__div_1__div_1__content_2__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_42">Bijlage XVI - V6B Obstakelvlakken voor naderings- en vertrekroutes (Approach Surface Transitional Surface en Take-off climb Surface).pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__div_1__content_3" eId="cmp_16__div_1__div_1__content_3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>XVI - V6C</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Hoogtebeperkingen in verband met vliegveiligheid - Obstakelvrije zone</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_16__div_1__div_1__content_3__ref_1" eId="cmp_16__div_1__div_1__content_3__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_48">Bijlage XVI-V-6C Hoogtebeperkingen in verband met vliegveiligheidLaserstraalvrij gebied - Obstakelvrije zone.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	    </tekst:Divisie>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_6" eId="cmp_16__div_1__content_8">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - V-7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Beperkingengebied vogelaantrekkende bestemmingen en grondgebruik</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_6__ref_1" eId="cmp_16__div_1__content_8__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_49">Bijlage XVI-V-7 - Beperkingengebied vogelaantrekkende bestemmingen en grondgebruik.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_7" eId="cmp_16__div_1__content_9">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>XVI - V-8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Laserstraalvrij gebied</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_16__div_1__content_7__ref_1" eId="cmp_16__div_1__content_9__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_50">Bijlage XVI-V-8 Laserstraalvrij gebied.pdf</tekst:IntIoRef>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_17" eId="cmp_17">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>XVII</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Standaardtekening uitwegen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_17__content_1" eId="cmp_17__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>XVII</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Standaardtekening uitwegen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>Bijlage XVII <tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_17__content_1__ref_1" eId="cmp_17__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_52">Standaardtekening uitwegen.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv23_87__cmp_18" eId="cmp_18">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>XVIII</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Bomenposter Werken rond bomen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__cmp_18__content_1" eId="cmp_18__content_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>XVIII</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Bomenposter Werken rond bomen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
										<tekst:IntIoRef wId="pv23_87__cmp_18__content_1__ref_1" eId="cmp_18__content_1__ref_1" ref="pv23_87__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_51">Bijlage XVIII Bomenposter werken rond bomen.pdf</tekst:IntIoRef>
									</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Toelichting eId="recital" wId="recital">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Opschrift>Toelichting</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:AlgemeneToelichting eId="genrecital" wId="genrecital">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Opschrift>Algemene toelichting</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__genrecital__content_1" eId="genrecital__content_1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Opschrift>Algemene toelichting</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.1 Ambitie en bestuursfilosofie van de provincie Overijssel</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsvisie Overijssel geven we onze visie op de fysieke leefruimte in Overijssel, hoe we - samen met onze partners - vorm en kleur willen geven aan die ruimte en hoe wij als provincie ons daar de komende jaren voor inzetten. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit, sociale kwaliteit en gezondheid zijn daarbij de leidende principes of 'rode draden'.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsvisie benoemen we de onderwerpen die de provincie op dit moment tot haar belang rekent. Per thema is nader uitgewerkt wat de provinciale ambities zijn. In paragraaf 4.2 van de Omgevingsvisie zijn de provinciale ambities op hoofdlijnen samengevat.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsvisie hebben we het instrumentarium aangewezen waarmee wij aan de ene kant ruimte bieden aan de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel en tegelijkertijd de kwaliteit van het Overijssels landschap versterken. Instrumentarium waarmee wij als provincie onze ambities realiseren en waarmee tegelijk partners ruimte houden hun eigen doelen te realiseren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Bestuursfilosofie</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie Overijssel streeft naar maatschappelijke resultaten die belangrijk zijn voor de bewoners van Overijssel. Daarvoor:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_1" eId="genrecital__content_1__list_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_1__item_1" eId="genrecital__content_1__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>pakken we complexe maatschappelijke uitdagingen integraal en samen met publieke, private en maatschappelijke partners aan;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_1__item_2" eId="genrecital__content_1__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>bieden we bestuurlijke partners op het meest ge&#235;igende schaalniveau ruimte om op eigen gezag te handelen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_1__item_3" eId="genrecital__content_1__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>beperken we bestuurlijke en ambtelijke drukte door eenvoudige en heldere regels.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.1.1 Instrumentenkoffer</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Deze instrumenten volgen uit de drie 'productielijnen' van de provincie: visie, waarborg en realisatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De productielijn 'visie' omvat instrumenten als de Omgevingsvisie Overijssel en het verwerven en delen van kennis. De productielijn 'realisatie' omvat instrumenten als (prestatie)afspraken, gebiedsontwikkeling- en uitvoeringsprojecten (inclusief inpassingsplan) en subsidies en fondsen. De verordening is &#233;&#233;n van de instrumenten uit de productielijn 'waarborg'. Hieronder vallen ook toezicht en handhaving en instrumenten als zienswijze, bezwaar en aanwijzing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de inzet van instrumenten streven we naar toepassing van de meest optimale mix, zodat effectief en effici&#235;nt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten bepalen we aan de hand van drie criteria die de hoofdlijnen vormen van onze bestuursfilosofie:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_2" eId="genrecital__content_1__list_2" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_2__item_1" eId="genrecital__content_1__list_2__item_1">
		    <tekst:Al>realisatie door partnerschap en positie bewoners: met welk participatievorm kunnen we maatschappelijke opgaven zo goed mogelijk aanpakken en is het in belang van de rechtsstaat?</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_2__item_2" eId="genrecital__content_1__list_2__item_2">
		    <tekst:Al>effectiviteit: met welk instrument kan het doel het best worden bereikt?</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_2__item_3" eId="genrecital__content_1__list_2__item_3">
		    <tekst:Al>doelmatigheid: welk instrument voorkomt onevenredige administratieve lasten en/of bestuurlijke drukte?</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.1.2 Inzet van de verordening</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>We zetten de verordening in voor onderwerpen waarvoor de provincie het belangrijk vindt dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in de Omgevingsvisie is verwoord. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie dus niet in nieuw beleid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uitgangspunt voor het stellen van regels in de verordening zijn de drie criteria:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_3" eId="genrecital__content_1__list_3" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_3__item_1" eId="genrecital__content_1__list_3__item_1">
		    <tekst:Al>realisatie door partnerschap;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_3__item_2" eId="genrecital__content_1__list_3__item_2">
		    <tekst:Al>effectiviteit (decentraal wat kan, centraal wat moet en ruimte voor partners); en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_3__item_3" eId="genrecital__content_1__list_3__item_3">
		    <tekst:Al>doelmatigheid (deregulering en helderheid).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Dit betekent onder andere dat we met de regels die we stellen partners als gemeenten, waterschappen, ondernemers en bewoners zoveel mogelijk in positie brengen om verantwoordelijkheid te nemen. Ook regelen we niet meer dan strikt noodzakelijk. De inzet van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of noodzakelijk is om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Dubbelingen met andere regelgeving vermijden we. Wat ergens anders geregeld is, bijvoorbeeld in de Omgevingswet of sectorale wet- en regelgeving, wordt niet nog eens geregeld in deze verordening. Daarmee voorkomen we extra regeldruk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de flexibiliteitsbepalingen in deze verordening is het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' toegepast. We kiezen voor ruime afwijkingsmogelijkheden en in principe niet voor ontheffingsconstructies. Ook is zoveel mogelijk gekozen voor positief geformuleerde voorwaarden. In enkele gevallen was het niet goed mogelijk om een bepaling te formuleren als een 'ja, mits-constructie' en is een bepaling voor de benodigde juridische helderheid toch geformuleerd als een 'nee, tenzij-constructie'.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij het stellen van regels die zich richten op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is volgens de geest van de Omgevingswet in principe afgezien van rechtstreeks werkende regels.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een uitzondering op deze regel wordt gevormd door de geitenstop. Met rechtstreeks werkende regels is de bevriezende werking van het voorbereidingsbesluit van 28 september 2018 overgenomen. Omdat het bij de geitenstop gaat om een tijdelijk verbod om het aantal geiten uit te breiden als voorzorgsmaatregel in afwachting van de resultaten van landelijk onderzoek, is een ruime termijn genomen voor de instructie om de geitenstop te regelen in omgevingsplannen. In de tussentijd zorgen de rechtstreeks werkende regels ervoor dat het aantal geiten niet kan toenemen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.1.3 Status van de Omgevingsverordening</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingsverordening richt zich - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Daarmee geven we invulling aan de opdracht van artikel 2.6 van de Omgevingswet om &#233;&#233;n omgevingsverordening vast te stellen met daarin alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving in Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Rechtsbescherming <tekst:br/>
									</tekst:i>De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat algemene regels. Tegen het besluit tot vaststelling van algemene regels staan daarom geen bezwaar- en beroepsmogelijkheden open. Wel kunnen belanghebbenden in procedures tegen bijvoorbeeld omgevingsplannen, de onverbindendheid van de Omgevingsverordening inroepen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel 2.32 van de Omgevingswet biedt de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van instructieregels. De ontheffing is bedoeld voor gevallen die in het algemeen voorzienbaar zijn, maar niet in het specifieke geval. In artikel 2.32, lid 5 is bepaald dat een ontheffing alleen wordt verleend als de uitoefening van de taak of bevoegdheid waarvoor ontheffing wordt gevraagd onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot het belang dat wordt gediend met de regel waarvan ontheffing wordt gevraagd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ontheffing van instructieregels in een omgevingsverordening voor de inhoud van het omgevingsplan is mogelijk, als deze verordening dit zelf zo bepaalt (artikel 2.32, eerste lid, Omgevingswet). In de Omgevingsverordening Overijssel 2024 wordt deze bevoegdheid toegekend aan Gedeputeerde Staten voor alle instructieregels in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.4">Artikel 1.4</tekst:IntRef> (hardheidsclausule instructieregels).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wanneer een ontheffing is verleend of geweigerd, kan hiertegen door belanghebbenden bezwaar en beroep worden ingesteld. De procedure daarvoor is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bewoners van Overijssel worden bij elke wijziging van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening betrokken, in ieder geval volgens de openbare voorbereidingsprocedure.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.1.4 Opbouw Omgevingsverordening</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de opbouw van de Omgevingsverordening is gekozen voor een hoofdstukindeling waarbij alle instructies voor activiteiten zoveel mogelijk bij elkaar gezet zijn in &#233;&#233;n hoofdstuk en in een volgend hoofdstuk de instructies voor omgevingsplannen. Daarnaast zijn er aparte hoofdstukken opgenomen voor waterbeheer en voor faunabeheer, omdat regels in deze hoofstukken wezenlijk anders zijn dan de instructieregels voor omgevingsplannen. Ze richten zich op werkzaamheden van andere doelgroepen (waterbeheerders, faunabeheereenheden en wildbeheereenheden).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.1.5 Hoofdstukindeling</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De opbouw naar type regels levert de volgende hoofdstukindeling op:</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 1 is het toepassingsbereik van de verordening geregeld. Ook is in dit hoofdstuk een regeling opgenomen voor begripsbepalingen. Voor een deel van de gebruikte begrippen kan gebruik gemaakt worden van de begripsbepalingen van de Omgevingswet en de bijbehorende algemene maatregelen van bestuur. Voor zover aanvullend nog begripsbepalingen nodig zijn, zijn die opgenomen in Bijlage I van de Omgevingsverordening. De werkingsgebieden waarnaar verwezen wordt in de Omgevingsverordening zijn vastgelegd in informatieobjecten. Een overzicht daarvan is te vinden in bijlage II.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 2 zijn de doelen vastgelegd die met de Omgevingsverordening worden nagestreefd. Daarnaast zijn in dit hoofdstuk de verplichte omgevingswaarden te vinden en regels voor de monitoring daarvan. Het gaat om omgevingswaarden voor regionale waterkeringen en voor overstromingsrisico's.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 3 vind je de rechtstreeks werkende provinciale regels voor activiteiten. De opbouw in afdelingen volgt hetzelfde stramien als in het volgende hoofdstuk wordt toegepast voor de instructies voor omgevingsplannen. De regels zijn op thema bij elkaar gezet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 4 is zijn de instructies voor omgevingsplannen opgenomen. Deze instructies zijn ook van toepassing op projectbesluiten voor zover die het omgevingsplan wijzigen, met uitzondering van projectbesluiten van het Rijk en op omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten waarmee van het geldende omgevingsplan wordt afgeweken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoofdstuk 5 geeft de instructies voor waterbeheer. In de instructies voor waterschappen worden aanvullende eisen gesteld voor het waterbeheerprogramma, de inhoud van legger en voor peilbesluiten. Verder staan in dit hoofdstuk de instructies voor grondwateronttrekkingen, het grondwaterregister en het beheer van de provinciale vaarwegen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoofdstuk 6 heeft betrekking op faunabeheer. In dit hoofdstuk staan de eisen die faunabeheereenheden, het faunabeheerplan en de wildbeheereenheden worden gesteld. Ook vind je hier de provinciale regeling voor de tegemoetkoming in faunaschade.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 7 vind je het Luchthavenbesluit Twente Airport. In de paragraaf met algemene bepalingen worden de luchthaven, het luchthavengebied en de start- en landingsbanen aangewezen. In de volgende paragrafen volgen de regelingen voor het luchthavenverkeer en exploitatie en voor activiteiten binnen de beperkingengebieden rond de start- en landingsbanen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoofdstuk 8 geeft de overgangs- en slotbepalingen. Daarin wordt de inwerkingtreding geregeld en de citeertitel waarmee de verordening kan worden aangehaald.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De inwerkingtreding van de verordening is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de verordening zijn enkele bijlagen gevoegd, die informatie bevatten waarnaar in de voorschriften wordt verwezen, maar die zich er niet voor lenen in die voorschriften zelf op te nemen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.2 Omgevingsverordening &amp; Omgevingswet</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.2.1 Fundamentele herziening omgevingsrecht</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Rijk heeft met de vaststelling van de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten en uitvoerigsregeling een fundamentele herziening van het omgevingsrecht gerealiseerd. Doel van de Omgevingswet is dat het omgevingsrecht inzichtelijker en voorspelbaarder wordt en het gebruiksgemak van iedereen groter wordt. Ook moet er onder de Omgevingswet meer ruimte komen voor initiatieven van onderop. De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt, integreert zo'n 26 wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Hieronder vallen onderwerpen als: bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuur. Met de Omgevingswet wil het Rijk het wettelijk systeem 'eenvoudig beter' maken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.2.2 Omgevingswet: scheiding beleid en normstelling</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingswet biedt het wettelijke kader en de wettelijke instrumenten voor het (uit)voeren van omgevingsbeleid. De wet heeft een instrumenteel karakter en doet geen beleidsinhoudelijke uitspraken over wat in het belang van de fysieke leefomgeving is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingswet gaat uit van een scheiding van beleid en normstelling. De provincie is verplicht om een Omgevingsvisie vast te stellen voor het hele provinciale grondgebied. De Omgevingsvisie bevat een beschrijving in hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied en de hoofdzaken van het integrale beleid dat voor de fysieke leefomgeving wordt gevoerd (artikel 3.2 Omgevingswet)</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor omgevingsvisies geldt dat zij bijna geheel vorm- en procedurevrij zijn en alleen bindend zijn voor de betreffende overheidslaag. Om de doorwerking van het provinciale beleid veilig te stellen door middel van normering, zal de provincie het juridische instrumentarium moeten inzetten dat in de Omgevingswet hiervoor beschikbaar wordt gesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.2.3 Instrumenten onder de Omgevingswet</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingswet biedt de provincie diverse instrumenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Instrumenten om de uitvoering van het beleid zelf ter hand te nemen</tekst:i>
									<tekst:br/>In de eerste plaats biedt de Omgevingswet de provincie instrumenten om de uitvoering van het beleid zelf ter hand te nemen. Het gaat dan om de volgende instrumenten:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_4" eId="genrecital__content_1__list_4" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_4__item_1" eId="genrecital__content_1__list_4__item_1">
		    <tekst:Al>het provinciale projectbesluit;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_4__item_2" eId="genrecital__content_1__list_4__item_2">
		    <tekst:Al>de provinciale omgevingsvergunning waarbij in afwijking van het geldende omgevingsplan wordt verleend ten behoeve van een bouwplan;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_4__item_3" eId="genrecital__content_1__list_4__item_3">
		    <tekst:Al>de co&#246;rdinatieregeling die het mogelijk maakt om vergunningen parallel te schakelen; en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_4__item_4" eId="genrecital__content_1__list_4__item_4">
		    <tekst:Al>het instrumentarium van het grondbeleid (voorkeursrecht, onteigening en grondexploitatiebevoegdheden).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Instrumenten voor de beleidsdoorwerking vooraf</tekst:i>
									<tekst:br/>De provincie beschikt op grond van de Omgevingswet over de volgende instrumenten voor de beleidsdoorwerking vooraf:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_5" eId="genrecital__content_1__list_5" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_5__item_1" eId="genrecital__content_1__list_5__item_1">
		    <tekst:Al>de provinciale Omgevingsverordening; en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_5__item_2" eId="genrecital__content_1__list_5__item_2">
		    <tekst:Al>de provinciale instructie.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De Omgevingsverordening bevat de instructies van Provinciale Staten (PS) gericht aan gemeenteraden om de inhoud van en de toelichting op gemeentelijke omgevingsplannen in overeenstemming te brengen met de inhoud van de verordening. Provinciale Staten kunnen een termijn stellen waarbinnen de instructie moet zijn opgevolgd. Ook kunnen zij bij regels aangeven in welke gevallen daarvan kan worden afgeweken en onder welke voorwaarden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provinciale instructie is een instructiebesluit gericht aan &#233;&#233;n of enkele gemeenten om een gemeentelijk omgevingsplan met een bepaalde inhoud vast te stellen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Niet juridische instrumenten voor de doorwerking vooraf zijn beleidsregels, bestuursafspraken (prestatieafspraken) en het vooroverleg over gemeentelijke ruimtelijke plannen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Instrumenten voor de beleidsdoorwerking achteraf</tekst:i>
									<tekst:br/>Voor de beleidsdoorwerking achteraf kunnen de volgende juridische instrumenten worden ingezet:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_6" eId="genrecital__content_1__list_6" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_6__item_1" eId="genrecital__content_1__list_6__item_1">
		    <tekst:Al>zienswijzen op omgevingsplannen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_6__item_2" eId="genrecital__content_1__list_6__item_2">
		    <tekst:Al>beroep tegen vastgestelde omgevingsplannen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_6__item_3" eId="genrecital__content_1__list_6__item_3">
		    <tekst:Al>reactieve interventie waarmee een (deel van) een omgevingsplan wegens strijd met het provinciaal belang buitenwerking kan worden gesteld; en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_6__item_4" eId="genrecital__content_1__list_6__item_4">
		    <tekst:Al>niet verlenen van instemming voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als deze activiteit is opgenomen op de lijst advies en instemming (artikel 16.15 a sub d Omgevingswet).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Het instrument van reactieve interventie kan worden ingezet als een zienswijze van de provincie niet is overgenomen of als het omgevingsplan gewijzigd is vastgesteld. De reactieve interventie kan zich alleen richten op die onderdelen van het omgevingsplan waarin een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aan de orde is. Een andere voorwaarde is dat er sprake moet zijn van provinciale belangen als bedoeld in artikel 2.3 van de Omgevingswet. De reactieve interventie is daarmee een instrument om de naleving van de Omgevingsverordening af te dwingen, maar ook van beleid dat niet goed geregeld kan worden in de verordening of alleen op een manier die onevenredig veel bestuurslasten met zich mee zou brengen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.2.4 Sturen en samenwerken onder de nieuwe Omgevingswet</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het document 'Sturen en samenwerken onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening' (2008) is de provinciale bestuursfilosofie op basis van de Wro weergegeven. Deze bestuursfilosofie is ook toe te passen op de uitoefening van taken en bevoegdheden onder de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de provincie Overijssel is uitgangspunt dat gemeenten primair de instantie zijn die in omgevingsplannen de doelen van de Omgevingswet van duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van de fysieke leefomgeving juridisch vastleggen. Daarbij gaat de provincie er vanuit dat de gemeenten rekening zullen houden met het provinciale belang. Door middel van voorkantsturing zal de provincie tijdig helder maken op welke wijze volgens haar rekening moet worden gehouden met dat provinciale belang. Als overleg niet leidt tot het veiligstellen van het provinciaal belang, zal de provincie haar juridisch instrumentarium inzetten. Daarbij is op voorhand geen enkel instrument uitgesloten. Dit betekent dat de provincie zienswijzen zal indienen bij de gemeenteraad en beroep op de Afdeling Bestuursrechtspraak zal instellen tegen gemeentelijke (ontwerp)plannen die in strijd zijn met het provinciaal belang, maar zo nodig een reactieve interventie zal doen waarmee het betreffende omgevingsplan buiten werking wordt gesteld. De provincie zal waar nodig in de provinciale verordening instructies geven aan gemeenteraden om omgevingsplannen aan te passen aan de inhoud van de verordening. De provincie zal alleen overgaan tot het vaststellen van projectbesluiten als opvolger van het provinciaal inpassingsplan als een gemeente niet bereid is of niet (tijdig) in staat blijkt een omgevingsplan vast te stellen hoewel het provinciaal belang daarom vraagt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie zet als volgt in op het realiseren van provinciaal belang:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_7" eId="genrecital__content_1__list_7" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_7__item_1" eId="genrecital__content_1__list_7__item_1">
		    <tekst:Al>accent op samenwerking, overleg en voorkantsturing;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_7__item_2" eId="genrecital__content_1__list_7__item_2">
		    <tekst:Al>realisatie door (voor-)overleg en (prestatie-)afspraken;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_7__item_3" eId="genrecital__content_1__list_7__item_3">
		    <tekst:Al>bij strijdigheid: zienswijze geven, eventueel gevolgd door reactieve interventie/beroep en het niet verlenen van instemming bij een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De verordening wordt ingezet als dit selectief en doelmatig is, van belang voor de positie van de bewoners, als het Rijk dit eist of ter voorkoming van extra regels in een Algemene Maatregel van Bestuur. Overige instrumenten zoals het projectbesluit en de proactieve interventie zet de provincie selectief in.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De verordening is dus &#233;&#233;n van de instrumenten ter realisatie van beleidsambities van provinciaal belang. In de Omgevingsvisie Overijssel wordt de inzet van dit instrument bepaald, maar ook van de andere instrumenten zoals (prestatie-)afspraken, gebiedsontwikkeling/uitvoeringsprojecten, subsidies en fondsen en kennis verwerven en delen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.2.5 Principebesluit tot inzet van de verordening</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met de provinciale verordening kan het provinciaal bestuur vooraf regels stellen die gemeenten bij het maken van omgevingsplannen in acht moeten nemen. De provincie Overijssel zet in principe alle instrumenten uit de gereedschapskist van de Omgevingswet in, dus ook de verordening. We gaan hier terughoudend mee om en zetten de verordening alleen in als het provinciale belang daarom vraagt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.2.6 Nieuwe Omgevingsverordening</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingsvisie van Overijssel biedt al in de geest van de Omgevingswet een integraal beleidskader voor alle aspecten van het fysieke domein die van provinciaal belang zijn. De Omgevingsvisie kan daardoor ook onder de Omgevingswet als provinciaal beleidskader dienen en is na enkele aanpassingen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet gebracht. De Omgevingswet regelt echter geen overgangsrecht voor omgevingsverordeningen. Daardoor vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Omgevingsverordening zoals die in 2009 is vastgesteld en daarna geactualiseerd en gereviseerd is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>V&#243;&#243;r de inwerkingtreding van de Omgevingswet is deze nieuwe verordening vastgesteld. De oude Omgevingsverordening is beleidsarm omgezet in afwachting van de integrale herziening van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening die volgens planning eind 2024 zal worden vastgesteld. Deze nieuwe verordening is daardoor inhoudelijk grotendeels gelijk aan de oude Omgevingsverordening, maar wel helemaal herschreven en nu Omgevingswet-proof.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.2.7 Instructieregels van het Rijk</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Rijk heeft in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgelegd wat de nationale belangen en ambities zijn. Omdat ook voor de NOVI geldt dat het als beleid alleen het Rijk zelf bindt, is er voor gekozen om bepaalde belangen juridisch te borgen door middel van instructieregels. Deze instructieregels zijn te vinden in het Besluit kwaliteit leefomgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels die voor het merendeel gericht zijn aan gemeenteraden. Deze inhoudelijke instructieregels verplichten om in omgevingsplannen op een bepaalde manier rekening te houden met nationale belangen. Voor een beperkt aantal onderwerpen is gekozen voor een getrapte regeling. Daarbij krijgt de provincie de opdracht om een nadere invulling te geven aan een nationale belang en daarvoor in de provinciale verordening instructies over omgevingsplannen op te nemen voor gemeenteraden. Niet elk nationaal thema waarvoor een getrapte regeling is gekozen, is voor elke provincie relevant. Zo zijn er in Overijssel geen erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde aangewezen. Voor de provincie Overijssel is alleen de opdracht om het Natuurnetwerk Nederland nader te regelen van toepassing. Met de regeling in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2">Paragraaf 4.7.2</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening wordt voldaan aan de opdracht in 2.44, lid 4 van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de Omgevingswet horen vier algemene maatregelen van bestuur die nadere invulling geven aan wat er in de Omgevingswet op hoofdlijnen voor het omgevingsrecht is geregeld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat de instructieregels van het rijk, beoordelingsregels en regels over omgevingswaarden. Het Omgevingsbesluit (Ob) geeft regels over het bevoegd gezag voor vergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan de algemene regels voor activiteiten in de leefomgeving en of voor die activiteiten een vergunning of een melding nodig is. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan de regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Ook geeft het Bbl regels over de staat en gebruik van een bouwwerk en over het uitvoeren van bouw- en loopwerkzaamheden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze uitvoeringsregelgeving moet ervoor zorgen dat bij de toepassing van de instrumenten van de Omgevingswet sprake is van zorgvuldige afwegingen en een heldere besluitvorming.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Besluit Kwaliteit Leefomgeving bevat ook de regeling voor de verstedelijkingsprincipes die van het Rijk moeten worden toegepast. In de Ladder voor Duurzame verstedelijking is een rechtstreeks werkende motiveringseis opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen die gericht is op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Op grond van de Ladder voor Duurzame verstedelijking moet nagegaan worden of er behoefte is aan een stedelijke ontwikkeling en of in die behoefte kan worden voorzien in of aansluitend aan het bestaande stedelijke gebied. In de Omgevingsverordening wordt een nadere provinciale invulling gegeven aan de nationale Ladder voor Duurzame verstedelijking, waarbij een koppeling wordt gelegd met het principe van concentratie en de wijze waarop in Overijssel invulling wordt gegeven aan de regionale programmering van wonen, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.3 Grondwaterbescherming</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een belangrijke taak van de provincie is de bescherming van grondwater en in het bijzonder de bescherming van het grondwater dat gebruikt wordt voor de winning van drinkwater.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsverordening worden grondwaterbeschermingszones aangewezen waarbinnen beperkingen gelden voor functies en activiteiten die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het grondwater. De beperkingen voor functies worden geregeld met instructies aan gemeenten voor omgevingsplannen (Hoofdstuk 4).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De beperkingen voor activiteiten in grondwaterbeschermingszones worden geregeld met instructies aan gemeenten voor omgevingsplannen voor zover het gaat om milieubelastende activiteiten die beroepshalve of bedrijfsmatig worden uitgeoefend op bedrijfslocaties (Hoofdstuk 4). Buiten deze bedrijfslocaties gelden voor milieubelastende activiteiten de rechtstreeks werkende regels van Hoofdstuk 3.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er is voor deze constructie gekozen om zo dicht mogelijk te blijven bij de bevoegdheidsverdeling zoals die gold voor de invoering van de Omgevingswet. Op basis van het inrichtingenbegrip dat toen gehanteerd werd, was de gemeente het bevoegd gezag voor milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingszones binnen inrichtingen en de provincie voor milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingszones buiten inrichtingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij hebben ervoor gekozen om de kaders voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties mee te geven in de vorm van instructies voor omgevingsplannen. Omdat op dit moment er nog geen omgevingsplannen zijn waarin kaders zijn verwerkt voor milieubelastende activiteiten binnen grondwaterbeschermingszones, regelen wij hiervoor een provinciale bruidsschat in de vorm van voorbeschermingsregels die onderdeel gaan uitmaken van de omgevingsplannen die van rechtswege ontstaan op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.4 Stiltegebieden</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsvisie zijn geen stiltegebieden aangewezen. Voor (potenti&#235;le) stiltegebieden geldt dat we er vanuit gaan dat deze voldoende bescherming krijgen door de ligging binnen het Natuurnetwerk Nederland. In deze Omgevingsverordening zijn daarom geen regels opgenomen die geluidhinder in stiltegebieden moeten voorkomen of beperken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.5 Waterveiligheid en wateroverlast</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van de Omgevingswet moet de provincie omgevingswaarden vaststellen voor regionale waterkeringen en overstromingsrisico's. De vaststelling van deze omgevingswaarden wordt geregeld in Hoofdstuk 2 (doelen en omgevingswaarden).</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 5 (waterbeheer) zijn de instructies opgenomen aan de waterschappen die ervoor moeten zorgen dat de gestelde omgevingswaarden gehaald worden. Het gaat om instructies over het waterbeheerprogramma en eisen die worden gesteld aan het watersysteem, met name aan de legger en peilbesluiten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 5 zijn ook de instructies opgenomen voor grondwateronttrekkingen en de gegevensverzameling voor het grondwaterregister.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.5.1 Provinciegrens overschrijdende waterschappen</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingswet heeft als uitgangspunt dat overheden hun regels voor de fysieke leefomgeving bijeenbrengen in &#233;&#233;n gebiedsdekkende regeling. Voor de provincies is dat de omgevingsverordening. Voor waterschappen die binnen meerdere provincies werkzaam zijn, betekent dit dat zij te maken krijgen met verschillende omgevingsverordeningen, omdat elke provincie toch haar eigen accenten zet in het waterbeheer.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In IPO-verband zijn afspraken gemaakt over de inhoudelijke afstemming van de instructieregels voor waterbeheer van provincies die te maken hebben met provinciegrensoverschrijdende waterschappen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening richt zich op het regionale waterbeheer en de taakuitoefening van de waterschappen Drents Overijsselse Delta, Vechtstromen, Rijn en IJssel, Vallei en Veluwe en Zuiderzeeland, voor zover zij hun taken uitoefenen binnen het grondgebied van de provincie Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de viewer waarin deze digitale Omgevingsverordening te raadplegen is, kan precies nagegaan worden waar de instructieregels van Overijssel van toepassing zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.6 Provinciale wegen en vaarwegen</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regels voor provinciale wegen en vaarwegen zijn ondergebracht in Hoofdstuk 3 (regels voor activiteiten) voor zover het gaat om rechtstreeks werkende regels voor activiteiten van derden zoals aansluiting op en het gebruik van provinciale wegen en vaarwegen. Deze regels zijn gericht op weggebruikers en 'aanwonenden'.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 5 (waterbeheer) zijn de instructieregels voor gemeenten en waterschappen over provinciale vaarwegen die bij hen in beheer zijn gegeven. Daarin zijn regels opgenomen over vaarwegdiepten, het onttrekken van vaarwegen aan het openbaar scheepvaartverkeer en over bedieningstijden van bruggen en sluizen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.7 Luchthavenbesluit Twente Airport</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoofdstuk 7 is een vreemde eend in de bijt van de Omgevingsverordening. Het bevat het Luchthavenbesluit Twente Airport dat op grond van wettelijke verplichtingen is vastgesteld als verordening en daarom onderdeel uit moet maken van de Omgevingsverordening. Het Luchthavenbesluit is herschreven naar de eisen van de Omgevingswet, maar inhoudelijk niet gewijzigd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Luchthavenbesluit Twente Airport is nog steeds conform de aanbeveling van de Commissie Wientjes van oktober 2014 gericht op herontwikkeling van het voormalige militaire luchthaventerrein Twenthe. Doel daarvan is het versterken van de economie en het stimuleren van de werkgelegenheid door aansluiting te zoeken bij het nationale topsectorenbeleid op het gebied van Advanced Materials and Manufacturing (AMM) binnen de topsector High Tech Systems and Materials (HTSM) (ref. 1).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De commissie adviseerde om van Twente Airport een iconische, internationale ontwikkel-, demonstratie- en productiezone te maken. De naam die de commissie aan deze ontwikkeling heeft gegeven is Technology Base Twente (TecBT). Daarbij adviseerde zij om de bestaande start- en landingsbaan te behouden als uniek bezit voor de Technology Base Twente, waarbij naast de HTSM/AMM bedrijven ook ruimte ontstaat voor luchthavengerelateerde bedrijvigheid en voor General en Business Aviation. Het gebruik van de baan moet op een logische manier inhaken bij de gebiedsontwikkeling en een toegevoegde waarde leveren als vestigingsfactor voor Twente.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om de vliegfunctie te behouden is op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenbesluit nodig. In het luchthavenbesluit worden de milieugebruiksruimte en het ruimtebeslag van de luchthaven c.q. de zones met bouwbeperkingen bepaald. Het aanvragen van een luchthavenbesluit gebeurt door Area Development Twente (ADT), die optreedt als exploitant van de luchthaven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>ADT heeft die aanvraag voor het door Provinciale Staten van Overijssel te nemen luchthavenbesluit op 17 maart 2016 ingediend. Gevraagd werd om -vooruitlopend op de instelling van een luchthavenexploitatiemaatschappij- het volgende gebruik van de luchthaven mogelijk te maken:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_8" eId="genrecital__content_1__list_8" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_8__item_1" eId="genrecital__content_1__list_8__item_1">
		    <tekst:Al>ruimte voor in totaal ca. 20.000 vliegbewegingen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_8__item_2" eId="genrecital__content_1__list_8__item_2">
		    <tekst:Al>ruimte voor voor ca. 10.000 zweefvliegbewegingen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_8__item_3" eId="genrecital__content_1__list_8__item_3">
		    <tekst:Al>vliegbewegingen te laten plaatsvinden op weekdagen van 6.00 tot 23.00 uur met een extensieregeling voor bijzondere situaties;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__genrecital__content_1__list_8__item_4" eId="genrecital__content_1__list_8__item_4">
		    <tekst:Al>gebruik van het luchthavengebied met daarop de start- en landingsbaan; de verharde baan heeft een operationele lengte van 2406 meter. Daarnaast zal gebruik gemaakt worden van de direct ten zuiden daarvan gelegen onverharde baan voor zweefvliegactiviteiten.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Provinciale Staten van Overijssel hebben mede op basis van de aanvraag een luchthavenbesluit opgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>
										
										0.8 Natuurbescherming</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is een samenvoeging van de Boswet, Flora- en Faunawet en Natuurbeschermingswet. Met het Aanvullingsspoor Natuur is de Wet Natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingswet regelt de wijze waarop de bescherming van de natuur vorm krijgt en geeft invulling aan de afspraken tussen Rijk en provincies uit het Bestuursakkoord Natuur.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bevoegdheden van de provincie op het gebied van faunabeheer worden ingevuld met de regels in Hoofdstuk 6 (faunabeheer). Het gaat om regels over tegemoetkoming faunaschade, faunabeheerplan, faunabeheereenheid en wildbeheereenheden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bevoegdheden van de provincie om nadere regels te stellen voor gebiedsbescherming, houtopstanden en soortenbescherming zijn ondergebracht in hoofdstuk 3 (regels voor activiteiten) omdat het gaat om rechtstreeks werkende regels voor milieubelastende activiteiten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>
										
										0.9 Co&#246;rdinatieregeling</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsverordening zijn geen co&#246;rdinatieregels opgenomen. De Omgevingswet bevat een algemene verwijzing naar de co&#246;rdinatieregeling in afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Afdeling 3.5 van de Algemene Wet Bestuursrecht biedt de mogelijkheid om de voorbereiding, behandeling en bekendmaking van deze besluiten te laten co&#246;rdineren door &#233;&#233;n bestuursorgaan die aangewezen wordt als co&#246;rdinerend bestuursorgaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingswet wijst de gevallen aan waarin toepassing van de co&#246;rdinatieregelen van de Awb verplicht is. Bestuursorganen kunnen er ook voor kiezen om de co&#246;rdinatieregeling vrijwillig toe te passen. Om te voorkomen dat voor elk individueel geval een apart besluit nodig is om de co&#246;rdinatieregeling toe te passen, kan het handig zijn om de aanwijzing van gevallen waarop de co&#246;rdinatieregelen zal worden toegepast aan te wijzen in de Omgevingsverordening. In het delegatiebesluit leggen Provinciale Staten de bevoegdheid bij Gedeputeerde Staten om categorie&#235;n van gevallen aan te wijzen waarop de co&#246;rdinatieregelen van afdeling 3.5 van de Awb van toepassing is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.10 Toezicht en strafbepaling</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In deze Omgevingsverordening zijn geen regels voor toezicht en strafbaarstelling opgenomen. Dit is afdoende geregeld in wet en regelgeving van het Rijk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie ziet toe op de naleving van deze Omgevingsverordening en zal waar nodig met alle instrumenten die ons ter beschikking staan optreden als gehandeld wordt in strijd met de regels en instructies van deze Omgevingsverordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.11 Flexibiliteit</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 1 is geregeld van welke instructieregels Gedeputeerde Staten op verzoek van een gemeente of waterschap een ontheffing kunnen verlenen. Daarmee wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid die artikel 2.32 biedt aan Gedeputeerde Staten om af te wijken van de instructies die zich richten op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het criterium voor toepassing van deze ontheffingsmogelijkheid is dat een instructieregel een bestuursorgaan onevenredig belemmert bij de uitvoering van zijn taken of bevoegdheden in verhouding tot het belang dat wordt gediend met de regel waarvan ontheffing is gevraagd. Daarmee biedt de Omgevingswet een vergelijkbare hardheidsclausule als in de oude Omgevingsverordening was opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor veel instructieregels geldt dat er flexibiliteit wordt geboden aan gemeenten en waterschappen door de mogelijkheid om binnen randvoorwaarden van deze instructieregels af te wijken. Waar het gaat om instructies aan gemeenten en waterschappen over milieubelastende activiteiten die geregeld moeten worden in omgevingsplannen en waterschapsverordeningen, geldt in veel gevallen dat er flexibiliteit wordt geboden in de vorm van maatwerkregels en maatwerkvoorschriften.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een andere vorm van flexibiliteit wordt geboden in het Delegatiebesluit waarmee Gedeputeerde Staten bevoegd worden om de Omgevingsverordening binnen randvoorwaarden aan te passen en aan te vullen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.12 Overgangs- en slotbepalingen</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Hoofdstuk 8 bevat een beperkt aantal overgangs- en slotbepalingen. De Omgevingswet kent algemene overgangsbepalingen die ook van toepassing zijn op de besluiten die op basis van de vorige Omgevingsverordening zijn genomen. Die voorkomen dat geldende besluiten opnieuw ter discussie komen en dat aanvragers lopende een procedure geconfronteerd worden met nieuw recht. De instructies voor omgevingsplannen richten zich in hoofdzaak op nieuwe ontwikkelingen. Dit betekent dat de verordening pas op dat moment doorwerkt in de gemeentelijke omgevingsplannen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>0.13 Wijze van publicatie</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingsverordening is digitaal vastgesteld. Vooral voor het sturen op ruimtelijke kwaliteit is een digitale en interactieve wijze van benaderen voor de praktijk handig: het digitale systeem met kaartlagen maakt het mogelijk om verschillende gegevens eenvoudig te combineren en af te wegen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Aan de verordening hebben we een eigen set kaarten toegevoegd die met name voor het helder defini&#235;ren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. De kaarten zijn gemaakt op een schaal van 1:100.000. De kaarten zijn online te raadplegen op de website <tekst:ExtRef ref="https://www.omgevingsvisie.nl" soort="URL">www.omgevingsvisie.nl</tekst:ExtRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Colofon</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Uitgave</tekst:strong> Omgevingsverordening Overijssel,</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Eindredactie</tekst:strong> Eenheid RB</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Kaarten</tekst:strong> Beleidsinformatie provincie Overijssel beleidsinformatie@overijssel.nl</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Inlichtingen bij </tekst:strong>Omgevingsvisie@overijssel.nl <tekst:ExtRef ref="https://www.omgevingsvisie.nl" soort="URL">www.omgevingsvisie.nl</tekst:ExtRef>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Adresgegevens</tekst:strong> Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Disclaimer</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze versie van de Omgevingsverordening Overijssel bieden wij elektronisch (digitaal) aan in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Tevens stellen wij analoge versies beschikbaar. Bij verschillen tussen de analoge en digitale versie geldt de digitale versie in het DSO.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:AlgemeneToelichting>
	  <tekst:ArtikelgewijzeToelichting eId="artrecital" wId="artrecital">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_1" wId="pv23_80__artrecital__content_1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Algemene bepalingen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_1">Hoofdstuk 1</tekst:IntRef> geeft algemene regels die relevant zijn voor de toepassing van de andere regels van de Omgevingsverordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit hoofdstuk wordt het algemene toepassingsbereik van de verordening
bepaald. In de volgende hoofdstukken wordt het toepassingsbereik nog verder
gespecificeerd, waar nodig tot op het niveau van paragrafen. Met het algemene
toepassingsbereik voldoen wij aan de opdracht van de Omgevingswet om een
Omgevingsverordening vast te stellen die alle provinciale regels bevat voor de
fysieke leefomgeving in Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit hoofdstuk wordt verder geregeld hoe de begrippen die in de Omgevingsverordening zijn toegepast, worden gedefinieerd. De begripsbepalingen zijn verzameld in een bijlage, waarnaar in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> wordt verwezen. Met de definities is waar mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten. De begripsbepalingen uit de Omgevingswet zijn zondermeer van toepassing voor deze Omgevingsverordening, omdat de verordening te beschouwen is als een uitvoeringsregeling van de Omgevingswet. Voor de begripsbepalingen uit het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geldt dat die van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Voor een groot aantal van de begrippen die in de Omgevingsverordening worden gebruikt geldt dat wij de betekenis voldoende duidelijk achten gelet op het normale spraakgebruik. Voor deze begrippen wordt geen nadere definitie opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bedoeling van de Omgevingswet is dat iedereen met een klik op de kaart weet welke regels op die locatie van toepassing zijn. In deze Omgevingsverordening zijn regels daarom gekoppeld aan werkingsgebieden. Werkingsgebieden zijn de locaties waarop regels van toepassing zijn. Soms gaat het om specifieke werkingsgebieden omdat sommige regels alleen gelden voor een bepaald gebied. Voor een groot aantal regels geldt dat ze gelden voor de heel Overijssel en dan is de hele provincie als werkingsgebied aangegeven. De koppeling van regels aan werkingsgebieden vindt plaats door middel van informatieobjecten. <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.3">Artikel 1.3</tekst:IntRef> legt dit systeem vast en verwijst voor een overzicht van alle informatieobjecten die voor deze verordening worden gehanteerd naar een afzonderlijke bijlage.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_1">Hoofdstuk 1</tekst:IntRef> is ook de mogelijkheid opgenomen voor Gedeputeerde Staten om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van instructieregels voor omgevingsplannen. In <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.4">Artikel 1.4</tekst:IntRef> zijn de voorwaarden vastgelegd.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_2" wId="pv23_80__artrecital__content_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>1.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(hardheidsclausule instructieregels)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Deze ontheffingsbevoegdheid heeft betrekking op bijzondere gevallen waarmee Provinciale Staten bij het vaststellen van de instructieregels voor omgevingsplannen in <tekst:IntRef ref="chp_4">Hoofdstuk 4</tekst:IntRef> geen rekening hebben gehouden. Door een
hardheidsclausule op te nemen, wordt er ruimte geboden om mee te werken aan
wenselijke ontwikkelingen die door de strikte formulering van algemene regels
niet zouden kunnen worden toegestaan. De toepassing van de ontheffingsbevoegdheid
vraagt een afweging tussen aan de ene kant de provinciale belangen die bij het
vaststellen van de algemene regels zijn beoogd en aan de andere kant de
belangen die gediend kunnen worden als de ontwikkeling kan worden gerealiseerd
waarvoor de gemeente ontheffing vraagt. Als het provinciale belang niet opweegt
tegen het de (gemeentelijke) belangen die worden belemmerd als strikt wordt
vastgehouden aan de algemene regel, dan kan dat reden zijn om de
ontheffingsbevoegdheid toe te passen. Eventueel kunnen voorschriften worden
verbonden aan de ontheffing die ervoor moeten zorgen dat de provinciale
belangen waarvoor de algemene regel in het leven is geroepen ook bij het
verlenen van de ontheffing zo goed mogelijk worden gediend.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze ontheffing is alleen bedoeld voor incidentele gevallen. De
ontheffingsbevoegdheid kan niet worden toegepast voor reguliere gevallen waarin
de algemene regels van de omgevingsverordening belemmeringen opleveren. Als
mocht blijken dat het gewenst is om voor een serie van gevallen de
ontheffingsbevoegdheid tot te passen, dan moet nagegaan worden of het niet
beter is om de Omgevingsverordening aan te passen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Als een gemeente een verzoek tot ontheffing wil doen, is het van belang om vroegtijdig over te gaan tot overleg en afstemming met de provinciale diensten. In het voortraject kan doorgesproken worden over de onderbouwing van de aanvraag, met name als het gaat om het bijzondere en incidentele karakter van de gevraagde medewerking. Op de voorbereiding van het besluit tot ontheffing is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Belanghebbenden kunnen tegen een voornemen om een ontheffing te verlenen, zienswijzen indienen. Tegen een besluit tot ontheffing is geen afzonderlijk beroep mogelijk, omdat de ontheffing voor de beroepsprocedure geacht wordt deel uit te maken van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan waarvoor de ontheffing nodig is.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_3" wId="pv23_80__artrecital__content_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>DOELEN EN OMGEVINGSWAARDEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Omgevingswaarde regionale
waterkeringen</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van artikel 2.13 Omgevingswet moet de provincie omgevingswaarden vaststellen voor de veiligheid van de andere dan de primaire keringen, voor zover die niet bij het Rijk in beheer zijn. In <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2">Afdeling 2.2</tekst:IntRef> wordt daarin voorzien. Voor elk dijktraject van de regionale waterkeringen is vastgelegd wat het gewenste beschermingsniveau is. Het gewenste beschermingsniveau hangt af van de regionale betekenis van de functie van het dijktraject. Regionale waterkeringen zijn waterkeringen die bescherming bieden tegen overstromingen vanuit de regionale rivieren en kanalen, of een functie hebben bij het beperken van de gevolgen van overstromingen vanuit het hoofdwatersysteem, of behouden moeten blijven vanwege een mogelijke toekomstige functie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie heeft de regionale waterkeringen indicatief op kaart gezet. Deze begrenzing kan op verzoek van de waterschappen worden aangepast. In <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8">Artikel 5.8</tekst:IntRef> van deze verordening is de opdracht opgenomen voor waterschappen om in de legger nader invulling te geven aan deze indicatieve begrenzing van de regionale waterkeringen. Bij deze geometrische begrenzing is voor elke waterkering de omgevingswaarde voor dat dijktraject aangegeven. Het aanwijzen en vaststellen van de omgevingswaarde van een regionale kering gebeurt in samenspraak met het waterschap. Voor de provincie staat risicobeheersing centraal (meerlaagsveiligheid, overstromingsbestendige dijken). We gaan samen met onze partners de overstap naar overstromingskansen voor regionale keringen onderzoeken. Daarbij willen we het concept meerlaagsveiligheid verder uitwerken in een afwegingskader.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met
het stellen van omgevingswaarden geeft de provincie nader invulling aan de taken
die het waterschap volgens het waterschapsreglement heeft. Het waterreglement
maakt het waterschap verantwoordelijk voor de waterstaatkundige verzorging van
zijn gebied. Het waterschap is op basis van het reglement verplicht het
watersysteem zo in te richten en te beheren dat het voldoet aan de in deze
verordening gestelde omgevingswaarden. Daarom is ervan afgezien om in de Omgevingsverordening
een specifieke beheersopdracht op te nemen die inhoudt dat het waterschap er
voor zorg draagt dat de regionale waterkeringen aan de gestelde omgevingswaarden
voldoen. Hetzelfde geldt voor de omgevingswaarden wateroverlast
(artikel 2.13 lid 1b van de Omgevingswet).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Omgevingswaarden
wateroverlast</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond 2.13 lid 1b Omgevingswet moet de provincie vanwege de bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn ingericht, omgevingswaarden voor gebieden vaststellen op basis van de gemiddelde kans op overstroming per jaar. In deze paragraaf wordt daarin voorzien.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met de omgevingswaarde wordt een norm gegeven voor gebieden waarbij de kans op overstroming als gevolg van grote hoeveelheden neerslag is gerelateerd aan de economische waarde van het landgebruik en de te verwachten schade. De normering bakent de zorgplicht/inspanningsverplichting af die de waterbeheerder heeft. Het gaat over zorgplicht bij het voorkomen of beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater als gevolg van neerslag. De omgevingswaarde geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende en onroerende zaken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het Nationaal Bestuursakkoord Water (2008) zijn werknormen opgenomen die voor de verschillende vormen van landgebruik de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming en daarmee het wenselijk geachte beschermingsniveau uitdrukken. De vormen van landgebruik die worden onderscheiden zijn: grasland, akkerbouw, hoogwaardige land- en tuinbouw, glastuinbouw en bebouwd gebied. Deze werknormen zijn uitgangspunt geweest bij het bepalen van het definitief voor een gebied toepasselijke beschermingsniveau en krijgen vorm in de omgevingswaarde die voor ieder werkingsgebied op de kaart is vastgesteld. Buiten het werkingsgebied vallen natuur en buitendijks. De kaart geeft de indicatieve begrenzing van de werkingsgebieden weer met een minimale omgevingswaarde.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij maken onderscheid tussen gebieden binnen de bebouwde kom en gebieden buiten de bebouwde kom. Wij hebben de bebouwde kom op kaart gezet. Daarbinnen worden verschillende gebiedscategorie&#235;n gehanteerd (locaties bestemd voor bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen en overige gebieden) waarvoor met een verschillende kans op overstroming wordt gerekend. Binnen de bebouwde kom hebben wij deze gebiedscategorie&#235;n niet op kaart gezet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De
contramal van de bebouwde kom wordt gevormd door de gebieden buiten de bebouwde
kom. Buiten de bebouwde kom onderscheiden wij een aantal gebiedscategorie&#235;n op
basis van het overwegend grondgebruik. Afhankelijk van het overwegend
grondgebruik geldt een bepaalde kans op overstroming. Deze gebiedscategorie&#235;n
hebben wij indicatief op kaart gezet. Op verzoek van het waterschap kan de
begrenzing daarvan worden aangepast als wijzigingen in het overwegend
grondgebruik daartoe aanleiding geven.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Omgevingswaarden
binnen de bebouwde kom</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen
de bebouwde kom is de omgevingswaarde voor wateroverlast vastgesteld op 1/100 per
jaar. Deze omgevingswaarde geldt voor alle bebouwing en hoofdinfrastructuur.
Voor het overige gebied is de omgevingswaarede vastgesteld op 1/10 per jaar. Bij
overige gebieden kan gedacht worden aan parken, sportterreinen en plantsoenen.
Daarvoor wordt een omgevingswaarde van 1/100 per jaar als onnodig zwaar gezien.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Omgevingswaarden buiten de bebouwde kom</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Buiten
de bebouwde kom is de omgevingswaarde voor wateroverlast gerelateerd aan het
overwegend landgebruik.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De omgevingswaarden als genoemd in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.7">Artikel 2.7</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.8">Artikel 2.8</tekst:IntRef> zijn gekoppeld aan een indicatieve weergave van de gebieden. De weergegeven werkingsgebieden zijn als volgt op kaart gezet:</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gerealiseerde natuur, hoge zandgronden zoals bijvoorbeeld de Sallandse Heuvelrug, groot open water of buitendijks gebied langs de hoofdwateren, hebben geen omgevingswaarde voor wateroverlast. Voor deze gebieden is dan ook geen werkingsgebied opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bebouwde kom is als &#233;&#233;n werkingsgebied opgenomen op de kaart. Binnen dit gebied geldt een omgevingswaarde van 1/100 per jaar voor bebouwing en infrastructuur en 1/10 voor overig gebruik. De nadere uitwerking hiervan voor de omgevingswaarden binnen de bebouwde kom wordt door het waterschap gedaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De gebieden waarin het overwegend landgebruik glastuinbouw
betreft is weergegeven als het gebied met een omgevingswaarde van 1/50 per
jaar. Deze omgevingswaarde geldt voor alle aanwezige glastuinbouw (kassen).
Voor het overige gebied is de gemiddelde omgevingswaarde vastgesteld op 1/10
per jaar. Bij overige gebieden kan gedacht worden aan grasland. Daarvoor wordt
een omgevingswaarde van 1/50 per jaar als onnodig zwaar gezien. In Overijssel
betreft dit alleen Polder de Koekoek.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de gebieden waarvoor het overwegend grondgebruik akkerbouw is, geldt een norm van 1/25 per jaar. Hierbij is rekening gehouden met grotere ruimtelijke eenheden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het waterschap Drents Overijsselse Delta is een werkingsgebied opgenomen waarbinnen een omgevingswaarde van 1/10 per jaar, waarbij 30% van het oppervlak een grotere overstromingskans mag hebben zoals ook opgenomen in hun huidige waterbeheerplan en in de provinciale verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor Waterschap Vechtstromen is een werkingsgebied opgenomen waarbinnen een omgevingswaarde van 1/1 per jaar voor laaggelegen gebieden geldt. Ook deze is opgenomen in hun huidige waterbeheerplan en als regel in de provinciale verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de gebieden die niet onder bovenstaande werkingsgebieden vallen, zoals grasland en mais, is een werkingsgebied van 1/10 per jaar met een maaiveldcriterium van 5% opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Relatie waterbeheerplan</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De betreffende waterschappen nemen in hun waterbeheerplan &#233;&#233;n of meer kaarten op waarop de begrenzing van deze gebieden buiten de bebouwde kom is aangegeven (zie <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.4__art_5.7__para_1">Artikel 5.7, eerste lid</tekst:IntRef> onder e). Hierbij geldt dat de omgevingswaarden vanuit de provincie een ondergrens zijn. Het waterschap mag een strengere omgevingswaarde vaststellen. Uitgangspunt hierbij is dat het `overwegend grondgebruik' in een ruimtelijk begrensd gebied leidend is voor de in dit gebied geldende omgevingswaarde. Als een waterschap een strengere omgevingswaarde wil hanteren, dan moet die door het waterschap op kaart gezet worden en in het waterbeheerprogramma worden vastgelegd, zodat duidelijk is dat het waterschap zichzelf hiertoe heeft verplicht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het bepalen van het overwegend grondgebruik
gebeurt via de volgende stappen:</tekst:Al>
		<tekst:Al>1.
vaststelling oppervlakte van ruimtelijk begrensd gebied (peilvak of
stroomgebied).</tekst:Al>
		<tekst:Al>2. bepalen van het grondgebruik in het betreffende gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>3.
bepalen welk deel van het gebied binnen en welk deel buiten de bebouwde kom
ligt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>3a. Binnen de bebouwde kom: Voor het grondgebruik binnen de bebouwde kom zijn de omgevingswaarden zoals opgenomen in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.7">Artikel 2.7</tekst:IntRef> onder a, b of c van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>3b. Buiten de bebouwde kom: Bepalen van het overwegend grondgebruik in dit gebied. Hiervoor wordt voor het gedeelte buiten de bebouwde kom bepaald hoeveel van het oppervlak in dit gebied als overwegend grondgebruik grasland of mais betreft, hoeveel akkerbouw en hoeveel glastuinbouw het betreft. Buitendijkse gebieden en gerealiseerde natuur worden hier niet in meegenomen. Het overwegend grondgebruik is die categorie die het grootste percentage in het gebied buiten de bebouwde kom aanwezig is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>4.
bepalen van de bijbehorende omgevingswaarde. Eventueel kan een afwijkende
gebiedsnorm worden bepaald als de maatregelen om aan de norm te voldoen niet in
verhouding staan tot de schade die wordt voorkomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is mogelijk dat een waterschap redenen ziet voor aanpassing van een omgevingswaarde. Voor bepaalde gebieden kan het wenselijk zijn minder strenge omgevingswaarden aan te houden. In dat geval kan het waterschap een voorstel doen aan de provincie tot aanpassing van de omgevingswaarden. Wordt dit verzoek ingewilligd, dan worden de afwijkende omgevingswaarden vastgesteld en expliciet opgenomen in de provinciale verordening en het waterbeheerprogramma van het waterschap. In <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.2">Artikel 5.2</tekst:IntRef> (naleven omgevingswaarden wateroverlast, inhoud waterbeheerprogramma) wordt deze eis geconcretiseerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Klimaatverandering maakt het
noodzakelijk om de bestaande omgevingswaarden tegen het licht te houden.
Extremere buien zullen vaker tot wateroverlast leiden, terwijl langere perioden
van droogte om grotere voorraadvorming in het (grond)watersysteem vragen om te
kunnen blijven voorzien in zoetwater. Moet het watersysteem daarop aangepast
worden of de omgevingswaarden (in het kader van acceptatie)? Op termijn is een
nieuwe balans tussen te nat en te droog nodig.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_4" wId="pv23_80__artrecital__content_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>OMGEVINGSWAARDEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Omgevingswaarde regionale waterkeringen</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van artikel 2.13 Omgevingswet moet de provincie omgevingswaarden vaststellen voor de veiligheid van de andere dan de primaire keringen, voor zover die niet bij het Rijk in beheer zijn. In deze afdeling wordt daarin voorzien. Voor elk dijktraject van de regionale waterkeringen is vastgelegd wat het gewenste beschermingsniveau is. Het gewenste beschermingsniveau, hangt af van de regionale betekenis van de functie van het dijktraject. Regionale waterkeringen zijn waterkeringen die bescherming bieden tegen overstromingen vanuit de regionale rivieren en kanalen, of een functie hebben bij het beperken van de gevolgen van overstromingen vanuit het hoofdwatersysteem, of behouden moeten blijven vanwege een mogelijke toekomstige functie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie heeft de regionale waterkeringen indicatief op kaart gezet. Deze begrenzing kan op verzoek van de waterschappen worden aangepast. In <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8__para_1">Artikel 5.8, eerste lid</tekst:IntRef> van deze omgevingsverordening is de opdracht opgenomen voor waterschappen om in de legger nader invulling te geven aan deze indicatieve begrenzing van de regionale waterkeringen. Bij deze geometrische begrenzing is voor elke waterkering de omgevingswaarde voor dat dijktraject aangegeven. Het aanwijzen en vaststellen van de omgevingswaarde van een regionale kering gebeurt in samenspraak met het waterschap. Voor de provincie staat risicobeheersing centraal (meerlaagsveiligheid, overstromingsbestendige dijken). We gaan samen met onze partners de overstap naar overstromingskansen voor regionale keringen onderzoeken. Daarbij willen we het concept meerlaagsveiligheid verder uitwerken in een afwegingskader.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met het stellen van omgevingswaarden geeft de provincie nader invulling aan de taken die het waterschap volgens het waterschapsreglement heeft. Het waterreglement maakt het waterschap verantwoordelijk voor de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied. Het waterschap is op basis van het reglement verplicht het watersysteem zo in te richten en te beheren dat het voldoet aan de in deze verordening gestelde omgevingswaarden. Daarom is ervan afgezien om in de Omgevingsverordening een specifieke beheersopdracht op te nemen die inhoudt dat het waterschap er voor zorg draagt dat de regionale waterkeringen aan de gestelde omgevingswaarden voldoen. Hetzelfde geldt voor de omgevingswaarden wateroverlast (artikel 2.13 lid 1b van de Omgevingswet).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Omgevingswaarden wateroverlast </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond 2.13 lid 1b Omgevingswet moet de provincie met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren, omgevingswaarden voor gebieden vast te stellen op basis van de gemiddelde kans op overstroming per jaar. In deze paragraaf wordt daarin voorzien.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met de omgevingswaarde wordt een norm gegeven voor gebieden waarbij de kans op overstroming als gevolg van grote hoeveelheden neerslag is gerelateerd aan de economische waarde van het landgebruik en de te verwachten schade. De normering bakent de zorgplicht/inspanningsverplichting af die de waterbeheerder heeft. Het gaat over zorgplicht bij het voorkomen of beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater als gevolg van neerslag. De omgevingswaarde geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende en onroerende zaken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het Nationaal Bestuursakkoord Water (2008) zijn werknormen opgenomen die voor de verschillende vormen van landgebruik de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau uitdrukken. De vormen van landgebruik die worden onderscheiden zijn: grasland, akkerbouw, hoogwaardige land- en tuinbouw, glastuinbouw en bebouwd gebied. Deze werknormen zijn uitgangspunt geweest bij het bepalen van het definitief voor een gebied toepasselijke beschermingsniveau en krijgen vorm in de omgevingswaarde die voor ieder werkingsgebied op de kaart is vastgesteld. De kaart geeft de indicatieve begrenzing van de werkingsgebieden weer met een minimale omgevingswaarde. Voor natuur en buitendijkse gebieden gelden geen omgevingswaarden. Die gebieden zijn daarom niet als werkingsgebied benoemd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij maken onderscheid tussen gebieden binnen de bebouwde kom en gebieden buiten de bebouwde kom. Wij hebben de bebouwde kom op kaart gezet. Daarbij hebben wij aansluiting gezocht bij de begrenzing van de bebouwde kom zoals die door gemeenten op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet moet worden vastgesteld. Binnen de bebouwde kom worden verschillende gebiedscategorie&#235;n gehanteerd (locaties met bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen en overige gebieden) waarvoor met een verschillende kans op overstroming wordt gerekend. Binnen de bebouwde kom hebben wij deze gebiedscategorie&#235;n niet op kaart gezet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De
contramal van de
bebouwde kom wordt gevormd door de gebieden buiten de bebouwde kom. Buiten de
bebouwde kom onderscheiden wij een aantal gebiedscategorie&#235;n op basis van het
overwegend landgebruik. Afhankelijk van het overwegend landgebruik geldt een
bepaalde kans op overstroming. Deze gebiedscategorie&#235;n hebben wij indicatief op
kaart gezet. Op verzoek van het waterschap kan de begrenzing daarvan worden
aangepast als wijzigingen in het overwegend landgebruik daartoe aanleiding
geven. Voor natuurgebieden en buitendijks gebied geldt geen omgevingswaarde.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Omgevingswaarden
binnen de bebouwde kom</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen
de bebouwde kom is de omgevingswaarde voor wateroverlast vastgesteld op 1/100 per
jaar. Deze omgevingswaarde geldt voor alle bebouwing en hoofdinfrastructuur.
Voor het overige gebied is de omgevingswaarede vastgesteld op 1/10 per jaar. Bij
overige gebieden kan gedacht worden aan parken, sportterreinen en plantsoenen.
Daarvoor wordt een omgevingswaarde van 1/100 per jaar als onnodig zwaar gezien.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Omgevingswaarden buiten de bebouwde kom</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Buiten
de bebouwde kom is de omgevingswaarde voor wateroverlast gerelateerd aan het
overwegend landgebruik.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De omgevingswaarden in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.7">Artikel 2.7</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.8">Artikel 2.8</tekst:IntRef> zijn gekoppeld aan een indicatieve weergave van de gebieden. De weergegeven werkingsgebieden zijn als volgt op kaart gezet:</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gerealiseerde natuur, hoge zandgronden zoals bijvoorbeeld de Sallandse Heuvelrug, groot open water of buitendijks gebied langs de hoofdwateren, hebben geen omgevingswaarde voor wateroverlast. Voor deze gebieden is dan ook geen werkingsgebied opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bebouwde kom is als &#233;&#233;n werkingsgebied opgenomen op de kaart. Binnen dit gebied geldt een omgevingswaarde van 1/100 per jaar voor bebouwing en infrastructuur en 1/10 voor overig gebruik. De nadere uitwerking hiervan voor de omgevingswaarden binnen de bebouwde kom wordt door het waterschap gedaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De gebieden waarin het overwegend landgebruik glastuinbouw
betreft is weergegeven als het gebied met een omgevingswaarde van 1/50 per
jaar. Deze omgevingswaarde geldt voor alle aanwezige glastuinbouw (kassen).
Voor het overige gebied is de gemiddelde omgevingswaarde vastgesteld op 1/10
per jaar. Bij overige gebieden kan gedacht worden aan grasland. Daarvoor wordt
een omgevingswaarde van 1/50 per jaar als onnodig zwaar gezien. In Overijssel
betreft dit alleen Polder de Koekoek.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de gebieden waarvoor het overwegend landgebruik akkerbouw is, geldt een norm van 1/25 per jaar. Hierbij is rekening gehouden met grotere ruimtelijke eenheden, zodat dit niet elk jaar gewijzigd dient te worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het waterschap Drents Overijsselse Delta is een werkingsgebied opgenomen waarbinnen een omgevingswaarde van 1/10 per jaar, waarbij 30% van het oppervlak een grotere overstromingskans mag hebben zoals ook opgenomen in hun huidige waterbeheerplan en in de provinciale verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor Waterschap Vechtstromen is een werkingsgebied opgenomen waarbinnen een omgevingswaarde van 1/10 per jaar voor landbouwgronden in beekdalen en 1/1 per jaar voor laaggelegen gebieden geldt. Ook deze zijn opgenomen in hun huidige waterbeheerplan en als regel in de provinciale verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de gebieden die niet onder bovenstaande werkingsgebieden vallen, zoals grasland en mais, is een werkingsgebied van 1/10 per jaar met een maaiveldcriterium van 5% opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Relatie waterbeheerplan</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_5">Hoofdstuk 5</tekst:IntRef> (waterbeheer) zijn instructies voor de waterschappen opgenomen die moeten zorgen voor de doorwerking van de omgevingswaarden bij de uitvoering door de waterschappen van hun taken en werkzaamheden. De waterschappen zijn verplicht om in hun waterbeheerplan de omgevingswaarden in acht te nemen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is mogelijk dat een waterschap redenen ziet voor aanpassing van een omgevingswaarde. Voor bepaalde gebieden kan het wenselijk zijn minder strenge omgevingswaarden aan te houden. In dat geval kan het waterschap een voorstel doen aan de provincie tot aanpassing van de omgevingswaarden. Wordt dit verzoek ingewilligd, dan worden de afwijkende omgevingswaarden vastgesteld en expliciet opgenomen in de provinciale verordening en het waterbeheerprogramma van het waterschap. In <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1__art_5.2">Artikel 5.2</tekst:IntRef> (naleven omgevingswaarden wateroverlast, inhoud waterbeheerprogramma) wordt deze eis geconcretiseerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Klimaatverandering maakt het
noodzakelijk om de bestaande omgevingswaarden tegen het licht te houden.
Extremere buien zullen vaker tot wateroverlast leiden, terwijl langere perioden
van droogte om grotere voorraadvorming in het (grond)watersysteem vragen om te
kunnen blijven voorzien in zoetwater. Moet het watersysteem daarop aangepast
worden of de omgevingswaarden (in het kader van acceptatie)? Op termijn is een
nieuwe balans tussen te nat en te droog nodig.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_5" wId="pv23_80__artrecital__content_5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanwijzing regionale keringen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Met het stellen van omgevingswaarden geeft de provincie nader invulling aan de taken die het waterschap volgens het waterschapsreglement heeft. Het waterreglement maakt het waterschap verantwoordelijk voor de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied. Het waterschap is op basis van het reglement verplicht het watersysteem zo in te richten en te beheren dat het voldoet aan de in deze verordening gestelde omgevingswaarden. Daarom is ervan afgezien om in de Omgevingsverordening een specifieke beheersopdracht op te nemen die inhoudt dat het waterschap er voor zorg draagt dat de regionale waterkeringen aan de gestelde omgevingswaarden voldoen. Hetzelfde geldt voor de omgevingswaarden wateroverlast (artikel 2.13 lid 1b van de Omgevingswet).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De opgave waarvoor het waterschap aan de lat staat door de omgevingswaarden waterveiligheid, hoeft niet alleen een versterkingsopgave te zijn. Het waterschap kan ook op andere manieren voldoen aan de omgevingswaarde. Dit vraagt om samenwerking en afstemming van waterschappen, provincie en gemeenten om opgaven in het fysieke domein in onderlinge samenhang op te pakken.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_6" eId="artrecital__content_6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(omgevingswaarden veiligheid regionale waterkeringen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>eerste en tweede lid</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De omgevingswaarde veiligheid regionale waterkeringen is gebaseerd op de gemiddelde overschrijdingskans per jaar (kans van voorkomen van een bepaalde waterstand). Het wenselijke veiligheidsniveau is gerelateerd aan de economische schade die bij het falen van de waterkering kan optreden. Voor elke dijktraject is de omgevingswaarde op kaart aangegeven en daarnaast opgenomen in <tekst:IntRef ref="cmp_3__content_1">Bijlage III</tekst:IntRef> (Omgevingswaarden dijktrajecten).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>derde lid</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is belangrijk dat keringen die niet voldoen aan de gestelde omgevingswaarde, binnen een redelijke termijn wel voldoen aan deze waarde. Eerder stelde Gedeputeerde Staten na overleg met het dagelijks bestuur dit tijdstip vast omdat dit een afweging vereist tussen enerzijds wat wenselijk is wat betreft veiligheid en anderzijds wat aanvaardbaar is wat betreft lastenstijging. De omvang van het door de beheerder uit te voeren maatregelenpakket wordt bepaald door de uitkomst van het toetsingsproces.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met de komst van de Omgevingswet is het voldoen aan de gestelde omgevingswaarde een resultaatsverplichting. De dijktrajecten voldoen al aan de omgevingswaarden die daarvoor zijn opgenomen in de verordening. Daarom wordt in de Omgevingsverordening geen uiterste datum genoemd waarop aan de omgevingswaarde regionale veiligheid moet worden voldaan.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_7" wId="pv23_80__artrecital__content_7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2.9</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(uitzonderingsmogelijkheid omgevingswaarden veiligheid regionale waterkeringen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Wij hebben de omgevingswaarden veiligheid regionale keringen aangemerkt als resultaatsverplichting. Op grond van <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.4">Artikel 2.4</tekst:IntRef> moet op 1 januari 2050 aan de omgevingswaarden worden voldaan. Deze termijn baseren wij op het nationale waterveiligheidsbeleid. Daarin staat dat in 2050 in heel Nederland een minimaal beschermingsniveau tegen overstromingen wordt geboden. Het stellen van die termijn betekent niet dat de beheerder voorlopig nog niet aan de slag hoeft te gaan. Om te zorgen dat alle regionale keringen op orde zijn in 2050, is directe actie noodzakelijk en zullen maatregelen getroffen moeten worden op volgorde van urgentie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Versterkingsmaatregelen voor regionale keringen kunnen, afhankelijk van de locatie, duur zijn. De uitvoering is soms complex en kost veel tijd. Niet in alle gevallen is het redelijk om de beheerder te houden aan de resultaatsverplichting om op tijd aan de omgevingswaarde te voldoen. Soms is een (tijdelijke) overschrijding gerechtvaardigd. Daarom is in dit artikel de mogelijkheid opgenomen om een uitzondering op die verplichting te maken. Daarbij is bepaald in welke gevallen deze uitzondering kan worden gemaakt. Er moet sprake zijn van een situatie waarin de beheerder zelf niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het niet op tijd voldoen aan de omgevingswaarde.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een beheerder (het waterschap) kan zich beroepen op de volgende uitzonderingen:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_7__list_1" wId="pv23_80__artrecital__content_7__list_1">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_7__list_1__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_7__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>Een te nemen maatregel is onevenredig kostbaar. Onevenredig kostbaar wil zeggen dat de te nemen maatregel niet in verhouding staat tot de bescherming die geboden moet worden. Een voorbeeld is een dure en grote ingreep die bescherming moet bieden voor maar twee woningen. Een beheerder is bij toepassing van deze uitzonderingsmogelijkheid altijd verplicht om te kijken of bescherming kan worden geboden met beheermaatregelen. Of om naar een alternatieve oplossing te zoeken door op een andere manier de beoogde veiligheid te bieden (laag 2 en 3 volgens het principe van meerlaagsveiligheid).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_7__list_1__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_7__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>Door externe factoren is sprake van een lange doorlooptijd tussen het oordeel dat de regionale kering niet voldoet en de uiteindelijke totstandkoming van de maatregel. Wel moet de beheerder in dat geval er alles aan gedaan te hebben om een dijktraject aan de omgevingswaarde te laten voldoen. Bij externe factoren kan gedacht worden aan langlopende rechterlijke procedures met de omgeving, waardoor het proces voor het nemen van maatregelen vertraging oploopt.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_7__list_1__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_7__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>Er is sprake van omstandigheden buiten de invloedssfeer van de beheerder waardoor hij onvoldoende tijd heeft gehad om hierop te reageren. Gedacht kan worden aan:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_7__list_1__item_3__list_1" wId="pv23_80__artrecital__content_7__list_1__item_3__list_1">
		      <tekst:Li eId="artrecital__content_7__list_1__item_3__list_1__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_7__list_1__item_3__list_1__item_1">
			<tekst:Al>onvoldoende capaciteit van de markt om de te nemen maatregelen uit te kunnen voeren;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="artrecital__content_7__list_1__item_3__list_1__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_7__list_1__item_3__list_1__item_2">
			<tekst:Al>bewust of onbewust aangebrachte schade door mens of natuur waardoor een kering onverwachts niet meer aan de norm voldoet;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="artrecital__content_7__list_1__item_3__list_1__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_7__list_1__item_3__list_1__item_3">
			<tekst:Al>gevolgen van klimaatverandering of nieuwe inzichten over de sterkte van en belasting op de kering waardoor de kering onverwachts niet meer aan de norm voldoet.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Het dagelijks bestuur brengt periodiek aan Gedeputeerde Staten verslag uit over de algemene actuele waterstaatkundige toestand van de regionale waterkeringen die onder zijn beheer vallen. In dit verslag kan het dagelijks bestuur Gedeputeerde Staten aan de voorkant meenemen indien hier mogelijk een beroep op wordt gedaan. Als een beheerder zich beroept op een uitzondering, licht hij die toe in zijn waterbeheerprogramma Dat programma wordt ten minste eens in de zes jaar vastgesteld. Als het moment waarop een beroep op een uitzondering wordt gedaan niet past binnen de 6-jaarlijkse cyclus, kan een beheerder op basis van artikel 16.27, tweede lid, van de Omgevingswet een tussentijdse wijziging doorvoeren in zijn beheerprogramma. Er moet dan wel sprake zijn van een ondergeschikte wijziging. De beheerder is in dat geval niet verplicht de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht te doorlopen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een beroep op de uitzonderingen levert in beginsel alleen uitstel van de resultaatsverplichting op. De beheerder is verplicht zich tot het uiterste in te spannen om alsnog zo snel mogelijk aan de omgevingswaarde te voldoen. De beheerder geeft in het waterbeheerprogramma aan op welke termijn hij verwacht dit te bereiken. Bij de uitzondering &#171;onevenredig kostbaar&#187; moet altijd worden gekeken naar alternatieven. De beheerder kan een verzoek doen om de omgevingswaarde aan te passen als wordt geconstateerd dat de kosten voor de te nemen maatregel niet in verhouding staan tot de bescherming die de maatregel moet bieden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_8" wId="pv23_80__artrecital__content_8">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.3.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>plichten houders zwemlocaties</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciale verantwoordelijkheid</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In afdeling 3.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan instructieregels van het Rijk over zwemwaterlocaties. De provincie heeft als taak om zwemwaterlocaties aan te wijzen, maar heeft daarvoor de instemming nodig van de waterbeheerder. Ook stelt de provincie per locatie de duur van het badseizoen vast. De provincie en de waterbeheerder moeten samen ervoor zorgen dat de kwaliteit van het zwemwaterlocatie voldoet aan de omgevingswaarde die het Rijk daarvoor heeft gesteld. Daarbij is de provincie verantwoordelijk voor de veiligheid van zwemwaterlocaties en heeft de waterbeheerder de zorg voor de kwaliteit van het zwemwater en de monitoring daarvan. De provincie heeft als taak het publiek voor te lichten over de kwaliteit van het de zwemwaterlocatie en eventuele risico's voor gezondheid en veiligheid. Als het moet kan de provincie een waarschuwing, negatief zwemadvies geven of een zwemverbod instellen. Dat kan als de kwaliteit van de zwemwaterlocatie te grote risico's oplevert voor de bezoekers.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>plichten</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingswet regelt voor zwemwaterlocaties alleen de plichten van de provincie en de waterbeheerders, maar niet langer de dagelijkse werkzaamheden die de houders van zwemwaterlocaties verrichten om de zwemwaterlocatie schoon en veilig te houden. De houder van een zwemwaterlocatie is degene voor wiens rekening en risico een zwemwaterlocatie wordt gedreven. Dat kan de eigenaar zijn van de zwemwaterlocatie, maar ook de beheerder of de exploitant.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te voorkomen dat de provincie dit soort uitvoerende werkzaamheden zelf moet gaan verrichten, zijn in deze paragraaf plichten voor de houders van zwemwaterlocaties vastgelegd. Het gaat om plichten die de houders van zwemwaterlocatie ook al hadden op basis van de Wet hygi&#235;ne en veiligheid badinrichtingen en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij zwemlocaties kan er in verschillende situaties gladheid optreden. Er kan gladheid ontstaan door algvorming op voorzieningen, steigers en bruggen, maar ook door plas- en moddervorming. In dergelijke situaties zal de beheerder passend maatregelen moeten treffen om onveilige situaties te voorkomen. Die maatregelen kunnen bestaan uit onderhoud en reiniging of door het aanbrengen van anti slip-profielen. In bepaalde gevallen kan egaliseren en verticuteren of andere grondbewerkingstechnieken een oplossing zijn voor gladheid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voorzieningen als toiletten en douches moeten schoon en goed onderhouden zijn. Dit betekent dat ze in ieder geval opgenomen moeten zijn in een onderhoud- en schoonmaakprogramma.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Stranden langs het zwemwater moeten egaal en schoon zijn. Als de stranden vrij van gaten en kuilen zijn, worden ongevallen voorkomen en wordt de hygi&#235;ne bevorderd.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>monitoring</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van artikel 3.7 en 3.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving kunnen Gedeputeerde Staten de houders van zwemlocaties opdragen maatregelen te treffen als uit de monitoring van de kwaliteit van het zwemwater blijkt dat er een overmatige groei van cyanobacteri&#235;n, macroalgen en marien fytoplankton optreedt of andere verontreinigingen van het zwemwater.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In ministeriele regelingen zijn normen vastgelegd waarmee kan worden vastgesteld of er sprake is van zwemwaterverontreinigingen of proliferatie van cyanobacteri&#235;n, macroalgen en marien fytoplankton. Met de verwijzing naar artikel 11.43 en 11.44 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn deze normen ook van toepassing voor dit onderdeel van de Omgevingsverordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_9" wId="pv23_80__artrecital__content_9">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.4.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>geitenstop</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Instelling geitenstop</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsverordening is een geitenstop opgenomen. De regeling in de Omgevingsverordening bouwt voort op het voorbereidingsbesluit dat op 28 september 2018 (PS/2018/748) door Provinciale Staten is genomen. Daarin is met onmiddellijke ingang een geitenstop ingesteld voor het hele grondgebied van de provincie. Met de vaststelling en inwerkingtreding van de regels in de Omgevingsverordening is het voorbereidingsbesluit van rechtswege vervallen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De geitenstop bevriest de status quo op het moment van in werkingtreding van het voorbereidingsbesluit. De verwachting is dat de verbodsbepaling op nieuwvestiging en uitbreiding van bestaande geitenhouderijen tot ongeveer begin 2025 gaat gelden. Er vindt nader onderzoek plaats naar het verband tussen geitenhouderijen en een groter aantal longontstekingen voor omwonenden. Dit onderzoek heeft vertraging ondervonden door het uitbreken van COVID-19 dat ook longontsteking kan veroorzaken en daardoor het onderzoek bemoeilijkt. Als uit he landelijk onderzoek oorzaken van de ziektelast door geitenhouderijen blijken en er zicht is op oplossingsgerichte maatregelen, dan wordt de provinciale geitenstop ingetrokken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Instructieregel en rechtstreekswerkende regels</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling van de geitenstop bestaat uit een instructieregel voor omgevingsplannen (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3">Paragraaf 4.6.3</tekst:IntRef>) en uit rechtstreekswerkende regels voor activiteiten (<tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1">Paragraaf 3.4.1</tekst:IntRef>). De instructieregel houdt in dat gemeenteraden de geitenstop moeten opnemen in hun omgevingsplannen. De rechtstreekswerkende regels zorgen ervoor dat tot het moment dat de geitenstop is opgenomen in gemeentelijke omgevingsplannen, er geen nieuwe vestigingen van geitenhouderijen of uitbreidingen van bestaande geitenhouderijen kunnen worden toegestaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Tijdelijke maatregel </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Omdat de geitenstop bedoeld is als een tijdelijke maatregel uit voorzorg tegen gezondheidsrisico's, is het niet nodig dat de gemeenten op korte termijn overgaan tot aanpassing van het omgevingsplan. Daarom is de wettelijk termijn van &#233;&#233;n jaar om bestemmingsplannen aan het verbod aan te passen, verlengd tot 6 maart 2025. Hiermee voorkomen wij onnodige administratieve lasten bij gemeenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Begripsbepaling geitenhouderij</tekst:strong>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een 'geitenhouderij' is een specifieke vorm van 'veehouderij' die in gedefinieerd is als:<tekst:br/>"Een inrichting, geheel of gedeeltelijk bestemd voor het fokken, mesten en houden van landbouwhuisdieren, met uitzondering van melkvee als bedoeld in artikel 1, onder kk van de Meststoffenwet."</tekst:Al>
		<tekst:Al>De term 'geitenhouderij' wordt in de verordening niet anders bedoeld dan in het gangbare spraakgebruik. Daarom wordt deze vorm van veehouderij alleen nader gedefinieerd op het punt de schaal van de geitenhouderij. Het toevoegen van een begripsbepaling voor 'geitenhouderij' is nodig om de toepassing van het verbod tot nieuwvestiging en uitbreiding te beperken tot het bedrijfsmatig houden van geiten. Het op kleine schaal houden van geiten, zoals kinderboerderijen of hobbyboeren, valt niet onder deze begripsbepaling en daarmee dus ook niet onder het verbod tot nieuwvestiging en uitbreiding.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het aantal landbouwhuisdieren dat gehouden kan worden, zonder dat sprake is van het 'bedrijfsmatig houden' van dieren, is aangesloten op de aanwijzingen van artikelen 1.18 en 3.111 van het Activiteitenbesluit milieubeheer zoals die gold tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In die artikelen wordt als ondergrens voor het bedrijfsmatig of in een bedrijfsmatige omvang houden van geiten het aantal van 10 genoemd. In de jurisprudentie zijn onder meer als relevante criteria genoemd, naast de omvang van de dierstapel of het houden van landbouwhuisdieren, een commercieel doeleind heeft (het genereren van inkomsten, een winstoogmerk) en de wijze van huisvesting. Onder deze definitie vallen wel gemengde veehouderijbedrijven. In deze bedrijven vormt het houden van geiten niet de hoofdzaak van de bedrijfsvoering inhoudt, maar ligt het accent op het houden van andere landbouwhuisdieren. Dit wordt verduidelijkt door in de begripsbepaling de term 'veehouderijtak' in te voegen. De term 'tak' betekent immers: onderdeel van een agrarisch bedrijf.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor alle duidelijkheid wordt nog opgemerkt dat met 'geiten' de soortnaam wordt bedoeld. Onder de term 'geitenhouderij' valt dus ook de 'bokkenhouderij'.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De specifieke regeling geldt voor de geitenhouderij als geheel, ongeacht (eventuele) grondgebonden- en niet-grondgebondenheid.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Rechtstreekswerkende regels </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit onderdeel bevat een rechtstreeks voor de veehouderij geldende verbodsbepaling. Deze bepaling continueert het al in het voorbereidingsbesluit opgenomen verbod, maar is voor alle duidelijkheid wat meer uitgewerkt dan de in het voorbereidingsbesluit gebruikte algemene formulering. Beoogd is een bevriezing van de legaal bestaande situatie per 28 september 2018. De verbodsbepaling staat geen afwijking toe en dus kan ook geen 'afwijkvergunning' worden verleend (artikel 2.12, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Een nieuwe aanvraag om een bouw- of aanlegvergunning (artikel 2.1, eerste lid, onder a of b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) moet bij strijdigheid met deze verbodsbepaling worden geweigerd (artikelen 2.10, eerste lid, onder c en 2.11, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Overgangsrecht geitenstop</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit onderdeel maakt duidelijk dat die bevriezing ziet op de feitelijke situatie, inclusief de legaal geldende situatie, per 28 september 2018. Die legaal geldende situatie kan afwijken van de feitelijke situatie omdat alsnog uitvoering moet worden gegeven aan een legale uitbreiding op grond van een voor de inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit ingediende melding als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer zoals die gold tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit ingediende aanvraag voor een omgevingsvergunning.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ook bij een aanvraag om een bouw- of aanlegvergunning die voor 28 september 2018 was ingediend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a of b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, mag het bestemmingsplan worden toegepast zoals dat gold bij het indienen van de aanvraag, omdat op dat moment het voorbereidingsbesluit nog niet in werking was getreden (ABRvS 2 november 2011, BR 2012/19). Op deze wijze wordt overgangsrecht geboden voor de situaties, waarbij v&#243;&#243;r het moment van kennisgeving en inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit al sprake was van een voldoende concreet - immers uit een melding of aanvraag blijkend - initiatief tot uitbreiding van de geitenhouderij.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wanneer een ontwikkeling valt onder het overgangsrecht, dan is het verbod in de Omgevingsverordening om de geitenhouderij te vestigen of uit te breiden niet van toepassing, maar dit betekent niet dat de ontwikkeling zonder meer is toegestaan. Daarop is dan nog steeds de nationale wet- en regelgeving van toepassing voor het houden van geiten en de eisen die het omgevingsplan stelt aan bouwen en gebruik van dierenverblijven en agrarische gronden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor ontwikkelingen die niet passen in het bestemmingsplan, biedt de Wet algemene bepalingen de mogelijkheid om deze strijdigheid op te heffen met een zogenaamde 'omgevingsvergunning afwijken' (artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Deze afwijkvergunning voor buitenplanse ontwikkelingen kan niet worden verleend, ook al dateert de aanvraag van v&#243;&#243;r 28 september 2018. Voor deze situaties is een (afzonderlijk) besluit van de gemeente nodig waarbij vanuit de goede ruimtelijke ordening de verhouding met de omgeving (opnieuw) wordt beoordeeld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In afwijking van het algemene uitgangspunt dat de stalruimte voor geiten niet mag toenemen, biedt <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_1">Artikel 3.10, eerste lid</tekst:IntRef> onder d, e en f ruimte om de oppervlakte van dierenverblijven uit te breiden mits het aantal geiten niet toeneemt. Deze uitbreidingsruimte wordt geboden omdat er situaties bij bestaande geitenhouderijen kunnen zijn waarin extra ruimte nodig is om te kunnen voldoen aan eisen vanuit dierenwelzijn of het milieu.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Uitzondering 'biobokjes'</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__subsec_3.4.1__art_3.10__para_3">Artikel 3.10, derde lid</tekst:IntRef> maakt een uitzondering op het verbod. Biologische geitenhouders krijgen de mogelijkheid om hun vergunning te verruimen voor de opfok van de jonge geitenbokken van hun eigen geiten, weliswaar zonder dat het aantal melkgeiten in de provincie groter wordt. De uitzondering is gekoppeld aan de certificering door de Stichting Skal Biocontrole (te Zwolle).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De uitzondering geldt enkel voor het afmesten van jonge geitenbokken. Bijlage 1 van de Regeling Ammoniak en Veehouderij (Rav), zoals die gold tot aan inwerkingtreding van de Omgevingswet vermeldt de ammoniakemissiefactoren van huisvestingssystemen. Deze zijn nodig om de ammoniakemissie van een veehouderij te berekenen. Voor geiten kent de Rav drie categorie&#235;n. Categorie C.3 betreft de opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen. Alleen voor deze diercategorie is de uitzondering van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De geitenstop is ingesteld om uit oogpunt van de gezondheid van omwonenden een groei op het feitelijk aantal geiten op bedrijfsniveau tegen te gaan. Om hierop voor specifiek de biologische geitenhouderij een uitzondering te kunnen maken, geldt de eis dat de totale vergunde ruimte voor de geitenbedrijven per saldo niet toeneemt. Om die reden is deze uitzondering alleen mogelijk als de uitbreiding plaatsvindt in onmiddellijke samenhang met verkregen milieuruimte van andere geitenhouderijen. Dit betekent dat als de (benodigde) milieuruimte uit een andere gemeente wordt betrokken, aldaar eerst een intrekkingsbesluit genomen en onherroepelijk moet zijn. Als de milieuruimte in dezelfde gemeente plaatsvindt, kunnen beide procedures gecombineerd worden in &#233;&#233;n besluit. Daarbij zijn en blijven (eventuele) andere benodigde vergunningseisen voor de uitbreiding, zoals die op grond van de Wet natuurbescherming, onverminderd van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De geitenstop is ingesteld om uit
oogpunt van de gezondheid van omwonenden een groei op het feitelijk aantal
geiten op bedrijfsniveau tegen te gaan. Om hierop voor specifiek de biologische
geitenhouderij een uitzondering te kunnen maken, geldt de eis dat de totale
vergunde ruimte voor de geitenbedrijven per saldo niet toeneemt. Om die reden
is deze uitzondering alleen mogelijk als de uitbreiding plaatsvindt in
onmiddellijke samenhang met verkregen milieuruimte van andere geitenhouderijen.
Dit betekent dat als de (benodigde) milieuruimte uit een andere gemeente wordt
betrokken, aldaar eerst een intrekkingsbesluit genomen en onherroepelijk moet
zijn. Als de milieuruimte in dezelfde gemeente plaatsvindt, kunnen beide
procedures gecombineerd worden in &#233;&#233;n besluit. Daarbij zijn en blijven
(eventuele) andere benodigde vergunningseisen voor de uitbreiding, zoals die op
grond van de Wet natuurbescherming, onverminderd van toepassing.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_10" wId="pv23_80__artrecital__content_10">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.5.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>houtopstanden</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Houtopstanden</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingswet wordt het beschermingsregime zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming gehandhaafd. De kern van het beschermingsregime wordt gevormd door een meldingsplicht voor het vellen van een houtopstand buiten de bebouwingscontour houtkap en een plicht om op dezelfde grond te herplanten. Bovendien kan een kapverbod worden opgelegd in afwijking van de hoofdregel (meldingsplicht en plicht tot herbeplanting). Gemeenten zijn op grond van artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving verplicht om in hun omgevingsplan een bebouwingscontour houtkap aan te wijzen. Binnen de bebouwingscontour gelden voor houtkap uitsluitend de regels die daarvoor in het omgevingsplan zijn gesteld. Daarbuiten zijn ook de regels voor houtkap van het Rijk en de provincie van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gedeputeerde Staten zijn op grond van artikel 11.114 van het Besluit activiteiten leefomgeving in principe het bevoegd gezag bij het vellen van houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap. In sommige gevallen is de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het bevoegde gezag (artikel 11.115 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Meldingen van het vellen van houtopstanden moeten bij Gedeputeerde Staten gedaan worden. Zij zijn ook bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen en beslissen op een aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel. Provinciale Staten kunnen bij verordening maatwerkregels stellen voor aangewezen gevallen Gedeputeerde Staten bevoegd zijn. Deze maatwerkregels zijn te vinden in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.1">Paragraaf 3.5.1</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze aanvullende eisen betekent dat er ook op deze punten informatie moet worden aangeleverd bij de melding over de voorgenomen houtkap. Deze informatie wordt opgevraagd via het Omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, waar centraal de indieningseisen worden gesteld aan meldingen en omgevingsvergunningen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor houtkap buiten de bebouwingscontour geldt dus een meldingsplicht in combinatie met der verplichting om op dezelfde gronden te herbeplanten. Wil degene die houtopstanden wil gaan kappen, geen herbeplanting of herbeplanting op andere gronden, dan moet hij Gedeputeerde Staten vragen om een maatwerkvoorschrift.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_11" wId="pv23_80__artrecital__content_11">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.12</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvullende gegevens melding vellen houtopstanden)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Gedeputeerde Staten moeten zich aan de hand van de gegevens die de initiatiefnemer verstrekt, een goed beeld kunnen vormen van de aard en omvang van de houtopstand en de reden van de velling. Daarom worden in aanvulling op artikel 11.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving aanvullende eisen gesteld aan de melding van een velling.  </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_12" wId="pv23_80__artrecital__content_12">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.13</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(termijnen voor meldingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Lid 1</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij hanteren in afwijking van artikel 11.126 eerste lid Besluit activiteiten leefomgeving een termijn van zes weken voorafgaand aan de velling waarbinnen een melding moet worden gedaan. Binnen die wachttermijn beoordelen Gedeputeerde Staten of de velling is toegestaan of dat Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Lid 2</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om degene die een melding doet toestemming te verlenen om eerder dan zes weken te starten met de velling. Dit is mogelijk als niet langer kan worden gewacht met het uitvoeren van een velling of als deze onder bepaalde natuurlijke omstandigheden moet worden uitgevoerd. Dit kan het geval zijn als de (verkeers-)veiligheid in het geding is of fytosanitaire maatregelen moeten worden genomen. In sommige situaties is een velling alleen mogelijk bij droogte of strenge vorst.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_13" wId="pv23_80__artrecital__content_13">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.14</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen herbeplantingen op dezelfde grond)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Als houtopstanden worden geveld, geldt de eis om op dezelfde locatie herbeplantingen uit te voeren. Het doel daarvan is om het areaal aan houtopstanden in stand te houden. Daarbij is ook het handhaven van de kwaliteit van de houtopstanden van belang.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de eisen die aan herbeplantingen worden gesteld wordt rekening gehouden met de betekenis van deze houtopstand voor natuur, landschap, houtproductie en recreatie. In het Besluit activiteiten leefomgeving is de eis gesteld dat herbeplantingen bosbouwkundig verantwoord moet worden uitgevoerd. Het Bal biedt ons de mogelijkheid om dit begrip nader in te vullen. In dit artikel leggen wij 'bosbouwkundig verantwoord' breed uit. Het gaat niet alleen om de houtteeltkundige kwaliteit van de houtopstand, maar ook om de natuur- en landschappelijke waarde.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een van de eisen is dat dat de houtopstand vergelijkbare ecologische en landschappelijke waarden moet kunnen vertegenwoordigen. Hiermee wordt niet bedoeld dat er precies dezelfde soorten aangeplant moeten worden als er voor de velling aanwezig waren. Wel is het de bedoeling dat een houtopstand die voor het vellen ecologische waarden vertegenwoordigde, ook na herplant weer ecologische waarden kan herbergen. Hierbij is het toegestaan ecologische waarden uit te wisselen. Zo kan een inheemse loofboomsoort vervangen worden door een andere inheemse loofboom soort. Het is niet te de bedoeling om een soortenrijk loofbos te vervangen door soortenarme populierenplantage.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het vellen van een houtopstand kan een grote impact op de omgeving hebben. Het is daarom van belang deze op zo kort mogelijke termijn te herstellen, zodat de functie die de houtopstand vervulde ook snel weer hersteld wordt. Volgens de wet moet de herbeplanting binnen 3 jaar zijn aangeslagen. Daarom worden er eisen gesteld aan de oppervlak, de soorten (die een volwaardige, duurzame houtopstand moeten kunnen vormen) en de tijd waarbinnen een nieuwe houtopstand een gesloten kronendak moet vormen. Dit laatste betekent dat er voldoende en kwalitatief goed plantmateriaal gebruikt dient te worden of dat er voldoende zaailingen aanwezig zijn. Snel groeiende soorten hebben minder plantmateriaal per hectare nodig, maar moeten wel een vergelijkbare ecologische waarde kunnen bieden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit artikel, onder b staat de eis dat de nieuwe houtopstand moet kunnen uitgroeien tot een volwaardige en duurzame houtopstand. Daarbij speelt de bodemkwaliteit en de waterhuishouding een grote rol. Dit betekent dat de soorten die gebruikt worden, volledig tot wasdom moeten kunnen komen op de bodem waarin ze geplant worden. Het planten van meer-eisende naaldhout (fijnspar, douglas) op droge arme zandgronden zal bijvoorbeeld niet leiden tot een duurzame houtopstand. Deze bomen zullen voortijdig afsterven of niet tot volle wasdom kunnen komen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het gebruik van beuk op bodems met hoge stagnerende grondwaterstanden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit artikel, onder c is de eis opgenomen dat de nieuwe houtopstand binnen een periode van 5 tot 10 jaar een gesloten kronendak kan vormen. Daarvoor gelden de volgende richtlijnen:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_13__list_1" wId="pv23_80__artrecital__content_13__list_1">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_13__list_1__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_13__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>bij aanplant met (2 of 3 jarig) bosplantsoen is een plantverband van maximaal 2 x 2 meter nodig;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_13__list_1__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_13__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>met populier en wilg is een plantverband van maximaal 8 x 8 meter nodig als de aanplant bestaat uit bewortelde stek;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_13__list_1__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_13__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>met veren is een plantverband nodig van maximaal 4 x 4 meter;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_13__list_1__item_4" wId="pv23_80__artrecital__content_13__list_1__item_4">
		    <tekst:Al>bij laanbomen langs wegen wordt een onderlinge afstand van maximaal 8 meter aangehouden.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Op grond van dit artikel, onder d is het niet toegestaan om voor de herplant gebruik te maken van sierheesters, tuinsoorten, en soorten die een gevaar vormen voor de biodiversiteit ter plaatse. Hierbij kan worden gedacht aan soorten als Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), die gezien het woekerende karakter inheemse vegetaties volledig kan verdringen. Gezien de vele soorten die er zijn, in combinatie met meestal zeer specifieke gebiedsomstandigheden wordt dit ter beoordeling van Gedeputeerde Staten gelaten. Daarom wordt in het delegatiebesluit geregeld dat Gedeputeerde Staten aanvullende eisen mogen stellen. Zij zullen dit van geval tot geval beoordelen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit artikel, onder f staat de eis dat de herbeplanting kwalitatief en kwantitatief in een redelijke verhouding moet staan tot de houtopstand die geveld wordt of op een andere manier teniet is gegaan. Wat een redelijke verhouding is, is ingevuld door jurisprudentie. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat het geen redelijke verhouding is als boomvormers worden vervangen door struikvormers.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit artikel, onder g is de bepaald hoe door natuurlijke verjonging invulling gegeven kan worden aan de eis van herbeplanting. Ook dan geldt de eis van bosbouwkundig verantwoorde herbebossing. Daaraan wordt voldaan als de verjonging uit kan uitgroeien tot een volwaardige houtopstand en dan vergelijkbare ecologische en landschappelijke waarden biedt. Bij deze natuurlijke herbebossing moet er voldoende natuurlijke verjonging aanwezig te zijn. Insteek hierbij is dat na het vellen zich binnen een periode van 5 &#224; 10 jaar weer een gesloten kronendak kan ontwikkelen. Deze beoordeling is niet direct soortafhankelijk. Bepalend hierbij is de plaats waar de gevelde houtopstand zich bevond en de verschijningsvorm van de opstand.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_14" wId="pv23_80__artrecital__content_14">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.15</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(verbod herbeplanting op andere gronden)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Eerste lid, onder a </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van het eerste lid is herbeplanting op andere gronden niet toegestaan als de oppervlakte van een boskern afneemt. Met het 'nee, tenzij-principe' worden boskernen beschermd. Er is een minimale aaneengesloten oppervlakte bos nodig om een bosklimaat met de daarbij behorende ecologische waarden te ontwikkelen. Op grond van het delegatiebesluit kunnen Gedeputeerde Staten in bijzondere omstandigheden afwijken van dit uitgangspunt. Dit kan als een andere boskern wordt versterkt door herplant op de andere grond of als op de plaats van compensatie een hoge natuur- of landschappelijke waarde kan worden bereikt.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Eerste lid, onder c</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Oude bosgroeiplaatsen zijn zeldzaam in Nederland. Op deze plaatsen is sprake van een langdurige ongestoorde ontwikkeling van de bosbodem. De bodem krijgt hierdoor specifieke kenmerken die gunstig zijn voor soorten die alleen groeien in langdurig ongestoorde bossystemen. Om deze reden worden deze bodems beschermd. Het is niet toegestaan om houtopstanden op deze bodems elders te compenseren. Het is aan Gedeputeerde Staten om te beoordelen of op deze bodems ook een kapverbod aan de orde kan zijn. Of het gaat om een oude bosbodem kan op verschillende manieren bepaald worden. Via (oude) topografische kaarten, kadastrale kaarten of foto's kan dit veelal worden vastgesteld. Deze gegevens kunnen ondersteund worden door vegetatiegegevens of gegevens over het voorkomen van nadere soorten, waaruit blijkt dat er sprake is van soorten die kenmerkend zijn voor oude bosbodems of oude minimaal verstoorde bossystemen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Tweede lid </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Herbeplanting op andere grond kan in afwijking van het eerste lid toegestaan worden als een houtopstand moet wijken voor een ontwikkeling waarvoor ruimte geboden kan worden in een omgevingsplan. Dat is het geval als wordt voldaan aan de criteria voor afwijking in de instructieregels voor het Natuurnetwerk Nederland en voor Bos en Natuur buiten het Natuurnetwerk Nederland. Een van de criteria voor afwijking is dat compensatie verzekerd moet zijn.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_15" wId="pv23_80__artrecital__content_15">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.16</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen herbeplanting op andere grond)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Eerste lid, onder c </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Als er al sprake is van een plicht tot herbeplanting op een bepaalde locatie kan deze locatie niet nog een keer gebruikt worden voor compensatie voor het vellen van houtopstanden. Hierdoor zou de totale areaal aan bos alsnog verkleinen. </tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Eerste lid, onder d </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is het ook niet toegestaan om de herbeplantingsplicht uit te voeren op plaatsen waar al compensatieplichten gelden vanuit andere wet- en regelgeving. Wel is het toegestaan om compensatieplichten voor soorten of beschermde gebieden te combineren, zolang het dezelfde activiteit betreft. </tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Eerste lid, onder e</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het bebossen van heideterreinen of andere hoogwaardige natuurterreinen is niet toegestaan. Het gaat daarbij over het algemeen over percelen waar al een functie natuur aan toegekend is, maar ook weidevogelgebieden en dergelijke vallen hieronder. Gedeputeerde Staten kijken bij de beoordeling hiervan naar het voorkomen van bijzondere soorten en habitats. </tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Eerste lid, onder f </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Met de eis om bij herbeplanting gelijke kwaliteit te realiseren wordt gedoeld op een vergelijkbaar ecologisch potentieel. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_16" wId="pv23_80__artrecital__content_16">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.17</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(uitzondering plicht herbeplanting)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel, onder a biedt een vrijstelling voor het herstel van oevers van natuurlijke, bestaande vennen over een breedte 30 meter gerekend vanaf bestaande gemiddelde voorjaarswaterlijn. Het doel is om venherstel mogelijk te maken en de beschaduwing van venoevers te verminderen omdat dit grote positieve effecten heeft op de natuurwaarden. De maatvoering van 30 meter vanaf de gemiddelde voorjaarswaterlijn moet gezien worden als een gemiddelde voor het hele ven. Het is dus toegestaan om de zone rond het ven lokaal breder of smaller te maken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit artikel, onder b biedt een vrijstelling voor het blijvend teniet gaan van houtopstanden door natuurlijke ontwikkelingen. Er zijn gevallen denkbaar waarbij houtopstanden spontaan teniet gaan. In dat geval kan het niet redelijk zijn om eigenaren verantwoordelijk respectievelijk aansprakelijk te maken voor herplant elders. Op de locatie zelf is waarschijnlijk geen bosvorming meer mogelijk. Zo brengt het vernatten van bossen soms met zich mee dat het bestaande bos afsterft. Als het bos niet te nat wordt, zal zich in de meeste gevallen daarna spontaan een nieuwe houtopstand vestigen. In de gevallen waarin dit niet gebeurt omdat de terreinen daarvoor te nat worden, is het niet redelijk dat de eigenaar gedwongen wordt elders de houtopstand te compenseren. Dit geldt zowel voor vernatting door natuurlijke processen als voor vernatting door het actief nemen van anti-verdrogingsmaatregelen. Tot slot zijn er ook gronden denkbaar waarop van nature geen bosvorming zou plaatsvinden. Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan veengebieden. Op dergelijke bodemtypen wordt ook vrijstelling verleend van de plicht tot herbeplanting, als de houtopstand spontaan teniet gaat.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze situaties zijn vergelijkbaar met ontwikkelingen in Natura 2000-gebieden waarvoor artikel 11.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving een uitzondering maakt op de plicht tot herbeplanting.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_17" eId="artrecital__content_17">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.5.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>soortenbescherming</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Vrijstelling vergunningplicht</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel 
									11.56 van het Besluit activiteiten leefomgeving maakt het mogelijk om provinciale regels te stellen waarmee flora- en fauna-activiteiten vrijgesteld worden van de vergunningsplicht die opgelegd is in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie Overijssel maakt van deze mogelijkheid gebruik om het opzettelijk vangen van een aantal beschermde diersoorten vrij te stellen van de vergunningplicht voor een flora en fauna activiteit. Deze soorten mogen opzettelijk worden gevangen als dat nodig is:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__artrecital__content_17__list_1" eId="artrecital__content_17__list_1" type="expliciet">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_17__list_1__item_a" eId="artrecital__content_17__list_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud,</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_17__list_1__item_b" eId="artrecital__content_17__list_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>in het belang van de bescherming van wilde flora of fauna,</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_17__list_1__item_c" eId="artrecital__content_17__list_1__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats, of</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_17__list_1__item_d" eId="artrecital__content_17__list_1__item_d">
		    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>in het belang van onderzoek en onderwijs.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Het gaat om "andere soorten". Deze soorten zijn op grond van artikel 
									11.54, lid 1 in Bijlage 
									IX, onder A, van het Besluit activiteiten leefomgeving, aangewezen als ("andere") beschermde soorten. Deze soorten worden niet strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en internationale verdragen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De vrijgestelde soorten komen algemeen voor en de populaties van deze soorten verkeren in een gunstige staat van instandhouding. Juist bij soorten die zeer algemeen voorkomen, is het niet gewenst dat voor elke ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of elke ingreep in het kader van beheer en onderhoud een vergunning aangevraagd moet worden. Soms is het ook in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of onderzoek en onderwijs nodig om dieren te vangen. Bijvoorbeeld bij het overzetten van amfibie&#235;n.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Bijlage IV (vergunningsvrije soorten) staat per vrijgestelde soort welke van de bovengenoemde belangen voor de vrijstelling van toepassing zijn. Deze belangen zijn afkomstig uit artikel 8.74l, lid 1 onder b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Zorgplicht en alternatievenonderzoek</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uiteraard blijft wel de algemene zorgplicht van 
									de artikelen 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet en de specifieke zorgplicht voor soorten van artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing. Dit betekent dat het opzettelijk vangen van de vrijgestelde diersoorten zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Ook moet bekeken worden of de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of het bestendig beheer en onderhoud niet op een andere manier uitgevoerd kan worden waardoor opzettelijk vangen niet nodig is (alternatievenonderzoek).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.5__subsec_3.5.2__art_3.21">Artikel 3.21</tekst:IntRef> biedt een vrijstelling van de verboden tot het onder zich hebben en vervoeren van uitwerpselen, braakballen, losse veren en sterrenschot van vogels als bedoeld in de artikelen 11.39, lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving. De vrijstelling is gebaseerd op het wettelijk belang van onderzoek of onderwijs.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Sterrenschot is de benaming voor geleiachtige klompen dril van amfibie&#235;n die zijn uitgebraakt door predatoren zoals reigers.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_18" wId="pv23_80__artrecital__content_18">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>GRONDWATERBESCHERMING</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De bescherming van het grondwater voor de (openbare) drinkwatervoorziening is een provinciale taak volgens artikel 2.18, eerste lid, onder c, van de Omgevingswet. In artikel 7.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat een Omgevingsverordening in ieder geval regels bevat over het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de waterwinning in bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden. Bestaande en toekomstige drinkwaterwinningen worden door de Omgevingsverordening beschermd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit doen we met direct werkende regels voor milieubelastende activiteiten in deze afdeling en met instructieregels voor het omgevingsplan (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2">Paragraaf 4.8.2</tekst:IntRef> tot en met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5">Paragraaf 4.8.5</tekst:IntRef>).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat het
risico op verontreiniging van het grondwater binnen grondwaterbeschermingszones
en intrekgebieden wordt tegengegaan. Daarom wordt in grondwaterbeschermingszones
en intrekgebieden alleen ruimte geboden voor functies en activiteiten voor
zover deze ontwikkelingen:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_18__list_1" wId="pv23_80__artrecital__content_18__list_1">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_18__list_1__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_18__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>bijdragen aan kwalitatief goed grondwater,</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_18__list_1__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_18__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>het risico op grondwaterverontreiniging verkleinen en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_18__list_1__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_18__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>geen risico op grondwaterverontreiniging met zich meebrengen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>In waterwingebieden
worden alleen activiteiten toegestaan die ten dienste staan van de
drinkwaterwinning. In boringsvrije zones is het beleid er op gericht te
voorkomen dat de beschermende bodemlaag wordt aangetast, die zich bevindt
tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit grondwater wordt
onttrokken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Tweesporen</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De bescherming van de drinkwatervoorziening wordt gerealiseerd via het spoor van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Instructieregels daarover zijn opgenomen in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2">Paragraaf 4.8.2</tekst:IntRef> van de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ook via het milieuspoor wordt bescherming van de drinkwatervoorziening geregeld. In het milieuspoor wordt vooralsnog het onderscheid gehandhaafd tussen bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer) waarvoor (veelal) de gemeenten bevoegd gezag zijn en activiteiten buiten bedrijfslocaties waarvoor de provincie het bevoegd gezag is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In deze afdeling van de Omgevingsverordening zijn de direct werkende provinciale regels opgenomen voor activiteiten buiten bedrijfslocaties in grondwaterbeschermingszones. In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3">Paragraaf 4.8.3</tekst:IntRef> tot en met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5">Paragraaf 4.8.5</tekst:IntRef> van deze verordening zijn de instructieregels voor gemeenten opgenomen die hen verplichten om in hun omgevingsplannen regels op te nemen voor milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden voor zover die plaatsvinden op bedrijfslocaties.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie heeft ervoor gekozen om voor
intrekgebieden alleen bescherming te regelen via instructieregels voor een
evenwichtige toedeling van functies aan locaties en niet via het milieuspoor.
De boringsvrije zones worden alleen beschermd via het milieuspoor.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Werkingsgebied </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de bepaling van de locaties waarvoor de
direct werkende regels voor grondwaterbescherming van toepassing zijn, zijn de
volgende grondwaterbeschermingsgebieden (op perceelsniveau) geometrisch
begrensd:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_18__list_2" wId="pv23_80__artrecital__content_18__list_2">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_18__list_2__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_18__list_2__item_1">
		    <tekst:Al>waterwingebieden</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_18__list_2__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_18__list_2__item_2">
		    <tekst:Al>grondwaterbeschermingszones en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_18__list_2__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_18__list_2__item_3">
		    <tekst:Al>boringsvrije zones</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De aanwijzing van deze gebieden is geregeld in  Artikel 4.68 van de Omgevingsverordening. Zie verder de toelichting op dat artikel.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_19" wId="pv23_80__artrecital__content_19">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.24</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik afdeling grondwaterbescherming)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel bakent af over welke milieubelastende activiteiten deze afdeling gaat.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het eerste lid gaat om activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het grondwater dat wordt gebruikt voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de regels voor milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden wordt vooralsnog het onderscheid gehandhaafd tussen activiteiten op bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer), waarvoor (veelal) de gemeenten bevoegd gezag zijn en activiteiten buiten bedrijfslocaties waarvoor de provincie bevoegd gezag is.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6">Afdeling 3.6</tekst:IntRef> van de verordening gaat over milieubelastende activiteiten buiten bedrijfslocaties en in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8">Afdeling 4.8</tekst:IntRef> staan de instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen voor 'milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties'.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om de werking van de regels zoveel
mogelijk te laten overeenkomen met het oude recht is in het toepassingsbereik
een definitie van het begrip 'milieubelastende activiteiten op
bedrijfslocaties' opgenomen. Daarbij is aansluiting gezocht bij de definitie
van het begrip 'inrichting' in artikel 1, derde lid, van de voormalige Wet
milieubeheer: 'elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing
pleegt te worden verricht'. Milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties
zijn milieubelastende activiteiten die veelal locatiegebonden zijn en waarbij
over het algemeen meerdere samenhangende activiteiten op dezelfde locatie
worden uitgevoerd. Deze activiteiten worden als vanzelfsprekend onderdeel van de
bedrijfsmatige activiteit gezien. De milieubelastende activiteiten op
bedrijfslocaties komen veelal overeen met gangbare bedrijven en dus ook met
inrichtingen, zoals die onder de Wet milieubeheer vielen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het begrip 'milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties' is verder afgebakend door het benoemen van activiteiten die niet onder het begrip vallen (tweede lid). Daarbij is aangesloten bij artikel 2.3.1.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet waarin het toepassingsbereik is geregeld voor milieubelastende activiteiten waarvoor regels moeten worden opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (bruidsschat). Met dat artikel werd ook beoogd om de regels zoveel mogelijk te laten samenvallen met het oude recht waarbij het begrip 'inrichting' centraal stond.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_20" eId="artrecital__content_20">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.26</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(specifieke zorgplicht)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor de concretisering van de algemene zorgplicht in de Omgevingswet is een specifieke zorgplichtbepaling opgenomen ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater voor de (openbare) drinkwaterwinning. Op basis daarvan is het verboden om in de grondwaterbeschermingsgebieden van (openbare) drinkwaterwinningen schadelijke stoffen te gebruiken of handelingen te verrichten die de grondwaterkwaliteit kunnen aantasten, zonder beschermende maatregelen of voorzieningen te treffen. In de Omgevingsverordening zijn alleen voor een beperkt aantal risico-activiteiten buiten inrichtingen expliciete regels opgenomen. Ook al geldt er geen expliciet verbod op een activiteit of gelden er niet direct specifieke regels bij het verrichten van de activiteit, als die activiteit risico's voor de kwaliteit van het grondwater met zich meebrengt mag zij niet zonder meer worden uitgevoerd. De zorgplichtbepaling heeft daarom een belangrijke vangnetfunctie. Voor de definitie van het begrip schadelijke stoffen wordt verwezen naar de begripsbepalingen in <tekst:IntRef ref="cmp_2">Bijlage 
										II
									</tekst:IntRef> bij de verordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_21" wId="pv23_80__artrecital__content_21">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.6.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>regels voor waterwingebieden</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een waterwingebied wordt aangemerkt als het meest kwetsbare deel van het beschermingsgebied van een drinkwaterwinning. In een waterwingebied moet het risico van verontreiniging van het grondwater absoluut worden voorkomen. Daarvoor zijn zeer stringente beschermingsregels in de verordening opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze paragraaf bevat de direct werkende regels voor milieubelastende activiteiten buiten een bedrijfslocatie in een waterwingebied. In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3">Paragraaf 4.8.3</tekst:IntRef> van de verordening zijn de instructieregels voor gemeenten voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer) in waterwingebieden opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De direct werkende regels in deze paragraaf houden het
volgende in.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In waterwingebieden zijn in principe alle activiteiten
verboden die niet direct in verband staan met de waterwinning. In de
waterwingebieden mogen geen nieuwe milieubelastende activiteiten buiten een
bedrijfslocatie worden verricht, met uitzondering van activiteiten die
noodzakelijk zijn voor de drinkwaterwinning. Bestaande activiteiten mogen in
stand blijven en kunnen wijzigen of uitbreiden als dit geen nadelige gevolgen
heeft voor de waterwinning. Het gaat om activiteiten die al (legaal) aanwezig
waren op het moment dat de verbodsbepaling in werking is getreden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingsverordening kent een expliciet verbod om schadelijke stoffen te hebben, te gebruiken, te vervoeren en op of in de bodem te brengen. In enkele gevallen geldt een vrijstelling. Het gaat ondermeer om het voorhanden hebben van kleine hoeveelheden schadelijke stoffen voor normaal (huishoudelijk) gebruik of verkoop. Aangehouden wordt een maximale hoeveelheid van 20 tot 25 kilo of liter. Ook geldt een uitzondering voor het verspreiden van wegenzout en het vervoeren van schadelijke stoffen over de weg.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder geldt een verbod op constructies en werken waarbij schadelijke stoffen worden toegepast en die kunnen leiden tot verspreiding van schadelijke stoffen in de bodem of aantasting van beschermende bodemlagen. Bestaande constructies en werken mogen in stand blijven. Het gaat om constructies en werken die al (legaal) aanwezig waren op het moment dat de verbodsbepaling in werking is getreden. Wijziging of uitbreiding van de constructies of werken is mogelijk als wordt aangetoond dat dit geen nadelige gevolgen heeft voor de grondwaterbescherming. In spaarzame gevallen kunnen in de waterwingebieden nieuwe activiteiten worden toegestaan, die niet direct in verband staan met de waterwinning.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gedeputeerde Staten kunnen in die gevallen (onder strikte voorwaarden) een vergunning verlenen. De activiteiten mogen geen extra risico's met zich meebrengen voor de grondwaterkwaliteit. Het gaat ondermeer om natuurontwikkeling en extensieve recreatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarbij kan worden gedacht aan extensieve beweiding (max. 1,5 GVE) voor natuurbeheer en het openstellen van het gebied voor publiek voor educatie en recreatie. Ook activiteiten die van tijdelijke aard zijn en een groot maatschappelijk belang dienen,kunnen in uitzonderlijke gevallen worden toegestaan. Gezien de kwetsbaarheid van een waterwingebied is het noodzakelijk dat een adequate afweging wordt gemaakt en specifieke voorwaarden worden gesteld ingeval van nieuwe activiteiten. Daarom is gekozen voor het instrument van de vergunningverlening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_22" wId="pv23_80__artrecital__content_22">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.6.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>regels voor grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In een grondwaterbeschermingszone moet het risico van verontreiniging van het grondwater zoveel mogelijk worden voorkomen. De Omgevingsverordening bevat regels voor milieubelastende activiteiten die een risico kunnen vormen voor de grondwaterkwaliteit. Een aantal activiteiten met een groot risico is verboden of alleen onder strenge voorwaarden toegestaan. Voor andere risico-activiteiten gelden specifieke regels en voorschriften.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze paragraaf bevat de direct werkende regels voor milieubelastende activiteiten buiten een bedrijfslocatie in een grondwaterbeschermingszone. In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4">Paragraaf 4.8.4</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening zijn de instructieregels voor gemeenten voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer) in grondwaterbeschermingszones opgenomen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_23" wId="pv23_80__artrecital__content_23">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.32</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(grote en grootschalige risicovolle activiteiten in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In grondwaterbeschermingszones geldt voor grote en
grootschalige risicovolle activiteiten een verbod met een mogelijkheid van een
omgevingsvergunning. Het gaat hier om activiteiten die grote tot zeer grote
risico's met zich kunnen meebrengen voor de bescherming van de
grondwater-kwaliteit. Bij de beschrijving van de activiteiten en de gekozen grenzen/drempelwaarden is aansluiting
gezocht bij het Besluit milieu-effect-rapportage 1994, zoals die gold v&#243;&#243;r de
inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit op 1 april 2011. Er is geen sprake van een directe inhoudelijke relatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er kunnen naast mer-beoordelingsplichtige activiteiten ook andere activiteiten voorkomen met specifieke risico's op verontreiniging van het grondwater, die vanwege aard en omvang als grote of grootschalige risicovolle activiteiten kunnen worden beoordeeld en daarmee vergunningplichtig zijn in de zin van de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Qua beoordeling van de risico's gaat het dan om de kenmerken van een activiteit (o.a. omvang, cumulatie risico's, risico op calamiteiten, bekendheid risico's, omkeerbaarheid nadelige effecten) en om de plaats waar de activiteit plaatsvindt (o.a. ligging ten opzichte van winputten, kwetsbaarheid bodem). In die zin kan het begrip 'grote en grootschalige risicovolle activiteiten' in artikel 3.31 van de verordening ruim worden ge&#239;nterpreteerd. Het gaat om het specifieke belang van de grondwaterbescherming.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het tweede lid bevat een niet-limitatieve opsomming van grote en grootschalige risicovolle activiteiten. Hierna wordt een beschrijving van de activiteiten gegeven op basis waarvan kan worden vastgesteld in welke situaties een vergunningplicht geldt. De afbakening van de grenzen tussen grote en grootschalige risicovolle activiteiten is ook van belang voor de toepassing van de ruimtelijke regels in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2">Paragraaf 4.8.2</tekst:IntRef>. Zie ook de toelichting op <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2">Paragraaf 4.8.2</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>a. Bij grote respectievelijk
grootschalige dag- of verblijfsrecreatie (recreatieve of toeristische
voorzieningen) kan worden gedacht aan voorzieningen of een combinatie van
voorzieningen met een oppervlakte van ten minste 1 hectare (groot)
respectievelijk 10 hectare (grootschalig) in het beschermingsgebied. De vergunningplicht
geldt voor voorzieningen met een oppervlakte van 1 hectare of meer in de grondwaterbeschermingszone.</tekst:Al>
		<tekst:Al>b. Van grote respectievelijk
grootschalige woningbouwprojecten is sprake ingeval van de bouw van meer dan 10
woningen (groot) respectievelijk 100 woningen (grootschalig) in de grondwaterbeschermingszone. Een vergunningplicht bestaat bij de bouw van meer dan 10
woningen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>c. Bij grote respectievelijk
grootschalige stedenbouw denken wij aan de aanleg of de wijziging of
uitbreiding van stadsprojecten met inbegrip van winkelcentra, bedrijven voor
horeca, handel en dienstverlening of parkeerterreinen betrekking hebbend op een
oppervlakte van ten minste 1 hectare (groot) respectievelijk 10 hectare
(grootschalig) in de grondwaterbeschermingszone. Een vergunningplicht geldt vanaf 1
hectare.</tekst:Al>
		<tekst:Al>d. Grootschalige wegen zijn stroomwegen (hoofdwegen, autosnelwegen en autowegen) en de daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken voor het verkeer. Onder grote autowegen worden begrepen gebiedsontsluitingswegen. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van genoemde wegen geldt een vergunningplicht. Voor de begrippen stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen wordt verwezen naar de provinciale Omgevingsvisie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>e. Met grote parkeerterreinen/transferia
worden ondermeer bedoeld parkeerterreinen/ transferia voor ten minste 50
personenauto's, parkeerterreinen voor transportmaterieel, zoals vrachtwagens,
tankauto's, bussen en dergelijke en parkeerterreinen waar handelingen met
schadelijke stoffen (bijvoorbeeld overslag) plaatsvinden. Voor de aanleg,
wijziging of uitbreiding van genoemde parkeerterreinen geldt een
vergunningplicht. Van een grote waterweg/haven is sprake ingeval de
waterweg/haven kan worden bevaren door schepen met een laadvermogen van 250 ton
tot 900 ton. Van een grootschalige waterweg/haven kan worden gesproken bij een
waterweg/haven die kan worden bevaren door schepen met een laadvermogen van 900
ton of meer. De vergunningplicht geldt voor de aanleg, wijziging of uitbreiding
van waterweg/havens die kunnen worden bevaren door schepen met een laadvermogen
vanaf 250 ton.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor aanleg, wijziging en uitbreiding van spoorwegen en bijbehorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken voor het verkeer per spoor geldt een vergunningplicht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De aanleg, wijziging of uitbreiding van een bedrijventerrein is vergunningplichtig bij een oppervlakte van ten minste 1 hectare in de grondwaterbeschermingszone. In dat geval is sprake van een groot bedrijventerrein. Van een grootschalig bedrijventerrein is sprake bij een oppervlakte van ten minste 10 hectare in de grondwaterbeschermingszone.</tekst:Al>
		<tekst:Al>f. Van een grote buisleiding is sprake ingeval van een buisleiding voor het transport van olie (producten), chemicali&#235;n of gas (met uitzondering van aardgas) die over een lengte van 1 kilometer of meer is gelegen of geprojecteerd binnen een grondwaterbeschermingszone. In dat geval geldt een vergunningplicht. Grootschalige buisleidingen zijn buisleidingen die over een lengte van 5 kilometer of meer in een grondwaterbeschermingszone liggen. Ook deze buisleidingen zijn vergunningplichtig. Voor transportleidingen voor aardgas, water, afvalwater en stoom geldt geen vergunningplicht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de risico's op verontreiniging van het grondwater afnemen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_24" wId="pv23_80__artrecital__content_24">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.33</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(meststoffen in de bodem brengen in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het gebruik van dierlijke
meststoffen, anorganische meststoffen, compost en kalkmeststoffen is in
grondwaterbeschermingszones toegestaan volgens de rijksregels. Voor het
toepassen van andere meststoffen geldt een verbod vanwege het risico van
mogelijk aanwezige onbekende verontreinigingen en de complexe handhaafbaarheid
van het gebruik van deze meststoffen. Het gaat daarbij onder meer om zuiveringsslib, overige organische meststoffen en herwonnen fosfaten.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_25" wId="pv23_80__artrecital__content_25">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.34</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(grond en baggerspecie in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Omdat het toepassen van verontreinigde grond en baggerspecie risico's met zich kan meebrengen voor de kwaliteit van het grondwater voor de drinkwaterwinning, zijn daaraan extra voorschriften gesteld. Toepassing van licht verontreinigde grond (kwaliteitsklasse Wonen) en licht verontreinigde bagger (kwaliteitsklasse licht verontreinigd) is alleen onder voorwaarden toegestaan. Het materiaal moet uit dezelfde grondwaterbeschermingszone afkomstig zijn (stand-still op gebiedsniveau). Ook geldt de voorwaarde dat geen verontreinigd materiaal op een schone bodem mag worden toegepast (stand-still op lokaal niveau). Voor grootschalige toepassingen van licht verontreinigde grond en bagger (ten minste 5.000 m3) geldt dat het materiaal uit dezelfde grondwaterbeschermingszone afkomstig moet zijn en door onderzoek moet worden aangetoond dat door de toepassing de risico's op verontreiniging van het grondwater voor de waterwinning niet toenemen. Daarnaast geldt voor deze grootschalige toepassingen een meldingsplicht. Als sprake is van een grootschalige risicovolle toepassing geldt een vergunningplicht op grond van <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2__art_3.30">Artikel 3.30</tekst:IntRef>. Deze eisen gelden ook
voor toepassing in diepe plassen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De eisen voor de toepassing van baggerspecie in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32__para_2">Artikel 3.32, tweede lid</tekst:IntRef> gelden niet voor verspreiding van
baggerspecie conform artikel 4.1269, derde lid onder a van het Besluit
activiteiten leefomgeving. Vooralsnog gaan wij er van uit dat de eisen in dit
besluit voldoende bescherming bieden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Eerder was in de Omgevingsverordening een absoluut verbod opgenomen voor de toepassing van IBC-bouwstoffen in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones. Onder de Omgevingswet is toepassing van IBC-bouwstoffen niet meer mogelijk, na een overgangstermijn van een half jaar. Voor toepassing van avi-bodemas en immobilisaten in grondwaterbeschermingszones geldt de zorgplicht. We zullen nog een nadere afweging maken of aanvullende regelgeving nodig is.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_26" wId="pv23_80__artrecital__content_26">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.35</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(lozingen in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het lozen van koelwater, afvalwater en andere schadelijke vloeistoffen is niet toegestaan gelet op de risico's van opwarming of verontreiniging van het grondwater. Een uitzondering geldt voor lozingen die verband houden met het toepassen van grond of baggerspecie. Daarvoor gelden de eisen in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34">Artikel 3.34</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35">Artikel 3.35</tekst:IntRef>. Ook geldt onder meer een uitzondering voor de lozing van hemelwater afkomstig van daken van particuliere huishoudens, gezien de beperkte risico's en de complexe handhaafbaarheid. Wel geldt in dat geval de bijzondere zorgplicht. Het lozen van hemelwater vanaf wegen en parkeerplaatsen en andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer is toegestaan wanneer wordt voldaan aan algemene voorschriften. Daarnaast geldt een meldingsplicht.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_27" wId="pv23_80__artrecital__content_27">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.36</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(constructies in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel bevat een verbod om
constructies te realiseren of in stand te houden waarbij schadelijke stoffen op
of in de bodem worden vervoerd, op- of overgeslagen vanwege het risico op
lekkages waardoor schadelijke stoffen het grondwater kunnen verontreinigen.
Voor een aantal constructies geldt een uitzondering. Het gaat om voorzieningen
voor de inzameling en transport van afvalwater en om voorzieningen voor opslag
en transport van schadelijke stoffen voor niet-bedrijfsmatige doeleinden omdat
daarvoor algemeen aanvaarde landelijke regelgeving geldt. Verder is het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van buisleidingen voor het transport van
olie, chemicali&#235;n en gas (maar geen aardgas) binnen de
grondwaterbeschermingszone uitgezonderd, mits extra voorzieningen en
maatregelen voor aanleg en het beheer van de buisleidingen worden getroffen.
Hiervoor geldt een meldingsplicht. Deze bepaling geldt voor buisleidingen die
over een lengte tot 1 km in de grondwaterbeschermingszone liggen. Voor buisleidingen
met een lengte van meer dan 1 km geldt een vergunningplicht.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_28" wId="pv23_80__artrecital__content_28">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.37</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(mechanische ingrepen in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor het uitvoeren van mechanische ingrepen vanaf twee meter onder het maaiveld geldt een verbod. Het gaat hier om het roeren van grond of het uitvoeren van andere werken in de bodem, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten of waardoor schadelijke stoffen in de bodem kunnen geraken of zich in de bodem kunnen verspreiden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om bodemstabiliseringswerken, grond- en funderingswerken en het plaatsen en verwijderen van damwanden en heipalen. Mechanische ingrepen zijn alleen toegestaan wanneer wordt voldaan aan algemene voorschriften en vooraf een melding wordt ingediend. Voor mechanische ingrepen die noodzakelijk zijn voor de waterwinning geldt een uitzondering op het verbod.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_29" eId="artrecital__content_29">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.38</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(bodemenergiesystemen in grondwaterbeschermingszones)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor het aanleggen van bodemenergiesystemen geldt een absoluut verbod omdat nog onvoldoende duidelijk is dat deze systemen geen negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het grondwater voor de drinkwaterwinning. Het verbod geldt ondermeer in afwachting van resultaten van landelijke proefprojecten. Het begrip bodemenergiesysteem heeft in deze verordening een bredere reikwijdte dan in het Besluit activiteiten leefomgeving. Het gaat niet alleen om koude-warmte-opslag en bodemwarmtewisselaars, maar bijvoorbeeld ook om systemen voor hoge temperatuur opslag en aardwarmte. Zie de begripsbepaling in <tekst:IntRef ref="cmp_2">Bijlage 
										II
									</tekst:IntRef> bij de verordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_30" eId="artrecital__content_30">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.6.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>regels voor boringsvrije zones</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In een boringsvrije zone bevinden zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken, zodanige beschermende bodemlagen dat met beperkte regels kan worden volstaan. In boringsvrije zones is het beschermingsregime erop gericht om de zones te vrijwaren van mechanische bodemingrepen, die de beschermende functie van slecht doorlatende bodemlagen zouden kunnen aantasten. Ook moet worden voorkomen dat schadelijke stoffen het grondwater verontreinigen dat wordt gebruikt voor de drinkwatervoorziening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze paragraaf bevat de direct werkende regels voor milieubelastende activiteiten buiten een bedrijfslocatie in een boringsvrije zone. In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5">Paragraaf 4.8.5</tekst:IntRef> van de verordening zijn de instructieregels voor gemeenten voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer) in boringsvrije zones opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De direct werkende regels in deze paragraaf houden het volgende in.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er is een absoluut verbod opgenomen om koelwater, afvalwater en andere schadelijke vloeistoffen te lozen en om bodemenergiesystemen aan te leggen vanaf een bepaalde diepte in de ondergrond. Dit gelet op de risico's van opwarming of verontreiniging van het grondwater. Voor bodemenergiesystemen worden de resultaten van enkele langjarige, landelijke proefprojecten afgewacht, waarbij de risico's voor het grondwater in beeld worden gebracht. Het begrip bodemenergiesysteem heeft in deze verordening een bredere reikwijdte dan in het Besluit activiteiten leefomgeving, zie de begripsbepaling in <tekst:IntRef ref="cmp_2">Bijlage II</tekst:IntRef> bij de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Andere mechanische ingrepen zijn alleen toegestaan wanneer wordt voldaan aan algemene voorschriften en vooraf een melding wordt ingediend. Voor mechanische ingrepen van het drinkwaterbedrijf die noodzakelijk zijn voor de waterwinning of voor de ontwikkeling daarvan, geldt een vrijstelling.
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_31" wId="pv23_80__artrecital__content_31">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.46</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten melding toepassen grond of baggerspecie)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De aanvullende indieningsvereisten moeten Gedeputeerde Staten in staat stellen om de melding over het toepassen van grond en baggerspecie te kunnen beoordelen. Aan deze aanvullende indieningsvereisten wordt voldaan als bij een melding voor de toepassing van grond of baggerspecie met een omvang van ten minste 5.000 m3 in een grondwaterbeschermingszone, bedoeld in de <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.34__para_4">Artikel 3.34, vierde lid</tekst:IntRef>, het overzicht, bedoeld onder a ten minste een beschrijving bevat van het doel en de wijze van de toepassing van de grond of baggerspecie, de maximale hoeveelheid toe te passen grond of baggerspecie in kubieke meters, de herkomst van de grond of baggerspecie, een aanduiding van de maximale diepte van de toepassing van de grond of baggerspecie in meters ten opzichte van het maaiveld en het karakter van de toepassing (tijdelijk of permanent). </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_32" wId="pv23_80__artrecital__content_32">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.47</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten melding lozing afstromend hemelwater)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De aanvullende indieningsvereisten moeten Gedeputeerde Staten in staat stellen om de melding over de lozing van afstromend hemelwater te kunnen beoordelen. Bij een melding van een lozing van afstromend hemelwater, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.35__para_3">Artikel 3.35, derde lid</tekst:IntRef>, kan de lozing afkomstig zijn van een nieuwe weg, wijziging of uitbreiding van een bestaande weg, een nieuw parkeerterrein of wijziging of uitbreiding van een bestaand parkeerterrein. Aan de aanvullende indieningsvereisten wordt voldaan als het overzicht, bedoeld onder a, duidelijk maakt: het soort weg, het doel en de wijze van de lozing, een aanduiding van de maximale diepte van de lozing in meters ten opzichte van het maaiveld en het karakter van de lozing (tijdelijk of permanent). Als de lozing afkomstig is van een weg, bevat het overzicht, bedoeld onder a, ook de ligging van de weg, de trac&#233;lengte binnen de grondwaterbeschermingszone in kilometers en de verkeersintensiteit van de weg, uitgedrukt in aantal voertuigen per etmaal. Als de lozing afkomstig is van een parkeerterrein of ander terrein dat openstaat voor motorvoertuigen bevat het overzicht ook de intensiteit van het gebruik, uitgedrukt in aantal voertuigen per etmaal, het type motorvoertuigen waarvoor het terrein openstaat en de handelingen met schadelijke stoffen die op het terrein plaatsvinden (bijvoorbeeld bij overslag). </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_33" wId="pv23_80__artrecital__content_33">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.48</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten melding buisleidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De aanvullende indieningsvereisten moeten Gedeputeerde Staten in staat stellen om de melding over buisleidingen te kunnen beoordelen. Bij een melding voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor olieproducten of chemicali&#235;n van minder dan 1 kilometer in een grondwaterbeschermingszone, bedoeld in de <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.36__para_3">Artikel 3.36, derde lid</tekst:IntRef>, bevat het overzicht, bedoeld onder a ten minste: de trac&#233;tekening van de buisleiding, de trac&#233;lengte binnen de grondwaterbeschermingszone in kilometers, het doel en de wijze van aanleg, wijziging of uitbreiding van de buisleiding, het soort en de diameter van de buisleiding, het soort materiaal dat wordt toegepast, de eigenschappen en samenstelling van de stoffen die worden vervoerd, een aanduiding van de maximale diepte van de buisleiding in meters ten opzichte van het maaiveld en het karakter van de buisleiding (tijdelijk of permanent) </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_34" wId="pv23_80__artrecital__content_34">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.49</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten melding mechanische ingrepen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De aanvullende indieningsvereisten moeten Gedeputeerde Staten in staat stellen een melding van een mechanisch ingreep te beoordelen. Bij het uitvoeren van een mechanische ingreep op of in de bodem in een grondwaterbeschermingszone of boringsvrije zone, bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.37__para_1">Artikel 3.37, eerste lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.40__para_2">Artikel 3.40, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.41__para_2">Artikel 3.41, tweede lid</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.42__para_2">Artikel 3.42, tweede lid</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4__art_3.43__para_3">Artikel 3.43, derde lid</tekst:IntRef>, kan gedacht worden aan uitvoering van een boring, buiten gebruik stellen van een boorput, inbrengen van palen, aanbrengen of verwijderen van een damwand of diepwand, aanbrengen of verwijderen van een scherm, een ontgraving of een andere mechanische ingreep. Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, onder a bevat ten minste het soort mechanische ingreep, het doel en de werkwijze van de ingreep, het soort materiaal dat wordt toegepast, de eigenschappen en samenstelling van de stoffen die worden gebruikt, een aanduiding van de maximale diepte van de ingreep in meters ten opzichte van het maaiveld en het karakter van de ingreep (tijdelijk of permanent). Het tweede lid bepaalt dat na be&#235;indiging van een boring een profielopname van de doorboorde kolom moet worden ingediend, zodat kan worden bepaald of slecht doorlatende bodemlagen zijn aangetast en moeten worden hersteld.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_35" wId="pv23_80__artrecital__content_35">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.50</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(algemene indieningsvereisten omgevingsvergunningen grondwaterbescherming)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De regeling met algemene vereisten bij het aanvragen van een omgevingsvergunning binnen grondwaterbeschermingsgebieden zorgt ervoor dat Gedeputeerde Staten over voldoende informatie beschikken om de aanvraag te kunnen beoordelen. Het overzicht van schadelijke stoffen, bedoeld in onderdeel i, bevat ten minste het soort schadelijke stof, de eigenschappen en samenstelling van de stof, de fysieke vorm van de stof (vloeibaar of vast), de maximale hoeveelheid van de stof, het doel en de wijze van opslag, overslag, gebruik of vervoer en de fase waarin de stof wordt opgeslagen, overgeslagen, gebruikt of vervoerd en het karakter van de activiteit (tijdelijk of permanent). Het overzicht van meststoffen, bedoeld in onderdeel j, bevat ten minste het soort meststof, de fysieke vorm van de meststof (vloeibaar of vast), de maximale hoeveelheid van de meststof die op of in de bodem wordt gebracht in kilogrammen of kubieke meters, het doel en de wijze van het op of in de bodem brengen van de meststoffen en het karakter van de activiteit (tijdelijk of permanent). Het overzicht van grond of baggerspecie, bedoeld in onderdeel k, bevat ten minste, een beschrijving van het doel en de wijze van de toepassing van de grond of baggerspecie, de kwaliteit van de ontvangende (water)bodem als de toe te passen grond of baggerspecie de Achtergrondwaarden overschrijdt, de maximale hoeveelheid toe te passen grond of baggerspecie in kubieke meters, de herkomst van de grond of baggerspecie, een aanduiding van de maximale diepte van de toepassing van de grond of baggerspecie in meters ten opzichte van het maaiveld en het karakter van de toepassing (tijdelijk of permanent). Het overzicht van lozingen, bedoeld in onderdeel l, bevat ten minste het soort vloeistof, het doel en de wijze van de lozing), een aanduiding van de maximale diepte van de lozing in meters ten opzichte van het maaiveld en het karakter van de lozing (tijdelijk of permanent). Het overzicht van constructies, bedoeld in onderdeel m, bevat het soort constructie (inclusief tekeningen), het doel en de wijze van de realisatie van de constructie voor opslag, overslag, gebruik en vervoer van schadelijke stoffen, het soort materiaal dat wordt toegepast, de eigenschappen en samenstelling van de stoffen die worden gebruikt, een aanduiding van de maximale diepte van de constructie in meters ten opzichte van het maaiveld en het karakter van de constructie (tijdelijk of permanent). Het overzicht van mechanische ingrepen, bedoeld in onderdeel n, bevat het soort ingreep. Daarbij kan gedacht worden aan uitvoering van een boring, buiten gebruik stellen van een boorput, inbrengen van palen, aanbrengen of verwijderen van een damwand of diepwand, aanbrengen of verwijderen van een scherm, een ontgraving of een andere mechanische ingreep. Het overzicht bevat ook het doel en de werkwijze van de ingreep, het soort materiaal dat wordt toegepast, de eigenschappen en samenstelling van de stoffen die worden gebruikt, een aanduiding van de maximale diepte van de ingreep in meters ten opzichte van het maaiveld en het karakter van de ingreep (tijdelijk of permanent). Na be&#235;indiging van een mechanische ingreep moet als sprake is van een boring worden verstrekt: een nauwkeurige profielbeschrijving van de bodem op de plaats van de boring, een aanduiding van de diepte waarop de kleiafdichting is aangebracht en eventuele filterstellingen. Op basis daarvan kan worden bepaald of slecht doorlatende bodemlagen zijn aangetast en moeten worden hersteld. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_36" wId="pv23_80__artrecital__content_36">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.52</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten voor milieubelastende activiteiten in een grondwaterbeschermingszone)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit artikel wordt met activiteiten bedoeld het tot stand brengen of wijzigen van grote of grootschalige dag- of verblijfsrecreatie, woningbouw, stedenbouw, wegen, waterwegen, spoorwegen en parkeerterreinen en transferia, bedrijventerreinen of buisleidingen voor olie of chemicali&#235;n. Dit zijn de categorie&#235;n activiteiten waarvoor volgens <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3__art_3.32">Artikel 3.32</tekst:IntRef> een omgevingsvergunning is vereist. De opsomming van categorie&#235;n activiteiten is niet limitatief. Per activiteit is informatie nodig over de omvang. Indien de locatie van de activiteit een dag- of verblijfsrecreatie betreft, dan bevat het overzicht van de activiteit het aantal bezoekers en de oppervlakte van de locatie in hectare. Bij woningbouw moet een overzicht van het aantal woningen worden aangegeven. Voor stedenbouw en bedrijventerreinen is de oppervlakte van de locatie in hectare van belang. Bij wegen en spoorwegen bevat het overzicht het soort weg (bijvoorbeeld een autoweg of hoofdweg), de ligging van de weg, de trac&#233;lengte binnen de grondwaterbeschermingszone in kilometers en de verkeersintensiteit van de weg uitgedrukt in aantal voertuigen per etmaal. Bij een waterweg is informatie nodig over het laadvermogen in ton van schepen die de waterweg kunnen bevaren. Bij parkeerterreinen en transferia bevat het overzicht de intensiteit van het gebruik in aantal voertuigen per etmaal, het type motorvoertuigen en de handelingen met schadelijke stoffen die op het terrein plaatsvinden (bijvoorbeeld bij overslag). Bij buisleidingen voor olieproducten of chemicali&#235;n moet een trac&#233;tekening en de trac&#233;lengte binnen de grondwaterbeschermingszone in kilometers worden vermeld.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_37" wId="pv23_80__artrecital__content_37">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.54</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvullende indieningsvereisten bij lozen van koelwater, afvalwater of overige vloeistoffen waarin schadelijke stoffen voorkomen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De aanvullende vereisten voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater, afvalwater of overige vloeistoffen waarin schadelijke stoffen voorkomen moeten ervoor zorgen dat Gedeputeerde Staten over voldoende informatie beschikken om de aanvraag te beoordelen. Als de lozing afkomstig is van een weg, is het nodig dat het overzicht, bedoeld in onderdeel a, ook een beschrijving geeft van de ligging van de weg, de trac&#233;lengte binnen de grondwaterbeschermingszone in kilometers, de verkeersintensiteit van de weg, uitgedrukt in aantal voertuigen per etmaal. Als de lozing afkomstig is van een parkeerterrein of ander terrein dat openstaat voor motorvoertuigen bevat het overzicht ook de intensiteit van het gebruik, uitgedrukt in aantal voertuigen per etmaal, het type motorvoertuigen waarvoor het terrein openstaat en de handelingen met schadelijke stoffen die op het terrein plaatsvinden (bijvoorbeeld bij overslag). Het monitoringsplan, bedoeld in onderdeel e, heeft als doel om de mate van de bodemverontreiniging door afstromend hemelwater te toetsen. De voorzieningen, bedoeld in onderdeel f, om het water te lozen kunnen bestaan uit afvoerputten naar de riolering, afvoerputten naar een andere voorziening voor de inzameling of transport van afvalwater, afvoerputten naar een zuiveringstechnisch werk, afvoerputten naar een andere zuiveringsvoorziening. Deze opsomming is niet limitatief en er kunnen dus andere voorzieningen worden getroffen om het water te lozen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_38" wId="pv23_80__artrecital__content_38">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.56</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(indieningsvereisten bodemenergiesysteem Salland Diep)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De vaststelling van de beoogde boordiepte, bedoeld onder f, kan bijvoorbeeld plaatsvinden door middel van een proefboring op de beoogde locatie of op basis van drie bestaande boorbeschrijvingen van nabijgelegen locaties waarbij de beoogde locatie tussen deze locaties ligt. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_39" wId="pv23_80__artrecital__content_39">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>MOBILITEIT</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Toelichting &#x2013; Algemeen</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van artikel 2.18 lid 1, onder e, onder 3 van de Omgevingswet berust bij het provinciebestuur de taak van het behoeden van de staat en werking van wegen in beheer bij de provincie voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die infrastructuur.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsverordening zijn de regels over activiteiten met betrekking tot provinciale infrastructuur (vaarwegen en wegen) bij elkaar gebracht in een gezamenlijke afdeling Mobiliteit. Voor wegen en vaarwegen zijn beperkingengebieden aangewezen waarbinnen voorschriften gelden die de instandhouding van de (vaar)weg, de goede doorstroming van het (scheepsvaart)verkeer en de veiligheid moeten waarborgen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om dit te bereiken worden activiteiten gereguleerd met de
volgende instrumenten:</tekst:Al>
		<tekst:Al>1. <tekst:strong>Specifieke
zorgplichten</tekst:strong>: gedragsregels die door burgers en bedrijven in de beperkingengebieden &#x2018;provinciale weg&#x2019;, &#x2018;zicht op weg&#x2019; en &#x2018;provinciale vaarweg&#x2019; in acht moeten worden genomen. De leefregels zijn gesteld voor een veilig en doelmatig gebruik van de wegen en vaarwegen. Gedeputeerde Staten kunnen handhavend optreden wanneer deze zorgplichten niet worden nageleefd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>2. <tekst:strong>Algemene
regels</tekst:strong>: algemeen verbindende voorschriften. De regels bevatten een algemeen
gebod of verbod. Deze regels kunnen in een concrete situatie worden aangescherpt
of verruimd door middel van maatwerkvoorschriften.</tekst:Al>
		<tekst:Al>3. <tekst:strong>Een
vergunningplicht</tekst:strong>: het betreft een beperkingengebied activiteit met betrekking tot een weg of een waterstaatswerk (artikel 5.1 lid 2 onder f, onder 1 of 2 Omgevingswet). Die activiteiten zijn alleen toegestaan na verkrijging van een omgevingsvergunning die op basis van een aanvraag is verleend. Aan de vergunning kunnen (maatwerk)voorschriften worden verbonden. Op deze aanvraag zijn de procedurevoorschriften uit hoofdstuk 16 van de Omgevingswet van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>4. <tekst:strong>Een
meldplicht</tekst:strong>: activiteiten die pas uitgevoerd mogen worden nadat vooraf een
melding is gedaan. Vaak zullen over de activiteiten algemene regels zijn
gesteld. Het kan zijn dat naar aanleiding van een melding maatwerkvoorschriften
worden gesteld. Dit betreft een besluit dat vatbaar is voor bezwaar en beroep.
Met een maatwerkvoorschrift kan de activiteit niet worden verboden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>5.<tekst:strong> Een informatieplicht</tekst:strong>: een informatieplicht is bedoeld om toezicht te kunnen uitoefenen. De informatieplicht staat, anders dan een meldplicht, niet in de weg aan het verrichten van de activiteit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>6. <tekst:strong>Gegevens en bestanden</tekst:strong>: een verplichting om gegevens en bescheiden aan te leveren aan het bevoegd gezag.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De instrumenten zijn gekoppeld aan beperkingengebieden.
Buiten die gebieden hebben de regels geen werking. Beperkingengebieden bestaan
uit de (vaar)weg en een strook aan weerzijden hiervan. Bij wegen wordt
daarnaast een beperkingengebied &#x2018;zicht op de weg&#x2019; ingesteld. Toepassing van de
instrumenten moet altijd plaatsvinden tegen de achtergrond van de oogmerken die
zijn geformuleerd in de Omgevingswet (artikel 1.3 Omgevingswet), het algemeen deel van de
omgevingsverordening (<tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1">Paragraaf 3.8.1</tekst:IntRef>) en de specifieke oogmerken en zorgplichten in deze afdeling (<tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59">Artikel 3.59</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.60">Artikel 3.60</tekst:IntRef>).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De opbouw van de afdeling Mobiliteit is als volgt:</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1">Paragraaf 3.8.1</tekst:IntRef> Mobiliteit algemeen</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2">Paragraaf 3.8.2</tekst:IntRef> Algemene regels provinciale wegen en vaarwegen</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3">Paragraaf 3.8.3</tekst:IntRef> Vergunningplicht activiteiten in beperkingengebied provinciale wegen</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4">Paragraaf 3.8.4</tekst:IntRef> Meldplicht activiteiten beperkingengebied provinciale wegen</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5">Paragraaf 3.8.5</tekst:IntRef> Vergunningplicht activiteiten in beperkingengebied provinciale vaarwegen</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.6">Paragraaf 3.8.6</tekst:IntRef> Meldplicht activiteiten beperkingengebied provinciale vaarwegen</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.7">Paragraaf 3.8.7</tekst:IntRef> Informatieplicht en gegevens provinciale wegen en vaarwegen</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8">Paragraaf 3.8.8</tekst:IntRef> Indieningsvereisten omgevingsvergunningen en meldingen wegen en vaarwegen</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze opbouw houdt in dat voor een bepaald onderwerp meerdere paragrafen geraadpleegd moeten worden. Zo worden over uitwegen in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2">Paragraaf 3.8.2</tekst:IntRef> algemene regels gesteld, terwijl <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3">Paragraaf 3.8.3</tekst:IntRef> beoordelingsregels bevat voor de benodigde omgevingsvergunning om een uitweg te mogen aanleggen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Toelichting Overgangsrecht:</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Overgangsrecht regels</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van artikel 2.3, eerste lid Invoeringswet Omgevingswet en artikel 2.7 Omgevingswet moeten regels over activiteiten die betrekking hebben op activiteiten die uitwerking hebben op de fysieke omgeving, geregeld worden in de Omgevingsverordening. Op grond van de overgangsregeling van de Omgevingswet komen regels die betrekking hebben op dergelijke activiteiten van rechtswege te vervallen. Dit betekent dat na invoering van de Omgevingswet de navolgende regels en regelingen komen te vervallen:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- titel 5.1 Wegen Omgevingsverordening;<tekst:br/>- Regeling uitwegen Overijssel 2020;<tekst:br/>- Regeling aanduidingen Overijssel 2022;<tekst:br/>- titel 4.3 Toedeling beheer watersysteem en beheer en instandhouding vaarwegen van de Omgevingsverordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een aantal regelingen en verkeersbesluiten komt door invoering van de Omgevingswet niet te vervallen. Het gaat om regelingen die geen betrekking hebben op activiteiten die een fysieke uitwerking hebben. Of om de regelingen die gebaseerd zijn op wetten die niet door invoering van de Omgevingswet komen te vervallen. De volgende regelingen blijven van kracht:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Provinciale vaarweg Almelo De Haandrik (km 0,000-km 31,700)<tekst:br/>- Maximumdiepgang en afmetingen vaartuigen<tekst:br/>- Provinciale vaarweg Almelo De Haandrik maximum vaarsnelheden (km 0,000-km 31,700)<tekst:br/>- Provinciale vaarwegenmaximum diepgang<tekst:br/>- Provinciale vaarwegen, maximumvaarsnelheden<tekst:br/>- Regeling ligplaatsen Overijssel<tekst:br/>- Verkeersbesluit ligplaatsen Overijssel 2019<tekst:br/>- Regeling waterskisport Westelijke Belterwijde 2008<tekst:br/>- Verbod tot plankzeilen op bepaalde vaarwegen<tekst:br/>- Verkeersbesluit algemeen voor het Reevediep<tekst:br/>- Verkeersbesluit vaarwegmarkering en verkeerstekens Reevediep</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Vergunningen, ontheffingen en meldingen</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het overgangsrecht voor vergunningen en ontheffingen staat
in artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet en werkt als volgt. Als de
activiteit ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet vergunningsplichtig is,
ontstaat er van rechtswege een omgevingsvergunning op grond van de
Omgevingswet. De vergunningvoorschriften blijven gelden. Onder de nieuwe
verordening zijn de vergunnings- en ontheffingsplicht uit de oude verordening
een op een omgezet naar de nieuwe verordening. Eerder afgeven vergunningen en
ontheffingen gelden na inwerkingtreding van de Omgevingswet als een omgevingsgunning onder de
Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor meldingen gedaan onder de provinciale
Omgevingsverordening bevat de Omgevingswet geen overgangsrecht. Overgangsrecht
voor dergelijke meldingen is niet nodig. De melding is enkel een handeling die
verricht moet worden om een activiteit uit te voeren die is gereguleerd met
algemene regels. Voor meldingen die zijn gedaan op basis van de regeling
Regelingen uitwegen Overijssel geldt iets anders. Op grond van de uitspraak van
de ABRvS 14-01-2015, ECLI:NL:RVS:2015:14 worden meldingen voor activiteiten die
naar aanleiding van de melding alsnog kunnen worden verboden, gelijk gesteld
aan een besluit. In de nieuwe regeling is voor het aanleggen van een uitweg een
omgevingsvergunning nodig. Meldingen gedaan op basis van de Regeling uitwegen
Overijssel vallen daarom onder artikel 4.13 Invoeringswet Omgevingswet. Dit
betekent dat ze van rechtswege zijn omgezet in een omgevingsvergunning.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_40" wId="pv23_80__artrecital__content_40">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.57</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik provinciale wegen en vaarwegen algemeen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel bepaalt de werkingssfeer van de afdeling Mobiliteit. Die afbakening
loopt via drie criteria:</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>1. gebied</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De regels in deze afdeling zijn alleen van toepassing
binnen de beperkingengebieden provinciale wegen, zicht op de weg en vaarwegen
zoals aangewezen in dit artikel.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>2. aard van de activiteit</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De regels hebben alleen betrekking op activiteiten die
gevolgen kunnen hebben voor de staat en werking van provinciale wegen en
vaarwegen. Deze open norm wordt nader ingevuld door de bepalingen in deze
afdeling.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>3. persoon die de activiteiten verricht</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De bepalingen in deze afdeling gelden voor degene die de activiteit uitvoert. Wanneer de regel (ook) geldt voor een ander dan de normadressaat, is dit aangegeven in dat artikel. De regels in deze afdeling gelden niet voor activiteiten door of in opdracht van Gedeputeerde Staten ((vaar)wegbeheerder).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De werking van de regels is soms gerelateerd aan het object van de regel. Zo bepaalt <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105">Artikel 3.105</tekst:IntRef> dat het verboden is de provinciale vaarweg te wijzigen. Andere regels gelden los van het object. Zo is het op grond van <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79">Artikel 3.79</tekst:IntRef> verboden zonder een omgevingsvergunning een bouwwerk te realiseren in het beperkingengebied wegen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_41" wId="pv23_80__artrecital__content_41">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.58</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanwijzing beperkingengebied provinciale wegen en vaarwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit artikel worden de gebieden aangewezen waarbinnen activiteiten zijn gereguleerd door de bepalingen in deze afdeling. Deze gebieden zijn als zodanig geometrisch begrensd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij wegen wordt onderscheid gemaakt tussen twee
beperkingengebieden:</tekst:Al>
		<tekst:Al>1. provinciale wegen: dit is de verharding en hetgeen naar zijn aard tot de weg behoort, voor zover in beheer bij de provincie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>2. zicht op de weg: die betreft een zone van vijf meter
vanaf de kant van de verharding. Dit geldt zowel voor de hoofdrijbaan als parallelwegen
en fietspaden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze beperkingengebieden zullen elkaar veelal overlappen. Het kan voorkomen dat de weg en wat daartoe behoort, voor zover in beheer bij de provincie, breder is dan vijf meter vanaf kant verharding. Het omgekeerde kan ook voorkomen. Aan het eerste gebied zijn diverse verboden gekoppeld en in dit gebied geldt in veel gevallen een vergunnings- of meldplicht. In het tweede gebied geldt alleen een algemeen verbod op uitvoering van activiteiten die het zicht op of vanaf de provinciale weg belemmeren. Met het beperkingengebied zicht op de weg wordt beoogd om het vrije zicht op de weg te waarborgen, ook in die gevallen waarin de provincie maar een smalle berm in beheer heeft.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor provinciale vaarwegen geldt een beperkingengebied: de
vaarweg, inclusief een zone van tien meter landinwaarts, horizontaal gemeten
vanaf de oeverlijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de goede orde wordt opgemerkt dat de geometrische
begrenzing op de kaart bepalend is voor de werkingssfeer van de activiteiten.
De hiervoor vermelde omschrijvingen van de beperkingengebieden zijn gehanteerd
bij het intekenen van de begrenzing. Lokale omstandigheden of het belang van de veiligheid en vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en het belang van de doelmatige en veilige werking van provinciale vaarwegen kunnen in uitzonderingsgevallen aanleiding geven om af te wijken van de afstand van tien meter landinwaarts, horizontaal gemeten vanaf de oeverlijn, die geldt voor het intekenen van de geometrische begrenzing het beperkingengebied provinciale vaarwegen. Lokale omstandigheden of het belang van de vrije zicht op de weg kunnen in uitzonderingsgevallen aanleiding geven om af te wijken van de afstand van vijf meter vanaf kant verharding die geldt voor het intekenen van de geometrische begrenzing van het beperkingengebied provinciale vaarweg. Met de afwijking wordt bedoeld dat de zone in uitzonderingsgevallen breder kan worden gemaakt op de kaart waar dit nodig is, of minder breed gemaakt wanneer de bovengenoemde belangen niet in het geding komen. De geometrische begrenzing op de kaart is te allen tijde bepalend voor de werkingssfeer van de activiteiten. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_42" wId="pv23_80__artrecital__content_42">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.59</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(oogmerken regels mobiliteit)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De regels in dit artikel strekken ter bescherming van de provinciale wegen en vaarwegen tegen fysieke inbreuken en ter verzekering van een veilig en doelmatig gebruik daarvan. Hiertoe hoort ook het belang van onderhoud en het belang dat verkeersdeelnemers niet afgeleid of gehinderd worden door objecten die langs provinciale wegen of vaarwegen geplaatst worden. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_43" wId="pv23_80__artrecital__content_43">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.60</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(specifieke zorgplichten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De zorgplicht in dit artikel operationaliseert de belangen die zijn neergelegd in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59">Artikel 3.59</tekst:IntRef> naar een algemene gedragsnorm voor de activiteiten die worden verricht in, op op langs provinciale (vaar)wegen of die er van af liggen. Het artikel is een vangnetbepaling voor die gevallen waarin in deze afdeling niet is voorzien. Het is vooral van belang voor activiteiten of gevolgen daarvan die onmiskenbaar in strijd zijn met de zorgplicht, maar niet zijn gereguleerd. Hierbij kan worden gedacht aan digiborden die afleidend zijn voor weggebruikers of hinder veroorzaken. Dit artikel stelt het bevoegd gezag in de gelegenheid een initiatiefnemer aan te spreken op zijn verantwoordelijkheid, en om, zo nodig, handhavend op te treden. De zorgplicht houdt ook in dat de redelijkerwijs benodigde maatregelen op eigen kosten worden genomen ter voorkoming van schade aan provinciale eigendommen en eventuele schades worden op eigen kosten hersteld.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_44" wId="pv23_80__artrecital__content_44">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.61</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(vergunningvoorschriften en maatwerkvoorschriften regels mobiliteit)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Als waarborging van de oogmerken in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59">Artikel 3.59</tekst:IntRef> dit vergt, kunnen Gedeputeerde Staten maatwerkvoorschriften stellen. Met een maatwerkvoorschrift kan ook afgeweken worden van de regels in deze afdeling. Een besluit tot maatwerkvoorschrift is een beschikking die vatbaar is voor bezwaar en beroep.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Maatwerk kan ook geleverd worden
door aanvullend op de regels in deze afdeling voorschriften te verbinden aan de
omgevingsvergunning. Daarmee kan ook worden afgeweken van de regels die bij of krachtens deze afdeling zijn gesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een vergunning die is verleend uit
hoofde van deze afdeling kan worden ingetrokken:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- als de vergunninghouder in strijd handelt met de vergunning (18.10 lid 1 Omgevingswet);</tekst:Al>
		<tekst:Al>- als de vergunning is gegeven op basis van een onjuiste of onvolledige opgave van gegevens (18.10 lid 3, onder a Omgevingswet);</tekst:Al>
		<tekst:Al>- als gedurende een jaar of een in de vergunning bepaalde langere termijn geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning (5.40 lid 2, onder b Omgevingswet) ;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- als geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning (5.40 lid 2, onder b Omgevingswet);</tekst:Al>
		<tekst:Al>- op verzoek van de vergunninghouder (5.40 lid 2, onder c Omgevingswet);</tekst:Al>
		<tekst:Al>- in gevallen of op gronden die in de omgevingsverordening in lid 4 van dit artikel zijn bepaald.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gewijzigde omstandigheden kunnen bestaan uit een wijziging van de feitelijke situatie ter plaatse. Bijvoorbeeld een verhoging van de maximum snelheid of een structureel hogere verkeersintensiteit. Gewijzigde omstandigheden kunnen ook bestaan uit een gewijzigd beleidsinzicht. Of de gewijzigde omstandigheden intrekking van de vergunning rechtvaardigen moet bepaald worden op basis van een belangenafweging. Daarbij moeten de belangen genoemd in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.59">Artikel 3.59</tekst:IntRef>, worden afgewogen tegenover de
belangen van de vergunninghouder. Het kan zijn dat intrekking van de vergunning
niet te rechtvaardigen is zonder het aanbieden van schadevergoeding of het
aanbieden van een nieuwe, aangepaste vergunning. Een dergelijk aanbod kan
worden betrokken in de belangenafweging.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel 5.40 lid 1, onder c van de Omgevingswet bepaalt
dat de Omgevingsverordening gevallen of gronden kan noemen waarin Gedeputeerde Staten vergunningsvoorschriften kunnen wijzigen. Op grond van deze bepaling is
lid 5 toegevoegd. Wat hierboven is opgemerkt over gewijzigde omstandigheden en
belangafweging, is ook hier van toepassing.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_45" wId="pv23_80__artrecital__content_45">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.62</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(algemene regels beperkingengebied provinciale wegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel stelt algemene regels om een
doelmatige en veilige werking van provinciale wegen te waarborgen. Deze regels
gelden alleen binnen het beperkingengebied van de weg. In het tweede lid van dit artikel is een beheer- en onderhoudsplicht opgenomen voor het werk dat in een beperkingengebied provinciale wegen is gerealiseerd, incl. borden, aanduidingen en kabels of leidingen. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_46" wId="pv23_80__artrecital__content_46">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.63</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(algemene regels beperkingengebied zicht op weg)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel stelt algemene regels om het vrije
zicht te waarborgen en om hinder van weggebruikers door beplanting te
voorkomen. Deze regels gelden alleen binnen het beperkingengebied zicht op de weg.
Dit beperkingengebied kan zich ook uitstrekken tot gronden die niet in het
beheer zijn van de provincie. Daarom wordt volstaan met algemene regels en wordt
er geen vergunnings- of meldplicht aan gekoppeld.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_47" wId="pv23_80__artrecital__content_47">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.64</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(uitvoeringsregels bij activiteiten in beperkingengebied provinciale wegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Belangrijk is dat aanwijzingen van een provinciaal toezichthouder te allen tijde worden nageleefd, zodat de veiligheid van het verkeer op de provinciale weg geborgd is. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Veiligheid op en aan de weg staat voorop in het provinciaal beleid. Voor aanvang van werkzaamheden dienen daarom veiligheidsnormen in acht te worden genomen. Daarvoor zijn richtlijnen van de CROW beschikbaar (publicatie 96b "Maatregelen bij werken in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom"). Ook kunnen voor of tijdens de werkzaamheden aanvullende of andere verkeerstekens nodig zijn, en dient bij werkzaamheden langs de weg veiligheidskleding te worden gedragen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>CROW-publicaties zijn niet gratis verkrijgbaar. Aannemers in de wegenbouw beschikken doorgaans wel over een licentie. De provinciaal toezichthouder of rayoninspecteur heeft toegang tot de relevante CROW-publicaties en kan adviseren over de te nemen verkeers- en veiligheidsmaatregelen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_48" wId="pv23_80__artrecital__content_48">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.65</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(algemene regels beperkingengebied provinciale vaarwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel stelt algemene regels om de doelmatige en veilige werking van provinciale vaarwegen te waarborgen. In dit artikel zijn verboden opgenomen, zoveel mogelijk in de vorm van doelvoorschriften. Zo is het verboden het voor het scheepvaartverkeer noodzakelijke uitzicht op en bij scheepvaartwegen te belemmeren. Ook is het verboden om de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer op de scheepvaartweg in gevaar te brengen. In het tweede lid van dit artikel is een beheer- en onderhoudsplicht opgenomen voor het werk dat in een beperkingengebied provinciale vaarwegen is gerealiseerd, inclusief. borden en kabels of leidingen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_49" wId="pv23_80__artrecital__content_49">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.66</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(verhaalplicht schepen bij onderhoud)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel vormt een aanvulling op de nautische
regel van het Binnenvaartpolitiereglement over de verhaalplicht van schepen die
afgemeerd zijn op plaatsen waar andere schepen moeten worden geladen of gelost.
Deze plicht om van plaats te veranderen wordt in dit artikel ook opgelegd aan schepen wanneer
onderhoudswerkzaamheden aan de vaarweg moeten worden uitgevoerd.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_50" wId="pv23_80__artrecital__content_50">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.67</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(algemene regels bescherming bomen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel heeft als doel bomen die staan langs de provinciale weg of vaarweg te beschermen tegen een beschadiging als gevolg van activiteiten die worden verricht in een beperkingengebied provinciale wegen, een beperkingengebied zicht op de wegen of een beperkingengebied provinciale vaarwegen. Het artikel is van toepassing zowel op solitaire bomen als op bomen die onderdeel uitmaken van een rijbeplanting of een beplantingsvak. Bomen die beschadigd worden vormen gevaar voor de veiligheid van het (scheepvaart)verkeer en voorbijgangers. Hierbij wordt de bomenposter Werken rond bomen gehanteerd dat gerealiseerd is door de Norminstituut Bomen samen met relevante marktpartijen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_51" wId="pv23_80__artrecital__content_51">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.68</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(algemene regels voor het plaatsen van aanduidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De regels in dit artikel gelden voor
alle aanduidingen, ongeacht of hiervoor een vergunningplicht geldt. Daarom zijn
deze regels in deze paragraaf met algemene regels opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het plaatsen van een aanduiding
gebeurt op verzoek van een aanvrager of melder. Omdat we er vanuit gaan dat
hier geen provinciale taak in het geding is, zijn de kosten voor de
aanschaffing, plaatsing, onderhoud en verwijdering daarom voor rekening van die
aanvrager of melder.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Belangrijk is dat er altijd voorafgaand overleg is met een provinciaal toezichthouder, voordat tot activiteiten in beperkingengebied provinciale weg wordt overgegaan. Dat is nodig voor de veiligheid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Veiligheid op en aan de weg staat voorop in het provinciaal
beleid. Voor het begin van werkzaamheden dienen daarom veiligheidsnormen in
acht te worden genomen. Daarvoor zijn richtlijnen 96b van de CROW 'werk in uitvoering' beschikbaar. Ook kunnen voor of
tijdens de werkzaamheden aanvullende of andere verkeerstekens nodig zijn, en
dient bij werkzaamheden langs de weg veiligheidskleding te worden gedragen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>CROW-publicaties zijn niet gratis verkrijgbaar. Aannemers in de wegenbouw beschikken doorgaans wel over een licentie. De provinciale toezichthouder of rayoninspecteur heeft toegang tot relevante CROW-publicaties en kan adviseren over verkeers- en veiligheidsmaatregelen die genomen kunnen worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In sommige situaties kan het noodzakelijk zijn aanduidingen tijdelijk te verplaatsen of verwijderen. Bij verplaatsing van een aanduiding streeft de provincie naar een aan de oorspronkelijke locatie gelijkwaardige locatie in de onmiddellijke nabijheid van de oorspronkelijke locatie. De provincie bepaalt in overleg met de rechthebbende de meest geschikte locatie voor de aanduiding. In het geval dat de oorspronkelijke locatie is vastgelegd in een besluit, wordt de gewijzigde locatie vastgelegd in een nieuw besluit. Hiertegen kan bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_52" wId="pv23_80__artrecital__content_52">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.69</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(geldigheidstermijn omgevingsvergunning aanduidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Gedeputeerde Staten kunnen beslissen dat een stilzwijgende verlenging van de omgevingsvergunning niet meer wenselijk is onder andere wanneer het beleid wijzigt of een verandering van inzichten of omstandigheden dit noodzakelijk maakt. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_53" wId="pv23_80__artrecital__content_53">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.70</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(verval van rechtswege omgevingsvergunning aanduidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De omgevingsvergunning voor een aanduiding vervalt in gevallen die zijn opgesomd in dit artikel zonder dat Gedeputeerde Staten daarvoor een besluit hoeven te nemen. Tegen het vervallen van de omgevingsvergunning staat geen rechtsbescherming open. Wel is het mogelijk opnieuw een omgevingsvergunning aan te vragen. De noodzaak voor een aanduiding houdt op te bestaan, als het object waarnaar de aanduiding verwijst, ophoudt te bestaan. Bijvoorbeeld als gevolg van een bedrijfsbe&#235;indiging of een locatiewijziging. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_54" wId="pv23_80__artrecital__content_54">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.71</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(algemene regels uitwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit artikel is geregeld dat de vergunninghouder de uitweg en werken die daarvoor nodig zijn, zoals een duiker, voor eigen kosten aanlegt en onderhoudt. De vergunninghouder maakt de duiker schoon om te voorkomen dat die verstopt raakt. Tot het beheer en onderhoud hoort ook het herstel van bermen, werken en taluds binnen &#233;&#233;n jaar na de werkzaamheden aan de uitweg, behalve als de schade door de wegbeheerder is veroorzaakt.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_55" wId="pv23_80__artrecital__content_55">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.72</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(algemene regels kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit artikel zijn algemene regels opgenomen die gelden voor alle werkzaamheden met betrekking tot kabels en leidingen. Werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen veroorzaken met enige regelmaat schade aan provinciale eigendommen. Verzakkingen die optreden als gevolg van aanleggen van kabels en leidingen of andere werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen ontstaan echter vaak pas na een jaar. Een verzakking kan bijvoorbeeld optreden doordat de grond waarin is gegraven, niet goed verdicht is of wanneer te dichtbij de verharding is gegraven. Wanneer aannemelijk is dat de verzakking of een beschadiging veroorzaakt is door de activiteit ten behoeve van kabels en leidingen, worden de kosten verhaald op de rechthebbende van de kabel of leiding.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met werken ten behoeve van kabels of leidingen als bedoeld in het tweede lid worden bijvoorbeeld afsluiters, handholes, kasten of markeringspaaltjes bedoeld.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_56" wId="pv23_80__artrecital__content_56">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.73</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(voorschouw, nulmeting en naschouw)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een nulmeting wordt in de regel uitgevoerd door de aanvrager. Er wordt gekeken wat de huidige situatie is en na de werkzaamheden wordt er een tweede meting uitgevoerd om te kijken of de werkzaamheden een wijziging hebben opgeleverd. Een nulmeting wordt vaak uitgevoerd bij werkzaamheden waarbij de diepte van de vaarweg kan veranderen of bij werkzaamheden aan het asfalt dat nog in de garantie valt. Bij een voorschouw gaat een provinciaal toezichthouder samen met de aanvrager ter plaatse om te kijken hoe ze de werkzaamheden willen uitvoeren en of het allemaal mogelijk is op die locatie. Naar aanleiding van de voorschouw veranderen de plannen nog wel eens en wordt een nieuwe werktekening ingediend. Een naschouw wordt vaak uitgevoerd door de provinciaal toezichthouder zelf.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_57" wId="pv23_80__artrecital__content_57">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.74</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(ontgraving kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Kabels of leidingen worden langs de provinciale weg of vaarweg vaak aangelegd door middel van een open ontgraving. Ook bij persingen wordt grond ontgraven, voor de pers- en ontvangstkuip. Dit artikel bevat de eisen die gelden in geval van een ontgraving. De ontgraving wordt zo klein mogelijk gehouden en zo snel mogelijk weer gedicht. Het opbreken van gesloten verhardingen is in principe niet toegestaan. Een gesloten verharding is een soort wegdek dat is opgebouwd uit materiaal dat na het aanbrengen een solide geheel vormt. Gesloten verhardingen zijn bijvoorbeeld gemaakt van asfalt of beton. Ook eventuele klinker- en tegenverhardingen worden door het aanbrengen van een menggranulaat fundering aangemerkt als een gesloten verharding. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen Gedeputeerde Staten instemmen met het opbreken van de asfaltverharding in geval van fietspaden wanneer het asfalt langer dan 5 jaar ligt. De verharding wordt vervolgens door of in opdracht van Gedeputeerde Staten hersteld op kosten van de netbeheerder. Voor het opbreken van een betonnen verharding wordt in de regel nooit een toestemming verleend, omdat deze verharding erg lastig is om te herstellen en dan niet meer goed vlak is. Dit heeft gevolgen voor de verkeersveiligheid en fietscomfort.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_58" wId="pv23_80__artrecital__content_58">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.75</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(ontgraving bescherming groenvoorziening)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor het goede verloop van de werkzaamheden en het dichtmaken van de sleuf is het noodzakelijk voorafgaand de werkzaamheden het gras dat langer is dan 10 centimeter te maaien. Met het oog op de bescherming van de ecologische waarden en natuur in de bermen worden in dit artikel eisen gesteld over het al dan niet terugplaatsen van graszoden en het inzaaien met een voorgeschreven kruidenmengsel.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_59" wId="pv23_80__artrecital__content_59">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.76</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(gestuurd boren en persen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het artikel schrijft onder andere voor dat de geldende NEN-normen moeten worden nageleefd. NEN 3650 bevat eisen voor buisleidingsystemen en NEN-3651 bevat aanvullende eisen voor buisleidingen in of nabij belangrijke waterstaatswerken. Dit artikel bevat ook regels die ertoe dienen om de veiligheid op de provinciale weg en vaarweg te verzekeren.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_60" wId="pv23_80__artrecital__content_60">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.77</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(kunstwerken)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De laatste versie van de Richtlijn boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen dateert van juni 2019. De richtlijn is digitaal beschikbaar op de website van Rijkswaterstaat: www.rws.nl. Om de veilige afstand van een kunstwerk te kunnen berekenen, moet u weten waar het kunstwerk op gefundeerd is. Het kunstwerk kan bijvoorbeeld gefundeerd zijn op palen of op staal. Ook kan het relevant zijn om te weten of het kunstwerk een folieconstructie heeft. Dit is vaak het geval bij tunnels en aquaducten. Deze informatie kunt u opvragen bij de provincie.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_61" wId="pv23_80__artrecital__content_61">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.78</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(buiten bedrijf gestelde kabels of leidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het is van groot belang dat buiten bedrijf gestelde kabels of leidingen worden verwijderd, omdat de ruimte in de ondergrond schaars is. Wanneer de weg- of vaarwegbeheerder geconfronteerd wordt met weesleidingen, is het vaak onmogelijk of erg moeilijk te achterhalen wie de eigenaar is van de betreffende kabel of leiding. Dit levert hinder op tijdens de (vaar)wegwerkzaamheden. Sommige wetten, zoals de Telecommunicatiewet, bevatten bepalingen over het uitruimen van kabels of leidingen. In dit artikel is geregeld dat buiten bedrijf gestelde kabels of leidingen in de regel verwijderd moeten worden, maar hiervan kan in uitzonderingssituaties tijdelijk worden afgeweken. Wanneer de weg later open ligt in het kader van een reconstructie, kan de buiten bedrijf gestelde kabel of leiding door of in opdracht van Gedeputeerde Staten weggehaald worden op kosten van de rechthebbende op de kabel. De rechthebbende op de kabel of leiding wordt in de gelegenheid gesteld om de kabel of leiding zelf weg te halen. De kosten van uitruimen zijn altijd voor rekening van de netbeheerder. Bij een gezamenlijke ligging kunnen netbeheerders de kosten onderling verdelen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_62" wId="pv23_80__artrecital__content_62">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.79</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(vergunningplicht activiteiten in beperkingengebied provinciale wegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel schrijft voor wanneer een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot de weg is vereist (artikel 5.1, lid 2, onder f, onder 1 Omgevingswet). Deze situaties worden beschreven in lid 1 onder a tot en met d. Er zijn twee soorten activiteiten waarvoor geen vergunningplicht geldt:</tekst:Al>
		<tekst:Al>1. voor activiteiten binnen het beperkingengebied weg die niet onder lid 1 vallen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>2. voor activiteiten die w&#233;l onder lid 1 vallen, maar waarvoor in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4">Paragraaf 3.8.4</tekst:IntRef> een meldplicht is ingesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Beide soorten activiteiten kunnen nog wel vallen onder de bepalingen in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1">Paragraaf 3.8.1</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2">Paragraaf 3.8.2</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Lid 2 beschrijft een aantal activiteiten die in ieder geval onder lid 1 vallen. Hiervoor zijn in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3">Paragraaf 3.8.3</tekst:IntRef> beoordelingsregels geformuleerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voorbeelden van een activiteit waarbij de vorm, de loop, de constructie of het profiel van de provinciale weg verandert zoals bedoeld in het eerste lid onder a, zijn het realiseren van een aansluiting op de provinciale weg, een rotonde of een fietsoversteek.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het houden van een evenement op de weg is een activiteit waarbij de weg wordt gebruikt in strijd met het doel daarvan (eerste lid onder f).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het houden van evenementen op de weg wordt gezien als een activiteit in de fysieke leefomgeving. Het gebruik van de weg voor het evenement kan leiden tot schade aan de weg. Voor het houden van een evenement moet daarom een omgevingsvergunning worden aangevraagd.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_63" wId="pv23_80__artrecital__content_63">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.80</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(weigeringsgronden omgevingsvergunning)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In gevallen die opgesomd zijn in dit artikel kunnen Gedeputeerde Staten weigeren een omgevingsvergunning te verlenen om een doelmatige en veilige werking van provinciale wegen en vaarwegen te waarborgen. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_64" wId="pv23_80__artrecital__content_64">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.81</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanduiding van een toeristisch object)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De termen aanduiding en object zijn gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Toeristische objecten kunnen toeristisch-recreatief of toeristisch-economisch van aard zijn. Voorbeelden van toeristische objecten zijn natuurgebieden, strand- en recreatiegebieden, sportterreinen en -complexen, pretparken, dierentuinen, congres- en beurscentra, musea en horecagelegenheden. </tekst:Al>
		<tekst:Al>De bewegwijzering moet zodanig ingericht worden dat de totale hoeveelheid te vermelden bestemmingen zo beperkt mogelijk blijft. Het is de taak van exploitanten van met name commerci&#235;le objecten om hun klanten zelf te informeren over hun bereikbaarheid, bijvoorbeeld door de objecten zo veel mogelijk te koppelen aan geografische begrippen of genummerde routes. Daarnaast dienen weggebruikers zich met behulp van kaarten en/of routeplanners voor te bereiden op hun rit. Om voor een omgevingsvergunning in aanmerking te komen, moeten de objecten buiten de bebouwde kom zijn gelegen, voor een aaneengesloten periode van 6 maanden minimaal vier dagen per week geopend zijn en voornamelijk bezoekers van buiten de gemeente aantrekken. Dit wordt &#x2018;bovenlokaal belang&#x2019; genoemd. De meeste bezoekers zijn dan niet of onvoldoende bekend met de lokale infrastructuur. Om zoekend verkeer te voorkomen en de bereikbaarheid te verbeteren, komen deze objecten voor een aanduiding aan de provinciale weg in aanmerking. In navolging van de CROW Richtlijn bewegwijzering 2014 wordt onderscheid gemaakt naar type provinciale weg. De drempels waaraan voldaan moet worden met betrekking tot het aantal bezoekers per jaar of een aantal parkeerplaatsen vormen een aanvullend toetsingskader op de vereiste van bovenlokaal belang. De jaren waarin sprake was van de pandemie COVID-19 mogen hierbij buiten beschouwing worden gelaten. De drempels genoemd in de Regeling zijn verlaagd voor gebiedsontsluitingswegen ten opzichte van de CROW-richtlijn, omdat toepassing van de CROW-drempels onevenredig zou zijn in Overijsselse context. Voor stroomwegen zijn de drempels niet verlaagd. Dit heeft te maken met het risicoprofiel van stroomwegen, beperkte ruimte voor toeristische aanduidingen en voldoende geografische bewegwijzering voor navigatie en ori&#235;ntatie. Daarnaast geldt dat een aanduiding van een toeristisch object niet wordt toegestaan zolang op basis van de geografische bewegwijzering gereden kan worden naar een geografische bestemming waar het object is gelegen of waarmee het object geassocieerd kan worden. Hiermee worden de blauwe plaats- of gebiedsnaamborden bedoeld die eerder door de ANWB en tegenwoordig door de Nationale Bewegwijzeringsdienst zijn geplaatst en geco&#246;rdineerd. Pas op het punt waar de meest logische en veilige route naar het object hiervan gaat afwijken, kan een aanduiding worden geplaatst. Het is aan de aanvrager om te onderbouwen waarom de algemene geografische bewegwijzering niet afdoende is en een aanduiding op de provinciale weg tot een logische en veilige route naar het eindpunt leidt. Op bovenstaand uitgangspunt gelden drie uitzonderingen. Gedeputeerde Staten kunnen omgevingsvergunning verlenen als een aanduiding noodzakelijk is in verband met de verkeersveiligheid of als het verkeer bewust volgens een bepaalde route geleid moet worden om bijvoorbeeld woonwijken te ontzien. Hierbij wordt gekeken naar de meest logische aanrijroute. De derde uitzondering ziet op het continu&#239;teitsbeginsel. Dit beginsel houdt in dat de verwijzing naar het object wordt voortgezet langs wegen van lagere orde totdat het desbetreffende doel is bereikt, of totdat de verwijzing niet meer noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat aangesloten wordt op een parkeerverwijssysteem. Gedeputeerde Staten kunnen een omgevingsvergunning verlenen ter voortzetting van aanduidingen die op rijkswegen worden geplaatst. De aanvrager dient te onderbouwen waarom een beroep op een van deze uitzonderingsgevallen gerechtvaardigd is. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_65" wId="pv23_80__artrecital__content_65">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.82</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beperking van het aantal aanduidingen naar toeristische objecten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In verband met de verkeersveiligheid op de weg, waarbij met name de perceptieve beperkingen van de weggebruiker, de leesbaarheid van bebording bij een bepaalde snelheid en een mogelijke zichtbeperking een rol spelen, worden per punt en op gebiedsontsluitingswegen ook per richting maximale aantallen van de te plaatsen aanduidingen naar toeristische objecten aangegeven. Op stroomwegen is het aantal aanduidingen per richting niet relevant, omdat aanduidingen altijd op &#233;&#233;n plek voorafgaand aan de afslag worden geplaatst. Met deze aantallen wordt aangesloten bij de CROW Richtlijn bewegwijzering 2014. Als het maximale aantal aanduidingen naar toeristische objecten wordt bereikt, wordt eerst de mogelijkheid onderzocht een generiek bord te plaatsen waarmee het aantal aanduidingen verlaagd wordt. Als deze oplossing niet mogelijk of geschikt is, toetsen Gedeputeerde Staten welke aanduidingen vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid het meest noodzakelijk zijn. De grootte van het object, die bepaald wordt aan de hand van het jaarlijkse aantal bezoekers of het aantal parkeerplaatsen, en de daarmee samenhangende verkeersaantrekkende werking spelen hierin een belangrijke rol. Ook wordt de afstand van het toeristische object tot de provinciale weg betrokken bij het bepalen van de mate van verkeersveiligheid. Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van deze beperking als de plaatselijke omstandigheden hiertoe aanleiding geven of als de beperking naar het oordeel van Gedeputeerde Staten tot onevenredige gevolgen zou leiden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de veiligheid en doorstroming van het verkeer op de weg niet in gevaar wordt gebracht en het beheer en onderhoud van de weg niet wordt belemmerd. Als gevolg van plaatselijke omstandigheden kunnen Gedeputeerde Staten beslissen minder borden toe te staan, bijvoorbeeld wanneer de bermen erg smal zijn, of juist meer borden toe te staan. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_66" wId="pv23_80__artrecital__content_66">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.83</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(plaatsing van een generiek bord)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Ter voorkoming van een situatie waarbij er veel aanduidingen op korte afstand van elkaar worden geplaatst, kunnen Gedeputeerde Staten een generiek bord plaatsen wanneer het maximaal toegestane aantal aanduidingen is bereikt of dit noodzakelijk is in het belang van de verkeersveiligheid. In de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de CROW Richtlijn bewegwijzering 2014. Dit is een ultimum remedium als er geen andere oplossing mogelijk is. Met het plaatsen van een generiek bord worden aanduidingen naar toeristische objecten met dezelfde of vergelijkbare bestemming vervangen. Voorafgaand het plaatsen van een generiek bord worden de betreffende omgevingsvergunningen ingetrokken. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_67" wId="pv23_80__artrecital__content_67">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.84</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanduiding van een toeristisch overstappunt)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Toeristische overstappunten (TOP) hebben een belangrijke maatschappelijke functie en trekken in belangrijke mate bezoekers van buiten de gemeente aan. Omdat toeristische overstappunten geen adres hebben, zijn aanduidingen vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid wenselijk om zoekend verkeer te voorkomen. In deze bepaling worden minimale eisen gesteld waaraan TOP&#x2019;s moeten voldoen om voor een omgevingsvergunning in aanmerking te komen. De bepaling laat ruimte toe om volgens het nader te bepalen beleid een aanvraag voor een omgevingsvergunning af te wijzen. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_68" wId="pv23_80__artrecital__content_68">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.85</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanduiding van een verzorgingsplaats)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De termen aanduiding en verzorgingsplaats zijn gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie bezit en beheert enkele parkeerplaatsen als verzorgingsplaats voor de weggebruiker. Daarvoor geldt op grond van <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.1__art_3.57__para_2">Artikel 3.57, tweede lid</tekst:IntRef> geen vergunningsplicht, omdat de provincie wegbeheerder is. In dit artikel gaat het echter om verzorgingsplaatsen van derden zoals een benzinepompstation of een wegrestaurant. Ook hier gelden de normen zoals opgenomen in de richtlijn CROW 322 (Richtlijn bewegwijzering).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De verwijzing geschiedt door middel van pictogrammen in de bewegwijzering. De voorwaarden die de CROW Richtlijn bewegwijzering 2014 stelt aan verschillende typen wegen zijn hierin overgenomen. Verzorgingsplaatsen die zijn gelegen langs erftoegangswegen worden niet aangeduid. De vereiste dat de voorziening veilig bereikbaar is, kan onder meer inhouden dat een bedrijf slechts vanuit een richting of voor bepaalde categorie&#235;n motorvoertuigen wordt aangeduid. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_69" wId="pv23_80__artrecital__content_69">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.86</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels informatiepanelen van gemeenten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De term informatiepaneel is gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een gemeente kan een aanvraag doen
voor het plaatsen van zogenaamde informatiepanelen, waarop het gemeentelijk
stratenbeeld is weergegeven en de belangrijkste voorzieningen zijn aangeduid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op het uitgangspunt dat geen omgevingsvergunning wordt verleend voor reclame geldt een uitzondering waar het gaat om gemeentelijke informatiepanelen. Daarbij is het beleid dat het plaatsen van reclame op de achterzijde niet is toegestaan, maar dat aan de voorzijde een reclame tot maximaal 40% van de oppervlakte is toegestaan. De vermelding van de gemeentenaam valt hier niet onder. De reden hiervan is dat deze reclame de gemeenten in staat stelt om de plaatsing en het onderhoud van deze borden voor publieksinformatie te financieren. Er is op dit moment vanuit het perspectief van de verkeersveiligheid geen aanleiding om het beleid op dit punt te wijzigen. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het plaatsen van deze
informatiepanelen gaat vaak samen met het aanleggen van parkeergelegenheid en
soms het aanleggen van kabels voor stroomvoorziening. Hiervoor is goed overleg
met de wegbeheerder noodzakelijk. Alleen gemeenten kunnen hiervoor een aanvraag
indienen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_70" wId="pv23_80__artrecital__content_70">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.87</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels tijdelijke bewegwijzering)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Tijdelijke bewegwijzering kan wenselijk zijn om bouwverkeer via de minst bezwaarlijke route van en naar een bouwterrein te laten rijden. Hetzelfde geldt voor het verkeer van en naar een druk bezocht evenement. De duur van de omgevingsvergunning is afhankelijk van de duur van de bouwactiviteiten dan wel het evenement. Bij een evenement kan de duur van de opbouw en afbraak van het evenement in de omgevingsvergunning worden meegenomen. Ook onvoorziene omstandigheden kunnen aanleiding geven bewegwijzering te plaatsen naar tijdelijke voorzieningen, zoals de teststraten tijdens de pandemie COVID-19. Het gaat dan om een noodvoorziening met een tijdelijk karakter. Een tijdelijke omgevingsvergunning wordt voor maximaal twee jaar verleend. Van deze termijn kan door middel van maatwerkvoorschriften worden afgeweken. Een aanduiding die wordt geplaatst op grond van een tijdelijke omgevingsvergunning, wordt meestal vormgegeven als een onverlicht rechthoekig bord met een gele achtergrond en een zwarte rand en letters. In sommige situaties kan een andere vormgeving geschikter zijn. Dit wordt bepaald in overleg met een rayoninspecteur. Hierbij valt te denken aan een wedstrijd of een wegevenement, zoals een fietsvierdaagse, fietstourtochten, wandeltochten e.d. Het gaat dan ook uitsluitend om bebording voor de deelnemers aan het evenement. De deelnemers aan de desbetreffende evenementen zullen altijd gebruik maken van de parallelweg of het fietspad. In verband met verkeersveiligheid kan het wenselijk zijn om de route van het evenement te beborden. Hiervoor kan echter kleinere, voor de overige weggebruikers onopvallende bebording worden gebruikt. De borden worden meestal de dag voor aanvang van het evenement geplaatst en direct na afloop van het evenement verwijderd. Het betreft dan kleine routepijlen met alleen de naam van het evenement erop die bedoeld zijn voor de deelnemers aan het evenement. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_71" wId="pv23_80__artrecital__content_71">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.88</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels activiteitenborden van gemeenten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De term activiteitenborden is gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de verordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_72" wId="pv23_80__artrecital__content_72">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.89</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels uitwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Uit <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79">Artikel 3.79</tekst:IntRef> volgt dat een
uitweg niet aangelegd mag worden zonder omgevingsvergunning. In het onderhavige
artikel zijn situaties vermeld waarin een vergunning voor een uitweg in ieder
geval wordt geweigerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De uitweg mag de verkeersveiligheid
niet in gevaar brengen. Hierbij wordt rekening gehouden met:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_72__list_1" wId="pv23_80__artrecital__content_72__list_1">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_72__list_1__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_72__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>de zichtafstand;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_72__list_1__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_72__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>de afstand tot kruisingen,
splitsingen, bochten en verkeersregelinstallaties;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_72__list_1__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_72__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>de aanwezigheid van
verdrijvingsvakken, voorsorteervakken en opstelstroken;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_72__list_1__item_4" wId="pv23_80__artrecital__content_72__list_1__item_4">
		    <tekst:Al>de aanwezigheid van fysieke
belemmeringen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Ook voor het verwijderen van een
uitweg moet een omgevingsvergunning worden verkregen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_73" wId="pv23_80__artrecital__content_73">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.90</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(nadere beoordelingsregels uitwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Deze beoordelingsregels gelden aanvullend op de beoordelingsregels in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89">Artikel 3.89</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Vanwege verkeersveiligheid en doorstroming is het uitgangspunt dat er zo min mogelijk uitwegen worden gerealiseerd naar de provinciale weg. Dit artikel geeft daarom aanvullende regels wanneer een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt afgewezen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder sub a is tot uitdrukking gebracht dat aanleggen van een uitweg naar een provinciale weg alleen is toegestaan als het perceel niet op een andere wijze ontsloten kan worden. Dat ieder perceel recht heeft op een uitweg op de openbare weg betekent niet dat dit een directe uitweg op de openbare weg moet zijn. Toegang tot de openbare weg kan ook worden verkregen via een noodweg op een buurperceel. Bijvoorbeeld door middel van het medegebruik van een bestaande weg. Op grond van artikel 5.57 Burgerlijk Wetboek kan de eigenaar van een erf dat geen behoorlijke toegang heeft tot een openbare weg, van de eigenaars van de naburige erven altijd aanwijzing van een noodweg ten dienste van zijn erf vorderen. Is een eigen uitweg op de openbare weg de enige mogelijkheid om het perceel te ontsluiten, dan moet een omgevingsvergunning voor die uitweg worden verleend. In dat geval moet worden gekozen voor situering en vormgeving van de uitweg die voor de verkeersveiligheid en doorstroming het minst bezwaarlijk is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Of een omgevingsvergunning voor een uitweg verleend kan worden wordt beoordeeld op perceelniveau. In <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening is het begrip perceel gedefinieerd. Per functie wordt maximaal &#233;&#233;n uitweg toegestaan. De termen woninguitweg, uitweg landbouw en natuurbeheer en bedrijfsuitweg zijn gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening. Uit de definitie van die termen volgt dat rekening gehouden wordt met het rechtmatig gebruik van het perceel. Een uitweg landbouw en natuurbeheer is bedoeld voor de ontsluiting van zowel landbouwpercelen als natuurgebieden, maar ook voor de toegang tot waterstaatswerken. Hoewel dit verschillende functies zijn, worden aan deze uitwegen in praktijk dezelfde eisen gesteld. Daarom zijn ze ondergebracht in &#233;&#233;n categorie. Bij landbouwuitweg gaat het om een uitweg van een landbouwperceel dat bij of krachtens de Omgevingswet de functie heeft om te worden gebruikt voor het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. Hieronder valt niet een perceel waarop een agrarisch bedrijf is gevestigd. Een ge&#239;soleerde stal of opslagschuur kan wel onderdeel uitmaken van een landbouwperceel. Een uitweg bij een agrarisch bedrijf valt onder de definitie bedrijfsuitweg. Een perceel met een bedrijfsmatige functie kan ook worden gebruikt door een agrarisch bedrijf. De bedrijfsuitweg ontsluit dan niet de landbouwgrond, maar de bedrijfsgebouwen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_74" wId="pv23_80__artrecital__content_74">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.91</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen uitvoering uitwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De term Standaardtekening uitwegen is gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de
verordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_75" wId="pv23_80__artrecital__content_75">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.92</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels tijdelijke uitwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor tijdelijke uitwegen gelden niet de aanlegeisen bedoeld in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.91">Artikel 3.91</tekst:IntRef>. Bij bepaling van de wijze waarop de tijdelijke uitweg wordt aangelegd zijn de belangen genoemd in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.89">Artikel 3.89</tekst:IntRef> leidend.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_76" wId="pv23_80__artrecital__content_76">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.93</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(zaaksgebonden karakter omgevingsvergunning uitwegen en aanduidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Artikel 5.37 Omgevingswet bepaalt dat een omgevingsvergunning geldt voor degene die de activiteit verricht waarop zij betrekking heeft. Uit de memorie van toelichting blijkt dat onder degene die de activiteit verricht, moet worden verstaan de opdrachtgever voor de uitvoering van de activiteit. Dit kan een andere persoon zijn dan de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ter ontsluiting waarvan de uitweg wordt aangelegd (bijvoorbeeld een projectontwikkelaar). Als de uitweg eenmaal is aangelegd of gewijzigd, heeft artikel 5.37 Omgevingswet geen werking meer. In de vergunning kunnen echter voorschriften zijn opgenomen die blijven gelden na aanleg van de uitweg. Dit artikel regelt, in aanvulling op de regeling in artikel 5.37 Omgevingswet, dat de omgevingsvergunning steeds overgaat op de eigenaar van of zakelijk gerechtigde op het perceel dat door de uitweg wordt ontsloten of op rechtsopvolgers van de vergunninghouder of rechthebbenden op het object waar de aanduiding naar verwijst. Als het aangeduide object overgaat op een andere eigenaar of exploitant, wordt deze geacht ook de omgevingsvergunning te hebben overgenomen. De omgevingsvergunning is in beginsel onbeperkt geldig. Wanneer de uitweg of het gebruik daarvan wijzigt kan hierdoor een afwijking ontstaan van de gegevens die bij de vergunningaanvraag zijn verstrekt. In dat geval moet een wijziging van de omgevingsvergunning worden aangevraagd. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_77" wId="pv23_80__artrecital__content_77">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.94</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels evenementen op de weg)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Bij de beslissing over het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning dienen verschillende belangen tegen elkaar afgewogen te worden. De toetsingsgronden onder a. en b. zijn harde voorwaarden. Alleen als daaraan wordt voldaan, is er ruimte voor de afweging of de belangen die met het evenement zijn gemoeid, opwegen tegen de hinder die het evenement veroorzaakt voor het reguliere verkeer. Bij deze beoordeling wordt in ieder geval betrokken het verwachte aantal bezoekers en deelnemers en het effect daarvan op het verkeer, de toename van de verkeersdruk als gevolg van het evenement, de tijdsduur dat de doorstroming van het verkeer wordt belemmerd, de hoeveelheid verkeer dat wordt gehinderd, de extra reistijd voor het verkeer, de hinder door de druk die het evenement legt op de parkeercapaciteit op of bij de weg. Bij de beoordeling of de afsluiting of stremming van de provinciale weg noodzakelijk is voor het evenement en onvermijdelijk is, wordt in ieder geval betrokken welke alternatieven zijn onderzocht om de stremming of afsluiting te voorkomen en waarom deze niet toereikend zijn.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_78" wId="pv23_80__artrecital__content_78">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.95</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(meldplicht speciale aanduidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De term speciale aanduidingen is gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de omgevingsverordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de speciale aanduidingen die zijn opgenomen in dit artikel geldt een meldplicht. Op grond van <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_2">Artikel 3.79, tweede lid</tekst:IntRef> is dan geen omgevingsvergunning vereist. Voor andere speciale aanduidingen geldt wel een vergunningsplicht. In <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.2__subsec_3.8.2.4__art_3.68">Artikel 3.68</tekst:IntRef> zijn algemene regels opgenomen voor aanduidingen. Die gelden zowel voor speciale aanduidingen op basis van een meldplicht als vergunningsplicht.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_79" wId="pv23_80__artrecital__content_79">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.96</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(meldplicht gedenkteken)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Activiteiten waarvoor een meldplicht geldt zijn in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_2">Artikel 3.79, tweede lid</tekst:IntRef> uitgezonderd van de vergunningsplicht. In dit artikel is geregeld dat volstaan kan worden met een voorafgaande melding. Daarbij moeten de in deze paragraaf beschreven regels in acht genomen worden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_80" wId="pv23_80__artrecital__content_80">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.97</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(meldplicht klein evenement)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Activiteiten waarvoor een meldplicht geldt zijn in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_2">Artikel 3.79, tweede lid</tekst:IntRef> uitgezonderd van de vergunningsplicht. Daarbij moeten de in deze paragraaf beschreven regels in acht genomen worden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_81" wId="pv23_80__artrecital__content_81">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.98</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(meldplicht kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor activiteiten die kabels of leidingen van algemeen nut betreffen en die voldoen aan de eisen die gesteld worden in <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103">Artikel 3.103</tekst:IntRef> (eisen aanleggen langsliggende kabels en leidingen weg) en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104">Artikel 3.104</tekst:IntRef> (eisen aanleggen kruisende kabels en leidingen weg), volstaat het indienen van een melding. Onder kabels of leidingen van algemeen nut worden verstaan netwerken zoals gas, water, elektra en telecom. Het gaat om voorzieningen van algemeen maatschappelijk belang die vaak ook een wettelijke basis hebben.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_82" wId="pv23_80__artrecital__content_82">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.99</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(indienen van een melding)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een melding moet tenminste vier weken voor het begin van de werkzaamheden worden ingediend bij de provincie. Daardoor is een voorcontrole mogelijk. Als de benodigde gegevens niet worden aangeleverd, is de melding niet geldig en mag de activiteit niet worden uitgevoerd. Gedeputeerde Staten sturen de melder een bericht als er gegevens ontbreken. Na ontvangst van alle opgevraagde gegevens, is pas sprake van een geldige melding en gaat de vier weken-termijn in. Na die vier weken mag de activiteit worden verricht, als de activiteit voldoet aan de algemene regels die hiervoor worden gesteld.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_83" wId="pv23_80__artrecital__content_83">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.100</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen speciale aanduidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De term speciale aanduidingen is gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> bij de verordening. De meldplicht is beperkt tot de aanduidingen die zijn opgesomd in deze definitie. Andere aanduidingen vallen onder de vergunningsplicht van artikel <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.3__art_3.79__para_1">Artikel 3.79, eerste lid</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het gaat hier vaak om borden die
een ori&#235;nterende functie hebben, zoals buurtschapsborden, gemeentegrensborden
en gebiedsaanduidingsborden, die als regel door de gemeenten worden geplaatst.
Als bepaalde aanduidingen, zoals straatnaamborden en huisnummering op
particulier terrein niet goed genoeg vanaf de provinciale weg waarneembaar
zijn, kan plaatsing op provinciale grond een optie zijn. Daarnaast zijn er
bijvoorbeeld recreatieve fietsroutes die (gezamenlijk) door
privaat/publiekrechtelijke organisaties worden opgezet. Voor al deze
aanduidingen zijn de CROW-richtlijnen toepasselijk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een aparte categorie zijn mottoborden die gericht zijn op de be&#239;nvloeding van het gedrag van weggebruikers ter uitvoering van overheidsbeleid op het gebied van verkeersveiligheid en mobiliteit. <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> Deze aanduidingen gaan over verkeersveiligheid en de mobiliteit, en zijn om die reden in beginsel toelaatbaar.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een melding voor de speciale
aanduidingen in dit artikel is in beginsel voldoende. Het bevoegde gezag kan
maatwerkvoorschriften te stellen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_84" wId="pv23_80__artrecital__content_84">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.101</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen gedenkteken)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Er is soms behoefte om plaatsen waar een noodlottig ongeval met dodelijke afloop heeft plaatsgevonden langs een weg te markeren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het plaatsen van deze gedenktekens is uit een oogpunt van
pi&#235;teit met de nabestaanden toe te staan, mits wordt voldaan aan voorwaarden
van verkeersveiligheid en het wegonderhoud, en voor een beperkte periode van
maximaal vijf jaar. Bij dringende aanleiding kan opnieuw een melding worden
gedaan voor een beperkte periode. Bovendien mag een gedenkteken langs de weg
niet het onderhoud daarvan belemmeren. Daarbij wordt bijvoorbeeld ook gekeken
naar de soort materialen die wordt gebruikt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Belangrijk is, dat er altijd voorafgaand overleg is met een provinciaal toezichthouder, alvorens tot plaatsen, onderhouden en verwijdering van een gedenkteken wordt overgegaan. Er dienen immers veilige omstandigheden te zijn om zich langs de weg te begeven. Dit artikel voorziet daar in algemene termen in, en is voor alle vergunningen en meldingen toepasselijk.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_85" wId="pv23_80__artrecital__content_85">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.102</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen klein evenement)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Evenementen die voldoen aan de voorwaarden genoemd in dit artikel worden geacht een kleine impact te hebben. Daarom wordt volstaan met een minimale toetsing van de aanvraag. Een evenement met een publiek aantrekkende werking heeft al snel een grote impact. Het evenement mag daarom alleen gericht zijn op het vermaak van de deelnemers, niet op dat van omstanders. Optochten van tractoren en praalwagens voldoen in ieder geval niet aan die voorwaarde. Omdat deze regelmatig voorkomen is, ten overvloede, voor deze optochten expliciet in de beleidsregel vastgelegd dat ze niet worden gezien als klein evenement. Dat geldt echter ook voor andere activiteiten die (mede) bedoeld zijn de aandacht van omstanders te trekken. De voorwaarde dat voor de deelnemers de reguliere verkeersregels gelden, overlapt met de voorwaarde dat er geen verkeersmaatregelen worden getroffen. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat bij een grote wielerwedstrijd fietsers gebruik mogen maken van de rijbaan. Bij een klein evenement, zoals een georganiseerde fietstocht, rijden de deelnemers gewoon op het fietspad en moeten zich aan de normale verkeersregels houden. Er is geen sprake van een klein evenement, als er objecten op de weg worden geplaatst of aan andere eigendommen van de provincie worden bevestigd. Tot de eigendommen van de provincie behoren de weg en alles wat daarbij hoort, zoals de vluchtheuvel, de berm, bomen in de berm en het wegmeubilair. Wegmeubilair is de verzamelnaam voor alle voorwerpen die bij de weg horen, zoals lantaarnpalen, verkeersborden, verkeerszuilen, afvalbakken, etc.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_86" wId="pv23_80__artrecital__content_86">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.103</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen aanleggen langsliggende kabels en leidingen weg)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel beschrijft de eisen waaraan moet zijn voldaan, zodat een melding kan worden ingediend voor de activiteit met betrekking tot kabels of leidingen. De afstanden van kabels of leidingen tot de verharding van de weg zijn gesteld met het doel om een verlegging van de kabels of leidingen in geval van een reconstructie van de weg zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is het zeer onwenselijk als kabels of leidingen onder de verharding komen te liggen. Netwerken zijn onder de verharding slecht bereikbaar en werkzaamheden aan kabels of leidingen zouden leiden tot stremmingen en onveiligheid voor het verkeer. Het opbreken van de weg in geval van calamiteiten zou erg hinderend zijn voor het verkeer en zou grote kosten met zich meebrengen. De eisen met betrekking tot diepteligging van kabels of leidingen zijn overgenomen de geldende NEN-normen. Een geringere ligging is risicovol in verband met het reguliere beheer en onderhoud van de provinciale weg en de bermen en het verkeer op de provinciale weg. Kabels en leidingen die beschadigd raken leveren een gevaar op voor het veilige en doelmatige gebruik van de weg. Ook zijn in dit artikel eisen gesteld ten behoeve van de bescherming van bomen en kunstwerken.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_87" wId="pv23_80__artrecital__content_87">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.104</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen aanleggen kruisende kabels en leidingen weg)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het schuin aanleggen van kabels of leidingen brengt risico&#x2019;s met zich mee, onder andere in de registratie van de exacte ligging van de kabel of leiding, daarom wordt de eis gesteld dat de kabel of leiding haaks op de verharding wordt gelegd. Een mantelbuis beschermt zowel het weglichaam tegen een lekkage als de kabel of leiding. De mantelbuizen worden geplaatst ten minste 1,5 meter van de kant van de verharding, zodat de kwetsbare zone van fundering en zandbed beschermd wordt van graafwerkzaamheden of eventuele lekkages en de stabiliteit van de weg gegarandeerd is. Omdat in de constructie trappen zitten, minimaal onder 45 graden, is het noodzakelijk dat de bovenkant van de mantelbuis wordt gelegd ten minste 1 meter onder de bovenkant van de verharding. De eis die ziet op de gronddekking in geval van een kruising met een bermsloot dient ertoe dat de kabel of leiding niet beschadigd wordt tijdens een onderhoud aan de bermsloot. Kabels en leidingen die beschadigd raken leveren een gevaar op voor het veilige en doelmatige gebruik van de weg.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_88" wId="pv23_80__artrecital__content_88">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.105</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(vergunningplicht activiteiten in beperkingengebied provinciale vaarwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De term oever is gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_89" wId="pv23_80__artrecital__content_89">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.107</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanleg kabels en leidingen met een zinker)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het aanleggen van kabels en leidingen met een zinker onder de vaarweg komt nog maar in uitzonderlijke gevallen voor. In de meeste gevallen wordt voor het aanleggen van kruisende kabels of leidingen onder de vaarweg een gestuurde boring toegepast. Er gelden strenge eisen om voor een omgevingsvergunning in aanmerking te kunnen komen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_90" wId="pv23_80__artrecital__content_90">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.108</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(meldplicht werk op oever)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De meldplicht in dit artikel heeft betrekking op activiteiten op de oever. De term oever is gedefinieerd in <tekst:IntRef ref="chp_1__art_1.1">Artikel 1.1</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening. <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.5__art_3.105">Artikel 3.105</tekst:IntRef> heeft ook werking voor de oever, maar in dat artikel gaat het om activiteiten waarbij in de oever wordt gewerkt. Denk aan het oprichten van loopsteigers die in de grond worden verankerd, gebouwen met een fundering in de grond en het leggen van kabels en leidingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit artikel heeft betrekking op activiteiten op de oever zoals het plaatsen van een kraan of het neerzetten van een trailer.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor activiteiten rondom het Kanaal Almelo-De Haandrik moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Dit heeft te maken met verzakkingen die optreden in dit gebied en de noodzaak om extra voorzorg te nemen, zodat aanvullende eisen kunnen worden gesteld aan de activiteit.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_91" wId="pv23_80__artrecital__content_91">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.109</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(meldplicht kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor activiteiten die kabels of leidingen van algemeen nut betreffen en die voldoen aan de eisen die gesteld worden in artikel <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.103">Artikel 3.103</tekst:IntRef> (eisen kabels en leidingen langs provinciale vaarweg) en <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.4__art_3.104">Artikel 3.104</tekst:IntRef> (eisen aanleggen kruisende kabels en leidingen), volstaat het indienen van een melding. Onder kabels of leidingen van algemeen nut worden verstaan netwerken zoals gas, water, elektra en telecom. Het gaat om voorzieningen van algemeen maatschappelijk belang die vaak ook een wettelijke basis hebben. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor activiteiten rondom het kanaal Almelo-de Haandrik moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Dit heeft te maken met verzakkingen die optreden in dit gebied en de noodzaak om extra voorzorg te nemen, zodat aanvullende eisen kunnen worden gesteld aan de activiteit.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_92" wId="pv23_80__artrecital__content_92">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.110</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(indienen van een melding)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een melding moet tenminste vier weken voor aanvang van de werkzaamheden worden ingediend, zodat een voorcontrole mogelijk blijft. Als de gegevens gevraagd <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8__subsec_3.8.8__art_3.120">Artikel 3.120</tekst:IntRef> niet worden aangeleverd, stellen Gedeputeerde Staten de melder in de gelegenheid om de gegevens binnen een redelijke door hen gestelde termijn aan te vullen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_93" wId="pv23_80__artrecital__content_93">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.111</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen werk op de oever)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit artikel worden eisen gesteld waaraan moet zijn voldaan om te kunnen volstaan met een melding voor het plaatsen van een werk op de oever van de provinciale vaarweg. Met de bruikbaarheid en de instandhouding van de vaarweg wordt mede bedoeld dat de werkzaamheden en het werk geen belemmering vormen voor de schouw-, inspectie- en onderhoudswerkzaamheden langs de vaarweg.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_94" wId="pv23_80__artrecital__content_94">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.112</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen aanleggen langsliggende kabels en leidingen vaarweg)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel beschrijft de eisen waaraan moet zijn voldaan, zodat een melding kan worden ingediend voor de activiteit met betrekking tot kabels of leidingen. De afstand van kabels en leidingen tot de boveninsteek van het talud van de vaarweg beoogt de stabiliteit van de vaarweg te verzekeren en de oeverbeschoeiing te beschermen tegen een beschadiging. De eisen met betrekking tot diepteligging van kabels of leidingen zijn vastgesteld volgens de geldende NEN-normen om te voorkomen dat de kabels of leidingen beschadigd worden tijdens het beheer en onderhoud van de oevers. Kabels en leidingen die beschadigd raken leveren een gevaar op voor het veilige en doelmatige gebruik van de vaarweg. Ook zijn in dit artikel eisen gesteld ten behoeve van de bescherming van bomen en kunstwerken. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_95" wId="pv23_80__artrecital__content_95">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.113</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen aanleggen kruisende kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een mantelbuis beschermt zowel het vaarweglichaam tegen een lekkage als de kabel of leiding. Ter waarborging van de stabiliteit van de vaarweg en de oevers worden eisen gesteld hoe diep en op welke afstand van de vaarweg de kabels en leidingen aangelegd moeten worden. Wanneer aan deze eisen niet is voldaan, moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd zodat nader onderzoek kan plaatsvinden of de werkzaamheden op de gewenste manier kunnen worden uitgevoerd zonder dat de stabiliteit van de vaarweg of de oevers in gevaar wordt gebracht. Ook zijn in dit artikel eisen gesteld ten behoeve van de bescherming van bomen en kunstwerken.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_96" wId="pv23_80__artrecital__content_96">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.114</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(informatieplicht start activiteiten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De kennisgeving wordt gedaan door middel van een e-mail aan de contactpersoon die vermeld staat in de omgevingsvergunning of de reactie op de melding of door het invullen van een formulier op de website van de provincie.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_97" wId="pv23_80__artrecital__content_97">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.115</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(informatieplicht eind activiteiten in beperkingengebied provinciale wegen of provinciale vaarwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De kennisgeving wordt gedaan door middel van een e-mail aan de contactpersoon die vermeld staat in de omgevingsvergunning of de reactie op de melding of door het invullen van een formulier op de website van de provincie.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_98" wId="pv23_80__artrecital__content_98">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.116</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(informatieplicht schade aan provinciaal eigendom of een ongewoon voorval)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Schade of een ongewoon geval kan zich voordoen in verschillende situaties en verschillende vormen. Gedacht kan worden aan een storing, vervuiling, een breuk of een lekkage van kabels of leidingen, enz. Gedeputeerde Staten dienen hierover onmiddellijk te worden ge&#239;nformeerd.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_99" wId="pv23_80__artrecital__content_99">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.117</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(gegevens en bestanden: revisietekening kabels en leidingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Binnen twee maanden na afloop van de activiteit worden revisietekeningen aan Gedeputeerde Staten toegestuurd. Een revisietekening geeft een weergave van de exacte locatie van de kabel of leiding na afloop van de uitvoeringswerkzaamheden. Deze revisietekeningen worden ingevoerd in de beheersystemen van de (vaar)wegbeheerder, en zijn noodzakelijk voor zowel de beheeractiviteiten van de (vaar)wegbeheerder zelf (bij onderhoud aan de (vaar)weg of reconstructie) als voor de beoordeling van toekomstige meldingen of vergunningaanvragen voor beperkingengebiedactiviteiten.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_100" wId="pv23_80__artrecital__content_100">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.118</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>
								
								(indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning activiteit in beperkingengebied provinciale wegen)
							</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een aanvraag voor een omgevingsvergunning evenement op de weg of een melding van een klein evenement bevat gegevens die vermeld staan in dit artikel. Onder de plaatsaanduiding van de weg dient de aanvrager of melder aan te geven of de aanduiding op de parallelweg, hoofdrijbaan of berm wordt geplaatst. De aanvrager of melder moet ook informatie aanleveren over het aanbrengen van objecten, zoals routebordjes, kraampjes en bogen, op de provinciale weg of aan provinciale eigendommen. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_101" wId="pv23_80__artrecital__content_101">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.121</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning uitwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Op de topografische kaart wordt de feitelijke inrichting van de uitweg weergegeven, maar ook eventuele obstakels in de nabijheid van de uitweg. Hiermee worden bijvoorbeeld bomen, heggen of lichtmasten bedoeld, die de aanleg kunnen bemoeilijken of die het uitzicht op de weg kunnen belemmeren. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_102" wId="pv23_80__artrecital__content_102">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.125</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning en melding evenement op de weg)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een aanvraag voor een omgevingsvergunning evenement op de weg of een melding van een klein evenement bevat gegevens die vermeld staan in dit artikel. Onder de plaatsaanduiding van de weg dient de aanvrager of melder aan te geven of de aanduiding op de parallelweg, hoofdrijbaan of berm wordt geplaatst. De aanvrager of melder moet ook informatie aanleveren over het aanbrengen van objecten, zoals routebordjes, kraampjes en bogen, op de provinciale weg of aan provinciale eigendommen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_103" wId="pv23_80__artrecital__content_103">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.9.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>gesloten stortplaatsen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn
Gedeputeerde Staten niet meer automatisch het bevoegd gezag als er activiteiten
plaatsvinden op locaties waar een gesloten stortplaats aanwezig is. De
provincie heeft wel een zorgplicht voor stortplaatsen die na 1 september 1996
gesloten zijn. Bij de sluiting van stortplaatsen zijn maatregelen getroffen en
voorzieningen aangebracht, die het lekken van vervuilende stoffen naar de bodem
en het grondwater moeten voorkomen. Daarvoor is een nazorgplan opgesteld dat
door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd. Na het sluiten van de stortplaats zijn
Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen en
zelfs aansprakelijk voor eventueel ontstane schade. Het is dan ook van
provinciaal belang dat de maatregelen en voorzieningen die op basis van het
nazorgplan getroffen zijn, niet worden aangetast door nieuwe activiteiten op de
locatie van de voormalige stortplaats.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie Overijssel heeft daarom besloten om zelf een
vergunningplicht in te stellen op de locaties van stortplaatsen die na 1
september 1996 gesloten zijn voor activiteiten die de nazorgmaatregelen en
nazorgvoorzieningen kunnen aantasten. Op grond van de Omgevingswet zijn Gedeputeerde
Staten daarvoor bevoegd gezag. </tekst:Al>
		<tekst:Al>De vergunningsplicht geldt niet voor werkzaamheden aan de
nazorgvoorzieningen en het uitvoeren van nazorgmaatregelen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor vergunningaanvraag gelden specifieke
indieningsvereisten. Die moeten Gedeputeerde Staten in staat stellen een goede
afweging te maken tussen het belang van de beoogde activiteiten en de risico's
die deze activiteiten kunnen opleveren voor de instandhouding van de
nazorgvoorzieningen en de uitvoering van nazorgmaatregelen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_104" wId="pv23_80__artrecital__content_104">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.10.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ontgrondingen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Algemeen</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor ontgrondingsactiviteiten is op grond van artikel 5.1 lid 1 van de Omgevingswet een omgevingsvergunning nodig. Het Besluit activiteiten leefomgeving maakt in artikel 16.7 een uitzondering op deze vergunningsplicht voor de volgende activiteiten:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- normale land-, tuin en bosbouwwerkzaamheden;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- normale onderhoudswerken;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- delven, openen en ruimen van graven;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- grondboringen en sonderingen;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- afgraven van grond in een gronddepot.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel 16.9 van het Besluit
activiteiten leefomgeving biedt de mogelijkheid om in de Omgevingsverordening
de lijst met uitzonderingen in artikel 16.7 van het Besluit activiteiten
leefomgeving aan te passen. Als het doelmatig en doeltreffend is, kan de
provincie in de omgevingsverordening :</tekst:Al>
		<tekst:Al>- afwijkende begrenzingen opnemen van de vergunningvrije gevallen;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- vergunningvrije gevallen toevoegen aan de opsomming;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- vergunningvrije gevallen uitsluiten van de opsomming.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag bij een enkelvoudige aanvraag voor ontgronding op land, in regionale wateren of in het winterbed van Rijksrivieren. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor meerdere activiteiten en een omvang van meer dan 100.000 m3 is de provincie bevoegd gezag. Bij meervoudige aanvraag kleiner dan 100.000 m3 is de gemeente bevoegd gezag en heeft de provincie een adviesrol, tenzij er sprake is van een magneetactiviteit als bedoeld in artikel 4.6 lid 1 onder b van het Omgevingsbesluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Bundelingsbeleid winning oppervlaktedelfstoffen</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie hanteert een bundelingsbeleid, dat is gebaseerd op regionaal gecentraliseerde winning van oppervlaktedelfstoffen met winkelverkoop, in de vorm van multifunctionele ontgrondingen. Dit beleid is gericht op het zoveel mogelijk voorkomen (vanuit behoud van ruimtelijke kwaliteit) van aantasting van natuur en landschap en op bevordering van zuinig ruimtegebruik. Hierbij speelt ook het belang van de uitvoerbaarheid van multifunctionele ontgrondingen (en daarvan afgeleid van functionele ontgrondingen). Functionele ontgrondingen moeten strikt functioneel zijn om de bediening van de zandmarkt door multifunctionele ontgrondingen niet onevenredig te verstoren.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Belangenafweging</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij het besluit om een omgevingsvergunning af te geven voor een ontgrondingsactiviteit moeten alle relevante belangen te worden afgewogen. In de praktijk zijn deze zeer divers. Aan de ene kant gaat om algemene belangen zoals: bouwgrondstoffenvoorziening, ruimtelijke ordening, natuur en landschap, milieu, waterhuishouding, archeologie. Aan de andere kant moet ook gekeken worden naar de bijzondere (particuliere) belangen van aanvrager, omwonenden en andere direct belanghebbenden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_105" wId="pv23_80__artrecital__content_105">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.132</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvulling vergunningsplichtige ontgrondingsactiviteiten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De provincie Overijssel maakt gebruikt van de mogelijkheid in het Besluit activiteiten leefomgeving om maatwerkregels te stellen voor ontgrondingsactiviteiten. Artikel 5.1 van de Omgevingswet stelt een algemene vergunningplicht voor ontgrondingen. Artikel 16.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving maakt vervolgens uitzonderingen op dat verbod om zonder omgevingsvergunning ontgrondingsactiviteiten te verrichten en verklaart die vergunningvrij. Zo wordt in het Besluit activiteiten leefomgeving bepaald dat ontgrondingen vergunningvrij zijn als er niet meer dan 1.000 m3 wordt ontgraven. Wij willen dat ontgrondingen alleen vergunningvrij zijn als er niet meer dan 500 m3 wordt ontgraven. Daarom stellen we in dit artikel in afwijking van het Bal toch weer een vergunningplicht in voor die ontgrondingen kleiner dan 1.000 m3, maar groter dan 500 m3.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de maatwerkregels in dit artikel wijzen wij in aanvulling op wat in dat besluit is geregeld gevallen aan te wijzen waarin een omgevingsvergunning nodig is voordat een ontgronding kan worden uitgevoerd. Het gaat om gevallen die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van de Omgevingsverordening ook al vergunningplichtig waren. Dit is gewenst vanuit het uitgangspunt dat de Omgevingsverordening beleidsarm wordt omgezet naar een verordening die Omgevingswetproof is. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij werkzaamheden die door of in opdracht van gemeenten en waterschappen worden verricht waarbij meer dan 10.000 m3 aan vaste stoffen wordt ontgraven en dieper wordt gegraven dan 3 meter beneden het oorspronkelijke maaiveld wordt een omgevingsvergunning nodig geacht, omdat het gewenst is dat er een expliciete driedimensionale concrete afweging plaatsvindt (oppervlak en diepte), waarbij ook gekeken wordt naar de gevolgen voor het watersysteem (watertoets) en in sommige gevallen een archeologische toets wordt gedaan. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het opruimen van waterkeringen wordt aangewezen als een vergunningplichtige activiteit omdat er vaak cultuurhistorische en landschappelijke waarden bij betrokken zijn die om in concrete afweging vragen. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_106" wId="pv23_80__artrecital__content_106">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>3.133</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvulling vergunningsvrije ontgrondingsactiviteiten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De Omgevingswet biedt de provincie de (geclausuleerde) mogelijkheid om in de omgevingsverordening ontgrondingsactiviteiten aan te wijzen, waarvoor geen vergunningplicht geldt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit artikel wordt van die bevoegdheid gebruik
gemaakt door te bepalen welke ontgrondingen zijn vrijgesteld van
vergunningplicht, naast de categorie&#235;n die al zijn aangewezen in het Besluit
activiteiten leefomgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De vrijstelling van de
vergunningplicht geldt onder voorwaarden voor ontgrondingen die samenhang met
de aanleg van buitenmaneges, ontgrondingen die samenhangen met aanleg en onderhoudswerkzaamheden
van waterkeringen, beperkte ontgrondingen die samenhangen met andere
werkzaamheden die in opdracht van gemeenten en waterschappen worden verricht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uitgangspunt hierbij is het
provinciale ontgrondingenbeleid. Dit beleid is afgestemd op Rijksbeleid en gaat
uit van de volgende hoofdindeling:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Multifunctionele ontgrondingen: gericht op zowel de functie oppervlaktedelfstoffenwinning als op een of meer gelijkwaardige andere functies als wonen, recreatie, waterhuishouding e.d., welke functies samen locatie, inrichting en beheer bepalen;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Functionele ontgrondingen: gericht op bodemverlaging ter realisering ter plaatse van een werk (bijvoorbeeld een recreatieplas) of een werkzaamheid (bijvoorbeeld landbouwkundige ontgronding). Het verwijderen van een strooisellaag of chopperen (het verwijderen van de vegetatie en een deel van de bovenste humuslaag) wordt niet gezien als een ontgronding.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de toepassing van de bepaling over het verwijderen van de strooisellaag geldt de volgende uitleg:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- De strooisellaag die verwijderd mag worden bevindt zich boven op de oorspronkelijke minerale bodem en heeft zich ontwikkeld als gevolg van de vegetatieve ontwikkeling gedurende decennia (bos- en rietontwikkeling).</tekst:Al>
		<tekst:Al>- De strooisellaag die verwijderd mag worden betreft alleen de organische laag zoals bladeren, (grove en kleine) takken, riet en humus. In bodemkundige termen hebben we het dan over bodemhorizonten, de bodemlaag O (vers strooisel) en de bodemlaag A (accumulatie van gehumificeerd organisch materiaal, humus). Dus maximaal afgraven t/m de A2 in onderstaande afbeelding. De B horizont mag niet verwijderd worden. Dit is mineraal materiaal en hierin vinden bodemvormende processen plaats. De dikte van O en A varieert.</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Het verwijderen van de strooisellaag moet nodig zijn voor het behoud en ontwikkeling van natuur.</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Bij grond die nooit in landbouwkundig gebruik is geweest, is een scherpe scheidingslaag te herkennen tussen de A en B horizont: B2h. Die is meestal zwart gekleurd en markeert de overgang naar de minerale bodemlaag. Deze laag (B2h) wordt vanuit natuurontwikkelingsoogpunt gekoesterd omdat zich hierin zaden bevinden van de oorspronkelijke vegetatie. Omdat de scheidingslaag in het veld goed herkenbaar is, is de kans klein dat de minerale bodem verstoord wordt.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv23_80__artrecital__content_106__img_1" eId="artrecital__content_106__img_1">
		  <tekst:Illustratie naam="jpg_c5c12e00-4078-4915-8c2b-4744e6cc7ba0.jpg" hoogte="493" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_107" wId="pv23_80__artrecital__content_107">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Hoofdstuk</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>OMGEVINGSPLANNEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Artikel 2.4 van de Omgevingswet: omgevingsplan<tekst:br/><tekst:br/>De Omgevingswet kent zes kerninstrumenten. Decentrale regelgeving is een van de kerninstrumenten.<tekst:br/>Het omgevingsplan is een van de drie vormen van decentrale regelgeving.<tekst:br/>Artikel 2.4 van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente &#233;&#233;n omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De bedoeling van de &#233;&#233;n-document-gedachte is dat de gemeentelijke regels over (aspecten van) de fysieke leefomgeving in principe in het omgevingsplan worden opgenomen. Daar waar er geen wettelijke of lagere regel verplicht tot opname van een regel in het omgevingsplan, kan de gemeente de keuze maken een decentrale regel in de verordening te laten staan of deze in het omgevingsplan op te nemen. Daarnaast is er een beperkt aantal regels in de Omgevingswet en daarop gebaseerde regelgeving die juist met zich brengen dat decentrale regels, ook als ze betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, daarin niet mogen worden opgenomen.<tekst:br/><tekst:br/></tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_108" wId="pv23_80__artrecital__content_108">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(principe van concentratie)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In het kader van het sturen op ruimtelijke kwaliteit wordt
in dit artikel het
principe van concentratie van stedelijke bebouwing vastgelegd. Dit houdt in dat
stedelijke opgaven zoveel mogelijk geconcentreerd moeten worden in stedelijke
netwerken. Daar mag voor de (boven)regionale behoefte gebouwd worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de overige kernen geldt dat alleen voor de lokale
behoefte en bijzondere doelgroepen gebouwd mag worden. Deze kernen mogen ruimte
bieden aan lokaal gewortelde bedrijvigheid. Onder lokaal gewortelde
bedrijvigheid wordt in dit verband verstaan: bedrijven die hun oorsprong &#243;f verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen &#233;n toegevoegde waarde bieden aan de sociaal-economische structuur en voorzieningen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de stedelijke netwerken en de streekcentra wordt de
beperking tot lokaal geworteld-zijn niet gesteld. De streekcentra Hardenberg en
Steenwijk vormen ook een uitzondering, in zoverre, dat die gelet op hun
streekfunctie ruimte krijgen voor extra mogelijkheden voor woningbouw,
voorzieningen en werkgelegenheid. Daarbij wordt wel de eis gesteld dat deze
extra mogelijkheden wel moeten passen binnen de regionale programmering.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De verordening maakt verder nog een uitzondering op het principe dat alleen voor lokale behoefte gebouwd mag worden, voor situaties waarin samenwerkende gemeenten de afspraak gemaakt hebben dat een gemeente in (een deel van) de behoefte van een buurgemeente voorziet. Voorwaarde daarbij is wel dat de afspraak past binnen de regionale programmering zoals bedoeld in paragraaf 4.5.1 en 4.5.3 van deze verordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_109" wId="pv23_80__artrecital__content_109">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De provincie Overijssel gaat uit van het principe &#x2018;inbreiding gaat voor uitbreiding&#x201d;. Dit doen we vooral om het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde Groene Omgeving scherp te houden. Onder de noemer &#x2018;zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik&#x2019; moeten gemeenten voor de uitleg van dorpen en steden eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben. Pas daarna mag een claim worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor ontwikkelingen in de Groene Omgeving geldt een variant op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Die verplicht gemeenten om eerst zoveel mogelijk bestaande bebouwing te gebruiken. Pas daarna mag - aansluitend aan de kern - meegewerkt worden aan nieuw ruimtebeslag op de Groene Omgeving voor bouwen en verharden.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Gelet op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik werkt de provincie in principe niet meer mee aan de vestiging van nieuwe tankstations in de Groene Omgeving. Tankstations zijn stedelijke functies die in principe niet thuishoren in de Groene Omgeving. Het bestaande netwerk van tankstations biedt voldoende gelegenheid om onderweg te tanken. Door de transitie naar duurzame energie zal er naar verwachting veel minder vraag zijn naar mogelijkheden om onderweg te tanken. Als er nog tankstations bij moeten komen, dan kan daarvoor ruimte gezocht worden in of aansluitend aan bestaand bebouwd gebied. In bijzondere situaties is er ruimte om toch nog een tankstation toe te staan, maar dan wel vanuit een zeer kritische benadering van nut en noodzaak. Wij willen hiermee niet
de verplaatsing van een brandstofverkooppunt uit een kern naar een locatie
buiten de bebouwde kom tegenhouden. Voor de leefbaarheid, de veiligheid en een
goede ruimtelijke ordening kan verplaatsing van een brandstofverkooppunt naar
een locatie buiten de kern juist zeer wenselijk zijn. Ook in die gevallen zal
vanuit het oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik in de Groene Omgeving
eerst moeten worden gezocht naar een locatie aansluitend aan bestaand bebouwd
gebied. Maar dan wel zo dat het brandstofverkooppunt op veilige afstand van
woningen en andere kwetsbare functies een nieuwe plek krijgt.</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik geeft Overijssel een aanvulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals door het Rijk is opgenomen in paragraaf 5.1.5.4 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). Waar het Rijk in de Ladder voor duurzame verstedelijking de vereiste onderbouwing beperkt tot stedelijke functies die voldoende substantieel is, moet op grond van de principes voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik voor elk claim die gelegd wordt op de Groene Omgeving nagegaan worden of daarvoor niet het bestaand bebouwd gebied of bestaande bebouwing in de Groene Omgeving benut kan worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In principe komt alleen bestaande bebouwing in het buitengebied in aanmerking voor een nieuwe functie. Uitgangspunt voor de transformatie van een bestaand erf is dat voor bestaande bebouwing een nieuwe, passende functie wordt gezocht om zo kapitaalvernietiging tegen te gaan. Voor zover sprake is van onbenutte bebouwingsmogelijkheden op een erf, geldt dat die niet zonder meer mogen worden ingezet voor de nieuwe functie. Met name op agrarische bouwpercelen worden voor de agrarische functie ruime en flexibele bebouwingsmogelijkheden geboden. Een ruim bouwperceel is passend voor een agrarische functie omdat die aan het buitengebied gebonden is, maar niet voor stedelijke functies waarvoor in principe binnen het bestaand bebouwd gebied ruimte te vinden of te maken is in de vorm van uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied. Niet altijd zal de bestaande bebouwing zonder meer geschikt zijn voor de nieuwe functie. Als aanpassing of zelfs vervanging door nieuwe bebouwing nodig is, is een zorgvuldig ontwerp nodig waarmee de impact op de omgeving beperkt gehouden wordt en de ruimtelijke kwaliteit verbeterd wordt. Op de transformatie van een erf is de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het bestaand bebouwd gebied defini&#235;ren wij als de gronden in of aansluitend aan kernen die op grond van het geldende omgevingsplan benut kan worden voor stedelijke functies. We rekenen tot bestaand bebouwd gebied ook gebieden die in een voorgenomen aanpassing van het omgevingsplan aangewezen is voor stedelijke functies. Voorwaarde is dat daarover schriftelijk een positief advies moet zijn uitgebracht door de provinciale diensten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie Overijssel kiest voor een verbale aanduiding van het bestaand bebouwd gebied en geeft die niet zelf op kaart aan. Daarmee wordt ruimte geboden voor lokaal maatwerk en wordt voorkomen dat de provinciale verbeelding alleen een momentopname laat zien die geen recht doet aan wijzigingen die voortdurend optreden in de begrenzing van het bestaand bebouwd gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De wettelijk verplichte gemeentelijke Omgevingsvisie leent zich er goed voor om de contour van het bestaand bebouwd gebied inzichtelijk te maken. Dit maakt een totaalafweging mogelijk tussen potenti&#235;le inbreidingslocaties. Wij laten aan de gemeenten de keuze of zij stadsrandgebieden beschouwen als stedelijke omgeving of Groene Omgeving. Op grond van de <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.7">Artikel 4.7</tekst:IntRef> e.v. geldt voor de invulling van de stadsrandgebieden dat die moet plaatsvinden met toepassing van het Uitvoeringsmodel Overijssel. Dat betekent onder meer dat rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingsperspectieven zoals beschreven in de Omgevingsvisie Overijssel en met de richtinggevende en normerende uitspraken de Catalogus Gebiedskenmerken. In de gemeentelijke structuurvisie kan nadere invulling worden gegeven aan de ontwikkeling van deze gebieden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is niet de bedoeling dat door toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik al het bestaand stedelijke groen en sport- en spelvoorzieningen uit bestaand bebouwd gebieden zullen verdwijnen. Vandaar dat nadrukkelijk het criterium is gesteld dat het <tekst:u>in redelijkheid</tekst:u> niet mogelijk is om voor de opgave een locatie binnen het bestaande bebouwde gebied te vinden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik kennen een variant voor de toepassing binnen de Groene Omgeving. <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.5__para_2">Artikel 4.5, tweede lid</tekst:IntRef> richt zich op alle ontwikkelingen, die leiden tot extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving door bouwen en verharden met uitzondering van uitleg van kernen, waarop lid 1 van toepassing is. Voordat medewerking wordt verleend aan de uitbreiding van een erf geldt dat eerst bezien moet worden of door optimaal gebruik van het bestaande erf tegemoet gekomen kan worden aan de wens voor meer ontwikkelingsruimte. Als het niet mogelijk is om voor de vestiging of verplaatsing van een agrarisch bedrijf een bestaand agrarisch bouwperceel te benutten, dan kan een nieuwe agrarisch bouwperceel worden aangewezen. In dat geval is paragraaf 4.5.1 (Kwaliteitsimpuls agro en food) van toepassing.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_110" wId="pv23_80__artrecital__content_110">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(toekomstbestendigheid)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Volgens <tekst:IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2">Paragraaf 7.1.2</tekst:IntRef> van de Omgevingsvisie Overijssel moeten oplossingen die gekozen worden voor maatschappelijke opgaven, toekomstbestendig zijn. Dit betekent dat initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen. Bij ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, moeten opties open blijven om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Het gaat daarbij om een evenwichtige benadering van het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden. Nieuwe ontwikkelingen moeten ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de
Omgevingsverordening (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.6">Artikel 4.6</tekst:IntRef>) komt de eis van toekomstbestendigheid terug als een motiveringseis.
Deze motiveringseis houdt in dat bij omgevingsplannen aannemelijk gemaakt
moet worden dat wordt voldaan aan de eis van toekomstbestendigheid.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_111" wId="pv23_80__artrecital__content_111">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>RUIMTELIJKE KWALITEIT</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Ruimtelijke kwaliteit</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Uitgangspunt van deze afdeling is dat elke nieuwe
ontwikkeling moet bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. De
gemeenteraad onderbouwt dit bij de vaststelling van (de wijziging van) het
omgevingsplan. De motiveringseis laat bewust veel ruimte aan lokale afwegingen.
De gemeente moet wel de provinciale afwegingssystematiek volgen. Dat betekent
dat de gemeente in de onderbouwing inzichtelijk maakt hoe invulling is gegeven
aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering). Daarbij wordt
duidelijk gemaakt hoe is omgegaan met de provinciale vier-lagenbenadering en de
bijbehorende Catalogus Gebiedskenmerken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Uitvoeringsmodel </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsvisie Overijssel is een Uitvoeringsmodel
ontwikkeld voor het sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale
kwaliteit. Daarbij worden drie stappen onderscheiden. Allereerst moeten
ontwikkelingen getoetst worden aan generieke beleidskeuzes. Deze stap stelt de
vraag aan de orde OF er wel een opgave is. De generieke beleidskeuzes zijn
benoemd in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie. De tweede stap is de toets van
ontwikkelingen aan de ontwikkelingsperspectieven. Deze stap stelt de vraag aan
de orde WAAR deze opgave een plek zou kunnen krijgen. In hoofdstuk 8 van de
Omgevingsvisie Overijssel is de (richtinggevende) betekenis van de aanduidingen
op de kaart Ontwikkelingsperspectieven benoemd. De derde stap is de toets van
ontwikkelingen aan de gebiedskenmerken en stelt de vraag aan de orde HOE de
opgave op een goede wijze kan worden ingepast. Uitgangspunt daarbij is dat
nieuwe ruimtelijke opgaven worden verbonden met bestaande gebiedskenmerken. In
hoofdstuk 9 van de Omgevingsvisie en de bijbehorende Catalogus Gebiedskenmerken
is benoemd welke gebiedskenmerken we van provinciaal belang vinden en waarom.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Generieke beleidskeuzes (OF) </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het provinciale Uitvoeringsmodel begint met de vraag of er
wel een maatschappelijke opgave is op de gekozen locatie. Daarbij wordt
onderscheid gemaakt tussen generieke beleidskeuzes die voor heel Overijssel
gelden (de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking) en gebiedsspecifieke
beleidskeuzes die op voorhand bepaalde ontwikkelingen uitsluiten in een bepaald
gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De generieke beleidskeuzes zijn:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_111__list_1" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_1">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_1__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>integraliteit</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_1__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>toekomstbestendigheid</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_1__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>concentratiebeleid</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_1__item_4" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_1__item_4">
		    <tekst:Al>(boven)regionale afstemming</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_1__item_5" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_1__item_5">
		    <tekst:Al>zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De generieke beleidskeuzes toekomstbestendigheid,
concentratiebeleid en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn in deze
verordening geregeld in aparte artikelen (links opnemen?).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Integraliteit </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingswet (artikel 2.1) eist een integrale afweging
van alle belangen bij de vaststelling van ruimtelijke plannen. Deze afweging
wordt inzichtelijk gemaakt in de toelichting op omgevingsplannen. In deze
afweging zullen ook de aspecten die samen de duurzaamheid van een ontwikkeling
bepalen aan de orde moeten komen. In de verordening is de eis van integraliteit
(een transparante en evenwichtige afweging tussen ecologische, economische en
sociaal-culturele beleidsambities) daarom niet meer als zodanig opgenomen omdat
dit een dubbeling met wettelijke eisen zou opleveren.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Maatschappelijke behoefte </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het voorkomen van onnodig ruimtebeslag op de Groene Omgeving begint met het nadenken over de vraag of er wel een maatschappelijke behoefte is aan de beoogde ontwikkeling. Hiertoe zijn in de verordening specifieke motiveringseisen opgenomen voor woningbouwprogrammering en de ontwikkeling van bedrijventerrein (zie <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1">Paragraaf 4.5.1</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3">Paragraaf 4.5.3</tekst:IntRef>).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Gebiedsspecfieke
beleidskeuzes</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast generieke beleidskeuzes komen bij de OF-vraag ook gebiedsspecifieke beleidskeuzes aan de orde. Gebiedsspecifieke beleidskeuzes borgen zwaarwegende publieke belangen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarbij kan gedacht worden aan:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_111__list_2" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_2">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_2__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_2__item_1">
		    <tekst:Al>de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_2__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_2__item_2">
		    <tekst:Al>het veilig stellen van drinkwater</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_2__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_2__item_3">
		    <tekst:Al>het behoud van plant- en diersoorten (biodiversiteit)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_2__item_4" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_2__item_4">
		    <tekst:Al>de bescherming van zeldzame of unieke landschapskwaliteiten</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_111__list_2__item_5" wId="pv23_80__artrecital__content_111__list_2__item_5">
		    <tekst:Al>het beperken van de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Voor een deel gaat het om zwaarwegende publieke belangen die door nationale en Europese regels worden geborgd. Er zijn ook gebiedsspecifieke beleidskeuzes die door de provincie zijn gemaakt en die zo zwaarwegend worden geacht, dat bij de beantwoording van de OF-vraag geconcludeerd moet worden dat bepaalde initiatieven in bepaalde gebieden niet kunnen worden toegelaten. Deze provinciale gebiedsspecifieke beleidskeuzes worden elders in de Omgevingsverordening met specifieke artikelen geborgd. Het gaat om reserveringen voor waterveiligheid en beperking wateroverlast (afdeling 4.9 watergebiedsreserveringen), grondwaterbeschermingsgebieden (afdeling 4.8), Natuurnetwerk Nederland (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2">Paragraaf 4.7.2</tekst:IntRef>), Nationale Landschappen (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.1">Paragraaf 4.7.1</tekst:IntRef>) en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.10__subsec_4.10.4">Paragraaf 4.10.4</tekst:IntRef> externe veiligheid).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Let op: het Rijks- en Europees beleid is niet opgenomen in onze verordening, tenzij deze op provinciaal niveau nog nadere invulling moet krijgen.</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Ontwikkelingsperspectieven (WAAR) </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In het kader van het sturen op ruimtelijke kwaliteit wordt
de gemeenteraad gevraagd om in hun onderbouwing in te gaan op het
ontwikkelingsperspectief dat voor het gebied van toepassing is. De provincie
heeft in zes ontwikkelingsperspectieven op hoofdlijnen haar beleidsambities
neergelegd voor de sociaaleconomische en maatschappelijke ontwikkelingen die
leiden tot claims op de fysieke leefomgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven
zijn globaal van aard en daarom wordt de mogelijkheid geboden om daarvan
gemotiveerd van af te wijken. Daarbij wordt aangetekend dat op andere plekken
in de verordening bescherming is geregeld van gebieden die gerekend worden tot
de Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit betekent dat in de praktijk weinig ruimte
zal zijn om af te wijken van de beleidsambities die geschetst zijn voor het
ontwikkelingsperspectief 'Zone Ondernemen met Natuur en Water'.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Gebiedskenmerken (HOE) </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Om het spectrum aan verschillen hanteerbaar te maken, zijn
de gebiedskenmerken gegroepeerd in vier lagen, elk met een eigen logica. De
karakteristieken uit de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch
cultuurlandschap, de stedelijke laag en de laag van de beleving zijn
ge&#239;nventariseerd en gewaardeerd op hun provinciaal belang. In de Catalogus
Gebiedskenmerken is vervolgens voor alle gebiedstypen beschreven wat de
kenmerken zijn, hoe het landschap zich ontwikkeld heeft, wat de provinciale
ambities zijn voor het gebiedstype en met welke sturing deze visie zal worden
bewerkstelligd. Hiermee is gedefinieerd hoe aan het provinciaal belang in
ruimtelijke kwaliteit invulling gegeven wordt en hoe deze belangen dienen door
te werken in gemeentelijke bestemmingsplannen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Normerende, richtinggevende en inspirerende uitspraken .</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het afwegingssysteem dat de Omgevingsverordening voorschrijft, maakt onderscheid in het gewicht dat toekomt aan provinciale uitspraken over gebiedskenmerken. Voor normstellende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken geldt dat er in het omgevingsplan altijd regels moet worden opgenomen conform deze normstellende uitspraken voor zover die zich lenen voor een vertaling in een omgevingsplan. In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.10">Artikel 4.10</tekst:IntRef> wordt de mogelijkheid geboden om af te wijken van normstellende uitspraken als er sprake is van zwaarwegende maatschappelijke redenen. Voorwaarde is dat voldoende verzekerd moet zijn dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de provinciale ambities zoals aangegeven in de Catalogus Gebiedskenmerken. Voor de richtinggevende uitspraken in de Catalogus geldt dat een manier van omgang met kenmerken is weergegeven, die de provincie zeer wenselijk vindt. Gemeenteraden kunnen hier gemotiveerd van afwijken mits aannemelijk gemaakt is dat de ruimtelijke kwaliteit door een andere benadering ook versterkt wordt. De inspirerende uitspraken in de Catalogus hebben een strekking volgens hun benaming: er worden ontwikkelingen vermeld die denkbaar zijn in het gebiedstype.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Verhouding
beschermingsregime Houtopstanden uit Wet natuurbescherming</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In veel landschappen zoals beschreven in de Catalogus Gebiedskenmerken komen houtopstanden voor die wezenlijk zijn voor de kwaliteiten die de provincie wil behouden en versterken. Het is dan ook van provinciaal belang dat aanwezige houtopstanden zoveel mogelijk gehandhaafd blijven. De houtopstanden zijn niet alleen van belang vanwege behoud van areaal aan bos- en natuurgebieden, maar ook vanwege hun bijdrage aan het landschap, vanwege de aanwezige natuurwaarden en vanwege hun cultuurhistorische betekenis. Wij vinden handhaving van aanwezige houtopstanden wezenlijk voor het in stand houden van de bestaande ruimtelijke kwaliteit. Gebieden waarbinnen houtopstanden aanwezig zijn, moeten in het omgevingsplan zo geregeld worden dat kap niet zonder meer mogelijk is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In aanvulling op de Aanvullingswet Natuur kiezen we ervoor om de bescherming van houtopstanden ook te borgen via de lijn van het behouden en versterken van ruimtelijke kwaliteit. Het gaat ons immers niet alleen om het in stand houden van het areaal aan houtopstanden, maar ook om de betekenis van houtopstanden voor het behoud van de kwaliteit van het landschap, natuurwaarden, cultuurhistorische waarden en de ruimtelijke kwaliteit van Overijssel.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_112" wId="pv23_80__artrecital__content_112">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.11</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(kwaliteitsimpuls Groene Omgeving)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Kwaliteitsimpuls</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit artikel wordt een generieke mogelijkheid
geboden om onder voorwaarden nieuwe ontwikkelingen toe te staan in de Groene
Omgeving. Deze regeling wordt 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' genoemd, omdat
van deze nieuwe ontwikkelingen wordt verwacht dat ze een extra impuls opleveren
voor investeringen in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het toevoegen van nieuwe agrarische bouwpercelen en het
uitbreiden van bestaande agrarische bouwpercelen is een specifieke vorm van het
instrument Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van toepassing (Kwaliteitsimpuls
agro en food).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder is er een specifieke vorm van de Kwaliteitsimpuls
Groene Omgeving van toepassing op het ontwikkelen van zonnevelden
(Kwaliteitsimpuls zonnevelden).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Zuinig en zorgvuldig
ruimtegebruik</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik hebben
tot doel om onnodig ruimtebeslag op de Groene Omgeving tegen te gaan.
Toepassing van deze instrumenten zal ertoe leiden dat in principe geen
nieuwvestigingen en grootschalige uitbreidingen in de groene ruimte zullen
worden gerealiseerd, omdat daarvoor als regel binnen het stedelijk gebied en
binnen bestaande erven in de Groene Omgeving ruimte gevonden kan worden.
Voordat overgegaan wordt tot toepassing van de kwaliteitsimpuls zal dus altijd
eerst nagegaan moeten worden of toepassing van de principes van zuinig en
zorgvuldig ruimtegebruik een oplossing kan bieden voor het ruimtelijk vraagstuk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Vanwege sociaal economische of maatschappelijke
redenen kan er aanleiding zijn om een uitzondering te maken op de algemene
regel 'inbreiding voor uitbreiding' mits het verlies van ecologisch en
landschappelijk kapitaal in voldoende mate wordt gecompenseerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dat er voldoende wordt gecompenseerd moet blijken uit
een ruimtelijke onderbouwing. Voor deze ruimtelijke onderbouwing kan een
gemeente een kader opstellen, waarin het beoogde evenwicht tussen ontwikkeling
van bebouwing of intensivering van gebruik en de investering in ruimtelijke
kwaliteit is vastgelegd. Bij de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief kan
dan worden volstaan met een verwijzing naar dit kader en een toelichting hoe
daaraan in dit geval invulling is gegeven. Beschikt de gemeente niet over een
adequaat kader voor toepassing van de kwaliteitsimpuls, dan zal per geval
onderbouwd moeten worden dat er sprake is van evenwicht tussen extra rood en de
extra investering in ruimtelijke kwaliteit.<tekst:br/>Bij toepassing van de kwaliteitsimpuls zijn de eisen vanuit de bepalingen over ruimtelijke kwaliteit (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3">Afdeling 4.3</tekst:IntRef>) onverkort van toepassing. De extra investeringen in ruimtelijke kwaliteit komen immers bovenop de normale eis dat elke ontwikkeling moet bijdragen aan het versterken van ruimtelijke kwaliteit. Dat zien wij als de basisinspanning voor ruimtelijke kwaliteit.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Toepassingsbereik KGO</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De kwaliteitsimpuls is niet bedoeld voor situaties van stadsuitleg. Daarbij wordt immers niet afgeweken van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, als het doorlopen van de afwegingspunten leidt tot de conclusie dat een uitbreiding van het bestaand bebouwd gebied noodzakelijk is. Dat is het geval als niet in de opgave kan worden voorzien binnen het bestaand bebouwd gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder het toepassingsbereik van de kwaliteitsimpuls
vallen ook die gevallen van hergebruik van vrijkomende agrarische bouwpercelen
waarbij de nieuwe functie vraagt om ingrijpende aanpassing van de bestaande
bebouwing en de bestaande erfinrichting. In die gevallen is de inpassing van de
functie op basis van de gebiedskenmerken onvoldoende en wordt een extra investering
verwacht in de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Daarnaast geldt dat
bepaalde functies op zich al aanleiding kunnen zijn voor de toepassing van de
kwaliteitsimpuls, omdat deze als minder passend moeten worden beschouwd gelet
op de ligging in de Groene Omgeving (vanwege de verkeersaantrekkende werking,
het industri&#235;le karakter en dergelijke).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het wijkersbeleid valt buiten het toepassingsbereik
van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Bij wijkers is sprake van vervanging
van bestaande woningen in de Groene Omgeving en niet van toevoeging van extra
woningen. Onder het wijkersbeleid vallen de gevallen waarin bestaande
burgerwoningen in het buitengebied moeten wijken voor stadsuitleg of
infrastructuur. In afwijking van de algemene regel dat woningbouw in principe
alleen is toegestaan in of aansluitend aan kernen, kan dan een vervangende
woning worden toegestaan in de Groene Omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder valt het VAB-beleid onder de werking van de kwaliteitsimpuls. Daarin wordt gezocht naar nieuwe functies voor voormalige agrarische bedrijfsbebouwing om karakteristieke bebouwing voor de Groene Omgeving te behouden en kapitaalvernietiging tegen te gaan. De ontwikkeling van knooperven valt ook onder de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling stelt de eis van een ruimtelijke
onderbouwing (op basis van een gemeentelijke kader of een specifiek ruimtelijk
kwaliteitsplan) waarmee aangetoond wordt dat er een substanti&#235;le investering in
de ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt ter compensatie van het extra rood dat
wordt toegestaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Grootschalige uitbreidingen</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsverordening is bewust afgezien van een definitie van grootschalig, omdat dit ongewenst uitgebreide en complexe bepalingen zou opleveren. Of een uitbreiding als grootschalig moet worden aangemerkt, hangt immers af van de ontwikkeling en het type landschap waar de ontwikkeling zich voordoet. Daarom is de nadere invulling aan de praktijk overgelaten. Kleinschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving worden afgewogen via het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (<tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.2__art_5.4">Artikel 5.4</tekst:IntRef>). Daarvoor is het voldoende dat in de ruimtelijke onderbouwing aan de hand van de Catalogus Gebiedskenmerken duidelijk wordt gemaakt hoe de ontwikkeling wordt ingepast in het landschap. Voor nieuwvestigingen en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies wordt vanwege de impact een meer gebiedsgerichte benadering gevraagd. In een ruimtelijk kwaliteitsplan dient dan een verband te worden gelegd tussen de stijging van de gebruikswaarde en de bijzondere investering in de ruimtelijke kwaliteit. Er kan hierbij sprake zijn van een combinatie van private en publieke investeringen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving in de zone Ondernemen
met Natuur en Water (ONW)</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water is gericht op behouden en ontwikkelen van de natuur- en landschapskwaliteiten en de versterking van het watersysteem, in samenhang met economische ontwikkeling. De ambitie is een samenhangend netwerk van natuur en water met ecologische, hydrologische, economische en recreatieve kwaliteit. Voor zover gronden niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN), geldt hier een 'ja, mits-benadering'. Dit houdt in dat ontwikkelingsruimte wordt geboden onder de voorwaarde dat er bijgedragen wordt aan ruimtelijke kwaliteit. Deze benadering geldt in principe ook voor de andere ontwikkelingsperspectieven, maar daar kan de kwaliteitsinvestering breed worden ingezet. In het geval van het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water geldt dat de investeringen in ruimtelijke kwaliteit gericht moeten worden ingezet op het realiseren van wateropgaven en het versterking van natuur en landschap. Als ondernemers, burgers of organisaties nieuwe groene initiatieven ontplooien, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van een nieuw landgoed, dient dat bij voorkeur in de zone Ondernemen met Natuur en Water plaats te vinden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze bijzondere eis om binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de investering in extra kwaliteit gericht in te zetten voor natuur, landschap en water, wordt geregeld door in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.11__para_1">Artikel 4.11, eerste lid</tekst:IntRef>, onder c voor deze gebieden nadere voorwaarden op te nemen voor
toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving voor wat betreft de
investeringen in ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Handreiking Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te voorkomen dat elke gemeente een eigen kader moet uitvinden, heeft de provincie samen met een aantal gemeenten de Handreiking Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving ontwikkeld. Deze kan voor de toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving als bouwsteen dienen voor de onderbouwing die voor de toepassing van dit onderdeel van de verordening in individuele gevallen geleverd zal moeten worden. Verder ondersteunt de provincie de kwaliteitsimpuls door het verwerven en delen van kennis.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_113" eId="artrecital__content_113">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.12</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(cultureel erfgoed)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Provinciaal belang</tekst:i>
									<tekst:br/>De provincie zet in op een integrale benadering van het cultuurhistorisch waarden in ruimtelijke ontwikkelingen. De uitdaging ligt in het behouden van cultuurhistorische waarden door ze te verbinden met actuele en toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen. Door het vinden van een nieuwe functie en bestaansbasis die aansluit bij de eisen van de huidige samenleving wordt behoud op de lange termijn veilig gesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Cultureel erfgoed speelt een belangrijke rol in de identiteit en de leefkwaliteit van Overijssel. Het behoud en het beleefbaar maken van cultuurhistorische waarden levert een bijdrage aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en aan een grotere toeristische belevingswaarde. Cultuurhistorische waarden zijn in deze optiek geen belemmering voor voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen, maar bieden juist kansen om te benutten bij het versterken van het ruimtelijke ontwerp. Om die rol goed te kunnen vervullen is het van belang dat in een vroegtijdig stadium van de planvorming bekend is welke waarden in een gebied aanwezig zijn zodat daar rekening mee gehouden kan worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Gebiedskenmerken</tekst:i>
									<tekst:br/>Door middel van de gebiedskenmerken zoals die in de <tekst:IntRef ref="cmp_7__content_1">Bijlage VII</tekst:IntRef> (Catalogus Gebiedskenmerken) zijn benoemd wordt voor een groot deel al bereikt dat rekening wordt gehouden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Deze gebiedskenmerken zullen vooral een rol gaan spelen op het moment dat over wordt gegaan tot inpassing van een ontwikkeling in het landschap. De specifieke motiveringsplicht die geregeld wordt in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3">Afdeling 4.3</tekst:IntRef> (ruimtelijke kwaliteit) moet ertoe leiden dat in een vroegtijdig stadium van de planontwikkeling rekening wordt gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden zodat die niet alleen beschermd worden, maar ook positief benut gaan worden bij de keuze van de locatie en de aard en functie van ruimtelijke ontwikkelingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gemeenten moeten op basis van de Erfgoedwet het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke bewaren en daarvoor beheermaatregelen te treffen. Dit is een punt van aandacht in de toelichting op bestemmingsplannen. Deze motiveringsplicht wordt met deze regeling in de verordening verbreed zodat ook aan het bovengrondse deel van het cultuurhistorisch erfgoed in de ruimtelijke afwegingen aandacht moet worden besteed.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Archeologische verwachtingskaart</tekst:i>
									<tekst:br/>De Archeologische Verwachtingskaart geeft de kans op het aantreffen van archeologische waarden. De Archeologische Gebiedenkaart geeft de archeologische waarden en monumenten aan die op basis van vondsten bekend zijn. Deze kaarten kunnen gebruikt worden bij het ontwikkelen van een visie op ruimtelijke ontwikkelingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Catalogus Gebiedskenmerken wordt voor diverse landschapstypen aandacht gevraagd voor cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden. De provinciale Archeologische Gebiedenkaart en de provinciale Archeologische Verwachtingenkaart geven de archeologische waarden en verwachtingen weer op provinciaal niveau. Het merendeel van de Overijsselse gemeenten beschikt ook over een eigen archeologische waardenkaart om aan de eisen van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg te voldoen. Gemeenten kunnen bij de ontwikkeling van hun plannen uiteraard gebruik maken van dit meer gedetailleerde kaartmateriaal.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_114" wId="pv23_80__artrecital__content_114">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.13</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(klimaatrobuust water- en bodemsysteem)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De ambitie van de provincie is dat regionale watersystemen klimaatbestendig en veilig zijn, voldoende en goed (drink) water bieden voor verschillende functies en waarbinnen het grond- en oppervlaktewater van goede ecologische en chemische kwaliteit is. Ook zet de provincie in op het behoud en herstel van bodemkwaliteit, zodat ook het bodemsysteem de veranderingen kan opvangen die optreden door de opwarming van de aarde en verandering van het klimaat. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Een klimaatrobuust water- en bodemsysteem is een veerkrachtig, regionaal systeem van grondwater, oppervlaktewater en bodem dat gebruiksfuncties in staat stelt om beter mee te bewegen met de effecten van klimaatverandering. Daarin zijn de seizoenseffecten van droogte en natte perioden meer in balans, houden gebruiksfuncties rekening met natuurlijke omstandigheden zoals reli&#235;f en bodemopbouw en is er ruimte om extreme weersomstandigheden op te vangen. </tekst:Al>
		<tekst:Al>In plaats van het water- en bodemsysteem met technische ingrepen steeds weer aan te passen aan de functiewensen en effecten van klimaatverandering, kiest de provincie voor het uitgangspunt dat het water- en bodemsysteem sturend is voor het landgebruik. Functies voegen zich daarbij naar het peil of waterbeschikbaarheid. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Een robuust water- en bodemsysteem is essentieel voor het toekomstige functioneren van stad en land. Behoud en 221 herstel is nodig om te anticiperen op effecten van klimaatverandering en is een essenti&#235;le voorwaarde en een kans voor versterking van natuur, landbouw, waterkwaliteit en beperking van broeikasgasemissies. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de leefbaarheid van Overijssel in de toekomst is het noodzakelijk dat het natuurlijke systeem - meer dan nu - leidend is voor ontwikkelingen. Daarom wil de provincie dat er bij nieuwe ontwikkelingen wordt onderzocht of die passen bij een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Vastgelegd moet worden hoe de ontwikkeling gaat bijdragen aan het behoud en het versterken van dat systeem. In de toelichting op het omgevingsplan wordt hiervoor een onderbouwing geleverd. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Overijssel kent in het landelijk gebied vier verschillende gebieden op basis van het aanwezige water- en bodemsysteem (zie kaart) met elk een eigen regionaal perspectief voor water en bodem voor de (middel)lange termijn (2030-2050). Ontwikkelingen in het landelijke gebied moeten bijdragen aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. </tekst:Al>
		<tekst:Al>De hogere zandgronden zonder de mogelijkheid van externe wateraanvoer: het perspectief is gericht op een vergroting van de watervoorraad in het voorjaar zodat grondwater langer beschikbaar blijft. Dit kan bereikt worden door een tragere waterafvoer, hogere grondwaterstanden en een vergrootte sponswerking van de bodem (water vasthouden). Daarnaast kunnen grotere beekdalen en overstromingsvlakten de piekbuien beter verwerken en vermindert wateroverlast lager in het systeem. Met deze maatregelen zal de concurrentie om water in het voorjaar en de zomer afnemen, omdat de grondwatervoorraad langer op peil blijft. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Zandgronden met de mogelijkheid voor wateraanvoer: hier is het perspectief gericht op het opvangen van de gevolgen van extreme neerslag en tijdelijke tekorten. Het watersysteem kan piekbuien beter verwerken waardoor wateroverlast en hinder lager in het systeem beperkt blijft. Zorgvuldig beheer van de (grond)watervoorraad moet ervoor zorgen dat ook bij droogte voldoende water beschikbaar blijft voor de aanwezige functies. Bij het wegzakken van het (grond) waterpeil zal, zolang er voldoende oppervlakte water is, aanvulling plaats vinden vanuit de IJssel en het IJsselmeer. Dit gebiedsvreemde water is voor een aantal gebruiksfuncties van onvoldoende kwaliteit. Omdat wateraanvoer van buiten het gebied steeds vaker niet mogelijk zal zijn, is het lange termijnperspectief gericht op het onafhankelijk worden van de aanvoer. </tekst:Al>
		<tekst:Al>De IJssel, Vecht en Delta: het perspectief voor de IJssel en Delta is een klimaatrobuust watersysteem met hoge ecologische kwaliteit dat extremen kan opvangen door (internationaal) integraal riviermanagement en hoogwaterbeschermingsmaatregelen. Het perspectief voor de Vecht is een klimaatrobuuste half-natuurlijke laaglandrivier van hoge ecologische kwaliteit, voldoende afvoer jaarrond en afvlakking van extremen door integraal riviermanagement van bron tot monding. </tekst:Al>
		<tekst:Al>De Veenweidegebieden: hier is het perspectief gericht op het beperken van de bodemdaling en minimalisering van broeikasgasemissies door verhoogde waterstanden waarbij de gebruiksfunctie het peil volgt. Daarbij draagt dit perspectief ook bij aan klimaatadaptatie en -mitigatie. Wij zoeken in het gebiedsproces naar passende perspectieven met oog op leefbaarheid en economisch perspectief. </tekst:Al>
		<tekst:Al>Samen met gemeenten en waterschappen, werken we de regionale perspectieven voor bodem en water verder uit en maken we inzichtelijk hoe deze perspectieven richting gaan geven aan ruimtelijke ontwikkelingen. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_115" wId="pv23_80__artrecital__content_115">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.5.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Woningbouw</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Provinciaal belang</tekst:i><tekst:br/>De provincie zet in op differentiatie in woonmilieus om nu en in de toekomst voldoende ruimte te kunnen bieden voor huisvesting die aansluit op de behoefte van de verschillende doelgroepen. In die behoefte wordt voorzien door (vervangende) nieuwbouw en door aanpassing van de bestaande voorraad. Voor het realiseren van deze opgave is niet alleen een sterke gemeentelijke regie nodig, maar ook regionale afstemming omdat de woningmarkt (boven)regionaal is geori&#235;nteerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie ziet in de regionale afstemming voor
zichzelf een rol weggelegd. De provincie ziet erop toe dat er tussen gemeenten
afstemming plaatsvindt van de woningbouwprogrammering, waarbij vraag en aanbod
op regionaal niveau in evenwicht gehouden wordt. De provincie voorziet naast
groei ook krimp van de bevolking &#233;n wijzigingen in de samenstelling van de
bevolking (vergrijzing, huishoudensverdunning). In de context van regionale
programmering zullen gemeenten moeten onderbouwen hoe zij in een veranderende
woningbouwmarkt de regie voeren zodat de woningvoorraad in hun gemeente ook in
de toekomst aansluit op de behoeften van hun bewoners.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is van provinciaal belang dat vraag naar en aanbod
van woningbouwmogelijkheden in ieder geval op het niveau van de regio in balans
zijn. Teveel aanbod leidt tot onnodig ruimtebeslag en leegstand en kan de
realisatie van woningbouw verlammen. Te weinig aanbod leidt ertoe dat niet kan
worden voorzien in de behoefte aan passende woonruimte voor elke bewoner van
Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Lokale behoefte</tekst:i><tekst:br/>Voor het vaststellen van de behoefte van een gemeente aan nieuwe woningen is het principe van concentratie zoals vastgelegd in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">Artikel 4.4</tekst:IntRef> van deze verordening uitgangspunt. Daarin is vastgelegd dat gemeenten in principe alleen voorzien in de lokale woningbehoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Alleen de stedelijke netwerken mogen voorzien in een (boven)regionale behoefte.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de gebruikelijke prognoses voor bevolking- en
huishoudensontwikkeling (zoals PRIMOS en CBS) wordt rekening gehouden met de
regionale functie van de stedelijke netwerken. In het kader van het principe
van concentratie hebben wij de mogelijkheid open gehouden dat gemeenten in goed
onderling overleg besluiten om (een deel van) de behoefte van de ene gemeente
te laten invullen door een andere gemeente. Dit wordt betrokken bij de
regionale afstemming en vastgelegd in de woonafspraken met de gemeenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Actueel onderzoek woningbouw</tekst:i><tekst:br/>De ontwikkelingen in de woningbouwmarkt zijn alleen beperkt te voorzien. Demografische ontwikkelingen verlopen soms toch anders dan eerder voorzien. Ook kan er sprake zijn van veranderende woonwensen waardoor het bestaande aanbod niet meer voldoet. Om te kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen, is het van belang om prognoses en planning regelmatig bij te kunnen stellen. Daarom is de basis van de provinciale sturing op woningbouwprogrammering het actueel onderzoek naar de behoefte aan woningbouw in gemeenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het actueel onderzoek woningbouw wordt op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens de onderbouwing de behoefte in een gemeente aan nieuwe woningen vastgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hiervoor is aangegeven dat woningbouwbehoeften
voortdurend wijzigen en dat het van belang is om daar flexibel op in te spelen.
Daarom is bepaald dat het onderzoek naar de woningbouwbehoeften regelmatig
geactualiseerd moet worden. In overleg met de Overijsselse gemeenten is de
houdbaarheid van het onderzoek woningbouw gesteld op 2 jaar. Onderzoeken die
ouder zijn dan 2 jaar kunnen niet meer dienen als onderbouwing van
woningbouwmogelijkheden in omgevingsplannen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de bepaling van
de actuele woningbouwbehoefte wordt in Overijssel als regel de methodiek van
PRIMOS gehanteerd. Omdat PRIMOS niet altijd voldoende rekening houdt met
specifieke lokale omstandigheden, kan het gewenst zijn om correcties door te
voeren op de uitkomst van de jaarlijkse prognoses. Voor het proces van
regionale afstemming is het belangrijk dat de wijze waarop woningbouwbehoeften
worden vastgesteld consistent is. In het delegatiebesluit is bepaald dat Gedeputeerde
Staten nadere eisen kunnen stellen waaraan het actueel onderzoek woningbouw
moet voldoen dat de gemeenten gebruiken om de woningbehoefte te bepalen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Regionale afstemming</tekst:i><tekst:br/>De regeling in deze paragraaf gaat er vanuit dat gemeenten de woningbouwprogrammering in hun gemeenten vaststellen op basis van regionale afstemming. De provincie faciliteert het proces van regionale afstemming door het organiseren van overleggen in de regio. Onderwerpen die daarin aan de orde komen zijn:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_115__list_1" wId="pv23_80__artrecital__content_115__list_1">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_115__list_1__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_115__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>de
huisvesting van doelgroepen (met name statushouders)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_115__list_1__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_115__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>wonen en zorg (in het bijzonder voor ouderen en mensen met psychiatrische of lichamelijke beperkingen)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_115__list_1__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_115__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>stedelijke vernieuwing (herbestemming en transformatie)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_115__list_1__item_4" wId="pv23_80__artrecital__content_115__list_1__item_4">
		    <tekst:Al>toekomstbestendigheid bestaande woningvoorraad (energiebesparing)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_115__list_1__item_5" wId="pv23_80__artrecital__content_115__list_1__item_5">
		    <tekst:Al>programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (balans vraag en aanbod).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De regionale
afstemming stelt gemeenten in staat om de onderbouwing te leveren voor de
Ladder voor duurzame verstedelijking. In het kader van de regionale afstemming
kan immers niet alleen bepaald worden of beoogde woningbouw voorziet in een
actuele regionale behoefte. Ook kan de regionale afstemming inzicht bieden in
locaties die elders in de regio binnen bestaand bebouwd gebied eventueel
beschikbaar zijn of gemaakt kunnen worden om in de behoefte te voorzien. Met
welke gemeenten regionale afstemming gezocht moet worden hangt af van de
woningbouwmogelijkheden die geboden worden. Voor de definitie van regio is
uitgegaan van de werking van woningmarkt. De regio reikt zover als met de
geboden woningbouwmogelijkheden een samenhangende woningmarkt wordt bediend. In
het kader van het proces van regionale afstemming wordt hiervoor de term
'planrelevante gemeenten' gebruikt.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Ladder voor duurzame verstedelijking</tekst:i><tekst:br/>In 2012 is de Ladder voor Duurzame verstedelijking in werking getreden. In artikel 5.129g van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) heeft het Rijk een motiveringseis opgenomen die gericht is op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De Ladder voor Duurzame verstedelijking gaat uit van regionale afstemming en is daarmee een instrument om overprogrammering tegen te gaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provinciale sturing op de
woningbouwprogrammering geeft invulling aan de Ladder voor Duurzame
verstedelijking. Daarmee kan worden onderbouwd dat de bouw van nieuwe woningen
voorziet in een actuele behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale
afstemming zoals die door de provincie gefaciliteerd wordt stelt gemeenten in
staat om de onderbouwing te leveren voor de Ladder voor duurzame
verstedelijking.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De sturing op zuinig en zorgvuldig
ruimtegebruik krijgt in de Omgevingsverordening invulling met de principes van
zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.5">Artikel 4.5</tekst:IntRef>). Daarin is vastgelegd dat voor nieuwe stedelijke
ontwikkelingen altijd eerst gezocht moet worden naar een geschikte of geschikt
te maken locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Pas als aannemelijk is dat
er binnen stedelijk gebied geen ruimte te vinden is, kan er een claim gelegd
worden op de Groene Omgeving. Voor ontwikkelingen in de Groene Omgeving geldt
een vergelijkbaar principe van 'inbreiding gaat voor uitbreiding' op grond
waarvan eerst gekeken moet worden naar mogelijkheden om bestaande bebouwing en
bestaande erven daarvoor te benutten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Doel
regeling</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze paragraaf heeft tot doel om de afspraken die
gemeenten maken in het kader van de regionale programmeringstrajecten
woningbouw juridisch te borgen. De regeling is zo opgezet dat gemeenten die de
programmeringsafspraken hebben getekend, die kunnen gebruiken als onderbouwing
van de behoefte aan nieuwe woningen. Daarbij geldt de voorwaarde dat de
capaciteit die in omgevingsplannen wordt geboden moet passen binnen de gemaakte
afspraken. Dit geldt ook voor het onderdeel waarin de opdracht staat om
overcapaciteit aan woningbouwmogelijkheden binnen een bepaalde termijn te
schrappen. Die opdracht geldt niet voor omgevingsplannen die passen binnen de
gemaakte afspraken. De regeling in de Omgevingsverordening volgt wat in de
woonafspraken die met gemeenten zijn gemaakt, is vastgelegd. De regeling stelt
geen extra eisen aan omgevingsplannen die passen binnen de gemaakte afspraken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling biedt zo een vangnet
aan de regio en voorkomt dat gemeenten die de afspraken niet hebben getekend of
zich daar niet aan houden, de balans tussen vraag en aanbod kunnen verstoren
waarop de regionale programmering is gericht.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Nieuwe
woningen</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In artikel <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.14__para_2">Artikel 4.14, tweede lid</tekst:IntRef> is gedefinieerd wat moet worden verstaan onder 'nieuwe woningen'. De uitbreiding van bestaande woningen valt niet onder het begrip 'nieuwe woningen', tenzij daardoor een extra (zelfstandige) woning ontstaat. Ook tijdelijke woningen, zoals mantelzorgwoningen, vallen niet onder het begrip 'nieuwe woningen'. Het actueel onderzoek woningbouw geeft een vertaling van de regionale behoefte woningbouw naar de specifieke gemeentelijke situatie. Het gaat dan om de verhouding tussen bestaande woningen, nieuwe woningen en plancapaciteit, sloop, vervanging en de kwalitatieve invulling (woningbouwsegmenten, doelgroepen enz.).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Woonafspraken</tekst:i><tekst:br/>Het proces van regionale afstemming zoals dat door de provincie wordt gefaciliteerd, is erop gericht om woonafspraken te maken tussen gemeenten en de provincie. Daarin wordt concreet gemaakt wat er binnen de looptijd van de afspraken mogelijk en gewenst is om te voorzien in de regionale behoefte aan woningbouw. De woonafspraken hebben een looptijd van 5 jaar. De woonafspraken bieden gemeenten in de regio de zekerheid dat de ontwikkelingen die daarin zijn opgenomen in principe doorgang kunnen vinden omdat ze passen binnen het provinciaal beleid en omdat daarmee de onderbouwing geleverd kan worden voor de Ladder voor duurzame verstedelijking.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor gemeenten die woonafspraken hebben getekend is de actuele woningbehoefte vastgesteld in het kader van deze woonafspraken op basis van de prognoses die daaraan ten grondslag zijn gelegd. Voor deze gemeenten gelden dus niet eventuele aanvullende eisen die op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15">Artikel 4.15</tekst:IntRef> kunnen worden gesteld aan de onderbouwing van woningbouwplannen van gemeenten die niet mee hebben gedaan in de regionale programmering en niet de woonafspraken hebben getekend.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In deze paragraaf is vastgelegd dat voor woningbouwplannen die passen binnen
geldende woonafspraken aangenomen mag worden dat zij voldoen aan de eis dat de
woningbouw onderbouwd moet worden met actueel onderzoek woningbouw. Een
zorgvuldige regionale afstemming die zijn vertaling krijgt in woonafspraken kan
aanleiding zijn om mee te werken aan een hoger percentage dat in
woningbouwmogelijkheden in omgevingsplannen kan worden vastgelegd. Reden om mee
te werken aan een hoger percentage is het feit dat door regionale afstemming er
meer zicht is op ontwikkelingen in de regio die voor een individuele gemeente
van invloed kan zijn op vraag en aanbod op de woningmarkt. Daardoor is er
minder risico op een situatie waarin er eerst woningbouwcapaciteit geschrapt
moet worden, voordat medewerking verleend kan worden aan niet voorziene
ontwikkelingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Geen woonafspraken</tekst:i><tekst:br/>Het kan zijn dat gemeenten geen woonafspraken met ons willen maken en dus niet de gemeentelijke consequenties van het traject van regionale programmering voor hun rekening nemen. Omdat van de woningbouwplannen zoals deze gemeenten in hun omgevingsplannen mogelijk maken niet op voorhand kan worden aangenomen dat zij passen binnen de regionale programmering, zullen die gemeente deze onderbouwing moeten leveren op het niveau van het omgevingsplan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te voorkomen dat hun plannen negatieve effecten
hebben op andere woningbouwplannen in de regio (omdat bij overprogrammering in
de regio de onderbouwing voor de Ladder voor duurzame verstedelijking niet
geleverd kan worden), zal de gemeente over het specifieke omgevingsplan de
afstemming met de regio moeten zoeken. De afstemming met de regio moet blijken
uit schriftelijke instemming van de colleges van burgemeester en wethouders van
de gemeenten binnen de regio en van Gedeputeerde Staten op het moment van
vaststelling van het omgevingsplan of het afgeven van de omgevingsvergunning
waarmee van het geldende omgevingsplan wordt afgeweken. Aangezien de behoefte 2
jaarlijks wordt geactualiseerd, is instemming eveneens gedurende 2 jaar geldig.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Van buurgemeenten die tot de woonregio van de gemeente
gerekend moeten worden, maar die buiten Overijssel zijn gelegen, kan niet
altijd verwacht worden dat zij meewerken aan het systeem van regionale
programmering waarop de provincie Overijssel stuurt. Daarom is in deze paragraaf voorzien
in een afwijkende regeling voor het verkrijgen van instemming van gemeenten uit
de regio die buiten Overijssel zijn gelegen. Voor die gemeenten geldt niet de
eis van instemming, maar moet wel aangetoond worden dat afstemmingsoverleg
heeft plaatsgevonden. In het geval dat gemeenten uit de regio hun instemming
weigeren, kan de gemeente Gedeputeerde Staten vragen om vervangende instemming.
Daarbij is bepaald dat voor Gedeputeerde Staten in een dergelijke situatie de
regionale behoefte woningbouw als toetsingskader geldt. De regionale behoefte
woningbouw is de door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse
waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op
basis van provinciale behoefteprognoses.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen</tekst:i><tekst:br/>Om flexibel te kunnen inspelen op veranderende woningbouwbehoeften hanteert de provincie als uitgangspunt dat in omgevingsplannen bij voorkeur maximaal 80% van de woningbouwbehoefte mag worden vastgelegd. Daarbij gaat het zowel om rechtstreekse bouwtitels als om woningen die na vaststelling van een uitwerkings- of wijzigingsplan gerealiseerd kunnen worden. De 20% die niet op voorhand is geprogrammeerd in geldende omgevingsplannen kan gebruikt worden om in de gemeente of binnen de regio medewerking te verlenen aan nieuwe initiatieven die niet konden worden voorzien. Gedacht kan worden aan panden die leeg komen te staan of inbreidingslocaties die door sloop vrijkomen en die zich goed lenen voor een woonfunctie. Wanneer de actuele behoefte aan woningbouw volledig is belegd in geldende omgevingsplannen, zal eerst capaciteit elders moet worden geschrapt voordat meegewerkt kan worden aan een nieuw initiatief.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Afwijking van woonafspraken</tekst:i><tekst:br/>Ook voor gemeenten die woningbouwmogelijkheden vastleggen in omgevingsplannen die niet passen binnen de woonafspraken die met hen zijn gemaakt, geldt dat zij op het niveau van het omgevingsplan de onderbouwing moeten leveren dat daarmee wordt voorzien in een actuele behoefte. Ook deze gemeenten zullen daarop de instemming moeten verwerven van de gemeenten in de regio en van Gedeputeerde Staten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Herstel balans vraag en aanbod</tekst:i><tekst:br/>De woonafspraken worden gebruikt om waar sprake is van een overaanbod aan woningbouwmogelijkheden vraag en aanbod weer in balans te brengen door het schrappen van bestemde, maar onbenutte woningbouwmogelijkheden in omgevingsplannen. In het kader van de woonafspraken wordt het tempo bepaald waarin woningbouwmogelijkheden worden geschrapt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingsverordening biedt met de opdracht om overcapaciteit te schrappen aan de ene kant een vangnet voor het geval gemeenten niet willen meewerken aan het maken van woonafspraken. Aan de andere kant biedt de opdracht gemeenten juridische rugdekking als het schrappen van woningbouwmogelijkheden betekent dat inspanningsverplichtingen die eerder zijn aangegaan met derden niet nagekomen kunnen worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het schrappen van woonbestemmingen kan grote financi&#235;le gevolgen hebben voor de gemeente doordat grondexploitaties moeten worden aangepast. Ook kan het schrappen van woningbouwmogelijkheden leiden tot planschadeclaims van derden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het voorzienbaar maken van het schrappen van geldende woonbestemmingen is in het algemeen een termijn van 2 jaar ruim voldoende. Eigenaren en andere belanghebbenden van de gronden hebben binnen deze termijn nog de gelegenheid om de woonbestemming te realiseren.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Schrappen en
woonafspraken</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In het kader van de woonafspraken kan voor het schrappen van
overcapaciteit een langere termijn worden vastgelegd dan de 2 jaar die geldt
voor gemeenten die de woonafspraken niet hebben getekend. De verplichtingen die
gemeenten aangaan in het kader van de woonafspraken bieden de provincie de
zekerheid dat de balans tussen vraag en aanbod binnen een redelijke termijn
wordt hersteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gemeenten die op basis van de
woonafspraken capaciteit moeten schrappen zullen op een vergelijkbare wijze als
gemeenten die zich niet kunnen beroepen op woonafspraken voorzienbaarheid
moeten cre&#235;ren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De opdracht om capaciteit te schrappen geldt niet voor
woningbouwmogelijkheden die passen binnen geldende woonafspraken. Daarvoor
geldt immers dat de behoefte aan de nieuwe woningen in het kader van de
regionale woningbouwprogrammering is aangetoond.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Schrappen als geen
woonafspraken</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsverordening is de opdracht vastgelegd om bestemde en tot dusver onbenutte woningbouwmogelijkheden te schrappen waarvan op basis van actueel onderzoek woningbouw moet worden aangenomen dat daaraan de komende jaren geen behoefte meer bestaat. Dit geldt voor zowel rechtstreekse bouwtitels voor woningbouw als voor wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in geldende omgevingsplannen die woningbouw mogelijk maken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In principe geldt voor de eis om
woningbouwmogelijkheden te schrappen een termijn van 2 jaar nadat de raad op
basis van actueel onderzoek woningbouw heeft vastgesteld welke concrete
woningbouwmogelijkheden moeten worden geschrapt om de balans tussen vraag en
aanbod te herstellen. Het besluit waarin de raad aangeeft welke
woningbouwlocaties geschrapt worden, moet binnen 6 maanden na de vaststelling
van het actueel onderzoek woningbouw genomen te worden. Het raadsbesluit waarin
concrete locaties worden aangewezen en de termijn van 2 jaar die daarna begint
te lopen, zorgen ervoor dat wordt voldaan aan de eis van voorzienbaarheid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de werking van deze instructieregel
om overcapaciteit te schappen is het van belang dat het actueel onderzoek
woningbouw ook daadwerkelijk regelmatig (eens in de 2 jaar) wordt
geactualiseerd. Voor het geval een gemeente daarin in gebreke blijft, is in de
Omgevingsverordening de mogelijkheid opgenomen dat Gedeputeerde Staten voor de
gemeente het actueel onderzoek woningbouw vaststelt dat vervolgens het
vertrekpunt is voor het bepalen van eventuele overcapaciteit in de gemeente.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_116" wId="pv23_80__artrecital__content_116">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.17</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(schrappen overcapaciteit)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Provinciaal belang</tekst:i><tekst:br/>De provincie zet in op differentiatie in woonmilieus om nu en in de toekomst voldoende ruimte te kunnen bieden voor huisvesting die aansluit op de behoefte van de verschillende doelgroepen. In die behoefte wordt voorzien door (vervangende) nieuwbouw en door aanpassing van de bestaande voorraad. Voor het realiseren van deze opgave is niet alleen een sterke gemeentelijke regie nodig, maar ook regionale afstemming omdat de woningmarkt (boven)regionaal is geori&#235;nteerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie ziet in de regionale afstemming voor
zichzelf een rol weggelegd. De provincie ziet erop toe dat er tussen gemeenten
afstemming plaatsvindt van de woningbouwprogrammering, waarbij vraag en aanbod
op regionaal niveau in evenwicht gehouden wordt. De provincie voorziet naast
groei ook krimp van de bevolking &#233;n wijzigingen in de samenstelling van de
bevolking (vergrijzing, huishoudensverdunning). In de context van regionale
programmering zullen gemeenten moeten onderbouwen hoe zij in een veranderende
woningbouwmarkt de regie voeren zodat de woningvoorraad in hun gemeente ook in
de toekomst aansluit op de behoeften van hun bewoners.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is van provinciaal belang dat vraag naar en aanbod
van woningbouwmogelijkheden in ieder geval op het niveau van de regio in balans
zijn. Teveel aanbod leidt tot onnodig ruimtebeslag en leegstand en kan de
realisatie van woningbouw verlammen. Te weinig aanbod leidt ertoe dat niet kan
worden voorzien in de behoefte aan passende woonruimte voor elke bewoner van
Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Lokale behoefte</tekst:i><tekst:br/>Voor het vaststellen van de behoefte van een gemeente aan nieuwe woningen is het principe van concentratie zoals vastgelegd in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">Artikel 4.4</tekst:IntRef> van deze verordening uitgangspunt. Daarin is vastgelegd dat gemeenten in principe alleen voorzien in de lokale woningbehoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Alleen de stedelijke netwerken mogen voorzien in een (boven)regionale behoefte.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de gebruikelijke prognoses voor bevolking- en
huishoudensontwikkeling (zoals PRIMOS en CBS) wordt rekening gehouden met de
regionale functie van de stedelijke netwerken. In het kader van het principe
van concentratie hebben wij de mogelijkheid open gehouden dat gemeenten in goed
onderling overleg besluiten om (een deel van) de behoefte van de ene gemeente
te laten invullen door een andere gemeente. Dit wordt betrokken bij de
regionale afstemming en vastgelegd in de woonafspraken met de gemeenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Actueel onderzoek woningbouw</tekst:i><tekst:br/>De ontwikkelingen in de woningbouwmarkt zijn alleen beperkt te voorzien. Demografische ontwikkelingen verlopen soms toch anders dan eerder voorzien. Ook kan er sprake zijn van veranderende woonwensen waardoor het bestaande aanbod niet meer voldoet. Om te kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen, is het van belang om prognoses en planning regelmatig bij te kunnen stellen. Daarom is de basis van de provinciale sturing op woningbouwprogrammering het actueel onderzoek naar de behoefte aan woningbouw in gemeenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het actueel onderzoek woningbouw wordt op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens de onderbouwing de behoefte in een gemeente aan nieuwe woningen vastgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hiervoor is aangegeven dat woningbouwbehoeften
voortdurend wijzigen en dat het van belang is om daar flexibel op in te spelen.
Daarom is bepaald dat het onderzoek naar de woningbouwbehoeften regelmatig
geactualiseerd moet worden. In overleg met de Overijsselse gemeenten is de
houdbaarheid van het onderzoek woningbouw gesteld op 2 jaar. Onderzoeken die
ouder zijn dan 2 jaar kunnen niet meer dienen als onderbouwing van
woningbouwmogelijkheden in omgevingsplannen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de bepaling van
de actuele woningbouwbehoefte wordt in Overijssel als regel de methodiek van
PRIMOS gehanteerd. Omdat PRIMOS niet altijd voldoende rekening houdt met
specifieke lokale omstandigheden, kan het gewenst zijn om correcties door te
voeren op de uitkomst van de jaarlijkse prognoses. Voor het proces van
regionale afstemming is het belangrijk dat de wijze waarop woningbouwbehoeften
worden vastgesteld consistent is. In het delegatiebesluit is bepaald dat Gedeputeerde
Staten nadere eisen kunnen stellen waaraan het actueel onderzoek woningbouw
moet voldoen dat de gemeenten gebruiken om de woningbehoefte te bepalen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Regionale afstemming</tekst:i><tekst:br/>De regeling in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1">Paragraaf 4.5.1</tekst:IntRef> gaat er vanuit dat gemeenten de woningbouwprogrammering in hun gemeenten vaststellen op basis van regionale afstemming. De provincie faciliteert het proces van regionale afstemming door het organiseren van overleggen in de regio. Onderwerpen die daarin aan de orde komen zijn:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_116__list_1" wId="pv23_80__artrecital__content_116__list_1">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_116__list_1__item_1" wId="pv23_80__artrecital__content_116__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>de
huisvesting van doelgroepen (met name statushouders)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_116__list_1__item_2" wId="pv23_80__artrecital__content_116__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>wonen
en zorg (in het bijzonder voor ouderen en mensen met psychiatrische of
lichamelijke beperkingen)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_116__list_1__item_3" wId="pv23_80__artrecital__content_116__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>stedelijke vernieuwing (herbestemming en transformatie)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_116__list_1__item_4" wId="pv23_80__artrecital__content_116__list_1__item_4">
		    <tekst:Al>toekomstbestendigheid bestaande woningvoorraad (energiebesparing)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_116__list_1__item_5" wId="pv23_80__artrecital__content_116__list_1__item_5">
		    <tekst:Al>programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (balans vraag en aanbod).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De regionale
afstemming stelt gemeenten in staat om de onderbouwing te leveren voor de
Ladder voor duurzame verstedelijking. In het kader van de regionale afstemming
kan immers niet alleen bepaald worden of beoogde woningbouw voorziet in een
actuele regionale behoefte. Ook kan de regionale afstemming inzicht bieden in
locaties die elders in de regio binnen bestaand bebouwd gebied eventueel
beschikbaar zijn of gemaakt kunnen worden om in de behoefte te voorzien. Met
welke gemeenten regionale afstemming gezocht moet worden hangt af van de
woningbouwmogelijkheden die geboden worden. Voor de definitie van regio is
uitgegaan van de werking van woningmarkt. De regio reikt zover als met de
geboden woningbouwmogelijkheden een samenhangende woningmarkt wordt bediend. In
het kader van het proces van regionale afstemming wordt hiervoor de term
'planrelevante gemeenten' gebruikt.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Ladder voor duurzame verstedelijking</tekst:i><tekst:br/>In 2012 is de Ladder voor Duurzame verstedelijking in werking getreden. In artikel 5.129g van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) heeft het Rijk een motiveringseis opgenomen die gericht is op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De Ladder voor Duurzame verstedelijking gaat uit van regionale afstemming en is daarmee een instrument om overprogrammering tegen te gaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provinciale sturing op de
woningbouwprogrammering geeft invulling aan de Ladder voor Duurzame
verstedelijking. Daarmee kan worden onderbouwd dat de bouw van nieuwe woningen
voorziet in een actuele behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale
afstemming zoals die door de provincie gefaciliteerd wordt stelt gemeenten in
staat om de onderbouwing te leveren voor de Ladder voor duurzame
verstedelijking.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De sturing op zuinig en zorgvuldig
ruimtegebruik krijgt in de Omgevingsverordening invulling met de principes van
zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.5">Artikel 4.5</tekst:IntRef>). Daarin is vastgelegd dat voor nieuwe stedelijke
ontwikkelingen altijd eerst gezocht moet worden naar een geschikte of geschikt
te maken locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Pas als aannemelijk is dat
er binnen stedelijk gebied geen ruimte te vinden is, kan er een claim gelegd
worden op de Groene Omgeving. Voor ontwikkelingen in de Groene Omgeving geldt
een vergelijkbaar principe van 'inbreiding gaat voor uitbreiding' op grond
waarvan eerst gekeken moet worden naar mogelijkheden om bestaande bebouwing en
bestaande erven daarvoor te benutten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Doel
regeling</tekst:i><tekst:br/><tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1">Paragraaf 4.5.1</tekst:IntRef> heeft tot doel om de afspraken die gemeenten maken in het kader van de regionale programmeringstrajecten woningbouw juridisch te borgen. De regeling is zo opgezet dat gemeenten die de programmeringsafspraken hebben getekend, die kunnen gebruiken als onderbouwing van de behoefte aan nieuwe woningen. Daarbij geldt de voorwaarde dat de capaciteit die in omgevingsplannen wordt geboden moet passen binnen de gemaakte afspraken. Dit geldt ook voor het onderdeel waarin de opdracht staat om overcapaciteit aan woningbouwmogelijkheden binnen een bepaalde termijn te schrappen. Die opdracht geldt niet voor omgevingsplannen die passen binnen de gemaakte afspraken. De regeling in de Omgevingsverordening volgt wat in de woonafspraken die met gemeenten zijn gemaakt, is vastgelegd. De regeling stelt geen extra eisen aan omgevingsplannen die passen binnen de gemaakte afspraken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling biedt zo een vangnet
aan de regio en voorkomt dat gemeenten die de afspraken niet hebben getekend of
zich daar niet aan houden, de balans tussen vraag en aanbod kunnen verstoren
waarop de regionale programmering is gericht.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Nieuwe
woningen</tekst:i><tekst:br/>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.14__para_2">Artikel 4.14, tweede lid</tekst:IntRef> is gedefinieerd wat moet worden verstaan onder 'nieuwe woningen'. De uitbreiding van bestaande woningen valt niet onder het begrip 'nieuwe woningen', tenzij daardoor een extra (zelfstandige) woning ontstaat. Ook tijdelijke woningen, zoals mantelzorgwoningen, vallen niet onder het begrip 'nieuwe woningen'. Het actueel onderzoek woningbouw geeft een vertaling van de regionale behoefte woningbouw naar de specifieke gemeentelijke situatie. Het gaat dan om de verhouding tussen bestaande woningen, nieuwe woningen en plancapaciteit, sloop, vervanging en de kwalitatieve invulling (woningbouwsegmenten, doelgroepen enz.).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Woonafspraken</tekst:i><tekst:br/>Het proces van regionale afstemming zoals dat door de provincie wordt gefaciliteerd, is erop gericht om woonafspraken te maken tussen gemeenten en de provincie. Daarin wordt concreet gemaakt wat er binnen de looptijd van de afspraken mogelijk en gewenst is om te voorzien in de regionale behoefte aan woningbouw. De woonafspraken hebben een looptijd van 5 jaar. De woonafspraken bieden gemeenten in de regio de zekerheid dat de ontwikkelingen die daarin zijn opgenomen in principe doorgang kunnen vinden omdat ze passen binnen het provinciaal beleid en omdat daarmee de onderbouwing geleverd kan worden voor de Ladder voor duurzame verstedelijking.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor gemeenten die woonafspraken hebben getekend is de actuele woningbehoefte vastgesteld in het kader van deze woonafspraken op basis van de prognoses die daaraan ten grondslag zijn gelegd. Voor deze gemeenten gelden dus niet eventuele aanvullende eisen die op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1__art_4.15">Artikel 4.15</tekst:IntRef> kunnen worden gesteld aan de onderbouwing van woningbouwplannen van gemeenten die niet mee hebben gedaan in de regionale programmering en niet de woonafspraken hebben getekend.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1">Paragraaf 4.5.1</tekst:IntRef> is vastgelegd dat voor woningbouwplannen die passen binnen geldende woonafspraken aangenomen mag worden dat zij voldoen aan de eis dat de woningbouw onderbouwd moet worden met actueel onderzoek woningbouw. Een zorgvuldige regionale afstemming die zijn vertaling krijgt in woonafspraken kan aanleiding zijn om mee te werken aan een hoger percentage dat in woningbouwmogelijkheden in omgevingsplannen kan worden vastgelegd. Reden om mee te werken aan een hoger percentage is het feit dat door regionale afstemming er meer zicht is op ontwikkelingen in de regio die voor een individuele gemeente van invloed kan zijn op vraag en aanbod op de woningmarkt. Daardoor is er minder risico op een situatie waarin er eerst woningbouwcapaciteit geschrapt moet worden, voordat medewerking verleend kan worden aan niet voorziene ontwikkelingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Geen woonafspraken</tekst:i><tekst:br/>Het kan zijn dat gemeenten geen woonafspraken met ons willen maken en dus niet de gemeentelijke consequenties van het traject van regionale programmering voor hun rekening nemen. Omdat van de woningbouwplannen zoals deze gemeenten in hun omgevingsplannen mogelijk maken niet op voorhand kan worden aangenomen dat zij passen binnen de regionale programmering, zullen die gemeente deze onderbouwing moeten leveren op het niveau van het omgevingsplan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te voorkomen dat hun plannen negatieve effecten
hebben op andere woningbouwplannen in de regio (omdat bij overprogrammering in
de regio de onderbouwing voor de Ladder voor duurzame verstedelijking niet
geleverd kan worden), zal de gemeente over het specifieke omgevingsplan de
afstemming met de regio moeten zoeken. De afstemming met de regio moet blijken
uit schriftelijke instemming van de colleges van burgemeester en wethouders van
de gemeenten binnen de regio en van Gedeputeerde Staten op het moment van
vaststelling van het omgevingsplan of het afgeven van de omgevingsvergunning
waarmee van het geldende omgevingsplan wordt afgeweken. Aangezien de behoefte 2
jaarlijks wordt geactualiseerd, is instemming eveneens gedurende 2 jaar geldig.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Van buurgemeenten die tot de woonregio van de gemeente gerekend moeten worden, maar die buiten Overijssel zijn gelegen, kan niet altijd verwacht worden dat zij meewerken aan het systeem van regionale programmering waarop de provincie Overijssel stuurt. Daarom is in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.1">Paragraaf 4.5.1</tekst:IntRef> voorzien in een afwijkende regeling voor het verkrijgen van instemming van gemeenten uit de regio die buiten Overijssel zijn gelegen. Voor die gemeenten geldt niet de eis van instemming, maar moet wel aangetoond worden dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. In het geval dat gemeenten uit de regio hun instemming weigeren, kan de gemeente Gedeputeerde Staten vragen om vervangende instemming. Daarbij is bepaald dat voor Gedeputeerde Staten in een dergelijke situatie de regionale behoefte woningbouw als toetsingskader geldt. De regionale behoefte woningbouw is de door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen</tekst:i><tekst:br/>Om flexibel te kunnen inspelen op veranderende woningbouwbehoeften hanteert de provincie als uitgangspunt dat in omgevingsplannen bij voorkeur maximaal 80% van de woningbouwbehoefte mag worden vastgelegd. Daarbij gaat het zowel om rechtstreekse bouwtitels als om woningen die na vaststelling van een uitwerkings- of wijzigingsplan gerealiseerd kunnen worden. De 20% die niet op voorhand is geprogrammeerd in geldende omgevingsplannen kan gebruikt worden om in de gemeente of binnen de regio medewerking te verlenen aan nieuwe initiatieven die niet konden worden voorzien. Gedacht kan worden aan panden die leeg komen te staan of inbreidingslocaties die door sloop vrijkomen en die zich goed lenen voor een woonfunctie. Wanneer de actuele behoefte aan woningbouw volledig is belegd in geldende omgevingsplannen, zal eerst capaciteit elders moet worden geschrapt voordat meegewerkt kan worden aan een nieuw initiatief.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Afwijking van woonafspraken</tekst:i><tekst:br/>Ook voor gemeenten die woningbouwmogelijkheden vastleggen in omgevingsplannen die niet passen binnen de woonafspraken die met hen zijn gemaakt, geldt dat zij op het niveau van het omgevingsplan de onderbouwing moeten leveren dat daarmee wordt voorzien in een actuele behoefte. Ook deze gemeenten zullen daarop de instemming moeten verwerven van de gemeenten in de regio en van Gedeputeerde Staten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Herstel balans vraag en aanbod</tekst:i><tekst:br/>De woonafspraken worden gebruikt om waar sprake is van een overaanbod aan woningbouwmogelijkheden vraag en aanbod weer in balans te brengen door het schrappen van bestemde, maar onbenutte woningbouwmogelijkheden in omgevingsplannen. In het kader van de woonafspraken wordt het tempo bepaald waarin woningbouwmogelijkheden worden geschrapt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingsverordening biedt met de opdracht om overcapaciteit te schrappen aan de ene kant een vangnet voor het geval gemeenten niet willen meewerken aan het maken van woonafspraken. Aan de andere kant biedt de opdracht gemeenten juridische rugdekking als het schrappen van woningbouwmogelijkheden betekent dat inspanningsverplichtingen die eerder zijn aangegaan met derden niet nagekomen kunnen worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het schrappen van woonbestemmingen kan grote financi&#235;le gevolgen hebben voor de gemeente doordat grondexploitaties moeten worden aangepast. Ook kan het schrappen van woningbouwmogelijkheden leiden tot planschadeclaims van derden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het voorzienbaar maken van het schrappen van geldende woonbestemmingen is in het algemeen een termijn van 2 jaar ruim voldoende. Eigenaren en andere belanghebbenden van de gronden hebben binnen deze termijn nog de gelegenheid om de woonbestemming te realiseren.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Schrappen en
woonafspraken</tekst:i><tekst:br/>In het kader van de woonafspraken kan voor het schrappen van overcapaciteit een langere termijn worden vastgelegd dan de 2 jaar die geldt voor gemeenten die de woonafspraken niet hebben getekend. De verplichtingen die gemeenten aangaan in het kader van de woonafspraken bieden de provincie de zekerheid dat de balans tussen vraag en aanbod binnen een redelijke termijn wordt hersteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gemeenten die op basis van de
woonafspraken capaciteit moeten schrappen zullen op een vergelijkbare wijze als
gemeenten die zich niet kunnen beroepen op woonafspraken voorzienbaarheid
moeten cre&#235;ren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De opdracht om capaciteit te schrappen geldt niet voor
woningbouwmogelijkheden die passen binnen geldende woonafspraken. Daarvoor
geldt immers dat de behoefte aan de nieuwe woningen in het kader van de
regionale woningbouwprogrammering is aangetoond.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Schrappen als geen
woonafspraken</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsverordening is de opdracht vastgelegd om bestemde en tot dusver onbenutte woningbouwmogelijkheden te schrappen waarvan op basis van actueel onderzoek woningbouw moet worden aangenomen dat daaraan de komende jaren geen behoefte meer bestaat. Dit geldt voor zowel rechtstreekse bouwtitels voor woningbouw als voor wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in geldende omgevingsplannen die woningbouw mogelijk maken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In principe geldt voor de eis om
woningbouwmogelijkheden te schrappen een termijn van 2 jaar nadat de raad op
basis van actueel onderzoek woningbouw heeft vastgesteld welke concrete
woningbouwmogelijkheden moeten worden geschrapt om de balans tussen vraag en
aanbod te herstellen. Het besluit waarin de raad aangeeft welke
woningbouwlocaties geschrapt worden, moet binnen 6 maanden na de vaststelling
van het actueel onderzoek woningbouw genomen te worden. Het raadsbesluit waarin
concrete locaties worden aangewezen en de termijn van 2 jaar die daarna begint
te lopen, zorgen ervoor dat wordt voldaan aan de eis van voorzienbaarheid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de werking van deze instructieregel
om overcapaciteit te schappen is het van belang dat het actueel onderzoek
woningbouw ook daadwerkelijk regelmatig (eens in de 2 jaar) wordt
geactualiseerd. Voor het geval een gemeente daarin in gebreke blijft, is in de
Omgevingsverordening de mogelijkheid opgenomen dat Gedeputeerde Staten voor de
gemeente het actueel onderzoek woningbouw vaststelt dat vervolgens het
vertrekpunt is voor het bepalen van eventuele overcapaciteit in de gemeente.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_117" wId="pv23_80__artrecital__content_117">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.5.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Detailhandel</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang</tekst:strong><tekst:br/>Binnensteden vormen het hart van Overijsselse steden en regionale centra. De kwaliteit van de binnensteden bepaalt de identiteit en het imago van de steden, maar ook de mate waarin Overijssel als geheel als aantrekkelijke en dynamische economische en culturele regio wordt gezien. De bundeling van detailhandelsvoorzieningen in binnensteden en wijkwinkelcentra draagt bij aan het cre&#235;ren van aantrekkelijke winkelomgevingen en is belangrijk voor de aantrekkingskracht van binnensteden als woon/werklocaties en recreatieve bestemmingen. Dit element komt ook terug in de ontwikkelingsperspectief steden als motor en de gebiedskenmerken historische centra, binnensteden en landstadjes. Concentratie van publieksgerichte functies (horeca, detailhandel, culturele instellingen, maatschappelijke dienstverlening, enz.) in binnensteden en dorpscentra draagt eraan bij dat die het kloppende hart van de lokale en regionale gemeenschap blijven vormen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bestaande overprogrammering in winkelvloeroppervlak
in combinatie met het veranderende consumentengedrag, de opkomst van online
winkelen en de gevolgen van de coronacrisis, maakt dat er sprake is van
overaanbod van winkelruimte. Dit blijkt met name uit toenemende leegstand in
kernwinkelgebieden. Deze leegstand heeft een negatief effect op het
functioneren van het verblijfsklimaat in de binnensteden en daarmee op het
woon-, werk- en leefklimaat van steden en dorpen. Grootschalige
detailhandelsvestigingen (GDV) en volumineuze detailhandel met een regionale
uitstraling op perifere locaties zetten de detailhandelsfunctie in binnensteden
nog verder onder druk, niet alleen in de kern zelf maar ook in de regio. De
provincie ziet voor zichzelf een regierol in de regionale afstemming en
programmering van detailhandel met een regionale uitstraling. Dit laat onverlet
dat wij detailhandelsbeleid primair als een verantwoordelijkheid van gemeenten
zien.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provinciale regeling voor de afstemming van detailhandel met een regionale uitstraling geeft een nadere invulling van de regionale afstemming die beoogd wordt met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' uit het Besluit ruimtelijke ordening. Op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking moet de behoefte van een stedelijke ontwikkeling zijn aangetoond en dient te worden afgewogen waar deze kan worden gefaciliteerd binnen het bestaand bebouwd gebied. Voor de behoefte aan detailhandel moet gekeken worden naar het verzorgingsgebied van de winkels. Dat kan een wijk zijn, maar ook een gemeente of zelfs een grotere regio. De Ladder voor duurzame verstedelijking verbindt het principe van 'inbreiding gaat voor uitbreiding' zoals die door ons in deze Omgevingsverordening is vastgelegd met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, met de eis van regionale programmering als het verzorgingsgebied het niveau van de gemeente overstijgt. Daarvoor is de aard en de omvang van de nieuwe detailhandel bepalend. De Ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing als er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een regionale behoefte. De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn in de Omgevingsverordening geformuleerd als een motiveringseis waarbij voor elke nieuwe ontwikkeling waarmee een ruimtebeslag wordt gelegd op de Groene Omgeving moet worden nagegaan of daarvoor geen ruimte te vinden of gemaakt kan worden binnen het bestaand bebouwd gebied. De regeling in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.4">Artikel 2.4</tekst:IntRef> op het punt van regionale afstemming kan gezien worden als een nadere invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking, omdat daarin wordt vastgelegd hoe de regionale afstemming vorm moet krijgen als het gaat om detailhandel met een regionale uitstraling. De provinciale regeling legt daarbij voor detailhandel nadrukkelijker de focus op binnensteden en gaat uit van de kernenhi&#235;rarchie zoals vastgelegd in het principe van concentratie (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">Artikel 4.4</tekst:IntRef>).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_118" wId="pv23_80__artrecital__content_118">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.18</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Detailhandel</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Gelet op het provinciale beleid voor voorzieningen in stedelijke netwerken, streekcentra en de overige steden en dorpen, wordt in de Omgevingsverordening het principe vastgelegd dat detailhandel geconcentreerd dient te worden in of bij bestaande kernwinkelgebieden. Onder kernwinkelgebieden verstaan wij die delen van binnensteden en dorpscentra waar de detailhandelsvoorzieningen van de kern geconcentreerd zijn en wijkwinkelcentra.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Nieuwe vestigingen voor detailhandel kunnen alleen bij
uitzondering worden toegelaten buiten de bestaande kernwinkelgebieden. De
Omgevingsverordening benoemt de uitzonderingen die op deze regel gemaakt kunnen
worden. Het gaat aan de ene kant om volumineuze detailhandel waarvoor geen
ruimte gevonden kan worden in of aansluitend aan kernwinkelgebieden. De andere
uitzondering is grootschalige detailhandel, maar daarvoor is de mogelijkheid om
een uitzondering te maken op de algemene regel beperkt tot de stedelijke
centra. Ook wijkwinkelcentra worden gezien als een perifere locaties. Voor
wijkwinkelcentra wordt een uitzondering gemaakt op het concentratiebeleid, maar
alleen voor detailhandel die voorzien in de eerste levensbehoeften.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Grootschalige detailhandel kan alleen in of aansluitend aan
bestaande kernwinkelgebieden worden toegestaan. Ook hier geldt dat op grond van
het principe van concentratie als regel alleen GDV gericht op de lokale
behoefte kan worden toegestaan. Voor
grootschalige detailhandel geldt dat wanneer er sprake is van een regionale
uitstraling, hiervoor alleen ruimte is in de stedelijke centra. Daarbij zal
allereerst afgewogen moeten worden of er behoefte is aan een dergelijke
voorziening. In lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking gaat het bij
de onderbouwing van de behoefte aan een dergelijke voorziening om zowel de
kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte, rekening houdend met de bestaande
voorraad (zowel kwalitatief als kwantitatief). Een distributieplanologisch
onderzoek kan een functie hebben in het bepalen van de kwantitatieve behoefte.
Verder moet aangetoond worden dat de vestiging niet leidt tot een onevenredige
aantasting van het voorzieningenniveau in de regio en het woon-, leef- en
ondernemersklimaat in de kern. Verder moet aangetoond worden dat er regionale
afstemming heeft plaatsgevonden over de voorgenomen vestiging met de
buurgemeenten en Gedeputeerde Staten. Ook hier geldt dat voor de vraag
met welke buurgemeenten regionaal moet worden afgestemd, bepalend is hoever de
regionale uitstraling van de detailhandelsvestiging reikt.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_119" wId="pv23_80__artrecital__content_119">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.19</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(buurt- en wijkwinkelcentra)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Naast het centrale winkelgebied dat vaak in het historische hart van kernen te vinden is, kennen grotere kernen ook verspreid liggende winkelconcentraties. Het gaat dan vaak om winkelcentra in woonwijken die in hoofdzaak gericht zijn op de eerste levensbehoeften.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bestaande concentraties van volumineuze detailhandelsvestigingen, zoals woonboulevards, autoboulevards, e.d. beschouwen wij niet als wijkwinkelcentra. Deze locaties zijn immers ontstaan als uitzondering op de regel dat detailhandel geconcentreerd dient te worden in binnensteden en (wijk)winkelcentra vanwege de specifieke ruimtebehoefte van volumineuze detailhandel. Ook bestaande grootschalige detailhandelslocaties rekenen wij niet tot (wijk)winkelcentra, omdat ook die ontstaan zijn als een uitzondering op de algemene regel vanuit een specifieke ruimtebehoefte. Aanmerken van een perifere detailhandelslocatie voor volumineuze of grootschalige detailhandel als wijkwinkelcentrum zou betekenen dat met de mogelijkheden die <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.18">Artikel 4.18</tekst:IntRef> biedt voor vestiging van reguliere detailhandel zo'n perifere
locatie zou kunnen uitgroeien tot regulier winkelgebied. Daarmee wordt afbreuk
gedaan aan de doelstelling om detailhandel zoveel mogelijk te concentreren in
binnensteden en bestaande wijkwinkelcentra.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_120" wId="pv23_80__artrecital__content_120">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.20</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(volumineuze detailhandel op perifere locaties)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Om te voorkomen dat binnensteden door concurrentie van
goedkopere locaties op bedrijventerreinen 'leeglopen', dient de uitoefening van
detailhandel op bedrijventerreinen tot uitzonderingen beperkt te blijven. Er is
alleen ruimte voor volumineuze detailhandel waarvoor binnen de bestaande
kernwinkelgebieden geen ruimte kan worden gevonden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze bepaling ziet niet op detailhandel als
ondergeschikte nevenactiviteit, zoals de verkoop van ter plekke gemaakte
producten of de verkoop van goederen waarvan de verkoop aan particulieren onderdeel
uitmaakt van de normale dienstverlening van het bedrijf.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Conform het principe van concentratie in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">Artikel 4.4</tekst:IntRef> geldt ook voor volumineuze detailhandel dat het als regel zal moeten gaan om een voorziening voor de lokale behoefte. Volumineuze detailhandel met een regionale uitstraling kan conform het principe van concentratie alleen worden toegestaan in de streekcentra (Hardenberg en Steenwijk) en de stedelijke centra (de kernen Almelo, Borne, Enschede, Hengelo, Oldenzaal, Deventer, Zwolle en Kampen).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de noodzakelijk afstemming van voorzieningen met
een regionale uitstraling in de regio, zal in de ruimtelijke onderbouwing van
een plan dat als nieuwe ontwikkeling volumineuze detailhandel met een regionale
uitstraling mogelijk maakt, aannemelijk gemaakt moeten worden dat er een
behoefte is aan deze nieuwe detailhandelsvoorziening. In lijn met de Ladder
voor duurzame verstedelijking gaat het bij de onderbouwing van de behoefte aan
een dergelijke voorziening om zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve
behoefte, rekening houdend met de bestaande voorraad (zowel kwalitatief als
kwantitatief). Een distributieplanologisch onderzoek kan een functie hebben in
het bepalen van de kwantitatieve behoefte.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder moet aangetoond worden dat de vestiging niet
leidt tot een onevenredige aantasting van het voorzieningenniveau in de regio
en het woon-, leef- en ondernemersklimaat in de kern. Deze eisen richten zich
aan de ene kant op het voorkomen van een duurzame ontwrichting van het
voorzieningenniveau in de regio en aan de andere kant op het voorkomen van
leegstand met alle gevolgen van dien voor het woon-, leef- en
ondernemersklimaat in de kernen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te zorgen dat er daadwerkelijke regionale
afstemming plaatsvindt over nieuwe detailhandelsvestigingen met een regionale
uitstraling, wordt de eis gesteld dat aangetoond moet worden dat er is
afgestemd met zowel de buurgemeenten in de regio en Gedeputeerde Staten. Voor
de vraag met welke buurgemeenten regionaal moet worden afgestemd, is bepalend
hoever de regionale uitstraling van de detailhandelsvestiging reikt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het tweede lid van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.2__art_4.20">Artikel 4.20</tekst:IntRef> wordt in stedelijke centra de mogelijkheid geboden om volumineuze detailhandel toe te staan op andere perifere locaties dan bedrijventerrein. Gemeenten kunnen in de stedelijke centra perifere locaties aanwijzen als winkelgebied om daar volumineuze detailhandel te concentreren. Gedacht kan worden aan woonboulevards, autoboulevards of een locatie voor bouwmarkten, waar volumineuze detailhandel wordt geconcentreerd rond een thema. De gemeente kan ook een enkele solitaire vestiging op een perifere locatie toestaan als dit past binnen de gemeentelijke detailhandelsstructuur. De aanwijzing vindt bij voorkeur plaats in een gemeentelijke detailhandelsvisie. Daarin kan duidelijk worden gemaakt hoe de locatie past binnen de detailhandelsstructuur van de gemeente en van de regio, als de locatie bedoeld is voor volumineuze detailhandel met regionale effecten. Wij gaan er vanuit dat in gemeentelijke detailhandelsvisie slechts een beperkt aantal perifere locaties aangewezen wordt waarop volumineuze detailhandel met regionale effecten geconcentreerd wordt.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_121" wId="pv23_80__artrecital__content_121">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.21</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(grootschalige detailhandel op perifere locaties)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De vestiging van nieuwe grootschalige detailhandel buiten
kernwinkelgebieden moet ook in de stedelijke centra een uitzondering blijven.
Daarom mag hiervoor niet op voorhand (zonder een concrete aanvraag) ruimte
worden geboden in bestemmingsplannen. Wanneer zich een initiatief voordoet, kan
daarvoor de route van een buitenplanse afwijking worden gevolgd, zoals mogelijk
wordt gemaakt voor omgevingsplanactiviteiten waarvoor afgeweken wordt van het
geldende omgevingsplan (artikel 5.21, lid 2 onder b Omgevingswet).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met deze regeling wordt voldaan aan afspraken die met het Rijk zijn gemaakt over grootschalige detailhandel met regionale effecten, gelet op de mogelijke gevolgen die dat soort vestigingen kunnen hebben voor het voorzieningenniveau in binnensteden. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_122" wId="pv23_80__artrecital__content_122">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.22</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(bijzondere vormen van detailhandel op perifere locaties)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Kringloopwinkels</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij zien kringloopbedrijven als een bijzondere vorm van detailhandel. Als verkooppunt voor tweedehands goederen horen ze in principe in kernwinkelgebied thuis. Het aandeel volumineuze goederen kan reden zijn om kringlopen toe te staan op bedrijventerrein. De verhouding volumineus en de kleine goederen die er ook worden verkocht, is vaak niet zodanig dat je kunt spreken van een detailhandelsfunctie die ondergeschikt is aan het volumineuze deel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een kringloop is
door zijn bijzondere kenmerken niet altijd in te passen in kernwinkelgebied en
komt daardoor in aanmerking voor een plek op bedrijventerrein.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast de ruimte die nodig is voor de volumineuze goederen,
is er ook ruimte nodig om spullen te brengen, te sorteren en te repareren, en
afval af te voeren. Dit brengt mobiliteit met zich mee die niet altijd past binnen
kernwinkelgebieden die vaak als voetgangersgebieden zijn ingericht. Kringlopen
hebben een bijzondere maatschappelijke betekenis door de rol die ze spelen in
het duurzaam omgaan met goederen (recycling/circulaire economie) en de
werkplekken die ze vaak bieden voor mensen met afstand tot de
arbeidsmarkt. Kringlopen hebben panden nodig die niet te hoog in de huurprijs
zitten en komen dan vaak uit bij leegstaande panden op bedrijventerrein.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voordat medewerking
wordt verleend aan de vestiging van een kringloop op bedrijventerrein, moet wel
een zorgvuldig afgewogen worden of er voor de kringloop inderdaad geen
geschikte plek binnen kernwinkelgebied te vinden of te maken is. Kringloopbedrijven
die alleen kleine goederen verkopen zoals vintagewinkels, horen gewoon een plek
te krijgen in kernwinkelgebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is belangrijk om
heel voorzichtig te zijn met het regelen van kringlopen in een omgevingsplan,
omdat de scheidslijn met andersoortige detailhandel niet zo heel dik is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Veel kringlopen ontstaan als een tijdelijke functie in leegstaande bedrijfsgebouwen. Veel van die kringlopen verdwijnen na verloop van tijd weer of verhuizen naar een ander leegstaand pand als de eigenaar voor het pand waarin de kringloop gevestigd was andere ontwikkelingsmogelijkheden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit pleit ervoor om kringlopen buiten kernwinkelgebieden
alleen toe te staan als tijdelijk afwijkend gebruik. Als de kringloop toch als
vrij permanent moet worden gezien zou een specifieke regeling van de functie
'kringloop' een oplossing kunnen zijn, waarbij heel precies gedefinieerd welke
detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan (alleen in tweedehandsgoederen die
daarvoor gratis ontvangen worden). Voorkomen moet worden dat met een
detailhandelsbestemming de deur wordt opengezet voor andere vormen van detailhandel.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Ondergeschikte
detailhandel</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Op allerlei plekken vervullen detailhandels activiteiten een ondersteunende of afgeleide rol ten behoeve de hoofdactiviteit op een locatie. Het gaat vaak om functies die zelf al publiek trekken. Gedacht kan worden aan detailhandel op stationslocaties, tankstations, museumwinkels, maar ook aan fabriekswinkels en boerderijwinkels waar ter plaatse geproduceerde goederen worden verkocht. Tegen ondergeschikte detailhandelsactiviteiten die functioneel gebonden zijn aan de hoofdfunctie op de locatie bestaat vanuit de provinciale inzet op concentratie in de kernwinkelgebieden geen bezwaar, mits de detailhandelsactiviteiten van ondergeschikte aard blijven en niet uit kunnen groeien tot zelfstandige detailhandelsvestigingen. Dit moet zo geregeld worden in het omgevingsplan.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_123" wId="pv23_80__artrecital__content_123">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.5.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Werklocaties (bedrijventerreinen en kantorenlocaties)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het provinciale beleid voor werklocaties
ligt vast in de Omgevingsvisie Overijssel. Als ambitie bij het thema 'economie
en vestigingsklimaat' hebben wij uitgesproken dat wij streven naar een vitale
en zichzelf vernieuwende regionale economie. Een belangrijk randvoorwaarde
daarbij is dat er in Overijssel vitale werklocaties beschikbaar moeten zijn die
zowel kwantitatief als kwalitatief aansluiten op de vraag van het bedrijfsleven.
Aan de andere kant geldt dat wij ook streven naar zuinig en zorgvuldig
ruimtegebruik. Een belangrijke duurzaamheidsambitie is het beter benutten van
ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Onnodig ruimtebeslag moet worden
tegengegaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ons beleid is gericht op de
ontwikkeling van vitale werklocaties die zowel kwantitatief als kwalitatief
aansluiten op de veranderende vraag van het bedrijfsleven. Wijzigingen in
wensen en eisen van het bedrijfsleven zullen in de eerste plaats binnen het bestaande
aanbod aan werklocaties moeten worden opgevangen. Voor zover vanuit het
bestaande aanbod - ook met herstructureringen - niet in de behoefte aan
werklocaties kan worden voorzien, is er ruimte voor de uitbreiding van
werklocaties. Daarbij geldt het principe van concentratie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is van provinciaal belang dat
vraag naar en aanbod van bedrijventerrein in ieder geval op het niveau van de
regio in balans zijn. Teveel aanbod leidt tot onnodig ruimtebeslag en leegstand
en kan de realisatie van bedrijventerrein verlammen. Te weinig aanbod leidt
ertoe dat niet kan worden voorzien in de behoefte aan vitale werklocatie die
kwalitatief en kwantitatief aansluiten op de vraag van het bedrijfsleven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om vraag en aanbod zowel
kwantitatief als kwalitatief op elkaar te laten aansluiten, is een zorgvuldige
planning en regulering van nieuwe bedrijventerreinen en herstructurering van
bestaande bedrijventerreinen noodzakelijk. Daarom stuurt de provincie op
regionale programmering van bedrijventerreinen waarmee wordt voorzien in de
actuele behoefte aan bedrijventerreinen, zowel lokaal als in de regio.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Lokale behoefte </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het vaststellen van de behoefte van een gemeente aan nieuw bedrijventerrein is het principe van concentratie, zoals vastgelegd in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.4">Artikel 4.4</tekst:IntRef> van deze verordening, uitgangspunt. Daarin is vastgelegd dat gemeenten in principe alleen voorzien in de lokale behoefte aan bedrijventerrein. Alleen de stedelijke netwerken mogen voorzien in een (boven)regionale behoefte. Voor de streekcentra geldt dat zij mogen voorzien in een regionale behoefte, voor zover dit past binnen de regionale programmering van de regio.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het kader van het principe van
concentratie hebben wij de mogelijkheid opengehouden dat gemeenten in goed
onderling overleg besluiten om (een deel van) de behoefte van de ene gemeente
te laten invullen door een andere gemeente. Dit maakt onderdeel uit van de
regionale programmering en wordt vastgelegd in de afspraken bedrijventerreinen
met de gemeenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Actueel onderzoek bedrijventerreinen </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De ontwikkelingen in de markt voor bedrijventerreinen zijn alleen beperkt te voorzien. Economische ontwikkelingen verlopen vaak anders dan eerder verwacht. Ook kan er sprake zijn van veranderende wensen vanuit het bedrijfsleven waardoor het bestaande aanbod niet meer voldoet. Om te kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen, is het van belang om prognoses en planningen regelmatig bij te kunnen spelen. Daarom wordt in de provinciale sturing op de programmering van bedrijventerreinen zo'n groot gewicht gehecht aan onderbouwing op basis van actueel onderzoek naar de behoefte aan bedrijventerreinen in gemeenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het actueel onderzoek
bedrijventerreinen is gebaseerd op de regionale behoefte bedrijventerreinen,
markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Het actueel onderzoek
bedrijventerreinen moet ten minste eens in de 2 jaar worden geactualiseerd.
Hierdoor is verzekerd dat het onderzoek inderdaad actueel is op het moment dat
in de onderbouwing van een herziening van het omgevingsplan daarnaar wordt
verwezen. In overleg met de Overijsselse gemeenten is de houdbaarheid van het
onderzoek bedrijventerreinen gesteld op 2 jaar. Onderzoeken die ouder zijn dan
2 jaar kunnen niet zondermeer dienen als onderbouwing van omgevingsplannen die
voorzien in nieuw bedrijventerrein.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te kunnen bepalen in hoeverre
het noodzakelijk is om de bestaande voorraad aan bedrijventerrein uit te
breiden, moet nadrukkelijk gekeken worden naar het bestaande aanbod, de
mogelijkheden van herstructurering en transformatie en de kwalitatieve
invulling (segmenten, niches, enz.).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor actualisering van de afspraken bedrijventerreinen wordt in Overijssel een methodiek gebruikt, waarbij met meerdere scenario's wordt gerekend. Daarbij sluiten we aan op de methodiek die wordt gehanteerd in de Bedrijfslocatiemonitor (BLM) van Centraal Planbureau.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uitgangspunt voor de ramingen zijn
de scenario's die door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het
Centraal Planbureau (CPB) worden gehanteerd in de Toekomstverkenningen Welvaart
en Leefomgeving (WLO-scenario's). Daarnaast kunnen ook het scenario's van het
Economisch Instituut voor de bouw (EIB) worden gehanteerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het proces van regionale
afstemming is het belangrijk dat de wijze waarop de behoefte aan nieuw
bedrijventerrein wordt vastgesteld, consistent is. In een delegatiebesluit hebben
Provinciale Staten bepaald dat Gedeputeerde Staten nadere eisen kunnen stellen
waaraan het actueel onderzoek bedrijventerreinen waarmee gemeenten de
verplichte onderbouwing van de behoefte moeten leveren, moet voldoen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Regionale afstemming</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Omdat de markt van vraag naar en
aanbod van bedrijventerreinen niet ophoudt bij de gemeentegrens, is regionale
afstemming noodzakelijk. Het lokale aanbod aan bedrijventerrein maakt onderdeel
uit van het regionale aanbod. Bij de onderbouwing van de behoefte zal daarom
ook duidelijk gemaakt moeten worden hoe het aanbod zich verhoudt tot het aanbod
in de regio. Dit vraagt om afstemming met andere gemeenten in de regio.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In regionale afstemming kan bepaald
worden of de beoogde ontwikkeling van bedrijventerrein voorziet in een actuele
(regionale) behoefte. Ook kan de regionale afstemming inzicht bieden in
locaties die elders in de regio binnen bestaand bebouwd gebied eventueel
beschikbaar zijn of gemaakt kunnen worden om in de behoefte aan
bedrijventerrein te voorzien.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.23">Artikel 4.23</tekst:IntRef> gaat er vanuit dat gemeenten de bedrijventerreinenprogrammering in hun gemeenten vaststellen op basis van regionale afstemming. De provincie faciliteert het proces van regionale afstemming door het organiseren van overleggen in de regio.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onderwerpen die daarin aan de orde
komen zijn onder meer:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" eId="artrecital__content_123__list_1" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_1">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_1__item_a" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Analyse van vraag en aanbod (kwantitatief en kwalitatief);</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_1__item_b" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Uitbreidingsvraag
voor de komende 10 jaar;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_1__item_c" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_1__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Strategie doelrealisatie (ambities en uitgangspunten);</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_1__item_d" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_1__item_d">
		    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Zuinig
zijn met toevoegen van nieuwe hectares bedrijventerrein;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_1__item_e" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_1__item_e">
		    <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Afname harde plancapaciteit (schrappen of tijdelijk uit de markt halen)Maatregelen per gemeente;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_1__item_f" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_1__item_f">
		    <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Flexibiliteit, monitoring en afspraken over eventuele aanpassing van de afspraken.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Met welke gemeenten regionale
afstemming gezocht moet worden hangt af van de mogelijkheden die geboden
worden. Voor de definitie van regio is uitgegaan van de werking van de markt
voor bedrijventerreinen. De regio reikt zover als met de geboden mogelijkheden
een samenhangende markt wordt bediend. In het kader van het proces van
regionale afstemming wordt hiervoor de term 'planrelevante gemeenten' gebruikt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie Overijssel faciliteert
het regionale afstemmingsoverleg in de vorm van regionale programmeringstrajecten
binnen de regio's Twente en West-Overijssel. Voor Deventer geldt dat
aangesloten wordt op het regionale programmeringstraject dat voor de Cleantech
regio (Deventer) wordt aangestuurd vanuit de provincie Gelderland, maar dat de
afspraken worden vastgelegd in de programmeringsdocumenten van de regio
West-Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Ladder voor Duurzame verstedelijking </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In 2012 is de Ladder voor Duurzame
verstedelijking in werking getreden. In artikel 5.129g van het Besluit Kwaliteit
Leefomgeving heeft het Rijk een motiveringseis opgenomen die gericht is op
zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De Ladder voor Duurzame verstedelijking
gaat uit van regionale afstemming en is daarmee een instrument om
overprogrammering tegen te gaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provinciale sturing op de bedrijventerreinenprogrammering
geeft invulling aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Daarmee kan worden
onderbouwd dat de aanleg van nieuw bedrijventerrein voorziet in een actuele
behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale afstemming zoals die door de
provincie gefaciliteerd wordt stelt gemeenten in staat om de onderbouwing te
leveren voor de Ladder voor duurzame verstedelijking.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De sturing op zuinig en zorgvuldig
ruimtegebruik krijgt in de Omgevingsverordening invulling met de principes van zuinig
en zorgvuldig ruimtegebruik (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__art_4.5">Artikel 4.5</tekst:IntRef>). Daarin is vastgelegd dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen
altijd eerst gezocht moet worden naar een geschikte of geschikt te maken
locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Pas als aannemelijk is dat er binnen
stedelijk gebied geen ruimte te vinden is, kan er een claim gelegd worden op de
Groene Omgeving. Voor ontwikkelingen in de Groene Omgeving geldt een
vergelijkbaar principe van 'inbreiding gaat voor uitbreiding' op grond waarvan
eerst gekeken moet worden naar mogelijkheden om bestaande bebouwing en
bestaande erven daarvoor te benutten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Doel regeling </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze paragraaf heeft tot doel om de afspraken die
gemeenten maken in het kader van de regionale programmeringstrajecten
bedrijventerreinen juridisch te borgen. De regeling is zo opgezet dat gemeenten
die de programmeringsafspraken hebben getekend, die kunnen gebruiken als
onderbouwing van de behoefte aan nieuw bedrijventerrein. Daarbij geldt de
voorwaarde dat de capaciteit die in omgevingsplannen wordt geboden moet passen
binnen de gemaakte afspraken. Dit geldt ook voor het onderdeel waarin de
opdracht staat om overcapaciteit aan bedrijventerreinen binnen een bepaalde
termijn te schrappen. Die opdracht geldt niet voor omgevingsplannen die passen
binnen de gemaakte afspraken. De regeling in de Omgevingsverordening volgt wat
in de afspraken bedrijventerreinen die met gemeenten zijn gemaakt, is
vastgelegd. De regeling stelt geen extra eisen aan omgevingsplannen die passen
binnen de gemaakte afspraken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling biedt zo een vangnet
aan de regio en voorkomt dat gemeenten die de afspraken niet hebben getekend of
zich daar niet aan houden, de balans tussen vraag en aanbod kunnen verstoren
waarop de regionale programmering is gericht.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Nieuwe bedrijventerreinen </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze paragraaf bevat instructieregels voor
omgevingsplannen die voorzien in de aanleg van nieuw bedrijventerrein.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder 'nieuwe bedrijventerreinen' wordt elke locatie verstaan die ontwikkeld wordt voor de vestiging van bedrijven en de bij die bedrijven behorende kantoren. Dit is in de Omgevingsverordening zo gespecificeerd dat wij voor deze regeling onder 'nieuw bedrijventerrein' werklocaties verstaan voor bedrijven en behorende kantoren waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Deze definitie zorgt ervoor dat in situaties van overprogrammering ingegrepen kan op geldende omgevingsplannen waarin capaciteit aan bedrijventerrein aanwezig is die nog niet benut is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Werklocaties met zelfstandige
kantoren worden apart gedefinieerd, omdat hierop een iets andere sturing van
toepassing is.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Afspraken bedrijventerreinen </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie faciliteert het proces van regionale afstemming over bedrijventerreinen. Dit proces is erop gericht om afspraken te maken tussen gemeenten en de provincie. Daarin wordt concreet gemaakt wat er binnen de looptijd van de afspraken mogelijk en gewenst is om te voorzien in de regionale behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen. De afspraken hebben een looptijd van 5 jaar, maar kunnen tussentijds geactualiseerd worden als daar aanleiding toe bestaat (bijvoorbeeld als er meer uitgegeven is dan op basis van prognoses was voorzien).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De afspraken bedrijventerreinen
bieden gemeenten in de regio de zekerheid dat de ontwikkelingen die daarin zijn
opgenomen in principe doorgang kunnen vinden. Daarmee kan onderbouwd worden dat
de ontwikkeling past binnen het provinciaal beleid. Ook kan daarmee de
onderbouwing geleverd kan worden voor de Ladder voor duurzame verstedelijking.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.23">Artikel 4.23</tekst:IntRef> is het principe vastgelegd dat plannen voor nieuw bedrijventerrein die passen binnen geldende afspraken daarmee onderbouwd zijn op de eis dat ze moeten voorzien in de actuele behoefte aan bedrijventerreinen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een zorgvuldige regionale afstemming die zijn vertaling krijgt in afspraken bedrijventerreinen is aanleiding om mee te werken aan een hoger percentage dat als bedrijventerreinencapaciteit in omgevingsplannen kan worden vastgelegd. Daarbij stellen wij het maximum aan de capaciteit aan nieuw bedrijventerrein dat kan worden vastgelegd in omgevingsplannen voor gemeenten waarmee afspraken bedrijventerreinen zijn gemaakt op 100%. Reden om uit te gaan van een hoger percentage is het feit dat door regionale afstemming er meer zicht is op ontwikkelingen in de regio die voor een individuele gemeente van invloed kan zijn op vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt. Daardoor is er minder risico op een situatie waarin er eerst capaciteit geschrapt moet worden, voordat medewerking verleend kan worden aan niet voorziene ontwikkelingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de afspraken bedrijventerreinen
kan worden vastgelegd dat voor gronden met een bedrijfsbestemming een
'ijskastconstructie ' wordt toegepast (zie hierna onder Herstel balans vraag en
aanbod). Omdat met deze 'ijskastconstructie' juridisch hard verzekerd is dat
deze gronden feitelijk niet beschikbaar zijn voor de markt en daardoor ook niet
verstorend zijn voor ontwikkelingen elders in de regio, telt deze
plancapaciteit niet mee voor het bepalen van de 100%-norm die geldt voor gemeenten
die de afspraken bedrijventerreinen tekenen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Verhouding tussen actueel onderzoek bedrijventerreinen en afspraken bedrijventerreinen </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In het kader van de regionale programmering bedrijventerreinen stellen gemeenten in onderlinge afstemming vast wat de actuele behoefte aan bedrijventerreinen is, om vervolgens te bepalen welk aanbod daarvoor nodig. Daarmee is de onderbouwing van de actuele behoefte bedrijventerreinen geleverd voor die gemeenten waarmee wij bestuurlijke afspraken hebben gemaakt over de (her)programmering van het aanbod aan bedrijventerreinen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de gemeenten die de afspraken
bedrijventerreinen hebben getekend geldt dat wij er vanuit gaan dat de actuele
behoefte is aangetoond met de prognoses die daaraan ten grondslag zijn gelegd.
Daarbij geldt natuurlijk wel dat de capaciteit die in het omgevingsplan wordt
geboden moet passen binnen de gemaakte afspraken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor gemeenten die de afspraken niet hebben getekend of die zich niet aan de afspraken houden, gelden de eisen van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24">Artikel 4.24</tekst:IntRef>. Zij moeten
zelf een onderbouwing leveren en zelf de afstemming doen met gemeenten in de
regio en kunnen zich niet beroepen op de regionale programmering en de
afspraken die de andere gemeenten hebben gemaakt.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Geen afspraken bedrijventerreinen </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het kan zijn dat gemeenten geen
afspraken bedrijventerreinen met ons willen maken en dus niet de gemeentelijke
consequenties van het traject van regionale programmering voor hun rekening
nemen. Omdat van de capaciteit aan nieuw bedrijventerrein zoals deze gemeenten
in hun omgevingsplannen mogelijk maken niet op voorhand kan worden aangenomen
dat die past binnen de regionale programmering, zullen die gemeenten deze onderbouwing
moeten leveren op het niveau van het omgevingsplan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gemeenten die de afspraken
bedrijventerreinen niet hebben getekend of zich niet aan de afspraken houden,
zullen zelf de onderbouwing moeten leveren als zij nieuw bedrijventerrein
willen ontwikkelen. Zij kunnen zich niet beroepen op de afspraken
bedrijventerreinen, maar zullen zelf de behoefte aan nieuw bedrijventerrein
moeten aantonen met actueel onderzoek bedrijventerreinen (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24">Artikel 4.24</tekst:IntRef>). Met deze
eis wordt bereikt dat het aanbod aan bedrijventerrein ook in deze gemeenten
aansluit op de actuele behoefte en wordt lokale en regionale overprogrammering
tegengegaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te voorkomen dat hun plannen
negatieve effecten hebben op andere plannen voor nieuwe bedrijventerreinen in
de regio (omdat bij overprogrammering in de regio de onderbouwing voor de
Ladder voor duurzame verstedelijking niet geleverd kan worden), zal de gemeente
over het specifieke omgevingsplan de afstemming met de regio moeten zoeken. De
afstemming met de regio moet blijken uit schriftelijke instemming van de
colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten binnen de regio en van
Gedeputeerde Staten op het moment van vaststelling van het omgevingsplan of het
afgeven van de omgevingsvergunning waarmee van het geldende omgevingsplan wordt
afgeweken. Aangezien de behoefte 2 jaarlijks wordt geactualiseerd, is
instemming eveneens gedurende 2 jaar geldig.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Van buurgemeenten die tot de regio van de gemeente gerekend moeten worden, maar die buiten Overijssel zijn gelegen, kan niet altijd verwacht worden dat zij meewerken aan het systeem van regionale programmering waarop de provincie Overijssel stuurt. Daarom is in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.24">Artikel 4.24</tekst:IntRef> voorzien in een afwijkende regeling voor het verkrijgen van instemming van gemeenten uit de regio die buiten Overijssel zijn gelegen. Voor die gemeenten geldt niet de eis van instemming, maar moet wel aangetoond worden dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het geval dat gemeenten uit de
regio hun instemming weigeren, kan de gemeente Gedeputeerde Staten vragen om
vervangende instemming. Daarbij is bepaald dat voor Gedeputeerde Staten in een
dergelijke situatie de regionale behoefte bedrijventerreinen als toetsingskader
geldt. De regionale behoefte bedrijventerreinen is de door Gedeputeerde Staten
vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nieuw
bedrijventerrein is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor gemeenten de afspraken
bedrijventerreinen wel hebben getekend geldt de eis niet dat ze moeten
afstemmen op het niveau van het omgevingsplan dat voorziet in nieuw
bedrijventerrein. Zij kunnen volstaan met de toelichting in het omgevingsplan
dat de capaciteit aan nieuw bedrijventerrein die daarmee geboden wordt, past
binnen de gemaakte afspraken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Hiervoor is aangegeven dat de
behoefte aan bedrijventerrein voortdurend wijzigt en dat het van belang is om
daarop flexibel in te spelen. Daarom is bepaald dat het onderzoek naar de
behoefte aan bedrijventerreinen regelmatig geactualiseerd moet worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om flexibel te kunnen inspelen op
veranderende behoeften hanteert de provincie voor gemeenten die de afspraken
bedrijventerreinen niet hebben getekend of zich daar niet aan houden, als
uitgangspunt dat in omgevingsplannen maximaal 80% van de behoefte aan
bedrijventerrein mag worden vastgelegd. Daarbij gaat het zowel om rechtstreekse
bouwtitels als om bedrijventerreinen die na vaststelling van een uitwerkings-
of wijzigingsplan gerealiseerd kunnen worden. De 20% die niet op voorhand is
geprogrammeerd in geldende omgevingsplannen kan gebruikt worden om in de
gemeente of binnen de regio medewerking te verlenen aan nieuwe initiatieven die
niet konden worden voorzien. Gedacht kan worden aan panden die leeg komen te
staan of inbreidingslocaties die door sloop vrijkomen en die zich goed lenen
voor een bedrijfsfunctie. Wanneer de actuele behoefte aan nieuwe
bedrijventerreinen volledig (100%) is belegd in geldende omgevingsplannen, zal
eerst capaciteit elders moet worden geschrapt voordat meegewerkt kan worden aan
een nieuw initiatief.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Afwijking van afspraken bedrijventerreinen </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het kan zijn dat een gemeente die wel de afspraken bedrijventerreinen heeft getekend, een plan in procedure wil brengen die niet past binnen de gemaakte afspraken. De koninklijke weg is dan om het voorstel te doen aan de regio om de gemaakte afspraken te herzien. Het is ook mogelijk om op het niveau van het omgevingsplan de afstemming met de regio te zoeken. In dat geval is de regeling in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.25">Artikel 4.25</tekst:IntRef> van toepassing. De gemeente die wil afwijken van de geldende afspraken bedrijventerrein, zal op het niveau van het omgevingsplan de onderbouwing moeten leveren dat daarmee wordt voorzien in een actuele behoefte. Ook zal de gemeente daarop de instemming moeten verwerven van de gemeenten in de regio en van Gedeputeerde Staten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Herstel balans vraag en aanbod </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De afspraken bedrijventerreinen
worden gebruikt om waar sprake is van een overaanbod aan capaciteit aan nieuw
bedrijventerrein vraag en aanbod weer in balans te brengen door het schrappen
van bestemde, maar onbenutte mogelijkheden in omgevingspannen. In het kader van
de afspraken bedrijventerreinen wordt het tempo bepaald waarin capaciteit moet
worden geschrapt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wanneer op basis van onderzoek aangenomen
moet worden dat vraag en aanbod weliswaar voor een bepaalde termijn uit balans
zullen zijn, maar dat op termijn er wel behoefte zal zijn aan bestemde, maar
tot dusver niet benutte plancapaciteit, dan kan afgesproken worden dat de
capaciteit tijdelijk uit de markt kan worden genomen ('in de ijskast zetten').
Om de regio de zekerheid te bieden dat de plancapaciteit dan ook bij een toets
aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking niet meetelt als beschikbaar
aanbod, moet de constructie waarmee de plancapaciteit 'in de ijskast' wordt
gezet voldoende juridische hardheid hebben. Daar waar in het kader van de
afspraken bedrijventerreinen is vastgelegd dat plancapaciteit 'in de ijskast'
mag worden gezet, geldt op grond van de verordening geen plicht tot schrappen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het schrappen van bestemmingen kan grote financi&#235;le gevolgen hebben voor de gemeente doordat grondexploitaties moeten worden aangepast. Ook kan het schrappen van ontwikkelingsmogelijkheden leiden tot planschadeclaims van derden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gemeenten die plancapaciteit schrappen zullen voorzienbaarheid moeten cre&#235;ren. Voor het voorzienbaar maken van het schrappen van geldende capaciteit in omgevingsplannen is in het algemeen een termijn van 2 jaar ruim voldoende. Eigenaren en andere belanghebbenden van de gronden hebben binnen deze termijn nog de gelegenheid om de geldende toedeling aan locaties van de functie bedrijventerrein te realiseren.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Schrappen en afspraken bedrijventerrein</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor gemeenten die de afspraken bedrijventerreinen hebben getekend gelden de afspraken die daarin gemaakt zijn over het tijdelijk uit de markt nemen of het schrappen van onbenutte plancapaciteit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het kader van de afspraken
bedrijventerreinen kan voor het schrappen van overcapaciteit een langere
termijn worden vastgelegd dan de 2 jaar die geldt voor gemeenten die de
afspraken niet hebben getekend. De plicht die gemeenten aangaan in het kader
van de afspraken bedrijventerreinen bieden de regio en de provincie de zekerheid
dat de balans tussen vraag en aanbod binnen een redelijke termijn wordt
hersteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gemeenten die op basis van de afspraken bedrijventerreinen capaciteit moeten schrappen zullen op een vergelijkbare wijze als gemeenten die zich niet kunnen beroepen op afspraken bedrijventerreinen voorzienbaarheid moeten cre&#235;ren</tekst:Al>
		<tekst:Al>De opdracht om capaciteit te schrappen geldt niet voor mogelijkheden om nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen die passen binnen geldende afspraken bedrijventerreinen. Daarvoor geldt immers dat op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.23">Artikel 4.23</tekst:IntRef> de behoefte aan nieuw bedrijventerrein geacht mag worden te zijn aangetoond.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Schrappen als geen afspraken bedrijventerrein</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor gemeenten die de afspraken bedrijventerreinen niet hebben getekend, is in de Omgevingsverordening de opdracht vastgelegd om bestemde en tot dusver onbenutte mogelijkheden voor de realisatie van bedrijventerrein te schrappen waarvan op basis van actueel onderzoek bedrijventerreinen moet worden aangenomen dat daaraan de komende jaren geen behoefte meer bestaat. Dit geldt voor zowel rechtstreekse bouwtitels als voor bevoegdheden die aan het college van burgemeester en wethouders zijn toegekend om het omgevingsplan aan te passen en die het realiseren van nieuw bedrijventerrein mogelijk maken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De stappen die op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.26">Artikel 4.26</tekst:IntRef> moeten worden gezet om te komen tot het daadwerkelijk schrappen van plancapaciteit, gelden dus alleen voor gemeenten die de afspraken bedrijventerreinen niet hebben getekend of zich daar niet aan houden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het schrappen van overcapaciteit
geldt een termijn van 2,5 jaar. Die termijn gaat lopen als op basis van actueel
onderzoek bedrijventerreinen is vastgesteld welke concrete mogelijkheden moeten
worden geschrapt om de balans tussen vraag en aanbod te herstellen. Het besluit
waarin de raad aangeeft welke locaties geschrapt worden, moet binnen 6 maanden
na de vaststelling van het actueel onderzoek bedrijventerreinen genomen worden.
Daarna heeft de gemeente dan nog 2 jaar de tijd om de overcapaciteit
daadwerkelijk te schrappen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingsverordening biedt met de opdracht om overcapaciteit te schrappen aan de ene kant een vangnet voor het geval gemeenten niet willen meewerken aan het maken van afspraken bedrijventerreinen. Aan de andere kant biedt de opdracht gemeenten juridische rugdekking als het schrappen van capaciteit betekent dat inspanningsverplichtingen die eerder zijn aangegaan met derden niet nagekomen kunnen worden. Voor de werking van deze instructieregel om overcapaciteit te schappen is het van belang dat het actueel onderzoek bedrijventerreinen ook daadwerkelijk regelmatig (eens in de 2 jaar) wordt geactualiseerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het geval een gemeente daarin
in gebreke blijft, is in de Omgevingsverordening de mogelijkheid opgenomen dat
Gedeputeerde Staten voor de gemeente het actueel onderzoek bedrijventerreinen
vaststelt dat vervolgens het vertrekpunt is voor het bepalen van eventuele
overcapaciteit in de gemeente.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Kantoren</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit onderdeel van de verordening
bevat regels voor omgevingsplannen die voorzien in aanleg van nieuwe
zelfstandige kantoren en kantorenlocaties. Onder nieuwe kantoren(locaties)
wordt elke locatie verstaan die ontwikkeld wordt voor de vestiging van zelfstandige
kantoren. Het provinciale beleid daarvoor ligt vast in de Omgevingsvisie Overijssel.
Ons beleid richt zich op zelfstandige kantoorruimte, en dus niet op
ondergeschikte kantoorruimte die binnen woningen is gerealiseerd voor aan
huis-gebonden-beroepen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsvisie is het
provinciale belang beschreven van zorgvuldige planning en regulering van nieuwe
kantoren(locaties). Het beleid heeft als uitgangspunt dat er geen bouw van
nieuwe zelfstandige kantoren en aanleg van nieuwe kantorenlocaties mag plaatsvinden
als in bestaande gebouwen en op bestaande locaties nog voldoende ruimte
beschikbaar is of naar verwachting door optimalisering van de bouw- en
gebruiksmogelijkheden en herstructurering beschikbaar zal komen. De
Omgevingsverordening stuurt met de principes van zuinig en zorgvuldig
ruimtegebruik (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27">Artikel 4.27</tekst:IntRef>)
op de afweging of uitbreiding van het bestaand bebouwde gebied nodig is of dat
de opgave ook door middel van inbreiding gerealiseerd kan worden. De principes
van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik werken te grof om de problemen van
overaanbod van kantoren aan te pakken. Transitieprocessen binnen het bestaand
stedelijk gebied, waarbij bestaande locaties of bestaande gebouwen benut worden
voor het realiseren van nieuwe kantoorruimte, kan ertoe leiden dat het
overaanbod nog verder vergroot wordt. Daarom is het nodig om in aanvulling op
de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik nadrukkelijk te sturen op
de programmering van het kantorenaanbod binnen het bestaand stedelijk gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op de kantorenmarkt is sprake van
een omvangrijke leegstand, die ver uitgaat boven een acceptabele
frictieleegstand. Om een verdere leegstand van kantoren te voorkomen acht de
provincie een herori&#235;ntatie op voorgenomen of al geplande uitbreiding (in
plaats, kwaliteit en tijd) op zijn plaats. Uitgangspunt is dat er geen nieuwe
plannen worden ontwikkeld tenzij de behoefte daaraan kan worden aangetoond aan
de hand van een ruimtelijk-economische onderbouwing. Deze onderbouwing bestaat
bij voorkeur uit een actueel behoefteonderzoek kantoren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In verband met de situatie op de
kantorenmarkt waar al sprake is van een overaanbod is gekozen voor een
formulering met een verbod om omgevingsplannen vast te stellen of met een
omgevingsvergunning daarvan af te wijken als daarmee wordt voorzien in de
totstandkoming van nieuwe zelfstandige kantoorruimte. Op dit verbod wordt een
uitzondering gemaakt voor die gevallen waarin met een ruimtelijk-economische
onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een actuele behoefte waarin in redelijkheid
niet kan worden voorzien vanuit de bestaande capaciteit aan kantoorruimte.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder totstandkoming van nieuwe zelfstandige kantoorruimte wordt ook de verbouw van bestaande panden gerekend die tot dan een andere functie hebben. <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.3__art_4.27">Artikel 4.27</tekst:IntRef> vormt daarmee een aanscherping van de algemeen geldende principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij verwachten van gemeenten dat
zij in de ruimtelijk-economische onderbouwing hebben afgewogen en kunnen
aantonen dat in de gesignaleerde behoefte kwalitatief alleen op een nieuwe
locatie kan worden voorzien. Daarbij moet zijn nagegaan of met renovatie en
opwaardering van bestaand aanbod en van andere redelijkerwijs in aanmerking
komende gebouwen (bijvoorbeeld. leegkomende scholen en ander maatschappelijk vastgoed)
niet de vereiste kwaliteit geleverd kon worden. Verder moet er zicht zijn op de
invulling die wordt gegeven aan de leegstand die mogelijk ontstaat door nieuw
aanbod. De onderbouwing moet dus zicht bieden op re&#235;le mogelijkheden van
functieverandering of eventueel sloop van langdurig leegstaande kantoorpanden,
of zicht op andere wijzen van onttrekking aan de voorraad zonder dat er
ernstige effecten op de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van gebieden
optreden. Van belang is om daarbij ook ontwikkelingen in de richting van nieuwe
werklandschappen en woon-werklandschappen in de beschouwingen te betrekken. Dit
sluit aan op het pleidooi om het palet aan woon-, werk- en voorzieningenmilieus
te verbreden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Omdat bij het ontwikkelen van
nieuwe kantoren het risico op een vergroting van de leegstand groot is, is het
van belang dat de ruimtelijk-economische onderbouwing in goed overleg en
samenwerking met marktpartijen wordt voorbereid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Omdat kantorenmarkten zich tot over
gemeentegrenzen uitstrekken en de bouw van nieuwe kantoorruimte in de ene
gemeente gevolgen kan hebben voor vraag en aanbod in de andere gemeente (zoals
nog meer leegstand), stellen wij de eis dat buurgemeenten en het college van
Gedeputeerde Staten moeten instemmen met de conclusie dat er inderdaad behoefte
is aan extra kantoorruimte zoals voorzien in het omgevingsplan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Waar de ruimtelijk-economische
onderbouwing wordt geleverd in de vorm van een kantorenvisievisie, wijzen wij
er op dat de provincie geen rechtstreekse eisen stelt deze beleidsdocumenten,
maar wel aan de actuele onderbouwing van omgevingsplannen die voorzien in
nieuwe kantoren(locaties).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Ruimtelijk-economische onderbouwing kantoren </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De ruimtelijk-economische
onderbouwing wordt voorgelegd aan Gedeputeerde Staten voor afstemming op de
provinciale visie op de ontwikkeling van de kantorenmarkt. Ook hier geldt dat
afstemming betekent dat provincie en gemeente tot overeenstemming moeten komen
over die onderdelen van de onderbouwing die het provinciaal belang raken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De inhoud en de diepgang van deze
onderbouwing wordt bepaald door de omvang van de kantorenmarkt en
leegstandsproblematiek. In andere gemeenten dan gemeenten met een regionale
kantorenmarkt met leegstandsproblematiek kan waarschijnlijk worden volstaan met
een meer bescheiden document dat is toegespitst op de lokale situatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een ruimtelijk-economische
onderbouwing zal in ieder geval moeten ingaan op de hieronder genoemde
aspecten:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" eId="artrecital__content_123__list_2" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_2">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_2__item_a" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_2__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Een inventarisatie van aard en omvang van bestaande kantoren en kantorenlocaties en inzicht in de eventuele leegstand van deze kantoren en kantorencomplexen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_2__item_b" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_2__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De mogelijkheden voor herstructurering van bestaande kantoren en andere gebouwencomplexen die zich mogelijk lenen voor kantorenontwikkeling of mengvormen van woon-, werk- en andere voorzieningen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_2__item_c" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_2__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Een confrontatie van vraag en aanbod waarbij wordt aangegeven hoe de plannen aansluiten op de marktbehoefte, prioritaire kantorenlocaties en welke eisen aan duurzaamheid en flexibel gebruik worden gesteld;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_2__item_d" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_2__item_d">
		    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De betrokkenheid van marktpartijen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al><tekst:strong>Kantorenvisie </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De kantorenvisie wordt voorgelegd
aan Gedeputeerde Staten voor afstemming op de provinciale visie op de
ontwikkeling van de kantorenmarkt. Ook hier geldt dat afstemming betekent dat
provincie en gemeente tot overeenstemming moeten komen over die onderdelen van
de kantorenvisie die het provinciaal belang raken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een kantorenvisie zal daartoe in
ieder geval moeten ingaan op de volgende aspecten:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" eId="artrecital__content_123__list_3" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3">
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_a" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>een inventarisatie van aard en omvang van bestaande kantoren en kantorenlocaties en de daarin gevestigde bedrijven;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_b" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>voor de regionale kantorenmarkt in de stedelijke netwerken verdient het aanbeveling daarbij onderscheid te maken in<tekst:br/>- centrumlocaties (stadscentrum en
stationsomgeving),<tekst:br/>- (meer perifere) kantorenlocaties en<tekst:br/>- overige kantoren;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_c" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>een overzicht van de geldende plannen en plannen die in voorbereiding zijn voor kantoren en kantorenlocaties, met informatie over initiatiefnemer en de hardheid van de plannen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_d" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_d">
		    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>het hieruit resulterende aanbod, direct en op termijn, aan kantoorruimte;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_e" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_e">
		    <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>inzicht in de eventuele leegstand van kantoren en kantorencomplexen in totaliteit, per marktsegment en de ontwikkeling van de leegstand;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_f" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_f">
		    <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>inzicht in de actuele en potenti&#235;le vraag naar kantoorruimte en de verwachte invloed daarvan op de leegstand;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_g" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_g">
		    <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>een confrontatie van vraag en aanbod waarbij wordt aangegeven hoe de plannen aansluiten op de marktbehoefte en welke eisen aan duurzaamheid en flexibel gebruik worden gesteld;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_h" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_h">
		    <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>een visie op de plannen en mogelijkheden voor herstructurering van bestaande kantoren en andere gebouwencomplexen die zich mogelijk lenen voor kantorenontwikkeling of mengvormen van woon-, werk- en andere voorzieningen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_i" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_i">
		    <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>de mogelijkheden om de vestigingsvraag in &#233;&#233;n van de samenwerkende gemeenten in een of meer van de andere samenwerkende gemeenten te accommoderen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_j" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_j">
		    <tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>verwachte kwalitatieve en kwantitatieve vraagontwikkeling waarbij nadrukkelijk de verwachte of voorzienbare ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de verwachte of voorzienbare demografische ontwikkelingen en de effecten daarvan op de werkgelegenheid in kantoren worden betrokken;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="artrecital__content_123__list_3__item_k" wId="pv23_80__artrecital__content_123__list_3__item_k">
		    <tekst:LiNummer>k.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>de betrokkenheid van marktpartijen bij de uitvoering van de kantorenvisie.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De hierboven genoemde aspecten zijn vooral gericht op de kantorenvisies van gemeenten waar sprake is van een regionale kantorenmarkt met leegstandsproblematiek. De inhoud en de diepgang van een kantorenvisie wordt bepaald door de omvang van de kantorenmarkt en leegstandsproblematiek. In andere gemeenten kan waarschijnlijk worden volstaan met een meer bescheiden document dat is toegespitst op de lokale situatie.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_124" wId="pv23_80__artrecital__content_124">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.5.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Verblijfsrecreatie</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Verblijfsrecreatie</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder verblijfsrecreatie verstaan we recreatieve en toeristische verblijfs- en overnachtingsmogelijkheden voor gasten, bezoekers en bewoners van Overijssel. <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4"/>Deze paragraaf richt zich op recreatieparken met recreatiewoningen en recreatieverblijven en op solitair gelegen recreatiewoningen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal
belang</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het huidige aanbod aan verblijfsaccommodaties in Overijssel sluit niet in alle opzichten aan op de behoeften van recreanten en toeristen. Kwantitatief is er in principe voldoende aanbod. Kwalitatief schiet het aanbod nog te kort. Wij stimuleren de verbetering van de kwaliteit en het vergroten van de diversiteit van bestaande verblijfsaccommodaties.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Mogelijkheden
voor ontwikkeling van nieuwe verblijfsaccommodaties zien we alleen in
Noordwest-Overijssel. Daarbuiten is er alleen ruimte voor nieuwe
recreatiewoningen als er sprake is van een innovatief concept of als de
realisatie van nieuwe recreatiewoningen onderdeel uitmaakt van een kwaliteitsimpuls
voor een bestaand recreatiepark.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Recreatiewoningen
op recreatieparken dienen beschikbaar te zijn voor de verhuur omdat hierdoor
meer mensen kunnen profiteren van deze verblijfsrecreatieve voorzieningen en er
meer toeristen naar Overijssel kunnen komen. De provincie verwacht dat door de
steeds wisselende vakantiegangers, het economische effect (= bestedingen) voor
de omgeving groter is. De bedrijfsmatige exploitatie van complexen van
recreatiewoningen biedt garanties dat de recreatiewoningen ook op de lange
termijn beschikbaar blijven voor verhuur.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Transformatie en sanering van
recreatieparken zonder toekomstperspectief</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Een deel van de recreatieparken in Overijssel is te beschouwen als minder vitaal. Het gaat met name om parken waar de geboden kwaliteit achteruitloopt en niet langer meer aansluit op de marktvraag. Hierdoor komt het recreatieve verdienmodel onder druk te staan en worden deze parken vatbaar voor maatschappelijke problemen. Dit zorgt voor situaties die zowel vanuit sociaal-maatschappelijk opzicht als qua kwaliteit van de geboden huisvesting onwenselijk zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Vanuit dit gegeven stelt ons beleid het cre&#235;ren van een (nieuw) toekomstperspectief voor deze recreatieparken centraal. Uitgangspunt is revitalisering en het terugbrengen van het park naar een duurzaam recreatieve bedrijfsvoering. Alleen als voldoende gemotiveerd kan worden dat een recreatief toekomstperspectief ontbreekt, komt transformatie of sanering van een recreatiepark in beeld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om
dit toekomstperspectief (beter) financieel haalbaar te maken, biedt ons beleid
mogelijkheden om tijdelijk andere functies (voor maximaal 10 jaar) toe te
staan. De ruimte die geboden wordt om recreatieparken tijdelijk andere functies
toe te staan als verdienmodel voor transformatie of sanering, kan bijdragen aan
het verminderen van krapte op de woningmarkt. Tijdelijke huisvesting op recreatieparken
moet regionaal afgestemd worden in het kader van de woonafspraken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Solitaire recreatiewoningen</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Solitaire
recreatiewoningen leveren over het algemeen een beperkte bijdrage aan het
recreatief product van Overijssel. De verordening biedt gemeenten daarom de
mogelijkheid om aan solitaire recreatiewoningen, onder voorwaarden, een andere
functie toe te kennen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_125" wId="pv23_80__artrecital__content_125">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.29</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanwijzing locatie verblijfsrecreatie)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In de verordening wordt alleen nog ruimte geboden voor de bouw van nieuwe recreatiewoningen als sprake is van een innovatief concept en als verzekerd is dat de recreatiewoningen voor de verhuur beschikbaar zijn en bedrijfsmatig ge&#235;xploiteerd zullen worden. Onder innovatieve concepten worden verstaan verblijfsrecreatieve voorzieningen die voorzien in een nieuw aanbod waarin de markt tot dusver nog niet voorziet en die een meerwaarde bieden voor het toeristisch-recreatieve product van Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder de kwaliteitsimpuls voor bestaande recreatiebedrijven vallen die situaties waarin een bestaand recreatiepark een totale verbetering ondergaat door investeringen in de aanwezige recreatieverblijven waarbij voor de exploitatie ook nieuwe recreatiewoningen moeten worden toegevoegd. Daarbij geldt dat ook ge&#239;nvesteerd moet worden in de inpassing van het recreatiepark in het landschap waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbetert. Hierdoor wordt niet alleen de kwaliteit van de voorziening verbeterd, maar ook de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder worden enkele specifieke locaties (die al in het Gebiedsperspectief Noordwest-Overijssel waren voorzien) buiten het 'verbod op nieuwe recreatiewoningen' gehouden omdat daar sprake is van 'bestaande rechten'. Voor deze locaties geldt uiteraard wel de eis van op de verhuurgerichte, bedrijfsmatige exploitatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op het moment dat toepassing wordt gegeven aan <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29">Artikel 4.29</tekst:IntRef>, Artikel 4.31, Artikel 4.32 of Artikel 4.33 is ook Artikel 4.7 en volgende (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van toepassing en zal een extra investering moeten worden gedaan in ruimtelijke kwaliteit. Ook moet voldaan worden aan de overige regels in deze verordening die van toepassing zijn, zoals voor het NNN en Natura 2000.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_126" wId="pv23_80__artrecital__content_126">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.30</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(nieuwe recreatiewoningen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In de verordening wordt alleen nog ruimte geboden voor de bouw van nieuwe recreatiewoningen als sprake is van een innovatief concept en als verzekerd is dat de recreatiewoningen voor de verhuur beschikbaar zijn en bedrijfsmatig ge&#235;xploiteerd zullen worden. Onder innovatieve concepten worden verstaan verblijfsrecreatieve voorzieningen die voorzien in een nieuw aanbod waarin de markt tot dusver nog niet voorziet en die een meerwaarde bieden voor het toeristisch-recreatieve product van Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder de kwaliteitsimpuls voor bestaande recreatiebedrijven vallen die situaties waarin een bestaand recreatiepark een totale verbetering ondergaat door investeringen in de aanwezige recreatieverblijven waarbij voor de exploitatie ook nieuwe recreatiewoningen moeten worden toegevoegd. Daarbij geldt dat ook ge&#239;nvesteerd moet worden in de inpassing van het recreatiepark in het landschap waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbetert. Hierdoor wordt niet alleen de kwaliteit van de voorziening verbeterd, maar ook de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder worden enkele specifieke locaties (die al in het Gebiedsperspectief Noordwest-Overijssel waren voorzien) buiten het 'verbod op nieuwe recreatiewoningen' gehouden omdat daar sprake is van 'bestaande rechten'. Voor deze locaties geldt uiteraard wel de eis van op de verhuurgerichte, bedrijfsmatige exploitatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op het moment dat toepassing wordt gegeven aan <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29">Artikel 4.29</tekst:IntRef> tot en met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32">Artikel 4.32</tekst:IntRef> zijn ook <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.7">Artikel 4.7</tekst:IntRef> en volgende (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van toepassing en zal een extra investering moeten worden gedaan in ruimtelijke kwaliteit. Ook moet voldaan worden aan de overige regels in deze verordening die van toepassing zijn, zoals voor het NNN en Natura 2000.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_127" wId="pv23_80__artrecital__content_127">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.31</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(uitbreiding bestaand complex recreatiewoningen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In de verordening wordt alleen nog ruimte geboden voor de bouw van nieuwe recreatiewoningen als sprake is van een innovatief concept en als verzekerd is dat de recreatiewoningen voor de verhuur beschikbaar zijn en bedrijfsmatig ge&#235;xploiteerd zullen worden. Onder innovatieve concepten worden verstaan verblijfsrecreatieve voorzieningen die voorzien in een nieuw aanbod waarin de markt tot dusver nog niet voorziet en die een meerwaarde bieden voor het toeristisch-recreatieve product van Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder de kwaliteitsimpuls voor bestaande recreatiebedrijven vallen die situaties waarin een bestaand recreatiepark een totale verbetering ondergaat door investeringen in de aanwezige recreatieverblijven waarbij voor de exploitatie ook nieuwe recreatiewoningen moeten worden toegevoegd. Daarbij geldt dat ook ge&#239;nvesteerd moet worden in de inpassing van het recreatiepark in het landschap waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbetert. Hierdoor wordt niet alleen de kwaliteit van de voorziening verbeterd, maar ook de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder worden enkele specifieke locaties (die al in het Gebiedsperspectief Noordwest-Overijssel waren voorzien) buiten het 'verbod op nieuwe recreatiewoningen' gehouden omdat daar sprake is van 'bestaande rechten'. Voor deze locaties geldt uiteraard wel de eis van op de verhuurgerichte, bedrijfsmatige exploitatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op het moment dat toepassing wordt gegeven aan <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29">Artikel 4.29</tekst:IntRef> tot en met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32">Artikel 4.32</tekst:IntRef> zijn ook <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.7">Artikel 4.7</tekst:IntRef> en volgende (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van toepassing en zal een extra investering moeten worden gedaan in ruimtelijke kwaliteit. Ook moet voldaan worden aan de overige regels in deze verordening die van toepassing zijn, zoals voor het NNN en Natura 2000.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_128" wId="pv23_80__artrecital__content_128">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.32</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(locaties voor verblijfsrecreatie)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In de verordening wordt alleen nog ruimte geboden voor de bouw van nieuwe recreatiewoningen als sprake is van een innovatief concept en als verzekerd is dat de recreatiewoningen voor de verhuur beschikbaar zijn en bedrijfsmatig ge&#235;xploiteerd zullen worden. Onder innovatieve concepten worden verstaan verblijfsrecreatieve voorzieningen die voorzien in een nieuw aanbod waarin de markt tot dusver nog niet voorziet en die een meerwaarde bieden voor het toeristisch-recreatieve product van Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder de kwaliteitsimpuls voor bestaande recreatiebedrijven vallen die situaties waarin een bestaand recreatiepark een totale verbetering ondergaat door investeringen in de aanwezige recreatieverblijven waarbij voor de exploitatie ook nieuwe recreatiewoningen moeten worden toegevoegd. Daarbij geldt dat ook ge&#239;nvesteerd moet worden in de inpassing van het recreatiepark in het landschap waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbetert. Hierdoor wordt niet alleen de kwaliteit van de voorziening verbeterd, maar ook de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder worden enkele specifieke locaties (die al in het Gebiedsperspectief Noordwest-Overijssel waren voorzien) buiten het 'verbod op nieuwe recreatiewoningen' gehouden omdat daar sprake is van 'bestaande rechten'. Voor deze locaties geldt uiteraard wel de eis van op de verhuurgerichte, bedrijfsmatige exploitatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op het moment dat toepassing wordt gegeven aan <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.29">Artikel 4.29</tekst:IntRef> tot en met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.5__subsec_4.5.4__art_4.32">Artikel 4.32</tekst:IntRef> zijn ook <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.7">Artikel 4.7</tekst:IntRef> en volgende (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van toepassing en zal een extra investering moeten worden gedaan in ruimtelijke kwaliteit. Ook moet voldaan worden aan de overige regels in deze verordening die van toepassing zijn, zoals voor het NNN en Natura 2000.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_129" wId="pv23_80__artrecital__content_129">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.33</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(verbod op permanente bewoning)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het
permanent bewonen van recreatiewoningen en recreatieverblijven (waaronder
chalets en stacaravans) is niet toegestaan. Er wordt alleen een uitzondering
gemaakt voor gevallen waarin recreatiewoningen al jarenlang onafgebroken
permanent bewoond worden en handhavingsacties tegen de huidige bewoners in
redelijkheid niet meer mogelijk zijn.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_130" wId="pv23_80__artrecital__content_130">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.34</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(afwijking verbod permanente bewoning)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het
permanent bewonen van recreatiewoningen en recreatieverblijven (waaronder
chalets en stacaravans) is niet toegestaan. Er wordt alleen een uitzondering
gemaakt voor gevallen waarin recreatiewoningen al jarenlang onafgebroken
permanent bewoond worden en handhavingsacties tegen de huidige bewoners in
redelijkheid niet meer mogelijk zijn.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_131" wId="pv23_80__artrecital__content_131">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.35</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(transformatie en sanering recreatieparken)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een
deel van de recreatieparken in Overijssel is te beschouwen als minder vitaal.
Ons beleid stelt het cre&#235;ren van een (nieuw) toekomstperspectief voor deze
recreatieparken centraal. Uitgangspunt is revitalisering en het terugbrengen
van het park naar een duurzaam recreatieve bedrijfsvoering. Alleen als
voldoende gemotiveerd kan worden dat een recreatief toekomstperspectief
ontbreekt, komt transformatie of sanering van een recreatiepark in beeld. Gemeentebesturen dienen bij het
vaststellen van bestemmingsplannen waarin de transformatie of sanering van een
recreatiepark wordt geregeld alle afwegingen te maken die voor een goede
ruimtelijke ordening gewenst zijn. Dat betekent dat onder meer de mogelijke
gevolgen voor de woningvoorraad (afstemming in het kader van de woonafspraken),
de afspraken met andere overheden en consequenties voor omliggende bestemmingen
in de afweging moeten worden betrokken. Wanneer de bestemming van
recreatiewoningen op recreatieparken wordt gewijzigd, is sprake van een
functiewijziging en dus formeel gezien van nieuwvestiging. Daarop is de
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) van toepassing (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.11">Artikel 4.11</tekst:IntRef> van deze verordening). Ook moet voldaan worden aan de overige regels in deze verordening die van toepassing zijn, zoals voor NNN en Natura 2000.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_132" wId="pv23_80__artrecital__content_132">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.36</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(tijdelijke andere functies recreatiepark)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Om het cre&#235;ren van een (nieuw) toekomstperspectief voor een
park ook financieel haalbaar te maken, worden mogelijkheden geboden om
tijdelijk andere functies toe te staan in recreatiewoningen. Wanneer het
tijdelijke huisvesting betreft moet dit regionaal, in het kader van de woonafspraken
afgestemd worden en in samenhang
beschouwd worden met het nemen van maatregelen om de problemen aan de onderkant
van de woningmarkt structureel op te lossen. Om voldoende zeker te
stellen dat het eindbeeld voor het park na afloop van de tijdelijke functie ook
daadwerkelijk gerealiseerd wordt, zullen hierover juridisch bindende afspraken
gemaakt moeten worden tussen parkeigenaren en de gemeente.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_133" wId="pv23_80__artrecital__content_133">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.37</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(solitair gelegen recreatiewoningen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Solitaire recreatiewoningen leveren over het algemeen een
beperkte bijdrage aan het recreatief product van Overijssel. Dit komt omdat de
marktvraag naar solitaire recreatiewoningen in de meeste gebieden gering is.
Hierdoor is bedrijfsmatige exploitatie van deze recreatiewoningen weinig
kansrijk en worden deze vaak permanent bewoond. De verordening biedt gemeenten
daarom de mogelijkheid om aan solitaire recreatiewoningen, onder voorwaarden,
een andere bestemming toe te kennen. Wanneer
de bestemming wordt gewijzigd, is sprake van een functiewijziging en dus
formeel gezien van nieuwvestiging. Daarop is de Kwaliteitsimpuls Groene
Omgeving (KGO) van toepassing (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.7">Artikel 4.7</tekst:IntRef> en volgende). Ook moet voldaan worden aan de overige regels in deze verordening (NNN, Natura 2000 e.d.) die van toepassing zijn.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_134" wId="pv23_80__artrecital__content_134">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.6.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Kwaliteitsimpuls agro en food</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De komende jaren zal nog heel veel bestaande agrarische
bebouwing haar functie voor de landbouw verliezen. In veel gemeenten geldt dat
er te weinig programma is om voor alle vrijkomende agrarische bebouwing (VAB's)
een geschikte vervolgfunctie te vinden. Dit zal leegstand op grote schaal tot
gevolg hebben en het risico op verrommeling van de Groene Omgeving. De
provincie wil voorkomen dat er onnodig ruimtebeslag wordt gelegd op de Groene
Omgeving zodat er ruimte blijft voor agrarische bedrijven die wel
toekomstperspectief hebben en groeien in omvang. Daarom is in de
Omgevingsverordening een bepaling opgenomen die verplicht om zoveel mogelijk
gebruik te maken van bestaande en voormalige agrarische bouwpercelen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>License to produce</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Gelet op de impact van agrarische bedrijfsvoering op de
omgeving, gaan wij uit van het principe dat ondernemers ruimte voor
ontwikkeling moeten verdienen door te investeren in aanvullende
kwaliteitsvoorwaarden op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en
sociale kwaliteit.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Zoveel mogelijk
herbenutten</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Als het in redelijkheid niet mogelijk is om een bestaand of
voormalig agrarisch bouwperceel te benutten voor bedrijfsontwikkeling of
verplaatsing, dan kan onder voorwaarden een nieuw agrarisch bouwperceel worden
aangewezen of een bestaand agrarisch bouwperceel worden uitgebreid. Een
belangrijke voorwaarde is dat nieuwvestiging gepaard gaat met sloop van een
evenredige omvang aan agrarische bebouwing elders in de Groene Omgeving.
Daarmee wordt voorkomen dat het overaanbod aan agrarische bedrijfsbebouwing nog
verder toeneemt en door het toevoegen van het nieuwe agrarische bouwperceel
extra verstening van de Groene Omgeving ontstaat.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Extra investering in
ruimtelijke kwaliteit</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij grootschalige uitbreiding en nieuwvestiging wordt verder de eis gesteld dat niet alleen de basisinspanning voor ruimtelijke kwaliteit wordt geleverd zoals vereist op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.8">Artikel 4.8</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening. Er zal ook een extra investering in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving van het agrarische bedrijf moeten worden gedaan om het verlies aan ecologische en landschappelijke waarden te compenseren. Ook voor deze specifieke vorm van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving geldt dat aangetoond moet worden, dat er een balans is tussen de geboden ontwikkelingsruimte en de extra investering in ruimtelijke kwaliteit.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Kwaliteitswinst
duurzaamheid en sociale kwaliteit</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Tenslotte wordt bij grootschalige uitbreiding en
nieuwvestiging aanvullend op de eis van extra ruimtelijke kwaliteit de
voorwaarde gesteld dat aannemelijk gemaakt moet worden dat er een
kwaliteitswinst wordt geboekt op het gebied van duurzaamheid en sociale
kwaliteit. Daarmee wordt bijgedragen aan onze ambities voor de rode draden
zoals wij die in de Omgevingsvisie hebben geformuleerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de beantwoording van de vraag wat moet worden verstaan onder 'grootschalige uitbreiding' verwijzen wij naar de toelichting op <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.11">Artikel 4.11</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Handreiking Kwaliteitsimpuls agro en food.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij hebben samen met onze partners een handreiking opgesteld
waarmee gemeenten en initiatiefnemers kunnen bepalen wat - gelet op de beoogde
bedrijfsontwikkeling - de kwaliteitswinst moet zijn om de uitbreiding van het
bestaande agrarische bouwperceel of het leggen van een nieuw agrarisch
bouwperceel ruimtelijk aanvaardbaar te maken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de kwaliteitswinst die op het gebied van duurzaamheid
geleverd denken wij aan:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- verbetering van de kwaliteit van (grond)water, bodem, lucht, natuur en landschap;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- klimaatadaptatie (zoals omgang met toenemende droogteperiodes en wateroverlast);</tekst:Al>
		<tekst:Al>- bijdrage aan de energietransitie en productie van hernieuwbare energie en materialen;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- sluiten van kringlopen/ketenoptimalisatie;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- verbetering van dierenwelzijn en verkleinen van gezondheidsrisico's voor mens en dier;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- en waar relevant, aan de bijdrage aan de drinkwaterbescherming.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de kwaliteitswinst die geboekt zou kunnen worden op het
gebied van sociale kwaliteit denken wij aan:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- vroegtijdige dialoog met omwonenden over bedrijfsontwikkeling;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- maatschappelijke wensen incorporeren in de bedrijfsvoering;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- in harmonie met de omgeving ondernemen;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- versterken identiteit en recreatieve aantrekkelijkheid en toegankelijkheid.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_135" wId="pv23_80__artrecital__content_135">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.6.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Glastuinbouwlocaties</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i><tekst:strong>Provinciaal
belang</tekst:strong></tekst:i><tekst:br/>Het beleid in de Omgevingsvisie is gericht op verdere ontwikkeling van het glastuinbouwcluster in de Koekoekspolder binnen het glastuinbouwgebied de Koekoekspolder. Buiten dat gebied gaan we nieuwvestiging tegen van glastuinbouwbedrijven. Deze paragraaf beoogt de doorwerking van dit beleid juridisch te borgen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Al bestaande en als zodanig bestemde glastuinbouwbedrijven buiten de Koekoekspolder worden door het bepaalde in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43">Artikel 4.43</tekst:IntRef> niet in hun uitbreidingsmogelijkheden beperkt. Wel kan er sprake zijn van beperkingen door andere regels. Uiteraard mogen voorgenomen uitbreidingen niet feitelijk het karakter van nieuwvestiging hebben.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.2__art_4.43">Artikel 4.43</tekst:IntRef> is niet van toepassing op gevallen waar sprake is van ondersteunend glas, bijvoorbeeld voor de boomteelt. Daarvoor gelden overigens wel de generieke bepalingen van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2">Afdeling 4.2</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3">Afdeling 4.3</tekst:IntRef> (voorwaarden van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_136" wId="pv23_80__artrecital__content_136">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.6.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>geitenhouderijen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Geitenstop</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsverordening is een geitenstop opgenomen. De regeling in de Omgevingsverordening bouwt voort op het voorbereidingsbesluit dat op 28 september 2018 (PS/2018/748) door Provinciale Staten is genomen. Daarin is met onmiddellijke ingang een geitenstop ingesteld voor het hele grondgebied van de provincie. Met de vaststelling en inwerkingtreding van de regels in de Omgevingsverordening is het voorbereidingsbesluit van rechtswege vervallen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De geitenstop bevriest de status quo op het moment van in werkingtreding van het voorbereidingsbesluit. De verwachting was dat de verbodsbepaling op nieuwvestiging en uitbreiding van bestaande geitenhouderijen tot ongeveer midden 2020 zou gaan gelden. Het nader onderzoek naar het verband tussen geitenhouderijen en een groter aantal longontstekingen voor omwonenden heeft vertraging opgelopen. Als uit dit landelijk onderzoek oorzaken van de ziektelast door geitenhouderijen blijken en er zicht is op oplossingsgerichte maatregelen, dan wordt de provinciale geitenstop ingetrokken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling van de geitenstop bestaat uit een instructieregel voor omgevingsplannen en uit rechtstreekswerkende regels voor activiteiten. De instructieregel houdt in dat gemeenteraden de geitenstop moeten opnemen in hun omgevingsplannen. De rechtstreekswerkende regels zorgen ervoor dat tot het moment dat de geitenstop is opgenomen in gemeentelijke omgevingsplannen, er geen nieuwe vestigingen van geitenhouderijen of uitbreidingen van bestaande geitenhouderijen kunnen worden toegestaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Omdat de geitenstop bedoeld is als een tijdelijke
maatregel uit voorzorg tegen gezondheidsrisico's, is het niet nodig dat de
gemeenten op korte termijn overgaan tot aanpassing van het omgevingsplan.
Daarom is de wettelijk termijn van &#233;&#233;n jaar om bestemmingsplannen aan het
verbod aan te passen, verlengd
tot 6 maart 2025. Hiermee voorkomen wij onnodige administratieve lasten
bij gemeenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Begripsbepaling geitenhouderij</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Een 'geitenhouderij' is een specifieke vorm van 'veehouderij' die in gedefinieerd is als:</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>"Een inrichting, geheel of gedeeltelijk
bestemd voor het fokken, mesten en houden van landbouwhuisdieren, met
uitzondering van melkvee als bedoeld in artikel 1, onder kk van de
Meststoffenwet."</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De term 'geitenhouderij' wordt in de verordening niet anders bedoeld dan in het gangbare spraakgebruik. Daarom wordt deze vorm van veehouderij alleen nader gedefinieerd op het punt de schaal van de geitenhouderij. Het toevoegen van een begripsbepaling voor 'geitenhouderij' is nodig om de toepassing van het verbod tot nieuwvestiging en uitbreiding te beperken tot het bedrijfsmatig houden van geiten. Het op kleine schaal houden van geiten, zoals kinderboerderijen of hobbyboeren, valt niet onder deze begripsbepaling en daarmee dus ook niet onder het verbod tot nieuwvestiging en uitbreiding.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het aantal landbouwhuisdieren dat gehouden kan
worden, zonder dat sprake is van het 'bedrijfsmatig houden' van dieren, is
aangesloten op de aanwijzingen van artikelen 1.18 en 3.111 van het
Activiteitenbesluit milieubeheer zoals die gold tot de inwerkingtreding van de
Omgevingswet. In die artikelen wordt als ondergrens voor het bedrijfsmatig of
in een bedrijfsmatige omvang houden van geiten het aantal van 10 genoemd. In de
jurisprudentie zijn onder meer als relevante criteria genoemd, naast de omvang
van de dierstapel of het houden van landbouwhuisdieren, een commercieel doel
heeft (het genereren van inkomsten, een winstoogmerk) en de wijze van
huisvesting. Onder deze definitie vallen wel gemengde veehouderijbedrijven. In
deze bedrijven vormt het houden van geiten niet de hoofdzaak van de
bedrijfsvoering inhoudt, maar ligt het accent op het houden van andere
landbouwhuisdieren. Dit wordt verduidelijkt door in de begripsbepaling de term
'veehouderijtak' in te voegen. De term 'tak' betekent immers: onderdeel van een
agrarisch bedrijf.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor alle duidelijkheid wordt nog opgemerkt dat met
'geiten' de soortnaam wordt bedoeld. Onder de term 'geitenhouderij' valt dus
ook de 'bokkenhouderij'. De specifieke regeling geldt voor de geitenhouderij
als geheel, ongeacht (eventuele) grondgebonden- en niet-grondgebondenheid.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Overgangsrecht
geitenstop</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit onderdeel maakt duidelijk dat die bevriezing ziet op de feitelijke situatie, inclusief de legaal geldende situatie, per 28 september 2018. Die legaal geldende situatie kan afwijken van de feitelijke situatie omdat alsnog uitvoering moet worden gegeven aan een legale uitbreiding op grond van een voor de inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit ingediende melding als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer zoals die gold tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit ingediende aanvraag voor een omgevingsvergunning.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ook bij een aanvraag om een bouw-
of aanlegvergunning die voor 28 september 2018 was ingediend op grond van
artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht, mag het bestemmingsplan worden toegepast zoals dat gold bij het
indienen van de aanvraag, omdat op dat moment het voorbereidingsbesluit nog
niet in werking was getreden (ABRvS 2 november 2011, BR 2012/19). Op deze wijze
wordt overgangsrecht geboden voor de situaties, waarbij v&#243;&#243;r het moment van
kennisgeving en inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit al sprake was
van een voldoende concreet - immers uit een melding of aanvraag blijkend -
initiatief tot uitbreiding van de geitenhouderij.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor ontwikkelingen die niet pasten
in het bestemmingsplan, bood de Wet algemene bepalingen de mogelijkheid om deze
strijdigheid op te heffen met een zogenaamde 'omgevingsvergunning afwijken'
(artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht). Onder de Omgevingswet bestaat de mogelijkheid ook om
buitenplans van het omgevingsplan af te wijken. Deze afwijkvergunning voor
buitenplanse ontwikkelingen kan niet worden verleend, ook al dateert de
aanvraag van v&#243;&#243;r 28 september 2018. Voor deze situaties is een (afzonderlijk)
besluit van de gemeente nodig waarbij vanuit de goede ruimtelijke ordening de verhouding
met de omgeving (opnieuw) wordt beoordeeld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In afwijking van het algemene uitgangspunt dat de stalruimte voor geiten niet mag toenemen, bieden <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.44__para_3">Artikel 4.44, derde lid</tekst:IntRef>, onder b en artikel <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.3__art_4.45__para_2">Artikel 4.45, tweede lid</tekst:IntRef> ruimte om de oppervlakte van
dierenverblijven uit te breiden mits het aantal geiten niet toeneemt. Deze uitbreidingsruimte
wordt geboden omdat er situaties bij bestaande geitenhouderijen kunnen zijn
waarin extra ruimte nodig is om te kunnen voldoen aan eisen vanuit
dierenwelzijn of het milieu.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Uitzondering 'biobokjes'</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit onderdeel maakt een
uitzondering op het verbod. Biologische geitenhouders krijgen de mogelijkheid
om hun vergunning te verruimen voor de opfok van de jonge geitenbokken van hun
eigen geiten, weliswaar zonder dat het aantal melkgeiten in de provincie groter
wordt. De uitzondering is gekoppeld aan de certificering door de Stichting Skal
Biocontrole (te Zwolle).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De uitzondering geldt enkel voor
het afmesten van jonge geitenbokken. Bijlage 1 van de Regeling Ammoniak en Veehouderij (Rav), zoals die gold tot aan inwerkingtreding van de Omgevingswet vermeldt de ammoniakemissiefactoren van huisvestingssystemen. Deze zijn nodig om de ammoniakemissie van een veehouderij te berekenen. Voor geiten kent de Rav drie categorie&#235;n. Categorie C.3 betreft de opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen. Alleen voor deze diercategorie is de uitzondering van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De geitenstop is ingesteld om uit oogpunt van de
gezondheid van omwonenden een groei op het feitelijk aantal geiten op
bedrijfsniveau tegen te gaan. Om hierop voor specifiek de biologische geitenhouderij
een uitzondering te kunnen maken, geldt de eis dat de totale vergunde ruimte
voor de geitenbedrijven per saldo niet toeneemt. Om die reden is deze
uitzondering alleen mogelijk als de uitbreiding plaatsvindt in onmiddellijke
samenhang met verkregen milieuruimte van andere geitenhouderijen. Dit betekent
dat als de (benodigde) milieuruimte uit een andere gemeente wordt betrokken,
aldaar eerst een intrekkingsbesluit genomen en onherroepelijk moet zijn. Als de
milieuruimte in dezelfde gemeente plaatsvindt, kunnen beide procedures
gecombineerd worden in &#233;&#233;n besluit. Daarbij zijn en blijven (eventuele) andere
benodigde vergunningseisen voor de uitbreiding, zoals die op grond van de Wet
natuurbescherming, onverminderd van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Afwijkende termijn uitvoering
instructieregel geitenstop</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen de systematiek van de Omgevingswet moet het verbod
dat is opgenomen in de Omgevingsverordening worden ge&#239;mplementeerd in de
omgevingsplannen. De wet maakt daarbij geen uitzondering voor een tijdelijk
verbod. Om de gemeenten gelegenheid te geven met deze aanpassing van omgevingsplannen
te wachten op de uitkomsten van de aangekondigde onderzoeken, is geregeld in:</tekst:Al>
		<tekst:Al>1. dat het provinciale verbod blijft gelden, zolang een bestemmingsplan niet op dit punt is geactualiseerd, en</tekst:Al>
		<tekst:Al>2. dat die actualisering uiterlijk binnen drie jaar na inwerkingtreding van het verbod (dus uiterlijk 6 maart 2025) moet worden vastgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Als de onderzoeken geen aanleiding geven om het verbod aan
te passen, dan geldt gewoon de implementatieplicht voor de gemeenteraden om dit
verbod in het bestemmingsplan te verankeren, maar dus wel met een ruimere
termijn dan gebruikelijk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Door deze constructie wordt voorkomen dat de gemeenten
onnodige administratieve lasten hebben, omdat de gemeenteraden de implementatie
van het tijdelijke verbod zo lang mogelijk kunnen uitstellen (tot maart 2025). En tegelijk
wordt hiermee voorkomen dat - als onverhoopt de onderzoeken geen duidelijkheid
bieden over de precieze oorzaak van de verhoogde kans op longontsteking - er
een juridisch vacu&#252;m valt tussen de tijdelijke verbodsbepaling in de
provinciale verordening en de implementatie daarvan in de bestemmingsplannen.
Uiteraard laat deze constructie onverlet dat Provinciale Staten al eerder het
verbod kunnen heroverwegen op basis van de eerste beschikbare nieuwe
onderzoeksgegevens.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_137" wId="pv23_80__artrecital__content_137">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.6.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Veehouderijen nabij verzuringgevoelige gebieden</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Bijzondere regels</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De Omgevingsverordening geeft instructieregels voor omgevingsplannen met de opdracht om daarin beoordelingsregels op te nemen voor omgevingsvergunningen voor activiteiten waardoor ammoniak wordt uitgestoten vanuit dierenverblijven bij veehouderijen. De provincie geeft deze instructies om zeer kwetsbare natuurgebieden die voor verzuring gevoelig zijn, te beschermen tegen de nadelige gevolgen van ammoniakemissie.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Wet ammoniak en veehouderij</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>V&#243;&#243;r de inwerkingtreding van de Omgevingswet werd in de Wet ammoniak en veehouderij kaders gesteld voor het beoordelen van de gevolgen van de ammoniakemissie vanuit dierenverblijven voor zeer kwetsbare natuurgebieden. Volgens de Wet ammoniak en veehouderij was een beoordeling van de gevolgen van de emissie van ammoniak niet nodig als een veehouderij op meer dan 250 meter van een zeer kwetsbaar gebied was gelegen. In de Wet ammoniak en veehouderij was geregeld dat gebieden die voor verzuring gevoelig worden aangemerkt aangewezen worden in de provinciale Omgevingsverordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Wet ammoniak en veehouderij is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingetrokken. Het beschermen van zeer kwetsbare natuurgebieden die voor verzuring gevoelig zijn, is gedecentraliseerd naar de provincies.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie Overijssel vindt het belangrijk dat zeer kwetsbare
natuurgebieden die voor verzuring gevoelig zijn, beschermd blijven tegen de
uitstoot van ammoniak door veehouderijen. Daarom zijn in de
Omgevingsverordening instructieregels opgenomen voor omgevingsplannen met de opdracht daarin regels te stellen voor de beoordeling van
omgevingsvergunningen die door gemeenten worden verleend in of in directe
nabijheid van deze gebieden. Deze regels hebben een gelijke strekking als de regels die daarv&#243;&#243;r
in de Wet ammoniak en veehouderij waren opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Grondslag</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel 5.19, eerste lid van de Omgevingswet geeft de gemeente de mogelijkheid om in het omgevingsplan regels te stellen over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Artikel 8.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving concretiseert dit voor de ammoniakemissie uit dierenverblijven veroorzaakt door vergunningplichtige activiteiten. Op grond van artikel 2.22 van de Omgevingswet kan de provincie instructieregels geven voor omgevingsplannen en de beoordelingsregels die daarin opgenomen kunnen worden voor milieubelastende activiteiten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Reikwijdte</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze paragraaf heeft alleen betrekking op de emissie van
ammoniak uit dierenverblijven van veehouderijen. Het gaat om veehouderijen die
zich bezighouden met het exploiteren van een IPPC-installatie voor het houden
van pluimvee of varkens, bedoeld in artikel 3.201 van het Besluit activiteiten
leefomgeving, of het exploiteren van een andere milieubelastende installatie,
bedoeld in artikel 3.202 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover
die activiteit wordt verricht in een dierenverblijf</tekst:Al>
		<tekst:Al>De beoordelingsregels gaan dus niet over andere milieubelastende activiteiten binnen een veehouderij en ook niet op andere activiteiten waarbij ammoniak kan vrijkomen zoals de opslag van mest. De regels in deze paragraaf doen ook niets af van de regels die de Omgevingswet stelt voor natuurbescherming.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regels die in het Omgevingsplan moeten worden opgenomen geven bindende aanwijzingen aan het bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten. Naast deze regels heeft het bevoegd gezag ook te maken met andere beoordelingskaders. Dat kunnen beoordelingskaders zijn uit de IPPC-Richtlijn (het toepassen van best beschikbare technieken), algemene regels over huisvesting van dieren en regels over milieueffectrapportages.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_138" wId="pv23_80__artrecital__content_138">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.49</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(weigeringsgronden oprichten en veranderen veehouderij)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Eerste lid</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze bepaling bevat het verbod om in een omgevingsplan ruimte te bieden voor het oprichten van een veehouderij waarvan een of meer dierenverblijven (voor een deel) in of in een zone van 250 rondom een kwetsbaar gebied ligt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Tweede lid</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze bepaling bevat het verbod om in omgevingsplan ruimte te bieden voor het uitbreiden van een veehouderij waarvan een of meer dierenverblijven (voor een deel) in of in een zone van 250 rondom een kwetsbaar gebied ligt. Als criterium geldt daarbij uitbreiding van het aantal dieren van een of meer diercategorie&#235;n. Hiermee wordt voorkomen dat het mogelijk wordt zonder toename van het totale aantal dieren veranderingen in aantallen dieren tussen verschillende diercategorie&#235;n door te voeren. Dit kan immers voor de verlaging van ammoniakemissie per saldo nadelig zijn.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_139" wId="pv23_80__artrecital__content_139">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.50</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(uitzonderingen weigeringsgronden oprichten veehouderij)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Artikel
4.49, eerste lid onder a</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze bepaling maakt een uitzondering op het verbod om in een omgevingsplan ruimte te bieden voor het oprichten van een veehouderij als ten opzichte van bestaande rechten op grond van eerdere wetgeving, het aantal dieren niet toeneemt. Het gaat om situaties waarin de activiteit om andere redenen vergunningplichtig wordt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel
4.49, eerste lid onder b</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze bepaling maakt een uitzondering op het verbod om in een omgevingsplan ruimte te bieden voor het oprichten van een veehouderij als het aantal dieren wel toeneemt, maar de emissie niet. Door het toepassen van emissie-reducerende technieken wordt het emissieplafond niet overschreden. Zolang het plafond niet wordt overschreden is het niet van belang op welke diercategorie de uitbreiding betrekking heeft.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel 4.49, eerste lid onder c</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze bepaling biedt een bijzondere regeling voor melkrundveehouderijen. De bepaling maakt een uitbreiding mogelijk tot 200 stuks melkkoeien en 140 stuks jongvee. Afhankelijk van het emissieniveau kunnen er emissie-reducerende maatregelen nodig zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel
4.49, eerste lid onder d tot en met f</tekst:Al>
		<tekst:Al>In deze bepalingen zijn bijzondere regelingen opgenomen voor veehouderijen waar dieren grondgebonden worden gehouden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel
4.49, tweede lid</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hier is een bijzondere regeling opgenomen
voor situaties waar begrazing een belangrijke rol speelt in het kader van
natuurbeheer.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_140" wId="pv23_80__artrecital__content_140">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.51</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(uitzonderingen weigeringsgronden veranderen veehouderij)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.51">Artikel 4.51</tekst:IntRef>Onder a</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze bepaling maakt een uitzondering mogelijk op het verbod om in het omgevingsplan ruimte te bieden om bestaande veehouderijen uit te breiden als de ammoniakuitstoot niet toeneemt ten opzichte van geldende emissierechten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op basis van het eerste criterium moet bij uitbreiding van het aantal dieren een
emissieplafond worden vastgesteld door de vergunde emissie te corrigeren naar
de stand van de techniek. Uitbreiding is vervolgens alleen mogelijk door het
toepassen van verdergaande emissiearme technieken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met het tweede criterium wordt voorkomen dat de emissie kan toenemen bij een veehouderij
die al een lagere emissie heeft dan het geval zou zijn bij toepassing van de
stand der techniek.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder b tot en met e</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor uitbreidingen van veehouderijen worden dezelfde uitzonderingen gemaakt als voor het juridisch oprichten van veehouderijen. Voor deze uitzonderingen wordt verwezen naar de toelichting op <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4__art_4.50__para_1">Artikel 4.50, eerste lid</tekst:IntRef> onder c tot en met f.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_141" wId="pv23_80__artrecital__content_141">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.52</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(niet meerekenen dieren waarvoor eerder uitzondering is gemaakt)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Met deze bepaling wordt oneigenlijk gebruik voorkomen van de
afwijkende regeling voor melkrundveehouderijen of de afwijkende regeling voor
dieren die grondgebonden worden gehouden. Het is niet toegestaan om de
uitbreiding van het aantal dieren die daardoor mogelijk is, later door een
wijziging van de vergunning te gebruiken voor het houden van andere diercategorie&#235;n,
zoals varkens of kippen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_142" wId="pv23_80__artrecital__content_142">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.7.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Nationale Landschappen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang</tekst:strong><tekst:br/>De Nationale Landschappen IJsseldelta en Noordoost-Twente zijn gebieden met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Deze gebieden zijn indertijd door het Rijk in de Nota Ruimte aangewezen om ervoor te zorgen dat de bijzondere kwaliteiten niet alleen behouden en duurzaam beheerd, maar waar mogelijk ook versterkt worden. Daarbij zou ook de recreatieve toegankelijkheid moeten worden vergroot.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de oorspronkelijk opzet was het de
bedoeling dat de provincies de Nationale Landschappen nader zouden begrenzen en
de bijzondere kernkwaliteiten zouden borgen. Uiteindelijk heeft het Rijk
besloten af te zien van instructieregels hierover in het Besluit algemene
regels ruimtelijke ordening. Daarmee wordt het aan de provincies overgelaten om
beleid te formuleren voor de gebieden die eerder in het rijksbeleid de status
hadden van Nationale Landschappen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie Overijssel heeft besloten om het
beleid voor de Nationale Landschappen in Overijssel voort te zetten. De
begrenzing van de Nationale Landschappen wordt in deze Omgevingsverordening
vastgesteld. Deze begrenzing is ruim gesteld zodat een logische eenheid is
ontstaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Nu de begrenzing door de provincie zelf kan
worden bepaald, is er ruimte om de begrenzing aan te passen als daartoe
aanleiding is vanwege ontwikkelingen van groot openbaar belang. In het
delegatiebesluit die de Omgevingsverordening hoort, is daarom de bevoegdheid
voor Gedeputeerde Staten opgenomen om de begrenzing aan te passen als dit nodig
is voor ontwikkelingen met een groot openbaar belang. Als voorwaarde is gesteld
dat aannemelijk gemaakt moet zijn dat daardoor de kernkwaliteiten die
aanleiding zijn geweest voor de aanwijzing tot Nationaal Landschap niet onevenredig
worden aangetast. Een zorgvuldig ontwerp moet ervoor zorgen dat de aantasting
van het Nationaal Landschap beperkt blijft tot de locatie waarvan de bestaande
landschapskwaliteiten moeten wijken voor ontwikkelingen van een zwaarder wegend
groot openbaar belang.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling is erop gericht om grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen die in strijd zijn met de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen tegen te gaan. Er gelden hiervoor overigens geen specifieke inhoudelijke bepalingen. Naast de instructieregels voor Nationale Landschappen blijven andere instructieregels, zoals de Kwaliteitsimpuls Agro en Food en de instructieregels voor de woningbouwprogrammering, van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Kernkwaliteiten <tekst:br/></tekst:strong>Kernkwaliteiten zijn de essenti&#235;le landschappelijke of cultuurhistorische
kenmerken van nationale landschappen of van een deel van een nationaal
landschap die indertijd door het Rijk aanleiding zijn geweest
om over te gaan tot aanwijzing van het Nationaal Landschap.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De kernkwaliteiten zijn voor beide Nationale
Landschappen verder uitgewerkt in ontwikkelingsperspectieven, waarin de
ambities zijn neergelegd om uitvoering te geven aan het principe 'behoud door
ontwikkeling'. Dit met als doel om waar mogelijk te komen tot versterking van
de bijzondere kwaliteiten van de gebieden. De ontwikkelingsperspectieven zijn
vastgesteld door Provinciale Staten, de raden van de gemeenten en de algemene
besturen van de waterschappen in samenwerking met belangenverenigingen en vertegenwoordigers
van ministeries. Provinciale Staten is overgegaan tot vaststelling van het
Ontwikkelingsperspectief Nationaal Landschap IJsseldelta op 15 februari 2006.
Het Ontwikkelingsperspectief Nationaal Landschap Noordoost-Twente is door
Provinciale Staten vastgesteld op 13 december 2006.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de verordening zijn bijlagen met tabellen
gevoegd waarin een nadere uitwerking conform deze ontwikkelingsperspectieven
wordt gegeven van de kernkwaliteiten van zowel het Nationaal Landschap
IJsseldelta als het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. In de verordening
wordt hiernaar verwezen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i><tekst:strong>Gebiedskenmerken</tekst:strong></tekst:i><tekst:br/>Een groot deel van de bescherming van de kernkwaliteiten van de beide Nationale Landschappen wordt bereikt via de regeling voor de gebiedskenmerken zoals die in de Catalogus Gebiedskenmerken voor beide gebieden zijn benoemd. Zo is in de normstellende uitspraken voor laagveenontginningen (2.5) bepaald dat de polder Mastenbroek een beschermende bestemming dient te krijgen, gericht op instandhouding van het grootschalig open karakter van zijn wegen- en lintengrid en aanliggende huisterpen en het patroon van dijken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Nationale Landschappen omvatten meerdere
typen gebiedskenmerken en niet alle onderdelen in de Catalogus Gebiedskenmerken
zijn zo duidelijk toegespitst op de genoemde kernkwaliteiten. Vanwege de bijzondere
status en de gewenste samenhang in benadering van het gebied, is er daarom voor
gekozen om voor de nationale landschappen een aanvullende regeling op te nemen.
Kern van deze regeling is dat nieuwe ontwikkelingen alleen mogelijk zijn als ze
bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van de
Nationale Landschappen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_143" wId="pv23_80__artrecital__content_143">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.7.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Natuurnetwerk Nederland</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Overijssel wordt gekenmerkt door een grote variatie aan
plant- en diersoorten (biodiversiteit). Het verlies van soorten verarmt de
natuurwaarde en maakt ecosystemen kwetsbaar. Het behoud van biodiversiteit is
nodig voor een duurzame toekomst. Om deze
redenen willen wij achteruitgang van biodiversiteit voorkomen en zetten wij in
op ontwikkeling, beheer en bescherming van de biodiversiteit in Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Natuur en landschap
zijn niet alleen van betekenis voor het behoud en bescherming van
biodiversiteit. Natuur en landschap zijn ook van belang voor de regionale
economie en voor de kwaliteit van de leefomgeving en voor een goed
vestigingsklimaat voor wonen en werken. Om deze redenen zetten wij in op een
duurzame ontwikkeling en bescherming van de natuurwaarden in Overijssel.
Daartoe hebben wij gebieden aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN),
waarvoor geldt dat het beleid is gericht op het behoud, verbetering en de ontwikkeling van
aanwezige en potenti&#235;le natuurwaarden. Natuurnetwerk Nederland stond eerder
bekend als Ecologische Hoofdstructuur.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Beleidsdoelstellingen </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en bestaat onder meer uit bossen, heidevelden, vennen, brongebieden, rivieren, oevers, houtsingels en struweel, maar ook kruidenrijk grasland. Voor het merendeel gaat het om bestaande natuur en natuur die in afgelopen tijd gerealiseerd is in het kader van het beleid voor het NNN. Daarnaast zijn er gebieden aangewezen waar de komende tijd nieuwe natuur ontwikkeld zal worden en gebieden waarvoor nog een uitwerking plaats moet vinden over de te nemen maatregelen. In de Omgevingsverordening is de begrenzing van het NNN vastgelegd. Het werkingsgebied van het beleid voor het NNN is geometrisch begrensd (artikel 4.56).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij willen binnen het NNN een netwerk van natuurgebieden
realiseren met goede condities voor de biodiversiteit. Ons beleid is gericht op bescherming, instandhouding, verbetering en de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en
waarden van natuurgebieden die in het NNN zijn opgenomen. Deze natuurgebieden
zijn belangrijk voor dier- en plantensoorten. Om de populaties gezond te houden
en de genetische uitwisseling te bevorderen is het noodzakelijk dat deze gebieden zowel van voldoende omvang zijn als
de mogelijkheid bieden om te migreren tussen deze gebieden. Het NNN in
Overijssel hangt samen met het Natuurnetwerk Nederland in de andere
delen van Nederland en met het Europese net van natuurgebieden. Dit Europese
net van natuurgebieden staat bekend als "Natura 2000". De
natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden zijn van Europees belang en vallen
onder het beschermingsregime van de Omgevingswet. Het grootste deel
van de Natura 2000-gebieden in Overijssel ligt in het NNN.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de mens is het NNN belangrijk om van de schoonheid van
natuur en landschap te genieten, te recre&#235;ren en tot rust te komen. Daarom wil
de provincie deze gebieden toegankelijk maken voor het publiek. Het beleid is
er op gericht dit netwerk van samenhangende natuurgebieden in 2018 gereed te
hebben.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het beleid voor het NNN is aan de ene kant gericht op het
vrijwaren van de gebieden van
ontwikkelingen die het realiseren van de beoogde natuurdoelen in de weg kunnen
staan. Aan de andere kant richt het beleid zich op het toekennen van passende bestemmingen
voor gronden die inmiddels zijn aangekocht voor het realiseren van natuur of
waarvan de huidige economische waarden op een andere manier zijn afgeboekt.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Beschermingsregime </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de
betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een
beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de plicht tot
instandhouding van de wezenlijke kernmerken en waarden van het gebied. In de
verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat
(nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan als zij de
wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan
aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een
uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling
van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.
Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van afdeling 4.2 en 4.3 van toepassing blijft
(zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik,
ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met dit beschermingsregime voldoen wij aan de eisen van
afdeling 7.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl bevat de
randvoorwaarden die het Rijk vanuit nationale belangen stelt aan de ruimtelijke
bescherming van het NNN.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast de ruimtelijke bescherming vanuit het NNN gelden in
bepaalde gevallen ook andere wet- en regelgeving voor de bescherming van
natuurwaarden. Te denken valt aan wat er in de Omgevingswet en de bijbehorende
uitvoeringsregelgeving is geregeld voor natuur, water en emissies.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Gebiedscategorie&#235;n
Natuurnetwerk Nederland</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen het gebied dat aangewezen is als NNN worden
gebiedscategorie&#235;n onderscheiden waarvoor een verschil in bestemmingsregime
geldt. Het gaat om de volgende gebiedscategorie&#235;n:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Bestaand,</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Te realiseren.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Bestaand</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De categorie 'Bestaand' is van toepassing op gebieden waar
de beoogde natuurwaarden aanwezig zijn zoals bestaande wateren, natuur - en
bosgebieden. Verder vallen binnen deze categorie de gronden die zijn aangekocht
of afgewaardeerd en ingericht zijn conform de natuurdoelen als omschreven in bijlage X Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Die
gebieden moeten als natuur worden bestemd.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Te realiseren </tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De categorie 'Te realiseren' is van toepassing op gebieden
waar de beoogde natuurwaarden nog niet of niet geheel zijn gerealiseerd. Deze
gebieden kunnen al wel zijn aangekocht of afgewaardeerd en deels zijn
ingericht. Wanneer gronden zijn aangekocht, kan nog niet in alle gevallen
worden overgegaan tot inrichting omdat in sommige gevallen de gronden nog niet
beschikbaar zijn voor de realisatie van de beoogde natuurwaarden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor gebieden met de aanduiding 'Te realiseren' geldt dat wanneer de gronden nog niet zijn aangekocht of afgewaardeerd, de huidige bestemming vooralsnog gehandhaafd kan blijven. Op het moment dat de gronden worden aangekocht of afgewaardeerd ten dienste van het NNN en ook beschikbaar zijn voor het realiseren van de beoogde natuurdoelen, moeten de gronden bestemd worden als natuur. Voor de inrichting van natuurgebieden is doorgaans een wijziging van het omgevingsplan nodig. Artikel 4.58 is een vangnetbepaling op grond waarvan zo nodig de planologische medewerking van de gemeenten aan de inrichting van natuurgebieden binnen het NNN kan worden afgedwongen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen deze gebiedscategorie 'Te
realiseren' zijn drie subcategorie&#235;n te onderscheiden:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000,</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Zoekgebied NNN,</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Overig te realiseren natuur</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Subcategorie
Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen de NNN-begrenzing ligt het "Uitwerkingsgebied
Ontwikkelopgave Natura 2000". In dit gebied worden maatregelen genomen die
nodig zijn om de achteruitgang van natuurwaarden in Natura 2000-gebieden te
voorkomen en op langere termijn de doelen voor de Natura 2000-gebieden te
realiseren. Deze opgave vloeit voort uit de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de beheerplannen Natura 2000 zijn de maatregelen beschreven die genomen moeten worden om aan de ene kant de natuurwaarden van de Natura 2000-gebieden te versterken en aan de andere kant ontwikkelingsruimte in het omliggende gebied te cre&#235;ren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er zijn op voorhand geen natuurdoelen vastgesteld voor
het Uitwerkingsgebied. Wel is de verwachting dat door de uitvoering van de
Natura 2000-beheerplannen en van natuurherstelmaatregelen vanwege de
stikstofproblematiek een deel van de begrensde hectares een meer natuur
gerelateerde bestemming zal krijgen en hiervoor ingericht wordt. De overige
hectares blijven agrarisch en worden uit het NNN gehaald. Het is op voorhand
onmogelijk om dit in een exact percentage aan te geven of de exacte locaties te
bepalen. In de gebiedsgerichte uitwerking wordt bepaald welke natuurwaarden op
welke locatie nagestreefd worden opdat optimaal gebruik kan worden gemaakt van
de kansen voor natuur en landbouw.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het realiseren
van peilaanpassingen zullen we met de waterschappen bezien waar en hoe het
instrument van peilbesluiten ingezet zal worden. Zolang gronden binnen de
Uitwerkingsgebieden Ontwikkelopgave Natura 2000 niet zijn ingericht, blijft
agrarisch gebruik mogelijk binnen gebiedskenmerken en binnen overige vigerende
regelgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Subcategorie
Zoekgebied NNN</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De subcategorie 'Zoekgebied NNN' bevat alleen nog het gebied
Ottershagen in Dinkelland. Voor andere gebieden die eerder in deze subcategorie
vielen is inmiddels in een gebiedsproces de begrenzing van het NNN exact
vastgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De exacte begrenzing van het gebied Ottershagen zal worden
bepaald in een gebiedsgerichte uitwerking. Percelen die bestemd worden tot
natuurgebied worden toegevoegd aan de categorie 'bestaande natuur'. De percelen
waarbij agrarisch natuurbeheer zal worden uitgevoerd, worden uiteindelijk
buiten het NNN begrensd.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Subcategorie Overig te realiseren natuur </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De subcategorie 'Overig te realiseren natuur' omvat gebieden die concreet zijn begrensd als gronden waarop
nieuwe natuur gerealiseerd zal worden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_144" wId="pv23_80__artrecital__content_144">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.56</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(oogmerk Natuurnetwerk Nederland)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het Natuurnetwerk Nederland is geometrisch begrensd. Daarbij is tot op perceelsniveau nauwkeurig aangegeven welk gebied behoort tot de NNN in Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt tussen de gebiedscategorie 'Bestaand' en de gebiedscategorie 'Te realiseren'. Voor de gebiedscategorie 'Bestaand' geldt dat de beoogde natuurdoelen inmiddels zijn gerealiseerd of dat de gebieden zijn ingericht voor de natuurdoelen die zijn omschreven in Bijlage X Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Voorbeelden zijn bossen, heidegebieden, landschapselementen en voormalige landbouwgronden die zijn ingericht als natuurgebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de gebiedscategorie 'Te realiseren' geldt dat de beoogde natuurwaarden nog niet of niet geheel zijn gerealiseerd. Deze gebieden kunnen al wel zijn aangekocht of afgewaardeerd en deels zijn ingericht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen de gebiedscategorie 'Te realiseren' wordt vooralsnog rekening gehouden met de subcategorie&#235;n 'Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000', 'Zoekgebied natuur ' en 'Overig te realiseren natuur'. Voor de toelichting op dit onderscheid verwijzen wij naar wat hierover is opgemerkt in de algemene toelichting.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de wezenlijke kenmerken en waarden wordt verwezen naar bijlage X Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN waarin voor de verschillende gebieden binnen het NNN de wezenlijke kenmerken en waarden zijn beschreven. Het gaat om een globale beschrijving van de actuele en potenti&#235;le natuurwaarden, gebaseerd op de natuurdoelen, van de verschillende deelgebieden van de NNN. Bij deze bijlage hoort een kaart waarop de verschillende deelgebieden zijn aangegeven. Met deze beschrijving van de wezenlijke kenmerken en waarden voldoen wij aan de eis die op dit punt in het Bkl wordt gesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De precieze uitwerking van de vastgestelde maatregelen moet nog plaatsvinden (nader uitgewerkt in realisatiestrategie en vervolg proces van realisatie). Op basis hiervan kan het NNN nog verkleind worden. De exacte begrenzing zal worden bepaald in een gebiedsgerichte uitwerking. Percelen die bestemd worden tot natuurgebied worden toegevoegd aan de categorie 'bestaande natuur'. De gebieden in deze categorie krijgen een natuurbestemming en zullen ook voor dat doel gebruikt gaan worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Provinciale Staten stellen vast welke gebieden tot het NNN worden gerekend. Het NNN is geometrisch begrensd. Op grond van het Bkl (artikel 7.6) moet de begrenzing van het NNN bij verordening worden vastgelegd. Hierdoor zijn Provinciale Staten bevoegd om het NNN (voorheen EHS) te begrenzen en te wijzigen (artikel 2.6 Ow.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingswet (artikel 2.22 lid 2) is geregeld dat Gedeputeerde Staten bevoegd zijn om de geometrische begrenzing aan te passen. Gedeputeerde Staten zullen van deze bevoegdheid gebruik maken om de geometrische begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland bedoeld in Artikel 4.57, tweede lid aan te passen op ontwikkelingen waarvoor met toepassing van Artikel 4.61, Artikel 4.62 of Artikel 4.63 is afgeweken van het beschermingsregime. Het gaat om aanpassingen van technische aard, omdat de bestuurlijke afweging om af te wijken door de gemeenteraden al eerder is gemaakt. De aanpassing van de NNN-begrenzing is in deze gevallen dan ook een sluitstuk in het proces.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze bevoegdheid wordt ook gebruikt om de geometrische begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland op ondergeschikte punten aan te passen als dit op grond van andere provinciale besluitvormingstrajecten noodzakelijk is. Voorbeelden daarvan zijn de jaarlijkse actualisatie van het Natuurbeheerplan of uitvoering van stikstofmaatregelen. Vaak gaat het om kleine, ondergeschikte aanpassingen in de begrenzing, waarbij de wezenlijke kenmerken en waarden niet achteruitgaan, de omvang van het NNN minimaal gelijk blijft en de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk wordt behouden..</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de herbegrenzing van het Natuurnetwerk Nederland kan het ook om grotere aanpassingen gaan als dit nodig is voor verbetering van de samenhang of een betere planologische inpassing van het Natuurnetwerk. Uitgangspunt daarbij is dat: de samenhang tussen onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland niet wordt aangetast. Bij een herbegrenzing voor gebieden die aangemerkt zijn als 'uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000' is het uitgangspunt dat het areaal van het Natuurnetwerk Nederland per saldo gelijk moet blijven niet van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Bkl stelt als voorwaarde bij herbegrenzing dat het areaal van het NNN per saldo gelijk moet blijven. Die voorwaarde is niet van toepassing op aanpassing van de begrenzing van gebieden die zijn aangeduid als ' 'Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000', omdat al eerder voorzien is dat delen van deze gebiedscategorie uiteindelijk uit het NNN zullen worden gehaald.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op een later moment zal er duidelijkheid komen over de mogelijkheden om een landbouwfunctie te handhaven op gronden waarvoor alleen een waterpeilverhoging zal worden doorgevoerd voor de natuurdoelen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Dit zal leiden tot herbegrenzing van het NNN op dit punt. Voor het 'Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000' geldt dat bij de uiteindelijke herbegrenzing niet de eis wordt gesteld dat het areaal aan NNN gelijk moet blijven.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_145" wId="pv23_80__artrecital__content_145">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.58</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregels beschermingsregime Natuurnetwerk Nederland)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Gebiedscategorie&#235;n
Natuurnetwerk</tekst:i><tekst:br/><tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58">Artikel 4.58</tekst:IntRef> bevat de opdracht aan gemeenten om gebieden binnen het NNN conform de eisen van de gebiedscategorie te regelen in hun omgevingsplan.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Bestaand</tekst:strong><tekst:br/>Gemeenten moeten het beschermingsregime voor gronden met de aanduiding 'Bestaand' afstemmen op de natuurdoelen die voor deze gronden zijn geformuleerd. Deze natuurdoelen zijn af te leiden uit de beschrijving van de wezenlijke waarden en kenmerken van de gebieden die onderdeel uitmaakt van deze verordening. Voor gronden binnen de categorie 'Bestaand' moeten regels worden opgenomen in het omgevingsplan die alleen gericht zijn op bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de aanwezige of de beoogde natuurwaarden.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Te realiseren</tekst:strong><tekst:br/>Voor de gebiedscategorie 'Te realiseren' geldt dat er wel actuele natuurwaarden aanwezig kunnen zijn, maar dat er nog andere functies binnen het gebied aanwezig zijn waarvan de geldende ontwikkelingsrechten (ontwikkelingsmogelijkheden op basis van het geldende omgevingsplan) gerespecteerd moeten worden, zolang de gronden nog niet zijn aangekocht of afgewaardeerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te voorkomen dat er in de tussentijd onomkeerbare
ontwikkelingen plaatsvinden waardoor de natuurontwikkeling niet meer te
realiseren is, moeten gemeenten voor gebieden met de aanduiding 'Te realiseren'
een bestemmingsregeling treffen die deze gebieden hiervan vrijwaart.
Functietoedeling aan locaties voor deze gebieden moeten ook zijn gericht op bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de actuele natuurwaarden. De
bestaande planologische rechten voor andere functies worden daarbij
gerespecteerd. Uitbreiding van die functies waarvoor het geldende omgevingsplan
moet worden aangepast en waardoor de ontwikkelingsmogelijkheden voor natuur
zouden worden aangetast, mogen niet worden toegestaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Uitwerkingsgebied
ontwikkelopgave Natura 2000<tekst:br/></tekst:strong>Voor de subcategorie 'Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000' geldt
een extra argument om de huidige bestemming vooralsnog te handhaven. Het zal
nog enige tijd duren voordat precies duidelijk is wat de consequenties zijn van
de maatregelen die genomen zullen worden ter bescherming van nabij gelegen
Natura 2000-gebieden. Tot het moment dat duidelijk is of in deze gebieden nog
andere functies mogelijk zijn dan natuur, kunnen deze gebieden in principe hun
huidige bestemming houden.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Voortzetting bestaand
gebruik</tekst:strong><tekst:br/>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_3">Artikel 4.58, derde lid</tekst:IntRef> is het principe vastgelegd dat de bestaande (agrarische) functies zoals die uitgeoefend kunnen worden op grond van het geldende omgevingsplan binnen het NNN kunnen worden voortgezet. Dit kan zolang de gronden niet zijn aangekocht of afgewaardeerd ten dienste van de realisering van het NNN en ook nog niet beschikbaar zijn voor het realiseren van de beoogde natuurdoelen. Deze bepaling doet niets af aan beperkingen of verplichtingen op basis van andere wet- en regelgeving die van toepassing is op dit soort (agrarische) activiteiten, zoals <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4">Paragraaf 4.6.4</tekst:IntRef> (veehouderijen nabij verzuringgevoelige gebieden) en wat op basis van de Aanvullingswet Natuur is geregeld in de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Verbale uitsluiting
bestaande functies</tekst:strong><tekst:br/>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4">Artikel 4.58, vierde lid</tekst:IntRef> is de (verbale) uitsluiting geregeld van bestaande functies die ook na de herijking van het NNN volgens de geometrische begrenzing vallen binnen het NNN, maar waarvoor aangenomen moet worden dat ze ter plekke gehandhaafd zullen blijven. Het gaat dan om agrarische bouwblokken, burgerwoningen, recreatiebedrijven en andere bedrijven die aan geldende omgevingsplannen bepaalde rechten en ontwikkelingsmogelijkheden kunnen ontlenen. De regeling voor het NNN heeft niet de bedoeling om die bestaande rechten en ontwikkelingsrechten in te perken. De opdracht om een passende bestemming toe te kennen aan gronden die op de kaart de aanduiding krijgen van 'Bestaand' of 'Te realiseren' is daarom niet van toepassing op bestaande functies binnen het NNN. Een burgerwoning in het NNN kan dus zijn woonbestemming houden, net zoals een recreatieterrein binnen het NNN een bestemming voor verblijfsrecreatie kan houden. Bepalend voor de verbale uitsluiting is welke bestemming deze bestaande functies hadden op het moment van inwerkingtreding van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_4">Artikel 4.58, vierde lid</tekst:IntRef> Deze bepaling doet niets af aan beperkingen of plichten op basis van andere wet- en regelgeving die van toepassing is op dit soort (agrarische) activiteiten, zoals <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.6__subsec_4.6.4">Paragraaf 4.6.4</tekst:IntRef> (veehouderijen nabij verzuringgevoelige gebieden) en de Aanvullingswet Natuur.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_146" eId="artrecital__content_146">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.59</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel aanscherpen beschermingsregime na aankoop voor te realiseren natuur)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Zodra gronden binnen de gebiedscategorie 'Te realiseren' zijn aangekocht of afgewaardeerd ten dienste van de realisering van het NNN en ook als zodanig beschikbaar zijn, mogen deze gronden alleen worden bestemd voor bescherming, instandhouding, verbetering of duurzame ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden of de beoogde natuurwaarden. Gemeenten dienen deze gronden als zodanig te bestemmen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Geen schaduwwerking</tekst:strong>
									<tekst:br/>Wij benadrukken nogmaals dat het NNN geen externe werking heeft op naastliggende gronden. Voor deze gronden geldt geen beperkende bepalingen vanwege de ligging naast NNN. Voor ontwikkelingen buiten het NNN is in het kader van goede ruimtelijke ordening echter wel nodig dat wordt gewaarborgd dat een nieuw omgevingsplan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aantast. Er zijn daarnaast ook andere wettelijke kaders die wel voor beperkingen kunnen zorgen. Zo geldt voor Natura 2000-gebieden een externe werking, die voortvloeit uit landelijke en internationale natuurwetgeving maar dus niet uit het beschermingsregime van het NNN. In <tekst:IntRef ref="cmp_10__content_1">Bijlage X</tekst:IntRef> Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is in hoofdstuk 1 per gebied een overzicht opgenomen van de wettelijke en beleidsmatige gebieds-beschermingsregimes voor dat gebied, die relevant zijn voor natuur die - naast de regeling in deze verordening - van toepassing kan zijn op NNN-gebieden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_147" wId="pv23_80__artrecital__content_147">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.60</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(afwijking voor grootschalige ontwikkelingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het ruimtelijk beleid van het NNN is gericht op bescherming, instandhouding, verbetering en de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de
gebieden die als NNN zijn aangewezen. Om te voorkomen dat aanwezige en
potenti&#235;le natuurwaarden worden aangetast, zijn in principe geen ontwikkelingen
toegestaan die significant negatieve effecten hebben op deze waarden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er kan aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden is aan strikte voorwaarden gebonden. Dit 'nee, tenzij-beleid' is vastgelegd in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1">Artikel 4.58, eerste lid</tekst:IntRef> in combinatie met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61">Artikel 4.61</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62">Artikel 4.62</tekst:IntRef> (voorwaarden waaronder afwijking van het beschermingsregime mogelijk is).</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef> is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor ontwikkelingen die van dwingende redenen van groot openbaar belang zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Afwijkingsmogelijkheid 1 - Dwingende redenen van groot openbaar belang </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De gemeenteraad is op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1">Artikel 4.60, eerste lid</tekst:IntRef> bevoegd om bij de vaststelling van een omgevingsplan af te wijken van het beschermingsregime dat op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58">Artikel 4.58</tekst:IntRef> van toepassing is. De gemeente moet of aangetoond hebben dat er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang &#233;n er geen re&#235;le alternatieven voor de ingreep zijn. Ook dient de gemeente te verzekeren dat de gevolgen van de ingreep voorkomen worden en - als dat niet mogelijk is - worden beperkt (mitigatie) en de overblijvende effecten op een gelijkwaardige wijze en tijdig gecompenseerd worden (compensatie).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij dwingende redenen van groot openbaar belang kan
gedacht worden aan veiligheid, drinkwatervoorziening en plaatsing van
installaties voor winning, opslag of transport van gas. De mitigerende
maatregelen moeten ervoor zorgen dat de negatieve effecten van de beoogde
activiteit die niet kunnen worden voorkomen wel zoveel mogelijk beperkt worden
gehouden. De compenserende maatregelen moeten ervoor zorgen dat de
overblijvende optredende schade of negatieve effecten op een toereikende,
tenminste gelijkwaardige wijze en tijdig worden gecompenseerd. Na uitvoering van de
compensatie moet er een duurzame situatie ontstaan. Om te borgen dat de
compensatie tijdig gerealiseerd wordt, zal de compensatie
geregeld moeten worden in hetzelfde plan dat de beoogde ontwikkeling mogelijk
maakt. Als de compensatie plaatsvindt buiten het plangebied, moet de
planologische regeling voor de compensatie zoveel mogelijk gelijktijdig in
procedure worden gebracht met het omgevingsplan waarin de beoogde ontwikkeling
mogelijk wordt gemaakt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij benadrukken dat aan alle voorwaarden in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_1">Artikel 4.60, eerste lid</tekst:IntRef> moet worden voldaan, voordat meegewerkt kan worden aan een afwijking. Ook hier geldt dat er vanuit andere wet- en regelgeving beperkingen kunnen gelden die toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in de weg staan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de onderbouwing dat er in voldoende mate en tijdig wordt gemitigeerd en gecompenseerd, wordt in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_3">Artikel 4.60, derde lid</tekst:IntRef> een compensatieplan voorgeschreven. Het compensatieplan moet niet alleen de onderbouwing leveren voor wat er aan compensatie nodig is, maar ook garanties dat de benodigde mitigerende en compenserende maatregelen daadwerkelijk en tijdig worden doorgevoerd. Het compensatieplan kan onderdeel uitmaken van de toelichting van het omgevingsplan of de wijziging daarvan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.63">Artikel 4.63</tekst:IntRef> is aangegeven wat in ieder geval in een compensatieplan moet zijn opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Informatieplicht </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het NNN is van groot provinciaal belang. Als een gemeente
van plan is om af te wijken van het beschermingsregime voor het NNN, dan dient
dit in een vroeg stadium afgestemd te worden met de provincie. Hiervoor is de Omgevingstafel
tussen provincie en gemeente het meest ge&#235;igende forum. In dit overleg kan
worden bezien of aan alle relevante voorwaarden voor afwijking kan worden
voldaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60__para_4">Artikel 4.60, vierde lid</tekst:IntRef>, bevat de opdracht aan de gemeente om na de vaststelling van een omgevingsplan (actief) bij Gedeputeerde Staten via het daarvoor ontwikkelde meldingsformulier te melden dat gebruik is gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef>. Deze gegevens worden
gebruikt voor de herbegrenzing van het NNN.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_148" wId="pv23_80__artrecital__content_148">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.61</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(afwijking saldobenadering gebiedsvisie)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het ruimtelijk beleid van het NNN is gericht op het beschermen, verbeteren, in stand houden en de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden die als NNN zijn aangewezen. Om te voorkomen dat aanwezige en potenti&#235;le natuurwaarden worden aangetast, zijn in principe geen ontwikkelingen toegestaan die significant negatieve effecten hebben op deze waarden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er kan aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van bescherming, verbetering, instandhouding en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden is aan strikte voorwaarden gebonden. Dit 'nee, tenzij-beleid' is vastgelegd in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1">Artikel 4.58, eerste lid</tekst:IntRef> in combinatie met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61">Artikel 4.61</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62">Artikel 4.62</tekst:IntRef> (voorwaarden waaronder afwijking van het beschermingsregime mogelijk is).</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61">Artikel 4.61</tekst:IntRef> is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor een combinatie van ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN (voor een verbetering van het NNN).</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Afwijkingsmogelijkheid 2 - Saldobenadering </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De gemeenteraad is op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_1">Artikel 4.61, eerste lid</tekst:IntRef> bevoegd om bij vaststelling van omgevingsplannen af te wijken van het beschermingsregime dat op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58">Artikel 4.58</tekst:IntRef> van toepassing is, met toepassing van de saldobenadering.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het afwegingskader voor het NNN worden plannen, projecten of handelingen afzonderlijk beoordeeld. Om een meer ontwikkelingsgerichte aanpak te bevorderen kan hiervan worden afgeweken door middel van het instrument 'saldobenadering NNN'. Dit kan als sprake is van een combinatie van projecten of handelingen die tevens tot doel heeft de kwaliteit of kwantiteit van het NNN op gebiedsniveau per saldo te verbeteren, waarbij het areaal minimaal gelijk blijft. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als in combinatie met andere ruimtelijke ingrepen tevens een fysieke barri&#232;re in het NNN wordt opgeheven of de condities voor de natuur worden verbeterd. Door middel van deze saldobenadering kan een meer aaneengesloten NNN worden verkregen of kunnen NNN-gebieden beter met elkaar worden verbonden. Door ruimtelijke ingrepen op gebiedsniveau met elkaar in verband te brengen, kunnen functies of activiteiten elders in het NNN of daarbuiten betere ontwikkelingsmogelijkheden krijgen terwijl potenties voor kwaliteitsverbetering van de natuur beter benut worden. Deze benadering is alleen toepasbaar als:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- de combinatie van bestemmingswijzigingen binnen &#233;&#233;n gebiedsvisie wordt</tekst:Al>
		<tekst:Al>gepresenteerd;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- er een onderlinge samenhang bestaat tussen de plannen en activiteiten;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- een schriftelijke waarborg voor de realisatie van de plannen kan worden overgelegd;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- binnen het NNN een kwaliteitsslag gemaakt kan worden waarbij het oppervlak natuur minimaal gelijk blijft;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- in de gebiedsvisie is aangegeven op welke wijze het verlies van ecologische waarden en kenmerken en areaal wordt gecompenseerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Informatieplicht </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het NNN is van groot provinciaal belang. Als een gemeente van plan is om af te wijken van het beschermingsregime voor het NNN, dan dient dit in een vroeg stadium afgestemd te worden met de provincie. Hiervoor is de Omgevingstafel tussen provincie en gemeente het meest ge&#235;igende forum. In dit overleg kan worden bezien of aan alle relevante voorwaarden voor afwijking kan worden voldaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_5">Artikel 4.61, vijfde lid</tekst:IntRef> bevat de opdracht aan de gemeente om na de vaststelling van een omgevingsplan (actief) bij Gedeputeerde Staten via het daarvoor ontwikkelde meldingsformulier te melden dat gebruik is gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61">Artikel 4.61</tekst:IntRef>. Deze gegevens worden gebruikt voor de herbegrenzing van het NNN.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_149" wId="pv23_80__artrecital__content_149">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.62</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(afwijking voor kleinschalige ontwikkelingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>artikel 4.59 ev (afwijkingsmogelijkheden)</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het ruimtelijk beleid van het NNN is gericht op het beschermen, verbeteren, instandhouden en de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden die als NNN zijn aangewezen. Om te voorkomen dat aanwezige en potenti&#235;le natuurwaarden worden aangetast, zijn in principe geen ontwikkelingen toegestaan die significant negatieve effecten hebben op deze waarden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er kan aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van beschermen, verbeteren, in stand houden en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden is aan strikte voorwaarden gebonden. Dit 'nee, tenzij-beleid' is vastgelegd in<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.58__para_1">Artikel 4.58, eerste lid</tekst:IntRef> in combinatie met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef>, <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61">Artikel 4.61</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62">Artikel 4.62</tekst:IntRef> (voorwaarden waaronder afwijking van het beschermingsregime mogelijk is).</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62">Artikel 4.62</tekst:IntRef> is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor kleinschalige ontwikkelingen die weinig impact hebben op wezenlijk kenmerken en waarden. Wanneer een ontwikkeling geen significant negatief effect heeft op het NNN voor wat betreft kwaliteit, areaal en samenhang, is afwijking niet nodig. In dat geval staat het beschermingsregime van het NNN de ontwikkeling immers niet in de weg.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Afwijkingsmogelijkheid 3 - Kleinschalige ontwikkeling</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De gemeenteraad is op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_1">Artikel 4.62, eerste lid</tekst:IntRef> bevoegd om bij de vaststelling van omgevingsplannen af te wijken voor relatief kleinschalige ontwikkelingen waarvoor een wijziging van het omgevingsplan nodig is. Bij een kleinschalige ontwikkelingen kan gedacht worden aan de uitbreiding van of plaatsing van een bijgebouw bij een woning in het NNN, de uitbreiding van een recreatievoorziening of een andere bedrijfsmatige activiteit. Maatgevend is de impact van de gewenste ontwikkeling op de kwaliteit van het NNN ter plaatse. Daarbij spelen factoren als ecologische kwaliteit, samenhang, mate van verstoring en dergelijke mee in de beoordeling. Ook de maatschappelijke meerwaarde van de ontwikkeling kan daarbij een rol spelen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voordat een gemeenteraad meewerkt aan een afwijking moet zijn aangetoond dat door de voorgestelde ruimtelijke ingreep alleen een beperkte aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied plaatsvindt. Verder moet aangetoond zijn dat het initiatief per saldo leidt tot een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN of tot vergroting van de oppervlakte van het NNN. De gemeente zal ook moeten onderbouwen dat de ruimtelijke ingreep op de gegeven locatie nodig is met een afweging van alternatieven. Uiteraard zullen er ter plekke maatregelen genomen moeten worden waardoor er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wij benadrukken dat bij een afwijking voor kleinschalige ontwikkelingen aan alle hierboven genoemde voorwaarden moet worden voldaan. Overigens kunnen er vanuit andere wet- en regelgeving beperkingen gelden aan de toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de toelichting op het omgevingsplan dat de beoogde ontwikkeling mogelijk maakt, zal moeten worden aangetoond dat aan bovenstaande punten wordt voldaan. Voor kleinschalige ontwikkelingen is geen compensatieplan vereist. Wel zullen onderzoeken en onderzoeksgegevens, waarmee wordt aangetoond dat de effecten van de ingreep inderdaad beperkt zijn, als bijlage bij de toelichting moeten worden gevoegd.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Informatieplicht </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het NNN is van groot provinciaal belang. Als een gemeente van plan is om af te wijken van het beschermingsregime voor het NNN, dan dient dit in een vroeg stadium afgestemd te worden met de provincie. Hiervoor is de Omgevingstafel tussen provincie en gemeente het meest ge&#235;igende forum. In dit overleg kan worden bezien of aan alle relevante voorwaarden voor afwijking kan worden voldaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61__para_5">Artikel 4.61, vijfde lid</tekst:IntRef><tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62__para_2">Artikel 4.62, tweede lid</tekst:IntRef> bevat de opdracht aan de gemeente om na de vaststelling van een omgevingsplan (actief) bij Gedeputeerde Staten via het daarvoor ontwikkelde meldingsformulier te melden dat gebruik is gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.62">Artikel 4.62</tekst:IntRef>. Deze gegevens worden gebruikt voor de herbegrenzing van het NNN.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_150" wId="pv23_80__artrecital__content_150">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.63</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(compensatieplan)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een afwijking op grond van <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.60">Artikel 4.60</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.2__art_4.61">Artikel 4.61</tekst:IntRef> is alleen aanvaardbaar als compensatie van de negatieve effecten op het NNN voldoende verzekerd is. Het compensatieplan maakt duidelijk welke compenserende en mitigerende maatregelen nodig zijn om de nadelige effecten van de ingreep weg te nemen of de ondervangen. Het compensatieplan bevat in ieder geval de begrenzing van het gebied, de compensatielocatie, de wijze van compensatie en de wijze waarop de compensatie past binnen de omgeving, de natuurdoelen, de actuele natuurkwaliteit, de effecten van de ingreep, de maatregelen die worden getroffen om verlies van kwantiteit en kwaliteit tegen te gaan, de compensatiemaatregelen en de natuurkwaliteit die daarmee beoogd wordt, het ontwikkelingsbeheer, het regulier beheer, de termijnen, een tijdpad voor realisatie van de compensatieopgave en een evaluatiemoment voor de kwaliteit van de gerealiseerde compensatienatuur.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit betekent dat er in ieder geval inzicht moet zijn in de
effecten op het NNN. Daarom moeten onderzoeken en onderzoeksgegevens naar de
effecten als bijlage bij het compensatieplan gevoegd worden. Ook moet uit het
compensatieplan duidelijk worden welke waarde en betekenis de gemeente bij het
bepalen van de compensatie heeft toegekend aan wettelijke regelingen en
beleidsvisies van Rijk en provincie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het compensatieplan moet inzicht bieden in de wijze waarop
het verlies aan (actuele) natuurwaarden wordt gecompenseerd. Uitgangspunt is
het compensatiebeginsel; dit houdt in dat er geen nettoverlies van kwaliteit,
areaal en samenhang van het NNN plaatsvindt en dat het compensatieplan
draagvlak heeft bij alle partijen. Wij gebruiken bij het inhoudelijk bepalen
van de compensatieopgave de Spelregels EHS als referentiekader. Daarvan kan
worden afgeweken als er sprake is van een beter alternatief.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de Natura 2000-gebieden, die zowel binnen als buiten
het NNN liggen, zijn ook eisen van de Omgevingswet en bepalingen uit
de Vogel- en Habitatrichtlijn van toepassing. Dit betekent dat er voor de
Natura 2000-gebieden een aanvullend regime geldt naast het regime dat in deze
verordening voor het NNN is geregeld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Van groot belang is het verkrijgen van voldoende zekerheid
dat een voorgenomen ingreep niet alleen op papier, maar ook daadwerkelijk zal
worden gecompenseerd. Het wat, waarom, wanneer, hoe te realiseren en door wie moet duidelijk zijn.
Het compensatieplan moet inzicht geven in wat er planologisch geregeld moet
worden om de compensatie te kunnen realiseren. Ook moet het compensatieplan
inzicht geven in de waarborgen die de gemeente biedt voor daadwerkelijke
uitvoering van de compensatie. Dit speelt met name wanneer de initiatiefnemer
(een burger of rechtspersoon) zelf de compenserende maatregelen moet (laten)
uitvoeren. Deze waarborgen kunnen op verschillende manieren geboden worden. In
veel gevallen zal een privaatrechtelijke overeenkomst tussen gemeente en
initiatiefnemer juridische waarborgen moeten bieden dat de compensatie
daadwerkelijk plaatsvindt.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_151" wId="pv23_80__artrecital__content_151">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.64</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(werkingsgebied instructieregel bos en natuur buiten het NNN)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De bescherming van leefgebieden voor weidevogels is deels geregeld binnen <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3">Afdeling 4.3</tekst:IntRef> ruimtelijke kwaliteit (inclusief de catalogus gebiedskenmerken) en <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5">Paragraaf 5.1.5</tekst:IntRef> watersysteem. Met de toevoeging van lid 3 aan <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65">Artikel 4.65</tekst:IntRef> is de bescherming van leefgebieden voor weidevogels ook geregeld in de afdeling landschap en natuur binnen de Omgevingsverordening. Als leefgebieden voor weidevogels zijn gebieden aangewezen met daarbinnen de categorie&#235;n open grasland en open akker, waar condities als openheid, rust en voldoende hoog waterpeil aanwezig zijn of ontwikkeld kunnen worden die van groot belang zijn voor de instandhouding en versterking van de weidevogelpopulatie.  De leefgebieden weidevogels zijn door de provincie geometrisch begrensd. Voor bos- en natuurgebieden buiten het NNN is ervoor gekozen om die niet zelf op kaart te zetten. Hier geldt de constructie dat het werkingsgebied van de instructieregels van de provincie gekoppeld zijn aan gebieden waarvoor het geldende omgevingsplan regels stelt gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_152" wId="pv23_80__artrecital__content_152">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.65</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(handhaven beschermingsregime bos en natuur buiten het NNN)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De bescherming van leefgebieden voor weidevogels is deels geregeld binnen <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3">Afdeling 4.3</tekst:IntRef> ruimtelijke kwaliteit (inclusief de catalogus gebiedskenmerken) en <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5">Paragraaf 5.1.5</tekst:IntRef> watersysteem. Met de toevoeging van lid 3 aan <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65">Artikel 4.65</tekst:IntRef> is de bescherming van leefgebieden voor weidevogels ook geregeld in de afdeling landschap en natuur binnen de Omgevingsverordening. Als leefgebieden voor weidevogels zijn gebieden aangewezen met daarbinnen de categorie&#235;n open grasland en open akker, waar condities als openheid, rust en voldoende hoog waterpeil aanwezig zijn of ontwikkeld kunnen worden die van groot belang zijn voor de instandhouding en versterking van de weidevogelpopulatie De leefgebieden weidevogels zijn door de provincie geometrisch begrensd. Voor bos- en natuurgebieden buiten het NNN is ervoor gekozen om die niet zelf op kaart te zetten. Hier geldt de constructie dat het werkingsgebied van de instructieregels van de provincie gekoppeld zijn aan gebieden waarvoor het geldende omgevingsplan regels stelt gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. De primaire functie binnen de leefgebieden blijft landbouw en bestaand agrarisch gebruik kan voortgezet worden. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_153" wId="pv23_80__artrecital__content_153">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.66</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(afwijking beschermingsregime bos en natuur buiten het NNN)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Provinciaal belang </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn in de provincie Overijssel in ruime mate bos- en natuurgebieden aanwezig. Deze gebieden hebben vaak gebiedskenmerken die bepalend zijn voor de ruimtelijke kwaliteit en dienen daarom behouden te blijven. In aanvulling op de gebiedskenmerken - die vooral gericht zijn op het behoud en herstel van landschapskenmerken - voorziet de verordening in een aanvullende bescherming voor bos- en natuurgebieden buiten het NNN vanwege het belang van deze gebieden voor flora en fauna.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gelet op die functie is het ongewenst dat bos- en
natuurelementen worden 'verplaatst'. De gebiedskenmerken sluiten immers niet
uit dat bestaande groene elementen worden 'verschoven' mits daarbij het karakteristiek
van het landschap gehandhaafd blijft. Dit zou verlies van natuurwaarden kunnen
betekenen, bijvoorbeeld waar oude bosbodems verloren gaan. Om te voorkomen dat
aanwezige en potenti&#235;le natuurwaarden worden aangetast, zijn in principe geen
ontwikkelingen toegestaan die negatieve effecten hebben op deze waarden.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Niet geometrisch
begrensd in de Omgevingsverordening</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De bos- en natuurgebieden buiten het NNN zijn niet in de
Omgevingsverordening als zodanig geometrisch begrensd. De regels hebben als aangrijpingspunt
de gebieden die in geldende omgevingsplannen aangewezen zijn als bos- en
natuurgebieden met regels gericht op handhaving en bescherming van deze
elementen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Verhouding
beschermingsregime in de Omgevingswet voor houtopstanden.</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling in de Omgevingsverordening geeft aanvullende bescherming op wat in de Omgevingswet is geregeld voor houtopstanden. Daarin ligt het accent op handhaving van het bestaande areaal van bos. De regeling in de Omgevingsverordening zorgt ervoor dat bestaande bos- en natuurelementen die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen de bescherming houden die ze ook al in het geldende omgevingsplan hebben waardoor verzekerd is dat deze elementen in stand gehouden worden op de plek waar deze elementen nu te vinden zijn. Het gaat ons immers niet alleen om het in stand houden van het areaal aan houtopstanden, maar ook om de betekenis van houtopstanden voor het behoud van de kwaliteit van het landschap, natuurwaarden, cultuurhistorische waarden en de ruimtelijke kwaliteit van Overijssel. Wij vinden handhaving van aanwezige houtopstanden wezenlijk voor het in stand houden van de bestaande ruimtelijke kwaliteit in Overijssel.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Specifieke bestemming </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Gelet op het belang van behoud van bos- en natuurgebieden buiten het NNN is in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.7__subsec_4.7.3__art_4.65">Artikel 4.65</tekst:IntRef> bepaald dat bestaande bos- en natuurgebieden die als zodanig zijn bestemd in geldende omgevingsplannen ook in de toekomst voorzien moeten zijn van een specifieke regeling. Deze bepaling is dus alleen van toepassing op bos- en natuurgebieden en niet op landschapselementen die niet als bos of natuur bestemd zijn. Aantasting van de aanwezige en te ontwikkelen waarden is alleen in uitzonderlijke situaties toegestaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Afwijkingsmogelijkheden </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Gemeenten kunnen afwijken van de eis om het geldende
beschermingsregime voor bos- en natuurgebieden buiten het NNN te handhaven en
daarmee ontwikkelingen toestaan als dit noodzakelijk is vanwege zwaarwegende
maatschappelijke belangen waarvoor geen alternatieve oplossingen gevonden
kunnen worden. Verzekerd moet zijn dat de ingrepen voldoende worden
gecompenseerd. Dit houdt in dat de aanwezige waarden in het gebied in
kwantitatieve en kwalitatieve zin per saldo minimaal behouden blijven en waar
mogelijk versterkt worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te voldoen aan het criterium zwaarwegende
maatschappelijke belangen moet er sprake zijn van een algemeen belang dat kan
worden behartigd door de overheid, maar ook door maatschappelijke organisaties.
Dit belang moet van beduidend groter gewicht zijn dat het belang van handhaving
van het bos- of natuurgebied dat door de ingreep wordt aangetast. Een
particulier belang of het belang van enkelingen volstaat niet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De gemeenteraad is bevoegd om bij de vaststelling van
omgevingsplannen af te wijken van de eis het geldende beschermingsregime voor
bos- en natuurgebieden te handhaven voor relatief kleinschalige ontwikkelingen
waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan nodig is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Als er sprake is van kleinschalige ontwikkelingen waardoor
de waarde van een bos- of natuurgebied alleen in beperkte mate wordt aangetast,
wordt de eis van een zwaarwegend maatschappelijk belang niet gesteld. In die
gevallen is het voldoende dat er per saldo sprake is van een versterking van
waarde van het gebied of vergroting van het oppervlakte daarvan. Ook hier geldt
dat altijd eerst onderzocht moet worden of er alternatieven voor de ingreep
mogelijk zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij kleinschalige ontwikkelingen kan gedacht worden aan de
uitbreiding of de plaatsing van een bijgebouw bij een woning, de ondergeschikte
uitbreiding van een recreatievoorziening of een andere bedrijfsmatige
activiteit. Maatgevend is de impact van de ontwikkeling op de kwaliteit van het
bos- of natuurgebied. Daarbij spelen factoren als de ecologische kwaliteit van
het bos- of natuurgebied, de samenhang en de mate van verstoring een rol. Ook
de maatschappelijke meerwaarde van de ontwikkeling kan een rol spelen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de onderbouwing van het omgevingsplan dat de beoogde
ontwikkeling mogelijk maakt, zal moeten worden aangetoond dat aan de
voorwaarden voor afwijking wordt voldaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast het beschermingsregime voor bestaande bos- en
natuurgebieden in deze verordening, kunnen er vanuit andere wettelijke kaders
beperkingen worden gesteld. Te denken valt hierbij aan de Omgevingswet, het
Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Leefgebieden voor weidevogels  </tekst:Al>
		<tekst:Al>Lid 3 geeft de overblijvende mogelijkheden weer voor initiatieven en functies binnen de leefgebieden voor weidevogels. Ter uitwerking van de bepalingen van de Vogelrichtlijn mag de omvang van een leefgebied niet worden verkleind en dient verdere verslechtering te worden voorkomen. Overblijvende effecten op leefgebieden dienen in voldoende mate te worden gecompenseerd volgens het in het Natuurbeheerplan Overijssel beschreven compensatiebeleid. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_154" wId="pv23_80__artrecital__content_154">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.8.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Grondwaterbeschermingsgebieden algemeen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Provinciaal belang</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De bescherming van het grondwater voor de openbare
drinkwatervoorziening is een provinciale taak volgens artikel 2.18, eerst lid,
onder c, van de Omgevingswet. In artikel 7.11, eerst lid onder b van het Besluit kwaliteit
leefomgeving is bepaald dat een Omgevingsverordening in ieder geval regels
bevat over het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de
waterwinning in bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden. Bestaande
en toekomstige drinkwaterwinningen worden door de Omgevingsverordening
beschermd. Dit doen we met instructieregels voor het omgevingsplan
(<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2">Paragraaf 4.8.2</tekst:IntRef> tot en met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5">Paragraaf 4.8.5</tekst:IntRef>) en met direct werkende regels voor milieubelastende activiteiten (<tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6">Afdeling 3.6</tekst:IntRef>).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat het
risico op verontreiniging van het grondwater binnen grondwaterbeschermingszones
en intrekgebieden wordt tegengegaan. Daarom wordt in grondwaterbeschermingszones
en intrekgebieden alleen ruimte geboden voor functies en activiteiten voor
zover deze ontwikkelingen:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- bijdragen aan kwalitatief goed grondwater,</tekst:Al>
		<tekst:Al>- het risico
op grondwaterverontreiniging verkleinen en</tekst:Al>
		<tekst:Al>- geen
risico op grondwaterverontreiniging met zich meebrengen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In waterwingebieden worden alleen activiteiten
toegestaan die ten dienste staan van de drinkwaterwinning. In boringsvrije
zones is het beleid er op gericht te voorkomen dat de beschermende bodemlaag
wordt aangetast, die zich bevindt tussen het maaiveld en het watervoerend
pakket waaruit grondwater wordt onttrokken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Tweesporen</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>De bescherming van de drinkwatervoorziening wordt gerealiseerd via het spoor van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Instructieregels daarover zijn opgenomen in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2">Paragraaf 4.8.2</tekst:IntRef> van de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ook via het milieuspoor wordt bescherming van de drinkwatervoorziening geregeld. In het milieuspoor wordt vooralsnog het onderscheid gehandhaafd tussen bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer) waarvoor (veelal) de gemeenten bevoegd gezag zijn en milieubelastende activiteiten buiten bedrijfslocaties waarvoor de provincie het bevoegd gezag is. In <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6">Afdeling 3.6</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening zijn de direct werkende provinciale regels opgenomen voor activiteiten buiten bedrijfslocaties in grondwaterbeschermingsgebieden. In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3">Paragraaf 4.8.3</tekst:IntRef> tot en met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5">Paragraaf 4.8.5</tekst:IntRef> van deze verordening zijn de instructieregels voor gemeenten opgenomen die hen verplichten om in hun omgevingsplannen regels op te nemen voor milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden voor zover die plaatsvinden op bedrijfslocaties.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie heeft ervoor gekozen om voor
intrekgebieden alleen bescherming te regelen via instructies voor een
evenwichtige toedeling van functies aan locaties en niet via het milieuspoor.
De boringsvrije zones worden alleen beschermd via het milieuspoor.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Werkingsgebied </tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de bepaling van de locaties waarvoor de
instructieregels voor grondwaterbescherming van toepassing zijn, zijn de
volgende grondwaterbeschermingsgebieden (deels op perceelsniveau) geometrisch begrensd:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- waterwingebieden</tekst:Al>
		<tekst:Al>- grondwaterbeschermingszones</tekst:Al>
		<tekst:Al>- grondwaterbeschermingszones
met stedelijke functies</tekst:Al>
		<tekst:Al>- intrekgebieden</tekst:Al>
		<tekst:Al>- intrekgebieden
met stedelijke functies</tekst:Al>
		<tekst:Al>- boringsvrije
zones</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_155" wId="pv23_80__artrecital__content_155">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.67</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik grondwaterbeschermingsgebieden)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel bakent af over welke milieubelastende activiteiten <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8">Afdeling 4.8</tekst:IntRef> gaat.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het gaat om activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het grondwater dat wordt gebruikt voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water (eerste lid).</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de regels voor milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden wordt vooralsnog het onderscheid gehandhaafd tussen activiteiten op bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer), waarvoor (veelal) de gemeenten bevoegd gezag zijn en activiteiten buiten bedrijfslocaties waarvoor de provincie bevoegd gezag is.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6">Afdeling 3.6</tekst:IntRef> van de verordening gaat over milieubelastende activiteiten buiten bedrijfslocaties en in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8">Afdeling 4.8</tekst:IntRef> staan de instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen voor
'milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties'. De provincie past deze
regels ook toe voor de 'milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties', waarvoor
de provincie bevoegd gezag is (voormalige provinciale 'inrichtingen').</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om de werking van de regels zoveel mogelijk te laten
overeenkomen met het oude recht is in het toepassingsbereik een definitie van
het begrip 'milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties' opgenomen.
Daarbij is aansluiting gezocht bij de definitie van het begrip 'inrichting' in
artikel 1, derde lid, van de voormalige Wet milieubeheer: 'elke door de mens
bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen
bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht'.
Milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties zijn milieubelastende activiteiten
die vaak locatiegebonden zijn en waarbij over het algemeen meerdere
samenhangende activiteiten op dezelfde locatie worden uitgevoerd. Deze
activiteiten worden als vanzelfsprekend onderdeel van de bedrijfsmatige
activiteit gezien. De milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties komen
veelal overeen met gangbare bedrijven en dus ook met inrichtingen, zoals die
onder de Wet milieubeheer vielen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het begrip 'milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties' is verder afgebakend door het benoemen van activiteiten die niet onder het begrip vallen (tweede lid). Daarbij is aangesloten bij artikel 2.3.1.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet waarin het toepassingsbereik is geregeld voor milieubelastende activiteiten waarvoor regels moeten worden opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (bruidsschat). Met dat artikel werd ook beoogd om de regels zoveel mogelijk te laten samenvallen met het oude recht waarbij het begrip 'inrichting' centraal stond.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_156" wId="pv23_80__artrecital__content_156">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.68</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanwijzing grondwaterbeschermingsgebieden)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit artikel worden de grondwaterbeschermingsgebieden van
drinkwaterwinningen aangewezen. Een waterwingebied beslaat de directe omgeving
van de pompputten. Deze gebieden worden begrensd door de lijn van waaraf het
grondwater tenminste 60 dagen in het watervoerende pakket nodig heeft om de
pomp putten te bereiken. Een grondwaterbeschermingszone en een boringsvrije
zone liggen als een schil rond een waterwingebied. De buitenste grens van deze
zones is de lijn, van waaraf het grondwater een periode van 25 jaar in het
watervoerende pakket nodig heeft om de pompputten ter bereiken (25-jaarszone).
Een uitzondering hierop vormt de begrenzing van de boringsvrije zone Salland
Diep, die is ingesteld ter bescherming van het derde watervoerende pakket onder
Salland (strategische reserving). Het onderscheid tussen een grondwaterbeschermingszone
en een boringsvrije zone is dat zich in een boringsvrije zone een beschermende
kleilaag in de bodem bevindt, waardoor verontreinigingen van bovenaf het op te
pompen grondwater niet kunnen bereiken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een waterwinning trekt grondwater aan uit een gebied dat groter is dan het grondwaterbeschermingszone. De omvang van de intrekgebieden is bepaald op basis van de transporttijd van het grondwater van 100 jaar in het watervoerende pakket, voordat het de pompputten bereikt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het ruimtelijk spoor wordt onderscheid gemaakt tussen
grondwaterbeschermingszones en intrekgebieden met stedelijke functies en
overige, overwegend landelijke gebieden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_157" wId="pv23_80__artrecital__content_157">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.8.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Instructieregels grondwaterbescherming</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Begrippen</tekst:i><tekst:br/>Onder activiteiten die goed samengaan met de betekenis van het grondwater voor de drinkwaterwinning (harmoni&#235;rende activiteiten) worden in ieder geval verstaan:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- extensieve land- en tuinbouw, waaronder beheerslandbouw en biologische land- en tuinbouw</tekst:Al>
		<tekst:Al>- extensieve recreatie</tekst:Al>
		<tekst:Al>- landschaps-, natuur- en bosbouw</tekst:Al>
		<tekst:Al>- het inrichten en gebruiken van nieuwe landgoederen en buitenplaatsen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In 'grondwaterbeschermingszones met stedelijke functies' worden onder 'niet-risicovolle activiteiten in ieder geval begrepen projecten van minder dan 10 woningen. In 'intrekgebieden met stedelijke functies' worden onder 'niet-risicovolle activiteiten' in ieder geval begrepen projecten van minder dan 100 woningen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder 'grote of grootschalige risicovolle activiteiten'
worden in ieder geval verstaan grote en grootschalige vormen van:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- (dag- en verblijfs-)recreatie</tekst:Al>
		<tekst:Al>- woningbouw (meer dan 10 respectievelijk 100 woningen)</tekst:Al>
		<tekst:Al>- stedenbouw (winkelcentra, bedrijven voor horeca, handel en dienstverlening)</tekst:Al>
		<tekst:Al>- wegen (inclusief parkeerterreinen, transferia), spoorwegen (inclusief emplacementen) en waterwegen (inclusief havens)</tekst:Al>
		<tekst:Al>- bedrijventerreinen</tekst:Al>
		<tekst:Al>- buisleidingen voor gas, olie(producten) of chemicali&#235;n</tekst:Al>
		<tekst:Al>- nieuwe rioolwaterzuiveringsinstallaties en diepteontgrondingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor een nadere invulling van de begrippen 'grote en
grootschalige risicovolle activiteiten' wordt verwezen naar de toelichting op artikel 3.28.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De indeling in gewenste en ongewenste activiteiten is ook gebaseerd op het rapport: "Functieverweving en Duurzame waterwinning; Reflect: bepaling van risico's van functies voor grondwaterwinningen" van KIWA (1999)". In dit rapport zijn de risico's voor de grondwaterkwaliteit weergegeven voor 30 grondgebruikfuncties. Reflect maakt onderdeel uit van de Methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming van Tauw (2008) en de handreiking daarbij 'Aan de slag met de methodiek Gebiedsgerichte Grondwaterbescherming' van Tauw (2009). De methodiek is geactualiseerd door Royal Haskoning DHV (2015).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder niet-risicovolle activiteiten worden die
activiteiten verstaan die niet gerekend worden tot harmoni&#235;rende activiteiten
(activiteiten die goed samengaan met de betekenis van het grondwater
voor de drinkwaterwinning) en niet tot grote of grootschalige risicovolle
activiteiten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Bescherming via evenwichtige toedeling van functies
aan locaties</tekst:i><tekst:br/>De grondwaterbeschermingszones en intrekgebieden krijgen in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2">Paragraaf 4.8.2</tekst:IntRef> hun bescherming via de lijn van evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het beschermingsregime voor intrekgebieden is in grote lijnen vergelijkbaar met dat van grondwaterbeschermingszones. De intrekgebieden liggen op een grotere afstand van de winputten en zijn daardoor minder kwetsbaar. Daarom is het voor intrekgebieden aanvaardbaar dat er minder zware eisen worden gesteld aan nieuwe ontwikkelingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Waar in grondwaterbeschermingszones alleen
niet-risicovolle activiteiten worden toegestaan die voldoen aan het stand
still-principe, geldt dat in intrekgebieden naast niet-risicovolle ook grote
risicovolle activiteiten worden toegestaan die aan dit principe voldoen. Het
stand still-principe is het beginsel dat erop gericht is verslechtering van de
grondwaterkwaliteit tegen te gaan en het vergroten van risico's op
verontreiniging van het grondwater te voorkomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In grondwaterbeschermingszones gelden voor grote en
grootschalige risicovolle activiteiten de eisen van zwaarwegend maatschappelijk
belang, ontbreken van alternatieven en stap vooruit-principe. In intrekgebieden
worden deze voorwaarden alleen gesteld bij grootschalige risicovolle
activiteiten. Het stap vooruit-principe is het beginsel dat er erop gericht is
de risico's op verontreiniging van het grondwater te verminderen en de
grondwaterkwaliteit te verbeteren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen
grondwaterbeschermingszones en intrekgebieden met stedelijke functies en
overige, overwegend landelijke gebieden. In beschermingszones met stedelijke
activiteiten, komen vaak van oudsher al activiteiten voor die een risico kunnen
opleveren voor de grondwaterkwaliteit. De eisen van zwaarwegend maatschappelijk
belang en het ontbreken van alternatieven zou voor deze gebieden
ongerechtvaardigde beperkingen opleveren. Daarom is voor deze gebieden een
afwijkende regeling van toepassing zodat nieuwe stedelijke activiteiten kunnen
worden toegestaan onder de voorwaarde dat de risico's worden verminderd (stap
vooruit-principe in grondwaterbeschermingszones) of de risico's niet toenemen
(stand still-principe in intrekgebieden).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De stand-still en stap-vooruit moet in het
omgevingsplan worden verantwoord door gebruik van de methodiek gebiedsgerichte
bescherming.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Via het milieuspoor worden de grondwaterbeschermingsgebieden beschermd door de instructieregels voor gemeenten over omgevingsplannen voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties. Deze instructieregels zijn opgenomen in hoofdstuk 4, <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3">Paragraaf 4.8.3</tekst:IntRef> tot en met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5">Paragraaf 4.8.5</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het overige wordt de bescherming van de grondwaterbeschermingsgebieden geregeld in hoofdstuk 3, <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6">Afdeling 3.6</tekst:IntRef> van deze verordening. Op allerlei activiteiten buiten bedrijfslocaties die risico's opleveren voor de kwaliteit van het grondwater, zijn de direct werkende milieuregels van <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6">Afdeling 3.6</tekst:IntRef> van toepassing. Voor grote en grootschalige risicovolle activiteiten is een omgevingsvergunning nodig. Voor intrekgebieden geldt dat wordt volstaan met bescherming via het spoor van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_158" eId="artrecital__content_158">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.8.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Instructieregels voor waterwingebieden</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Een waterwingebied wordt aangemerkt als het meest kwetsbare deel van het beschermingsgebied van een drinkwaterwinning. In een waterwingebied dient het risico van verontreiniging van het grondwater absoluut voorkomen te worden. Daarvoor zijn zeer stringente beschermingsregels in de verordening opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.2">Paragraaf 3.6.2</tekst:IntRef> van de verordening bevat de direct werkende regels voor milieubelastende activiteiten buiten een bedrijfslocatie in een waterwingebied. In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3">Paragraaf 4.8.3</tekst:IntRef> zijn de instructieregels voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer) opgenomen. Deze instructieregels, die door gemeenten moeten worden verwerkt in het omgevingsplan, houden het volgende in.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In waterwingebieden worden in principe alle activiteiten verboden die niet direct in verband staan met de waterwinning. In de waterwingebieden mogen geen nieuwe milieubelastende activiteiten op een bedrijfslocatie worden verricht, met uitzondering van activiteiten die noodzakelijk zijn voor de drinkwaterwinning. Bestaande activiteiten mogen in stand blijven en kunnen wijzigen of uitbreiden als wordt voldaan aan de voorschriften in <tekst:IntRef ref="cmp_11__content_1">Bijlage XI</tekst:IntRef> ( voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones ) en het geen nadelige gevolgen heeft voor de waterwinning. Het gaat om activiteiten die al (legaal) aanwezig waren op het moment dat de verbodsbepaling in werking is getreden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Meestal zijn in waterwingebieden alleen de productiebedrijven van het drinkwaterbedrijf gevestigd. De productiebedrijven moeten ook voldoen aan de voorwaarden in <tekst:IntRef ref="cmp_11__content_1">Bijlage XI</tekst:IntRef> (voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones) bij de verordenin</tekst:Al>
		<tekst:Al>In waterwingebieden mag een aantal milieubelastende activiteiten niet worden toegestaan. Het is bijvoorbeeld niet toegestaan om op een bedrijfslocatie koelwater of schadelijke vloeistoffen te lozen of een bodemenergiesysteem aan te leggen. Dit gelet op de mogelijke risico's van opwarming of verontreiniging van het grondwater. Het begrip bodemenergiesysteem heeft in deze verordening een bredere reikwijdte dan in het Besluit activiteiten leefomgeving, zie de begripsbepaling in bijlage Ibij de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.3__art_4.77">Artikel 4.77</tekst:IntRef> is geregeld dat gemeenten de voorwaarden als algemene regels kunnen opnemen in het omgevingsplan (eerste lid). Ook bestaat de mogelijkheid voor de gemeente om een vergunningplicht op te nemen (tweede lid). Het kan dan gaan om een aanvullende vergunningplicht ten opzichte van de vergunningplicht voor milieubelastende activiteiten in het Besluit activiteiten leefomgeving. Wanneer de voorschriften niet afdoende zijn om de kwaliteit van het grondwater te beschermen zijn er mogelijkheden voor maatwerk. Dat kan ingeval de voorwaarden nader moeten worden uitgewerkt of een situatie in de voorwaarden niet is voorzien.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_159" wId="pv23_80__artrecital__content_159">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.8.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Instructieregels voor grondwaterbeschermingszones</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In een grondwaterbeschermingszone dient het risico van verontreiniging van het grondwater zoveel mogelijk voorkomen te worden. De verordening bevat regels voor milieubelastende activiteiten die een risico kunnen vormen voor de grondwaterkwaliteit. Een aantal activiteiten met een groot risico wordt verboden of alleen onder strenge voorwaarden toegestaan. Voor andere risico-activiteiten gelden specifieke regels en voorschriften.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.3">Paragraaf 3.6.3</tekst:IntRef> van de Omgevingsverordening bevat de direct werkende regels voor milieubelastende activiteiten buiten een bedrijfslocatie in een grondwaterbeschermingszone. In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4">Paragraaf 4.8.4</tekst:IntRef> zijn de instructieregels voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer) in grondwaterbeschermingszones opgenomen. Deze instructieregels, die door gemeenten moeten worden verwerkt in het omgevingsplan, houden het volgende in.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het omgevingsplan moet een
absoluut verbod worden opgenomen om bepaalde bedrijven in exploitatie te nemen
in grondwaterbeschermingszones. Het gaat om een bestaande lijst met bedrijven
met een bodemindex B volgens de brochure Bedrijven en milieuzonering, VNG,
editie 2009. Ook in het ruimtelijk spoor wordt deze lijst met verboden
bedrijven gehanteerd bij toepassing van de methodiek gebiedsgerichte
grondwaterbescherming bij de toedeling van functies aan locaties (<tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.2">Paragraaf 4.8.2</tekst:IntRef>). Deze
verbodslijst is niet op beleidsneutrale wijze te relateren aan de
milieubelastende activiteiten die in het Besluit activiteiten leefomgeving zijn
genoemd. Daarom is de bestaande lijst vooralsnog gehandhaafd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een absoluut verbod is ook van
toepassing op het aanleggen van een bodemenergiesysteem. Dit gelet op de
mogelijke risico's van opwarming of verontreiniging van het grondwater. Voor
bodemenergiesystemen worden de resultaten afgewacht van enkele langjarige,
landelijke proefprojecten afgewacht, waarbij de risico's van
bodemenergiesystemen in beeld worden gebracht. Het begrip bodemenergiesysteem
heeft in deze verordening een bredere reikwijdte dan in het Besluit activiteiten
leefomgeving. Het gaat niet alleen om koude-warmte-opslag en
bodemwarmtewisselaars, maar bijvoorbeeld ook om systemen voor hoge temperatuur
opslag en aardwarmte. Zie de begripsbepaling in bijlage I bij de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In grondwaterbeschermingszones mag ook niet worden toegestaan dat koelwater, afvalwater en andere schadelijke vloeistoffen op of in de bodem worden geloosd, vanwege het risico op verontreiniging van het grondwater. Lozing van afstromend hemelwater van wegen, parkeerplaatsen en andere terreinen die openstaan voor gemotoriseerd verkeer is onder voorwaarden wel toegestaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Andere milieubelastende activiteiten kunnen op een bedrijfslocatie ook alleen worden toegestaan als aan extra voorwaarden ter bescherming van de grondwaterkwaliteit wordt voldaan. De voorwaarden zijn opgenomen in bijlage XI (voorwaarden voor toestaan van milieubelastende activiteiten in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones) bij de verordening. Het gaat onder
meer om op- en overslag van schadelijke stoffen in tanks en in verpakking, op-
en overslag van dierlijke meststoffen in mestfoliebassins en mestzakken, op- en
overslag van andere meststoffen, opslag van motorvoertuigen, gebruik van
schadelijke stoffen in het productieproces en transportleidingen voor
afvalwater en andere schadelijke (vloei)stoffenDe voorwaarden sluiten zoveel
mogelijk aan bij het Besluit activiteiten leefomgeving, de geldende landelijke
richtlijnen en het BBT-document voor bodem (voorheen Nederlandse Richtlijn
Bodembescherming). Voor een toelichting op de voorwaarden voor het toepassen
van grond en baggerspecie en mechanische ingrepen wordt verwezen naar die
onderdelen in de toelichting op paragraaf 3.6.3 van de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Activiteitenregeling milieubeheer bevatte enkele specifieke regels voor milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingszones, die niet zijn teruggekeerd in de nieuwe rijksregels. Artikel 2.2, lid 6 en 7 Activiteitenregeling had betrekking op de aanlevering van gegevens over de monitoring van grondwater bij de toepassing van enkelwandige ondergrondse opslagtanks voor brandbare vloeistoffen of geomembraanbaksystemen en de toepassing van een lekdetectiesysteem in grondwaterbeschermingszones. Ook artikel 3.35, lid 5 Activiteitenregeling bevatte een aanvullende regel over ondergrondse opslagtanks, namelijk de aanscherping van de standaard herkeuringstermijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het
nulsituatie-bodemonderzoek voor milieubelastende activiteiten komt ook ni in terug onder de Omgevingswet. We gaan er van uit dat
het bevoegd gezag deze regels die niet zijn teruggekeerd in landelijke regelgeving, zo nodig toepast in de uitvoeringspraktijk in de grondwaterbeschermingszones.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.4__art_4.80">Artikel 4.80</tekst:IntRef>is geregeld dat gemeenten de
voorwaarden als algemene regels kunnen opnemen in het omgevingsplan (eerste
lid). Ook bestaat de mogelijkheid voor de gemeente om een vergunningplicht op
te nemen (tweede lid). Het kan dan gaan om een aanvullende vergunningplicht ten
opzichte van de vergunningplicht voor milieubelastende activiteiten in het
Besluit activiteiten leefomgeving. Wanneer de voorschriften niet afdoende zijn
om de kwaliteit van het grondwater te beschermen zijn er mogelijkheden voor
maatwerk. Dat kan ingeval de voorwaarden nader moeten worden uitgewerkt ofwel
een situatie in de voorwaarden niet is voorzien.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_160" eId="artrecital__content_160">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.8.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Instructieregels voor boringsvrije zones</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In een boringsvrije zone bevinden zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken, zodanige beschermende bodemlagen dat met beperkte regels kan worden volstaan. In boringsvrije zones is het beschermingsregime erop gericht om de zones te vrijwaren van mechanische bodemingrepen, die de beschermende functie van slecht doorlatende bodemlagen zouden kunnen aantasten. Ook moet worden voorkomen dat schadelijke stoffen het grondwater verontreinigen dat wordt gebruikt voor de drinkwatervoorziening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.6__subsec_3.6.4">Paragraaf 3.6.4</tekst:IntRef> van de verordening bevat de direct werkende regels voor milieubelastende activiteiten buiten een bedrijfslocatie in een boringsvrije zone. In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.8__subsec_4.8.5">Paragraaf 4.8.5</tekst:IntRef> zijn de instructieregels voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties (voorheen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer) in boringsvrije zones opgenomen. Deze instructieregels, die door gemeenten moeten worden verwerkt in het omgevingsplan, houden het volgende in.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is niet toegestaan om koelwater, afvalwater en andere schadelijke vloeistoffen te lozen en om bodemenergiesystemen aan te leggen vanaf een bepaalde diepte in de ondergrond. Dit gelet op de risico's van opwarming of verontreiniging van het grondwater. Voor bodemenergiesystemen worden de resultaten van enkele langjarige, landelijke proefprojecten afgewacht, waarbij de risico's voor het grondwater in beeld worden gebracht. Het begrip bodemenergiesysteem heeft in deze verordening een bredere reikwijdte dan in het Besluit activiteiten leefomgeving, zie de begripsbepaling in bijlage I bij de verordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Andere mechanische ingrepen vanaf een bepaalde diepte zijn alleen toegestaan wanneer wordt voldaan aan voorwaarden. Gemeenten nemen de voorwaarden op in het omgevingsplan. Voor mechanische ingrepen van het drinkwaterbedrijf die noodzakelijk zijn voor de waterwinning of voor de ontwikkeling daarvan, wordt een vrijstelling opgenomen.
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de boringsvrije zone Salland-Diep kan worden toegestaan om een bodemenergiesysteem aan te leggen en een daarmee samenhangende lozing te doen, dieper dan vijftig meter onder het maaiveld, mits wordt aangetoond dat de beschermende kleilaag dieper ligt dan vijftig meter. Hiervoor moet een omgevingsvergunningsplicht worden opgenomen in het omgevingsplan.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_161" wId="pv23_80__artrecital__content_161">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.9</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>WATERGEBIEDSRESERVERINGEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong><tekst:i>Provinciaal belang </tekst:i></tekst:strong>Doel van deze regeling is om de negatieve gevolgen van overstroming en wateroverlast te beperken. Door klimaatverandering neemt de kans daarop toe. Het gaat in deze paragraaf niet om normen voor de regionale waterkeringen en wateroverlast die gericht zijn op het voorkomen van overstromingen en wateroverlast. Die omgevingswaarden zijn geregeld met omgevingswaarden in <tekst:IntRef ref="chp_2">Hoofdstuk 2</tekst:IntRef> van deze verordening. In deze paragraaf gaat om de gebieden waar zich naar verwachting met enige regelmaat overstromingen en wateroverlast zullen voordoen gelet op de functie van deze gebieden voor de opvang van water en waar voorwaarden worden gesteld om de schade daardoor zoveel mogelijk te beperken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Watergebiedsreserveringen</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de regeling worden verschillende soorten gebieden aangewezen die bedoeld zijn voor de opvang van water in het geval van overstromingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Primaire watergebieden en waterbergingsgebieden worden aangewezen als gebieden waarin water in extreme situaties kan worden vastgehouden om te voorkomen dat waterafvoersystemen overbelast raken en er wateroverlast optreedt op plekken waar dit meer schade toebrengt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Primaire watergebieden zijn gebieden die vanwege de natuurlijke lage ligging bij hevige neerslag gemakkelijk onderlopen. Waterbergingsgebieden zijn gebieden die door het aanbrengen van waterhuishoudkundige werken zoals dijken, kades en toevoerwerken geschikt gemaakt zijn voor wateropvang.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Overstromingsrisicogebieden
(vrijwaringsgebieden in verband met het overstromingsrisico) zijn gebieden die
niet beschermd worden door primaire keringen en daarmee wettelijk buitendijks
liggen. Het gaat om de Kampereilanden in gemeenten Kampen en Zwartewaterland.
De provincie heeft regionale keringen aangewezen die de Kampereilanden
beschermen, maar in extreme situaties kunnen wateroverlast en overstromingen
voorkomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die
normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water
staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan
(buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks) die
alleen bij een calamiteit onder water komen te staan. Beide vallen onder het
toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR).</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Overijssel gaat het om gebieden langs de IJssel, de
Overijsselse Vecht, het Zwarte Water, het Zwartemeer, het Ketelmeer en de
Dinkel en om gebieden langs de aangewezen regionale keringen in het regionale
watersysteem/regionale wateren (rivieren en kanalen).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De gevolgen van een overstroming
worden bepaald door de maximale waterdiepte tijdens een overstroming (is af te
leiden uit de risicokaart) en de snelheid waarmee een gebied overstroomt.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Vrijwaring</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In primaire watergebieden en
waterbergingsgebieden mag worden gebouwd mits hierdoor het waterbergend
vermogen niet wordt aangetast. Daarbij geldt wel dat nieuwe kapitaalintensieve
functies zoveel mogelijk worden geweerd in verband met schadekosten.
'Kapitaalintensieve functies' zijn functies die om hoge investeringskosten
vragen per vierkante meter, zoals woonwijken, bedrijventerreinen,
glastuinbouwgebieden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In overstromingsrisicogebieden mag worden
gebouwd, maar geldt dat nieuwe kapitaal-intensieve functies worden geweerd in
verband met het overstromingsrisico.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor alle overstroombare gebieden is het gewenst dat
gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen
en herstructurering) tijdig nadenken over voorzieningen die tijdens een
dreigende overstroming getroffen kunnen en moeten worden om de bebouwing te
beschermen tegen onderlopen, het gebied te kunnen evacueren of belangrijke
functies veilig te stellen. Als er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn
om in deze laaggelegen gebieden nieuwe stedelijke functies toe te voegen, dient
de waterveiligheid ook op langere termijn gegarandeerd te zijn, bijvoorbeeld
door de technische inrichting van het gebied of de wijze van bouwen.
Meerlaagsveiligheid is hierbij het uitgangspunt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld
over vluchtlocaties, evacuatieroutes, ophoging van gebieden of wegen, aangepast
bouwen, bescherming van vitale infrastructuur en kwetsbare objecten, bescherming
van lokale dijken en kaden die de gevolgen van een overstroming kunnen beperken
of geleiding van water naar gebieden waar het minder schade kan. De verordening
schrijft voor dat voor overstroombaar gebied een overstromingsrisicoparagraaf
wordt opgenomen in de toelichting bij bestemmingsplannen, waarin aandacht wordt
besteed aan deze aspecten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor essenti&#235;le waterlopen geldt dat er aan
weerszijden een strook van 100 meter wordt aangewezen als zone die gevrijwaard
moet worden van ontwikkelingen die nu en in de toekomst belemmerend kunnen
werken voor het waterafvoerend en waterbergend vermogen van deze waterlopen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_162" wId="pv23_80__artrecital__content_162">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.10.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Mobiliteit</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang</tekst:strong><tekst:br/>Goede verbindingen zijn essentieel voor de economische groei en stedelijke ontwikkeling van de economische kerngebieden. Aan de andere kant kan mobiliteit ook de kwaliteit van de leefomgeving aantasten. Daarom wordt ingezet op bundeling van verkeersstromen op de hoofdinfrastructuur waar het belang van een goede en veilige doorstroming vervolgens voorop wordt gezet. Voor de overige wegen geldt dat het mobiliteitsbelang ondergeschikt wordt gesteld aan de kwaliteit van de leefomgeving, zoals de woonomgeving, landschap, natuur, toerisme en recreatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Wegencategorisering </tekst:strong><tekst:br/>Met het systeem van wegencategorisering wordt aan de diverse wegen een functie toegekend, waarop vervolgens de inrichting van de weg wordt aangepast. Hiermee is niet alleen doorstroming gediend, maar wordt ook bijgedragen aan de verkeersveiligheid. Met gemeenten worden afspraken gemaakt over het toepassen van het systeem van wegencategorisering op gemeentelijke wegen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Concentratie </tekst:strong><tekst:br/>De provincie zet - vanuit het belang voor de economische ontwikkeling - in op een goede bereikbaarheid van en naar stedelijke centra en streekcentra, zowel per auto, met het openbaar vervoer, met de fiets als over water. Omgekeerd dient bij het projecteren van ruimtelijk-economische activiteiten rekening gehouden te worden met de effecten op de (hoofd)infrastructuur. Ontwikkelingen die mobiliteit oproepen dienen bij voorkeur geprojecteerd te worden nabij aansluitingen op de hoofdinfrastructuur en multimodale knooppunten.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Aansluitingen<tekst:br/></tekst:strong>Om de doorstroming op de hoofdinfrastructuur te verzekeren dient het aantal aansluitingen op deze wegen beperkt te blijven. Voor zover het gaat om provinciale wegen zal de provincie als wegbeheerder terughoudend omgaan met het toestaan van nieuwe aansluitingen. Wij gaan er vanuit dat voor rijkswegen het bestaande terughoudende beleid voor het toestaan van nieuwe aansluitingen wordt gehandhaafd. In <tekst:IntRef ref="chp_3__subchp_3.8">Afdeling 3.8</tekst:IntRef> (mobiliteit) is voorzien in een ontheffingssysteem voor uitwegen en aansluitingen op provinciale wegen. Door middel van beleidsregels worden kaders gesteld aan de verlening van dergelijke ontheffingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Fietsverbindingen </tekst:strong><tekst:br/>De provincie wil de rol, positie en het gebruik van de fiets vergroten. Daarvoor is van belang dat fietsverbindingen voldoende kwaliteit hebben en snelle en aantrekkelijke routes volgen. Bij het projecteren van stedelijke ontwikkelingen dient aandacht te zijn voor een goede aansluiting op hoofdfietsverbindingen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_163" wId="pv23_80__artrecital__content_163">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.10.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Basisrecreatietoervaartnet</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang</tekst:strong><tekst:br/>De landelijke toeristisch-recreatieve infrastructuur voor de recreatieve toervaart is van belang voor de beleving van de omgeving en de toeristische aantrekkingskracht van de provincie. Niet alleen hebben de routes een hoge recreatieve belevingswaarde, ook hebben zij een gunstig effect op de economische omzet van bedrijven langs deze routes.<tekst:br/>Voor de aantrekkelijkheid van de routes is het - naast de vrije doorvaart - van belang dat zij goed worden ingepast bij eventuele nieuwe (stedelijke) ontwikkelingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling voorziet in een bijzondere motiveringsplicht, om te verzekeren dat hieraan in gebieden rond het basisrecreatietoervaartnet in een vroeg stadium van de planontwikkeling aandacht wordt geschonken. Overigens blijven daarnaast de generieke bepalingen in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2">Afdeling 4.2</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3">Afdeling 4.3</tekst:IntRef> (principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) van toepassing.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_164" wId="pv23_80__artrecital__content_164">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.10.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Fiets- en wandelstructuren</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:strong>Provinciaal belang</tekst:strong><tekst:br/>De bovenlokale toeristisch-recreatieve verkeersinfrastructuur voor fietsen en wandelen is van belang voor de beleving van de omgeving en de toeristische aantrekkingskracht van de provincie. Niet alleen hebben de routes een hoge recreatieve belevingswaarde, maar ook hebben zij een gunstig effect op de economische omzet van bedrijven langs deze routes.<tekst:br/>Naast de landelijke routes zoals de Lange Afstand Wandelpaden (LAW's) en de Landelijke Fietsroutes (LF's) die door Overijssel lopen, gaat het om provinciale fiets- en wandelroutes</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Gevolgen nieuwe
ontwikkelingen</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de aantrekkelijkheid van de bovenlokale routes is het van belang dat zij goed worden ingepast bij eventuele nieuwe (stedelijke) ontwikkelingen. Het ontstaan van nieuwe belemmeringen, barri&#232;res en knelpunten moet zoveel mogelijk worden tegengegaan en in ieder geval gecompenseerd worden door bijvoorbeeld het aanleggen van alternatieve trac&#233;s waarbij de belevingswaarde van de route gewaarborgd blijft.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Motiveringseis</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling voorziet in een bijzondere motiveringsplicht, om te verzekeren dat hieraan in een vroegtijdig stadium van de planontwikkeling aandacht wordt geschonken. Overigens blijven daarnaast de generieke bepalingen in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2">Afdeling 4.2</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3">Afdeling 4.3</tekst:IntRef> (principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) van toepassing.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_165" wId="pv23_80__artrecital__content_165">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.10.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Externe veiligheid</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Provinciaal belang</tekst:i><tekst:br/>Economische ontwikkeling en toename van de bevolking betekenen een toename van externe veiligheidsrisico's. De intensiteit van risicovolle activiteiten, waaronder het transport van gevaarlijke stoffen via weg, spoor en water en via ondergrondse transportleidingen neemt toe. Daarnaast is er de opgave om voor de bevolking een veilige woon-, werk-, en leefomgeving in stand te houden en daar waar nodig te cre&#235;ren. Keuzes maken is dan ook noodzakelijk.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen</tekst:i><tekst:br/>Voor het transport van gevaarlijke stoffen over wegen is een provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen aangewezen. Het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen is afgestemd op het landelijke Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen voor weg, water en spoor. Om te kunnen komen tot een aaneengesloten route van transport van gevaarlijke stoffen is het van belang om langs wegen die zijn vrijgegeven en (mogelijk) aangewezen worden als route gevaarlijke stoffen, het toevoegen van kwetsbare gebouwen en locaties te voorkomen als dit zou leiden tot beperking van de gebruiksmogelijkheden van de weg als onderdeel van de route gevaarlijke stoffen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Aan weerszijden van provinciale wegen die zijn aangewezen voor het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen zijn zones aangewezen waarvoor beperkingen gelden voor nieuwe ontwikkelingen. In deze &#x2018;effectgebieden incidenten met brand&#x2019; en &#x2018;effectgebieden incidenten met explosie' mogen nieuwe ontwikkelingen alleen worden toegestaan als onderbouwd is dat die het functioneren van het provinciale routenetwerk transport gevaarlijke stoffen niet zullen inperken. De gemeente wordt opgedragen een onderbouwing te leveren als beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare functies worden toegestaan binnen de effectgebieden. De gemeente zal daarin moeten toetsen aan het groepsrisico als gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een transport met gevaarlijke stoffen. De &#x2018;effectgebieden incidenten met brand&#x2019; en &#x2018;effectgebieden incidenten met explosie&#x2019; zijn zones van 30 respectievelijk 200 meter aan weerszijden van de weg. </tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Essenti&#235;le functies</tekst:i><tekst:br/>Essentiele functies zijn functies en gebouwen die zonder meer inzetbaar moeten zijn bij een calamiteit zoals een brand, ramp of crisis. Dit geldt in ieder geval voor rampenco&#246;rdinatiecentra, als traumacentrum aangewezen ziekenhuizen, energiecentrales en specifiek voor de rampenbestrijding benodigde infrastructuur. Deze functies moeten worden beschermd tegen externe veiligheidsrisico's.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_166" wId="pv23_80__artrecital__content_166">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.102</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Samenhang en continu&#239;teit routenetwerk <tekst:br/></tekst:i>In
de verordening is een bijzondere motiveringsplicht opgenomen op grond waarvan
gemeenten in de toelichting moeten ingaan op de vraag in hoeverre bij de
planontwikkeling rekening is gehouden met het principe van provinciale
samenhang en continu&#239;teit van het routenetwerk transport gevaarlijk stoffen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Nieuwe ontwikkelingen</tekst:i><tekst:br/>Door nu via de Omgevingsverordening te borgen dat rekening wordt gehouden met het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen, hoeft alleen bij die wegen rekening gehouden te worden met het brandaandachtsgebied van 30 meter en het explosieaandachtsgebied van 200 meter.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_167" wId="pv23_80__artrecital__content_167">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.103</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(groepsrisico binnen effectgebied incidenten met brand en effectgebied incidenten met explosie)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al><tekst:i>Effectgebied incidenten met brand <tekst:br/></tekst:i>Binnen een zone van 30 meter van de rand van de weg moet in ieder geval rekening gehouden worden met de gevolgen van een calamiteit met brandbare gevaarlijke stoffen (effectgebied incidenten met brand). De Omgevingsverordening bepaalt voor wegen die zijn aangewezen in het provinciale routenetwerk transport gevaarlijke stoffen dat binnen deze zone niet zondermeer nieuwe bebouwing mag worden opgericht of nieuwe kwetsbare locaties mogen worden gerealiseerd. Er dient in deze gevallen rekening te worden gehouden met de mogelijkheden van de rampenbestrijding en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid van aanwezigen. Ook dient aangegeven te worden met de kans op het overlijden van een groep van 10 of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een transport met gevaarlijke stoffen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Effectgebied incidenten met explosie</tekst:i><tekst:br/>Binnen een zone van 200 meter van de rand van de weg moet in ieder geval rekening gehouden worden met de gevolgen van een calamiteit met explosieve gevaarlijke stoffen (Effectgebied incidenten met explosie). De Omgevingsverordening bepaalt voor wegen die zijn aangewezen in het provinciale routenetwerk transport gevaarlijke stoffen dat binnen deze zone niet zondermeer nieuwe bebouwing mag worden opgericht of nieuwe kwetsbare locaties mogen worden gerealiseerd. Er dient in deze gevallen rekening te worden gehouden met de mogelijkheden van de rampenbestrijding en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid van aanwezigen. Ook dient aangegeven te worden met de kans op het overlijden van een groep van 10 of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een transport met gevaarlijke stoffen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="artrecital__content_168" wId="pv23_80__artrecital__content_168">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.105</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel functioneren essenti&#235;le functies en gebouwen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het begrip 'Essenti&#235;le functies en gebouwen' is niet
limitatief. Het gaat om functies die moeten kunnen blijven functioneren in
geval van een calamiteit zoals een brand, ramp of crisis elders. De regeling
draagt eraan bij dat deze functies worden beschermd tegen externe
veiligheidsrisico's. Hierbij zal specifiek gekeken moeten worden naar de
invloed die bepaalde veiligheidsrisico's hebben op het kunnen blijven
functioneren van de essenti&#235;le functie. </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_169" eId="artrecital__content_169">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.11.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Zonnevelden</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Kwaliteitsimpuls zonnevelden</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Installaties voor de opwekking van zonne-energie zijn onmisbaar voor de provinciale doelstelling voor de toepassing van hernieuwbare energie. Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik willen wij zonnepanelen en andere vormen van opwekking van zonne-energie zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur met bebouwing. Daarom stellen wij de toepassing van de zonneladder verplicht bij initiatieven voor zonnevelden in de Groene Omgeving. De zonneladder geeft de voorkeursvolgorde aan bij de verdeling van de opwekopgave voor zonne-energie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met het Rijk is afgesproken dat de zonneladder wordt aangescherpt en dat landbouw- en natuurgronden in principe niet meer worden gebruikt voor zon op land. Reden daarvoor is dat monofunctionele zonneparken een groot beslag leggen op landbouwgronden. Vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik moet het opwekken van zonne-energie zoveel mogelijk gecombineerd worden met andere functies, bij voorkeur gebouwen. Het toenemende ruimtebeslag van zon op land maakt het nog moeilijker om een oplossing te vinden voor de ruimteclaims die andere grote maatschappelijke opgaven doen op het landelijk gebied. Ook kunnen zonnevelden door netcongestie de ontwikkeling van woonlocaties in de weg zitten. Wij borgen de aanscherping van de zonneladder door in principe geen zelfstandige opstellingen van zonnepanelen toe te staan in de Groene Omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bestuursafspraken bieden ruimte om uitzonderingen te maken op de algemene regel dat zonnevelden niet meer worden toegestaan op landbouw- en natuurgronden. Wij doen dat voor de gevallen die genoemd worden in trede 1 van de Overijsselse zonneladder.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder trede 1 van de Overijsselse zonneladder valt:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__artrecital__content_169__list_1" eId="artrecital__content_169__list_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_169__list_1__item_1" eId="artrecital__content_169__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>de productie van zonne-energie op daken van gebouwen (zoals woningen, bedrijven, (agrarische) gebouwen),</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_169__list_1__item_2" eId="artrecital__content_169__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>het gebruik van gebieden die bebouwd kunnen worden en bruikbare restruimten (boven parkeerterreinen en op geluidwallen) voor het opwekken van zonne-energie;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_169__list_1__item_3" eId="artrecital__content_169__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>kleine, goed ingepaste zonnevelden op (agrarische) erven (tot 2 ha) en kleine, goed ingepaste zonnevelden van lokale initiatieven in stads- en dorpsranden (tot 2 ha).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Aanvullend daarop bieden wij binnen de Groene Omgeving ruimte voor het realiseren van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen voor:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__artrecital__content_169__list_2" eId="artrecital__content_169__list_2" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_169__list_2__item_1" eId="artrecital__content_169__list_2__item_1">
		    <tekst:Al>initiatieven langs hoofdinfrastructuur,</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_169__list_2__item_2" eId="artrecital__content_169__list_2__item_2">
		    <tekst:Al>boven bestaande verhardingen (parkeerterreinen),</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_169__list_2__item_3" eId="artrecital__content_169__list_2__item_3">
		    <tekst:Al>op water zoals inmiddels gerealiseerd op de zandwinplassen Bomhofsplas en Sekdoornseplas, en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_169__list_2__item_4" eId="artrecital__content_169__list_2__item_4">
		    <tekst:Al>voor kleinschalige installaties voor eigen gebruik.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__artrecital__content_170" eId="artrecital__content_170">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.106</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel zonnevelden)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Artikel 4.106 lid 1</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het eerste lid van artikel 4.106 zijn de uitzonderingen benoemd op de algemene regel dat zonnevelden niet zijn toegestaan op landbouw- en natuurgronden. De ruimte die geboden wordt om zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te realiseren op onbenutte delen van het (agrarisch) bouwperceel, wordt ook geboden aan niet-agrarische bedrijven in de Groene Omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De voorwaarde dat de gronden niet nodig zijn voor de (agrarische) bedrijfsvoering is ingevoegd om te voorkomen dat eerst het bouwperceel van het (agrarische) bedrijf wordt vol gezet met zonnepanelen en daarna uitbreiding van het bouwperceel wordt gevraagd voor de primaire bedrijfsactiviteiten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de uitzondering die gemaakt wordt voor zonnevelden langs hoofdinfrastructuur is de voorwaarde opgenomen dat ontwikkelingen moeten passen in een duidelijk samenhangend ontwerp voor het hele trac&#233;. Dit moet voorkomen dat grondeigenaren langs hoofdinfrastructuur met losse initiatieven komen waardoor er vanaf de weg een rommelig beeld ontstaat.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De mogelijkheid om zonnevelden toe te staan op water is beperkt tot zandwinplassen. Het hangt van de eindbestemming van de zandwinplas af of drijvende zonnepanelen een passend nevenfunctie kan zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Artikel 4.106, lid 2</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op 11 oktober 2023 hebben Provinciale Staten een voorbereidingsbesluit genomen met het oog op de voorgenomen aanscherping van de zonneladder. Het tweede lid van artikel 4.106 biedt een overgangsregeling voor initiatieven die op dat moment vergaand in voorbereiding waren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Artikel 4.106, lid 3</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De ruimte die wij bieden om, als uitzondering op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, in de Groene Omgeving zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te realiseren, zien wij als een tijdelijke oplossing. Wij verwachten dat op termijn de vraag naar zonne-energie bediend kan worden door zonnepanelen op daken en gevels. Daarom dient de zelfstandige opstelling van zonnepanelen geregeld te worden als tijdelijk afwijkend gebruik. Het gaat daarbij om opstellingen van zonnepanelen voor een periode van niet meer dan 25 jaar op een wijze die omkeerbaar is en waarbij de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd blijft.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gelet op de impact die (ook tijdelijke) veldopstellingen van zonnepanelen kunnen hebben op hun omgeving, zal niet alleen de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief moeten worden aangetoond, maar zal er ook compensatie moeten plaatsvinden door extra te investeren in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Artikel 4.106 lid 4</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Meerwaarde kan worden onderbouwd vanuit de volgende criteria:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_87__artrecital__content_170__list_1" eId="artrecital__content_170__list_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_87__artrecital__content_170__list_1__item_1" eId="artrecital__content_170__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik (combinaties met andere functies);</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_87__artrecital__content_170__list_1__item_2" eId="artrecital__content_170__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>maatregelen die getroffen worden om de impact te beperken of te compenseren;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_87__artrecital__content_170__list_1__item_3" eId="artrecital__content_170__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied (gebiedseigen/gebiedsvreemd) en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_87__artrecital__content_170__list_1__item_4" eId="artrecital__content_170__list_1__item_4">
		    <tekst:Al>bijdrage aan maatschappelijke doelen (in ieder geval aan de provinciale doelen voor duurzaamheid, maar ook aan draagvlak in de omgeving, bijdrage aan maatschappelijke cohesie, (financi&#235;le) bijdragen aan maatschappelijke opgaven, enz.).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Niet in alle gevallen zal de meerwaarde op alle genoemde criteria in gelijke mate te bereiken zijn. Het hangt immers van het geval en de locatie af waar de kansen en opgaven te vinden zijn om maatschappelijke meerwaarde te bereiken. De gemeente zal in de toelichting op het omgevingsplan moeten onderbouwen dat er sprake is van maatschappelijke meerwaarde die de impact van een zelfstandige opstelling in de Groene Omgeving rechtvaardigt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De extra investering in ruimtelijke kwaliteit is geformuleerd als een bijzondere vorm van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving zoals die is opgenomen in artikel 4.11 van de Omgevingsverordening. In de balans tussen ontwikkeling en kwaliteitsinvestering mag rekening gehouden worden met feit dat een zelfstandige opstelling voor zonnepanelen alleen als tijdelijk gebruik kan worden toegestaan. Aan de andere kant geldt dat er wel degelijk sprake is van langdurige impact op de omgeving omdat het tijdelijke gebruik een periode van niet meer dan 25 jaar kan beslaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de toepassing van de aangescherpte regeling voor zonnevelden in de Omgevingsverordening wordt een nieuwe Handreiking opgesteld voor gemeenten en initiatiefnemers. Er komt een voorbeeldenboek beschikbaar.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_170" eId="artrecital__content_171">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.11.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>
									
									Windenergie
								</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Provinciaal belang</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									In de Omgevingsvisie is de provinciale ambitie vastgelegd van een betrouwbare, duurzame en betaalbare energievoorziening met beperking van uitstoot van broeikasgassen. Daarbij zet de provincie in op een transitie waarin aan de ene kant bespaard wordt op energie door het terugdringen van het energieverbruik en het effici&#235;nter gebruik van energie. Aan de andere kant zal er in de opwekking van energie een omslag gemaakt moeten worden van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen naar het steeds verder vergroten van het aandeel hernieuwbare energie in de energievoorziening (energie uit bronnen als de zon, wind, biomassa en ondergrond).
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Overijssel wil bijdragen aan een 
									klimaatneutraal Nederland in 2050. In West-Overijssel is in de Regionale Energie Strategie (RES) de ambitie geformuleerd om 1,794 TWh aan duurzame energie op te wekken in 2030. Het RES-gebied Twente heeft als ambitie om 1,5 TWh duurzame elektriciteit duurzaam op te wekken in 2030. Om die ambitie te kunnen realiseren (3,3 TWh duurzame energie in 2030, waarvan 2 TWh duurzame energie door wind op land) zal er ruimte gemaakt moeten worden voor wind- en zonne-energie, naast de inzet op energiebesparing en het verbeteren van systeemeffici&#235;ntie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie geldt voor windenergie dat de provincie in ieder geval de bestuurlijke afspraken met het Rijk over het realiseren van windenergie op land wil nakomen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__artrecital__content_172" eId="artrecital__content_172">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.108</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel uitsluitingsgebied windenergie)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Niet overal binnen Overijssel is de oprichting van windturbines gewenst, gelet op de impact die dat kan hebben op landschappelijke en natuurlijke waarden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor gebieden die aangewezen zijn als uitsluitingsgebied windenergie geldt een verbod op voorhand om windturbines op te richten. Op dit moment zijn alleen de Nationale Landschappen IJsseldelta en Noordoost-Twente aangewezen als uitsluitingsgebied windenergie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gelet op de opgave om de energievoorziening te verduurzamen, wordt de mogelijkheid geboden om in afwijking van het verbod op het oprichten van windturbines ook binnen de Nationale Landschappen in speciaal daarvoor aangewezen zoekgebieden, toch windturbines toe te staan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het Nationaal Landschap Noordoost-Twente heeft eerder een herijking van de status uitsluitingsgebied windenergie plaatsgevonden, waarbij zoekgebieden windenergie zijn aangewezen. Voor het Nationaal Landschap IJsseldelta moet deze herijking nog worden uitgevoerd. De Nationale Landschapen blijven dus gelden als uitsluitingsgebied windenergie, maar in de Omgevingsverordening is geregeld dat het generieke verbod op windenergie niet geldt voor de zoekgebieden windenergie die daarbinnen zijn aangewezen. Op verzoek van de gemeenten in het Nationaal Landschap Twente geldt voor de zoekgebieden binnen uitsluitingsgebieden windenergie een clustereis van minimaal 4 windturbines. Met deze afwijkende clustereis houden we rekening met de beperkte mogelijkheden voor de opstelling van windturbines binnen de zoekgebieden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit artikel (instructieregel uitsluitingsgebied windenergie) biedt binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente de mogelijkheid om van het absolute verbod op het plaatsen van windturbines af te wijken. Deze mogelijkheid wordt alleen geboden voor de gebieden aan de randen van het Nationaal Landschap die aangewezen zijn als &#x2018;zoekgebieden windenergie Noordoost-Twente&#x2019;. Voorwaarde is dat aangetoond is dat de plaatsing van windturbines noodzakelijk is om de opgave voor duurzame energieopwekking met wind te realiseren. Ook moet verzekerd zijn dat de windturbines goed in het landschap kunnen worden ingepast.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>
										<tekst:i>Ruimtelijke randvoorwaarden</tekst:i>
									</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dat het Natuurnetwerk Nederland niet langer wordt aangemerkt als uitsluitingsgebieden windenergie betekent niet dat de plaatsing van windturbines overal zondermeer is toegestaan. Na het schrappen van het generieke verbod op het plaatsen van windturbines, blijven de andere provinciale beleidskaders van toepassing. Dit betekent dat locaties die vallen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), beoordeeld moeten worden op de voorwaarden die de regeling voor het NNN voor nieuwe ontwikkelingen stelt. Verder zal bij de plaatsing van windturbines recht gedaan moeten worden aan normerende en richtinggevende uitspraken die in de Catalogus Gebiedskenmerken over het landschap worden gedaan. Op de plaatsing van windturbines is altijd de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>
										<tekst:i>Gebiedskenmerken</tekst:i>
									</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Buiten uitsluitingsgebieden windenergie is de oprichting van windturbines in principe toegestaan op grond van het provinciale beleid. Of medewerking kan worden verleend aan een initiatief wordt beoordeeld met behulp van het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie (OF, WAAR, HOE). Een belangrijk punt daarin is de vraag hoe de plaatsing van een windturbine zich verhoudt tot de gebiedskenmerken die van toepassing zijn in de specifieke lokale situatie. Er zal sprake moeten zijn van een goede landschappelijke inpassing op basis van de aanwezige gebiedskenmerken. Deze eis vloeit voort uit het bepaalde in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.2">Afdeling 4.2</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3">Afdeling 4.3</tekst:IntRef> van deze verordening (sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit). In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__art_4.9">Artikel 4.9</tekst:IntRef> en volgende is geregeld hoe onderbouwd moet worden dat een initiatief bijdraagt aan het versterken van ruimtelijke kwaliteit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>
										<tekst:i>Ecologisch onderzoek</tekst:i>
									</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Afhankelijk van de situering ten opzichte van natuurgebieden, zal ecologisch onderzoek nodig zijn om aan te tonen dat de oprichting van de windturbines niet zal leiden tot significante effecten op beschermde natuurwaarden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>
										<tekst:i>Beperkingengebieden windenergie luchthavenbesluit Twente Airport</tekst:i>
									</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op de kaart windenergie staan beperkingengebieden aangegeven. De beperkingen voor het oprichten van windturbines in deze gebieden worden niet geregeld in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.2">Paragraaf 4.11.2</tekst:IntRef> Windenergie, maar komen voort uit de hoogtebeperkingen die worden opgelegd in <tekst:IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.3__art_7.16">Artikel 7.16</tekst:IntRef> van het Luchthavenbesluit Twente Airport voor de vliegveiligheid.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__artrecital__content_173" eId="artrecital__content_173">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.108a</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel voorkeursgebieden windenergie)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Wij streven naar grootschalige clustering van windturbines in landschappen die daarvoor geschikt zijn. Daarmee kan een forse bijdrage geleverd worden aan de verduurzaming van de energievoorziening en voorkomen we versnippering van het landschap op andere plekken in de provincie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het OER is onderzocht waar er potentieel ruimte is voor de plaatsing van windturbines. Een optimale invulling van voorkeursgebieden windenergie betekent dat de potenti&#235;le locaties voor windturbines die opgenomen zijn op de energiepotentiekaart (200 meter) van het OER ontzien moeten worden als er nieuwe ontwikkelingen in het gebied mogelijk worden gemaakt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om te zorgen dat de in het Provinciaal Programma Energiestrategie aangewezen energiepotentiegebieden, die liggen in deze voorkeursgebieden geschikt blijven voor windturbines, regelen wij aan de ene kant vrijwaring van ontwikkelingen die dat in de weg staan. Aan de andere kant zorgen we met de eis van een optimale invulling voor windenergie, dat de energiepotentiegebieden zo goed mogelijk benut worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit betekent echter ook dat windprojecten die kleiner zijn dan de ruimtelijke potentie zo vormgegeven worden dat toekomstige (windenergie)projecten in het gebied mogelijk blijven. Deze bescherming vervalt wanneer de doelstelling genoemd in artikel 4.108c lid 1 bereikt is. Dit betekent dat op het moment dat de windparken feitelijk gerealiseerd zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op de regel dat nieuwe ontwikkelingen niet mogen leiden tot aantasting van de potenties van het voorkeursgebied voor windenergie, wordt een uitzondering gemaakt voor ontwikkelingen die van groot openbaar en bovenlokaal belang zijn en onderbouwd is dat daarvoor geen re&#235;le alternatieven bestaan. Daarbij kan gedacht worden aan de aanleg van hoofdinfrastructuur in het kader van het landelijke energienetwerk, dijkverzwaringsprojecten of bovenregionale opgave woningbouw. Daarbij tekenen we aan dat:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_87__artrecital__content_173__list_1" eId="artrecital__content_173__list_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_87__artrecital__content_173__list_1__item_1" eId="artrecital__content_173__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>Woningbouwlocaties en nieuwe bedrijventerreinen die bedoeld zijn voor lokale behoefte van bovenlokaal belang kunnen zijn vanwege de bijdrage die deze locaties conform de programmeringsafspraken leveren aan het aanbod voor de regio.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_87__artrecital__content_173__list_1__item_2" eId="artrecital__content_173__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>De transformatie en omvorming van agrarische erven binnen de begrenzing van de bestaande agrarische bouwvlakken ook gezien kan worden als een opgave van groot openbaar en bovenlokaal belang.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__artrecital__content_174" eId="artrecital__content_174">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.108b</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel clustering windturbines)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>We voeren voor windturbines een clustereis in met het oog op de ruimtelijke kwaliteit. Met de clustereis gaan we versnippering van het landschap tegen en maken we opstellingen met meerdere windturbines mogelijk die een rustig beeld opleveren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De clustereis betekent niet dat alleen nog initiatieven van 4 windturbines en meer mogelijk zijn. Door op een goede manier aan te sluiten op andere/bestaande initiatieven, kan aan de clustereis worden voldaan. Het gaat immers om de ruimtelijke samenhang en de onderbouwing daarvan. Dat geldt ook als aangesloten wordt op de opstelling van windturbines aan de andere kant van de Duitse grens, mits er ruimtelijk sprake is van &#233;&#233;n cluster.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om duidelijk te maken hoe de clustereis kan worden ingevuld, gaan we de handreiking wind aanvullen met voorbeelden. Bij de ruimtelijke criteria die daarbij kunnen worden toegepast spelen landschapstypen, overige bebouwing en infrastructuur een rol.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__artrecital__content_175" eId="artrecital__content_175">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.108c</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(programmeringsafspraken windenergie)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>We gaan programmeringsafspraken maken met gemeenten waarin we vastleggen hoeveel windturbines er per gemeente gerealiseerd gaan worden om te voldoen aan de afspraken die gemaakt zijn in het kader van de Regionale Energiestrategie. Daarmee zorgen we voor een evenwichtige spreiding van de opgave voor windenergie over de provincie</tekst:Al>
		<tekst:Al>Doel daarvan is de openheid en kwaliteit van het landschap te waarborgen. Hoe we de programmeringsafspraken gaan maken en welke inhoud de afspraken krijgen, werken we verder uit in het Provinciaal Programma Energiestrategie.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_87__artrecital__content_176" eId="artrecital__content_176">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.108d</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel erfmolens)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In de instructieregels voor windenergie maken we een onderscheid tussen windturbines en erfmolens. Daardoor komen erfmolens niet te vallen onder de clustereis die wel voor windturbines wordt gesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Door hun veel grotere hoogte hebben windturbines een veel grotere impact op het landschap dan de kleine erfmolens. De clustereis voor grote windturbines moet ervoor zorgen dat met een lijnopstelling een rustig beeld in het landschap kan worden gecre&#235;erd en deze windturbines niet als confetti over het landschap verspreid raken. De veel kleinere erfmolens zijn in principe goed in te passen in het landschap op bouwpercelen van (agrarische) bedrijven omdat daar als regel al een zekere bouwmassa aanwezig is van vergelijkbare hoogte.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de definitie van erfmolens is een belangrijk element dat deze kleine windturbines worden toegestaan voor de energieopwekking voor in hoofdzaak eigen gebruik. De aanleiding om erfmolens toe te staan op erven is dat er daarmee een directe relatie is met de functie waarvoor de energie wordt opgewekt. Dit wil niet zeggen dat wordt uitgesloten dat er ook energie teruggeleverd kan worden aan het energienet op het moment dat de energie niet zelf gebruikt wordt. We gaan er vanuit dat de hoogte van de erfmolen afgestemd wordt op het vermogen dat nodig is voor eigen gebruik.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor een goede landschappelijke inpassing is het gewenst om erfmolens alleen toe te staan op de bouwpercelen van (agrarische) bedrijven en niet bij burgerwoningen in het buitengebied. Op de bouwpercelen van (agrarische) bedrijven is als regel sprake van een bouwmassa van een behoorlijke omvang, hogere bebouwing en vaak hoog opgaande beplanting, waardoor een erfmolen minder gauw een storend element in de ruimte is. Ook biedt het bouwperceel van een (agrarisch) bedrijf meer ruimte om een erfmolen in te passen dan het erf van een burgerwoning.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een erfmolen met een maximale tiphoogte van 25 meter is in principe in elk landschap inpasbaar op bouwpercelen van (agrarische) bedrijven. Een hogere erfmolen kan ook landschappelijk inpasbaar zijn, maar dat vergt een individuele toets aan de hand van de gebiedskenmerken. Daarom is hiervoor een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in dit artikel met de voorwaarde dat onderbouwd moet worden dat een hogere erfmolen op die locatie past in het landschap gelet op de uitspraken die daarover worden gedaan in de Catalogus Gebiedskenmerken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de instructieregel voor erfmolens is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen die het mogelijk maakt om de erfmolen op een afstand van ten hoogste 25 meter buiten het bouwperceel te plaatsen. Deze afwijkingsmogelijkheid is bedoeld voor gevallen waarin het niet mogelijk of ongewenst is om de erfmolen op het bouwperceel zelf te plaatsen. Dat kan zijn vanwege de gevolgen voor het landschap, maar ook omdat de erfmolen dan te dicht op de woning van de buren komt te staan. Voordat gebruik gemaakt kan worden van deze afwijkingsmogelijkheid moet aangetoond worden dat plaatsing van de erfmolen buiten het bouwperceel een evident betere ruimtelijke situering oplevert.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_171" eId="artrecital__content_177">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.11.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Onconventioneel gas (schaliegas, steenkoolgas)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Provinciaal belang</tekst:i>
									<tekst:br/>De provincie Overijssel heeft ambitieuze doelstellingen voor hernieuwbare energie. Daarbij wordt het gebruik van fossiele brandstoffen zoveel mogelijk beperkt en is gekozen voor een duurzame, toekomstbestendige energiestrategie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onconventioneel gas zoals schaliegas en steenkoolgas zijn geen hernieuwbare energiebronnen. De winning daarvan is contraproductief voor de realisatie van de duurzame ambities van Overijssel. Ook geldt dat boringen risico's kunnen opleveren voor verontreiniging van drinkwater, voor bodembeweging en voor schade aan natuur en landbouw. Daarbij geldt dat schaliegas en steenkoolgas alleen een beperkte bijdrage zullen hebben aan de totale gaswinning in Nederland, maar dat de ruimtelijke impact van de winning aanzienlijk zal zijn. Ook komt er bij het proces van fracken een grote hoeveelheid formatiewater vrij, waarvoor een oplossing gevonden moet worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarom hebben Provinciale Staten zich solidair verklaard met gemeenten en andere provincies die zich verzetten tegen de winning van schaliegas en steenkoolgas. Om ondergrondse ruimteclaims beter te kunnen afwegen in samenhang met bovengrondse functies en oplossingsmogelijkheden, is de afwegingssystematiek voor activiteiten in de ondergrond aangevuld en versterkt. Bij afwegingen voor het gebruik van de ondergrond wordt een basisprioriteitstelling gebruikt, waarbij ook wordt aangegeven welke activiteiten niet worden toegestaan. Het gaat dan naast proefboringen en winning van onconventioneel gas (schaliegas, steenkoolgas) ook om ondergrondse opslag van radioactief afval. Dit gebruik van de ondergrond wordt uitgesloten in <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.11__subsec_4.11.3">Paragraaf 4.11.3</tekst:IntRef> van deze Omgevingsverordening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Winning onconventioneel gas</tekst:i>
									<tekst:br/>Schaliegas en steenkoolgas worden gerekend tot de categorie onconventioneel gas. Dit gas is moeilijk te winnen omdat het gas zich in de hardere bodemlagen bevinden. Waar conventioneel gas makkelijk te winnen is door middel van verticale boringen, is voor onconventioneel gas een constante bewerking nodig om het gas vrij te krijgen uit de harde lagen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Schaliegas is methaan of aardgas dat opgesloten zit tussen de kleideeltjes in een schalie (kleisteen) laag. Schaliegas wordt gewonnen door de kleisteenlaag horizontaal enkele kilometers te doorboren en door middel van 'fracking' te breken. Fracking is het proces waarbij onder hoge druk een mix van water, chemicali&#235;n en zandkorrels de kleisteenlaag wordt ingespoten. Hierdoor ontstaan scheuren waarlangs het gas naar de boorschacht kan lopen en gewonnen kan worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Steenkoolgas is het methaan of aardgas dat opgesloten zit in steenkool. Steenkoollagen kunnen aangeboord en gebroken worden, vaak op de zelfde wijze als bij schaliegas. De meeste steenkoollagen staan vaak vol grondwater dat eerst uitgepompt moet worden, voordat het steenkoolgas kan worden gewonnen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Schalie- en steenkoolgasverbod</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Provinciale Staten hebben zich in meerder moties uitgesproken tegen (proef)boringen naar schaliegas en steenkoolgas in of nabij Overijssel. Provinciale Staten hebben in dat kader besloten dat alle mogelijke politieke en juridische instrumenten ingezet moeten worden om boring en winning van schaliegas en steenkoolgas te voorkomen. De Omgevingsverordening is &#233;&#233;n van die instrumenten. Daarin is een instructieregel aan gemeenteraden opgenomen met de opdracht om niet mee te werken aan de oprichting en het gebruik van installaties voor proefboringen en winning van schaliegas en steenkoolgas.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_172" eId="artrecital__content_178">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.11.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Radioactief afval</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Provinciaal belang</tekst:i>
									<tekst:br/>Het provinciale beleid is gericht op het beperken en duurzaam omgaan met afval. De volgorde in afvalverwerking is: eerst preventie, dan bevordering van hergebruik en als laatste mogelijkheid verbranden - met energieterugwinning - en storten van het niet-brandbare deel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Radioactief afval</tekst:i>
									<tekst:br/>Berging en opslag van radioactief afval in de diepe ondergrond wordt niet toegestaan, tenzij daarvoor een onherroepelijk geworden vergunning op grond van de Kernenergiewet is verleend. Hetzelfde geldt voor bovengrondse opslag van hoog radioactief afval.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het onderscheid tussen opslagmogelijkheden voor hoogradioactief afval en laagradioactief afval is bewust gemaakt. In de diepe ondergrond is zelfs de opslag van laagradioactief afval niet toegestaan. Voor de bovengrondse opslag van radioactief afval geldt een genuanceerder standpunt omdat dit afval afkomstig is uit laboratoria, ziekenhuizen, meetinstellingen etc. Overigens wordt dit afval afgevoerd naar de COVRA in Borsele.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_173" eId="artrecital__content_179">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.12.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Winlocaties grondstoffen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Provinciaal belang</tekst:i>
									<tekst:br/>Onze ambitie is dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de ondergrond. Daarom is in de Omgevingsvisie vastgelegd dat wanneer de ondergrond gebruikt kan worden als bron van grondstoffen (waaronder oppervlaktedelfstoffen), deze kans duurzaam moet worden benut. Voor nieuwe zandwinlocaties geldt dat deze multifunctioneel moeten zijn, moeten passen binnen het bestaande netwerk van zandwinningen en bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit.<tekst:br/>
									<tekst:br/>
									<tekst:i>Vergunningverlening</tekst:i>
									<tekst:br/>De provincie is op grond van de Omgevingswet niet meer de enige instantie die moet beslissen over de vergunningen voor ontgrondingen. Ook is niet vastgelegd dat ook het provinciale ruimtelijke beleid voor zandwinningen bij die beslissing kan worden betrokken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het systeem van vergunningverlening voor ontgrondingen komt kortweg op het volgende neer:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Het is verboden te ontgronden zonder vergunning;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Bij de beslissing over verlening van een ontgrondingsvergunning moeten alle belangen worden afgewogen;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- Een ontgrondingsvergunning wordt geweigerd als sprake is van strijd met een ruimtelijk besluit, tenzij die strijd naar verwachting zal worden opgeheven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Ruimtelijke spoor</tekst:i>
									<tekst:br/>Omdat de provinciale Omgevingsvisie niet mag worden aangemerkt als een ruimtelijk besluit (dus als weigeringsgrond) is het nodig om in de verordening hiervoor een kader te geven dat wel een externe bindende/normerende werking heeft. De vergunning kan op grond van de Omgevingswet worden geweigerd op basis van een "afweging van alle belangen". Daarmee kunnen in theorie ook de belangen worden meegenomen waarop de Omgevingsvisie ziet. Dat kan niet met de enkele motivering dat de ontwikkeling formeel in strijd is met de Omgevingsvisie. Er zal per geval gemotiveerd moeten worden dat er een inhoudelijke strijd is met belangen van bijvoorbeeld natuur, landschap, aardkundige waarden etc. Daarmee is dan nog niet verzekerd dat in de locatieafweging voor zandwinlocaties de principes van multifunctionaliteit, passendheid in het netwerk van zandwinningen en ruimtelijke kwaliteit worden toegepast.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.113">Artikel 4.113</tekst:IntRef> (instructieregel zandwinning) wordt bereikt dat omgevingsplannen alleen zandwinlocaties mogelijk maken die voldoen aan deze principes. Dit heeft als resultaat dat gevraagde vergunningen voor zandwinlocaties die vanuit ruimtelijk oogpunt ongewenst zijn, geweigerd kunnen worden wegens strijd met de ruimtelijke verordening. Deze strijd kan dan op zichzelf als een weigeringsgrond worden gebruikt.<tekst:br/>
									<tekst:br/>
									<tekst:i>Zoutwinlocaties</tekst:i>
									<tekst:br/>In <tekst:IntRef ref="chp_4__subchp_4.12__subsec_4.12.1__art_4.114">Artikel 4.114</tekst:IntRef> (instructieregel zoutwinning) is een regeling opgenomen die ervoor zorgt dat nieuwe zoutwinlocaties alleen worden toegelaten als deze kunnen worden ingepast in de structuur van landbouw, natuur en landschap conform de gebiedskenmerken. Op grond van de Mijnbouwwet zal eventuele schade als gevolg van de winning, bijvoorbeeld door bodemdaling en bodemtrillingen, gecompenseerd moeten worden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_174" eId="artrecital__content_180">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.12.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Bodembescherming</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Beheer van historische verontreiniging</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingswet staat het beheer van de fysieke leefomgeving centraal. Dit vraagt om een zorgvuldige en integrale afweging van alle belangen bij het beschermen en benutten van de bodem en het grondwater. Dit sluit aan bij de koersverandering van de afgelopen 10 jaar, met de verschuiving van bodemsanering naar duurzaam bodembeheer.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een belangrijke pijler is dan ook het duurzaam en doelmatig beheer van historische verontreiniging. Tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet is hieraan met de Wet bodembescherming invulling aangegeven. De Wet bodembescherming met bijbehorende besluiten, regelingen en circulaire waren het wettelijke kader voor bodemsanering van historische verontreiniging, in grond en grondwater.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Wet bodembescherming wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingetrokken. Bodem is via een Aanvullingsspoor bodem onderdeel geworden van de Omgevingswet. Generieke regels voor bodemsanering voor grond worden met het Aanvullingsbesluit bodem opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het Besluit activiteiten leefomgeving onderscheiden we meerdere graafactiviteiten. Wat eerder saneren heette, wordt nu graven boven de interventiewaarden genoemd. Daarnaast kent het Bal ook regels voor graven in een bodem met een kwaliteit gelijk of onder interventiewaarde bodemkwaliteit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Grondwaterkwaliteit en grondwaterverontreiniging</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet is dat onderwerpen die door EU-richtlijnen zijn voorgeschreven strikt worden ge&#239;mplementeerd in het Nederlandse recht. De Kaderrichtlijn water en de grondwaterrichtlijn bevatten milieudoelstellingen gericht op de bescherming en verbetering van de grondwaterkwaliteit. Daarmee bieden die het kader voor het beheer van historische verontreinigingen waar deze de grondwaterkwaliteit (mogelijk) be&#239;nvloeden. Dit betreft zowel verontreinigingen in de vaste bodem als in het grondwater. In het bijzonder richten deze richtlijnen zich op grondwater dat bestemd is voor menselijke consumptie. De Omgevingswet en het Aanvullingsspoor bodem gaan er vanuit dat de aanpak van grondwaterverontreiniging decentraal nader wordt ingevuld, omdat de aanpak per gebied verschilt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Grondwaterkwaliteit is een gedeelde verantwoordelijkheid van de provincies, waterschappen en gemeenten. Het waterschap vanuit hun algemene watersysteembeheertaak en gemeenten als beheerder van de fysieke leefomgeving. De provincie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn water en grondwaterrichtlijn en heeft hierin een belangrijke regierol en kaderstellende taak. Vanuit deze verantwoordelijkheid stelt de provincie aanvullende regels vast in haar omgevingsverordening voor bodemsanering. Hiermee wordt er voor gezorgd dat er ten opzichte van het oude recht een gelijkwaardig beschermingsregime wordt bereikt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Gemeente is aan zet</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder de Omgevingswet is de gemeente primair verantwoordelijk voor de zorg van de fysieke leefomgeving ('decentraal tenzij'). Dit betekent een verschuiving van de huidige bevoegdheidsverdeling van provincie naar gemeenten. Zo is onder de Omgevingswet de gemeente bevoegd gezag voor bodemsanering, bouwen op verontreinigde grond en graven in sterk verontreinigde grond. De gemeenten zijn al bevoegd gezag voor grondverzet (Besluit bodemkwaliteit). In het Aanvullingsbesluit bodem zijn twee standaard aanpakken opgenomen voor de aanpak van historische bodemverontreiniging in grond. Elke aanpak heeft standaard regels en er kan met een melding worden volstaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Aanvullende regels</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gekozen is voor beleidsneutrale overgang van het huidige wettelijk kader en de Omgevingswet. De werking van de huidige wet en regelgeving en het provinciale beleid is vertaald naar de Omgevingswet. Gelet op het bovenstaande zijn er, om gelijkwaardig beschermingsregime voor het grondwater te kunnen borgen, in de Omgevingsverordening aanvullende regels gesteld. Deze aanvullende regels zijn gericht op de aanpak van risicovolle bodemverontreinigingen. Die komen overigens sporadisch voor. De meest aangetroffen verontreinigingen zijn niet risicovol. Op grond van onze instructieregels zijn gemeenten het bevoegd gezag voor de risicovolle bodemverontreinigingen die worden aangetroffen bij onderzoek voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Zij zullen in hun omgevingsplan een vergunningsplicht moeten instellen en daarbij ook indieningsvereisten stellen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Beleidsvernieuwing gebiedsgerichte aanpak grondwaterkwaliteit</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De gezamenlijke overheden in Overijssel hebben geconstateerd dat de huidige werkwijze voor grondwaterverontreiniging onvoldoende aansluit bij het gedachtegoed van de Omgevingswet. Hierin staat de integrale benadering van de leefomgeving met de diverse maatschappelijke opgave voorop. Dit wordt versterkt door de transitie van bodemsanering naar duurzaam bodembeheer en de afbouw van de landelijke bodemsaneringsoperatie van spoedlocaties.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarom wordt gezamenlijk een gebiedsgerichte aanpak grondwaterkwaliteit nader verkend. Dit betreft doorontwikkeling van een bestaand instrument onder de Wet bodembescherming, gebiedsgericht grondwaterbeheer. Deze beleidsvernieuwing betreft een separaat spoor.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_175" eId="artrecital__content_181">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.116</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik paragraaf aanpak bodemverontreiniging)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Deze paragraaf heeft geen betrekking hebben op bodemverontreinigingen die vallen onder het overgangsrecht. Bodemverontreinigingen onder het overgangsrecht blijven vallen onder de Wet bodembescherming en worden onder dit juridische kader opgepakt. Overgangsrecht is onder andere van toepassing op:</tekst:Al>
		<tekst:Al>- een bodemverontreiniging waarvoor is vastgesteld dat sprake is van spoedeisend geval</tekst:Al>
		<tekst:Al>van bodemverontreiniging;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- een bodemverontreiniging waarvoor een saneringsplan is vastgesteld (beschikt) en de afronding nog niet is goedgekeurd door het bevoegd gezag Wet bodembescherming;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- een melding Besluit Uniforme Saneringen tot 6 maanden na start datum van de melding;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- gevallen waarin sprake is van actieve nazorg, waaronder IBC maatregelen (isoleren, beheren, controleren) en maatregelen die vastgelegd zijn in een beschikking op het nazorgplan;</tekst:Al>
		<tekst:Al>- gevallen van bodemverontreiniging die onderdeel uitmaken van gebiedsgericht grondwaterbeheer. Dit gebiedsgericht grondwaterbeheer is vastgesteld door gemeentelijkbestuur.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingswet zijn regels opgenomen voor de omgang van nieuwe verontreiniging (zorgplicht) en historische immobiele bodemverontreinigingen. De Omgevingswet stelt dat de provincie voor verontreiniging onder de grondwaterspiegel, gelet op de Kaderrichtlijn Water, zelf kaderstellende regels opneemt in haar omgevingsverordening. Bij verontreinigingen die voor de Kaderrichtlijn Water en grondwaterrichtlijn van belang zijn, gaat het om mobiele verontreinigingen waarbij het grondwater (mogelijk) verontreinigd raakt. In het onderstaande is het kader per situatie weergegeven. In groen is aangegeven wat deze aanvulling in de Omgevingsverordening op van toepassing is.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv23_80__artrecital__content_175__img_1" eId="artrecital__content_181__img_1">
		  <tekst:Illustratie hoogte="168" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150" naam="jpg_2c76b97b-3598-459c-b7c5-0321079d9383.jpg"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_176" eId="artrecital__content_182">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.117</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvullende eisen bodemonderzoek)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>lid 1 (aanvullende eisen bodemonderzoek)</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voorafgaand aan bepaalde milieubelastende activiteiten onder de Omgevingswet is het uitvoeren van een bodemonderzoek noodzakelijk. Dit wordt geregeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij het uitvoeren van het bodemonderzoek moet ook het grondwater en de inventarisatie van beschermde gebieden in het kader van de Kaderrichtlijn Water worden meegenomen. Dat zijn de waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones. In de huidige normdocumenten maakt onderzoek naar grondwater ten dele onderdeel uit van de onderzoeksstrategie&#235;n. Het is nog onduidelijk op welke wijze bestaande normdocumenten worden aangepast op de Omgevingswet. Uit voorzorg is gekozen om de huidige werkwijze te handhaven om het onderzoek naar het grondwater en inventarisatie van beschermde gebieden verplicht te stellen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>lid 2 (instructieregel bodemsanering in grond en grondwater)</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met deze instructieregel geeft de provincie invulling aan een gelijkwaardig beschermingsregime ten opzichte van de Wet bodembescherming. De Wet bodembescherming is tot inwerkingtreding van de Omgevingswet het wettelijke kader voor de aanpak van bodemverontreiniging in grond en grondwater. Deze aanpak is risicogericht en kosteneffectief. Afhankelijk van de aard, omvang en aanwezige kwetsbare objecten is een vergaande bronverwijdering noodzakelijk. Met deze instructieregel wordt een vergelijkbare aanpak van bodemverontreiniging nagestreefd. Vanwege de verschuiving van bodemtaken naar gemeenten, vindt borging met een instructieregel plaats.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In deze instructieregel worden drie situaties onderscheiden waarvoor aanvullende regels zijn opgesteld. Is geen van deze situaties van toepassing geldt het regulier graaf- en saneringsregime zoals is vastgelegd in het BAL.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Situatie 1: immobiele verontreiniging in een grondwaterbeschermingszones</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor immobiele bodemverontreinigingen zijn er in paragraaf 4.121 Bal twee standaard aanpakken mogelijk. Als eerste het realiseren van een leeflaag van &#233;&#233;n meter grond. De bodemkwaliteit van deze leeflaag is gelijk of beter dan de huidige kwaliteit en wordt ook bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart. Als tweede het realiseren van een duurzame verhardingslaag. De verontreiniging wordt afgedekt met een verharding (bijvoorbeeld bouwwerk, weg of betonplaten)</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gelet op het beschermen van het drinkwater vinden we voor de milieubelastende activiteiten alleen de standaard aanpak 'de verwijdering van verontreiniging als saneringsaanpak' (Artikel 4.1242) toereikend. Hierbij wordt minimaal een leeflaag van &#233;&#233;n meter gerealiseerd. Het realiseren van een duurzame verharding is onvoldoende om toekomstige inbreng van een immobiele verontreiniging te voorkomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Situatie 2: mobiele verontreinigingen in grondwaterbeschermingszones</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het provinciale beleid nemen we verschillende extra maatregelen om de openbare drinkwatervoorziening te beschermingen. Als Overijssel zijn we in sterke mate afhankelijk van grondwater voor onze openbare drinkwatervoorziening. Daarom stellen we in de waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones een verdergaande bronverwijdering voor mobiele verontreiniging verplicht. Hiermee wordt nalevering vanuit een bodemverontreiniging naar het grondwater beperkt en de toekomstige inbreng van een bodemverontreiniging voorkomen. Deze verdergaande bronverwijdering draagt bij aan de doelstelling om de kwaliteit van ons toekomstig drinkwater te borgen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Situatie 3: mobiele bodemverontreiniging die risico's oplevert</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bodemsaneringsoperatie van de afgelopen decennia richtte zich op het saneren en beheersen van risicovolle bodemverontreinigingen. Deze spoedeisende gevallen zijn in Overijssel nagenoeg allemaal aangepakt en vallen onder het Overgangsrecht Wet bodembescherming. Toch is het niet uit te sluiten dat door gewijzigd gebruik of onvoorzien bodemverontreinigingen alsnog kunnen leiden tot risico's. De aanpak van deze nieuwe risicovolle bodemverontreinigingssituaties dienen functiegericht en kosteneffectief gesaneerd te worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>lid 3 (instructieregel bronverwijdering om nalevering te beperken)</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De aanvullende regels zijn beperkt tot situaties waar een (gedeeltelijke) bronverwijdering passend is. Dit doen we om activiteiten als tijdelijke uitname grond of aanleg en noodreparaties van kabels en leidingen niet onnodig te belasten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de bodemsaneringspraktijk richt een kosteneffectieve sanering van een mobiele verontreiniging zich vooral op de bron. Met bronverwijdering wordt de totale vracht verminderd en risico's op langdurige nalevering zoveel mogelijk beperkt. Als sprake is van de overschrijding van de signaleringsparameter (Bijlage VC bij artikel 4.12a Besluit kwaliteit leefomgeving) voor het grondwater is een aanvullende ontgraving noodzakelijk als de milieubelastende activiteit plaatsvind binnen grondwaterbeschermingszones of waterwingebieden. Deze aanvullende ontgraving richt zich op het verwijderen van de verontreiniging in vaste bodem boven de interventiewaarden. Deze vergaande bronverwijdering vindt kosteneffectief plaats. Dit betekent dat met beperkte civieltechnische maatregelen, bijvoorbeeld door reguliere bemaling of ontgraven onder talud, de ontgraving van de bron kan plaatsvinden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_177" eId="artrecital__content_183">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.118</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel bronverwijdering)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Als sprake is van een verontreiniging waarbij sprake is van risico's moet voorafgaand aan de activiteit een sanering worden uitgevoerd. De maatregelen zijn - net als bij spoedlocaties - gericht om de risico's weg te nemen en de sanering kosteneffectief uit te voeren. Dit kan een combinatie zijn van diverse sanerende maatregelen zijn in grond en grondwater. Het betreft doorgaans een bronaanpak om nalevering naar het grondwater voldoende te verkleinen of helemaal weg te nemen. In het kader van de bodemsaneringsoperatie zijn er meerdere handvatten opgesteld als hulpmiddel bij deze afweging. Dit zijn onder andere: Circulaire bodemsanering, Praktijkdocument ROSA, Bodemrichtlijn.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_178" eId="artrecital__content_184">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.119</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregel procedure risicogerichte en kosteneffectieve sanering)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Huidige werkwijze onder de Wet bodembescherming</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder de Wet bodembescherming geldt dat bij het aantreffen van een mobiele bodemverontreiniging de aard, omvang en risico's in beeld worden gebracht. Als blijkt dat een signaleringswaarde wordt overschreden is een nader bodemonderzoek vereist. Op basis van dit onderzoek wordt bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor een geval dient aanvullend een risicobeoordeling te worden uitgevoerd. Deze risicobeoordeling kijkt naar humane, ecologische en verspreidingsrisico's. De criteria voor deze risicobeoordeling zijn vastgelegd in de circulaire bodemsanering en zijn verwerkt in het model Sanscrit (RIVM). Als blijkt dat er sprake is van risico's, is een spoedige sanering noodzakelijk. Dan spreken we van een spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging (spoedlocatie). Een vergaande bodemsanering wordt vervolgens door het bevoegd gezag Wet bodembescherming ge&#235;ist. Met de bodemsaneringsoperatie van de spoedlocaties zijn alle bekende risicolocaties op- en aangepakt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Werkwijze onder de Omgevingswet</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder de Omgevingswet en in het Aanvullingsbesluit bodem zijn ook signaleringswaarden voor het grondwater opgenomen. Deze signaleringswaarden zijn gelijk aan de huidige normstelling (interventiewaarden) voor grondwater. Als uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de signaleringsparameter wordt overschreden voor &#233;&#233;n of meerdere parameters is een nader bodemonderzoek noodzakelijk. Dit nader bodemonderzoek richt zich op het in beeld krijgen van de locatie specifieke situatie om zo een beoordeling met de risicotoolbox grondwater mogelijk te maken. In de risicotoolbox worden risicogrenzen (drempelwaarden) vastgelegd. Die komen in de plaats van de criteria voor sanering die op grond van de circulaire bodemsanering werden toegepast.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op basis van alle onderzoeksgegevens is een nadere locatie specifieke beoordeling nodig. Voor de locatie specifieke beoordeling wordt gebruik gemaakt van de risicotoolbox grondwater (RIVM). Deze risicotoolbox is nog in de maak maar bevat vermoedelijk vergelijkbare criteria als de huidige systematiek. Bij de beoordeling wordt, in verhouding tot het grondwatergebruik, minimaal beoordeeld of sprake is van:</tekst:Al>
		<tekst:Al>I. Negatieve gezondheidseffecten (acuut of chronisch);</tekst:Al>
		<tekst:Al>II. Onaanvaardbare effecten optreden of dreigen op te treden in beschermde gebieden. Bij beschermde gebieden gaat het onder meer om grondwaterbeschermingszones, grondwaterafhankelijke natuur en particuliere of bedrijfsmatige structurele grondwaterwinningen bestemd voor menselijke of dierlijke consumptie;</tekst:Al>
		<tekst:Al>III. Sprake is van een onbeheersbare situatie door:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__artrecital__content_178__list_1" eId="artrecital__content_184__list_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_178__list_1__item_1" eId="artrecital__content_184__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>de aanwezigheid van een drijflaag of zaklaag;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_178__list_1__item_2" eId="artrecital__content_184__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>een grondwaterpluim niet stabiel is als gevolg van nalevering van de bodemverontreiniging in de vaste bodem.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Uit de beoordeling blijkt of risicowaarden voor specifieke functies van het grondwater worden overschreden. Als op basis van het huidig en beoogde gebruik blijkt dat er sprake is van risico's dan is een vergaande bronaanpak noodzakelijk. Deze bronaanpak is gericht op het wegnemen van de risico's. We beschouwen dit als nieuwe risicolocaties van na 2020.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Risicotoolbox - Sanscrit</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In navolging op Sanscrit wordt een risicotoolbox grondwater door het RIVM ontwikkeld. Het is nog onduidelijk hoe de toetsing van de risicotoolbox grondwater definitief wordt ingevuld. Naar verwachting is dit vergelijkbaar met huidige werking van Sanscrit en risicotoolbox grond. Het is nog onduidelijk of de risicotoolbox grondwater op tijd operationeel is. Om te voorkomen dat er een gat valt bij de inwerkingtreden van de Omgevingswet is voorlopig gekozen om tijdelijk Sanscrit te kunnen blijven hanteren voor de risicobeoordeling.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Omgevingsvergunning voor de sanering van grond en grondwater</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gelet op de zorgvuldigheid van het uitvoeren van de bodemsaneringsoperatie in de afgelopen decennia is de inschatting dat nieuwe risicolocaties van na 2020 sporadische voorkomen. De huidige ervaring bij een spoedeisend geval van bodemverontreiniging (zie toelichting 1.6) is dat de aanpak om maatwerk vraagt. Daarmee is het niet te vatten in een standaard aanpak die met behulp van een melding kan worden behandeld. Gekozen is om voor deze situaties te kiezen voor een omgevingsvergunning. Deze omgevingsvergunning volgt de reguliere procedure.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder de Wet bodembescherming is het gebruikelijk om na sanering een evaluatieverslag op te stellen. Hierin worden de werkzaamheden, eindsituatie en nazorgmaatregelen beschreven. Anders dan bij de Wet bodembescherming voorziet de Omgevingswet niet in een formeel besluit op het evaluatieverslag. Op basis van het verslag wordt beoordeeld of de sanering is uitgevoerd conform de vergunning.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_179" eId="artrecital__content_185">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>4.120</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(afwijking in kader van gebiedsgerichte aanpak)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Onder de huidige Wet bodembescherming is het mogelijk om grondwaterverontreinigingen gebiedsgericht aan te pakken. Dit noemt men gebiedsgericht grondwaterbeheer. In deze aanpak worden verontreinigingen in grond en grondwater binnen een gebied niet gevalsgericht opgepakt maar bekeken vanuit de gebiedsbenadering. Hiermee vervallen de reguliere bodemsaneringsregels en is het vastgestelde beheerplan het kader voor de aanpak van de historische grondwaterverontreiniging.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Overijssel hebben meerdere grotere gemeenten van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt. Deze gebiedsgerichte aanpak kent onder de Omgevingswet een overgangstermijn van 4 jaar. Daarna wordt deze van rechtswege omgezet in een programma (art. 3.5 lid 1 Aanvullingswet bodem Omgevingswet). Geconstateerd is dat deze gebiedsgerichte aanpak beter aansluit bij de Omgevingswet dan de gevalsgerichte benadering. Het biedt meer mogelijkheden tot maatwerk waarbij de opgave (o.a. drinkwater, energie, klimaat), beoogde grondwaterkwaliteit en aanpak van verontreinigingssituatie op elkaar zijn afgestemd. Hiermee wordt provinciaal belang van grondwaterkwaliteit en drinkwater geborgd. Ook stelt de Omgevingswet de gemeente primair verantwoordelijk voor de zorg van de fysieke leefomgeving en de afwegingen daarin. Daarom is gekozen dat, als een gebiedsgerichte aanpak door een gemeente is of wordt vastgesteld, deze de voorkeur geniet boven een generieke aanpak op provinciaal niveau.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Programma gebiedsgerichte aanpak grondwaterkwaliteit</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit is een vertaling van de mogelijkheid door het bevoegd gezag Wet bodembescherming om gebiedsgericht grondwaterbeheer toe te passen voor een gebied (&#167; 3b. Bijzondere bepalingen inzake een gebiedsgerichte aanpak - Wet bodembescherming). Een gemeente kan een beheergebied aanwijzen waarop de gebiedsgerichte aanpak van toepassing is. Hierbinnen stelt de gemeente de aanpak vast voor bodemverontreiniging in grond en grondwater. Deze aanpak wordt vastgelegd in een programma gebiedsgerichte aanpak grondwater. Het biedt daarmee de gemeente meer ruimte om vanuit de opgave en belangen te komen tot de gewenste grondwaterkwaliteit en bescherming ervan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De totstandkoming van een dergelijk programma vraagt om de nodige inspanning en interbestuurlijke samenwerking en afstemming met minimaal het waterschap en de provincie. De doorwerking van het programma vindt zijn beslag in het eigen omgevingsplan maar ook het regionale waterprogramma van de provincie en waterbeheerprogramma van het waterschap. Het resulteert in samenhangend beleid die de optimale borging biedt voor grondwaterkwaliteit op de lange termijn in verhouding tot de gebiedsopgave.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_180" eId="artrecital__content_186">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>INSTRUCTIEREGELS VOOR BEVOEGDHEDEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_2">Hoofdstuk 2</tekst:IntRef> zijn de omgevingswaarden voor regionale waterkeringen en wateroverlast vastgesteld. Met de instructies in <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1">Paragraaf 5.1.1</tekst:IntRef> zorgen we ervoor dat deze normering doorwerkt in de taken en werkzaamheden van de waterschappen. Bij de omgevingswaarden horen gebiedsaanduidingen die door het waterschap nader kunnen worden ingevuld. Als er aanleiding is om de gebiedsaanduidingen aan te passen, bijvoorbeeld omdat er wijzigingen zijn opgetreden in het landgebruik, waardoor de gebiedscategorie zoals op kaart gezet niet meer aansluit op het overwegende landgebruik, dan kan het waterschap een verzoek doen om de begrenzingen en de aanduidingen van de gebiedscategorie aan te passen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_181" eId="artrecital__content_187">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.1.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>instructies omgevingswaarden</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_2">Hoofdstuk 2</tekst:IntRef> zijn de omgevingswaarden voor regionale waterkeringen en wateroverlast vastgesteld. Met de instructies in <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.1">Paragraaf 5.1.1</tekst:IntRef> zorgen we ervoor dat deze normering doorwerkt in de taken en werkzaamheden van de waterschappen. Bij de omgevingswaarden horen gebiedsaanduidingen die door het waterschap nader kunnen worden ingevuld. Als er aanleiding is om de gebiedsaanduidingen aan te passen, bijvoorbeeld omdat er wijzigingen zijn opgetreden in het landgebruik, waardoor de gebiedscategorie zoals op kaart gezet niet meer aansluit op het overwegende landgebruik, dan kan het waterschap een verzoek doen om de begrenzingen en de aanduidingen van de gebiedscategorie aan te passen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_182" eId="artrecital__content_188">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.1.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Monitoring en gegevensverzameling omgevingswaarden regionale keringen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De beheerder van regionale waterkeringen bepaalt of de dijktrajecten nog aan de omgevingswaarden voldoen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De beheerder maakt op basis van de resultaten van de beoordeling van de waterstaatkundige toestand en de bergings- en afvoercapaciteit en de bevindingen bij de beoordeling een verslag, dat wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten. Het verslag heeft een ander karakter en wordt met een andere frequentie opgesteld dan de algemene voortgangsrapportage over de voortgang van het waterbeheerprogramma. Om die reden maakt het verslag geen onderdeel uit van de algemene voortgangsrapportage.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De beheerder draagt zorg voor de periodieke beoordeling van het watersysteem, in het bijzonder van de regionale waterkeringen, de regionale wateren en de ondersteunende kunstwerken. Daarbij wordt beoordeeld in hoeverre de waterstaatwerken voldoen aan de gestelde omgevingswaarden voor de veiligheid van de regionale waterkeringen respectievelijk het tegengaan van wateroverlast.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_183" eId="artrecital__content_189">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.1.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Monitoring en gegevensverzameling omgevingswaarden wateroverlast</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De beheerder van regionale waterkeringen bepaalt of de dijktrajecten nog aan de omgevingswaarden voldoen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De beheerder maakt op basis van de resultaten van de beoordeling van de waterstaatkundige toestand en de bergings- en afvoercapaciteit en de bevindingen bij de beoordeling een verslag, dat wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten. Het verslag heeft een ander karakter en wordt met een andere frequentie opgesteld dan de algemene voortgangsrapportage over de voortgang van het waterbeheerprogramma. Om die reden maakt het verslag geen onderdeel uit van de algemene voortgangsrapportage.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De beheerder draagt zorg voor de periodieke beoordeling van het watersysteem, in het bijzonder van de regionale waterkeringen, de regionale wateren en de ondersteunende kunstwerken. Daarbij wordt beoordeeld in hoeverre de waterstaatwerken voldoen aan de gestelde omgevingswaarden voor de veiligheid van de regionale waterkeringen respectievelijk het tegengaan van wateroverlast.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_184" eId="artrecital__content_190">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanvullende eisen inhoud waterbeheerprogramma)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het waterbeheerprogramma dat op grond van artikel 3.7 van de Omgevingswet door het waterschap moet worden vastgesteld, bevat een uitwerking op de schaal van het waterschap, van de strategische doelen die de provincie in haar regionaal waterprogramma heeft geformuleerd. De uitwerking bevat ten minste concrete maatregelen, de bijbehorende planning en de kosten die nodig zijn om deze maatregelen te realiseren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het waterbeheerprogramma beschrijft het te voeren waterbeheer in ieder geval aan de hand van het Gewenst Grond- en Oppervlaktewaterbeheer (GGOR), de maatregelen voor het behalen van de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), peilbesluiten en de omgevingswaarden bergings- en afvoercapaciteit (wateroverlast).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het GGOR geeft aan welke grondwater- en oppervlaktewatersituatie (verdeeld naar ruimte en tijd) in het projectgebied wordt nagestreefd, uitgedrukt in:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__artrecital__content_184__list_1" eId="artrecital__content_190__list_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_184__list_1__item_1" eId="artrecital__content_190__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>de gemiddeld hoogste grondwaterstand (ghg), de gemiddeld laagste grondwaterstand (glg) en de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gvg);</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_184__list_1__item_2" eId="artrecital__content_190__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>de te hanteren streefpeilen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_184__list_1__item_3" eId="artrecital__content_190__list_1__item_3">
		    <tekst:Al>de termijn van realisatie bij aanpassing.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>In de onderbouwing van het waterbeheerprogramma wordt toegelicht:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__artrecital__content_184__list_2" eId="artrecital__content_190__list_2" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_184__list_2__item_1" eId="artrecital__content_190__list_2__item_1">
		    <tekst:Al>de afweging die ten grondslag ligt aan het GGOR-besluit en het doorlopen proces;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_184__list_2__item_2" eId="artrecital__content_190__list_2__item_2">
		    <tekst:Al>als dit relevant is de inrichting van de watergangen, de (grond)waterkwaliteit en de benodigde wateraanvoer;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_184__list_2__item_3" eId="artrecital__content_190__list_2__item_3">
		    <tekst:Al>een beschrijving van de maatregelen, raming van kosten en een globaal plan van aanpak.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De waterschappen nemen in hun waterbeheerplan &#233;&#233;n of meer kaarten op waarop de begrenzing van deze gebieden buiten de bebouwde kom is aangegeven (zie artikel 5.7 lid f). Hierbij geldt dat de omgevingswaarden zoals die zijn vastgesteld in hoofdstuk 2 van deze verordening voor de provincie een ondergrens zijn. Het waterschap mag een strengere omgevingswaarde vaststellen. Uitgangspunt hierbij is dat het `overwegend landgebruik' in een ruimtelijk begrensd gebied leidend is voor de in dit gebied geldende omgevingswaarde. Als een waterschap een strengere omgevingswaarde wil hanteren, dan moet die door het waterschap op kaart gezet worden en in het waterbeheerprogramma worden vastgelegd, zodat duidelijk is dat het waterschap zichzelf hiertoe heeft verplicht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Waterschappen stellen vast wat het overwegend landgebruik is. Dat kan via de volgende stappen:</tekst:Al>
		<tekst:Al>1. vaststelling oppervlakte van ruimtelijk begrensd gebied (peilvak of stroomgebied).<tekst:br/>2. bepalen van het landgebruik in het betreffende gebied.<tekst:br/>3. bepalen welk deel van het gebied binnen en welk deel buiten de bebouwde kom ligt.<tekst:br/>3a. Binnen de bebouwde kom: Voor het landgebruik binnen de bebouwde kom zijn de omgevingswaarden zoals opgenomen in <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__art_2.7">Artikel 2.7</tekst:IntRef> lid a, b of c van toepassing.<tekst:br/>3b. Buiten de bebouwde kom: Bepalen van het overwegend landgebruik in dit gebied. Hiervoor wordt voor het gedeelte buiten de bebouwde kom bepaald hoeveel van het oppervlak in dit gebied als overwegend landgebruik grasland of mais betreft, hoeveel akkerbouw en hoeveel glastuinbouw het betreft. Buitendijkse gebieden en gerealiseerde natuur worden hier niet in meegenomen. Het overwegend landgebruik is die categorie die het grootste percentage in het gebied buiten de bebouwde kom aanwezig is.<tekst:br/>4. bepalen van de bijbehorende omgevingswaarde. Eventueel kan een afwijkende gebiedsnorm worden bepaald als de maatregelen om aan de norm te voldoen niet in verhouding staan tot de schade die wordt voorkomen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_185" eId="artrecital__content_191">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.1.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Watersysteem</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Legger</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In artikel 2.39 van de Omgevingswet is bepaald dat de beheerder zorg draagt voor de vaststelling van een legger. Daarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. In de Omgevingswet worden waterstaatswerken gedefinieerd als oppervlaktelichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk. In artikel 2.41 van de Omgevingswet is geregeld welke basisgegevens in de legger moeten worden opgenomen. De ligging van de waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones is aangegeven op overzichtskaarten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In artikel 2.22 en artikel 2.23 van de Omgevingswet is bepaald dat bij Omgevingsverordening regels kunnen worden gesteld over de inhoud of motivering van de legger, met inbegrip van een technisch beheerregister. In <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.8">Artikel 5.8</tekst:IntRef> wordt hieraan uitvoering gegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De beheerder draagt er zorg voor dat de gegevens in de legger actueel blijven. De legger voor de oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, regionale waterkeringen of ondersteunende kunstwerken kan door de beheerder desgewenst bij een of meer afzonderlijke besluiten, in afzonderlijke documenten of gecombineerd worden vastgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie heeft de regionale waterkeringen indicatief op kaart gezet. Artikel 5.8 bevat de opdracht aan de waterschappen om de regionale waterkeringen meer gedetailleerd op kaart te zetten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De legger is van belang voor de toetsing van de waterstaatswerken aan de gestelde normen. Deze toetsing wordt mogelijk door de gegevens in de legger, waarin de vereiste toestand van de waterstaatswerken is aangegeven, te vergelijken met de feitelijke toestand van de waterstaatswerken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De legger die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld, moet worden onderscheiden van de legger als bedoeld in artikel 78 van de Waterschapswet. Desgewenst kunnen beide leggers in &#233;&#233;n document worden gecombineerd. De Waterschapswet bevat enkele procedurele bepalingen over de voorbereiding en vaststelling van de laatstgenoemde legger (toepassing inspraakverordening).</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het derde lid van artikel 2.39 van de Omgevingswet is bepaald dat bij of krachtens provinciale verordening vrijstelling kan worden verleend van de eis om op de legger ligging, vorm, afmeting en constructie van waterstaatswerken te omschrijven voor bepaalde waterstaatswerken die zich naar hun aard of functie niet lenen voor het omschrijven van die elementen, of van geringe afmetingen zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Waterschapsverordening</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.9">Artikel 5.9</tekst:IntRef> is een instructieregel opgenomen voor de waterschapsverordening die de waterschappen verplicht om voor primaire en regionale keringen het profiel vrije ruimte aan te geven en daarbinnen ontwikkelingen tegen te gaan die een toekomstige dijkverzwaring in de weg kunnen staan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Verplichte peilbesluiten</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.10">Artikel 5.10</tekst:IntRef> zijn de werkingsgebieden peilbesluit de gebieden aangewezen, waarvoor het waterschap op grond van <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.5__art_5.11">Artikel 5.11</tekst:IntRef> verplicht is een of meer peilbesluiten vast te stellen die zoveel mogelijk worden gehandhaafd. Deze kaart kent een globale begrenzing. De exacte begrenzing zal door het waterschap bij de vaststelling van het peilbesluit worden bepaald.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In artikel 5.12 wordt aangegeven welke informatie het peilbesluit ten minste bevat. In verband met de wisselvalligheid van weersomstandigheden (nat of droog) hebben waterschappen behoefte aan een flexibel peilbeheer. Het tweede lid van artikel 2.41 derde lid van de Omgevingswet voorziet er daarom in dat peilbesluiten door de toepassing van bandbreedten flexibel kunnen zijn. In het peilbesluit kan zo nodig worden aangegeven welke peilen of bandbreedten in bepaalde delen van het jaar worden aangehouden. Het waterschap heeft de inspanningsverplichting om de in het peilbesluit aangegeven waterstanden te handhaven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De toelichting bij het peilbesluit moet inzicht geven in de verhouding tussen de gekozen oppervlaktewaterstanden ten opzichte van het optimale grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij peilbesluiten in weidevogelgebieden dient het waterschap nadrukkelijk het belang van de weidevogels, zoals voldoende hoog waterpeil en openheid in het gebied, mee te nemen. De weidevogelgebieden zijn in artikel 5.10 tweede lid als zodanig aangewezen en geometrisch begrensd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het eerste lid van artikel 5.13 geeft aan dat een peilbesluit ten minste eenmaal in de tien jaar moet worden herzien. De termijn van tien jaar waarbinnen de herziening moet plaatsvinden, start op de datum waarop het peilbesluit, na publicatie van de goedkeuring, in werking is getreden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_186" eId="artrecital__content_192">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.1.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Instructies grondwateronttrekkingen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Grondwateronttrekking en infiltratie</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In lijn met het uitgangspunt "decentraal wat kan, centraal wat moet" zijn onder de Omgevingswet de eigen verordenende bevoegdheden van provincie en waterschap niet verder ingeperkt dan nodig. Dit blijkt onder andere uit afdeling 16.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waar ruimte wordt geboden aan provincie en waterschap om zelf in de benodigde regelgeving te voorzien.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Alleen waar dat nodig is voor internationale verplichtingen of bovenregionale belangen, zijn door het Rijk regels worden gesteld. Dit betekent dat, waar van rijkswege gestelde regels ontbreken, waterschappen en provincies bevoegd zijn om daarin zelf bij verordening te voorzien. De waterschappen zijn als watersysteembeheerder verantwoordelijk voor de regulering van de handelingen in het regionale watersysteem. Het Besluit activiteiten leefomgeving maakt hierop een uitzondering voor een aantal specifieke categorie&#235;n van grondwateronttrekkingen. Deze categorie&#235;n zijn benoemd in artikel 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Het betreft onttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening en onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar voor industri&#235;le toepassingen. Voor deze categorie&#235;n van onttrekkingen kan de provincie in verordening afwijkende regels stellen. Het infiltreren van water voor voornoemde toepassingen valt ook de mogelijkheid om afwijkende regels te stellen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Overige onttrekkingen kunnen worden gereguleerd door de waterschappen. De Omgevingswet laat de waterschappen de mogelijkheid voor de overige onttrekkingen een verbodsstelsel te introduceren met de mogelijkheid van vergunningen, algemene regels en vrijstellingen. De provincie heeft de mogelijkheid de regulering van de overige onttrekkingen te sturen via instructieregels bedoeld in artikel 2.22 van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Gedifferentieerd stelsel</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>In deze paragraaf is een gedifferentieerd stelsel van regels vastgelegd. Deels hebben de regels betrekking op de specifieke categorie&#235;n van onttrekkingen en infiltraties die onder het bevoegd gezag van Gedeputeerde Staten vallen. Voor het overige deel zijn in deze titel instructieregels opgenomen die ook sturend zijn voor de invulling van het verbodsstelsel bij de waterschappen en het grondwaterregister.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.15">Artikel 5.15</tekst:IntRef> is bepaald dat het waterschap grondwateronttrekkingen moet regelen met een vergunning of een melding als het gaat onttrekkingen of infiltraties van meer dan 50.000 m3 per jaar. Dit geldt ook voor tijdelijke onttrekkingen of infiltraties van in totaal meer dan 50.000 m3. Met dit artikel wordt de vrijstellingsmogelijkheden van de waterschappen dus beperkt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Boringsvrije zone Salland Diep</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het derde watervoerende pakket onder Salland geldt al sinds 1991 een strategische reservering voor de openbare drinkwatervoorziening en hoogwaardige industri&#235;le toepassing waarop de Warenwet van toepassing is. Dit watervoerende pakket bevat grondwater van een zeer hoge kwaliteit en leeftijd maar is tegelijkertijd kwetsbaar voor uitputting (verzilting door te veel onttrekkingen) en verontreinigingen (doorboren van bovenliggende kleilagen).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Zorgvuldig beheer is noodzakelijk ook gelet op de al aanwezige onttrekkingen voor de drinkwatervoorziening en hoogwaardige industri&#235;le toepassingen. Daarom zijn via dit artikel voorwaarden opgenomen om een algehele vergunningplicht te regelen. Ook zijn de gronden expliciet bepaald waarop door het dagelijks bestuur wel vergunning kan worden verleend.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Boringsvrije zone Salland Diep Noord</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Vanwege de grote druk op de openbare drinkwatervoorziening in Overijssel is er behoefte aan extra drinkwaterbronnen. Het diepe watervoerende pakket in het noordelijke deel van Salland Diep heeft een hoge potentie voor drinkwaterwinning. Het is wenselijk dat deze potentie exclusief behouden blijft voor de toekomstige drinkwatervoorziening. De boringsvrije zone Salland Diep Noord is aangewezen om binnen dit gebied enkel grondwateronttrekkingen toe te staan ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. De nadere uitwerking van het beleid zal worden verankerd in het Regionaal Waterprogramma.<tekst:br/>
									<tekst:br/>
								</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_187" eId="artrecital__content_193">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.17</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik monitoring grondwateronttrekkingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De inrichting van het grondwaterregister is niet expliciet geregeld onder de Omgevingswet. Dit houdt in dat de provincie bevoegd is daarin zelf te voorzien in de Omgevingsverordening. Het grondwaterregister is gekoppeld aan de grondwaterheffing. Deze grondwaterheffing kan van toepassing zijn op onttrekkingen die onder het bevoegd gezag van provincie en waterschap vallen. Dit brengt met zich mee dat het grondwaterregister moet worden gevuld met gegevens die door de provincie en het waterschap afzonderlijk worden verkregen. <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7">Paragraaf 5.1.7</tekst:IntRef> geeft hier invulling aan door te bepalen dat de gegevens die door provincie en waterschap worden verkregen in het register moeten worden opgenomen. Het beheer van het grondwaterregister is expliciet neergelegd bij Gedeputeerde Staten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In overleg tussen IPO en Unie van Waterschappen wordt gewerkt aan het opzetten van een landelijk register. Ook bij een landelijk register is het noodzakelijk de verantwoordelijkheid voor het grondwaterregister bij een daar toe aangewezen bestuursorgaan neer te leggen. De aangewezen bestuursorganen kunnen gezamenlijk besluiten een landelijk register in te richten en te vullen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_188" eId="artrecital__content_194">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.18</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(instructieregels gegevensverzameling grondwateronttrekkingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekt gegevens over grondwateronttrekkingen aan Gedeputeerde Staten. Voor zowel het geval dat er een vergunning van het waterschap nodig is als het geval waarin de waterschapsverordening een meldingsplicht instelt, eist de omgevingsverordening dat er geregeld moet worden dat degene die grondwater onttrekt of water filtreert gegevens verstrekt over de grondwateronttrekking voor het grondwaterregister. Deze instructieregel is opgenomen vanwege het grote provinciale belang bij registratie. Een betrouwbaar grondwaterregister is belangrijk, zowel voor beleidsinhoudelijke beslissingen door provincie en waterschap (zoals belangenafweging bij vergunningen) als voor de provinciale grondwaterheffing. Een betrouwbaar register heeft met name waarde als de grondwateronttrekkingen waarvoor de provincie en die waarvoor de waterschappen bevoegd zijn onder de registratieplicht vallen. Hierdoor ontstaat er een dekkend beeld van de belangrijkste grondwateronttrekkingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een registratieplicht voor alle onttrekkingen (inclusief de relatief kleine en nauwelijks fluctuerende onttrekkingen) is niet altijd noodzakelijk. <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.6__art_5.15__para_2">Artikel 5.15, tweede lid</tekst:IntRef> geeft aan dat het waterschap onttrekkingen van minder dan 50.000 m3 van de registratieplicht kan uitzonderen. Die mogelijkheid geldt niet voor grondwateronttrekkingen uit het watervoerend pakket in de boringsvrije zone Salland Diep, zodat daarover altijd gegevens verstrekt moeten worden aan het grondwaterregister.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_189" eId="artrecital__content_195">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>REGIONALE VERDRINGINGSREEKS</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In artikel 2.42 lid 2 van de Omgevingswet en artikel 3.14 Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat bij provinciale verordening voor de regionale wateren de rangorde kan worden bepaald van de maatschappelijke en ecologische behoeften bij watertekorten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.21">Artikel 5.21</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="chp_5__subchp_5.2__subsec_5.2.1__art_5.22">Artikel 5.22</tekst:IntRef> is voor respectievelijk het IJsselmeergebied en het Twentekanalen/ Overijsselse Vechtsysteem van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Van watertekort is sprake als de vraag naar water groter is dan het aanbod via wateraanvoer van buiten het watersysteem. Het beheer van het regionale watersysteem is er, onder andere, op gericht alle watervragers zoveel mogelijk van het benodigde water te voorzien. In tijden van watertekort is dit echter niet meer mogelijk. De gevolgen voor waterverbruikers kunnen aanzienlijk zijn. De regionale verdringingsreeks biedt helderheid over welke behoefte in een situatie van watertekort voorgaat boven de anderen en draagt bij aan een slagvaardig en eenduidig optreden van de waterbeheerder in situaties van watertekorten. We volgen hiervoor de landelijke verdringingsreeks. Voor de onttrekkingen in het IJsselmeergebied en het Twentekanalen / Overijsselse Vechtsysteem is het echter noodzakelijk om een aparte verdringingsreeksen in deze verordening op te nemen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel 2.42 van de Omgevingswet legt de landelijke verdringingsreeks vast. De landelijke verdringingsreeks bepaalt hoe het beschikbare water in de door het Rijk beheerde wateren wordt verdeeld in tijden van watertekort. De reeks is van toepassing in alle rijkswateren. Daarnaast is er een groot aantal gebieden waar het oppervlaktewater niet door het Rijk beheerd wordt. In de landelijke verdringingsreeks zijn de "watergebruikers" ingedeeld in 4 categorie&#235;n.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De categorie&#235;n 1 (veiligheid en voorkomen onomkeerbare schade aan waterkeringen, onomkeerbare klink en zetting en onomkeerbare schade aan natuur) en 2 (drinkwatervoorziening en energievoorziening) en de prioriteitsvolgorde daarbinnen zijn door het Rijk vastgesteld. Er is geen ruimte voor regionale invulling.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen de categorie&#235;n 3 en 4 is er wel ruimte voor een regionale prioritering op basis van minimalisatie van de economische en maatschappelijke schade.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op 16 februari 2022 heeft de provincie Overijssel de Bestuursovereenkomst Waterverdeling regio IJsselmeergebied ondertekend. In deze bestuursovereenkomst is afgesproken dat de provincies Groningen, Drenthe, Friesland, Flevoland, Noord-Holland en Overijssel een uniforme verdringingsreeks zullen hanteren. Daardoor wordt verzekerd dat tijdens een (dreigend) watertekort op eenduidige wijze afspraken gelden en communicatie over de waterverdeling volgens de laatste inzichten plaatsvindt. In de Bestuursovereenkomst is de volgende verdringingsreeks afgesproken voor de categorie&#235;n 3 en 4:</tekst:Al>
		<tekst:table wId="pv23_80__artrecital__content_189__table_1" eId="artrecital__content_195__table_1">
		  <tekst:tgroup align="left" cols="4">
		    <tekst:colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="26.1467*"/>
		    <tekst:colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25.0765*"/>
		    <tekst:colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="24.9068*"/>
		    <tekst:colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="23.7003*"/>
		    <tekst:tbody valign="top">
		      <tekst:row>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>Categorie 1</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>Categorie 2</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>Categorie 3</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>Categorie 4</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>het waarborgen van de veiligheid tegen overstroming en het voorkomen van onomkeerbare schade<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>nutsvoorzieningen<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>kleinschalig hoogwaardig gebruik</tekst:strong>
														<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>overige belangen (economische afweging, ook voor natuur)</tekst:strong>
														<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>Subcategorie&#235;n van 1</tekst:strong>
														<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>Subcategorie&#235;n van 2</tekst:strong>
														<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>Subcategorie&#235;n van 3</tekst:strong>
														<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>Subcategorie&#235;n van 4</tekst:strong>
														<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>1.1 de stabiliteit van waterkeringen<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>2.1 drinkwatervoorziening (leveringszekerheid)<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>3.1 gebruik industrieel proceswater</tekst:strong>
														<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>4.1 peilhandhaving</tekst:strong>
														<tekst:br/>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>1.2 het voorkomen van klink en zettingen</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>2.2 energievoorziening (leveringszekerheid)</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>3.2 Tijdelijke beregening kapitaalintensieve gewassen</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>4.2 doorspoelen en onttrekking voor beregening van akkerbouw</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>1.3 natuur, voorzover het gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry/>
			<tekst:entry/>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>4.3 beregening van gras/ma&#239;s</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry/>
			<tekst:entry/>
			<tekst:entry/>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>4.4 doorspoelen</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry/>
			<tekst:entry/>
			<tekst:entry/>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>4.5 overige belangen</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>gaat voor 2 -&gt;</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>gaat voor 3 -&gt;</tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry>
			  <tekst:Al>
														<tekst:strong>gaat voor 4 -&gt; </tekst:strong>
													</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry/>
		      </tekst:row>
		    </tekst:tbody>
		  </tekst:tgroup>
		</tekst:table>
		<tekst:Al>Deze aanpassingen in de rangorde van functies bij de verdeling van water in geval van schaarste zijn vertaald in de tekst van artikel 5.21 van de Omgevingsverordening Overijssel 2024 over de verdringingsreeks IJsselmeer.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_190" eId="artrecital__content_196">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Afdeling</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>BEHEER PROVINCIALE VAARWEGEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Afdeling 5.3 regelt het beheer van provinciale vaarwegen. Vaarwegbeheer valt onder het watersysteembeheer van de Omgevingswet. De beheertaak omvat alle zaken die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de vaarweg voor de functie die aan de vaarweg is toegekend, zoals vrachtvaart of recreatievaart. Het vaarwegbeheer omvat onder andere het onderhoud van de vaarweg, de oevers, de naastgelegen gronden, de bruggen en de sluizen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Afdeling 5.3 gaat niet over het nautisch beheer. Dat is gericht op het bevorderen van een veilige, vlotte en doelmatige afwikkeling van het scheepvaartverkeer, onder andere door regulering en handhaving. Het nautisch beheer wordt geregeld in de Scheepvaartverkeerswet en de daaruit voortvloeiende regelingen zoals het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Besluit Administratieve Bepalingen Scheepvaartverkeer (BABS).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De toedeling van het vaarwegbeheer werd eerder geregeld in artikelen 3.1 en 3.2 van de Waterwet. Artikel 3.1 van de Waterwet is omgezet naar de artikelen 2.19 t/m 2.21a van de Omgevingswet. Artikel 3.2 van de Waterwet is omgezet naar de artikelen 2.16, 2.17 en 2.18 van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In artikel 2, tweede lid, van de Waterschapswet is bepaald dat de zorg voor het regionale watersysteem bij reglement aan waterschappen wordt opgedragen, tenzij dat niet verenigbaar is met een goede organisatie van de waterstaatkundige verzorging. De taakopdracht is gebiedsgericht. Dat betekent dat alle regionale watersystemen of onderdelen daarvan bij een waterschap in beheer zijn, tenzij er sprake is van een uitzonderingssituatie als bedoeld in artikel 2 lid 2, van de Waterschapswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In artikel 2.18, tweede lid, van de Omgevingswet is bepaald dat bij provinciale verordening, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van de Waterschapswet, het beheer van regionale wateren wordt toegedeeld aan waterschappen. Bij omgevingsverordening kan het beheer van regionale wateren worden toegedeeld aan andere openbare lichamen en het beheer van vaarwegen worden toegedeeld aan waterschappen. In de Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet is hierover opgenomen: &#x201c;<tekst:i>Het Rijk of de provincie kan aan een oppervlaktewaterlichaam als onderdeel van een watersysteem de functie van vaarweg toekennen. Het Rijk wijst via het nationale waterprogramma de hoofdvaarwegen aan, die worden beheerd door Rijkswaterstaat. Het gaat om ongeveer 1.400 km vaarwegen. De beheertaak van de overige vaarwegen, met een gezamenlijke lengte van ongeveer 3.400 km, houden de provincies deels in eigen beheer, deels wordt het beheer daarvan opgedragen aan waterschappen of gemeenten</tekst:i>.&#x201d;</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_191" eId="artrecital__content_197">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.23</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(vaarwegbeheer provinciale vaarwegen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Bij artikel 5.23 hoort een lijst waarop is aangegeven welke gemeente, provincie of welk waterschap belast is met het vaarwegbeheer van regionale en lokale wateren. Met deze lijst wordt de bestaande beheersituatie vastgelegd. Daarmee is deze lijst voor de bestuurspraktijk bepalend voor de vraag welk bestuursorgaan bij het vaarwegbeheer van deze wateren een zorgplicht en bevoegdheden heeft. Lijst A bevat alleen de vaarwegen die bij de provincie in beheer zijn. Lijst B (de &#x2018;toezichtslijst&#x2019;) is een uitgebreidere lijst. Daarop zijn alle wateren opgenomen die van lokale betekenis zijn voor de scheepvaart en waarop de provincie het toezicht heeft.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De rivier de Linde, die een natuurlijke grens vormt tussen Overijssel en Friesland, is voor het deel Tusschen Linde en Linde (vaarwegen 3 en 4), in beheer en onderhoud bij de provincie Overijssel. Het deel van de Linde vanaf de Mr. H.P. Linthorst Homansluis tot en met het Wijde is in beheer en onderhoud bij de provincie Friesland. Het nautisch beheer ligt bij de vaarwegbeheerder. Dit is door Provinciale Staten van beide provincies vastgelegd in hun besluiten van 21 mei 2014 (Friesland) en 8 oktober 2014, nummer 702 (Overijssel).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_192" eId="artrecital__content_198">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.24</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(vaarwegdiepte en vaarwegonderhoud)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het derde lid van artikel 5.24 regelt dat voor het vaststellen en wijzigen van de minimaal benodigde vaarwegdiepten de openbare voorbereidingsprocedure van Afdeling 3.4. Algemene wet bestuursrecht gevolgd moet worden. Bij het besluit wordt rekening gehouden met de Richtlijnen Vaarwegen 2020, onderdeel 3 Vaarwegvakken en de vigerende CEMT-klassen en richtlijnen van het BRTN-convenant.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_193" eId="artrecital__content_199">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.25</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(onttrekken vaarweg aan openbaar scheepvaartverkeer)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Deze bepaling is vergelijkbaar met artikel 8, tweede lid, van de Wegenwet. Op grond daarvan kunnen (land)wegen in beheer bij een provincie of een waterschap aan het openbaar verkeer onttrokken worden. De onttrekking van een vaarweg of een gedeelte daarvan aan het openbaar scheepvaartverkeer als bedoeld in artikel 5.25 is niet tijdelijk, maar blijvend. De onttrekking geldt voor alle schepen, dat wil zeggen voor elk type schip in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet. De regeling is aangevuld met de mogelijkheid voor Gedeputeerde Staten om een vaarweg of een deel daarvan gesloten te verklaren voor bepaalde categorie&#235;n van vaartuigen. Hierdoor kan ingespeeld worden op wensen om te komen tot een gedifferentieerd netwerk voor varen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_194" eId="artrecital__content_200">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>5.26</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(bedieningstijden bruggen en sluizen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het belang van de beroepsvaart en de recreatievaart is gediend met een optimale afstemming van het bedieningsregime van de beweegbare bruggen en sluizen. Artikel 5.26 , eerste lid legt daarom de bevoegdheid om de bedieningstijden vast te stellen exclusief bij Gedeputeerde Staten neer, met uitzondering van de spoorbruggen.) Vervolgens moeten de beheerders van deze bruggen en sluizen op grond van het derde lid ervoor zorgen dat die minimaal bediend worden op de tijden die door Gedeputeerde Staten zijn vastgesteld. Het vierde lid bindt het vaststellen en wijzigen van bedieningstijden van bruggen en sluizen aan de openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht. Hierbij wordt rekening gehouden met de Richtlijnen Vaarwegen 2020, onderdeel 7, Bediening. Voor de vaststelling van de bedieningstijden voor vaarwegen die opgenomen zijn in de BRTN worden de BRTN-richtlijnen ten behoeve van de recreatievaart tevens meegewogen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_195" eId="artrecital__content_201">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.1.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>faunabeheereenheid</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Algemeen</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Faunabeheereenheden vervullen een essenti&#235;le rol in het faunabeheer, omdat zij zorgen voor een maatschappelijke en gebiedsgerichte inbedding ervan. De daadwerkelijke uitvoering van het faunabeheer wordt gedaan door jachtaktehouders die verenigd zijn in de wildbeheereenheden. Zij voeren het faunabeheerplan uit dat door de faunabeheereenheid is vastgesteld. Het faunabeheerplan is gericht op het beperken van de omvang van populaties van in het wild levende dieren, het bestrijden van schadeveroorzakende dieren. De maatregelen worden uitgevoerd door grondgebruikers en door de uitoefening van de jacht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Omgevingswet is geregeld dat er in elke provincie faunabeheereenheden zijn (artikel 8.1, eerste lid Omgevingswet). Het Omgevingsbesluit stelt nadere regels over faunabeheereenheden en faunabeheerplannen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Artikel 6.1 van het Omgevingsbesluit geeft regels over de rechtsvorm en de samenstelling van het bestuur van een faunabeheereenheid. Een faunabeheereenheid heeft de rechtsvorm van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of een stichting. In het Omgevingsbesluit is geregeld welke groepen in ieder geval vertegenwoordigd moeten zijn in het bestuur van een faunabeheereenheid. Dat zijn de jachthouders uit het werkgebied van de faunabeheereenheid. Daarnaast moet er in het bestuur ook een vertegenwoordiging zijn van de maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in de regio waartoe het werkgebied van de faunabeheereenheid behoort.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Provinciale Staten zijn op grond van artikel 8.1, derde lid van de Omgevingswet bevoegd om in de omgevingsverordening regels te stellen over faunabeheereenheden. Op grond van artikel 8.2, vijfde lid van de Omgevingswet moeten in de Omgevingsverordening regels worden gesteld over wildeenheden. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de omvang en begrenzing van het gebied waarover zich de zorg van de wildbeheereenheid kan uitstrekken en de gevallen waarin en voorwaarden waaronder jachthouders zijn uitgezonderd van de eis om zich aan te sluiten bij een wildbeheereenheid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Gedeputeerde Staten zijn het bevoegd gezag voor de uitvoering van de regels.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_196" eId="artrecital__content_202">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen faunabeheereenheid)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De eisen die dit artikel stelt aan de faunabeheereenheid zijn een voortzetting van de eisen die onder de Wet natuurbescherming golden. In Overijssel is &#233;&#233;n faunabeheereenheid opgericht die de gehele provincie tot haar werkgebied heeft. E&#233;n faunabeheereenheid voor de gehele provincie heeft een aantal voordelen, namelijk:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__artrecital__content_196__list_1" eId="artrecital__content_202__list_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_196__list_1__item_1" eId="artrecital__content_202__list_1__item_1">
		    <tekst:Al>het beheer van diersoorten en de schadebestrijding kan effectief worden georganiseerd; en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_196__list_1__item_2" eId="artrecital__content_202__list_1__item_2">
		    <tekst:Al>er is &#233;&#233;n aanspreekpunt voor de provincie, voor degenen die het faunabeheer en de schadebestrijding uitvoeren en voor de grondgebruikers.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Hierdoor is een effectieve afstemming tussen provinciaal beleid en de uitvoering van het faunabeheer en de schadebestrijding mogelijk.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_197" eId="artrecital__content_203">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(samenstelling bestuur faunabeheereenheid)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De Omgevingsverordening geeft een nadere regel voor de samenstelling van het bestuur van de faunabeheereenheid. In artikel 6.1, tweede lid van het Omgevingsbesluit is bepaald dat in het bestuur van een faunabeheereenheid in ieder geval zijn vertegenwoordigd de jachthouders uit het werkgebied van de faunabeheereenheid en maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in de regio waartoe het werkgebied van de faunabeheereenheid behoort.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het bestuur van de faunabeheereenheid bestaat uit vertegenwoordigers van agrarische sector, de jachtaktehouders, particuliere grondeigenaren en de terrein beherende organisaties (namens de jachthouders) en een vertegenwoordiger van maatschappelijke organisaties.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er is in het bestuur &#233;&#233;n bestuurszetel beschikbaar voor een vertegenwoordiger van een maatschappelijke organisatie. De verplichte vertegenwoordiging van maatschappelijke organisaties in het bestuur van de faunabeheereenheid is bij de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017 ge&#239;ntroduceerd. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat het aan de faunabeheereenheid zelf is om binnen de provinciale kaders te bepalen welke maatschappelijke organisaties in haar bestuur worden vertegenwoordigd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast de verplichte vertegenwoordiging van maatschappelijke organisaties in het bestuur van de faunabeheereenheid, kan het bestuur altijd externe deskundigheid inwinnen van andere organisaties dan de in het bestuur vertegenwoordigde maatschappelijke organisaties en van wetenschappers op het gebied van faunabeheer. Deze adviseurs vormen geen onderdeel van het bestuur en kunnen dus niet meestemmen bij de besluitvorming, maar kunnen wel deelnemen aan de bestuursvergadering en het bestuur adviseren. De wettelijke bepalingen bieden voldoende houvast voor de faunabeheereenheid om externe deskundigheid in te schakelen. Op provinciaal niveau worden hiervoor geen aanvullende regels gesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Als in de toekomst blijkt dat de eisen aan de bestuurssamenstelling niet meer voldoen, kunnen de regels worden aangepast door wijziging van dit artikel. Hierbij zal er wel sprake moeten zijn van een evenwichtige vertegenwoordiging van alle partijen in de faunabeheereenheid.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_198" eId="artrecital__content_204">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.1.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Eisen faunabeheerplan</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Algemene toelichting </tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het faunabeheerplan vervult een centrale rol in het faunabeheer. Het faunabeheerplan is gericht op het duurzaam beheer van in het wild levende dieren, de bestrijding van schadeveroorzakende dieren en de uitoefening van de jacht voor de belangen die zouden worden geschaad, wanneer niet tot beheer of bestrijding zou worden overgegaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een faunabeheerplan voorziet in een samenhangende aanpak van populatiebeheer door faunabeheereenheden, schadebestrijding door grondgebruikers en de uitoefening van de jacht op de door de minister aangewezen wildsoorten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het bestuur van de faunabeheereenheid stelt het faunabeheerplan vast en moet daarbij voldoen aan de eisen die in de Omgevingsverordening worden gesteld. Een faunabeheerplan moet goedgekeurd worden door Gedeputeerde Staten. Dat geldt ook voor de wijzigingen die tussentijds in het faunabeheerplan kunnen worden vastgesteld. Gedeputeerde Staten toetsen daarbij of het faunabeheerplan voldoet aan de in deze verordening gestelde eisen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_199" eId="artrecital__content_205">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(reikwijdte faunabeheerplan)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Uitgangspunt van het systeem van faunabeheer is dat er in een bepaald gebied gedurende een langere periode integraal beheer wordt gevoerd. Om dat te bereiken moet een faunabeheerplan gelden voor een deel van het werkgebied van de faunabeheereenheid dat groot genoeg is om een verantwoord en duurzaam faunabeheer te kunnen voeren in samenhang met schadebestrijding en de uitoefening van de jacht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De eis dat een faunabeheerplan geldt voor ten minste 5000 hectare van het gehele werkgebied van de faunabeheereenheid is een continuering van de eis zoals onder de Wet natuurbescherming gold.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_200" eId="artrecital__content_206">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen faunabeheerplan &#x2013; populatiebeheer en schadebestrijding)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De eisen die in dit artikel zijn een voortzetting van de eisen onder de Wet natuurbescherming. Zoals in het algemeen deel is toegelicht, heeft een faunabeheerplan betrekking op populatiebeheer, schadebestrijding en de uitoefening van de jacht. De regels voor de jacht zijn opgenomen in artikel 6.6.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor schadebestrijding en populatiebeheer fungeert het faunabeheerplan als basis voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 4.6 van het Omgevingsbesluit in het kader van beheer en schadebestrijding.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_201" eId="artrecital__content_207">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen faunabeheerplan &#x2013; uitoefening jacht)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De uitoefening van de jacht is alleen toegestaan als dit past binnen het faunabeheerplan zoals dat is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een faunabeheerplan moet informatie bevatten over de trend van de wildsoorten in Overijssel. Dit volgt uit artikel 6.2, tweede lid van het Omgevingsbesluit waarin is bepaald dat een faunabeheerplan wordt onderbouwd door trendtellingen van de populaties van in het wild levende dieren in het gebied waarop een faunabeheerplan van toepassing is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De jachthouders verstrekken gegevens aan de faunabeheereenheid over de aantallen dieren, onderscheiden naar soort, die zij binnen het werkgebied van de faunabeheereenheid hebben gedood. Dit moet de jachthouder doen op grond van artikel 6.3, lid 4 van het Omgevingsbesluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een faunabeheerplan is het afwegingskader voor de jachthouder om te bepalen wat een redelijke wildstand is en welke inspanningen hij moet verrichten om de redelijke wildstand te handhaven of te bereiken. De provinciale eisen over de redelijke wildstand gaan over de gegevens die in een faunabeheerplan moeten worden opgenomen voor het bepalen van de redelijke wildstand. Deze gegevens kunnen per wildsoort en naar (deel)gebied vari&#235;ren. De gegevens worden in een faunabeheerplan opgenomen zodat de jachthouder kan bepalen wat in zijn jachtveld een redelijke wildstand is. De faunabeheereenheid geeft op basis van het in onderdeel c vereiste afwegingskader voor redelijke wildstand in een faunabeheerplan een afwegingskader aan de jachthouder zodat hij een inschatting van de redelijke wildstand in zijn jachtveld kan maken. Dit maakt een transparante afweging mogelijk.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_202" eId="artrecital__content_208">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.1.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Wildbeheereenheden</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In artikel 8.2 van de Omgevingswet is geregeld dat dat wildbeheereenheden uitvoering geven aan het faunabeheerplan. Een wildbeheereenheid bevordert het duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren. Zij zorgen ervoor dat de bestrijding van schadeveroorzakende dieren en de jacht worden uitgevoerd in samenwerking met grondgebruikers of terreinbeheerders.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om de wildbeheereenheden deze taken effectief te kunnen laten uitvoeren, stelt de Omgevingswet aansluiting van jachthouders bij een wildbeheereenheid verplicht. Ook grondgebruikers en terreinbeheerders kunnen lid worden van een wildbeheereenheid. De leden van de wildbeheereenheden hebben voor het beheer populaties en schadebestrijding een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteiten nodig.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De wildbeheereenheden adviseren de faunabeheereenheid over de inhoud van een faunabeheerplan. Ook leveren zij gegevens aan voor het faunabeheerplan. Het gaat om gegevens uit trendtellingen van de populaties van in het wild levende dieren in het gebied waarop een faunabeheerplan van toepassing is. Ook leveren zij gegevens over de aantallen dieren, onderscheiden naar soort, die zij binnen het werkgebied van de faunabeheereenheid hebben gedood.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_203" eId="artrecital__content_209">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(eisen wildbeheereenheden)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De werkgebieden van de wildbeheereenheden moeten van voldoende omvang zijn om effectief invulling te geven aan de werkzaamheden. Of het werkgebied groot genoeg is, hangt af van de grootte van de leefgebieden van de diersoorten die worden beheerd op grond van het faunabeheerplan. Als de werkgebieden van de wildbeheereenheden te klein zijn, zal de uitvoering van het beheer onvoldoende samenhangend zijn en onvoldoende kunnen worden geco&#246;rdineerd. In het grootste deel van de wildbeheereenheden van Overijssel wordt populatiebeheer van ree-wild uitgevoerd. Voor een samenhangend beheer van het ree is een minimale oppervlakte van 5000 hectare een vaak gehanteerde maatstaf. Ook voor andere diersoorten die veelvuldig schade veroorzaken, biedt deze oppervlakte voordelen voor samenhangend en doeltreffend beheer en schadebestrijding.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ook is bepaald dat het werkgebied van een wildbeheereenheid aangesloten moet zijn en geheel binnen de provincie Overijssel moet liggen. Provincies hanteren verschillende regels voor faunabeheer en schadebestrijding. Bij grensoverschrijdende wildbeheereenheden zou dit ertoe leiden dat er in &#233;&#233;n wildbeheereenheid verschillende regels gelden. Dat is ongewenst.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_204" eId="artrecital__content_210">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aansluiting jachtaktehouders)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In art. 8.2, eerste lid van de Omgevingswet is bepaald dat jachthouders met een jachtakte zich verplicht moeten organiseren in een wildbeheereenheid. De wildbeheereenheid heeft de rechtsvorm van een vereniging. In Overijssel zijn meerdere wildbeheereenheden actief. Met dit artikel van de verordening wordt geregeld bij welke wildbeheereenheid of wildbeheereenheden de jachthouder zich aan moet sluiten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van artikel 8.2, vijfde lid, van de Omgevingswet kunnen Provinciale Staten jachthouders onder voorwaarden uitzonderen van het lidmaatschap van de wildbeheereenheden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor grote terrein beherende organisaties heeft de verplichting zich aan te sluiten bij wildbeheereenheden weinig meerwaarde. Gelet op de aard van deze organisaties en het feit dat deze organisaties als regel vertegenwoordigd zullen zijn in het bestuur van de faunabeheereenheid, is een samenhangend en verantwoord beheer van hun terreinen verzekerd.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_205" eId="artrecital__content_211">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.9</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(gegevensverzameling)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor het faunabeheerplan moeten op grond van de Omgevingsverordening gegevens verzameld worden. Deze gegevens zijn van belang voor de onderbouwing van de verlening van omgevingsvergunningen voor flora- en fauna-activiteiten die afgegeven worden voor beheer en schadebestrijding. Deze gegevens worden voor een belangrijk deel verzameld door de wildbeheereenheden en hun leden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_206" eId="artrecital__content_212">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.10</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(be&#235;indiging lidmaatschap)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Als niet gehandeld wordt volgens een faunabeheerplan of als gehandeld wordt in strijd met de voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, dan kan aanleiding zijn om het lidmaatschap van een wildbeheereenheid te be&#235;indigen. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de jachthouder die het betreft. De jachthouder kan dan geen omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit krijgen. Het is het bestuur van de wildbeheereenheid dat kan besluiten om het lidmaatschap te be&#235;indigen voor een daarbij te bepalen periode. Het bestuur van een wildbeheereenheid vraagt bij het voornemen om het lidmaatschap (tijdelijk) te be&#235;indigen advies aan het bestuur van de faunabeheereenheid. Het is immers de faunabeheereenheid die, op grond van feiten, kan beoordelen of het handelen van een lid van een wildbeheereenheid inderdaad in strijd is met een door de faunabeheereenheid opgesteld faunabeheerplan.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_207" eId="artrecital__content_213">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.11</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(geschillenregeling)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De wildbeheereenheden hebben een gezamenlijke geschillenregeling, onder meer om geschillen over be&#235;indiging van het lidmaatschap te behandelen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_208" eId="artrecital__content_214">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Paragraaf</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.1.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Tegemoetkoming faunaschade</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In artikel 15.53, eerste lid van de Omgevingswet is bepaald dat Gedeputeerde Staten op verzoek van een belanghebbende een tegemoetkoming verlenen in schade die is aangericht door natuurlijk in het wild levende dieren. In artikel 9.3 van het Omgevingsbesluit zijn de soorten aangewezen waarvoor een tegemoetkoming in schade kan worden gevraagd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Aangewezen zijn:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst wId="pv23_80__artrecital__content_208__list_1" eId="artrecital__content_214__list_1" type="expliciet">
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_208__list_1__item_a" eId="artrecital__content_214__list_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_208__list_1__item_b" eId="artrecital__content_214__list_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; en</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv23_80__artrecital__content_208__list_1__item_c" eId="artrecital__content_214__list_1__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>soorten, genoemd in bijlage IX, onder A, bij het Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Niet alle schade komt voor een tegemoetkoming in aanmerking. Alleen schade die redelijkerwijs niet of niet geheel voor rekening van de aanvrager behoort te blijven (artikel 15.53, tweede lid Omgevingswet). Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald. Gedeputeerde Staten hanteren beleidsregels voor de invulling van deze bevoegdheid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De gezamenlijke provincies hebben er bij de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming voor gekozen om het verlenen van tegemoetkomingen in faunaschade te mandateren aan BIJ12. Dat is de uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies en een onderdeel van het Interprovinciaal Overleg. Uit oogpunt van effici&#235;ntie is gekozen voor een landelijke uitvoering met &#233;&#233;n loket en gebundelde kennis. Zo wordt uniformiteit in de uitvoering over heel Nederland nagestreefd. Gedeputeerde Staten hebben de bevoegdheden voor het verlenen van tegemoetkomingen gemandateerd aan de directeur BIJ12.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_209" eId="artrecital__content_215">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.12</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(indiening aanvraag tegemoetkoming)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Lid 1</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Indienen van een aanvraag om tegemoetkoming in de schade wordt gedaan via het internet. Er is hiervoor een formulier beschikbaar op de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Met dit formulier komt de aanvraag om tegemoetkoming in de schade terecht bij de uitvoeringsorganisatie BIJ12.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:strong>Lid 3</tekst:strong>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De schade moet zo snel mogelijk (binnen 7 werkdagen) worden gemeld. De uitvoeringsorganisatie BIJ12 kan dan een taxateur ter plaatse een onderzoek laten instellen naar de schadeveroorzakende diersoorten en de omvang van de schade. Dit onderzoek moet dit op zo kort mogelijke termijn plaatsvinden. Aanvragen die later dan 7 werkdagen na constatering van de schade zijn ingediend worden afgewezen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onder werkdagen worden verstaan: maandag tot en met vrijdag met uitzondering van algemeen erkende feestdagen als bedoeld in de Algemene termijnenwet.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_210" eId="artrecital__content_216">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.13</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(taxatie schade)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel regelt in samenhang met de beleidsregels de wijze waarop de schade wordt vastgesteld. Op het moment dat de aanvraag compleet is en aan alle voorwaarden voldoet, wordt door BIJ12 een taxateur ingeschakeld om een onderzoek in te stellen en de omvang van de schade op te nemen. Deze opdracht wordt uitgevoerd door een onafhankelijk taxatiebureau. In principe neemt de taxateur, na het ontvangen van de opdracht, binnen zeven werkdagen contact met op me de aanvrager. De taxateur plant dan een afspraak in om de schade vast te stellen. Niet eerder dan na de eindtaxatie mag de aanvrager het gewas, de teelt of de producten, waarop de aanvraag om tegemoetkoming betrekking heeft, oogsten of op een andere manier van zijn bedrijf afvoeren.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_211" eId="artrecital__content_217">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>6.14</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(opmerkingen over het taxatierapport)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De taxateur zal zijn bevindingen direct na de eindtaxatie bij de grondgebruiker achter laten of deze zo spoedig mogelijk toesturen. De aanvrager kan via het digitale systeem zijn opmerkingen over de taxatie doorgeven. Vervolgens zal de taxateur die opmerkingen van commentaar voorzien en is de aanvrager in de gelegenheid kennis te nemen van het commentaar van de taxateur. Het digitaal aanvraagsysteem werkt met een formulier. De mogelijkheid om dit per post of e-mail te doen blijft ook open staan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De opmerkingen over het taxatierapport moeten binnen acht werkdagen worden doorgegeven. Onder werkdagen worden verstaan: maandag tot en met vrijdag met uitzondering van algemeen erkende feestdagen als bedoeld in de Algemene termijnenwet.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_212" eId="artrecital__content_218">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(oogmerk)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel legt een verband met de provinciale beleidsdoelen voor Twente Airport, zoals verwoord in paragraaf 10.5.1.4.1 van de Omgevingsvisie Overijssel.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_213" eId="artrecital__content_219">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(luchtvaartbesluit en definities Wet luchtvaart)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel legt de status van de regeling in de Omgevingsverordening voor Twente Airport vast. De regels in dit hoofdstuk gelden als luchthavenbesluit als bedoeld in artikel 8.43, eerste en tweede lid van de Wet luchtvaart. Ook regelt dit artikel dat begrippen uit de Wet luchtvaart en het Besluit burgerluchtvaart ook van toepassing zijn op dit hoofdstuk. Aanvullende begripsbepalingen zijn opgenomen in bijlage I van deze verordening.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_214" eId="artrecital__content_220">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel maakt de opbouw van dit hoofdstuk duidelijk. Paragraaf 7.2 richt zich op de activiteiten op de luchthaven zelf. Het regelt het luchtvaartverkeer en legt plichten van de exploitant van de luchthaven vast. Paragraaf 7.3 richt zich op activiteiten in de omgeving van de luchthaven en legt beperkingen op aan diverse activiteiten en functies die gevolgen kunnen hebben voor het functioneren van de luchthaven.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_215" eId="artrecital__content_221">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(luchthaven Twente Airport)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel legt vast welke percelen worden gerekend tot de luchthaven Twente Airport.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_216" eId="artrecital__content_222">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanwijzing luchthavengebied Twente Airport)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel legt in samenhang met kaart-<tekst:IntRef ref="cmp_16__div_1__content_4">Bijlage XVI - V-2</tekst:IntRef> vast wat onder het luchthavengebied wordt verstaan. In artikel 47, tweede lid in samenhang met artikel 8.5 4e lid van de Wet luchtvaart is vastgelegd, dat het luchthavengebied en de hierna te behandelen beperkingengebieden elkaar niet mogen overlappen. Dit betekent, dat de regels, die in die beperkingengebieden gelden dus niet van toepassing zijn binnen het luchthavengebied.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_217" eId="artrecital__content_223">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(start- en landingsbanen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel beschrijft de richting en de lengte van de start- en landingsbanen van de luchthaven. De baanlengte van 2406 meter van de verharde baan is nodig om de vliegtuigen te kunnen laten landen en starten voor de bedrijvigheid gericht op het ontmantelen en recyclen (End of Life) en voor grotere business jets.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_218" eId="artrecital__content_224">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(luchthavenverkeer)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit artikel regelt welk soort verkeer toegestaan is op de luchthaven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het tweede lid is bepaald dat naast burgerluchtverkeer, vliegbewegingen zijn toegestaan voor militaire vluchten, mits deze een humanitair, militair of maatschappelijk doel hebben. Bij meerdere regionale luchthavens is een dergelijke bepaling van kracht.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_219" eId="artrecital__content_225">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(grenswaarden voor geluidsbelasting)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Met dit artikel worden de grenswaarden vastgelegd die een begrenzing vormen van de hoeveelheid geluidbelasting die de op de luchthaven startende en landende vliegtuigen binnen een gebruiksjaar mogen produceren. Daarmee is de maximale milieugebruiksruimte van de luchthaven bepaald.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De grenswaarden zijn vastgelegd in de vorm van een getalswaarde in dB(A) Lden op een handhavingspunt. In artikel 8 van het Besluit Burgerluchthavens is bepaald, dat de handhavingspunten moeten zijn gelegen op een afstand van 100 meter aan weerszijden van de start- en landingsbaan (zie kaart V-2).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij een overschrijding van de grenswaarde zijn Gedeputeerde Staten, gelet op artikel 8.45, eerste lid van de Wet luchtvaart, verplicht maatregelen te treffen, die naar hun oordeel bijdragen aan het terugdringen van de geluidbelasting van het luchthavenverkeer binnen de grenswaarden. Een maatregel kan worden ingetrokken als weer aan de grenswaarden wordt voldaan door bijvoorbeeld aanpassingen in het gebruik van de luchthaven door te voeren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de handhaving rapporteert de exploitant elk kwartaal aan Gedeputeerde Staten over het verloop van de geluidbelasting binnen de handhavingspunten, zoals dat is bepaald in de Regeling Burgerluchthavens.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_220" eId="artrecital__content_226">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.9</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(openingstijden)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit artikel is de periode aangegeven waarbinnen door startende en landende vliegtuigen gebruik van de luchthaven kan worden gemaakt. De luchthaven is geopend van 6.00 tot 23.00 uur. Voor de uren tussen 24.00 en 6.00 uur geldt een verbod voor het landen en opstijgen met luchtvaartuigen. De openingstijd tussen 6.00 en 7.00 uur in de ochtend is nodig om als luchthaven aantrekkelijk te zijn voor Business Aviation. Datzelfde geldt ook voor de tijd tussen 19.00 en 23.00 uur in de avond.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Buiten bovengenoemde openingstijden mag exploitant alleen toestemming verlenen voor incidenteel gebruik van de luchthaven, dat wil zeggen op maximaal 12 dagen per jaar. Dit houdt in, dat het in uitzonderingsgevallen (12 dagen per jaar) voor zakelijk verkeer tussen 23.00 en 24.00 uur mogelijk is om 2 vliegbewegingen uit te voeren. Met die grens van 12 dagen is aansluiting gezocht bij de 12-dagenregeling uit Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening en het Activiteitenbesluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het vierde lid wordt op de openingstijden alleen een algemene uitzondering gemaakt voor luchtvaartuigen, die in nood verkeren. Hieronder worden verstaan situaties waarbij de veiligheid van het luchtverkeer, of de veiligheid op de grond in het geding is. Bij luchtvaartuigen die worden ingezet voor reddingsacties of hulpverlening kan onder meer gedacht worden aan donorvluchten, medische vluchten, vluchten met hulpgoederen, politievluchten of een vlucht van een traumahelikopter.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor alle vliegbewegingen buiten de in het eerste lid genoemde openingstijden geldt, dat deze in een kwartaal overzicht aan Gedeputeerde Staten worden gerapporteerd onder vermelding van het type vliegtuig en de bijbehorende motivering voor het landen of opstijgen buiten de geldende openingstijden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_221" eId="artrecital__content_227">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.10</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(gebruiksjaar)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het gebruiksjaar van de luchthaven omvat een aaneengesloten periode van 12 kalendermaanden en is van belang voor de handhaving van de grenswaarden voor de maximaal toelaatbare geluidbelasting, die in dit besluit wordt vastgelegd. Deze grenswaarden worden berekend over het gehele gebruiksjaar van de luchthaven.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_222" eId="artrecital__content_228">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.11</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanwijzing beperkingengebiedactiviteiten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit artikel worden de activiteiten benoemd waaraan beperkingen worden gesteld omdat die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gebruiksmogelijkheden van de luchthaven. Deze activiteiten worden voor bepaalde gebieden beperkt.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_223" eId="artrecital__content_229">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.12</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(aanwijzing beperkingengebieden)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit artikel zijn de gebieden aangewezen waarvoor vanuit diverse aspecten beperkingen gelden voor functies en activiteiten die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gebruiksmogelijkheden van de luchthaven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Aandachtsgebieden voor externe veiligheid</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De aandachtsgebieden in verband met externe veiligheidsrisico's zijn weergegeven op kaart in bijlage XVI-V-3. Luchtverkeer naar en van de luchthaven brengt in het kader van externe veiligheid risico's voor de omgeving met zich mee. Deze risico's zijn onderzocht en in het Milieueffectrapport in beeld gebracht volgens de daarvoor geldende methode.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het vastleggen van de beperkingengebieden op basis van de 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risicocontouren vindt zijn grondslag in artikel 8.47, eerste lid van de Wet luchtvaart en artikel 9 van het Besluit Burgerluchthavens (BBL). Op grond van artikel 8.47, derde lid van de Wet luchtvaart dienen binnen deze beperkingengebieden in het luchthavenbesluit regels voor de toegedeelde functie en het gebruik van de grond te worden vastgesteld. De regels die in deze gebieden gelden zijn gebaseerd op de artikelen 10 en 11 van het Besluit Burgerluchthavens. De methode, die wordt gebruikt voor de bepaling van de 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risicocontouren wordt weergegeven in artikel 5 van de Regeling Burgerluchthavens (RBL).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij Twente Airport ligt de 10-5 plaatsgebonden risicocontour in zijn geheel binnen het luchthaven-gebied. De anders geldende regels zijn hier niet van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De 10-6 plaatsgebonden risicocontour ligt deels buiten het luchthavengebied. In de zone tussen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour en de grens van het luchthavengebied liggen geen woningen of kwetsbare gebouwen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Aandachtsgebieden voor geluidsbelasting</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De aandachtsgebieden in verband met de geluidbelasting zijn weergegeven op kaart in bijlage XVI-V-4. Het luchthavenverkeer naar en van de luchthaven brengt geluidbelasting met zich mee voor de omgeving. Deze geluidbelasting is onderzocht en in het Milieueffectrapport in beeld gebracht volgens de daarvoor geldende methode. De regels die in de omgevingsplannen moeten worden opgenomen voor de functie en het gebruik van de grond vanwege de geluidbelasting, zijn gebaseerd op artikel 12 van het Besluit Burgerluchthavens.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De 70 dB(A) Lden-geluidcontour ligt geheel binnen het luchthavengebied, zodat de anders geldende beperkingen voor woningen en geluidsgevoelige gebouwen hier niet van toepassing zijn. Dit geldt eveneens voor de 56 dB(A) Lden-contour.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van artikel 9, aanhef en onderdeel b van het Besluit Burgerluchthavens dient in het luchthavenbesluit ook de 48 dB(A) ) Lden-geluidcontour vanwege het luchthavenluchtverkeer te worden opgenomen. In het gebied binnen deze contour en het luchthavengebied geldt geen specifiek in het kader van het Besluit Burgerluchthavens voorgeschreven ruimtelijk regime, maar dient het bevoegd gezag op grond van artikel 19 van het Besluit Burgerluchthavens (BBL) een integrale afweging te maken over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in verhouding tot het gebruik van de luchthaven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Beperkingengebieden veiligheid</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De beperkingengebieden voor veiligheid bevinden zich in het verlengde van de verharde start- en landingsbanen op de luchthaven en zijn weergegeven op kaart in bijlage XVI-V-5. De grondslag voor het vastleggen van veiligheidsgebieden wordt gevormd door artikel 9 (onderdeel e) van het Besluit Burgerluchthavens. De beoordelingsregels, die hier gelden, zijn gebaseerd op artikel 13 van dit Besluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uit artikel 7 van de Regeling Burgerluchthavens vloeit voort dat het veiligheidsgebied een breedte moet hebben van 150 meter en een lengte van 840 meter vanaf de korte zijde van de strook rond de baan, de zogeheten Runway strip.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regels in dit luchthavenbesluit gelden alleen voor het buiten het luchthavengebied gelegen deel van het veiligheidsgebied. Voor het deel dat binnen het luchthavengebied is gelegen zijn de regels op grond van het door de Inspectie Leefomgeving en Transport te verlenen Veiligheidscertificaat van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Hoogtebeperkingen voor vliegveiligheid</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>De beperkingengebieden in verband met vliegveiligheid zijn weergegeven op de kaarten in bijlage XVI-V-6. Het betreft gebieden (hoogtebeperkingsvlakken), die voor een veilig gebruik van de voor de luchthaven geldende naderings- en vertrekroutes vrijgehouden moeten worden van nieuwe te hoge gebouwen en andere obstakels. Op deze manier kan worden voorkomen dat deze routes in de toekomst onbruikbaar worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De grondslag voor het vaststellen van deze obstakelvlakken wordt gevormd door artikel 9 (onderdeel f) van het Besluit Burgerluchthavens. De ruimtelijke regels zijn opgenomen in artikel 14 van dit Besluit. De wijze waarop deze obstakelvlakken moeten worden bepaald is vastgelegd in artikel 8 van de Regeling Burgerluchthavens. In deze regeling wordt op een aantal punten verwezen naar hoofdstuk 4 van deel I (Aerodromes Design and Operations) van bijlage 14 bij het ICAO-verdrag.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de Luchthaven Twente zijn instrument nadering- en vertrekprocedures ontworpen. Voor de baan 05 en 23 zijn deze gebaseerd op geleiding door satellietnavigatiesystemen. Voor het obstakelbeheer buiten het luchthavengebied zijn onderstaande obstakelvlakken relevant:</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:u>Obstakel Limitatie vlakken (zie ook bijlage XVI-V-6A) </tekst:u>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>A1 Het binnenste horizontale vlak (Inner Horizontal Surface (IHS) - op 45m hoogte boven het referentiepunt en met een straal van 4 km vanaf de verharde baan - voor de bescherming van het luchtruim voor het visueel manoeuvreren van naderend verkeer, alvorens te landen;</tekst:Al>
		<tekst:Al>A2 Het buitenste horizontale vlak (Outer Horizontal Surface (OHS) - op 150m hoogte boven het referentiepunt en met een straal van 15 km vanaf de verharde baan- voor de bescherming van het luchtruim om de luchthaven te kunnen aanvliegen;</tekst:Al>
		<tekst:Al>A3 Het conische vlak als verbinding tussen IHS en OHS (Conical Surface) van 45m met een hellingshoek van 5% oplopend tot 150 m hoogte en met een straal van 4 tot 6,1km).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het referentiepunt voor bepaling van bovenstaande IHS en OHS heeft een hoogte van 30,05 m +NAP.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:u>Obstakelvlakken voor naderings- en vertrekroutes (zie ook bijlagen XVI-V-6B) </tekst:u>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>B1 Het naderingsvlak (Approach Surface) - in het verlengde van de verharde baan en met een hellingshoek van 2% tot 3.000m, begint 60 meter vanaf de drempel en met een breedte van 300 meter en divergeert met 15%, vervolgens met een helling van 2,5% tot 6.600m en van 6.600m tot 15.000m is er sprake van het horizontale deel van de Approach Surface - voor de bescherming van luchtruim voor landend verkeer;</tekst:Al>
		<tekst:Al>B2 Overgangsvlak (Transitional Surface) - aan weerszijden van de verharde baan en met een hellingshoek van 14.3 % vanaf 150 meter uit het midden van de baan en tot 60 meter voorbij de baandrempels - voor de bescherming van luchtruim aan weerszijden van de baan c.q. voor het opvangen van laterale afwijkingen van landend verkeer;</tekst:Al>
		<tekst:Al>B3 Start- en klimvlak (Take-off climb Surface) - in het verlengde van de verharde baan en met een hellingshoek van 2%, begint 60 meter vanaf de drempel met een breedte van 180 meter en divergeert met 12,5% tot 1.200 m breedte en een maximumlengte van 15.000 meter - voor de bescherming van luchtruim voor opstijgend verkeer.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Gebieden met beperkingen voor vogelaantrekkende functies en grondgebruik</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het beperkingengebied in verband met vogelaantrekkende bestemmingen en grondgebruik is weergegeven op kaartbijlage XVI-V-7.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De grondslag voor dit beperkingengebied wordt gevormd door artikel 9 (onderdeel h) en 16 van het Besluit Burgerluchthavens. Op grond daarvan is in dit besluit een beperkingengebied vastgesteld van 6 kilometer rondom de verharde start- en landingsbaan, waarin nieuwe gevallen van het verrichten of toelaten van activiteiten die een sterke vogelaantrekkende werking hebben worden verboden</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:i>Laserstraalvrije gebieden</tekst:i>
								</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het gebruik van lasers kan van invloed zijn op de luchtvaartveiligheid. De hiervan afkomstige lichtbundel kan afleidend, misleidend, hinderlijk of verstorend zijn. In het geval dat de vliegers in (oog)contact komen met de lichtbundel kan dit leiden tot een schrikreactie, tijdelijke verblinding en in uitzonderlijke gevallen zelfs blindheid. Met name in de buurt van luchthavens is het effect van laserlicht het grootst aangezien de vliegtuigen daar relatief laag vliegen en als gevolg daarvan dichter bij de lichtbron zijn. Het risico is het grootst tijdens de nadering. Hierbij bevindt het vliegtuig zich in een van de meest kritieke fasen van de vlucht. Tijdens deze vluchtfase wordt door vliegers naar buiten gekeken voor visuele referentie. Wanneer de bemanning hierbij wordt afgeleid, gehinderd of zelfs verblind kan dit de veiligheid sterk be&#239;nvloeden. In uitzonderlijke situaties kan dit leiden tot luchtvaartongevallen. Om het risico van lasers op de luchtvaartveiligheid te beperken, wordt, gelet op artikel 9, onderdeel i, van het Besluit Burgerluchthavens, een laserstraalvrij gebied vastgesteld rondom de luchthaven. Het laserstraalvrije gebied is bepaald in overeenstemming met artikel 10 van de Regeling Burgerluchthavens.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_224" eId="artrecital__content_230">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.13</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(verbod nieuwbouw in aandachtsgebieden externe veiligheid)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Nieuwbouw van gebouwen die geen bedrijfswoningen zijn, is in aandachtsgebieden voor externe veiligheid in principe niet toegestaan. Uitzondering daarop is alleen mogelijk als Gedeputeerde Staten bereid zijn om hiervoor een advies met instemming af te geven. Dit in het kader van de voor de bouw te verlenen omgevingsvergunning. Bij het beoordeling van de aanvraag voor de advies met instemming geven Gedeputeerde Staten toepassing aan artikel 11, derde lid van het Besluit Burgerluchthavens, dat met name voor de bouw van woningen en kwetsbare gebouwen alleen beperkte mogelijkheden biedt.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_225" eId="artrecital__content_231">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.14</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(verbod nieuwbouw geluidgevoelige bebouwing in aandachtsgebieden geluidbelasting)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Vanwege de belangen van welzijn en volksgezondheid is het niet wenselijk, dat direct buiten het luchthavengebied nieuwe geluidgevoelige functies worden ontwikkeld. Daarom wordt rekening gehouden met een aandachtsgebied tussen de 48 dB(A) Lden-contour en de grens van het luchthavengebied, waarbinnen de provincie nieuwbouw van woningen en andere geluidgevoelige functies zoals scholen, ziekenhuizen en verpleeginrichtingen niet aanvaardbaar acht. Bij uitzondering kan in deze zone bouw van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige bebouwing worden toegestaan als het gaat om vervangende nieuwbouw van bebouwing die al op de locatie zelf aanwezig is of om 'verplaatsing' van bebouwing elders binnen de zone als daardoor de geluidsbelasting als gevolg van het luchthavenluchtverkeer zal afnemen. Een dergelijke uitzondering is alleen mogelijk als Gedeputeerde Staten bereid zijn om hiervoor een advies met instemming af te geven (art. 8.47, 2e lid, jo art. 8.9, 3e t/m 5e lid van de Wet luchtvaart). Dit in het kader van de voor de bouwactiviteit te verlenen omgevingsvergunning. Gedeputeerde Staten verstrekken deze verklaring pas, nadat de Inspectie leefomgeving en transport namens de Minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van veilig gebruik luchtruim hebben afgegeven.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_226" eId="artrecital__content_232">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.15</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(verbod obstakels in beperkingengebieden veiligheid)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De voorwaarden in de beperkingengebieden veiligheid werken door als rechtsstreeks werkende regels die ervoor dat er geen nieuwe belemmeringen bijkomen die schade aan vliegtuigen en bemanning kunnen toebrengen bij het doorschieten of te vroeg landen. In het veiligheidsgebied zijn obstakels en hellingen toegestaan, als ze zijn opgericht, geplaatst of aangelegd in overeenstemming met een omgevingsvergunning voor een bouw- of aanlegactiviteit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In beginsel zijn in het veiligheidsgebied gelden er eisen aan de vlakheid van het terrein en zijn obstakels niet toegestaan, tenzij deze breekbaar en licht van constructie zijn. Obstakels die desondanks in het veiligheidsgebied mogen blijven staan of mogen worden opgericht moeten voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen in de hoofdstukken 2, 3,4 en 7 van het ICAO DOC 9157 Aerodrome Design Manual, part 6, dat als bijlage 4 in de Regeling Burgerluchthavens is opgenomen. ICAO staat voor International Civil Aviation Organisation, een internationale organisatie voor burgerluchtvaart. Het bovenstaande betekent, dat binnen veiligheidsgebieden steeds bezien moet worden of nieuwe obstakels (bouwwerken, maar ook straatmeubilair en bomen) of werk of werkzaamheden die leiden tot nieuwe hoogteverschillen toelaatbaar zijn. Bij hoogteverschillen moet gedacht worden aan greppels, sloten, aarden wallen, etc..</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bestaande obstakels en hellingen kunnen gelet op artikel 7.15, tweede lid, onder b, blijven staan als deze op het moment van inwerkingtreding van het luchthavenbesluit rechtmatig aanwezig waren. Dit betekent, dat hiervoor een omgevingsvergunning is verleend.<tekst:br/>Voor nieuwe obstakels geldt volgens het tweede lid, onder a, dat voor het oprichten daarvan een omgevingsvergunning is vereist. Alvorens een dergelijk omgevingsvergunning te verlenen, dient het bevoegde gezag een advies met instemming aan te vragen bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten verstrekken dit advies pas, nadat de Inspectie leefomgeving en transport namens de Minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van veilig gebruik luchtruim hebben afgegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het oprichten van obstakels in de vorm van bomen en andere obstakels valt niet onder het vereiste van een omgevingsvergunning. De tot 1 juli 2016 geldende regels leiden ertoe, dat als gevolg van dit luchthavenbesluit een aantal bomen en struiken zou moeten worden verwijderd. Omdat dergelijke maatregelen niet altijd bijdragen aan het waarborgen van de veiligheid is sinds 1 juli 2016 een wijziging van het Besluit Burgerluchthavens van kracht 1). Op grond van die wijziging is artikel 7.15, tweede lid onder c opgenomen. Na die wijziging zijn bomen en struiken ook toegestaan, tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport na een verzoek van exploitant beoordeelt, dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert. Nieuwe te plaatsen objecten moet minimaal worden voldaan aan de voorwaarde dat deze licht van gewicht en breekbaar zijn uitgevoerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>1) Wijziging van het Besluit Burgerluchthavens en de Regeling Toezicht Luchtvaart, Staatsblad nr. 120, d.d. 16 maart 2016</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_227" eId="artrecital__content_233">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.16</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(hoogtebeperkingen voor vliegveiligheid)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het oprichten van obstakels in de vorm van bomen of struiken valt niet onder het vereiste van een omgevingsvergunning. De tot 1 juli 2016 geldende regels leiden ertoe, dat als gevolg van dit luchthavenbesluit een aantal bomen zou moeten worden gekapt of getopt. Omdat dergelijke maatregelen niet altijd bijdragen aan het waarborgen van de vliegveiligheid is per 1 juli 2016 een wijziging van het Besluit Burgerluchthavens van kracht geworden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van die wijziging is in artikel 7.16, tweede lid, onderdeel c een uitzondering opgenomen waarmee bestaande doorsnijdingen van bovengenoemde vlakken onder A en B kunnen worden toegestaan. Bestaande doorsnijdingen in de vorm van bomen of struiken zijn toegestaan, tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport heeft beoordeeld, dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico oplevert voor de vliegveiligheid en leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast bovenstaande obstakelvlakken gelden ook voor de onverharde baan (05z-23z) op grond van de artikelen 29 en 30 van de Regeling Veilig Gebruik Luchthavens en andere Terreinen (RVGLT) de eis een zone langs de baan obstakelvrij te houden. Deze obstakelvlakken vallen binnen bovengenoemde obstakelvlakken of zijn daaraan gelijk en daarom zijn daarvoor geen regels opgenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit artikel leidt ertoe, dat gemeenten voor deze gebieden in hun omgevingsplannen bovenstaande obstakelvlakken hoogtebeperkingen moeten opnemen, op grond waarvan het oprichten of verhogen van obstakels kan worden tegengegaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor al aanwezige obstakels geldt, dat deze alleen kunnen blijven staan, als v&#243;&#243;r inwerkingtreding van het luchthavenbesluit voor het obstakel een omgevingsvergunning is verleend. Nieuwe obstakels, die door hoogtebeperkingsvlakken heen steken, zijn alleen toelaatbaar, als hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Voordat een dergelijk omgevingsvergunning kan worden verleend, moet het bevoegde gezag een advies met instemming aanvragen bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten verstrekken dit advies met instemming alleen nadat de Inspectie Leefomgeving en Transport namens de Minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van veilig gebruik luchtruim heeft afgegeven (Wet Luchtvaart, art. 8.49, tweede lid).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_228" eId="artrecital__content_234">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.17</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(verbod op vogelaantrekkende functies en grondgebruik)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Aanvaringen tussen luchtvaartuigen en vogels vormen een re&#235;el gevaar voor de luchtvaart. Dit geldt met name in de buurt van luchthavens die worden gebruikt door snelle luchtvaartuigen, zoals straalvliegtuigen. Vogels hebben bij dit soort vliegtuigen weinig tijd om uit te wijken. Het vogelaanvaringsgevaar wordt daarbij versterkt door de aanwezigheid van gebieden met een sterke vogelconcentratie in de nabijheid van de luchthaven. In artikel 16 van het Besluit Burgerluchthavens zijn activiteiten opgenomen waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat deze - door te dienen als locatie met voedselaanbod, rustplaats of slaapplaats - grote vogelconcentraties kunnen aantrekken, zoals viskwekerijen met extramurale bassins. Het toevoegen van zaken of activiteiten, die een sterke aantrekkingskracht op vogels hebben, kan de situatie op en rond de luchthaven verslechteren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Omdat een verbod op het verrichten of toelaten van activiteiten met een mogelijkerwijs vogel-aantrekkende werking te strikt is, is in het Besluit Burgerluchthavens aangegeven dat een uitzondering op deze regel mogelijk is. Uit een studie naar de vogelaantrekkende werking van nieuwe te verrichten of toe te laten activiteiten moet dan blijken, dat deze zo gering is dat deze geen onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert. De mate van vogelaantrekkende werking van de voorgenomen nieuwe ontwikkeling zal sterk afhangen van de soort van activiteit en van locatie en de afstand tot de (baan van de) luchthaven. Het is de initiatiefnemer die de studie naar de vogelaantrekkende werking zal moeten uitvoeren. De initiatiefnemer zal moeten aantonen dat als gevolg van de nieuwe ontwikkeling het risico op vogelaanvaringen niet toeneemt. De gemeente is de instantie die omgevingsplannen vaststelt en handhaaft. Activiteiten mogen niet in strijd met het omgevingsplan plaatsvinden. Bij het aanvragen van een vergunning voor mogelijk vogelaantrekkende activiteiten is de gemeente het bevoegd gezag voor toetsing aan het omgevingsplan. De gemeente zal dus moeten beslissen of uit de studie blijkt dat de voorgenomen activiteit al dan niet leidt tot een onaanvaardbaar risico op vogelaanvaringen voor vliegtuigen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een al bestaande of toegelaten activiteit binnen de genoemde categorie&#235;n is wel toegestaan als de verrichte of toegelaten activiteit rechtmatig is op het moment van inwerkingtreding van dit luchthavenbesluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Regeling Burgerluchthavens kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop een studie naar vogelaantrekkende werking moet worden uitgevoerd.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv23_80__artrecital__content_229" eId="artrecital__content_235">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>7.18</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(verbod op laserstralen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Binnen laserstraalvrije gebieden is het gebruik van vaste laserinstallaties, die een verstorend effect kunnen hebben op de vliegveiligheid, verboden. Een al bestaande of toegelaten activiteit is wel toegestaan als die activiteit rechtmatig is op het moment van inwerkingtreding van het luchthavenbesluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wanneer iemand binnen dit gebied van plan is om een lasershow of lichtshow te organiseren of lichten te plaatsen die in het luchtruim schijnen, dan dient hij of zij dit voornemen ter toetsing voor te leggen aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT). Dit betreft zowel tijdelijke als permanente opstellingen. Op grond van deze toetsing kan ILenT besluiten niet in te stemmen met de lichtopstelling of kan zij voorwaarden stellen of beperkingen opleggen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Wanneer ILenT instemt met de lichtopstelling zal dit ook bekend worden gemaakt door middel van een luchtvaartpublicatie <tekst:sup>2</tekst:sup>).</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv23_80__artrecital__content_229__img_1" eId="artrecital__content_235__img_1">
		  <tekst:Illustratie hoogte="236" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150" naam="jpg_9bf3588d-b492-4ed4-9b87-7985c07b34ee.jpg"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>Verharde baan; in de voorgrond de Runway Safety End Area</tekst:Al>
		<tekst:Al>
									<tekst:sup>2</tekst:sup>) Ministerie van Infrastructuur &amp; Milieu, Informatiebulletin lasers en lichten met hoge intensiteit in relatie tot luchtvaart, d.d.10 juli 2012.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:ArtikelgewijzeToelichting>
	</tekst:Toelichting>
      </tekst:RegelingCompact>
    </lvbbu:RegelingVersie>
    <lvbbu:AnnotatieBijToestand>
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR706717</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR706717/nld@2025-05-01</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_006</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:heeftCiteertitelInformatie>
	  <data:CiteertitelInformatie>
	    <data:citeertitel>Omgevingsverordening provincie</data:citeertitel>
	    <data:isOfficieel>true</data:isOfficieel>
	  </data:CiteertitelInformatie>
	</data:heeftCiteertitelInformatie>
	<data:eindverantwoordelijke>/tooi/id/provincie/pv23</data:eindverantwoordelijke>
	<data:grondslagen>
	  <data:grondslag>
	    <data:TekstReferentie>
	      <data:uri>jci1.3:c:BWBR0037885&amp;artikel=2.6</data:uri>
	      <data:label>Artikel 2.6 Omgevingswet</data:label>
	      <data:soortRef>JCI</data:soortRef>
	    </data:TekstReferentie>
	  </data:grondslag>
	</data:grondslagen>
	<data:maker>/tooi/id/provincie/pv23</data:maker>
	<data:officieleTitel>Omgevingsverordening provincie</data:officieleTitel>
	<data:onderwerpen>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_9af4b880</data:onderwerp>
	</data:onderwerpen>
	<data:rechtsgebieden>
	  <data:rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</data:rechtsgebied>
	</data:rechtsgebieden>
	<data:soortRegeling>/join/id/stop/regelingtype_004</data:soortRegeling>
	<data:soortBestuursorgaan>/tooi/def/thes/kern/c_411b4e4a</data:soortBestuursorgaan>
      </data:RegelingMetadata>
    </lvbbu:AnnotatieBijToestand>
  </lvbbu:Consolidatie>
</lvbbu:Consolidaties>
