<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR705963_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit van de gemeenteraad van Wierden over de vaststelling van de Verordening afvalstoffenheffing 2024.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">algemeen verbindend voorschrift (verordening)</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2024-12-01</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-524209">gmb-2023-524209</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Afvalstoffenheffing 2024</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;lid=1&amp;g=2023-04-01">artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2023-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2024-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit van de gemeenteraad van Wierden over de vaststelling van de Verordening afvalstoffenheffing 2024.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al>De raad, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 oktober 2023;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b, van de Gemeentewet en </al><al>artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen:</al><al/><al>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024.</al><al/><al>Hoofdstuk I Algemene bepalingen</al><al/><al>Artikel 1 Inleidende bepaling</al><al>Krachtens deze verordening wordt geheven:</al><al>a.  een afvalstoffenheffing;</al><al/><al>Artikel 2 Begripsomschrijvingen</al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>a. gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al><al>b. GFT: groente-, fruit- en tuinafval;</al><al>c. PMD: plastic, metalen en drankkartons;</al><al>d. restafval: huishoudelijk afval niet zijnde GFT-afval en niet zijnde PMD;</al><al>e. mini-container: de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken, met</al><al>    verschillende volumes;</al><al>f.  verzamelcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste containers, die kunnen worden ontsloten</al><al>    door middel van chipkaarten.</al><al>g.  hoogbouw: een verzameling percelen, gesitueerd in één gebouw over verschillende   </al><al>     bouwlagen, die niet afzonderlijk mini-container(s) voor het restafval in bruikleen hebben, doch  </al><al>     gebruik kunnen maken van (een) verzamelcontainer(s), die ten behoeve van dat </al><al>     hoogbouwcomplex daar door de gemeente is/zijn geplaatst.</al><al/><al>Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit</al><al>1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel  </al><al>    15.33 van de Wet milieubeheer.</al><al>2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen  </al><al>    geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen </al><al>    10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke </al><al>    afvalstoffen geldt.</al><al/><al/><al/><al>Artikel 4 Voorwerp van de belasting</al><al>1.  Voorwerp van de belasting is een perceel.</al><al>2.  Als perceel wordt aangemerkt:</al><al>     a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16 onder a, c, d en f, van de Wet waardering</al><al>         onroerende zaken;</al><al>     b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;</al><al>     c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is</al><al>         bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al><al>     d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c</al><al>         bedoelde gedeelten daarvan bij diezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de</al><al>         omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen;</al><al>     e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van</al><al>         een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.</al><al/><al>Artikel 5 Belastingplicht</al><al>1. De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt </al><al>    recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel;</al><al/><al>Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief</al><al>1.1        vast deel van de belasting:</al><al>1.1.1     De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar                    € 189,00</al><al>1.1.2  In afwijking van het bepaalde in onderdeel 1.1.1. bedraagt de belasting per </al><al>             perceel gelegen in de hoogbouw                                   € 152,40</al><al>1.1.3  In afwijking van het bepaalde in onderdeel 1.1.1. bedraagt de belasting voor </al><al>             de percelen gesitueerd aan de Marjoleinlaan (1-91 oneven),                                      </al><al>             Acacialaan (2-40 even) Het Reggedal (2-21) en Snoekweg (1-49 oneven) die niet afzonderlijk </al><al>             mini-container(s) voor het restafval in bruikleen hebben, doch gebruik kunnen </al><al>             maken van (een) verzamelcontainer(s), die ten behoeve van                       </al><al>             genoemde woningen daar door de gemeente is/zijn geplaatst       € 152,40</al><al/><al>1.2        Variabel deel van de belasting:</al><al>             Aanbieding van containers: </al><al>             onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting </al><al>             per aanbieding van:</al><al>1.2.1     een mini-container van 140 liter, bestemd voor restafval          €   5,75 1.2.2     een mini-container van 140 liter, bestemd voor GFT-afval           €   0,00</al><al>1.2.3     een mini-container van 240 liter, bestemd voor GFT-afval           €   0,00</al><al>1.2.4     een mini-container van 240 liter bestemd voor PMD afval          €   0,00</al><al/><al>             Bij het gebruik van verzamelcontainers:</al><al>1.2.5     Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting                                             </al><al>             per aanbieding van huishoudelijk restafval:</al><al>1.2.5.1  bij een inwerptrommel              €   1,85</al><al/><al>Artikel 7 Belastingjaar</al><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/><al>Artikel 8 Wijze van heffing</al><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al><al/><al>Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</al><al>1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van </al><al>    de belastingplicht.</al><al>2. De belasting, als bedoeld in artikel 6 onder 1.2, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, </al><al>    zo dit eerder is na beëindiging van de belastingplicht.</al><al>3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd  </al><al>    voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting. De aanvang van de  </al><al>    belastingplicht is de datum van inschrijving, waarbij de maand van inschrijving voor een volle </al><al>    maand wordt gerekend.                                </al><al>4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing  </al><al>    voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting. De belastingplicht  </al><al>    eindigt op de datum van uitschrijving, waarbij de maand van uitschrijving niet in rekening wordt  </al><al>    gebracht.  </al><al>5. Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven.</al><al/><al>Artikel 10 Termijnen van betaling</al><al>1.  In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de in artikel 8 bedoelde  </al><al>     belasting worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op </al><al>     de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is </al><al>     vermeld en de tweede twee maanden later.</al><al>2.  In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet  </al><al>     verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan minder </al><al>     is dan € 2.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische  </al><al>     betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in </al><al>     zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in </al><al>     het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het  </al><al>     aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de </al><al>     laatste dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende  </al><al>     termijnen telkens een maand later.</al><al>3.  In afwijking van het tweede lid van dit artikel moeten aanslagen, die voldoen aan de daar  </al><al>     genoemde criteria, die worden opgelegd ná het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, </al><al>     worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand </al><al>     volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende </al><al>     termijnen telkens een maand later.</al><al>4.  De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden  </al><al>     gestelde termijnen. </al><al>5.  Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de  </al><al>     Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een   </al><al>     bestuurlijke boete is het in het eerste lid bepaalde van overeenkomstige toepassing.</al><al/><al>Artikel 11 Kwijtschelding</al><al>Aan de belastingschuldige die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen en conform</al><al/><al>- de uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;</al><al>- de Leidraad kwijtschelding gemeentelijke belastingen van de gemeente Wierden;</al><al/><al>waarbij 100 procent van de bijstandsuitkering wordt aangemerkt als kosten van bestaan, kan bij de invordering van de afvalstoffenheffing geheel of gedeeltelijk kwijtschelding worden verleend.</al><al/><al>Artikel 12 Overgangsrecht</al><al>1. De Verordening afvalstoffenheffing 2023, vastgesteld bij raadsbesluit van 6 december 2022,  </al><al>    nummer 22-01516, wordt ingetrokken met ingang van de in het artikel 13, tweede lid genoemde   </al><al>    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare   </al><al>    feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al/><al>Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel</al><al>Inwerkingtreding en citeertitel.</al><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al><al>2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.</al><al/><al>Artikel 14 Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing 2024”.</al><al/><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wierden d.d 4  december 2023.</al><al/><al/><al/><al>De raad voornoemd,</al><al/><al>de griffier              de voorzitter</al><al/><al/><al/><al/><al>Walter Wienk         Doret Tigchelaar</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>