<lvbbu:Consolidaties schemaversie="1.2.0" xmlns:map="http://marklogic.com/xdmp/map" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:lvbbu="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <lvbbu:Consolidatie>
    <consolidatie:ConsolidatieIdentificatie xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR705506</consolidatie:FRBRWork>
      <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_006</consolidatie:soortWork>
      <consolidatie:isConsolidatieVan>
	<consolidatie:WorkIdentificatie>
	  <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/pv22/2023/omgevingsverordening</consolidatie:FRBRWork>
	  <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_019</consolidatie:soortWork>
	</consolidatie:WorkIdentificatie>
      </consolidatie:isConsolidatieVan>
    </consolidatie:ConsolidatieIdentificatie>
    <consolidatie:Toestanden xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:bekendOp>2023-12-05</consolidatie:bekendOp>
      <consolidatie:ontvangenOp>2023-12-05</consolidatie:ontvangenOp>
      <consolidatie:BekendeToestand>
	<consolidatie:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR705506/nld@2024-01-01</consolidatie:FRBRExpression>
	<consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/pv22/2023/3_24_nieuweregeling</consolidatie:doel>
	</consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	<consolidatie:geldigheid>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2024-01-01</consolidatie:vanaf>
		<consolidatie:tot>2024-01-02</consolidatie:tot>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2024-01-01</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2024-01-02</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2024-01-01</consolidatie:vanaf>
		<consolidatie:tot>2024-01-02</consolidatie:tot>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	</consolidatie:geldigheid>
	<consolidatie:instrumentVersie>/akn/nl/act/pv22/2023/omgevingsverordening/nld@24</consolidatie:instrumentVersie>
      </consolidatie:BekendeToestand>
    </consolidatie:Toestanden>
    <lvbbu:RegelingVersie schemaversie="1.2.0">
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/pv22/2023/omgevingsverordening</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/pv22/2023/omgevingsverordening/nld@24</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_019</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingVersieMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:versienummer>v1</data:versienummer>
      </data:RegelingVersieMetadata>
      <tekst:RegelingCompact xmlns:tekst="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	<tekst:RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	  <tekst:Al>Omgevingsverordening provincie Drenthe</tekst:Al>
	</tekst:RegelingOpschrift>
	<Lichaam eId="body" wId="body" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Hoofdstuk eId="chp_1" wId="pv22_24__chp_1">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>1</Nummer>
	      <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Artikel eId="chp_1__art_1.1" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.1</Nummer>
		<Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Begrippenlijst eId="chp_1__art_1.1__list_1" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1">
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_1">
		    <Term>ammoniakemissie</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>emissie van ammoniak, uitgedrukt in kg NH3 per
												jaar</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_2">
		    <Term>bedrijventerrein</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>Cluster van aaneengesloten percelen met een
												minimumoppervlakte van ten minste 1 hectare bruto
												dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is
												voor handel, nijverheid, industrie en commerci&#235;le
												en niet-commerci&#235;le dienstverlening, met
												uitzondering van terreinen voor agrarische
												doeleinden en terreinen voor afvalstort;</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_3" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_3">
		    <Term>beeldkwaliteitsplan</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>plan dat eisen en aanbevelingen bevat met
												betrekking tot inpassing van ruimtelijke
												ontwikkelingen in relatie tot de karakteristieken
												en kwaliteiten van een gebied en met betrekking
												tot stedenbouwkundige en architectonische vorm,
												massa en (wegen)structuur van voorgenomen
												ruimtelijke ontwikkelingen, met het oogmerk de
												kwaliteit van die ruimtelijke ontwikkelingen te
												waarborgen alsmede de wijze waarop deze in hun
												omgeving worden ingepast en dat juridisch deel
												uitmaakt van het omgevingsplan waarop het
												betrekking heeft</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_4" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_4">
		    <Term>beplanting</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>opgaande gewassen bestaande uit bomen of
												struiken, inclusief het wortelstelsel en
												worteldruk. Beplanting kan het beheer van de
												provinciale structuur be&#239;nvloeden, bijvoorbeeld
												doordat wortels deze raken. Beplanting kan het
												beheer be&#239;nvloeden doordat zichtlijnen worden
												beperkt</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_5" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_5">
		    <Term>boorput</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>met daartoe geschikte werktuigen aangebrachte
												put, daaronder begrepen een in de grond
												gecontroleerd en mechanisch aangebrachte
												sondering</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_6" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_6">
		    <Term>bord</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak
												en/of een combinatie daarvan, of ander als bord te
												gebruiken materiaal, inclusief de bijbehorende
												vaste of verplaatsbare draag-, bevestigings- en/of
												steunconstructies</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_7" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_7">
		    <Term>boskern</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een aaneengesloten houtopstand met in totaal een
												oppervlakte van ten minste 5 hectare bos. Singels
												en houtwallen die aansluiten op een bos zijn geen
												onderbreking van de boskern. Een beplanting is
												aansluitend wanneer er geen onderbrekingen in
												zitten die groter zijn dan 8 meter van stam tot
												stam gemeten aan de binnenkant van beide
												stammen</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_8" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_8">
		    <Term>centrumgebied</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>Concentratiegebied met 5 of meer winkels of
												andere voorzieningen op korte afstand van elkaar,
												zoals bijvoorbeeld een binnenstad of buurt- en
												wijkcentrum.</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_9" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_9">
		    <Term>gemeentelijke werklocatievisie</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een beleidsdocument van een gemeente waarin - op
												basis van een analyse tussen alle gemeenten in een
												bedrijvenregio afstemming plaatsvindt over
												minimaal de planningsbehoefte en fasering voor de
												regionale werklocatie(s) in de desbetreffende
												gemeente en die de basis vormt voor afspraken met
												de provincie over de betreffende onderwerpen</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_10" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_10">
		    <Term>gewasbeschermingsmiddelen</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet
												gewasbeschermingsmiddelen en biociden</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_11" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_11">
		    <Term>grond- of funderingswerken</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een werk in de bodem, daaronder begrepen het
												plaatsen of verwijderen van palen, damwanden of
												folies</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_12" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_12">
		    <Term>grondgebonden agrarisch bedrijf</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>agrarisch bedrijf waarvan de exploitatie geheel
												of grotendeels gebonden is aan aanwezige gronden,
												met uitzondering van varkens-, pluimvee- en
												geitenhouderij of een combinatie van deze
												bedrijfsvormen</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_13" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_13">
		    <Term>intensieve veehouderij</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die
												geheel of in overwegende mate in gebouwen
												plaatsvindt en die gericht is op het houden van
												dieren, zoals rundveemesterij, varkens-,
												vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, of
												geitenhouderij of een combinatie van deze
												bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee
												gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering
												van melkrundveehouderij, rundveemesterij waarbij
												de feitelijke bedrijfsvoering grondgebonden is,
												vleeskalverhouderij waarbij de feitelijke
												bedrijfsvoering grondgebonden is, en het
												biologisch houden van dieren conform de
												Landbouwkwaliteitswet;</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_14" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_14">
		    <Term>kwaliteitscriteria</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>de in landelijke samenwerking tussen bevoegde
												gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde
												vigerende kwaliteitscriteria voor
												vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake
												de beschikbaarheid en de deskundigheid van
												organisaties die met de vergunningverlening,
												toezicht en handhaving van de betrokken wetten
												zijn belast</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_15" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_15">
		    <Term>landgoed</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een landschappelijk ontwikkeld gebied met &#233;&#233;n
												wooneenheid, eventueel in combinatie met
												ondergeschikte functies, die het voornamelijk door
												architectonische verbintenis met een
												landgoedontwerp allure en uitstraling
												verkrijgt</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_16" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_16">
		    <Term>landschappelijk inpassingsplan</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>juridisch bindend plan dat aangeeft op welke
												wijze inpassing van voorgenomen ruimtelijke
												ontwikkelingen in het desbetreffende gebied
												plaatsvindt. Tot deze inpassing behoren situering
												van de opstallen en de inrichting van het perceel,
												waaronder de erfbeplanting ten opzichte van het
												landschap. Het gaat om bestaande en gewenste
												karakteristieken en kwaliteiten van het landschap.
												Een en ander uit zich in een ontwerpgerichte
												benadering waarin de karakteristieken en
												kwaliteiten verder worden versterkt</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_17" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_17">
		    <Term>maatschappelijk belang</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een belang dat educatief, sociaal-medisch,
												sociaaleconomisch, sociaal-cultureel, recreatief
												of levensbeschouwelijk van aard is, de
												duurzaamheid bevordert, dan wel gerelateerd is aan
												sport of aan openbare dienstverlening</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_18" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_18">
		    <Term>maximale emissiewaarde</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>de hoogste ammoniakemissie per dierplaats, die
												volgens het Besluit activiteiten leefomgeving bij
												een diercategorie is toegestaan</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_19" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_19">
		    <Term>melkrundvee</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>- melkvee met bijbehorend vrouwelijk jongvee,
												dat overwegend wordt gehouden voor de
												melkproductie, met inbegrip van dieren die in de
												mestperiode worden gemolken, tijdens de lactatie
												worden gemest dan wel zijn drooggezet en worden
												afgemest, en <br/>- vrouwelijk vleesvee ouder dan
												2 jaar met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat op
												een met melkvee vergelijkbare manier wordt
												gehouden voor de vleesproductie en het
												voortbrengen en zogen van kalveren.</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_20" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_20">
		    <Term>melkrundveehouderij</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>veehouderij die uitsluitend of in hoofdzaak
												gericht is op het bedrijfsmatig houden van
												melkrundvee</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_21" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_21">
		    <Term>neventak</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>activiteiten die niet rechtstreeks tot de
												bedrijfsvoering van de agrarische hoofdactiviteit
												behoren en die op basis van de standaardopbrengst
												(SO) norm daaraan ondergeschikt zijn</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_22" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_22">
		    <Term>omgevingsplan</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de
												Omgevingswet;</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_23" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_23">
		    <Term>ondergeschikte detailhandel</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>detailhandel die in ruimtelijk, functioneel en
												inkomenswervend opzicht ondergeschikt is aan de op
												de ingevolge het omgevingsplan/bestemmingsplan
												toegestane hoofdfunctie (activiteit) en
												uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandig
												onderdeel van een onderneming in de vorm van
												verkoop c.q. levering van ter plaatse
												vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan
												wel goederen die in rechtstreeks verband staan met
												de onderneming.</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_24" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_24">
		    <Term>openbare weg</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>hetgeen in artikel 1, eerste lid, sub b, van de
												Wegenverkeerswet 1994 wordt verstaan onder het
												begrip &#x2018;wegen&#x2019;, met uitzondering van die wegen die
												krachtens de Wegenverkeerswet 1994 alleen
												openstaan voor voetgangers en fietsers</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_25" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_25">
		    <Term>plancapaciteit</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>de directe vestigingsmogelijkheden voor
												detailhandel die zijn vastgelegd in een juridisch
												bindend planologisch kader, zoals vastgestelde
												Omgevingsplannen/bestemmingsplan,
												uitwerkingsplannen, gebieden zonder omgevingsplan
												(witte vlekken) en verleende
												omgevingsvergunningen.</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_26" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_26">
		    <Term>redengevende omschrijving</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>De cultuurhistorische waardenstelling en
												-omschrijving op basis waarvan een provinciaal
												monument is aangewezen, zoals bekend gemaakt in
												het Provinciaal blad en opgenomen in de
												Provinciale monumentenlijst Drenthe, te raadplegen
												via www.provincialemonumentendrenthe.nl.</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_27" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_27">
		    <Term>regionale waterkering</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een waterkering, niet zijnde een primaire
												waterkering als bedoeld in de Waterwet, die
												beveiliging biedt tegen overstroming en die als
												zodanig is aangewezen in deze verordening</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_28" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_28">
		    <Term>regionale werklocatie</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een bedrijventerrein of locatie voor kantoren
												die plaats biedt aan bedrijven met een bovenlokale
												ori&#235;ntatie, zowel qua arbeidsmarkt als qua
												toelevering- en afnemersrelaties, en die is
												gelegen in een bedrijvenregio dan wel het
												VAM/MERA-terrein te Wijster betreft</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_29" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_29">
		    <Term>regionale werklocatievisie</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een regionaal beleidsdocument waarin - op basis
												van een gezamenlijke analyse - tussen alle
												gemeenten in een bedrijvenregio afstemming
												plaatsvindt over minimaal de planningsbehoefte en
												fasering voor de regionale werklocatie(s) en die
												de basis vormt voor afspraken met de provincie
												over de betreffende onderwerpen</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_30" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_30">
		    <Term>ruimte-voor-ruimte regeling</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>regeling ter verbetering van de ruimtelijke
												kwaliteit in landelijk gebied door het verwijderen
												van landschapsontsierende bebouwing met een
												bedrijfsmatige of maatschappelijke functie, die
												geen functie meer heeft en waarvoor ter
												compensatie van de sloop een of meerdere
												woning(en) mag (mogen) worden gebouwd</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_31" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_31">
		    <Term>vakantiepark</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een terrein of een plaats van enige omvang, al
												dan niet geheel of gedeeltelijk met
												gemeenschappelijke voorzieningen ingericht en
												blijkens die inrichting en juridische bestemming
												bedoeld om meerdere recreatiewoningen of campings
												te plaatsen of geplaatst te houden</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_32" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_32">
		    <Term>vrijkomende agrarische bebouwing</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>bebouwing op een bestaand agrarisch bouwperceel
												dat door (gedeeltelijke) be&#235;indiging van het
												agrarische bedrijf vrij komt voor invulling met
												een niet-agrarische functie, dan wel gebouwen die
												als agrarisch gebouw zijn opgericht met een
												voormalige overeenkomstige bestemming en ook
												agrarisch in gebruik zijn geweest, maar inmiddels
												een niet-agrarische functie hebben</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_33" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_33">
		    <Term>waterleidingmaatschappij</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>een bedrijf dat grond- of oppervlaktewater wint
												met het doel dit te gebruiken voor de bereiding
												van drinkwater voor de openbare
												drinkwatervoorziening</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_34" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_34">
		    <Term>weidevogel</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>alle grondbroedende vogelsoorten op percelen die
												in agrarisch gebruik zijn</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		  <Begrip eId="chp_1__art_1.1__list_1__item_35" wId="pv22_24__chp_1__art_1.1__list_1__item_35">
		    <Term>windturbine</Term>
		    <Definitie>
		      <Al>door wind aangedreven molen die wordt gebruikt
												voor de productie van elektriciteit</Al>
		    </Definitie>
		  </Begrip>
		</Begrippenlijst>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_2" wId="pv22_24__chp_2">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>2</Nummer>
	      <Opschrift>Aanwijzingen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Artikel eId="chp_2__art_2.1" wId="pv22_24__chp_2__art_2.1">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.1</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing Natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De voor Natuurnetwerk Nederland aangewezen gronden zijn
										opgenomen in het geometrische informatieobject "<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_2__art_2.1__ref_1" wId="pv22_24__chp_2__art_2.1__ref_1">Natuurnetwerk
											Nederland</IntIoRef>".</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_2__art_2.2" wId="pv22_24__chp_2__art_2.2">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.2</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing wegen geluidproductieplafonds</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De voor geluidsproductieplafonds, als bedoeld in artikel
										2.13a Omgevingswet, aangewezen provinciale wegen zijn
										opgenomen in het geometrische informatieobject "<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_46__ref_o_1" eId="chp_2__art_2.2__ref_1" wId="pv22_24__chp_2__art_2.2__ref_1">Omgevingswaarde -
											provinciale weg</IntIoRef>".</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_2__art_2.3" wId="pv22_24__chp_2__art_2.3">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.3</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing Stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De als stiltegebied aangewezen gronden, in de zin van
										artikel 7.11 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, zijn
										opgenomen in het geometrische informatieobject "<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_2__art_2.3__ref_1" wId="pv22_24__chp_2__art_2.3__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef>".</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_3" wId="pv22_24__chp_3">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>3</Nummer>
	      <Opschrift>Ruimtelijk Omgevingsbeleid</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Titel eId="chp_3__title_3.1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>3.1</Nummer>
		<Opschrift>Kernkwaliteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.1__art_3.1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.1</Nummer>
		  <Opschrift>Kernkwaliteit Landschap</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Kernkwaliteit Landschap bestaat uit:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_1__ref_1">Esdorpenlandschap</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_2__ref_2">Esgehuchtenlandschap</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_64__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_3__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_3__ref_3">Wegdorpenlandschap van de
												laagveenontginning</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_4__ref_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_4__ref_4">Wegdorpenlandschap van de
												veenrandontginning</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_5__ref_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_5__ref_5">Landschap van de Veenkoloni&#235;n</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_6__ref_6" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_6__ref_6">Landschap van de kolonien van
												Weldadigheid</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_g" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_7__ref_7" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_7__ref_7">Macrogradi&#235;nt</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_h" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_66__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_8__ref_8" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_8__ref_8">Wegpanorama</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_i" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_9__ref_9" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_1__list_1__item_9__ref_9">Harde grens stad en land</IntIoRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De landschappelijke kernkwaliteiten zijn voor elk
												gebied uitgewerkt in de <IntRef ref="cmp_2">Bijlage
												1 Kernkwaliteiten Landschap</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op
												een locatie gelegen in de Kernkwaliteit
												landschap:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>Houdt rekening met het behoud van de aanwezige
												kernkwaliteiten, en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>bevat een beschrijving van de voorkomende
												kernkwaliteiten en de wijze waarop met de
												bescherming van de kernkwaliteiten is
												omgegaan.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.1__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.1__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op
												een stads- of dorpsrand houdt rekening met de
												aanwezige landschappelijke waarden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.1__art_3.2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.2</Nummer>
		  <Opschrift>Kernkwaliteit Cultuurhistorie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Kernkwaliteit Cultuurhistorie bestaat uit de
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_1">Historische infrastructuur</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_2">Kop van Drenthe</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_3">Het esdorpenlandschap rond Norg</IntIoRef> ,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_4">Drentsche Aa</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_5">Assen</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_6" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_6">Hondsrug</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_7" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_7">Hunzedal en randveen</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_8" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_8">De Monden</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_9" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_9">Weerdingervenen en Roswinkel</IntIoRef> ,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_10" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_10">Maatschappij van Weldadigheid</IntIoRef> ,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_11" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_11">Drentse Hoofdvaart</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_12" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_12">Havelterberg</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_13" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_13">Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense
												Aa</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_14" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_14">Velden en beekdalen van Centraal
												Drenthe</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_15" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_15">Esdorpenlandschap rond Mars en
												Westerstroom</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_16" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_16">Coevorden beekdal en ontginningen</IntIoRef> ,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_17" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_17">De Reest</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_18" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_18">Meppel en het laagveen rondom</IntIoRef> ,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_19" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_19">Hollandscheveld en Hoogeveen</IntIoRef> ,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_20" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_20">Het Amsterdamscheveld</IntIoRef> , <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_21" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_1__ref_21">Emmen, venen en randveenontginningen</IntIoRef></Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De kernkwaliteiten zijn voor elk gebied uitgewerkt
												in de <IntRef ref="cmp_3">Bijlage 2 Kernkwaliteiten
												Cultuurhistorie</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een
												locatie gelegen in de <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_1">Kop van Drenthe</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_2">Drentsche Aa</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_3">Hondsrug</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_4">De Monden</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__ref_5">Maatschappij van Weldadigheid</IntIoRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>houdt rekening met de aanwezige
												kernkwaliteiten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>bevat eenbeschrijving van de voorkomende
												kernkwaliteiten en de wijze waarop met
												debescherming van de kernkwaliteiten is
												omgegaan.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een
												locatie gelegen in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_1">Historische Infrastructuur</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_2">Het esdorpenlandschap rond Norg</IntIoRef>,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_3">Assen</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_4">Hunzedal en randveen</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_5">Weerdingervenen en Roswinkel</IntIoRef>,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_6" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_6">Drentse Hoofdvaart</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_7" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_7">Havelterberg</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_8" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_8">Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense
												Aa</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_9" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_9">Velden en beekdalen van Centraal
												Drenthe</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_10" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_10">Esdorpenlandschap rond Mars en
												Westerstroom</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_11" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_11">Coevorden beekdal en ontginningen</IntIoRef>,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_12" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_12">De Reest</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_13" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_13">Meppel en het laagveen rondom</IntIoRef>,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_14" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_14">Hollandscheveld en Hoogeveen</IntIoRef>,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_15" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_15">Het Amsterdamscheveld</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_16" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__ref_16">Emmen, venen en
												randveenontginningen</IntIoRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>betrekt de aanwezige kwaliteiten bij de
												toedeling van functies en activiteiten aan
												locaties, en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.2__para_4__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>bevat een beschrijving van de voorkomende
												kernkwaliteiten en de wijze waarop met de
												bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan.
												</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.1__art_3.3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.3</Nummer>
		  <Opschrift>Kernkwaliteit Archeologie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De Kernkwaliteit Archeologie bestaat uit <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_1__ref_1">Waarde-Archeologie 1</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_1__ref_2">Waarde-Archeologie 2</IntIoRef> en <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_1__ref_3">Waarde-Archeologie 3</IntIoRef>.<br/><br/></Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op de
												Kernkwaliteit Archeologie: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>houdt rekening met de aanwezige archeologische
												waarden en verwachtingen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>bevat de resultaten van het conform de normen
												van de Kwaliteits Norm Nederlandse Archeologie
												(KNA) verrichte onderzoek, alsmede de afstemming
												die hierover heeft plaatsgevonden met de
												provincie, en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>stelt regels en voorschriften ter bescherming
												van de aanwezige archeologische waarden en
												verwachtingen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3__ref_2">Waarde-Archeologie 1</IntIoRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>verzekert, onverminderd het bepaalde in lid 2,
												dat de aanwezige archeologische monumenten <i>in
												situ</i> worden behouden, en; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>houdt rekening met een buffer van 50 m als
												extra bescherming rond de begrenzing van het
												provinciaal belang.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_4__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_4__ref_1">Waarde-Archeologie 2</IntIoRef> verzekert dat de
												aanwezige archeologische monumenten <i>in situ</i>
												in de bodem worden behouden, met dien verstande dat
												archeologische monumenten ook <i>ex</i><i> situ</i> kunnen worden behouden indien wordt
												aangetoond dat behoud<i> in situ </i>niet mogelijk
												is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het bepaalde in lid 2, sub b, van
												dit artikel kan archeologisch onderzoek achterwege
												blijven voor zover een omgevingsplan betrekking
												heeft op: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_1__ref_1">Waarde-Archeologie 2</IntIoRef> en niet voorziet
												in grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte
												van meer dan 50 m&#178; en een diepte van meer dan 10
												centimeter; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_2__ref_2">Waarde-Archeologie 3</IntIoRef> en niet voorziet
												in grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte
												van meer dan 1000 m&#178; en een diepte van 30 cm
												gemeten vanaf het maaiveld, met dien verstande dat
												deze dieptemaat wordt gesteld op 0 centimeter voor
												zover geen bouwvoor aanwezig is en op 30 cm plus
												10 cm niet-kerend woelen in agrarische gebieden
												of; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al><IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_3__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.3__para_5__list_1__item_3__ref_3">Waarde-Archeologie 3</IntIoRef>, voor zover dit
												plan tevens betrekking heeft op een voordenzone,
												en niet voorziet in grondroerende werkzaamheden
												met een oppervlakte van meer dan 500 m&#178; en een
												diepte van meer dan 10 cm.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.1__art_3.4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.4</Nummer>
		  <Opschrift>Kernkwaliteit Aardkundige Waarden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Kernkwaliteit Aardkundige Waarden bestaat uit
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_1__ref_1">Aardkundige waarden Beschermingsniveau
												Hoog</IntIoRef> en <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_1__ref_2">Aardkundige waarden Beschermingsniveau
												Middel</IntIoRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De kernkwaliteiten zijn voor elk gebied vastgelegd
												in de <IntRef ref="cmp_4">Bijlage 3 Kernkwaliteiten
												Aardkundige Waarden</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op
												een gebied gelegen in de gebieden <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3__ref_2">Aardkundige waarden Beschermingsniveau
												Hoog</IntIoRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>houdt rekening met de aanwezige
												kernkwaliteiten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>stelt regels ter bescherming van de
												voorkomende kernkwaliteiten.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op
												een gebied gelegen in het gebied <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4__ref_2">Aardkundige waarden Beschermingsniveau
												Middel</IntIoRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>betrekt de aanwezige kwaliteiten bij de
												toedeling van functies en activiteiten aan
												locaties;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.4__para_4__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>bevat een beschrijving van de voorkomende
												kernkwaliteiten en de wijze waarop met de
												bescherming van dekernkwaliteiten is
												omgegaan.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.1__art_3.5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.5</Nummer>
		  <Opschrift>Kernkwaliteit Stilte</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op een
											gebied gelegen in de Kernkwaliteit <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.1__art_3.5__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.5__ref_2">Stiltegebied</IntIoRef>:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.5__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.5__list_1">
		    <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.5__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.5__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>houdt rekening met de voorkomende stilte;
												en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.5__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.5__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>maakt geen activiteiten mogelijk als beschreven
												in hoofdstuk 7, tenzij aannemelijk wordt gemaakt
												dat hiervoor de omgevingsvergunning kan worden
												verleend als genoemd in dat hoofdstuk.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.1__art_3.6" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.6">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.6</Nummer>
		  <Opschrift>Kernkwaliteit Natuur</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op de bescherming van de Kernkwaliteit Natuur zijn de
											artikelen <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.30">Artikel 3.30</IntRef> en <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.31">Artikel
												3.31</IntRef> van overeenkomstige toepassing</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.1__art_3.7" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.7">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.7</Nummer>
		  <Opschrift>Combinatiemodel</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al><IntRef ref="chp_3__title_3.1__art_3.1">Artikel
												3.1</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_3__title_3.1__art_3.5">Artikel 3.5</IntRef>
											zijn niet van toepassing voor zover de raad in het
											desbetreffende omgevingsplan aantoont dat het niet
											mogelijk is een of meerdere van de bij het plan
											betrokken kernkwaliteiten in het plan met elkaar te
											verenigen op een manier die aan behoud en ontwikkeling
											van ieder van die kernkwaliteiten afzonderlijk ten goede
											komt, mits:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.1__art_3.7__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.7__list_1">
		    <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.7__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.7__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de raad in het desbetreffende omgevingsplan
												tussen de strategische opgaven zoals genoemd in de
												Omgevingsvisie en de kernkwaliteiten een
												zorgvuldige planologische afweging maakt, en;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.1__art_3.7__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.1__art_3.7__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>voor zover de kernkwaliteitencultuurhistorie,
												archeologie en aardkundige waarden door deze
												afweging aangetast raken, de informatiewaarde van
												de geschonden kernkwaliteiten waarwenselijk en
												mogelijk veilig gesteld wordt, op een wijze zoals
												minimaal passend op grond van het Besluit
												Kwaliteit Leefomgeving of de in het betreffende
												beleidsveld geldende onderzoeksnormen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Titel>
	    <Titel eId="chp_3__title_3.2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>3.2</Nummer>
		<Opschrift>Bruisend Drenthe</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.8" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.8">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.8</Nummer>
		  <Opschrift>Basisbepaling bruisend Drenthe</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> wordt bij vaststelling
											uiteengezet hoe de met het plan beoogde ontwikkelingen
											passen binnen de strategische opgaven - voor zover van
											provinciaal belang - zoals weergegeven op de kaart
											Strategische Opgaven 2030 die in de omgevingsvisie voor
											het desbetreffende gebied is neergelegd.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.9" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.9">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.9</Nummer>
		  <Opschrift>Ondergrond</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.9__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.9__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> waarin realisering van
												woonwijken, bedrijventerreinen en/of glastuinbouw is
												voorzien, wordt aangegeven hoe dat plan bijdraagt
												aan de provinciale beleidsdoelen voor
												bodemenergie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.9__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.9__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> laat geen ontwikkelingen
												toe die in verband staan met de opslag van
												afvalstoffen in de ondergrond, met uitzondering van
												de mogelijkheid tot de injectie van formatiewater
												uit gas- en oliewinning.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.9__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.9__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> laat geen ontwikkelingen
												toe die in verband staan met de opslag van
												gevaarlijk of radioactief afval in de
												ondergrond.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.9__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.9__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> laat geen ontwikkelingen
												toe die in verband staan met de injectie van CO2 in
												aquifers.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.9__para_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.9__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> laat geen injectie van CO2
												toe in 'lege' gasvelden met als oogmerk permanente
												opslag tenzij deze ontwikkelingen in overeenstemming
												zijn met hetgeen daarover is opgenomen in de door
												provinciale staten vastgestelde Structuurvisie
												ondergrond.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.10" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.10">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.10</Nummer>
		  <Opschrift>Agrarische bedrijvigheid</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.10__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.10__ref_2">Landbouwgebied</IntIoRef> voorziet niet in
											ontwikkelingen die een structureel negatief effect
											hebben op het functioneren van de agrarische sector in
											het gebied.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.11" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.11">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.11</Nummer>
		  <Opschrift>Grondgebonden agrarisch bedrijf</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.11__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.11__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan binnen het werkingsgebied
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.11__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.11__para_1__ref_1">Grondgebonden agrarische bedrijvigheid</IntIoRef>
												kent aan een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_12">grondgebonden agrarisch bedrijf</IntRef> een
												bouwvlak van maximaal 1,5 hectare toe, waaronder
												mede begrepen alle voor de bedrijfsvoering
												noodzakelijke voorzieningen en de landschappelijke
												inpassing ervan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.11__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.11__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het eerste lid kan een
												omgevingsplan in een groter bouwvlak voorzien, mits
												deze ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast
												blijkens een landschappelijk inpassingsplan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.11__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.11__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het eerste en tweede lid van dit
												artikel kunnen landschappelijke inpassing,
												erfbeplanting uitgezonderd, en sleuf- en mestsilo's
												alsmede mestplaten in het belang van de
												bedrijfsvoering ook buiten het bouwvlak worden
												gesitueerd wanneer dit een aantoonbaar wezenlijke
												verbetering van de ruimtelijke inpassing van een
												agrarisch bedrijf betekent.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.12" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.12">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.12</Nummer>
		  <Opschrift>Intensieve veehouderij</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.12__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.12__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan voorziet niet in nieuwvestiging
												van intensieve veehouderijen en evenmin in het
												omschakelen van een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_12">grondgebonden agrarisch bedrijf</IntRef> naar een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve veehouderij</IntRef>. Dit geldt niet
												voor agrarische bedrijven waar door toepassing van
												de neventakbepaling, planologisch gezien de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef> niet meer als <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_21">neventak</IntRef> kan worden beschouwd. Peildatum
												voor deze bepaling ligt op 20 augustus 2014.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.12__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.12__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> staat aan een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef> een bouwvlak toe met een
												omvang van maximaal 1,5 hectare, waaronder mede
												begrepen alle voor de bedrijfsvoering noodzakelijke
												voorzieningen en de landschappelijke inpassing
												ervan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.12__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.12__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat voorziet in
												bedrijfsbebouwing ten behoeve van een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef> - de bedrijfswoning
												uitgezonderd - bestaat uit ten hoogste 1
												bouwlaag.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.12__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.12__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan, in afwijking van lid
												2 van dit artikel, het bouwvlak voor een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef> vergroten tot maximaal 2
												hectare, mits dit samengaat met winst voor het
												milieu en de landschappelijke inpassing berust op
												een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_16">landschappelijk inpassingsplan</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.12__para_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.12__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het tweede en derde lid van dit
												artikel kunnen landschappelijke inpassing,
												erfbeplanting uitgezonderd, en mestsilo's ook buiten
												het bouwvlak worden gesitueerd wanneer dit een
												aantoonbaar wezenlijke verbetering van de
												ruimtelijke inpassing van een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef> betekent.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.13" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.13</Nummer>
		  <Opschrift>Verplaatsing en sanering</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan voorzien in
												verplaatsing van <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderijen</IntRef> naar <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__ref_3">Landbouwgebied</IntIoRef> in het geval sprake is
												van sanering, samenvoeging of het oplossen van een
												knelpunt binnen Drenthe, waarbij geldt dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het bouwvlak voor een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef> maximaal 1,5 hectare
												bedraagt, waaronder mede begrepen alle voor de
												bedrijfsvoering noodzakelijke voorzieningen en de
												landschappelijke inpassing ervan;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het bouwvlak, onverminderd de randvoorwaarden
												uit sub a van dit artikellid, voor een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef> bij maatwerk en
												landschappelijke inpassing blijkens een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_16">landschappelijk inpassingsplan</IntRef> tot
												maximaal 2 hectare kan worden vergroot, en;.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de bedrijfsbebouwing uit ten hoogste 1
												bouwlaag bestaat.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het eerste lid, onder a en b,
												kunnen landschappelijke inpassing, erfbeplanting
												uitgezonderd, en mestsilo's in het belang van de
												bedrijfsvoering ook buiten het bouwvlak worden
												gesitueerd wanneer dit een aantoonbaar wezenlijke
												verbetering van de ruimtelijke inpassing van een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve veehouderij</IntRef> betekent.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.12">Artikel
												3.12</IntRef>, lid 2, kan een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> in een groter bouwvlak
												voor <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve veehouderij</IntRef> voorzien,
												indien:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de noodzaak daartoe aanwezig is voor een
												verdere verduurzaming (zoals bijvoorbeeld mest,
												energie en emissies) van het bedrijf en daarvoor
												voorzieningen nodig zijn (waaronder bebouwing) die
												ten gevolge van het ruimtegebrek niet kunnen
												worden gerealiseerd binnen het bouwvlak van 2
												hectare, of;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de noodzaak daartoe aanwezig is voor een
												significante verbetering van het dierenwelzijn,
												mits het feitelijke en planologisch legale aantal
												aanwezige dieren daarmee niet toeneemt <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.12__para_4">Artikel
												3.12 Intensieve veehouderij , vierde Lid</IntRef>
												van overeenkomstige toepassing is, met dien
												verstande dat:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b__list_1">
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>het bouwvlak ten hoogste 2,5 hectare bedraagt,
												of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>het bouwvlak ten hoogste 3 hectare bedraagt,
												indien in de regels van het ruimtelijk plan wordt
												verzekerd dat de stikstofdepositie van de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef> met ten minste 10% afneemt
												ten opzichte van de feitelijke en planologisch
												legale situatie, of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b__list_1__item_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_b__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>het bouwvlak ten hoogste 3,5 hectare bedraagt,
												indien in de regels van het ruimtelijk plan wordt
												verzekerd dat de stikstofdepositie van de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef> met ten minste 20% afneemt
												ten opzichte van de feitelijke en planologisch
												legale situatie en dit plan gepaard gaat met een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_16">landschappelijk inpassingsplan</IntRef> van een
												geregistreerde landschapsarchitect dat ten minste
												10% van het gehele agrarische bouwvlak bedraagt,
												of</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het gaat om samenvoeging in combinatie met
												sanering van een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_13">intensieve
												veehouderij</IntRef>. Het te saneren bedrijf moet
												grenzen aan het Natuurnetwerk Nederland of liggen
												in lintbebouwing of in een cluster van bebouwing.
												Hierbij geldt dat er sprake moet zijn van een
												aantoonbaar provinciaal belang, waarbij:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1">
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>het uit te breiden bedrijf ligt in
												Landbouwgebied;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>de te saneren locatie duurzaam wordt
												be&#235;indigd;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>er sprake is van winst op het gebied van
												milieu, volksgezondheid en dierenwelzijn op de uit
												te breiden locatie;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_4">
			    <LiNummer>4.</LiNummer>
			    <Al>er sprake is van landschappelijke
												inpasbaarheid die berust op een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_16">landschappelijk inpassingsplan</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_5">
			    <LiNummer>5.</LiNummer>
			    <Al>de uitbreiding samengaat met investering in
												duurzame energievoorziening en;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_6" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.13__para_3__list_1__item_c__list_1__item_6">
			    <LiNummer>6.</LiNummer>
			    <Al>de uitbreiding van de oppervlakte van het
												bouwvlak met stallen niet groter is dan de
												oppervlakte die de te saneren locatie volgens een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> bij recht mogelijk
												maakt.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.14" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.14">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.14</Nummer>
		  <Opschrift>Overige agrarische activiteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.14__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.14__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan uitsluitend voorzien
												in de nieuwvestiging van glastuinbouw ter plaatse
												van het werkingsgebied <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.14__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.14__para_1__ref_2">Glastuinbouw</IntIoRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.14__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.14__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan voorzien in
												alternatieve gebruiksmogelijkheden voor <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_32">vrijkomende
												agrarische bebouwing</IntRef> als in dat <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> wordt aangetoond dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.14__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.14__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.14__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.14__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de nieuwe (bedrijfs)activiteit niet
												milieubelastend van aard is; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.14__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.14__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de woonfunctie van de vrijkomende agrarische
												bedrijfsbebouwing gehandhaafd blijft.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.14__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.14__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan alleen voorzien in
												realisering van vergistingsinstallaties bij
												agrarische bedrijven wanneer dit geen negatieve
												milieugevolgen met zich meebrengt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.14__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.14__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Of een vergistingsinstallatie negatieve
												milieugevolgen als bedoeld in lid 3 met zich
												meebrengt wordt door gedeputeerde staten beoordeeld
												aan de hand van het Beleidskader Co-vergisting
												2006.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.15" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.15</Nummer>
		  <Opschrift>Ruimte-voor-ruimte regeling</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_1__ref_2">Landelijk Gebied</IntIoRef> kan voorzien in een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_30">ruimte-voor-ruimte regeling</IntRef> als in dat
												gebied voormalige agrarische bedrijfsbebouwing
												aanwezig is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regeling van lid 1 wordt vorm gegeven met
												inachtneming van het volgende:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>toepassing van de regeling is alleen mogelijk
												voor agrarische bedrijfsbebouwing die op 2 juni
												2010 al aanwezig was;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de randvoorwaarde dat de sloopnorm voor 1
												compensatiewoning ten minste 750 m&#178; bedraagt dan
												wel ten minste 2.000 m&#178; voor maximaal 2
												compensatiewoningen bedraagt;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een beperkte afwijking van ten hoogste 5% van
												de onder b genoemde randvoorwaarde is mogelijk
												mits sprake is van een extra kwaliteitsslag;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan voorzien in een
												mogelijkheid agrarische bebouwing op meerdere
												percelen mee te tellen om te kunnen komen tot de
												sloopnorm van 750 m2 of tot 2.000 m2;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>randvoorwaarden voor inpassing, omvang, inhoud
												en uiterlijk van de compensatiewoning worden
												vastgelegd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>bouw van een compensatiewoning niet
												plaatsvindt in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_6__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_6__ref_2">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> of <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_6__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_6__ref_3">Beekdal</IntIoRef> en <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_6__ref_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.15__para_2__list_1__item_6__ref_4">Bergingsgebied</IntIoRef>, tenzij de
												oorspronkelijke agrarische bedrijfsbebouwing wordt
												verwijderd in de betreffende gebieden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.16" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.16</Nummer>
		  <Opschrift>Woningbouw</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__ref_2">Landelijk Gebied</IntIoRef> aansluitend op
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__ref_3">Bestaand Stedelijk Gebied</IntIoRef> voorziet in
												nieuwe woningbouw, toont de behoefte aan op basis
												van de gemeentelijke woonvisie. De gemeentelijke
												woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod
												in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange
												termijn en is hiertoe afgestemd binnen de
												woningmarktregio's;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>benoemt ten minste de kwaliteit, kwantiteit,
												doelgroepen, duurzaamheid en
												kernenstructuur.;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>schetst de opgaven in de bestaande
												woningvoorraad;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>geeft aan op welke wijze balans op lange
												termijn wordt gerealiseerd, en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_1__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>geeft een lange termijnbeeld.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_2__ref_2">Landelijk Gebied</IntIoRef> voorzien in
												incidentele woningbouwmogelijkheden wanneer sprake
												is van bedrijfswoningen, een tweede bedrijfswoning
												bij een agrarisch bedrijf, het splitsen van
												boerderijen in twee of meer woningen en nieuwbouw
												die past binnen de kaders van de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_30">ruimte-voor-ruimte regeling</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onverminderd het bepaalde in lid 3, kan een
												omgevingsplan in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__ref_1">Landelijk Gebied</IntIoRef> voorzien in een
												incidentele woningbouwmogelijkheid wanneer:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de bebouwing is gelegen in een bebouwingslint
												of een cluster van bebouwing;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er sprake is van een significante verbetering
												van de ruimtelijke kwaliteit;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>er sprake is van een landschappelijke
												inpassing passend bij de gebiedskenmerken die zijn
												vastgelegd in een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_16">landschappelijk inpassingsplan</IntRef>, en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_3__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het plan past binnen de gemeentelijke
												woonvisie.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In uitzonderlijke gevallen kan een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__ref_2">Landelijk Gebied</IntIoRef> voorzien in de
												realisatie van bijzondere woonmilieus, mits wordt
												aangetoond dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>deze kleinschalig zijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>deze gericht zijn op woonwensen en leefstijlen
												van kleine specifieke doelgroepen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het uitgangspunt bij de ontwikkeling van deze
												woonmilieus een landschappelijk kader is dat
												aansluit bij de kernkwaliteiten van het gebied,
												en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.16__para_4__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het woonmilieu alleen kan worden ontwikkeld
												samen met het verbeteren van andere waarden, zoals
												het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, het
												vergroten van het cultuurhistorische karakter, het
												verbeteren van voorzieningen, het realiseren van
												de water- en natuuropgave en het versterken van de
												recreatie.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.17" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.17">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.17</Nummer>
		  <Opschrift>Regionale werklocaties</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.17__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.17__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan uitsluitend op <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_28">regionale
												werklocaties</IntRef> voorzien in de vestiging van
												nieuwe bedrijven die behoren tot milieucategorie&#235;n
												4, 5, of 6 van VNG publicatie 'Handreiking Bedrijven
												en Milieuzonering'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.17__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.17__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat voorziet in de
												ontwikkeling van een nieuwe <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_28">regionale
												werklocatie</IntRef> gaat vergezeld met een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_3">beeldkwaliteitsplan</IntRef> dat juridisch is
												verbonden aan het desbetreffende <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.17__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.17__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan alleen voorzien in
												nieuwe <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_28">regionale werklocaties</IntRef> of uitbreiding
												van een bestaande <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_28">regionale
												werklocatie</IntRef> indien: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.17__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.17__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.17__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.17__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>dit past in een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_29">regionale
												werklocatievisie</IntRef>, dan wel in een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_9">gemeentelijke
												werklocatievisie</IntRef> mits hierover regionale
												overeenstemming bestaat, en </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.17__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.17__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>in het desbetreffende <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> wordt onderbouwd dat deze
												werklocatievisie voldoende actueel is.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.18" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.18">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.18</Nummer>
		  <Opschrift>Lokale werklocaties</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.18__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.18__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> voorziet in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.18__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.18__para_1__ref_2">Landelijk Gebied</IntIoRef> uitsluitend op lokale
												werklocaties in de vestiging van nieuwe bedrijven
												die behoren tot milieucategorie 1, 2 en 3 van de VNG
												publicatie Handreiking Bedrijven en
												Milieuzonering.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.18__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.18__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan uitsluitend voorzien
												in nieuwe of uitbreiding van lokale werklocaties
												wanneer: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.18__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.18__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.18__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.18__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> vergezeld gaat van een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_3">beeldkwaliteitsplan</IntRef> dat juridisch is
												verbonden aan het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef>; en </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.18__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.18__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de functie die wordt toebedeeld is toegespitst
												op kleinschalige en lokaal geori&#235;nteerde
												bedrijvigheid.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.18__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.18__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het bepaalde in lid 2, sub a, is niet van toepassing
												op het <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.18__para_3__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.18__para_3__ref_1">Bestaand Stedelijk Gebied</IntIoRef> van de
												plaatsen Hoogeveen, Emmen, Meppel, Assen en
												Coevorden</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.19" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.19</Nummer>
		  <Opschrift>Bedrijfsvestiging buiten een
											werklocatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.18__para_1">Artikel
												3.18 Lokale werklocaties - Lid 1</IntRef>, kan een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> alleen voorzien in de
												vestiging of significante uitbreiding van een
												bestaand solitair in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__ref_3">Landelijk Gebied</IntIoRef> gelegen bedrijf
												binnen categorie 1, 2 of 3 van de VNG publicatie
												Handreiking Bedrijven en Milieuzonering,
												indien:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het solitaire bedrijf op grond van een
												evenwichtige toedeling van functies niet op een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_2">bedrijventerrein</IntRef> gevestigd kan
												worden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er sprake is van een gegroeide ontwikkeling
												waarbij er geen mogelijkheden zijn om een eind te
												maken aan de ontstane ruimtelijke situatie;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>over de vestiging of uitbreiding van het
												bedrijf in het verleden bestuurlijke uitspraken
												zijn gedaan of intenties zijn vastgelegd, of;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de vestiging of uitbreiding aansluit op de
												grens van het werkingsgebied <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_4__ref_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_1__list_1__item_4__ref_5">Bestaand stedelijk gebied</IntIoRef> en het
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> gepaard gaat met een
												landschappelijke inpassing die gericht is op een
												plus op de landschapskenmerken of ruimtelijke
												kwaliteit ter plaatse.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.17__para_1">Artikel
												3.17 Regionale werklocaties - Lid 1</IntRef> kan
												een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> buiten <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_28">regionale
												werklocaties</IntRef> voorzien in de vestiging van
												&#233;&#233;n solitair bedrijf dat behoort tot
												milieucategorie&#235;n 4, 5, of 6 van VNG publicatie
												'Handreiking Bedrijven en Milieuzonering', indien
												wordt aangetoond dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>geen plaats is voor dit bedrijf op een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_28">regionale
												werklocatie</IntRef>, en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>sprake is van een grote
												werkgelegenheidsimpuls, een actuele behoefte en
												een goede landschappelijke inpassing. </Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.19__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.19__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.17__para_1">Artikel
												3.17 Regionale werklocaties - Lid 1</IntRef> kan
												een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> voorzien in de vestiging
												van nieuwe bedrijven buiten een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_28">regionale
												werklocatie</IntRef> die volgens de VNG
												systematiek 'Handreiking Bedrijven en
												Milieuzonering' vallen in categorie 4, voor zover
												dit gebeurt via door de betreffende gemeente
												vastgesteld uitzonderingsbeleid.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.20" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.20</Nummer>
		  <Opschrift>Detailhandel</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan binnen <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_1__ref_2">Bestaand Stedelijk Gebied</IntIoRef> uitsluitend
												in nieuwe <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_25">plancapaciteit</IntRef> voorzien binnen of direct
												in aansluiting op het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_8">centrumgebied</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> voorziet binnen <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__ref_2">Bestaand Stedelijk Gebied</IntIoRef> uitsluitend
												in nieuwe <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_25">plancapaciteit</IntRef> buiten het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_8">centrumgebied</IntRef>, indien &#233;&#233;n (of meer) van
												de volgende aspecten van toepassing is:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het een supermarkt betreft in een kleine kern
												(&lt; 5.000 inwoners), die ruimtelijk niet (goed)
												inpasbaar is in het kleinschalige <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_8">centrumgebied</IntRef>, waarbij in dat gebied
												nauwelijks sprake isvan een concentratie van
												winkels;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het detailhandel betreft in branches die niet
												essentieel zijn voor het functioneren van
												centrumgebieden en die door de grootte van de
												winkel of de aard en omvang van het assortiment
												niet of minder goed passen binnen centrumgebieden;
												detailhandel in de branchegroep dagelijkse
												goederen en de branchegroep mode &amp; luxe zijn
												essentieel en daarom uitgesloten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het kleinschalige <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_23">ondergeschikte detailhandel</IntRef> aan huis
												betreft, en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het detailhandel betreft met een kleiner
												winkelvloeroppervlak dan 500 m&#178; op trafficlocaties
												of bij toeristische voorzieningen waarbij de
												detailhandel aansluit bij de aard van die voorzieningen.<br/><br/></Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> voorziet niet in nieuwe
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_25">plancapaciteit</IntRef> binnen <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__ref_3">Landelijk Gebied</IntIoRef>, tenzij:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>wordt aangetoond dat de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_25">plancapaciteit</IntRef> naar aard en omvang niet
												inpasbaar is in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1__item_1__ref_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1__item_1__ref_5">Bestaand Stedelijk Gebied</IntIoRef>.
												Detailhandel in de branchegroepen dagelijks en
												mode &amp; luxe zijn uitgesloten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het detailhandel betreft met een kleiner
												winkelvloeroppervlak dan 500 m&#178; op trafficlocaties
												of bij toeristische voorzieningen waarbij de
												detailhandel aansluit bij de aard van die
												voorzieningen, of;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_3__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_23">ondergeschikte detailhandel</IntRef> met een
												kleiner winkelvloeroppervlak dan 200 m&#178; bij een
												bedrijf betreft, waarbij de aard van de verkochte
												goederen in verband staat met de hoofdactiviteit
												van dat bedrijf.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.20__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.20__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten behoeve van een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat voorziet in <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_25">plancapaciteit</IntRef> met een groter
												winkelvloeroppervlak dan 1.500 m&#178; (wvo) vindt
												regionale afstemming plaats met naburige gemeenten,
												waarvan het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> een schriftelijke
												samenvatting van het proces en de overwegingen van
												verschillende gemeenten bevat.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.21" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.21">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.21</Nummer>
		  <Opschrift>Mobiliteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.21__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.21__ref_1">Landelijk Gebied</IntIoRef> met nieuwe
											woningbouwlocaties, voorzieningen, kantoren,
											(dag)recreatieve voorzieningen of bedrijven, die
											verkeersbewegingen kunnen veroorzaken die van wezenlijke
											invloed zijn op de verkeersafwikkeling via bestaande
											infrastructuur, geven inzicht in:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.21__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.21__list_1">
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.21__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.21__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de mogelijkheden van bestaande verkeers- en
												vervoersvoorzieningen om de extra mobiliteit
												veilig en adequaat op te vangen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.21__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.21__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de wijze waarop binnen het plan wordt voorzien
												in een adequate en veilige aansluiting op het
												bestaande wegen- en fietspadennet;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.21__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.21__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>de wijze waarop aansluiting op het Basisnetwerk
												openbaar vervoer wordt gerealiseerd.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.22" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.22</Nummer>
		  <Opschrift>Functiewijziging verblijfsrecreatie naar
											wonen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan alleen voorzien in
												functiewijziging van verblijfsrecreatie naar wonen
												indien:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het gehele <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_31">vakantiepark</IntRef> dan wel ruimtelijk
												samenhangende recreatiewoningen onderdeel is van
												&#233;&#233;n plan;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de functiewijziging betrekking heeft op een
												gedeelte van, of gehele parken dan wel ruimtelijk
												samenhangende onderdelen daarvan en niet op losse
												recreatiewoningen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>in het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> inzicht wordt gegeven in
												de problematiek van het betreffende <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_31">vakantiepark</IntRef> en dat een functiewijziging
												naar wonen bijdraagt aan de oplossing van deze
												problematiek;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de&#x202f;bestaande recreatiewoningen&#x202f;geen
												stacaravans of vergelijkbare bouwwerken
												zijn,&#x202f;tenzij in het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> wordt&#x202f;geborgd&#x202f;dat de
												functiewijziging naar wonen in ieder geval gepaard
												gaat met een verbetering van de uiterlijke
												verschijningsvorm&#x202f;en de&#x202f;randvoorwaarden voor
												inpassing, omvang, inhoud en uiterlijk van
												de&#x202f;woning&#x202f;in het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef>&#x202f;worden vastgelegd.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de betreffende woningen voldoen aan de
												minimale wettelijke eisen en in het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> gemotiveerd wordt dat de
												functiewijziging past binnen de gemeentelijke
												woonvisie ofwel de balans tussen vraag en aanbod
												in de woningvoorraad, zodat deze aansluit bij de
												demografische behoefte, en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_1__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>in het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> wordt onderbouwd dat er
												een ruimtelijke, maatschappelijke en/of
												landschappelijke meerwaarde ontstaat, en het
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> vergezeld gaat van een
												uitvoeringsplan waarin de maatregelen staan die
												gericht zijn op de genoemde meerwaarde, dat
												juridisch verbonden is aan het betreffende <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef></Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten hechten er voor de beoordeling
												aan dat het omgevingsplan door en met betrokkenen
												tot stand is gekomen en zullen dit in hun afweging
												betrekken.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.22__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.22__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij toepassing van dit artikel zijn de bepalingen
												van <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.16">Artikel
												3.16</IntRef> niet van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.23" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.23">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.23</Nummer>
		  <Opschrift>Nieuwe verblijfsrecreatie en uitbreiding
											verblijfsrecreatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan alleen voorzien in een
											nieuw <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_31">vakantiepark</IntRef> of uitbreiding van een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_31">vakantiepark</IntRef> indien het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> een levensvatbare langjarige
											bedrijfsmatige exploitatie van het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_31">vakantiepark</IntRef> waarborgt, zodat permanente
											bewoning van recreatiewoningen wordt voorkomen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.24" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.24">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.24</Nummer>
		  <Opschrift>Windenergie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan alleen voorzien in de
												toepassing van windenergie indien uit het
												desbetreffende <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> blijkt dat dit gebeurt op
												een wijze die passend is binnen het landschap,
												waarbij:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_35">windturbine</IntRef>(s) op locaties komen waar
												het dynamische en technische karakter van de
												turbines aansluit bij verwante functies, of in
												landschappen waar turbines minder waarneembaar of
												dominant zijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_35">windturbine</IntRef> zodanig wordt geplaatst dat
												sprake is van een afzonderlijk waarneembare
												opstelling zodat er geen tot nauwelijks
												interferentie tussen de windturbines ontstaat,
												en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.24__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>geborgd is dat de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_35">windturbine</IntRef>(s) na uitgebruik name worden
												verwijderd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.24__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.24__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef>, wanneer het gaat om
												kleine installaties met een ashoogte van maximaal 15
												m, voorzien in de toepassing van windenergie wanneer
												uit het desbetreffende plan blijkt dat dit gebeurt
												op een wijze die passend is binnen het
												landschap.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.25" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.25</Nummer>
		  <Opschrift>Zonne-energie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat voorziet in de
												realisatie van zonne-akkers met een grotere
												oppervlakte dan 140 m&#178; neemt de maximale
												gemeentelijke oppervlakte in acht in <IntRef ref="cmp_13">Bijlage 12</IntRef> bij deze
												verordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan, onverminderd het
												bepaalde in lid 1, uitsluitend voorzien in de
												realisatie van zonne-akkers met een grotere
												oppervlakte dan 140 m&#178; indien:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>uit het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> blijkt dat dit gebeurt op
												een wijze die passend is binnen het
												landschap;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er sprake is van een combinatie met andere
												functies of van een meerwaarde voor andere
												provinciale doelen en belangen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> , voor zover dit voorziet
												in zonne-akkers op agrarische landbouwgronden,
												aantoont dat niet in de behoefte kan worden
												voorzien binnen <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_3__ref_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_3__ref_4">Bestaand Stedelijk Gebied</IntIoRef> ;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>met het oog op zorgvuldig ruimtegebruik
												rekening wordt gehouden met de beschikbare
												netcapaciteit en de afstand van de zonne-akker tot
												beschikbare aansluitingspunten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>rekening wordt gehouden met de uitgangspunten
												van de Regionale Energiestrategie Drenthe;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>in het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> wordt vastgelegd hoeveel
												oppervlakte is vereist voor zonnepanelen,
												onderhoudspaden, voertuigpaden anders dan
												onderhoudspaden, schaduwval,
												transformatoropstellingen, omvormers,
												schakelstations, infrastructuur,
												onderhoudsgebouwen, en hekwerken; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_g" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> vergezeld gaat van een
												participatieverslag waaruit blijkt dat concrete
												inspanningen zijn verricht om draagvlak voor het
												initiatief te genereren, en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_h" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> een maximale termijn van
												ten hoogste 25 jaar bevat, waarna de installaties
												dienen te worden verwijderd en de oorspronkelijke
												situatie hersteld.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.25__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het aanwenden van hun bevoegdheden nemen
												gedeputeerde staten de Beleidsregel Zon in acht met
												betrekking tot de uitleg van lid 2, sub a, b en g
												van dit artikel.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.26" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.26">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.26</Nummer>
		  <Opschrift>Ontheffing</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van
												Burgemeester en Wethouders ontheffing verlenen van
												het bepaalde in <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_1">Artikel
												3.25 Zonne-energie , eerste Lid</IntRef>, voor
												zover in dat geval de verwezenlijking van het
												gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere
												omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in
												verhouding tot de met die regels te dienen
												provinciale belangen. Van bijzondere omstandigheden
												is uitsluitend sprake indien naar het oordeel van
												Gedeputeerde Staten:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>sprake is van meervoudig ruimtegebruik ten
												behoeve van een concreet omschreven en actuele
												gebiedsopgave die hiermee in overwegende mate
												aantoonbaar wordt geoptimaliseerd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de hoeveelheid zonne-akkers op land in een
												evenwichtige verhouding is met de hoeveelheid
												zonnepanelen op daken, dan wel dat wordt verzekerd
												dat de zonne-akkers gepaard gaan met een
												significante ontwikkeling voor zon op dak,
												en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.26__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>wordt voldaan aan de regels van artikel
												<IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_2">Artikel 3.25 Zonne-energie , tweede Lid</IntRef>.
												</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.26__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.26__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van
												burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van
												de regels in <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.25__para_1">Artikel
												3.25 Zonne-energie - Lid 1</IntRef>, ten behoeve
												van een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat voorziet in een
												zonne-akker van ten hoogste 2,5 hectare, voor zover
												in dat geval de verwezenlijking van het gemeentelijk
												ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden
												onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met
												die regels te dienen provinciale belangen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.27" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.27">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.27</Nummer>
		  <Opschrift>Radioastronomie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.27__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.27__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.27__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.27__para_1__ref_2">Zonering radioastronomie zone I</IntIoRef> alleen
												voorzien in nieuwe bebouwings- en
												gebruiksmogelijkheden als hierbij geen
												elektromagnetische straling ontstaat die een storend
												effect heeft op de waarnemingen van de
												radiotelescopen in die gebieden en nadat advies
												hieromtrent is ingewonnen bij het Nederlands
												Instituut voor Radio Astronomie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.27__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.27__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen van elektromagnetische
												straling die een storend effect heeft op de
												waarnemingen van radiotelescopen, voorziet een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> binnen '<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.27__para_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.27__para_2__ref_2">Zonering radioastronomie zone II</IntIoRef>'
												alleen in bedrijfsvestiging, -uitbreiding,
												intensivering van verkeer en andere activiteiten
												nadat advies is ingewonnen bij het Nederlands
												Instituut voor Radio Astronomie en voor zover in het
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> rekening wordt gehouden
												met het provinciaal belang bij het ontwikkelen van
												radioastronomie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.28" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.28">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.28</Nummer>
		  <Opschrift>Koloni&#235;n van Weldadigheid</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.28__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.28__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Binnen de begrenzing van het erfgoed van
												uitzonderlijke universele waarde "<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.28__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.28__para_1__ref_1">UNESCO Werelderfgoed Koloni&#235;n Van
												Weldadigheid</IntIoRef>" worden in het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> regels opgenomen gericht
												op de instandhouding of versterking van de
												kernkwaliteiten van het Erfgoed van uitzonderlijke
												universele waarde;</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.28__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.28__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan kan in ieder geval niet voorzien
												in activiteiten die de kernkwaliteiten aantasten van
												het Erfgoed van uitzonderlijke universele waarde
												"<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.28__para_2__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.28__para_2__ref_1">UNESCO Werelderfgoed Koloni&#235;n Van
												Weldadigheid</IntIoRef>".</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.28__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.28__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De kernkwaliteiten van het Erfgoed van
												uitzonderlijke universele waarde "<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.28__para_3__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.28__para_3__ref_1">UNESCO Werelderfgoed Koloni&#235;n Van
												Weldadigheid</IntIoRef>" zijn aangeduid en nader
												uitgewerkt in <IntRef ref="cmp_5">Bijlage 4</IntRef>
												bij deze verordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.29" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.29</Nummer>
		  <Opschrift>Nationaal Park Drentsche Aa</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan, voor zover dit plan
												betrekking heeft op het geheel dan wel een gedeelte
												van het <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_1__ref_2">Nationaal Park Drentsche Aa</IntIoRef>, alleen
												voorzien in ontwikkelingen voor zover deze bijdragen
												aan het behoud en het versterken van en niet in
												strijd zijn met de doelstellingen, kwaliteiten en
												kenmerken van het Nationaal Park Drentsche Aa zoals
												deze zijn opgenomen in het Beheer-, Inrichtings- en
												Ontwikkelingsplan Drentsche Aa 2.0 (2021 -
												2030).</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het eerste lid kan een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> in ontwikkelingen voorzien
												wanneer:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de kenmerken van het landschap worden
												versterkt en er rekening wordt gehouden met het
												draagvermogen van het landschap gelet op de
												bouwvolumes, schaalgrootte en verschijningsvormen,
												en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> vergezeld gaat van een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_3">beeldkwaliteitsplan</IntRef> en <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_16">landschappelijk inpassingsplan</IntRef> die
												juridisch verbonden zijn aan het desbetreffende
												ruimtelijke plan.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling van het eerste lid kan een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> in ontwikkelingen voorzien
												wanneer: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>er sprake is van een groot <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_17">maatschappelijk belang</IntRef> met het oog op
												duurzame energieontwikkeling;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er geen re&#235;le andere mogelijkheden zijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>er rekening wordt gehouden met het landschap
												en de eventuele nadelige gevolgen voor het
												landschap en tot de verhouding van het
												rendement;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de nadelige effecten op het behoud of de
												versterking van de kwaliteiten kenmerken van het
												Nationaal Park Drentsche Aa als bedoeld in het
												eerste lid waar mogelijk worden gemitigeerd en
												voor het overige worden gecompenseerd, waarbij: </Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1">
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>de compensatie niet mag leiden tot een
												nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit
												van de kenmerken en kwaliteiten; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>de compensatie plaatsvindt: </Al>
			    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2__list_1">
			      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2__list_1__item_I" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2__list_1__item_I">
				<LiNummer>I.</LiNummer>
				<Al>aansluitend aan of, als dat niet mogelijk is,
												nabij het aangetaste gebied;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2__list_1__item_II" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2__list_1__item_II">
				<LiNummer>II.</LiNummer>
				<Al>door realisering van kwalitatief
												gelijkwaardige waarden of fysieke compensatie op
												afstand van het gebied;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2__list_1__item_III" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.29__para_3__list_1__item_d__list_1__item_2__list_1__item_III">
				<LiNummer>III.</LiNummer>
				<Al>of op financi&#235;le wijze.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.30" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.30</Nummer>
		  <Opschrift>Bescherming Natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> of projectbesluit dat
												betrekking heeft op <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_1__ref_2">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> bevat geen
												functies, activiteiten en regels die omzetting naar
												de natuurfunctie onomkeerbaar belemmeren en de
												wezenlijke kenmerken en waarden van het <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_1__ref_3">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> aantasten of
												die kunnen leiden tot een vermindering van de
												kwaliteit, de oppervlakte of de samenhang tussen de
												gebieden van het <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_1__ref_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_1__ref_4">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> of projectbesluit dat
												betrekking heeft op <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__ref_2">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> onderbouwt in
												ieder geval:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de wezenlijke kenmerken en waarden van het
												desbetreffende deel van <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1__item_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1__item_1__ref_3">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>hoe de wezenlijke kenmerken en waarden worden
												beschermd; en </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.30__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>hoe negatieve effecten op de wezenlijke
												kenmerken en waarden worden voorkomen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.31" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.31</Nummer>
		  <Opschrift>Afwijking Natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.30">Artikel
												3.30</IntRef> kan een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> of projectbesluit voorzien
												in nieuwe activiteiten of wijziging van bestaande
												activiteiten voor zover:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>er sprake is van een groot openbaar
												belang;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er geen re&#235;le andere mogelijkheden zijn;
												en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de negatieve effecten waar mogelijk worden
												beperkt en de overblijvende effecten worden
												gecompenseerd waarbij;</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1">
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>de activiteiten niet mogen leiden tot een
												nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit
												van de wezenlijke waarden en kenmerken; </Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>de compensatie plaatsvindt:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1">
			      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_I" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_I">
				<LiNummer>I.</LiNummer>
				<Al>aansluitend aan of, als dat niet mogelijk is,
												nabij <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_3__list_1__item_2__list_1__item_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_3__list_1__item_2__list_1__item_1__ref_3">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef>;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_II" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_II">
				<LiNummer>II.</LiNummer>
				<Al>in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_3__list_1__item_2__list_1__item_2__ref_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_3__list_1__item_2__list_1__item_2__ref_4">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> wanneer deze
												gronden beleidsmatig niet zijn aangeduid als
												natuur, inclusief nieuwe natuur;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_III" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_III">
				<LiNummer>III.</LiNummer>
				<Al>door realisering van kwalitatief
												gelijkwaardige waarden of fysieke compensatie op
												afstand van het gebied; of</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_IV" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_IV">
				<LiNummer>IV.</LiNummer>
				<Al>op financi&#235;le wijze; en </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_V" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2__list_1__item_V">
				<LiNummer>V.</LiNummer>
				<Al>de compensatie plaatsvindt binnen twee jaar na
												vaststelling van het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat voorziet in de
												aantasting. </Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>in het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef>of projectbesluit wordt
												opgenomen: </Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_d__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_d__list_1">
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_d__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_d__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>op welke wijze schade aan <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_4__list_1__item_1__ref_7" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_4__list_1__item_1__ref_7">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> zoveel
												mogelijk wordt voorkomen en resterende schade
												wordt gecompenseerd; </Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_d__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_1__list_1__item_d__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>hoe wordt geborgd dat de maatregelen voor de
												compensatie als bedoeld onder het eerste lid,
												onder c, sub 1, daadwerkelijk wordt uitgevoerd en
												de wijze waarop die compensatie duurzaam is
												verzekerd.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan of projectbesluit kan in afwijking
												van <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.30">Artikel
												3.30</IntRef> een activiteit of een combinatie van
												activiteiten mogelijk maken indien uit een
												provinciale of intergemeentelijke omgevingsvisie of
												programma blijkt dat die activiteit of combinatie
												van activiteiten ook tot doel heeft de kwaliteit of
												kwantiteit van <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__ref_2">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> te verbeteren,
												waarbij in samenhang met een ander omgevingsplan of
												een of meer andere projectbesluiten die eveneens
												behoren tot de desbetreffende omgevingsvisie: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de kwaliteit van <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_1__ref_3">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> verbetert,
												waarbij de oppervlakte van <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_1__ref_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_1__ref_4">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> niet
												afneemt;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het areaal van <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_2__ref_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_2__ref_5">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> wordt
												vergroot, ter compensatie van het gebied dat door
												de ontwikkeling verloren gaat, indien daarmee een
												beter functionerend <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_2__ref_6" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_2__ref_6">Natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> ontstaat,
												en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.31__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>in dat omgevingsplan of projectbesluit
												verantwoord wordt waaruit de aard, wijze en het
												tijdstip van realisatie van de kwaliteits- of
												kwantiteitswinst bestaat.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.32" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.32">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.32</Nummer>
		  <Opschrift>Bijzonder provinciaal natuurgebied of
											landschap</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.32__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.32__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden binnen <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.32__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.32__para_1__ref_1">Landgoed Overcingel</IntIoRef> zonder
												omgevingsvergunning van Gedeputeerde Staten
												activiteiten te verrichten die schadelijk kunnen
												zijn voor de in het aanwijzingsbesluit genoemde
												natuurwaarden en aanwezige cultuurhistorische
												kenmerken.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.32__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.32__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit verbod is niet van toepassing op activiteiten
												die verricht worden overeenkomstig een beheerplan
												als bedoeld in artikel 3.34 dan wel activiteiten ter
												uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een
												passende maatregel als bedoeld in artikel 3.59,
												aanhef, sub a en b, van het Besluit Kwaliteit
												leefomgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.33" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.33">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.33</Nummer>
		  <Opschrift>Beheerplan</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.33__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.33__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde Staten kunnen, in overeenstemming met
												de eigenaar of de gebruiker, voor <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.33__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.33__para_1__ref_1">Landgoed Overcingel</IntIoRef>, dan wel een
												gedeelte daarvan, een beheerplan vaststellen. Dit
												beheerplan heeft tot doel de beschrijving te geven
												van het beheer dat noodzakelijk is voor het behoud,
												het herstel of de ontwikkeling van de in het
												aanwijzingsbesluit genoemde natuurwaarden en
												aanwezige cultuurhistorische kenmerken. Het
												beheerplan kan een beschrijving bevatten van
												activiteiten die zijn vrijgesteld van de
												vergunningplicht als bedoeld in <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.32">Artikel
												3.32</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.33__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.33__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde Staten kunnen een bedrag beschikbaar
												stellen voor de uitvoering van het beheerplan met
												een maximum van &#x20ac; 2.500,-- per jaar.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.33__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.33__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde Staten brengen het beheerplan ter
												kennis van burgemeester en wethouders van de
												gemeenten waarin het bijzondere provinciale
												natuurgebied dan wel het bijzondere provinciale
												landschap is gelegen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.33__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.33__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De eigenaar en de gebruiker zijn verplicht zorg te
												dragen voor de naleving van het beheerplan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.33__para_5" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.33__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde Staten kunnen een vastgesteld
												beheerplan in overeenstemming met de eigenaar en de
												gebruiker wijzigen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.33__para_6" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.33__para_6">
		  <LidNummer>6.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het beheerplan wordt vastgesteld voor een tijdvak
												van ten hoogste zes jaren.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.34" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.34">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.34</Nummer>
		  <Opschrift>Landgoederen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op de
											ontwikkeling van nieuwe <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_15">landgoederen</IntRef> met een huis van allure,
											voldoet aan de volgende voorwaarden:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1">
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_15">landgoed</IntRef> bevat minimaal vijf hectare
												nieuw aan te planten bos waarbij artikel 3.35 in
												acht word genomen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de oppervlakte van het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_15">landgoed</IntRef> bedraagt minimaal tien
												hectare;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_15">landgoed</IntRef> is openbaar toegankelijk;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_15">landgoed</IntRef> vormt een ecologische,
												economische en esthetische eenheid waarbij sprake
												is van samenhang tussen bebouwing, <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_4">beplanting</IntRef>, infrastructuur en
												landgebruik;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.34__list_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_15">landgoed</IntRef> past in het aanwezige landschap
												en houdt rekening met de cultuurhistorie en
												bodemgesteldheid.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.35" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.35">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.35</Nummer>
		  <Opschrift>Bosclustering</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan alleen voorzien in de
											aanleg van nieuw bos, als het nieuwe bos grenst aan &#233;&#233;n
											van de volgende gebieden:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1">
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een bestaand bos dat groter is dan 50 hectare,
												of aan een kleinere waardevolle
												bosgemeenschap;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een natuurgebied dat groter is dan 50
												hectare;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een bestaand of toekomstig recreatiegebied, dat
												groter is dan 10 hectare;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.35__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>een woonkern waarbij bestaande
												cultuurhistorische, landschappelijke en
												natuurwaarden niet worden aangetast.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.36" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.36</Nummer>
		  <Opschrift>Water</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op gebieden
												in het <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_1__ref_1">Beekdal</IntIoRef>, voorziet niet in nieuwe
												kapitaalintensieve functies.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het eerste lid kan een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> in nieuwe
												kapitaalintensieve functies voorzien wanneer is
												voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>er is sprake van een zwaarwegend <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_17">maatschappelijk belang</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er zijn geen re&#235;le alternatieven;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de functie vormt op die locatie geen
												feitelijke belemmering om in de toekomst de
												afvoer- en bergingscapaciteit van het regionale
												watersysteem te vergroten; en;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het negatieve effect op het watersysteem wordt
												in het desbetreffende ruimtelijke plan
												gecompenseerd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_3__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_3__ref_2">Bergingsgebied</IntIoRef> strekt mede tot behoud
												van het waterbergend vermogen van dat gebied.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_4" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> dat betrekking heeft op
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_4__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_4__ref_2">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> of
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.36__para_4__ref_3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.36__para_4__ref_3">Waterwingebied</IntIoRef>, strekt mede tot
												bescherming van die functie als
												grondwaterwingebied.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.2__art_3.37" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.37">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.37</Nummer>
		  <Opschrift>Provinciale wegen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> maakt binnen het
											werkingsgebied <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_1" eId="chp_3__title_3.2__art_3.37__ref_2" wId="pv22_24__chp_3__title_3.2__art_3.37__ref_2">provinciale weg</IntIoRef> geen handelingen,
											activiteiten of bestemmingen mogelijk die strijdig zijn
											met het meest doelmatige en effici&#235;nte huidige of
											toekomstige gebruik van deze wegen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Titel>
	    <Titel eId="chp_3__title_3.3" wId="pv22_24__chp_3__title_3.3">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>3.3</Nummer>
		<Opschrift>Slotbepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_3__title_3.3__art_3.38" wId="pv22_24__chp_3__title_3.3__art_3.38">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.38</Nummer>
		  <Opschrift>Termijn verwerken instructieregels</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De bepalingen van dit hoofdstuk in deze verordening zijn
											niet van toepassing op het tijdelijk deel van het
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> als bedoeld in artikel 22.1
											van de Omgevingswet.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Titel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_4" wId="pv22_24__chp_4">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>4</Nummer>
	      <Opschrift>Natuurbescherming</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Titel eId="chp_4__title_4.1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>4.1</Nummer>
		<Opschrift>Soortenbescherming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.1__art_4.1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.1</Nummer>
		  <Opschrift>Vergunningvrije gevallen ruimtelijke inrichting,
											bestendig beheer en onderhoud</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod van artikel 11.54, eerste lid, van het
												Besluit activiteiten leefomgeving geldt niet voor
												exemplaren van de in de <IntRef ref="cmp_6">Bijlage
												5</IntRef> aangewezen soorten, voor zover de
												activiteit wordt verricht met het oog op de volgende
												belangen:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van
												gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende
												gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;
												</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>bestendig beheer of onderhoud in de landbouw
												of bosbouw;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen,
												watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken,
												oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen,
												of in het kader van natuurbeheer; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>bestendig beheer of onderhoud van de
												landschappelijke kwaliteiten van een bepaald
												gebied.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het vangen van exemplaren van soorten als bedoeld in
												het eerste lid is slechts toegestaan wanneer het
												redelijkerwijs niet mogelijk is om deze te
												verdrijven van de locatie waar de activiteit
												plaatsvindt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het opzettelijk doden van exemplaren van soorten als
												bedoeld in het eerste lid is slechts toegestaan
												wanneer het redelijkerwijs niet mogelijk is deze te
												verdrijven of te vangen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor het vangen van exemplaren wordt alleen gebruik
												gemaakt van de in <IntRef ref="cmp_7">Bijlage
												6</IntRef> genoemde vangmiddelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_5" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Exemplaren van soorten die zijn gevangen met
												gebruikmaking van de in het eerste lid bedoelde
												vrijstelling mogen worden uitgezet. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_6" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.1__para_6">
		  <LidNummer>6.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Uitzetting als bedoeld in het vorige lid vindt
												plaats zo spoedig mogelijk na de vangst op een voor
												de betreffende soort geschikte locatie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.1__art_4.2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.2</Nummer>
		  <Opschrift>Vergunningvrije gevallen veiligstelling tegen
											verkeer</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.2__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.2__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De verboden van artikel 11.46, eerste lid, onder a
												en b, en van artikel 11.54, eerste lid, van het
												Besluit activiteiten leefomgeving gelden niet voor
												het vangen en het opzettelijk verstoren van
												amfibie&#235;n.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.2__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.2__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het eerste lid is alleen van toepassing op het
												vervoer van de dieren over een afstand van ten
												hoogste 50 meter vanaf de vangplaats en onder de
												voorwaarde dat de dieren na het vervoeren
												onmiddellijk weer in vrijheid worden gesteld.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.1__art_4.3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.3</Nummer>
		  <Opschrift>Vergunningvrije gevallen onderzoek en
											onderwijs</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.3__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.3__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod van artikel 11.54, eerste lid, van het
												Besluit activiteiten leefomgeving, geldt niet voor
												het vangen van eieren van de meerkikker (Pelophylax
												ridibundus), bastaardkikker (Pelophylax esculenta),
												bruine kikker (Rana temporaria) en gewone pad (Bufo
												bufo).</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.3__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.3__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod van artikel 11.61, eerste lid, Besluit
												activiteiten leefomgeving geldt niet voor het
												uitzetten van eieren en van daaruit voortgekomen
												exemplaren van de in het eerste lid genoemde
												soorten, mits de metamorfose nog niet is
												voltooid.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.3__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.3__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het eerste lid en het tweede lid zijn alleen van
												toepassing voor handelingen in het kader van het
												gebruik van deze dieren bij onderzoek en
												onderwijs.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.3__para_4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.3__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het uitzetten van eieren en dieren als bedoeld in
												het tweede lid dient plaats te vinden op de locatie
												waar de eieren zijn gevangen. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.1__art_4.4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.4</Nummer>
		  <Opschrift>Vergunningvrije gevallen
											weidevogelbescherming</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.4__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.4__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De verboden van artikel 11.37, eerste lid,
												onderdelen b. tot en met d., van het Besluit
												activiteiten leefomgeving gelden niet voor
												activiteiten in het kader van de bescherming van
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_34">weidevogels</IntRef>, hun eieren en hun
												niet-vliegvlugge jongen tegen landbouwwerkzaamheden
												en vee.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.4__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.4__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het eerste lid is alleen van toepassing binnen het
												territorium van de betreffende <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_34">weidevogel</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.1__art_4.5" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.5</Nummer>
		  <Opschrift>Vergunningvrije gevallen
											schadesoorten</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.5__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.5__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als schadeveroorzakende soorten als bedoeld in de
												artikel 11.44, tweede lid, van het Besluit
												activiteiten leefomgeving worden aangewezen de
												soorten genoemd in <IntRef ref="cmp_8">Bijlage
												7</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.5__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.5__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Grondgebruikers mogen de soorten bedoeld in het
												eerste lid opzettelijk verstoren op de door hen
												gebruikte gronden, dan wel in of aan door hen
												gebruikte opstallen, ter voorkoming van in het
												lopende of het volgende jaar dreigende schade op
												deze gronden, in of aan deze opstallen of in het
												omringende gebied.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.5__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.5__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het tweede lid geldt ook voor de persoon of de
												wildbeheereenheid die daarvoor een door de
												grondgebruiker verleende schriftelijke en
												gedagtekende toestemming bij zich draagt en deze op
												eerste vordering van een daartoe bevoegde ambtenaar
												toont.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.5__para_4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.5__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het tweede lid is niet van toepassing op het in de
												periode van 1 oktober tot 1 april opzettelijk
												verstoren van overwinterende ganzen in de in <IntRef ref="cmp_10">Bijlage 9</IntRef> aangewezen
												rustgebieden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.5__para_5" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.5__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het opzettelijk verstoren van de soorten als
												bedoeld in het tweede lid mag alleen gebruik worden
												gemaakt van de in <IntRef ref="cmp_9">Bijlage
												8</IntRef> genoemde middelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.1__art_4.5__para_6" wId="pv22_24__chp_4__title_4.1__art_4.5__para_6">
		  <LidNummer>6.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De in het tweede lid bedoelde schade heeft
												uitsluitend betrekking op belangrijke schade aan
												gewassen, vee, bossen, visserij, of wateren, als
												bedoeld in artikel 11.44, tweede lid, onder c., sub
												1&#176; van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Titel>
	    <Titel eId="chp_4__title_4.2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>4.2</Nummer>
		<Opschrift>Faunabeheer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Afdeling eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>4.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Faunabeheereenheid Drenthe</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.6" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.6">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.6</Nummer>
		    <Opschrift>Faunabeheereenheid Drenthe</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op de eisen gesteld in artikel 8.1 van
												de Omgevingswet voldoet de faunabeheereenheid
												Drenthe aan de volgende eisen: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.6__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.6__list_1">
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.6__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.6__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bij of krachtens de statuten van de
												faunabeheereenheid Drenthe worden de rechten en
												plichten als genoemd in artikel 8.2 Omgevingswet
												opgenomen die de leden van de wildbeheereenheden
												in Drenthe hebben met betrekking tot de
												uitoefening van de aan de faunabeheereenheid
												Drenthe toekomende bevoegdheden, onderscheidenlijk
												de aan de faunabeheereenheid Drenthe toegestane
												handelingen; en </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.6__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.6__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de binnen het werkgebied van de
												faunabeheereenheid Drenthe gelegen gronden, waarop
												de in de faunabeheereenheid Drenthe samenwerkende
												jachthouders gerechtigd zijn tot de jacht, zijn
												gelegen in de provincie Drenthe.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.7</Nummer>
		    <Opschrift>Bestuurssamenstelling</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In het bestuur van de faunabeheereenheid Drenthe
												zijn bestuurszetels beschikbaar voor de volgende
												organisaties: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>drie zetels voor jachthouders of jachthouder
												vertegenwoordigende organisaties, landbouw en
												grondbezit; </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>drie zetels voor terrein beherende, dier,
												vogel, milieu en/of landschap beschermende
												organisaties.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Elke organisatie als bedoeld in het eerste lid
												kan slechts &#233;&#233;n vertegenwoordiger voordragen voor
												een bestuurszetel.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een bestuurszetel kan worden ingevuld door een
												bestuurslid dat meerdere organisaties
												vertegenwoordigt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.8" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.8">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.8</Nummer>
		    <Opschrift>Voorzitter</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het bestuur van de faunabeheereenheid Drenthe wordt
												voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.9" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.9">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.9</Nummer>
		    <Opschrift>Informatieverstrekking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De Faunabeheereenheid Drenthe informeert de
												achterban van alle in <IntRef ref="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.7">Artikel 4.7</IntRef>, eerste lid, bedoelde
												organisaties en jachthouders over de uitvoering van
												haar werkzaamheden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.10</Nummer>
		    <Opschrift>Jaarlijks verslag</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het jaarlijks verslag van de Faunabeheereenheid
												Drenthe, bedoeld in artikel 6.3, derde lid, van
												het Omgevingsbesluit, bevat in ieder geval de
												volgende gegevens: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>cijfermatige rapportages over de uitvoering
												van omgevingsvergunningen voor een
												jachtgeweeractiviteit op basis van artikel 8.2
												Omgevingswet en de uitvoering van de jacht, waarin
												opgenomen de aantallen gedode dieren en geraapte
												of onklaar gemaakte eieren, onderverdeeld naar
												diersoort, naar wildbeheereenheid; </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>telcijfers voor iedere in het faunabeheerplan
												beschreven diersoort;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>rapportages van de toepassing van preventieve
												en alternatieve middelen ten aanzien van het
												voorkomen van schade. </Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verslag als bedoeld in het eerste lid, dient
												uiterlijk op 1 mei van het daaropvolgende
												kalenderjaar te worden verstrekt. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.1__art_4.10__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het jaarlijks verslag wordt door de
												faunabeheereenheid Drenthe gepubliceerd op haar
												website en is daar voor een ieder raadpleegbaar
												gedurende de looptijd en tot tenminste twee jaren
												na het verstrijken van de looptijd van het
												faunabeheerplan waarop een jaarverslag betrekking
												heeft.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>4.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Faunabeheerplan</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.11</Nummer>
		    <Opschrift>Faunabeheerplan algemeen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een faunabeheerplan geldt voor het gehele
												werkgebied van de faunabeheereenheid Drenthe.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De terreinen van de luchthavens Eelde en
												Hoogeveen behoren niet tot het werkgebied van de
												Faunabeheereenheid Drenthe.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Ten behoeve van een planmatige en doelmatige
												aanpak (vanwege bijvoorbeeld de verspreiding van
												de soort, populatie en leefgebied) kan afgeweken
												worden van het eerste lid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het faunabeheerplan heeft een geldigheidsduur
												van maximaal 6 jaar</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_5" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De faunabeheereenheid Drenthe kan het
												faunabeheerplan gedeeltelijk wijzigen gedurende
												het in het vierde lid genoemde tijdvak waarvoor
												het is vastgesteld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_6" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.11__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van de
												faunabeheereenheid Drenthe de in het vierde lid
												genoemde geldigheidsduur van het faunabeheerplan
												eenmaal met maximaal 12 maanden verlengen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.12</Nummer>
		    <Opschrift>Inhoud faunabeheerplan</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een faunabeheerplan bevat minimaal de volgende
												gegevens: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de wijze waarop de
												planmatigheid en de co&#246;rdinatie van de uitvoering
												van de maatregelen ter voorkoming van schade is
												gewaarborgd;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een omschrijving van de wijze waarop geborgd
												wordt dat de te treffen maatregelen de gunstige
												staat van instandhouding van de soorten waarop het
												plan betrekking heeft niet negatief be&#239;nvloeden;
												</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de omvang van het werkgebied van het
												faunabeheerplan;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van passende en doeltreffende
												maatregelen die kunnen worden ingezet om schade
												aan het belang genoemd in artikel 11.2 van het
												Besluit activiteiten leefomgeving, te voorkomen;
												</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de voorwaarden waaronder het mogelijk is
												gebruik te maken van de aan de Faunabeheereenheid
												verleende omgevingsvergunning.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een faunabeheerplan voldoet voorts aan het
												navolgende: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>gebruikte telgegevens van voorgaande jaren
												zijn gecontroleerd en gevalideerd;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>relevante wetenschappelijke literatuur is
												gebruikt om conclusies te ondersteunen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>bronvermeldingen en referenties zijn conform
												wetenschappelijke richtlijnen op heldere en
												gestructureerde wijze vermeld en een
												literatuurlijst is aanwezig.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen
												waar een faunabeheerplan aan moet voldoen voor
												zover het gaat om regels voor ree&#235;n.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.13</Nummer>
		    <Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, duurzaam beheer van
												populaties</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op <IntRef ref="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12">Artikel 4.12</IntRef> bevat een faunabeheerplan
												met betrekking tot duurzaam beheer van populaties
												van in het wild levende dieren, tevens: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1">
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de wijze waarop de
												planmatigheid en de co&#246;rdinatie van de uitvoering
												van het duurzaam beheer van populaties is
												gewaarborgd; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kwantitatieve gegevens over de Drentse
												populatie van de diersoorten ten aanzien waarvan
												een duurzaam beheer noodzakelijk wordt geacht, met
												inbegrip van verspreidingsgegevens over de
												aanwezigheid van de populaties in het betrokken
												gebied gedurende het jaar en trends van de Drentse
												populaties over de langere termijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing van de noodzaak van een
												duurzaam beheer van populaties van de in onderdeel
												b bedoelde diersoorten, waaronder een onderbouwing
												van de schade aan de belangen als bedoeld in
												artikel 8.74j, tweede lid, artikel 8.74k, tweede
												lid en artikel 8.74l, tweede lid, van het Besluit
												kwaliteit leefomgeving; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de mate waarin de in
												onderdeel c bedoelde belangen in de 6 jaren
												voorafgaand aan het ter goedkeuring indienen van
												het faunabeheerplan zijn geschaad; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de gewenste stand van de in onderdeel b
												bedoelde diersoorten in relatie tot omvang van
												schades aan de belangen als bedoeld in artikel
												8.74h, tweede lid, artikel 8.74i, tweede lid en
												artikel 8.74j, tweede lid, van het Besluit
												kwaliteit leefomgeving; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>per diersoort en gewas een beschrijving van de
												handelingen die in de 6 jaren voorafgaand aan het
												ter goedkeuring indienen van het faunabeheerplan
												zijn verricht om het schaden van de in artikel
												8.74j, tweede lid, artikel 8.74k, tweede lid en
												artikel 8.74l, tweede lid, van het Besluit
												kwaliteit leefomgeving bedoelde belangen te
												voorkomen, alsmede, voor zover daarover
												redelijkerwijs kwantitatieve gegevens beschikbaar
												zijn, een beschrijving van de effectiviteit van
												die handelingen; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_g" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>per diersoort een beschrijving van de aard,
												omvang en noodzaak van de handelingen die zullen
												worden verricht om de gewenste stand, bedoeld in
												onderdeel e, te bereiken; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_h" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>een gemotiveerde beschrijving van de plaatsen
												in het werkgebied van de faunabeheereenheid waar
												en de perioden in het jaar waarin de in onderdeel
												g bedoelde handelingen zullen plaatsvinden; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_i" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>bepalingen over de voorwaarden waaronder het
												mogelijk is om gebruik te maken van een aan de
												faunabeheereenheid verleende ontheffing op gronden
												van jachthouders die geen lid zijn van een
												wildbeheereenheid in de provincie Drenthe, mits
												die gronden binnen het werkgebied van de
												faunabeheereenheid vallen en voor zover die
												gronden plaatsen als bedoeld in onderdeel h
												omvatten waar planmatig beheer noodzakelijk is;
												</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_j" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13__list_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>beschrijving van de wijze waarop een gunstige
												staat van instandhouding per diersoort gewaarborgd
												wordt.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.14</Nummer>
		    <Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, beheer- en
												schadebestrijding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op <IntRef ref="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.12">Artikel 4.12</IntRef> en <IntRef ref="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13">Artikel 4.13</IntRef> bevat een faunabeheerplan
												indien sprake is van schadebestrijding tevens: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1">
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de wijze waarop de
												planmatigheid en de co&#246;rdinatie van de uitvoering
												van schadebestrijding is gewaarborgd; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kwantitatieve gegevens over de Drentse
												populatie van de diersoorten ten aanzien waarvan
												sprake is van schadebestrijding door
												grondgebruikers met inbegrip van
												verspreidingsgegevens over de aanwezigheid van de
												populaties in het betrokken gebied gedurende het
												jaar en trends van de Drentse populaties over de
												langere termijn; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing van de noodzaak van
												schadebestrijding van de in onderdeel b bedoelde
												diersoorten, waaronder een onderbouwing van de
												schade aan de belangen als bedoeld in artikel
												8.74j, tweede lid, artikel 8.74k, tweede lid en
												artikel 8.74l, tweede lid, van het Besluit
												kwaliteit leefomgeving; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de mate waarin de in
												onderdeel c bedoelde belangen in de 6 jaren
												voorafgaand aan het ter goedkeuring indienen van
												het faunabeheerplan zijn geschaad; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>per diersoort en gewas een beschrijving van de
												handelingen die in de 6 jaren voorafgaand aan het
												ter goedkeuring indienen van het faunabeheerplan,
												zijn verricht om het schaden van de in onderdeel b
												bedoelde belangen te voorkomen, alsmede, voor
												zover daarover redelijkerwijs kwantitatieve
												gegevens beschikbaar zijn, een beschrijving van de
												effectiviteit van die handelingen; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de gunstige staat van
												instandhouding en hoe deze gewaarborgd wordt;
												</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_g" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>per diersoort een beschrijving van de aard,
												omvang en noodzaak van de handelingen die zullen
												worden verricht om de schade zoals bedoeld in
												onderdeel c te voorkomen dan wel te beperken;
												</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_h" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>voor zover daarover kwantitatieve gegevens
												beschikbaar zijn, een onderbouwde inschatting van
												de verwachte effectiviteit van de in onderdeel g
												bedoelde handelingen; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_i" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de wijze waarop de
												effectiviteit van de voorgenomen handelingen zal
												worden bepaald; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_j" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de plaatsen in het
												werkgebied van de faunabeheereenheid waar en de
												perioden in het jaar waarin de in onderdeel g
												bedoelde handelingen zullen plaatsvinden; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_k" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>bepalingen over de voorwaarden waaronder het
												mogelijk is om gebruik te maken van een aan de
												faunabeheereenheid verleende ontheffing op gronden
												van jachthouders die niet bij de
												faunabeheereenheid zijn aangesloten, mits die
												gronden binnen het werkgebied van de
												faunabeheereenheid vallen en voor zover die
												gronden plaatsen als bedoeld in sub j omvatten
												waar planmatig beheer noodzakelijk is; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_l" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_l">
			<LiNummer>l.</LiNummer>
			<Al>per beheermaatregel een aanduiding welk
												wettelijk belang, zoals uiteengezet in artikel
												8.74j, tweede lid, artikel 8.74k, tweede lid en
												artikel 8.74l, tweede lid, van het Besluit
												kwaliteit leefomgeving, deze activiteit dient,
												waarbij wordt aangegeven of sprake is van het
												behartigen van een publiek belang dan wel een
												privaat belang en welke organisaties hierbij
												belanghebbend zijn; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_m" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.14__list_1__item_m">
			<LiNummer>m.</LiNummer>
			<Al>een gestructureerd plan waarin de inzet van
												passende en doeltreffende preventieve maatregelen
												wordt beschreven waarmee schade wordt
												voorkomen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.15</Nummer>
		    <Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, jacht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het faunabeheerplan bevat naast hetgeen dat is
												vereist op grond van <IntRef ref="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.13">Artikel 4.13</IntRef> met betrekking tot de
												uitoefening van de jacht, tevens: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15__list_1">
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>kwantitatieve gegevens over de Drentse
												populatie van de wildsoorten ten aanzien waarvan
												de uitoefening van de jacht plaatsvindt, waarbij
												inbegrepen verspreidingsgegevens en trends van de
												Drentse populaties op langere termijn; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een overzicht van de gerealiseerde
												afschotgegevens per wildsoort in de looptijd van
												het voorgaande faunabeheerplan; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.15__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de wijze waarop de faunabeheereenheid de
												jaarlijkse afschotgegevens van wildsoorten
												rapporteert en openbaar maakt.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.16" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.16">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.16</Nummer>
		    <Opschrift>Goedkeuring faunabeheerplan</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.16__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.16__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een faunabeheerplan kan ter goedkeuring worden
												aangeboden aan gedeputeerde staten nadat het
												bestuur van de Faunabeheereenheid Drenthe zich
												achter het plan heeft geschaard.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.16__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.16__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Teneinde voor goedkeuring als bedoeld in artikel
												8.1, tweede lid, tweede volzin, Omgevingswet in
												aanmerking te komen, voldoet een faunabeheerplan
												aan de artikelen 4.11 tot en met 4.15.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.16__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2__art_4.16__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing
												op een gehele of gedeeltelijke wijziging van het
												faunabeheerplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>4.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Wildbeheereenheden</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.17</Nummer>
		    <Opschrift>Werkgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De zorg van een wildbeheereenheid strekt zich
												uit over een aaneengesloten gebied met een
												oppervlakte van tenminste 4.000 hectare binnen de
												provincie Drenthe. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het werkgebied van een wildbeheereenheid strekt
												zich niet uit tot: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het grondgebied van andere provincies; en
												</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een gebied waarover zich de zorg van een
												andere wildbeheereenheid uitstrekt. </Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De begrenzing van een wildbeheereenheid wordt
												door de desbetreffende wildbeheereenheid zelf
												vastgesteld en aangegeven op een topografische
												kaart. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een wildbeheereenheid kan, in overeenstemming
												met andere betrokken wildbeheereenheden, de
												begrenzingen van haar werkgebied wijzigen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_5" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.17__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De betrokken wildbeheereenheden informeren
												gedeputeerde staten schriftelijk als sprake is van
												het wijzigen van een begrenzing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.18" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.18">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.18</Nummer>
		    <Opschrift>Begrenzing werkgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.18__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.18__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het bestuur van iedere wildbeheereenheid zorgt
												voor het vastleggen van de begrenzing van het
												werkgebied van de wildbeheereenheid alsmede de
												begrenzing van ingelegen jachtvelden in een
												faunaregistratiesysteem.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.18__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.18__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Grenswijzigingen van het werkgebied van een
												wildbeheereenheid of van de ingelegen jachtvelden
												worden door het bestuur van de wildbeheereenheid
												binnen &#233;&#233;n maand aangepast in het systeem als
												bedoeld in het eerste lid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.18__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.18__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De begrenzing van het werkgebied en
												grenswijzigingen van de wildbeheereenheden in
												Drenthe worden gepubliceerd op de website van de
												provincie Drenthe.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.19" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.19">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.19</Nummer>
		    <Opschrift>Verplicht lidmaatschap
												wildbeheereenheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ingevolge artikel 8.2, vijfde lid, onder b van de
												Omgevingswet, worden geen uitzonderingen gemaakt op
												de wettelijke verplichting voor jachthouders met een
												jachtakte om zich te organiseren in een
												wildbeheereenheid.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.20</Nummer>
		    <Opschrift>Jaarlijkse activiteiten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De wildbeheereenheid neemt voor het gehele
												gebied waarover zich haar zorg uitstrekt in het
												kader van het faunabeheerplan jaarlijks deel aan; </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>trendtellingen van diersoorten waarvoor op
												basis van het faunabeheerplan
												omgevingsvergunningen voor een
												jachtgeweeractiviteit zijn verstrekt;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>trendtellingen van diersoorten welke in
												verband met de schadehistorie zijn opgenomen in
												het faunabeheerplan; </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>afschotregistratie van diersoorten waarvoor op
												basis van het faunabeheerplan
												omgevingsvergunningen voor een
												jachtgeweeractiviteit zijn verstrekt; </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>afschotregistratie van diersoorten waarvoor
												aan de WBE een omgevingsvergunning voor een
												jachtgeweeractiviteit zijn verstrekt, en </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>registratie van dood gevonden dieren.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Trendtellingen voor diersoorten, niet zijnde
												ree, worden uitgevoerd conform de meest recente
												'Instructie voor WBE's bij de organisatie van
												faunatellingen' uitgegeven door de Koninklijke
												Nederlandse Jagersvereniging. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.3__art_4.20__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De verzamelde gegevens vanuit het eerste en
												tweede lid worden voor 1 september van het jaar
												waarin is geteld, door de wildbeheereenheden
												ingevoerd in een faunaregistratiesysteem.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>4.2.4</Nummer>
		  <Opschrift>Tegemoetkoming Faunaschade</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.21" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.21">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.21</Nummer>
		    <Opschrift>Aanvraag om tegemoetkoming</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.21__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.21__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een tegemoetkoming als bedoeld
												in artikel 15.53 Omgevingswet wordt door de
												aanvrager langs elektronische weg bij BIJ12
												ingediend op een daartoe vastgesteld formulier met
												bijlagen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.21__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.21__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De aanvraag wordt ingediend uiterlijk binnen 7
												werkdagen nadat de aanvrager de schade heeft
												geconstateerd. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.21__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.21__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Schade welke die niet binnen 7 werkdagen na
												constatering door de aanvrager op het in het
												eerste lid vermelde formulier met bijlagen bij
												BIJ12 is ingediend, komt niet voor een
												tegemoetkoming in aanmerking.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.22" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.22">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.22</Nummer>
		    <Opschrift>Taxatie van de schade</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.22__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.22__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De aanvrager zal het gewas, de teelt of de
												producten, waarop de aanvraag om tegemoetkoming
												betrekking heeft, niet eerder oogsten of
												anderszins van zijn bedrijf afvoeren, dan nadat de
												schade definitief is getaxeerd door een taxateur
												die werkzaam is voor een door BIJ12 aangewezen
												taxatiebureau of een consulent faunazaken van
												BIJ12. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.22__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.2__subchp_4.2.4__art_4.22__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Indien de aanvrager opmerkingen over het
												formulier 'bevestiging taxatie grondgebruiker'
												kenbaar wil maken, zendt hij zijn reactie binnen
												acht werkdagen per e-mail of per post naar
												BIJ12.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	    </Titel>
	    <Titel eId="chp_4__title_4.3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>4.3</Nummer>
		<Opschrift>Houtopstanden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.3__art_4.23" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.23">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.23</Nummer>
		  <Opschrift>Maatwerkregel vereisten melding voorgenomen
											velling</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.23__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.23__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een melding als bedoeld in artikel 11.126 van het
												Besluit activiteiten leefomgeving wordt op digitale
												wijze gedaan door middel van een door gedeputeerde
												staten vastgesteld formulier. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.23__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.23__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de melding wordt een topografische kaart
												aangeleverd met een schaal van 1:25000 waarop de
												locatie van de velling is aangegeven.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.3__art_4.24" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.24">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.24</Nummer>
		  <Opschrift>Maatwerkregel herbeplanten op bosbouwkundig
											verantwoorde wijze</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.24__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.24__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onder op bosbouwkundig verantwoorde wijze
												herbeplanten als bedoeld in artikel 11.129 van het
												Besluit activiteiten leefomgeving wordt
												verstaan:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.3__art_4.24__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.24__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_4__title_4.3__art_4.24__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.24__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een herbebossing die gericht wordt uitgevoerd
												om de doelen van houtproductie, natuur, landschap
												en/of cultuurhistorie te realiseren; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.3__art_4.24__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.24__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een spontane natuurlijke verjonging.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.24__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.24__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De herbeplanting als bedoeld in het eerste lid
												bestaat uit boomsoorten die geschikt zijn om gelet
												op de bodemkwaliteit en waterhuishouding ter plaatse
												uit te groeien tot een volwaardige en duurzame
												houtopstand en heeft binnen drie jaar een
												bedekkingsgraad van 80%.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.3__art_4.25" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.25">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.25</Nummer>
		  <Opschrift>Maatwerkregel voorwaarden aanvraag ontheffing
											herbeplanting op andere grond</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.25__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.25__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een aanvraag voor een toestemming voor herbeplanting
												op andere grond als bedoeld in artikel 11.130 van
												het Besluit activiteiten leefomgeving geschiedt
												uiterlijk twee jaar na de velling.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.25__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.25__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt
												gedaan op digitale wijze ingediend door middel van
												een door gedeputeerde staten vastgesteld
												aanvraagformulier.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.25__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.25__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In bijzondere gevallen kunnen gedeputeerde staten
												afwijken van het eerste lid.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.3__art_4.26" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.26</Nummer>
		  <Opschrift>Maatwerkvoorschrift voorwaarden herbeplanting op
											andere grond</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen een toestemming voor
												herbeplanting op andere grond als bedoeld in artikel
												11.130 van het Besluit activiteiten leefomgeving
												geven indien:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het perceel of de percelen waarop de
												herbeplanting wordt gerealiseerd zijn gelegen in
												provincies Drenthe, Groningen of Friesland; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de grond waarop de herbeplanting wordt
												gerealiseerd van minimaal gelijkwaardige kwaliteit
												is als die waarop zich de gevelde houtopstand
												bevond; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de grond waarop de herbeplanting wordt
												gerealiseerd minimaal dezelfde oppervlakte heeft
												als die waarop zich de gevelde houtopstand bevond;
												en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>met de herbeplanting op andere grond naar het
												oordeel van gedeputeerde staten de waarden van
												houtproductie, natuur, landschap en
												cultuurhistorie niet onevenredig worden
												geschaad.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De herbeplanting wordt gerealiseerd op landbouwgrond
												indien de herplantplicht ontstaat door een omvorming
												van bos naar landbouwgrond.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Indien de gevelde opstand deel uitmaakte van een
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_7">boskern</IntRef> vindt herbeplanting plaats in of
												aansluitend aan een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_7">boskern</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op de grond waarop de herbeplanting wordt
												gerealiseerd rusten geen bos- of
												natuurcompensatieverplichtingen die zijn ontstaan op
												grond van de Wet natuurbescherming of haar
												voorlopers of op grond van andere wet- en
												regelgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.26__para_5" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.26__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De herbeplanting vindt plaats op een bosbouwkundig
												verantwoorde wijze, zoals beschreven in artikel
												4.24.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__title_4.3__art_4.27" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.27</Nummer>
		  <Opschrift>Maatwerkvoorschrift vrijstelling herplantplicht
											productiebos</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.27__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De plicht tot herbeplanten van dezelfde grond als
												bedoeld in artikel 11.129 van het Besluit
												activiteiten leefomgeving geldt niet indien: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.3__art_4.27__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_4__title_4.3__art_4.27__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voorafgaand aan de aanleg van de te vellen
												houtopstand melding was gedaan bij gedeputeerde
												staten en de mededeling als bedoeld in het derde
												lid is gedaan; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.3__art_4.27__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op de grond waarop de te vellen houtopstand
												staat geen bos- of natuurcompensatieverplichtingen
												rusten die zijn ontstaan op grond van de Wet
												natuurbescherming of haar voorlopers of op grond
												van andere wet- en regelgeving.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.27__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een melding als bedoeld in het eerste lid, sub a,
												wordt op digitale wijze gedaan door middel van een
												door gedeputeerde staten vastgesteld formulier. Bij
												de melding wordt een topografische kaart aangeleverd
												met een schaal van 1:25000 waarop de locatie van de
												velling is aangegeven.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.27__para_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten doen binnen acht weken na
												ontvangst van de melding als bedoeld in het tweede
												lid mededeling over de vrijstelling.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.27__para_4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten informeren de gemeente waarin de
												te bebossen grond is gelegen, over de vrijstelling.
											</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.27__para_5" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De vrijstelling vervalt na veertig jaar na de datum
												van aanleg, zoals deze datum blijkt uit de melding
												bedoeld in het tweede lid.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__title_4.3__art_4.27__para_6" wId="pv22_24__chp_4__title_4.3__art_4.27__para_6">
		  <LidNummer>6.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De eigenaar van de grond dient op het moment van
												velling de mededeling over de vrijstelling als
												bedoeld in het derde lid te kunnen overleggen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Titel>
	    <Titel eId="chp_4__title_4.4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>4.4</Nummer>
		<Opschrift>Ammoniak en veehouderij</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Afdeling eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>4.4.1</Nummer>
		  <Opschrift>Beoordelingsregels voor verzuring gevoelige
											gebieden</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.28</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze titel is van toepassing op vergunningen
												voor het oprichten en uitbreiden van veehouderijen
												in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_1" eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28__para_1__ref_1">voor verzuring gevoelig gebied</IntIoRef>, voor
												zover het gaat om de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> uit
												dierenverblijven.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Veehouderijen bedoeld in lid 1 zijn agrarische
												bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van het
												Besluit activiteiten leefomgeving die
												milieubelastende activiteiten verrichten als
												bedoeld in artikel 3.201 van het Besluit
												activiteiten leefomgeving (het exploiteren van een
												IPPC-installatie voor het houden van pluimvee of
												varkens) of milieubelastende activiteiten bedoeld
												in artikel 3.202 van het Besluit activiteiten
												leefomgeving (het exploiteren van een andere
												milieubelastende installatie), met inbegrip van
												paarden en/of pony's die gehouden worden voor het
												berijden er van, voor zover die activiteit wordt
												verricht in een dierenverblijf.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.29</Nummer>
		    <Opschrift>Weigeringsgronden oprichten en veranderen
												veehouderij</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het college van burgemeester en wethouders
												weigert een omgevingsvergunning voor het oprichten
												van een veehouderij bedoeld in <IntRef ref="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28">Artikel 4.28</IntRef> lid 2 , als een tot deze
												activiteiten behorend dierenverblijf geheel of
												gedeeltelijk is gelegen in een bij deze
												verordening aangewezen <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_1" eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_1__ref_2">voor verzuring gevoelig gebied</IntIoRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het college van burgemeester en wethouders
												weigert een omgevingsvergunning voor het
												veranderen van een veehouderij bedoeld in <IntRef ref="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.28">Artikel 4.28</IntRef>, lid 2, als</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de aanvraag betrekking heeft op een
												uitbreiding van het aantal dieren van een of meer
												diercategorie&#235;n, en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een tot de deze activiteiten behorend
												dierenverblijf geheel of gedeeltelijk is gelegen
												in een bij deze verordening aangewezen <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_1" eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2__list_1__item_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_2__list_1__item_2__ref_2">voor verzuring gevoelig gebied</IntIoRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.30</Nummer>
		    <Opschrift>Uitzonderingen weigeringsgronden oprichten
												veehouderij</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het college van burgemeester en wethouders kan
												in afwijking van <IntRef ref="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29">Artikel 4.29</IntRef>, lid 1, een
												omgevingsvergunning verlenen als de veehouderij al
												was opgericht en onmiddellijk voorafgaand aan het
												ontstaan van de vergunningplicht onder de werking
												van het Besluit activiteiten leefomgeving viel,
												en</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het aantal dieren per diercategorie niet hoger
												is dan overeenkomstig de betrokken algemene
												maatregel van bestuur onmiddellijk voorafgaand aan
												het ontstaan van de vergunningplicht aanwezig
												mocht zijn;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het aantal dieren van een of meer
												diercategorie&#235;n hoger is dan het aantal, bedoeld
												onder a, maar de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> niet meer bedraagt dan
												de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> uit de dierenverblijven
												van de veehouderij die de veehouderij onmiddellijk
												voorafgaand aan het ontstaan van de
												vergunningplicht zou mogen veroorzaken en de
												emissie per dierplaats gelijk zou zijn aan de
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_18">maximale emissiewaarde</IntRef> die is toegestaan
												in het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de veehouderij onmiddellijk voorafgaand aan
												het vervallen van de Interimwet ammoniak en
												veehouderij:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1">
			    <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>aangemerkt zou zijn als een veehouderij
												en,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>van uitsluitend <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_19">melkrundvee</IntRef> het aantal dieren hoger is
												dan het aantal bedoeld onder a en,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1__item_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> niet meer bedraagt dan
												de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> die een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_20">melkrundveehouderij</IntRef> met 200 stuks
												melkvee en 140 stuks vrouwelijk jongvee in geval
												van oprichting zou veroorzaken en,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1__item_4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_c__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> per dierplaats gelijk is
												aan de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_18">maximale
												emissiewaarde</IntRef> die is toegestaan in het
												Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het aantal schapen of paarden hoger is dan
												bedoeld onder a;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>het aantal dieren dat wordt gehouden volgens
												biologische productiemethoden als bedoeld in
												artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet hoger is
												dan bedoeld onder a, of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_1__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>het aantal dieren dat wordt gehouden
												uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van
												natuurbeheer, hoger is dan bedoeld onder a.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het college van burgemeester en wethouders
												weigert in afwijking van <IntRef ref="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29__para_1">Artikel 4.29</IntRef>, lid 1, een
												omgevingsvergunning niet, als de dieren in de
												veehouderij uitsluitend of in hoofdzaak worden
												gehouden voor natuurbeheer.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.31</Nummer>
		    <Opschrift>Uitzonderingen weigeringsgronden veranderen
												veehouderij</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het college van burgemeester en wethouders kan in
												afwijking van <IntRef ref="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.29">Artikel 4.29</IntRef>, lid 2 een
												omgevingsvergunning verlenen als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1">
		      <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> uit de dierenverblijven
												na de uitbreiding niet meer bedraagt dan de
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef>die de veehouderij
												voorafgaand aan de uitbreiding:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_a__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_a__list_1">
			  <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_a__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_a__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>zou mogen veroorzaken als de emissie per
												dierplaats gelijk zou zijn aan de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_18">maximale
												emissiewaarde</IntRef>, of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_a__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_a__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>mocht veroorzaken op grond van eerder
												verleende nog geldende vergunningen, als deze
												emissie lager is dan de veehouderij zou mogen
												veroorzaken als de emissie per dierplaats gelijk
												zou zijn aan de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_18">maximale
												emissiewaarde</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>in de veehouderij onmiddellijk voorafgaand aan
												het vervallen van de Interimwet ammoniak en
												veehouderij:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1">
			  <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_19">Melkrundvee</IntRef> werd gehouden en,</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>de uitbreiding uitsluitend <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_19">melkrundvee</IntRef> betreft en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1__item_3" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> na uitbreiding niet meer
												bedraagt dan de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> die een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_20">melkrundveehouderij</IntRef> met 200 stuks
												melkvee en 140 stuks vrouwelijk jongvee zou
												veroorzaken en,</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1__item_4" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_b__list_1__item_4">
			    <LiNummer>4.</LiNummer>
			    <Al>als de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_1">ammoniakemissie</IntRef> per dierplaats gelijk
												zou zijn aan de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_18">maximale
												emissiewaarde</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding schapen of paarden
												betreft;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding dieren betreft die gehouden
												worden volgens biologische productiemethoden als
												bedoeld in artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet,
												of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding dieren betreft die worden
												gehouden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve
												van natuurbeheer.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.32" wId="pv22_24__chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.32">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.32</Nummer>
		    <Opschrift>Niet meerekenen dieren waarvoor eerder
												uitzondering is gemaakt</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dieren waarvoor eerder een omgevingsvergunning is
												verleend met toepassing van <IntRef ref="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.31">Artikel 4.31</IntRef>, sub b tot en met e, of
												<IntRef ref="chp_4__title_4.4__subchp_4.4.1__art_4.30">Artikel 4.30</IntRef>, lid 1, onder c tot en met
												f, worden bij een later verzoek voor aanpassing van
												de omgevingsvergunning niet meegerekend bij het
												bepalen van de emissie van ammoniak uit
												dierenverblijven die voorafgaand aan de uitbreiding
												zou mogen worden veroorzaakt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	    </Titel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_5" wId="pv22_24__chp_5">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>5</Nummer>
	      <Opschrift>Bodem en gesloten stortplaatsen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Titel eId="chp_5__title_5.1" wId="pv22_24__chp_5__title_5.1">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>5.1</Nummer>
		<Opschrift>Bodemsanering overgangsrecht Omgevingswet</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_5__title_5.1__art_5.1" wId="pv22_24__chp_5__title_5.1__art_5.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.1</Nummer>
		  <Opschrift>Overgangsrecht</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor de provincie Drenthe met uitzondering van het
											grondgebied van de gemeente Emmen geldt dat voor
											bodemverontreinigingen, vallend onder het overgangsrecht
											als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet bodem
											Omgevingswet, de Wet bodembescherming van toepassing
											blijft.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Titel>
	    <Titel eId="chp_5__title_5.2" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>5.2</Nummer>
		<Opschrift>Gesloten stortplaatsen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_5__title_5.2__art_5.2" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.2</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsvergunningplichtige
											activiteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_5__title_5.2__art_5.2__para_1" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.2__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
												omgevingsvergunning activiteiten te verrichten in,
												op, onder of over een gesloten stortplaats.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__title_5.2__art_5.2__para_2" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.2__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod geldt niet voor het treffen van
												maatregelen als bedoeld in artikel 8.49 van de wet
												Milieubeheer.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__title_5.2__art_5.3" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.3</Nummer>
		  <Opschrift>Aanwijzing vergunningsplichtige
											gevallen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Onder de in <IntRef ref="chp_5__title_5.2__art_5.2">Artikel 5.2</IntRef> bedoelde activiteiten vallen: </Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1">
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een milieubelastende activiteit te
												verrichten;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>werken te maken of te behouden; </Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>stoffen of voorwerpen, niet zijnde afvalstoffen,
												te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze
												te laten staan of liggen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.3__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>andere activiteiten te verrichten indien die
												activiteiten de uitvoering van de maatregelen,
												bedoeld in artikel 8.49, eerste lid, van de wet
												Milieubeheer, kunnen belemmeren, dan wel de
												nazorgvoorzieningen kunnen beschadigen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__title_5.2__art_5.4" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.4</Nummer>
		  <Opschrift>gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een
											omgevingsvergunning</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op een
											gesloten stortplaats worden de volgende gegevens en
											bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1">
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de voorgenomen activiteit bij de stortplaats en
												het gebied waarin nazorgvoorzieningen zijn
												gelegen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>het adres, de kadastrale aanduiding en een
												actuele kadastrale kaart waarop de locatie van de
												voorgenomen activiteit is aangegeven; </Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>naam en adres van een ieder die een zakelijk of
												persoonlijk recht heeft op het grondgebied;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>de maatregelen die worden getroffen om de
												bereikbaarheid van de nazorgvoorzieningen te
												garanderen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>de maatregelen die worden getroffen om de
												aantasting van de nazorgvoorzieningen te
												voorkomen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_f">
		      <LiNummer>f.</LiNummer>
		      <Al>de maatregelen die worden getroffen om
												anderszins de uitvoering van de nazorg niet te
												belemmeren; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_g" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.4__list_1__item_g">
		      <LiNummer>g.</LiNummer>
		      <Al>de wijze van evaluatie van en rapportage over de
												uitvoering van de onder d, e en f bedoelde
												maatregelen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__title_5.2__art_5.5" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.5</Nummer>
		  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning gesloten
											stortplaatsen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gedeputeerde Staten kunnen voor gesloten stortplaatsen
											op grond van art. 4.5 lid 1 en lid 2 Omgevingswet
											vergunningsvoorschriften verbinden aan de
											omgevingsvergunning.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__title_5.2__art_5.6" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.6">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.6</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit van provinciaal
											belang</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een omgevingsplanactiviteit die plaatsvindt op een
											gesloten stortplaats is een omgevingsplanactiviteit van
											provinciaal belang.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__title_5.2__art_5.7" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.7</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke zorgplicht</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Degene die een activiteit in, op, onder, boven of
												bij een plaats waar de in artikel 8.49 van de Wet
												milieubeheer bedoelde zorg voor een gesloten
												stortplaats wordt uitgevoerd, verricht en weet of
												redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit
												nadelige gevolgen kan hebben, is verplicht: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs
												van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen
												te voorkomen; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden
												voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te
												beperken of ongedaan te maken, en </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden
												beperkt, die activiteit achterwege te laten voor
												zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden
												gevraagd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__title_5.2__art_5.7__para_2" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze plicht houdt in ieder geval in dat: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__title_5.2__art_5.7__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.7__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het veilig en doelmatig beheer van
												afvalstoffen in de gesloten stortplaats wordt
												verzekerd, en </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__title_5.2__art_5.7__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_5__title_5.2__art_5.7__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>alle passende maatregelen worden genomen om
												ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen
												daarvan te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1
												van de wet. </Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Titel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_6" wId="pv22_24__chp_6">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>6</Nummer>
	      <Opschrift>Grondwaterbescherming</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Titel eId="chp_6__title_6.1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.1">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>6.1</Nummer>
		<Opschrift>Zorgplicht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_6__title_6.1__art_6.1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.1__art_6.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>6.1</Nummer>
		  <Opschrift>Zorgplichtbepaling</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door
											zijn handelen of nalaten de kwaliteit van het grondwater
											in een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_2">Waterwingebied</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_3">Verbodszone diepe boring
												Nietap</IntIoRef>,<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_4" wId="pv22_24__chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_4">Verbodszone diepe boring Assen</IntIoRef>,
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_5" wId="pv22_24__chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_5">Verbodszone diepe boring Hoogeveen Holtien en
												Zuidwolde</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_6" wId="pv22_24__chp_6__title_6.1__art_6.1__ref_6">Verbodszone diepe boring Annen Breevenen en
												Kruidhaars</IntIoRef> en
											Grondwaterbeschermingsgebied Drentsche Aa kan worden
											geschaad, is verplicht dergelijk handelen achterwege te
											laten - behoudens voor zover dat ingevolge de bepalingen
											van dit hoofdstuk uitdrukkelijk is toegestaan - dan wel,
											als dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden
											gevergd, alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs
											van hem kunnen worden gevergd teneinde die schade te
											voorkomen, dan wel als die schade niet kan worden
											voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan
											te maken.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Titel>
	    <Titel eId="chp_6__title_6.2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>6.2</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterbescherming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Afdeling eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Indieningsvereisten</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.2</Nummer>
		    <Opschrift>Melding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Indien in deze titel het doen van een melding is
												voorgeschreven, wordt in de melding aangegeven: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de naam en het adres van degene die de melding
												doet;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de dagtekening;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de activiteit waarop de
												melding betrekking heeft;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een of meer kaarten op een zodanige schaal dat
												een duidelijk beeld wordt verkregen van de plaats
												waar de activiteit zal plaatsvinden; </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>op welke wijze aan de bodembeschermende
												voorschriften wordt voldaan.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De melding wordt gedaan aan gedeputeerde staten
												uiterlijk 9 weken voordat tot de handeling waarop
												de melding betrekking heeft, wordt
												overgegaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het bevoegd gezag bevestigt de ontvangst van de
												melding en stuurt onverwijld een afschrift van de
												melding aan de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_33">waterleidingmaatschappij</IntRef>. De <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_33">waterleidingmaatschappij</IntRef> geeft uiterlijk
												binnen 6 weken na de ontvangst van de melding
												schriftelijk zijn oordeel of op basis van die
												gegevens verwacht mag worden dat wordt voldaan aan
												de voorschriften, waarop de melding betrekking
												heeft.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_4" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De aanvang van de daadwerkelijke uitvoering van
												de werkzaamheden waarop de melding betrekking
												heeft, wordt minimaal 2 weken van tevoren
												schriftelijk aan het bevoegd gezag gemeld.<br/><br/></Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_5" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.1__art_6.2__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Indien de voorgenomen toepassing niet binnen 6
												maanden na de verzending van de in het tweede lid
												bedoelde melding is aangevangen, dient opnieuw een
												melding te worden gedaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Waterwingebieden</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.3">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.3</Nummer>
		    <Opschrift>Milieubelastende activiteiten in
												waterwingebieden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.3__para_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.3__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om in een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.3__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.3__para_1__ref_1">Waterwingebied</IntIoRef> een milieubelastende
												activiteit uit te voeren waarvoor een
												omgevingsvergunning is vereist op grond van
												hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten
												leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.3__para_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.3__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
												voor de eigenmilieubelastende activiteitaar of
												exploitant van een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_33">waterleidingmaatschappij</IntRef>, indien het
												uitvoeren van een activiteit noodzakelijk is voor
												de openbare drinkwatervoorziening.<br/><br/></Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.4</Nummer>
		    <Opschrift>Overige activiteiten in
												waterwingebieden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is in een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__ref_1">Waterwingebied</IntIoRef> verboden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>schadelijke stoffen te hebben, te gebruiken,
												te vervoeren of op of in de bodem te brengen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een constructie of werk van welke aard dan ook
												op of in de bodem op te richten, tot stand te
												brengen, aan te leggen, te hebben of te gebruiken,
												als daarmee verspreiding van schadelijke stoffen
												in de bodem of aantasting van de beschermende
												werking van bodemlagen ontstaat of kan
												ontstaan;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>grond of baggerspecie toe te passen waarvan de
												kwaliteit de achtergrondwaarde overschrijdt;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>handelingen te verrichten waardoor direct of
												indirect warmte aan het grondwater wordt
												onttrokken of toegevoegd;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>een lozing in de bodem uit te voeren.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als een (potentieel) schadelijke stof wordt
												aangemerkt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een (potentieel) zeer zorgwekkende stof, zoals
												vastgesteld door het RIVM;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>stoffen opgenomen in de Nederlandse
												Richtlijnen Bodembescherming 2012, deel 3, bijlage
												2, stap 5, 'De stoffenlijst';</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>stoffen met een schadelijke werking op de
												smaak op geur van het grondwater, alsmede mengsels
												en verbindingen waaruit dergelijke stoffen in het
												grondwater kunnen ontstaan die het grondwater
												ongeschikt voor menselijke consumptie maken;
												en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_10">Gewasbeschermingsmiddelen</IntRef>, biociden en
												derivaten daarvan.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Onder de in het eerste lid, onder b, bedoelde
												constructies of werken worden in elk geval
												begrepen <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_5">boorputten</IntRef>, <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_11">grond- of
												funderingswerken</IntRef>, wegen,
												parkeergelegenheden voor motorvoertuigen,
												kampeerterreinen, recreatiecentra, leidingen,
												installaties, opslagreservoirs, begraafplaatsen en
												terreinen voor de uitstrooiing van as.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het in het eerste lid onder a, b en c gestelde
												veschadelijke stoffen hebben inbrengen of
												gebruikenrbod geldt niet voor:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het oprichten en hebben van <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_5">boorputten</IntRef> voor de controle van het
												grondwater ten behoeve van de openbare
												drinkwatervoorziening;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het toepassen van strooizout ten behoeve van
												de gladheidbestrijding;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>schadelijke stoffen aanwezig in en benodigd
												voor het doen functioneren van motorvoertuigen,
												motorwerktuigen of bromfietsen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het vervoeren van schadelijke stoffen in
												afgesloten en vloeistofdichte tanks of in een
												ongeopende verpakking;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>het hebben of gebruiken van geringe
												hoeveelheden schadelijke stoffen, niet zijnde
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_10">gewasbeschermingsmiddelen</IntRef> of biociden,
												bij woningen en andere gebouwen, mits bewaard in
												een afgesloten verpakking en beschermd tegen
												invloeden van weersomstandigheden;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>het verspreiden van baggerspecie die vrijkomt
												bij regulier onderhoud van watergangen, over het
												aangrenzend perceel met inachtneming van het
												Besluit bodemkwaliteit;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_g" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_4__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>het onderzoeken en saneren van de bodem met
												inachtneming van de Wet bodembescherming.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_5" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
												voor de eigenaar of exploitant van een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_33">waterleidingmaatschappij</IntRef>, indien de
												desbetreffende activiteit of gedraging
												noodzakelijk is voor de openbare
												drinkwatervoorziening of als de activiteit of
												gedraging is opgenomen in een
												waterbeheerprogramma.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.5" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.5">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.5</Nummer>
		    <Opschrift>Waterbeheerprogramma</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_33">waterleidingmaatschappij</IntRef> stelt, voor de
												bij haar in gebruik zijnde waterwingebieden, een
												waterbeheerprogramma op waarin is aangegeven op
												welke wijze de waterwingebieden zijn of worden
												ingericht en beheerd en op welke wijze de bodem en
												het grondwater worden beschermd met het oog op de
												waterwinning. In het waterbeheerprogramma kan worden
												aangegeven welke activiteiten en handelingen als
												bedoeld in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4">Artikel 6.4</IntRef> in het voor dat gebied
												opgestelde beheerprogramma naar de mening van de
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_33">waterleidingmaatschappij</IntRef> in dat gebied
												toegestaan zijn.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Grondwaterbeschermingsgebieden</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.6</Nummer>
		    <Opschrift>Verboden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De volgende beperkingsgebiedactiviteiten zijn in
												een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef>
												verboden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een milieubelastende activiteit, als bedoeld
												in:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1">
			    <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>afdeling 3.3 Besluit activiteiten
												leefomgeving, complexe bedrijven;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>artikel 3.24 Besluit activiteiten leefomgeving
												gericht op het opslaan van gevaarlijke
												vloeistoffen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1__item_3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>artikel 3.27 Besluit activiteiten leefomgeving
												gericht op het opslaan van gevaarlijke
												meststoffen; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1__item_4" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_a__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>artikel 3.39 Besluit activiteiten leefomgeving
												gericht op het opslaan, mengen en scheiden van
												bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke
												vloeistoffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>Het bedrijfsmatig gebruik of aanwezig hebben
												van voor het grondwater schadelijke stoffen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_5">Boorputten</IntRef> op te richten, in exploitatie
												te nemen of te hebben;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_11">Grond- of funderingswerken</IntRef> te verrichten
												of sonderingen uit te voeren dieper dan 3 meter
												onder het maaiveld;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>bodemenergiesystemen dieper dan 3 meter onder
												het maaiveld in de bodem te drukken;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>ten aanzien van hemelwater van gebouwen en
												verhardingen een lozingsactiviteit te
												verrichten;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_g" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>een lozingsactiviteit ten aanzien van
												hemelwater via diepinfiltratie in het grondwater
												te verrichten;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_h" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_h">
			  <LiNummer>h.</LiNummer>
			  <Al>parkeergelegenheid voor motorvoertuigen,
												anders dan voor priv&#233;gebruik, aan te bieden indien
												het terrein niet is voorzien van een
												aaneengesloten verharding;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_i" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_i">
			  <LiNummer>i.</LiNummer>
			  <Al>een buisleiding voor het transport van gas
												(met uitzondering van aardgasleiding bestemd voor
												het plaatselijke transport van en naar
												particulieren en bedrijven), olie of chemicali&#235;n,
												alsmede een leiding voor het transport van
												elektriciteit die wordt gekoeld met olie of
												chemicali&#235;n aan te leggen, te vervangen, te
												veranderen of te verleggen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_j" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_j">
			  <LiNummer>j.</LiNummer>
			  <Al>een begraafplaats of uitstrooiveld, als
												bedoeld in de Wet op de lijkbezorging, of een
												dierenbegraafplaats aan te leggen of te
												hebben;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_k" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_k">
			  <LiNummer>k.</LiNummer>
			  <Al>IBC-bouwstof toe te passen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_l" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_l">
			  <LiNummer>l.</LiNummer>
			  <Al>grond of baggerspecie toe te passen, en;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_m" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_1__list_1__item_m">
			  <LiNummer>m.</LiNummer>
			  <Al>het tot stand brengen van werken of verrichten
												van handelingen waardoor direct of indirect warmte
												of koude aan de bodem wordt onttrokken of
												toegevoegd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als voor het grondwater schadelijke stof wordt
												aangemerkt een (potentieel) zeer zorgwekkende
												stof, zoals vastgesteld door het RIVM.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.7</Nummer>
		    <Opschrift>Uitzonderingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6">Artikel 6.6</IntRef>, lid 1, sub l gestelde
												verbod is niet van toepassing op grond of
												baggerspecie op of in de bodem indien de kwaliteit
												van de grond of baggerspecie:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de achtergrondwaarde niet overschrijdt, dan
												wel;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de maximale waarden van de kwaliteitsklasse
												wonen niet overschrijdt, de kwaliteit van de
												ontvangende bodem gelijk is aan of slechter is dan
												de kwaliteitsklasse wonen en de grond of
												baggerspecie uit het grondwaterbeschermingsgebied
												afkomstig is.<br/><br/></Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6">Artikel 6.6</IntRef>, lid 1, sub l gestelde
												verbod is niet van toepassing op grond of
												baggerspecie in oppervlaktewater indien de
												kwaliteit van de grond of baggerspecie:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de achtergrondwaarde niet overschrijdt,
												of;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de maximale waarden van de kwaliteitsklasse A
												niet overschrijdt, de kwaliteit van de ontvangende
												waterbodem gelijk is aan of slechter is dan de
												kwaliteitsklasse A en de grond of baggerspecie uit
												het grondwaterbeschermingsgebied afkomstig is.<br/><br/></Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.7__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6">Artikel 6.6</IntRef>, lid 1, sub l gestelde
												verbod is niet van toepassing op grond of
												baggerspecie voor zover het betreft baggerspecie
												die vrijkomt bij regulier onderhoud van
												watergangen op het aangrenzend perceel, met het
												oog op het herstellen of verbeteren van die
												percelen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.8</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene meldplichten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6">Artikel 6.6</IntRef>, is het toegestaan voor
												zover daartoe 9 weken voor aanvang melding wordt
												gedaan aan gedeputeerde staten:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1">
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_5">Boorputten</IntRef> op te richten voor de
												controle van het grondwater ten behoeve van de
												openbare drinkwatervoorziening;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de bodem te onderzoeken of saneren in het
												kader van de Wet bodembescherming;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>tijdelijke bronbemaling te verrichten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.8__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>veedrinkputten aan te leggen die niet dieper
												gaan dan 10 meter beneden maaiveld.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.9" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.9">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.9</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht graafwerkzaamheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6">Artikel 6.6</IntRef>, lid 1, sub d, is het
												toegestaan voor zover daartoe 9 weken voor aanvang
												melding wordt gedaan bij gedeputeerde staten:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.9__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.9__list_1">
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.9__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.9__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>graafwerkzaamheden te verrichten die gepaard
												gaan met het verwijderen van grond die dieper gaan
												dan 3 meter en waarbij;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.9__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.9__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het bodemprofiel wordt aangevuld tot ten
												minste 3 meter onder het maaiveld zoals dat
												aanwezig was voorafgaand aan de
												graafwerkzaamheden, en aansluitend op eventueel
												aangelegde kunstwerken.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.10</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht
												funderingswerkzaamheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6">Artikel 6.6</IntRef>, lid 1, sub d, is het, voor
												zover daartoe 9 weken voor aanvang melding wordt
												gedaan bij gedeputeerde staten, toegestaan palen
												dieper dan 3 meter in te brengen waarbij gebruik
												wordt gemaakt van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10__list_1">
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>grondverdringende gladde geprefabriceerde
												palen zonder verbrede voet;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>in de grond gevormde palen waarbij een
												hulpbuis wordt gebruikt die niet plaatselijk is
												verbreed en die niet grondverdringend wordt
												ingebracht en niet wordt getrokken, of; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.10__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>schroefpalen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.11" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.11">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.11</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht lozingsactiviteit gebouwen en
												verhardingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6">Artikel 6.6</IntRef>, lid 1, sub f, is het, voor
												zover daartoe 9 weken voor aanvang melding wordt
												gedaan bij gedeputeerde staten, toegestaan
												lozingsactiviteiten te verrichten in de vorm van
												oppervlakkige infiltraties:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.11__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.11__list_1">
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.11__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.11__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>ten aanzien van gebouwen: indien geen
												bouwmaterialen worden gebruikt die tot gevolg
												hebben dat schadelijke stoffen door afspoelen of
												uitloging in het afstromend water kunnen komen en
												afstromend water uitsluitend infiltreert via een
												doelmatig werkend zuiveringssysteem;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.11__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.11__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>ten aanzien van wegen: indien het afstromend
												water uitsluitend infiltreert via een doelmatig
												werkend zuiveringssysteem.<br/><br/></Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.2.4</Nummer>
		  <Opschrift>Verbodszone diepe boringen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.12</Nummer>
		    <Opschrift>Verboden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is in de <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__ref_1">Verbodszone diepe boring Nietap</IntIoRef>
												verboden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_5">Boorputten</IntRef> op te richten, in exploitatie
												te nemen of te hebben;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_11">Grond- of funderingswerken</IntRef> te verrichten
												of sonderingen uit te voeren dieper dan 5
												meter;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een lozingsactiviteit ten aanzien van
												hemelwater via diepinfiltratie in het grondwater
												te verrichten;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een bodemenergiesysteem te installeren</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is in de <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__ref_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__ref_1">Verbodszone diepe boring Assen</IntIoRef>
												verboden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_5">Boorputten</IntRef> op te richten, in exploitatie
												te nemen of te hebben;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_11">Grond- of funderingswerken</IntRef> te verrichten
												of sonderingen uit te voeren dieper dan 5
												meter;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een lozingsactiviteit ten aanzien van
												hemelwater via diepinfiltratie in het grondwater
												te verrichten;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een bodemenergiesysteem te installeren.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is in de <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__ref_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__ref_1">Verbodszone diepe boring Hoogeveen Holtien en
												Zuidwolde</IntIoRef> verboden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_5">Boorputten</IntRef> op te richten, in exploitatie
												te nemen of te hebben;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_11">Grond- of funderingswerken</IntRef> te verrichten
												of sonderingen uit te voeren dieper dan 40
												meter;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een lozingsactiviteit ten aanzien van
												hemelwater via diepinfiltratie in het grondwater
												te verrichten;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_3__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een bodemenergiesysteem te installeren.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is in de <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__ref_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__ref_1">Verbodszone diepe boring Annen Breevenen en
												Kruidhaars</IntIoRef> verboden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_5">Boorputten</IntRef> op te richten, in exploitatie
												te nemen of te hebben;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_11">Grond- of funderingswerken</IntRef> te verrichten
												of sonderingen uit te voeren dieper dan 3
												meter;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een lozingsactiviteit ten aanzien van
												hemelwater via diepinfiltratie in het grondwater
												te verrichten;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12__para_4__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een bodemenergiesysteem te installeren.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.13</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene meldplichten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12">Artikel 6.12</IntRef>, is het toegestaan voor
												zover daartoe 9 weken voor aanvang melding wordt
												gedaan bij gedeputeerde staten:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1">
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_5">Boorputten</IntRef> op te richten voor de
												controle van het grondwater ten behoeve van de
												openbare drinkwatervoorziening;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de bodem te onderzoeken of te saneren in het
												kader van de Wet bodembescherming;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>tijdelijke bronbemaling te verrichten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.13__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>veedrinkputten aan te leggen die niet dieper
												gaan dan 10 meter beneden maaiveld.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.14" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.14">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.14</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht graafwerkzaamheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onverminderd het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12">Artikel 6.12</IntRef>, lid 1, sub b, lid 2, sub
												b, lid 3, sub b, is het toegestaan voor zover
												daartoe 9 weken voor aanvang melding wordt gedaan
												bij gedeputeerde staten:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.14__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.14__list_1">
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.14__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.14__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>graafwerkzaamheden te verrichten die gepaard
												gaan met het verwijderen van grond die dieper gaan
												dan 3 meter en waarbij;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.14__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.14__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het bodemprofiel wordt aangevuld tot ten
												minste 3 meter onder het maaiveld zoals dat
												aanwezig was voorafgaand aan de
												graafwerkzaamheden, en aansluitend op eventueel
												aangelegde kunstwerken.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.15</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht
												funderingswerkzaamheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onverminderd het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.12">Artikel 6.12</IntRef>, lid 1, sub b, lid 2, sub
												b, lid 3, sub b, is het, voor zover daartoe 9 weken
												voor aanvang melding wordt gedaan bij gedeputeerde
												staten, toegestaan palen dieper dan 3 meter in te
												brengen waarbij gebruik wordt gemaakt van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15__list_1">
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>grondverdringende gladde geprefabriceerde
												palen zonder verbrede voet;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>in de grond gevormde palen waarbij een
												hulpbuis wordt gebruikt die niet plaatselijk is
												verbreed en die niet grondverdringend wordt
												ingebracht en niet wordt getrokken, of;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.4__art_6.15__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>schroefpalen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.2.5</Nummer>
		  <Opschrift>Grondwaterbeschermingsgebied Drentsche
											Aa</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.16</Nummer>
		    <Opschrift>Spuitvrije zones en bescherming Drentsche
												Aa</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16__para_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om binnen het
												Grondwaterbeschermingsgebied Drentsche Aa
												oppervlaktewater in te nemen bestemd voor het
												(rechtstreeks) vullen en spoelen van machines voor
												het verspuiten van <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_10">gewasbeschermingsmiddelen</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16__para_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om binnen het <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16__para_2__ref_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16__para_2__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied Drentsche Aa -
												Spuitvrije zone</IntIoRef><IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_10">gewasbeschermingsmiddelen</IntRef> toe te passen
												of te laten toepassen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16__para_3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.5__art_6.16__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod in lid 2 van dit artikel is niet van
												toepassing op het gebruik van op grond van de Wet
												gewasbeschermingsmiddelen en biociden toegelaten
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_10">gewasbeschermingsmiddelen</IntRef> door middel
												van de pleksgewijze bestrijding van akkerdistel,
												brandnetel, ridderzuring en jacobskruiskruid op
												gronden in gebruik als grasland, wegbermen,
												plantsoenranden en/of bermen langs
												spoorwegen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.2.6</Nummer>
		  <Opschrift>Aanduiding gebieden</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.17</Nummer>
		    <Opschrift>Bebording</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17__para_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_33">waterleidingmaatschappij</IntRef> moet het
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17__para_1__ref_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17__para_1__ref_2">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> en
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17__para_1__ref_3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17__para_1__ref_3">Waterwingebied</IntIoRef> aanduiden door middel
												van een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_6">bord</IntRef>, waarvan het model door
												gedeputeerde staten is vastgesteld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17__para_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.6__art_6.17__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_6">bord</IntRef> met het opschrift
												'grondwaterbeschermingsgebied' respectievelijk
												'waterwingebied' wordt geplaatst langs alle
												openbare wegen, spoorwegen en vaarwegen die de
												grondwaterbeschermingsgebieden respectievelijk de
												waterwingebieden doorkruisen c.q. daaraan grenzen
												en wel bij de buitenste grens van de
												grondwaterbeschermingsgebieden respectievelijk
												waterwingebieden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.2.7</Nummer>
		  <Opschrift>Overige bepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.18</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingsvergunning</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Indien in een bijzonder geval het algemeen
												belang de uitvoering van een activiteit waarop een
												verbod betrekking heeft, noodzakelijk maakt, kan
												het college van gedeputeerde staten een
												omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van
												de verboden opgenomen in <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.2__art_6.4">Artikel 6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.3__art_6.6">Artikel 6.6</IntRef>, sub c, d, f, g, h en k, met
												dien verstande dat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een omgevingsvergunning voor het afwijken van
												sub g uitsluitend wordt verleend indien wordt
												verzekerd dat sprake is van transport van
												niet-verontreinigd aardgas;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>aan de omgevingsvergunning worden de
												voorschriften verbonden die de hoogst mogelijke
												vorm van bescherming voor de kwaliteit van het
												grondwater bieden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_2" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De aanvrager vermeldt in de aanvraag het
												algemeen belang dat met de uitvoering van de
												activiteit is gediend.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_3" wId="pv22_24__chp_6__title_6.2__subchp_6.2.7__art_6.18__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het college van gedeputeerde staten stelt de
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_33">waterleidingmaatschappij</IntRef> in de
												gelegenheid advies uit te brengen naar aanleiding
												van de aanvraag om omgevingsvergunning.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	    </Titel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_7" wId="pv22_24__chp_7">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>7</Nummer>
	      <Opschrift>Stiltegebieden</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_7__subchp_7.1" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>7.1</Nummer>
		<Opschrift>Verbodsbepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.1" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>7.1</Nummer>
		  <Opschrift>Grootschalig evenement</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.1__ref_1" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.1__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> een grootschalig evenement
											te houden of te organiseren waarbij gebruik wordt
											gemaakt van:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.1__list_1" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.1__list_1">
		    <Li eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.1__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een omroepinstallatie, sirene, hoorn en een
												ander daarmee vergelijkbaar toestel bestemd om
												geluid te versterken of voort te brengen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.1__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een muziekinstrument en een ander daarmee
												vergelijkbaar geluidsapparaat, al dan niet
												gekoppeld aan geluidversterker</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.2" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>7.2</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.2__ref_1" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.2__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> gebruik te maken van een
											drone, modelvliegtuig, modelboot, modelauto of daarmee
											vergelijkbaar apparaat.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.3" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>7.3</Nummer>
		  <Opschrift>Motorvoertuig of bromfiets buiten openbare
											weg</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.3__ref_1" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.3__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> zich met een motorvoertuig
											of bromfiets te bevinden buiten de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_24">openbare
												weg</IntRef> of buiten andere voor
											bestemmingsverkeer openstaande wegen of terreinen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.4" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>7.4</Nummer>
		  <Opschrift>Toertocht motorvoertuigen of
											bromfietsen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__art_7.4__ref_1" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.1__art_7.4__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> een toertocht voor
											motorvoertuigen of bromfietsen te houden of daaraan deel
											te nemen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_7__subchp_7.2" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>7.2</Nummer>
		<Opschrift>Uitzonderingen en omgevingsvergunningen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_7__subchp_7.2__art_7.5" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.2__art_7.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>7.5</Nummer>
		  <Opschrift>Uitzondering stiltegebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De verboden in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__art_7.2">Artikel 7.2</IntRef>, <IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__art_7.3">Artikel
												7.3</IntRef> en <IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__art_7.4">Artikel
												7.4</IntRef> gelden niet voor zover deze betrekking
											hebben op:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__art_7.5__list_1" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.2__art_7.5__list_1">
		    <Li eId="chp_7__subchp_7.2__art_7.5__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.2__art_7.5__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de uitoefening van land-, tuin-, bosbouw of
												vervening of ten behoeve van het onderhoud van
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.2__art_7.5__list_1__item_1__ref_4" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.2__art_7.5__list_1__item_1__ref_4">Stiltegebied</IntIoRef> of van daarin aanwezige
												bouwwerken en andere constructies of het gebruik
												op het eigen erf;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_7__subchp_7.2__art_7.5__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.2__art_7.5__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>motorvoertuigen en bromfietsen voor zover sprake
												is van elektrische aandrijving.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_7__subchp_7.2__art_7.6" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.2__art_7.6">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>7.6</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsvergunning stiltegebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gedeputeerde staten kunnen een omgevingsvergunning
											verlenen voor de activiteiten genoemd in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.1">Afdeling 7.1</IntRef> en
												<IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__art_7.2">Artikel
												7.2</IntRef>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_7__subchp_7.3" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.3">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>7.3</Nummer>
		<Opschrift>Aanduiding gebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_7__subchp_7.3__art_7.7" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.3__art_7.7">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>7.7</Nummer>
		  <Opschrift>Bebording stiltegebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gedeputeerde staten duiden een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.3__art_7.7__ref_1" wId="pv22_24__chp_7__subchp_7.3__art_7.7__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> aan door middel van
											borden.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_8" wId="pv22_24__chp_8">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>8</Nummer>
	      <Opschrift>Ontgrondingen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Artikel eId="chp_8__art_8.1" wId="pv22_24__chp_8__art_8.1">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.1</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik ontgrondingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit hoofdstuk is van toepassing op
										ontgrondingsactiviteiten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_8__art_8.2" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.2</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige
										ontgrondingsactiviteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_8__art_8.2__para_1" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De vrijstelling genoemd in artikel 16.7, onder a, van
											het Besluit activiteiten leefomgeving is niet van
											toepassing indien de activiteit plaatsvindt op een
											locatie:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__art_8.2__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_1__list_1">
		    <Li eId="chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>dat is gelegen binnen de werkingsgebieden
												Aardkundige waarden Beschermingsniveau Hoog of
												<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" eId="chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_1__ref_1">Aardkundige waarden Beschermingsniveau
												Middel</IntIoRef>;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>dat is gelegen binnen de <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" eId="chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_2__ref_2">Waarde-archeologie 1</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" eId="chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_2__ref_3" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_2__ref_3">Waarde-archeologie 2</IntIoRef> of <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" eId="chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_2__ref_4" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_2__ref_4">Waarde-archeologie 3</IntIoRef>;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_1__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>die mogelijk een periglaciale laagte is
												(pingoru&#239;ne, potenti&#235;le pingoru&#239;ne of
												uitblazingskom).</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_8__art_8.2__para_2" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_2">
		<LidNummer>2.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De vrijstelling genoemd in artikel 16.7, onder h, van
											het Besluit activiteiten leefomgeving is niet van
											toepassing als de locatie waar de ontgronding
											plaatsvindt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__art_8.2__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_2__list_1">
		    <Li eId="chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>ligt binnen de werkingegebieden Aardkundige
												waarden Beschermingsniveau Hoog of <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" eId="chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_1__ref_1">Aardkundige waarden Beschermingsniveau
												Middel</IntIoRef>;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>ligt binnen <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" eId="chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_2__ref_2" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_2__ref_2">Waarde-archeologie 1</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" eId="chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_2__ref_3" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_2__ref_3">Waarde-archeologie 2</IntIoRef> of <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" eId="chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_2__ref_4" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_2__ref_4">Waarde-archeologie 3</IntIoRef>;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_8__art_8.2__para_2__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>mogelijk een periglaciale laagte is (pingoru&#239;ne,
												potenti&#235;le pingoru&#239;ne of uitblazingskom).</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_8__art_8.3" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.3</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing vergunningvrije
										ontgrondingsactiviteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_8__art_8.3__para_1" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>In aanvulling op hetgeen is opgenomen in artikel 16.7
											van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt het
											verbod bedoeld in artikel 5.1 van de wet om zonder
											omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te
											verrichten tevens niet voor werkzaamheden aan en in
											gronden, gebezigd voor de uitoefeninf van een land-,
											tuin- of bosbouwbedrijf, mits:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__art_8.3__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_1__list_1">
		    <Li eId="chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>er geen afvoer van bodemmateriaal plaatsheeft
												voor gebruik buiten het bedrijf waartoe de gronden
												behoren;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de gemiddelde hoogteligging van de gronden na
												beeindiging van de werkzaamheden niet wordt
												verminderd;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>de grondlagen dieper dan 1 meter beneden het
												oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>er geen archeologische verwachtingen en/of
												archeologische of aardkundige waarden worden
												aangetast, en;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_1__list_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>de werkzaamheden niet strekken tot het geheel of
												gedeeltelijk afgraven van houtwallen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_8__art_8.3__para_2" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_2">
		<LidNummer>2.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>In aanvulling op hetgeen is opgenomen in artikel 16.7
											van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt het
											verbod bedoeld in artikel 5.1 van de wet om zonder
											omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te
											verrichten tevens niet voor werkzaamheden verricht door
											of in opdracht van natuurbeherende instanties aan en in
											gronden die door deze instanties worden beheerd,
											mits:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__art_8.3__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_2__list_1">
		    <Li eId="chp_8__art_8.3__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_2__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>er geen archeologische verwachtingen en/of
												archeologische of aardkundige waarden worden
												aangetast;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.3__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_2__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de werkzaamheden zijn gericht op behoud of
												ontwikkeling van natuur- en
												landschapswaarden;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.3__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_2__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>er geen afvoer van ander dan humeus
												bodemmateriaal plaats heeft, en;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__art_8.3__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_8__art_8.3__para_2__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>de werkzaamheden niet strekken tot het geheel of
												gedeeltelijk afgraven van houtwallen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_8__art_8.4" wId="pv22_24__chp_8__art_8.4">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.4</Nummer>
		<Opschrift>Meldingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Degene die voornemens is een ontgronding uit te voeren die
										dan wel op grond van artikel 16.7 van het Besluit
										activiteiten leefomgeving dan wel op grond van <IntRef ref="chp_8__art_8.3">Artikel 8.3</IntRef> zijn
										aangewezen als vergunningsvrije ontgrondingsactiviteiten
										waarbij 1.000 m&#179; of meer bodemmateriaal wordt afgevoerd of
										in depot gezet, meldt dit uiterlijk 4 weken voor de aanvang
										van de werkzaamheden aan gedeputeerde staten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_8__art_8.5" wId="pv22_24__chp_8__art_8.5">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.5</Nummer>
		<Opschrift>Advies waterschappen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij het verlenen of wijzigen van een omgevingsvergunning
										voor activiteiten als bedoeld in artikel 16.6 van het
										Besluit activiteiten leefomgeving, wordt het waterschap in
										wiens werkingsgebied de activiteit plaatsvind of zal gaan
										plaatsvinden, in de gelegenheid gesteld om voordat de
										beschikking wordt genomen hierover aan gedeputeerde staten
										advies uit te brengen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_9" wId="pv22_24__chp_9">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>9</Nummer>
	      <Opschrift>Vaarverbod Drentsche Aa</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Artikel eId="chp_9__art_9.1" wId="pv22_24__chp_9__art_9.1">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.1</Nummer>
		<Opschrift>Vaarverbod</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_9__art_9.1__para_1" wId="pv22_24__chp_9__art_9.1__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een
											omgevingsvergunning in <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_1" eId="chp_9__art_9.1__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_9__art_9.1__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied Drentsche Aa
												Vaarweg</IntIoRef> te varen, een vaartuig te leggen,
											te laten drijven of te laten liggen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_9__art_9.1__para_2" wId="pv22_24__chp_9__art_9.1__para_2">
		<LidNummer>2.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend voor
											activiteiten die betrekking hebben op het verrichten van
											onderhoud en onderzoek ten behoeve van de
											instandhoudingsdoelstelling genoemd in het Natura-2000
											beheerplan Drentsche Aa.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_9__art_9.2" wId="pv22_24__chp_9__art_9.2">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.2</Nummer>
		<Opschrift>Uitzondering op het vaarverbod</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het verbod als bedoeld in <IntRef ref="chp_9__art_9.1">Artikel 9.1</IntRef> geldt niet voor zover het
										betrekking heeft op een vaartuig waarmee werkzaamheden
										worden verricht ten behoeve van het onderhoud van de
										waterloop en het aangrenzende gebied of van de daarin
										aanwezige bouwwerken en andere constructies.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_9__art_9.3" wId="pv22_24__chp_9__art_9.3">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.3</Nummer>
		<Opschrift>Bebording</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Staatsbosbeheer duidt de waterlopen, waarvoor het in artikel
										9.1 bedoelde verbod geldt, aan door middel van borden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_10" wId="pv22_24__chp_10">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>10</Nummer>
	      <Opschrift>Water</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.1</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik omgevingswaarden</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Met deze afdeling wordt invulling gegeven aan de
											verplichting in artikel 2.13 Omgevingswet om
											omgevingswaarden vast te stellen voor:</Al>
		  <Lijst type="ongemarkeerd" eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.1__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.1__list_1">
		    <Li eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.1__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.1__list_1__item_1">
		      <Al>de veiligheid van de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_27">regionale
												waterkering</IntRef> die bij deze verordening zijn
												aangewezen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.1__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.1__list_1__item_2">
		      <Al>de gemiddelde kans op overstroming per jaar van
												gebieden die bij deze verordening zijn aangewezen
												met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit
												waarop regionale wateren moeten zijn
												ingericht.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.2</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingswaarden veiligheid regionale
											waterkeringen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.2__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.2__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor de veiligheid van <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.2__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.2__para_1__ref_1">Regionale Kering Norm 1:100</IntIoRef> geldt als
												omgevingswaarde een gemiddelde overschrijdingskans
												van 1 op 100 per jaar van de maatgevende
												waterstanden waarop de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_27">regionale
												waterkering</IntRef> moet zijn berekend, mede
												gelet op overige het waterkerende vermogen bepalende
												factoren.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.2__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.2__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor de veiligheid van <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.2__para_2__ref_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.2__para_2__ref_1">Regionale Kering Norm 1:200</IntIoRef> geldt als
												omgevingswaarde een gemiddelde overschrijdingskans
												van 1 op 200 per jaar van de maatgevende
												waterstanden waarop de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_27">regionale
												waterkering</IntRef> moet zijn berekend, mede
												gelet op overige het waterkerende vermogen bepalende
												factoren.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.3</Nummer>
		  <Opschrift>Termijn en aard omgevingswaarde veiligheid
											regionale waterkeringen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.3__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.3__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Aan de omgevingswaarden veiligheid regionale
												waterkeringen moet uiterlijk 1 januari 2030 worden
												voldaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.3__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.3__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De omgevingswaarden veiligheid <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_27">regionale
												waterkeringen</IntRef> zijn
												resultaatsverplichtingen. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.4" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.4</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingswaarden Wateroverlast</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.4__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.4__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als omgevingswaarden voor het voorkomen of beperken
												van wateroverlast geldt de gemiddelde kans op
												overstroming per jaar zoals in <IntRef ref="chp_10__subchp_10.1__art_10.5">Artikel
												10.5</IntRef> is vastgesteld.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.4__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.4__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De omgevingswaarden bedoeld in lid 1 zijn bepalend
												voor de bergings- en afvoercapaciteit waarop
												regionale wateren moeten zijn ingericht gelet op het
												overwegend landgebruik dat voor een gebied is
												aangegeven.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.4__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.4__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de zorg voor regionale wateren neemt het
												waterschapsbestuur de omgevingswaarden, bedoeld in
												<IntRef ref="chp_10__subchp_10.1__art_10.5">Artikel 10.5</IntRef>, in acht.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.4__para_4" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.4__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De omgevingswaarden, bedoeld in <IntRef ref="chp_10__subchp_10.1__art_10.5">Artikel
												10.5</IntRef>, gelden voor wateroverlast afkomstig
												uit leggerwaterlopen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.5</Nummer>
		  <Opschrift>Uitgangspunten omgevingswaarden
											wateroverlast</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Binnen het werkingsgebied '<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_1__ref_1">bebouwd gebied</IntIoRef>' geldt een gemiddelde
												kans op overstromingen van 1/100 per jaar.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Binnen het werkingsgebied '<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_2__ref_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_2__ref_1">Glastuinbouwgebieden</IntIoRef>' geldt een
												gemiddelde kans op overstroming van 1/50 per jaar,
												met dien verstande dat 1% van het oppervlak een
												grotere overstromingskans mag hebben.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Binnen het werkingsgebied '<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_3__ref_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_3__ref_1">Akkerbouw</IntIoRef>' geldt een gemiddelde kans
												op overstroming van 1/25 per jaar, met dien
												verstande dat 1% van het oppervlak een grotere
												overstromingskans mag hebben.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_4" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Binnen het werkingsgebied '<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_4__ref_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_4__ref_1">Grasland</IntIoRef>' geldt een gemiddelde kans op
												overstroming van 1/10 per jaar, met dien verstande
												dat 5% van het oppervlak een grotere
												overstromingskans mag hebben.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_5" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Binnen het werkingsgebied '<IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_5__ref_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_5__ref_1">Natuur en open water</IntIoRef>' geldt geen norm
												voor gemiddelde kans op overstroming.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_6" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.5__para_6">
		  <LidNummer>6.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor de teelt van mais en roulerende teelten (bollen
												en dergelijke) geldt voor de bedoelde
												overstromingskans dat wordt aangesloten bij de
												gemiddelde overstromingskans voor het overwegende
												grondgebruik in de directe omgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.6" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.6">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.6</Nummer>
		  <Opschrift>Termijn en aard omgevingswaarden
											wateroverlast</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.6__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.6__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Aan de omgevingswaarden wateroverlast moet uiterlijk
												in 2027 worden voldaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.6__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.6__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De omgevingswaarden voor wateroverlast zijn
												inspanningsverplichtingen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.1__art_10.6__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.1__art_10.6__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De omgevingswaarden wateroverlast worden in acht
												genomen in het waterbeheerprogramma.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.2</Nummer>
		<Opschrift>Monitoring omgevingswaarden watersystemen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>10.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Monitoring en gegevensverzameling
											omgevingswaarden waterveiligheid</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.7" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.7</Nummer>
		    <Opschrift>Monitoring omgevingswaarden regionale
												waterkeringen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.7__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Monitoring voor de omgevingswaarden <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_27">regionale
												waterkeringen</IntRef>, als bedoeld in <IntRef ref="chp_10__subchp_10.1__art_10.2">Artikel
												10.2</IntRef>, vindt plaats door de algemene
												actuele waterstaatkundige toestand te beoordelen
												van de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_27">regionale
												waterkeringen</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.7__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor de veiligheid van <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_27">regionale
												waterkeringen</IntRef> gelden de maatgevende
												waterstanden als bedoeld in <IntRef ref="cmp_14">Bijlage 13</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.7__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.7__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap is
												belast met de uitvoering van de monitoring.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.8</Nummer>
		    <Opschrift>Verslag veiligheid regionale
												waterkeringen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap stelt
												periodiek een verslag op over de algemene actuele
												waterstaatkundige toestand van de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_27">regionale
												waterkeringen</IntRef> die onder zijn beheer
												vallen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verslag bevat de beoordeling van de
												veiligheid van <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_27">regionale
												waterkeringen</IntRef> op:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingswaarde die op het dijktraject van
												toepassing is; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de maatgevende waterstanden waarmee rekening
												moet worden gehouden; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de gegevens in de legger (artikel 10.15).</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.1__art_10.8__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap brengt
												het verslag uit aan gedeputeerde staten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>10.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Monitoring en gegevensverzameling
											omgevingswaarden wateroverlast</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.9" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.9">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.9</Nummer>
		    <Opschrift>Monitoring omgevingswaarden
												wateroverlast</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.9__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.9__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Monitoring voor de omgevingswaarde
												wateroverlast, bedoeld in <IntRef ref="chp_10__subchp_10.1__art_10.5">Artikel
												10.5</IntRef> vindt plaats door te beoordelen of
												bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale
												wateren moeten zijn ingericht voldoen aan de norm
												die voor dat gebied is gesteld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.9__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.9__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap is
												belast met de uitvoering van de monitoring van de
												omgevingswaarde wateroverlast. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.10</Nummer>
		    <Opschrift>Verslag wateroverlast</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap stelt
												periodiek een verslag op over de algemene
												waterstaatkundige toestand van regionale wateren
												die onder zijn beheer vallen.<br/><br/></Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verslag bevat een beoordeling van de
												bergings- en afvoercapaciteit van de regionale
												wateren in het kader van de omgevingswaarden
												wateroverlast en een beoordeling van de mate
												waarin aan deze omgevingswaarde is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verslag bevat ook een omschrijving van
												voorzieningen die op basis van de beoordeling
												bedoeld in het tweede lid nodig worden
												geacht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10__para_4" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.2__subsec_10.2.2__art_10.10__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het dagelijks bestuur van het waterschap brengt
												het verslag uit aan gedeputeerde staten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.3</Nummer>
		<Opschrift>Rangorde bij waterschaarste</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.11</Nummer>
		  <Opschrift>Regionale verdringingsreeks</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In geval van een onmiddellijk dreigend watertekort
												wordt bij het beheer in artikel 3.14, eerste lid,
												sub c Bkl bedoelde behoeften, voor regionale wateren
												achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>onttrekking voor proces- en gietwater; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>doorspoeling ter bestrijding van verzilting of
												verontreiniging van oppervlaktewater waaruit
												proces- of gietwater onttrokken wordt; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>beregening van akker- en tuinbouwgewassen,
												waarvoor in het tweede lid, onder b, een
												uitzondering wordt gemaakt.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In geval van een onmiddellijk of dreigend
												watertekort wordt bij het beheer bij artikel 3.14,
												eerste lid, sub d Bkl bedoelde behoeften voor de
												regionale wateren achtereenvolgens prioriteit
												toegekend aan: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>doorspoeling van stedelijk en landelijk gebied
												ter voorkoming van botulisme en blauwalgen,
												ingeval sprake is van een risico voor de
												volksgezondheid;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>beregening van akker- en tuinbouwgewassen,
												sportvelden en greens; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>doorspoeling tegen verzilting en
												verontreiniging ten behoeve van beregening akker-
												en tuinbouw; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>peilhandhaving klei- en zandgebieden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>beregening gras/mais; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>afvoer voor visintrek; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_g" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>doorspoeling tegen botulisme en blauwalgen
												voor zover de volksgezondheid niet in het geding
												is; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_h" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>het onnodig verlies van water tijdens het
												schutten van schepen. </Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.12</Nummer>
		  <Opschrift>Afwijking watersysteem Twentekanalen/Overijsselse
											Vecht</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van hetgeen is opgenomen in <IntRef ref="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_1">Artikel 10.11 Regionale verdringingsreeks - Lid
												1</IntRef> wordt in geval van een onmiddellijk of
												dreigend watertekort bij het beheer binnen het
												watersysteem Twentekanalen/Overijsselse Vecht als
												bedoeld in <IntRef ref="cmp_15">Bijlage 14</IntRef>,
												bij de in artikel 3.14, eerste lid, onder c Bkl
												bedoelde behoeften, voor de regionale wateren
												achtereenvolgens prioriteit toegekend aan:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>onttrekking voor proces- en gietwater;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>doorspoeling ter bestrijding van verzilting of
												verontreiniging van oppervlaktewater waaruit
												proces- of gietwater onttrokken wordt; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>beregening van kapitaalintensieve
												gewassen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van hetgeen is opgenomen in <IntRef ref="chp_10__subchp_10.3__art_10.11__para_2">Artikel 10.11 Regionale verdringingsreeks - Lid
												2</IntRef> wordt in geval van een onmiddellijk of
												dreigend watertekort bij het beheer binnen het
												watersysteem Twentekanalen/Overijsselse Vecht, bij
												de in artikel 3.14, vierde lid Bkl bedoelde
												behoeften voor de regionale wateren achtereenvolgens
												prioriteit toegekend aan: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>doorspoelen in geval van (de kans op) acuut
												risico voor de volksgezondheid;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>scheepvaart;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>peilhandhaving en beregening ten behoeve van
												akkerbouw; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>beregening gras/mais; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>peilhandhaving en doorspoeling van niet
												kwetsbare natuur; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.3__art_10.12__para_2__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>doorspoeling ten behoeve van aquatische
												ecologie (KRW).</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.4" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.4">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.4</Nummer>
		<Opschrift>Waterbeheerprogramma</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.4__art_10.13" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.4__art_10.13">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.13</Nummer>
		  <Opschrift>Inhoud waterbeheerprogramma</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het waterbeheerprogramma bevat, naast het bepaalde in
											artikel 3.7 van de Omgevingswet en artikel 4.3 Bkl, ten
											minste:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.4__art_10.13__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.4__art_10.13__list_1">
		    <Li eId="chp_10__subchp_10.4__art_10.13__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.4__art_10.13__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>het beleid inzake het beheer van de
												watersystemen gericht op de aan de watersystemen
												toegekende functies en doelstellingen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_10__subchp_10.4__art_10.13__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.4__art_10.13__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de beschrijving van de maatregelen met
												prioriteitstelling en fasering, zodat de gestelde
												doelen zijn te realiseren; </Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_10__subchp_10.4__art_10.13__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.4__art_10.13__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een raming van de kosten van de, gedurende de
												programmaperiode, te nemen maatregelen, inzicht in
												de dekking van de kosten en een indicatie van het
												verloop van de op te leggen omslagen dan wel
												heffingen in de planperiode.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.4__art_10.14" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.4__art_10.14">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.14</Nummer>
		  <Opschrift>Voortgangsrapportage uitvoering
											waterbeheerprogramma</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het dagelijks bestuur informeert gedeputeerde staten ten
											minste eenmaal per jaar over de voortgang van de
											uitvoering van het waterbeheerprogramma, de mate waarin
											de gestelde doelen worden bereikt, de redenen van
											eventuele afwijkingen en de voorgetelde
											maatregelen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.5" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.5">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.5</Nummer>
		<Opschrift>Aanleg en beheer van waterstaatswerken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.5__art_10.15" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.5__art_10.15">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.15</Nummer>
		  <Opschrift>Legger waterstaatswerken</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.5__art_10.15__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.5__art_10.15__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op grond van artikel 2.39 van de Omgevingswet, geldt
												in het geval van meanderen van een
												oppervlaktewaterlichaam dat daarvoor in de legger
												wordt opgenomen ten minste de ruimtelijke begrenzing
												en het minimale dwarsprofiel.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.5__art_10.15__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.5__art_10.15__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van artikel 2.39 van de Omgevingswet,
												wordt in het geval van bergingsgebieden in de legger
												alleen opgenomen de ruimtelijke begrenzing en het
												bergend vermogen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.5__art_10.15__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.5__art_10.15__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen voor waterstaatswerken
												vrijstelling verlenen van de leggerplicht bedoeld in
												artikel 2.39 van de Omgevingswet met betrekking tot
												vorm, afmeting en constructie indien deze
												waterstaatswerken zich naar hun aard of functie niet
												lenen voor omschrijving van die elementen. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.5__art_10.16" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.5__art_10.16">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.16</Nummer>
		  <Opschrift>Opstellen peilbesluiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het algemeen bestuur van een waterschap stelt een of
											meer peilbesluiten vast voor de oppervlaktewateren in de
											gebieden die deel uitmaken van provincie overschrijdende
											peilvakken waarvoor een door de provincie Groningen,
											Overijssel of Friesland opgestelde verplichting geldt
											als bedoeld in artikel 2.41 van de Omgevingswet.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.6" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.6</Nummer>
		<Opschrift>Handelingen in bodem/watersystemen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.17" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.17">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.17</Nummer>
		  <Opschrift>Grondwaterregister</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.17__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.17__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten houden een register bij waarin
												activiteiten voor het onttrekken van water uit een
												grondwaterlichaam en infiltraties in een
												grondwaterlichaam worden ingeschreven met vermelding
												van de gegevens die op grond van het tweede lid en
												<IntRef ref="chp_10__subchp_10.6__art_10.19">Artikel 10.19</IntRef>, eerste lid, worden
												verstrekt. Voorts worden daarin vermeld de
												vergunningen, krachtens welke het onttrekken van
												water of infiltreren van water plaatsvindt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.17__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.17__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het dagelijks bestuur van de waterschappen verstrekt
												aan gedeputeerde staten van de provincie of de
												provincies waarin de onttrekking van grondwater of
												infiltratie plaatsvindt de gegevens die door
												toepassing van <IntRef ref="chp_10__subchp_10.6__art_10.18">Artikel
												10.18</IntRef>, derde lid, worden verkregen.
												Voorts wordt een overzicht verstrekt van de
												vergunningen en meldingen, krachtens welke het
												onttrekken van grondwater of infiltreren van water
												plaatsvindt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.17__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.17__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het dagelijks bestuur maakt voor de uitvoering van
												het gestelde in het vorige lid gebruik van het
												Landelijk Grondwaterregister (LGR).</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.17__para_4" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.17__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De in het tweede lid bedoelde gegevens, meldingen en
												vergunningen worden door het dagelijks bestuur
												binnen 3 maanden nadat deze door hen zijn ontvangen
												dan wel zijn verleend, verstrekt aan gedeputeerde
												staten.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.18" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.18">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.18</Nummer>
		  <Opschrift>Registratieplicht</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Degene die water onttrekt of infiltreert als bedoeld
												in artikel 16.1 van het Bal is verplicht:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de onttrekking op te geven aan gedeputeerde
												staten van de provincie of de provincies, waarin
												de onttrekking geschiedt; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de hoeveelheden water die worden onttrokken,
												te meten en daarvan aantekening te houden; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>telkenmale in de maand januari of, bij
												be&#235;indiging van de onttrekking, binnen 1 maand na
												die be&#235;indiging, aan gedeputeerde staten van de
												provincie of provincies, waarin de onttrekking
												geschiedt, opgave te verstrekken van de in het
												voorafgaande onderscheidenlijk het lopende
												kalenderjaar per kwartaal onttrokken hoeveelheden
												water;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>bij de onder c bedoelde opgave kennis te geven
												van wijzigingen die zich in het voorafgaande
												onderscheidenlijk het lopende kalenderjaar hebben
												voorgedaan met betrekking tot de bij de opgave,
												als bedoeld onder a, verstrekte gegevens.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen, nadere regels stellen
												omtrent de wijze van meting en registratie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.18__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het algemeen bestuur van de waterschappen regelt bij
												waterschapsverordening dat ten minste degene die
												meer dan 10 m3 water per uur of meer dan 5.000 m3
												water per kwartaal onttrekt uit een
												grondwaterlichaam en degene die water infiltreert in
												een grondwaterlichaam voor andere doeleinden of in
												kleinere hoeveelheden dan genoemd in het eerste lid,
												de gegevens bedoeld in het eerste lid verstrekt aan
												het dagelijks bestuur.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.19" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.19">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.19</Nummer>
		  <Opschrift>Ambtshalve inschrijving in het
											grondwaterregister</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.19__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.19__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen een inrichting en/of
												infiltratie die niet ingevolge <IntRef ref="chp_10__subchp_10.6__art_10.18">Artikel
												10.18</IntRef> is opgegeven, ambtshalve in het
												register, genoemd in <IntRef ref="chp_10__subchp_10.6__art_10.17">Artikel
												10.17</IntRef> inschrijven.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.19__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.19__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Indien de ambtshalve inschrijving, genoemd in het
												eerste lid, plaatsvindt in de loop van een
												kalenderjaar, wordt als datum van de inschrijving
												aangehouden de datum waarop de onttrekking is
												aangevangen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.20</Nummer>
		  <Opschrift>Onttrekking van grondwater en infiltratie van
											water</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het beslissen op een aanvraag om vergunning als
												bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de
												Omgevingswet houden gedeputeerde staten in ieder
												geval rekening met:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de thermische en hydrologische effecten op de
												omgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de (micro)biologische of chemische
												veranderingen van de grondwaterkwaliteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een vergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede
												lid, van de Omgevingswet wordt door gedeputeerde
												staten niet verleend indien: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>er geen sprake is van een hoogwaardige
												toepassing van het opgepompte water; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er door het verlenen van de vergunning strijd
												ontstaat met de belangen van andere reeds
												verleende vergunningen en toekomstige belangen;
												</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>bij infiltratie deze niet plaatsvindt in
												dezelfde diepte als waar het grondwater wordt
												onttrokken; </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.20__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>voor een industri&#235;le onttrekking of de aanleg
												van een bodemenergiesysteem de locatie van de
												boring gelegen is binnen een
												grondwaterbeschermingsgebied.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.21" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.21">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.21</Nummer>
		  <Opschrift>Open bodemenergiesystemen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het beslissen op een aanvraag om vergunning voor
												een milieubelastende activiteit als bedoeld in
												artikel 3.18 van het Bal houden gedeputeerde staten
												in ieder geval rekening met:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de thermische, hydrologische, chemische en
												biologische effecten die het uitvoeren van de
												activiteit heeft of kan hebben op de
												omgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de (micro)biologische of chemische
												veranderingen die het uitvoeren van de activiteit
												heeft of kan hebben op de
												grondwaterkwaliteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.21__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een vergunning voor een milieubelastende activiteit
												als bedoeld in artikel 3.18 van het BAL wordt niet
												verleend indien een Temperatuur Opslag-systeem voor
												middelhoge of hoge temperatuur op een zodanige wijze
												wordt ge&#239;nstalleerd dat de warmte aan de bodem wordt
												toegevoegd op een diepte die is gelegen boven de
												zone 'Formatie van Breda' zoals deze is aangegeven
												in <IntRef ref="cmp_16">Bijlage 15</IntRef> bij deze
												verordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.22" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.22">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.22</Nummer>
		  <Opschrift>Gesloten bodemenergiesystemen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In aanvulling op het gestelde in paragraaf 4.111 van het
											Bal, wordt bij het gebruik van een gesloten
											bodemenergiesysteem ter plaatse van het werkingsgebied
											'oranje gebied' een koelmedium toegepast van minimaal
											drinkwaterkwaliteit.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.23" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.23">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.23</Nummer>
		  <Opschrift>Temperatuur opslagsysteem voor lage
											temperatuur</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De regels opgenomen in de artikelen 4.1152 en 4.1154 van
											het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van
											toepassing op het gebruiken van een temperatuur
											opslagsysteem voor lage temperatuur indien deze niet
											dieper wordt aangelegd dan 25 meter beneden
											maaiveld.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.6__art_10.24" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.6__art_10.24">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.24</Nummer>
		  <Opschrift>Intrekking vergunning</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gedeputeerde staten kunnen de vergunning als bedoeld in
												<IntRef ref="chp_10__subchp_10.6__art_10.21">Artikel
												10.21</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_10__subchp_10.6__art_10.23">Artikel
												10.23</IntRef> geheel of gedeeltelijk intrekken
											indien zich omstandigheden en feiten voordoen waardoor
											de activiteit waarvoor de vergunning is verleend niet
											langer toelaatbaar worden geacht met het belang van de
											bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het
											oog op de drinkwaterwinning.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.7" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.7</Nummer>
		<Opschrift>Financi&#235;le bepalingen grondwater</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.25" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.25">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.25</Nummer>
		  <Opschrift>Instelling commissie van deskundigen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gedeputeerde staten stellen een commissie van
											deskundigen in die is belast met het adviseren inzake
											verzoeken als bedoeld in artikel 15.1, eerste lid, van
											de Omgevingswet. </Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.26" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.26">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.26</Nummer>
		  <Opschrift>Procedure advies</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.26__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.26__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen een verzoek als bedoeld
												in artikel 15.1, eerste lid, van de Omgevingswet in
												handen van de commissie van deskundigen stellen.
												Indien zij de commissie een verzoek voorleggen,
												zenden zij daarvan een afschrift aan de
												vergunninghouder of vergunninghouders die zij
												daarbij betrokken achten. Zij doen daarvan
												mededeling aan de verzoeker en, in geval het verzoek
												verband houdt met een door het bestuur van een
												waterschap verleende vergunning, aan het
												desbetreffende bestuur.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.26__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.26__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De commissie van deskundigen brengt zo spoedig
												mogelijk advies uit over de ondervanging of
												vergoeding van schade dan wel over de overneming van
												de onroerende zaak.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.26__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.26__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De commissie van deskundigen zendt het ontwerp van
												haar advies toe aan degene op wiens verzoek zij een
												onderzoek heeft ingesteld en aan de betrokken
												vergunninghouder of vergunninghouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.27" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.27">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.27</Nummer>
		  <Opschrift>Indienen Zienswijzen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_1" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedurende 6 weken na de verzending van het
												ontwerpadvies kunnen de betrokkenen, bedoeld in
												<IntRef ref="chp_10__subchp_10.7__art_10.26">Artikel 10.26</IntRef>, derde lid, schriftelijk
												hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen
												bij de commissie van deskundigen. De commissie stelt
												degenen die een zienswijze hebben ingediend in de
												gelegenheid hun zienswijze in persoon of bij
												gemachtigde op een daartoe door haar te beleggen
												zitting voor een of meer van haar leden mondeling
												toe te lichten, daarbij desgewenst bijgestaan door
												deskundigen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_2" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Van hetgeen op de zitting, bedoeld in het eerste
												lid, naar voren wordt gebracht wordt een verslag
												gemaakt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_3" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Indien zienswijzen naar voren zijn gebracht stelt de
												commissie haar advies al dan niet gewijzigd vast en
												zendt dat gelijktijdig met het verslag van de
												hoorzitting en haar beschouwingen omtrent de
												zienswijzen toe aan de betrokkenen, bedoeld in
												<IntRef ref="chp_10__subchp_10.7__art_10.26">Artikel 10.26</IntRef>, derde lid.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_4" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Indien geen zienswijzen naar voren zijn gebracht
												stelt de commissie haar advies binnen 4 weken nadat
												de termijn voor het naar voren brengen van
												zienswijzen in verstreken, vast en zendt dat toe aan
												de betrokkenen, bedoeld in <IntRef ref="chp_10__subchp_10.7__art_10.26">Artikel
												10.26</IntRef>, derde lid.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_5" wId="pv22_24__chp_10__subchp_10.7__art_10.27__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De in het derde en vierde lid genoemde stukken
												worden tevens toegezonden aan gedeputeerde staten
												en, in geval het verzoek, bedoeld in artikel 15.1,
												eerste lid, van de Omgevingswet, verband houdt met
												een door het bestuur van een waterschap verleende
												vergunning, aan het desbetreffende bestuur.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_11" wId="pv22_24__chp_11">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>11</Nummer>
	      <Opschrift>Provinciale Infrastructuur</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_11__subchp_11.1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>11.1</Nummer>
		<Opschrift>Algemeen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik / Activiteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.1__para_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.1__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit hoofdstuk gaat over
												beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot
												provinciale infrastructuur in beheer bij de
												provincie Drenthe.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.1__para_2" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.1__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De artikelen van dit hoofdstuk gelden niet voor
												activiteiten, door of namens de beheerder van
												provinciale infrastructuur, in het kader van de
												aanleg, de wijziging of het beheer van die
												infrastructuur of de regeling van het verkeer over
												die infrastructuur.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.2</Nummer>
		  <Opschrift>Oogmerken</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog
												op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het behoeden van de staat van provinciale
												infrastructuur en bijbehorende werken, voor
												nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die
												provinciale infrastructuur, waartoe ook het belang
												van verruiming of wijziging van die provinciale
												infrastructuur behoort. </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het behouden en bevorderen van een veilige en
												doelmatige werking van provinciale infrastructuur
												en bijbehorende werken, waartoe ook het belang van
												verruiming of wijziging van die provinciale
												infrastructuur behoort.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Taken en bevoegdheden op grond van dit hoofdstuk
												kunnen ook worden uitgeoefend met het oog op de
												volgende belangen in het gebied waar de provinciale
												infrastructuur is gelegen: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het beschermen van landschappelijke waarden;
												</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het beschermen van ecologische waarden en
												natuur;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het beschermen van cultuurhistorische en
												archeologische waarden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.2__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het beschermen van recreatieve en toeristische
												belangen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.3</Nummer>
		  <Opschrift>Zorgplichtbepaling</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Diegene die een activiteit verricht die betrekking
												heeft op provinciale infrastructuur en weet of
												redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit
												nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen
												bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__art_11.2">Artikel 11.2
												Oogmerken</IntRef>, is verplicht:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1__list_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs
												van diegene kunnen worden gevraagd om de nadelige
												gevolgen te voorkomen,</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor zover de nadelige gevolgen niet kunnen
												worden voorkomen, deze gevolgen zoveel mogelijk te
												beperken en/of ongedaan te maken, en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>als de nadelige gevolgen onvoldoende kunnen
												worden beperkt, die activiteit achterwege te laten
												voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan
												worden gevraagd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze plicht houdt in ieder geval in dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het veilig en doelmatig gebruik en de
												instandhouding van provinciale infrastructuur
												wordt verzekerd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>werkzaamheden op een zodanige wijze worden
												uitgevoerd dat dat deze geen hinder voor het
												verkeer kunnen veroorzaken en/of schade aan de
												provinciale infrastructuur kunnen
												veroorzaken;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>houtgewas, bomen of takken van bomen zodanig
												worden geplaatst en/of onderhouden dat deze geen
												hinder voor het verkeer kunnen veroorzaken en/of
												schade aan de provinciale infrastructuur kunnen
												veroorzaken, en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.3__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>alle passende maatregelen worden genomen om
												ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen als
												bedoeld in lid 2 sub a, b en c te voorkomen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.4" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.4</Nummer>
		  <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
											activiteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een
											beperkingengebiedactiviteit als bedoeld in dit
											hoofdstuk, wordt ondertekend en bevat ten minste de
											volgende gegevens en bescheiden:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1">
		    <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de aanduiding van de activiteit;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de naam en het adres van diegene die de
												activiteit verricht;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>het wegnummer dan wel de aanduiding van de
												vaarweg en de kilometrering van de locatie waar de
												activiteit plaatsvindt;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>de datum waarop de activiteit wordt
												gestart;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>de (geschatte) duur van de activiteit;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.4__list_1__item_f">
		      <LiNummer>f.</LiNummer>
		      <Al>de dagtekening.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.5</Nummer>
		  <Opschrift>Intrekken omgevingsvergunning</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde Staten kunnen maatwerkvoorschriften
												verbinden aan een omgevingsvergunning.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsvergunning kan door Gedeputeerde Staten
												geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken
												indien:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat
												het gebruik maken van de omgevingsvergunning
												ontoelaatbaar nadelige gevolgen heeft voor het te
												beschermen belang, en door het wijzigen van
												voorschriften of beperkingen verbonden aan de
												omgevingsvergunning geen gelijkwaardige
												bescherming kan worden geboden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>gedurende twee jaar geen handelingen zijn
												verricht of als de vergunninghouder kennelijk geen
												belang meer heeft bij de vergunning;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de aan de omgevingsvergunning verbonden
												voorschriften en/of beperkingen niet of niet
												behoorlijk worden nageleefd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>gebleken is dat de omgevingsvergunning is
												verleend op basis van door de aanvrager verstrekte
												onjuiste gegevens;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>in de omgevingsvergunning is bepaald dat zij
												niet geldt voor de rechtsopvolgers van degene aan
												wie zij is verleend en de vergunninghouder niet
												meer degene is die de activiteit waarvoor
												omgevingsvergunning is verleend uitvoert;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.1__art_11.5__para_2__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een voor Nederland verbindend verdrag of
												besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan
												wel een wettelijk voorschrift ter uitvoering
												daarvan, dat tot gevolg heeft.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_11__subchp_11.2" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>11.2</Nummer>
		<Opschrift>Wegen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.6" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.6">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.6</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De geometrische begrenzing van het beperkingengebied met
											betrekking tot een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.6__ref_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.6__ref_1">provinciale weg</IntIoRef> in beheer bij de
											provincie Drenthe is opgenomen in het geometrische
											informatieobject "provinciale weg".</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.7</Nummer>
		  <Opschrift>Verboden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een
												beperkingengebiedactiviteit te verrichten, indien
												daardoor het veilig en doelmatig gebruik in het
												geding is, en het vrije zicht in het
												beperkingengebied van de <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_1__ref_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_1__ref_1">provinciale weg</IntIoRef> zodanig wordt
												belemmerd, dat daardoor de verkeersveiligheid in het
												gedrang komt of kan komen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als beperkingengebiedactiviteit bedoeld in het
												eerste lid, voor zover daardoor het veilige en
												doelmatige gebruik in het geding is en het vrije
												zicht in het beperkingengebied van de <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__ref_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__ref_1">provinciale weg</IntIoRef> zodanig wordt
												belemmerd, wordt in ieder geval aangemerkt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het maken, aanbrengen, hebben, wijzigen of
												verwijderen van zowel met de grond verankerde als
												niet met de grond verankerde werken zoals: kabels
												en leidingen, duikers, wallen, verhardingen,
												beplanting;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het maken, hebben, wijzigen, verplaatsen,
												veranderen of het gebruik veranderen van met de
												grond verankerde werken zoals een uitweg;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het aanbrengen, hebben, wijzigen of
												verwijderen van zowel met de grond verankerde als
												niet met de grond verankerde objecten zoals:
												borden, spandoeken en licht- of geluidgevende
												voorzieningen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het deponeren, hebben of laten liggen van
												voorwerpen of stoffen van welke aard ook, zoals
												beplanting, tuin-, blad-, bouw- en sloopafval,
												grondopslag, bouwmaterialen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_e" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het innemen van een standplaats ten behoeve
												van het aanbieden van diensten en/of goederen,
												zoals ijs- en snackverkoop en de verkoop van
												bloemen en/of land- of tuinbouwproducten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_f" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een verkooppunt voor het leveren van energie
												aan voertuigen of andere goederen in te richten en
												te hebben, of;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_g" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.2__art_11.7__para_2__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>het plaatsen en hebben van gedenktekens.<br/><br/></Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_11__subchp_11.3" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>11.3</Nummer>
		<Opschrift>Vaarwegen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.8" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.8">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.8</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De geometrische begrenzing van het beperkingengebied met
											betrekking tot een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.8__ref_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.8__ref_1">provinciale vaarweg</IntIoRef> in beheer bij de
											provincie Drenthe is opgenomen in het geometrische
											informatieobject "provinciale vaarweg".</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.9" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.9">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.9</Nummer>
		  <Opschrift>Toedeling beheer vaarwegen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.9__para_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.9__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In lijst A, zoals is opgenomen in <IntRef ref="cmp_12">Bijlage 11</IntRef>, is aangegeven
												voor welke vaarwegen de provincie is belast met het
												vaarwegbeheer.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.9__para_2" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.9__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In lijst B, zoals is opgenomen in <IntRef ref="cmp_12">Bijlage 11</IntRef>, is aangegeven
												welk bestuursorgaan, niet zijnde een bestuursorgaan
												van het Rijk dan wel de provincie, is belast met het
												vaarwegbeheer.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.9__para_3" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.9__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De vaarwegbeheerder draagt zorg voor het onderhoud
												van de vaarweg met inachtneming van de minimaal
												benodigde vaarwegdiepten.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.10" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.10">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.10</Nummer>
		  <Opschrift>Verboden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden vaste en/of vloeibare stoffen en/of
												voorwerpen in een vaarweg te brengen, dan wel vaste
												en/of vloeibare stoffen en/of voorwerpen op een
												zodanige wijze op oevers te plaatsen of te hebben,
												dat deze geheel of gedeeltelijk in een vaarweg
												kunnen geraken.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de
												volgende beperkingengebiedactiviteiten te verrichten
												met betrekking tot een <IntIoRef ref="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__ref_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__ref_1">provinciale vaarweg</IntIoRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>enig werk aan te brengen, te houden, te
												veranderen of te verwijderen boven, op, in, onder
												of binnen een afstand van 10 meter landinwaarts
												van de vaarweg horizontaal gemeten vanuit de
												oeverlijn, zoals in ieder geval: kabels en
												leidingen, beplanting, duikers, oeverconstructies,
												aanleg- en afmeervoorzieningen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>veranderingen aan te brengen aan de vaarweg,
												zoals in ieder geval: verbredingen,
												verdiepingen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het plaatsen dan wel aanbrengen van objecten
												zoals: borden, spandoeken, vlaggen of licht- en
												geluidgevende voorzieningen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1__item_d" wId="pv22_24__chp_11__subchp_11.3__art_11.10__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het plaatsen en hebben van gedenktekens.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_12" wId="pv22_24__chp_12">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>12</Nummer>
	      <Opschrift>Zwembaden en Zwemlocaties</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Artikel eId="chp_12__art_12.1" wId="pv22_24__chp_12__art_12.1">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>12.1</Nummer>
		<Opschrift>Gelegenheid bieden tot zwemmen of baden in een
										waterbassin</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.1__para_1" wId="pv22_24__chp_12__art_12.1__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Degene die gelegenheid biedt tot zwemmen of baden in een
											badwaterbassin doet, in afwijking van de artikelen
											15.13, 15.31, 15.47 en 15.50 van het Besluit
											activiteiten leefomgeving, van het voornemen tot het
											starten van de activiteit tenminste 3 maanden voor
											aanvang van de activiteit melding aan gedeputeerde
											staten.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.1__para_2" wId="pv22_24__chp_12__art_12.1__para_2">
		<LidNummer>2.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Degene die gelegenheid biedt tot zwemmen of baden in een
											waterbassin met een oppervlakte van ten hoogste 2 m2 en
											een waterdiepte van ten hoogste 0,50 m, hoeft niet te
											voldoen aan de Afdelingen 15.2 en 15.3 van het Besluit
											activiteiten leefomgeving.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.1__para_3" wId="pv22_24__chp_12__art_12.1__para_3">
		<LidNummer>3.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Indien in het in het tweede lid genoemde geval sprake is
											van aerosolvorming, zoals bij een whirlpool of een
											jacuzzi, dan moet degene die gelegenheid biedt tot
											zwemmen of baden:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_12__art_12.1__para_3__list_1" wId="pv22_24__chp_12__art_12.1__para_3__list_1">
		    <Li eId="chp_12__art_12.1__para_3__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_12__art_12.1__para_3__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>evenredige maatregelen nemen om besmetting met
												legionella te voorkomen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_12__art_12.1__para_3__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_12__art_12.1__para_3__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>ten minste &#233;&#233;nmaal per 6 maanden het water van
												dat bassin laten onderzoeken door een laboratorium
												met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025,
												op de parameter legionella volgens methode
												NEN-EN-ISO 11731; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_12__art_12.1__para_3__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_12__art_12.1__para_3__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>de aerosolvorming direct uitschakelen en
												gedeputeerde staten onverwijld in kennis stellen,
												wanneer uit het in onderdeel b bedoelde onderzoek
												blijkt dat de concentratie leggionellabacteri&#235;n
												hoger is dan 100 kolonievormende eenheden per
												liter.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_12__art_12.2" wId="pv22_24__chp_12__art_12.2">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>12.2</Nummer>
		<Opschrift>Zwemlocaties in oppervlaktewater</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.2__para_1" wId="pv22_24__chp_12__art_12.2__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De locatiehouder treft maatregelen, op grond van de
											resultaten van het jaarlijks onderzoek naar de
											veiligheid van de zwemlocatie, om de veiligheid te
											waarborgen of te verbeteren.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.2__para_2" wId="pv22_24__chp_12__art_12.2__para_2">
		<LidNummer>2.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De locatiehouder neemt maatregelen om de
											waterkwaliteitsklasse van de locatie, zoals bedoeld in
											bijlage II van de Europese zwemwaterrichtlijn 2006/7/EG,
											ten minste "aanvaardbaar" te houden, en neemt evenredige
											maatregelen om de waterkwaliteitsklasse naar "goed" of
											"uitstekend" te krijgen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.2__para_3" wId="pv22_24__chp_12__art_12.2__para_3">
		<LidNummer>3.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De locatiehouder draagt er zorg voor dat maatregelen
											worden getroffen op basis van het zwemwaterprofiel die
											redelijkerwijs tot diens verantwoordelijkheid kunnen
											worden gerekend.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.2__para_4" wId="pv22_24__chp_12__art_12.2__para_4">
		<LidNummer>4.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De locatiehouder voert beheer en onderhoud uit gericht
											op de veiligheid en hygi&#235;ne van de bezoekers.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.2__para_5" wId="pv22_24__chp_12__art_12.2__para_5">
		<LidNummer>5.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De locatiehouder draagt er zorg voor dat maatregelen
											worden genomen, als er naar aanleiding van de monitoring
											uitgevoerd door de beheerder van het oppervlaktewater,
											zwemwaterverontreinigingen worden vastgesteld.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.2__para_6" wId="pv22_24__chp_12__art_12.2__para_6">
		<LidNummer>6.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De locatiehouder voert (dagelijks) onderzoek uit naar de
											omstandigheden in en om de zwemwaterlocatie die een
											negatief effect kunnen hebben op de veiligheid en
											hygi&#235;ne van de bezoekers.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.2__para_7" wId="pv22_24__chp_12__art_12.2__para_7">
		<LidNummer>7.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De locatiehouder draagt er door middel van afbakening
											van de zwemzone en het markeren van gevaren zorg voor
											dat bezoekers niet in aanraking komen met andere vormen
											van waterrecreatie of gevaarlijke situaties die de
											veiligheid van de bezoekers in gevaar kunnen
											brengen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_12__art_12.2__para_8" wId="pv22_24__chp_12__art_12.2__para_8">
		<LidNummer>8.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De locatiehouder accepteert, op aangeven van
											gedeputeerde staten, en met het oog op gevaren voor de
											veiligheid en hygi&#235;ne van de bezoekers, tekens
											(bebording) bij de zwemlocatie om bezoekers te
											informeren over de lokale situatie, een waarschuwing,
											negatief zwemadvies of zwemverbod.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_13" wId="pv22_24__chp_13">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>13</Nummer>
	      <Opschrift>Provinciale Monumenten</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Artikel eId="chp_13__art_13.1" wId="pv22_24__chp_13__art_13.1">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.1</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel zorgplicht provinciaal
										monument</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> verbiedt om ter plaatse van het
										werkingsgebied &#x2018;voorbeschermd provinciaal monument&#x2019;:</Al>
		<Al>a. het daar aanwezige provinciale monument, zoals omschreven
										in de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_26">redengevende omschrijving</IntRef>, te slopen,
										vernielen, beschadigen, verplaatsen of in enig opzicht te
										wijzigen; of</Al>
		<Al>b. aan het daar aanwezige provinciale monument, zoals
										omschreven in de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_26">redengevende
											omschrijving</IntRef>, onderhoud te onthouden dat voor
										de instandhouding daarvan noodzakelijk is.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_13__art_13.2" wId="pv22_24__chp_13__art_13.2">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel vergunningplicht provinciale
										monumenten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_13__art_13.2__para_1" wId="pv22_24__chp_13__art_13.2__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> verbiedt het om zonder of in
											afwijking van een omgevingsvergunning:</Al>
		  <Al>a. een provinciaal monument te slopen, beschadigen,
											verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;</Al>
		  <Al>b. een provinciaal monument te herstellen, te gebruiken
											of te laten gebruiken, op een wijze waardoor het wordt
											ontsierd of in gevaar gebracht;</Al>
		  <Al>c. werkzaamheden aan de fundering of riolering van een
											provinciaal monument te verrichten zonder voorafgaand
											archeologisch onderzoek.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_13__art_13.2__para_2" wId="pv22_24__chp_13__art_13.2__para_2">
		<LidNummer>2.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Geen omgevingsvergunning is nodig voor normaal
											onderhoud, voor zover materiaalsoort en kleur niet
											wijzigen en, indien tuin- of parkaanleg deel uitmaakt
											van de redengevende omschrijving, voor zover de aanleg
											niet wijzigt.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_13__art_13.3" wId="pv22_24__chp_13__art_13.3">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.3</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel aanwijzing vergunningvrije
										gevallen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_13__art_13.3__para_1" wId="pv22_24__chp_13__art_13.3__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Een <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> kan bepalen dat het verbod,
											bedoeld in <IntRef ref="chp_13__art_13.2">Artikel 13.2
												Instructieregel vergunningplicht provinciale
												monumenten</IntRef>, niet geldt voor een activiteit
											met betrekking tot een monument, voor zover het gaat
											om:</Al>
		  <Al>a. noodzakelijke reguliere werkzaamheden die zijn
											gericht op het behoud van de monumentale waarden, als
											detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en
											kleur niet worden gewijzigd; of</Al>
		  <Al>b. alleen inpandige wijzigingen van een onderdeel van
											het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen
											waarde heeft; of</Al>
		  <Al>c. indien tuin- of parkaanleg deel uitmaakt van de
												<IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_26">redengevende omschrijving</IntRef>, voor zover de
											aanleg niet wijzigt.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_13__art_13.4" wId="pv22_24__chp_13__art_13.4">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.4</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel aanvraagvereisten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De artikelen 22.287, 22.290 tot en met 22.294 van de
										bruidsschat omgevingsplan (aanvraagvereisten) zijn van
										overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een
										omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in
										artikel 13.2. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_13__art_13.5" wId="pv22_24__chp_13__art_13.5">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.5</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel beoordeling</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_13__art_13.5__para_1" wId="pv22_24__chp_13__art_13.5__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> bepaalt dat de
											omgevingsvergunning alleen wordt verleend als de
											activiteit in overeenstemming is met het belang van de
											monumentenzorg. En rekening houdt met de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_26">redengevende
												omschrijving</IntRef> zoals opgenomen in de bijlage
											van de omgevingsverordening Drenthe 2023.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_13__art_13.5__para_2" wId="pv22_24__chp_13__art_13.5__para_2">
		<LidNummer>2.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> bepaalt dat bij de
											beslissing op de aanvraag rekening wordt gehouden met de
											volgende beginselen:</Al>
		  <Al>a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop
											van monumenten;</Al>
		  <Al>b. het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een
											deel daarvan, tenzij dit dringend vereist is voor het
											behoud van die monumenten;</Al>
		  <Al>c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo
											nodig door wijziging van die monumenten, rekening
											houdend met de monumentale waarden; en</Al>
		  <Al>d. het conserveren en in stand houden van monumenten
											waarvan met name de archeologische waarden redengevend
											zijn, bij voorkeur in situ.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_13__art_13.6" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.6</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel voorschriften</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In het omgevingsplan worden aan een omgevingsvergunning voor
										een activiteit als bedoeld in artikel 13.2 de voorschriften
										verbonden die nodig zijn voor de regel, bedoeld in artikel
										13.5. Daarbij bevat het omgevingsplan in ieder geval de
										bepaling dat:</Al>
		<Lijst type="expliciet" eId="chp_13__art_13.6__list_1" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6__list_1">
		  <Li eId="chp_13__art_13.6__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6__list_1__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>als het gaat om een omgevingsvergunning die een
												gedeeltelijke of volledige verplaatsing inhoudt van
												een monument dat een bouwwerk is, in ieder geval
												voorschriften aan de omgevingsvergunning worden
												verbonden over het treffen van voorzorgsmaatregelen
												voor het demonteren, het overbrengen en de herbouw
												van dat bouwwerk op de nieuwe locatie;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="chp_13__art_13.6__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6__list_1__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>als het gaat om een omgevingsvergunning die
												betrekking heeft op een monument waarvan met name de
												archeologische waarden redengevend zijn, in het
												belang van de archeologische monumentenzorg in ieder
												geval voorschriften aan de omgevingsvergunning
												kunnen worden verbonden die inhouden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1">
		      <Li eId="chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1__item_1">
			<LiNummer>1.</LiNummer>
			<Al>een plicht tot:het treffen van technische
												maatregelen waardoor monumenten in situ kunnen
												worden behouden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1__item_2">
			<LiNummer>2.</LiNummer>
			<Al>het verrichten van opgravingen als bedoeld in
												artikel 1.1 van de Erfgoedwet;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1__item_3" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1__item_3">
			<LiNummer>3.</LiNummer>
			<Al>het laten begeleiden van een activiteit die
												tot bodemverstoring leidt door een deskundige op
												het terrein van de archeologische monumentenzorg
												die voldoet aan bij die voorschriften te stellen
												kwalificaties; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1__item_4" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6__list_1__item_b__list_1__item_4">
			<LiNummer>4.</LiNummer>
			<Al>het verrichten van een opgraving of een
												archeologische begeleiding op een bepaalde wijze,
												als die wijze in overeenstemming is met artikel
												5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet;</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Li>
		  <Li eId="chp_13__art_13.6__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_13__art_13.6__list_1__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>als het gaat om een omgevingsvergunning die
												betrekking heeft op de fundering of riolering van
												een monument, wordt in ieder geval het voorschrift
												aan de omgevingsvergunning verbonden dat voorafgaand
												aan de werkzaamheden archeologisch onderzoek wordt
												verricht. </Al>
		  </Li>
		</Lijst>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_13__art_13.7" wId="pv22_24__chp_13__art_13.7">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.7</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel aanwijzing adviseurs</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_13__art_13.7__para_1" wId="pv22_24__chp_13__art_13.7__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> bepaalt dat Gedeputeerde
											staten adviseur zijn voor een aanvraag om een
											omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking
											heeft op een activiteit als bedoeld in artikel
											13.2.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_13__art_13.7__para_2" wId="pv22_24__chp_13__art_13.7__para_2">
		<LidNummer>2.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> bepaalt dat de commissie,
											bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, adviseur is
											voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover
											de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als
											bedoeld in artikel 13.2 en het college van burgemeester
											en wethouders voor die aanvraag bevoegd gezag is.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_13__art_13.7__para_3" wId="pv22_24__chp_13__art_13.7__para_3">
		<LidNummer>3.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>Het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_22">omgevingsplan</IntRef> bepaalt dat als het college
											van burgemeester en wethouders geen bevoegd gezag is
											voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een
											activiteit als bedoeld in het eerste lid, maar adviseur,
											is de commissie ook adviseur en richt het advies van de
											commissie zich tot het college van burgemeester en
											wethouders in plaats van tot het bevoegd gezag.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_14" wId="pv22_24__chp_14">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>14</Nummer>
	      <Opschrift>Handhaving en Toezicht</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_14__subchp_14.1" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>14.1</Nummer>
		<Opschrift>Toezicht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_14__subchp_14.1__art_14.1" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.1__art_14.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>14.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toezicht</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_14__subchp_14.1__art_14.1__para_1" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.1__art_14.1__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in
												<IntRef ref="chp_9">Hoofdstuk 9</IntRef>, <IntRef ref="chp_10">Hoofdstuk 10</IntRef>, <IntRef ref="chp_11">Hoofdstuk 11</IntRef> en <IntRef ref="chp_12">Hoofdstuk 12</IntRef> zijn belast de
												daartoe door gedeputeerde staten aangewezen
												personen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_14__subchp_14.1__art_14.1__para_2" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.1__art_14.1__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met de opsporing van overtredingen van het bepaalde
												in hoofdstukken 11 zijn belast de krachtens de
												artikelen 141 en 142 van het Wetboek van
												Strafvordering aangewezen ambtenaren en de door
												gedeputeerde staten aangewezen personen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_14__subchp_14.2" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>14.2</Nummer>
		<Opschrift>Kwaliteitseisen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.2" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>14.2</Nummer>
		  <Opschrift>Reikwijdte</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en
											handhaving zoals bedoeld in artikel 18.18 van de
											Omgevingswet door of in opdracht van Gedeputeerde Staten.<br/><br/></Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.3" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>14.3</Nummer>
		  <Opschrift>Betrokkenheid van de provinciale
											staten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Provinciale Staten zien toe op de hoofdlijnen van het
											beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving
											van de betrokken wetten in het licht van de voor de
											provincie vastgestelde beleidskaders voor de fysieke
											leefomgeving.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.4" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>14.4</Nummer>
		  <Opschrift>Kwaliteitsdoelen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_1" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde Staten beoordelen de kwaliteit van de
												uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in
												het licht van daarvoor door hen krachtens artikel
												15.5, eerste lid, van het Omgevingsbesluit gestelde
												doelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De doelen, waar deze gestalte krijgen in de
												uitvoering en handhaving van de betrokken wetten,
												bedoeld in artikel 2, hebben in ieder geval
												betrekking op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2__list_1" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de dienstverlening;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de uitvoeringskwaliteit van diensten en
												producten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.4__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de financi&#235;n.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.5" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>14.5</Nummer>
		  <Opschrift>Kwaliteitsborging</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.5__para_1" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.5__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het kwaliteitsniveau voor uitvoering en handhaving
												is minimaal gelijk aan de explainmodules </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.5__para_2" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.5__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op de uitvoering en handhaving van de betrokken
												wetten door of in opdracht van Gedeputeerde Staten
												zijn de in het eerste lid bedoelde <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_14">kwaliteitscriteria</IntRef> van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.5__para_3" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.5__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen
												Gedeputeerde Staten jaarlijks mededeling aan
												provinciale staten.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_14__subchp_14.2__art_14.5__para_4" wId="pv22_24__chp_14__subchp_14.2__art_14.5__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover de <IntRef ref="chp_1__art_1.1__list_1__item_14">kwaliteitscriteria</IntRef> niet zijn of niet
												konden worden nageleefd, doen Gedeputeerde Staten
												daarvan gemotiveerd opgave.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_15" wId="pv22_24__chp_15">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>15</Nummer>
	      <Opschrift>Slotbepalingen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Artikel eId="chp_15__art_15.1" wId="pv22_24__chp_15__art_15.1">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>15.1</Nummer>
		<Opschrift>Intrekking provinciale omgevingsverordening
										Drenthe</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Lid eId="chp_15__art_15.1__para_1" wId="pv22_24__chp_15__art_15.1__para_1">
		<LidNummer>1.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe, vastgesteld
											bij besluit van provinciale staten van 3 oktober 2018,
											wordt ingetrokken.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	      <Lid eId="chp_15__art_15.1__para_2" wId="pv22_24__chp_15__art_15.1__para_2">
		<LidNummer>2.</LidNummer>
		<Inhoud>
		  <Al>De Provinciale Monumentenverordening Drenthe 2016,
											vastgesteld bij besluit van provinciale staten van 28
											september 2016, wordt ingetrokken.</Al>
		</Inhoud>
	      </Lid>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_15__art_15.2" wId="pv22_24__chp_15__art_15.2">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>15.2</Nummer>
		<Opschrift>Inwerkingtreding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de
										Omgevingswet in werking treedt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	    <Artikel eId="chp_15__art_15.3" wId="pv22_24__chp_15__art_15.3">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>15.3</Nummer>
		<Opschrift>Citeertitel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze verordening wordt aangehaald als: Omgevingsverordening
										Drenthe 2023.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Artikel>
	  </Hoofdstuk>
	</Lichaam>
	<Bijlage eId="cmp_1" wId="pv22_24__cmp_1" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>I</Nummer>
	    <Opschrift>Overzicht Informatieobjecten</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_1__content_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1">
	    <Inhoud>
	      <Begrippenlijst eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1">
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <Term>aardkundige waarden beschermingsniveau hoog</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio277/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio277/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		  <Term>aardkundige waarden beschermingsniveau middel</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio259/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio259/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		  <Term>akkerbouw</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio210/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio210/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		  <Term>assen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio200/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio200/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_5" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
		  <Term>bebouwd gebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio207/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio207/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_6" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
		  <Term>beekdal</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio208/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio208/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_7" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
		  <Term>bergingsgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio211/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio211/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
		  <Term>bestaand stedelijk gebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio206/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio206/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_9" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
		  <Term>coevorden beekdal en ontginningen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio199/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio199/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_10" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
		  <Term>de monden</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio198/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio198/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_11" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
		  <Term>de reest</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio203/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio203/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_12" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
		  <Term>drentsche aa</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio201/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio201/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_13" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
		  <Term>drentse hoofdvaart</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio209/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio209/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_14" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
		  <Term>emmen, venen en randveenontginningen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio202/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio202/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_15" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
		  <Term>esdorpenlandschap</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio204/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio204/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_16" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
		  <Term>esdorpenlandschap rond mars en westerstroom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio213/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio213/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_17" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_17">
		  <Term>esdorpenlandschap vledder en wapserveense aa</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio212/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio212/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_18" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_18">
		  <Term>esgehuchtenlandschap</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio197/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio197/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_19" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_19">
		  <Term>glastuinbouw</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio217/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio217/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_20" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_20">
		  <Term>glastuinbouwgebieden</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio227/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio227/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_21" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_21">
		  <Term>grasland</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio224/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio224/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_22" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_22">
		  <Term>grondgebonden agrarische bedrijvigheid</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio225/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio225/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_23" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_23">
		  <Term>grondwaterbeschermingsgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio228/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio228/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_24" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_24">
		  <Term>grondwaterbeschermingsgebied drentsche aa - spuitvrije
											zone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio223/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio223/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_25" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_25">
		  <Term>grondwaterbeschermingsgebied drentsche aa
											vaarweg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio216/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio216/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_26" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_26">
		  <Term>harde grens stad en land</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio222/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio222/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_27" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_27">
		  <Term>havelterberg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio215/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio215/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_28" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_28">
		  <Term>het amsterdamscheveld</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio271/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio271/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_29" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_29">
		  <Term>het esdorpenlandschap rond norg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio220/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio220/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_30" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_30">
		  <Term>historische infrastructuur</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio218/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio218/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_31" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_31">
		  <Term>hollandscheveld en hoogeveen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio221/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio221/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_32" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_32">
		  <Term>hondsrug</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio270/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio270/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_33" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_33">
		  <Term>hunzedal en randveen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio214/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio214/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_34" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_34">
		  <Term>kop van drenthe</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio263/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio263/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_35" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_35">
		  <Term>landbouwgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio265/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio265/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36">
		  <Term>landelijk gebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio261/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio261/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_37" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_37">
		  <Term>landgoed overcingel</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio255/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio255/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_38" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_38">
		  <Term>landschap van de kolonien van weldadigheid</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio254/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio254/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_39" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_39">
		  <Term>landschap van de veenkoloni&#235;n</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio258/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio258/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_40" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_40">
		  <Term>maatschappij van weldadigheid</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio256/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio256/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_41" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_41">
		  <Term>macrogradi&#235;nt</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio264/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio264/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_42" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_42">
		  <Term>meppel en het laagveen rondom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio257/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio257/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_43" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_43">
		  <Term>nationaal park drentsche aa</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio267/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio267/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_44" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_44">
		  <Term>natuur en open water</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio266/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio266/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45">
		  <Term>natuurnetwerk nederland</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio253/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio253/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_46" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_46">
		  <Term>omgevingswaarde - provinciale weg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_46__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_46__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio245/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio245/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_47" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_47">
		  <Term>provinciale vaarweg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio243/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio243/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_48" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_48">
		  <Term>provinciale weg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio247/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio247/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_49" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_49">
		  <Term>regionale kering norm 1:200</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio269/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio269/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_50" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_50">
		  <Term>regionale kering norm 1:100</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio268/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio268/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51">
		  <Term>stiltegebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio250/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio250/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_52" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_52">
		  <Term>unesco werelderfgoed koloni&#235;n van weldadigheid</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio262/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio262/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_53" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_53">
		  <Term>velden en beekdalen van centraal drenthe</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio246/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio246/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_54" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_54">
		  <Term>verbodszone diepe boring annen breevenen en
											kruidhaars</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio248/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio248/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_55" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_55">
		  <Term>verbodszone diepe boring assen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio252/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio252/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_56" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_56">
		  <Term>verbodszone diepe boring hoogeveen holtien en
											zuidwolde</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio251/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio251/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_57" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_57">
		  <Term>verbodszone diepe boring nietap</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio242/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio242/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_58" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_58">
		  <Term>voor verzuring gevoelig gebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio241/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio241/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_59" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_59">
		  <Term>waarde-archeologie 1</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio233/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio233/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_60" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_60">
		  <Term>waarde-archeologie 2</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio238/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio238/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_61" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_61">
		  <Term>waarde-archeologie 3</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio232/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio232/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_62" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_62">
		  <Term>waterwingebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio236/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio236/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_63" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_63">
		  <Term>weerdingervenen en roswinkel</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio234/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio234/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_64" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_64">
		  <Term>wegdorpenlandschap van de laagveenontginning</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_64__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_64__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio239/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio239/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_65" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_65">
		  <Term>wegdorpenlandschap van de veenrandontginning</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio235/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio235/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_66" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_66">
		  <Term>wegpanorama</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_66__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_66__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio237/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio237/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_67" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_67">
		  <Term>zonering radioastronomie zone i</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio240/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio240/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_68" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_68">
		  <Term>zonering radioastronomie zone ii</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_1" wId="pv22_24__cmp_1__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv22/2023/5gio231/nld@2023-12-01;24">/join/id/regdata/pv22/2023/5gio231/nld@2023-12-01;24</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
	      </Begrippenlijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_2" wId="pv22_24__cmp_2" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>1</Nummer>
	    <Opschrift>Kernkwaliteiten Landschap</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_2__content_1" wId="pv22_24__cmp_2__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Kernkwaliteiten Landschap</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>Esdorpenlandschap</strong></Al>
	      <Al><i>Kenmerken van het landschapstype</i></Al>
	      <Al>Het Drents plateau bestaat voornamelijk uit esdorpenlandschap.
									Dit landschapstype bevat enkele telkens terugkerende onderdelen,
									namelijk het dorp, de es, het beekdal en de
									velden/bossen/heide.</Al>
	      <Al>Het esdorpenlandschap is een agrarisch cultuurlandschap ten
									voeten uit. Elk onderdeel van het landschap komt voort uit het
									agrarisch gebruik en is gerelateerd aan het functioneren van de
									lokale agrarische dorpsgemeenschap, met de boermarken als het
									oorspronkelijke gezag. De esdorpen vormen vanouds de
									ontginningsbasis van het landschap. Ze liggen veelal op
									landschappelijke overgangen van nat (beekdal) naar droog
									(es/heide/bos).</Al>
	      <Al>Rond de dorpen liggen de landschapsonderdelen die vanouds in het
									landbouwsysteem elk hun eigen functie hadden. Direct aan de rand
									van het dorp lagen de 'goorns': kleinschalige, verkavelde
									gebieden met hagen en singels, waar onder andere groenten voor
									menselijke consumptie werden verbouwd. Op de hoger gelegen
									gronden ontwikkelden zich door de eeuwen heen de essen, omzoomd
									door bosjes, strubben of soms een ringwal. In het lager gelegen
									beekdal lagen de graslanden, tot aan het begin van de vorige
									eeuw onverdeeld, de zogenaamde madelanden. Later zijn de
									beekdalen sterk verkaveld en hebben ze door de aanleg van
									houtwallen een kleinschalig, besloten karakter gekregen. Buiten
									de gecultiveerde wereld lag de grote 'woestenij': het veld, de
									heide. Dit is een vaak enorm grote ruimte die gebruikt werd om
									de schapen te weiden. Door ontginning en bebossing (tot ver in
									onze eeuw) zijn de meeste van deze heidevelden
									verdwenen.Kenmerken van de nederzettingHet landelijke gebied
									dringt tot diep in de dorpstructuur door. De brink vormt nu vaak
									het centrum van het dorp. De brinken waren (zijn) beplant met
									opgaande bomen, veelal eiken. Rond de brink werden de
									boerderijen gegroepeerd. Brinken lagen van oorsprong aan de rand
									van het dorp. De open ruimten worden gevormd door &#233;&#233;n of meer
									brinken, erven, kleine akkers en weilanden tussen de bebouwing.
									Van oudsher is er een functionele samenhang tussen deze ruimten
									en de bebouwing. Het wegenpatroon is een vervlechting van
									bochtige wegen, bestaande uit &#233;&#233;n of enkele doorgaande wegen en
									enkele minder belangrijke wegen die daarop aansluiten. De nu nog
									zichtbare klinkerbestrating is hiervoor kenmerkend. Waar het nog
									gaaf is, maakt het dorpssilhouet de indruk van een hoogstaand
									bos met daartussen en aan de randen lage dorpsbebouwing. De
									bebouwing is landelijk van karakter en bestaat vooral uit
									typische boerderijen die schijnbaar willekeurig geplaatst zijn.
									Soms steekt een kerktoren of molen boven het silhouet uit.</Al>
	      <Al><strong>Kernkwaliteit</strong></Al>
	      <Al>Als kernkwaliteit worden in ieder geval aangemerkt:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_2__content_1__list_1" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_1__item_1" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_1__item_1">
		  <Al>de essen: deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende
											open ruimtes zijn veelal omgeven met
											esrandbeplanting.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_1__item_2" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_1__item_2">
		  <Al>de beekdalen: onbebouwd gebied met kleinschalige
											beplantingstructuren en beekdal(rand)beplanting.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Het provinciaal beleid is gericht op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_2__content_1__list_2" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_2">
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_2__item_1" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_2__item_1">
		  <Al>behoud van de open ruimte en het versterken van
											esrandbeplanting;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_2__item_2" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_2__item_2">
		  <Al>behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van
											karakteristieke beekdal(rand)beplanting.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Esgehuchtenlandschap</strong></Al>
	      <Al><i>Kenmerken van het landschapstype</i></Al>
	      <Al>Het Reestdal en omgeving is alom erkend als een bijzonder gaaf
									deel van het esgehuchten- of hoevenlandschap op de grens van
									Drenthe en Overijssel. Het kleinschalige gebied langs de Reest
									wordt gekenmerkt door een aantal kleine nederzettingen
									(gehuchten), ontstaan op de flanken van het beekdal. Op
									zandruggen en koppen liggen hier de boerderijen bij kleine
									(eenmans)essen. Op een aantal plaatsen gaat het beekdal via hei
									en bos prachtig over in het veld; zeer fraaie en waardevolle
									plekken. Vooral het westelijk deel van het gebied heeft door de
									aanwezige havezaten en voorname boerderijen met de daarbij
									behorende bossen en lanen een uitstraling van allure.</Al>
	      <Al><i>Kenmerken van de nederzetting</i></Al>
	      <Al>Het esgehuchtenlandschap heeft veel overeenkomsten met het
									esdorpenlandschap. Het esgehuchtenlandschap is echter
									kleinschaliger en meer uitgesproken qua hoogteverschillen en
									steilranden. Het 'dorp' bestaat uit &#233;&#233;n of enkele verspreid
									liggen de boerderijen.</Al>
	      <Al><strong>Kernkwaliteit</strong></Al>
	      <Al>Als kernkwaliteit worden in ieder geval aangemerkt:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_2__content_1__list_3" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_3">
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_3__item_1" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_3__item_1">
		  <Al>de eenmansessen: kleine, kenmerkende open ruimten,
											omgeven met esrandbeplanting;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_3__item_2" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_3__item_2">
		  <Al>de beekdalen: onbebouwd gebied met haaks liggende,
											kleinschalige beplantingstructuren en/of
											beekdal(rand)beplanting.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Het provinciaal beleid is gericht op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_2__content_1__list_4" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_4">
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_4__item_1" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_4__item_1">
		  <Al>behoud van de open ruimte en het versterken van
											esrandbeplanting;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_4__item_2" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_4__item_2">
		  <Al>behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van
											karakteristieke beekdal(rand)beplanting.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Wegdorpen van de laagveenontginning</strong></Al>
	      <Al><i>Kenmerken van het landschapstype</i></Al>
	      <Al>Het wegdorpenlandschap van de laagveenontgining, ook wel het
									'slagenlandschap', ligt op de laagst gelegen plekken in de
									provincie Drenthe, waar in de benedenlopen van de beekdalen veen
									is ontstaan. Kenmerkend zijn de ontginningsassen, de langgerekte
									lintdorpen (waarvan het karakter en de sfeer grotendeels bepaald
									worden door bebouwing enwegbeplanting) en de grote, open
									weidegebieden (met de smalle, langgerekte verkaveling en het
									slotenpatroon haaks op de ontginningsas). Sommige delen hebben
									door de kavelgrensbeplanting een min of meer besloten
									karakter.</Al>
	      <Al><i>Kenmerken van de nederzetting</i></Al>
	      <Al>Het omringende landelijke gebied dringt door in het wegdorp, dat
									ook wel streekdorp wordt genoemd. Vanaf de hoofdweg is tussen de
									bebouwing door het landelijk gebied steeds waarneembaar. Het
									silhouet van het dorp is een langgerekte strook, waarvan de
									massa wordt gevormd door een aaneenschakeling van forse
									boerderijen met erfbeplantingen en de dominerende beplanting
									langs de weg. De beplanting bestaat uit opgaande bomen in een
									overigens vrij open landschap.</Al>
	      <Al><strong>Kernkwaliteit</strong></Al>
	      <Al>Als kernkwaliteit worden in ieder geval aangemerkt het open
									weidegebied en de smalle verkaveling met het fijnmazige
									slotenpatroon. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden
									en versterken van het open karakter en de smalle
									verkavelingsstructuur.</Al>
	      <Al><strong>Wegdorpen van de randveenontginning</strong></Al>
	      <Al><i>Kenmerken van het landschapstype</i></Al>
	      <Al>De randveenontginningen vormen binnen Drenthe een bijzonder
									landschapstype. Ze liggen langs de randen van de Veenkoloni&#235;n en
									zijn ontstaan door het ontginnen van de randen van het
									toenmalige immense hoogveenpakket. Het kleinschalige, meer
									onregelmatige beeld van dit landschapstype wordt bepaald door de
									dorpen: langgerekte bebouwingslinten met dwars daarop een
									smalle, onregelmatig opstrekkende verkaveling.</Al>
	      <Al><i>Kenmerken van de nederzetting</i></Al>
	      <Al>Het omringende landelijke gebied dringt door in het wegdorp.
									Vanaf de hoofdweg is tussen de bebouwing door het landelijke
									gebied waarneembaar. Het dorpssilhouet is een langgerekte,
									smalle, slingerende strook, waarvan de massa wordt gevormd door
									een onregelmatige aaneenschakeling van forse boerderijen,
									kleinere boerderijen en woningen met erfbeplantingen. Dominerend
									is de beplanting van opgaande bomen langs de weg, in een
									overigens open landschap. Typisch is de ligging op de
									lichtglooiende rand van een hoogveenontginning en veelal een
									stroomdal.</Al>
	      <Al><strong>Kernkwaliteit</strong></Al>
	      <Al>Als kernkwaliteit worden in ieder geval aangemerkt de typische
									langgerekte en slingerende ontsluitingsstructuur. Veelal is deze
									aan weerszijden beplant. Het is de hierop dwarsliggende,
									onregelmatige verkavelingsstructuur die de maat en schaal van de
									omliggende openheid bepaalt.</Al>
	      <Al>Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken
									van de kavelstructuur met de omringende kenmerkende open ruimtes
									en de ontsluitingsstructuur. Dit gebeurt mede door het behouden
									van de wegbeplanting langs de hoofdontsluiting.</Al>
	      <Al><strong>Landschap van de Veenkoloni&#235;n</strong></Al>
	      <Al><i>Kenmerken van het landschap</i></Al>
	      <Al>Het meest voorkomende landschapstype in de provincie is het
									hoogveenontginningslandschap. Dit landschapstype beslaat in
									totaal ongeveer een kwart van het gehele grondgebied van de
									provincie. Tot dit landschapstype behoren behalve de
									Drents-Groningse Veenkoloni&#235;n ook het Odoornerveen,
									Hoogeveen-Hollandscheveld, Smilde en enkele kleinere gebieden
									bij Dalen en Roden. De meeste veenontginningen in Drenthe zijn
									onderling verbonden doorkanalenstelsels. Kenmerkend voor deze
									hoogveengebieden is de strakke orthogonale verkaveling, de
									bebouwingslinten langs kanalen en monden en de grote, weidse
									ruimtes met wijken. Elke ontginning heeft bovendien zijn eigen
									specifieke kenmerken, waaraan de tijd en de manier van
									ontginning is af te lezen. Zo heeft het gebied rond
									Hollandscheveld een kleinschalig, besloten karakter met veel
									verspreid voorkomende bebouwing en bosstroken. In Smilde vormt
									de Drentse Hoofdvaart de ruggengraat van de ontginning en zijn
									de Oude Veenkoloni&#235;n kleinschaliger dan de Veenkoloni&#235;n in de
									omgeving van Emmen.</Al>
	      <Al><i>Kenmerken van de nederzetting</i></Al>
	      <Al>Afhankelijk van het type dorp (enkellint of dubbellint) en de
									dichtheid van de bebouwing dringt het landelijk gebied diep of
									minder diep door in het dorp. Vanaf de hoofdontsluiting is het
									landelijk gebied in veel gevallen waarneembaar. Kenmerkend is de
									regelmaat. Het dorpssilhouet is een langgerekte strook waarvan
									de massa wordt gevormd door een aaneenschakeling van grote
									boerderijen en woningen met erfbeplantingen. Dominerend is de
									langgerekte beplanting van opgaande bomen langs de wegen, in een
									open vlak landschap.</Al>
	      <Al><strong>Kernkwaliteit</strong></Al>
	      <Al>Als kernkwaliteit worden in ieder geval aangemerkt de
									orthogonale samenhang tussen het systematische
									ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende
									wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande
									percelen. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en
									versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de
									rechtlijnige landschapsstructuur.</Al>
	      <Al><strong>Landschap van de koloni&#235;n van weldadigheid</strong></Al>
	      <Al><i>Kenmerken van het landschap</i></Al>
	      <Al>De Koloni&#235;n van Weldadigheid zijn uniek voor Nederland en
									verdienen bijzondere aandacht. Hoewel elk van de gebieden zijn
									eigen karakter en sfeer heeft, hebben de koloni&#235;n ook een aantal
									gemeenschappelijke kenmerken. De hoofdstructuur wordt bepaald
									door orthogonale ('haakse') lijnen. De (hoofd)ontsluitingswegen
									worden begeleid door beplanting (lanen) en soms door kanalen of
									waterlossingen. Langs deze wegen bevindt zich karakteristieke
									bebouwing, in een ijle of dichtere concentratie. De orthogonale
									structuur resulteert in karakteristieke boscomplexen en open
									ruimten met bijbehorend een grootschalige of kleinschalige
									(veelal blokachtige) verkaveling.</Al>
	      <Al><i>Kenmerken van de nederzetting</i></Al>
	      <Al>Het landelijke gebied dringt door in de nederzetting. Vanaf de
									hoofdontsluitingen is het landelijk gebied waarneembaar. Het
									karakter is blokvormig en regelmatig. Vanwege het parkachtige
									karakter is er geen sprake van een uitgesproken dorpssilhouet.
									De dorpsstructuur kenmerkt zich door het wegen- en
									kanalenpatroon. De oorspronkelijke bebouwing is uniek en
									typisch. Ze staat in &#233;&#233;n rooilijn en is afgestemd op de functie.
									Dominerend is de langgerekte met laanbeplanting.</Al>
	      <Al><strong>Kernkwaliteit</strong></Al>
	      <Al>Als kernkwaliteit worden in ieder geval aangemerkt:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_2__content_1__list_5" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_5">
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_5__item_1" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_5__item_1">
		  <Al>de rechtlijnige, structuurbepalende
											(hoofd)ontsluitingswegen, met daarlangs
											laanbeplanting;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_5__item_2" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_5__item_2">
		  <Al>het orthogonale ingenieurslandschap met een blokachtige
											verkavelingsstructuur waarin bos en open ruimten elkaar
											afwisselen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_5__item_3" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_5__item_3">
		  <Al>de structuur van lintbebouwing en de hi&#235;rarchie in de
											architectuur van de aanliggende bebouwing (veelal haaks
											op de ontginningsas), met een regelmatige onderlinge
											afstand.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken
									van:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_2__content_1__list_6" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_6">
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_6__item_1" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_6__item_1">
		  <Al>de laanbeplanting langs de hoofdontsluiting;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_6__item_2" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_6__item_2">
		  <Al>de ontginningsstructuur en de afwisseling tussen massa
											en ruimte;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_6__item_3" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_6__item_3">
		  <Al>de kenmerkende bebouwingslinten en de onderlinge
											afstanden.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Macrogradi&#235;nt</strong></Al>
	      <Al>De geologische ontwikkeling van Drenthe en het menselijk
									ingrijpen heeft geleid tot reli&#235;frijke overgangen in het
									landschap. Deze overgangen versterken de contrasten tussen
									landschapstypen, we noemen deze overgangen de Macrogradi&#235;nt. De
									macrogradi&#235;nt wordt aangemerkt als kernkwaliteit landschap. Ook
									voor de cultuurhistorie is deze macrogradi&#235;nt belangrijk.
									Prehistorische jagers en historische boeren kozen voor de aanleg
									van hun jachtkamp of boerennederzetting bij voorkeur een plek
									uit waar binnen korte afstand meerdere landschappen voorkwamen.
									Het behouden en versterken van de karakteristieke
									macrogradi&#235;nten (steile overgang van het Drents Plateau en de
									keileemruggen en stuwwallen naar de lager gelegen gebied, de
									zogenaamde macrogradi&#235;nt) van het Drents Plateau in relatie tot
									de aangrenzende en lager liggende veengebieden.</Al>
	      <Al><strong>Wegpanorama</strong></Al>
	      <Al>Wij hechten waarde aan een zorgvuldige presentatie van Drenthe
									aan de hoofdinfrastructuur en willen we de karakteristieken van
									de landschapstypen en het contrast tussen stad en land, gezien
									vanaf de infrastructuur, zichtbaar houden. Het gaat ons daarbij
									nadrukkelijk niet om gefixeerde fotomomenten die luttele
									seconden een blik op het landschap werpen. De essentie van de
									kernkwaliteit zit in het beleefbaar houden van de afwisseling
									tussen bebouwd en onbebouwd gebied. Voor de eenduidigheid maken
									wij geen onderscheid tussen snelweg- en wegpanorama's en
									hanteren wij enkel het begrip wegpanorama. Deze komen voor langs
									de doorgaande Rijks- en provinciale wegen. Hieronder vallen de
									A28, de N33, de N34, de N48, de N381 en de N391.</Al>
	      <Al><strong>Stads- en dorpsranden</strong></Al>
	      <Al>Steden en dorpen ontwikkelen zich en groeien. Zo zijn in de loop
									der tijd nieuwe dorps- en stadsranden ontstaan. Tot voor kort
									stond 'ontwikkelen' gelijk aan groeien. Omdat het anno nu niet
									meer vanzelfsprekend is dat dorpen en steden alleen maar
									groeien, ontstaat een nieuwe context. Stads- en dorpsranden zijn
									het visitekaartje van de stad, het dorp en het landschap. Het
									zijn gradi&#235;nten (geleidelijke overgangen) in het landschap, die
									toeristische aantrekkelijke verbindingen tussen onze
									steden/dorpen en ons landschap vormen. Illustratief zijn de
									Drentsche Aa (Assen), het Oude Diep (Hoogeveen) en de Reest
									(Meppel). Deze stadsranden worden begrensd door de
									landschappelijke waarde die ze vertegenwoordigen en worden om
									die reden gekoesterd. Maar er zijn ook stads- en dorpsranden
									waar de relatie met het omringende landschap is vervaagd of
									verdwenen. Hier bestaat het risico dat er zich ontwikkelingen
									voordoen die afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit, waardoor
									het gebied als 'verrommeld' wordt beleefd. De huidige situatie
									vraagt om het denken in ruimtelijk-economische oplossingen.
									Leegstand, verpaupering, versnippering en onaantrekkelijke
									entrees willen we voorkomen door gezamenlijk met gemeenten deze
									opgaven integraal te benaderen. Atelier mooi Drenthe heeft het
									concept 'duurzaam DNA Drenthe' ontwikkeld, dat uitgaat van de
									cultuurhistorische en landschappelijke karakteristiek van de
									plek. Dit gedachtegoed inspireert ons om met gemeenten
									gezamenlijk invulling te geven aan stads- en dorpseigen
									overgangen tussen stad en platteland. We willen daarbij zowel
									van binnen naar buiten kijken (van stad naar land), als van
									buiten naar binnen (van land naar stad).Hierbij kunnen de
									volgende onderwerpen aan de orde komen:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_2__content_1__list_7" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_7">
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_7__item_1" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_7__item_1">
		  <Al>het versterken van de ruimtelijke kwaliteit (hoe takt de
											stad of het dorp aan op het buitengebied);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_7__item_2" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_7__item_2">
		  <Al>het stimuleren van de mogelijkheden van recreatieve
											uitloop en medegebruik, in aansluiting op de
											routestructuren in de omgeving;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_2__content_1__list_7__item_3" wId="pv22_24__cmp_2__content_1__list_7__item_3">
		  <Al>het realiseren van een natuurlijke verbinding tussen
											stad en omgeving.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Harde grens stad en land</strong></Al>
	      <Al>De Drentsche Aa (Assen), het Oude Diep (Hoogeveen) en de Reest
									(Meppel) zijn iconisch voor de ruimtelijke kwaliteit van
									Drenthe. Deze waarden willen we behouden en versterken.
									Uitbreiding van de aangrenzende steden achten wij hier
									onwenselijk.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_3" wId="pv22_24__cmp_3" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>2</Nummer>
	    <Opschrift>Kernkwaliteiten Cultuurhistorie</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_3__content_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Kernkwaliteiten Cultuurhistorie</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>In deze bijlage zijn de cultuurhistorische kenmerken en
									structuren beschreven die vanuit beleid (Omgevingsvisie en
									Cultuurhistorisch Kompas Drenthe) en de Provinciale
									Omgevingsverordening (POV) van provinciaal belang zijn. De 10
									deelgebieden zoals die in de Omgevingsvisie en Cultuurhistorisch
									Kompas Drenthe zijn beschreven, vormen de basis. Verder zijn er
									daarbinnen twee beschermingscategorie&#235;n mogelijk (zie <IntRef ref="chp_3__title_3.1__art_3.2">artikel 3.2</IntRef>).
									Vandaar dat binnen de 10 gebieden vaak nog een onderverdeling is
									gemaakt. Daarnaast is voor de historische infrastructuur een
									gebied opgenomen: deze infrastructuur loopt immers ook buiten de
									grenzen van de deelgebieden door. Bij elk gebied wordt de
									beschermingscategorie met een trefwoord aangegeven: hetzij
									"betrekken bij", hetzij "rekening houden met" (zie <IntRef ref="chp_3__title_3.1__art_3.2">artikel 3.2</IntRef>) Alle
									beschrijvingen zijn overgenomen uit de
									Omgevingsvisie/Cultuurhistorisch Kompas Drenthe.</Al>
	      <Al>Legenda (zie GIS-kaart):</Al>
	      <table wId="pv22_24__cmp_3__content_1__table_1" eId="cmp_3__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="3">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="40.7709*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="32.4544*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="26.572*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Gebied</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Deelgebieden</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Sturingsniveau</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>0. Historische Infrastructuur</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Kop van Drenthe - rijk landschap, rijke
												dorpen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1A Kop van Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Rekening houden met</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>1B Het esdorpenlandschap rond Norg</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>2. Drentsche Aa -bakens in het beekdal</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>2A Drentsche Aa</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Rekening houden met</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>2B Assen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>3. Hondsrug en Hunzedal - doorgaande wegen
												door de tijd</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3A Hondsrug</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Rekening houden met</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>3B Hunzedal en randveen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>4. De Drentse Monden - de economie van de
												rechte lijn</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4A De Monden</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Rekening houden met</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>4B Weerdingervenen en Roswinkel</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>5. Drentsche Hoofdvaart - vormend land (de
												mens vormt het land, het land vormt de mens)</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5A Maatschappij van Weldadigheid</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Rekening houden met</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>5B Drentsche Hoofdvaart</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>5C Havelterberg</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>5D Esdorpenlandschap Vledder- en Wapserveense
												Aa</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>6. De velden in centraal Drenthe - van nut
												maken van de stille heide</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>6A Velden en beekdalen van Centraal
												Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>7. Mars en Westerstroom - het keurslijf van de
												beken</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>7A Esdorpenlandschap rond Mars- en
												Westerstroom</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>7B Coevorden, beekdal en ontginningen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>8. De Reest en Meppel - alle(s) voer(t) naar
												Meppel</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>8A De Reest</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>8B Meppel en het laagveen rondom</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>9. Het hollandscheveld en Hoogeveen - kruising
												van richtingen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>9AHollandscheveld en Hoogeveen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>10. Emmen en haar venen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>10A Het Amsterdamscheveld</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>10B Emmen, venen en randveeontginningen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Betrekken bij</Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al><strong>Gebied 0. Historische Infrastructuur - Betrekken bij
									</strong></Al>
	      <Al>Dit zijn alle historische beken, waterwegen, kanalen, wijken en
									wegen die onderdeel uitmaken van het provinciaal belang
									Cultuurhistorie, maar buiten de deelgebieden vallen. Voor deze
									gebieden geldt de bescherming 'Betrekken bij'.</Al>
	      <Al><strong>Gebied 1. Kop van Drenthe - rijk landschap, rijke
										dorpen</strong></Al>
	      <Al>Dit gebied wordt gekenmerkt door een centraal deel met een van
									oorsprong middeleeuws esdorpensysteem en randveenontginningen,
									gekoppeld aan een hoefijzervormig beekdalstelsel dat via het
									Peizerdiep afwatert naar het noorden. De oostelijke rand met een
									reeks van landgoederen die zich in het bijzonder vanaf de 18de
									eeuw hebben ontwikkeld, is sterk geori&#235;nteerd op de stad
									Groningen. Het beekdal van het Groote en Oostervoortsche Diep is
									open, breed en scherp begrensd; door zijn hoefijzervorm
									waarlangs de esdorpen liggen, vormt dit deel een sterke eenheid.
									De noordelijke benedenloop (het Peizerdiep) wordt geflankeerd
									door de ontginningslinten van het laaggelegen randveen, die als
									het ware overlopen in een reeks van veenterpen, en die dezelfde
									ontstaansperiode hebben. Oostelijk ligt een gordel van
									landgoederen rond Eelde en Paterswolde, met een karakteristieke
									afwisseling in open landbouwgronden en besloten park- en
									bosaanleg.</Al>
	      <Al>Deelgebied 1.A: Kop van Drenthe. Rekening houden met.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld:</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_1__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_1__item_1">
		  <Al>Licht slingerende linten van de randveenontginningen in
											een coulissenlandschap met fijnmazige percelering en
											houtwallen; Roderwolde is daarbij samen met Sandebuur
											een voorbeeld van een verschoven lint;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_1__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_1__item_2">
		  <Al>Aan weerszijden van het Peizerdiep een reeks van
											veenterpen, deels zichtbaar als lichte verhogingen in
											het laaggelegen open landschap;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_1__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_1__item_3">
		  <Al>Landgoederen bij Eelde en Paterswolde:</Al>
		  <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_1__item_3__list_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_1__item_3__list_1">
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_1__item_3__list_1__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_1__item_3__list_1__item_1">
		      <Al>Vrijwel aaneengesloten gebied met afwisseling in
												open landbouwgronden en besloten delen met bos- en
												parkaanleg;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_1__item_3__list_1__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_1__item_3__list_1__item_2">
		      <Al>Centrale ligging van de hoofdhuizen binnen de
												parkaanleg en sterke relatie tussen huis en
												omgeving.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie:</i></Al>
	      <Al>Richtinggevend voor dit deelgebied is het herkenbaar houden van
									een oud cultuurlandschap. Dit deelgebied kent onder invloed van
									de stad Groningen bovendien eigen ontwikkelingen. Daarom willen
									wij sturen op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_2">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_2__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_2__item_1">
		  <Al>Het veiligstellen van de karakteristiek van de
											randveenontginningen, door het behouden van licht
											slingerende wegdorpen en verder versterken van de
											houtwalpatronen en de opstrekkende verkaveling in het
											buitengebied;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_2__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_2__item_2">
		  <Al>Het beleefbaar houden van het verschoven lint van
											Sandebuur - Roderwolde en het lint van Peizerwold en de
											daaraan gekoppelde reeks van veenterpen als
											bewoningsflanken van het beekdal van het
											Peizerdiep;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_2__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_2__item_3">
		  <Al>Het blijvend zichtbaar onderscheiden van de reeks van
											landgoederen rond Eelde en Paterswolde. Deze reeks wordt
											gekenmerkt door een karakteristieke tuin- en parkaanleg,
											ingebed in landschappelijke structuren, met een variatie
											in maat en schaal en een doorlopende afwisseling van
											open en besloten ruimtes.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deelgebied 1.B: het esdorpenlandschap rond Norg. Betrekken
									bij</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_3">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_3__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_3__item_1">
		  <Al>Breed hoefijzervormig beekdal, met een open karakter,
											dat benadrukt en scherp begrensd wordt door een rand van
											opgaande beplanting;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_3__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_3__item_2">
		  <Al>Esdorpen met daarbinnen de karakteristieke afwisseling
											van open en gesloten ruimtes, verspreide bebouwing en
											doorzichten naar essen en beekdal;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_3__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_3__item_3">
		  <Al>Diverse boscomplexen, onder andere stuifzandbossen bij
											Norg, een sterrenbos bij Huize Mensinge en het
											Norgerholt als oorspronkelijk middeleeuws
											gebruiksbos.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Ambitie:</Al>
	      <Al>Richtinggevend voor dit deelgebied is het herkenbaar houden van
									een oud cultuurlandschap. Daarom willen wij sturen op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_4">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_4__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_4__item_1">
		  <Al>Het in stand houden van de karakteristiek van het
											esdorpenlandschap. Deze karakteristiek uit zich in een
											zichtbare ruimtelijke samenhang tussen esdorp, es,
											beekdal en veld, met bijbehorend microreli&#235;f en
											beplantingselementen als houtwallen, esrandbosjes en
											middeleeuwse gebruiksbossen. Bovendien kent het
											esdorpenlandschap een grote tijdsdiepte, wat blijkt uit
											zichtbare en onzichtbare (pre)historische
											bewoningssporen als nederzettingen, grafmonumenten en
											celtic fields. Dit wordt in het bijzonder op het
											Noordscheveld weerspiegeld;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_4__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_4__item_2">
		  <Al>Het vasthouden en zorgvuldig doorzetten van de
											ruimtelijke opzet van de esdorpen. Deze opzet wordt
											getypeerd door een vrije ordening van bebouwing en
											boerderijen, afwisseling tussen bebouwde plekken en open
											ruimtes (in het bijzonder de brinken) en doorzichten
											naar het omliggende buitengebied;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_4__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_4__item_3">
		  <Al>Het behouden van de openheid van de brede beekdalen als
											contrast met hun scherpe begrenzingen in de vorm van
											houtwallen en bossen;</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Gebied 2. Drentsche Aa - bakens in het beekdal</strong></Al>
	      <Al>De gave beekdalen van de Drentsche Aa zijn de drager van het
									kleinschalige esdorpenlandschap met de karakteristieke essen,
									dorpen en beplantingen. Het is een informeel gegroeid,
									samenhangend landschap dat zijn huidige karakter al min of meer
									in de middeleeuwen heeft gekregen, maar met een
									ontwikkelingsgeschiedenis die teruggaat tot in de prehistorie.
									Dit uit zich in een grote verzameling van hunebedden,
									grafheuvels, celtic fields, karrensporen, kerktorens,
									boerderijen en houtwallen. Assen heeft zich ontwikkeld van
									esgehucht met een klooster tot bestuursstad. De Vaart, de
									Hoofdlaan (en het Asserbos) vormen daarbij structurerende assen,
									gericht op het historische centrum, dat met zijn bebouwing de
									ontwikkeling van geestelijk centrum naar bestuurscentrum
									weerspiegelt.</Al>
	      <Al>Deelgebied 2.A: Drentsche Aa. Rekening houden met</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_5" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_5">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_5__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_5__item_1">
		  <Al>De beekdalen van de Drentsche Aa met flankerend esdorpen
											en essen, gezamenlijk in een sterke ruimtelijke
											samenhang aanwezig;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_5__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_5__item_2">
		  <Al>Een grote dichtheid aan prehistorische bewoningssporen
											en hiermee samenhangende routes zoals celtic fields,
											grafmonumenten (hunebedden, grafheuvels, urnenvelden) en
											karrensporen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_5__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_5__item_3">
		  <Al>Authentieke esdorpen met een karakteristieke opbouw van
											open ruimten en brinken, verspreid staande bebouwing en
											doorzichten naar de essen en het beekdal;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_5__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_5__item_4">
		  <Al>Duidelijk door beplanting begrensde beekdalen met een
											herkenbare historische percelering en veel
											houtwallen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_5__item_5" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_5__item_5">
		  <Al>Variatie in traditionele boerderijen die de historische
											ontwikkeling toont van de Drentse boerderijtypen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_5__item_6" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_5__item_6">
		  <Al>Kerktorens die van verre zichtbaar zijn als
											ori&#235;ntatiepunt in het landschap en bij Rolde bovendien
											ori&#235;ntatiepunt zijn van een bijzondere historische
											raaipercelering</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie:</i></Al>
	      <Al>Bepalend voor dit deelgebied is een gaaf en kleinschalig
									cultuurlandschap met een duidelijke samenhang in tijd en ruimte.
									Om deze gaafheid te bewaken sturen wij op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_6" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_6">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_6__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_6__item_1">
		  <Al>Het in stand houden van de karakteristiek van het
											esdorpenlandschap. Deze karakteristiek uit zich in een
											zichtbare ruimtelijke samenhang tussen esdorp, es,
											beekdal en veld met bijbehorend microreli&#235;f en
											beplantingselementen als houtwallen en esrandbosjes.
											Bovendien kent het esdorpenlandschap een grote
											tijdsdiepte, wat blijkt uit vele zichtbare en
											onzichtbare (pre)historische bewoningssporen als
											nederzettingen, grafmonumenten en celtic fields;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_6__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_6__item_2">
		  <Al>Het vasthouden en zorgvuldig doorzetten van de
											ruimtelijke opzet van de esdorpen. Deze opzet wordt
											getypeerd door een vrije ordening van bebouwing en
											boerderijen, afwisseling tussen bebouwde plekken en open
											ruimtes (in het bijzonder de brinken) en doorzichten
											naar het omliggende buitengebied;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_6__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_6__item_3">
		  <Al>Het behouden en herstellen van de oorspronkelijke
											beekloop in de beekdalen met hieraan gekoppeld de
											historische percelering, de houtwallen en houtsingels en
											de reli&#235;franden;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_6__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_6__item_4">
		  <Al>Het zichtbaar houden en beter beleefbaar maken van de
											historische en prehistorische route, waar karresporen,
											voorden, grafheuvels en andere prehistorische relicten
											een unieke verzameling archeologische sporen vormen. Dit
											in het bijzonder op het Ballo&#235;rveld;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_6__item_5" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_6__item_5">
		  <Al>Het accentueren van de reeks van kerktorens in het
											gebied van de Drentsche Aa die, evenals in de
											Middeleeuwen, als bakens in het weidse landschap een
											inspiratiebron kunnen zijn voor nieuwe verbindingen en
											routes.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deelgebied 2.b: Assen. Betrekken bij</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld: </i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_7" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_7">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_7__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_7__item_1">
		  <Al>Ruimtelijke structuur van 2 hoofdassen: de Vaart en de
											Hoofdlaan, die geori&#235;nteerd zijn op het oude
											bestuurscomplex aan De Brink;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_7__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_7__item_2">
		  <Al>De historische bebouwingstructuren langs de hoofdassen
											en het Asserbos met zijn stervormige
											padenstructuur;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_7__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_7__item_3">
		  <Al>De villabebouwing (Hertenkamp, Oud Zuid) als uiting van
											het bestuurs- en voorzieningencentrum.Ambitie:</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_7__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_7__item_4">
		  <Al>Het herkenbaar houden van het historische centrum van
											Assen met de daarop gerichte assen van de Vaart en de
											Hoofdlaan met hun karakteristieke bebouwing en het
											Asserbos.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Gebied 3.: Hondsrug en Hunzedal - doorgaande wegen door
										de tijd</strong></Al>
	      <Al>Bepalend voor dit deelgebied zijn drie zones, die parallel aan
									elkaar liggen en die samenvallen met de ondergrond: de hoge
									Hondsrug, het lage Hunzedal (beiden ontstaan in de voorlaatste
									ijstijd) en een reeks randveenontginningen. De hoofdstructuur
									van de Hondsrug wordt hoofdzakelijk bepaald door een keten van
									esdorpen en essen van noord naar zuid over de rug, afgewisseld
									met grote, zich scherp aftekenende bossen. De continue
									bewoningsgeschiedenis vanaf de prehistorie blijkt uit de grote
									dichtheid aan hunebedden, grafheuvels en celtic fields, die, net
									als de esdorpen, zijn verbonden aan doorgaande routes die sinds
									de prehistorie over de Hondsrug lopen. Het Hunzedal contrasteert
									als laaggelegen, open en nagenoeg onbebouwd gebied met de
									Hondsrug. De wegdorpen van de randveenontginningen vormen een
									langgerekt bewoningslint, dat de grens markeert tussen het
									Hunzedal en de grootschalige veenkoloniale ontginningen.
									Richtinggevend voor dit deelgebied is het herkenbaar houden van
									de overgangen en de grenzen tussen de drie parallelle structuren
									van de Hondsrug, het Hunzedal en het lint van de
									randveenontginningen.</Al>
	      <Al>Deelgebied 3.A: Hondsrug. Rekening houden met</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_8" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_8">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_8__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_8__item_1">
		  <Al>De oorspronkelijke middeleeuwse routes die de dorpen
											verbinden en die vrijwel intact en functioneel
											zijn;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_8__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_8__item_2">
		  <Al>De noord - zuid keten van esdorpen, waarvan de typerende
											structuren en elementen nog merendeels herkenbaar
											zijn;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_8__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_8__item_3">
		  <Al>Een grote dichtheid aan prehistorische (en historische)
											bewoningssporen, zoals hunebedden, grafheuvels en celtic
											fields, waarvan een deel als keten een prehistorische
											route over de Hondsrug markeert;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_8__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_8__item_4">
		  <Al>Een reeks van grote boseenheden, vooral
											staatsboswachterijen, door de rechthoekige vormen en hun
											massa scherp begrensd en zichtbaar in het
											landschap.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie:</i></Al>
	      <Al>Voor de Hondsrug willen we specifiek sturen op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_9" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_9">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_9__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_9__item_1">
		  <Al>Het behouden van de karakteristiek van het
											esdorpenlandschap. Deze karakteristiek uit zich in een
											zichtbare ruimtelijke samenhang tussen esdorp en es,
											waarbij de esdorpen en essen als een keten op de
											Hondsrug liggen afgewisseld met scherp begrensde
											boswachterijen. Bovendien kent het esdorpenlandschap een
											grote tijdsdiepte, wat blijkt uit vele zichtbare en
											onzichtbare (pre)historische bewoningssporen als
											nederzettingen, grafmonumenten en celtic fields;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_9__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_9__item_2">
		  <Al>Het benadrukken van het lineair patroon van hunebedden,
											grafheuvels en andere zichtbare en onzichtbare
											prehistorische relicten die samenhangen met de
											prehistorische route over de Hondsrug;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_9__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_9__item_3">
		  <Al>Het vasthouden en zorgvuldig doorzetten van de
											ruimtelijke opzet van de esdorpen. Deze opzet wordt
											getypeerd door een vrije ordening van bebouwing en
											boerderijen, afwisseling tussen bebouwde plekken en open
											ruimtes (in het bijzonder de brinken) en doorzichten
											naar het omliggende buitengebied;</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deelgebied 3.B: Hunzedal en randveen. Betrekken bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Al>Hunzedal</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_10" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_10">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_10__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_10__item_1">
		  <Al>De openheid en grote schaal van het dal wordt benadrukt
											door de begrenzingen aan de oostzijde en de westzijde:
											de bebouwingslinten van de randveenontginningen en de
											vrij steile rand van de Hondsrug met haar besloten
											boseenheden;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_10__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_10__item_2">
		  <Al>Enkele dwarsverbindingen die de esdorpen verbinden met
											hun randveenontginningen;</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Randveenontginningen;</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_11" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_11">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_11__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_11__item_1">
		  <Al>Licht slingerend verloop van de doorlopende
											ontginningsas;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_11__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_11__item_2">
		  <Al>Lintbebouwing vari&#235;rend in dichtheid, met doorzichten
											naar het achterland.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie</i></Al>
	      <Al>We willen hier sturen op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_12" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_12">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_12__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_12__item_1">
		  <Al>Het onbebouwd en onbeplant houden van het Hunzedal,
											waarin de nu aanwezige gehuchten uitzonderingen en
											verbijzonderingen zijn;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_12__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_12__item_2">
		  <Al>Het herkenbaar houden van de lintstructuur van de
											randveenontginningen met een variatie aan woningen langs
											de slingerende noord-zuid geori&#235;nteerde weg en
											doorzichten naar het achterland.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Gebied 4. De Drentse Monden - de economie van de rechte
										lijn.</strong></Al>
	      <Al>Bepalend voor deze Drents-Groninger veenkoloni&#235;n is het
									orthogonale en hi&#235;rarchische stelsel van kanalen, monden en
									wijken, aangelegd voor de veenontginning. Langs de hoofdlijnen
									ontwikkelden zich na het afgraven de lintdorpen, geplaatst in
									een rechtlijnig stelsel van verkavelingen met bebouwing,
									waterwerken en beplanting. D&#233; richtinggevende lijn is de
									Semslinie, die begin 17de eeuw als grens met de provincie
									Groningen is getrokken, tussen de Martinitoren in de stad
									Groningen en Huis ter Haar bij Musselkanaal. Zowel het
									Annerveenschekanaal als het Groninger Stadskanaal en het
									Musselkanaal (vanaf begin 19de eeuw de basis voor de Drentse
									"monden") zijn parallel hieraan aangelegd. In een relatief korte
									periode is een productielandschap ontwikkeld vanuit een open en
									leeg veengebied, doorsneden door een enkele veenloop.</Al>
	      <Al>Deelgebied 4.A: de Monden. Rekening houden met.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_13" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_13">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_13__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_13__item_1">
		  <Al>De Semslinie (met het onderliggende Stadskanaal) als
											ontginningsbasis, met de eindpunten in de stad Groningen
											en Huis ter Haar; &#x2022; Een sterk hi&#235;rarchisch ruimtelijk
											stelsel van lijnen en tussenliggende verkavelingen, met
											hoofdkanalen als ontginningsassen en dwars daarop
											kleinere waterwegen (dwarsdiepen of wijken);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_13__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_13__item_2">
		  <Al>Langs kanalen en diepen de lintvormige nederzettingen
											met achterliggend cultuurland, en met een vaste ritmiek
											in de verkaveling, achtergrenzen en de plaatsing van
											bebouwing;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_13__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_13__item_3">
		  <Al>Binnen de linten is een vaste ordening voor bebouwing en
											infrastructuur, waarbij veelal de boerderijen aan &#233;&#233;n
											kanaalzijde staan en de voorzieningen en de woningen aan
											de andere zijde;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_13__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_13__item_4">
		  <Al>Binnen de linten een duidelijke ritmiek door een vaste
											maatvoering van kavels en een stelsel van bruggen en
											sluizen, beplanting en bebouwing die vaak in samenhang
											aanwezig is;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_13__item_5" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_13__item_5">
		  <Al>Het Oldambster boerderijtype is dominant en
											beeldbepalend.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_13__item_6" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_13__item_6">
		  <Al>Annerveenschekanaal en Eexterveenschekanaal als &#233;&#233;n
											hoofdkanaal met lintbebouwing als ontginningsas;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_13__item_7" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_13__item_7">
		  <Al>De monden als meerdere parallelle ontginningsassen,
											aangesloten op het Stadskanaal, met onderlinge variaties
											in enkel- en dubbelkanaalsystemen, waarvan een deel
											inmiddels gedempt is.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie</i></Al>
	      <Al>Uitgangspunt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het
									accentueren van de hi&#235;rarchie in de orthogonale opbouw van de
									veenkoloni&#235;n. Deze hi&#235;rarchie bestaat uit het
									Annerveenschekanaal en de monden als de belangrijkste
									ontginningsassen met de daar haaks op staande kanalen- en
									wijkenstructuur. Binnen de veenkoloni&#235;n komt deze hi&#235;rarchie op
									verschillende manieren naar voren. Daarbinnen willen wij
									specifiek sturen op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_14" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_14">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_14__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_14__item_1">
		  <Al>Het zichtbaar houden van de ordening en samenhang tussen
											de ontginningsassen, die tot uitdrukking komt in enkele
											en dubbele lintdorpen en bebouwde en onbebouwde
											ontginningsassen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_14__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_14__item_2">
		  <Al>Het herkenbaar houden van de ordening en samenhang
											binnen een lintdorp, zoals boerderijen en woningen die
											elk aan een zijde van het kanaal staan;</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deelgebied 4.B: Weerdingervenen en Roswinkel. Betrekken bij</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_15" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_15">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_15__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_15__item_1">
		  <Al>Het beekdal van de veenloop ten noorden van
											Nieuw-Weerdinge als open en onregelmatig gebied tussen
											de veenkoloni&#235;n, begrensd door de Valtherdijk en het
											Vledderdiep;&#x2022;Het Weerdingerkanaal (deels gedempt) als
											hoofdkanaal voor Nieuw-Weerdinge, met een systeem van
											kruisdiepen en achterdiep;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_15__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_15__item_2">
		  <Al>Roswinkel als oudere wegontginning met een verschoven
											bewoningsas op een zandopduiking.Ambitie&#x2022;Het herkenbaar
											houden van de ordening en samenhang binnen een lintdorp,
											zoals boerderijen en woningen die elk aan een zijde van
											het kanaal staan;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_15__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_15__item_3">
		  <Al>Het beleefbaar houden van het verschoven lint van
											Roswinkel, mede door de open ruimte tussen de oude en de
											nieuwe weg te handhaven;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_15__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_15__item_4">
		  <Al>Het benadrukken van de oude veenloop tussen Valthermond
											en Nieuw-Weerdinge door de afwijkende onregelmatige
											verkaveling en de duidelijke begrenzingen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Gebied 5 Drentse Hoofdvaart - vormend land (de mens
										vormt het land, het land vormt de mens)</strong></Al>
	      <Al>Kenmerkend voor dit gebied is een onderscheid in drie delen met
									elk eigen kenmerken, en de Drentse Hoofdvaart die de verschillen
									tussen noord en zuid weerspiegelt.De twee gebieden van de
									Maatschappij van Weldadigheid, Frederiksoord/Wilhelminaoord en
									Veenhuizen, vertonen een grote verwantschap door de orthogonale,
									hi&#235;rarchische opbouw, waarbinnen lijnen, bebouwing en beplanting
									een sterke onderlinge relatie hebben. De Drentse Hoofdvaart
									vormt een zelfstandige beelddrager met de inrichting van kanaal
									en verwante bebouwing, en is als lijn in het noorden de drager
									van de veenkoloniale lintdorpstruc-tuur, en in het zuiden
									ondergeschikt aan het omringende esdorpenlandschap.De
									Havelterberg en zijn omgeving vormt een eigen eenheid, met
									esdorpen, randveenontginningen en sporen van verschillende
									tijdlagen, van prehistorie tot Tweede Wereldoorlog.</Al>
	      <Al>Deelgebied 5.A: Maatschappij van Weldadigheid. Rekening houden
									met.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_16" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_16">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_16__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_16__item_1">
		  <Al>Algemeen: een hi&#235;rarchische opbouw van orthogonale
											lijnen, beplanting en bebouwing in grote samenhang;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_16__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_16__item_2">
		  <Al>Frederiksoord/Wilhelminaoord als landbouwkolonie met
											koloniehoeves en voorzieningen aan de hoofdassen, en het
											onderliggend oudere landgoed Westerbeek;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_16__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_16__item_3">
		  <Al>Veenhuizen met een ordening rond grote gestichten,
											werkplaatsen en beambtenwoningen, als justitieel
											landschap;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_16__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_16__item_4">
		  <Al>Boschoord, waar binnen de bosaanleg de hoofdassen nog
											herkenbaar zijn.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie:</i></Al>
	      <Al>In de Maatschappijen van Weldadigheid van Frederiksoord en
									Veenhuizen willen wij sturen op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_17" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_17">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_17__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_17__item_1">
		  <Al>Het handhaven en verder versterken van de hi&#235;rarchische
											en orthogonale opbouw van de gebieden, zoals die te zien
											is in vaarten, wegen, beplanting en bebouwing vari&#235;rend
											van dienstwoningen tot directeurswoning;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_17__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_17__item_2">
		  <Al>Het behouden van de afwisseling tussen open gebieden en
											boscomplexen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deelgebied 5.B: Drentse Hoofdvaart. Betrekken bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_18" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_18">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_18__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_18__item_1">
		  <Al>De reeks lintdorpen langs de Drentse Hoofdvaart, met
											doorzichten naar het achterliggende gebied;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_18__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_18__item_2">
		  <Al>De Drentse Hoofdvaart als beelddrager met een reeks
											sluizencomplexen, bruggen en bijbehorende historisch
											verwante bebouwing.AmbitieTen aanzien van de Drentse
											Hoofdvaart willen wij sturen op:</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_18__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_18__item_3">
		  <Al>Het versterken van het karakter als beelddrager van een
											ensemble van kanaal, sluis- en brugcomplexen en
											gerelateerde bebouwing;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_18__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_18__item_4">
		  <Al>Het beleefbaar houden van de typerende lintbebouwing
											langs de Drentse Hoofdvaart met doorzichten naar het
											achterliggende gebied.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deelgebied 5.C: Havelterberg. Betrekken bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_19" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_19">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_19__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_19__item_1">
		  <Al>Open beekdalen, met zicht naar de wegdorpen van de
											randveenontginningen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_19__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_19__item_2">
		  <Al>Esdorpen met intern en extern een ruime opzet en
											herkenbaarheid van historische uitbreidingen die het
											landschap insteken;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_19__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_19__item_3">
		  <Al>Vele prehistorische sporen als representanten van een
											continue bewoningsgeschiedenis</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_19__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_19__item_4">
		  <Al>De Havelterberg als kerngebied met een concentratie van
											bewoningssporen, van prehistorie tot en met de Tweede
											Wereldoorlog.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Ambitie</Al>
	      <Al>Rond de Havelterberg sturen wij op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_20" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_20">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_20__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_20__item_1">
		  <Al>Het beter beleefbaar maken van de lange geschiedenis van
											de Havelterberg door de vele historische sporen vanaf de
											prehistorie tot aan de Tweede Wereldoorlog te
											benadrukken.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deelgebied 5.D: Esdorpenlandschap Vledder- en Wapserveense Aa.
									Betrekken bij</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_21" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_21">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_21__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_21__item_1">
		  <Al>Open beekdalen, met zicht naar de wegdorpen van de
											randveenontginningen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_21__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_21__item_2">
		  <Al>Het licht slingerende lint met opstrekkende verkaveling
											van Wapserveen, met karakteristieke eenzijdige
											bebouwing;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_21__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_21__item_3">
		  <Al>Grote, scherp begrensde boseenheden als representanten
											van de jonge ontginningen</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_21__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_21__item_4">
		  <Al>Esdorpen met intern en extern een ruime opzet en
											herkenbaarheid van historische uitbreidingen die het
											landschap insteken;</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie:</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_22" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_22">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_22__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_22__item_1">
		  <Al>Het in stand houden van de karakteristiek van het
											esdorpenlandschap. Deze karakteristiek uit zich in een
											zichtbare ruimtelijke samenhang tussen esdorp, es,
											beekdal en veld, met bijbehorend microreli&#235;f en
											beplantingselementen als houtwallen en esrandbosjes.
											Bovendien kent het esdorpenlandschap een grote
											tijdsdiepte, wat blijkt uit vele zicht-bare en
											onzichtbare (pre)historische bewoningssporen als
											nederzettingen, grafmonumenten en celtic fields;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_22__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_22__item_2">
		  <Al>Het vasthouden en zorgvuldig doorzetten van de
											ruimtelijke opzet van de esdorpen. Deze opzet wordt
											getypeerd door een vrije ordening van bebouwing en
											boerderijen, afwisseling tussen bebouwde plekken en open
											ruimtes (in het bijzonder de brinken) en doorzichten
											naar het omliggende buitengebied;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_22__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_22__item_3">
		  <Al>Het openhouden van de beekdalen met het zicht op de
											wegdorpen van de randveenontginningen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_22__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_22__item_4">
		  <Al>Het met zorg en aandacht verder versterken van het licht
											slingerende wegdorp Wapserveen met haar vrijwel
											eenzijdige bebouwing.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Gebied 6: de velden in centraal Drenthe - van nut maken
										van de stille heide</strong></Al>
	      <Al>De structuur van dit gebied wordt gedomineerd door de twee grote
									bos- en heidegebieden van het Dwingelderveld en bij Hooghalen,
									en door de beekdalen van de Elperstroom en de Westerborkerstroom
									met de daarbij gelegen esdorpen die al in de middeleeuwen zijn
									ontstaan. De twee bos- en heidegebieden zijn aangelegd met de
									karakteristieke padenstructuur van boswachterijen en
									stuifzandbossen. Maar ze bevatten ook vele sporen van de tijd
									ervoor en erna, zoals (pre-)historische routes en grenzen en
									jongere ingrepen uit en na de Tweede Wereldoorlog, zoals de
									radiotelescoop van Dwingeloo en de sporen van Kamp Westerbork.
									Bijzonder is de ligging van het (Nationaal Park) Dwingelderveld
									als oude gemeenschapsgrond te midden van een krans van esdorpen.
									De smalle en soms duidelijk begrensde beekdalen van de Elper- en
									Westerborkerstroom hebben een sterke ruimtelijke relatie met de
									ernaast gelegen dorpen.</Al>
	      <Al>Deelgebied 6.A: velden en beekdalen van Centraal Drenthe.
									Betrekken bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_23" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_23">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_23__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_23__item_1">
		  <Al>Aaneengesloten complexen van stuifzandbossen,
											boswachterijen en heidegebieden met daarbinnen sporen
											van oude paden, markegrenzen, postwegen en jongere
											relicten als radiotelescopen en sporen van de Tweede
											Wereldoorlog;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_23__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_23__item_2">
		  <Al>Beekdalen van de Elper- en Westerborkerstroom, soms
											duidelijk begrensd door houtwallen; visuele relatie
											tussen dorp, es en beekdal door open doorzichten, en
											dorpsstructuur van open en gesloten ruimtes en
											verspreide bebouwing;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_23__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_23__item_3">
		  <Al>Binnen de scherp begrensde boseenheden de blokindeling
											van de boswachterijen of de grilliger padenloop van de
											stuifzandbossen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_23__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_23__item_4">
		  <Al>Een krans van esdorpen rondom het Dwingelderveld en
											langs de beekdalen met hun structuur van open en
											gesloten ruimtes, verspreide bebouwing en doorzichten
											naar het buitengebied;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_23__item_5" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_23__item_5">
		  <Al>In het gebied rond Hooghalen een dichtheid aan
											prehistorische bewoningssporen en grafmonumenten die
											deels corresponderen met een oude route die het
											zuidwesten met het midden van Drenthe verbond;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_23__item_6" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_23__item_6">
		  <Al>Het herinneringscentrum Westerbork met de sporen van
											Kamp Westerbork en Schattenberg;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_23__item_7" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_23__item_7">
		  <Al>De radiotelescopen van Dwingeloo en Hooghalen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Ambitie</Al>
	      <Al>Richtinggevend voor dit deelgebied is het herkenbaar houden van
									de samenhang van twee bos- en heidegebieden met de nabijgelegen
									esdorpen. De bos- en heidegebieden van het Dwingelderveld en van
									Hooghalen zijn een resultante van de ontginning van de woeste
									gronden rond de esdorpen.</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_24" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_24">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_24__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_24__item_1">
		  <Al>Ook het behouden van de samenhang van de esdorpen Elp,
											Orvelte, Westerbork en Zwiggelte met de naastgelegen
											beekdalen is bepalend voor de toekomst. Specifiek willen
											wij sturen op:</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_24__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_24__item_2">
		  <Al>Het beleefbaar houden van de karakteristiek van het
											esdorpenlandschap rond het Dwingelderveld. Deze
											karakteristiek komt tot uitdrukking in een zichtbare
											ruimtelijke samenhang tussen de krans van esdorpen rond
											het Dwingelderveld en in een grote tijdsdiepte van het
											gebied, zoals dat blijkt uit grafmonumenten, celtic
											fields en een radiotelescoop;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_24__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_24__item_3">
		  <Al>Het herkenbaar houden van de grote tijdsdiepte van de
											bossen rond Hooghalen. Deze tijdsdiepte is te ervaren in
											zichtbare en niet zichtbare elementen uit de
											prehistorie, blokvormige ontginningsstructuren en
											ingrepen uit de moderne tijd zoals de radiotelescopen en
											de structuren van de werkverschaffing en Kamp
											Westerbork;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_24__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_24__item_4">
		  <Al>Het instandhouden van de karakteristiek van het
											esdorpenlandschap bij Elp, Orvelte, Westerbork en
											Zwiggelte. Deze karakteristiek uit zich in een zichtbare
											ruimtelijke samenhang tussen esdorp, es en beekdal, met
											bijbehorend microreli&#235;f en beplantingselementen als
											houtwallen en esrandbosjes.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Gebied 7: Mars- en Westerstroom - het keurslijf van de
										beken</strong></Al>
	      <Al>De sterk vertakte beekdalen centraal in dit gebied zijn ordenend
									voor de organisatie van het esdorpenlandschap dat hier in de
									Middeleeuwen zijn structuur kreeg: essen, bebouwing en
									groenlanden liggen dicht op elkaar, waardoor een sterke
									ruimtelijke relatie bestaat. Dit centrale deel omvat compacte
									esdorpstructuren binnen de grillige beekdalen. Het gebied
									eromheen is een jong grootschalig heide- en
									veenontginningslandschap dat zich kenmerkt door rechte lijnen,
									waarbinnen Witteveen een specifiek voorbeeld vormt. Naast open
									ruimtes bevat het jongere landschap ook scherp begrensde
									boseenheden. Coevorden heeft zich als marktplaats en vestingstad
									ontwikkeld op de plek waar een aantal waterlopen samenkomen.
									Vanaf Coevorden loopt het trac&#233; van de historische postweg naar
									Groningen. Elementen van de vesting zijn in de binnenstad nog
									steeds afleesbaar en structurerend.</Al>
	      <Al>Deelgebied 7.A: esdorpenlandschap rond Mars- en Westerstroom.
									Betrekken bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_25" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_25">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_25__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_25__item_1">
		  <Al>Essen, beekdal en dorpskernen liggen dicht bijeen
											gegroepeerd binnen de ruimte van beekdal;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_25__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_25__item_2">
		  <Al>Visuele relatie dorp, es en beekdal door open
											doorzichten;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_25__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_25__item_3">
		  <Al>Beekdalen met percelering en houtwallen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_25__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_25__item_4">
		  <Al>Binnen de dorpen afwisseling open en gesloten ruimtes,
											verspreide bebouwing;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_25__item_5" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_25__item_5">
		  <Al>Variatie in traditionele boerderijen die de historische
											ontwikkeling toont.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Ambitie:</Al>
	      <Al>Bepalend voor dit deelgebied is het zichtbaar houden en verder
									versterken van de karakteristieke compacte structuren van dit
									esdorpenlandschap, zoals die tot uitdrukking komt in een
									centrale positie van de dorpen ingeklemd tussen het beekdal en
									de essen. Daarom willen wij specifiek sturen op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_26" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_26">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_26__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_26__item_1">
		  <Al>Het in stand houden van de karakteristiek van het
											esdorpenlandschap. Deze karakteristiek uit zich in een
											zichtbare ruimtelijke samenhang tussen esdorp, es,
											beekdal en veld, met bijbehorend microreli&#235;f en
											beplantingselementen als houtwallen en
											esrandbosjes;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_26__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_26__item_2">
		  <Al>Het vasthouden en doorzetten van de ruimtelijke, meer
											langgerekte opzet van de esdorpen door zorgvuldig om te
											gaan met de vrije ordening van bebouwing en boerderijen,
											de afwisseling tussen bebouwde plekken en open ruimtes
											(in het bijzonder de brinken) en doorzichten naar het
											omliggende buitengebied;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_26__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_26__item_3">
		  <Al>Het blijvend zichtbaar onderscheiden van de beekdalen
											door het grillige verloop en de kleinschaligheid te
											benadrukken;</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deelgebied 7.B: Coevorden, beekdal en ontginningen. Betrekken
									bij</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_27" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_27">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_27__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_27__item_1">
		  <Al>Visuele relatie dorp, es en beekdal door open
											doorzichten; &#x2022; Binnen de esdorpen afwisseling open en
											gesloten ruimtes, verspreide bebouwing; &#x2022;Ontginningen
											zijn open en doorsneden door rechte lijnen -in de vorm
											van wegen en beplanting; &#x2022; Oranjekanaal als rechte
											ontginningsas; &#x2022; Witteveen als gepland ontginningsdorp,
											met huizen en boerderijen in vaste ritmiek en plaatsing
											aan het lint. &#x2022; Grote boseenheden, door rechte lijnen
											begrensd en doorsneden, met daarbinnen (restanten van)
											heidegebieden&#x2022;Coevordeno Centrum met radiaal
											stratenpatroon en kasteel met motte;o Herkenbaarheid van
											de loop van de vestingwerken, in water en
											stedenbouwkundige structuren;o Trac&#233; van de historische
											postweg.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie</i></Al>
	      <Al>Wij willen sturen op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_28" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_28">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_28__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_28__item_1">
		  <Al>Het in stand houden van de karakteristiek van het
											esdorpenlandschap. Deze karakteristiek uit zich in een
											zichtbare ruimtelijke samenhang tussen esdorp, es,
											beekdal en veld, met bijbehorend microreli&#235;f en
											beplantingselementen als houtwallen en
											esrandbosjes;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_28__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_28__item_2">
		  <Al>Het in stand houden van het karakter van Coevorden als
											vestingstad, zowel ondergronds als bovengronds, met alle
											onderdelen die daaraan refereren, zoals de motte, het
											kasteel, bastions, kazernes, wapenopslagplaats en
											radiale wegenstructuren;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_28__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_28__item_3">
		  <Al>Het herkenbaar houden van de scherpe belijningen van de
											heideontginningen, waarbij binnen die belijningen
											variatie kan plaatsvinden;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_28__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_28__item_4">
		  <Al>Het verder versterken van de oorspronkelijke ritmiek van
											bebouwing in de linten van Witteveen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Gebied 8. De Reest en Meppel - alle(s) voer(t) naar
										Meppel</strong></Al>
	      <Al>Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de waaier van
									waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun
									bebouwingslinten. Waar de waterlopen samenkomen heeft Meppel
									zich vanaf de middeleeuwen ontwikkeld als handelsstad en
									doorvoerhaven. De randveenontginningen kenmerken zich door
									bewonings- en ontginningsassen op smalle zandruggen, met van
									daaruit smalle, zeer lange verkavelingsstroken, en veelal een
									jongere 2de bewoningsas, zoals bij Ruinerwold. Bij Kolderveen en
									Nijeveen zijn enkele middeleeuwse griften (turfkanalen) nog
									aanwezig. De grillige loop van de Reest is authentiek gebleven
									als grensrivier met Overijssel, met aan weerszijden zandkoppen
									waarop losse erven en esgehuchten zich aftekenen als eilanden in
									een open uitgestrekt beekdal.</Al>
	      <Al>Deelgebied 8.A De Reest. Betrekken bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_29" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_29">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_29__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_29__item_1">
		  <Al>De Reest met grillig verloop, daarlangs groenlanden en
											zandkopjes, structurerend voor het hoevenlandschap;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_29__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_29__item_2">
		  <Al>Wijds en open beekdal met daarin erven en esgehuchten
											met opgaande beplantingsranden als eilanden in die
											openheid;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_29__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_29__item_3">
		  <Al>Kleinschaligheid van ontginningseenheden doordat bij elk
											erf eigen es en groenland hoort;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_29__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_29__item_4">
		  <Al>Van oost naar west een verschuiving van sober naar rijk,
											door enkele landgoederen, en door een overgang van
											sobere besloten erven en nutstuinen naar boerenerven met
											aangebouwde voorhuizen en siertuinen in Engelse
											landschapsstijl.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie</i></Al>
	      <Al>Wij sturen op:</Al>
	      <Al>Het veilig stellen van het esgehuchtenlandschap van het Reestdal
									door het benadrukken van de samenhang tussen de erven, essen en
									groenlanden en de karakteristieke erf- en esbeplanting die de
									erven en essen markeert in het verder open beekdal van de
									Reest</Al>
	      <Al>Deelgebied 8.B: Meppel en het laagveen rondom. Betrekken
									bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_30" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_30__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_1">
		  <Al>Licht slingerend verloop van linten, met een variatie in
											bebouwingsdichtheid en doorzichten;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_30__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_2">
		  <Al>Verschoven linten, zeer lange, smalle opstrekkende
											verkaveling en tussen de linten openheid;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_30__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_3">
		  <Al>In Ruinerwold eenzijdige en traditionele bebouwing langs
											de oude noordelijke as, en tweezijdige en eclectische,
											rijkversierde bebouwing langs het tweede bewoningslint
											op de oude dijk;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_30__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_4">
		  <Al>In Kolderveen en Nijeveen drie middeleeuwse griften
											(Kolderveensche Ooster- en Westergrift en de Nijeveense
											Grift) in noord-zuid richting nog goed herkenbaar.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_30__item_5" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_5">
		  <Al>Meppel</Al>
		  <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1">
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1__item_1">
		      <Al>Vormende middeleeuwse water- en wegenlopen in
												het centrum grotendeels aanwezig of
												herkenbaar;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1__item_2">
		      <Al>De Drentse Hoofdvaart buiten Meppel als sterke
												zelfstandige beelddrager met haar sluizencomplexen
												en aanverwante bebouwing;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1__item_3">
		      <Al>De bebouwingsstructuren in het centrum veelal
												functioneel gekoppeld aan de markt- en
												havenfunctie, waarbij hoge verwachtingen van
												interne en ondergrondse sporen van de middeleeuwse
												stad;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_30__item_5__list_1__item_4">
		      <Al>Villawijken en -park, tuinwijken en
												havenbebouwing uit de periode 1860-1940 als
												representanten van de economische bloei en van
												stedenbouwkundige concepten uit die tijd.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie:</i></Al>
	      <Al>Leidend in dit deelgebied is een samenloop van verschillende
									waterlopen waartussen en waarlangs verschillende ontwikkelingen
									hebben plaatsgevonden. Wij willen sturen op:&#x2022;Het zichtbaar
									houden van de middeleeuwse griften bij Kolderveen en Nijeveen;&#x2022;
									Het in stand houden van het oude en het nieuwere lint van
									Ruinerwold en de ligging ervan in de omgeving. Dit doen wij door
									het herkenbaar houden van de verschillen in positionering,
									weginrichting en architectuur, door het vasthouden aan de
									verkavelingsstructuren en door het open houden van de ruimte
									tussen de twee bebouwingslinten</Al>
	      <Al><strong>Gebied 9. Het Hollandscheveld en Hoogeveen - kruising
										van richtingen</strong></Al>
	      <Al>De structuur van dit gebied heeft geen duidelijke drager. Dit
									komt door de relatief complexe en kleinschalige aanpak van de
									oudere veenontginningen, vanaf de 17de eeuw. De (verlengde)
									Hoogeveensche Vaart vormt de basis en verbindende schakel in de
									veenontginningen. De structuur hiervan is nog steeds herkenbaar
									aan de "opgaanden", die als ontginningsas dienden, en aan de
									verschillende kavelrichtingen van de -vele- ontginningsblokken,
									die aan de achtergrenzen bij elkaar komen. Hoogeveen heeft zich
									ontwikkeld als stedelijke kern vanuit het kruispunt van twee
									belangrijke vaarten: de (verlengde) Hoogeveense Vaart en de
									inmiddels gedempte Zuidwoldiger Opgaande.</Al>
	      <Al>Deelgebied 9.A :Hollandscheveld en Hoogeveen. Betrekken
									bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_31" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_31">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_31__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_31__item_1">
		  <Al>Ontginningsassen als lijnen geori&#235;nteerd op en verbonden
											met de (Verlengde) Hoogeveensche Vaart;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_31__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_31__item_2">
		  <Al>Centraal groot 'blok' met daaromheen uitwaaierend
											(latere) blokken, onderling herkenbaar door de assen en
											de verschillende kavelrichtingen die 'botsen' bij de
											achtergrenzen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_31__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_31__item_3">
		  <Al>Bossen bij Hollandscheveld die de smalle kavelstructuur
											en -richting volgen, met rafelige begrenzingen</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_31__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_31__item_4">
		  <Al>Hoogeveen</Al>
		  <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_31__item_4__list_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_31__item_4__list_1">
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_31__item_4__list_1__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_31__item_4__list_1__item_1">
		      <Al>"Het Kruis" als ontstaanspunt herkenbaar in het
												kruispunt van twee -gedempte- vaarten;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_31__item_4__list_1__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_31__item_4__list_1__item_2">
		      <Al>Noordelijk daarvan herkenbare historische
												percelering en bebouwingsstructuur.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Ambitie</Al>
	      <Al>Richtinggevend voor dit deelgebied is het behouden van het
									onderscheid tussen de verschillende ontginningsblokken in het
									veengebied. Dit is vooral zichtbaar te maken op de grenzen van
									de blokken. Wij willen dan ook sturen op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_32" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_32">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_32__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_32__item_1">
		  <Al>Het gebruik maken van de randen en contrasten tussen de
											verschillende ontginningsblokken bij nieuwe
											ontwikkelingen, en in het bijzonder de achtergrenzen van
											de ontginningsblokken, waar verschillende
											kavelrichtingen bij elkaar komen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_32__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_32__item_2">
		  <Al>Het zichtbaar houden van de plaatsing van de bospercelen
											van het bos bij Hollandscheveld binnen de oude
											perceelstructuren, en het in stand houden van de
											rafelige, verspringende randen van dit bos.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Gebied 10. Emmen en haar venen - planmatige
										ontwikkeling</strong></Al>
	      <Al>Bepalend in dit gebied is de positie van Emmen als naoorlogse
									stad, in een veengebied dat vrij laat is ontgonnen en nog de
									concrete sporen toont van de machinale veenontginningen. Emmen,
									oorspronkelijk een esdorp op een uitloper van de Hondsrug, bezit
									rondom de oude kern een krans van woonwijken en
									industriegebieden, die representatief zijn voor de opeenvolgende
									fasen in het naoorlogse planningsdenken. Daarbuiten zijn in het
									gebied van het Amsterdamscheveld de verschillende facetten en
									fasen van de machinale veenontginning in &#233;&#233;n gebied zichtbaar.
									De zuidelijke strook langs de grens met Duitsland heeft een
									eigen karakter, gevormd door de randveenontginningen en hun
									wegdorpen en de esgehuchten. Samengevat is karakteristiek voor
									het geheel: de veelzijdigheid van ruimtelijke inrichting in
									fasen en in tijd, met structuren van esdorpen, veenontginningen,
									wegdorpen en naoorlogse planning; de verschillende zones die
									zich door hun autonome ontwikkeling sterk van elkaar
									onderscheiden.</Al>
	      <Al>Deelgebied 10.A: Het Amsterdamscheveld. Betrekken bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken/Omgevingsbeeld</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_33" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_33">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_33__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_33__item_1">
		  <Al>Rond het Amsterdamscheveld en het Bargerveen zijn
											verschillende fasen van veen ontginning zichtbaar door
											strakke interne ontginningslijnen, aan de randen
											rafelige grenzen tussen wel en niet afgegraven en in
											cultuur gebracht hoogveen, machinale sporen in het veen
											en de turfstrooiselfabriek en gerelateerde
											dorpsbebouwing bij het gebied van Van
											Griendtsveen.Ambitie</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_33__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_33__item_2">
		  <Al>Het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en
											veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het
											Bargerveen, zowel in het landschap als in de
											bebouwing;</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deelgebied 10.b: Emmen, venen en randveenontginningen. Betrekken
									bij.</Al>
	      <Al><i>Karakteristieken</i></Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_34" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_34__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34__item_1">
		  <Al>Meervoudig systeem van kanalen en wijken;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_34__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34__item_2">
		  <Al>Licht slingerend verloop van de weg als ontginningsas
											parallel aan het Schoonebekerdiep;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_34__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34__item_3">
		  <Al>Een onderscheid tussen oost en west in lintdorpen en
											esgehuchten;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_34__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34__item_4">
		  <Al>Een opstrekkende verkaveling vanuit het lint.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_34__item_5" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34__item_5">
		  <Al>Emmen:</Al>
		  <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_34__item_5__list_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34__item_5__list_1">
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_34__item_5__list_1__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34__item_5__list_1__item_1">
		      <Al>Hoofdstructuur van naoorlogse uitleg met de
												functiescheiding wonen, werken, recreatie en
												verkeer daarbinnen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_34__item_5__list_1__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34__item_5__list_1__item_2">
		      <Al>De naoorlogse woonwijken Emmermeer, Angelslo en
												Emmerhout als gave representanten van
												stedenbouwkundige concepten;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_3__content_1__list_34__item_5__list_1__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_34__item_5__list_1__item_3">
		      <Al>De aanwezigheid van (restanten van)
												esdorpstructuren van (het centrum van) Emmen,
												Barge en Westenesch en prehistorische sporen die
												de route van Coevorden naar Groningen over de
												Hondsrug weerspiegelen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Ambitie:</i></Al>
	      <Al>Bepalend voor dit deelgebied is de stad Emmen als naoorlogse
									groeikern op de rand van de Hondsrug met een omringend
									veengebied. In dit deelgebied willen we specifiek sturen
									op:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_3__content_1__list_35" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_35">
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_35__item_1" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_35__item_1">
		  <Al>Het behouden van de kenmerkende stedenbouwkundige
											concepten van de naoorlogse wijken van Emmen als
											representanten van opeenvolgende fasen in het denken
											over wonen en de stad;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_35__item_2" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_35__item_2">
		  <Al>Bij nieuwe ontwikkelingen van Emmen consequent
											vasthouden aan het wijkontwerp als totaalbeeld en als
											uitdrukking van een vernieuwend denkbeeld over de wijze
											van wonen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_35__item_3" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_35__item_3">
		  <Al>Het benadrukken van het lineair patroon van hunebedden,
											grafheuvels en andere zichtbare en onzichtbare
											prehistorische relicten die samenhangen met de
											prehistorische route over de Hondsrug;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_3__content_1__list_35__item_4" wId="pv22_24__cmp_3__content_1__list_35__item_4">
		  <Al>Het herkenbaar houden van de lintstructuur van de
											randveenontginningen met een variatie aan bebouwing
											langs de slingerende oost-west geori&#235;nteerde wegen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_4" wId="pv22_24__cmp_4" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>3</Nummer>
	    <Opschrift>Kernkwaliteiten Aardkundige Waarden</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_4__content_1" wId="pv22_24__cmp_4__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Kernkwaliteiten Aardkundige Waarden</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>Hoog beschermingsniveau</strong></Al>
	      <Al>Instandhouding van de macrogradient, bodemopbouw, reli&#235;f en
									gradi&#235;ntsituaties. De aardkundige kenmerken zijn normerend voor
									wat mogelijk is. Van gemeenten verwachten wij dat deze gebieden
									in omgevingsplannen via een dubbelfunctie beschermd worden.
									Waterbeheer, terrein- en landschapsbeheer moeten zodanig zijn
									dat de kenmerken in stand worden gehouden. Ontgronding ten
									behoeve van zandwinning is niet toegestaan. Aanleg van nieuwe
									infrastructuur moet worden vermeden. Normaal landbouwkundig
									gebruik is mogelijk, echter, verandering van inrichting en
									beheer, zoals diepploegen en egalisatie zijn verboden. Aanleg
									van drainage is alleen mogelijk wanneer dit niet leidt tot
									aantasting van de aardkundige kenmerken van gebieden en
									eenheden.</Al>
	      <Al><strong>Middelhoog beschermingsniveau</strong></Al>
	      <Al>De kenmerken, het reli&#235;f en de bodemopbouw zijn richtinggevend
									voor wat mogelijk is. Ook voor deze gebieden verwachten wij van
									de gemeenten een bescherming via een dubbelbestemming in de
									bestemmingsplannen. Bij ontwikkelingen ten behoeve van
									infrastructuur, natuur- en wateropgaven dient een goede afweging
									te worden gemaakt. Het zorgvuldig en verantwoord omgaan met de
									aardkundige waarden moet vertrekpunt zijn bij de planvorming.
									Daarnaast dient het in stand houden van de kenmerken richting te
									geven aan de inrichtingsmaatregelen. Aantasting van bodemopbouw
									en reli&#235;f moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Waar dit niet
									mogelijk is verwachten wij dat de informatiewaarde van de bodem
									wordt vastgelegd middels boorbeschrijvingen en foto's. Normaal
									landbouwkundig gebruik is mogelijk. Daarentegen is diepploegen
									en egalisatie verboden. En is aanleg van drainage alleen
									mogelijk wanneer dit niet leidt tot aantasting van aardkundige
									kenmerken van het hoofdlandschap. Ontgronding ten behoeve van
									kleinschalige zandwinning is niet toegestaan.</Al>
	      <Al><strong>Generiek beschermingsniveau</strong></Al>
	      <Al>het behoud van de lokale identiteit en beleving van het
									landschap geven sturing aan de afweging, waarbij de kenmerken
									van deze gebieden en elementen inspiratie, inhoud en betekenis
									kunnen geven aan ontwikkelingen. Van gemeenten verwachten wij
									dat zij hieraan inhoud geven. Bijvoorbeeld door een
									inventarisatie van de aardkundige waarden met een lokale
									betekenis en het opstellen van een beeldkwaliteitsplan. Bij
									ontwikkelingen met ingrepen in de bodem verwachten wij een goede
									analyse van de aardkundige waarden. Doel is om in de
									planvoorbereiding de bodemopbouw en het reli&#235;f zoveel mogelijk
									te behouden, waar dit niet mogelijk is verwachten wij dat de
									informatiewaarde van bodem wordt vastgelegd. Dit geldt o.a. voor
									de aanleg van infrastructuur of de omzetting van landbouw in
									natuur. Normaal landbouwkundig gebruik is mogelijk. Voor
									ontgronding ten behoeve van kleinschalige zandwinning of
									landbouwkundige verbetering dient een afweging van belangen te
									worden gemaakt.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_5" wId="pv22_24__cmp_5" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>4</Nummer>
	    <Opschrift>Kernkwaliteiten Koloni&#235;n van Weldadigheid</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_5__content_1" wId="pv22_24__cmp_5__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Kernkwaliteiten Koloni&#235;n van Weldadigheid</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Nadere uitwerking van bovenstaande kernkwaliteiten</Al>
	      <Al>De nadere uitwerking van de kernkwaliteiten is opgenomen in
									Hoofdstuk 3 van het nominatiedossier &#x201c;Koloni&#235;n van Weldadigheid&#x201d;
									op grond waarvan UNESCO op 26 juli 2021 de Koloni&#235;n van
									Weldadigheid heeft aangewezen als Werelderfgoed. Hieruit zijn
									voor de POV Drenthe de volgende uitwerkingen gedistilleerd:<br/><br/>Ad a. de typologie van vrije en onvrije koloni&#235;n, als
									resultante van een allesomvattend systeem gericht op de opvang,
									disciplinering en vorming van kolonisten;<br/>De uitzonderlijke
									en universele waarde (OUV) zit hem in de samenhangende
									ruimtelijke verschijningsvorm van het verschijnsel van de
									binnenlandse kolonie voor armoedebestrijding met
									landbouw:<br/>a. In het uitzonderlijke en vroege sociale
									experiment vanuit de Verlichting met binnenlandse
									landbouwkoloni&#235;n voor armoedebestrijding die veel internationale
									belangstelling trokken en de internationale navolging in de
									instellingszorg. En<br/>b. in het landschap van de binnenlandse
									landbouwkolonie met een sociaal doel, dat haar bewoners aanzette
									tot rationeel en productief gedrag vanwege de ruimtelijke en
									functionele organisatie van landschap en bebouwing.</Al>
	      <Al>Het UNESCO Werelderfgoed Koloni&#235;n van Weldadigheid bestaat uit
									drie aaneengesloten gebieden: Frederiksoord-Wilhelminaoord
									(Drenthe/Friesland), Wortel (Belgi&#235;) en Veenhuizen (Drenthe).
									Dit zijn de Koloni&#235;n waar het oorspronkelijke cultuurlandschap
									bewaard is gebleven en het beste kan worden begrepen. Alle
									onderdelen bestaan uit een combinatie van landschapslagen die
									samen de bloeiperiode van het Koloniemodel laten zien.</Al>
	      <Al>Voor verschillende doelgroepen (enerzijds families/individuen,
									of anderzijds groepen) werden binnenlandse landbouwkoloni&#235;n voor
									armoedebestrijding aangelegd met een verschillend type
									ruimtelijke typologie: vrije en onvrije Koloni&#235;n. De
									ontwikkeling daarvan kent twee tijdslagen. De typologie van
									vrije en onvrije Koloni&#235;n kan als volgt schematisch worden
									weergegeven:</Al>
	      <Figuur wId="pv22_24__cmp_5__content_1__img_1" eId="cmp_5__content_1__img_1">
		<Illustratie naam="jpg_87fb743a-c1b2-4181-9739-911cae173f78.jpg" hoogte="400" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	      <Al>In dit schema zijn de verschillende landschapstypen van een
									vrije kolonie (type &#x03b1;: bovenste twee plaatjes) en een onvrije
									kolonie (type &#223;, onderste twee plaatjes) schematisch verbeeld.
									De linkerzijde toont de situatie uit de eerste fase (1818-1859),
									de rechterzijde de twee fase (1860 tot 1918).Type &#x03b1;, vrij,
									(Frederiksoord-Wilhelminaoord) wordt gekarakteriseerd door
									evenwijdige lintbebouwing met ritmisch geordende koloniewoningen
									aan rechte wegen met achterliggende landbouwpercelen. Centraal
									en nabij kruisingen van wegen bevinden zich gezamenlijke
									voorzieningen zoals directiegebouwen, scholen, werkplaatsen en
									kerken. Pijl A toont de overgang naar de tweede fase (na 1859)
									binnen dit patroon met meer verdichting door toevoeging van
									nieuwe grotere boerderijen en voorzieningen als rusthuizen.Type
									&#223;, onvrij, (Veenhuizen) wordt gekarakteriseerd door een ruimer
									opgezette ordening met een hoofdontginningslijn langs de
									hoofdvaart, en daarnaast vierkante gestichten met daar omheen
									geordende grotere boerderijen. Door middel van pijl C is
									aangegeven hoe in de tweede fase (na 1859 en binnen de bestaande
									ordening) dienstwoningen aan het bestaande wegen- en
									kanalenpatroon zijn toegevoegd. Ook ontstaan er nieuwe
									gestichten en boerderijen nabij of in plaats van oude
									gestichten. Het geometrische, rechthoekige patroon wordt hierbij
									doorgezet.</Al>
	      <Al>Ad b. de structuur van het landschap, die representatief is voor
									het experiment van armoedebestrijding en de doorontwikkeling
									daarvan;<br/>De landschappen van de Koloni&#235;n van Weldadigheid
									zijn aangelegd als systeem om armoede te bestrijden met
									binnenlandse landbouwkoloni&#235;n voor diverse doelgroepen. De
									ontwikkeling ervan heeft plaatsgevonden in twee
									hoofdfasen:<br/>1. de fase van aanleg (1818-1859).<br/>2. de
									fase van verdere evolutie, staatsinstellingen en privatisering
									(1860-1918). De uitzonderlijke en universele waarde van het
									landschap komt tot uiting in de 'attributen' die de
									materialisatie van de uitzonderlijke en universele waarde vormen.<br/><br/>De 'attributen' zijn:<br/>a. De basistypologie van het
									landschap: de karakteristieke landschapstypologie van de
									Koloni&#235;n van Weldadigheid in de periode 1818-1918, met
									representatieve landschapslagen, die de functionele en
									ruimtelijke samenhang illustreren.<br/>b. De structuur van het
									kolonielandschap: alle individuele elementen van het orthogonale
									grid: wegen, beplante lanen, waterwegen, het toegepaste
									maatsysteem en de plek van de gebouwen in het grid.
									Representatieve bebouwing en beplanting individuele gebouwen,
									ensembles en beplanting die representatief is voor dit
									panoptische model van een landbouwkolonie.</Al>
	      <Al>Uitwerking attributen per kolonie op hoofdlijn per component in Drenthe:<br/><br/>Component A Frederiksoord-Wilhelminaoord<br/>1.
									Basistypologie vrije Kolonie van Weldadigheid: Landschapstype &#x03b1;1
									en &#x03b1;2<br/>2. Structuur: Wegen en bomenlanen, Hoofdwegen/lanen,
									Secundaire wegen/lanen, Waterstructuren, Vaarten, Sloten,
									Toegepast maatsysteem, Percelen van 2,4 ha, later 2,8 ha, deels
									50 ha<br/>3. Representatieve bebouwing en bijbehorende
									beplanting: Koloniehuisjes, Dienstwoningen/ambtenarenwoningen,
									Werkplaatsen, Collectieve boerderijen en vrijboerhoeves,
									Gebouwen van de Maatschappij van Weldadigheid, Religieuze
									gebouwen, Ouderenhuisvesting, Scholen, Begraafplaatsen<br/><br/>Component C Veenhuizen<br/>1. Basistypologie onvrije
									Kolonie van Weldadigheid: Landschapstype &#223; 1 en &#223; 2<br/>2.
									Structuur: Wegen en bomenlanen, Hoofdwegen/lanen, Secundaire
									wegen/lanen, Waterstructuren, Vaarten, Wijken, Toegepast
									maatsysteem 750, 375 en 25 meter<br/>3. Representatieve
									bebouwing en bijbehorende beplanting: Gestichten,
									Dienstwoningen, Werkplaatsen, Boerderijen, Religieuze gebouwen,
									Centrale voorzieningen, Sluizen, Begraafplaatsen<br/><br/>Uitwerking op kaart:<br/>Op de kaarten in Hoofdstuk 3 van
									het nominatiedossier is de wijze waarop de uitzonderlijke
									universele waarde zijn weerslag heeft in bovengenoemde fysieke
									elementen en in samenhang, concreet aangeduid. Op kaarten M 3.1
									en M 3.3 zoals hieronder opgenomen. Het complete
									nominatiedossier met daarin deze kaarten, is te vinden via [https://www.kolonienvanweldadigheid.eu/nominatiedossier].<br/><br/>kaart M 3.1 Attributes: representatieve buildings and
									planting, Component Part A: FREDERIKSOORD-WILHELMINAOORD<br/></Al>
	      <Figuur wId="pv22_24__cmp_5__content_1__img_2" eId="cmp_5__content_1__img_2">
		<Illustratie naam="jpg_b1fed3a3-7d31-4343-99b8-df62f8f62e01.jpg" hoogte="212" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	      <Al>kaart M 3.3 Attributes: representatieve buildings and planting,
									Component part C: VEENHUIZEN<br/></Al>
	      <Figuur wId="pv22_24__cmp_5__content_1__img_3" eId="cmp_5__content_1__img_3">
		<Illustratie naam="jpg_f0d68069-beb9-45d2-aacc-6046d6482932.jpg" hoogte="424" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	      <Al>Volledige uitwerking attributen in lijsten: 'List of all
									attributes of the component parts'.</Al>
	      <Al>Ad c. de structuur en het karakter van de beschermde
									dorpsgezichten Frederiksoord, Wilhelminaoord en Veenhuizen.</Al>
	      <Al>Zie de aanwijzingsbesluiten uit 2008 en 2009; <ExtRef ref="https://www.gemeentewesterveld.nl/Inwoners/Bouwen_en_verbouwen/Bestemmingsplannen/Vastgesteld/Beschermd_dorpsgezicht_Frederiksoord_Wilhelminaoordhttps" soort="URL">https://www.gemeentewesterveld.nl/Inwoners/Bouwen_en_verbouwen/Bestemmingsplannen/Vastgesteld/Beschermd_dorpsgezicht_Frederiksoord_Wilhelminaoordhttps</ExtRef></Al>
	      <Al><ExtRef ref="https://www.gemeentenoordenveld.nl/ruimtelijkeplannen/NL.IMRO.1699.2010BP022-vg02/rb_NL.IMRO.1699.2010BP022-vg02_3.pdf" soort="URL">https://www.gemeentenoordenveld.nl/ruimtelijkeplannen/NL.IMRO.1699.2010BP022-vg02/rb_NL.IMRO.1699.2010BP022-vg02_3.pdf</ExtRef></Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_6" wId="pv22_24__cmp_6" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>5</Nummer>
	    <Opschrift>Provinciale Vrijstellingenlijst</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_6__content_1" wId="pv22_24__cmp_6__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Provinciale Vrijstellingenlijst</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>In artikel 4.1, eerste lid, van de Omgevingsverordening worden
									de soorten in <IntRef ref="cmp_6">Bijlage 5</IntRef> bij de POV
									vrijgesteld van de vergunningplicht voor de in dat artikel
									genoemde belangen. De vrijstelling als bedoeld betreft de
									volgende soorten:</Al>
	      <table wId="pv22_24__cmp_6__content_1__table_1" eId="cmp_6__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="2">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Aardmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Microtus agrestis</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bastaardkikker (oude naam: middelste groene
												kikker)</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Pelophylax klepton esculenta (oude naam: Rana
												esculenta)</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bosmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Apodemus sylvaticus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bruine kikker</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Rana temporaria</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Dwergmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Micromys minutus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Dwergspitsmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Sorex minutus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Egel</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Erinaceus europeus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Gewone bosspitsmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Sorex Araneus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Gewone pad</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Bufo bufo</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Haas</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Lepus europeus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Huisspitsmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Crocidura russula</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Kleine watersalamander</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Lissotriton vulgaris (oude naam: Triturus
												vulgaris)</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Konijn</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Oryctolagus cuniculus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Meerkikker</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Pelophylax ridibundus (oude naam: Rana
												ridibunda)</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Ondergrondse woelmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Pitymys subterraneus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Ree</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Capreolus capreolus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Rosse Woelmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Clethrionomy glareolus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Tweekleurige bosspitsmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Sorex coronatus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Veldmuis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Microtus arvalis</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Vos</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Vulpes vulpes</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Woelrat</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Arvicola terrestris</Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al>Hieronder staan de individueel behandelde soorten.</Al>
	      <Al><i>Amfibie&#235;n</i></Al>
	      <Al>Alpenwatersalamander (Ichthyosaura [Mesotriton] alpestris)</Al>
	      <Al>De alpenwatersalamander was in de Flora- en faunawet opgenomen
									als 'tabel-II soort'. De soort werd dus op populatieniveau
									beschermd. In de Wet natuurbescherming is de soort opgenomen op
									de bijlage behorend bij artikel 3.10 Wet natuurbescherming.De
									alpenwatersalamander komt in Nederland in het zuiden en oosten
									voor, vaak in de buurt van bos en/of houtwallen. Hij heeft een
									voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste
									gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en
									struwelen. De alpenwatersalamander is niet kieskeurig i.v.m.
									zijn voortplantingsbiotoop. In het voorjaar is hij in allerlei
									typen water te vinden, zolang het niet snel stromend of rijk aan
									vis is. Alpenwatersalamanders overwinteren op het land. In
									februari trekken ze naar het water. Anders dan zijn naam doet
									vermoeden komt de alpenwatersalamander ook in Drenthe voor. Met
									name in en om Assen is de alpenwatersalamander behoorlijk
									algemeen. Vanuit Assen breidt de soort zich langzaam uit over de
									rest van Drenthe. In Rheebruggen bevindt zich een uitgezette
									populatie die zich daar goed lijkt te handhaven. De soort is
									niet bedreigd en de staat van instandhouding dan ook
									gunstig.Kanttekening hierbij is de recente intrede van
									ranavirussen (o.a. CMTV - Common Midwife Toad Virus) die in
									korte tijd tot massale sterfte van amfibie&#235;n kunnen leiden. In
									Nederland zijn nog geen met ranavirussen besmette
									alpenwatersalamanders gevonden, maar in andere landen (Spanje)
									is dit wel het geval. Een nieuwe bedreiging voor salamanders
									wordt gevormd door een recent ontdekte schimmel -Bsal- (zie 2.2.
									bij kleine watersalamander). Verspreiding alpenwatersalamander
									in Drenthe. Bron: NDFFConclusie AlpenwatersalamanderDe
									alpenwatersalamander wordt niet op de provinciale
									vrijstellingslijst geplaatst om de volgende redenen: De
									alpenwatersalamander komt in Drenthe sterk lokaal voor (met name
									Assen en omgeving). De soort doet het goed en lijkt zich zelfs
									enigszins uit te breiden. Incidenteel is sprake van problemen
									met de alpenwatersalamander in relatie tot ruimtelijke
									ontwikkelingen. De huidige beschermde status zal dan ook
									gehandhaafd blijven (beleidsarm).Kleine watersalamander
									(Lissotriton vulgaris)De kleine watersalamander was onder de
									Flora- en faunawet op de landelijke vrijstellingslijst
									opgenomen.De kleine watersalamander is de meest algemene
									salamander in Nederland. Hij komt veel voor in sloten en poelen.
									De kleine watersalamander stelt weinig eisen aan zijn biotoop.
									Hij komt zowel voor in stadstuinen als in kleinschalige
									cultuurlandschappen en bos- en heidegebieden. Het
									voortplantingsbiotoop bestaat uit allerlei soorten ondiep
									stilstaand en zwak stromend water.De ecologische atlas van de
									Nederlandse amfibie&#235;n en reptielen (Creemers en van Delft, 2009)
									geeft aan dat kleine watersalamander in Nederland zeer algemeen
									voorkomt en niet bedreigd is. De Nederlandse populatie vertoont
									een matige toename. Daar waar nog geen met ranavirussen besmette
									alpenwatersalamanders zijn gevonden is dat wel het geval bij
									kleine watersalamanders. Ranavisussen hebben ook in Drenthe al
									her en der geleid tot grote sterfte onder kleine
									watersalamanders. Een bekend voorbeeld is de uitbraak van het
									virus in 2010 in het Dwingelderveld[1] . Een nieuwe bedreiging
									van de salamanders doemt op in de vorm van een schimmel
									(Batrachochytrium salamandrivorans - Bsal) die in korte tijd
									hele populaties kan uitroeien. De voor Nederland unieke
									populatie vuursalamanders in Limburg is als gevolg van deze
									schimmel zo goed als verdwenen. Vooralsnog is deze schimmel
									alleen nog maar in Duitsland, Belgi&#235;, Limburg en Gelderland
									aangetroffen[2] maar de kans dat ook de rest van Nederland hier
									mee te maken zal krijgen is aannemelijk.[1] Kik et al., 2011[2]
									Spitzen-van der Sluis et al. 2016 Verspreiding kleine
									watersalamander in Drenthe. Bron: NDFF</Al>
	      <Al>Conclusie Kleine watersalamander</Al>
	      <Al>De kleine watersalamander wordt wel op de provinciale
									vrijstellingslijst geplaatst om de volgende redenen: De kleine
									watersalamander komt in Drenthe algemeen voor en heeft een groot
									verspreidingsgebied. De staat van instandhouding is gunstig en
									er is sprake van een matige toename. Om die reden stond de
									kleine watersalamander dan ook op de landelijke
									vrijstellingslijst van de Flora- en faunawet. Vooralsnog is er
									geen aanleiding om hiervan af te wijken. Net als voor
									alpenwatersalamander geldt ook voor de kleine watersalamander
									dat virus- en schimmelepidemie&#235;n op de loer liggen die zeer
									ingrijpende consequenties kunnen hebben voor de staat van
									instandhouding van deze soort. Goede monitoring is daarom voor
									kleine watersalamander noodzakelijk.</Al>
	      <Al><i>Zoogdieren</i></Al>
	      <Al>Egel (Erinaceus europaeus)</Al>
	      <Al>Onder de voormalige Flora- en faunawet was de egel opgenomen op
									de landelijke vrijstellingslijst.De egel heeft een brede
									verspreiding over Nederland. In alle provincies komt de egel
									voor. Egels prefereren kleinschalig, afwisselend landschap met
									veel structuur. In open landschappen is de egel veel minder
									algemeen. Egels voelen zich vooral thuis in het buitengebied
									maar zijn ook binnen de bebouwde kom aan te treffen. Tuinen met
									voldoende structuur zijn geliefde plaatsen om te overwinteren.De
									trend van de egelpopulatie is over de periode 1980-2015 onzeker.
									Uit het veld is aangegeven dat sprake is van een afname van de
									egel. De gegevens uit de NDFF lijken echter een ander beeld te
									geven.De voornaamste oorzaak van mortaliteit is het verkeer. Dit
									beeld wordt bevestigd door de kaart uit de voorlopige
									zoogdierenatlas van Drenthe waar het zwaartepunt van de
									waarnemingen ligt bij op of langs wegen gevonden (dode) egels.
									Andere bedreigingen zijn het verlies aan leefgebied en het
									gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Voor een soort die
									insecten, slakken, wormen etc. eet, zorgen
									gewasbeschermingsmiddelen voor een afname van het voedselaanbod
									en de aanwezigheid van toxische stoffen in de prooien.
									Verspreiding egel in Drenthe. Bron: NDFF</Al>
	      <Al>Conclusie Egel</Al>
	      <Al>De egel wordt op de provinciale vrijstellingslijst geplaatst met
									de kanttekening dat ambtelijk geadviseerd zal worden nader
									onderzoek te doen naar de staat van instandhouding. Hieronder
									wordt de motivatie hiervoor uiteengezet.Het verkeer is ook in
									Drenthe de hoofdoorzaak van sterfte onder egels. Doordat de egel
									vrijwel overal in Drenthe te vinden is en ook nog frequent wordt
									waargenomen bestaat de indruk dat het wel goed gaat met de egel.
									Vanuit het veld zijn echter signalen te horen die minder
									positief zijn over de egelstand. Als tuindier zorgt de
									toenemende 'verharding' van tuinen voor minder leefgebied en het
									gebruik van gewas beschermende middelen zorgt voor minder aanbod
									van insecten, het hoofdvoedsel van egels. De oorzaken van
									fluctuaties in de egelstand die in het verleden zijn
									onbekend[1].Nog steeds is de egel een algemeen voorkomende
									soort, met een groot verspreidingsgebied maar fluctuaties in de
									egelstand zijn echter legio. De goede staat van instandhouding
									is dan ook onzeker. Meer onderzoek naar de specifieke oorzaken
									van deze fluctuaties is nodig om beter begrip te krijgen van
									gedrag en ontwikkeling van de egel. Egels komen overal voor,
									zowel in het buitengebied als binnen de bebouwde kom. Het niet
									plaatsen van de egel op de provinciale vrijstellingslijst zou
									betekenen dat voor nagenoeg alle ruimtelijke ingrepen onderzoek
									nodig is naar het voorkomen en de staat van instandhouding van
									de egel.Het is verantwoord om de egel, in navolging van de
									voormalige Flora- en faunawet, op de lijst van vrij te stellen
									soorten te zetten. Wel is het hierbij zaak om beter inzicht in
									het voorkomen en de ontwikkeling van de egel te krijgen zodat
									betere uitspraken gedaan kunnen worden over de populatietrend
									van egels in Drenthe. Op basis van de aldus verkregen inzichten
									kan in een later stadium bekeken worden of het nodig is om de
									egel van de provinciale vrijstellingslijst te halen. Daarnaast
									is het belangrijk om actief in te zetten op verbetering van de
									omstandigheden voor egels in het verkeer. Net als voor de das
									zorgt het plaatsen van rasters op strategische plaatsen voor
									minder verkeersslachtoffers. Ook actief propageren van "groene"
									tuinen en vermindering van het gebruik van
									gewasbeschermingsmiddelen dragen bij aan een beter leefgebied
									voor de egel.</Al>
	      <Al>(Rode) Eekhoorn (Sciurus europaeus)</Al>
	      <Al>De eekhoorn was in de Flora- en faunawet opgenomen als 'tabel-II
									soort'. De soort werd dus op populatieniveau beschermd. In de
									Wet natuurbescherming is de soort opgenomen op de bijlage
									behorend bij artikel 3.10 Wet natuurbescherming.De populatie van
									de eekhoorn is in Nederland over de periode 1996-2014 matig
									afgenomen. De verwachting dat in 2014 de eekhoornpopulatie zich
									vanwege een redelijke hoeveelheid mast van eik en beuk in de
									herfst van 2013 en de zachte winter van 2013/2014 zou
									herstellen, is maar deels uitgekomen. Met name landelijk is het
									herstel gering. Mogelijk is dit te verklaren door een ziekte
									(toxoplasmose) die in 2014 optrad. Toen werden in de zomer en
									herfst enkele honderden dode dieren gemeld en werden zelfs
									eekhoorns gemeld die dood uit de boom vielen.Voor de provincie
									Drenthe zijn onvoldoende gegevens voorhanden om op provinciaal
									niveau betrouwbare trends te bepalen. Uit gegevens van de NDFF
									lijkt een positieve trend in Drenthe waarneembaar. Wanneer
									gekeken wordt naar de landelijke trends over de laatste tien
									jaar, dan blijkt er een matige tot plaatselijk sterke afname te
									zijn. De afname wordt ook in het veld gesignaleerd.[1] Hoekstra
									in Broekhuizen et al., 2009 Verspreiding (rode) eenkhoorn in
									Drenthe. Bron: NDFF</Al>
	      <Al>Conclusie (Rode) Eekhoorn</Al>
	      <Al>De eekhoorn wordt niet op de provinciale vrijstellingslijst
									geplaatst. Hieronder wordt de motivatie hiervoor
									uiteengezet.Voor de eekhoorn geldt dat veel zaken onbekend zijn.
									Zo lijkt er sprake te zijn van een stabiele trend tot 2006
									waarna een daling intrad. Het is belangrijk om hierbij de forse
									fluctuaties in populatiegrootte goed te interpreteren. Eekhoorns
									reageren sterk op het voedselaanbod. Eekhoorns hebben ook te
									lijden van uitbraken van ziektes, het uitzetten van uitheemse
									eekhoornsoorten en ook vallen eekhoorns regelmatig ten prooi aan
									het verkeer. De goede staat van instandhouding is dan ook
									onzeker met een waarschijnlijk licht dalende trend.</Al>
	      <Al>In Drenthe heeft de eekhoorn een ruime verspreiding. Signalen
									uit het veld en de gegevens uit de werkversie zoogdieratlas
									Drenthe 2010 geven aan dat er mogelijk sprake is van een afname.
									Door een netto toename van bos lijkt meer leefgebied beschikbaar
									te komen. Ingebruikname hiervan door de eekhoorn lijkt te worden
									bevestigd door de gegevens uit de NDFF: er lijkt sprake van een
									grotere verspreiding van de soort. De oorzaak van de mogelijke
									achteruitgang is dan ook onduidelijk. Actief beheer van bossen
									door te zorgen dat een gevarieerd aanbod van jonge, oude en dode
									bomen beschikbaar is werkt gunstig voor eekhoorns.Het aantal
									aanvragen van de voormalige Flora- en faunawet waarin eekhoorns
									betrokken zijn is gering. Het gaat dan meestal om te kappen
									bomen waar eekhoorns in nestelen. Dergelijke situaties zijn vaak
									goed op te lossen maar het gaat dan altijd om het leveren van
									maatwerk. Een vrijstelling is dan ook niet nodig. Het plaatsen
									van de Eekhoorn op de provinciale vrijstellingslijst levert ook
									nauwelijks vermindering van regeldruk op.</Al>
	      <Al>Das (Meles meles)</Al>
	      <Al>De das was in de Flora- en faunawet opgenomen als 'tabel-III
									soort' en kende dus een zware bescherming. In de Wet
									natuurbescherming is de soort opgenomen op de bijlage behorend
									bij artikel 3.10 Wet natuurbescherming.De populatie dassen is na
									een dieptepunt rond 1960 in Nederland herstellende. Ondanks dat
									de das in verschillende gebieden, ook in Drenthe, geen
									zeldzaamheid meer is omvat de huidige dassenpopulatie in
									Nederland nog maar de helft van het aantal dassen dat rond 1900
									in Nederland verbleef. Ze zitten dus nog steeds niet op het oude
									niveau. De voornaamste bedreiging tot circa 1960 was
									rechtstreekse vervolging (afschot, vergiftiging, klemmen, enz.).
									Het herstel van de das is te danken aan de strikte bescherming
									en aan maatregelen om slachtoffers door het verkeer te beperken
									(rasters, dassentunnels, ecoducten). Deze investeringen zijn
									voor de das een uitkomst geweest. Het verkeer vormt nog steeds
									een belangrijke doodsoorzaak, maar de populatie in Drenthe is
									inmiddels zo groot dat dit het herstel wel kan vertragen maar
									niet meer stopt.De strikte bescherming van de das in de Flora-
									en faunawet is onder de Wet natuurbescherming iets soepeler
									geworden. Het verstoren van dassen of van hun leefomgeving is
									niet langer verboden (artikel 3.10 soort, bijlage A van de Wet
									natuurbescherming). Dat maakt het gemakkelijker om preventieve
									maatregelen te treffen om bijvoorbeeld landbouwschade te
									beperken, beheer en onderhoud uit te voeren of om bepaalde
									ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren. Verspreiding das in
									Drenthe. Bron: NDFF</Al>
	      <Al>Conclusie Das</Al>
	      <Al>De das wordt niet op de provinciale vrijstellingslijst
									geplaatst. Hieronder wordt de motivatie hiervoor uiteengezet.Op
									landelijke schaal is de das momenteel geen bedreigde soort meer.
									Aan een gunstige staat van instandhouding (soort komt in het
									natuurlijke verspreidingsgebied duurzaam voor in alle geschikte
									biotopen[1]) wordt echter nog niet voldaan. De dassenpopulatie
									is immers nog steeds herstellende en nog lang niet alle
									potentiele leefgebieden (ook in Drenthe) zijn bezet.Op grond van
									het voorgaande voldoet de das niet aan de wettelijke criteria om
									deze soort te kunnen vrijstellen conform artikel 3.10. Bovendien
									is het niet langer onder bepaalde omstandigheden verboden om
									dassen verstoren. In voorkomende situaties kan van geval tot
									geval een ontheffing worden aangevraagd.</Al>
	      <Al>Steenmarter (Martes foina)</Al>
	      <Al>Steenmarter en boommarter zijn sterk op elkaar lijkende
									martersoorten. Boommarter leeft in bossen op zowel zand-, klei-,
									en veengrond. Steenmarter leeft vooral in kleinschalige
									landschappen en in toenemende mate ook in bewoonde gebieden,
									waar boommarters niet of nooit voorkomen. In de loop van de
									eeuwen zijn beide soorten, net als vrijwel alle andere
									roofdieren, altijd streng vervolgd.Voor 1980 was de steenmarter
									een zeldzame verschijning. Met name vanaf de jaren 80 van de 20e
									eeuw namen de aantallen en de verspreiding echter sterk toe. Het
									leefgebied van de steenmarter in Nederland breidt zich gestaag
									van oost naar west uit. Het zal een kwestie van tijd zijn
									voordat de soort in heel Nederland (met uitzondering van de
									Waddeneilanden) voorkomt. De bestaande leefgebieden raken voller
									wat leidt tot onderlinge concurrentie tussen territoriale
									steenmarters. Ook de overlast en schade als gevolg van
									steenmarters neemt toe. Waarschijnlijk is Drenthe nu 'vol',
									zodat de aantallen steenmarters stabiel zullen blijven.</Al>
	      <Al>Steenmarters zorgen in toenemende mate voor overlast. De
									provinciale vrijstelling is echter niet gericht op het voorkomen
									van overlastsituaties. De vrijstelling uit artikel 3.2 is alleen
									(kort gezegd) gericht op het vrijstellen van soorten voor de
									belangen van ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer en
									onderhoud. Overlastsituaties vallen hier niet onder. Het
									plaatsen van de steenmarter op de provinciale vrijstellingslijst
									biedt zodoende voor overlast situaties geen uitkomst.[1]
									"conservation status of a species means the sum of the
									influences acting on the species concerned that may affect the
									long-term distribution and abundance of its populations within
									the territory referred to in Article 2. The conservation status
									will be taken as 'favourable' when:- population dynamics data on
									the species concerned indicate that it is maintaining itself on
									a long-term basis as a viable component of its natural habitats,
									and- the natural range of the species is neither being reduced
									nor is likely to be reduced for the foreseeable future, and-
									there is, and will probably continue to be, a sufficiently large
									habitat to maintain its populations on a long-term basis."Bron:
									http://ec.europa.eu/environment/nature/conservation/species/guidance/pdf/guidance_en.pdf
									Verspreiding steenmarter in Drenthe. Bron: NDFF</Al>
	      <Al>Conclusie Steenmarter</Al>
	      <Al>De provinciale vrijstelling geldt niet voor overlastsituaties
									maar voor (kort gezegd) ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer
									en onderhoud. Voor overlastsituaties is een generieke ontheffing
									aan gemeenten mogelijk (en dit is in de praktijk ook al diverse
									keren verleend). Voor het plaatsen van de steenmarter op de
									provinciale vrijstellingslijst is om deze reden op dit moment
									geen aanleiding.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_7" wId="pv22_24__cmp_7" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>6</Nummer>
	    <Opschrift>Middelen soortenvrijstelling voor ruimtelijke ingrepen en
								bestendig beheer</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_7__content_1" wId="pv22_24__cmp_7__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Middelen soortenvrijstelling voor ruimtelijke ingrepen en
									bestendig beheer</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>De volgende middelen als bedoeld in <IntRef ref="chp_4__title_4.1__art_4.1__para_1">Artikel 4.1
										Vergunningvrije gevallen ruimtelijke inrichting, bestendig
										beheer en onderhoud - Lid 1</IntRef> van de
									Omgevingsverordening wijzen wij aan:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_7__content_1__list_1" wId="pv22_24__cmp_7__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_7__content_1__list_1__item_1" wId="pv22_24__cmp_7__content_1__list_1__item_1">
		  <Al>Amfibie&#235;nfuik</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_7__content_1__list_1__item_2" wId="pv22_24__cmp_7__content_1__list_1__item_2">
		  <Al>Buidels</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_7__content_1__list_1__item_3" wId="pv22_24__cmp_7__content_1__list_1__item_3">
		  <Al>Fretten</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_7__content_1__list_1__item_4" wId="pv22_24__cmp_7__content_1__list_1__item_4">
		  <Al>Kastvallen</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_7__content_1__list_1__item_5" wId="pv22_24__cmp_7__content_1__list_1__item_5">
		  <Al>Kunstbouw zonder vangmechanisme</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_7__content_1__list_1__item_6" wId="pv22_24__cmp_7__content_1__list_1__item_6">
		  <Al>Livetraps</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_7__content_1__list_1__item_7" wId="pv22_24__cmp_7__content_1__list_1__item_7">
		  <Al>Schepnet</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_7__content_1__list_1__item_8" wId="pv22_24__cmp_7__content_1__list_1__item_8">
		  <Al>Vangkooien</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_8" wId="pv22_24__cmp_8" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>7</Nummer>
	    <Opschrift>Aangewezen schadesoorten grondgebruiker</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_8__content_1" wId="pv22_24__cmp_8__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Aangewezen schadesoorten grondgebruiker</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Als schadesoorten bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de
									Omgevingsverordening wijzen wij aan:</Al>
	      <table wId="pv22_24__cmp_8__content_1__table_1" eId="cmp_8__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="2">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Brandgans</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Branta leucopsis</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Grauwe gans</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Anser anser</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Knobbelzwaan</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Cygnus olor</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Kolgans (Europese)</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Anser albifrons</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Rietgans (Toendra- / Taigarietgans</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Anser serrirostris / Anser fabalis</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Roek</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Corvus frugilegus</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Smient</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Anas penelope</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Spreeuw</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Sturnus vulgaris</Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al>Voor de onderbouwing van de totstandkoming van deze lijst
									verwijzen wij naar de toelichting bij artikel 4.5 van de
									Omgevingsverordening.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_9" wId="pv22_24__cmp_9" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>8</Nummer>
	    <Opschrift>Middelen voor het verstoren van aangewezen
								diersoorten</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_9__content_1" wId="pv22_24__cmp_9__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Middelen voor het verstoren van aangewezen
									diersoorten</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Als middelen bedoeld in artikel 4.5, vijfde lid, van de
									Omgevingsverordening wijzen wij aan:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_9__content_1__list_1" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_1" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_1">
		  <Al>Afdeknetten</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_2" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_2">
		  <Al>Agri-Laser</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_3" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_3">
		  <Al>Angstkreten</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_4" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_4">
		  <Al>Ballonnen</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_5" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_5">
		  <Al>Elektronische geluidsgolven</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_6" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_6">
		  <Al>Fladderprojectiel</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_7" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_7">
		  <Al>Flitsmolens</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_8" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_8">
		  <Al>Geweer (als akoestisch middel)</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_9" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_9">
		  <Al>Kleppermolentjes</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_10" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_10">
		  <Al>Knalapparaat</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_11" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_11">
		  <Al>Nabootsing roofvogel</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_12" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_12">
		  <Al>Ophangen dode vogels</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_13" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_13">
		  <Al>Rammelblikjes</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_14" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_14">
		  <Al>Ratels en kleppers</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_15" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_15">
		  <Al>Ritselfolie</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_16" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_16">
		  <Al>Schriklint</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_17" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_17">
		  <Al>Smeer- en spuitmiddelen</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_18" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_18">
		  <Al>Spandraden</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_19" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_19">
		  <Al>Uitstrooien veren</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_20" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_20">
		  <Al>Verjaging door honden en roofvogels</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_21" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_21">
		  <Al>Vlaggen en linten</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_22" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_22">
		  <Al>Vogelafweerpistool</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_23" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_23">
		  <Al>Vogelverschrikkers</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_24" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_24">
		  <Al>Zaaizaadbehandeling</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_9__content_1__list_1__item_25" wId="pv22_24__cmp_9__content_1__list_1__item_25">
		  <Al>Zitpalen of andere nestgelegenheid roofvogels cre&#235;ren
											(aantrekken natuurlijke vijanden)</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_10" wId="pv22_24__cmp_10" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>9</Nummer>
	    <Opschrift>Aangewezen rustgebied</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_10__content_1" wId="pv22_24__cmp_10__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Aangewezen rustgebied</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Op dit moment is in het Flora- en faunabeleidsplan &#233;&#233;n
									rustgebied weergegeven, te weten: nabij het Leekstermeer. Gelet
									op een beleidsarme implementatie blijft dit gebied
									aangewezen.</Al>
	      <Figuur wId="pv22_24__cmp_10__content_1__img_1" eId="cmp_10__content_1__img_1">
		<Illustratie naam="png_be9a055b-9fcf-40fe-a701-36f46ded4368.png" hoogte="428" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_11" wId="pv22_24__cmp_11" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>10</Nummer>
	    <Opschrift>Aanwijzing van categorie&#235;n van activiteiten die niet in
								grondwaterbeschermingsgebied mogen worden opgericht of in werking
								worden gehouden</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_11__content_1" wId="pv22_24__cmp_11__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Categorie&#235;n van activiteiten</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Aanwijzing van activiteiten die niet in
									grondwaterbeschermingsgebied mogen worden opgericht of in
									werking worden gehouden </Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_11__content_1__list_1" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_a" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Het winnen van aardolie, aardgas, aardwarmte, mergel,
											zand, grind, kalkzandsteen, kalk, zout, steenkolen, turf
											of andere delfstoffen. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_b" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Het opslaan, overslaan of bewerken van steenkool, ertsen
											of derivaten van ertsen. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_c" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Inrichtingen als het vervaardigen van ruw ijzer, ruw
											staal, of primaire non-ferro metalen. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_d" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Het voorbereiden van recycling bestaande uit metaal- en
											autoshredders, puinbrekerijen en -malerijen en
											afvalscheidinginstallaties. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_e" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Het storten, het op- en overslaan, het composteren, het
											verbranden, het anderszins op of in de bodem brengen of
											op een andere wijze verwijderen of verwerken van
											afvalstoffen. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_f" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>Het opslaan of storten van baggerspecie op land of op of
											in oppervlaktewateren.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_g" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>Het vergisten van dierlijke meststoffen en organische
											afvalstoffen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_h" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_h">
		  <LiNummer>h.</LiNummer>
		  <Al>Zuiveringstechnische werken en
											bedrijfsafvalwater&#172;zuiveringen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_i" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_i">
		  <LiNummer>i.</LiNummer>
		  <Al>Het vervaardigen, onderhouden, repareren, verfspuiten of
											het anderszins behandelen van (de oppervlakte) van
											auto's, motorfietsen of schepen. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_j" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_j">
		  <LiNummer>j.</LiNummer>
		  <Al>Het afleveren van vloeibare brandstoffen voor
											motorvoertuigen voor het wegverkeer of aan vaartuigen.
										</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_k" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_k">
		  <LiNummer>k.</LiNummer>
		  <Al>Gelegenheid bieden voor het afmeren van
											pleziervaartuigen en waar afgewerkte olie, bilgewater,
											huishoudelijk afvalwater of andere afvalstoffen worden
											opgeslagen. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_l" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_l">
		  <LiNummer>l.</LiNummer>
		  <Al>De opslag van vloeibare brandstoffen, afgewerkte olie,
											gevaarlijke stoffen, CMR-stoffen of andere
											bodembelastende stoffen in ondergrondse opslagtanks.
										</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_m" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_m">
		  <LiNummer>m.</LiNummer>
		  <Al>Het inwendig reinigen van mobiele tanks, tankwagens,
											tankcontainers, bulkcontainers of tankschepen. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_n" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_n">
		  <LiNummer>n.</LiNummer>
		  <Al>Groothandel in vloeibare chemische producten en
											vloeibare brandstoffen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_o" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_o">
		  <LiNummer>o.</LiNummer>
		  <Al>Oppervlaktebehandeling van metalen of kunststoffen door
											middel van een elektrolytisch of chemisch proced&#233;, of
											het aanbrengen van gesmolten metaal waarbij de gebruikte
											behandelingsbaden direct in of op de bodem zijn
											geplaatst. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_p" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_p">
		  <LiNummer>p.</LiNummer>
		  <Al>Het vervaardigen van chemische producten.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_q" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_q">
		  <LiNummer>q.</LiNummer>
		  <Al>Schieten in de open lucht zonder gebruikmaking van
											kogelvangers, met vuurwapens of wapens werkend met
											luchtdruk of gasdruk. </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_r" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_r">
		  <LiNummer>r.</LiNummer>
		  <Al>De bewerking van splijt- en kweekstoffen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_s" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_s">
		  <LiNummer>s.</LiNummer>
		  <Al>Het parkeren van vervoerseenheden met gevaarlijke
											stoffen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_t" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_t">
		  <LiNummer>t.</LiNummer>
		  <Al>Recreatievissen of het kweken van siervis of
											consumptievis in een bassin dat in contact staat met
											bodem, grondwater of oppervlaktewater.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_u" wId="pv22_24__cmp_11__content_1__list_1__item_u">
		  <LiNummer>u.</LiNummer>
		  <Al>Het gebruiken van bromfietsen, motorvoertuigen of andere
											gemotoriseerde voertuigen of vaartuigen in
											wedstrijdverband of voor recreatieve doeleinden in de
											open lucht.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_12" wId="pv22_24__cmp_12" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>11</Nummer>
	    <Opschrift>Lijsten A en B</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_12__content_1" wId="pv22_24__cmp_12__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Lijsten A en B</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Lijsten A en B als bedoeld in artikel 11.9, lid 1 en 2.</Al>
	      <Al><strong>Lijst A: Vaarwegen in beheer bij de Provincie
										Drenthe</strong></Al>
	      <table wId="pv22_24__cmp_12__content_1__table_1" eId="cmp_12__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="6">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20.1138*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12.0841*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17.4596*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16.6467*"/>
		  <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="16.4072*"/>
		  <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="16.6467*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Vaarweg</strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Beheerder</strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>CEMT/Specificatie diepgang</strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>BRTN</strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Doorvaarthoogte obv Kanaalpeil</strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Kilometer/opmerking</strong></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Noord-Willemskanaal voor zover in Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>II 1,90 m - kp<br/>2,50 m - kp</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5,30 m + kp<br/>5,40 m + kp</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,0 - 6,7<br/>6,7-19,6</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Drentsche Hoofdvaart</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,55m - kp<br/>IV 2,50 m - NAP</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5,30 m + kp<br/>Geen beperking</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>2,4 - 43,7<br/>43,7 - 44,2 klasse IV*</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Meppelerdiep voor zover in Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Va 3,25m - NAP<br/>2,75m - NAP</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Geen beperking<br/>Geen beperking</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>9,2 - 10,5*<br/>10,5-11,2<br/>*deels
												gemandateerd aan Meppel: zie prov. blad
												27/2010</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Hoogeveensche Vaart</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>II 2,50m - NAP<br/>2,20m - kp</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5,80 m + kp<br/>5,20 m + kp</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,0-9,5<br/>9,5-28,4</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Verlengde Hoogeveensche Vaart tot aan
												Klazienaveen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>I 1,50m - kp<br/>1,90m - kp<br/>1,90m -
												kp<br/>1,10m - kp</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5,10 m + kp<br/>5,30 m + kp<br/>5,30 m +
												kp<br/>4,20 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>28,4 - 51,8<br/>51,8 - 56,5<br/>56,5 -
												60,9<br/>60,9 - 62,0,<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Stieltjeskanaal</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>II 1,90 m - kp</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5,40 m + kp</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,0 - 12,9</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Coevorden-Vechtkanaal vanaf de Coevorder
												Binnengracht tot de Vecht in Ovl<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>II 2,50m - kp<br/>1,90m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>6,00 m + kp<br/>6,00 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>31,7 - 36,3<br/>36,3 - 36,8<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Coevorder Binnengracht (tussen
												Afwateringskanaal en Stieltjeskanaal)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>II 1,90m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>6,00 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Verbindingskanaal (tussen Coevorder
												Binnengracht en Kan. Coevorden-Zwinderen)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>II 1,90m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>6,00 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bladderswijk tot en met aftakking
												Hondsrugkanaal</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>I 1,90m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4,30 m + kp</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,0 - 1,6</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Koning Willem-Alexanderkanaal tussen
												Bladderswijk en Scholtenskanaal (onderdeel van De
												Veenvaart)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>-</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Witte Wijk</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5,30 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>52,9 - 55,0<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Afwateringskanaal in Coevorden tot einde
												woonbotenhaven<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>I 1,90m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>6,00 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,0 - 1,4<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Veenparkkanaal (onderdeel van De
												Veenvaart)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provincie Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al><strong>Lijst B: Vaarwegen in beheer bij andere
										overheidsorganan, het Rijk uitgezonderd</strong></Al>
	      <table wId="pv22_24__cmp_12__content_1__table_2" eId="cmp_12__content_1__table_2">
		<tgroup align="left" cols="6">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="16.6667*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12.9842*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18.3307*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="6.5504*"/>
		  <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="16.6667*"/>
		  <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="112.937*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Vaarweg</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Beheerder</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>CEMT/specificatie diepgang</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BRTN</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Doorvaarthoogte obv kanaalpeil</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Kilometer/opmerking</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Havenkanaal vanaf Noord-Willemskanaaltot aan
												de Zwaaikom<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Assen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>II 2,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5,40 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>De Vaart (van de Drentsche Hoofdvaart tot De
												Kolk)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Assen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3,50 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Het Kanaal (van de Vaart tot het
												Havenkanaal)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Assen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3,50 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Industriehaven Hoogeveen(= verlenging van de
												Hoogeveenschevaart)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Hoogeveen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>II 2,20m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5,20 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Vaarweg eindigt bij oostzijde Bekinkbrug<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bargermeerkanaal van Bargersluis tot eindpunt
												in Emmen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Emmen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>I 1.90m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4,20 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bladderswijk vanaf aftakking
												Hondsrugkanaal<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Emmen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>I 1,90m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4,20 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,6 - 4,4<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Oranjekanaal van Bladderswijk tot de
												Bargersluis<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Emmen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>-</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Zijtak van het Stieltjeskanaal in
												Nieuw-Amsterdam<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Emmen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>2,50m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>41,0 - 43,0<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Binnenhaven Coevorden(centrum)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Coevorden<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>-</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Haven ROC (bij Nijhof-Wassink, Europark)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Coevorden<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>II</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Haven Veenoord<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Emmen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>I/II 1,90m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5,30 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Havens Meppel: Sethehaven en 2 havens bij De
												Kaap<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Meppel<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Va 3,25m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Geen beperkingen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Wachthaven Meppel in Staphorst / niet in
												Drenthe<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Meppel<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Va 3,25m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Geen beperkingen</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Stads-Compascuumkanaal vanaf prov.grens
												Groningen tot Emmercompascuum (onderdeel van De
												Veenvaart)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Waterschap Hunze en Aa's<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3,50 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Oosterdiep van Emmer-Compascuum tot
												Barger-Compascuum (onderdeel van De
												Veenvaart)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Waterschap Hunze en Aa's<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3,50 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Scholtenskanaal vanaf Veenpark tot nieuw prov.
												kanaal (onderdeel van De Veenvaart)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Waterschap Hunze en Aa's<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3,50 m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Vaargeulen Zuidlaardermeer vanaf
												provinciegrens tot Havenkanaal</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Waterschap Hunze en Aa's<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Havenkanaal Zuidlaren-Zuidlaardermeer<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeente Tynaarlo</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,50m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3,20m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Grevelingskanaalin Anner- en Eexterveensche
												kanaal<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Waterschap Hunze en Aa's<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,20m - kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>CM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3,20m + kp<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Vaargeul Leekstermeer:
												Leeksterhoofddiep-Munnikesloot</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Waterschap Noorderzijlvest<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>- 1,20m - kp(kp = 0.93)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>BM</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>2,40m + kp (kp = - 0.93)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_13" wId="pv22_24__cmp_13" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>12</Nummer>
	    <Opschrift>Maximum oppervlaktes zonne-akkers per gemeente</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_13__content_1" wId="pv22_24__cmp_13__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Tabel gemeentelijke opppervlakte in hectare zon op
									land</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <table wId="pv22_24__cmp_13__content_1__table_1" eId="cmp_13__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="2">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49.8598*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="49.8601*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Gemeente</strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>zon op land (ha)</strong></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Aa en Hunze</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>64</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Assen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>100</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Borger-Odoorn</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>252</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Coevorden</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>187</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Emmen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>253</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Hoogeveen</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>238</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Meppel</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Midden-Drenthe</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>143</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Noordenveld</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>74</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Tynaarlo</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>101</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Westerveld</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>28</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>De Wolden</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>38</Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_14" wId="pv22_24__cmp_14" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>13</Nummer>
	    <Opschrift>Uitwerking maatgevende hoogwaterstanden regionale
								keringen</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_14__content_1" wId="pv22_24__cmp_14__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Maatgevende hoogwaterstanden regionale
									keringen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <table wId="pv22_24__cmp_14__content_1__table_1" eId="cmp_14__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="12">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="8.3333*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="11.816*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="3.4156*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="9.7852*"/>
		  <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="7.1081*"/>
		  <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="9.7852*"/>
		  <colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="10.2467*"/>
		  <colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="9.139*"/>
		  <colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="12.1853*"/>
		  <colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="4.0618*"/>
		  <colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="5.2618*"/>
		  <colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="8.7697*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><i><strong>Omschrijving</strong></i></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><i><strong>Pand</strong></i></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong><i>Beschrijving</i></strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong><i>Normaal waterstand NW (m NAP)</i></strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>-</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong><i>MHW (m NAP) benedenstooms</i></strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><i><strong>MHW (m NAP) bovenstrooms</strong></i></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>-</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><i><strong>lengte</strong></i></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><i><strong>verhang m/km</strong></i></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong><i>aantal t</i></strong><i><strong>ussenpunten</strong></i></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>A</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Peizerdiep / Omgelegde Eelderdiep</Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Omgelegde Eelderdiep vanaf provinciegrens tot
												aan nieuwe dam; Peizerdiep tot aan nieuwe stuw bij
												fietsbrug</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>-0,93</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>grens</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>-0,10</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>-0,09</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>nieuwe stuw</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1500</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,007</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>B</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Noordwillemskanaal</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Provinciegrens tot aan sluis De Punt (beide
												zijden)</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,53</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>grens</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,50</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,50</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>sluis De Punt</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3000</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,007</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>C</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Drentsche Hoofdvaart / Noordwillemskanaal /
												Norgervaart</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Van sluis Peelo tot aan Norgerbrug en
												Norgervaart oostzijde. Zuidzijde van sluis Peelo
												tot aan afslag bij Norgerbrug en de Vaart</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,40</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Veenesluis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,75</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,90</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>sluis Peelo</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>22000</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,007</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>D</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Hoogeveensche Vaart</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Van Nieuwebrugsluis tot aan A28 aan beide
												zijden</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,10</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Nieuwebrugsluis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,40</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,45</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Noordscheschutsluis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>7500</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,007</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>E</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Coevorden Vecht kanaal (CV) / Stieltjeskanaal
												(SK) / Kanaal Coevorden Zwinderen (CZ) / Kanaal
												Coevorden Alte Picardie (CAP)</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Beide zijden vanaf Drentse stuw en
												provinciegrens tot Vossebeltsluis (CZ), tot aan
												grens Duitsland (CAP) en Instroom Nieuwe
												Drostendiep (SK)</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>9,10</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Drentse stuw</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>9,78</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>10,40</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Stieltjeskanaalsluis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>13500</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,046</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>F</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Afwateringskanaal</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Beneden Drentse stuw tot aan
												provinciegrens</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>7,10</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>grens</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>9,85</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>9,88</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Drentse stuw</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>600</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,050</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0</Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <table wId="pv22_24__cmp_14__content_1__table_2" eId="cmp_14__content_1__table_2">
		<tgroup align="left" cols="6">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="16.6667*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27.4086*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="9.9668*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13.289*"/>
		  <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="16.0576*"/>
		  <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="16.3344*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><strong><i>Tussenpunten</i></strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong><i>Nr</i></strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong><i>MHW in m NAP</i></strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong><i>Afstand</i></strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong><i>Verhang</i></strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>C</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Norgerbrug</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,85</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>15000</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,007</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Vaart instroom</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>2</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,87</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>17500</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,007</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Vaart bovenstroom</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,88</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>19500</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,007</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Norgervaart bovenstroom</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,87</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>18000</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,007</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>D</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Snelweg A28</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>11,41</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1500</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,007</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>E</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Jan Kuipersbrug</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>10,26</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5000</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,096</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Nieuw Drostendiep</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>2</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>10,38</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>9000</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,031</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Vossebeltsluis</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>10,29</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>6000</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,030</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Duitse grens</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>10,32</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>7000</Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,030</Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_15" wId="pv22_24__cmp_15" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>14</Nummer>
	    <Opschrift>Watersysteem Twenthekanalen/Overijsselse Vecht</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_15__content_1" wId="pv22_24__cmp_15__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Twenthekanalen/Overijsselse Vecht als bedoeld in artikel
									10.12</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Figuur wId="pv22_24__cmp_15__content_1__img_1" eId="cmp_15__content_1__img_1">
		<Illustratie naam="png_d49686d2-6cba-4cd2-af11-bc163f4ade4e.png" hoogte="514" breedte="712" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_16" wId="pv22_24__cmp_16" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>15</Nummer>
	    <Opschrift>Formatie van Breda</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_16__content_1" wId="pv22_24__cmp_16__content_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Kaart behorende bij artikel 10.21</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Figuur wId="pv22_24__cmp_16__content_1__img_1" eId="cmp_16__content_1__img_1">
		<Illustratie naam="jpg_fddd8e76-ffdf-4e4a-b129-6afea2439109.jpg" hoogte="373" breedte="530" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Toelichting eId="recital" wId="recital" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
	  </Kop>
	  <AlgemeneToelichting eId="genrecital" wId="genrecital">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisie eId="genrecital__div_1" wId="pv22_24__genrecital__div_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="genrecital__div_1__content_1" wId="pv22_24__genrecital__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Algemeen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Omgevingswet treedt naar verwachting 1 januari 2024
											in werking. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet
											vervallen alle omgevingsverordeningen van alle
											provincies, dus ook die van Drenthe. Van ons wordt
											verlangd 1 januari 2024 een nieuwe provinciale
											omgevingsverordening tot onze beschikking te hebben.
											Deze nieuwe omgevingsverordening moet voldoen aan het
											nieuwe wettelijke kader dat de Omgevingswet schetst. De
											voorliggende omgevingsverordening voorziet hierin.</Al>
		  <Al>In deze algemene toelichting wordt kort stilgestaan bij
											het nieuwe wettelijke kader en de inhoud van deze
											omgevingsverordening. Hierbij wordt stilgestaan bij de
											uitgangspunten van de Omgevingswet en wat dit concreet
											heeft betekent voor de omgevingsverordening die ten
											behoeve daarvan is opgesteld. Vrijwel elk artikel wordt
											daarnaast afzonderlijk toegelicht, zodat de achtergrond
											en bedoeling van het bewuste artikel helder is.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="genrecital__div_2" wId="pv22_24__genrecital__div_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Omgevingswet</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="genrecital__div_2__content_1" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Uitgangspunten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking.
											Deze wet beoogt het omgevingsrecht op een aantal vlakken
											te verbeteren. Grofweg gaat het om vier
											verbeterdoelen:</Al>
		  <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_2__content_1__list_1" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_1">
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_1__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_1__item_1">
		      <Al>het vergroten van het gebruiksgemak van het
												omgevingsrecht;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_1__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_1__item_2">
		      <Al>het zorgen voor een intgrale benadering van de
												fysieke leefomgeving;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_1__item_3" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_1__item_3">
		      <Al>meer ruimte geven voor een bestuurlijke
												afweging;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_1__item_4" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_1__item_4">
		      <Al>versnellen en verbeteren van besluitvorming over
												projecten in de fysieke leefomgeving.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Om deze doelen te bereiken worden een aantal dingen
											aangepast. De belangrijkste daarvan zijn het samenvoegen
											van circa 26 wetten en tientallen onderliggende algemene
											maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelgeving.
											Daarnaast is een systeem opgetuigd rond zes
											kerninstrumenten:</Al>
		  <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_2__content_1__list_2" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_2">
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_2__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_2__item_1">
		      <Al>omgevingsvisie</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_2__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_2__item_2">
		      <Al>programma</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_2__item_3" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_2__item_3">
		      <Al>decentrale regels, zoals deze
												omgevingsverordening</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_2__item_4" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_2__item_4">
		      <Al>omgevingsvergunning</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_2__item_5" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_2__item_5">
		      <Al>algemene rijksregels voor activiteiten</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="genrecital__div_2__content_1__list_2__item_6" wId="pv22_24__genrecital__div_2__content_1__list_2__item_6">
		      <Al>projectbesluit</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Deze omgevingsverordening is de uitwerking van het
											kerninstrument 'decentrale regels'. Hierin worden de
											regels op provinciaal niveau gesteld die nodig zijn om
											de provinciale belangen in het omgevingsrecht te
											borgen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="genrecital__div_3" wId="pv22_24__genrecital__div_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inhoud van deze Omgevingsverordening</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="genrecital__div_3__content_1" wId="pv22_24__genrecital__div_3__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Uitgangspunten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor het vormgeven van de nieuwe Omgevingsverordening is
											de huidige Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018
											(POV 2018) als uitgangspunt genomen. Dit houdt in dat de
											omzetting van de Omgevingsverordening hoofdzakelijk
											beleidsneutraal heeft plaatsgevonden waarbij wel ruimte
											is voor correcties en bijsturingen. De kaders die de
											Omgevingsvisie stelt, worden gerespecteerd.</Al>
		  <Al>Een verdergaande wijziging is aangebracht met betrekking
											tot de regelgeving omtrent zonne-akkers. Gelet op de
											stormachtige ontwikkeling die plaatsvindt binnen deze
											sector, is hier een verdergaande wijziging noodzakelijk
											geacht gelet op het behoud van het provinciale
											landschap. Deze wijziging is echter al doorgevoerd in de
											POV 2018. De onderhavige omgevingsverordening voert
											hierin alleen wijzigingen van technische aard door. Een
											andere noemenswaardige wijziging is de mogelijkheid het
											bouwvlak van intensieve veehouderijen te vergroten
											wanneer dat noodzakelijk is om het dierenwelzijn te
											verbeteren. Ook deze wijziging is echter al eerder
											vastgesteld onder het voorgaande recht. De onderhavige
											Omgevingsverordening brengt daarmee niet zelf
											inhoudelijke wijzigingen met zich mee. </Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="genrecital__div_3__content_2" wId="pv22_24__genrecital__div_3__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Juridische opbouw</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al><strong>Instrumenten</strong></Al>
		  <Al>De Omgevingswet bevat een aantal instrumenten waarvan in
											deze omgevingsverordening gebruik wordt gemaakt.
											Onderstaand worden deze instrumenten kort besproken.
											Hierbij wordt met name ingegaan op de vraag wat het
											karakter is van het instrument en wat het betekent voor
											de praktijk.</Al>
		  <Al><i>Instructieregels</i></Al>
		  <Al>Een belangrijk provinciaal instrument binnen de
											Omgevingswet is de instructieregel. Dit is een regel
											over de uitoefening van taken of bevoegdheden door
											bestuursorganen om te voldoen aan bij
											Omgevingsverordening vastgestelde omgevingswaarden of
											voor het bereiken van andere doelstellingen voor de
											fysieke leefomgeving (zie artikel 2.22, lid 1, van de
											Omgevingswet). In deze omgevingsverordening staan onder
											andere instructieregels opgenomen die zijn gericht aan
											de gemeenteraad bij het vaststellen van het
											Omgevingsplan, het college van B en W wanneer het gaat
											om het verlenen van een omgevingsvergunning voor een
											buitenplanse omgevingsplanactiviteit en het dagelijks
											bestuur voor zover het gaat om het vaststellen van de
											legger en de waterverordening. De instructieregel is
											niet geheel nieuw. Ook onder het recht dat vooraf ging
											aan de Omgevingswet bestonden soortgelijke bevoegdheden
											in verschillende wetten. De instructieregels in deze
											omgevingsverordening kennen daarom allemaal hun herkomst
											in de voorgaande POV 2018. De instructieregels zijn met
											name terug te vinden in hoofdstuk 3 en 10 van deze
											omgevingsverordening.</Al>
		  <Al><i>Algemene regels/maatwerkregels</i></Al>
		  <Al>Het grootste gedeelte van deze Omgevingsverordening
											bestaat uit algemene regels. Dit zijn in de kern
											algemeen verbindende voorschriften die zijn gericht aan
											eenieder. De algemene regels kunnen zijn gekoppeld aan
											een meld- of vergunningsplicht, maar kunnen ook
											zelfstandig kaders stellen. De algemene regels uit deze
											verordening zijn in de meeste gevallen maatwerkregels.
											Maatwerkregels zijn regels die een op de regionale
											situatie toegesneden regel treffen voor een situatie die
											ook in het Besluit activiteiten Leefomgeving wordt
											gereguleerd. Afhankelijk van de situatie kan het gaan om
											een minder strenge of strengere regel. Een maatwerkregel
											is slechts mogelijk voor zover het wettelijk voorschrift
											dat de oorpsronkelijke regel stelt, hiertoe ruimte
											geeft. Deze ruimte is gerespecteerd bij het opstellen
											van deze verordening.</Al>
		  <Al><i>Maatwerkvoorschriften</i></Al>
		  <Al>Een maatwerkvoorschrift is een beschikkig waarmee
											gedeputeerde staten een plicht opleggen om te voldoen
											aan voorschrfiten ter invulling van, aanvulling op of in
											afwijking van geldende algemene regels (zie artikel 4.5
											Omgevingswet). Een maatwerkvoorschrift lijkt in zekere
											zin op een maatwerkregel. Het grootste verschil zit in
											het feit dat een maatwerkregel een algemene regel
											betreft, terwijl een maatwerkvoorschrift is gericht op
											een concreet individu. Net als bij een maatwerkregel
											wordt beoogd recht te doen aan de concrete
											situatie.</Al>
		  <Al><i>Omgevingsvergunning</i></Al>
		  <Al>Een omgevingsvergunning is niet een geheel nieuw
											instrument, omdat we deze al kenden uit de Wet algemene
											bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In de kern is een
											omgevingsvergunning een toestemmingsintrument om ondanks
											een gegeven verbod een activiteit te mogen verrichten
											wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Waar
											onder de wetgeving voor de Omgevingswet nog sprake kon
											zijn van een ontheffing, vrijstelling of andersoortig
											instrument, is er onder de Omgevingswet voor gekozen al
											deze soortgelijke instrumenten te bundelen onder de
											omgevingsvergunning. Concreet voor deze verordening kan
											het dus zo zijn dat waar voorheen werd gesproken van een
											ontheffing, nu wordt gesproken van een
											omgevingsvergunning. Inhoudelijk impliceert dit niet een
											versoepeling of beperking. </Al>
		  <Al><i>Omgevingswaarden</i></Al>
		  <Al>Een nieuw instrument is de zogeheten 'omgevingswaarde'.
											Een omgevingswaarde bepaalt voor de fysieke leefomgeving
											of een onderdeel daarvan de gewenste staat of kwaliteit;
											de toelaatbare belasting door activiteiten, of de
											toelaatbare concentratie of depositie van stoffen
											(artikel 2.9, lid 2, Omgevingswet). Een omgevingswaarde
											wordt uitgedrukt in meetbare of berekenbare eenheden of
											anderszins in objectieve termen (artikel 2.9, lid 3,
											Omgevingswet). Wat de omgevingswaarde onderscheidt van
											de andere regels in deze verordening, is het feit dat
											een omgevingswaarde op zichzelf <i>geen </i>externe
											werking kent. De gewenste staat of kwaliteit is in de
											eerste plaats een doel dat provinciale staten zichzelf
											stellen. Wanneer een omgevingswaarde dreigt te worden
											overschreden, is het rechtsgevolg dat een programma moet
											worden vastgesteld waarmee de overschreiding wordt
											hersteld of voorkomen. Vanzelfsprekend is het wel
											mogelijk dat in de omgevingsverordening de regel wordt
											opgenomen dat deze in acht wordt genomen. Hiermee
											verkrijgt de omgevingswaarde indirect alsnog externe
											werking. Deze omgevingsverordening bevat twee
											omgevingswaarden. De omgevingswaarde voor de veiligheid
											van bij de verordening aangewezen regionale keringen
											(zie <IntRef ref="chp_10__subchp_10.1__art_10.2">Artikel
												10.2</IntRef>) en de omgevingswaarde voor de
											gemiddelde kans op overstroming per jaar (zie <IntRef ref="chp_10__subchp_10.1__art_10.4">Artikel
												10.4</IntRef>).</Al>
		  <Al><strong>Opzet van deze omgevingsverordening</strong></Al>
		  <Al>De onderhavige omgevingsverordening volgt grotendeels
											dezelfde opbouw als de voorgaande POV 2018. Dit betekent
											dat de verordening thematisch is opgebouwd. Waar sprake
											is van een nieuw onderwerp, heeft dit vaak een
											afzonderlijk hoofdstuk gekregen. De gedachte hierbij is
											dat alle onderwerpen die bij elkaar horen zoveel
											mogelijk bij elkaar moeten staan, ongeacht het precieze
											instrument waarvan sprake is. Daarnaast kan opvallen dat
											deze omgevingsverordening groter is dan voorgaande
											verordeningen. Dat komt grotendeels doordat gepoogd is
											alle informatie die van belang is voor de toepassing van
											de regels zoveel mogelijk samen te brengen op &#233;&#233;n plek.
											Bij de vorige verordening werd regelmatig verwezen naar
											achterliggend beleid. Dit vergrootte de begrijpelijkheid
											en handhaafbaarheid van de regels niet altijd, omdat
											niet zonder meer duidelijk was welke delen van het
											beleid van belang waren. Met name wat betreft de
											kernkwaliteiten is gepoogd deze informatie bij elkaar te
											brengen. Op deze manier kan het doel dat de Omgevingswet
											stelt, om zoveel mogelijk met een druk op de knop te
											achterhalen welke regel waar geldt, beter worden
											nagestreefd. Ook is dit van belang voor een goede
											werking van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De
											Omgevingsverordening dient daarbij te functioneren als
											h&#233;t regulerende provinciale omgevingsdocument. Daarmee
											verdraagt zich slecht een situatie waarbij allerlei
											achterliggend beleid niet in dit document is terug te
											vinden. Gepoogd is om met deze Omgevingsverordening te
											komen tot een integraal document waarmee in zijn geheel
											kan worden bepaald of een activiteit zich wel of niet
											verdraagt met het provinciaal belang.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="genrecital__div_4" wId="pv22_24__genrecital__div_4">
	      <Kop>
		<Opschrift>Bijlage bij de toelichting</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisie eId="genrecital__div_4__div_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1">
		<Kop>
		  <Label>Bijlage</Label>
		  <Nummer>1</Nummer>
		  <Opschrift>Notitie Archeologie</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="genrecital__div_4__div_1__content_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Archeologische onderbouwing</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al><strong>Samenvatting</strong><br/>In de notitie Kernkwaliteit Archeologie brengen
												wij alle informatie en onderbouwing samen die van
												belang is geweest bij het benoemen van de
												Kernkwaliteit Archeologie van de provincie Drenthe.
												Het is in de eerste plaats een toelichtingsdocument.
												Het gaat daarbij zowel over inhoudelijke keuzes;
												welke thema's of archeologische terreinen zijn van
												belang voor het regionale verhaal van Drenthe
												(Hoofdstuk 2). Maar ook over technische keuzes
												aangaande de begrenzingen van de terreinen en de
												gebieden (Hoofdstuk 4). Behalve naar het
												inhoudelijke verhaal zijn ook andere overwegingen in
												de selectie meegenomen, zoals de kansen met
												betrekking tot duurzaam behoud van deze
												archeologische monumenten en gebieden.De meeste
												informatie in de notitie is niet nieuw maar wordt nu
												voor de eerste maal goed beschreven en
												overzichtelijk bij elkaar gepresenteerd. Daarmee
												wordt het veelal onzichtbare archeologische erfgoed
												zichtbaar gemaakt en krijgt het beleid een
												gezicht.Wel nieuw is de wijze van presentatie van
												het beleid, welke in belangrijke mate wordt bepaald
												door de technische vereisten van het nieuwe Digitale
												Stelsel Omgevingswet &#x2013; de directe aanleiding voor
												deze notitie. Hierdoor heeft de Kernkwaliteit
												Archeologie een eigen artikel in de regels gekregen
												Ook dit artikel is inhoudelijk niet nieuw en ge&#235;nt
												op de eerste versie van de gemeentelijke
												archeologische beleidskaarten die in de periode
												2009-2012/13 zijn vervaardigd vanwege het in werking
												treden van de Wet op de Archeologische
												Monumentenzorg (2007). Daarnaast is van de
												gelegenheid gebruik gemaakt om de inhoudelijke
												selectie aan te passen aan de huidige stand van
												kennis in de archeologie. De eerste selectie van de
												Kernkwaliteit Archeologie stamt immers al weer van
												meer dan 10 jaar geleden. De archeologie heeft in de
												tussentijd niet stilgestaan; nieuwe inzichten en
												nieuwe kennis vragen om een beperkte actualisatie
												van de eerder gemaakte inhoudelijke keuzes. Nieuw is
												bijvoorbeeld het thema Tweede Wereldoorlog erfgoed.
												Inmiddels is dit bezig een volwaardige plek te
												krijgen in de archeologische monumentenzorg. De
												provincie Drenthe kent belangrijk erfgoed dat tot
												deze categorie behoort. Zeer specifiek voor Drenthe
												zijn de goed bewaarde bundels karrensporen die door
												heel de provincie getuigen van landroutes die terug
												kunnen gaan tot de middeleeuwen of zelfs nog
												vroeger.</Al>
		    <Al>De nieuwe GIS-data van de provinciale Kernkwaliteit
												Archeologie zijn via het Provinciale GeoPortaal
												toegankelijk voor gebruik door derden en toepassing
												in het omgevingsbeleid.<br/><br/><strong>Hoofdstuk 1. Context Kernkwaliteit
												Archeologie</strong><br/>Archeologie houdt zich bezig met de
												reconstructie van oude culturen door middel van het
												bestuderen van materi&#235;le overblijfselen hiervan.
												Daarbij gaat het om alles wat de mens ooit heeft
												achtergelaten, bijvoorbeeld restanten van huizen,
												begraafplaatsen, wapens, sieraden, huisraad, afval
												en voedselresten. Deze overblijfselen kunnen
												duizenden jaren oud zijn of slechts een paar honderd
												jaar. Tegenwoordig wordt ook archeologisch onderzoek
												gedaan naar in de bodem aanwezige overblijfselen van
												de Tweede Wereldoorlog.</Al>
		    <Al><i>1.1 Wie we zijn en waar we vandaan komen</i></Al>
		    <Al>De mens heeft door de eeuwen haar stempel gedrukt op
												het Drentse landschap. De zichtbare en
												niet-zichtbare overblijfselen van de
												bewoningsgeschiedenis van Drenthe worden
												cultuurhistorische waarden genoemd. Archeologische
												overblijfselen zijn daar een belangrijk en integraal
												onderdeel van. Het archeologisch erfgoed is onze
												enige bron van informatie voor de
												bewoningsgeschiedenis van de steentijd tot de
												middeleeuwen. Echter ook voor onze kennis van de
												nieuwe tijd kan archeologisch onderzoek een
												belangrijke aanvulling zijn, ondanks het feit dat we
												dan over diverse andere bronnen kunnen beschikken.
												Denk bijvoorbeeld aan het ondergrondse erfgoed van
												de Tweede Wereldoorlog. Hiernaar wordt niet alleen
												steeds meer archeologisch onderzoek verricht, het
												wordt in toenemende mate ook beter in situ (ter
												plekke) beschermd. Daardoor is het mogelijk om de
												verhalen over deze ingrijpende periode te blijven
												vertellen aan de hand van authentieke sporen en
												overblijfselen uit die tijd. Dat raakt ook direct de
												essentie van het waarom we zorgvuldig met ons
												archeologisch erfgoed willen omgaan. Archeologie is
												een onuitputtelijk bron voor (het vertellen van)
												verhalen. Hoe onze voorouders leefden, woonden en in
												hun voedsel voorzagen. Hoe ze hun doden ter aarde
												bestelden en hoe zij met het bovennatuurlijke
												omgingen. Deze verhalen voeden onze identiteit en
												onze kennis over waar we vandaan komen.</Al>
		    <Al><i>1.2 Hoe zorgen we dat de verhalen bewaard
												blijven</i></Al>
		    <Al>Van onze samenleving als geheel wordt verwacht dat
												we op een duurzame wijze zorg dragen voor het behoud
												en toegankelijk maken van ons archeologisch erfgoed.
												Dat is nodig, want het leeuwendeel van het Drentse
												archeologisch erfgoed ligt onzichtbaar verscholen in
												de bodem. Dit en het feit dat het ook nog eens
												praktisch aan het oppervlak ligt, maakt het zeer
												kwetsbaar voor ruimtelijke ontwikkelingen die met
												bodemingrepen gepaard gaan. Kenmerkend voor het
												archeologisch erfgoed is dat het niet alleen gaat om
												bekende, zeker aanwezige archeologische waarden,
												maar ook om verwachte, mogelijk aanwezige
												archeologische waarden. In dit laatste geval gaat
												het om grote gebieden die in het verleden geschikt
												waren voor bewoning en gebruik en waar in principe
												nog talrijke sporen van in de bodem aanwezig kunnen
												zijn die wachten op ontdekking. Voor Drenthe geldt
												dat het archeologisch erfgoed verspreid ligt over de
												hele provincie en in alle landschapstypen.Omdat in
												de bescherming van het archeologisch erfgoed een
												maatschappelijk belang ligt verankerd, hebben de
												verschillende overheden hierin een wettelijke taak
												gekregen. Deze verantwoordelijkheid is verankerd in
												de Erfgoedwet (2016). Sinds de Wet op de
												archeologische monumentenzorg (1 september 2007)
												maakt het archeologisch erfgoed ook direct deel uit
												van de ruimtelijke wetgeving, nu nog het
												Overgangsrecht Monumentenwet 1988 naar de
												Omgevingswet en straks de Omgevingswet (in
												voorbereiding).</Al>
		    <Al><i>1.3 Kernkwaliteit Archeologie</i></Al>
		    <Al>Wijzigingen in het ruimtelijk stelsel hebben in de
												regel dan ook gevolgen voor het provinciaal en
												gemeentelijk archeologiebeleid. Zo heeft de
												provincie naar aanleiding van het in 2008 in werking
												treden van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, voor
												het eerst haar 'provinciaal belang archeologie'
												geformuleerd. In de opeenvolgende provinciale
												Omgevingsvisies en -verordeningen samengevat als
												'Kernkwaliteit Archeologie'. De beschrijving hiervan
												en het bijbehorende beleid zijn te vinden in de
												vigerende Omgevingsvisie Drenthe, de bijbehorende
												Provinciale Omgevingsverordening (hier verder POV
												genoemd), het Cultuurhistorisch Kompas (2010) en de
												vigerende provinciale Cultuurnota. Omdat bij het
												maken van het Cultuurhistorisch Kompas toentertijd
												het uitgangspunt was om alleen het zichtbare,
												samenhangende, ruimtelijk erfgoed op te nemen en
												archeologie immers voor het grootste deel
												onzichtbaar is, is ervoor gekozen om in de
												Provinciale Omgevingsvisie een eigen archeologische
												hoofdstructuur op te nemen. Deze doet recht aan de
												archeologische monumenten (locaties/terreinen) en
												archeologische verwachtingsgebieden die van
												regionaal belang zijn. De Provinciale Omgevingsvisie
												leent zich echter niet voor een toelichtende,
												inhoudelijke beschrijving van het opgenomen
												archeologische erfgoed. In deze notitie bij de
												technische actualisatie van de Provinciale
												Omgevingsverordening naar aanleiding van het
												Digitaal Stelsel Omgevingswet, is hier in Hoofdstuk
												2 wel invulling aan gegeven.</Al>
		    <Al><i>1.4 Kernkwaliteit Archeologie en het Digitaal
												Stelsel Omgevingswet</i></Al>
		    <Al>De aanstaande, nieuwe Omgevingswet vereist dat
												ruimtelijke plannen, instrumenten en inhoudelijke
												informatie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet
												worden opgenomen. Dit vraagt om een technische
												aanpassing van de Provinciale Omgevingsverordening
												(POV versie 2018), waarbij uitgegaan wordt van
												zogenaamde werkingsgebieden. Voor de Kernkwaliteit
												Archeologie betekent dit dat alle onderdelen van de
												provinciale archeologische hoofdstructuur die nog
												niet als vlak zijn weergegeven op de kaarten
												Kernkwaliteit Archeologie, zoals bijvoorbeeld
												grafheuvels die veelal als puntlocaties worden
												geduid, duidelijke en goed onderbouwde begrenzingen
												moeten krijgen. In deze notitie wordt toegelicht en
												verantwoord hoe deze technische aanpassing heeft
												plaatsgevonden voor de twaalf inhoudelijke thema's
												van de Kernkwaliteit Archeologie (Hoofdstuk 4,
												bijdrage RAAP 2020). Deze thema's zijn bij deze
												gelegenheid inhoudelijk geactualiseerd, zonder dat
												er sprake is van beleidswijzigingen t.o.v. de
												eerdere Omgevingsvisie of Omgevingsverordening
												Drenthe. De inhoudelijke actualisatie houdt in dat
												op grond van nieuwe archeologische inzichten, kennis
												en inventarisaties er twee thema's zijn bijgekomen:
												karrensporenbundels en erfgoed uit de Tweede
												Wereldoorlog. Nieuwe, inhoudelijke informatie is
												verder alleen meegenomen als het een uitwerking
												betrof binnen het bestaande beleid. Bijvoorbeeld
												voordenlocaties binnen de beekdalen die al van
												provinciaal belang waren of de nieuwe AHN2 en
												satelliet-analyses van de Celtic fields (2018), die
												ook al tot het provinciaal belang behoorden. Het
												thema veenwegen heeft vanwege haar complexiteit tot
												dusver geen goede doorwerking gekregen in de kaart
												Kernkwaliteit Archeologie (en de gemeentelijke
												archeologiekaarten). Bij deze technische
												actualisatie is dit opgelost en wordt een
												handreiking geboden aan de betreffende gemeenten
												door hen te laten beschikken over de GIS-gegevens
												van dit thema. Archeologie is een wetenschap en dat
												betekent dat er voortdurend nieuwe inzichten, kennis
												en informatie worden gegenereerd. Dit heeft
												onvermijdelijk zijn weerslag op de inhoudelijk
												invulling van de Kernkwaliteit Archeologie. Denk
												bijvoorbeeld aan de nieuwe inzichten over
												Neanderthalervindplaatsen in Drenthe en de wens om
												meer aandacht aan het middeleeuwse archeologische
												erfgoed van Drenthe te schenken, de kloosters en
												kerken. Het ligt in de rede om bij een toekomstige
												actualisatie van de Kernkwaliteit Archeologie ook
												deze thema's eens onder de provinciale loep te
												leggen. Periodieke actualisatie is sowieso nodig om
												ook te voorkomen dat terreinen onnodig worden
												beschermd. In dat kader hebben we bij deze
												technische actualisatie de 'burcht van Zuidlaren' in
												de gemeente Tynaarlo van het provinciaal belang
												archeologie afgevoerd aangezien uit booronderzoek
												uitgevoerd door de RUG in 2014 naar voren is gekomen
												dat het hier niet om een burchtterrein gaat maar om
												een natuurlijk fenomeen. Ook is door de introductie
												van het nieuwe thema karrenspoorbundels, de
												zogenaamde Prehistorische route over de Hondsrug als
												ruimtelijk lijnelement komen te vervallen.</Al>
		    <Al><i>1.5 De gemeenten aan zet bij de bescherming van
												het archeologisch erfgoed</i></Al>
		    <Al>De provinciale Kernkwaliteit Archeologie heeft
												destijds gedetailleerde uitwerking gekregen in de
												eerste versie van de gemeentelijke archeologische
												beleidsadvieskaarten die in het kader van de Wet op
												de Archeologische Monumentenzorg (2007) zijn
												gemaakt. De kaarten zijn ondersteund vanuit de
												eerste Culturele Alliantie tussen de provincie en
												alle Drentse gemeenten (2009-2012/13).Deze eerste
												versie van de gemeentelijke archeologiekaarten is,
												inclusief het daarbij opgenomen en door de gemeenten
												vastgestelde beleid, vervolgens uitgangspunt geweest
												voor de Kernkwaliteit Archeologie in de
												opeenvolgende Provinciale Omgevingsvisies en
												-Verordeningen. De huidige technische actualisatie
												van de Kernkwaliteit Archeologie, gaat daarom
												primair uit van de weergave van de Kernkwaliteit
												Archeologie op deze gemeentelijke
												archeologiekaarten. Waar nodig zijn vergissingen of
												omissies in de gemeentelijke kaarten onderbouwd,
												hersteld of aangevuld. In Hoofdstuk 4 van deze
												notitie is de bijbehorende onderbouwing te vinden.
												Deze notitie is daarmee een handreiking voor alle
												gemeenten en kan gebruikt worden om de Kernkwaliteit
												Archeologie in hun gemeentelijk beleid te
												actualiseren. De nieuwe GIS-data van de provinciale
												Kernkwaliteit Archeologie, zijn via het Provinciale
												GeoPortaal toegankelijk voor gebruik door
												derden.</Al>
		    <Al><strong>Hoofdstuk 2. Inhoudelijke onderbouwing
												geselecteerde archeologische monumenten
												(locaties/terreinen, waarden) en gebieden
												(verwachtingen): 12 thema's</strong></Al>
		    <Al>Drenthe staat bekend om zijn vele hunebedden en
												grafheuvels. Het zijn authentieke en aansprekende
												relicten van duizenden jaren oud die zichtbaar
												bijdragen aan de identiteit en onderscheidenheid van
												de provincie. Het grootste deel van het
												(pre)historische erfgoed is echter niet zichtbaar of
												beleefbaar. Het ligt verscholen in het bodemarchief
												van onze diverse landschappen. Zichtbare &#233;n
												onzichtbare archeologische overblijfselen schrijven
												samen de culturele biografie van het
												(pre)historische landschap. Door het benoemen van
												samenhangende, soms ook ontbrekende of ongekende
												bouwstenen van dit bewoningsverhaal als provinciale
												Kernkwaliteit van het fysiek-ruimtelijk domein,
												wordt het onzichtbare 'zichtbaar' gemaakt. De lange
												&#233;n diepe lijnen van het verhaal van de
												(pre)historische mens in al haar samenhangende
												facetten van wonen, werken en spiritualiteit wordt
												daarmee op regionale schaal behouden, verteld en
												versterkt, voor nu en voor toekomstige
												generaties.</Al>
		    <Al><i>2.1 Selectie </i></Al>
		    <Al>Net als bij de Kernkwaliteit Cultuurhistorie, is bij
												de selectie van de Kernkwaliteit Archeologie
												gefocust op de regionale betekenis voor de
												geschiedenis van Drenthe. Dit betekent dat de
												provincie zich slechts richt op een bescheiden
												selectie van het totale Drentse archeologische
												bodemarchief. Dit doet niets af aan de grote
												individuele waarden en verwachtingen van het
												resterende archeologische erfgoed, dat onder het
												lokale of het landelijke belang valt. De
												Kernkwaliteit Archeologie is voor ons een flexibel
												instrument dat door nieuwe wetenschappelijke
												inzichten en onderzoeksmethoden inhoudelijk aan
												verandering onderhevig kan zijn. Voor de huidige
												selectie betekent dit dat er twee nieuwe thema's
												zijn toegevoegd maar er ook terreinen en een thema
												zijn afgevoerd (zie Hoofdstuk 1.4).</Al>
		    <Al>De uiteindelijk geselecteerde twaalf inhoudelijke
												thema's kunnen nader worden gerubriceerd in:</Al>
		    <Al>1. Beeldbepalers van de Drentse identiteit of
												zogenaamde Johan Picardt-iconen (17e--eeuwse Drentse
												geschiedschrijver) het gaat hierbij om
												archeologische objecten die hoog scoren als het gaat
												om belevingswaarde, verhaal, zichtbaarheid en imago.
												Dit zijn de archeologische iconen van Drenthe die
												gekoesterd worden vanuit oogpunt van
												omgevingskwaliteit en sinds jaar en dag benut worden
												voor erfgoedtoerisme. Hieronder vallen uiteraard de
												hunebedden, iconen van de Nederlandse prehistorie in
												de Geschiedenis Canon van Nederland. Daarnaast
												kunnen ook de vele tot de verbeelding sprekende
												prehistorische grafheuvelgroepen,
												nederzettingsterreinen en grafvelden, de
												offerveentjes, de veenwegen, de karrensporen en de
												zogenaamde Celtic fields, een akkerbouw systeem uit
												de ijzertijd, tot deze groep geschaard worden. 2.
												Representatief voor het verhaal over de verhouding
												tussen stad en platteland zijn de middeleeuwse
												kernen van Meppel en Coevorden die het
												plattelandsbeeld van de provincie completeren. Ook
												de schansen dragen aan dit beeld bij.3. Waardevol
												cultuurlandschap met samenhangende, grote
												complexen/ensembles met een hoge informatie- en
												contextwaarde. Onder deze groep vallen het Drentsche
												Aa-gebied, Het Holtingerveld (voorheen de
												Havelterberg) en het Middeleeuwse
												veenterpen-/huisplaatsenlandschap van de polder
												Matsloot-Roderwolde in de kop van Drenthe. In deze
												waardevolle cultuurlandschappen zijn de
												archeologische vindplaatsen nog in samenhang met
												elkaar aanwezig, bijvoorbeeld een nederzetting en
												het bijbehorende grafveld.4. Archeologische
												verwachtingsgebieden met kans op bijzondere vondsten
												en/of een hoge, fysieke kwaliteit zoals de essen en
												beekdalen. Van deze gebieden wordt verwacht dat als
												hier archeologische waarden worden aangetroffen,
												deze door hun ruimtelijke spreiding, samenhang,
												zeldzaamheid, tijdsdiepte en/of goede fysieke
												kwaliteit van provinciaal belang zullen zijn.5. Jong
												conflict erfgoed dat aan de hand van authentieke
												sporen en objecten de grote, kleine en vergeten
												verhalen van de Tweede Wereldoorlog en de nasleep
												daarvan in herinnering houdt.</Al>
		    <Al>Sommige thema's kunnen onder meerdere rubrieken
												vallen, als een rode draad loopt ook het aspect
												kennislacune door de hele selectie heen. Voor de
												essen en de Celtic fields is hun geografische
												verspreiding van groot belang omdat daardoor juist
												het regionale bewoningsverhaal verteld kan worden.
												In beekdalen is niet alleen sprake van een goede
												conservering van de mogelijke vindplaatsen, deze
												zijn ook vaak uitzonderlijk van aard. De archeologie
												van beekdalen is lang een kennislacune geweest in de
												Drentse archeologie. Door ze tot provinciale
												kernkwaliteit te benoemen, is er de afgelopen jaren
												veel onderzoek naar uitgevoerd. Een belangrijk
												resultaat hiervan is dat er inmiddels drie nieuwe
												veenwegen afkomstig uit beekdalen bekend zijn (het
												beekdal van de Slokkert nabij Norg in de gemeente
												Noordenveld, het beekdal van het Winder Diepje in de
												gemeente Tynaarlo en het beekdal van de Wold Aa bij
												Meppel). Voorheen waren veenwegen alleen bekend uit
												(voormalige) veengebieden zoals het Bourtangerveen
												en de Smildervenen. Van vindplaatsen onder esdekken
												mag niet alleen een goede conservering verwacht
												worden maar essen kenmerken zich ook door een enorme
												tijdsdiepte van duizenden jaren en een zeer hoge
												ensemblewaarde. Dit is recent nog onderstreept door
												opgravingen in het kader van de verdubbeling van de
												N34 bij Coevorden (2019) waarbij onder een aantal
												essen bij Dalen een dicht patroon van
												bewoningssporen uit verschillende, opeenvolgende
												bewoningsperioden is aangetroffen.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_1" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_1">
		      <Illustratie naam="jpg_222f89c0-c25c-4bc0-97a3-4a063a736df1.jpg" hoogte="530" breedte="545" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 1. Overzicht inhoudelijke kaart Kernkwaliteit
												archeologie</Al>
		    <Al>2.2 Beschrijving twaalf thema's</Al>
		    <Al>De Kernkwaliteit Archeologie is opgebouwd uit
												bekende, zichtbare &#233;n onzichtbare, archeologische
												monumenten (lokaties/ terreinen, archeologische
												waarden) en gebieden waar een beredeneerde
												verwachting is op het aantreffen van archeologische
												waarden (archeologische verwachtingen).</Al>
		    <Al><i>Thema 1 Hunebedden</i></Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_2" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_2">
		      <Illustratie naam="jpg_b85e5d7f-6bee-49d6-bc5d-134a6dd0733c.jpg" hoogte="379" breedte="499" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 2. Hunebed D15 bij Loon (bron: Van Giffen
												1925-1927 'De Hunebedden in Nederland', Copyright
												Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut
												voor Archeologie)</Al>
		    <Al>Denk je aan Drenthe, dan denk je aan hunebedden.
												Hunebedden zijn de oudste zichtbare archeologische
												monumenten van Nederland. Het zijn grafmonumenten
												van de eerste echte boeren in Drenthe en zijn zo'n
												6000 jaar oud. Hunebedden zijn gebouwd met grote
												zware zwerfkeien. Deze zijn in de voorlaatste
												ijstijd meegekomen met het landijs en waren
												makkelijk te vinden in, onder andere, de steilkanten
												van de Hondsrug. In het Drentse landschap liggen nog
												52 zichtbare hunebedden. Van 20 andere plekken in
												Drenthe weten we dat er ooit een hunebed heeft
												gelegen, dit zijn de zogenaamde 'verdwenen
												hunebedden'. Ongeveer de helft van de Drentse
												hunebedden is eigendom van de provincie. Deze worden
												beheerd en jaarlijks ge&#239;nspecteerd door het Drentse
												Landschap (HDL). De andere helft is eigendom van het
												rijk en worden beheerd door Staatsbosbeheer (SBB).
												E&#233;n hunebed is particulier eigendom (D44). Op vier
												hunebedden na, te weten D32 bij Odoorn en D34, D36
												en D37 bij Valthe, zijn alle hunebedden aangewezen
												als archeologisch rijksmonument.</Al>
		    <table wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__table_1" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__table_1">
		      <tgroup align="left" cols="4">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25.0000*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25.0000*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25.0000*"/>
			<colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25.0000*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Hunebed</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Gemeente</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Plaats</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Eigenaar</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D1</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Noordenveld</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Steenbergen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D2</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Noordenveld</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Westervelde</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D3</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Tynaarlo</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Midlaren</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D4</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Tynaarlo</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Midlaren</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D5</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Tynaarlo</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Zeijen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D6</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Tynaarlo</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Tynaarlo</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D7</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Schipborg</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D8</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Anloo</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D9</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Annen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D10</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Gasteren</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D11</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Anloo</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D12</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Eext</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D13</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Eext</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D14</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Eext</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D15</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Assen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Loon</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D16</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Balloo</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D17</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Rolde</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D18</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aa en Hunze</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Rolde</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D19</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Drouwen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D20</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Drouwen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D21</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Bronneger</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D22</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Bronneger</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D23</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Bronneger</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D24</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Bronneger</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D25</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Bronneger</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D26</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Drouwenerveld</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D27</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D28</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Buinen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D29</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Buinen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D30</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Exloo</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D31</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Exloo</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D32</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D34</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Valthe</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D35</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Valthe</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D36</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Valthe</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D37</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Valthe</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D38</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Borger-Odoorn</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmerveld</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D39</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmerveld</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D40</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmerveld</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D41</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D42</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Westeres</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D43</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Schimmeres</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D44</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Westenes</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D45</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmerdennen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D46</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Angelslo</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D47</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Angelslo</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D49</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Emmen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Schoonoord</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D50</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Coevorden</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Noordsleen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D51</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Coevorden</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Noordsleen</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D52</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Coevorden</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Diever</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D53</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Westerveld</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Havelte</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>D54</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Westerveld</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Havelte</Al>
			    </entry>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry/>
			    <entry/>
			    <entry/>
			    <entry/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry/>
			    <entry/>
			    <entry/>
			    <entry/>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>De Drentse staten kennen een lange
												inspanningstraditie ten aanzien van de hunebedden.
												Met de `Resolutie ter bescherming van de hunebedden'
												uit 1734, uitgevaardigd door de Drost en
												Gedeputeerden van `de Landschap Drenthe', gaf de
												provincie vorm aan wat nu te boek staat als de
												eerste Monumentenwet van Nederland.Zijn in het
												verleden de individuele hunebedden onderwerp van
												studie geweest, tegenwoordig is de aandacht gericht
												op de sociale en ideologische betekenis in regionale
												en Noordwest- Europese context. Voor het beheer van
												de hunebedden is de Hunebedden Beheergroep (HBG)
												opgericht waarin naast de beheerders ook de
												provincie, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
												en het Hunebedcentrum in Borger zijn
												vertegenwoordigd. De HBG zet onder andere in op
												kennisvermeerdering rond de hunebedden en de
												Trechterbekercultuur en op uitvoering van de
												aanbevelingen in het rapport 'Hunebedden een wereld
												te winnen: Handboek voor archeologie, inrichting en
												beheer van hunebedden' (2007).</Al>
		    <Al><i>Thema 2 Grafheuvelgroepen en grafvelden</i></Al>
		    <Al>Grafheuvels/grafvelden en hun omgeving blijken
												complexe rituele plaatsen te zijn geweest die van
												groot belang waren voor prehistorische
												gemeenschappen en veel meer dan alleen maar
												begraafplaatsen. Deze locaties kunnen honderden
												jaren in gebruik geweest zijn en vormen zo het
												kenmerkende Drentse 'grafheuvel- en
												urnenveldlandschap'.</Al>
		    <Al>Het onderzoek naar sociale en ideologische betekenis
												van deze landschappen heeft een regionale dimensie.
												Nieuwe kennis over de plek van de grafheuvel in het
												toenmalige prehistorische landschap levert een
												belangrijke bijdrage aan het beheer van deze
												monumenten. Zo weten we nu dat de omgeving van de
												grafheuvel, door de daar aanwezige aan de grafheuvel
												gerelateerde sporen, minstens zo belangrijk is als
												de feitelijke grafheuvel zelf.De volgende
												grafheuvelgroepen en grafvelden behoren tot de
												archeologische provinciale
												hoofdstructuur/Kernkwaliteit Archeologie:</Al>
		    <Al>1. Het Noordse Veld (Zeijen);</Al>
		    <Al>2. De clustering van grafheuvels aan weerskanten van
												het Zeegserloopje;</Al>
		    <Al>3. De clustering van grafheuvels in het Tonckensbos
												(Norg);</Al>
		    <Al>4. Kampsheide en het Tumulibos (Balloo);</Al>
		    <Al>5. Het Ballo&#235;rveld (m.n. Mandenberg, Balloo);</Al>
		    <Al>6. Het Evertsbos (t.w. de grafheuvelgroep bij
												hunebed D11 en de exemplaren langs de vermoede
												prehistorische route, Eext/Anloo);</Al>
		    <Al>7. De Strubben/Kniphorstbos (in samenhang met de
												vermoedelijke prehistorische route);</Al>
		    <Al>8. De clustering van grafheuvels aan weerskanten van
												het Oudemolense Diep (Anloo)</Al>
		    <Al>9. De clustering van grafheuvels in het Zwanemeerbos
												(Gieten);</Al>
		    <Al>10. De grafheuvels op het Landgoed Hooghalen
												(Laaghalen);</Al>
		    <Al>11. Het Sleenerzand (Schoonoord);</Al>
		    <Al>12. De Zeven Bergen (Ees);</Al>
		    <Al>13. De clustering van grafheuvels in het Valtherbos,
												in samenhang met de vermoedelijke prehistorische
												route en Weerdinge-Kamperes (Emmen);</Al>
		    <Al>14. De Emmerdennen (Emmen);</Al>
		    <Al>15. Het Noormansveld (Dwingeloo);</Al>
		    <Al>16. De clustering van grafheuvels op het
												Holtingerveld (voorheen de Havelterberg,
												Havelte)</Al>
		    <Al>17. Het grafveld van De Bloemert (Midlaren)</Al>
		    <Al>18. De grafheuvels van Wester Esch-oost
												(Tynaarloo)</Al>
		    <Al>Een groot aantal van de complexen overlapt met de,
												hieronder bij thema 7 beschreven, waardevolle
												cultuurlandschappen met samenhangende, grote,
												complexen/ensembles.</Al>
		    <Al><i>Thema 3 Offerveentjes</i></Al>
		    <Al>Kleine veentjes speelden een belangrijke rol in het
												leven van de pre- en protohistorische Drenten. In
												het verre verleden waren dit de plaatsen waar men
												contact zocht met de bovennatuurlijke wereld, de
												plaatsen waar men offers achterliet. Men offerde
												stenen of bronzen bijlen, houten bakken, potten met
												voedsel, runderhorens, eergetouwscharen,
												mantelspelden en mensen.</Al>
		    <Al>De voorwerpen van organisch materiaal zijn goed
												bewaard gebleven dankzij de conserverende werking
												van het veen op dit type materiaal. De offervondsten
												en de wijze waarop deze in het veen gedeponeerd
												zijn, zijn belangrijke bouwstenen voor de
												reconstructie van het rituele gedrag van de mens in
												het verre verleden.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_3" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_3">
		      <Illustratie naam="jpg_6b4e928c-5a53-459e-9b52-1e81f51e0b78.jpg" hoogte="376" breedte="380" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 3. Het Bolleveen bij Zijen (foto: Bertil
												Zoer)</Al>
		    <Al>De veentjes zijn ook nog om een tweede reden van
												belang. Het stuifmeel dat in de verschillende
												veenlagen is opgeslagen, verschaft informatie over
												de vegetatie- en landschapsontwik&#172;keling en het
												ingrijpen van de mens daarin. Een goed voorbeeld van
												dat laatste aspect levert het Gietsenveentje bij
												Gieten. Dankzij onderzoek van stuifmeel uit dit
												veentje kon worden vastgesteld dat de mens al voor
												het begin van de Trechterbekercultuur (3400 - 2850
												v.Chr.), zijn invloed in het landschap deed gelden.
												Dit soort informatie is van groot belang voor de
												reconstructie van de regionale bewoningsgeschiedenis
												van de provincie Drenthe. Niet elk veentje zal een
												offerveentje geweest zijn. Daarom is het van belang
												om, bij voorgenomen bodemingrepen, een
												inventariserend/waarderend booronderzoek uit te
												laten voeren. Zodat de potenti&#235;le archeologische
												waarde van een veentje kan worden vastgesteld. De
												volgende offerveentjes behoren tot de archeologische
												provinciale hoofdstructuur/Kernkwaliteit
												Archeologie:</Al>
		    <Al>1. Het Siepelveentien (Zeegse);</Al>
		    <Al>2. Het Bolleveen (Taarloo);</Al>
		    <Al>3. Het Bolleveen (Zeijen);</Al>
		    <Al>4. De Legelpoele (Eext);</Al>
		    <Al>5. Het Boekweitenveen (Eext);</Al>
		    <Al>6. Het Kreushaarveentje (Anderen);</Al>
		    <Al>7. Het Gietsenveentje (Gieten);</Al>
		    <Al>8. Het Rommeltje (Gieten);</Al>
		    <Al>9. Het veentje van Kooiker (Klijndijk).</Al>
		    <Al><i>Thema 4 Celtic fields</i></Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_4" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_4">
		      <Illustratie naam="jpg_f89ae30f-2c46-4499-9f33-f8b663a5322e.jpg" hoogte="267" breedte="435" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 4. Afbeelding J. Picardt (1660): 'oude
												Heydensche Leger-plaetsen' (bron: Drents
												Archief)</Al>
		    <Al>Celtic fields zijn raatvormige akkersystemen uit de
												late bronstijd en ijzertijd (ca. 1000 v.Chr - 200
												n.Chr). De akkertjes van gemiddeld 30 bij 30 m zijn
												omgeven door brede wallen, die op sommige plaatsen
												nog in het landschap zichtbaar zijn. Waar ze in het
												landschap vaak niet (meer) met het oog waarneembaar
												zijn, is de kenmerkende raatstructuur van deze
												akkers over het algemeen nog duidelijk herkenbaar op
												hoogtekaarten en satellietbeelden. Binnen, of aan de
												rand van het Celtic field lagen de bijbehorende,
												zich regelmatig verplaatsende nederzettingen of
												boerenerven (bestaande uit boerderijen,
												opslagschuurtjes, afvalkuilen, begravingen). Celtic
												fields zijn tientallen ha groot en liggen verspreid
												door heel Drenthe. Door hun samenhang met andere
												archeologische en cultuurhistorische fenomenen zijn
												de Celtic fields een belangrijke bouwsteen van het
												verhaal van Drenthe.Binnen de archeologische
												provinciale hoofdstructuur maken we onderscheid
												tussen mogelijke Celtic fields (archeologische
												verwachtingswaarde) en zekere Celtic fields
												(archeologische waarde).</Al>
		    <Al><i>Thema 5 Middeleeuwse kernen Coevorden en
												Meppel</i></Al>
		    <Al>Coevorden en Meppel hebben in de
												bewoninggeschiedenis van de provincie ieder een
												eigen prominente rol gespeeld. Beide steden hebben
												een belangrijke positie gehad in het verzet tegen de
												overheersing van Drenthe door de bisschop van
												Utrecht. Maar ook andere onrustige tijden voor
												Nederland, zoals de Tachtigjarige Oorlog (1568 &#x2013;
												1648) en de Bataafs-Franse tijd (1795 &#x2013; 1813), laten
												zich voor Drenthe aan de hand van deze steden
												volgen.Daarnaast waren Meppel en Coevorden tot in de
												19de eeuw, naast Groningen-stad, de belangrijkste
												handelssteden van Noord- Nederland.Coevorden</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_5" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_5">
		      <Illustratie naam="jpg_99930091-dba1-4f71-97fd-19a98fb65f9a.jpg" hoogte="314" breedte="435" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 5. Plattegrond vesting Coevorden na 1702
												(Stichting Menno van Coehoorn &#x2013; Atlas van
												Historische verdedigingswerken in Nederland).</Al>
		    <Al>Coevorden is ontstaan op een strategische plek waar
												vier lokale waterwegen bij elkaar komen. De
												nederzetting ontwikkelde zich al snel tot een
												belangrijk en welvarend verkeers- en marktcentrum.
												Coevorden wordt voor het eerst in 1148 in een
												schriftelijke bron genoemd. De middeleeuwse kern
												wordt gevormd door een kasteelmotte (een kunstmatige
												heuvel uit de 11de-13de eeuw waarop een verdedigbare
												toren stond, omringd door een grachten- en
												wallensysteem). De motte en middeleeuwse stad
												Coevorden zijn voor de geschiedenis van Drenthe van
												bijzondere betekenis. In 1227, tijdens de Slag bij
												Ane, voerde burggraaf Rudolf II van Coevorden de
												Drenten naar de overwinning op de bisschop van
												Utrecht, Otto II van Lippe.In 1407 kreeg Coevorden
												stadsrechten. Vanaf het begin van de 16de eeuw had
												Coevorden het recht om drie jaarmarkten te houden.
												Door de strategische ligging als poort naar het
												Noorden ontwikkelde Coevorden zich, vanaf de 17de
												eeuw, tot een vestingstad met een kenmerkende
												stadsplattegrond.</Al>
		    <Al><strong>Meppel</strong></Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_6" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_6">
		      <Illustratie naam="jpg_1ab7dd9e-1733-4849-b389-c331afc43411.jpg" hoogte="231" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 6. Gracht in Meppel met kerk, 1916 (Door:
												Karel Klinkenberg, bron: Schilders van Drenthe, Roel
												Sanders).</Al>
		    <Al>Ook Meppel was in de middeleeuwen (en is nog steeds)
												een plaats die over waterwegen bereikbaar was voor
												grotere en kleinere binnenschepen. De stad kende
												daardoor een overslagfunctie voor de handel (o.a. in
												rogge, turf, hout, hop, wol, wollen en linnen
												stoffen) tussen Drenthe en de rest van Nederland
												(Zwolle, Utrecht). In 1460 vonden in de stad twee
												jaarmarkten van elk een week plaats; vanaf 1487 kwam
												daar ook nog een weekmarkt bij op de woensdag. Aan
												het eind van de 15de eeuw kende Meppel een
												bevolkingssamenstelling die bestond uit boeren,
												middenstanders, schippers, scheepsbouwers, wevers,
												goudsmeden, meubel- en schoenmakers en kooplieden
												e.a. Vanaf het begin van de 16de eeuw bestonden er
												ook gilden. In de 17de eeuw was Meppel de
												belangrijkste marktplaats van Drenthe en voorzag als
												centrum van handel en nijverheid in de behoeften van
												de streek. Echte stadsrechten werden pas in 1815
												verleend.De resultaten van het archeologisch
												onderzoek in deze middeleeuwse kernen zijn
												bouwstenen voor een beter begrip van de middeleeuwse
												geschiedenis van Drenthe, de stadsontwikkeling en de
												relatie tussen platteland en stad in die tijd.</Al>
		    <Al><i>Thema 6 Nederzettingsterreinen, Spaans Kerkhof en
												schansen</i></Al>
		    <Al>Onder dit thema is een aantal waardevolle
												archeologische terreinen verzameld die ieder voor
												zich van betekenis zijn voor de regionale
												geschiedenis van Drenthe, zonder dat ze direct
												inhoudelijk of in tijd samenhang met elkaar
												hebben.</Al>
		    <Al><u>Nederzettingsterreinen</u></Al>
		    <Al><i>Nederzetting 1, Bronneger</i></Al>
		    <Al>Bij Bronneger (Spoorstraat/Stobbenweg) bevindt zich,
												op de Oosteresch, een opvallende hoogte in het
												landschap. Hier ligt op de flank van de Hondsrug een
												nederzetting daterend uit de Romeinse tijd &#x2013; vroege
												middeleeuwen. In de loop der jaren is hier veel
												materiaal verzameld. Van Romeinse munten, sieraden
												en aardewerk tot resten van een smederij. Daarnaast
												zijn ook nog sporen van huisplattegronden bekend.
												Het tot nu toe aangetroffen materiaal wekt de hoge
												verwachting dat hier sprake is van een vindplaats
												met een bijzondere betekenis. De site is onderdeel
												van AMK-terrein 8924, een terrein van zeer hoge
												archeologische waarde.</Al>
		    <Al><i>Nederzetting 2, Holtesch</i></Al>
		    <Al>Op de gave Holtesch bij Hooghalen liggen de resten
												van een middeleeuws dorp. Het terrein kent meerdere
												archeologische waardes: terrein van zeer hoge
												archeologische waarde (AMK-terreinen 9548, 9547),
												hoge archeologische waarde (AMK-terrein 9551) en een
												deel is een terrein van archeologische waarde
												(AMK-terrein 9554). Tijdens verschillende, eerdere
												onderzoeken zijn nederzettingssporen aangetroffen
												zoals: aardewerk, huttenleem, huisplattegronden,
												hutkommen en afvalkuilen.</Al>
		    <Al><i>Nederzetting 3, Nieuw-Annerveen </i></Al>
		    <Al>Bij Nieuw-Annerveen ligt een laat-paleolithische
												vindplaats (AMK-terrein 14350). Het aangetroffen
												materiaal maakt duidelijk dat het gaat om de
												Federmessercultuur (circa 11.900 &#x2013; 10.900 v.Chr.).
												In deze warmere periode was er in het Hunzedal
												genoeg voedsel te vinden voor de jagers/verzamelaars
												van de Federmessercultuur: groot en klein wild,
												gevogelte, vis, kruiden, knollen, zaden, bessen en
												noem maar op. Men verbleef op de dekzandruggen of
												dekzandkopjes. Booronderzoek heeft aangetoond dat
												hier sprake is van een zeldzaam gave site. Door de
												aanwezigheid van een afdekkend veenlaagje is het
												authentieke loopvlak bewaard gebleven.</Al>
		    <Al><i>Nederzetting 4 en 5 Taarloose veentje</i></Al>
		    <Al>Het Taarloose veentje is een pingoru&#239;ne. Dergelijke
												locaties zijn, wanneer er nog een substantieel
												veenpakket aanwezig is, archeologisch en
												archeo-botanisch zeer interessant. De aanwezigheid
												van veen zorgt voor optimale
												conserveringsomstandigheden voor artefacten en
												andere archeologische sporen. Booronderzoek in het
												natuurgebied Taarloose Veentje heeft een aantal
												vindplaatsen aangetoond. Twee daarvan zijn mogelijk
												afkomstig uit het laat paleolithicum (oude
												steentijd) of vroeg mesolithicum (midden steentijd).
												Twee andere locaties vormen mogelijk de periferie
												van een nabijgelegen nederzetting uit het
												neolithicum (nieuwe steentijd). De conclusie van het
												destijds uitgevoerde onderzoek is:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_1">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_1__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_1__item_1">
			<Al>Met nadruk dient erop te worden gewezen dat de
												informatiewaarde van (in en door veen) goed
												geconserveerde artefacten en archeologische sporen
												in een pingoru&#239;ne in het algemeen bijzonder hoog
												is.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_1__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_1__item_2">
			<Al>De archeologische rijkdom van het Taarloose
												Veentje en de directe omgeving (o.a. een hunebed)
												maakt de aanwezigheid van archeologische resten in
												het meertje zeer aannemelijk. Archeologisch
												materiaal kan tijdens de bewoning in het verleden
												in het water of in het veen terechtgekomen zijn.
												Gedacht wordt aan losse objecten, waaronder
												depotvondsten en ook ecologisch materiaal dat
												informatie bevat over bijvoorbeeld de toenmalige
												omgeving en de invloed van de mens daarop.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Op grond van de uitkomsten van het onderzoek is het
												Taarloose Veentje aangewezen als een terrein van
												zeer hoge archeologische waarde (AMK-nummer 14062 en
												14063).</Al>
		    <Al><i>Nederzetting 6, Drouwenerveen</i></Al>
		    <Al>Daar waar het Voorste en Achterste Diep samen komen
												ligt een nederzettingsterrein dat in gebruik is
												geweest vanaf het laat paleolithicum tot in de
												ijzertijd. Tijdens eerder uitgevoerd onderzoek is
												veel archeologisch materiaal gevonden. Onder andere
												vuursteen, aardewerk (Ruinen-Wommels), een
												basisgeweibijl, een dissel van edelhertgewei, een
												bronzen speld, een hamerbijl, een geslepen
												vuurstenen bijl, veel botfragmenten en een
												rolsteenhamer. Het is bekend dat locaties waar beken
												samen komen voor de prehistorische mens van speciale
												betekenis waren. Van dergelijke plekken zijn veel
												rituele depotvondsten bekend. Het gebied is
												aangewezen als terrein van hoge archeologische
												waarde (AMK-nummer 8929, 8930, 14143).</Al>
		    <Al><i>Nederzetting 7 Dalen, Molenakkers/de Spil</i></Al>
		    <Al>Onder de es aan de westkant van Dalen is een
												bijzondere site met een grote tijdsdiepte aanwezig.
												Het betreft onder andere een nederzetting uit de
												ijzertijd/bronstijd waarvan het bijbehorende
												urnenveld onder de eerder gerealiseerde woonwijk is
												gelegen. Op zich is de aanwezigheid van een
												nederzetting met bijbehorend grafveld bijzonder. Het
												is dan ook een terrein van zeer hoge archeologische
												waarde (AMK-nummer 15952). Archeologisch onderzoek
												in het kader van latere bebouwing heeft aangetoond
												dat hier een palimpsest aanwezig is. Dat wil zeggen
												dat er resten uit een brede archeologische periode
												zijn aangetroffen, onder andere: een grafheuvel en
												paalzetting uit het neolithicum/vroege bronstijd,
												boerderijplattegronden en spiekers uit de
												ijzertijd/vroeg Romeinse tijd en sporen van
												agrarisch gebruik en metaalwinning uit de vroege
												middeleeuwen. Kortom de locatie Molenakkers/de Spil
												is een archeologische schatkamer voor de
												voorgeschiedenis van het huidige Dalen.</Al>
		    <Al><i>Nederzetting 8, Spieker van Lhee, Lhee</i></Al>
		    <Al>Bij toeval is in 1953 de, uit veldkeien bestaande,
												fundering gevonden van een klein gebouw. Onderzoek
												uitgevoerd in 1953-1954 door het Biologisch
												Archeologisch Instituut (tegenwoordig het Groninger
												Instituut voor Archeologie) van de Rijksuniversiteit
												Groningen, heeft aangetoond dat het gaat om een
												gebouwtje uit de middeleeuwen, daterend rond 1200.
												Er zijn twee theorie&#235;n over wat het geweest kan
												zijn: het kan gaan om de kelder van een boerderij,
												of (en dat verklaart de naam) het gaat om een
												zogenaamde spieker. Een opslagplaats waar de in
												natura geleverde belasting aan de bisschop van
												Utrecht, de toenmalige heerser in Drenthe, werd
												bewaard. Het zou dan gaan om een houten, &#233;&#233;n of
												hooguit twee etages hoog vakwerkhuis op een stenen
												fundering. De spieker ligt in een terrein van hoge
												archeologische waarde (AMK-nummer 14410,
												Zuidlheederesch). De provincie Drenthe is eigenaar
												van dit archeologisch monument en de spieker kan
												bezocht worden. In 2015 is, ter gelegenheid van de
												expositie 'Archeologische parels van Westerveld' een
												informatiebord bij de spieker geplaatst.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_7" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_7">
		      <Illustratie naam="jpg_cf699dd6-fa79-489a-807d-81efaaf2d553.jpg" hoogte="237" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 7. Oplevering van de gerestaureerde spieker
												na afloop van het onderzoek 1954 (bron: geheugen van
												Drenthe).</Al>
		    <Al><i>Nederzetting 9, Hesselte/Oud Darp</i></Al>
		    <Al>Volgens bronnen is het middeleeuwse dorp Hesselte,
												in opdracht van de bisschop van Utrecht, in 1228
												verwoest. De overlevenden hebben het dorp verlaten
												en zijn richting Havelte en Eursinge getrokken.
												Hesselte werd een zogenaamde 'W&#252;stung' of een
												'deserted village'. De nederzetting ligt tussen de
												Darperesch en de Eursinger Binnenesch. Vanaf
												ongeveer de 16de eeuw wordt Hesselte in bronnen
												omschreven als Darp (Drents voor dorp). Het is niet
												duidelijk waar deze naamsverandering vandaan
												komt.</Al>
		    <Al><strong>Schansen</strong></Al>
		    <Al>Schans Portugal, EenTijdens de Tachtigjarige oorlog
												(1568-1648) met Spanje is de zogenaamde Veenlinie,
												een reeks schansen die de doorgang door het veen
												afsloot, aangelegd om de Spaanse dreiging uit het
												oosten het hoofd te kunnen bieden. Er is gewerkt in
												een viertal fases. De eerste fase is rond 1621, de
												tweede fase (rond 1672) in de periode dat Bommen
												Berend (bisschop Van Galen van M&#252;nster) hoopte een
												groot deel van Nederland aan zijn bezit toe te
												kunnen voegen. De derde fase bestond uit het
												aanleggen van een systeem van leidijken om te
												voorkomen dat het veen uitdroogde en inklonk
												(1687-1688) en de laatste fase ten tijde van de
												Bataafse Republiek (1795-1806).</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_8" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_8">
		      <Illustratie naam="jpg_fc05eea8-75bd-450a-af76-54f4daeb32c8.jpg" hoogte="205" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 8. Schans Portugal (bron:
												www.topotijdreis.nl).</Al>
		    <Al>Onderdeel van de veenlinie was de Schans Portugal.
												In 1584 aangelegd ten oosten van Een, mogelijk in
												eerste instantie door de Spanjaarden en later
												opgenomen in de Veenlinie. Schans Portugal is in de
												loop der jaren ontmanteld. Op kaarten tot ongeveer
												1923 zijn er nog zichtbare resten van de schans
												terug te vinden. Rond 1900 is de noordkant
												afgegraven, de vrijgekomen grond is gebruikt om de
												Eenerdijk (tegenwoordig de Norgerweg) op te hogen.
												Daarna is hij helemaal geslecht: de wallen zijn in
												de grachten geschoven en het terrein is
												ge&#235;galiseerd. Tegenwoordig zijn alleen in de bodem
												nog overblijfselen van de schans terug te vinden en
												herinnert slechts een straatnaam aan deze roemruchte
												periode in onze geschiedenis.</Al>
		    <Al><i>Valtherschans, Valthe</i></Al>
		    <Al>Onderdeel van de Veenlinie was ook de Valtherschans,
												aangelegd in 1621 als een eenvoudige redoute en in
												1628 uitgebouwd tot een volwaardige schans. De
												Valtherschans beschermde de Valtherdijk, de
												verbinding tussen Drenthe en Westerwolde in
												Groningen. De schans is geslecht, de wal is in de
												gracht geschoven en alleen in de bodem zijn nog
												resten bewaard. Archeologisch en archiefonderzoek
												hebben aangetoond dat de schans rechthoekig van vorm
												was, met twee bastions aan de moeraskant en een
												redan aan de kant van de Hondsrug. Rond de schans
												lag een hoofdwal en mogelijk een voorwal en een
												gracht.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_9" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_9">
		      <Illustratie naam="jpg_840466f8-7f01-4d21-9832-3e7c08b8d634.jpg" hoogte="212" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 9. Ontwerptekening Valtherschans 1628 (bron:
												www.raap.nl ).</Al>
		    <Al><strong>Het Spaanse kerkhof</strong></Al>
		    <Al>Achter het archeologisch monument het Spaanse
												Kerkhof gaat de imposante kerkheuvel (doorsnede 40
												m, hoogte 1 m +maaiveld) van de 14-15de-eeuwse kerk
												en het kerkhof van het voormalige
												veenontginningsdorp Veenhuizen schuil. De kerkheuvel
												is nooit door middel van archeologische proefsleuven
												onderzocht, wel zijn incidenteel in de heuvel
												menselijke botten en puinresten aangetroffen.
												Middeleeuws Veenhuizen, dat ten noordwesten van de
												kerkheuvel moet hebben gelegen, kende op haar
												hoogtepunt meer dan 70 boerderijen maar was volgens
												historische bronnen in de zeventiende eeuw praktisch
												verlaten. In die tijd moet ook de kerk zijn
												gesloopt. In archeologisch vakjargon geldt oud
												Veenhuizen als een 'deserted village' of 'W&#252;stung'.
												De kerkheuvel is eigendom van de provincie en wordt
												sinds jaar en dag beheerd door Staatsbosbeheer. Waar
												de naam 'Spaanse kerkhof' vandaan komt is onbekend,
												met de Spanjaarden heeft dit monument niets van
												doen.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_10" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_10">
		      <Illustratie naam="jpg_f482cb8a-548b-4fac-b629-18260376c1d0.jpg" hoogte="198" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 10. Hoogtelijnenkaart Spaanse kerkhof (bron:
												RAAP-rapport 417 (1999)).</Al>
		    <Al><i>Thema 7 Drentsche Aa-gebied, Holtingerveld (vh
												Havelterberg) en veenterpenlandschap van de polder
												Matsloot en Roderwolde</i></Al>
		    <Al>Het Drentsche Aa-gebied, het Holtingerveld en het
												veenterpenlandschap van de polder Matsloot en
												Roderwolde zijn cultuurlandschappen waar sprake is
												van continu&#239;teit en samenhang van bewoning over een
												langere of juist een kortere, specifieke periode. De
												gebieden bestaan uit clusters van waardevolle,
												archeologische terreinen (AMK-terreinen) liggend in
												zones met een groot potentieel aan verwachte
												archeologische waarden. De eerdergenoemde criteria
												(zie H. 2.1) Drentse identiteit en regionaal
												geschiedenisverhaal zijn voor een belangrijk deel
												ook van toepassing op deze grotere gebieden. Door de
												schaal van de gebieden laten zowel de onderlinge
												relaties tussen individuele vindplaatsen als de
												relatie tussen de vindplaatsen en het landschap zich
												bestuderen. Dit beantwoordt niet alleen aan de
												huidige onderzoeksteneur in de archeologie welke
												zich richt op interdisciplinaire gebiedsgerichte
												landschapsarcheologie (versus vindplaatsarcheologie)
												maar laat zich ook goed vertalen in gebiedsgericht
												omgevingsbeleid.Daarnaast komen in deze gebieden een
												groot deel en soms zelfs alle, Drentse
												kernkwaliteiten (natuur, landschap, cultuurhistorie,
												stilte, duisternis, aardkundige waarden en
												archeologie) samen.</Al>
		    <Al><strong>Drentsche Aa-gebied</strong></Al>
		    <Al>Door het kleinschalige karakter van het agrarische
												landschap, de omvangrijke, hoogwaardige
												natuurgebieden en de geringe ruimtelijke dynamiek
												behoort het Drentsche-Aa gebied tot de meest gave
												cultuurlandschappen van de provincie. Het is tevens
												een van de meest gave beekdal- dekzandlandschappen
												van Noordwest-Europa. Binnen het gebied is een
												variatie aan landschapstypen aanwezig die elders in
												Drenthe niet wordt aangetroffen. Archeologische,
												cultuurhistorische, aardkundige, ecologische en
												hydrologische waarden komen hier nog in onderlinge
												samenhang voor en zijn onder de noemer (historisch
												cultuur)landschap een grote trekpleister voor
												toerisme en recreatie.De prehistorische gelaagdheid
												van het gebied gaat terug tot de eerste bewoners van
												Drenthe. Nergens in het Drentse landschap is deze
												historische gelaagdheid nog zo goed zichtbaar als in
												dit gebied. In het Drentsche Aa-gebied zijn talrijke
												archeologische monumenten aanwezig, zoals
												grafheuvelclusters, offerveentjes, hunebedden,
												karrensporen en Celtic fields (zie ook de thema's 1
												t/m 4 en 10). Ook de bijzondere prehistorische
												landroute is aan de hand van deze relicten goed
												traceerbaar. Achter de 'hoge archeologische
												verwachting' van de essen in het gebied gaan de voor
												de archeologie zo onschatbare 'afgedekte
												landschappen' schuil, waarvan verwacht wordt dat ze
												een grote mate van fysieke gaafheid kennen (zie
												hieronder). De andere delen van het gebied,
												waaronder de beekdalen, kennen een hoge
												archeologische verwachting. Het ca. 300 ha grote
												gebied De Strubben-Kniphorstbos betreft een
												archeologisch rijksmonument, dat te boek staat als
												het eerste 'archeologische reservaat' van Nederland.
												Het gebied kent een grote tijdsdiepte: van
												hunebedden, grafheuvels, karrensporen, galgenbergen
												tot bomkraters.Het Drentse Aa-gebied is daarmee een
												uniek gebied waar alle kernkwaliteiten van Drenthe
												samenkomen. Het is dan ook benoemd tot Nationaal
												Park.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_11" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_11">
		      <Illustratie naam="jpg_4b1490cd-6429-4381-a20a-08237ed40305.jpg" hoogte="199" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 11. Strubben/Kniphorstbos (bron: RCE).</Al>
		    <Al><strong>Holtingerveld (vh Havelterberg</strong><strong>)</strong></Al>
		    <Al>De Havelterberg is een prominente stuwwal met een
												gem. hoogte van 25 m NAP (max. hoogte 19 m) die is
												ontstaan in de Saale ijstijd toen het landijs uit
												het noordoosten Nederland binnenkwam. De
												bewoningsgeschiedenis van het Holtingerveld gaat
												terug tot het paleolithicum. Naast grote aardkundige
												waarde bezit het ca. 1200 ha grote natuurgebied en
												militair oefenterrein hoge archeologische waarden en
												verwachtingen, met een grote tijdsdiepte en
												onderlinge samenhang. Net als het Drentsche
												Aa-gebied laat de historische gelaagdheid zich nog
												goed aan het landschap aflezen door de vele
												zichtbare archeologische relicten, waaronder de
												hunebedden D53 en D54, een Celtic field met
												herkenbaar grafheuvelcluster en de restanten van
												Fliegerhorst Havelte, een door de Duitsers aangelegd
												WOII-vliegveld (zie ook thema 12 hieronder).
												Bijzonder is ook de vondst van laat-paleolithische
												Hamburgcultuurwerktuigen, waaronder Haveltespitsen.
												Daarnaast zijn er ook aanwijzingen voor
												mesolithische kampementen.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_12" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_12">
		      <Illustratie naam="jpg_6dd6bf51-7767-45e6-a710-91cc409b9617.jpg" hoogte="734" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 12. Haveltespits (bron: RMO)</Al>
		    <Al><strong>Veenterpenlandschap polder
												Matsloot-Roderwolde</strong></Al>
		    <Al>Veenterpen zijn kleine, terpachtige verhogingen in
												het veenweidegebied waar vroeger huisplaatsen
												aanwezig waren. Ze zijn te vinden in de veengebieden
												ten zuidwesten van Groningen-stad en liggen
												ingeklemd tussen het Peizer- en Eelderdiep in hun
												oorspronkelijke middeleeuwse
												ontginningslandschap.</Al>
		    <Al>Het zijn voor Nederland (en in Noordwest-Europees
												verband) unieke vertegenwoordigers van een
												middeleeuws ontginningslandschap. De veenterpen (of
												liever gezegd huisplaatsen, want de meesten hebben
												geen opgeworpen terplichaam) zijn ontstaan in de
												late 10de eeuw. De basis van de huisplaatsen bestond
												uit een ettelijke decimeters dikke lemen of
												kleivloer. Doordat deze minder inklonk dan het
												omringende veen kwamen de huisplaatsen als een soort
												verhoogde wierde of terp in het landschap te liggen.
												Rondom waren sloten ter ontwatering gegraven. De
												huisplaatsen dienden als basis voor het
												boerenbedrijf (veehouderij) en veenontginning. De
												eerste bewoningsperiode loopt tot in de 14de eeuw.
												Vanaf die tijd zal het gebied waarschijnlijk te nat
												zijn geweest om geschikt te zijn voor bewoning of
												gebruik. Pas in de 16de eeuw zijn er een aantal
												dappere boeren die het aandurfden om het gebied de
												Onlanden weer te gaan gebruiken. Er worden nieuwe
												huisplaatsen ingericht en nieuwe sloten gegraven. De
												typerende middeleeuwse kavelstructuur door middel
												van sloten is ook nu nog goed herkenbaar in het
												landschap. Het gebied blijft tot in de 19e eeuw in
												gebruik, waarna het definitief wordt opgegeven en
												alleen nog als veenweide- en maaigebied in gebruik
												blijft.Het gebied met de grootste dichtheid aan
												huisplaatsen (Peizerweering en het noordelijke deel
												van de Weeringsbroeken) is aangewezen als
												archeologisch rijksmonument.</Al>
		    <Al>Tijdens archeologisch onderzoek (door het Groninger
												Instituut voor Archeologie van de Rijksuniversiteit
												Groningen) in het kader van de inrichting van het
												gebied voor waterberging zijn verschillende
												huisplaatsen onderzocht. Het grootste aangetroffen
												gebouw mat 17 x 5,5 m. De huisplaatsen zijn een
												uniek restant van een middeleeuwse verkavelings- en
												ontginningsstructuur en worden daarom zoveel als
												mogelijk in situ behouden. Omdat de veranderende
												landschappelijke situatie van de Onlanden niet
												zonder risico is voor de huisplaatsen, is een
												selectie gemaakt van 8 representatieve huisplaatsen
												die door afdekking met een dik folie worden
												beschermd tegen ongewenste rietgroei. Daarnaast
												worden enkele van de bijzondere huisplaatsen,
												waaronder ook vier afgedekte, gemonitord om inzicht
												te verkrijgen in de conservering en kwaliteit van de
												aanwezige archeologische resten, en in de effecten
												van de omgevingsveranderingen (zoals bijvoorbeeld de
												vernatting en veranderende vegetatie). Het onderzoek
												wordt uitgevoerd door Wageningen University &amp;
												Research en een archeologisch bedrijf in opdracht
												van de provincie en het Waterschap Noorderzijlvest
												en eindigt medio 2021.</Al>
		    <Al><i>Thema 8 Essen en beekdalen</i></Al>
		    <Al>Bij beekdalen en essen gaat het om afgedekte
												landschappen met een hoge, potenti&#235;le kwaliteit en
												informatiewaarde. Ze kennen vaak een enorme
												tijdsdiepte en de vondsten zijn goed geconserveerd
												hetzij door het aanwezige plaggendek, hetzij door de
												veen- en beeksedimenten. Beide typen landschappen
												bieden de mogelijkheid tot interdisciplinaire
												landschapsarcheologie.</Al>
		    <Al><strong>Essen</strong></Al>
		    <Al>De geografische spreiding van essen beslaat een
												groot deel van de provincie. Hierdoor zijn ze bij
												uitstek representatief voor de beschrijving van de
												regionale geschiedenis van Drenthe. Aan de hand van
												de onder de essen verscholen (potenti&#235;le)
												archeologie is een samenhangend beeld van de
												ontwikkelingsgeschiedenis van Drenthe te krijgen.
												Alle, tot dusver uitgevoerde grootschalige
												opgravingen op Drentse essen zijn van grote
												betekenis geweest voor zowel de regionale als de
												landelijke geschiedschrijving. Het onlangs (2019)
												uitgevoerde onderzoek op een aantal essen bij Dalen
												in het kader van de gedeeltelijke verdubbeling van
												de provinciale weg N34, lijkt daarop geen
												uitzondering te zijn.</Al>
		    <Al><strong>Beekdalen</strong></Al>
		    <Al>In beekdalen is er kans op het aantreffen van
												rituele deposities, afvaldumps, voorden, bruggen,
												steigers, watermolens en gegraven waterwerken, zgn.
												off-site archeologie. Ook is er kans dat op
												zandkoppen in het beekdal nog resten van kampementen
												van jagers en verzamelaars uit de steentijd
												(paleolithicum en mesolithicum) aanwezig zijn.Omdat
												de archeologische waarden die in beekdalen kunnen
												worden aangetroffen qua betekenis en conservering
												vrijwel altijd van regionale of landelijke betekenis
												zijn, zijn alle Drentse beekdalen benoemd als
												kernkwaliteit archeologie. Daaraan is een
												onderzoeksverplichting verbonden die de afgelopen
												jaren belangrijke resultaten heeft opgeleverd. Zo
												zijn er verschillende veenwegen, voorde-locaties,
												rituele deposities en andere aan water gerelateerde
												fenomenen aangetroffen.</Al>
		    <Al><i>Thema 9 Veenwegen</i></Al>
		    <Al>Een veenweg is een door mensen aangelegde (meestal
												houten) weg door een moeras-/veengebied. De wegen
												zijn gemaakt van stammetjes, al dan niet gekloofd,
												planken of soms van een combinatie van beiden. In
												Drenthe is een aantal van dergelijke wegen bekend.
												De oudst bekende weg stamt uit het
												midden-neolithicum (Smeulbrandenweg Valthe), de
												jongste, stenen, veenweg dateert uit de middeleeuwen
												(Buinen en Bronneger).</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_13" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_13">
		      <Illustratie naam="jpg_268dda57-5652-4c6f-bbea-5e24b282f1f6.jpg" hoogte="195" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 13: Veenweg met archeoloog G.J. Landweer,
												Valtherbrug 1892 (bron: www. Canonvannederland.nl;
												collectie Drents Museum).</Al>
		    <Al>Uit onderzoek is gebleken dat veenwegen, naast de
												mogelijkheid om met droge voeten van a naar b, door
												het drassige gebied, te komen, ook een rituele
												betekenis hebben gehad. Een voorbeeld daarvan is de
												laat-neolithische weg bij Nieuw-Dordrecht, een
												archeologisch rijksmonument. De weg is aangelegd
												door mensen van de Enkelgrafcultuur (2800 &#x2013; 2400 v
												Chr.). Langs deze weg zijn houten voorwerpen
												gevonden. Deze voorwerpen lijken bewust naast de weg
												gedeponeerd en dat zou kunnen wijzen op een speciale
												betekenis van de weg. Een andere indicatie voor
												primair ritueel gebruik is het feit dat de
												constructie van de weg niet stevig genoeg lijkt om
												geschikt te zijn geweest voor zwaar transport.</Al>
		    <Al>Veenwegen zijn van provinciaal (en zelfs van
												nationaal) belang omdat ze zeldzaam en kwetsbaar
												zijn. Ze hadden verschillende functies en zijn
												karakteristiek voor het Drents veenlandschap.</Al>
		    <Al>Geselecteerde veenwegen:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_a" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>Valtherbrug I</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_b" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>Buinen stenen voetpad XI</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_c" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>Buinerbrug XII</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_d" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>Emmerschans hordenweg XIV</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_e" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>Bargeroosterveld-Emmererfscheidenveen
												noordelijk planken voetpad XV</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_f" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>Bargeroosterveld zuidelijk planken voetpad
												XVII</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_g" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>Nieuw Dordrecht XXI</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_h" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>Keienweg van Bronneger XXVII</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_i" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>Exloo-Holle Landen XXVIII</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_j" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>Suermondswijk Pelincks weg I</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_k" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>De Slokkert</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_l" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_l">
			<LiNummer>l.</LiNummer>
			<Al>Winder Diepje</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_m" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_2__item_m">
			<LiNummer>m.</LiNummer>
			<Al>Wold Aa</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al><i>Thema 10 Karrensporen</i></Al>
		    <Al>Karrensporen zijn de zichtbare overblijfselen van
												oude routes. Ze stammen uit de middeleeuwen, maar
												gaan waarschijnlijk nog veel verder terug. Er
												ontstonden brede systemen of bundels, onder andere
												door het intensieve gebruik van de routes door
												karren met verschillende spoorbreedtes. Ook door het
												telkens zoeken naar de meest ideale
												wegomstandigheden werd het systeem steeds
												breder.</Al>
		    <Al>Door recent onderzoek in opdracht van de provincie
												is via onder andere een AHN-analyse gebleken dat er
												veel meer karrenspoorsystemen in Drenthe bewaard
												zijn gebleven dan tot nu toe werd gedacht. De
												bundels van de verschillende routes zijn goed te
												volgen. Zij zijn representanten van, onder andere,
												de lange, interregionale noord-zuidroute over de
												Hondsrug maar ook van lokale verbindingen tussen de
												Drentse esdorpen. Het uitgevoerde onderzoek voegt de
												versnipperde kennis samen en geeft een goed
												overzicht van alles wat er tot nu toe bekend was
												over de karrensporen. Het levert ook nieuwe sporen
												op. Voor bijvoorbeeld het Drentse Aa-gebied betekent
												dit dat er een nieuwe laag bij komt en dat geeft een
												nog grotere tijdsdiepte.De sporen worden als
												Kernkwaliteit Archeologie opgenomen met een
												bufferzone van 3 m ten weerszijde. Dit om eventuele
												met de karrensporen samenhangende fenomenen mee te
												beschermen.</Al>
		    <Al>Niet alle karrensporen en karrenspoorbundels zijn
												geselecteerd als Kernkwaliteit Archeologie. Bij de
												selectie is met name gekeken naar de criteria
												representativiteit: de interregionale routes,
												gekenmerkt door een sterke concentratie
												karrensporen, en daarnaast de diffusere
												karrensporen, overblijfselen van de pre-industriele
												lokale infrastructuur. Het behoud van de
												karrensporen in natuurgebieden wordt als kansrijk
												gezien. In de selectie zitten daarom met name
												karrensporen die over grotere afstanden te volgen
												zijn, in aaneengesloten natuurgebieden.</Al>
		    <Al>Het betreft de karrensporen en karrenspoorbundels in
												de volgende natuurgebieden (globale
												aanduidingen):</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_1">
			<Al>Noordsche veld ten noorden van Zeijen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_2">
			<Al>De Vijftig Bunder ten noordwesten van
												Zuidlaren;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_3" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_3">
			<Al>ten oosten van Zeegse en ten noorden van
												Oudemolen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_4" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_4">
			<Al>de Strubben/Kniphorstbosch;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_5" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_5">
			<Al>tussen de Schapendrift en het Schipborgsche
												Diep en ten noorden van Gasteren;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_6" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_6">
			<Al>Ballo&#235;rveld;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_7" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_7">
			<Al>landgoed Terborgh;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_8" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_8">
			<Al>Drouwenerzand;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_9" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_9">
			<Al>Gietenerveld/Gasselterveld/Drouwenerveld tot
												in het Grollo&#235;rveld westelijk van
												Meindersveen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_10" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_10">
			<Al>Schoonlo&#235;rveld/Boswachterij Schoonlo;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_11" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_11">
			<Al>Buinerveld/Boswachterij Exloo;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_12" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_12">
			<Al>Boswachterij ten noorden en westen van
												Schoonoord;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_13" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_13">
			<Al>Boswachterij Sleenerzand;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_14" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_14">
			<Al>Valtherbosch;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_15" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_15">
			<Al>Noordbargerbosch;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_16" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_16">
			<Al>Mepperdennen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_17" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_17">
			<Al>Lheederzand/Dwingeloosche Heide/Benderse
												Heide/Kralo&#235;r heide;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_18" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_18">
			<Al>Het
												Schier/HavelterbergHoltingerveld/Uffelterzand/Westerzand/
												Oosterzand;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_19" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_3__item_19">
			<Al>Wapserzand/Dieverzand/Berkenheuvel/Boschoord(oost)/Boswachterij
												Appelscha.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Meer kennis over de karrensporen biedt
												toeristisch/recreatieve mogelijkheden, bijvoorbeeld:
												wandel in de voetsporen van de middeleeuwen.</Al>
		    <Al>Omdat de karrensporenbundels die over de Hondsrug
												lopen in feite de prehistorische route volgen, laten
												we de prehistorische route zoals we die eerder
												hebben aangegeven als een lange lijn met een breedte
												van 100 m, vervallen als thema binnen de
												Kernkwaliteit Archeologie.</Al>
		    <Al><i>Thema 11 Voordenlocaties</i></Al>
		    <Al>De voorden (oversteekplaatsen) vormen bijzonder
												kansrijke locaties binnen beekdalen. Zij liggen
												doorgaans binnen de gekarteerde beekdalen, en
												sporadisch in natte laagten die op de gemeentelijke
												archeologische kaarten niet als beekdal zijn
												ge&#239;nterpreteerd.</Al>
		    <Al>Voorden kenmerken zich door kleine houtconstructies,
												keienconcentraties en een enkele, verloren, vondst.
												Alle contouren van de voordenzones zijn overgenomen
												uit Van der Veen &amp; Ten Anscher 2019
												(kaartbijlagen 1 en 2). Dit beeld wijkt op
												verschillende plekken af van het beeld zoals
												opgenomen op gemeentelijke kaarten. Voor de POV zijn
												de beekdalcontouren overgenomen van de gemeentelijke
												kaarten. Dit houdt in dat de voordenzones waar nodig
												kleiner zijn geworden, niet groter.</Al>
		    <Al><i>Thema 12 Archeologisch erfgoed van de Tweede
												Wereldoorlog</i></Al>
		    <Al>Tweede Wereldoorlog erfgoed is jong erfgoed met een
												directe link naar onze recente geschiedenis. De
												locaties die zijn benoemd als Kernkwaliteit
												Archeologie zijn betekenisvolle plekken waaraan
												verhalen zijn verbonden. Aandacht voor dit jonge
												erfgoed is nodig omdat er veel belangstelling is
												voor authentieke overblijfselen uit die tijd,
												hetgeen zich uit in ondeskundige schatgraverij.
												Juist het zichtbaar en beleefbaar maken draagt bij
												aan bewustwording en draagvlakvergroting voor het
												beschermen van dit bijzondere erfgoed.
												Uitgangspunten voor onderstaande selectie zijn, in
												verschillende combinaties: betrouwbare kartering,
												het inhoudelijk belang, zeldzaamheid (in
												provinciaal, en ook national perspectief),
												representativiteit, relatieve gaafheid,
												informatiewaarde, emotionele waarde, zichtbaarheid,
												archeologische component en extensief
												(terrein)gebruik. Het gaat daarbij om zowel civiel
												als militair erfgoed.</Al>
		    <Al>Het gaat om de volgende locaties:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_4" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_4">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_4__item_a" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_4__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>Durchgangslager Kamp Westerbork, inclusief de
												buiten het eigenlijke kamp gelegen, bijbehorende
												structuren en elementen, waaronder kamp
												Hooghalen-Heidelager.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Lijst type="expliciet" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_5" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_5">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_5__item_b" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_5__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>Een selectie van werkkampen, te weten:Kamp
												Havelte, Kamp Gasselte-Dobbendal, Kamp Schoonloo
												(Elp), Kamp Orvelte, Kamp Odoorn, Kamp Vledder,
												Kamp ten Arlo, Kamp Echten en Kamp Diever B</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>De waarde van deze (kamp)terreinen ligt in het feit
												dat ze verschillende gebruiksfasen kennen en diep
												verweven zijn met de donkere en beladen kant van
												onze recente geschiedenis. De kampen zijn in eerste
												instantie aangelegd vanuit de werkverschaffing in de
												jaren '30 van de vorige eeuw, vervolgens in gebruik
												genomen als Joods werkkamp, NAD kamp (Nederlandse
												Arbeids Dienst), na de oorlog werden ze gebruikt
												voor de internering van krijgsgevangenen en NSB-ers,
												in de jaren '50/'60 van de vorige eeuw als
												opvangkamp en huisvesting voor gerepatrieerden en
												vluchtelingen uit voormalig Nederlands-Indi&#235;
												(Molukse kampen) en in sommige gevallen in de
												laatste gebruiksfase voor de huisvesting van Turkse
												gastarbeiders.</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_6" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_6">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_6__item_c" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_6__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>Fliegerhorst Havelte (Flugplatz Steenwijk),
												waarmee het Tweede Wereldoorlog erfgoed binnen de
												kernkwaliteit Holtingerveld wordt beschermd en een
												expliciet aandachtspunt wordt. De Fliegerhorst
												wordt ook genoemd als zijnde van groot belang in
												de publicatie Op verkenning 2.0. Twee eeuwen
												militair erfgoed in het vizier, van de Rijksdienst
												voor het Cultureel Erfgoed uit 2019.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Lijst type="expliciet" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_7" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_7">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_7__item_d" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_7__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>Radiopeil en radarstation Marder: de betonnen
												pijler van de radarschotel</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Lijst type="expliciet" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_8" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_8">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_8__item_e" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_8__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>Betonnen kazematten van de Nederlandse
												verdedigingslinies</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Lijst type="expliciet" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_9" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_9">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_9__item_f" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_9__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>Frieslandriegel: alle op het AHN te
												onderscheiden lijnelementen zoals loopgraven en
												anti-tankgrachten (voor zover gelegen in
												natuurgebieden) en alle resterende betonnen
												restanten van bunkers en geschutopstellingen die
												een integraal onderdeel vormen van de
												Frieslandriegel</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Lijst type="expliciet" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_10" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_10">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_10__item_g" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_10__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>Onderduikersholen Anloo (K18) en
												Schonewille.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_14" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_14">
		      <Illustratie naam="jpg_272bda00-280a-4843-8bc3-c46d27bc86fb.jpg" hoogte="187" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 14. Onderduikershol zoals dat er in de Tweede
												Wereldoorlog uit zag. Duidelijk te zien is het
												klapraam dat boven de deur gemaakt was (still uit
												video, bron: www.dvhn.nl).</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_15" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_15">
		      <Illustratie naam="jpg_df2ce7e4-8cae-48c3-beb7-dd372be37c7c.jpg" hoogte="225" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 15. Betonnen peiler van de radarschotel
												radiopeil en radarstation Marder , Ter Arlo (bron:
												https://www.bunkerinfo.nl/2013/01/fumg-marder.html)</Al>
		    <Al><strong>Hoofdstuk 3. Kernkwaliteit Archeologie:
												beleid, werkingsgebieden en regels in de
												Provinciale Omgevings Verordening 2021</strong></Al>
		    <Al>De essentie die ten grondslag ligt aan ons beleid is
												dat het oorspronkelijk aanwezige bodemarchief
												slechts zeer incompleet bewaard is gebleven.
												Organische materialen zijn vergaan, grondsporen zijn
												vervaagd en vindplaatsen zijn ge&#235;rodeerd of door
												menselijk ingrijpen verdwenen. Dat wat er nu nog van
												over is, is maar een fractie van wat er ooit in de
												bodem aanwezig was. Om erachter te komen wie we
												zijn, en waar we vandaan komen, moeten we daar
												zorgvuldig mee omgaan.</Al>
		    <Al><i><strong>3.1 Provinciaal beleid archeologie
												(samenvatting vigerende Provinciale Omgevingsvisie
												Drenthe en Cultuurnota provincie Drenthe)</strong></i></Al>
		    <Al>Het Provinciaal omgevingsbeleid voor de
												Kernkwaliteit Archeologie richt zich zowel op
												instandhouding en bescherming van het bodemarchief
												als op het ontsluiten, beleven en benutten ervan
												door een zo groot mogelijk publiek. Vanuit ons
												Cultuurbeleid, zoals dat is neergelegd in eerdere
												Cultuurnota's en de vigerende provinciale
												Cultuurnota (2021-2024), voeren wij onze wettelijke
												taak als (mede) depothouder van het Noordelijk
												Archeologisch Depot uit en vullen we ons ruimtelijk
												archeologiebeleid aan door actief in te zetten op
												meer participatie van alle partners, gemeenten,
												burgers en organisaties in de archeologische
												monumentenzorg. Daarbij speelt samenwerking langs
												drie lijnen: beleid, kennis en publieksontsluiting,
												een belangrijke rol.</Al>
		    <Al>Samenvattend zijn onze ruimtelijke (en culturele)
												uitgangspunten:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11__item_1">
			<Al>Het in de bodem bewaren (behoud in situ) van
												waardevol archeologisch erfgoed of, als dat niet
												mogelijk is, het opgraven en duurzaam
												veiligstellen (behoud ex situ) van de vondsten en
												opgravingsdocumentatie in het Noordelijk
												Archeologisch Depot te Nuis;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11__item_2">
			<Al>Het begeleiden van en zorg dragen voor een
												goede en verantwoorde wijze van uitvoering van
												archeologisch onderzoek in Drenthe;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11__item_3" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11__item_3">
			<Al>Het stimuleren van de ontwikkeling en de
												ontsluiting van het 'archeologische verhaal' van
												Drenthe.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11__item_4" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_11__item_4">
			<Al>Het bijdragen aan de versterking van de
												omgevingskwaliteit en identiteit van Drenthe. Dit
												doen we door het vroegtijdig inbrengen en (laten)
												meewegen van de Kernkwaliteit archeologie voor
												betekenisgeving aan ruimtelijke opgaven en plan-
												en ontwerpprocessen van bovenlokaal niveau.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al><i><strong>3.2 Werkingsgebieden Kernkwaliteit
												archeologie POV 2021</strong></i></Al>
		    <Al>De (kaart) Kernkwaliteit archeologie (zie figuur 16)
												kent drie werkingsgebieden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_12" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_12">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_12__item_a" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_12__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>Waarde Archeologie-1: Het gaat hierbij om
												bekende archeologische monumenten/waarden: alle
												Drentse hunebedden en zekere Celtic fields; een
												selectie van grafheuvelgroepen en grafvelden, de
												aangetoonde middeleeuwse veenterpen/huisplaatsen
												in de Onlanden, voldoende zekere trac&#233;s van
												veenwegen, offerveentjes, nederzettingsterreinen,
												de karrenspoorbundels; het Spaans kerkhof bij
												Norg; de Valtherschans en de schans Portugal bij
												Een; de middeleeuwse spieker van Lhee en een
												selectie van erfgoed van de Tweede
												Wereldoorlog.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_12__item_b" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_12__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>Waarde Archeologie -2 Het gaat hierbij om de
												middeleeuwse kernen van Meppel en Coevorden.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_12__item_c" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_12__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>Waarde Archeologie-3 Het gaat hierbij om
												archeologische verwachtingsgebieden/verwachte
												archeologisch monumenten: alle Drentse essen,
												beekdalen, inclusief voordenzones en mogelijke
												Celtic fields; het Drentsche Aa- gebied; het
												Holtingerveld (vh Havelterberg); verwachte
												trac&#233;trajecten van veenwegen en de
												veenterpen/huisplaatsen verwachtingsgebieden
												(omringende gebieden) van de Onlanden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_16" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_16">
		      <Illustratie naam="jpg_c482def1-4b4e-437f-b056-f7863d96bea6.jpg" hoogte="487" breedte="500" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 16. RAAP beleidskaart/werkingsgebieden
												archeologie.</Al>
		    <Al><i><strong>3.3 Toelichting werkingsgebieden
												Kernkwaliteit Archeologie</strong></i></Al>
		    <Al>Het beschermingsbeleid dat wij aan de Kernkwaliteit
												Archeologie koppelen en dat in de regels bij de
												werkingsgebieden Waarde Archeologie1 t/m 3 staat
												beschreven, is binnen een eerdere Culturele
												Alliantie van 2009-2012/13 in samenwerking met de
												gemeenten en LTO Noord uitgewerkt ten behoeve van de
												eerste reeks gemeentelijke archeologiekaarten (zie
												bijlage 7, Convenant LTO Noord, gemeenten en
												provincie). Voor de omgang met de Kernkwaliteit
												Archeologie is deze eerste versie van de
												gemeentelijke archeologiekaarten in alle
												opeenvolgende Provinciale Omgevingsvisies en
												Verordeningen leidend geweest. Niet voor alle
												bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist.
												Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep,
												de waarde en verwachting van de locatie en de daar
												geldende onderzoeksvrijstellingsgrens. Wij hanteren
												voor de verschillende typen archeologische waarden
												en verwachtingen de volgende uitgangspunten:</Al>
		    <Al>Werkingsgebied Waarde Archeologie-1: Voor de bekende
												archeologische waarden die behoren tot de
												Kernkwaliteit Archeologie hanteren wij het
												uitgangspunt dat ze in situ (in het landschap/de
												bodem) behouden moeten blijven voor toekomstige
												generaties. Alleen in geval van zwaarwegende,
												maatschappelijke belangen en het ontbreken van
												alternatieven voor behoud in situ kan hiervan worden
												afgeweken.</Al>
		    <Al>Werkingsgebied Waarde Archeologie-2: Hoewel het om
												bekende archeologische waarden gaat, wordt voor de
												historische kernen van Coevorden en Meppel een
												uitzondering gemaakt op het principe behoud in situ.
												De hier aanwezige archeologische waarden zijn
												weliswaar van grote regionale waarde maar vanwege de
												ruimtelijke dynamiek is behoud in situ hier meestal
												niet haalbaar. Wij sturen in dit geval samen met de
												gemeenten op de uitvoering van goed onderzoek.</Al>
		    <Al>Werkingsgebied Waarde Archeologie-3: In
												archeologische verwachtingsgebieden die deel
												uitmaken van dit Werkingsgebied sturen wij bij
												ruimtelijke ontwikkelingen die gepaard gaan met
												bodemingrepen op het uitvoeren van goed
												archeologisch onderzoek. Daarbij hanteren wij een
												horizontale onderzoeksvrijstellingsgrens van
												maximaal 1000 m2, tenzij binnen 50 m van de
												bodemingrepen een bekende archeologische vindplaats
												ligt, en een verticale onderzoeksvrijstelling van 30
												cm plus 10 cm niet-kerend woelen. Dit is in lijn met
												de maximale onderzoeksvrijstellingen die door de
												Drentse gemeenten in hun archeologiebeleid worden
												gehanteerd en gebaseerd op de afspraken in het
												Convenant tussen LTO Noord, de gemeenten en de
												provincie over de omgang met archeologische waarden
												in agrarisch gebruik. Er is een uitzondering als het
												gaat om de verticale vrijstelling van 30 cm, die
												staat voor de gemiddelde bouwvoor in Drenthe.
												Natuurgebieden zoals heidevelden hebben vaak geen of
												beperkt agrarisch gebruik gekend dat gepaard ging
												met omzetting van de bodem. In deze gebieden is dan
												ook in de regel geen bouwvoor van 30 cm aanwezig,
												maar liggen de archeologische waarden direct onder
												het maaiveld. Voor deze gebieden, zonder bouwvoor,
												geldt voor de Kernkwaliteit Archeologie g&#233;&#233;n
												verticale onderzoeksvrijstellingsgrens.</Al>
		    <Al>Een tweede uitzondering geldt voor de
												voordenlocaties in de beekdalen. Als hier een
												horizontale vrijstelling van 1000 m2 zou worden
												gehanteerd is de kans klein dat er nog
												overblijfselen van deze oversteekplaatsen zullen
												worden aangetroffen. Zij kenmerken zich immers door
												kleine houtconstructies, keienconcentraties en een
												enkele, verloren, vondst. Wij volgen hierin het
												onderzoeksadvies van archeologisch Bureau RAAP (Van
												der Veen &amp; Ten Anscher 2019). Indien het
												gemeentelijke beleid op deze locaties wel een
												vrijstelling van 1000 m2 toestaat, vragen wij om
												overleg. Voor behoudenswaardige bekende en/of nieuw
												ontdekte vindplaatsen in Drenthe wordt het generieke
												uitgangspunt gehanteerd dat deze archeologische
												waarden niet ongezien kunnen verdwijnen. Bij
												ruimtelijke planprocessen en ontwerpopgaven wordt
												actief en creatief gestimuleerd om de archeologische
												waarden te gebruiken als bouwsteen voor
												omgevingskwaliteit. Dit generieke uitgangspunt heeft
												geen doorwerking in de POV.</Al>
		    <Al>De directe uitwerking van onze sturing is dat wij
												vroegtijdig in het planvormingsproces met de
												bevoegde overheid inzake de archeologie (meestal de
												gemeenten) aan tafel willen zitten om het eventueel
												noodzakelijke archeologische onderzoek met elkaar af
												te stemmen. De afgelopen jaren is gebleken dat dit
												een werkbaar proces is met als uitgangspunt dat
												afstemming leidt tot een gezamenlijke koers. Bij het
												bepalen van de meeste geschikte onderzoeksvorm, zijn
												altijd de in de archeologische beroepsgroep geldende
												kwaliteitsnormen en procesafspraken, zoals
												vastgelegd in de vigerende versies van de
												Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en de
												Beoordelingsrichtlijn Archeologie (BRL Archeologie)
												het (minimum) uitgangspunt.</Al>
		    <Al><strong>Hoofdstuk 4. Verantwoording technische
												aanpassing van de geselecteerde locaties/terreinen
												(waarden) en gebieden (verwachtingen)
												Kernkwaliteit Archeologie provincie
												Drenthe</strong></Al>
		    <Al>Bijdrage van RAAP Archeologisch Adviesbureau: dr.
												T.J. ten Anscher (tekst en co&#246;rdinatie), E.A. de
												Graaf BA., R. Nillisen MA &amp; S. van der Veen MA
												(GIS-werkzaamheden); zie ook bijlagen 1-6: Excel
												verantwoordingstabellen)</Al>
		    <Al><strong>4.1 Inleiding </strong></Al>
		    <Al>Deze verantwoording betreft een technische
												aanpassing van de provinciale kaarten Kernkwaliteit
												Archeologie. Op de kaarten met de Kernkwaliteit
												Archeologie die horen bij de Provinciale
												Omgevingsverordening Drenthe 2018 zijn sommige
												archeologische terreinen en gebieden als vlakken
												weergegeven. Echter, veel andere zijn als
												indicatieve stippen aangegeven (met
												centrumco&#246;rdinaten van uiteenlopende nauwkeurigheid)
												of, in een enkel geval zoals bij de route van de
												vermoedelijke prehistorische weg, als lijn. De
												stippen en de lijn zijn in het kader van de
												onderhavige DSO-actualisatie omgezet naar vlakken.
												Van alle vlakken wordt in deze verantwoording
												aangegeven waar deze op berusten of hoe zij tot
												stand gekomen zijn. Ook voor de al bestaande vlakken
												is dit gedaan.Als de vlakken afwijken van die in de
												Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018, gaat
												het om vlakken die ontleend zijn aan eerdere,
												thematische actualisaties die in opdracht van de
												provincie de afgelopen jaren uitgevoerd zijn. Die
												actualisaties waren nodig als gevolg van
												voortschrijdend inzicht, nieuwe ontdekkingen en
												nieuwe ontwikkelingen zoals het beschikbaar komen
												van een verbeterde versie van het Actuele
												Hoogtebestand Nederland (AHN) en satellietbeelden.
												Met de onderhavige actualisatie is de Kernkwaliteit
												Archeologie ruimtelijk up to date gemaakt.</Al>
		    <Al><strong>Kernkwaliteit Archeologie: thema's</strong></Al>
		    <Al>Door de provinciaal archeologen van Drenthe zijn in
												2008 per thema lijsten opgesteld van de specifieke
												objecten/terreinen en gebieden die tot de
												Kernkwaliteit Archeologie (de provinciale
												archeologische hoofdstructuur) behoren. Die
												objecten/terreinen en gebieden zijn vervolgens
												verwerkt in de gemeentelijke archeologische
												beleidsadvieskaarten die zijn gemaakt tijdens de
												eerste Culturele Alliantie tussen alle 12 gemeenten
												en de provincie Drenthe van 2009-2012/13. Op die
												kaarten is de Kernkwaliteit Archeologie visueel
												(door middel van een rode contour) en in tekst
												aangeduid als provinciaal archeologisch belang. De
												ruimtelijke verantwoording van de locaties,
												terreinen en gebieden die tot de Kernkwaliteit
												Archeologie behoren, wordt per onderscheiden thema
												weergegeven. De thema's zijn:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_1">
			<Al>Hunebedden (Excel tabel 1)</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_2">
			<Al>Grafheuvelgroepen en grafvelden (Excel tabel
												2)</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_3" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_3">
			<Al>Offerveentjes(Excel tabel 3)</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_4" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_4">
			<Al>Zekere en mogelijke Celtic fields</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_5" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_5">
			<Al>Middeleeuwse kernen Coevorden, Meppel (Excel
												tabel 4)</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_6" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_6">
			<Al>Nederzettingen, Spaans kerkhof, schansen
												(Excel tabel 5)</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_7" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_7">
			<Al>Drentsche Aa-gebied, Holtingerveld
												(Havelterberg) en het veenterpenlandschap van de
												polder Matsloot-Roderwolde</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_8" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_8">
			<Al>Essen en beekdalen inclusief voorden</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_9" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_9">
			<Al>Veenwegen (Excel tabel 6)</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_10" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_10">
			<Al>Karrensporen</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_11" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_11">
			<Al>Voordenlocaties</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_12" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_13__item_12">
			<Al>Archeologisch erfgoed van de Tweede
												Wereldoorlog</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>De lijsten en beschrijving van de
												provinciaal-archeologen A. Mars en W.A.B. van de
												Sanden (2008) zijn gebruikt als basis en als
												controle op compleetheid.Voor de objecten/terreinen
												die horen bij de thema's 1 t/m 3, 5, 6 en 8 (essen)
												zijn slechts enkele correcties noodzakelijk
												gebleken. Dat geldt ook voor de thema's 7 (Drentsche
												Aa-gebied en het Holtingerveld). Deze bestaan uit
												het aanvullen van kleine omissies (bij thema 2), het
												afvoeren van een enkel terrein na in de afgelopen
												jaren uitgevoerd archeologisch veldonderzoek en het
												beter begrenzen van een aantal terreinen (alle thema
												6).</Al>
		    <Al>De afgelopen jaren zijn de thema's 4, 7
												(veenterpenlandschap polder Matsloot-Roderwolde), en
												11 (voordenlocaties) al geactualiseerd op basis van
												nieuwe onderzoeksmethoden en resultaten van nieuw
												archeologisch veldonderzoek. In opdracht van de
												Provincie kon het Drentse bestand aan Celtic fields
												(thema 4) via nieuwe hulpmiddelen &#x2013; zeer nauwkeurige
												hoogtemetingen van het maaiveld (Actueel
												Hoogtebestand Nederland 2) en satellietbeelden &#x2013;
												onlangs geactualiseerd worden (Van der Veen &amp;
												Ten Anscher 2018). In het kader van diezelfde
												opdracht zijn met behulp van de genoemde
												hulpmiddelen tevens de nog resterende Drentse
												karrensporen ge&#239;nventariseerd (Van der Veen &amp;
												Ten Anscher 2018; thema 10). Naar de zeer kwetsbare
												karrensporen was eerder nog nauwelijks onderzoek
												gedaan, met als gevolg dat tot nog toe slechts twee
												bekende terreinen met karrenspoorbundels als
												provinciaal belang archeologie waren aangemerkt.Het
												oude beeld van het zogenaamde veenterpenlandschap in
												het noordwesten van de provincie, de Onlanden (thema
												7 ) kon geactualiseerd worden dankzij archeologisch
												veldonderzoek in het kader van de inrichting van het
												gebied voor waterberging en natte natuur. Dit
												onderzoek stond onder leiding van de
												Rijksuniversiteit Groningen en is mede in opdracht
												van de Provincie uitgevoerd (Nicolay (red.)
												2018).</Al>
		    <Al>In opdracht van de Provincie is bovendien een
												inventarisatie gemaakt van de Drentse
												voordenlocaties (thema 11); archeologisch extra
												kansrijke zones in beekdalen (Van der Veen &amp; Ten
												Anscher 2019). Veenwegen (thema 9) worden in de
												tekst van de provinciale Omgevingsvisie genoemd als
												Kernkwaliteit Archeologie (zie 4.2.4.1.1.2
												Beschermingsniveau 2: bekende archeologische
												waarden: behoud in situ), maar hebben vanwege hun
												complexiteit nog geen systematische, gedetailleerde
												ruimtelijke uitwerking gekregen. Dit is nu wel
												gedaan voor de veenwegen waarvan (waarschijnlijk)
												nog restanten over zijn en die goed te karteren
												zijn. Een actueel onderwerp is het archeologische
												erfgoed van de Tweede Wereldoorlog (thema 12). In
												opdracht van de provincie zijn in 2019-2020 de
												elementen ge&#239;nventariseerd die tot de belangrijkste
												WO2-thema's behoren en een ruimtelijk-archeologische
												component bezitten Zij zijn verwerkt in een
												interactieve, digitale kaart (Ten Anscher, Van Popta
												&amp; Scholte Lubberink 2020).</Al>
		    <Al>Verantwoording per thema Hieronder wordt per thema
												aangegeven waar de contouren/vlakken van de
												objecten, terreinen en gebieden die tot de
												Kernkwaliteit Archeologie behoren, op berusten.
												Hierbij zijn zoveel mogelijk de basisbronnen als
												uitgangspunt gebruikt.</Al>
		    <Al>1. Hunebedden (werkingsgebied Waarde
												Archeologie-1)Alle vlakken van de hunebedterreinen
												(met nog bestaande hunebedden) zijn afkomstig uit
												Archis3, de landelijke digitale archeologische
												databank die beheerd wordt door de Rijksdienst voor
												het Cultureel Erfgoed te Amersfoort (RCE;
												http//:www.archis.cultureelerfgoed.nl). Op vier na
												(2020) zijn alle hunebedden/hunebedterreinen
												Rijksmonumenten. Voor deze Rijksbeschermde
												hunebedden zijn de vlakken overgenomen die via het
												Archis3- tabblad `Archeologische Rijkmonumenten`
												getoond worden. Deze vlakken/terreincontouren komen
												overeen met die in de formele aanwijzingen tot
												Rijksmonument (mondelinge mededeling drs. A. Sloos,
												RCE). Voor de gemeentelijke archeologische
												beleidskaarten daarentegen zijn steeds de contouren
												gebruikt van de zogenaamde AMK-terreinen
												(AMK=Archeologische Monumenten Kaart Drenthe).
												Hoewel de basis voor de gemeentelijke
												archeologiekaarten, wordt de AMK sinds 2014 helaas
												niet meer actueel gehouden door de RCE. Veel
												AMK-terreinen hebben dezelfde contouren als de
												Rijksmonumenten, maar dit is niet altijd het geval:
												de Rijksbeschermde terreinen van de hunebedden D3,
												D6, D9, D10, D12, D13, D15 t/m D18, D23, D26 t/m
												D31, D35, D38, D43, D45-D47 en D50-52 zijn
												afwijkend. Op de gemeentelijke archeologische
												beleidskaarten zijn deze terreinen dus (enigszins)
												anders begrensd. De hunebedden D32, D34, D36 en D37
												zijn (nog) geen Rijksmonumenten. Voor hun terreinen
												zijn de contouren van de AMK-terreinen overgenomen.
												Die zijn nog steeds in Archis3 te vinden. Weliswaar
												kan niet meer direct op niet-Rijksbeschermde
												AMK-nummers gezocht worden, maar als men toch op de
												oude manier (de Archis2-manier) de AMK zou willen
												raadplegen, dan kan men de AMK-bronbestanden en de
												handleiding downloaden, zie hiervoor:
												https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/documenten/publicaties/2018/01/01/bronbestanden-archeologische-kaart</Al>
		    <Al>Voor de hunebedden D32, D34, D36 en D37 zijn de
												contouren van de AMK-terreinen overgenomen.In
												Archis3 kan niet meer direct op niet-Rijksbeschermde
												AMK-nummers gezocht worden, maar de
												AMK-bronbestanden en de handleiding zijn via de
												volgende link nog te downloaden:
												https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/documenten/publicaties/2018/01/01/bronbestanden-archeologische-kaart
												. Bij hunebed D14 bij Eexterhalte in de gemeente Aa
												en Hunze, is het hunebedterrein (een Rijksmonument)
												vergroot met een omringend AMK-terrein (geen
												Rijksmonument). Dat laatste terrein behoort dus ook
												tot het hunebedterrein van D14. Zie ook Excel
												bijlage 1.</Al>
		    <Al>2. Grafheuvelgroepen en grafvelden (werkingsgebied
												Waarde Archeologie-1) Op een uitzondering na zijn de
												vlakken van de grafheuvelgroepen/grafvelden uit
												Archis3 overgenomen. Het zijn de vlakken van de oude
												AMK-terreinen of, in een tiental gevallen, van
												Rijksmonumenten. In bijlage 2 zijn bij nr. 7 en bij
												nr. 16 niet de tientallen zaakidentificatienummers
												opgenomen die op individuele grafheuvels betrekking
												hebben, aangezien het in beide gevallen om
												rijksmonumenten gaat. De bijbehorende
												Rijksmonumentnummers verschaffen al een directe
												ingang in Archis3. Alleen de Rijksmonument-vlakken
												van de grafheuvelgroepen nr. 3. Tonckensbos en nr.
												6. Evertsbos wijken enigszins af van de
												desbetreffende AMK-vlakken, die voor de
												gemeentelijke archeologische beleidskaart gevolgd
												zijn.E&#233;n grafveld, De Bloemert te Midlaren (Excel
												bijlage 2, nummer 17), is geen AMK-terrein. Het
												rechthoekige terrein dat van provinciaal
												archeologisch belang is, berust op Nicolay (red.)
												2008, figuren 26.1 en 26.10. Het laatste figuur is
												een ingezoomd detail van het eerste figuur. De
												afgebeelde kruissleuf is bij de onderhavige
												actualisatie ingekaderd in een rechthoek, en
												vervolgens aan de oostkant aangepast aan de sloot
												aldaar. Er zijn bij de onderhavige actualisatie
												enkele AMK-terreinen toegevoegd aan bepaalde
												grafheuvelgroepen, omdat evident is dat zij daartoe
												behoren: aan nr. 6 de AMK-terreinen 106, 16055 en
												16095; aan nr. 8 de AMK-terrein 16031; en aan nr. 13
												AMK-terreinen 501 en 16070 (beide subgroep
												Valtherbos/Weerdinge) en 9624 (subgroep Valtherbos,
												Kamperesch/ Weerdinge). Om overlappingen te
												voorkomen, is bij nr. 11 (Sleenerzand Schoonoord)
												het AMK-terrein weggelaten dat bij hunebed D49
												hoort, en bij nr. 13 (Valtherbos) het AMK-terrein
												van de hunebedden D38, D39 en D40.Zie ook Excel
												bijlage 2.</Al>
		    <Al>3. Offerveentjes (werkingsgebied Waarde
												Archeologie-1)Voor de offerveentjes zijn de
												contouren zoals afgebeeld op de desbetreffende
												gemeentelijke beleidsadvieskaarten gevolgd, met &#233;&#233;n
												aanpassing (bij nr.9, zie hieronder). Die contouren
												berusten deels op de geomorfologische kaart schaal
												1:50.000 (1977), en zijn deels afgeleid van het
												Actueel Hoogtebestand Nederland
												(https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/).Voor nr. 9
												(het veentje van Kooiker, Klijndijk) is alleen de
												contour volgens de geomorfologische kaart gevolgd,
												en niet, zoals voor de desbetreffende gemeentelijke
												archeologische beleidsadvieskaart is gedaan, een
												combinatie van zowel de geomorfologische begrenzing
												als de contour van het AMK-terrein (9610) dat deels
												buiten het veentje ligt. Door deze aanpassing zijn
												de vlakken van alle offerveentjes die behoren tot de
												kernkwaliteit archeologie volgens dezelfde
												uitgangspunten gekarteerd. Zie ook Excel bijlage
												3.</Al>
		    <Al>4. Zekere Celtic fields (werkingsgebied Waarde
												Archeologie-1) en mogelijke Celtic fields
												(werkingsgebied Waarde Archeologie-3)Zekere Celtic
												fields (werkingsgebied Waarde Archeologie-1)Voor de
												Kernkwaliteit Archeologie zijn alle Celtic
												field-contouren overgenomen uit Van der Veen &amp;
												Ten Anscher 2018 kaartbijlage 1, echter zonder de in
												kaartbijlage 1 voor de zekere Celtic fields
												gehanteerde 50m-buffer.Uit Van der Veen &amp; Ten
												Anscher 2018 kaartbijlage 2 blijkt welke terreinen
												die voorheen als zeker of mogelijk Celtic field
												aangemerkt waren, afgevallen zijn en dus niet meer
												in de provinciale archeologische hoofdstructuur
												voorkomen. Dit wil overigens niet zeggen dat er geen
												andere archeologische waarden in deze gebieden of
												terreinen aanwezig zijn. Mogelijke Celtic fields
												(werkingsgebied Waarde Archeologie-3)Alle mogelijke
												Celtic field-contouren berusten eveneens op Van der
												Veen &amp; Ten Anscher 2018, kaartbijlage 1. Er komt
												een enkele aanvulling bij. Op basis van een
												satellietbeeld (bron: triple sat 27 sept 2018) is
												een voorheen onbekend mogelijk Celtic field
												gesignaleerd onder de es van Balinge. Op het AHN2
												zijn de desbetreffende structuren ook vaag te zien.
												Het gebied is omgeven met een rode gestippelde
												contour (zie figuur 17).</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_17" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_17">
		      <Illustratie naam="jpg_51ebae29-e436-4341-b756-3f957d2d8402.jpg" hoogte="159" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 17. Mogelijk Celtic field onder de es van
												Balinge, links AHN2-beeld, rechts
												satellietbeeld.</Al>
		    <Al>5. Middeleeuwse kernen Coevorden en Meppel
												(werkingsgebied Waarde Archeologie-2)Voor de
												Middeleeuwse kernen van de twee Drentse plaatsen met
												stadsrechten, Coevorden en Meppel, zijn uit Archis3
												de desbetreffende AMK-vlakken overgenomen.Zie ook
												Excel bijlage 4.</Al>
		    <Al>6. Nederzettingen, Spaans kerkhof, schansen
												(werkingsgebied Waarde Archeologie-1)Voor het Spaans
												kerkhof, de schans Portugal en de
												nederzettingsterreinen (met uitzondering van de
												spieker van Lhee en het oude Darp) zijn de
												desbetreffende AMK-vlakken uit Archis3 overgenomen,
												zie Excel bijlage 5.</Al>
		    <Al>-De spieker van Lhee, het oude dorpsgebied van Darp
												en de Valtherschans, geen van alle AMK-terreinen,
												waren eerder nog niet goed begrensd. Dat is nu in
												het kader van deze actualisatie gedaan.De
												keienfundering van de spieker van Lhee is
												blootgelegd bij een opgraving in de jaren `50 van de
												vorige eeuw. De fundering ligt nog steeds in situ
												binnen een rechthoekige depressie in het maaiveld.
												De depressie is op het AHN2 duidelijk zichtbaar. De
												contouren van de depressie zijn overgenomen als de
												begrenzingen van het terrein dat tot de
												kernkwaliteit archeologie behoort.</Al>
		    <Al>-De contouren van het verdwenen Darp (waarvan de
												restanten in 1943 gesloopt zijn bij de aanleg van
												het Duitse vliegveld bij Havelte) volgen de oude
												perceelsgrenzen van Darp, zoals aangegeven op de
												oudste kadastrale minuutplans van ca. 1832. Leidend
												hierbij was een kopie hiervan waarop door prof. dr.
												H.T. Waterbolk (emeritus hoogleraar prehistorie aan
												de Rijksuniversiteit Groningen) de contouren van het
												oude dorpsgebied van Darp was geschetst (zie figuur
												18).</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_18" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_18">
		      <Illustratie naam="jpg_02d4b831-772c-45d6-80e8-ff813a50edad.jpg" hoogte="302" breedte="444" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 18. Kaart met ingetekende contouren oude
												dorpsgebied Darp (bron: T. Waterbolk).</Al>
		    <Al>- Het oostelijke deel van de omgrachting van de
												Valtherschans is bij grondradar- en archeologisch
												booronderzoek ontdekt en gekarteerd (Jans 2016). Op
												de figuur met het gereconstrueerde grachtenverloop
												(idem, fig. 16), is ter aanvulling de
												tekening/inmeting van A. Coucheron uit 1628
												geprojecteerd (idem, fig.2) en voorzien van een
												buffer van 5 m, om kaartonnauwkeurigheden op te
												vangen. De contour van deze buffer is overgenomen.
												Als westelijke begrenzing is de Exlo&#235;rweg genomen.
												De westelijke punt van de Valtherschans ligt hier
												nog ten westen van, in de ondergrond van perceel ODN
												G 3283 (Hoofdstraat 77), maar is vooralsnog niet tot
												de Kernkwaliteit archeologie gerekend.- Een
												verwachte 13e -eeuwse burchtlocatie nabij het
												Zuidlaardermeer, nog aanwezig in de Provinciale
												Omgevingsverordening 2018, is afgevoerd omdat
												hiervoor geen aanwijzingen gevonden zijn bij diverse
												archeologisch onderzoeken (Van Popta &amp; Spiekhout
												2016; Hielkema 2019; Van Popta 2019). Zie ook Excel
												bijlage 5.</Al>
		    <Al>7. Drentsche Aa-gebied (werkingsgebied Waarde
												Archeologie-3), Holtingerveld (werkingsgebied Waarde
												Archeologie-3) en het veenterpenlandschap polder
												Matsloot-Roderwolde (aangetoonde terpen:
												werkingsgebied Waarde Archeologie-1; omringend
												gebieden: werkingsgebied Waarde Archeologie-3)De
												contouren van het Drentsche Aa gebied zijn
												overgenomen uit de Provinciale Omgevingsverordening
												2018.De contouren van het Holtingerveld (voorheen de
												Havelterberg) zijn overgenomen uit de Provinciale
												Omgevingsverordening 2018.</Al>
		    <Al>Het veenterpenlandschap polder Matsloot-Roderwolde
												(aangetoonde terpen: werkingsgebied Waarde
												Archeologie-1; omringend gebieden: werkingsgebied
												Waarde Archeologie-3)De AMK-terreinen met
												huisplaats-clusters zijn overgenomen uit Archis3.
												Dit beeld is aangevuld met het geactualiseerde
												overzicht van de inmiddels bekende verhoogde en
												niet-verhoogde woonplaatsen zoals gepubliceerd in
												Nicolay (red.) 2018. Via dr. J.A.W. Nicolay (RUG,
												Groninger Instituut voor Archeologie) is een
												digitaal puntenbestand aangeleverd. Elke punt staat
												voor een woonplaats. Van elk punt is vervolgens een
												vlak gemaakt door het te voorzien van een straal van
												25 m. Ook over de allerkleinste AMK-terreintjes is
												een cirkel met een diameter van 50 m
												geprojecteerd.De omringende gebieden waarbinnen nog
												onontdekte veenterpen verwacht worden, zijn
												gebaseerd op het verspreidingsbeeld van bekende
												huisplaatsen/vindplaatsen en AMK-terreinen. Zij
												volgen zoveel mogelijk de vlakken van de Provinciale
												Omgevingsverordening 2018, met de volgende
												aanpassing: de begrenzing van het gebied ligt in
												principe op ca. 100 m afstand van de
												dichtstbijzijnde huisplaatsen/AMK-terreinen, en is
												om praktische redenen gecorrigeerd /aangepast aan de
												topografie (het wegenpatroon).</Al>
		    <Al>8. Essen (werkingsgebied Waarde Archeologie-3) en
												beekdalen inclusief voorden (werkingsgebied Waarde
												Archeologie-3)De contouren van de essen van
												provinciaal belang zijn overgenomen uit de
												Provinciale Omgevingsverordening 2018. Alle
												contouren berusten op de inventarisatie van Spek
												&amp; Ufkes 1995.</Al>
		    <Al>De beekdalen inclusief voorden (Thema 11)De
												contouren van de beekdalen zijn overgenomen van de
												gemeentelijke beleidsadvieskaarten of, als ze daarop
												niet staan aangegeven, afgeleid van de
												achterliggende landschappelijke kaarten. Zij zijn
												gebaseerd op de inventarisatie van Aalbersberg &amp;
												Van Beek 2009, die in opdracht van de
												Provincie/Drents Plateau gemaakt is, maar de daarin
												opgenomen beekdalenkaart is in geen enkele
												gemeentelijke archeologische beleidskaart
												ongewijzigd overgenomen. Wel is het gehanteerde
												principe overgenomen; de beekdalkarteringen op de
												gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaarten
												berusten eveneens hoofdzakelijk op de
												geomorfologische kaart schaal 1:50.000 (1977) met
												aanvullingen/wijzigingen op basis van bodemkaarten
												en topografische kaarten.</Al>
		    <Al>De voorden (oversteekplaatsen) vormen bijzonder
												kansrijke locaties binnen beekdalen. Zij liggen
												doorgaans binnen de gekarteerde beekdalen, maar ook
												wel in natte laagten die op de gemeentelijke
												archeologische kaarten niet als beekdal zijn
												ge&#239;nterpreteerd. Alle contouren van de voordenzones
												zijn overgenomen uit Van der Veen &amp; Ten Anscher
												2019 (kaartbijlagen 1 en 2). In genoemde publicatie
												is gebruik gemaakt van een beekdalenoverzicht dat
												geheel gebaseerd is op de geomorfologische kaart
												1977. Dit beekdalenbeeld wijkt dan ook her en der af
												van het beekdalenbeeld van de gemeentelijke kaarten.
												De voordenzones zijn voor de Provinciale
												Omgevingsverordening aangepast aan de
												beekdalcontouren die overgenomen zijn van de
												gemeentelijke beleidskaarten. Daarbij geldt dat daar
												waar het beekdal volgens een gemeentelijke kaart
												smaller is dan volgens het geval is volgens
												kaartbijlage 1 van Van der Veen &amp; Ten Anscher
												2019, het niet-overlappende deel van de
												desbetreffende voordezone weggehaald is. Waar een
												beekdal volgens de gemeentelijke kaart breder is, is
												de voordenzone echter niet aangepast (ze zijn dus
												eventueel kleiner geworden, maar niet groter).</Al>
		    <Al>9. Veenwegen (zekere trac&#233;s: werkingsgebied Waarde
												Archeologie-1; verwachte trac&#233;s: werkingsgebied
												Waarde Archeologie 3. Het veenwegenoverzicht van
												Casparie (1987), aangevuld met recentere literatuur,
												is in eerste instantie gebruikt om te bepalen welke
												Drentse veenwegen in aanmerking kunnen komen als
												Kernkwaliteit archeologie</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_19" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_19">
		      <Illustratie naam="jpg_e01cf156-1ca5-487c-97f0-e87a190c681c.jpg" hoogte="394" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Overzichtstabel geselecteerde veenwegen</Al>
		    <Al>De voor de selectie gevolgde criteria zijn de
												volgende:- de ligging van de veenwegen (en hun
												verwachte verdere verloop) moet voldoende nauwkeurig
												bekend zijn;- er moet nog een re&#235;le kans zijn op
												veenwegrestanten. Voor enkele recente ontdekkingen,
												de veenwegen van De Slokkert (Ten Anscher e.a.
												2015), het Winder Diepje (Van Hoof 2015) en de Wold
												Aa (Verhagen &amp; Kerkhoven 2017) geldt dat de
												restanten nog goed bewaard waren/zijn. Van de
												overige genoemde veenwegen zijn vermoedelijk of
												zeker her en der nog resten bewaard, hetgeen ook kan
												gelden voor de geassocieerde vondsten die in de
												directe nabijheid van de veenwegen worden verwacht.
												Uit Arentzen &amp; Van der Sanden 2019 blijkt
												duidelijk dat van de beroemdste Drentse veenweg, de
												Valtherbrug I (Bou), praktisch niets meer over is,
												met als enige waarschijnlijke uitzondering een klein
												restant dat onder de Valtherdijk ligt (mondelinge
												mededeling dr. W.A.B. van der Sanden). Slechts de
												zone onder de Valtherdijk is dan ook tot de
												Kernkwaliteit Archeologie gerekend.</Al>
		    <Al>Voor de kartering van de veenwegen is steeds
												uitgegaan van de meest precieze figuren uit de
												bronliteratuur. Overgenomen zijn de figuren die op
												de grootste schaal zijn afgebeeld, en bovendien
												goede topografische aanknopingspunten bieden.De
												verwachte verdere trac&#233;s van de later ontdekte
												veenwegen (in beekdalen) liggen in het verlengde van
												de hartlijn van hun opgegraven gedeelten (die niet
												meer bestaan en dus geen Kernkwaliteit archeologie
												zijn). De verwachte lengte is bij de veenweg door de
												Slokkert gebaseerd op de geomorfologische kaart
												(1977), de bodemkaart en het AHN2. Die van het
												Winder Diepje is gebaseerd op de bodemkaart. De
												lengte van het verdere verloop van de veenweg door
												de Wold Aa is gebaseerd op de bodemkaart en op de
												oudste 19e-eeuwse topografische kaarten. Om
												karteringsonnauwkeurigheden te ondervangen en omdat
												de veenwegen geassocieerd zijn met allerlei
												(offer)vondsten, is bij de zekere trajecten de
												hartlijn aan weerszijden voorzien van een zone van
												30 m. Voor de verwachte trac&#233;delen, in het verlengde
												van zekere trac&#233;delen, is vanwege de grotere
												onzekerheid een zone van 50 m aangehouden. Uit
												Archis3 zijn vervolgens de vlakken overgenomen van
												AMK-terreinen en Rijksmonumenten, die geassocieerd
												zijn met enkele van de geselecteerde veenwegen, zie
												Excel bijlage 6. Voor de Kernkwaliteit archeologie
												geldt het gehele AMK- of Rijksmonument-terrein plus
												de weggedeelten die daar nog buiten liggen. Soms is
												de gekarteerde veenweg niet of bijna niet als een
												lijnvormig vlak te herkennen, omdat deze geheel of
												bijna geheel binnen het AMK- of Rijksmonumentvlak
												ligt. Het Buinen stenen voetpad XI (Bou) is
												weliswaar geassocieerd met een AMK-terrein, maar dat
												ligt te zuidelijk en is daarom genegeerd. Voor het
												stenen voetpad is dus alleen de in Excel tabel 6
												genoemde figuur van de bronpublicatie (Van Giffen
												1913, fig. 39) gevolgd.Zie verder Excel bijlage
												6.</Al>
		    <Al>10. Karrensporen (werkingsgebied Waarde
												Archeologie-1)De nu nog zichtbare karrensporen
												dateren uit de vroege nieuwe tijd: vooral uit de
												17de, 18de en vroege 19de eeuw. De desbetreffende
												routes gaan echter terug op de middeleeuwen, en
												bestonden vermoedelijk ook deels al in de
												prehistorie. Karrensporen en karrenspoorbundels zijn
												geselecteerd als Kernkwaliteit Archeologie op basis
												van de criteria representativiteit (enerzijds de
												interregionale route via Coevorden naar Groningen,
												met een aftakking vanaf Zwolle-Meppel naar
												Groningen, gekenmerkt door een relatief sterke
												concentratie karrensporen, en anderzijds de
												diffusere karrensporen die getuigenissen zijn van de
												pre-industri&#235;le lokale infrastructuur),
												gaafheid/zichtbaarheid, en de ligging in
												natuurgebieden en militair oefengebied. In de
												selectie zitten met name karrensporen en -bundels
												die over grotere afstanden te volgen zijn, in
												aaneengesloten natuurgebieden.De contouren van de
												geselecteerde karrensporenconcentraties zijn
												overgenomen van de in opdracht van de Provincie
												vervaardigde inventarisatie van de Drentse
												karrensporen (Van der Veen &amp; Ten Anscher 2018).
												Vervolgens zijn de contouren voorzien van een buffer
												van 3 m, om karteringsonnauwkeurigheden op te vangen
												en als extra beschermingszone voor deze kwetsbare
												categorie die met name bedreigd wordt door
												plagwerkzaamheden en activiteiten die met
												houtproductie samenhangen, zoals bijvoorbeeld het
												uitslepen van boomstammen.</Al>
		    <Al>Het betreft de karrensporen en karrenspoorbundels in
												de volgende natuurgebieden (globale
												aanduidingen):</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_1">
			<Al>Noordsche veld ten noorden van Zeijen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_2">
			<Al>De Vijftig Bunder ten noordwesten van
												Zuidlaren;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_3" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_3">
			<Al>ten oosten van Zeegse en ten noorden van
												Oudemolen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_4" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_4">
			<Al>de Strubben/Kniphorstbosch;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_5" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_5">
			<Al>tussen de Schapendrift en het Schipborgsche
												Diep en ten noorden van Gasteren;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_6" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_6">
			<Al>Ballo&#235;rveld;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_7" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_7">
			<Al>landgoed Terborgh;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_8" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_8">
			<Al>Drouwenerzand;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_9" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_9">
			<Al>Gietenerveld/Gasselterveld/Drouwenerveld tot
												in het Grollo&#235;rveld westelijk van
												Meindersveen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_10" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_10">
			<Al>Schoonlo&#235;rveld/Boswachterij Schoonlo;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_11" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_11">
			<Al>Buinerveld/Boswachterij Exloo;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_12" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_12">
			<Al>Boswachterij ten noorden en westen van
												Schoonoord;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_13" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_13">
			<Al>Boswachterij Sleenerzand;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_14" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_14">
			<Al>Valtherbosch;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_15" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_15">
			<Al>Noordbargerbosch;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_16" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_16">
			<Al>Mepperdennen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_17" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_17">
			<Al>Lheederzand/Dwingeloosche Heide/Benderse
												Heide/Kralo&#235;r heide;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_18" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_18">
			<Al>Het
												Schier/HavelterbergHoltingerveld/Uffelterzand/Westerzand/
												Oosterzand;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_19" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_14__item_19">
			<Al>Wapserzand/Dieverzand/Berkenheuvel/Boschoord(oost)/Boswachterij
												Appelscha.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Veel van de geselecteerde noordelijke
												karrensporenconcentraties bevinden zich in het
												Drentsche Aa-gebied dat vanwege de clustering van
												andere archeologische waarden al tot de
												Kernkwaliteit Archeologie behoort (zie thema 7). De
												hierbinnen gelegen karrensporen in het Ballo&#235;rveld
												en bij Gasteren waren voorheen al expliciet als
												Kernkwaliteit Archeologie benoemd.</Al>
		    <Al>11. Voordenlocaties (zie thema 8 Beekdalen)</Al>
		    <Al>12. Archeologisch erfgoed van de Tweede Wereldoorlog
												(werkingsgebied Waarde Archeologie-1)De voor de
												selectie gevolgde criteria zijn het inhoudelijke
												belang, de zeldzaamheid (in provinciaal, en ook in
												nationaal perspectief), representativiteit,
												(relatieve) gaafheid en zichtbaarheid, extensief
												(terrein)gebruik (vooral natuurgebieden en militair
												oefenterrein) en betrouwbare kartering.
												Particulieren zijn zoveel mogelijk ontzien. De voor
												de Kernkwaliteit Archeologie geselecteerde elementen
												worden hieronder per subcategorie besproken. De
												contouren van alle geselecteerde elementen zijn
												overgenomen van de in opdracht van de Provincie
												vervaardigde, interactieve Provinciale Kaart
												WOII-erfgoed (Ten Anscher, Van Popta &amp; Scholte
												Lubberink 2020). De overgenomen contouren van de
												geselecteerde kampen en de bijbehorende, buiten de
												eigenlijke kampen gelegen onderdelen ervan, de
												geselecteerde antitankgrachten en loopgraven van de
												Frieslandriegel en de onderduikersholen zijn
												vervolgens voorzien van een buffer van 5 m, om
												eventuele kartografische onnauwkeurigheden op te
												vangen en omdat archeologische waarden ook rond deze
												geselecteerde objecten te verwachten zijn. De
												schuttersputjes van de Frieslandriegel zijn voorzien
												van een buffer van 3 m.Kamp Westerbork en
												bijbehorende structuren. Kamp Westerbork neemt als
												het nationale centrale Durchgangslager van waaruit
												de Nederlandse Joden, Roma en Sinti afgevoerd werden
												naar de concentratie- en vernietigingskampen in het
												oosten, een unieke en beruchte plaats in onder de
												kampen in Nederland. Het kampterrein is nu onderdeel
												van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Er zijn
												nog zichtbare resten bewaard gebleven, maar de
												meeste resten bevinden zich vlak onder het
												maaiveld.Het kamp heeft een gebruiksgeschiedenis die
												al voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog
												begint, als onderkomen voor Joodse vluchtelingen uit
												Duitsland, en zich tot ver erna uitstrekt. Onder
												meer als Moluks woonoord (zie o.a. Schute &amp; Van
												der Laan 2015).Tot de bijbehorende, over het
												algemeen verdwenen structuren met wel nog een
												behouden archeologische component behoort onder meer
												het nabijgelegen kamp Hooghalen-Heidelager dat onder
												andere gediend heeft als verblijfplaats van de
												kampbewaking. Structuren die in archeologisch
												opzicht waarschijnlijk niets meer te bieden hebben
												(een verdwenen loskade aan het Oranjekanaal en het
												spoorlijntje er naar toe, en de spoorlijn van
												Hooghalen naar het kamp) vallen buiten de
												Kernkwaliteit archeologie. Alle overige elementen,
												die er wel onder vallen, bevinden zich binnen de
												Boswachterij Hooghalen. Overigens liggen alle
												geselecteerde onderdelen van kamp Westerbork,
												inclusief het Heidelager en de vuilnisstort van het
												kamp, in het Drentsche Aa-gebied dat al tot de
												Kernkwaliteit archeologie behoort om andere redenen
												dan WOII (zie thema 7).</Al>
		    <Al>WerkkampenAls dunbevolkte provincie met nog veel
												onontgonnen gebied bezat Drenthe in de jaren
												1930-1940 relatief veel werkkampen. Zij waren door
												de Rijksdienst voor de Werkverruiming gebouwd in het
												kader van de werkverschaffing. Aanvankelijk waren
												hierin werklozen gehuisvest, die tegen een schamele
												vergoeding ingezet werden bij vooral
												heide-ontginningen. Tijdens WOII werden hierin ook
												andere groepen al dan niet gedwongen ondergebracht,
												zoals Joodse mannen. Zo dienden 16 Drentse kampen
												als voorportaal voor kamp Westerbork &#x2013; een derde van
												alle Joodse werkkampen bevond zich op Drents
												grondgebied. Ook werden extra kampen bijgebouwd, met
												name door de Nederlandsche Arbeidsdienst (in het
												kader van de door de Duitse bezetter verordineerde
												dienstplicht voor Nederlandse jonge mannen tussen 18
												en 23 jaar): 13 Drentse kampen hebben (ook) als
												NAD-kamp gediend. Veel kampen zijn tot ver na WOII
												in gebruik geweest (zie tabel 4).</Al>
		    <Al>De meeste van de 31 Drentse kampen (met kamp
												Westerbork en het Heidelager komt het totaal aantal
												op 33 kampen) zijn geheel of grotendeels onder
												na-oorlogse bebouwing verdwenen. De voor de
												Kernkwaliteit Archeologie geselecteerde
												kampterreinen daarentegen zijn alle relatief goed
												bewaard gebleven en na de sloop van de barakken en
												andere opstanden niet of nauwelijks verstoord,
												waardoor hun archeologische component intact zal
												zijn. De meeste bezitten zelfs nog (deels) het
												micro-reli&#235;f dat de locaties van de voormalige
												barakken verraadt. Ze liggen in natuurgebieden, met
												uitzondering van kamp Vledder en kamp Ten Arlo.
												Samen vertegenwoordigen zij een representatieve
												doorsnede van de (hele) gebruiksgeschiedenis van de
												Drentse werkkampen.</Al>
		    <Al>De geselecteerde werkkampen zijn:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_1">
			<Al>kamp Havelte (het 'Jodenkamp');</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_2">
			<Al>kamp Gasselte-Dobbendal;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_3" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_3">
			<Al>kamp Schoonloo (ook wel aangeduid als kamp
												Elp);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_4" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_4">
			<Al>kamp Orvelte;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_5" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_5">
			<Al>kamp Odoorn;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_6" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_6">
			<Al>kamp Vledder;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_7" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_7">
			<Al>kamp Ten Arlo;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_8" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_8">
			<Al>kamp Echten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_9" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_15__item_9">
			<Al>kamp Diever B.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Kamp Havelte valt al binnen de Kernkwaliteit
												Archeologie vanwege de clustering van andere
												archeologische waarden, omdat het zich in het
												Holtingerveld (zie thema 8) bevindt, en voor de
												kampen Gasselte-Dobbendal en Schoonlo geldt
												hetzelfde: zij liggen in het Drentsche Aa-gebied
												(zie Thema 7).</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_20" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_20">
		      <Illustratie naam="jpg_7adb3cca-43e7-46f0-9023-750f40648762.jpg" hoogte="270" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Tabel 3. Bronnen voor de kampen (ruimtelijke
												aspect).</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_21" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_21">
		      <Illustratie naam="jpg_874e9cc5-e613-4e75-9ac5-5a22f9a3d55b.jpg" hoogte="224" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Tabel 4. Het gebruik van de kampen inclusief kamp
												Westerbork en Hooghalen-Heidelager. LW: Luftewaffe;
												WH: Wehrmacht; SS: Schutzstaffeln; GSP:
												Grenzschutzpolizei. Zie voor nadere uitleg de
												Provinciale Kaart WOII.</Al>
		    <Al>Nederlandse kazematten uit de mobilisatie-periodeVan
												de Noord-Nederlandse verdedigings- en
												vertragingslinies ('weerstandslijnen') waren alleen
												de meest oostelijke, de O- en de Q-lijn, structureel
												voorzien van betonnen kazematten (totaal 63 stuks).
												De F-lijn had slechts &#233;&#233;n betonnen kazemat. De
												genoemde weerstandslijnen liggen vooral op Drents en
												Gronings grondgebied. De kazematten zijn gebouwd in
												1939, in de mobilisatietijd. Het zijn zonder
												uitzondering kleine, betonnen bouwsels van het type
												'S' (Stekelvarken). Van de 27 die nog over zijn,
												liggen er maar zeven in Drenthe:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_1">
			<Al>Coevorden S28 (O-lijn, in tuin
												particulier);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_2">
			<Al>Oosterhesselerbrug S35 (Q-lijn, in tuin
												particulier);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_3" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_3">
			<Al>Oosterhesselerbrug S36 (Q-lijn, in uitgespaard
												terreintje omgeven door weiland/akker);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_4" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_4">
			<Al>Sleen S40 (Q-lijn; in tuin particulier);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_5" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_5">
			<Al>Sleen S41 (Q-lijn; in uitgespaard terreintje
												omgeven door weiland/akker);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_6" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_6">
			<Al>Sleen S42 (Q-lijn, in uitgespaard terreintje
												omgeven door weiland/akker);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_7" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_16__item_7">
			<Al>Geesbrug/Zwinderen S61 (F-lijn, in berm).</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Bij enkele kazematten is in de meidagen van 1940
												gevochten. Kogel- en granaatinslagen in het beton
												getuigen hier nog van. De overgebleven Drentse
												kazematten behoren tot de Kernkwaliteit
												archeologie.</Al>
		    <Al>Vliegveld Havelte</Al>
		    <Al>Veel structuren van de door de Duitsers gebouwde
												Fliegerhorst Havelte (1942-1945), dat na zeer zware
												bombardementen opgegeven werd, zijn of nog bewaard
												gebleven, of op het AHN2 als micro-reli&#235;f
												herkenbaar, of bezitten (waarschijnlijk) nog een
												archeologische component. De restanten van het
												voormalige vliegveld Havelte zijn gevarieerder en
												completer dan die van de andere Drentse vliegvelden
												uit WOII (Eelde en Peest; van de schijnvliegvelden
												De Oude Willem, Donderen en Noordscheveld bij Zeijen
												is overigens niets meer over). Ook in nationaal
												opzicht is de Fliegerhorst Havelte uitzonderlijk
												goed bewaard gebleven. Het zijn redenen om juist
												vliegveld Havelte te selecteren als Kernkwaliteit
												Archeologie. Alle elementen die zich in de
												natuurgebieden en het militaire oefenterrein
												bevinden, vallen hieronder. De meeste liggen in het
												Holtingerveld. Het Holtingerveld is op zich al
												aangemerkt als Kernkwaliteit Archeologie, zij het om
												andere archeologisch-inhoudelijke redenen dan WOII
												(zie Thema 7).</Al>
		    <Al>-Ook tot de Kernkwaliteit Archeologie gerekend zijn
												de Befehlsbunker en de radiobunker. Beide bestaan
												nog, en liggen in de bebouwde kom van Havelte. De
												overige geselecteerde structuur in het dorp (een
												vliegtuigopstelplaats, vaag herkenbaar op AHN2) is
												aan te treffen in een beboste terrein &#x201c;Wandelbos&#x201d;
												dat centraal in het dorp ligt. De resterende
												elementen in en buiten de bebouwde kom, die in
												particuliere eigendom zijn, vallen buiten de
												selectie.</Al>
		    <Al><i>Radiopeil- en radarstation Marder </i></Al>
		    <Al>Het radiopeil- en radarstation Marder (1942-1945)
												was het enige Duitse radarstation In Drenthe.
												Hieraan herinnert slechts een zware betonnen sokkel
												van een radarschotel (een zogenaamde W&#252;rzburg Riese;
												zie figuur 15), goed zichtbaar gelegen in een
												weiland. Deze is als zeldzaam overblijfsel als
												Kernkwaliteit archeologie geselecteerd &#x2013;
												vermoedelijk zijn er in heel Nederland niet meer dan
												tien van dergelijke sokkels over.</Al>
		    <Al><i>Frieslandriegel</i></Al>
		    <Al>De Frieslandriegel uit 1944-1945, ook wel aangeduid
												als de Assener Stellungen, is de weinig bekende,
												oostelijke tegenhanger van de roemruchte
												Atlantikwall. De Frieslandriegel was een
												aaneengesloten verdedigingslinie van enkele
												kilometers breed, die langs de IJssel en via Zwolle,
												Assen en Groningen tot aan de Waddenkust was
												aangelegd. Bestaande waterwegen die als
												antitankgracht konden dienen, waren er in
												ge&#239;ntegreerd. De verdedigingselementen bestonden
												verder uit in haast aangelegde antitankgrachten,
												tankmuren en dergelijke, loopgraven,
												schuttersputjes, geschutstellingen en eenvoudige
												betonnen bunkertjes en betonnen eenmansgaten. Het
												grondverzet is grotendeels door Nederlandse burgers
												uitgevoerd in het kader van de verplichte
												tewerkstelling (Arbeitseinsatz). Van deze Duitse
												verdedigingslinie is relatief weinig over. Het
												overgrote deel is verdwenen onder latere bebouwing
												of dichtgeschoven en overploegd. De laatste
												onderdelen van loopgraven en antitank-grachten en
												flankerende schuttersputjes die nog op het AHN2 en
												vaak ook met het blote oog in het veld zichtbaar
												zijn, zijn nog bewaard gebleven omdat zij zich, op
												slechts enkele uitzonderingen na, in natuurgebieden
												en militair oefenterrein bevinden. De uitzonderingen
												liggen in relatief kleine beboste gebiedjes, omgeven
												door open veld, die echter een agrarische bestemming
												hebben of waarvan de bestemming niet achterhaald kon
												worden. Het betreft:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_17" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_17">
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_17__item_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_17__item_1">
			<Al>een terreintje zuidelijk van Wittelte waarin
												drie bunkertjes liggen, die verbonden zijn met een
												loopgraaf (agrarische bestemming);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_17__item_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_17__item_2">
			<Al>een terreintje oostelijk van Wittelte met een
												bunkertje, een loopgraaf en minimaal een
												schuttersput (agrarische bestemming);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__list_17__item_3" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__list_17__item_3">
			<Al>een terreintje aan de Taarlose weg ten westen
												van Taarlo en het Noord-Willemskanaal, met
												loopgraven en enkele schuttersputjes.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>De genoemde WOII-elementen in deze drie terreintjes
												en de op het oog of op het AHN2 zichtbare onderdelen
												van de Frieslandriegel in de natuurgebieden en
												militair oefenterrein zijn geselecteerd als
												Kernkwaliteit Archeologie. Speciale vermelding
												verdient een natuurgebiedje direct ten zuiden van de
												Linthorst Homanweg bij Oudemolen, strategisch
												gelegen tussen het Noord-Willemskanaal en de
												spoorlijn Assen-Groningen dat in zijn geheel een
												complete, goed bewaarde stelling vormt, met
												loopgraven, schuttersputjes en overige militaire
												voorzieningen.</Al>
		    <Al>Een andere opmerkelijke en goed geconserveerde
												concentratie van militaire aardwerken, bevindt zich
												in militair oefenterrein De Haar, tussen Witten en
												Kloosterveen.</Al>
		    <Al><i>Onderduikersholen </i></Al>
		    <Al>De enige zeker gelokaliseerde, op het AHN2 nog
												zichtbare, (deels) ongeschonden onderduikersholen
												Anloo (K18) en het onderduikershol van Roelof
												Schonewille nabij Elim, beide in natuurgebied, zijn
												geselecteerd als Kernkwaliteit Archeologie. Er zijn
												meer (mogelijke) Drentse onderduikersholen bekend,
												die waarschijnlijk nog grotendeels intact zijn, maar
												hun locaties zijn nog niet voldoende geverifieerd om
												deze in de selectie op te nemen. Onderduikersholen
												die gerestaureerd, onderzocht of gereconstrueerd
												zijn op een wijze dat er waarschijnlijk geen of
												nauwelijks meer sprake meer is van authentieke
												archeologische sporen, vallen ook buiten de
												selectie.</Al>
		    <Al><strong>Literatuurlijst</strong></Al>
		    <Al>Aalbersberg, G., 2006. Inventariserend veldonderzoek
												Steentijdvindplaatsen Drentsche Aa-gebied, Provincie
												Drenthe. RAAP-rapport 1278, Amsterdam.</Al>
		    <Al>Aalbersberg, G. &amp; J.L. van Beek, 2009. Beekdalen
												in de provincie Drenthe: historische en toekomstige
												ingrepen, bestemmingsplannen en archeologische
												implicaties. RAAP-rapport 1771, Weesp.</Al>
		    <Al>Anema, K., 1995. Archeologisch erfgoed goed beheerd:
												Behoud, inrichting en beheer in het landelijk
												gebied, Den Haag.</Al>
		    <Al>Anscher, T.J. ten, 2015. Een bronzen lanspunt en
												verlopen beken: Oude beddingen van de Vledder Aa en
												Wapserveensche Aa, in NDV: 132, p. 171-178.</Al>
		    <Al>Anscher, T.J. ten, B.I. van Hoof, M.E. van Kruining,
												J. van der Laan &amp; A. Maurer, 2015. Een corridor
												door het broekbos: Een veenweg uit het
												Laat-Neolithicum door het beekdal van de Slokkert,
												in: NDV 132, p. 125-152.</Al>
		    <Al>Anscher, T.J. ten &amp; M.E. van Kruining &amp; J.
												van der Laan, 2015: Het broekbos doorbroken. De
												laat-neolithische veenweg in het beekdal van de
												Slokkert, gemeente Noordenveld. Een archeologische
												opgraving. RAAP-rapport 2950, Weesp.</Al>
		    <Al>Anscher, T.J. ten &amp; S. van der Veen, 2016.
												Plangebied De Vijftig Bunder nabij Midlaren,
												gemeente Tynaarlo; een bureauonderzoek. RAAP-rapport
												3091, Weesp.</Al>
		    <Al>Anscher, T.J. ten, Y.T. van Popta &amp; M. Scholte
												Lubberink, 2020. Erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog
												in Drenthe. RAAP-rapport 4613, Weesp.</Al>
		    <Al>Arcadis, 2013. Het Nationaal beek- en
												esdorpenlandschap Drentsche Aa BIO-plan 2.0
												(2012-2020).</Al>
		    <Al>Arentzen, W. &amp; W.A.B. van der Sanden, 2018.
												Tweehonderd jaar Valtherbrug &#x2013; Historiografie van
												een uitzonderlijk archeologisch monument &#x2013; I:
												1818-1647, in: NDV 135, p. 171-208.</Al>
		    <Al>Arentzen, W. &amp; W.A.B. van der Sanden, 2019.
												Tweehonderd jaar Valtherbrug &#x2013; Historiografie van
												een uitzonderlijk archeologisch monument &#x2013; II:
												1818-1647, in: NDV 136, p. 153-200.</Al>
		    <Al>Arnoldussen, S., 2012. Het Celtic field te Zeijen &#x2013;
												Noordse Veld: kleinschalige opgravingenvan wallen en
												velden van een laat-prehistorische akkersysteem,
												Grondsporen 16, Groningen.</Al>
		    <Al>Arnoldussen, S. &amp; K.M. de Vries, 2013/14. Of
												farms and fields: the Bronze Age and Iron Age
												settlement and Celtic field at Hijken-Hijkerveld,
												Palaeohistoria 55/56, Groningen.</Al>
		    <Al>Asmussen, P.S.G., 1999. Pingoru&#239;ne Taarlose Veentje,
												gemeente Assen; een Aanvullende Archeologische
												Inventarisatie (AAI1 en AAI2). RAAP-rapport 420,
												Amsterdam.</Al>
		    <Al>Bade, T. &amp; G. Smid, 2007/8. Eigen haard is goud
												waard: Over de economische baten van
												cultuurhistorisch erfgoed, Arnhem.</Al>
		    <Al>Bakker, J.A., 2010. Megalithic research in the
												Netherlands, 1547-1011, Leiden.</Al>
		    <Al>Bakker, R., 1994. Het Gietsenveentje, gemeente
												Gieten (Dr.): Unicum of probleemgeval, in:
												Paleo-Aktueel 5, p. 35-38, Groningen.</Al>
		    <Al>Bakker, R., 2003. The emergence of agriculture on
												the Drenthe Plateau &#x2013; a palaeobotanical study
												supported by high resolution 14C-dating.
												Arch&#228;ologische Berichte 16, Bonn.</Al>
		    <Al>Boon, H., 2016. Archeologisch onderzoek barak 56
												zuidzijde te kamp Westerbork, archeologische
												begeleiding. Sweco Archeologische Rapporten 2014,
												Groningen.</Al>
		    <Al>Casparie, W.A., 1982. The Neolithic wooden trackway
												XXI(Bou) in the raised bog at Nieuw-Dordrecht, in:
												Palaeohistoria 24, p. 115-165.</Al>
		    <Al>Casparie, W.A., G.A. Coert, G.de Leeuw, F. Smits
												&amp; H.D. Veen, 1983: De middeleeuwse keienweg van
												Bronneger, gem. Borger, in: NDV 100, p.
												147-201.</Al>
		    <Al>Casparie, W.A., 1986: The three Bronze Age footpaths
												XVI(Bou), XVII(Bou) and XVIII(Bou) in the raised bog
												of Southeast Drenthe (the Netherlands), in:
												Palaeohistoria 26, p. 41-94.</Al>
		    <Al>Casparie, W.A., 1987: Bog Trackways in the
												Netherlands, in: Palaeohistoria 29, 35-65.</Al>
		    <Al>Casparie, W.A. 1993: De Valtherbrug (Dr. en Gr.);
												meer dan &#233;&#233;n weg? In: Paleo-Aktueel 4, p.
												95-99.</Al>
		    <Al>Casparie, W.A., B. van Geel, A.E.M. Hanraets, E.
												Jansma &amp; I.L.M. Stuijts, 2004. De veenweg van
												Nieuw-Dordrecht &#x2013; onvoltooid en niet gebruikt, in:
												NDV 121, p. 114-141.</Al>
		    <Al>Deeben, J., E. Drenth, M.F. van Oorsouw &amp; L.
												Verhart, 2005. De steentijd van Nederland.
												Archeologie 11/12, Meppel.</Al>
		    <Al>Doesburg, J. van (red), 2007. Essen in zicht: essen
												en plaggendekken in Nederland, onderzoek en beleid.
												Nederlandse Archeologische Rapporten 34,
												Amersfoort.</Al>
		    <Al>Doesburg, J. van, 2008. Plaggen bedekken schatten.
												Nieuwsbrief 3 RACM, 3 mei 2008 p. 8.10,
												Amersfoort.</Al>
		    <Al>Eickhoff, M., 2005. Van het land naar de markt: 20
												jaar RAAP en de vermaatschappelijking van de
												Nederlandse archeologie (1985 &#x2013; 2005),
												Amsterdam.</Al>
		    <Al>Exaltus, R.P., 1999. Het Spaansche Kerkhof bij
												Veenhuizen. Provincie Drenthe, gem. Noordenveld &#x2013;
												een archeologisch onderzoek. RAAP-rapport 417,
												Amsterdam.</Al>
		    <Al>Gewijzigde Monumentenwet 1988 (versie 1 september
												2007).</Al>
		    <Al>Giffen, A.E. van, 1913: De Buiner Brug en het
												Steenen Voetpad aldaar. Oudheidkundige Mededelingen
												van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden 7, p.
												51-90.</Al>
		    <Al>Giffen van, A.E., 1925-1927. De Hunebedden in
												Nederland, Utrecht</Al>
		    <Al>Ginkel, E. van, S. Jager, W. van der Sanden, 1999.
												Hunebedden, monumenten van een Steentijdcultuur,
												Abcoude/Amersfoort.</Al>
		    <Al>Ginkel, E. van, 2005. Archeologische routes in
												Nederland 45: Havelte (Drenthe), Amersfoort.</Al>
		    <Al>Hielkema, J.B., 2018. Natuurontwikkeling
												Tusschenwater, gemeente Tynaarlo, archeologisch
												vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek (variant
												archeologische begeleiding). RAAP-rapport 3624,
												Weesp.</Al>
		    <Al>Hobma, F.A.M., 2006. Bouwen na Malta: De wet op de
												archeologische monumentenzorg, in: Bouwrecht nr. 10
												oktober 2006 p. 875-885.</Al>
		    <Al>Hoof, B.I. van, 2015. Plangebied De Koppeling,
												gemeente Tynaarlo. Archeologisch onderzoek: een
												archeologische begeleiding. RAAP-rapport 2922,
												Weesp.</Al>
		    <Al>Houben, B., 2004. Archeologie, bos- en
												natuurontwikkeling, Kans of knelpunt, afd. Groen,
												Cultuur en Sociale Ontwikkeling provincie Limburg,
												Maastricht.</Al>
		    <Al>In kort bestek: de Wet op de archeologische
												monumentenzorg, Erfgoed NL, RACM, VOiA 2007,
												Amersfoort.</Al>
		    <Al>Jager, S.W., 2008. Celtic fields in Zuid-Drenthe:
												archeologisch vooronderzoek: een inventariserend
												bureauonderzoek. RAAP-rapport 1731, Weesp.</Al>
		    <Al>Jans, J.E.A., 2016. Op zoek naar de Valtherschans,
												Gemeente Borger-Odoorn; archeologisch vooronderzoek:
												een bureauonderzoek, geofysisch onderzoek en
												booronderzoek. RAAP-rapport 3147, Weesp.</Al>
		    <Al>Kennisbehoefte Archeologisch erfgoed: Een onderzoek
												naar de behoeften van de organisaties in de
												kennisinfrastructuur archeologie aan toegang tot
												actuele kennis AMZ, op basis van ervaringen met het
												kennissysteem ARCHIS, ROB, 1999, Amersfoort.</Al>
		    <Al>Kooi, P.H., 2001.De (her)ontdekking van de keienweg
												van Exloo, in: NDV 118, p. 138-147.</Al>
		    <Al>Kooi, P.H., 2004. Terug naar de weg, in: NDV 121, p.
												161-165.</Al>
		    <Al>Louwe Kooijmans, L.P. (red), 2005. Nederland in de
												Prehistorie, Amsterdam.</Al>
		    <Al>Mars, A., 2000. De archeologische waarden van
												pingoru&#239;nes, dobben en veentjes, in: vakblad
												Natuurbeheer nr. 7, p 107-110, Wageningen.</Al>
		    <Al>Mars, A., 2004. Van geest naar letter: Advies inzake
												de gevolgen van de wijziging van de Monumentenwet
												1988 (Malta) voor de Provincie Drenthe, Interne
												notitie Provincie Drenthe, Assen.</Al>
		    <Al>Mars, A., 2006. Provinciaal archeologiebeleid
												Drenthe onder de loep, met aanvulling op Van geest
												naar letter (2004), Interne notitie Provincie
												Drenthe, Assen.</Al>
		    <Al>Mars, A., 2008. Richtlijnen voor het maken van een
												gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart
												(inhoud en proces), Assen.</Al>
		    <Al>Mars, A. (samenst.), Relevante parlementaire stukken
												met betrekking totstandkoming Wet op de
												archeologische monumentenzorg (Wamz), bedoeling
												wetsbepalingen, Assen.</Al>
		    <Al>Mars, A. &amp; W.A.B. van der Sanden 2008. Notitie
												provinciaal archeologiebeleid Drenthe 2008: De
												ruggengraat van het Drents archeologisch erfgoed
												(Ambtelijk advies toekomstig beleid voor archeologie
												en ruimte), Assen.</Al>
		    <Al>Molema, J,. M. Dosker, J.H.N. Elerie, T. Spek, H.W.
												Veenstra &amp; H.T. Waterbolk, 2004.
												Cultuurhistorische inventarisatie ten behoeve van
												Landschapsvisie Drentshe Aa: onderzoek in het kader
												van het Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap
												Drentsche Aa. RAAP-rapport 969, Amsterdam.</Al>
		    <Al>Nationale onderzoeksagenda Archeologie (NoaA),
												versie 2020</Al>
		    <Al>Neefjes, J., H. Bleumink, G. van Duinhoven &amp; S.
												Greeuw, 2006. Cultuurhistorie in natuurontwikkeling,
												Twaalf projecten onder de loep,
												Boxtel/Wageningen.</Al>
		    <Al>Nicolay, J.A.W. (red), 2008. opgravingen bij
												Midlaren: 5000 jaar wonen tussen Hondsrug en
												Hunzedal. Groningen Archaeological Studies 7/1 en
												7/2, Groningen.</Al>
		    <Al>Nicolay, J.A.W. (red), 2018. Huisplaatsen in De
												Onlanden. De geschiedenis van een Drents
												veenweidegebied. Groningen.</Al>
		    <Al>Niekus, M.J.L.Th., F. de Vries &amp; W. van der
												Wijk, 2013. In het spoor van Georgr Hendrik Voerman:
												Archeologie en landschap van het Holtingerveld,
												Diever.</Al>
		    <Al>Niekus, M.J.L.Th. &amp; E. van Ginkel, 2019.
												Neanderthalers in Noord-Nederland: Leven aan de rand
												van de oerwereld, Assen.</Al>
		    <Al>Matien, R.H., 2013. De prehistorische veenbruggen
												van Smilde, in: Levend Verleden 2013 (1), p.
												18-29.</Al>
		    <Al>Picardt, J., 1660. Annales Drenthiae. Amsterdam</Al>
		    <Al>Picardt, J., 1660. Korte Beschryvinge van eenige
												Vergetene en Verborgene Antiquiteten Der Provintien
												en Landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel,
												Emse en Lippe. Amsterdam</Al>
		    <Al>Pi&#235;t, S., 2004. De emotiemarkt: de toekomst van de
												beleveniseconomie, Rotterdam.</Al>
		    <Al>Popta, Y.T. van, &amp; A.G.M. Spiekhout, 2016. Op
												zoek naar kastelen in het Hunzedal. Archeologisch
												booronderzoek nabij Zuidlaren. Grondsporen 22,
												Groningen.</Al>
		    <Al>Popta, Y.T., van, 2019. Grondsporen in het gebied
												Burgvoort bij de Groeve, gemeente Tynaarlo. Een
												archeologisch onderzoek: veldinspectie. RAAP-rapport
												4145, Weesp.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2005. Cultuurnota 2005 &#x2013; 2008: De
												kunst van het combineren, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2006. Richtlijnen voor
												archeologisch bureau- en veldonderzoek in de
												Provincie Drenthe, versie 1.0, 21 maart 2006,
												Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2006. Richtlijnen voor
												beekdalonderzoek in de Provincie Drenthe, versie
												1.0, 21 maart 2006, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2007. Collegeprogramma 2007 &#x2013;
												2011: Kiezen voor de kracht van Drenthe, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2007. Beleidsbrief provinciaal
												archeologiebeleid Drenthe, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2008. Cultuurnota 2009 &#x2013; 2012,
												Assen</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2008. Notitie Invoering nieuwe
												Wro, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2008. Uitvoeringsprogramma
												Nationaal Landschap Drentsche Aa: pMJP-Gebiedsopgave
												2007-2013, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2012. Cultuurnota 2013 &#x2013; 2016:
												Oude wereld, Nieuwe mindset, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2016. Cultuurnota 2017 &#x2013; 2020: De
												verbeelding van Drenthe, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2018. Omgevingsvisie Provincie
												Drenthe. Vastgesteld 03-10-2018, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2019. Coalitieakkoord: Drenthe,
												mooi voor elkaar! 2019-2023, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Drenthe, 2020. Cultuurnota 2021 &#x2013; 2024:
												Cultuur om te delen, Assen.</Al>
		    <Al>Provincie Noord-Brabant, 2000. Kookboek
												Cultuurhistorie: kwaliteit als grondslag,
												Cultuurhistorische waardenkaart Noord-Brabant,
												's-Hertogenbosch.</Al>
		    <Al>Provincie Noord-Holland, 2004. Behoud en beheer van
												archeologische vindplaatsen in het Oer-IJ-gebied,
												Haarlem.</Al>
		    <Al>Rensink, E., 2008. Richtlijnen archeologisch
												onderzoek en verwachtingskaarten voor beekdalen in
												Pleistoceen Nederland, Amersfoort.</Al>
		    <Al>Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2019.
												Erfgoed van betekenis: Verkenning
												Herinneringserfgoed; een verkennend onderzoek naar
												de relatie tussen onroerend erfgoed en de
												herinnerings- en herdenkingscultuur in Nederland,
												Amersfoort.</Al>
		    <Al>Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2019. Op
												verkenning 2.0; Twee eeuwen militair erfgoed in het
												vizier, Rapportage Verkenning Militair Erfgoed,
												Amersfoort.</Al>
		    <Al>Roozenbeek, J., A. Voerman &amp; T.J. ten Anscher,
												2007. Hunebedden, een wereld te winnen: Handboek
												voor archeologie, inrichting en beheer.</Al>
		    <Al>Roymans, J., 2005. Een cultuurhistorisch
												verwachtingsmodel voor Brabantse
												beekdallandschappen: een mogelijke toekomst voor het
												verleden van beekdalen, Masterscriptie VU Amsterdam,
												Vakgroep Erfgoedstudies.</Al>
		    <Al>Sanden, W.A.B. van der, 1997. Aardewerk uit natte
												context in Drenthe: het vroeg- en laat-neolithicum
												en de vroege bronstijd, in: NDV 114, p.
												127-141.</Al>
		    <Al>Sanden, W.A.B. van der, 1997. Wagens, wielen en
												wieldelen uit de Drentse venen: de late ijzertijd en
												de Romeinse tijd, in: NDV 114, p. 180-201.</Al>
		    <Al>Sanden, W.A.B. van der, 2002. Veenwegen in Drenthe:
												enkele nieuwe dateringen, in: NDV 119, p
												101-112.</Al>
		    <Al>Sanden, W.A.B. van der, 2002. Runderhoorns, wagens
												en andere veenvondsten uit Drenthe, in: NDV 119, p.
												128-168</Al>
		    <Al>Sanden, W.A.B. van der, 2002. Structuren in het
												Drentse veen, in: NDV 119, p. 186-216.</Al>
		    <Al>Sanden, W.A.B. van der, 2004: Veenwegen in Drenthe:
												stof voor discussie, in: NDV 121, p 142-160.</Al>
		    <Al>Sanden, W.A.B. van der, 2007. Projectvoorstel
												waardering offerveentjes Drenthe, Assen.</Al>
		    <Al>Sanden, W.A.B., 2018. Geschiedenis van Drenthe, dl
												1: een archeologisch perspectief, Assen.</Al>
		    <Al>Sanden, W.A.B. van der, 2019. Where to and why?
												Thoughts on the meaning of the Valtherbrug bog
												trackway. In: S. Arnoldussen, A.A.G. Ball, J. van
												Dijk, E. Nord &amp; N. de Vries (red.), in:
												Metaaltijden 6. Bijdragen in de studie van de
												metaaltijden, p. 259-281, Leiden.</Al>
		    <Al>Schutte, I.A., 2008. Het provinciaal archeologisch
												belang: naar een kader voor het opstellen van een
												structuurvisie, de toetsing van gemeentelijke
												plannen en verlenen van ontgrondingsvergunningen in
												de provincie Utrecht. RAAP-rapport 1642, Weesp.</Al>
		    <Al>Schutte, I.A. &amp; B. van der Laan, 2015. Kamp
												Westerbork &#x2013; van vluchtelingenkamp tot
												herinneringscentrum, gemeente Midden-Drenthe; een
												archeologische bronnen- en beleidskaart.
												RAAP-rapport 2909, Weesp.</Al>
		    <Al>SIKB, 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie,
												versie 4.1.</Al>
		    <Al>Smith, A.F., W.J. Tonnis &amp; W.A. Casparie, 2003.
												Niet elke steenhoop is 'geheid' een Drentse
												keienweg. Een archeologische puzzel in het Exloose
												veen opnieuw bekeken, in: NDV 120, p. 158-171.</Al>
		    <Al>Spek, T., 1995. Archeologie en cultuurhistorie:
												Drentsche essen, Wageningen/Groningen.</Al>
		    <Al>Spek, T., &amp; A. Ufkes, 1995. Archeologie en
												cultuurhistorie van essen in de provincie Drenthe:
												inventarisatie, waardering en aanbevelingen ten
												behoeve van het stimuleringsbeleid
												bodembeschermingsgebieden. Assen/Wageningen.</Al>
		    <Al>Spek, T., 2004. Het Drentse esdorpen landschap: een
												historisch geografische studie, 2 delen en
												kaartbijlage (diss.), Utrecht.</Al>
		    <Al>Spek, T., J. Buitenveld, P. Copini, R.P. Exaltus,
												B.J. Groenewoudt, W. Groenman-van Waateringe, A.G.
												Jong, F. van Kregten, N.C.M. Maes, A. Mars, J. den
												Ouden, C.J.A. R&#246;vekamp, U.G.W. Sass &amp; B.P.
												Speleers, 2005. Ouderdom en ontstaanswijze van
												cirkelvormige eikenstrubben in het natuurterrein &#x201c;De
												wilde Kamp&#x201d; bij Garderen (Noordwest-Veluwe), RAM
												131, Amersfoort.</Al>
		    <Al>Staatsbosbeheer &amp; Waterschap Hunze &amp; Aa's,
												2017. Inrichtingsvisie beekdalen Drentsche Aa.</Al>
		    <Al>Strootman Landschapsarchitecten &amp; Novia Consult,
												2004. Landschapsvisie Drentsche Aa, Amsterdam.</Al>
		    <Al>Strootman Landschapsarchitecten &amp; Novia Consult,
												2017. Landschapsvisie 2.0 Drentsche Aa,
												Amsterdam.</Al>
		    <Al>Steunpunt Erfgoed Drenthe (red.), 2019. Joodse
												begraafplaatsen in Drenthe: Een handreiking voor
												integraal beheer aan de hand van de Nieuwe Joodse
												Begraafplaats, Zuiderweg 56 te Hoogeveen,
												Assen.</Al>
		    <Al>Tijdschrift &#x2013; Malta magazine, deel 1 t/m 11,
												2002-2007.</Al>
		    <Al>Toebosch, T., 2004. Niks duurzamer dan een mooi gat:
												archeologie heen en weer geslingerd tussen cultuur
												en wetenschap, in: Boekman 58/59. p. 122-126.</Al>
		    <Al>Veen, S. van der &amp; T.J. ten Anscher, 2018. Een
												actualisatie van de Drentse Celtic fields en een
												inventarisatie van Drentse karrensporen.
												RAAP-rapport 3554, Weesp.</Al>
		    <Al>Veen, S. van der &amp; T.J. ten Anscher, 2019. Een
												inventarisatie van voordenlocaties in de provincie
												Drenthe. RAAP-rapport 3616, Weesp.</Al>
		    <Al>Verdiepingsslag IKAW Provincie Drenthe: Een
												bureauonderzoek naar beschikbare bronnen en kosten.
												RAAP-adviesdocument 296, 2008.</Al>
		    <Al>Verhagen, F. &amp; A.A. Kerkhoven, 2017. Meppel,
												Engelgaarde. Gemeente Meppel (Dr). Een
												Archeologische Begeleiding (AB), conform protocol
												Opgraven (DO). Een IJzertijd brug in het beekdal van
												de Wold Aa. Transect-rapport 1522, Nieuwegein.</Al>
		    <Al>Verkenning van de knelpunten en oplossingsrichtingen
												van de archeologische monumentenzorg onder Malta,
												SIKB, 2007.</Al>
		    <Al>Vree, F. van &amp; R. van der Laarse, 2009. De
												dynamiek van de herinnering: Nederland en de Tweede
												Wereldoorlog in een internationale context,
												Amsterdam.</Al>
		    <Al>Wit, M.J.M. de, 2003. Een aanvullend Archeologisch
												onderzoek op De Spil te Dalen, gemeente Coevorden
												(Dr.), ARC-publicaties 72, Groningen.</Al>
		    <Al>Wit, M.J.M. de, 2016. Archeologisch
												proefsleuvenonderzoek op plangebied Molenakker II,
												fase 1, te Dalen, gemeente Coevorden (Dr.),
												MUG-publicatie 2016-11, Leek.</Al>
		    <Al>Wit, M.J.M. de, 2016. Archeologisch
												proefsleuvenonderzoek op plangebied Molenakker II,
												fasen 2 &amp; 3, te Dalen, gemeente Coevorden (Dr.),
												MUG-publicatie 2016-12, Leek.</Al>
		    <Al><strong>BIJLAGEN</strong></Al>
		    <Al>Bijlage 1</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_22" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_22">
		      <Illustratie naam="jpg_9951b05e-e4de-45c6-931d-da01452c7641.jpg" hoogte="247" breedte="654" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Bijlage 2</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_23" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_23">
		      <Illustratie naam="jpg_e3032e96-b3fa-4183-b042-720b409972cb.jpg" hoogte="269" breedte="608" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Bijlage 3</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_24" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_24">
		      <Illustratie naam="jpg_ea1643f6-6351-4792-9142-1e713aafe18c.jpg" hoogte="76" breedte="628" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Bijlage 4</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_25" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_25">
		      <Illustratie naam="jpg_f4245cf3-3d09-4e12-9bd3-c37f8036d6ce.jpg" hoogte="35" breedte="637" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Bijlage 5</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_26" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_26">
		      <Illustratie naam="jpg_9022da60-f100-42c2-8b3a-bb24068f3294.jpg" hoogte="143" breedte="646" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Bijlage 6</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_1__content_1__img_27" eId="genrecital__div_4__div_1__content_1__img_27">
		      <Illustratie naam="jpg_1363d4d5-f340-4730-807f-c83a1ed5cf9f.jpg" hoogte="89" breedte="653" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisie eId="genrecital__div_4__div_2" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_2">
		<Kop>
		  <Label>Bijlage</Label>
		  <Nummer>2</Nummer>
		  <Opschrift>Onderbouwing Detailhandelsbeleid</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="genrecital__div_4__div_2__content_1" wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_2__content_1">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Onderbouwing</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al><strong>1 Dienstenrichtlijn</strong></Al>
		    <Al><i>1.1 Dienstenrichtlijn van toepassing op
												detailhandel</i></Al>
		    <Al>https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex:32006L0123</Al>
		    <Al>Met de uitspraak inzake het bestemmingsplan &#x2018;Stad
												Appingedam&#x2019; is duidelijk geworden dat detailhandel
												en ruimtelijke voorschriften &#x2013; nadere eisen voor het
												vestigen van detailhandel - onder de
												Dienstenrichtlijn vallen. Het betreft immers eisen
												die de toegang tot of het uitoefenen van een
												dienstenactiviteit reguleren, zoals een
												brancheringsregeling en/of een regeling over
												oppervlaktecriteria ten aanzien van
												detailhandel.</Al>
		    <Al><i>1.2 Toetsing aan de Dienstenrichtlijn</i></Al>
		    <Al>Voor het stellen van eisen voor het vestigen van
												detailhandel kent de Dienstenrichtlijn twee
												verschillende regimes.</Al>
		    <Al>Het eerste regime is neergelegd in artikel 14,
												aanhef en onder 5 Dienstenrichtlijn. Elke eis die
												een beperking inhoudt en waarmee uitsluitend
												economische doelen worden nagestreefd, is simpelweg
												verboden. Uit jurisprudentie blijkt dat het verbod
												van artikel 14 Dienstenrichtlijn niet geldt, indien
												in de onderbouwing en de motivering van de
												brancheringsregeling wordt gewezen op ruimtelijke
												belangen die daaraan ten grondslag hebben gelegen of
												indien wordt toegelicht dat aan de regeling geen
												economische doelen ten grondslag liggen. Gelet op
												artikel 1.1.2 Bro
												https://maxius.nl/besluit-ruimtelijke-ordening/artikel1.1.2
												geldt in het Nederlandse ruimtelijke ordeningsrecht
												echter al de voorwaarde dat met ruimtelijke
												voorschriften geen economische doelen kunnen worden
												nagestreefd. Er moeten derhalve ruimtelijke motieven
												aanwezig zijn. Hiermee is dit binnen het Nederlandse
												recht al geregeld.Relevanter is het tweede in de
												Dienstenrichtlijn opgenomen regime, dat is
												neergelegd in artikel 15 lid 3. Die bepaling luidt
												als volgt: &#x2018;De lidstaten controleren of de in lid 2
												bedoelde eisen aan de volgende voorwaarden
												voldoen:Discriminatieverbod: de eisen maken geen
												direct of indirect onderscheid naar nationaliteit
												of, voor vennootschappen, de plaats van hun
												statutaire zetel.Noodzakelijkheid: de eisen zijn
												gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen
												belang.Evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn
												om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet
												verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat
												doel kan niet met andere, minder beperkende
												maatregelen worden bereikt.</Al>
		    <Al>De in deze bijlage opgenomen onderbouwing heeft
												betrekking op het onderbouwen van de nadere eisen
												die in de omgevingsverordening worden gesteld aan de
												vestigingsmogelijkheden voor detailhandel conform de
												toetsingseisen uit artikel 15 lid 3 van de
												Dienstenrichtlijn. Hierbij ligt het accent op de
												noodzakelijkheid en de evenredigheid.</Al>
		    <Al><strong>2 Discriminatieverbod</strong></Al>
		    <Al>De eisen/maatregelen in de Omgevingsverordening
												maken geen direct of indirect onderscheid naar
												nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats
												van hun statutaire zetel van de te vestigen winkels.
												Het betreft uitsluitend eisen die betrekking hebben
												op de omvang van de winkels, de aard van de
												producten of het verzorgingsgebied c.q. de impact op
												het regionale voorzieningenniveau en het betreft
												eisen van regionale afstemming.</Al>
		    <Al>Hiermee wordt in de Omgevingsvisie en &#x2013;verordening
												Drenthe derhalve voldaan aan het
												discriminatieverbod.</Al>
		    <Al><strong>3 Noodzakelijkheid</strong></Al>
		    <Al><i>3.1 Dwingende reden van algemeen belang</i></Al>
		    <Al>Het noodzakelijkheidsvereiste betreft de vraag of de
												in een ruimtelijk voorschrift vastgelegde beperking
												binnen de mogelijkheden voor detailhandel (de eis
												c.q. de maatregel), is gerechtvaardigd vanwege een
												dwingende reden van algemeen belang. Oftewel zijn de
												doelen die met de maatregelen worden nagestreefd,
												dwingende maatregelen van algemeen belang.</Al>
		    <Al>Waarom zijn beperkingen voor detailhandel opgelegd?
												Prognoses voor de ontwikkeling van de detailhandel
												geven aan dat het totale fysieke winkelareaal naar
												verwachting gaat krimpen. De krimp wordt niet alleen
												veroorzaakt door de groei van internetaankopen, maar
												ook door een veranderend ruimtelijk koopgedrag en
												door de vergrijzing, die tot afnemende bestedingen
												per hoofd van de bevolking leidt. Tegen deze
												achtergrond is een zorgvuldig vormgegeven en
												effectief provinciaal (en gemeentelijk) beleid van
												grote waarde. Het is vanuit deze achtergrond
												noodzakelijk om beleid te voeren gericht op het
												beschermen en stimuleren van aantrekkelijke en
												leefbare centra met een zo compleet mogelijk
												brancheaanbod en het voorkomen van leegstand. Dit
												kan op basis van specifieke lokale data een
												onderbouwde vertaling krijgen in het gemeentelijk
												beleid.</Al>
		    <Al>De contouren van wat wordt bedoeld met &#x201c;een
												dwingende reden van algemeen belang&#x201d; zijn met name
												geschetst in de conclusie van de Advocaat-Generaal
												van het Europese Hof en in de uitspraak van de Raad
												van State over het bestemmingsplan
												Appingedam-centrum.</Al>
		    <Al>In de conclusie van de Advocaat-Generaal in de zaak
												Visser Vastgoed &#x2013; Appingedam wordt hierover onder
												punt 147 het volgende aangegeven:</Al>
		    <Al><i>&#x201c;De bescherming van het stedelijk milieu, die
												wordt aangevoerd als dwingende reden van algemeen
												belang, is erkend in artikel 4, punt 8, van
												richtlijn 2006/123(132), dat op dit punt eerdere
												rechtspraak over artikel 56 VWEU codificeert
												(133). Een gemeente kan er belang bij hebben om
												via een bestemmingsplan te bevorderen dat de
												binnenstad haar dynamiek en oorspronkelijke
												karakter behoudt. Regulering van de
												vestigingsmogelijkheden voor winkels kan in
												algemene zin onderdeel zijn van een dergelijk
												beleid. Bovendien is het mogelijk dat een gemeente
												ook de hoeveelheid en doorstroming van het verkeer
												binnen en buiten de stad wil be&#239;nvloeden. Daaraan
												moet worden toegevoegd dat de betrokken maatregel
												niet economisch is in de zin dat het doel en het
												gevolg ervan is dat bepaalde detailhandelaars
												gunstiger worden behandeld dan andere. Veeleer
												gaat het om een manier van leven in een stad en
												daarmee bijna om cultuurbeleid, dat ook als een
												dwingende reden van algemeen belang is erkend in
												artikel 4, punt 8, van richtlijn 2006/123.
												(134)&#x201d;</i></Al>
		    <Al>In de uitspraak van de Raad van State over het
												bestemmingsplan centrum Appingedam
												ECLI:NL:RVS:2019:2569
												https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2019:2569
												wordt hierover gesteld:</Al>
		    <Al><i>&#x201c;Door middel van branchering in het perifere
												winkelgebied beoogt de raad een mix van winkels in
												het centrum te behouden of te bevorderen die is
												afgestemd op de behoefte en het koopgedrag van de
												consument. Daarmee wordt beoogd een aantrekkelijk
												centrum te bevorderen, om de leefbaarheid van het
												stadscentrum te behouden en leegstand in
												binnenstedelijk gebied te voorkomen. De raad heeft
												zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat
												het nastreven van deze doelen nodig is vanuit een
												oogpunt van bescherming van het stedelijk milieu,
												temeer wanneer &#x2212; zoals in Appingedam&#x2212; sprake is
												van een verhoudingsgewijs hoog
												leegstandspercentage aan winkelruimte in het
												stadscentrum. Gelet hierop heeft de raad zich op
												goede gronden op het standpunt gesteld dat het
												behoud van de leefbaarheid van het stadscentrum en
												het voorkomen van leegstand in binnenstedelijk
												gebied, noodzakelijk zijn voor de bescherming van
												het stedelijk milieu en een dwingende reden van
												algemeen belang vormen die branchering in het
												perifere winkelgebied rechtvaardigt.&#x201d;</i></Al>
		    <Al>In de uitspraken die hierop volgen wordt steeds op
												deze twee stukken teruggegrepen. Op basis hiervan en
												van de jurisprudentie die hierop is gevolgd geldt
												dat maatregelen worden opgelegd ten behoeve van het
												beschermen van het stedelijk milieu. Het beschermen
												van het stedelijk milieu kan worden
												geoperationaliseerd naar de volgende doelen:</Al>
		    <Al>behoud van dynamiek en oorspronkelijke karakter;het
												bevorderen van een aantrekkelijk centrum;het
												behouden van de leefbaarheid van het
												stadscentrum;behoud van een goede functiemix in
												stadscentra (en reguliere andere
												winkelcentra);behoud van voldoende
												aantrekkingskracht van bezoekers aan stadscentra en
												reguliere centra;het voorkomen van leegstand in
												binnenstedelijk gebied;het be&#239;nvloeden van de
												hoeveelheid en doorstroming van het verkeer binnen
												en buiten de stad om onaanvaardbare ruimtelijke
												effecten van verkeer en parkeren op het stedelijk
												milieu en de leefbaarheid en veiligheid te
												voorkomen.</Al>
		    <Al><i>3.2 Provinciale doelen</i></Al>
		    <Al>Zoals is weergegeven in de toelichting van Artikel
												3.20 komen de beleidsdoelen van de provincie Drenthe
												goed overeen met de inmiddels geaccepteerde
												&#x2018;dwingende redenen van algemeen belang&#x2019; in het kader
												van de Noodzakelijkheidseis van de
												Dienstenrichtlijn. Samenvattend zijn deze doelen als
												volgt.</Al>
		    <Al>Het cre&#235;ren van aantrekkelijke en vitale
												centrumgebieden van steden en dorpen, omdat deze
												belangrijk zijn voor de leefbaarheid van kernen en
												omdat deze een sociaal maatschappelijke functie
												hebben als belangrijk zijn als ontmoetingsplaats.Het
												voorkomen van een verdere toename van de leegstand
												in bestaande centrumgebieden.Het zorgen voor een
												concentratie van winkelvoorzieningen, waardoor
												combinatiebezoek wordt gestimuleerd en
												gefaciliteerd, dat het economisch functioneren van
												bedrijven ondersteund en resulteert in gemak,
												effici&#235;ntie en minder mobiliteit (o.a.
												autobewegingen) voor de consument.Het streven naar
												een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
												en zorgvuldig ruimtegebruik.Het zorgen voor een
												vitaal platteland, waar recreatie een belangrijk
												element is en waar meerdere verdienmodellen mogelijk
												moeten zijn voor agrari&#235;rs.</Al>
		    <Al>In verband met deze doelen worden beperkingen
												opgelegd voor de vestigingsmogelijkheden van
												branches en soorten winkels die belangrijk zijn voor
												het functioneren van centrumgebieden c.q. belangrijk
												zijn voor een vitaal platteland. In feite wordt een
												goede regionale detailhandelsstructuur nagestreefd,
												waarbij wordt ingezet op de juiste functie op de
												juiste plek. Dit zijn allemaal doelen die passen
												binnen beschreven uitwerkingen van de dwingende
												reden van algemeen belang ten aanzien van het
												beschermen van het stedelijk milieu van de kernen
												c.q. het functioneren van centrumgebieden en het
												voorkomen van leegstand.</Al>
		    <Al>Hiermee wordt in de Omgevingsvisie en -verordening
												Drenthe derhalve voldaan aan
												noodzakelijkheidseis.</Al>
		    <Al><strong>4 Evenredigheid</strong></Al>
		    <Al><i>4.1 Inleiding</i></Al>
		    <Al>Het derde aspect van de toetsing aan de
												Dienstenrichtlijn betreft de evenredigheid. De eisen
												moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te
												bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat
												doel te bereiken en dat doel kan niet met andere,
												minder beperkende maatregelen worden bereikt.</Al>
		    <Al>Op basis van de actuele jurisprudentie kan dit
												vertaald worden naar de volgende vragen:</Al>
		    <Al>Handelt de provincie coherent en systematisch om het
												nagestreefde doel te bereiken? De zogenoemde
												hypocrisietest.Draagt het brede pakket aan
												maatregelen zinvol bij om de nagestreefde algemene
												doelen te bereiken?Gaan de maatregelen niet verder
												dan nodig om het nagestreefde doel te bereiken en
												zijn er (aantoonbaar) geen andere, minder beperkende
												maatregelen mogelijk?</Al>
		    <Al>Navolgend worden deze deelaspecten binnen de
												evenredigheidseis separaat doorgelopen. Waar nodig
												wordt verwezen naar de bijlage voor aanvullende
												specifieke analyses op basis van specifieke
												gegevens.</Al>
		    <Al><i>4.2 Coherent en systematisch</i></Al>
		    <Al>De vraag of het pakket maatregelen die in de
												omgevingsverordening zijn opgenomen coherent en
												systematisch wordt toegepast valt uit een in twee
												delen.</Al>
		    <Al>Is het beleid en de uitwerking in de verordening in
												overeenstemming met het algemene beleid in Nederland
												en zijn de aanpassingen die zijn gemaakt coherent en
												systematisch?Is het pakket maatregelen uit de
												Omgevingsverordening coherent en systematisch, dat
												wil zeggen worden er geen onlogische uitzonderingen
												gemaakt in de maatregelen of de toepassing?</Al>
		    <Al><i>De maatregelen in relatie tot het (voormalig)
												Rijksbeleid</i></Al>
		    <Al>Detailhandel buiten de reguliere tot de
												hoofdstructuur behorende winkelgebieden (binnenstad,
												stadsdeelcentrum en buurt- en wijkcentra) is in
												Nederland altijd een onderwerp geweest waar
												beleidsmakers zeer zorgvuldig mee om gaan, om
												negatieve effecten op de reguliere centra te
												voorkomen.</Al>
		    <Al>De eerste mogelijkheden ontstonden in de jaren &#x2019;70
												en &#x2019;80 na de invoering van het voormalige PDV-beleid
												(Perifere Detailhandels Vestiging) van het Rijk. Dit
												beleid zorgde ervoor dat winkels die vanwege aard en
												omvang van de gevoerde artikelen (volumineus) zich
												mochten vestigen buiten de bestaande winkelcentra
												(bouwmarkten, tuincentra, woninginrichting en
												winkels in auto&#x2019;s, boten en caravans).</Al>
		    <Al>In de jaren &#x2019;90 is daaraan het GDV-beleid
												(Grootschalige Detailshandels Vestigingen)
												toegevoegd, wat het mogelijk maakte grootschalige
												winkels zonder brancheringsbeperking groter dan
												1.500 m&#178; te realiseren op enkele stedelijke
												knooppunten in Nederland.</Al>
		    <Al>Later is het PDV/GDV-beleid opgeheven en is het
												ruimtelijke ordeningsbeleid gedecentraliseerd. Dit
												betekent dat provincies en gemeenten meer vrijheid
												kregen om zelf keuzes te maken, waarbij bij nieuwe
												stedelijke ontwikkelingen nog wel de ladder voor
												duurzame verstedelijking verplicht is (aantonen van
												behoefte en ruimtelijk-functionele effecten).</Al>
		    <Al><i>De maatregelen in het provinciaal beleid bouwen
												voort op het voormalige Rijksbeleid</i></Al>
		    <Al>Al sinds het bestaan van het voormalige Rijksbeleid
												(PDV- en GDV-beleid) stuurt de provincie op
												concentratie van detailhandel binnen centra en
												worden beperkingen opgelegd voor detailhandel buiten
												de centra (binnen bestaand stedelijk gebied en het
												landelijk gebied).</Al>
		    <Al>De beleidslijn die Drenthe heeft vastgelegd in de
												Omgevingsvisie en in de uitwerking daarvan in de
												Omgevingsverordening is duidelijk en komt in
												Nederland relatief veel voor.</Al>
		    <Al>In principe moet detailhandel geconcentreerd zijn in
												bestaande centrumgebieden.Solitaire en verspreide
												vestigingen zijn beleidsmatig niet geheel
												uitgesloten en onder voorwaarden mogelijk.Het
												provinciaal beleid biedt ruimte voor specifieke
												vormen van detailhandel buiten centra, voor wat
												betreft branches en soorten winkels die niet
												essentieel zijn voor het functioneren van
												centrumgebieden (bestaande centrumgebieden) en/of
												voor winkels met een beperkte omvang die een vitaal
												platteland of het functioneren van trafficlocaties
												of toeristische voorzieningen ondersteunen.</Al>
		    <Al>De maatregelen zijn daarom coherent en systematisch
												ten aanzien van het algemene beleid in Nederland en
												bouwen coherent en systematisch voort op de
												beleidslijn uit het verleden. Dit wordt sinds het
												loslaten van het Rijksbeleid coherent en
												systematisch door de provincie uitgevoerd.</Al>
		    <Al><i>De opbouw van het pakket maatregelen</i></Al>
		    <Al>De maatregelen zijn gericht op het concentreren van
												detailhandel in bestaande centrumgebieden &#233;n op het
												sturen van de vestigingsmogelijkheden zodat de
												juiste functie op de juiste plek landt.</Al>
		    <Al>Ten aanzien van de vestiging binnen bestaand
												stedelijk gebied, maar buiten bestaande
												centrumgebieden worden de volgende uitzonderingen
												toegestaan:</Al>
		    <Al>Detailhandel gericht op dagelijkse behoeften in de
												vorm van supermarkten in kleine kernen, waar
												doorgaans slechts 1 supermarkt gevestigd is, waar
												niet echt sprake is van een concentratie van winkels
												in een centrumgebied &#233;n waar de supermarkt
												ruimtelijk niet goed inpasbaar is in dit
												centrumgebied. Dit teneinde de verzorging in
												dagelijkse behoeften (boodschappen) zo dicht
												mogelijk bij de consument mogelijk te maken. Dit
												sluit eveneens aan op het voormalige Rijksbeleid,
												met als uitgangspunt een fijnmazige en hi&#235;rarchische
												detailhandelsstructuur ten gunste van de eerste
												levensbehoefte en de leefbaarheid. Hiermee wordt ook
												de kans op duurzame ontwrichting
												voorkomen.Detailhandel gericht op niet-dagelijkse
												behoeften &#233;n in branches die niet essentieel zijn
												voor het functioneren van centrumgebieden, wanneer
												deze vanwege aard en omvang niet passen binnen de
												bestaande centrumgebieden (&#237;npassingscriterium).
												Deze beperkte mogelijkheden sluiten aan bij het
												voormalige Rijksbeleid wat sinds die tijd door de
												provincie coherent wordt uitgevoerd.Detailhandel in
												de dagelijkse en modische sector worden uitgesloten,
												omdat deze essentieel zijn voor het functioneren van
												de centrumgebieden (zie analyses hierna). Dit sluit
												ook aan op het gedachtegoed van het voormalige PDV-
												en GDV-beleid van het Rijk en de eerdere beleidslijn
												van de provincie Drenthe.Detailhandel met een
												beperkte omvang die gericht is op het ondersteunen
												van toeristische voorzieningen of specifieke
												trafficlocaties en kleinschalige detailhandel aan
												huis. Dit zijn vormen van detailhandel die geen
												invloed hebben op het functioneren van
												centrumgebieden.</Al>
		    <Al>Ten aanzien van de vestiging buiten stedelijk gebied
												(in het landelijk gebied) worden de volgende
												uitzonderingen toegestaan:</Al>
		    <Al>Detailhandel die niet essentieel is voor het
												functioneren van de bestaande winkelgebieden (dus
												niet zijnde in de branchegroepen dagelijks en mode
												&amp; luxe), waarvan aantoonbaar is dat deze naar
												aard en omvang van de winkel niet inpasbaar is in
												stedelijk gebied. Deze beperkte mogelijkheden
												sluiten aan bij het voormalige Rijksbeleid wat sinds
												die tijd door de provincie coherent wordt
												uitgevoerd.Detailhandel in de dagelijkse en modische
												sector worden uitgesloten, omdat deze essentieel
												zijn voor het functioneren van de centrumgebieden
												(zie analyses hierna). Dit sluit ook aan op het
												gedachtegoed van het voormalige PDV- en GDV-beleid
												van het Rijk en de eerdere beleidslijn van de
												provincie Drenthe.Detailhandel met een beperkte
												omvang die gericht is op het ondersteunen van
												toeristische voorzieningen of specifieke
												trafficlocaties en kleinschalige detailhandel
												waarbij de aard van de verkochte goederen in verband
												staat met de hoofdactiviteit van dat (veelal
												agrarisch) bedrijf. Dit zijn vormen van detailhandel
												die geen invloed hebben op het functioneren van
												centrumgebieden en die de leefbaarheid en vitaliteit
												van het landelijke gebied ondersteunen.</Al>
		    <Al>Gelet op de nagestreefde doelen is dit pakket aan
												maatregelen voor het beperken van de
												vestigingsmogelijkheden buiten de bestaande
												centrumgebieden coherent en systematisch.</Al>
		    <Al><i>Conclusie</i></Al>
		    <Al>Sinds het bestaan van het provinciale
												detailhandelsbeleid zijn de hoofdlijnen van het
												beleid niet gewijzigd. Detailhandel dient
												geconcentreerd te worden in bestaande
												centrumgebieden, waarbij voor detailhandel die niet
												essentieel voor het functioneren van bestaande
												centrumgebieden en die qua aard en omvang niet
												inpasbaar is in bestaande centrumgebieden onder
												voorwaarden maatwerk mogelijk is. Het beleid van de
												provincie Drenthe en meer specifiek de beperkingen
												hierin, worden coherent en systematisch
												uitgevoerd.</Al>
		    <Al>De maatregelen uit de Omgevingsverordening Drenthe
												zijn derhalve coherent en systematisch en doorstaan
												de hypocrisietest.</Al>
		    <Al><i>4.3 Geschiktheid</i></Al>
		    <Al>Bij het beantwoorden van de vraag of het brede
												pakket aan maatregelen een zinvolle bijdrage levert
												om de nagestreefde algemene doelen te bereiken zijn
												op basis van de recente jurisprudentie de volgende
												aspecten van belang:</Al>
		    <Al>Het is vaste rechtspraak van het Europese Hof dat
												een maatregel al voor de evenredigheidstoets slaagt
												indien hij kan bijdragen aan de verwezenlijking van
												de nagestreefde doelstelling. De maatregel hoeft
												niet noodzakelijkerwijs zelfstandig deze
												doelstelling te verwezenlijken. (De Afdeling
												verwijst naar het arrest van het Hof van 13 juni
												2018, Deutscher Naturschutzring, ECLI:EU:C:2018:433,
												punt 49).
												https://www.navigator.nl/document/id69612afcfcb645f5af618cfd67557c35?anchor=id-314abb86-31ad-494a-85c8-58aad5491065In
												de uitspraak Decathlon Schiedam/Den Haag (ECLI:NL:
												RVS:2019:965)
												https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2019:965
												wordt dit door de Raad van State nader uitgewerkt.
												Men stelt dat niet voor elke specifieke beperking
												die uit de regeling volgt aannemelijk te maken is
												dat deze er op zichzelf toe leidt dat de
												nagestreefde doelen worden bereikt en dat het
												achterwege laten daarvan er op zichzelf toe leidt
												dat de nagestreefde doelen niet worden bereikt.
												Aannemelijk moet worden dat de specifieke beperking
												een zinvolle bijdrage levert aan het bereiken van de
												met de regeling nagestreefde doelen.</Al>
		    <Al>Bij het aannemelijk maken van deze bijdrage kan in
												twee stappen worden gewerkt (zie uitspraak
												Appingedam ECLI:NL:RVS:2019:2569):
												https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2019:2569</Al>
		    <Al>Stap 1: kan in het algemeen, op basis van de
												resultaten van onderzoek naar de effectiviteit van
												ruimtelijk detailhandelsbeleid op landelijk,
												provinciaal of lokaal niveau, of gegevens ontleend
												aan koopstromenonderzoek aannemelijk worden gemaakt
												dat de maatregelen in het algemeen effectief zijn
												c.q. een zinvolle bijdrage levert aan het behalen
												van de doelen.Stap 2: Kan aannemelijk worden gemaakt
												dat dat de situatie in Drenthe niet zo bijzonder of
												afwijkend is dat die toepasbaarheid in het algemeen
												zich niet voordoet c.q. dat de algemene werking van
												maatregelen niet ook hier van toepassing zou
												zijn.</Al>
		    <Al><i>Stap 1: Leveren de maatregelen in het algemeen
												een zinvolle bijdrage aan het bereiken van de
												doelen</i></Al>
		    <Al><i>Algemeen Nederland en buitenland</i></Al>
		    <Al>De maatregelen betreffen het beperken van de
												vestigingsmogelijkheden buiten de bestaande
												centrumgebieden voor detailhandel in vooral de
												branches die essentieel zijn voor het functioneren
												van de centrumgebieden (dagelijkse en mode &amp;
												luxe artikelen).In algemene zin kan gesteld worden
												dat de vestigingsbeperkingen die het Nederlandse
												detailhandelsbeleid kenmerken (met name voor
												dagelijkse goederen en mode &amp; luxe artikelen),
												hebben bijgedragen aan een fijnmazige en relatief
												goed functionerende detail-handelsstructuur met
												vitale, aantrekkelijke en leefbare centra. Complete
												centra zijn aantrekkelijker voor de consument,
												kennen meer bezoekers, een hogere koopkrachtbinding
												een grotere koopkrachttoevloeiing, een lagere
												leegstand en een beperkter leegstandsrisico dan
												centra met een suboptimaal branche-aanbod. Andersom
												gesteld: centrumgebieden die concurrentie
												ondervinden van locaties buiten de centrumgebieden,
												kampen vaker met lagere bezoekersaantallen, een
												lagere binding, een kleinere toevloeiing en hogere
												leegstand(srisico&#x2019;s).Een vergelijking van de
												Nederlandse detailhandelsstructuur met die van
												Belgi&#235; &#x2013; waar de beleidsvoering meer ruimte liet en
												pas recent een kentering gaande is &#x2013; kan dat
												illustreren (zie ook de nadere onderbouwing in
												hoofdstuk 6). Zo is het aandeel centrumbranches dat
												buiten de centrumgebieden is gevestigd, in Nederland
												substantieel lager dan in Belgi&#235;.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_2__content_1__img_1" eId="genrecital__div_4__div_2__content_1__img_1">
		      <Illustratie naam="jpg_670e8bd2-f57e-41d0-a832-09413e6fa67c.jpg" hoogte="418" breedte="805" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Uit onderzoek van Locatus naar winkelleegstand in
												Nederland en Belgi&#235; blijkt dat de leegstand in
												Belgi&#235; hoger is en zich, sterker dan in Nederland,
												manifesteert in de centrumgebieden.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_2__content_1__img_2" eId="genrecital__div_4__div_2__content_1__img_2">
		      <Illustratie naam="jpg_a60dabcd-5f05-425b-b6a4-80f16acbede0.jpg" hoogte="296" breedte="801" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Deze redenering wordt min of meer gedeeld door de
												Advocaat-Generaal van het Europese hof in zijn
												conclusie in de zaak Appingedam (148).</Al>
		    <Al>&#x201c;Winkelcentra buiten de binnenstad hebben een
												zichzelf versterkend effect. Wanneer bepaalde
												winkels zich eenmaal buiten de stadskern bevinden en
												de inwoners daar met de auto heen gaan, wordt die
												locatie ook aantrekkelijker voor andere winkels die
												tot dusverre in de binnenstad waren gevestigd. De
												enige manier om de negatieve gevolgen van een
												verkeerstoename en een lege binnenstad te vermijden
												is dus om de mogelijkheden voor dienstverrichters om
												zich buiten de binnenstad te vestigen, te
												beperken.&#x201d;</Al>
		    <Al>In de onderbouwing voor de vestigingsbeperking op
												het meubelplein in Appingedam
												(ECLI:NL:RVS:2019:2569)
												https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2019:2569
												wordt met data onderbouwd dat de kwaliteit van een
												centrumgebied samenhangt met de omvang en het
												aandeel centrumbranches. Wanneer dit af neemt &#x2013; door
												de mogelijkheden om zich ook buiten het centrum te
												vestigen- neemt het aantal passanten af, is de
												gemiddelde huurprijs lager, zijn de omzetten
												gemiddeld lager en neemt de kans op leegstand
												toe.</Al>
		    <Al>Ook in de uitspraak Decathlon Schiedam/Den Haag
												ECLI:NL:RVS:2019:965)
												https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2019:965
												wordt door de Raad van State aangegeven dat, op
												basis van het aangeleverde onderzoek in deze zaak,
												brancheringmaatregelen uit de verordening Ruimte van
												de provincie Zuid-Holland, die een vergelijkbare
												werking hebben voor de mogelijkheden voor vestiging
												buiten de bestaande centrumgebieden als de
												brancheringmaatregelen in de Omgevingsverordening
												Drenthe, effectief zijn.</Al>
		    <Al><i>Algemeen provincie Drenthe</i></Al>
		    <Al>De voorgaande (inmiddels) algemeen geaccepteerde
												conclusies gelden ook voor de provincie Drenthe. Op
												basis van het recent uitgevoerde
												koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019 is voor de
												gemeenten in Drenthe onderzocht hoe gemeenten en
												centra zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.
												Als we inzoomen op de HEMA-steden (Hoogeveen, Emmen,
												Meppel, Assen) en RoBeCo-steden (Roden, Beilen,
												Coevorden) kan worden geconcludeerd dat ook in
												Drenthe het belang van maatregelen voor
												detailhandelsvestigingen buiten centra belangrijk
												is.</Al>
		    <Al>Binnen het gehele onderzoeksgebied van het
												koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019 (waarbinnen
												ook Drenthe valt) is het marktaandeel van de
												hoofdcentra van kernen sinds 2015 toegenomen van
												gemiddeld 0,51% naar gemiddeld 0,68% per centrum in
												de niet-dagelijkse sector.Tegelijkertijd is in
												diezelfde periode het marktaandeel van grootschalige
												concentraties, zoals perifere woonboulevards en
												retailparken afgenomen van 0,75% gemiddeld per
												locatie in 2015 naar 0,61% gemiddeld per locatie in
												2019 in de niet-dagelijkse sector.Het marktaandeel
												van een winkelgebied staat gelijk aan het totaal
												aantal bestedingen dat dit winkelgebied (of
												winkelgebiedstype) aantrekt ten opzichte van de
												totale bestedingen in Oost-Nederland. Het
												bovenstaande toont aan dat de hoofdcentra (waar
												beleidsmatig op wordt ingezet) aan marktaandeel
												hebben gewonnen, terwijl de perifere
												winkelconcentratie in marktaandeel hebben
												ingeleverd. Dit is een indicatie van de
												effectiviteit van het provinciaal beleid en de
												provinciale verordening, wat is doorgevoerd in
												gemeentelijk beleid en bestemmingsplannen. In
												bijlage 1 is dit voor enkele centra nader
												uitgewerkt.Opgemerkt moet worden dat in de
												hoofdcentra in Drenthe in tegenstelling tot andere
												centra in Oost-Nederland (Overijssel en delen van
												Gelderland) ook sprake is van een sterke afname van
												het marktaandeel in centra, namelijk van gemiddeld
												0,89% in 2015 naar 0,85% in 2019 voor dagelijkse
												artikelen en 1,90% in 2015 en 1,58% in 2019 voor
												niet-dagelijkse artikelen. Tegelijkertijd neemt ook
												het marktaandeel in de perifere concentraties af van
												0,35% in 2015 naar 0,31% in 2019 voor
												niet-dagelijkse artikelen.Het feit dat de
												marktaandelen van alle type centrumgebieden in
												Drenthe afnemen betekent niet dat het provinciaal
												beleid niet effectief is. Zoals in tabel 1 is
												aangetoond heeft Drenthe te maken met een aantal
												trends die zich sterker negatief manifesteren dan
												elders in Nederland, denk aan de sterkere
												bevolkingskrimp. De cijfers onderstrepen het belang
												van het opleggen van beperkingen voor plancapaciteit
												voor detailhandel buiten centra ten gunste van de
												algemene doelen.Verder blijkt dat er een verband
												bestaat tussen het leegstandspercentage (Locatus) in
												centra en de beoordeling van deze centra. Indien het
												leegstandspercentage laag is, scoren centra in de
												beoordeling beter met een hoger rapportcijfers (KSO
												Oost-Nederland).</Al>
		    <Al><i>Stap 2: Is de situatie in Drenthe niet bijzonder
												of afwijkend t.o.v. landelijk gemiddelde dat de
												algemene werking van maatregelen niet ook hier van
												toepassing is?</i></Al>
		    <Al>Op basis van de uitspraken Schijndel en Maastricht
												wordt duidelijk welke indicatoren bruikbaar zijn om
												de situatie in Drenthe te vergelijken met die in
												Nederland om te bepalen of de situatie in Drenthe
												niet zodanig bijzonder of afwijkend t.o.v. landelijk
												gemiddelde dat de dat de algemene werking van
												maatregelen niet ook hier van toepassing zou zijn.
												Het betreft onder andere:</Al>
		    <Al>demografische structuur/bevolkingsprognose;kenmerken
												van het winkelaanbod;leegstand;kenmerken van de
												verzorgingsstructuur.</Al>
		    <Al>In tabel 1 worden de provincie Drenthe en Nederland
												vergeleken op deze indicatoren.</Al>
		    <Al>In Drenthe is sprake van een beperkte
												bevolkingskrimp, terwijl er in Nederland sprake is
												van bevolkingsgroei. De krimp betekent extra druk op
												het bestedingspotentieel en daarmee het economisch
												draagvlak voor detailhandelsvoorzieningen. Dit
												onderstreept daarmee het belang van het opleggen van
												maatregelen ten gunste van de leefbaarheid en
												vitaliteit van de reguliere centra.Het dagelijks en
												niet-dagelijks winkelaanbod in m&#178; wvo per 1.000
												inwoners ligt in Drenthe boven het landelijk
												gemiddelde, wat mede wordt verklaard door de
												aanwezigheid van toerisme. Anderzijds is het een
												mogelijke indicatie van overaanbod van detailhandel.
												Ook dit onderstreept het belang van het opleggen van
												maatregelen.In Drenthe is ten opzichte van Nederland
												minder dagelijks winkelaanbod in de periferie
												aanwezig. Hieruit blijkt het effect van de
												maatregelen om dagelijkse artikelen primair in de
												centra te faciliteren. Het niet-dagelijkse aanbod in
												de periferie ligt in Drenthe iets boven-gemiddeld,
												maar dat is waarschijnlijk een groot aandeel
												volumineuze artikelen waarvoor uitzonderingen
												gelden. Er zijn in Drenthe ook iets meer
												grootschalige concentratiegebieden. Daarnaast is
												Drenthe minder stedelijk dan andere delen van
												Nederland, waardoor detailhandel vanwege het
												inpassingscriterium van oudsher een plek heeft
												buiten de centra.Het leegstandspercentage (leegstand
												afgezet tegen het publieksgerichte aanbod) ligt in
												Drenthe rond het landelijk gemiddelde. Het
												leegstandspercentage van het aantal wvo is echter
												iets lager in Drenthe, wat mogelijk een indicatie is
												van de effectiviteit van de maatregelen. Ook op
												basis van andere parameters, zoals het afnemende
												marktaandeel en bevolkingskrimp zou je in Drenthe
												een hogere leegstand verwachten. Naast de
												maatregelen (juridisch) zet de provincie ook sterk
												in op transformatie naar niet-winkelfuncties via
												subsidies.De detailhandelsstructuur en &#x2013;hi&#235;rarchie
												in Drenthe is vergelijkbaar met het landelijk
												gemiddelde. Er is in met name de grotere steden
												sprake van fijnmazigheid van type winkelgebieden,
												met hoofdcentra, buurt- en wijkcentra en
												grootschalige concentraties. Wel heeft Drenthe
												gemiddeld meer hoofdcentra dan landelijk. Dit zijn
												de hoofdcentra of binnensteden in de steden en
												dorpen. Een verklaring hiervoor is het feit dat in
												Drenthe relatief veel dorpen en kleine steden
												aanwezig zijn, met ieder (van oudsher) een
												centrumgebied.Per saldo kan gesteld worden dat de
												situatie Drenthe niet zodanig substantieel af wijkt
												van de Nederlandse situatie dat trends en
												ontwikkelingen die op Nederland van toepassing zijn
												niet ook in Drenthe gelden. En dus dat de algemene
												werking van maatregelen niet ook hier van toepassing
												zou zijn.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_2__content_1__img_3" eId="genrecital__div_4__div_2__content_1__img_3">
		      <Illustratie naam="jpg_70378815-eb4b-4f72-8000-2110bd5ad6bd.jpg" hoogte="284" breedte="748" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al><i>4.4 Maatregelen gaan niet verder dan nodig</i></Al>
		    <Al><i>Algemeen</i></Al>
		    <Al>Om de doelen van het provinciaal detailhandelsbeleid
												te bereiken wordt ingezet op het vitaal houden van
												de bestaande centrumgebieden en
												detailhandelsstructuur, op het ondersteunen van de
												vitaliteit van het landelijk gebied en op het
												voorkomen van onaanvaardbare effecten. Dit gebeurt
												door het enerzijds versterken van deze structuur via
												&#x2018;zachte&#x2019; maatregelen en anderzijds door juridische
												borging om te voorkomen dat onaanvaardbare vestiging
												of uitbreiding van detailhandel op ongewenste
												locaties kan plaatsvinden. Het opleggen van
												vestigingsbeperkingen voor specifieke branches
												buiten de bestaande centrumgebieden is hiervoor de
												gebruikelijke aanpak.</Al>
		    <Al>Het bestemmingsplan is op gemeenteniveau het enige
												instrument dat effectief stuurt op gebruik van
												gronden. Voor de provincie is gekoppeld hieraan de
												Omgevingsverordening het meest passend om de
												geformuleerde algemene doelen (uit de
												Omgevingsvisie) te bereiken. De verordening is voor
												de provincie het enige instrument waarmee bindend
												kan worden afgedwongen dat gemeenten de beleidslijn
												van de provincie volgen, waarbij Drenthe kiest voor
												voldoende flexibiliteit om nadere keuzes te maken op
												gemeenteniveau.</Al>
		    <Al>Wat betreft de &#x2018;zachte&#x2019; maatregelen stimuleert
												Drenthe vanuit verschillende provinciale fondsen de
												gemeenten om het beleid tot uitvoering te brengen.
												Denk hierbij aan subsidies om de leegstand in centra
												terug te dringen en transformatie en
												herstructurering te stimuleren.</Al>
		    <Al>De combinatie van harde en zachte maatregelen zorgen
												tezamen voor de gewenste hoofdstructuur. Indien
												uitsluitend wordt ingezet op &#x2018;zachte&#x2019; niet-bindende
												maatregelen, kan niet worden voorkomen dat er alsnog
												onaanvaardbare ontwikkelingen in de periferie
												plaatsvinden. Het risico bestaat dat veel energie,
												geld en tijd wordt gestoken in acties en maatregelen
												om de structuur te versterken, terwijl winkels
												vanwege prijsvoordelen, betere
												bereikbaarheidssituaties en fysiek-ruimtelijke
												mogelijkheden zich op ongewenste c.q. structuur
												verstorende locaties vestigen (bedrijventerrein).
												Hierdoor kan het evenwicht in de
												hoofdwinkelstructuur uit balans worden gebracht, met
												onaanvaardbare effecten als gevolg.</Al>
		    <Al>Ook uit jurisprudentie (o.a. Schijndel 201600624
												/2/R3)
												https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2020:972
												komt naar voren dat men zich in redelijkheid op het
												standpunt kan stellen dat alternatieven zoals
												verruiming van planologische mogelijkheden in het
												centrum, city-management, transformatie naar
												woningen, investeringen in het openbaar gebied en de
												infrastructuur, het vaststellen van een
												leegstandsverordening of het invoeren van
												leegstandsbelasting of leegstandsboetes, niet
												toereikend zijn voor het bereiken van de met
												brancheringsmaatregelen beoogde doelen.</Al>
		    <Al>De Raad van State geeft aan dat men daarom
												redelijkerwijs kan concluderen dat regelingen met
												betrekking tot het beperken van
												vestigingsmogelijkheden voor detailhandel buiten de
												aangewezen bestaande centrumgebieden niet verder
												gaat dan nodig is om het beoogde doel te bereiken en
												dat doel niet met andere, minder beperkende
												maatregelen kan worden bereikt.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_2__content_1__img_4" eId="genrecital__div_4__div_2__content_1__img_4">
		      <Illustratie naam="jpg_c0983ce8-dd47-499a-886c-d4e51b3a18db.jpg" hoogte="330" breedte="642" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al><i>Conclusie</i></Al>
		    <Al>Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd
												dat de maatregelen uit de verordening niet verder
												gaan dan nodig, omdat uitsluitend op hoofdlijnen
												wordt gestuurd. Bovendien biedt de
												Omgevingsverordening voldoende ruimte voor lokaal
												maatwerk.Er zijn geen andere minder beperkende
												maatregelen denkbaar die hetzelfde doel
												bereiken.</Al>
		    <Al><strong>5 Conclusie</strong></Al>
		    <Al>Met de hoofddoelen uit de provinciale Omgevingsvisie
												en de uitwerking hiervan doelen en maatregelen in de
												Omgevingsverordening handelt de provincie Drenthe
												coherent en systematisch en in relatie tot het
												landelijke beleid. De provincie Drenthe voert de
												hoofdlijnen van het huidige beleid al uit sinds het
												bestaan van provinciaal (decentraal)
												detailhandelsbeleid. Het pakket maatregelen is
												coherent en wordt coherent en systematisch
												uitgevoerd.</Al>
		    <Al>De maatregelen in de provinciale
												Omgevingsverordening zijn aantoonbaar geschikt om de
												algemene doelen te bereiken. De maatregelen zijn op
												hoofdlijnen vergelijkbaar met de maatregelen die
												elders in Nederland effectief zijn gebleken en
												onderbouwd. De situatie in Drenthe is daarnaast
												aantoonbaar is niet zo bijzonder of afwijkend dat de
												algemene werking van maatregelen niet ook hier van
												toepassing zou zijn.</Al>
		    <Al>Bovendien blijkt uit specifieke koopstromen, aanbod
												en leegstandcijfers dat het provinciaalbeleid
												effectief is om de algemene doelen te bereiken.</Al>
		    <Al>Maatregelen gaan niet verder dan nodig en er zijn
												bovendien geen andere minder beperkende maatregelen
												geschikt die hetzelfde doel bereiken.</Al>
		    <Al>Op basis van het voorgaande moet geconcludeerd
												worden dat de provinciale Omgevingsvisie en
												&#x2013;verordening voldoet aan de evenredigheidseis van de
												Dienstenrichtlijn.</Al>
		    <Al><strong>6 Algemene analyses effectiviteit
												brancherings- en maatvoeringsbeperkingen</strong></Al>
		    <Al><strong>6.1 Buitenlandse effecten van
												detailhandelsbeleid</strong></Al>
		    <Al>Belgi&#235; voert in tegenstelling tot Nederland veel
												minder streng detailhandelsbeleid ten aanzien van
												vestiging buiten de centra en branchebeperkingen.
												Goede voorbeelden zijn de &#x2018;baanwinkels&#x2019; en
												shoppingcenters net buiten de binnensteden (vaak aan
												ringwegen). Het soepele detailhandelsbeleid van
												Belgische overheden heeft ertoe geleid dat de
												leegstand in de binnensteden/centra (veel) hoger is
												dan in Nederland en bovendien al jaren sterk
												toeneemt. Op basis van Locatus (2017), blijkt deze
												leegstand ook vooral hardnekkig te zijn in de
												hoofdwinkelgebieden en de kernverzorgende centra met
												17% en 16%. Dit betekent dat ongeveer 1 op de 6
												winkelpanden in deze centra leegstaat. De leegstand
												in Belgische hoofdcentra ligt daardoor veel hoger
												dan het landelijk Nederlandse gemiddelde (7% &#224; 8% in
												Nederland). In de grootschalige concentraties en
												solitaire winkelpanden in Belgi&#235; is de leegstand
												&#x2018;slechts&#x2019; rond de 6% &#224; 7%.</Al>
		    <Al>Inmiddels is in Belgi&#235; de urgentie van
												branchebeperking doorgedrongen, aangezien de
												effecten van de leegstand onaanvaardbaar zijn voor
												de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de centra.
												Navolgend zijn enkele passages ter onderbouwing van
												het bovenstaande uiteengezet:</Al>
		    <Al>&#x201c;Uit de ruimtelijke spreiding van de winkels blijkt
												dat het Vlaams Gewest gekenmerkt wordt door een
												sterke verspreide bewinkeling. Slechts 28 % van de
												totale winkeloppervlakte is gesitueerd in het
												centrale winkelgebied. 44 % is verspreide
												bewinkeling. [...] Zo nam het aanbod in de periferie
												toe met 1,5 miljoen vierkante meter, in
												tegenstelling tot een afname van maar liefst 114.000
												vierkante meter in de kernen. Daarbij komt nog dat
												het effectieve gebruik van de panden daalde met 6,8
												procent en dat de winkelleegstand steeg van 4,9 tot
												7,2 procent.&#x201d; (Unizo 2014)."De toenemende leegstand
												in onze centra is vooral het gevolg van steeds meer
												shoppingcenters en baanwinkels buiten de kern en te
												weinig investeringen in de aantrekkelijkheid van de
												kern zelf. Als dit zo blijft voortduren, dan tekenen
												we voor de ondergang van onze gezellige winkelkernen
												in het hart van een stad of gemeente. Voorbeelden
												van dergelijke steden zijn er jammer genoeg meer en
												meer.&#x201d; (Unizo 2015).&#x201c;In theorie is het een
												prioriteit voor alle overheden in ons land. In de
												praktijk blijven de 'baanwinkels' en shoppingcentra
												buiten de steden terrein winnen.&#x201d; (Knack 2017).</Al>
		    <Al>Net als in Belgi&#235; wordt een vergelijkbare urgentie
												uitgesproken over de situatie in Frankrijk:</Al>
		    <Al>&#x201c;Afgelopen januari luidde de Franse
												detailhandelsfederatie Procos, die 260 bekende
												Franse winkelmerken verenigt, de noodklok: opnieuw
												was de leegstand verder opgelopen. Stond in 2001 nog
												6,3 procent van de winkels in de Franse binnensteden
												leeg, in 2014 was dat 8,5 procent. Dat komt niet
												zozeer door failliete ketens, zoals in Nederland,
												maar door kleine middenstanders die uit de markt
												geprijsd worden door internethandel en de steeds
												grotere centre commerciaux aan de rand van de stad.&#x201d;
												(NRC 2016).&#x201c;Zo zit Frankrijk met de hypermarch&#233;s in
												zijn maag, die vanuit het stadscentrum naar de rand
												van de stad zijn verhuisd en die de binnensteden
												hebben leeggetrokken.&#x201d; (Retailtrends 2018)".</Al>
		    <Al>Het bovenstaande toont aan op basis van &#x2018;specifieke
												gegevens&#x2019; dat het loslaten van
												brancheringsbeperkingen wel degelijk zal leiden tot
												onaanvaardbare leegstandseffecten in
												binnensteden/centra. Uit leegstandcijfers in onder
												andere Belgi&#235; en Frankrijk blijkt dit.</Al>
		    <Al><strong>6.2 Effectiviteit beleid: marktaandelen
												winkelgebieden</strong></Al>
		    <Al>In de navolgende tabellen is de ontwikkeling van de
												marktaandelen van de belangrijkste winkelgebieden in
												Drenthe naar type op basis van Koopstromenonderzoek
												Oost-Nederland 2019 (I&amp;O Research) weergegeven.
												Hierin is een vergelijking gemaakt tussen 2015 en
												2019.</Al>
		    <Al>Het winkelaanbod in hoofdcentra van steden in
												Drenthe staan onder druk als gevolg van afnemende
												bestedingen. Dit blijkt uit het afgenomen
												marktaandeel sinds 2015 van de grootste binnensteden
												in Drenthe. Dit wordt voor een deel verklaard door
												de toename van internetaankopen. In sommige steden
												wordt dit ook deels verklaard door de toenemende
												bestedingen op grootschalige locaties, zoals in
												Assen.Indien de provincie het concentratiebeleid
												voor winkels in de hoofdcentra zou loslaten, zou het
												effect op het marktaandeel aanzienlijk groter zijn,
												wat negatief is voor het functioneren van het aanbod
												in de hoofdcentra.De buurt- en wijkcentra in Drenthe
												hebben het marktaandeel sinds 2015 over het algemeen
												weten te behouden. Dit betekent dat de bestedingen
												in verhouding tot andere winkelgebieden stabiel is
												gebleven, ondanks het feit dat de bestedingen via
												online zijn toegenomen. Het beleidsmatig inzetten op
												concentratie in buurt- en wijkcentra heeft er de
												afgelopen jaren toe geleid dat het marktaandeel niet
												verder is afgenomen. Dit is een indicatie dat het
												beleid op dit onderdeel effectief is.De ontwikkeling
												van het marktaandeel van grootschalige concentraties
												in Drenthe wisselt sterk per winkelgebied. Met name
												in gemeenten waar relatief veel aanbod in de
												periferie aanwezig is en een brede branchering
												bestaat in de vorm van een retailpark, blijft het
												marktaandeel op peil of neemt deze toe. Indien het
												toeneemt, gaat dit veelal wel ten koste van het
												marktaandeel van het centrum. Ook hieruit blijkt de
												effectiviteit van beleid.</Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_2__content_1__img_5" eId="genrecital__div_4__div_2__content_1__img_5">
		      <Illustratie naam="jpg_b3e6a39b-52db-407e-bcff-30678fda7b60.jpg" hoogte="159" breedte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al><i>Tabel 2: Marktaandeel dagelijkse en
												niet-dagelijkse sector hoofdcentra Drenthe</i></Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_2__content_1__img_6" eId="genrecital__div_4__div_2__content_1__img_6">
		      <Illustratie naam="jpg_73e4f957-05e8-4b98-8a0f-3ca62e1a2682.jpg" hoogte="117" breedte="576" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al><i>Tabel 3: Marktaandeel dagelijkse en
												niet-dagelijkse sector buurt- en wijkcentra
												Drenthe</i></Al>
		    <Figuur wId="pv22_24__genrecital__div_4__div_2__content_1__img_7" eId="genrecital__div_4__div_2__content_1__img_7">
		      <Illustratie naam="jpg_ee8612ae-6496-422d-99ff-9d4b0946ad25.jpg" hoogte="155" breedte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al><i>Tabel 4: Marktaandeel dagelijkse en
												niet-dagelijkse sector grootschalige concentraties
												Drenthe</i></Al>
		    <Al><i>Effectiviteit beleid: ontwikkeling aanbod en
												leegstand</i></Al>
		    <Al>Op basis van de leegstandsanalyse in de
												verschillende winkelgebiedstypen in Drenthe moet het
												volgende worden geconcludeerd:</Al>
		    <Al>De leegstand is sinds 2010 in de centrale
												winkelgebieden en ondersteunende winkelgebieden
												toegenomen van 292 panden met 47.555 m&#178; wvo in 2010
												tot 441 panden met 78.792 m&#178; wvo in 2021. De
												provinciale doelen richten zich primair op het
												versterken van deze type winkelgebieden. De toename
												van de leegstand in deze winkelgebieden zegt niet
												zozeer iets over de effectiviteit van het beleid,
												maar meer over het belang van duidelijke
												maatregelen.Opgemerkt moet worden dat landelijk ook
												sprake is van een toename van de leegstand in de
												reguliere centra sinds 2010. In Nederland is
												landelijk sprake van een toename van de
												leegstandsomvang in m&#178; wvo van bijna 40% sinds 2010.
												In Drenthe ligt deze toename op circa 65%. Dit
												betekent dat de leegstandsproblematiek in Drenthe
												bovengemiddeld groot is, wat maatrelen onderstreept.
												Wel is in Drenthe sinds 2016 een afname van de
												leegstand zichtbaar.Het dagelijks winkelaanbod is in
												de centra van Drenthe relatief op peil gebleven of
												neemt zelfs toe, terwijl met name het
												niet-dagelijkse aanbod fors afnam (met name in de
												hoofdwinkelgebieden). Hoewel dit voor een deel wordt
												bepaald door autonome trends, heeft ook het beleid
												van de provincie Drenthe (en gemeenten) hier invloed
												op. Door te blijven inzetten op concentratie van
												dagelijkse voorzieningen in de reguliere centra, kan
												de leefbaarheid worden bewaard en kunnen ondernemers
												van elkaars aantrekkingskracht profiteren. Ook voor
												de consument is dit positief, omdat hierdoor gemak
												en effici&#235;ntie ontstaat.</Al>
		    <Al><strong>Conclusie</strong></Al>
		    <Al>Op basis van de uitgevoerde analyses moet
												geconcludeerd worden dat de effectiviteit van
												maatregelen die Drenthe stelt in haar
												Omgevingsverordening in vergelijkbare mate geschikt
												zijn als landelijk is aangetoond.</Al>
		    <Al>Drenthe is op basis diverse relevante indicatoren
												niet bijzonder of afwijkend van het landelijk
												gemiddelde. Wel wijkt Drenthe op diverse parameters
												af die juist het belang van duidelijke maatregelen,
												ofwel beperkingen, onderstrepen. In Drenthe zijn
												landelijke trends zoals een afname van het
												(niet-dagelijkse) aanbod, bevolkingskrimp en een
												toename van de leegstand relatief sterk aanwezig en
												bovengemiddeld.Op basis van het Koopstromenonderzoek
												Oost-Nederland 2019 en aanbod- en vraagcijfers,
												blijkt dat brancherings- en maatvoeringsbeperkingen
												in Drenthe effectief zijn om de algemene doelen te
												bereiken.De omgevingsverordening is de basis voor
												het &#x2018;brede pakket&#x2019; aan maatregelen dat in Drenthe
												gevoerd wordt. Gemeenten voeren dit uit via
												bestemmingsplannen, die beschouwd kunnen worden als
												de specifieke onderdelen uit het brede pakket. Met
												deze analyse is aangetoond dat het brede pakket
												effectief is en daarmee een zinvolle bijdrage levert
												aan de algemene doelen (noodzakelijkheid).</Al>
		    <Al>Op basis van het voorgaande moet worden
												geconcludeerd dat de gestelde regels in de
												Omgevingsverordening ten aanzien van detailhandel in
												het kader van de Dienstenrichtlijn geschikt
												zijn.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	    </Divisie>
	  </AlgemeneToelichting>
	  <ArtikelgewijzeToelichting eId="artrecital" wId="artrecital">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_1" wId="pv22_24__artrecital__content_1">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.1</Nummer>
		<Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel omschrijft enkele begrippen die zonder deze
										uitleg mogelijk onduidelijk zijn. Voorts zij erop gewezen
										dat de begrippen uit de bijlage bij de Omgevingswet van
										rechtswege van toepassing zijn op deze omgevingsverordening.
										Dit volgt uit artikel 1.1, lid 2, van de Omgevingswet.
										Onderstaand wordt een aantal begrippen aanvullend
										toegelicht.</Al>
		<Al><i>Explainmodule</i></Al>
		<Al>De explainmodules bevatten een handreiking op welke manier
										het kwaliteitsniveau wordt bereikt als niet rechtstreeks aan
										de kwaliteitscriteria wordt voldaan. Dit kwaliteitsniveau
										voor uitvoering en handhaving is tot stand gekomen in
										samenwerking met gemeenten, provincie en de omgevingsdienst.
										Deze zijn vastgelegd in de Handreiking bij Drentse
										Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en
										Handhaving Omgevingsrecht.Een belangrijk begrip in deze
										verordening is kwaliteitscriteria. De kwaliteitscriteria
										waar het hier om gaat zijn - thans - de Kwaliteitscriteria
										2.2 voor VTH, die in brede samenwerking door de bevoegde
										gezagen zijn ontwikkeld en beschikbaar gesteld voor de
										kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving,
										op het gebied van de beschikbaarheid en de deskundigheid van
										de daarmee belaste organisaties. Deze liggen aan de basis
										van het VTH-stelsel. Deze kwaliteitscriteria zullen in de
										loop van de jaren worden verbeterd en geactualiseerd.
										Momenteel is versie 2.2 van toepassing. Vanwege de verdere
										ontwikkeling van de kwaliteitscriteria is in de
										begripsbepaling een dynamische verwijzing opgenomen, zodat
										bij de ontwikkeling en beschikbaarstelling van een volgende
										versie van de kwaliteitscriteria niet tot aanpassing van de
										verordening hoeft te worden overgegaan. Met deze
										begripsbepaling en de verankering in paragraaf 13.2 van de
										verordening liggen de kwaliteitscriteria aan de basis van
										deze verordening.</Al>
		<Al><i>Grondgebonden agrarisch bedrijf</i></Al>
		<Al>Dit is een agrarisch bedrijf waarvan de exploitatie geheel
										of grotendeels gebonden is aan aanwezige gronden, met
										uitzondering van varkens-, pluimvee- en geitenhouderij of
										een combinatie van deze bedrijfsvormen. Wanneer een bedrijf
										(varkens, pluimvee- en geitenhouderij) vanaf de start
										handelt naar de eisen voor biologische landbouw volgens de
										landbouwkwaliteitswet in aanloop naar daadwerkelijke
										certificering zou het biologische landbouwbedrijf als
										nieuwvestiging van een grondgebonden bedrijf beschouwd
										kunnen worden. Aandachtspunt daarbij is dat, uiteraard, door
										de gemeente moet worden toegezien of het uiteindelijk
										daadwerkelijk een biologisch/grondgebonden bedrijf
										betreft.</Al>
		<Al><i>Intensieve veehouderij</i></Al>
		<Al>Op de onderdelen rundveemesterij en vleeskalverhouderij is
										een nuancering aangebracht. Niet altijd hoeft bij
										rundveemesterijen sprake te zijn van intensieve veehouderij.
										Dit is bijvoorbeeld het geval bij het extensief weiden van
										rundvee. In een bedrijfsplan zal dat moeten worden
										aangetoond. Dit is ook incidenteel het geval als het gaat om
										vleeskalverhouderijen en dan specifiek als het gaat om
										ros&#233;-kalveren. Voor de goede orde, dit geldt uitdrukkelijk
										niet voor geitenhouderijen, deze zijn altijd intensieve
										veehouderij, tenzij het biologische veehouderij conform de
										Landbouwkwaliteitswet als ook vermeld onder het begrip
										Grondgebonden agrarisch bedrijf.</Al>
		<Al><i>Openbare weg</i></Al>
		<Al>Voor het begrip openbare weg is aansluiting gezocht bij de
										Wegenverkeerswet 1994. Krachtens de Wegenverkeerswet 1994
										wordt onder het begrip wegen verstaan alle wegen en paden
										die voor het openbaar verkeer open staan. Derhalve ook op
										die wegen welke alleen open staan voor voetgangers en
										fietsers. Wegen die alleen open staan voor voetgangers en
										fietsers worden uitgezonderd van het begrip openbare weg. Op
										deze wegen en paden dienen motorvoertuigen worden geweerd in
										verband met een stiltegebied. Bij overtreding kan handhavend
										worden opgetreden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_2" wId="pv22_24__artrecital__content_2">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>3</Nummer>
		<Opschrift>Ruimtelijk Omgevingsbeleid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Met dit hoofdstuk wordt het ruimtelijk beleid van de
										provincie Drenthe vastgelegd in de omgevingsverordening. Het
										hoofdstuk betekent een voortzetting van het beleid zoals dat
										onder de Wro werd gevoerd. Het instrument hiervoor blijft de
										instructieregel, net als onder de Wro. De instructieregels
										zijn, onder meer, van toepassing op:</Al>
		<Lijst type="expliciet" eId="artrecital__content_2__list_1" wId="pv22_24__artrecital__content_2__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_2__list_1__item_a" wId="pv22_24__artrecital__content_2__list_1__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>De inhoud van omgevingsplannen van de gemeenteraad,
												vastgesteld op grond van artikel 4.1
												Omgevingswet;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_2__list_1__item_b" wId="pv22_24__artrecital__content_2__list_1__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>projectbesluiten van gedeputeerde staten en het
												dagelijks bestuur van het waterschap op grond van
												artikel 5.44 Omgevingswet, en;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_2__list_1__item_c" wId="pv22_24__artrecital__content_2__list_1__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>omgevingsvergunningen voor buitenplanse
												omgevingsplanactiviteiten, inhoudende een activiteit
												waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is
												verboden deze zonder omgevingsvergunning te
												verrichten en die in strijd is met het
												omgevingsplan, of een andere activiteit die in
												strijd is met het omgevingsplan.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>De Omgevingswet introduceert het Digitale Stelsel
										Omgevingswet (DSO). Dit nieuwe stelsel brengt vele
										veranderingen met zich mee. E&#233;n van de meest in het oog
										springende veranderingen voor de omgevingsverordening is dat
										niet meer wordt gewerkt wordt met verwijzingen naar kaarten.
										In plaats daarvan wordt gewerkt met zogeheten
										'werkingsgebieden'. Hoe dit precies moet, is vastgelegd in
										de Standaarden voor Overheidspublicaties (hierna: STOP) en
										Toepassingsprofielen voor Omgevingsdocumenten (hierna:
										TPOD). De 'kaart' bevat dus niet meer, zoals voorheen, zelf
										bepaalde inhoudelijke normen. Alle normen zijn te vinden in
										de regels van deze omgevingsverordening. Deze veranderende
										insteek brengt met zich mee dat regels op een andere wijze
										zijn geformuleerd. Dit is in het bijzonder merkbaar bij de
										regeling voor de Kernkwaliteiten. Waar onder de Wro kon
										worden volstaan met een enkele bepaling (artikel 2.6 van de
										POV (oud)), is het onder de nieuwe methode noodzakelijk voor
										elke kernkwaliteit een afzonderlijk artikel in te richten
										met vaak meerdere leden. Hiermee is echter niet beoogd te
										komen tot een beleidswijziging. Wel is gestreefd te komen
										tot een verduidelijking. In lijn met de gedachte van de
										Omgevingswet dat 'met een druk op de knop' helder moet zijn
										welke regel waar geldt, is gepoogd zoveel mogelijk bij
										elkaar te brengen.</Al>
		<Al>Formulering instructieregels</Al>
		<Al>Voor de uitleg van de instructieregels van deze verordening
										is het goed stil te staan bij enkele standaardformuleringen
										die hierin zijn terug te vinden. Voor zover de hierna
										genoemde formuleringen terugkomen in een instructieregel,
										kennen deze een specifieke juridische betekenis. In het
										bijzonder wordt hiermee gedoeld op de basistypen
										instructieregel: 'in acht nemen', 'rekening houden met' en
										'betrekken bij'. Hieronder worden deze normen kort
										toegelicht.</Al>
		<Al>Instructieregel basistype 1: 'in acht nemen': dit betekent
										dat de normadressaat geen ruimte heeft een eigen afweging te
										maken. Dit is het zwaarste sturingsniveau en betekent dat de
										omgevingsverordening exact voorschrijft wat er moet
										gebeuren. Er is geen afwijking mogelijk.</Al>
		<table wId="pv22_24__artrecital__content_2__table_1" eId="artrecital__content_2__table_1">
		  <tgroup align="left" cols="1">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Ter illustratie kan gedacht worden aan een
												situatie waarbij de geluidsbelasting wordt
												geregeld. </i><i>Wanneer dit wordt gedaan met basistype 1, kan
												de norm luiden: "een omgevingsplan neemt binnen
												woongebieden een geluidsbelasting van ten hoogste
												50 db op de gevel in acht".In dit voorbeeld zou
												elk omgevingsplan dat deze norm overschrijdt in
												strijd zijn met de omgevingsverordening. Er zijn
												geen argumenten denkbaar waarmee de overschrijding
												kan worden verdedigd.</i></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>Instructieregel basistype 2: 'rekening houden met': dit
										betekent dat de normadressaat zelfstandig een beslissing kan
										nemen over een onderwerp, maar dat de instructieregel de
										bandbreedte geeft voor die beslissing. Deze norm gaat minder
										ver dan basistype 1, omdat onder omstandigheden een beperkte
										afwijking mogelijk is. Hiervoor moet dan wel onderzoek
										worden gedaan waaruit blijkt dat de concrete ontwikkeling
										aanvaardbaar is gelet op de te verwachten effecten en dat er
										mogelijkheden zijn nadelige effecten te mitigeren. Het is
										uiteindelijk aan gedeputeerde staten om te beoordelen of een
										concrete situatie desondanks noopt tot de inzet van een
										reactieve interventie of het onthouden van instemming. Goede
										afstemming hierover is dan ook essentieel.</Al>
		<table wId="pv22_24__artrecital__content_2__table_2" eId="artrecital__content_2__table_2">
		  <tgroup align="left" cols="1">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Voortbordurend op het eerder aangehaalde
												voorbeeld, zou een uitwerking van basistype 2 als
												volgt kunnen luiden: "een omgevingsplan houdt
												binnen woongebieden rekening met een
												geluidsbelasting van ten hoogste 50 db op de
												gevel". In dit geval heeft de norm van 50 db nog
												steeds het primaat. Indien een omgevingsplan
												hierbinnen blijft, is deze in overeenstemming met
												de omgevingsverordening. Wel is er ruimte voor
												maatwerk wanneer dit desondanks niet lukt. Zo zou
												een hogere geluidsbelasting op de gevel desondanks
												aanvaardbaar kunnen zijn wanneer met onderzoek
												wordt aangetoond dat de geluidsbelasting in de
												woning zelf niet wordt aangetast. Hierdoor zou
												alsnogsprake zijn van een aanvaardbaar woon- en
												leefklimaat. </i></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>Instructieregel basistype 3: 'Betrekken bij': betekent in
										het kader van de instructieregel dat een overheid aandacht
										schenkt aan feiten of verwachtingen van feiten. De
										bestuurlijke afwegingsruimte is groot. Deze instructieregel
										behelst een aanvulling op artikel 3:2 en 3:4 van de Awb. Het
										gaat erom dat het genoemde belang wordt meegenomen in de
										afweging. Het resultaat van de belangenafweging is echter
										aan het bevoegde gezag.</Al>
		<table wId="pv22_24__artrecital__content_2__table_3" eId="artrecital__content_2__table_3">
		  <tgroup align="left" cols="1">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Wanneer, tot slot, deze norm wordt vormgegeven
												met toepassing van basistype 3, luidt de norm als
												volgt:"een omgevingsplan betrekt binnen
												woongebieden de geluidsbelasting van ten hoogste
												50 db op de gevel". In dit geval impliceert de
												instructieregel dat het omgevingsplan er blijk van
												geeft dat de geluidsnorm wordt betrokken in de
												belangenafweging die wordt gemaakt. Wel is hier
												een lichtere motiveringsplicht dan bij basistype 2
												om tot een afwijking te komen. Zo zou met een
												redenering kunnen worden volstaan. Voorts zou een
												reactie van GS pas in de rede liggen wanneer in
												het geheel geen belangenafweging is gemaakt of
												wanneer deze kennelijk onjuist is.</i></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>Met name bij de kernkwaliteiten wordt gebruik gemaakt van de
										bovenstaande systematiek. De wetgever maakt zelf ook gebruik
										van deze systematiek bij het vormgeven van instructieregels
										in de Omgevingswet. Zie hiervoor ook de memorie van
										toelichting van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, waarin
										de instructieregels van het Rijk richting provincies,
										gemeenten en waterschappen staan opgenomen (Stb 2018, 292,
										p. 218).</Al>
		<Al>Verleggen onderzoekslast omgevingsplan:</Al>
		<Al>De Omgevingswet geeft voor de vaststelling van
										omgevingsplannen de mogelijkheid de onderzoekslast tot op
										zekere hoogte uit te stellen (Stb 2018, 290, p. 101 e.v.).
										In plaats van dat bij vaststelling helder moet zijn dat de
										activiteiten waarin een plan voorziet uitvoerbaar zijn, mag
										hiermee worden gewacht tot het moment dat hiervoor
										daadwerkelijk een omgevingsvergunning wordt aangevraagd.
										Deze werkwijze moet het eenvoudiger maken flexibele
										omgevingsplannen vast te stellen. Voor de provinciale
										belangen die staan vastgelegd in deze omgevingsverordening
										geldt dat een provinciaal advies noodzakelijk wordt geacht.
										Daarom is vereist dat een omgevingsplan reeds bij
										vaststelling onderbouwt in welke mate kan worden voldaan aan
										de opgenomen instructieregels. Dit geldt ook voor
										activiteiten waarvan de realisatie op dat moment nog niet
										helder is. Zonder deze onderbouwing is de aanvaardbaarheid
										van het omgevingsplan namelijk onduidelijk.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_3" wId="pv22_24__artrecital__content_3">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>3.1</Nummer>
		<Opschrift>Kernkwaliteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie 2018 haalde de
										provincie onder een zo breed mogelijk publiek die aspecten
										op die volgens hen de ruimtelijke identiteit en
										aantrekkelijkheid van Drenthe vormen. Deze 'Kernkwaliteiten'
										zijn in paragraaf 2.3.1 van de Omgevingsvisie opgenomen en
										in deze verordening nader uitgewerkt. Ze vormen voor de
										provincie Drenthe de belangrijkste basis voor het begrip
										ruimtelijke kwaliteit. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie
										worden de kernkwaliteiten ontrafeld. Het gaat om stilte en
										duisternis, openheid van het landschap, natuur binnen het
										Natuurnetwerk Nederland, diversiteit en gaafheid van
										landschappen, cultuurhistorie, archeologie en aardkundige
										waarden. In hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie 2018 wordt
										toegelicht hoe het provinciebestuur behoud en ontwikkeling
										van kernkwaliteiten in de praktijk zal nastreven.</Al>
		<Al>Provinciale Staten zetten onder de Omgevingswet de
										inhoudelijke normstelling voort met betrekking tot de
										Kernkwaliteiten zoals die vanaf 3 oktober 2018 is ingezet.
										Wel zijn er wijzigingen in de manier waarop dit wordt
										gedaan. Zie hiervoor ook de algemene bespreking in deze
										toelichting onder 'algemeen'. Deze wijzigingen vloeien met
										name voort uit de eisen die worden gesteld in de STOP-TPOD
										en de Omgevingswet zelf.Zoals vermeld moet onder de
										Omgevingswet gewerkt worden met werkingsgebieden in plaats
										van kaarten. Een verschil met de werkwijze onder de vorige
										wetgeving is dat in mindere mate gewerkt kan worden vanuit
										de visuele verbeelding. Het is vereist om een regel op te
										nemen in de regels van de omgevingsverordening die
										correspondeert met een concreet werkingsgebied waarbinnen
										deze regel geldt. Voor de kernkwaliteiten betekent dit
										allereerst dat bepaalde onderdelen die eerst op de kaart
										stonden aangegeven, nu in de regel moeten worden opgenomen.
										Daarnaast betekent dit dat per werkingsgebied helderder moet
										worden aangegeven welke regel geldt. Een gebruiker moet
										immers met de werking van het DSO op een eenvoudige wijze
										kunnen achterhalen waar die zich aan moet houden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_4" wId="pv22_24__artrecital__content_4">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.1</Nummer>
		<Opschrift>Kernkwaliteit Landschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1 van de kernkwaliteit landschap geeft aan in welke
										werkingsgebieden de Kernkwaliteit Landschap kan worden
										onderverdeeld. Lid 2 verwijst hierbij naar de bijlage waarin
										de kernkwaliteiten nader staan uitgewerkt. Hierin staan de
										relevante passages opgenomen van de Omgevingsvisie waarmee
										rekening moet worden gehouden bij het vaststellen van een
										omgevingsplan.</Al>
		<Al>Lid 3 geeft aan dat een omgevingsplan 'rekening houdt' met
										de aanwezige kernkwaliteiten. Hiermee wordt in juridische
										zin bedoeld dat het college van B en W of de gemeenteraad
										zelfstandig een beslissing kan nemen over een onderwerp,
										maar dat de instructieregel de bandbreedte geeft voor die
										beslissing. Enige afwijking is mogelijk, mits deze afwijking
										goed wordt gemotiveerd. Hierbij kan gedacht worden aan een
										landschappelijk inpassingsplan waarmee de ontwikkeling
										zodanig wordt ingepast dat het landschap niet wordt
										aangetast.</Al>
		<Al>Lid 4 bespreekt de bescherming van de stads- en dorpsranden.
										Omdat de stads- en dorpsrand doorgaans aan verandering
										onderhevig is, bevat deze verordening niet een
										werkingsgebied hiervoor. Wanneer een omgevingsplan
										betrekking heeft op een stads- of dorpsrand dan houdt dit
										plan rekening met de aanwezige kwaliteiten. In het bijzonder
										wordt met het plan bewerkstelligd dat de overgang tussen
										stad en land behouden blijft. Ook hier is een koppeling
										gemaakt met de in de bijlage opgenomen uiteenzetting van de
										waarde van de stads- en dorpsrand.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_5" wId="pv22_24__artrecital__content_5">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.3</Nummer>
		<Opschrift>Kernkwaliteit Archeologie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel ziet toe op de bescherming van de Kernkwaliteit
										Archeologie binnen de provincie Drenthe. Met de bescherming
										van de kernkwaliteit wordt de lijn als ingezet in de
										omgevingsverordening van 2018 voortgezet. Wel zijn er
										verduidelijkingen aangebracht om helderder te kunnen maken
										wat waar precies van de initiatiefnemer wordt verwacht. Dit
										is gedaan naar aanleiding van de gedachte in de Omgevingswet
										waarbij de burger met &#233;&#233;n druk op de knop moet kunnen
										achterhalen welke regel waar precies geldt. Een stelsel van
										verwijzingen naar diverse beleidsstukken verhoudt zich
										slecht met dit uitgangspunt. Hierdoor is het artikel
										weliswaar groter in omvang dan voorheen, maar wordt hiermee
										niet een beleidswijziging beoogd.<br/>Het artikel is
										opgebouwd aan de hand van de verschillende archeologische
										waarden en verwachtingen en de drie verschillende
										beschermingszones die hiertoe in deze verordening zijn
										aangewezen. Dit volgt uit lid 1. In lid 2 worden vervolgens
										enkele normen gegeven die in alle beschermingszones gelden.
										Allereerst wordt hiertoe een generieke norm gegeven waaruit
										volgt dat een omgevingsplan te allen tijde rekening houdt
										met de aanwezige archeologische waarden. Deze norm kent
										doorwerking in alle aangewezen gebieden, maar wordt zo nodig
										aangevuld door specifiekere normen in de navolgende leden.
										Voorts geldt in alle aangewezen archeologische zones dat
										hier archeologisch onderzoek volgens de beroepsstandaarden
										moet worden verricht en dat regels ter bescherming van de
										aanwezige archeologische waarden worden opgenomen.</Al>
		<Al>Lid 3 stelt enkele specifieke regels voor de archeologische
										waarden die zijn terug te vinden binnen het werkingsgebied
										Waarde Archeologie -1. In aanvulling op hetgeen wordt
										geregeld in lid 2, geldt op grond van sub a dat
										archeologische waarden in situ worden behouden. In situ
										houdt in dat de archeologische waarden in de grond zelf
										bewaard moeten blijven. Om te verzekeren dat archeologische
										waarden behouden blijven, bepaalt sub b daarnaast dat
										rekening moet worden gehouden met een buffer van 50
										meter.</Al>
		<Al>Lid 4</Al>
		<Al>In lid 4 worden de archeologische waarden beschermd die
										vallen binnen het werkingsgebied Waarde-Archeologie-2.
										Aanwezige archeologische waarden moeten ook binnen Waarde
										Archeologie -2 in situ worden behouden. Wel is er een
										mogelijkheid de archeologische waarden op te graven (ex
										situ), indien er geen re&#235;le mogelijkheid is de waarden in de
										grond te behouden. Deze onmogelijkheid dient dan echter wel
										te worden aangetoond door middel van een daartoe strekkende
										onderbouwing. Ook wordt verwacht dat hierover vroegtijdig
										wordt afgestemd.</Al>
		<Al>Lid 5</Al>
		<Al>In lid 5 worden enkele vrijstellingen gegeven met betrekking
										tot de in lid 2 omschreven onderzoeksplicht. Voor Waarde
										Archeologie-2 wordt in sub a geregeld dat dit onderzoek
										achterwege kan blijven voor zover een omgevingsplan niet
										voorziet in grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte
										van meer dan 50 m&#178; en een diepte van meer dan 10 centimeter.
										Voor Waarde Archeologie-3 is de generieke vrijstelling
										vastgelegd op een oppervlakte van maximaal 1000 m&#178; en een
										diepte van 30 centimeter, zijnde de gemiddelde dikte van de
										bouwvoor in Drenthe.. Op dit uitgangspunt zijn drie
										uitzonderingen. De eerste uitzondering doet zich voor
										wanneer ter plaatse geen bouwvoor aanwezig is. Dit is het
										geval in natuurgebieden die niet eerder in agrarisch gebruik
										zijn geweest. Of een bouwvoor aanwezig is kan - zo nodig -
										worden bepaald aan de hand van een verkennend booronderzoek
										maar is in de regel goed bekend bij de betreffende terrein
										beherende organisatie. Wanneer geen bouwvoor aanwezig is,
										kan geen aanspraak worden gemaakt op de
										onderzoeksvrijstelling van 30 cm.</Al>
		<Al>De tweede uitzondering betreft de archeologie in agrarische
										gebieden. De provincie Drenthe, de Drentse gemeenten en LTO
										Noord afdeling Drenthe hebben in 2011 een Convenant gesloten
										dat betrekking heeft op het effectief beschermen van het
										archeologisch bodemarchief. Partijen zijn overeengekomen dat
										een aantal grondbewerkingen, ondanks dat ze dieper gaan dan
										30 cm, niet of nauwelijks van invloed zijn op de
										instandhouding van het eventueel aanwezige archeologische
										bodemarchief. Het gaat hierbij met name om niet-bodemkerende
										werkzaamheden ten behoeve van het oplossen van een verdichte
										bodemstructuur tot maximaal 10 cm onder bouwvoor van 30 cm
										(30 +10 cm). De provincie en de gemeenten hebben de inhoud
										van het Convenant uitgewerkt in de Provinciale
										Omgevingsvisie en -verordening, de gemeentelijke
										archeologiekaarten en bestemmingsplannen.</Al>
		<Al>De derde uitzondering zijn de voordenzones. Een voordenzone
										is een gebied waarbinnen doorwaadbare plekken in een
										waterloop verwacht worden. Vaak zijn deze voorden versterkt
										met constructies van hout en/of veldkeien en hebben ze een
										aanzienlijke ouderdom. Voor zover een omgevingsplan
										betrekking heeft op een voordenzone geldt een
										oppervlaktevrijstelling van 500 m&#178; en een diepte van 10
										centimeter. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_6" wId="pv22_24__artrecital__content_6">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.4</Nummer>
		<Opschrift>Kernkwaliteit Aardkundige Waarden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1 van de kernkwaliteit aardkundige waarden geeft aan in
										welke werkingsgebieden de Kernkwaliteit aardkundige waarden
										kan worden onderverdeeld. Lid 2 verwijst hierbij naar de
										bijlage waarin de kernkwaliteiten nader staan uitgewerkt.
										Hierin staan de relevante passages opgenomen van de
										Omgevingsvisie waarmee rekening moet worden gehouden bij het
										vaststellen van een omgevingsplan.</Al>
		<Al>Lid 2 verwijst hierbij naar de bijlage waarin de
										kernkwaliteiten nader staan uitgewerkt. Hierin staan de
										relevante passages opgenomen van de Omgevingsvisie waarmee
										rekening moet worden gehouden bij het vaststellen van een
										omgevingsplan.</Al>
		<Al>Lid 3 geeft aan dat een omgevingsplan 'rekening houdt' met
										de aanwezige kernkwaliteiten. Hiermee wordt in juridische
										zin bedoeld dat het college van B en W of de gemeenteraad
										zelfstandig een beslissing kan nemen over een onderwerp,
										maar dat de instructieregel de bandbreedte geeft voor die
										beslissing. Enige afwijking is mogelijk, mits deze afwijking
										goed wordt gemotiveerd. De motivering kan bestaan uit een
										onderzoek waaruit blijkt op welke wijze rekening kan worden
										gehouden met de aanwezige kernkwaliteiten.</Al>
		<Al>Lid 4 regelt dat de aanwezige kernkwaliteiten 'betrokken
										worden bij' de toedeling van functies en activiteiten aan
										locaties. Dit betekent dat het college van B en W of de
										gemeenteraad aandacht schenkt aan feiten of verwachtingen
										van feiten bij het nemen van het besluit. De bestuurlijke
										afwegingsruimte is hierbij groot.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_7" wId="pv22_24__artrecital__content_7">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.5</Nummer>
		<Opschrift>Kernkwaliteit Stilte</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 7.11 van het Besluit Kwaliteit
										Leefomgeving bevat de omgevingsverordening in ieder geval
										regels over het voorkomen of beperken van geluidsbelasting
										in bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden. Deze
										aanwijzingen hebben al plaatsgevonden op basis van de
										voorafgaande verordeningen. Met dit artikel wordt dit beleid
										voortgezet. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een
										aangewezen stiltegebied houdt rekening met de kernkwaliteit
										stilte en maakt daarbij in ieder geval geen activiteiten bij
										recht mogelijk die verboden of vergunningplichtig zijn op
										grond van hoofdstuk 7 van deze verordening. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_8" wId="pv22_24__artrecital__content_8">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.6</Nummer>
		<Opschrift>Kernkwaliteit Natuur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De kernkwaliteit Natuur komt overeen met het Natuuurnetwerk
										Nederland. Op grond van artikel 7.6 van het Besluit
										Kwaliteit Leefomgeving wordt het Natuurnetwerk Nederland bij
										omgevingsverordening aangewezen. Op grond van artikel 7.8
										van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving wordt hierbij een
										beschermingsregime ingesteld.<br/>Natuur is een
										kernkwaliteit van Drenthe. Dit is de reden waarom hier een
										apart artikel voor is toebedeeld. Tegelijkertijd is het niet
										de bedoeling dat er twee normen worden gesteld voor
										hetzelfde gebied. In tegenstelling tot de vorige
										omgevingsverordening is er daarom voor gekozen het
										beschermingsregime voor de NNN van toepassing te verklaren
										op de Kernkwaliteit Natuur.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_9" wId="pv22_24__artrecital__content_9">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.7</Nummer>
		<Opschrift>Combinatiemodel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Met dit artikel kan gemotiveerd worden afgeweken van het
										bepaalde in <IntRef ref="chp_3__title_3.1__art_3.1">Artikel
											3.1</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_3__title_3.1__art_3.5">Artikel 3.5</IntRef>. In
										tegenstelling tot de vorige omgevingsverordening kan hiermee
										niet worden afgeweken van de kernkwaliteit Natuur. De
										afwijkingsmogelijkheden voor de kernkwaliteit Natuur vloeien
										voort uit de wet en zijn uitgewerkt in artikel <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.31">Artikel 3.31</IntRef>
										van deze verordening. </Al>
		<Al>Het Combinatiemodel betreft het samen met relevante
										stakeholders ontwerpen van een integrale gebiedseigen
										oplossing voor onze strategische opgaven of majeure
										ontwikkelingen waarbij een of meerdere provinciale belangen
										in het geding zijn. Daarbij zoeken wij gezamenlijk naar een
										oplossing die (nieuwe) waarden cre&#235;ert en zoveel mogelijk
										belangen dient. De Drentse kernkwaliteiten zijn
										kaderstellend en vormen onze inspiratie om te komen tot een
										ontwikkeling die passend is bij Drenthe.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_10" wId="pv22_24__artrecital__content_10">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.8</Nummer>
		<Opschrift>Basisbepaling bruisend Drenthe</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel daagt gemeenten uit om na te denken over de
										wijze waarop een ruimtelijk plan bijdraagt aan de in de
										Omgevingsvisie Drenthe gestelde beleidsdoelen. Hieronder
										wordt mede verstaan de bijdrage aan vitaliteit en kwaliteit
										van de groene ruimte, in elk geval waar het de mogelijkheden
										voor herbestemming van bestaande bebouwing betreft en hoe
										met het plan beoogde ontwikkelingen passen binnen de
										opgavenkaart moet worden meegenomen.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_11" wId="pv22_24__artrecital__content_11">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.9</Nummer>
		<Opschrift>Ondergrond</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de Structuurvisie Ondergrond 2.0 is uitgebreid uiteen
										gezet hoe de provincie Drenthe aan ambities voor de
										ondergrond invulling gaat geven. Alhoewel deze
										structuurvisie zijn formele positie als structuurvisie in de
										zin van de Wro verliest met de inwerkingtreding van de
										Omgevingswet, volgt uit de Invoeringswet Omgevingswet dat
										dit niet afdoet aan het feit dat dergelijke visies
										onverminderd ten grondslag mogen worden gelegd aan besluiten
										(zie hiervoor: Kamerstukken II 2017/2018, 34 986, nr. 3).
										Drenthe is ambitieus waar het WKO en geothermische energie
										betreft. Wij willen gemeenten uitdagen om op dit gebied
										ambities te vormen en achten het in dat kader gepast om voor
										deze thema's een verantwoordingsplicht in dit hoofdstuk neer
										te leggen. Onze Structuurvisie Ondergrond is terughoudend
										waar het opslag van allerhande afvalstoffen in de ondergrond
										betreft. In zijn algemeenheid wijst de provincie dit af en
										in het bijzonder geldt dit voor gevaarlijk en radioactief
										afval. Dat is in dit hoofdstuk opgenomen. Bij 'gevaarlijke
										afvalstoffen' gaat het om de stoffen die onder de in de Wet
										milieubeheer opgenomen definitie worden begrepen. Naar deze
										begripsomschrijving wordt ook verwezen in de
										begripsomschrijving bij de Omgevingswet (onder
										'afvalstoffen'). De provincie spant zich met gemeenten in om
										de emissie van CO2 te reduceren, duurzame energie te
										ontwikkelen en te besparen op het gebruik van fossiele
										brandstoffen. Met het oog op mogelijk toekomstig rijksbeleid
										inzake CO2-opslag in de diepe ondergrond op land heeft de
										provincie eveneens een duidelijk beleid. Dit is verwoord in
										motie M2010-40, bijlage VIII, van de Structuurvisie
										Ondergrond. Voorkeurskaart 3 uit de Structuurvisie
										Ondergrond dient in samenhang met deze motie te worden
										gezien voor wat betreft het onderdeel CO2-opslag. In lid 5
										gaat het om ontwikkelingen die de conventionele winning van
										olie en gas in de weg kunnen staan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_12" wId="pv22_24__artrecital__content_12">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.10</Nummer>
		<Opschrift>Agrarische bedrijvigheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Landbouw krijgt maximale speelruimte binnen het
										werkingsgebied 'Landbouwgebied'. Wel moet het artikel in
										redelijkheid worden gelezen. Bij elke ontwikkeling die een
										andere is dan landbouw kan een vorm van beperkend effect
										worden verondersteld. Het gaat hier om effecten die het
										huidige functioneren en de toekomstbestendigheid van
										landbouwbedrijven ter plaatse aantoonbaar aantasten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_13" wId="pv22_24__artrecital__content_13">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.11</Nummer>
		<Opschrift>Grondgebonden agrarisch bedrijf</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1: In het werkingsgebied 'Bouwvlak grondgebonden
										agrarisch bedrijf' is een bouwvlak van maximaal 1,5 hectare
										toegestaan voor grondgebonden agrarische bedrijven. Dit
										betekent dat het tegenovergestelde ook waar is: de
										bouwvlakken van grondgebonden agrarische bedrijven buiten
										het werkingsgebied Bouwvlak grondgebonden agrarisch bedrijf
										worden niet begrensd. Met het artikel wordt daarnaast tot
										uitdrukking gebracht dat de term bouwvlak ruim wordt
										uitgelegd. Het gaat om het samenstel van bebouwing en alle
										voor de bedrijfsvoering noodzakelijke voorzieningen en de
										landschappelijke inpassing daarvan. Met de term bouwvlak
										wordt derhalve niet uitsluitend gedoeld op de visuele
										weergave van een bouwvlak in een omgevingsplan (of
										voormalig: bestemmingsplan). Blijkens deze definitie kan ook
										een omgevingsvergunning voorzien in de voornoemde
										aspecten.</Al>
		<Al>Met lid 2 wordt voorzien in de mogelijkheid een groter
										bouwvlak dan toegestaan op grond van lid 1 op te nemen onder
										de voorwaarde dat sprake is van een goede landschappelijke
										inpassing. Dit kan worden aangetoond door middel van een
										landschappelijk inpassingsplan.</Al>
		<Al>Lid 3 geeft e mogelijkheid om delen van de landschappelijke
										inpassing, sleuf- en mestsilo's en mestplaten buiten het
										bouwvlak te realiseren. Ruimtelijke kwaliteit vergt ruimte.
										Daarmee bedoelen we niet m&#233;&#233;r oppervlakte voor bebouwing,
										maar een benadering waarbij de gebouwen en de sleuf- en
										mestsilo's en mestplaten in het belang van de
										bedrijfsvoering goed ten opzichte van elkaar worden
										gesitueerd en waarbij de erfbeplanting voor landschappelijke
										inpassing optimaal wordt aangelegd. Erfbeplanting hoort
										daarbij altijd op het bouwvlak zelf thuis, wat niet uitsluit
										dat buiten het bouwvlak eveneens groen kan worden
										aangelegd.Een benadering die hieraan in ieder geval voldoet,
										staat beschreven in de brochures 'Boerderijen om trots op te
										zijn' (december 2011) en 'Boerderijen om trots op te zijn:
										deel 2' (februari 2014), die tot stand zijn gekomen tussen
										Natuur en Milieufederatie Drenthe en de LTO Noord. Centrale
										elementen van deze benadering vormen een gemeentelijke
										regierol (waarbij de gemeente wordt betrokken vanaf het
										eerste moment tot de planvorming), keukentafelgesprekken en
										het uitgaan van een agrarische bouwkavel in plaats van een bebouwingsvlak.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_14" wId="pv22_24__artrecital__content_14">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.12</Nummer>
		<Opschrift>Intensieve veehouderij</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1 sluit nieuwvestiging van en omschakeling naar
										intensieve veehouderij uit. Voor de vraag wanneer sprake is
										van omschakeling van neventak naar hoofdtak wordt de SO
										benadering gehanteerd. Agrarische bedrijven die voor 20
										augustus 2014, het moment van het hanteren van de SO norm,
										al op basis van de SO norm een hoofdtak intensief hadden,
										kunnen in een ruimtelijk plan positief bestemd worden.Het
										opstarten van een nieuwe intensieve neventak is niet
										mogelijk. Uitbreiding van een bestaande intensieve neventak
										is binnen de voorwaarden wel mogelijk. Bij de uitbreiding
										van een neventak blijft, op basis van de SO norm, de
										hoofdfunctie altijd bestaan uit grondgebonden agrarische
										bedrijvigheid. De definitie van een landschappelijk
										inpassingsplan vindt u in de begripsbepalingen.</Al>
		<Al>In het tweede lid wordt geregeld dat het maximale bouwvlak
										voor een intensieve veehouderij in beginsel 1,5 hectare
										bedraagt. Met het lid wordt daarnaast tot uitdrukking
										gebracht dat de term bouwvlak ruim wordt uitgelegd. Het gaat
										niet alleen om de bebouwing zelf, maar ook alle voor de
										bedrijfsvoering noodzakelijke voorzieningen en de
										landschappelijke inpassing daarvan. Met de term bouwvlak
										wordt derhalve niet uitsluitend gedoeld op de visuele
										weergave van een bouwvlak in een omgevingsplan (of
										voormalig: bestemmingsplan). Blijkens deze definitie kan ook
										een omgevingsvergunning voorzien in de voornoemde
										aspecten.</Al>
		<Al>Lid 3: Met lid 3 wordt aangegeven dat bedrijfsbebouwing
										bestaat uit &#233;&#233;n bouwlaag. In de vorige omgevingsverordening
										was deze norm verwerkt in het voorgaande lid. Omdat in de
										hiernavolgende leden wel beoogd was om onder bepaalde
										omstandigheden een afwijking mogelijk te maken op de
										maximale oppervlakte van het bouwvlak, maar niet op de norm
										dat bedrijfsbebouwing uit &#233;&#233;n bouwlaag bestaat is omwille
										van eenvoud en leesbaarheid hier een afzonderlijk lid van
										gemaakt.</Al>
		<Al>Lid 4: Dit lid maakt een bouwvlak van maximaal 2 hectare
										mogelijk, indien deze uitbreiding gepaard gaat met een winst
										voor het milieu en een landschappelijk inpassingsplan. Winst
										voor het milieu mag breed worden uitgelegd: het kan hierbij
										gaan om een verbetering van het dierenwelzijn, maar ook om
										stallen die leiden tot verbeteringen op het vlak van
										emissies, uitstoot en geur.</Al>
		<Al>Lid 5: Ruimtelijke kwaliteit vergt ruimte. Daarmee bedoelen
										we niet m&#233;&#233;r oppervlakte voor bebouwing, maar een benadering
										waarbij de gebouwen en mestsilo's in het belang van de
										bedrijfsvoering goed ten opzichte van elkaar worden
										gesitueerd en waarbij de erfbeplanting voor landschappelijke
										inpassing optimaal wordt aangelegd. Erfbeplanting hoort
										daarbij altijd op het bouwvlak zelf thuis, wat niet uitsluit
										dat buiten het bouwvlak eveneens groen kan worden
										aangelegd.Een benadering die hieraan in ieder geval voldoet,
										staat beschreven in de brochures 'Boerderijen om trots op te
										zijn' (december 2011) en 'Boerderijen om trots op te zijn:
										deel 2' (februari 2014), die tot stand zijn gekomen tussen
										Natuur en Milieufederatie Drenthe en de LTO Noord. Centrale
										elementen van deze benadering vormen een gemeentelijke
										regierol (waarbij de gemeente wordt betrokken vanaf het
										eerste moment tot de planvorming), keukentafelgesprekken en
										het uitgaan van een agrarische bouwkavel in plaats van een
										bebouwingsvlak.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_15" wId="pv22_24__artrecital__content_15">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.13</Nummer>
		<Opschrift>Verplaatsing en sanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Met lid 1 is verplaatsing van bestaande Intensieve
										Veehouderijen naar Landbouwgebied mogelijk gemaakt. Dit kan
										aan de orde zijn wanneer sprake is van sanering en
										samenvoeging, maar ook wanneer sprake is van een knelpunt
										binnen Drenthe. Wanneer sprake is van een knelpunt is niet
										nader uitgewerkt. Dit is gedaan omdat niet alle aanleidingen
										op voorhand te bedenken zijn. Waar het om gaat, is dat
										sprake moet zijn van een onwenselijke situatie beredeneerd
										vanuit de oogmerken van de wet in artikel 1.2 Omgevingswet.
										Deze onwenselijke situatie moet zijn ontstaan door de
										huidige locatie van de Intensieve Veehouderij. Denk
										bijvoorbeeld aan gevallen waarbij de Intensieve Veehouderij
										is gesitueerd nabij kwetsbare of gevoelige functies. Tot
										slot is relevant dat artikel 3.13, lid 1, wordt begrensd
										door het nieuwvestigingsverbod van artikel 3.12, lid 1. Of
										sprake is van nieuwvestiging of niet wordt beoordeeld aan de
										hand van de juridisch legale situatie. Van verplaatsing is
										dus pas sprake wanneer de intensieve veehouderij die wordt
										verplaatst zich op de oorspronkelijke situatie bevond op
										basis van een onherroepelijk omgevingsplan.</Al>
		<Al>Lid 2: Ruimtelijke kwaliteit vergt ruimte. Daarmee bedoelen
										we niet m&#233;&#233;r oppervlakte voor bebouwing, maar een benadering
										waarbij de gebouwen en mestsilo's in het belang van de
										bedrijfsvoering goed ten opzichte van elkaar worden
										gesitueerd en waarbij de erfbeplanting voor landschappelijke
										inpassing optimaal wordt aangelegd. Erfbeplanting hoort
										daarbij altijd op het bouwvlak zelf thuis, wat niet uitsluit
										dat buiten het bouwvlak eveneens groen kan worden
										aangelegd.Een benadering die hieraan in ieder geval voldoet,
										staat beschreven in de brochures 'Boerderijen om trots op te
										zijn' (december 2011) en 'Boerderijen om trots op te zijn:
										deel 2' (februari 2014), die tot stand zijn gekomen tussen
										Natuur en Milieufederatie Drenthe en de LTO Noord. Centrale
										elementen van deze benadering vormen een gemeentelijke
										regierol (waarbij de gemeente wordt betrokken vanaf het
										eerste moment tot de planvorming), keukentafelgesprekken en
										het uitgaan van een agrarische bouwkavel in plaats van een
										bebouwingsvlak</Al>
		<Al><i>sub a</i></Al>
		<Al>Met de toevoeging van dit onderdeel wordt ervoor gezorgd dat
										een uitbreiding van het bouwvlak van een intensieve
										veehouderij tot ten hoogste 2,5 hectare mogelijk is, wanneer
										dit noodzakelijk is om een significante verbetering van het
										dierenwelzijn te bewerkstelligen. Zoals hiervoor al
										aangehaald wordt het belang bij een adequaat dierenwelzijn
										van steeds groter belang geacht. Hiervoor is wel voldoende
										ruimte nodig. Met het opnemen van deze voorziening wordt het
										mogelijk voor Intensieve Veehouderijen om een levensvatbare
										bedrijfsvoering te behouden en tegelijkertijd tegemoet te
										komen aan de ontwikkelingen die gaande zijn wat betreft het
										dierenwelzijn. Wel zijn er voor de toepassing enkele
										uitgangspunten die nadere uitleg behoeven. Onderstaand wordt
										hierop ingegaan.</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_15__list_1" wId="pv22_24__artrecital__content_15__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_15__list_1__item_1" wId="pv22_24__artrecital__content_15__list_1__item_1">
		    <Al>Noodzaak: met het woord &#x2018;noodzaak&#x2019; wordt tot
												uitdrukking gebracht dat een uitbreiding alleen aan
												de orde kan zijn wanneer er te weinig ruimte is om
												het dierenwelzijn te verbeteren binnen het bestaande
												bouwvlak. Eenvoudig gesteld dient de verbetering van
												het dierenwelzijn in ieder geval te zijn gekoppeld
												aan de beschikbare m&#178; per dier. Andere vormen van
												verbetering in het dierenwelzijn geven in beginsel
												geen aanleiding voor het vergroten van het
												bouwvlak.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_15__list_1__item_2" wId="pv22_24__artrecital__content_15__list_1__item_2">
		    <Al>Significante verbetering van het dierenwelzijn: om
												te bepalen of sprake is van een significante
												verbetering van het dierenwelzijn, kan onder andere
												worden gekeken naar mogelijke keurmerken waarvoor
												het agrarische bedrijf in aanmerking zou kunnen
												komen naar aanleiding van het vergroten van het
												bouwvlak. Zo kan hierbij worden gedacht aan het
												Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming.
												Weliswaar zijn er ook andere manieren om een
												significante verbetering van het dierenwelzijn te
												onderbouwen, maar dit zal wel een meer
												situatiegebonden afweging vergen waar wordt gekeken
												naar alle feiten en omstandigheden van het geval.
												Het is in beginsel aan de gemeente, en in het
												verlengde daarvan de aanvrager, om te onderbouwen
												dat sprake is van een significante verbetering van
												het dierenwelzijn. Hierbij dient ten minste inzicht
												te worden gegeven in de hoeveelheid vierkante meters
												ruimte per gehouden dier.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_15__list_1__item_3" wId="pv22_24__artrecital__content_15__list_1__item_3">
		    <Al>Feitelijke en planologisch legale aantal aanwezige
												dieren: een belangrijke voorwaarde voor het
												vergroten van het bouwvlak is het feit dat het
												aantal dieren niet toeneemt. Als meetpunt wordt
												hierbij genomen het aantal dieren dat feitelijk en
												planologisch legaal tot de bedrijfsvoering behoort.
												Indien een verleende vergunning of het voorgaande
												plan een aanspraak geeft op meer dieren, dient het
												ruimtelijke plan dat wordt opgesteld om het grotere
												bouwvlak te realiseren te verzekeren dat het
												<i>feitelijke</i> aantal dieren gelijk blijft. Als
												voorbeeld: een bedrijf heeft feitelijk 5.000 dieren.
												Tegelijkertijd beschikt het bedrijf over een
												vergunning op grond waarvan 10.000 dieren zijn
												toegestaan. Bij de toetsing aan de
												omgevingsverordening worden de feitelijk aanwezige
												dieren (5.000) als uitgangspunt genomen. Het
												ruimtelijk plan moet ervoor zorgen dat dit aantal
												niet toeneemt. Om de feitelijke situatie aan te
												tonen kan het IV-bedrijf aan de hand van de
												wettelijk verplichte landbouwtellingen aantonen
												hoeveel dieren worden gehouden. Tot slot wordt er
												nog op gewezen dat de feitelijk aanwezige diersoort
												als uitgangspunt wordt genomen. Leghennen en
												vleeskuikens zullen doorgaans in grotere volumes
												kunnen worden gehouden dan vleeskalveren of varkens.
												Om die reden dient het ruimtelijk plan tevens de
												diersoort vast te leggen in het ruimtelijk plan, om
												te voorkomen dat in een later stadium de regeling
												wordt misbruikt. Dat ook de diersoort van ruimtelijk
												belang kan zijn heeft de Afdeling
												Bestuursrechtspraak van de Raad van State al in 2015
												geoordeeld (ABRvS 4 november 2015,
												ECLI:NL:RVS:2015:3394).</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_15__list_1__item_4" wId="pv22_24__artrecital__content_15__list_1__item_4">
		    <Al>Stikstofdepositie: voor de toepassing van dit
												specifieke onderdeel worden geen aanvullende
												stikstofmaatregelen gesteld. Uit de Wet
												natuurbescherming vloeit al een strikt kader voort
												dat maakt dat een agrarisch bedrijf niet zal kunnen
												uitbreiden voor zover de stikstofdepositie daarbij
												stijgt. Om die reden wordt het voor deze voorziening
												niet opportuun geacht om aanvullende regels te
												stellen.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al><i>Sub b en d</i></Al>
		<Al>Met de toevoeging van deze onderdelen wordt beoogd &#x2013; mits
										aan sub a wordt voldaan - een vergroting van het bouwvlak
										tot maximaal 3,5 hectare mogelijk te maken voor zover dit
										gepaard gaat met een afname in de feitelijke
										stikstofdepositie. In dit geval wordt een ruimer bouwvlak
										toch aanvaardbaar gevonden, omdat &#233;&#233;n van de meest relevante
										omgevingsaspecten (stikstofdepositie) in dit scenario wordt
										verbeterd. Dit voorstel is &#233;&#233;n van de maatregelen die
										Drenthe neemt om de noodzakelijke stikstofreductie te
										bewerkstelligen. Met het oog op het vinden van een
										bestendige oplossing voor het stikstofprobleem wordt het van
										belang geacht dat de Provinciale omgevingsverordening genoeg
										ruimte voor maatwerk geeft. Er zijn twee mogelijkheden.</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_15__list_2" wId="pv22_24__artrecital__content_15__list_2">
		  <Li eId="artrecital__content_15__list_2__item_1" wId="pv22_24__artrecital__content_15__list_2__item_1">
		    <Al>Met een afname in feitelijke stikstofdepositie van
												10% is een bouwvlak van 3 hectare mogelijk.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_15__list_2__item_2" wId="pv22_24__artrecital__content_15__list_2__item_2">
		    <Al>Met een afname in feitelijke stikstofdepositie van
												20% is een bouwvlak van 3,5 hectare mogelijk.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Van belang is wel dat sub b in samenhang moet worden
										gelezen. Een afname van de stikstofdepositie kan daarmee
										niet los worden gezien van de noodzaak tot een verbetering
										van het dierenwelzijn. De verbetering van het dierenwelzijn
										geeft de aanleiding voor de vergroting van het bouwvlak. Een
										afname van stikstofdepositie geeft hiermee dus niet een
										separate grondslag om het bouwvlak te vergroten.</Al>
		<Al>Wat betreft de toepassing van het artikel is met name van
										belang van welke situatie wordt uitgegaan en op welke manier
										de feitelijke en planologisch legale situatie een rol
										speelt. Allereerst wordt de vermindering in stikstof
										berekend aan de hand van de feitelijke en planologisch
										legale situatie. Het vergroten van het bouwvlak is alleen
										toegestaan wanneer de stikstofdepositie afneemt met 10% dan
										wel 20%. Een belangrijke indicatie om te bepalen of het plan
										voorziet in een feitelijke toename is de vraag of voor het
										betreffende ruimtelijke plan op grond van artikel 2.8 van de
										Wet natuurbescherming een passende beoordeling is gemaakt
										omwille van de stikstofdepositie. Het ruimtelijke plan zal
										op voorhand uit moeten kunnen sluiten dat er significante
										gevolgen zijn voor natura 2000-gebieden die zijn gerelateerd
										aan stikstofdepositie. Wanneer deze gevolgen niet kunnen
										worden uitgesloten, is dit dus al een goede indicatie dat
										niet kan worden voldaan aan de omgevingsverordening.</Al>
		<Al>Gelet op de complexiteit en het belang dat wordt gehecht aan
										de vermindering van de stikstofdepositie, wordt expliciet
										als eis gesteld dat de maatregelen die moeten leiden tot de
										afname van stikstofdepositie worden vastgelegd in de regels
										van het plan. Het vastleggen in de regels van het
										ruimtelijke plan, leidt tot de meest optimale
										afdwingbaarheid en daarmee de hoogste mate van zekerheid. Er
										kan dus niet worden volstaan met een voorziening in de
										toelichting of het sluiten van een anterieure
										overeenkomst.</Al>
		<Al>Een verdere vergroting van het agrarisch bouwvlak kan een
										grote invloed hebben op het omringende landschap. Zeker
										wanneer dit niet met de nodige zorg gebeurt, kan een
										dergelijk omvangrijk bouwvlak een storende factor opleveren
										in het landschap. De provincie hecht grote waarde aan het
										behoud van het landschap, waardoor aanvullende voorwaarden
										worden gesteld voor het in deze mate kunnen afwijken van de
										gangbare norm van 1,5 tot 2 hectare. In de kern komt deze
										voorwaarde erop neer dat de landschappelijke inpassing qua
										omvang ten minste 10% van het totale agrarische bouwvlak
										bedraagt. Er is gekozen voor een oppervlaktemaat om te
										verzekeren dat de landschappelijke inpassing in een adequate
										verhouding is met de omvang van het agrarische bouwvlak.
										Indien de landschappelijke inpassing te klein is, kan het
										doel om het agrarisch bouwvlak in te passen immers nimmer
										bereikt worden. Ook is met de oppervlaktemaat beoogd om de
										benodigde rechtszekerheid en duidelijkheid te bieden, zodat
										de opgave op voorhand voor iedereen helder is.</Al>
		<Al>Naast de omvang van het bouwvlak, is ook van belang dat de
										landschappelijke inpassing van voldoende kwaliteit is.
										Daarom wordt als voorwaarde gesteld dat het landschappelijk
										inpassingsplan is opgesteld door een geregistreerde
										landschapsarchitect. Ter inhoudelijke inspiratie kan worden
										gekeken naar de aanbevelingen in de publicatie &#x2018;Boerderijen
										om trots op te zijn, voorstellen voor schaalvergroting in de
										melkveehouderij m&#233;t ruimtelijke kwaliteit&#x2019; uitgegeven in
										december 2011 door LTO Noord en Natuur en Milieufederatie
										Drenthe.</Al>
		<Al>Tot slot wordt er, wellicht ten overvloede, op gewezen dat
										de omgevingsverordening een definitie bevat van
										landschappelijk inpassingsplan dat ook van belang is voor de
										toepassing van deze bepaling. De definitie luidt:
											&#x201c;<i>juridisch bindend plan dat aangeeft op welke wijze
											inpassing van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in
											het desbetreffende gebied plaatsvindt. Tot deze
											inpassing behoren situering van de opstallen en de
											inrichting van het perceel, waaronder de erfbeplanting
											ten opzichte van het landschap. Het gaat om bestaande en
											gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het
											landschap. Een en ander uit zich in een ontwerpgerichte
											benadering waarin de karakteristieken en kwaliteiten
											verder worden versterkt&#x201d;</i></Al>
		<Al>Deze begripsomschrijving geeft in belangrijke mate de
										opdracht waaraan moet worden voldaan. Een belangrijk element
										waar hier in ieder geval op wordt gewezen is het aspect
										&#x2018;juridisch bindend plan&#x2019;. Met deze bewoordingen wordt
										aangegeven dat het landschappelijk inpassingsplan concreet
										genoeg moet zijn en moet worden afgedwongen middels daartoe
										opgenomen regels in het bestemmingsplan dan wel
										voorschriften in de omgevingsvergunning. Een anterieure
										overeenkomst of een passage in de toelichting of ruimtelijke
										onderbouwing volstaat niet. Dit is nu ook al zo, maar wordt
										volledigheidshalve nogmaals hier benadrukt.</Al>
		<Al>Lid 3: Met lid 3 worden de uitbreidingsmogelijkheden van
										intensieve veehouderijen waarbij ook het aantal dieren
										toeneemt met een bouwvlak van 2 hectare uitputtend
										beschreven. Sub a maakt het mogelijk te voorzien in een
										groter bouwvlak indien dit noodzakelijk is voor een verdere
										verduurzaming. Noodzakelijkheid moet zo worden begrepen dat
										de verduurzaming zelf aanleiding geeft voor het grotere
										bouwvlak. Van noodzaak is in ieder geval geen sprake wanneer
										beoogd is de bedrijfsvoering uit te breiden en dit gepaard
										gaat met duurzamere stallen. Hierin wordt reeds voorzien in
										artikel 3.12, lid 4. Het moet gaan om situaties waarbij een
										intensieve veehouderij een duurzaamheidsvoorziening wil
										toevoegen, maar dat deze voorziening niet kan worden
										geplaatst binnen het bouwvlak. Alleen de oppervlakte die
										nodig is voor de concrete duurzaamheidsvoorziening mag
										worden toegevoegd aan het bouwvlak. Met sub a is dan ook
										niet een bestendige mogelijkheid voor bedrijfsuitbreiding
										beoogd.</Al>
		<Al>In tegenstelling tot sub a, geeft sub b hier wel
										mogelijkheden toe. Sub b is met name bedoeld voor bedrijven
										die tegen de grenzen van hun bouwvlak aanlopen en op langere
										termijn willen door ontwikkelen. Sub b, onder VI, zorgt
										ervoor dat de oppervlakte van de te saneren locatie kan
										worden toegevoegd bij de opervlakte van de bestaande
										locatie. Wanneer ten behoeve van een bedrijf met een
										bouwvlak van 2 hectare een ander bedrijf met een oppervlakte
										van 1 hectare wordt gesaneerd, kan een bouwvlak ontstaan van
										3 hectare. Wanneer de te saneren locatie echter groter is
										dan 1 hectare, kan ook een groter bouwvlak ontstaan. De
										oppervlakte van de te saneren locatie is daarmee bepalend.
										ca. 4 Hoe groter de te saneren locatie, hoe meer
										mogelijkheden er ontstaan. Gelet op de omvang van de
										samengevoegde bouwvlakken die in potentie kunnen ontstaan,
										gaat een dergelijke ontwikkeling wel gepaard met strenge
										eisen. Een van de belangrijkste hiervan is dat het te
										saneren bedrijf moet grenzen aan het NNN of liggen in
										lintbebouwing of in een cluster van bebouwing. Hiermee is
										beoogd dat met het saneren van een locatie een ander
										probleem van provinciaal belang wordt opgelost. Deze
										sanering moet zodanig gebeuren dat niet later opnieuw een
										intensieve veehouderij kan worden opgericht. Dit kan onder
										andere worden gedaan door de agrarische functie te
										verwijderen van de te saneren locatie, waarbij niet wordt
										voorzien in overgangsrecht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_16" wId="pv22_24__artrecital__content_16">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.14</Nummer>
		<Opschrift>Overige agrarische activiteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het eerste lid regelt dat nieuwe glastuinbouwlocaties
										uitsluitend mogelijk zijn binnen de aangegeven locaties. In
										het tweede lid van artikel 3.14 gaat het om het gebruik van
										vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing. 'Niet
										milieubelastend' refereert aan de ruimtelijke impact.
										Activiteiten die vallen onder de categorie&#235;n 1 en 2 van de
										VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' vormen in ieder
										geval geen beletsel. Verkeersaantrekkende werking en
										buitenopslag spelen voor de ruimtelijke impact ook mee.
										Uitgangspunt is dat het gebruik niet met extra bebouwing
										gepaard gaat. Dit is echter niet in dit hoofdstuk
										neergelegd, omdat ruimte moet blijven voor lokaal maatwerk
										binnen de in dit artikel gestelde randvoorwaarden. Het derde
										lid treft een regeling voor de realisering van
										biovergistingsinstallaties. Lid 3 en 4 moeten in onderling
										verband met elkaar worden gelezen. De omgevingsverordening
										stelt de centrale norm: de milieugevolgen. De vraag of
										sprake is van een negatief milieugevolg wordt beoordeeld aan
										de hand van het beleidskader co-vergisting. Of gedeputeerde
										staten gebruik maken van hun bevoegdheid tot het plegen van
										een reactieve interventie of het onthouden van instemming
										wordt beoordeeld aan de hand van dit beleidskader. De
										beleidsregel deelt derhalve niet in het rechtskarakter van
										deze verordening, maar blijft functioneren als beleidsregel
										voor GS.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_17" wId="pv22_24__artrecital__content_17">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.15</Nummer>
		<Opschrift>Ruimte-voor-ruimte regeling</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De ruimte-voor-ruimte regeling maakt het onder voorwaarden
										mogelijk dat twee compensatiewoningen mogen worden gebouwd
										als landschapsverstorende agrarische bedrijfsbebouwing wordt
										verwijderd in het landelijk gebied. Het gaat om de bebouwing
										die voor 2 juni 2010 bestond. Minimaal 750 m&#178; aan agrarische
										bebouwing dient gesloopt te worden om voor de
										compensatieregeling in aanmerking te komen. Om maatwerk
										mogelijk te maken, is een beperkte afwijking van 5%
										toegestaan. Sub e geeft aan dat bij het bouwen van
										compensatiewoningen randvoorwaarden in acht worden genomen
										omtrent inpassing, omvang, inhoud en vormgeving van de
										compensatiewoning(en). Om tot een goede beoordeling te
										kunnen komen, zijn minimaal een landschappelijk
										inpassingsplan en een welstandsbeoordeling nodig. Sub f
										maakt duidelijk dat de compensatiewoning ook gebouwd kan
										worden op een ander perceel dan de voormalige
										bedrijfslocatie, indien de landschappelijke inpassing op de
										voormalige bedrijfslocatie niet in voldoende mate mogelijk
										is. Denk hier bijvoorbeeld aan een ander agrarisch perceel,
										een bouwlocatie in een lint of in een kleine kern. Aan de
										gemeente komt beleidsruimte toe met betrekking tot de vraag
										hoe voorwaarden exact worden ingevuld. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_18" wId="pv22_24__artrecital__content_18">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.16</Nummer>
		<Opschrift>Woningbouw</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Met de bepalingen voor woningbouw wil de provincie dat
										gemeenten gelegen in eenzelfde woonregio hun plannen voor
										woningbouwontwikkeling op dit gebied onderling afstemmen,
										strategisch beleid voeren op het handhaven van een passende
										woningvoorraad op de lange termijn en met de gebiedspartners
										afspraken maken over onder andere de programmering. De basis
										daarvoor is de gemeentelijke woonvisie. Dorpen, steden en
										het landelijk gebied functioneren binnen de woningmarkt als
										aanvulling op elkaar of soms als concurrerend, de provincie
										beoogt met de bepalingen een gezonde woningmarkt in stand te
										houden met ruimte voor regionale verschillen. De opzet van
										dit artikel is anders dan onder de Wet ruimtelijke ordening.
										Dit komt met name doordat het vormgeven van artikelen met
										werkingsgebieden een andere benadering vraagt. Het is niet
										meer mogelijk om te stellen dat een regel juist buiten een
										aangegeven werkingsgebied geldt. Voor dit type regels geldt
										dat ook hiervan een werkingsgebied moet worden gemaakt.
										Overal waar voorheen werd gesproken van 'buiten bestaand
										stedelijk gebied' wordt daarom gesproken van 'landelijk
										gebied'.Het artikel kent veel gewicht toe aan de woonvisie
										bij de beantwoording van de vraag of een
										woningbouwontwikkeling in overeenstemming is met het
										provinciaal belang. </Al>
		<Al>Lid 1: aangrenzend aan het bestaand stedelijk gebied is
										woningbouw mogelijk wanneer deze voldoet aan de
										gemeentelijke woonvisie. Hierbij dient in ogenschouw te
										worden genomen dat het wel moet gaan om een woonvisie die de
										voorwaarden als genoemd in sub a tot en met e betrekt.
										Specifiek kan bij dit type ontwikkeling sprake zijn van een
										provinciaal belang bij de stads- en dorpranden. Zie hiervoor
										de kernkwaliteit landschap als opgenomen onder artikel 3.1
										van deze omgevingsverordening.</Al>
		<Al>Lid 2: voor specifieke doeleinden is het mogelijk een extra
										woning te bouwen in het landelijk gebied. Deze doeleinden
										worden in dit lid opgesomd.</Al>
		<Al>Lid 3: het derde lid van het artikel is bedoeld voor de
										gevallen waarbij een enkele woning een gat kan opvullen in
										een bestaand cluster van bebouwing of bebouwingslint. Deze
										voorwaarde vloeit voort uit uit lid 3 sub a, van de
										bepaling. De overige eisen bewerkstelligen dat de
										ruimtelijke kwaliteit verbetert en dat rekening wordt
										gehouden met de woonvisie.</Al>
		<Al>Lid 4: wat betreft bijzondere woonmilieus beogen provinciale
										staten te faciliteren in de behoefte om in zeer bijzondere
										gevallen recht te kunnen doen aan ruimtelijke kwaliteit en
										speciefieke woonwensen. De term 'woonmilieu' impliceert dat
										sprake moet zijn van meer dan &#233;&#233;n woning. Met woonmilieu
										wordt derhalve gedoeld op de woonomstandigheden die de
										meerdere woningen in gezamenlijkheid bewerkstelligen. Het
										lid is niet bedoeld om een enkele woning in het buitengebied
										mogelijk te maken. Daartoe geeft lid 3 het
										toetsingskader.Tegelijkertijd is een belangrijke eis van de
										regeling dat sprake moet zijn van kleinschaligheid. Of
										sprake is van kleinschaligheid, kan blijken uit zowel de
										ruimtelijke uitstraling van de ontwikkeling als de toename
										van het planologisch beslag. Beide aspecten dienen in
										onderlinge samenhang met elkaar te worden beschouwd. Het
										vertrekpunt is dat het bijzondere woonmilieu de kwaliteit
										van het buitengebied en bebouwingsstructuur versterkt. Hoe
										groter de ruimtelijke uitstraling en het planologisch beslag
										van het plan, hoe minder snel hiervan sprake kan zijn. Ook
										wanneer op basis van, bijvoorbeeld, onbenutte plancapaciteit
										kan worden betoogd dat sprake is van een kleine vergroting
										van het planologisch beslag, kan de ontwikkeling toch niet
										kleinschalig zijn wanneer deze ontwikkeling desondanks
										gepaard gaat met een forse ruimtelijke uitstraling. Dit zou
										een reden kunnen zijn om deze ontwikkeling niet aan te
										merken als bijzonder woonmilieu.Sub b van lid 4 brengt tot
										uitdrukking dat de ontwikkeling moet aansluiten bij de
										woonwensen en levensstijl van een specifieke groep mensen.
										De behoefte van deze groep mensen moet dusdanig specifiek
										zijn dat hiervoor aantoonbaar geen plek bestaat binnen het
										reguliere woningaanbod. Bij de ontwikkeling van een
										bijzonder woonmilieu is het essentieel dat de aanwezige
										kernkwaliteiten worden betrokken en dat deze nader worden
										versterkt. Hoe dit wordt gedaan moet worden onderbouwd in
										het omgevingsplan of de omgevingsvergunning die in de
										ontwikkeling voorziet. Tevens dient te worden geborgd dat de
										aspecten die deze versterking bewerkstelligen juridisch
										worden geborgd middels het stellen van daartoe strekkende
										regels in het omgevingsplan of voorschriften in de
										omgevingsvergunning. Deze regels of voorschriften zien in
										ieder geval op instandhouding van de aspecten die een
										woonmilieu in voorkomende gevallen bijzonder maken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_19" wId="pv22_24__artrecital__content_19">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.17</Nummer>
		<Opschrift>Regionale werklocaties</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Regionale werklocaties zijn de bedrijventerreinen waar
										bedrijvigheid met een regionale uitstraling is toegestaan.
										Gelet op de ruimtelijke uitstraling van deze
										bedrijventerreinen en gelet op de doelstellingen wat betreft
										duurzaam ruimtegebruik, is het wenselijk dat een en ander
										regionaal wordt afgestemd. Lid 1 omschrijft de voorwaarden
										op grond waarvan een regionale werklocatie kan worden
										mogelijk gemaakt. Lid 2 maakt duidelijk dat een
										omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe regionale
										werklocatie vergezeld gaat van een beeldkwaliteitsplan. Deze
										bepaling moet ruim worden gelezen. Waar het om gaat is het
										resultaat dat het omgevingsplan de beeldkwaliteit zodanig
										reguleert dat deze aanvaardbaar is gelet op het provinciale
										belang dat aan de orde is. Of dit gebeurt middels een
										separaat beeldkwaliteitsplan zoals gebruikelijk onder de Wet
										ruimtelijke ordening, of op andere wijze is niet
										doorslaggevend. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_20" wId="pv22_24__artrecital__content_20">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.18</Nummer>
		<Opschrift>Lokale werklocaties</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1 geeft aan dat bedrijven behorende tot milieucategorie
										1, 2 en 3 van de VNG-publicatie Handreiking Bedrijven en
										Milieuzonering thuishoren op lokale werklocaties. Grotere
										bedrijven horen op basis van <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.17">Artikel 3.17</IntRef>
										daarentegen thuis op de Regionale werklocaties.</Al>
		<Al>In de begripsbepaling (lokale werklocatie) is aangegeven op
										welke wijze een lokale werklocatie dient te worden
										getypeerd. De genoemde elementen vormen geen harde
										sturingscriteria. Wel dient beleidsmatig te worden
										gewaarborgd dan wel te worden bespoedigd dat de ontwikkeling
										van een lokale werklocatie zoveel mogelijk aansluit bij deze
										typering. De verder gestelde randvoorwaarden dienen
										onvoorwaardelijk in acht te worden genomen en eventueel te
										worden geconcretiseerd binnen het desbetreffende ruimtelijke
										plan. Die randvoorwaarden geven op het niveau van het
										provinciaal belang een goede aanzet tot waarborging van de
										kenmerken 'kleinschalig en lokaal geori&#235;nteerd'.
										'Kleinschaligheid en lokale ori&#235;ntatie' hangen vooral samen
										met de zwaarte van bedrijvigheid. In het artikel wordt voor
										het overige tot uitdrukking gebracht dat een omgevingsplan
										dat voorziet in een nieuwe lokale werklocatie vergezeld gaat
										van een beeldkwaliteitsplan. Deze bepaling moet ruim worden
										gelezen. Waar het om gaat is het resultaat dat het
										omgevingsplan de beeldkwaliteit zodanig reguleert dat deze
										aanvaardbaar is gelet op het provinciale belang dat aan de
										orde is. Of dit gebeurt middels een separaat
										beeldkwaliteitsplan zoals gebruikelijk onder de Wet
										ruimtelijke ordening, of op andere wijze is niet
										doorslaggevend. Het gaat om de inhoud.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_21" wId="pv22_24__artrecital__content_21">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.19</Nummer>
		<Opschrift>Bedrijfsvestiging buiten een werklocatie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Waar <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.17">Artikel
											3.17</IntRef> en <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.18">Artikel 3.18</IntRef>
										vooral zien op de vestiging van bedrijven op regionale of
										lokale werklocaties, betreft <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.19">Artikel 3.19</IntRef>
										de vestiging van de bedrijven de mogelijke uitzonderingen
										hierop. Het eerste lid betreft de integratie van de nadere
										regel die op basis van de vorige omgevingsverordening is
										gesteld door gedeputeerde staten. Onder de Omgevingswet is
										het behoudens zeer specifieke uitzonderingen niet meer
										mogelijk om nadere regels vast te stellen die losstaan van
										de omgevingsverordening. Waar bevoegdheden worden
										gedelegeerd aan GS houden deze in dat zij bevoegd worden
										delen van de omgevingsverordening zelf aan te passen en niet
										om een nadere regel te stellen. Dit volgt uit artikel 2.8
										van de Omgevingswet. Gelet op het feit dat het wel de
										bedoeling is de vastgestelde nadere regel voort te zetten,
										is deze opgenomen in het eerste lid. Deze uitzondering is
										alleen aan de orde voor solitaire bedrijven. </Al>
		<Al>Met het tweede lid wordt het mogelijk gemaakt &#233;&#233;n solitair
										bedrijf te vestigen dat behoort tot milieucategorie 4, 5 of
										6. Dit is een mogelijkheid die in de Omgevingsvisie en de
										toelichting op de Provinciale Omgevingsverordening 2018 wel
										wordt beschreven, maar per abuis nooit is opgenomen in de
										regeling zelf. Het lid is met name bedoeld voor zeer grote
										spelers met een aan te tonen positieve invloed op de
										werkgelegenheid. Het gaat om situaties waarbij het gelet op
										het tijdsbestek niet mogelijk is om het proces te doorlopen
										als beschreven in <IntRef ref="chp_3__title_3.2__art_3.17">Artikel 3.17</IntRef>. Wel dienen de effecten worden
										aangetoond. Aantonen duidt in deze context op onderzoek
										waaruit dit blijkt. Van belang is dat met toepassing dit lid
										niet alsnog een regionale werklocatie ontstaat. Een
										omgevingsplan dat een beroep doet op deze bepaling bevat
										daarom voorzieningen die de mogelijkheid dat alsnog een
										werklocatie ontstaat duurzaam uitsluit. Uitsluitend wordt
										voorzien in een maatoplossing om tegemoet te komen aan
										belangstelling door een grote speler.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_22" wId="pv22_24__artrecital__content_22">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.20</Nummer>
		<Opschrift>Detailhandel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Om te voldoen aan de Dienstenrichtlijn worden nieuwe regels
										gesteld met betrekking tot Detailhandel. Inhoudelijk
										betekenen deze regels geen beleidswijziging. Wel brengen ze
										een concretisering met zich mee.</Al>
		<Al>We streven naar toekomstbestendige en vitale centrum- en
										winkelgebieden die aan de basis liggen van leefbare,
										aantrekkelijke steden en dorpen met een optimaal
										verzorgingsniveau voor de inwoners. Hiervoor wordt een
										evenwichtige toedeling van functies aan locaties nagestreefd
										conform de systematiek van de Ladder voor duurzame
										verstedelijking.</Al>
		<Al><i><u>Waarom dit beleid?</u></i></Al>
		<Al>Toekomstbestendige en vitale centrumgebieden zijn essentieel
										voor de leefbaarheid van de steden en dorpen in Drenthe.
										Centra hebben een belangrijke sociaal-maatschappelijke
										functie als ontmoetingsplekken. Door de combinatie van
										verschillende functies versterken de aanwezige commerci&#235;le
										functies elkaar onder andere door combinatiebezoek. Dit is
										positief voor het economisch functioneren van bedrijven en
										resulteert in gemak en effici&#235;ntie en minder mobiliteit voor
										de consument.</Al>
		<Al><u>Uitgangspunten voor het beleid</u></Al>
		<Al>Wij streven naar een evenwichtige toedeling van functies aan
										locaties en zorgvuldig ruimtegebruik waarin detailhandel
										wordt geconcentreerd in de bestaande centrumgebieden,
										waarbij de vitaliteit van de bestaande
										detailhandelsstructuur centraal staat. Om dit te bereiken
										bieden wij ruimte voor dynamiek, innovatie en vernieuwing
										binnen deze centrumgebieden. Initiatieven die moeten worden
										aangemerkt als &#x2018;nieuwe stedelijke ontwikkeling&#x2019; dienen te
										voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking.</Al>
		<Al>De toename van de online verkoop en andere trends maken dat
										het winkelaanbod in met name de niet dagelijkse sector in
										centrumgebieden van dorpen en steden afneemt, waardoor de
										kans op leegstand toeneemt. Wij vragen gemeenten hierop in
										te spelen door centrumgebieden kleiner en compacter te maken
										onder andere door transformatie van delen van
										centrumgebieden naar andere functies. Vanuit verschillende
										provinciale fondsen stimuleren en faciliteren wij gemeenten
										om dit beleid tot uitvoering te brengen.</Al>
		<Al>Centrumgebieden hebben invloed op elkaars functioneren.
										Daarom stimuleren wij regionale afstemming bij plannen voor
										grootschalige ontwikkelingen, die mogelijk effect hebben op
										de koopstromen tussen kernen en gemeenten.</Al>
		<Al><i><u>Beleidsdoelen</u></i></Al>
		<Al>Daarom kiezen wij voor het beperken van de plancapaciteit
										voor detailhandel buiten de centrumgebieden, om de
										vitaliteit van deze centra te borgen en versnippering van
										voorzieningen en leegstand te voorkomen. Wij geven gemeenten
										ruimte om maatwerk te kunnen bieden.</Al>
		<Al>In kleine kernen is vaak sprake van een ruimtelijk
										kleinschalig centrumgebied, waar het winkelaanbod vaak
										beperkt is. Voor deze kleine kernen is een supermarkt van
										groot belang voor de leefbaarheid en het verzorgingsniveau.
										Wanneer een supermarkt met een toekomstbestendige maat, ten
										behoeve van de lokale verzorging en de leefbaarheid,
										ruimtelijk niet inpasbaar is in het centrumgebied van een
										kleine kern, is het mogelijk om deze op een locatie buiten
										het bestaande centrumgebied te realiseren binnen het
										stedelijk gebied van de kleine kern.</Al>
		<Al>Om het ondernemerschap en de leefbaarheid te ondersteunen
										worden geen nadere eisen gesteld aan kleinschalige
										ondergeschikte detailhandel aan huis. Om tegemoet te komen
										aan consumentenwensen en ten behoeve van een optimaal
										verzorgingsniveau, wordt een uitzondering gemaakt voor de
										plancapaciteit voor specifieke vormen van detailhandel die
										niet of minder goed passen binnen bestaande centrumgebieden
										(door grootte van de winkel en/of de aard en omvang van het
										assortiment) en die niet essentieel is voor het functioneren
										en de vitaliteit van centrumgebieden. Hiervoor bieden wij
										mogelijkheden in geconcentreerde winkelgebieden voor
										perifere en grootschalige detailhandel. Dit ligt in het
										verlengde van het voormalige PDV- en GDV-beleid van het
										Rijk. Dit geldt onder andere ook voor trafficlocaties. Onder
										&#x2018;trafficlocaties&#x2019; verstaan wij een locatie waar sprake is
										van een hoge concentratie van een of meerdere
										verkeersmodaliteiten (bijvoorbeeld auto&#x2019;s, fietsers of
										voetgangers) met een wisselend piek- en dalpatroon.</Al>
		<Al>Nieuwe plancapaciteit voor detailhandel buiten bestaand
										stedelijk gebied is in principe niet toegestaan. Deze
										beperking ligt in het verlengde van het verbod op
										weidewinkels, zoals in het verleden werd gehanteerd in
										Drenthe. Een uitzondering wordt gemaakt voor zeer specifieke
										vormen van detailhandel die door aard en omvang aantoonbaar
										niet passen binnen bestaand stedelijk gebieden (bijvoorbeeld
										tuincentra). Gelet op de wenselijkheid van een vitaal
										platteland, waar recreatie een belangrijk element is en waar
										meerdere verdienmodellen mogelijk moeten zijn voor
										agrari&#235;rs, wordt daarnaast een uitzondering gemaakt voor
										ondergeschikte detailhandel bij agrarische bedrijven,
										trafficlocaties en voor kleinschalige winkels bij
										(verblijfs)recreatiebedrijven. In de bijlage bij deze
										toelichting wordt een nadere onderbouwing gegeven van de in
										deze verordening gemaakte keuzen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_23" wId="pv22_24__artrecital__content_23">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.21</Nummer>
		<Opschrift>Mobiliteit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel regelt een 'mobiliteitstoets'. Onder
										verkeersbewegingen die 'van wezenlijke invloed op de
										verkeersafwikkeling zijn' wordt verstaan: een aanzienlijke
										verandering in intensiteit en/of samenstelling van het
										verkeer die niet zonder extra maatregelen vlot en veilig kan
										worden afgewikkeld op de bestaande infrastructuur en met het
										regulier openbaar vervoer.</Al>
		<Al>Wij willen dat Drenthe goed en veilig bereikbaar is en
										blijft. Daarom beogen wij dat ontwikkelingen met een grote
										aantrekkende werking op het verkeer van goederen en/of
										personen terecht komen op plekken met goede verkeer- en
										vervoerverbindingen voor verschillende modaliteiten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_24" wId="pv22_24__artrecital__content_24">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.22</Nummer>
		<Opschrift>Functiewijziging verblijfsrecreatie naar
										wonen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij een transformatieopgave zijn de gemeenten en de
										(vereniging van) eigenaren aan zet. Het uitgangspunt voor
										transformatie van een vakantiepark met de functie
										verblijfsrecreatie naar een nieuwe functie is 'Ja, mits',
										waarbij voldaan moet worden aan het vigerende provinciaal
										beleid en wettelijke normen. We stimuleren een
										gebiedsgerichte, integrale aanpak en een zorgvuldig
										gebiedsproces. Voor het toestaan van een woonfunctie geldt
										het 'nee, tenzij' principe. Dit maakt het mogelijk om, op
										basis van een goed plan met ruimtelijke, maatschappelijke
										en/of landschappelijke meerwaarde, maatwerk op parkniveau te
										leveren. Hiervoor stellen wij aanvullende voorwaarden.</Al>
		<Al>Wij zijn voorstander van een gebiedsgerichte, integrale
										aanpak waarbij binnen een vakantiepark dan wel gebied
										gedragen keuzes worden gemaakt en daaropvolgend een
										integraal omgevingsplan wordt opgesteld met bindende
										afspraken met partijen om de beoogde transformatie ook
										daadwerkelijk te realiseren. De taskforce Vitale
										Vakantieparken Drenthe heeft samen met de Drentse gemeenten,
										de provincie en de HISWA-RECRON een leidraad opgesteld voor
										het transformatieproces. Samengevat beslaat het
										transformatieproces vier fasen: 1) de verkenningsfase aan de
										hand van een Quick Scan, 2) het bepalen van het Streefbeeld,
										3) het opstellen van het Transformatieplan en 4) de
										bestemmingsplanprocedure en uitvoering van het
										transformatieplan. Wij vragen de gemeenten om ons
										vroegtijdig te betrekken bij het transformatieproces en
										hechten waarde aan het doorlopen van de fasen zoals
										toegelicht in de leidraad. </Al>
		<Al>Het uitgangspunt bij een functiewijziging is dat deze
										betrekking heeft op een gedeelte van, of gehele vakantiepark
										dan wel het gehele gebied of onderdelen daarvan en niet op
										losse recreatiewoningen. Voor solitaire woningen gelden
										regels voor het wonen in het buitengebied. Een
										functiewijziging moet bijdragen aan het oplossen van de
										sociale, maatschappelijke en/of ruimtelijke problematiek op
										het betreffende vakantiepark dan wel gebied. De problematiek
										van het betreffende vakantiepark dan wel gebied zal in beeld
										gebracht moeten worden en de daarbij behorende
										oplossingsrichtingen uitgewerkt. Een functiewijziging naar
										wonen is het sluitstuk van het transformatieproces en zal
										substantieel bij moeten dragen aan een oplossing van de
										problematiek. Wij vragen van gemeenten om zich bewust te
										zijn van de effecten van een functiewijziging van recreatie-
										naar woonbestemming op de woningmarkt, in relatie tot de
										demografische verandering in Drenthe. Transformatie kan soms
										betekenen dat er extra aanbod ontstaat terwijl er elders al
										sprake is van een overaanbod. Andersom kan transformatie
										echter ook knelpunten in de woningmarkt helpen oplossen.
										Daarom zal onder andere in beeld gebracht moeten worden wat
										de invloed van de functiewijziging zal zijn op het
										kwalitatieve en kwantitatieve woningaanbod. Bij een
										functiewijziging van recreatie naar een woonbestemming is
										het vertrekpunt dat het feitelijk aantal woningen niet
										toeneemt. </Al>
		<Al>Ook moet gemotiveerd worden hoe de ruimtelijke,
										maatschappelijke en/of landschappelijke meerwaarde behaald
										kan worden. Voor de beoordeling van meerwaarde spelen
										locatie specifieke afwegingen een rol. Er wordt gekeken naar
										de provinciale belangen en beleidsambities in relatie tot de
										uitgangspunten en inspanningen voor transformatie. Onder
										ruimtelijke meerwaarde kan verminderen van de verstening in
										het buitengebied worden verstaan. Ten aanzien van
										maatschappelijke meerwaarde kan gedacht worden aan het
										zoeken van aansluiting bij de opgaven vanuit de Drentse
										Woonagenda, namelijk de woningmarkt in balans, wonen voor
										vitale ouderen en levensloopbestendig wonen, betaalbaar
										wonen, duurzaam wonen, prettige fysieke leefomgeving en
										bouwen voor herstructurering. Ook kan gedacht worden aan het
										versterken van het recreatieve gebruik en de beleefbaarheid
										van het omliggende gebied. Onder landschappelijke meerwaarde
										kan gedacht worden aan het versterken van de Drentse
										kernkwaliteiten zoals ingrepen ter verbetering van de
										inpassing, het versterken van (cultuur)historische groen-,
										infrastructuren en gebouwen, versterking en borging van de
										huidige natuurwaarden, het bevorderen van de soortenrijkdom
										en het klimaatadaptief vermogen van de leefomgeving,
										circulair en natuurinclusief bouwen etc. De transformatie
										van een vakantiepark naar een woonbestemming en het
										realiseren van de genoemde meerwaarde kan leiden tot
										noodzakelijke investeringen. Deze investeringen kunnen als
										onderdeel van het plan voor de betreffende locatie (deels)
										worden bekostigd uit de waardestijging van de
										recreatiewoningen als gevolg van een bestemmingswijziging.
										Ten aanzien van verevening hebben Drentse gemeenten als
										vertrekpunt geformuleerd dat de relatie wordt gelegd tussen
										de (getaxeerde) potentiele waardestijging en de te maken
										kosten om te komen tot een bestemmingswijziging. De gemeente
										onderbouwt in hoeverre er aanleiding is om te komen tot
										verevening. </Al>
		<Al>Een functiewijziging betekent overigens niet dat het gehele
										vakantiepark dan wel het gehele gebied met ruimtelijk
										samenhangende recreatiewoningen zonder meer als stedelijk
										gebied wordt aangewezen. Hierbij spelen locatie specifieke
										afwegingen een rol. Deze hebben te maken met de ligging ten
										opzichte van de bebouwde omgeving en het parkachtige,
										landelijke karakter van het gebied.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_25" wId="pv22_24__artrecital__content_25">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.23</Nummer>
		<Opschrift>Nieuwe verblijfsrecreatie en uitbreiding
										verblijfsrecreatie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het uitgangspunt voor nieuwvestiging en uitbreiding van een
										park is 'Ja, mits' waarbij voldaan moet worden aan het
										vigerende provinciaal beleid en wettelijke normen. Met de
										regeling kan een ruimtelijk plan alleen voorzien in
										nieuwvestiging of uitbreiding van een park als gemotiveerd
										wordt hoe permanente bewoning van recreatieverblijven wordt
										voorkomen. Te denken valt aan centraal beheer via een
										bedrijf of Vereniging van Eigenaren. Er is sprake van een
										bedrijfsmatige exploitatie als via een bedrijf, stichting of
										een ander rechtspersoon, een zodanig beheer of exploitatie
										wordt gevoerd, dat in de recreatiewoningen daadwerkelijk
										recreatief verblijf plaatsvindt. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_26" wId="pv22_24__artrecital__content_26">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.24</Nummer>
		<Opschrift>Windenergie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de omgevingsvisie is opgenomen dat de provincie inzet op
										duurzame energievoorziening en CO2-reductie. De inpassing in
										het landschap van ruimtelijke ontwikkelingen behorende bij
										de energietransitie vraagt om een zorgvuldige benadering.
										Wij streven ernaar om windturbines in afzonderlijk
										herkenbare opstellingen te plaatsen, waarmee het
										horizonbeslag van windturbines wordt gereguleerd. Met een
										heldere opstelling kan ook een ruimtelijke structuur
										benadrukt worden. Een opstelling is herkenbaar als zij niet
										ten opzichte van elkaar interfereren, dus afzonderlijk, als
										opstelling waarneembaar zijn. Een opstelling kan over &#233;&#233;n of
										meer turbines gaan, dus solitair, een cluster, een lijn of
										een andere herkenbare vorm.</Al>
		<Al>Met lid 2 geven we aan dat we vinden dat bovenstaande niet
										voor kleine installaties geldt. Een ashoogte van 15 meter
										komt in de praktijk vaak neer op een tiphoogte van 20
										meter.In het ruimtelijk plan moet worden geborgd dat de
										gebruikte windturbines worden opgeruimd als zij niet meer
										worden gebruikt voor het opwekken van windenergie. De
										installaties inclusief ondergeschikte bovengrondse en
										ondergrondse bestanddelen moeten worden verwijderd, nadat
										zie niet meer worden gebruikt. Hiertoe dient een
										gebodsbepaling te worden opgenomen in het omgevingsplan.
										Onder de Wro was dit nog niet mogelijk, maar met de komst
										van de Omgevingswet is hiertoe ruimte gegeven in het
										omgevingsplan. Landschapselementen die landschappelijke
										meerwaarde opleveren, dienen te worden gehandhaafd</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_27" wId="pv22_24__artrecital__content_27">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.25</Nummer>
		<Opschrift>Zonne-energie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Met de artikelen met betrekking tot zonne-akkers wordt een
										regeling getroffen voor de vestiging van zonne-akkers in de
										provincie Drenthe. De regeling is noodzakelijk gelet op het
										provinciale belang bij het behoud van het landschap.
										Zonne-akkers kunnen een bijzonder groot ruimtebeslag met
										zich meebrengen en hebben hiermee effecten op het landschap
										in Drenthe. Dit belang kan onvoldoende doeltreffend en
										doelmatig worden behartigd wanneer dit zonder toereikende
										kaders aan de gemeenten afzonderlijk wordt overgelaten. Het
										behoud van het landschap is immers meer dan de som der
										gemeenten. De gestelde regels beogen te bewerkstelligen dat
										de vestiging van zonne-akkers in Drenthe niet leidt tot een
										onaanvaardbare aantasting van het landschap in Drenthe.
										Daarbij worden kansen gezien om de daken te benutten. Tot op
										heden is de grootste ontwikkeling van zonne-energie terug te
										zien op land, maar blijft de ontwikkeling van zon op dak
										hierbij achter. Met de regeling wordt ook beoogd in deze
										situatie verandering te brengen, omdat met zon op dak grote
										delen van de duurzaamheidsdoelstellingen kunnen worden
										bereikt zonder dat deze doelstellingen ten koste gaan van
										het provinciaal belang bij het behoud van het
										landschap.</Al>
		<Al>Uitgangspunt van de regeling is tweeledig. In de eerste
										plaats wordt met het artikel bewerkstelligd dat per gemeente
										een maximale oppervlakte voor zonne-akkers wordt ingesteld.
										In de tweede plaats wordt bewerkstelligd dat de zonne-akkers
										die binnen dit maximum worden mogelijk gemaakt het gevolg
										zijn van kwalitatief hoogwaardige besluitvorming waarbij,
										naast eventueel vastgesteld gemeentelijk beleid, het
										provinciaal belang zorgvuldig wordt meegewogen. Daarnaast
										wordt beoogd de ontwikkeling van zon op dak te stimuleren,
										nu dit een wijze is om duurzame energie op te wekken die
										niet gepaard gaat met grote effecten op het Drentse
										landschap.</Al>
		<Al>GS verwacht daarnaast van ontwikkelaars van zonne-akkers dat
										zij de gedragscode van de eigen branchevereniging
										ondertekenen en minimaal voldoen aan de daarin gestelde
										eisen. Indien wetgeving wijzigt waarmee ruimere
										sturingsmogelijkheden ontstaan wat betreft, bijvoorbeeld,
										participatie of zon op dak, zal de onderhavige regeling
										worden aangepast om van deze mogelijkheden gebruik te kunnen
										maken.</Al>
		<Al>Zoals vermeld voorziet het eerste lid in een maximering van
										de oppervlakte die kan worden gebruikt ten behoeve van
										zonne-akkers. De maximale oppervlakte heeft betrekking op de
										functionele ruimte waar een zonne-akker uit bestaat.
										Concreet gaat het dan om zonnepanelen, onderhoudspaden,
										voertuigpaden anders dan onderhoudspaden, schaduwval,
										transformatoropstellingen, omvormers, schakelstations,
										infrastructuur, onderhoudsgebouwen, en hekwerken. Eventuele
										overige aanverwante zaken, zoals landschappelijke inpassing
										en groenstructuren, worden niet meegeteld. De
										oppervlaktematen zelf zijn terug te herleiden naar de
										beleidsvoornemens van de Drentse gemeenten. Deze
										beleidsvoornemens zijn in de RES cijfermatig weergegeven in
										bijlage 3.3 &#x2018;Feiten en cijfers per gemeente RES 1.0 regio
										Drenthe&#x2019;. Deze tabel (ook onderstaand weergegeven) is met de
										huidige inzichten vertaald naar de tabel in bijlage 12 met
										specifieke oppervlaktematen bij deze regeling.</Al>
		<Al>Tabel 1: Bijlage 3.3 bij de RES Drenthe 1.0. Zie voor een
										volledige tabel <ExtRef ref="https://www.energievoordrenthe.nl/themas/res10/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=1917125" soort="URL">https://www.energievoordrenthe.nl/themas/res10/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=1917125</ExtRef></Al>
		<Al>Voor kleinschalige lokale initiatieven gelden in de basis
										dezelfde voorwaarden als voor grootschalige commerci&#235;le
										initiatieven. In de praktijk blijkt dat in goed overleg
										tussen partijen kleinschalige lokale initiatieven ook
										passende oplossingen gevonden worden. Voor initiatieven
										kleiner dan 140 m&#178; zijn de regels niet van toepassing. Deze
										zonne-akkers zijn zo kleinschalig dat separate regulering
										naast de bescherming die uitgaat van de kernkwaliteiten niet
										noodzakelijk wordt geacht.</Al>
		<Al>Het <i>tweede lid</i> stelt regels voor de zonne-akkers die
										nog kunnen worden ontwikkeld binnen het in <i>lid 1
										</i>gestelde maximum. De eisen zijn cumulatief, wat inhoudt
										dat aan alle eisen moet worden voldaan.</Al>
		<Al>Als eerste stelt <i>sub a</i> de eis dat de zonne-akker
										passend moet zijn in het landschap. Hiermee wordt gedoeld op
										de locatie specifieke aspecten (waaronder de mate van
										openheid) en het omliggende gebied. Deze aspecten vormen de
										ruimtelijk-fysieke context voor een zonne-akker. Deze
										locatie specifieke aspecten dienen te worden betrokken bij
										de ruimtelijke en landschappelijke inpassing.</Al>
		<Al>Voorts is vereist dat met de realisering van de zonne-akker
										een combinatie wordt gemaakt met andere aanwezige functies
										of dat tegelijkertijd een ander provinciaal belang dan het
										belang bij duurzame energie wordt gediend. Deze voorwaarde
										is omschreven in <i>sub b</i>.</Al>
		<Al>Voor zowel <i>sub a als b</i> geldt dat in de beleidsregel
										Zon nader staat uitgewerkt hoe GS deze voorwaarden
										beoordeelt. De beleidsregel is terug te vinden op:
										https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR645569/2.
										Specifiek voor <i>sub b </i>wordt opgemerkt dat van &#x2018;een
										ander provinciaal belang&#x2019; met name sprake kan zijn wanneer
										de zonne-akker het gevolg is van een breed gedragen lokaal
										initiatief dat in lokaal eigendom wordt ontwikkeld. Deze
										werkwijze past goed bij het Landelijk Klimaatakkoord, waar
										de provincie Drenthe zich bij heeft aangesloten. Om die
										reden wordt deze werkwijze gezien als van provinciaal
										belang.</Al>
		<Al><i>Sub c </i>regelt dat een ruimtelijk plan dat voorziet in
										zonne-akkers op landbouwgronden moet aantonen dat hiervoor
										geen ruimte bestaat binnen bestaand stedelijk gebied.
										Aantonen behelst dat feiten en gegevens worden verstrekt
										waaruit dit gebrek aan ruimte blijkt. De bepaling betreft
										wat dat betreft een concretisering van artikel 3:2 van de
										Awb.</Al>
		<Al>Tevens wordt van belang geacht dat het ruimtelijk plan
										rekening houdt met de beschikbare netcapaciteit en de
										afstand van een zonne-akker tot beschikbare
										aansluitingspunten (<i>sub d)</i>. &#x2018;Rekening houden met&#x2019;
										duidt erop dat afwijking slechts gemotiveerd mogelijk is.
										Met deze bepaling wordt beoogd dat de locatiekeuze goed
										wordt afgewogen en dat hierbij ook wordt stilgestaan bij de
										beschikbare energie-infrastructuur alsmede de
										vervolgingrepen die nodig zijn om de zonne-akker aan te
										sluiten.</Al>
		<Al><i>Sub e</i> bepaalt dat een ruimtelijk plan tevens
										onderbouwt dat rekening is gehouden met de Regionale
										Energiestrategie (RES). De RES bevat de belangrijkste
										Drentse afspraken met betrekking tot de ontwikkeling van
										duurzame energie. &#x2018;Rekening houden met&#x2019; duidt er in dit
										verband op dat slechts gemotiveerd kan worden afgeweken van
										de RES.</Al>
		<Al>Met de voorwaarde van <i>sub f</i> wordt verzekerd dat de
										functionele ruimte van een zonne-akker ook wordt vastgelegd
										in het ruimtelijk plan. Met deze bepaling wordt ook buiten
										twijfel gebracht waar een zonne akker uit bestaat en wat
										meetelt in het maximum als bedoeld in lid 1.</Al>
		<Al><i>Sub g</i> bepaalt dat het ruimtelijk plan vergezeld gaat
										van een participatieverslag waarin de inspanningen worden
										benoemd die zijn gepleegd ten behoeve van de zonne-akker.
										Bij de beoordeling van dit onderdeel maakt GS gebruik van
										het beleidskader als opgenomen bij de beleidsregel zon.
										Daarnaast wordt in de Handreiking Participatie nader
										ingegaan op de wijze waarop participatie kan vormgegeven.
										Deze handreiking is te vinden op <ExtRef ref="https://www.provincie.drenthe.nl/drenthedichtbij/@137844/handreiking/" soort="URL">https://www.provincie.drenthe.nl/drenthedichtbij/@137844/handreiking/</ExtRef>.</Al>
		<Al>Tot slot bepaalt <i>sub h </i>dat een ruimtelijk plan een
										maximumperiode van 25 jaar stelt voor de zonne-akker.
										Voorheen is in de POV bepaald dat een zonne-akker &#x2018;na
										uitgebruikname&#x2019; moet worden verwijderd. Deze regel komt
										echter te veel neer op een onbepaalde tijd, nu van
										verwijdering geen sprake is zolang de zonne-akker wordt
										gebruikt. Met de bepaling dat de oorspronkelijke situatie
										moet worden hersteld, wordt gedoeld op de functionele ruimte
										behorende bij de zonne-akker. Hierbij horen ook de
										ondergeschikte onderdelen en hetgeen hiervoor in de bodem is
										aangebracht. Landschapselementen die landschappelijke
										meerwaarde opleveren, dienen te worden gehandhaafd.</Al>
		<Al>Dat het mogelijk is een zonne-akker voor 25 jaar toe te
										staan, maakt niet dat dit ook per definitie moet. Deze
										termijn is korter wanneer, bijvoorbeeld, blijkt dat de
										uitvoerbaarheid voor de volledige periode van 25 jaar niet
										is geborgd. Mocht het na 25 jaar wenselijk zijn de
										zonne-akker voort te zetten, dan dient tegen die tijd een
										nieuw besluit te worden genomen dat wordt getoetst aan de
										omgevingsverordening van dat moment.</Al>
		<Al><i>Lid 3</i> brengt, tot slot, tot uitdrukking dat GS
										gebruik maken van de beleidsregel zon bij het aanwenden van
										hun bevoegdheden. Juridisch gezien vloeit dit al voort uit
										artikel 4:84, van de Algemene wet bestuursrecht. In die zin
										verschilt een beleidsregel dan ook van een algemeen
										verbindend voorschrift, doordat deze interne werking kent.
										Zie in dat verband ook artikel 1:3, lid 4, van de Awb. Voor
										de volledigheid worden gemeenten en initiatiefnemers hier
										met dit lid op gewezen, zodat zij kennis kunnen nemen van
										deze beleidsregel.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_28" wId="pv22_24__artrecital__content_28">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.26</Nummer>
		<Opschrift>Ontheffing</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Wanneer het gestelde maximum is bereikt is een zonne-akker
										slechts mogelijk wanneer hiertoe ontheffing wordt verkregen
										door het college van Burgemeester en Wethouders bij GS.
										Hiertoe zijn twee mogelijkheden in het leven geroepen.</Al>
		<Al>Onthefefing is alleen mogelijk in uitzonderlijke gevallen en
										dan enkel wanneer bijzondere omstandigheden hier aanleiding
										toe geven. Om wat voor bijzondere omstandigheden het kan
										gaan, wordt omschreven in <i>leden 1 en 2</i> van dit
										artikel. Het primaat dat uitgaat van het in artikel 3.25
										gestelde maximum maakt dat de ontheffingsbevoegheid zeer
										terughoudend wordt ingezet.</Al>
		<Al>Dit uitgangspunt komt onder andere tot uitdrukking in <i>lid
											1, sub a,</i> waarin wordt bepaald dat sprake moet zijn
										van meervoudig ruimtegebruik ten behoeve van een
										gebiedsopgave. De ontheffingsmogelijkheid is bedoeld voor
										bijzondere, uitzonderlijke situaties die zich incidenteel
										voordoen, waarbij zwaarwegende maatschappelijke belangen een
										rol spelen. Dientengevolge wordt pas aan dit criterium
										voldaan wanneer sprake is van een gebiedsopgave van groot
										belang. Of hiervan sprake is blijft in overwegende mate een
										situatiegebonden afweging waarbij alle omstandigheden van
										het geval door GS worden meegewogen. Doel van de maximering
										van zon op land is bescherming van het landschap. Een
										ontheffing is slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk.
										Het moet dan gaan om een plan dat zoveel ruimtelijke
										meerwaarde heeft dat het provinciale belang bij een verbod
										niet opweegt tegen het belang bij het door laten gaan van
										dit plan. Zonnepark-initiatieven kunnen ingezet worden om
										serieus werk te maken van andere gebiedsopgaven. Wanneer een
										ontheffing wordt aangevraagd is het onvoldoende om algemene
										verwachtingen uit te spreken over de te verwachte positieve
										effecten van het initiatief. De bijdrage die wordt geleverd
										aan het optimaliseren van de gebiedsopgave moet concreet
										worden onderbouwd.</Al>
		<Al><i>Sub b </i>vereist dat binnen een gemeente de hoeveelheid
										zon op dak in evenwichtige verhouding is met de hoeveelheid
										zonneakkers op land. Er zijn geen harde richtlijnen waarbij
										in ieder geval sprake is van een evenwichtige verhouding. De
										afweging kan met name worden gebaseerd op de vraag of sprake
										is van een stijgende lijn. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat
										een gemeente m&#233;&#233;r zon op land heeft dan zon op dak, maar wel
										grote vooruitgang heeft geboekt met zon op dak. De eis moet
										dan ook worden bezien vanuit de achtergrond dat van
										gemeenten wordt gevraagd zon op dak te stimuleren. Naarmate
										kan worden aangetoond dat hier voortuitgang in is geboekt,
										zal sneller sprake zijn van een evenwichtige verhouding.
										Wanneer deze verhouding niet evenwichtig is, kan eventueel
										alsnog ontheffing worden verleend indien wordt verzekerd dat
										de zonne-akkers gepaard gaan met een significante
										ontwikkeling voor zon op dak. Hierbij kan worden gedacht aan
										een overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemers
										waarbij initiatiefnemers zich verplichten financi&#235;le
										middelen te storten in een gemeentelijk fonds ten behoeve
										van de ontwikkeling van zon op dak. Bij deze laatste
										constructie moet er duidelijkheid bestaan binnen welke
										termijn tot realisatie kan worden overgegaan, waarbij ook
										moet worden onderbouwd dat een en ander uitvoerbaar is.</Al>
		<Al>Tot slot maakt <i>sub c</i> duidelijk dat bij het verkrijgen
										van de ontheffing ook moet worden voldaan aan de reguliere
										eisen van artikel 2.24. De eisen die worden gesteld in
											<i>lid 1</i> zijn cumulatief, wat inhoudt dat aan alle
										eisen moet worden voldaan.</Al>
		<Al>Naast de ontheffingsbevoegdheid die is opgenomen in <i>lid
											1</i>, bestaat er nog een bevoegdheid om ontheffing te
										verlenen in lid 2. Deze tweede ontheffingsbevoegdheid kan
										worden gezien als mogelijkheid voor kleinschalige plannen
										die wenselijk zijn, maar toch net niet blijken te passen
										binnen de provinciale regelgeving. Indien sprake is van een
										bijzondere omstandigheid kan voor een dergelijk plan alsnog
										ontheffing worden verleend. Van een bijzondere omstandigheid
										kan met name sprake zijn wanneer het plan het gevolg is van
										een breed gedragen lokaal initiatief en de akker in lokaal
										eigendom wordt ontwikkeld. Ook hier zij er echter op gewezen
										dat van de ontheffing met terughoudendheid gebruik wordt
										gemaakt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_29" wId="pv22_24__artrecital__content_29">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.27</Nummer>
		<Opschrift>Radioastronomie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Met de bepalingen voor de radioastronomie is beoogd te
										garanderen dat de radioastronomie zich kan blijven
										ontwikkelen en dat verstoring van activiteiten die daarmee
										samenhangen wordt voorkomen. Om dat te bewerkstelligen,
										liggen er beschermingszones rondom de radiotelescoop in
										Dwingeloo en Hooghalen en de LOFAR-radiotelescoop in
										Oost-Drenthe. Hier gelden beperkingen inzake de ruimtelijke
										ontwikkelingsmogelijkheden ter voorkoming van
										elektromagnetische straling.Een kernbegrip hierbij is het
										begrip 'verstoring'. Elektrische en elektronische apparatuur
										zendt, onbedoeld, radiogolven uit en kan ASTRON systemen
										storen. Deze soort storing valt in de categorie
										Elektro-Magnetische Compatibiliteit (EMC). Ook al voldoet de
										apparatuur aan de geldende EMC emissie normen, toch kunnen
										ze zwakke signalen uit het heelal storen. Echter, voor dit
										soort zwakke signalen heeft LOFAR nu juist zijn grote
										gevoeligheid gekregen. Deze zeer zwakke signalen uit het
										heelal worden dan overstemd door de, op aarde geaccepteerde,
										signalen. Vanwege genoemd effect is er een veilige
										minimumafstand nodig radiogolven uitzendende apparatuur en
										LOFAR.De mate van verstoring is dus gekoppeld aan
										elektromagnetische straling van een bron. Er is sprake van
										twee zones met elk een verschillend beschermingsniveau.In de
										'zonering radioastronomie I', wordt, buiten de verharde
										wegen Eursinge-Lhee en Hooghalen-Amen, slechts bij
										uitzondering gemotoriseerd verkeer en activiteiten die
										elektromagnetische straling opwekken toegelaten.
										Noodzakelijk landbouwverkeer wordt daartoe gerekend.In de
										'zonering radioastronomie I' geldt eveneens het uitgangspunt
										dat elektromagnetische straling die de waarneming middels de
										radiotelescopen verstoort, niet is toegestaan. Er kan
										natuurlijk onduidelijkheid bestaan over de vraag wanneer van
										dergelijke verstoring sprake is. Vastgelegd wordt daarom dat
										er in een vroeg stadium advies wordt ingewonnen bij het
										Nederlands Instituut voor Radio Astronomie (ASTRON) om
										hierover helderheid te verkrijgen en te bezien op welke
										wijze de ontwikkeling kan worden ingepast.Een omgevingsplan
										dat een gebied bestrijkt dat valt binnen zone I en II van de
										radiotelescoop of LOFAR, dient te worden voorzien van een
										advies van ASTRON. Dit geldt eveneens voor ruimtelijke
										plannen die voorzien in ontwikkelingen binnen een straal van
										twee kilometer rondom een LOFAR-buitenstation.De bepalingen
										lenen zich niet zonder meer voor onverkorte overname in een
										omgevingsplan. Van de planwetgever wordt verwacht bij
										vaststelling te hebben onderzocht welke gevolgen het plan
										met zich meebrengt voor de radioastronomie. In dat licht kan
										niet worden volstaan met het doorleggen van de
										onderzoeksverplichting naar vergunningverlening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_30" wId="pv22_24__artrecital__content_30">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.28</Nummer>
		<Opschrift>Koloni&#235;n van Weldadigheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In het eerste lid is bepaald dat het werelderfgoed Koloni&#235;n
										van Weldadigheid een begrenzing kent waarbinnen bepaalde
										regels gelden. De regels zijn ervoor om de betrokken
										gemeenten in hun omgevingsplan regels te laten opnemen die
										erop gericht zijn om de unieke kenmerken van dit
										werelderfgoed te beschermen of te versterken, zodat het ook
										voor toekomstige generaties behouden blijft. Er is een
										verbod op alles wat de unieke waarden van dit erfgoed zou
										kunnen verstoren. In het tweede lid wordt voor de
										beschrijving van de kernkwaliteiten van de Koloni&#235;n van
										Weldadigheid verwezen naar de bijlage van deze verordening.
										Hierin staan de kernkwaliteiten nader toegelicht en
										uitgewerkt. Indien de effecten van beoogde ontwikkelingen op
										de unieke waarden van het erfgoed onvoldoende duidelijk
										zijn, kan het specifiek voor werelderfgoed beschikbare
										instrument van een Heritage Impact Assessment (HIA) worden
										ingezet. Dit geeft inzicht in de effecten van de beoogde
										ontwikkelingen.Voor de Koloni&#235;n van Weldadigheid maken we
										onderscheid tussen het UNESCO Werelderfgoed en het &#x2013; iets
										ruimere - kolonielandschap dat niet binnen het Werelderfgoed
										valt. Het totale gebied bevat kernkwaliteiten
										(cultuurhistorie en landschap) van provinciaal belang,
										waarmee tevens rekening moet worden gehouden bij ruimtelijke
										ontwikkelingen. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_31" wId="pv22_24__artrecital__content_31">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.29</Nummer>
		<Opschrift>Nationaal Park Drentsche Aa</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het gehele stroomgebied - van brongebied tot benedenloop -
										van de Drentsche Aa is als Nationaal Park aangewezen,
										inclusief het Groningse deel in de gemeente Haren. De
										Drentse begrenzing sluit op de Groningse aan. Doel van een
										Nationaal Park is de kwaliteiten te behouden, duurzaam te
										beheren en te versterken. Uitgangspunt voor het ruimtelijk
										beleid is behoud door ontwikkeling. Ruimtelijke
										ontwikkelingen zijn mogelijk, mits de kwaliteiten worden
										behouden of versterkt. Het is verder belangrijk om de
										verhouding van deze bepaling tot het gestelde in Titel 3.1
										te verhelderen. Die bepalingen zijn immers onverkort van
										toepassing. Het gebied kenmerkt zich bovendien door
										aanwezigheid van veelal zeer waardevolle kernkwaliteiten.
										Dit kan voor regelgeving met betrekking tot het Nationaal
										Park Drentsche Aa tot verwarring leiden. De bepalingen voor
										Nationaal Park Drentsche Aa gelden bovenop de bepalingen uit
										Titel 3.1 en hebben - bij strijdigheid - voorrang. Nationaal
										Park Drentsche Aa en het Natuurnetwerk Nederland vallen ook
										deels samen. Beide bepalingen gelden in dat gebied.De
										voornaamste kenmerken van het Nationaal Park Drentsche Aa
										zijn uitgewerkt in de Landschapsvisie Drentsche Aa.
										Daarenboven hechten wij eraan de cultuurhistorische,
										archeologische en aardkundige waarden van het gebied te
										benadrukken. Dit Nationaal Park is een gebied met een grote
										cultuurhistorische tijddiepte, zoals ook blijkt uit de
										kaarten met Kernkwaliteiten. De beekdalen zelf kenmerken
										zich door, met vaak door wallen en singels omzoomde, weiden
										en hooilanden. Op de hogere gronden bevinden zich de essen
										en dorpen, omgeven door grotere ontginningen en de vroegere
										woeste gronden in de vorm van bossen en heides. De
										agrarische geschiedenis is goed te herkennen in dit
										landschap door de samenhang tussen verschillende elementen.
										Zeer bijzonder zijn de opvallend lineair gegroepeerde
										grafheuvels langs prehistorische wegen.In lid 3 wordt
										gerefereerd aan een 'groot maatschappelijk belang' met het
										oog op duurzame energieontwikkeling. Hierbij denken we
										specifiek aan de opslag van duurzame energie in zoutkoepels.
										Dit wordt ook in de Structuurvisie Ondergrond genoemd.
										Compensatie moet bij vaststelling van een ruimtelijk plan
										'hard' worden geregeld. Vast moet staan dat deze
										daadwerkelijk uitgevoerd wordt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_32" wId="pv22_24__artrecital__content_32">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.30</Nummer>
		<Opschrift>Bescherming Natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een landelijk netwerk
										van natuur- en agrarischegebieden met een speciale
										natuurkwaliteit. We streven naar een goed werkend robuust
										natuursysteem dat zorgt dat de kwaliteit van natuur zich
										duurzaam verbetert. Het NNN bestaat zowel uit afzonderlijke
										natuurgebieden als uit ecologische verbindingen die deze
										natuurgebieden met elkaar verbinden. Ecologische
										verbindingen vormen een waardevol onderdeel van het NNN. Via
										bermen, natuurstroken langs watergangen en ecoducten zoals
										die over de A28 kunnen dieren van het ene gebied naar het
										andere trekken. Dat komt ten goede aan de kwaliteit van de
										natuurgebieden. Bovendien vormen deze verbindingen een
										belangrijk onderdeel van de groene dooradering van onze
										provincie.</Al>
		<Al>De grote boswachterijen, de uitgestrekte heidevelden en de
										oude hoogveenkernen maken deel uit van het NNN. De 14
										Drentse Natura 2000-gebieden vormen een belangrijk onderdeel
										van de bestaande natuur. Het behalen van Europese
										natuurdoelen voor deze gebieden vormen de belangrijkste
										natuuropgave voor het NNN.</Al>
		<Al>Dit artikel is relevant voor de vaststellingsprocedure van
										het NNN en de doorwerking daarvan in omgevingsplannen of
										projectbesluiten.</Al>
		<Al>De provincie past bij het ontwikkelen van het NNN de
										'Spelregels Ecologische Hoofdstructuur', zoals door de
										provincies en het Rijk gezamenlijk zijn overeengekomen,
										toe.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_33" wId="pv22_24__artrecital__content_33">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.31</Nummer>
		<Opschrift>Afwijking Natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel dient een tweeledig doel. Lid 1 is van
										toepassing op grootschalige ingrepen waarbij sprake is van
										compensatie. Lid 2 is bestemd voor omgevingsplannen of
										projectbesluiten die leiden tot verbetering van de
										kwaliteiten van het NNN waardoor er geen sprake is van
										compensatie.</Al>
		<Al>Lid 1 sub c Compensatie</Al>
		<Al>In het algemeen vindt de compensatie buiten het NNN plaats
										en aansluitend aan het bestaande NNN in Drenthe. Op deze
										manier wordt een robuust natuurnetwerk ontwikkeld dan wel in
										standgehouden.</Al>
		<Al>Binnen het NNN is beperkte ruimte voor compensatie aangezien
										daar vaak al sprake is van de functie natuur. Bij
										compensatie binnen het NNN kan het bijvoorbeeld gaan over
										recreatieterreinen, landbouwgronden en parkeerplaatsen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_34" wId="pv22_24__artrecital__content_34">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.32</Nummer>
		<Opschrift>Bijzonder provinciaal natuurgebied of
										landschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Artikel 3.32 en 3.33 Bijzonder provinciaal natuurgebied
											of landschap </i></Al>
		<Al>De Omgevingswet biedt de provincies de mogelijkheid om
										gebieden gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland aan te
										wijzen als bijzonder provinciaal natuurgebied of
										landschap.</Al>
		<Al>Gedeputeerde Staten van Drenthe hebben op grond van artikel
										1.12 lid 3 van de Wet natuurbescherming bij
										aanwijzingsbesluit Landgoed Overcingel aangewezen als
										bijzonder provinciaal natuurgebied vanwege de genoemde
										natuurwaarden en aanwezige cultuurhistorische kenmerken. In
										het aanwijzingsbesluit worden de natuurwaarden en
										cultuurhistorische kenmerken toegelicht. Het
										aanwijzingsbesluit is onherroepelijk en geldt op grond van
										overgangsrecht (artikel 2.1 lid 5 Aanvullingswet Natuur) als
										besluit als bedoeld in artikel 2.44 lid 5 van de
										Omgevingswet.</Al>
		<Al><i>Artikel 3.32</i></Al>
		<Al>De vergunningplicht zoals vermeld in het eerste lid geldt
										niet alleen voor activiteiten <strong>in</strong> Landgoed
										Overcingel, maar is ook van toepassing op de activiteiten
											<strong>daarbuiten</strong> indien deze schadelijk
										kunnen zijn voor de genoemde natuurwaarden en aanwezige
										cultuurhistorische kenmerken.</Al>
		<Al>Het werkingsgebied van deze bepaling betreft een zone tot
										250 meter rondom het Landgoed en het Landgoed zelf. Echter
										de meeste activiteiten verder dan 50 meter rondom het
										Landgoed zullen geen effect hebben op de genoemde
										natuurwaarden en cultuurhistorische kenmerken van het
										Landgoed. Om deze reden geven wij hieronder aan in welke
										gevallen er gedacht moet worden aan een vergunningplicht en
										wanneer op voorhand duidelijk is dat er geen vergunning
										nodig is.</Al>
		<Al>Voor de activiteiten die worden verricht in het Landgoed of
										in de zone tot 50 meter rondom het Landgoed moet gedacht
										worden aan een vergunningplicht voor alle activiteiten
										indien deze schadelijk kunnen zijn voor de genoemde
										natuurwaarden en aanwezige cultuurhistorische kenmerken. Er
										moet worden gedacht aan activiteiten die geluid, stof of
										lichtvervuiling veroorzaken of activiteiten die de
										waterhuishouding beinvloeden. In het aanwijzingsbesluit
										worden meer voorbeelden gegeven.</Al>
		<Al>De activiteiten die worden verricht in de zone tot 250 meter
										rondom het Landgoed moet alleen gedacht worden aan een
										vergunningplicht indien deze activiteiten de
										waterhuishouding beinvloeden en daardoor schadelijk kunnen
										zijn voor de genoemde natuurwaarden en aanwezige
										cultuurhistorische kenmerken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_35" wId="pv22_24__artrecital__content_35">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.34</Nummer>
		<Opschrift>Landgoederen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de Omgevingsvisie Drenthe is vastgelegd dat de provincie
										de ontwikkeling van nieuwe landgoederen als vorm van
										kleinschalige, nieuwe woonmilieus stimuleert. In deze
										verordening zijn de eisen uitgewerkt waaraan de ontwikkeling
										van landgoederen moet voldoen zodat een duurzame
										instandhouding gewaarborgd is. </Al>
		<Al>Onder huis van allure wordt een huis verstaan welke qua
										uitstraling en vormgeving past bij het gehele landgoed.</Al>
		<Al>De provincie gaat ervan uit dat een bos een onlosmakelijk
										onderdeel is van het landgoed en daarmee in stand moet
										blijven. In de praktijk wordt de bestemming landgoed
										vastgelegd in een omgevingsplan waarmee de instandhouding is
										gewaarborgd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_36" wId="pv22_24__artrecital__content_36">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.35</Nummer>
		<Opschrift>Bosclustering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de Omgevingsvisie Drenthe is vastgelegd dat de provincie
										de aanleg van nieuwe bossen en landgoederen stimuleert.
										Aangezien de aanleg van nieuwe bossen een middel is om
										grotere, aaneengesloten natuurgebieden en ecologische
										verbindingen te realiseren is in deze verordening bepaald
										dat nieuwe bossen dienen aan te sluiten bij bestaande bos-
										en natuurgebieden. De provincie streeft naar robuuste
										natuur- en robuuste landbouwgebieden. De bosclustering is
										een middel om hieraan inhoud te geven.</Al>
		<Al>Sub a</Al>
		<Al>Waardevolle bosgemeenschappen zijn bossen met zeldzame
										planten en dieren, landschappelijk waardevolle beplantingen
										en zeer fraaie bomen, zoals aangegeven in de Drentse Bomen-
										en Bossenstrategie. </Al>
		<Al>Sub d</Al>
		<Al>Een woonkern is de begrenzing van de bebouwde kom zoals
										bedoeld in de Wegenverkeerswet.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_37" wId="pv22_24__artrecital__content_37">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.36</Nummer>
		<Opschrift>Water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De beken en het daarop aangesloten oppervlaktewatersysteem
										verzorgen de waterafvoer van het Drents Plateau. Als gevolg
										van klimaatverandering zullen er meer en zwaardere perioden
										met neerslag komen. Bij ongewijzigd beleid leidt dit tot
										meer wateroverlast, die zich over het algemeen het eerst en
										het heftigst in de beekdalen manifesteert en gevolgen heeft
										voor het grondgebruik. Met name bij kapitaalintensieve
										functies is de schade bij wateroverlast het grootst. Als het
										voorkomen van schade leidt tot aanpassing van het
										watersysteem met een versnelling van de afvoer, wordt
										wateroverlast op benedenstrooms gelegen gebieden
										afgewenteld. De provincie wil bij veel neerslag zoveel
										mogelijk water vasthouden en indien het niet anders kan
										water bergen om grote wateroverlast aan de randen van de
										provincie zoals bijvoorbeeld in Meppel of de stad Groningen
										te voorkomen. De ruimte voor water in de beekdalen moet
										daarom behouden blijven. Het eerste en tweede lid van geven
										bescherming aan belangrijke beekdalen. Kapitaalintensieve
										functies worden daar geweerd. Het gaat daarbij om onder
										andere woon- en werkgebieden, (energie)installaties en
										kapitaalintensieve vormen van agrarisch grondgebruik, zoals
										glastuinbouw, intensieve veehouderijen en kwekerijen.
										Uitzonderingen op het vrijwaren van het gebied van
										kapitaalintensieve functies kunnen gemaakt worden in geval
										van zwaarwegende maatschappelijke belangen en een drietal
										andere voorwaarden. De voorwaarden zijn cumulatief bedoeld.
										Op voorhand is niet te benoemen of sprake is van een
										zwaarwegend maatschappelijk belang. Van geval tot geval zal
										afzonderlijk beoordeeld moeten worden of er sprake is van
										een zwaarwegend maatschappelijk belang. Toepassing van de
										genoemde criteria kan ertoe leiden dat bijvoorbeeld de
										negatieve effecten van de aanleg van windturbines en
										zonnepanelen in beekdalen of waterbergingsgebieden goed
										gemitigeerd kunnen worden door bij de aanleg rekening te
										houden met water op het maaiveld.Dit hoofdstuk van de
										verordening dwingt via het derde lid, voor zover nodig,
										bescherming van waterbergingsgebieden af. Andere functies
										dan waterberging kunnen dan worden toegekend en uitgeoefend
										als deze aan het gebruik van het gebied voor waterberging
										niet in de weg staan.Bescherming van het functioneren van
										een grondwaterwingebied als bedoeld in het vierde lid maakt
										minimaal het overnemen van de begrenzing van deze
										bescherming in het betreffende omgevingsplan nodig. Meer
										specifiek gaat het om het Waterwingebied,
										Grondwaterbeschermingsgebied, Verbodszones diepe boringen en
										Grondwaterbeschermingsgebied Drentsche Aa. Wij verwachten
										van gemeenten dat ze in een omgevingsplan aangeven in
										hoeverre het plan bijdraagt aan de provinciale beleidsdoelen
										voor grondwaterbeschermingsgebieden. Aan de ontwikkeling van
										een grondgebonden landbouwbedrijf (zonder kapitaalintensieve
										tweede tak) worden geen beperkingen opgelegd. Ook kunnen
										nieuwe grondgebonden landbouwbedrijven opgericht worden,
										waarbij het voor de hand ligt niet in de laagste delen van
										het beekdal te bouwen en bij de hoogteligging van de
										bedrijfsgebouwen rekening te houden met mogelijke
										wateroverlast. Het waterschap heeft hierin een adviserende
										rol.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_38" wId="pv22_24__artrecital__content_38">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.37</Nummer>
		<Opschrift>Provinciale wegen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor de aangegeven provinciale wegen is de provincie
										wegbeheerder. Dit betekent dat de provincie, zowel
										bestuurlijk als financieel, verantwoordelijk is voor het
										onderhoud van de weg alsmede voor het aanbrengen van
										voorzieningen. Het kan hier bijvoorbeeld geluidsreducerende
										maatregelen of maatregelen betreffen in het kader van de Wet
										Natuurbescherming. Tevens valt hier te denken aan
										toekomstige aanpassingen van deze wegen in het kader van
										kwaliteitsverbetering of gewenste toekomstige doorstroming
										en verkeersafwikkeling. Gelet op deze belangen wil de
										provincie graag zicht houden op de (planologische)
										ontwikkelingen in de directe nabijheid van deze wegen. Op
										deze wijze kan worden voorkomen dat de provincie te maken
										krijgt met onvoorziene planologische ontwikkelingen rondom
										deze wegen die de uitvoering van gewenste maatregelen
										belemmeren dan wel extra kosten tot gevolg hebben.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_39" wId="pv22_24__artrecital__content_39">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.1</Nummer>
		<Opschrift>Vergunningvrije gevallen ruimtelijke inrichting,
										bestendig beheer en onderhoud</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het wordt niet wenselijk geacht dat voor zeer algemeen
										voorkomende soorten voor elke ruimtelijke ontwikkeling of
										ingreep in het kader van beheer en onderhoud een ontheffing
										moet worden aangevraagd. Om deze reden wordt voor bepaalde
										soorten vrijstelling verleend. Artikel 11.56 in samenhang
										met artikel 11.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving
										(Bal) geeft aan Provinciale Staten de mogelijkheid om
										vrijstelling te verlenen van de verboden voor bepaalde
										soorten voor bepaalde belangen. De onder de voormalige
										Flora- en faunawet door het Rijk geldende vrijstelling voor
										ruimtelijke inrichting, bestendig beheer en onderhoud is na
										de decentralisatie van de natuurtaken en de invoering van de
										Wet natuurbescherming door Provinciale Staten opgenomen in
										de vorige POV. Deze vrijstelling wordt ook hier
										gecontinueerd. Indien deze vrijstelling niet zou worden
										verleend zou dat als gevolg hebben dat allerlei
										werkzaamheden in het kader van beheer, gebruik, onderhoud en
										ruimtelijke inrichting en ontwikkeling worden opgehouden,
										hetgeen zeer onwenselijk is. Wat dat betreft bestaat voor
										deze vrijstelling geen ander bevredigend alternatief. De
										destijds door het Rijk gevoerde argumenten voor invoering
										van de vrijstelling gelden nog steeds. Wel zijn waarborgen
										ingebouwd dat de vrijstelling voor het vangen en opzettelijk
										doden niet lichtzinnig wordt gebruikt. Om deze reden zijn in
										de leden 2 en 3 enkele waarborgen ingebouwd. Kortheidshalve
										wordt verwezen naar de toelichting bij die leden.</Al>
		<Al>Lid 1 </Al>
		<Al>Artikel 11.54 Bal is een voortzetting van de oude regeling
										onder artikel 3.10 van de voormalige Wet natuurbescherming,
										die de mogelijkheid biedt een aantal soorten vrij te stellen
										van het verbod ze te vangen en ze te doden. Deze soorten
										mogen worden gevangen en gedood indien dit nodig was in het
										kader van een ruimtelijke ontwikkeling of van bestendig
										beheer en onderhoud. Het betrof algemeen voorkomende soorten
										waarvan de goede staat van instandhouding niet in het geding
										was. In dit artikel 11.54 is, gelezen in samenhang met
										artikel 5.1 lid 2, aanhef en onder g. van de Omgevingswet,
										een verbod opgenomen: a. het opzettelijk doden of vangen van
										in het wild levende zoogdieren, amfibie&#235;n, reptielen,
										vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten,
										genoemd in bijlage IX, onder A, bij het Bal; b. het
										opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste
										voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van die dieren als
										bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke
										verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden,
										ontwor-telen of vernielen van vaatplanten van de soorten,
										genoemd in bijlage IX, onder B, bij het Bal.<br/>In artikel
										11.56 Bal is bepaald dat Provinciale Staten vrijstelling
										kunnen verlenen van de verboden bedoeld in het eerste lid.
										Dit artikel dient als grondslag voor deze vrijstelling. In
										het Bal worden deze soorten 'andere soorten' genoemd. In
										deze toelichting wordt gesproken over 'nationaal beschermde
										soorten', waarmee hetzelfde wordt bedoeld. Dit heeft ermee
										te maken dat deze soorten niet zijn beschermd op grond van
										internationale verdragen zoals de Vogelrichtlijn (artikel
										11.37 Bal), de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het
										Verdrag van Bonn (artikel 11.46 Bal). Een vrijstelling voor
										de Europese/internationale soorten kan slechts worden
										verleend voor een aantal in de artikelen 11.44
										respectievelijk 11.52 Bal genoemde belangen. Ruimtelijke
										ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud behoren hier
										niet toe. Voor de nationaal beschermde soorten kan wel
										vrijstelling verleend worden voor ruimtelijke ingrepen en
										bestendig beheer en onderhoud. Dit volgt uit artikel 11.58
										lid 1 Bal in samenhang met artikel 8.74l Besluit kwaliteit
										leefomgeving. In het kader van de beleidsneutrale omzetting
										van de oude naar de nieuwe POV worden de vrijstellingen
										gecontinueerd.<br/>De vrijstelling wordt gegeven ten behoeve
										van een viertal belangen. Alleen als &#233;&#233;n van deze belangen
										zich voordoet mag van de vrijstelling gebruik worden
										gemaakt. Kort samengevat zijn dit het belang van ruimtelijke
										inrichting of ontwikkeling van gebieden en een drietal
										vormen van bestendig beheer en onderhoud. Uit de nota van
										toelichting van het ontwerp-aanvullingsbesluit natuur
										Omgevingswet blijkt dat dit een voortzetting is van de
										regeling onder de Wet natuurbescherming. Uit de memorie bij
										die wet blijkt dat de uitzondering voor handelingen in het
										kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling, zowel ziet
										op grote projecten, zoals werkzaamheden in het kader van
										landinrichting, de aanleg van wegen, bedrijventerreinen,
										havens of woonwijken, als op relatief beperkte activiteiten,
										zoals de bouw van een schuur of de verbouwing van een huis.
										Ook natuurontwikkeling kan hieronder vallen. Verder blijkt
										uit de memorie van toelichting dat het bij 'bestendig beheer
										en onderhoud' gaat om het voortzetten van de ter plaatse
										bestaande praktijk. Om te beoordelen of beheer, gebruik en
										onderhoud bestendig is, dient de aard van de activiteiten en
										de middelen in ogenschouw worden genomen, alsmede het
										tijdstip, de frequentie en de schaal waarop de activiteiten
										worden ondernomen. Gedacht moet worden aan regelmatig
										terugkerend beheer, gebruik of onderhoud dat al langere tijd
										plaatsvindt zonder dat dit beheer, gebruik of onderhoud in
										de weg heeft gestaan aan de vestiging en het behoud van
										individuen van beschermde soorten in de gebieden waar het
										beheer, gebruik of onderhoud plaatsvindt. De activiteiten
										zijn gericht op het handhaven van de bestaande situatie,
										hetgeen bijvoorbeeld kan blijken uit een beheer- of
										onderhoudsplan. Voorbeelden van beheer en onderhoud zijn het
										maaien om bepaalde vegetaties in een natuurgebied in stand
										te houden, beheer van waterlopen in het kader van de keur,
										het maaien van bermen vanwege de verkeersveiligheid en het
										maaien van weilanden voor kuilvoer.</Al>
		<Al>Leden 2 en 3</Al>
		<Al>De vrijstelling, zoals geregeld in het eerste lid, wordt in
										het tweede en derde lid enigszins ingeperkt. Deze inperking
										is een uitvloeisel van de algemene zorgplicht. De inperking
										is opgenomen om te voorkomen dat de vrijgestelde dieren
										worden gedood zonder dat alles in het werk is gesteld om dat
										te voorkomen. Feitelijk is vastgelegd dat een ieder die de
										vrijstelling wil gebruiken zijn gezonde verstand gebruikt en
										stil staat bij het voork&#243;men dat dieren worden gedood.</Al>
		<Al>In het tweede lid wordt geregeld dat voordat tot het vangen
										van dieren overgegaan mag worden beoordeeld moet worden of
										verjaging redelijkerwijs tot de mogelijkheden behoord.
										Daarnaast is in het derde lid geregeld dat voordat tot het
										opzettelijk doden (door de werkzaamheden) overgegaan mag
										worden beoordeeld moet worden of vangen en verplaatsen dan
										wel verjaging redelijkerwijs tot de mogelijkheden
										behoord.</Al>
		<Al>Daarnaast blijkt uit het feit dat in lid 4 alleen
										vangmiddelen, en dus geen dodingsmiddelen, zijn aangewezen
										al dat de vrijstelling niet zonder meer gebruikt mag worden
										om dieren te doden. Opzettelijk doden is met gebruikmaking
										van de vrijstelling alleen toegestaan als het redelijkerwijs
										niet mogelijk is om de dieren te verjagen of weg te
										vangen.</Al>
		<Al>Lid 4</Al>
		<Al>In artikel 11.58 lid 4 is voorgeschreven dat in het geval
										bij provinciale verordening vrijstelling wordt gegeven van
										de verboden uit artikel 11.54 lid 1 Bal ook de middelen
										moeten worden aangewezen voor het vangen en doden. Zoals
										hierboven reeds uitgelegd zijn alleen 'vangmiddelen' op de
										lijst geplaatst en geen middelen die geschikt zijn voor het
										doden. Dit heeft ermee te maken dat het niet de bedoeling is
										dat de vrijstelling gebruikt gaat worden om actief dieren te
										doden. Dit volgt ook uit de leden 2 en 3 van deze bepaling.
										De vrijstelling kan primair gebruikt worden om actief
										soorten te vangen en te verplaatsten, als blijkt dat
										verjaging redelijkerwijs niet werkt. Als verjaging
										redelijkerwijs niet gevraagd kan worden geldt subsidiair de
										vrijstelling ook voor het opzettelijk doden van de dieren.
										Zoals gezegd dus niet met aangewezen middelen maar in de zin
										van bijkomende slachtoffers bij werkzaamheden. Denk hierbij
										aan ploegwerkzaamheden waarbij een veldmuis die in de grond
										verscholen zit omkomt.</Al>
		<Al>Leden 5 en 6</Al>
		<Al>In het vijfde lid wordt geregeld dat gevangen dieren weer
										uitgezet mogen worden. In het dagelijkse spraakgebruik wordt
										vaak gesproken over verplaatsen. In juridische zin gaat het
										dan om het vangen en weer uitzetten. Op grond van artikel
										11.61 lid 1 Bal geldt een verbod op het uitzetten van dieren
										of eieren van dieren. Aangezien in het eerste lid
										vrijstelling gegeven wordt om dieren te vangen zou zonder
										een vrijstelling om ze weer uit te mogen zetten een impasse
										ontstaan. In dat geval zou voor elke gevangen dier een
										ontheffing aangevraagd moeten worden om deze weer uit te
										zetten. Op grond van artikel 11.61 lid 3 Bal mogen bij
										provinciale verordening gevallen worden aangewezen waarvoor
										het verbod niet geldt. Hiervan is in het vijfde lid gebruik
										gemaakt. De vrijstelling voor het uitzetten is beperkt tot
										het uitzetten van soorten die gevangen zijn met
										gebruikmaking van het eerste lid. Het zesde lid regelt
										tenslotte dat dieren zo spoedig mogelijk op een voor de
										soort geschikte locatie moeten worden teruggezet.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_40" wId="pv22_24__artrecital__content_40">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.2</Nummer>
		<Opschrift>Vergunningvrije gevallen veiligstelling tegen
										verkeer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 11.46 en artikel 11.54 Bal is het
										verboden om (onder andere) amfibie&#235;n te vangen, ook als dit
										gebeurt om ze veilig te stellen tegen het verkeer. Op grond
										van de artikelen 11.50 en 11.56 geven wij daarom een
										vrijstelling hiervoor. De vrijstelling geldt alleen voor het
										verplaatsen van dieren, bijvoorbeeld in een emmer, over een
										kleine afstand (maximaal 50 meter), en alleen als de dieren
										na de verplaatsing onmiddellijk weer worden
										vrijgelaten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_41" wId="pv22_24__artrecital__content_41">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.3</Nummer>
		<Opschrift>Vergunningvrije gevallen onderzoek en
										onderwijs</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De vrijstelling voor het onderzoeken van eieren van bepaalde
										kikkers en padden in het onderwijs wordt voortgezet. De
										wettelijke basis hiervoor, die voorheen gelegen was in
										artikel 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8,
										vijfde lid, onder b, onder 4&#176;, van de Wet natuurbescherming,
										is nu gelegen in de artikelen 11.50 en 11.56 van het Bal, in
										samenhang met respectievelijk artikel 8.74k en 8.74l van het
										Bkl. Door het opnemen van dit artikel wordt bewerkstelligd
										dat de huidige praktijk van onderwijs en onderzoek zonder
										ontheffingenprocedures kan worden voortgezet.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_42" wId="pv22_24__artrecital__content_42">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.4</Nummer>
		<Opschrift>Vergunningvrije gevallen
										weidevogelbescherming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze vrijstelling is bedoeld om activiteiten toe te staan
										waarmee de nesten van weidevogels kunnen worden beschermd
										tegen landbouwwerkzaamheden. Het onderliggende belang van
										deze bepaling is de bescherming van fauna. Dit belang is nu
										als vrijstellingsgrond opgenomen in artikel 8.74j, eerste
										lid, onder b. onder 4&#176;, van het Bkl. Een vrijstelling kan
										zodoende verleend worden op grond van artikel 11.42 van het
										Bal. In het kader van de beleidsarme voortzetting van de
										huidige regelgeving wordt deze vrijstelling ook in deze
										verordening opgenomen, omdat deze
										nestbeschermingsactiviteiten nog steeds voor kunnen komen.
										De in dit verband vrijgestelde handelingen zijn het
										opzettelijk vernielen, beschadigen, of wegnemen van nesten,
										rustplaatsen en eieren van beschermde vogelsoorten.
										Daarnaast is vrijgesteld het onder zich hebben van eieren
										van beschermde vogelsoorten en het opzettelijke storen van
										beschermde vogelsoorten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_43" wId="pv22_24__artrecital__content_43">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.5</Nummer>
		<Opschrift>Vergunningvrije gevallen schadesoorten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1</Al>
		<Al>De aanwijzing van vergunningvrije gevallen waar het gaat om
										schadesoorten, wordt gecontinueerd. Dit betekent dat de
										soorten die in de op lid 1 gebaseerde bijlage worden
										aangewezen, dezelfde zijn als onder de vorige POV. De
										wettelijke basis, die voorheen was gelegen in artikel 3.15,
										derde lid, van de Wet natuurbescherming is nu gelegen in
										artikel 11.42 Bal in samenhang met artikel 8.74j, eerste
										lid, onder b. onder 3&#176;, van het Bkl. Het gaat om soorten die
										niet al door het Rijk zijn aangewezen, die niet in hun
										voortbestaan worden bedreigd of gevaar lopen en die in hun
										provincie schade veroorzaken. Door het rijk zijn Canadese
										ganzen, houtduiven, kauwen, zwarte kraaien vrijgesteld in
										artikel 11.43 Bal, en konijnen en vossen in artikel 11.57
										Bal. Deze soorten zijn zodoende niet opgenomen in de
										provinciale vrijstellingslijst voor schadesoorten.</Al>
		<Al>Artikel 11.37, derde lid, Bal kent al een uitzondering op
										het verbod op het opzettelijk storen van
										Vogelrichtlijnsoorten. Voorwaarde hierbij is dat het
										opzettelijk storen niet van wezenlijke invloed is op de
										staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Voor
										het aanwijzen van schadesoorten als bedoeld in artikel
										11.45, tweede lid, aanhef en onder d., van het Bal geldt een
										minder zware eis. Hiervoor geldt immers dat de dieren niet
										in hun voortbestaan worden bedreigd. Om een discussie over
										de mate van de verstoring (is deze van wezenlijke invloed of
										niet?) in de praktijk te voorkomen, zijn de
										vogelrichtlijnsoorten uit bijlage VI van de vorige POV
										opnieuw aangewezen. Het gaat om de soorten: kolgans, grauwe
										gans, smient, brandgans, rietgans, knobbelzwaan, roek en
										spreeuw). In alle gevallen gaat het om soorten die niet in
										hun voortbestaan worden bedreigd en dat gevaar ook niet
										lopen. De vrijstelling zoals geregeld in het tweede lid
										geldt dus alleen in het geval dat het verbod van artikel
										11.37, eerste lid, van het Bal van toepassing is. De
										provinciale vrijstelling geldt dus niet als de verstoring al
										is vrijgesteld op grond van de 11.37, derde lid, van het
										Bal.</Al>
		<Al>Lid 2</Al>
		<Al>Op grond van artikel 11.37, eerste lid, van het Bal is het
										verboden om opzettelijk vogels te verstoren. In juridische
										zin wordt gesproken over 'opzettelijk verstoren' terwijl in
										het normale taalgebruik het woord 'verjagen' hiervoor
										gebruikt wordt, waarbij het oogmerk is om de vogels naar een
										andere plek te laten vliegen. Dit verjagen wordt door deze
										vrijstelling vrijgesteld voor zover de handeling al niet op
										grond van artikel 11.37, derde lid, Bal is vrijgesteld. Zie
										voor meer hierover de toelichting bij eerste lid van dit
										artikel hierboven.<br/>De wettelijke grondslag voor deze
										vrijstelling is gegeven in artikel 11.42 van het Bal. Hierin
										is bepaald dat Provinciale Staten vergunningvrije gevallen
										kunnen aanwijzen, gezien artikel 8.74j, eerste lid, onder b.
										onder 3&#176;, van het Bkl onder meer voor de bestrijding van
										schadeveroorzakende vogels en dieren. Gezien artikel 11.45,
										tweede lid, van het Bal mag dit uitsluitend aan de
										grondgebruiker. Hiermee is ook duidelijk dat van de
										vrijstelling alleen gebruik mag worden gemaakt om een re&#235;le
										(dreigende) landbouwschade te voorkomen. De vrijstelling mag
										niet gebruikt worden om zonder doel ganzen te
										verstoren.<br/>Voor de vrijstelling geldt daarnaast op grond
										van artikel 8.74j, eerste lid, aanhef en onder a, van het
										Bkl het criterium dat geen andere bevredigende oplossing
										beschikbaar mag zijn in de vorm van effectieve middelen of
										methoden om de betrokken schade te voorkomen zonder
										overtreding van de verbodsbepalingen. Hierbij kan
										bijvoorbeeld worden gedacht aan effectieve middelen voor het
										weghouden of verjagen van de betrokken vogels en andere
										dieren. Aangezien de provinciale vrijstelling voor
										grondgebruikers alleen het opzettelijk verstoren van de
										aangewezen schadesoorten vrijstelt (en dus niet vangen of
										doden) kan gebruikmaking van deze vrijstelling als andere
										bevredigende oplossing worden beschouwd.</Al>
		<Al>Lid 3</Al>
		<Al>De verplichting voor een zogenoemde
										grondgebruikersverklaring is opgenomen voor de
										handhaafbaarheid van de bepaling. Een toezichthouder kan bij
										een vermeende overtreding vragen om een dergelijke
										verklaring waarmee direct duidelijk kan worden of wel of
										geen overtreding plaatsvindt.</Al>
		<Al>Lid 4</Al>
		<Al>De vrijstelling zoals geregeld in tweede lid is, volgens het
										vierde lid, niet van toepassing in de aangewezen
										rustgebieden. Deze uitzondering is opgenomen als gevolg van
										hetgeen hierover in het Flora- en faunabeleidsplan 2014 was
										geregeld. In dat beleidsplan is het rustgebied Leekstermeer
										al aangewezen. De opname van het rustgebied Leekstermeer in
										bijlage VIII is een formalisatie van dit bestaande
										beleid.Ter compensatie van de landbouwschade in dit
										rustgebied is in het Flora- en faunabeleidsplan bepaald dat
										de grondgebruiker in geval van schade 100% van zijn
										getaxeerde schade vergoed krijgt en geen taxatiekosten hoeft
										te betalen.</Al>
		<Al>Lid 5</Al>
		<Al>In artikel 11.44, vierde lid, aanhef en onder a., van het
										Bal is geregeld dat het verplicht is om bij verordening
										middelen aan te wijzen die mogen worden gebruikt ter
										uitvoering van het de vrijstelling voor de grondgebruiker.
										Daarbij is ook verplicht gesteld dat voor het bestrijden van
										vogels slechts middelen mogen worden aangewezen die nadelige
										gevolgen voor het welzijn van vogels voorkomen dan wel zo
										veel mogelijk beperken. Hiermee is rekening gehouden bij het
										vaststellen van de middelenlijst. Voor zover het gaat om
										preventieve middelen zal aan deze eis overigens snel zijn
										voldaan.</Al>
		<Al>Lid 6</Al>
		<Al>In dit lid wordt uitgelegd voor welke soort schade de in het
										tweede lid bedoelde vrijstelling geldt. Kortheidshalve is
										verwezen naar de wettelijke bepaling waarin de
										keuzemogelijkheden voor schade staan. Dit betreft feitelijk
										belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij,
										wateren.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_44" wId="pv22_24__artrecital__content_44">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.6</Nummer>
		<Opschrift>Faunabeheereenheid Drenthe</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In Drenthe is op dit moment &#233;&#233;n faunabeheereenheid actief.
										Dit artikel voorziet erin dat de huidige situatie zich kan
										voortzetten. In sub a van onderhavig artikel is bepaald dat
										de rechten en plichten, die de bij de faunabeheereenheid
										aangesloten jachthouders hebben ten aanzien van de
										faunabeheereenheid met betrekking tot de uitoefening van de
										op grond van de Omgevingswet verleende bevoegdheden, bij of
										krachtens de statuten van de vereniging met volledige
										rechtsbevoegdheid of stichting dienen te worden opgenomen.
										Verwezen zij naar boek 3, artikel 27, vierde lid, onderdeel
										c en boek 3, artikel 286, derde lid, van het Burgerlijk
										Wetboek. Immers het zijn de bij de faunabeheereenheid
										Drenthe aangesloten jachthouders die feitelijk de verleende
										bevoegdheden uitoefenen. Gedacht kan onder meer worden aan
										de wijze van uitoefenen van de bevoegdheden en rapportage.
										Onderhavig artikel beoogt een voldoende mate van toezicht op
										de bij de faunabeheereenheid aangesloten jachthouders te
										bewerkstelligen bij de feitelijke uitoefening van de aan de
										faunabeheereenheid Drenthe verleende bevoegdheden. Dit
										bevordert de jaarlijkse rapportage van de faunabeheereenheid
										Drenthe aan gedeputeerde staten als bedoeld in artikel 6.3,
										derde lid, van het Omgevingsbesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_45" wId="pv22_24__artrecital__content_45">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.7</Nummer>
		<Opschrift>Bestuurssamenstelling</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 12a.8, tweede lid, onder b van het
										Omgevingsbesluit is bepaald dat, naast de jachthouders uit
										het uit het werkgebied van de faunabeheereenheid ook
										maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van
										een duurzaam beheer van pop</Al>
		<Al>ulaties van in het wild levende dieren in de regio,
										vertegenwoordigd moeten zijn. Op grond van artikel 8.1,
										derde lid, van de Omgevingswet, stellen Provinciale Staten
										in aanvulling op die regels in hun omgevingsverordening
										nadere regels over de invulling van de samenstelling van het
										bestuur. In artikel # hebben Provinciale Staten een aantal
										andere regels opgenomen over de verdeling van de
										bestuurszetels in het bestuur van de faunabeheereenheid. Een
										evenwichtige verdeling van bestuurszetels tussen
										natuurbeherende en beschermende organisaties enerzijds en
										organisaties vanuit de jacht, landbouw en grondbezit biedt
										de meeste kans op een maatschappelijk breed gedragen
										faunabeheer. De zetels van de organisaties kunnen enkel
										worden toebedeeld aan organisaties welke actief betrokken
										zijn bij het faunabeheer in Drenthe</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_46" wId="pv22_24__artrecital__content_46">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.8</Nummer>
		<Opschrift>Voorzitter</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gelet op de doelstellingen van de wetgever om meer draagvlak
										in de maatschappij te cre&#235;ren voor de werkzaamheden van de
										faunabeheereenheid, is het belangrijk dat de
										faunabehereenheid een onafhankelijk voorzitter kent. De
										bestuursleden bepalen in gezamenlijkheid of sprake is van
										een onafhankelijk voorzitter.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_47" wId="pv22_24__artrecital__content_47">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.9</Nummer>
		<Opschrift>Informatieverstrekking</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In het FBE bestuur kunnen bestuursleden zitten welke
										meerdere partijen vertegenwoordigen. Hiermee kan een brede
										achterban ontstaan. Deze achterban zal ge&#239;nformeerd moeten
										worden door de FBE om het draagvlak van de door de FBE
										uitgevoerde werkzaamheden te behouden.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_48" wId="pv22_24__artrecital__content_48">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.10</Nummer>
		<Opschrift>Jaarlijks verslag</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Om zorg te dragen voor de maatschappelijk gewenste
										openbaarheid van het faunabeheer zullen de jaarlijkse
										verslagen van de FBE voor een ieder toegankelijk moeten
										zijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_49" wId="pv22_24__artrecital__content_49">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.11</Nummer>
		<Opschrift>Faunabeheerplan algemeen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Uitgangspunt van het systeem van faunabeheer is dat in een
										bepaald gebied gedurende een langere periode integraal
										beheer wordt gevoerd. Om dat te bereiken moet het
										faunabeheerplan gelden voor een deel van het werkgebied van
										de faunabeheereenheid dat groot genoeg is om een verantwoord
										en duurzaam faunabeheer te kunnen voeren in samenhang met
										schadebestrijding en de uitoefening van de jacht. Er zijn
										echter situaties waarbij het wenselijk is om hiervan af te
										wijken. Om de bestaande situatie met betrekking tot de
										provinciale luchthavens vast te leggen is een uitzondering
										gemaakt in art. 4.11 lid 2 Omgevingsverordening.<br/>Gelet
										op de samenhangende aanpak van populatiebeheer,
										schadebestrijding en de uitoefening van de jacht waarin het
										faunabeheerplan voorziet, is het van belang dat het
										faunabeheerplan voor verschillende jaren geldig is.
										Onderhavig artikel bepaalt daarom dat in het faunabeheerplan
										wordt aangegeven dat het een maximale geldigheidsduur heeft
										van maximaal 6 jaar. Hiermee wordt aangesloten op de
										looptijd van andere planperioden, zoals Natura
										2000-beheerplannen, zodat het faunabeheerplan hierop
										afgestemd kan worden. De faunabeheereenheid kan het
										faunabeheerplan ook tussentijds wijzigen, bijvoorbeeld als
										ontwikkelingen in dierenpopulaties of ontwikkelingen in
										schade daartoe aanleiding geven. Om te komen tot een besluit
										het faunabeheerplan aan te passen zal een evaluatie van de
										verstreken jaren plaats moeten vinden. De faunabeheereenheid
										kan het faunabeheerplan tussentijds wijzigen, bijvoorbeeld
										als ontwikkelingen in dierenpopulaties of ontwikkelingen in
										schade daartoe aanleiding geven.In uitzonderlijke gevallen
										kunnen Gedeputeerde Staten de geldigheidsduur van het
										faunabeheerplan eenmaal met 12 maanden verlengen. Hierbij
										kan onder andere gedacht worden aan het ontbreken van tel-
										en afschot gegevens welke noodzakelijk zijn voor het
										opstellen van een nieuw faunabeheerplan. Deze verlenging is
										alleen aan de orde als er concreet zicht is op de
										vaststelling van een nieuw plan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_50" wId="pv22_24__artrecital__content_50">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.13</Nummer>
		<Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, duurzaam beheer van
										populaties</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 8.1, derde lid, van de Omgevingswet is de
										bevoegdheid om nadere regels te stellen aan een
										faunabeheerplan bij verordening overgedragen aan
										Gedeputeerde Staten. Het faunabeheerplan heeft, naast
										pop</Al>
		<Al>ulatiebeheer, een bredere functie en tevens betrekking op
										schadebestrijding en de uitoefening van de jacht. Voor
										schadebestrijding en jacht voorziet het faunabeheerplan in
										een samenhangende aanpak van populatiebeheer door de
										faunabeheereenheid, schadebestrijding door grondgebruikers
										en de uitoefening van de jacht. Onder regie van de
										faunabeheereenheid worden deze inspanningen bij het
										opstellen van het faunabeheerplan op elkaar afgestemd.</Al>
		<Al>Voor populatiebeheer fungeert het faunabeheerplan als basis
										voor ontheffingverlening. Dit onderdeel van het
										faunabeheerplan bevat daarom een exacte uitwerking van de
										eisen in artikel 4.12, eerste lid, van deze
										Omgevingsverordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_51" wId="pv22_24__artrecital__content_51">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.14</Nummer>
		<Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, beheer- en
										schadebestrijding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor schadebestrijding en jacht zijn deze zelfde eisen van
										toepassing, maar fungeert het faunabeheerplan als koepel.
										Het is aan de grondgebruikers om binnen het kader van het
										faunabeheerplan te bepalen wat aan schadebestrijding nodig is<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_52" wId="pv22_24__artrecital__content_52">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.15</Nummer>
		<Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, jacht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De jachthouder moet, met inachtneming van het
										faunabeheerplan, bepalen wat in zijn jachtveld nodig is om
										een redelijke wildstand te handhaven.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_53" wId="pv22_24__artrecital__content_53">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.16</Nummer>
		<Opschrift>Goedkeuring faunabeheerplan</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Faunabeheerplannen moeten om voor goedkeuring door
										gedeputeerde staten in aanmerking te komen, voldoen aan de
										voorschriften van <IntRef ref="chp_4__title_4.2__subchp_4.2.2">Afdeling
											4.2.2</IntRef> van de Omgevingsverordening.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_54" wId="pv22_24__artrecital__content_54">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.17</Nummer>
		<Opschrift>Werkgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van de Omgevingswet geldt dat jachthouders met een
										jachtakte zich met anderen verplicht organiseren in een
										wildbeheereenheid, ter uitvoering van het door de
										faunabeheereenheid vastgestelde faunabeheerplan en om te
										bevorderen dat een duurzaam beheer van populaties van in het
										wild levende dieren, bestrijding van schadeveroorzakende
										dieren en jacht worden uitgevoerd in samenwerking met en ten
										dienste van grondgebruikers of terreinbeheerders. De
										wildbeheereenheden hebben een prominente rol. Het zijn over
										het algemeen de wildbeheereenheden die uitvoering zullen
										geven aan het faunabeheerplan. Zij zullen in de praktijk de
										beheerdaden verrichten op grond van de provinciale
										ontheffing voor beheer en zij bevorderen dat de aangesloten
										jachthouders de jacht en de schadebestrijding uitvoeren
										overeenkomstig het faunabeheerplan en ten dienste van de
										grondgebruikers. Daarnaast adviseren de wildbeheereenheden
										de faunabeheereenheid over de inhoud van de
										faunabeheerplannen en leveren zij - op basis van tellingen
										en een afschotregistratie - de gegevens aan ten behoeve van
										het faunabeheerplan. De toekenning van deze taken en
										verantwoordelijkheden aan de wildbeheereenheden vindt haar
										rechtvaardiging in het feit dat deze samenwerkingsverbanden
										bij uitstek streekgebonden zijn. Om de wildbeheereenheden
										deze taken effectief te kunnen laten uitvoeren, is in de Wet
										natuurbescherming voorzien dat alle van het geweer
										gebruikmakende jachthouders - jachthouders met een jachtakte
										- binnen het werkgebied van een wildbeheereenheid zich bij
										deze eenheid moeten aansluiten. Dit versterkt het
										streekgebonden karakter van schadebestrijding, beheer en
										jacht met het geweer nog verder. De wildbeheereenheden zijn
										gehouden uitvoering te geven aan het door de
										faunabeheereenheid vastgestelde faunabeheerplan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_55" wId="pv22_24__artrecital__content_55">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.18</Nummer>
		<Opschrift>Begrenzing werkgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De werkgebieden van de wildbeheereenheden dienen van
										voldoende omvang te zijn voor een effectieve invulling van
										de werkzaamheden. De provincies stellen bij verordening
										regels aan de omvang van de werkgebieden. Van belang is
										daarbij de grootte van de leefgebieden van de diersoorten
										die worden beheerd op grond van het faunabeheerplan. Wanneer
										de werkgebieden van de wildbeheereenheden te klein zijn, dan
										zal de uitvoering van het beheer onvoldoende samenhangend
										zijn en onvoldoende kunnen worden geco&#246;rdineerd. Er zijn
										wildbeheereenheden met een werkgebied dat
										provinciegrensoverschrijdend is. Dit is mogelijk wanneer ze
										voor het deel van het werkgebied dat is gelegen in de
										provincie Drenthe aan de bij deze verordening gestelde eisen
										voldoen. De wildbeheereenheden hebben een aaneengesloten
										werkgebied; dat wil zeggen dat er geen delen van het
										werkgebied zijn die niet zijn verbonden met de rest van het
										werkgebied.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_56" wId="pv22_24__artrecital__content_56">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.19</Nummer>
		<Opschrift>Verplicht lidmaatschap wildbeheereenheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Ingevolge artikel 8.2, vijfde lid, onder b van de
										Omgevingswet, worden geen uitzonderingen gemaakt op de
										wettelijke verplichting voor jachthouders met een jachtakte
										om zich te organiseren in een wildbeheereenheid.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_57" wId="pv22_24__artrecital__content_57">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.20</Nummer>
		<Opschrift>Jaarlijkse activiteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In het faunabeheerplan is geregeld welke gegevens verzameld
										dienen te worden ter onderbouwing van ontheffingen voor
										faunabeheer. Deze gegevens worden voor een belangrijk deel
										verzameld door de wildbeheereenheden en hun leden. De
										verzamelde gegevens dienen door de WBE's aangeleverd te
										worden aan het Servicepunt Faunabeheer Drenthe. Dit gebeurt
										door de gegevens in te voeren in een
										faunaregistratiesysteem. Op dit moment is dit het NDFF voor
										ree en FRS voor alle andere diersoorten. Voor de
										trendtellingen voor ree wordt verwezen naar de regel Beheer
										van ree&#235;n in Drenthe.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_58" wId="pv22_24__artrecital__content_58">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.2.4</Nummer>
		<Opschrift>Tegemoetkoming Faunaschade</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Artikel 15.17 Omgevingswet bepaalt dat gedeputeerde staten
										in voorkomende gevallen tegemoetkomingen verlenen in geleden
										schade door natuurlijk in het wild levende: </Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_58__list_1" wId="pv22_24__artrecital__content_58__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_58__list_1__item_1" wId="pv22_24__artrecital__content_58__list_1__item_1">
		    <Al>vogels van vogelsoorten als bedoeld in artikel 1 van
												de Vogelrichtlijn, of</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_58__list_1__item_2" wId="pv22_24__artrecital__content_58__list_1__item_2">
		    <Al>dieren die worden genoemd in bijlage IV, onderdeel
												a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het
												Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn
												of de bijlage, onderdeel a, bij deze wet.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al> Ter invulling van deze bevoegdheid stellen gedeputeerde
										staten beleidsregels vast.In IPO-verband hebben de
										gezamenlijke provincies ervoor gekozen het verlenen van
										tegemoetkomingen in faunaschade te mandateren aan de
										uitvoeringsorganisatie BIJ12. Uit oogpunt van effici&#235;ntie is
										een landelijke uitvoering met &#233;&#233;n loket en gebundelde kennis
										te prefereren. Daarnaast wordt uniformiteit in de uitvoering
										en rechtsgelijkheid over heel Nederland nagestreefd. In een
										afzonderlijk besluit worden de bevoegdheden met betrekking
										tot het verlenen van tegemoetkomingen gemandateerd aan
										BIJ12.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_59" wId="pv22_24__artrecital__content_59">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.21</Nummer>
		<Opschrift>Aanvraag om tegemoetkoming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel wordt de elektronische wijze van indiening
										van een aanvraag om tegemoetkoming in schade veroorzaakt
										door natuurlijk in het wilde levende beschermde diersoorten
										geregeld. Op grond van artikel 4:1 Algemene wet
										bestuursrecht moet de voorwaarde van elektronische indiening
										van een aanvraag bij wettelijk voorschrift worden geregeld.
										Vereist is dat de schade zo spoedig mogelijk (binnen 7
										werkdagen) bij BIJ12 wordt gemeld. BIJ12 is dan in de
										gelegenheid een taxateur ter plaatse een onderzoek naar de
										schadeveroorzakende diersoorten en de omvang van de schade
										te laten instellen. Een consulent faunazaken van BIJ12 kan
										dan ook adviseren hoe verdergaande schade kan worden
										voorkomen of beperkt. Aanvragen die later dan 7 werkdagen na
										constatering van de schade zijn ingediend worden afgewezen.
										Onder werkdagen worden verstaan: maandag tot en met vrijdag
										met uitzondering van algemeen erkende feestdagen als bedoeld
										in de Algemene termijnenwet.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_60" wId="pv22_24__artrecital__content_60">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.22</Nummer>
		<Opschrift>Taxatie van de schade</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel regelt in samenhang met de beleidsregels de
										wijze waarop de schade wordt vastgesteld. BIJ12 heeft een
										raamovereenkomst met taxatiebureaus die schade veroorzaakt
										door in het wild levende beschermde dieren taxeren. De
										taxateur zal zijn bevindingen direct na de eindtaxatie bij
										de grondgebruiker achterlaten of deze zo spoedig mogelijk
										toesturen. Voorzien is in de mogelijkheid dat de aanvrager
										zijn opmerkingen over de taxatie kan vermelden, dat de
										taxateur die opmerkingen van commentaar voorziet en dat de
										aanvrager kennis kan nemen van het commentaar van de taxateur.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_61" wId="pv22_24__artrecital__content_61">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>4.3</Nummer>
		<Opschrift>Houtopstanden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In Afdeling 11.3 van het Bal zijn meerdere onderdelen te
										vinden die bij provinciale omgevingsverordening kunnen
										worden geregeld. Gekozen is om de regeling onder de vorige
										POV zoveel mogelijk te continueren. Met de vastlegging van
										regels in de POV kan voorkomen worden dat straks
										onduidelijkheden ontstaan bij de uitvoering welke weer extra
										werk opleveren.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_62" wId="pv22_24__artrecital__content_62">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.23</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkregel vereisten melding voorgenomen
										velling</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 11.117, eerste en tweede lid, van het Bal is
										geregeld dat een maatwerkregel kan worden gesteld ten
										aanzien van paragraaf 11.3.2 Bal, en dus ook over artikel
										11.126 Bal. Op grond daarvan kan bij omgevingsverordening
										worden vastgelegd op welke wijze een kapmelding gedaan moet
										worden en welke gegevens verstrekt moeten worden. Hoewel
										niet verplicht, vergemakkelijkt het vastleggen van deze
										vereisten in deze bepaling zowel het melden van voorgenomen
										kap als het beoordelen hiervan.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_63" wId="pv22_24__artrecital__content_63">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.24</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkregel herbeplanten op bosbouwkundig
										verantwoorde wijze</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gezien artikel 11.117, eerste en tweede lid, Bal kunnen wij
										bij omgevingsverordening maatwerkregels stellen over een
										bosbouwkundig verantwoorde wijze van herbeplanting zoals
										bedoeld in artikel 11.129, eerste lid, van het Bal. De term
										'bosbouwkundig' lijkt erop te wijzen dat houtproductie nog
										steeds het belangrijkste doel is van het bos. Veel Drentse
										bossen en beplantingen zijn echter ook belangrijk vanwege de
										waarden van natuur, cultuurhistorie en landschap. Om de
										waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie onder
										bosbouwkundig verantwoord te laten vallen hebben wij het
										noodzakelijk geacht om de term 'bosbouwkundig verantwoord'
										verder uit te werken wat er wordt bedoeld met de eis van
										herbeplanting op bosbouwkundig verantwoorden wijze en dit
										vast te leggen in de omgevingsverordening.</Al>
		<Al>Op oude landgoederen en landschappen zijn beplantingen de
										dragers van de ruimtelijke structuren. Gezien het grote
										maatschappelijke belang van de herkenbaarheid van deze
										structuren is het belangrijk dat bij de herbebossing hiermee
										rekening gehouden wordt. Bij landschappelijke en
										cultuurhistorische waarden van bossen en beplantingen valt
										de denken aan beeldbepalende laanbeplantingen in bossen,
										wegbeplantingen, houtwallen en groepen met oude bomen. Het
										kan noodzakelijk en gewenst zijn deze beplantingen te vellen
										vanwege ouderdom, sterfte of dat de beplanting gevaar
										oplevert in verband met windworp of doodhout. Wanneer deze
										beplantingen hoge landschappelijke waarden hebben, dan is
										het gewenst dat een herbebossing ook deze waarden weer voort
										kan brengen.</Al>
		<Al>Opgenomen is dat de herbebossing binnen een termijn van 3
										jaar 80% dient te zijn. Om dit te bereiken is het
										noodzakelijk dat voldoende plantmateriaal gebruikt wordt.
										Bij naaldhout zal dit in het algemeen minimaal 3500 st/ha
										zijn, bij loofhout 5000 st/ha en bij laanbeplantingen zal de
										plantafstand maximaal 4 meter zijn. Met natuurlijke
										verjonging zal het in het algemeen niet lukken op in de
										genoemde korte periode een hoge bedekkingsgraad te
										realiseren. Daarom is het mogelijk, wanneer het voldoende
										aannemelijk is dat de herbebossing voldaan kan worden,
										uitstel te krijgen voor bovengenoemde termijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_64" wId="pv22_24__artrecital__content_64">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.25</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkregel voorwaarden aanvraag ontheffing
										herbeplanting op andere grond</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het is op grond van art. 11.130, eerste lid Bal, mogelijk
										een maatwerkvoorschrift te geven met betrekking tot de
										aanvraag om een ontheffing tot herbeplanting op andere
										gronden. In dit maatwerkvoorschrift zijn de vereisten voor
										een aanvraag opgenomen. Hoewel het niet verplicht is om dit
										te regelen, vergemakkelijkt het vastleggen van deze
										vereisten zowel aanvragen als het beoordelen hiervan.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_65" wId="pv22_24__artrecital__content_65">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.26</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkvoorschrift voorwaarden herbeplanting op
										andere grond</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 11.130, aanhef en onder a., van het Bal
										kunnen bij omgevingsverordening de eisen worden vastgelegd
										waaraan boscompensatie op andere grond moet voldoen. Het is
										wenselijk dat boscompensatie mogelijk blijft. De regeling
										onder de oude POV wordt voortgezet.<br/>Uitgangspunt voor de
										provincie is dat het natuur- en bosareaal beschermd zijn.
										Daarom wil de provincie bij een omvorming van bos naar
										landbouwgrond alleen meewerken aan een ontheffing
										herplantplicht op andere gronden indien de compensatie op
										landbouwgrond wordt gerealiseerd (zie het tweede
										lid).<br/>Daar waar reeds een verplichting tot aanplant
										geldt mag niet nogmaals gecompenseerd worden. Dit wordt
										aangemerkt als stapeling en is onwenselijk omdat daardoor
										minder natuur zou worden gecompenseerd (dit is vastgelegd in
										het vierde lid).<br/>In bepaalde gevallen is het wenselijk
										om bos op de betreffende locatie te behouden. Om in een
										dergelijk geval het verzoek om verplaatsing te kunnen
										weigeren is in lid 1 het bepaalde onder d. opgenomen.
										Hierbij kan gedacht worden aan voor vleermuizen belangrijke
										lijnbeplanting, bossen op oude groeiplaatsen of
										cultuurhistorische beplantingen, zoals lanen,
										esrandbeplantingen, beekdalbeplantingen, houtwallen,
										karakteristieke wegbeplantingen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_66" wId="pv22_24__artrecital__content_66">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.27</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkvoorschrift vrijstelling herplantplicht
										productiebos</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 11.117, eerste en tweede lid, van het
										Bal geven wij in deze omgevingsverordening een vrijstelling
										meld- en herplantplicht van artikel 11.129, eerste lid, Bal
										voor tijdelijk bos. Deze vrijstelling maakt het mogelijk om
										op landbouwgronden waar geen verplichting tot herbebossing
										ligt tijdelijk bos aan te leggen. Tijdelijk bos kan
										aangelegd worden en dient binnen 40 jaar gekapt te worden.
										Na 40 jaar vervalt de vrijstelling. De grondeigenaar dient
										de afgegeven mededeling zorgvuldig te bewaren, zodat hij bij
										velling kan bewijzen te beschikken over de vrijstelling.
										Onder de voormalige Boswet had ook de minister in de
										Regeling meldings- en herplantplicht vrijstelling verleend
										voor de aanplant van tijdelijk bos. Tijdens het overleg met
										stakeholders is aangegeven dat de wens bestaat om deze
										vrijstelling door te laten gaan. Om deze reden is de
										regeling op vergelijkbare wijze opgenomen.</Al>
		<Al>Het artikel regelt alleen de vrijstelling van de
										herplantplicht. Voor de aanplant van het bos zal de
										initiatiefnemer, naast een melding bij de provincie, bij de
										gemeente moeten nagaan of een aanlegvergunning en/of een
										bestemmingsplanwijziging noodzakelijk is. Alleen een melding
										bij de provincie volstaat dus niet. Alleen een mededeling
										van gedeputeerde staten, zoals bedoeld in het derde lid, is
										dus niet voldoende om over te gaan tot aanplant.</Al>
		<Al>Voor de aanleg en instandhouding van tijdelijk productiebos
										bestaan geen provinciale subsidies. Het opnemen van dit
										artikel brengt hierin geen verandering.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_67" wId="pv22_24__artrecital__content_67">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>4.4</Nummer>
		<Opschrift>Ammoniak en veehouderij</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De Omgevingsverordening geeft bijzondere regels voor de
										beoordeling van vergunningen voor activiteiten waardoor
										ammoniak wordt uitgestoten vanuit dierenverblijven bij
										veehouderijen. De provincie stelt deze regels om voor
										verzuring gevoelige gebieden, te beschermen tegen de
										nadelige gevolgen van ammoniakemissie.</Al>
		<Al><br/><i>Wet ammoniak en veehouderij</i></Al>
		<Al>V&#243;&#243;r de inwerkingtreding van de Omgevingswet werd in de Wet
										ammoniak en veehouderij kaders gesteld voor het beoordelen
										van de gevolgen van de ammoniakemissie vanuit
										dierenverblijven voor zeer kwetsbare gebieden. Volgens de
										Wet ammoniak en veehouderij was een beoordeling van de
										gevolgen van de emissie van ammoniak niet nodig als een
										veehouderij op meer dan 250 meter van een zeer kwetsbaar
										gebied was gelegen.</Al>
		<Al>In de Wet ammoniak en veehouderij was geregeld dat
										Provinciale Staten gebieden aanwijzen die als zeer kwetsbaar
										worden aangemerkt. Alleen voor verzuring gevoelige gebieden
										of delen daarvan die zijn gelegen in de ecologische
										hoofdstructuur (huidig Natuurnetwerk Nederland), kunnen als
										zeer kwetsbaar worden aangemerkt. Provinciale staten wijzen
										ook, onverminderd het eerdergenoemde, alle voor verzuring
										gevoelige gebieden binnen een Natura 2000-gebied of een
										bijzonder nationaal natuurgebied als bedoeld in de Wet
										natuurbescherming aan als zeer kwetsbaar gebied.</Al>
		<Al><br/>De Wet ammoniak en veehouderij is met de
										inwerkingtreding van de Omgevingswet ingetrokken. De
										Omgevingswet geeft de mogelijkheid om de bescherming van
										deze gebieden voort te zetten. Er is gekozen voor een
										beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening.
										Daarom zijn in de Omgevingsverordening regels opgenomen voor
										de beoordeling van omgevingsvergunningen die door gemeenten
										worden verleend in of in directe nabijheid van deze
										gebieden. Deze regels hebben een gelijke strekking als de
										regels die daarv&#243;&#243;r in de Wet ammoniak en veehouderij waren
										opgenomen.</Al>
		<Al>Deze gebieden zijn aangewezen door Provinciale Staten van
										Drenthe op de kaart Wet ammoniak en veehouderij. Omdat
										gekozen is voor beleidsneutrale omzetting van de
										Omgevingsverordening blijven deze gebieden aangewezen. Een
										begrenzing op de kaart Wav is aangepast en met het aanpassen
										van deze begrenzing wordt er weer gezorgd dat deze gebieden
										binnen het NNN vallen. De status van de kaart blijft
										ongewijzigd en inhoudelijk verandert er niets.</Al>
		<Al><i>Grondslag</i></Al>
		<Al>Artikel 5.19 lid 1 van de Omgevingswet geeft de provincie de
										mogelijkheid om regels te stellen over het verlenen of
										weigeren van een omgevingsvergunning voor een
										milieubelastende activiteit. Artikel 8.21 van het Besluit
										kwaliteit leefomgeving concretiseert dit voor de
										ammoniakemissie uit dierenverblijven veroorzaakt door
										vergunningplichtige activiteiten.</Al>
		<Al><br/><i>Reikwijdte</i></Al>
		<Al>Deze titel heeft uitsluitend betrekking op de emissie van
										ammoniak uit dierenverblijven van veehouderijen. Het gaat om
										veehouderijen die zich bezighouden met het exploiteren van
										een IPPC-installatie voor het houden van pluimvee of
										varkens, bedoeld in artikel 3.201 van het Besluit
										activiteiten leefomgeving, of het exploiteren van een andere
										milieubelastende installatie, bedoeld in artikel 3.202 van
										het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover die
										activiteit wordt verricht in een dierenverblijf met inbegrip
										van paarden die gehouden worden voor het berijden er
										van.</Al>
		<Al><br/>De beoordelingsregels gaan dus niet over andere
										milieubelastende activiteiten binnen een veehouderij en ook
										niet op andere activiteiten waarbij ammoniak kan vrijkomen
										zoals de opslag van mest. De regels in deze paragraaf doen
										niets af van de regels die de Omgevingswet stelt voor
										natuurbescherming.</Al>
		<Al>De regels geven bindende aanwijzingen aan het bevoegd gezag
										voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor
										milieubelastende activiteiten. Naast deze regels heeft het
										bevoegd gezag ook te maken met andere beoordelingskaders.
										Dat kunnen beoordelingskaders zijn uit de IPPC-Richtlijn
										(het toepassen van best beschikbare technieken), algemene
										regels over huisvesting van dieren en regels over milieueffectrapportages.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_68" wId="pv22_24__artrecital__content_68">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.28</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid1</Al>
		<Al>Het werkingsgebied (voor verzuring gevoelig gebied) bestaat
										uit het oorspronkelijk aangewezen zeer kwetsbare gebied en
										een zone van 250 meter daaromheen. </Al>
		<Al>Met het oorspronkelijk aangewezen zeer kwetsbare gebied
										worden de zeer kwetsbare gebieden bedoeld die zijn
										aangewezen door Provinciale Staten van Drenthe op de kaart
										Wet ammoniak en veehouderij. De zone van 250 meter
										daaromheen is een gevolg van die aanwijzing. In die zone
										gelden dezelfde regels als in het zeer kwetsbare gebied.
										Vanwege het digitale kaartsysteem van de Omgevingswet moet
										ook die zone worden aangewezen. Omdat dezelfde regels gelden
										in zowel het zeer kwetsbare gebied als in de zone van 250
										meter daaromheen is er gekozen voor 1 werkingsgebied:
											<strong>voor verzuring gevoelige gebieden</strong> (zeer
										kwetsbaar gebied kaart Wav plus 250 meter daaromheen). </Al>
		<Al>Op de kaart is er dus een vlek te zien. "Achter de schermen"
										bestaat het werkingsgebied echter nog steeds uit twee
										kaartlagen; namelijk het zeer kwetsbare gebied (kaart Wav)
										en het gevolg van die aanwijzing: de zone van 250 meter
										daaromheen. Bij een aanpassing van de begrenzing is het zeer
										kwetsbare gebeid leidend, niet het werkingsgebied
											<strong>voor verzuring gevoelig gebied</strong>. Immers
										het werkingsgebied bestaat ook nog uit de zone van 250
										meter. </Al>
		<Al>Lid 2</Al>
		<Al>In het Besluit activiteiten leefomgeving worden in de
										definitie voor landbouwhuisdieren geen paarden meer bedoeld
										anders dan fokpaarden, dus geen maneges en pensions. Om die
										reden hebben we de definitie van het begrip veehouderij
										aangevuld met inbegrip van paarden die gehouden worden voor
										het berijden er van. Dit komt overeen met de definitie zoals
										gold onder de Wet ammoniak en veehouderij.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_69" wId="pv22_24__artrecital__content_69">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.29</Nummer>
		<Opschrift>Weigeringsgronden oprichten en veranderen
										veehouderij</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1</Al>
		<Al>Deze bepaling bevat het verbod om vergunning te verlenen
										voor het oprichten van een veehouderij waarvan een of meer
										dierenverblijven (voor een deel) in een voor verzuring
										gevoelig gebied ligt.</Al>
		<Al><br/>Lid 2</Al>
		<Al>Deze bepaling bevat het verbod om vergunning te verlenen
										voor het uitbreiden van een veehouderij waarvan een of meer
										dierenverblijven (voor een deel) in een voor verzuring
										gevoelig gebied zijn gelegen. Als criterium geldt daarbij
										uitbreiding van het aantal dieren van een of meer
										diercategorie&#235;n. Hiermee wordt voorkomen dat het mogelijk
										wordt zonder toename van het totale aantal dieren
										veranderingen in aantallen dieren tussen verschillende
										diercategorie&#235;n door te voeren. Dit kan immers voor de
										verlaging van ammoniakemissie per saldo nadelig zijn.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_70" wId="pv22_24__artrecital__content_70">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.30</Nummer>
		<Opschrift>Uitzonderingen weigeringsgronden oprichten
										veehouderij</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1 onder a</Al>
		<Al>Deze bepaling maakt een uitzondering op het verbod om een
										veehouderij juridisch op te richten als ten opzichte van
										bestaande rechten op grond van eerdere wetgeving, het aantal
										dieren niet toeneemt. Het gaat om situaties waarin de
										activiteit om andere redenen vergunningplichtig wordt.</Al>
		<Al>Lid 1 onder b</Al>
		<Al>Deze bepaling maakt een uitzondering op het verbod om een
										veehouderij op te richten als het aantal dieren wel toeneemt
										maar de emissie niet. Door het toepassen van
										emissie-reducerende technieken wordt het emissieplafond niet
										overschreden. Zolang het plafond niet wordt overschreden is
										het niet van belang op welke diercategorie de uitbreiding
										betrekking heeft.</Al>
		<Al><br/>Lid 1 onder c </Al>
		<Al>Deze bepaling biedt een bijzondere regeling voor
										melkrundveehouderijen. De bepaling maakt een uitbreiding
										mogelijk tot 200 stuks melkkoeien en 140 stuks jongvee.
										Afhankelijk van het emissieniveau kunnen er
										emissie-reducerende maatregelen nodig zijn.</Al>
		<Al><br/>Lid 1 onder d tot en met f</Al>
		<Al>In deze bepalingen zijn bijzondere regelingen opgenomen voor
										veehouderijen waar dieren grondgebonden worden
										gehouden.</Al>
		<Al>Lid 2</Al>
		<Al>Hier is een bijzonder regeling opgenomen voor situaties waar
										begrazing een belangrijke rol speelt in het kader van natuurbeheer.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_71" wId="pv22_24__artrecital__content_71">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.31</Nummer>
		<Opschrift>Uitzonderingen weigeringsgronden veranderen
										veehouderij</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1 onder a</Al>
		<Al>Deze bepaling maakt een uitzondering mogelijk op het verbod
										om bestaande veehouderijen uit te breiden als de
										ammoniakuitstoot niet toeneemt ten opzichte van geldende
										emissierechten. Op basis van het eerste criterium moet bij
										uitbreiding van het aantal dieren een emissieplafond worden
										vastgesteld door de vergunde emissie te corrigeren naar de
										&#171;stand der techniek&#187;. Uitbreiding is vervolgens alleen
										mogelijk door het toepassen van verdergaande emissiearme
										technieken. Met het tweede criterium wordt voorkomen dat de
										emissie kan toenemen bij een veehouderij die al een lagere
										emissie heeft dan het geval zou zijn bij toepassing van de
										stand der techniek.</Al>
		<Al>Lid 1, onder b tot en met e</Al>
		<Al>Voor uitbreidingen van veehouderijen worden dezelfde
										uitzonderingen gemaakt als voor het juridisch oprichten van
										veehouderijen. Voor deze uitzonderingen wordt verwezen naar
										de toelichting op artikel 4.30, lid 1, onder c tot en met
										f.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_72" wId="pv22_24__artrecital__content_72">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.32</Nummer>
		<Opschrift>Niet meerekenen dieren waarvoor eerder uitzondering
										is gemaakt</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Met deze bepaling wordt oneigenlijk gebruik voorkomen van de
										afwijkende regeling voor melkrundveehouderijen of de
										afwijkende regeling voor dieren die grondgebonden worden
										gehouden. Het is niet toegestaan om de uitbreiding van het
										aantal dieren die daardoor mogelijk is, later door een
										wijziging van de vergunning te gebruiken voor het houden van
										andere diercategorie&#235;n, zoals varkens of kippen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_73" wId="pv22_24__artrecital__content_73">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.1</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsrecht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de Omgevingswet zijn regels opgenomen voor de omgang met
										nieuwe verontreiniging en historische
										bodemverontreinigingen. Voor een aantal historische
										bodemverontreinigingen is in de Aanvullingswet bodem
										Omgevingswet overgangsrecht opgenomen.Overgangsrecht is
										onder andere van toepassing op:-Een bodemverontreiniging
										waarvoor is vastgesteld dat sprake is van spoedeisend geval
										van bodemverontreiniging;-Een bodemverontreiniging waarvoor
										een saneringsplan is vastgesteld (beschikt) en de afronding
										nog niet is goedgekeurd door het bevoegd gezag Wet
										bodembescherming;-Een melding Besluit Uniforme Saneringen
										tot 6 maanden na start datum van de melding;-Er sprake is
										van nazorg, maatregelen of gebruiksbeperkingen die
										vastgelegd zijn in een beschikking;-Een geval van
										bodemverontreiniging welke onderdeel uitmaakt van
										gebiedsgericht grondwaterbeheer. Dit gebiedsgericht
										grondwaterbeheer is vastgesteld door Gedeputeerde Staten.Op
										deze bodemverontreinigingen blijft het oude recht van
										toepassing; dit is de Wet bodembescherming, de circulaire
										bodemsanering 2013, de provinciale omgevingsverordening 2018
										en de bodemnota 'Werk maken van bodem' van toepassing
										blijven. Een overzicht van de locaties vallend onder het
										overgangsrecht vindt u hier [Link].</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_74" wId="pv22_24__artrecital__content_74">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>5.2</Nummer>
		<Opschrift>Gesloten stortplaatsen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Algemeen</i></Al>
		<Al>Bij Koninklijk Besluit is op 1 april 1998 de Nazorgregeling
										Wet Milieubeheer in werking getreden voor stortplaatsen waar
										op of na 1 september 1996 afval is gestort. Op grond van
										deze wettelijke regeling dienen stortplaatsexploitanten een
										nazorgplan aan Gedeputeerde Staten ter goedkeuring voor te
										leggen. Gedeputeerde Staten worden na sluiting
										verantwoordelijk voor de nazorg van deze stortplaatsen.</Al>
		<Al>Deze regeling heeft betrekking op 2 stortplaatsen in de
										provincie Drenthe. Daarvan is in de zin van de Wet
										milieubeheer inmiddels 1 gesloten ten gevolge van de voor
										die locatie afgegeven geslotenverklaring. De andere
										stortplaats zal op enig moment in de toekomst worden
										gesloten. Op grond van de nazorgplicht moeten Gedeputeerde
										Staten maatregelen treffen ter voorkoming van de nadelige
										gevolgen voor het milieu, dan wel, maatregelen voor de
										grootst mogelijke bescherming tegen die nadelige gevolgen.
										De nazorgverplichting is qua tijd niet begrensd. Deze
										verplichting blijft dus in beginsel 'eeuwig' rusten op de
										provincies. Vandaar dat een goede nazorg voor de provincie
										van groot belang is.</Al>
		<Al>Gedeputeerde Staten hebben de zorg voor gesloten
										stortplaatsen, en volgens artikel 2.15, tweede lid, onder b,
										van het Besluit activiteiten leefomgeving kan een aanvullend
										verbod worden gesteld om een activiteit zonder
										omgevingsvergunning te verrichten, vanwege het uitoefenenvan
										taken op het gebied van de zorg voor een gesloten
										stortplaats bedoeld in artikel 8.49 van de Wet
										milieubeheer.</Al>
		<Al>Voor het in werking treden van de Omgevingswet waren
										Gedeputeerde Staten op grond van artikel 3.4 Besluit
										omgevingsrecht het bevoegd gezag over vergunningsplichtige
										activiteiten op gesloten stortplaatsen. Met het inwerking
										treden van de Omgevingswet zijn Gedeputeerde Staten niet
										langer automatisch bevoegd gezag over gesloten
										stortplaatsen.</Al>
		<Al>Op grond van artikel 2.15, tweede lid, onder b, van het
										Besluit activiteiten leefomgeving is het aande provincies
										overgelaten om dit te reguleren in de omgevingsverordening.
										Hieraan is met dit hoofdstuk invulling gegeven.</Al>
		<Al>De regeling is opgenomen om de volgende
										redenen:-Gedeputeerde Staten zijn vanuit de Wm 8.2
										verantwoordelijk voor de eeuwigdurende nazorg van gesloten
										Wm-stortplaatsen;-Het uitvoeren van handelingen op een
										gesloten Wm-stortplaats kan grote gevolgen hebben voor de
										nazorg, op het instandhouden van de daartoe aanwezige
										voorzieningen en introduceert risico's op schade aan
										aanwezige voorzieningen en financi&#235;le
										risico's.Nazorgvoorzieningen kunnen zich ook buiten de
										locatie van de gesloten stortplaats bevinden, zoals
										peilbuizen voor het meten van de grondwaterstand of de
										grondwaterkwaliteit. Ook voor activiteiten die (mogelijk)
										schadelijk zijn voor de zich buiten de locatie van de
										gesloten stortplaats bevindende nazorgvoorzieningen is
										voornoemde vergunningplicht bedoeld.</Al>
		<Al>De provincie Drenthe heeft gekozen voor een beleidsneutrale
										omzetting van de regels. Dit houdt in dat de provincie in de
										omgevingsverordening een aanvullende vergunningplicht heeft
										opgenomen voor bepaalde activiteiten op gesloten
										stortplaatsen, die in het oude recht vergunningplichtig
										waren op grond van de Wet algemene bepalingen
										omgevingsrecht. Dit gaat om activiteiten die risico's
										opleveren voor het milieu, bijvoorbeeld het verrichten van
										bouwactiviteiten. Dit zijn activiteiten waarbij de deklaag
										op de stortplaats aangetast kan worden, wat grote gevolgen
										kan hebben voor de bodem en het grondwater.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_75" wId="pv22_24__artrecital__content_75">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.2</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunningplichtige activiteit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor het in werking treden van de Omgevingswet was
										Gedeputeerde Staten op grond van artikel 3.4 Besluit
										omgevingsrecht het bevoegd gezag over vergunningplichtige
										activiteiten op gesloten stortplaatsen. Met het in werking
										treden van de Omgevingswet is de provincie niet langer
										automatisch bevoegd gezag over gesloten stortplaatsen. De
										provincie kan regels stellen om te zorgen dat zij betrokken
										blijven bij het toelaten van activiteiten op gesloten
										stortplaatsen. Provincies zijn vrij te kiezen hoe ze dit
										doen.<br/>De provincie Drenthe heeft gekozen voor een
										beleidsneutrale omzetting van de regels. Dit houdt in dat de
										provincie in de omgevingsverordening een aanvullend verbod
										heeft gesteld om zonder omgevingsvergunning bepaalde
										activiteiten te verrichten. Het betreft activiteiten op
										gesloten stortplaatsen, die in het oude recht
										vergunningplichtig waren op grond van de Wet algemene
										bepalingen omgevingsrecht. Dit gaat om activiteiten die
										risico's opleveren voor het milieu, bijvoorbeeld het
										verrichten van bouwactiviteiten. Dit zijn activiteiten
										waarbij de deklaag op de stortplaats aangetast kan worden,
										wat grote gevolgen kan hebben voor de bodem en het
										grondwater.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_76" wId="pv22_24__artrecital__content_76">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.4</Nummer>
		<Opschrift>gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een
										omgevingsvergunning</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Onderdeel van een aanvraag om een omgevingsvergunning op een
										gesloten stortplaats is een beschrijving van het plan en de
										uit te voeren activiteiten. Daarnaast dienen de maatregelen
										omschreven te worden om beschadiging van de
										nazorgvoorzieningen te voorkomen en de bereikbaarheid van
										deze voorzieningen te borgen, zodat reparatie of vervanging
										mogelijk is.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_77" wId="pv22_24__artrecital__content_77">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.5</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning gesloten
										stortplaatsen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij een gesloten stortplaats worden bodem en grondwater
										beschermd door nazorgvoorzieningen, zoals een
										bovenafdichting en deklaag. Voor activiteiten zoals bouwen
										kunnen deze voorzieningen aangetast worden en tot schade aan
										het milieu leiden. Daarom is het verplicht een vergunning
										aan te vragen. In de beoordeling wordt meegenomen hoe groot
										het risico van de te verrichten activiteit op de gesloten
										stortplaats is en welke maatregelen in lijn met het
										nazorgplan moeten worden genomen. Ook moet gezorgd worden
										dat zowel de voorzieningen ter bescherming van de bodem als
										de bodem zelf regelmatig worden onderzocht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_78" wId="pv22_24__artrecital__content_78">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.6</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsplanactiviteit van provinciaal
										belang</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor gesloten stortplaatsen hebben gedeputeerde staten de
										plicht tot nazorg. Op grond van die nazorgplicht dienen
										gedeputeerde staten maatregelen te treffen ter voorkoming
										van nadelige gevolgen voor het milieu, dan wel maatregelen
										voor de grootst mogelijke bescherming tegen die nadelige
										gevolgen. Deze verplichting heeft in ieder geval betrekking
										op het in stand houden, het onderhoud, het herstel en de
										vervanging van voorzieningen ter bescherming van de bodem en
										de met het oog op de naleving van deze eisen te verrichten
										inspecties (nazorgvoorzieningen). Ook moet de bodem rond de
										stortplaats met het oog op eventuele verontreinigingen
										regelmatig worden onderzocht. Deze nazorgverplichting is qua
										tijd niet begrensd. Deze verplichting blijft dus in beginsel
										'eeuwig' rusten op de provincies. Een goede nazorg is voor
										de provincie van groot belang.</Al>
		<Al>Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren
										ook activiteiten in strijd met hetbestemmingsplan
										vergunningplichtig. Deze vergunningplicht is niet eenduidig
										op te nemen in deomgevingsverordening, omdat het om veel
										verschillende soorten activiteiten gaat. Daarom heeft de
										provincie in deze verordening alle omgevingsplanactiviteiten
										(activiteiten waarvoor een vergunningplicht geldt op grond
										van het omgevingsplan, of activiteiten die in strijd zijn
										met het omgevingsplan) die plaatsvinden op een gesloten
										stortplaats aangewezen als omgevingsplanactiviteit van
										provinciaal belang. </Al>
		<Al>Op grond van artikel 5.10 Omgevingswet en artikel 4.6 lid 1
										onder a Omgevingsbesluit zijn gedeputeerde staten bevoegd
										gezag voor een omgevingsplanactiviteit van provinciaal
										belang. Door alle omgevingsplanactiviteiten die plaatsvinden
										op een gesloten stortplaats aan te wijzen als
										omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang, kan de
										provincie bepalen of dergelijke activiteiten op een gesloten
										stortplaats kunnen plaatsvinden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_79" wId="pv22_24__artrecital__content_79">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.7</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel is een specifieke zorgplicht opgenomen als
										vangnetbepaling. Dit om onvoorziene situaties te reguleren
										en zo in alle gevallen de bescherming van de gesloten
										stortplaats, de nazorg en de nazorgvoorzieningen te
										garanderen. Een specifieke zorgplicht is een algemene regel
										en geldt direct voor burgers en bedrijven.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_80" wId="pv22_24__artrecital__content_80">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>6</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterbescherming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Ingevolge artikel 3.2 van de Omgevingswet vormt de
										aanduiding van de fysieke leefomgeving waarin de kwaliteit
										van het milieu of van een of meer onderdelen daarvan
										bijzondere bescherming behoeft, een van de hoofdzaken van
										het door het provinciaal bestuur te voeren milieubeleid. Het
										milieubeleid is in de provincie Drenthe opgenomen in de
										Omgevingsvisie Drenthe. In de Omgevingsvisie Drenthe is
										aangegeven wat de functie(s) van de te beschermen gebieden
										zijn of zouden moeten zijn en hoe de bijzondere bescherming
										van het milieu daar zal worden gerealiseerd. Dat gebeurt
										onder andere door middel van deze verordening, al dan niet
										in combinatie met andere instrumenten. Aan de uitspraken in
										de Omgevingsvisie Drenthe met betrekking tot deze bijzondere
										gebieden zijn als zodanig voor burgers of andere overheden
										geen rechtsgevolgen verbonden. Voor hen ontstaan eventuele
										rechtsgevolgen eerst als op grond van artikel 4.1, eerste
										lid, van de Omgevingswet in de Omgevingsverordening voor die
										gebieden regels worden gesteld. De mogelijkheid dat uit
										anderen hoofde rechtsgevolgen intreden door het opnemen van
										een aanlegvergunningstelsel in een bestemmingsplan of door
										het opnemen van strafbepalingen in de algemene plaatselijke
										verordeningen, wordt hier niet uitgewerkt. Wel wordt er op
										gewezen dat een goede afstemming van provinciaal en
										gemeentelijk beleid noodzakelijk is om tot een effici&#235;nte
										inzet van het beschikbare instrumentarium te komen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_81" wId="pv22_24__artrecital__content_81">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>6.1</Nummer>
		<Opschrift>Zorgplicht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 6.1 is de bijzondere zorgplicht ter bescherming
										van de kwaliteit van het grondwater opgenomen. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_82" wId="pv22_24__artrecital__content_82">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.1</Nummer>
		<Opschrift>Zorgplichtbepaling</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De zorgplichtbepaling is een uitwerking van de algemene
										zorgplichtbepaling voor de fysieke leefomgeving die is
										opgenomen in artikel 1.6 van de Omgevingswet. De
										uitzonderingen zijn in de verordening opgenomen, om te
										voorkomen dat de bepaling betrekking zou hebben op een
										onderwerp waarin een wet in formele zin al voorziet of in
										een onderwerp dat uitdrukkelijk voor de provinciale wetgever
										is uitgesloten. Indien deze beperkingen niet zouden worden
										opgenomen, bestaat het risico dat de bepaling in zijn geheel
										onverbindend is.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_83" wId="pv22_24__artrecital__content_83">
	      <Kop>
		<Label>Titel</Label>
		<Nummer>6.2</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterbescherming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Rond de plaatsen waar grondwater wordt gewonnen ten behoeve
										van de openbare drinkwatervoorziening zijn
										beschermingsgebieden gecre&#235;erd. Binnen die gebieden gelden
										regels die ten doel hebben de kwaliteit van het grondwater
										te beschermen. Die bescherming ligt niet in alle gebieden op
										eenzelfde niveau. Er is een nadere onderverdeling van de
										beschermingsgebieden ingesteld: waterwingebieden,
										grondwaterbeschermingsgebieden en verbodszones diepe
										boringen. Waterwingebieden worden begrensd door de lijn van
										waaraf het grondwater ten minste 60 dagen in het
										watervoerende pakket nodig heeft om de winningsmiddelen (de
										pompputten) te bereiken. Deze 60 dagen zijn gekozen omdat
										wordt aangenomen dat een verblijftijd van het grondwater in
										de bodem van 60 dagen voldoende is voor een zodanige afbraak
										van ziekteverwekkende kiemen, dat er geen gevaar voor de
										volksgezondheid meer dreigt. De afstand van de grens van het
										waterwingebied tot de winningsmiddelen dient daarom minimaal
										30 m te bedragen. De grondwaterbeschermingsgebieden en
										overige beschermingszones liggen rondom de waterwingebieden.
										Hierbij wordt uitgegaan van het principe van maatwerk voor
										wat betreft de omvang van de beschermingsgebieden. Dit
										maatwerk is gerelateerd aan de mate van kwetsbaarheid van de
										winning en is afgeleid van de geohydrologische opbouw van de
										ondergrond en van de grondwaterkwaliteit. De toegepaste
										berekeningsmethode geeft naast inzicht in de ligging en
										omvang van de intrekgebieden ook informatie over
										verblijftijden van het opgepompte water en de bijbehorende
										volumepercentages. Met behulp van een
										'responskarakteristiek' wordt daarmee een indruk verkregen
										van de kwetsbaarheid van de winning. Zo kenmerkt een
										kwetsbare winning zich door een groot volumepercentage (meer
										dan 80%) met een geringe leeftijd (minder dan 100 jaar),
										terwijl bij een niet-kwetsbare winning een groot deel van
										het opgepompte water verblijftijden kent van enkele
										honderden tot meer dan duizend jaren. Op basis van de
										berekeningsmethode zijn voor wat betreft de ligging van het
										intrekgebied en de mate van kwetsbaarheid 3 typen winningen
										onderscheiden. </Al>
		<Al><i>Type winningkwetsbaarheid</i></Al>
		<Lijst type="expliciet" eId="artrecital__content_83__list_1" wId="pv22_24__artrecital__content_83__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_83__list_1__item_a" wId="pv22_24__artrecital__content_83__list_1__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>Het intrekgebied ligt aaneengesloten rondom het
												puttenveld: kwetsbaar.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_83__list_1__item_b" wId="pv22_24__artrecital__content_83__list_1__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Deel van het intrekgebied ligt nabij de putten en
												een deel ligt ver weg: minder kwetsbaar.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_83__list_1__item_c" wId="pv22_24__artrecital__content_83__list_1__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>Het intrekgebied ligt ver weg; grote verblijftijden
												door de aanwezigheid van slecht doorlatende
												kleilagen: niet kwetsbaar. </Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Bij kwetsbare winningen is ernaar gestreefd het gehele
										intrekgebied te beschermen en aan te wijzen als
										grondwaterbeschermingsgebied. Bij dergelijke (kwetsbare)
										winningen komt het intrekgebied praktisch overeen met de
										100-jaarsverblijftijd, gerekend vanaf het maaiveld
										(horizontale en verticale reistijd). Een groot deel van de
										totale volumestroom wordt dan beschermd. Bij de
										niet-kwetsbare winningen, winningen onder goed afsluitende
										kleilagen, is de bescherming beperkt tot het puttenveld (het
										waterwingebied) vanwege de natuurlijke bescherming van de
										kleilagen. Daaromheen zijn verbodszones diepe boringen
										ingesteld; in deze gebieden is het verboden de kleilagen te
										doorboren. De grenzen van deze verbodszones zijn gebaseerd
										op de 25-jaarsverblijftijd in het watervoerend pakket (de
										horizontale reistijd onder de kleilagen). De overige regels
										en verbodsbepalingen zijn op deze gebieden niet van
										toepassing. Bij minder kwetsbare winningen ligt (meestal)
										een deel van het intrekgebied in de directe nabijheid van
										het puttenveld en een deel op grote(re) afstand met grote
										verblijftijden. De bescherming tegen diffuse
										verontreinigingen is beperkt tot het deel van het
										intrekgebied rondom het puttenveld met verblijftijden minder
										dan 100 jaar. Het deel van de volumestroom met een relatief
										snelle respons wordt dan beschermd. Voor potenti&#235;le
										puntverontreinigingen en fysische bodemaantastingen, die
										direct het diepere grondwater kunnen belasten, is vooral de
										horizontale grondwaterstroming in het watervoerend pakket
										van belang. Ter afbakening van de bescherming geldt een
										gebied, begrensd door de 25-jaarsverblijftijd in het
										watervoerend pakket.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_84" wId="pv22_24__artrecital__content_84">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.2</Nummer>
		<Opschrift>Melding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor de handhaving van de in deze verordening gestelde
										regels is het van groot belang dat het bevoegd gezag tijdig
										informatie ontvangt over het voornemen om activiteiten uit
										te voeren die risico's voor de kwaliteit van het grondwater
										met zich mee brengen. Daarom is daarvoor een
										informatieverplichting in de verordening opgenomen. Hoewel
										ook het streven van de provincies er op is gericht zo min
										mogelijk administratieve lastendruk te veroorzaken, is het
										belang van een goede bewaking van de grondwaterkwaliteit zo
										zwaarwegend dat aan deze informatieverplichting niet valt te
										ontkomen. Bedacht moet worden dat al een geringe
										verontreiniging ernstige gevolgen kan hebben voor de
										kwaliteit van het grondwater en daarmee voor de
										drinkwatervoorziening. Het kan zijn dat voor de activiteit
										waarvoor een melding moet worden gedaan, op grond van andere
										regelgeving al een melding moet worden gedaan. Het ligt voor
										de hand dat in een dergelijk geval de meldingen dan zoveel
										mogelijk tegelijkertijd worden gedaan. Wel zullen daarbij in
										ieder geval de termijnen en inhoudelijke eisen die in de
										verordening worden gesteld in acht moeten worden genomen. De
										regeling van de melding in de provinciale
										omgevingsverordening is als volgt. De melding wordt
										uiterlijk negen weken voor de uitvoering gedaan. De melding
										bevat een beschrijving van de activiteit en de
										bodembeschermende voorzieningen en maatregelen. Na ontvangst
										van de melding wordt onverwijld een afschrift van de melding
										aan het drinkwaterbedrijf gezonden. Binnen zes weken na
										ontvangst stuurt het bestuursorgaan een brief waarin het
										aangeeft of het verwacht dat de activiteit waarvan melding
										wordt gedaan, gezien de ontvangen gegevens zal voldoen aan
										de gestelde regels. Het is onzeker of het geven van een
										dergelijke verwachting moet worden aangemerkt als het nemen
										van een besluit. Enerzijds kan de mededeling worden
										aangemerkt als een niet bindende beoordeling van de
										activiteit in vooroverleg. Anderzijds is er jurisprudentie
										dat de mededeling die een oordeel geeft over de
										aanvaardbaarheid van een activiteit, moet worden aangemerkt
										als een besluit, waartegen bezwaar en beroep open staat. Als
										de gegevens in de melding voor een beoordeling van de te
										nemen maatregelen onvoldoende zijn, kan met overeenkomstige
										toepassing van artikel 4:5 Awb om aanvullende gegevens
										worden gevraagd. De termijn waarbinnen het bestuursorgaan
										moet reageren, is zes weken. Bij overschrijding van de
										termijn wordt het oordeel van het bestuursorgaan geacht
										positief voor de melder te zijn. Als om aanvullende gegevens
										wordt gevraagd, wordt de termijn van zes weken opgeschort
										(artikel 4:15 Awb). Op grond van artikel 6.2, vierde lid
										moet de aanvang van de daadwerkelijke uitvoering van de
										werkzaamheden minimaal twee weken voor de uitvoering van de
										werkzaamheden schriftelijk aan het bestuursorgaan worden
										gemeld. Deze schriftelijke melding is ook toegestaan via een
										e-mail of fax.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_85" wId="pv22_24__artrecital__content_85">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.3</Nummer>
		<Opschrift>Milieubelastende activiteiten in
										waterwingebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In waterwingebieden geldt een absoluut verbod voor het
										uitvoeren van een milieubelastende activiteit waarvoor een
										omgevingsvergunning vereist is op grond van hoofdstuk 3 van
										het Besluit activiteiten leefomgeving. Het verbod voor het
										uitvoeren van een milieubelastende activiteit is in de
										praktijk minder ingrijpend dan het lijkt, omdat de meeste
										waterwingebieden in eigendom van de waterleidingbedrijven
										zijn en in die gebieden nagenoeg geen 'gewone' bedrijven
										aanwezig zijn. Bovendien kunnen de activiteiten die op het
										moment van inwerkingtreden van de bepaling voor
										waterwingebieden al aanwezig en in werking zijn
										overeenkomstig de daarvoor geldende regels, krachtens het
										overgangsrecht in werking blijven.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_86" wId="pv22_24__artrecital__content_86">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.4</Nummer>
		<Opschrift>Overige activiteiten in waterwingebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De regeling voor waterwingebieden beoogt een optimale
										bescherming zowel van het voor drinkwater bestemde
										grondwater als van de bodem waarvan het te winnen grondwater
										deel uitmaakt. Daarom is elke activiteit die ertoe kan
										leiden dat schadelijke stoffen die zijn bedoeld in het
										eerste lid, onder a, in het grondwater komen, verboden. In
										het tweede lid is een geen limitatieve opsomming van
										(potentieel) schadelijke stoffen opgenomen, omdat daarbij
										het gevaar bestaat dat nieuwe stoffen, die schadelijk
										(kunnen) zijn, niet onder de verbodsbepalingen vallen. De
										verordening zou dan telkens gewijzigd moeten worden. Om te
										bepalen of sprake is van een (potentieel) schadelijke stof
										is aansluiting gezocht bij landelijke regelgeving, te
										weten:de (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen, zoals
										vastgesteld door het RIVM; de stoffenlijst en
										afwegingsmethodiek behorende bij de Nederlandse richtlijn
										Bodembescherming 2012. Het verbod op het oprichten van
										bebouwing volgt uit het stand-still-beginsel, dat hier met
										zich meebrengt dat er geen toename van bebouwing in het
										waterwingebied dient te zijn. Bestaande bebouwing valt
										overigens onder het overgangsrecht; herbouw is dus wel
										mogelijk. In het vierde lid zijn enkele activiteiten van het
										in het eerste lid opgenomen verbod uitgezonderd. De redenen
										daarvoor zijn divers. Sommige activiteiten zijn in een
										wingebied noodzakelijk voor de waterwinning. Dat geldt voor
										het oprichten van boorputten en controleputten. Andere
										activiteiten worden toegestaan omdat een verbod daarvan
										onevenredig grote nadelen met zich mee zou brengen,
										bijvoorbeeld het onderhoud van rioleringen en wegen, en
										gladheidbestrijding. Weer andere activiteiten kunnen worden
										toegelaten als sprake is van geringe hoeveelheden
										(kleinschalig gebruik van stoffen). Het begrip geringe
										hoeveelheid is afhankelijk van het gebruik ter plaatse. Er
										moet worden gedacht aan hoeveelheden die in elk huishouden
										aanwezig zijn. Verder moet de stof worden opgeslagen in een
										deugdelijke verpakking en zijn beschermd tegen
										weersinvloeden. Een deugdelijke verpakking is een verpakking
										die geschikt is om de stof te bevatten en voldoende
										bescherming biedt tegen verontreiniging van de bodem.
										Beschermd tegen invloeden van weersomstandigheden betekent
										dat weersomstandigheden geen invloed op de stof of de
										verpakking mogen hebben waardoor de stof mogelijkerwijze in
										of op de bodem kan komen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_87" wId="pv22_24__artrecital__content_87">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.5</Nummer>
		<Opschrift>Waterbeheerprogramma</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 6.4 moeten de
										waterleidingmaatschappijen voor de bij hun in beheer zijnde
										waterwingebieden een waterbeheerprogramma opstellen. De
										verplichting was ook reeds in de vorige versie van de
										Omgevingsverordening opgenomen en inmiddels hebben alle
										waterleidingmaatschappijen hieraan voldaan. In het
										waterbeheerprogramma kunnen tevens de activiteiten en
										handelingen worden opgenomen die zijn toegestaan in het
										waterwingebied ondanks het verbod dat is opgenomen in
										artikel 6.3. Omdat hiermee inbreuk wordt gemaakt op de
										verbodsbepalingen die door Provinciale Staten zijn
										opgesteld, is in het tweede lid de verplichting opgenomen
										dat Gedeputeerde Staten moeten instemmen met dit
										waterbeheerplan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_88" wId="pv22_24__artrecital__content_88">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.6</Nummer>
		<Opschrift>Verboden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Een beperkt aantal activiteiten die schadelijk (kunnen) zijn
										voor de bodem en het grondwater zijn verboden. </Al>
		<Al><i>Schadelijke stoffen en milieubelastende activiteiten</i><br/>Hoewel voor het gebruik en aanwezig hebben van
										(potentieel) schadelijke stoffen vanuit een doelbenadering
										in beginsel kan volstaan worden met het treffen van de
										hoogst mogelijke beschermingsmaatregelen, geldt hierop een
										uitzondering voor de (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen
										zoals vastgesteld door het RIVM: deze stoffen geven zeer
										ernstige risico's voor de gezondheid, zelfs bij zeer gering
										hoeveelheden daarvan in het drinkwater. Vanuit het belang
										van een veilige drinkwatervoorziening is het gerechtvaardigd
										deze stoffen niet te verbieden.Voor milieubelastende
										activiteiten die verboden zijn in
										grondwaterbeschermingsgebieden wordt verwezen naar artikelen
										in het Bal. </Al>
		<Al><i>Boorputten</i></Al>
		<Al>Bij het uitvoeren van boringen kunnen in de bodem aanwezige
										afsluitende lagen worden verstoord. Verontreinigingen kunnen
										door middel van lekstromen in het diepere grondwater komen.
										Daarnaast is het van belang dat putten goed aan het maaiveld
										worden afgesloten. Bij be&#235;indiging van de put moet er voor
										worden gezorgd dat boorgaten op een goede wijze weer worden
										opgevuld. Doorboring van afsluitende lagen moet worden
										hersteld. Het uitvoeren van boringen is dusdanig risicovol
										dat het verboden is een boring uit te voeren.</Al>
		<Al><i>Grondwerken</i></Al>
		<Al>Bij het roeren van de grond gaat het om het uitvoeren of
										doen uitvoeren van werken op of in de bodem, waarbij
										ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de
										beschermende werking van de slecht doorlatende bodemlagen
										kunnen aantasten. Hieronder vallen in ieder geval
										bodemstabiliseringswerken, boringen, grond- en
										funderingswerken en het plaatsen en verwijderen van
										damwanden, folies en heipalen. Het roeren van de grond in de
										eerste drie meter heeft weinig invloed op de kwaliteit van
										het grondwater en zal doorgaans geen gevaar opleveren.
										Daarom heeft het verbod alleen betrekking op activiteiten
										die drie meter of meer onder het maaiveld plaatsvinden. </Al>
		<Al><i>Bodemenergiesystemen</i></Al>
		<Al>Warmtetoevoeging en warmteonttrekking aan bodem en
										grondwater vindt vooral plaats om te besparen op het gebruik
										van niet vernieuwbare energiebronnen. Gebouwen en processen
										kunnen op een energiezuinige manier van koeling en
										verwarming worden voorzien door gebruik te maken van
										ondergrondse energieopslag. Er wordt onderscheid gemaakt
										tussen open systemen (grondwatersystemen, KWO) en gesloten
										systemen (bodemwarmtewisselaars). In opensystemen wordt
										grondwater uit een watervoerend pakket op de ene locatie
										opgepompt, waarna het via een warmtewisselaar energie
										opneemt of afstaat, om vervolgens op een tweede locatie te
										worden ge&#239;nfiltreerd. Door het warme seizoen grondwater op
										de eerste locatie op te pompen en te gebruiken voor
										koeldoeleinden, en het daardoor opgewarmde grondwater op de
										tweede locatie te infiltreren ontstaat daar een "bel" van
										opgewarmd grondwater. Door omkering van de pompinrichting in
										het koude seizoen kan de opgeslagen warmte worden gebruikt
										voor verwarmingsdoelen. Er ontstaat dus een warme en een
										koude bron in de ondergrond die wisselend worden gebruikt
										voor koeling en verwarming.Een gesloten systeem werkt
										volgens hetzelfde principe, maar hier wordt via een in de
										ondergrond aangelegd gesloten systeem van (kunststof)
										slangen of buizen warmte aan de bodem toegevoegd in de zomer
										en onttrokken in de winter. Het gesloten systeem is gevuld
										met een vloeistof (bijv. glycol, water). De toepassing van
										deze systemen brengt risico's met zich mee voor de
										drinkwaterwinning. Opwarming van het grondwater kan leiden
										tot verandering van de chemische kwaliteit, er kan negatieve
										be&#239;nvloeding optreden van de stromingsrichting van
										grondwater voor drinkwaterbereiding en daardoor mogelijk
										verplaatsen van (bekende of onbekende) verontreinigingen, en
										er kunnen zich calamiteiten voordoen bij gebruik van
										vloeistoffen in gesloten systemen. Ook het boren in de bodem
										kan een bedreiging opleveren. Deze systemen zijn daarom
										verboden in grondwaterbeschermingsgebied. </Al>
		<Al><i>Verhardingen en gebouwen</i></Al>
		<Al>Verhardingen zoals wegen en parkeerplaatsen en gebouwen in
										grondwaterbeschermingsgebieden zijn tot nu toe aangemerkt
										als risico's en oorzaak van belasting van de bodem, zowel
										bij aanleg als gebruik. Echter: niet de aanwezigheid van
										verhardingen en gebouwen op zichzelf, maar de keuze van
										bouwmaterialen en het gebruik brengen risico's en mogelijk
										bodembelasting met zich mee. Het werkelijke risico wordt
										gevormd door het afstromend hemelwater. Hemelwater dat van
										nature schoon is, kan onderweg verontreinigingen opnemen van
										(bijvoorbeeld) uitlogende bouwmaterialen en van het verkeer.
										Het afstromend water van wegen bevat zware metalen, PAK's en
										minerale olie; in het afstromend hemelwater van gebouwen
										komen onder andere opgelost koper en zink voor. Bij een
										calamiteit op de weg kan een grote hoeveelheid schadelijke
										stoffen in de berm komen. Bij ongecontroleerde infiltratie
										in de berm kan dit tot vervuiling van de bodem en het
										grondwater leiden. Generieke regelgeving beperkt dit risico
										onvoldoende, gelet op het bijzondere belang en de
										kwetsbaarheid van de drinkwatervoorziening. Het aanleggen
										van een snelweg of een intensief te gebruiken (auto)weg in
										een grondwaterbeschermingsgebied introduceert een relatief
										groot risico op calamiteiten met mogelijk grote gevolgen en
										is daarom in beginsel ongewenst. Een trac&#233; buiten het
										grondwaterbeschermings&#172;gebied heeft de voorkeur, gezien
										vanuit het belang van de drinkwatervoorziening. Als dat niet
										mogelijk is, kan met adequate voorzieningen (best bestaande
										technieken) het risico van de weg tot verwaarloosbaar
										teruggebracht worden. Een absoluut verbod op het aanleggen
										van wegen is daarom niet proportioneel, evenals voor
										woonwijken, individuele gebouwen en dergelijke. Een
										dergelijk verbod zou in de praktijk kunnen leiden tot grote
										druk om een grondwaterwinning te sluiten om daarmee het
										verbod op te heffen. De grondwaterbescherming werkt dan
										averechts: in plaats van het beschermen van het grondwater
										wordt de winning gesloten. Daarmee zou dit middel zijn doel
										voorbijschieten. De Omgevingsverordening is er daarom op
										gericht de resterende risico's van verhardingen en gebouwen
										verwaarloosbaar te maken, onder meer door het tegengaan van
										infiltratie van vervuild water en bescherming van
										afsluitende grondlagen. Als handreiking aan de
										initiatiefnemer wordt hier verwezen naar het rapport
										'Afstromend wegwater' (Commissie Integraal Waterbeheer, Den
										Haag, 2002), waarbij aangetekend wordt dat later nieuwe
										inzichten kunnen ontstaan waardoor dit rapport achterhaald
										wordt. De Commissie Integraal Waterbeheer (CIW) komt - met
										het oog op de bodembescherming in het algemeen - tot een
										aantal maatregelen. Die komen onder andere neer op het
										gebruik van ZOAB, periodiek reinigen van de vluchtstrook en
										het gecontroleerd infiltreren in de berm of buiten het
										kwetsbare gebied. Dit 'gecontroleerd infiltreren' wordt in
										het rapport nader toegelicht. De CIW vervolgt dat het aan de
										provincies is om extra maatregelen te nemen met het oog op
										de bescherming van het drinkwater. De door de CIW
										voorgestelde maatregelen moeten als een minimum beschouwd
										worden.Voor intensief gebruikte wegen, zoals autosnelwegen
										en doorgaande (auto)wegen, met een relatief grote kans op
										incidenten, zijn zwaardere maatregelen nodig, zoals het
										gebruik van folies en afvoervoorzieningen in de wegbermen.
										Het opgevangen water wordt afgevoerd of met de best
										beschikbare technieken gezuiverd voordat het wordt
										ge&#239;nfiltreerd. Voor minder intensief bereden wegen zijn
										minder vergaande maatregelen nodig, mede afhankelijk van de
										kwetsbaarheid van het gebied. Voor kleine weggetjes is het
										uiteraard overbodig de bermen met folie in te pakken en het
										hemelwater op het riool af te voeren. De CIW-aanpak van
										gecontroleerd infiltreren is hier afdoende. Uiteindelijk
										beoordeelt het bestuursorgaan, aan wie de melding gedaan
										wordt, of de initiatiefnemer in die specifieke situatie
										voldoende maatregelen heeft getroffen. </Al>
		<Al><i>Toegestaan gebruik van de bodem, bijzondere
											zorgplicht</i></Al>
		<Al>In deze Omgevingsverordening is afgezien van het opnemen van
										voorschriften die het 'normale', toegestane gebruik van de
										bodem (bijvoorbeeld bewoning) reguleren. Dit gebruik vormt
										een verwaarloosbaar risico, mits gebruikers 'met gezond
										verstand' en volgens de algemeen geldende regels met de
										bodem omgaan. De bijzondere zorgplicht van artikel 6.1 biedt
										voldoende mogelijkheden om eventuele uitwassen en de
										gevolgen daarvan aan te pakken. Daarom is afgezien van
										bijvoorbeeld het stellen van speciale regels aan
										bouwactiviteiten. Generieke regelgeving en de bijzondere
										zorgplicht zijn voldoende. Dit houdt ook in dat het bevoegde
										gezag bij vergunningverlening de initiatiefnemers op de
										risico's en de bijzondere zorgplicht wijst en zo nodig
										(aanvullende) voorschriften stelt zodat adequate
										bodembeschermende maatregelen worden getroffen. </Al>
		<Al><i>Diepinfiltratie</i></Al>
		<Al>Bij diepinfiltratie wordt opgevangen hemelwater in
										watervoerende lagen gebracht, meestal enkele tientallen
										meters diep. Binnen de intrekgebieden van de
										drinkwatervoorziening vormt diepinfiltratie een groot
										risico, omdat het niet naleven van regels of het maken van
										fouten vergaande gevolgen heeft. Een eventuele
										verontreiniging kan immers zonder de reinigende werking
										(natuurlijke afbraak, adsorptie aan bodemdeeltjes) van een
										bodempassage direct in het watervoerende pakket doordringen.
										Een voorbeeld van een dergelijke fout is het verkeerd
										aansluiten van riolering of het lozen van vuil water op een
										hemelwaterkolk, waardoor vuil water in een hemelwaterriool
										terecht kan komen. Als dit water diep wordt ge&#239;nfiltreerd,
										kan dit een drinkwaterbron onbruikbaar maken. De regelgeving
										voor het grondwater in het algemeen (generieke regelgeving)
										is niet toereikend waar het gaat om de zorg voor de
										drinkwatervoorziening omdat deze wel regels stelt aan
										diepinfiltratie, maar het onvoldoende mogelijk maakt om in
										kwetsbare gebieden diepinfiltratie volledig uit te sluiten.
										In de verordening is daarom een absoluut verbod voor
										diepinfiltratie van afstromend water opgenomen. Ook andere,
										meer incidenteel, voorkomende vormen van diepinfiltratie
										zijn in het algemeen niet toelaatbaar. Dat volgt uit de
										algemene zorgplichtbepaling. </Al>
		<Al><i>Parkeren zonder aaneengesloten verharding</i></Al>
		<Al>Het risico op lekkage en afspoelen van schadelijke stoffen
										van motorvoertuigen is bij de huidige stand der techniek
										beperkt, maar niet verwaarloosbaar. Parkeren op onverharde
										terreinen, dat wil zeggen: zonder aaneengesloten verharding,
										dus bijvoorbeeld op kale grond, gras, grind en
										steengranulaat, is ongewenst. Vaste parkeerplekken moeten
										daarom voorzien worden van een aaneengesloten verharding.
										Ook zijn er regels gesteld met betrekking tot afstromend
										water van verhardingen. Bij een aaneengesloten verharding,
										zoals asfalt en strak gelegde straatklinkers stroomt het
										merendeel of alle water af en kan dit worden opgevangen.
										Eventuele olielekkage wordt opgemerkt en opgevangen door de
										verharding en kan daarna kan worden opgevangen of uit het
										afstromend water worden gehaald. Het risico op
										bodemverontreiniging neemt toe met de intensiteit van het
										parkeren. Een permanente parkeervoorziening op niet verhard
										terrein is daarom niet toegestaan. Het risico van kleinere
										parkeergelegenheden voor priv&#233;gebruik wordt als
										verwaarloosbaar beschouwd. Voor kleinschalig priv&#233; gebruik
										wordt daarom een uitzondering gemaakt. Voor grootschalig
										gebruik als parkeergelegenheid (bijvoorbeeld bij een
										evenemententerrein) zal een verharding (inclusief
										bijbehorende opvang en zuivering van afstromend water)
										moeten worden aangebracht. </Al>
		<Al><i>Buisleidingen</i></Al>
		<Al>Transportleidingen vormen een belangrijke risicofactor
										vanwege potenti&#235;le lekkages. Er moet dus zoveel mogelijk
										worden voorkomen dat transportleidingen van
										(milieu)gevaarlijke stoffen een grondwaterbeschermingsgebied
										doorkruisen. Het verbod is niet op alle transportleidingen
										van toepassing. Het gaat om transportleidingen bestemd voor
										het transport van gas, olie of chemicali&#235;n of leidingen voor
										het transport van elektriciteit die wordt gekoeld met olie
										of chemicali&#235;n. Voor transportleidingen voor gas is tevens
										een uitzondering gemaakt voor die leidingen die zijn bestemd
										voor het transport van gas die dienen voor het plaatselijk
										transport van en naar particulieren en bedrijven. </Al>
		<Al><i>Begraafplaats of uitstrooiveld</i></Al>
		<Al>Het is ongewenst dat dergelijke activiteiten plaatsvinden
										binnen de grondwaterbeschermingsgebieden.</Al>
		<Al><i>IBC-bouwstof, grond en baggerspecie</i></Al>
		<Al>Door het (her)gebruik van bouwstoffen, grond en bagger kan
										het grondwater dat wordt gebruikt voor de openbare
										drinkwaterwinning, worden verontreinigd. Landelijke
										gebruiksregels zijn als overgangsrecht opgenomen in het
										Aanvullingsbesluit bodem. In het Aanvullingsbesluit bodem
										worden voor diverse situaties 'standaardnormen' vastgesteld.
										Bij de normstelling is het risico van verspreiding van
										verontreinigingen naar het grondwater dat voor de
										drinkwaterwinning is bestemd, niet specifiek in aanmerking
										genomen. Dergelijke risico's zijn echter niet bij voorbaat
										uit te sluiten. Tussen verschillende locaties kunnen de
										risico's afwijken, afhankelijk van onder andere de
										kwetsbaarheid van een gebied, reeds aanwezige functies,
										bodemopbouw, bodemsamenstelling, kwaliteit van het te
										storten materiaal, mobiliteit van verontreinigingen, mate
										van doorlatendheid van de (water)bodem en van het toegepaste
										materiaal en wijzigingen in milieuomstandigheden (zuurgraad
										en zuurstof). Dit vraagt in bepaalde gevallen om een locatie
										specifieke benadering. In grondwaterbeschermingsgebieden is
										het beleid erop gericht om het bestaande beschermingsniveau
										minimaal in stand te laten (standstill) en zo mogelijk een
										verbetering van het beschermingsniveau te bereiken. Met het
										oog daarop geldt dat aanvoer van verontreinigende stoffen
										van buiten het grondwaterbeschermingsgebied dient te worden
										voorkomen. Daarmee wordt bereikt dat geen toename van
										verontreinigingen in het grondwaterbeschermingsgebied
										plaatsvindt. </Al>
		<Al>Gelet op bovenstaande zijn in de Omgevingsverordening de
										volgende regels opgenomen voor toepassing van bouwstoffen,
										grond en bagger in de grondwaterbeschermingsgebieden,
										aanvullend op de regels in het Aanvullingsbesluit
										bodem.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_89" wId="pv22_24__artrecital__content_89">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.7</Nummer>
		<Opschrift>Uitzonderingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>IBC-Bouwstoffen</i><br/>In het overgangsrecht in het Aanvullingsbesluit bodem
										wordt onderscheid gemaakt tussen vormgegeven bouwstoffen,
										niet-vormgegeven bouwstoffen en IBC-bouwstoffen. Vormgegeven
										bouwstoffen bestaan uit flinke brokken, bijvoorbeeld
										bakstenen, betonklinkers, asfaltbeton en heipalen.
										Voorbeelden van niet-vormgegeven bouwstoffen zijn assen en
										granulaten. Wanneer niet-vormgegeven bouwstoffen niet aan de
										norm voor onge&#239;soleerde toepassing voldoen, dan kan de
										bouwstof mogelijk nog als IBC-bouwstof worden toegepast.
										IBC-bouwstoffen zijn niet-vormgegeven bouwstoffen die alleen
										mogen worden toegepast met isolatie-, beheers- en controle
										(IBC-)maatregelen, omdat het gebruik anders tot teveel
										emissies naar het milieu kan leiden. De normen voor
										bouwstoffen bestaan uit maximale samenstellings- en
										emissiewaarden: samenstellingswaarden voor organische
										parameters en emissiewaarden voor anorganische parameters.
										De emissiewaarden zijn verschillend voor vormgegeven,
										niet-vormgegeven en IBC-bouwstoffen, vanwege de verschillen
										in uitloogeigenschappen. De samenstellingswaarden zijn voor
										de verschillende bouwstoffen gelijk. In
										grondwaterbeschermingsgebieden worden schone (primaire)
										bouwstoffen toegestaan en bouwstoffen die voldoen aan de
										emissie- en samenstellingsnormen voor onge&#239;soleerde
										toepassing. Toepassing van zwaarder verontreinigde
										bouwstoffen (IBC-bouwstoffen) is in
										grondwaterbeschermingsgebieden niet toegestaan. Vanuit de
										optiek van de bescherming van de grondwaterkwaliteit zou het
										wellicht wenselijk zijn dat de aanvoer van verontreinigde
										bouwstoffen van buiten het grondwaterbeschermingsgebied
										geheel wordt verboden (standstill op gebiedsniveau). Omdat
										echter niet altijd voldoende schone bouwstoffen beschikbaar
										zijn - verhardingsmateriaal bijvoorbeeld bevat vaak lichte
										verontreinigingen - is dat niet realistisch. De toepassing
										van andere bouwstoffen dan IBC-bouwstoffen is derhalve onder
										de voorwaarden van het Aanvullingsbesluit bodem in
										grondwaterbeschermingsgebied wel toegestaan. </Al>
		<Al><i>Grond en baggerspecie (toepassingen tot 5.000 m3)</i></Al>
		<Al>Op grond van het generieke beleid mag de toe te passen
										kwaliteit van grond of baggerspecie niet slechter zijn dan
										de kwaliteit van de ontvangende bodem. Onderscheiden worden
										de klassen Achtergrondwaarden, Wonen en Industrie voor
										landbodems en de klassen Achtergrondwaarden, klassen A en B
										en Niet toepasbaar voor waterbodems. Op basis van het
										gebiedsspecifieke kader van het Aanvullingsbesluit bodem
										kunnen gemeenten en waterschappen lokale normen vaststellen,
										die hoger of lager zijn dan op basis van het generieke kader
										is toegestaan tot maximaal de
										Interventiewaarden/Saneringscriterium. Wanneer hogere lokale
										normen worden vastgesteld, is het mogelijk om grond/bagger
										toe te passen met een kwaliteit die slechter is dan de
										kwaliteit van de ontvangende (water)bodem, mits het gaat om
										gebiedseigen grond (uit het totale beheergebied). In
										grondwaterbeschermingsgebieden is de toepassing van grond en
										baggerspecie met de kwaliteit Achtergrondwaarden (schoon)
										toegestaan en onder voorwaarden klasse Wonen/klasse A. Voor
										de toepassing van verontreinigde grond of baggerspecie van
										de klasse Wonen/klasse A, moet aan twee voorwaarden zijn
										voldaan. De eerste voorwaarde is dat de grond of
										baggerspecie afkomstig is uit hetzelfde
										grondwaterbeschermingsgebied om een toename van
										verontreinigingen op gebiedsniveau te voorkomen (standstill
										op gebiedsniveau). De tweede voorwaarde is dat geen
										verontreinigde grond (klasse Wonen/klasse A) op een schone
										(water)bodem (Achtergrondwaarden) mag worden toegepast
										(standstill op lokaal niveau). </Al>
		<Al><i>Grootschalige toepassing van grond en baggerspecie (meer
											dan 5.000 m3)</i></Al>
		<Al>Het toetsingskader voor grootschalige toepassingen (minimale
										omvang van 5.000 m3 en een minimale laagdikte van 2 meter)
										kent naast de Achtergrondwaarden (schoon) ook Emissiewaarden
										en Emissietoetswaarden voor zware metalen. Bij grootschalige
										toepassing van grond en baggerspecie op landbodem mag de
										kwaliteitsklasse Industrie niet worden overschreden. Bij
										grootschalige toepassing van grond in oppervlaktewater mag
										de kwaliteitsklasse Industrie en de Interventiewaarden voor
										waterbodems niet worden overschreden en bij toepassingen van
										bagger mogen de Interventiewaarden voor waterbodems niet
										worden overschreden. Het toetsingskader voor grootschalige
										toepassingen is daarmee ruimer, soepeler dan het generiek en
										gebiedsspecifiek toetsingskader van het Aanvullingsbesluit
										bodem. Voor grootschalige toepassing in beschermingsgebieden
										voor de drinkwaterwinning is het toetsingskader voor
										grootschalige toepassingen in het Aanvullingsbesluit bodem
										niet geschikt. Juist bij toepassing van grote hoeveelheden
										grond en bagger, in soms diepe putten, is vanwege de
										risico's voor de kwaliteit van het grondwater een strikter
										toetsingskader noodzakelijk. Daarom is bepaald dat
										grootschalig toe te passen verontreinigde grond of
										baggerspecie de klasse Wonen/klasse A niet mag overschrijden
										en uit het gebied afkomstig moet zijn en dat door de wijze
										van toepassing en de te treffen voorzieningen en maatregelen
										de risico's op verontreiniging van het grondwater voor de
										betreffende drinkwatervoorziening niet toenemen. Met name
										bij grootschalige toepassingen (voor onder water) kan
										ernstiger schade ontstaan als ernstig verontreinigd
										materiaal illegaal wordt gestort of zich calamiteiten
										voordoen. Er zal gedurende de duur van het project dan ook
										een grote handhavingsinspanning moeten worden geleverd om te
										voorkomen dat ernstig verontreinigde grond of baggerspecie
										wordt toegepast. Daarom wordt ook de aanvoer van grote
										hoeveelheden niet-schone grond van buitenaf verboden.
										Grootschalige toepassing in een grondwaterbeschermingsgebied
										dient niet alleen op grond van het Aanvullingsbesluit bodem
										te worden gemeld aan het meldpunt bodemkwaliteit, maar ook
										dient daarvan op grond van de regeling in de verordening een
										melding te worden gedaan. De melding moet de resultaten
										bevatten van locatiespecifiek onderzoek waarmee wordt
										aangetoond dat door de wijze van toepassing en de te treffen
										voorzieningen en maatregelen de risico's op verontreiniging
										van het grondwater voor de betreffende drinkwatervoorziening
										niet toenemen. Deze melding maakt preventief toezicht
										mogelijk. Op de melding zijn de procedureregels van artikel
										6.# van toepassing. </Al>
		<Al><i>Verspreiding baggerspecie</i></Al>
		<Al>Voor verspreiding van baggerspecie vanuit watergangen over
										aangrenzende percelen biedt het Aanvullingsbesluit bodem
										voldoende bescherming. Dit kan worden toegestaan in de
										grondwaterbeschermingsgebieden, conform de eisen van het
										Aanvullingsbesluit bodem.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_90" wId="pv22_24__artrecital__content_90">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.8</Nummer>
		<Opschrift>Algemene meldplichten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het is onder voorwaarden wel mogelijk een boring uit te
										voeren. Wel moet hierbij worden voldaan aan het VKB-protocol
										2006 Mechanisch boren. Indien een boring voldoet aan dit
										protocol zijn er voldoende waarborgen om een verontreiniging
										van het grondwater te voorkomen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_91" wId="pv22_24__artrecital__content_91">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.9</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht graafwerkzaamheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Een geheel verbod op het roeren van de grond dieper dan drie
										meter is niet haalbaar. Er zijn situaties denkbaar waarbij
										het nodig is de grond dieper dan de in de verordening
										genoemde diepte te roeren terwijl geen bedreiging voor de
										grondwaterkwaliteit optreedt. Bijvoorbeeld het aanleggen van
										een parkeergarage (met dichte vloer). Met algemene
										voorschriften kan in zo'n geval voldoende bescherming worden
										geboden. Op basis van deze algemene voorschriften moet na
										graafwerkzaamheden het bodemprofiel worden aangevuld tot
										tenminste 3 m onder het oude maaiveld. Aanvulling van grond
										moet gebeuren volgens het oorspronkelijke bodemprofiel en
										aansluiten op eventuele kunstwerken die zijn aangebracht
										(riolering, kelder en dergelijke).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_92" wId="pv22_24__artrecital__content_92">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.10</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht funderingswerkzaamheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gladde geprefabriceerde palen en in de grond gevormde palen,
										zonder verbrede voet, zijn funderingstechnieken die het
										minste risico opleveren voor de kwaliteit van het
										grondwater. Er zijn echter omstandigheden bekend waarbij
										gladde heipalen niet voldoen en andere technieken nodig
										zijn. Ook de lokale omstandigheden kunnen het nodig maken om
										andere technieken te gebruiken. Een te rigoureus verbod kan
										betekenen dat bepaalde maatschappelijk gewenste activiteiten
										niet door kunnen gaan. Voor dit soort situaties is een
										alternatief beschikbaar: de schroefpaal. Hiermee wordt
										voorkomen dat deze activiteiten onnodig worden geblokkeerd.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_93" wId="pv22_24__artrecital__content_93">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.11</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht lozingsactiviteit gebouwen en
										verhardingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het is niet nodig regels te stellen aan de constructie of
										vloeistofdichtheid van verhardingen. Wegen zijn berekend op
										de verkeersbelasting als gevolg van de verkeerstechnische
										eisen die aan de weg gesteld worden. Deze brengen met zich
										mee dat de wegen vloeistofdicht of vloeistofkerend
										zijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_94" wId="pv22_24__artrecital__content_94">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.2.4</Nummer>
		<Opschrift>Verbodszone diepe boringen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In een verbodszone diepe boringen bevinden zich tussen het
										maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater
										wordt onttrokken, zodanige beschermende bodemlagen dat met
										een beperkte regeling kan worden volstaan. Een verbod op de
										uitvoering van activiteiten die zich bovengronds afspelen is
										niet nodig omdat de generieke wetgeving, toepassing van de
										NRB en in aanvulling daarop de bijzondere zorgplicht
										voldoende bescherming bieden. Wel zijn er regels nodig om de
										scheidende lagen boven het watervoerende pakket van
										drinkwaterwinning zo min mogelijk te verstoren. Het gaat
										daarbij om regels voor boorputten en grond- of
										funderingswerken en om regels voor bodemenergiesystemen
										(warmtetoevoeging en - onttrekking). Deze regels gelden ook
										in grondwaterbeschermingsgebieden en worden in artikel #
										(bodemenergiesystemen) van toepassing verklaard voor de
										verbodszones diepe boringen. Daarbij is wel bepaald dat de
										verboden niet van toepassing zijn als deze niet dieper gaan
										dan de voor dat gebied op kaart aangegeven maximale diepte.
										Hiermee wordt voldoende voorkomen dat de afschermende
										kleilagen worden aangetast.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_95" wId="pv22_24__artrecital__content_95">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.14</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht graafwerkzaamheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Een geheel verbod op het roeren van de grond dieper dan drie
										meter is niet haalbaar. Er zijn situaties denkbaar waarbij
										het nodig is de grond dieper dan de in de verordening
										genoemde diepte te roeren terwijl geen bedreiging voor de
										grondwaterkwaliteit optreedt. Bijvoorbeeld het aanleggen van
										een parkeergarage (met dichte vloer). Met algemene
										voorschriften kan in zo'n geval voldoende bescherming worden
										geboden. Op basis van deze algemene voorschriften moet na
										graafwerkzaamheden het bodemprofiel worden aangevuld tot
										tenminste 3 m onder het oude maaiveld. Aanvulling van grond
										moet gebeuren volgens het oorspronkelijke bodemprofiel en
										aansluiten op eventuele kunstwerken die zijn aangebracht
										(riolering, kelder en dergelijke).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_96" wId="pv22_24__artrecital__content_96">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.15</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht funderingswerkzaamheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gladde geprefabriceerde palen en in de grond gevormde palen,
										zonder verbrede voet, zijn funderingstechnieken die het
										minste risico opleveren voor de kwaliteit van het
										grondwater. Er zijn echter omstandigheden bekend waarbij
										gladde heipalen niet voldoen en andere technieken nodig
										zijn. Ook de lokale omstandigheden kunnen het nodig maken om
										andere technieken te gebruiken. Een te rigoureus verbod kan
										betekenen dat bepaalde maatschappelijk gewenste activiteiten
										niet door kunnen gaan. Voor dit soort situaties is een
										alternatief beschikbaar: de schroefpaal. Hiermee wordt
										voorkomen dat deze activiteiten onnodig worden
										geblokkeerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_97" wId="pv22_24__artrecital__content_97">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.16</Nummer>
		<Opschrift>Spuitvrije zones en bescherming Drentsche
										Aa</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor het grondwaterbeschermingsgebied Drentsche Aa is in dit
										artikel een verbod opgenomen om oppervlaktewater in te nemen
										dat bestemd is voor het vullen en spoelen van machines voor
										het verspuiten van gewasbeschermingsmiddelen. In het tweede
										lid is het verbod opgenomen om binnen een afstand van 4 m
										vanaf de insteek van het oppervlaktewater
										gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Hiermee wordt
										voorkomen dat door dergelijke activiteiten het
										oppervlaktewater wordt verontreinigd. In het derde lid is om
										praktische redenen een uitzondering gemaakt van het in het
										tweede lid genoemde verbod voor het pleksgewijze behandelen
										van akkerdistel en dergelijke. Van een pleksgewijze
										behandeling is in deze verordening slechts sprake indien
										wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_97__list_1" wId="pv22_24__artrecital__content_97__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_97__list_1__item_1" wId="pv22_24__artrecital__content_97__list_1__item_1">
		    <Al>geen volveldbespuiting, dus alleen daar spuiten waar
												akkerdistel, ridderzuring, brandnetel of
												jacobskruiskruid staat (de plekken op zich kunnen
												vari&#235;ren van klein - bijvoorbeeld 1 m2 - tot grotere
												plekken); </Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_97__list_1__item_2" wId="pv22_24__artrecital__content_97__list_1__item_2">
		    <Al>een curatieve bespuiting, geen preventieve;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_97__list_1__item_3" wId="pv22_24__artrecital__content_97__list_1__item_3">
		    <Al>een handmatige bespuiting, dus geen gebruik van een
												'spuitboommachine'.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_98" wId="pv22_24__artrecital__content_98">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.17</Nummer>
		<Opschrift>Bebording</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel is bedoeld om de herkenbaarheid van het gebied
										in het veld te vergroten en daarmee ook de handhaafbaarheid
										van de regels. Het werken met een model waarborgt de
										eenduidigheid van de wijze van bebording. Er wordt hierbij
										aangesloten bij het reeds bestaande landelijke model.
										Bebording moet voldoen aan de volgende NEN en Europese
										normen: R.V.V. 1990 &amp; NEN 3381 &amp; EN12899-1 met
										afmeting van 40 x 60 of 60 x 90 volgens de typen L304-A,
										l304-b, l305-a en l305-b.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_99" wId="pv22_24__artrecital__content_99">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.18</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De strikte regelgeving ter bescherming van de
										grondwaterkwaliteit kan ertoe leiden dat een activiteit met
										een groot maatschappelijk belang op grond van de verordening
										niet kan worden toegelaten. Onder bijzondere omstandigheden
										kan het gewenst zijn dat dat toch gebeurt als het algemeen
										belang dat met uitvoering van de activiteit is gediend
										zwaarder weegt dan het - naar mag worden aangenomen beperkte
										- risico op grondwaterverontreiniging. Voor deze bijzondere
										situaties is in de verordening een regeling opgenomen. Van
										een in de verordening opgenomen verbod kan een
										omgevingsvergunning worden verleend indien het algemeen
										belang de uitvoering van de activiteit waarop het verbod
										betrekking heeft, noodzakelijk maakt. Dat zal bijvoorbeeld
										het geval kunnen zijn als een voor de gemeenschap zeer
										belangrijke infrastructurele voorziening moet worden
										aangelegd en de bepalingen van de verordening daaraan in de
										weg staan. De mogelijkheid van de omgevingsvergunning is
										niet bedoeld om een afweging te maken tussen het enkele
										belang van een individuele aanvrager en het belang van de
										bescherming van de grondwaterkwaliteit. De
										omgevingsvergunning wordt verleend door gedeputeerde staten.
										Afdeling 3.4 van de Awb is van toepassing op de
										voorbereiding van de omgevingsvergunning. Voor de
										omgevingsvergunning geldt dat voorschriften moeten worden
										opgelegd die de hoogst mogelijke bescherming voor de
										kwaliteit van het grondwater bieden. Dat betekent dat de
										beste milieupraktijken en de best beschikbare technieken
										dienen te worden toegepast. </Al>
		<Al><i>Handhaving </i></Al>
		<Al>Overtreding van de rechtstreeks werkende bepalingen van de
										verordening is een economisch delict.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_100" wId="pv22_24__artrecital__content_100">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>7</Nummer>
		<Opschrift>Stiltegebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De regels opgenomen in deze titel hebben betrekking op het
										tegengaan van activiteiten die de ervaring van natuurlijke
										geluiden binnen stiltegebieden verstoren. Het betreft hier
										onder andere het organiseren of houden van grootschalige
										evenementen, wild crossen en het houden van toertochten
										binnen destiltegebieden. Dergelijke activiteiten veroorzaken
										een zodanige verstoring dat deze activiteiten binnen
										stiltegebieden ongewenst zijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_101" wId="pv22_24__artrecital__content_101">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.1</Nummer>
		<Opschrift>Grootschalig evenement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De term 'grootschalige evenementen' is niet in de
										verordeningstekst gedefinieerd.Bij de beoordeling van de
										vraag of sprake is van een grootschalige activiteit hebben
										wij een koppeling gemaakt met de IPO-notitie 'Een luisterend
										oor voor de stilte' (Nieuw perspectief voor stiltegebieden:
										Van beschermen en behouden naar versterken en beleven), juni
										2011. Wij beschouwen een activiteit als grootschalig als
										sprake is van:&#x2022; een activiteit die een meer dan geringe
										verkeersaantrekkende werking heeft;&#x2022; een activiteit met een
										geluidsbron of geluidsbronnen waarvan het geluidniveau op 50
										meter afstand meer bedraagt dan 50 dB(A);&#x2022; een toeristische
										attractie van regionale of bovenregionale betekenis.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_102" wId="pv22_24__artrecital__content_102">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.2</Nummer>
		<Opschrift>Activiteit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 7.2 is een verbodsbepaling opgenomen voor
										activiteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van een drone,
										modelvliegtuig, modelboot, of modelauto. In deze
										omgevingsverordening zijn geen regels gesteld over
										verstoringen door overvliegend luchtverkeer. Beperkende
										regels daarvoor worden gesteld op grond van de Wet
										luchtvaart.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_103" wId="pv22_24__artrecital__content_103">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.3</Nummer>
		<Opschrift>Motorvoertuig of bromfiets buiten openbare
										weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De Wegenverkeerswet 1994 regelt het gebruik van
										motorvoertuigen en bromfietsen op openbare wegen en paden.
										In artikel 1.1 van de POV is het begrip "openbare weg"
										gedefinieerd. Hierbij is dan ook aansluiting gezocht bij de
										Wegenverkeerswet 1994. De Wegenverkeerswet 1994 is echter
										van toepassing op alle wegen en paden die voor het openbaar
										verkeer open staan. Derhalve ook op wegen die alleen open
										staan voor voetgangers en fietsers. Juist op deze wegen en
										paden dienen motorvoertuigen in stiltegebieden te worden
										geweerd. Derhalve worden wegen die alleen open staan voor
										voetgangers en fietsers in artikel 1.1 uitgezonderd van het
										begrip "openbare weg". Dit betekent dat daarmee handhavend
										kan worden opgetreden bij overtreding van dit artikel indien
										een motorvoertuig of bromfiets zich binnen een stiltegebied
										bevindt op een weg die krachtens de Wegenverkeerswet 1994
										alleen open staat voor voetgangers en fietsers. Daarbuiten
										geldt een verbod, waarbij een uitzondering wordt gemaakt
										voor bestemmingsverkeer.Om de handhaving te vereenvoudigen
										is het voor de toepassing van deze bepaling niet vereist dat
										de motor in werking is.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_104" wId="pv22_24__artrecital__content_104">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.4</Nummer>
		<Opschrift>Toertocht motorvoertuigen of bromfietsen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Artikel 10 van de Wegenverkeerswet verbiedt het om op de weg
										een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te
										nemen. Dit artikel behelst een verbod op toertochten
										(wedstrijdelement ontbreekt).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_105" wId="pv22_24__artrecital__content_105">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.5</Nummer>
		<Opschrift>Uitzondering stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Onder a</Al>
		<Al>Aan de normale uitoefening van agrarische bedrijvigheid,
										tuinbouw, bosbouw en verveningen, alsmede aan
										onderhoudswerkzaamheden in het kader van natuur- en
										landschapsbeheer (waarin onder meer begrepen zijn de werken
										van een waterschap), worden geen beperkingen opgelegd indien
										de veroorzaakte geluiden overeenkomen met het
										verwachtingspatroon dat uit de bestemming van de grond, of
										uit de aard van het landschap kan worden afgeleid.<br/>Onder
										b</Al>
		<Al>Van elektrisch aangedreven motorvoertuigen of bromfietsen
										hoeft geen verstorend effect op het natuurlijk aanwezige
										geluid te worden verwacht. Deze voertuigen zijn dan ook van
										het verbod uitgezonderd.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_106" wId="pv22_24__artrecital__content_106">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.6</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij de beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning
										wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de IPO-notitie
										'Een luisterend oor voor de stilte' (Nieuw perspectief voor
										stiltegebieden: Van beschermen en behouden naar versterken
										en beleven), juni 2011. Bij de beoordeling van een aanvraag
										voor een Omgevingsvergunning zullen wij uitdrukkelijk
										rekening houden met de locatie van de activiteit binnen het
										stiltegebied. Activiteiten die plaatsvinden aan de randen
										van de stiltegebieden zullen eerder voor een
										omgevingsvergunning in aanmerking kunnen komen dan
										activiteiten die plaatsvinden in de kern van de
										stiltegebieden. De gebieden die zijn gelegen in de kern zijn
										de meest waardevolle onderdelen van de stiltegebieden die
										vanuit een beperking van de aantasting van de
										omgevingsgeluiden ook de meeste bescherming behoeven. Op
										deze wijze wordt een beleid voorgestaan waarbij een
										mogelijke aantasting van de te beschermen waarden van het
										gebied op zo groot mogelijke afstand van deze kerngebieden
										wordt gehouden. In deze kerngebieden zullen in principe geen
										vergunningen worden verleend. Ook voor het overige zullen
										wij toetsen of een aanvraag om vergunning overeenkomt met de
										uitgangspunten van de hiervoor genoemde IPO-notitie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_107" wId="pv22_24__artrecital__content_107">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.7</Nummer>
		<Opschrift>Bebording stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel is bedoeld om de herkenbaarheid van het gebied
										in het veld te vergroten en daarmee ook de handhaafbaarheid
										van de regels.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_108" wId="pv22_24__artrecital__content_108">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.1</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik ontgrondingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het merendeel van de wettelijke bepalingen, die specifiek op
										de ontgrondingen zijn gericht, is opgenomen in de
										Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving(Bal).
										Deze wet- en regelgeving bevat onder meer het verbod om te
										ontgronden zonder vergunning en geeft een niet uitputtende
										opsomming van de voorschriften die aan een vergunning kunnen
										worden verbonden. Ook kent de wet procedurebepalingen. De
										strafbaarstelling van overtredingen is geregeld in de Wet op
										de economische delicten. Voorts is de Algemene wet
										bestuursrecht van toepassing, die onder meer bepalingen
										bevat over de voorbereiding van de beslissing op
										vergunningsaanvragen, over beroepsprocedures en eveneens
										over de handhaving. Dit hoofdstuk over ontgrondingen geeft
										slechts op enkele punten aanvullende regels en is daarom
										beperkt van opzet. Ontgrondingen zijn vooral gericht op het
										winnen van oppervlaktedelfstoffen. In Drenthe betreft dit
										nagenoeg alleen verschillende soorten zand. De
										overheidsbemoeienis met de ontgrondingen is in het bijzonder
										in het leven geroepen om een algemene afweging te kunnen
										maken van de uiteenlopende belangen die met de
										winningsactiviteiten gemoeid zijn. Ontgronden is echter een
										weids begrip. Er zijn naast de winning van bodemmaterialen
										vele werkzaamheden waarbij tijdelijk of definitief materiaal
										aan de bodem wordt onttrokken. Om de maatschappelijke
										activiteiten niet meer aan banden te leggen dan strikt
										noodzakelijk is, zijn in het Bal enkele werkzaamheden waarop
										deze wetgeving niet van toepassing is, zoals de uitvoering
										van een landinrichtingsplan en de meeste bodemsaneringen.
										Ook is in het Bal de bevoegdheid voor provinciale besturen
										opgenomen om bepaalde ontgrondingsactiviteiten aan te wijzen
										waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist en de
										bevoegdheid om juist bepaalde ontgrondingsactiviteiten aan
										te wijzen waarvoor wel een vergunning is vereist.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_109" wId="pv22_24__artrecital__content_109">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.2</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige
										ontgrondingsactiviteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel worden de activiteiten aangewezen die in
										afwijking van de vrijstellingen opgenomen in artikel 16.7
										van het Bal toch een omgevingsvergunning nodig hebben. De
										reden voor aanwijzing van deze activiteiten is dat wij van
										mening zijn dat de vrijstelling voor deze activiteiten te
										ruim zijn geformuleerd om voldoende bescherming te bieden
										aan de provinciale belangen op het gebied van aardkundige
										waarden en archeologie. Wij vinden het noodzakelijk dat het
										uitvoeren van deze activiteiten vooraf en individueel op
										deze onderdelen van ons provinciaal beleid worden
										getoetst.</Al>
		<Al>Periglaciale laagtes als pingoru&#239;nes, potenti&#235;le pingoru&#239;nes
										en uitblazingskommen zijn af te leiden van de
										geomorfologische kaart, het Actueel Hoogtebestand Nederland
										(AHN), en/of de interactieve kaart op de website
										pingoru&#239;nes.nl.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_110" wId="pv22_24__artrecital__content_110">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.3</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing vergunningvrije
										ontgrondingsactiviteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel bevat, in aanvulling op artikel 16.7 van het
										Besluit activiteiten leefomgeving, de provinciale
										vrijstellingen van het vereiste van vergunning. Deze
										ontgrondingsactiviteiten zijn vrijgesteld mits wordt voldaan
										aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn met name
										opgenomen om te voorkomen dat aardkundige of archeologische
										waarden worden aangetast en de hoogteligging van het perceel
										zonder voldoende belangenafweging wordt verlaagd. Dit
										betekent niet dat al deze werkzaamheden zonder meer kunnen
										worden uitgevoerd maar dat er voor dat deel van de
										werkzaamheden, dat als ontgronding kan worden aangemerkt,
										geen vergunning krachtens de Omgevingswet is vereist.</Al>
		<Al>In beginsel gelden de vrijstellingen niet voor de winning
										van bodemmateriaal. Hierop bestaan twee uitzonderingen. In
										de eerste plaats is enige winning gebruikelijk ten behoeve
										en ter plaatse van activiteiten, zoals de aanleg van een
										kade om een bassin, om een mestput of om een zanddepot. In
										de tweede plaats hebben de beheerders van het grootste deel
										van het Drentse grondgebied, te weten de land-, tuin- en
										bosbouwers en de natuurterreinbeherende instanties, een
										vrijstelling die ook de winning van bodemmateriaal ten
										behoeve van hun inrichtings- en beheerstaak niet
										uitsluit.</Al>
		<Al>In alle gevallen mogen en er geen archeologische
										verwachtingen, archeologische of aardkundige waarden of
										(mogelijke) pingoru&#239;nes worden aangetast.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_111" wId="pv22_24__artrecital__content_111">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.4</Nummer>
		<Opschrift>Meldingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De meldingsplicht, die in dit artikel is geregeld, is
										bedoeld om gedeputeerde staten de mogelijkheid te geven om
										te controleren of de werkzaamheden ook voldoen aan de
										opgenomen vrijstellingen en om inzicht te krijgen in het
										beschikbaar komen van oppervlaktedelfstoffen uit de
										vrijgestelde werkzaamheden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_112" wId="pv22_24__artrecital__content_112">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>9</Nummer>
		<Opschrift>Vaarverbod Drentsche Aa</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het stroomgebied van de Drentsche Aa heeft een bijzondere
										ecologische en cultuurhistorische waarde. De waterlopen
										vormen daarbij de ruggengraat of de kern van het waardevolle
										gebied. In het gebied, dat vanwege zijn grote waarde als
										natuurlijk systeem zo hoog wordt gewaardeerd, passen, mits
										goed gezoneerd, rustige vormen van recreatie zoals wandelen
										en fietsen.</Al>
		<Al>Met zonering wordt een geleiding van het recreatieve
										medegebruik beoogd. Dit met de bedoeling om de negatieve
										be&#239;nvloeding van de waarden van de meest voor verstoring
										gevoelige delen van het gebied tot een minimum te beperken.
										Dit betekent dat - een overigens rustige vorm van recreatie
										als kanovaren - in het gebied van de Drentsche Aa hoogst
										ongewenst is, omdat het water en de oever(vegetatie)s met de
										aangrenzende gronden juist tot de meest kwetsbare delen (als
										gezegd: de ruggengraat) behoren. De kwetsbaarheid bestaat
										vooral in verontrusting van de fauna, beschadiging van de
										bodem en flora en vervuiling van het water, met het oog op
										drinkwaterwinning uit de Drentsche Aa. Overigens zijn op
										andere plaatsen volwaardige alternatieven voor de kanosport
										aanwezig, bijvoorbeeld de Hunze, Paterswoldsemeer en
										Onlanden.</Al>
		<Al>Het verbod wordt gehandhaafd door opsporingsambtenaren die
										in dienst zijn bij Staatsbosbeheer. Hun
										opsporingsbevoegdheid voorziet al hierin. Vanzelfsprekend
										vindt handhaving ook plaats door andere instanties met een
										algemene opsporingsbevoegdheid, zoals de politie. Het
										vaarverbod is kenbaar gemaakt door borden. Deze zijn
										aangeschaft, geplaatst en worden onderhouden door
										Staatsbosbeheer.</Al>
		<Al>Voor onderhoudswerkzaamheden is een vergunning van het
										waterschap vereist. Voor onderzoeksactiviteiten is een
										vergunning van zowel gedeputeerde Staten als het waterschap
										Hunze en Aa's vereist.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_113" wId="pv22_24__artrecital__content_113">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.1</Nummer>
		<Opschrift>Vaarverbod</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Lid 1</Al>
		<Al>In beginsel zijn alle mogelijke vormen van varen en
										vaartuigen verboden. Daarbij gaat het niet alleen om het
										varen, maar ook al om de feitelijke aanwezigheid van een
										vaartuig in een waterloop.<br/>Lid 2</Al>
		<Al>De categorie van gevallen waarvoor een vergunning kan worden
										verleend is beperkt tot het doen van onderhoud en onderzoek
										ten behoeve van de instandhoudingstelling genoemd in het
										Natura-2000 beheerplan Drentsche Aa. Dit kan
										wetenschappelijk onderzoek zijn vanwege de bijzondere
										kwaliteiten van het gebied, maar ook het nemen van monsters
										ter bepaling van de waterkwaliteit (drinkwaterfunctie van de
										Drentsche Aa) of van de bodemkwaliteit in de
										waterloop.<br/>Het doen van onderzoek is niet onder artikel
										8.2 gebracht vanwege de handhaafbaarheid. Voor de
										opsporingsambtenaren zal in het algemeen snel duidelijk zijn
										of een bepaalde activiteit onder artikel 8.2 valt. Dit geldt
										in mindere mate voor hetgeen onder artikel 8.3 is gebracht.
										Tevens zal niet altijd duidelijk zijn wat onder onderzoek
										kan worden verstaan. Tot slot biedt een vergunning de
										mogelijkheid om er voorschriften aan te verbinden
										(bijvoorbeeld alleen gedurende bepaalde tijdsperioden of
										alleen op een bepaald gedeelte).<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_114" wId="pv22_24__artrecital__content_114">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.2</Nummer>
		<Opschrift>Uitzondering op het vaarverbod</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor onderhoudswerkzaamheden in het kader van het beheer van
										het gebied (waterloop en aangrenzend gebied), waaronder
										begrepen de werkzaamheden van het waterschap en het vangen
										van muskusratten, geldt een vrijstelling en is het verbod
										niet van toepassing. Hiervoor is geen vergunning
										vereist.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_115" wId="pv22_24__artrecital__content_115">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>10</Nummer>
		<Opschrift>Water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Hoofdstuk 10 is van toepassing op de gebieden van de
										waterschappen Hunze en Aa's, Noorderzijlvest, Vechtstromen
										en Drents Overijsselse Delta, voorzover gelegen binnen het
										grondgebied van de provincie Drenthe. Voor het gebied van
										deze waterschappen buiten Drenthe gelden de verordeningen
										van de provincies Overijssel en Groningen. In de
										voorbereiding is bij het opstellen gebruik gemaakt van een
										in IPO-verband ontwikkelde modelverordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_116" wId="pv22_24__artrecital__content_116">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.1</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 2.13 Omgevingswet moeten bij
										provinciale verordening voor daarbij aan te wijzen andere
										dan primaire waterkeringen die in beheer zijn bij een andere
										beheerder dan het Rijk, omgevingswaarden worden vastgesteld.
										In afdeling 10.1 wordt daarin voorzien. Vastgelegd is wat
										het gewenste beschermingsniveau is van de waterkeringen die
										op grond van hun functie van regionale betekenis worden
										geacht. Regionale waterkeringen zijn waterkeringen die
										bescherming bieden tegen overstromingen vanuit de regionale
										rivieren en kanalen of een functie hebben bij het beperken
										van de gevolgen van overstromingen vanuit het
										hoofdwatersysteem of behouden moeten blijven vanwege een
										mogelijke toekomstige functie.<br/>Voor de desbetreffende
										regionale waterkeringen is tevens voor elke waterkering een
										omgevingswaarde aangegeven. Het aanwijzen en vaststellen van
										de omgevingswaarde van een regionale kering gebeurt in
										samenspraak met het waterschap. De provincie stelt
										risicobeheersing centraal (meerlaagsveiligheid,
										overstromingsbestendige dijken). We gaan samen met onze
										partners de overstap naar overstromingskansen voor regionale
										keringen onderzoeken. Daarbij willen we het concept
										meerlaagsveiligheid verder uitwerken in een
										afwegingskader.<br/>Door het stellen van omgevingswaarden
										geeft de provincie nader invulling aan de reglementair
										opgedragen taak van de waterschappen, te weten de
										waterstaatkundige verzorging van zijn gebied. Het waterschap
										is reglementair gehouden het watersysteem zo in te richten
										en te beheren dat het voldoet aan de in deze verordening
										gestelde omgevingswaarden. In verband hiermee is ervan
										afgezien in deze titel een specifieke beheersopdracht op te
										nemen die inhoudt dat het waterschap er voor zorg draagt dat
										de regionale waterkeringen aan de gestelde omgevingswaarde
										voldoet. Hetzelfde geldt voor de omgevingswaarden bergings-
										en afvoercapaciteit (zie artikel 2.13 Omgevingswet).</Al>
		<Al>Voor regionale waterkeringen is de gemiddelde
										overschrijdingsfrequentie per jaar (kans van voorkomen van
										een bepaalde waterstand) de omgevingswaarde. Het wenselijke
										veiligheidsniveau is gerelateerd aan de economische schade
										die bij het falen van de waterkering kan optreden. De
										omgevingswaarde is bepaald op basis van de mogelijk
										optredende schade. Voor elk van de regionale waterkeringen
										is de omgevingswaarde ook in het bedoelde werkingsgebied
										opgenomen.</Al>
		<Al>Daarnaast zal voor regionale keringen de komende jaren samen
										met de beheerders de overstap wordt gemaakt naar
										overstromingskansen. Daarbij wordt aangesloten bij de
										gebiedsanalyse voor de Europese Richtlijn
										Overstromingsrisico's (ROR). Het wenselijke
										veiligheidsniveau is gerelateerd aan de economische schade
										die bij het falen van de waterkering kan optreden. Daarbij
										wordt het concept van meerlaagsveiligheid verder uitgewerkt
										in een afwegingskader. De uitgangspunten voor de berekening
										van de schade en de vertaling naar de omgevingswaarde worden
										afgeleid binnen een landelijk programma van IPO, Unie van
										Waterschappen en het Rijk.</Al>
		<Al>Op grond van artikel 2.13 Omgevingswet moeten bij
										provinciale verordening, met het oog op de bergings- en
										afvoercapaciteit van de regionale wateren, omgevingswaarden
										worden gesteld met betrekking tot de gemiddelde
										overstromingskans per jaar van daarbij aan te wijzen
										gebieden. In deze afdeling wordt daarin voorzien.</Al>
		<Al>Voor verschillende te onderscheiden gebieden worden normen
										gegeven waarbij de kans op wateroverlast door grote
										hoeveelheden neerslag is gerelateerd aan het landgebruik en
										de te verwachten schade. De normering bakent de zorgplicht
										en inspanningsverplichting af die de waterbeheerder heeft op
										het vlak van het voorkomen, dan wel beperken van
										ontoelaatbare wateroverlast door inundatie (overstroming)
										vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Deze
										normering geeft daarmee helderheid voor de burgers en de
										bedrijven over hun eigen risico en verantwoordelijkheid ten
										aanzien van roerende en onroerende zaken.</Al>
		<Al>In het Nationaal Bestuursakkoord Water (2008) zijn
										werknormen opgenomen welke voor de verschillende vormen van
										landgebruik de hoogst toelaatbaar geachte kans op
										overstroming ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau
										uitdrukken. De vormen van landgebruik die worden
										onderscheiden zijn: bebouwd gebied, glastuinbouw, akkerbouw,
										grasland en natuur en open water. Deze werknormen zijn
										uitgangspunt geweest bij het bepalen van het definitief voor
										een gebied toepasselijke beschermingsniveau, de vast te
										stellen omgevingswaarden.</Al>
		<Al>Voor specifieke gebieden kunnen door de waterbeheerder
										gemotiveerd andere omgevingswaarden worden aangehouden.
										Wanneer het een strengere norm betreft valt dit reeds binnen
										de bepaling (`niet vaker dan&#180;). Voor bepaalde gebieden is
										het wenselijk lichtere omgevingswaarden aan te houden.</Al>
		<Al>De waterbeheerder doet hiertoe een gemotiveerd voorstel aan
										Provinciale Staten. Indien deze het voorstel overnemen
										worden de afwijkende omgevingswaarden vastgesteld en
										opgenomen in de provinciale verordening en het
										waterbeheerplan van het waterschap. Om te bereiken dat de
										toetsing van de bergings- en afvoercapaciteit van de
										regionale wateren door de beheerders op uniforme wijze tot
										stand komt zijn Gedeputeerde Staten bevoegd nadere
										voorschriften te stellen. Om tijdig te kunnen waarnemen of
										watersystemen op orde blijven, is het noodzakelijk dat de
										toetsing van het watersysteem periodiek wordt herhaald. Dat
										wil zeggen, eens per 12 jaar een volledige toetsronde, met
										in het tussenliggende zesde jaar een herziening van de
										normering voor zover daar aanleiding voor is.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_117" wId="pv22_24__artrecital__content_117">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.5</Nummer>
		<Opschrift>Uitgangspunten omgevingswaarden
										wateroverlast</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor verschillende gebieden is de omgevingswaarde voor
										wateroverlast vastgesteld. Hierbij is de kans op
										wateroverlast afkomstig uit waterlopen en watergangen
										(zogenaamde leggerwaterlopen) als gevolg van grote
										hoeveelheden neerslag gerelateerd aan de economische waarde
										van het landgebruik en de te verwachten schade hierbij.
										Basis voor de normering is het grondgebruik.</Al>
		<Al>Voor grasland geldt een norm van 1:10, voor akkerbouw een
										norm van 1:25 en voor intensieve vormen van landbouw zoals
										glastuinbouw en boomteelt een norm van 1:50. Voor bestaand
										bebouwd gebied is een norm van 1:100 vastgesteld. Voor
										parken, plantsoenen en dergelijke, waarvoor een norm van
										1:100 als onnodig zwaar wordt gezien, geldt een norm van
										1:10 (zoals ook voor grasland). Voor natuurgebieden en open
										water geldt geen norm, omdat daarbinnen doorgaans geen
										sprake is van wateroverlast.<br/>Deze normen zijn
										adviesnormen. Lokaal kan daarvan worden afgeweken. In het
										algemeen is uitgegaan van het overwegende grondgebruik. Dat
										wordt in het algemeen per peilvlak vastgesteld. Het
										waterschap bepaalt waar welke norm gewenst is en adviseert
										de provincie hierover. De basis voor de normering is
										vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie.<br/>Binnen
										stedelijk gebied geldt voor het grootste deel een norm van
										1:100, echter met uitzondering van openbaar groen, daarvoor
										geldt een norm van 1:10.</Al>
		<Al>Met de gronden die op de nominatie staan om aangewezen te
										worden als NNN maar nog niet zijn verworven dient
										terughoudend te worden omgegaan. Investeringen in deze
										gebieden kunnen zeer snel als onrendabel worden
										aangemerkt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_118" wId="pv22_24__artrecital__content_118">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.2</Nummer>
		<Opschrift>Monitoring omgevingswaarden watersystemen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De beheerder van regionale waterkeringen bepaalt of de
										dijktrajecten nog aan de omgevingswaarden voldoen. Met
										behulp van modellen berekent hij de hydraulische belasting
										en de sterkte van een dijktraject (artikel 10.7). Zo kan de
										beheerder controleren of de dijktrajecten nog aan de eisen
										ten aanzien van overstromingskansen en faalkansen
										voldoen.</Al>
		<Al>De resultaten van de beoordeling van het watersysteem en de
										bevindingen bij de beoordeling worden door de beheerder
										vervat in een verslag, dat wordt toegezonden aan
										Gedeputeerde Staten. Het verslag heeft een ander karakter en
										wordt met een andere frequentie opgesteld dan de algemene
										voortgangsrapportage bedoeld in artikel 10.14. Om die reden
										maakt het verslag als bedoeld in artikel 10.8 en artikel
										10.10 geen onderdeel uit van de algemene
										voortgangsrapportage.</Al>
		<Al>De beheerder draagt zorg voor de periodieke beoordeling van
										het watersysteem, meer specifiek de beoordeling van de
										regionale waterkeringen, de regionale wateren en de
										ondersteunende kunstwerken. Daarbij wordt beoordeeld in
										hoeverre de waterstaatwerken voldoen aan de gestelde
										omgevingswaarden met betrekking tot de veiligheid van de
										regionale waterkeringen respectievelijk het tegengaan van
										wateroverlast.</Al>
		<Al>De beheerder rapporteert de uitkomsten van deze beoordeling
										periodiek aan Gedeputeerde Staten zodat Gedeputeerde Staten
										kunnen nagaan of aan de omgevingswaarden is voldaan.</Al>
		<Al>In samenhang met het voorgaande kan in de rapportage
										aandacht worden besteed aan de uit het Nationaal
										Bestuursakkoord Water voortvloeiende verplichting voor de
										beheerder om de regionale watersystemen te toetsen aan de
										vastgestelde gebiedsomgevingswaarden voor wateroverlast en
										de uitwerking van de gewenste grond- en
										oppervlaktewaterregimes (GGOR) als bedoeld in het Nationaal
										Bestuursakkoord Water.</Al>
		<Al>In verband met de vereiste veiligheid, het tegengaan van
										wateroverlast en discussies met betrekking tot
										schaderegelingen en kostenverdeling is het van belang dat de
										toetsing van watersystemen op uniforme wijze wordt
										uitgevoerd, zodat eenduidig kan worden bepaald wanneer het
										watersysteem kan worden gekwalificeerd als "op orde".</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_119" wId="pv22_24__artrecital__content_119">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.11</Nummer>
		<Opschrift>Regionale verdringingsreeks</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het gaat hierbij om onttrekkingen die afkomstig zijn uit het
										IJsselmeer. Dit kunnen rechtstreekse onttrekkingen uit het
										IJsselmeer zijn, maar ook onttrekkingen uit watersystemen
										die gevoed worden vanuit het IJsselmeer. Dit betreft voor
										Drenthe het overgrote deel van de provincie. Deze
										verdringingsreeks is afgestemd in Noord-Nederland. </Al>
		<Al><i>Eerste lid, onder a en b</i></Al>
		<Al>In voorkomende gevallen wordt eerst op doorspoeling gekort.
										Of het water dan nog voor procesdoeleinden of gietwater
										wordt gebruikt, wordt aan de gebruikers overgelaten. Pas
										wanneer dat nodig is, worden onttrekkingen voor
										procesdoeleinden of gietwater verboden. </Al>
		<Al><i>Eerste lid, onder c</i></Al>
		<Al>Het gaat hier om akker- en tuinbouwgewassen wanneer met
										relatief kleine hoeveelheden water relatief grote
										sociaal-economische gevolgen zoals faillissementen te
										voorkomen zijn. Kan structureel van toepassing zijn of er
										kan in voorkomende gevallen incidenteel gebruik van worden
										gemaakt. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder a<br/></i>Algen en botulisme in zowel stedelijke als landelijke
										wateren worden veelal als overlast ervaren. De bestrijding
										hiervan door middel van doorspoeling valt onder de
										subcategorie genoemd onder h van dit lid. Alleen als de
										volksgezondheid in het geding is, is sprake van categorie a. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder b en c</i></Al>
		<Al>Het gaat hierbij om beregening van alle akker- en
										tuinbouwgewassen, inclusief bloembollen, echter exclusief
										ma&#239;s. Ook sportvelden, 'greens' en dergelijke vallen in deze
										categorie. Voorafgaand wordt de doorspoeling tegen
										verzilting en verontreiniging gestopt. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder d</i></Al>
		<Al>Bij het opleggen van beperkingen komt eerst de
										peilhandhaving voor niet kwetsbare natuur te vervallen
										gevolgd door peilhandhaving van klei- en zandsloten. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder e</i></Al>
		<Al>Voor het beperken van de beregening van gras en ma&#239;s in een
										vroeg stadium, is gekozen vanwege de lage rentabiliteit van
										deze beregening. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder f</i></Al>
		<Al>Het gaat hierbij om een tijdelijke stopzetting van de
										lokstroom. Alleen voor soorten die in de desbetreffende
										periode trekken, heeft dat een tijdelijk effect op de
										visintrek. Van een onomkeerbaar effect is geen sprake. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder g</i></Al>
		<Al>De doorspoeling tegen algen en botulisme wordt teruggebracht
										tot nul wanneer alleen sprake is van overlast, maar
										gehandhaafd wanneer dat nodig is ter voorkoming van risico's
										voor de volksgezondheid en andere maatregelen, zoals het
										instellen van een zwemverbod, niet afdoende zijn (zie ook de
										categorie genoemd onder a). </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder h</i></Al>
		<Al>In tekortsituaties zal eerst het waterverbruik voor het
										schutten van de beroeps- en recreatievaart op buitenwater
										(voor zover daarbij waterverlies optreedt) tot een minimum
										worden teruggebracht. Dat minimum zal in de regel niet nul
										zijn; de economische belangen van zowel de beroeps- als de
										recreatievaart zijn zodanig dat van stilleggen geen sprake
										kan zijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_120" wId="pv22_24__artrecital__content_120">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.12</Nummer>
		<Opschrift>Afwijking watersysteem Twentekanalen/Overijsselse
										Vecht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Er zijn een paar gebieden die rechtstreeks water inlaten
										vanuit het systeem Twentekanalen/ Overijsselse Vecht. Verder
										wordt water bij de Stieltjeskanaalsluis doorgevoerd. Hier
										mengt het zich met water vanuit de aanvoerroute
										IJsselmeergebied. Op dat moment is de verdringingsreeks
										IJsselmeergebied van toepassing, omdat deze aanvoerroute het
										grootst is en zeer waarschijnlijk het langste doorgaat. </Al>
		<Al><i>Eerste lid, onder a, b en c<br/></i></Al>
		<Al>Zie toelichting bij artikel 10.12, eerste lid, onder a, b en
										c. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder a</i></Al>
		<Al>Algen en botulisme in zowel stedelijke als landelijke
										wateren worden veelal als overlast ervaren. De bestrijding
										hiervan door middel van doorspoeling valt onder de
										subcategorie genoemd onder f van dit lid. Alleen als de
										volksgezondheid in het geding is, is sprake van categorie a. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder b</i></Al>
		<Al>Op de Twentekanalen kan de functie scheepvaart een
										aanzienlijke hoeveelheid water vragen. Het kan dus voorkomen
										dat ook deze categorie gekort moet worden om aan de
										behoeften van andere zwaarwegender functies te kunnen
										voldoen. Het kan echter ook voorkomen dat door het schutten
										van schepen het schutverlies niet tot vermindering van de
										aanvoercapaciteit leidt. Een voorbeeld hiervan is het
										schutten bij Stieltjeskanaalsluis, waar de schutverliezen
										richting Vechtsysteem gaan. De sluis is de scheiding tussen
										de twee gebieden en eigenlijk behoort deze sluis tot het
										IJsselmeergebied. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder c</i></Al>
		<Al>Het gaat hierbij om beregening van alle akker- en
										tuinbouwgewassen, inclusief bloembollen, echter exclusief
										ma&#239;s. Ook sportvelden, greens en dergelijke vallen in deze
										categorie. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder d</i></Al>
		<Al>Voor het beperken van de beregening van gras en ma&#239;s in een
										vroeg stadium is gekozen vanwege de lage rentabiliteit van
										deze beregening. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder e</i></Al>
		<Al>Bij het opleggen van beperkingen komt eerst de
										peilhandhaving voor niet kwetsbare natuur te vervallen. </Al>
		<Al><i>Tweede lid, onder f</i></Al>
		<Al>Het gaat hierbij om het voldoen aan de KRW-doelen. Tijdelijk
										kan daar niet aan voldaan worden. Hierbij moet ook gedacht
										worden aan de tijdelijke stopzetting van de lokstroom bij
										vistrappen. Alleen voor soorten die in de desbetreffende
										periode trekken, heeft dat een tijdelijk effect op de
										visintrek. Van een onomkeerbaar effect is geen sprake.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_121" wId="pv22_24__artrecital__content_121">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.13</Nummer>
		<Opschrift>Inhoud waterbeheerprogramma</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het waterbeheerprogramma bevat (op de schaal van het
										waterschap) een uitwerking van de strategische doelen die de
										provincie in haar regionaal waterprogramma heeft
										geformuleerd. De uitwerking bevat ten minste inzicht in het
										te voeren beheer, waaronder concrete maatregelen, de
										bijbehorende planning en de kosten die nodig zijn om deze
										maatregelen te realiseren.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_122" wId="pv22_24__artrecital__content_122">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.14</Nummer>
		<Opschrift>Voortgangsrapportage uitvoering
										waterbeheerprogramma</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 2.33 van de Omgevingswet is bepaald dat bij
										provinciale verordening instructies kunnen worden gesteld
										over de door de besturen van waterschappen te vertrekken
										informatie. Voor het kunnen uitoefenen van toezicht is het
										van belang dat Gedeputeerde Staten over adequate en
										voldoende actuele informatie beschikken. Dit artikel regelt
										dat het dagelijks bestuur, ten minste een keer per jaar,
										Gedeputeerde Staten informeert over de voortgang van de
										uitvoering van het waterbeheerprogramma en de mate waarin de
										in het waterbeheerprogramma gestelde doelen worden bereikt.
										Deze voortgangsrapportage is de basis voor het periodiek
										bestuurlijk overleg in de beleidscyclus tussen de provincie
										en het waterschap. Uitgangspunt is dat de samenwerking
										tussen provincie en waterschap zich toespitst op de
										gezamenlijke beleidsvorming (met ieder een eigen rol
										hierin), de uitvoering en het toezicht op de uitvoering.
										Daarbij wordt uitgegaan van een afstemming van taken op
										basis van partnerschap en complementariteit. In het
										periodiek overleg kunnen alle onderwerpen op het gebied van
										het regionaal waterbeheer, het regionaal waterprogramma en
										het waterbeheerprogramma aan de orde worden gesteld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_123" wId="pv22_24__artrecital__content_123">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.5</Nummer>
		<Opschrift>Aanleg en beheer van waterstaatswerken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Algemeen </i></Al>
		<Al><i>Legger waterstaatswerken<br/></i></Al>
		<Al>Artikel 2.39 Omgevingswet bepaalt dat de beheerder zorgt
										voor de vaststelling van een legger die omschrijft waaraan
										waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en
										constructie moeten voldoen. De Omgevingswet vermeldt de
										basisgegevens die deel uitmaken van de legger. De ligging
										van de waterstaatswerken en daaraan grenzende
										beschermingszones worden aangegeven op overzichtskaarten. De
										beheerder zorg ervoor dat de gegevens in de legger actueel
										blijven. De legger voor de oppervlaktewaterlichamen,
										bergingsgebieden, primaire- en regionale waterkeringen of
										ondersteunende kunstwerken kunnen door de beheerder
										desgewenst bij een of meer afzonderlijke besluiten, in
										afzonderlijke documenten worden vastgesteld dan wel worden
										gecombineerd. De legger is van belang voor de toetsing van
										de waterstaatswerken aan de gestelde normen. Deze toetsing
										wordt mogelijk door de gegevens in de legger, waarin de
										vereiste toestand van de waterstaatswerken is aangegeven, te
										vergelijken met de feitelijke toestand van de
										waterstaatswerken. Daarnaast is de legger van belang voor de
										ruimtelijke reikwijdte van de verbods- en beheersbepalingen
										ingevolge de Omgevingswet of de waterschapsverordening (de
										werkingssfeer het vereiste van vergunningen of
										ontheffingen). Artikel 2.39 van de Omgevingswet bevat een
										vrijstellingsmogelijkheid voor het vermelden van ligging,
										vorm, afmeting en constructie van waterstaatswerken. Van
										deze mogelijkheid is in artikel 10.15 van deze verordening
										gebruikgemaakt, gelet op de aard en functie van de in dit
										lid aangewezen waterstaatswerken. Deze lenen zich niet voor
										het vastleggen van ligging, vorm, afmeting en constructie.
										Het vermelden van de ligging blijft wel verplicht omdat de
										legger de reikwijdte van de keur bepaald. </Al>
		<Al><i>Peilbesluiten<br/></i></Al>
		<Al>Op grond van artikel 2.41 van de Omgevingswetmoeten bij of
										krachtens provinciale verordening de
										oppervlaktewaterlichamen en/of grondwaterlichamen worden
										aangewezen waarvoor de beheerder peilbesluiten kan
										vaststellen. In de desbetreffende artikelen is daarin
										voorzien. In het peilbesluit worden op een voor de beheerder
										bindende wijze waterstanden opgenomen of bandbreedten
										waarbinnen de waterstanden onder reguliere omstandigheden
										kunnen vari&#235;ren. Voor de gebieden waar geen peilbesluiten
										zijn voorgeschreven, kan het waterschap streefpeilen
										hanteren. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_124" wId="pv22_24__artrecital__content_124">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.15</Nummer>
		<Opschrift>Legger waterstaatswerken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor de vast te leggen gegevens in de legger van de
										regionale waterkering (en ondersteunende kunstwerken) zijn
										maatgevend de gestelde veiligheidsnorm en de voorschriften,
										bedoeld in artikel 10.2 van deze verordening. Met behulp van
										situatietekeningen en, waar mogelijk, dwarsprofielen wordt
										in de legger aangegeven wat de vereiste en te handhaven
										afmetingen van (de primaire en regionale) waterkering en de
										daaraan grenzende beschermingszones zijn. Voor de vast te
										leggen gegevens in de legger van de oppervlaktewaterlichamen
										en bergingsgebieden (en ondersteunende kunstwerken) zijn
										maatgevend de gestelde normen en de voorschriften, bedoeld
										in paragraaf 10.1 van deze verordening, met het oog op de
										bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren
										moeten zijn ingericht (het voorkomen en tegengaan van
										wateroverlast). Met behulp van situatietekeningen (en waar
										mogelijk overige gegevens met betrekking tot de bergings- en
										afvoercapaciteit) wordt in de legger aangegeven wat de
										vereiste en te handhaven afmetingen van de te onderscheiden
										oppervlaktewaterlichamen of categorie&#235;n van
										oppervlaktewaterlichamen, de daaraan grenzende
										beschermingszones alsmede van de bergingsgebieden zijn.
										Omdat hieruit gevolgen kunnen voortvloeien voor
										belanghebbende eigenaren en gebruikers van onroerende zaken
										die nabij waterstaatswerken zijn gelegen ligt, ligt het in
										de rede dat bij de voorbereiding van de legger de procedure,
										bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb, wordt gevolgd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_125" wId="pv22_24__artrecital__content_125">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.16</Nummer>
		<Opschrift>Opstellen peilbesluiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De verplichting tot het vaststellen van een peilbesluit is
										in deze verordening alleen opgelegd voor
										grensoverschrijdende peilvakken waarvoor door een van de
										buurprovincies een verplichting tot het opstellen van een
										peilbesluit in de verordening is opgenomen. Hiermee wordt
										eenheid binnen het beheersgebied van het waterschap
										bereikt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_126" wId="pv22_24__artrecital__content_126">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.6</Nummer>
		<Opschrift>Handelingen in bodem/watersystemen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Algemeen</i></Al>
		<Al>In lijn met het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal
										wat moet' zijn in de Omgevingswet de eigen verordenende
										bevoegdheden van provincie en waterschap niet verder
										ingeperkt dan nodig. Alleen waar dat nodig is met het oog op
										internationale verplichtingen of bovenregionale belangen,
										zullen door het Rijk regels worden gesteld. Dit betekent
										dat, waar van rijkswege gestelde regels ontbreken,
										waterschappen en provincies bevoegd zijn om daarin zelf bij
										verordening te voorzien. De waterschappen zijn als
										watersysteembeheerder verantwoordelijk voor de regulering
										van de handelingen in het regionale watersysteem. Voor wat
										betreft onttrekkingen ten behoeve van de openbare
										drinkwatervoorziening, koude- en warmteopslagsystemen en
										onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar voor
										industri&#235;le toepassingen kan de provincie bij of krachtens
										verordening regels stellen. Het infiltreren van water voor
										deze toepassingen valt ook onder het bevoegd gezag van
										Gedeputeerde Staten. Onttrekkingen voor andere doeleinden
										kunnen worden gereguleerd door de waterschappen. De
										provincie heeft de mogelijkheid de regulering van de overige
										onttrekkingen te sturen via instructieregels bedoeld in
										artikel 2.33 van de Omgevingswet. In deze titel is daardoor
										een gedifferentieerd stelsel van regels vastgelegd. Deels
										hebben de regels betrekking op de specifieke categorie&#235;n van
										onttrekkingen en infiltraties die onder het bevoegd gezag
										van Gedeputeerde Staten vallen. Voor het overige deel zijn
										in deze titel instructiebepalingen opgenomen die mede
										sturend zijn voor de invulling van het verbodsstelsel bij de
										waterschappen en het grondwaterregister.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_127" wId="pv22_24__artrecital__content_127">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.17</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterregister</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De inrichting van het grondwaterregister is niet expliciet
										geregeld in de Omgevingswet. Dit houdt in dat de provincie
										bevoegd is daarin zelf bij of krachtens verordening te
										voorzien. Het grondwaterregister is gekoppeld aan de
										grondwaterheffing. Deze grondwaterheffing kan van toepassing
										zijn op onttrekkingen die onder het bevoegd gezag van
										provincie en waterschap vallen. Dit brengt met zich mee dat
										het grondwaterregister moet worden gevuld met gegevens die
										door de provincie en het waterschap afzonderlijk worden
										verkregen. Artikel 10.17 geeft hier invulling aan door te
										bepalen dat de gegevens die door provincie en waterschap
										worden verkregen in het register moeten worden opgenomen.
										Het beheer van het grondwaterregister is expliciet
										neergelegd bij Gedeputeerde Staten. Om het register actueel
										te houden moeten de waterschappen hun gegevens binnen drie
										maanden nadat zij deze hebben verkregen doorgeven aan
										Gedeputeerde Staten.</Al>
		<Al>In overleg tussen IPO en Unie van Waterschappen wordt
										gewerkt aan het opzetten van een landelijk register. Ook bij
										een landelijk register is het noodzakelijk de
										verantwoordelijkheid voor het grondwaterregister bij een
										daar toe aangewezen bestuursorgaan neer te leggen. De
										aangewezen bestuursorganen kunnen gezamenlijk besluiten een
										landelijk register in te richten en te vullen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_128" wId="pv22_24__artrecital__content_128">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.18</Nummer>
		<Opschrift>Registratieplicht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid</i></Al>
		<Al>In artikel 10.18 is de registratieplicht vastgelegd voor de
										categorie&#235;n van onttrekkingen die onder het bevoegd gezag
										vallen van Gedeputeerde Staten. De registratieplicht voor de
										overige categorie&#235;n is bij instructiebepaling geregeld. In
										het derde lid is de verplichting voor het algemeen bestuur
										van het waterschap opgenomen om bij verordening te regelen
										dat degene die water onttrekt uit een grondwaterlichaam en
										degene die water infiltreert in een grondwaterlichaam de
										gegevens bedoeld in het eerste lid verstrekt aan het
										dagelijks bestuur. Artikel 5.12 van de Omgevingswet geeft
										een regeling voor die gevallen waarin er sprake is van
										samenloop van bevoegdheden. In een dergelijk geval kan op
										een aanvraag om vergunning voor het onttrekken van water aan
										een grondwaterlichaam worden beslist door een bestuursorgaan
										dat niet primair het bevoegd gezag heeft. Artikel 10.18
										blijft in dergelijke gevallen van toepassing. Dit houdt in
										dat ook in die gevallen waarin een ander bestuursorgaan op
										de vergunningaanvraag beslist, gevolg moet worden gegeven
										aan de registratieplicht die in artikel 10.18 is opgenomen
										respectievelijk die in een waterschapsverordening is
										opgenomen. </Al>
		<Al><i>Tweede lid<br/></i></Al>
		<Al>In het tweede lid is bepaald dat Gedeputeerde Staten nadere
										regels kunnen vaststellen over de wijze van meting en
										registratie. De nadere regels kunnen in ieder geval
										betrekking hebben op de wijze en de plaats van meting, de
										toegestane afwijking het meetresultaat (de vereiste
										nauwkeurigheid) en het meten van de kwaliteit van het te
										infiltreren water. Deze nadere regels gelden niet direct
										voor de onttrekkingen en infiltraties die onder het bevoegd
										gezag van het waterschap vallen. In het derde lid is daarom
										opgenomen dat de nadere regels in overleg met het dagelijks
										bestuur van het waterschap worden vastgesteld. Daarbij ligt
										het in de rede dat het waterschap in voorkomende gevallen de
										regels voor het meten en registreren eveneens vaststelt. </Al>
		<Al><i>Derde lid</i></Al>
		<Al>Deze instructiebepaling hangt samen met het
										grondwaterregister (artikel 10.17) en wordt aan het
										waterschap opgelegd vanwege het grote provinciale belang bij
										registratie. Een betrouwbaar grondwaterregister is
										essentieel, zowel voor beleidsinhoudelijke beslissingen door
										provincie en waterschap (zoals belangenafweging bij
										vergunningverlening) als voor de provinciale
										grondwaterheffing. Een betrouwbaar grondwaterregister heeft
										vooral waarde indien zowel de grondwateronttrekkingen
										waarvoor Gedeputeerde Staten bevoegd zijn als de
										grondwateronttrekkingen waarvoor het dagelijks bestuur
										bevoegd is onder de registratieplicht vallen. Op die manier
										ontstaat een dekkend beeld van de belangrijkste
										grondwateronttrekkingen. Het betreft hier de voortzetting
										van het provinciale meldingenbeleid.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_129" wId="pv22_24__artrecital__content_129">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.19</Nummer>
		<Opschrift>Ambtshalve inschrijving in het
										grondwaterregister</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De ambtshalve inschrijving in het openbaar register met
										terugwerkende kracht tot de datum, waarop de onttrekking is
										aangevangen, is noodzakelijk in verband met de
										grondwaterheffing.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_130" wId="pv22_24__artrecital__content_130">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.20</Nummer>
		<Opschrift>Onttrekking van grondwater en infiltratie van
										water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gedeputeerde staten zijn het bevoegd gezag voor een drietal
										categorie&#235;n van onttrekkingen van grondwater c.q.
										infiltraties van water. Het betreft hier industri&#235;le
										onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar, openbare
										drinkwatervoorziening of bodemenergiesystemen. Bij het
										verlenen van de vergunning zal deze worden getoetst aan een
										aantal criteria. De criteria genoemd in het eerste lid zijn
										bedoeld als richtlijnen: bij het aanvragen van de vergunning
										zal door de aanvrager inzicht hierover moeten worden gegeven
										en er zullen voorschriften worden opgenomen met betrekking
										tot deze criteria. De criteria genoemd in het tweede lid
										geven een hard afwegingskader. Indien niet kan worden
										voldaan aan deze criteria zal de vergunning niet worden
										verleend. Hierdoor is het voor de aanvrager vooraf duidelijk
										onder welke omstandigheden een vergunning verleend kan
										worden. Het betreft hier voortzetting van het
										vergunningverleningsbeleid zoals dat al voor de vaststelling
										van deze wijzigingsverordening werd uitgevoerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_131" wId="pv22_24__artrecital__content_131">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.21</Nummer>
		<Opschrift>Open bodemenergiesystemen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In het eerste lid van dit artikel zijn de criteria opgenomen
										waar een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een open
										bodemenergiesysteem aan wordt getoetst. Bij de aanvraag zal
										moeten worden aangetoond door middel van onderzoek dat wordt
										voldaan aan deze criteria. In de omgevingsvergunning kunnen
										met betrekking tot deze criteria nadere voorschriften worden
										opgenomen.</Al>
		<Al>In het tweede lid is een harde voorwaarde opgenomen voor een
										specifieke vorm van een open bodemenergiesysteem: een
										temperatuur opslag-systeem voor middelhoge of hoge
										temperatuur. Voor deze systemen is onttrekking of
										infiltratie op een diepte die is gelegen boven de zone
										"Formatie van Breda" verboden. Hiermee moet worden voorkomen
										dat de in deze zone liggende watervoerende lagen worden
										opgewarmd waardoor de kwaliteit en bruikbaarheid voor andere
										functies afneemt. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_132" wId="pv22_24__artrecital__content_132">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.23</Nummer>
		<Opschrift>Temperatuur opslagsysteem voor lage
										temperatuur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij deze vorm van bodemenergie is het bij voorbaat niet de
										bedoeling om te streven naar een energiebalans. Het gaat
										veel meer om een overschot aan warmte dat tijdelijk in de
										bodem moet worden opgeslagen. Daarnaast is de temperatuur
										van het in de bodem gebrachte water ook vaak hoger dan de in
										het Besluit activiteiten leefomgeving opgenomen maximum van
										25 graden Celsius. Uiteindelijk is het wel de bedoeling (een
										gedeelte van) deze warmte weer te gaan gebruiken. Het
										toepassen van dergelijke systemen achten wij verantwoord in
										de eerste 25 meter gerekend vanaf maaiveld. Dit is een zone
										die al zeer intensief wordt gebruikt voor verschillende
										doeleinden waarbij een geringe opwarming geen onacceptabele
										gevolgen zal hebben.Vandaar dat in dit artikel via een
										maatwerkregel de artikelen 4.1152 (maximale temperatuur) en
										4.1154 (verplichte energiebalans) niet van toepassing zijn
										verklaard mits deze systemen niet dieper worden aangelegd
										dan 25 meter beneden maaiveld. In de zone gelegen tussen 25
										meter beneden maaiveld en de Formatie van Breda is opwarming
										wel ongewenst en daarom is deze uitzondering dan ook in deze
										zone niet van toepassing.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_133" wId="pv22_24__artrecital__content_133">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.24</Nummer>
		<Opschrift>Intrekking vergunning</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel is de mogelijkheid opgenomen om de
										omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken als
										het belang van de winning van grondwater voor de
										drinkwatervoorziening mogelijk in gevaar komt. Hoewel vooraf
										alle mogelijke gevolgen zo veel als mogelijk via onderzoek
										en berekening worden ingeschat, blijft er altijd een
										onzekere factor over. Het belang van een goede
										drinkwatervoorziening is zodanig groot dat in voorkomende
										gevallen het belang van het bodemenergiesysteem hiervoor
										moet wijken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_134" wId="pv22_24__artrecital__content_134">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.7</Nummer>
		<Opschrift>Financi&#235;le bepalingen grondwater</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 15.1 van de Omgevingswet is bepaald dat degene
										die bij een vergunninghouder een vordering kan indienen tot
										vergoeding van schade die is veroorzaakt door een
										onttrekking van grondwater of infiltratie krachtens een
										watervergunning, eerst Gedeputeerde Staten kan verzoeken een
										onderzoek in te stellen. Deze voorziening houdt verband met
										de gedoogplicht. Deze houdt in dat rechthebbenden ten
										aanzien van onroerende zaken waarin het grondwater invloed
										ondergaat door een onttrekking of infiltratie krachtens een
										watervergunning, verplicht zijn die onttrekking of
										infiltratie te gedogen. Het faciliteren van de burger die
										overweegt een schadeclaim in te dienen bij de
										vergunninghouder werd door de wetgever wenselijk geacht
										vanwege het complexe karakter van schadevragen die
										samenhangen met grondwateronttrekkingen, de voor het
										beoordelen daarvan benodigde specifieke kennis en de hoge
										kosten van het inhuren van dergelijke kennis voor de burger.
										De wetgever achtte het tevens wenselijk dat de vraag of er
										schade is en zo ja wat de omvang van die schade is door een
										onpartijdige partij werd vastgesteld. In verband daarmee was
										in de Grondwaterwet de bepaling opgenomen (artikel 37,
										tweede lid) dat Gedeputeerde Staten een verzoek tot het
										instellen van een onderzoek in handen stellen van een
										commissie van deskundigen die daarover advies uitbrengt aan
										de verzoeker. Ter uitvoering daarvan hebben Gedeputeerde
										Staten van de provincies in 1996 gezamenlijk &#233;&#233;n commissie
										ingesteld, de Commissie van Deskundigen Grondwaterwet. In de
										Omgevingswet ontbreekt de verplichting tot het instellen van
										een commissie van deskundigen. Het is aan de provincies
										overgelaten om te bepalen op welke wijze zij verzoeken als
										bedoeld in artikel 10.15 van de Omgevingswet behandelen. In
										IPO-verband is uitgesproken dat het wenselijk is vast te
										houden aan &#233;&#233;n landelijke, onafhankelijk opererende
										commissie vanwege het beperkte aantal verzoeken op
										jaarbasis, de complexiteit van de schadevragen, de
										wenselijkheid van bundeling van expertise voor het
										beoordelen van die schadevragen en voorts vanwege de
										voordelen van een landelijk toegepaste uniforme werkwijze
										bij de behandeling van verzoeken. In verband hiermee zijn in
										dit hoofdstuk de bepalingen uit de Grondwaterwet omtrent de
										verplichting tot het instellen van een commissie van
										deskundigen en de werkwijze van die commissie overgenomen.
										Wel is de procedure qua termijnen en terminologie op enkele
										punten in overeenstemming gebracht met de Awb. Hierbij wordt
										nog opgemerkt dat artikel 15.1 van de Omgevingswet ook van
										toepassing kan zijn op verzoeken die betrekking hebben op
										grondwateronttrekkingen die zijn vergund door een
										waterschapsbestuur. Dat betekent dat de bepalingen van dit
										hoofdstuk ook op die verzoeken van toepassing zijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_135" wId="pv22_24__artrecital__content_135">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>11</Nummer>
		<Opschrift>Provinciale Infrastructuur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De provincie Drenthe is verantwoordelijk voor haar eigen
										droge en natte infrastructuur. Daarbij gaat het om aanleg,
										verbetering en instandhouding van wegen, waterwegen en de
										daarbij behorende werken, voorzieningen en begroeiingen.
										Naast de technische en financi&#235;le aspecten spelen ook de
										bestuurlijk-juridische voorwaarden een belangrijke rol om de
										materi&#235;le en immateri&#235;le gebruikswaarden van de provinciale
										infrastructuur te beschermen.</Al>
		<Al><i>Algemene zorgplicht</i></Al>
		<Al>Om onduidelijkheid te voorkomen of een handeling of het
										nalaten van een handelen in een beperkingengebied
										provinciale infrastructuur al of niet geboden of verboden
										is, worden algemene zorgplichtbepalingen gehanteerd.
										Daardoor kunnen alle activiteiten, met betrekking tot de
										provinciale infrastructuur, in principe onder de
										omschrijving worden gebracht en worden getoetst aan de
										doelstellingen en oogmerken van de verordening.</Al>
		<Al><i>Wetgeving</i></Al>
		<Al>De Omgevingswet beoogt een vereenvoudiging van het stelsel
										van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de
										leefomgeving. Deze verordening is een aanvulling op de
										Omgevingswet ten aanzien van beheers- en verkeersaspecten.
										De aanvullingen worden als noodzakelijk beschouwd om de
										provinciale belangen optimaal te kunnen beschermen. Daarbij
										is onder andere gedacht aan landschappelijke, ecologische,
										cultuurhistorische, archeologische, recreatieve en
										toeristische waarden. Op de verordening zijn de regels van
										de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Deze wet
										beoogt een zo goed mogelijke bescherming van de belangen van
										burgers te geven door regels te stellen aan de overheid om
										een zo zorgvuldig mogelijk handelen te waarborgen.</Al>
		<Al>Op het gebied van bereikbaarheid, verkeersveiligheid en
										onderhoud van wegen en vaarwegen is diverse wet- en
										regelgeving van toepassing, zoals de Wegenwet, de
										Wegenverkeerswet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
										(Wabo), de Scheepvaartverkeerswet, het
										Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en bijbehorende algemene
										maatregelen van bestuur (AMvB's). Met uitzondering van de
										Wabo zijn deze wetten niet opgegaan in de Omgevingswet en
										gelden onverkort.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_136" wId="pv22_24__artrecital__content_136">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.1</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik / Activiteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In deze Afdeling zijn (algemene) beheerbepalingen opgenomen
										ten behoeve van ingrepen in de fysieke leefomgeving ten
										aanzien van wegen en vaarwegen.</Al>
		<Al><i>Eerste lid </i></Al>
		<Al>Deze bepaling regelt het toepassingsbereik van dit
										hoofdstuk. Het gaat over beperkingengebiedactiviteiten met
										betrekking tot provinciale infrastructuur in beheer bij de
										provincie Drenthe. Een nadere toelichting is opgenomen onder
											<IntRef ref="chp_11__subchp_11.2">Afdeling 11.2</IntRef>
										voor wegen en <IntRef ref="chp_11__subchp_11.3">Afdeling
											11.3</IntRef> voor vaarwegen.</Al>
		<Al><i>Tweede lid</i></Al>
		<Al>Uitgezonderd worden de activiteiten die door of namens de
										wegbeheerder worden uitgevoerd. Activiteiten van de
										(vaar)wegbeheerder zijn immers gericht op het behouden,
										beschermen of verbeteren van de staat en werking van de weg
										en zullen daardoor in het algemeen geen of beperkte nadelige
										gevolgen hebben. Bij activiteiten van de (vaar)wegbeheerder
										kan onder andere worden gedacht aan onderhoud en herstel van
										de (vaar)weg of aanleg en wijziging van de (vaar)weg en/of
										(vaar)wegmeubilair. Het tweede lid is overeenkomstig het
										bepaalde in artikel 6.6 lid 4 en artikel 8.15 lid 3 en
										artikel 8.19 lid 2 van het Bal.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_137" wId="pv22_24__artrecital__content_137">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.2</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid</i></Al>
		<Al>De regels zijn opgesteld om de provinciale infrastructuur
										tegen fysieke inbreuken te beschermen en een veilig en
										doelmatig gebruik van de provinciale infrastructuur te
										waarborgen. Hiertoe hoort ook het belang van onderhoud. Het
										eerste lid is overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.2 van
										het Bal (voor rijkswegen).</Al>
		<Al><i>Tweede lid</i></Al>
		<Al>In deze bepaling is een ruimere reikwijdte van de bepalingen
										opgenomen. Naast mobiliteitsbelangen kan er, op grond van
										dit lid, ook rekening worden gehouden met belangen als
										landschap, natuur en cultuurhistorie. Als voorbeeld: in
										verband met archeologische waarden of cultuurhistorisch
										belangrijke bomen, kunnen kabels en leidingen niet overal in
										de bermen liggen en vanwege landschappelijke waarden en
										natuurwaarden, worden kabels en leidingen verlegd om
										bijvoorbeeld een faunapassage te realiseren. Infrastructuur
										wordt ook aangelegd vanuit de belangen van recreatie en
										toerisme, denk aan fietspaden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_138" wId="pv22_24__artrecital__content_138">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.3</Nummer>
		<Opschrift>Zorgplichtbepaling</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid</i></Al>
		<Al>De specifieke zorgplicht is van toepassing op activiteiten
										die vergunningplichtig zijn als ook op activiteiten die
										onder algemene regels vallen. Dit artikel is niet alleen van
										toepassing op activiteiten die binnen het beperkingengebied
										vallen (beperkingengebiedactiviteiten in de provinciale
										infrastructuur), maar ook op activiteiten die buiten het
										beperkingengebied vallen en een nadelige invloed (kunnen)
										hebben op of nadelige gevolgen (kunnen) hebben voor de
										provinciale infrastructuur.</Al>
		<Al>De zorgplicht geldt als algemeen kader voor alle
										activiteiten binnen (of buiten) het beperkingengebied en
										dient als vangnet voor de handhaving. De algemene regels,
										vergunningvoorschriften en maatwerkvoorschriften zijn een
										verdere uitwerking van de zorgplicht. Bij evidente
										overtreding van een zorgplichtbepaling kan direct worden
										gehandhaafd. In de andere gevallen dient eerst een
										maatwerkvoorschrift te worden opgesteld. De grondslag voor
										het stellen van maatwerkvoorschriften is in artikel 11.5 lid
										1 opgenomen. Het eerste lid is overeenkomstig het bepaalde
										in artikel 6.6 lid 1 en 3 en artikel 8.6 lid 1 van het Bal
										(voor rijkswegen).</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder a, b en c</i></Al>
		<Al>In het tweede lid is de specifieke zorgplicht concreter
										gemaakt voor een aantal activiteiten die onwenselijk zijn in
										het beperkingengebied. Door deze activiteiten specifiek te
										benoemen is handhaving sneller mogelijk en is het eerst
										stellen van een maatwerkvoorschrift minder vaak nodig.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder d</i></Al>
		<Al>De strekking van de specifieke zorgplicht is het tweede lid
										onder andere aangevuld met de plicht om maatregelen te
										treffen om ongewone voorvallen te voorkomen en de gevolgen
										daarvan te beperken. Ongewone voorvallen bij activiteiten in
										het beperkingengebied met betrekking tot een provinciale
										(vaar)weg kunnen gevaarlijk zijn voor de staat en werking
										van die (vaar)weg, zodat van iedereen de nodige maatregelen
										mogen worden verwacht om ongewone voorvallen te voorkomen en
										de gevolgen ervan te beperken. Het tweede lid is
										overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.6 lid 2 van het Bal
										(voor rijkswegen).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_139" wId="pv22_24__artrecital__content_139">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.4</Nummer>
		<Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
										activiteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In deze bepaling zijn indieningsvereisten opgenomen voor het
										aanvragen van een omgevingsvergunning met betrekking tot
										beperkingengebiedactiviteiten in de provinciale
										infrastructuur. Dit artikel is overeenkomstig het bepaalde
										in artikel 6.9 en artikel 8.9 van het Bal (voor
										rijkswegen).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_140" wId="pv22_24__artrecital__content_140">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.5</Nummer>
		<Opschrift>Intrekken omgevingsvergunning</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid</i></Al>
		<Al>In dit artikel is de grondslag voor het stellen van
										maatwerkvoorschriften door Gedeputeerde Staten opgenomen.
										Gedeputeerde Staten kunnen in concrete gevallen afwijken
										van, dan wel aanvullend op de (algemene) zorgplichtbepaling
										van Artikel 11.3, maatwerkvoorschriften stellen. Een
										maatwerkvoorschrift wordt uitsluitend gesteld als het niet
										mogelijk is om over dat onderwerp een voorschrift aan een
										omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit te
										verbinden. Voorschriften ter invulling van de specifieke
										zorgplicht bij vergunningplichtige
										beperkingengebiedactiviteiten worden altijd in de vergunning
										opgenomen en niet in een zelfstandig
										maatwerkvoorschrift.</Al>
		<Al><i>Tweede lid</i></Al>
		<Al>In dit lid is aangegeven in welke situaties Gedeputeerde
										Staten een verleende omgevingsvergunning kunnen
										intrekken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_141" wId="pv22_24__artrecital__content_141">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.6</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel regelt het toepassingsbereik van <IntRef ref="chp_11__subchp_11.2">Afdeling 11.2</IntRef>. Het
										gaat over beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot
										wegen in beheer bij de provincie Drenthe. </Al>
		<Al>Tot beperkingengebiedactiviteiten behoren bijvoorbeeld het
										op, naast, onder, in of over de weg aanbrengen van objecten,
										zoals bijvoorbeeld viaducten, tunnels, (fiets)bruggen,
										gebouwen, faunapassages, uitwegen, kabels en leidingen,
										dammen, wallen en kleinere objecten, zoals bermmonumenten,
										bebording, beplanting en andere voorzieningen. Het gaat
										daarbij niet alleen om het maken of aanbrengen van die
										objecten, maar ook het, aanpassen, verwijderen of beheren
										daarvan. Andere werkzaamheden in het beperkingengebied
										kunnen bijvoorbeeld inhouden het beheer van langs de weg
										liggende sloten, bomen, struiken en ander groen. Dit
										toepassingsbereik en de benodigde omgevingsvergunningen voor
										beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot wegen in
										beheer bij de provincie Drenthe geldt onverkort, ongeacht
										van andere overheidslichamen eventueel benodigde
										vergunningen, ontheffingen en/of toestemmingen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_142" wId="pv22_24__artrecital__content_142">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.7</Nummer>
		<Opschrift>Verboden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid</i></Al>
		<Al>Het verbod in het eerste lid is ruim omschreven, met als
										doel te voorkomen dat voor elk denkbare ongewenste situatie
										of handeling een afzonderlijke beschrijving moet worden
										opgenomen.</Al>
		<Al>Doel van deze bepaling is onder meer de bescherming van de
										verkeersveiligheid op de weg en de staat en werking van de
										weg. Voor een veilig en doelmatig gebruik van en het vrije
										zicht op wegen zijn richtlijnen opgesteld, waarin onder
										andere de zichtlengten (rijzicht, oprijzicht en inhaalzicht)
										worden bepaald, die het verkeer nodig heeft. Deze
										richtlijnen zijn in het algemeen bepalend voor het
										vaststellen van het vrije zicht. Met name is van toepassing
										het Handboek Wegontwerp van het CROW. Vrije zichtlengten en
										uitzichthoeken zijn noodzakelijk om voldoende zicht te
										hebben op het gedrag en de snelheid van het overige verkeer,
										niet alleen bij het oprijden en inhalen, maar in alle
										situaties.</Al>
		<Al>Daarnaast heeft deze bepaling tot doel om een veilig gebruik
										en effici&#235;nte wijze van beheer en onderhoud van de
										provinciale wegen te verzekeren, fysieke wijzigingen
										mogelijk te maken binnen het bestaande profiel en het
										gebruik niet te beperken.</Al>
		<Al>Het hebben, leggen, wijzigen of verwijderen van werken in
										het beperkingengebied van de provinciale weg is in beginsel
										vergunningplichtig, omdat deze activiteiten de staat en
										werking van de provinciale weg kunnen aantasten en/of schade
										kunnen toebrengen aan de fysieke leefomgeving. Het reguleren
										van deze activiteiten is in beginsel maatwerk en daarom is
										een vergunning vereist.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder a </i></Al>
		<Al>Omdat het maken, aanbrengen, beheren, wijzigen of
										verwijderen van zowel met de grond verankerde als niet met
										de grond verankerde werken, belemmerend kan werken voor de
										doelen beschreven in de toelichting onder het eerste lid,
										zijn deze in beginsel vergunningplichtig. Te denken valt aan
										werkzaamheden ten aanzien van onder andere het graven,
										spitten of op andere wijze bewerken van de provinciale
										infrastructuur, het afdammen, dempen of de afvoercapaciteit
										wijzigen van bermsloten. Het aanbrengen van duikers,
										beplanting, kramen, tenten, hutten, bloembakken,
										verhardingen, palen, hekwerken, afrasteringen, en
										dergelijke.</Al>
		<Al>Te denken valt voorts aan leggen, verleggen, verwijderen van
										kabels en leidingen inclusief daaraan gerelateerde
										activiteiten (proefsleuven, lasgaten). Alle activiteiten
										binnen het beperkingengebied ten aanzien van kabels en
										leidingen zijn vergunningplichtig, met uitzondering van de
										kabels waarvoor een gedoogplicht geldt als bedoeld in de
										Telecommunicatiewet. Dit betreffen kabels die ten dienste
										staan van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een
										omroepnetwerk in en op openbare gronden. Omdat de
										Telecommunicatiewet niet opgaat in de Omgevingswet, geldt
										hiervoor de procedure als voorgeschreven in die wet.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder b</i></Al>
		<Al>Uitwegen op provinciale wegen zijn, vanwege de uitwisseling
										van verkeer, potenti&#235;le conflictpunten. Uitwegen zijn door
										de grote snelheidsverschillen al snel verkeersonveilig en
										zorgen ervoor dat de doorstroming op de weg onder druk komt
										te staan. Het veranderen en intensiveren van het gebruik van
										de uitweg is vergunningplichtig, omdat dit een
										verslechtering kan betekenen van de verkeersveiligheid en
										doorstroming. Uitwegen zijn nader gereguleerd in een door
										Gedeputeerde Staten vastgestelde beleidsregel.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder c</i></Al>
		<Al>Het plaatsen en/of aanbrengen van onder andere borden,
										spandoeken, vlaggen, banners, licht- en geluidgevende
										voorzieningen kunnen een (ver)storende werking hebben op de
										verkeersveiligheid (ze kunnen de weggebruiker afleiden) of
										schade toebrengen aan de fysieke leefomgeving en dienen om
										die reden zoveel mogelijk te worden beperkt. Ook kan dit het
										effectief beheer en onderhoud van de provinciale
										infrastructuur belemmeren. Bebording is nader gereguleerd in
										door Gedeputeerde Staten vastgestelde beleidsregels.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder d</i></Al>
		<Al>Het deponeren van voorwerpen of stoffen van welke aard dan
										ook kan een verstorende werking hebben op de
										verkeersveiligheid of schade toebrengen aan de fysieke
										leefomgeving, zowel bovengronds als ondergronds. Ook kan dit
										het effectief beheer en onderhoud van de provinciale
										infrastructuur belemmeren. Naast de voorwerpen en stoffen
										genoemd in het artikel wordt onder meer, maar niet
										uitsluitend, begrepen bestrijdingsmiddelen, olieproducten,
										voertuigen, materieel, goederen of, al dan niet los gestort,
										materiaal. </Al>
		<Al><i>Tweede lid onder e</i></Al>
		<Al>Het innemen van een standplaats voor het aanbieden van
										diensten en/of goederen, in welke vorm dan ook, kan
										verkeersonveilige situaties opleveren. Ook de doorstroming
										op de weg kan worden belemmerd door het innemen van een
										standplaats. Standplaatsen zijn nader gereguleerd in een
										door Gedeputeerde Staten vastgestelde beleidsregel.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder f</i></Al>
		<Al>Hier geldt hetzelfde als bij de toelichting onder tweede lid
										onder e. Verkooppunten voor het leveren van energie aan
										voertuigen of andere goederen binnen het beperkingengebied
										zijn om die reden ook vergunningplichtig.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder g</i></Al>
		<Al>Het komt voor dat nabestaanden van een verkeersslachtoffer
										een gedenkteken willen plaatsen langs de provinciale weg
										waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Gedeputeerde Staten
										willen in beginsel dergelijke verzoeken honoreren, maar
										daarvoor geldt wel een vergunningsplicht. Het plaatsen van
										een gedenkteken kan een belemmerende werking hebben op de
										verkeersveiligheid (ze kunnen de weggerbuiker afleiden).
										Gedenktekens zijn nader gereguleerd in een door Gedeputeerde
										Staten vastgestelde beleidsregel. </Al>
		<Al><i>Evenementen</i><br/>Onder evenementen op de provinciale weg worden zowel
										route- als plaatsgebonden evenementen verstaan. Voorbeelden
										van plaatsgebonden evenementen zijn een braderie, markt,
										kermis en bloemencorso. Voorbeelden van route gebonden
										evenementen zijn toertochten, optochten en wedstrijden
										zonder voertuigen (bijvoorbeeld hardloopwedstrijden). Indien
										er maatregelen nodig zijn om de doorstroming van het verkeer
										en de verkeersveiligheid op de provinciale weg te borgen,
										dan wordt dit (in principe) gereguleerd door andere
										wetgeving zoals de Wegenverkeerswet 1994 en het besluit
										administratieve bepalingen inzake het wegverkeer. Het
										reguleren van wedstrijden met voertuigen zoals
										wielerwedstrijden vindt plaats door toepassing van de
										artikelen 10 en 148 van de Wegenverkeerswet 1994.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_143" wId="pv22_24__artrecital__content_143">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>11.3</Nummer>
		<Opschrift>Vaarwegen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Algemeen</i></Al>
		<Al><IntRef ref="chp_11__subchp_11.3">Afdeling 11.3</IntRef> is
										van toepassing op de gebieden van de waterschappen Hunze en
										Aa's, Noorderzijlvest, Drents Overijsselse Delta en
										Vechtstromen, voor zover gelegen binnen het grondgebied van
										de provincie Drenthe. Voor het gebied van deze waterschappen
										buiten Drenthe, gelden de omgevingsverordeningen van de
										provincies Overijssel en Groningen.<br/>Artikel 2.18 lid 2
										van de Omgevingswet voorziet in de toedeling van het beheer
										van regionale wateren aan waterschappen of bij
										omgevingsverordening aan andere openbare lichamen zoals
										provincies en gemeenten.</Al>
		<Al>De artikelen in deze Afdeling hebben betrekking op het
										vaarwegbeheer. Bij vaarwegbeheer gaat het om instandhouding
										van de natte infrastructuur, waarover scheepvaartverkeer
										moet kunnen plaatsvinden, alsmede om aanleg en verbetering
										van objecten die deel uitmaken van die infrastructuur. In de
										praktijk wordt dit wel omschreven als 'het in stand houden
										van de bak'. Voor het beheer en onderhoud van de natte
										infrastructuur is echter geen specifiek wettelijk kader
										beschikbaar.</Al>
		<Al>Het nautisch beheer is gericht op het bevorderen van een
										veilige, vlotte en doelmatige afwikkeling van het
										scheepvaartverkeer, onder andere door regulering en
										handhaving. Het nautisch beheer is hoofdzakelijk geregeld in
										de zogenaamde hogere regelgeving: de Scheepvaartverkeerswet
										en de daaruit voortvloeiende regelingen, zoals onder meer
										het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Besluit
										administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS). Het
										nautisch beheer wordt gereguleerd in een separate
										verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_144" wId="pv22_24__artrecital__content_144">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.8</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel regelt het toepassingsbereik (beperkingengebied)
										van <IntRef ref="chp_11__subchp_11.3">Afdeling
										11.3</IntRef>. Het gaat over beperkingengebiedactiviteiten
										met betrekking tot vaarwegen in beheer bij de provincie
										Drenthe. Tot beperkingengebiedactiviteiten behoren
										bijvoorbeeld het op, naast, onder, in of over de vaarweg
										aanbrengen van objecten, zoals (fiets)bruggen, gebouwen,
										faunapassages, kabels en leidingen, oeverconstructies,
										inlaten, aanleg- en afmeervoorzieningen (waaronder
										vissteigers) en kleinere objecten, zoals gedenktekens,
										bebording, beplanting en andere voorzieningen. Het gaat
										daarbij niet alleen om het aanbrengen van die objecten, maar
										ook het aanpassen, verwijderen of beheren daarvan. Dit
										toepassingsbereik en de benodigde omgevingsvergunningen voor
										beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot vaarwegen
										in beheer bij de provincie Drenthe geldt onverkort, ongeacht
										van andere overheidslichamen eventueel benodigde
										vergunningen, ontheffingen en/of toestemmingen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_145" wId="pv22_24__artrecital__content_145">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.9</Nummer>
		<Opschrift>Toedeling beheer vaarwegen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste en tweede lid</i></Al>
		<Al>Het eerste en tweede lid van dit artikel voorzien in de
										aanwijzing van beheerders voor vaarwegen. Op lijsten is
										aangegeven welke gemeente, welke provincie of welk
										waterschap is belast met het vaarwegbeheer van regionale
										wateren. Door middel van deze lijsten wordt de bestaande
										beheersituatie vastgelegd. Daarmee zijn deze lijsten voor de
										bestuurspraktijk bepalend voor de vraag welk bestuursorgaan
										een zorgplicht dan wel bevoegdheden heeft voor het
										vaarwegbeheer van bedoelde wateren. Lijst A bevat alleen de
										vaarwegen die bij de provincie in beheer zijn. Op Lijst B
										(de 'toezichtlijst') zijn alle wateren opgenomen die van
										lokale betekenis zijn voor de scheepvaart en waarop de
										provincie het toezicht heeft.</Al>
		<Al><i>Derde lid</i></Al>
		<Al>De vaarwegbeheerder draagt zorg voor het beheer van
										vaarwegen. De werkzaamheden in het beperkingengebied kunnen
										bijvoorbeeld inhouden het beheer van de vaarweg, met
										inachtneming van de minimaal benodigde vaarwegdiepten, en
										het beheer van langs vaarwegen onder andere aanwezige
										sloten, bomen, struiken en ander groen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_146" wId="pv22_24__artrecital__content_146">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>11.10</Nummer>
		<Opschrift>Verboden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid</i></Al>
		<Al>Het in het eerste lid opgenomen verbod is absoluut van aard
										ter bescherming van het beperkingengebied vaarwegen tegen
										inbreuken in de fysieke leefomgeving waardoor schade kan
										ontstaan. Het deponeren van voorwerpen of stoffen, van welke
										aard dan ook, kan een verstorende werking hebben op de
										veiligheid van of op de vaarweg en/of schade toebrengen aan
										de fysieke leefomgeving, zowel bovengronds als ondergronds.
										Ook kan dit het effectief beheer en onderhoud van de
										provinciale infrastructuur belemmeren.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder a</i></Al>
		<Al>Omdat het aanbrengen, houden, veranderen of het verwijderen
										van enig werk rondom het beperkingengebied provinciale
										vaarwegen, belemmerend kan werken voor de doelen beschreven
										in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1">Afdeling 11.1</IntRef>,
										is in beginsel het aanbrengen van ieder werk,
										vergunningplichtig.</Al>
		<Al>Te denken valt aan activiteiten zoals het maken van
										taludtrappen, het aanbrengen van duikers, inlaten en/of
										oeverconstructies, het maken van vaste of drijvende boven
										water aangebrachte constructies, bedoeld om vaartuigen aan
										af te meren en aan te leggen en/of te gebruiken als
										(vis)steiger, voorzieningen voor sportvissen en kleine
										watersport, het aanbrengen van beplanting en
										dergelijke.</Al>
		<Al>Daarnaast valt voorts te denken aan bijvoorbeeld kabels en
										leidingen inclusief daaraan gerelateerde activiteiten
										(proefsleuven, lasgaten). Alle activiteiten binnen het
										beperkingengebied ten aanzien van kabels en leidingen zijn
										vergunningplichtig, met uitzondering van de kabels waarvoor
										een gedoogplicht geldt als bedoeld in de
										Telecommunicatiewet. Dit betreffen kabels die ten dienste
										staan van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een
										omroepnetwerk in en op openbare gronden. Omdat de
										Telecommunicatiewet niet opgaat in de Omgevingswet, geldt
										hiervoor de procedure als voorgeschreven in die wet.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder b</i></Al>
		<Al>Elke verandering aan de vaarweg kan gevolgen hebben voor de
										doelen beschreven in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1">Afdeling 11.1</IntRef>. Tot veranderingen behoren onder
										meer het verbreden, versmallen, verdiepen of verondiepen van
										de vaarweg.</Al>
		<Al><i>Tweede lid onder c</i></Al>
		<Al>Het plaatsen en/of aanbrengen van onder andere borden,
										spandoeken, vlaggen, banners, licht- en geluidgevende
										voorzieningen kunnen een verstorende werking hebben op de
										veiligheid van of op de vaarweg of schade toebrengen aan de
										fysieke leefomgeving en dienen om die reden zoveel mogelijk
										te worden beperkt. Ook kan dit het effectief beheer en
										onderhoud van de provinciale infrastructuur belemmeren.
										Bebording is nader gereguleerd in door Gedeputeerde Staten
										vastgestelde beleidsregels. </Al>
		<Al><i>Tweede lid onder d</i></Al>
		<Al>Het komt voor dat nabestaanden van een verkeersslachtoffer
										een gedenkteken willen plaatsen langs de provinciale vaarweg
										waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Gedeputeerde Staten
										willen in beginsel dergelijke verzoeken honoreren, maar
										daarvoor geldt wel een vergunningsplicht. Het plaatsen van
										een gedenkteken kan een belemmerende werking hebben op de
										verkeersveiligheid (ze kunnen de weggerbuiker afleiden).
										Gedenktekens zijn nader gereguleerd in een door Gedeputeerde
										Staten vastgestelde beleidsregel.</Al>
		<Al><i>Evenementen</i>&#x202f;<br/>Voor het houden van
										sportevenementen, festiviteiten, of andere evenementen op,
										over of boven een vaarweg, waarbij een of meer schepen,
										drijvende voorwerpen en/of personen - die zich niet bevinden
										op een schip te water - zijn betrokken, is toestemming
										vereist van de vaarwegbeheerder. Door het houden van
										evenementen of festiviteiten kan er hinder of gevaar voor
										het scheepvaartverkeer ontstaan of de veiligheid of het
										vlotte verloop van de scheepvaart kan in gevaar worden
										gebracht.&#x202f;Het reguleren van evenementen of festiviteiten
										vindt plaats door toepassing van artikel 1.23 van het
										Binnenvaartpolitiereglement.&#x202f;Voor het houden van een
										evenement op het water geldt een vergunningplicht op basis
										van de Verordening nautisch beheer vaarwegen provincie
										Drenthe. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_147" wId="pv22_24__artrecital__content_147">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>12.1</Nummer>
		<Opschrift>Gelegenheid bieden tot zwemmen of baden in een
										waterbassin</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Onder de voormalige Regeling kennisgeving badinrichtingen
										(Rkb) behorend bij de Wet hygi&#235;ne en veiligheid
										badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) was geregeld
										dat, degene die voornemens is een badinrichting op te
										richten of te wijzigen ten minste drie maanden v&#243;&#243;r het
										aangaan van de eerste (bouw)verplichting hier kennisgeving
										van doet aan gedeputeerde staten. Het Besluit activiteiten
										leefomgeving heeft voor de meldingsplicht een
										standaardtermijn van vier weken v&#243;&#243;r het begin van de
										activiteit. De termijn van vier weken wordt met dit artikel
										aangepast naar een termijn van drie maanden. Dit is van
										belang omdat gedeputeerde staten vroegtijdig betrokken dient
										te worden bij de (ver)bouw van een badinrichting, zodat het
										beschermingsniveau voor gebruiker en houder van de
										badinrichting behouden blijft. Op basis van artikel 15.6,
										tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is
										het mogelijk om met een maatwerkregel af te wijken van onder
										andere afdeling 15.2, waar de meldingsplicht onder valt.<br/><br/>In de praktijk blijkt dat bij zwembaden die, zonder de
										provincie vooraf te betrekken, gebouwd zijn, regelmatig
										gebreken geconstateerd worden bij het eerste toezichtbezoek.
										Dit zijn vaak situaties met een negatieve invloed op de
										veiligheid en hygi&#235;ne. De melding 3 maanden voor u
										gelegenheid biedt tot zwemmen of baden helpt te voorkomen
										dat bezoekers in een onveilige situatie terecht
										komen.<br/>De reikwijdte van het Besluit activiteiten
										leefomgeving is zo breed, dat zelfs zeer kleine bassins met
										beperkte risico's onder toezicht van de provincie vallen. Om
										te voorkomen dat hierdoor de toezichtlast bij de ondernemers
										onevenredig groot wordt, worden deze minimumafmetingen
										opgenomen. De zorgplicht blijft wel van toepassing op deze
										bassins. Ook zijn er regels opgenomen om het risico op
										legionella te beperken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_148" wId="pv22_24__artrecital__content_148">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>12.2</Nummer>
		<Opschrift>Zwemlocaties in oppervlaktewater</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het Besluit kwaliteit leefomgeving draagt gedeputeerde
										staten op om zorg te dragen voor veiligheid en hygi&#235;ne op
										zwemlocaties. Omdat het dagelijks beheer bij de houder van
										de locatie ligt, draagt de provincie een deel van deze
										verantwoordelijkheden over aan de houder. De houder dient
										zorg te dragen voor een veilig ingerichte en hygi&#235;nische
										zwemlocatie. De houder spant zich ook in voor een goede
										waterkwaliteit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_149" wId="pv22_24__artrecital__content_149">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.1</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel zorgplicht provinciaal
										monument</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid</i><br/>Alleen onroerende zaken die voldoen aan de
										definitiebepaling van provinciaal monument komen in
										aanmerking voor plaatsing op de provinciale
										monumentenlijst.<br/>De aanwijzing tot provinciaal monument
										en het plaatsen op de provinciale monumentenlijst zijn 2
										gebeurtenissen met verschillend rechtsgevolg. De aanwijzing
										heeft rechtsgevolg, het daarna registreren op de provinciale
										monumentenlijst is nu slechts een administratieve handeling.
										Het besluit tot aanwijzing is een discretionaire bevoegdheid
										van het college van gedeputeerde staten. Na afweging van
										alle betrokken belangen kan tot aanwijzing worden besloten.
										De afweging van de belangen van de rechthebbende ten
										opzichte van de te beschermen monumentale waarden moet
										uitdrukkelijk gemotiveerd in het besluit naar voren komen
										(de redengevende omschrijving).<br/>De bepaling dat over een
										kerkelijk monument pas wordt besloten nadat overleg met de
										eigenaar is gevoerd, is ontleend aan de Erfgoedwet. Dit doet
										recht aan de bijzondere positie van het kerkelijk monument
										als plaats voor het gezamenlijk belijden van godsdienst of
										levensovertuiging.</Al>
		<Al><i>Tweede lid</i><br/>Gedeputeerde staten kunnen op eigen initiatief de
										redengevende omschrijving van een provinciaal monument
										wijzingen, mits deze wijzigingen tot doel hebben de
										redengevende omschrijving in overeenstemming te brengen en
										houden met de feitelijke situatie ter plaatse.</Al>
		<Al><i>Derde lid</i><br/>Een daartoe aangewezen onroerende zaak die
										geregistreerd staat als rijksmonument of gemeentelijk
										monument kan niet aangewezen worden als provinciaal
										monument. Een monument is dus ofwel, een rijks- of
										gemeentelijk monument ofwel een provinciaal monument.</Al>
		<Al><i>Vierde lid</i><br/>Het besluit tot intrekken van de aanwijzing van een
										provinciaal monument is een discretionaire bevoegdheid van
										Gedeputeerde staten en dient evenals bij een besluit tot
										aanwijzing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.</Al>
		<Al><i>Vijfde lid</i><br/>Als blijkt dat een provinciaal monument in het
										erfgoedregister wordt opgenomen als rijks- of gemeentelijk
										monument, trekken gedeputeerde staten het besluit tot
										aanwijzing van het provinciaal monument in.</Al>
		<Al><i>Zesde lid</i><br/>De in artikel 3:13 Awb bedoelde mededeling inzake een
										voornemen tot plaatsing op de provinciale monumentenlijst
										wordt in elk geval toegezonden aan de eigenaar, degene die
										anderszins als zakelijk gerechtigde in de kadastrale legger
										bekend staat, de ingeschreven hypothecaire schuldeiser, de
										gebruiker, het betrokken gemeentebestuur en eventuele andere
										belanghebbenden. De mededeling inzake een voornemen tot
										plaatsing op de provinciale monumentenlijst wordt in elk
										geval toegezonden aan de eigenaar, degene die anderszins als
										zakelijk gerechtigde in de kadastrale legger bekend staat,
										de ingeschreven hypothecaire schuldeiser, de gebruiker, het
										betrokken gemeentebestuur en eventuele andere
										belanghebbenden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_150" wId="pv22_24__artrecital__content_150">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel vergunningplicht provinciale
										monumenten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid<br/></i></Al>
		<Al>Voor de voorbereiding van de eerste aanwijzing van
										provinciale monumenten hadden gedeputeerde staten de
										Provinciale Monumentencommissie ingesteld. Deze commissie
										heeft een grote en zeer nuttige rol vervuld in de
										totstandkoming van de provinciale monumentenlijst. Het was
										niet nodig om die commissie te handhaven. Advisering over
										het in incidentele gevallen aanwijzen of afvoeren van
										provinciale monumenten kan ook op een andere manier worden
										geregeld, namelijk door het op ad hoc basis aanwijzen van
										deskundigen. </Al>
		<Al><i>Tweede lid<br/></i></Al>
		<Al>Er zijn uitzonderingsgevallen denkbaar waarin geen advies
										aan deskundigen wordt gevraagd omtrent de plaatsing,
										bijvoorbeeld indien onmiddellijke bescherming van een pand
										noodzakelijk is of indien aanstonds duidelijk is dat een
										plaatsing niet mogelijk is omdat het een rijksmonument betreft.<br/><br/></Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_151" wId="pv22_24__artrecital__content_151">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.3</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel aanwijzing vergunningvrije
										gevallen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid<br/></i></Al>
		<Al>Van hun besluit tot aanwijzing van een provinciaal monument
										stellen gedeputeerde staten de gemeentelijke
										adviescommissie, de belanghebbenden, het betrokken
										gemeentebestuur en de minister van Onderwijs, Cultuur en
										Wetenschap op de hoogte.</Al>
		<Al><i>Tweede lid</i></Al>
		<Al>Het vorige lid is niet van toepassing bij schrapping van een
										provinciaal monument doordat het gesloopt is of op andere
										wijze is tenietgegaan. Ook hoeft aan de in het eerste lid
										genoemde partijen geen mededeling te worden gedaan, als
										blijkt dat een provinciaal monument in het erfgoedregister
										wordt opgenomen als rijks- of gemeentelijk monument.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_152" wId="pv22_24__artrecital__content_152">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.4</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel aanvraagvereisten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Tweede lid</i><br/>Zoals afdeling 2 van titel 1 van boek 3 van het
										Burgerlijk Wetboek voorschrijft moeten registergoederen
										worden ingeschreven in de openbare registers (kadaster).
										Provinciale monumenten zijn registergoederen en dienen
										daarom ook op die wijze in het kadaster te worden
										ingeschreven.</Al>
		<Al><i>Derde lid<br/></i>De in dit lid genoemde gegevens dienen op grond van de
										Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen binnen vier
										dagen na het besluit tot aanwijzing door gedeputeerde staten
										te worden doorgegeven aan het Kadaster.</Al>
		<Al><i>Vierde lid<br/></i>Gedeputeerde staten kunnen de aanwijzing van een
										provinciaal monument wijzigen. Hiervoor geldt dezelfde
										voorbereidingsprocedure (advies van deskundigen) als voor de
										aanwijzing (art. 13.1.1, lid 6), tenzij de wijziging van
										ondergeschikte betekenis is. Wijzigingen van de aanwijzing
										worden doorgevoerd op de provinciale monumentenlijst en zo
										nodig doorgegeven aan het Kadaster.</Al>
		<Al><i>Vijfde lid<br/></i>Gedeputeerde staten kunnen de aanwijzing van provinciale
										monumenten intrekken. Ook hiervoor geldt dat het advies van
										deskundigen nodig is, tenzij het gaat om gevallen van
										ondergeschikte aard. Provinciale monumenten op de
										provinciale monumentenlijst waarvan de aanwijzing is
										ingetrokken (omdat ze zijn gesloopt of anderszins volledig
										tenietgegaan), worden door gedeputeerde staten van de
										provinciale monumentenlijst verwijderd en de inschrijving
										van de publiekrechtelijke beperking in de registers van het
										Kadaster wordt doorgehaald. Het kan zinvol zijn om voor een
										gebouw waarvoor een procedure voor intrekking van de
										aanwijzing loopt, een (uitvoerige) documentatie te laten
										opstellen, bijvoorbeeld in de vorm van bouwhistorisch of
										archeologisch onderzoek. Enerzijds kan deze voor een goede
										afweging van het besluit dienen, anderzijds wordt het gebouw
										voorafgaand aan de sloop voor de provinciale geschiedenis
										gedocumenteerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_153" wId="pv22_24__artrecital__content_153">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.5</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel beoordeling</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De aanwijzing van provinciale monumenten op grond van
										eerdere verordeningen blijven van kracht en gelden als
										aanwijzingen op grond van artikel 13.1. van deze
										verordening. Hierdoor blijft het beschermingsregime van de
										provinciale monumenten gewaarborgd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_154" wId="pv22_24__artrecital__content_154">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>13.7</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel aanwijzing adviseurs</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><i>Eerste lid<br/></i>Het omgevingsplan moet bepalen dat als er een
										omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor het wijzigen van
										een provinciaal monument, de gemeente advies moet vragen aan
										gedeputeerde staten.</Al>
		<Al><i>Tweede lid<br/></i>Het omgevingsplan bepaalt dat als een
										omgevingsvergunning wordt aangevraagd als bedoeld in artikel
										13.2 en het college van burgemeester en wethouders het
										bevoegd gezag is, de gemeente advies moet vragen aan de
										gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9
										van de Omgevingswet (de monumentencommissie).</Al>
		<Al><i>Derde lid</i></Al>
		<Al>Het omgevingsplan bepaalt dat in het geval dat er een
										aanvraag om een omgevingsvergunning wordt gedaan als bedoeld
										in artikel 13.2, waarvoor het college van burgemeester en
										wethouders geen bevoegd gezag is, maar wel adviseur, dat dan
										de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9
										van de Omgevingswet ook adviseur is. Het advies van de
										commissie richt zich dan tot het college van burgemeester en
										wethouder in plaats van tot het bevoegd gezag.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_155" wId="pv22_24__artrecital__content_155">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>14.1</Nummer>
		<Opschrift>Toezicht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In het eerste lid is aangegeven welke personen zijn belast
										met het toezicht op de naleving van hetgeen in hoofdstuk 9
										en 10 is opgenomen.In het tweede lid is aangegeven welke
										personen zijn belast met de opsporing van strafbare
										feiten.De in dit lid genoemde ambtenaren en personen zijn de
										op grond van het Wetboek van Strafrecht be&#235;digde ambtenaren
										en de door gedeputeerde staten aangewezen personen. Deze
										personen behoeven niet in dienst te zijn van de provincie.
										Wel zullen de door gedeputeerde staten aangewezen personen
										moeten voldoen aan de voor de uitoefening van hun taak
										vereiste kwaliteit en opleiding.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_156" wId="pv22_24__artrecital__content_156">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>14.2</Nummer>
		<Opschrift>Reikwijdte</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De reikwijdte van de verordening heeft een inhoudelijke
										afbakening en een afbakening naar bevoegd gezag. Ten eerste
										moet het gaan om werkzaamheden die te maken hebben met de
										uitvoeringstaak of de handhavingstaak zoals die zijn
										opgenomen of bedoeld in artikel 18.18, eerste lid, van de
										Omgevingswet. Ten tweede moet het gaan om werkzaamheden die
										worden uitgevoerd door of in opdracht van Gedeputeerde
										Staten. De verordening is dus van toepassing als het gaat om
										werkzaamheden door Gedeputeerde Staten zelf of in opdracht
										van het college door een omgevingsdienst of een andere
										partij (maar in opdracht van het college). Uitvoering van
										werkzaamheden als bedoeld in artikel 18.18, eerste lid, van
										de Omgevingswet door andere bevoegde gezagen, zoals
										gemeentebesturen die hun verordeningen op basis van
										hetzelfde model vaststellen, het waterschapsbestuur of de
										Minister van Infrastructuur en Milieu of de Minister van
										Economische Zaken, valt buiten het bereik van deze
										verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_157" wId="pv22_24__artrecital__content_157">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>14.3</Nummer>
		<Opschrift>Betrokkenheid van de provinciale staten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel is van belang in verband met de rolverdeling
										tussen Gedeputeerde Staten en provinciale staten. Ingevolge
										de systematiek van het Omgevingsbesluit, is de jaarlijkse
										beoordeling van en rapportage over kwaliteit een taak voor
										het bevoegd gezag. Dat wil zeggen: Gedeputeerde Staten.
										Bezien vanuit de Provinciewet, is kaderstelling juist de
										taak van provinciale staten. De kaderstellende rol krijgt
										allereerst gestalte door de vaststelling van deze
										verordening als geheel. Daarnaast is het echter, gelet op de
										samenhang met het Omgevingsbesluit, van belang uitdrukking
										te geven aan het feit dat provinciale staten vooral vanuit
										de hoofdlijnen betrokken zijn bij het beleid en zullen
										toezien op de continu&#239;teit van de kwaliteit over meerdere
										jaren. Het horizontale toezicht door provinciale staten op
										het uitvoerings- en handhavingsbeleid door Gedeputeerde
										Staten zal daarom plaatsvinden in het licht van het
										strategische beleid dat op hoofdlijnen wordt gevoerd voor de
										fysieke leefomgeving, zoals omgevingsvisies,
										milieubeleidsplannen en structuurvisies.Artikel 3 richt zich
										tot provinciale staten. Indirect is het eveneens van belang
										voor Gedeputeerde Staten en de omgevingsdiensten die in hun
										opdracht werken, omdat de rol van provinciale staten zich
										juist bij de meerjarenprogrammering en hoofdlijnen laat
										gelden. Voor het waarmaken van deze rol beschikken
										provinciale staten reeds over de mogelijkheden die de
										organieke wetgeving hen biedt en de kaders die zijn op
										strategisch niveau voor de fysieke leefomgeving in plannen
										en visies hebben vastgelegd. Om deze rol waar te kunnen
										maken is het vanzelfsprekend van belang dat gedeputeerde
										staten provinciale staten daartoe door tijdige
										informatieverstrekking in staat stelt. Dat daarvoor eveneens
										informatie van de omgevingsdienst van belang kan zijn,
										spreekt voor zich en is op grond van de Wet
										gemeenschappelijke regelingen en de opdrachten aan de
										omgevingsdiensten voldoende gewaarborgd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_158" wId="pv22_24__artrecital__content_158">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>14.4</Nummer>
		<Opschrift>Kwaliteitsdoelen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit verplicht het bevoegd
										gezag (lees: Gedeputeerde Staten) om beleid te formuleren
										voor de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. De
										grondslag voor deze verplichting is te vinden in artikel
										18.19 van de Omgevingswet. Er is sprake van een uitvoerings-
										en handhavingsbeleid, waarover onderlinge afstemming plaats
										dient te vinden tussen de bevoegde gezagen op het niveau van
										de omgevingsdienst. Welk beleid moet worden geformuleerd
										laat het Omgevingsbesluit inhoudelijk open. Dit artikel
										strekt ertoe een inhoudelijke ambitie te geven aan de
										procesverplichting om kwaliteitsbeleid te vormen. Ten eerste
										door voor te schrijven dat Gedeputeerde Staten de kwaliteit
										van de uitvoering en handhaving bekijken in het licht van
										het geformuleerde beleid, waarbij de doelen van dat beleid
										betrekking moeten hebben op een aantal voorgeschreven
										inhoudelijke thema's. Het gaat er daarbij telkens om die
										doelen te zien, niet vanuit elke mogelijke factor die
										daaraan kan bijdragen, maar vanuit het perspectief van de
										prestaties en kwaliteit van de uitvoering van de eigen
										organisaties. Het gaat dan in ieder geval om
										dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van producten en
										diensten en om financi&#235;n. Andere mogelijke onderwerpen zijn
										veiligheid en duurzaamheid.Er is voor gekozen in deze
										verordening geen voorschriften te geven over de te gebruiken
										indicatoren. Dat is in de eerste plaats een taak voor de
										bevoegde gezagen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_159" wId="pv22_24__artrecital__content_159">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>14.5</Nummer>
		<Opschrift>Kwaliteitsborging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel geeft een verankering aan de huidige
										kwaliteitscriteria en de opvolgers daarvan (zie ook de
										toelichting bij artikel 1, waarin een begripsbepaling voor
										kwaliteitscriteria is opgenomen). Het strekt ertoe te
										regelen dat van die kwaliteitscriteria voor de uitvoering
										van VTH-taken in de praktijk gebruik gemaakt wordt. Het gaat
										immers om criteria waaraan zorgvuldig en met grote
										deskundigheid is gewerkt door de betrokken bevoegde gezagen.
										Van belang is dat deze criteria relevante input leveren voor
										de kwaliteit. Dat geeft vanzelfsprekend geen garantie dat de
										doelen die door het college zijn gesteld op grond van
										artikel 3 ook zonder meer in alle gevallen worden gehaald.
										Het bereiken van deze doelen zal immers niet alleen
										afhankelijk zijn van de goede verrichtingen van de
										uitvoerende organisaties. Van de naleving van de
										kwaliteitscriteria zal daarom jaarlijks mededeling gedaan
										moeten worden aan provinciale staten. Het gaat hier om een
										belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden
										meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op
										grond van het Besluit omgevingsrecht op te stellen
										documenten.Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de
										criteria (nog) niet in alle relevante taken worden
										toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen zal
										overlaten. In dit geval zal echter wel gemotiveerd moeten
										worden waarom de criteria niet toegepast zijn of konden
										worden en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd.
										De kwaliteitscriteria zijn derhalve een cruciaal richtsnoer
										waarvoor geldt: pas toe of leg uit, "comply or explain". In
										Drenthe is het mogelijk om de Drentse explainmodules toe te
										passen (zie toelichting bij artikel 1 en de Handreiking met
										explainmodules). In de provincie Drenthe is ervoor gekozen
										deze explainmodules in gezamenlijkheid op te pakken om te
										voorkomen dat iedereen op eigen wijze invulling geeft aan de
										kwalitietscriteria.</Al>
		<Al>Deze explainmodules zijn een handreiking hoe een bepaald
										minimumniveau voor de kwaliteit van vergunningverlening,
										toezicht en handhaving in Drenthe kan worden bereikt. Dit
										minimum kwaliteitsniveau is verankerd in artikel 5. Dit om
										in de provincie Drenthe een gelijk kwaliteitsniveau voor de
										uitvoering van de basistaken te realiseren (conform de
										kwaliteitscriteria ) en voor de overige taken uit te leggen
										hoe aan dit kwaliteitsniveau wordt voldaan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </ArtikelgewijzeToelichting>
	</Toelichting>
      </tekst:RegelingCompact>
    </lvbbu:RegelingVersie>
    <lvbbu:AnnotatieBijToestand>
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR705506</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR705506/nld@2024-01-01</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_006</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:eindverantwoordelijke>/tooi/id/provincie/pv22</data:eindverantwoordelijke>
	<data:maker>/tooi/id/provincie/pv22</data:maker>
	<data:officieleTitel>Omgevingsverordening provincie Drenthe</data:officieleTitel>
	<data:onderwerpen>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_9af4b880</data:onderwerp>
	</data:onderwerpen>
	<data:rechtsgebieden>
	  <data:rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</data:rechtsgebied>
	</data:rechtsgebieden>
	<data:soortRegeling>/join/id/stop/regelingtype_004</data:soortRegeling>
	<data:soortBestuursorgaan>/tooi/def/thes/kern/c_411b4e4a</data:soortBestuursorgaan>
      </data:RegelingMetadata>
    </lvbbu:AnnotatieBijToestand>
  </lvbbu:Consolidatie>
</lvbbu:Consolidaties>
