<lvbbu:Consolidaties schemaversie="1.2.0" xmlns:map="http://marklogic.com/xdmp/map" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:lvbbu="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <lvbbu:Consolidatie>
    <consolidatie:ConsolidatieIdentificatie xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2023/CVDR704250</consolidatie:FRBRWork>
      <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_006</consolidatie:soortWork>
      <consolidatie:isConsolidatieVan>
	<consolidatie:WorkIdentificatie>
	  <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/pv26/2022/omgevingsverordening</consolidatie:FRBRWork>
	  <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_019</consolidatie:soortWork>
	</consolidatie:WorkIdentificatie>
      </consolidatie:isConsolidatieVan>
    </consolidatie:ConsolidatieIdentificatie>
    <consolidatie:Toestanden xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:bekendOp>2023-11-23</consolidatie:bekendOp>
      <consolidatie:ontvangenOp>2023-11-23</consolidatie:ontvangenOp>
      <consolidatie:BekendeToestand>
	<consolidatie:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2023/CVDR704250/nld@2023-11-23</consolidatie:FRBRExpression>
	<consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/pv26/2023/3_1059_nieuweregeling</consolidatie:doel>
	</consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	<consolidatie:geldigheid>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2023-11-23</consolidatie:vanaf>
		<consolidatie:tot>2024-01-01</consolidatie:tot>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2023-11-23</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2024-01-01</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2023-11-23</consolidatie:vanaf>
		<consolidatie:tot>2024-01-01</consolidatie:tot>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	</consolidatie:geldigheid>
	<consolidatie:instrumentVersie>/akn/nl/act/pv26/2022/omgevingsverordening/nld@1059</consolidatie:instrumentVersie>
      </consolidatie:BekendeToestand>
    </consolidatie:Toestanden>
    <lvbbu:RegelingVersie schemaversie="1.2.0">
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/pv26/2022/omgevingsverordening</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/pv26/2022/omgevingsverordening/nld@1059</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_019</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingVersieMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:versienummer>v1</data:versienummer>
      </data:RegelingVersieMetadata>
      <tekst:RegelingCompact xmlns:tekst="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	<tekst:RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	  <tekst:Al>Omgevingsverordening provincie Utrecht</tekst:Al>
	</tekst:RegelingOpschrift>
	<Lichaam eId="body" wId="body" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Hoofdstuk eId="chp_1" wId="pv26_1059__chp_1">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>1</Nummer>
	      <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_1__subchp_1.1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>1.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleidende bepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.1</Nummer>
		  <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.1__para_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.1__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al><IntRef ref="cmp_1">Bijlage I</IntRef> Begripsbepalingen bij deze verordening bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze verordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.1__para_2" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.1__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al><IntRef ref="cmp_1">Bijlage II</IntRef> Overzicht informatieobjecten bij deze verordening wijst de geometrische begrenzing van de gebieden aan voor de toepassing van deze verordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.2" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.2</Nummer>
		  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>[Gereserveerd]</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.3" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.3</Nummer>
		  <Opschrift>Reikwijdte verordening</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Regels in deze <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">verordening</IntRef> worden gesteld met het oog op het:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.3__list_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.3__list_1">
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.3__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_48">omgevingskwaliteit</IntRef>; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.3__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.4" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.4</Nummer>
		  <Opschrift>Schakelbepaling</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt onder een omgevingsplan mede verstaan:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een projectbesluit; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.4__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt onder motivering van een omgevingsplan mede verstaan de toelichting op de besluiten, bedoeld in het eerste lid.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.5" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.5</Nummer>
		  <Opschrift>Normadressaat</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Aan de regels over activiteiten in deze verordening wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.6" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.6">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.6</Nummer>
		  <Opschrift>Ontheffing instructieregel</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.6__para_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.6__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen op basis van een integrale afweging van provinciale belangen ontheffing verlenen van een instructieregel.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.6__para_2" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.6__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen aan de ontheffing voorschriften verbinden als dit noodzakelijk is vanwege de betrokken provinciale belangen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.7" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.7">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.7</Nummer>
		  <Opschrift>Ontheffing voor experimenten of innovatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Om experimenten in een gebied of innovatieve ontwikkelingen een kans te geven, kunnen gedeputeerde staten ontheffing van instructieregels verlenen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een ontheffing van de instructieregels kan alleen worden verleend als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>projecten die zijn gericht op verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving niet kunnen worden gerealiseerd onder de geldende regelgeving; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>nadat door een gemeente of waterschap en provincie een gezamenlijk kader en daarbij behorende werkwijze is vastgesteld; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.7__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>er sprake is van nieuwe technologische ontwikkelingen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.8" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.8">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.8</Nummer>
		  <Opschrift>Hardheidsclausule</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.8__para_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.8__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen op basis van een integrale afweging van provinciale belangen met een omgevingsvergunning afwijken van andere regels dan instructieregels, als dit nodig is voor het realiseren van een project of plan dat onevenredig wordt belemmerd door deze regels.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.8__para_2" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.8__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften verbinden als dit noodzakelijk is vanwege de betrokken provinciale belangen. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.9" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.9">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.9</Nummer>
		  <Opschrift>Wijzigen en intrekken omgevingsvergunning</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gedeputeerde staten kunnen een omgevingsvergunning op grond van deze verordening wijzigen of intrekken, indien:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1">
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>in strijd met de omgevingsvergunning of de daaraan verbonden voorschriften wordt gehandeld;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de omgevingsvergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige gegevens is verleend;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>door verandering van wetgeving, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen waarop deze verordening ziet, zwaarder wegen dan het belang van de betrokkene bij een ongewijzigde omgevingsvergunning;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.1__art_1.9__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>gedurende twee jaar of een binnen de omgevingsvergunning langere genoemde termijn geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de omgevingsvergunning.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_1__subchp_1.2" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>1.2</Nummer>
		<Opschrift>Aanvraagvereisten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.10" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.10">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.10</Nummer>
		  <Opschrift>Aanvraagvereisten ontheffing instructieregels</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij een aanvraag om een ontheffing van instructieregels worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.10__list_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.10__list_1">
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.10__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.10__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de instructieregels waarvan ontheffing wordt aangevraagd;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.10__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.10__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een onderbouwing van de aanvraag om ontheffing; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.10__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.10__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>als de ontheffing wordt aangevraagd vanwege een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit: deze aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.11" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.11">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.11</Nummer>
		  <Opschrift>Aanvraagvereisten toepassing hardheidsclausule</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij een aanvraag tot toepassing van de hardheidsclausule worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.11__list_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.11__list_1">
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.11__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.11__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>als de toepassing van de hardheidsclausule wordt aangevraagd vanwege een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit: deze aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.11__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.11__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een onderbouwing van de aanvraag tot toepassing. </Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.12" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.12">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.12</Nummer>
		  <Opschrift>Aanvraagvereisten melding of informatieplicht</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een melding wordt ondertekend en bevat in ieder geval:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1">
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;  </Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>het telefoonnummer en indien de aanvraag elektronisch wordt ingediend, het e-mailadres van de aanvrager of gemachtigde;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>de aanduiding van de activiteit;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>het adres waarop de activiteit wordt verricht; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_1__subchp_1.2__art_1.12__list_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>de dagtekening. </Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_2" wId="pv26_1059__chp_2">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>2</Nummer>
	      <Opschrift>Watersysteem</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_2__subchp_2.1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>2.1</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarden en monitoring regionale waterkering en wateroverlast</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.1.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepaling omgevingswaarde regionale waterkering en wateroverlast</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__art_2.1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__art_2.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.1</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk omgevingswaarden en monitoring regionale waterkeringen en wateroverlast</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen of beperken van wateroverlast.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.1.2</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingswaarde regionale waterkering en wateroverlast</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.2</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde regionale waterkering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__ref_1">Dijktraject 1 op 10</IntIoRef> geldt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als omgevingswaarde de gemiddelde overschrijdingskans waarop een dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de gemiddelde overschrijdingskans van 1 keer per 10 jaar van de hoogste waterstand waarop het dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingswaarde is een resultaatsverplichting; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>aan de omgevingswaarde wordt voldaan met ingang van 1 januari 2031.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__ref_1">Dijktraject 1 op 30</IntIoRef> geldt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als omgevingswaarde de gemiddelde overschrijdingskans waarop een dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de gemiddelde overschrijdingskans van 1 keer per 30 jaar van de hoogste waterstand waarop het dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingswaarde is een resultaatsverplichting; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>aan de omgevingswaarde wordt voldaan met ingang van 1 januari 2031.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__ref_1">Dijktraject 1 op 100</IntIoRef> geldt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als omgevingswaarde de gemiddelde overschrijdingskans waarop een dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de gemiddelde overschrijdingskans van 1 keer per 100 jaar van de hoogste waterstand waarop het dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingswaarde is een resultaatsverplichting; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_3__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>aan de omgevingswaarde wordt voldaan met ingang van 1 januari 2031.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__ref_1">Dijktraject 1 op 300</IntIoRef> geldt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als omgevingswaarde de gemiddelde overschrijdingskans waarop een dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de gemiddelde overschrijdingskans van 1 keer per 300 jaar van de hoogste waterstand waarop het dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingswaarde is een resultaatsverplichting; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_4__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>aan de omgevingswaarde wordt voldaan met ingang van 1 januari 2031.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__ref_1">Dijktraject 1 op 1000</IntIoRef> geldt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als omgevingswaarde de gemiddelde overschrijdingskans waarop een dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de gemiddelde overschrijdingskans van 1 keer per 1000 jaar van de hoogste waterstand waarop het dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingswaarde is een resultaatsverplichting; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_5__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>aan de omgevingswaarde wordt voldaan met ingang van 1 januari 2031.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__ref_1">Dijktraject 1 op 1250</IntIoRef> geldt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als omgevingswaarde de gemiddelde overschrijdingskans waarop een dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de gemiddelde overschrijdingskans van 1 keer per 1250 jaar van de hoogste waterstand waarop het dijktraject moet zijn berekend;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingswaarde is een resultaatsverplichting; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2__para_6__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>aan de omgevingswaarde wordt voldaan met ingang van 1 januari 2031.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.3</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde Slaperdijk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1__ref_1">Dijktraject Slaperdijk</IntIoRef> gelden de volgende omgevingswaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het handhaven van het profiel dat op 1 september 2008 aanwezig was; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het afsluitbaar maken van de doorgangen in de Slaperdijk, waaronder die in het Valleikanaal ter hoogte van de Rode Haan.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingswaarden zijn een resultaatsverplichting.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.4</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast binnen de bebouwde kom Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren worden ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente in het beheersgebied van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_1__ref_1">Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden binnen de bebouwde kom</IntIoRef> waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen aanwezig zijn als omgevingswaarde een gemiddelde overstromingskans van 1 keer per 100 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het overige gebied binnen de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> geldt als omgevingswaarde een gemiddelde overstromingskans van 1 keer per 10 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 10% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.4__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.5</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast binnen de bebouwde kom Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren worden ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente in het beheersgebied van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_1__ref_1">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht binnen de bebouwde kom</IntIoRef> waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen aanwezig zijn als omgevingswaarde een gemiddelde overstromingskans van 1 keer per 100 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het overige gebied binnen de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> geldt als omgevingswaarde een gemiddelde overstromingskans van 1 keer per 10 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 5% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.5__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.6</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast binnen de bebouwde kom Waterschap Vallei en Veluwe</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren worden ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente in het beheersgebied van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_1__ref_1">Waterschap Vallei en Veluwe binnen de bebouwde kom</IntIoRef> waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen aanwezig zijn als omgevingswaarde een gemiddelde overstromingskans van 1 keer per 100 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het overige gebied binnen de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> geldt als omgevingswaarde een gemiddelde overstromingskans van 1 keer per 10 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 5% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.6__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.7</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast binnen de bebouwde kom Waterschap Rivierenland</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren worden ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente in het beheersgebied van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_1__ref_1">Waterschap Rivierenland binnen de bebouwde kom</IntIoRef> waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen aanwezig zijn, als omgevingswaarde een gemiddelde overstromingskans van 1 keer per 100 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het overige gebied binnen de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> geldt als omgevingswaarde een gemiddelde overstromingskans van 1 keer per 10 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 5% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.7__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.8</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast buiten de bebouwde kom Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren worden ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente in het beheersgebied van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_1__ref_1">Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden buiten de bebouwde kom</IntIoRef> waar glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw aanwezig zijn als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 50 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 1% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het overige gebied buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> geldt in de periode 1 maart tot 1 november als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 10 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het derde lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 10% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_5" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.8__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.9</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast buiten de bebouwde kom Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren worden ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente in het beheersgebied van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_1__ref_1">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht buiten de bebouwde kom</IntIoRef> waar bebouwing aanwezig is, als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 100 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het gebied buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> waar glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw aanwezig zijn in het beheersgebied van het waterschap geldt als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 50 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 1% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het gebied buiten de bebouwde kom waar akkerbouw aanwezig is in het beheersgebied van het waterschap geldt als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 25 jaar. <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_4__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_4__ref_1">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht buiten de bebouwde kom</IntIoRef></Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_5" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het vierde lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 1% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_6" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het gebied buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> waar grasland aanwezig is in het beheersgebied van het waterschap geldt in de periode 1 maart tot 1 oktober als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 10 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_7" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_7">
		    <LidNummer>7.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het zesde lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 10% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_8" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.9__para_8">
		    <LidNummer>8.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.10</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast buiten de bebouwde kom Waterschap Vallei en Veluwe</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren worden ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente in het beheersgebied van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10__para_1__ref_1">Waterschap Vallei en Veluwe buiten de bebouwde kom</IntIoRef> als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 10 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 5% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.10__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.11</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast buiten de bebouwde kom Waterschap Rivierenland</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren worden ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente in het beheersgebied van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_1__ref_1">Waterschap Rivierenland buiten de bebouwde kom</IntIoRef> waar feitelijk hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn in het beheersgebied van het waterschap, als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 100 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het gebied van een gemeente buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> waar glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw aanwezig zijn in het beheersgebied van het waterschap geldt als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 50 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 1% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het gebied van een gemeente buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> waar akkerbouw aanwezig is in het beheersgebied van het waterschap geldt als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 25 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_5" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het vierde lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 1% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_6" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het gebied van een gemeente buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef> waar grasland aanwezig is in het beheersgebied van het waterschap geldt als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1 keer per 10 jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_7" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_7">
		    <LidNummer>7.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de beoordeling of een gebied als bedoeld in het zesde lid voldoet aan de omgevingswaarde, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied van ten hoogste 5% buiten beschouwing worden gelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_8" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_8">
		    <LidNummer>8.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor bebouwing die is gelegen buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">bebouwde kom</IntRef>, geldt de omgevingswaarde van het omringende landgebruik, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_9" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.11__para_9">
		    <LidNummer>9.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.1.3</Nummer>
		  <Opschrift>Monitoring regionale waterkering en wateroverlast</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.12" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.12">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.12</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel monitoring omgevingswaarde regionale kering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het waterschap is belast met de uitvoering van de monitoring voor de omgevingswaarden, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2">Artikel 2.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3">Artikel 2.3</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.13</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel monitoring omgevingswaarde wateroverlast</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het waterschap is belast met de uitvoering van de monitoring voor de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.11.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De monitoring vindt plaats door bepaling van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren in de actuele toestand door metingen, berekeningen en modellen volgens:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een door gedeputeerde staten beschikbaar gestelde leidraad; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.3__art_2.13__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een door het waterschap, in overleg met gedeputeerde staten, te bepalen methode.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_2__subchp_2.2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>2.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregels voor water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Water bij ontwikkelingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.14" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.14">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.14</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel vrijwaringszone regionale waterkering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.14__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.14__ref_1">Vrijwaringszone regionale waterkering</IntIoRef> bevat regels die de waterkerende functie beschermen en voorzien in een vrijwaringszone aan weerszijden van de waterkering.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.15" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.15">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.15</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel waterbergingsgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.15__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.15__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.15__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.15__para_1__ref_1">Waterbergingsgebied</IntIoRef> bevat geen regels die ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving toestaan die in strijd zijn met de waterbergingsfunctie, tenzij die ontwikkelingen plaatsvinden op basis van bestaande uitbreidingsrechten ter plaatse van de al aanwezige functies.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.15__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.15__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het waterbergingsbelang is omgegaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.16" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.16">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.16</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel overstroombaar gebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.16__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.16__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.16__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.16__para_1__ref_1">Overstroombaar gebied</IntIoRef> bevat regels die rekening houden met overstromingsrisico&#x2019;s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.16__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.16__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Zoetwatervoorziening</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.17</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel rangorde bij waterschaarste Amsterdam-Rijnkanaal en Lek</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij waterschaarste of dreigende waterschaarste geeft het waterschap, gelet op de verdeling van het beschikbare water over de maatschappelijke en ecologische behoeften, bij de verdeling van het beschikbare water vanuit <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1__ref_1">Amsterdam-Rijnkanaal en Lek</IntIoRef> wat betreft de in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1">Artikel 3.14, eerste lid</IntRef>, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit aan:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het verwerken van industrieel proceswater; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij waterschaarste of dreigende waterschaarste geeft het waterschap, gelet op de verdeling van het beschikbare water over de maatschappelijke en ecologische behoeften, bij de verdeling van het beschikbare water vanuit <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__ref_1">Amsterdam-Rijnkanaal en Lek</IntIoRef> wat betreft de in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14">Artikel 3.14</IntRef>, eerste lid, onder d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit aan:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de waterkwaliteit in stedelijk gebied;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>beroepsvaart;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>akkerbouw;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>beregening sportvelden;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>grasland;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>recreatievaart; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_2__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij waterbehoeften buiten het gebied van het waterschap zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.18</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel rangorde bij waterschaarste Neder-Rijn</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij waterschaarste of dreigende waterschaarste geeft het waterschap, met het oog op de verdeling van het beschikbare water voor het aanvoergebied vanuit de inlaat Grebbesluis in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__ref_1">Neder-Rijn</IntIoRef>, bij het beheer van de regionale wateren wat betreft de in artikel 3.14, eerste lid, onder d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bedoelde behoeften, voor de regionale wateren achtereenvolgens prioriteit aan:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1">
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>doorspoeling in geval van een milieu-incident of vanwege de volksgezondheid;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>beroepsvaart;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>doorspoeling van stedelijk gebied ter verbetering van de waterkwaliteit of ter bestrijding van stankoverlast;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>akkerbouw en vollegrondstuinbouw;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>sportvelden en greens;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>beregening van gras- en ma&#239;sland;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>recreatievaart; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>overige natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade, met inbegrip van maatregelen die nodig zijn voor het realiseren van de doelstellingen van de kaderrichtlijn water.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Waterbeheerprogramma</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.19</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel inhoud waterbeheerprogramma</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">waterbeheerprogramma</IntRef> bevat in ieder geval:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de beschrijving van de bestaande toestand van watersystemen waarover het beheer van het waterschap zich uitstrekt;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het beleid voor het beheer van de watersystemen, gericht op de aan de watersystemen toegekende functies en doelstellingen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de maatregelen met prioriteitstelling en fasering, die nodig zijn om de gestelde doelen te realiseren of de geconstateerde knelpunten op te lossen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een raming van de kosten van de gedurende de planperiode te nemen maatregelen, een overzicht in de dekking van de kosten en een indicatie van het verloop van de op te leggen heffingen in de planperiode.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">waterbeheerprogramma</IntRef> bevat een onderbouwing waarin ten minste zijn opgenomen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de aan het waterbeheerprogramma ten grondslag liggende afwegingen en uitkomsten van de verrichte onderzoeken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.19__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een overzicht van de strategische doelstellingen in het regionaal waterprogramma, die worden gerealiseerd door het uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder c.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.2.4</Nummer>
		  <Opschrift>Legger</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.20</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel legger waterstaatswerken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De legger bevat in ieder geval:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het lengteprofiel en de dwarsprofielen van de primaire en regionale waterkeringen en het profiel van vrije ruimte;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de dwarsprofielen van de oppervlaktewaterlichamen die door het waterschap worden beheerd; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een omschrijving van de ondersteunende kunstwerken en de bijzondere constructies die deel uitmaken van de primaire en regionale waterkeringen en van de oppervlaktewaterlichamen die worden beheerd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.20__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op de Slaperdijk, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3">Artikel 2.3</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.21" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.21">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.21</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling verplichtingen inhoud legger</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De in artikel 2.39, eerste lid, van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> bedoelde verplichtingen om in de legger vorm en constructie te beschrijven, gelden niet voor:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.21__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.21__list_1">
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.21__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.21__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>waterbergingsgebieden; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.21__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.21__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>oppervlaktewaterlichamen die in de legger zijn aangeduid als C-wateren of tertiaire watergangen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.2.5</Nummer>
		  <Opschrift>Peilbesluit</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.22" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.22">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.22</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel vaststellen peilbesluit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het waterschap stelt binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.22__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.22__ref_1">Verplicht peilbesluitgebied</IntIoRef> &#233;&#233;n of meer peilbesluiten vast voor de oppervlaktewaterlichamen in gebieden waar het waterschap onder normale omstandigheden de wateraanvoer en waterafvoer kan beheersen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.23</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel inhoud peilbesluit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het peilbesluit bevat de begrenzing van het gebied waarbinnen de oppervlaktewaterlichamen gelegen zijn waarop het peilbesluit betrekking heeft.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een peilbesluit bevat een onderbouwing waarin ten minste zijn opgenomen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de aan het besluit ten grondslag liggende afwegingen en uitkomsten van de verrichte onderzoeken;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een aanduiding van de veranderingen van de waterstanden ten opzichte van de bestaande situatie; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.23__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een aanduiding van de gevolgen van de te handhaven waterstanden voor de diverse betrokken belangen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.24" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.5__art_2.24">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.24</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel actuele peilbesluiten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het waterschap draagt zorg dat een peilbesluit actueel is en in ieder geval is toegesneden op veranderingen in zowel de omstandigheden ter plaatse als de aanwezige functies en belangen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_2__subchp_2.3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>2.3</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten in water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.3.1</Nummer>
		  <Opschrift>Beheer zwemlocatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.25</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk beheer zwemlocatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25__list_1">
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het beschermen van de gezondheid van de gebruikers van een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25__list_1__item_1__ref_1">Zwemlocatie</IntIoRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.25__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het in en om het zwemwater voorkomen van letsel van de gebruikers.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.26" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.26">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.26</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik beheer zwemlocatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het beheer van een op grond van artikel 3.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving aangewezen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.26__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.26__ref_1">Zwemlocatie</IntIoRef> in oppervlaktewater.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.27</Nummer>
		    <Opschrift>Beheer zwemlocatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De houder van een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__ref_1">Zwemlocatie</IntIoRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1">
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>is gedurende het badseizoen verantwoordelijk voor een veilige en hygi&#235;nische zwemlocatie;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>treft maatregelen op grond van de resultaten van het jaarlijkse, conform de <ExtRef ref="https://www.helpdeskwater.nl/publish/pages/131677/handreiking_fysieke_veiligheid_zwemmers_definitief.pdf" soort="URL">Handreiking fysieke veiligheid zwemmers</ExtRef> in oppervlaktewater door of namens gedeputeerde staten uitgevoerde, veiligheidsonderzoek om de veiligheid te waarborgen of te verbeteren;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>draagt er zorg voor dat de maatregelen worden getroffen op basis van het zwemwaterprofiel die redelijkerwijs tot diens verantwoordelijkheid kunnen worden gerekend;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>voert periodiek voldoende beheer en onderhoud uit gericht op de veiligheid en hygi&#235;ne voor de bezoekers;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>draagt er zorg voor dat maatregelen worden genomen, die redelijkerwijs tot zijn verantwoordelijkheid kunnen worden gerekend, als er naar aanleiding van de monitoring uitgevoerd door de waterbeheerder van het oppervlaktewater zwemwaterverontreinigingen worden vastgesteld;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>voert periodiek voldoende onderzoek uit naar de omstandigheden in en om de zwemwaterlocatie die een negatief effect kunnen hebben op de veiligheid en hygi&#235;ne van de bezoekers;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>draagt zorg voor adequate sanitaire voorzieningen voor de bezoekers;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>draagt er zorg voor door middel van afbakening van een veilige zwemzone dat bezoekers veilig kunnen zwemmen en niet in aanraking kunnen komen met andere vormen van waterrecreatie die de veiligheid van de bezoekers in gevaar kunnen brengen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>duldt, op aangeven van de provincie, en met het oog op gevaren voor de veiligheid en hygi&#235;ne van de bezoekers, tekens bij de zwemlocatie om bezoekers te informeren over een waarschuwing, negatief zwemadvies of zwemverbod;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>houdt voldoende toezicht op de veiligheid van de zwemmers gedurende de uren dat de zwemlocatie is opengesteld voor het publiek, voor die locaties waar entree wordt geheven aan de bezoekers voor het gebruik van de zwemlocatie; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_k" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.1__art_2.27__list_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>stelt bij onverwachte situaties die negatieve gevolgen kunnen hebben op de kwaliteit van het zwemwater of de gezondheid en veiligheid van de zwemmers de provincie zo snel mogelijk hiervan op de hoogte.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.3.2</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten met woonschip, vaartuig, ander drijvend voorwerp, haven en aanlegplaats</Opschrift>
		</Kop>
		<Subparagraaf eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.1">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>2.3.2.1</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene bepaling woonschip, vaartuig, ander drijvend voorwerp, haven en aanlegplaats</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.1__art_2.28" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.1__art_2.28">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.28</Nummer>
		      <Opschrift>Oogmerk woonschip, vaartuig, ander drijvend voorwerp, haven en aanlegplaats</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van landschappelijke, natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>2.3.2.2</Nummer>
		    <Opschrift>Activiteiten met woonschip</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.29" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.29">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.29</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik woonschip</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze sub paragraaf is van toepassing op activiteiten met woonschepen in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.29__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.29__ref_1">Gebied ligplaatsen</IntIoRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.30</Nummer>
		      <Opschrift>Omgevingsvergunning woonschip</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> ligplaats te laten nemen, te ankeren, af te meren, anderszins in het water te plaatsen of te houden.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden om bij een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> een aanlegplaats en daarmee verband houdende oever- en afmeervoorzieningen te maken of te hebben, als:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2__list_1">
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>het woonschip in strijd met het eerste lid is afgemeerd;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>voor het woonschip een omgevingsvergunning met oeverbeleid geldt; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30__para_2__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>voor het woonschip een voorschrift als bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32">Artikel 2.32</IntRef>, zesde lid, aan de omgevingsvergunning is verbonden.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.31</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling woonschip</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30">Artikel 2.30</IntRef>, eerste lid, geldt, met uitzondering van woonschepen waarvoor een omgevingsvergunning geldt op basis van type- of oeverbeleid, niet voor:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> bij een ligplaats, die als zodanig in een omgevingsplan is aangewezen, als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_a__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_a__list_1">
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_a__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>dat omgevingsplan voldoet aan <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6">Artikel 9.6</IntRef>; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_a__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>dat woonschip voldoet aan de maximale maatvoering, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32">Artikel 2.32</IntRef>, tweede lid, onder a; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.31__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>&#233;&#233;n woonschip in een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_38">jachthaven</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_13">bedrijfshaven</IntRef> , dat daar in gebruik is als verenigingsaccommodatie.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.32</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning woonschip</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30">Artikel 2.30</IntRef>, eerste lid, wordt alleen verleend voor:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_1__list_1">
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_1__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> op een ligplaats, waarvoor op de datum van inwerkingtreding van deze verordening al een ontheffing gold op grond van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA01?s=SANMmAIGAWuZIkGERkA4BAw_g________H7h__w4ewA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef>, Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996, de Landschapsverordening provincie Utrecht 2011 of de verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_1__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>een woonschip op een ligplaats die als zodanig in een omgevingsplan is aangewezen.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2__list_1">
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>de lengte, breedte en hoogte van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef>, met inbegrip van een eventueel in het verlengde van de lengterichting van het woonschip, dan wel aan de waterzijde van het woonschip, aangelegd terras, respectievelijk ten hoogste 30 meter, 6 meter en 4 meter zijn;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de onderlinge afstand tussen twee woonschepen ten minste 5 meter bedraagt; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_2__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>bij woonschepen in een uiterwaard: de aanlegplaats op de oever minimale voorzieningen heeft en het woonschip het uiterlijk heeft van een varend voormalig binnenvaartschip</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De maten worden gemeten waar zij, met inbegrip van al hetgeen vast aan het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> verbonden is, boven of onder water het grootst zijn en de hoogte wordt gemeten vanaf de waterlijn.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Bij het vaststellen van de maten blijven stuurhutten, masten, lichtkoepels, schoorstenen, antennes en andere ondergeschikte onderdelen buiten beschouwing.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_5" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_5">
		      <LidNummer>5.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Gedeputeerde staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van het tweede lid.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_6" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_6">
		      <LidNummer>6.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Gedeputeerde staten kunnen aan een omgevingsvergunning het voorschrift verbinden dat deze na afloop van de geldigheidsduur niet meer zal worden verleend aan dezelfde of een andere vergunninghouder of voor hetzelfde of een ander <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_7" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_7">
		      <LidNummer>7.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Gedeputeerde staten kunnen type- of oeverbeleid opnemen in een omgevingsvergunning.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_8" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32__para_8">
		      <LidNummer>8.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap, of een andere toepasselijke waterbeheerder, zijn adviseur voor de omgevingsvergunning, tenzij de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op eigendomsoverdracht van een bestaande omgevingsvergunning of verlenging van de periode waarvoor omgevingsvergunning is verleend.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.33</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning woonschip</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30">Artikel 2.30</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>eventuele naam van het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>lengte van het woonschip in centimeters;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>breedte van het woonschip in centimeters;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>hoogte van het woonschip vanaf de waterspiegel in centimeters;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>kenmerk van het omgevingsplan waarin de ligplaats is aangewezen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>een tekening in A4-formaat op schaal met daarop het woonschip, de ligplaats en eventuele afmeervoorzieningen zoals steigers, vlonders en afmeerpalen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>de reden voor de aanvraag:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1">
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>verlenging van een bestaande omgevingsvergunning;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>wijziging van de tenaamstelling van een bestaande omgevingsvergunning;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>vervanging van het woonschip;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>verbouwing van het woonschip; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_5" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_g__list_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>nieuwe ligplaats;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_h">
			  <LiNummer>h.</LiNummer>
			  <Al>eventuele kenmerk van een eerder verleende omgevingsvergunning of een eerder verleende provinciale ontheffing; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.33__list_1__item_i">
			  <LiNummer>i.</LiNummer>
			  <Al>eventuele startdatum en einddatum van de werkzaamheden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.34" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.34">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.34</Nummer>
		      <Opschrift>Verzoek omgevingsvergunning op naam van ander of vervangend woonschip</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De houder van een omgevingsvergunning kan gedeputeerde staten verzoeken de omgevingsvergunning:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.34__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.34__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.34__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.34__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>op naam van een ander te stellen; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.34__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.34__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>te verlenen voor een vervangend <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> op dezelfde locatie.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>2.3.2.3</Nummer>
		    <Opschrift>Activiteiten met voorwerp in en op het water</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.35" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.35">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.35</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik voorwerp in en op het water</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze sub paragraaf is van toepassing op activiteiten met vaartuigen en voorwerpen in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.35__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.35__ref_1">Gebied ligplaatsen</IntIoRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.36</Nummer>
		      <Opschrift>Verbod voorwerp in en op het water</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden een voorwerp, anders dan een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">woonark</IntRef>, ligplaats te laten nemen, te ankeren, af te meren, of anderszins in, op of vlak boven een water te plaatsen of te houden.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het verbod geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_73">vaartuig</IntRef> of drijvend voorwerp afgemeerd op plaatsen waarbij &#233;&#233;n van de verkeerstekens E.5 tot en met E.7.1 van <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003628/2017-01-01#Bijlage7" soort="URL">bijlage 7 bij het Binnenvaartpolitiereglement</ExtRef> en <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0006923/2018-12-01#Bijlage7" soort="URL">bijlage 7 van het Rijnvaartpolitiereglement</ExtRef> zijn geplaatst.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het verbod geldt ook niet voor:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1">
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>vaartuigen en voorwerpen in jachthavens of bedrijfshavens en <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_82">waterscoutinglocaties</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>vaartuigen en drijvende voorwerpen, die worden gebruikt bij het vervoer van uitsluitend bedrijfsmiddelen, voor zover zij tijdelijk voor het laden en lossen van die bedrijfsmiddelen worden afgemeerd;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>&#233;&#233;n open <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_73">vaartuig</IntRef> met een lengte van ten hoogste 7 meter bij een direct aan het water gelegen <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_31">erf</IntRef>, mits er geen gebruik wordt gemaakt van onderdeel d;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>&#233;&#233;n vaartuig, of &#233;&#233;n <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">boatsaver</IntRef> met inliggend vaartuig, in een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">insteekhaven</IntRef> binnen een direct aan het water gelegen erf, als voor de insteekhaven een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.41">Artikel 2.41</IntRef>, is verleend en mits het vaartuig of de boatsaver met inliggend vaartuig volledig binnen de begrenzing van de insteekhaven past;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>&#233;&#233;n vaartuig bij een direct aan het water gelegen erf in de periode 1 april tot en met 30 september, voor zover het aanmeren plaatsvindt ten behoeve van het zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is in- of uitladen, of vaarklaar maken van het vaartuig voor recreatief gebruik;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>het tijdelijk afmeren van vaartuigen voor het laten in- of uitstappen van passagiers bij horecagelegenheden, die als zodanig zijn aangewezen in een omgevingsplan; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.36__para_3__list_1__item_g">
			    <LiNummer>g.</LiNummer>
			    <Al>historische vaartuigen, die als varend erfgoed, varend monument of historisch casco zijn ingeschreven in het register van de Federatie Varend Erfgoed Nederland en in goede staat van onderhoud verkeren, bij aanlegplaatsen voor historische vaartuigen, die als zodanig in een omgevingsplan zijn aangewezen.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.37</Nummer>
		      <Opschrift>Omgevingsvergunning vaartuig en omgevingsvergunning boatsaver</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_73">vaartuig</IntRef>, anders dan een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">woonark</IntRef>, ligplaats te laten nemen, te ankeren, af te meren, of anderszins in, op of vlak boven een water te plaatsen of te houden; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">boatsaver</IntRef> in een natuurlijke inham op eigen terrein ligplaats te laten nemen, te ankeren, af te meren, of anderszins in, op of vlak boven een water te plaatsen of te houden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.38" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.38">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.38</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning partyschip</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37">Artikel 2.37</IntRef>, kan worden verleend voor ten hoogste &#233;&#233;n <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_53">partyschip</IntRef> bij een als zodanig in het omgevingsplan aangewezen horecagelegenheid, mits het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_73">vaartuig</IntRef> voldoet aan een landschapsplan, waarin zowel het partyschip als de aanlegplaats op landschappelijke aspecten positief zijn beoordeeld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.39</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning vaartuig en omgevingsvergunning boatsaver</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37">Artikel 2.37</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>eventuele naam van het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_73">vaartuig</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>lengte van het vaartuig of de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">boatsaver</IntRef> in centimeters;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>breedte van het vaartuig of de boatsaver in centimeters;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>hoogte van het vaartuig of de boatsaver in centimeters;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>type vaartuig (open of gesloten);</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>omschrijving van de ligplaats (eigen <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_31">erf</IntRef>, oeverzone tussen <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef> en weg, oeverland); en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.39__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>een tekening in A4-formaat op schaal met daarop het vaartuig of de boatsaver, de ligplaats en eventuele afmeervoorzieningen zoals <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">steigers</IntRef>, vlonders en afmeerpalen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>2.3.2.4</Nummer>
		    <Opschrift>Activiteiten met haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.40" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.40">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.40</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze sub paragraaf is van toepassing op activiteiten met havens en aanlegplaatsen voor vaartuigen en voorwerpen in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.40__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.40__ref_1">Gebied ligplaatsen</IntIoRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.41" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.41">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.41</Nummer>
		      <Opschrift>Omgevingsvergunning haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning insteekhavens, havens of aanlegplaatsen en daarmee verband houdende voorzieningen, zoals <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">steigers</IntRef>, meerpalen en vlonders, te maken of te houden, of als zakelijk gerechtigde dan wel gebruiker van een oever toe te laten of te gedogen dat insteekhavens, havens of aanlegplaatsen en daarmee verband houdende voorzieningen op of aan de betreffende oever worden aangelegd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.42</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.41">Artikel 2.41</IntRef>, geldt niet voor:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>aanlegplaatsen en daarmee verband houdende voorzieningen in jachthavens, bedrijfshavens en <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_82">waterscoutinglocaties</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>&#233;&#233;n aanlegsteiger met maximaal twee meerpalen per direct aanhet water gelegen <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_31">erf</IntRef>, mits deze aanlegsteiger:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_b__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_b__list_1">
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_b__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>in of boven water een oppervlakte heeft van ten hoogste 7,2 m2; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42__list_1__item_b__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>geen afbreuk doet aan het karakter van een eventueel aanwezige natuurlijke of natuurvriendelijke oever.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.43</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning insteekhaven</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Een omgevingsvergunning voor een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">insteekhaven</IntRef> wordt alleen verleend als:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1">
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>de haven is of wordt uitgegraven in een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_31">erf</IntRef>, waarbij per <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_31">erf</IntRef> slechts &#233;&#233;n <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">insteekhaven</IntRef> is of wordt uitgegraven;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>een dubbele <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">insteekhaven</IntRef> op de grens van twee naast elkaar gelegen erven ligt;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>de haven dwars op de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef> aangelegd wordt of aansluit op de cultuurhistorische verkavelingsrichting van sloten en waterwegen in het achterliggende landschap, tenzij het bevoegd gezag op het gebied van waterveiligheid gemotiveerd aangeeft dat een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">insteekhaven</IntRef> dwars op de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef> op de betreffende locatie niet mogelijk is;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>lengte en breedte van een enkele <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">insteekhaven</IntRef> ten hoogste 8 meter en 3,25 meter bedragen; </Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>een dubbele <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">insteekhaven</IntRef> niet in de lengterichting van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef> ligt; </Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_1__list_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>lengte en breedte van een dubbele <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">insteekhaven</IntRef> ten hoogste 8 meter en 6 meter bedragen. </Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.43__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Als op grond van het eerste lid, onder c, de haven wel dwars maar niet loodrecht op de vaarweg kan worden aangelegd, kan een geringe afwijking van de lengtemaat worden toegestaan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.44</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.41">Artikel 2.41</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>lengte van de haven of aanlegplaats in centimeters;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>breedte van de haven of aanlegplaats in centimeters; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.44__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een tekening in A4-formaat op schaal met daarop de haven of aanlegplaats met eventuele voorzieningen zoals <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">steigers</IntRef>, vlonders en afmeerpalen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>2.3.3</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.45" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.45">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.45</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van landschappelijke, natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.46" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.46">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.46</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.46__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.46__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.46__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.46__para_1__ref_1">Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam</IntIoRef> geheel of gedeeltelijk <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_27">dempen</IntRef> van <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">oppervlaktewaterlichamen</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.46__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.46__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_27">dempen</IntRef> van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">oppervlaktewaterlichaam</IntRef> krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef>, als de activiteiten plaatsvinden op het perceel waarop de vergunning betrekking heeft.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.47</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke zorgplicht dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Degene die een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">oppervlaktewaterlichaam</IntRef> geheel of gedeeltelijk dempt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot nadelige gevolgen voor de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.45">Artikel 2.45</IntRef>, is verplicht:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47__list_1">
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.47__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.48" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.48">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.48</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingsvergunning dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_1" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.48__ref_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.48__ref_1">Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam</IntIoRef> geheel of gedeeltelijk oppervlaktewateren te <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_27">dempen</IntRef>, tenzij de activiteit is toegelaten op grond van <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49">Artikel 2.49</IntRef> en <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50">Artikel 2.50</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.49</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling dempen bij werk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het uitvoeren of onderhoud van infrastructurele openbare werken en werken van groot maatschappelijk belang wordt alleen gedempt als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het peilscheidingen van het waterschap betreft;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de activiteiten plaatsvinden binnen het uitvoeringsgebied van een vergund bestek; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de werken zijn aangewezen in het omgevingsplan.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor onderhouds-, herstel-, bouw- of sloopwerkzaamheden op bouwpercelen wordt alleen gedempt als het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">bouwperceel</IntRef> is aangewezen in het omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_3" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De activiteiten duren niet langer dan noodzakelijk.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.50</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling dempen agrarisch perceel</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Op agrarische weide- en akkerpercelen wordt alleen gedempt voor het aanleggen van verbindingen tussen die percelen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het aanleggen van verbindingen tussen de percelen wordt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de onderlinge verbinding tussen de percelen door dammen met duikers ingericht;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de verbinding ten hoogste 10 meter breed, gemeten vanaf <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> in de lengterichting van het afgedamde <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">oppervlaktewaterlichaam</IntRef> tussen de aansluitingen van de dam op de oorspronkelijke oever; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>niet dusdanig veel verbindingen aangebracht dat dit een onaanvaardbare aantasting oplevert van de belangen, bedoeld <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.45">Artikel 2.45</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>2.51</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.48">Artikel 2.48</IntRef> ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1">
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>kaart van de planlocatie;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>locatie van het werk;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>materialen die worden toegepast;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>hoeveelheid materialen die worden toegepast;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>herkomst materialen die worden toegepast;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>afmetingen van de demping;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>permanente of tijdelijke demping;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>of de dam een duiker heeft;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>reden van de demping; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.51__list_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>start- en einddatum van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_3" wId="pv26_1059__chp_3">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>3</Nummer>
	      <Opschrift>Ondergrond en bodem</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_3__subchp_3.1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.1</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterbeheer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.1.1</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregels grondwaterbeheer</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.1__art_3.1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.1__art_3.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.1</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk grondwaterbeheer</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van de kwaliteit van het grondwater en het vervullen van de functies van grondwaterlichamen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.1.2</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten met grondwater</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.2</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel melden, meten en registreren grondwateronttrekking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een waterschapsverordening regelt dat de informatieverplichting, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_25">bruidsschat waterschapsverordening</IntRef>, geldt voor onttrekkingen of infiltraties van meer dan 12.000 m3 per jaar en voor tijdelijke onttrekkingen of infiltraties van in totaal meer dan 12.000 m3.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het waterschap verstrekt aan gedeputeerde staten uiterlijk op 31 mei van elk jaar of, bij be&#235;indiging van de onttrekking, binnen vier maanden na die be&#235;indiging:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>gegevens die op grond van het eerste lid worden verkregen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.2__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een overzicht van de vergunningen en meldingen op basis waarvan het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water plaatsvindt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.3</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel onttrekking voor menselijke consumptie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op de verplichtingen op grond van artikel 7 van de <ExtRef ref="https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/regelgeving/kaderrichtlijn-water/Officiele_tekst_KRLW.pdf/at_download/file" soort="URL">Kaderrichtlijn water</ExtRef> regelt het waterschap in ieder geval dat: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de locaties en debieten van de onttrekkingen van grondwater voor menselijke consumptie bekend zijn; </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de eigenaar van een onttrekking van grondwater voor menselijke consumptie, voor zover dagelijks meer dan 10 m3 water wordt onttrokken of water wordt onttrokken ten behoeve van meer dan 50 personen, het ruwwater monitort volgens de methoden en parameters uit tabel II en tabel IIIC van het <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0030111/2018-07-01" soort="URL">Drinkwaterbesluit</ExtRef> voor de eerste keer bij aanvang van de onttrekking en vervolgens ten minste elke zes jaar een meting en analyse van een beperkter parameterpakket, afhankelijk van de uitkomsten van de eerste en daaropvolgende metingen en de verwachte risico's; </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de eigenaar van de onttrekking van grondwater voor menselijke consumptie voor aanvang van de winning een risicoanalyse van de omgeving van de onttrekking uitvoert; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het dagelijks bestuur de gegevens, bedoeld onder a tot en met c, uiterlijk binnen vier maanden nadat ze zijn verkregen aan gedeputeerde staten verstrekt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.2__art_3.3__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op onttrekkingen als bedoeld in artikel 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.1.3</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten met grondwater</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3__art_3.4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3__art_3.4">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.4</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling vergunningplicht klein open bodemenergiesysteem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3__art_3.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3__art_3.4__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van artikel 3.19 van het Besluit activiteiten leefomgeving is in het gebied <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3__art_3.4__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3__art_3.4__para_1__ref_1">Klein open bodemenergiesysteem</IntIoRef> geen omgevingsvergunning vereist voor het aanleggen of gebruiken van een open bodemenergiesysteem als de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken niet meer is dan 10 m3/u.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3__art_3.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.1__subsec_3.1.3__art_3.4__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid geldt niet voor het aanleggen of gebruiken van een open bodemenergiesysteem dat gelegen is in een interferentiegebied, opgenomen in het omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_3__subchp_3.2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.2</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepalingen grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.5">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.5</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op de bescherming van het grondwater in verband met de winning daarvan voor menselijke consumptie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.6</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_35">grondwaterbeschermingszone</IntRef> bestaat uit:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_1__ref_2">Waterwingebied</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_2__ref_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_2__ref_3">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_3__ref_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_3__ref_4">Boringsvrije zone</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_4__ref_5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_4__ref_5">Beschermingszone oppervlaktewaterwinning</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_5__ref_6" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_5__ref_6">100-jaarsaandachtsgebied</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_6__ref_7" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_6__ref_7">Kwetsbare strategische grondwatervoorraad</IntIoRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_7__ref_8" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_1__list_1__item_7__ref_8">Matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad</IntIoRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al><IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_2__ref_1">Waterwingebied</IntIoRef> bestaat uit <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_83">waterwingebieden</IntRef> met uitzondering van het waterwingebied Bethunepolder.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al><IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> bestaat uit:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de Grondwaterbeschermingsgebieden; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__list_1__item_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6__para_3__list_1__item_2__ref_2">Waterwingebied Bethunepolder</IntIoRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregels grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.7</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel ruimtelijke bescherming grondwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_1">Waterwingebied</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_2">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_3">Boringsvrije zone</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_4">Beschermingszone oppervlaktewaterwinning</IntIoRef> of <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_1__ref_5">Kwetsbare strategische grondwatervoorraad</IntIoRef> laat geen activiteiten toe die een risico vormen voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop het waterwinbelang in acht is genomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.8</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel parkeren Bethunepolder</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8__para_1__ref_1">Waterwingebied Bethunepolder</IntIoRef> staat parkeren van motorrijtuigen uitsluitend toe in perioden van drukte in verband met zomer- of winterrecreatie.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan voor locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8__para_2__ref_1">Waterwingebied Bethunepolder</IntIoRef> bevat voor het parkeren van motorrijtuigen regels die het waterwinbelang beschermen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.9</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel aanleg begraafplaats of uitstrooiveld</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> verbiedt het aanleggen van een nieuwe begraafplaats of uitstrooiveld, genoemd in de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005009/2022-01-01" soort="URL">Wet op de lijkbezorging</ExtRef>, of een dierenbegraafplaats.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.9__para_2__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> stelt, met betrekking tot het hebben of uitbreiden van een bestaande begraafplaats, uitstrooiveld of dierenbegraafplaats in een grondwaterbeschermingsgebied, regels ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de openbare drinkwaterwinning.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.10" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.10">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.10</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.10__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.10__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.10__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.10__para_1__ref_1">Matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad</IntIoRef> houdt rekening met de bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de drinkwaterwinning.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.10__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.10__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarde is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten in grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.11</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke zorgplicht grondwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingszone</IntIoRef> een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de bescherming van het grondwater in verband met de winning daarvan voor menselijke consumptie, is verplicht:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De zorgplicht houdt in ieder geval in dat, wanneer er sprake is van een direct optredende of dreigende verontreiniging van het grondwater, gedeputeerde staten onmiddellijk op de hoogte worden gesteld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.12" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.12">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.12</Nummer>
		    <Opschrift>Plaatsen borden waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_30">drinkwaterbedrijf</IntRef> plaatst langs alle openbare wegen, spoorwegen en vaarwegen die toegang geven tot een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.12__ref_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.12__ref_2">Waterwingebied</IntIoRef> of een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.12__ref_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.12__ref_3">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> of daaraan grenzen, op of bij de grenzen van dat gebied borden waarvan het model is vastgesteld in <IntRef ref="cmp_4">Bijlage IV Modelborden</IntRef> bij deze verordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.2.4</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten in waterwingebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.13</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod bestrijdingsmiddelen en glyfosaat waterwingebied Bethunepolder</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_1__ref_1">Waterwingebied Bethunepolder</IntIoRef> verboden bestrijdingsmiddelen voorhanden te hebben, in voorraad te hebben of toe te passen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het in een besloten ruimte voorhanden hebben, in voorraad hebben of toepassen van een geringe hoeveelheid van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_17">bestrijdingsmiddel</IntRef>, als dit:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>zonder bewerking kan worden toegepast;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>dient of gediend heeft voor normaal gebruik ter plaatse of afkomstig is van normaal gebruik binnen een gebouw;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>bewaard wordt in een deugdelijke verpakking; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.13__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>afdoende beschermd is tegen weersinvloeden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.14</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht glysofaat Bethunepolder</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder melding glyfosaathoudende bestrijdingsmiddelen toe te passen voor het bestrijden van de onkruiden grote brandnetel, ridderzuring, akkerdistel en ruwe smele in grasactiviteiten in waterwingebiedand, indien deze toepassing plaatsvindt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als bestrijding met niet-chemische middelen redelijkerwijs niet kan worden ge&#235;ist;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>volgens de onkruidbestrijkingsmethode;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>door een deskundige met een licentie als bedoeld in de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0021670/2021-07-01" soort="URL">Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden</ExtRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>als de weersomstandigheden dat toelaten en de hoogte van het gras redelijkerwijs geen beletsel vormt om de onkruiden aan te strijken zonder het gras te raken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>met inachtneming van een afstand van ten minste 1 meter tot geulen en greppels en ten minste 2 meter tot sloten.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De melding wordt ten minste vijf weken gedaan voordat de activiteit wordt verricht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.15" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.15">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.15</Nummer>
		    <Opschrift>Informatieplicht glysofaat Bethunepolder</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste 24 uur voor het begin van de activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.14">Artikel 3.14</IntRef>, wordt het betrokken drinkwaterbedrijf telefonisch ge&#239;nformeerd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.16</Nummer>
		    <Opschrift>Verboden activiteiten waterwingebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__ref_1">Waterwingebied</IntIoRef> verboden de volgende activiteiten te verrichten:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het toepassen of aanwezig hebben van een (potentieel) schadelijke stof;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het aanbrengen van een constructie of uitvoeren van andere werkzaamheden op of in de bodem;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het op of in de bodem brengen van mogelijk schadelijke stoffen, waaronder het toepassen van grond en <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">baggerspecie</IntRef>, het gebruik van meststoffen en het uitstrooien van as;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>het schuin boren onder een waterwingebied, uitgevoerd vanaf een locatie buiten het waterwingebied;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>het toepassen van uitloogbare materialen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_1__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>het gebruiken van een locatie als parkeerterrein of voor evenementen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als een (potentieel) schadelijke stof worden in ieder geval aangemerkt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een zeer zorgwekkende stof, zoals vastgesteld door het <ExtRef ref="https://rvs.rivm.nl/onderwerpen/zeer-zorgwekkende-stoffen" soort="URL">RIVM</ExtRef> ;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>stoffen opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.bodemplus.nl/publish/pages/92096/nrb_2012.pdf" soort="URL">Nederlandse Richtlijn Bodembescherming 2012, deel 3, bijlage 2, stap 5, 'De stoffenlijst'</ExtRef> ;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>stoffen met een schadelijke werking op de smaak of geur van het grondwater en mengsels en verbindingen waaruit dergelijke stoffen in het grondwater kunnen ontstaan en die het grondwater ongeschikt voor menselijke consumptie maken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>gewasbeschermingsmiddelen en biociden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.17</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling activiteiten waterwingebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16">Artikel 3.16</IntRef>, eerste lid, geldt niet voor:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>alle noodzakelijke activiteiten in het belang van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>reguliere bodemwerkzaamheden, zoals groenonderhoud en tuinieren, die de beschermende bodemlagen niet aantasten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het toepassen van strooizout ten behoeve van de gladheidsbestrijding;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het aanwezig hebben van stoffen die nodig zijn voor het functioneren van motorvoertuigen, motorwerktuigen of bromfietsen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het vervoeren van stoffen in afgesloten en vloeistofdichte tanks of in een deugdelijke gesloten verpakking, als deze afdoende zijn beschermd tegen invloeden van weersomstandigheden en op zodanige wijze dat geen gevaar voor verspreiding of verstuiving bestaat;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>het hebben of gebruiken van geringe hoeveelheden stoffen, anders dan gewasbeschermingsmiddelen of biociden, bij woningen en andere gebouwen, voor normaal gebruik, als deze bewaard worden in een deugdelijke verpakking en afdoende zijn beschermd tegen externe invloeden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>het op of in de bodem brengen van dierlijke meststoffen als gevolg van beweiding;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>de aanleg van verharde of onverharde paden voor niet-gemotoriseerd vervoer;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>werkzaamheden in de bodem, gericht op behoud van de natuurfunctie of ten dienste van extensieve recreatie; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17__list_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>aanleg en onderhoud van kabels en onderhoud van leidingen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.18" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.18">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.18</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling riolering waterwingebied Bethunepolder waterleidingkanaal</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16">Artikel 3.16</IntRef>, eerste lid, geldt niet voor het aanleggen en in stand houden van rioleringen in  <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.18__ref_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.18__ref_2">Waterwingebied Bethunepolder waterleidingkanaal</IntIoRef> die aansluiten op bestaande rioleringen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.19" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.19">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.19</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling gebruik kunstmest Waterwingebieden Lexmond, Woerden en Vianen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod als bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.16">Artikel 3.16</IntRef>, eerste lid, geldt niet voor het gebruik van kunstmest in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.19__ref_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.19__ref_2">Waterwingebieden Lexmond, Woerden en Vianen</IntIoRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.20</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht activiteiten waterwingebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder melding in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__ref_1">Waterwingebied</IntIoRef> de volgende activiteiten te verrichten:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het toepassen van grond of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">baggerspecie</IntRef> met een kwaliteit die voldoet aan de achtergrondwaarde;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>civiel- en bouwtechnische werken nodig voor regulier beheer en onderhoud van bestaande bebouwing, infrastructuur en waterbeheer;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het verspreiden van baggerspecie die vrijkomt bij regulier onderhoud van watergangen, over het aangrenzend perceel met inachtneming van het met inachtneming van paragraaf 3.2.26 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het onderzoeken en saneren van de bodem met inachtneming van paragraaf 3.2.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>buitengebruikstelling van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_21">boorput</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De melding wordt ten minste vier weken gedaan voordat de activiteit wordt verricht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.21</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding activiteiten waterwingebied bij toepassing grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20">Artikel 3.20</IntRef>, eerste lid, onder a, worden ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>betreft het grond of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">baggerspecie</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>hoeveelheid grond of baggerspecie in m3;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>herkomst van de grond of baggerspecie;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>voldoet de grond of baggerspecie aan de achtergrondwaarde;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>klasse baggerspecie;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>bij toepassing op land:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h__list_1">
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>landbouw en natuur;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>wonen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_h__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>industrie;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>bij toepassing op waterbodem:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_i__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_i__list_1">
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_i__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_i__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>klasse A; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_i__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_i__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>klasse B;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>een verantwoording dat de activiteit geen schade toebrengt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_k" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.21__list_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.22</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding activiteiten waterwingebied bij civiel- en bouwtechnische werken voor regulier beheer en onderhoud</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20">Artikel 3.20</IntRef>, eerste lid, onder b, worden ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>straatnaam en huisnummer, plaats, kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>beschrijving van het civiel technische en/of bouwtechnische type van de activiteit;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>oppervlakte van de werken (lengte, breedte);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>indien wordt ontgraven, tot welke diepte de werken worden uitgevoerd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een verantwoording dat de activiteit geen schade toebrengt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.22__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.23</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding activiteiten waterwingebied bij verspreiding baggerspecie uit watergang</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20">Artikel 3.20</IntRef>, eerste lid, onder c, worden ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>straatnaam en huisnummer, plaats, kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>hoeveelheid grond of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">baggerspecie</IntRef> in m3;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>herkomst van de grond of baggerspecie ;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>voldoet de baggerspecie aan het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>klasse baggerspecie</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>bij toepassing op land:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g__list_1">
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>landbouw en natuur;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>wonen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_g__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>industrie.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>bij toepassing op waterbodem:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_h__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_h__list_1">
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_h__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_h__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>klasse A; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_h__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_h__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>klasse B.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>een verantwoording dat de activiteit geen schade toebrengt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.23__list_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.24</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding activiteiten waterwingebied bij onderzoek en sanering van bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20">Artikel 3.20</IntRef>, eerste lid, onder d, worden ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>straatnaam en huisnummer, plaats, kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>herkomst van de (verwachte) verontreiniging;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>omvang van de (verwachte) verontreiniging in m3;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>maximale diepte van de verontreiniging in meter beneden <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>beschrijving van de te gebruiken saneringstechniek;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>een verantwoording dat de activiteit geen schade toebrengt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.24__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.25</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding buitengebruikstelling boorput</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden, ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20">Artikel 3.20</IntRef>, eerste lid, onder e, tenminste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>aantal boorputten dat wordt afgedicht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het te gebruiken afdichtmateriaal; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.25__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.26" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.26">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.26</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis buitengebruikstelling boorput</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij buitengebruikstelling van een boorput in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.26__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.26__ref_1">Waterwingebied</IntIoRef> laat de eigenaar of exploitant binnen twee weken daarna die boorput afdichten door een gecertificeerd en erkend bedrijf conform <ExtRef ref="https://www.sikb.nl/richtlijnen/brl-2100" soort="URL">BRL SIKB 2100/2101</ExtRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.2.5</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.27" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.27">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.27</Nummer>
		    <Opschrift>Verboden activiteiten in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.27__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.27__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> een milieubelastende activiteit uit te voeren, bedoeld in de lijst verboden activiteiten in <IntRef ref="cmp_5">bijlage V Lijst verboden activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden</IntRef> bij deze verordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.28</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod opslag van schadelijke stoffen in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> een niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stof voorhanden te hebben, bedoeld in <IntRef ref="cmp_6">Bijlage VI Lijst niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stoffen</IntRef> bij deze verordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een kleine werkvoorraad van maximaal 25 liter of kilogram.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_54">potentieel voor het grondwater schadelijke stof</IntRef> voorhanden te hebben, als de hoeveelheid meer is dan:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>in geval van een giftige of anderszins schadelijke stof genoemd in <IntRef ref="cmp_6">Bijlage VI Lijst niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stoffen</IntRef> bij deze verordening;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de in <IntRef ref="cmp_7">Bijlage VII Tabel hoeveelheidsdrempel voor stoffen</IntRef> aangegeven hoeveelheidsdrempel bij deze verordening; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>in geval van een andere potentieel voor het grondwater schadelijke stof:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_c__list_1">
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_c__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>maximaal 5 m2 per opslageenheid bij een tot vloeistof gekoeld gas of een vloeistof; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_3__list_1__item_c__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>maximaal 5.000 kilogram per opslageenheid bij een viskeuze of vaste stof.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.28__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het voorhanden hebben van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_54">potentieel voor het grondwater schadelijke stof</IntRef> met een hoeveelheid die minder is dan de hoeveelheid, bedoeld in het derde lid, worden bodembeschermende voorzieningen en maatregelen toegepast die de hoogst mogelijke vorm van bescherming bieden. Hieronder wordt in ieder geval verstaan dat opslag bovengronds en boven een vloeistofdichte bodemvoorziening plaatsvindt en dat processen of overslag boven een vloeistofdichte of vloeistofkerende bodemvoorziening plaatsvinden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.29</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod boren en grond- of funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebieden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied Bethunepolder, Bilthoven, Bunnik, Cothen, Groenekan, Linschoten, Zeist</IntIoRef> en in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__ref_2">Waterwingebied Bethunepolder</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 40 meter of meer onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">grond- of funderingswerken</IntRef> uit te voeren of te hebben op een diepte van 40 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_35">grondwaterbeschermingszone</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 3 meter of meer onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">grond- of funderingswerken</IntRef> uit te voeren of te hebben op een diepte van 3 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_35">grondwaterbeschermingszone</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied Driebergen, Leersum en Rhenen</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 10 meter of meer onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">grond- of funderingswerken</IntRef> uit te voeren of te hebben op een diepte van 10 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_35">grondwaterbeschermingszone</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied Beerschoten</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 30 meter of meer onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29__para_4__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">grond- of funderingswerken</IntRef> uit te voeren of te hebben op een diepte van 30 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_35">grondwaterbeschermingszone</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.30" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.30">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.30</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod aanleggen van een buisleiding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.30__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.30__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.30__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.30__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> een buisleiding voor het transport van olie, chemicali&#235;n en gassen niet zijnde aardgas of een leiding voor het transport van elektriciteit die wordt gekoeld met olie of chemicali&#235;n, aan te leggen, te vervangen of te verleggen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.30__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.30__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als met een risicoanalyse van een deskundige overeenkomstig de <ExtRef ref="https://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=&amp;esrc=s&amp;source=web&amp;cd=&amp;cad=rja&amp;uact=8&amp;ved=2ahUKEwjTo8Wet4_wAhWKqaQKHewBB8wQFjABegQIBhAD&amp;url=http://publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/#:~:text=De publicatiereeks is een handreiking,specifieke activiteiten met gevaarlijke stoffen.&amp;usg=AOvVaw01LWITJD9I5PevEwMXaXBr" soort="URL">Handreiking "Publicatiereeks gevaarlijke stoffen"</ExtRef> is aangetoond dat de kans op grondwaterverontreiniging door dat vervangen, veranderen of verleggen gelijk blijft of kleiner wordt ten opzichte van de daaraan voorafgaande situatie.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.31" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.31">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.31</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod energietoevoeging en -onttrekking in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.31__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.31__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> werken tot stand te brengen of activiteiten te verrichten met als doel het direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken of toe te voegen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.32</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod meststoffen in de bodem brengen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> meststoffen op of in de bodem te brengen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het op of in de bodem brengen van:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>dierlijke meststoffen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.32__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>anorganische meststoffen, compost of kalkmeststoffen als bedoeld in het <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0019031/2021-02-20" soort="URL">Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet</ExtRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.33" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.33">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.33</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod diepinfiltratie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.33__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.33__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> afstromend hemelwater via <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_29">diepinfiltratie</IntRef> in het grondwater te lozen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.34</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De verboden, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.29">Artikel 3.29</IntRef>, gelden niet voor:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>boorputten voor de controle van het grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het oprichten en hebben van boorputten voor het onttrekken van grondwater voor een noodvoorziening;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>bronbemalingen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het onderzoeken of saneren van de bodem in het kader van paragraaf 3.2.23 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>sonderingen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.34__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>ontgrondingen in het kader van paragraaf 16.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.35" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.35">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.35</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem voor innovatief duurzaamheidsproject</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.35__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.35__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> werken tot stand te brengen of activiteiten te verricht voor een open bodemenergiesysteem voor een innovatief duurzaamheidsproject.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.36" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.36">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.36</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem voor innovatief duurzaamheidsproject</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een open bodemenergiesysteem voor innovatief duurzaamheidsproject in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.36__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.36__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> wordt in ieder geval geweigerd als niet is aangetoond dat een significante bijdrage geleverd wordt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit door een koppeling te realiseren tussen duurzaam gebruik van bodemenergie en de gekozen saneringsaanpak.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.37" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.37">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.37</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem voor innovatief duurzaamheidsproject</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>[Gereserveerd]</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.38</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht horizontaal gestuurde boring</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder melding in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden</IntIoRef> horizontaal gestuurde boringen te verrichten als andere werkmethoden aantoonbaar niet toepasbaar zijn en voldaan wordt aan de voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de diepte van de onderkant van de boring is niet dieper dan 10 meter onder het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de milieuhygi&#235;nische bodemkwaliteit ter plaatse van het in- en uittredepunt overstijgt de achtergrondwaarde niet; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>voldaan wordt aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1">
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>als het boortrac&#233; een ernstige bodemverontreiniging passeert of doorboort, worden afdoende maatregelen getroffen om verspreiding tegen te gaan;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de boorvloeistof wordt samengesteld met schoon leidingwater;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>de boorvloeistof bevat voldoende bentoniet om uitwisseling met de ondergrond zoveel mogelijk te voorkomen. Hierbij wordt het gebruik van additieven zoveel mogelijk beperkt;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>de vrijkomende grond wordt niet zonder bodembeschermende maatregelen opgeslagen of verspreid over het perceel; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_1__list_1__item_c__list_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>indien de horizontale boring voor de aanleg van een riool is, wordt de mantelbuis voorzien van verklikkers die een zodanige werking hebben dat bij een eventuele breuk de inhoud van het riool aan het maaiveld uittreedt via deze verklikkers.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De dieptegrens, bedoeld in het eerste lid onder a, geldt niet voor de aanleg van waterleidingen door een drinkwaterbedrijf indien aanleg op een diepte van minder dan 10 meter redelijkerwijs niet kan worden verlangd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De melding wordt ten minste vier weken gedaan voordat de activiteit wordt verricht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.39</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder melding in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> de volgende activiteiten te verrichten:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>aardgasleidingen aanleggen, vervangen of verleggen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>grondwerken, voor zover bij verwijdering van de grond het bodemprofiel zodanig wordt hersteld dat ten minste dezelfde beschermende werking van de bodem ontstaat als voor de grondwerken;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>funderingswerken, voor zover daarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c__list_1">
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>grondverdringende gladde geprefabriceerde palen zonder verbrede <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_79">voet</IntRef>;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>in de grond gevormde palen waarbij een hulpbuis wordt gebruikt die niet plaatselijk verbreed is en grondverdringend wordt ingebracht; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_c__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>schroefpalen; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>buitengebruikstellen van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_21">boorput</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder melding in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_2__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden</IntIoRef> heipalen te verwijderen<strong>. </strong></Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De melding wordt ten minste vier weken gedaan voordat de activiteit wordt verricht.&#x200b;&#x200b;</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.40</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding horizontaal gestuurde boring</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden, ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.38">Artikel 3.38</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>doel van de horizontaal gestuurde boring;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het diepste punt van de boring;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de lengte van de boring tussen in- en uittredepunt;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de totale lengte van de boring; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.40__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.41</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied bij aanleg van aardgasleiding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden, ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bij een melding als bedoeld <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39">Artikel 3.39</IntRef>, eerste lid, onder a, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de lengte van de aardgasleiding;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het diepste punt van de aardgasleiding in meter beneden maaiveld;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het te gebruiken afdichtmateriaal; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.41__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.42</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding grondwerken in grondwaterbeschermingsgebied bij grondwerk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39">Artikel 3.39</IntRef>, eerste lid, onder b, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>doel van het ontgraven;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>oppervlakte van de ontgraving in m2;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>diepte tot waar wordt ontgraven in meter beneden <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de wijze hoe het bodemprofiel wordt hersteld zodat tenminste dezelfde beschermende werking van de bodem ontstaat als voor de grondwerken; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.42__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.43</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied bij funderingswerk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden, ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39">Artikel 3.39</IntRef>, eerste lid, onder c, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>doel waarvoor de fundering geplaatst wordt;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de aard van de te gebruiken funderingstechniek:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d__list_1">
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>grondverdringende gladde geprefabriceerde palen zonder verbrede <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_79">voet</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>in de grond gevormde palen waarbij een hulpbuis wordt gebruikt die niet plaatselijk is verbreed en grondverdringend wordt ingebracht; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_d__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>schroefpalen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>diepte tot waar de fundering komt in meter beneden <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.43__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.44</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied bij buitengebruikstelling boorput</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden, ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39">Artikel 3.39</IntRef>, eerste lid, onder d, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>aantal boorputten dat wordt afgedicht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het te gebruiken afdichtmateriaal; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.44__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.45</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied bij verwijdering heipaal</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden, ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.39">Artikel 3.39</IntRef>, tweede lid, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>aantal van de te verwijderen heipalen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>diepte tot welke de heipalen worden verwijderd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het te gebruiken afdichtmateriaal; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.45__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.46" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.46">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.46</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis buitengebruikstelling boorput</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij buitengebruikstelling van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_21">boorput</IntRef> in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.46__ref_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.46__ref_2">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> laat de eigenaar of exploitant binnen twee weken daarna die boorput afdichten door een gecertificeerd en erkend bedrijf conform <ExtRef ref="https://www.sikb.nl/richtlijnen/brl-2100" soort="URL">BRL SIKB 2100/2101</ExtRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.47" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.47">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.47</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis verwijdering van heipalen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij verwijdering van heipalen in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.47__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.47__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden</IntIoRef> wordt het ontstane gat zoveel mogelijk afgedicht met bentoniet.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.48" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.48">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.48</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis lozen afstromend hemelwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.48__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.48__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het lozen van afstromend hemelwater in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.48__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.48__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> wordt mogelijke verontreiniging van het grondwater zoveel mogelijk beperkt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.48__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.48__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan het gestelde in het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de Leidraad Afkoppelen provincie Utrecht wordt gevolgd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.49</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis aanleggen parkeerplaats</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het aanleggen of hebben van een parkeerplaats voor motorrijtuigen in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_1__ref_1">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> wordt mogelijke verontreiniging van het grondwater zoveel mogelijk beperkt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>er sprake is vloeistofdichte bodemvoorziening; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.49__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de Leidraad Afkoppelen provincie Utrecht wordt gevolgd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.2.6</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten in boringsvrije zone</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.50" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.50">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.50</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod mijnbouwactiviteiten in boringsvrije zone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.50__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.50__ref_1">Boringsvrije zone</IntIoRef> mijnbouwactiviteiten te verrichten bedoeld in artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.51</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod boren en grond- of funderingswerken in boringsvrije zone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1__ref_1">Boringsvrije zones Bilthoven, Blokland, Bunnik</IntIoRef>, Cothen, De Meern, Eempolder, Leidsche Rijn, Lexmond-Noord, Linschoten, Nieuwegein, Vianen en Vianen-Panoven:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 40 meter of meer onder maaiveld; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 40 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2__ref_1">Boringsvrije zone Amersfoort-Koedijkerweg, Rhenen en Woudenberg</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 10 meter of meer onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">grond- of funderingswerken</IntRef> uit te voeren of te hebben op een diepte van 10 meter of meer onder het maaiveld , met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3__ref_1">Boringsvrije zone Langerak en Lexmond</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 3 meter of meer onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">grond- of funderingswerken</IntRef> uit te voeren of te hebben op een diepte van 3 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4__ref_1">Boringsvrije zone Veenendaal</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 30 meter of meer onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_4__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">grond- of funderingswerken</IntRef> uit te voeren of te hebben op een diepte van 30 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5__ref_1">Boringsvrije zone Tull en t Waal</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 55 meter of meer onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_5__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">grond- of funderingswerken</IntRef> uit te voeren of te hebben op een diepte van 55 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6__ref_1">Boringsvrije zone WCB Nieuwegein</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 60 meter of meer onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51__para_6__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 60 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.52" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.52">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.52</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod energietoevoeging en -onttrekking in boringvrije zone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.52__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.52__ref_1">Boringsvrije zone</IntIoRef> werken tot stand te brengen of activiteiten te verrichten met als doel direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken of toe te voegen op een diepte lager dan de grenzen genoemd in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51">Artikel 3.51</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.53</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstellingen oprichten van boorputten en uitvoeren van grond- of funderingswerken in boringsvrije zone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De verboden, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51">Artikel 3.51</IntRef>, gelden niet voor:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>boorputten voor de controle van het grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het oprichten en hebben van boorputten voor het onttrekken van grondwater voor een noodvoorziening;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>bronbemalingen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het onderzoeken of saneren van de bodem in het kader van paragraaf 3.2.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>sonderingen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.53__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>ontgrondingen in het kader van paragraaf 16.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.54" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.54">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.54</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.54__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.54__ref_1">Boringsvrije zone</IntIoRef> werken tot stand te brengen of activiteiten te verrichten ten behoeve van een open bodemenergiesysteem voor een innovatief duurzaamheidsproject op een diepte lager dan de grenzen genoemd in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51">Artikel 3.51</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.55" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.55">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.55</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een open bodemenergiesysteem in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.55__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.55__ref_1">Boringsvrije zone</IntIoRef> wordt in ieder geval geweigerd indien niet is aangetoond dat een significante bijdrage geleverd wordt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit door een koppeling te realiseren tussen duurzaam gebruik van bodemenergie en de gekozen saneringsaanpak.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.56" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.56">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.56</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingsvergunning boorput voor industri&#235;le winning</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.56__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.56__ref_1">Boringsvrije zone</IntIoRef> boorputten op te richten en te hebben voor het onttrekken van grondwater voor industri&#235;le winningen ten behoeve van de menselijke consumptie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.57" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.57">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.57</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>[Gereserveerd]</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.58" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.58">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.58</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning boorput voor industri&#235;le winning</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>[Gereserveerd]</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.59</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht horizontaal gestuurde boringen in boringsvrije zone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder melding in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__ref_1">Boringsvrije zone Langerak en Lexmond</IntIoRef> horizontaal gestuurde boringen te verrichten als andere werkmethoden aantoonbaar niet toepasbaar zijn en voldaan wordt aan de voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de diepte van de onderkant van de boring is niet dieper dan 10 meter onder het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de milieuhygi&#235;nische bodemkwaliteit ter plaatse van het in- en uittredepunt overstijgt de achtergrondwaarde niet; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>voldaan wordt aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1">
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>indien het boortrac&#233; een ernstige bodemverontreiniging passeert of doorboort, worden afdoende maatregelen getroffen om verspreiding tegen te gaan;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de boorvloeistof wordt samengesteld met schoon leidingwater;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>de boorvloeistof bevat voldoende bentoniet om uitwisseling met de ondergrond zoveel mogelijk te voorkomen. Hierbij wordt het gebruik van additieven zoveel mogelijk beperkt;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>de vrijkomende grond wordt niet zonder bodembeschermende maatregelen opgeslagen of verspreid over het perceel; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_1__list_1__item_c__list_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>indien de horizontale boring voor de aanleg van een riool is, wordt de mantelbuis voorzien van verklikkers die een zodanige werking hebben dat bij een eventuele breuk de inhoud van het riool aan het maaiveld uittreedt via deze verklikkers.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De dieptegrens, bedoeld in het eerste lid onder a, geldt niet voor de aanleg van waterleidingen door een drinkwaterbedrijf indien aanleg op een diepte van minder dan 10 meter redelijkerwijs niet kan worden verlangd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De melding wordt ten minste vier weken gedaan voordat de activiteit wordt verricht. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.60</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht grond- of funderingswerken in boringsvrije zone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder melding in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__ref_1">Boringsvrije zone</IntIoRef> de volgende activiteiten verrichten:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>grondwerken, voor zover bij verwijdering van de grond het bodemprofiel zodanig wordt hersteld dat ten minste dezelfde beschermende werking van de bodem ontstaat als voor de grondwerken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>funderingswerken, voor zover daarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b__list_1">
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>grondverdringende gladde geprefabriceerde palen zonder verbrede <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_79">voet</IntRef>;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>in de grond gevormde palen waarbij een hulpbuis wordt gebruikt die niet plaatselijk verbreed is en grondverdringend wordt ingebracht; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>schroefpalen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De melding wordt ten minste vier weken gedaan voordat de activiteit wordt verricht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.61</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding horizontaal gestuurde boring Langerak en Lexmond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden, ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.59">Artikel 3.59</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>doel van de horizontaal gestuurde boring;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het diepste punt van de boring;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de lengte van de boring tussen in- en uittredepunt;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de totale lengte van de boring; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.61__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.62</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding grondwerken in boringsvrije zone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60__para_1">Artikel 3.60, eerste lid</IntRef>, eerste lid, onder a, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>doel waarvoor wordt ontgraven;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>aard van het oppervlak van de ontgraving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>diepte tot waar wordt ontgraven in meter beneden <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>aard van het bodemprofiel ter plaatse;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>de wijze hoe het bodemprofiel hersteld wordt zodat ten minste dezelfde beschermende werking van de bodem ontstaat als voor de grondwerken; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.62__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.63</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding funderingswerken in boringsvrije zone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.60">Artikel 3.60</IntRef>, eerste lid, onder b, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bedrijfsnaam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>doel waarvoor de fundering wordt geplaatst;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de aard van de te gebruiken funderingstechniek:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d__list_1">
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>grondverdringende gladde geprefabriceerde palen zonder verbrede <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_79">voet</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>in de grond gevormde palen waarbij een hulpbuis wordt gebruikt die niet plaatselijk verbreed is en grondverdringend wordt ingebracht; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_d__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>schroefpalen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>diepte tot waar de fundering kom in meters beneden <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.63__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>start en einde van de werkzaamheden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.64" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.64">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.64</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis verwijdering van heipalen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij verwijdering van heipalen in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.64__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.64__ref_1">Boringsvrije zone Langerak en Lexmond</IntIoRef> wordt het ontstane gat zoveel mogelijk afgedicht met bentoniet.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_3__subchp_3.3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.3</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.3.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepaling grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.65" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.65">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.65</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het beschermen van de kwaliteit van de bodem.&#x200b;&#x200b;</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.3.2</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregels grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.66</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel programma gebiedsgerichte aanpak grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een programma <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_32">gebiedsgerichte aanpak</IntRef> grondwaterverontreiniging is gericht op:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het zoveel mogelijk voorkomen van de risico&#x2019;s van verspreiding van verontreiniging buiten het aangewezen gebied;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het zoveel mogelijk verminderen van de vracht van de verontreiniging;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de bescherming van bestaande en beoogde functies van, in en op de bodem binnen het aangewezen gebied; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het verbeteren van de mogelijkheden om doelmatig gebruik te maken van de ondergrond in verontreinigd gebied.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het programma wordt vastgesteld door gedeputeerde staten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het programma bevat in ieder geval de volgende gegevens:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de doelstellingen van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_32">gebiedsgerichte aanpak</IntRef> binnen het beheergebied en de maatregelen die ter verwezenlijking hiervan worden genomen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de termijn waarbinnen deze doelstellingen zullen worden verwezenlijkt;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de verrichte onderzoeken;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de wijze waarop het plan past binnen het omgevingsplan, het regionale waterprogramma en het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">waterbeheerprogramma</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>een begroting van de kosten van de sanering en een overzicht van de daarvoor beschikbare middelen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>de wijze waarop belemmeringen voor een doelmatige gebiedsgerichte aanpak zullen worden weggenomen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_3__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>de verontreinigingen in het grondwater binnen het aangewezen gebied.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In het programma wordt rekening gehouden met de gevolgen van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_32">gebiedsgerichte aanpak</IntRef> voor locaties die daarvan geen onderdeel uitmaken, en worden zo nodig voorzieningen opgenomen om voor die locaties optredende gevolgen te monitoren en maatregelen om dan in te grijpen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.2__art_3.66__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het programma kan betrekking hebben op gevallen van ernstige verontreiniging waarop op grond van artikel 3.1 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van die wet, van toepassing is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.3.3</Nummer>
		  <Opschrift>Grondwatersanering</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.67" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.67">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.67</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het saneren van verontreinigd grondwater met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.67__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.67__ref_1">Gebied saneringsregels voor grondwater</IntIoRef>, als bedoeld in <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.BWPROGRAMMA-VA01?s=SANMmAIGAWuZIkGERUE9eD-AADQD08wIaIANHTgEB" soort="URL">Annex 2 van het Water en Bodemprogramma</ExtRef> voor zover dit niet valt onder de activiteit zoals gedefinieerd in artikel 4.1241 en 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.68" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.68">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.68</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingsvergunning grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning verontreinigd grondwater met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico te saneren.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.69</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het saneren van verontreinigd grondwater met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico wordt alleen verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het risico van verspreiding van verontreinigende stoffen zoveel mogelijk wordt beperkt; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>nazorgmaatregelen en gebruiksbeperkingen zoveel mogelijk beperkt kunnen blijven.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.69__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De aanvraag wordt getoetst aan de saneringsdoelstelling uit <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0033592/2013-07-01#Circulaire.divisie4" soort="URL">hoofdstuk 4 van de Circulaire bodemsanering 2013</ExtRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.70</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de wet worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.68">Artikel 3.68</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een vooronderzoek bodemonderzoek bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een verkennend bodemonderzoek bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een nader bodemonderzoek bedoeld in artikel 5.7d van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de te treffen saneringsmaatregelen en een motivering van de keuze voor deze maatregelen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de effecten die met de maatregelen worden beoogd, waaronder een aanduiding van de terugsaneerwaarde;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van een andere methode om de beoogde effecten te bereiken, voor het geval de maatregelen niet tot die effecten zouden leiden; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de nazorgmaatregelen die naar verwachting moeten worden getroffen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.71</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke gegevens en bescheiden start en locatie grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Ten minste twee weken voor het begin van de activiteit worden aan gedeputeerde staten gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gewijzigde gegevens worden onverwijld aan gedeputeerde staten verstrekt na het wijzigen van:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de begrenzing of de verwachte datum van het begin van de activiteit; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.71__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>naam of het adres van de sanering.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.72</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke gegevens en bescheiden uitvoerder en milieukundige begeleider grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Ten minste vijf werkdagen voor het begin van de activiteit worden aan gedeputeerde staten gegevens en bescheiden verstrekt over uitvoerder en milieukundige beheerder.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De gegevens en bescheiden met betrekking tot de uitvoerder en milieukundige begeleider bevatten ten minste:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de naam en het adres van degene die de werkzaamheden gaat verrichten; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.72__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de naam en het adres van de natuurlijke persoon en de onderneming die de milieukundige begeleiding gaan verrichten.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.73" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.73">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.73</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis uitvoering van de activiteit grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.73__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.73__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De activiteit wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor <ExtRef ref="https://www.sikb.nl/richtlijnen/brl-7000" soort="URL">BRL SIKB 7000</ExtRef> en begeleid door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor <ExtRef ref="https://www.sikb.nl/richtlijnen/brl-6000" soort="URL">BRL SIKB 6000</ExtRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.73__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.73__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De activiteit wordt verricht overeenkomstig de beschrijving van de te treffen saneringsmaatregelen, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70">Artikel 3.70</IntRef>, onder d.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.73__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.73__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als blijkt dat de maatregelen niet tot de beoogde effecten zullen leiden, wordt de activiteit verricht overeenkomstig de andere methode om de beoogde effecten te bereiken, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.70">Artikel 3.70</IntRef>, onder f.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.74</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis evaluatieverslag grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Binnen vier weken na afronding van de activiteit wordt een evaluatieverslag opgesteld volgens <ExtRef ref="https://www.sikb.nl/doc/BRL6000/BRL  v4.2_def SIKB 6000.pdf" soort="URL">BRL SIKB 6000</ExtRef> en aan gedeputeerde staten verstrekt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het evaluatieverslag bevat in ieder geval:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van het resultaat van de milieukundige begeleiding bestaande uit processturing met daarbij in ieder geval een opsomming van bijzondere omstandigheden die zich tijdens de activiteit hebben voorgedaan;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de resultaten van de milieukundige begeleiding, indien van toepassing, bestaande uit verificatie van het eindresultaat van de activiteit;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>als na de activiteit nog verontreiniging in het grondwater aanwezig is en daardoor beperkingen in het gebruik van de bodem noodzakelijk zijn: een beschrijving van deze beperkingen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>als na de activiteit nazorgmaatregelen nodig zijn: een beschrijving van deze nazorgmaatregelen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.75" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.75">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.75</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis beperkingen en nazorgmaatregelen grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.75__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.75__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De eigenaar, erfpachter of gebruiker van het grondgebied waar na de activiteit een verontreiniging in het grondwater aanwezig is gebleven, neemt de beperkingen in het gebruik van de bodem in acht die zijn beschreven in het evaluatieverslag.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.75__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.75__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die de activiteit heeft verricht, dan wel degene die daartoe is aangewezen in het evaluatieverslag, is belast met de uitvoering van de nazorgmaatregelen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.76" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.76">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.76</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkvoorschriften activiteit grondwatersanering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over de artikelen 3.70 tot en met 3.75.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.3.4</Nummer>
		  <Opschrift>Onderzoek en maatregelen grondwaterverontreiniging bij bouwen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.77" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.77">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.77</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik onderzoek en maatregelen grondwaterverontreiniging bij bouwen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een bodemgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.78" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.78">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.78</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis vooronderzoek grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.78__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.78__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voordat een bodemgevoelig gebouw wordt gebouwd, wordt op het perceel een vooronderzoek grondwater uitgevoerd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.78__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.78__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het vooronderzoek grondwater voldoet aan NEN 5725.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.79</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis verkennend onderzoek grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als uit het vooronderzoek grondwater blijkt dat er een verdenking bestaat van de aanwezigheid van een verontreiniging in de verzadigde zone van de bodem, wordt een verkennend grondwateronderzoek uitgevoerd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verkennend grondwateronderzoek voldoet aan NEN 5740.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij dit verkennend grondwateronderzoek worden betrokken:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering, bedoeld in bijlage VC bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingswaarden voor de goede chemische toestand van grondwaterlichamen, bedoeld in bijlage IV bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor <ExtRef ref="https://www.sikb.nl/doc/BRL2000/BRL_SIKB_2000_v6_0_20180201.pdf" soort="URL">BRL SIKB 2000</ExtRef> of een certificatie-instantie of een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor <ExtRef ref="https://sikb.nl/doc/AS2000/AS_SIKB_2000_v2_8_20140207.pdf" soort="URL">AS SIKB 2000</ExtRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De laboratoriumanalyse wordt verricht door een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor <ExtRef ref="https://www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen/as-sikb-3000" soort="URL">AS 3000</ExtRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.80</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis nader onderzoek grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als het verkennend grondwateronderzoek daartoe aanleiding geeft, wordt een nader grondwateronderzoek uitgevoerd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het nader grondwateronderzoek voldoet aan NTA 5755.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor <ExtRef ref="https://www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen/brl-sikb-2000" soort="URL">BRL SIKB 2000</ExtRef> of een certificatie-instantie of een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor <ExtRef ref="https://sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen/as-sikb-2000" soort="URL">AS SIKB 2000</ExtRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80__para_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De laboratoriumanalyse wordt verricht door een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor <ExtRef ref="https://www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen/as-sikb-3000" soort="URL">AS 3000</ExtRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.81" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.81">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.81</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis risicobeoordeling grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.81__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.81__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als uit het nader grondwateronderzoek blijkt dat sprake is van inbreng van een significante verontreiniging in het grondwater als bedoeld in <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.BWPROGRAMMA-VA01?s=SANMmAIGAWuZIkGERUE9eD-AADQD08wAG" soort="URL">Annex 2 bij het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht</ExtRef>, wordt een risicobeoordeling grondwaterverontreiniging uitgevoerd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.81__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.81__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De risicobeoordeling grondwaterverontreiniging wordt uitgevoerd overeenkomstig <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.BWPROGRAMMA-VA01?s=SANMmAIGAWuZIkGERUE9eD-AADQD08wAG" soort="URL">Annex 2 bij het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht</ExtRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.82</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eis maatregelen grondwaterverontreiniging met onaanvaardbaar verspreidingsrisico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als uit de risicobeoordeling grondwaterverontreiniging blijkt dat er een onaanvaardbare risico voor verspreiding van verontreiniging in het grondwater is en de bronzone zich deels of geheel bevindt binnen het perceel waar de bouwactiviteit wordt verricht, wordt voorafgaand aan de bouwactiviteit:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een bodemsanering voor de bronzone uitgevoerd;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een grondwatersanering voor de bronzone uitgevoerd; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een grondwatersanering voor de verontreinigingspluim uitgevoerd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De bodemsanering en grondwatersaneringen worden uitgevoerd:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>op het perceel waar de bouwactiviteit wordt verricht; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>buiten het perceel waar de bouwactiviteit wordt verricht, voor zover dat redelijkerwijs kan worden gevergd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor zover de bronzone of verontreinigingspluim zich bevinden buiten het perceel waar de bouwactiviteit wordt verricht, belemmert het te bouwen bouwwerk de bodemsanering van de bronzone en de grondwatersaneringen van de bronzone en verontreinigingspluim niet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.83" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.83">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.83</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkvoorschriften maatregelen grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82">Artikel 3.82</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>3.3.5</Nummer>
		  <Opschrift>Grondwaterverontreiniging met onaanvaardbaar verspreidingsrisico</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.84" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.84">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.84</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik verdenking grondwaterverontreiniging met onaanvaardbaar verspreidingsrisico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing als een redelijk vermoeden bestaat van grondwaterverontreiniging met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.85" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.85">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.85</Nummer>
		    <Opschrift>Informatieplicht initiatiefnemer, eigenaar of erfpachter</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een initiatiefnemer, de eigenaar of erfpachter van het betrokken grondgebied is verplicht de informatie die bij hem over de grondwaterverontreiniging bekend is te verstrekken aan de provincie Utrecht.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.86" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.86">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>3.86</Nummer>
		    <Opschrift>Informatieplicht gemeente</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De gemeente die een redelijk vermoeden heeft van of wordt ge&#239;nformeerd over een grondwaterverontreiniging met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico, geeft van de verstrekte informatie onverwijld kennis aan:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.86__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.86__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.86__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.86__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>gedeputeerde staten; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.86__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.5__art_3.86__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>andere bestuursorganen of overheidsdiensten, die belang hebben bij een onverwijlde kennisgeving.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_3__subchp_3.4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.4</Nummer>
		<Opschrift>Grondverzet en rommelterrein</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.87" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.87">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.87</Nummer>
		  <Opschrift>Oogmerk grondverzet en rommelterrein</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het behoud van landschappelijke, natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.88</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik grondverzet en rommelterrein</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze afdeling is in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> van toepassing op het:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al><IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_68">storten</IntRef> van materialen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>inrichten of hebben van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">stortplaats</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al><IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_51">ophogen</IntRef> of egaliseren van gronden; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>inrichten of hebben van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">rommelterrein</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze afdeling is niet van toepassing op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">rommelterrein</IntRef> dat in geen enkel seizoen zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.88__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>stortplaatsen die zijn aangewezen in een omgevingsplan of zich bevinden in een gebouw.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.89" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.89">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.89</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke zorgplicht grondverzet en rommelterrein</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Degene die stort, een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">stortplaats</IntRef> inricht of houdt, gronden ophoogt of egaliseert of een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">rommelterrein</IntRef> inricht of houdt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot nadelige gevolgen voor de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.87">Artikel 3.87</IntRef>, is verplicht:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.89__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.89__list_1">
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.89__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.89__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen,</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.89__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.89__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.89__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.89__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.90" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.90">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.90</Nummer>
		  <Opschrift>Verbod rommelterrein</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.90__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.90__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">rommelterrein</IntRef> in te richten of te hebben, tenzij de activiteit is toegelaten op grond van <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.93">Artikel 3.93</IntRef> en wordt voldaan aan de specifieke eisen in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.102">Artikel 3.102</IntRef>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.91" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.91">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.91</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsvergunning grondverzet</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.91__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.91__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> materialen te <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_68">storten</IntRef>, een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">stortplaats</IntRef> in te richten of te hebben of gronden op te hogen of te egaliseren, tenzij de activiteit is toegelaten op grond van de artikelen 3.92 tot en met 3.97 en wordt voldaan aan de specifieke eisen in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.88">Artikel 3.88</IntRef> en <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.89">Artikel 3.89</IntRef>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.92" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.92">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.92</Nummer>
		  <Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij werken</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor het uitvoeren of onderhoud van infrastructurele openbare werken en werken van groot maatschappelijk belang wordt alleen gestort, opgehoogd en ge&#235;galiseerd als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de activiteiten plaatsvinden binnen het uitvoeringsgebied van een vergund bestek; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de werken zijn aangewezen in het omgevingsplan.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.92__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor onderhouds-, herstel-, bouw- of sloopwerkzaamheden op bouwpercelen wordt alleen gestort, opgehoogd of ge&#235;galiseerd als het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">bouwperceel</IntRef> is aangewezen in het omgevingsplan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.93" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.93">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.93</Nummer>
		  <Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij agrarische perceel</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.93__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.93__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op agrarische weide- en akkerpercelen wordt alleen gestort en opgehoogd als dat nodig is voor het aanleggen van rijpaden op die percelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.93__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.93__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op of onmiddellijk aangrenzend aan een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">agrarisch bouwperceel</IntRef> wordt alleen een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">stortplaats</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">rommelterrein</IntRef> ingericht of gehouden als dat noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.94</Nummer>
		  <Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij normaal onderhoud van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">baggerspecie</IntRef> vrijkomt uit normaal onderhoud van <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">oppervlaktewaterlichamen</IntRef> wordt deze baggerspecie alleen gestort, ge&#235;galiseerd en gebruikt om op te hogen als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>losse plantenresten bovenaan het talud van het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">oppervlaktewaterlichaam</IntRef> worden neergelegd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het oorspronkelijke <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> met niet meer dan 10 centimeter wordt opgehoogd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de baggerspecie niet wordt gestort op gronden die in agrarisch natuurbeheer zijn of zich bevinden binnen een natuurparel, waterparel of natuurnetwerk Nederland; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de baggerspecie gelijkmatig over de oever van een perceel, dat gelegen is naast het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">oppervlaktewaterlichaam</IntRef>, wordt verspreid, waarbij <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">aardkundige waarden</IntRef> en archeologisch of landschappelijk waardevolle terreingedeelten zoals laagten en geulen in stand worden gelaten.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_2__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> wordt binnen een Natuurparel,  Waterparel, Natuurnetwerk Nederland en Groene contour zonder omgevingsvergunning geen bagger in een baggerdepot gestort.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> buiten een Natuurparel, Waterparel, natuurnetwerk Nederland en Groene contour wordt alleen zonder omgevingsverordening bagger in een baggerdepot gestort als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het depot niet is of wordt aangelegd op een locatie, die in de kwaliteitsgidsen landschap van de provincie Utrecht als open of extreem open is aangeduid;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het depot voor inklinken maximaal 1,50 meter hoog is ten opzichte van het laagste naastgelegen maaiveld;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de kaden ten minste 2 meter vanuit de oever van oppervlaktewaterlichamen worden aangelegd en zowel eind juni als in november worden gemaaid;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het perceel waarop het baggerdepot zich bevindt na ophogen, inklinken, verspreiden en egalisatie niet meer dan 10 centimeter hoger ligt dan het oorspronkelijke maaiveld van de dichtstbijzijnde naastgelegen niet opgehoogde percelen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.94__para_3__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>na inklinken, dan wel maximaal na 3 jaar na de activiteit, de bagger en de om het depot opgeworpen kaden gelijkmatig worden verspreid tot ten minste 1 meter vanuit de oever van oppervlaktewaterlichamen, waarbij aardkundige waarden en archeologisch of landschappelijk waardevolle terreingedeelten zoals laagten en geulen in stand worden gelaten.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.95" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.95">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.95</Nummer>
		  <Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij een viaduct, ecoduct, faunapassage of planmatige inrichting en ontwikkeling van een natuurterrein of ecologische zone</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor een takkenril, stobbewal en broeihoop nabij een viaduct, ecoduct of faunapassage of planmatige inrichting en ontwikkeling van een natuurterrein of ecologische zone worden alleen grond en <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">baggerspecie</IntRef>, met inbegrip van blad, takken, stobben en boomstronken gestort als:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1">
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de beheerder van het betrokken natuurterrein of de ecologische zone heeft ingestemd en dit is vastgelegd en verantwoord is;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de grond en baggerspecie een maximale hoogte van 1 meter boven het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> hebben;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>de ecologische meerwaarde vanuit provinciaal of gemeentelijk beleid wordt aangetoond;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>het gestorte element onderdeel uitmaakt van een ecologische zone of daarbij aansluit; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.95__list_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>uitsluitend gebiedseigen materiaal wordt gebruikt.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.96" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.96">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.96</Nummer>
		  <Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij takkenwal en takkenril</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor een takkenwal of takkenril, anders dan bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.95">Artikel 3.95</IntRef>, wordt alleen <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_70">takhout</IntRef> gestort als:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1">
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de wallen en rillen worden aangelegd tegen de buitenrand van een houtopstand;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>het gebruikte takhout afkomstig is van die nabije houtopstand;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>aanwezige of potenti&#235;le natuurwaarden op deze manier worden versterkt;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>de wallen en rillen aan de voet maximaal 1 meter breed zijn en een maximale hoogte van 1,50 meter hebben gemeten vanaf het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.96__list_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>de wallen en rillen geen stobben of boomstronken bevatten.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.97" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.97">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.97</Nummer>
		  <Opschrift>Vrijstelling activiteiten in tuin, park, landgoed of sportaccommodatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In een tuin, park, landgoed of sportaccommodatie wordt alleen grond gestort voor een wal of grondlichaam als:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1">
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een landschapstype dat aan de stortlocatie grenst niet wordt doorkruist of onderbroken, tenzij dit aanvaardbaar is vanuit cultuurhistorische overwegingen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>aanwezige bomen niet in het grondlichaam komen te staan;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>de wal of het grondlichaam wordt ingepland met een gebiedseigen beplantingsmengsel; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.97__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>de wal of het grondlichaam maximaal 2 meter breed is en een maximale hoogte heeft van 1 meter gemeten vanaf het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef>.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.98</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning grondverzet</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.91">Artikel 3.91</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1">
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>kaart van de planlocatie;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>locatie van het werk;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>materialen die worden toegepast;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>hoeveelheid materialen die worden toegepast;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>herkomst materialen die worden toegepast;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_f">
		      <LiNummer>f.</LiNummer>
		      <Al>afmetingen van de werkzaamheden;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_g">
		      <LiNummer>g.</LiNummer>
		      <Al>permanente of tijdelijke werkzaamheden;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_h">
		      <LiNummer>h.</LiNummer>
		      <Al>reden van de werkzaamheden; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.98__list_1__item_i">
		      <LiNummer>i.</LiNummer>
		      <Al>start- en einddatum van de werkzaamheden.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.99" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.99">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.99</Nummer>
		  <Opschrift>Meldplicht ophogen of egaliseren agrarisch gebruikt weide- en akkerperceel</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.99__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.99__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder melding agrarisch gebruikte weide- en akkerpercelen op te hogen of te egaliseren.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.99__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.99__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De melding wordt ten minste twee weken voor het begin van de activiteit gedaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.100</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke vereisten melding ophogen of egaliseren agrarisch gebruikt weide- en akkerperceel</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden bij een melding als bedoeld <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.99">Artikel 3.99</IntRef> ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1">
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>kaart van de planlocatie;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>locatie van het werk;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>is de locatie buiten een natuurparel, waterparel, natuurnetwerk Nederland en Groene contour ;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>functie planlocatie in het omgevingsplan;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>huidig gebruik planlocatie;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_f">
		      <LiNummer>f.</LiNummer>
		      <Al>hoeveeldheid grond, heideplagsel en/of bosstrooisel die wordt toegepast;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_g">
		      <LiNummer>g.</LiNummer>
		      <Al>afmetingen van de werkzaamheden;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_h">
		      <LiNummer>h.</LiNummer>
		      <Al>start- en einddatum van de werkzaamheden;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_i">
		      <LiNummer>i.</LiNummer>
		      <Al>of grond wordt gestort volgens het principe zand op zand, klei op klei, veen op veen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_j">
		      <LiNummer>j.</LiNummer>
		      <Al>of bij het verspreiden en egaliseren de aardkundig, archeologisch of landschappelijk waardevolle terreingedeelten zoals laagten en geulen, in stand worden gelaten; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_k" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.100__list_1__item_k">
		      <LiNummer>k.</LiNummer>
		      <Al>of de percelen eens in de 5 jaar worden opgehoogd met maximaal 10 centimeter na uitvlakking.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.101" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.101">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.101</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke eis bij werk</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De activiteiten bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.92">Artikel 3.92</IntRef> duren niet langer dan noodzakelijk.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.102</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke eisen bij agrarisch perceel</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">stortplaats</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">rommelterrein</IntRef> is het te <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_68">storten</IntRef> of opgeslagen materiaal afkomstig uit het eigen agrarisch productieproces of bestemd voor de verwerking in dat productieproces.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">stortplaats</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">rommelterrein</IntRef> is het aanwezige materieel benodigd voor het eigen agrarisch productieproces.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">stortplaats</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">rommelterrein</IntRef> zijn rijkuilen, sleufsilo's en hooi- en kuilgrasbalen afgedekt of gewikkeld in plasticfolie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">stortplaats</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">rommelterrein</IntRef> ligt niet meer dan &#233;&#233;n hoop grond van maximaal 50 m3.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_5__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> worden binnen een  Natuurparel (indidatief),  Waterparel,  natuurnetwerk Nederland en  Groene contour zonder omgevingsvergunning geen agrarisch gebruikte weide- en akkerpercelen opgehoogd en ge&#235;galiseerd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6">
		  <LidNummer>6.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor het zonder omgevingsvergunning <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_51">ophogen</IntRef> en egaliseren van agrarisch gebruikte weide- en akkerpercelen binnen het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__ref_2" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__ref_2">Landelijk gebied</IntIoRef> buiten natuurparel, waterparel, <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__ref_3" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__ref_3">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> en <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__ref_4" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__ref_4">Groene contour</IntIoRef> geldt dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1">
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>alleen grond, heideplagsel en bosstrooisel wordt gestort;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>grond wordt gestort volgens het principe zand op zand, klei op klei en veen op veen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>bij verspreiden en egaliseren de aardkundig, archeologisch of landschappelijk waardevolle terreingedeelten, zoals laagten en geulen, in stand worden gelaten; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_6__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de percelen eens in de 5 jaar opgehoogd worden met maximaal 10 centimeter na uitvlakking.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_7" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.4__art_3.102__para_7">
		  <LidNummer>7.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_51">ophogen</IntRef> of egaliseren van agrarisch gebruikte weide- en akkerpercelen wordt binnen vier weken na aanvang afgerond.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_3__subchp_3.5" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.5</Nummer>
		<Opschrift>Gesloten stortplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.103" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.103">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.103</Nummer>
		  <Opschrift>Oogmerk gesloten stortplaats</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op de bescherming van het milieu.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.104" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.104">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.104</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik gesloten stortplaats</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Deze afdeling is van toepassing op activiteiten op een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.104__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.104__ref_1">Gesloten stortplaats</IntIoRef>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.105" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.105">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.105</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsvergunning activiteiten op gesloten stortplaats</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is op een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.105__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.105__ref_1">Gesloten stortplaats</IntIoRef> verboden zonder omgevingsvergunning:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.105__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.105__list_1">
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.105__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.105__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een bouwactiviteit te verrichten;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.105__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.105__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een milieubelastende activiteit te verrichten; of</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.105__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.105__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een boom of houtopstand te kappen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.106" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.106">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.106</Nummer>
		  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning gesloten stortplaats</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De omgevingsvergunning voor een activiteit op een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.106__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.106__ref_1">Gesloten stortplaats</IntIoRef> wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.106__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.106__list_1">
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.106__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.106__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>er worden maatregelen genomen die strekken tot het in stand houden en onderhouden, het herstellen, verbeteren of vervangen van voorzieningen ter bescherming van de bodem;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.106__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.106__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>voorzieningen ter bescherming van de bodem worden regelmatig ge&#239;nspecteerd; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.106__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.106__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>de bodem onder de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">stortplaats</IntRef> wordt regelmatig onderzocht.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.107" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.107">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.107</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning gesloten stortplaats</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld <IntRef ref="chp_3__subchp_3.5__art_3.105">Artikel 3.105</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een beschrijving van de activiteit;</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.107__list_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.107__list_1">
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.107__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.107__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een tekening met de locatie van de uit te voeren activiteit; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.107__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.107__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een beschrijving van de maatregelen die genomen worden om beschadiging van de voorzieningen ter bescherming van de bodem te voorkomen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.108" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.108">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>3.108</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gesloten stortplaats</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een omgevingsplanactiviteit die plaatsvindt op een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_1" eId="chp_3__subchp_3.5__art_3.108__ref_1" wId="pv26_1059__chp_3__subchp_3.5__art_3.108__ref_1">Gesloten stortplaats</IntIoRef> is een omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_4" wId="pv26_1059__chp_4">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>4</Nummer>
	      <Opschrift>Bereikbaarheid en mobiliteit</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_4__subchp_4.1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.1</Nummer>
		<Opschrift>Bereikbaarheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.1</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel bereikbaarheid</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien, waarborgt dat knelpunten in de bereikbaarheid niet toenemen en bij voorkeur afnemen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:  </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van het aantal verplaatsingen die deze nieuwe ontwikkelingen tot gevolg hebben;  </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten voor de verschillende vervoerwijzen;  </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een analyse of er door het aantal verplaatsingen knelpunten op het omliggende (regionale) verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerwijzen kunnen ontstaan; en  </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een analyse of de bereikbaarheid door de beoogde ontwikkelingen verslechtert en of de reistijd significant toeneemt. </Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.1__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Indien uit de analyse blijkt dat er mogelijk sprake is van verslechtering van de bereikbaarheid of toename van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoernetwerk, wordt een mobiliteitstoets als bedoeld in de <IntRef ref="cmp_14">bijlage XIV Mobiliteitstoets</IntRef> bij deze verordening uitgevoerd. Binnen deze mobiliteitstoets worden mogelijke oplossingen voor de geconstateerde knelpunten uitgewerkt, waarbij ook realisatie en financiering van deze maatregelen aan bod komen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.2</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel behoud provinciaal OV-netwerk</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.2__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.2__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen die het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.2__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.2__para_1__ref_1">Provinciaal OV-netwerk</IntIoRef> belemmeren, wordt het belang van de instandhouding en uitbreiding van het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_57">provinciaal OV-netwerk</IntRef> in acht genomen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.2__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.2__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van de wijze waarop het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_57">provinciaal OV-netwerk</IntRef> in acht is genomen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.3</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel behoud provinciaal bereikbaarheidsnetwerk</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.3__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.3__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen die het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.3__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.3__para_1__ref_1">Provinciaal bereikbaarheidsnetwerk</IntIoRef> belemmeren, wordt rekening gehouden met het belang van de instandhouding en uitbreiding van het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_58">provinciaal bereikbaarheidsnetwerk</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.3__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.3__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening gehouden is met het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_58">Provinciaal bereikbaarheidsnetwerk</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.4</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel behoud regionaal fietsnetwerk</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.4__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen die het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.4__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.4__para_1__ref_1">Regionaal fietsnetwerk</IntIoRef> belemmeren, wordt rekening gehouden met het belang van de instandhouding en uitbreiding van dit regionaal fietsnetwerk.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.1__art_4.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.1__art_4.4__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening gehouden is met het regionaal fietsnetwerk.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_4__subchp_4.2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.2</Nummer>
		<Opschrift>Provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepalingen provinciale weg</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.5</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk provinciale weg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het behoeden van de staat en een doelmatige en veilige werking van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">provinciale weg</IntRef> voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg, waartoe ook het belang van verruiming of wijziging van die weg behoort.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Taken en bevoegdheden op grond van deze afdeling kunnen ook worden uitgeoefend met het oog op de volgende belangen in het gebied waar de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">provinciale weg</IntRef> is gelegen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het beschermen van landschappelijke en <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">aardkundige waarden</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het beschermen van ecologische waarden en natuur;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het beschermen van cultuurhistorische en archeologische waarden; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het beschermen van recreatieve en toeristische belangen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.6</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing beperkingengebied provinciale weg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een provinciale weg bestaat uit:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1">
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_1__ref_1">Beperkingengebied bouwwerken provinciale weg</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_2__ref_2">Beperkingengebied vrij zicht provinciale weg</IntIoRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_3__ref_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.6__list_1__item_3__ref_3">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregels provinciale weg</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2__art_4.7" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2__art_4.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.7</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel bouwwerken bij provinciale weg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2__art_4.7__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2__art_4.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor zover een omgevingsplan voorziet in het realiseren of wijzigen van bouwwerken binnen het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2__art_4.7__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2__art_4.7__para_1__ref_1">Beperkingengebied bouwwerken provinciale weg</IntIoRef>, wordt rekening gehouden met het belang van de instandhouding en uitbreiding van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">provinciale weg</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2__art_4.7__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.2__art_4.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de instandhouding en uitbreiding van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">provinciale weg</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Regels over activiteiten provinciale weg</Opschrift>
		</Kop>
		<Subparagraaf eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>4.2.3.1</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene bepalingen activiteiten provinciale weg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.8</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik provinciale weg</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf gaat over activiteiten in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8__para_1__ref_1">Beperkingengebied vrij zicht provinciale weg</IntIoRef> en het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8__para_1__ref_2">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> die nadelig zijn voor de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5">Artikel 4.5</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.8__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al><IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3">Paragraaf 4.2.3</IntRef> geldt niet voor activiteiten die worden verricht door of namens de wegbeheerder in het kader van de aanleg, de wijziging of het beheer van een weg of de regeling van het verkeer over die weg.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.9</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke zorgplicht provinciale weg</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Degene die een activiteit in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__ref_1">Beperkingengebied vrij zicht provinciale weg</IntIoRef> verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5">Artikel 4.5</IntRef>, is verplicht:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__list_1">
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_1__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze plicht houdt in ieder geval in dat:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1">
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>het veilig en doelmatig gebruik en de instandhouding van wegen wordt verzekerd;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>het gebruik van de weg, in overeenstemming met haar functie als openbare weg, wordt verzekerd;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>het vrije zicht niet wordt beperkt;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>werkzaamheden op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat hieruit geen schade voor de weg kan ontstaan;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>geen vaste stoffen of voorwerpen worden gedeponeerd, anders dan bij werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_6__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_6__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> niet wordt verontreinigd met hinderlijke of schadelijke vaste stoffen, hinderlijke of schadelijke vloeistoffen, en hinderlijke of schadelijke voorwerpen of met beplantingsresten;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_g">
			    <LiNummer>g.</LiNummer>
			    <Al>beplanting in een zodanige conditie wordt gehouden dat zij geen gevaar of hinder vormt voor de weggebruikers en geen schade veroorzaakt aan de weg;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_h">
			    <LiNummer>h.</LiNummer>
			    <Al>borden, spandoeken, vlaggenmasten, handelsreclame en licht- of geluidgevende voorzieningen op een zodanige plaats of wijze worden aangebracht dat de veiligheid van het verkeer niet in gevaar wordt gebracht;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_i">
			    <LiNummer>i.</LiNummer>
			    <Al>bermsloten in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_9__ref_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_9__ref_2">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> alleen worden gedempt, afgedamd of de afvoercapaciteit daarvan gewijzigd door of namens de wegbeheerder;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_j">
			    <LiNummer>j.</LiNummer>
			    <Al>aanleg of wijziging van de provinciale weg alleen geschiedt door of namens de wegbeheerder; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_k" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9__para_2__list_1__item_k">
			    <LiNummer>k.</LiNummer>
			    <Al>alle passende maatregelen worden genomen om ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1 van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef>.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.10</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning activiteit provinciale weg algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit op grond van deze paragraaf ten minste de volgende de gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de kilometrering en het wegnummer van de locatie waar de activiteit plaatsvindt op tekening;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de datum en het tijdstip waarop de activiteit wordt begonnen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de duur van de activiteit.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.11" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.11">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.11</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke eis verwijderen of verleggen van werk en object</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.11__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.11__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Met het oog op het belang van aanleg, verruiming of wijziging van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">provinciale weg</IntRef> worden bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten, waarvoor geen omgevingsvergunning op grond van deze paragraaf is vereist, verplaatst of verlegd als die een belemmering vormen voor de voorbereiding of uitvoering van de aanleg, verruiming of wijziging van die weg door of namens de wegbeheerder.  </Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.11__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.11__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Als, ondanks een redelijke poging daartoe, met de rechthebbende op het bouwwerk, het werk dat geen bouwwerk is of het andere <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">object</IntRef> geen schriftelijke overeenstemming is bereikt over de termijn waarop dat bouwwerk, werk of object wordt verplaatst of verlegd, stelt het bevoegd gezag die termijn bij maatwerkvoorschrift vast.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.12" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.12">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.12</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke eis uitsteken van beplanting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.12__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.12__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de weg steekt beplanting boven het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.12__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.12__para_1__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> niet lager dan 4,50 meter boven de verkeersbanen en fietspaden uit en niet lager dan 3 meter boven voetpaden uit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.12__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.12__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.5">Artikel 1.5</IntRef> geldt het eerste lid ook voor de rechthebbenden op de beplanting.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.13" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.13">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.13</Nummer>
		      <Opschrift>Maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.13__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.13__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Gedeputeerde staten kunnen maatwerkvoorschriften stellen of een vergunningvoorschrift aan de omgevingsvergunning verbinden voor de activiteiten genoemd in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3">Paragraaf 4.2.3</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.13__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.13__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3">Paragraaf 4.2.3</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.13__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.13__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3">Paragraaf 4.2.3</IntRef> kan worden verbonden.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>4.2.3.2</Nummer>
		    <Opschrift>Activiteiten uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.14</Nummer>
		      <Opschrift>Omgevingsvergunning uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef>:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1">
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>het hebben of maken van een uitweg naar de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">provinciale weg</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>het maken van wijzigingen aan een bestaande uitweg naar de provinciale weg;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>het veranderen van het gebruik van een bestaande uitweg naar de provinciale weg van particulier naar bedrijfsmatig gebruik; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_1__list_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>het intensiveren van het gebruik van een bedrijfsmatige uitweg.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het eerste lid is niet van toepassing op verkooppunten als bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35">Artikel 4.35</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.15</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd indien:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de uitweg kan worden aangesloten op een parallelweg of op een weg van een gemeente, een waterschap of op een andere weg van lagere orde;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de aanvraag betrekking heeft op een tweede uitweg van het perceel, tenzij een tweede uitweg in het belang van de verkeersveiligheid noodzakelijk is;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de uitweg wordt aangesloten op een stroomweg;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de uitweg wordt aangelegd op minder dan 50 meter van bochten, kruispunten, splitsingen, rotondes of verkeersregelinstallaties; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de verkeersveiligheid door de verkeersaantrekkende werking van het gebruik van het te ontsluiten perceel onevenredig wordt aangetast.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.16" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.16">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.16</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning tijdelijke uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een tijdelijke uitweg wordt, aanvullend op <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.15">Artikel 4.15</IntRef>, in ieder geval geweigerd indien:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.16__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.16__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.16__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.16__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de uitweg niet noodzakelijk is voor het verrichten van werkzaamheden van tijdelijke aard; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.16__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.16__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het werkverkeer kan worden ontsloten via een bestaande uitweg.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.17" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.17">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.17</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">Artikel 4.10</IntRef> bepaalde wordt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, ten minste aangegeven of er obstakels zijn die voor de beoogde aanleg of wijziging van de uitweg verwijderd moeten worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.18</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke eis uitvoering en onderhoud uitweg</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Uit oogpunt van verkeersveiligheid, doorstroming en een uniforme inrichting van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">provinciale weg</IntRef> bepalen gedeputeerde staten in de voorschriften van een omgevingsvergunning voor een uitweg dat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de aanleg en het onderhoud van de uitweg in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18__list_1__item_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18__list_1__item_1__ref_2">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> door of in opdracht van de provincie wordt uitgevoerd; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.18__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een financi&#235;le vergoeding verschuldigd is voor het onder a. genoemde aanleg en onderhoud.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>4.2.3.3</Nummer>
		    <Opschrift>Activiteiten kabels, leidingen, lasgaten, huisaansluitingen, duikers, goten, buizen, afrasteringen en andere werken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.19" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.19">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.19</Nummer>
		      <Opschrift>Omgevingsvergunning kabels, leidingen, lasgaten, huisaansluitingen, duikers, goten, buizen, afrasteringen en ander werken</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning kabels, leidingen, duikers, goten, buizen, afrasteringen en andere werken te hebben, op te richten, aan te leggen, te wijzigen of te verwijderen in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.19__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.19__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef>, tenzij een meldplicht geldt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.20" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.20">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.20</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning kabels, leidingen, lasgaten, huisaansluitingen, duikers, goten, buizen, afrasteringen en andere werken</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd indien er een aanmerkelijke kans bestaat op schade of aantasting van het veilig en doelmatig gebruik van een weg. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.21" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.21">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.21</Nummer>
		      <Opschrift>Intrekking of wijziging van omgevingsvergunning kabels en leidingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het bepaalde in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.9">Artikel 1.9</IntRef> kan een omgevingsvergunning voor kabels of leidingen worden ingetrokken of gewijzigd indien:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.21__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.21__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.21__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.21__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een kabel of leiding of een deel daarvan, moet worden verlegd als gevolg van werkzaamheden van de provincie of derden, en er geen ruimte is om de kabel of leiding te laten liggen of terug te plaatsen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.21__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.21__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de vergunninghouder niet voldoet aan het verzoek tot het nemen van maatregelen of het doen van aanpassingen, die nodig zijn voor de realisering van provinciale infrastructurele maatregelen of voor de uitvoering van beheer en onderhoud.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.22</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning kabels en leidingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">Artikel 4.10</IntRef> bepaalde worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen, in stand houden, slopen of verwijderen van kabels en leidingen, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>voor het aanleggen of plaatsen van een kabel of leiding:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1">
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van de soort kabel of leiding;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van de wijze van aanleg van de kabel of leiding;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>de kilometrering, het wegnummer en de ligging van de kabel of leiding op tekening;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>als een gestuurde boring wordt gebruikt: een boorplan;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_5" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_a__list_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>als wordt geboord bij de fundering van een viaduct: een beschrijving van de invloed van de boring op de fundering;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor het in stand houden van een kabel of leiding:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_b__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_b__list_1">
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_b__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van de werkzaamheden aan de kabel of leiding;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_b__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de kilometrering en de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen op tekening; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>voor het slopen of verwijderen van een kabel of leiding:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_c__list_1">
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_c__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van de wijze van verwijderen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.22__list_1__item_c__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de kilometrering en de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen op tekening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.23</Nummer>
		      <Opschrift>Meldplicht lasgaten en huisaansluitingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder melding in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_1__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> lasgaten en huisaansluitingen voor de watervoorziening, de energievoorziening of de telecommunicatie te hebben, leggen of wijzigen als daarvoor geen verhardingen van de weg worden opgebroken of gekruist.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De melding wordt ten minste drie weken en ten hoogste twee maanden gedaan voordat de activiteit wordt verricht. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Ten minste drie weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig de gemelde gegevens, wordt een nieuwe melding gedaan. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De melding met alle daarbij behorende stukken zijn tijdens de werkzaamheden op het werk aanwezig. Op verzoek van het bevoegd gezag wordt deze melding onmiddellijk getoond. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_5" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23__para_5">
		      <LidNummer>5.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De activiteit bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd met in achtneming van de regels van <IntRef ref="cmp_8">Bijlage VIII Specifieke eisen Kabels en Leidingen</IntRef> bij deze verordening.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.24</Nummer>
		      <Opschrift>Meldplicht telecom en laag- of middenspanning elektriciteit kabels en leidingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder melding in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> kabels en leidingen in de zin van de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0009950/2022-05-01" soort="URL">Telecommunicatiewet</ExtRef> of laag- en middenspanning elektriciteitskabels aan te leggen, te plaatsen, in stand te houden, te slopen of te verwijderen als daarvoor geen verhardingen van de weg worden opgebroken of gekruist, met inbegrip van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1__list_1">
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>het bouwen, in stand houden en slopen van bouwwerken die daarmee samenhangen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_1__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>het aanleggen, plaatsen, in stand houden en verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn, die daarmee samenhangen.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De melding wordt ten minste vier weken en ten hoogste twee maanden gedaan voordat de activiteit wordt verricht.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig de gemelde gegevens, wordt een nieuwe melding gedaan. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De melding met alle daarbij behorende stukken zijn tijdens de werkzaamheden op het werk aanwezig. Op verzoek van het bevoegd gezag wordt deze melding onmiddellijk getoond. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_5" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24__para_5">
		      <LidNummer>5.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De activiteit bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd met in achtneming van de regels van <IntRef ref="cmp_8">Bijlage VIII Specifieke eisen Kabels en Leidingen</IntRef> bij deze verordening.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.25" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.25">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.25</Nummer>
		      <Opschrift>Meldplicht gedenkteken</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.25__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.25__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder melding in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.25__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.25__para_1__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> een gedenkteken naar aanleiding van een dodelijk ongeval te plaatsen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.25__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.25__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het gedenkteken naar aanleiding van een dodelijk ongeval wordt onder voorwaarden door de provincie ter beschikking gesteld en wordt alleen in overleg met de directe nabestaanden geplaatst.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.26" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.26">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.26</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke vereisten melding lasgaten en huisaansluitingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een melding bevat naast de in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> gevraagde gegevens ten minste een tekening met wegnummer en hectometrering van de beoogde ligging van de lasgaten en huisaansluitingen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.27</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke vereisten melding telecom en laag- of middenspanning elektriciteit kabels en leidingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden bij een melding ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>voor het aanleggen of plaatsen van een kabel of leiding:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1">
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van de soort kabel of leiding;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van de wijze van aanleg van de kabel of leiding;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>de kilometrering, het wegnummer en de ligging van de kabel of leiding op tekening;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>als een gestuurde boring wordt gebruikt: een boorplan; </Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_5" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_a__list_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>als wordt geboord bij de fundering van een viaduct: een beschrijving van de invloed van de boring op de fundering; </Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor het in stand houden van een kabel of leiding:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_b__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_b__list_1">
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_b__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van de werkzaamheden aan de kabel of leiding; </Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_b__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de kilometrering en de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen op tekening; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>voor het slopen of verwijderen van een kabel of leiding:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_c__list_1">
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_c__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van de wijze van verwijderen; </Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.27__list_1__item_c__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de kilometrering en de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen op tekening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.28" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.28">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.28</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke vereisten melding gedenkteken</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>[Gereserveerd]</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>4.2.3.4</Nummer>
		    <Opschrift>Activiteiten borden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.29" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.29">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.29</Nummer>
		      <Opschrift>Omgevingsvergunning borden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.29__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.29__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning borden, spandoeken, vlaggenmasten, handelsreclame, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">kunstuitingen</IntRef>, licht- of geluidgevende voorzieningen of vergelijkbare objecten te hebben, plaatsen of wijzigen in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.29__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.29__para_1__ref_2">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef>, tenzij een meldplicht geldt.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.29__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.29__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het verbod geldt niet voor verkeerstekens en onderborden als bedoeld in <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2021-01-01#HoofdstukII_Paragraaf2_Artikel14" soort="URL">artikel 14 van de Wegenverkeerswet 1994</ExtRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.30</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning borden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd indien:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>niet voldaan wordt aan <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.9">Artikel 4.9</IntRef>, tweede lid, sub h;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>er sprake is van commerci&#235;le aanduidingen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">object</IntRef> in zichthoeken komt te staan;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het object botsgevaarlijk is;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>het object bevestigd wordt aan wegmeubilair.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.31" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.31">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.31</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning borden en vergelijkbare objecten ter aanduiding van objecten en terreinen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor borden of vergelijkbare objecten ter aanduiding van objecten en terreinen, al dan niet met een toeristisch karakter, wordt, aanvullend op <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30">Artikel 4.30</IntRef>, in ieder geval geweigerd indien:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.31__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.31__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.31__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.31__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>er op basis van de algemene geografische bewegwijzering kan worden gereden naar een geografische bestemming waar het terrein of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">object</IntRef> is gelegen of waarmee het terrein of object wordt geassocieerd; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.31__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.31__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>hiermee geen verkeersveilige afwikkeling en geen ongehinderde doorstroming van het verkeer bevorderd wordt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.32</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning borden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">bord</IntRef> of vergelijkbaar <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">object</IntRef>, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.29">Artikel 4.29</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de kilometrering en het wegnummer van de locatie waar de borden of vergelijkbare objecten worden geplaatst op tekening;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de datum en het tijdstip waarop met de plaatsing wordt begonnen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.32__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de duur van de periode waarin de borden aanwezig zijn.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.33</Nummer>
		      <Opschrift>Meldplicht borden, tijdelijke verwijsborden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder melding in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef>:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__list_1">
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>borden, spandoeken, vlaggenmasten, handelsreclame, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">kunstuiting</IntRef>en, licht- of geluidgevende voorzieningen of vergelijkbare objecten te hebben, plaatsen of wijzigen buiten het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__list_1__item_1__ref_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__list_1__item_1__ref_3">Gebied landschappelijke waarden</IntIoRef>; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_1__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>tijdelijke verwijsborden, kort voor en tijdens een evenement te plaatsen.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De melding wordt ten minste twee weken voor het begin ervan gedaan. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De in het eerste lid genoemde objecten moeten voldoen aan het bepaalde in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30">Artikel 4.30</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.34</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke vereisten melding tijdelijke verwijsborden, borden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een melding voor een tijdelijk verwijsbord, een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">bord</IntRef> of vergelijkbaar <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">object</IntRef>, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.33">Artikel 4.33</IntRef>, worden ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de kilometrering en het wegnummer van de locatie waar de borden of vergelijkbare objecten worden geplaatst op tekening;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de datum en het tijdstip waarop met de plaatsing wordt begonnen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.34__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de duur van de periode waarin de borden aanwezig zijn.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>4.2.3.5</Nummer>
		    <Opschrift>Activiteiten standplaats en verkooppunt</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.35</Nummer>
		      <Opschrift>Omgevingsvergunning standplaats en verkooppunt</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een standplaats voor handel of bedrijf in te nemen en te hebben; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een verkooppunt voor het leveren van energie aan voertuigen of andere goederen in te richten en te hebben.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.36" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.36">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.36</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning standplaats en verkooppunt</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd indien:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.36__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.36__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.36__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.36__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>er een aanmerkelijke kans bestaat op overlast, hinder of onveiligheid voor het verkeer en de omgeving; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.36__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.36__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>toestemming van de desbetreffende gemeente ontbreekt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.37" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.37">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.37</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning standplaats en verkooppunt op carpoolplaats</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een standplaats of verkooppunt op een carpoolplaats wordt, aanvullend op <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.36">Artikel 4.36</IntRef> in ieder geval geweigerd indien:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.37__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.37__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.37__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.37__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>op de carpoolplaats op hetzelfde tijdstip&#x202f;al een standplaats of verkoopplaats van de betreffende productgroep vergund is; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.37__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.37__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>onvoldoende parkeerruimte overblijft.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.38</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning standplaats en verkooppunt</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">Artikel 4.10</IntRef> bepaalde worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35">Artikel 4.35</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>omschrijving van de aanleiding, doelstelling en doelgroep van de standplaats of verkooppunt;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de wijze waarop invulling wordt gegeven aan een duurzame opzet van de standplaats of verkooppunt;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de wijze waarop het terrein zal worden schoongehouden;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de wijze waarop zorg wordt gedragen voor toezicht en sociale veiligheid;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de vereiste diploma's voor en de opgedane ervaring met het exploiteren van een standplaats of verkooppunt;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>indien van toepassing: de wijze waarop een energievoorziening wordt gerealiseerd; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.38__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>indien van toepassing: de wijze waarop de standplaats of verkooppunt wordt gepromoot.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>4.2.3.6</Nummer>
		    <Opschrift>Activiteiten evenement</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.39" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.39">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.39</Nummer>
		      <Opschrift>Omgevingsvergunning evenement</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.39__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.39__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> een evenement te houden waarbij de doorstroming van het verkeer wordt belemmerd of de verkeersveiligheid op de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">provinciale weg</IntRef> in gevaar wordt gebracht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.40</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning evenement</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een evenement wordt in ieder geval geweigerd indien:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1">
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>een evenement onaanvaardbare verstoring van of schade aan natuur en landschap tot gevolg zou hebben;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de route van een evenement binnen het  natuurnetwerk Nederland ligt;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>een evenement plaatsvindt op dagen waarop door bijzondere gebeurtenissen of omstandigheden extra verkeersdrukte verwacht kan worden;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>de bereikbaarheid van het verkeer, waaronder het openbaar vervoer en hulpdiensten, en de verkeersveiligheid onvoldoende geborgd zijn; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_1__list_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>de politie of hulpdiensten negatief adviseren over de gevolgen van het evenement voor het gebruik van en de veiligheid op de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">provinciale weg</IntRef>.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Indien voor dezelfde datum meerdere evenementen aangevraagd worden die gelijktijdig plaatsvinden en die in verband met situering, schaalgrootte en verkeersaantrekkende werking niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden geldt de volgende rangorde:  </Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1">
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>internationale evenementen;  </Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>nationale evenementen;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>regionale evenementen;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.40__para_2__list_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>lokale evenementen</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.41</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning evenement</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">Artikel 4.10</IntRef> bepaalde worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.39">Artikel 4.39</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>naam&#x202f;en Kamer van&#x202f;Koophandel inschrijving&#x202f;van de vereniging die het evenement&#x202f;organiseert;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een kopie van de verzekeringspolis waaruit blijkt dat de organisatie verzekerd is tegen de wettelijke aansprakelijkheid voor schade, die uit (het organiseren van) het evenement kan voortvloeien;&#x202f;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de doelgroep van het evenement;&#x202f;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het verwachte aantal deelnemers;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>het verwachte aantal bezoekers;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>een indicatie van vanwaar de bezoekers afkomstig zijn (plaatselijk, regionaal, landelijk of internationaal);&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>het aantal volgauto's indien van toepassing;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h">
			  <LiNummer>h.</LiNummer>
			  <Al>de te treffen verkeersmaatregelen:&#x202f;&#x202f;</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1">
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>de benodigde afsluitingen van wegen;&#x202f;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de benodigde en geregelde parkeergelegenheid;&#x202f;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>de benodigde en geregelde fietsenstallingen;&#x202f;en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_h__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>de benodigde omleidingen van het openbaar vervoer en het overige verkeer indien van toepassing;&#x202f;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_i">
			  <LiNummer>i.</LiNummer>
			  <Al>de organisatie die de verkeersmaatregelen uitvoert;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_j">
			  <LiNummer>j.</LiNummer>
			  <Al>het aantal, de soort en de plaats waar objecten zoals podia, kramen en tenten worden geplaatst;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_k" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_k">
			  <LiNummer>k.</LiNummer>
			  <Al>een topografische kaart waarop de plaats van het evenement is aangegeven of waarop de gehele route van het evenement is aangegeven, inclusief rijrichting en eventuele controleposten;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_l" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_l">
			  <LiNummer>l.</LiNummer>
			  <Al>een routebeschrijving met tijdschema, waarin alle wegen die binnen de provincie Utrecht bereden worden staan vermeld, evenals de gemeenten waarbinnen ze gelegen zijn, indien van toepassing. Bij provincie overschrijdende evenementen moeten ook de wegen in de andere provincie vermeld worden;&#x202f;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_m" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_m">
			  <LiNummer>m.</LiNummer>
			  <Al>een verklaring&#x202f;waaruit blijkt dat de&#x202f;gemeentelijke overheid bereid is medewerking te verlenen aan het te houden evenement;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_n" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_n">
			  <LiNummer>n.</LiNummer>
			  <Al>een verklaring&#x202f;waaruit blijkt dat er&#x202f;overeenstemming&#x202f;is&#x202f;met betrokken wegbeheerders over de eventuele omleidingsroutes;&#x202f;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_o" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_o">
			  <LiNummer>o.</LiNummer>
			  <Al>een verklaring van de beheerder(s) van in de route opgenomen onverharde weggedeelten of eigen wegen, dat tegen het berijden daarvan geen bezwaren bestaan, dan wel een verklaring van de organisatie dat bedoelde verklaring van geen bedenkingen mondeling is verkregen;&#x202f;en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_p" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.41__list_1__item_p">
			  <LiNummer>p.</LiNummer>
			  <Al>de&#x202f;wijze&#x202f;waarop&#x202f;de belangen van aanwonenden zijn meegenomen.&#x202f;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.42</Nummer>
		      <Opschrift>Meldplicht tijdelijk verwijsbord evenement</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder melding in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42__para_1__ref_1">Beperkingengebied beheer provinciale weg</IntIoRef> tijdelijke verwijsborden kort voor en tijdens een evenement te plaatsen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De melding wordt ten minste twee weken voor het begin van het evenement gedaan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.42__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Tijdelijke verwijsborden moeten voldoen aan het bepaalde in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.4__art_4.30">Artikel 4.30</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.43</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke vereisten melding tijdelijk verwijsbord evenement</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een melding voor een tijdelijk verwijsbord worden ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de kilometrering en het wegnummer van de locatie waar de borden of vergelijkbare objecten worden geplaatst op tekening;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de datum en het tijdstip waarop met de plaatsing wordt begonnen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.43__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de duur van de periode waarin de borden aanwezig zijn.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>4.44</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke eis tijdelijk verwijsbord evenement</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de weg zijn tijdelijke verwijsborden alleen kort v&#243;&#243;r en tijdens een evenement aanwezig.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De borden zijn niet groter dan 1 meter bij 1 meter.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De borden worden binnen 24 uur na afloop van het evenement verwijderd. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Er worden niet meer dan twee borden bij elkaar op een locatie aangebracht. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_5" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44__para_5">
		      <LidNummer>5.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De borden worden geplaatst in de onverharde buitenberm op een afstand van ten minste 2,5 meter uit de kant van de verharding.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_4__subchp_4.3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.3</Nummer>
		<Opschrift>Lokale spoorweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.3.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepalingen lokale spoorweg</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.45" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.45">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.45</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk lokale spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het behoeden van de staa&#x200b;&#x200b;t en werking van een lokale spoorweg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die spoorweg, waartoe ook het belang van verruiming of wijziging van die spoorweg behoort.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.46</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing beperkingengebied lokale spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__ref_1">Beperkingengebied lokale spoorweg</IntIoRef> bestaat uit:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1">
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1__item_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1__item_1__ref_2">Kernzone lokale spoorweg</IntIoRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1__item_2__ref_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46__list_1__item_2__ref_3">Beschermingszone lokale spoorweg</IntIoRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.3.2</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregels lokale spoorweg</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.47" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.47">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.47</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel beperkingengebied lokale spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.47__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.47__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor zover een omgevingsplan voorziet in het realiseren of wijzigen van bouwwerken binnen het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.47__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.47__para_1__ref_1">Beperkingengebied lokale spoorweg</IntIoRef>, wordt rekening gehouden met het belang van de instandhouding en uitbreiding van de lokale spoorweg.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.47__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.47__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de instandhouding en uitbreiding van de lokale spoorweg.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.48</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel hinder lokale spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen binnen het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_1__ref_1">Beperkingengebied lokale spoorweg</IntIoRef> bevat regels voor bestaande gebouwen die getransformeerd worden tot geluidgevoelige gebouwen mits zij een binnenwaarde van maximaal 33 Lden hebben.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor zover een omgevingsplan betrekking heeft op locaties gelegen binnen het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2__ref_1">Beperkingengebied lokale spoorweg</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>zijn nieuwe geluidgevoelige gebouwen in buiten de bebouwde kom toegestaan tot een geluidsbelasting van maximaal 60 Lden op de gevel; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen de bebouwde kom toegestaan tot een geluidsbelasting van 65 Lden op de gevel.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat wordt voldaan aan:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de voorwaarden in het eerste en tweede lid; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.2__art_4.48__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>er maatregelen worden genomen om de hinder van geluid, trillingen, elektromagnetische straling of emissies van koper- of ijzerslijpsel, veroorzaakt door de lokale spoorweg, nu en in de toekomst te voorkomen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.3.3</Nummer>
		  <Opschrift>Regels over activiteiten lokale spoorweg</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.49" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.49">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.49</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik lokale spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf gaat over activiteiten in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.49__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.49__ref_1">Beperkingengebied lokale spoorweg</IntIoRef>, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.45">Artikel 4.45</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.50</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling vergunningplicht beschermingszone lokale spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod, bedoeld in artikel 9.48, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, om zonder omgevingsvergunning een activiteit in een beperkingengebied met betrekking tot een lokale spoorweg te verrichten, geldt niet voor activiteiten in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__ref_1">Beschermingszone lokale spoorweg</IntIoRef>, met uitzondering van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1">
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het bouwen en in stand houden van bouwwerken en het plaatsen en behouden van objecten, met inbegrip van bomen, met een hoogte die groter is dan de kortste afstand van het bouwwerk of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">object</IntRef> tot de bovenleiding;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het planten en behouden van bomen waarvan de kroon binnen een afstand van 5 meter vanaf de bovenleiding kan groeien;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het gebruiken van een ladder, hijskraan of hoogwerker met een hoogte die groter is dan de kortste afstand van de locatie waar de hijskraan of hoogwerker wordt gebruikt tot de bovenleiding;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het uitvoeren van heiwerkzaamheden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het uitvoeren van graafwerkzaamheden met een diepte van meer dan 1/10 van de afstand tot buitenste spoorstaaf;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>het onttrekken van grondwater; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.50__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>andere activiteiten die van invloed zijn op het lokale spoor.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.51</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning lokale spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op paragraaf 7.1.7 van de Omgevingsregeling, worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1">
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht, inclusief RI&amp;E;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de locatie en de inrichting van het werkterrein waarop in ieder geval is aangegeven de locatie van bouwketen, werkmaterieel inclusief draaicirkels en (werk)hoogte, opslagtanks en aan- en afvoerwegen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een omschrijving van de gevolgen van de werkzaamheden voor de toegankelijkheid, de veiligheid en het doelmatig gebruik van de spoorweginfrastructuur;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een Veiligheid &amp; Gezondheid plan Uitvoeringsfase (V&amp;G U-plan) conform het <ExtRef ref="https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Actueel/Utrecht/CVDR627364.html" soort="URL">Kader Werkzaamheden Tramweg</ExtRef> (KWT);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een uitvoeringsplan waarin wordt aangetoond dat de baan veilig berijdbaar is tijdens en na de werkzaamheden en indien van toepassing een Plan Veilige Berijdbaarheid conform het <ExtRef ref="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR627364" soort="URL">Kader Werkzaamheden Tramweg</ExtRef> (KWT);</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een werktekening met diepteligging onder trambaan, route en diameter of diameters van te boren of persen leidingen) en een kraterberekening indien van toepassing; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>een monitoringsplan als graaf-, hei- of bronneringswerkzaamheden worden verricht.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_4__subchp_4.4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.4</Nummer>
		<Opschrift>Vaarweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.4.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepaling vaarweg</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.52</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk vaarweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de instandhouding en de bruikbaarheid van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1__list_1__item_1__ref_1">Vaarweg</IntIoRef> en en de bijbehorende werken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer op vaarwegen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Taken en bevoegdheden op grond van deze afdeling kunnen ook worden uitgeoefend met het oog op de volgende belangen in het gebied waar de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef> is gelegen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het beschermen van landschappelijke, cultuurhistorische en <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">aardkundige waarden</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de natuurbescherming.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.4.2</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepalingen vaarwegbeheer</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.53</Nummer>
		    <Opschrift>Toedeling vaarwegbeheer</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De provincie Utrecht is belast met het vaarwegbeheer van de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_1__ref_1">Vaarweg in beheer bij provincie Utrecht</IntIoRef>, bedoeld in lijst A van <IntRef ref="cmp_9">Bijlage IX Vaarwegbeheer</IntRef> bij deze verordening, onder de nummers 1 tot en met 4 opgenomen regionale wateren en sluizen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het vaarwegbeheer van <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_2__ref_1">Vaarweg niet in beheer bij provincie Utrecht</IntIoRef> bij provincie Utrecht , bedoeld in lijst A van <IntRef ref="cmp_9">Bijlage IX Vaarwegbeheer</IntRef> bij deze verordening, onder de nummers 5 tot en met 13 opgenomen regionale wateren en sluizen, wordt uitgevoerd door de in deze lijst aangegeven bestuursorganen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het vaarwegbeheer van de in lijst B en C van <IntRef ref="cmp_9">Bijlage IX Vaarwegbeheer</IntRef> bij deze verordening, opgenomen regionale wateren en sluizen zijn belast de op de betreffende lijst aangegeven bestuursorganen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.53__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het nautisch beheer van de in lijst A, B en C van <IntRef ref="cmp_9">Bijlage IX Vaarwegbeheer</IntRef> bij deze verordening, opgenomen regionale wateren en sluizen ligt bij het op de betreffende lijst aangegeven bestuursorgaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.54</Nummer>
		    <Opschrift>Vaarwegonderhoud door vaarwegbeheerder</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De vaarwegbeheerder draagt zorg voor het onderhoud van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef>. Het onderhoud omvat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het behouden of realiseren van de vaarwegdiepte en vaarweghoogte, zoals vastgesteld in het <ExtRef ref="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR378788/1#:~:text=Een minimaal benodigde doorvaarthoogte van,hebben, namelijk geen vaste bruggen." soort="URL">Besluit minimaal benodigde doorvaarthoogten</ExtRef> en het <ExtRef ref="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR398004" soort="URL">Besluit minimaal benodigde vaarwegdiepten</ExtRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het in goede staat houden of brengen van oevers, oevervoorzieningen en kunstwerken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het schoonhouden van de vaarweg.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.54__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Ontheffing van het realiseren van de vaarweghoogte wordt alleen verleend als bij de bouw van een vaste brug redelijkerwijs niet aan die vaarweghoogte kan worden voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.55" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.55">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.55</Nummer>
		    <Opschrift>Bediening bruggen en sluizen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De vaarwegbeheerder draagt er zorg voor dat de bruggen en sluizen worden bediend op de door gedeputeerde staten vastgestelde tijden. </Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.56" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.56">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.56</Nummer>
		    <Opschrift>Verhaalplicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.56__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.56__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Schepen, samenstellen van schepen en drijvende voorwerpen worden op aanwijzing van de vaarwegbeheerder verhaald, als onderhoud van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef> of bijbehorend werk dat nodig maakt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.56__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.2__art_4.56__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Behoudens in spoedgevallen wordt de zakelijk gerechtigde of de gebruiker van een schip, een samenstel van schepen of van een drijvend voorwerp ruimschoots van tevoren door de vaarwegbeheerder schriftelijk in kennis gesteld van de te verrichten onderhoudswerkzaamheden aan een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef> of bijbehorend werk.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.4.3</Nummer>
		  <Opschrift>Regels over activiteiten vaarweg</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.57" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.57">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.57</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik vaarweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf gaat over activiteiten in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.57__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.57__ref_1">Beperkingengebied vaarweg</IntIoRef>, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52">Artikel 4.52</IntRef> .</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.58</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke zorgplicht vaarweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.1__art_4.52">Artikel 4.52</IntRef>, is verplicht:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze plicht houdt in ieder geval in dat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>geen stoffen of voorwerpen in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1__item_1__ref_1">Beperkingengebied vaarweg</IntIoRef> worden gebracht die schade toebrengen aan de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef> of de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>houtopstand zo wordt onderhouden dat geen hinder voor de scheepvaart wordt veroorzaakt; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.58__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>bij het verrichten van activiteiten geen belemmering of hinder voor de scheepvaart wordt veroorzaakt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.59</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit vaarweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__ref_1">Beperkingengebied vaarweg</IntIoRef> de volgende activiteiten te verrichten:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het veranderen van de loop of de vaarwegdiepte van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het aanbrengen, hebben, veranderen of verwijderen van werken of objecten; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het aanbrengen, hebben of veranderen van een ligplaats of afmeervoorziening.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.59__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod geldt niet voor activiteiten door of namens de provincie in het kader van het vaarwegbeheer.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.60" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.60">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.60</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit vaarweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>[Gereserveerd]</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.61" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.3__art_4.61">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.61</Nummer>
		    <Opschrift>Intrekking omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit vaarweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning intrekken, als de omstandigheden aanmerkelijk zijn gewijzigd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>4.4.4</Nummer>
		  <Opschrift>Regels over activiteiten vaarwegen varend ontgassen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.62</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod ontgassen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_77">vervoerder</IntRef> en de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_63">schipper</IntRef> in het gebied <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__ref_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__ref_3">Verbod varend ontgassen</IntIoRef> verboden een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_43">ladingtank</IntRef> met <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">restladingdamp</IntRef>en van de volgende <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">stoffen</IntRef> vanaf een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">binnenschip</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">vaarweg</IntRef> te <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_50">ontgassen</IntRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>benzeen (UN-nummer 1114);</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>ruwe aardolie met meer dan 10% benzeen (UN-nummer 1267);</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>aardoliedestillaten N.E.G. met meer dan 10% benzeen of aardolieproducten N.E.G met meer dan 10% benzeen (UN 1268);</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>brandstof voor straalvliegtuigen met meer dan 10% benzeen (UN 1863);</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>brandbare vloeistoffen, N.E.G. met meer dan 10% benzeen (UN 1993); en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_1__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>koolwaterstoffen, vloeibaar met meer dan 10% benzeen (UN 3295).</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">restladingdamp</IntRef> als bedoeld het eerste lid, is sprake bij een concentratie van die damp in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_43">ladingtank</IntRef> groter dan of gelijk aan 10% van de onderste explosiegrens.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.63" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.63">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.63</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling om veiligheidsredenen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62">Artikel 4.62</IntRef>, is niet van toepassing, wanneer het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_50">ontgassen</IntRef> plaatsvindt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.63__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.63__list_1">
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.63__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.63__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor drukverevening die om veiligheidsredenen moet plaatsvinden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.63__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.63__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>tijdens of na een calamiteit met het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">binnenschip</IntRef>, als het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_50">ontgassen</IntRef> om veiligheidsredenen noodzakelijk is.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.64" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.64">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.64</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling voorafgaande belading</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.62">Artikel 4.62</IntRef>, is niet van toepassing als kan worden aangetoond dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.64__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.64__list_1">
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.64__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.64__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de drie voorafgaande ladingen in de desbetreffende <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_43">ladingtank</IntRef> niet bestonden uit <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">stoffen</IntRef> als genoemd in dat artikel; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.64__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.4__subsec_4.4.4__art_4.64__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de desbetreffende <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_43">ladingtank</IntRef> bij de voorafgaande belading voor meer dan 95% gevuld was met een andere stof dan bedoeld in dat artikel.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_4__subchp_4.5" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.5">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.5</Nummer>
		<Opschrift>Luchthavens</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.5__art_4.65" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.5__art_4.65">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.65</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel luchtvaartterrein</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.5__art_4.65__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.5__art_4.65__ref_1">Luchtvaartterrein</IntIoRef> bevat geen regels die voorzien in nieuwvestiging van een luchtvaartterrein voor gemotoriseerde luchtvaartuigen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.5__art_4.66" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.5__art_4.66">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.66</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel Buffer luchtvaartterrein</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.5__art_4.66__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.5__art_4.66__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.5__art_4.66__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.5__art_4.66__para_1__ref_1">Buffer luchtvaartterrein</IntIoRef> bevat geen regels die voorzien in nieuwvestiging van een luchtvaartterrein voor gemotoriseerde luchtvaartuigen tenzij uit onderzoek is gebleken dat de geluidsbelasting onder de grens, genoemd in de <IntRef ref="cmp_17">Bijlage XVII Luchtvaartterrein</IntRef> bij deze verordening, blijft.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.5__art_4.66__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.5__art_4.66__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing en de onderzoeksresultaten waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_4__subchp_4.6" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.6">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.6</Nummer>
		<Opschrift>Externe veiligheid basisnet</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.6__art_4.67" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.6__art_4.67">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.67</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel externe veiligheid basisnet</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>[Gereserveerd] </Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.6__art_4.68" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.6__art_4.68">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.68</Nummer>
		  <Opschrift>Veiligheid rond basisnet</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>[Gereserveerd] </Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_4__subchp_4.7" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.7</Nummer>
		<Opschrift>Geluid provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.69" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.69">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.69</Nummer>
		  <Opschrift>Oogmerk geluid provinciale weg</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het behouden van de staat en werking van de provinciale weg.&#x200b;&#x200b;</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.70" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.70">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.70</Nummer>
		  <Opschrift>Aanwijzing weg waarvoor een geluidproductieplafond geldt</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor alle openbare wegen in beheer bij de provincie worden geluidproductieplafonds vastgesteld.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.71" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.71">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.71</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel geluidscontour van provinciale wegen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen binnen de Geluidscontour van provinciale wegen bevat regels voor bestaande gebouwen die getransformeerd worden tot geluidgevoelige gebouwen mits zij een binnenwaarde van maximaal 33 Lden hebben.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover een omgevingsplan betrekking heeft op locaties gelegen binnen de Geluidscontour van provinciale wegen:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>zijn nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1__item_1__ref_1">Geluidscontour buiten de bebouwde kom</IntIoRef> toegestaan tot een geluidsbelasting van maximaal 60 Lden op de gevel;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_1" eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1__item_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_2__list_1__item_2__ref_2">Geluidscontour binnen de bebouwde kom</IntIoRef> toegestaan tot een geluidsbelasting van 65 Lden op de gevel;</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.7__art_4.71__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_4__subchp_4.8" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.8</Nummer>
		<Opschrift>Ontgrondingen voor infrastructuur en waterstaatswerken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.72" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.72">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.72</Nummer>
		  <Opschrift>Oogmerk ontgrondingen voor infrastructuur en waterstaatswerken</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op de doelmatige uitoefening van taken en bevoegdheden voor infrastructuur en waterstaatswerken.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.73" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.73">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.73</Nummer>
		  <Opschrift>Vrijstelling van omgevingsvergunning voor ontgrondingsactiviteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 16.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving is geen omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit vereist voor het ontgronden, aanleggen, verbeteren, onderhouden of wijzigen van wegen, spoorwegen of andere grote infrastructurele werken als: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de activiteit plaatsvindt door of vanwege het Rijk, de provincie, een gemeente of een waterschap;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de grondlagen dieper dan 3 meter onder het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> niet worden ontgraven; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de activiteit plaatsvindt ter uitvoering van een omgevingsplan. </Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van artikel 16.7, onderdeel g, onder 1<sup>o</sup>, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden ontgrondingsactiviteiten voor het aanleggen, veranderen of verwijderen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder alleen zonder omgevingsvergunning verricht als de grondlagen dieper dan 2 meter onder het oorspronkelijke <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> ongemoeid blijven.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_3" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.73__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van artikel 16.7, onderdeel h, onder 2<sup>o</sup>, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden ontgrondingsactiviteiten voor het uitvoeren van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit alleen zonder omgevingsvergunning verricht als de grondlagen dieper dan 2 meter onder het oorspronkelijke <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> ongemoeid blijven.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.74" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.74">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>4.74</Nummer>
		  <Opschrift>Afwijken van vergunningvrije gevallen ontgrondingsactiviteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.74__para_1" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.74__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van artikel 16.7, onderdeel g, onder onder 1<sup>o</sup>, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden ontgrondingsactiviteiten voor het aanleggen, veranderen of verwijderen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder alleen zonder omgevingsvergunning verricht als de grondlagen dieper dan 2 meter onder het oorspronkelijke <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> ongemoeid blijven.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_4__subchp_4.8__art_4.74__para_2" wId="pv26_1059__chp_4__subchp_4.8__art_4.74__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van artikel 16.7, onderdeel h, onder 2<sup>o</sup>, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden ontgrondingsactiviteiten voor het uitvoeren van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit alleen zonder omgevingsvergunning verricht als de grondlagen dieper dan 2 meter onder het oorspronkelijke <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> ongemoeid blijven.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_5" wId="pv26_1059__chp_5">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>5</Nummer>
	      <Opschrift>Energie</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_5__subchp_5.1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>5.1</Nummer>
		<Opschrift>Wind, zon en biomassa</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik nieuwe functies voor energie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Deze afdeling is van toepassing op nieuwe functies voor energie uit wind, zon en biomassa.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.2" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.2</Nummer>
		  <Opschrift>Afwijking van instructieregel verstedelijkingsverbod landelijk gebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3">Artikel 9.3</IntRef> kan een omgevingsplan <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.2__ref_3" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.2__ref_3">Landelijk gebied</IntIoRef> toestaan om nieuwe functies voor energie en transformatorstations mogelijk te maken.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.3" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.3</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel kleine windturbine</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_1__ref_1">Kleine windturbine</IntIoRef> kan regels bevatten die de realisatie van windturbines tot een ashoogte van 20 meter toestaan onder de voorwaarde dat de windturbines worden geplaatst op of in aansluiting op bestaande bouwpercelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_2" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het eerste lid is een windturbine tot een ashoogte van 30 meter toegestaan indien dat noodzakelijk is om volledig of bijna volledig in eigen energiebehoefte van de bestaande bouwwerken te voorzien.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_3" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.3__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>dat de energieopbrengst van die windturbine opweegt tegen de impact die de turbine heeft op de omgeving.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.4</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel windenergielocatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1__ref_1">Windenergie</IntIoRef> kan regels bevatten die de realisatie van windturbines met een vermogen van 3 MW of meer toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de windturbines worden in een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines opgesteld; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er wordt voorzien in een opruimplicht na be&#235;indiging van de activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Wanneer een omgevingsplan windturbines met een vermogen van minder dan 3 MW toestaat, wordt onderbouwd waarom windturbines met een vermogen van 3 MW of meer niet mogelijk zijn.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_3" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Wanneer een omgevingsplan een solitaire windturbine toestaat, wordt onderbouwd waarom meerdere windturbines niet mogelijk zijn en dat de energieopbrengst van die solitaire windturbine opweegt tegen de impact die een solitaire turbine heeft op de omgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4__list_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4__list_1">
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.4__para_4__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van hoe de omwonenden en andere stakeholders in de planvorming zijn betrokken.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.5</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel zonneveld</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__ref_1">Zonneveld</IntIoRef> kan regels bevatten die de realisatie van opwekking van zonne-energie toestaan door middel van <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_89">zonnevelden</IntRef>, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de structuren in het landschap herkenbaar blijven en voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die ruimte biedt voor een bij het gebied passende bodemkwaliteit en waterkwaliteit; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>voorzien wordt in een opruimplicht na be&#235;indiging van de activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef>;  </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van hoe de omwonenden en andere stakeholders in de planvorming zijn betrokken; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.5__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid inzake de mogelijkheden voor kavelruil vanwege het behouden en verbeteren van een goede landbouwstructuur.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.6</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel energie uit biomassa landelijk gebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties voor <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__ref_1">Energie uit biomassa landelijk gebied</IntIoRef> kan regels bevatten die de realisatie van ontwikkelingen op het gebied energie uit biomassa toestaan, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de vestiging van kleinschalige biomassa-installaties vindt plaats in het landelijk gebied in aansluiting op bestaande bebouwde agrarische bouwpercelen of bestaande legale halfverhardingen of verhardingen op landgoederen, in overeenstemming met de schaal van de bebouwde omgeving, tenzij op een andere nabijgelegen locatie een betere landschappelijke inpassing kan worden bereikt;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>bestaande omringende functies worden niet onevenredig aangetast of beperkt; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Regels die de realisatie van ontwikkelingen op het gebied van energie uit biomassa toestaan op grond van het eerste lid zijn voor <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_19">bio-energie</IntRef> installaties met een met een nominaal ingaand thermisch vermogen groter dan 500 kilowatt slechts mogelijk als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>redelijkerwijs geen alternatieve hernieuwbare energiebronnen beschikbaar zijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de biomassa niet voor hoogwaardigere toepassingen kan worden ingezet;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de biomassa is gecertificeerd; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de biomassa een aanmerkelijk lagere CO<sub>2</sub>-emissie heeft dan gangbare fossiele brandstoffen</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_3" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.6__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maakt onderdeel uit van de onderbouwing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.7" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.7">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.7</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel energie uit biomassa stedelijk gebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__ref_1">Energie uit biomassa stedelijk gebied</IntIoRef> bevat geen regels die de realisatie van ontwikkelingen op het gebied energie uit biomassa toestaan, tenzij:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>redelijkerwijs geen alternatieve hernieuwbare energiebronnen beschikbaar zijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de biomassa niet voor hoogwaardigere toepassingen kan worden ingezet;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de biomassa is gecertificeerd; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de biomassa een aanmerkelijk lagere CO2-emissie heeft dan gangbare fossiele brandstoffen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_2" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.1__art_5.7__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_5__subchp_5.2" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>5.2</Nummer>
		<Opschrift>Transformatorstation</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.8" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.2__art_5.8">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.8</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsvergunning transformatorstation</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit een transformatorstation met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren en een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, op te richten of te wijzigen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.9" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.2__art_5.9">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>5.9</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning transformatorstation</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.2__art_5.8">Artikel 5.8</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1">
		    <Li eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een beschrijving van de activiteit;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een situatietekening en een detailtekening met de locatie van de uit te voeren activiteit;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een geluidsrapport; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_5__subchp_5.2__art_5.9__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>een beschrijving van de maatregelen die genomen worden om de nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen of te beperken.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_6" wId="pv26_1059__chp_6">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>6</Nummer>
	      <Opschrift>Natuur</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_6__subchp_6.1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.1</Nummer>
		<Opschrift>Natuurnetwerk Nederland, Groene contour en Weidevogelkerngebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.1.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepaling natuurnetwerk Nederland, Groene contour en Weidevogelkerngebieden</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.1</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk natuurnetwerk Nederland, Groene contour en Weidevogelkerngebieden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op de natuurbescherming, het in stand houden en versterken van een robuust netwerk van natuurgebieden en het behouden en versterken van de biodiversiteit. Daartoe is het uitgangspunt van deze regels en bij de toepassing daarvan, dat de kwaliteit en oppervlakte van het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.1__ref_1">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> niet achteruitgaan en dat de samenhang tussen de gebieden van het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.1__art_6.1__ref_2">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> wordt behouden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.1.2</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregels natuurnetwerk Nederland, Groene contour en Weidevogelkerngebieden</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.2</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel bescherming natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2__para_1__ref_1">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> bevat regels die strekken tot bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kwaliteit, de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2__para_1__ref_2">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.3</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel geen aantasting natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__ref_1">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> maakt geen nieuwe activiteiten of wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland, bedoeld in <IntRef ref="cmp_11">Bijlage XI Wezenlijke kenmerken en waarden</IntRef> van deze verordening, of die kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit, de oppervlakte of de samenhang van het natuurnetwerk Nederland, tenzij sprake is van:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>nieuwe activiteiten en wijziging van bestaande activiteiten vanwege een groot openbaar belang, waarbij er geen re&#235;le alternatieven zijn die het natuurnetwerk Nederland niet of minder aantasten;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>nieuwe activiteiten en wijziging van bestaande activiteiten die leiden tot aantasting worden gecompenseerd binnen een met die ruimtelijke ontwikkeling samenhangend gebied en met dusdanige activiteiten dat de uitvoering van die activiteiten gezamenlijk binnen 10 jaar resulteert in een duidelijk aantoonbare meerwaarde voor het natuurnetwerk Nederland voor wat betreft wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>nieuwe activiteiten en wijziging van bestaande activiteiten in het natuurnetwerk Nederland die beperkt worden gewijzigd of worden toegevoegd, waarbij die wijziging of toevoeging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande activiteiten.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Onder de oppervlakte van het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_2__ref_1">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval niet de bestaande legale bebouwing, en de daaraan direct grenzende strook grond die bestaand en legaal is ingericht ten dienste van die bebouwing, en bestaande legale halfverhardingen of verhardingen begrepen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aantasting van het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3__ref_1">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> op grond van het eerste lid is slechts mogelijk als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de aantasting zo veel mogelijk wordt beperkt; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de overblijvende aantasting tijdig wordt gecompenseerd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_4__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_4__ref_1">Militaire terreinen of terreinen met militaire objecten</IntIoRef> binnen het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_4__ref_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_4__ref_2">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> regels bevatten die terreinverharding of bouwactiviteiten toestaan, mits is verzekerd dat nadelige gevolgen voor het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_4__ref_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_4__ref_3">natuurnetwerk Nederland</IntIoRef> tijdig worden gecompenseerd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_5" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.4</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel bescherming Groene contour ter omvorming naar natuur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_1__ref_1">Groene contour</IntIoRef> strekt tot het beschermen en cre&#235;ren van de mogelijkheden om op de gronden gelegen binnen de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_1__ref_2">Groene contour</IntIoRef> nieuwe natuur te realiseren.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.4__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.5</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel ontwikkelingen binnen de Groene contour</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__ref_1">Groene contour</IntIoRef> maakt geen nieuwe activiteiten of wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die tot gevolg hebben dat de mogelijkheid om nieuwe natuur te realiseren op die gronden worden beperkt en deze gronden daarmee niet meer of in mindere mate kunnen bijdragen aan uitbreiding en versterking van het natuurnetwerk Nederland, tenzij sprake is van nieuwe activiteiten en wijziging van bestaande activiteiten in verband met groot openbaar belang en:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>re&#235;le alternatieven die een verlies aan mogelijkheden om nieuwe natuur te realiseren voorkomen of beperken, ontbreken;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het verlies aan mogelijkheden om nieuwe natuur te realiseren, zoveel mogelijk wordt beperkt;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het overblijvende verlies aan mogelijkheden om nieuwe natuur te realiseren wordt gecompenseerd met de realisatie van nieuwe natuur binnen de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1__item_3__ref_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_1__list_1__item_3__ref_2">Groene contour</IntIoRef> met een oppervlakte van ten minste de oppervlakte van het verlies aan mogelijkheden om nieuwe natuur te realiseren.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op de uitbreiding van agrarische bouwblokken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.&#x200b;&#x200b;</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.6</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel realisatie nieuwe natuur binnen Groene contour door verstedelijking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3">artikel 9.3</IntRef> kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen de  <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__ref_2">Groene contour</IntIoRef> ten behoeve van de realisatie van nieuwe natuur regels bevatten die <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> toestaan, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> vindt plaats in samenhang met de realisatie van nieuwe natuur;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de omvang van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> staat in evenwichtige verhouding tot de oppervlakte en kwaliteit van de te realiseren nieuwe natuur;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de nieuwe natuur wordt gerealiseerd binnen de Groene contour;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> vindt plaats binnen de Groene contour of, indien dit vanuit ecologisch of landschappelijk oogpunt beter is, op een locatie daarbuiten, bij voorkeur aansluitend bij een kernrand of een bestaande bebouwingsconcentratie;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de in samenhang ontwikkelde <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> en nieuwe natuur gezamenlijk leiden tot een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_1__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>de omliggende agrarische bedrijven worden door de activiteit niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het eerste lid kan uitsluitend toepassing worden gegeven aan de realisatie van opwekking van zonne-energie op locaties binnen de  <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2__ref_1">Groene contour</IntIoRef> door middel van <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_89">zonnevelden</IntRef> met een procedure die de opruimplicht borgt, zoals een omgevingsvergunning, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn en bedraagt ten hoogste 25 jaar;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>na het verstrijken van de termijn worden de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_89">zonnevelden</IntRef> verwijderd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.7</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel ontwikkelingen weidevogelkerngebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7__para_1__ref_1">Weidevogelkerngebied</IntIoRef> kan nieuwe ontwikkelingen toestaan, onder voorwaarde dat de kwaliteit van het leefgebied van de weidevogels aantoonbaar per saldo minimaal wordt behouden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op de uitbreiding van agrarische bouwblokken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.7__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering op een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarde is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.1.3</Nummer>
		  <Opschrift>Regels over activiteiten compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland en Groene contour</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.8" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.8">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.8</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de uit te voeren compensatie die vereist is op grond van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2">Paragraaf 6.1.2</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.9</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eisen compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Compensatie vindt zodanig plaats dat deze de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk Nederland versterkt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De compensatie vindt in de nabijheid van de aantasting plaats indien het functioneren van het natuurnetwerk dat vereist.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Indien sprake is van activiteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3__para_1">Artikel 6.3</IntRef>, eerste lid, onder c, vindt de compensatie in de directe nabijheid van de aantasting plaats en eerst op het terrein van de bestaande activiteit. Indien deugdelijk is onderbouwd dat compensatie op het terrein van de bestaande activiteit blijvend onmogelijk is, volstaat het dat de compensatie in de directe nabijheid van de aantasting plaatsvindt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Indien sprake is van activiteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3">Artikel 6.3</IntRef>, eerste lid, onder a, of b, vindt de compensatie van het verlies in oppervlakte plaats:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>buiten het natuurnetwerk Nederland en in directe aansluiting op het natuurnetwerk Nederland;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>buiten het natuurnetwerk Nederland en binnen de groene contour; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_4__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>binnen agrarische gronden gelegen in het natuurnetwerk Nederland waar geen nieuwe natuur is beoogd volgens kaart 1 behorende bij het <ExtRef ref="https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Commissie-Ruimte-Groen-en-Water/2019/22-mei/09:30/2019RGW50-02-SB-Natuurbeheerplan-2020-bijlage-1-Natuurbeheerplan-2020.pdf" soort="URL">Natuurbeheerplan</ExtRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_5" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het vierde lid is compensatie van het verlies in oppervlakte binnen het natuurnetwerk Nederland mogelijk, indien gedeputeerde staten de begrenzing van het natuurnetwerk Nederland uitbreiden met een oppervlakte gelijk aan de compensatie wanneer die buiten het natuurnetwerk Nederland zou plaatsvinden, en compensatie in de directe omgeving plaatsvindt op een locatie waar volgens het Natuurbeheerplan nog nieuwe natuur moet worden ontwikkeld en de compensatie leidt tot een versnelling van de realisatie van het natuurnetwerk Nederland ter plekke van deze natuur.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_6" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De oppervlakte ter compensatie van het verlies van oppervlakte natuurnetwerk Nederland wordt bepaald aan de hand van <IntRef ref="cmp_12">Bijlage XII Berekenen oppervlaktecompensatie natuurtypen</IntRef> bij deze verordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7">
		    <LidNummer>7.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan de compensatie ligt een compensatieplan ten grondslag, gebaseerd op recent uitgevoerd ecologisch onderzoek ter plaatse, waarin worden beschreven:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de natuurwaarden van de locatie en de directe omgeving waar het natuurnetwerk Nederland wordt aangetast en het belang van deze waarden voor het functioneren van het natuurnetwerk Nederland in de omgeving;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de maatregelen die worden genomen om de aantasting zoveel mogelijk te beperken;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de overblijvende aantasting na het treffen van de maatregelen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de maatregelen die worden uitgevoerd ter compensatie van de overblijvende aantasting;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de compensatieoppervlakte ten gevolge van de aantasting, als bedoeld in <IntRef ref="cmp_12">Bijlage XII</IntRef> bij deze verordening;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al> de wijze waarop de ontwikkeling, het beheer en de instandhouding van de maatregelen genoemd onder d, plaatsvinden; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>indien compensatie van verlies van oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland met de realisatie van nieuwe natuur plaatsvindt: een inrichting- en beheerplan, waarin in ieder geval is opgenomen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1">
			    <Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>de uitgangssituatie van het terrein waarop de nieuwe natuur wordt gerealiseerd;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de te treffen inrichtingsmaatregelen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>de motivering van de te treffen maatregelen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij de beoogde natuur- en landschapsbeheertypen en de oppervlakten daarvan worden aangegeven; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_5" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_7__list_1__item_g__list_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>de wijze waarop na de inrichting de verdere ontwikkeling, het beheer en de instandhouding van de beoogde beheertypen plaatsvinden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_8" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.9__para_8">
		    <LidNummer>8.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de keuze van de beoogde natuur- en landschapsbeheertypen in het inrichtings- en beheerplan wordt het <ExtRef ref="https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Commissie-Ruimte-Groen-en-Water/2019/22-mei/09:30/2019RGW50-02-SB-Natuurbeheerplan-2020-bijlage-1-Natuurbeheerplan-2020.pdf" soort="URL">Natuurbeheerplan</ExtRef> in acht genomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.10</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eisen borging compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De realisatie van de compensatie, de ontwikkeling, de instandhouding en het beheer zijn verzekerd op het moment van vaststelling van het besluit waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De realisatie van de compensatie wordt in het omgevingsplan zeker gesteld door middel van een voorwaardelijke verplichting waarin de aard en omvang van de compensatie is vastgesteld en waarin is bepaald dat de uitvoering van benodigde compensatie zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval gegarandeerd binnen drie jaar na de ruimtelijke ontwikkeling, is gerealiseerd en daarna in stand wordt gehouden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.11</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eisen aan realisatie nieuwe natuur door verstedelijking en compensatie Groene contour</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan de realisatie van nieuwe natuur als bedoeld in de <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5">Artikel 6.5</IntRef> en <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.6">Artikel 6.6</IntRef> ligt een inrichtings- en beheerplan ten grondslag waarin in ieder geval wordt beschreven:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de uitgangssituatie van het terrein waarop de nieuwe natuur wordt gerealiseerd;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de te treffen inrichtingsmaatregelen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de motivering van de te treffen maatregelen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij de beoogde natuur- en landschapsbeheertypen en de oppervlaktes daarvan worden aangegeven; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de wijze waarop na de inrichting de verdere ontwikkeling, het beheer en de instandhouding van de beoogde beheertypen plaatsvindt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de keuze van de beoogde natuur- en landschapsbeheertypen in het inrichtings- en beheerplan wordt het <ExtRef ref="https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Commissie-Ruimte-Groen-en-Water/2019/22-mei/09:30/2019RGW50-02-SB-Natuurbeheerplan-2020-bijlage-1-Natuurbeheerplan-2020.pdf" soort="URL">Natuurbeheerplan</ExtRef> in acht genomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.12" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.12">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.12</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eisen borging realisatie nieuwe natuur door verstedelijking en compensatie Groene contour</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.12__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.12__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De realisatie van de compensatie, de ontwikkeling, de instandhouding en het beheer zijn verzekerd op het moment van vaststelling van het besluit waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.12__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.12__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De realisatie van de compensatie wordt in het omgevingsplan zeker gesteld door middel van een voorwaardelijke verplichting waarin de aard en omvang van de compensatie is vastgesteld en waarin is bepaald dat de uitvoering van benodigde compensatie zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval gegarandeerd binnen drie jaar na de ruimtelijke ontwikkeling, is gerealiseerd en daarna in stand wordt gehouden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.12__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.12__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van tweede lid geldt voor de realisatie van nieuwe natuur als compensatie voor de plaatsing van zonnevelden dat de inrichtingsmaatregelen uiterlijk 25 jaar na plaatsing van de zonnepanelen worden uitgevoerd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_6__subchp_6.2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.2</Nummer>
		<Opschrift>Houtopstanden en beschermde kleine landschapselementen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregels houtopstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.13" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.13">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.13</Nummer>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>[Gereserveerd]</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Regels over activiteiten houtopstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.14" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.14">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.14</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik houtopstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten die het gebied <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.14__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.14__ref_1">Houtopstand</IntIoRef> betreffen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.15</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling meldplicht vellen houtopstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De meldingsplicht vellen houtopstanden, bedoeld in artikel 11.126 van het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt niet voor:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het maken van verjongingsgaten, als:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1">
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>deze niet groter zijn dan anderhalf keer de gemiddelde boomhoogte per perceel, met een maximale oppervlakte van 10 are;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>deze gezamenlijk niet meer oppervlakte beslaan dan 10% van het bosperceel;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>dit maximaal &#233;&#233;n keer per vier jaar plaatsvindt op dezelfde locatie; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_a__list_1__item_4">
			    <LiNummer>4.</LiNummer>
			    <Al>dit plaatsvindt voor duurzaam bosbeheer.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het verwijderen van houtopstanden voor natuurherstel, als de te verwijderen houtopstand:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b__list_1">
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>ontstaan is door spontane boomopslag op natuurterreinen of geregistreerde tijdelijke natuur;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>niet ouder is dan 20 jaar; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.15__list_1__item_b__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>niet diende ter compensatie van herbeplanting.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.16</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke gegevens melding vellen houtopstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De melding, bedoeld in artikel 11.126 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bevat ten minste:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>als degene die de activiteit verricht geen eigenaar is van de grond waar de houtopstand staat: contactgegevens van de grondeigenaar;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een situatietekening van de locatie van de te kappen houtopstand, waaronder ten minste een topografische kaart schaal 1:25.000 en de kadastrale percelen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de oppervlakte van de velling in are en, als het rijbeplanting betreft, het aantal bomen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de boomsoort;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de leeftijd van de houtopstand; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.16__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de reden van de velling.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.17</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eisen aan herbeplanting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een bosbouwkundig verantwoorde herbeplanting als bedoeld in artikel 11.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de oppervlakte van de herplant is ten minste even groot als de gevelde oppervlakte;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>herplant vindt plaats door het aanplanten van voldoende vitaal plantmateriaal of door <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_45">natuurlijke verjonging</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de nieuwe houtopstand kan, gelet op de bodemkwaliteit en de waterhuishouding ter plaatse, uitgroeien tot een volwaardige en duurzame houtopstand, gericht op houtproductie, natuur, landschap, cultuurhistorie of beleving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de nieuwe houtopstand kan binnen een periode van vijf jaar een kronendak met een bedekkingsgraad van ten minste 60% vormen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de herplant kan op termijn in ieder geval, gelijkwaardige ecologische en landschappelijke waarden vertegenwoordigen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>naast boomsoorten worden alleen inheemse struiksoorten toegepast; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>herplant binnen Natura 2000 gebieden vindt plaats op een wijze en met soorten die geen schade kunnen toebrengen aan de voor dit gebied geldende instandhoudingsdoelstellingen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.18</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke eisen aan herbeplanting op andere grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Herbeplanting op andere grond dan de grond, bedoeld in artikel 11.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voldoet aan de volgende vereisten:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de grond is vrij van houtopstand en van een herbeplantingsplicht als bedoeld in artikel 11.129 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het gebruik van de grond past binnen bestaand natuur- en landschapsbeleid van de provincie en de gemeente;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de grond is vrij van compensatieverplichtingen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de herbeplanting vindt plaats binnen drie jaar nadat de verplichting tot herbeplanting ontstaat; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de herbeplanting voldoet aan <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.17">Artikel 6.17</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De herbeplanting op andere grond vindt bij voorkeur plaats in de provincie Utrecht in de directe nabijheid van de velling. Indien dit niet mogelijk is, vindt de herbeplanting elders in de provincie Utrecht plaats. In uitzonderingsgevallen kan, indien hiermee vergelijkbare natuur- en landschapswaarden kunnen worden teruggebracht als die door de velling verloren zijn gegaan, de herbeplanting in de directe nabijheid van de velling in een aangrenzende provincie plaatsvinden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De oppervlakte van de herbeplanting op andere grond bedraagt ten minste de gevelde oppervlakte aangevuld met de volgende toeslag per hectare die geveld is:</Al>
		      <table wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_3__table_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18__para_3__table_1">
			<tgroup align="left" cols="2">
			  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
			  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
			  <tbody valign="top">
			    <row>
			      <entry>
				<Al>Tijd dat ter plaatse van de velling een houtopstand aanwezig is geweest (respectievelijk ouderdom bosgroeiplaats)<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>Toeslag per hectare<br/></Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>0 jaar<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>0<br/></Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>&lt; 10 jaar<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>0,1<br/></Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>10-25 jaar<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>0,3<br/></Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>25-50 jaar<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>0,5<br/></Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>50-100 jaar<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>0,75<br/></Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>100-200 jaar<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>1,0<br/></Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>&gt; 200 jaar<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>1,5<br/></Al>
			      </entry>
			    </row>
			  </tbody>
			</tgroup>
		      </table>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.19</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling plicht tot herbeplanting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De plicht tot herbeplanting, bedoeld in artikel 11.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt niet voor houtopstanden die verwijderd zijn voor natuurherstel, als de verwijderde houtopstand:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>ontstaan is door spontane boomopslag op natuurterreinen of geregistreerde tijdelijke natuur;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>niet ouder is dan 20 jaar; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.19__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>niet diende ter compensatie van herbeplanting.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.20" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.20">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.20</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkvoorschriften herbeplanting op andere grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen aan de activiteiten, bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.18">Artikel 6.18</IntRef>, maatwerkvoorschriften verbinden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.21" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.21">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.21</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke gegevens en bescheiden aanvraag maatwerkvoorschrift herbeplanting op andere grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een aanvraag tot het stellen van een maatwerkvoorschrift voor herbeplanting op andere grond gaat vergezeld van een beplantingsplan voor de herbeplanting met een locatieaanduiding voor de herbeplanting.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Regels over activiteiten beschermd klein landschapselement</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.22</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik en aanwijzing beschermd klein landschapselement</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten die <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22__para_1__ref_1">Beschermd klein landschapselement</IntIoRef> betreffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kunnen besluiten kleine landschapselementen, die voldoen aan de door hen vastgestelde beleidsregels, aan te wijzen en toe te voegen aan <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.22__para_2__ref_1">Beschermd klein landschapselement</IntIoRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.23" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.23">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.23</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke zorgplicht beschermd klein landschapselement</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">beschermd klein landschapselement</IntRef>, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.24</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod aantasting beschermd klein landschapselement</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>aan een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">beschermd klein landschapselement</IntRef> onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">beschermd klein landschapselement</IntRef> boven- of ondergronds te beschadigen, te vernielen, te vernietigen, te bewerken of te gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of het voortbestaan direct of op de langere termijn in gevaar wordt gebracht;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">beschermd klein landschapselement</IntRef> te vellen of te rooien.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid geldt niet voor:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het uitvoeren van noodzakelijk onderhoud gericht op kwaliteitsverbetering of duurzame instandhouding van het landschapselement;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het periodiek vellen van griend- en hakhout voor onderhoud; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het vellen of rooien van een houtopstand op grond van de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0043194/2021-03-01" soort="URL">Plantgezondheidswet</ExtRef> en ter bestrijding van boomziekten.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.25</Nummer>
		    <Opschrift>Meldplicht aantasting beschermd klein landschapselement om dringende redenen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder melding in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25__para_1__ref_1">Beschermd klein landschapselement</IntIoRef> activiteiten te verrichten, vanwege dringende redenen anders dan bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24">Artikel 6.24</IntRef>, tweede lid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De melding wordt ten minste acht weken en ten hoogste 24 weken gedaan voordat de activiteit wordt verricht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De activiteiten mogen niet worden verricht tot de acceptatie van de melding onherroepelijk is geworden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.26</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke vereisten melding aantasting beschermd klein landschapselement om dringende redenen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden bij een melding, bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25">Artikel 6.25</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>elementnummer;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>contactgegevens grondeigenaar;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een situatietekening van de locatie van het beschermd klein landschapselement, waaronder ten minste een topografische kaart met een schaal van 1:25.000;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een kaart met de kadastrale gegevens;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>indien van toepassing de oppervlakte van de velling in are en voor zover het een rijbeplanting betreft het aantal bomen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>indien van toepassing de boomsoort;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>indien van toepassing de leeftijd van de houtopstand;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>indien van toepassing de reden van de velling;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>is melder voornemens het element op dezelfde locatie te herbeplanten of herstellen en indien dit niet het geval is, wat is de motivering daarvoor;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>is melder voornemens het element elders te compenseren;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_k" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>maatvoering en indien van toepassing soort plantmateriaal;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_l" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26__list_1__item_l">
			<LiNummer>l.</LiNummer>
			<Al>start- en einddatum van het werk.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.27" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.27">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.27</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkvoorschriften beschermd klein landschapselement</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.27__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.27__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kunnen aan de activiteiten, bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25">Artikel 6.25</IntRef>, eerste lid maatwerkvoorschriften verbinden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.27__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.27__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het maatwerkvoorschrift kan in ieder geval inhouden dat compenserende maatregelen worden getroffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.28" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.28">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.28</Nummer>
		    <Opschrift>Herstel- en herplantplicht beschermd klein landschapselement</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.28__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.28__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als in strijd met <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.23">Artikel 6.23</IntRef>, <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24">Artikel 6.24</IntRef>, <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.25">Artikel 6.25</IntRef> en <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.26">Artikel 6.26</IntRef>  is gehandeld, is de zakelijk gerechtigde van de grond, dan wel degene, die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, verplicht om binnen een jaar na de overtreding het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">beschermd klein landschapselement</IntRef> op dezelfde locatie zo veel mogelijk in de oorspronkelijke staat te herstellen of te herbeplanten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.28__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.28__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Niet aangeslagen herbeplantingen of andere mislukte herstelmaatregelen worden voor 1 april van het opvolgende jaar vervangen of hersteld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_6__subchp_6.3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.3</Nummer>
		<Opschrift>Faunabeheer en wildbeheer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.3.1</Nummer>
		  <Opschrift>Faunabeheer</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.29" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.29">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.29</Nummer>
		    <Opschrift>Oppervlakte en begrenzing faunabeheereenheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.29__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.29__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Er is &#233;&#233;n faunabeheereenheid waarvan het werkgebied zich uitstrekt tot het grondgebied van de  Provincie Utrecht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.29__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.29__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De binnen het werkgebied van de faunabeheereenheid gelegen gronden waarop de in de faunabeheereenheid samenwerkende jachthouders gerechtigd zijn tot de jacht vormen ten minste 75% van de totale oppervlakte van het werkgebied van de faunabeheereenheid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.30</Nummer>
		    <Opschrift>Samenstelling bestuur faunabeheereenheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In het bestuur van de faunabeheereenheid worden de bestuurszetels als volgt ingevuld:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>&#233;&#233;n bestuurszetel door een vertegenwoordiger vanuit de landbouw;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>&#233;&#233;n bestuurszetel door een vertegenwoordiger vanuit de jacht;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>&#233;&#233;n bestuurszetel door een vertegenwoordiger vanuit het particulier grondbezit;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>&#233;&#233;n bestuurszetel door Staatsbosbeheer; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>twee bestuurszetels door maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In ieder geval wordt &#233;&#233;n van de bestuurszetels, bedoeld in het eerste lid, onder e, ingevuld door een organisatie die zich tot doel heeft gesteld het dierenwelzijn of het milieu te beschermen en te bevorderen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Elke organisatie kan &#233;&#233;n vertegenwoordiger voordragen voor een bestuurszetel.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De organisaties kunnen, in onderling overleg, een vertegenwoordiger voordragen die namens meerdere van deze organisaties deelneemt aan het bestuur van de faunabeheereenheid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het bestuur van de faunabeheereenheid heeft een onafhankelijke voorzitter die:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>geen dienstverband bij &#233;&#233;n van de in het bestuur vertegenwoordigde partijen heeft;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>geen bestuurslid van &#233;&#233;n van de in het bestuur vertegenwoordigde partijen is; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.30__para_5__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>niet in het bezit is van een jachtakte.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.31" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.31">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.31</Nummer>
		    <Opschrift>Procedure uitbreiding bestuur faunabeheereenheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.31__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.31__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De organisaties of jachthouders, bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.29__para_1">Artikel 6.29, eerste lid</IntRef>, eerste lid, dragen op verzoek van de voorzitter een kandidaat voor het bestuur van de faunabeheereenheid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.31__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.31__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als meer kandidaten worden voorgedragen dan er bestuurszetels zijn, selecteert de voorzitter de meest geschikte kandidaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.32</Nummer>
		    <Opschrift>Werkzaamheden faunabeheereenheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De faunabeheereenheid is verantwoordelijk voor:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de co&#246;rdinatie van de uitvoering van het door haar vastgestelde faunabeheerplan;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de informatievoorziening aan de leden van alle in haar bestuur vertegenwoordigde organisaties over ten minste de aan de faunabeheereenheid toekomende bevoegdheden, de aan de faunabeheereenheid toegestane activiteiten en actuele ontwikkelingen op het gebied van faunabeheer; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het opstellen van telprotocollen voor trendtellingen als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39">Artikel 6.39</IntRef>, tweede lid, onder a.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De faunabeheereenheid adviseert gedeputeerde staten over faunabeheer.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Besluitvorming door het bestuur vindt plaats bij gewone meerderheid van stemmen, waarbij iedere in het bestuur vertegenwoordigde organisatie &#233;&#233;n stem heeft. Als de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.32__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De faunabeheereenheid kan in haar statuten opnemen dat besluitvorming over daarbij te bepalen onderwerpen plaatsvindt bij een gekwalificeerde meerderheid van stemmen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.33</Nummer>
		    <Opschrift>Verslaglegging faunabeheereenheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het jaarlijkse verslag, bedoeld in artikel 6.3, derde lid, van het Omgevingsbesluit, bevat in ieder geval de volgende gegevens:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>cijfermatige rapportages over de uitvoering van de vrijstellingen, opdrachten en vergunningen op basis van de paragrafen 11.2.2, 11.2.3 en 11.2.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving en de uitvoering van de jacht, waarin opgenomen de aantallen gedode dieren en geraapte of onklaar gemaakte eieren, onderverdeeld naar diersoort en naar wildbeheereenheid;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>rapportages van het gebruik van preventieve en alternatieve middelen voor het voorkomen van schade; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>cijfermatige rapportages over de uitvoering van de jacht, waarin opgenomen het aantal gedode dieren, onderscheiden naar wildsoort.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verslag wordt uiterlijk op 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar aan gedeputeerde staten verstrekt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.33__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verslag wordt door de faunabeheereenheid ook op een openbaar toegankelijke website geplaatst. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.34</Nummer>
		    <Opschrift>Faunabeheerplan algemeen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De faunabeheereenheid stelt voor het werkgebied van de faunabeheereenheid &#233;&#233;n faunabeheerplan op.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het faunabeheerplan heeft een geldigheidsduur van maximaal zes jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De faunabeheereenheid kan het faunabeheerplan gedeeltelijk wijzigen gedurende het tijdvak waarvoor het is vastgesteld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34__para_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.34__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van de faunabeheereenheid de geldigheidsduur van het faunabeheerplan eenmaal met maximaal &#233;&#233;n jaar verlengen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.35</Nummer>
		    <Opschrift>Inhoud faunabeheerplan algemeen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het faunabeheerplan bevat in ieder geval de volgende gegevens:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een topografische kaart waarop de begrenzing van het werkingsgebied van het faunabeheerplan is aangegeven;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>kwantitatieve gegevens over de in het wild levende dieren binnen de provincie, waarop het faunabeheerplan van toepassing is over een periode van minimaal zes jaar voorafgaand aan de periode waarop het plan betrekking heeft en een beschrijving van de trend van deze soorten over deze periode, zowel binnen de provincie als landelijk;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de aanwezigheid van deze diersoorten gedurende het jaar;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van passende en doeltreffende maatregelen die kunnen worden ingezet om schade aan de belangen, bedoeld in artikel 11.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving, te voorkomen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de wijze waarop de planmatigheid en de co&#246;rdinatie van de uitvoering van de maatregelen ter voorkoming van die schade is gewaarborgd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een overzicht per diersoort, onderverdeeld naar de verschillende wildbeheereenheden, van de op basis van de toepasselijke vrijstellingen, ontheffingen, opdrachten en bij de uitoefening van de jacht gedode dieren en geraapte en onklaar gemaakte eieren in de periode van minimaal zes jaar voorafgaand aan de periode waarop het plan betrekking heeft; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.35__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>een omschrijving van de wijze waarop geborgd wordt dat de te treffen maatregelen de gunstige staat van instandhouding van de soorten waarop het plan betrekking heeft niet negatief be&#239;nvloeden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.36</Nummer>
		    <Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, specifiek, beheer en schadebestrijding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het faunabeheerplan bevat ook de volgende gegevens over beheer en schadebestrijding van diersoorten:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>per diersoort en gewas een beschrijving van de schade in, minimaal, de zes jaren voorafgaand aan de periode waarop het plan betrekking heeft, onderverdeeld naar de verschillende wildbeheereenheden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>per diersoort een beschrijving van de activiteiten die in, minimaal, de zes jaren voorafgaand aan de periode waarop het plan betrekking heeft zijn verricht om schade te voorkomen of beperken en, als daarover kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn, een beschrijving van de effectiviteit van deze activiteiten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>per diersoort een topografische kaart waarop is aangegeven waar zich in, minimaal, de zes jaren voorafgaand aan de periode waarop het plan betrekking heeft, gevallen van belangrijke schade hebben voorgedaan en waar in het kader van beheer- en schadebestrijding bestrijdingsacties hebben plaatsgevonden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>per diersoort een onderbouwing van de aard en de noodzaak van activiteiten om schade te voorkomen of te beperken en een beschrijving van de plaatsen in het werkgebied van de faunabeheereenheid waar, en de perioden in het jaar waarin, deze activiteiten plaatsvinden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwde inschatting van de effectiviteit van de voorgenomen activiteiten en een beschrijving van de wijze waarop de effectiviteit van deze activiteiten zal worden bepaald;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de gewenste stand van de diersoorten waarvoor populatiebeheer wordt voorgestaan; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.36__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>als het faunabeheerplan betrekking heeft op het populatiebeheer van edelherten, damherten, ree&#235;n of wilde zwijnen: een beschrijving van het voedselaanbod, de relatie tussen dit voedselaanbod en de grootte van de populatie en de mogelijkheden van uitwisseling met aangrenzende terreinen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.37</Nummer>
		    <Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, jacht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het faunabeheerplan bevat ook in ieder geval de volgende gegevens over de jacht:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de samenhang tussen de jacht op de wildsoorten, het beheren van de populaties van deze soorten en het bestrijden van schade door deze soorten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een omschrijving van de redelijke wildstand, bedoeld in artikel 11.65 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en een onderbouwing van de wijze waarop de jacht hieraan zal bijdragen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.37__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een overzicht van de gerealiseerde afschotgegevens, onderverdeeld naar diersoort, per wildbeheereenheid, in de zes jaren voorafgaand aan de periode waarop het plan betrekking heeft.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.3.2</Nummer>
		  <Opschrift>Wildbeheereenheden</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.38</Nummer>
		    <Opschrift>Oppervlakte, begrenzing en rechtsvorm wildbeheereenheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het werkgebied van de gezamenlijke wildbeheereenheden strekt zich uit tot het grondgebied van de  Provincie Utrecht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het werkgebied van een wildbeheereenheid:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>heeft een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 5.000 hectare;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>strekt zich niet uit tot het grondgebied van een andere provincie;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>overlapt niet met het werkgebied van een andere wildbeheereenheid; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>wordt in overeenstemming met alle betrokken wildbeheereenheden gewijzigd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij wijziging van een begrenzing dragen de betrokken wildbeheereenheden zorg voor: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het schriftelijk informeren van gedeputeerde staten; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het plaatsen van de begrenzing op de website van de faunabeheereenheid.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.38__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een wildbeheereenheid heeft de rechtsvorm van een vereniging met volledige rechtsvorm.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.39</Nummer>
		    <Opschrift>Werkzaamheden wildbeheereenheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het secretariaat van een wildbeheereenheid informeert de leden van de wildbeheereenheid op adequate wijze over de uitvoering van de aan de wildbeheereenheid toegestane activiteiten, regelgevende en ecologische feiten en ontwikkelingen op het gebied van faunabeheer.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De wildbeheereenheid co&#246;rdineert voor haar werkgebied:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de trendtellingen van diersoorten voor het faunabeheerplan;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de verstrekking van de resultaten van deze trendtellingen aan de faunabeheereenheid; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.39__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de verstrekking van het overzicht van gerealiseerde afschotgegevens, onderverdeeld naar diersoort, aan de faunabeheereenheid.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.40</Nummer>
		    <Opschrift>Lidmaatschap wildbeheereenheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Uitgezonderd van artikel 8.2, eerste lid, van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> zijn:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>medewerkers van Staatsbosbeheer, de Vereniging Natuurmonumenten en de Stichting het Utrechts Landschap, als de organisatie die zij vertegenwoordigen deel uitmaakt van het bestuur van de faunabeheereenheid, en zij hun activiteiten uitvoeren voor die organisatie;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>medewerkers van het Ganzenbeheerteam Utrecht en medewerkers van in opdracht van de faunabeheereenheid of gedeputeerde staten handelende professionele schadebestrijders.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan lidmaatschap van een wildbeheereenheid worden alleen eisen gesteld die van belang zijn voor de uitvoering van het faunabeheerplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.40__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De wildbeheereenheid houdt een register bij van aangesloten leden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.41</Nummer>
		    <Opschrift>Geschillen lidmaatschap wildbeheereenheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het lidmaatschap van een wildbeheereenheid kan worden geweigerd of be&#235;indigd als het lid bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 11.64 van het Besluit activiteiten leefomgeving handelt in strijd met de voor deze activiteiten geldende voorschriften.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In de statuten van de wildbeheereenheden wordt hiervoor een regeling getroffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Door de gezamenlijke wildbeheereenheden wordt, in overeenstemming met het bestuur van de faunabeheereenheid en gedeputeerde staten, een geschillenregeling vastgesteld voor geschillen die betrekking hebben op het lidmaatschap van een wildbeheereenheid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Geschillen worden voorgelegd aan een geschillencommissie, die bestaat uit een vertegenwoordiger namens:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het bestuur van de wildbeheereenheid;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het bestuur van de faunabeheereenheid; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.41__para_4__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>gedeputeerde staten.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_6__subchp_6.4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.4</Nummer>
		<Opschrift>Flora- en fauna activiteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.4.1</Nummer>
		  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning flora- en fauna activiteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.42" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.42">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.42</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning afschot paarvormende ganzen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, betrekking heeft op afschot van paarvormende grauwe ganzen of brandganzen, wordt deze omgevingsvergunning alleen verleend voor de periode van 1 februari tot 1 maart.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.4.2</Nummer>
		  <Opschrift>Vrijstelling vergunningplichtige flora- en fauna activiteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Subparagraaf eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>6.4.2.1</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling voor ganzen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.43</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling verjagen schadeveroorzakende ganzen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De verboden bedoeld in de artikelen 11.38, eerste lid, en 11.46, eerste lid, aanhef en onder b, c en d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden niet voor activiteiten die dienen voor het verjagen van de grauwe gans, kolgans en brandgans, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de activiteiten worden uitgevoerd door of in opdracht van de grondgebruiker;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de activiteiten worden uitgevoerd op de gronden, of in of aan de opstallen, die bij de grondgebruiker in gebruik zijn;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de activiteiten vinden plaats met het oog op het voorkomen van schade die in het lopende of daarop volgende jaar door de grauwe gans, kolgans of brandgans dreigt op te treden op deze gronden, in of aan deze opstallen of in het omringende gebied; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>er wordt voldaan aan <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43">Artikel 6.43 </IntRef> en <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44">Artikel 6.44</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.44</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke eisen verjagen schadeveroorzakende ganzen met ondersteunend afschot</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Activiteiten die dienen voor het verjagen van grauwe gans, kolgans en brandgans met ondersteunend doding door afschot, vindt alleen plaats met het oog op het voorkomen van belangrijke schade aan kwetsbare gewassen, in de periode van 1 november tot 1 maart, tussen een half uur voor zonsopkomst en een half uur na zonsondergang, op percelen met nog oogstbare akker- en tuinbouwgewassen en grasland, of de direct daaraan grenzende percelen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Er vinden geen activiteiten voor verjaging met ondersteunend doding door afschot plaats:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2__list_1">
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>op grasland dat is ingezaaid of doorgezaaid v&#243;&#243;r 1 augustus voorafgaand aan de winterperiode van dat jaar;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>op grasland dat is ingezaaid of doorgezaaid na 1 augustus voorafgaand aan de winterperiode van dat jaar, met een oppervlakte kleiner dan 1 hectare;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_2__list_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>op percelen die zijn ingezaaid als afvanggewas op geoogste percelen.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Activiteiten voor verjaging met ondersteunend doding door afschot vindt alleen plaats als een groep van meer dan vijf ganzen op het schadeperceel, of op een direct hieraan grenzend perceel, aanwezig is of hier invalt.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Per verjaagactie worden maximaal twee ganzen gedood.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_5" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_5">
		      <LidNummer>5.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Metalen ringen die zich aan gedode vogels bevinden worden binnen 48 uur naar het Vogeltrekstation, Postbus 50, 6700 AB Wageningen, gezonden onder vermelding van plaats en datum van het afschot, of worden gemeld via het Geautomatiseerd Ring Invoer en Export Loket (GRIEL) via de website <ExtRef ref="https://www.griel.nl/" soort="URL">www.griel.nl</ExtRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_6" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44__para_6">
		      <LidNummer>6.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Kleurringen en halsbanden worden doorgegeven via de website <ExtRef ref="https://www.geese.org" soort="URL">www.geese.org</ExtRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.45" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.45">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.45</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke eis middelen verjagen schadeveroorzakende ganzen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.45__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.45__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Activiteiten die dienen voor het verjagen van grauwe gans, kolgans en brandgans met ondersteunend doding door afschot, als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44">Artikel 6.44</IntRef> is alleen toegestaan nadat eerst een preventief akoestisch middel en een visueel middel zijn ingezet conform de voorwaarden voor effectief gebruik die zijn opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.bij12.nl/onderwerpen/faunazaken/faunaschade-preventiekit-fpk/module-ganzen/" soort="URL">faunaschade Preventie Kit, module ganzen</ExtRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.45__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.45__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De grauwe gans, kolgans en brandgans mogen alleen worden gedood met een hagelgeweer of kogelgeweer.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.45__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.45__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Er wordt geen gebruik gemaakt van lokmiddelen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.46" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.46">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.46</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke gegevens en bescheiden schadebestrijding ganzen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Uiterlijk twee weken na het verrichten van een activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.43">Artikel 6.43</IntRef>, worden de resultaten hiervan gerapporteerd in het door gedeputeerde staten aangewezen systeem.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.47" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.47">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.47</Nummer>
		      <Opschrift>Geen schadebestrijding bij bijzondere weersomstandigheden</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kunnen de werking van de artikelen 6.42 tot en met 6.44 opschorten als weersomstandigheden daar naar hun oordeel aanleiding toe geven.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.48</Nummer>
		      <Opschrift>Verbod opzettelijke verstoring ganzen in ganzenrustgebied</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__ref_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__ref_1">Ganzenrustgebied</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>schadeveroorzakende ganzen opzettelijk te verstoren en verjagingsactiviteiten met ondersteunend doding door afschot te ondernemen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de foerageerfunctie van het gebied opzettelijk teniet te doen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>jacht, beheer en schadebestrijding te verrichten tot 12:00 uur, met uitzondering van jacht maximaal drie dagen per jachtveld per seizoen, mits deze acties niet in hetzelfde gebied plaatsvinden en een afstand in acht wordt genomen van minimaal 300 meter tot groepen foeragerende ganzen van minimaal 100 stuks; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.48__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>jacht, beheer en schadebestrijding te verrichten vanaf 12:00, mits een afstand in acht wordt genomen van minimaal 300 meter tot groepen foeragerende ganzen van minimaal 100 stuks</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>6.4.2.2</Nummer>
		    <Opschrift>Vrijstelling voor veldmuis</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.49</Nummer>
		      <Opschrift>Meldplicht vergunningvrije bestrijding veldmuis</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het verbod, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt niet voor het doden, vangen, verstoren of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de veldmuis, als deze activiteiten plaatsvinden door of in opdracht van de grondgebruiker met als doel om schade op diens gronden of in het omringende gebied te voorkomen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder melding de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, te verrichten: </Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_2__list_1">
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_2__list_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>ter voorkomen van belangrijke schade aan gewassen; of </Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_2__list_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de bestrijding wordt alleen gebruik gemaakt van de methode inundatie of van bestrijdingsmiddelen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_4" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De melding wordt door de grondgebruiker ten minste tien dagen gedaan voordat de activiteit wordt verricht.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.50</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke vereisten melding vergunningvrije bestrijding veldmuis</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden bij een melding als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.49">Artikel 6.49</IntRef> ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>locatie van de bestrijding;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>datum en tijdstip van het uitvoeren van de bestrijding;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>frequentie van de bestrijding;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>manier van de bestrijding;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>uitvoerder van de bestrijding.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
		<Subparagraaf eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3">
		  <Kop>
		    <Label>Subparagraaf</Label>
		    <Nummer>6.4.2.3</Nummer>
		    <Opschrift>Andere vrijstellingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.51</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling vergunningplicht andere soorten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt niet voor de soorten, genoemd in de <IntRef ref="cmp_10">bijlage X Uitzondering vergunningplicht andere soorten</IntRef> bij deze verordening, als de activiteit nodig is:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1">
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>in het kader van bestendig beheer van of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchtvaartterreinen, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>in het kader van bestendig beheer van of onderhoud aan de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.52" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.52">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.52</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling bezits- en vervoersverbod en ander bevoegd gezag</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De verboden, bedoeld in de artikel 11.39, eerste lid, en artikel 11.47, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden niet als voor het onder zich hebben of vervoeren van de soort een vrijstelling of vergunning is verleend door een ander bevoegd gezag.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.53" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.53">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.53</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling ten behoeve van bescherming vogels tegen landbouwwerkzaamheden</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De verboden, bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, onder b, c en d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden niet voor activiteiten bestemd en geschikt voor de bescherming van vogels, hun nesten en eieren en hun niet-vliegvlugge jongen tegen landbouwwerkzaamheden en vee.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.54" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.54">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.54</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling ten behoeve van veiligstellen amfibie&#235;n tegen verkeer</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.54__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.54__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De verboden om in het wild levende dieren te vangen en opzettelijk te verstoren, bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, onder a en b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het verbod om dieren onder zich te hebben of te vervoeren, bedoeld in artikel 11.47, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving en het verbod om amfibie&#235;n te vangen, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden niet voor amfibie&#235;n als die activiteiten plaatsvinden om deze dieren veilig te stellen tegen het verkeer.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.54__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.54__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het eerste lid is alleen van toepassing op het vervoer van de dieren over een afstand van ten hoogste 50 meter vanaf de vangplaats.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.55" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.55">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.55</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling vangen amfibie&#235;n voor onderzoek en onderwijs</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.55__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.55__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het verbod om dieren onder zich te hebben of te vervoeren, bedoeld in artikel 11.47, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het verbod om in het wild levende dieren te vangen en opzettelijk te verstoren, bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgevingen het verbod om eieren te rapen, bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden niet voor de Poelkikker (Pelophyllax lessonae), voor zover die activiteit plaatsvindt met het oog op gebruik van deze dieren of eieren van deze dieren bij onderzoek of onderwijs.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.55__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.55__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het verbod, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt niet voor het vangen van de Meerkikker (Pelophylax ridibundus), de Middelste groene kikker (Pelophylax kl. esculentus), de Bruine kikker (Rana temporaria) en de Gewone pad (Bufo bufo), voor zover dit plaatsvindt met het oog op gebruik van deze dieren of eieren van deze dieren bij onderzoek of onderwijs.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.55__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.55__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het eerste en tweede lid gelden niet voor dieren waarvan de metamorfose is voltooid.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.56" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.56">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.56</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling bezits- en vervoersverbod braakballen, losse veren, e.d.</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De verboden op het vervoeren en onder zich hebben, bedoeld in artikel 11.39, eerste lid, en artikel 11.47, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden niet voor keutels, braakballen, losse veren en sterrenschot voor gebruik van deze producten bij onderzoek of onderwijs.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.57" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.57">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.57</Nummer>
		      <Opschrift>Vrijstelling uitzetten diersoorten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod op het uitzetten van dieren of eieren van dieren, bedoeld in artikel 11.61, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt niet voor dieren of eieren die zijn gevangen of geraapt op grond van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.51">Artikel 6.51</IntRef>, mits het uitzetten van soorten of hun eieren zo spoedig mogelijk plaatsvindt op een voor de soort geschikte locatie.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.58" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.58">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.58</Nummer>
		      <Opschrift>Maatwerkregel sluiten jachtseizoen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van artikel 11.68 van het Besluit activiteiten leefomgeving, kunnen gedeputeerde staten de jacht op wildsoorten als bedoeld in dat artikel in de gehele provincie of een gedeelte daarvan, sluiten zolang bijzondere weersomstandigheden dat noodzakelijk maken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Subparagraaf>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_6__subchp_6.5" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.5</Nummer>
		<Opschrift>Invasieve exoten, bestrijding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.59" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.59">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>6.59</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke zorgplicht bestrijding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Degene die op of in de grond activiteiten verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door die activiteiten planten of delen van planten die behoren tot de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_1">Aziatische duizendknoopsoorten</IntRef> kunnen worden verspreid, is verplicht om:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.59__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.59__list_1">
		    <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.59__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.59__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die verspreiding te voorkomen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.59__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.59__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel ongedaan te maken; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.59__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.59__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>indien de verspreiding niet kan worden voorkomen, de activiteiten achterwege te laten.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.60" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.60">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>6.60</Nummer>
		  <Opschrift>Verbod verspreiding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden om planten of delen van planten die behoren tot de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_1">Aziatische duizendknoopsoorten</IntRef>, door maaien, grondverzet of anderszins te verspreiden.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.61" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.61">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>6.61</Nummer>
		  <Opschrift>Meldplicht gevolgen verspreiding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.61__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.61__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder melding maatregelen bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.59">Artikel 6.59</IntRef> uit te voeren.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.61__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.61__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De melding wordt ten minste 10 dagen gedaan voordat de maatregelen worden uitgevoerd. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.61__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.61__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten sturen de melding zo spoedig mogelijk door aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de verspreiding zich voordoet. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>6.62</Nummer>
		  <Opschrift>Maatwerkvoorschriften maatregelen Aziatische duizendknoop</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over de maatregelen, bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.59">Artikel 6.59</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten kunnen een perceeleigenaar, gebruiker of andere zakelijk gerechtigde van grond bij maatwerkvoorschrift verplichten om de grond te ontdoen van planten of delen van planten die behoren tot de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_1">Aziatische duizendknoopsoorten</IntRef>, als dit nodig is vanwege:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het behouden en versterken van de biodiversiteit;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>niet voldaan hebben aan de zorgplicht die geldt op basis van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.59">Artikel 6.59</IntRef>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het niet uitvoeren of laten uitvoeren van de maatregelen genoemd in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.59">Artikel 6.59</IntRef> .</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het maatwerkvoorschrift bevat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een kaart van de grond met de plaats waarop de te bestrijden planten of delen van planten van <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_1">Aziatische duizendknoopsoorten</IntRef> zich bevinden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de termijn of termijnen waarbinnen aan de opruimplicht moet zijn voldaan; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.62__para_3__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de geschikte methode of methoden voor bestrijding van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_1">Aziatische duizendknoopsoorten</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.63" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.63">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>6.63</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke vereisten melding beperken verspreiding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In aanvulling op het in <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> bepaalde worden bij een melding, bedoeld <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.61">Artikel 6.61</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1">
		    <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de locatie van de maatregelen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de datum en het tijdstip van het uitvoeren van de maatregelen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>de frequentie van de maatregelen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_6__subchp_6.5__art_6.63__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>de aard en manier van de uitvoering van de maatregelen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_7" wId="pv26_1059__chp_7">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>7</Nummer>
	      <Opschrift>Cultuurhistorie en landschap</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_7__subchp_7.1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>7.1</Nummer>
		<Opschrift>Cultuurhistorie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>7.1.1</Nummer>
		  <Opschrift>Werelderfgoed</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.1</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk UNESCO Werelderfgoed</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de instandhouding en versterking van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">uitzonderlijke universele waarde</IntRef> van het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1__ref_2">UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies</IntIoRef> en het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1__ref_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.1__ref_3">UNESCO Werelderfgoed Neder Germaanse Limes bufferzone</IntIoRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.2</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing UNESCO Werelderfgoed</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het UNESCO Werelderfgoed bestaat uit:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1">
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1__item_1__ref_1">UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies</IntIoRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1__item_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.2__list_1__item_2__ref_2">UNESCO Werelderfgoed Neder Germaanse Limes bufferzone</IntIoRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.3</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel instandhouding en versterking UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1__ref_1">UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies</IntIoRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>neemt de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">uitzonderlijke universele waarde</IntRef> van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">Hollandse Waterlinies</IntRef> in acht en bevat regels ter instandhouding en versterking daarvan; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>bevat geen regels die activiteiten toestaan die die waarde aantasten.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">uitzonderlijke universele waarde</IntRef> Hollandse Waterlinies gelden de kernkwaliteiten, bedoeld in de <IntRef ref="cmp_15">Bijlage XV Cultuurhistorie</IntRef> bij deze verordening en de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">Gebiedsanalyses Kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de in het plangebied aanwezige <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">uitzonderlijke universele waarde</IntRef> van de Hollandse Waterlinies; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de wijze waarop die waarde in acht is genomen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.4</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel instandhouding en versterking UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes (bufferzone)</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_1__ref_1">UNESCO Werelderfgoed Neder Germaanse Limes bufferzone</IntIoRef> bevat regels ter instandhouding en versterking van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">uitzonderlijke universele waarde</IntRef> van de Neder-Germaanse Limes.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">uitzonderlijke universele waarde</IntRef> van de Neder-Germaanse Limes gelden de kernkwaliteiten, bedoeld in de <IntRef ref="cmp_15">Bijlage XV Cultuurhistorie</IntRef> bij deze verordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_3__ref_1">UNESCO Werelderfgoed Neder Germaanse Limes bufferzone</IntIoRef> bevat in ieder geval een verbod op het zonder omgevingsvergunning uitvoeren van activiteiten met een oppervlakte van 100 m2 of meer, waarbij de bodem tot meer dan 30 centimeter onder <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> wordt geroerd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_4" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De oppervlakte- en dieptemaat kunnen zowel naar boven als naar beneden worden bijgesteld, voor zover archeologische gegevens hier aanleiding toe geven en de bijstelling ondersteund wordt door een motivering, opgesteld door een archeologisch deskundige.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_5" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het archeologisch onderzoek en ex-situ behoud in de vorm van een opgraving wordt uitgevoerd conform de geldende kwaliteitsregels in de Nederlandse archeologie, door een daartoe op grond van <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0037521/2020-04-01#Hoofdstuk5_Paragraaf5.1_Artikel5.3" soort="URL">artikel 5.3 Erfgoedwet</ExtRef> gecertificeerd bedrijf.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_6" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_6__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_6__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_6__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_6__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de in de directe omgeving van het plangebied aanwezige <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">uitzonderlijke universele waarde</IntRef> van de Neder-Germaanse Limes; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_6__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.4__para_6__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving en motivering van de wijze waarop die waarde wordt beschermd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.5</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregel ontheffing het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ontheffing van <IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3">Artikel 7.3</IntRef>, eerste lid, kan alleen worden verleend als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1">
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>re&#235;le alternatieven die de Hollandse Waterlinies niet of minder aantasten ontbreken;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.5__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>er op of nabij de locatie waarvoor ontheffing wordt gevraagd voldoende compenserende maatregelen worden genomen, in de vorm van versterking van de resterende <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">uitzonderlijke universele waarde</IntRef> van de Hollandse Waterlinies.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.6</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes (bufferzone)</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De omgevingsvergunning wordt alleen verleend:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1">
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>als door middel van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de voorgenomen activiteit geen archeologische waarden van de Limes zal aantasten; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.6__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op voorwaarde dat de archeologische waarden van de Limes ex-situ, in de vorm van een opgraving, behouden blijven, wanneer in situ behoud niet mogelijk is.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>7.1.2</Nummer>
		  <Opschrift>Cultuurhistorische hoofdstructuur</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.7</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk Cultuurhistorische hoofdstructuur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen en benutten van de waarden van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_3">Cultuurhistorische hoofdstructuur</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.8</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing Cultuurhistorische hoofdstructuur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__ref_1">Cultuurhistorische hoofdstructuur</IntIoRef> bestaat uit vijf gebieden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_1__ref_2">Historische buitenplaatszone</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_2__ref_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_2__ref_3">Militair erfgoed</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_3__ref_4" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_3__ref_4">Agrarisch cultuurlandschap</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_4__ref_5" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_4__ref_5">Historische infrastructuur</IntIoRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_5__ref_6" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_1__list_1__item_5__ref_6">Archeologisch waardevolle zone</IntIoRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze vijf gebieden bestaan uit deelgebieden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_1__ref_1">Historische buitenplaatszone</IntIoRef> bestaat uit de deelgebieden Stichtse Lustwarande, Langbroekerwetering, Vecht, Amersfoortseweg (Wegh der Weegen), Laagte van Pijnenburg, Valleilandgoederen, Amelisweerd, Kasteel de Haar, Landgoed Linschoten, Maarsbergse Flank en Prattenburg-Remmerstein;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_2__ref_2">Militair erfgoed</IntIoRef> bestaat uit de deelgebieden Nieuwe Hollandse Waterlinie, Oude Hollandsche Waterlinie, Grebbelinie en Soesterberg en omgeving;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_3__ref_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_3__ref_3">Agrarisch cultuurlandschap</IntIoRef> bestaat uit de deelgebieden Lopikerwaard, Kockengen-Kamerik-Zegveld, Westbroek, Linschoten, Ronde Venen, Soester Eng, Cope-ontginningscomplex Hei- en Boeicop e.o. en Zouweboezem;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_4__ref_4" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_4__ref_4">Historische infrastructuur</IntIoRef> bestaat uit de deelgebieden Route Imp&#233;riale, Via Regia en Wegh der Weegen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_5__ref_5" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.8__para_2__list_1__item_5__ref_5">Archeologisch waardevolle zone</IntIoRef> bestaat uit de deelgebieden Utrechtse Heuvelrug, Limes en Dorestad.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.9</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel beschermen en benutten van de Cultuurhistorische hoofdstructuur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_1__ref_1">Cultuurhistorische hoofdstructuur</IntIoRef> wordt rekening gehouden met de waarden van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_3">Cultuurhistorische hoofdstructuur</IntRef> en worden regels gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De waarden van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_3">Cultuurhistorische hoofdstructuur</IntRef> zijn per gebied vastgelegd in de <IntRef ref="cmp_15">Bijlage XV Cultuurhistorie</IntRef> bij deze verordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.9__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.10</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel uitzondering verstedelijkingsverbod Historische buitenplaatszone en Militair erfgoed</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3">artikel 9.3</IntRef> kan een omgevingsplan <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> toestaan in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__ref_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__ref_3">Historische buitenplaatszone</IntIoRef> en het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__ref_4" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__ref_4">Militair erfgoed</IntIoRef>, onder voorwaarde dat de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>kleinschalig is;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>gericht is op het cre&#235;ren van economische kostendragers ten behoeve van het behoud, herstel of de versterking, of een combinatie hiervan, van de cultuurhistorische waarde van de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_2__ref_6" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_2__ref_6">Historische buitenplaatszone</IntIoRef> dan wel het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_2__ref_7" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_2__ref_7">Militair erfgoed</IntIoRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.2__art_7.10__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een motivering van een omgevingsplan bevat een o&#x200b;&#x200b;nderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_7__subchp_7.2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>7.2</Nummer>
		<Opschrift>Kwaliteit van landschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>7.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregels kwaliteit van landschap</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.11</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel landschap</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Landschap bestaat uit:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_1__ref_1">Landschap Eemland</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_2__ref_2">Landschap Gelderse Vallei</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_3__ref_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_3__ref_3">Landschap Groene Hart</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_4__ref_4" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_4__ref_4">Landschap Rivierengebied</IntIoRef> en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_5__ref_5" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_1__list_1__item_5__ref_5">Landschap Utrechtse Heuvelrug</IntIoRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in de <IntRef ref="cmp_16">Bijlage XVI Kernkwaliteiten landschap</IntRef> bij deze verordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen in Landschap bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>geen regels die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_4" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_4__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_4__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_4__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_4__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten; en  </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_4__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11__para_4__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan.  </Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.12</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel aardkundige waarden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_1__ref_1">Aardkundige waarden</IntIoRef> bevat regels ter bescherming van de in het plangebied aangewezen <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">aardkundige waarden</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de in het plangebied aanwezige <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">aardkundige waarden</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de daaraan toe te kennen waardering;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het door de gemeente te voeren beleid voor <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">aardkundige waarden</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.12__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de wijze waarop rekening wordt gehouden met de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">aardkundige waarden</IntRef> in het plan.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>7.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Regels over activiteiten landschap</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.13" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.13">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.13</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk activiteiten landschap</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van landschappelijke, natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.14</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik activiteiten landschap</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen en behouden van borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_1__ref_1">Gebied landschappelijke waarden</IntIoRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten die niet zichtbaar zijn vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten in het inwendige deel van een onroerende zaak;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>onverlichte <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">kunstuitingen</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>borden voor educatieve of geografische informatie over een gebied of bezienswaardigheid;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>borden die zijn aangebracht ter voldoening aan een wettelijk voorschrift;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>borden voor verkiezingen van een openbaar bestuur; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_2__list_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>onverlichte, offici&#235;le binnenlandse en buitenlandse vlaggen op locaties waar geen vlaggen zijn geplaatst als bedoeld in de onderdelen A, B, D, E en H van <IntRef ref="cmp_18">bijlage XVIII Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</IntRef> bij deze verordening.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.14__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het tweede lid is <IntRef ref="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15">Artikel 7.15</IntRef> wel van toepassing op de borden, bedoeld in onderdeel d tot en met f van dat lid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.15</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke zorgplicht borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">bord</IntRef>, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_64">spandoek</IntRef>, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">vlag</IntRef>, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_36">informatiezuil</IntRef> of vergelijkbaar <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">object</IntRef> plaatst of behoudt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot nadelige gevolgen voor de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.13">Artikel 7.13</IntRef>, is verplicht:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze plicht houdt in ieder geval in dat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen of vergelijkbare objecten worden verwijderd zodra zij hun feitelijke betekenis hebben verloren;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten en dragende hulpconstructies in goede staat worden gehouden;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>borden en spandoeken voor of tegen een gebouw niet boven de goot- of dakrand uitsteken en vlaggen voor een gebouw niet boven de nok uitsteken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>als borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten worden verlicht:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d__list_1">
			    <Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>geen verlichting wordt gebruikt tussen 23:00 en 6:00 uur, tenzij de openingstijden van het gebouw die verlichting vereisen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>geen knipperende verlichting of bewegende beelden of letters worden gebruikt; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.15__para_2__list_1__item_d__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>Led of vergelijkbare schermen voldoen aan de <ExtRef ref="https://www.nsvv.nl/publicaties/richtlijn-lichthinder-2020/" soort="URL">Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde</ExtRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.16" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.16">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.16</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.16__para_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.16__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_1" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.16__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.16__para_1__ref_1">Gebied landschappelijke waarden</IntIoRef> een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">bord</IntRef>, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_64">spandoek</IntRef>, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">vlag</IntRef>, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_36">informatiezuil</IntRef> of vergelijkbaar <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">object</IntRef> te plaatsen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.16__para_2" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.16__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod geldt niet voor borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen of vergelijkbare objecten die voldoen aan <IntRef ref="cmp_18">Bijlage XVIII Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</IntRef> bij deze <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">verordening</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>7.17</Nummer>
		    <Opschrift>Wijze van meten activiteiten landschap</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor de toepassing van <IntRef ref="cmp_18">Bijlage XVIII Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</IntRef> bij deze verordening wordt als volgt gemeten: </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1">
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de afmetingen van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">bord</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_64">spandoek</IntRef> worden bepaald door de buitenomtrek met inbegrip van de ondergrond, achtergrond, draagconstructie en steunconstructie die kennelijk tot het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">bord</IntRef> behoren;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het oppervlak van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">vlag</IntRef> en een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_36">informatiezuil</IntRef> wordt bepaald door de projectie van het totale oppervlak op een plat vlak;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de hoogte boven het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">maaiveld</IntRef> wordt gemeten vanaf het hoogste punt van het bord, spandoek, vlag, informatiezuil of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">object</IntRef> tot aan het maaiveld; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.17__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>dubbelzijdige borden gelden als &#233;&#233;n bord, tenzij in <IntRef ref="cmp_18">Bijlage XVIII Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</IntRef> bij deze verordening anders is bepaald.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_8" wId="pv26_1059__chp_8">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>8</Nummer>
	      <Opschrift>Landbouw</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_8__subchp_8.1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>8.1</Nummer>
		<Opschrift>Agrarisch bedrijf</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>8.1</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel agrarisch bedrijf</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1__ref_1">Agrarische bedrijven</IntIoRef> bevat geen regels die voorzien in:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>nieuwe <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">agrarische bouwpercelen</IntRef>, tenzij het gaat om de verplaatsing van een grondgebonden <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_7">agrarisch bedrijf</IntRef> voor het voldoen aan internationale verplichtingen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een omschakeling van grondgebonden<IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_7">agrarisch bedrijf</IntRef> naar <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_46">niet-grondgebonden landbouw</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_2" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_2__ref_1">Agrarische bedrijven</IntIoRef> bevat regels die voorzien in een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">agrarisch bouwperceel</IntRef> met een oppervlakte van maximaal 1,5 hectare ten behoeve van bestaande agrarische bedrijven, waarbij per bouwperceel maximaal &#233;&#233;n bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen met maximaal &#233;&#233;n bouwlaag voor het stallen van dieren zijn toegestaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__ref_1">Agrarische bedrijven</IntIoRef> kan regels bevatten die voorzien in uitbreiding van een bestaand <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">agrarisch bouwperceel</IntRef> voor een grondgebonden veehouderij tot maximaal 2,5 hectare, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing:</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding draagt bij aan verbetering van het dierenwelzijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding draagt bij aan vermindering van de milieubelasting; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_3__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding draagt bij aan verbetering van de volksgezondheid.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__ref_1">Agrarische bedrijven</IntIoRef> kan regels bevatten die nevenactiviteiten toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1">
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de nevenactiviteit blijft ruimtelijk ondergeschikt aan de agrarische activiteiten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de nevenactiviteit vindt plaats binnen het bestaande bouwperceel;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>erfinrichting en bedrijfsbebouwing zijn landschappelijk goed inpasbaar; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_4__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_5" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.1__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maakt onderdeel uit van de onderbouwing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.2" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>8.2</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel landbouwontwikkelingsgebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__ref_1">Landbouwontwikkelingsgebied</IntIoRef> kan regels bevatten die voorzien in uitbreiding van een bestaand <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">agrarisch bouwperceel</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_46">niet-grondgebonden landbouw</IntRef> tot maximaal 2,5 hectare, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding draagt bij aan verbetering van het dierenwelzijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding draagt bij aan vermindering van de milieubelasting; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding draagt bij aan verbetering van de volksgezondheid.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_2" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.2__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maakt onderdeel uit van de onderbouwing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.3" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>8.3</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel landbouwstabiliseringsgebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.3__ref_1">Landbouwstabiliseringsgebied</IntIoRef> bevat geen regels die voorzien in uitbreiding van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">agrarisch bouwperceel</IntRef> van een bestaand niet-grondgebonden <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_7">agrarisch bedrijf</IntRef>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>8.4</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel geitenhouderij</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan bevat geen regels die voorzien in:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de vestiging van een geitenhouderij of uitbreiding van een bestaande geitenhouderij;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de gehele of gedeeltelijke omschakeling van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_7">agrarisch bedrijf</IntRef> naar een geitenhouderij;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>uitbreiding van het aantal geiten dat wordt gehouden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het vergroten van de oppervlakte van een dierenverblijf voor geiten, tenzij het aantal vergunde of gemelde geiten aantoonbaar niet toeneemt; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_1__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het tijdelijk gebruik van bouwwerken en gronden voor een geitenhouderij.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan kan regels bevatten die activiteiten, bedoeld in het eerste lid, toestaan, voor activiteiten waarvoor:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>geen meldingsplicht is opgenomen op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor 11 juli 2018 een op dat moment ontvankelijke melding voor die activiteit is gedaan;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.4__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>voor 11 juli 2018 een op dat moment ontvankelijke aanvraag voor een vergunning voor die activiteit bij het bevoegd gezag is ingediend, uitgezonderd een aanvraag voor een vergunning voor het slopen van een bouwwerk in een krachtens een zodanige verordening aangewezen stads- of dorpsgezicht.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>8.5</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel glastuinbouw niet toegestaan</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_1__ref_1">Glastuinbouw niet toegestaan</IntIoRef> bevat geen regels die glastuinbouw toestaan, tenzij het de verplaatsing van solitaire glastuinbedrijven, gevestigd in de Ronde Venen en omgeving, naar de gronden in aansluiting op bestaand kassengebied in de Polder Derde Bedijking betreft.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__ref_1">Glastuinbouw niet toegestaan</IntIoRef> kan regels bevatten die toestaan dat bestaande glastuinbouwbedrijven worden uitgebreid mits is voldaan aan de<br/>volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding is beperkt tot een omvang die noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het glastuinbouwbedrijf tot een maximum van 2 hectare;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er is geen sprake van zwaarwegende landschappelijke bezwaren; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>bestaande omringende activiteiten worden niet onevenredig aangetast of beperkt.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_3" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.5__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>dat verplaatsing van het glastuinbouwbedrijf naar een  Concentratiegebied glastuinbouw niet mogelijk is.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.6" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.6">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>8.6</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel concentratiegebied glastuinbouw</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.6__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.6__ref_1">Concentratiegebied glastuinbouw</IntIoRef> bevat geen regels die:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.6__list_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.6__list_1">
		    <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.6__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.6__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de bedrijfsoppervlakte maximeren;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.6__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.6__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>uitbreiding van de glastuinbouwbedrijven onmogelijk maken;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_8__subchp_8.1__art_8.6__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.1__art_8.6__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>op een andere wijze een belemmering vormen voor de glastuinbouw.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_8__subchp_8.2" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>8.2</Nummer>
		<Opschrift>Bodembewerking veengebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_8__subchp_8.2__art_8.7" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.2__art_8.7">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>8.7</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel beperken bodembewerking</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.2__art_8.7__ref_1" wId="pv26_1059__chp_8__subchp_8.2__art_8.7__ref_1">Beperken bodembewerking</IntIoRef> bevat geen regels die bodembewerking toestaan in gronden voor agrarisch gebruik die tot gevolg hebben dat veen aan de oppervlakte wordt gebracht, tenzij de bodembewerking plaatsvindt voor graslandvernieuwing of de aanleg van een andere blijvende teelt.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_9" wId="pv26_1059__chp_9">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>9</Nummer>
	      <Opschrift>Wonen, werken, recre&#235;ren</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_9__subchp_9.1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>9.1</Nummer>
		<Opschrift>Stedelijke functies in landelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>9.1.1</Nummer>
		  <Opschrift>Bestaande en nieuwe stedelijke functies landelijk gebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.1</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op behoud van de kwaliteit en vitaliteit van het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.2</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing landelijk gebied en stedelijk gebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De provincie Utrecht bestaat uit:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1__item_1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1__item_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.2__list_1__item_2__ref_2">Stedelijk gebied</IntIoRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.3</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel verstedelijkingsverbod Landelijk gebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> laat geen <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> toe, tenzij in deze verordening anders is bepaald.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.4</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel ruimte voor experimenten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van deze verordening kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1__ref_1">Eiland van Schalkwijk</IntIoRef> regels bevatten:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>die activiteiten mogelijk maken die voldoen aan de voorwaarden, genoemd in de pijlers &#233;&#233;n tot en met zeven in de <IntRef ref="cmp_13">bijlage XIII Eiland van Schalkwijk</IntRef> bij deze verordening; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>over woningbouw tot een maximum van 250 woningen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.5</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel legalisatie van bestaand gebruik en bebouwing bij stedelijke functie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> kan voorzien in legalisatie van het bestaand gebruik van en bestaande bebouwing voor stedelijke activiteiten, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>er is gemotiveerd dat tegen dit gebruik en tegen deze bebouwing redelijkerwijs niet meer juridisch kan worden opgetreden; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de legalisatie heeft, op de schaal van het gehele buitengebied van een gemeente, slechts betrekking op enkele gevallen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.5__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.6</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel woning, woonschip en woonark in landelijk gebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> bevat geen regels die toestaan dat een woning, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">woonark</IntRef> landschappelijk niet goed inpasbaar is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> kan regels bevatten die:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de uitbreiding van bestaande woningen mogelijk maken onder de voorwaarde dat de regels voorzien in een maximale inhoudsmaat, zodanig dat de woning landschappelijk goed inpasbaar is;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voorzien in de vergroting van ligplaatsen van woonschepen of woonarken of in de vergroting van de maatvoering van woonschepen of woonarken onder de voorwaarde dat de regels voorzien in een maximale oppervlakte van de ligplaats en een maximale maatvoering van het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">woonark</IntRef>, zodanig dat het woonschip of de woonark landschappelijk goed inpasbaar is; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>nieuwe vervangende ligplaatsen voor woonschepen of woonarken toestaan, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_c__list_1">
			    <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_c__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>het gaat om woonschepen en woonarken die afkomstig zijn uit zeer kwetsbare gebieden en de nieuwe locatie is uit ruimtelijk oogpunt aanmerkelijk minder bezwaarlijk, of de vervangende ligplaats is uitsluitend bestemd voor woonschepen met een historische waarde; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_2__list_1__item_c__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de maatvoering van woonschepen of woonarken en ligplaats is zodanig, dat het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> of de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">woonark</IntRef> landschappelijk goed inpasbaar is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maakt deel uit van de onderbouwing, indien het nieuwe besluit substantieel grotere maten mogelijk maakt ten opzichte van het vigerende besluit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.7</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel bebouwingsenclave en -lint</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> kan regels bevatten die toestaan dat in <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_11">bebouwingsenclaves</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_12">bebouwingslinten</IntRef> verstedelijking plaatsvindt, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>gelijktijdig met de verstedelijking wordt de omgevingskwaliteit verhoogd;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>bebouwing vindt niet plaats buiten de bestaande <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_11">bebouwingsenclaves</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_12">bebouwingslinten</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>belangen van bestaande omringende functies worden niet onevenredig aangetast.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maakt onderdeel uit van de onderbouwing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.8" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.8">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.8</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel recreatiewoning</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.8__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.8__ref_1">Recreatiewoning</IntIoRef> bevat regels die het recreatief gebruik van recreatiewoningen en bijbehorende gronden garanderen en omvorming van deze recreatiewoningen en gronden ten behoeve van permanente bewoning uitsluiten.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.9</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel bestaande stedelijke functie, anders dan wonen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> kan regels bevatten die toestaan dat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>percelen voor specifieke stedelijke functies een andere <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_65">stedelijke functie</IntRef> krijgen, niet zijnde permanente bewoning van een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">recreatiewoning</IntRef>, <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">kantoor</IntRef> of <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_28">detailhandel</IntRef>, onder de voorwaarde dat de functiewijziging naar aard en omvang, op basis van een integrale afweging, niet leidt tot vergroting van de locatie en tot een toename van de invloed op de omgeving, dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden en dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>stedelijke functies worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologisch regime. Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak. Ook het functievlak kan worden uitgebreid indien er sprake is van een economische noodzaak.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.9__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.10</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel kernrandzone</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__ref_1">Kernrandzone</IntIoRef> kan ten behoeve van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit regels bevatten die <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_40">kernrandactiviteiten</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt, met uitzondering van windenergie en <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_89">zonnevelden</IntRef>, in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>omliggende functies worden niet onevenredig geschaad.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een onderbouwing waaruit blijkt op welk gebied deze toepassing betrekking heeft en dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een beschrijving van de in het plangebied voorkomende ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop met het versterken daarvan is omgegaan. Hierbij wordt aangegeven hoe de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> aansluit op de ruimtelijke en landschappelijke structuur; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.10__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maakt onderdeel uit van de onderbouwing.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.11</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel functiewijzing (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar stedelijke functie (anders dan wonen)</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> kan regels bevatten die toestaan dat op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is be&#235;indigd de bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_65">stedelijke functie</IntRef>, niet zijnde wonen, krijgen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">bouwperceel</IntRef> is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">grondgebonden landbouw</IntRef> of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_1__ref_5" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_1__ref_5">Concentratiegebied glastuinbouw</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1">
			    <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_87">woonzorgvoorziening</IntRef>; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve beleving of recreatief gebruik waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>het gaat om de hervestiging van &#233;&#233;n of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_5" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>er is sprake van twee of meer bouwpercelen waar de agrarische functie is be&#235;indigd en op de betrokken bouwpercelen gezamenlijk wordt het vereiste slooppercentage van 50% wel gehaald; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_6" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_b__list_1__item_6">
			      <LiNummer>6.</LiNummer>
			      <Al>de ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd dan alleen door sloop van bebouwing, in een mate die een lager slooppercentage dan 50% rechtvaardigt;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>te handhaven en nieuw op te richten bedrijfsgebouwen worden zo compact mogelijk gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel en het bouwperceel wordt evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen verkleind;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.12</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> kan regels bevatten die toestaan dat een agrarisch bedrijfsperceel waar het agrarisch gebruik is be&#235;indigd een woonfunctie wordt gegeven aan de bedrijfswoning en de tot het hoofdgebouw behorende aangebouwde bedrijfsruimte, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">bouwperceel</IntRef> is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">grondgebonden landbouw</IntRef>, of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_1__ref_4" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_1__ref_4">Concentratiegebied glastuinbouw</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden of versterkt;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">kantoor</IntRef> of bedrijf aan huis is mogelijk indien de omvang van die activiteiten ondergeschikt blijft aan de woonfunctie.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.13</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie met extra woningen (&#x2018;ruimte voor ruimte&#x2019;)</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> kan regels bevatten die op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is be&#235;indigd de bouw van &#233;&#233;n of meerdere nieuwe woningen toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">bouwperceel</IntRef> is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">grondgebonden landbouw</IntRef> of, in geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_1__ref_4" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_1__ref_4">Concentratiegebied glastuinbouw</IntIoRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>alle bedrijfsbebouwing op de betrokken bouwpercelen wordt gesloopt, tenzij het gaat om historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing of bedrijfswoning. De historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing krijgt een passende functie die bijdraagt aan dat behoud. Wanneer 750 m2 tot 2.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van &#233;&#233;n nieuwe woning toegestaan. Wanneer 2.500 m2 tot 4.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van twee woningen toegestaan. Wanneer er 4.000 m2 of meer aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van drie woningen toegestaan. Voor kassen geldt dat er 5.000 m2 aan bedrijfsbebouwing wordt gesloopt voor &#233;&#233;n woning. Afwijking van de vereiste sloopoppervlakten, het aantal te bouwen woningen en van de verplichting om het totaal aan bedrijfsbebouwing te slopen, is mogelijk mits dit leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de nieuwe woning of woningen worden gesitueerd binnen de voormalige bouwpercelen, in samenhang met de te handhaven boerderij of bedrijfswoning, de betrokken bouwpercelen worden evenredig verkleind en de woningen worden landschappelijk goed ingepast, tenzij situering van de nieuwe woning op een andere locatie in het landelijk gebied leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>9.1.2</Nummer>
		  <Opschrift>Uitbreiding woningbouw en bedrijventerreinen in landelijk gebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.14</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel eenmalige uitbreiding tot 50 woningen voor lokale vitaliteit van een kern</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__ref_1">Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden</IntIoRef> kan regels bevatten voor een eenmalige uitbreiding tot 50 woningen mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de eenmalige uitbreiding tot 50 woningen is noodzakelijk voor de vitaliteit van de kern;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>aangetoond is dat niet binnen de kern in de behoefte voorzien kan worden;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de woningbouw vindt plaats in aansluiting op het stedelijk gebied en qua aard en omvang past bij de kern;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de woningbouw draagt bij aan een goede kwaliteit van de nieuwe <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_41">kernrandzone</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_1__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>en omliggende functies worden niet onevenredig geschaad.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.14__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maakt onderdeel uit van de onderbouwing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.15</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__ref_1">Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden</IntIoRef> mogelijk kan regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_55">programma Wonen en werken</IntRef> of is opgenomen in de <IntRef ref="cmp_19">bijlage XIX Wonen en werken</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de woningbouw vindt plaats in aansluiting op het stedelijk gebied;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de woningbouw wordt in samenhang ontwikkeld met lokale en regionale groenontwikkeling waarbij de omvang van de woningbouw in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid te ontwikkelen natuur en recreatie; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de realisatie van natuur en recreatie en de duurzame instandhouding daarvan is verzekerd, en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_1__list_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>de woningbouw draagt bij aan een goede kwaliteit van de nieuwe <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_41">kernrandzone</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.15__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maakt onderdeel uit van de onderbouwing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.16</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden mogelijk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__ref_1">Uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden</IntIoRef> mogelijk kan regels bevatten voor uitbreiding bedrijventerreinen mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de uitbreiding <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">bedrijventerrein</IntRef> past in het door gedeputeerde staten vastgestelde <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_55">programma Wonen en werken</IntRef> of is opgenomen in de <IntRef ref="cmp_19">bijlage XIX Wonen en werken</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de uitbreiding bedrijventerrein leidt niet tot extra bodemdaling;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de revitalisering, herstructurering en effici&#235;nter gebruik van bestaande bedrijventerreinen zijn verzekerd; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de uitbreiding bedrijventerreinen vindt plaats in aansluiting op een bestaand bedrijventerrein, of, wanneer dat niet mogelijk is, in aansluiting op het stedelijk gebied.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.2__art_9.16__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maakt onderdeel uit van de onderbouwing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_9__subchp_9.2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>9.2</Nummer>
		<Opschrift>Stedelijke functies in stedelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.17" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.17">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>9.17</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel verstedelijking</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_1__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> kan regels bevatten voor verstedelijking.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_55">programma Wonen en werken</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling;</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.17__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.18" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.18">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>9.18</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel bedrijventerreinen stedelijk gebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> kan regels bevatten voor bedrijventerreinen mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">bedrijventerrein</IntRef> past in het door gedeputeerde staten vastgestelde <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_55">programma Wonen en werken</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de revitalisering, herstructurering en effici&#235;nter gebruik van bestaande bedrijventerreinen zijn verzekerd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding bedrijventerreinen vindt plaats in aansluiting op een bestaand bedrijventerrein; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de uitbreiding bedrijventerreinen leidt niet tot extra bodemdaling.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.18__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.&#x200b;&#x200b;</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>9.19</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel kantoren</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan laat uitsluitend nieuwvestiging van zelfstandige kantoren toe, voor zover het betrekking heeft op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>zelfstandige kantoren met een lokaal vestigingsgebied, voor zover deze niet gevestigd kunnen worden in gerealiseerde gebouwen of binnen plancapaciteit op basis van het vigerende omgevingsplan;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een eenmalige uitbreiding van gerealiseerde kantoren met ten hoogste 10% van het bestaande <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_26">bvo</IntRef> van het gebouw, voor zover deze niet gerealiseerd kan worden op basis van het omgevingsplan; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>transformatie naar zelfstandige kantoren tot een maximum bvo van 1.500 m2 per gebouw.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover een omgevingsplan onbenutte plancapaciteit voor zelfstandige kantoren bevat, wordt deze uitsluitend in stand gelaten als er sprake is van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een verleende vergunning voor een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_88">zelfstandig kantoor</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_88">zelfstandig kantoor</IntRef> die voor terinzagelegging van het ontwerp omgevingsplan is ingediend;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>behoefte aan zelfstandige kantoren, waarbij in de behoeftebepaling rekening wordt gehouden met de geraamde vraag naar kantoren binnen een redelijke termijn en het actuele aanbod van kantoren in bestaande panden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>zicht op realisatie van zelfstandige kantoren met een lokaal vestigingsgebied, voor zover deze niet gevestigd kunnen worden in gerealiseerde gebouwen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>uitbreidingsmogelijkheden voor zelfstandige kantoren als bedoeld onder a en b of reeds gerealiseerde kantoren; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_2__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>zelfstandige kantoren die voorzien zijn ter plaatse van bestaande gebouwen met een andere functie, tot een maximum <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_26">bvo</IntRef> van 1500 m2 per gebouw.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een locatie binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_3__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_3__ref_1">Kantoor op knooppunt Utrecht Centraal</IntIoRef> en <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_3__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_3__ref_2">Kantoor op knooppunt Leidsche Rijn Centrum</IntIoRef> mits de behoefte aan kantoren is aangetoond.&#x200b;&#x200b;</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_4" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Tot 1 januari 2029 zijn het eerste en tweede lid op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_4__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_4__ref_1">Reductielocaties</IntIoRef> niet van toepassing op delegatiebesluiten als bedoeld in artikel 2.8 van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef>, alsmede het besluit tot verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit afwijken van de binnenplanse regels van het omgevingsplan, waar ingevolge het <ExtRef ref="http://publiek.tercera-ro.nl/officieel/9926/NL.IMRO.9926.IP1606Kantoren-VA01/index.html" soort="URL">Inpassingsplan Kantoren</ExtRef> nog plancapaciteit voor zelfstandige kantoren aanwezig is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_5" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_5__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_5__ref_1">Reductielocaties</IntIoRef> kan de verplaatsing van plancapaciteit voor zelfstandige kantoren toelaten, mits gelijktijdig binnen dezelfde locatie reductie plaatsvindt van ten minste hetzelfde bvo voor zelfstandige kantoren op een onbebouwd perceel.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6">
		  <LidNummer>6.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__ref_1">Gebiedstransformatie of  herstructurering</IntIoRef> kan regels bevatten voor verplaatsing van bestaande plancapaciteit voor zelfstandige kantoren, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>verplaatsing van bestaande plancapaciteit voor zelfstandige kantoren naar een ander <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">bouwperceel</IntRef> binnen de locatie is noodzakelijk voor gebiedstransformatie of herstructurering;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_26">bvo</IntRef> voor zelfstandige kantoren op het nieuwe bouwperceel is ten hoogste gelijk aan het bvo op basis van de maximale gebruiksmogelijkheden van het te verlaten bouwperceel;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het betreft geen bestaande plancapaciteit voor een voormalig <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_88">zelfstandig kantoor</IntRef> dat is getransformeerd in een andere functie; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_6__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>gelijktijdig met de verplaatsing van plancapaciteit worden de gebruiksmogelijkheden voor zelfstandige kantoren op het te verlaten bouwperceel be&#235;indigd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_7" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_7">
		  <LidNummer>7.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan kan nieuwvestiging van <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_49">ondergeschikte kantoren</IntRef> toelaten.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_8" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.19__para_8">
		  <LidNummer>8.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>9.20</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel detailhandel</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__ref_1">Detailhandel buiten bestaand winkelgebied</IntIoRef> bevat geen regels die voorzien in nieuwvestiging of uitbreiding van <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_28">detailhandel</IntRef> dan wel het wijzigen van brancheringsregels voor detailhandel, tenzij:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het gaat om detailhandel waaraan een aantoonbare behoefte bestaat als gevolg van een wijziging van een omgevingsplan dat voorziet in grootschalige toevoeging van woningen of andere stedelijke ontwikkeling;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het gaat om brand- of explosiegevaarlijke detailhandel op bedrijventerreinen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het gaat om nieuwvestiging of uitbreiding van <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">volumineuze detailhandel</IntRef> indien daarvoor aantoonbare behoefte bestaat en in de regio geen mogelijkheden voor volumineuze detailhandel aanwezig is;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het gaat om oppervlakteneutrale verplaatsing van volumineuze detailhandel die noodzakelijk is vanuit het oogpunt van hinder, veiligheid, verkeersaantrekkende werking of het maatschappelijk functioneren van het gebied en onder de voorwaarde dat de bouwvlakken van de te verplaatsen detailhandel een andere functie krijgen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het gaat om verplaatsing of uitbreiding van detailhandel in aansluiting op het gebied  Bestaand winkelgebied indien dit noodzakelijk is voor het maatschappelijk functioneren van het bestaande winkelgebied;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>het gaat om kleinschalige ondergeschikte detailhandel op locaties binnen Bovenlokaal dagrecreatieterrein ten behoeve van de recreatieve functies op het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_24">bovenlokaal dagrecreatieterrein</IntRef>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_1__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>het gaat om detailhandel die qua aard en omvang vergelijkbaar is met detailhandel hiervoor genoemd onder a t/m f of waarvan aard en omvang geen negatieve gevolgen hebben voor detailhandel op locaties binnen Bestaand winkelgebied.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2__ref_1">Detailhandel buiten bestaand winkelgebied</IntIoRef> bevat regels die voorzien in een functiewijziging van bestaande detailhandelsfunctie naar andere functies indien:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>nog geen vergunning is aangevraagd; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>er geen zicht is op realisatie van de functie binnen 10 jaar.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.20__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_9__subchp_9.2__art_9.21" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.2__art_9.21">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>9.21</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel ontwikkelingen rond Seveso-inrichtingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>[Gereserveerd]</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_9__subchp_9.3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>9.3</Nummer>
		<Opschrift>Recre&#235;ren</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.22" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.22">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>9.22</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel bovenlokaal dagrecreatieterrein</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3">Artikel 9.3</IntRef> kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__ref_2">Bovenlokaal dagrecreatieterrein</IntIoRef> ten behoeve van de dagrecreatieve functie regels bevatten die ontwikkeling van aan het recreatieve gebruik gerelateerde voorzieningen op een bestaand <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_24">bovenlokaal dagrecreatieterrein</IntRef> toestaan, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de recreatieve waarde van het gebied wordt versterkt;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de voorzieningen zijn noodzakelijk voor de duurzame exploitatie van het bestaande bovenlokale dagrecreatieterrein; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_1__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de voorzieningen worden zo veel mogelijk op &#233;&#233;n plek geconcentreerd, op zodanige wijze dat nabij gelegen natuurgebieden worden ontzien.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.22__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.&#x200b;&#x200b;</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>9.23</Nummer>
		  <Opschrift>Instructieregel recreatiezone</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_1__ref_1">Recreatiezone</IntIoRef> bevat regels ter bescherming van de instandhouding en de bereikbaarheid van bestaande recreatieve voorzieningen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3">Artikel 9.3</IntRef> kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_2__ref_2">Recreatiezone</IntIoRef> regels bevatten die voorzien in nieuwe bovenlokale recreatieve voorzieningen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3">artikel 9.3</IntRef> kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3__ref_2">Recreatiezone</IntIoRef> ten behoeve van bovenlokale recreatievoorzieningen regels bevatten die <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">verstedelijking</IntRef> toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de verstedelijking wordt in samenhang met de realisatie van de bovenlokale recreatieve voorzieningen ontwikkeld waarbij de omvang van de verstedelijking in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid extra bovenlokale recreatieve voorzieningen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_3__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de tijdige realisering van de recreatievoorziening en de duurzame instandhouding daarvan is verzekerd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_4" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.3__art_9.23__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een integrale visie en een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">beeldkwaliteitsparagraaf</IntRef> maken onderdeel uit van de onderbouwing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_9__subchp_9.4" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>9.4</Nummer>
		<Opschrift>Stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>9.4.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepalingen en instructieregels stiltegebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.24" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.24">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.24</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van stilte in een gebied.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.25</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing stiltegebied en aandachtsgebied stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> bestaat uit:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1__item_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1__item_1__ref_2">Stille kern</IntIoRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1__item_2__ref_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_1__list_1__item_2__ref_3">Bufferzone stiltegebied</IntIoRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.25__para_2__ref_1">Aandachtsgebied stiltegebied</IntIoRef> is een zone van 1500 meter rondom een  Stiltegebied.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.26</Nummer>
		    <Opschrift>Doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn gericht op het bereiken en behouden van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van ten hoogste 40 dB(A) in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1__item_1__ref_1">Stille kern</IntIoRef> van stiltegebieden; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van bij voorkeur 40 dB(A) maar ten hoogste 45 dB(A) in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1__item_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26__list_1__item_2__ref_2">Bufferzone stiltegebied</IntIoRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.27" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.27">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.27</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel geluidsniveau in stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.27__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.27__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.27__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.27__para_1__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> bevat regels die rekening houden met de doelstellingen voor het geluidsniveau bedoeld in <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26">Artikel 9.26</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.27__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.27__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met de doelstelling voor het geluidsniveau is omgegaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.28</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel windturbines in stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> kan regels bevatten die de realisatie van windturbines toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de windturbines zijn regionaal afgestemd;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de windturbines worden in een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines opgesteld;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de windturbines worden zodanig opgesteld dat de effecten op het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_3__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_3__ref_2">Stiltegebied</IntIoRef> zo beperkt mogelijk zijn;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>er wordt voor wat betreft de effecten op het stiltegebied zoveel mogelijk aangesloten op de doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebieden, bedoeld in <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26">Artikel 9.26</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_1__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>er wordt voorzien in een opruimplicht na be&#235;indiging van de activiteit.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat de locatie binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2__list_1__item_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.28__para_2__list_1__item_2__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> het meest geschikt is voor windturbines.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.29" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.29">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.29</Nummer>
		    <Opschrift>Instructieregel activiteiten aandachtsgebied stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.29__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.29__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.29__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.29__para_1__ref_1">Aandachtsgebied stiltegebied</IntIoRef> bevat regels die rekening houden met de doelstellingen voor het geluidsniveau bedoeld in <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26">Artikel 9.26</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.29__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.29__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met de doelstelling voor het geluidsniveau is omgegaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>9.4.2</Nummer>
		  <Opschrift>Regels over activiteiten Stiltegebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.30</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten waardoor de ervaring van de natuurlijke geluiden in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_1__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> kan worden verstoord.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op: </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de uitoefening van land-, tuin- of bosbouw of beroepsmatige visserij;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de aanleg, het onderhoud of de exploitatie van kabels en buisleidingen voor het transport van energie of voor de openbare drinkwatervoorziening, met inbegrip van toestellen noodzakelijk voor dat transport en voorzieningen voor de directe aansluiting van eindgebruikers in de nabije omgeving;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de aanleg, het onderhoud of de exploitatie van infrastructurele of telecommunicatiewerken;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de bouw of het onderhoud van gebouwen; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.30__para_2__list_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de bescherming, het onderhoud of het beheer van het gebied, inclusief dijkwerkzaamheden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.31</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke zorgplicht stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef>, is verplicht:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_1__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor activiteiten in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> houdt deze plicht in ieder geval in dat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>alle passende preventieve maatregelen tegen verstoring van het stiltegebied worden getroffen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de beste beschikbare technieken worden toegepast; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31__para_2__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>geen significante verstoring wordt veroorzaakt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.32</Nummer>
		    <Opschrift>Omgevingsvergunning activiteiten in stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor activiteiten in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een muziekinstrument of ander vergelijkbaar geluidsapparaat te gebruiken, tenzij het geluidsniveau op een afstand van 50 meter van de activiteit minder dan LAeq,1h = 35 dB(A) bedraagt;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een motorrijtuig te gebruiken buiten de openbare weg, voor bestemmingsverkeer openstaande wegen, en andere locaties met de functie Verkeer, tenzij het gaat om het gebruik van een motorrijtuig:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1">
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>bij het houden van toezicht op de naleving van publiekrechtelijke regels;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>door een persoon met een opsporingsbevoegdheid in de uitoefening van zijn functie;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>voor de openbare veiligheid of de afwending van dreigend gevaar;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_4">
			    <LiNummer>4.</LiNummer>
			    <Al>voor het vervoer van een mindervalide in een gehandicaptenvoertuig;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_5" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_5">
			    <LiNummer>5.</LiNummer>
			    <Al>bij het rijden naar en parkeren op een tijdelijk parkeerterrein met ten hoogste 30 parkeerplaatsen voor personenvoertuigen; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_6" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_b__list_1__item_6">
			    <LiNummer>6.</LiNummer>
			    <Al>bij het parkeren, bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.2__art_3.8">Artikel 3.8</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een vaartuig te gebruiken, tenzij het gaat om gebruik van een vaartuig:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1">
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>met een snelheid van minder dan 12 kilometer per uur;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>zonder verbrandings- of explosiemotor;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>voor de openbare veiligheid of de afwending van dreigend gevaar;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_4" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_4">
			    <LiNummer>4.</LiNummer>
			    <Al>bij het houden van toezicht op de naleving van publiekrechtelijke regels; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_5" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_c__list_1__item_5">
			    <LiNummer>5.</LiNummer>
			    <Al>voor de uitoefening van een functie met opsporingsbevoegdheid;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>vuurwerk te gebruiken, tenzij het gaat om:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d__list_1">
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>het gebruik van vuurwerk dat noodzakelijk is voor het oproepen van personen;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>het gebruik van vuurwerk voor het afwenden van dreigend gevaar; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_d__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>het gebruik van consumentenvuurwerk in de <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_4__list_1__item_3__ref_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_4__list_1__item_3__ref_3">Bufferzone stiltegebied</IntIoRef> op een afstand van minder dan 50 meter van het eigen woonhuis, ter gelegenheid van de jaarwisseling gedurende de in het <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0013360/2021-01-02" soort="URL">Vuurwerkbesluit</ExtRef> aangewezen periode;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een airgun of ander knalapparatuur te gebruiken;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een motorisch aangedreven werktuig met bijbehorende transportmiddelen te gebruiken voor seismologisch onderzoek, opsporingsonderzoek naar of ontginning van bodemstoffen.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>een omroepinstallatie, sirene, hoorn of ander vergelijkbaar toestel bestemd voor het versterken of voortbrengen van geluid te gebruiken, tenzij het gaat om gebruik voor:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g__list_1">
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>de openbare veiligheid of de afwending van dreigend gevaar;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>het houden van toezicht op de naleving van publiekrechtelijke regels; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_g__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>de uitoefening van een functie met opsporingsbevoegdheid;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_h" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>een modelvliegtuig, modelboot, modelauto of onbemande luchtvaartuigsystemen, UAS, te gebruiken, tenzij het gaat om:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_h__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_h__list_1">
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_h__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_h__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>een modelvliegtuig, modelboot of modelauto zonder een verbrandingsmotor; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_h__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_h__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>het gebruik van onbemande luchtvaartuigsystemen, UAS, voor de openbare veiligheid of de afwending van dreigend gevaar, het houden van toezicht op de naleving van publiekrechtelijke regels, of de uitoefening van een functie met opsporingsbevoegdheid;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_i" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>een toertocht voor motorrijtuigen te houden of daaraan deel te nemen, tenzij het gaat om een toertocht met elektrisch aangedreven motorrijtuigen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_j" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>een motorrijtuig of vaartuig proef te draaien, tenzij het gaat om proefdraaien van een eigen motorrijtuig of vaartuig bij een woning; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_k" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32__list_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>activiteiten met een toestel anders dan, bedoeld onder a. tot en met j. te verrichten.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.33</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning in stille kern</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een omgevingsvergunning voor een activiteit binnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__ref_1">Stille kern</IntIoRef> wordt slechts verleend, voor zover:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>zwaarwegende maatschappelijke belangen daartoe dwingen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>alternatieven buiten <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_2__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_2__ref_2">Stille kern</IntIoRef> ontbreken;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de activiteit op kaart  <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_3__ref_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_3__ref_3">Bestaand evenement of activiteit</IntIoRef> staat; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.33__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>rekening wordt gehouden met de doelstelling van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26">artikel 9.26</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.34" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.34">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.34</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning en maatwerkvoorschrift in bufferzone stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.34__para_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.34__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor niet-plaatsgebonden activiteiten kunnen maximaal 12 omgevingsvergunningen per kalenderjaar worden verleend, elk met een tijdsduur van maximaal 24 uur.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.34__para_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.34__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de verlening van een vergunning voor een milieubelastende activiteit op grond van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt rekening gehouden met doelstelling van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26">artikel 9.26</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.34__para_3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.34__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het stellen van maatwerkvoorschriften op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt rekening gehouden met de doelstelling van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.26">Artikel 9.26</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.35</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning in stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op de aanvraagvereisten in de wet worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32">artikel 9.32</IntRef>, ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de activiteit, de locatie, de datum en tijd van de activiteit;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor zover relevant een plattegrond van de activiteit;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de aard van het geluid en de mogelijkheden het geluid te beperken;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de motivering van de keuze voor de locatie, onderzochte alternatieve locaties en bezwaren daartegen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_e" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>als de locatie binnen de  <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_5__ref_2" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_5__ref_2">Stille kern</IntIoRef> is gelegen: of het een activiteit betreft, bedoeld in <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32">artikel 9.32</IntRef>, of een beschrijving van het maatschappelijk belang van de activiteit; en</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_f" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.35__list_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>mogelijk samenhangende besluiten.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.36" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.36">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.36</Nummer>
		    <Opschrift>Afschrift omgevingsvergunning naar gemeenten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een afschrift van een verleende vergunning wordt toegezonden aan de gemeente of gemeenten waarbinnen <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.36__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.36__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> ligt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>9.4.3</Nummer>
		  <Opschrift>Overige bepalingen stiltegebieden</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>9.37</Nummer>
		    <Opschrift>Plaatsing borden stiltegebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37__list_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37__list_1">
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>Gedeputeerde staten plaatsen op of bij de grenzen van stiltegebieden borden langs alle openbare wegen, paden en vaarwegen die toegang geven tot een <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37__list_1__item_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37__list_1__item_1__ref_1">Stiltegebied</IntIoRef> of die daaraan grenzen.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.3__art_9.37__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al><IntRef ref="cmp_4">Bijlage IV Modelborden</IntRef> bij deze verordening bevat het model voor dat bord.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	  <Hoofdstuk eId="chp_10" wId="pv26_1059__chp_10">
	    <Kop>
	      <Label>Hoofdstuk</Label>
	      <Nummer>10</Nummer>
	      <Opschrift>Uitvoering en procedures</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.1</Nummer>
		<Opschrift>Schadevergoeding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>10.1.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemeen nadeelcompensatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.1</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de toekenning van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 15.1 van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.2</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing adviseur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten wijzen &#233;&#233;n of meer onafhankelijke adviseurs aan die adviseert over een aanvraag voor nadeelcompensatie, tenzij:  </Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de aanvraag zonder meer zal worden afgewezen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de aanvraag buiten behandeling zal worden gesteld; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het een soortgelijke aanvraag betreft waarvoor al eerder een advies is gegeven en waardoor hernieuwde advisering overbodig is. </Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.3">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.3</Nummer>
		    <Opschrift>Wraking adviseur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.3__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.3__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Alvorens tot aanwijzing van een adviseur als bedoeld in <IntRef ref="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.2">Artikel 10.2</IntRef> over te gaan, stellen gedeputeerde staten de aanvrager schriftelijk in kennis van de voorgenomen aanwijzing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.3__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.3__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Binnen twee weken na in het eerste lid bedoelde in kennisstelling kan de aanvrager schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van &#233;&#233;n of meerdere adviseurs bij gedeputeerde staten indienen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.3__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.3__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten beslissen binnen twee weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van &#233;&#233;n of meerdere adviseurs.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.4</Nummer>
		    <Opschrift>Werkwijze adviseur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten stellen aan de adviseur ambtelijke ondersteuning ter beschikking ten behoeve van de uitvoering van de adviesopdracht.  </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De adviseur kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. Als daarmee kosten zijn gemoeid, wordt deze bevoegdheid pas uitgeoefend na instemming van gedeputeerde staten. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De adviseur kan ter plaatse de situatie onderzoeken, indien dit nodig is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_4" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De adviseur hoort aanvrager, gedeputeerde staten, een andere betrokken bestuursorganen, belanghebbende en eventueel door hen ingeschakelde deskundigen. De adviseur bepaalt datum, tijd en plaats van de hoorzitting en de wijze waarop deze zal plaatsvinden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_5" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De adviseur draagt er zorg voor dat van de hoorzitting en van de plaatsopneming een verslag wordt gemaakt. Het verslag maakt deel uit van het uit te brengen advies. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Binnen zestien weken na de aanwijzing van de adviseur zendt deze een concept van het advies aan:  </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1">
			<Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>gedeputeerde staten;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de aanvrager;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een betrokken bestuursorgaan; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1__item_d" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_6__list_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een belanghebbende.  </Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_7" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_7">
		    <LidNummer>7.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De adviseur kan de in het zesde lid genoemde termijn onder opgaaf van redenen met ten hoogste vier weken verlengen. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_8" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_8">
		    <LidNummer>8.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De aanvrager, een betrokken bestuursorgaan en een belanghebbende kunnen binnen vier weken na de toezending van het concept van het advies hierop schriftelijk reageren.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_9" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_9">
		    <LidNummer>9.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Indien binnen de in het achtste lid genoemde termijn:  </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_9__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_9__list_1">
			<Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_9__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_9__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen vier weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan gedeputeerde staten, waarbij de ontvangen reacties zijn betrokken;  </Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_9__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.4__para_9__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>geen reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen twee weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan gedeputeerde staten.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.5</Nummer>
		    <Opschrift>Voorschot</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kennen de aanvrager op zijn schriftelijk verzoek een voorschot toe indien naar het oordeel van gedeputeerde staten aannemelijk is dat:  </Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de aanvraag zal leiden tot het toekennen van een vergoeding in geld; en</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het belang van aanvrager een voorschot redelijkerwijs rechtvaardigt.  </Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.1__art_10.5__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kunnen advies vragen aan &#233;&#233;n of meer onafhankelijk adviseurs over het nut en de noodzaak van het toekennen van een voorschot. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>10.1.2</Nummer>
		  <Opschrift>Schadevergoeding faunaschade</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.6" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.6">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.6</Nummer>
		    <Opschrift>Aanvraagvereisten tegemoetkoming faunaschade</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.6__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.6__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een tegemoetkoming als genoemd in artikel 15.53 van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> wordt door de aanvrager langs elektronische weg bij <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">BIJ12</IntRef> ingediend op een daartoe vastgesteld formulier met bijlagen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.6__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.6__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De aanvraag wordt uiterlijk binnen 7 werkdagen nadat de aanvrager de schade heeft geconstateerd, ingediend. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.6__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.6__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als een aanvraag om tegemoetkoming niet voldoet aan het eerste en tweede lid, komt de schade niet voor tegemoetkoming in aanmerking. </Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.7" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.7">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.7</Nummer>
		    <Opschrift>Taxatie van de faunaschade</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.7__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.7__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.7__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.7__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>Het gewas, de teelt of de producten, waarop de aanvraag om tegemoetkoming betrekking heeft, worden pas geoogst of van het bedrijf afgevoerd, nadat de schade definitief is getaxeerd door de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_71">taxateur</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.7__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.1__subsec_10.1.2__art_10.7__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>Bedenkingen over de taxatie worden binnen acht werkdagen na ontvangst van het taxatierapport kenbaar gemaakt aan <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">BIJ12</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.2</Nummer>
		<Opschrift>Co&#246;rdinatie uitvoering en handhaving</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.8" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.8">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.8</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Deze afdeling is van toepassing op de uitvoeringstaak, bedoeld in artikel 18.18, tweede lid, van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> en de handhavingstaak, bedoeld in artikel 18.1 van de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef>, door of in opdracht van gedeputeerde staten:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.8__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.8__list_1">
		    <Li eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.8__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.8__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>voor wat betreft de taken die in het verband van een omgevingsdienst worden uitgevoerd; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.8__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.8__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>voor wat betreft de taken die niet in het verband van een omgevingsdienst worden uitgevoerd voor zover door gedeputeerde staten nader bepaald.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.9" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.9">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.9</Nummer>
		  <Opschrift>Betrokkenheid van provinciale staten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Provinciale staten zien toe op de hoofdlijnen van het beleid voor de uitvoeringstaak en handhavingstaak in het licht van de voor de provincie Utrecht vastgestelde beleidskaders voor de fysieke leefomgeving. </Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.10" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.10">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.10</Nummer>
		  <Opschrift>Kwaliteitsdoelen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde staten beoordelen de kwaliteit van de uitvoeringstaak en handhavingstaak in het licht van daarvoor door hen op grond van artikel 13.5, eerste lid, van het Omgevingsbesluit gestelde doelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De doelen hebben in ieder geval betrekking op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de dienstverlening; en  </Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.10__para_2__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de financi&#235;n. </Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.11" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.11">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.11</Nummer>
		  <Opschrift>Kwaliteitscriteria</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.11__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.11__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op de uitvoeringstaak en handhavingstaak door of in opdracht van gedeputeerde staten zijn de kwaliteitscriteria van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.11__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.11__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen gedeputeerde staten jaarlijks mededeling aan provinciale staten. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.11__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.11__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of niet konden worden nageleefd, doen gedeputeerde staten daarvan gemotiveerd opgave. </Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid eId="chp_10__subchp_10.2__art_10.11__para_4" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.2__art_10.11__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het derde lid is niet van toepassing op de criteria voor kritieke massa voor de uitvoeringstaak en handhavingstaak bij milieubelastende activiteiten als bedoeld in afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Die criteria voor kritieke massa worden te allen tijde gehaald.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.3</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsbepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Paragraaf eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>10.3.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemeen overgangsrecht</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.12" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.12">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.12</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op besluiten, meldingen en kennisgevingen op grond van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef>, tenzij afdeling 4.1 of paragraaf 4.2.8 van de Invoeringswet Omgevingswet daarop van toepassing is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.13</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht lopende procedures</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht van toepassing:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_1__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_1__list_1">
			<Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_1__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_1__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als voor de inwerkingtreding van deze verordening voor een ambtshalve te nemen besluit een ontwerp ter inzage is gelegd van een besluit op de voorbereiding waarvan <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2021-04-01#Hoofdstuk3_Afdeling3.4" soort="URL">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrech</ExtRef>t van toepassing is, blijft het oude recht van toepassing:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_2__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_2__list_1">
			<Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_2__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_2__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als voor de inwerkingtreding van deze verordening voor een ambtshalve te nemen besluit toepassing is gegeven aan <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2021-04-01#Hoofdstuk4_Titeldeel4.1_Afdeling4.1.2_Artikel4:8" soort="URL">artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht</ExtRef> of het besluit is bekendgemaakt, blijft het oude recht van toepassing:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_3__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_3__list_1">
			<Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_3__list_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.13__para_3__list_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.14</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht handhavingszaken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een overtreding van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA01?s=SANMmAIGAWuZIkGERkA4BAw_g________H7h__w4ewA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor de inwerkingtreding van deze verordening een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1">
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_a" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_b" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:</Al>
			<Lijst type="expliciet" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c__list_1">
			  <Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c__list_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>de last volledig is uitgevoerd;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c__list_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c__list_1__item_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.14__list_1__item_c__list_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>de last is opgeheven.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.15</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht melding, kennisgeving en maatwerkvoorschrift</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een melding of kennisgeving van een activiteit op grond van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> die voor de inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om de activiteit zonder melding te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een melding of kennisgeving van een activiteit op grond van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrechtdie voor de inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt, als voor die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verplichting geldt om informatie te verstrekken, als het verstrekken van die informatie.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aanvraag om een ontheffing of vergunning voor een activiteit op grond van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> die voor inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15__para_4" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.15__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een onherroepelijk maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze verordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.16</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht aanpassing omgevingsplan</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een bouw- of gebruiksmogelijkheid die wordt geboden bij of krachtens een omgevingsplan dat in werking is getreden op het moment dat deze verordening in werking treedt, dan wel bij of krachtens een omgevingsplan waarvan voorafgaand aan dat tijdstip een ontwerp ter inzage is gelegd, mag, ondanks strijdigheid met deze verordening, van kracht blijven en kan in opvolgende omgevingsplannen opnieuw geboden worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid geldt voor agrarische bedrijven dat uiterlijk binnen twee jaar na 5 maart 2013, de inwerkingtredingsdatum van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013, een omgevingsplan moet zijn vastgesteld met in achtneming van <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__art_8.1">Artikel 8.1</IntRef>, leden 2 en 3, <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__art_8.2">Artikel 8.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__art_8.3">Artikel 8.3</IntRef>. Voor agrarische bedrijven die zijn gelegen in gebieden die in de Provinciale Ruimtelijke Verordening provincie Utrecht 2013 waren aangemerkt als landbouwontwikkelingsgebied of als verwevingsgebied geldt, dat binnen twee jaar na de inwerkingtredingsdatum van deze regeling een bestemmingsplan moet zijn vastgesteld met inachtneming van <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__art_8.1">Artikel 8.1</IntRef>, leden 2 en 3, <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__art_8.2">Artikel 8.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__art_8.3">Artikel 8.3</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid worden de in het eerste lid genoemde bouw- en gebruiksmogelijkheden in een nieuw omgevingsplan alleen opnieuw geboden met in achtneming van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.19">Artikel 9.19 Instructieregel kantoren</IntRef>. Uiterlijk binnen 10 jaar na 10 januari 2019 moet een omgevingsplan zijn vastgesteld met inachtneming van het <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.19">Artikel 9.19 Instructieregel kantoren</IntRef>, indien er sprake is van onbenutte plancapaciteit voor zelfstandige kantoren.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16__para_4" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.1__art_10.16__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid worden de in het eerste lid genoemde bouw- en gebruiksmogelijkheden in een nieuw omgevingsplan alleen opnieuw geboden met in achtneming van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.20">Artikel 9.20</IntRef>, derde lid. Uiterlijk binnen 10 jaar na 10 januari 2019 moet een omgevingsplan zijn vastgesteld met inachtneming van het <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.20">Artikel 9.20</IntRef>, derde lid, indien er sprake is van onbenutte plancapaciteit voor <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_28">detailhandel</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	      <Paragraaf eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>10.3.2</Nummer>
		  <Opschrift>Overgangsrecht voor specifieke gevallen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.17</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht bestaande activiteiten in grondwaterbeschermingszones</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De paragrafen 3.2.3 tot en met 3.2.6 zijn niet van toepassing op activiteiten in <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_1__ref_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_1__ref_1">Waterwingebied</IntIoRef>, <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_1__ref_2">Grondwaterbeschermingsgebied</IntIoRef> en <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_1__ref_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_1__ref_3">Boringsvrije zone</IntIoRef> die direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig werden verricht, voor zover de regels van die paragrafen strenger zijn dan de regels die golden direct voorafgaand aan die inwerkingtreding of direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid geldt alleen als die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van deze verordening of de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.17__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kunnen maatwerkvoorschriften stellen over de activiteit, als dat nodig is ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.18</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht uitbreiding grondwaterbeschermingsgebied Langerak</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al><IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5">Paragraaf 3.2.5</IntRef> is tot 1 april 2024 niet van toepassing op activiteiten in het <IntIoRef ref="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_1" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18__para_1__ref_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18__para_1__ref_2">Grondwaterbeschermingsgebied Langerak</IntIoRef> die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> rechtmatig werden verricht, voor zover de regels van die paragraaf strenger zijn dan de regels die golden voor die inwerkingtreding.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid geldt alleen als die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.18__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Gedeputeerde staten kunnen maatwerkvoorschriften stellen over de activiteit, als dat nodig is ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.19</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht woonschip</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Indien omgevingsvergunning is verleend voor een of meer grotere maten dan bepaald is in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32">Artikel 2.32</IntRef>, tweede lid, onder a, vervalt die omgevingsvergunning bij wijziging of vervanging van het <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Woonschepen, die sinds 1 januari 1989 of eerder onafgebroken dezelfde ligplaats hebben ingenomen en vanaf die datum voortdurend in gebruik geweest zijn als hoofdverblijf, en die op die ligplaats in strijd zijn met <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30">Artikel 2.30</IntRef> worden op die locatie gedoogd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_3" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij woonschepen, die vanaf een datum na 1 januari 1989 onafgebroken dezelfde ligplaats hebben ingenomen en vanaf die datum voortdurend in gebruik geweest zijn als hoofdverblijf, en die op die ligplaats in strijd zijn met <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30">Artikel 2.30 </IntRef>geldt bij bestuurlijke handhaving ter verwijdering de volgende begunstigingstermijn vanaf de datum van het handhavingsbesluit:</Al>
		      <table wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_3__table_1" eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_3__table_1">
			<tgroup align="left" cols="2">
			  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
			  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
			  <tbody valign="top">
			    <row>
			      <entry>
				<Al>Jaar van inname ligplaats<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>Begunstigingstermijn<br/></Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>1989-1997<br/></Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>drie jaar</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>1998-2002</Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>achtien maanden</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>2003</Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>drie maanden</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry>
				<Al>2004-heden</Al>
			      </entry>
			      <entry>
				<Al>de kortste redelijke termijn</Al>
			      </entry>
			    </row>
			  </tbody>
			</tgroup>
		      </table>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_4" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een gedoogsituatie kan worden be&#235;indigd en een begunstigingstermijn kan worden verkort, indien voor het betreffende <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> een wisselligplaats, dan wel een reguliere ligplaats in overeenstemming met deze verordening beschikbaar komt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_5" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.19__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Indien een aanlegplaats aanwezig is in strijd met <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.30">Artikel 2.30</IntRef> en aan die aanlegplaats een <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">woonschip</IntRef> ligplaats heeft conform het tweede lid van dit artikel, geldt voor de aanlegplaats dezelfde gedoog- of begunstigingstermijn als voor het woonschip. De bedoelde besluiten worden op hetzelfde moment bekendgemaakt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.20" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.20">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>10.20</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht aanlegplaats en insteekhaven</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.20__para_1" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.20__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor een aanlegplaats, die aantoonbaar al voor 1 januari 2004 aanwezig was en in strijd is met het verbod bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.41">Artikel 2.41</IntRef>, en die de maatvoering in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.4__art_2.42">Artikel 2.42</IntRef> met meer dan 50% overschrijdt, kan de provincie de kosten van het aanpassen aan de geldende regelgeving geheel of gedeeltelijk voor haar rekening nemen of vergoeden. Een verzoek hiertoe wordt ingediend bij gedeputeerde staten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.20__para_2" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.3__subsec_10.3.2__art_10.20__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Insteekhavens, die aantoonbaar al voor 1 januari 2004 aanwezig waren, worden geacht aanwezig te zijn met een omgevingsvergunning krachtens deze verordening. Dit geldt ook voor een binnen deze <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">insteekhaven</IntRef> passend <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_73">vaartuig</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Afdeling>
	    <Afdeling eId="chp_10__subchp_10.4" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.4">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.4</Nummer>
		<Opschrift>Slotbepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.4__art_10.21" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.4__art_10.21">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.21</Nummer>
		  <Opschrift>Inwerkingtreding</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Deze verordening treedt gelijktijdig met de <IntRef ref="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">wet</IntRef> in werking.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel eId="chp_10__subchp_10.4__art_10.22" wId="pv26_1059__chp_10__subchp_10.4__art_10.22">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>10.22</Nummer>
		  <Opschrift>Citeertitel</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Deze verordening wordt aangehaald als: Omgevingsverordening provincie Utrecht.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Afdeling>
	  </Hoofdstuk>
	</Lichaam>
	<Bijlage eId="cmp_1" wId="pv26_1059__cmp_1" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>I</Nummer>
	    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_1__content_o_1" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1">
	    <Inhoud>
	      <Begrippenlijst eId="cmp_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_1__list_1">
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_1">
		  <Term>Aziatische duizendknoopsoorten</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>Japanse duizendknoop (Fallopia japonica var. Japonica en Fallopia japonica var. compacta), Boheemse of Bastaard duizendknoop (Fallopia x bohemica) en Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis)</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_2">
		  <Term>BIJ12</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>uitvoeringsorganisatie van de 12 provincies</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_3" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_3">
		  <Term>Cultuurhistorische hoofdstructuur</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>(CHS)
het geheel van historisch waardevolle structuren en elementen van bovenlokaal belang. 
Ter toelichting: het gaat om ruimtelijk herkenbare, dan wel in de ondergrond aanwezige structuren en elementen die representatief zijn voor een historische ontwikkeling en/of kenmerkend zijn voor het ontstaan van een gebied. Onder elementen wordt verstaan: afzonderlijke objecten en infrastructurele lijnen en patronen die visueel of historisch-functioneel een samenhang vertonen met structuren. De Historische buitenplaatszone, het Militair erfgoed, Agrarisch cultuurlandschap, de Historische infrastructuur en Archeologisch waardevolle zone vormen gezamenlijk de CHS (zie Bijlage Cultuurhistorie);</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_4" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_4">
		  <Term>Gebiedsanalyses Kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>gebiedsanalyses die de uitwerking bevatten van de in de Hollandse Waterlinies aanwezige kernkwaliteiten en uitzonderlijke universele waarde van het UNESCO Werelderfgoed en die inzicht geeft in de uitgangspunten bij planvorming en waar er ontwikkelingsruimte is</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_5" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_5">
		  <Term>Hollandse Waterlinies</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>het UNESCO Werelderfgoed, bestaande uit de Stelling van Amsterdam (SvA) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), dat gekenmerkt wordt door het uitgebreide en ingenieuze systeem van militaire verdediging door inundatie (zie Bijlage Cultuurhistorie)</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_6" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_6">
		  <Term>aardkundige waarden</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>geologische, geomorfologische en bodemkundige verschijnselen, die representatief zijn voor de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van het landschap, zoals hoogteverschillen of variaties in de samenstelling van de bodem</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_7" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_7">
		  <Term>agrarisch bedrijf</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een bedrijf dat is ingericht voor zowel de grondgebonden als niet-grondgebonden activiteiten: het telen van gewassen, boomteelt daaronder begrepen, of het houden van dieren (veehouderij), een en ander ten behoeve van het voortbrengen van producten</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_8" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_8">
		  <Term>agrarisch bouwperceel</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>aaneengesloten terrein, waarbinnen bedrijfsgebouwen, bijgebouwen, bedrijfswoning(en) met bijbehorend erf en tuin, andere bouwwerken zoals hooibergen, voersilo&#x2019;s, kuilvoerplaten, mestopslag, erfverharding, parkeervoorzieningen en erfbeplanting zijn geconcentreerd</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_9" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_9">
		  <Term>baggerspecie</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>materiaal, dat is vrijgekomen uit de bodem van een oppervlaktewater, of de voor dat water bestemde ruimten en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter, organische stof in een verhouding en met een structuur, zoals deze van nature in de bodem wordt aangetroffen, evenals van nature in de bodem aanwezige schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot en met 63 millimeter</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_10" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_10">
		  <Term>bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>gebied dat door gedeputeerde staten als zodanig is aangewezen op grond van artikel 27 van de Wegenwet</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_11" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_11">
		  <Term>bebouwingsenclave</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>geconcentreerde bebouwing kleiner dan 5 hectare, waarvoor geen locatie Stedelijk gebied is opgenomen</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_12" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_12">
		  <Term>bebouwingslint</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>aaneengesloten bebouwing in een langgerekte vorm, waarvoor geen locatie Stedelijk gebied is opgenomen</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_13" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_13">
		  <Term>bedrijfshaven</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>als zodanig in een onherroepelijk omgevingsplan bestemde haven</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_14" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_14">
		  <Term>bedrijventerrein</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een terrein van minimaal 1 hectare bruto dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, industrie en commerci&#235;le en niet-commerci&#235;le dienstverlening, met uitzondering van een terrein voor grondstoffenwinning, olie- en gaswinning, terrein voor waterwinning, terrein voor agrarische doeleinden, terrein voor afvalstort en terreinen met laad- en/of loskade langs diep vaarwater toegankelijk voor grote zeeschepen
Ter toelichting: begripsomschrijving uit Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS). Bij de begripsomschrijving van een bedrijventerrein is gebruik gemaakt van de definitie uit het Convenant Bedrijventerreinen 2010-2020 (in werking getreden op 28 november 2009). Het kabinet sloot het convenant over een nieuwe aanpak van bedrijventerreinen met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het doel is het stimuleren van een gezond economisch vestigingsklimaat en tegelijk het sparen van open landschappen, tegengaan van verrommeling en stimulering van duurzaamheid;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_15" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_15">
		  <Term>beeldkwaliteitsparagraaf</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>Een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing dat aangeeft op welke wijze de beoogde ontwikkeling in de leefomgeving optimaal in de omgeving wordt ingepast.
Ter toelichting: de basis voor beeldkwaliteitsparagraaf is een analyse van de kwaliteiten van het omringende landschap in de vorm van een schets of beschrijving van een bepaald gebied, met onder meer de bouwmassa's (bestaand en beoogd, zo mogelijk met kapvorm en richting), het beoogde grondgebruik, de beplanting en wegenstructuur;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_16" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_16">
		  <Term>beschermd klein landschapselement</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>onderdeel van een klein landschapselement dat als beschermwaardig is opgenomen op de waardenkaart kleine landschapselementen</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_17" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_17">
		  <Term>bestrijdingsmiddel</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>gewasbeschermingsmiddel of biocide als bedoeld in artikel 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_18" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_18">
		  <Term>binnenschip</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_19" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_19">
		  <Term>bio-energie</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>energie die wordt opgewekt uit organisch materiaal (biomassa), zoals mest, hout, vezels, plantaardig en dierlijk vet</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_20" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_20">
		  <Term>boatsaver</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>drijvende of vaste constructie met geringe hoogte boven een wateroppervlak bestemd ter bescherming van een vaartuig tegen weersinvloeden</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_21" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_21">
		  <Term>boorput</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een met daartoe geschikte werktuigen aangebrachte geboorde put</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_22" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_22">
		  <Term>bord</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of een combinatie daarvan, op of tegen een bouwwerk aangebracht, dan wel vrijstaand, samen met de bijbehorende vaste of verplaatsbare draag-, bevestigings- en/of steunconstructies</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_23" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_23">
		  <Term>bouwperceel</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge een onherroepelijk omgevingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_24" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_24">
		  <Term>bovenlokaal dagrecreatieterrein</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>terrein dat aantoonbaar voorziet in een dagrecreatiefunctie van meer dan de aanliggende kernen of aantoonbaar meer dan 50.000 unieke bezoekers per jaar trekt.
Ter toelichting: hierbij moet gedacht worden aan terreinen zoals het Henschotermeer, de Maarsseveense plassen e.d.. Nieuwvestiging van golfterreinen is alleen in recreatiezones en kernrandzones toegestaan. Ook een terrein dat aantoonbaar potentie heeft bovenlokaal te worden door toevoeging van recreatieve functies of dat duidelijk een dagrecreatiefunctie vervult of zou moeten vervullen in de agglomeraties Utrecht of Amersfoort valt binnen deze bepaling;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_25" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_25">
		  <Term>bruidsschat waterschapsverordening</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>de regels, bedoeld in artikel 7.4 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_26" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_26">
		  <Term>bvo</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>bruto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m2. Het betreft alle tot het gebouw behorende binnenruimten, waarbij de oppervlakte wordt gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_27" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_27">
		  <Term>dempen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>geheel of gedeeltelijk dichtgooien en/of dichtgegooid houden van oppervlaktelichamen of tijdelijk drooggevallen oppervlaktelichamen, zoals sloten, greppels, slenken, wielen en sleuven</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_28" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_28">
		  <Term>detailhandel</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en anders dan voor gebruik ter plaatse, met uitzondering van afhaalpunten</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_29" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_29">
		  <Term>diepinfiltratie</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>infiltratie van hemelwater in de bodem, op een diepte van 10 meter of meer onder het maaiveld</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_30" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_30">
		  <Term>drinkwaterbedrijf</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_31" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_31">
		  <Term>erf</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>(behorende bij een woonschip, vaartuig, insteek havens en havens) tuin of onbebouwd terrein behorend bij een woning, bij de woningen op de begane grond van een wooncomplex, dan wel bij een overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften aanwezige zomerwoning, woonwagen, of woonschip. Tot het erf wordt in principe ook de ten opzichte van het erf meest nabije oever gerekend, die door een openbare weg en/of een ander perceel van dat erf gescheiden wordt, tenzij het aan de openbare weg, dan wel het aan het andere perceel grenzende deel van het erf het karakter van een uit-, of inrit, of oprijlaan heeft, of het scheidende perceel een agrarische, natuur- of industri&#235;le bestemming heeft. Ter toelichting: dit begrip is exclusief gericht op erven bij woonschip, vaartuig, insteekhavens en havens en is een voortzetting van de regelgeving uit de oude Verordening natuur en landschap. Dit beperkte begrip wijkt daarmee af van het bredere begrip erf uit het gangbare spraakgebruik. Met het begrip erf wordt de grond bedoeld, die direct bij de woning aansluit en ook behoort tot die woning. Daarbij is vooral de visuele aansluiting van belang. Dit is zeker het geval als een erf direct aan het water gelegen is, maar ook als een oever van een erf wordt gescheiden door een openbare weg en/of een ander perceel, kan die visuele binding aanwezig zijn. Maar dat is niet zonder meer het geval. De definitie bevat in dit kader een drietal beperkingen: de visuele binding, die maakt dat een afgescheiden oever bij het erf gerekend kan worden, ontbreekt als: a. het scheidende perceel een agrarische, natuur of industri&#235;le functie (voorheen bestemming) heeft, waarbij onder agrarische functie (voorheen bestemming) ook alle functies (voorheen bestemmingen) met de toevoeging NLC en/of A waarden vallen; b. het erf voornamelijk op grotere afstand van de scheidende weg ligt en daar alleen door middel van een in-, uitrit of oprijlaan mee verbonden is (de situatie van de zogenaamde achtergelegen erven); of c. de oeverstrook ten opzichte van het erf niet direct aan de overzijde van de weg of het scheidende perceel ligt, maar slechts bereikbaar is door de weg of het perceel schuin over te steken. Dit komt bijvoorbeeld voor als recht tegenover (rekening houdend met de verkavelingsrichting ter plaatse) het erf al een woonschip is afgemeerd. In dat geval wordt een verderop langs de weg gelegen vrije oeverstrook niet meer tot het erf gerekend;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_32" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_32">
		  <Term>gebiedsgerichte aanpak</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>aanpak die is gericht op de sanering van meerdere gevallen van verontreinigd grondwater in een daartoe aangewezen gebied</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_33" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_33">
		  <Term>grond- of funderingswerken</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>werk in de bodem, daaronder begrepen sonderingen, het plaatsen of verwijderen van palen, dam-, scherm- of diepwanden en folies</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_34" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_34">
		  <Term>grondgebonden landbouw</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. Het betreft akkerbouw, vollegrondstuinbouw, fruitteelt en boomteelt en rundvee-, paarden-, schapen- of geitenhouderij voor zover bij deze veehouderijen het benodigde ruwvoer (gras, snijma&#239;s) geheel of vrijwel geheel afkomstig is van de structureel bij het bedrijf behorende gronden. Ter toelichting: bij grondgebonden landbouwbedrijven gaat het om landbouwbedrijven, waarbij het voortbrengend vermogen van de bij het landbouwbedrijf behorende landbouwgrond de basis van het landbouwbedrijf is. Denk hierbij aan akker- of tuinbouwbedrijven of om zogenoemde graasdierbedrijven (zoals melkveebedrijven), waarbij de teelt van gras en voedergewassen de basis voor de bedrijfsvoering is. Er is bij veebedrijven sprake van grondgebondenheid wanneer het voor het vee benodigde ruwvoer geheel of vrijwel geheel afkomstig is van de bij het bedrijf behorende landbouwgrond. Bij een veebezetting van 2,5 grootvee-eenheden of minder per hectare gras en voedergewassen wordt aan deze voorwaarde voldaan. Grootvee-eenheid (GVE) is rekeneenheid voor het vaststellen van de veebezetting zoals vastgelegd door de Europese Commissie (EU 2009, L329/3). Melkkoe is 1,0 GVE, kalf is 0,4 GVE, paard is 0,8 GVE, schaap of geit is 0,1 GVE. Eventuele aanvoer van krachtvoer van buiten het bedrijf wordt buiten beschouwing gelaten. Onder bij het bedrijf behorende landbouwgrond wordt verstaan landbouwgrond in de directe omgeving van het bedrijf, waar het bedrijf structureel, bij voorkeur op basis van eigendom of langdurige pacht over kan beschikken. Op basis van landbouwkundige productiegegevens en voedernormen is vastgesteld dat een veebedrijf wat betreft ruwvoer nog net zelfvoorzienend is bij een veebezetting van 2,0 GVE per ha op matige grond tot 2,5 GVE per ha op goede grond. Grondgebondenheid van veebedrijven wordt ook wel gedefinieerd op basis van het criterium wel of geen mestoverschot op bedrijfsniveau. Op basis van dit criterium worden ook maximale veebezettingen van 2,0 - 2,5 GVE per ha vastgesteld. 2,5 GVE is daarmee een richtgetal dat een goede indicatie geeft of het veebedrijf grondgebonden is;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_35" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_35">
		  <Term>grondwaterbeschermingszone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>beschermingsgebied aangewezen op grond van artikel 2.18, eerste lid, onder c, van de Omgevingswet</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_36" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_36">
		  <Term>informatiezuil</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of combinatie daarvan, aangebracht op, dan wel gedragen door een zuilvormige constructie</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_37" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_37">
		  <Term>insteekhaven</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>kleine, in een particulier terrein uitgegraven haven, die bedoeld en geschikt is als ligplaats voor een vaartuig</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_38" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_38">
		  <Term>jachthaven</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>als zodanig in een onherroepelijk omgevingsplan opgenomen haven</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_39" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_39">
		  <Term>kantoor</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een gebouw of een deel van een gebouw in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten.
Ter toelichting: onder dit begrip vallen zelfstandige en ondergeschikte kantoren. Opleidings-, congres- en vergaderactiviteiten vallen niet onder bureaugebonden werkzaamheden of ondersteunende activiteiten;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_40" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_40">
		  <Term>kernrandactiviteiten</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>stedelijke functies gericht op recreatief, sportief of maatschappelijk gebruik op lokale schaal, waarbij de gronden merendeels onbebouwd zijn.
Ter toelichting: sommige functies zijn naar de aard wel als stedelijk aan te merken, maar kunnen door hun ruimtevraag moeilijk binnen bestaand stedelijk gebied worden gefaciliteerd. Te denken valt aan functies zoals sportvelden, begraafplaatsen en volkstuincomplexen en andere functies waar de bebouwing ruimtelijk ondergeschikt is aan open of beplante gronden. Deze functies zijn gericht op de kern, maar nieuwvestiging en uitbreiding zullen doorgaans slechts in de kernrandzone kunnen worden gefaciliteerd. In het artikel voor kernrandzone is geregeld, dat voor deze vestiging of uitbreiding geen tegenprestatie in de vorm kwaliteitsverbetering hoeft te worden gerealiseerd, alleen landschappelijke inpassing;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_41" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_41">
		  <Term>kernrandzone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>zone gelegen in het landelijk gebied rondom en direct aansluitend op het stedelijk gebied. Hieronder vallen ook dorpskernen. De omvang van deze zone is indicatief aangegeven en kan vari&#235;ren, onder meer afhankelijk van de al aanwezige functies, de kwaliteiten en de aanwezige bebouwingsdichtheid. In deze zone komen, naast agrarische activiteiten, kernrandactiviteiten voor. Ter toelichting: stadsrandactiviteiten en functies met een overwegend onbebouwd en groen karakter, zoals sportvelden, begraafplaatsen, volkstuincomplexen, stadslandbouw, recreatiecomplexen, wandel en fietspaden en groenvoorzieningen. Tuincentra worden hieronder niet begrepen;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_42" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_42">
		  <Term>kunstuiting</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>object, dan wel een bord, informatiezuil, spandoek of vlag, dat zoals blijkt uit de plaatsingsgeschiedenis kennelijk bedoeld is als locatiegebonden artistiek expressiemiddel en niet als drager van een commerci&#235;le, of reclameboodschap</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_43" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_43">
		  <Term>ladingtank</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>tank vast verbonden met een binnenschip waarvan de wanden hetzij door de scheepsromp zelf, hetzij door van de scheepsromp onafhankelijke wanden zijn gevormd</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_44" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_44">
		  <Term>maaiveld</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>gemiddelde hoogte van de vaste bodem op een locatie, zoals vastgelegd in het Actueel hoogtebestand Nederland (AHN)</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_45" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_45">
		  <Term>natuurlijke verjonging</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>het op natuurlijke wijze ontstaan van een bosbouwkundig verantwoorde houtopstand</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_46" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_46">
		  <Term>niet-grondgebonden landbouw</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>(intensieve veehouderij) agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden veehouderij</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_47" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_47">
		  <Term>object</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>ruimtelijk element of constructie, niet zijnde een bord, informatiezuil, spandoek of vlag</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_48" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_48">
		  <Term>omgevingskwaliteit</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>duidt op de integrale kwaliteit van ruimtes. Integraal, dus niets uitsluitend. De ondergrond noch de sterrenhemel. De lokale inbedding noch de internationale aansluiting. Schoonheid noch functionaliteit. Omgevingskwaliteit omvat in ieder geval:<br/>a.	ruimtelijke kwaliteit: gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde;<br/>b.	milieu-, gezondheids- en veiligheidskwaliteit;<br/>c.	maatschappelijke waarden zoals sociale samenhang en economische vitaliteit</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_49" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_49">
		  <Term>ondergeschikt kantoor</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een gebouw of een deel van een gebouw dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten, waarbij deze werkzaamheden en activiteiten uitsluitend worden verricht ten dienste van en ondergeschikt zijn aan een andere functie dan kantoor op hetzelfde bouwperceel. 
Ter toelichting: kantoren die ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie. Dit begrip is gebaseerd op de definitie van kantoren in het Provinciale Inpassingsplan Kantoren 2018-2028, Provincie Utrecht. Ondergeschikt aan de hoofdfunctie betekent in elk geval dat minder dan 50% van het bvo op het bouwperceel bestaat uit kantoor. Dit begrip moet in samenhang worden gelezen met de begrippen zelfstandig kantoor, hoofdfunctie en bouwperceel;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_50" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_50">
		  <Term>ontgassen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>afvoeren van restladingdamp uit een ladingtank waarbij restladingdampen terechtkomen in de open lucht</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_51" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_51">
		  <Term>ophogen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>storten ten behoeve van het tijdelijk of definitief ophogen van de bodem</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_52" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_52">
		  <Term>oppervlaktewaterlichaam</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een plas, overgangswater, watergang, sloot of een strook kustwater;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_53" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_53">
		  <Term>partyschip</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>vaartuig gebruikt als commercieel passagierschip voor het houden van feesten en partijen, al dan niet in combinatie met rondvaarten gedurende meerdere uren</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_54" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_54">
		  <Term>potentieel voor het grondwater schadelijke stof</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>stof opgenomen in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming 2012, deel 3, bijlage 2, stap 5, 'De stoffenlijst'; of een stof met een schadelijke werking op de smaak en/of geur van het grondwater, alsmede verbindingen waaruit dergelijke stoffen in het grondwater kunnen ontstaan en die het grondwater ongeschikt voor menselijke consumptie maken.</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_55" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_55">
		  <Term>programma Wonen en werken</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>VOOR WONEN: het provinciaal programma waarin de hoofdlijnen van de regionale programmeringsafspraken voor woningbouw zijn opgenomen. In deze regionale programmering:<br/>- worden de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten:<br/>a.	zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten;<br/>b.	daarnaast in overig stedelijk gebied;<br/>c.	eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors);<br/>- worden afspraken vastgelegd om te borgen dat binnen het programma ten minste 50% van de te bouwen woningen in het sociale en -middensegment worden gebouwd; en<br/>- worden afspraken gemaakt over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredige groenontwikkeling en effici&#235;nt ruimtegebruik.<br/>Het programma kan kwantitatieve en kwalitatieve bandbreedtes bevatten.<br/><br/><br/>VOOR WERKEN: het provinciaal programma waarin de hoofdlijnen van de regionale programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen zijn opgenomen. In deze regionale programmering wordt naast nieuwe bedrijventerreinen aandacht besteed aan herstructurering, intensivering, verduurzaming en effici&#235;nt ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_56" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_56">
		  <Term>programma Wonen en werken</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>VOOR WONEN: het provinciaal programma waarin de hoofdlijnen van de regionale programmeringsafspraken voor woningbouw zijn opgenomen. In deze regionale programmering:
- worden de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten:
a.	zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten;
b.	daarnaast in overig stedelijk gebied;
c.	eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors);
- worden afspraken vastgelegd om te borgen dat binnen het programma ten minste 50% van de te bouwen woningen in het sociale en -middensegment worden gebouwd; en
- worden afspraken gemaakt over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredige groenontwikkeling en effici&#235;nt ruimtegebruik.
Het programma kan kwantitatieve en kwalitatieve bandbreedtes bevatten;
VOOR WERKEN: het provinciaal programma waarin de hoofdlijnen van de regionale programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen zijn opgenomen. In deze regionale programmering wordt naast nieuwe bedrijventerreinen aandacht besteed aan herstructurering, intensivering, verduurzaming en effici&#235;nt ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_57" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_57">
		  <Term>provinciaal OV-netwerk</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>het samenhangend geheel van OV lijnen dat begin- en eindpunten met elkaar verbindt via tussengelegen haltes</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_58" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_58">
		  <Term>provinciaal bereikbaarheidsnetwerk</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>het samenhangend geheel van provinciale fietspaden, provinciale (vaar)wegen en OV-lijnen en aanvullend die fietspaden, (vaar)wegen en OV-lijnen van gemeenten die de provincie tot een provinciaal belang heeft benoemd</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_59" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_59">
		  <Term>provinciale weg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een openbare weg, zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet en Wegenwet in beheer bij de provincie, met inbegrip van de daarin gelegen kunstwerken en wat verder naar zijn aard daartoe behoort</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_60" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_60">
		  <Term>recreatiewoning</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>woning, caravan, stacaravan of bouwwerk ten behoeve van recreatief verblijf, inclusief overnachting</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_61" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_61">
		  <Term>restladingdamp</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>damp die na het lossen in de ladingtank achterblijft</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_62" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_62">
		  <Term>rommelterrein</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een terrein dat zich buiten het erf of buiten een in het omgevingsplan aangewezen bedrijfsbestemming bevindt, dat gebruikt wordt voor het al dan niet geordend bewaren of opslaan van voorwerpen, materieel, apparaten, goederen of, al dan niet los gestort, materiaal</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_63" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_63">
		  <Term>schipper</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>(bij varend ontgassen) persoon als bedoeld in artikel 1.2.1 van deel 1 van het ADN (Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, Trb. 2001/67);</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_64" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_64">
		  <Term>spandoek</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of combinatie daarvan, enkel- of tweezijdig aangebracht op doek, plastic of een ander als spandoek te gebruiken materiaal, samen met de bijbehorende vaste of verplaatsbare draag- bevestigings- en/of steunconstructies</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_65" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_65">
		  <Term>stedelijke functie</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>functie die door de intensiteit van de bebouwing en gebruik, door afhankelijkheid van geconcentreerde infrastructuur en door de intensieve wisselwerking met andere functies primair is aangewezen op of verbonden is met aaneengesloten bebouwd gebied.

Ter toelichting: onder het begrip stedelijke functie vallen de functies die voor het grootste deel in, of in de onmiddellijke nabijheid van dorpen en steden (stedelijk gebied) liggen en verbonden zijn aan stad en dorp. Functies die traditioneel in het landelijk gebied thuishoren horen hier niet bij. De provincie beschouwt de infrastructuur,  zowel wegen als leidingen, als een onlosmakelijk onderdeel van het gehele landelijke gebied. De definitie van het begrip stedelijke functie is van belang in verband met het verbod op verstedelijking zoals dat is opgenomen in artikel 9.3 Verstedelijkingsverbod landelijk gebied en de uitzonderingen op dat verbod. Onder stedelijke functie vallen onder meer: 
-  woningen en woongebieden;
-  niet-agrarische bedrijven en bedrijfsterreinen;
-  stedelijke voorzieningen en kernrandactiviteiten;
-  gebouwde voorzieningen voor energieproductie;
-  recreatiewoningen en complexen voor verblijfsrecreatie;
Onder verstedelijking vallen in ieder geval niet:
-  landbouw met de daarvoor noodzakelijke bebouwing op agrarische bouwvlakken;
-  ondergeschikte nevenfuncties op agrarische bouwpercelen;
-  bos en natuur;
-  terreinen ingericht voor dagrecreatie en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, zoals picknickplaatsen en bebording;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_66" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_66">
		  <Term>steiger</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>drijvende of boven water aangebrachte constructie waarop gelopen kan worden, bedoeld om vaartuigen aan af te meren</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_67" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_67">
		  <Term>stoffen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>(bij varend ontgassen) chemische elementen, verbindingen daarvan dan wel mengsels van die elementen of verbindingen</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_68" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_68">
		  <Term>storten</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>op of in de bodem brengen van stoffen om ze daar langdurig of permanent te laten</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_69" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_69">
		  <Term>stortplaats</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>locatie, waar gestort, opgehoogd of ge&#235;galiseerd wordt of is</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_70" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_70">
		  <Term>takhout</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>takken en boomstammen met een grootste diameter van maximaal 8 centimeter, dat vrijkomt bij reguliere snoei- en dunningswerkzaamheden in houtopstanden</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_71" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_71">
		  <Term>taxateur</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een taxateur die werkzaam is voor een door BIJ12 aangewezen taxatiebureau of een consulent faunazaken van BIJ12</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_72" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_72">
		  <Term>uitzonderlijke universele waarde</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>Outstanding Universal Value (OUV), de culturele en/of natuurlijke betekenis die zo uitzonderlijk is dat deze nationale grenzen overstijgt en van algemeen belang is voor de huidige en toekomstige generaties van heel de mensheid</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_73" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_73">
		  <Term>vaartuig</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>voorwerp of constructie, gereed of in aanbouw, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd of ingericht voor het vervoer over water van personen of goederen</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_74" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_74">
		  <Term>vaarweg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water in de zin van artikel 1.01, onder D, onder 5&#176;, van het Binnenvaartpolitiereglement</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_75" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_75">
		  <Term>verordening</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>omgevingsverordening</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_76" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_76">
		  <Term>verstedelijking</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>van verstedelijking is sprake als een omgevingsplan ten opzichte van het vigerende regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van stedelijke functies.
Ter toelichting: de vestiging of uitbreiding van al bestaande stedelijke functies. Denk daarbij aan nieuwvestiging of de vergroting van de gebruiksoppervlakte of bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van het geldende omgevingsplan;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_77" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_77">
		  <Term>vervoerder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>(bij varend ontgassen) de onderneming, bedoeld in 1.2.1 van deel 1 van het ADN (Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, Trb. 2001, 67)</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_78" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_78">
		  <Term>vlag</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of combinatie daarvan, enkel- of tweezijdig aangebracht op doek, plastic of een ander als vlag te gebruiken materiaal, samen met de bijbehorende vaste of verplaatsbare draag- bevestigings- en/of steunconstructies</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_79" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_79">
		  <Term>voet</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>overgang van het maaiveld naar een op dat maaiveld geplaatste constructie, depot, wal of grondlichaam</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_80" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_80">
		  <Term>volumineuze detailhandel</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>vormen van detailhandel die een assortiment voeren van overwegend ruimte vergende goederen, waaronder bouwmarkten, tuincentra, woninginrichtingszaken, auto-, boten-, en caravan&#173;-bedrijven mede worden begrepen</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_81" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_81">
		  <Term>waterbeheerprogramma</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>waterbeheerprogramma als bedoeld in artikel 3.7 van de wet</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_82" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_82">
		  <Term>waterscoutinglocatie</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>als zodanig in een onherroepelijk omgevingsplan bestemde locatie</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_83" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_83">
		  <Term>waterwingebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>beschermingsgebied aangewezen op grond van artikel 2.22, tweede lid, onder a, van de wet</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_84" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_84">
		  <Term>wet</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>Omgevingswet</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_85" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_85">
		  <Term>woonark</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>casco met opbouw, dan wel in of op het water geplaatst voorwerp, niet zijnde een woonschip, dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als dag- of nachtverblijf van een of meer personen, dan wel, te oordelen naar zijn constructie, inrichting of getroffen voorzieningen daartoe uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_86" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_86">
		  <Term>woonschip</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>vaartuig, niet zijnde een woonark, dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als dag- of nachtverblijf van een of meer personen, dan wel, te oordelen naar zijn constructie, inrichting of getroffen voorzieningen daartoe uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_87" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_87">
		  <Term>woonzorgvoorzieningen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>kleinschalige woonaccommodatie ten behoeve van zorgvragers met mogelijkheden voor zorg en dagactiviteiten.
Ter toelichting: kleinschalige woonaccommodatie voor ongeveer 25 zorgvragers;</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_88" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_88">
		  <Term>zelfstandig kantoor</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>een gebouw of een deel van een gebouw in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten, met uitzondering van een ondergeschikt kantoor. Ter toelichting: dit begrip is afgestemd op de definitie van kantoren in het Provinciale Inpassingsplan Kantoren 2018-2028, Provincie Utrecht. Bij 'een deel van een gebouw in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid moet gedacht worden aan een deel van een gebouw dat los van overige functies in de rest van het gebouw te gebruiken is. Opleidings-, congres- en vergaderactiviteiten vallen niet onder bureaugebonden werkzaamheden of ondersteunende activiteiten. Dit begrip moet in samenhang worden gelezen met het begrip 'ondergeschikt kantoor';</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_1__content_o_1__list_1__item_89" wId="pv26_1059__cmp_1__content_o_1__list_1__item_89">
		  <Term>zonneveld</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>elke groepering van zonnepanelen die op of boven de grond of op het wateroppervlak wordt geplaatst, maar niet op daken van gebouwen</Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
	      </Begrippenlijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_2" wId="pv26_1059__cmp_2" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>II</Nummer>
	    <Opschrift>Overzicht Informatieobjecten</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_2__content_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1">
	    <Inhoud>
	      <Begrippenlijst eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1">
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <Term>100-jaarsaandachtsgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio402/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio402/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		  <Term>aandachtsgebied stiltegebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio550/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio550/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		  <Term>aardkundige waarden</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio398/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio398/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		  <Term>agrarisch cultuurlandschap</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio562/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio562/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
		  <Term>agrarische bedrijven</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio584/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio584/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
		  <Term>amsterdam-rijnkanaal en lek</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio555/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio555/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
		  <Term>archeologisch waardevolle zone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio560/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio560/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
		  <Term>beperken bodembewerking</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio404/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio404/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
		  <Term>beperkingengebied beheer provinciale weg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio578/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio578/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
		  <Term>beperkingengebied bouwwerken provinciale weg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio572/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio572/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
		  <Term>beperkingengebied lokale spoorweg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio540/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio540/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
		  <Term>beperkingengebied vaarweg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio406/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio406/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
		  <Term>beperkingengebied vrij zicht provinciale weg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio571/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio571/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
		  <Term>beschermd klein landschapselement</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio410/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio410/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
		  <Term>beschermingszone lokale spoorweg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio539/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio539/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
		  <Term>beschermingszone oppervlaktewaterwinning</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio412/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio412/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17">
		  <Term>bestaand evenement of activiteit</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio411/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio411/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18">
		  <Term>boringsvrije zone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio420/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio420/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19">
		  <Term>boringsvrije zone amersfoort-koedijkerweg, rhenen en woudenberg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio415/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio415/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20">
		  <Term>boringsvrije zone langerak en lexmond</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio416/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio416/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21">
		  <Term>boringsvrije zone tull en t waal</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio419/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio419/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22">
		  <Term>boringsvrije zone veenendaal</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio418/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio418/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23">
		  <Term>boringsvrije zone wcb nieuwegein</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio417/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio417/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24">
		  <Term>boringsvrije zones bilthoven, blokland, bunnik</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio541/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio541/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25">
		  <Term>bovenlokaal dagrecreatieterrein</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio424/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio424/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26">
		  <Term>buffer luchtvaartterrein</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio569/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio569/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27">
		  <Term>bufferzone stiltegebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio422/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio422/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28">
		  <Term>concentratiegebied glastuinbouw</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio421/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio421/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29">
		  <Term>cultuurhistorische hoofdstructuur</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio603/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio603/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30">
		  <Term>detailhandel buiten bestaand winkelgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio577/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio577/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31">
		  <Term>dijktraject 1 op 10</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio429/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio429/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32">
		  <Term>dijktraject 1 op 100</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio430/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio430/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33">
		  <Term>dijktraject 1 op 1000</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio433/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio433/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34">
		  <Term>dijktraject 1 op 1250</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio432/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio432/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35">
		  <Term>dijktraject 1 op 30</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio431/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio431/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36">
		  <Term>dijktraject 1 op 300</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio428/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio428/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37">
		  <Term>dijktraject slaperdijk</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio458/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio458/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38">
		  <Term>eiland van schalkwijk</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio436/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio436/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39">
		  <Term>energie uit biomassa landelijk gebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio583/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio583/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40">
		  <Term>energie uit biomassa stedelijk gebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio434/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio434/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41">
		  <Term>ganzenrustgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio567/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio567/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42">
		  <Term>gebied dempen oppervlaktewaterlichaam</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_42__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio574/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio574/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43">
		  <Term>gebied landschappelijke waarden</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_43__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio576/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio576/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44">
		  <Term>gebied ligplaatsen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_44__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio580/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio580/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45">
		  <Term>gebied saneringsregels voor grondwater</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_45__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio607/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio607/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46">
		  <Term>gebiedstransformatie of  herstructurering</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_46__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio443/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio443/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47">
		  <Term>geluidscontour binnen de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_47__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio527/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio527/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48">
		  <Term>geluidscontour buiten de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_48__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio521/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio521/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49">
		  <Term>gesloten stortplaats</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_49__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio446/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio446/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50">
		  <Term>glastuinbouw niet toegestaan</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_50__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio579/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio579/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51">
		  <Term>groene contour</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_51__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio449/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio449/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52">
		  <Term>grondwaterbeschermingsgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_52__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio445/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio445/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53">
		  <Term>grondwaterbeschermingsgebied amersfoort-berg, doorn, langerak, soestduinen en woerden</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_53__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio447/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio447/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54">
		  <Term>grondwaterbeschermingsgebied beerschoten</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_54__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio361/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio361/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55">
		  <Term>grondwaterbeschermingsgebied bethunepolder, bilthoven, bunnik, cothen, groenekan, linschoten, zeist</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_55__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio365/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio365/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56">
		  <Term>grondwaterbeschermingsgebied driebergen, leersum en rhenen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_56__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio451/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio451/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57">
		  <Term>grondwaterbeschermingsgebied langerak</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_57__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio450/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio450/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58">
		  <Term>grondwaterbeschermingszone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_58__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio441/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio441/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59">
		  <Term>historische buitenplaatszone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_59__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio561/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio561/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60">
		  <Term>historische infrastructuur</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_60__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio457/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio457/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61">
		  <Term>hoogheemraadschap de stichtse rijnlanden binnen de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_61__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio611/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio611/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62">
		  <Term>hoogheemraadschap de stichtse rijnlanden buiten de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_62__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio552/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio552/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63">
		  <Term>houtopstand</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_63__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio573/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio573/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64">
		  <Term>kantoor op knooppunt leidsche rijn centrum</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_64__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio465/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio465/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65">
		  <Term>kantoor op knooppunt utrecht centraal</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_65__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio460/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio460/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66">
		  <Term>kernrandzone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_66__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio461/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio461/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67">
		  <Term>kernzone lokale spoorweg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_67__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio528/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio528/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68">
		  <Term>klein open bodemenergiesysteem</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_68__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio581/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio581/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69">
		  <Term>kleine windturbine</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_69__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio587/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio587/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70">
		  <Term>kwetsbare strategische grondwatervoorraad</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_70__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio459/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio459/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71">
		  <Term>landbouwontwikkelingsgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_71__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio474/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio474/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72">
		  <Term>landbouwstabiliseringsgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_72__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio469/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio469/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73">
		  <Term>landelijk gebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_73__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio585/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio585/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74">
		  <Term>landschap eemland</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_74__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio467/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio467/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75">
		  <Term>landschap gelderse vallei</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_75__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio468/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio468/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76">
		  <Term>landschap groene hart</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_76__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio553/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio553/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77">
		  <Term>landschap rivierengebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_77__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio471/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio471/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78">
		  <Term>landschap utrechtse heuvelrug</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_78__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio470/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio470/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79">
		  <Term>luchtvaartterrein</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_79__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio575/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio575/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80">
		  <Term>matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_80__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio477/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio477/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81">
		  <Term>militair erfgoed</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_81__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio476/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio476/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82">
		  <Term>militaire terreinen of terreinen met militaire objecten</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_82__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio475/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio475/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83">
		  <Term>natuurnetwerk nederland</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_83__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio564/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio564/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84">
		  <Term>neder-rijn</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_84__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio426/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio426/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85">
		  <Term>overstroombaar gebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_85__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio566/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio566/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86">
		  <Term>provinciaal bereikbaarheidsnetwerk</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_86__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio557/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio557/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87">
		  <Term>provinciaal ov-netwerk</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_87__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio481/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio481/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88">
		  <Term>recreatiewoning</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_88__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio599/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio599/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89">
		  <Term>recreatiezone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_89__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio485/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio485/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90">
		  <Term>reductielocaties</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_90__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio484/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio484/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91">
		  <Term>regionaal fietsnetwerk</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_91__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio483/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio483/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92">
		  <Term>stedelijk gebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_92__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio488/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio488/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93">
		  <Term>stille kern</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_93__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio491/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio491/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94">
		  <Term>stiltegebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_94__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio490/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio490/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95">
		  <Term>uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_95__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio559/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio559/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96">
		  <Term>uitbreiding woningbouw onder voorwaarden</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_96__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio563/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio563/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97">
		  <Term>unesco werelderfgoed hollandse waterlinies</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_97__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio597/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio597/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98">
		  <Term>unesco werelderfgoed neder germaanse limes bufferzone</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_98__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio518/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio518/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99">
		  <Term>vaarweg</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_99__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio591/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio591/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100">
		  <Term>vaarweg in beheer bij provincie utrecht</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_100__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio593/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio593/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101">
		  <Term>vaarweg niet in beheer bij provincie utrecht</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_101__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio592/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio592/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102">
		  <Term>verbod varend ontgassen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_102__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio497/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio497/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103">
		  <Term>verplicht peilbesluitgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_103__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio595/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio595/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104">
		  <Term>vrijwaringszone regionale waterkering</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_104__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio565/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio565/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105">
		  <Term>waterbergingsgebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_105__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio506/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio506/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106">
		  <Term>waterschap amstel, gooi en vecht binnen de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_106__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio500/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio500/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107">
		  <Term>waterschap amstel, gooi en vecht buiten de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_107__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio605/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio605/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108">
		  <Term>waterschap rivierenland binnen de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_108__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio505/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio505/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109">
		  <Term>waterschap rivierenland buiten de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_109__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio504/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio504/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110">
		  <Term>waterschap vallei en veluwe binnen de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_110__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio503/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio503/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111">
		  <Term>waterschap vallei en veluwe buiten de bebouwde kom</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_111__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio609/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio609/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112">
		  <Term>waterwingebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_112__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio515/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio515/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113">
		  <Term>waterwingebied bethunepolder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_113__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio508/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio508/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114">
		  <Term>waterwingebied bethunepolder waterleidingkanaal</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_114__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio514/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio514/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115">
		  <Term>waterwingebieden lexmond, woerden en vianen</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_115__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio509/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio509/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116">
		  <Term>weidevogelkerngebied</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_116__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio513/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio513/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117">
		  <Term>windenergie</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_117__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio589/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio589/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118">
		  <Term>zonneveld</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_118__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio588/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio588/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119">
		  <Term>zwemlocatie</Term>
		  <Definitie>
		    <Al><ExtIoRef eId="cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119__ref_o_1" wId="pv26_1059__cmp_2__content_o_1__list_o_1__item_o_119__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv26/2023/26gio507/nld@2023-11-21;1059">/join/id/regdata/pv26/2023/26gio507/nld@2023-11-21;1059</ExtIoRef></Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
	      </Begrippenlijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_3" wId="pv26_1059__cmp_3" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>III</Nummer>
	    <Opschrift>Parameters en frequentie van bemonstering en analyse van te infiltreren water</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_3__content_1" wId="pv26_1059__cmp_3__content_1">
	    <Inhoud>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_3__content_1__table_1" eId="cmp_3__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="3">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42.565*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23.9244*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.3334*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Parameter</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Afkorting</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Frequentie</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>bacteri&#235;n van de coligroep<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>kleur<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>zwevende stof<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>SS<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>geleidingsvermogen voor elektriciteit<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>temperatuur<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>T<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>zuurgraad<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>pH<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>opgelost zuurstof<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>O<sub>2</sub><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>totaal organisch koolstof<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>TOC<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>bicarbonaat<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>HCO<sub>3</sub><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>nitriet<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>NO<sub>2</sub><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>nitraat<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>NO<sub>3</sub><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>ammonium<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>NH<sub>4</sub><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>totaal fosfaat<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Totaal P<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>fluoride<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>F<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>chloride<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Cl<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>sulfaat<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>SO<sub>4</sub><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>natrium<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Na<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>ijzer<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Fe<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>mangaan<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Mn<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>chroom<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Cr<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>lood<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Pb<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>koper<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Cu<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>zink<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Zn<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>cadmium<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Ca<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>arseen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>As<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>cyanide<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>CN<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>minerale olie<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>adsorbeerbaar organisch halogeen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>AOX<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>vluchtig organisch gebonden chloor<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>VOC<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>vluchtige aromaten<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>4-wekelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>polycyclische aromaten<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>PAK<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>fenolen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>3-maandelijks<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_4" wId="pv26_1059__cmp_4" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>IV</Nummer>
	    <Opschrift>Modelborden</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_4__content_1" wId="pv26_1059__cmp_4__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al>A. Oud model; op termijn te vervangen</Al>
	      <Figuur wId="pv26_1059__cmp_4__content_1__img_1" eId="cmp_4__content_1__img_1">
		<Illustratie naam="jpg_d877c1c0-f6be-46a7-9238-2f6eb14719dd.jpg" hoogte="160" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	      <Al>B. Nieuw model; te gebruiken bij nieuwe en vervangende bebording</Al>
	      <Figuur wId="pv26_1059__cmp_4__content_1__img_2" eId="cmp_4__content_1__img_2">
		<Illustratie naam="jpg_ea5d3f0f-ea10-4d34-81a8-fcf93e1a19c3.jpg" hoogte="161" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	      <Al>C. Bord Stiltegebied</Al>
	      <Figuur wId="pv26_1059__cmp_4__content_1__img_3" eId="cmp_4__content_1__img_3">
		<Illustratie naam="jpg_b8fac9f8-75d4-402a-8b0e-7a31d6111c82.jpg" hoogte="375" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_5" wId="pv26_1059__cmp_5" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>V</Nummer>
	    <Opschrift>Lijst verboden activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_5__content_1" wId="pv26_1059__cmp_5__content_1">
	    <Inhoud>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_5__content_1__table_1" eId="cmp_5__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="2">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="70.1064*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29.7163*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Activiteit</strong></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Zoals bedoeld in artikel van het Besluit activiteiten leefomgeving<br/></strong></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Mijnbouw<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.320<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.334<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Opslaan, mengen, scheiden en verdichten van bedrijfsafval of gevaarlijk afval voorafgaand aan inzameling of afgifte<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.39<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.40b<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Verbranden van afvalstoffen anders dan in een ippc-installatie<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.40d<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Zuiveringsvoorziening voor ingezameld of afgegeven afvalwater<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.41<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Opslaan van grond en baggerspecie<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>(gereserveerd)<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Opslagtank voor gassen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.21<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Opslagtank voor vloeistoffen en tankcontainer of verpakking die wordt gebruikt als opslagtank voor vloeistoffen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.24<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Stortplaats of winningsafvalvoorziening<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.84<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.87<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Maken van cokes<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.60<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Basismetaal<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.66<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Scheepswerven<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.144<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Metaalproductenindustrie<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.103<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Rubberindustrie en kunststofindustrie<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.134<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Autodemontagebedrijf en tweewielerdemontagebedrijf<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.152<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.184<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Zuiveringtechnisch werk<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.173<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bedrijf voor telen en kweken van waterplanten of waterdieren<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.221<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Tankstation<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.296<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Reinigen van opslagtanks, verpakkingen, voertuigen of containers voor gevaarlijke stoffen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.300<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bunkerstations en andere tankplaatsen voor schepen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.272<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.285<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Autosport en motorsport, zoals crossterrein, racebaan of kartbaan<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.304<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Jachthaven<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.308<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Schietbaan<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.311<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_6" wId="pv26_1059__cmp_6" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>VI</Nummer>
	    <Opschrift>Lijst niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stoffen</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_6__content_1" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al>1. Als niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stoffen worden aangewezen de stoffen en mengsels die staan vermeld in de hierna opgenomen tabel.<br/>2. Een stof is niet een niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stof indien deze deel uitmaakt van:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_6__content_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_6__content_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>een geneesmiddel in de zin van Richtlijn 2001/83/EG of een geneesmiddel voor diergeneeskundig<br/>gebruik in de zin van Richtlijn 2001/82/EG en;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_6__content_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>cosmetische producten in de zin van Richtlijn 76/768/EEG</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_6__content_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>de volgende brandstoffen en olieproducten:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_6__content_1__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_c__list_1">
		    <Li eId="cmp_6__content_1__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_c__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>benzine en dieselbrandstof als bedoeld in Richtlijn 98/70/EG;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_6__content_1__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_c__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>derivaten van minerale oli&#235;n, bestemd voor gebruik als brandstof in mobiele of vaste<br/>verbrandingsinstallaties;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_6__content_1__list_1__item_c__list_1__item_3" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_c__list_1__item_3">
		      <LiNummer>3.</LiNummer>
		      <Al>brandstoffen die in een gesloten systeem worden verkocht (bijvoorbeeld flessen vloeibaar gas);</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_6__content_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>kunstschilderverven die onder Verordening (EG) nr. 1272/2008 vallen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_6__content_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>asbest, erioniet en vuurvaste keramische vezels;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_6__content_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__list_1__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>derivaten van aardolie of minerale oli&#235;n die in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving worden gebruikt in wegverhardingen of dakbedekkingen (bijvoorbeeld asfalt)</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Tabel overige stoffen en mengsels</strong></Al>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_6__content_1__table_1" eId="cmp_6__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="3">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="10.5052*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="56.067*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.3333*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Overige stoffen en mengsels waarin de volgende stoffen voorkomen in een concentratie van meer dan 0,1massa-%:<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>CAS nr.  <br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>1<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Polybroombifenylen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>59536-65-1<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>2<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Kwikverbindingen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>--<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>3<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Arseenverbindingen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>--<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>4<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Organische tinverbindingen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>--<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>5<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Trichloormethaan (Chloroform)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>67-66-3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>6<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1.1.2-Trichloorethaan<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>79-00-5<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>7<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,1,2,2-tetrachloorethaan<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>79-34-5<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>8<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,1,1,2-tetrachloorethaan 630-20-6<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>630-20-6<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>9<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Pentachloorethaan<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>76-01-7<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>10<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,1-dichlooretheen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>75-35-4<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>11<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Hexachloorethaan<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>67-72-1<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>12<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gechloreerde parafines met een korte keten (C10-13, SCCP&#x2019;s)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>85535-84-8<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>13<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Tolueen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>108-88-3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>14<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Trichloorbenzeen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>12002-48-1<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>14a<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,2.4- Trichloorbenzeen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>120-82-1<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>14b<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,3,5- Trichloorbenzeen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>108-70-3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>14c<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,2,3- Trichloorbenzeen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>87-61-6<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>15<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Pentachloorbenzeen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>608-93-5<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>16<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Broommethaan (methylbromide)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>74-83-9<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>17<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Dichloormethaan (methyleenchloride)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>75-09-2<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>18<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Hexachloorbutadieen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>87-68-3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>19<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Tetrachlooretheen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>127-18-4<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>20<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Trichlooretheen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>79-01-6<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>21<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Vinylbromide<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>593-60-2<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>22<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Perfluoroctanylsulfonzuren en hun zouten<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>--<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>23<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Hexachloorcyclopentadieen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>77-47-4<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>24<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,2 dichlooretheen (cis en trans)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>540-59-0<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_7" wId="pv26_1059__cmp_7" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>VII</Nummer>
	    <Opschrift>Tabel hoeveelheidsdrempel voor stoffen</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_7__content_1" wId="pv26_1059__cmp_7__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>WMS-tabel</strong></Al>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_1" eId="cmp_7__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="5">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="27.8985*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5.4348*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25.6069*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="14.0157*"/>
		  <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="22.5091*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Etiket</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><strong>Stofcategorie met bijbehorende R-zin</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><strong>Hoeveelheiddrempel </strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Figuur wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_1__img_1" eId="cmp_7__content_1__table_1__img_1">
			  <Illustratie naam="jpg_e8fc6d50-0d91-4f2a-9f51-1fee89e15d63.jpg" hoogte="149958" breedte="118" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
			</Figuur>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Zeer giftig (T+)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>R26 R27 R28 Comb R26/27/28 R39 icm R26/27/28<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>500 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Figuur wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_1__img_2" eId="cmp_7__content_1__table_1__img_2">
			  <Illustratie naam="jpg_6df25474-9858-406c-9247-40f7ee96e123.jpg" hoogte="151229" breedte="119" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
			</Figuur>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>2<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Giftig (T)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>R23 R24 R25 Comb R23/24/25 R39 icm R23/24/2 R48 icm R23/24/25<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>500 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Figuur wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_1__img_3" eId="cmp_7__content_1__table_1__img_3">
			  <Illustratie naam="jpg_594edb30-082a-4a51-b7c5-d15a0b68a2e2.jpg" hoogte="155275" breedte="121" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
			</Figuur>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>9i<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Giftig voor het milieu m.u.v. als brandstof gebruikte minerale oli&#235;n<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>R50 R50/53 R51/53<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>5.000 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Geen etiket zie VIB<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Schadelijk voor het milieu m.u.v. als brandstof gebruikte minerale oli&#235;n (1)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>R52/53 R52 R53<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>2.000 kg of 2 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Geen etiket zie EURAL-code (2)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Gevaarlijke afvalstoffen met niet nader gespecificeerde gevaarseigenschappen (1)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Niet bekend<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>500 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al>(1) Voor de toepassing van de beoordelingssystematiek worden ook deze stoffen als giftig aangemerkt. (2) Afvalstoffen worden onder de <ExtRef ref="https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/brochures/2010/11/23/europese-afvalstoffenlijst-eural/11fd2002g009.pdf" soort="URL">Europese Afvalstoffenlijst (EURAL)</ExtRef> geclassificeerd als gevaarlijk of niet-gevaarlijk (de <ExtRef ref="http://www.euralcode.nl/" soort="URL">EURAL-code</ExtRef> van gevaarlijke stoffen bevat een(1)). Indien de gevaarseigenschappen van de afvalstof wel bekend zijn wordt in eerste instantie rekening gehouden met de toegekende gevaarseigenschappen.</Al>
	      <Al><strong>Tabel <ExtRef ref="https://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2008:353:0001:1355:nl:PDF" soort="URL">CLP-verordening</ExtRef></strong></Al>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_2" eId="cmp_7__content_1__table_2">
		<tgroup align="left" cols="4">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32.4258*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24.4656*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17.9008*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25.0000*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Etiket</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Stofcategorie met bijbehorende H-zin</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>H-zin</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Hoeveelheidsdrempel</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Figuur wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_2__img_4" eId="cmp_7__content_1__table_2__img_4">
			  <Illustratie naam="jpg_1ad85b71-04ed-43df-ae21-3ffdd2229e91.jpg" hoogte="169721" breedte="121" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
			</Figuur>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Acute toxiciteit categorie 1</Al>
			<Al>Acute toxiciteit categorie 2Acute toxiciteit categorie 3<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>H300</Al>
			<Al>H301</Al>
			<Al>H310</Al>
			<Al>H311</Al>
			<Al>H330</Al>
			<Al>H331<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>500 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Figuur wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_2__img_5" eId="cmp_7__content_1__table_2__img_5">
			  <Illustratie naam="jpg_e6f56806-506f-4336-a0bb-98ffa2ee4616.jpg" hoogte="159133" breedte="111" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
			</Figuur>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling categorie 1<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>H370<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>500 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Figuur wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_2__img_6" eId="cmp_7__content_1__table_2__img_6">
			  <Illustratie naam="jpg_6b915d7e-b84d-4652-8cfb-d0f05a26f31d.jpg" hoogte="162" breedte="113" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
			</Figuur>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaaldelijke blootstelling categorie 1<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>H372<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>500 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Figuur wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_2__img_7" eId="cmp_7__content_1__table_2__img_7">
			  <Illustratie naam="jpg_877963b2-3ca6-47d8-ad5c-117e69eddff7.jpg" hoogte="162358" breedte="151" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
			</Figuur>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Aquatisch acuut<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>H400<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>500 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Figuur wId="pv26_1059__cmp_7__content_1__table_2__img_8" eId="cmp_7__content_1__table_2__img_8">
			  <Illustratie naam="jpg_c0291fac-4731-421a-9f4d-e9c86128cf73.jpg" hoogte="197124" breedte="150" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
			</Figuur>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Aquatisch acuut categorie 1Chronische aquatische toxiciteit categorie 1 Chronische aquatische toxiciteit categorie 2 m.u.v. als brandstof gebruikte minerale oli&#235;n (1)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>H400</Al>
			<Al>H410H411<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>500 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Geen etiket zie VIB<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Chronische aquatische toxiciteit categorie 3 Chronische aquatische toxiciteit categorie 4 m.u.v. als brandstof gebruikte minerale oli&#235;n (1)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>H412H413<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>2.000 kg of 2 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Geen etiket zie EURAL-code (2)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gevaarlijke afvalstoffen met niet nader gespecificeerde gevaareigenschappen (1)Niet bekend<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Niet bekend<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>500 kg of 0,5 m3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al>(1) Voor de toepassing van de beoordelingssystematiek worden ook deze stoffen als giftig aangemerkt.</Al>
	      <Al>(2) Afvalstoffen worden onder de <ExtRef ref="https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/brochures/2010/11/23/europese-afvalstoffenlijst-eural/11fd2002g009.pdf" soort="URL">Europese Afvalstoffenlijst (EURAL)</ExtRef> geclassificeerd als gevaarlijk of niet-gevaarlijk (de <ExtRef ref="https://www.euralcode.nl/" soort="URL">EURAL-code</ExtRef> van gevaarlijke stoffen bevat een (1)). Indien de gevaarseigenschappen van de afvalstof wel bekend zijn wordt in eerste instantie rekening gehouden met de toegekende gevaarseigenschappen.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_8" wId="pv26_1059__cmp_8" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>VIII</Nummer>
	    <Opschrift>Specifieke eisen kabels en leidingen</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_8__content_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>Algemeen</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>De kabels en/of leidingen moeten worden gelegd, gehouden en verwijderd zoals op de bij de verleende toestemming behorende, goedgekeurde en gewaarmerkte, situatie- en detailtekeningen is aangegeven.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>De te verrichten werkzaamheden moeten, eenmaal in uitvoering genomen, onafgebroken worden uitgevoerd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Ten minste twee weken voor het begin van de activiteiten, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23">Artikel 4.23</IntRef> en <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24">Artikel 4.24</IntRef>, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_1__item_c__list_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_1__item_c__list_1">
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_1__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_1__item_c__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_1__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_1__item_c__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>de verwachte duur ervan; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_1__item_c__list_1__item_3" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_1__item_c__list_1__item_3">
		      <LiNummer>3.</LiNummer>
		      <Al>een verkeersmaatregelenplan conform <ExtRef ref="https://www.crow.nl/publicaties/werken-op-niet-autosnelwegen" soort="URL">CROW publicaties WIU 96b 2020 Standaardmaatregelen op niet-autosnelwegen</ExtRef> en <ExtRef ref="https://www.crow.nl/publicaties/werken-op-niet-autosnelwegen#:~:text=Werk in Uitvoering 96b - 2020&amp;text=Ben je verantwoordelijk voor de,in uitvoering op niet-autosnelwegen." soort="URL">WIU 96b 2020 Werken op niet-autosnelwegen</ExtRef>.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_1__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Binnen ten hoogste twee maanden na afloop van de activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23">Artikel 4.23</IntRef> en <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24">Artikel 4.24</IntRef>, worden revisietekeningen met x-, y- en z- co&#246;rdinaten en maatvoering vanuit vaste punten verstrekt aan het bevoegd gezag.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>A. Ontgravingen </strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_2" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2">
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_a" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>In het beperkingengebied beheer provinciale wegen wordt niet gewerkt in de tijdvakken 6.00 - 9.00 uur en 15.00 - 19.00 uur in verband met de ochtend- en avondspits. Bij maatwerkvoorschrift kan van deze venstertijden worden afgeweken.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_b" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de weg wordt een ontgraving:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_2__item_b__list_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_b__list_1">
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_b__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_b__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>beperkt tot een zo klein mogelijk profiel en onafgebroken uitgevoerd;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_b__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_b__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>op dezelfde dag dat deze wordt gemaakt, gedicht met de uitkomende grond of aangevoerde grond met vergelijkbare hydrologische en texturele eigenschappen en wordt een schone grondverklaring aan het bevoegd gezag overlegd;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_b__list_1__item_3" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_b__list_1__item_3">
		      <LiNummer>3.</LiNummer>
		      <Al>niet verricht bij slecht zicht van minder dan 200 meter door mist, sneeuwval of andere omstandigheden.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_c" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Open sleuven en ingravingen moeten ter beveiliging voor het verkeer gemarkeerd worden met een voldoende aantal retroreflecterende wegbakens (reflectieklasse minimaal overeenkomend met klasse II volgens <ExtRef ref="https://www.nen.nl/nen-3381-2020-nl-267378" soort="URL">NEN 3381</ExtRef>).</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_d" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>De afwatering van de weg wordt niet belemmerd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_e" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Overtollige grond en puin worden onmiddellijk afgevoerd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_f" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>Bij het vervangen van bestaande kabels of leidingen worden de kabels en leidingen die buiten gebruik worden gesteld, verwijderd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_g" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>Het aanwezige wegmeubilair en de kadasterstenen en grenspalen worden niet verwijderd, anders dan na overeenstemming met het bevoegd gezag.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_h" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_h">
		  <LiNummer>h.</LiNummer>
		  <Al>Belendende percelen en landwegen blijven toegankelijk, eventueel met behulp van tijdelijke voorzieningen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_i" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_i">
		  <LiNummer>i.</LiNummer>
		  <Al>Bij de uitvoering van de werkzaamheden moeten de aanwijzingen worden opgevolgd die ten aanzien van de weg en/of het verkeersbelang door het bevoegd gezag worden gegeven. Verkeersmaatregelen voldoen aan de <ExtRef ref="https://www.crow.nl/publicaties/werken-op-niet-autosnelwegen" soort="URL">CROW</ExtRef> publicaties WIU 96b 2020 Standaardmaatregelen op niet-autosnelwegen en WIU 96b 2020 Werken op niet-autosnelwegen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_j" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_j">
		  <LiNummer>j.</LiNummer>
		  <Al>Personen, die zich voor het leggen of onderhouden van de leidingen met toebehoren op of langs de weg bevinden, dienen een veiligheidsvest te dragen, uitgevoerd volgens de eisen omschreven in hoofdstuk 01.12.04 van de standaard RAW bepalingen 2000 van <ExtRef ref="https://www.crow.nl/" soort="URL">CROW</ExtRef> (ISBN 90-6628-316-5). Het veiligheidsvest moet in zodanige staat verkeren, dat de waarneembaarheid voldoende is gewaarborgd. Veiligheidskleding is ook toegestaan, mits deze voldoet aan de standaard RAW bepalingen 2000. De beoordeling van de waarneembaarheid berust bij de provincie Utrecht.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_2__item_k" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_2__item_k">
		  <LiNummer>k.</LiNummer>
		  <Al>Het wegverkeer mag van de uitvoering van de werkzaamheden niet meer hinder ondervinden dan onvermijdelijk is. Zo nodig moeten in overleg met het bevoegd gezag extra maatregelen worden getroffen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>B. Afwerking ontgravingen</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_3" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_3">
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_3__item_a" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_3__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Voor de start van de ontgraving wordt het gras over de volle werkbreedte gemaaid.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_3__item_b" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_3__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>De aanvulling van de sleuven en ingravingen in wegbermen en taluds geschiedt met vrijkomende grond en wordt in drie lagen van gelijke dikte teruggebracht en afzonderlijk verdicht. Het aanvullen onder het grondwaterpeil geschiedt alleen met de uitkomende grond indien deze grond uit zuiver zand bestaat. De bovenlaag is humusarm en wordt, in overleg met het bevoegd gezag, zo spoedig mogelijk na de afwerking ingezaaid met graszaadmengsel B3.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_3__item_c" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_3__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Bij buiten de weg gelegen open verhardingen wordt de aanvulling op de overeenkomstige wijze met zand, of zo nodig met cement, gestabiliseerd. Direct onder deze verhardingen wordt ten minste 0,40 meter schoon zand aangebracht.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_3__item_d" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_3__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Indien verontreinigde materialen worden aangetroffen wordt het bevoegd gezag hierover direct ge&#239;nformeerd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_3__item_e" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_3__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Na be&#235;indiging van de werkzaamheden worden de taluds vanaf de slootbodem over de volle hoogte opnieuw opgezet. De constructie van de taluds wordt in overleg met het bevoegd gezag bepaald.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_3__item_f" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_3__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>Aan de oppervlakte komende constructiedelen van de leiding en markeringen ter aanduiding van de leiding komen op gelijke hoogte met het oppervlak van de verhardingen of de bermen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_3__item_g" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_3__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>De vooraf opgenomen bestrating moet in goede aansluiting aan het bestaande werk worden herlegd overeenkomstig de oorspronkelijke opbouw en samenstelling. De bij het opbreken van de verharding vrijgekomen materialen (stenen, tegels e.d.) mogen, indien onbeschadigd, opnieuw worden verwerkt. Beschadigde materialen moeten op kosten van de aanvrager worden vervangen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>C. Ontgravingen en beplanting</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_4" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_4">
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_4__item_a" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_4__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Beplanting wordt bij de uitvoering van de werkzaamheden zowel boven- als ondergronds niet beschadigd. Binnen een straal van 10 keer de stamdiameter, gemeten op 1 meter boven het maaiveld, rondom bomen worden geen graafwerkzaamheden verricht. Binnen de kroonprojectie van bomen worden graafwerkzaamheden handmatig uitgevoerd. Wortels dikker dan 25 millimeter in diameter worden in geen geval verwijderd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_4__item_b" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_4__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Ontgravingen binnen de wortelzone worden zo snel mogelijk aangevuld en verdicht. Ontgraven wortels worden beschermd tegen uitdrogen, vorst en beschadiging. Binnen de wortelzone van beplanting wordt geen werkterrein ingericht en wordt geen materiaal opgeslagen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_4__item_c" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_4__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Er wordt gewerkt volgens het <ExtRef ref="https://bestrijdingduizendknoop.nl/protocol/" soort="URL">landelijk protocol Omgaan met Aziatische duizendknopen</ExtRef> .</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>D. Ligging</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_5" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5">
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_a" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Een kabel of leiding wordt gelegd:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1">
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>1,5 meter buiten de verharding van de weg;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>als de kabel of leiding parallel aan een bermsloot wordt gelegd: op een afstand van ten minste 1,5 meter vanaf de insteek van de bermsloot;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1__item_3" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1__item_3">
		      <LiNummer>3.</LiNummer>
		      <Al>als de kabel of leiding parallel aan een talud wordt gelegd: op een afstand van ten minste 1,5 meter vanaf de teen van het talud; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1__item_4" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_a__list_1__item_4">
		      <LiNummer>4.</LiNummer>
		      <Al>als de kabel of leiding parallel aan een geleiderailconstructie wordt gelegd: op een afstand van ten minste 1,5 meter vanaf die constructie.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_b" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>De afstanden worden gemeten tot aan de dichtstbij gelegen zijde van de kabel of leiding.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_c" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Het vlak, gelegen onder een helling van 1:3 uit de onderkant van de verharding of de fundering, wordt niet doorsneden.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_d" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>In de berm van de weg is de gronddekking boven de kabels en leidingen ten minste 0,6 meter.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_e" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Als een kabel of leiding kruist met een bermsloot, is de gronddekking boven de kabel of leiding ten minste 1 meter.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_f" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>Waar kabels of leidingen boven een duiker komen te liggen of een persleiding kruisen en de voorgeschreven gronddekking niet kan worden verkregen, worden zij over bij maatwerkvoorschrift te bepalen lengte in mantelbuizen gelegd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_5__item_g" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_5__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>Wanneer het niet mogelijk is om buiten de wortelzone een kabel of leiding aan te leggen, wordt een mantelbuis onder de wortelzone aangelegd met een gestuurde boring.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>E. Kruisingen met gesloten verhardingen</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_6" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6">
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_6__item_a" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Bij een kruising van een kabel of leiding met een gesloten verharding wordt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_6__item_a__list_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_a__list_1">
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_6__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_a__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>een roest- en zuurbestendige mantelbuis gebruikt; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_6__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_a__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>een gestuurde boring toegepast.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_6__item_b" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>De kabel of leiding wordt zoveel mogelijk loodrecht op de as van de gesloten verharding aangelegd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_6__item_c" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Als de boring bij een kruising mislukt, wordt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_6__item_c__list_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_c__list_1">
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_6__item_c__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_c__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>de mantelbuis niet teruggetrokken;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_6__item_c__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_c__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>een nieuwe kruising gemaakt; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_8__content_1__list_6__item_c__list_1__item_3" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_c__list_1__item_3">
		      <LiNummer>3.</LiNummer>
		      <Al>de in het weglichaam achtergebleven mantelbuis geheel opgevuld met D&#228;mmer en aan beide zijden waterdicht afgestopt.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_6__item_d" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_6__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Indien vanwege constructieve aard geen mantelbuis kan worden toegepast, is op de constructie de <ExtRef ref="https://www.nen.nl/nen-3650-1-2020-nl-266927" soort="URL">NEN 3650</ExtRef> van toepassing. Aangetoond wordt dat de leiding onbeschadigd is aangebracht.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>F. Afstanden bij boren </strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_7" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_7">
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_7__item_a" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_7__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Bij een boring is de afstand tussen de bovenkant van de verharding en de bovenkant van de leiding of kabel ten minste 0,9 meter, gemeten op het laagste punt.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_7__item_b" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_7__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>De mantelbuis moet door boring of persing door het weglichaam worden gevoerd. Hierbij mogen geen ingravingen plaatsvinden binnen de in D. genoemde minimale horizontale afstand uit de kant van de verharding.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>G. Mantelbuizen </strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_8" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_8">
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_8__item_a" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_8__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Het intredepunt en het uittredepunt van een mantelbuis, van waaruit wordt geboord, liggen ten minste 1,5 meter buiten het weglichaam.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_8__item_b" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_8__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>De lengte van een mantelbuis bestrijkt ten minste een spreidingszone onder 45 graden vanuit de zijkant van de wegconstructie.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>H. Noodreparatie</strong></Al>
	      <Al>Een noodreparatie wordt zo spoedig mogelijk uitgevoerd, maar de verharding wordt pas opengebroken als het voor herstel benodigde materiaal op of nabij het werk is aangevoerd en na goedkeuring van het bevoegd gezag.</Al>
	      <Al><strong>I. Verzakkingen en beschadigingen</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_8__content_1__list_9" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_9">
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_9__item_a" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_9__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Gedurende twee jaar na de datum van uitvoering van de werkzaamheden worden optredende verzakkingen en beschadigingen in de verharding van de hoofdrijbaan en de eventueel daarlangs gelegen voet- en fietspaden, parallelwegen, uitwegen e.d. en wegbermen en taluds hersteld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_9__item_b" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_9__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Indien de hieruit voortkomende schade door of vanwege de provincie wordt hersteld moeten de gemaakte kosten aan de provincie worden vergoed.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_8__content_1__list_9__item_c" wId="pv26_1059__cmp_8__content_1__list_9__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>De herstelkosten van de overige schade aan de werken van de provincie, welke het gevolg is van de aanleg en de aanwezigheid van de kabels of leiding met toebehoren moeten eveneens aan de provincie worden vergoed.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_9" wId="pv26_1059__cmp_9" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>IX</Nummer>
	    <Opschrift>Vaarwegbeheer</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_9__content_1" wId="pv26_1059__cmp_9__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>Afkortingen:</strong></Al>
	      <Al>AGV: Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht<br/>B&amp;W: College van burgemeester en wethouders<br/>DB: Dagelijks bestuur<br/>GS: Gedeputeerde staten<br/>HDSR: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden<br/>RVP: Recreatieschap Vinkeveense Plassen</Al>
	      <Al><strong>Lijst A</strong></Al>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_9__content_1__table_1" eId="cmp_9__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="4">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6.8533*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29.8364*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="36.1201*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="27.1097*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Nr.</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Naam</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>1</strong><strong> t/m 4: bestuursorgaan van het overheidsorgaan belast met het vaarwegbeheer; 5 t/m 13: bestuursorgaan aan wie de uitvoering van het vaarwegbeheer is opgedragen</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Bevoegd gezag op grond van de Scheepvaartverkeerwet</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>1<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Eem, gelegen buiten de gemeente Amersfoort<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>GS<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>GS<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>2<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Oude Rijn-West<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>GS<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>GS<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>3<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Merwedekanaal, beneden de Lek<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>GS (beheer gemandateerd aan GS van Zuid-Holland)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>GS (bevoegdheid gemandateerd aan GS van Zuid-Holland)<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>4<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Amstel<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>GS (beheer is bij een gemeenschappelijke regeling overgedragen aan bestuur van Noord-Holland)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>GS van Noord-Holland<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>5<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Vecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>6<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Kromme Mijdrecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>7<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Oudhuizersluis<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>8<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Pondskoekersluis<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>9<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Demmerikse sluis<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>10<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Proostdijersluis<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>11<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Grecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van HDSR<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van HDSR<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>12<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gekanaliseerde Hollandsche IJssel<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van HDSR<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van HDSR<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>13<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Linge<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van Waterschap Rivierenland<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van Waterschap Rivierenland<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al><strong>Lijst B</strong></Al>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_9__content_1__table_2" eId="cmp_9__content_1__table_2">
		<tgroup align="left" cols="4">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6.9975*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29.2298*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="35.9876*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="27.7354*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Nr.</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Naam</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Bestuursorgaan van het overheidslichaam belast met het vaarwegbeheer </strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Bevoegd gezag op grond van de Scheepvaartverkeerswet</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>1<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Geer<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>2<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Bijleveld<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>3<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Groote Heicop<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>4<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Heinoomsvaart-binnen (met uitzondering van de Oudhuizersluis)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>5<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Kerkvaart-west (met uitzondering van de Pondskoekersluis)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van het RVP<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>6<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Ringvaart van Groot Mijdrecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AVG<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>7<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gemeenlandsvaart<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van het RVP<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>8<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Middenwetering (Vinkeveen)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van het RVP<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>9<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Geuzensloot-binnen (met uitzondering van de Demmerikse sluis)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van het RVP<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>10<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Heul (Vinkeveen)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van het RVP<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>11<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Geuzensloot-buiten<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>12<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Angstel<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>13<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Nieuwe Wetering-West<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>14<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Nieuwe Wetering-Oost<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>15<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Waver<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>16<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Oude Waver<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>17<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Winkel<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>18<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Sluisvaart (met uitzondering van de Proostdijersluis)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>19<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Holendrecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>20<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Vaargeul door het Abcoudermeer<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>21<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Gein<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van AGV<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>22<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Dubbele Wiericke<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van HDSR<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van HDSR<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>23<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Singel te Woerden (met uitzondering van het noordelijk gedeelte)<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Woerden<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Woerden<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>24<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Stadsbuitengracht/Singel<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Utrecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Utrecht<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>25<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Oude Gracht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Utrecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Utrecht<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>26<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Drecht-West bij de Mijndense brug<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van het Plassenschap Loosdrecht e.o.<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>DB van het Plassenschap Loosdrecht e.o.<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>27<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Eem, gelegen binnen de gemeente Amersfoort<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Amersfoort<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Amersfoort<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al><strong>Lijst C</strong></Al>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_9__content_1__table_3" eId="cmp_9__content_1__table_3">
		<tgroup align="left" cols="4">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6.2171*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30.3188*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="36.1491*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="27.2049*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Nr.</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Naam</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Bestuursorgaan van het overheidslichaam belast met het vaarwegbeheer </strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Bevoegd gezag op grond van de Scheepvaartverkeerswet</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>1<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Kerkvaart/Danne<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Stichtse Vecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Stichtse Vecht<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>2<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Regionale wateren gelegen in de gemeente Utrecht met uitzondering van de Stadsbuitengracht/Singel en de Oude Gracht (lijst B, nrs. 24 en 25), de Vecht (lijst A, nr. 5), de Kromme Rijn ten oosten van de Waterlinieweg en de Leidsche Rijn ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Utrecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Utrecht<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>3<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Insteekhaven<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Amersfoort<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>B&amp;W van Amersfoort<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_10" wId="pv26_1059__cmp_10" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>X</Nummer>
	    <Opschrift>Uitzondering vergunningplicht andere soorten</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_10__content_1" wId="pv26_1059__cmp_10__content_1">
	    <Inhoud>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_10__content_1__table_1" eId="cmp_10__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="2">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30.0254*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="69.7201*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Zoogdieren</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Aardmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Bosmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Bunzing<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Dwergmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Dwergspitsmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Egel<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Gewone bosspitsmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Haas<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Hermelijn<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Huisspitsmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Konijn<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Ondergrondse woelmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Ree<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Rosse woelmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Tweekleurige bosspitsmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Veldmuis<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Vos<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Wezel<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Woelrat<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Amfibie&#235;n</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Bruine kikker<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Gewone pad<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Kleine watersalamander<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Meerkikker<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Middelste groene kikker of Bastaardkikker<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_11" wId="pv26_1059__cmp_11" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>XI</Nummer>
	    <Opschrift>Wezenlijke kenmerken en waarden</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_11__content_1" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al>De wezenlijke kenmerken en waarden dienen te worden bepaald aan de hand van beschikbare informatie, zo nodig aangevuld met veldonderzoeken.<br/>De wezenlijke kenmerken en waarden kunnen worden beschreven aan de hand van een viertal aspecten, te weten:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_11__content_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>bestaande en potenti&#235;le waarden van het ecosysteem;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de robuustheid en aaneengeslotenheid van het natuurnetwerk Nederland (NNN);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>de aanwezigheid van bijzondere soorten;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1__list_1__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><u>Ad a) Bestaande en potenti&#235;le waarden van het ecosysteem</u></Al>
	      <Al>De nadruk in dit aspect ligt op het functioneren van het (eco)systeem:</Al>
	      <Al>1. Functioneren van het huidige beheertype, inclusief oude boskernen (= bestaande waarden)?<br/>2. Gewenst beheertype (= potenti&#235;le waarden en ambitie)?<br/>3. Welke omgevingsfactoren vragen de actuele en potenti&#235;le systemen?</Al>
	      <Al>Het ecosysteem kan alleen goed functioneren als de onderliggende omgevingsfactoren goed zijn. Deze factoren worden ook wel de abiotische of milieufactoren genoemd. Denk hierbij aan donkerte, stilte, bodemomstandigheden en - opbouw, grond- en oppervlaktewaterkwaliteit/kwantiteit of kwel. Deze factoren hangen samen met de potenties, maar ook met de actuele waarden. Het gaat om het functioneren van het gehele ecosysteem. De ecoloog moet de actuele en potenti&#235;le doelen onderbouwen en specificeren naar het niveau van het project. De informatie in onze provinciale kaarten en inventarisaties is hiervoor niet specifiek genoeg.</Al>
	      <Al>De natuurtypen kunnen worden afgeleid uit het meest recente natuurbeheerplan waarin natuurbeheertypen zijn weergegeven. De natuur(beheer)typen dienen echter in het veld te worden gecheckt (type en kwaliteit). Om een eerste indruk te verkrijgen van kwaliteit van de betreffende natuur(beheer)typen kan gebruik gemaakt worden van de "webviewer karteersoorten". Deze kaart geeft een beeld van de aantallen beschermde en bedreigde soorten en soorten gekoppeld aan de kwaliteit van het biotoop. De dichtheid aan soorten (aantal soorten per hok) geeft een indicatie voor de aanwezige natuurkwaliteit.</Al>
	      <Al>Voor het in beeld brengen van de potenties kan gebruik gemaakt worden van de ambitiekaarten (klik op de kaart om de ambities op een locatie te vinden). De ambities per natuurtype zijn te vinden in tabel 1 van het meest recente natuurbeheerplan. Het feit dat er geen ambitie op kaart is weergegeven betekent niet dat er geen potenties en ambities zijn. Beoordeeld dient te worden welke ambitie kan worden bereikt, uitgaande van het meest waardevolle natuurtype.</Al>
	      <Al><u>Ad b)      De robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN</u></Al>
	      <Al>Dit criterium is niet vastgelegd op kaarten en zal door een deskundige in beeld moeten worden gebracht. Robuustheid hangt af van omvang, kwaliteit en versnippering van een gebied en heeft overlap met de criteria "verbindingen" en "samenhang".</Al>
	      <Al>Het effect van een ruimtelijke ontwikkeling op dit aspect hangt af van de aard daarvan in relatie tot de specifieke locatie. Grote eenheden in de NNN moeten groot blijven. Maar het is ook belangrijk dat natuur die al versnipperd is, niet verder versnippert. Bij een ontwikkeling op een kwetsbare plek, zoals een corridor naar een ecoduct, is eerder sprake van aantasting.</Al>
	      <Al><u>Ad c)      De aanwezigheid van bijzondere soorten</u></Al>
	      <Al>Zowel de aandachtsoorten als de wettelijke beschermde soorten worden tot de wezenlijke kenmerken en waarden gerekend. In Utrecht is een lijst van ruim 500 soorten planten en dieren die binnen onze provincie voorkomen vastgesteld. De aandachtsoorten zijn habitatsoorten, rode lijst (categorie&#235;n verdwenen, ernstig bedreigd en bedreigd) en een aantal soorten die binnen de provincie Utrecht belangrijk zijn (bijvoorbeeld de ringslang). Het gaat hierbij om het leefgebied en de instandhouding van deze soorten.</Al>
	      <Al>De beschermde soorten zijn de soorten die in het kader van de Wet natuurbescherming beschermd zijn (passieve bescherming). Daarbij heeft het NNN specifiek voor de volgende, door de Wet benoemde waarden een, opgave. Het gaat hierbij om de hieronder benoemde onderdelen (deels overlappend met bovengenoemde categorie&#235;n):</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_11__content_1__list_2" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1__list_2">
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_2__item_a" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1__list_2__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle in Nederland natuurlijk in het wild levende vogelsoorten en in het bijzonder de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn die extra bescherming behoeven, en de niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten; </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_2__item_b" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1__list_2__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten dieren en planten, natuurlijke habitats en habitats van soorten, genoemd in de bijlagen bij de habitatrichtlijn; en</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_11__content_1__list_2__item_c" wId="pv26_1059__cmp_11__content_1__list_2__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten die voorkomen op de door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gepubliceerde rode lijsten.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><u>Ad d)      De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen</u></Al>
	      <Al>De provincie Utrecht kent geen formele verbindingszones meer. De verbindingsfunctie zal daarom moeten worden bepaald aan de hand van de lokale omstandigheden. Het aspect 'verbindingen' heeft allereerst te maken met regelmatige, soms dagelijkse, verplaatsingen via al dan niet vaste routes, bijvoorbeeld tussen voedsel- en rustgebieden. Maar ook met verbindingen tussen leefgebieden waardoor soorten kunnen migreren om hun leefgebied uit te breiden. Sommige verbindingen zijn nodig om het mogelijk te maken dat een passende soort in het ecosysteem voorkomt of om de genetische variatie te laten toenemen.</Al>
	      <Al>Doorgaande landschappelijke structuren zijn een specifieke vorm van verbindingen. Soorten gebruiken deze voor het foerageren. Denk aan vlinders en vleermuizen, die bosranden of singels volgen. Verbindingen zijn nodig in natuurgebieden, tussen natuurgebieden maar ook tussen natuurgebieden en hun omgeving.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_12" wId="pv26_1059__cmp_12" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>XII</Nummer>
	    <Opschrift>Berekenen oppervlaktecompensatie natuurtypen</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_12__content_1" wId="pv26_1059__cmp_12__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al>1. Met het oog op het voorkomen van nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke waarden en kenmerken van het natuurnetwerk, wordt de compensatieopgave bepaald aan de hand van de volgende uitgangspunten:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_12__content_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_12__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_12__content_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_12__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>de oppervlakte van de te realiseren compensatie is ten minste net zo groot als de oppervlakte natuur die verloren gaat; en</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_12__content_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_12__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>het aantal natuurpunten voor de compensatie die gerealiseerd gaat worden is groter dan of gelijk aan het aantal natuurpunten voor de te realiseren compensatie.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>2. Het aantal natuurpunten voor het aantal hectares dat wordt aantast, wordt berekend volgens de formule:</Al>
	      <Al><strong>Npopg = A1*(1,0+Tt1)*(1,0+Tn1) + A2*(1,0+Tt2)*(1,0+Tn2)+ A3*(1,0+Tt3) enz.</strong></Al>
	      <Al>waarbij wordt verstaan onder:</Al>
	      <Al>Npopg: natuurpunten compensatieopgave;<br/>A1: de oppervlakte met het beheertype 1;<br/>A2: de oppervlakte met het beheertype 2;<br/>A3: de oppervlakte met het beheertype 3;<br/>Tt1: de toeslag voor de hersteltijd van het beheertype 1 dat wordt aangetast, bepaald op basis van tabel 3 bij deze verordening;<br/>Tt2: de toeslag voor de hersteltijd van het beheertype 2 dat wordt aangetast, bepaald op basis van tabel 3 bij deze verordening;<br/>Tt3: de toeslag voor de hersteltijd van het beheertype 3 dat wordt aangetast, bepaald op basis van tabel 3 bij deze verordening;<br/>Tn1: de toeslag voor het beheertype 1, bepaald op basis van tabel 1 en 2 bij deze verordening;<br/>Tn2: de toeslag voor het beheertype 2, bepaald op basis van tabel 1 en 2 bij deze verordening; en<br/>Tn3: de toeslag voor het beheertype 3, bepaald op basis van tabel 1 en 2 bij deze verordening.</Al>
	      <Al>3. Het aantal natuurpunten voor de te realiseren compensatie wordt berekend volgens de formule:</Al>
	      <Al><strong>Npcomp = A11*(1,0+Tn11)+A12*(1,0+Tn12)+A13*(1,0+Tn13) enz.</strong></Al>
	      <Al>waarbij wordt verstaan onder:</Al>
	      <Al>Npcomp: natuurpunten te realiseren compensatie;<br/>A11: de te realiseren oppervlakte met het beheertype 11;<br/>A12: de te realiseren oppervlakte met het beheertype 12;<br/>A13: de te realiseren oppervlakte met het beheertype 13;</Al>
	      <Al>Tn1: de toeslag voor het te realiseren beheertype 11, bepaald op basis van tabel 1 en 2 bij deze verordening;<br/>Tn2: de toeslag voor het te realiseren beheertype 12, bepaald op basis van tabel 1 en 2 bij deze verordening; en<br/>Tn3: de toeslag voor het te realiseren beheertype 13, bepaald op basis van tabel 1 en 2 bij deze verordening.</Al>
	      <Al><strong>Tabel 1. Inleiding natuurbeheertypen in klassen naar (natuur)waarde die de provincie daaraan toekent in het kader van NNN-compensatie</strong></Al>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_12__content_1__table_1" eId="cmp_12__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="2">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al>K<strong>lasse 1<br/>hoogste waardering</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>N0.6.01 veenmoerasrietland en moerasheide;<br/>N06.04 vochtige heide;<br/>N06.05 zwakgebufferd ven;<br/>N10.01 nat schraalland en<br/>N11.01 droog schraalgrasland<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Klasse 2<br/>'midden'-waardering</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>N04.01 kranswierwater;<br/>N05.01 moeras;<br/>N06.06 zuur ven of hoogveenven;<br/>N07.01 droge heide;<br/>N.07.02 zandverstuiving;<br/>N10.02 vochtig hooiland;<br/>N12.02 kruiden- en faunarijke akker;<br/>N12.03 glanshaverhooiland en<br/>N13.01 vochtig weidevogel grasland<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Klasse 3<br/>laagste waardering</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Overige natuurbeheertypen<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al><strong>Tabel 2. Toeslag per ha per klasse van het natuurbeheertype dat verloren gaat (Tn)</strong></Al>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_12__content_1__table_2" eId="cmp_12__content_1__table_2">
		<tgroup align="left" cols="2">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Natuurbeheertypen</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Toeslag per hectare</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Klasse 1<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,6<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Klasse 2<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Klasse 3<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al><strong>Tabel 3. Toeslag per ha voor de hersteltijd, de tijd dat het natuurbeheertype dat verloren gaat, ter plaatste aanwezig is geweest (Tt)</strong></Al>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_12__content_1__table_3" eId="cmp_12__content_1__table_3">
		<tgroup align="left" cols="2">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry>
			<Al><strong>Hersteltijd in jaren</strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><strong>Toeslag per hectare</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>0 jaar<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>&lt; 10 jaar<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,1<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>10-25 jaar<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,3<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>25-50 jaar<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,5<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>50-100 jaar<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>0,75<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>100-200 jaar<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,0<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>&gt; 200 jaar<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,5<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_13" wId="pv26_1059__cmp_13" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>XIII</Nummer>
	    <Opschrift>Eiland van Schalkwijk</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_13__content_1" wId="pv26_1059__cmp_13__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>Koersdocument Eiland van Schalwijk</strong></Al>
	      <Al>Wie over het Eiland van Schalkwijk rijdt, vaart of wandelt, ervaart Nederland zoals het ooit bedoeld was. Het Eiland van Schalkwijk is een open en groen gebied ten zuiden van de kern Houten. Het wordt aangeduid als eiland omdat het vrijwel geheel wordt omsloten door water, het Amsterdam-Rijnkanaal, de Lek en het Lekkanaal. De overige grenzen worden gevormd door de gemeentegrens van Houten.</Al>
	      <Al>Het eiland kent een prachtig en gaaf cultuurlandschap. Het heeft unieke ruimtelijke kwaliteiten, die van betekenis zijn voor het eiland zelf, maar ook voor de omgeving. Zo heeft het eiland sterke landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en een sterke agrarische identiteit en grondgebruik. Het eiland kent fruitteelt en bosschages, maar bovenal kent het eiland uitgestrekte vlakten weidelandschap met een onaangetaste cope-verkavelingsstructuur uit de 17e eeuw. Dit areaal aan weidelandschap maakt het eiland zeer geschikt voor melkveehouderij. De landbouw is dan ook de belangrijkste economische drager en landschapsbeheerder.</Al>
	      <Al>Over het eiland loopt een gave lintstructuur met boerderijen, woonhuizen, kleinschalige bedrijvigheid en lokale voorzieningen. Deze mix van functies hoort bij de dorpscultuur en -identiteit in de beide kernen Schalkwijk en Tull en 't Waal. Net als de sterke sociale cohesie en het actieve verenigingsleven. Unieke kwaliteiten zijn het feit dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie in noord-zuid richting over het eiland loopt en tevens de ligging aan de Lek. Juist het feit dat het eiland omringd is door water met een gering aantal verbindingen met de omgeving heeft ertoe geleid dat de oorspronkelijke kwaliteiten anno 2010 vrijwel onaangetast zijn. Het is dit landschap dat middenin een dynamische stedelijke omgeving ligt: het Utrechtse stadsgewest en in de economische as Amsterdam - Eindhoven. In de op &#233;&#233;n na dichtst bevolkte provincie van Nederland, is het eiland van Schalkwijk, met ongeveer 10 inwoners per hectare, &#233;&#233;n van de dunst bevolkte gebieden.</Al>
	      <Al>In de structuurvisie Randstad 2040 maakt het eiland onderdeel uit van een zoeklocatie voor nieuwe groenblauwe toplocaties. Mede op basis van de Ontwikkelingsvisie NV Utrecht, is dit overgenomen in de Gebiedsagenda Utrecht 2009. De kansen voor het realiseren van een Randstedelijke groene long zijn hier groot. De daadwerkelijke invulling echter is nog ver weg. Het vormgeven van een groenblauw gebied met Randstedelijke betekenis in een gebied met hoge verstedelijkingsdruk is een formidabele opgave.</Al>
	      <Al>In de Intentieverklaring van de provincie Utrecht en de gemeente Houten hebben partijen afgesproken dat zij samenwerken om de kwaliteiten van het gebied duurzaam in stand te houden. De Houtense rapportages 'Plannenatlas Eiland van Schalkwijk' en 'Bouwstenen Kadernota Eiland van Schalkwijk' fungeren als startpunt voor de visievorming.</Al>
	      <Al>Dit Koersdocument geeft nader invulling aan deze ambitie. Het is een procesdocument gericht op de:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_13__content_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_13__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_13__content_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_13__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>afstemming t.a.v. strategie, inhoud en uitvoering;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_13__content_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_13__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>samenwerking tussen de provincie Utrecht en de gemeente Houten.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Belangrijk in de samenwerking tussen gemeente en provincie is dat gezocht wordt naar gemeenschappelijkheid in de aanpak van een duurzame ontwikkeling in de leefomgeving van het Eiland van Schalkwijk. Centraal staat de notie dat uiteindelijk een kader wordt ontwikkeld dat:</Al>
	      <Lijst type="ongemarkeerd" eId="cmp_13__content_1__list_2" wId="pv26_1059__cmp_13__content_1__list_2">
		<Li eId="cmp_13__content_1__list_2__item_1" wId="pv26_1059__cmp_13__content_1__list_2__item_1">
		  <Al>voorziet in een lange termijnvisie op het gebied; </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_13__content_1__list_2__item_2" wId="pv26_1059__cmp_13__content_1__list_2__item_2">
		  <Al>gericht is op samenwerking tussen publieke en private partijen; </Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_13__content_1__list_2__item_3" wId="pv26_1059__cmp_13__content_1__list_2__item_3">
		  <Al>een faciliterend ontwikkelingskader biedt voor initiatieven.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Het Eiland van Schalkwijk vraagt een langetermijnvisie</strong></Al>
	      <Al><strong>Pijler een</strong></Al>
	      <Al><strong>Alle inspanning op het Eiland is gericht op behoud en ontwikkeling van het landschap en het versterken van de economische basis daarvan. Net zo belangrijk is het vergroten van de leefbaarheid voor bewoners en het aantrekkelijker maken voor bezoekers. </strong><br/>Gemeente en provincie - elk vanuit eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden - werken samen aan een toekomst voor het Eiland van Schalkwijk waarin groen (met landbouw als belangrijkste kracht), blauw en leefbare kernen met elkaar zijn verweven op een manier die de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ten goede komt.</Al>
	      <Al><strong>Pijler twee</strong></Al>
	      <Al><strong>Alle ontwikkelingen dragen bij aan de duurzame toekomst van het Eiland. </strong><br/>Duurzaamheid is een veelomvattend begrip. Elk initiatief, elk project vraagt een eigen duiding en definitie. Rode draad is dat ontwikkelingen krachtiger en kansrijker zijn wanneer ze op de lange termijn waarde hebben voor en mens (people), milieu (planet) en markt (profit). Gemeente en provincie proberen samen een kader te ontwikkelen dat helpt op het Eiland van Schalkwijk concreter handen en voeten te geven aan dat containerbegrip.</Al>
	      <Al><strong>Pijler drie</strong></Al>
	      <Al><strong>Landbouw is en blijft de belangrijkste beheerder van het landschap op het Eiland.</strong></Al>
	      <Al>De landbouw op het Eiland van Schalkwijk is de enige economische functie die het landschap gebiedsdekkend kan 'dragen'. Het is immers een agrarisch landschap. Het is een politiek maatschappelijke keuze om het beheer bij de landbouw onder te brengen. Het is daarom een politiek maatschappelijke plicht om de randvoorwaarden hier op te laten aansluiten. Er moet een vitale landbouwsector ontstaan. Maar juist op het Eiland van Schalkwijk is de situatie, binnen het bredere perspectief van de toekomst van de landbouw in de provincie Utrecht, uitermate prangend. Heel veel grond is niet langer eigendom van agrarische ondernemers, maar in bezit van ontwikkelaars en beleggers. Dit blokkeert agrarische investeringen in het gebied. Verrommeling en verpaupering zijn nu nog niet manifest, maar liggen zeer zeker op de loer. Nu allerwegen blijkt - zie onder meer de Eindbalans van de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 - dat grootschalige woningbouw absoluut niet in beeld is, is er een kans de rol van de landbouw te versterken, als economische drager en hoofdbeheerder van het Eiland</Al>
	      <Al><strong>Pijler vier</strong></Al>
	      <Al><strong>Verbreding van de landbouw is de motor van de duurzame ontwikkeling van het Eiland.</strong></Al>
	      <Al>De ontwikkelingen in de landbouw nopen tot een herori&#235;ntatie. In een aantal agrarische bedrijfstakken neemt de economische vitaliteit af. Soms vanwege mondiale ontwikkelingen, soms door bijvoorbeeld concurrerende claims op de ruimte. Tegelijkertijd neemt de ruimtebehoefte, bijvoorbeeld in de melkveehouderij, toe. De sector heeft aangegeven kansen te zien voor een verbreding van de bedrijfsvoering. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit van de sector (belangrijk voor de rol als beheerder - zie pijler drie), maar ook belangrijk als aanjager voor een verdere ontwikkeling van het Eiland. Zowel recreatie, natuur als duurzame energie kunnen hierin een rol spelen. Het Eiland moet een proeftuin zijn voor innovatieve landbouw. De spin off hiervan op de gebiedsontwikkeling is richting bezoekers (cultuurhistorisch erfgoed), richting klimaat (duurzame energie) en ecologie en biodiversiteit (natuurtoevoegingen). Dit brengt een mooie mix voor mens, markt en milieu!</Al>
	      <Al><strong>Pijler vijf</strong></Al>
	      <Al><strong>De Nieuwe Hollandse Waterlinie is de hoofddrager van het toeristisch-recreatief profiel van het Eiland.</strong></Al>
	      <Al>Het rijke cultureel erfgoed - het gave landschap met daarin een van de meest gave delen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie - is een belangrijke troef van het Eiland van Schalkwijk. Deze kwaliteiten moeten beter beleefbaar en toegankelijk worden voor een breed publiek. Hiermee krijgt het Eiland een (boven)regionaal toeristisch-recreatief profiel. In een klein aantal gebieden wordt de toeristisch-recreatieve functie belangrijker dan de landbouw. Dit geldt met name voor de 'parels' uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals de forten en hun directe omgeving.</Al>
	      <Al><strong>Pijler zes</strong></Al>
	      <Al><strong>Woningbouw, onder strakke voorwaarden, is geen doel maar een middel om te bouwen aan de duurzame toekomst van het Eiland.</strong></Al>
	      <Al>Om de vitaliteit van de kleine kernen in stand te houden is ruimte nodig voor het toevoegen van een kleine hoeveelheid woningen. Deze zijn vooral bedoeld voor jongeren en ouderen. De inzet van de gemeente is om woningbouw op het Eiland zoveel mogelijk te beperken tot het voldoen aan de lokale vraag en behoefte. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht om ruimte te bieden voor kleinschalige woningbouw, in het kader van 'rood voor groen' (diverse mogelijkheden om stedelijke bebouwing toe te staan in ruil voor ontwikkeling van natuur), als kostendrager voor het realiseren van maatschappelijk gewenste ontwikkelingen op het Eiland. Daar zullen strakke voorwaarden aan worden verbonden, met name op het gebied van duurzaamheid en landschappelijke kwaliteit.</Al>
	      <Al><strong>Pijler zeven</strong></Al>
	      <Al><strong>Er vinden geen grootschalige verkeersingrepen plaats op het Eiland.</strong></Al>
	      <Al>Ontwikkelingen op het Eiland mogen niet leiden tot nieuwe grootschalige weginfrastructuur. De huidige ontsluitingsstructuur is leidend. Wel is het mogelijk dat wegen worden verbeterd en opgewaardeerd, bijvoorbeeld om economische ontwikkelingen mogelijk te maken (landbouw) of recreatieve punten beter te ontsluiten. Ook kleinschalige verbeteringen krijgen ruimte. Toeristisch-recreatief autoverkeer zal vooral worden 'afgevangen' bij 'groene poorten', zoals het recreatief transferium bij de A27. Het vervoer op het Eiland wordt zo duurzaam mogelijk: fiets, elektrische auto's en voetgangers krijgen meer ruimte.</Al>
	      <Al><strong>Samenwerking leidt tot uitvoering</strong></Al>
	      <Al><strong>Pijler acht</strong></Al>
	      <Al><strong>Werken aan een duurzame toekomst voor het Eiland betekent hechte samenwerking tussen publieke en private partijen.</strong></Al>
	      <Al>De ontwikkelingsopgaven op het Eiland van Schalkwijk zijn complex. Het streven is werken aan een duurzame toekomst, maar publieke partijen hebben weinig financi&#235;le middelen en geen grondposities. De ontwikkeling van het gebied is absoluut niet gebaat bij een blauwdruk van de toekomst, maar veel meer bij flexibiliteit, die op zijn beurt geen vrijbrief mag bieden. Alleen met voldoende lokaal ondernemerschap, een wervend toekomstperspectief en samenwerking tussen meerdere partijen is het mogelijk daadwerkelijk iets van de grond te krijgen. Het is zaak om, ook na de vaststelling van de structuurvisie Eiland van Schalkwijk door de gemeente, samenwerking te blijven stimuleren en publieke en private partijen uit te dagen met nieuwe initiatieven te komen die bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van het gebied.</Al>
	      <Al><strong>Het Eiland van Schalkwijk vraagt dat ontwikkeling wordt gefaciliteerd</strong></Al>
	      <Al><strong>Pijler negen</strong></Al>
	      <Al><strong>In de gemeentelijke structuurvisie voor het Eiland van Schalkwijk wordt gekoerst op het toepassen van een mix van sturingsregimes, van strak tot flexibel, waarmee een optimale combinatie wordt gezocht van ruimte voor ondernemerschap en het waarborgen van landschappelijke kwaliteiten.</strong></Al>
	      <Al>De gemeentelijke structuurvisie moet uitnodigen bij te dragen aan de realisatie van gewenste ontwikkelings&#173;richtingen. Het kan voorkomen dat er soms ruimte moet worden geboden aan initiatieven die niet direct passend lijken binnen de gewenste koers voor het betreffende deel van het Eiland. Een zekere marge en handelingsruimte is noodzakelijk om ondernemerschap mogelijk te maken. Daarom wordt de structuurvisie gelaagd opgebouwd, met een differentiatie in sturingsniveau en mate van flexibiliteit: gebieden waar (bijna) niets mag worden toegevoegd of gewijzigd, gebieden met beperkte flexibiliteit en gebieden met (onder voorwaarden) ruimte voor toevoeging van andere functies.</Al>
	      <Al><strong>Pijler tien</strong></Al>
	      <Al><strong>Publieke partijen wegen samen af en bepalen samen welke initiatieven ten goede komen aan de duurzame toekomst van het Eiland van Schalkwijk.</strong></Al>
	      <Al>Als een initiatief zich aandient dat bij kan dragen aan die duurzame toekomst wordt gezamenlijk bepaald of de vigerende kaders van de overheden daar voldoende ruimte voor bieden of dat ruimte moet worden gecre&#235;erd. Dit is alleen mogelijk als er in het voortraject via accountmanagement bij de verschillende overheden een ingang is voor het begeleiden van het initiatief. In het in te stellen bestuurlijk gebiedsoverleg tussen gemeente Houten en provincie Utrecht wordt in complexe of omvangrijke initiatieven een adviesgevende uitspraak gedaan aan het bevoegd gezag.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_14" wId="pv26_1059__cmp_14" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>XIV</Nummer>
	    <Opschrift>Mobiliteitstoets</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_14__content_1" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>Mobiliteitsscan</strong></Al>
	      <Al>Om na te gaan of de mobiliteitstoets noodzakelijk is, moet bij elk omgevingsplan in een vroeg stadium inzicht worden gegeven in het aantal verplaatsingen dat de ontwikkeling in de leefomgeving tot gevolg heeft voor de verschillende vervoerwijzen in relatie tot de omliggende verkeers- en vervoersnetwerken (wegennet, openbaar-vervoernetwerk, fiets- en looproutes). Als er sprake is van een (relatief) groot aantal verplaatsingen en/of het vermoeden bestaat dat er zich een knelpunt in de bereikbaarheid gaat voordoen op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerken, is een mobiliteitstoets noodzakelijk.</Al>
	      <Al>Daarbij moet zichtbaar worden gemaakt hoe de desbetreffende ontwikkeling in de leefomgeving zich verhoudt tot het geheel aan (te verwachten) ontwikkelingen in een gebied of gemeente en de omliggende gemeenten. Wanneer er sprake is van meerdere (te verwachten) ontwikkelingen in een gebied, gemeente of regio kan er sprake zijn van een stapeling van effecten op de diverse verkeers- en vervoersnetwerken waardoor specifieke knelpunten in de bereikbaarheid ontstaan of zich er juist kansen voordoen om netwerken te versterken. Dit kan tevens een aangrijpingspunt vormen voor eventuele kostenverevening (het verdelen van de kosten van infrastructuuraanpassingen over verschillende projecten).</Al>
	      <Al><strong>Mobiliteitstoets</strong></Al>
	      <Al>Als de mobiliteitstoets noodzakelijk blijkt, is het aan te bevelen om in ieder geval in te gaan op een aantal algemene aspecten zoals:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_14__content_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>of de ontwikkeling qua locatie en type mobiliteit passend is binnen het mobiliteitsbeleid van de provincie Utrecht zoals omschreven in de vigerende versie van het Mobiliteitsprogramma en de Omgevingsvisie;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>of het aantal (te verwachten) verplaatsingen van de diverse vervoerswijzen passend is op het ontsluitende en omliggende verkeers- en vervoersnetwerk of dat er knelpunten ontstaan;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>of er sprake is van andere ontwikkelingen in de leefomgeving die van invloed (kunnen) zijn op het functioneren van het verkeers- en vervoersnetwerk;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_1__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>met welke maatregel(en) wordt voorzien in een afdoende aansluiting van de locatie op het ontsluitende en omliggende verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerswijzen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_1__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>of er voldoende financi&#235;le middelen zijn gereserveerd om de maatregelen aan het verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerswijzen te bekostigen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_1__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>wanneer de maatregel(en) aan het verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerswijzen wordt/worden gerealiseerd in relatie tot de ontwikkeling in de leefomgeving zodat een tijdige ontsluiting en goed functionerend verkeersnetwerk voor alle modaliteiten kan worden gewaarborgd.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Ten aanzien van auto (personen en goederen) daarnaast specifiek op:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_14__content_1__list_2" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_2">
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_2__item_a" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_2__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>de capaciteit van het omliggend autowegennet in relatie tot de extra autoverplaatsingen;</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Ten aanzien van openbaar vervoer daarnaast ook specifiek op:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_14__content_1__list_3" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_3">
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_3__item_a" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_3__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>het kwaliteitsniveau (centrale ontsluiting, goede doorstroming, haltelocaties) van het huidige en toekomstige openbaar vervoer (en, indien van toepassing, in relatie tot het vestigingsmilieu);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_3__item_b" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_3__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de betaalbaarheid van de benodigde aanpassing van het kwaliteitsniveau;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_3__item_c" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_3__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>de bereikbaarheid en toegankelijkheid van haltevoorzieningen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Ten aanzien van lopen en fietsen daarnaast ook specifiek op:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_14__content_1__list_4" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_4">
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_4__item_a" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_4__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>de huidige en geplande fietsinfrastructuur (binnen en buiten het plangebied);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_4__item_b" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_4__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de ontsluiting van de ontwikkeling door loop- en fietsroutes.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Het resultaat van deze toets moet voldoende inzicht geven of de locatie goed en tijdig is ontsloten en welke maatregelen er op het omliggende verkeersnetwerk nodig zijn.<br/>Het inzicht in het aantal verplaatsingen dat de ontwikkeling in de leefomgeving tot gevolg heeft (mobiliteitsscan) alsmede de resultaten van de mobiliteitstoets worden samen met de overige zaken met betrekking tot verkeer en vervoer opgenomen in het omgevingsplan.</Al>
	      <Al>Relevante overige zaken met betrekking tot verkeer en vervoer (mobiliteitsaspecten) die in omgevingsplannen aan de orde komen zijn (voor zover relevant en niet al behandeld in de mobiliteitstoets zelf):</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_14__content_1__list_5" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_5">
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_5__item_a" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_5__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>verkeersveiligheid;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_5__item_b" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_5__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>kwaliteit leefomgeving (geluidsbelasting, mede in relatie tot stiltegebieden; luchtverontreiniging; compenserende maatregelen)</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_5__item_c" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_5__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>;parkeervoorzieningen voor auto en fiets;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_5__item_d" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_5__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>vervoermanagement, parkmanagement;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_5__item_e" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_5__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>goederenvervoer (multimodaal vervoer, overslagmogelijkheden);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_5__item_f" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_5__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>transport gevaarlijke stoffen (in relatie tot routenet gevaarlijke stoffen);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_14__content_1__list_5__item_g" wId="pv26_1059__cmp_14__content_1__list_5__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>andere randvoorwaarden vanuit deze verordening.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_15" wId="pv26_1059__cmp_15" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>XV</Nummer>
	    <Opschrift>Cultuurhistorie</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_15__content_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al>De Bijlage Cultuurhistorie benoemt de uitzonderlijke universele waarde van de UNESCO Werelderfgoederen Hollandse Waterlinies en Neder-Germaanse Limes, en beschrijft de te behouden en te versterken cultuurhistorische waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur, bestaande uit vijf hoofdgebieden met elk een eigen cultuurhistorisch thema. Binnen deze thematische hoofdgebieden zijn verschillende deelgebieden te onderscheiden. Per deelgebied ligt de focus op de kenmerkende cultuurhistorische <i>samenhang</i>. Voor een uitgebreidere beschrijving van alle aanwezige cultuurhistorische waarden verwijzen we naar de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht, ook wel bekend als de CHAT (online beschikbaar als digitale kaart).</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	  <Divisietekst eId="cmp_15__content_2" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2">
	    <Kop>
	      <Nummer>1.</Nummer>
	      <Opschrift>UNESCO Werelderfgoed</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>1.1 UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies</strong></Al>
	      <Al>De uitzonderlijke universele waarde van het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, bestaande uit de Stelling van Amsterdam (SvA) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), is gelegen in het uitgebreide en ingenieuze systeem van militaire verdediging door inundatie. De SvA betreft een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam (vaste afstand tot het stadscentrum), terwijl de NHW zich sterker voegt naar eigenschappen en elementen van het aanwezige landschap. De hoofdkenmerken van de Hollandse Waterlinies zijn het strategisch landschap, het watermanagement en de militaire werken.</Al>
	      <Al>De belangrijkste te onderscheiden componenten van de uitzonderlijke universele waarde van het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies zijn, voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_2__list_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1">
		<Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1">
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>inundatiegebieden;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>een zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten, betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_3" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_3">
		      <LiNummer>3.</LiNummer>
		      <Al>voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_4" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_4">
		      <LiNummer>4.</LiNummer>
		      <Al>waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_5" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_5">
		      <LiNummer>5.</LiNummer>
		      <Al>overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_6" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_6">
		      <LiNummer>6.</LiNummer>
		      <Al>de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_7" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_a__list_1__item_7">
		      <LiNummer>7.</LiNummer>
		      <Al>de historische vestingstructuur van de vestingsteden, waaronder Nieuwersluis, gelegen in de Provincie Utrecht;</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de grote openheid; en</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_2__list_1__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>het groene en overwegend rustige karakter.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>en voor de Stelling van Amsterdam:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_2__list_2" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2">
		<Li eId="cmp_15__content_2__list_2__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijk geheel, bestaande uit:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1">
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>sluizen en voor- en achterkanalen<strong>;</strong></Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_3" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_3">
		      <LiNummer>3.</LiNummer>
		      <Al>de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken<strong>;</strong></Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_4" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_4">
		      <LiNummer>4.</LiNummer>
		      <Al>inundatiegebieden;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_5" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_5">
		      <LiNummer>5.</LiNummer>
		      <Al>voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_6" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_a__list_1__item_6">
		      <LiNummer>6.</LiNummer>
		      <Al>de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten;</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_2__list_2__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de relatief grote openheid; en</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_2__list_2__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_2__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>de groene en relatief stille ring rond Amsterdam.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>1.2 UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes</strong></Al>
	      <Al>De uitzonderlijke universele waarde van het Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes is gelegen in de unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven voormalige (militaire) grens van het Romeinse Rijk, die de gehele militaire ontwikkelingsgeschiedenis van het Romeinse Rijk in de eerste vier eeuwen van onze jaartelling laat zien en getuigt van inventieve en innovatieve omgang met het dynamische rivierenlandschap in onze streken.</Al>
	      <Al>De belangrijkste te onderscheiden componenten van de uitzonderlijke universele waarde van het (Voorlopige Lijst) Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes zijn:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_2__list_3" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_3">
		<Li eId="cmp_15__content_2__list_3__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_3__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>de grensrivier, met scheepswrakken (in de voormalige bedding), waterwerken en archeologisch waardevolle geulopvullingen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_2__list_3__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_3__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de Limesweg, op de zuidelijke oevers van de Rijn;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_2__list_3__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_2__list_3__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>forten (castella) met bijbehorende kampdorpen (vici), grafvelden, wachttorens en waterwerken.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	  <Divisietekst eId="cmp_15__content_3" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3">
	    <Kop>
	      <Nummer>2.</Nummer>
	      <Opschrift>Cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS)</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>2.1 Historische buitenplaatszones</strong></Al>
	      <Al><i>De cultuurhistorische waarde van de Historische buitenplaatszone ligt met name in:</i></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_1">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al><i>de samenhang van parkstructuren, hoofdhuizen en bijgebouwen;</i></Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al><i>de zichtassen en zichtrelaties tussen buitenplaatsen en de omgeving;</i></Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_1__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al><i>de kenmerken van de buitenplaatszone in relatie tot het onderliggende landschap.</i></Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>De zichtassen en zichtrelaties, die als lange lijnen doorlopen vanuit de buitenplaatsen en landgoederen naar hun omgeving, hebben een directe relatie met de aanleg en structuur van de historische buitenplaatsen en landgoederen. Aantasting van een zichtas/zichtrelatie betekent een directe aantasting van de waarde van de buitenplaats/het landgoed. Daarom is het van belang dat de nog aanwezige zichtassen en zichtrelaties bij ontwikkelingen worden gerespecteerd en gehandhaafd. Zie voor een aanduiding op de kaart de Cultuurhistorische Atlas (CHAT).</i></Al>
	      <Al><i>Stichtse Lustwarande</i></Al>
	      <Al>De Stichtse Lustwarande is een brede buitenplaatszone op de zuidflank van de Heuvelrug, tussen Utrecht en Amerongen. De ruim honderd buitenplaatsen hebben zich voornamelijk in een drie zones in de gradi&#235;nt van laag naar hoog geformeerd:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_2" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_2">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_2__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_2__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Voornamelijk in de natte kleizone aangelegde zeventiende- en achttiende-eeuwse grote, formele buitenplaatsen, veelal als verbouwing/vernieuwing van middeleeuwse ridderhofsteden en bestaande uithoven. Voor de parkaanleg is gebruik gemaakt van oudere verkavelingen, waarbij lange zichtlijnen soms tot ver over de hogere stuwwal werden doorgetrokken.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_2__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_2__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Tussen de Arnhemse Bovenweg en de N237-N225 op de rand van het zand gelegen negentiende-eeuwse buitenplaatsen in landschappelijke stijl. Aan de zuidzijde van de N237-N225 lagen de overplaatsen. Op de hogere zandgronden werden de schaarse veedriften ten behoeve van nieuwe lanenstelsels rechtgetrokken en is de kale heide bebost met park- en jachtbossen, eind negentiende eeuw gevolgd door productiebossen.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_2__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_2__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Vroeg twintigste-eeuwse buitenplaatsen hoger op de Heuvelrug langs de N227.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>De Stichtse Lustwarande kent een afwisseling van open (weiden, overplaatsen) en gesloten (parken, bossen) delen. Kenmerkend zijn de ontworpen zichtrelaties (zichtlijnen of panorama&#x2019;s) vanaf de weg op de hoofdhuizen en vanuit de hoofdhuizen op het omliggende park, de overplaats en het landschap. Structurerende onderdelen van deze zichtrelaties zijn bosschages, uitzichtpunten en gewelfde gazons, evenals voor de landschapsparken kenmerkende slingerende lanen, waterpartijen en tuinelementen (bruggen, theekoepels, follies). Formele buitenplaatsen hebben hun toegang als centrale zichtlaan haaks op het huis. De buitenplaatsen zelf zijn meestal enigszins verhoogd gelegen, symmetrisch opgezette, blokvormige gebouwen, geori&#235;nteerd op de weg maar op enige afstand daarvan. De bijgebouwen zijn daaraan ondergeschikt, zowel qua maatvoering als qua ligging. De parkaanleg is meestal dwars op de zuidflank van de Heuvelrug geori&#235;nteerd, met een kenmerkende opeenvolging van park, parkbos en productiebos.</Al>
	      <Al><i>Langbroekerwetering</i></Al>
	      <Al>Tussen Odijk en Wijk bij Duurstede, langs Kromme Rijn en Langbroekerwetering, liggen een kleine twintig kastelen en ridderhofsteden. De oudste dateren uit de dertiende eeuw, maar de meesten hebben een vroeg-negentiende-eeuws neogotisch uiterlijk. Door de lage ruimtelijke dynamiek is de feodale karakteristiek van dit gebied goed bewaard gebleven. Kenmerkend zijn de kleine huisplaatsen binnen rechthoekige omgrachtingen, de verdekte toegangen, de poortgebouwen over de wetering en de duiventorens. Het gebied is cultuurhistorisch van uitzonderlijke kwaliteit vanwege het stroomruglandschap van de onbedijkte Kromme Rijn en het aanpalende coulisselandschap van de Langbroekerwetering, dat zich door de aanwezigheid van de landgoederen heeft ontwikkeld tot een afwisseling van open weilanden en gesloten blokbossen, doorsneden door boom- en houtwallanen. De kastelen en ridderhofsteden liggen als besloten eilandjes binnen de ritmiek van de regelmatige cope-verkaveling en vormen een contrast met de overwegend kleine boerderijen aan de wetering.</Al>
	      <Al><i>Vecht</i></Al>
	      <Al>De kern van de Vechtstreek is een smalle buitenplaatszone langs de rivier, tussen Oud-Zuilen en Vreeland. In de zeventiende en vooral in de achttiende eeuw hebben Amsterdamse kooplieden hier een buitenplaats als zomerverblijf gesticht, veelal in classicistische stijl. De theekoepel aan het water werd het beeldmerk van dit luxelandschap, het smeedijzeren toegangshek het visitekaartje. Door economische neergang zijn vele buitenplaatsen rond 1800 afgebroken en werden formele tuinen omgewerkt tot landschappelijke parken. Van de oorspronkelijk ruim honderd buitenplaatsen zijn er nu nog zo&#x2019;n veertig over. Ook de buitenplaatsen langs de Angstel en het Gein rekenen we tot deze zone. Hier is het agrarische karakter dominant gebleven, met hier en daar een tot buitenplaats uitgegroeide boerderij of kasteel, zoals bij Loenersloot. Karakteristiek voor deze buitenplaatszone is het halfopen landschap met een afwisseling van besloten buitenplaatsen, open weilanden met boerderijen, en historische kernen. Het open zicht tussen jaagpad en Vecht, en de doorzichten tussen en achter de buitenplaatsen naar het open weiland, verhogen de belevingswaarde. Van hoge cultuurhistorische waarde zijn de (resten van) formele en vroeg-landschappelijke tuinaanleg en de nog aanwezige landschapsstructuren van verdwenen buitenplaatsen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de ori&#235;ntatie van de buitenplaatsen op de rivier en op de dijkweg (met dwarsprofiel van de oude Napoleonweg, Route Imp&#233;riale), en de compacte tuinen en overplaatsen.</Al>
	      <Al><i>Amersfoortseweg (Wegh der Weegen)</i></Al>
	      <Al>De Amersfoortseweg (N237) is in 1653 aangelegd als zeer brede, kaarsrechte, met bomen beplante weg in formele landschapsstijl, tussen Amersfoort en Utrecht. Het elf kilometer lange traject tussen de Amersfoortse Galgenberg en de buitenplaats Vollenhoven kreeg een regelmatige vakkenverkaveling (24 vakken van ieder honderd roeden, i.e. 376m, breed) voor de aanleg van buitenplaatsen. Het is het grootste infrastructurele project uit de zeventiende eeuw in de provincie Utrecht. Essentieel voor de Amersfoortseweg is het symmetrisch-monumentale karakter. De cultuurhistorische kwaliteit ligt vooral in de nog geheel aanwezige verkavelingsritmiek met haakse dwarsassen (sorties), die rond Huis ter Heide en Soesterberg in de loop der tijd aan weerszijden van de weg naar achteren zijn verlengd. Door verbredingen en omleggingen is het monumentale karakter van de weg op diverse plaatsen aangetast, maar tussen Soesterberg en de Stichtse Rotonde is de oorspronkelijke structuur nog zichtbaar. Het heldere zeventiende-eeuwse concept van buitenplaatsen centraal op de uitgezette vakken is slechts zeer ten dele gerealiseerd, maar vormt een inspiratiebron voor toekomstige ontwikkelingen. Kenmerkend voor de bestaande buitenplaatsen zijn het vrije zicht dwars over de weg en de lanen- en wallenstructuur.</Al>
	      <Al>Meer informatie ten aanzien van de kenmerken van de weg (Wegh der Weegen/Amersfoortseweg) is te vinden bij het thema Historische Infrastructuur en in de Cultuurhistorische Atlas (CHAT).</Al>
	      <Al><i>Laagte van Pijnenburg</i></Al>
	      <Al>In het noordelijke deel van de Heuvelrug ligt de Laagte van Pijnenburg, een buitenplaatsenzone langs een oude turfvaart (Praamgracht/Pijnenburgergrift) en de Amsterdamsestraatweg en Hilversumsestraatweg. Vanaf midden zeventiende eeuw hebben Amsterdammers hier hun buitenplaats gesticht. Lage Vuursche ontstond omstreeks 1640 als kleine nederzetting rond Drakenstein. Met de komst van de Oranjes (Paleis Soestdijk) kreeg het gebied vorstelijke allure. De buitenplaatsen liggen grotendeels op de strookverkavelingen van de oudere hoogveenontginningen, waarvan de richting is bepaald door de stuwwallen. Rechte lanenstelsels met houtwallen, oorspronkelijk geori&#235;nteerd op omliggende kerktorens, doorsnijden de bossen. Kenmerkend voor de Laagte van Pijnenburg zijn de veel voorkomende combinatie van classicistische en landschappelijke aanleg, de compacte en duidelijk van omliggende bossen begrensde parkaanleg, en het zicht op het hoofdhuis vanaf de ontsluitingsas.</Al>
	      <Al><i>Valleilandgoederen</i></Al>
	      <Al>Aan de westrand van de Gelderse Vallei ligt een buitenplaatszone die grotendeels gebaseerd is op dertiende-eeuwse strookvormige verkavelingen. Aan de middeleeuwse ontginningsas Ekris ligt het kasteelterrein van Groenewoude. Geerestein is een ridderhofstad die eind achttiende eeuw tot buitenplaats is uitgegroeid. Bijzonder is het &#233;&#233;n kilometer lange zichtkanaal in de as van het huis. Op de overgang naar de Heuvelrug vinden we het in oorsprong vroeg achttiende-eeuwse landgoed Den Treek met landschapspark uit omstreeks 1820. Den Treek vormde het centrum van de oostelijke bebossing van de Heuvelrug, die eind negentiende eeuw goed op gang kwam en onder meer resulteerde in het Sterrenbosch. Een vierde landgoed, De Boom, werd met een landschappelijke aanleg in 1879 gesticht langs de Heiligerbergerbeek, die tot aan Amersfoort fungeerde als ontginningsas voor meerdere buitenplaatsen.<br/>Karakteristiek voor de Valleilandgoederen is het coulisselandschap op basis van verschillende verkavelingsrichtingen (met herkenbare ontginningsassen), verrijkt met gesloten parkbossen met historische paden- en houtwallenstructuur. Het gebied kent een aantal lange zichtlijnen. Door samenspel van parken en kleinschalige agrarische bedrijven is het een typisch landgoederenlandschap.</Al>
	      <Al><i>Amelisweerd</i></Al>
	      <Al>Aan de zuidelijke stadsrand van Utrecht ligt langs de Kromme Rijn de buitenplaatszone Amelisweerd. Rhijnauwen, Oud en Nieuw Amelisweerd zijn in oorsprong middeleeuwse kastelen die zich in de achttiende eeuw tot buitenplaatsen ontwikkelden. Met behoud van de oude verkavelingslijnen is hier een staalkaart aan tuinstijlen ontstaan die nog steeds zichtbaar is. Uniek is het rivierbos met de hoogste bomen van Nederland. De cultuurhistorische kwaliteit van het gebied wordt verhoogd door de resten van het Romeinse castellum Fectio en de twee grootste forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Rhijnauwen en Vechten). Amelisweerd heeft met ruim &#233;&#233;n miljoen bezoekers per jaar een grote recreatieve betekenis en is te beschouwen als een cultuurhistorisch park. Het gebied wordt gekarakteriseerd door aaneengeschakelde parkbossen langs de Kromme Rijn met half open uitzicht op de Koningslaan aan de zuidzijde, en door weiden met lanen en houtwallen aan de noordzijde.</Al>
	      <Al><i>Kasteel de Haar</i></Al>
	      <Al>Kasteel De Haar vormt het centrum van een grootse, eind negentiende-eeuwse parkaanleg in diverse deeltuinen, met zichtlijnen die tot ver buiten het park reiken. Kasteel, park, boerderijen en bijgebouwen vormen met het naastgelegen brinkdorp Haarzuilens een ensemble, dat volgens de reconstructivistische visie van architect P.J. Cuypers naar middeleeuws ideaalbeeld is geconcipieerd. De zuidelijke begrenzing van het gebied is gelegd op de Heycop-Vleutense wetering, de voormalige loop van de Oude Rijn, waaraan de vijftiende-eeuwse Hamtoren ligt. De groenbuffer rond De Haar en Haarzuilens is cultuurhistorisch van groot belang omdat deze de kenmerkende historische structuurlijnen en het contrast tussen park en noordwestelijk agrarisch gebied zichtbaar houdt.</Al>
	      <Al><i>Landgoed Linschoten</i></Al>
	      <Al>Tussen Woerden en Montfoort ligt het Landgoed Linschoten, een in het open poldergebied van het Groene Hart gelegen groene enclave die sinds de middeleeuwen als eenheid wordt beheerd. Dit eeuwenlange centrale beheer heeft geresulteerd in een uniek ruim 300 hectare groot ensemble van huis en parkbos aan het riviertje de Lange Linschoten, met bijbehorende boerderijen (15), grienden en landerijen, voornamelijk ter weerszijden van de Haardijk. Met de bouw van het huis in 1637 startte de buitenplaatsontwikkeling. Tuinarchitect J.D. Zocher jr. transformeerde in 1834 de oude formele aanleg met de vijvers en het grand canal in het huidige landschapspark met een grote slingerende waterpartij en met zichtlijnen vanuit het huis naar buiten.</Al>
	      <Al><i>Maarsbergse Flank</i></Al>
	      <Al>Op de oostelijke flank van de Utrechtse Heuvelrug, rondom de plaatsen Maarn en Maarsbergen, ligt een tiental buitenplaatsen. Deze buitenplaatsen hebben een gezamenlijke ori&#235;ntatie op de Gelderse Vallei. Dominant in historie en presentatie is kasteel Maarsbergen, ontstaan uit een twaalfde-eeuwse proostdij en in de tweede helft van de zeventiende eeuw ontwikkeld tot een buitenplaats met grootse formele aanleg in de vorm van een centrale as, lanenstelsels, grachten en een sterrenbos op de zogeheten Focoldusheuvel. Vanafd de negentiende eeuw, toen het open heidegebied bebost werd, zijn hier enkele buitenplaatsen bijgekomen (Berghuisje, Plattenberg), een ontwikkeling die na de ontsluiting van het gebied (station Maarn) versneld is voortgezet met de aanleg van jongere buitenplaatsen langs de Amersfoortseweg als De Viersprong (1894), Zonnekanje (1925), De Hoogt (1908), &#x2019;t Stort (1903), Stameren (1905), Huis te Maarn (1906-1915) en Zonheuvel (1836/1902). Voorts op grotere afstand van de weg het landhuis Landeck (1922) en Anderstein (1913) aansluitend aan het terrein van Maarsbergen. Deze zone kenmerkt zich door voornamelijk in de bossen opgenomen buitenplaatsen met een sterk gevarieerde parkaanleg van formeel-classicistische, landschappelijk tot modern-architectonische tuinstijl, waarbij gebruik is gemaakt van het bestaande agrarische houtwallenlandschap. Opvallend is de geringe rol van water in de aanleg. Kenmerkend is de inpassing van recreatievoorzieningen als zwembaden en tennisbanen.</Al>
	      <Al><i>Prattenburg-Remmerstein</i></Al>
	      <Al>Deze buitenplaatszone wordt gedomineerd door twee grote buitenplaatsen op de zuidelijke oostflank van de Utrechtse Heuvelrug: Prattenburg en Remmerstein. Beide buitenplaatsen kennen een lange ontwikkelings&#173;geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. Hun voorlopers, versterkte hofsteden, lagen aan de voet van de flank, langs de oude route van de Cuneraweg. Prattenburg is begin zeventiende eeuw omgevormd tot buitenplaats en is sinds 1694 in bezit van de familie Van Asch van Wijck. Rond 1887 werd een nieuw huis gebouwd in kasteelachtige allure, diverse bijgebouwen toegevoegd en een landschappelijk park aangelegd. Remmerstein werd eind zeventiende eeuw eveneens omgevormd tot buitenplaats en kreeg in de tweede helft van de achttiende eeuw een uitgebreid lanenstelsel met sterrenbos rond de zogeheten Paasheuvel. De lanen zijn onder meer uitgezet op de kerktorens van Wageningen en Rhenen. In 1912 kreeg Remmerstein een nieuw huis wat hoger op de flank met een bijzondere tuin in architectonische stijl, overgaand in een open weiland met uitzicht over de Gelderse Vallei. Kenmerkend voor deze zone is het landgoederenlandschap waarbij bosbouw dominant was. Dat uit zich in een typerende combinatie van lange laanstructuren door de uitgestrekte bossen met parkaanleg die rond de huizen is geconcentreerd.</Al>
	      <Al><strong>2.2 Militair erfgoed</strong></Al>
	      <Al><i>Nieuwe Hollandse Waterlinie</i></Al>
	      <Al>De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een 85 kilometer lange verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. De aanleg startte in het begin van de negentiende eeuw, met als doel het economisch hart van Nederland te beschermen tegen aanvallen uit het oosten. De Nieuwe Hollandse Waterlinie bestaat uit een hoofdweerstandslijn (achterste begrenzing), verdedigingswerken, sluizen/kanalen/keerkaden en een open inundatiegebied (het gebied dat onder water kon worden gezet). De inundatiegebieden vormden het hoofdbestanddeel van de verdediging. Op plaatsen waar inundatie niet mogelijk was, of op plaatsen waar wegen de linie doorkruisten, bouwde men forten. Omstreeks 1870 kreeg de oostzijde van de stad Utrecht een tweede ring van grote forten. Tijdens de mobilisaties van 1914-1918 en van 1939-1940 werd de linie versterkt met tussenstellingen bestaande uit series kazematten en groepsschuilplaatsen. In 1951 werd de linie opgeheven. De voormalige schootsvelden rondom de forten zijn vaak nog onbebouwd en hebben weinig opgaande begroeiing (de &#x2018;verboden kringen&#x2019; rond de forten kenden tot 1963 strenge bouwbeperkingen). De openheid van de voormalige inundatiegebieden versterkt de beleving van de linie. De Kromme Rijn zorgde voor de belangrijkste toevoer van water (&#x2018;de kraan van de NHW&#x2019;) benodigd voor de inundatie van de gebieden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Van belang is het behoud van het karakter en het huidige verloop van de rivier en van de sporen in het landschap van het historische verloop van de rivier.</Al>
	      <Al>Van de <strong><i>Nieuwe Hollandse Waterlinie </i></strong>willen wij de volgende kernkwaliteiten behouden:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_3" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_3">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_3__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_3__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_3__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_3__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>groen en overwegend rustig karakter;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_3__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_3__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>openheid</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten is opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/landschap" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, gebiedskatern Waterlinies</ExtRef>.</Al>
	      <Al><i>Oude Hollandsche Waterlinie</i></Al>
	      <Al>De Oude Hollandse Waterlinie ligt tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Het Utrechtse deel ligt ten oosten van de riviertjes &#x2019;t Gein, de Amstel, de Kromme Mijdrecht en de Meije en beslaat het westelijk deel van de Lopikerwaard. Deze verdedigingslinie ligt geheel in het veengebied. Door de ruime aanwezigheid van water is hier volstaan met een gering aantal verdedigingswerken. De keten van inundatiegebieden vergde vele tientallen kilometers aan kades en watergangen. De Oude Hollandse Waterlinie leunde sterk op vestingsteden: Gorinchem, Nieuwpoort, Schoonhoven, Oudewater, Woerden, Nieuwersluis, Weesp, Naarden en Muiden. De liniesteden waren stervormige bolwerken met grachten en bastions. Daartussen lagen op strategische plekken veldschansen, aarden werken, voorzien van bastions en een gracht, maar zonder bebouwing. Het waren primitieve forten, bedoeld voor tijdelijke bezetting in tijden van oorlog. De contouren van deze forten en veldschansen zijn nog steeds terug te vinden in het landschap.<br/>In 1672 werd de Oude Hollandse Waterlinie voor het eerst getest: een sterk Frans leger slaagde er niet in om er doorheen te komen. Omdat het middendeel van de linie zwakke plekken kende, verschoof hij aan het eind van de achttiende eeuw richting Utrecht. In 1795 bleek de linie niet bestand tegen strenge vorst die zelfs de grote rivieren deed bevriezen. Na de Franse tijd werd de landverdediging opnieuw georganiseerd en werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie ten oosten van de stad Utrecht aangelegd.</Al>
	      <Al>Voor het deelgebied van de Oude Hollandse Waterlinie ligt de cultuurhistorische waarde met name in het behoud van de aangewezen, nog in het landschap zichtbare forten en linies, exclusief de bijbehorende vestingsteden en inundatiezones.</Al>
	      <Al><i>Grebbelinie</i></Al>
	      <Al>De Grebbelinie is een zestig kilometer lange waterlinie, gelegen in de Gelderse Vallei tussen de voormalige Zuiderzee en de Nederrijn. De linie is vanaf het midden van de achttiende eeuw aangelegd om de vijand uit het oosten te weren. De Grebbelinie is een samenhangend verdedigingsstelsel van liniedijk, keerkaden, aarden verdedigingswerken, sluizen, waterlopen, inundatie- en schootsvelden. In 1939/1940 is de linie versterkt met loopgraven, tankgrachten en kazematten om een Duitse aanval uit het oosten tegen te houden. De hoofdweerstandslijn, gevormd door het Valleikanaal met liniedijk en de Eem boven Amersfoort, werd toen uitgebreid met een voorpostenlijn en een stoplijn als achterste begrenzing. In 1944/1945 is door de Duitse bezetter de &#x2018;Pantherstellung&#x2019; deels op de Grebbelinie aangelegd. De verdediging in de breedte is uniek aan deze linie. De forten markeren de plaats van de linie in het landschap, zij liggen op strategische plekken, gebouwd ter verdediging van een acces, zoals (spoor)wegen en stroomruggen. De openheid van de voormalige inundatiegebieden versterkt de beleving van de linie. De Grebbelinie is nog grotendeels ongeschonden aanwezig en manifesteert zich als een groen lint door het landschap.</Al>
	      <Al>Van de Grebbelinie willen we de volgende kernkwaliteiten behouden:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_4" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_4">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_4__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_4__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_4__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_4__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>groen en overwegend rustig karakter;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_4__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_4__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>openheid.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten hebben we opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/landschap" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, gebiedskatern Waterlinies</ExtRef>.</Al>
	      <Al><i>Soesterberg en omgeving</i></Al>
	      <Al>Centraal op de Utrechtse Heuvelrug ligt een uitgebreid militair oefengebied. Een eerste tijdelijk kamp werd in 1804 door de Franse generaal Marmont aangelegd. De drie kilometer lange contour is nog zichtbaar. De Pyramide van Austerlitz staat thans symbool voor de Franse Tijd in Nederland. Nabij de Amersfoortseweg verrees in 1815 het Kamp van Zeist. Het vormde de basis voor de ontwikkeling van een groot oefenterrein op de Leusderheide, dat vanaf 1870 een gesloten militair gebied werd en na WOII in gebruik kwam voor tanks. Na bouw van de Bernardkazerne werd ook de Vlasakkers als oefenterrein voor tanks ingericht. Een derde ontwikkeling volgde vanaf 1913 toen bij Soesterberg een vliegkamp werd ingericht. Het werd de bakermat van onze luchtmacht. In 1941 werd het vliegkamp door de Duitsers tot een echt vliegveld met landingsbanen omgevormd. In de jaren 1950 groeide Soesterberg uit tot een NAVO-basis. Met de sluiting in 2008 kwam er een definitief einde aan deze militaire vliegbasis. Tegen Amersfoort, op de grens met de gemeente Leusden, ligt ook Kamp Amersfoort, een Nationaal Monument en &#233;&#233;n van de drie bekendste Nederlandse herinneringscentra aan WOII.<br/>Camouflage, afgeslotenheid, forse infrastructuur en opeenvolgende kampementen zijn de sleutelbegrippen van dit uitgestrekte militaire oefengebied. Er is een web van brede banen en wegen ontstaan met verspreid gelegen kazernes, bunkers en observatieposten.</Al>
	      <Al>Voor het deelgebied van de (voormalige) Vliegbasis Soesterberg ligt de cultuurhistorische waarde met name in het behoud van de historische structuren en de nog aanwezige objecten van land- en luchtmacht en de elementen uit de Koude Oorlog.</Al>
	      <Al><strong>2.3 Agrarisch cultuurlandschap</strong></Al>
	      <Al>De cultuurhistorische waarde van het Agrarisch cultuurlandschap ligt met name in:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_5" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_5">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_5__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_5__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>de aanwezige ontginningsstructuur en -richting;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_5__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_5__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de structuur, maatvoering, kenmerken en karakter van de boerderijlinten;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_5__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_5__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>het waterbeheersingssysteem;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_5__item_d" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_5__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>de openheid van het landschap.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Lopikerwaard</i></Al>
	      <Al>De Lopikerwaard vormt samen met de Krimpenerwaard (Zuid-Holland) een van de grootste aaneengesloten veenweidegebieden van Nederland. Lage ruimtelijke dynamiek binnen de door rivieren omsloten waard heeft gezorgd voor het nagenoeg volledig intact blijven van het twaalfde-eeuwse cope-ontginningssysteem, dat wordt gekenmerkt door enkele zeer lange, oost-west gerichte ontginningslinten. Kenmerkend zijn de vaste dieptematen, het patroon van scheisloten en de boerderijlinten met ori&#235;ntatie op de ontginningsbasis. Het contrast tussen de dicht bebouwde, doorgaans dubbelzijdige linten en het open tussenliggende polderland is karakteristiek voor de Lopikerwaard. Een fijnmazig sloot- en boezemsysteem typeert het westelijk deel. De randen van de waard hebben kenmerkende open (Lekdijk) en meer gesloten (IJsseldijk) boerderijlinten langs de dijk.</Al>
	      <Al><i>Kockengen-Kamerik-Zegveld</i></Al>
	      <Al>Het gebied Kockengen-Kamerik-Zegveld is een typisch twaalfde-eeuws cope-ontginningslandschap dat nog behoorlijk intact is. Het is een schoolvoorbeeld van onder centrale regie uitgevoerde, zeer regelmatige cope-ontginning en vormt (met het in Zuid-Holland doorlopende deel) het grootste aaneengesloten complex daarvan in Nederland. Het betreft een binnen Europa unieke veenontginning, met vaste dieptematen, een regelmatig patroon van (veelal verbrede) sloten en een ritme van (dwars)kaden en boerderijlinten met ori&#235;ntatie op de ontginningsbasis. Zowel enkelzijdige als dubbelzijdige linten komen voor, met een veelal half open karakter. Er worden drie deelgebieden onderscheiden: het schaakbordpatroon van zeer regelmatige ontginningsblokken rond Kockengen (cope), de waaiervormige verkaveling van Zegveld (opstrek) en het gebied rond Kamerik met ten opzichte van de ontginningsbasis verschoven boerderijlinten.</Al>
	      <Al><i>Westbroek</i></Al>
	      <Al>De middeleeuwse veenontginning ten westen van de Vecht rond Tienhoven-Westbroek-Maartensdijk is een open poldergebied met een karakteristieke, opstrekkende strookverkaveling bestaande uit percelen van zeven tot twaalf kilometer lengte. Het wordt doorsneden door enkele verspringende boerderijlinten. Het verspringen is een gevolg van de verschillende ontginningsstadia van het gebied en heeft geleid tot kenmerkende zogenaamde bajonetaansluitingen bij de dwarswegen. Kenmerkend voor het gebied zijn voorts de vele turfvaarten. De verkeersbundel Utrecht-Hilversum markeert het contrast tussen de lange open gezichten van Westbroek en het meer verstedelijkte gebied Groenekan en Maartensdijk. De Gageldijk markeert de huidige stadsrand van Utrecht, van waaraf het open weidelandschap met verre open gezichten tot aan &#x2019;t Gooi zich uitstrekt.</Al>
	      <Al><i>Linschoten</i></Al>
	      <Al>Binnen de driehoek Woerden-Oudewater-Montfoort liggen de Linschoter ontginningen. Tezamen met de boerderijlinten langs de Lange Linschoten, het landgoed Linschoten en de Linie van Linschoten is dit gebied cultuurhistorisch zeer waardevol. De oudste, deels nog onregelmatige ontginningen liggen op de brede stroomrug, waar het engdorp Linschoten zich heeft ontwikkeld. In de middeleeuwen zijn vanaf de stroomrug, de Lange Linschoten en de noordelijke IJsseldijk de achterliggende gebieden in verkavelingsblokken strookvormig ontgonnen. Langs de ontginningsassen concentreerde zich de bebouwing in een enkel of dubbel lint. De Montfoortsche Vaart was onderdeel van de vaarroute tussen Montfoort en Amsterdam en dateert uit 1617. De Linie van Linschoten (onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie, aangelegd in 1796) bestaat uit een deels afgegraven aarden schans die als groene structuur nog goed zichtbaar is in het open land.</Al>
	      <Al><i>Ronde Venen</i></Al>
	      <Al>Het radiale patroon van de middeleeuwse strokenverkaveling van de Ronde Venen, het turfwinningslandschap van de Vinkeveense Plassen en de orthogonale structuur van de droogmakerijen, vormen samen een staalkaart van kenmerkend agrarisch grondgebruik door de eeuwen heen. Vanaf de veenriviertjes Kromme Mijdrecht, Drecht, Waver en Winkel is in de middeleeuwen het grote veenkussen radiaal ontgonnen naar een centraal gelegen hoger punt. De zuid- en oostzijde werd benaderd vanuit de daartoe gegraven Ennipwetering, Geer- en Veenkade en de oostzijde vanuit de Oukoperdijk en de Groenlandsekade. Met zuwes werd het gebied in taartpunten verdeeld en in opstrekkende stroken ontgonnen. Halverwege vestigden zich de ringvormige boerderijlinten van Vinkeveen, Wilnis, Mijdrecht en Waverveen. Van deze ontginningen resteert langs de veenriviertjes nog slechts een smalle zone, terwijl ze in het zuidenoosten nog goed bewaard zijn gebleven. Door intensieve turfwinning in de zeventiende en achttiende eeuw zijn in het noordoosten de Vinkeveense Plassen ontstaan, met een karakteristiek patroon van legakkers en petgaten. In de negentiende eeuw zijn de overige plassen in een viertal droogmakerijen verkaveld binnen zware ringdijken.</Al>
	      <Al><i>Soester Eng</i></Al>
	      <Al>De Soester Eng vormt binnen het stedelijk gebied van Soest een ongeveer duizend jaar oud open akkerbouwlandschap, dat ontgonnen is op een door landijs afgevlakt deel van de stuwwal. Op de noord- en noordoost flank van het akkerland, de zogenaamde eng, ontstond een langgerekte boerennederzetting met de lagere weide- en maatgronden (hooiland) aan de andere kant, langs de Eem. Dit dorp, Soest, wordt voor het eerst genoemd in 1028. Door eeuwenlange bemesting volgens het potstalsysteem kreeg de Soester Eng een 60 tot 80 centimeter dik humus ophogingsdek. Door 20ste-eeuwse verstedelijking is driekwart van de Soester Eng bebouwd geraakt. Het resterende zuidelijke deel van de eng wordt aan de westzijde begrensd door de erfgrenzen achter de Molenstraat en aan de zuidzijde door die achter de Nieuweweg en de Parklaan. De noord- en oostzijde wordt grotendeels begrensd door de spoorlijn. Begraafplaats en de bebouwing aan de Veldweg maken geen deel uit van het gebied. De grootste waarde ligt in de herkenbaarheid van de Soester Eng als open, nauwelijks beplant en zichtbaar geperceleerd historisch akkerbouwcomplex met enkele historische wegen en restanten van verbindingen naar zowel de boerderijen aan de Lange Brink als naar de voormalige heidevelden en veengebieden. Markante elementen zijn de in 2006 herbouwde korenmolen De Windhond en de vierduizend jaar oude grafheuvel het Enghenbergje. Vanaf hooggelegen punten zijn er vergezichten naar de Lazarusberg, de Kerktoren, Soest-Zuid, Amersfoort en de Eempolder. De Soester Eng is met het flankendorp Soest, de lage weidelanden en de hogere heidegronden het beste en nog relatief meest gave voorbeeld op de Utrechtse Heuvelrug van het middeleeuwse landbouwsysteem op de zandgrond.</Al>
	      <Al><i>Cope-ontginningscomplex Hei- en Boeicop, e.o.</i></Al>
	      <Al>De Vijfheerenlanden is een typisch Hollands polderlandschap, waar het strakke middeleeuwse ontginningsregiem van de Utrechtse bisschop en zijn kapittels nog doorheen schemert. Centraal daarin gelegen bevindt zich het cope-ontginningscomplex Hei- en Boeicop, &#233;&#233;n van de grootste aaneengesloten veengebieden van Nederland. Lage ruimtelijke dynamiek door geringe verstedelijking binnen de door rivieren en dwarsdijken omsloten gebied heeft gezorgd voor het intact blijven van de twaalfde-eeuwse cope-ontginningen, gekenmerkt door een opeenvolging van systematische en regelmatige ontginningsblokken haaks op de Diefdijk als belangrijke waterkerende dwarsdijk. Uitgangspunt was een vaste dieptemaat van 1000 meter in Bolgerijen, 1250 meter in Hei- en Boeicop en Zijderveld en 1500 meter in Middelkoop en Leerbroek.</Al>
	      <Al>De belangrijkste cultuurhistorische kenmerken van de Vijfheerenlanden zijn:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_6" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_6">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_6__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_6__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>De waardevolle boerderijlinten met ori&#235;ntatie op de ontginningsbases van weteringen en kaden: Zijderveld (enkelzijdig kort lintdorp), Hei- en Boeicop (dubbelzijdig lintdorp Hei- en Boeicop, enkelzijdig boerderijlint Overboeicop), Diefdijk (enkelzijdig lang), Overheicop (enkelzijdig kort), Middelkoop (enkelzijdig lang), Leerbroek (enkelzijdig lang), Loosdorp (enkelzijdig kort), Schoonrewoerd (dubbelzijdig lintdorp);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_6__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_6__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Monumentale boerderijen, waarvan vele op woonterpen gebouwd;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_6__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_6__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Lintdorpen met dorpskerken Zijderveld, Hei- en Boeicop, Schoonrewoerd, Middelkoop en Leerbroek;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_6__item_d" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_6__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Kasteelterrein Ter Leede;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_6__item_e" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_6__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Strookvormige verkaveling met vaste dieptemaat per ontginningsblok en met een gemiddelde kavelbreedte van 40 tot 80 meter als gevolg van latere opsplitsingen (115 meter oorspronkelijke ontginningsmaat);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_6__item_f" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_6__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>Structuur van deels doorlopende dwarskaden en zijdewenden als begrenzing van de ontginningsblokken, waarvan enkele oude bestuursgrenzen aangeven;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_6__item_g" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_6__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>Systeem van middelweteringen halverwege de ontginningsblokken;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_6__item_h" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_6__item_h">
		  <LiNummer>h.</LiNummer>
		  <Al>Waterstaatskundige relicten als molenplaatsen, gemalen, sluizen/stuwen e.d.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Zouweboezem</i></Al>
	      <Al>De in 1277 aangelegde Zouwendijk moest de Alblasserwaard beschermen tegen toestromend water uit de hoger gelegen Vijfheerenlanden. In 1370 werd de Oude Zederik gegraven om water uit de polders naar de Lek af te voeren. Op de kruising van de Lekdijk en de Oude Zederik werd een afwateringssluis gebouwd, waarna hier het buurtschap Sluis ontstond. De buitendijkse boezem werd in de achttiende eeuw aangevuld met een veel grotere binnendijkse boezem. De oude sluizen zijn bij de dijkverbetering verdwenen.</Al>
	      <Al>Het grootste deel van het binnendijkse gedeelte van de historische Zouweboezem, is nu natuurgebied en kenmerkt zich door de onbebouwde ruimte van de vroegere boezem en het historische grondgebruik van griend- en rietteelt. Het grondgebruik en de omringende kades maken het gebied als boezem duidelijk herkenbaar. Het deel direct achter de Lekdijk is door het gebruik als boomgaard minder herkenbaar.</Al>
	      <Al>De Zouwendijk en de tegenoverliggende Zederikkade (de begeleidende kades rond de boezem en aan de Oude Zederik) vormen de kenmerkende begrenzing van het binnendijkse boezemgebied. Daarin is het toevoerkanaal aan de oostkant bewaard gebleven. Aan de kade staat ook de historische Vlietmolen, een wipwatermolen die het water uit de polder Lakerveld uitmaalde op de Oude Zederik, de kooikerswoning en enkele boerderijen. Van belang langs de Zouwendijk zijn de wielen die getuigen van vroegere dijkdoorbraken. In het buitendijkse deel is de uitwatering naar de Lek herkenbaar als door bomen en riet omzoomde &#x2018;kreek&#x2019;. De bergboezem is daar min of meer herkenbaar in een stelsel van waterlopen en kadetrac&#233;s, aansluitend op de uitwatering. Ook het buitendijks kanaal vanuit de binnendijkse bergboezem is nog aanwezig. In de buurtschap Sluis zijn de belangrijkste beelddragers van de uitwateringssituatie aan de Lekdijk het vroegere gemaal en het monument, bestaand uit fragmenten van de drie verdwenen sluizen (hoek Sluis - Zouwendijk) en de stoker- en machinistenwoning. Ondersteunend is het dijkbewakingshuis (Sluis 16) tegenover het gemaal.</Al>
	      <Al><strong>2.4 Historische infrastructuur</strong></Al>
	      <Al>Het beleid van de Historische infrastructuur richt zich op het behoud en de versterking van de samenhang en de beleefbaarheid van de drie iconische routes: Route Imp&#233;riale, Via Regia en Wegh der Weegen. De cultuurhistorische waarde ligt met name in:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_7" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_7">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_7__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_7__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>het historische trac&#233;;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_7__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_7__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de historische structuur van de weg;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_7__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_7__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>sporen in het landschap gerelateerd aan de historische aanleg;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_7__item_d" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_7__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>bijbehorende historische elementen, waaronder trek- en jaagpaden, sluisjes en (grens)paaltjes.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Route Imp&#233;riale</i></Al>
	      <Al>In 1812/1813 werd op last van Napoleon Bonaparte de Route Imp&#233;riale 1e Classe No.2 van Parijs naar Amsterdam aangelegd als &#233;&#233;n van de veertien belangrijkste wegen in zijn Keizerrijk. De weg van Breda-Gorinchem-Utrecht-Amsterdam maakt hier onderdeel van uit en is &#233;&#233;n van de oudste verharde wegen in de provincie Utrecht. Na de val van Napoleon is de weg opgenomen in het Rijkswegenstelsel. De route volgde meestal een zo recht mogelijk trac&#233;, vaak met een kerktoren van het volgende dorp als ori&#235;ntatiepunt. Grotendeels werd in de provincie Utrecht gebruik gemaakt van bestaande wegen, die vervolgens werden aangepast aan de Franse standaarden (o.a. vier meter brede verharde strook op verhoogde baan, beplanting met bomen aan weerszijden en aan de buitenzijde een sloot of greppel). De weg volgde de dijken en oeverwallen langs kanalen en rivieren. Sommige bochtige trac&#233;s werden afgesneden door &#x2018;coupures&#x2019; (zoals de Amsterdamsestraatweg en tussen Lexmond en Vianen en tussen Baambrugge en Abcoude). De weg was vooral bestemd voor personen- en postverkeer (zwaar verkeer was niet toegestaan). Door de opkomst van de spoorwegen degradeerde de weg en bleef het smalle profiel tot in de twintigste eeuw gehandhaafd. De eerste en grootste structurele aanpassing was een verbreding die voortvloeide uit het Rijkswegenplan van 1927 (deels verdwijnen beplanting, bermsloten en jaagpaden). In het herziene Rijkswegenplan van 1932 werd besloten om speciale autosnelwegen buiten de bebouwde kom aan te leggen (A2). Hierdoor werd het doorgaande autoverkeer verbannen van deze weg en zijn verdere verbredingen en doorbraken uitgebleven. De speciale kenmerkende eigenschappen zijn zodoende op veel plaatsen nog bewaard gebleven.</Al>
	      <Al>De weg kenmerkt zich door:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_8" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_8">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_8__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_8__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>veelal een grillig trac&#233;, gebruikmakend van oude dijken en oeverwallen, deels met rechtstanden (aangelegde &#x2018;coupures&#x2019;);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_8__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_8__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de loop van stad naar stad en van dorp naar dorp, door diverse beschermde stads- en dorpsgezichten en door gebieden met een hoge landschappelijke waarde (zelfs Nationale Landschappen);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_8__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_8__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>het smalle profiel, over de gehele lengte goed bewaard gebleven en soms extra smal in dorpen en op dijktrac&#233;s met bebouwing;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_8__item_d" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_8__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>de historische lintbebouwing die vaak pal aan de weg staat (bijvoorbeeld in Jutphaas);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_8__item_e" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_8__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>een grote variatie aan functies langs de weg (woningen, boerderijen, landhuizen, tolhuizen, uitspanningen, diverse weggerelateerde functies en bedrijven);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_8__item_f" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_8__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>de originele laanbeplanting van een bomenrij ter weerszijden die op diverse plaatsen nog aanwezig is;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_8__item_g" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_8__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>kleinschaligheid (slechts op enkele plaatsen aangetast door grootschalige ontwikkelingen);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_8__item_h" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_8__item_h">
		  <LiNummer>h.</LiNummer>
		  <Al>het onderdeel zijn van de omgeving.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Via Regia</i></Al>
	      <Al>De verbinding van Utrecht naar Rhenen (en verder naar Wageningen en Arnhem) is een van de oudste wegen in ons land en gaat terug op de Via Regia (Koningsweg of Heerweg), een oude handelsweg van Utrecht naar Keulen. De Via Regia bestond zeker al in de 10e eeuw, aangezien de Utrechtse bisschop met enige regelmaat naar Keulen diende te reizen. Bijzonder is de ligging aan de voet van de stuwwal tussen hoog (dekzand) en laag (klei). Hij volgt zoveel mogelijk dezelfde hoogtelijn om niveauverschil te vermijden. Grote delen van de route bestonden uit een dubbelweg: een bovenweg op de zuidflank die door de betere begaanbaarheid de eigenlijke Via Regia is, en de benedenweg, die als kerkweg de dorpen aan de voet van de stuwwal met elkaar verbond. Uiteindelijk werd de benedenweg tussen de dorpen de hoofdweg, dat is nu de N225. De N225 begint tegenwoordig bij Driebergen, waar deze aansluit op de A12. Het stuk Utrecht-Zeist maakt nu deel uit van de N237 (Utrecht-Amersfoort), het deel Zeist-Driebergen staat onder lokaal beheer. De weg heeft sinds de jaren '50 weinig trac&#233;wijzigingen ondergaan en loopt nog dwars door de dorpskernen van Zeist, Driebergen, Doorn, Leersum, Amerongen, Elst en Rhenen. Langs de weg zijn in de 19e eeuw tientallen buitenplaatsen verrezen, die de weg een grandeur gaven die op sommige plaatsen nog aanwezig is. Dankzij de lusttuinen van de villa's en de bosaanplant op de Heuvelrug is en was de weg ook zeer lommerrijk. De weg, &#233;n de interlokale trams die er tussen 1879 en 1949 hebben gereden, openden het gebied voor het toerisme. Langs de hele weg verrezen hotels, pensions en uitspanningen, waarvan soms nog restanten herkenbaar zijn. De weg is een van de interessantste in de provincie. Hij kent een rijke geschiedenis als belangrijke verbindingsweg (postkoets en drukste tramroute) en verbindt een grote diversiteit aan landschappen en identiteiten met elkaar (bos, weides, rivier en landgoederen en boerennederzettingen). De weg loopt door de dorpen heen en wordt gekenmerkt door de ligging op de grens van hoog naar laag en door de vele buitenplaatsen, landgoederen en villa&#x2019;s, de bebossing en de tabaksteelt.</Al>
	      <Al><i>Wegh der Weegen</i></Al>
	      <Al>De Wegh der Weegen (Amersfoortseweg (N237) is in 1653 aangelegd als een classicistische weg op gezamenlijk initiatief van de stad Amersfoort en de Staten van Utrecht. Een comfortabele en bestendige verbinding door de wildernis over de onvruchtbare zandgrond tussen Utrecht en Amersfoort was gewenst. Het is het grootste infrastructurele project uit de zeventiende eeuw in de provincie Utrecht. Architect van de weg was vermoedelijk Jacob van Campen. De elf kilometer kaarsrechte weg tussen de Amersfoortse Galgenberg en de buitenplaats Vollenhoven werd als &#x2018;cierlijke weg&#x2019; aangelegd met een zeer breed profiel met van oorsprong drie rijen bomen aan beide zijden. Dit benadrukte het voorname karakter en de rechte lijn. De weg werd opgedeeld in een regelmatige vakkenverkaveling (24 vakken van ieder honderd roeden (=376m) breed en diep). De vakken werden afgebakend met wallen beplant met hakhout. Om de gebiedsontwikkeling te kunnen financieren werd de grond ter weerszijden van de weg gratis uitgegeven voor de bouw van buitenplaatsen (met hun overplaatsen op de kavel aan de andere zijde van de weg, zodat er uitzicht was op eigen bezit), in ruil voor de verplichting van het aanleggen van de weg, het beplanten en bewallen en het onderhoud volgens voorwaarden. De kavels werden gescheiden door sorties, voorzien van wallen met beplanting aan beide zijden. De sorties dienden als ontsluitingsweg voor de heide ten noorden en zuiden van de weg, zodat verkeer en schaapskuddes de weg konden oversteken.</Al>
	      <Al>Essentieel voor de Wegh der Weegen (Amersfoortseweg) is het symmetrisch-monumentale karakter. De cultuurhistorische kwaliteit ligt vooral in de nog geheel aanwezige verkavelingsritmiek met haakse dwarsassen (sorties) en achterpaden, die rond Huis ter Heide en Soesterberg in de loop der tijd aan weerszijden van de weg naar achteren zijn verlengd en ook in de lanen- en wallenstructuur. Door verbredingen en omleggingen is het monumentale karakter van de weg op diverse plaatsen aangetast, maar tussen Soesterberg en de Stichtse Rotonde is de oorspronkelijke structuur nog zichtbaar.</Al>
	      <Al>Meer informatie ten aanzien van de buitenplaatsen aan de Amersfoortseweg is te vinden bij het thema Historische Buitenplaatsen en in de Cultuurhistorische Atlas (CHAT).</Al>
	      <Al><strong>2.5 Archeologie</strong></Al>
	      <Al>De cultuurhistorische waarde van Archeologie ligt met name in:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_9" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_9">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_9__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_9__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>voor de deelgebieden Utrechtse Heuvelrug, Limes en Dorestad:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_9__item_a__list_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_9__item_a__list_1">
		    <Li eId="cmp_15__content_3__list_9__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_9__item_a__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>de samenhang tussen de verschillende archeologische structuren en elementen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_15__content_3__list_9__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_9__item_a__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>de relatie tussen archeologische structuren en elementen en het landschap;</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_9__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_9__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>aanvullend voor het deelgebied Limes:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_9__item_b__list_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_9__item_b__list_1">
		    <Li eId="cmp_15__content_3__list_9__item_b__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_9__item_b__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>de lineaire structuur van de Limes.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Limes</i></Al>
	      <Al>De Limes is de voormalige noordgrens van het Romeinse Rijk. Het betreft de grootste lineaire structuur van Europa, lopend van Roemeni&#235; tot in Groot-Brittanni&#235;. In de provincie Utrecht volgt de Limes de loop van de Neder-, Kromme en Oude Rijn. De Limes is bovengronds vrijwel nergens zichtbaar. De archeologische resten liggen verborgen in de bodem, veelal onder het grondwaterpeil, waardoor in onze gebieden sprake is van een unieke conservering. Het verhaal van de Limes is zowel het verhaal van de Romeinse soldaten in de forten als het verhaal van de inheemse bevolking daaromheen en de wisselwerking tussen beide groepen. In deze verordening wordt het accent gelegd op de aan de militaire aanwezigheid gerelateerde ruimtelijke structuren:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_10" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_10">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_10__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_10__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>de grensrivier, met scheepswrakken (in de voormalige bedding), waterwerken en archeologisch waardevolle geulopvullingen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_10__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_10__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>de Limesweg, op de zuidelijke oevers van de Rijn;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_10__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_10__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>forten (castella) met bijbehorende kampdorpen (vici), grafvelden, wachttorens en waterwerken;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_10__item_d" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_10__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>een zone langs en op korte afstand van de Romeinse Rijn en Limesweg met daarbinnen (het mogelijk voorkomen van), (water)wegen, (semi-militaire) nederzettingen, religieuze centra, grafvelden en aanverwante monumenten.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Utrechtse Heuvelrug</i></Al>
	      <Al>De Utrechtse Heuvelrug is 150.000 jaar geleden ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Het stuwwallenlandschap bezit een grote diversiteit aan archeologische waarden uit verschillende perioden, van de Steentijd tot de Tweede Wereldoorlog. Juist de stapeling van tijdlagen maakt de Utrechtse Heuvelrug zo bijzonder. Deze is het sterkst op de zuidelijke flanken. Op deze gradi&#235;nt (overgangszone naar de lagere kleigronden) bevinden zich diverse concentraties van prehistorische grafheuvels, celtic fields en vroegmiddeleeuwse grafvelden. Ook treffen we hier nederzettingsterreinen uit de Brons- en IJzertijd aan als voorlopers van de middeleeuwse esdorpen met hun bouwgronden (engen), alsmede middeleeuwse wegenpatronen en tabaksvelden uit de Nieuwe Tijd.<br/>De belangrijkste bekende archeologische locaties op de Heuvelrug zijn:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_11" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_11">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_11__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_11__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Kwintelooyen (Steentijd);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_11__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_11__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Celtic fields, grafheuvels en nederzettingen (met name Brons- en IJzertijd);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_11__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_11__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Merovingisch grafveld Rhenen en Oud-Leusden (Vroege Middeleeuwen);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_11__item_d" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_11__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Plantage Willem III (tabakscultuur, Nieuwe Tijd);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_11__item_e" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_11__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Grebbeberg, Kamp Amersfoort, Vliegbasis Soesterberg (Tweede Wereldoorlog).</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><i>Dorestad</i></Al>
	      <Al>Dorestad geniet internationale bekendheid als icoon van Europese handel en is een strategisch belangrijke plaats geweest, onder andere in de strijd tussen Friezen en Franken. De bloeitijd van Dorestad als handelsnederzetting lag in de achtste en het begin van de negende eeuw. In de tweede helft van de negende eeuw had Dorestad ernstig te lijden onder expedities van (Deense) Vikingen. In 863 werd de nederzetting grotendeels verwoest. Wederopbouw bleef uit. Het agrarische deel van de nederzetting is waarschijnlijk voort blijven bestaan, getuige de melding van &#x2018;villa Wic&#x2019; in historische bronnen uit het jaar 948. Dorestad lag voor een deel ter plaatse van het huidige Wijk bij Duurstede. De langgerekte nederzetting ontstond langs de oever van Kromme Rijn en Lek. De Kromme Rijn verlegde haar loop vanaf de achtste tot de twaalfde eeuw steeds verder naar het (noord)oosten, waardoor een nieuwe strook drassig land ontstond tussen de bewoning en de rivier. De belangrijkste bekende archeologische locaties zijn:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_15__content_3__list_12" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_12">
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_12__item_a" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_12__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>handelskwartier met haven;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_12__item_b" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_12__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>bestuurlijk centrum;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_12__item_c" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_12__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>kerk en grafveld;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_15__content_3__list_12__item_d" wId="pv26_1059__cmp_15__content_3__list_12__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>agrarische zone met boerderijen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_16" wId="pv26_1059__cmp_16" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>XVI</Nummer>
	    <Opschrift>Kernkwaliteiten landschap</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_16__content_1" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al><strong>Landschap Eemland </strong></Al>
	      <Al>Voor het landschap Eemland willen we de volgende kernkwaliteiten behouden:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_16__content_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>extreme openheid;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>slagenverkaveling;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>veenweidekarakter;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_1__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>historie van de Zuiderzee;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_1__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Grebbelinie;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_1__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>overgangsgebieden (bij Eemnes, Soest en Amersfoort).</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van Eemland verschillende accenten. Een uitge&#173;breide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten hebben we opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/kwaliteitsgids" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen</ExtRef>.</Al>
	      <Al>Bij ontwikkelingen in het landschap van Eemland vinden we het vooral van belang dat de open ruimte behouden wordt. Dit betekent behoud van een continue open ruimte langs de Eem, van Randmeer tot Amersfoort. Bij ontwikkelingen kan de openheid versterkt worden door verplaatsing van bebouwing, begroeiing of andere opgaande elementen. Nieuwe bebouwing vestigt zich bij voorkeur in randzones of in bestaande linten, waarbij deze laatste wel transparant blijven.</Al>
	      <Al><strong>Landschap Gelderse Vallei</strong></Al>
	      <Al>Voor het landschap Gelderse Vallei willen we de volgende kernkwaliteiten behouden:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_16__content_1__list_2" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_2">
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_2__item_a" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_2__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>rijk gevarieerde kleinschaligheid;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_2__item_b" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_2__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>stelsel van beken, griften en kanalen;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_2__item_c" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_2__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Grebbelinie;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_2__item_d" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_2__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank).</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van de Gelderse Vallei verschillende accenten. Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten hebben we opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/kwaliteitsgids" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen</ExtRef>. De Grebbelinie maakt ook deel uit van de Cultuurhistorische hoofdstructuur, zie hiervoor het artikel Cultuurhistorische hoofdstructuur.</Al>
	      <Al>Bij ontwikkelingen in het landschap van de Gelderse Vallei vinden we het vooral van belang dat de kleinschaligheid, die dit landschap zo aantrekkelijk maakt behouden blijft. In het verleden zijn al veel kleinschalige landschapselementen verdwenen, waardoor ruimten groter zijn geworden. Ze hebben hun functie verloren en zijn verwijderd. Daarnaast vragen wij aandacht voor het waarborgen en ontwikkelen van de contrasten in de te onderscheiden deelgebieden van de Gelderse Vallei.</Al>
	      <Al><strong>Landschap Groene Hart</strong></Al>
	      <Al>Voor het landschap Groene Hart willen we de volgende kernkwaliteiten behouden:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_16__content_1__list_3" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_3">
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_3__item_a" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_3__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>openheid;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_3__item_b" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_3__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>(veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.);</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_3__item_c" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_3__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>landschappelijke diversiteit;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_3__item_d" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_3__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>rust &amp; stilte.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deze kernkwaliteiten zijn benoemd in de Voorloper Groene Hart. De kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van het Groene Hart verschillende accenten. Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten hebben we opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/kwaliteitsgids" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen</ExtRef>. In het Groene Hart liggen agrarische cultuurlandschappen die deel uit maken van de Cultuurhistorische hoofdstructuur, zie hiervoor het artikel Cultuurhistorische hoofdstructuur.</Al>
	      <Al>Bij ontwikkelingen in het landschap van het Groene Hart staat het bevorderen van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal. Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut te worden om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden. Enkel en alleen het accent leggen op rust en stilte doet geen recht aan het Groene Hart. Het waarborgen van rust vraagt ook het bieden van ruimte voor vormen van dynamiek. Daarbij ligt de focus op het vergroten van de contrasten in rust en dynamiek tussen de agrarische landschappen van de velden en de dynamische landschappen van de oude stroomruggen. De provincie vraagt dus zorgvuldig om te gaan met de open, lege ruimte en de dynamiek te concentreren in de &#x2018;zones&#x2019;.</Al>
	      <Al><strong>Landschap Rivierengebied</strong></Al>
	      <Al>Voor het landschap Rivierengebied willen we de volgende kernkwaliteiten behouden:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_16__content_1__list_4" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_4">
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_4__item_a" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_4__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>schaalcontrast van zeer open naar besloten;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_4__item_b" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_4__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>samenhangend stelsel van rivier - uiterwaard - oeverwal - kom;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_4__item_c" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_4__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>samenhangend stelsel van hoge stuwwal - flank - kwelzone - oeverwal &#x2013; rivier;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_4__item_d" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_4__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>de Kromme Rijn als vesting en vestiging.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van Rivierengebied verschillende accenten. Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten hebben we opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/kwaliteitsgids" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen</ExtRef>.</Al>
	      <Al>Bij ontwikkelingen in het landschap van het Rivierengebied staat het waarborgen en ontwikkelen van de eigen identiteiten van de vijf deelgebieden centraal. Dit richt zich zowel op het goed tot uiting komen van de karakteristieke kenmerken langs de centrale ruggengraat, als van de geleidelijke overgangen tussen de deelgebieden.</Al>
	      <Al><strong>Landschap Utrechtse Heuvelrug</strong></Al>
	      <Al>Voor het landschap Utrechtse Heuvelrug willen we de volgende kernkwaliteiten behouden:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_16__content_1__list_5" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_5">
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_5__item_a" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_5__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>robuuste eenheid;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_5__item_b" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_5__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>reli&#235;fbeleving;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_16__content_1__list_5__item_c" wId="pv26_1059__cmp_16__content_1__list_5__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>extreme historische gelaagdheid.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van Utrechtse Heuvelrug verschillende accenten. Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten hebben we opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/kwaliteitsgids" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen</ExtRef>. Op de Utrechtse Heuvelrug ligt een agrarisch cultuurlandschap dat deel uit maken van de Cultuurhistorische hoofdstructuur, zie hiervoor het artikel Cultuurhistorie.<br/>Bij ontwikkelingen in het landschap van de Utrechtse Heuvelrug vragen we aandacht voor het in stand houden van het reli&#235;f en voor het in stand houden van het samenhangend boscomplex. Vanwege het reli&#235;f en de overige kwaliteiten van de Heuvelrug willen we in dit gebied geen grootschalige ontgrondingen. Kleinschalige ontgrondingen voor natuurontwikkeling of recreatieve ontwikkeling zijn welmogelijk, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteiten.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_17" wId="pv26_1059__cmp_17" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>XVII</Nummer>
	    <Opschrift>Luchtvaartterrein</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_17__content_1" wId="pv26_1059__cmp_17__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al><i>Luchtvaartterrein</i></Al>
	      <Al>De provincie Utrecht beschikt over afwisselende landschappen - met daarin de historisch waardevolle steden Utrecht en Amersfoort - en andere karakteristieke grotere en kleinere steden en dorpen. Het landelijk gebied kenmerkt zich door uitgestrekte veenweidegebieden, plassen, bossen op de Heuvelrug, het halfopen landschap van de Gelderse Vallei, het Kromme Rijngebied en het rivierenlandschap. Op het gebied van landschap, wonen, werken, voorzieningen en historie kent onze provincie unieke kenmerken en kwaliteiten. Het spanningsveld tussen ruimte voor wonen, werken en infrastructuur ten opzichte van ruimte voor natuur, landschap en groen rond de stad en voor de uitoefening van agrarische functies is kenmerkend voor de provincie Utrecht. Meer dan in welke provincie dan ook is het verdelen en toewijzen van schaarse ruimte &#233;&#233;n van de belangrijkste onderwerpen in het provinciaal beleid. Dit maakt ook dat er in de provincie Utrecht nauwelijks ruimte is voor luchtvaartterreinen. De enorme ruimtelijke claim van de vliegbasis Soesterberg is mede de oorzaak geweest van de sluiting ervan.</Al>
	      <Al><i>Algemene uitgangspunten</i></Al>
	      <Al>In het afwegingskader duurzaamheid wordt er een integrale afweging gemaakt tussen de belangen &#x201c;People, Planet en Profit&#x201d; en de effecten die een beleid heeft op volgende generaties en elders op de wereld.</Al>
	      <Al>Aanvragen voor luchthavenbesluiten en luchthavenregelingen, die hinder voor de omgeving kunnen opleveren, zullen met name op deze punten beoordeeld worden. Ons streven is de hinder voor de omgeving (mens en dier) zo beperkt mogelijk te houden. Dit betekent dat - indien verzoeken worden gedaan om vliegactiviteiten mogelijk te maken - nut en noodzaak van deze activiteiten moeten worden aangetoond. Met betrekking tot het luchtverkeer wordt een onderscheid gemaakt tussen structureel en tijdelijk en uitzonderlijk gebruik: tot en met twaalf vliegdagen per jaar is er sprake van tijdelijk en uitzonderlijk gebruik. Hierop zijn de <ExtRef ref="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2018-7680.html" soort="URL">Beleidsregels</ExtRef> van toepassing. Vanaf dertien vliegdagen per jaar is er sprake van een structureel gebruik van een terrein.</Al>
	      <Al>Gemotoriseerd luchtverkeer met een structureel karakter.</Al>
	      <Al>In een aantal gebieden in de provincie Utrecht is het niet wenselijk dat er verstoring optreedt door opstijgend en dalend gemotoriseerd luchtverkeer. Gezien de effecten van gemotoriseerde luchtvaart zullen in alle gevallen de kwaliteiten stilte en rust, worden aangetast.</Al>
	      <Al>Nieuwe initiatieven ten aanzien van structureel helikopterverkeer en gemotoriseerde kleine en recreatieve luchtvaart in stiltegebieden, het natuurnetwerk Nederland (NNN), de Groene contour, ganzenrustgebieden en weidevogelkerngebieden zijn niet toegestaan. Voor ganzenrustgebieden en weidevogelkerngebieden geldt dit uitsluitend voor de gevoelige periode (wintermaanden, resp. broedseizoen). Rondom deze gebieden wordt een bufferzone van 2 km aangehouden. Binnen deze bufferzone is gemotoriseerd landen en opstijgen uitsluitend toegestaan als de aanvrager voor de aanwijzing van een terrein als luchtvaartterrein voldoende heeft aangetoond dat dit geen invloed heeft op het gevoelige gebied (het zogenaamde nee, tenzij regime). Ook moet er voldaan worden aan de eisen van de Natuurwetgeving en het daarop gebaseerde provinciale beleid.</Al>
	      <Al>Om het milieu te beschermen, en hinder en gevaar zoveel mogelijk te voorkomen, worden eisen gesteld aan de locatie en het gebruik van nieuwe luchtvaartterreinen, specifiek private, bedrijfsgebonden of commerci&#235;le luchtvaartterreinen. Hoofdprincipe is dat de provincie geen nieuwe luchtvaartterreinen wil nabij woningen en andere geluidgevoelige functies (te weten onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven) in verband met geluidsoverlast. De belangrijkste eisen die de provincie stelt aan locatie en het gebruik van een nieuw luchtvaartterrein zijn:</Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_17__content_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_17__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_17__content_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_17__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>bij het voorgenomen gebruik mogen er geen woningen en andere geluidsgevoelige functies (komen te) liggen binnen de 48 dB Lden geluidscontour;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_17__content_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_17__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>een nieuw luchtvaartterrein moet minimaal 500 meter afstand tot de dichtstbijzijnde woning of andere geluidsgevoelige functie aanhouden;</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_17__content_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__cmp_17__content_1__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>bij het voorgenomen besluit mogen er geen kwetsbare objecten liggen binnen de 10-6 Externe veiligheidscontour (komen te) liggen.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al>Als de 48 dB Lden contour buiten de 500 meter lijn ligt dan geldt die 500 meter lijn uiteraard als grens voor geluidgevoelige functies. Geluid wordt bij luchtvaartterreinen uitgedrukt in dB Lden-contouren. Deze contour is een jaargemiddelde en kan pas worden gehandhaafd na afloop van dat jaar. Zeker bij kleinere luchtvaartterreinen zijn Lden-contouren voor de burger onvoorspelbaar. In andere rechtsgebieden, met name de ruimtelijke ordening zijn afstandsgrenzen gebruikelijk. Een afstand van minimaal 500 meter biedt ook voldoende bescherming aan de omwonenden tegen geluidhinder door pieklawaai. Een geluidniveau van 48 dB Lden komt overeen met 10% ernstig gehinderden. Dit wil zeggen dat bij een geluidsbelasting van 48 dB Lden vliegtuiglawaai 10 % van de mensen aangeeft ernstig gehinderd te zijn. De provincie is van mening dat het accepteren van meer dan 10 % ernstig gehinderden niet past binnen haar omgevingsdoelstellingen.</Al>
	      <Al>Van de afstandseis van 500 meter kan alleen worden afgeweken indien de aanvrager aantoont dat de beoogde luchtvaartactiviteiten geen negatieve effecten hebben op de leefomgevingskwaliteit van de woningen en de andere geluidsgevoelige bestemmingen. Hierbij zal onder meer worden getoetst aan de optredende piekniveaus op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Daarnaast wordt het cumulatieve effect van de beoogde vliegactiviteit meegewogen.</Al>
	      <Al>Met deze afstand kan worden voldaan aan het uitgangspunt van de Omgevingswet dat stelt dat voor piekgeluid een maximale belasting van 65 dB (A) Lmax in de avond (19:00-23:00 uur) en 70 dB(A) gedurende de dagperiode (7.00 &#x2013; 19.00 uur) aanvaardbaar is.</Al>
	      <Al>Het landen en opstijgen tijdens de nachtperiode is in de provincie Utrecht niet toegestaan. Dit geldt overigens niet voor traumavluchten.</Al>
	      <Al>De aanvrager voor de luchtvaartactiviteiten zal berekeningen van de geluidseffecten en de effecten op externe veiligheid dienen te overleggen zoals opgenomen in het Besluit burgerluchthavens. Op basis daarvan kan getoetst worden aan dit beleidskader</Al>
	      <Al><i>Positie trauma-, politie-, brandweer en SAR-helikopter.</i></Al>
	      <Al>Indien gemotoriseerde luchtvaartuigen, zoals helikopters of RPAS (drones) worden ingezet in het kader van uitvoering van een wettelijke taak of bij spoedeisende hulpverlening, dan is het noodzakelijk dat zij op elk terrein mogen landen of opstijgen. Het gaat hierbij om vluchten ten behoeve van de spoedeisende medische hulpvluchten (HEMS), Search and Rescue (SAR)-vluchten en politievluchten. Om die reden vallen deze activiteiten niet onder het verbod om te landen op of op te stijgen van een niet aangewezen lucht&#173;vaartterrein. Permanente stationering van dergelijke luchtvaartuigen dient wel te geschieden op een luchtvaartterrein met een luchthavenbesluit of -regeling.</Al>
	      <Al>Bij luchtvaartterreinen met uitsluitend een maatschappelijke of nutsfunctie (bijvoorbeeld bij ziekenhuizen) wordt het publieke belang nadrukkelijk meegewogen. Ook hierbij zal worden getoetst of de omgevingskwaliteit niet &#243;f zo min mogelijk wordt belast met de aanwezigheid van de luchtvaartterrein.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_18" wId="pv26_1059__cmp_18" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>XVIII</Nummer>
	    <Opschrift>Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_18__content_1" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1">
	    <Inhoud>
	      <Al>Deze bijlage heeft betrekking op verschillende categorie&#235;n borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten, te weten: permanente, tijdelijke en bijzondere.</Al>
	      <Al><u>Permanente borden spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</u></Al>
	      <Al><strong>A. Toegelaten borden, spandoeken en vlaggen bij een bedrijfsgebouw of tankstation</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_1" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1">
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_a" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Borden en spandoeken tegen de gevel zijn toegestaan, op het dak niet.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_b" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Bij een bedrijfsgebouw of tankstation worden alleen borden, spandoeken en vlaggen geplaatst en behouden die betrekking hebben op een beroep, bedrijf of dienst, uitgeoefend in dat gebouw in overeenstemming met het omgevingsplan.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_c" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Borden, spandoeken en vlaggen worden alleen geplaatst en behouden in het gebied tussen het hoofdgebouw en de openbare weg.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_d" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Het aantal en de omvang van borden, spandoeken en vlaggen op een perceel is ten hoogste:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1">
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>&#233;&#233;n vrijstaand bord in het gebied tussen het hoofdgebouw en de openbare weg met een oppervlak van niet meer dan 2,5 m2;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>ten hoogste &#233;&#233;n permanent bord voor de verkoop van agrarische producten;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_3" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_3">
		      <LiNummer>3.</LiNummer>
		      <Al>in totaal niet meer dan 9 m2 aan borden en spandoeken plat tegen de gevel bij tankstations;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_4" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_4">
		      <LiNummer>4.</LiNummer>
		      <Al>een dakrandbord rondom de overkapping van de brandstofpompen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_5" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_5">
		      <LiNummer>5.</LiNummer>
		      <Al>twee borden in de directe nabijheid van de inrit met een oppervlak van niet meer dan 2,5 m2; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_6" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_d__list_1__item_6">
		      <LiNummer>6.</LiNummer>
		      <Al>vier vlaggen voor of tegen het gebouw met een oppervlak van ieder niet meer dan 6 m2.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_e" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Het permanente bord voor de verkoop van agrarische producten heeft een oppervlakte van niet meer dan 2,5 m2, een lengte van niet meer dan 2 meter en een hoogte van niet meer dan 2,5 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_f" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>Een dakrandbord heeft een hoogte van niet meer dan 1,5 meter en bevat alleen het logo van de brandstofleverancier.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_g" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>Borden bij de inrit hebben een hoogte van niet meer dan 1,5 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_1__item_h" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_1__item_h">
		  <LiNummer>h.</LiNummer>
		  <Al>In afwijking van sub d, onder 1. en 5., heeft het brandstofprijzenbord een breedte van niet meer dan 2 meter en een hoogte van niet meer dan 7,5 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Toelichting op A. Toegelaten borden, spandoeken en vlaggen bij een bedrijfsgebouw of tankstation</strong></Al>
	      <Al>Het betreft borden, spandoeken en vlaggen over de uitoefening van een dienst, beroep of bedrijf, inclusief een tankstation. Er moet een duidelijke relatie bestaan tussen het bord of spandoek en de functie van het gebouw. Het gaat daarbij om borden en vlaggen op het gebouw of een bord in de onmiddellijke nabijheid daarvan. Het kan hier gaan om restaurants, hotels, tuincentra enzovoort. Borden tegen de gevel zijn toegestaan, op het dak niet. Inritborden markeren de entree van het betreffende pand. Verder geldt: als er meerdere bedrijven op het terrein zitten, dan moeten zij het toegestane bord delen.</Al>
	      <Al>De borden, spandoeken of vlaggen moeten worden geplaatst in het gebied tussen het hoofdgebouw en de weg. Voorheen mochten de borden alleen op het erf of aan het begin van de inrit binnen 5 meter uit de kant van de verharding staan. Er mogen ook meer borden worden geplaatst, ze mogen groter zijn en aan beide zijden gebruikt worden. Dit is een versoepeling ten opzichte van eerdere regelgeving. Naast plaatsing op het erf mogen de borden geplaatst worden volgens de grafische weergave op de volgende tekening.</Al>
	      <Figuur wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__img_1" eId="cmp_18__content_1__img_1">
		<Illustratie naam="jpg_41b1ad93-8898-4dc9-9db1-8c1014d83b2f.jpg" hoogte="379" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	      <Al><u>Tijdelijke borden spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en verglijkbare objecten</u></Al>
	      <Al><strong>B. Toegelaten borden en spandoeken voor de koop, huur of verpachting van een zaak</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_2" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_2">
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_2__item_a" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_2__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>In aanvulling op onderdeel A, kunnen ten hoogste &#233;&#233;n bord en &#233;&#233;n spandoek worden geplaatst en behouden die betrekking hebben op de koop, huur of verpachting van de woning of het bedrijfspand op het betreffende erf of bouwperceel.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_2__item_b" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_2__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Het bord of spandoek heeft een oppervlakte van ten hoogste 2,5 m2, een lengte van ten hoogste 2 meter en een hoogte van ten hoogste 2,5 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_2__item_c" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_2__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Het bord of spandoek wordt niet verlicht.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_2__item_d" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_2__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Het bord of spandoek wordt verwijderd zodra de woning of het bedrijfspand is verkocht, verhuurd of verpacht.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Toelichting op B. Toegelaten borden en spandoeken voor de koop, huur of verpachting van een zaak</strong></Al>
	      <Al>Dit zijn tijdelijke makelaarsborden of -spandoeken. De borden of spandoeken moeten op het betreffende erf of bouwperceel staan. Het gaat dan bijvoorbeeld om woningen, bedrijfspanden, boerderijen of winkels. Borden gericht op het aanbieden van onbebouwd terrein vallen alleen onder de vrijstelling als het bord geplaatst kan worden in de directe nabijheid van een gebouw. Plaatsing in het open veld heeft namelijk een veel grotere impact op het landschap en is daarom ongewenst.</Al>
	      <Al><strong>C. Toegelaten borden bij projecten</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_3" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_3">
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_3__item_a" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_3__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Bij een project worden alleen borden geplaatst en behouden die betrekking hebben op een woningbouwlocatie, wegwerkzaamheden of een bouwwerk, waterwerk of natuurontwikkelingsproject.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_3__item_b" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_3__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Er worden ten hoogste twee informatieborden geplaatst.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_3__item_c" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_3__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Een bord langs een autosnelweg heeft een oppervlakte van ten hoogste 28 m2 en een lengte van ten hoogste 7 meter in &#233;&#233;n richting en een hoogte van ten hoogste 6 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_3__item_d" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_3__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Bij overige wegen heeft het bord een oppervlakte van ten hoogste 6 m2, een lengte van ten hoogste 3 meter en een hoogte van ten hoogste 5 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_3__item_e" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_3__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Alleen borden langs een autosnelweg worden verlicht.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_3__item_f" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_3__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>Borden worden verwijderd zodra het project is gerealiseerd.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Toelichting op C. Toegelaten borden bij projecten</strong></Al>
	      <Al>Projecten zijn woningbouwlocatie, wegwerkzaamheden of een bouwwerk, waterwerk of natuurontwikkelingsproject. Bij woningbouwlocaties maakt het bord de bouw van een relatief groot woningproject bekend, dat (eventueel op termijn) binnen het stedelijk gebied zal vallen, met vermelding van &#233;&#233;n centraal nummer. De vrijstelling gaat dus uitdrukkelijk niet over een bord bij de bouw van een enkele woning.</Al>
	      <Al>De vrijstelling voor het plaatsen van informatieborden bij wegwerkzaamheden gaat niet over de verkeerskundige aanwijzingen met snelheidsbeperkingen, omleidingen en dergelijke.</Al>
	      <Al>Bij bouwwerken, waterwerken of natuurontwikkelingsprojecten kan gedacht worden aan borden en spandoeken met een lijst van betrokken opdrachtgevers en aannemers tijdens de aanleg of uitvoering van het werk. Daarnaast gaat het om de tijdelijke bouwborden en spandoeken bij verbouwingen van panden.</Al>
	      <Al><strong>D. Toegelaten borden, spandoeken en vlaggen voor de verkoop van agrarische producten</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_4" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_4">
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_4__item_a" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_4__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>In aanvulling op onderdeel A kunnen voor de verkoop van agrarische producten de volgende borden, spandoeken en vlaggen worden geplaatst en behouden in de directe omgeving van het verkooppunt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_4__item_a__list_1" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_4__item_a__list_1">
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_4__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_4__item_a__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>ten hoogste twee seizoens- en perceelsgebonden borden en spandoeken; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_4__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_4__item_a__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>ten hoogste twee seizoens- en perceelsgebonden vlaggen voor de tijdelijke verkoop van agrarische vollegrondsproducten op het oogstperceel.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_4__item_b" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_4__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>De seizoen- en perceelsgebonden borden, spandoeken en vlaggen worden ten hoogste &#233;&#233;n week voor de aanvang van de oogst geplaatst en binnen &#233;&#233;n week na afloop weer verwijderd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_4__item_c" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_4__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>De seizoen- en perceelsgebonden borden en spandoeken hebben een oppervlakte van ten hoogste 2,5 m2, een lengte van ten hoogste 1,5 meter en een hoogte van ten hoogste 2,5 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_4__item_d" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_4__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>De seizoen- en perceelsgebonden vlaggen hebben een oppervlakte van ten hoogste 2,5 m2.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_4__item_e" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_4__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Het permanente bord en de seizoen- en perceelsgebonden borden, spandoeken en vlaggen worden niet verlicht.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Toelichting op D. Toegelaten borden, spandoeken en vlaggen voor de verkoop van agrarische producten</strong></Al>
	      <Al>Deze regeling biedt de mogelijkheid om een borden en vlaggen te plaatsen voor de verkoop van agrarische streekproducenten in de directe omgeving van het verkooppunt. Ook mogen tijdelijke seizoensborden, spandoeken en vlaggen worden geplaatst, bijvoorbeeld bij een kersenboomgaard. Ze mogen zo lang het fruit in de boomgaard beschikbaar is aanwezig zijn.</Al>
	      <Al><strong>E. Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen en vergelijkbare objecten voor openbare wedstrijden, manifestaties, evenementen of tentoonstellingen</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_5" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_5">
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_5__item_a" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_5__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>In de openbare ruimte worden alleen borden, spandoeken en vlaggen geplaatst en behouden die betrekking hebben op een openbare wedstrijd, manifestatie, evenement of tentoonstelling.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_5__item_b" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_5__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>De borden, spandoeken en vlaggen worden ten hoogste drie weken vooraf geplaatst en uiterlijk drie dagen na afloop verwijderd.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_5__item_c" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_5__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>De borden, spandoeken en vlaggen worden niet gebruikt voor de gebruikelijke commerci&#235;le uitoefening van een beroep, bedrijf of dienst.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_5__item_d" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_5__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Er worden ten hoogste twee borden of spandoeken en ten hoogste vier vlaggen op de betreffende locatie geplaatst.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_5__item_e" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_5__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Bij in de directe omgeving aanwezige autowegen worden ten hoogste twee borden of vlaggen geplaatst.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_5__item_f" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_5__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>De borden, spandoeken en vlaggen worden niet verlicht.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Toelichting op E. Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen en vergelijkbare objecten voor openbare wedstrijden, manifestaties, evenementen of tentoonstellingen</strong></Al>
	      <Al>Hier gaat het om tijdelijke spandoeken, vlaggen en vergelijkbare objecten voor diverse gebeurtenissen: openbare wedstrijden, manifestaties, evenementen of tentoonstellingen. Uit verkeerstechnisch oogpunt kan het ook wenselijk zijn de route naar een evenement e.d. te bewegwijzeren. Deze vrijstelling geldt ook voor tijdelijke borden voor evenementen zoals fiets- en wandeltochten, wielerrondes en puzzelritten. De wegbeheerder bepaalt of de borden noodzakelijk zijn. Plaatsing van de borden moet gebeuren volgens de voorschriften van de betrokken wegbeheerder.</Al>
	      <Al><u>Bijzondere borden spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en verglijkbare objecten</u></Al>
	      <Al><strong>F. Toegelaten borden voor duurzame energie</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_6" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6">
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_6__item_a" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Voor informatie over terreinen, die specifiek gebruikt worden voor het opwekken van duurzame energie, worden alleen de volgende borden geplaatst en behouden:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_6__item_a__list_1" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_a__list_1">
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_6__item_a__list_1__item_1" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_a__list_1__item_1">
		      <LiNummer>1.</LiNummer>
		      <Al>ten hoogste &#233;&#233;n inritbord en ten hoogste &#233;&#233;n bord tegen de gevel van een gebouw; en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="cmp_18__content_1__list_6__item_a__list_1__item_2" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_a__list_1__item_2">
		      <LiNummer>2.</LiNummer>
		      <Al>ten hoogste &#233;&#233;n vrijstaand informatiebord, als het terrein een oppervlakte heeft van 1 hectare of meer.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_6__item_b" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Het inritbord heeft een oppervlakte van ten hoogste 2,5 m2 en een hoogte van ten hoogste 1,5 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_6__item_c" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Het bord tegen de gevel van een gebouw heeft een oppervlakte van ten hoogste 2,5 m2.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_6__item_d" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Het informatiebord op een terrein van 1 hectare of meer heeft een oppervlakte van ten hoogste 12 m2.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_6__item_e" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>De informatie op de borden bestaat voor ten hoogste 5% uit reclame.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_6__item_f" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>Er wordt op windmolens alleen merknaam of logo geplaatst op de gondel.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_6__item_g" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_6__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>De borden en de gondel worden niet verlicht.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Toelichting op F. Toegelaten borden voor duurzame energie</strong></Al>
	      <Al>Met het oog op de bewustwording van het publiek is het wenselijk, dat de mogelijkheid bestaat bij de locaties waar duurzame energie opgewekt wordt, voorlichting te geven.</Al>
	      <Al><strong>G. Toegelaten borden voor aankondigingen op rotondes</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_7" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_7">
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_7__item_a" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_7__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Bij een rotonde worden alleen borden geplaatst en behouden door de wegbeheerder om aan te geven dat het onderhoud van de rotonde is gesponsord.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_7__item_b" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_7__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Er worden ten hoogste twee borden op een rotonde geplaatst.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_7__item_c" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_7__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Een bord op een rotonde heeft een lengte van ten hoogste 1 meter en een hoogte van ten hoogste 0,7 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_7__item_d" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_7__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>De borden op een rotonde worden niet verlicht.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Toelichting op G. Toegelaten borden voor aankondigingen op rotondes</strong></Al>
	      <Al>Het onderhoud van rotondes, in het bijzonder de beplanting, wordt in toenemende mate gesponsord. De vrijstelling maakt het mogelijk om, met borden op de betreffende rotonde, de sponsor kenbaar te maken.</Al>
	      <Al><strong>H. Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen en vergelijkbare objecten voor aankondigingen bij sportvelden en sportterreinen</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_8" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_8">
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_8__item_a" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_8__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Bij een sportveld of sportterrein worden alleen borden, spandoeken, vlaggen en vergelijkbare objecten geplaatst en behouden als het sportveld of sportterrein is opgenomen in het omgevingsplan.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_8__item_b" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_8__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Van borden, spandoeken en vergelijkbare objecten, anders dan borden en spandoeken bij het clubgebouw, is het opschrift of de afbeelding gericht naar het sportveld of sportterrein.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_8__item_c" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_8__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>Het sportterrein is omgeven door een afschermende beplantingsstrook.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_8__item_d" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_8__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Het bord, spandoek of vergelijkbaar object heeft een hoogte van ten hoogste 2 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_8__item_e" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_8__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>Borden en spandoeken worden plat tegen de gevel van een clubgebouw geplaatst, of &#233;&#233;n bord wordt direct voor het clubgebouw of de directe omgeving van de inrit geplaatst.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_8__item_f" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_8__item_f">
		  <LiNummer>f.</LiNummer>
		  <Al>De oppervlakte van een bord dat direct voor het clubgebouw wordt geplaatst is ten hoogste 2,5 m2.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_8__item_g" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_8__item_g">
		  <LiNummer>g.</LiNummer>
		  <Al>Een bord bij een inrit van een clubgebouw heeft een oppervlakte van ten hoogste 2,5 m2 en een hoogte van ten hoogste 1,5 meter boven maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_8__item_h" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_8__item_h">
		  <LiNummer>h.</LiNummer>
		  <Al>Er worden ten hoogste vier vlaggen voor of tegen het clubgebouw geplaatst, met een oppervlakte van ten hoogste 6 m2.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Toelichting op H. Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen en vergelijkbare objecten voor aankondigingen bij sportvelden en sportterreinen</strong></Al>
	      <Al>Borden, spandoeken en vergelijkbare objecten zijn vaak aanwezig rondom sportterreinen. Deze objecten mogen op een sportterrein geplaatst worden, onder voorwaarde dat de zijde met de tekst of de afbeelding naar het speelveld toe staat. Om de landschappelijke impact van deze objecten te beperken, geldt de vrijstelling alleen als het sportterrein is omringd door een afschermende beplantingsstrook.</Al>
	      <Al><strong>I. Toegelaten borden voor het uiten van gedachten en gevoelens</strong></Al>
	      <Lijst type="expliciet" eId="cmp_18__content_1__list_9" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_9">
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_9__item_a" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_9__item_a">
		  <LiNummer>a.</LiNummer>
		  <Al>Bij een erf in de nabijheid van een gebouw worden alleen borden geplaatst en behouden die dienen tot het uiten van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_9__item_b" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_9__item_b">
		  <LiNummer>b.</LiNummer>
		  <Al>Er worden ten hoogste twee borden geplaatst.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_9__item_c" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_9__item_c">
		  <LiNummer>c.</LiNummer>
		  <Al>De borden bevatten geen bedrijfsreclame.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_9__item_d" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_9__item_d">
		  <LiNummer>d.</LiNummer>
		  <Al>Een bord heeft een oppervlakte van ten hoogste 1 m2, een lengte van ten hoogste 1 meter en een hoogte van ten hoogste 2,5 meter boven het maaiveld.</Al>
		</Li>
		<Li eId="cmp_18__content_1__list_9__item_e" wId="pv26_1059__cmp_18__content_1__list_9__item_e">
		  <LiNummer>e.</LiNummer>
		  <Al>De borden worden niet verlicht.</Al>
		</Li>
	      </Lijst>
	      <Al><strong>Toelichting op I. Toegelaten borden voor het uiten van gedachten en gevoelens</strong></Al>
	      <Al>Borden ter openbaring van gedachten en gevoelens zijn toegestaan volgens <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/2018-12-21#Hoofdstuk1_Artikel7" soort="URL">artikel 7 van de Grondwet</ExtRef>. Maar dit mag niet op iedere willekeurige locatie in de open ruimte. De vrijstelling hoort bij een erf met een gebouw, dus in een bewoonde omgeving. Verder gelden er afmetingenvoorschriften en is er een maximum aantal borden.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Bijlage eId="cmp_19" wId="pv26_1059__cmp_19" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>XIX</Nummer>
	    <Opschrift>Wonen en werken</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_19__content_1" wId="pv26_1059__cmp_19__content_1">
	    <Inhoud>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_19__content_1__table_1" eId="cmp_19__content_1__table_1">
		<tgroup align="left" cols="4">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25.0000*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25.0000*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25.0000*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25.0000*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><strong>Uitbreidingslocatie<br/></strong></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><strong>Toelichting</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><i>Wonen (max. aantal woningen) </i><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><i>Werken (hectares bedrijventerrein netto uitgeefbaar) </i><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Amersfoort<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>3.000<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Vathorst- west (&#x2018;Bovenduist&#x2019;)<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Baarn<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bunschoten<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Eemnes<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Leusden<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Soest<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Woudenberg<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_19__content_1__table_2" eId="cmp_19__content_1__table_2">
		<tgroup align="left" cols="4">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25.0000*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25.0000*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25.0000*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25.0000*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><strong>Uitbreidingslocatie<br/></strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><strong>Toelichting</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><i>Wonen (max. aantal woningen) </i><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><i>Werken (hectares bedrijventerrein netto uitgeefbaar) </i><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Renswoude<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>3<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Groot Overeem II<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Rhenen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>75<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Veenendaal<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <table wId="pv26_1059__cmp_19__content_1__table_3" eId="cmp_19__content_1__table_3">
		<tgroup align="left" cols="4">
		  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25.0000*"/>
		  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25.0000*"/>
		  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25.0000*"/>
		  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25.0000*"/>
		  <tbody valign="top">
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><strong>Uitbreidingslocatie<br/></strong><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><strong>Toelichting</strong><br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al><i>Wonen (max. aantal woningen) </i><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al><i>Werken (hectares bedrijventerrein netto uitgeefbaar) </i><br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Bunnik<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>850<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Odijk-west<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>De Bilt<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>De Ronde Venen<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Houten<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>270<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>250 Eiland van Schalkwijk, 20  &#x2018;t Goy</Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Lopik<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>40<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Montfoort<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>80<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Wonen: Sportvelden Linschoten; Werken Heeswijk Oost<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Oudewater<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>3<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Nieuwegein<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Stichtse Vecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>PM<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Daalseweide (Maarssen)<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Utrecht<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>PM<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Daalseweide (Maarssen)<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Utrechtse Heuvelrug<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>50<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Ten noorden van Overberg<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Vijfheerenlanden<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>5<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Meerkerk<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Wijk bij Duurstede<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>250<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>1,6<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>Wonen: De Geer III;Werken: uitbreidingbedrijventerrein Broekweg<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Woerden<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>90<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Haanwijk (Harmelen)<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>IJsselstein<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry/>
		      <entry/>
		    </row>
		    <row>
		      <entry>
			<Al>Zeist<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry>
			<Al>PM<br/></Al>
		      </entry>
		      <entry/>
		      <entry>
			<Al>Willem Arntzhoeve/Dennendal (Den Dolder)<br/></Al>
		      </entry>
		    </row>
		  </tbody>
		</tgroup>
	      </table>
	      <Al><strong>Kaart Bijlage XIX Wonen en Werken </strong></Al>
	      <Figuur wId="pv26_1059__cmp_19__content_1__img_1" eId="cmp_19__content_1__img_1">
		<Illustratie naam="jpg_c3afc74f-9b2b-4da3-81f1-35e5b7e897de.jpg" hoogte="565" breedte="800" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
	      </Figuur>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
	<Toelichting eId="recital" wId="recital" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	  <Kop>
	    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
	  </Kop>
	  <AlgemeneToelichting eId="genrecital" wId="genrecital">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="genrecital__content_1" wId="pv26_1059__genrecital__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Algemeen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De Omgevingswet (hierna: de wet) bepaalt in artikel 2.6 dat provinciale staten &#233;&#233;n omgevingsverordening vaststellen waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wet regelt geen overgangsrecht voor bestaande provinciale verordeningen die opgaan in de omgevingsverordening op basis van de wet. Dus moet op het moment dat de wet van kracht wordt, de Omgevingsverordening in werking treden. In de Omgevingsverordening provincie Utrecht zijn regels over de fysieke leefomgeving opgenomen. De Omgevingsverordening vervangt de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> (vastgesteld door PS op 10 maart 2021 en op 1 april 2021 in werking getreden).</Al>
		<Al>De Omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Bijvoorbeeld: vergunningplichten, waarbij op basis van een aanvraag eerst een besluit wordt genomen, gelden voor iedereen. Andere voorbeelden van direct werkende regels zijn de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten.</Al>
		<Al>Het ontwerp van de Omgevingsverordening is gebaseerd op:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__content_1__list_1" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_1">
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_1__item_1" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_1__item_1">
		    <Al>de <ExtRef ref="https://iplo.nl/publish/pages/191119/omgevingswet-stb-versie-21-04-2023.pdf" soort="URL">Omgevingswet</ExtRef>;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_1__item_2" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_1__item_2">
		    <Al>het <ExtRef ref="https://iplo.nl/publish/pages/191119/besluit-activiteiten-leefomgeving-stb-versie-11-07-2023.pdf" soort="URL">Besluit activiteiten leefomgeving</ExtRef>;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_1__item_3" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_1__item_3">
		    <Al>het <ExtRef ref="https://iplo.nl/publish/pages/191119/besluit-kwaliteit-leefomgeving-stb-versie-11-07-2023.pdf" soort="URL">Besluit kwaliteit leefomgeving</ExtRef>;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_1__item_4" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_1__item_4">
		    <Al>het <ExtRef ref="https://iplo.nl/publish/pages/191119/omgevingsbesluit-stb-versie-24-07-2023.pdf" soort="URL">Omgevingsbesluit</ExtRef>;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_1__item_5" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_1__item_5">
		    <Al>de <ExtRef ref="https://iplo.nl/publish/pages/191119/omgevingsregeling-artikelen-stcrt-versie-25-07-2023.pdf" soort="URL">Omgevingsregeling</ExtRef>; en</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_1__item_6" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_1__item_6">
		    <Al>de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005645/2023-04-01" soort="URL">Provinciewet</ExtRef>.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al><strong>Subsidiariteit</strong></Al>
		<Al>De Omgevingsverordening bevat verschillende soorten regels. In de eerste plaats de &#x201c;verplichte regels&#x201d;. Dit zijn de regels die de provincie moet opnemen op grond van de wet, zoals bijvoorbeeld regels over beschermde natuurgebieden (natuurnetwerk Nederland) en omgevingswaarden voor regionale kering en wateroverlast. In de tweede plaats zijn regels opgenomen ten behoeve van de provinciale belangen en de provinciale wettelijke taken. Die regels worden alleen gesteld als dit volgt uit het <ExtRef ref="https://omgevingswet.provincie-utrecht.nl/sites/omgevingswet/files/2020-05/koersdocument_koersen_met_kwaliteit.pdf" soort="URL">Afwegingskader</ExtRef> en dit doelmatig en doeltreffend is. Deze regels bestaan uit instructieregels en regels voor activiteiten. Instructieregels richten zich tot gemeenten en waterschappen en gaan over de inhoud en motivering van een omgevingsplan, waterschapsverordening, peilbesluit, legger en programma&#x2019;s. Regels voor activiteiten gelden voor iedereen (burgers en bedrijven).</Al>
		<Al><strong>Nieuw in de verordening</strong></Al>
		<Al>Naast aanpassing van de regels aan de wet (incl. terminologie, verwijzingen e.d.), zijn vanuit voortschrijdend inzicht en nadere verkenning enkele wijzigingen aangebracht ten opzichte van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening</ExtRef>. De volgende wijzigingen zijn in de Ontwerp Omgevingsverordening doorgevoerd:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__content_1__list_2" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_2">
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_2__item_1" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_2__item_1">
		    <Al>bescherming weidevogels breder ingevoerd dan alleen bij duurzame energie;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_2__item_2" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_2__item_2">
		    <Al>regels voor biomassa aangescherpt (Uitvoering van <ExtRef ref="https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/documenten/Motie/PS2019MM04-Motie-103-Duidelijk-over-Duurzaamheid-ingediend-door-GroenLinks-e-a-AANVAARD-2.pdf" soort="URL">motie 103</ExtRef> Duidelijk over Duurzaamheid (zie ook <ExtRef ref="https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/documenten/Ingekomen-stukken-van-GS-naar-PS/SB-uitvoering-motie-duidelijk-over-duurzaamheid-M103.pdf" soort="URL">statenbrief</ExtRef> van 5 januari 2021);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_2__item_3" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_2__item_3">
		    <Al>regelgeving borden en andere reclameborden versimpeld (Uitvoering van <ExtRef ref="https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/documenten/Motie/PS2020PS-Motie-vreemd-74-versterking-relatie-boer-en-burger-2020-ingediend-door-SGP-e-a.pdf" soort="URL">motie 74</ExtRef>): Versterking relatie boer en burger);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_2__item_4" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_2__item_4">
		    <Al>kaart Kleine landschapselementen geactualiseerd en aangevuld voor Vijfheerenlanden (o.b.v. recente inventarisatie);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_2__item_5" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_2__item_5">
		    <Al>aanpassing van het begrip erven in relatie tot de natuurnetwerk Nederland-regel;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_1__list_2__item_6" wId="pv26_1059__genrecital__content_1__list_2__item_6">
		    <Al>artikelen die in de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening</ExtRef> op &#x201c;gereserveerd&#x201d; stonden, zijn zo veel mogelijk ingevuld. Dit omdat deze onderwerpen onder de wet in samenhang met andere thema&#x2019;s opgenomen konden worden. Het betreft de volgende onderwerpen: Grondwaterverontreiniging, Gesloten stortplaatsen, Geluid provinciale wegen (o.a. invoeren geluidsproductieplatfonds) en Transformatorstations. Externe veiligheid is nog gereserveerd, omdat de regels afhankelijk zijn van een in de maak zijnde landelijke regeling. De bescherming van waardevolle houtopstanden wordt pas geregeld nadat de inventarisatie afgerond is en de Bossenstrategie door provinciale staten is vastgesteld. Voor deze houtopstanden blijven de beleidsregels gelden. Anticiperend op de wet zijn deze onderwerpen en enkele artikelen, die later ingevuld worden, alvast in de Omgevingsverordening opgenomen en staan op gereserveerd.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Dit is nader toegelicht in een <ExtRef ref="https://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=&amp;esrc=s&amp;source=web&amp;cd=&amp;cad=rja&amp;uact=8&amp;ved=2ahUKEwj5847c4N_yAhWSGuwKHTvJDLQQFnoECA4QAw&amp;url=https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Commissie-Omgevingsvisie/2021/16-juni/19:30/2021OGV29-01-Statenbrief-Ontwerp-Omgevingsverordening-2022.pdf&amp;usg=AOvVaw0yXt6jqM4iB4fZPVlZO4NU" soort="URL">statenbrief</ExtRef> . Bovendien zijn de specifieke (aanvraag)vereisten voor vergunning-, meld- en informatieplichten aanvullend op de wettelijke eisen in de verordening aangegeven. In de <ExtRef ref="https://omgevingswet.provincie-utrecht.nl/sites/omgevingswet/files/2021-05/Verschillentabel Interim Omgevingsverordening en Ontwerp Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022.pdf" soort="URL">Verschillentabel</ExtRef> zijn de verschillen tussen de Interim Omgevingsverordening en de Ontwerp Omgevingsverordening opgenomen.</Al>
		<Al><strong>Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)</strong></Al>
		<Al>In het digitale stelsel zijn er verschillende functies die allemaal met standaarden worden ondersteund. Denk aan het publiceren van omgevingswetbesluiten, het afleveren van een vergunningaanvraag of een melding en aan het opvragen van informatie in het Omgevingsloket.</Al>
		<Al>De Omgevingsverordening heeft een formele juridische status en moet daarom voldoen aan digitale vereisten qua bestandsformaat, structurering en vormgeving. Hiermee kan zij formeel gepubliceerd worden en voor digitale dienstverlening aan burgers, bedrijven en partners via "een klik op de kaart&#x201d; toegankelijk zijn via het DSO. Dit heeft tot gevolg dat de digitaliseringsopgave leidend is voor de opzet van de (Ontwerp) Omgevingsverordening. Na een &#x201c;klik op de kaart&#x201d; zijn de regels en informatie te zien die gelden op een specifieke locatie. Op een specifieke locatie kunnen meerder regels uit de Omgevingsverordening van toepassing zijn.</Al>
		<Al><strong>Vervolg</strong></Al>
		<Al>De Ontwerp Omgevingsverordening heeft van 1 juni 2021 t/m 12 juli 2021 ter inzage gelegen. In die periode zijn 56 zienswijzen ingediend. Tijdens de periode van terinzagelegging heeft &#233;&#233;n digitale informatieavond plaatsgevonden. Hier hebben twee personen gebruik van gemaakt. Van de geplande hoorzitting voor mondelinge zienswijzen is geen gebruik gemaakt. De concept Nota van beantwoording is na vaststelling door gedeputeerde staten naar de indieners gestuurd. Zij kregen op 23 februari 2022 de gelegenheid bij de Commissie Omgevingsvisie te reflecteren op de concept Nota van beantwoording. Provinciale staten hebben de ingediende zienswijzen en de concept Nota van beantwoording bij de besluitvorming rondom de Omgevingsverordening betrokken. De Omgevingsverordening is op <ExtRef ref="https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Provinciale-Staten/2022/30-maart/20:00" soort="URL">30 maart 2022</ExtRef> door provinciale staten vastgesteld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="genrecital__content_2" wId="pv26_1059__genrecital__content_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Provinciaal belang</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Provinciaal belang</strong></Al>
		<Al>STAD EN LAND GEZOND</Al>
		<table wId="pv26_1059__genrecital__content_2__table_1" eId="genrecital__content_2__table_1">
		  <tgroup align="left" cols="2">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		    <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Provinciaal belang</i><br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al><i>Toelichting</i><br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Bevorderen van een gezonde leefomgeving.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie heeft wettelijke / (boven)regionale taken op het gebied van geluid, stilte, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. Het betreft het beperken van de milieubelasting vanuit diverse bronnen naar waarden die niet negatief bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Bevorderen van een veilige inrichting van de leefomgeving.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie heeft wettelijke / (boven)regionale taken op het gebied van waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid op en rond de provinciale infrastructuur.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Versterken van onderlinge relatie tussen &#x2018;stad&#x2019; en &#x2018;land&#x2019;<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De zones rondom de kernen vormen de verbinding tussen het stedelijk en het landelijk gebied. Ze hebben invloed op kwaliteit en uitstraling van de steden en dorpen en van het landelijk gebied. Tegengaan leegstand en verrommeling draagt bij aan vitaliteit van de kern.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Zodanige condities scheppen dat een goede recreatieve structuur wordt behouden en versterkt.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De recreatieve structuur bestaat uit routenetwerken, waterwegen en voorzieningen zoals recreatieterreinen, verblijfsaccommodaties en zwemwater. Het overschrijdt gemeente- en provinciegrenzen. De provincie richt zich op een evenwichtige spreiding van toeristen en recreanten over stad en landelijk gebied, een op de vraag aansluitend aanbod en zorg voor behoud van stilte voor de rustzoekende mens.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Bevorderen van een inclusieve samenleving.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie kan met haar taken voor de fysieke leefomgeving ook voorwaarden scheppen voor een inclusieve samenleving. Bijvoorbeeld op het gebied van openbaar vervoer of de woningbouwprogrammering. Ook kan ze hiermee bijdragen aan sociale samenhang en aan dat iedereen mee kan doen in de maatschappij.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>KLIMAATBESTENDIG EN WATERROBUUST</Al>
		<table wId="pv26_1059__genrecital__content_2__table_2" eId="genrecital__content_2__table_2">
		  <tgroup align="left" cols="2">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		    <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Provinciaal belang</i><br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al><i>Toelichting</i><br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Bevorderen van een klimaatbestendige leefomgeving.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De aanpak van de door klimaatverandering veroorzaakte wateroverlast, hittestress, overstromingen en droogte is vaak regionaal. Er is ruimte nodig voor afdoende klimaatbestendige ingrepen en regionale afstemming en samenwerking om te komen tot een klimaatadaptieve inrichting van de fysieke leefomgeving.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Ontwikkelen van een robuust en duurzaam bodem- en watersysteem.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie heeft wettelijke taken op het gebied van de bodem- en watersystemen (zowel grond- als oppervlaktewater). Toekomstige veranderingen en ontwikkelingen vragen om het behoud van een duurzaam evenwicht tussen benutten en beschermen op provinciaal niveau. Het regionale bodem- en watersysteem is de drager van de bovengrondse ruimtelijke ontwikkelingen. Het systeem stopt niet bij gemeentelijke grenzen en vraagt om regionale keuzes. Waarin de provincie rekening houdt met gebied specifieke belangen en opgaven.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>evorderen van het afremmen van bodemdaling.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>Afremmen van bodemdaling vergt een gemeentegrensoverschrijdende, (boven)regionale aanpak.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>DUURZAME ENERGIE</Al>
		<table wId="pv26_1059__genrecital__content_2__table_3" eId="genrecital__content_2__table_3">
		  <tgroup align="left" cols="2">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		    <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Provinciaal belang</i><br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al><i>Toelichting</i><br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Bijdragen aan het verminderen van energiegebruik.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie draagt bij aan de inzet op besparing om de impact van de energietransitie te verminderen. Als de energievraag afneemt, wordt de druk op de ruimte voor het realiseren van duurzame energie beperkter.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Bevorderen van en voldoende ruimte bieden aan de realisatie van duurzame energiebronnen.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De realisatie van duurzame energiebronnen vergt een regionale aanpak, omdat de impact veelal verder gaat dan een individuele gemeente. De uitwerking van provinciale en nationale ambities voor energietransitie vraagt om regie op provinciaal schaalniveau. Daarnaast zijn wij bevoegd gezag voor het mogelijk maken van een deel van de duurzame energieprojecten.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>VITALE STEDEN EN DORPEN</Al>
		<table wId="pv26_1059__genrecital__content_2__table_4" eId="genrecital__content_2__table_4">
		  <tgroup align="left" cols="2">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		    <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Provinciaal belang</i><br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al><i>Toelichting</i><br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Bevorderen van binnenstedelijke ontwikkeling.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>Binnenstedelijke ontwikkeling, dat wil zeggen binnen het stedelijk gebied van steden, dorpen en overige kernen, inclusief transformatie, herstructurering en de aanpak van leegstand, heeft bovengemeentelijke aspecten, omdat we te maken hebben met regionale markten voor woon- en werk- en kantoorlocaties. Het gaat daarbij om regionale afstemming en het cre&#235;ren van een gelijk speelveld in alle gemeenten.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Voldoende ruimte bieden voor het realiseren van een op de behoefte aansluitend aanbod van woningen en woonvoorzieningen.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>Er is een regionale woningmarkt die vraagt om regionale programmering en afstemming. Het gaat om een aanbod dat op regionaal niveau in kwantitatieve en kwalitatieve zin is afgestemd op de (toekomstige) behoefte en de vraag van alle woningzoekenden, qua woningtype en woonmilieu en qua betaalbaarheid.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Voldoende ruimte bieden voor het functioneren en versterken van een vitale, circulaire en innovatieve regionale economie.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De markten voor kantoren en bedrijventerreinen functioneren op regionaal niveau. Dit vraagt om regionale programmering en afstemming. Het gaat om een aanbod dat op regionaal niveau in kwantitatieve en kwalitatieve zin aansluit bij de behoefte.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Voldoende ruimte bieden voor behoud en versterking van een goede retailstructuur.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>Een gevarieerd en bereikbaar aanbod van winkels is mede bepalend voor de binnenstedelijke kwaliteit en de typering van woonmilieus. Ontwikkelingen in de ene gemeente kunnen gevolgen hebben voor de retailstructuur in de andere gemeente.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>DUURAAM, GEZOND EN VEILIG BEREIKBAAR</Al>
		<table wId="pv26_1059__genrecital__content_2__table_5" eId="genrecital__content_2__table_5">
		  <tgroup align="left" cols="2">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		    <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Provinciaal belang</i><br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al><i>Toelichting</i><br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Zorgdragen voor en voldoende ruimte bieden aan goede, duurzame en veilige bereikbaarheid van woon-, werk- en vrijetijdslocaties.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>Mobiliteitssystemen overstijgen veelal het lokale niveau en zelfs het regionale niveau. Het gaat om het zo optimaal en zo duurzaam mogelijk afstemmen van ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit, &#233;n het met elkaar verbinden van vraag en aanbod en een verdere integratie van de verschillende vervoerwijzen en netwerken.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Zorgdragen voor instandhouding van de provinciale infrastructuur en een adequaat provinciaal OV-netwerk.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie heeft een verantwoordelijkheid voor provinciale wegen en fietsinfrastructuur, traminfrastructuur en regionaal openbaar vervoer en heeft als decentrale OV-autoriteit een wettelijke verantwoordelijkheid voor de instandhouding van het regionale openbaar vervoer.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>LEVEND LANDSCHAP, ERFGOED EN CULTUUR</Al>
		<table wId="pv26_1059__genrecital__content_2__table_6" eId="genrecital__content_2__table_6">
		  <tgroup align="left" cols="2">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		    <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Provinciaal belang</i><br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al><i>Toelichting</i><br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Ontwikkelen van kernkwaliteiten van het landschap en behouden van aardkundige waarden.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De landschappen vormen gemeentegrensoverschrijdende structuren en kwaliteiten. Ook voor de natuur zijn de landschappen van groot belang. De aardkundige waarden zijn deel van de landschappelijke kwaliteiten.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Beschermen en benutten van de waarden van de cultuurhistorische hoofdstructuur.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De Cultuurhistorische hoofdstructuur omvat bovengemeentelijke en deels bovenprovinciale structuren waarbij de provincie zorgt voor de eenheid in aanpak van beschermen en benutten.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Beschermen en benutten van de <i>Outstanding Universal Value</i> van UNESCO Werelderfgoed.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie heeft een wettelijke taak ervoor te zorgen dat de kernkwaliteiten van de bovengemeentelijke structuren van de Neder-Germaanse Limes, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam als UNESCO Werelderfgoed niet worden aangetast.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Zorgdragen voor een hoogwaardig aanbod cultuur en erfgoed.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie bevordert het restaureren van rijksmonumenten, het beheren van archeologische vondsten (wettelijke taak), het in stand houden van molens en kasteelmusea, het organiseren van festivals, het aanbieden van cultuur- en erfgoededucatie via het onderwijs en het faciliteren van het bibliotheeknetwerk (wettelijke taak).<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>TOEKOMSTBESTENDIGE NATUUR EN LANDBOUW</Al>
		<table wId="pv26_1059__genrecital__content_2__table_7" eId="genrecital__content_2__table_7">
		  <tgroup align="left" cols="2">
		    <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
		    <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry>
			  <Al><i>Provinciaal belang</i><br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al><i>Toelichting</i><br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Ontwikkelen en versterken van een robuust netwerk van natuur met hoge kwaliteit, en bevorderen van een betere beleefbaarheid.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie heeft een wettelijke taak voor de totstandkoming en instandhouding van het Europees en Nationaal Natuurnetwerk. Beleefbaarheid van en maatschappelijke betrokkenheid bij natuur dragen bij aan draagvlak voor natuur en daarmee aan de bescherming ervan.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Behouden en versterken van de biodiversiteit.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie heeft een wettelijke taak voor het behoud / herstel van een gunstige staat van instandhouding van beschermde en bedreigde soorten en hun leefomgeving, en voor de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten. Daarnaast heeft de provincie zorgplicht voor behouden en versterken biodiversiteit.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Beschermen en ontwikkelen van houtopstanden.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De provincie heeft een wettelijke en bovenregionale taak voor behouden en beschermen houtopstanden. Vanuit het Klimaatakkoord heeft de provincie samen met andere partijen de opdracht tot vergroting van het oppervlak houtopstanden.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry>
			  <Al>Bevorderen van een duurzame en economisch rendabele landbouw.<br/></Al>
			</entry>
			<entry>
			  <Al>De agrarische sector beheert ongeveer de helft van het grondgebied in de provincie Utrecht. Het is belangrijk dat de sector economisch vitaal blijft en deze rol kan blijven vervullen. Vanuit het provinciale belang voor gebruik en kwaliteit van het landelijk gebied bieden we mogelijkheden voor een transitie naar een circulaire, natuurinclusieve, klimaatneutrale en diervriendelijke landbouw (kringlooplandbouw), met behoud van gebiedskwaliteiten en gezonde leefomgeving.<br/></Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="genrecital__content_3" wId="pv26_1059__genrecital__content_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Afwegingskader Omgevingsverordening</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij het opstellen van de verordening zijn de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__content_3__list_1" wId="pv26_1059__genrecital__content_3__list_1">
		  <Li eId="genrecital__content_3__list_1__item_1" wId="pv26_1059__genrecital__content_3__list_1__item_1">
		    <Al>bestaande regels worden beleidsneutraal omgezet, tenzij uit de Omgevingsvisie of het <ExtRef ref="https://omgevingswet.provincie-utrecht.nl/sites/omgevingswet/files/2020-05/koersdocument_koersen_met_kwaliteit.pdf" soort="URL">stroomschema afwegingskader</ExtRef> (zie hieronder) een andere keuze voortvloeit. Beleidsneutraal betekent niet regelneutraal: de instrumentkeuze en de formulering kunnen veranderen;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_3__list_1__item_2" wId="pv26_1059__genrecital__content_3__list_1__item_2">
		    <Al>regels worden geformuleerd vanuit het principe &#x2018;Ja, mits&#x2019; in plaats van &#x2018;Nee, tenzij&#x2019;;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_3__list_1__item_3" wId="pv26_1059__genrecital__content_3__list_1__item_3">
		    <Al>de verordening bevat zo min mogelijk regels. Daarvoor wordt het 90-10-principe gehanteerd: regels in de verordening zijn bedoeld om in 90% van de gevallen te voldoen. De overige 10% wordt opgelost met flexibiliteit in de toepassing van de regels (bijvoorbeeld maatwerkvoorschriften);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_3__list_1__item_4" wId="pv26_1059__genrecital__content_3__list_1__item_4">
		    <Al>regels zijn logisch, eenduidig en samenhangend. De verschillen in systematiek en formulering binnen de huidige regels worden zo veel mogelijk opgelost en de regels zijn op elkaar afgestemd.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Figuur wId="pv26_1059__genrecital__content_3__img_1" eId="genrecital__content_3__img_1">
		  <Illustratie naam="jpg_764abab9-bac0-4882-b2ba-ce7bbd708eb4.jpg" hoogte="620" breedte="800" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		</Figuur>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="genrecital__content_4" wId="pv26_1059__genrecital__content_4">
	      <Kop>
		<Opschrift>Opbouw omgevingsverordening</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De verordening bestaat uit verschillende hoofdstukken. Een hoofdstuk is onderverdeeld in afdelingen en als het nodig is in paragrafen en sub paragrafen. Hoofdstuk 1 bevat inleidende bepalingen en hoofdstuk 10 bevat bepalingen over uitvoering en procedures. Hoofdstuk 2 t/m 9 regelen de verschillende thema&#x2019;s, zoals water, bodem, mobiliteit, energie, natuur, cultuur, landschap, landbouw, wonen, werken en recre&#235;ren.</Al>
		<Al>In de hoofdstukken 2 t/m 9 wordt een bepaalde volgorde aangehouden:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__content_4__list_1" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_1">
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_1__item_1" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_1__item_1">
		    <Al><i>omgevingswaarden </i>(alleen in hoofdstuk 2);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_1__item_2" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_1__item_2">
		    <Al><i>instructieregels</i>: deze richten zich tot gemeenten, waterschappen en gedeputeerde staten. Regels die zich richten tot de faunabeheer- en wildbeheereenheden zijn ook te vinden bij de instructieregels;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_1__item_3" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_1__item_3">
		    <Al><i>regels voor iedereen</i>: deze regels gelden voor iedereen of voor degene die een bepaalde activiteit verricht.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Wanneer de wet in werking treedt, komt er ook een nieuw Omgevingsloket. Dat wordt d&#233; centrale plek waar alle digitale informatie over de fysieke leefomgeving in samenhang te vinden is. In het Omgevingsloket kunnen burgers en bedrijven zien wat kan en mag in hun leefomgeving. Aanvragen of meldingen kunnen gedaan worden via dat loket. Dat betekent dat overheden de regels zo moeten opschrijven dat ze zichtbaar worden in de viewer in het Omgevingsloket. Met die gedachte in het achterhoofd is binnen de <i>regels voor iedereen </i>gewerkt met een bepaalde volgorde:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="genrecital__content_4__list_2" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2">
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_1" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_1">
		    <Al>oogmerk;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_2" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_2">
		    <Al>toepassingsbereik;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_3" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_3">
		    <Al>zorgplicht;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_4" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_4">
		    <Al>specifieke zorgplicht;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_5" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_5">
		    <Al>verbod;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_6" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_6">
		    <Al>vrijstelling;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_7" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_7">
		    <Al>omgevingsvergunning (het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_8" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_8">
		    <Al>vrijstelling vergunningplicht;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_9" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_9">
		    <Al>beoordelingsregel omgevingsvergunning;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_10" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_10">
		    <Al>specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_11" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_11">
		    <Al>meldplichten (het is verboden zonder melding een activiteit te verrichten);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_12" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_12">
		    <Al>specifieke vereisten meldingen;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_13" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_13">
		    <Al>specifieke vereisten gegevens en bescheiden (informatieplichten);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="genrecital__content_4__list_2__item_14" wId="pv26_1059__genrecital__content_4__list_2__item_14">
		    <Al>specifieke eis(en).</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </AlgemeneToelichting>
	  <ArtikelgewijzeToelichting eId="artrecital" wId="artrecital">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_1">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>1</Nummer>
		<Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_2">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>1.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleidende bepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_3" wId="pv26_1059__artrecital__content_3">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.1</Nummer>
		<Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_4" wId="pv26_1059__artrecital__content_4">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.2</Nummer>
		<Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_5" wId="pv26_1059__artrecital__content_5">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.3</Nummer>
		<Opschrift>Reikwijdte verordening</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_6" wId="pv26_1059__artrecital__content_6">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.4</Nummer>
		<Opschrift>Schakelbepaling</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_7" wId="pv26_1059__artrecital__content_7">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.5</Nummer>
		<Opschrift>Normadressaat</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_8" wId="pv26_1059__artrecital__content_8">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.6</Nummer>
		<Opschrift>Ontheffing instructieregel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gemeenten
en waterschappen kunnen bij gedeputeerde staten een ontheffing van een
instructieregel aanvragen. Deze is bedoeld voor situaties waarbij de
uitoefening van een taak of bevoegdheid onevenredig wordt belemmerd in
verhouding tot het belang dat met de regel wordt gediend. Daarvan kan sprake
zijn als ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving redelijkerwijs niet waren te
voorzien. Een ontheffing kan bijvoorbeeld worden toegepast om ontwikkelingen
met behulp van maatwerkoplossingen of innovatieve initiatieven in
overeenstemming te brengen met de belangen die met de regel worden beschermd. </Al>
		<Al>Een
ontheffing kan bijvoorbeeld ook worden toegepast als er een integrale afweging
is gemaakt van provinciale belangen. Bijvoorbeeld als blijkt dat een bepaald
plan of project bijdraagt aan een aantal provinciale belangen, maar dat een
enkel provinciaal belang een belemmering vormt voor de realisatie van zo'n plan
of project ("plussen en minnen-afweging"). Aan de ontheffing kunnen
voorschriften worden verbonden om het oorspronkelijk beoogde doel of belang te
beschermen waarop de instructieregel betrekking had.</Al>
		<Al>Is
er ontheffing verleend van een instructieregel? Dan kan tegen deze ontheffing
beroep worden ingesteld. Artikel 16.83 Omgevingswet regelt dat een verleende
ontheffing voor de mogelijkheid van beroep deel moet uitmaken van het besluit
waarop de ontheffing ziet. Een weigering om een ontheffing te verlenen is
zelfstandig appellabel volgens de hoofdregel van de Algemene wet bestuursrecht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_9" wId="pv26_1059__artrecital__content_9">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.7</Nummer>
		<Opschrift>Ontheffing voor experimenten of innovatie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gemeenten en waterschappen kunnen op grond van <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.6">artikel 1.6</IntRef> van deze verordening bij gedeputeerde staten een ontheffing van een instructieregel aanvragen. Naast artikel 1.6 biedt <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.7">artikel 1.7</IntRef> de mogelijkheid om op een innovatieve manier &#x2018;uitnodigingsplanologie&#x2019; te bedrijven. Hiermee wordt bedoeld: planologie die redeneert vanuit de plek. Dergelijke experimenteerruimte kan helpen bij de transities voor energie, bodemdaling en landbouw. Indien een nieuwe technologie zich aandient, is er ruimte om in pilots met deze technologie te experimenteren. Het gaat onder meer om innovaties op het gebied van opwekken van warmte en warmtetransitie (zoals waterstof, zonnegevels, aquathermie en aardwarmte), mobiliteit, transport en opslag van energie, etc. Dan is een gezamenlijke kaderstelling, als alternatief voor een deel van de regels nodig. Als uitgangspunt voor het gezamenlijk op te stellen kader gelden ook de algemene uitgangspunten over duurzaamheid en omgevingskwaliteit uit de Omgevingsvisie. Het gaat de provincie om dat belangen in een gebied bij elkaar worden gebracht en dat gezamenlijk nagedacht gaat worden over de kwaliteiten van een gebied en wat er voor nodig is om een gebied een goede toekomst te gunnen. De veiligheid voor de omgeving moet worden aangetoond en ook moet aangetoond worden dat er geen nadelig effect is op bodem, water en milieu.</Al>
		<Al>Voor die gebieden waarvoor een gezamenlijk kader is opgesteld, kunnen gedeputeerde staten een ontheffing verlenen op grond van dit artikel. De nieuwe experimenteergebieden worden daarna toegevoegd aan <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.4">artikel 9.4</IntRef> Instructieregel ruimte voor experimenten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_10" wId="pv26_1059__artrecital__content_10">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.8</Nummer>
		<Opschrift>Hardheidsclausule</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het
kan zijn dat een kansrijk plan of project niet gerealiseerd kan worden omdat
algemene regels uit deze verordening een belemmering vormen. Gedeputeerde
staten kunnen van een algemene regel afwijken als die voor een belanghebbende
gevolgen zou hebben die niet in verhouding staan tot het doel dat met de
algemene regel wordt nagestreefd. Gedeputeerde staten kunnen dan na integrale
weging van de betrokken provinciale belangen een omgevingsvergunning verlenen waarmee
wordt afgeweken van die regels. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften
worden verbonden om het oorspronkelijk beoogde doel of belang waarop de regel
betrekking had te beschermen. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_11" wId="pv26_1059__artrecital__content_11">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.9</Nummer>
		<Opschrift>Wijzigen en intrekken omgevingsvergunning</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Soms kan het nodig zijn dat een omgevingsvergunning
ambtshalve wordt gewijzigd of ingetrokken. Het belang van een ongewijzigde
vergunning weegt dan niet op tegen het belang van wijziging of intrekking. De
aanwijzingen voor de regelgeving bepalen dat de bevoegdheid hiertoe
uitdrukkelijk in de verordening wordt geregeld en dat de gronden voor het
intrekken of wijzigen van een omgevingsvergunning in de verordening worden
gespecificeerd</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_12" wId="pv26_1059__artrecital__content_12">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>1.2</Nummer>
		<Opschrift>Aanvraagvereisten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_13" wId="pv26_1059__artrecital__content_13">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.10</Nummer>
		<Opschrift>Aanvraagvereisten ontheffing instructieregels</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Hier staat geen toelichting</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_14" wId="pv26_1059__artrecital__content_14">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>1.12</Nummer>
		<Opschrift>Aanvraagvereisten melding of informatieplicht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_15" wId="pv26_1059__artrecital__content_15">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>2</Nummer>
		<Opschrift>Watersysteem</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_16" wId="pv26_1059__artrecital__content_16">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>2.1</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarden en monitoring regionale waterkering en wateroverlast</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_17" wId="pv26_1059__artrecital__content_17">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.1.1</Nummer>
		<Opschrift>Algemene bepaling omgevingswaarde regionale waterkering en wateroverlast</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_18" wId="pv26_1059__artrecital__content_18">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.1</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk omgevingswaarden en monitoring regionale waterkeringen en wateroverlast</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_19" wId="pv26_1059__artrecital__content_19">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.1.2</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde regionale waterkering en wateroverlast</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_20" wId="pv26_1059__artrecital__content_20">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.2</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde regionale waterkering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 2.13 van de wet moeten bij de omgevingsverordening omgevingswaarden worden vastgesteld voor  waterkeringen die niet primair zijn en die niet in beheer zijn van het Rijk. De omgevingswaarde is de gemiddelde overschrijdingskans per jaar. De waarde is gebaseerd op de verwachte economische schade die kan optreden als de waterkering faalt. De regionale waterkeringen zijn naar gelang de mogelijk optredende schade in klassen ingedeeld, oplopend van een overschrijdingskans van 1 op 10 per jaar tot een overschrijdingskans van 1 op 1250 per jaar.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_21" wId="pv26_1059__artrecital__content_21">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.3</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde Slaperdijk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste
lid, onder a:</strong> De omgevingswaarden van waterkeringen die (ook) een compartimenterende functie hebben, wijken af van de omgevingswaarden van regionale waterkeringen die direct water keren. De Slaperdijk bij Veenendaal heeft een dergelijke compartimenterende functie. Zo heeft de Slaperdijk een belangrijke invloed op het overstromingsverloop bij een doorbraak van de Grebbedijk. De aanwezigheid van de Slaperdijk vertraagt de overstroming van het gebied ten noordwesten van de Grebbedijk en heeft een opstuwende werking ten zuidoosten van de Grebbedijk. Voor de Slaperdijk geldt geen omgevingswaarde in de vorm van een overschrijdingskans, maar hier geldt als omgevingswaarde dat het huidige profiel van de waterkering gehandhaafd moet worden. De belangrijkste overweging daarbij is dat het versterken of verwijderen van de Slaperdijk geen significante invloed heeft op de gevolgschade bij een grootschalige overstroming en dat een dijkversterking bovendien grote gevolgen heeft voor de bestaande belangrijke landschaps-, natuur- en cultuurhistorische (LNC)waarden. De keuze voor het handhaven van het huidig profiel betekent dat de Slaperdijk geen volwaardige waterkerende functie heeft. </Al>
		<Al><strong>Eerste lid, onder b:</strong> De belangrijkste functie van de Slaperdijk is de vertragende functie in geval van een doorbraak van de Grebbedijk. Hierbij is het van belang dat ook diverse doorgangen in de Slaperdijk afsluitbaar worden gemaakt. Dat betreft duikers in watergangen en kruisingen met wegen. De belangrijkste is de doorgang in het Valleikanaal bij de Rode Haan. Het ter plaatse afsluiten van de Slaperdijk is onder meer nodig om de benodigde vertraging (van een overstroming) te realiseren. Hierdoor is er in het achterliggende gebied meer tijd voor evacuatie en voorbereidende maatregelen. Ook bestaat de mogelijkheid dat dit achterliggende gebied helemaal droog blijft bij afsluiting. De nadelige gevolgen van een gesloten Slaperdijk zijn beperkt. Toch is het wenselijk dat bij een dreigende overstroming pas tot sluiting van de doorgangen in de Slaperdijk wordt overgegaan na preventieve evacuatie van de overstroombare gebieden van de gemeenten Veenendaal, Wageningen, Rhenen en Ede. De betrokken overheden en instanties zullen dit moeten verwerken in hun rampenbestrijdingsplannen. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_22" wId="pv26_1059__artrecital__content_22">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.4</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast binnen de bebouwde kom Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 2.13 van de wet moeten bij omgevingsverordening omgevingswaarden worden vastgesteld voor wateroverlast door inundatie (het opzettelijk onder water zetten van gronden) vanuit oppervlaktewater als gevolg van grote hoeveelheden neerslag. Deze omgevingswaarden verschillen afhankelijk van het grondgebruik en zijn gerelateerd aan de economische waarde van landgebruik en de te verwachten schade bij overstroming. De omgevingswaarden drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De omgevingswaarden bakenen de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Dit geeft burgers en bedrijven helderheid over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende zaken en onroerende zaken. De omgevingswaarden in deze verordening zijn minimumwaarden. Waterschappen mogen, indien zij dit gewenst achten, strengere normen hanteren.</Al>
		<Al>Voor wat betreft de stedelijke kernen is aansluiting gezocht bij het begrip bebouwde kom van een gemeente, zoals bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Bij stedelijke uitbreiding schuift hierdoor de norm automatisch op. Omdat de vastgestelde norm een minimumnorm is, is het waterschap vrij om, indien wenselijk, al in de tussentijd (periode tussen feitelijke realisering stedelijke uitbreiding en onherroepelijk besluit tot aanpassing grens bebouwde kom) te anticiperen op de toekomstige &#x2018;bebouwingsnorm&#x2019;. Op deze manier kan het waterschap soepel inspelen op de nieuwe situatie.</Al>
		<Al>Om te bepalen of een overig gebied voldoet aan de omgevingswaarde wordt het zogenaamde maaiveldcriterium gehanteerd. Dat wil zeggen dat een klein gedeelte van het gebied (op perceelniveau) niet aan de omgevingswaarde hoeft te voldoen. Dit betreft terreindelen die per definitie laag liggen en dus al snel onderlopen, zoals slootkanten en wadi&#x2019;s. Dit maaiveldcriterium geldt niet voor gebied waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen aanwezig zijn.</Al>
		<Al>Uitzonderingen
op de omgevingswaarden zijn opgenomen in het delegatiebesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_23" wId="pv26_1059__artrecital__content_23">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.5</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast binnen de bebouwde kom Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 2.13 van de wet moeten bij omgevingsverordening omgevingswaarden worden vastgesteld voor wateroverlast door inundatie (het opzettelijk onder water zetten van gronden) vanuit oppervlaktewater als gevolg van grote hoeveelheden neerslag. Deze omgevingswaarden verschillen afhankelijk van het grondgebruik en zijn gerelateerd aan de economische waarde van landgebruik en de te verwachten schade bij overstroming. De omgevingswaarden drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De omgevingswaarden bakenen de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Dit geeft burgers en bedrijven helderheid over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende zaken en onroerende zaken. De omgevingswaarden in deze verordening zijn minimumwaarden. Waterschappen mogen, indien zij dit gewenst achten, strengere normen hanteren.</Al>
		<Al>Voor wat betreft de stedelijke kernen is aansluiting gezocht bij het begrip bebouwde kom van een gemeente, zoals bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Bij stedelijke uitbreiding schuift hierdoor de norm automatisch op. Omdat de vastgestelde norm een minimumnorm is, is het waterschap vrij om, indien wenselijk, al in de tussentijd (periode tussen feitelijke realisering stedelijke uitbreiding en onherroepelijk besluit tot aanpassing grens bebouwde kom) te anticiperen op de toekomstige &#x2018;bebouwingsnorm&#x2019;. Op deze manier kan het waterschap soepel inspelen op de nieuwe situatie.</Al>
		<Al>Om te bepalen of een overig gebied voldoet aan de omgevingswaarde wordt het zogenaamde maaiveldcriterium gehanteerd. Dat wil zeggen dat een klein gedeelte van het gebied (op perceelniveau) niet aan de omgevingswaarde hoeft te voldoen. Dit betreft terreindelen die per definitie laag liggen en dus al snel onderlopen, zoals slootkanten en wadi&#x2019;s. Dit maaiveldcriterium geldt niet voor gebied waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen aanwezig zijn.</Al>
		<Al>Uitzonderingen
op de omgevingswaarden zijn opgenomen in het delegatiebesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_24" wId="pv26_1059__artrecital__content_24">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.6</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast binnen de bebouwde kom Waterschap Vallei en Veluwe</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 2.13 van de wet moeten bij omgevingsverordening omgevingswaarden worden vastgesteld voor wateroverlast door inundatie (het opzettelijk onder water zetten van gronden) vanuit oppervlaktewater als gevolg van grote hoeveelheden neerslag. Deze omgevingswaarden verschillen afhankelijk van het grondgebruik en zijn gerelateerd aan de economische waarde van landgebruik en de te verwachten schade bij overstroming. De omgevingswaarden drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De omgevingswaarden bakenen de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Dit geeft burgers en bedrijven helderheid over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende zaken en onroerende zaken. De omgevingswaarden in deze verordening zijn minimumwaarden. Waterschappen mogen, indien zij dit gewenst achten, strengere normen hanteren.</Al>
		<Al>Voor wat betreft de stedelijke kernen is aansluiting gezocht bij het begrip bebouwde kom van een gemeente, zoals bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Bij stedelijke uitbreiding schuift hierdoor de norm automatisch op. Omdat de vastgestelde norm een minimumnorm is, is het waterschap vrij om, indien wenselijk, al in de tussentijd (periode tussen feitelijke realisering stedelijke uitbreiding en onherroepelijk besluit tot aanpassing grens bebouwde kom) te anticiperen op de toekomstige &#x2018;bebouwingsnorm&#x2019;. Op deze manier kan het waterschap soepel inspelen op de nieuwe situatie.</Al>
		<Al>Om te bepalen of een overig gebied voldoet aan de omgevingswaarde wordt het zogenaamde maaiveldcriterium gehanteerd. Dat wil zeggen dat een klein gedeelte van het gebied (op perceelniveau) niet aan de omgevingswaarde hoeft te voldoen. Dit betreft terreindelen die per definitie laag liggen en dus al snel onderlopen, zoals slootkanten en wadi&#x2019;s. Dit maaiveldcriterium geldt niet voor gebied waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen aanwezig zijn.</Al>
		<Al>Uitzonderingen
op de omgevingswaarden zijn opgenomen in het delegatiebesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_25" wId="pv26_1059__artrecital__content_25">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.7</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast binnen de bebouwde kom Waterschap Rivierenland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 2.13 van de wet moeten bij omgevingsverordening omgevingswaarden worden vastgesteld voor wateroverlast door inundatie (het opzettelijk onder water zetten van gronden) vanuit oppervlaktewater als gevolg van grote hoeveelheden neerslag. Deze omgevingswaarden verschillen afhankelijk van het grondgebruik en zijn gerelateerd aan de economische waarde van landgebruik en de te verwachten schade bij overstroming. De omgevingswaarden drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De omgevingswaarden bakenen de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Dit geeft burgers en bedrijven helderheid over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende zaken en onroerende zaken. De omgevingswaarden in deze verordening zijn minimumwaarden. Waterschappen mogen, indien zij dit gewenst achten, strengere normen hanteren.</Al>
		<Al>Voor wat betreft de stedelijke kernen is aansluiting gezocht bij het begrip bebouwde kom van een gemeente, zoals bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Bij stedelijke uitbreiding schuift hierdoor de norm automatisch op. Omdat de vastgestelde norm een minimumnorm is, is het waterschap vrij om, indien wenselijk, al in de tussentijd (periode tussen feitelijke realisering stedelijke uitbreiding en onherroepelijk besluit tot aanpassing grens bebouwde kom) te anticiperen op de toekomstige &#x2018;bebouwingsnorm&#x2019;. Op deze manier kan het waterschap soepel inspelen op de nieuwe situatie.</Al>
		<Al>Om te bepalen of een overig gebied voldoet aan de omgevingswaarde wordt het zogenaamde maaiveldcriterium gehanteerd. Dat wil zeggen dat een klein gedeelte van het gebied (op perceelniveau) niet aan de omgevingswaarde hoeft te voldoen. Dit betreft terreindelen die per definitie laag liggen en dus al snel onderlopen, zoals slootkanten en wadi&#x2019;s. Dit maaiveldcriterium geldt niet voor gebied waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen aanwezig zijn.</Al>
		<Al>Uitzonderingen
op de omgevingswaarden zijn opgenomen in het delegatiebesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_26" wId="pv26_1059__artrecital__content_26">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.8</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast buiten de bebouwde kom Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op
grond van artikel 2.13 van de wet moeten bij omgevingsverordening
omgevingswaarden worden vastgesteld voor wateroverlast door inundatie (het
opzettelijk onder water zetten van gronden) vanuit oppervlaktewater als gevolg
van grote hoeveelheden neerslag. Deze omgevingswaarden verschillen afhankelijk
van het grondgebruik en zijn gerelateerd aan de economische waarde van
landgebruik en de te verwachten schade bij overstroming. De omgevingswaarden
drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het
wenselijk geachte beschermingsniveau. De omgevingswaarden bakenen de zorgplicht
af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken
van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten
gevolge van neerslag. Dit geeft burgers en bedrijven helderheid over het
restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende zaken en onroerende
zaken. De omgevingswaarden in deze verordening zijn minimumwaarden.
Waterschappen mogen, indien zij dit gewenst achten, strengere normen hanteren. Om te bepalen of een gebied voldoet aan de omgevingswaarde wordt het
zogenaamde maaiveldcriterium gehanteerd. Dat wil zeggen dat een klein gedeelte
van het gebied (op perceelniveau bezien) niet aan de omgevingswaarde hoeft te
voldoen. Dit betreft terreindelen die per definitie laag liggen en dus al snel
onderlopen, zoals slootkanten en wadi's. De omgevingswaarden gelden niet voor
gebieden met een natuurfunctie of waterbergingsgebieden. Deze gebieden zijn
daarom niet opgenomen in het werkingsgebied. </Al>
		<Al>Uitzonderingen op de omgevingswaarden zijn
opgenomen in het delegatiebesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_27" wId="pv26_1059__artrecital__content_27">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.9</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast buiten de bebouwde kom Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op
grond van artikel 2.13 van de wet moeten bij omgevingsverordening
omgevingswaarden worden vastgesteld voor wateroverlast door inundatie (het
opzettelijk onder water zetten van gronden) vanuit oppervlaktewater als gevolg
van grote hoeveelheden neerslag. Deze omgevingswaarden verschillen afhankelijk
van het grondgebruik en zijn gerelateerd aan de economische waarde van
landgebruik en de te verwachten schade bij overstroming. De omgevingswaarden
drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het
wenselijk geachte beschermingsniveau. De omgevingswaarden bakenen de zorgplicht
af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken
van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten
gevolge van neerslag. Dit geeft burgers en bedrijven helderheid over het
restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende zaken en onroerende
zaken. De omgevingswaarden in deze verordening zijn minimumwaarden.
Waterschappen mogen, indien zij dit gewenst achten, strengere normen hanteren. Om te bepalen of een gebied voldoet aan de omgevingswaarde wordt het
zogenaamde maaiveldcriterium gehanteerd. Dat wil zeggen dat een klein gedeelte
van het gebied (op perceelniveau bezien) niet aan de omgevingswaarde hoeft te
voldoen. Dit betreft terreindelen die per definitie laag liggen en dus al snel
onderlopen, zoals slootkanten en wadi's. De omgevingswaarden gelden niet voor
gebieden met een natuurfunctie of waterbergingsgebieden. Deze gebieden zijn
daarom niet opgenomen in het werkingsgebied. </Al>
		<Al>Uitzonderingen op de omgevingswaarden zijn
opgenomen in het delegatiebesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_28" wId="pv26_1059__artrecital__content_28">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.10</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast buiten de bebouwde kom Waterschap Vallei en Veluwe</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op
grond van artikel 2.13 van de wet moeten bij omgevingsverordening
omgevingswaarden worden vastgesteld voor wateroverlast door inundatie (het
opzettelijk onder water zetten van gronden) vanuit oppervlaktewater als gevolg
van grote hoeveelheden neerslag. Deze omgevingswaarden verschillen afhankelijk
van het grondgebruik en zijn gerelateerd aan de economische waarde van
landgebruik en de te verwachten schade bij overstroming. De omgevingswaarden
drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het
wenselijk geachte beschermingsniveau. De omgevingswaarden bakenen de zorgplicht
af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken
van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten
gevolge van neerslag. Dit geeft burgers en bedrijven helderheid over het
restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende zaken en onroerende
zaken. De omgevingswaarden in deze verordening zijn minimumwaarden.
Waterschappen mogen, indien zij dit gewenst achten, strengere normen hanteren. Om te bepalen of een gebied voldoet aan de omgevingswaarde wordt het
zogenaamde maaiveldcriterium gehanteerd. Dat wil zeggen dat een klein gedeelte
van het gebied (op perceelniveau bezien) niet aan de omgevingswaarde hoeft te
voldoen. Dit betreft terreindelen die per definitie laag liggen en dus al snel
onderlopen, zoals slootkanten en wadi's. De omgevingswaarden gelden niet voor
gebieden met een natuurfunctie of waterbergingsgebieden. Deze gebieden zijn
daarom niet opgenomen in het werkingsgebied. </Al>
		<Al>Uitzonderingen op de omgevingswaarden zijn
opgenomen in het delegatiebesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_29" wId="pv26_1059__artrecital__content_29">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.11</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingswaarde wateroverlast buiten de bebouwde kom Waterschap Rivierenland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op
grond van artikel 2.13 van de wet moeten bij omgevingsverordening
omgevingswaarden worden vastgesteld voor wateroverlast door inundatie (het
opzettelijk onder water zetten van gronden) vanuit oppervlaktewater als gevolg
van grote hoeveelheden neerslag. Deze omgevingswaarden verschillen afhankelijk
van het grondgebruik en zijn gerelateerd aan de economische waarde van
landgebruik en de te verwachten schade bij overstroming. De omgevingswaarden
drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het
wenselijk geachte beschermingsniveau. De omgevingswaarden bakenen de zorgplicht
af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken
van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten
gevolge van neerslag. Dit geeft burgers en bedrijven helderheid over het
restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid over roerende zaken en onroerende
zaken. De omgevingswaarden in deze verordening zijn minimumwaarden.
Waterschappen mogen, indien zij dit gewenst achten, strengere normen hanteren. Om te bepalen of een gebied voldoet aan de omgevingswaarde wordt het
zogenaamde maaiveldcriterium gehanteerd. Dat wil zeggen dat een klein gedeelte
van het gebied (op perceelniveau bezien) niet aan de omgevingswaarde hoeft te
voldoen. Dit betreft terreindelen die per definitie laag liggen en dus al snel
onderlopen, zoals slootkanten en wadi's. De omgevingswaarden gelden niet voor
gebieden met een natuurfunctie of waterbergingsgebieden. Deze gebieden zijn
daarom niet opgenomen in het werkingsgebied. </Al>
		<Al>Uitzonderingen op de omgevingswaarden zijn
opgenomen in het delegatiebesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_30" wId="pv26_1059__artrecital__content_30">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.1.3</Nummer>
		<Opschrift>Monitoring regionale waterkering en wateroverlast</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_31" wId="pv26_1059__artrecital__content_31">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.12</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel monitoring omgevingswaarde regionale kering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Aan de regels over activiteiten in deze verordening wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Het waterschap is belast met de uitvoering van de monitoring voor de omgevingswaarden, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2">Artikel 2.2</IntRef> Omgevingswaarde regionale kering en <IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.3">Artikel 2.3</IntRef> Omgevingswaarde Slaperdijk.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_32" wId="pv26_1059__artrecital__content_32">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.13</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel monitoring omgevingswaarde wateroverlast</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het waterschap heeft de zorg dat wateroverlast
beperkt blijft tot maximaal de gestelde omgevingswaarde. Deze omgevingswaarde kan niet door
metingen worden gemonitord, maar moet berekend worden per bergings- of afvoergebied.
De manier waarop het waterschap deze berekening uitvoert, is beschreven in een
leidraad die door gedeputeerde staten beschikbaar is gesteld of komt in overleg
tussen het waterschap en gedeputeerde staten tot stand. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_33" wId="pv26_1059__artrecital__content_33">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>2.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregels voor water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_34" wId="pv26_1059__artrecital__content_34">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.2.1</Nummer>
		<Opschrift>Water bij ontwikkelingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_35" wId="pv26_1059__artrecital__content_35">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.14</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel vrijwaringszone regionale waterkering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Ontwikkelingen
binnen de vrijwaringszone van regionale waterkeringen kunnen invloed hebben op
de huidige en/of toekomstige waterkerende functie van de regionale waterkering.
Er moet voldoende ruimte overblijven voor versterking of reconstructie van de
waterkering. Over het algemeen biedt een vrijwaringszone van 30 meter voldoende
ruimte. De exacte maat die van toepassing is op een regionale waterkering is
opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterbeheerders. In overleg met het
waterschap kan bepaald worden welke invloed een ontwikkeling heeft op de
waterkerende functie van de regionale kering. De primaire waterkeringen worden
door rijksregelingen beschermd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_36" wId="pv26_1059__artrecital__content_36">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.15</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel waterbergingsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het
gaat om ruimtelijke ontwikkelingen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden
die het waterbergend vermogen van het waterbergingsgebied doen verminderen of
de waterberging kunnen belemmeren. In ieder geval kan worden gedacht aan
verstedelijking, het dempen van watergangen en het ophogen van gronden.
Dergelijke ontwikkelingen zijn wel toegestaan indien maatregelen worden
getroffen op grond waarvan het waterbergend vermogen en de
overstromingsmogelijkheden volledig gehandhaafd blijven. In dat geval is er
geen strijd met de waterbergingsfunctie.</Al>
		<Al>Het gaat in dit artikel om ruimtelijke ontwikkelingen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden die zorgen voor een vermindering van het waterbergend vermogen van het waterbergingsgebied of de waterberging kunnen belemmeren. In ieder geval kan worden gedacht aan verstedelijking, het dempen van watergangen en het ophogen van gronden. Zulke ontwikkelingen zijn toegestaan als er maatregelen worden getroffen die ervoor zorgen dat het waterbergend vermogen en de overstromingsmogelijkheden volledig gehandhaafd blijven. In dat geval is er geen conflict met de waterbergingsfunctie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_37" wId="pv26_1059__artrecital__content_37">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.16</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel overstroombaar gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Grote
delen van de provincie liggen in overstroombare gebieden van Neder-Rijn, Lek en
het Eemmeer. Het is belangrijk dat vitale en kwetsbare objecten, zoals
elektriciteitscentrales, ziekenhuizen, woonwijken en bedrijventerreinen,
bestand zijn tegen overstromingen. Voor buitendijkse gebieden geldt dit ook
voor individuele woningen en bedrijven. Door een goeddoordachte locatiekeuze en
inrichting kunnen de gevolgen van een overstroming flink beperkt worden.
Verdere defini&#235;ring van de objecten is te vinden in de Handreiking
Overstromingsrobuust inrichten. De Handreiking helpt ook om wonen en werken in
gebieden met overstromingsrisico's veiliger te maken. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_38" wId="pv26_1059__artrecital__content_38">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.2.2</Nummer>
		<Opschrift>Zoetwatervoorziening</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_39" wId="pv26_1059__artrecital__content_39">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.17</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel rangorde bij waterschaarste Amsterdam-Rijnkanaal en Lek</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 2.42 lid 2 van de wet en artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de regels opgenomen voor de verdeling van het beschikbare water over de maatschappelijke en ecologische behoeften bij waterschaarste of dreigende waterschaarste. In artikel 7.13 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de mogelijkheid opgenomen om in de provinciale verordening de rangorde voor de categorie&#235;n, zoals bedoeld in artikel 3.14, eerste lid onder c en d van het Besluit kwaliteit leefomgeving, vast te leggen.</Al>
		<Al>Van watertekort is sprake als de vraag naar water vanuit de verschillende maatschappelijke en economische behoeften groter is dan het aanbod. Het gaat daarbij om de beschikbaarheid van voldoende water van die kwaliteit die voor bepaalde behoeften nodig is. Het beheer van de regionale watersystemen is er onder andere op gericht om alle watervragers zoveel mogelijk te voorzien in het benodigde water. In tijden van waterschaarste is dit echter niet meer mogelijk. De gevolgen voor waterverbruikers kunnen aanzienlijk zijn. De rangorde bij waterschaarste biedt helderheid over welke behoeften in een situatie van waterschaarste voorgaan boven andere. Het draagt zo bij aan een slagvaardig en eenduidig optreden van de waterbeheerder in situaties van (dreigende) waterschaarste. In artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de rangorde bij waterschaarste in 4 categorie&#235;n (eerste lid, a t/m d) aangeduid. In <IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17">Artikel 2.17</IntRef> en <IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18">Artikel 2.18</IntRef> van deze verordening is de regionale
rangorde bij waterschaarste aangegeven voor de categorie&#235;n, zoals bedoeld in
artikel 3.14, eerste lid onder c en d van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, onder b</strong>: Bij kapitaalintensieve gewassen gaat het om gewassen waarbij een totale mislukking van de oogst dreigt als gevolg van het watertekort, terwijl met een relatief kleine hoeveelheid water een schade van een dergelijke omvang kan worden voorkomen. Het gaat hier vaak om glastuinbouw en bollenteelt en soms ook om boom- en fruitteelt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_40" wId="pv26_1059__artrecital__content_40">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.18</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel rangorde bij waterschaarste Neder-Rijn</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 2.42, lid 2 van de wet en artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de regels opgenomen voor de verdeling van het beschikbare water over de maatschappelijke en ecologische behoeften bij (dreigende) waterschaarste. In artikel 7.13 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de mogelijkheid opgenomen om in de provinciale verordening de rangorde voor de categorie&#235;n, zoals bedoeld in artikel 3.14, eerste lid onder c en d van het Besluit kwaliteit leefomgeving, vast te leggen. Van watertekort is sprake als de vraag naar water vanuit de verschillende maatschappelijke en economische behoeften groter is dan het aanbod. Het gaat daarbij om de beschikbaarheid van voldoende water van die kwaliteit die voor bepaalde behoeften nodig is. Het beheer van de regionale watersystemen is er onder andere op gericht om alle watervragers zoveel mogelijk te voorzien in het benodigde water. In tijden van waterschaarste is dit echter niet meer mogelijk. De gevolgen voor waterverbruikers kunnen aanzienlijk zijn. De rangorde bij waterschaarste biedt helderheid over welke behoeften in een situatie van waterschaarste voorgaan boven andere. Het draagt zo bij aan een slagvaardig en eenduidig optreden van de waterbeheerder in situaties van (dreigende) waterschaarste. In artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de rangorde bij waterschaarste in 4 categorie&#235;n (eerste lid, a t/m d) aangeduid. In <IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.17">Artikel 2.17</IntRef> en <IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.18">Artikel 2.18</IntRef> van deze verordening is de regionale rangorde bij waterschaarste aangegeven voor de categorie&#235;n, zoals bedoeld in artikel 3.14, eerste lid onder d van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_41" wId="pv26_1059__artrecital__content_41">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.2.3</Nummer>
		<Opschrift>Waterbeheerprogramma</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_42" wId="pv26_1059__artrecital__content_42">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.19</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel inhoud waterbeheerprogramma</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De bepalingen in dit hoofdstuk hebben betrekking op de totstandkoming en de inhoud van het Waterbeheerprogramma conform artikel 3.7 van de wet. Het programma bevat een uitwerking van de doelen die de provincie in haar <ExtRef ref="https://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=&amp;esrc=s&amp;source=web&amp;cd=&amp;cad=rja&amp;uact=8&amp;ved=2ahUKEwjp77etxbzxAhUL26QKHbjGCcIQFjABegQICRAD&amp;url=https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/documenten/Ingekomen-stukken-van-GS-naar-PS/26-01-2021-1-van-23-1-Hoofdtekst-concept-Ontwerp-Bodem-Water-Programma-provincie-Utrecht-2022-2027.pdf&amp;usg=AOvVaw209RbD2oU7nKaPX57epkIP" soort="URL">Regionaal Waterprogramma</ExtRef> heeft geformuleerd, op de schaal van het waterschap. Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van de maatschappelijke functies door watersystemen. In het Regionaal Waterprogramma wordt ten minste de maatschappelijke functie drinkwater aangewezen, conform artikel 4.4 Besluit kwaliteit leefomgeving. Ook wordt met de uitvoering van het waterbeheerprogramma achteruitgang van de toestand voorkomen, conform artikel 4.15 Besluit kwaliteit leefomgeving. Ook wordt een goed ecologisch potentieel bereikt conform artikel 4.13 Besluit kwaliteit leefomgeving. Het waterbeheerprogramma bevat daarom de concrete maatregelen, de bijbehorende planning en de kosten die nodig zijn om deze maatregelen te realiseren. In het periodiek overleg kunnen alle onderwerpen betreffende het regionaal waterbeheer, het regionale waterplan en het waterbeheerplan aan de orde worden gesteld. Ook de manier waarop het toezicht wordt ingevuld en het maken van afspraken ter evaluatie in het eerstvolgende overleg kunnen hiervan deel uitmaken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_43" wId="pv26_1059__artrecital__content_43">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.2.4</Nummer>
		<Opschrift>Legger</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_44" wId="pv26_1059__artrecital__content_44">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.20</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel legger waterstaatswerken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 2.39 van de wet is bepaald dat de beheerder zorgt voor de vaststelling van een legger. In deze legger is omschreven waaraan de ligging, vorm, afmeting en constructie van waterstaatswerken moeten voldoen. In de legger geeft de beheerder aan wat de vereiste en de te handhaven afmetingen zijn van de waterstaatswerken en de daaraan grenzende beschermingszones. De beheerder zorgt ervoor dat de gegevens in de legger actueel blijven. De legger is belangrijk voor de toetsing van de waterstaatswerken aan de voorgeschreven omgevingswaarden. Deze toetsing wordt mogelijk door de gegevens in de legger, waarin de vereiste toestand van de waterstaatswerken is aangegeven, te vergelijken met de feitelijke toestand van de waterstaatswerken. De voorgeschreven omgevingswaarden, zoals bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.2__art_2.2">Artikel 2.2</IntRef> van deze verordening, de technische leidraad en de voorschriften, zijn leidend voor de gegevens die vastgelegd moeten worden in de legger van de regionale waterkeringen (en ondersteunende kunstwerken). Met behulp van situatietekeningen en lengte- en dwarsprofielen wordt in de legger aangegeven wat de vereiste en de te handhaven afmetingen van de (primaire en regionale) waterkeringen en de daaraan grenzende beschermingszones zijn. Ook moet voor de primaire en regionale waterkeringen het profiel van vrije ruimte worden aangegeven. Het profiel van vrije ruimte is het gebied dat volgens de beheerder nodig is om toekomstige verbeteringen aan de waterkering te kunnen realiseren.</Al>
		<Al>De voorgeschreven omgevingswaarden en de voorschriften met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn ingericht (het voorkomen en tegengaan van wateroverlast), zijn leidend voor de gegevens die vastgelegd moeten worden in de legger van de oppervlaktewaterlichamen en bergingsgebieden. In de legger wordt aangegeven wat de vereiste en de te handhaven afmetingen zijn van de te onderscheiden oppervlaktewaterlichamen of categorie&#235;n van oppervlaktewaterlichamen en daaraan grenzende beschermingszones en bergingsgebieden. Dit gebeurt met behulp van situatietekeningen, dwarsprofielen en waar mogelijk met overige gegevens met betrekking tot de bergings- en afvoercapaciteit. Daarnaast is de legger belangrijk voor de ruimtelijke reikwijdte van de verbods- en beheerbepalingen als gevolg van de waterschapsverordening (de werkingssfeer van vergunningen of ontheffingen). De legger op grond van de wet moet worden onderscheiden van de legger als bedoeld in artikel 78 van de Waterschapswet (legger voor onderhoudsplichtigen). Indien gewenst kunnen beide leggers in &#233;&#233;n document worden gecombineerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_45" wId="pv26_1059__artrecital__content_45">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.21</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling verplichtingen inhoud legger</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In artikel 2.39 van de wet is een vrijstellingsmogelijkheid opgenomen voor het vermelden van vorm en constructie van waterstaatswerken die zich naar hun aard of functie niet lenen voor het omschrijven van die elementen. Van deze mogelijkheid is in dit artikel gebruik gemaakt voor bergingsgebieden en oppervlaktewaterlichamen die in de legger van het waterschap zijn aangeduid als c-wateren of tertiaire watergangen. Deze waterstaatswerken lenen zich niet voor het vastleggen van vorm en constructie. Het vermelden van de ligging van die waterstaatswerken blijft wel verplicht. Dit is noodzakelijk omdat de legger bepalend is voor het toepassingsbereik van de waterschapsverordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_46" wId="pv26_1059__artrecital__content_46">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.2.5</Nummer>
		<Opschrift>Peilbesluit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_47" wId="pv26_1059__artrecital__content_47">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.22</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel vaststellen peilbesluit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het
algemeen bestuur van het waterschap stelt een of meer peilbesluiten vast voor
de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden waar het waterschap onder normale
omstandigheden de wateraanvoer en waterafvoer kan beheersen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_48" wId="pv26_1059__artrecital__content_48">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.23</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel inhoud peilbesluit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Een peilbesluit moet voldoen aan de rechtszekerheid van de burger aan de ene kant en de benodigde flexibiliteit van het waterschap aan de andere kant. Niet alleen door wisselende weersomstandigheden, maar ook door het streven naar een duurzaam waterbeheer heeft het waterschap behoefte aan flexibiliteit. Grondig onderzoek naar de gevolgen van de in te stellen peilen is noodzakelijk voor een zorgvuldige belangenafweging van het te voeren peilbeheer. Het een en ander moet in de toelichting op het peilbesluit worden verwoord, zoals (in verband met de rechtszekerheid) wat het minimum- en maximumpeil is. Het waterschap heeft een inspanningsverplichting om de in het peilbesluit aangegeven waterstanden te handhaven. De toelichting bij het peilbesluit moet inzicht geven in de verhouding tussen de gekozen oppervlaktewaterstanden ten opzichte van het optimale grond- en oppervlaktewaterregime.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_49" wId="pv26_1059__artrecital__content_49">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.24</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel actuele peilbesluiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In
het peilbesluit worden waterstanden of bandbreedten opgenomen waarbinnen de
waterstanden onder reguliere omstandigheden kunnen vari&#235;ren. De waterbeheerder
is verantwoordelijk voor een (voor alle functies en belangen) zo optimaal
mogelijk peilbeheer. Hij/zij bepaalt de optimale waterstand in het peilbesluit
aan de hand van een integrale en transparante afweging tussen de functies en
alle bij de waterhuishouding betrokken belangen. Bij het nemen van een
peilbesluit is de functie van de betrokken oppervlaktewateren van groot belang.
In het licht van die functie moet een afweging plaatsvinden van alle bij de
waterhuishouding betrokken belangen. Bij de afweging kunnen belangen betrokken
zijn die niet primair door de waterbeheerder worden behartigd.</Al>
		<Al>Het peilbesluit moet zijn afgestemd op de aanwezige functies en belangen in het gebied. Om te bepalen of een peilbesluit actueel is, toetst de beheerder periodiek (ambtelijk) of het peilbesluit nog actueel is. Ook kan een belanghebbende het waterschap verzoeken het peilbesluit te herzien.</Al>
		<Al>Inhoudelijke
redenen voor herziening van het peilbesluit kunnen zijn:</Al>
		<Lijst type="expliciet" eId="artrecital__content_49__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_49__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_49__list_1__item_a" wId="pv26_1059__artrecital__content_49__list_1__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>een structurele wijziging in de grondgebruiksfunctie of een functiewijziging in een gemeentelijk omgevingsplan of provinciale omgevingsvisie;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_49__list_1__item_b" wId="pv26_1059__artrecital__content_49__list_1__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>autonome verandering van maaiveldhoogte, vooral in dalingsgevoelige veenbodem;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_49__list_1__item_c" wId="pv26_1059__artrecital__content_49__list_1__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>een verandering in de belangenafweging, mede op verzoek van ingelanden; of</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_49__list_1__item_d" wId="pv26_1059__artrecital__content_49__list_1__item_d">
		    <LiNummer>d.</LiNummer>
		    <Al>veranderingen in het (technisch) beheer met gevolgen voor het watersysteem.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_50" wId="pv26_1059__artrecital__content_50">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>2.3</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten in water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_51" wId="pv26_1059__artrecital__content_51">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.3.1</Nummer>
		<Opschrift>Beheer zwemlocatie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_52" wId="pv26_1059__artrecital__content_52">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.25</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk beheer zwemlocatie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_53" wId="pv26_1059__artrecital__content_53">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.26</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik beheer zwemlocatie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_54" wId="pv26_1059__artrecital__content_54">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.27</Nummer>
		<Opschrift>Beheer zwemlocatie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit
artikel gaat over aangewezen zwemlocaties zoals bedoeld in artikel 3.2 van het
Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor een zwemlocatie moet een locatiehouder
bekend te zijn. Vanuit de zorgplichtgedachte is het bieden van gelegenheid tot
baden en zwemmen alleen toegestaan als beheer en onderhoud van een
zwemwaterlocatie goed is geregeld. Dit is conform de Nota van Toelichting bij
het onderdeel Kwaliteit en beheer van zwemlocaties (artikel 3.2 en verder) van
het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
		<Al>De
provincie wijst een locatie niet aan als een offici&#235;le zwemlocatie wanneer een
locatiehouder onvoldoende zorg en maatregelen treft voor een veilige en
hygi&#235;nische zwemlocatie die redelijkerwijs tot diens verantwoordelijkheid kan
worden gerekend.</Al>
		<Al>Artikel
3.5 Besluit kwaliteit leefomgeving draagt gedeputeerde staten op om ervoor te
zorgen dat er jaarlijks een onderzoek gedaan wordt naar de veiligheid van de
zwemlocatie. In de provincie Utrecht delegeert de provincie dit onderzoek (en
andere verplichtingen met betrekking tot zwemwater) naar de Regionale
Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht. De RUD Utrecht rapporteert haar bevindingen
namens de provincie aan de locatiehouder.</Al>
		<Al>Zwemwaterprofielen worden opgesteld door de waterbeheerders van de oppervlaktewateren (Rijkswaterstaat en waterschappen). Zij identificeren mogelijke bronnen die de kwaliteit van het zwemwater negatief be&#239;nvloeden en stellen maatregelen op die deze kwaliteit kunnen verbeteren. Locatiehouders treffen maatregelen als het plaatsen van toiletten, het instellen en handhaven van een verbod voor honden, een verbod tot het voeren van vogels en dergelijke.</Al>
		<Al>Met
de maatregelen die in onderdeel e worden genoemd, wordt gedoeld op het plaatsen
van voldoende prullenbakken en het legen ervan, het voldoende reinigen van
toiletten, het verwijderen van uitwerpselen van vogels en huisdieren, het
verwijderen van glas en ander afval, het egaliseren van de strandzone en
dergelijke.</Al>
		<Al>In
<strong>onderdeel f</strong> wordt gesproken over het onderzoeken van negatieve effecten op de
veiligheid en hygi&#235;ne van zwemwater. Bij deze negatieve effecten moet gedacht
worden aan blauwalg, waterplanten (macrofyten), ratten, glas en ander afval,
dode dieren en dergelijke. Ook zwemwaterverontreiniging zoals door teerachtige
residuen, glas, plastic, rubber of ander afval zoals bedoeld in artikel 10.21,
eerste lid, aanhef en onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt
gemonitord. Zo nodig worden er maatregelen getroffen.</Al>
		<Al>Met <strong>onderdeel g</strong> wordt bedoeld dat de locatiehouder ervoor zorgt dat bezoekers een toilet kunnen bezoeken.</Al>
		<Al>In
<strong>onderdeel h</strong> is vastgelegd dat de locatiehouder drijflijnen aanbrengt die een
veilige zwemzone markeren en een confrontatie met surfers, kano&#235;rs, roeiers en
dergelijke voorkomen.</Al>
		<Al>Bij
<strong>onderdeel i</strong> wordt bedoeld dat de locatiehouder moet toestaan dat de provincie
of de Regionale Uitvoeringsdienst borden op het terrein aanbrengt.</Al>
		<Al>Toelichting
bij <strong>onderdeel j</strong>: Locatiehouder (exploitant) met entreeheffing gericht op het
gelegenheid geven tot zwemmen houdt voldoende toezicht op de veiligheid van de
zwemmers gedurende de uren dat de zwemlocatie is opengesteld voor het publiek.
In het algemeen kan worden gesteld dat indien er sprake is van een vorm van
entreeheffing gericht op het gelegenheid geven tot zwemmen, de zwemmer mag
verwachten dat er enige voorzieningen ten behoeve van de zwemmer aanwezig zijn
zoals schone toiletten, en er door de locatiehouder/exploitant in voldoende
mate toezicht op de algemene orde onder het publiek en de veiligheid van de
zwemmer wordt uitgeoefend.</Al>
		<Al>Entreeheffing
dan wel betaling voor toestemming tot gebruik van de zwemlocatie kan in diverse
vormen plaats vinden. Het kan zijn dat er bij een ingang naar de zwemlocatie
entreegeld betaald moet worden, parkeergeld betaald moet worden voordat entree
naar de zwemlocatie mogelijk is, lidmaatschap of abonnement houderschap
verplicht gesteld is, betaald bezoeker of gast van bijvoorbeeld een camping,
bungalowpark of recreatieverblijf enz.</Al>
		<Al>"In voldoende mate" toezicht uitoefenen op de veiligheid van de zwemmers, doelt zowel op aantal toezichthouders als op de vereiste vaardigheden waarover deze personen dienen te beschikken zoals zwemmend redden en het verlenen van eerste hulp bij ongevallen (EHBO). Ook hangt in voldoende mate toezicht uitoefenen af van de maatregelen die zijn getroffen ten aanzien van gevaarlijke situaties in en rond de zwemlocatie en de aanwezigheid van reddingsmateriaal.</Al>
		<Al>Het
toezicht zal bij de zwemlocaties in oppervlaktewater - gezien de vaak
aanzienlijke omvang en het grote aantal bezoekers op een zonnige dag -
doorgaans niet adequaat kunnen geschieden in die zin dat de veiligheid zou kunnen
worden gegarandeerd. Het risico van zwemmen blijft bij deze zwemgelegenheden
altijd groter dan bij een badinrichting (zwembad). Toezicht houden op zwemmers
dient gericht te zijn op het bereiken en behouden van een goed
basisbeschermingsniveau. Absolute uitsluiting van risico&#x2019;s is onmogelijk. Het
gaat om weloverwogen beheersing van risico&#x2019;s op een acceptabel niveau. De
betekenis van het voorschrift "in voldoende mate toezicht" verschilt
dan ook per zwemlocatie in oppervlaktewater.</Al>
		<Al>Om
die reden worden geen gedetailleerde voorschriften gegeven en wordt alleen de
eis gesteld dat toezicht in voldoende mate wordt uitgeoefend. Het is de
verantwoording van de locatiehouder/exploitant dit naar eigen inzicht en
ervaring te regelen. Hierbij zal hij vooral rekening moeten houden met
weersgesteldheid, drukte en type publiek.</Al>
		<Al>Op momenten van een klein aantal zwemmers kan gewerkt worden met aanduidingen (bv vlag) dat er slechts beperkt toezicht op de zwemmers aanwezig is. Er kunnen dan bijvoorbeeld zogenaamde sociale toezichthouders, zoals parkwachters, boswachters of medewerkers van de terreinbeheerder rond de zwemlocatie aanwezig zijn, die ook toezien op de veiligheid van de zwemmers.</Al>
		<Al>Daarnaast moet de exploitant ervoor zorgen dat er een EHBO-post aanwezig is en ook
in geval van een calamiteit of een ontruiming de veiligheid van het publiek
gewaarborgd blijft.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_55" wId="pv26_1059__artrecital__content_55">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.3.2</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten met woonschip, vaartuig, ander drijvend voorwerp, haven en aanlegplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_56" wId="pv26_1059__artrecital__content_56">
	      <Kop>
		<Label>Subparagraaf</Label>
		<Nummer>2.3.2.1</Nummer>
		<Opschrift>Algemene bepaling woonschip, vaartuig, ander drijvend voorwerp, haven en aanlegplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_57" wId="pv26_1059__artrecital__content_57">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.28</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk woonschip, vaartuig, ander drijvend voorwerp, haven en aanlegplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In deze paragraaf worden regels gesteld ten aanzien van de bescherming van het landschap, de natuur, de cultuurhistorische en archeologische waarden (hierna: LNCA-waarden) in de provincie. Bij het verloren gaan van deze waarden moet niet alleen gedacht worden aan grootschalige ingrepen en/of vormen van aantasting. Het gaat juist vooral om kleinschalige vormen van aantasting. Door het groter aantal en hogere frequentie levert dat een sluipend maar daarom niet minder bedreigend proces op. Zeker als het gaat om vele kleine onomkeerbare aantastingen. De belangenafweging is dwingend van karakter en biedt geen ruimte om rekening te houden met andere belangen dan de belangen genoemd in dit artikel.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_58" wId="pv26_1059__artrecital__content_58">
	      <Kop>
		<Label>Subparagraaf</Label>
		<Nummer>2.3.2.2</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten met woonschip</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_59" wId="pv26_1059__artrecital__content_59">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.29</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik woonschip</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten met woonschepen in het Gebied ligplaatsen, met uitzondering van een aantal woonarken- en woonschepenparken, en een gedeelte van Recreatieschap Vinkeveense Plassen en Plassenschap Loosdrecht.</Al>
		<Al>Als de grens van het toepassingsbereik gelijk is aan de grens tussen land en water kan het voorkomen dat een woonschip net buiten die grens ligt, maar de oever of kade waaraan ze ligt afgemeerd binnen die grens ligt. De ligging van de oever is in dat geval bepalend. In het hierboven omschreven geval geldt dat dit woonschip onder het toepassingsbereik valt. Als de oever met de aanlegplaats of afmeervoorziening zich buiten de aangegeven grens bevindt, geldt dat ook het woonschip niet onder het toepassingsbereik valt. Bij de provinciegrens kunnen woonschepen in de ene provincie liggen, terwijl de oever en de afmeervoorzieningen zich in een andere provincie bevinden. In die gevallen vormt de provinciegrens een harde grens. Voor het woonschip geldt de regelgeving van de provincie waar het zich bevindt en voor de afmeervoorzieningen geldt de regelgeving van de andere provincie. Daarom is deze paragraaf niet van toepassing op woonschepen die zich geheel buiten de provinciegrens bevinden, ook niet als de bijbehorende aanlegplaats of afmeervoorziening geheel of gedeeltelijk binnen de provinciegrens ligt. In dat laatste geval is deze paragraaf w&#233;l van toepassing op de aanlegplaats of afmeervoorziening. Deze benadering van de provinciegrens geldt ook ten aanzien van grenzen van het van toepassing zijnde gedeelte van Recreatieschap Vinkeveense Plassen en Plassenschap Loosdrecht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_60" wId="pv26_1059__artrecital__content_60">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.30</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning woonschip</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid</strong>: Dit betreft het verbod
om zonder omgevingsvergunning met een woonschip, maar geen woonark, een
ligplaats in te nemen, te ankeren, af te meren of op een andere manier een
woonschip in het water te plaatsen of te houden.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: Dit betreft het verbod
om bij een woonschip een aanlegplaats en daarbij horende oever- en
afmeervoorzieningen te maken of te hebben. Het gaat over voorzieningen als
schuurtjes, houthokken, erfscheidingen en de aanlegsteiger en de meerpalen bij
het woonschip. Dit verbod geldt niet voor alle woonschepen. Het verbod geldt
voor woonschepen die (a) illegaal zijn afgemeerd, (b) woonschepen waarvoor een
omgevingsvergunning met oeverbeleid geldt, en (c) woonschepen waaraan een
voorschrift als bedoeld in artikel 2.32, zesde lid, aan de omgevingsvergunning
is verbonden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_61" wId="pv26_1059__artrecital__content_61">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.31</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling woonschip</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze vrijstelling is niet van toepassing op woonschepen waarvoor een omgevingsvergunning geldt met type- of oeverbeleid. Dit beleid vindt zijn basis in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32">Artikel 2.32</IntRef>, zevende lid. Het typebeleid houdt in dat er op bepaalde ligplaatsen alleen van oudsher varende woonschepen mogen afmeren. Het oeverbeleid houdt in dat er bij bepaalde ligplaatsen (bijvoorbeeld in de uiterwaarden van een rivier) minimale oevervoorzieningen gemaakt mogen worden. De oever moet daar vrij blijven. Het afmeerverbod voor woonschepen geldt op grond van dit artikel niet voor woonschepen die als zodanig in een omgevingsplan zijn aangewezen wanneer dat omgevingsplan voldoet aan <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.6">Artikel 9.6</IntRef> of wanneer deze woonschepen voldoen aan de maximale maatvoering, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.2__art_2.32">Artikel 2.32</IntRef>, tweede lid, onder
a. Buiten het afmeerverbod valt op grond van dit artikel ook een woonschip dat
in een jachthaven of bedrijfshaven in gebruik is als verenigingsaccommodatie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_62" wId="pv26_1059__artrecital__content_62">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.32</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning woonschip</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste
lid:</strong> Dit lid benoemt de twee mogelijkheden op basis waarvan een omgevingsvergunning kan worden verleend. In alle overige gevallen is het verlenen van een omgevingsvergunning buiten deze ligplaatsen niet mogelijk. Hiermee wordt verzekerd dat nieuwe woonschepenligplaatsen alleen daar komen te liggen waar het planologisch verantwoord is. In het geval nieuwe ligplaatsen noodzakelijk zijn, maakt de provincie daar in samenwerking met de gemeenten een plan voor.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid:</strong> Onder onderdeel a staan de maximale afmetingen voor een woonschip genoemd. Welke lengtemaat binnen het maximum van 30 meter mogelijk is, hangt af van een beoordeling van de authenticiteit van het woonschip. Bij deze beoordeling wordt gekeken naar in hoeverre het traditioneel historisch uiterlijk is behouden, en naar de omgeving (landschap en cultuurhistorie) en de fysieke ligplaatsomstandigheden. Vaak is vervanging mogelijk binnen hetzelfde scheepstype. Vervanging van dit scheepstype door een woonark is meestal niet mogelijk. Gezien het oogmerk van deze afdeling zijn er geen eisen gesteld aan de diepgang van het woonschip. Om te zorgen voor een verbetering van het uiterlijk van het landschap is onder onderdeel b opgenomen dat de onderlinge afstand tussen woonschepen ten minste 5 meter moet zijn. Dit heeft vooral invloed op de maximale lengtemaat van woonschepen die in een lint liggen. Als deze afstand aan beide zijden van het woonschip kleiner is dan 5 meter, dan is vergroting van de lengtemaat uitgesloten. De bestaande maat van het woonschip is dan de maximale lengtemaat, op voorwaarde dat deze kleiner of gelijk is aan 30 meter. Als het woonschip verkort is, dan wordt deze lengte blijvend toegerekend aan het verkorte woonschip. Dit betekent dat de ingeleverde lengte wordt toegevoegd aan de tussenmaat van ten minste 5 meter. Voor ligplaatsen in de uiterwaarden van een rivier voert de provincie een type- en oeverbeleid. Dat betekent dat daar alleen maar woonschepen mogen afmeren die het uiterlijk van een varend voormalig binnenvaartschip met historische waarde hebben. Bij deze ligplaatsen mogen minimale oevervoorzieningen op de oever gemaakt worden.</Al>
		<Al><strong>Derde
lid:</strong> De ruimte tussen de woonschepen onderling wordt gemeten tussen de casco&#x2019;s op het punt waar zij het grootst zijn. De maten van een woonschip worden aan de buitenkant van het schip gemeten op de plaatsen waar ze het grootst zijn. Als er tuinkasten, windschermen, serres en dergelijke aanwezig zijn die zorgen voor een visuele belemmering, behoren deze bij de uitwendige meting. Deze objecten vormen dan de grootste maat.</Al>
		<Al><strong>Vierde
lid</strong>:
Dit lid benoemt enkele uitzonderingen en detailleringen bij het voorgaande lid.</Al>
		<Al><strong>Vijfde lid:</strong> Dit lid biedt de mogelijkheid in bijzondere gevallen af te wijken van het tweede lid van dit artikel. In sommige situaties is maatwerk denkbaar, of is het wenselijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Het uitgangspunt is dat de afwijking van de regel een aantoonbare meerwaarde voor de te beschermen belangen oplevert of dat deze belangen door de nieuwe ontwikkelingen niet meer ontoelaatbaar worden geschaad. Te denken valt aan woonschepen met historische waarde met een afwijkende lengtemaat.</Al>
		<Al><strong>Zesde lid:</strong> Dit lid formaliseert het uitsterfbeleid, zoals dat nu in een aantal omgevingsvergunningen op verschillende manieren is opgenomen. Het artikel benadrukt dat, wanneer het uitsterfbeleid is verbonden aan een omgevingsvergunning, deze omgevingsvergunning niet overdraagbaar is op een ander woonschip of een andere houder, of dat de omgevingsvergunning van tijdelijke aard is.</Al>
		<Al><strong>Zevende lid:</strong> Dit lid geeft gedeputeerde staten de bevoegdheid om type- of oeverbeleid op te nemen in een omgevingsvergunning.</Al>
		<Al><strong>Achtste lid:</strong> Aanvragen voor omgevingsvergunningen worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap, of een andere toepasselijke waterbeheerder, zodat zij deze aanvragen van advies kunnen voorzien. Dit gebeurt niet bij eenvoudige aanvragen, zoals een aanvraag voor eigendomsoverdracht of verlengingsaanvragen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_63" wId="pv26_1059__artrecital__content_63">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.33</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning woonschip</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_64" wId="pv26_1059__artrecital__content_64">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.34</Nummer>
		<Opschrift>Verzoek omgevingsvergunning op naam van ander of vervangend woonschip</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_65" wId="pv26_1059__artrecital__content_65">
	      <Kop>
		<Label>Subparagraaf</Label>
		<Nummer>2.3.2.3</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten met voorwerp in en op het water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_66" wId="pv26_1059__artrecital__content_66">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.35</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik voorwerp in en op het water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten met vaartuigen en andere drijvende voorwerpen in het Gebied ligplaatsen, met uitzondering van een aantal woonarken- en woonschepenparken, en een gedeelte van Recreatieschap Vinkeveense Plassen en Plassenschap Loosdrecht.</Al>
		<Al>Als de grens van het toepassingsbereik gelijk is aan de grens tussen land en water kan het voorkomen dat een drijvend voorwerp of vaartuig net buiten die grens ligt, maar de oever of kade waaraan ze liggen afgemeerd binnen die grens ligt. De ligging van de oever is in dat geval bepalend. In het hierboven omschreven geval geldt dat deze drijvende voorwerpen en vaartuigen onder het toepassingsbereik vallen. Als de oever met de aanlegplaats of afmeervoorziening zich buiten de aangegeven grens bevindt, geldt dat ook het drijvende voorwerp en vaartuig niet onder het toepassingsbereik valt. Bij de provinciegrens kunnen drijvende voorwerpen en vaartuigen in de ene provincie liggen, terwijl de oever en de afmeervoorzieningen zich in een andere provincie bevinden. In die gevallen vormt de provinciegrens een harde grens. Voor het drijvende voorwerp of vaartuig geldt de regelgeving van de provincie waar het zich bevindt en voor de afmeervoorzieningen geldt de regelgeving van de andere provincie. Daarom is deze paragraaf niet van toepassing op drijvende voorwerpen en vaartuigen die zich geheel buiten de provinciegrens bevinden, ook niet als de bijbehorende aanlegplaats of afmeervoorziening geheel of gedeeltelijk binnen de provinciegrens ligt. In dat laatste geval is deze paragraaf w&#233;l van toepassing op de aanlegplaats of afmeervoorziening. Deze benadering van de provinciegrens geldt ook ten aanzien van grenzen van het van toepassing zijnde gedeelte van Recreatieschap Vinkeveense Plassen en Plassenschap Loosdrecht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_67" wId="pv26_1059__artrecital__content_67">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.36</Nummer>
		<Opschrift>Verbod voorwerp in en op het water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Dit verbod is van toepassing op alle vaartuigen en andere voorwerpen die niet als woonschip of woonark zijn aan te merken en die op welke manier dan ook in, op of vlak boven het water zijn of worden geplaatst. Voorbeelden van voorwerpen in, op of boven het water zijn pontons, boatsavers, bootliften, boottakels, vlonders en drijvende terrassen. Boothuizen, die per definitie in de bodem gefundeerd zijn, vallen er niet onder. Onder het verbod valt ook het bouwen of het slopen van vaartuigen of voorwerpen in of op het water en de overblijfselen daarvan.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: Het verbod is niet van
toepassing op plaatsen aangegeven met verkeerstekens E.5 tot en met E.7.1. Dit
zijn de blauwe borden die de locaties aangeven waar toestemming is om ligplaats
te nemen en/of te ankeren. Als genoemde verkeerstekens niet zijn geplaatst,
maar als de overheid op een andere manier openbare aanlegplaatsen heeft
aangemerkt waar passanten tijdelijk vaartuigen of drijvende voorwerpen mogen aanleggen, dan wordt dat
gerespecteerd.</Al>
		<Al><strong>Derde
lid, onder</strong><strong> a:</strong> Bij waterscoutinglocaties gaat het nadrukkelijk om de vaartuigen en voorwerpen die bij de waterscouts in gebruik zijn. Het gaat niet om andere, willekeurige vaartuigen en voorwerpen.</Al>
		<Al><strong>Derde lid, onder b:</strong> Het gaat hier om de vaartuigen en drijvende voorwerpen die worden ingezet om bedrijfsmiddelen via het water naar een locatie of werk te vervoeren en daarom tijdelijk voor laden en lossen worden afgemeerd. Een situatie waarin dit voorkomt is bijvoorbeeld bij de aanvoer van zand voor een terreinophoging. Deze uitzondering heeft dus geen betrekking op het vervoer en afleveren van mensen in bijvoorbeeld rondvaartboten. Het gaat alleen om bedrijfsmiddelen (materieel en materialen).</Al>
		<Al><strong>Derde lid, onder c:</strong> Dit onderdeel omschrijft de uitzondering voor &#233;&#233;n open vaartuig met een lengtemaat van ten hoogste 7 meter, zonder stuur- of slaaphut, zonder kajuit en zonder andere overdekte verblijfsruimte, afgemeerd bij een erf. Het gaat hier dus ook om overdekkingen die aan een of meerdere zijden open zijn. Om een opeenhoping van afgemeerde vaartuigen te voorkomen, mag deze vrijstelling niet cumuleren met die uit het derde lid, onder d.</Al>
		<Al><strong>Derde lid, onder d:</strong> In de praktijk is gebleken dat er behoefte is om naast de vrijstelling in het onderdeel c, die primair bedoeld is voor vaartuigen die in de lengterichting van het vaarwater zijn afgemeerd, ook een regeling te treffen voor vaartuigen in insteekhavens. Om praktische redenen is deze vrijstelling gekoppeld aan een omgevingsvergunning voor insteekhavens. De vrijstelling geldt ook voor een eventueel in de insteekhaven aanwezige boatsaver. Een in een insteekhaven passende boatsaver heeft weinig impact op de openheid van het omringende landschap. Dit is anders wanneer de boatsaver afgemeerd ligt aan de oever die naar het vaarwater gekeerd ligt. Het verbod voor deze situaties blijft daarom gelden. Om een opeenhoping van afgemeerde vaartuigen te voorkomen, mag deze vrijstelling niet cumuleren met die uit het derde lid, onder c.</Al>
		<Al><strong>Derde lid, onder e:</strong> In het derde lid, onder c en d is een vrijstelling opgenomen voor het permanent afmeren van &#233;&#233;n vaartuig. Door deze vrijstelling mag daarnaast ook een ander vaartuig afgemeerd worden, maar alleen tijdens het recreatieseizoen en alleen om het in- of uitpakken, dan wel vaarklaar maken van dat vaartuig mogelijk te maken.</Al>
		<Al><strong>Derde lid, onder f:</strong> Het afmeren van vaartuigen, ook bij een horecagelegenheid, valt onder het afmeerverbod. Het is echter niet de bedoeling om het kortstondig afmeren van partyschepen of recreatievaartuigen bij een horecagelegenheid onmogelijk te maken. Er zijn geen zwaarwegende landschappelijke bezwaren tegen het afmeren voor het in- en uitstappen bij horecagelegenheden. Om die reden is deze vrijstellingsbepaling opgenomen. De vrijstelling geldt alleen als het een horecagelegenheid betreft die in het omgevingsplan die functie heeft gekregen.</Al>
		<Al><strong>Derde lid, onder g:</strong> Historische vaartuigen horen bij het Nederlandse landschap en zijn onderdeel van het cultuurhistorisch erfgoed. Historische vaartuigen en hun ligplaatsen kunnen deel uitmaken van het totale samenspel van water, natuur en landschap. Dit is in het bijzonder het geval wanneer historische vaartuigen niet meer weg te denken zijn en door de tijd heen onderdeel van de omgeving zijn geworden. Cultuurhistorische waarden vallen onder de waarden die deze paragraaf beoogt te beschermen. Het zou daarom niet overeenkomen met de doelstellingen van deze paragraaf om het afmeerverbod voor vaartuigen zonder meer op historische vaartuigen toe te passen. Daarom is er voor deze categorie vaartuigen een vrijstelling opgenomen. Om discussie over het begrip historisch vaartuig te vermijden is aansluiting gezocht bij het register van de Federatie Varend Erfgoed Nederland. Dit register bevat zowel varend erfgoed, varende monmumenten als historische casco&#x2019;s. Om te voorkomen dat wel ingeschreven, maar vervolgens volledig verwaarloosd varend erfgoed, varende monumenten en vergane casco&#x2019;s van de vrijstelling gebruik kunnen maken, moeten deze goed onderhouden te zijn.</Al>
		<Al>Daarnaast is de vrijstelling alleen van toepassing op aanlegplaatsen die speciaal voor deze vaartuigen zijn aangewezen in het omgevingsplan. Dit om te voorkomen dat historische vaartuigen op een willekeurige plek afmeren. Het wordt aan de betreffende gemeente overgelaten om ligplaatsen aan te wijzen voor geregistreerde historische vaartuigen. De gemeente mag dit doen zonder nadere beperkingen, zolang zij zich aan de wettelijke regelingen houdt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_68" wId="pv26_1059__artrecital__content_68">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.37</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning vaartuig en omgevingsvergunning boatsaver</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Vaartuigen en boatsavers op bepaalde locaties kunnen -net als de woonschepen, havens en aanlegplaatsen- de door deze paragraaf te beschermen belangen aantasten. Als er ruimte is om een omgevingsvergunning te verlenen, kan door middel van de daarin opgenomen voorschriften de inpassing in het landschap worden geregeld.</Al>
		<Al><strong>Onderdeel a: </strong>Een omgevingsvergunning voor het bij een erf afmeren van &#233;&#233;n gesloten vaartuig of vaartuig met een lengte groter dan 7 meter wordt in beginsel alleen verleend als:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_68__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_68__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_68__list_1__item_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_68__list_1__item_1">
		    <Al>er sprake is van een vaartuig dat als varend monument of varend erfgoed staat ingeschreven bij het Register Varend Erfgoed Nederland. Het vaartuig vormt in dat geval een meerwaarde voor de ter plaatse aanwezige en door deze afdeling te beschermen landschappelijke en cultuurhistorische waarden of;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_68__list_1__item_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_68__list_1__item_2">
		    <Al>er op de desbetreffende locatie geen sprake is van de aanwezigheid van landschappelijke waarden.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>De vrijstelling uit dit onderdeel voor het bij een erf afmeren van &#233;&#233;n open vaartuig met een lengte van ten hoogste 7 meter geeft de grens aan van wat landschappelijk aanvaardbaar is.</Al>
		<Al><strong>Onderdeel b: </strong>Een omgevingsvergunning voor een boatsaver wordt in beginsel alleen verleend indien sprake is van een boatsaver in een natuurlijke inham op eigen terrein.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_69" wId="pv26_1059__artrecital__content_69">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.38</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning partyschip</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Diverse restaurants hebben een vaartuig (partyschip) dat gebruikt wordt bij feesten en partijen afgemeerd bij het restaurant. Dit past in het (ook provinciale) streven naar een grote diversiteit aan recreatief-toeristische voorzieningen. Landschappelijk gezien is er geen groot bezwaar tegen het permanent afmeren van maximaal &#233;&#233;n partyschip tot een bepaalde grootte, omdat er een functionele binding is met het gebouw waarbij het hoort (de horecagelegenheid). Daarom maakt dit artikel mogelijk dat er een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.2__subsec_2.3.2.3__art_2.37">Artikel 2.37</IntRef> kan worden verleend voor maximaal &#233;&#233;n partyschip bij een, als zodanig in het omgevingsplan aangewezen, horecagelegenheid. Voorwaarde hiervoor is dat het vaartuig voldoet aan een landschapsplan, waarin zowel het partyschip als de aanlegplaats op landschappelijke aspecten positief zijn beoordeeld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_70" wId="pv26_1059__artrecital__content_70">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.39</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning vaartuig en omgevingsvergunning boatsaver</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_71" wId="pv26_1059__artrecital__content_71">
	      <Kop>
		<Label>Subparagraaf</Label>
		<Nummer>2.3.2.4</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten met haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_72" wId="pv26_1059__artrecital__content_72">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.40</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten met havens en aanlegplaatsen voor vaartuigen en (drijvende) voorwerpen in het Gebied ligplaatsen, met uitzondering van een aantal woonarken- en woonschepenparken, en een gedeelte van Recreatieschap Vinkeveense Plassen en Plassenschap Loosdrecht.</Al>
		<Al>Als de grens van het toepassingsbereik gelijk is aan de grens tussen land en water kan het voorkomen dat een (drijvend) voorwerp of vaartuig net buiten die grens ligt, maar de oever of kade met haven of aanlegplaats waaraan ze liggen afgemeerd binnen die grens ligt. De ligging van de oever is in dat geval bepalend. In het hierboven omschreven geval geldt dat deze (drijvende) voorwerpen en vaartuigen evenals de haven of aanlegplaats onder het toepassingsbereik vallen. Als de oever of kade met haven of aanlegplaats zich buiten de aangegeven grens bevindt, geldt dat evenals de haven en aanlegplaats ook het (drijvende) voorwerp of vaartuig niet onder het toepassingsbereik valt. Bij de provinciegrens kunnen (drijvende) voorwerpen en vaartuigen in de ene provincie liggen, terwijl de oever met haven of aanlegplaats zich in een andere provincie bevinden. In die gevallen vormt de provinciegrens een harde grens. Voor het (drijvende) voorwerp en vaartuig geldt de regelgeving van de provincie waar het zich bevindt en voor de haven en aanlegplaats geldt de regelgeving van de andere provincie. Daarom is deze paragraaf niet van toepassing op havens en aanlegplaatsen die zich geheel buiten de provinciegrens bevinden, ook niet als de bijbehorende (drijvende) voorwerpen en vaartuigen geheel of gedeeltelijk binnen de provinciegrens liggen. In dat laatste geval is deze paragraaf w&#233;l van toepassing op de (drijvende) voorwerpen en vaartuigen. Deze benadering van de provinciegrens geldt ook ten aanzien van grenzen van het van toepassing zijnde gedeelte van Recreatieschap Vinkeveense Plassen en Plassenschap Loosdrecht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_73" wId="pv26_1059__artrecital__content_73">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.41</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Havens en aanlegplaatsen op bepaalde locaties kunnen -net als de woonschepen, vaartuigen en voorwerpen zelf- de door deze paragraaf te beschermen belangen aantasten. Als er ruimte is om een omgevingsvergunning te verlenen, kan door middel van de daarin opgenomen voorschriften de inpassing in het landschap worden geregeld. In dit verbod worden de voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de aanleg van havens en aanleg- en ligplaatsen aan elkaar gekoppeld. Hiermee wordt voorkomen dat bijvoorbeeld een vissteiger, remmingswerk of pondje onder het verbod valt. Voorzieningen die op een bepaalde locatie in het water worden geplaatst of daarin al aanwezig zijn, kunnen ook de door deze paragraaf te beschermen waarden aantasten. Als op een bepaalde locatie een omgevingsvergunning voor een bepaald type woonschip, vaartuig of voorwerp is verleend, moet er gelijktijdig de mogelijkheid zijn om onder voorwaarden een omgevingsvergunning te kunnen verlenen voor de inrichting en het hebben van de aanlegplaats, en het maken en hebben van de daarbij behorende voorzieningen. Afhankelijk van de waarden van het gebied kan het treffen van voorzieningen op de oever tot een minimum worden beperkt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_74" wId="pv26_1059__artrecital__content_74">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.42</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Onderdeel a: </strong>Bij
waterscoutinglocaties gaat het nadrukkelijk om de aanlegplaatsen en daarmee
verband houdende voorzieningen die bij de waterscouts in gebruik zijn. Het gaat
niet om andere, willekeurige aanlegplaatsen en daarmee verband houdende voorzieningen.</Al>
		<Al><strong>Onderdeel b:</strong> Dit onderdeel maakt het mogelijk om aan een erf, &#233;&#233;n aanlegsteiger met maximaal twee meerpalen te bouwen. Aanlegsteigers moeten in of boven water aan bepaalde afmetingsvoorschriften voldoen om te voorkomen dat zij een te grote inbreuk maken op de door deze paragraaf te beschermen waarden. Om te voorkomen dat verschillende overheden verschillende afmetingsvoorschriften voor aanlegsteigers hanteren, is aansluiting gezocht bij de voorschriften die de meeste water- of vaarwegbeheerders hanteren.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_75" wId="pv26_1059__artrecital__content_75">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.43</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning insteekhaven</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Er is in de praktijk behoefte ontstaan aan duidelijke regels voor insteekhavens. Dit zijn aanlegplaatsen achter de beschoeiing van het vaarwegprofiel. Het bevoegd gezag op het gebied van waterveiligheid (meestal een waterschap) stelt voorwaarden waar insteekhavens aan moeten voldoen op het gebied van bijvoorbeeld de veiligheid van primaire waterkeringen. Maar ze stellen geen voorwaarden op ter bescherming van de landschappelijke waarden. Bij deze landschappelijke waarden gaat het vooral om de ligging van de insteekhaven: in de lengterichting van de vaarweg of dwars erop. Dit is belangrijk voor de landschappelijke aansluiting met de &#x2018;verkavelingsrichting&#x2019; van het achterliggende landschap, bestaande uit sloten, waterwegen en erfgrenzen. Insteekhavens in de lengterichting van de watergang zijn daarom alleen toegestaan wanneer het bevoegd gezag op het gebied van waterveiligheid aangeeft dat vanwege waterveiligheid, een insteekhaven dwars op de vaarweg op die locatie niet mogelijk is. Vanzelfsprekend moet dit worden gemotiveerd. Gedeputeerde staten betrekken die motivering bij hun besluit om wel of niet een insteekhaven in de lengterichting toe te staan. Daarnaast is het wenselijk maximale maten voor insteekhavens vast te leggen, omdat er nu soms enorme &#x2018;gaten&#x2019; in de oever worden gegraven. Deze voorschriften scheppen meer duidelijkheid en zijn, waar mogelijk, afgestemd met de verschillende bevoegde instanties op het gebied van waterveiligheid. In de gevallen dat het voor het uiterlijk van het landschap beter is om de insteekhaven niet loodrecht, maar iets schuin op de waterweg aan te leggen, is op grond van het tweede lid een kleine afwijking van de maatvoering toegestaan. Als vastgehouden zou worden aan de grens van 8 meter voor de lange schuine kant, zou dat voor de korte schuine kant betekenen dat deze korter zal zijn dan de toegestane 8 meter. Dat zou betekenen dat een vaartuig met een lengte van maximaal 7 meter, waarvoor volgens deze verordening een vrijstelling geldt, niet in de insteekhaven afgemeerd kan worden. Daarom is voor deze situatie een geringe afwijking toegestaan, waarvan de grootte bepaald wordt door het uitgangspunt dat een vaartuig met een lengte van maximaal 7 meter geheel in de haven moet passen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_76" wId="pv26_1059__artrecital__content_76">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.44</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_77" wId="pv26_1059__artrecital__content_77">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>2.3.3</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_78" wId="pv26_1059__artrecital__content_78">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.45</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In deze paragraaf worden regels gesteld over de bescherming van het landschap, de natuur, de cultuurhistorische en archeologische waarden (hierna: LNCA-waarden) in de provincie. Bij het verloren gaan van deze waarden moet niet alleen gedacht worden aan grootschalige ingrepen en/of vormen van aantasting. Het gaat juist vooral om kleinschalige vormen van aantasting. Door het groter aantal en hogere frequentie levert dat een sluipend maar daarom niet minder bedreigend proces op. Zeker als het gaat om vele kleine onomkeerbare aantastingen. De belangenafweging is dwingend van karakter en biedt geen ruimte om rekening te houden met andere belangen dan de belangen genoemd in dit artikel.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_79" wId="pv26_1059__artrecital__content_79">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.46</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid:</strong> Deze paragraaf is van toepassing op het in het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam geheel of gedeeltelijk dempen van (drooggevallen) oppervlaktewaterlichamen, waarbij geheel of gedeeltelijk dempen ook het ondieper maken van oppervlaktewaterlichamen omvat. Een oppervlaktewaterlichaam kan tevens een beschermd klein landschapselement zijn en dan is voor het dempen daarvan (ook) een melding in de zin van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.24">Artikel 6.24</IntRef> vereist. Dat geldt ook buiten het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam en indien er sprake is van een ontgrondingsactiviteit in de zin van het tweede lid van dit artikel.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid:</strong> Deze paragraaf blijft van rechtswege buiten toepassing, als het werkzaamheden betreft, die voortvloeien uit een vergunning krachtens artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de wet, voor zover die werkzaamheden op het ontgrondingsterrein, dan wel op de in die vergunning betrokken percelen plaatsvinden. De reden daarvoor is dat alle belangen, dus ook de waarden voor landschap, natuur, cultuurhistorie en archeologie, bij die vergunning meegewogen worden. Wanneer de vergunning verleend wordt, is echter niet duidelijk waar met de vrij te komen stoffen zal worden gedempt. De waarde van de vrijstelling ligt daardoor vooral in haar spiegelbeeld: voor dempen buiten het vergunde ontgrondingsterrein is een omgevingsvergunning in de zin van deze paragraaf nodig.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_80" wId="pv26_1059__artrecital__content_80">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.47</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De specifieke zorgplicht is van toepassing op activiteiten die onder algemene regels vallen. De zorgplicht zet de te dienen belangen, zoals omschreven in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.45">Artikel 2.45</IntRef>, om naar een algemene gedragsnorm voor de gebruikers van het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam. De zorgplicht is een algemene
regel met een zeer algemene strekking. De algemene regels zijn een verdere
uitwerking van de zorgplicht. De zorgplicht geldt als algemeen kader voor de
activiteiten en is een vangnet voor de handhaving. Bij overtreding van een
zorgplichtbepaling kan direct gehandhaafd worden wanneer er sprake is van een
duidelijke overtreding.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_81" wId="pv26_1059__artrecital__content_81">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.48</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het uitgangspunt van dit artikel is een compleet verbod op het zonder omgevingsvergunning in het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam geheel of gedeeltelijk dempen of ondieper maken van (drooggevallen) oppervlaktewaterlichamen, tenzij de activiteit is toegelaten op grond van de vrijstellingen in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.49">Artikel 2.49</IntRef> en <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.50">Artikel 2.50</IntRef>. Het verbod geldt ook voor de eigenaar, gebruiker, huurder of pachter van de grond waarop deze activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden, al dan niet gedoogd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_82" wId="pv26_1059__artrecital__content_82">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.49</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling dempen bij werk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Binnen deze vrijstelling vallen naast de peilscheidingen van het waterschap ook de aanleg en het onderhoud van infrastructurele openbare werken, zoals: spoor-, water- en (snel)wegen, bruggen, havens en luchtvaartterreinen. Maar ook werken van groot maatschappelijk belang, zoals: geluidswallen en dijken. En het dempen ten behoeve van nieuwbouw, onderhoud of herstel van bijvoorbeeld een huis of een schuur op een in een omgevingsplan aangewezen bouwperceel. De activiteiten duren niet langer dan noodzakelijk en voorwaarde bij infrastructurele openbare werken en werken van groot maatschappelijk belang is dat de benodigde vergunningen zijn verleend of het werk planologisch is toegestaan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_83" wId="pv26_1059__artrecital__content_83">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.50</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling dempen agrarisch perceel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het komt regelmatig voor dat een dam met duiker wordt aangelegd tussen agrarische weide- of akkerpercelen, om de toegang tot die percelen te verbeteren. De aanleg van deze dammen is onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld. Die voorwaarden hebben vooral betrekking op de afmetingen van die dammen en de aanwezigheid van een duiker. Bij het niet dusdanig veel verbindingen hebben of aanbrengen dat dit een onaanvaardbare aantasting oplevert van de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_2__subchp_2.3__subsec_2.3.3__art_2.45">Artikel 2.45</IntRef>, kan worden gedacht aan maximaal 1 verbinding per agrarisch weide- of akkerperceel in een oppervlaktewaterlichaam bestaande uit een breedte sloot, en maximaal 2 verbindingen met een minimale tussenafstand van 25 meter per agrarisch weide- of akkerperceel in een oppervlaktewaterlichaam bestaande uit een lengte sloot.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_84" wId="pv26_1059__artrecital__content_84">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>2.51</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning dempen van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_85" wId="pv26_1059__artrecital__content_85">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>3</Nummer>
		<Opschrift>Ondergrond en bodem</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_86" wId="pv26_1059__artrecital__content_86">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.1</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterbeheer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_87" wId="pv26_1059__artrecital__content_87">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.1.1</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregels grondwaterbeheer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_88" wId="pv26_1059__artrecital__content_88">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.1</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk grondwaterbeheer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_89" wId="pv26_1059__artrecital__content_89">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.1.2</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten met grondwater</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_90" wId="pv26_1059__artrecital__content_90">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel melden, meten en registreren grondwateronttrekking</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
provincies moeten op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)
zorgdragen voor de kwantiteit en kwaliteit van de grondwaterlichamen. Om een
goed beeld te vormen van de hoeveelheid grondwater die aan de
grondwaterlichamen in haar provincie wordt onttrokken en toegevoegd, heeft de
provincie Utrecht informatie nodig van de waterschappen m.b.t. het onttrokken
en ge&#239;nfiltreerde (grond)water.</Al>
		<Al>Winningen met een debiet kleiner dan 12.000 m3 per jaar zorgen niet significant voor een vermindering van het grondwater. Daarom vraagt de provincie de waterschappen alleen om over onttrekkingen die groter zijn dan 12.000 m3 informatie op te halen. Deze informatie moet bestaan uit de hoeveelheid onttrokken en ge&#239;nfiltreerd (grond)water. Voor grote infiltraties moeten ook nog kwaliteitsgegevens worden aangeleverd.</Al>
		<Al>De
eigenaren van de onttrekkingen en infiltraties zijn wettelijk verplicht om deze
informatie te verstrekken aan de waterschappen. De provincie vraagt de
waterschappen vervolgens om deze informatie voor 31 mei van het volgende jaar,
of bij be&#235;indiging van de onttrekking, te verstrekken aan gedeputeerde staten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_91" wId="pv26_1059__artrecital__content_91">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.3</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel onttrekking voor menselijke consumptie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De EU-lidstaten hebben op grond van de <ExtRef ref="https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/regelgeving/kaderrichtlijn-water/Officiele_tekst_KRLW.pdf/" soort="URL">Kaderrichtlijn Water (KRW)</ExtRef> de verplichting om zorg te dragen voor het behoud van de huidige kwaliteit van grondwaterbronnen voor menselijke consumptie, geen achteruitgang en verbetering van de waterkwaliteit op termijn met als doel de zuiveringsinspanning te verminderen.</Al>
		<Al>Voor industri&#235;le en eigen winningen voor menselijke consumptie gelden dezelfde doelstellingen als voor winningen voor de openbare drinkwatervoorziening (artikel 7 van de KRW). Bij industri&#235;le winningen voor menselijke consumptie komt het gewonnen grondwater in contact met levensmiddelen, of het wordt gebruikt als ingredi&#235;nt in het levensmiddel. Bij eigen winningen wint een eigenaar water voor de levering van drinkwater aan derden, bijvoorbeeld campinggasten.</Al>
		<Al>Uit
artikel 7 van de KRW volgt dat inzicht nodig is in de ontwikkeling van de
kwaliteit van het onttrokken water. Op basis van dit inzicht kunnen dan als dat
nodig is maatregelen worden genomen voor de bescherming van het grondwater. De
KRW hanteert een ondergrens van 10 m3 per dag, of het bedienen van meer dan 50
personen.</Al>
		<Al>Winningen
groter dan 150.000m3 of winningen voor de openbare drinkwatervoorziening vallen
direct onder de bevoegdheid van de provincie. Deze instructieregel geeft
invulling aan de bescherming van de winningen kleiner dan 150.000 m3/jaar, waarvoor
het waterschap het bevoegd gezag is.</Al>
		<Al>Op grond van lid b moet het waterschap regelen dat de eigenaar van een onttrekking van grondwater voor menselijke consumptie verplicht is om de kwaliteit van het grondwater te monitoren. Doel hiervan is om de winning te beschermen.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, onder c </strong>regelt dat de
initiatiefnemer v&#243;&#243;r het begin van de onttrekking een risicoanalyse van de
omgeving (feitendossier) moet aanleveren aan het waterschap. Het feitendossier
is een document dat inzicht geeft in:</Al>
		<Al>1. de kwaliteit van het te onttrekken water;</Al>
		<Al>2. de risico&#x2019;s in de omgeving die de grondwateronttrekking kunnen bedreigen; en</Al>
		<Al>3. de oorzaken en de mogelijke maatregelen om deze risico&#x2019;s te verminderen.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, onder d</strong> regelt dat het waterschap de informatie -verkregen op grond van lid a tot en met d- over de onttrekkingen van grondwater voor menselijke consumptie en over de kwaliteit van het onttrokken grondwater verstrekt aan de provincie. Op basis van deze informatie kan het waterschap (zo nodig in overleg met de provincie) de juiste maatregelen voor de bescherming van de onttrekking opleggen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_92" wId="pv26_1059__artrecital__content_92">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.1.3</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten met grondwater</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_93" wId="pv26_1059__artrecital__content_93">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.4</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling vergunningplicht klein open bodemenergiesysteem</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel is bepaald dat er geen vergunning nodig is voor het onttrekken van grondwater voor een bodemenergiesysteem als de pompcapaciteit van deze installatie niet meer bedraagt dan 10m3 per uur. In dat geval moet die onttrekking worden gemeld aan gedeputeerde staten.</Al>
		<Al>De uitzondering geldt niet in de 2 volgende situaties. Hier is het bij een melding namelijk niet mogelijk deze te toetsen aan de beleidsregels bij deze artikelen. Daarom is in deze situaties een vergunning voor deze systemen noodzakelijk:</Al>
		<Lijst type="expliciet" eId="artrecital__content_93__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_93__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_93__list_1__item_a" wId="pv26_1059__artrecital__content_93__list_1__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>De eerste situatie betreft boringsvrije zones en grondwaterbeschermingsgebieden. In deze gebieden geldt de vergunningplicht wel. Open bodemenergiesystemen, in boringsvrije zones boven de in de omgevingsverordening aangegeven dieptegrenzen, zijn vergunningplichtig.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_93__list_1__item_b" wId="pv26_1059__artrecital__content_93__list_1__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Voor innovatieve, duurzame open bodemenergiesystemen in grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones zoals bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5__art_3.35">Artikel 3.35</IntRef> en <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.55">Artikel 3.55</IntRef>, is ook een vergunning nodig.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>De
uitzondering geldt ook niet voor open bodemenergiesystemen in zogenaamde
interferentiegebieden. Gemeenten of provincies konden op grond van het
Waterbesluit zulke gebieden aanwijzen, om doelmatig gebruik van bodemenergie te
bevorderen en negatieve interferentie tussen systemen te voorkomen. Na het van
kracht worden van de wet kunnen gemeenten een vergelijkbare aanwijzing
opnemen in hun omgevingsplan. Ook in deze gebieden is de uitzondering niet van
toepassing. Initiatiefnemers moeten hier een vergunning aanvragen voor systemen
kleiner dan 10 m3 per uur.</Al>
		<Al>Vrijstelling van de vergunningplicht voor open bodemenergiesystemen tot 10 m3 per uur is niet wenselijk in de interferentiegebieden. Zonder vergunningplicht is geen optimale sturing mogelijk van de systemen en ook zou een ongelijk speelveld ontstaan met gesloten bodemenergiesystemen. Voor gesloten bodemenergiesystemen geldt in deze gebieden namelijk ook een vergunningplicht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_94" wId="pv26_1059__artrecital__content_94">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.2</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_95" wId="pv26_1059__artrecital__content_95">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.2.1</Nummer>
		<Opschrift>Algemene bepalingen grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_96" wId="pv26_1059__artrecital__content_96">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.5</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_97" wId="pv26_1059__artrecital__content_97">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.6</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong><i>Waterwingebieden</i></strong></Al>
		<Al>Alle winningen hebben een waterwingebied: dit is de locatie waar de onttrekkingsputten voor drinkwater zijn gevestigd. Deze gebieden worden begrensd door de lijn vanaf waar het grondwater ten minste 60 dagen in het watervoerende pakket nodig heeft om de winning te bereiken. Deze 60-dagen lijn is gekozen omdat wordt aangenomen dat een verblijftijd van het grondwater in de bodem van 60 dagen voldoende is voor een zodanige afbraak van ziekteverwekkende kiemen, dat er geen gevaar voor de volksgezondheid meer dreigt. De afstand van de grens van het waterwingebied tot de winputten bedraagt in principe minimaal 30 meter.</Al>
		<Al><strong><i>Grondwaterbeschermingsgebieden
en boringsvrije zones</i></strong></Al>
		<Al>Grondwaterbeschermingsgebieden
en boringsvrije zones liggen als een schil rond de waterwingebieden. De grens
van deze gebieden is de lijn vanaf waar het grondwater een periode van 25 jaar
nodig heeft om de pompputten te bereiken (de 25-jaarszone). Het onderscheid
tussen deze zones hangt af van het antwoord op de vraag of het grondwater
waaruit gewonnen wordt direct vanaf het oppervlak be&#239;nvloed kan worden
(grondwaterbeschermingsgebieden), of dat tussen maaiveld en het
grondwaterpakket met de winning nog een voldoende afschermende kleilaag
aanwezig is (boringsvrije zones).</Al>
		<Al><strong><i>100-jaarsaandachtsgebied</i></strong></Al>
		<Al>In
enkele kwetsbare gebieden is het 100-jaarsaandachtsgebied aangewezen, als extra
schil om het grondwaterbeschermingsgebied heen.</Al>
		<Al><strong><i>Strategische
grondwatervoorraad</i></strong></Al>
		<Al>De
provincie heeft een strategische grondwatervoorraad aangewezen. Doel hiervan is
te zorgen dat er in de toekomst voldoende mogelijkheden zijn voor de winning
van grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening. Een deel daarvan is
kwetsbaar voor activiteiten aan maaiveld, het andere deel is matig kwetsbaar
omdat er scheidende lagen in de bodem voorkomen.</Al>
		<Al><strong><i>Beschermingszone
oppervlaktewaterwinning</i></strong></Al>
		<Al>Winningen
van oppervlaktewater zijn kwetsbaar voor verontreinigingen die via het water of
de lucht bij de winning kunnen komen omdat er geen bescherming via bodempassage
is. Om deze winningen te beschermen heeft Rijkswaterstaat een beschermingszone
rondom de directe innamepunten van oppervlaktewater opgenomen. De
beschermingszone is bedoeld voor beheersing van calamiteiten, beoordeling van
lozingen en beoordeling van ruimtelijke plannen. Zo kan de waterwinning veilig
worden gesteld. Omdat de beschermingszone van Rijkswaterstaat geen
rechtsgevolgen heeft voor derden, heeft de provincie Utrecht de
beschermingszone ook opgenomen in de verordening en zo de bescherming
verankerend.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_98" wId="pv26_1059__artrecital__content_98">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.2.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregels grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_99" wId="pv26_1059__artrecital__content_99">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.7</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel ruimtelijke bescherming grondwater</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Behoud van de kwaliteit van het drinkwater is essentieel. De duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening geldt als een dwingende reden van groot openbaar belang. Voorkomen moet worden dat de risico's op verslechtering van de bronnen toenemen (stand-still). Voor de afweging is met het belang van drinkwaterwinning voldoende rekening gehouden. De <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/beschermingszones/handreiking/" soort="URL">Handreiking (grond)waterbescherming</ExtRef> biedt een methode om risico's van ruimtelijke
ontwikkelingen voor de drinkwaterwinning te beoordelen. Als de risico's op
verontreiniging door een functiewijzing toenemen, moeten locatiealternatieven
voor de functie en bijbehorende activiteiten worden overwogen. Als dit om
zwaarwegende redenen niet kan, moeten maatregelen worden genomen om risico's te
verkleinen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_100" wId="pv26_1059__artrecital__content_100">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.8</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel parkeren Bethunepolder</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In
de Bethunepolder is sprake van een specifieke situatie, waar meerdere functies
bij elkaar komen:</Al>
		<Al>a. drinkwaterwinning;</Al>
		<Al>b. zomerwaterrecreatie op de nabijgelegen locatie De Strook (Loosdrechtse Plassen);</Al>
		<Al>c. schaatsen in de winter op de omliggende plassen.</Al>
		<Al>Dit veroorzaakt soms grote verkeers- en parkeerdrukte. Hierdoor wordt op plaatsen geparkeerd die met het oog op de bescherming van het grondwater voor de drinkwaterwinning onwenselijk zijn.</Al>
		<Al>Deze instructieregel vraagt aan de gemeente Stichtse Vecht het parkeren in perioden van drukte in verband met zomer- of winterrecreatie te reguleren in het omgevingsplan. De gemeente bepaalt wanneer er sprake is van drukte in verband met zomer- en winterrecreatie. Ook bepaalt zij op welke manier de bescherming van het grondwater het beste kan worden gewaarborgd. De gemeente betrekt de provincie bij de voorbereiding van deze regels.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_101" wId="pv26_1059__artrecital__content_101">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.9</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel aanleg begraafplaats of uitstrooiveld</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Als het gaat om de
lijkbezorging (bijvoorbeeld begraving of crematie) zijn er risicovolle stoffen
die de kwaliteit van het grondwater kunnen aantasten. Denk aan medicijnresten,
bacteri&#235;le verontreinigingen en rottingsproducten. De risico's bij
dierenbegraafplaatsen zijn vergelijkbaar. Nieuwe begraafplaatsen, uitstrooivelden of
dierenbegraafplaatsen in een grondwaterbeschermingsgebied zijn daarom
ongewenst. Voor bestaande locaties is het belangrijk dat de gemeente waarborgt
dat uitbreidingen of veranderende omstandigheden niet zorgen voor een negatieve
be&#239;nvloeding van de kwaliteit van het grondwater. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_102" wId="pv26_1059__artrecital__content_102">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.10</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Om
de mogelijkheden voor de winning van grondwater voor de openbare
drinkwatervoorziening in de toekomst te behouden heeft de provincie de
strategische grondwatervoorraad aangewezen. Een deel daarvan is kwetsbaar voor
activiteiten aan het maaiveld, een deel is matig kwetsbaar. Voor het matig
kwetsbare deel van de strategische grondwatervoorraad is het van belang deze
gebieden zo veel mogelijk te vrijwaren van nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het
is vooral belangrijk om het risico op aantasting van de beschermende kleilagen
boven het grondwater te voorkomen (onder meer bij bodemenergiesystemen). In
deze zone worden geen verdere regels gesteld voor omgevingsplannen van
gemeenten. Wel wordt gemeenten gevraagd om bij nieuwe ontwikkelingen aandacht
te hebben voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_103" wId="pv26_1059__artrecital__content_103">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.2.3</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten in grondwaterbeschermingszone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_104" wId="pv26_1059__artrecital__content_104">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.11</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht grondwater</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In
de grondwaterbeschermingsgebieden is sprake van een kwetsbare functie
(waterwinning voor drinkwater) en vaak een kwetsbare bodem. Daarom moeten
personen en instanties die hier activiteiten ontplooien extra alert en
zorgvuldig zijn op zaken die de kwaliteit van het grondwater negatief kunnen
be&#239;nvloeden. Voor de activiteiten die altijd schadelijk zijn, of die mogelijk
schadelijk zijn en vaak voorkomen, zijn gerichte regels opgesteld. Maar als
iedere mogelijk schadelijke activiteit apart zou worden gereguleerd, werd de
verordening erg lang. Ook zou deze lijst nooit volledig sluitend kunnen zijn.
De specifieke zorgplicht voor bescherming van het grondwater dient daarom als
een vangnetbepaling. Daarmee worden activiteiten die niet onder andere regels
in de verordening vallen, maar wel schadelijke gevolgen kunnen hebben voor het
grondwater ondervangen. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_105" wId="pv26_1059__artrecital__content_105">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.12</Nummer>
		<Opschrift>Plaatsen borden waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_106" wId="pv26_1059__artrecital__content_106">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.2.4</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten in waterwingebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_107" wId="pv26_1059__artrecital__content_107">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.13</Nummer>
		<Opschrift>Verbod bestrijdingsmiddelen en glyfosaat waterwingebied Bethunepolder</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Er geldt een verbod op
het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de Bethunepolder. Soms mag het middel
glyfosaat voor agrarisch gebruik worden toegepast (gebruikmakend van de onkruidstrijkmethode,
waarbij onkruid wordt aangestreken). </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_108" wId="pv26_1059__artrecital__content_108">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.14</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht glysofaat Bethunepolder</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_109" wId="pv26_1059__artrecital__content_109">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.15</Nummer>
		<Opschrift>Informatieplicht glysofaat Bethunepolder</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Ten minste 24 uur voor toepassing van het bestrijdingsmiddel moet bij het drinkwaterbedrijf telefonisch een melding worden gedaan via telefoonnummer 0900-9394.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_110" wId="pv26_1059__artrecital__content_110">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.16</Nummer>
		<Opschrift>Verboden activiteiten waterwingebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het waterwingebied is het gebied direct rond de
winputten. In dit gebied is de waterwinning het meest kwetsbaar voor verontreinigingen.
Uitgangspunt is dat het niet acceptabel is om in de onmiddellijke nabijheid van
een winning, verstoringen van de bodem of de grondwaterkwaliteit (schadelijke
stoffen, temperatuureffecten enzovoorts) toe te staan. Ook als de exacte invloed
niet helemaal bekend is.</Al>
		<Al>Voor &#233;&#233;n waterwingebied, namelijk de Bethunepolder,
gelden afwijkende regels als het gaat om het waterwingebiedregime. In verband
met de specifieke eigenschappen van en omstandigheden in dit gebied, gelden
hier de regels voor grondwaterbeschermingsgebieden. Deze zijn aangevuld met
enkele gebiedsspecifieke regels. Dit wordt uitgelegd in de artikelsgewijze
toelichting.</Al>
		<Al>In dit artikel zijn verboden opgenomen voor een aantal activiteiten binnen het waterwingebied. De verboden zijn daarbij algemeen geldend.</Al>
		<Al>Met oog op de bescherming van het grondwater zijn alle milieubelastende activiteiten zoals genoemd in het Besluit activiteiten Leefomgeving (Bal) niet toegestaan. Daarnaast zijn ook een aantal activiteiten uitgesloten die niet in het Bal genoemd zijn, maar wel risico&#x2019;s dragen voor de kwaliteit van het grondwater. Het gaat hierbij vooral om activiteiten met mogelijk risicovolle stoffen en activiteiten die de structuur van de bodem aantasten, waardoor de beschermende werking mogelijk wordt aangetast.</Al>
		<Al>Er
is hierbij geen limitatieve opsomming van (potentieel) schadelijke stoffen
opgenomen, omdat daarbij het gevaar bestaat dat nieuwe stoffen, die schadelijk
(kunnen) zijn, niet onder de verbodsbepalingen vallen. De verordening zou dan
telkens gewijzigd moeten worden.</Al>
		<Al>Het
verbod geldt ook voor het onttrekken of toevoegen van warmte aan het
grondwater, bijvoorbeeld door bodemenergiesystemen. Het risico van het
inbrengen of verspreiden van verontreinigingen is vanuit de risicobenadering
niet acceptabel. Daarnaast is nog onvoldoende
bekend wat het effect van temperatuurschommelingen is op de kwaliteit van het
grondwater.</Al>
		<Al>Dit artikel
is in de praktijk minder ingrijpend dan het lijkt. De meeste waterwingebieden
zijn namelijk eigendom van de waterleidingbedrijven en in die gebieden bijna
geen andere activiteiten aanwezig. Bovendien kunnen activiteiten en bedrijven
die op het moment van inwerkingtreden van de bepaling voor waterwingebieden
legaal aanwezig zijn, overeenkomstig de daarvoor geldende regels, door het
overgangsrecht in werking blijven. Een aantal activiteiten zijn uitgezonderd op
de regels zoals omschreven in dit artikel. Doordat een aantal activiteiten
generiek zijn verboden, is het nodig een aantal specifieke activiteiten uit te
zonderen van het verbod. De redenen daarvoor zijn divers. Soms worden
activiteiten rechtstreeks toegestaan (<IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.17">Artikel 3.17</IntRef>). Soms zijn ze alleen mogelijk onder
aanvullende voorwaarden (<IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.4__art_3.20">Artikel 3.20</IntRef>). Activiteiten die niet onder de werking
van deze artikelen vallen, zijn toegestaan als aan de zorgplicht wordt voldaan
(<IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.12">Artikel 3.12</IntRef>).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_111" wId="pv26_1059__artrecital__content_111">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.17</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling activiteiten waterwingebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel benoemt de activiteiten die rechtstreeks zijn toegelaten. Een uitzondering wordt gemaakt voor de activiteiten van het drinkwaterbedrijf, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorzieningen. Deze uitzondering ligt voor de hand: het drinkwaterbedrijf kan anders zijn taak niet vervullen. Het bedrijf heeft er zelf belang bij dat een goede grondwaterkwaliteit wordt gehandhaafd. Daarom mag ervan uit worden gegaan dat het bedrijf zich ten minste aan zijn zorgplicht en de normen die voor grondwaterbeschermingsgebieden gelden, houdt en dat het bevoegd gezag daar bij het verlenen van een vergunning op zal letten.</Al>
		<Al>Daarnaast is ook een aantal activiteiten toegestaan,
als deze ten minste deugdelijk worden uitgevoerd, of als het om beperkt gebruik
gaat. Dit zijn activiteiten zoals: gladheidsbestrijding, het bezit van kleine
hoeveelheden potentieel schadelijke stoffen en bodemwerkzaamheden voor het
behoud van natuur of extensieve recreatie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_112" wId="pv26_1059__artrecital__content_112">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.18</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling riolering waterwingebied Bethunepolder waterleidingkanaal</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_113" wId="pv26_1059__artrecital__content_113">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.19</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling gebruik kunstmest Waterwingebieden Lexmond, Woerden en Vianen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_114" wId="pv26_1059__artrecital__content_114">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.20</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht activiteiten waterwingebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor een aantal andere activiteiten geldt dat deze
alleen zijn toegestaan nadat is voldaan aan aanvullende eisen. </Al>
		<Al>Voor de aanleg van civieltechnisch en bouwtechnische
werken voor bestaande functies, of het onder voorwaarden toepassen van grond-
en baggerspecie, moet een melding worden gedaan bij de provincie. Op die manier
kan vooraf worden bekeken of de activiteit goed wordt uitgevoerd, zodat geen
schade optreedt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater. </Al>
		<Al>In de melding moet een verantwoording worden opgenomen
waarom de activiteit geen schade toebrengt aan de bodem en het grondwater.
Daarop kan de provincie dan toetsen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_115" wId="pv26_1059__artrecital__content_115">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.21</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding activiteiten waterwingebied bij toepassing grond of baggerspecie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_116" wId="pv26_1059__artrecital__content_116">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.22</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding activiteiten waterwingebied bij civiel- en bouwtechnische werken voor regulier beheer en onderhoud</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_117" wId="pv26_1059__artrecital__content_117">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.23</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding activiteiten waterwingebied bij verspreiding baggerspecie uit watergang</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_118" wId="pv26_1059__artrecital__content_118">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.24</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding activiteiten waterwingebied bij onderzoek en sanering van bodem</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_119" wId="pv26_1059__artrecital__content_119">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.25</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding buitengebruikstelling boorput</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_120" wId="pv26_1059__artrecital__content_120">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.26</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis buitengebruikstelling boorput</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_121" wId="pv26_1059__artrecital__content_121">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.2.5</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_122" wId="pv26_1059__artrecital__content_122">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.27</Nummer>
		<Opschrift>Verboden activiteiten in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In grondwaterbeschermingsgebieden moet, met het oog op de waterwinning, worden voorkomen dat er activiteiten plaatsvinden die voor de kwaliteit van de bodem en het grondwater een te groot risico vormen. Voor deze activiteiten geldt een absoluut verbod. Voor de definitie van de in de Bijlage V: 'Lijst verboden activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden&#x2019; opgenomen verboden activiteiten wordt aangesloten bij het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_123" wId="pv26_1059__artrecital__content_123">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.28</Nummer>
		<Opschrift>Verbod opslag van schadelijke stoffen in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In
dit artikel staan de eisen voor de opslag van stoffen die potentieel schadelijk
zijn voor het grondwater. De opslag van deze stoffen moet gebeuren boven een
vloeistofdichte bodemvoorziening. Hieronder valt een lekbak of een
dubbelwandige tank. Deze moet uiteraard voldoen aan de gestelde eisen van de
landelijke wetgeving. Tanks mogen maximaal 5.000 liter groot zijn
(compartimenteren is niet toegestaan). Proces en overslag moet het liefst
gebeuren boven een vloeistofdichte bodemvoorziening. Boven een vloeistofkerende
voorziening mag ook, als wordt voldaan aan de eisen zoals opgenomen in de
landelijke wetgeving (beheermaatregelen enzovoorts).</Al>
		<Al>Onder
proces wordt onder andere verstaan: werkzaamheden in (garage)werkplaatsen en
spuitcabines. Onder overslag wordt onder andere verstaan het aftanken van
voertuigen en laad- en losactiviteiten van vrachtwagens. Mocht landelijke
regelgeving strengere eisen stellen aan bepaalde voorzieningen, dan zijn die
regels uiteraard van toepassing. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_124" wId="pv26_1059__artrecital__content_124">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.29</Nummer>
		<Opschrift>Verbod boren en grond- of funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Boorputten kunnen een risico vormen voor de drinkwaterwinning als via de boorput ongewenste stoffen in het grondwater komen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als chemische middelen worden gebruikt om verstopping van de boorput tegen te gaan. Of wanneer een slecht afgedichte boorput leidt tot binnendringen van mest en/of bestrijdingsmiddelen. Hier speelt mee dat een eenmaal aangelegd systeem en het beheer van het systeem moeilijk controleerbaar zijn.</Al>
		<Al>Een grond- of funderingswerk is een werk in de bodem, daaronder begrepen sonderingen, het plaatsen of verwijderen van palen, dan-, scherm- of diepwanden en folies. Bij
grondwerken gaat het om het uitvoeren of laten uitvoeren van werken op of in de
bodem, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de
beschermende werking van de slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten.
Hieronder vallen in ieder geval bodemstabiliseringswerken en het plaatsen en
verwijderen van dam-, scherm- of diepwanden en folies. Ondiepe activiteiten
worden niet geregeld. Gebruik van materialen en bouw en aanleg is landelijk
geregeld. De specifieke zorgplicht fungeert daarin als vangnet.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_125" wId="pv26_1059__artrecital__content_125">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.30</Nummer>
		<Opschrift>Verbod aanleggen van een buisleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Transportleidingen voor
transport van gevaarlijke vloeistoffen zoals kerosine vormen een belangrijke
risicofactor door potenti&#235;le lekkages en kans op calamiteiten. Er moet dus
voorkomen worden dat transportleidingen van (milieu)gevaarlijke stoffen een
grondwaterbeschermingszone doorkruisen. Het verbod in
grondwaterbeschermingsgebieden blijft gehandhaafd. Legaal aanwezige leidingen
mogen bij aanpassingen niet leiden tot een risicotoename. Hiervoor geldt een
meldingsplicht bij gedeputeerde staten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_126" wId="pv26_1059__artrecital__content_126">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.31</Nummer>
		<Opschrift>Verbod energietoevoeging en -onttrekking in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In afwijking van het boorverbod geldt het verbod op bodemenergiesystemen in grondwaterbeschermingsgebieden, ongeacht de diepte waarop dit plaatsvindt. Het gaat hier namelijk naast de aantasting van het bodemprofiel, ook om andere effecten zoals temperatuurverandering en menging van grondwater van verschillende kwaliteiten. Er is &#233;&#233;n uitzondering op het verbod op bodemenergiesystemen in grondwaterbeschermingsgebieden, namelijk voor innovatieve duurzaamheidsprojecten. Daarbij heeft de toepassing van het bodemenergiesysteem een significant positief effect op de afbraak van een (grondwater-)verontreiniging
in het betreffende grondwaterbeschermingsgebied. Dit kan bijvoorbeeld de
toevoeging zijn van bacteri&#235;n via het bodemenergiesysteem aan het grondwater,
die de afbraak van Vluchtige OrganoChloor-verbindingen (VOCL) bevorderen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_127" wId="pv26_1059__artrecital__content_127">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.32</Nummer>
		<Opschrift>Verbod meststoffen in de bodem brengen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit verbod geldt voor zuiveringsslib en secundaire
meststoffen, waarvan onbekend en onzeker is hoe de samenstelling is.
Vrijgesteld van dit verbod zijn dierlijke meststoffen, kunstmeststoffen en
overige meststoffen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_128" wId="pv26_1059__artrecital__content_128">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.33</Nummer>
		<Opschrift>Verbod diepinfiltratie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_129" wId="pv26_1059__artrecital__content_129">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.34</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Enkele specifieke activiteiten worden in dit artikel
vrijgesteld van het verbod op boren en grond- en funderingswerken. In die
gevallen weegt het belang van grondwatermetingen in verband met de
waterwinning, tijdelijke bronbemaling of bodemonderzoek/-aanpak op tegen het
belang om deze te verbieden vanwege de risico's van bedrijfsactiviteiten of
aanwezige bodemverontreinigingen. Ook sonderingen zijn vrijgesteld omdat de
risico's gering zijn. Ontgrondingen zijn ook vrijgesteld, omdat de provincie
als bevoegd gezag vergunning verleent op basis van het Besluit kwaliteit
leefomgeving. De provincie geeft er de voorkeur aan in dit kader zelf te
bepalen wanneer een ontgronding toelaatbaar is en wanneer een vergunning wordt
geweigerd. Het spreekt voor zich dat de provincie terughoudend is bij het
verstrekken van een vergunning in een kwetsbaar gebied. Bij funderingen zijn
eisen gesteld aan het soort palen dat gebruikt moet worden. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_130" wId="pv26_1059__artrecital__content_130">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.35</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem voor innovatief duurzaamheidsproject</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_131" wId="pv26_1059__artrecital__content_131">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.36</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem voor innovatief duurzaamheidsproject</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_132" wId="pv26_1059__artrecital__content_132">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.37</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem voor innovatief duurzaamheidsproject</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_133" wId="pv26_1059__artrecital__content_133">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.38</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht horizontaal gestuurde boring</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Horizontaal
gestuurd boren is een techniek die sterk in opkomst is. Het is een betrouwbare,
maar complexe oplossing om langere afstanden onder de grond te overbruggen
waarbij kanalen, spoor- of snelwegen en gebouwen moeten worden doorkruist.
Horizontale boringen worden vooral gebruikt voor de aanleg van ondergrondse
infrastructuur, zoals gas-, elektra-, water- en rioolleidingen. Ze gaan over
het algemeen tot een diepte van 3 meter tot 20 meter onder maaiveld. In
uitzonderlijke gevallen worden de leidingen gelegd tot een diepte van 30 meter
tot 35 meter onder maaiveld.</Al>
		<Al>Horizontaal gestuurd boren biedt een aantal voordelen in vergelijking met reguliere aanlegtechnieken. Het maakt een snelle uitvoering van complexe projecten mogelijk met minimale impact op de bovengrondse omgeving. Ook zijn de uitvoeringskosten relatief laag. Er is ook een aantal risico&#x2019;s waar rekening mee moet worden gehouden. Zo moet worden voorkomen dat verontreinigingen in de bodem of rondom de boorput door de boringen verder worden verspreid. Ook is het belangrijk dat de boorvloeistof geen aanvullende stoffen bevat die een negatieve invloed op de bodem hebben.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_134" wId="pv26_1059__artrecital__content_134">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.39</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_135" wId="pv26_1059__artrecital__content_135">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.40</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding horizontaal gestuurde boring</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_136" wId="pv26_1059__artrecital__content_136">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.41</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied bij aanleg van aardgasleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_137" wId="pv26_1059__artrecital__content_137">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.42</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding grondwerken in grondwaterbeschermingsgebied bij grondwerk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_138" wId="pv26_1059__artrecital__content_138">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.43</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied bij funderingswerk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_139" wId="pv26_1059__artrecital__content_139">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.44</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied bij buitengebruikstelling boorput</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_140" wId="pv26_1059__artrecital__content_140">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.45</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding boren of grond- en funderingswerken in grondwaterbeschermingsgebied bij verwijdering heipaal</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_141" wId="pv26_1059__artrecital__content_141">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.46</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis buitengebruikstelling boorput</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Verontreinigingen kunnen via boorputten in het grondwater terecht komen, door kortsluitstromen of door directe verontreiniging in de put. Het is daarom belangrijk dat een boorput die niet meer in gebruik is goed wordt afgedicht. Daarmee worden de scheidende lagen en de beschermende werking van de bodem hersteld. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_142" wId="pv26_1059__artrecital__content_142">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.47</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis verwijdering van heipalen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het
trekken en verwijderen van heipalen uit de grond heeft gevolgen voor de
beschermende werking van de bodemlagen. Rechtstreekse kortsluiting van
verontreinigingen vanaf het maaiveld naar het onderliggende watervoerende
pakket is ongewenst en moet worden voorkomen. Daarom is voor de gebieden
Amersfoort-Berg, Doorn, Soestduinen en Woerden de verplichting opgenomen om bij
het verwijderen van heipalen het ontstane gat af te vullen met bentoniet.</Al>
		<Al>Er
is speciaal voor deze gebieden gekozen omdat het grondwater hier gewonnen wordt
uit het eerste watervoerend pakket dat niet beschermd wordt door een
afsluitende kleilaag. Bij de andere winningen bevindt deze kleilaag zich wel op
een diepte van meer dan 10 meter onder maaiveld en meestal op ongeveer 40 meter
onder maaiveld. De kans dat deze laag wordt geperforeerd door een heipaal is
praktisch nihil. Heipalen worden namelijk voor zover bekend niet door deze
onderliggende kleilaag aangebracht, vanwege kosten die dit met zich meebrengt
en om funderingstechnische redenen. Voor het verwijderen van heipalen geldt een
meldplicht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_143" wId="pv26_1059__artrecital__content_143">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.48</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis lozen afstromend hemelwater</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Verhardingen zoals wegen en parkeerplaatsen en
gebouwen in grondwaterbeschermingsgebieden, worden aangemerkt als risico's voor
en oorzaak van negatieve belasting van de bodem en het grondwater. Dat komt
omdat het gebruik risico's en mogelijk bodembelasting met zich meebrengt door
min of meer verontreinigd afstromend hemelwater (regen, sneeuw en hagel). Aan
dit artikel wordt in ieder geval voldaan als de Leidraad Afkoppelen provincie
Utrecht wordt gevolgd. </Al>
		<Al>Bij diepinfiltratie (vanaf 10 meter onder maaiveld)
wordt opgevangen hemelwater in watervoerende lagen in de ondergrond gebracht.
Binnen kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden vormt diepinfiltratie een groot
risico. Het niet naleven van regels, de ondeugdelijkheid van voorzieningen of
het maken van fouten heeft namelijk vergaande gevolgen. In geval van
calamiteiten is het probleem ook moeilijk beheersbaar. Een eventuele
verontreiniging kan immers zonder de reinigende werking (natuurlijke afbraak,
adsorptie aan bodemdeeltjes) van een bodempassage direct in het watervoerende
pakket doordringen. Een voorbeeld van zo'n fout is het per ongeluk aansluiten
van riolering, of het lozen van vuil water op een hemelwaterkolk (straat- of
trottoirput), waardoor vuil water in een hemelwaterriool terecht kan komen. Als
dit water diep wordt ge&#239;nfiltreerd, kan dit een drinkwaterbron onbruikbaar
maken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_144" wId="pv26_1059__artrecital__content_144">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.49</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis aanleggen parkeerplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de Leidraad Afkoppelen provincie Utrecht worden schone gebouwen en schone/beperkt schone verhardingen onderscheiden (parkeerplaatsen, wegen, enzovoorts).</Al>
		<Al>Het risico op lekkage en afspoelen van schadelijke
stoffen van motorvoertuigen is bij de huidige stand van techniek beperkt, maar
niet verwaarloosbaar. Parkeren op onverharde terreinen, dat wil zeggen: zonder
vloeistofdichte bodemvoorziening, dus bijvoorbeeld op kale grond, gras, grind
en steengranulaat, is ongewenst. Vaste parkeerplekken moeten daarom worden
voorzien van een vloeistofdichte bodemvoorziening.</Al>
		<Al>Bij een vloeistofdichte bodemvoorziening, zoals asfalt en strak gelegde straatklinkers, stroomt het merendeel van of al het water af en kan dit worden opgevangen. Eventuele olielekkage en dergelijke wordt opgemerkt en opgevangen door de verharding. Daarna kan het worden weggevangen of uit het afstromend water worden gehaald (beheersbare situatie). Het is aan de initiatiefnemer om een goede voorziening of maatregelen te treffen. Hierop is de zorgplicht van <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.3__art_3.11">Artikel 3.11</IntRef> van toepassing.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_145" wId="pv26_1059__artrecital__content_145">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.2.6</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten in boringsvrije zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_146" wId="pv26_1059__artrecital__content_146">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.50</Nummer>
		<Opschrift>Verbod mijnbouwactiviteiten in boringsvrije zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Mijnbouwactiviteiten
in boringsvrije zones zijn niet toegestaan. Daarbij zijn er namelijk te veel
risico's op verontreiniging van het grondwater. Onder mijnbouwactiviteiten
wordt verstaan: </Al>
		<Al>1.     het
opsporen van delfstoffen;</Al>
		<Al>2.     het
opsporen of winnen van aardwarmte;</Al>
		<Al>3.     het
opslaan van stoffen en alle activiteiten die ondersteunend zijn aan de
voorgenoemde activiteiten.</Al>
		<Al>Onder
andere (diepe) geothermie is dus niet toegestaan in de boringsvrije zones. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_147" wId="pv26_1059__artrecital__content_147">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.51</Nummer>
		<Opschrift>Verbod boren en grond- of funderingswerken in boringsvrije zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Boorputten
kunnen een risico vormen voor de drinkwaterwinning als via de boorput
ongewenste stoffen in het grondwater komen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als
chemische middelen worden gebruikt om verstopping van de boorput tegen te gaan.
Of dat bijvoorbeeld mest en/of bestrijdingsmiddelen een slecht afgedekte
boorput binnendringen. Hier speelt mee dat een eenmaal aangelegd systeem en het
beheer van het systeem moeilijk controleerbaar zijn. </Al>
		<Al>Bij
grondwerken gaat het om het uitvoeren of laten uitvoeren van werken op of in de
bodem, waarbij ingrepen worden verricht, of stoffen worden gebruikt die de
beschermende werking van de slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten.
Hieronder vallen in ieder geval bodemstabiliseringswerken, en het plaatsen en
verwijderen van dam-, scherm- of diepwanden en folies. Ondiepe activiteiten
worden niet geregeld. Gebruik van materialen en bouw en aanleg worden
gereguleerd door landelijke regels. De bijzondere zorgplicht fungeert daarin
als vangnet.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_148" wId="pv26_1059__artrecital__content_148">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.52</Nummer>
		<Opschrift>Verbod energietoevoeging en -onttrekking in boringvrije zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het
verbod op energietoevoeging en -onttrekking in boringsvrije zones geldt voor
systemen die onder de dieptegrens komen, zoals vastgesteld voor de boringsvrije
zone waar het om gaat. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_149" wId="pv26_1059__artrecital__content_149">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.53</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstellingen oprichten van boorputten en uitvoeren van grond- of funderingswerken in boringsvrije zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Enkele specifieke activiteiten worden in dit artikel
vrijgesteld van het verbod op boren en grond- en funderingswerken. In die
gevallen weegt het belang van grondwatermetingen in verband met de
waterwinning, tijdelijke bronbemaling, bodemonderzoek/-aanpak op tegen het
belang om deze te verbieden vanwege de risico's van bedrijfsactiviteiten of
aanwezige bodemverontreinigingen. Ook sonderingen zijn vrijgesteld omdat de
risico's hiervan gering zijn. Ontgrondingen zijn ook vrijgesteld, omdat de
provincie als bevoegd gezag hiervoor vergunning verleent op basis van het
Besluit kwaliteit leefomgeving. De provincie geeft er voorkeur aan in dit kader
aan te geven wanneer een ontgronding toelaatbaar is en wanneer een vergunning
wordt geweigerd. Het spreekt voor zich dat de provincie terughoudend is bij het
verstrekken van een vergunning in een kwetsbaar gebied. Bij funderingen zijn
eisen gesteld aan het soort palen. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_150" wId="pv26_1059__artrecital__content_150">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.54</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_151" wId="pv26_1059__artrecital__content_151">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.55</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_152" wId="pv26_1059__artrecital__content_152">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.56</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning boorput voor industri&#235;le winning</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.6__art_3.51">Artikel 3.51</IntRef> is het verboden om in de daar aangegeven boringsvrije zones boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een bepaalde boordiepte onder maaiveld. In dit artikel wordt hierop een uitzondering gemaakt. Met een omgevingsvergunning is het oprichten van een boorput voor het onttrekken van grondwater voor industri&#235;le winning ten behoeve van menselijke consumptie toegestaan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_153" wId="pv26_1059__artrecital__content_153">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.57</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_154" wId="pv26_1059__artrecital__content_154">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.58</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning boorput voor industri&#235;le winning</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_155" wId="pv26_1059__artrecital__content_155">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.59</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht horizontaal gestuurde boringen in boringsvrije zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Horizontaal
gestuurd boren is een techniek die sterk in opkomst is. Het is een betrouwbare,
maar complexe oplossing om langere afstanden ondergronds te overbruggen waarbij
kanalen, spoor- of snelwegen en gebouwen moeten worden doorkruist. Horizontale
boringen worden vooral gebruikt voor de aanleg van ondergrondse infrastructuur,
zoals gas-, elektra-, water- en rioolleidingen. Ze gaan over het algemeen tot
een diepte van 3 meter tot 20 meter onder maaiveld. In uitzonderlijke gevallen
worden de leidingen gelegd tot een diepte van 30 meter tot 35 meter onder
maaiveld.</Al>
		<Al>Horizontaal gestuurd boren biedt een aantal voordelen in vergelijking met reguliere aanlegtechnieken. Het maakt een snelle uitvoering van complexe projecten mogelijk met minimale impact op de bovengrondse omgeving. Ook zijn de uitvoeringskosten relatief laag. Er is ook een aantal risico&#x2019;s waar rekening mee moet worden gehouden. Zo moet worden voorkomen dat verontreinigingen in de bodem of rondom de boorput door de boringen verder worden verspreid. Ook is het belangrijk dat de boorvloeistof geen aanvullende stoffen bevat die een negatieve invloed op de bodem hebben.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_156" wId="pv26_1059__artrecital__content_156">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.60</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht grond- of funderingswerken in boringsvrije zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_157" wId="pv26_1059__artrecital__content_157">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.61</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding horizontaal gestuurde boring Langerak en Lexmond</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_158" wId="pv26_1059__artrecital__content_158">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.62</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding grondwerken in boringsvrije zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_159" wId="pv26_1059__artrecital__content_159">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.63</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding funderingswerken in boringsvrije zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_160" wId="pv26_1059__artrecital__content_160">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.64</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis verwijdering van heipalen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_161" wId="pv26_1059__artrecital__content_161">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.3</Nummer>
		<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_162" wId="pv26_1059__artrecital__content_162">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.3.1</Nummer>
		<Opschrift>Algemene bepaling grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_163" wId="pv26_1059__artrecital__content_163">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.65</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_164" wId="pv26_1059__artrecital__content_164">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.3.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregels grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_165" wId="pv26_1059__artrecital__content_165">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.66</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel programma gebiedsgerichte aanpak grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het zogenoemde gebiedsgerichte grondwaterbeheer blijft mogelijk onder de wet, maar nu in de vorm van een (onverplicht) programma (artikel 3.4 van de wet). Dit artikel regelt dit. Dit artikel is niet van toepassing op een vastgesteld en goedgekeurd plan als bedoeld in artikel 55d Wet bodembescherming (hierna: Wbb) voor de gebiedsgerichte aanpak van gevallen van
verontreiniging in het diepere grondwater. Deze plannen gelden na vier jaar na
inwerkingtreding van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet als een programma als
bedoeld in artikel 3.4 van de wet. De
wet gaat ervan uit dat de programma&#x2019;s in samenspraak met gemeenten en
waterschappen worden opgesteld. </Al>
		<Al>Anders dan onder de Wbb is er geen sprake meer
van goedkeuring door gedeputeerde staten van een plan dat door een ander
bestuursorgaan is vastgesteld. Een ander verschil is dat het niet meer hoeft te
gaan om gevallen van verontreiniging die zodanig gemengd zijn of gemengd kunnen
raken dat deze gevallen niet ten opzichte van elkaar zijn te onderscheiden of
dat zij elkaar bij een afzonderlijke aanpak in betekenende mate kunnen
be&#239;nvloeden. Verder kan het programma ook van toepassing zijn op
grondwaterverontreinigingen die niet tot het diepere grondwater behoren.</Al>
		<Al>In het laatste lid van dit artikel is geregeld dat het programma betrekking kan hebben op gevallen van ernstige verontreiniging waarop de Wbb nog van toepassing is. De artikelen 43 en 55b Wbb kunnen met betrekking tot die gevallen worden ingezet als aan de voorwaarden wordt voldaan. Gedeputeerde staten gaan uiteraard niet over tot het opnemen van dergelijke gevallen in een programma als hier geen bijdrage van een initiatiefnemer of schuldig eigenaar aan de financiering van het programma tegenover staat. Dit kan in een overeenkomst worden vastgelegd.</Al>
		<Al>In een programma kan worden bepaald dat bepaalde grondwaterverontreinigingen zich tot de gebiedsgrens mogen verspreiden. Ook kan worden opgenomen dat een bepaalde mate van verspreiding ten behoeve van grondwateronttrekkingen en bodemenergiesystemen toelaatbaar is.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_166" wId="pv26_1059__artrecital__content_166">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.3.3</Nummer>
		<Opschrift>Grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_167" wId="pv26_1059__artrecital__content_167">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.67</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het gaat hier om het grondwaterverontreinigingen met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico als bedoeld in Annex 2 van het Bodem en Waterprogramma van de provincie Utrecht. Het is van belang dat grondwatersaneringen met enige waarborgen worden uitgevoerd. Met het oog hierop is geregeld dat de saneringen worden uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven en dat milieukundige begeleiding verplicht is. Na afloop van een grondwatersanering moet duidelijk zijn welke gebruiksbeperkingen in acht moeten worden genomen. Evenals onder de Wbb moet ernaar worden gestreefd dat zo min mogelijk nazorg noodzakelijk is. De artikelen zijn alleen van toepassing als de activiteit van het saneren in het grondwater verder gaat dan de activiteiten saneren van de bodem zoals bedoelt in de artikelen 4.1241 en 4.1242. Als het alleen gaat om het verwijderen van de verontreinigde bodem, ook als dat in de verzadigde zone plaats vindt, dan hoeft geen aanvullende melding bij de provincie worden gedaan. Wanneer naast het verwijderen van de bodem er bijvoorbeeld ook sprake is van een onttrekking waarvan het oogmerk is het saneren van het grondwater, moet deze wel bij de provincie worden gemeld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_168" wId="pv26_1059__artrecital__content_168">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.68</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het is niet toegestaan om een grondwatersanering van een verontreiniging met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico zoals bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.67">Artikel 3.67</IntRef> uit te voeren zonder een omgevingsvergunning. In de volgende artikelen wordt aangegeven waar de omgevingsvergunning aan moet voldoen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_169" wId="pv26_1059__artrecital__content_169">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.69</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt getoetst aan de saneringsdoelstelling uit hoofdstuk 4 van de Circulaire bodemsanering 2013. De in de aanvraag voorgestelde aanpak moet zich ten minste richten op het behalen van deze doelstelling. Er mag natuurlijk altijd gestreefd worden naar een beter resultaat.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_170" wId="pv26_1059__artrecital__content_170">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.70</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor
de informatieplicht in dit artikel is aangesloten bij hetgeen in het Besluit
activiteiten leefomgeving is bepaald over de milieubelastende activiteit &#x2018;het
saneren van de bodem&#x2019;. Zie artikel 4.1237 Besluit activiteiten leefomgeving. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_171" wId="pv26_1059__artrecital__content_171">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.71</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke gegevens en bescheiden start en locatie grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het eerste lid bevat een informatieplicht. Het verstrekken van gegevens bevordert het houden van gericht toezicht. Aan de hand van deze gegevens kunnen gedeputeerde staten controleren of de uitvoering van de sanering en de milieukundige begeleiding worden gedaan door een onderneming met een erkenning.</Al>
		<Al>Het
tweede lid is toegevoegd om te verzekeren dat een wijziging van de gegevens ook
wordt gemeld. Een wijziging zal zich bijvoorbeeld voordoen wanneer een andere
milieukundig begeleider wordt ingezet dan eerder opgegeven.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_172" wId="pv26_1059__artrecital__content_172">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.72</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke gegevens en bescheiden uitvoerder en milieukundige begeleider grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het is van belang dat grondwatersaneringen met enige waarborgen worden uitgevoerd. Met het oog hierop is geregeld dat de saneringen worden uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven en dat milieukundige begeleiding verplicht is.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_173" wId="pv26_1059__artrecital__content_173">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.73</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis uitvoering van de activiteit grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het eerste lid regelt dat de activiteit wordt uitgevoerd en begeleid door erkende ondernemingen. Uit het tweede lid volgt dat de grondwatersanering conform de vergunningaanvraag moet worden uitgevoerd. Het indienen van een vergunningaanvraag cre&#235;ert op zichzelf niet de verplichting om daadwerkelijk over te gaan tot de voorgenomen grondwatersanering. Ook onder de Wet bodembescherming hadden het indienen van een melding en een saneringsplan niet dit effect (ABRvS 23 december 2015, <ExtRef ref="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2015:3930" soort="URL">ECLI:NL:RVS:2015:3930</ExtRef>, M en R 2016/51). Als echter eenmaal met de grondwatersanering is begonnen, moet deze ook worden voltooid. Als blijkt dat de maatregelen niet tot de beoogde effecten zullen leiden, is degene die saneert gehouden tot uitvoering van de in de melding beschreven andere methode om de beoogde effecten te bereiken. Dit is geregeld in het derde lid. Eventueel kan de saneerder om maatwerkvoorschriften verzoeken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_174" wId="pv26_1059__artrecital__content_174">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.74</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis evaluatieverslag grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Na afronding van de grondwatersanering wordt zo spoedig mogelijk een evaluatieverslag opgesteld volgens de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 6000. Het verslag moet worden opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bedrijf dat de milieukundige verificatie uitvoert, in samenwerking met het bedrijf dat de milieukundige processturing heeft uitgevoerd. In het evaluatieverslag wordt meer beschreven of de grondwatersanering conform de melding is uitgevoerd, welk eindresultaat is behaald, of het afvalwater op een juiste manier is afgevoerd en welke gebruiksbeperkingen en nazorgmaatregelen noodzakelijk zijn. Deze informatie wordt geregistreerd in het bodeminformatiesysteem, zodat deze opvraagbaar is als in de toekomst op de dezelfde locatie nieuwe activiteiten plaatsvinden waarbij de kwaliteit van het grondwater van belang is. De gemeente zal de informatie kunnen gebruiken om in het omgevingsplan op te nemen waar gebruiksbeperkingen gelden en waar nazorgmaatregelen in stand moeten worden gehouden. Het evaluatieverslag behoeft - anders dan onder de Wbb - niet te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Indien nodig kan het college van gedeputeerde staten met toepassing van <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.76">Artikel 3.76</IntRef> maatwerkvoorschriften
stellen naar aanleiding van een evaluatieverslag. Deze kunnen bijvoorbeeld
inhouden dat bepaalde gebruiksbeperkingen of nazorgmaatregelen die niet in het
verslag zijn beschreven, noodzakelijk zijn of, omgekeerd, dat bepaalde
beperkingen of maatregelen die wel zijn beschreven juist niet noodzakelijk
zijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_175" wId="pv26_1059__artrecital__content_175">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.75</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis beperkingen en nazorgmaatregelen grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De in het evaluatieverslag opgenomen gebruiksbeperkingen en nazorgmaatregelen voor het gebruik van de bodem moeten in acht genomen worden door de eigenaar, erfpachter of gebruiker van het grondgebied. Hiermee blijft de kwaliteit van het grondwater gewaarborgd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_176" wId="pv26_1059__artrecital__content_176">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.76</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkvoorschriften activiteit grondwatersanering</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel is geregeld dat maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld. Hierdoor kan bijvoorbeeld een andere saneringsmethode worden voorgeschreven dan in de melding is beschreven. Een ander voorbeeld is dat naar aanleiding van een evaluatieverslag nazorg wordt voorgeschreven. Zie over dit laatste de toelichting op <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3__art_3.74">Artikel 3.74</IntRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_177" wId="pv26_1059__artrecital__content_177">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>3.3.4</Nummer>
		<Opschrift>Onderzoek en maatregelen grondwaterverontreiniging bij bouwen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze paragraaf is opgenomen met oog op het vervallen van de Wet Bodembescherming.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_178" wId="pv26_1059__artrecital__content_178">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.77</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik onderzoek en maatregelen grondwaterverontreiniging bij bouwen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit bouwen van een bodemgevoelige locatie als bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Er is voor gekozen om de aanpak van grondwaterverontreinigingen met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico aan deze activiteit te koppelen omdat dit het meest natuurlijke moment van onderzoek en eventueel opruimen is van deze verontreinigingen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_179" wId="pv26_1059__artrecital__content_179">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.78</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis vooronderzoek grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel wordt geregeld dat voordat er een bodemgevoelig gebouw wordt gebouwd, er eerst vooronderzoek naar de kwaliteit van het grondwater moet worden uitgevoerd. Dit vooronderzoek moet voldoen aan de NEN 5725. Hiermee wordt aangesloten op de verplichting uit paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Het doel van het onderzoek wordt uitgebreid met doelen voor grondwaterkwaliteit ten behoeve van de aanpak van verontreinigingen met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico. Als uit dit vooronderzoek geen verdenking van de aanwezigheid van een verontreiniging in de verzadigde zone van de bodem blijkt (zie <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79">Artikel 3.79</IntRef>) hoeft er met het oog op de aanpak van verontreinigingen met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico geen verder onderzoek worden uitgevoerd. De noodzaak tot verder bodemonderzoek kan uiteraard nog wel komen uit de verplichtingen in het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_180" wId="pv26_1059__artrecital__content_180">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.79</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis verkennend onderzoek grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Als op basis van het onderzoek als bedoeld in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.78">Artikel 3.78</IntRef> wordt geconstateerd dat er een verdenking bestaat van de aanwezigheid van een verontreiniging in het grondwater, moet de initiatiefnemer van de activiteit bouwen van een bodemgevoelige locatie een verkennend onderzoek uitvoeren. Een verontreiniging is grondwater in minimaal 100m3 pori&#235;nverzadigd bodemvolume waarin ten minste voor &#233;&#233;n stof de gemiddelde gemeten concentratie hoger is dan de signaleringsparameters uit artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de aanvullende PFAS-normen die gedeputeerde staten in de beleidsregel van 23 maart 2021 heeft vastgesteld. Dit volgt uit Annex 2 van het Bodem- en Waterprogramma van de provincie Utrecht. Bij het verkennend onderzoek wordt ook de omgevingswaarde voor de goede chemische toestand van het grondwaterlichaam als bedoeld in bijlage VC van het Besluit kwaliteit leefomgeving betrokken. Het onderzoek -zowel het veldwerk als de laboratoriumanalyse- moet worden uitgevoerd door een gecertificeerde instantie met oog op de kwaliteit van het onderzoek. Als het verkennend onderzoek hiertoe aanleiding geeft, moet een nader onderzoek worden uitgevoerd als beschreven in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80">Artikel 3.80</IntRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_181" wId="pv26_1059__artrecital__content_181">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.80</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis nader onderzoek grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Als uit het onderzoek in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.79">Artikel 3.79</IntRef> daar aanleiding toe geeft, moet een nader grondwateronderzoek worden uitgevoerd dat voldoet aan de NTA 5755. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd door een gecertificeerde instantie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_182" wId="pv26_1059__artrecital__content_182">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.81</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis risicobeoordeling grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Als uit het naderonderzoek in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.80">Artikel 3.80</IntRef> blijkt dat er sprake is van inbreng van een significante verontreiniging in het grondwater als bedoelt in Annex 2 van het Bodem- en waterprogramma, moet de initiatiefnemer een risicobeoordeling uitvoeren. Dit betekend dat de initiatiefnemer moet beoordelen of er sprake is van een grondwaterverontreiniging met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico. De manier waarop deze risicobeoordeling moet worden uitgevoerd, staat beschreven in Annex 2 van het Bodem- en waterprogramma van de provincie Utrecht. Wanneer er sprake is van een verontreiniging met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico moet er maatregelen worden getroffen zoals beschreven in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82">Artikel 3.82</IntRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_183" wId="pv26_1059__artrecital__content_183">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.82</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis maatregelen grondwaterverontreiniging met onaanvaardbaar verspreidingsrisico</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Als uit de risicobeoordeling zoals beschreven in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.81">Artikel 3.81</IntRef> blijkt dat er sprake is van een grondwaterverontreiniging met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico die zich ten minste gedeeltelijk op het perceel waar de activiteit bouwen wordt verricht bevind, moet er een aantal maatregelen getroffen worden door de initiatiefnemer. Deze maatregelen houden in dat de bronzone en de pluim van de verontreiniging op het perceel van de activiteit moeten worden gesaneerd middels een bodem- en grondwatersanering. Daarnaast moet voor zover mogelijk ook de bronzone en de pluim van de verontreiniging buiten het perceel van de activiteit worden gesaneerd middels een bodem- en grondwatersanering. Gezien de verontreiniging buiten het perceel van de activiteit in veel gevallen niet geheel te verwijderen is door de initiatiefnemer, verwachten we dat de initiatiefnemer hierover met de provincie in overleg treedt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_184" wId="pv26_1059__artrecital__content_184">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.83</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkvoorschriften maatregelen grondwaterverontreiniging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De provincie kan maatwerkvoorschriften stellen over de sanering zoals bedoelt in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.4__art_3.82">Artikel 3.82</IntRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_185" wId="pv26_1059__artrecital__content_185">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.84</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik verdenking grondwaterverontreiniging met onaanvaardbaar verspreidingsrisico</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze paragraaf is van toepassing als er een redelijk vermoeden bestaat van een grondwaterverontreinigingen met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico in het grondwater, volgend uit Annex 2 van het Bodem- en waterprogramma van de provincie Utrecht. Dit vermoeden kan ontstaan naar aanleiding van het onderzoek beschreven in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.3">Paragraaf 3.3.3</IntRef>a, maar kan ook op andere manier ontstaan bijvoorbeeld door de uitvoer van bodemonderzoek bij activiteiten of doordat er een verontreiniging via een andere manier van monitoring wordt aangetroffen in bijvoorbeeld een kwetsbaar object.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_186" wId="pv26_1059__artrecital__content_186">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.85</Nummer>
		<Opschrift>Informatieplicht initiatiefnemer, eigenaar of erfpachter</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Initiatiefnemers die een activiteit uitvoeren op het betrokken grondgebied of eigenaren of erfpachters van het betrokken grondgebied zijn verplicht om informatie over een grondwaterverontreiniging te delen met de provincie Utrecht. Deze informatie kan de provincie Utrecht onder andere opnemen in het Bodeminformatiesysteem.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_187" wId="pv26_1059__artrecital__content_187">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.86</Nummer>
		<Opschrift>Informatieplicht gemeente</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Wanneer er bij een gemeente het vermoeden ontstaat dat er sprake kan zijn van een grondwaterverontreiniging met een onaanvaardbaar verspreidingsrisico, stelt ze de provincie hiervan op de hoogte. Dit vermoeden kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer een initiatiefnemer een melding van een activiteit doet en hierbij bodemrapporten verstrekt. Daarnaast moet het ook andere bestuursorganen -zoals bijvoorbeeld het waterschap bij mogelijke verspreiding naar het oppervlaktewater- informeren over het vermoeden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_188" wId="pv26_1059__artrecital__content_188">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.4</Nummer>
		<Opschrift>Grondverzet en rommelterrein</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_189" wId="pv26_1059__artrecital__content_189">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.87</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk grondverzet en rommelterrein</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In deze afdeling
worden regels gesteld ten aanzien van de bescherming van landschap, natuur,
cultuurhistorische en archeologische waarden (hierna: LNCA-waarden) in de
provincie. Bij het verloren gaan van deze waarden gaat het niet alleen om
grootschalige ingrepen en/of vormen van aantasting. Het gaat juist vooral om
kleinschalige vormen van aantasting. Door het groter aantal en hogere
frequentie levert dat een sluipend maar daarom niet minder bedreigend proces
op. Zeker ook als het gaat om vele kleine onomkeerbare aantastingen. De
belangenafweging is dwingend van karakter en biedt geen ruimte om met andere
belangen dan de belangen genoemd in dit artikel rekening te houden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_190" wId="pv26_1059__artrecital__content_190">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.88</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik grondverzet en rommelterrein</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid:</strong> Deze afdeling is van toepassing op het storten, ophogen, egaliseren en inrichten of hebben van een stortplaats of rommelterrein in het landelijk gebied.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_191" wId="pv26_1059__artrecital__content_191">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.89</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht grondverzet en rommelterrein</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De specifieke zorgplicht is van toepassing op activiteiten die onder algemene regels vallen. De zorgplicht operationaliseert de, overeenkomstig <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.87">Artikel 3.87</IntRef>, te dienen belangen naar een algemene gedragsnorm
voor de gebruikers van het landelijk gebied. De zorgplicht is een algemene
regel, maar met een zeer algemene strekking. De algemene regels zijn een
verdere uitwerking van de zorgplicht. De zorgplicht geldt als algemeen kader
voor de activiteiten en is een vangnet voor de handhaving. Bij overtreding
van een zorgplichtbepaling kan direct gehandhaafd worden indien er sprake is
van een evidente overtreding.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_192" wId="pv26_1059__artrecital__content_192">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.90</Nummer>
		<Opschrift>Verbod rommelterrein</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het uitgangspunt van dit artikel is een compleet verbod om in het Landelijk gebied een rommelterrein in te richten of te hebben, tenzij de activiteit is toegelaten op grond van de vrijstelling in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.93">Artikel 3.93</IntRef> en wordt voldaan aan de specifieke eisen in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.102">Artikel 3.102</IntRef>. Het verbod geldt ook voor de eigenaar, gebruiker, huurder of pachter van de grond waarop deze activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden, al dan niet gedoogd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_193" wId="pv26_1059__artrecital__content_193">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.91</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning grondverzet</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het uitgangspunt van dit artikel is een compleet verbod om zonder omgevingsvergunning in het Landelijk gebied te storten, een stortplaats in te richten of te hebben, of gronden op te hogen of te egaliseren, tenzij de activiteit is toegelaten op grond van de vrijstellingen in de artikelen 3.92 tot en met 3.97 en wordt voldaan aan de specifieke eisen in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.101">Artikel 3.101</IntRef> en <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.102">Artikel 3.102</IntRef>. Het verbod geldt ook voor de eigenaar, gebruiker, huurder of pachter van de grond waarop deze activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden, al dan niet gedoogd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_194" wId="pv26_1059__artrecital__content_194">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.92</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij werken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Binnen deze vrijstelling vallen de aanleg en het onderhoud van infrastructurele openbare werken zoals spoor-, water- en (snel)wegen, bruggen, havens en luchtvaartterreinen en werken van groot maatschappelijk belang, zoals geluidswallen en dijken. Maar ook het storten, ophogen en egaliseren ten behoeve van nieuwbouw, onderhoud of herstel van bijvoorbeeld een huis of een schuur op een in een omgevingsplan aangewezen bouwperceel. Gelet op de eis in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.101">Artikel 3.101</IntRef> duren de activiteiten niet langer dan noodzakelijk en voorwaarde bij infrastructurele openbare werken en werken van groot maatschappelijk belang is dat de benodigde vergunningen zijn verleend of het werk planologisch is toegestaan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_195" wId="pv26_1059__artrecital__content_195">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.93</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij agrarische perceel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Rijpaden in agrarische weide- en akkerpercelen moeten regelmatig versterkt en opgehoogd worden. Dit is te beschouwen als normaal onderhoud in het kader van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Dit onderhoud is met dit artikel vrijgesteld van het verbod op storten en ophogen indien wordt voldaan aan de specifieke eis in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.102">Artikel 3.102</IntRef>.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid: </strong>Het is niet de bedoeling van het verbod op het inrichten en hebben van een stortplaats of rommelterrein om de normale bedrijfsvoering bij agrarische bedrijven te hinderen of te belemmeren. Bij het begrip agrarisch bedrijf moet gedacht worden aan akkerbouw- en veeteeltbedrijven, tuinbouwbedrijven, veemesterijen, fruitteeltbedrijven e.d. Zaken die verband houden met de normale bedrijfsvoering worden daarom middels deze bepaling vrijgesteld indien wordt voldaan aan de eisen in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.89">Artikel 3.89</IntRef>. Zo wordt voorkomen dat agrari&#235;rs vergunningplichtig zouden worden voor zaken die de normale bedrijfsvoering betreffen. Het gaat hierbij zowel om goederen zoals hooibalen en grasrollen, als om materieel zoals voertuigen. Hierbij geldt wel de aantekening, dat de vrijstelling beperkt is tot activiteiten op of onmiddellijk aangrenzend aan het agrarische bouwperceel. Het is niet de bedoeling dat de open agrarische ruimte naar willekeur als opslagterrein gebruikt kan worden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_196" wId="pv26_1059__artrecital__content_196">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.94</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij normaal onderhoud van oppervlaktewaterlichaam</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Dit artikel betreft een vrijstelling voor het storten van baggerspecie, vrijkomend uit normaal onderhoud van oppervlaktewaterlichamen. Onder normaal onderhoud wordt verstaan het periodiek onderhoud van (schouwplichtige) oppervlaktewaterlichamen om deze te laten voldoen aan waterhuishoudkundige eisen (conform de legger en de keur van het waterschap), waarbij de vrijgekomen baggerspecie evenredig wordt verspreid op de oevers gelegen aan die oppervlaktewaterlichamen. Met baggerspecie wordt bagger vermengd met ongewenste begroeiing bedoeld. Indien het onderhoud van een oppervlaktewaterlichaam alleen bestaat uit het verwijderen van begroeiing, mogen de losse plantenresten niet verspreid worden maar moeten ze langs het oppervlaktewaterlichaam neergelegd worden.</Al>
		<Al>Onder normaal onderhoud wordt in ieder geval niet verstaan:</Al>
		<Lijst type="expliciet" eId="artrecital__content_196__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_196__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_196__list_1__item_a" wId="pv26_1059__artrecital__content_196__list_1__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>Het doelbewust storten van baggerspecie op percelen die niet grenzen aan het uitgebaggerde/uitgegraven oppervlaktewaterlichaam ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden van deze percelen, zoals het wegwerken van plaatselijk reli&#235;fverschillen, het ophogen van natuurwetenschappelijk waardevolle percelen, slootdempingen, e.d.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_196__list_1__item_b" wId="pv26_1059__artrecital__content_196__list_1__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Het verbreden en verdiepen van een oppervlaktewaterlichaam groter dan het oorspronkelijke slootprofiel, waarbij de vrijkomende grond en baggerspecie wordt aangewend voor bijvoorbeeld doeleinden als onder a genoemd.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>De vrijstelling is voorts niet van toepassing op het storten van baggerspecie op oevers van oppervlaktewaterlichamen die in agrarisch natuurbeheer zijn of zich bevinden binnen een natuurparel, waterparel of natuurnetwerk Nederland, omdat dit juist schade toebrengt aan deze waardevolle oevers.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid: </strong>Dit artikel bevat een vrijstelling voor de aanleg van een baggerdepot. Daar zijn een aantal voorwaarden aan verbonden. De voorwaarden onder a en e betreft de bescherming van aardkundige en landschappelijke waarden. Aardkundige waarden zijn die onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied. Het gaat bijvoorbeeld om geulen, stuwwallen, glaciale bekkens, oude rivierbeddingen en dekzandruggen. Onder b is een maximale hoogte aan het baggerdepot verbonden. Het gaat dan om de hoogte van de omringende zandwal, waarbinnen de bagger wordt gestort. De voorwaarde onder d betreft de eindsituatie van het depot. Na de periode van inklinking, meestal zo&#x2019;n drie jaar, worden de zandwallen en de bagger gelijkmatig verspreid over het perceel. Het is daarbij niet de bedoeling om natuurlijke laagten zoals geulen te dichten, maar om het oorspronkelijke landschapspatroon zo goed mogelijk te volgen. Het perceel mag na verspreiding en egalisatie niet meer dan 10 centimeter hoger zijn ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld van de dichtstbijzijnde naastgelegen niet opgehoogde percelen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_197" wId="pv26_1059__artrecital__content_197">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.95</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij een viaduct, ecoduct, faunapassage of planmatige inrichting en ontwikkeling van een natuurterrein of ecologische zone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De vrijstelling in dit artikel geldt voor allerlei stortactiviteiten met diverse materialen, die samenhangen met diverse natuurinrichtingsprojecten. Belangrijk is, dat het gaat om activiteiten, waarmee de terreinbeheerder ingestemd heeft en die een ecologische meerwaarde hebben. Dit om verkapt storten van afvalmateriaal te voorkomen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_198" wId="pv26_1059__artrecital__content_198">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.96</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling activiteiten bij takkenwal en takkenril</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Houtopstanden dienen onderhouden te worden. Ze moeten regelmatig gesnoeid, geknot en uitgedund worden. Het takhout dat daarbij vrijkomt, wordt vaak verwerkt in takkenwallen en takkenrillen in de nabijheid van de werkzaamheden. Goed aangelegde takkenrillen zijn een aanwinst voor de natuur. Vogels, muizen, insecten en amfibie&#235;n vinden er een schuil- of broedplaats. De vrijstelling in dit artikel heeft uitsluitend betrekking op het gebruik van snoei- en dunhout en is aan een aantal voorwaarden gebonden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_199" wId="pv26_1059__artrecital__content_199">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.97</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling activiteiten in tuin, park, landgoed of sportaccommodatie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Wallichamen
zoals grond- en houtwallen werden vroeger vaak aangelegd als eigendomsafscheiding,
vee-, wild- en windkering en het leveren van geriefhout. Houtwallen zijn
lijnelementen en vormen vaak een langere, aaneengesloten route waarlangs dieren
en planten zich kunnen verplaatsen. De steile wallichamen, met een zonkant en
een schaduwzijde, leveren veel insecten, schimmels, mossen, muizen en kruiden
op. Door de hoge en steile taluds logen zulke wallen bovendien sneller uit, wat
leidt tot verarming van de bodem en daardoor tot een soortenrijkere flora en
fauna. Tegenwoordig worden wallichamen vaak aangelegd als perceelgrens en ter
bescherming van de privacy. Dit artikel stelt de aanleg van een wallichaam in
tuinen bij huizen of landgoederen vrij, voor zover wordt voldaan aan de
genoemde voorwaarden.</Al>
		<Al><strong>Onder
a</strong>: De
voorwaarde is opgenomen om te voorkomen dat landeigenaren- of &#x2013;beheerders die
aangrenzend aan de tuin bijvoorbeeld een stuk bosperceel bezitten of beheren
een wallichaam midden in dat het bos aanleggen.</Al>
		<Al><strong>Onder
b</strong>: De
voorwaarde beschermt de aanwezige bomen.</Al>
		<Al><strong>Onder
c</strong>: De voorwaarde
is opgenomen om te voorkomen dat wallichamen worden beplant met
niet-gebiedseigen beplanting zoals coniferen.</Al>
		<Al><strong>Onder
d</strong>: De
voorwaarde bevat een bepaling over afmetingen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_200" wId="pv26_1059__artrecital__content_200">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.98</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning grondverzet</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_201" wId="pv26_1059__artrecital__content_201">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.99</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht ophogen of egaliseren agrarisch gebruikt weide- en akkerperceel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Agrarisch gebruikte weide- en akkerpercelen buiten een natuurparel, waterparel, het natuurnetwerk Nederland en de Groene contour worden in het kader van de normale bedrijfsuitoefening regelmatig opgehoogd en ge&#235;galiseerd. Dit is toegestaan indien het ten minste twee weken voor het begin van de activiteit wordt gemeld en wordt voldaan aan de eisen in <IntRef ref="chp_3__subchp_3.4__art_3.102">Artikel 3.102</IntRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_202" wId="pv26_1059__artrecital__content_202">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.100</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding ophogen of egaliseren agrarisch gebruikt weide- en akkerperceel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_203" wId="pv26_1059__artrecital__content_203">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.101</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis bij werk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_204" wId="pv26_1059__artrecital__content_204">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.102</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eisen bij agrarisch perceel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_205" wId="pv26_1059__artrecital__content_205">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>3.5</Nummer>
		<Opschrift>Gesloten stortplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Uit
de lijst van vergunningplichtige activiteiten in de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht is een aantal activiteiten niet overgenomen door provincie. Hier
is voor gekozen, omdat deze activiteiten op een gesloten stortplaats geen
schade zullen toebrengen aan de deklaag. Hierbij kan gedacht worden aan het
plaatsen van handelsreclame op of aan een onroerende zaak op een gesloten
stortplaats. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_206" wId="pv26_1059__artrecital__content_206">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.103</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk gesloten stortplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
regels in deze paragraaf hebben tot doel het milieu te beschermen. Activiteiten
op gesloten stortplaatsen kunnen grote gevolgen hebben voor het milieu. Voor
het in werking treden van de wet was de provincie op grond van artikel
3.4 Besluit omgevingsrecht het bevoegd gezag over vergunningplichtige
activiteiten op gesloten stortplaatsen. Met het in werking treden van de
wet is de provincie niet langer automatisch bevoegd gezag over
gesloten stortplaatsen. De provincie kan regels stellen om te zorgen dat zij
betrokken blijven bij het toelaten van activiteiten op gesloten stortplaatsen.
Provincies zijn vrij te kiezen hoe ze dit doen. De provincie Utrecht heeft
gekozen voor een beleidsneutrale omzetting van de regels. Dit houdt in dat de
provincie in de omgevingsverordening een aanvullende vergunningplicht heeft
opgenomen voor bepaalde activiteiten op gesloten stortplaatsen, die in het oude
recht vergunningplichtig waren op grond van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht. Dit gaat om activiteiten die risico's opleveren voor het
milieu, zoals het verrichten van bouwactiviteiten of het kappen van bomen. Dit
zijn activiteiten waarbij de deklaag op de stortplaats aangetast kan worden,
wat grote gevolgen kan hebben voor de bodem en het grondwater. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_207" wId="pv26_1059__artrecital__content_207">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.104</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik gesloten stortplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor
het in werking treden van de wet was de provincie op grond van artikel
3.4 Besluit omgevingsrecht het bevoegd gezag over vergunningplichtige
activiteiten op gesloten stortplaatsen. Met het in werking treden van de wet is de provincie niet langer automatisch bevoegd gezag over
gesloten stortplaatsen. De provincie kan regels stellen om te zorgen dat zij
betrokken blijven bij het toelaten van activiteiten op gesloten stortplaatsen.
Provincies zijn vrij te kiezen hoe ze dit doen. </Al>
		<Al>De
provincie Utrecht heeft gekozen voor een beleidsneutrale omzetting van de
regels. Dit houdt in dat de provincie in de omgevingsverordening een
aanvullende vergunningplicht heeft opgenomen voor bepaalde activiteiten op
gesloten stortplaatsen, die in het oude recht vergunningplichtig waren op grond
van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit gaat om activiteiten die
risico's opleveren voor het milieu, zoals het verrichten van bouwactiviteiten
of het kappen van bomen. Dit zijn activiteiten waarbij de deklaag op de
stortplaats aangetast kan worden, wat grote gevolgen kan hebben voor de bodem
en het grondwater. </Al>
		<Al>Op
grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren ook activiteiten in
strijd met het bestemmingsplan vergunningplichtig. Deze vergunningplicht is
niet eenduidig op te nemen in de omgevingsverordening, omdat het om veel
verschillende soorten activiteiten gaat. Daarom heeft de provincie in deze
verordening alle omgevingsplanactiviteiten (activiteiten waarvoor een
vergunningplicht geldt op grond van het omgevingsplan, of activiteiten die in
strijd zijn met het omgevingsplan) die plaatsvinden op een gesloten stortplaats
aangewezen als omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang. Op grond van
artikel 5.10 van de wet en artikel 4.6 lid 1 onder a Omgevingsbesluit zijn
gedeputeerde staten bevoegd gezag voor een omgevingsplanactiviteit van
provinciaal belang, zodat de provincie kan bepalen of dergelijke activiteiten
op een gesloten stortplaats kunnen plaatsvinden. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_208" wId="pv26_1059__artrecital__content_208">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.105</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning activiteiten op gesloten stortplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor
het in werking treden van de wet was de provincie op grond van artikel
3.4 Besluit omgevingsrecht het bevoegd gezag over vergunningplichtige
activiteiten op gesloten stortplaatsen. Met het in werking treden van de wet is de provincie niet langer automatisch bevoegd gezag over
gesloten stortplaatsen. De provincie kan regels stellen om te zorgen dat zij
betrokken blijven bij het toelaten van activiteiten op gesloten stortplaatsen.
Provincies zijn vrij te kiezen hoe ze dit doen. </Al>
		<Al>De
provincie Utrecht heeft gekozen voor een beleidsneutrale omzetting van de
regels. Dit houdt in dat de provincie in de omgevingsverordening een
aanvullende vergunningplicht heeft opgenomen voor bepaalde activiteiten op
gesloten stortplaatsen, die in het oude recht vergunningplichtig waren op grond
van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit gaat om activiteiten die
risico's opleveren voor het milieu: het verrichten van bouwactiviteiten of het
kappen van bomen. Dit zijn activiteiten waarbij de deklaag op de stortplaats
aangetast kan worden, wat grote gevolgen kan hebben voor de bodem en het
grondwater. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_209" wId="pv26_1059__artrecital__content_209">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.106</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning gesloten stortplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
grond bij een gesloten stortplaats moet beschermd worden, omdat het openen van
een gesloten stortplaats grote gevolgen voor het milieu kan hebben. Voor
activiteiten zoals bouwen en het kappen van bomen, waarbij de grond verstoord
kan worden, is het daarom verplicht een vergunning aan te vragen. In de
beoordeling wordt meegenomen hoe groot het risico van de te verrichten
activiteit op de gesloten stortplaats is en welke maatregelen in lijn met het
nazorgplan moeten worden genomen. Ook moet gezorgd worden dat zowel de
voorzieningen ter bescherming van de bodem als de bodem zelf regelmatig worden
onderzocht. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_210" wId="pv26_1059__artrecital__content_210">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.107</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning gesloten stortplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_211" wId="pv26_1059__artrecital__content_211">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>3.108</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gesloten stortplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op
grond van artikel 5.10 van de wet en artikel 4.6 lid 1 onder a
Omgevingsbesluit zijn gedeputeerde staten bevoegd gezag voor een
omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang. Door alle
omgevingsplanactiviteiten die plaatsvinden op een gesloten stortplaats aan te
wijzen als omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang, kan de provincie
bepalen of dergelijke activiteiten op een gesloten stortplaats kunnen
plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om het uitvoeren van een werk, geen
bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, het slopen van een bouwwerk of het
gebruik van gronden in strijd met een omgevingsplan. Ook voor deze activiteiten
geldt dat er schadelijke gevolgen voor het milieu kunnen zijn. De grond bij een
gesloten stortplaats moet beschermd worden, omdat het openen van een gesloten
stortplaats grote gevolgen voor het milieu kan hebben.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_212" wId="pv26_1059__artrecital__content_212">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>4</Nummer>
		<Opschrift>Bereikbaarheid en mobiliteit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_213" wId="pv26_1059__artrecital__content_213">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.1</Nummer>
		<Opschrift>Bereikbaarheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_214" wId="pv26_1059__artrecital__content_214">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.1</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel bereikbaarheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele artikel: </strong>Het bepaalde in dit artikel is van toepassing op het gehele
provinciale grondgebied. De mobiliteitstoets kijkt naar de gevolgen voor de
bereikbaarheid bij de uitvoering van projecten en andere ingrepen in de
leefomgeving. Een ontwikkeling in de leefomgeving (zowel binnen als buiten het
bestaand stedelijk gebied) moet samengaan met een bereikbaarheid die voldoet.
Dit vloeit voort uit ofwel een &#x2018;evenwichtige toedeling van functies aan
locaties&#x2019; ofwel uit dit artikel. Wanneer de mobiliteitstoets van toepassing is,
worden de resultaten hiervan bij de ontwikkeling in de leefomgeving betrokken.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid</strong>: Al in
een vroeg stadium (v&#243;&#243;r het overleg, maar bij voorkeur al in de planvormingsfase)
moet er voor de ontwikkelingen in de leefomgeving door middel van een
mobiliteitsscan gekeken worden welke mobiliteitseffecten optreden, en of de
mobiliteitstoets bij de voorgenomen ontwikkeling in de leefomgeving
noodzakelijk is. Om de noodzaak na te gaan, moet bij elk omgevingsplan in een
vroeg stadium het aantal verplaatsingen voor de verschillende vervoerwijzen
duidelijk zijn. Het gaat om de vervoerwijzen die betrekking hebben op de
omliggende verkeers- en vervoersnetwerken, zoals: het wegennet, openbaar-vervoernetwerk,
fiets- en looproutes. Als er sprake is van een (relatief) groot aantal
verplaatsingen of het vermoeden bestaat dat er zich een knelpunt gaat voordoen
op omliggende verkeers- en vervoersnetwerken, is een mobiliteitstoets noodzakelijk.</Al>
		<Al>De mobiliteitsscan is bedoeld om:</Al>
		<Al>&#183; op hoofdlijnen inzicht te krijgen in het aantal verplaatsingen dat de voorgenomen ontwikkeling in de leefomgeving tot gevolg heeft;</Al>
		<Al>&#183; inzicht te krijgen in hoe dit zich verhoudt tot het aantal verplaatsingen van al bekende toekomstige ontwikkelingen binnen en buiten de gemeente;</Al>
		<Al>&#183; te bepalen of er door het aantal nieuwe of extra verplaatsingen knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerwijzen ontstaan, waardoor de bereikbaarheid aanzienlijk verslechtert of de ontwikkeling in de leefomgeving wellicht kansen biedt om verkeers- en vervoernetwerken te verbeteren.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: Op basis van de scan wordt bepaald of een mobiliteitstoets noodzakelijk is. De verplichting een mobiliteitstoets uit te voeren zal meestal van toepassing zijn op de ontwikkeling van grotere gebieden (bijvoorbeeld woonwijken van meer dan 50 woningen of bedrijventerreinen). In sommige gevallen kan het ook gelden voor kleinschalige ontwikkelingen in de buurt van een verkeersnetwerk dat al zwaar belast is. In zulke gevallen kan de toevoeging van slechts een paar verkeersbewegingen al grote gevolgen hebben voor de doorstroming, bereikbaarheid en toegankelijkheid, veiligheid en leefbaarheid. De reikwijdte van de mobiliteitstoets is in verhouding met de ontwikkelingsschaal in de leefomgeving en de te verwachten effecten op het verkeers- en vervoernetwerk. Als de ontwikkelingsschaal groot is, is de reikwijdte van de mobiliteitstoets dat ook.</Al>
		<Al>Daarbij
moet in de mobiliteitsscan zichtbaar worden gemaakt hoe de voorgenomen
ontwikkeling in de leefomgeving zich verhoudt tot andere (te verwachten)
ontwikkelingen in een gebied, gemeente en/of de omliggende gemeenten. Hierbij
moet het geheel van de (geplande) ontwikkelingen in de omgeving in kaart worden
gebracht. Als er sprake is van meerdere (te verwachten) ontwikkelingen kan er
namelijk sprake zijn van een stapeling van effecten op de diverse verkeers- en
vervoersnetwerken. Hierdoor kunnen specifieke knelpunten ontstaan, maar ook
kansen om netwerken te versterken. Dit kan ook een aanleiding zijn om eventuele
kosten van infrastructuuraanpassingen te verdelen over verschillende projecten
(kostenverevening).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_215" wId="pv26_1059__artrecital__content_215">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel behoud provinciaal OV-netwerk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Een samenhangend OV-netwerk bestaat onder andere uit de tram- en buslijnen waarvoor de provincie concessieverlener is. Een samenhangend bereikbaarheidsnetwerk bestaat uit de provinciale wegen en een aantal gemeentelijke wegen met regionaal belang. Een samenhangend fietsnetwerk bestaat onder andere uit de provinciale fietspaden en gemeentelijke fietspaden die van regionaal belang zijn. Verstoringen door wegbeheerders van deze netwerken zijn niet wenselijk. Al in een vroegtijdig stadium (v&#243;&#243;r het overleg, maar bij voorkeur al in de planvormingsfase) moet er voor nieuwe ontwikkelingen nagegaan worden of deze tot verstoringen van de netwerken kunnen leiden en of dit voorkomen kan worden. Dit is noodzakelijk voor het provinciale OV-netwerk. Vandaar dat er gekozen is voor 'in acht nemen' in deze instructieregel. De financi&#235;le gevolgen van verstoringen van het provinciale OV-netwerk zijn groot en treden direct op. Bij het provinciaal bereikbaarheidsnetwerk en bij het regionaal fietsnetwerk is gekozen voor een iets lichtere vorm van de instructieregel, namelijk 'rekening houden met'.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_216" wId="pv26_1059__artrecital__content_216">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.3</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel behoud provinciaal bereikbaarheidsnetwerk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Een samenhangend OV-netwerk bestaat onder andere uit de tram- en buslijnen waarvoor de provincie concessieverlener is. Een samenhangend bereikbaarheidsnetwerk bestaat uit de provinciale wegen en een aantal gemeentelijke wegen met regionaal belang. Een samenhangend fietsnetwerk bestaat onder andere uit de provinciale fietspaden en gemeentelijke fietspaden die van regionaal belang zijn. Verstoringen door wegbeheerders van deze netwerken zijn niet wenselijk. Al in een vroegtijdig stadium (v&#243;&#243;r het overleg, maar bij voorkeur al in de planvormingsfase) moet er voor nieuwe ontwikkelingen nagegaan worden of deze tot verstoringen van de netwerken kunnen leiden en of dit voorkomen kan worden. Dit is noodzakelijk voor het provinciale OV-netwerk. Vandaar dat er gekozen is voor 'in acht nemen' in deze instructieregel. De financi&#235;le gevolgen van verstoringen van het provinciale OV-netwerk zijn groot en treden direct op. Bij het provinciaal bereikbaarheidsnetwerk en bij het regionaal fietsnetwerk is gekozen voor een iets lichtere vorm van de instructieregel, namelijk 'rekening houden met'.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_217" wId="pv26_1059__artrecital__content_217">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.4</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel behoud regionaal fietsnetwerk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Een samenhangend OV-netwerk bestaat onder
andere uit de tram- en buslijnen waarvoor de provincie concessieverlener is.
Een samenhangend bereikbaarheidsnetwerk bestaat uit de provinciale wegen en een
aantal gemeentelijke wegen met regionaal belang. Een samenhangend fietsnetwerk
bestaat onder andere uit de provinciale fietspaden en gemeentelijke fietspaden
die van regionaal belang zijn. Verstoringen door wegbeheerders van deze
netwerken zijn niet wenselijk. Al in een vroegtijdig stadium (v&#243;&#243;r het overleg,
maar bij voorkeur al in de planvormingsfase) moet er voor nieuwe ontwikkelingen
nagegaan worden of deze tot verstoringen van de netwerken kunnen leiden en of
dit voorkomen kan worden. Dit is noodzakelijk voor het provinciale OV-netwerk.
Vandaar dat er gekozen is voor 'in acht nemen' in deze instructieregel. De
financi&#235;le gevolgen van verstoringen van het provinciale OV-netwerk zijn groot
en treden direct op. Bij het provinciaal bereikbaarheidsnetwerk en bij het
regionaal fietsnetwerk is gekozen voor een iets lichtere vorm van de
instructieregel, namelijk 'rekening houden met'. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_218" wId="pv26_1059__artrecital__content_218">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.2</Nummer>
		<Opschrift>Provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_219" wId="pv26_1059__artrecital__content_219">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>4.2.1</Nummer>
		<Opschrift>Algemene bepalingen provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_220" wId="pv26_1059__artrecital__content_220">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.5</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Deze
regels zijn bedoeld om te zorgen dat er geen schade ontstaat aan de provinciale
weg en dat deze veilig en doelmatig kan worden gebruikt. Daarbij hoort ook het
belang van onderhoud van de provinciale weg. Het eerste lid van deze regels is
gelijk aan wat er is bepaald voor rijkswegen, zoals geregeld in artikel 8.2 van
het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).</Al>
		<Al><strong>Tweede lid:</strong> In dit lid is een ruimere reikwijdte van de bepalingen opgenomen. In het eerste lid staan alleen de mobiliteitsbelangen. Op grond van het tweede lid kan ook rekening worden gehouden met belangen als landschap, natuur en cultuurhistorie. Een voorbeeld: Kabels en leidingen kunnen niet zomaar overal in de bermen liggen. Er moet rekening worden gehouden met archeologische waarden en met bomen die van cultuurhistorische waarde zijn. Soms worden kabels en leidingen verlegd om een doorgang voor dieren (faunapassage) te realiseren over, door of onder een barri&#232;re (bijvoorbeeld onder de weg door, of langs een viaduct). Dan gaat het om het belang van landschappelijke en natuurwaarden waar rekening mee moet worden gehouden. Infrastructuur wordt ook aangelegd vanuit de belangen van recreatie en toerisme, denk aan fietspaden. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_221" wId="pv26_1059__artrecital__content_221">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.6</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing beperkingengebied provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2">Afdeling 4.2</IntRef> worden drie beperkingengebieden onderscheiden. In de artikelen wordt aangegeven aan welk werkingsgebied het artikel is gekoppeld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_222" wId="pv26_1059__artrecital__content_222">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>4.2.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregels provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_223" wId="pv26_1059__artrecital__content_223">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.7</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel bouwwerken bij provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Wil een gemeente een bouwwerk realiseren of
wijzigen? Dan moet zij in haar omgevingsplan rekening houden met het belang van
het behoud en uitbreiding van de provinciale weg. Dit met het oog op de
verkeersveiligheid en de doorstroming op deze weg. Daarbij maakt de gemeente
wel een eigen afweging. De provincie wordt bij deze afweging betrokken. In
stedelijk gebied wordt het belang van de provinciale weg vaak niet verder
aangetast door een nieuw bouwwerk. Er staan namelijk al veel bouwwerken binnen
het beperkingengebied bouwwerken provinciale weg. Nieuwe bouwwerken betekenen
dan ook vaak geen verdere inperking. Dit artikel is daarom niet van toepassing op
traverses. De delen van de provinciale weg die binnen het stedelijk gebied (en
buiten het gebied landschappelijke waarden) liggen.</Al>
		<Al>In de wegenverordening stond al een verbod op
bouwwerken binnen 10 meter van de kant van de verharding van de weg waarvoor
ontheffing mogelijk was. Deze instructieregel is dus niet een nieuwe regel,
maar een bestaande regel die in een ander jasje is gegoten. Dit betekent
bijvoorbeeld dat een wijziging van een gevel geen gevolgen heeft. Maar het naar
voren plaatsen van een gevel als deze daardoor dichter op de weg komt, wel.
Ontheffing van deze instructieregel is mogelijk. Dit is geregeld in hoofdstuk 1
van deze verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_224" wId="pv26_1059__artrecital__content_224">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>4.2.3</Nummer>
		<Opschrift>Regels over activiteiten provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_225" wId="pv26_1059__artrecital__content_225">
	      <Kop>
		<Label>Subparagraaf</Label>
		<Nummer>4.2.3.1</Nummer>
		<Opschrift>Algemene bepalingen activiteiten provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_226" wId="pv26_1059__artrecital__content_226">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.8</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid</strong>: Deze paragraaf gaat over activiteiten op of rond provinciale wegen in de provincie Utrecht waarvoor beperkingen gelden, omdat die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de weg. Het gaat dan om bijvoorbeeld het op, naast, onder of over de weg aanbrengen van objecten, zoals viaducten, tunnels, bruggen, gebouwen of faunapassages. Maar ook om kabels en leidingen en kleinere objecten, zoals gedenktekens, reclame-uitingen en andere borden. Het gaat daarbij niet alleen om het aanbrengen van die objecten, maar ook om het aanpassen, verwijderen of beheren daarvan. Andere activiteiten waarvoor beperkingen gelden, zijn bijvoorbeeld het beheer van langs de weg liggende sloten, bomen, struiken en ander groen.</Al>
		<Al>Het gebruik van de weg voor het wegverkeer
(gelet op artikel 1.4 van de wet) valt hier niet onder. Eventuele nadelige
gevolgen daarvan voor de provinciale weg zijn geregeld in andere wetgeving.
Het gaat dan vooral om de Wegenverkeerswet en bijbehorende regelingen.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: Activiteiten die door of namens de wegbeheerder worden uitgevoerd, vallen ook niet onder deze paragraaf. Denk hierbij aan onderhoud, herstel, aanleg of wijziging van de weg. Deze activiteiten zijn gericht op het behouden of verbeteren van de staat en werking van de weg. Die hebben in het algemeen dus geen, of beperkte nadelige gevolgen voor de weg.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_227" wId="pv26_1059__artrecital__content_227">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.9</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid:</strong> De specifieke zorgplicht geldt voor activiteiten waarvoor een melding of omgevingsvergunning nodig is en voor activiteiten die onder algemene regels vallen.</Al>
		<Al>De zorgplicht is een algemene gedragsnorm voor de gebruikers van de provinciale weg, om te zorgen dat de belangen waar het oogmerk van <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5">Artikel 4.5</IntRef> op ziet worden gewaarborgd. De zorgplicht is bedoeld als vangnet voor de handhaving. Het is een algemene regel, maar met een zeer algemene strekking. De algemene regels, vergunningvoorschriften en regels die in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2">Afdeling 4.2</IntRef> staan, zijn een verdere uitwerking van deze zorgplicht. Is er sprake van een overtreding van een zorgplichtbepaling? Dan kan er direct worden gehandhaafd als sprake is van een overduidelijke overtreding. In de andere gevallen moet er eerst een maatwerkvoorschrift op gesteld te worden voordat tot handhaving kan worden overgegaan. De grondslag voor het stellen van maatwerkvoorschriften is in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.13">Artikel 4.13</IntRef> opgenomen.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid: </strong>In dit
lid is de specifieke zorgplicht concreter gemaakt voor een aantal activiteiten
die onwenselijk zijn in het beperkingengebied op, of rond provinciale wegen.
Door deze activiteiten specifiek te benoemen, is handhaving makkelijker. Het
eerst stellen van een maatwerkvoorschrift is dan vaak niet nodig.</Al>
		<Al>Voor beplanting is een specifieke zorgplicht opgenomen in sub f en g. Onder sub g wordt zowel bovengrondse als ondergrondse conditie verstaan. Denk bijvoorbeeld aan het omhoog drukken van de weg door boomwortels.</Al>
		<Al>Het tweede lid is een aanvulling op het eerste
lid. Hierin staat dat het verplicht is om maatregelen te nemen om ongewone
voorvallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken. Ongewone voorvallen
bij activiteiten/werkzaamheden in het beperkingengebied op of rond een
provinciale weg, kunnen gevaarlijk zijn voor de staat en werking van die weg.
Van iedereen mag dan ook worden verwacht dat zij de nodige maatregelen nemen om
ongewone voorvallen te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_228" wId="pv26_1059__artrecital__content_228">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.10</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning activiteit provinciale weg algemeen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op de algemene
indieningsvereisten in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_229" wId="pv26_1059__artrecital__content_229">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.11</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis verwijderen of verleggen van werk en object</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Soms is het nodig dat een (bouw)werk of ander object waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wordt verlegd of verwijderd. Bijvoorbeeld bij het verruimen of wijzigen van de weg. Dan wordt dat formeel geregeld door intrekking van de verleende vergunning. Vanzelfsprekend gaat hieraan steeds overleg met de eigenaar van het (bouw)werk of ander object vooraf.</Al>
		<Al>Voor (bouw)werken en andere objecten die zonder omgevingsvergunning kunnen worden aangelegd, is intrekking van de omgevingsvergunning niet mogelijk. Er is immers geen vergunning. In die situatie voorziet de verlegplicht van dit artikel. De verlegplicht houdt in dat het (bouw)werk of ander object verplaatst moet worden als het een belemmering vormt. De verlegplicht vervangt de intrekking van de vergunning. Kan er geen overeenstemming worden bereikt? Dan stelt het bevoegd gezag de verlegtermijn door een maatwerkvoorschrift vast.</Al>
		<Al>Het artikel is een vangnet als er geen overeenstemming bereikt wordt. Het gaat hier eigenlijk alleen om bepaalde kabels en leidingen. In <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23">Artikel 4.23</IntRef> en <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24">Artikel 4.24</IntRef> worden de uitzonderingen van
de kabels en leidingen op de vergunningplicht vermeld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_230" wId="pv26_1059__artrecital__content_230">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.12</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis uitsteken van beplanting</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel wordt de zorgplicht specifiek
gemaakt. Om een veilige doorrijhoogte voor het verkeer te garanderen en
effectief beheer en onderhoud van de weg mogelijk te maken. Het artikel is een
algemene regel. Er wordt een duidelijke norm gesteld. Daarvan kan bij een
vergunning niet worden afgeweken. Het gaat hier regelmatig om beplanting in
eigendom van bewoners langs de provinciale weg. Daarom is lid 2 opgenomen. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_231" wId="pv26_1059__artrecital__content_231">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.13</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Kan over een bepaald onderwerp een voorschrift aan een vergunning voor een activiteit worden verbonden? Dan kan er geen maatwerkvoorschrift worden gesteld. Voorschriften die bedoeld zijn als invulling van de specifieke zorgplicht bij activiteiten waarvoor een vergunning nodig is, staan dus altijd in de vergunning en niet in een zelfstandig maatwerkvoorschrift.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_232" wId="pv26_1059__artrecital__content_232">
	      <Kop>
		<Label>Subparagraaf</Label>
		<Nummer>4.2.3.2</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_233" wId="pv26_1059__artrecital__content_233">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.14</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Uitwegen (uitritten) op provinciale wegen zijn vanwege de uitwisseling van verkeer potenti&#235;le conflictpunten en al snel verkeersonveilig door de grote snelheidsverschillen. Te veel uitwegen op een provinciale weg zijn niet goed voor de overzichtelijkheid en de verkeersveiligheid. Ook de doorstroming komt bij veel uitwegen onder druk te staan. Nieuwe uitwegen worden dan ook tot een minimum beperkt.</Al>
		<Al>Ook voor het veranderen en intensiveren van het gebruik van uitwegen is daarom een omgevingsvergunning nodig. Het kan namelijk een verslechtering betekenen van de verkeersveiligheid en de doorstroming. Ook moet de inrichting van de uitweg worden aangepast aan het gebruik, bijvoorbeeld bij bedrijfsmatig gebruik. Dan moet de uitweg ruimer worden gemaakt, om zo veilig mogelijk gebruik te kunnen maken van de uitweg.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid:</strong> Uitwegen bij verkooppunten en standplaatsen binnen het beperkingengebied beheer provinciale wegen, vallen niet onder dit artikel. Dit wordt apart geregeld in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.5__art_4.35">Artikel 4.35</IntRef> van deze verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_234" wId="pv26_1059__artrecital__content_234">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.15</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel
bevat de beoordelingsregel voor omgevingsvergunningen voor uitwegen naar
provinciale wegen. Deze beoordelingsregel zal, indien nodig, verder worden uitgewerkt
in een beleidsregel die door gedeputeerde staten zal worden vastgesteld en
gepubliceerd in het provinciaal blad.</Al>
		<Al>De provinciale weg is bedoeld als verbindingsweg tussen
(woon)kernen. Uitwegen zijn, vanwege de uitwisseling van verkeer, potenti&#235;le
conflictpunten en verkeersonveilig. Nieuwe uitwegen dienen tot een minimum
beperkt te worden. Er mag geen sprake zijn van het onevenredig vergroten van de
verkeersonveiligheid, bijvoorbeeld door onvoldoende zicht op en vanaf de weg of
uitweg. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_235" wId="pv26_1059__artrecital__content_235">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.16</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning tijdelijke uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Tijdelijke
uitwegen worden alleen maar toegestaan voor werkzaamheden van tijdelijke aard
en als het werkverkeer niet veilig van een bestaande (uit)weg gebruik kan
maken. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_236" wId="pv26_1059__artrecital__content_236">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.17</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning uitweg bij provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">Artikel 4.10</IntRef> en op de algemene indieningsvereisten in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_237" wId="pv26_1059__artrecital__content_237">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.18</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis uitvoering en onderhoud uitweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de voorschriften van een omgevingsvergunning voor een uitweg wordt bepaald dat de aanleg en het onderhoud in het Beperkingengebied beheer provinciale weg door of in opdracht van de provincie wordt uitgevoerd. De reden hiervoor is dat de uitweg in de berm onderdeel uitmaakt van de provinciale weg. Dat stelt bepaalde eisen aan de vormgeving en kwaliteit van de uitweg. Bovendien dienen de werkzaamheden verkeersveilig uitgevoerd worden. Er dienen verkeersmaatregelen te worden getroffen die voldoen aan de <ExtRef ref="https://www.crow.nl/publicaties/standaardmaatregelen-op-niet-autosnelwegen#:~:text=Het CROW-handboek 'Standaardmaatregelen op,hebt open te laten liggen." soort="URL">CROW-publicaties WIU 96b 2020 Standaardmaatregelen op niet-autosnelwegen</ExtRef> en <ExtRef ref="https://www.crow.nl/publicaties/werken-op-niet-autosnelwegen" soort="URL">WIU 96b 2020 Werken op niet-autosnelwegen</ExtRef>. Gezien de snelheden op de provinciale weg wil de provincie dit in eigen beheer laten uitvoeren om ongevallen te voorkomen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_238" wId="pv26_1059__artrecital__content_238">
	      <Kop>
		<Label>Subparagraaf</Label>
		<Nummer>4.2.3.3</Nummer>
		<Opschrift>Activiteiten kabels, leidingen, lasgaten, huisaansluitingen, duikers, goten, buizen, afrasteringen en andere werken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_239" wId="pv26_1059__artrecital__content_239">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.19</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning kabels, leidingen, lasgaten, huisaansluitingen, duikers, goten, buizen, afrasteringen en ander werken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor het hebben, leggen of wijzigen van werken in het beperkingengebied beheer provinciale weg is in beginsel een omgevingsvergunning nodig. Deze activiteiten kunnen namelijk de staat en werking van de provinciale weg aantasten. Het reguleren van deze activiteiten is maatwerk. Uitzondering zijn gedenktekens naar aanleiding van een dodelijk ongeval door directe nabestaanden, telecom kabels en leidingen en laag- en middenspanning elektriciteit kabels en leidingen en lasgaten en huisaansluitingen. Hiervoor geldt alleen een meldplicht. Telecom kabels en leidingen  en laag- en middenspanning elektriciteit kabels en leidingen en lasgaten en huisaansluitingen kunnen gemeld worden, mits voldaan wordt aan de regels van <IntRef ref="cmp_8">Bijlage VIII Specifieke eisen Kabels en Leidingen</IntRef>. Kan hieraan niet voldaan worden dan moet een vergunning aangevraagd te worden.</Al>
		<Al>Alle andere soorten kabels en leidingen, zoals bijvoorbeeld hoogspanningskabels, waterleidingen en gasleidingen, zijn vergunningplichtig op grond van deze verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_240" wId="pv26_1059__artrecital__content_240">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.20</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning kabels, leidingen, lasgaten, huisaansluitingen, duikers, goten, buizen, afrasteringen en andere werken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel
bevat de beoordelingsregel voor omgevingsvergunningen voor kabels, leidingen, lasgaten, huisaansluitingen, duikers, goten, buizen, afrasteringen en andere werken. Deze beoordelingsregel zal, indien
nodig, voor kabels en leidingen verder worden uitgewerkt in een beleidsregel
die door gedeputeerde staten zal worden vastgesteld en gepubliceerd in het
provinciaal blad.</Al>
		<Al>Op kabels en leidingen met een openbare functie (inclusief lasgaten en huisaansluitingen) rust bijna altijd een gedoogplicht. Het doel van de gedoogplicht is een ander doel dan het doel dat met <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2">Afdeling 4.2</IntRef> wordt nagestreefd. In beginsel moeten kabels en leidingen worden toegestaan, maar aanvullend wordt getoetst op de belangen die het oogmerk van <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.1__art_4.5">Artikel 4.5</IntRef> beoogd te beschermen. Indien er kans
is op schade of aantasting van het veilig en doelmatig gebruik van de
provinciale weg zal samen met de initiatiefnemer gekeken worden naar een
alternatief trac&#233;.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_241" wId="pv26_1059__artrecital__content_241">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.21</Nummer>
		<Opschrift>Intrekking of wijziging van omgevingsvergunning kabels en leidingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Soms is het nodig dat kabels en leidingen
worden verlegd. Bijvoorbeeld bij het verruimen of wijzigen van de weg. Dit
wordt dan formeel geregeld door intrekking van de verleende vergunning.
Vanzelfsprekend gaat hieraan steeds overleg met de netwerkbeheerder vooraf. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_242" wId="pv26_1059__artrecital__content_242">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.22</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning kabels en leidingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">Artikel 4.10</IntRef> en op de algemene indieningsvereisten in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_243" wId="pv26_1059__artrecital__content_243">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.23</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht lasgaten en huisaansluitingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Onder energievoorziening verstaan we alle
energiebronnen zoals gas, elektriciteit, waterstof en warmtenetten. Een lasgat
is een sleuf die wordt gemaakt om een kabel te repareren en/of aan te sluiten.
Werkzaamheden aan lasgaten zijn meestal van beperkte aard en omvang. Dit geldt
ook voor huisaansluitingen. Daarom geldt voor deze activiteiten een meldplicht,
minimaal drie weken voor aanvang van de werkzaamheden. Kan de melding niet worden
getoond? Dan kan het werk direct stilgelegd worden tot het moment dat de
melding wel kan worden getoond.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_244" wId="pv26_1059__artrecital__content_244">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.24</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht telecom en laag- of middenspanning elektriciteit kabels en leidingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Binnen de grenzen van het Beperkingengebied beheer provinciale weg liggen duizenden kilometers aan kabels en leidingen. Dit kunnen water- en gasleidingen, elektriciteitskabels, telecommunicatienetten, riolering en persleidingen, olie- en aardgastransportleidingen en weggebonden kabels zijn. Met uitzondering van de meeste weggebonden kabels (openbare verlichting, detectielussen enzovoorts) zijn al deze kabel- en leidingnetwerken in eigendom en beheer van derden.</Al>
		<Al>Voor alle activiteiten in het Beperkingengebied
beheer provinciale weg, als het gaat om kabels en leidingen, is in eerste
instantie een vergunning verplicht. Maar dat geldt niet voor:</Al>
		<Al>1. lasgaten en huisaansluitingen (<IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.23">Artikel 4.23</IntRef>)</Al>
		<Al>2. kabels en leidingen in de zin van de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0009950/2022-05-01" soort="URL">Telecommunicatiewet</ExtRef> (<IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24">Artikel 4.24</IntRef>)</Al>
		<Al>3. laag- en middenspanning elektriciteitskabels en leidingen (<IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.3__art_4.24">Artikel 4.24</IntRef>)</Al>
		<Al>Activiteiten met betrekking tot deze kabels en leidingen vallen onder de meldplicht. Telecom en laag- en middenspanning elektriciteitskabels en leidingen, lasgaten en huisaansluitingen kunnen gemeld worden mits voldaan wordt aan de regels van <IntRef ref="cmp_8">Bijlage VIII Specifieke eisen Kabels en Leidingen</IntRef>. Kan hieraan
niet voldaan worden dan moet een vergunning aangevraagd te worden.</Al>
		<Al>Als de melding niet kan worden getoond, dan kan het werk direct worden stilgelegd tot het moment dat de melding wel getoond kan worden.</Al>
		<Al>Voor kabels en leidingen als bedoeld in de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0009950/2022-05-01" soort="URL">Telecommunicatiewet</ExtRef> geldt het volgende:<br/><ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0009950/2022-05-01#Hoofdstuk5_Paragraaf5.1_Sub-paragraaf5.1.1_Artikel5.1" soort="URL">Artikel 5.1 van de Telecommunicatiewet</ExtRef> bepaalt dat er een gedoogplicht geldt voor &#x2018;kabels en leidingen die ten dienste staan van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare gronden, alsmede de opruiming ervan&#x2019;. Deze gedoogplicht is ingesteld voor de bevordering van de vrije toetreding tot de telecommunicatiemarkt. Dit betekent dat de provincie moet gedogen dat deze kabels of leidingen in het beperkingengebied van de weg liggen, of komen te liggen. Maar deze gedoogplicht gaat niet over de belangen die deze verordening beschermt. Deze verordening en de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0009950/2022-05-01" soort="URL">Telecommunicatiewet</ExtRef> werken naast elkaar. Dat houdt in dat ook het aanleggen en verwijderen van deze kabels of leidingen niet mag zonder een melding.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_245" wId="pv26_1059__artrecital__content_245">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.25</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht gedenkteken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Soms willen nabestaanden na een dodelijk ongeluk een gedenkteken langs de provinciale weg plaatsen. Dit mag alleen worden gedaan door directe nabestaanden. Voor het plaatsen van een gedenkteken geldt een meldplicht. De provincie Utrecht stelt het gedenkteken ter beschikking. In overleg met de nabestaanden wordt het gedenkteken door de provincie geplaatst op een verkeerveilige manier en plaats. Het gedenkteken wordt zo geplaatst dat uitvoering van de onderhoudstaken mogelijk blijft en dat het gedenkteken ook niet beschadigd wordt, bijvoorbeeld bij maaien. De nabestaanden onderhouden het gedenkteken. Er wordt met de nabestaanden een periode afgesproken dat het gedenkteken mag blijven staan. Na afloop van deze periode wordt het gedenkteken, als zij dat willen, kosteloos aan de nabestaanden gegeven.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_246" wId="pv26_1059__artrecital__content_246">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.26</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding lasgaten en huisaansluitingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> van deze verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_247" wId="pv26_1059__artrecital__content_247">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.27</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding telecom en laag- of middenspanning elektriciteit kabels en leidingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> van deze verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_248" wId="pv26_1059__artrecital__content_248">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.28</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding gedenkteken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_249" wId="pv26_1059__artrecital__content_249">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.29</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning borden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Borden, spandoeken, vlaggenmasten, handelsreclame en licht- of geluidgevende voorzieningen in het beperkingengebied beheer provinciale wegen kunnen de weggebruiker afleiden. Daarom worden deze zoveel mogelijk beperkt met het oog op de verkeersveiligheid.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_250" wId="pv26_1059__artrecital__content_250">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.30</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning borden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel bevat de beoordelingsregel voor omgevingsvergunningen voor borden en vergelijkbare objecten. Borden, spandoeken, vlaggenmasten, handelsreclame en licht- of geluidgevende voorzieningen in het beperkingengebied beheer provinciale wegen kunnen de weggebruiker afleiden. Daarom worden deze zoveel mogelijk beperkt met het oog op de verkeersveiligheid. Denk hierbij aan ongewenste en gevaarlijke afleiding, aan botsgevaarlijke opstellingen van borden en onvoldoende zicht door de situering van borden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_251" wId="pv26_1059__artrecital__content_251">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.31</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning borden en vergelijkbare objecten ter aanduiding van objecten en terreinen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel bevat de beoordelingsregel voor omgevingsvergunningen voor borden en vergelijkbare objecten ter aanduiding van objecten en terreinen (objectbewegwijzering). Deze beoordelingsregel zal, indien nodig, verder worden uitgewerkt in een beleidsregel die door gedeputeerde staten zal worden vastgesteld en gepubliceerd in het provinciaal blad. Objectbewegwijzering op, langs of boven de weg mag de verkeersveiligheid niet nadelig be&#239;nvloeden en moet een verkeersveilige afwikkeling en een zoveel mogelijk ongehinderde doorstroming van het verkeer te bevorderen. Er wordt geen objectbewegwijzering geplaatst zolang er op basis van de algemene geografische bewegwijzering kan worden gereden naar een geografische bestemming waar het terrein of object is gelegen of waarmee het terrein of object wordt geassocieerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_252" wId="pv26_1059__artrecital__content_252">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.32</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning borden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">Artikel 4.10</IntRef> en op de algemene indieningsvereisten in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_253" wId="pv26_1059__artrecital__content_253">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.33</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht borden, tijdelijke verwijsborden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor tijdelijke verwijsborden is geen omgevingsvergunning nodig. Hier is een melding voldoende.</Al>
		<Al>Voor borden, spandoeken, vlaggenmasten, handelsreclame en licht- of geluidgevende voorzieningen buiten het gebied landschappelijke waarden (binnen het stedelijk gebied) is geen omgevingsvergunning nodig. Hier is een melding voldoende. Het gaat hier om traverses waar een snelheid van maximaal 50 km/u geldt. Een traverse heeft vaak het karakter van een dorpskern. Om als wegbeheerder, die aansprakelijk is voor de verkeersveiligheid op de weg, zicht te houden op deze activiteiten, zijn deze activiteiten nog wel meldingsplichtig.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_254" wId="pv26_1059__artrecital__content_254">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.34</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding tijdelijke verwijsborden, borden en vergelijkbare objecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> van deze verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_255" wId="pv26_1059__artrecital__content_255">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.35</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning standplaats en verkooppunt</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Standplaatsen voor de verkoop aan
verkeersdeelnemers kunnen verkeersonveilige situaties opleveren. Bij de
vergunningverlening zijn verkeersveiligheid en doorstroming belangrijke
factoren die worden meegewogen.</Al>
		<Al>Verkooppunten voor het leveren van energie aan voertuigen (denk aan tankstations, elektrische laadstations), of andere goederen (de bijbehorende shop) binnen het Beperkingengebied beheer provinciale wegen hebben ook een omgevingsvergunning nodig.</Al>
		<Al>Verkooppunten buiten het beperkingengebied die een uitweg op de provinciale weg hebben/willen hebben, vallen onder <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.2__art_4.14">Artikel 4.14</IntRef> van deze verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_256" wId="pv26_1059__artrecital__content_256">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.36</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning standplaats en verkooppunt</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel bevat de beoordelingsregel voor
omgevingsvergunningen voor standplaatsen en verkooppunten. Indien er een
aanmerkelijke kans bestaat op overlast, hinder of onveiligheid voor het verkeer
en de omgeving van een standplaats of verkooppunt wordt er geen vergunning
verleend. Ook indien de gemeente geen toestemming geeft wordt er geen
vergunning verleend.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_257" wId="pv26_1059__artrecital__content_257">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.37</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning standplaats en verkooppunt op carpoolplaats</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel
bevat de beoordelingsregel voor omgevingsvergunningen voor standplaatsen en verkooppunten op een carpoolplaats. Deze beoordelingsregel zal verder
worden uitgewerkt in een beleidsregel die door gedeputeerde staten zal worden
vastgesteld en gepubliceerd in het provinciaal blad.</Al>
		<Al>Om het gebruik van carpoolplaatsen te bevorderen
en de sociale veiligheid op carpoolplaatsen te vergroten wordt in beginsel per
productgroep op hetzelfde
tijdstip &#233;&#233;n standplaats of verkoopplaats toegestaan. Omdat het
hier om een zogenaamde schaarse vergunning gaat zal in de beleidsregel een
bekendmakingsprocedure en een verdelingsprocedure opgenomen worden. </Al>
		<Al>Om te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid
op een carpoolplaats kan een maximum gesteld worden aan de ruimte die de
standplaats (en) of verkoopplaats(en) inneemt / innemen. </Al>
		<Al>Soms is voor het innemen van een standplaats / verkooppunt  een gemeentelijke vergunning vereist. Dit
verschilt van gemeente tot gemeente. De exploitant moet of een
(standplaats)vergunning van de gemeente overleggen of aantonen dat de gemeente
geen bezwaren heeft tegen de standplaats (indien geen vergunning vereist is).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_258" wId="pv26_1059__artrecital__content_258">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.38</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning standplaats en verkooppunt</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">Artikel 4.10</IntRef> en op de algemene indieningsvereisten in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_259" wId="pv26_1059__artrecital__content_259">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.39</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning evenement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Zijn
er bij een evenement maatregelen nodig om de doorstroming van het verkeer en de
verkeersveiligheid te garanderen op de provinciale weg? Dan is een omgevingsvergunning
verplicht. Met evenementen worden zowel route als plaatsgebonden evenementen
bedoeld. Voorbeelden van plaatsgebonden evenementen zijn een braderie, markt,
kermis en bloemencorso. Voorbeelden van route gebonden evenementen zijn toertochten,
optochten en wedstrijden zonder voertuigen (zoals hardloopwedstrijden).</Al>
		<Al>Voor wedstrijden met voertuigen, zoals wielerwedstrijden, gelden <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2023-07-01#HoofdstukII_Paragraaf1_Artikel10" soort="URL">artikel 10</ExtRef> en <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2023-07-01#HoofdstukVII_Artikel148" soort="URL">artikel 148</ExtRef>van de Wegenverkeerswet 1994. Deze evenementen vallen dus niet onder dit
artikel, maar worden gereguleerd door de Wegenverkeerswet.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_260" wId="pv26_1059__artrecital__content_260">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.40</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning evenement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel
bevat de beoordelingsregel voor omgevingsvergunningen voor evenementen. Deze beoordelingsregel kan als dat
nodig is, verder worden uitgewerkt in beleidsregels die door gedeputeerde staten
worden vastgesteld. Deze beleidsregels worden daarna gepubliceerd in het Provinciaal
blad.</Al>
		<Al>Naast het doel waarvoor wegen zijn aangelegd (verkeersfunctie) worden wegen ook gebruikt voor evenementen (en wegwedstrijden). Evenementen be&#239;nvloeden de doorstroomfunctie van de weg en beperken de bereikbaarheid voor aanwonenden en van gebieden. Ook kunnen evenementen leiden tot afwijkend verkeersgedrag en conflicten, waardoor de verkeersveiligheid vermindert. Vanuit het verkeersbelang moeten evenementen dan ook tot een minimum beperkt te worden. Daarnaast is het echter zo dat de provincie Utrecht het houden van evenementen (en wegwedstrijden) met (inter)nationale betekenis binnen haar provincie wil stimuleren. Evenementen worden dan ook toegestaan zolang de verkeersbelangen in voldoende mate gewaarborgd kunnen worden.</Al>
		<Al>Op wegwedstrijden is de verbodsbepaling uit <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2023-07-01#HoofdstukII_Paragraaf1_Artikel10" soort="URL">artikel 10</ExtRef> van de Wegenverkeerwet 1994 van toepassing en op evenementen, niet zijnde een wedstrijd, is de verbodsbepaling uit <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.39">Artikel 4.39</IntRef> van toepassing. Ook evenementen die weliswaar niet plaatsvinden op de provinciale weg, maar die als gevolg van de omvang een dermate verkeersaantrekkende werking hebben dat de provincie maatregelen moet treffen ter bescherming van de verkeersveiligheid en de doorstroming op de weg vallen onder de werkingssfeer van <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.39">Artikel 4.39</IntRef>. Dit is ter beoordeling van de provincie.</Al>
		<Al>Mogelijk is ook een ontheffing op grond van het <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2021-01-01" soort="URL">Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990</ExtRef> (RVV 1990) nodig, indien bijvoorbeeld bij wielerwedstrijden door fietsers gebruikt gemaakt wordt van de hoofdrijbaan in plaats van het fietspad. Ook de plaatselijke APV (of omgevingsplan) kan op een evenement van toepassing zijn. De gemeente is hiervoor bevoegd gezag.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid 2 sub a:</strong> Steeds zal bekeken moeten worden of natuur en landschap het evenement toelaten. Overigens wordt overlast, hinder en schade bij routegebonden evenementen vaak niet veroorzaakt door de deelnemers zelf, maar meer door de toeschouwers.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid 2 sub b:</strong> Op sommige dagen is er extra drukte op de weg te verwachten. Gedacht moet worden aan nationale feestdagen en daarmee gelijk te stellen andere dagen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_261" wId="pv26_1059__artrecital__content_261">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.41</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning evenement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.1__art_4.10">Artikel 4.10</IntRef> en op de algemene indieningsvereisten in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_262" wId="pv26_1059__artrecital__content_262">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.42</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht tijdelijk verwijsbord evenement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij sommige evenementen is het nodig om het verkeer om te leiden. Hiervoor worden tijdelijke borden geplaatst. Ook worden borden geplaatst om naar het evenement te verwijzen. In <IntRef ref="chp_4__subchp_4.2__subsec_4.2.3__subsec_4.2.3.6__art_4.44">Artikel 4.44</IntRef> worden
verdere eisen gesteld aan de grootte van deze borden, het tijdstip van
plaatsing en de locatie van de borden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_263" wId="pv26_1059__artrecital__content_263">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.43</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding tijdelijk verwijsbord evenement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze eisen zijn een aanvulling op <IntRef ref="chp_1__subchp_1.2__art_1.12">Artikel 1.12</IntRef> van deze verordening.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_264" wId="pv26_1059__artrecital__content_264">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.44</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis tijdelijk verwijsbord evenement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_265" wId="pv26_1059__artrecital__content_265">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.45</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk lokale spoorweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het oogmerk in dit artikel geeft aan met welk
doel de regels in deze afdeling zijn opgesteld. Het oogmerk sluit aan op het
oogmerk dat in artikel 9.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving is
opgenomen.</Al>
		<Al>De betekenis van dit artikel is beperkt. Het geeft een motivatie waarom er gekozen is voor een ruim beperkingengebied (<IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.1__art_4.46">Artikel 4.46</IntRef>) en waarom er aanvullende aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen zijn geformuleerd bovenop de Omgevingsregeling (<IntRef ref="chp_4__subchp_4.3__subsec_4.3.3__art_4.51">Artikel 4.51</IntRef>).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_266" wId="pv26_1059__artrecital__content_266">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.46</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing beperkingengebied lokale spoorweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Door de aanwijzing als beperkingengebied
worden de regels van de afdelingen 9.1 en 9.3 van het Besluit activiteiten
leefomgeving (Bal) van toepassing.</Al>
		<Al>Het beperkingengebied is verdeeld in twee
zones: de kernzone en de beschermingszone. De regels voor deze zones
verschillen. In de kernzone gelden strenge regels: alle activiteiten zijn daar
vergunningplichtig op grond van artikel 9.48 van het Bal. In de beschermingszone
worden alleen vergunningen gehanteerd voor het bouwen van bouwwerken, het
plaatsen, aanpassen of behouden van hoge objecten en bomen, het gebruik van
ladders, hijskranen of hoogwerkers, hei- en graafwerkzaamheden en
grondwateronttrekkingen. Deze activiteiten kunnen ook op grotere afstand van de
lokale spoorweg gevaar voor het gebruik van die spoorweg opleveren. Ook
activiteiten die niet in de opsomming staan kunnen van invloed zijn op het
lokale spoor, en vallen dus onder dit artikel. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_267" wId="pv26_1059__artrecital__content_267">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.47</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel beperkingengebied lokale spoorweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Vooral in de stadscentra van Utrecht en
Nieuwegein bestaat een grote druk op de beschikbare ruimte voor allerlei
functies. Voor het bouwen van nieuwe woningen wordt ook gekeken naar gebieden
in de buurt van de huidige lokale spoorwegen. Bewoners of gebruikers van
gebouwen langs die spoorwegen kunnen hinder ondervinden van de tram in de vorm
van geluid, trillingen, elektromagnetische straling of emissies van koper- of
ijzerslijpsel. De provincie wil ervoor zorgen dat deze hinder niet toeneemt.
Dat is in het belang van bewoners en gebruikers, maar ook voor het lokale
vervoer. Door gevoelige functies (denk aan woningen) toe te staan in de buurt
van een spoorweg, kunnen er belemmeringen ontstaan voor het tramverkeer,
inclusief een intensivering van de dienstregeling. In dit artikel zijn daarom
instructieregels opgenomen voor omgevingsplannen van de gemeente, voor zover
die betrekking hebben op het beperkingengebied van een lokale spoorweg. Het
omgevingsplan mag in dat gebied geen nieuwe gebouwen toestaan. Ook mag het
omgevingsplan geen wijzigingen van de functie van een bestaand gebouw toestaan,
die voor meer hinder zorgen. Ook geldt hier dat de berekende binnenwaarde bij
wijziging van de functie van een bestaand gebouw naar een geluidgevoelig gebouw
nooit hoger dan 33 dB(A) mag zijn. Voor nieuwbouw van geluidgevoelige functies is deze grens vastgesteld op basis van de wet. Daardoor
kan die hier achterwege blijven. Daarbij kan gedacht worden aan het omzetten
van een kantoorfunctie naar een woonfunctie.</Al>
		<Al>De geometrische begrenzing van het beperkingengebied is vastgelegd in <IntRef ref="cmp_1">Bijlage II Overzicht informatieobjecten</IntRef> bij deze verordening (zie ook <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1">Artikel 1.1</IntRef>, tweede lid). Zie voor verdere uitleg over de opbouw van het beperkingengebied de toelichting bij dat artikel.</Al>
		<Al>De regels in <IntRef ref="chp_4__subchp_4.3">Afdeling 4.3</IntRef> van deze verordening over activiteiten rond lokale spoorwegen bieden geen bescherming tegen (de verergering van) hinder. De regels in die paragraaf zijn gemaakt met het oog op het behoeden van de staat en werking van een lokale spoorweg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die spoorweg. Vandaar dat de provincie ervoor kiest om het (verergeren van) hinder voor bewoners en andere gebruikers van gebouwen langs het spoor via een instructieregel te voorkomen.</Al>
		<Al>Op grond van het derde lid kunnen gedeputeerde
staten ontheffing verlenen van de instructieregels van het eerste en tweede
lid. Bij het bouwen van een gebouw of het wijzigen van de functie ervan, wordt
er alleen ontheffing verleend als het zeker is dat er (ook in de toekomst) niet
meer hinder ontstaat voor bewoners of andere gebruikers. Gedeputeerde staten
kunnen in de ontheffing voorschriften opnemen over die maatregelen (zie artikel
2.32, lid 5 van de wet).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_268" wId="pv26_1059__artrecital__content_268">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.48</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel hinder lokale spoorweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Als een gemeente een gebouw bijvoorbeeld een kantoor wil transformeren tot een woning (geluidgevoelig gebouw), dan kan dat als de binnenwaarde van die woning maximaal 33 Lden is. Nieuwe geluidgevoegligen gebouwen zijn mogelijk als deze binnen de normen vallen van het tweede lid. De gemeente moet motiveren dat er afdoende maatregelen worden getroffen om hinder te voorkomen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_269" wId="pv26_1059__artrecital__content_269">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.49</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik lokale spoorweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze paragraaf gaat over de activiteiten in
het beperkingengebied met betrekking tot lokale spoorwegen in beheer bij de
provincie Utrecht. Artikel 9.48a Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) biedt
de mogelijkheid aan provincies om bij omgevingsverordening te bepalen dat die
vergunningplicht niet geldt. In deze verordening wordt van die mogelijkheid
gebruik gemaakt. In de kernzone zijn alle activiteiten vergunningplichtig. In
de beschermingszone zijn alleen activiteiten vergunningplichtig die ook op
grotere afstand van het spoor een risico kunnen vormen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_270" wId="pv26_1059__artrecital__content_270">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.50</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling vergunningplicht beschermingszone lokale spoorweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele artikel: </strong>Bij een enkelvoudige aanvraag zijn gedeputeerde staten het bevoegd
gezag voor de omgevingsvergunning voor de activiteit (art. 4.6
Omgevingsbesluit). Als de aanvraag meer activiteiten omvat (zoals een
beperkingengebiedactiviteit en een bouwactiviteit), dan zijn college van
burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. In dat geval hebben gedeputeerde
staten een advies- en instemmingsrecht (art. 4.25 Omgevingsbesluit).</Al>
		<Al><strong>Sub a t/m f: </strong>Er zijn 6 activiteiten in de beschermingszone die in ieder geval
vergunningplichtig zijn. </Al>
		<Al><strong>Sub e: </strong>Voor
graafwerkzaamheden geldt dat alleen een vergunning is vereist als er dieper
wordt gegraven dan 1/10 van de afstand tot de buitenste spoorstaaf. Dus als de
afstand tussen de buitenste spoorstaaf en de locatie van de graafwerkzaamheden
40 meter is, is een vergunning vereist als er dieper wordt gegraven dan 4 meter.</Al>
		<Al><strong>Sub g: </strong>Als
restcategorie zijn ook andere activiteiten die van invloed zijn op het lokale
spoor als vergunningplichtig aangewezen. Dit zijn uitzonderlijke gevallen;
mochten zulke activiteiten zich voordoen, dan worden deze in de toekomst door
wijziging van de verordening aan dit artikel toegevoegd, zodat voor
initiatiefnemers duidelijk is wanneer een vergunning is vereist. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_271" wId="pv26_1059__artrecital__content_271">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.51</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning lokale spoorweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Sub c: </strong>Wanneer een
vloeistof- of gasleiding onder of langs het spoor wordt gelegd, moet een
zogenaamde kraterberekening worden aangeleverd. Met deze berekening wordt
aangetoond wat de gevolgen zijn voor de baanstabiliteit in het geval van
overstroming bij een leidingbreuk.</Al>
		<Al><strong>Sub d: </strong>Het uitvoeren
van graaf- of heiwerkzaamheden of het onttrekken van grondwater (bijvoorbeeld
voor een bronbemaling) kan de stabiliteit van de tramweg be&#239;nvloeden. Om deze
reden is het vereist dat een monitoringsplan wordt aangeleverd waarin
beschreven wordt hoe het monitoren van de tramweg wordt uitgevoerd gedurende de
uitvoering van de werkzaamheden en gedurende minimaal 5 dagen na be&#235;indiging
van de werkzaamheden.</Al>
		<Al>In sommige gevallen zal ook een impactanalyse nodig zijn. Deze is niet als aanvraagvereiste opgenomen, maar zal in individuele gevallen met toepassing van <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2022-05-01#Hoofdstuk4_Titeldeel4.1_Afdeling4.1.1_Artikel4:5" soort="URL">artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht</ExtRef>worden opgevraagd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_272" wId="pv26_1059__artrecital__content_272">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.52</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk vaarweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De regels in deze afdeling zijn gemaakt om de
vaarwegen in stand en bruikbaar te houden en om een veilig en vlot verloop van
het scheepvaartverkeer te bevorderen. De regels hebben betrekking op de
uitvoering van het vaarwegbeheer door de provincie, gemeenten en waterschappen.
Daarnaast zijn er regels gemaakt om de vaarwegen die in beheer zijn bij de
provincie te beschermen tegen de nadelige gevolgen van activiteiten op of rond
die vaarwegen. De andere vaarwegbeheerders maken zelf regels over activiteiten op
of rond de vaarwegen die in hun beheer zijn.</Al>
		<Al>Bij het uitoefenen van de taken en
bevoegdheden in deze afdeling, kan de provincie of een andere vaarwegbeheerder
ook andere belangen behartigen dan de belangen, genoemd in het eerste lid.  Door het beheren van de vaarwegen kunnen
namelijk ook landschappelijke, cultuurhistorische waarden of de natuur worden
beschermd. Maar deze belangen kunnen niet op zichzelf de reden zijn om een taak
of bevoegdheid uit te oefenen op grond van deze afdeling. Ze worden altijd gecombineerd
met de primaire oogmerken van het vaarwegbeheer.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_273" wId="pv26_1059__artrecital__content_273">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.53</Nummer>
		<Opschrift>Toedeling vaarwegbeheer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De provincie heeft maar een paar vaarwegen in eigen beheer. De overige, veelal kleinere recreatieve vaarwegen zijn in beheer bij waterschappen, recreatieplassen-schappen en gemeenten. Dit artikel regelt de verdeling van het vaarwegbeheer.</Al>
		<Al>Voor de vaarwegen op lijst A van <IntRef ref="cmp_9">Bijlage IX Vaarwegbeheer</IntRef> ligt het vaarwegbeheer formeel bij de provincie Utrecht. De uitvoering van het vaarwegbeheer is voor een deel van deze vaarwegen elders belegd. Over deze uitvoering worden afspraken gemaakt tussen de provincie Utrecht en het uitvoerende bestuursorgaan.</Al>
		<Al>Voor de vaarwegen op lijst B en C van <IntRef ref="cmp_9">Bijlage IX Vaarwegbeheer</IntRef> ligt het vaarwegbeheer ook in formele zin bij het genoemde bestuursorgaan.</Al>
		<Al>In de rechterkolom van de lijsten wordt aangegeven wie bevoegd gezag is op grond van de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0004364/2021-07-01" soort="URL">Scheepvaartverkeerswet</ExtRef> en daarmee belast is met het nautisch beheer.</Al>
		<Al>Provincie Utrecht probeert ervoor te zorgen dat de vaarwegen waarop deze verordening van toepassing is, in zowel economisch als recreatief opzicht hun functie blijven vervullen.</Al>
		<Al>Niet alle wateren waarop recreatievaart
plaatsvindt zijn opgenomen in de verordening. Hoofdlijn is dat de wateren van
belang zijn voor de scheepvaart en minimaal onderdeel uitmaken van het
recreatietoervaartnet uit de Basisvisie Recreatie Toervaartnet Nederland
(BRTN). Een paar vaarwegen uit de BRTN zijn niet opgenomen in de verordening. De
reden daarvoor is het beperkte gebruik van deze vaarwegen vaak het gevolg van
een groot aantal hoogte- en dieptebeperkingen, die niet binnen een periode van
10 jaar opgeheven zullen zijn. Het betreft een gedeelte van de Oude Rijn
aansluitend aan de Leidsche Rijn, de Leidsche Rijn en &#x2019;t Gein. Daarnaast zijn
wateren komen te vervallen, omdat deze geen onderdeel uitmaken van de BRTN en
ook van zeer beperkte betekenis zijn voor de recreatietoervaart. Voorbeelden
hiervan zijn de Montfoortse Vaart, de Jaap Bijzerwetering, de Linschoten en de
kleinere vaarwegen richting de Loosdrechtse Plassen. Deze worden vooral door
kleine motorboten en sloepen bevaren.</Al>
		<Al><strong><i>Specifieke wateren </i></strong></Al>
		<Al><strong><i>Amstel </i></strong></Al>
		<Al>De Amstel ligt op het grondgebied van 3 provincies, namelijk Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. Om dit beheer goed te regelen zijn deze provincies een gemeenschappelijke regeling aangegaan, die op 1 januari 1993 inwerking is getreden. Op basis van deze <ExtRef ref="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR73859/1" soort="URL">Beheersregeling Amstel</ExtRef> voert de provincie Noord-Holland het beheer over de (gehele) Amstel uit, dus ook over het Utrechtse deel. Wat de Amstel betreft zijn dus uitsluitend de regels van het provinciaal bestuur van Noord-Holland van kracht, zoals bedoeld in de overdracht van bevoegdheid in artikel 41, juncto artikel 8 van de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003740/2022-07-01" soort="URL">Wet gemeenschappelijke regelingen</ExtRef>. Dit betekent dat de Amstel niet onder het toepassingsbereik van de Utrechtse Scheepvaartwegenverordening valt en hierin dan ook niet is opgenomen. Volgens artikel 7 van de Beheersregeling Amstel kan de regeling alleen maar opgeheven of gewijzigd worden door de deelnemers aan de regeling. Dit betekent dat de drie provincies dezelfde besluiten moeten nemen bij opheffing of wijziging van de regeling. Mocht in de toekomst de regeling worden opgeheven, dan moet tegelijkertijd met het besluit tot opheffen van de Beheersregeling Amstel voor het Utrechtse deel, een besluit genomen worden waarbij de Amstel wordt opgenomen in de dan geldende Utrechts scheepvaartwegen-verordening.</Al>
		<Al><strong><i>Vecht </i></strong></Al>
		<Al>Het beheer en onderhoud van de Vecht is in
1997 van het Rijk via de provincies overgedragen aan het Hoogheemraadschap
Amstel, Gooi en Vecht (AGV). De provincies Utrecht en Noord-Holland zijn
formeel vaarwegbeheerder, maar het feitelijk beheer wordt uitgevoerd door
AGV/Waternet. AGV had toen de overdracht plaatsvond geen specifieke regelgeving
beschikbaar om de uitvoering van het vaarwegbeheer van de Vecht op een
geschikte manier op zich te kunnen nemen. Er is toen in de huidige verordening
een regeling opgenomen waardoor de uitvoering van het vaarwegbeheer op het
Utrechtse gedeelte plaatsvindt op basis van de Scheepvaartwegenverordening
provincie Utrecht 1992. Inmiddels heeft het waterschap beleid en regelgeving
vastgesteld om de het beheer en onderhoud goed te kunnen uitvoeren. Regeling in
deze Omgevingsverordening is daarom niet meer nodig.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_274" wId="pv26_1059__artrecital__content_274">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.54</Nummer>
		<Opschrift>Vaarwegonderhoud door vaarwegbeheerder</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel bevat de opdracht aan de
vaarwegbeheerder om onderhoud aan de vaarweg uit te voeren (een instructieregel
over een taak, op grond van artikel 2.22 en 2.23, eerste lid, onder b, van de wet). De vaarwegbeheerder moet ervoor zorgen dat de vaarweg voldoet
aan de vereiste vaarwegdiepte en vaarweghoogte. De vaarwegdiepte en
vaarweghoogte worden vastgesteld door gedeputeerde staten. Dit zijn minimale
waarden, die de vaarwegbeheerder in ieder geval zal aanhouden. Over het
algemeen zal de vaarwegbeheerder bij het baggeren een overdiepte willen
realiseren, waardoor gedurende 10 tot 30 jaar niet gebaggerd hoeft te worden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_275" wId="pv26_1059__artrecital__content_275">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.55</Nummer>
		<Opschrift>Bediening bruggen en sluizen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_276" wId="pv26_1059__artrecital__content_276">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.56</Nummer>
		<Opschrift>Verhaalplicht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_277" wId="pv26_1059__artrecital__content_277">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.57</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik vaarweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In deze paragraaf staan regels over
activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een provinciale
vaarweg, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de staat en werking van die
vaarweg. Er wordt alleen een beperkingengebied aangewezen voor de Eem buiten de
gemeente Amersfoort, de Oude Rijn-West en het Merwedekanaal beneden de Lek.
Voor andere vaarwegen worden de regels over activiteiten in het
beperkingengebied opgesteld door de betreffende vaarwegbeheerders.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_278" wId="pv26_1059__artrecital__content_278">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.58</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht vaarweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel bevat een specifieke zorgplicht
voor iedereen die een activiteit in het beperkingengebied verricht. De
specifieke zorgplicht is in het tweede lid verder uitgewerkt. Dit houdt onder
meer in dat de vaarweg vrij moet worden gehouden van schadelijke obstakels en
losse stoffen en dat een vaarweg of een daarbij behorend werk niet mag worden
beschadigd. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan het ontregelen of onbruikbaar
maken van technische installaties voor de operationele sluis- en brugbediening.
Met het verrichten van gevaarlijk of hinderlijk gedrag wordt bijvoorbeeld
bedoeld: het vissen met vistuig dat gevaar kan opleveren voor de scheepvaart of
voor de bediening van kunstwerken, het stremmen van een vaarweg door een
vaarweggebruiker en het achterlaten van kraampjes en andere voorwerpen op het
ijs. Er is gekozen voor een specifieke zorgplicht omdat gedrag dat gevaar of hinder
voor het scheepvaartverkeer kan veroorzaken, in deze verordening niet
uitputtend kan worden geregeld. Dat betekent dat er meer gedragingen kunnen
zijn die hinder of gevaar kunnen veroorzaken dan in de opsomming zijn
opgenomen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_279" wId="pv26_1059__artrecital__content_279">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.59</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit vaarweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_280" wId="pv26_1059__artrecital__content_280">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.60</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit vaarweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_281" wId="pv26_1059__artrecital__content_281">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.61</Nummer>
		<Opschrift>Intrekking omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit vaarweg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_282" wId="pv26_1059__artrecital__content_282">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.62</Nummer>
		<Opschrift>Verbod ontgassen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
verwachting is dat er een landelijk ontgassingsverbod voor
binnenvaartankschepen komt. Als dat het geval is,
worden de artikelen uit deze paragraaf uit deze verordening geschrapt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_283" wId="pv26_1059__artrecital__content_283">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.63</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling om veiligheidsredenen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_284" wId="pv26_1059__artrecital__content_284">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.64</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling voorafgaande belading</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_285" wId="pv26_1059__artrecital__content_285">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.65</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel luchtvaartterrein</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In stiltegebieden, het natuur Netwerk Nederland (NNN), de Groene contour en in de nabijheid van woningen en andere geluidsgevoelige functies is nieuwvestiging van een luchtvaartterrein uitsluitend toegestaan als de geluidsbelasting onder de grens blijft van de waarden, zoals deze in <IntRef ref="cmp_17">Bijlage XVII</IntRef> zijn omschreven. Tevens moet rekening worden gehouden met weidevogelkerngebieden en ganzenrustgebieden in gevoelige perioden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_286" wId="pv26_1059__artrecital__content_286">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.66</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel Buffer luchtvaartterrein</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de bufferzone om stiltegebieden, het natuur Netwerk Nederland (NNN), de Groene contour, weidevogelkerngebieden, ganzenrustgebieden en in de nabijheid van woningen en andere geluidsgevoelige functies is nieuwvestiging van een luchtvaartterrein uitsluitend toegestaan als de geluidsbelasting onder de grens blijft van de waarden, zoals deze in <IntRef ref="cmp_17">Bijlage XVII</IntRef> zijn omschreven.</Al>
		<Al>De geometrische plaatsbepaling van de bufferzone rondom het NNN en de Groene contour is indicatief bepaald. In de buffer rondom het NNN en Groene contour moet aangetoond worden dat gemotoriseerd landen en opstijgen geen negatieve invloed heeft op het gevoelige gebied. Zie verder <IntRef ref="cmp_17">Bijlage XVII</IntRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_287" wId="pv26_1059__artrecital__content_287">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.67</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel externe veiligheid basisnet</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_288" wId="pv26_1059__artrecital__content_288">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.68</Nummer>
		<Opschrift>Veiligheid rond basisnet</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_289" wId="pv26_1059__artrecital__content_289">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.69</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk geluid provinciale weg</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_290" wId="pv26_1059__artrecital__content_290">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.70</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing weg waarvoor een geluidproductieplafond geldt</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op
basis van de wet moeten provincies in de omgevingsverordening wegen en
lokale spoorwegen aanwijzen waarvoor geluidproductieplafonds worden
vastgesteld. Voor wegen met een etmaalintensiteit van minder dan 1.000
motorvoertuigen geldt de verplichting tot aanwijzen van geluidproductieplafonds
niet. Alle wegen in de provincie Utrecht worden echter door meer voertuigen
bereden. Daarnaast is de provincie beheerder van de tramlijnen Nieuwegein/IJsselstein
Utrecht en de Uithoflijn. Deze tramlijnen zijn nauw verweven met de
gemeentelijke infrastructuur, waardoor het niet effectief is om voor deze
tramlijnen een geluidproductieplafond vast te stellen. Het geluid van de tram
wordt daarom meegenomen in de gemeentelijke basiskaart geluid.</Al>
		<Al>De geluidproductieplafonds voor provinciale
wegen worden bij een separaat besluit door provinciale staten vastgesteld. Dit
besluit moet volgens de wet binnen een nog door het Rijk te bepalen
termijn vastgesteld worden. Dit zal vermoedelijk binnen 2 of 3 jaar na de
inwerkingtreding van de wet zijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_291" wId="pv26_1059__artrecital__content_291">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.71</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel geluidscontour van provinciale wegen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De aanwezigheid van hoog belaste woningen maakt dat de provincie maatregelen moet nemen om aan haar wettelijke taak te voldoen. In een aantal gevallen kan dat grote problemen opleveren. Bijvoorbeeld wanneer een geluidscherm de enig mogelijke maatregel is, maar dit vanuit verkeersoogpunt onacceptabel is. Daarnaast is het doel van dit artikel het zoveel mogelijk beperken van de negatieve gezondheidseffecten van het wegverkeer. Bekend is dat boven de 61 Lden de gezondheidsklachten exponentieel toenemen. Binnen het stedelijk gebied wordt de grens op 65 Lden gesteld. Voor gebouwen die getransformeerd worden, bijvoorbeeld van kantoor naar woning, geldt dat de binnenwaarde maximaal 33 Lden mag zijn. Dit geldt zowel voor de gebouwen langs provinciale wegen in het landelijk gebied, als voor de gebouwen langs provinciale wegen in het stedelijk gebied. De provincie probeert om woningen die bloot worden gesteld aan 61 Lden of meer terug te brengen tot 61 Lden of minder op de gevel. Zie ook: Actieplan omgevingslawaai. Het is belangrijk om toekomstige bewoners op de hoogte te stellen
van de geluidsbelasting op de woning en de mogelijke effecten op de gezondheid
daarvan. Ook bij het overschrijden van de geluidproductieplafonds moet de
provincie maatregelen nemen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_292" wId="pv26_1059__artrecital__content_292">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>4.8</Nummer>
		<Opschrift>Ontgrondingen voor infrastructuur en waterstaatswerken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_293" wId="pv26_1059__artrecital__content_293">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.72</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk ontgrondingen voor infrastructuur en waterstaatswerken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze afdeling bevat
uitzonderingen op de aanwijzing van vergunningvrije gevallen van
ontgrondingsactiviteiten, die zijn opgenomen in artikel 16.7 van het Besluit
activiteiten leefomgeving. Deze uitzonderingen hebben tot doel om de
ontgrondingen, die nodig zijn voor de uitvoering van ontgrondingsactiviteiten
voor infrastructurele werken en waterstaatswerken, doelmatig te laten
plaatsvinden. Dit wordt bereikt door geen omgevingsvergunning voor ontgrondingsactiviteiten
te vereisen als de afweging over de omvang van de ontgraving van bodemmateriaal
al voldoende is meegewogen in de ruimtelijke besluitvorming (het omgevingsplan
of een projectbesluit). </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_294" wId="pv26_1059__artrecital__content_294">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.73</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling van omgevingsvergunning voor ontgrondingsactiviteit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze afdeling bevat
uitzonderingen op de aanwijzing van vergunningvrije gevallen van
ontgrondingsactiviteiten, die zijn opgenomen in artikel 16.7 van het Besluit
activiteiten leefomgeving. Deze uitzonderingen hebben tot doel om de
ontgrondingen, die nodig zijn voor de uitvoering van ontgrondingsactiviteiten
voor infrastructurele werken en waterstaatswerken, doelmatig te laten
plaatsvinden. Dit wordt bereikt door geen omgevingsvergunning voor
ontgrondingsactiviteiten te vereisen als de afweging over de omvang van de
ontgraving van bodemmateriaal al voldoende is meegewogen in de ruimtelijke
besluitvorming (het omgevingsplan of een projectbesluit). </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_295" wId="pv26_1059__artrecital__content_295">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>4.74</Nummer>
		<Opschrift>Afwijken van vergunningvrije gevallen ontgrondingsactiviteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid</strong>: In het eerste lid
is de uitzondering op de vergunningplicht voor ontgrondingen voor
waterstaatswerken (opgenomen in artikel 16.7, onder g, onder 1, van het Besluit
activiteiten leefomgeving) ingeperkt. Deze ontgrondingen kunnen alleen zonder
omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit worden uitgevoerd als de
diepte van de ontgronding minder is dan 2 meter onder het oorspronkelijke
maaiveld. Boven deze diepte kunnen kwelstromen aanzienlijk worden versterkt,
zodat een voorafgaande beoordeling van de ontgrondingsactiviteit gewenst is.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: Om dezelfde reden
zijn de ontgrondingsactiviteiten voor maatregelen die volgens het
omgevingsplan, een projectbesluit of een buitenplanse omgevingsvergunning voor
een omgevingsplanactiviteit kunnen worden uitgevoerd, ingeperkt in het tweede
lid. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_296" wId="pv26_1059__artrecital__content_296">
	      <Kop>
		<Label>Hoofdstuk</Label>
		<Nummer>5</Nummer>
		<Opschrift>Energie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_297" wId="pv26_1059__artrecital__content_297">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>5.1</Nummer>
		<Opschrift>Wind, zon en biomassa</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De activiteiten die nodig zijn om energie te winnen uit wind, zon en biomassa worden in deze verordening aangemerkt als verstedelijking (zie <IntRef ref="cmp_1">Bijlage I</IntRef> bij artikel 1.1 Begripsbepalingen).</Al>
		<Al>Net als het Rijk wil de provincie dat initiatiefnemers de omgeving zorgvuldig betrekken bij de duurzame energieprojecten. De provincie vindt het belangrijk om bij een zorgvuldige locatiekeuze omwonenden, naburige grondeigenaren en grondgebruikers te betrekken in een gebiedsproces. Omwonenden moeten tijdig ge&#239;nformeerd worden over de ontwikkelingen. Ook moeten ze inspraak kunnen leveren op het ontwerp in de conceptuele fase. Daarnaast moet de omgeving financieel kunnen meeprofiteren van de opbrengsten van de windturbines vanaf 3 megawatt (MW) en van de zonnevelden. Dit om de lusten en lasten te verdelen waarbij rekening wordt gehouden met de in het Klimaatakkoord afgesproken bijzondere positie van gemeenten en waterbeheerders indien zij de initiatiefnemers zijn. Financieel meeprofiteren kan bijvoorbeeld door zelf te investeren, via een lagere energierekening of een gebiedsfonds waaruit lokale voorzieningen worden betaald. In geval van zonnevelden is het bespreken van de mogelijkheden voor kavelruil vanwege het behouden en verbeteren van een goede landbouwstructuur belangrijk. Samen met gemeenten en waterbeheerders zoekt de provincie naar mogelijkheden om hier invulling aan te geven.</Al>
		<Al>De provincie zet in op een duurzame en circulaire economie in 2050. De provincie streeft er naar om minimaal 50% lokaal eigendom te bewerkstelligen. Recycling van materialen na be&#235;indiging van de energieprojecten draagt daaraan bij. Een mogelijkheid om recycling te stimuleren van elektronische apparaten, is dat de importeur of leverancier voldoet aan de <ExtRef ref="https://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2012:197:0038:0071:NL:PDF" soort="URL">AEEA-richtlijn</ExtRef> (regeling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) en staat ingeschreven bij <ExtRef ref="https://weee.nl/nl" soort="URL">WEEE-Nederland</ExtRef>.</Al>
		<Al>Het is evident dat ook rekening moet worden
gehouden met beperkingen vanuit andere beleidsterreinen, zoals rijksbeleid met
betrekking tot vrijwaringszones voor radar, hoogspanningsleidingen, natuur-toets,
Natura 2000, etc. en milieubeheer zoals geluidsnormen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_298" wId="pv26_1059__artrecital__content_298">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.1</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik nieuwe functies voor energie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_299" wId="pv26_1059__artrecital__content_299">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.2</Nummer>
		<Opschrift>Afwijking van instructieregel verstedelijkingsverbod landelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Nieuwe functies voor energie en transformatiestations zijn vormen van verstedelijking (hieronder worden mede begrepen schakelstations en verdeelstations). Om deze functies mogelijk te maken, is in dit artikel bepaald dat afgeweken kan worden van het verstedelijkingsverbod.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_300" wId="pv26_1059__artrecital__content_300">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.3</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel kleine windturbine</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Windturbines met een ashoogte tot 20 meter zijn in het landelijk gebied op of in aansluiting op een bestaand bouwperceel mogelijk. Een windturbine met een ashoogte tot 30 meter is toegestaan als dat noodzakelijk is om te voldoen in eigen energiebehoefte van de bestaande bouwwerken. Dit moet onderbouwd worden. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze de opgewekte energie zelf gebruikt gaat worden. Dit om de belasting door teruglevering aan het elektriciteitsnet zoveel mogelijk te beperken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_301" wId="pv26_1059__artrecital__content_301">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.4</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel windenergielocatie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze verordening bevat geen bepalingen voor windenergie binnen het stedelijk gebied. Dit artikel heeft betrekking op het landelijk gebied met uitzondering van de Natura 2000-gebieden en de ganzenrustgebieden.</Al>
		<Al>De voorkeur gaat uit naar een combinatie van meerdere windturbines met een vermogen van 3 megawatt (MW) of meer. Van minder vermogende turbines vindt de provincie dat hun energie&#173;opbrengst niet genoeg oplevert in verhouding met de impact die turbines hebben op de omgeving. Een solitaire turbine is alleen mogelijk als onderbouwd kan worden dat meerder windturbines niet mogelijk zijn en dat de energieopbrengst opweegt tegen de impact die een solitaire turbine heeft op de omgeving.</Al>
		<Al>Bij het plaatsen van de windturbines moet rekening worden gehouden met de kernkwaliteiten van de Utrechtse Landschappen (zie <IntRef ref="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.1__art_7.11">Artikel 7.11</IntRef>). Het is ook duidelijk dat daarbij rekening moet worden gehouden met beperkingen vanuit andere beleidsterreinen, zoals: rijksbeleid met betrekking tot vrijwaringszones voor radar, etc. en milieubeheer, zoals geluidsnormen. Verder bevat <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1">Afdeling 6.1</IntRef> en <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4">Afdeling 9.4</IntRef> aanvullende voorwaarden voor specifieke gebieden. Uit oogpunt van leveringszekerheid en maatschappelijk belang acht de provincie het van belang plaatsing van windturbines te toetsen aan de berekeningen zoals opgenomen in het <ExtRef ref="https://www.rivm.nl/sites/default/files/2022-11/Module IV.pdf" soort="URL">Rekenvoorschrift Omgevingsbeleid Module IV</ExtRef> en in overleg te treden met de beheerder van hoogspanningsverbindingen.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, onder b</strong>: Wanneer de windturbines niet meer gebruikt worden, moeten ze worden opgeruimd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_302" wId="pv26_1059__artrecital__content_302">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.5</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel zonneveld</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze verordening bevat geen bepalingen voor
zonne-energie binnen het stedelijk gebied. Dit artikel heeft betrekking op het
landelijk gebied met uitzondering van de natura 2000-gebieden en de
ganzenrustgebieden. </Al>
		<Al>Voor zonne-energie heeft de provincie de
voorkeur voor plaatsing van zonnepanelen op daken, gevels en infrastructurele
werken boven veldopstellingen. Dit omdat zonnepanelen op deze plekken normaal
gesproken minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied.
Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen zijn ook zonnevelden nodig. Dit bij
voorkeur op gronden met een andere functie dan landbouw of natuur, zoals
waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren, langs van spoor- en
autowegen en kanalen. Ook hierbij gaat de voorkeur uit naar het zoeken van
slimme functiecombinaties met creatieve toepassingen, zodat de ruimtelijke
kwaliteit verbetert. Daarnaast ziet de provincie kansen om zonnevelden te
combineren op locaties. Denk aan plaatsing bij sommige waterplassen, als buffer
rondom natuurgebieden en in combinatie met recreatie. Toch is met al deze
voorkeurslocaties binnen de provincie Utrecht onvoldoende oppervlak beschikbaar
om de energieambities te behalen. Het is nodig om zonnevelden te plaatsen op
agrarische grond, of deze samen te laten gaan met agrarische doeleinden. Maar
ook om de zonnevelden te plaatsen op gronden met een lage natuurkwaliteit.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, onder a</strong>: De structuren in
landschap moeten herkenbaar blijven en er wordt voorzien in een goede
landschappelijke inpassing. De randen en afscheidingen van de zonnevelden
moeten passen in het landschap. </Al>
		<Al><strong>Eerste lid, onder b</strong>: Tijdens de aanleg van
de zonnevelden zijn het voorkomen van bodemverdichting, erosie en verslemping
specifieke aandachtspunten. Erosie en verspoeling van de bodem kunnen een
probleem zijn als panelen vlak liggen en de ruimte tussen rijen panelen nauw
is. Vooral als de vegetatie slecht ontwikkeld is en het zonnepark op een
helling gebouwd is, kunnen deze problemen ontstaan. Het is van belang het
bodemleven en de waterkwaliteit in stand te houden en bodemdaling zo veel
mogelijk te voorkomen. Uitlogen van materialen die via de bodem of rechtstreeks
in het (grond)water kunnen komen moet tegengegaan worden. Ook het wegnemen van
licht of inbreng van chemische stoffen kan negatieve effecten hebben, die
vermeden moeten worden.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, onder c</strong>:
Wanneer de zonnepanelen niet meer gebruikt worden, moeten ze worden opgeruimd. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_303" wId="pv26_1059__artrecital__content_303">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.6</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel energie uit biomassa landelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid</strong>: Voor het realiseren van nieuwe initiatieven voor bio-energie gaat de voorkeur uit naar aansluiting bij bestaande bebouwde agrarische percelen en bestaande legale (half)verhardingen op landgoederen. In sommige gevallen kan een betere landschappelijke inpassing een andere locatiekeuze rechtvaardigen. Het is belangrijk dat in zulke gevallen een zorgvuldige afweging wordt gemaakt die rekening houdt met onderdelen als verkeersaantrekkende werking, stankoverlast, afstand tot de afnemer (warmte, stoom, groen gas, eventueel groene stroom) en het landschap.</Al>
		<Al>Er wordt een onderscheid gemaakt naar schaalgrootte. De omvang van de installaties blijkt uit de afweging tegen andere provinciale belangen, zoals gezonde leefomgeving (gezondheidsrisico&#x2019;s vanwege fijnstof), landschap, beschikbaarheid van biomassa op eigen bedrijf of van lokale herkomst, opslag en een mobiliteitstoets.</Al>
		<Al>Bij
kleinschalige bio-energie-installaties kan onderscheid gemaakt worden tussen
vergisting en verbranding.</Al>
		<Al>Met kleinschalige vergisting wordt voornamelijk boerderijvergisting van ruwe mest van het eigen bedrijf bedoeld maar het kan ook co-vergisting op kleine schaal zijn. Hiermee wordt bedoeld het vergisten van merendeels mest waaraan in beperkte mate bijvoorbeeld bermgras, maaisel, GFT of schoon slib wordt toegevoegd. Voor dergelijke installaties worden kansen gezien op en nabij agrarische bouwpercelen en op landgoederen.</Al>
		<Al>Het op kleine schaal verbranden van bewerkte en relatief schone houtachtige biomassa (pellets, zaagsel) in het buitengebied is in principe mogelijk mits in aanvulling op de voorwaarden wordt voldaan aan minimale stofemissies.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: Het tweede lid geldt alleen voor
bio-energie installaties met een nominaal ingaand thermisch vermogen groter dan
500 kilowatt.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid,
onder a</strong>: Aannemelijk moet worden
gemaakt dat er voor het invullen van de warmtevraag geen haalbare alternatieve
hernieuwbare energiebronnen beschikbaar zijn anders dan biomassa. Met haalbaar
wordt bedoeld: realiseerbaar in techno-economische zin en binnen een afzienbare
termijn. Denkbare alternatieven voor biomassa zijn onder meer aquathermie,
zonthermie en geothermie.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid, onder b</strong>: Aanvullend moet aannemelijk worden gemaakt dat de in te zetten biomassa niet binnen een redelijke termijn ingezet kan worden als grondstof voor hoogwaardiger toepassingen. Hoogwaardiger toepassingen zijn bijvoorbeeld de chemie, de bouw en de materialensector. De reden dat deze markten worden gezien als hoogwaardiger is dat er minder of geen alternatieven zijn om fossiele grondstoffen te vervangen door biomassa.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid, onder c</strong>:
De biomassa die wordt ingezet voor de energievoorziening moet gecertificeerd
zijn volgens de &#x2018;Better Biomass&#x2019; criteria (norm NTA 8080) of een
vergelijkbaar certificeringssysteem. Specifiek voor de kleinschalige toepassing
van houtpellets geldt dat deze (aanvullend) ENplus gecertificeerd dienen te
zijn, of met een vergelijkbaar kwaliteitstabel. Indien kan worden aangetoond
dat er uitsluitend biomassa wordt ingezet vanuit het eigen bedrijf vervalt deze
voorwaarde.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid onder d:</strong> Alleen biomassa kan worden ingezet in de provincie Utrecht met een aantoonbare CO<sub>2</sub>-emissiereductie over de gehele keten van ten minste 80% in vergelijking met het fossiele energiealternatief. De basis voor deze berekening is de BioGrace-II rekenmethodiek. Deze rekentool wordt gepubliceerd door de Europese Commissie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_304" wId="pv26_1059__artrecital__content_304">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.7</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel energie uit biomassa stedelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Allesvergisting,
ook wel industri&#235;le vergisting genoemd, en grootschalige co-vergisting waarbij
ook mest van derden en opslag wordt betrokken, behoort op bedrijventerreinen. Ook grootschalige verbranding van
(onbewerkte) biomassa zoals chips en shreds nabij warmtenetten of de industrie
behoort naar zijn aard op bedrijventerreinen. Ook hiervoor geldt dat vestiging
in het landelijk gebied niet voor de hand ligt omdat er over het algemeen geen
lokale (nuttige) warmteafzet mogelijk is en het gebied niet is berekend op
intensieve transportbewegingen.</Al>
		<Al>Naast grootschalige bio-energie-installaties zijn er zeer grootschalige industri&#235;le bio-energie-installaties. Onder industri&#235;le bio-energie-installaties wordt verstaan: installaties waarmee alleen bio-elektriciteit wordt geproduceerd, afvalverbrandingsinstallaties, energieproductie in kolen- en gascentrales en grootschalige productie van bio-transportbrandstoffen. Dit type installaties kent een onevenredig groot ruimtebeslag. Dit past niet bij het karakter van de provincie dat wordt gekenmerkt door een hoge bevolkingsdichtheid en een relatief groot beschermd buitengebied. De provincie beschikt evenmin over een groot aantal bedrijventerreinen van de zwaarste milieucategorie waar deze installaties vanuit veiligheidsoogpunt naar hun aard behoren.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid,
onder a</strong>: Aannemelijk moet worden
gemaakt dat er voor het invullen van de warmtevraag geen haalbare alternatieve
hernieuwbare energiebronnen beschikbaar zijn anders dan biomassa. Met haalbaar
wordt bedoeld: realiseerbaar in techno-economische zin en binnen een afzienbare
termijn. Denkbare alternatieven voor biomassa zijn onder meer aquathermie,
zonthermie en geothermie</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, onder b</strong>: Aanvullend moet aannemelijk worden gemaakt dat de in te zetten biomassa niet binnen een redelijke termijn ingezet kan worden als grondstof voor hoogwaardiger toepassingen. Hoogwaardiger toepassingen zijn bijvoorbeeld de chemie, de bouw en de materialensector. De reden dat deze markten worden gezien als hoogwaardiger is dat er minder of geen alternatieven zijn om fossiele grondstoffen te vervangen door biomassa. Laagwaardige biomassa kan niet altijd kosteneffectief benut worden in de circulaire economie.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, onder c</strong>:
De biomassa die wordt ingezet voor de energievoorziening moet gecertificeerd
zijn volgens de &#x2018;Better Biomass&#x2019; criteria (norm NTA 8080) of een
vergelijkbaar certificeringssysteem. Specifiek voor de kleinschalige toepassing
van houtpellets geldt dat deze (aanvullend) ENplus gecertificeerd dienen te
zijn, of met een vergelijkbaar kwaliteitstabel.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid onder d</strong><strong>:</strong> Alleen biomassa kan worden ingezet in de provincie Utrecht met een aantoonbare CO<sub>2</sub>-emissiereductie over de gehele keten van ten minste 80% in vergelijking met het fossiele energiealternatief. De basis voor deze berekening is de BioGrace-II rekenmethodiek. Deze rekentool wordt gepubliceerd door de Europese Commissie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_305" wId="pv26_1059__artrecital__content_305">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.8</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning transformatorstation</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>V&#243;&#243;r de inwerkingtreding van de wet waren op grond van categorie 20 van bijlage I Besluit omgevingsrecht (Bor) transformatorstations, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren en een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, vergunningplichtig. Deze vergunningplicht komt niet terug in het Besluit activiteiten leefomgeving. De provincie heeft om die reden gekozen om deze regels beleidsneutraal om te zetten in de omgevingsverordening. De vergunningplicht blijft zo gehandhaafd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_306" wId="pv26_1059__artrecital__content_306">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>5.9</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning transformatorstation</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_307" wId="pv26_1059__artrecital__content_307">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.1</Nummer>
		<Opschrift>Natuurnetwerk Nederland, Groene contour en Weidevogelkerngebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op de natuurbescherming, het in stand houden en versterken van een robuust netwerk van natuurgebieden en het behouden en versterken van de biodiversiteit. Daartoe is het uitgangspunt van deze regels en bij de toepassing daarvan, dat de kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan en dat de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk Nederland wordt behouden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_308" wId="pv26_1059__artrecital__content_308">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>6.1.1</Nummer>
		<Opschrift>Algemene bepaling natuurnetwerk Nederland, Groene contour en Weidevogelkerngebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_309" wId="pv26_1059__artrecital__content_309">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.1</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk natuurnetwerk Nederland, Groene contour en Weidevogelkerngebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op de natuurbescherming, het in stand houden en versterken van een robuust netwerk van natuurgebieden en het behouden en versterken van de biodiversiteit. Daartoe is het uitgangspunt van deze regels en bij de toepassing daarvan, dat de kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan en dat de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk Nederland wordt behouden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_310" wId="pv26_1059__artrecital__content_310">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel bescherming natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij de
regels in deze paragraaf is als uitgangspunt genomen dat dat de kwaliteit en
oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan en dat de
samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk Nederland wordt behouden.
Het uitgangspunt heeft betrekking op het eindresultaat. Het geldt dus niet
alleen voor de regels in een plan, maar ook voor de manier waarop bij een
aantasting wordt gecompenseerd.</Al>
		<Al>Binnen het natuurnetwerk Nederland moeten de regels die aan de betreffende locaties worden toegekend zorgen voor bovengenoemde doelstelling. Binnen het natuurnetwerk Nederland moeten de regels die aan de betreffende locaties worden toegekend zorgen voor bovengenoemde doelstelling.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_311" wId="pv26_1059__artrecital__content_311">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.3</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel geen aantasting natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste
lid</strong>: Het uitgangspunt is dat een omgevingsplan geen nieuwe activiteiten mogelijk maakt of bestaande activiteiten wijzigt die de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk Nederland (NNN) aantasten. Indien er sprake is van aantasting dan zijn er drie uitzonderingen op grond waarvan deze activiteiten, onder de genoemde voorwaarden kunnen worden toegestaan. Het gaat om:</Al>
		<Al>a. activiteiten en wijziging van bestaande activiteiten in verband met groot openbaar belang. Met groot openbaar belang worden maatschappelijke belangen en geen individuele belangen bedoeld. Het groot openbaar belang staat altijd in verhouding tot de aantasting. Wanneer de aantasting groter is, moet dus ook het belang groter zijn. Alleen activiteiten waarvoor geen re&#235;le alternatieven aanwezig zijn die het NNN niet of minder aantasten, vallen dus onder deze uitzondering. Het alternatievenonderzoek is een breed onderzoek naar zowel alternatieve oplossingen voor de gewenste ontwikkeling als onderzoek naar alternatieven locaties onder valt. Door middel van een locatieonderzoek moet aangetoond worden op welke manier onderzoek is gedaan, hoe groot de ontwikkeling is, welke andere locaties zijn onderzocht, waarom deze geen re&#235;el alternatief vormen, of en hoe is gezocht naar een zo klein mogelijk ruimtelijk beslag en een zo klein mogelijke aantasting van de natuurwaarden, of en hoe is gezocht naar een slimme terreininrichting en hoe de initiatiefnemer natuur en landschap voldoende mee ontwikkelt.</Al>
		<Al>b. situaties waarbij er sprake is van het ontstaan van meerwaarde (meerwaardebenadering). Deze uitzondering is mogelijk als er op gebiedsniveau binnen tien jaar een meerwaarde voor het NNN kan worden gecre&#235;erd. Het gaat hierbij om een verbetering van de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang waarbij aantasting ruim wordt gecompenseerd. Dit betekent voor compensatie van natuurtypen dat er sprake is van een plus bovenop de in <IntRef ref="cmp_12">Bijlage XII Berekenen oppervlaktecompensatie natuurtypen</IntRef> genoemde toeslagen. Deze plus kan een versterking van samenhang en kwaliteit zijn. Onder compensatie wordt verstaan zowel nieuwe natuur als overige natuurmaatregelen. Om op gebiedsniveau een meerwaarde te kunnen bepalen, wordt een visie op het NNN/natuur opgesteld. Deze visie beschrijft in ieder geval de natuurknelpunten en -bedreigingen en de mogelijkheden/kansen voor het oplossen van deze natuurknelpunten en -bedreigingen. Beslaat deze visie een groter gebied dan het omgevingsplan? Dan maakt deze onderdeel uit van een op te stellen gebiedsvisie. Deze gebiedsvisie omvat in het algemeen meer thema&#x2019;s en ontwikkelingen dan alleen NNN/natuur. Het beschrijven van natuurknelpunten volgt al impliciet uit de regel. Het gebied waar de gebiedsvisie over gaat, wordt vanuit de locatie van de aantasting bepaald aan de hand van de ecologische samenhang van het gebied en de te borgen maatregelen. Bij de samenhang worden in ieder geval de volgende criteria betrokken:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_311__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_311__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_311__list_1__item_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_311__list_1__item_1">
		    <Al>de aanwezigheid van
zones met bijzondere ecologische kwaliteit (bijzondere samenhang abiotische en
biotische kenmerken, goed ontwikkelde systemen, zoals waardevolle oude
boskernen);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_311__list_1__item_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_311__list_1__item_2">
		    <Al>gebieden die
bepalend zijn voor de aaneen geslotenheid en robuustheid van het NNN;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_311__list_1__item_3" wId="pv26_1059__artrecital__content_311__list_1__item_3">
		    <Al>de aanwezigheid van bijzondere soorten;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_311__list_1__item_4" wId="pv26_1059__artrecital__content_311__list_1__item_4">
		    <Al>de aanwezigheid van
essenti&#235;le verbindingen (bijvoorbeeld foerageer- en migratieroutes).</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>c. situaties waarbij er sprake is van een beperkte uitbreiding of wijziging van bestaande activiteiten. Het NNN mag worden aangetast door ruimtelijk beperkte uitbreiding van bestaande activiteiten en wijziging van bestaande activiteiten ten behoeve van de instandhouding van ingesloten functies, als deze aantasting op dezelfde locatie wordt gecompenseerd (zie artikel Eisen compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland, lid 3). Indien dit echter niet mogelijk is volstaat het dat de compensatie in de directe nabijheid van de aantasting plaatsvindt. Dit zal dan wel deugdelijk moeten worden onderbouwd. Of een uitbreiding of toevoeging als beperkt wordt gezien is afhankelijk van de situatie. Op grond van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.10">Artikel 6.10 Specifieke eisen borging compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland</IntRef>, lid 2 moet de compensatie vooraf, of gelijktijdig met de realisatie van de activiteit gerealiseerd zijn.</Al>
		<Al><strong>Tweede Lid</strong>: In dit
lid is bepaald dat bestaande legale bebouwing en verhardingen niet tot de
oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland worden gerekend. Het gaat hierbij
om de bebouwing en om de daaraan direct grenzende strook grond die bestaand en
legaal is ingericht ten dienste van die bebouwing. Met deze strook wordt
gedoeld op een strook de grond van beperkte diepte die evenwijdig en direct
aansluitend aan de bestaande legale bebouwing ligt. Deze kan bijvoorbeeld
bestaan uit een terras of groenstrook langs/tegen de bebouwing. Bij de
bestaande (half) verharding worden ook de eventueel aanwezige en daarbij
behorende bermen gerekend.</Al>
		<Al>Er zijn ook terreinen die in ieder geval niet onder
deze uitzondering vallen en dus wel tot de oppervlakte NNN behoren. Het gaat
hierbij om: natuur met natuurtype, grasland zonder specifieke natuurwaarden
(zoals grotere tuinen en gazons), bos, struiken (zonder specifieke waarden
(zoals plantsoenen)) en water worden in ieder geval niet tot de in dit lid
genoemde uitzonderingsgevallen gerekend.</Al>
		<Al><strong>Derde lid: </strong>Op basis van dit lid geldt dat voor de uitzonderingen genoemd in lid 1 de aantasting zoveel mogelijk moet worden beperkt. Het beperken van deze aantasting betekent een zo klein mogelijke impact op de bestaande en potenti&#235;le natuurwaarden met een zo beperkt mogelijk ruimtebeslag waarbij moeilijk vervangbare natuurtypen zoveel mogelijk worden ontzien. De verplichting tot compensatie gaat over de volledige ontwikkelingsruimte die in het omgevingsplan of andere ruimtelijke besluit mogelijk wordt gemaakt en is onafhankelijk van concreet voorliggende bouwvoornemens.</Al>
		<Al>De term compensatie wordt in deze verordening gebruikt voor alle situaties waarbij natuurwaarden moeten worden verhoogd of gecre&#235;erd, als tegenwicht voor aangetaste of verloren natuur (lid 1, onder a, b en c.). De aard van de compenserende maatregelen is immers in alle gevallen dezelfde, al zullen er verschillen zijn in schaal en locatie.</Al>
		<Al><strong>Vierde lid</strong>: Het kan zijn dat terreinverhardingen of bouwactiviteiten nodig zijn op <strong>Militaire terreinen of terreinen met militaire objecten</strong> binnen het <strong>natuurnetwerk Nederland</strong>. Dit lid maakt dat mogelijk. Daar is wel de voorwaarde aan verbonden dat verzekerd moet zijn dat compensatie op tijd plaats vindt.</Al>
		<Al><strong>Toelichting Programma Hart van de Heuvelrug: </strong>Voor het programma Hart van de Heuvelrug worden de bestaande afspraken gerespecteerd. Het programma Hart van de Heuvelrug is gebaseerd op een verevening van rode en groene functies (voorheen bestemmingen). De basis hier is dat het programma door het realiseren van ecologische corridors en uitbreiding van kerngebieden in totaliteit leidt tot een kwaliteitsverbetering van het natuurnetwerk Nederland.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_312" wId="pv26_1059__artrecital__content_312">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.4</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel bescherming Groene contour ter omvorming naar natuur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Binnen de Groene contour liggen gebieden die van belang zijn voor het functioneren van het natuurnetwerk Nederland (NNN), maar (nog) niet onder het NNN zelf vallen. Het doel van de Groene contour is het realiseren van nieuwe natuur. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Na realisatie wordt deze nieuwe natuur onderdeel van het NNN. Een omgevingsplan moet de mogelijkheden beschermen voor het omvormen van gronden binnen de Groene contour naar natuur. Ook moet het omgevingsplan mogelijkheden cre&#235;ren om de gewenste omvorming naar natuur te kunnen bereiken. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_313" wId="pv26_1059__artrecital__content_313">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.5</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel ontwikkelingen binnen de Groene contour</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Activiteiten
en wijziging van bestaande activiteiten die de mogelijkheden kunnen belemmeren
om nieuwe natuur binnen de Groene contour te realiseren, zijn in principe
uitgesloten. Op dit verbod wordt een uitzondering gemaakt wanneer er sprake is
van groot openbaar belang en re&#235;le alternatieven ontbreken, het verlies aan
mogelijkheden zoveel mogelijk wordt beperkt en het overblijvende verlies aan
mogelijkheden wordt gecompenseerd door de aanleg van nieuwe natuur. Het verbod
geldt niet voor de uitbreiding van agrarische bouwblokken. De Groene contour
vormt geen belemmering voor de uitbreiding van agrarische bouwblokken, ook al
belemmeren deze de mogelijkheden om binnen de Groene contour nieuwe natuur te
ontwikkelen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_314" wId="pv26_1059__artrecital__content_314">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.6</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel realisatie nieuwe natuur binnen Groene contour door verstedelijking</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Een
omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen de Groene contour kan, in
afwijking van artikel Instructieregel ontwikkelingen binnen de Groene contour,
ten behoeve van de realisatie van nieuwe natuur verstedelijking toestaan. In
het artikel zijn de hieraan verbonden voorwaarden opgenomen.</Al>
		<Al>De activiteiten die nodig zijn om energie te winnen uit wind en zon worden in deze verordening aangemerkt als verstedelijking (zie <IntRef ref="cmp_1">bijlage I</IntRef> bij artikel 1.1 Begripsbepalingen). Dit betekent dat als windturbines worden geplaatst binnen de Groene contour, nieuwe natuur moet worden gerealiseerd.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid: </strong>Zonnevelden worden aangemerkt als verstedelijking (zie <IntRef ref="cmp_1">bijlage I</IntRef> bij artikel 1.1 Begripsbepalingen). Binnen de Groene contour geldt voor zonnevelden een andere regeling dan voor bijvoorbeeld een woning. De zonnevelden kunnen slechts tijdelijk in de Groene contour staan. Na 25 jaar moeten ze opgeruimd worden. De nieuwe natuur wordt niet in samenhang met de zonnevelden gerealiseerd, maar na 25 jaar. Dat is geregeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.3__art_6.11">artikel 6.11</IntRef> Instructieregel ontwikkelingen binnen de Groene contour.</Al>
		<Al><strong>Toelichting
op a</strong><strong>rtikel </strong><strong>6.7 Instructieregel ontwikkelingen weidevogelkerngebied</strong></Al>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>De weidevogelkerngebieden zijn internationaal van groot belang voor de bescherming van weidevogels. Ontwikkelingen zoals windturbines en zonnevelden, woningbouw, fietspaden etc. kunnen negatieve gevolgen hebben voor de weidevogelkerngebieden. Ontwikkelingen worden niet uitgesloten binnen de weidevogelkerngebieden. Voorwaarde is wel dat er tegelijkertijd sprake is van aantoonbaar per saldo minimaal behoud van de kwaliteit van het leefgebied.</Al>
		<Al>Met
het oog op het leefgebied weidevogelkerngebieden wordt een handreiking
opgesteld. In de handreiking worden richtlijnen uitgewerkt op welke wijze een omgevingsplan
de voorwaarden voor het per saldo behoud van het leefgebied van weidevogels kan
borgen. Hierbij wordt ook ingegaan op de mogelijke maatregelen tot behoud van
het leefgebied. De volgende factoren zijn belangrijk voor de geschiktheid van
een gebied als leefgebied van weidevogels: voldoende omvang van het gebied (met
daarbinnen zo mogelijk een reservaat als harde kern), openheid, rust, relatief
hoge waterpeilen, agrarisch natuurbeheer gericht op weidevogels, een goede
inrichting (zoals plas-dras, natuurvriendelijke oevers en microreli&#235;f) en
voorkomen van predatie. De regel heeft betrekking op weidevogelkerngebieden
buiten het natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor de weidevogelkerngebieden binnen
het NNN gelden de NNN regels.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: de
uitbreidingen van agrarische bouwblokken vallen niet onder lid 1.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_315" wId="pv26_1059__artrecital__content_315">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.7</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel ontwikkelingen weidevogelkerngebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste
lid: </strong>De
weidevogelkerngebieden zijn internationaal van groot belang voor de bescherming
van weidevogels. Ontwikkelingen zoals windturbines en zonnevelden, woningbouw,
fietspaden etc. kunnen negatieve gevolgen hebben voor de weidevogelkerngebieden.
Ontwikkelingen worden niet uitgesloten binnen de weidevogelkerngebieden.
Voorwaarde is wel dat er tegelijkertijd sprake is van aantoonbaar per saldo
minimaal behoud van de kwaliteit van het leefgebied. </Al>
		<Al>Met
het oog op het leefgebied weidevogelkerngebieden wordt een handreiking
opgesteld. In de handreiking worden richtlijnen uitgewerkt op welke wijze een omgevingsplan
de voorwaarden voor het per saldo behoud van het leefgebied van weidevogels kan
borgen. Hierbij wordt ook ingegaan op de mogelijke maatregelen tot behoud van
het leefgebied. De volgende factoren zijn belangrijk voor de geschiktheid van
een gebied als leefgebied van weidevogels: voldoende omvang van het gebied (met
daarbinnen zo mogelijk een reservaat als harde kern), openheid, rust, relatief
hoge waterpeilen, agrarisch natuurbeheer gericht op weidevogels, een goede
inrichting (zoals plas-dras, natuurvriendelijke oevers en microreli&#235;f) en
voorkomen van predatie. De regel heeft betrekking op weidevogelkerngebieden
buiten het natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor de weidevogelkerngebieden binnen
het NNN gelden de NNN regels.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: de
uitbreidingen van agrarische bouwblokken vallen niet onder lid 1.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_316" wId="pv26_1059__artrecital__content_316">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.8</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_317" wId="pv26_1059__artrecital__content_317">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.9</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eisen compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Compensatie moet op zo&#x2019;n manier gebeuren dat deze de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk Nederland (NNN) versterkt. Compensatie moet verder bij voorkeur buiten het NNN plaatsvinden, in directe aansluiting op het NNN of binnen de Groene contour. De compensatie kan in de hele provincie, maar bij voorkeur dicht bij de aantasting.</Al>
		<Al><strong>Nabijheid</strong>: In een aantal gevallen is compensatie in de nabijheid een eis. Dit is het geval als het voor het functioneren van het NNN nodig is. Denk bijvoorbeeld aan het wegvallen van een belangrijke natuurverbinding door de aantasting. De compensatie moet dan gericht zijn op het in stand houden of herstellen van de verbinding. Daarnaast geldt voor compensatie in geval van uitbreiding en toevoeging van activiteiten bij ingesloten functies (zie artikel Instructieregel geen aantasting natuurnetwerk Nederland lid 1, onder c) dat deze in de directe nabijheid en bij voorkeur op het terrein van de ingesloten ontwikkeling moet plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, kan deze compensatie in de nabijheid maar buiten het terrein van de ingesloten ontwikkeling worden uitgevoerd. De begrenzing van het terrein betreft de locaties waarop een andere medefunctie dan natuur ligt (bijvoorbeeld recreatieterrein of zorginstelling).</Al>
		<Al><strong>Buiten
het NNN</strong>: Van de eis dat compensatie buiten het NNN moet plaatsvinden kan worden afgeweken in het geval van compensatie binnen NNN in de directe nabijheid van de aantasting, als deze compensatie leidt tot versnelling van de realisatie van het NNN ter plekke van deze nieuwe natuur. Het gaat dus niet om een algemene versnelling van natuurontwikkeling in het NNN. Het doel hiervan is vooral om te voorkomen dat in de directe nabijheid van de aantasting als compensatie nieuwe natuur buiten het NNN (waaronder Groene contour) wordt gerealiseerd, die de realisatie van nog te realiseren nieuwe natuur binnen het NNN in de directe nabijheid op korte termijn moeilijker maakt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er sprake is van afspraken over en/of ruiling van grond met betrokken grondeigenaren. Om te voorkomen dat het NNN en de bijbehorende ontwikkelingsopgave afneemt geldt als voorwaarde dat gedeputeerde staten de begrenzing van het NNN tegelijkertijd moeten uitbreiden met een even groot oppervlakte als die van de compensatie die binnen het NNN plaatsvindt. Dit geldt niet voor compensatie op agrarische gronden zonder natuurontwikkelingsopgave.</Al>
		<Al><strong>Oppervlakte</strong>: Voor het bepalen van de oppervlakte van de compensatie worden toeslagen gebruikt. Deze toeslagen zijn afhankelijk van de leeftijd van de natuur die wordt aangetast en de natuurbeheertypen die worden aangetast. Deze toeslagen zijn opgenomen in de <IntRef ref="cmp_12">Bijlage XII</IntRef> Berekenen oppervlaktecompensatie natuurtypen. De kaarten uit het natuurbeheerplan kunnen indicatief worden gebruikt, er is altijd een controle in het veld nodig om de begrenzing en de kwaliteit exact vast te stellen.</Al>
		<Al><strong>Compensatieplan</strong>: Voor compensatie moet altijd een compensatieplan worden opgesteld waarbij niet afgeweken mag worden van het <ExtRef ref="https://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=&amp;esrc=s&amp;source=web&amp;cd=&amp;cad=rja&amp;uact=8&amp;ved=2ahUKEwiZ6NP454nwAhWMyaQKHcc2AMQQFjABegQIBBAD&amp;url=https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Commissie-Ruimte-Groen-en-Water/2019/22-mei/09:30/2019RGW50-02-SB-Natuurbeheerplan-2020-bijlage-1-Natuurbeheerplan-2020.pdf&amp;usg=AOvVaw0F-S_489-ajMQsoiETfzZJ" soort="URL">Natuurbeheerplan</ExtRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_318" wId="pv26_1059__artrecital__content_318">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.10</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eisen borging compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste
lid</strong>: De tijdige compensatie zoals in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3">Artikel 6.3</IntRef>, lid 3 is opgenomen is in dit artikel nader uitgewerkt. Het gehanteerde uitgangspunt is dat de compensatie zo spoedig mogelijk wordt gerealiseerd. Voor ingesloten ontwikkelingen zoals bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3">Artikel 6.3</IntRef>, lid 1, onder c, betekent dat dat de uitvoering van de compensatiemaatregelen in ieder geval klaar moet zijn voorafgaand aan, of gelijktijdig met de realisatie van de activiteit. Als er sprake is van groot openbaar belang  zoals bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3">Artikel 6.3</IntRef>, lid 1, onder a, is de compensatieopgave naar verwachting veelomvattender. Ook in dat geval geldt dat de volledige realisatie van de compensatie zo spoedig mogelijk moet plaatsvinden, waarbij afhankelijk van de omstandigheden van het geval en aard en omvang van de benodigde compensatie volledige realisatie in ieder geval b&#237;nnen drie jaar moet zijn afgerond. Voor de meerwaardebenadering bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.3">Artikel 6.3</IntRef> lid 1, onder b is het uitgangspunt dat de meerwaarde binnen 10 jaar moet kunnen worden bereikt. Gezien de ontwikkelingstermijn van natuur zal dit in de meeste gevallen betekenen dat de compensatie voorafgaand aan de ontwikkeling moet worden ingezet.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: De realisatie van de compensatie, de ontwikkeling, de instandhouding en het beheer van de compensatie moeten verzekerd zijn op het moment van vaststelling van het besluit waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt. Deze borging vindt plaats door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in het omgevingsplan. Hiermee is het in het algemeen mogelijk de tijdige realisatie af te dwingen. Om verder te kunnen verzekeren en afdwingen dat de verdere ontwikkeling en de instandhouding van de gerealiseerde compensatienatuur en het daarvoor noodzakelijke beheer ook echt plaatsvindt en wordt uitgevoerd, is een nadere zekerstelling nodig. Daarom moeten deze zaken bij de vaststelling van het omgevingsplan, naast de voorwaardelijke verplichting, zeker worden gesteld in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de provincie en de initiatiefnemer. In deze overeenkomst moet in ieder geval een kwalitatieve verplichting ten gunste van de provincie voor de nieuw ontwikkelde natuur worden opgenomen. Dit houdt in dat de gronden niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor de ontwikkeling en instandhouding van de nieuwe natuur, en dat er geen acties worden uitgevoerd die de ontwikkeling of instandhouding in gevaar brengen of verstoren. De overeenkomst wordt gesloten tussen de provincie en de initiatiefnemer. Reden hiervoor is dat de provincie verantwoordelijk is voor het natuurnetwerk Nederland (NNN), waar de gerealiseerde compensatienatuur deel van gaat uitmaken. Verder moet de ruimtelijke bescherming van de compensatielocatie worden geregeld binnen het omgevingsplan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_319" wId="pv26_1059__artrecital__content_319">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.11</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eisen aan realisatie nieuwe natuur door verstedelijking en compensatie Groene contour</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Aan de realisatie van de compensatie zoals bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5">Artikel 6.5</IntRef> en de realisatie van nieuwe natuur in samenhang met verstedelijking zoals bedoeld in artikel Instructieregel realisatie nieuwe natuur binnen Groene contour door verstedelijking moet een inrichtings- en beheerplan ten grondslag liggen. In het artikel zijn de eisen opgenomen waaraan dit plan in ieder geval moet voldoen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_320" wId="pv26_1059__artrecital__content_320">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.12</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eisen borging realisatie nieuwe natuur door verstedelijking en compensatie Groene contour</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>De realisatie van de compensatienatuur of de nieuwe natuur, de ontwikkeling, de instandhouding en het beheer daarvan moeten verzekerd zijn op het moment van vaststelling van het besluit waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid: </strong>De realisatie van de compensatie, als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__subsec_6.1.2__art_6.5">Artikel 6.5 </IntRef>en de realisatie van nieuwe natuur in samenhang met verstedelijking zoals bedoeld in artikel Instructieregel realisatie nieuwe natuur binnen Groene contour door verstedelijking, moet uiterlijk binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het omgevingsplan zijn voltooid.</Al>
		<Al>Deze borging vindt plaats door het opnemen van een voorwaardelijk verplichting in het omgevingsplan. Hiermee is het in het algemeen mogelijk de tijdige realisatie af te dwingen. Maar hiermee kan niet, of maar in beperkte mate de verdere ontwikkeling, de instandhouding en het beheer van de gerealiseerde natuur worden afgedwongen. Daarom moeten deze zaken (de realisatie, de ontwikkeling, de instandhouding en het beheer van de compensatienatuur dan wel de nieuwe natuur) bij de vaststelling van het omgevingsplan, naast de voorwaardelijke verplichting, zeker worden gesteld in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de provincie en de initiatiefnemer. De overeenkomst wordt gesloten tussen de provincie en de initiatiefnemer. Reden hiervoor is dat de provincie verantwoordelijk is voor het natuurnetwerk Nederland, waar de gerealiseerde natuur deel van uit gaat maken.</Al>
		<Al>In deze overeenkomst moet in ieder geval een kwalitatieve verplichting ten gunste van de provincie voor de nieuw ontwikkelde natuur worden opgenomen. Hierin moet worden vastgelegd dat de gronden niet voor andere doeleinden gebruikt worden dan voor de ontwikkeling en instandhouding van de nieuwe natuur. Ook moet daarin worden vastgelegd dat er geen acties worden uitgevoerd die de ontwikkeling of instandhouding in gevaar brengen of verstoren.</Al>
		<Al><strong>Derde lid:</strong> Voor zonnevelden, ook een vorm van verstedelijking, geldt een afwijkende regeling. Allereerst wordt de nieuwe natuur niet binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van het omgevingsplan uitgevoerd, maar binnen een jaar na het verwijderen van de zonnevelden en uiterlijk 25 jaar na plaatsing van de zonnevelden. De zonnevelden moeten na 25 jaar verwijderd zijn. Daarnaast geldt de voorwaardelijke verplichting van het derde lid, onder b, niet voor zonnevelden. Daarin wordt bepaald dat de verstedelijking pas kan plaatsvinden nadat de realisatie van de nieuwe natuur is voltooid.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_321" wId="pv26_1059__artrecital__content_321">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.13</Nummer>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel is gereserveerd voor een instructieregel bescherming waardevolle houtopstanden. Deze instructieregel zal worden geformuleerd op basis van de in voorbereiding zijnde Bossenstrategie.  </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_322" wId="pv26_1059__artrecital__content_322">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>6.2.2</Nummer>
		<Opschrift>Regels over activiteiten houtopstand</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Niet alle houtopstanden mogen zomaar geveld worden. Met &#x201c;vellen&#x201d; worden alle activiteiten bedoeld die een boom of andere houtopstand ontsieren, ernstig beschadigen of tot de dood van de houtopstand kunnen leiden. Dit omvat kappen, rooien of verplanten en ook het kandelaberen of snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelstelsel. Met de term &#x201c;houtopstand&#x201d; worden alle houtachtige gewassen bedoeld. Dit betekent dat niet alleen bomen, maar ook houtopstanden zoals struiken, hagen, hakhout of boomvormers door de regels beschermd kunnen zijn.</Al>
		<Al>In de Beleidsregels Natuur en Landschap is onder andere opgenomen dat er op oude bosgroeiplaatsen geen ontheffing wordt verleend voor compensatie op andere grond. Dit betekent dat er in beginsel in een oude bosgroeiplaats geen andere ontwikkelingen mogelijk zijn. Oude bosgroeiplaatsen zijn boslocaties die sinds het midden van de negentiende eeuw als bos op de historische kaarten staan aangegeven en die tot op heden onafgebroken een boslocatie zijn gebleven. Sommige locaties die op kaart als oude bosgroeiplaats zijn aangegeven, voldoen niet aan deze definitie. Indien dit overtuigend aangetoond kan worden, is de bescherming niet van toepassing. Er wordt gewerkt aan een Bossenstrategie waarin de waardevolle houtopstanden nader worden bezien. De kaart wordt verbeterd, zodat alleen locaties die voldoen aan de definitie voor oude bosgroeiplaats hierop komen te staan.</Al>
		<Al>Voor het kappen van een grotere houtopstand buiten de bebouwde kom, geldt vanuit de landelijke regelgeving vaak een meldplicht. Ook is het vanuit het Rijk verplicht om een gevelde houtopstand binnen drie jaar te herplanten op dezelfde grond. De provincie kan vrijstelling verlenen van de meldplicht en herplantplicht. Deze paragraaf bevat voorwaarden en vrijstellingen onder voorwaarden. Dit onderwerp is onder meer nader uitgewerkt in de <ExtRef ref="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2021-2433.html" soort="URL">Beleidsregels natuur en landschap 2021</ExtRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_323" wId="pv26_1059__artrecital__content_323">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.14</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik houtopstand</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De kaart houtopstanden is een indicatieve kaart aangezien de begrenzing van de bebouwde kom houtopstanden wordt bepaald door gemeenten. Deze begrenzing moet dus altijd worden gecontroleerd bij de desbetreffende gemeente.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_324" wId="pv26_1059__artrecital__content_324">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.15</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling meldplicht vellen houtopstand</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor het
maken van verjongingsgaten voor duurzaam bosbeheer, natuurherstel en
geregistreerde tijdelijk natuur geldt, onder bepaalde voorwaarden, een
uitzondering op de meldingsplicht voor het vellen van houtopstanden. Die
voorwaarden worden in dit artikel toegelicht. Kleinschalige verjonging door het
maken van verjongingsgaten kan worden gezien als een verzorgingsmaatregel die
de blijvende houtopstand kan bevorderen. Hiervan is sprake als de kwaliteit van
de bestaande houtopstand gering is en door verjonging van kleine delen van de
houtopstand gezorgd kan worden voor een verbetering van die kwaliteit. Met het
maken van verjongingsgaten kan het bosklimaat worden behouden. Dit is zowel
ecologisch als vanuit productie van belang. Ook biedt het ruimte om in gesloten
bossen tijdelijk open ruimten te krijgen. Daarmee wordt de biodiversiteit
bevorderd. Onder (bos)perceel (onder a, sub i) wordt verstaan een bosvak dat
omringd wordt door paden (maar geen dunningspaden), wegen of waterlopen. Onder
duurzaam bosbeheer, zoals bedoeld onder a, sub iv, valt bijvoorbeeld niet het
uitdunnen van bos om begrazing met vee mogelijk te maken, of om gronden ook
agrarisch te kunnen gaan gebruiken. Voor natuurherstel en geregistreerde
tijdelijke natuur geldt geen meldingsplicht en ook geen verplichting om te
herbeplanten. Ook in de wet zijn uitzonderingen opgenomen op de meldingsplicht
en op de verplichting tot herbeplanting. Dit gaat onder meer over:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_324__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_324__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_324__list_1__item_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_324__list_1__item_1">
		    <Al>instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen in het kader van de <ExtRef ref="https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/habitatrichtlijn" soort="URL">Habitatrichtlijn</ExtRef> of <ExtRef ref="https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/vogelrichtlijn" soort="URL">Vogelrichtlijn</ExtRef>;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_324__list_1__item_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_324__list_1__item_2">
		    <Al>herstelmaatregelen die nodig zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_324__list_1__item_3" wId="pv26_1059__artrecital__content_324__list_1__item_3">
		    <Al>de aanleg
en onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Natuurterreinen, zoals bedoeld in onderdeel b, sub i, hebben alleen betrekking op natuurterreinen met de hoofdfunctie natuur.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_325" wId="pv26_1059__artrecital__content_325">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.16</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke gegevens melding vellen houtopstand</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het vellen van een houtopstand moet gemeld worden bij gedeputeerde staten. Dit moet ten minste vier weken, maar niet eerder dan een jaar voor het begin van de velling gebeuren. In dit artikel staat welke gegevens de melding ten minste moet bevatten. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_326" wId="pv26_1059__artrecital__content_326">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.17</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eisen aan herbeplanting</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op basis
van artikel 11.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving moet
binnen drie jaar na velling of tenietgaan van een houtopstand op bosbouwkundig
verantwoorde wijze dezelfde grond worden herbeplant. Binnen drie jaar na
herbeplanting moet beplanting die niet is aangeslagen, worden vervangen. In dit
artikel worden eisen gesteld aan deze herbeplanting, waarmee ook verdere
invulling wordt gegeven aan de bosbouwkundig verantwoorde wijze van
herbeplanting van artikel 11.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten
leefomgeving. Een van de eisen is dat de herbeplanting op termijn ten minste
gelijkwaardige ecologische en landschappelijke waarden heeft. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_327" wId="pv26_1059__artrecital__content_327">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.18</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eisen aan herbeplanting op andere grond</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Op basis
van artikel 11.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kunnen
gedeputeerde staten vrijstelling verlenen voor herbeplanting op andere grond
dan waarop de velling plaatsvond.</Al>
		<Al>Daarvoor moet wel worden voldaan aan eisen gesteld in deze verordening. Deze eisen zijn in dit artikel opgenomen. Naast de eisen die gelden voor herbeplanting op dezelfde grond, gelden er aanvullende eisen voor de herbeplanting op andere grond. Zo moet deze op basis van lid 1 passen binnen bestaand natuur-, bos- en landschapsbeleid van de provincie en de betrokken gemeente.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid: </strong>De herbeplanting op andere grond vindt op basis van dit lid bij voorkeur plaats in de provincie Utrecht, in de directe nabijheid van de velling. Is dit niet mogelijk? Dan kan herbeplanting op een andere plek in de provincie Utrecht plaatsvinden. In uitzonderingsgevallen mag dat ook in de directe nabijheid van de velling in een aangrenzende provincie, als hiermee vergelijkbare natuur- en landschapswaarden kunnen worden teruggebracht. Vanuit het draagvlak voor een velling kan het gewenst zijn dat, als realisatie niet in de directe nabijheid in de provincie Utrecht kan plaatsvinden, dat deze dan plaatsvindt in de directe nabijheid in een aangrenzende provincie. Ook wanneer de velling deel uitmaakt van een provinciegrensoverschrijdend project, of bijvoorbeeld plaatsvindt op een landgoed dat voor een deel in de provincie Utrecht ligt en voor een deel in een aangrenzende provincie en de herbeplanting op datzelfde landgoed plaats kan vinden, is het voor de hand liggend de provinciegrens niet als harde grens te hanteren.</Al>
		<Al><strong>Derde lid: </strong>Bij het
vellen van houtopstanden gaan natuur-, bos- en landschapswaarden verloren. Hoe
langer de houtopstanden aanwezig zijn geweest, hoe langer het in het algemeen
duurt voordat dezelfde waarden weer kunnen worden bereikt. Dit kan soms
tientallen tot honderden jaren duren. Om dit 'tijdelijke' verlies aan waarden
te compenseren, geldt op basis van dit lid een oppervlaktetoeslag bij
herbeplanting op andere grond.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_328" wId="pv26_1059__artrecital__content_328">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.19</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling plicht tot herbeplanting</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit
artikel is een uitzondering opgenomen op de verplichting tot herbeplanting voor
natuurherstel en geregistreerde tijdelijk natuur. Op basis van artikel Instructieregel
bescherming waardevolle houtopstanden geldt in deze gevallen (logischerwijs) ook een
uitzondering op de meldingsplicht. Voor een verdere toelichting zie de
toelichting bij artikel Instructieregel
bescherming waardevolle houtopstanden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_329" wId="pv26_1059__artrecital__content_329">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.20</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkvoorschriften herbeplanting op andere grond</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_330" wId="pv26_1059__artrecital__content_330">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.21</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke gegevens en bescheiden aanvraag maatwerkvoorschrift herbeplanting op andere grond</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_331" wId="pv26_1059__artrecital__content_331">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.22</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik en aanwijzing beschermd klein landschapselement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel bepaalt op welke kleine landschapselementen deze paragraaf van toepassing is. Dit zijn de beschermde kleine landschapselementen die staan in het informatieobject Beschermd klein landschapselement. In het informatieobject staan zeer waardevolle, al zeer lange tijd aanwezige landschapselementen. Het gaat daarbij niet alleen om houtopstanden, maar ook om andere kleine landschapselementen zoals bijvoorbeeld poelen en ringsloten. De provincie vindt de bescherming en instandhouding van deze kleine landschapselementen vanuit natuur, landschappelijk en cultuurhistorisch oogpunt van groot belang. Door de bepalingen in deze paragraaf geeft de provincie invulling aan deze bescherming. Het object Beschermd klein landschapselement bevat alle kleine landschapselementen die voor bescherming in aanmerking komen en moet flexibel bij te houden zijn. Om deze reden is de bevoegdheid tot vaststelling en wijziging van de kaart neergelegd bij gedeputeerde staten (zie <ExtRef ref="https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/documenten/Overig-1/2022OGV01-05-4-Delegatiebesluit-Omgevingsverordening-provincie-Utrecht-2022.pdf" soort="URL">Delegatiebesluit Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef>).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_332" wId="pv26_1059__artrecital__content_332">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.23</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht beschermd klein landschapselement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel is een zorgplicht opgenomen voor de beschermde kleine landschapselementen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_333" wId="pv26_1059__artrecital__content_333">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.24</Nummer>
		<Opschrift>Verbod aantasting beschermd klein landschapselement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De integrale bescherming van de beschermde kleine landschapselementen staat voorop. Naast de verboden in het eerste lid geeft het tweede lid van dit artikel aan wanneer deze verboden niet van toepassing zijn. Griend- en hakhout mogen worden onderhouden op een manier die duurzaam behoud waarborgt. De vrijstelling voor het vellen of rooien van een landschapselement op grond van de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0043194/2021-03-01" soort="URL">Plantgezondheidswet</ExtRef> en voor de bestrijding van overige boomziekten geldt alleen als de uitvoerende instantie aan gedeputeerde staten kan bevestigen dat de bestrijding van ziekten noodzakelijk is.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_334" wId="pv26_1059__artrecital__content_334">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.25</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht aantasting beschermd klein landschapselement om dringende redenen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het kan voorkomen dat een beschermd klein landschapselement om dringende redenen &#233;&#233;n of meer schadelijke handelingen moet uitvoeren. Dit is bijvoorbeeld het geval als een werk van groot maatschappelijk belang wordt uitgevoerd, zoals een dijkversterking. Er geldt dan een meldplicht en gedeputeerde staten kunnen maatwerkvoorschriften stellen in de acceptatie van de melding. De schadelijke handelingen mogen pas worden uitgevoerd nadat het besluit tot acceptatie van de melding onherroepelijk is. Degene die de handelingen wil gaan uitvoeren, moet dit ten minste acht weken en ten hoogste vierentwintig weken voorafgaand aan de voorgenomen uitvoering melden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_335" wId="pv26_1059__artrecital__content_335">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.26</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding aantasting beschermd klein landschapselement om dringende redenen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_336" wId="pv26_1059__artrecital__content_336">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.27</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkvoorschriften beschermd klein landschapselement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_337" wId="pv26_1059__artrecital__content_337">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.28</Nummer>
		<Opschrift>Herstel- en herplantplicht beschermd klein landschapselement</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De zakelijke gerechtigde van de grond is verplicht om het beschermd klein landschapselement te herstellen binnen een jaar na de uitgevoerde handelingen die tot gedeeltelijke, of gehele vernietiging van het elementen hebben geleid. Hiermee wordt zeker gesteld dat het element in ieder geval op dezelfde locatie wordt hersteld. Hierbij kan het gaan om herplanten, maar ook om grondwerk en dergelijke. Deze plicht blijft van toepassing op het perceel ook al wordt het verloren gaan van het element pas jaren later ontdekt. Compensatie is ongewenst en nadelig voor de ontwikkeling van een beschermd klein landschapselement dat bij voorkeur decennialang op dezelfde plaats moet staan. Daarnaast verdwijnen door compensatie meestal ongewenst de kleinere beschermde kleine landschapselementen met actuele natuurwaarden. Hierdoor ontstaan open en kale beschermde kleine landschapselementen die ecologisch minder waardevol zijn.</Al>
		<Al>Op basis van het tweede lid moet er voor het einde van het eerstvolgende plantseizoen opnieuw herbeplant, of hersteld worden als de herstelbeplanting of andere herstelmaatregelen onvoldoende zijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_338" wId="pv26_1059__artrecital__content_338">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>6.3.1</Nummer>
		<Opschrift>Faunabeheer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond
van hoofdstuk 6 van het Omgevingsbesluit  zijn provinciale staten bevoegd om bij
verordening regels te stellen waaraan de in hun provincie werkzame
faunabeheereenheden en de door hen vastgestelde faunabeheerplannen moeten
voldoen. Dit om ervoor te zorgen dat het duurzame beheer van populaties van in
het wild levende dieren, de uitvoering van schadebestrijding door
grondgebruikers en de uitoefening van de jacht door jachthouders transparant en
samenhangend gebeurt. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_339" wId="pv26_1059__artrecital__content_339">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.29</Nummer>
		<Opschrift>Oppervlakte en begrenzing faunabeheereenheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid:</strong> Faunabeheereenheden zijn door hun schaalgrootte in staat om binnen de provincie een samenhangende aanpak van het faunabeheer te verzekeren en daarover verantwoording af te leggen aan de provincie. Binnen de provincie is slechts &#233;&#233;n faunabeheereenheid actief. Meerdere actieve faunabeheereenheden zijn niet wenselijk door de extra administratieve belasting en afstemmingsproblemen die dit met zich meebrengt.<br/><strong>Tweede lid: </strong>De eis van ten minste 75% is bedoeld als garantie dat er voldoende jachthouders vertegenwoordigd zijn om te kunnen zorgen voor een effectief (geco&#246;rdineerd) beheer en voldoende draagvlak bij de grondgebruikers. In de praktijk heeft niet elke grondgebruiker of jachthouder in een bepaald gebied behoefte aan samenwerking in een faunabeheereenheid. Daardoor zijn niet alle gronden binnen het werkgebied toegankelijk voor jachthouders. Maar populaties van veel diersoorten verplaatsen zich vaak op de gronden van meer dan &#233;&#233;n grondgebruiker. Daarom is het ook mogelijk de populaties van die diersoorten te reguleren (en ook daardoor schade in een gebied te voorkomen) als samenwerkende jachthouders in de faunabeheereenheid beschikken over de jachtrechten op 75% van de oppervlakte van dat gebied.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_340" wId="pv26_1059__artrecital__content_340">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.30</Nummer>
		<Opschrift>Samenstelling bestuur faunabeheereenheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid:</strong> De grote terrein beherende organisaties, zoals Natuurmonumenten en Het Utrechts Landschap, worden in dit verband in de eerste plaats als maatschappelijke organisaties gezien. Hoewel zij vanuit hun eigendom van terreinen ook jachthouder zijn, zijn hun doelstellingen vooral gericht op de bescherming van de natuur. Staatsbosbeheer heeft in deze context een aparte positie omdat het een zelfstandig bestuursorgaan is. Daarom kan zij dan ook niet als een maatschappelijke organisatie worden beschouwd. Omdat Staatsbosbeheer het beheer voert over verschillende Utrechtse gebieden, is het wel wenselijk dat zij deel uitmaakt van het bestuur van de faunabeheereenheid. Daarom is deze organisatie expliciet benoemd. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_341" wId="pv26_1059__artrecital__content_341">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.31</Nummer>
		<Opschrift>Procedure uitbreiding bestuur faunabeheereenheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_342" wId="pv26_1059__artrecital__content_342">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.32</Nummer>
		<Opschrift>Werkzaamheden faunabeheereenheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Er is in
dit artikel een aantal eisen gesteld aan de werkzaamheden en activiteiten van
een faunabeheereenheid. De uitvoering van het beheer en de schadebestrijding is
in beginsel geen taak of verantwoordelijkheid van de provincie. Het gaat om een
private taak die de wetgever bij de grondgebruikers heeft neergelegd. Een
faunabeheereenheid is dus beslist geen uitvoeringsorganisatie van de provincie,
maar een privaat samenwerkingsverband.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_343" wId="pv26_1059__artrecital__content_343">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.33</Nummer>
		<Opschrift>Verslaglegging faunabeheereenheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit
artikel staat een opsomming van de gegevens waaraan het jaarverslag van de faunabeheereenheid
moet voldoen. Deze gegevens zijn noodzakelijk om inzicht te krijgen in de
ontwikkeling van de populaties van diersoorten en van de schade. Voor de vergunningverlening
is het belangrijk om over de meest actuele informatie te beschikken. Daarnaast
hebben gedeputeerde staten deze informatie nodig om aan de verplichting uit het
Besluit activiteiten leefomgeving te voldoen. Daarin staat dat zij gegevens
moeten verstrekken aan de minister over de staat van instandhouding van
soorten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_344" wId="pv26_1059__artrecital__content_344">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.34</Nummer>
		<Opschrift>Faunabeheerplan algemeen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
faunabeheereenheid is verantwoordelijk voor het opstellen van een
faunabeheerplan. Op grond van artikel 11.63 Besluit activiteiten leefomgeving moet
schadebestrijding door grondgebruikers, populatiebeheer door de provincie en
uitoefening van de jacht altijd gebeuren in overeenstemming met dit
faunabeheerplan. Een gezamenlijk faunabeheerplan waarborgt een planmatige en
gebiedsgerichte aanpak. Onderlinge afstemming over de inspanningen bij de
uitoefening van schadebestrijding, populatiebeheer en jacht is van groot
belang. Deze activiteiten hangen namelijk met elkaar samen en ze be&#239;nvloeden
samen de stand van dierpopulaties in de streek. Afstemming zorgt ervoor dat
rekening wordt gehouden met de rechten van alle betrokkenen. Het
faunabeheerplan heeft een geldigheidsduur van maximaal 6 jaar. Gedeputeerde
staten kunnen deze op verzoek van de faunabeheereenheid eenmalig met maximaal 1
jaar verlengen. Deze verlenging is alleen mogelijk als er concreet zicht is op
de vaststelling van een nieuw plan. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_345" wId="pv26_1059__artrecital__content_345">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.35</Nummer>
		<Opschrift>Inhoud faunabeheerplan algemeen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit
artikel zijn enkele algemene bepalingen opgenomen die zowel betrekking hebben
op de jacht, de uitvoering van de landelijke en provinciale vrijstelling als op
beheer en schadebestrijding in het kader van artikel  6.2 van het Omgevingsbesluit. In het faunabeheerplan
wordt de relatie tussen de specifieke diersoorten en de door deze soorten
veroorzaakte schade dan wel dreiging van schade aannemelijk gemaakt. Hiervoor
is het onder meer noodzakelijk om te beschikken over gegevens over de
aanwezigheid van deze diersoorten, de trend (zowel landelijk als provinciaal)
van deze soorten, de verspreiding en de aanwezigheid over het jaar. Deze
informatie is ook nodig om een oordeel te kunnen vellen over de staat van
instandhouding van deze diersoorten. Dit is &#233;&#233;n van de toetsingscriteria bij
een afwijking van de algemene beschermingsbepalingen bij beschermde
diersoorten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_346" wId="pv26_1059__artrecital__content_346">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.36</Nummer>
		<Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, specifiek, beheer en schadebestrijding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit
artikel bevat enkele specifieke bepalingen over soorten waarvoor een landelijke
of provinciale uitzondering op de ontheffingsplicht geldt, of waarvoor een
ontheffing kan worden aangevraagd. Gelet op de eisen van de wet en de
intrinsieke waarde van de dieren moet de noodzaak van de activiteiten worden
onderbouwd. Dit betekent ook dat, als er maatregelen nodig zijn, als eerste
gekeken wordt naar de minst ingrijpende maatregelen. Dit volgt ook uit de
wettelijke eis dat er geen sprake mag zijn van een andere passende oplossing.
Zo heeft het weren of verjagen van diersoorten de voorkeur boven het doden. De
maatregelen moeten ook effici&#235;nt zijn. Het verstoren en doden van dieren,
zonder dat dit bijdraagt aan het voorkomen van schade, is onwenselijk.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_347" wId="pv26_1059__artrecital__content_347">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.37</Nummer>
		<Opschrift>Inhoud faunabeheerplan, jacht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het
faunabeheerplan moet voorzien in een samenhangende aanpak van populatiebeheer,
de uitoefening van de jacht en de schadebestrijding door grondgebruikers. Op
deze manier wordt de samenhang tussen de verschillende regimes bevorderd en
wordt de uitvoering van het totale faunabeheer vooraf transparant. Om deze
reden is opgenomen dat in het faunabeheerplan de samenhang tussen jacht, het
gebruik van landelijke vrijstelling en de provinciale vrijstelling,
ontheffingen en opdrachten duidelijk gemaakt moet worden.</Al>
		<Al>Het doel
van de jacht is de handhaving van een redelijke wildstand in het jachtveld en
het voorkomen van schade. In het faunabeheerplan zal onderbouwd moeten worden
dat er sprake is van een redelijke wildstand en op welke wijze deze geborgd
wordt. Dit betekent niet dat in het plan, per wildsoort, exact moet worden
omschreven bij welke aantallen er sprake is van een redelijke wildstand. Een
meer globale omschrijving kan voldoende zijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_348" wId="pv26_1059__artrecital__content_348">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>6.3.2</Nummer>
		<Opschrift>Wildbeheereenheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_349" wId="pv26_1059__artrecital__content_349">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.38</Nummer>
		<Opschrift>Oppervlakte, begrenzing en rechtsvorm wildbeheereenheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gelet op de centrale rol die de wildbeheereenheden hebben bij de uitvoering van het faunabeheer heeft de provincie enkele specifieke voorschriften opgenomen voor een doelmatig faunabeheer.</Al>
		<Al>Om haar werkzaamheden op een adequate en geco&#246;rdineerde manier uit te voeren, is het belangrijk dat een wildbeheereenheid zowel wat betreft ledenaantal als werkgebied van substanti&#235;le omvang is. Daarom moet het werkgebied van een wildbeheereenheid een oppervlakte hebben van minimaal 5000 hectare. Provinciegrensoverschrijdende wildbeheereenheden zijn niet toegestaan. Maar het kan wenselijk zijn om bij de uitvoering van dit plan samenwerking te zoeken met wildbeheereenheden uit naastgelegen provincies, om de doelen uit het faunabeheerplan te halen.</Al>
		<Al><strong>Vierde
lid</strong>: De wet stelt slechts dat een wildbeheereenheid de rechtsvorm van een vereniging heeft, maar geeft niet aan of het een vereniging met beperkte of met volledige rechtsbevoegdheid moet te zijn. Gelet op de rol de centrale rol die de wildbeheereenheden hebben bij de uitvoering van het faunabeheer vindt de provincie het wenselijk dat de vereniging een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is.  </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_350" wId="pv26_1059__artrecital__content_350">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.39</Nummer>
		<Opschrift>Werkzaamheden wildbeheereenheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Wildbeheereenheden
hebben via de wet een belangrijke verantwoordelijkheid gekregen in de
uitvoering van faunabeheerplannen. Daarom is het belangrijk dat er
professionele secretariaten zijn die zorgen voor optimale co&#246;rdinatie op lokaal
niveau. Belangrijk hierbij is de informatieoverdracht naar de leden van de
wildbeheereenheid. Daarom verplicht dit artikel het secretariaat om haar leden
op adequate wijze te informeren over relevante feiten en ontwikkelingen op het
gebied van faunabeheer. Verder co&#246;rdineren de wildbeheereenheden tellingen van
diersoorten voor het faunabeheerplan en geven zij deze resultaten aan de
faunabeheereenheid. Daarnaast co&#246;rdineren zij de verstrekking van gegevens over
hoeveel dieren tijdens de jacht zijn gedood.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_351" wId="pv26_1059__artrecital__content_351">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.40</Nummer>
		<Opschrift>Lidmaatschap wildbeheereenheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Op grond van artikel 8.2, vijfde
lid onder b, van de wet moeten jachthouders met een jachtakte zich
organiseren in een wildbeheereenheid. Op grond van artikel 8.2, vijfde lid
onder b, van de wet kunnen in deze verordening gevallen aangewezen worden waarin
en voorwaarden waaronder jachthouders zijn uitgezonderd van artikel 8.2, vijfde
lid onder b, van de wet. Medewerkers van terreinbeherende organisaties kunnen
jachtaktehouders zijn. In dat geval zou deze medewerker op grond van het eerste
lid verplicht zijn zich bij een wildbeheereenheid aan te sluiten. Daarom zijn
deze medewerkers hiervan vrijgesteld. Daarvoor zijn verschillende redenen. Zo
zijn de terreinen van deze organisaties vaak verspreid over meerdere
wildbeheereenheden. Dat zou betekenen dat deze medewerkers lid moeten worden
van al deze wildbeheereenheden. Ook is bij deze organisaties, door de aard van
de organisatie en de omvang van hun terreinen, al sprake van een samenhangend
beheer. Deze vrijstelling geldt vanzelfsprekend alleen als de medewerkers waar
het hier over gaat voor de genoemde organisaties uitvoering geven aan de
bevoegdheden op basis van de wet. Oefenen zij deze bevoegdheden niet voor de
terreinbeherende organisaties uit? Dan moeten zij zich wel aansluiten bij een
wildbeheereenheid. Om zeker te kunnen zijn dat dit beheer plaatsvindt in het
kader van het faunabeheerplan, geldt als voorwaarde dat de betrokken
organisaties wel deel uitmaken van het bestuur van de faunabeheereenheid. Ook
wordt een uitzondering gemaakt voor medewerkers van het (door de faunabeheereenheid
ingestelde en aangestuurde) Ganzenbeheerteam Utrecht, en voor medewerkers van
professionele schadebestrijders die in opdracht van de faunabeheereenheid of
gedeputeerde staten handelen. De reden daarvoor is dat deze medewerkers hun
activiteiten over de gehele provincie kunnen uitoefenen.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid: </strong>Voor het lidmaatschap moeten geen
onnodige belemmeringen bestaan. Daarom is in het derde lid aangegeven dat aan het lidmaatschap van een
wildbeheereenheid alleen eisen gesteld kunnen worden die relevant zijn voor de
uitvoering van het faunabeheerplan. Dit betekent bijvoorbeeld dat niet kan
worden ge&#235;ist dat de jachthouder lid is van een belangenvereniging, of dat
jachtveldgrenzen worden aangepast. Het lidmaatschap kan ook niet geweigerd of
be&#235;indigd worden als de houder van een jachtakte zich bij de uitvoering van het
beheer en de schadebestrijding houdt aan de bepalingen uit de vrijstelling of vergunning,
de wet en het faunabeheerplan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_352" wId="pv26_1059__artrecital__content_352">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.41</Nummer>
		<Opschrift>Geschillen lidmaatschap wildbeheereenheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het
weigeren of be&#235;indigen van het lidmaatschap kan grote gevolgen hebben voor een
jachtaktehouder. Onder meer gelet op die belangen van de jager is het
belangrijk dat conflicten over het lidmaatschap altijd via de landelijke
geschillenregeling worden afgedaan als bedoeld in lid 2. Alleen geschillen die
gerelateerd zijn aan de uitvoering van het Faunabeheerplan kunnen daarna zo
nodig worden voorgelegd aan een bredere provinciale geschillencommissie. Ter
bewaking van de verbreding van die commissie en het bewaken van afstand tot de
betrokken wildbeheereenheid, is in dit artikel bepaald dat in die
geschillencommissie, naast een vertegenwoordiger namens de betreffende
wildbeheereenheid ook een vertegenwoordiger namens het bestuur van de
faunabeheereenheid en een vertegenwoordiger namens gedeputeerde staten zitting
hebben.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_353" wId="pv26_1059__artrecital__content_353">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.4</Nummer>
		<Opschrift>Flora- en fauna activiteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_354" wId="pv26_1059__artrecital__content_354">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>6.4.1</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning flora- en fauna activiteiten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_355" wId="pv26_1059__artrecital__content_355">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.42</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning afschot paarvormende ganzen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Vanaf 1
februari zijn er, naast de trekkende ganzen, ook al broedparen aanwezig. Voor
een effectieve bestrijding en om uitvoering te kunnen geven aan gemaakte
afspraken, kunnen gedeputeerde staten een vergunning verlenen voor het doden
van paarvormende grauwe ganzen en brandganzen. Dit kan alleen in de periode van
1 februari tot 1 maart. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_356" wId="pv26_1059__artrecital__content_356">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.43</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling verjagen schadeveroorzakende ganzen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij
schadebestrijding door de grondgebruiker gaat het om maatregelen die een
grondgebruiker mag nemen tegen dieren die schade aan zijn eigendommen
veroorzaken. De vrijstelling geldt voor het verjagen van drie soorten ganzen:
de brandgans, kolgans en grauwe gans. Dit zijn soorten die in de hele provincie
schade veroorzaken en die niet in hun voortbestaan (dreigen te) worden
bedreigd. </Al>
		<Al><strong>Sub a</strong>: Om van de vrijstelling gebruik
te maken, moet de schade zich voordoen op de gronden of opstallen van de
gebruiker, of in het omringende gebied. Met het omringende gebied wordt de
grond bedoeld binnen de grenzen van het werkgebied van de wildbeheereenheid
waarin de gronden van de grondgebruiker liggen. In voorkomend geval omvat dit
ook de grens van het werkgebied van een andere wildbeheereenheid die direct
grenst aan de gronden van de grondgebruiker. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_357" wId="pv26_1059__artrecital__content_357">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.44</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eisen verjagen schadeveroorzakende ganzen met ondersteunend afschot</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De regels in dit artikel gelden als aanvulling op de criteria in artikelen 11.44 en 11.52 Besluit activiteiten leefomgeving. Dit betekent dat de grauwe gans, kolgans en brandgans alleen mogen worden verjaagd om belangrijke schade te voorkomen aan kwetsbare gewassen. De grondgebruiker moet deze schade kunnen aantonen. De regels hebben geen betrekking op ganzenrustgebieden.</Al>
		<Al><strong>Eerste en tweede lid:</strong> Met deze leden houdt de provincie zich aan de afspraken die zijn gemaakt bij de Utrechtse invulling van het landelijke ganzenakkoord (Projectteam Ganzenbeheer Utrecht). Er mag alleen worden verjaagd met ondersteunend afschot (doden van dieren ter verjaging) als sprake is van een kwetsbaar gewas. Kwetsbare gewassen zijn oogstbare akker- en tuinbouwgewassen en jong grasland (grasland dat na 1 augustus van het jaar voorafgaand aan de winterperiode is ingezaaid of doorgezaaid). Zijn de gewassen geoogst? Dan is verjaging met ondersteunend afschot dus niet meer toegestaan. Overjarig grasland (grasland dat is ingezaaid of doorgezaaid voor 1 augustus voorafgaand aan de betreffende winterperiode) wordt niet gezien als kwetsbaar gewas. Hetzelfde geldt voor percelen kleiner dan 1 hectare die zijn ingezaaid of doorgezaaid na 1 augustus. Ook graslandpercelen die zijn ingezaaid als afvanggewas op geoogste maispercelen en groenbemesters worden niet gezien als kwetsbaar gewas.</Al>
		<Al><strong>Derde lid</strong>: Het is objectief vast te stellen of ganzen invallen. Invallende ganzen vliegen niet meer in formatie, hangen vrijwel stil en strekken de poten uit. Daarom mag niet geschoten worden op groepen die alleen maar overvliegen en bovenstaand gedrag niet vertonen. Ondersteunend afschot is niet toegestaan bij een groep van 5 of minder ganzen. Van groepjes van maximaal 5 ganzen gaat onvoldoende schadedreiging uit om ondersteunend afschot toe te staan. Hoewel zo'n groepje ook andere ganzen kan aantrekken, hoeft dit de schadebestrijding niet te belemmeren. Als er meer ganzen invallen, is ondersteunend afschot alsnog mogelijk.</Al>
		<Al><br/><strong>Vierde lid:</strong> Uitgangspunt is dat er in de periode van 1 november tot 1 maart alleen verjaging met ondersteunend afschot en geen populatiereductie plaatsvindt. Hierbij past het niet dat er meer ganzen worden geschoten dan strikt noodzakelijk is om de verjaging effectiever te maken. Daarom is een maximum gesteld aan het aantal ganzen dat per actie mag worden gedood. Onder actie wordt verstaan: elke individuele verjaagactie van een groep ganzen groter dan 5 exemplaren. Als deze ganzen zijn verjaagd is de actie afgelopen. Als er later opnieuw een groep ganzen invalt en deze wordt verjaagd, is er sprake van een nieuwe actie.</Al>
		<Al><strong>Vijfde lid: </strong>Vogels met een ring of halsband zijn belangrijk voor onderzoeksdoeleinden. Het heeft daarom de voorkeur deze dieren niet te doden. Is zo'n vogel toch gedood? Dan moeten de gegevens worden gemeld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_358" wId="pv26_1059__artrecital__content_358">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.45</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke eis middelen verjagen schadeveroorzakende ganzen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Verjagen met ondersteunend afschot, zoals bedoeld in artikel 6.43 mag alleen nadat eerst een preventief akoestisch middel en een visueel middel zijn ingezet, volgens de voorwaarden voor effectief gebruik die zijn opgenomen in de <ExtRef ref="https://www.bij12.nl/onderwerpen/faunazaken/faunaschade-preventiekit-fpk/module-ganzen/" soort="URL">Faunaschade Preventie Kit, module ganzen</ExtRef>. Naast verjaging door bijvoorbeeld mensen of honden in het veld, zijn, voor zover effectief, ook andere akoestische en visuele middelen toegestaan, zoals vlaggen, linten, vogelverschrikkers en een gaskanon. Maar ganzen kunnen wennen aan akoestische en visuele middelen. Daarom is het van groot belang dat middelen afwisselend worden toegepast. Visuele middelen worden voor een optimale werking regelmatig verplaatst, en bij voorkeur gecombineerd met akoestische middelen of verjaging in het veld. Het geweer wordt hier niet als akoestisch middel beschouwd. De reden hiervoor is dat er in het veld onduidelijkheid kan ontstaan of dit middel wordt gebruikt als preventief middel, of voor ondersteunend afschot. Dit is bijvoorbeeld het geval als er wordt geschoten richting een groep van maximaal 5 ganzen. Dit kan een effectieve handhaving van de regels uit de omgevingsverordening belemmeren. Zoals is aangegeven in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1__art_6.44">Artikel 6.44</IntRef> (over toepassing van verjaging met ondersteunend afschot) heeft de vrijstelling als doel om de ganzen te verjagen van kwetsbare gewassen. Hierbij past niet dat de ganzen met lokmiddelen naar de schadegevoelige percelen worden gelokt. Om deze reden is het gebruik van lokmiddelen voor ondersteunend afschot tijdens de periode 1 november tot 1 maart niet toegestaan. Lokmiddelen zijn bijvoorbeeld lokganzen (levend, dood of kunstmatig), lokfluiten, elektronische middelen voor geluidnabootsing, enzovoorts.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_359" wId="pv26_1059__artrecital__content_359">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.46</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke gegevens en bescheiden schadebestrijding ganzen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Om de
effectiviteit van de maatregelen te kunnen beoordelen en te zorgen voor
controle hierop, is inzicht in de locaties waar en data waarop de uitvoering
van maatregelen plaatsvond belangrijk. Ook het aantal gedode vogels en om welke
soorten het gaat, moet worden bijgehouden. Daarom is (net als in de
ontheffingen) een rapportageverplichting opgenomen. De Faunabeheereenheid
Utrecht stelt een webapplicatie ter beschikking voor het registeren van de
faunadata. Als de grondgebruiker de schadebestrijding aan een ander overlaat, dan
kan deze persoon de rapportage doen. Maar de grondgebruiker blijft verantwoordelijk.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_360" wId="pv26_1059__artrecital__content_360">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.47</Nummer>
		<Opschrift>Geen schadebestrijding bij bijzondere weersomstandigheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Door bijzondere weersomstandigheden zoals de bedekking van wateroppervlakken met ijs of de onbereikbaarheid van voedsel door sneeuw, kunnen de soorten waarin deze paragraaf aan refereert extra kwetsbaar zijn. In dit soort gevallen kunnen gedeputeerde staten beslissen om de uitzonderingen op de ontheffingsplicht helemaal, of gedeeltelijk op te schorten. Hiervoor wordt het beleid zoals verwoord in het <ExtRef ref="https://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=&amp;esrc=s&amp;source=web&amp;cd=&amp;cad=rja&amp;uact=8&amp;ved=2ahUKEwjQrq3M6JnwAhVPuKQKHekLBVkQFjAAegQIAxAD&amp;url=https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Commissie-Ruimte-en-Groen/2004/31-december/20:00/2004REG149C-Draaiboek-bijzondere-weersomstandigheden.pdf&amp;usg=AOvVaw1Uxc6ebHM6DoUPo2wqX3Q-" soort="URL">Draaiboek bijzondere weersomstandigheden</ExtRef> gebruikt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_361" wId="pv26_1059__artrecital__content_361">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.48</Nummer>
		<Opschrift>Verbod opzettelijke verstoring ganzen in ganzenrustgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel
zijn de verboden activiteiten in ganzenrustgebieden opgenomen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_362" wId="pv26_1059__artrecital__content_362">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.49</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht vergunningvrije bestrijding veldmuis</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Populaties van veldmuizen vertonen gedurende het jaar grote schommelingen in aantallen. Dit hangt vooral samen met verschillen in voortplanting tussen de seizoenen. Naast seizoenschommelingen zijn er ook jaarlijkse verschillen met een cyclisch verloop. Af en toe is er sprake van zeer hoge aantallen en is er sprake van een uitbraak of plaag. Onder dit soort omstandigheden kan de veldmuis ernstige schade aanrichten aan bijvoorbeeld agrarische percelen en waterkeringen. In het verleden heeft ook Utrecht verschillende keren te maken gehad met dit soort plagen. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) bepaalt welke middelen zijn toegestaan bij de bestrijding van de veldmuis. Op de website <ExtRef ref="https://toelatingen.ctgb.nl/nl/authorisations" soort="URL">toelatingen.ctgb.nl</ExtRef>. is te vinden of een middel is
toegestaan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_363" wId="pv26_1059__artrecital__content_363">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.50</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding vergunningvrije bestrijding veldmuis</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor een melding van het bestrijden van de veldmuis is een e-mail aan de provincie voldoende. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_364" wId="pv26_1059__artrecital__content_364">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.51</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling vergunningplicht andere soorten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Naast de vrijstelling van soorten die vallen onder wet en het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt een vrijstelling voor soorten genoemd in bijlage X Uitzondering vergunningplicht andere soorten bij deze verordening. Daaronder vallen geen vogels, en geen soorten die vallen onder <ExtRef ref="https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/habitatrichtlijn-soort-van-habitatrichtlijn-bijlage-iv" soort="URL">bijlage IV van de Habitatrichtlijn</ExtRef> en het <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBV0003485/2018-03-08" soort="URL">Verdrag van Bern</ExtRef>. Dit betekent bijvoorbeeld, dat voor maaiwerkzaamheden waarbij nesten of eieren van vogels worden vernield, altijd een ontheffing nodig is. Voor deze veelvoorkomende en regelmatig terugkerende activiteiten ligt het opstellen van een gedragscode voor de hand. Bij minder algemene gevallen of soorten die in een ongunstige staat van instandhouding verkeren, is individuele beoordeling belangrijk. Daarom zijn in Bijlage Uitzondering vergunningplicht andere soorten bij deze verordening alleen de algemene soorten opgenomen. Het gaat hierbij alleen om diersoorten, omdat alle plantensoorten in de bijlage van de Wnb in een ongunstige staat van instandhouding verkeren. Het is belangrijk te noemen dat een vrijstelling niet betekent dat deze dieren in het kader van deze activiteiten altijd mogen worden gedood. Gelet op de intrinsieke waarde van deze dieren is dit niet wenselijk. Dit zou ook in strijd zijn met de zorgplicht van de wet. Bij bestendig (duurzaam) beheer en onderhoud gaat het om het voortzetten van de bestaande praktijk. Om te beoordelen of er sprake is van bestendig beheer en onderhoud worden onder andere de aard, het tijdstip en de frequentie van de activiteiten en de schaal waarop deze worden verricht, meegewogen. Nieuwe vormen van onderhoud, intensivering van het beheer en onderhoud en dergelijke worden niet als bestendig beschouwd. Daarom is voor deze activiteiten een vergunning nodig, of er moet sprake zijn van het handelen volgens een goedgekeurde gedragscode uit het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_365" wId="pv26_1059__artrecital__content_365">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.52</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling bezits- en vervoersverbod en ander bevoegd gezag</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Is voor exemplaren van een
bepaalde soort van deze verboden al een vrijstelling of vergunning verleend?
Dan gaat de provincie ervan uit dat er voldoende is getoetst aan de wettelijke
voorschriften. In zo'n geval is het niet nodig dat, wanneer deze dieren of
planten vervolgens worden verplaatst naar Utrechts grondgebied, ook in deze
provincie een ontheffing wordt aangevraagd. Daarom is voor deze gevallen in dit
artikel een vrijstelling opgenomen. Degene die gebruik maakt van deze
vrijstelling moet aantonen dat hij beschikt over een toestemming van een ander
bevoegd gezag. Deze vrijstelling geldt niet voor het bezitten of vervoeren van
dieren of planten voor verkoop, ruil of handel. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_366" wId="pv26_1059__artrecital__content_366">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.53</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling ten behoeve van bescherming vogels tegen landbouwwerkzaamheden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze
vrijstelling is gebaseerd op het belang van de bescherming van de fauna en gaat
uitsluitend over beschermingsactiviteiten. Het gaat hierbij dus niet om een
vrijstelling voor de landbouwwerkzaamheden zelf. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_367" wId="pv26_1059__artrecital__content_367">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.54</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling ten behoeve van veiligstellen amfibie&#235;n tegen verkeer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
verboden uit de wet en het Besluit activiteiten leefomgeving waarvoor dit
artikel vrijstelling verleent, omvatten het verbod op het vangen en verstoren
van amfibie&#235;n die zijn beschermd op grond van:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_367__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_367__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_367__list_1__item_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_367__list_1__item_1">
		    <Al><ExtRef ref="https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/habitatrichtlijn-soort-van-habitatrichtlijn-bijlage-iv" soort="URL">bijlage IV bij de Habitatrichtlijn</ExtRef>;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_367__list_1__item_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_367__list_1__item_2">
		    <Al><ExtRef ref="https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/bern-conventie-soort-van-appendix-ii" soort="URL">bijlage II bij het Verdrag van Bern</ExtRef>, of <ExtRef ref="https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/bonn-conventie-soort-van-appendix-i#:~:text=De soort is genoemd in,wild in Nederland zijn waargenomen." soort="URL">bijlage I bij het Verdrag van Bonn</ExtRef>;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_367__list_1__item_3" wId="pv26_1059__artrecital__content_367__list_1__item_3">
		    <Al>de amfibie&#235;n die op basis van de bijlage IX bij Besluit activiteiten leefomgeving zijn beschermd.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Het doden van de amfibie&#235;n is met dit artikel uitdrukkelijk niet vrijgesteld. Het kan een argument zijn dat uit de zorgplicht van de wet al voortvloeit, dat in het wild levende soorten verplaatst mogen worden als er concreet gevaar bestaat dat deze worden gedood, of verwond door het verkeer. Toch is er in verband met de rechtszekerheid voor gekozen deze vrijstelling op te nemen in de omgevingsverordening. De vrijstelling is gebaseerd op het belang van de bescherming van de fauna. De dieren moeten zo snel mogelijk, in de directe omgeving (een afstand van maximaal 50 meter vanaf de vangplaats) weer in vrijheid worden gesteld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_368" wId="pv26_1059__artrecital__content_368">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.55</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling vangen amfibie&#235;n voor onderzoek en onderwijs</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bij de groene
kikker is er sprake van twee echte soorten: de meerkikker (Rana ridibunda) en
de poelkikker (Rana lessonae). De bastaardkikker of middelste groene kikker
(Rana klepton esculentus) is een hybride tussen deze beide soorten. De
poelkikker is een soort groene kikker die is vermeld op <ExtRef ref="https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/habitatrichtlijn-soort-van-habitatrichtlijn-bijlage-iv" soort="URL">bijlage IV van de Habitatrichtlijn</ExtRef>. De meerkikker en bastaardkikker zijn beschermde soorten op grond van Besluit activiteiten leefomgeving. Voor alle drie genoemde soorten is het mogelijk om een vrijstelling te verlenen in het belang van onderzoek en onderwijs. De volwassen dieren zijn erg lastig uit elkaar te houden. De eieren zijn niet te onderscheiden. Daarom en ook omdat alle drie de soorten in een gunstige staat van instandhouding verkeren, zijn deze allemaal opgenomen. De vrijstellingen gelden voor de verschillende ontwikkelingsstadia van deze soorten, met uitzondering van exemplaren waarvan de metamorfose klaar is. Deze dieren moeten zo snel mogelijk in vrijheid worden gesteld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_369" wId="pv26_1059__artrecital__content_369">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.56</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling bezits- en vervoersverbod braakballen, losse veren, e.d.</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Sterrenschot is de
benaming voor geleiachtige klompen dril van amfibie&#235;n die zijn uitgebraakt door
roofdieren, zoals reigers en vossen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_370" wId="pv26_1059__artrecital__content_370">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.57</Nummer>
		<Opschrift>Vrijstelling uitzetten diersoorten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op basis van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.2__art_6.50">Artikel 6.50 Specifieke vereisten melding vergunningvrije bestrijding veldmuis</IntRef> kunnen soorten worden gevangen die vervolgens vrijgelaten moeten worden. Hierbij kan er discussie ontstaan of sprake is van het overtreden van het verbod tot het uitzetten van dieren en eieren zoals bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving. In het kader van de rechtszekerheid wordt daarom een vrijstelling van dit verbod verleend. Maar wel onder de voorwaarde dat uitzetten van soorten, of hun eieren zo snel mogelijk plaatsvindt op een voor de soort geschikte locatie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_371" wId="pv26_1059__artrecital__content_371">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.58</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkregel sluiten jachtseizoen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Als gevolg van bijzondere weersomstandigheden, zoals de bedekking van wateroppervlakten met ijs of de onbereikbaarheid van voedsel als gevolg van sneeuw, kunnen jachtsoorten (wildlijst) en soorten in het kader van beheer en schadebestrijding extra kwetsbaar zijn. Het sluiten van de jacht i.v.m. bijzondere weersomstandigheden kan onder de wet en Besluit activiteiten leefomgeving alleen nog bij maatwerkregel geregeld worden. Hiervoor wordt het beleid zoals verwoord in het <ExtRef ref="https://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=&amp;esrc=s&amp;source=web&amp;cd=&amp;cad=rja&amp;uact=8&amp;ved=2ahUKEwjQrq3M6JnwAhVPuKQKHekLBVkQFjAAegQIAxAD&amp;url=https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Commissie-Ruimte-en-Groen/2004/31-december/20:00/2004REG149C-Draaiboek-bijzondere-weersomstandigheden.pdf&amp;usg=AOvVaw1Uxc6ebHM6DoUPo2wqX3Q-" soort="URL">Draaiboek bijzondere weersomstandigheden</ExtRef> gebruikt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_372" wId="pv26_1059__artrecital__content_372">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.5</Nummer>
		<Opschrift>Invasieve exoten, bestrijding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In deze afdeling worden regels opgesteld voor de bestrijding van Aziatische duizendknoopsoorten. Daaronder worden de volgende invasieve (onder)soorten verstaan:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_372__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_372__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_372__list_1__item_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_372__list_1__item_1">
		    <Al>Japanse duizendknoop (Fallopia japonica)</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_372__list_1__item_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_372__list_1__item_2">
		    <Al>Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis)</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_372__list_1__item_3" wId="pv26_1059__artrecital__content_372__list_1__item_3">
		    <Al>Boheemse of Bastaardduizendknoop (Fallopia x bohemica)</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Nog levende afgeleide producten van de Aziatische duizendknopen, waaronder groene polygonumstokken en de dwergvari&#235;teit van de Japanse duizendknoop, de Fallopia japonica var. compacta, worden ook tot de Aziatische duizendknoopsoorten gerekend. Alle hier genoemde soorten zijn invasief (veroorzaken schade) en kunnen de biodiversiteit negatief be&#239;nvloeden. Doordat de Aziatische duizendknopen vroeg uitlopen, een snelle lengtegroei hebben en een zo goed als gesloten bladerdek vormen, wordt de overige plantengroei helemaal overgroeid en op den duur verdrongen. Hierdoor wordt onder meer bosverjonging geblokkeerd. Ook het aantal soorten ongewervelde dieren wordt lager als Aziatische duizendknopen de groeiplaats overheersen. De provincie heeft de wettelijke taak om de biodiversiteit (actief en passief) te beschermen. Op grond van die taak zijn de provincies door het Rijk ook belast met de bestrijding van invasieve exoten die de biodiversiteit kunnen aantasten. Maar de taak van het Rijk is beperkt tot de soorten die op de landelijke exotenlijst staan. De Aziatische duizendknoopsoorten staan niet op deze lijst. Daarom hebben provinciale staten ervoor gekozen zelfstandig regels op te stellen voor de Aziatische duizendknopen op basis van <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005645/2020-01-01#TiteldeelIII_HoofdstukIX_Artikel145" soort="URL">artikel 145 van de Provinciewet</ExtRef>. Deze regels zijn opgenomen in deze afdeling. De provincie wil met de regels natuur en milieu beschermen. In het bijzonder wil de provincie nadelige gevolgen voor de biodiversiteit voorkomen of beperken. Deze belangen vallen ook onder de belangen die het Rijk wil beschermen met de rijksregels voor de soorten die op de landelijk exotenlijst staan. De regels in deze paragraaf gaan over een nieuwe regeling. Daarom wordt in de eerste jaren na ingang van deze regeling terughoudend omgegaan met de inzet van handhaving. De nadruk zal in eerste instantie liggen op preventie en het bekendheid geven aan de regeling en het hoofddoel daarvan: het voorkomen van de verdere verspreiding van Aziatische duizendknopen. Dit doel kan worden bereikt als iedereen de zorgplicht, opgenomen in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.3__art_6.57">Artikel 6.57 Vrijstelling uitzetten diersoorten</IntRef>, op een juiste manier toepast.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_373" wId="pv26_1059__artrecital__content_373">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.59</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht bestrijding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Met de invoering van deze zorgplicht moet iedereen in de provincie nagaan of er met de uit te voeren activiteiten op of in de grond geen Aziatische duizendknopen zijn betrokken. Deze zorgplicht volgt uit de algemene zorgplicht in de artikelen 1.6 tot en met 1.8 van de wet. Die stelt dat iedereen voldoende moet zorgen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Meer weten over hoe te handelen om de verspreiding van plantdelen van Aziatische duizendknopen te voorkomen? Kijk dan op <ExtRef ref="http://www.bestrijdingduizendknoop.nl/" soort="URL">Bestrijding van duizendknoop</ExtRef>. Daar is het <ExtRef ref="https://bestrijdingduizendknoop.nl/protocol/" soort="URL">Landelijk protocol omgaan met Aziatische duizendknopen</ExtRef> te vinden. In dit protocol zijn afzonderlijke infobladen per type werkzaamheden opgenomen, bijvoorbeeld voor grondwerk en maaibeheer. De kenmerken van de Aziatische duizendknopen staan in <ExtRef ref="https://bestrijdingduizendknoop.nl/infobladen/infoblad-a-herkenning/" soort="URL">Infoblad A Herkenning</ExtRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_374" wId="pv26_1059__artrecital__content_374">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.60</Nummer>
		<Opschrift>Verbod verspreiding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In Europa
verspreiden de Aziatische duizendknopen zich doorgaans niet op natuurlijke
wijze (door zaden), maar op grote schaal juist vegetatief door menselijk
toedoen. Dit gebeurt vooral door maaiactiviteiten en grondverzet (verplaatsing
van grond). Hierbij kunnen de kleinste wortel- en stengelfragmenten die in het
buitenmilieu terecht komen, tot een volwassen plant uitgroeien. Met dit verbod
moet de verdere verspreiding worden gestopt. Verspreiding heeft in dit artikel
betrekking op het in het buitenmilieu brengen van planten of plantdelen van de
Aziatische duizendknopen. Het buitenmilieu zijn alle gronden inclusief
bebouwing en voertuigen, maar exclusief de binnenkant van die bebouwing en
voertuigen. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_375" wId="pv26_1059__artrecital__content_375">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.61</Nummer>
		<Opschrift>Meldplicht gevolgen verspreiding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Zijn er
activiteiten uitgevoerd die tot verspreiding hebben geleid? Dan geldt de
opruimplicht voor degene die de verspreiding heeft veroorzaakt. Er kunnen
nadelige gevolgen voor de biodiversiteit optreden als de verspreiding niet
ongedaan wordt gemaakt. De maatregelen om de verspreiding ongedaan te maken of
maximaal te beperken, moeten worden gemeld bij gedeputeerde staten. Daarmee kan
gedeputeerde staten beoordelen of de opruimmaatregelen effectief zijn en
werkelijk worden uitgevoerd. Zo nodig kan alsnog bestuursrechtelijk of
strafrechtelijk worden gehandhaafd. </Al>
		<Al><strong>Derde lid</strong>: Gedeputeerde staten informeren
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de verspreiding
is gemeld. Het is niet ondenkbaar dat er nog andere belangen dan die van de
provincie voor het behouden en versterken van de biodiversiteit (dreigen te)
worden geschaad, die door andere regelgeving worden beschermd, of andere
passende actie door het college van burgemeester en wethouders vereisen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_376" wId="pv26_1059__artrecital__content_376">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.62</Nummer>
		<Opschrift>Maatwerkvoorschriften maatregelen Aziatische duizendknoop</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gedeputeerde staten kunnen maatwerkvoorschriften opstellen over de maatregelen die op basis van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.59">Artikel 6.59 Specifieke zorgplicht bestrijding Aziatische duizendknoop</IntRef> moeten worden uitgevoerd. Dit om de nadelige gevolgen van verspreiding te voorkomen of te beperken.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: Dit lid
bevat de bepaling op basis waarvan de eigenaar of gebruiker van een onroerende
zaak door de provincie kan worden verplicht tot het nemen van maatregelen voor
de bestrijding van de Aziatische duizendknoop. Het gaat om maatwerk, zowel wat
betreft locatie als bestrijdingsmethode(n). De verplichting kan worden opgelegd
als dit nodig is:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_376__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_1__item_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_1__item_1">
		    <Al>voor het behouden en versterken van de biodiversiteit;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_1__item_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_1__item_2">
		    <Al>als niet voldaan is aan de zorgplicht;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_1__item_3" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_1__item_3">
		    <Al>of als de op basis van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.59">Artikel 6.59 Specifieke zorgplicht bestrijding Aziatische duizendknoop</IntRef> gemelde maatregelen om verspreiding en de directe gevolgen daarvan te beperken, niet worden uitgevoerd.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Het
belang van behouden en versterken van de biodiversiteit is in ieder geval aan
de orde in de zogenaamde gebieden met belang Aziatische duizendknopen. Een
kaart met deze gebieden is te vinden op de website van de provincie Utrecht.
Het gaat hier om:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_376__list_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_2">
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_2__item_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_2__item_1">
		    <Al>alle Utrechtse Natura 2000-gebieden;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_2__item_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_2__item_2">
		    <Al>alle gebieden van
het Utrechtse deel van het natuurnetwerk Nederland;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_2__item_3" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_2__item_3">
		    <Al>de Groene contour;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_2__item_4" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_2__item_4">
		    <Al>de Kaderrichtlijn Water-oppervlaktewaterlichamen en waterparels;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_2__item_5" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_2__item_5">
		    <Al>weidevogelkerngebieden en ganzenrustgebieden;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_2__item_6" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_2__item_6">
		    <Al>waardevolle
houtopstanden buiten de bebouwde kom;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_376__list_2__item_7" wId="pv26_1059__artrecital__content_376__list_2__item_7">
		    <Al>beschermde kleine landschapselementen.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Ook buiten deze gebieden kan het belang van biodiversiteit aan de orde zijn. Dit is vooral het geval als er sprake is van een leefgebied van een of meer Utrechtse aandachtsoorten uit de Natuurvisie 2016 (inclusief Rode Lijst-soorten). Omdat er ruim 500 Utrechtse aandachtsoorten zijn en omdat de ligging van die leefgebieden niet vastligt, is het niet mogelijk om deze soorten samen in kaartvorm weer te geven. De bestrijding van de Aziatische duizendknoop in het kader van bescherming van de biodiversiteit, wordt overigens gestimuleerd door de subsidieregeling <ExtRef ref="https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Utrecht/CVDR625170/CVDR625170_1.html" soort="URL">Uitvoeringsverordening subsidie Biodiversiteit provincie Utrecht</ExtRef>. Op basis van deze subsidieregeling kan een
eigenaar of gebruiker van een onroerende zaak onder voorwaarden een
tegemoetkoming in de kosten van de maatregelen krijgen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_377" wId="pv26_1059__artrecital__content_377">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>6.63</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke vereisten melding beperken verspreiding Aziatische duizendknoop</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_378" wId="pv26_1059__artrecital__content_378">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>7.1</Nummer>
		<Opschrift>Cultuurhistorie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_379" wId="pv26_1059__artrecital__content_379">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.1</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk UNESCO Werelderfgoed</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_380" wId="pv26_1059__artrecital__content_380">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.2</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing UNESCO Werelderfgoed</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_381" wId="pv26_1059__artrecital__content_381">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.3</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel instandhouding en versterking UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel</strong>: Dit artikel gaat over het behouden, in stand houden en zo mogelijk versterken van de uitzonderlijke universele waarde van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, dat bestaat uit de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het gaat om een medebewindstaak op basis van artikel 7.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het erfgoed Hollandse Waterlinies werd in 2019 voorgedragen voor de UNESCO Werelderfgoedstatus. In juni 2020 zou het Werelderfgoedcomit&#233; besluiten of het wordt ingeschreven op de Werelderfgoedlijst, maar de Werelderfgoedconventie werd uitgesteld in verband met COVID-19. De Hollandse Waterlinies zijn op 26 juli 2021 tijdens de (online) Werelderfgoedconventie op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid</strong>: Voor het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies geldt dat de uitzonderlijke universele waarde niet mag worden aangetast. Het is echter niet in alle gevallen direct duidelijk of de voorgenomen activiteit het werelderfgoed aantast. In die gevallen moet eerst worden onderzocht en beoordeeld wat de effecten van de activiteit op het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies zijn. Hierbij kan een Heritage Impact Assessment (HIA) gebruikt worden. De uitzonderlijke universele waarde (OUV) is vaak abstract omschreven. Vandaar dat voor de effectmeting wordt uitgegaan van de effecten van een ontwikkeling op de kernkwaliteiten (&#x2018;<i>attributes</i>&#x2019;, dragers van de uitzonderlijke universele waarde). Hoe dat te doen op een universeel conforme en door UNESCO als aanbevelenswaardig omschreven wijze, is toegelicht in de &#x2018;Leidraad voor Heritage Impact Assessments inzake culturele werelderfgoederen&#x2019; (ICOMOS 2011). Een HIA is een rapportage die inzicht geeft in de effecten van een voorgenomen ontwikkeling op de uitzonderlijke universele waarde (OUV) van hete Werelderfgoed. Bij de toetsing spelen ook de visuele integriteit en authenticiteit een rol <ExtRef ref="https://www.westerlengte.nl/visuele_integriteit_waterlinies.pdf" soort="URL">&#x201c;Visuele Integriteit Waterlinies&#x201d;, Advies Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie, 2018</ExtRef>).</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: De
uitzonderlijke universele waarde is terug te vinden in de kernkwaliteiten. Deze
zijn op hoofdlijnen benoemd in de Bijlage Cultuurhistorie. In de
Gebiedsanalyses Kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies is een specifiekere
uitwerking van de kernkwaliteiten per gebied te vinden evenals uitgangspunten
hoe met die kernkwaliteiten om te gaan. Deze gebiedsanalyses zijn voor diverse
deelgebieden van de Hollandse Waterlinies ontwikkeld (of worden nog
ontwikkeld). Ook zijn vooralsnog een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan
met de kernkwaliteiten opgenomen in de &#x2018;<ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2020-03/kwaliteitsgid_waterlinies_12-07-2011.pdf" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, gebiedskatern Waterlinies</ExtRef>&#x2019;. De provincie vraagt
gemeenten en initiatiefnemers bij ontwikkelingen gebruik te maken van de
gebiedsanalyses en als deze er nog niet zijn, van de Kwaliteitsgids.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_382" wId="pv26_1059__artrecital__content_382">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.4</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel instandhouding en versterking UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes (bufferzone)</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele artikel: </strong></Al>
		<Al>Dit artikel gaat over het in stand houden en zo mogelijk versterken van de uitzonderlijke universele waarde van het UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes. Het gaat om  een medebewindstaak op basis van artikel 7.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In juni 2020 zou het Werelderfgoedcomit&#233; besluiten of het wordt ingeschreven op de Werelderfgoedlijst, maar de Werelderfgoedconventie werd uitgesteld in verband met COVID-19. De Neder-Germaanse Limes is op 26 juli 2021 tijdens de (online) Werelderfgoedconventie op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst.</Al>
		<Al>Het Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bestaat niet uit &#233;&#233;n aaneengesloten zone, maar uit een verzameling losse terreinen (de zogeheten kernzones). In de provincie Utrecht gaat het om 6 terreinen, waarvan 1 in de gemeente Woerden, 4 in de gemeente Utrecht en 1 in de gemeente Bunnik. Voor de kernzone zijn in deze verordening geen regels opgenomen, omdat deze terreinen als archeologisch rijksmonument al via het rijksmonumentenregime beschermd worden. Een lokale bufferzone per terrein maakt technisch gezien geen onderdeel uit van het Werelderfgoed. Maar het is wel een belangrijk onderdeel van de inschrijving van de Neder-Germaanse Limes op de Werelderfgoedlijst.. De bufferzone geeft aanvullende bescherming aan het Werelderfgoed via het planologische regime. Dit artikel regelt de bescherming van de (lokale) bufferzone(s).</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: De uitzonderlijke universele waarde is terug te vinden in de kernkwaliteiten. Deze zijn benoemd in de <IntRef ref="cmp_15">Bijlage XV Cultuurhistorie</IntRef>.</Al>
		<Al><strong>Derde
lid</strong>: Het kan voorkomen dat het omgevingsplan wel de bufferzone bevat, maar niet de kernzone (waar de provincie geen regels voor stelt, zie toelichting op het gehele artikel). Ook in die gevallen wil de provincie dat het omgevingsplan ingaat op de uitzonderlijke universele waarde van de Neder-Germaanse Limes.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_383" wId="pv26_1059__artrecital__content_383">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.5</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel ontheffing het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het is mogelijk om bij gedeputeerde staten een ontheffing van de instructieregel in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.1__subsec_7.1.1__art_7.3">Artikel 7.3 Instructieregel instandhouding en versterking UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies</IntRef>, lid 1 te vragen. Dit is bedoeld voor situaties waarbij de instructieregel leidt tot een onevenredige belemmering van de uitoefening van een taak of bevoegdheid. Dit artikel legt het begrip 'onevenredige belemmering' verder uit en bevat beoordelingsregels voor gedeputeerde staten. Bij een aanvraag tot ontheffing toetsen gedeputeerde staten of aan de voorwaarden sub a tot en met d is voldaan. Ontheffing kan worden verleend als er een groot maatschappelijk belang aan de orde is, zoals de nationale veiligheid bij een dijkverzwaring of de aanleg van noodzakelijke verkeersinfrastructuur, en de activiteit niet op een andere plek kan worden uitgevoerd. Daarnaast moeten er op de locatie van de aantasting genoeg maatregelen worden genomen die de overgebleven uitzonderlijke universele waarde versterken, zodat de negatieve gevolgen van de aantasting worden gecompenseerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_384" wId="pv26_1059__artrecital__content_384">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.6</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes (bufferzone)</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel</strong>: De bufferzone is zelf geen Werelderfgoed, maar beschermt het Werelderfgoed en de uitzonderlijke universele waarde (zie de toelichting op het vorige artikel). Daarom geldt voor de bufferzone geen strikte regel die elke aantasting van archeologische waarden verbiedt. Wel is behoud op de plek zelf (in situ) het uitgangspunt, zoals dat feitelijk voor alle archeologie geldt, conform het <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBV0002031/2007-12-12" soort="URL">Verdrag van Valletta</ExtRef> en de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0037521/2020-04-01" soort="URL">Erfgoedwet</ExtRef>.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid en derde lid</strong>:
Deze leden regelen een onderzoeksverplichting bij ingrepen vanaf een bepaalde
omvang en diepte. Voor de normen wordt aangesloten bij de standaardoppervlakte
uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.130) en de gemiddelde dikte
van de bouwvoor. De kennis die het onderzoek naar de archeologische waarden van
de Limes in de bufferzone oplevert, kan de uitzonderlijke universele waarde van
de Neder-Germaanse Limes in de kernzone(s) verder inkleuren en duiden.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: Dit lid geeft de ruimte om maatwerk toe te passen op de in het eerste lid vastgestelde standaardnormen. Als uit archeologische gegevens blijkt dat ruimere of striktere normen op hun plaats zijn, kunnen de normen uit het eerste lid worden bijgesteld. Dit kan alleen als deze aanpassing wordt ondersteund door de bevindingen van een archeologisch deskundige.</Al>
		<Al><strong>Vierde
lid</strong>: De
eis dat het archeologisch onderzoek en het &#x2018;ex-situ&#x2019; behoud (in de vorm van een
opgraving) wordt uitgevoerd volgens de kwaliteitsregels in de Nederlandse
archeologie en door een gecertificeerde partij, is gesteld om ervoor te zorgen
dat deze onderzoeken professioneel en vakkundig worden uitgevoerd. Met de
kwaliteitsregels in de Nederlandse archeologie bedoelt de provincie de
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, zoals beheerd door de Stichting
Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (<ExtRef ref="https://www.sikb.nl/" soort="URL">SIKB</ExtRef>).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_385" wId="pv26_1059__artrecital__content_385">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.7</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk Cultuurhistorische hoofdstructuur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_386" wId="pv26_1059__artrecital__content_386">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.8</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing Cultuurhistorische hoofdstructuur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_387" wId="pv26_1059__artrecital__content_387">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.9</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel beschermen en benutten van de Cultuurhistorische hoofdstructuur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel</strong>: De Cultuurhistorische hoofdstructuur geeft aan welke cultuurhistorische waarden in beginsel behouden moeten worden. Door het volgen van het 'behoud door ontwikkeling'-principe zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Kleine aantastingen van waarden kunnen in sommige gevallen acceptabel zijn als tegelijk op structuurniveau de cultuurhistorische waarden worden versterkt, bijvoorbeeld door het herstel van verkavelingen of het openmaken van zichtlijnen.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>:</Al>
		<Al><strong><i>Historische buitenplaatszone </i></strong><strong>en<i> Militair erfgoed</i></strong></Al>
		<Al>Het uitgangspunt is behoud door ontwikkeling. Er is ruimte voor ontwikkelingen, inclusief verstedelijking, gericht op het cre&#235;ren van economische kostendragers als deze bijdragen aan het herstel van de cultuurhistorische waarde van de buitenplaatszone of het militaire erfgoed. Denk aan kleinschalige stedelijke functies en/of bebouwing. De uitvoering hiervan kan op de buitenplaats plaatsvinden, of in de buurt van de buitenplaats als dit tot een betere oplossing leidt.</Al>
		<Al>Bij
ruimtelijke ontwikkelingen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie
is het behouden van de openheid van de voormalige inundatiegebieden en de
samenhang tussen de elementen van de linie (strategisch landschap,
watermanagement en de militaire attributen) van groot belang. De linies bepalen
de ontwikkelingsrichting en de vorm van de verstedelijking en de grootschalige
infrastructuur. Voor de Oude Hollandse Waterlinie geldt een andere benadering.
Daar zit de cultuurhistorische waarde in de in het landschap zichtbare forten
en linies. De vestingsteden en inundatiezones van de Oude Hollandse Waterlinie
maken geen deel uit van het Militaire erfgoed in de Cultuurhistorische
hoofdstructuur. Voor de voormalige vliegbasis Soesterberg en omgeving ligt de
cultuurhistorische waarde in de historische structuren en de objecten van land-
en luchtmacht, inclusief de elementen van de Koude Oorlog.</Al>
		<Al><strong><i>Agrarisch cultuurlandschap</i></strong></Al>
		<Al>De
cultuurhistorische waarde van het Agrarisch cultuurlandschap ligt vooral in:</Al>
		<Al>&#183; de aanwezige ontginningsstructuur en de ontginningsrichting;</Al>
		<Al>&#183; de structuur, maatvoering, kenmerken en karakter van de boerderijlinten; en</Al>
		<Al>&#183; het waterbeheersingssysteem.</Al>
		<Al>Bij
ontwikkelingen in dit gebied vormt de cultuurhistorische waarde een
uitgangspunt en inspiratiebron. Het uitgangspunt is behoud door ontwikkeling.</Al>
		<Al><strong><i>Historische infrastructuur</i></strong></Al>
		<Al>Het
beleid van de Historische infrastructuur richt zich op behoud en versterking
van de samenhang en de beleefbaarheid van de 3 iconische routes: Route
Imp&#233;riale, Via Regia, Wegh der Weegen. Belangrijk daarbij is het behoud van:</Al>
		<Al>&#183; het historische trac&#233; en de historische structuur,</Al>
		<Al>&#183; de sporen in het landschap gerelateerd aan de historische aanleg; en</Al>
		<Al>&#183; de bijbehorende historische elementen, waaronder trek- en jaagpaden, sluisjes en (grens)paaltjes.</Al>
		<Al>Voor
de overige historische infrastructuur (zoals land-, spoor- en waterwegen) geldt
de informatie uit de Cultuurhistorische Atlas (<ExtRef ref="https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/MapAndAppGallery/index.html?appid=c25fa592c03d43358b672471ac9f023d" soort="URL">CHAT</ExtRef>) als inspiratiebron bij
toekomstige ontwikkelingen.</Al>
		<Al><strong><i>Archeologie</i></strong></Al>
		<Al>Bij
het behouden van archeologische waarden is behoud in situ (in de bodem) het
uitgangspunt, conform het Verdrag van Valletta en de Erfgoedwet. Wanneer behoud
in situ niet mogelijk is, kan behoud ex situ (opgraving) uitkomst bieden. Om de
archeologische waarden die in de bodem liggen te behouden is het belangrijk om
zowel bekende als aantoonbaar te verwachten waarden te beschermen. Het regelen
van een onderzoeksplicht bij ingrepen vanaf een bepaalde omvang en
verstoringsdiepte zijn hier een geschikt middel voor. In het Besluit kwaliteit
leefomgeving staat in artikel 5.130 als standaardoppervlaktemaat 100 vierkante
meter, maar hier mag gemotiveerd van worden afgeweken. Voor de dieptegrens is
geen wettelijke standaard ingesteld. Wij gaan uit van de gemiddelde
bouwvoordiepte van 30 centimeter (de bouwvoor is de bewerkte bovenlaag van de
bodem). Ook hier kan gemotiveerd een andere norm worden gehanteerd. Onderzoek
in het Kromme Rijn-gebied naar de dikte van de bouwvoor en de diepteligging van
archeologische waarden (RAAP-rapport 3308) toonde aan dat archeologische
waarden in dit gebied meestal direct onder de bouwvoor liggen. De
bouwvoordikte/verstoorde bovenlaag varieert vooral van 10 tot 50 centimeter,
met een paar uitschieters tot anderhalve meter, waarbij dit soms zelfs binnen
&#233;&#233;n perceel sterk verschilt. Het rapport toont aan dat het stellen van een
dieptegrens die op lokaal niveau effectieve bescherming biedt &#233;n ruimte biedt
waar dat kan, om maatwerk vraagt.</Al>
		<Al><strong>Derde
lid</strong>: De <IntRef ref="cmp_15">Bijlage XV Cultuurhistorie</IntRef> beschrijft de te beschermen cultuurhistorische waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur, bestaande uit 5 hoofdgebieden met elk een eigen cultuurhistorisch thema. Daarbinnen onderscheidt de provincie verschillende deelgebieden. Per deelgebied ligt de focus op de kenmerkende cultuurhistorische samenhang. Voor een uitgebreidere beschrijving van alle aanwezige cultuurhistorische waarden verwijst de provincie naar de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht, ook wel bekend als de CHAT (online beschikbaar als digitale kaart).</Al>
		<Al><strong>Vierde
lid</strong>: De toelichting op het omgevingsplan verduidelijkt hoe het belang van de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur in de afweging is meegenomen en hoe de waarden worden beschermd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_388" wId="pv26_1059__artrecital__content_388">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.10</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel uitzondering verstedelijkingsverbod Historische buitenplaatszone en Militair erfgoed</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel</strong>: Binnen de Historische buitenplaatszone en het Militair erfgoed is aangegeven dat een beperkte hoeveelheid verstedelijking is toegestaan om het behoud van historische buitenplaatsen of militair erfgoed te ondersteunen. Dit wijkt af van het in <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3">artikel 9.3</IntRef> opgenomen verstedelijkingsverbod voor het Landelijk gebied. Binnen de andere onderdelen van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en in situaties waar de verstedelijking niet bijdraagt aan de ondersteuning van het militair erfgoed of de buitenplaatszone, is verstedelijking in het landelijk gebied alleen mogelijk op basis van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.3">artikel 9.3</IntRef> van deze verordening.</Al>
		<Al>Voor de buitenplaatsen is de '<ExtRef ref="https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/Vergaderingen/Raad/2015/02-december/19:30/de-leidraad-behoud-door-ontwikkeling-op-historische-buitenplaatsen-juli-2014.pdf" soort="URL">leidraad behoud door ontwikkeling op historische buitenplaatsen, een handreiking voor proces en realisatie</ExtRef>'
(juli 2014) opgesteld. Deze leidraad biedt buitenplaatseigenaren
(initiatiefnemers) en gemeenten houvast bij het opstellen en beoordelen van
ontwikkelplannen die een bijdrage moeten leveren aan het duurzame behoud van
historische buitenplaatsen. De leidraad helpt om de mogelijkheden en regels uit
de Omgevingsverordening te vertalen naar plannen voor de buitenplaatsen. In de
leidraad staat een stappenplan (ontwikkelladder) voor de ontwikkeling van een
plan. Wanneer alle stappen zijn doorlopen en deze niet volstaan om te komen tot
een structureel gezonde exploitatie, pas dan komen mogelijkheden voor nieuwe
ontwikkelingen op de buitenplaats aan de orde. De leidraad uit 2014 wordt
vernieuwd, zodat onder andere het woordgebruik aansluit bij het stelsel van de
wet.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_389" wId="pv26_1059__artrecital__content_389">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>7.2.1</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregels kwaliteit van landschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_390" wId="pv26_1059__artrecital__content_390">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.11</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel landschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste
lid</strong>:
Als landschappen worden aangewezen: Eemland, Gelderse Vallei, Groene Hart,
Rivierengebied en Utrechtse Heuvelrug.</Al>
		<Al><strong>Derde
lid</strong>:
Een landschap is geen statisch plaatje. Het is altijd in ontwikkeling en
dynamiek hoort daarin. In het werken met landschapskwaliteit wordt uitgegaan
van een samenspel tussen beeld (wat zie je), functies (wat gebeurt er) en
robuuste structuren (samenhang, relaties). Elke ontwikkeling in het landelijk
gebied moet aansluiten bij de kernkwaliteiten. Als sprake is van een zeer open
gebied, bevat een omgevingsplan bepalingen om die openheid te behouden. Denk
aan het tegengaan van (hoge) bebouwing. De Bijlage Kernkwaliteiten landschap
beschrijft per landschap welke kernkwaliteiten beschermd moeten worden.</Al>
		<Al>Een
aantasting van het landschap is onevenredig als het belang van de nieuwe
ontwikkeling niet opweegt tegen de aantasting van de kernkwaliteiten. Een goede
locatiekeuze beperkt de schade voor het landschap. Daarnaast is een goede
landschappelijke inpassing vereist die in de regels van het plan is geborgd.</Al>
		<Al><strong>Vierde lid</strong>: Hier wordt een onderbouwing gevraagd met een beschrijving van de kernkwaliteiten waar het om gaat, een toelichtende kaart en een korte omschrijving van de na te streven (beeld)kwaliteit. Ook wordt duidelijk hoe het belang van deze kernkwaliteiten in de afweging is betrokken en op welke wijze (in de voorschriften) is voorzien in behoud van de kernkwaliteiten. Wanneer aantasting onvermijdelijk is, wordt in de toelichting aangegeven hoe deze aantasting zoveel mogelijk is beperkt. De <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/landschap#Koepelkatern-Kwaliteitsgids" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen</ExtRef> (Kwaliteitsgids) is hier een goede bron voor. De Kwaliteitsgids biedt ook inspiratie voor een landschappelijk goede inpassing van ontwikkelingen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_391" wId="pv26_1059__artrecital__content_391">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.12</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel aardkundige waarden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het
gaat hier om regels die de aantasting van aardkundige waarden voorkomen of
beperken. Functieaanduidingen met de toegelaten activiteiten (met regels) is
mogelijk en kunnen aanbeveling verdienen als de aardkundige waarden zich over
meerdere andere functies uitstrekken. Daarbij moet de hi&#235;rarchie tussen de
functies worden aangegeven. </Al>
		<Al>Bescherming
van natuurlijk reli&#235;f, bodemopbouw en eventuele actieve landschapsvormende
processen spelen een rol hoe in het plan rekening wordt gehouden met de
aardkundige waarden. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_392" wId="pv26_1059__artrecital__content_392">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>7.2.2</Nummer>
		<Opschrift>Regels over activiteiten landschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_393" wId="pv26_1059__artrecital__content_393">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.13</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk activiteiten landschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In deze paragraaf staan regels voor de bescherming van landschap, natuur en cultuurhistorische en archeologische waarden (LNCA-waarden) in de provincie. Bij het verloren gaan van deze waarden gaat het niet alleen om grootschalige ingrepen en/of vormen van aantasting, maar juist om kleine aantastingen. Door het grote aantal en de hoge frequentie levert dat een sluipend proces op en treedt steeds meer verrommeling van het landschap op. Door de plaatsing van borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen gedoseerd toe te staan, worden de kwaliteiten van de landschappen behouden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_394" wId="pv26_1059__artrecital__content_394">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.14</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik activiteiten landschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten in het gebied Landschappelijke waarden, die betrekking hebben op borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten ter bescherming van landschap, natuur en cultuurhistorische en archeologische waarden (LNCA-waarden) in de provincie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_395" wId="pv26_1059__artrecital__content_395">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.15</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid</strong>: De specifieke zorgplicht gaat over activiteiten die onder algemene regels vallen. De zorgplicht operationaliseert de te dienen belangen (overeenkomstig <IntRef ref="chp_7__subchp_7.2__subsec_7.2.2__art_7.13">Artikel 7.13 Oogmerk activiteiten landschap</IntRef>) naar een algemene gedragsnorm voor de gebruikers. De zorgplicht is een algemene regel met een algemene strekking en geldt voor iedereen die iets wil met borden, spandoeken, vlagen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten. De zorgplicht geldt als algemeen kader voor de activiteiten en functioneert als vangnet voor de handhaving. Bij overtreding van een zorgplichtbepaling kan direct gehandhaafd worden als sprake is van een duidelijke overtreding.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: In dit lid is de specifieke zorgplicht concreter gemaakt voor een aantal activiteiten die onwenselijk zijn. Door deze activiteiten te specificeren kan gemakkelijker gehandhaafd worden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_396" wId="pv26_1059__artrecital__content_396">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.16</Nummer>
		<Opschrift>Verbod borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Uitgangspunt is, dat elk bord of reclameobject, inclusief de constructies ten behoeve daarvan, in beginsel een aantasting vormt van de landschappelijke waarde. In bepaalde situaties kan deze aantasting aanvaardbaar zijn en andere belangen dienen. De regels rond de borden in het landschap worden geregeld bijgesteld naar aanleiding van de maatschappelijke actualiteit. Dit heeft geleid tot een algemene versoepeling van de regelgeving omtrent borden en vlaggen bij bedrijven; de regels zijn algemener en er zijn minder uitzonderingen dan voorheen. Daarbij blijft van belang dat het plaatsen van borden en vlaggen passen in het landschap als deze duidelijk te relateren zijn aan de bebouwing. Zo blijft de doelstelling gehandhaafd. De maatvoering van de borden is eenduidiger en er is meer vrijheid voor de plaatsing van borden. Per saldo betekent dit vereenvoudiging van de regelgeving.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_397" wId="pv26_1059__artrecital__content_397">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>7.17</Nummer>
		<Opschrift>Wijze van meten activiteiten landschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel is aangegeven hoe borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten uit <IntRef ref="cmp_18">Bijlage XVIII Toegelaten borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten</IntRef> worden gemeten. Zo gaat het bijvoorbeeld niet alleen om de borden of vlaggen zelf, maar ook om de draag- en steunconstructie ervan. Ook is aangegeven dat dubbelzijdige borden als &#233;&#233;n bord worden gezien. Dit betekent dat een bord van 2,5 m2 aan beide zijden gebruikt mag worden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_398" wId="pv26_1059__artrecital__content_398">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.1</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel agrarisch bedrijf</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel</strong>:
Dit artikel geldt voor agrarische bedrijven. Hieronder vallen de grondgebonden
landbouw en de niet-grondgebonden landbouw. Onder grondgebonden landbouw vallen
veehouderijen, akkerbouw en tuinbouw. Onder de niet-grondgebonden landbouw
vallen intensieve veehouderijen, glastuinbouw en teelt van bijvoorbeeld
champignons. De glastuinbouw is in aparte artikelen geregeld (zie de artikelen
Glastuinbouw niet toegestaan en Concentratiegebied glastuinbouw).</Al>
		<Al>Dit
artikel bevat maximale oppervlaktematen. De bebouwing voor dieren bestaat uit
&#233;&#233;n bouwlaag met bijbehorende reguliere bouwhoogten: een veestapel mag niet
gestapeld worden. Maximale oppervlaktematen:</Al>
		<Al>&#183; een agrarisch bouwperceel voor grondgebonden veehouderij is maximaal 1,5 hectare. Doorgroei naar 2,5 hectare is mogelijk onder voorwaarden die gericht zijn op verbetering van de omgevingskwaliteit;</Al>
		<Al>&#183; een agrarisch bouwperceel voor niet-grondgebonden veehouderij is maximaal 1,5 hectare. Doorgroei naar 2,5 hectare is alleen in het Landbouwontwikkelingsgebied mogelijk onder voorwaarden die gericht zijn op verbetering van de omgevingskwaliteit;</Al>
		<Al>&#183; een agrarisch bouwperceel voor van akker- en tuinbouw en een agrarisch bouwperceel voor bedekte teelt (bijvoorbeeld champignons) is maximaal 1,5 hectare. Doorgroeimogelijkheden zijn er niet;</Al>
		<Al>&#183; een agrarisch bouwperceel voor niet-grondgebonden veehouderij in het &#x2018;Landbouwstabiliseringsgebied&#x2019; heeft geen uitbreidingsmogelijkheden;</Al>
		<Al>&#183; een agrarisch bouwperceel voor glastuinbouw is maximaal 2 hectare buiten de glastuinbouwconcentratie&#173;gebieden. Dit is in aparte artikelen geregeld;</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, sub a</strong>:
Het beleid en de regels van de provincie verzetten zich in principe tegen
nieuwvestiging van agrarische bedrijven. Is het voor het uitvoeren van
internationale verplichtingen nodig om een bedrijf te verplaatsen en is geen
geschikt vrijkomend agrarisch bouwperceel beschikbaar, dan is de provincie
bereidt aan nieuwvestiging mee te werken. Maar alleen als wordt voldaan aan de
noodzakelijke vereisten voor landschappelijke inpassing en als de gewenste
locatie niet in strijd is met de overige regels in de verordening.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, sub b</strong>: Bij omschakeling kan het gaan om gehele of gedeeltelijke omschakeling van een grondgebonden vorm van landbouw naar een niet grondgebonden vorm van veehouderij. Bijvoorbeeld de omschakeling van grondgebonden melkveehouderij naar varkens- of kippenhouderij. Maar ook een intensivering (meer veedieren) op een grondgebonden melkveebedrijf is een vorm van omschakeling als niet meer wordt voldaan aan de voorwaarde dat het ruwvoer (nagenoeg) geheel afkomstig is van structureel bij het bedrijf behorende gronden.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: De
maximale oppervlaktemaat bedraagt 1,5 hectare. Dit betekent niet dat elk
oppervlaktemaat ook 1,5 hectare moet zijn: kleinere bouwvlakken zijn ook zeer
zeker mogelijk.</Al>
		<Al><strong>Derde
lid</strong>: De uitbreiding boven de 1,5 hectare tot maximaal 2,5 hectare wordt alleen onder voorwaarden toegestaan. Bij de ontwikkeling van bebouwing in het landelijk gebied is ruimtelijke samenhang nodig met de bestaande bebouwing &#233;n met structurerende elementen in het landschap. Voor een landschappelijke inpassing kan gebruik worden gemaakt van de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, net als voor het omgaan met de kernkwaliteiten van de landschappen. Dit is een goede inspiratiebron voor inpassing in de verschillende landschappen in onze provincie. Zie ook: <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/landschap#Koepelkatern-Kwaliteitsgids" soort="URL">Kwaliteitsgids</ExtRef>. Onder landschappelijke inpassing valt ook de biodiversiteit door gebruik te maken van gebiedseigen beplanting. Als het gaat om de voorwaarden onder b, c, en d: maatgevend is een verbetering van de bestaande wettelijke normen, op zo&#x2019;n manier dat de uitbreiding een duidelijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van een mens-, dier- en milieuvriendelijke landbouw. Mogelijkheden om hier invulling aan te geven zijn onder anderen:</Al>
		<Al>a. het voldoen aan de <ExtRef ref="https://www.smk.nl/" soort="URL">Maatlat Duurzame Veehouderij</ExtRef> van de Stichting Milieukeur;</Al>
		<Al>b. de vergroting van de beschikbare ruimte per gehouden dier, oftewel grotere ruimtebehoefte bij gelijkblijvende veebezetting en het <ExtRef ref="https://beterleven.dierenbescherming.nl/zakelijk?gclid=EAIaIQobChMIgZP7wOqP6AIV1-F3Ch3FdAG_EAAYASAAEgLA1_D_BwE" soort="URL">Beter Leven Keurmerk</ExtRef> van de Dierenbescherming;</Al>
		<Al>c. het verkleinen van hindercontouren via het sterk verminderen van afvalstromen, ammoniakuitstoot, fijnstof&#173;uitstoot en geurhinder en de inzet van Beste Beschikbare Technieken (Plus);</Al>
		<Al>d. het aantoonbaar verminderen of verkleinen van gezondheidsrisico&#x2019;s van werknemers, omwonenden, omgeving en bezoekers van het bedrijf.</Al>
		<Al><strong>Vierde
lid</strong>: In het hele landelijk gebied zijn niet-agrarische nevenactiviteiten mogelijk. Deze nevenactiviteiten vallen niet onder de definitie van &#x201c;verstedelijking&#x201d; (zie Artikel 1.1 Begripsbepalingen). Denk bij neven&#173;activiteiten aan zorglandbouw, recreatie kinderopvang, boerderijeducatie, agrarische natuur- en landschapsbeheer en de productie en verkoop van streekproducten. Voor deze activiteiten moet ruimte worden gevonden binnen het bestaande bouwvlak. Nevenactiviteiten moeten ruimtelijk ondergeschikt blijven aan de agrarische activiteiten. Voorkomen moet worden dat de nevenactiviteit hoofdactiviteit wordt, zonder dat voldaan wordt aan de sloopverplichting die van toepassing is bij de bedrijfsvestiging na be&#235;indiging van de agrarische activiteiten.</Al>
		<Al><strong>Vijfde
lid</strong>: Een beeldkwaliteitsparagraaf bevat in ieder geval een analyse van de bestaande kwaliteiten, een onderbouwing van hoe de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan die kwaliteiten en op welke wijze dit in de regels van het omgevingsplan is verankerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_399" wId="pv26_1059__artrecital__content_399">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.2</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel landbouwontwikkelingsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Uitbreidingen boven de 1,5 hectare tot maximaal 2,5 hectare worden alleen onder voorwaarden toegestaan. Bij de ontwikkeling van bebouwing in het landelijk gebied is ruimtelijke samenhang nodig met de bestaande bebouwing &#233;n met structurerende elementen in het landschap. Voor een landschappelijke inpassing kan gebruik worden gemaakt van de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, net als voor het omgaan met de kernkwaliteiten van de landschappen. Dit is een goede inspiratiebron voor inpassing in de verschillende landschappen in onze provincie. Zie ook: <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/landschap#Koepelkatern-Kwaliteitsgids" soort="URL">Kwaliteitsgids</ExtRef>. Onder landschappelijke
inpassing valt ook de biodiversiteit door gebruik te maken van gebiedseigen
beplanting. Als het gaat om de voorwaarden onder b, c, en d: maatgevend is een
verbetering van de bestaande wettelijke normen, op zo&#x2019;n manier dat de
uitbreiding een duidelijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van een mens-,
dier- en milieuvriendelijke landbouw.</Al>
		<Al>Mogelijkheden om hier invulling aan te geven
zijn onder anderen:</Al>
		<Al>&#183; het voldoen aan de <ExtRef ref="https://www.smk.nl/" soort="URL">Maatlat Duurzame Veehouderij</ExtRef> van de Stichting Milieukeur;</Al>
		<Al>&#183; de vergroting van de beschikbare ruimte per gehouden dier, oftewel grotere ruimtebehoefte bij gelijkblijvende veebezetting en het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming;</Al>
		<Al>&#183; het verkleinen van hindercontouren via het sterk verminderen van afvalstromen, ammoniakuitstoot, fijnstof&#173;uitstoot en geurhinder en de inzet van Beste Beschikbare Technieken (Plus);</Al>
		<Al>&#183; het aantoonbaar verminderen of verkleinen van gezondheidsrisico&#x2019;s van werknemers, omwonenden, omgeving en bezoekers van het bedrijf.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid: </strong>Voor bestaande niet-grondgebonden veehouderijbedrijven in het landbouwstabiliseringsgebied geldt een "stand still": er zijn geen doorgroeimogelijkheden. Peildatum is de dag van publicatie van (het ontwerp) van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (Herijking 2016).</Al>
		<Al><strong>Derde lid: </strong>Een
beeldkwaliteitsparagraaf bevat in ieder geval een analyse van de bestaande
kwaliteiten, een onderbouwing op welke wijze de beoogde ontwikkeling bijdraagt
aan die kwaliteiten en op welke wijze dit in de regels van het omgevingsplan is
verankerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_400" wId="pv26_1059__artrecital__content_400">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.3</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel landbouwstabiliseringsgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor bestaande niet-grondgebonden veehouderijbedrijven in het landbouwstabiliseringsgebied geldt een "stand still": er zijn geen doorgroeimogelijkheden. Peildatum is de <ExtRef ref="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-27344.html" soort="URL">dag van publicatie</ExtRef> van (het ontwerp) van
de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (Herijking 2016).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_401" wId="pv26_1059__artrecital__content_401">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.4</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel geitenhouderij</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel</strong>: Gelet op de betekenis van het voorzorgsbeginsel (&#x201c;het zekere voor het onzekere nemen&#x201d;), dat gebaseerd is op <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBV0001506/2013-07-01#Verdrag_Verdragtekst_DeelDERDE_TiteldeelXX_Artikel191" soort="URL">artikel 191</ExtRef>, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in samenhang met de provinciale zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (voorheen een goede ruimtelijke ordening) en de daarmee verbonden bevordering van de kwaliteit van de leefomgeving, waarvan ook gezondheidsaspecten deel uitmaken, is het in 2018 noodzakelijk geacht om met de huidige kennis van zaken over de gezondheidseffecten van geitenhouderijen op de leefomgeving, een &#x2018;geitenstop&#x2019; in te voeren: de Verklaring voorbereiding provinciale ruimtelijke verordening inzake vestiging, uitbreiding of omschakeling geitenhouderijen. Deze Verklaring is bekendgemaakt in het <ExtRef ref="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2018-5193.html" soort="URL">Provinciaal Blad 2018, nr. 5193</ExtRef> en in de <ExtRef ref="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-39298.html" soort="URL">Staatscourant 2018-39298</ExtRef>. De &#x2018;geitenstop&#x2019; zal een positieve bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Dat was in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Dat belang was in dit geval zodanig groot dat de &#x2018;geitenstop&#x2019; op hetzelfde tijdstip provinciebreed is ingevoerd (2018). Dit artikel continueert de zogenoemde voorbereidingsbescherming van de &#x2018;geitenstop&#x2019;. Het verbod met rechtstreekse werking uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening is omgezet naar een instructieregel. Wanneer duidelijkheid komt over gezondheidseffecten van geitenhouderijen op de leefomgeving (waarschijnlijk in loop van 2024), wordt bezien of en op welke wijze de &#x201c;geitenstop&#x201d; wordt opgeheven.</Al>
		<Al>Na inwerkingtreding van de wet gaat het om het belang van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.</Al>
		<Al>Dit artikel heeft betrekking op de gehele provincie Utrecht.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Bij de vormgeving van dit artikel is vanwege de beoogde harmonisatie aangesloten bij de Gelderse regeling. Dit is wenselijk, omdat voor het gebied Utrechts/Gelderse Vallei een zelfde regeling ontstaat. Dit gebied ligt namelijk in twee provincies.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid:</strong> In dit lid worden uitzonderingen gemaakt op het verbod uit het eerste lid. Beoogd is bevriezing van de bestaande legale situatie op een bedrijf per 11 juli 2018. Hierbij kan de feitelijke situatie afwijken van de op dat tijdstip vergunde of gemelde situatie. Dat is het geval wanneer op die datum nog geen uitvoering was gegeven aan de vergunde of gemelde uitbreiding. Door de eerbiedigende werking van dit artikel kunnen deze uitbreidingen gewoon plaatsvinden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_402" wId="pv26_1059__artrecital__content_402">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.5</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel glastuinbouw niet toegestaan</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bundeling van glastuinbouwbedrijven is gewenst. Dit kan zowel economische en milieutechnische als landschappelijke voordelen opleveren. Voor glasuinbouwbedrijven geldt binnen het concentratiegebied geen maximum opervlakte. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_403" wId="pv26_1059__artrecital__content_403">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.6</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel concentratiegebied glastuinbouw</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: De bestaande bedrijven buiten de concentratiegebieden glastuinbouw kunnen zich ontwikkelen tot een omvang die nodig is voor een doelmatige voortzetting tenzij zwaarwegende landschappelijke bezwaren of andere (agrarische) functies een dergelijke groei ongewenst maken. De maximum toegestane omvang van bestaande glastuinbouwbedrijven buiten de glastuinbouwconcentratiegebieden is 2 hectare.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_404" wId="pv26_1059__artrecital__content_404">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>8.7</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel beperken bodembewerking</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het
gaat hier om een regeling voor agrarische bodembewerkingen (onder meer scheuren
en ploegen). Deze bodembewerkingen zijn niet toegestaan doordat de bodemdaling
hierdoor versnelt.</Al>
		<Al>Bodembewerkingen
die worden uitgevoerd ten behoeve van graslandvernieuwing of aanleg van een
andere blijvende teelt zijn wel toegestaan, vanwege het beperktere effect op de
bodemdaling (in vergelijking met bijvoorbeeld ma&#239;steelt), het minder frequent
voorkomen en het grote belang dat dit kan hebben voor de bedrijfsvoering op een
grondgebonden veehouderijbedrijf zoals veel voorkomt in de veengebieden.</Al>
		<Al>Ook zonder dat dit expliciet benoemd staat, is binnen het gebied van artikel 8.7 begreppelen wel toegestaan als dat gedaan wordt in blijvend grasland of een andere blijvende teelt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_405" wId="pv26_1059__artrecital__content_405">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.1</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
regels in deze paragraaf zijn bedoeld om de kwaliteit en vitaliteit van het
landelijk gebied te behouden. Als het voor de versterking van de omgevingskwaliteit nodig
is om een kostendrager te zoeken, dan is kleinschalige verstedelijking die
zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving mogelijk. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_406" wId="pv26_1059__artrecital__content_406">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.2</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing landelijk gebied en stedelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_407" wId="pv26_1059__artrecital__content_407">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.3</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel verstedelijkingsverbod Landelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden, moet een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke functies hier voorkomen worden. Daarom zijn nieuwe vormen van verstedelijking in het landelijk gebied verboden. Op dit verbod zijn in de verordening uitzonderingen mogelijk. Deze uitzonderingen zijn opgenomen in <IntRef ref="chp_5">Hoofdstuk 5</IntRef> Energie, <IntRef ref="chp_6">Hoofdstuk 6</IntRef> Natuur, <IntRef ref="chp_7">Hoofdstuk 7</IntRef> Cultuurhistorie en <IntRef ref="chp_9">Hoofdstuk 9</IntRef> Wonen, werken, recre&#235;ren. Het gaat om situaties waarbij:</Al>
		<Al>&#183; vormen van energie worden gerealiseerd,</Al>
		<Al>&#183; nieuwe bebouwing voor stedelijke functies in de plaats komt van bestaande bebouwing (agrarisch of in een andere vorm),</Al>
		<Al>&#183; nieuwe stedelijke functies tot stand komen in samenhang met de verhoging van de omgevingskwaliteit,</Al>
		<Al>&#183; sprake is van zogeheten &#x201c;rood voor groen&#x201d;-constructies (<IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1"/>diverse mogelijkheden om stedelijke bebouwing toe te staan in ruil voor ontwikkeling van natuur), of</Al>
		<Al>&#183; nieuwe stedelijke bebouwing nodig is om te voorzien in de behoefte aan woningen en bedrijven.</Al>
		<Al>Ook maakt deze verordening situaties mogelijk waarbij een beperkte hoeveelheid verstedelijking wordt ingezet voor ondersteuning van het behoud van historische buitenplaatsen respectievelijk militair erfgoed. Dit geldt ook voor voorzieningen die gericht zijn op het exploitabel houden en behouden van bovenlokale recreatieterreinen. Daarnaast geldt het voor kleinschalige recreatieve voorzieningen om de recreatiedoelstellingen te realiseren.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_408" wId="pv26_1059__artrecital__content_408">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.4</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel ruimte voor experimenten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het Eiland van Schalkwijk heeft de status van 'experimenteerruimte'. Binnen de kaders van het Koersdocument Eiland van Schalkwijk, zoals opgenomen in de <IntRef ref="cmp_13">Bijlage XIII Eiland van Schalkwijk</IntRef>bij deze verordening, zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Hierbij moet vooral gedacht worden aan lokale initiatieven. Dit artikel biedt ruimte om op een innovatieve manier 'uitnodigingsplanologie' te bedrijven. Hiermee wordt bedoeld: planologie die redeneert vanuit de plek. Het Eiland van Schalkwijk biedt ruimte voor maximaal 250 woningen (buiten stedelijk gebied).</Al>
		<Al>Gebieden waarvoor een gezamenlijk kader is vastgesteld, worden na wijziging van deze verordening toegevoegd aan dit artikel.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_409" wId="pv26_1059__artrecital__content_409">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.5</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel legalisatie van bestaand gebruik en bebouwing bij stedelijke functie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de praktijk komen situaties voor, waarbij sprake is van langjarig gebruik en bebouwing voor een stedelijke functie (voorheen bestemming), zonder dat dit gebruik een stedelijke functie (voorheen bestemming) heeft gekregen. Het gemeentebestuur moet in zulke situaties een afweging maken of hierop alsnog handhavend kan en moet worden opgetreden. Naast handhaving gericht op onmiddellijke be&#235;indiging van een illegale situatie kan het gemeentebestuur ook overwegen een persoonsgebonden overgangsrecht te introduceren (uitsterfconstructie).</Al>
		<Al>Hierbij
moet onder andere gekeken worden of sprake is van kwaliteit van de fysieke
leefomgeving (voorheen een goede ruimtelijke ordening). Ook moeten provinciale
belangen worden meegenomen in de afweging. Wanneer de redelijkheid zich tegen
handhaving of be&#235;indiging van het gebruik op termijn verzet, moet legalisatie
mogelijk zijn, tenzij het gaat om situaties waarbij veel van deze gevallen zich
voordoen in een beperkt gebied. Dit laatste is bijvoorbeeld aan de orde in
gebieden met een grote concentratie van niet vergunde, illegale bouwwerken die
recreatief gebruikt worden voor permanente bewoning. Voor zulke situaties is
een gebiedsgewijze aanpak noodzakelijk op basis waarvan zo nodig een herziening
van de verordening kan worden doorgevoerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_410" wId="pv26_1059__artrecital__content_410">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.6</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel woning, woonschip en woonark in landelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Tweede lid, onder a:</strong> De maximale inhoudsmaat van een woning in het landelijk gebied moet landschappelijk goed inpasbaar zijn. Hierbij moet gedacht worden aan 600 tot 800 m3.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid, onder b en c: </strong>De maatvoering van
woonschepen of woonarken en ligplaatsen moet landschappelijk goed inpasbaar
zijn. De maatvoering mag niet leiden tot een onevenredige afbreuk van de
landschappelijke kwaliteit van de omgeving. Hierbij moet gedacht worden aan:</Al>
		<Al>&#183; lengte, breedte en hoogte van een woonark zijn ten hoogste 18 meter, 6 meter en 3.50 meter;</Al>
		<Al>&#183; lengte, breedte en hoogte van een woonschip zijn ten hoogste 30 meter, 6 meter en 4 meter;</Al>
		<Al>&#183; de afstand tussen woonschepen en woonarken is ten minste 5 meter;</Al>
		<Al>&#183; de hoogte wordt gemeten vanaf de waterlijn.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid onder c</strong>: Voor nieuwe vervangende ligplaatsen geldt dat
rekening moet worden gehouden met de belangen van natuur, landschap,
cultuurhistorie, scheepvaart en waterbeheer.</Al>
		<Al><strong>Derde lid:</strong> Hier wordt een generieke onderbouwing van een generieke inhoudsmaat (woningen, woonschepen en woonarken) gevraagd. Gebiedsgewijs kan hierin onderscheid worden gemaakt.</Al>
		<Al>Villawijken in het bos buiten het stedelijk gebied (woningen) kunnen bijvoorbeeld van deze inhoudsmaat afwijken.</Al>
		<Al>Een beeldkwaliteitsparagraaf (zie <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1">Artikel 1.1</IntRef> Begrippen) is nodig wanneer het nieuwe ruimtelijk besluit een &#x201c;wezenlijk&#x201d; grotere maat (inhoud; ligplaats) mogelijk maakt ten opzichte van het oude ruimtelijk besluit. Een beeldkwaliteitsparagraaf bevat in ieder geval:</Al>
		<Al>&#183; een analyse van de bestaande kwaliteiten;</Al>
		<Al>&#183; een onderbouwing op welke manier de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan die kwaliteiten; en</Al>
		<Al>&#183; hoe dit in de regels van het omgevingsplan is verankerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_411" wId="pv26_1059__artrecital__content_411">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.7</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel bebouwingsenclave en -lint</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid, onder a</strong>: Er bestaan verschillende
mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Binnen bestaande
bouwkavels kan worden gedacht aan herstel van waardevolle bebouwing, afbraak
van storende bebouwing en sanering (opruiming) van storende functies in
samenhang met de vestiging van gewenste functies. Op naastgelegen
onbebouwde kavels kan worden gedacht aan herstel van waterlopen en landschapsstructuren,
herstel van doorzichten (doorkijkjes) en dergelijke. De omvang en
verschijningsvorm van een nieuwe of uit te breiden stedelijke bestemming moet
passen binnen het omringende landschap en de bestaande bebouwing. De inhoud van
de woning (m3) moet aansluiten bij de omliggende bebouwing.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: Een beeldkwaliteitsparagraaf (zie <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1">Artikel 1.1</IntRef> Begrippen) bevat in ieder geval:</Al>
		<Al>&#183; een analyse van de bestaande kwaliteiten;</Al>
		<Al>&#183; een onderbouwing op welke manier de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan die kwaliteiten; en</Al>
		<Al>&#183; hoe dit in de regels van het omgevingsplan is verankerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_412" wId="pv26_1059__artrecital__content_412">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.8</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel recreatiewoning</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_413" wId="pv26_1059__artrecital__content_413">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.9</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel bestaande stedelijke functie, anders dan wonen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Eerste lid, sub a</strong>: Een perceel met een specifieke stedelijke functie
kan een andere stedelijke functie krijgen. Niet alle stedelijke functies zijn
toegestaan: een recreatiewoning mag niet omgezet worden naar permanente
bewoning. Bestaande stedelijke functies mogen niet omgezet worden naar de functie
kantoor of detailhandel. De locatie mag niet worden vergroot. De toename van de
invloed die de wijziging in stedelijke functies heeft op de omgeving moet, in
het kader van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (voorheen een goede
ruimtelijke ordening) aan locaties, breed worden beoordeeld. Het resultaat van
die brede beoordeling moet zijn dat de ruimtelijke impact op de omgeving
vermindert of op zijn minst gelijk blijft. Dat wil niet zeggen dat op
onderdelen geen kleine verslechteringen mogen plaatsvinden. Het gaat om het
resultaat van de integrale (totale) beoordeling. Tot de relevante aspecten
worden in ieder geval gerekend: milieuhinder, onevenredige verkeerstoename en
verstoring van het landschap.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid, sub b</strong>: Voor bestaande stedelijke functies is een
uitbreidingsmogelijkheid van 20% ten opzichte van het geldende regime in het
algemeen toereikend. Van een economische noodzaak is sprake als aangetoond
wordt dat de uitbreiding nodig is voor de continu&#239;teit van het bedrijf.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_414" wId="pv26_1059__artrecital__content_414">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.10</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel kernrandzone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel:</strong> Gemeenten worden gestimuleerd om beleid te ontwikkelen gericht op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied binnen de kernrandzone (zie <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1">Artikel 1.1</IntRef> Begrippen) van hun kern(en). Als het voor versterking van de kwaliteit nodig is om een kostendrager te zoeken kan door de toepassing van dit artikel verstedelijking mogelijk worden gemaakt. Deze verstedelijking buiten het stedelijk gebied betekent een aantasting. Dit mag alleen als tegelijkertijd een versterking van de ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt in de kernrandzone, of in de kern. De met dit artikel toegestane verstedelijking is gericht op functies ten dienste van de aangrenzende kern.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid</strong>: Iedere kern beschikt over een kernrandzone, rondom de kern, waarin stedelijke activiteiten plaatsvinden. Deze kernrandzone (zie <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1">Artikel 1.1</IntRef>  Begrippen) is
indicatief aangegeven. Het is aan de gemeente om aan te geven waar in deze zone
gebruik wordt gemaakt van dit artikel. Dit doet de gemeente op basis van een op
deze zone gericht ruimtelijk beleid waarin samenhangen en beoogde
kwaliteitsverbeteringen worden beschreven.</Al>
		<Al>Bij
kwaliteitsversterking in de kernrandzone valt te denken aan:</Al>
		<Al>&#183; prettige verblijfsmogelijkheden;</Al>
		<Al>&#183; goede verbindingen vanuit de kern;</Al>
		<Al>&#183; een landschappelijk zorgvuldige overgang tussen stedelijk gebied en het omliggende buitengebied; en</Al>
		<Al>&#183; de mogelijkheid van &#x2018;ommetjes&#x2019; in de kernrandzone. Dit kan gepaard gaan met de aanleg en het beheer van groen en recreatieve voorzieningen.</Al>
		<Al>Deze
doelen kunnen eventueel worden gerealiseerd door verstedelijking in de vorm van
bijvoorbeeld woningbouw of horeca toe te staan. De omvang hiervan kan vari&#235;ren
van bijvoorbeeld een enkele woning tot een klein woonbuurtje. Deze is
afhankelijk van (de aard en omvang van) het te realiseren doel. Hierbij moet de
toe te voegen verstedelijking in redelijke verhouding staan tot het te
bereiken doel.<br/>Kwaliteitsversterking kan ook buiten de kernrandzone, in het stedelijk gebied. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de uitplaatsing (verplaatsing) van een functie uit het stedelijk gebied ten dienste van leefmilieu of binnenstedelijke ontwikkeling. Bij uitplaatsing van een bedrijf moeten eerst de alternatieve vestigingsmogelijk&#173;heden op een regulier bedrijventerrein in de regio worden onderzocht.</Al>
		<Al>Bestaat de verstedelijking uit de ontwikkeling van een kernrandactiviteit (zie <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1">Artikel 1.1</IntRef> Begrippen). Dan is extra kwaliteitsversterking niet nodig en is een goede landschappelijke inpassing voldoende.</Al>
		<Al>Ook
op basis van andere artikelen in deze verordening is onder voorwaarden
verstedelijking in het landelijk gebied mogelijk, bijvoorbeeld op basis van de
regel voor de Groene contour en Ruimte voor Ruimte. Deze artikelen maken het
mogelijk de verstedelijking te realiseren op een andere locatie dan binnen de
natuurontwikkeling of op het agrarisch bouwperceel. Die locatie kan ook een
kernrandzone zijn, als de verstedelijking daar het beste inpasbaar is. Ook in
deze situaties is er sprake van verstedelijking en gelijktijdige
kwaliteitswinst, alleen vindt de laatste niet in de kernrandzone plaats. Zo kan
sprake zijn van een combinatie van artikelen uit deze verordening voor
ontwikkelingen in de kernrandzone. De gemeente kan dit beschrijven in haar
beleid voor de kernrandzone.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, onder a</strong>: Wat een redelijke verhouding is tussen kwaliteitsversterking en verstedelijking, hangt af van de aard en de omvang van zowel de kwaliteitsversterking als de verstedelijking. Er zijn verschillende methoden mogelijk om te bepalen of de aantasting door de beoogde verstedelijking voldoende wordt gecompenseerd door kwaliteitsversterking. Zie ook de <ExtRef ref="https://geo.provincie-utrecht.nl/publiek/ruimtelijkeplannen/RAP/PU Handreiking Kernrandzones.pdf" soort="URL">Handreiking Kwaliteit van kernrandzones</ExtRef>.</Al>
		<Al>Kan
de verstedelijking niet een-op-een kan worden gekoppeld aan een concrete
kwaliteitsversterking? Dan bevat de onderbouwing een toelichting op de te
hanteren verdeelsleutel voor het bepalen van de bijdrage die initiatiefnemer
ten laste wordt gelegd.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, onder b</strong>: Landschappelijke inpassing van verstedelijking vraagt zowel om een zorgvuldige afweging van situering en massawerking van het planinitiatief zelf, als om bij het gebied aansluitende specifieke inpassings&#173;maatregelen. Deze maatregelen kunnen betrekking hebben op het toevoegen, versterken of herstellen van bestaande landschappelijke kenmerken en/of kwaliteiten. De <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/kwaliteitsgids/kwaliteitsgids/" soort="URL">Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen</ExtRef> (Kwaliteitsgids) vormt hiervoor een goede bron.</Al>
		<Al>De
gebiedskenmerken van kern en kernrandzone zijn wat betreft schaal anders van
omvang dan bij een grote stad. Zowel aard (woning, bedrijf) als omvang (enkele
woning, woonbuurtje) zijn belangrijk bij de beoordeling of het gebied de
beoogde planontwikkeling op kan nemen. Voor beoordeling van de aanvaardbaar&#173;heid
speelt ook de afwijking ten opzichte van de geldende functie een rol. Zowel
overwegend bebouwde (onder ander woonbuurtje) als onbebouwde verstedelijking
(onder ander sportvelden) moet aansluitend aan stedelijk gebied worden
gerealiseerd. Bij meer incidentele ontwikkelingen (onder ander een individuele
woning) kan ook worden aangesloten op overige verstedelijkte structuur in de
kernrandzone. In het laatste geval betekent dat niet altijd, dat in de
onmiddellijke nabijheid van bestaande bebouwing moet worden gebouwd. Het gaat
vooral om de samenhang: een enkele woning kan bijvoorbeeld aansluiten op een
bestaand lint. Een nieuw landhuis op een buitenplaats kan iets meer ruimte
krijgen. In dit laatste geval moet de buitenplaats als geheel wel op de
bestaande bebouwing worden afgestemd.</Al>
		<Al><strong>Eerste
lid, onder c</strong>: Veiliggesteld moet worden dat de kwaliteitsversterking parallel dan wel binnen afzienbare, in de planregels vast gelegde, periode na realisatie van de verstedelijking wordt uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden. Zie hiervoor ook de <ExtRef ref="https://geo.provincie-utrecht.nl/publiek/ruimtelijkeplannen/RAP/PU Handreiking Kernrandzones.pdf" soort="URL">Handreiking Kwaliteit van kernrandzones</ExtRef>.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: De reikwijdte van de onderbouwing en beeldkwaliteitsparagraaf (zie <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1">Artikel 1.1</IntRef> Begrippen) is afhankelijk van de omvang en aard van de ontwikkeling en omvang en kwaliteiten van het gebied waar deze plaatsvinden. De kernrandzone is indicatief aangegeven. Het is aan de gemeente om in de onderbouwing aan te geven in welk (samenhangend) gebied de regel wordt toegepast, welke kwaliteiten daar worden versterkt en hoe de stedelijke ontwikkelingen worden ingepast. De onderbouwing voor een deelgebied is eenvoudiger, wanneer er een gemeentelijke (structuur)visie beschikbaar is voor een groter gebied dat bijvoorbeeld de kern en de gehele kernrandzone omvat. Zo&#x2019;n visie kan als uitnodigend ruimtelijke beleidskader procedurele meerwaarde bieden als daarover met de provincie overeenstemming is. Maar het opstellen van een ontwikkelingsvisie is een gemeentelijke keuze.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_415" wId="pv26_1059__artrecital__content_415">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.11</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel functiewijzing (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar stedelijke functie (anders dan wonen)</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11">Artikel 9.11</IntRef>, <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.12">Artikel 9.12</IntRef> en <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.13">Artikel 9.13</IntRef> gaan over agrarische bouwpercelen waar het agrarisch gebruik is gestopt, maar waar nog wel agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig zijn. Voor de overzichtelijkheid zijn de verschillende mogelijkheden voor hergebruik geregeld in afzonderlijke artikelen. Doel van deze artikelen is om sloop en zinvol hergebruik te bevorderen van bedrijfsgebouwen die hun agrarische gebruiksfunctie hebben verloren.</Al>
		<Al>Voor toepassing van de artikelen maakt het niet uit of het perceel nog een agrarische functie heeft tijdens het opstellen van een omgevingsplan dat het geven van een nieuwe functie (voorheen &#x201c;herbestemming&#x201d;) als doel heeft. Ook maakt het niet uit of dat perceel eerder een woonfunctie heeft gekregen nadat het agrarisch gebruik is gestaakt, terwijl wel alle bedrijfsbebouwing nog aanwezig is. Wanneer het bouwperceel optimaal gesitueerd (gelegen) en uitgerust is voor de grondgebonden landbouw, dan blijft dat perceel in principe behouden voor de agrarische sector. Dit geldt ook voor bouwpercelen voor glastuinbouw als deze in het gebied Concentratiegebied glastuinbouw liggen. Bij optimaal gesitueerde bouwpercelen voor de grondgebonden landbouw moet vooral worden gedacht aan boerderijen die in het kader van de ruilverkaveling zijn gerealiseerd. De agrarische gronden komen bij voorkeur beschikbaar voor de omliggende agrarische bedrijven. Het beschikbaar blijven voor de landbouw is geen aspect dat kan meewegen voor extra ruimtelijke kwaliteit.</Al>
		<Al><strong>Schema mogelijkheden bij functieverandering (voormalige) agrarische bedrijfspercelen:</strong></Al>
		<Figuur wId="pv26_1059__artrecital__content_415__img_1" eId="artrecital__content_415__img_1">
		  <Illustratie naam="jpg_2ed3f404-234c-408f-aeed-8cb56a6aef20.jpg" hoogte="649" breedte="565" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		</Figuur>
		<Al>Artikel 9.11 maakt stedelijke functies mogelijk na be&#235;indiging van het agrarische gebruik. Hoofdregel is dat ten minste 50% van de bedrijfsgebouwen (bedrijfswoning en aangebouwde deel niet meegerekend) wordt gesloopt. Het is mogelijk om tegelijkertijd meerdere vrijkomende agrarische percelen in de afweging te betrekken. Als op &#233;&#233;n van de percelen het slooppercentage van 50% niet wordt bereikt, kan ergens anders worden gecompenseerd. In totaal moet de 50% worden bereikt. Van het vereiste slooppercentage kan in een aantal gevallen afgeweken worden. Deze gevallen zijn genoemd in eerste lid, onder b, 1. tot en met 6. In deze gevallen mag er minder worden gesloopt. Zo is er ruimte om een grotere oppervlakte te gebruiken voor gebouwen met zorgfunctie of een recreatieve functie. Het uitgangspunt hierbij is, dat er niet meer bebouwing blijft staan dan voor de nieuwe functie nodig is. Vervanging van bestaande bebouwing is mogelijk. Voorwaarde hiervoor is dat de nieuwe bebouwing compact op (en dus niet verspreid over) het voormalige bouwperceel wordt gesitueerd en het bouwperceel wordt verkleind. Afwijking van de sloopeis is ook mogelijk als dit leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan:</Al>
		<Lijst type="ongemarkeerd" eId="artrecital__content_415__list_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_415__list_1">
		  <Li eId="artrecital__content_415__list_1__item_1" wId="pv26_1059__artrecital__content_415__list_1__item_1">
		    <Al>herstel van landschapselementen;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_415__list_1__item_2" wId="pv26_1059__artrecital__content_415__list_1__item_2">
		    <Al>versterking van de cultuurhistorische hoofdstructuur (agrarisch cultuurlandschap);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_415__list_1__item_3" wId="pv26_1059__artrecital__content_415__list_1__item_3">
		    <Al>realisering van extra natuur binnen de Groene contour;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_415__list_1__item_4" wId="pv26_1059__artrecital__content_415__list_1__item_4">
		    <Al>oplossingen voor de wateropgave;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_415__list_1__item_5" wId="pv26_1059__artrecital__content_415__list_1__item_5">
		    <Al>realisering van wandel- en recreatiemogelijkheden;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_415__list_1__item_6" wId="pv26_1059__artrecital__content_415__list_1__item_6">
		    <Al>verbetering van het woonmilieu in een aangrenzende kern;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="artrecital__content_415__list_1__item_7" wId="pv26_1059__artrecital__content_415__list_1__item_7">
		    <Al>sanering van niet-grondgebonden veehouderij uit de nabijheid van een natuurgebied (natuurnetwerk Nederland). Dit kunnen bijvoorbeeld agrarische bedrijven zijn die in een landbouwstabiliseringsgebied zijn gelegen.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_416" wId="pv26_1059__artrecital__content_416">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.12</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Zie ook de toelichting op <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11">Artikel 9.11</IntRef>.</Al>
		<Al>Als een (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel kan een woonfunctie
worden gegeven. Bedrijfsruimte die tot het hoofdgebouw behoort en onder
hetzelfde dak als de bedrijfswoning is aangebouwd (de voormalige deel), mag aan
de burgerwoonfunctie worden toegevoegd. In deze situatie is ook splitsing van
het gebouw in meerdere wooneenheden toegestaan. Voorwaarde is wel dat de
eenheid in de bebouwing behouden blijft. Daarbij moet voorkomen worden dat de
woningen op termijn vervangen worden door bijvoorbeeld vrijstaande woningen.</Al>
		<Al>Een kantoor of bedrijf aan huis is mogelijk binnen de woonfunctie in
de bedrijfswoning en de tot het hoofdgebouw behorende aangebouwde
bedrijfsruimte. Daarnaast is een kantoor of bedrijf aan huis mogelijk in ten
hoogste &#233;&#233;n ander voormalig bedrijfsgebouw. De omvang van het kantoor of
bedrijf moet ondergeschikt blijven aan de woonfunctie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_417" wId="pv26_1059__artrecital__content_417">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.13</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie met extra woningen (&#x2018;ruimte voor ruimte&#x2019;)</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Zie ook de toelichting op <IntRef ref="chp_9__subchp_9.1__subsec_9.1.1__art_9.11">Artikel 9.11</IntRef>.</Al>
		<Al>De kwaliteiten van het landelijk gebied moeten beschermd worden om die reden wordt terughoudend omgegaan bij de vestiging van nieuwe stedelijke functies in het landelijk gebied. Wanneer agrarische bedrijfspercelen vrijkomen, kan daarvoor een nieuwe passende functie worden gezocht. De risico&#x2019;s op verrommeling, ongewenste functiemenging en ondermijning moeten worden beperkt. Er is zeker ruimte voor maatwerk. Die ruimte in de regels is groter naarmate een grotere bijdrage wordt geleverd aan de opgave voor het landelijk gebied. De regels voor functiewijziging bieden daarom ruimte om te experimenteren. De vrijkomende bebouwing biedt ook kansen om bij te dragen aan gebiedsopgaven. Bij de ruimte om af te wijken van de sloopnorm kan in eerste instantie gedacht worden aan de toevoeging van kwaliteiten (landschap, waterhuishouding, recreatie). Bij een bijdrage aan gebiedsopgaven kan verder gedacht worden aan vermindering van de stikstofbelasting van natuurgebieden en aan een bijdrage aan de aanpak van bodemdaling. De extra kwaliteit kan ook in de nieuwe, stedelijke functie zelf liggen: als de lokale verstedelijkingsbehoefte op bestaande erven wordt gerealiseerd en niet in de wei, kan dat zeker ook bijdragen aan behoud van kwaliteiten van het landelijk gebied. Er kan bijvoorbeeld ruimte worden geboden voor extra, compact gebouwde woningen op vrijkomende erven, als daarmee aantoonbaar in de plaatselijke woningbehoefte wordt voorzien. Daarbij is er ook ruimte voor nieuwe of andere woonconcepten. Ook passende kleinschalige bedrijvigheid kan zo worden gefaciliteerd. Nog mooier is het, als de plaatselijke verstedelijkingsbehoefte wordt gefaciliteerd op &#233;&#233;n geschikte plek, nadat op verschillende vrijkomende agrarische bedrijfspercelen de bedrijfsbebouwing is gesloopt (saldering sloopmeters). Ook daarvoor biedt de verordening ruimte omdat de concentratie van nieuwe bebouwing op een beperkter aantal plekken bijdraagt aan de kwaliteit van het landelijk gebied. Zie ook de <ExtRef ref="https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2020-03/bnid-pu-handreiking-17424-181214-low.pdf" soort="URL">Handreiking nieuwe functies op vrijkomende agrarische bedrijfspercelen</ExtRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_418" wId="pv26_1059__artrecital__content_418">
	      <Kop>
		<Label>Paragraaf</Label>
		<Nummer>9.1.2</Nummer>
		<Opschrift>Uitbreiding woningbouw en bedrijventerreinen in landelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Kernen waarbij binnen het bebouwd gebied geen
of onvoldoende ruimte meer is voor woningbouw krijgen ruimte voor een eenmalige
uitbreiding tot 50 woningen ten behoeve van lokale vitaliteit. De omvang van
deze eenmalige uitbreiding moet wat betreft aard en omvang passen bij de kern.
Bij de regionale programmering krijgen deze eenmalige uitbreidingen voor lokale
vitaliteit een aparte positie. Zo wordt ervoor gezorgd dat de
ontwikkelingsruimte voor vitaliteit van kernen is gegarandeerd. Bij
kleinschalige uitbreidingslocaties bij kleine kernen (tot 50 woningen) zijn de
bereikbaarheidseffecten zeer beperkt. De mobiliteitsscan / - toets zal hier
over het algemeen geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van de locatie.
Wanneer de eenmalige uitbreiding in een aandachtsgebied stiltegebied ligt, dan
vraagt dat om een slimme inrichting van het gebied.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_419" wId="pv26_1059__artrecital__content_419">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.14</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel eenmalige uitbreiding tot 50 woningen voor lokale vitaliteit van een kern</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Kernen waarbij binnen het bebouwd gebied geen of onvoldoende ruimte meer is voor woningbouw krijgen ruimte voor een eenmalige uitbreiding tot 50 woningen ten behoeve van lokale vitaliteit. De omvang van deze eenmalige uitbreiding moet wat betreft aard en omvang passen bij de kern. Bij de regionale programmering krijgen deze eenmalige uitbreidingen voor lokale vitaliteit een aparte positie. Zo wordt ervoor gezorgd dat de ontwikkelingsruimte voor vitaliteit van kernen is gegarandeerd. Bij kleinschalige uitbreidingslocaties bij kleine kernen (tot 50 woningen) zijn de bereikbaarheidseffecten zeer beperkt. De mobiliteitsscan / - toets zal hier over het algemeen geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van de locatie. Wanneer de eenmalige uitbreiding in een aandachtsgebied stiltegebied ligt, dan vraagt dat om een slimme inrichting van het gebied.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_420" wId="pv26_1059__artrecital__content_420">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.15</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele artikel: </strong>Volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving moet de &#x201c;duurzame verstedelijkingsladder&#x201d; (artikel 5.129g: zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) worden toegepast.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, onder a: </strong>Het provinciaal programma Wonen en werken bevat de hoofdlijnen van de gezamenlijke regionale programmeringsafspraken van gemeenten en provincie. In deze regionale programmering:</Al>
		<Al>&#183; worden de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten:</Al>
		<Al>1. zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten;</Al>
		<Al>2. daarnaast in overig stedelijk gebied;</Al>
		<Al>3. eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors);</Al>
		<Al>&#183; worden afspraken vastgelegd om te borgen dat binnen het programma ten minste 50% van de te bouwen woningen in het sociale en middensegment plaatsvindt; en</Al>
		<Al>&#183; worden afspraken gemaakt over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredige groenontwikkeling en effici&#235;nt ruimtegebruik.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, onder b: </strong>Door
aan te sluiten bij het stedelijk gebied, wordt het cre&#235;ren van nieuwe kernen
uitgesloten.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid: </strong>Onderbouwd moet worden hoe lokale en regionale groenontwikkeling (natuur en recreatie) wordt gerealiseerd. Daarbij moet de verhouding tussen de aanwezigheid van &#x201c;rood&#x201d; en &#x201c;groen&#x201d; in verhouding zijn. Met het oog op een nadere duiding van een evenwichtige verhouding tussen verstelijking en groen wordt een handreiking opgesteld. Het in samenhang ontwikkelen van groen en woningbouw leent zich bij uitstek voor regionale afstemming. Wanneer het gaat om kleinschalige uitbreidingen (tot 50 woningen) kan deze onderbouwing achterwege blijven.</Al>
		<Al>De provincie heeft taken op het gebied van bereikbaarheid. Voorkomen moet worden dat een ontwikkeling leidt tot (grote) knelpunten op het gebied van bereikbaarheid. Eerst wordt een mobiliteitsscan gevraagd. Als hieruit blijkt dat er mogelijk geen sprake meer is van een &#x2018;goede bereikbaarheid&#x2019;, moet een mobiliteitstoets worden uitgevoerd. Binnen deze mobiliteitstoets worden mogelijke oplossingen uitgewerkt (zie <IntRef ref="cmp_14">Bijlage XIV</IntRef> Mobiliteitstoets).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_421" wId="pv26_1059__artrecital__content_421">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.16</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden mogelijk</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel: </strong>Volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving moet de
"duurzame verstedelijkingsladder" (artikel 5.129g: zorgvuldig ruimtegebruik en
tegengaan van leegstand) worden toegepast. </Al>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Het provinciaal programma Wonen en werken bevat
de hoofdlijnen van de gezamenlijke regionale programmeringsafspraken van
gemeenten en provincie. In deze regionale programmering:</Al>
		<Al>&#183;       worden
de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten: </Al>
		<Al>1.     zo
veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het  stedelijk gebied) nabij knooppunten; </Al>
		<Al>2.     daarnaast
in overig stedelijk gebied; </Al>
		<Al>3.     eventuele
nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan
(bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele
corridors;</Al>
		<Al>&#183;       worden
afspraken gemaakt over herstructurering, verduurzaming, circulariteit en
effici&#235;nt ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, onder c</strong>: Door
aan te sluiten op een bestaand bedrijventerrein of stedelijk gebied wordt het cre&#235;ren van nieuwe
bedrijventerreinen uitgesloten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_422" wId="pv26_1059__artrecital__content_422">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.17</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel verstedelijking</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele artikel: </strong>Volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving moet de &#x201c;duurzame verstedelijkingsladder&#x201d; (artikel 5.129g: zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) worden toegepast.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid, onder a: </strong>Het provinciaal programma Wonen en werken bevat de hoofdlijnen van de gezamenlijke regionale programmeringsafspraken van gemeenten en provincie. In deze regionale programmering:</Al>
		<Al>&#183; worden de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten:</Al>
		<Al>1. zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten;</Al>
		<Al>2. daarnaast in overig stedelijk gebied;</Al>
		<Al>3. eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors);</Al>
		<Al>&#183; worden afspraken vastgelegd om te borgen dat binnen het programma ten minste 50% van de te bouwen woningen in het sociale en middensegment plaatsvindt; en</Al>
		<Al>&#183; worden afspraken gemaakt over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredige groenontwikkeling en effici&#235;nt ruimtegebruik.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_423" wId="pv26_1059__artrecital__content_423">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.18</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel bedrijventerreinen stedelijk gebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel: </strong>Volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving moet de
"duurzame verstedelijkingsladder" (artikel 5.129g: zorgvuldig ruimtegebruik en
tegengaan van leegstand) worden toegepast. </Al>
		<Al><strong>Eerste lid: </strong>Het provinciaal programma Wonen en werken bevat
de hoofdlijnen van de gezamenlijke regionale programmeringsafspraken van
gemeenten en provincie. In deze regionale programmering:</Al>
		<Al>&#183;       worden
de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten: </Al>
		<Al>1.     zo
veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij
knooppunten; </Al>
		<Al>2.     daarnaast
in overig stedelijk gebied; </Al>
		<Al>3.     eventuele
nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan
(bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele
corridors;</Al>
		<Al>&#183;       worden
afspraken gemaakt over herstructurering, verduurzaming, circulariteit en
effici&#235;nt ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, onder c</strong>: Door
aan te sluiten op een bestaand bedrijventerrein of stedelijk gebied wordt het cre&#235;ren van nieuwe
bedrijventerreinen uitgesloten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_424" wId="pv26_1059__artrecital__content_424">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.19</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel kantoren</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele artikel</strong>: De regels van dit artikel die betrekking hebben op kantoren zijn van toepassing op het gehele provinciale grondgebied. Dit is alleen anders voor de regels die gelden voor kantoren op een knooppunt (zie derde lid) omdat daarvoor expliciet een gebied is aangewezen en voor de locaties waar het vierde lid betrekking op heeft. In <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1">Artikel 1.1 Begripsbepalingen</IntRef> is gedefinieerd wat in deze verordening onder het begrip &#x201c;kantoren&#x201d;, &#x201c;zelfstandige kantoren&#x201d; en &#x201c;ondergeschikte kantoren&#x201d; wordt begrepen. Onder nieuwvestiging kantoren wordt verstaan de toevoeging of uitbreiding van een kantoor of de transformatie van een gebouw naar een kantoor ten opzichte van het vigerende omgevingsplan door middel van een besluit. Hierbij gaat het uitsluitend om de planologische nieuwvestiging voor zover dit betrekking heeft op zelfstandige en ondergeschikte kantoren. De (gedeeltelijke) planologische transformatie van een gebouw naar een kantoor, waardoor dit getransformeerde gebouw kan worden gekwalificeerd als een zelfstandig of ondergeschikt kantoor, wordt onder &#x201c;nieuwvestiging van een zelfstandig kantoor&#x201d; begrepen. Hetzelfde geldt voor de planologische uitbreiding van een zelfstandig of ondergeschikt kantoor.</Al>
		<Al>Dit artikel heeft betrekking op nieuwvestiging van kantoren en op aanwezige plancapaciteit in bestaande gemeentelijke omgevingsplannen en is een voortzetting van de regeling uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (herijking 2016) en Interim omgevingsverordening.</Al>
		<Al><ExtRef ref="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=LEGISSUM:l33237" soort="URL">Dienstenrichtlijn</ExtRef>: De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft op 16 januari 2016 prejudici&#235;le vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn (DRL) op bestemmingsplannen met brancheringsbepalingen over detailhandel. Uit het op 30 januari 2018 verschenen arrest van het Hof (C-31/16), <ExtRef ref="https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?docid=198844&amp;pageIndex=0&amp;doclang=NL" soort="URL">ECLI:EU:C:2018:44</ExtRef>) moet onder meer de conclusie worden getrokken dat de DRL ook van
toepassing is op de regeling in deze omgevingsverordening over kantoren.
Vervolgens heeft de ABRvS op 24 juli 2019 definitief uitspraak gedaan in de
zaak Appingedam (<ExtRef ref="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2019:2569" soort="URL">ECLI:NL:RVS:2019:2569</ExtRef>). Uit de artikelen 14 lid 5 en 15
lid 3 onder b van de DRL in onderling verband bezien, volgt dat regels in een
omgevingsverordening geen planningseisen mogen bevatten waarmee economische
doelen worden nagestreefd, maar uitsluitend mogen voortkomen uit dwingende
redenen van algemeen belang waarbij de noodzaak van de regeling moet worden aangetoond.
Het gaat daarbij om de vraag wat uit een oogpunt van evenwichtige regulering
van activiteiten de noodzaak is voor een kantorenregeling en het maken van
onderscheid tussen verschillende gebieden. Inmiddels is er een aantal
belangrijke uitspraken van de ABRvS verschenen over de DRL. De kern van deze
uitspraken is dat een ruimtelijk besluit waarop de DRL van toepassing is, niet
in strijd mag zijn met het discriminatiebeginsel (de herkomst van de
dienstverrichter mag geen rol spelen), het noodzakelijkheidsbeginsel (er moet
sprake zijn van een dwingende reden van algemeen belang) en het
evenredigheidsbeginsel (is het besluit geschikt: daartoe moet het doel van de
regeling coherent en systematisch worden nagestreefd, is de regeling effectief
om de nagestreefde doelen te bereiken, gaat de regeling niet verder dan nodig
is en zijn er geen andere, minder beperkende maatregelen mogelijk).</Al>
		<Al>&#183; <u>Artikel 14 lid 5 DRL: geen economische- en marktordening</u>. De DRL verbiedt economische ordening en marktordening van activiteiten van dienstverrichters. Dat vloeit voort uit art. 14 lid 5 DRL. Het Kantorenmarktonderzoek 2015 en de Monitor 2018 van dit onderzoek vormen de onderbouwing voor de TSK en het daaruit voortvloeiende inpassingsplan. Het gaat hier niet om de regulering van concurrentieverhoudingen of (economische) marktordening. Het onderzoek is uitsluitend gericht op de beantwoording van de vraag wat de behoefte is aan ten opzichte van de bestaande voorraad toe te voegen kantoren in de planperiode van het <ExtRef ref="http://publiek.tercera-ro.nl/officieel/9926/NL.IMRO.9926.IP1606Kantoren-VA01/index.html" soort="URL">Inpassingsplan Kantoren</ExtRef> tot en met 2027. Deze behoefte is bepalend voor de omvang van de planreductie op <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVt1505Kantoren-VA01?s=SANMmwJQAXlTAkOERkEVFD-AgDuA" soort="URL">TSK</ExtRef>-locaties: is er sprake van volledige of gedeeltelijke reductie van in het omgevingsplan opgenomen overcapaciteit voor zelfstandige kantoren? Deze behoefte en de daarop afgestemde omvang van plancapaciteit op <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVt1505Kantoren-VA01?s=SANMmwJQAXlTAkOERkEVFD-AgDuA" soort="URL">TSK</ExtRef>-locaties is vanwege het hiermee gemoeide ruimtebeslag een ruimtelijk relevant aspect dat zich leent voor regulering door middel van een besluit over de ruimtelijke ordening omdat het gevolgen heeft voor de ruimtelijke ontwikkeling van bepaalde locaties. Dat bij dit onderzoek ook economische criteria een rol hebben gespeeld, maakt een en ander niet anders omdat de aanwijzing in de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVt1505Kantoren-VA01?s=SANMmwJQAXlTAkOERkEVFD-AgDuA" soort="URL">TSK</ExtRef> van reductielocaties uitsluitend heeft plaatsgevonden op basis van ruimtelijk relevante overwegingen die rechtstreeks verband houden met het criterium &#x2018;evenwichtige toedeling van functies aan locaties&#x2019; uit de wet. Er is geen strijd met artikel 14 lid 5 DRL.</Al>
		<Al>&#183; <u>Artikel 15 lid 3 onder a DRL: het discriminatieverbod</u>. Uit een oogpunt van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (voorheen een goede ruimtelijke ordening) is het niet relevant of een dienstverrichter uit Nederland afkomstig is of uit een andere lidstaat van de EU. Bij de in het <ExtRef ref="http://publiek.tercera-ro.nl/officieel/9926/NL.IMRO.9926.IP1606Kantoren-VA01/index.html" soort="URL">Inpassingsplan Kantoren</ExtRef> doorgevoerde planreductie wordt geen onderscheid naar herkomst van dienstverrichters uit de lidstaten van de EU gemaakt. De hoeveelheid plancapaciteit voor kantoren staat los van de herkomst van dienstverrichtersverleners. Planreductie door middel van het artikel Instructieregel kantoren is niet discriminerend. Er is geen strijd met artikel 15 lid 3 onder a DRL.</Al>
		<Al>&#183; <u>Artikel 15 lid 3 onder b DRL: het noodzakelijkheidsbeginsel</u>. Met planreductie door middel van het artikel Instructieregel kantoren wordt beoogd om in vigerende omgevingsplannen opgenomen planologische overcapaciteit voor zelfstandige kantoren te verminderen. Uit het Kantorenmarktonderzoek 2015 en de Monitor 2018 van dit onderzoek komt duidelijk naar voren dat voor bepaalde locaties tot en met 2027 (veel) minder behoefte is aan ten opzichte van de bestaande voorraad toe te voegen kantoren dan is voorzien in de bestaande plancapaciteit die is opgenomen in vigerende omgevingsplannen. Op basis van deze Monitor kunnen actuele en concrete uitspraken worden gedaan over planreductie op gemeentelijk locatieniveau. Hierdoor kunnen op dat niveau ook uitspraken worden gedaan over de noodzaak van een (planologische) ingreep op de locaties die zijn opgenomen in de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVt1505Kantoren-VA01?s=SANMmwJQAXlTAkOERkEVFD-AgDuA" soort="URL">TSK</ExtRef> en het Inpassingsplan Kantoren vanwege de onbenutte plancapaciteit voor de bouw van zelfstandige kantoren die op deze locaties aanwezig is. Dat betekent dat er sprake is van planologische overcapaciteit, wat niet in overeenstemming is met de eis van kwaliteit van de fysieke leefomgeving (voorheen een goede ruimtelijke ordening). Het in stand houden van deze (planologische) overcapaciteit kan leiden tot het ontstaan van ongewenste neveneffecten. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan leegstaande kantoorgebouwen die niet worden gerenoveerd omdat nieuwbouw op een locatie met planologische overcapaciteit financieel aantrekkelijker is dan renovatie. Op deze wijze ontstaat op sluipende wijze een proces van verpaupering op bepaalde locaties, wat een negatief effect heeft op de kwaliteit van het stedelijk milieu in een bepaald gebied.</Al>
		<Al>&#183; Na realisering van de planreductie voldoet het vigerende (planologische) regime voor de betreffende locaties weer aan de eis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Planreductie door middel van het artikel Instructieregel kantoren betreft dan ook een noodzakelijke ingreep die moet worden beschouwd als een gerechtvaardigde eis om een dwingende reden van algemeen belang. Er is geen strijd met artikel 15 lid 3 onder b DRL.</Al>
		<Al>&#183; <u>Artikel 15 lid 3 onder c DRL: het evenredigheidsbeginsel</u>. Gelet op het gemeentegrensoverschrijdende karakter van de problemen die gepaard gaan met kantorenleegstand en het bestaan van (planologische) overcapaciteit van zelfstandige kantoren, op het schaalniveau van de provincie is een provinciale regeling nodig en deze regeling gaat niet verder dan nodig is om het beoogde doel te bereiken.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid, onder c</strong>: Wat een redelijke
termijn is, zal uit nadere jurisprudentie moeten blijken. Vooralsnog wordt
aansluiting gezocht bij de planperiode van 10 jaar, zoals die onder de Wet
ruimtelijke ordening (Wro) overigens nog wel bestond voor analoge
bestemmingsplannen. Dit vraagstuk doet zich ook voor bij het vraagstuk
positieve bestemming/ of overgangsrecht voor bestaand afwijkend gebruik. Tot op
heden gaat de ABRvS hierbij nog steeds uit van de 10 jaar. De Memorie van
Toelichting Omgevingswet (<ExtRef ref="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33962-3.html" soort="URL">TK 33962, nr.3</ExtRef>) merkt op: &#x201c;Het
loslaten van de tienjaarlijkse actualiseringstermijn van de Wro, waaraan ook de
uitvoeringstermijn van tien jaar is gekoppeld, betekent dat de gemeenteraad bij
een wijziging van de bestaande functie of &#x2013; bijvoorbeeld in het kader van
uitnodigingsplanologie &#x2013; bij het toevoegen van een nieuwe functie aan een locatie
uitsluitend moet beoordelen of de nieuwe functie uit oogpunt van evenwichtige
toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is en of er objectieve
belemmeringen zijn, waarvan op voorhand aannemelijk is dat die niet binnen een
redelijke termijn zullen worden weggenomen. Daarbij mag de raad ook
maatschappelijke ontwikkelingen op de langere termijn in aanmerking nemen.&#x201d;</Al>
		<Al><strong>Vierde
lid</strong>: De regeling van dit lid geldt tot 1 januari 2029. Na 1 januari 2029 zijn de eerste twee leden van artikel 9.19 ook van toepassing op de Reductielocaties <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVt1505Kantoren-VA01?s=SANMmwJQAXlTAkOERkEVFD-AgDuA" soort="URL">TSK</ExtRef>.</Al>
		<Al>Het vierde lid bevat een regeling voor de benutting van nog resterende plancapaciteit voor zelfstandige kantoren. De wet en de Invoeringswet Omgevingswet (IOw) kennen een complex stelsel van overgangsrecht voor de instrumenten uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Dat geldt ook voor wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen die gebaseerd zijn op artikel 3.6, eerste lid, Wro. Op basis van artikel 22.1 onder a, van de wet, in samenhang met artikel 4.6, lid 1 onder g en h IOw, worden deze bevoegdheden en verplichtingen van rechtswege omgezet in een delegatiebesluit als bedoeld in artikel 2.8 van de wet. Uit artikel 4.6, tweede lid, IOw, volgt dat de Wro uitsluitend van toepassing is wanneer v&#243;&#243;r de inwerkingtreding van de wet een ontwerp van een wijzigingsplan of een uitwerkingsplan ter inzage is gelegd. In dat geval blijven de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen deel uitmaken van het &#x2018;tijdelijk deel&#x2019; van de wet. Tijdens de overgangsfase, die loopt tot 1 januari 2029, hoeft dit tijdelijk deel niet te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 4.2, eerste lid, van de wet (&#x201c; Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels die met het oog daarop nodig zijn&#x201d;). Wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen uit bestemmingsplannen die niet gebruikt zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet vallen dus niet onder de eerbiedigende werking van het overgangsrecht maar hiervoor heeft de wet onmiddellijke werking. Dat betekent dat onbenutte capaciteit voor zelfstandige kantoren die is opgenomen in niet tijdig gebruikte wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen, na de inwerkingtreding van de wet alleen nog kan worden aangewend door middel van een nieuw vast te stellen omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van artikel 4.2, eerste lid, van de wet, het &#x2018;nieuwe deel&#x2019; van de wet. Het beslissend criterium is dus of op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet en deze verordening een ontwerp van een wijzigingsplan of uitwerkingsplan dat voorziet in aanwending van onbenutte capaciteit, ter inzage is gelegd. Is dat het geval, dan is het &#x2018;tijdelijk deel&#x2019; van de wet op de procedure van toepassing en hoeft niet te worden voldaan aan de eisen van artikel 4.2, eerste lid, van de wet. Is dat niet het geval, dan geldt het &#x2018;nieuwe deel&#x2019; van de wet en moet aan deze bepaling worden voldaan door middel van een vast te stellen omgevingsplan.</Al>
		<Al>Voor op artikel 3.6 lid 1 onder c Wro gebaseerde binnenplanse afwijkingsbevoegdheden geldt dat regels hierover in het bestemmingsplan van rechtswege worden opgenomen in het &#x2018;nieuwe deel&#x2019; van het omgevingsplan. Dat betekent dat aanvragen om een omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking na inwerkingtreding van de wet aan de regels uit het omgevingsplan moeten worden getoetst. Dat volgt uit artikel 22.10 van de wet, in samenhang met artikel 5.21, tweede lid onder a, van de wet. De huidige omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking wordt straks vervangen door &#x201c;het besluit tot verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit afwijken van de binnenplanse regels van het omgevingsplan&#x201d;.</Al>
		<Al><strong>Vijfde lid</strong>: Deze flexibiliteitsbepaling maakt het mogelijk om onbenutte plancapaciteit voor zelfstandige kantoren op locaties die gelegen zijn binnen de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVt1505Kantoren-VA01?s=SANMmwJQAXlTAkOERkEVFD-AgDuA" soort="URL">TSK</ExtRef>, te verplaatsen naar een onbebouwd perceel dat binnen dezelfde locatie gelegen is. Het gaat om een schuifregeling. Voorwaarde voor verplaatsing van onbenutte plancapaciteit is dat binnen de betreffende locatie gelijktijdig reductie plaatsvindt op gronden die niet zullen worden gebruikt voor de bouw van een zelfstandig kantoor of zelfstandige kantoren. Deze voorwaarde borgt dat het bvo aan bouwmogelijkheden voor zelfstandige kantoren binnen de locatie ten minste gelijk blijft aan dat wanneer er geen verplaatsing zou hebben plaatsgevonden. De behoefte van aan ten opzichte van de bestaande voorraad nog toe te voegen kantoorruimte in de periode tot 2027, is berekend in het Kantorenmarktonderzoek 2015. In 2018 is in het kader van de voorbereiding van het <ExtRef ref="http://publiek.tercera-ro.nl/officieel/9926/NL.IMRO.9926.IP1606Kantoren-VA01/index.html" soort="URL">Inpassingsplan Kantoren</ExtRef> het onderzoek gemonitord (Monitor 2018). Onderzoek en monitoring zijn uitgevoerd door Stec. Omdat verplaatsing van onbenutte plancapaciteit oppervlakteneutraal dient plaats te vinden, is dat in overeenstemming met de uitgangspunten van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVt1505Kantoren-VA01?s=SANMmwJQAXlTAkOERkEVFD-AgDuA" soort="URL">TSK</ExtRef> en het op 10 december 2018 vastgestelde <ExtRef ref="http://publiek.tercera-ro.nl/officieel/9926/NL.IMRO.9926.IP1606Kantoren-VA01/index.html" soort="URL">Inpassingsplan Kantoren</ExtRef>, waarvan de onderbouwing wordt gevormd door Stec 2015 en 2018.</Al>
		<Al><strong>Zesde lid</strong>: Deze bepaling bevat een schuifregeling die het mogelijk maakt om bestaande plancapaciteit (benutte bouwmogelijkheden) voor zelfstandige kantoren binnen een gebied dat is aangewezen als locatie Gebiedstransformatie of herstructurering te herhuisvesten op een ander bouwperceel binnen die locatie. Dat is mogelijk wanneer dat nodig is in verband met gebiedstransformatie of herstructurering van die locatie en daarbinnen gelegen bouwpercelen. In dat geval kan de functie voor zelfstandige kantoren worden verplaatst naar een nieuw bouwperceel binnen dezelfde locatie. Gelijktijdig met die verplaatsing moeten de gebruiksmogelijkheden voor zelfstandige kantoren op het te verlaten bouwperceel worden be&#235;indigd waardoor er sprake is van een oppervlakteneutrale verplaatsing. Het bvo voor zelfstandige kantoren op het nieuwe bouwperceel mag ten hoogste gelijk zijn aan het bvo op basis van de maximale gebruiksmogelijkheden van het te verlaten bouwperceel. Dat betekent dat wanneer op basis van deze maximale gebruiksmogelijkheden het bvo voor zelfstandige kantoren op het te verlaten bouwperceel 2000 m2 bedraagt en er 1500 m2 gerealiseerd is, het bvo op het nieuwe bouwperceel maximaal 2000 m2 mag bedragen. Er is dus sprake van een oppervlakteneutrale verplaatsing van de kantoorfunctie, waarbij geen onbenutte meters voor uitbreiding worden ingeleverd. Dat voorkomt (ook) dat het voor een partij minder aantrekkelijk wordt op vrijwillige basis aan verplaatsing mee te werken waardoor het risico bestaat dat het proces van gebiedstransformatie of herstructurering onnodige vertraging oploopt. Een en ander is ook in overeenstemming met het bepaalde in het tweede lid onder e van artikel Instructieregel kantoren. Omdat het om een oppervlakteneutrale verplaatsing van plancapaciteit voor zelfstandige kantoren naar een ander bouwperceel binnen dezelfde locatie gaat, is er geen sprake van toevoeging van nieuwe kantorenmeters voor zelfstandige kantoren aan de betreffende locatie. Door de schuifregeling wordt de speelruimte vergroot om binnen de regels die gelden voor nieuwvestiging van zelfstandige kantoren, maatwerk te kunnen leveren waardoor beter kan worden ingespeeld op nieuwe en dynamische ontwikkelingen.</Al>
		<Al><strong>Zesde
lid, onder c</strong>: Deze regeling moet voorkomen dat bestaande plancapaciteit voor zelfstandige kantoren die betrekking heeft op een bouwperceel waarop een inmiddels een in een andere functie getransformeerd kantoorgebouw staat, wordt verplaatst naar een nieuw bouwperceel binnen de transformatielocatie. In dat geval zouden nieuwe kantorenmeters aan die locatie worden toegevoegd, wat niet de bedoeling is van de verplaatsingsregeling. De transformatie heeft in dat geval plaatsgevonden door middel van een vergunning die van het omgevingsplan afwijkend gebruik mogelijk maakt. Voor zover het gaat om de transformatie van een kantoorgebouw in een ander functie, kan deze bepaling uitsluitend worden gebruikt voor zover de gronden zijn gelegen binnen de bebouwde kom. Bij de omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van de functie wordt de kantorenfunctie echter niet gewijzigd omdat daarvoor een door de raad vastgestelde omgevingsplanwijziging nodig is.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_425" wId="pv26_1059__artrecital__content_425">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.20</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel detailhandel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele artikel</strong>: In <IntRef ref="chp_1__subchp_1.1__art_1.1">Artikel 1.1 Begripsbepalingen</IntRef> is gedefinieerd wat in deze verordening onder het begrip &#x201c;detailhandel&#x201d; wordt begrepen. Met dit artikel wordt mede beoogd leegstand in &#x201c;Bestaand winkelgebied&#x201d; te voorkomen vanwege de negatieve effecten die dat heeft voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het behoud van een goede retailstructuur richt zich op de nabijheid en bereikbaarheid van goede voorzieningen. Bestaande winkelgebieden moeten daarom worden behouden en versterkt.</Al>
		<Al>In de regeling voor detailhandel wordt een onderscheid gemaakt in gebieden die zijn aangewezen als &#x2018;Bestaand winkelgebied&#x2019; en &#x2018;Detailhandel buiten bestaand winkelgebied&#x2019;. Uitgangspunt is dat nieuwvestiging en uitbreiding van detailhandel, of het wijzigen van brancheringsregels voor detailhandel &#x2013; zowel van reguliere als van volumineuze detailhandel &#x2013; dient plaats te vinden op locaties binnen &#x2018;Bestaand winkelgebied&#x2019;. Alleen wanneer wordt voldaan aan &#233;&#233;n van de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 9.20, lid 2, onder a t/m e, zijn deze activiteiten ook mogelijk op locaties binnen &#x2018;Detailhandel buiten bestaand winkelgebied&#x2019;.</Al>
		<Al>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft op 16 januari 2016 prejudici&#235;le vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de toepasselijkheid van de <ExtRef ref="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex:32006L0123" soort="URL">Dienstenrichtlijn</ExtRef> (DRL) op bestemmingsplannen met brancheringsbepalingen over detailhandel. Uit het op 30 januari 2018 verschenen arrest van het Hof (C-31/16), <ExtRef ref="https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?docid=198844&amp;pageIndex=0&amp;doclang=NL" soort="URL">ECLI:EU:C:2018:44</ExtRef>) moet onder meer de conclusie worden getrokken dat de DRL ook van
toepassing is op de regeling in deze omgevingsverordening over detailhandel.
Vervolgens heeft de ABRvS op 24 juli 2019 definitief uitspraak gedaan in de
zaak Appingedam (<ExtRef ref="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2019:2569" soort="URL">ECLI:NL:RVS:2019:2569</ExtRef>). Uit de artikelen 14 lid 5 en 15
lid 3 onder b van de DRL in onderling verband bezien, volgt dat regels in een
omgevingsverordening geen planningseisen mogen bevatten waarmee economische
doelen worden nagestreefd, maar uitsluitend mogen voortkomen uit dwingende redenen
van algemeen belang waarbij de noodzaak van de regeling moet worden aangetoond.
Het gaat daarbij om de vraag wat uit een oogpunt van evenwichtige
regulering van activiteiten de noodzaak is voor een detailhandelsregeling
en het maken van onderscheid tussen &#x2018;Bestaand winkelgebied&#x2019; en &#x2018;Detailhandel
buiten bestaand winkelgebied&#x2019;. Inmiddels is er een aantal belangrijke
uitspraken van de ABRvS verschenen over de DRL. De kern van deze uitspraken is
dat een ruimtelijk besluit waarop de DRL van toepassing is, niet in strijd mag
zijn met het discriminatiebeginsel (de herkomst van de dienstverrichter mag
geen rol spelen), het noodzakelijkheidsbeginsel (er moet sprake zijn van een
dwingende reden van algemeen belang) en het evenredigheidsbeginsel (is het
besluit geschikt: daartoe moet het doel van de regeling coherent en
systematisch worden nagestreefd, is de regeling effectief om de nagestreefde
doelen te bereiken, gaat de regeling niet verder dan nodig is en zijn er geen
andere, minder beperkende maatregelen mogelijk).</Al>
		<Al>Met het behoud en versterken van bestaande winkelgebieden (&#x2018;Bestaand winkelgebied&#x2019;) wordt niet beoogd om gevestigde belangen van detailhandelondernemers te beschermen &#x2013; dan zou er immers sprake zijn van een economisch doel en van verboden marktordening &#x2013; maar om de vitaliteit van bestaande detailhandelsvoorzieningen te optimaliseren. Deze gebieden zijn gelegen in het stedelijk gebied in de directe nabijheid van (grote) woonkernen waardoor grote aantallen mensen in de gelegenheid worden gesteld hun inkopen te doen op niet al te grote afstand van hun woning. Ook zijn deze bestaande winkelgebieden qua infrastructuur goed ontsloten en daarmee voor het winkelend publiek goed bereikbaar. Deze winkelgebieden leveren daarmee onmiskenbaar een belangrijke bijdrage aan de versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. Uit een oogpunt van evenwichtige regulering van activiteiten moet het dan ook noodzakelijk worden geacht om het beleid te richten op behoud en versterking van de vitaliteit van deze bestaande winkelgebieden. Dat betekent ook dat beperkingen moeten worden gesteld aan de mogelijkheden voor nieuwvestiging van detailhandel of uitbreiding van bestaande detailhandel op locaties die zijn aangeduid als &#x2018;Detailhandel buiten bestaand winkelgebied&#x2019;. Zonder dergelijke beperkingen zou afbreuk worden gedaan aan het streven naar optimalisering van de vitaliteit van bestaande winkelgebieden. Overigens zijn de mogelijkheden van nieuwvestiging of uitbreiding van bestaande detailhandel op locaties met de aanduiding &#x2018;Detailhandel buiten bestaand winkelgebied&#x2019; niet uitgesloten, maar hiervoor gelden wel stringente voorwaarden. Ook deze uitzonderingen zijn uitsluitend ingegeven door ruimtelijke overwegingen: het gaat om situaties waarbij de bestaande winkelgebieden redelijkerwijs niet in de benodigde vestigingsruimte kunnen voorzien. Voor concrete plannen voor detailhandel op deze locaties geldt overigens dat zij naast de voorwaarden uit <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.20">Artikel 9.20</IntRef>, lid 2, onder a t/m e, ook moeten worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel uit artikel 15 lid 3 onder c van de DRL. Het is denkbaar dat een omgevingsplan over detailhandel weliswaar niet in overeenstemming is met de uitzonderingsbepalingen uit <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.20">Artikel 9.20</IntRef>, lid 2, maar dat een provinciale interventie niet proportioneel is in verhouding tot het hiermee beoogde doel, gelet op de onevenredige gevolgen van die interventie voor de initiatiefnemer. Dat vraagt om een nauwkeurige analyse van de concrete situatie. De uitkomst van die analyse kan zijn dat <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.20">Artikel 9.20</IntRef>, lid 2 in dat specifieke geval buiten toepassing wordt gelaten omdat anders het evenredigheidsbeginsel uit de DRL zou worden geschonden. Het gaat hier om een zogenoemde richtlijnconforme uitleg van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.20">Artikel 9.20</IntRef>, lid 2.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, sub a</strong>: Het kan hierbij gaan om een grootschalige stedelijke ontwikkeling zoals bij de Merwedekanaalzone in Utrecht. De Rijksladder van duurzame verstedelijking (artikel 5.129g zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand uit Besluit kwaliteit leefomgeving) moet worden toegepast.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, sub b:</strong> In verband met veiligheidseisen is brand- of explosiegevaarlijke detailhandel binnen bestaand winkelgebied niet wenselijk.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, sub c:</strong> Het gaat hierbij om de mogelijke toevoeging van nieuwe volumineuze detailhandelsmeters. De Rijksladder van duurzame verstedelijking (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) moet worden toegepast.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, sub d:</strong> Het gaat hierbij om oppervlakteneutrale verplaatsing van volumineuze detailhandel (&#x201c;goede meters voor slechte meters&#x201d;). Om te borgen dat de &#x201c;slechte meters&#x201d; planologisch verdwijnen, wordt bij voorkeur het instrument van de voorwaardelijke verplichting ingezet.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid, sub f: </strong>Gedacht kan worden aan bijv. een bezoekerscentrum die souvenirs verkoopt of een kiosk ten behoeve van watersportactiviteiten (zwembandjes e.d.) op het bovenlokaal dagrecreatieterrein. Bij voorkeur dient de detailhandel ondergebracht te worden in bestaande bebouwing of onderdeel uit te maken van geclusterde bebouwing.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid:</strong> Wanneer detailhandel (a) er geen bouw- of omgevingsvergunning is aangevraagd en er (b) ook geen zicht is op realisatie van het gebouw en het gebruik overeenkomstig de functie detailhandel, dan dient een omgevingsplan niet langer te voorzien in de mogelijkheid van detailhandel. Zicht op realisatie van het gebouw en gebruik van detailhandel kan onder meer blijken uit vastgestelde visies, onderzoeken of afgesloten contracten.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_426" wId="pv26_1059__artrecital__content_426">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.21</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel ontwikkelingen rond Seveso-inrichtingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>[Gereserveerd]</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_427" wId="pv26_1059__artrecital__content_427">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.22</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel bovenlokaal dagrecreatieterrein</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele artikel</strong>: Denk bij bovenlokale dagrecreatieterreinen aan
gebieden zoals het Henschotermeer, de Maarsseveense plassen, Haarzuilens,
Amelisweerd/Rijnauwen en Nieuwe Wulven.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid</strong>: Voor bovenlokale dagrecreatieterreinen is
continu&#239;teit door ontwikkeling het uitgangspunt. Er is ruimte voor het
toevoegen van voorzieningen gericht op het exploitabel houden en behouden van
bovenlokale recreatieterreinen. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door
dit artikel. Het kan hierbij ook gaan om stedelijke functie, maar de
voorzieningen moeten recreatie gerelateerd zijn. Denk aan horeca, leisure,
verblijfsrecreatie en andere recreatievoorzieningen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_428" wId="pv26_1059__artrecital__content_428">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.23</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel recreatiezone</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele artikel</strong>: een recreatiezone is een zone gelegen in het landelijk gebied van de stadsgewesten Utrecht en Amersfoort waarin vooral het recreatieve gebruik wordt gestimuleerd. Het gaat om bovenlokale dagrecreatievoorzieningen, deze kunnen zowel gericht zijn op extensief als op intensief gebruik. In zones voor extensieve recreatie moet vooral gedacht worden aan fietspaden, wandelpaden e.d. In zones voor intensieve recreatie kan ook gedacht worden aan horeca, speelmogelijkheden in de open lucht, verblijfsrecreatie, buitensport, open zwemwater, wellness en speelbos gedacht worden.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: Het gaat in dit artikel om grootschalige recreatieve
voorzieningen. Denk aan een outdoor of leisure complex, horeca,
verblijfsrecreatie, recreatieve groengebieden en (open) zwemwaterlocaties.
Kleinschalige recreatieve voor&#173;zieningen zijn in het gehele landelijk gebied
mogelijk. Denk bij kleinschalige voorzieningen aan wandel-, fiets, vaar- en
speelvoorzieningen.</Al>
		<Al><strong>Derde lid</strong>: Binnen de recreatiezone is verstedelijking
aanvaardbaar als deze bijdraagt aan de recreatiedoelstellingen. Als de
verstedelijking niet binnen de recreatiezone kan, mag dit ook in de
kernrandzone, onder de voorwaarden zoals opgenomen in artikel Instructieregel
kernrandzone. De recreatiezone en kernrandzone kunnen elkaar daarbij
overlappen.</Al>
		<Al><strong>Vierde lid</strong>: Een beeldkwaliteitsparagraaf bevat in ieder geval
een analyse van de bestaande kwaliteiten, een onderbouwing op welke wijze de
beoogde ontwikkeling bijdraagt aan die kwaliteiten en op welke wijze dit in de
regels van het omgevingsplan is verankerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_429" wId="pv26_1059__artrecital__content_429">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.24</Nummer>
		<Opschrift>Oogmerk stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Stilte heeft een positief effect op gezondheid en vergroot de belevingswaarde van landschap en natuur.</Al>
		<Al>Het
algemene uitgangspunt is dat het toelaatbare of gewenste geluidsniveau van
niet-gebiedseigen geluiden in een stiltegebied 40 decibel (A) is. Als
beoordelingsgrootheid hanteert de provincie 24-uurs gemiddelde geluidsniveau
LAeq,24h op een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld. Deze hoogte is gekozen
omdat de rustzoekende recreant de belangrijkste doelgroep is. De provincie
hanteert geen strengere beoordeling of toetsing voor de avond- en of
nachtperiode ten opzichte van de dagperiode. Bij veel andere situaties zijn de
normen voor avond en nacht wel strenger, omdat in die perioden sneller hinder
en slaapverstoring optreedt. Voor bijvoorbeeld een wandelaar of een fietser in
het stiltegebied is die verhoogde gevoeligheid echter niet waarschijnlijk,
zodat strengere toetsing niet zinvol is. </Al>
		<Al>De
norm is een A-gewogen equivalent geluidsniveau gemiddeld over het hele etmaal:
LAeq,24h. In deze geluidmaat zijn over een periode vari&#235;rende geluidniveaus
gemiddeld tot &#233;&#233;n waarde. Zowel de hoogte als het verloop van het geluidniveau
spelen hierbij een rol. De A-weging houdt rekening met de gevoeligheid van het
menselijke oor voor de toonhoogte van het geluid. De eenheid wordt gegeven in
dB(A). Een geluidsniveau van 40 dB(A) of lager wordt over het algemeen als stil
ervaren. In de bufferzone rondom de stille kern is een geluidsniveau tot 45
dB(A) aanvaardbaar, hoewel het streven is ook in de bufferzone een
geluidsniveau van 40 dB(A) te behouden. </Al>
		<Al>Het
beleid is erop gericht om de geluidsbelasting veroorzaakt door menselijke activiteiten
in de stiltegebieden onder de waarde van 40 dB(A) LAeq,24h te houden. Bij de
bepaling van deze geluidsbelasting blijven de geluiden buiten beschouwing die
het gevolg zijn van in het gebied passende activiteiten, zoals
landbouwactiviteiten, ook als zij door mensen worden veroorzaakt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_430" wId="pv26_1059__artrecital__content_430">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.25</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing stiltegebied en aandachtsgebied stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Rondom het stiltegebied
ligt een "aandachtsgebied stiltegebied". Dit aandachtsgebied is indicatief
begrensd. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_431" wId="pv26_1059__artrecital__content_431">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.26</Nummer>
		<Opschrift>Doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_432" wId="pv26_1059__artrecital__content_432">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.27</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel geluidsniveau in stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Omdat
in de meeste gevallen sprake is van cumulatie (opeenstapeling) van het geluid
van meerdere bronnen, hanteert de provincie per geluidsbron een LAeq,24h, van
ten hoogste 35 dB(A) op een afstand van 50 meter van de geluidsbron. In de
bufferzone geldt dezelfde waarde als in de stille kern, ook al is hier een
hoger totaal geluidsniveau aanvaardbaar. De reden hiervoor is dat hier over het
algemeen meer sprake is van cumulatie van het geluid van meerdere
geluidsbronnen.</Al>
		<Al>Bij milieubelastende activiteiten zoals in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt de maximaal toelaatbare waarde niet vanaf iedere geluidsbron die behoort tot de activiteit, maar vanaf de begrenzing van de milieubelastende activiteit. Deze begrenzing wordt aangegeven door degene die de milieubelastende activiteit verricht, op grond van de informatieplichten in dat hoofdstuk. Bij vergunningplichtige milieubelastende activiteiten staat de begrenzing van de activiteit in de vergunning.</Al>
		<Al>De
maximaal toelaatbare waarde is ook van toepassing op activiteiten die niet
onder het Besluit activiteiten leefomgeving vallen. Dit zijn onder meer de milieubelastende
activiteiten waarvoor het Rijk regels heeft opgenomen in de bruidsschat voor
het omgevingsplan. Dit zijn de bedrijfsmatige activiteiten die vroeger onder
het begrip inrichting vielen, maar niet langer op rijksniveau worden geregeld.
Daarnaast geldt de waarde ook voor activiteiten die niet in de bruidsschat zijn
geregeld maar van oudsher alleen onder decentrale regels vallen, zoals
evenementen. Bij zulke activiteiten kan niet verwacht worden dat een begrenzing
van de activiteit bekend is. Daarom geldt in principe dat de maximaal
toelaatbare waarde van toepassing is op iedere geluidsbron afkomstig van de
activiteit.</Al>
		<Al>In vergelijking met de voormalige provinciale milieuverordening is het toepassingsbereik van de instructieregels kleiner geworden. Het is onder de wet niet meer mogelijk om instructieregels te stellen over verkeersbesluiten op grond van de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2021-07-01" soort="URL">Wegenverkeerswet</ExtRef>. De instructieregels hebben
wel betrekking op projectbesluiten voor bijvoorbeeld het aanleggen van
provinciale wegen of rijkswegen, en op omgevingsplannen waarin de functie
&#x201c;Verkeer&#x201d; wordt toegelaten. Het is daarom niet de verwachting dat deze
beperking van de wet veel ongewenste effecten heeft.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_433" wId="pv26_1059__artrecital__content_433">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.28</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel windturbines in stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Onder
voorwaarden kunnen windturbines in een stiltegebied geplaatst worden. De
windturbines moeten regionaal afgestemd worden, inclusief directe betrokkenheid
van de provincie. Dit kan in de Regionale Energie Strategie&#235;n gebeuren, maar
ook op een andere regionale manier. Bij de opstelling van de windturbines
moeten de effecten zo beperkt mogelijk blijven. Ook moet aangesloten worden op
het geluidsniveau van de stiltegebieden. Via vergunningverlening kan de meest
stille beschikbare techniek aan de orde komen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_434" wId="pv26_1059__artrecital__content_434">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.29</Nummer>
		<Opschrift>Instructieregel activiteiten aandachtsgebied stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Om
te voorkomen dat geluidsbronnen buiten het stiltegebied een ongewenste
aantasting van de akoestische kwaliteit in het stiltegebied veroorzaken, zijn
instructieregels opgenomen met als doel dat geluidsbronnen buiten het
stiltegebied niet in het stiltegebied een geluidsniveau van meer dan 35 dB(A)
veroorzaken.</Al>
		<Al>Het
werkingsgebied van dit artikel is het aandachtsgebied stiltegebied. Dit is een
buffer rond het stiltegebied van 1,5 kilometer, waarbinnen activiteiten nog
invloed kunnen hebben op het geluidsniveau in het stiltegebied. In de
voormalige provinciale milieuverordening gold dit nog voor alle activiteiten
nabij het stiltegebied. Nu is dit afgebakend tot activiteiten binnen een omtrek
van maximaal 1,5 kilometer.</Al>
		<Al>Het
beoordelingspunt voor het geluid ligt binnen het stiltegebied op een afstand
van 50 meter van de grens van het stiltegebied. Er is niet gekozen voor een beoordelingspunt
op de grens van het stiltegebied, om rechtsongelijkheid te voorkomen wanneer de
geluidsbron net buiten het stiltegebied ligt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_435" wId="pv26_1059__artrecital__content_435">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.30</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten die ervoor kunnen zorgen dat de ervaring van natuurlijke geluiden in een stiltegebied worden verstoord. In <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.32">Artikel 9.32 Omgevingsvergunning activiteiten in stiltegebied</IntRef> zijn vergunningplichten opgenomen voor activiteiten binnen stiltegebieden die storende geluiden kunnen produceren. Dit zijn niet-plaatsgebonden activiteiten, waarvan niet verwacht kan worden dat de gemeente hierover regels stelt in het omgevingsplan. De instructieregels van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2">Paragraaf 9.4.2</IntRef> zijn daarom niet van toepassing op dergelijke activiteiten. Mocht de gemeente de betreffende activiteit wel in lijn met de instructieregels hebben toegestaan, dan zorgt onderdeel f van het tweede lid van dit artikel er voor dat de vergunningplichten van de artikelen 9.31 tot en met 9.42 niet van toepassing zijn op de activiteit.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid:</strong> In dit lid zijn enkele activiteiten opgenomen die niet aan de vergunningplicht hoeven te voldoen. Het gaat vooral om activiteiten die direct verband houden met een aantal functies van het gebied, zoals energievoorziening. Het gaat om activiteiten die absoluut noodzakelijk zijn en waarvoor de provincie ook steeds een vergunning zou verlenen.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid, onder a: </strong>Over de reikwijdte van de vrijstelling voor agrarische activiteiten blijkt soms onduidelijkheid te bestaan. Landbouw omvat akkerbouw, fruitteelt en veeteelt. Een paardenfokkerij is bijvoorbeeld een agrarische activiteit. Een manege, hoveniersbedrijf en loonwerkbedrijf vallen echter niet onder deze uitzondering.</Al>
		<Al>De uitzondering geldt niet voor de specifieke zorgplicht van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.2__art_9.31">Artikel 9.31 Specifieke zorgplicht stiltegebied</IntRef>. Bij het
verrichten van activiteiten in het kader van bijvoorbeeld de landbouw, het
bouwen of onderhouden van gebouwen of dijkwerkzaamheden moet de initiatiefnemer
zich dus wel inspannen om de stilte te bewaren. Als bij zulke activiteiten
onnodig veel geluid wordt veroorzaakt, kan de provincie de initiatiefnemer
aanspreken op overtreding van deze zorgplicht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_436" wId="pv26_1059__artrecital__content_436">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.31</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke zorgplicht stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De regels in dit artikel hebben als doel het weren van gedragingen die het stille karakter van het stiltegebied verstoren, omdat ze te lawaaiig zijn en niet thuishoren in dit gebied. Als deze gedragingen niet voorkomen kunnen worden, dan moet er gebruik worden gemaakt van de best beschikbare technieken om de verstoring zo veel mogelijk te beperken.</Al>
		<Al>Of er sprake is van een significante verstoring wordt bepaald met de doelstelling voor stiltegebieden als bedoeld in <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.24">Artikel 9.24 Oogmerk stiltegebied</IntRef>. Daarbij wordt ook de cumulatie van verschillende geluidsbronnen meegenomen. Iemand die een activiteit verricht die geluid veroorzaakt, moet zich dus ook rekenschap geven van de andere geluidbronnen in de omgeving en de activiteiten daar zo nodig op aanpassen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_437" wId="pv26_1059__artrecital__content_437">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.32</Nummer>
		<Opschrift>Omgevingsvergunning activiteiten in stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Onder d: </strong>het gaat hier om het gebruik van vuurwerk als noodsignaal voor vaartuigen op het water.</Al>
		<Al><strong>Onder e: </strong>Airguns zijn wapens die de munitie naar buiten duwen door de uitzetting van een samengeperst gas. Hieronder valt onder andere een luchtbuks. Het inzetten van knalapparatuur is op grond van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.4__subsec_9.4.1__art_9.27">Artikel 9.27</IntRef> toegestaan in de land- of tuinbouw, bijvoorbeeld voor het verjagen van wild of gevogelte om vruchten en gewassen te beschermen.</Al>
		<Al><strong>Onder f: </strong>Seismologisch onderzoek wordt gebruikt voor het onderzoeken van de omvang van de ondergrondse gas-, olie of watervoerende structuren. Seismologisch onderzoek kan bijvoorbeeld uitgevoerd worden door het inzetten vrachtwagens, die met trilplaten trillingen opwekken.</Al>
		<Al><strong>Onder g: </strong>Elke eerste maandag van
de maand om 12.00 uur gaat het luchtalarm 1 minuut en 26 seconden af. Dit
luchtalarm is een test van de overheid. In geval van nood gaat dit luchtalarm
af als waarschuwing. Deze activiteiten mogen ook zonder omgevingsvergunning
plaatsvinden in een stiltegebied.</Al>
		<Al><strong>Onder h: </strong>Een Unmanned Aerial
Vehicle (UAS), ook wel drone genoemd, kan ingezet worden bij het opsporen van
personen die illegale (eventuele milieubelastende) activiteiten in
stiltegebieden verrichten. Ook kan een drone gebruikt worden voor het snel en
veilig verkrijgen van informatie over een brand. Dit gebruik is vrijgesteld van
het verbod.</Al>
		<Al><strong>Onder i: </strong>De jacht is grotendeels
uitgezonderd van het verbod in dit artikel. Jagen door de fauna- of
wildbeheereenheid valt onder de uitzondering voor het beheer van het gebied.
Jagen in het kader van de schadebestrijding door dieren valt onder de
uitzondering voor land- en tuinbouw.</Al>
		<Al><strong>Onder j: </strong>Toertochten met motorrijtuigen door een stiltegebied vereisen een vergunning, behalve als alleen elektrische
motorrijtuigen deelnemen. Naast deze vergunning kunnen nog andere toestemmingen
vereist zijn. Toertochten zijn vaak ook evenementen in de zin van de Algemene
Plaatselijke Verordening (APV) of het omgevingsplan van de gemeente. Op grond
daarvan kan ook een vergunning vereist zijn of een meldingsplicht gelden.</Al>
		<Al>Niet
iedere gezamenlijke rit valt onder een toertocht. Er is pas sprake van een
toertocht als er een organisator is in de vorm van bijvoorbeeld een sportclub
of vereniging. Een ritje in familieverband of van een vriendenclub is geen
toertocht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_438" wId="pv26_1059__artrecital__content_438">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.33</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning in stille kern</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_439" wId="pv26_1059__artrecital__content_439">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.34</Nummer>
		<Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning en maatwerkvoorschrift in bufferzone stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Als
een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit wordt verleend op
grond van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving in een
stiltegebied of in een aandachtsgebied stiltegebied, moet het bevoegd gezag ook
rekening houden met de maximaal toelaatbare waarden voor het geluidsniveau. Hetzelfde
geldt voor het stellen van maatwerkvoorschriften op grond van artikel 2.13 van
dat besluit. Hiermee wordt geborgd dat een milieubelastende activiteit past
binnen het omgevingsplan voldoende aandacht schenkt aan het beperken van de
geluidsbelasting in stiltegebieden.</Al>
		<Al>De verplichting om rekening te houden met een maximaal toelaatbaar geluidsniveau bij het verlenen van een omgevingsvergunning of het vaststellen van een maatwerkvoorschrift is een aanvulling op de beoordelingsregel van artikel 8.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Die beoordelingsregel heeft als doel de geluidsbelasting op geluidgevoelige ruimten te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Maar deze beoordelingsregel borgt niet dat het geluidniveau in stiltegebieden aan de doelstellingen van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.3__art_9.22">Artikel 9.22 Instructieregel bovenlokaal dagrecreatieterrein</IntRef> voldoet. Er zijn daarom aanvullende regels nodig.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_440" wId="pv26_1059__artrecital__content_440">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.35</Nummer>
		<Opschrift>Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning in stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bestaande activiteiten binnen stiltegebieden hebben een aparte positie. Binnen een aantal stiltegebieden worden jaarlijks terugkerende activiteiten georganiseerd. Dit zijn veelal evenementen zoals de zogenaamde schuurfeesten. Een deel hiervan vindt plaats in de stille kern van het stiltegebied. Het gaat vooral om activiteiten die al vele jaren op dezelfde plaats worden georganiseerd en die vaak locatiegebonden zijn. Het van de ene op de andere dag verbieden van deze activiteiten zorgt voor maatschappelijke bezwaren. Op de kaart Bestaand evenement of activiteit zijn (na overleg
met de betrokken gemeenten) de locaties van deze jaarlijks terugkerende
activiteiten opgenomen. Deze aangeduide activiteiten komen in aanmerking voor
een vergunning, ook al vinden deze plaats binnen de stille kern. Ze moeten wel
voldoen aan de voorwaarden die in de vergunning zijn opgenomen. Afhankelijk van
de activiteit en de locatiegebondenheid daarvan zal in overleg met de betrokken
gemeente worden bekeken of het mogelijk is de activiteit op termijn naar een
locatie buiten het stiltegebied te verplaatsen. Ook voor deze bestaande
activiteiten moet een vergunning worden aangevraagd. Bij de beslissing op de
aanvraag om een vergunning voor een bestaande, op de kaart aangeduide
activiteit, betrekt de provincie de genoemde aspecten. Uitbreiding van de
bestaande activiteiten is niet toegestaan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_441" wId="pv26_1059__artrecital__content_441">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.36</Nummer>
		<Opschrift>Afschrift omgevingsvergunning naar gemeenten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_442" wId="pv26_1059__artrecital__content_442">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>9.37</Nummer>
		<Opschrift>Plaatsing borden stiltegebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_443" wId="pv26_1059__artrecital__content_443">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.1</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
wet bevat in afdeling 15.1 een regeling voor nadeelcompensatie. Nadeelcompensatie
is de vergoeding van schade die de overheid veroorzaakt in de uitoefening van
haar publiekrechtelijke taak of bevoegdheid die uitstijgt boven het normale
maatschappelijke risico en een burger of bedrijf onevenredig zwaar treft in
vergelijking tot andere burgers of bedrijven. Nadeelcompensatie is daarmee een
overkoepelende term voor schade die door de overheid wordt veroorzaakt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_444" wId="pv26_1059__artrecital__content_444">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.2</Nummer>
		<Opschrift>Aanwijzing adviseur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_445" wId="pv26_1059__artrecital__content_445">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.3</Nummer>
		<Opschrift>Wraking adviseur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_446" wId="pv26_1059__artrecital__content_446">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.4</Nummer>
		<Opschrift>Werkwijze adviseur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_447" wId="pv26_1059__artrecital__content_447">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.5</Nummer>
		<Opschrift>Voorschot</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_448" wId="pv26_1059__artrecital__content_448">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.6</Nummer>
		<Opschrift>Aanvraagvereisten tegemoetkoming faunaschade</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
provincies kozen binnen het <ExtRef ref="https://www.ipo.nl/" soort="URL">Interprovinciaal Overleg</ExtRef> (IPO) om het verlenen van tegemoetkomingen in de faunaschade uit te laten voeren door de organisatie <ExtRef ref="https://www.bij12.nl/onderwerpen/faunazaken/faunaschade-preventiekit-fpk/module-ganzen/" soort="URL">BIJ12</ExtRef>. Vanwege effici&#235;ntie heeft een landelijke uitvoering met &#233;&#233;n loket en gebundelde kennis de voorkeur. Daarnaast wordt zo uniformiteit in de uitvoering en rechtsgelijkheid over heel Nederland nagestreefd. In een afzonderlijk besluit zijn de betreffende bevoegdheden gemandateerd aan <ExtRef ref="https://www.bij12.nl/onderwerpen/faunazaken/faunaschade-preventiekit-fpk/module-ganzen/" soort="URL">BIJ12.</ExtRef></Al>
		<Al>Ditt artikel geeft aan hoe een aanvraag om tegemoetkoming in schade veroorzaakt door natuurlijk in het wilde levende beschermde diersoorten geregeld, wordt ingediend.</Al>
		<Al>Hiervoor moet de <ExtRef ref="https://www.bij12.nl/onderwerpen/faunazaken/landelijk-meldpunt-faunaschade/" soort="URL">schade (binnen 7 werkdagen) bij BIJ12</ExtRef> worden gemeld. BIJ12 is dan in de gelegenheid om ter plaatse een taxateur een onderzoek naar de schadeveroorzakende diersoorten en de omvang van de schade te laten instellen. Een consulent faunazaken van BIJ12 kan dan ook adviseren hoe verdergaande schade kan worden voorkomen of beperkt. Aanvragen die later dan 7 werkdagen na constatering van de schade zijn ingediend worden afgewezen. De reden hiervoor is dat de oorzaak van de schade na deze periode niet meer goed kan worden vastgesteld door de taxateur.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_449" wId="pv26_1059__artrecital__content_449">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.7</Nummer>
		<Opschrift>Taxatie van de faunaschade</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit
artikel regelt in samenhang met de door gedeputeerde vastgestelde beleidsregels
(vooralsnog de Beleidsregels natuur en landschap) de wijze waarop de schade
wordt vastgesteld. </Al>
		<Al>De
taxateur zal zijn bevindingen direct na de eindtaxatie bij de grondgebruiker
achterlaten of deze zo spoedig mogelijk toesturen. De aanvrager heeft de
mogelijkheid om bedenkingen over de taxatie te vermelden. De taxateur voorziet
die bedenkingen vervolgens van commentaar en stuurt deze terug naar de
aanvrager zodat diegene hier kennis van kan nemen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_450" wId="pv26_1059__artrecital__content_450">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.8</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Deze
afdeling is van toepassing op de uitvoerings- en handhavingstaak door of in
opdracht van gedeputeerde staten. Het gaat daarbij in ieder geval om de taken
die door de omgevingsdiensten worden uitgevoerd. Daarbovenop kunnen
gedeputeerde staten bepalen dat deze afdeling ook op de taken die niet door de
omgevingsdienst worden uitgevoerd, van toepassing is. Dat zal bijvoorbeeld
blijken uit het jaarlijkse VTH-Uitvoeringsprogramma. Het van toepassing
verklaren van deze afdeling blijkt dus uit een apart besluit buiten de omgevingsverordening;
onderdeel b van dit artikel moet niet als delegatiegrondslag worden gelezen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_451" wId="pv26_1059__artrecital__content_451">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.9</Nummer>
		<Opschrift>Betrokkenheid van provinciale staten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel is van belang in verband met de rolverdeling tussen provinciale staten en gedeputeerde staten. Ingevolge de systematiek van het Omgevingsbesluit is de jaarlijkse beoordeling van en rapportage over kwaliteit een taak voor het bevoegd gezag. Dat wil zeggen: gedeputeerde staten. Bezien vanuit de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005645/" soort="URL">Provinciewet</ExtRef>, is kaderstelling juist de taak van provinciale staten. Het is van
belang uitdrukking te geven aan het feit dat provinciale staten vooral vanuit
de hoofdlijnen betrokken zijn bij het beleid en zullen toezien op de
continu&#239;teit van de kwaliteit over meerdere jaren. Het horizontale toezicht door
provinciale staten op het uitvoerings- en handhavingsbeleid door gedeputeerde
staten, zal daarom plaatsvinden in het licht van het strategische beleid dat op
hoofdlijnen wordt gevoerd voor de fysieke leefomgeving, zoals bijvoorbeeld de
omgevingsvisie of programma's.</Al>
		<Al>Het artikel richt zich tot provinciale staten zelf. Indirect is het eveneens van belang voor gedeputeerde staten (en de omgevingsdiensten die in hun opdracht werken) omdat de rol van provinciale staten zich juist bij de meerjarenprogrammering en hoofdlijnen laat gelden. Voor het waarmaken van deze rol beschikken provinciale staten reeds over de mogelijkheden die de organieke wetgeving hen biedt en de kaders die zij op strategisch niveau voor de fysieke leefomgeving in plannen en visies hebben vastgelegd. Om deze rol waar te kunnen maken is het vanzelfsprekend van belang dat gedeputeerde staten hen daartoe door tijdige informatieverstrekking in staat stellen. Dat daarvoor eveneens informatie van de omgevingsdiensten van belang kan zijn, spreekt voor zich en is op grond van de <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003740/" soort="URL">Wet gemeenschappelijke regelingen</ExtRef> en de opdrachten aan de
omgevingsdiensten voldoende gewaarborgd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_452" wId="pv26_1059__artrecital__content_452">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.10</Nummer>
		<Opschrift>Kwaliteitsdoelen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Artikel
13.17 Omgevingsbesluit verplicht het bevoegd gezag (lees: gedeputeerde staten)
om beleid te formuleren voor de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken.
Daarmee is sprake van een uitvoeringsbeleid en handhavingsbeleid, waarover
onderlinge afstemming plaats dient te vinden tussen de bevoegde gezagen op het
niveau van de omgevingsdienst. Welk beleid moet worden geformuleerd laat het
Omgevingsbesluit inhoudelijk open. Dit artikel strekt ertoe een inhoudelijke
ambitie te geven aan de procesverplichting om kwaliteitsbeleid te formuleren.
Ten eerste door voor te schrijven dat gedeputeerde staten naar de kwaliteit van
de uitvoering en handhaving kijken in het licht van het geformuleerde regionale
beleid, waarbij de doelen van dat beleid betrekking moeten hebben op een aantal
voorgeschreven inhoudelijke thema's. Het gaat dan in elk geval om de
uitvoeringskwaliteit van diensten en producten, de dienstverlening en de
financi&#235;n. Er is voor gekozen in deze verordening geen voorschriften te geven
over te gebruiken indicatoren. Dat is in de eerste plaats een taak voor het
bevoegde gezag, dat daarmee in de praktijk al ruime ervaring heeft.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_453" wId="pv26_1059__artrecital__content_453">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.11</Nummer>
		<Opschrift>Kwaliteitscriteria</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit
artikel geeft een verankering aan de kwaliteitscriteria. Het strekt ertoe dat
van die kwaliteitscriteria voor de uitvoering van VTH-taken in de praktijk
gebruik gemaakt wordt. Het gaat immers om criteria waaraan zorgvuldig en met
grote deskundigheid is gewerkt door de betrokken bevoegde gezagen. Van belang
is dat deze criteria relevante input leveren voor de kwaliteit.</Al>
		<Al><strong>Derde
lid</strong>: Dat
geeft vanzelfsprekend geen garantie dat de doelen die door gedeputeerde staten
zijn gesteld op grond van het derde lid ook zonder meer in alle gevallen worden
gehaald. Het bereiken van deze doelen zal immers niet alleen afhankelijk zijn
van de goede verrichtingen van de uitvoerende organisaties. Van de naleving van
de kwaliteitscriteria zal daarom jaarlijks mededeling gedaan moeten worden aan
provinciale staten. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke
mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse
rapportages, in de op grond van het Omgevingsbesluit op te stellen documenten.
Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de criteria (nog) niet in alle
relevante taken worden toegepast, de kwaliteit per definitie te wensen zal
overlaten. In dit geval zal echter wel gemotiveerd moeten worden aangegeven
waarom de criteria (nog) niet toegepast zijn of konden worden en hoe (op
termijn en/of gefaseerd) w&#233;l voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. De
kwaliteitscriteria zijn dus een cruciaal richtsnoer, waarvoor geldt: pas toe of
leg uit, 'comply or explain'.</Al>
		<Al><strong>Vierde
lid: </strong>In
dit lid is, op uitdrukkelijk verzoek van het dagelijks bestuur van de
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (vergadering d.d. 11-9-2015), een
uitzondering gemaakt op de 'comply or explain-regel'. Deze uitzondering ziet op
de criteria voor de kritieke massa voor de uitvoering en handhaving voor
complexe bedrijven als bedoeld in afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten
leefomgeving. De uitzondering is opgenomen omdat voor de meest risicovolle
bedrijven in Nederland de vereiste geldt, dat geschoolde en ervaren menskracht
altijd op het niveau van de kwaliteitscriteria moet zijn. </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_454" wId="pv26_1059__artrecital__content_454">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.12</Nummer>
		<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_455" wId="pv26_1059__artrecital__content_455">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.13</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsrecht lopende procedures</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Afdeling 4.1 van de Invoeringswet Omgevingswet bevat
overgangsrecht voor procedures die nog lopen bij inwerkingtreding van de wet. Uit artikel 4.1 Invoeringswet Omgevingswet blijkt dat die
afdeling wel van toepassing is op bepaalde provinciale regels in medebewind
(zoals de regels over grondwaterbeschermingsgebieden), maar niet op de autonome
regels van de provincie. In dit artikel is daarom hetzelfde overgangsrecht
opgenomen als in afdeling 4.1 Invoeringswet Omgevingswet, maar dan alleen voor
de besluiten op grond van de autonome regels van de Interim
Omgevingsverordening provincie Utrecht. De afbakening is in het voorgaande
artikel opgenomen.</Al>
		<Al><strong>Eerste lid</strong>: Bij een beschikking op een aanvraag wordt, ongeacht welke procedure van toepassing is, altijd de dag waarop de aanvraag is ingediend als kantelmoment gehanteerd. Dit betekent dat als de aanvraag (volgens de ontvangsttheorie) is ingediend voordat de omgevingsverordening in werking is getreden, het besluit wordt voorbereid en vastgesteld op basis van het oude recht. Dan wordt dus de volledige procedure doorlopen en gevolgd conform de oude verordening.</Al>
		<Al><strong>Tweede lid</strong>: Voor ambtshalve besluiten is het gangbaar om bij toepassing van de
uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure de ter inzagelegging als
kantelmoment te hanteren. In deze verordening wordt bij dat gebruik
aangesloten. Als tweede kantelmoment van oud naar nieuw wordt voorgesteld als
hoofdregel te kiezen voor het moment van onherroepelijkheid. Het eerste
kantelmoment betekent dat als de terinzagelegging aanvangt voor de dag waarop
deze verordening in werking treedt, op de verdere besluitvormingsprocedure het
oude recht van toepassing blijft. Het tweede kantelmoment brengt mee dat dit
oude recht blijft gelden tot en met een eventuele beroepsprocedure.</Al>
		<Al><strong>Derde lid</strong>: Voor ambtshalve besluiten met toepassing van <ExtRef ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2021-04-01#Hoofdstuk4_Titeldeel4.1" soort="URL">titel 4.1 Awb</ExtRef> wordt als kantelmoment gekozen voor het bekendmaken van het besluit. Is een besluit bekendgemaakt voor de inwerkingtreding van deze verordening en staat tegen dat besluit bezwaar of beroep open, dan blijft het oude recht van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften en de behandeling van beroep en hoger beroep, totdat het besluit onherroepelijk is. Als tweede kantelmoment van oud naar nieuw wordt dus ook hier voorgesteld als hoofdregel te kiezen voor het moment van onherroepelijkheid.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_456" wId="pv26_1059__artrecital__content_456">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.14</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsrecht handhavingszaken</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit artikel bevat het overgangsrecht voor lopende
handhavingsprocedures. Paragraaf 4.2.8 van de Invoeringswet Omgevingswet bevat
overgangsrecht voor handhavingszaken die nog lopen bij inwerkingtreding van de wet. Uit artikel 4.22 Invoeringswet Omgevingswet blijkt dat die
afdeling wel van toepassing is op bepaalde provinciale regels in medebewind
(zoals de regels over grondwaterbeschermingsgebieden), maar niet op de autonome
regels van de provincie. In dit artikel is daarom hetzelfde overgangsrecht
opgenomen als in paragraaf 4.2.8 Invoeringswet Omgevingswet, maar dan alleen
voor de besluiten op grond van de autonome regels van de Interim
Omgevingsverordening provincie Utrecht. De afbakening is in het eerste artikel
van deze afdeling opgenomen.</Al>
		<Al>De hoofdlijn is dat overtredingen van de oude regels
worden afgehandeld op basis van die oude regels. Mocht zich een situatie
voordoen waarbij een overtreding is begaan van de oude regels, terwijl die
handeling onder de nieuwe regels geen overtreding meer oplevert, dan zal de
provincie het handhavingsbesluit intrekken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_457" wId="pv26_1059__artrecital__content_457">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.15</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsrecht melding, kennisgeving en maatwerkvoorschrift</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit artikel is het overgangsrecht opgenomen voor
meldingen, kennisgevingen en maatwerkvoorschriften die voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend of gesteld. Het
overgangsrecht sluit aan bij de regels die het Rijk heeft opgenomen in afdeling
8.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingsrecht. Die afdeling gaat alleen over
meldingen, kennisgevingen en maatwerkvoorschriften op grond van de rijksregels.
Door voor meldingen, kennisgevingen en maatwerkvoorschriften op grond van de
provinciale regels hetzelfde overgangsrecht op te nemen, wordt een uniform
systeem van overgangsrecht gecre&#235;erd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_458" wId="pv26_1059__artrecital__content_458">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.16</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsrecht aanpassing omgevingsplan</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Gehele
artikel</strong>: Dit artikel heeft betrekking op de instructieregels van deze verordening. Voor rechtstreeks werkende regels geldt de eerbiedigende werking zoals verwoord in dit artikel niet. Bestemmingsplannen die in ontwerp ter inzage zijn gelegd voor inwerkingtreding van deze verordening moeten voldoen aan de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht.</ExtRef></Al>
		<Al><strong>Eerste
lid</strong>: De regels van deze verordening hebben geen betrekking op bouw- en gebruiksmogelijkheden die worden geboden bij of krachtens bestemmingsplannen die voor inwerkingtreding van deze verordening ter inzage zijn gelegd. Dit is de zogenaamde eerbiedigende werking: bestaande, planologische mogelijkheden hoeven niet te voldoen aan de regels van deze verordening. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening kon in een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen. Met de invoering van de wet verdwijnt de wettelijke wijzigingsbevoegdheid. Er komt een algemene delegatiemogelijkheid aan B&amp;W. Er bestaat geen overgangsrecht waarmee de bestaande wijzigingsbevoegdheid kan worden toegepast na invoering van de wet. De wet faciliteert wel twee mogelijkheden om, voor ontwikkelingen die passen binnen een bestaande wijzigingsbevoegdheid, buitenplans af te wijken:</Al>
		<Al>&#183; via een geheel nieuw omgevingsplan; en</Al>
		<Al>&#183; met een vergunning los van het omgevingsplan.</Al>
		<Al>Het tijdelijk deel van het omgevingsplan op zich
zelf kan niet worden gewijzigd; bestaande regels kunnen alleen worden gewijzigd
door het vaststellen van een nieuw omgevingsplan waarin de nieuwe regels worden
opgenomen en waarin wordt bepaald dat de regels uit het oude plan vervallen.
Ook geldt dat omzetting slechts &#233;&#233;n keer mag plaatsvinden per locatie. Het is
niet mogelijk om een aantal regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan
in stand te laten en andere te wijzigen regels in een nieuw plan op te nemen.</Al>
		<Al><strong>Tweede
lid</strong>: De eerbiedigende werking geldt niet voor het <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.19">Artikel 9.19</IntRef>. Een nieuw plan, waarvan het ontwerp nog niet ter inzage is gelegd voor inwerkingtreding van deze verordening, moet in overeenstemming zijn met deze regel. Ook voor zover het bouw- en gebruiksmogelijkheden betreft die in het vigerend planologisch regime worden geboden. Dit geldt niet voor de benutting van ongebruikte bouwtitels op reductielocaties uit de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVt1505Kantoren-VA01?s=SANMmwJQAXlTAkOERkEVFD-AgDuA" soort="URL">Thematische Structuurvisie Kantoren 2016-2027</ExtRef>. Op 10 januari 2019 is de 2e parti&#235;le herziening van de PRV (Herijking 2016) in werking getreden.</Al>
		<Al><strong>Derde
lid</strong>: De eerbiedigende werking geldt niet voor het derde lid van <IntRef ref="chp_9__subchp_9.2__art_9.20">Artikel 9.20</IntRef>. Een nieuw plan, waarvan het ontwerp nog niet ter inzage is gelegd voor inwerkingtreding van deze verordening, moet in overeenstemming zijn met deze regel. Ook voor zover het bouw- en gebruiksmogelijkheden betreft die in het vigerend planologisch regime worden geboden. Op 10 januari 2019 is de 2e parti&#235;le herziening van de PRV (Herijking 2016) in werking getreden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_459" wId="pv26_1059__artrecital__content_459">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.17</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsrecht bestaande activiteiten in grondwaterbeschermingszones</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De
inwerkingtreding van de wet heeft onder meer tot gevolg dat er
veranderingen optreden in begrippen ten opzichte van het oude recht. Zo vervalt
het begrip "inrichting" in de zin van de Wet milieubeheer. In plaats daarvan
wordt het begrip milieubelastende activiteit gebruikt, maar dat begrip heeft
niet dezelfde betekenis. Ondanks dat de regels in deze verordening ter
bescherming van de grondwaterkwaliteit zoveel mogelijk beleidsneutraal zijn
omgezet, kunnen voor burgers of bedrijven strengere regels gaan gelden, doordat
de nieuwe begrippen niet exact overeenkomen met de oude begrippen uit de
provinciale milieuverordening. Daarnaast kunnen er in het gebied van
Vijfheerenlanden veranderingen optreden in de regels, vanwege de overgang van
de provincie Zuid-Holland naar de provincie Utrecht.</Al>
		<Al>In dit artikel is overgangsrecht opgenomen om te zorgen dat bestaande activiteiten in waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones niet plotseling met strengere regels worden geconfronteerd. Dit overgangsrecht geldt voor activiteiten die direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening of de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> rechtmatig werden verricht. Het overgangsrecht geldt dus niet voor bestaande activiteiten die al in strijd waren met de regels van de provinciale milieuverordening. Het overgangsrecht geldt alleen voor zover de nieuwe regels strenger zijn dan de oude regels. Dat betekent dat bij het verrichten van bestaande activiteiten nog steeds de oude regels van de provinciale milieuverordening gevolgd moeten worden; de nieuwe regels blijven alleen buiten toepassing voor het deel dat strenger is dan de oude regels. Bovendien geldt op grond van het tweede lid als voorwaarde dat de bestaande activiteit ongewijzigd moet worden voortgezet. Als de activiteit wordt gewijzigd, moet aan de nieuwe regels van de omgevingsverordening worden voldaan.</Al>
		<Al>Het <strong>derde lid</strong> biedt gedeputeerde staten de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen over de activiteit, als dat nodig is ter bescherming van het grondwater. Deze bevoegdheid dient als vangnet, voor gevallen waarin de oude regels niet in een afdoende beschermingsniveau blijken te voorzien.</Al>
		<Al>In de formulering van dit artikel is aansluiting gezocht bij het overgangsrecht van de <ExtRef ref="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2020-172.html" soort="URL">Invoeringswet Omgevingswet</ExtRef>(met name artikel 4.14 van die wet).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_460" wId="pv26_1059__artrecital__content_460">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.18</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsrecht uitbreiding grondwaterbeschermingsgebied Langerak</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Met de inwerkingtreding van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> is het grondwaterbeschermingsgebied rond de winning Langerak uitgebreid. Het is echter niet gewenst dat burgers en bedrijven die voorheen niet met regels voor grondwaterbescherming van doen hadden, opeens worden beperkt in hun activiteiten. De provincie voorziet een periode van 3 jaar vanaf de inwerkingtreding van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> (dus tot 1 april 2024) waarin voor de bestaande activiteiten een risico-inventarisatie wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomst van die inventarisatie worden de maatregelen bepaald die de betreffende initiatiefnemers moeten nemen.</Al>
		<Al>In het <strong>eerste lid</strong> van dit artikel is bepaald dat de regels van <IntRef ref="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.5">Paragraaf 3.2.5</IntRef> tot 1 april 2024 niet gelden voor bestaande activiteiten in het grondwaterbeschermingsgebied Langerak die direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de <ExtRef ref="https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02?s=SANMmAIGAWuZIkGEREA8BAw_g________H7h__w5eQANk4MgpIA" soort="URL">Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht</ExtRef> rechtmatig werden verricht. Het overgangsrecht geldt dus niet voor bestaande activiteiten die al in strijd waren met de regels van de provinciale milieuverordening (als die al van toepassing was). Het overgangsrecht geldt alleen voor zover de regels in de omgevingsverordening strenger zijn dan de oude regels. Voor activiteiten die al binnen de begrenzing van de oude boringsvrije zone vielen, en na inwerkingtreding van de interim omgevingsverordening binnen het grondwaterbeschermingsgebied vallen, moet dus een vergelijking worden gemaakt tussen de oude regels van de provinciale milieuverordening voor boringsvrije zones en de nieuwe regels van de omgevingsverordening voor het grondwaterbeschermingsgebied. Alleen voor zover die nieuwe regels strenger zijn dan de oude regels, blijven de nieuwe regels buiten toepassing. Als een activiteit voor het eerst binnen het grondwaterbeschermingsgebied komt te vallen &#x2013; en er dus onder de provinciale milieuverordening geen regels golden &#x2013; blijven de nieuwe regels volledig buiten toepassing.</Al>
		<Al>Op grond van het <strong>tweede lid</strong> geldt als voorwaarde dat de bestaande activiteit ongewijzigd moet worden voortgezet. Als de activiteit wordt gewijzigd, moet aan de nieuwe regels van de omgevingsverordening worden voldaan.</Al>
		<Al>Het <strong>derde lid</strong> biedt gedeputeerde staten de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen over de activiteit, als dat nodig is ter bescherming van het grondwater. Deze bevoegdheid wordt gebruikt om maatregelen voor te schrijven die voortvloeien uit de risico-inventarisatie.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_461" wId="pv26_1059__artrecital__content_461">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.19</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsrecht woonschip</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_462" wId="pv26_1059__artrecital__content_462">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.20</Nummer>
		<Opschrift>Overgangsrecht aanlegplaats en insteekhaven</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_463" wId="pv26_1059__artrecital__content_463">
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>10.4</Nummer>
		<Opschrift>Slotbepalingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_464" wId="pv26_1059__artrecital__content_464">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.21</Nummer>
		<Opschrift>Inwerkingtreding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="artrecital__content_465" wId="pv26_1059__artrecital__content_465">
	      <Kop>
		<Label>Artikel</Label>
		<Nummer>10.22</Nummer>
		<Opschrift>Citeertitel</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>-</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </ArtikelgewijzeToelichting>
	</Toelichting>
      </tekst:RegelingCompact>
    </lvbbu:RegelingVersie>
    <lvbbu:AnnotatieBijToestand>
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2023/CVDR704250</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2023/CVDR704250/nld@2023-11-23</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_006</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:eindverantwoordelijke>/tooi/id/provincie/pv26</data:eindverantwoordelijke>
	<data:grondslagen>
	  <data:grondslag>
	    <TekstReferentie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	      <uri>jci1.3:c:BWBR0037885&amp;artikel=2.6</uri>
	      <label>Artikel 2.6 Omgevingswet</label>
	      <soortRef>JCI</soortRef>
	    </TekstReferentie>
	  </data:grondslag>
	</data:grondslagen>
	<data:maker>/tooi/id/provincie/pv26</data:maker>
	<data:officieleTitel>Omgevingsverordening provincie Utrecht</data:officieleTitel>
	<data:onderwerpen>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_9af4b880</data:onderwerp>
	</data:onderwerpen>
	<data:rechtsgebieden>
	  <data:rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</data:rechtsgebied>
	</data:rechtsgebieden>
	<data:soortRegeling>/join/id/stop/regelingtype_004</data:soortRegeling>
	<data:soortBestuursorgaan>/tooi/def/thes/kern/c_411b4e4a</data:soortBestuursorgaan>
      </data:RegelingMetadata>
    </lvbbu:AnnotatieBijToestand>
  </lvbbu:Consolidatie>
</lvbbu:Consolidaties>
