<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70247_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving, nummering en begrenzing 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brummen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brummen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentethuis, 17-2-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving, nummering en begrenzing 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukVIII/1/Artikel108/geldigheidsdatum_20-12-2010">Gemeentewet, art. 108</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel147/geldigheidsdatum_20-12-2010">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/zoeken_op/BWBR0001840/Hoofdstuk7/Artikel124/geldigheidsdatum_20-12-2010">Grondwet, art. 124, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB09.0036 28-01-2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>algemeen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule> Verordening naamgeving, nummering en begrenzing 2010 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeente stelt de verordening naamgeving, nummering en begrenzing 2010
                        vast.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>openbare ruimte: </cursief>alle voor
                                    het openbare rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden,
                                    pleinen, plaatsen, terreinen, plantsoenen en alle
                                    wateroppervlakten die, al dan niet met enige beperking, voor het
                                    publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, evenals
                                    daarin begrepen alle bouw- en kunstwerken die daar onderdeel van
                                    uitmaken;</al></li><li nr="b."><al><cursief>bouwwerk:</cursief> elke constructie van enige omvang
                                    van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                    bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is
                                    verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
                                    grond en bedoeld om ter plaatse te functioneren;</al></li><li nr="c."><al><cursief>pand:</cursief> elk bouwwerk dat een voor mensen
                                    toegankelijke, overdekte, geheel met wanden omsloten ruimte
                                    vormt, duurzaam met de grond verbonden is en een eigen
                                    afsluitbare toegang heeft;</al></li><li nr="d."><al><cursief>complex:</cursief> een afgebakend samengesteld geheel
                                    van één of meer panden (industriecomplex, ziekenhuiscomplex,
                                    complex van vakantiehuisjes, enzovoort);</al></li><li nr="e."><al><cursief>afgebakend terrein:</cursief> een terrein, waarop zich
                                    geen bouwwerken bevinden en dat afzonderlijk wordt
                                    gebruikt;</al></li><li nr="f."><al><cursief>ligplaats:</cursief> een deel van het openbare water
                                    dat door burgemeester en wethouders is aangewezen voor het
                                    permanent afmeren van een woonschip of een woonark;</al></li><li nr="g."><al><cursief>standplaats:</cursief> een kavel, bestemd voor het
                                    plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn
                                    die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere
                                    instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;</al></li><li nr="h."><al><cursief>verblijfsobject:</cursief> een zelfstandige eenheid in
                                    een pand;</al></li><li nr="i."><al><cursief>woonplaats:</cursief> een deel van de gemeente,
                                    vastgesteld door een woonplaatsgrens;</al></li><li nr="j."><al><cursief>kern:</cursief> een deel van de woonplaats, vastgesteld
                                    door een bebouwde komgrens;</al></li><li nr="k."><al><cursief>wijk:</cursief> de gehele of een deel van een
                                    woonplaats, vastgesteld door een wijkgrens;</al></li><li nr="l."><al><cursief>buurt (buurtschap):</cursief> de gehele of een deel van
                                    een wijk, vastgesteld door een buurtgrens;</al></li><li nr="m."><al><cursief>nummer:</cursief> een nummer bestaande uit een of meer
                                    Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of
                                    een cijfer;</al></li><li nr="n."><al><cursief>nummerplank: </cursief>een kunststof plank met daarop
                                    twee of meer reflecterende nummers, die gelijk zijn aan de
                                    nummertoekenning van het bijbehorende verblijfsobject;</al></li><li nr="o."><al><cursief>adres:</cursief> een benaming, bestaande uit een
                                    combinatie van woonplaatsnaam, naam openbare ruimte en
                                    nummeraanduiding;</al></li><li nr="p."><al><cursief>college:</cursief> het college van burgemeester en
                                    wethouders van Brummen;</al></li><li nr="q."><al><cursief>raad: </cursief>de gemeenteraad van Brummen;</al></li><li nr="r."><al><cursief>rechthebbende:</cursief> ieder, die krachtens eigendom
                                    of een beperkt zakelijk recht zodanig beschikking heeft over een
                                    onroerende zaak, dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is met
                                    betrekking tot die zaak te handelen als in de verordening is
                                    voorgeschreven, zomede de beheerder;</al></li><li nr="s."><al><cursief>uitvoeringsvoorschriften:</cursief> nadere bepalingen
                                    van technische en administratieve aard.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Benoemen, nummeren en begrenzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Begrenzen en benoemen van gemeentelijke en openbare
                                gebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan de naam van de gemeente wijzigen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad moet de gemeente verdelen in woonplaatsen en deze aanduiden
                                met nummers en namen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college moet de woonplaatsen verdelen in kernen en deze
                                aanduiden met nummers en namen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college moet een woonplaats verdelen, al dan niet op basis van
                                bouwblokken, in wijken, buurten en buurtschappen en kan deze
                                aanduiden met nummers en namen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college moet de openbare ruimte en kan gemeentelijke bouwwerken
                                benoemen en deze aanduiden met nummers en namen;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan ingrijpen bij het ontstaan van onlogische en
                                onvindbare situaties en hiervoor een herindeling uitvoeren, waarbij
                                zowel de oude als de nieuwe naam gedurende een jaar na besluit mag
                                worden gebruikt;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan de onder lid 6 genoemde termijn verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Toekennen en laten vervallen van nummers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college moet aan een verblijfsobject een nummer toekennen,
                                ongeacht dat de gemeente geen rechthebbende is;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan het onder lid 1 genoemd besluit te allen tijde
                                intrekken, wanneer er geen reden meer is om het verblijfsobject te
                                nummeren;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ingrijpen bij het ontstaan van onlogische en
                                onvindbare situaties en hiervoor een herindeling uitvoeren, waarbij
                                zowel het oude als het nieuwe nummer gedurende een jaar na besluit
                                mag worden gebruikt;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de onder lid 4 genoemde termijn verlengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanbrengen, onderhouden en verwijderen van naam- en nummerborden en
                            nummerplanken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Taken van het college bij het aanbrengen, wijzigen en verwijderen
                                van naam - en nummerborden en nummerplanken</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het college brengt op doeltreffende wijze, aan een
                                    verblijfsobject dat een nummer heeft gekregen, het nummerbord
                                    aan in de uitvoering welke standaard, door het college, is
                                    vastgesteld en draagt hier zorg voor;</al></li><li nr="2."><al>Het college moet verblijfsobjecten, die buiten de kern vallen,
                                    in de aangewezen industrie- en bosgebieden liggen of meer dan
                                    vijfendertig meter van de openbare weg liggen, ook voorzien van
                                    een nummerplank.</al></li><li nr="3."><al>De door het college aan delen van de openbare ruimte en aan
                                    gemeentelijke bouwwerken toegekende namen worden zichtbaar en in
                                    voldoende aantallen ter plaatse aangebracht op een manier zoals
                                    het college dit voorgeschreven heeft en draagt hier zorg
                                    voor;</al></li><li nr="4."><al>Het college laat het nummer, zoals bedoeld in artikel 2.2,
                                    eerste lid, binnen vier weken na het besluit aanbrengen op een
                                    wijze zoals in artikel 4.1, eerste lid, is bepaald;</al></li><li nr="5."><al>Indien een pand en/of verblijfsobject nog niet is voltooid,
                                    wordt het nummerbord binnen vier weken na de voltooiing
                                    aangebracht;</al></li><li nr="6."><al>Het college kan de in het vierde en vijfde lid genoemde termijn
                                    verlengen;</al></li><li nr="7."><al>Het college zal het nummer, zoals bedoeld in artikel 2.2, tweede
                                    lid, binnen vier weken na het besluit verwijderen;</al></li><li nr="8."><al>Het college kan de in het zevende lid genoemde termijn
                                    verlengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Bevoegdheden en verboden voor derden betreffende naam- en
                                nummerborden en nummerplanken</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>enige aanduiding, als bedoeld in artikelen 2.1, lid 2
                                            t/m 5 en 2.2, lid 1 te verwijderen, wijzigen,
                                            beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken;</al></li><li nr="b."><al>aan delen van de openbare ruimte en aan de daaraan
                                            liggende gemeentelijke bouwwerken namen toe te kennen
                                            door deze op zichtbare wijze aan te brengen;</al></li><li nr="c."><al>aan zijn onroerende zaak nummers toe te kennen en deze
                                            in het maatschappelijke verkeer te hanteren of op
                                            zichtbare wijze aan te brengen;</al></li><li nr="d."><al>om in het openbaar nummertoevoegingen te gebruiken en
                                            deze in het maatschappelijke verkeer te hanteren of op
                                            zichtbare wijze aan te brengen;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende van een verblijfsobject dat een nummer heeft
                                    gekregen, mag de gemeente verzoeken om binnen vier weken het
                                    nummerbord en/of nummerplank te verplaatsen, zolang de
                                    duidelijkheid vanaf de openbare weg gehandhaafd blijft; </al></li><li nr="4."><al>De rechthebbende mag naast de door de gemeente aangebrachte
                                    nummerbord aan zijn onroerende zaak een siernummerbord plaatsen,
                                    mits het nummer overeenkomt met de door het college gegeven
                                    nummer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Toelaten werkzaamheden m.b.t. naam- en nummerborden en
                                nummerplanken</titel></kop><al>Indien het college het nodig oordeelt dat naam- of nummerborden aan een
                            bouwwerk, een pand, een muur, paal, schutting of andere soort
                            terreinafscheiding worden aangebracht is de rechthebbende verplicht toe
                            te laten dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en in
                            overeenstemming met de aanwijzingen van het college worden aangebracht,
                            onderhouden, gewijzigd of verwijderd;</al><al>Indien een verblijfsobject ook kenbaar wordt gemaakt door middel van een
                            nummerplank is de rechthebbende van het verblijfsobject verplicht toe te
                            laten dat de nummerplank op of nabij de perceelgrens in de openbare berm
                            wordt geplaatst;</al><al>Het college geeft tevoren mondeling of schriftelijk kennis aan de
                            rechthebbende, als bedoeld in het eerste en tweede lid, van hun
                            voornemen over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van naam- en
                            nummerborden en het plaatsen van nummerplanken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Zorgplicht over naam- en nummerborden en nummerplanken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de naamborden
                                vanaf de openbare weg te allen tijde duidelijk leesbaar
                                blijven;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende van het genummerde verblijfsobject moet te allen
                                tijde zorg dragen voor de zichtbaarheid van het nummerbord en een
                                eventuele nummerplank vanaf de openbare weg;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende van het genummerde verblijfsobject moet, wanneer
                                het nummerbord of nummerplank beschadigd of slecht leesbaar is, het
                                college waarschuwen en verzoeken om een nieuw nummerbord of
                                nummerplank.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften voor naamgeving, nummering en begrenzing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt nadere uitvoeringsvoorschriften vast voor de wijze
                                van benoemen en nummeren en voor het aanbrengen van naam- en
                                nummerborden en nummerplanken in een door hen vastgesteld handboek.
                                Deze uitvoeringsvoorschriften worden in de aanvraag opgenomen, dan
                                wel in de beslissing op de aanvraag;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college moet met het oog op het interbestuurlijke en
                                maatschappelijke belang van een systematische registratie van door
                                hen uitgegeven namen en nummers zich aan de huidige wetgeving
                                “Basisregistratie Adressen en Gebouwen” houden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                            daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 januari 2010
                            bij raadsbesluit met kenmerk RB09.0036/PvD</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>TOELICHTING VERORDENING NAAMGEVING, NUMMERING EN BEGRENZING</label></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Grenzen, namen en nummers vervullen een essentiële functie in het
                    maatschappelijke verkeer; niet alleen voor dienstverlenende instanties, maar ook
                    voor het bedrijfsleven. Zij kunnen veelal hun werkzaamheden niet uitvoeren
                    zonder goed sluitende informatie over adressen.</al><al>De burger heeft eveneens belang bij goede adressering van zijn woonverblijf. Hij
                    wenst immers vindbaar te zijn. </al><al>Adressen vervullen binnen het openbaar bestuur een wezenlijke functie. Enerzijds
                    is een groot deel van de overheidsregistraties immers geordend op alfanumerieke
                    volgorde van adressen. Anderzijds zijn adressen van wezenlijke betekenis voor
                    het koppelen van geautomatiseerde bestanden en voor het maken van selecties uit
                    deze bestanden. Het begrenzen van de gemeente, het benoemen van delen van de
                    openbare ruimte en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten zijn een taak
                    van de gemeente en dienen daarom met zorg te worden omgeven.</al><al>Dit alles wordt ook de ‘vindbaarheidsketen’ genoemd.</al><al/><tussenkop>Wettelijke grondslag</tussenkop><al>Volgens de Grondwet, artikel 124, lid 1 wordt voor provincies en gemeenten de
                    bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen
                    overgelaten</al><al>Volgens de Gemeentewet 1992, artikel 108, lid 1 en artikel 147 is de bevoegdheid
                    tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente overgelaten aan
                    het gemeentebestuur.</al><al>Volgens het Staatsblad 2002, 111 is met de inwerkingtreding van de Wet Dualisme
                    zijn de bestuurlijke bevoegdheden, die in de Gemeentewet zijn opgenomen, bij het
                    college gelegd.</al><al>Het begrenzen van het gebied binnen de gemeente, benoemen van delen van de
                    openbare ruimte en het nummeren van verblijfsobjecten vormt een onderdeel van de
                    gemeentelijke huishouding. Benoeming door andere (bestuurlijke) organen is bij
                    deze verordening verboden. Wel kan een hogere overheid deze bevoegdheid naar
                    zich toe trekken, maar alleen via een provinciale verordening of een wettelijke
                    regeling. Verdere uitwerking van deze grondslag is te vinden in de verordening
                    “Naamgeving, nummering en begrenzing”.</al><al>Op 1 juli 2009 wordt de Wet “Basisregistratie Adressen en Gebouwen” van kracht.
                    Deze wetgeving omschrijft exact hoe om te gaan met naamgeving, nummering,
                    begrenzing en registratie van deze gegevens.</al><al/><tussenkop>Hoof<vet>dstuk 1 Begripsomschrijvingen</vet></tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al/><tussenkop>Commentaar</tussenkop><al>In artikel 1.1 is een nummer gedefinieerd als een nummer bestaande uit één of
                    meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter. </al><al>Het is ongebruikelijk in het nummer Romeinse cijfers op te nemen. Ook een
                    toevoeging van een cijfercombinatie is mogelijk, maar de gemeente Brummen
                    hanteert de volgende definitie voor een nummer:</al><al/><tussenkop>Een nummer bestaat uit één of meer Arabische cijfers met
                    een eventuele toevoeging van een letter. Toevoeging van cijfercombinaties en
                    Romeinse cijfers worden niet gehanteerd.</tussenkop><al> In artikel 1.1 is onder de term openbare ruimte ook wateren opgenomen. De
                    gemeente Brummen beperkt de naamgeving van wateren tot de volgende
                    categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>alle door het waterschap of gemeente aangegeven A-watergangen;</al></li><li nr="2."><al>alle door het waterschap of gemeente aangegeven kanalen;</al></li><li nr="3."><al>alle door de gemeente vastgestelde belangrijke overige watergangen en
                            wateren;</al></li><li nr="4."><al>alle recreatie- en viswateren;</al></li><li nr="5."><al>uit historisch en maatschappelijk oogpunt belangrijke wateren.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Hoofdstuk 2 Benoemen, nummeren en begrenzen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2.1 Begrenzen en benoemen van gemeentelijke en
                    openbare gebieden</tussenkop><al/><tussenkop>Commentaar</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>De raad kan de gemeentenaam wijzigen, ongeacht of de naam eerder bij wet is
                    vastgelegd. De raad zal de gevolgen daarvan, zowel maatschappelijke als
                    financiële, in zijn besluitvorming mee moeten wegen. Het raadbesluit tot
                    wijziging van de gemeentenaam zal ter kennisgeving naar de Minister van
                    Binnenlandse Zaken en het provinciaal bestuur moeten worden verzonden.</al><al>De datum van ingang moet tenminste een jaar na het raadsbesluit liggen. De
                    voorgeschreven termijn van invoering stelt de minister en het provinciaal
                    bestuur in staat bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Daarnaast heeft de
                    gemeente dit jaar nodig om de administratie aan te passen.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>De gemeente Brummen is ingedeeld in meerdere woonplaatsen. De raad moet een
                    woonplaatsnaam of de -grens van een woonplaats instellen of wijzigen bij
                    besluit. Hierbij moet aan de regelgeving en convenant worden gehouden, zoals
                    deze is opgenomen in de Wet “Basisregistratie Adressen en Gebouwen”.</al><al>De woonplaats moet niet verward worden met een kern, omdat deze alleen de
                    bebouwde komgrens aangeeft voor andere wetstoepassingen. Een woonplaats kan uit
                    meerdere kernen bestaan, welke afzonderlijk benoemd kunnen worden, zoals bedoeld
                    in artikel 2.1 lid 3.</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Een woonplaats kan verdeeld worden in kernen. Dit om de vindbaarheid van
                    adressen te verbeteren. Voor de postbezorging geldt de woonplaatsnaam, maar bij
                    weergave van de kern- of buurtschapnaam geeft dit geen problemen.</al><al>Het college kan besluiten over de naam en grens van een kern. Een kern is het
                    gebied wat vastgesteld is door een kombesluit volgens de Wegenwet. Na besluit
                    moet dit ter kennisgeving verzonden worden naar het provinciaal bestuur.</al><tussenkop>Lid 4</tussenkop><al>In de verordening komt het benoemen van de wijken en buurten terug wat tot de
                    bevoegdheid van het college wordt gerekend. Dit omdat het indelen van het
                    gemeentelijke grondgebied primair gemeentelijke doeleinden dient. Bij het
                    instellen of wijzigen van de wijk- en buurtindeling hoort de gemeente wel te
                    overleggen met het CBS.</al><al>De woonplaatsen in gemeente Brummen worden alleen onderverdeeld in buurten en
                    buurtschappen. De woonplaats is op zich een wijk, omdat anders de indeling te
                    kleinmazig wordt.</al><al>De grens van een kern, welke onder lid 3 wordt aangeduid, is ook de grens bij
                    het indelingen van kernen in buurten. Verdere verdeling in buurten geschied op
                    historische of natuurlijke grenzen.</al><al> Een buurtschap is een aanduiding voor een groep van bebouwing, waarbij geen
                    komgrensbesluit ter grondslag ligt of kan liggen. Vaak komen dergelijke namen en
                    grenzen voort uit historische indelingen welke in stand worden gehouden. Een
                    dergelijke indeling is nodig, om het buitengebied binnen een woonplaats
                    beheerbaar te houden.</al><al>In veel gemeenten wordt de wijk- en buurtindeling verfijnd tot bouwblokken. Een
                    indeling naar bouwblok is van belang voor de verwerving van onroerende zaken,
                    voor bouwblokonderzoek, het opstellen en wijzigen van bestemmingsplannen, het
                    opstellen van voorbereidingsbesluiten, voor stratentabellen en voor statistisch
                    onderzoek, maar ook voor de vuilophaaldienst, inentingsdistricten,
                    gebiedsindeling van sociale instellingen et cetera. Er bestaan geen
                    voorschriften voor de aanduiding van bouwblokken. Dit betekent dat gemeenten die
                    de wijk- en buurtindeling willen verfijnen tot bouwblokken, naar eigen inzicht
                    nummers kunnen hanteren bij het aanduiden van bouwblokken.</al><tussenkop>Lid 5</tussenkop><al>In het vijfde lid is het benoemen van de openbare ruimte geregeld. De openbare
                    ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden
                    bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwateren, bruggen, viaducten, metrostations,
                    dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. Het benoemen van de
                    openbare ruimte is een facultatieve bevoegdheid van het college. Hij benoemt de
                    openbare ruimte indien dat naar zijn oordeel nodig is.</al><tussenkop>Lid 6 en 7</tussenkop><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moeten
                    burgemeester en wethouders rekening houden met de belangen van in het bijzonder
                    bewoners en bedrijven. Wijziging van een naam of van het nummer treft de
                    belangen van bewoners en bedrijven. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn van
                    een gemeentelijke gehoudenheid tot het regelen van de gevolgen van de
                    wijzigingsbesluiten.</al><al>Een aantal punten is hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient
                            voldoende tijd te liggen zodat de bewoners en de bedrijven zich op de
                            gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer
                            deze periode is, hoe minder de gemeente gehouden is tot compenserende
                            maatregelen. In zijn algemeenheid verdient het aanbeveling in een
                            vroegtijdig stadium contact op te nemen met de betrokken bedrijven. De
                            Algemene wet bestuursrecht kent deze verplichting op grond van artikel
                            4:8.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden geacht tot het
                            vergoeden van de gemaakte kosten is geen algemene norm aan te geven
                            waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, dan is het beschikbaar stellen van een
                            aantal adreswijzigingkaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm
                            van schadeloosstelling.</al></li><li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van één jaar onevenredig
                            in hun belangen worden getroffen kunnen een aanspraak maken op
                            vergoeding van een deel van de door hen te maken kosten.</al></li></lijst><al>Daarbij zijn de volgende aspecten te wegen:</al><lijst><li nr="a."><al>de bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten;</al></li><li nr="b."><al>het maatschappelijke risico dat een bedrijf dientengevolge is toe te
                            rekenen;</al></li><li nr="c."><al>de lengte van de voorbereidingsperiode;</al></li><li nr="d."><al>de specifieke aspecten van het bedrijf;</al></li><li nr="e."><al>de voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en productonderdelen
                            met adresvermelding;</al></li><li nr="f."><al>de actualiteit van de onder e genoemde zaken;</al></li><li nr="g."><al>het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder e
                            genoemde zaken;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de
                            onder e genoemde zaken.</al></li></lijst><al>De in het tweede lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een
                    aanvraag tot het benoemen van de openbare ruimte bij burgemeester en wethouders
                    indienen. Een dergelijke aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een
                    verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3,
                    derde lid Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn in ieder geval de
                    hoofdstukken 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen
                    over besluiten).</al><al/><tussenkop>Artikel 2.2 Toekennen en laten vervallen van
                    nummers</tussenkop><al/><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Dit artikel regelt het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen
                    en standplaatsen door het college van burgemeester en wethouders. Dit geldt niet
                    voor andere bouwwerken, panden die niet duurzaam met de grond verbonden zijn,
                    complexen en afgebakende terreinen. </al><al>Hier is niet voor de term ‘huisnummer’ gekozen omdat bij bedrijven, ligplaatsen
                    en standplaats niet kan worden gesproken van een
                    ‘<cursief>huis</cursief>-nummer’.</al><al>Het ligt niet voor de hand dat een gemeente de kosten die gepaard gaan met de
                    uitwerking van dit artikel bij de eigenaar van het betreffende verblijfsobject
                    in de vorm van leges in rekening brengt. Er is immers niet duidelijk sprake van
                    een individueel belang.</al><al/><tussenkop>Commentaar</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>De wetgeving “Basisregistratie Adressen en Gebouwen” stelt de verplichting voor
                    het nummeren van verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen. De afweging
                    wordt gemaakt door de definitie van verblijfsobject te hanteren en daarbij het
                    objectenhandboek, welke bij de wet is toegevoegd, te gebruiken.</al><al>De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een
                    aanvraag tot nummertoekenning bij het college kunnen indienen. Ook deze aanvraag
                    kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende een
                    besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook in ieder geval de hoofdstukken drie en
                    vier van de Awb van kracht.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Wanneer het blijkt dat een pand en/of verblijfsobject gesloopt wordt of dat een
                    eventuele onderverdeling van het pand in verblijfsobjecten is vervallen, kan het
                    college beslissen om het nummer, welke onder lid 1 is toegekend, te laten
                    vervallen. Hiervoor zal de gebruiker en eigenaar van het pand en/of
                    verblijfsobject op de hoogte moeten worden gebracht.</al><tussenkop>Lid 3 en 4</tussenkop><al>Zie voor de toelichting onder artikel 2.1, lid 6 en 7.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 3 Aanbrengen, onderhouden en verwijderen van
                    naam- en nummerborden en nummerplanken</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 3.1 Taken van het college bij het aanbrengen,
                    wijzigen en verwijderen van naam- en nummerborden en nummerplanken</tussenkop><al/><tussenkop>Commentaar</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Het aanbrengen van nummerborden is per gemeente verschillend geregeld. De
                    gemeente brengt zelf de nummerborden aan volgens de voorschriften.</al><al>In het eerste lid is vastgelegd dat een verblijfsobject een door het college
                    toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Daarmee wordt het college de
                    mogelijkheid geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers
                    aan verblijfsobjecten. Met het oog op de dienstverlening is het immers
                    noodzakelijk dat de nummers, die door het college zijn toegekend, ook ter
                    plaatse zijn terug te vinden.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Het aanbrengen van nummerplanken op of nabij de perceelgrens in de openbare berm
                    is per besluit van het college geregeld. De gemeente brengt zelf nummerplanken
                    aan volgens de voorschriften.</al><al>In het tweede lid is vastgesteld dat een verblijfsobject een nummerplank krijgt,
                    wanneer het aan de volgende eisen voldoet:</al><lijst><li nr="a."><al>het verblijfsobject ligt buiten de vastgestelde kerngrenzen;</al></li><li nr="b."><al>het verblijfsobject ligt binnen de vastgestelde buurtgrenzen van
                            industriegebieden en bosparken;</al></li><li nr="c."><al>het verblijfsobject ligt meer dan vijfendertig meter van de openbare
                            weg.</al></li></lijst><al>De vastgestelde industriegebieden binnen de kom zijn: Rhienderen Noord,
                    Hazenberg en Eerbeek Zuid.</al><al>De vastgestelde bosparken binnen de kom zijn: Het Hungeling, Veldkant en
                    Wilhelminapark.</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Naamborden zullen in overeenstemming met de wens van het college worden
                    aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente.</al><tussenkop>Lid 4, 5 en 6</tussenkop><al>In het vierde lid is bepaald dat het door het college van burgemeester en
                    wethouders toegekende nummer binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht.
                    Voor gevallen waarin het pand en/of verblijfsobject nog niet is voltooid, is in
                    het vijfde lid een andere termijn gesteld. Het zesde lid geeft het college de
                    mogelijkheid de in het vierde en vijfde lid genoemde termijn te verlengen.</al><tussenkop>Lid 7 en 8</tussenkop><al>In het zevende lid is bepaald dat het door het college van burgemeester en
                    wethouders onttrokken nummer binnen een bepaalde termijn moet worden verwijderd.
                    Het achtste lid geeft het college de mogelijkheid de in het zevende lid genoemde
                    termijn te verlengen.</al><tussenkop>Artikel 3.2 Bevoegdheden en verboden voor derden betreffende naam- en </tussenkop><tussenkop>nummerborden en nummerplanken</tussenkop><tussenkop>Commentaar</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Het eerste lid verbiedt een ieder die daartoe niet bevoegd is namen en nummers
                    toe te kennen aan delen van de openbare ruimte en aan de daaraan liggende
                    gemeentelijke bouwwerken door deze zichtbaar ter plaatse aan te brengen.</al><al>Ook verbiedt het een ieder die daartoe niet bevoegd is nummers toe te kennen aan
                    onroerende zaken die privé-bezit zijn, door deze op zichtbare wijze aan te
                    brengen. Overtreding van het eerste lid wordt strafbaar gesteld.</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Wanneer een rechthebbende vindt dat het naam- of nummerbord verplaatst moet
                    worden, moet hij het college vragen om de verplaatsing. Hierna kan het college
                    bepalen op welke plaats het betreffende naam- of nummerbord herplaatst kan
                    worden. </al><al>Dit geldt ook voor de eventueel aangebrachte nummerplank op of nabij de
                    perceelgrens in de openbare berm.</al><tussenkop>Lid 4</tussenkop><al>Vooral het door de burger aanbrengen van een siernummer aan zijn onroerende zaak
                    is de laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien heeft onderzoek van
                    een grote gemeente aangetoond dat niet alleen ‘eigen nummers’ worden toegekend
                    aan verblijfsobjecten maar dat dikwijls ook nummers ontbreken, niet leesbaar
                    zijn of zo abstract zijn vormgegeven, dat zij niet meer aan de criteria van
                    ‘doeltreffendheid’ voldoen. Daarom stelt de gemeente eisen vast aan
                    nummerborden. Deze dienen te worden uitgewerkt in de technische
                    uitvoeringsvoorschriften.</al><al>Een siernummer mag, wanneer het door de gemeente aangebrachte nummerbord
                    bevestigd blijft aan het genummerde verblijfsobject op de locatie, zoals
                    omschreven in deze verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 3.3 Toelaten werkzaamheden m.b.t. naam- en
                    nummerborden en </tussenkop><tussenkop>nummerplanken</tussenkop><al/><tussenkop>Commentaar</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>In het kader van de dienstverlening dienen naam- en nummerborden door of namens
                    de gemeente ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk
                    door de borden te bevestigen aan bouwwerken die op andermans terrein ten behoeve
                    van de naamgeving mogen worden geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening
                    met de omstandigheid dat de borden niet door de gemeente zelf, maar door derden
                    worden aangebracht. Om te voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte
                    borden door hoog opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt
                    belemmerd, is bepaald dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde
                    borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Een nummerplank is ook een verplichte dienstverlening van de gemeente en dient
                    ervoor om in gebieden, waar het lezen van nummerborden aan bouwwerken moeilijk
                    is, helderheid te verschaffen in de nummering.</al><al>De gemeente plaatst de nummerplanken volgens vastgestelde voorschriften op of
                    nabij de perceelgrens in de openbare berm. De rechthebbende dient toe te laten
                    dat deze nummerplanken worden geplaatst nabij zijn verblijfsobject.</al><al>Een nummerplank is geen vrijblijvende dienstverlening en wordt daarom ook door
                    het college verplicht gesteld.</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Wanneer borden aan een bouwwerk, een pand, een muur, paal, schutting of andere
                    soort terreinafscheiding worden aangebracht, zal de rechthebbende op de hoogte
                    gesteld moeten worden van de plaatsing. De voorgestelde plaatsing kan dan
                    bespreekbaar worden gesteld met een uiteindelijke mogelijkheid tot bezwaar van
                    de rechthebbende.</al><al>Ook bij het plaatsen van een nummerplank op of nabij de perceelgrens in de
                    openbare berm zal de rechthebbende van het verblijfsobject op de hoogte worden
                    gebracht.</al><al/><tussenkop>Artikel 3.4 Zorgplicht over naam- en nummerborden en
                    nummerplanken</tussenkop><tussenkop>Commentaar</tussenkop><tussenkop>Lid 1 en 2</tussenkop><al>Het eerste en tweede lid regelen dat de rechthebbende zorg moet dragen voor de
                    zichtbaarheid van de naam- en nummerborden, welke aan zijn verblijfsobject zijn
                    bevestigd. Ook naamborden, welke op zijn erf geplaatst zijn, en bij het
                    verblijfsobject behorende nummerplank op of nabij de perceelgrens in de openbare
                    berm vallen binnen deze twee leden.</al><al>Door begroeiing, zonnewering of gestalde objecten kan de zichtbaarheid van het
                    naam- of nummerbord worden belemmerd. De gemeente kan hier de rechthebbende op
                    aanspreken en verzoeken tot verandering van de ontstaande situatie.</al><al>Voor nummerplanken heeft zowel de eigenaar van het verblijfsobject als de
                    gemeente de plicht tot het zichtbaar houden van de nummerplank.</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Wanneer het nummerbord of nummerplank beschadigd, slecht leesbaar of zelfs
                    verwijderd is, moet de rechthebbende van het genummerde verblijfsobject de
                    gemeente waarschuwen en verzoeken tot plaatsing van een nieuw nummerbord of
                    nummerplank.</al><al>Wanneer blijkt dat de beschadiging of het ontbreken van het nummerbord of
                    nummerplank moetwillig is ontstaan door de rechthebbende, worden de kosten voor
                    een nieuw nummerbord of nummerplank bij de rechthebbende in rekening
                    gebracht.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 4 Voorschriften voor naamgeving, nummering en
                    begrenzing</tussenkop><tussenkop>Artikel 4.1 Voorschriften Commentaar</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid nadere technische uitvoeringsvoorschriften
                    te geven. Er kan in dit verband worden gedacht aan algemene eisen aan het te
                    gebruiken materiaal, evenals aan een aantal andere technische zaken zoals de
                    methode van nummering en maatvoering van de borden.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Het tweede lid biedt het college de mogelijkheid nadere administratieve
                    voorschriften te geven. De basis van de administratieve voorschriften is
                    opgenomen in de Wet “Basisregistratie Adressen en Gebouwen”.</al><al>Deze passage is om verschillende redenen in de verordening opgenomen. In de
                    eerste plaats vervullen naam- en nummergegevens een zeer wezenlijke functie in
                    het maatschappelijke verkeer. De dienstverlening (rampenbestrijding,
                    hulpdiensten, postbezorging, et cetera) kan niet zonder deze informatie. In de
                    tweede plaats zijn tal van gemeentelijke registraties geordend op de volgorde
                    van naam en nummer. In de derde plaats is een systematische en eenduidige
                    verstrekking van naam- en nummergegevens aan vele instanties noodzakelijk. </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 5 Overige bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 5.1 Strafbepaling</tussenkop><al>Het is gebruikelijk om de tweede categorie als strafbaarstelling op te nemen.
                    Hierdoor krijgt de rechter in zijn beslissingsbevoegdheid als strafrechter een
                    grotere keuze en meer mogelijkheden om de belangen van het strafbaar feit af te
                    wegen naar de omstandigheden waaronder het is begaan. Het feitelijk opleggen van
                    een straf blijft uiteindelijk een bevoegdheid van de rechter.</al><al>Door alleen maar de tweede categorie aan te wijzen is er sprake van een sterke
                    vereenvoudiging in regelgeving die voor iedere justitiabele rechtszekerheid
                    geeft betreffende de maximale strafmaat.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>