<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70193_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling inzake de behandeling van bezwaarschriften</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordenveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordenveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Krant, 14-10-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling behandeling bezwaarschriften</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht art. 7:13, Gemeentewet, art. 84</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-09-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-08-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling inzake de behandeling van bezwaarschriften</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Regeling behandeling bezwaarschriften(gewijzigd bij besluit B&amp;W van 22
            september 2008)</vet></al><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht en
                        het bepaalde in artikel 84 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de volgende</al><al>Regeling inzake de behandeling van bezwaarschriften</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al>a commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;</al><al>b wet: wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992, 315) houdende algemene regels van
                            bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht);</al><al>c Burgemeester en Wethouders: Burgemeester en Wethouders van de gemeente
                            Noordenveld, het bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst
                            Noordenkwartier (ISD), de Burgemeester van de gemeente Noordenveld, de
                            Raad van de gemeente Noordenveld, ieder voor zover het hun bevoegdheden
                            betreft. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BEHANDELING VAN DE BEZWAARSCHRIFTEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>1 Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                gemaakte bezwaren als bedoeld in artikel 1:5 van de wet.</al><al>2 De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die
                                zijn ingediend tegen besluiten op grond van gemeentelijke
                                belastingen en retributies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><al>1 De commissie bestaat uit drie kamers, die belast worden met de
                                behandeling van bezwaarschriften.</al><al>2 Er is een kamer I voor de behandeling van bezwaarschriften op
                                grond van andere wetten en regelingen dan in dit artikel onder 3 en
                                4 genoemd.</al><al>3 Er is een kamer II voor de behandeling van bezwaarschriften op
                                grond van de Wet werk en bijstand, op grond van andere besluiten op
                                het gebied van de sociale zekerheid en op grond van de Wet
                                maatschappelijke ondersteuning.</al><al>4 Er is een kamer III voor de behandeling van bezwaren op grond van
                                de Ambtenarenwet.</al><al>5 Elke kamer bestaat uit een voorzitter, c.q. kamervoorzitter, twee
                                leden en één of meer plaatsvervangende leden. </al><al>6 De vervanging van de kamervoorzitter geschiedt door één van de
                                leden van die Kamer in onderling overleg of door de vaste voorzitter
                                van een andere Kamer.</al><al>7 Indien een lid verhinderd is een vergadering bij te wonen, wordt
                                deze vervangen door een plaatsvervangend lid. Indien er geen
                                plaatsvervangend lid beschikbaar is, vindt het horen plaats door de
                                kamervoorzitter en één lid, ofwel wijst de kamervoorzitter een lid
                                van een andere Kamer aan om de commissie aan te vullen. </al><al>8 Indien de voorzitter van een kamer dit in verband met de aard van
                                het onderwerp noodzakelijk acht, vindt de behandeling van een
                                bezwaarschrift plaats door de gezamenlijke kamers I en II van de
                                commissie. </al><al>9 Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in
                                deze regeling zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Benoeming</titel></kop><al>1 De voorzitter, kamervoorzitters, de leden en de plaatsvervangende
                                leden worden benoemd, geschorst en ontslagen door burgemeester en wethouders.</al><al>2 De voorzitter, kamervoorzitters, de leden en de plaatsvervangende
                                leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam
                                zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk
                                bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Secretaris</titel></kop><al>1 De secretaris van de commissie is een door burgemeester en
                                wethouders aangewezen ambtenaar.</al><al>2 Burgemeester en wethouders wijzen tevens een of meer
                                plaatsvervangers van de secretaris aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><al>1 De voorzitter, kamervoorzitters, de leden en de plaatsvervangende
                                leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de
                                gemeenteraad</al><al>2 De voorzitter, kamervoorzitters, de leden en de plaatsvervangende
                                leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.</al><al>3 De aftredende voorzitter, kamervoorzitters, de leden en de
                                plaatsvervangende leden van de commissie blijven hun functie
                                vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><al>1 Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al><al>2 Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde bijlagen wordt
                                rechtstreeks ingediend bij de commissie.</al><al>3 Een bezwaarschrift dat bij het bestuursorgaan is ingediend wordt
                                door dat bestuursorgaan zo spoedig mogelijk doorgestuurd naar de
                                commissie. </al><al>4 De commissie verstuurt de ontvangstbevestiging als bedoeld in
                                artikel 6:14 van de Wet. Indien een bezwaarschrift niet terstond in
                                handen van de commissie kan wordt gesteld, dragen burgemeester en
                                wethouders zorg voor het versturen van de ontvangstbevestiging als
                                bedoeld in artikel 6:14 van de wet. </al><al>5 Bij het bericht van ontvangst wordt vermeld dat de commissie over
                                het bezwaar zal adviseren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de artikelen</al><lijst><li nr="-"><al>2:1, tweede lid;</al></li><li nr="-"><al>6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een
                                        termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen
                                        aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan
                                        worden hersteld;</al></li><li nr="-"><al>6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken
                                        tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="-"><al>7:4, tweede lid;</al></li><li nr="-"><al>7:6, vierde lid;</al></li><li nr="-"><al>7:18, tweede en zesde lid, en</al></li><li nr="-"><al>7:20, vierde lid, van de wet worden voor de toepassing van
                                        deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de
                                        commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><al>1 De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding
                                van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle
                                gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.</al><al>2 De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen
                                zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien
                                daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester
                                en wethouders vereist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><al>1 De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                zitting waarin de belanghebbenden en burgemeester en wethouders in
                                de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen
                                horen.</al><al>2 De voorzitter beslist over de toepassing van de artikelen 7:3 en
                                7:17 van de wet.</al><al>3 Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde
                                artikelen besluit van het horen af te zien doet hij daarvan
                                mededeling aan:</al><al>a de belanghebbenden;</al><al>b burgemeester en wethouders.</al><al>4 Burgemeester en wethouders dienen vóór een door de commissie te
                                bepalen tijdstip een pleitnotitie/verweerschrift in waarin zij hun
                                standpunt ten aanzien van het ingediende bezwaarschrift gemotiveerd
                                uiteenzetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><al>1 De voorzitter deelt de belanghebbenden en burgemeester en
                                wethouders ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk mee,
                                dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens
                                de zitting.</al><al>2 Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling
                                kunnen de belanghebbenden of burgemeester en wethouders, onder
                                opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de
                                zitting te wijzigen.</al><al>3 De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het
                                tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval een week
                                voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en
                                burgemeester en wethouders. </al><al>4 De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het
                                eerste, tweede en derde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist, dat tenminste twee
                                leden, danwel de Kamervoorzitter en een lid aanwezig zijn. De
                                commissie vergadert gewoonlijk in een samenstelling van twee leden
                                en de kamervoorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                                behandeling van een bezwaar- schrift, indien daarbij hun
                                onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><al>1 De zitting van kamer I van de commissie is openbaar.</al><al>2 De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of
                                een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een
                                belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al><al>3 Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen
                                aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten,
                                vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al><al>4 De zitting van de kamers II en III is niet openbaar, tenzij de
                                indiener van het bezwaarschrift daarom verzoekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><al>1 Het verslag als bedoeld in de artikelen 7:7 en 7:21 van de wet
                                vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van
                                hun hoedanigheid.</al><al>2 Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer
                                is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.</al><al>3 Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt
                                het verslag hiervan melding.</al><al>4 Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag worden gehecht.</al><al>5 Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris
                                van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><al>1 Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt
                                opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit
                                onderzoek houden.</al><al>2 De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                belanghebbenden toegezonden.</al><al>3 De leden van de commissie, burgemeester en wethouders en de
                                belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het
                                eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de
                                commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                                hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk
                                verzoek.</al><al>4 Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de
                                hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><al>1 De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over
                                het door haar uit te brengen advies.</al><al>2 a De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                brengen advies.</al><al> b Indien bij een stemming de stemmen staken dan beslist de stem van
                                de voorzitter.</al><al>c Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt,
                                indien die minderheid dat verlangt.</al><al>3 Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaar- of beroepschrift.</al><al>4 Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                commissie ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><al>1 Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                                artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere
                                informatie, tijdig uitgebracht aan burgemeester en wethouders. </al><al>2 Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de
                                termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, of
                                artikel 7:24, tweede lid, van de wet, ontoereikend is voor
                                achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en
                                het nemen van een beslissing verzoekt hij burgemeester en wethouder
                                tijdig de beslissing te verdagen.</al><al>3 Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                                belanghebbenden een afschrift.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: </al><al>Regeling behandeling bezwaarschriften. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Roden, 22 september 2008. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noordenveld</ondertekening><ondertekening>De burgemeester, de secretaris,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>