<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70171_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening kabels gemeente Beek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet, art. 5.2, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Indien de bekendmaking van deze regeling vóór 22-12-2010 niet heeft plaatsgevonden, dan geldt de bekendmaking in de Maas- en Geleenbode van 22-12-2010 als officiële bekendmaking van deze regeling zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Telecommunicatieverordening kabels.</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Beek;</al><al/><al>Gelet op artikel 5.2, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149
                        van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: Verordening inzake werkzaamheden in
                        verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                        telecommunicatiekabels;</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.wet : Telecommunicatiewet;</al><al>b.openbaar telecommunicatienetwerk : Telecommunicatienetwerk als genoemd in
                        artikel 1.1, onder g, van de wet;</al><al>c.omroepnetwerk : Omroepnetwerk als genoemd in artikel 1.1, onder o, van de
                        wet;</al><al>d.kabels : Kabels, genoemd in artikel 1.1, onder r, van de wet</al><al>e.openbare gronden : Openbare wegen en wateren, als genoemd in</al><al>artikel 1.1, onder s, van de wet</al><al>f.aanbieder : Aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk</al><al>of een omroepnetwerk; </al><al>g.werkzaamheden : Werkzaamheden in verband met de aanleg,</al><al>instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare
                        gronden;</al><al>h.gedoogplichtige : Degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld</al><al>in artikel 5 . 1 , eerste lid, van de wet;</al><al>i.college : College van burgemeester en wethouders;</al><al>j.melding : Melding als bedoeld in artikel 5.2, derde lid,</al><al>aanhef en onder a, van de wet;</al><al>k.instemmingsbesluit : Besluit van het college als bedoeld in artikel</al><al>5.2, derde lid, aanhef en onder b, van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Tijdstip van melding van voorgenomen werkzaamheden.</titel></kop><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt in ieder geval acht
                        weken voor de aanvang van de werkzaamheden het voornemen daartoe bij het
                        college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Melding werkzaamheden,</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de melding maakt de aanbieder gebruik van een daartoe door het
                                college vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>Bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                                        Autoriteit afgegeven registratie;</al></li><li nr="b."><al>een uittreksel uit het handelsregister van de Kemer van
                                        Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>naam, adres en telefoonnummer van degene die de kabel in
                                        eigendom heeft, degene die de kabel</al><al> beheert en degene die de kabel exploiteert;</al></li><li nr="d."><al>een opgave van de soort kabel en het beoogde gebruik;</al></li><li nr="e."><al>welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden
                                        gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en
                                        de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="f."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>een opgave van het gewenste tracé. Het tracé dient
                                                te zijn ingetekend op de grootschalige basiskaart
                                                Nederland (GBKN), schaal 1:500 of 1:1,000, met
                                                daarop aangegeven een doorsnede van de te graven
                                                sleuf met zowel de bestaande alsmede de nieuw te
                                                leggen kabels;</al></li><li nr="-"><al>een opgave van bestaande kabels en leidingen van
                                                derden binnen de afstand van 1 meter aan weerszijden
                                                van de te graven sleuf;</al></li><li nr="-"><al>een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                                werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de
                                                situering daarvan;</al></li><li nr="-"><al>een omschrijving van eventuele opbrekingen;</al></li><li nr="-"><al>de doorsnede van de kabel of kabelgoot;</al></li><li nr="-"><al>de lengte en breedte van de kabelsleuf;</al></li><li nr="-"><al>een opgave van straatmeubilair, verkeersborden,
                                                bomen e.d. ter plaatse van de werkzaamheden en de
                                                situering daarvan;</al></li><li nr="-"><al>de maatregelen voor de bereikbaarheid van in de
                                                openbare gronden aanwezige kabels en leidingen;</al></li><li nr="-"><al>het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging
                                                van de werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>naam, adres en telefoonnummer van de aannemer(s) of
                                                onderaannemer(s) die belast is (zijn) met de
                                                werkzaamheden en van een contactpersoon ten tijde
                                                van de uitvoering van de werkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden
                                        van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt
                                        uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding, als
                                        genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in
                                        kennis gesteld van de uitkomsten van het overleg tussen de
                                        aanbieder en de andere gedoogplichtige.</al></li><li nr="h."><al>Het college kan nadere regels stellen inzake de gegevens die
                                        bij de melding worden verstrekt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan het instemmingsbesluit voorschriften en
                                beperkingen verbinden in het belang van de:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van schade of overlast;</al></li><li nr="c."><al>de bruikbaarheid van de openbare gronden;</al></li><li nr="d."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de openbare
                                        gronden;</al></li><li nr="e."><al>het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare
                                        gronden;</al></li><li nr="f."><al>de belemmering van doelmatig beheer en onderhoud van de
                                        openbare gronden;</al></li><li nr="g."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                        omgeving;</al></li><li nr="h."><al>de bescherming van groenvoorzieningen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Ter bescherming van de belangen als genoemd ir. het eerste lid, kan
                                het college in ieder geval aan het instemmingsbesluit voorschriften
                                of beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen,
                                zoals kabelgoten en geleidingen en een zekerheidsstelling voor de
                                nakoming van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en
                                beperkingen aan het instemmingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                opruiming van kabels en medegebruik van voorzieningen dient te
                                geschieden conform de terzake geldende gemeentelijke
                                richtlijnen.</al></li><li nr="4."><al>Inzake de beheer- en degeneratiekosten geldt de vigerende regeling
                                met betrekking tot het leggen van kabels in de openbare ruimte van
                                de gemeente Beek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Schadevergoedingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoedingen van beheer- en degeneratiekosten inzake straatwerk,
                            bedoeld in artikel 5.4 in de wet geschiedt overeenkomstig de regeling
                            tussen VNG en KPN-Telecom;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van Burgemeester en wethouders stellen de grondslag vast
                            voor de berekening van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde
                            schadevergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Zakelijk karakter instemmingsbesluit.</titel></kop><al>Indien de kabel wordt overgedragen aan een nieuwe aanbieder gaan de rechten
                        en plichten die betrekking hebben op de kabel van de oude aanbieder over op
                        de nieuwe aanbieder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Melding wijziging.</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het
                        eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of het feit
                        dat de kabel niet langer ten dienste van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in of op openbare
                        gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Revisietekeningen.</titel></kop><al>De aanbieder dient om niet op eerste aanvraag van of namens het college van
                        burgemeester en wethouders de meest actuele revisiegegevens digitaal aan de
                        gemeente Beek ter beschikking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Aanvraag voor een ander dan openbaar netwerk.</titel></kop><al>Aanvragen van aanbieders die een ander netwerk aanleggen dan een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of omroepnetwerk worden geweigerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overgangsbepaling.</titel></kop><al>De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op openbare gronden,
                        voorzover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op
                        de telecommunicatievoorzieningen, dient door de aanbieders binnen een jaar
                        na inwerkingtreding van deze verordening te worden gemeld aan het college
                        via het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, tweede lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de datum van
                        inwerkingtreding van artikel 5.2, vierde lid, van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Telecommunicatieverordening kabels
                        gemeente Beek. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 27 mei 1999.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, De voorzitter.</ondertekening><ondertekening>Drs J.H.M. Jürgens Drs. A.M.J. Cremers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting telecommunicatie verordening.</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>. Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>a.<onderstreept>Wet.</onderstreept></al><al>De verordening is gebaseerd op de Telecommunicatiewet (TW}. Deze wet is de
                        opvolger van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, die op zijn beurt
                        de Telegraaf- en Telefoonwet van 1 9 04 heeft vervangen. </al><al/><al>b.<onderstreept>Openbare telecommunicatienetwerk.</onderstreept></al><al>Een openbaar telecommunicatienetwerk wordt in artikel 1, onder g, TW
                        omschreven als een telecommunicatienetwerk dav onder meer de verrichting van
                        openbare telecommunicatiediensten wordt gebruikt of een
                        telecommunicatienetwerk waarmee aan het publiek de mogelijkheid tot
                        overdracht van signalen tussen netwerkaansluitpunten ter beschikking gesteld
                        wordt. Deze omschrijving valt in twee delen uiteen. In de eerste plaats
                        geldt dat een openbaar telecommunicatienetwerk wordt gebruikt voor de
                        verrichting van openbare telecommunicatiediensten. Dit betekent dat de
                        betreffende telecommunicatiedienst beschikbaar is voor het publiek. Deze
                        dienst wordt openbaar aangeboden en is beschikbaar voor eenieder die van dat
                        aanbod gebruik wil maken. Dit betekent dat telecommunicatiediensten die
                        uitsluitend beschikbaar zijn voor leden van een besloten gebruikersgroep,
                        niet openbaar zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om een besloten netwerk op een
                        bedrijventerrein.</al><al>In het tweede deel van de omschrijving wordt gesproken over de "mogelijkheid
                        tot overdracht van signalen tussen netwerkaansluitpunten". Hiermee wordt
                        onder meer gedoeld op huurlijnen. Een huurlijn wordt in de TW in artikel 1,
                        onder i, gedefinieerd als het aan het publiek ter beschikking stellen van
                        transparant transmissiecapaciteit tussen twee netwerkaansluitpuntenvan een
                        telecommunicatienetwerk, zonder routeringsfuncties waarover gebruikers
                        kunnen beschikken als onderdeel van de geleverde huurlijn.</al><al>Met een voorbeeld zal worden verduidelijkt wat hiermee precies wordt
                        bedoeld. Stel dat een bedrijf twee filialen met elkaar wil verbinden door
                        middel van een kabel voor telecommunicatie en dataverkeer. De kabel is voor
                        exclusief gebruik van het bedrijf. Er doen zich twee mogelijkheden
                        voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het bedrijf neemt een aanbieder van openbare
                                telecommunicatienetwerken in de arm. Die zorgt ervoor dat de kabel
                                wordt gelegd en exploiteert deze in het vervolg. Het bedrijf huurt
                                vervolgens de lijn. Deze huurlijn is te beschouwen als een openbaar
                                telecommunicatienetwerk en moet dus worden gedoogd;</al></li><li nr="-"><al>het bedrijf laat in eigen beheer en voor eigen kosten de kabel
                                leggen en exploiteert de lijn zelf.</al></li></lijst><al>Het betreft een niet-openbaar netwerk, waarvoor de gemeente niet
                        gedoogplichtig is.</al><al/><al>c.<onderstreept>Omroepnetwerk.</onderstreept></al><al>Een omroepnetwerk wordt in artikel 1, onder o, TW omschreven als technische
                        inrichting, of onderdelen daarvan, die worden gebruikt om met gebruik van
                        kabels of radioverbindingen tussen punten programma’s te verspreiden naar
                        een of meer bij anderen in gebruik zijn gronden, woningen of niet tot woning
                        dienende gebouwen. In de meeste gevallen zal het gaan om het
                        kabeltelevisienetwerk, met behulp waarvan radio- en televisieprogramma's
                        worden doorgegeven. </al><al>De aanbieder van een omroepnetwerk kan via ditzelfde netwerk ook openbare
                        telecommunicatiediensten aanbieden, dan wel het netwerk als openbaar
                        telecommunicatienetwerk gebruiken. Voor beide activiteiten is een
                        afzonderlijke registratie verplicht.</al><al/><al>d.<onderstreept>Kabels.</onderstreept></al><al>Onder het begrip kabels vallen, overeenkomstig artikel 1.1, onder r, TW,
                        niet alleen de feitelijke kabels, maar ook de ondersteuningswerken,
                        beschermingswerken en signaalinrichtingen. Tevens worden tot het begrip
                        kabels gerekend: de inrichtingen bestemd om daarin verbinding tot stand te
                        brengen tussen kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en kabels
                        in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds, dan wel
                        tussen laatstgenoemde kabels onderling. Of een bepaald object dat een
                        telecomaanbieder wil aanbrengen onder de omschrijving van het begrip kabels
                        valt, is in de eerste plaats een technisch vraagstuk. Daarnaast moet ook
                        worden bezien welke objecten gemeenten in het verleden hebben gedoogd.
                        Materieel bezien moet onder de TW namelijk hetzelfde worden gedoogd als
                        onder de Wet op de telecommunicatievoorzieningen (WTV). Formeel bezien valt
                        op dat de letterlijke omschrijving van het begrip kabels in de TW is
                        verruimd ten opzichte van de omschrijving uit de WTV. Dit komt doordat nu
                        ook kabelwerken onder de omschrijving van kabels zijn gebracht, terwijl deze
                        in de WTV afzonderlijk waren gedefinieerd. De kabelwerken uit de WTV moesten
                        echter ook worden gedoogd. De invoering van de TW betekent op dit punt dus
                        geen verruiming van de mogelijkheden voor aanbieders om objecten te
                        plaatsen.</al><al>Onder de TW vallen alleen openbare kabels. Werkzaamheden aan andere
                        telecomkabels kunnen onder het vergunningenregime van de algemene
                        plaatselijke verordening (APV) vallen; zie bijvoorbeeld artikel 2.1.5.2
                        model-APV van de VNG.</al><al/><al>e.<onderstreept>Openbare gronden.</onderstreept></al><al>In artikel 1, onder s, TW wordt het begrip openbare gronden beschreven.
                        Hiertoe worden berekend openbare wegen, met inbegrip van de daartoe
                        behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels,
                        duikers, beschoeiingen en andere werken, alsmede wateren met de daartoe
                        behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor
                        eenieder toegankelijk zijn. Onder het begrip openbare gronden wordt ook het
                        begrip weg, zoals gebruikt wordt in de model-APV van de VNG, begrepen. Het
                        begrip openbare gronden is echter ruimer dan het begrip weg uit de
                        model-APV, aangezien hieronder ook de wateren met de daarbij behorende
                        bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor eenieder
                        toegankelijk zijn worden gerekend.</al><al/><al>f.<onderstreept>Aanbieder.</onderstreept></al><al>Het begrip aanbieder wordt gedefinieerd als een aanbieder van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk. Voor deze aanbieders geldt de
                        verplichting, zoals genoemd in artikel 5.2, derde lid, TW om voorafgaand aan
                        de aanvang van werkzaamheden ten behoeve van een openbaar telecommunicatie
                        of omroepnetwerk deze werkzaamheden te melden en vervolgens een
                        instemmingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders af te
                        wachten.</al><al/><al>g.<onderstreept>Werkzaamheden.</onderstreept></al><al>Werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                        kabels ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een
                        omroepnetwerk in en op openbare gronden betreffen ook de werkzaamheden die
                        verband houden met het medegebruik van voorzieningen. Bij het medegebruik
                        van voorzieningen moet onder andere gedacht worden aan het medegebruik van
                        kabelgoten of geleidingen. Voor dergelijke werkzaamheden geldt ook de
                        meldingsplicht en is eerst een instemmingsbesluit vereist voordat zij mogen
                        worden uitgevoerd. Over het medegebruik van voorzieningen wordt nader
                        ingegaan bij de toelichting op artikel 4.</al><al/><al>h.<onderstreept>Gedoogplichtige</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept></al><al>In artikel 5.1 , eerste lid, TW wordt bepaald dat eenieder verplicht is om
                        de aanleg en instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk in en op openbare gronden,
                        alsmede de opruiming daarvan, te gedogen. De beheerders van openbare gronden
                        moeten dus goedvinden ('gedogen') dat aanbieders van een opE^nbaar
                        telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk kabels in hun grond leggen. Tot
                        de beheerders van het openbare gebied behoren gemeenten, provincies,
                        waterschappen, het Rijk en particulieren in het bezit van openbare
                        grond.</al><al/><al>i.<onderstreept>College.</onderstreept></al><al>Ten behoeve van de leesbaarheid van de verordening wordt het college van
                        burgemeester en wethouders aangeduid met het college. Waar in hoofdstuk 5
                        van de TW wordt gesproken over 'het college', wordt OPTA bedoeld, en niet
                        het college van burgemeester en wethouders.</al><al/><al>j . + k. <onderstreept>Melding en
                            </onderstreept><onderstreept>instemmingsbesluit</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept></al><al>In artikel 5.2, derde lid, TW staat dat een aanbieder van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk slechts overgaat tot het
                        verrichten van werkzaamheden indien deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het voornemen daartoe heeft gemeld bij burgemeester en wethouders
                                van de desbetreffende gemeente, en</al></li><li nr="b."><al>van burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen over
                                tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van de
                                werkzaamheden.</al></li></lijst><al>Deze bepaling brengt met zich mee dat een aanbieder niet met de
                        werkzaamheden mag beginnen voordat bij instemming daarvoor heeft verkregen
                        van het college van burgemeester en wethouders.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Tijdstip van melding.</titel></kop><al>In artikel 5.2, vierde lid, TW is bepaald dat de gemeenteraad bij
                        verordening in ieder geval regels stelt inzake het tijdstip, voorafgaand aan
                        het verrichten van werkzaamheden waarop de melding uiterlijk moet zijn
                        gedaan. Artikel 2 van de verordening is hier een nadere uitwerking van.
                        Gekozen is voor een termijn van acht weken. Deze termijn sluit aan bij de
                        termijn als genoemd in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb). Dit staat het college van burgemeester en wethouders
                        echter niet in de weg om eerder, bijvoorbeeld na drie weken, op een melding
                        te besluiten. </al><al>Het staat de gemeente vrij om een andere termijn dan acht weken in de
                        verordening op te nemen.</al><al>Wordt gekozen om in de verordening een korts re termijn op te nemen, dan
                        wordt aanbevolen om deze termijn ook als beslistermijn te hanteren. Het zou
                        immers onlogisch zijn indien twee weken voor de voorgenomen aanvang van de
                        werkzaamheden een melding moet worden ingediend, terwijl binnen die termijn
                        nog geen uitsluitsel kan worden gegeven over de instemming.</al><al>Het tijdstip van melding voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden zou
                        ook afhankelijk gesteld kunnen worden van de plaats van de werkzaamheden.
                        Het is voorstelbaar dat voor een graafwerkzaamheid in het centrum van de
                        gemeente meer coördinatie van de zijde van de gemeente nodig is dan voor een
                        graafwerkzaamheid in het buitengebied van de gemeente. Bij werkzaamheden in
                        het centrum of op een hoofdroute door de gemeente moeten al dikwijls
                        verkeersmaatregelen worden getroffen of andere voorzieningen. Om die reden
                        heeft de gemeente voor de coördinatie van die werkzaamheden meer tijd nodig.
                        Artikel 2 zou daarom kunnen worden uitgebreid met een lid, luidende:</al><al>Als werkzaamheden worden verricht op hoofdroutes en in het centrumgebied,
                        zoals omschreven op de bijgevoegde kaart, of als bij werkzaamheden meerdere
                        gedoogplichtigen zijn betrokken, wordt de melding uiterlijk 15 weken voor de
                        aanvang van de werkzaamheden gemeld bij het college.</al><al>Vanzelfsprekend dient in dat geval een kaart van de gemeente met daarop
                        getekend de hoofdroutes of het centrumgebied tezamen met de verordening te
                        worden vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Melding.</titel></kop><al>Artikel 5.2, vierde lid, TW bepaalt onder meer dat de gemeenteraad bij
                        verordening in ieder geval regels vaststelt over de gegevens die bij de
                        melding moeten worden verstrekt, waaronder een uitvoeringsplan. Artikel 3
                        van de verordening is hiervan een nadere uitwerking. Gegevens die op basis
                        van artikel 4:2 van de Awb, zoals de dagtekening van de aanvraag, moeten
                        worden vermeld, zijn niet nog eens opgenomen in de opsomming van artikel 3.
                        De verplichting om deze gegevens te verstrekken volgt immers rechtstreeks
                        uit de Awb.</al><al>In artikel 3, eerste lid, is het gebruik van een aanmeldingsformulier
                        voorgeschreven. Een ordelijke en efficiënte afhandeling van de aanvraag
                        wordt immers bevorderd door de gebruikmaking van een speciaal daartoe
                        bestemd formulier.</al><al>In de opsomming uit het tweede lid van artikel 3 wordt allereerst de
                        registratie, afgegeven door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                        Autoriteit (OPTA} genoemd. De OPTA is per 1 augustus 1997 ingesteld in
                        verband met de liberalisering van de Europese telecommunicatiemarkt. De
                        taken van de OPTA zijn: toezicht op de telecommunicatiemarkt, beslechting
                        van geschillen, uitgifte van nummers en de registratie van
                        marktpartijen.</al><al>Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt
                        genoemd in de opsomming van artikel 3. Indien getwijfeld wordt of de
                        werkzaamheden gedoogd moeten worden, vormt de inschrijving bij de Kamer van
                        Koophandel namelijk een aanwijzing voor het vermoeden dat het bedrijf in
                        ieder geval openbare telecommunicatiediensten aanbeidt en daarmee dat hun
                        werkzaamheden, werkzaamheden aan een te gedogen openbare kabel kunnen
                        zijn.</al><al>Van belang is verder of er sprake is van een huurlijn. Om die reden wordt
                        bij de melding gevraagd aan te geven om wat voor soort kabel het gaat. Een
                        huurlijn is te beschouwen als een openbaar telecommunicatienetwerk en moet
                        dus worden gedoogd. Lijnen in eigen beheer of voor eigen exploitatie vormen
                        een niet-openbaar netwerk. De gemeente is voor deze lijnen niet
                        gedoogplichtig op grond van de wet. Voor werkzaamheden aan deze lijnen dient
                        een vergunning op grond van de APV te worden verleend; zie bijvoorbeeld
                        artikel 2.1.5.2 model-APV van de VNG.</al><al>Tevens moet worden aangegeven wie vooraf in kennis worden gesteld van de
                        voorgenomen werkzaamheden. Gedacht kan worden aan burgers of ondernemers die
                        overlast zullen ondervinden van de werkzaamheden. In sommige gevallen kan
                        het ook noodzakelijk zijn dat de politie en de brandweer op de hoogte worden
                        gesteld. Dit zal zich vooral voordoen wanneer de werkzaamheden met
                        wegversperringen gepaard gaan. </al><al>Uit het uitvoeringsplan moet voorts blijken op welke wijze de werkzaamheden
                        worden uitgevoerd.</al><al>Van belang is onder andere dat de kabels zo worden aangelegd dat de
                        bereikbaarheid voor in de grond reeds aanwezige kabels blijft behouden. Om
                        die reden is het van belang waar de kabelsleuf precies word gesitueerd.</al><al>Het derde lid ziet op de situatie dat de werkzaamheden ook betrekking hebben
                        op gronden van andere gedoogpüchtigen. In dat geval dienen ook de belangen
                        van deze gedoogpüchtigen bij het instemmingsbesluit te worden betrokken. Uit
                        artikel 5.2, eerste en tweede lid, TW vloeit immers voort dat de gemeente
                        met de coördinatie wordt belast van de werkzaamheden aan telecommunicatie-
                        en omroepnetwerken binnen haar grondgebied en dat de gemeente hierbij andere
                        belangen moet betrekking. Gelet hierop is in het derde lid van artikel 3 van
                        de verordening opgenomen dat de uitkomst van het overleg tussen de
                        aanbieders en de andere gedoogplichtigen uiterlijk vier weken na ontvangst
                        van de melding aan het college van burgemeester en wethouders wordt gemeld.
                        De aanbieder kan op deze wijze tegelijkertijd met de melding aan het college
                        van burgemeester en wethouders de andere gedoogplichtigen benaderen. Om geen
                        discussie te krijgen over de aanvang van de vier weken termijn is het aan te
                        bevelen om na ontvangst van de melding een ontvangstbevestiging te sturen.
                        Voordat tot instemming wordt besloten, dient het resultaat van dit overleg
                        bij de gemeente bekend te zijn. Deze procedure draagt bij aan een redelijke
                        afdoeningtermijn door het college van burgemeester en wethouders. Indien de
                        belangen van de andere gedoogplichtigen niet overeenkomen met de belangen
                        van de gemeente, ligt het vervolgens op de weg van het college
                        vanburgemeester en wethouders om de belangen zo goed mogelijk tegen elkaar
                        afte wegen. Daartoe zou bijvoorbeeld van de zijde van de gemeente een
                        overleg kunnen worden geëntameerd met alle betrokkenen, waaronder in ieder
                        geval de aanbieders en de andere gedoogplichtigen. Indien de partijen er
                        niet in onderling overleg uitkomen, moet het college van burgemeester en
                        wethouders na afweging van alle belangen een beslissing nemen. </al><al>In het vierde lid is opgenomen dat het college nadere regels kan stellen
                        voor de gegevens die bij de melding worden verstrekt. Het is mogelijk dat
                        het college bij werkzaamheden in het centrum andere eisen stelt aan het
                        uitvoeringsplan dan bij werkzaamheden in het buitengebied. Door het stellen
                        van nadere regels kan hierin onderscheid worden gemaakt. De bevoegdheid tot
                        het stellen van nadere regels is gebaseerd op artikel 156, derde lid, van de
                        Gemeentewet. Indien het college bij een individuele melding meent dat er
                        onvoldoende gegevens zijn overgelegd om een beslissing te nemen over de
                        instemming, kan het op basis van artikel 4:5 van de Awb nadere gegevens
                        opvragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>. Voorschriften en beperkingen bij instemming.</titel></kop><al>Uit artikel 5.2, tweede Md, TW volgt dat de gemeente bij de coördinatie
                        andere werkzaamheden en andere belangen waarin de TW niet voorziet, moet
                        betrekken. Gedacht kan worden aan de belangen zoals genoemd in het eerste
                        lid van artikel 5 van de verordening. Bij de formulering van deze belangen
                        is aansluiting gezocht bij de terminologie uit de model-APV van de VNG.</al><al>De belangenafweging kan ertoe leiden dat aan het instemmingsbesluit
                        voorschriften of beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften of
                        beperkingen mogen niet zodanig belemmerd werken dat niet meer gesproken zou
                        kunnen worden van de gedoogplicht van de gemeente. Een dergelijk aanpak zou
                        in strijd zijn met de Telecommunicatiewet. Artikel 5.2, tweede lid, TW
                        bepaalt immers dat de coördinatie niet mag leiden tot een zodanige
                        vertraging van voorgenomen werkzaamheden dat redelijkerwijs niet meer kan
                        worden gesproken van gedogen.</al><al>In het instemmingsbesluit kan het tijdstip van aanvang van de werkzaamheden
                        op enige tijd na het tijdstip van de melding van de voorgenomen aanvang
                        worden gesteld. De gedoogplicht wordt hierdoor in beginsel niet geschonden.
                        In de Nota naar aanleiding van het verslag van 29 december 1997 zegt de
                        minister hierover: "Of die tijdstip één maand of zes maanden verder weg kan
                        zijn gelegen is niet aan de wetgever om voor eens en altijd te bepalen. Van
                        gemeente tot gemeente, maar zelfs binnen een gemeente kunnen de
                        omstandigheden verschillen. Denk hierbij aan omstandigheden als: buitenwijk,
                        centrum, soort grond, wanneer meest recente opbreking."</al><al>De wetgever heeft gelet op deze diversiteit geen termijn willen stellen
                        waarbinnen met de werkzaamheden moet zijn begonnen. Het college van
                        burgemeester en wethouders zal daarom voor elke concrete situatie moeten
                        afwegen of op de voorgenomen aanvangsdatum van de werkzaamheden ook
                        daadwerkelijk een aanvang kan worden gemaakt.</al><al>De coördinatieplicht brengt met zich mee dat vanuit de gemeenten zo veel
                        mogelijk onderzocht wordt of verschillende verzoeken tot werkzaamheden in de
                        openbare grond niet kunnen worden gecombineerd. Dit voorkomt dat een weg
                        bijvoorbeeld om het halfjaar wordt opengebroken. Voor bijvoorbeeld burgers,
                        ondernemers etc. kan dit veel overlast met zich meebrengen. Daarnaast kan
                        het ook in het belang van de aanbieders zijn om gezamenlijk de kosten van
                        het openbreken van de grond te dragen.</al><al>Niet alleen beperkingen in de tijd kunnen aan het instemmingsbesluit worden
                        verbonden, maar ook voorschriften of beperkingen omtrent de wijze van
                        uitvoering. Een bepaald traject van de kabel kan, gelet op de belangen die
                        genoemd worden in het eerste lid, op grote bezwaren stuiten. Het is dan van
                        belang om samen met de aanbieder te onderzoeken of de kabel ook via een
                        ander traject kan worden aangelegd. De gemeente kan vervolgens instemming
                        geven voor een van de melding afwijkend traject.</al><al>Werkzaamheden ten behoeve van huisaansluitingen komen dikwijls in een
                        gemeente voor. Deze kleine werkzaamheden dienen op grond van de TW te worden
                        gemeld aan de gemeente. Om te voorkomen dat de gemeente voor elke
                        huisaansluiting een apart instemmingsbesluit moet nemen, kan in het
                        instemmingsbesluit voor het "moedertraject" worden opgenomen dat de
                        instemming ook geldt voor toekomstige huisaansluitingen. Door in een
                        voorschrift te bepalen dat werkzaamheden hiervoor vooraf moeten worden
                        gemeld aan het college van burgemeester en wethouders, blijft de gemeente op
                        de hoogte van waar en wanneer de openbare grond wordt opengebroken.</al><al>Er kan ook een voorschrift aan het instemmingsbesluit worden verbonden
                        waarin wordt geregeld hoe te handelen bij storingen aan het
                        telecommunicatie- en omroepnetwerk. Indien zich een storing voordoet, dient
                        deze immers dikwijls direct verholpen te worden. Het vooraf melden en het
                        wachten op voorafgaande instemming is dan niet in alle gevallen mogelijk.
                        Denk bijvoorbeeld aan een storing die zich in het weekend voordoet. Indien
                        de storing direct verholpen moet worden, is het van belang dat wel achteraf
                        melding wordt gemaakt van de werkzaamheden. Met het oog daarop kan een
                        voorschrift aan het instemmingsbesluit worden verbonden dat bepaalt dat
                        indien bij storingen de daarvoor uit te voeren werkzaamheden niet vooraf
                        gemeld kunnen worden en het college van burgemeester en wethouders niet
                        vooraf gevraagd kan worden om instemming, binnen 48 uur na de werkzaamheden
                        het college alsnog hiervan in kennis wordt gesteld.</al><al>Bij de kamerbehandeling van de TW heeft de minister gesteld dat de gemeente
                        een marktpartij kan verplichten om kabelgoten te gebruiken die voor andere
                        telecomaanbieders toegankelijk zijn. In de verordening wordt uitdrukkelijk
                        bepaald dat een voorschrift hierover aan het instemmingsbesluit kan worden
                        verbonden. Dit betekent niet alleen dat een marktpartij door het college van
                        burgemeester en wethouders kan worden verplicht om van bestaande kabelgoten
                        gebruik te maken, maar ook dat een marktpartij kan worden verplicht om nog
                        niet aanwezige kabelgoten te realiseren.</al><al>Omdat dit grote kosten met zich mee kan brengen voor een aanbieder, moet de
                        gemeente zich er terdege van bewust zijn dat het verbinden van een dergelijk
                        voorschrift aan het instemmingsbesluit op een daadkrachtige motivering moet
                        berusten. Overigens zijn de aanbieders van telecommunicatienetwerken
                        verplicht, op basis van artikel 5.10, TW, om elkaar medegebruik van
                        voorzieningen (waaronder kabelgoten) te verlenen, mits daar een redelijke
                        vergoeding tegenover staat. Dit is echter een zaak waar de gemeente buiten
                        staat.</al><al>Ook kan de gemeente een voorschrift of beperking aan het instemmingsbesluit
                        verbinden waarbij een zekerheid wordt verlangd over de nakoming van bepaalde
                        verplichtingen. In het bestuursrecht is het verbinden van een financiële
                        voorwaarde aan een besluit in beginsel toegestaan als daarmee de met het
                        besluit meespelende belangen worden gediend. Als voorbeeld kan genoemd
                        worden het verbinden van een voorschrift aan het instemmingsbesluit
                        inhoudende dat een waarborgsom moet worden gestort om het wegoppervlak weer
                        in de oude staat terug te brengen.</al><al>Artikel 5.2, vierde lid, onder c, TW bepaalt dat de gemeenteraad bij
                        verordening in ieder geval regels vaststelt over de wijze van uitvoering bij
                        aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming en van medegebruik van
                        voorzieningen. Gelet hierop moet in het derde lid van artikel 5 een
                        verwijzing naar de in de gemeente gebruikte technische vereisten worden
                        opgenomen. Veel gemeenten gebruiken in de praktijk een handboek met
                        technische gegevens waaraan graafwerkzaamheden moeten voldoen. Een
                        verwijzing hiernaar in artikel 5 zorgt ervoor dat de wijze van uitvoering
                        bij aanleg, onderhoud en verplaatsing, alsmede de opruiming van kabels en
                        het medegebruik van voorzieningen, dient te geschieden conform deze
                        technische vereisten.</al><al>De TW laat de publiekrechtelijke bevoegdheden van de gemeente en andere
                        overheden die zijn gebaseerd op specifieke wettelijke regelingen onverlet.
                        Dat wil zeggen dat de aanbieder van een telecommunicatie- of omroepnetwerk
                        bij deze overheden de benodigde vergunningen, ontheffingen etc. dient aan te
                        vragen (bijvoorbeeld een vergunning op basis van de keur van het waterschap
                        als de kabel in een dijklichaam wordt aangelegd). Het ontbreken van
                        dergelijke vergunningen of ontheffingen kan echter geen reden zijn om het
                        instemmingsbesluit te weigeren.</al><al><vet>Bekendmaking.</vet></al><al>Het instemmingsbesluit zal bekendgemaakt moeten worden overeenkomstig
                        artikel 3:41 Awb.</al><al>Toezending van het instemmingsbesluit aan de aanvrager, welke meestal de
                        aanbieder zal zijn, ligt dan in de rede. De Awb vereist niet dat besluiten
                        die, ingevolge artikel 3 : 4 1 , aan een of meer belanghebbenden zijn
                        gericht, openbaar bekendgemaakt worden. Indien het gemeentelijk gebruik is
                        dat dergelijke besluiten toch worden gepubliceerd, zijn ook andere tijdig op
                        de hoogte van de verlening.</al><al><vet>Bezwaar, beroep en schadevergoeding.</vet></al><al>Tegen het instemmingsbesluit kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen bij
                        het college van burgemeester en wethouders. Vervolgens staat ingevolge
                        artikel 17.1, TW beroep open op de arrondissementsrechtbank te Rotterdam en
                        ingevolge artikel 20 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie
                        hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Is er
                        schade veroorzaakt die verband houdt met de gedoogplicht, dan beperkt het
                        recht op schadevergoeding, ingevolge artikel 5.4, TW, zich voor eigenaren en
                        beheerders van openbare gronden tot vergoeding van de kosten van de
                        voorzieningen en van de meerdere kosten van onderhoud.</al><al>Artikel 5.9, TW bepaalt dat een eis tot schadevergoeaing aanhangig gemaakt
                        dient te worden bij de kantonrechter in wiens ambtsgebied de onroerende zaak
                        is gelegen waaraan schade wordt toegebracht. Hoger beroep tegen de uitspraak
                        van de kantonrechter is voorts toegestaan. </al><al>Artikel 5.7, TW regelt de kostenvergoeding in het geval dat de kabels
                        verplaats moeten worden.</al><al>Indien de gemeente als gedoogplichtige wil dat kabels worden verplaatst in
                        verband met de oprichting van een gebouw of de uitvoering van werken, dan
                        dient de aanbieder dit op eigen kosten te doen. In andere gevallen moeten de
                        kosten van het verplaatsen worden vergoed aan de aanbieder. Ontstaat een
                        geschil over de kosten, dan kan de OPTA om een beschikking worden gevraagd,
                        waartegen beroep openstaat bij de bovengenoemde arrondissementsrechtbank en
                        hoger beroep bij het CBB.</al><al>Artikel 5.8, TW geeft een regeling voor bomen en beplanting die hinderlijk
                        zijn voor de telecommunicatie- of omroepnetwerken. Rechthebbenden van bomen
                        of beplantingen zijn verplicht te voldoen aan een verzoek van de aanbieder
                        van een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk om deze te snoeien of in
                        te korten indien deze hinderlijk zijn of worden voor de aanleg,
                        instandhouding en exploitatie van deze netwerken. De OPTA is bevoegd om
                        bestuursdwang toe te passen indien de rechthebbende niet voldoet aan een
                        dergelijk verzoek van de aanbieder. De aanbieders kunnen, ingevolge het
                        derde lid van artikel 5.8, TW, ook zelf tot het opsnoeien of inkorten van
                        wortels of takken overgaan. Er moet dan wel sprake zijn van ernstige
                        belemmering of storing van de telecommunicatie. Artikel 5.9, TW bepaalt
                        verder dat de rechthebbenden ten aanzien van de bomen of beplanting het
                        recht op schadevergoeding aanhangig kunnen maken bij de kantonrechter. Hoger
                        beroep hiervan is toegestaan.</al><al>Ontstaat er een geschil over de gedoogplicht ex artikel 5 . 1 , tweede lid,
                        TW van interlokale en internationale kabels in niet-openbare gronden, met
                        uitzondering van huizen en aangrenzende tuinen, dan kan op basis van artikel
                        5.3, tweede lid, TW de OPTA ats geschillenbeslechter optreden. De OPTA kan
                        vervolgens een beschikking afgeven waartegen beroep openstaat bij de
                        Rotterdamse arrondissementsrechtbank en hoger beroep bij het CBB. De wet
                        kent ten aanzien van deze gedoogplicht geen beperking toe aan de omvang van
                        het verzoek tot schadevergoeding. Alle schade kan opgevoerd worden in een
                        procedure voor de kantonrechter. Hoger beroep is hierop mogelijk.</al><al>Worden kabels boven de grond aangebracht zonder dat deze de grond raken of
                        in en aan gebouwen bijbehorende gronden, dan is eenieder verplicht om deze
                        te gedogen. Is er schade geleden, dan kan deze via de bovengenoemde
                        procedure bij de kantonrechter aanhangig worden gemaakt. In de artikelen 5.5
                        en 5.9, TW is dit nader geregeld. </al><al><vet>Handhaving.</vet></al><al>Indien de aanbieder zonder voorafgaande melding of zonder instemming van het
                        college van burgemeester en wethouders werkzaamheden verricht, wordt in
                        strijd gehandeld met artikel 5.2, derde lid, TW. Dit vormt een economisch
                        delict in de zin van de Wet op de economische delicten (WED). Ook het
                        handelen in strijd met artikel 5.2, derde lid, inhoudende het handelen in
                        strijd met het in het instemmingsbesluit ogenomen tijdstip van aanvang of
                        voltooiing en de wijze van uitvoering, is onder de werking van de WED
                        gebracht. Handhaving van deze artikelen vindt plaats door de daarvoor in
                        artikel 17 WED aangewezen ambtenaren.</al><al>Naast deze strafrechtelijke handhaving is bestuursrechtelijke handhaving
                        mogelijk. Het college van burgemeester en wethouders kan via een
                        bestuursdwangprocedure ex artikel 125 Gemeentewet of een dwangsomprocedure
                        ex artikel 125 Gemeenteweg juncto 5:32 Awb naleving van de bepalingen uit de
                        verordening afdwingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Schadevergoedingen.</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. Voorkomen wordt dat als gevolg van de
                        werkzaamheden de gemeente met extra kosten t.a.v. het straatwerk wordt
                        opgezadeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Zakelijk karakter instemmingsbesluit.</titel></kop><al>Het verdient aanbeveling om aan het instemmingsbesluit een zakelijk karakter
                        mee te geven. In de situatie dat een nieuw aanbieder van de kabel
                        gebruikmaakt, is het gewenst dat ook voor hem de voorschriften en
                        beperkingen gelden die aan het instemmingsbesluit zijn verbonden. Het is
                        bijvoorbeeld van belang dat cok een nieuwe aanbieder zich houdt aan het
                        voorschrift over het ruimen van de kabel indien deze niet meer ten dienste
                        staat van een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 7. Melding wijziging.</label></kop><al>Voor de gemeente is het van belang om een actueel overzicht te hebben en te
                        houden van de ondergrondse infrastructuur. Daarbij gaat het niet alleen om
                        waar welke kabels liggen, maar ook wie de eigenaar is, de beheerder of de
                        exploitant. Om deze reden is in de verordening een verplichting opgenomen om
                        de wijziging van het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel te
                        melden. Het eigendom, de exploitatie of het beheer kunnen in verschillende
                        handen liggen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de aanbieder niet alleen
                        degene </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>