<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR70085_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening Langedijk 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">2009, 270 Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening Langedijk 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=MONUMENTENWET">Monumentenwet, art. 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R13102009GB270</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Volkshuisvesting en woningbouw</overheidrg:onderwerp><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5484</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening Langedijk 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>de gemeenteraad van de gemeente Langedijk;</al><al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 juni 2009,
                        nummer 71;</al><al> gezien het advies van het Forum;</al><al> besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al> Erfgoedverordening Langedijk 2009.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al>a. monument: </al><al>1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis
                            voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; </al><al>2. terrein of water dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                            zaak als bedoeld onder 1; </al><al>3. complex van zaken en/of terreinen en wateren, dat van belang is
                            wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                            cultuurhistorische waarde en wegens de samenhang tussen de zaken,
                            terreinen en/of wateren; </al><al>b. beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument, als bedoeld
                            onder a, dat overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedverordening
                            Langedijk 2009 als zodanig is aangewezen, geen monument betreffende dat
                            is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
                            aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie
                            Noord-Holland; </al><al>c. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                            overeenkomstig de Erfgoedverordening Langedijk 2009 aangewezen
                            beschermde gemeentelijke monumenten; </al><al>d. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in
                            de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; </al><al>e. beschermd provinciaal monument: onroerend monument, dat in
                            overeenstemming met de bepalingen van de Monumentenverordening
                            Noord-Holland op de monumentenlijst van de provincie Noord-Holland is
                            vermeld; </al><al>f. stads- of dorpsgezicht: de waardevolle verschijningsvorm van een
                            gebied, in zijn stedenbouwkundige en architectonische samenhang, zoals
                            deze wordt gevormd door groepen van zaken, hieronder begrepen bomen,
                            wegen, straten, dijken, bruggen, vaarten, sloten en andere wateren, die
                            met één of meer monumenten een beeld vormen, dat van algemeen belang is
                            wegens de schoonheid of het eigen karakter van het geheel; </al><al>g. beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht: stads- of
                            dorpsgezichten, die overeenkomstig de bepalingen van de
                            Erfgoedverordening Langedijk 2009 zijn aangewezen als beschermde
                            gemeentelijke stads- of dorpsgezichten; </al><al>h. beeldbepalend pand: pand dat in een bestemmingsplan voor een
                            beschermd gemeentelijk dorpsgezicht als zodanig is aangemerkt en dat,
                            naast de beschermde monumenten in het als zodanig aangewezen gebied, als
                            referentie dient voor het waardevol geachte beeld van de bebouwing in
                            het dorpsgezicht; </al><al>i. karakteristiek pand: pand dat in een bestemmingsplan als zodanig is
                            aangemerkt en dat van cultuurhistorische waarde wordt geacht op grond
                            van typering, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige
                            situering, beeldbepalende onderdelen, bijzondere vormgeving, bijdrage
                            aan herkenbaarheid van de omgeving en/of gaafheid; </al><al>j. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Langedijk; </al><al>k. Erfgoedcommissie: de door de gemeenteraad op grond van artikel 15 van
                            de Monumentenwet 1988 ingestelde commissie van de gemeente Langedijk; </al><al>l. archeologieregime: niveau van bescherming (rijks, provinciaal of
                            gemeentelijk) van een bekend archeologisch terrein of van een
                            archeologisch waardevol gebied van de eerste, tweede, derde of vierde
                            categorie, waar in een bepaalde mate archeologische waarden worden
                            verwacht (archeologisch waardevol gebied), vastgelegd via het
                            archeologiecriterium; </al><al>m. archeologisch waardevol gebied: gebied, aangegeven op de
                            gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart, waarvan is aangegeven dat
                            in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn; </al><al>n. archeologiecriterium: de omvang (oppervlakte en diepte) van de
                            grondroerende werkzaamheden in de bodem, zijnde de ondergrens van
                            werkzaamheden waarbij rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid
                            van archeologische waarden; </al><al>o. gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart: topografische kaart,
                            zijnde de kaartbijlage bij de Beleidsnota Cultuurhistorie Langedijk,
                            waarop archeologische monumenten en archeologisch waardevolle gebieden
                            zijn aangegeven, onder vermelding van het archeologieregime en
                            archeologiecriterium; </al><al>p. bureauonderzoek: het verwerven van informatie, aan de hand van
                            bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden
                            binnen een onderzoeksgebied, omvattende de aard en de omvang, de
                            datering, gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit daarvan; </al><al>q. inventariserend veld onderzoek: door middel van waarnemingen in het
                            veld verwerven van (extra) informatie over bekende of verwachte
                            archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied, als aanvulling op en
                            toetsing van de archeologische verwachting, geformuleerd in het
                            bureauonderzoek; </al><al>r. programma van eisen: door een blijkens het beroepsregister daartoe
                            gekwalificeerd archeoloog op basis van het selectiebesluit opgesteld
                            programma, waarin probleem- en doelstelling van de te verrichten
                            werkzaamheden van de vindplaats worden gegeven alsmede formulering van
                            de daaruit af te leiden eisen met betrekking tot het uit te voeren werk; </al><al>s. plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder
                            de vragen zoals omschreven in het Programma van Eisen denkt te gaan
                            beantwoorden; </al><al>t. definitief opgravend onderzoek: definitieve archeologische
                            ontsluiting van een vindplaats met als doel de informatie te verzamelen
                            en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het
                            Programma van Eisen verwoordde onderzoeksvragen en het behalen van de
                            onderzoeksdoelstelling; </al><al>u. bevoegd gezag: de overheid die besluiten neemt over de selectie van
                            behoudenswaardige monumenten, die Programma's van Eisen voor
                            archeologische werkzaamheden laat opstellen (door initiatiefnemer) en
                            goedkeurt en die rapportages beoordeelt; vanwege de samenhang tussen
                            archeologie en ruimtelijke ordening zal dat meestal de gemeente zijn; </al><al>v. selectiebesluit: een gemotiveerd besluit van het bevoegd gezag tot
                            het al dan niet behouden van een bepaalde archeologische waarde,
                            gebaseerd op een selectieadvies en leidend tot het al dan niet, of onder
                            voorwaarden, verlenen van een vergunning; </al><al>w. eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die in de kadastrale
                            registers is ingeschreven als eigenaar, dan wel als erfpachter of
                            opstalhouder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het beschermd gemeentelijk monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het beschermd monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De aanwijzing van beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument</titel></kop><al>1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                            monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument.</al><al>2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                            college advies aan de erfgoedcommissie.</al><al>3. De aanwijzing kan geen beschermd monument betreffen, dat is
                            aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of op grond
                            van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                            monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als
                            bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument
                            niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 12 van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>1. De erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                            verzending van het adviesverzoek van het college. </al><al>2. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van
                            de erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                            adviesaanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><al>1. Het college registreert het beschermd gemeentelijk monument op de
                            gemeentelijke monumentenlijst.</al><al> 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                            de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving
                            van het beschermde gemeentelijke monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><al>1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, de
                            aanwijzing wijzigen. </al><al>2. Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van
                            overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. </al><al>3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                            ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing als
                            bedoeld in lid 2 achterwege. </al><al>4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                            monumentenlijst aangetekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><al>1. Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid,
                            en artikelen 4 en 5 van overeenkomstige toepassing. </al><al>2. De aanwijzing wordt geacht te zijn ingetrokken indien toepassing
                            wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel 2
                            van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland. </al><al>3. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                            geregistreerd, onder vermelding van de datum van intrekking van de
                            aanwijzing. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De instandhouding van beschermde gemeentelijke monumentale
                            zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Instandhoudingsbepaling</titel></kop><al>1. Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument, als bedoeld in
                            artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen. </al><al>2. Het is verboden zonder vergunning van het college een beschermd
                            gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1: </al><al>a. af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te
                            wijzigen; </al><al>b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige
                            wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel></kop><al>1. Op de voorbereiding van een besluit op de aanvraag om vergunning als
                            bedoeld in artikel 10 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
                            van toepassing. </al><al>2. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                            aanvraag om vergunning voor een beschermd gemeentelijk monument aan de
                            erfgoedcommissie ter advisering. </al><al>3. Binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift brengt
                            de erfgoedcommissie schriftelijk advies uit aan het college. </al><al>4. Indien het college niet besluit binnen de in artikel 3:18 Algemene
                            wet bestuursrecht gestelde termijn, wordt de vergunning geacht te zijn
                            verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien blijkt dat: </al><al>a. de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is
                            verleend; </al><al>b. de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 10 niet
                            naleeft; of: </al><al>c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig
                            hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te
                            wegen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><al>1. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                            aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de
                            erfgoedcommissie. </al><al>2. De erfgoedcommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen
                            acht weken na de datum van verzending van het afschrift. </al><al>3. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn, wordt
                            de erfgoedcommissie geacht geadviseerd te hebben. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>De Instandhouding van beschermde terreinen en/of wateren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Instandhoudingsbepaling</titel></kop><al>1. Het is verboden om zonder vergunning van het college: </al><al>a. in een beschermd monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of in
                            een archeologisch waardevol gebied, bedoeld in artikel 1, onder m, de
                            bodem te verstoren, behoudens de normale onderhoudswerkzaamheden en
                            archeologisch onderzoek door een daartoe gekwalificeerde archeoloog; </al><al>b. aanwezige (delen van) fundamenten of andere, met de archeologische
                            structuren verband houdende zaken af te breken, te verplaatsen of in
                            enig opzicht te wijzigen; </al><al>c. zich met een metaaldetector te bevinden op beschermde monumenten en
                            op de terreinen, die door de gemeenteraad zijn aangegeven als terreinen
                            met een metaaldetectorverbod. </al><al>2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien: </al><al>a. het een verstoring betreft van een archeologisch waardevol gebied,
                            als aangegeven op de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart, en
                            waarbij die verstoring plaatsvindt in een archeologisch waardevol gebied
                            van de tweede, derde, vierde of vijfde categorie en het te verstoren
                            gebied kleiner is dan en de werkzaamheden niet dieper reiken dan de
                            maatvoering, zoals aangegeven in de kaartbijlage van de Beleidsnota
                            Cultuurhistorie Langedijk; </al><al>b. in het vigerende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent de
                            archeologische monumentenzorg; </al><al>c. in een besluit over een ruimtelijke procedure als bedoeld in de Wet
                            ruimtelijke ordening door het college voorschriften zijn opgenomen
                            omtrent de archeologische monumentenzorg; </al><al>d. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van
                            werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een beschermd monument
                            of van een archeologisch waardevol gebied, als aangegeven op de
                            gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart; </al><al>e. een bureauonderzoek en eventueel een archeologisch onderzoeksrapport
                            is overgelegd (indien nader archeologisch onderzoek door het college
                            wordt geëist), waarin de archeologische waarde van het terrein en/of de
                            wateren in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: </al><al>- in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn; </al><al>- de aanwezige archeologische waarden door de verstoring niet
                            onevenredig worden geschaad; of: </al><al>- het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden
                            gewaarborgd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><al>1. Indien binnen het grondgebied van de gemeente Langedijk
                            inventariserend veld onderzoek en/of definitief opgravend onderzoek
                            wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van
                            artikel 1, sub h van de Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de
                            bepalingen van deze wet: </al><al>a. het college een programma van eisen vast te stellen, als bedoeld in
                            artikel 1, onder r van deze verordening, waarbij nadere regels worden
                            gesteld ten aanzien van het onderzoek; </al><al>b. de verstoorder, voorafgaand aan het onderzoek, een plan van aanpak
                            als bedoeld in artikel 1, onder s van deze verordening ter goedkeuring
                            aan het college te overleggen. </al><al>2. In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
                            tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak.
                            Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te
                            worden genomen. </al><al>3. Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak voldoet aan het
                            programma van eisen en eventuele nader gestelde regels, vraagt het
                            college advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de
                            Archeologische Monumentenzorg. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>De bescherming van gemeentelijke dorpsgezichten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht</titel></kop><al>1. De gemeenteraad kan op voordracht van het college een deel of delen
                            van de gemeente aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of
                            dorpsgezicht. </al><al>2. Voordat de gemeenteraad over de aanwijzing een besluit neemt, dient
                            het college het advies van de erfgoedcommissie over deze aanwijzing aan
                            de gemeenteraad te overleggen. </al><al>3. De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen, dat is
                            aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of artikel
                            8 van de Monumentenverordening Noord-Holland 2005. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>1. De erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                            verzending van het adviesverzoek van het college. </al><al>2. De gemeenteraad beslist binnen 16 weken na ontvangst van het advies
                            van de Erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen 24 weken na de
                            adviesaanvraag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke lijst beschermde
                                dorpsgezichten</titel></kop><al>1. De gemeenteraad registreert het beschermde dorpsgezicht op de
                            gemeentelijke lijst beschermde dorpsgezichten. </al><al>2. De gemeentelijke lijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van
                            aanwijzing, aanduiding en een beschrijving van het gebied met de daarin
                            begrepen cultuurhistorische waarden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><al>1. De gemeenteraad trekt een aanwijzing van een beschermd dorpsgezicht
                            niet in en voert een dorpsgezicht niet af van de lijst beschermde
                            dorpsgezichten dan na de Erfgoedcommissie te hebben gehoord. </al><al>2. Indien de gemeenteraad de aanwijzing intrekt, is artikel 17 van
                            overeenkomstige toepassing. </al><al>3. De aanwijzing wordt geacht te zijn ingetrokken indien toepassing
                            wordt gegeven aan artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel 8
                            van de Monumentenverordening Noord-Holland 2005. </al><al>4. De intrekking wordt geregistreerd op de gemeentelijke lijst
                            beschermde dorpsgezichten, onder vermelding van de datum van intrekking
                            van de aanwijzing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Bestemmingsplan</titel></kop><al>1. Ter bescherming van een op de lijst geplaatst dorpsgezicht stelt de
                            gemeenteraad een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke
                            ordening. </al><al>2. Bij een besluit tot aanwijzing bepaalt de gemeenteraad in hoeverre
                            een geldend bestemmingsplan als beschermend plan in de zin van het
                            eerste lid kan worden aangemerkt. </al><al>3. Voorzover in een gebied dat is aangewezen als beschermd gemeentelijk
                            dorpsgezicht nog geen bestemmingsplan als bedoeld in dit artikel van
                            kracht is, is het verboden bouwwerken en andere werken te plaatsen, op
                            te richten, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen zonder
                            schriftelijke vergunning van het college. </al><al>4. Op de behandeling van aanvragen om vergunning zijn de artikelen 11 en
                            12 van overeenkomstige toepassing. </al><al>5. Geen vergunning als bedoeld in het derde lid is vereist voor
                            bouwwerken, waarvoor op grond van de Woningwet of een op grond van de
                            Woningwet vastgestelde Algemene maatregel van bestuur geen
                            bouwvergunning is vereist. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><al>1. Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd
                            gemeentelijk dorpsgezicht te beschadigen of vernielen. </al><al>2. Het is verboden in een beschermd dorpsgezicht zonder schriftelijke
                            vergunning van het college of in strijd met de bij zodanige vergunning
                            gestelde voorschriften: </al><al>a. bouwwerken te verstoren, te plaatsen, op te richten, af te breken, te
                            verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; </al><al>b. bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een
                            wijze, waardoor het dorpsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht; </al><al>c. onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen straten,
                            wegen, pleinen, wateren, bomen, erfafscheidingen – niet zijnde een
                            bouwwerk – en straatmeubilair te wijzigen. </al><al>3. Op de behandeling van aanvragen om vergunning zijn de artikelen 11 en
                            12 van overeenkomstige toepassing. </al><al>4. De vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede lid,
                            worden geweigerd indien een bouwvergunning kan worden verleend voor een
                            nieuw op te richten bouwwerk, doch deze nog niet is aangevraagd. </al><al>5. De vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede lid,
                            worden aangehouden indien de bouwvergunning voor een nieuw op te richten
                            bouwwerk is aangevraagd, doch op die aanvraag nog niet is beslist. De
                            aanhouding duurt totdat onherroepelijk op die aanvraag is beslist. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>De aanwijzing van beeldbepalende en/of karakteristieke panden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>De aanwijzing tot beeldbepalend of karakteristiek pand</titel></kop><al>1. De gemeenteraad kan op voordracht van het college panden aanwijzen
                            als beeldbepalend pand, indien gelegen binnen een beschermd
                            dorpsgezicht, of als karakteristiek pand, indien niet binnen een
                            beschermd dorpsgezicht gelegen. </al><al>2. Voordat de gemeenteraad over de aanwijzing een besluit neemt, dient
                            het college het advies van de Erfgoedcommissie over deze aanwijzing aan
                            de gemeenteraad te overleggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De Erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na verzending
                            van het adviesverzoek van het college. De gemeenteraad beslist binnen 16
                            weken na ontvangst van het advies van de Erfgoedcommissie, maar in ieder
                            geval binnen 24 weken na de adviesaanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 23, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen dia als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke lijst beeldbepalende en
                                karakteristieke panden</titel></kop><al>De gemeenteraad registreert het beeldbepalende of karakteristieke pand
                            op de gemeentelijke lijst beeldbepalende en karakteristieke panden. De
                            gemeentelijke lijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de
                            aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het
                            beeldbepalende of karakteristieke pand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><al>De gemeenteraad trekt een aanwijzing van een beeldbepalend of
                            karakteristiek pand niet in en voert het pand niet af van de lijst
                            beeldbepalende en karakteristieke panden dan na de Erfgoedcommissie te
                            hebben gehoord. Indien de gemeenteraad de aanwijzing intrekt, is artikel
                            24 van overeenkomstige toepassing. De intrekking wordt op de
                            gemeentelijke lijst beeldbepalende en karakteristieke panden
                            geregistreerd, onder vermelding van de datum van intrekking van de
                            aanwijzing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>1. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of
                            zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste
                            behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar
                            billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie
                            staat tot: </al><al>a. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel
                            14, tweede lid, onder d; </al><al>b. een aanwijzing als bedoeld in artikel 15, tweede lid, tweede volzin. </al><al>2. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
                            verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49
                            van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met de artikelen 10, 14, 15 en 22 van deze
                            verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                            deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen
                            ambtenaren. </al><al>2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel
                            de burgemeester aan te wijzen personen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Monumentenverordening gemeente Langedijk, vastgesteld op 10 oktober
                            1995, wordt ingetrokken op de datum waarop artikel 33 toepassing vindt.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van
                            deze verordening, worden afgehandeld met inachtneming van de
                            Monumentenverordening Langedijk, vastgesteld op 10 oktober 1995.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke
                            monumenten, treedt zij in werking op de eerste dag na bekendmaking van
                            deze verordening. </al><al>2. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                            rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 15 van de Monumentenwet 1988. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Langedijk/i17045.pdf">Toelichting Erfgoedverordening</extref></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Langedijk in zijn openbare
                        vergadering van 13 oktober 2009.</ondertekening><ondertekening> De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> drs. J.F.N. Cornelisse</ondertekening><ondertekening> De griffier,</ondertekening><ondertekening> J. van den Bogaerde</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>