<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6994_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel toepassing wegingsfactoren proceskostenvergoeding Leeuwarden 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis; 15 januari 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel toepassing wegingsfactoren proceskostenvergoeding Leeuwarden 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 231, lid 2 en onderdeel b en c van de gemeentewet en art. 1, tweede lid van de Wet WOZ.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemandateerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsregel toepassing wegingsfactoren proceskostenvergoeding en taxatietarieven Wet waardering onroerende zaken Leeuwarden 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De sectormanager Financiële Dienstverlening Leeuwarden, op grond van artikel 231, tweede lid, aanhef en onderdeel b en c van de Gemeentewet en artikel 1, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) aangewezen als WOZ- heffings- en invorderingsambtenaar van de gemeente Leeuwarden;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 1:3, vierde lid, Awb, artikel 7:15 Awb en artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, tweede en derde lid, Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) juncto onderdeel C.1. van de bij dat Besluit behorende bijlage, en artikel 6 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003,</al>
          <al/>
          <al>BESLUIT:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de:</al>
          <al>Beleidsregel toepassing wegingsfactoren proceskostenvergoeding en taxatietarieven Wet waardering onroerende zaken</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Zaken die met een wegingsfactor van 1 worden gewaardeerd</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Een bezwaar in een zaak die niet tot een van de categorieën van artikel 2 of artikel 3 behoort, zal in beginsel als gemiddeld met een wegingsfactor van 1 gekwalificeerd worden (bijvoorbeeld een waardebezwaar met taxatierapport).</al></li>
            <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid heeft de heffingsambtenaar de bevoegdheid om op grond van het Bpb, een lagere of hogere wegingsfactor toe te kennen naarmate de betreffende zaak lichter of zwaarder is dan een gemiddelde zaak.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Zaken die met een wegingsfactor van 0,5 worden gewaardeerd</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>zaken die enig onderzoek vergen, maar waarbij het niet om een (juridisch) vraagpunt gaat waarvoor een grotere (juridische) deskundigheid is vereist;</al></li>
            <li nr="b."><al> zaken waarin het alleen over de proceskostenvergoeding gaat.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Zaken die met een wegingsfactor van 0,25 worden gewaardeerd</titel>
          </kop>
          <al>a. zaken waarin het om een verkeerde tenaamstelling gaat;</al>
          <al>b. zaken waarin het om een verkeerde adresaanduiding gaat;</al>
          <al>c. zaken waarin het om een verkeerde belanghebbende gaat;</al>
          <al>d. zaken waarin het om een verkoopcijfer van het object zelf gaat dat vlak voor of na de</al>
          <al> waardepeildatum is gerealiseerd;</al>
          <al>e. zaken waarin het om een pro-forma bezwaarschrift zonder aanvulling gaat;</al>
          <al>f. zaken waarin het bezwaarschrift summier gemotiveerd is (bijvoorbeeld de WOZ-waarde is te hoog);</al>
          <al>g. zaken afvalstoffenheffing (b.v. één- of meerpersoonshuishouden);</al>
          <al>h. zaken hondenbelasting (b.v. aantal honden);</al>
          <al>i. zaken rioolheffingen (b.v. één- of meerpersoonshuishouden of waterverbruik);</al>
          <al>j. zaken die kennelijk gegrond zijn;</al>
          <al>k. zaken kenbare schrijf- of tikfout in beschikking of belastingaanslag.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4 Afwijkende wegingsfactor</nr>
          </kop>
          <al>Indien de heffingsambtenaar van oordeel is dat toepassing van de in bovenstaande artikelen genoemde wegingsfactor niet in overeenstemming is met de bewerkelijkheid en de gecompliceerdheid van de zaak en de daarmee verband houdende werkbelasting van de rechtsbijstandverlener dient dit</al>
          <al>in de beslissing op bezwaar uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Berekening kostenvergoeding voor de deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht</titel>
            <subtitel/>
          </kop>
          <al>Het bedrag van de kosten, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Bpb, wordt vastgesteld door het uurtarief van artikel 6 te vermenigvuldigen met het aantal uren dat op grond van artikel 7 wordt</al>
          <al>toegekend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Uurtarieven voor de deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht</titel>
          </kop>
          <al>Het tarief voor het opstellen van een deskundigenverslag bedraagt bij de taxatie van:</al>
          <al>a. een woning: volgens de vergelijkingsmethode € 50,- (excl. BTW) per uur;</al>
          <al>b. een woning volgens de bestemmingswaardemethode: € 65,- (excl. BTW) per uur;</al>
          <al>c. een courante niet-woning volgens de vergelijkingsmethode of huurwaardekapitalisatiemethode: € 65,- (excl. BTW) per uur;</al>
          <al>d. een incourante niet-woning op het gefactureerde bedrag met een maximum van € 116,09 (excl. BTW) per uur.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Toe te kennen uren voor de deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht</titel>
          </kop>
          <al>Het aantal uren voor een deskundigenverslag bedraagt bij een taxatie van:</al>
          <al>a. een woning bij een inpandige opname: 4,</al>
          <al>b. een woning bij een niet-inpandige opname: 2.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel toepassing wegingsfactoren proceskostenvergoeding en taxatietarieven Wet waardering onroerende zaken Leeuwarden 2014’.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>1.   De op 1 november 2013 vastgestelde beleidsregel over dit onderwerp wordt met ingang van de inwerkingtreding van deze beleidsregel ingetrokken.</al>
          <al>2.   Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. </al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Leeuwarden, 6 januari 2014</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>drs. R.W.J. Westerveld,</ondertekening>
        <ondertekening>sectormanager Financiële Dienstverlening.</ondertekening>
        <ondertekening/>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>