<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6984_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels invordering van gemeentelijke belastingen Leeuwarden 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis; 14 november 2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels invordering Leeuwarden 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, lid 1, onderdeel b, 249, 250, 252 tot en met 257</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Invorderingswet 1990</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Belastingverordeningen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemandateerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-09-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>--</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsregels invordering van gemeentelijke belastingen Leeuwarden 2008
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Reikwijdte</titel>
          </kop>
          <al>Deze beleidsregels gelden bij de invordering van de gemeentelijke
                        belastingen, waaronder mede begrepen de door de gemeente geheven
                        rechten.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De Leidraad invordering gemeentelijke belastingen van 1 januari 1999
                            opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna genoemd
                            de Leidraad) wordt, met in acht name van aanvullingen en wijzigingen
                            sedert 1 januari 1999, van toepassing verklaard voor zover in en
                            krachtens de Gemeentewet en de hierna volgende artikelen geen afwijkende
                            regels zijn gesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Onder de aanslag wordt mede begrepen de met toepassing van artikel 239
                            van de Gemeentewet op één aanslagbiljet samengevoegde aanslagen. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Afwijkingen van de Leidraad</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk I ‘Algemene bepalingen, artikel 7, paragraaf 1, derde
                            lid,’Teveel betalingen, bladzijde 35, is toegevoegd:</al>
            <al> ‘(Gecombineerde) belastingaanslagen van minder dan € 6,00 en aanslagen
                            waarvan de kosten van de invordering hoger zijn dan het aanslagbedrag
                            (bijvoorbeeld betalingen in andere valuta) worden niet opgelegd. Zo
                            worden terugbetalingen van minder dan € 6,00 niet uitgevoerd.’</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk I ‘Algemene bepalingen, artikel 7, paragraaf 1, vijfde lid,
                            ‘Splitsing in kosten, rente en belastingaanslag, bladzijde 36, is aan de
                            zin ‘Onder rente wordt uitsluitend verstaan de invorderingsrente’,
                            toegevoegd:</al>
            <al> ‘De eerste € 25,00 aan invorderingsrente wordt niet in rekening
                            gebracht.’</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk II ‘Invordering in eerste aanleg’ artikel 10, paragraaf 1,
                            vijfde lid, ‘Faillissement’, bladzijde 43, toevoegen:</al>
            <al> Schulden aan bedrijven die niet aangesloten zijn bij het NVK
                            (Nederlandse Vereniging Kredietverlening) worden niet meegenomen in het
                            faillissement of WSNP.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk III ‘Dwanginvordering’, artikel 11, paragraaf 1, eerste
                            lid, ‘Eerste vervolgingsmaatregel’, bladzijde 45, wordt na de vierde
                            volzin toegevoegd, </al>
            <al> ‘Aanmaningen voor een openstaand bedrag van minder dan € 6,00 worden
                            niet opgelegd,’</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk III, ‘Dwanginvordering’, artikel 13, paragraaf 1, tweede
                            lid, ‘Wijze van betekenen’, bladzijde 48, wordt toegevoegd:</al>
            <al> ‘Een dwangbevel per post blijft achterwege wanneer het openstaande
                            bedrag minder dan € 6,00 bedraagt. Een dwangbevel betekent door de
                            belastingdeurwaarder blijft achterwege wanneer het openstaande bedrag
                            minder dan € 25,00 bedraagt’.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’ is aan artikel 25, paragraaf 2,
                            eerste lid, ‘Inleiding’, bladzijde 92, wordt na de vijfde volzin
                            toegevoegd:</al>
            <al> ‘Van het voorgaande is geen sprake wanneer het bezwaar is gericht tegen
                            de waarde op de WOZ-beschikking.</al>
            <al> Er wordt eveneens geen uitstel van betaling verleend in de (hoger)
                            beroepfase en cassatiefase.’</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’ is aan artikel 25, paragraaf 13,
                            eerste lid, ‘Duur betalingsregeling’ bladzijde 97, toegevoegd:</al>
            <al> ‘met maximaal acht termijnen’.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>8.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 1, is het
                            negende lid, ‘Verzoek niet ingediend op het daarvoor bestemde
                            formulier’, bladzijde 105, gewijzigd in:</al>
            <al> ‘Een verzoek om kwijtschelding dat niet is ingediend op het daartoe
                            bestemde formulier wordt niet als een verzoek om kwijtschelding in
                            behandeling genomen. De stukken worden teruggestuurd naar belanghebbende
                            met het verzoek een compleet ingevuld kwijtscheldingsformulier met
                            bijbehorende afschriften toe te zenden. Pas na ontvangst van het
                            ‘complete’ verzoekschrift wordt het verzoek om kwijtschelding ingeboekt
                            en in behandeling genomen.’</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>9.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 1, is het
                            tiende lid, ‘Aanvulling verzoek/niet ingevuld of onjuist ingevuld
                            formulier, bladzijde 105, gewijzigd in:</al>
            <al> ‘Een verzoek om kwijtschelding dat onvolledig wordt terugontvangen
                            wordt niet als een verzoek om kwijtschelding in behandeling genomen. De
                            stukken worden teruggestuurd naar belanghebbende met het verzoek een
                            compleet ingevuld kwijtscheldingsformulier met bijbehorende afschriften
                            toe te zenden. Pas na ontvangst van het ‘complete’ verzoekschrift wordt
                            het verzoek om kwijtschelding ingeboekt en in behandeling genomen.’</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>10.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 1, is het
                            elfde lid, ‘Houding van de ontvanger, bladzijde 125 niet opgenomen. Moet
                            zijn:</al>
            <al> ‘Gedurende de behandeling van het verzoek om kwijtschelding worden ten
                            aanzien van de belastingschuldige geen dwanginvorderingsmaatregelen, als
                            bedoeld in hoofdstuk III van de wet, genomen of voortgezet ten aanzien
                            van de belastingaanslag(en) waarvan kwijtschelding is verzocht. Als er
                            aanwijzingen bestaan dat de belangen van de gemeente kunnen worden
                            geschaad, kan de ontvanger ondanks het verzoek om kwijtschelding wel
                            invorderingsmaatregelen treffen.’ </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>11.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 2, zesde
                            lid, ‘De auto als vermogensbestanddeel’, bladzijde 109, wordt aan de zin
                            ‘De onmisbaarheid van de auto in verband met invaliditeit of ziekte kan
                            aannemelijk gemaakt worden met een verklaring van een vertrouwensarts
                            niet zijnde huisarts.’ toegevoegd:</al>
            <al> of een afschrift van de invalidenparkeerkaart.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>12.</lidnr>
            <al>In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 6, tweede
                            lid, ‘Herhaald verzoek om kwijtschelding’, bladzijde 133, wordt</al>
            <al>‘Wanneer de belastingschuldige geen administratief beroep instelt tegen
                            de afwijzende beschikking van de ontvanger maar voor dezelfde aanslag
                            opnieuw een verzoek tot kwijtschelding indient,’</al>
            <al>vervangen door:</al>
            <al>‘Wanneer de belastingschuldige <onderstreept>binnen 10
                                dagen</onderstreept> na de afwijzingsbeschikking van het verzoek tot
                            kwijtschelding, in plaats van administratief beroep, opnieuw een
                            kwijtscheldingsformulier indient, wordt dit formulier aangemerkt als
                            administratief beroep en’</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald al “Beleidsregels invordering
                        Leeuwarden 2008”.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de
                            bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De Leidraad invordering Leeuwarden 2006, vastgesteld op 30 maart 2006,
                            wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid genoemde datum,
                            met dien verstande dat deze van toepassing blijft op feiten welke zich
                            voor deze datum hebben voorgedaan.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld op 8 november 2007.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          <functie>Sectormanager Financiële Dienstverlening</functie>
          <naam>
            <voornaam>drs. R.W.J.</voornaam>
            <achternaam>Westerveld</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>