<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR69649_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Duinverordening 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:creator><dcterms:modified>2005-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsbode, 19 oktober 2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Duinverordening Haaren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-10-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W voorstel 30 augustus 2005</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze regeling per 1 januari 2023 vervallen, tenzij de hierna genoemde bestuursorganen de betreffende regeling al eerder vervallen hebben verklaard.</al><al>- De raad van de gemeente Oisterwijk heeft op 7 januari 2021 besloten deze verordening vervallen te verklaren voor zover deze van kracht is voor het gebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Oisterwijk zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan.</al><al>- De raad van de gemeente Boxtel heeft op 4 januari 2021 besloten deze verordening vervallen te verklaren voor zover deze van kracht is voor het gebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Boxtel zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan.</al><al>- De raad van de gemeente Tilburg heeft op 4 januari 2021 besloten deze verordening vervallen te verklaren voor zover deze van kracht is voor het gebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Tilburg zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Duinverordening 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>ALGEMENE VERORDENING NATIONAAL PARK LOONSE EN DRUNENSE DUINENHAAREN
                            2005.</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Nationaal Park:</vet>Het Nationaal Park Loonse en Drunense
                                    Duinen. </al></li><li nr="b."><al><vet>Het college:</vet>Het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Haaren. </al></li><li nr="c."><al><vet>Rechthebbende:</vet>Eenieder die over enige zaak enige
                                    zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.
                                </al></li><li nr="d."><al><vet>Gebied:</vet>Het gebied van het Nationaal Park Loonse en
                                    Drunense Duinen, zoals aangegeven op de bij deze verordening
                                    behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart. </al></li><li nr="e."><al><vet>Openbare terreinen:</vet>Alle voor het publiek, al dan niet
                                    met enige beperking toegankelijke terreinen. </al></li><li nr="f."><al><vet>Weg:</vet>1. De weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                    onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                    liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;2. De - al
                                    dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke
                                    pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden,
                                    bossen en andere natuurterreinen, ijsbanen en aanlegplaatsen
                                    voor vaartuigen; </al></li><li nr="g."><al><vet>Voertuigen:</vet>Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld
                                    in artikel 1, onder a en onder al, van het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van
                                    trams en kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                    voertuigen. </al></li><li nr="h."><al><vet>Bouwwerken:</vet>Elke constructie van hout, steen, metaal
                                    of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij
                                    direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of
                                    indirect steun vindt in of op de grond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan zes weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste dertien weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="1."><al>Indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="2."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="3."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="4."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="5."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Voorzover sprake is in deze verordening van termijnen in uren, bepaald
                            door terugrekening van een tijdstip of gebeurtenis, en deze eindigen op
                            een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                            erkende feestdag, worden de termijnen geacht te eindigen om 12.00 uur op
                            de voorgelegen dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende
                            feestdag is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Openbare orde en veiligheid en andere zaken van openbaar
                            belang.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Deze verordening geldt voor de openbare terreinen van het Nationaal
                            Park, voorzover liggende op het grondgebied van de gemeente Haaren;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Openbare Orde op de openbare terreinen van het Nationaal
                                Park.</titel></kop><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="1."><al>In op de openbare terreinen staande bomen of bouwwerken te
                                    klimmen, daaraan te hangen of zich daarin respectievelijk daarop
                                    te bevinden, uitgezonderd voor zover het betreft daarvoor
                                    aangewezen bomen of bouwwerken op speelplaatsen en trimbanen,
                                    dan wel in gedeeltes van het park, aangewezen als speelbos;</al></li><li nr="2."><al>opstallen en bouwsels in het gebied te beschadigen of
                                    bekladden;</al></li><li nr="3."><al>voorwerpen of tekens, aangebracht door of ten behoeve van de
                                    rechthebbende of openbare dienst te verplaatsen, te verwijderen,
                                    te veranderen of op enige wijze onleesbaar, onduidelijk of
                                    onzichtbaar te maken;</al></li><li nr="4."><al>wegen en paden te beschadigen of de begaanbaarheid te
                                    verminderen door touwen, spandoeken of andere materialen aan te
                                    brengen of takken en bomen over, op of boven de weg te leggen of
                                    aan te brengen;</al></li><li nr="5."><al>tussen zonsondergang en zonsopgang op de openbare terreinen te
                                    overnachten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Geluidsoverlast.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens wettelijk voorgeschreven geluidsseinen is het verboden op
                                de openbare terreinen door middel van een geluidsapparaat of
                                instrument, hetwelk is bestemd of mede is bestemd voor het
                                voortbrengen van geluid, of op enige andere wijze, geluid te maken
                                of te veroorzaken op een voor de omgeving hinderlijke wijze.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voorzover de op de
                                Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder, de
                                Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de
                                Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990,
                                het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening
                                Noord-Brabant van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanleggen en onderhouden van vuren, barbecuen en het verbod te
                                roken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op de openbare terreinen te barbecuen, een vuur aan
                                te leggen, te voeden of te onderhouden of een fakkel dan wel enige
                                andere vorm van open vuur met zich mee te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden in het nationaal park te roken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder
                                1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                milieuverordening Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover
                                het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin
                                ingerichte erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Honden en verontreiniging door honden.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond verboden die
                                hond te laten verblijven of te laten lopen in het Nationaal
                                Park:.</al><lijst><li nr="a."><al>Daar waar dit door de rechthebbende door middel van borden
                                        of op een andere door de rechthebbende te bepalen wijze,
                                        gedurende (een) door de rechthebbende vastgesteld(e)
                                        tijdvak(ken) is aangegeven;</al></li><li nr="b."><al>Zonder dat die hond is aangelijnd, anders dan op de daartoe
                                        door de rechthebbende bestemde en als zodanig aangegeven
                                        terreingedeelten binnen (een) door die rechthebbende
                                        vastgesteld(e) tijdvak(ken).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De eigenaar, houder of verzorger van een hond alsmede diegene, die
                                de hond onder zijn hoede heeft, is verplicht er zorg voor te dragen,
                                dat zijn hond geen overlast aan anderen bezorgt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Venten en standplaats innemen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden met goederen van welke aard dan ook te venten of te
                                colporteren behoudens ontheffing van het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder venten wordt mede verstaan, goederen in het klein ten verkoop
                                mee te voeren dan wel afbeeldingen daarvan te tonen met het
                                kennelijke doel om voor die goederen kopers op de openbare terreinen
                                te zoeken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van het college op openbare
                                terreinen een standplaats in te nemen met een voertuig, een kraam of
                                een tent, ter uitoefening van de straathandel of om anderszins in de
                                open lucht goederen uit te stallen, aan het publiek aan te bieden,
                                te verkopen, te verstrekken of te verhuren dan wel diensten aan te
                                bieden, met uitzondering van gedrukte stukken als bedoeld in artikel
                                7 van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een ontheffing van het bepaalde in het eerste en derde lid kan
                                worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>In het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen en beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of - veiligheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Een ontheffing van het bepaalde in het derde lid kan bovendien
                                worden geweigerd in het belang van het uiterlijk aanzien van het
                                gebied en de natuurwaarden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het verbod in het derde lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement
                                        Noord-Brabant.</al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vierde lid onder b. geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Veroorzaken hinder en benadeling van flora en fauna</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is eenieder die zich ophoudt in het park, dan wel anderszins in
                                het park een sport, hobby of andere activiteit uitoefent, verboden
                                zich zodanig te gedragen, dat andere personen of groepen van
                                personen daarvan hinder of schade kunnen ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is een ieder verboden bloemen, planten, varens, mossen,
                                korstmossen, struiken, bomen, takken, paddestoelen of delen hiervan
                                te beschadigen, uit te steken, af te snijden, te vervoeren of onder
                                zich te houden, dan wel in het gebied in het wild voorkomende dieren
                                opzettelijk te verontrusten, doden, vangen of vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in dit onderwerp
                                wordt voorzien door de Natuurbeschermingswet of de Flora- en
                                Faunawet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verontreiniging, openbare gezondheid en zedelijkheid.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verontreiniging.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden voorwerpen, resten van levensmiddelen, papier, niet
                                verwijderde tijdelijke routemarkeringen, blikken, flessen of andere,
                                vergelijkbare soorten afval, weg te werpen, neer te leggen of achter
                                te laten anders dan in de kennelijk daartoe bestemde
                                inrichtingen;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn een op de openbare
                                terreinen geplaatste afvalbak, afvalcontainer of soortgelijk
                                voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan voor het daarin
                                deponeren van klein afval, zoals verpakkingen van versnaperingen,
                                eetwaren en rookartikelen en de in het eerste lid vermelde overige
                                afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing voorzover in
                                dit onderwerp wordt voorzien in de Wet milieubeheer, de Wet
                                bodembescherming of de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Openbare zedelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden in het nationaal park seksuele handelingen te
                                verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Naaktrecreatie is in het park verboden, behoudens op de daartoe door
                                de rechthebbende aangewezen terreingedeelten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Wedstrijden, evenementen, bijeenkomsten, manifestaties en andere
                            recreatie-activiteiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Wedstrijden/evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester, wedstrijden,
                                evenementen, bijeenkomsten of andere manifestaties anders dan
                                bedoeld voor het uiten van meningen of gevoelens, te organiseren of
                                te doen houden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden de op de wijze van het eerste lid toegestane
                                wedstrijden, evenementen, bijeenkomsten of andere manifestaties op
                                enigerlei wijze te verstoren of te hinderen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een vergunning kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>In het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen en beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of - veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van het uiterlijk aanzien van het gebied en
                                        van de natuurwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel
                                148 Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Apparatuur en andere voorwerpen bestemd voor recreatieve
                                toepassingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is binnen het gebied van het nationaal park verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>Motorisch aangedreven en radiografisch bestuurbare
                                        schaalmodellen van vliegtuigen, bootjes of auto's in werking
                                        te hebben;</al></li><li nr="b."><al>motorisch aangedreven voertuigen, bestemd voor recreatieve
                                        doeleinden.te gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>modellen van vliegtuigen of andere objecten af te schieten
                                        of met hulpmiddelen te lanceren, die een landing maken na
                                        een vrije val, zweef- of glijvlucht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zich met door windkracht aangedreven wagens,
                                installaties of constructies op te houden in het nationaal park dan
                                wel zich boven de wegen, terreinen of wateren in het nationaal park
                                te bevinden met valschermen, vliegers of andere niet motorisch
                                aangedreven hulpmiddelen om zich gedurende enige tijd zwevende te
                                houden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is de bestuurder van een motorvoertuig voor zover die zich in
                                het nationaal park daarmee mag ophouden, verboden zijn motorvoertuig
                                te gebruiken voor het voorttrekken van één of meer personen die
                                zich, direct of indirect verbonden met het motorvoertuig,
                                voortbewegen door de lucht aan een parachute, een vlieger of een
                                soortgelijk voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het is verboden in het nationaal park te vliegeren.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het in het vierde lid gestelde vliegerverbod geldt niet indien het
                                een vlieger betreft met een hoogte en breedte van maximaal één meter
                                aan een enkelvoudige lijn, bestemd om statisch mee te vliegeren,
                                zonder dat daardoor de veiligheid van personen of dieren gevaar
                                loopt.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voorzover in de
                                daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet milieubeheer
                                of de Luchtvaartwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Kanoën, nachtvissen, droppings, vossenjachten en vormen van
                                survivalrecreatie</titel></kop><al>Het is verboden binnen het gebied van het Nationaal Park zonder
                            schriftelijke toestemming van de rechthebbende, te kanoën, te
                            nachtvissen en droppings, vossenjachten, vormen van survival en
                            georganiseerde spellen te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ruitersport</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is ruiters verboden zich buiten de voor de ruitersport bestemde
                                en als zodanig aangegeven paden en terreingedeelten en buiten de
                                voor hen toegankelijk gestelde wegen te begeven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is bestuurders van aangespannen wagens of paard en wagen
                                verboden zich op andere wegen te bevinden dan de als zodanig
                                aangegeven menroutes.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in de voorgaande leden bepaalde is niet van toepassing voorzover
                                in de daar geregelde onderwerpen wordt voorzien in het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Parcours voor mountainbike of all terrain bike (ATB).</titel></kop><al>Het is verboden met een fiets, een mountainbike of ATB daaronder
                            begrepen, buiten de aangegeven fietspaden, door de openbare terreinen te
                            rijden, behalve op het door de rechthebbende daartoe uitgezette
                            parcours;</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Aanwijzingen, toestemming, handhaving, straf- overgangs- en
                            slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Overtreding en strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de buitengewone opsporingsambtenaren in
                                dienst van Natuurmonumenten of andere organisaties met
                                rechtspersoonlijkheid die beheer en toezicht hebben op
                                natuurterreinen waarvan zij rechthebbende zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens
                                de Algemene Plaatselijke Verordening, blijven - indien en voorzover
                                het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking
                                heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot de termijn
                                waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Algemene
                                Plaatselijke Verordening, blijven - indien en voorzover de
                                bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook
                                zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor
                                zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en
                                verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht
                                vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze
                                verordening te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de
                                Algemene Plaatselijke Verordening, is ingediend en voor het tijdstip
                                van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag
                                is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de
                                onderhavige verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat
                                onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in
                                deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste,
                                vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken
                                voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
                                bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, vastgesteld
                                krachtens de Algemeen Plaatselijke Verordening worden geacht nadere
                                regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten te zijn in de zin van
                                deze verordening indien en voorzover de rechtsgrond waarop deze zijn
                                gebaseerd ook vervat is in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Duinverordening Haaren"</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Haaren
                        op 6 oktober 2005.raadsgriffier, voorzitter,Drs. S.H.G.A. van der
                        Schans-Jacobs F.H.G.M. Ronnes </al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>OP DE ALGEMENE VERORDENING NATIONAAL PARK LOONSE EN DRUNENSE
                        DUINEN</titel></kop><al><vet>Haaren 2005</vet></al><al/><al>Algemeen:</al><al>De verordening is in feite de "APV" voor het gebied van het Nationaal Park. Het
                    beoogt specifiek de codificatie van openbare orde en veiligheidsaangelegenheden
                    voor het park. Overwogen is om alleen de APV aan te passen en uit te breiden,
                    maar daar is van af gezien. De openbare orde en veiligheid in het park is gebaat
                    bij bepalingen die zijn toegespitst op elkaar soms wat moeizaam verdragende -
                    maar wel wezenlijke aspecten - als het behoud van natuurwaarden en de
                    mogelijkheden om te recreëren.</al><al/><al>Het overlegorgaan van het Nationaal Park stond niet de realisering van een schap
                    of gemeenschappelijke regeling voor. Als er dan toch de wens bestaat om
                    (publiekrechtelijke) regels aangaande de openbare orde en veiligheid op te
                    stellen, dan ontstaat er direct een probleem. Immers, het nationaal park ligt
                    verspreid in vijf gemeenten en die gemeenten behouden (voor het eigen
                    grondgebied) uiteraard hun, uit de Gemeentewet voortvloeiende, verordenende
                    bevoegdheid. Bovendien is het nationaal park voor het overgrote deel in beheer
                    bij één particuliere organisatie, nl. Natuurmonumenten.</al><al/><al>De oplossing werd gevonden door aan de vijf gemeenten één concept aan te bieden
                    ter vaststelling. De idee is dan dat er weliswaar nog altijd sprake is van vijf
                    verordeningen, maar die zijn wel identiek. Vanuit het oogpunt van handhaving is
                    dit zeer belangrijk. De handhavers hebben wel een probleem bij de constatering
                    van een overtreding en de noodzaak om daar handhavend tegen op te treden. De
                    reden daarvoor is dat steeds duidelijk dient te zijn in welke gemeente de
                    overtreding heeft plaatsgevonden en dat is soms niet precies te duiden.</al><al/><al>De handhavers worden daarom uitgerust met een zogenaamd GPS-systeem, zodat de
                    exacte locatie kan worden bepaald.De verordening is sober gebleven en bepalingen
                    die slechts theoretische waarde hebben zijn achterwege gelaten. Verder is
                    overwogen dat de rechthebbenden die in bezit zijn van verreweg het grootste deel
                    van het gebied, ook de nodige (privaatrechtelijke) handhavingsmogelijkheden
                    bezitten.In de duinverordening zijn de daarvoor in aanmerking komende artikelen
                    overeenkomstig de door de VNG aangereikte systematiek, aangepast aan de
                    jurisprudentie over de zogenoemde "afbakeningsbepalingen".</al><al/><al>In de verordening is voorts een permanent rookverbod opgenomen. Weliswaar zal
                    niet in ieder seizoen of bij elk weertype het brandgevaar zo groot zijn, maar
                    het komt wel de duidelijkheid ten goede en de inrichting (met verbodsborden) kan
                    er mede op worden voorbereid.</al><al/><al>De verordening is opgebouwd uit 5 afdelingen, onderverdeeld in 27
                    artikelen.</al><al/><al><vet>Bezwaar en beroep</vet></al><al>Besluiten op grond van deze verordening zijn in beginsel vatbaar voor bezwaar en
                    beroep overeenkomstig de Awb. De verordening zelf is niet vatbaar voor bezwaar
                    en beroep aangezien dit een algemeen verbindend voorschrift is (artikel 8:2 van
                    de Awb). Ook beleidsregels vallen onder de uitzondering van artikel 8:2 van de
                    Awb. Aanwijzingsbesluiten daarentegen zijn in de jurisprudentie gekwalificeerd
                    als besluiten van algemene strekking, niet zijnde algemeen verbindende
                    voorschriften. Deze zijn dus wel voor bezwaar en beroep
                    vatbaar.</al><al/><al><onderstreept>De meest voorkomende in de toelichting gebruikte
                        afkortingen:</onderstreept></al><al>Adr =Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving</al><al>Awb =Algemene wet bestuursrecht</al><al>Awbi =Algemene wet op het binnentreden(Model-)</al><al>APV =(Model) Algemene plaatselijke verordening</al><al>WvSr =Wetboek van Strafrecht</al><al>WvSv =Wetboek van Strafvordering</al><al>WVW 1994 =Wegenverkeerswet 1994</al><al/><al><vet>Toelichting per afdeling en artikel</vet></al><al>AFDELING I</al><al>Algemene bepalingen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 1.</onderstreept></al><al><cursief>Begripsomschrijving.</cursief></al><al>In deze verordening wordt verstaan, dan wel mede verstaan onder:</al><al><vet>a. Nationaal Park:</vet></al><al>Het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen.</al><al>Toelichting:</al><al>Het park heeft de status van "nationaal park" gekregen. Dit geeft aan dat de
                    waarde van het gebied voor de natuur, de recreatie en het toerisme van groot
                    belang is en van nationale- en internationale betekenis.</al><al><vet>b. Het college:</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                    Haaren.</al><al><vet>c. Rechthebbende:</vet></al><al>Eenieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of
                    persoonlijk recht.Toelichting:In de regel zal het hier gaan om eigenaren en
                    beheerders.</al><al><vet>d. Gebied:</vet></al><al>Het gebied van het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen, zoals
                    aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte
                    kaart.</al><al>Toelichting:</al><al>Dit begrip spreekt voor zich.</al><al><vet>e. Openbare terreinen:</vet></al><al>Alle voor het publiek, al dan niet met enige beperking toegankelijke
                    terreinen.</al><al>Toelichting:</al><al>Hiertoe behoren ook de zogenaamde "eigen terreinen". Ook een particulier terrein
                    kan een openbaar karakter hebben. Wie daarvan de eigenaar is, is niet
                    doorslaggevend.Zie overigens ook de toelichting in de APV terzake de
                    "openbaarheid" van wegen.</al><al><vet>g. Weg:</vet></al><al>1. De weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                    Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide
                    parkeerterreinen;</al><al>2. De - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen
                    en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                    natuurterreinen, ijsbanen en aanlegplaatsen voor vaartuigen;</al><al>Toelichting:</al><al>Een aantal van de in deze verordening opgenomen bepalingen, heeft betrekking op
                    (verboden) gedragingen "op of aan de weg". De omschrijving van "weg" is ruimer
                    dan die van de Wegenwet en die van de Wegenverkeerswet 1994 (en die van de
                    verschillende provinciale wegenreglementen).Te onderscheiden zijn de volgende
                    definities van het begrip "weg":</al><al><vet>a</vet>. De "(Openbare) weg" in de zin van de Wegenwet: een begrip dat de
                    wetgever heeft gecreëerd in verband met de verkeersbehoefte;</al><al><vet>b</vet>. de "weg" in de zin van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), te
                    weten de voor het openbaar verkeer openstaande weg: een begrip ontstaan als
                    gevolg van de noodzaak om met betrekking tot de verkeersveiligheid en het in
                    stand houden van de weg, in te grijpen;</al><al><vet>c</vet>. de voor het publiek toegankelijke open plaatsen: een begrip dat -
                    onder uiteenlopende formuleringen - voorkomt in verschillende artikelen van het
                    Wetboek van Strafrecht en in de algemene plaatselijke verordeningen. De volgorde
                    is die van eng naar ruim: "openbare wegen" zijn ook "wegen die voor het openbaar
                    verkeer open staan", maar niet alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen
                    zijn openbaar. Tot de "voor het publiek toegankelijke plaatsen" kunnen de
                    "openbare wegen" en de overige "voor het openbaar verkeer openstaande wegen"
                    gerekend worden, maar het begrip is daarmee niet uitgeput.Voor het vaststellen
                    van de eventuele openbaarheid van een weg geeft artikel 4 van de Wegenwet
                    criteria.Voor een uitvoeriger toelichting op het begrip "weg" wordt verwezen
                    naar de toelichting in de APV bij het dienovereenkomstige begrip.</al><al><vet>g. Voertuigen:</vet></al><al>Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a en onder a
                    l, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van
                    trams en kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen.</al><al>Dit begrip behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>h. Bouwwerken:</vet>Elke constructie van hout, steen, metaal of ander
                    materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de
                    grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
                    grond.</al><al>Toelichting:</al><al>De omschrijving is ontleend aan artikel 1 van de
                    (Model-)bouwverordening.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 2 </onderstreept><cursief>Beslistermijn</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning
                            of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen
                            is.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                            verdagen.</al></li></lijst><al>Toelichting:Het uitgangspunt van artikel 4:13 van de Awb is dat in het wettelijk
                    voorschrift de termijn aangegeven wordt waarbinnen de beschikking gegeven dient
                    te worden. Op deze wijze kan worden nagegaan wat voor iedere situatie een goede
                    beslistermijn is. In deze verordening is de beslistermijn vastgesteld op acht
                    weken. Dit is gelijk aan de maximumtermijn die in artikel 4:13, tweede lid Awb,
                    wordt gesteld. Tijdig beslissen is een rechtsplicht voor elk bestuursorgaan. Er
                    dient uiteraard ook een relatie te worden gelegd met de aanvraagtermijn van
                    artikel 3. Als bijvoorbeeld overeenkomstig de aanvraagtermijn van drie weken
                    vóór een gepland evenement een vergunning wordt aangevraagd, zou het in beginsel
                    niet redelijk zijn om pas vijf weken later op deze aanvraag te beslissen.Dit
                    sluit aan bij het uitgangspunt dat de (Awb-)wetgever in het algemeen heeft
                    gesteld dat nl. elke termijn redelijk moet zijn.Aandachtspunt is de
                    wenselijkheid dat andere belanghebbenden bij de vergunningverlening c.a. zoals
                    het politieteam, afschriften ("de minute") van de vergunningen toegezonden
                    krijgen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 3 </onderstreept><cursief>Indiening
                    aanvraag</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                            minder dan zes weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning
                            of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag
                            niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of
                            ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd
                            tot ten hoogste dertien weken.</al></li></lijst><al> Toelichting:</al><al>In de praktijk gebeurt het nog wel eens dat burgers met de aanvraag om een
                    vergunning tot het laatste moment wachten. Als algemene richtlijn wordt daarom
                    een termijn van zes weken aangehouden. Deze termijn moet wel als maximum worden
                    aangemerkt De bewoordingen van het onderhavige eerste lid laten uitkomen, dat
                    niet elke te laat ingediende aanvraag buiten behandeling hoeft te worden
                    gelaten. Met het oog op de vergunningen die niet binnen zes weken kunnen worden
                    behandeld, is in het tweede lid de mogelijkheid geschapen om de termijn van zes
                    weken te verlengen tot maximaal dertien weken. Zie ook de toelichting bij
                    artikel 2.Voor een uitvoeriger toelichting kan worden verwezen naar de
                    toelichting op het dienovereenkomstige artikel in de APV.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 4 </onderstreept><cursief>Voorschriften en
                        beperkingen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing
                            kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften
                            en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of
                            de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                            vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing
                            is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en
                            beperkingen na te komen.</al></li></lijst><al> Toelichting:</al><al>Ofschoon in literatuur en jurisprudentie algemeen het standpunt wordt gehuldigd
                    dat de bevoegdheid tot het verbinden van voorschriften in beginsel aanwezig is
                    in die gevallen waarin het al dan niet verlenen van die vergunning of ontheffing
                    ter vrije beslissing staat van het beschikkende orgaan, verdient het uit een
                    oogpunt van duidelijkheid en ter uitsluiting van elke twijfel aanbeveling deze
                    bevoegdheid uitdrukkelijk vast te leggen in de regeling, ter uitvoering waarvan
                    vergunning of ontheffing wordt verleend.</al><al/><al>Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning of ontheffing verbonden
                    zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning of ontheffing dan
                    wel voor toepassing van andere administratieve sancties. In artikel 6 is deze
                    intrekkingsbevoegdheid vastgelegd.Voor een uitvoeriger toelichting kan worden
                    verwezen naar de toelichting op het dienovereenkomstige artikel in de APV.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5 </onderstreept><cursief>Persoonlijk karakter van
                        vergunning of ontheffing</cursief></al><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden.Toelichting:De beantwoording van
                    de vraag of een vergunning of ontheffing overgaat op een rechtsopvolger, hangt
                    af van het persoonlijk of zakelijk karakter van die vergunning of
                    ontheffing.Persoonlijk wordt de vergunning genoemd, indien de mogelijkheid van
                    verkrijging uitsluitend of in hoge mate afhangt van de persoon van de
                    vergunningaanvrager (diens persoonlijke kwaliteiten, zoals het bezit van een
                    diploma of een bewijs van onbesproken levensgedrag). De persoonlijke vergunning
                    is in beginsel niet overdraagbaar, tenzij de regeling krachtens welke de
                    vergunning is verleend hiertoe de mogelijkheid biedt.Zakelijk daarentegen is de
                    vergunning die afhangt van en gebonden is aan het object waarop zij betrekking
                    heeft en waarbij de persoonlijke kwaliteiten van de aanvrager geen rol spelen.
                    Anders gezegd: de zakelijke vergunning is niet gebonden aan de persoon, maar aan
                    de hoedanigheid van eigenaar of anderszins zakelijk gerechtigde. Het kan ook een
                    andere hoedanigheid zijn, bijvoorbeeld die van gebruiker of ondernemer. De
                    zakelijke vergunning gaat in beginsel over krachtens rechtsopvolging onder
                    algemene of bijzondere titel op de opvolger in diens hoedanigheid van eigenaar,
                    zakelijk gerechtigde, ondernemer enz. Uitgangspunt is net als in de APV de
                    persoonsgebondenheid. Overigens kan een vergunning wel degelijk een zakelijk
                    karakter hebben, ook al staat de vergunning op naam van een persoon.Voor een
                    uitvoeriger toelichting kan worden verwezen naar de toelichting op het
                    dienovereenkomstige artikel in de APV.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6 </onderstreept><cursief>Intrekking of wijziging van
                        vergunning of ontheffing</cursief></al><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="1."><al>Indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                            zijn verstrekt;</al></li><li nr="2."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                            opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden
                            aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang
                            of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
                            vereist;</al></li><li nr="3."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                            beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="4."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen
                            een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke
                            termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="5."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>De in het eerste lid genoemde intrekkings- en wijzigingsgronden hebben een
                    facultatief karakter, blijkende uit het woord "kan".Het hangt van de
                    omstandigheden af of tot intrekking of wijziging wordt overgegaan.Zo zal niet
                    iedere niet-nakoming van vergunningsvoorschriften nopen tot toepassing van de
                    administratieve sanctie van intrekking van de vergunning. Met name het
                    rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel beperken nogal eens de bevoegdheid
                    tot wijziging en intrekking.Indien het bestuursorgaan overweegt om de vergunning
                    of ontheffing in te trekken of te wijzigen, dient het de belanghebbenden in de
                    gelegenheid te stellen hun bedenkingen in te dienen als wordt voldaan aan
                    artikel 4:8 Awb.Voor een uitvoeriger toelichting kan worden verwezen naar de
                    toelichting op het dienovereenkomstige artikel in de APV.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 7 </onderstreept><cursief>Termijnen</cursief></al><al>Voorzover sprake is in deze verordening van termijnen in uren, bepaald door
                    terugrekening van een tijdstip of gebeurtenis, en deze eindigen op een vrijdag
                    na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, worden
                    de termijnen geacht te eindigen om 12.00 uur op de voorgelegen dag, die geen
                    zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.</al><al>Toelichting:</al><al>In artikel 145 van de Gemeentewet is bepaald dat de Algemene Termijnenwet van
                    overeenkomstige toepassing is op termijnen in gemeentelijke verordeningen,
                    tenzij in de verordening anders is bepaald. Voorzover de Duinverordening
                    termijnen bevat die in uren worden uitgedrukt, bepaald door terugrekening vanaf
                    een tijdstip of een gebeurtenis, is de Algemene termijnenwet niet van
                    toepassing. Artikel 7 bevat daartoe een terugrekeningsregeling die voorkomt dat
                    afhandeling op zaterdag of zondag of op een algemeen erkende feestdag of op een
                    werkdag na 12.00 uur moet plaatsvinden. Dat laatste is gedaan om toch nog over
                    enige uren voor beoordeling en besluitvorming te beschikken.AFDELING IIOpenbare
                    orde en veiligheid en andere zaken van openbaar belang.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 8</onderstreept><cursief>Werkingsgebied</cursief></al><al>Deze verordening geldt voor de openbare terreinen van het nationaal park,
                    voorzover liggende op het grondgebied van de gemeente Haaren;</al><al>Toelichting:</al><al>Zoals in de algemene toelichting hierboven al is verwoord, heeft de verordening
                    uitsluitend werking voor het eigen grondgebied van de gemeente in het Nationaal
                    Park. Vanzelfsprekend blijven ook de bepalingen van de APV's gelden voor het
                    gemeentedeel in het nationaal park, met dien verstande dat alsdan bij (min of
                    meer) overeenkomende situaties c.q. bepalingen, het recht van deze
                    strafverordening prevaleert als "lex specialis".</al><al/><al><onderstreept>Artikel 9</onderstreept><cursief>Openbare Orde
                        </cursief><cursief>op de openbare terreinen van het Nationaal
                        Park.</cursief></al><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="1."><al>In op de openbare terreinen staande bomen of bouwwerken te klimmen,
                            daaraan te hangen of zich daarin respectievelijk daarop te bevinden,
                            uitgezonderd voor zover het betreft daarvoor aangewezen bomen of
                            bouwwerken op speelplaatsen en trimbanen, dan wel in gedeeltes van het
                            park, aangewezen als speelbos;</al></li><li nr="2."><al>opstallen en bouwsels in het gebied te beschadigen of bekladden;</al></li><li nr="3."><al>voorwerpen of tekens, aangebracht door of ten behoeve van de
                            rechthebbende of openbare dienst te verplaatsen, te verwijderen, te
                            veranderen of op enige wijze onleesbaar, onduidelijk of onzichtbaar te
                            maken;</al></li><li nr="4."><al>wegen en paden te beschadigen of de begaanbaarheid te verminderen door
                            touwen of spandoeken of andere materialen aan te brengen of takken en
                            bomen over, op of boven de weg te leggen of aan te brengen;</al></li><li nr="5."><al>tussen zonsondergang en zonsopgang op de openbare terreinen te
                            overnachten.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Het gaat hier om feitelijke- en concreet omschreven inbreuken op de openbare
                    orde. Het op enigerlei wijze gebruiken of bewerken van (natuurlijke) objecten,
                    zodat daardoor schade ontstaat of kan ontstaan is niet toegestaan. Het mag als
                    een algemeen publiekrechtelijke bepaling worden beschouwd, die onder bepaalde
                    omstandigheden, naast andere en meer specifieke regelgeving, bruikbaar is.De
                    verboden spreken in hoge mate voor zich.De momenten van zonsondergang en
                    zonsopgang, zijn over het algemeen redelijk eenvoudig te achterhalen. In de
                    (dag-)bladen of op teletekst wordt voor iedere dag aangegeven wat deze
                    tijdstippen zijn. Ofschoon astronomisch gezien deze momenten tot op de seconde
                    bekend zijn, zal er bij de eventueel noodzakelijke handhaving, uiteraard met
                    meer redelijke marges worden rekening gehouden.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 10</onderstreept><cursief>Geluidsoverlast.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Behoudens wettelijk voorgeschreven geluidsseinen is het verboden op de
                            openbare terreinen door middel van een geluidsapparaat of instrument,
                            hetwelk is bestemd of mede is bestemd voor het voortbrengen van geluid,
                            of op enige andere wijze, geluid te maken of te veroorzaken op een voor
                            de omgeving hinderlijke wijze.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voorzover de op de Wet
                            milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder, de
                            Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de
                            Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990, het
                            Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant van
                            toepassing zijn.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Dit artikel heeft voornamelijk betrekking op vormen van geluidhinder waarin
                    andere regelingen niet voorzien. Afgezien van de bescherming van de
                    natuurwaarden (milieu-aspect), is het ook voor de beleving van de natuurwaarden
                    door bezoekers uitermate ergerlijk of zelfs ronduit ordeverstorend als er sprake
                    is van de in het artikel omschreven geluidsoverlast.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 11</onderstreept><cursief>Aanleggen en onderhouden van
                        vuren, barbecuen en het verbod te roken</cursief></al><al>1. Het is verboden op de openbare terreinen te barbecuen of een vuur aan te
                    leggen, te voeden of te onderhouden of een fakkel dan wel enige andere vorm van
                    open vuur met zich mee te voeren.</al><al>5. Het is verboden in het nationaal park te roken.</al><al>6. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het geregelde
                    onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant.</al><al>7. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover het roken
                    plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin ingerichte
                    erven.Toelichting:Vuren in de openlucht raken de veiligheid van personen en
                    goederen en bedreigen en verstoren bovendien de natuurwaarden en de
                    natuurbeleving. Voorts levert dit verbrandingsstoffen (rook, roet, stof, walm en
                    stank) op die de gezondheid van de mens kunnen beïnvloeden en eveneens een
                    bedreiging vormen voor flora en fauna.De situaties die worden bedoeld in artikel
                    429 WbSr, te weten het aanleggen van vuur of het onderhouden daarvan op zo korte
                    afstand van gebouwen of goederen dat daardoor brandgevaar kan ontstaan, zijn
                    uitgezonderd.</al><al/><al><cursief>Rookverbod:</cursief></al><al>Ofschoon niet in alle jaargetijden of bij bepaalde (natte) weersomstandigheden
                    de kans op brand door weggegooide rookwaren even groot is, wordt een rookverbod
                    toch passend gevonden.Het creëert door het jaar ook duidelijkheid; er is
                    "eenvoudigweg" een verbod.Het spreekt wel voor zich dat in tijden van grote
                    droogte, het toezicht zich mede zal toespitsen op handhaving van het rookverbod.
                    Door middel van publiciteit wordt bovendien extra aandacht besteed aan de
                    gevaren van open vuur en roken.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 12</onderstreept><cursief>Honden en verontreiniging door
                        honden.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>1. Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond verboden die
                            hond te laten verblijven of te laten lopen in het Nationaal Park:a. Daar
                            waar dit door de rechthebbende door middel van borden of op een andere
                            door de rechthebbende te bepalen wijze, gedurende (een) door de
                            rechthebbende vastgesteld(e) tijdvak(ken) is aangegeven.b. Zonder dat
                            die hond is aangelijnd, anders dan op de daartoe door de rechthebbende
                            bestemde en als zodanig aangegeven terreingedeelten binnen (een) door
                            die rechthebbende vastgesteld(e) tijdvak(ken).</al></li><li nr="2."><al>2. De eigenaar, houder of verzorger van een hond alsmede diegene, die de
                            hond onder zijn hoede heeft, is verplicht er zorg voor te dragen, dat
                            zijn hond geen overlast aan anderen bezorgt.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Aan dit artikel ligt in zijn algemeenheid het motief van de voorkoming en
                    bestrijding van overlast veroorzaakt door honden ten grondslag.Als in strijd met
                    het in dit artikel neergelegde verbod, honden loslopend worden aangetroffen,
                    kunnen op basis van artikel 125 van de Gemeentewet (bestuursdwang) de honden
                    worden gevangen en overgedragen aan een door het college aangewezen asiel. Dit
                    vindt uiteraard niet plaats wanneer de eigenaar direct te achterhalen is.De
                    verontreiniging door uitwerpselen is niet expliciet benoemd. Gelet op de aard
                    van het gebied, de beperkingen die al in het artikel zijn opgenomen en
                    overwegingen m.b.t. de lastige handhaving op dit punt, is het opnemen van
                    dergelijke bepalingen weinig zinvol c.q. heeft onvoldoende toegevoegde
                    waarde.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 13</onderstreept><cursief>Venten en standplaats
                        innemen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met goederen van welke aard dan ook te venten of te
                            colporteren behoudens ontheffing van het college.</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt mede verstaan, goederen in het klein ten verkoop mee
                            te voeren dan wel afbeeldingen daarvan te tonen met het kennelijke doel
                            om voor die goederen kopers op de openbare terreinen te zoeken.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder ontheffing van het college op openbare terreinen
                            een standplaats in te nemen met een voertuig, een kraam of een tent, ter
                            uitoefening van de straathandel of om anderszins in de open lucht
                            goederen uit te stallen, aan het publiek aan te bieden, te verkopen, te
                            verstrekken of te verhuren dan wel diensten aan te bieden, met
                            uitzondering van gedrukte stukken als bedoeld in artikel 7 van de
                            Grondwet.</al></li><li nr="4."><al>Een ontheffing van het bepaalde in het eerste en derde lid kan worden
                            geweigerd:a. In het belang van de openbare orde;b. in het belang van het
                            voorkomen en beperken van overlast;d. in het belang van de
                            verkeersvrijheid of - veiligheid.</al></li><li nr="5."><al>Een ontheffing van het bepaalde in het derde lid kan bovendien worden
                            geweigerd in het belang van het uiterlijk aanzien van het gebied en de
                            natuurwaarden.</al></li><li nr="6."><al>a. Het verbod in het derde lid geldt niet voorzover in het daarin
                            geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                            rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement
                            Noord-Brabant.</al><al>c. De weigeringsgrond van het vierde lid onder b. geldt niet voorzover
                            in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                            milieubeheer.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Voor een uitvoerige toelichting op het venten en het innemen van een
                    standplaats, kan worden verwezen naar de dienovereenkomstige bepalingen in de
                    APV.Het uitgangspunt in de regeling is het verbod, behoudens de mogelijkheid van
                    een ontheffing. De parkbelangen staan in beginsel deze commerciële activiteiten
                    niet toe. Bij de aanvragen voor een ontheffing is het aanbevelenswaardig dat aan
                    de rechthebbende(n), vooraf wordt verzocht aan te geven in hoeverre de in de
                    leden 5. en 6. genoemde omstandigheden zich kunnen voordoen. Het is in de meeste
                    gevallen immers de eigenaar of beheerder (van een deel van) het nationaal park,
                    die zich op basis van deskundigheid met verstand van zaken kan uitspreken over
                    het al dan niet wenselijk zijn om op een bepaalde plaats of in een bepaald
                    gebied, gedurende een zekere tijd of periode, te venten of een standplaats in te
                    nemen. In het zesde lid zijn in het kader van de afbakening de uitzonderingen zo
                    specifiek mogelijk geduid.</al><al/><al><vet>Wet milieubeheer</vet></al><al>In de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van
                    inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze
                    bepalingen gelden ook voor een standplaatshouder, voor zover zijn verkoopplek
                    als 'inrichting' kan worden aangemerkt. Van belang is de regelgeving die geldt
                    voor bijvoorbeeld patatverkopers, die voor wat betreft de frituurinrichting aan
                    bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Van een dergelijke
                    "standplaats/inrichting"zal in het Nationaal Park echter niet snel sprake kunnen
                    zijn.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 14</onderstreept><cursief>Veroorzaken hinder en benadeling
                        van flora en fauna</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is eenieder die zich ophoudt in het park, dan wel anderszins in het
                            park een sport, hobby of andere activiteit uitoefent, verboden zich
                            zodanig te gedragen, dat andere personen of groepen van personen daarvan
                            hinder of schade kunnen ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is een ieder verboden bloemen, planten, varens, mossen, korstmossen,
                            struiken, bomen, takken, paddestoelen of delen hiervan te beschadigen,
                            uit te steken, af te snijden, te vervoeren of onder zich te houden, dan
                            wel in het gebied in het wild voorkomende dieren opzettelijk te
                            verontrusten, doden, vangen of vervoeren.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in dit onderwerp
                            wordt voorzien door de Natuurbeschermingswet of de Flora- en
                            Faunawet.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Het eerste lid mag gerust een "fatsoensartikel" worden genoemd. Recreëren, het
                    genieten van de natuurwaarden in het gebied en het beoefenen van sport en spel,
                    zul je in het gebied vrijwel nooit alleen doen. Dan spreekt het welhaast voor
                    zich dat je rekening houdt met de belangen van de ander. Waar mogelijk en
                    noodzakelijk zullen zeker ook groepen hierop worden aangesproken, dan wel door
                    foldermateriaal worden aangespoord om met de belangen van andere gebruikers van
                    het park rekening te houden.Het verbod in het tweede lid heeft door de werking
                    van de Flora- en Faunawet, betrekking op niet- (formeel) beschermde soorten van
                    de flora en fauna.</al><al/><al>AFDELING III.Verontreiniging, openbare gezondheid en
                    zedelijkheid.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 15</onderstreept><cursief>Verontreiniging.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden voorwerpen, resten van levensmiddelen, papier, niet
                            verwijderde tijdelijke routemarkeringen, blikken, flessen of andere,
                            vergelijkbare soorten afval, weg te werpen, neer te leggen of achter te
                            laten anders dan in de kennelijk daartoe bestemde inrichtingen;</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn een op de openbare
                            terreinen geplaatste afvalbak, afvalcontainer of soortgelijk voorwerp te
                            gebruiken voor een ander doel dan voor het daarin deponeren van klein
                            afval, zoals verpakkingen van versnaperingen, eetwaren en rookartikelen
                            en de in het eerste lid vermelde overige afvalstoffen.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing voorzover in dit
                            onderwerp wordt voorzien in de Wet milieubeheer, de Wet bodembescherming
                            of de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Dit artikel is bedoeld om vervuiling van de openbare terreinen in het Nationaal
                    Park tegen te gaan.Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen
                    op of in de bodem zodanig gebeuren dat een ander wettelijke regime zoals dat van
                    de Wet bodembescherming, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of de op de
                    Wet Milieubeheer gebaseerde voorschriften, van toepassing wordt.De op het
                    terrein aanwezige afvalvoorzieningen zijn bedoeld voor het deponeren van klein
                    afval dat ter plaatse is ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg van het nuttigen van
                    eetwaren. Het tweede lid biedt een handvat om op te kunnen treden tegen
                    oneigenlijk gebruik van de afvalvoorzieningen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 16</onderstreept><cursief>Openbare
                    zedelijkheid</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in het nationaal park seksuele handelingen te
                            verrichten.</al></li><li nr="2."><al>Naaktrecreatie is in het park verboden, behoudens op de daartoe door de
                            rechthebbende aangewezen terreingedeelten.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Met de bepaling in het eerste lid wordt beoogd ongewenste aanstootgevende
                    situaties te verbieden.Dit artikellid zal in excessieve situaties toepassing
                    vinden.In het tweede lid is aangegeven dat naaktrecreatie slechts toegestaan is
                    op speciaal daartoe aangewezen terreingedeelten.AFDELING IV.Wedstrijden,
                    evenementen, bijeenkomsten, manifestaties en andere recreatie-activiteiten</al><al/><al><onderstreept>Artikel
                        17</onderstreept><cursief>Wedstrijden/evenementen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester, wedstrijden,
                            evenementen, bijeenkomsten of andere manifestaties anders dan bedoeld
                            voor het uiten van meningen of gevoelens, te organiseren of te doen
                            houden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden de op de wijze van het eerste lid toegestane
                            wedstrijden, evenementen, bijeenkomsten of andere manifestaties op
                            enigerlei wijze te verstoren of te hinderen.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning kan worden geweigerd: </al><al>a. In het belang van de openbare orde;</al><al>b. in het belang van het voorkomen en beperken van overlast;</al><al>e. in het belang van de verkeersvrijheid of - veiligheid;</al><al>f. in het belang van het uiterlijk aanzien van het gebied en van de
                            natuurwaarden.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                            geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148
                            Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Voor een uitvoerige toelichting op het organiseren van een wedstrijd of
                    evenement wordt verwezen naar de betreffende artikelen in de APV. Bij het
                    redigeren van dit artikel is aangesloten bij de bepalingen uit de APV.Het is in
                    de meeste gevallen de eigenaar of beheerder (van een deel van) het nationaal
                    park, die zich op basis van deskundigheid met verstand van zaken kan uitspreken
                    over het al dan niet wenselijk zijn om op een bepaalde plaats of in een bepaald
                    gebied een wedstrijd, dan wel evenement te organiseren. Voordat door het college
                    een vergunning wordt verstrekt is het derhalve aanbevelenswaardig om aan de
                    rechthebbende(n) te vragen of de in het derde lid genoemde omstandigheden aan de
                    orde zijn. Ofschoon het college een eigenstandige afweging maakt, kan derhalve
                    een vergunning worden geweigerd op basis van de door de rechthebbende(n)
                    verstrekte informatie.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 18</onderstreept><cursief>Apparatuur en andere voorwerpen
                        bestemd voor recreatieve toepassingen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is binnen het gebied van het nationaal park verboden:</al><al>a. Motorisch aangedreven en radiografisch bestuurbare schaalmodellen van
                            vliegtuigen, bootjes of auto's in werking te hebben;</al><al>d. motorisch aangedreven voertuigen, bestemd voor recreatieve
                            doeleinden.te gebruiken;</al><al>e. modellen van vliegtuigen of andere objecten af te schieten of met
                            hulpmiddelen te lanceren, die een landing maken na een vrije val, zweef-
                            of glijvlucht.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zich met door windkracht aangedreven wagens,
                            installaties of constructies op te houden in het nationaal park dan wel
                            zich boven de wegen, terreinen of wateren in het nationaal park te
                            bevinden met valschermen, vliegers of andere niet motorisch aangedreven
                            hulpmiddelen om zich gedurende enige tijd zwevende te houden.</al></li><li nr="3."><al>Het is de bestuurder van een motorvoertuig voor zover die zich in het
                            nationaal park daarmee mag ophouden, verboden zijn motorvoertuig te
                            gebruiken voor het voorttrekken van één of meer personen die zich,
                            direct of indirect verbonden met het motorvoertuig, voortbewegen door de
                            lucht aan een parachute, een vlieger of een soortgelijk voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden in het nationaal park te vliegeren.</al></li><li nr="5."><al>Het in het vierde lid gestelde vliegerverbod geldt niet indien het een
                            vlieger betreft met een hoogte en breedte van maximaal één meter aan een
                            enkelvoudige lijn, bestemd om statisch mee te vliegeren, zonder dat
                            daardoor de veiligheid van personen of dieren gevaar loopt.</al></li><li nr="6."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voorzover in de daarin
                            geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet milieubeheer of de
                            Luchtvaartwet.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Op basis van dit artikel is het verboden motorisch aangedreven en radiografisch
                    bestuurbare schaalmodellen van vliegtuigen, bootjes of auto's in werking te
                    hebben. De reden hiervoor is met name gelegen in het terugdringen van overlast
                    voor de bezoekers van het park en de dieren. Rekening dient te worden gehouden
                    met het feit dat het park ook natte en zelfs bevaarbare gedeelten kent en dat
                    gemotoriseerd verkeer op bepaalde openbare wegen is toegestaan.Daarnaast is in
                    dit artikel een vliegerverbod opgenomen. Er wordt echter een uitzondering
                    gemaakt voor een kleine (hoogte en breedte maximaal één meter) vlieger aan een
                    enkelvoudige lijn, die niet bestemd is voor sportdoeleinden of waarmee
                    bijvoorbeeld manoeuvres met grote uitwijkingen zijn te maken.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 19</onderstreept><cursief>Kanoën, nachtvissen, droppings,
                        vossenjachten en vormen van survivalrecreatie</cursief></al><al>Het is verboden binnen het gebied van het Nationaal Park zonder schriftelijke
                    toestemming van de rechthebbende, te kanoën, te nachtvissen en vossenjachten,
                    vormen van survival en georganiseerde spellen te houden.</al><al>Toelichting:</al><al>Voor het organiseren van genoemde activiteiten is geen vergunning van het
                    college of de burgemeester nodig. Er is gekozen voor een verbod, behoudens de
                    (privaatrechtelijke) toestemming van de rechthebbende.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 20</onderstreept><cursief>Ruitersport</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is ruiters verboden zich buiten de voor de ruitersport bestemde en
                            als zodanig aangegeven paden en terreingedeelten en buiten de voor hen
                            toegankelijk gestelde wegen te begeven.</al></li><li nr="2."><al>Het is bestuurders van aangespannen wagens of paard en wagen verboden
                            zich op andere wegen te bevinden dan de als zodanig aangegeven
                            menroutes.</al></li><li nr="3."><al>Het in de voorgaande leden bepaalde is niet van toepassing voorzover in
                            de daar geregelde onderwerpen wordt voorzien in het Reglement
                            verkeersregels en verkeerstekens 1990.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Binnen de grenzen van het nationaal park geldt een "zone-indeling". Er zijn
                    terreingedeelten en paden aangewezen die specifiek bedoeld zijn voor bepaalde
                    groepen gebruikers. Hiermee wordt geprobeerd te voorkomen dat de verschillende
                    soorten gebruikers en de daaraan gekoppelde verkeersstromen elkaar overlast
                    bezorgen. Ook wordt ermee getracht de veiligheid van bezoekers zoveel als
                    mogelijk te borgen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 21</onderstreept><cursief>Parcours voor mountainbike of
                        all terrain bike (ATB).</cursief></al><al>Het is verboden met een fiets, een mountainbike of ATB daaronder begrepen,
                    buiten de aangegeven fietspaden, door de openbare terreinen te rijden, behalve
                    op het door de rechthebbende daartoe uitgezette parcours;</al><al>Toelichting:</al><al>Zie toelichting bij artikel 20.</al><al/><al>AFDELING V.Aanwijzingen, toestemming, handhaving, straf- overgangs- en
                    slotbepalingen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 22</onderstreept><cursief>Overtreding en
                        strafbepaling</cursief></al><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond
                    van artikel 4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, wordt gestraft met
                    hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en
                    kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                    uitspraak.ToelichtingOp grond van artikel 154 Gemeentewet kan de raad op
                    overtreding van zijn verordeningen straf stellen. De maximale hechtenis bedraagt
                    drie maanden en daarnaast kan de raad er voor kiezen een geldboete van de eerste
                    ( maximaal € 225) dan wel de tweede (maximaal € 2250) categorie op te nemen dan
                    wel per overtreding nog een onderscheid te maken voor welke categorie gekozen
                    wordt.In dit geval is er, evenals b.v. bij de APV het geval is, voor gekozen om
                    integraal te kiezen voor een boete van de tweede categorie. De ernst van de
                    overtredingen verschilt niet zodanig, dat dit een verdeling in eerste en tweede
                    categorie nodig zou maken en uiteindelijk is het toch de rechter die afhankelijk
                    van de omstandigheden van het geval, de hoogte van de geldboete bepaald, waarbij
                    overigens zelden het maximum wordt opgelegd.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 23 </onderstreept><cursief>Toezichthouders</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de buitengewone opsporingsambtenaren in dienst
                            van Natuurmonumenten of andere organisaties met rechtspersoonlijkheid
                            die beheer en toezicht hebben op natuurterreinen waarvan zij
                            rechthebbende zijn.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel
                            de burgemeester aan te wijzen personen.</al></li></lijst><al>Toelichting</al><al>Toezichthouders zijn personen, die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig
                    wettelijk voorschrift, zo zegt artikel 5:11 van de Awb. In de betreffende
                    verordening, in dit geval de Duinverordening, dient geregeld te worden wie
                    bevoegd is de toezichthouders aan te wijzen. Op grond van het tweede lid zijn
                    het college respectievelijk de burgemeester bevoegd toezichthouders aan te
                    wijzen.Naast de toezichthoudende bevoegdheid staat de opsporingsbevoegdheid.
                    Laatstgenoemde heeft een strafrechtelijk karakter. Soms komt het voor dat een
                    ambtenaar zowel een toezichthoudende bevoegdheid dient te hebben als een
                    opsporingsbevoegdheid. In dat geval dient de betreffende verordening de
                    (categorie) ambtenaren, voor wie dat geldt, met zoveel woorden te noemen als
                    toezichthouder. Om die reden zijn de buitengewone opsporingsambtenaren van de
                    Vereniging van Natuurmonumenten en verwante organisaties in het eerste lid met
                    name genoemd als toezichthouder.De bevoegdheden van toezichthouders zijn
                    geregeld in de artikelen 5:15 t/m 5:19 Awb en betreffen o.a. het betreden van
                    plaatsen en het doorzoeken van vervoermiddelen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 24</onderstreept><cursief>Binnentreden
                    woningen</cursief></al><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                    overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke
                    strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van
                    het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in
                    een woning zonder toestemming van de bewoner.ToelichtingZoals al aangegeven in
                    de toelichting op artikel 23 regelt de Awb de bevoegdheden van toezichthouders.
                    Dit geldt echter niet voor de bevoegdheid om woningen en vergelijkbare plaatsen
                    te betreden, omdat daar een fundamenteel grondrecht in het geding komt. Om die
                    reden bepaalt de wet, dat deze bevoegdheid alleen gebruikt mag worden, als deze
                    met zoveel woorden in de desbetreffende bijzondere wettelijke regeling, in dit
                    geval de Duinverordening, is opgenomen.De verdere spelregels, die gelden bij het
                    binnentreden van woningen e.d., zoals in acht te nemen vormvoorschriften, zijn
                    opgenomen in de Algemene wet op het binnentreden (Awbi).</al><al/><al><onderstreept>Artikel 25 </onderstreept><cursief>Inwerkingtreding</cursief></al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2005.ToelichtingDe
                    Gemeentewet bepaalt, dat als de verordening geen andere regeling kent, deze in
                    werking treedt op de achtste dag na die van haar bekendmaking.Er is voor gekozen
                    om de datum van inwerkingtreding te bepalen op 1 november 2005 zodat de
                    Duinverordening in de vijf samenwerkende gemeenten op dezelfde datum van kracht
                    kan worden.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 26
                    </onderstreept><cursief>Overgangsbepaling</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de
                            Algemene Plaatselijke Verordening, blijven - indien en voorzover het
                            gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook
                            vervat is in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij
                            werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Algemene Plaatselijke
                            Verordening, blijven - indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke
                            deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening -
                            van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of
                            totdat zij worden ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen
                            bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en
                            verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de Algemene
                            Plaatselijke Verordening, is ingediend en voor het tijdstip van
                            inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
                            beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige
                            verordening toegepast.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning
                            of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat onherroepelijk is
                            beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening
                            overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning of
                            ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van
                            de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is
                            ingediend.</al></li><li nr="6."><al>Nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, vastgesteld
                            krachtens de Algemeen Plaatselijke Verordening worden geacht nadere
                            regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten te zijn in de zin van deze
                            verordening indien en voorzover de rechtsgrond waarop deze zijn
                            gebaseerd ook vervat is in deze verordening.</al></li></lijst><al>Toelichting</al><al>Een aantal zaken, die thans in de Duinverordening geregeld zijn, zoals b.v. het
                    innemen van standplaatsen, was voorheen in de APV geregeld. Bepaald wordt, dat
                    vergunningen en ontheffingen op grond van de APV van kracht blijven gedurende
                    hun looptijd, maar dat deze in het vervolg "gelden"als vergunning of ontheffing
                    op grond van de Duinverordening. Hetzelfde geldt voor eventueel op grond van de
                    APV vastgestelde nadere regels e.d.Een lopende aanvraag op basis van de APV
                    wordt afgewerkt met inachtneming van de overeenkomstige bepaling in de
                    Duinverordening, zo bepaalt het vierde lid.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 27</onderstreept><cursief>Citeertitel</cursief></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Duinverordening
                    Haaren".ToelichtingEr is gekozen voor een korte en duidelijke citeertitel met
                    name vanuit communicatie-oogpunt. Ook bij de inrichting van proces-verbalen
                    biedt een korte titel voordelen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>