<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR69616_1</dcterms:identifier><dcterms:title>de Verordening Toeslagen en Kortingenbeleid WWB en WIJ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kollumerland en Nieuwkruisland</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noardeast-Fryslân</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad van Noord-Oost Friesland, 15-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeslagen en Kortingenbeleid WWB en WIJ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 30</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in Jongeren, art. 12, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investering in Jongeren, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>sociale zaken</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening Toeslagen en Kortingenbeleid WWB, vastgesteld op 17 januari 2007 (Achtkarspelen) en 14 december 2006 (Kollumerland c.a.), wordt gelijktijdig ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>de Verordening Toeslagen en Kortingenbeleid WWB en WIJ</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Gemeente Achtkarspelen en gemeente Kollumerland c.a.</al><al>de Raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>en </al><al>de Raad van de gemeente Kollumerland c.a.;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 8, lid 1, sub c en artikel 30 van de Wet
                        Werk en Bijstand en arttikel 12, lid 1, sub e en artikel 35 van de Wet
                        Investeren in Jongeren,</al><al>overwegende dat moet worden vastgesteld voor welke categorieën de
                        bijstandsnorm/inkomensvoorziening wordt verhoogd of verlaagd en op grond van
                        welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald;</al><al>besluiten</al><al>vast te stellen: </al><al>de Verordening Toeslagen en Kortingenbeleid WWB en WIJ</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de WWB: de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="b."><al>de WIJ: de Wet Investeren in Jongeren;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een
                                    besluit is betrokken (Algemene Wet Bestuursrecht) en welke in
                                    deze verordening ook wordt aangeduid met “hij” of “hem”;</al></li><li nr="d."><al>de alleenstaande in het kader van de berekening van de
                                    WWB-uitkering: de ongehuwde van 21 jaar of ouder * (per 1 juli
                                    2010: 27 jaar of ouder) die geen tot zijn last komende kinderen
                                    heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander
                                    tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een
                                    bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de
                                    bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
                                    zorgbehoefte;</al></li><li nr="e."><al>de alleenstaande in het kader van de berekening van de
                                    WIJ-inkomensvoorziening: de ongehuwde van 21 tot 27 jaar die
                                    geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke
                                    huishouding voert met een ander tenzij het betreft een
                                    bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede
                                    graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad
                                    sprake is van zorgbehoefte;</al></li><li nr="f."><al>de alleenstaande ouder in het kader van de berekening van de
                                    WWB-uitkering: de ongehuwde van 21 jaar of ouder * (per 1 juli
                                    2010: 27 jaar of ouder) die de volledige zorg heeft voor één of
                                    meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke
                                    huishouding voert met een ander tenzij het betreft een
                                    bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede
                                    graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad
                                    sprake is van zorgbehoefte;</al></li><li nr="g."><al>de alleenstaande ouder in het kader van de berekening van de
                                    WIJ-inkomensvoorziening: de ongehuwde van 21 tot 27 jaar die de
                                    volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende
                                    kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander
                                    tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een
                                    bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de
                                    bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
                                    zorgbehoefte;</al></li><li nr="h."><al>de gehuwde in het kader van de berekening van de WWB-uitkering:
                                    een persoon van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of
                                    ouder) die gehuwd, of geregistreerd partner is en wiens partner
                                    eveneens 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)
                                    is;</al><lijst><li nr="-"><al>als gehuwde wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21
                                            jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) die
                                            met een ongehuwde van 21 jaar of ouder * (per 1 juli
                                            2010: 27 jaar of ouder) een gezamenlijke huishouding
                                            voert, tenzij het een bloedverwant in de eerste graad
                                            betreft;</al></li><li nr="-"><al>als ongehuwde wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar
                                            of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) die
                                            duurzaam gescheiden leeft van de van degene waarmee hij
                                            gehuwd is;</al></li><li nr="-"><al>van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee
                                            personen van 21 jaar * (per 1 juli 2010: 27 jaar of
                                            ouder) of ouder hun hoofdverblijf in dezelfde woning
                                            hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar
                                            door middel van het leveren van een bijdrage in de
                                            kosten van de huishouding danwel anderszins;</al></li><li nr="-"><al>een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval
                                            aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun
                                            hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:</al></li><li nr="-"><al>zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de
                                            uitvoering van de WWB of de WIJ als gehuwden zijn
                                            aangemerkt;</al></li><li nr="-"><al>uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
                                            plaatsgevonden van een kind van de één door de
                                            ander;</al></li><li nr="-"><al>zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage
                                            aan de huishouding krachtens een geldend
                                            samenlevingscontract;</al></li><li nr="-"><al>zij op grond van een registratie worden aangemerkt als
                                            een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking
                                            overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in
                                            het voorgaande.</al></li><li nr="-"><al>van duurzaam gescheiden leven is sprake als:</al></li><li nr="-"><al>het een door één of beide belanghebbenden gewilde
                                            verbreking van de echtelijke of daarmee gelijkgestelde
                                            samenleving betreft, en</al></li><li nr="-"><al>beide belanghebbenden afzonderlijk van elkaar een eigen
                                            leven leiden, als waren zij niet met elkaar gehuwd,
                                            en</al></li><li nr="-"><al>deze toestand door tenminste één belanghebbende als
                                            bestendig wordt gezien.</al></li></lijst><al>(Indien bij aanvraag WWB door belanghebbende gedurende de periode
                            1-10-2009 tot 1-7-2010 de partner 21 tot 27 jaar is, dan valt deze
                            partner onder artikel 28 WIJ en wordt de gehuwde of de daaraan
                            gelijkgestelde behandeld als ware hij een alleenstaande en wordt diens
                            WWB-uitkering berekend overeenkomstig de wijze genoemd in artikel 24
                            WWB) </al></li><li nr="i."><al>de gehuwde in het kader van de berekening van de
                                    WIJ-inkomensvoorziening: een persoon van 21 tot 27 jaar die
                                    gehuwd, of geregistreerd partner is;</al><lijst><li nr="-"><al>als gehuwde wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21
                                            tot 27 jaar die met een ongehuwde van 21 tot 27 jaar een
                                            gezamenlijke huishouding voert, tenzij het een
                                            bloedverwant in de eerste graad betreft;</al></li><li nr="-"><al>als ongehuwde wordt mede aangemerkt degene van 21 tot 27
                                            jaar die duurzaam gescheiden leeft van de van degene
                                            waarmee hij gehuwd is;</al></li><li nr="-"><al>van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee
                                            personen, waarvan één 21 tot 27 jaar is hun
                                            hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk
                                            geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het
                                            leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
                                            danwel anderszins;</al></li><li nr="-"><al>een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval
                                            aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun
                                            hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:</al></li><li nr="-"><al>zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de
                                            uitvoering van de WIJ of de WWB als gehuwden zijn
                                            aangemerkt;</al></li><li nr="-"><al>uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
                                            plaatsgevonden van een kind van de één door de
                                            ander;</al></li><li nr="-"><al>zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage
                                            aan de huishouding krachtens een geldend
                                            samenlevingscontract;</al></li><li nr="-"><al>zij op grond van een registratie worden aangemerkt als
                                            een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking
                                            overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in
                                            het voorgaande.</al></li><li nr="-"><al>van duurzaam gescheiden leven is sprake als:</al></li><li nr="-"><al>het een door één of beide belanghebbenden gewilde
                                            verbreking van de echtelijke of daarmee gelijkgestelde
                                            samenleving betreft, en</al></li><li nr="-"><al>beide belanghebbenden afzonderlijk van elkaar een eigen
                                            leven leiden, als waren zij niet met elkaar gehuwd,
                                            en</al></li><li nr="-"><al>deze toestand door tenminste één belanghebbende als
                                            bestendig wordt gezien.</al></li></lijst><al>(Indien de partner 18 tot 21 óf 27 jaar en ouder is, wordt voor de
                            gehuwde of de daaraan gelijkgestelde de WIJ-inkomensvoorziening berekend
                            overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van de WIJ) </al></li><li nr="j."><al>het kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of
                                    stiefkind;</al></li><li nr="k."><al>het ten laste komende kind: het kind, jonger dan 18 jaar, voor
                                    wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op
                                    kinderbijslag kan maken;</al></li><li nr="l."><al>de woning: een besloten ruimte, die, al dan niet tezamen met één
                                    of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning
                                    door een huishouden (Huisvestingswet);</al><lijst><li nr="-"><al>onder een woning wordt tevens verstaan een woonwagen en
                                            een woonschip;</al></li></lijst></li><li nr="m."><al>de woonkosten:</al><lijst><li nr="a."><al>indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende
                                    rekenhuur als bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag;</al></li><li nr="b."><al>indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per
                                    maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de
                                    in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen
                                    zakelijke lasten;</al></li><li nr="c."><al>indien een woonwagen in huur danwel in eigendom wordt bewoond,
                                    de tot een bedrag per maand herleidde woonkosten; onder
                                    zakelijke lasten wordt verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>het eigenaarsdeel van de onroerend zaakbelasting.</al></li><li nr="-"><al>de waterschapslasten (excl. verontreinigingsheffing en
                                            ingezetenenheffing).</al></li><li nr="-"><al>een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor de
                                            kosten van groot onderhoud.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="n."><al>de hoofdbewoner: de persoon op wiens naam de woning staat en in
                                    die woning zijn hoofdverblijf heeft;</al></li><li nr="o."><al>de inwonende: de persoon die zijn hoofdverblijf in een woning
                                    heeft waarvan hij niet de hoofdbewoner is;</al></li><li nr="p."><al>het wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in
                                    artikel 8, lid 1, sub a van de Wet minimumloon en
                                    minimumvakantietoeslag, verhoogd met de aanspraak op
                                    vakantietoeslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van
                                    die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na
                                    aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies
                                    volksverzekeringen en de vergoeding als bedoeld in artikel 46
                                    van de Zorgverzekeringswet.</al></li><li nr="q."><al>de verzorgingsbehoevende: degene die, indien hij niet bij een
                                    andere persoon zou inwonen, volgens een advies van de GGD zou
                                    zijn aangewezen op beroepsmatige hulp in de vorm van verzorging
                                    in een verzorgings- of een verpleegtehuis;</al></li><li nr="r."><al>de crisissituatie: een situatie van noodopvang bij een andere
                                    persoon of personen nadat men door omstandigheden niet meer
                                    beschikt over woonruimte, voor zolang deze situatie niet langer
                                    duurt dan twee maanden;</al></li><li nr="s."><al>de kostganger: een persoon die aantoonbaar tegen betaling van
                                    een commerciële prijs kost en inwoning bij een andere persoon of
                                    personen heeft;</al><lijst><li nr="-"><al>onder een commerciële prijs wordt verstaan:</al></li></lijst><al>een bedrag ter hoogte van minimaal 40% van het wettelijk minimumloon per
                            maand.</al></li><li nr="t."><al>de onderhuurder: een persoon die aantoonbaar tegen betaling van
                                    een commerciële prijs een deel van een woning van een persoon of
                                    personen huurt;</al><lijst><li nr="-"><al>onder een commerciële prijs wordt verstaan:</al></li></lijst><al>een bedrag ter hoogte van minimaal 15% van het wettelijk minimumloon per
                            maand.</al></li><li nr="u."><al>de zwervende: een persoon die geen woning bewoont;</al></li><li nr="v."><al>de woningkraker: een persoon die een woning bewoont waaraan geen
                                    woonkosten geacht worden te zijn verbonden, tenzij aantoonbaar
                                    het tegendeel blijkt;</al></li><li nr="w."><al>inkomsten uit vakantiewerk: inkomsten uit arbeid van inwonende
                                    studerende kinderen die tijdens de vastgestelde schoolvakanties
                                    worden verworven;</al><lijst><li nr="-"><al>onder studerende kinderen worden in dit verband
                                            verstaan:</al></li></lijst><al>kinderen die studerend zijn en na de vakantieonderbreking de studie weer
                            voortzetten.</al></li><li nr="x."><al>het college: het college van Burgemeester en Wethouders van de
                                    gemeente Achtkarspelen óf de gemeente Kollumerland c.a.</al></li><li nr="y."><al>de gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Achtkarspelen
                                    óf de gemeente Kollumerland c.a.</al></li></lijst><al>* die géén WIJ-gerechtigde is</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Voor belanghebbenden aan wie bijstand op grond van de WWB of
                            inkomensvoorziening op grond van de WIJ kan worden verleend geldt een
                            categorieaanduiding;</al><al>de categorieën worden aangeduid als:</al><lijst><li nr="a."><al>alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>gehuwde.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm in het kader van de
                            WWB</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de
                                    alleenstaande van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar
                                    of ouder) of de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per
                                    1 juli 2010: 27 jaar of ouder) hogere algemene noodzakelijke
                                    kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm
                                    voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen
                                    van deze kosten met een ander.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gehuwde van 27 jaar en ouder die als gevolg van het feit
                                    dat de partner van 21 tot 27 jaar een inkomen uit de WIJ
                                    ontvangt, als alleenstaande of alleenstaande ouder moet worden
                                    aangemerkt, bestaat nimmer recht op een toeslag.</al><lijst><li nr="a."><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de
                                            alleenstaande van 22 jaar of ouder * (per 1 juli 2010:
                                            27 jaar of ouder) en de alleenstaande ouder van 21 jaar
                                            of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met zijn
                                            ten laste komende kinderen in wiens woning géén ander,
                                            waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf
                                            heeft bepaald op het in artikel 25, lid 2 van de WWB
                                            genoemde maximumbedrag.</al></li><li nr="b."><al>Het maximumbedrag van de toeslag wordt voor de
                                            alleenstaande van 21 jaar * bepaald op 10% van het
                                            wettelijk minimumloon (vervalt per 1 juli 2010).</al></li><li nr="c."><al>De toeslag wordt voor de alleenstaande van 21 jaar en 22
                                            jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) en
                                            de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1
                                            juli 2010: 27 jaar of ouder), die hoofdbewoner is,
                                            eveneens in principe bepaald op het betreffende
                                            maximumbedrag indien in de woning hoofdverblijf
                                            heeft:</al><lijst><li nr="-"><al>een verzorgingsbehoevende;</al></li><li nr="-"><al>iemand die in verband met een crisissituatie
                                                  wordt opgevangen, zolang deze opvang niet langer
                                                  duurt dan maximaal twee maanden;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 jaar of
                                            ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) en de
                                            alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli
                                            2010: 27 jaar of ouder) eveneens in principe bepaald op
                                            het maximumbedrag indien men kostganger of onderhuurder
                                            is.</al></li><li nr="e."><al>De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 jaar of
                                            ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) en de
                                            alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli
                                            2010: 27 jaar of ouder) eveneens voor de duur van
                                            maximaal twee maanden in principe bepaald op het
                                            maximumbedrag indien men vanwege een crisissituatie bij
                                            een ander wordt opgevangen.</al></li><li nr="a."><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor
                                            de alleenstaande van 22 jaar of ouder * (per 1 juli
                                            2010: 27 jaar of ouder) en de alleenstaande ouder van 21
                                            jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met
                                            zijn ten laste komende kinderen in wiens woning één
                                            ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn
                                            hoofdverblijf heeft 10% van het wettelijk
                                            minimumloon.</al></li><li nr="b."><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor
                                            de alleenstaande van 21 jaar * in wiens woning één
                                            ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn
                                            hoofdverblijf heeft 5% van het wettelijk minimumloon
                                            (vervalt per 1 juli 2010).</al></li><li nr="c."><al>Voor de alleenstaande van 21 jaar of ouder * (per 1 juli
                                            2010: 27 jaar of ouder) en de alleenstaande ouder van 21
                                            jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met
                                            zijn ten laste komende kinderen in wiens woning meer dan
                                            één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn
                                            hoofdverblijf heeft bestaat geen recht op een
                                            toeslag.</al></li><li nr="d."><al>Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit
                                            artikel worden twee met elkaar gehuwden of de partners
                                            van een daarmee gelijkgestelde samenleving aangemerkt
                                            als één ander.</al></li><li nr="e."><al>Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit
                                            artikel geldt de lagere toeslag bij voorrang voor de
                                            inwonende.</al></li><li nr="f."><al>Kosten kunnen worden gedeeld indien:</al><lijst><li nr="-"><al>een niet ten laste komend kind van 16 tot 18
                                                  jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de
                                                  norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1
                                                  juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ,
                                                  vermeerderd met 20% van het wettelijk
                                                  minimumloon.</al></li><li nr="-"><al>een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21
                                                  jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de
                                                  norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1
                                                  juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ,
                                                  vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon.
                                                  Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten
                                                  uit studiefinanciering van de eigen of
                                                  stiefkinderen blijven hierbij buiten
                                                  beschouwing.</al></li><li nr="-"><al>een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar
                                                  of ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste
                                                  70% van het wettelijk minimumloon.Inkomsten uit
                                                  vakantiewerk alsmede de inkomsten uit
                                                  studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen
                                                  blijven hierbij buiten beschouwing.</al></li><li nr="-"><al>de inwonende twee met elkaar gehuwden of de
                                                  partners van een daarmee gelijkgestelde
                                                  samenleving inkomsten hebben ter hoogte van
                                                  tenminste 100% van het wettelijk minimumloon.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen
                                            delen.</al></li><li nr="h."><al>Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de
                                            hoofdbewoner(s) kosten te kunnen delen, ongeacht de
                                            hoogte van de inkomsten van de hoofdbewoner(s).</al></li></lijst></li></lijst><al>* die géén WIJ-gerechtigde is</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de met elkaar
                                    gehuwden van 21 jaar of ouder of de partners van een daarmee
                                    gelijkgestelde samenleving * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)
                                    lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan
                                    waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of
                                    gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander.</al><lijst><li nr="a."><al>De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de
                                            partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van
                                            21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)
                                            met of zonder hun ten laste komende kinderen in wiens
                                            woning géén ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld,
                                            zijn hoofdverblijf heeft bepaald op het in art 21, sub c
                                            van de WWB genoemde normbedrag.</al></li><li nr="b."><al>De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de
                                            partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van
                                            21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder),
                                            die hoofdbewoner zijn, met of zonder hun ten laste
                                            komende kinderen eveneens in principe bepaald op het in
                                            art 21, sub c van de WWB genoemde normbedrag indien in
                                            de woning hoofdverblijf heeft:</al><lijst><li nr="-"><al>een verzorgingsbehoevende;</al></li><li nr="-"><al>iemand die in verband met een crisissituatie
                                                  wordt opgevangen, zolang deze opvang niet langer
                                                  duurt dan maximaal twee maanden;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de
                                            partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van
                                            21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)
                                            met of zonder hun ten laste komende kinderen eveneens in
                                            principe bepaald op het in art 21, sub c van de WWB
                                            genoemde normbedrag indien men kostganger of
                                            onderhuurder is.</al></li><li nr="d."><al>De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de
                                            partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van
                                            21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)
                                            met of zonder hun ten laste komende kinderen eveneens
                                            voor de duur van maximaal twee maanden in principe
                                            bepaald op het in art 21, sub c van de WWB genoemde
                                            normbedrag indien men vanwege een crisissituatie bij een
                                            ander wordt opgevangen.</al></li><li nr="a."><al>De korting als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor
                                            met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee
                                            gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1
                                            juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste
                                            komende kinderen in wiens woning één ander, waarmee
                                            kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft
                                            10% van het wettelijk minimumloon.</al></li><li nr="b."><al>De korting als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor
                                            met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee
                                            gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1
                                            juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste
                                            komende kinderen in wiens woning meer dan één ander,
                                            waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf
                                            heeft 20% van het wettelijk minimumloon.</al></li><li nr="c."><al>Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel
                                            worden twee met elkaar gehuwden of de partners van een
                                            daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder
                                            * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) aangemerkt als één
                                            ander.</al></li><li nr="d."><al>Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel
                                            geldt de korting in eerste instantie voor de inwonende
                                            met elkaar gehuwden of partners van een daarmee
                                            gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1
                                            juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste
                                            komende kinderen.</al></li><li nr="e."><al>Kosten kunnen worden gedeeld indien:</al><lijst><li nr="-"><al>een niet ten laste komend kind van 16 tot 18
                                                  jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de
                                                  norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1
                                                  juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ,
                                                  vermeerderd met 20% van het wettelijk
                                                  minimumloon.</al></li><li nr="-"><al>een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21
                                                  jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de
                                                  norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1
                                                  juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ,
                                                  vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon.
                                                  Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten
                                                  uit studiefinanciering van de eigen of
                                                  stiefkinderen blijven hierbij buiten
                                                  beschouwing.</al></li><li nr="-"><al>een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar
                                                  of ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste
                                                  70% van het wettelijk minimumloon. Inkomsten uit
                                                  vakantiewerk alsmede de inkomsten uit
                                                  studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen
                                                  blijven hierbij buiten beschouwing.</al></li><li nr="-"><al>de inwonende twee met elkaar gehuwden of de
                                                  partners van een daarmee gelijkgestelde
                                                  samenleving inkomsten hebben ter hoogte van
                                                  tenminste 100% van het wettelijk minimumloon.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen
                                            delen.</al></li><li nr="g."><al>Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de
                                            hoofdbewoner(s) kosten te kunnen delen, ongeacht de
                                            hoogte van de inkomsten van de hoofdbewoner(s).</al></li></lijst></li></lijst><al>* die géén WIJ-gerechtigde is</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijstandsnorm, vermeerderd met de van toepassing zijnde
                                    toeslag als bedoeld in artikel 3 voor een alleenstaande van 21
                                    jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)en de
                                    alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27
                                    jaar of ouder) met zijn ten laste komende kinderen wordt wegens
                                    het ontbreken van woonkosten verlaagd met 20% van het wettelijk
                                    minimumloon. Deze korting is eveneens van toepassing als een
                                    niet inwonende derde de woonkosten voor zijn rekening
                                    neemt.</al></li><li nr="2."><al>De bijstandsnorm voor met elkaar gehuwden of de partners van een
                                    daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar en ouder * (per 1
                                    juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende
                                    kinderen wordt wegens het ontbreken van woonkosten verlaagd met
                                    20% van het wettelijk minimumloon. Deze korting is eveneens van
                                    toepassing als een niet inwonende derde de woonkosten voor zijn
                                    rekening neemt.</al></li></lijst><al>* die géén WIJ-gerechtigde is</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijstandsnorm, vermeerderd met de van toepassing zijnde
                                    toeslag als bedoeld in artikel 3 voor een alleenstaande van 21
                                    jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)en de
                                    alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27
                                    jaar of ouder) met zijn ten laste komende kinderen wordt wegens
                                    het houden van kostgangers of onderhuurders verlaagd met 15% van
                                    het wettelijk minimumloon per kostganger of onderhuurder.</al></li><li nr="2."><al>De bijstandsnorm voor met elkaar gehuwden of de partners van een
                                    daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar en ouder * (per 1
                                    juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende
                                    kinderen wordt wegens het houden van kostgangers of
                                    onderhuurders verlaagd met 15% van het wettelijk minimumloon per
                                    kostganger of onderhuurder.</al></li></lijst><al>* die géén WIJ-gerechtigde is</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Indien voor de belanghebbende een combinatie van een toeslag op grond
                            van artikel 3 en één of meer verlagingen op grond van artikel 5 en 6
                            geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het wettelijk
                            minimumloon ten opzichte van de toepasselijke bijstandsnorm ex artikel
                            21 van de WWB. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Criteria voor het verhogen van de WIJ-norm</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De WIJ-norm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande
                                of de alleenstaande ouder hogere algemene noodzakelijke kosten van
                                het bestaan heeft dan waarin de WIJ-norm voorziet, als gevolg van
                                het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een
                                ander.</al><lijst><li nr="a."><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de
                                        alleenstaande van 22 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder
                                        van 21 tot 27 jaar of ouder met zijn ten laste komende
                                        kinderen in wiens woning géén ander, waarmee kosten kunnen
                                        worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bepaald op het in
                                        artikel 30, lid 2 van de WIJ genoemde maximumbedrag.</al></li><li nr="b."><al>Het maximumbedrag van de toeslag wordt voor de alleenstaande
                                        van 21 jaar bepaald op 10% van het wettelijk
                                        minimumloon.</al></li><li nr="c."><al>De toeslag wordt voor de alleenstaande van 21 jaar en 22 tot
                                        27 jaar en de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar, die
                                        hoofdbewoner is, eveneens in principe bepaald op het
                                        betreffende maximumbedrag indien in de woning hoofdverblijf
                                        heeft:</al><lijst><li nr="-"><al>een verzorgingsbehoevende;</al></li><li nr="-"><al>iemand die in verband met een crisissituatie wordt
                                                opgevangen, zolang deze opvang niet langer duurt dan
                                                maximaal twee maanden;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 tot 27 jaar en
                                        de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar eveneens in
                                        principe bepaald op het maximumbedrag indien men kostganger
                                        of onderhuurder is.</al></li><li nr="e."><al>De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 tot 27 jaar en
                                        de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar eveneens voor de
                                        duur van maximaal twee maanden in principe bepaald op het
                                        maximumbedrag indien men vanwege een crisissituatie bij een
                                        ander wordt opgevangen.</al></li><li nr="a."><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
                                        alleenstaande van 22 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder
                                        van 21 tot 27 jaar met zijn ten laste komende kinderen in
                                        wiens woning één ander, waarmee kosten kunnen worden
                                        gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 10% van het wettelijk
                                        minimumloon.</al></li><li nr="b."><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
                                        alleenstaande van 21 jaar in wiens woning één ander, waarmee
                                        kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 5%
                                        van het wettelijk minimumloon.</al></li><li nr="c."><al>Voor de alleenstaande van 21 tot 27 jaar en de alleenstaande
                                        ouder van 21 tot 27 jaar met zijn ten laste komende kinderen
                                        in wiens woning meer dan één ander, waarmee kosten kunnen
                                        worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bestaat geen recht
                                        op een toeslag.</al></li><li nr="d."><al>Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit artikel
                                        worden twee met elkaar gehuwden of de partners van een
                                        daarmee gelijkgestelde samenleving aangemerkt als één
                                        ander.</al></li><li nr="e."><al>Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit artikel
                                        geldt de lagere toeslag bij voorrang voor de inwonende.</al></li><li nr="f."><al>Kosten kunnen worden gedeeld indien:</al><lijst><li nr="-"><al>een niet ten laste komend kind van 16 tot 18 jaar
                                                inkomsten heeft ter hoogte van tenminstede norm
                                                bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli
                                                2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd
                                                met 20% van het wettelijk minimumloon.</al></li><li nr="-"><al>een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21
                                                jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de
                                                norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1
                                                juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ,
                                                vermeerderd met 20% van het wettelijk
                                                minimumloon.</al></li><li nr="-"><al>een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar of
                                                ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste 70%
                                                van het wettelijk minimumloon.</al></li><li nr="-"><al>de inwonende twee met elkaar gehuwden of de partners
                                                van een daarmee gelijkgestelde samenleving inkomsten
                                                hebben ter hoogte van tenminste 100% van het
                                                wettelijk minimumloon.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen
                                        delen.</al></li><li nr="h."><al>Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de
                                        hoofdbewoner(s) kosten te kunnen delen, ongeacht de hoogte
                                        van de inkomsten van de hoofdbewoner(s).</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Criteria voor het verlagen van de WIJ-norm</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De WIJ-norm als bedoeld in artikel 28 WIJ voor de gehuwde of de
                                partner uit een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27
                                jaar met of zonder ten laste komende kinderen wordt lager
                                vastgesteld indien de met elkaar gehuwden of de partners van een
                                daarmee gelijkgestelde samenleving lagere algemene noodzakelijke
                                kosten van het bestaan hebben dan waarin de WIJ-norm voorziet, als
                                gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten
                                met een ander.</al><lijst><li nr="a."><al>De WIJ-norm wordt voor de gehuwde of de partner uit een
                                        daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of
                                        zonder ten laste komende kinderen in wiens woning géén
                                        ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn
                                        hoofdverblijf heeft bepaald op het in artikel 28 van de WIJ
                                        genoemde toepasselijke normbedrag.</al></li><li nr="b."><al>De WIJ-norm wordt voor de gehuwde of de partner uit een
                                        daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar, die
                                        hoofdbewoner is, met of zonder ten laste komende kinderen
                                        eveneens in principe bepaald op het in artikel 28 van de WIJ
                                        genoemde toepasselijke normbedrag indien in de woning
                                        hoofdverblijf heeft:</al><lijst><li nr="-"><al>een verzorgingsbehoevende;</al></li><li nr="-"><al>iemand die in verband met een crisissituatie wordt
                                                opgevangen, zolang deze opvang niet langer duurt dan
                                                maximaal twee maanden;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>De WIJ-norm wordt voor de gehuwde of de partner uit een
                                        daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of
                                        zonder ten laste komende kinderen eveneens in principe
                                        bepaald op het in artikel 28 van de WIJ genoemde
                                        toepasselijke normbedrag indien men kostganger of
                                        onderhuurder is.</al></li><li nr="d."><al>De WIJ-norm wordt voor de gehuwde of de partner uit een
                                        daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of
                                        zonder ten laste komende kinderen eveneens voor de duur van
                                        maximaal twee maanden in principe bepaald op het in artikel
                                        28 van de WIJ genoemde toepasselijke normbedrag indien men
                                        vanwege een crisissituatie bij een ander wordt
                                        opgevangen.</al></li><li nr="a."><al>De korting op de WIJ-norm als bedoeld in het eerste lid
                                        bedraagt voor de gehuwde of de partner uit een daarmee
                                        gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of zonder
                                        ten laste komende kinderen in wiens woning één ander,
                                        waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf
                                        heeft 10% van het wettelijk minimumloon.</al></li><li nr="b."><al>De korting op de WIJ-norm als bedoeld in het eerste lid
                                        bedraagt voor de gehuwde of de partner uit een daarmee
                                        gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of zonder
                                        ten laste komende kinderen in wiens woning meer dan één
                                        ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn
                                        hoofdverblijf heeft 20% van het wettelijk minimumloon.</al></li><li nr="c."><al>Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel
                                        worden twee met elkaar gehuwden of de partners van een
                                        daarmee gelijkgestelde samenleving aangemerkt als één
                                        ander.</al></li><li nr="d."><al>Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel geldt
                                        de korting in eerste instantie voor de inwonende met elkaar
                                        gehuwden of partners van een daarmee gelijkgestelde
                                        samenleving met of zonder hun ten laste komende
                                        kinderen.</al></li><li nr="e."><al>Kosten kunnen worden gedeeld indien:</al><lijst><li nr="-"><al>een niet ten laste komend kind van 16 tot 18 jaar
                                                inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm
                                                bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli
                                                2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd
                                                met 20% van het wettelijk minimumloon.</al></li><li nr="-"><al>een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21
                                                jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de
                                                norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1
                                                juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ,
                                                vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon.
                                                Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten uit
                                                studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen
                                                blijven hierbij buiten beschouwing.</al></li><li nr="-"><al>een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar of
                                                ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste 70%
                                                van het wettelijk minimumloon. Inkomsten uit
                                                vakantiewerk alsmede de inkomsten uit
                                                studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen
                                                blijven hierbij buiten beschouwing.</al></li><li nr="-"><al>de inwonende twee met elkaar gehuwden of de partners
                                                van een daarmee gelijkgestelde samenleving inkomsten
                                                hebben ter hoogte van tenminste 100% van het
                                                wettelijk minimumloon.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen
                                        delen.</al></li><li nr="g."><al>Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de
                                        hoofdbewoner(s) kosten te kunnen delen, ongeacht de hoogte
                                        van de inkomsten van de hoofdbewoner(s).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De WIJ-norm, vermeerderd met de van toepassing zijnde toeslag als
                                bedoeld in artikel 8 voor een alleenstaande van 21 tot 27 jaar en de
                                alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar met zijn ten laste komende
                                kinderen wordt wegens het ontbreken van woonkosten verlaagd met 20%
                                van het wettelijk minimumloon. Deze korting is eveneens van
                                toepassing als een niet inwonende derde de woonkosten voor zijn
                                rekening neemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De WIJ-norm voor de gehuwde of de partner uit een daarmee
                                gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of zonder ten
                                laste komende kinderen wordt wegens het ontbreken van woonkosten
                                verlaagd met 20% van het wettelijk minimumloon. Deze korting is
                                eveneens van toepassing als een niet inwonende derde de woonkosten
                                voor zijn rekening neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De WIJ-norm, vermeerderd met de van toepassing zijnde toeslag als
                                bedoeld in artikel 8 voor een alleenstaande van 21 tot 27 jaar en de
                                alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar met zijn ten laste komende
                                kinderen wordt wegens het houden van kostgangers of onderhuurders
                                verlaagd met 15% van het wettelijk minimumloon per kostganger of
                                onderhuurder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De WIJ-norm voor de gehuwde of de partner uit een daarmee
                                gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of zonder ten
                                laste komende kinderen wordt wegens het houden van kostgangers of
                                onderhuurders verlaagd met 15% van het wettelijk minimumloon per
                                kostganger of onderhuurder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Indien voor de belanghebbende een combinatie van een toeslag op grond
                            van artikel 8 en één of meer verlagingen op grond van artikel 9 en 10
                            geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het wettelijk
                            minimumloon ten opzichte van de toepasselijke WIJ-norm ex artikel 26, 27
                            of 28 van de WIJ. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Verhoging of verlaging van de bijstandsnorm/WIJ-norm vindt plaats
                            onverminderd het bepaalde in artikel 18, lid 1 WWB en artikel 41 van de
                            WIJ.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Toeslagen en
                            Kortingenbeleid WWB en WIJ.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober
                                    2009.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Toeslagen en Kortingenbeleid WWB, vastgesteld op
                                    17 januari 2007 (Achtkarspelen) en 14 december 2006
                                    (Kollumerland c.a.), wordt gelijktijdig ingetrokken.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                            Achtkarspelen op en de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                            Kollumerland c.a. op 26 november 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raden voornoemd, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de Raadsgriffier, de Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R. van der Heide, Tj. van der Zwan</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de Raadsgriffier, de Voorzitter, </ondertekening><ondertekening>mw. A. Ynema, B. Bilker</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>