Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Venray

Beleidsregel tegemoetkoming kosten op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVenray
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel tegemoetkoming kosten op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI)
CiteertitelBeleidsregel tegemoetkoming kosten op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI) 2023
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Beleidsregel tegemoetkoming kosten op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI) van 19 augustus 2020.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

verordening Jeugdhulp gemeente Venray 2022

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-05-2023nieuwe regeling

02-05-2023

gmb-2023-205754

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel tegemoetkoming kosten op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI)

Het college van burgemeester en wethouders;

 

gelet op de definitie van de andere voorziening uit artikel 1 van de verordening Jeugdhulp gemeente Venray 2022;

 

overwegende dat het college een beleidsregel wil vaststellen voor de toekenning van een tegemoetkoming op basis van een Sociaal Medische Indicatie (SMI);

 

b e s l u i t : vast te stellen de volgende: ‘Beleidsregel tegemoetkoming kosten op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI)’

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

 

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders

  • b.

    Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint

  • c.

    LRK: landelijk register kinderopvang als bedoeld in artikel 5 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

  • d.

    Ouder(s): gezaghebbende ouder(s) / pleegouder(s) / verzorger(s) van het kind dat woonachtig is in Venray.

  • e.

    SMI (sociaal medische indicatie): indicatie dat kinderopvang vanwege sociaal-medische redenen noodzakelijk is om in aanmerking te kunnen komen voor een gemeentelijke tegemoetkoming in kosten voor kinderopvang.

  • f.

    Voorliggende voorziening: elke adequate (opvang)voorzienig buiten deze beleidsregel waarop belanghebbende aanspraak kan maken of een beroep kan doen voor de bekostiging van de noodzakelijke kinderopvang.

  • g.

    Wko: Wet kinderopvang

Voor zover niet anders is bepaald worden overige begrippen in deze beleidsregels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wko.

Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van SMI

Artikel 2. Doelgroep

Deze regeling is van toepassing op personen van wie is vastgesteld dat:

 

  • Er sprake is van een tijdelijke situatie waarin als gevolg van één of meer lichamelijke, psychische of sociale beperkingen van het betreffende kind of de betrokken ouder opvang van het kind of kinderen noodzakelijk is.

  • Ouders door de tijdelijke tegemoetkoming in de positie komen dat zij weer mee kunnen doen aan het arbeidsproces en/of er voor het kind weer een opvoedsituatie in het gezin ontstaat die de SMI overbodig maakt.

  • Er geen recht op kinderopvangtoeslag bestaat.

  • De betreffende kinderen voor wie opvang nodig is, thuiswonend zijn en niet ouder zijn dan twaalf jaar.

  • Er geen andere adequate (opvang)voorziening is waarop een beroep kan worden gedaan.

  • Ze zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Venray, woonachtig zijn in de gemeente Venray en rechtmatig in Nederland verblijven.

Hoofdstuk 3 Aanvraag tegemoetkoming kosten op basis van SMI

Artikel 3. Keukentafelgesprek en aanvraag tegemoetkoming op basis van SMI

  • 1.

    De ouder meldt zich bij het schakelplein met een vraag over een sociaal medische indicatie;

  • 2.

    De sociaal medische indicatie wordt met een keukentafelgesprek vastgesteld door de Jeugd-consulent in samenspraak met de Wmo-consulent en is in alle gevallen maatwerk;

  • 3.

    Voor de sociaal medische indicatie wordt eventuele aanvullende informatie opgevraagd en/of expertise geraadpleegd;

  • 4.

    Het gesprek wordt vastgelegd in het leefzorgplan;

  • 5.

    Het leefzorgplan wordt ondertekend door de Jeugd-consulent en/of de Wmo-consulent en de ouder(s);

  • 6.

    Het ondertekende leefzorgplan dient als de aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van SMI;

  • 7.

    Een aanvraag bevat in elk geval:

    • a.

      Het ondertekende leefzorgplan.

    • b.

      Een offerte of contract van de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, waarin in ieder geval wordt aangegeven:

      • het aantal uren kinderopvang per kind;

      • de kostprijs per uur en;

      • de aanvangsdatum en einddatum van de opvang;

    • c.

      Een overzicht van hoeveel kinderopvangtoeslag de aanvrager terug krijgt van de belastingdienst. Dit is afhankelijk van de gezinssituatie en het inkomen.

    • d.

      Een inkomstenverklaring van de belastingdienst (IB-60) van het voorafgaande jaar. Op basis hiervan wordt de eigen bijdrage vastgesteld.

    • e.

      Overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag voor een tegemoetkoming.

  • 8.

    De voorziening voor kinderopvang, zoals genoemd in lid 7 onder b, moet gevestigd zijn in de gemeente Venray, tenzij het om sociaal-medische redenen meer in de rede ligt gebruik te maken van een voorziening buiten de gemeente Venray.

Artikel 4. Voorwaarden SMI

Om voor een kindplek voor een kind met een SMI-indicatie in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

 

  • a.

    het betreffende kind of de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking en waarvoor is komen vast te staan dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken;

  • b.

    in geval van lichamelijke, psychische of sociale beperkingen van de ouder(s) dient er sprake te zijn van een medisch behandeltraject en/of professionele begeleiding om de problematiek weg te nemen;

  • c.

    er is vastgesteld dat binnen het netwerk geen (tijdelijke) oplossing is en dat kinderopvang noodzakelijk is, of;

  • d.

    er is vastgesteld dat de veiligheid van het kind in het geding is, of;

  • e.

    er is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het betreffende kind noodzakelijk is, of;

  • f.

    er is vastgesteld dat er sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet in staat is de verzorging of betaling van de opvang op zich te nemen, of;

  • g.

    de noodzaak voor kinderopvang blijkt uit andere stukken van een huisarts of andere instellingen voor zover die een sociaal of medisch oordeel kunnen vormen over de ouder of het betreffende kind, en;

  • h.

    de jeugdconsulent beoordeelt of er een kindregeling SMI noodzakelijk is, voor welke omvang en voor welke duur en geeft hier een indicatie voor af en legt dit vast in een plan van aanpak; en;

  • i.

    uit het plan van aanpak blijkt wie op welke termijn actie onderneemt om de geconstateerde knelpunten bij ouder of kind op te lossen; en

  • j.

    de opvang vindt plaats in een kindercentrum of bij een gastouder welke geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).

Hoofdstuk 4 Toekenning tegemoetkoming op basis van SMI

Artikel 5. Besluit toekenning tegemoetkoming

  • 1.

    De sociaal medische indicatie is leidend voor de bepaling of ouder(s) in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van kosten voor kinderopvang;

  • 2.

    Het college weigert de tegemoetkoming als er sprake is van een voorliggende passende voorziening zoals Peuteropvang of VVE (voor- en vroegschoolse educatie).

  • 3.

    Indien naast de voorliggende voorziening zoals bedoeld in artikel 5 lid 2, extra kinderopvang noodzakelijk is op basis van SMI, dan worden enkel de aanvullende uren geïndiceerd.

Artikel 6. Inhoud van de beschikking

  • 1.

    De beschikking bevat in ieder geval:

    • a.

      naam en adres van de ouder(s);

    • b.

      naam en geboortedatum van het kind of de kinderen voor wie de opvang is geïndiceerd;

    • c.

      de reden(en) voor de noodzaak van kinderopvang;

    • d.

      de soort opvang;

    • e.

      noodzakelijke omvang en duur van de formele kinderopvang;

    • f.

      op welke wijze en op welke termijn de ouder weer in staat is zelf voor het kind of de kinderen te zorgen;

    • g.

      de geldigheidsduur van het besluit;

    • h.

      de naam en het adres van de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau waar de opvang plaatsvindt;

    • i.

      de hoogte van de tegemoetkoming;

    • j.

      de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;

    • k.

      de periode wanneer de betaling plaatsvindt;

    • l.

      eventuele aanvullende afspraken die met ouder(s) zijn gemaakt.

  • 2.

    In geval van een (gedeeltelijke) afwijzing wordt de reden van (gedeeltelijke) afwijzing beargumenteerd.

Artikel 7. Ingangsdatum

  • 1.

    De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag door het college in ontvangst is genomen.

  • 2.

    Als op de datum als bedoeld in lid 1 nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming toegekend met ingang van de datum waarop de geïndiceerde kinderopvang start.

Artikel 8. Omvang tegemoetkoming

Het college verleent een tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat op grond van de indicatie redelijkerwijs noodzakelijk is, maar nooit meer dan zes dagdelen per week met daarbinnen een maximum van 10,5 uur op één dag. Voor buitenschoolse opvang geldt een maximum van drie dagen per week.

Artikel 9. Periode tegemoetkoming

  • 1.

    De geldigheidsduur van het besluit wordt bepaald door het college, maar is nooit langer dan acht maanden.

  • 2.

    Personen als bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregel kunnen eenmalig opnieuw in aanmerking komen voor de tegemoetkoming. De herindicatie vindt plaats overeenkomstig artikel 3.

Artikel 10. Hoogte (voorlopige) tegemoetkoming

  • 1.

    Als ouders aanspraak kunnen maken op een kinderopvangtoeslag van het Rijk, dan behoren de ouders hiervan gebruik te maken. Hiervoor is paragraaf 2 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen van toepassing.

  • 2.

    Als ouders niet in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag van het Rijk, dan bekostigt de gemeente het resterende deel van de kosten voor kinderopvang. Hierbij wordt uitgegaan van de jaarlijks vastgestelde maximale uurprijs door het ministerie.

  • 3.

    Ouders betalen een eigen bijdrage, die inkomensafhankelijk is. Deze ouderbijdrage wordt vastgesteld op basis van de VNG Adviestabel Ouderbijdrage Peuteropvang. Deze tabel wordt jaarlijks vastgesteld.

Artikel 11. Vaststelling tegemoetkoming en betaling

  • 1.

    De ouders verstrekken binnen 1 week na het ontvangen van de maandelijkse factuur van kinderopvangorganisatie, een kopie van de factuur aan de gemeente. Op de factuur zijn zowel de kosten als de urenomvang zichtbaar.

  • 2.

    Op basis van de ingediende factuur en de beschikking wordt de tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang definitief vastgesteld. Ouders worden hierover geïnformeerd.

  • 3.

    De tegemoetkoming wordt rechtstreeks betaald aan de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau in de vorm van een SMI-toeslag.

  • 4.

    Het resterende bedrag wordt door ouders zelf betaald aan de kinderopvangorganisatie.

Artikel 12. Inlichtingenplicht

  • 1.

    De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van belang zijn.

  • 2.

    Het niet of onjuist informeren van het college kan gevolgen hebben voor de vaststelling van de tegemoetkoming.

Artikel 13. Overgangsrecht

  • 1.

    Op aanvragen welke na vaststelling van deze beleidsregel door de gemeente zijn ontvangen is deze beleidsregel onverkort van toepassing.

  • 2.

    Op aanvragen welke na vaststelling van deze beleidsregel door de gemeente zijn ontvangen worden eerder verstrekte tegemoetkomingen die reeds vóór vaststelling van deze beleidsregel zijn gedaan meegenomen in de beoordeling van de aanvraag.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 13. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in deze regeling.

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel tegemoetkoming kosten op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI) 2023’.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 15 mei 2023.

Artikel 15. Intrekking oude beleidsregel

De beleidsregel tegemoetkoming kosten op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI) van 19 augustus 2020 wordt ingetrokken met ingang van datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 2 mei 2023

de burgemeester,

L.A.M. Kompier

de secretaris,

E.G.J. Voorn