Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Vlissingen

Integraal Veiligheidsbeleid Walcheren 2023-2026 gemeente Vlissingen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVlissingen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingIntegraal Veiligheidsbeleid Walcheren 2023-2026 gemeente Vlissingen
CiteertitelIntegraal Veiligheidsbeleid Walcheren 2023-2026 gemeente Vlissingen
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

N.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

18-04-2023nieuwe regeling

13-04-2023

gmb-2023-167956

Tekst van de regeling

Intitulé

Integraal Veiligheidsbeleid Walcheren 2023-2026 gemeente Vlissingen

Voorwoord

 

Veiligheid is één van de belangrijkste aandachtsvelden van de (lokale) overheid. We willen dat onze inwoners veilig zijn en zich veilig voelen in hun buurt en daar prettig kunnen wonen. Maar ook ondernemers moeten kunnen ondernemen in een veilige gemeente en bezoekers en toeristen moeten op een veilige manier kunnen recreëren en ontspannen.

De gemeente heeft de regierol bij het ontwikkelen van het integraal veiligheidsbeleid. De gemeenten kunnen dat niet alleen. Wij werken daarom samen met onze partners in het veiligheidsdomein zoals politie, brandweer/Veiligheidsregio en Openbaar Ministerie. Maar ook partners in het maatschappelijk domein spelen een belangrijke rol zoals de GGD, RUD, zorg- en welzijnsorganisaties, scholen en de woningbouwcorporatie. Maar het allerbelangrijkste zijn onze inwoners en ondernemers. Inwoners en ondernemers die zich medeverantwoordelijk voelen om een bijdrage te leveren aan een veilige gemeente. Kortom, leefbaarheid en veiligheid is een verantwoordelijkheid van ons allemaal.

 

De gemeente voert de regie over de verschillende maatregelen die met de partners zijn afgesproken en bewaakt en bevordert een gecoördineerde, gezamenlijke aanpak. De afspraken worden vastgelegd in deze nota integraal veiligheidsbeleid 2023-2026. In dit plan worden de strategische doelen benoemd die de gemeente op het gebied van veiligheid nastreeft en de prioriteiten die daarbij worden gesteld.

De gemeenten op Walcheren hebben er voor gekozen om één gezamenlijk veiligheidsplan op te stellen. De vraagstukken op het gebied van veiligheid in de drie Walcherse gemeenten ontlopen elkaar niet veel en daarnaast werken de gemeenten met veel dezelfde partijen samen om uitvoering te geven aan dit beleid, zoals politie, Openbaar Ministerie, bureau Halt, zorg- en veiligheidshuis, GGD, etc. Wel heeft iedere gemeente nog één of twee lokale thema’s die specifiek voor deze gemeente prioriteit toegewezen heeft gekregen.

 

Harald Bergmann, burgemeester gemeente Middelburg

Rob van der Zwaag, burgemeester gemeente Veere

Bas van den Tillaar, burgemeester gemeente Vlissingen

 

 

1 Inleiding

1.1 Aanleiding en totstandkoming nota integrale veiligheid

De lokale verantwoordelijkheid en regierol voor het gemeentelijke veiligheidsbeleid wordt doorgaans afgeleid vanuit artikel 172 Gemeentewet. Daarin is vastgelegd dat de burgemeester belast is met het handhaven van de openbare orde en veiligheid. In het verlengde van deze wettelijke rol is ook een taak weggelegd voor het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft vanuit zijn democratische legitimatie een kaderstellende rol. Dit komt onder meer tot uiting door het formuleren van prioriteiten en beleidsdoelstellingen in een (kader)nota integrale veiligheid. Het college van burgemeester en wethouders is vervolgens verantwoordelijk voor de door de raad vastgestelde hoofdlijnen van het plan. Het college zorgt voor de organisatie en de uitwerking van de plannen. Vanwege de noodzaak tot samenwerking door vele partners in de veiligheidszorg wordt aan de gemeente de zogenaamde regierol toebedeeld. De gemeente is vanwege de lokale verankering hiervoor de meest aangewezen partij. Met de regierol wordt het lokaal bestuur in staat gesteld om politiek-bestuurlijke keuzes te maken, voor een op maat gesneden veiligheidsbeleid.

 

Het integraal veiligheidsbeleid wordt eens per vier jaar vastgesteld door de gemeenteraad. De looptijd van dit beleid loopt parallel aan de gemeenteraadsperiode. Na de gemeenteraadsverkiezingen wordt een raads- en/of coalitieakkoord vastgesteld, waarin doorgaans ook wensen en ambities ten aanzien van veiligheid zijn opgenomen. Hiermee is het lokale beleid een belangrijke leidraad. Wel zien we steeds meer landelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de coronacrisis, het afnemende vertrouwen in de overheid, verharding van de maatschappij, polarisatie en een schaarste op de arbeidsmarkt dat we als gemeente niet alleen lokaal het beleid kunnen bepalen. Ook door het bestaan van de nationale politie en daarmee bestaan van het basisteam niet alles meer per gemeente worden afgestemd. De politiecapaciteit wordt verdeeld binnen het basisteam en dit betekent dat de gemeenten zaken op elkaar af dienen te stemmen. Samenwerking is dan ook van groot belang. De afgelopen jaren is de samenwerking op het gebied van veiligheid tussen de gemeenten in het politiebasisteam Walcheren geïntensiveerd. Om die reden wordt vanaf de nieuwe beleidscyclus gewerkt met een nota integrale veiligheid voor het basisteam Walcheren. Waar mogelijk worden basisteam brede veiligheidsdoelen en prioriteiten gesteld, waar nodig is er ruimte voor couleur locale.

 

Aan het integraal veiligheidsbeleid liggen (data)bronnen ten grondslag. Cijfers die zowel inzicht bieden in de objectieve veiligheid (bijvoorbeeld criminaliteitscijfers) als in de subjectieve veiligheid (wat zijn de veiligheidsgevoelens van inwoners). Alle beschikbare informatie is samengebracht in de Monitor Integrale Veiligheid Zeeland. In 2022 is de monitor voor het eerst op deze wijze ontwikkeld voor Zeeland. Omdat de Monitor Integrale Veiligheid ook in West-Brabant wordt uitgevoerd, kunnen de trends in de verschillende districten en gemeenten binnen de politieregio Zeeland West-Brabant met elkaar vergeleken worden. De monitor wordt jaarlijks geactualiseerd.

 

1.2 Integrale veiligheid

Veiligheid is een breed begrip, waarvan geen algemeen geaccepteerde definitie bestaat. In het kader van het integraal veiligheidsbeleid wordt doorgaans een onderverdeling gemaakt tussen objectieve en subjectieve veiligheid en tussen sociale en fysieke veiligheid.

 

Type veiligheid

Omschrijving

Objectieve veiligheid

is de feitelijke (on)veiligheid, bedreiging of criminaliteit, die kan worden gemeten aan de hand van onder meer het aantal registraties van misdrijven

Subjectieve veiligheid

is de veiligheidsbeleving van mensen en is niet te herleiden uit geregistreerde incidenten

Sociale veiligheid

betreft de veiligheidsrisico’s met een menselijke oorsprong. Voorbeelden zijn: overlast en verloedering, huiselijk geweld, inbraken

Fysieke veiligheid

betreft de veiligheidsrisico’s met een niet-menselijke oorsprong, ofwel het gevaar voor mens en dier vanuit de fysieke omgeving (brandrisico’s gebouwen, opslag en transport gevaarlijke stoffen, verkeer)

 

De term integraal geeft aan dat het begrip veiligheid veelomvattend is. Centraal in de integrale

benadering staat de gedachte dat de zorg voor veiligheid niet alleen een taak is voor

bijvoorbeeld de politie. Samenwerking met meerdere partijen, zoals gemeenten,

burgers, welzijnsinstellingen en woningbouwcorporaties, is noodzakelijk om te komen tot een

goed lopend veiligheidsbeleid. En natuurlijk speelt de burger zelf ook een belangrijke rol bij

de veiligheid en leefbaarheid in de leefomgeving.

 

Integrale veiligheid probeert alle facetten van veiligheid bijeen te brengen in een beleid, waarbij

alle betrokkenen gezamenlijk proberen te komen tot een veiligere samenleving. Het is zaak dat

alle actoren goed op elkaar aansluiten en dat er een goede systematiek, samenhang en samenwerking is bij de ontwikkeling en uitvoering van het veiligheidsbeleid.

 

1.3 Flankerend beleid

Vanwege het brede scala aan betrokkenen zijn er raakvlakken met andere beleidsterreinen en processen bij het opstellen van het integraal veiligheidsbeleid. Naast lokale beleidsplannen vanuit o.a. sociaal domein en toezicht en handhaving hebben we ook te maken met externe beleidsplannen van onze externe partners. Op regionaal en basisteamniveau gaat het hierbij onder meer om:

  • Regionaal beleidsplan politie Zeeland West-Brabant 2023-2026

    Artikel 39, eerste lid, van de Politiewet 2012 schrijft voor dat de burgemeesters van de gemeenten in de politie-eenheid Zeeland West-Brabant, alsmede de hoofdofficier van Justitie, tenminste éénmaal in de vier jaar een regionaal beleidsplan vaststellen. In het lokale driehoeksoverleg stellen de burgemeester(s), de officier van justitie en de teamchef van de politie de lokale veiligheidsprioriteiten vast. Het Regionaal Beleidsplan moet gezien worden als een stapeling van de lokale veiligheidsprioriteiten van de 36 gemeenten in de politie eenheid en beoogt een aanvullende en faciliterende werking te hebben op deze prioriteiten. Het plan neemt positie in tussen het lokale veiligheidsbeleid en de landelijke Veiligheidsagenda.

  • Regionaal beleidsplan Veiligheidsregio Zeeland 2020-2023

    Elke vier jaar maakt de Veiligheidsregio Zeeland een beleidsplan. Het beschrijft de bestuurlijke verantwoordelijkheden en ambities, operationele prestaties en wijze van uitvoering. Voorafgaand aan het beleidsplan vindt een risicoanalyse plaats van de regio. Deze risicoanalyse is de basis van het regionaal risicoprofiel dat laat zien waar de Veiligheidsregio zich op moeten voorbereiden.

  • Beleidsplannen van het Openbaar Ministerie, Politie, Taskforce RIEC en het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland

 

1.4 Doelstelling

In deze nota Integrale Veiligheid hebben we opgeschreven wat we de komende vier jaar op het gebied van veiligheid willen bereiken. De hoofddoelstelling van het integraal veiligheidsbeleid van de gemeenten in basisteam Walcheren is erop gericht dat onze inwoners veilig zijn en zich veilig voelen. Veilig zijn en veilig voelen zijn twee verschillende zaken. Het veiligheidsbeleid is daarom gericht op het realiseren van een (verdere) afname van overlast en criminaliteit én het vergroten van het veiligheidsgevoel van onze inwoners.

 

1.5 Prioriteiten

Op basis van de genoemde ontwikkelingen die op ons afkomen en de analyse van de cijfers uit de Monitor Integrale Veiligheid Zeeland zijn onderstaande thema’s als prioriteit vastgesteld in de komende beleidsperiode:

  • Digitale criminaliteit

  • Ondermijning

  • Zorg en veiligheid

  • Jeugd en veiligheid

  • Veilige en duurzame leefomgeving

Gezien de veelheid aan thema’s binnen het veiligheidsdomein is het belangrijk dat we keuzes maken. We kunnen niet alles met dezelfde intensiteit doen, omdat de capaciteit die ons ter beschikking staat nu eenmaal schaars is zowel intern als bij onze partners. Onderwerpen die niet of in mindere mate in dit Integraal Veiligheidsbeleid zijn benoemd maar die wel tot de normale werkvoorraad horen worden vanuit een ‘going concern’ gedachte opgepakt. Deze onderwerpen krijgen niet dezelfde prioriteit als de hierboven genoemde thema’s.

Het veiligheidsbeleid wordt voor vier jaar vastgesteld en wordt tussentijds niet aangepast. Het veiligheidsdomein zelf is zeer dynamisch. Dat is de afgelopen jaren opnieuw gebleken (coronacrisis, vluchtelingencrisis). Daarom is enige flexibiliteit noodzakelijk zodat we kunnen inspelen op onverwachte ontwikkelingen. Ruimte voor flexibiliteit en de eventuele gevolgen voor de vastgestelde prioriteiten proberen we zo veel mogelijk mee te nemen in het jaarlijks vast te stellen uitvoeringsplan. Ook de monitor Integrale Veiligheid wordt jaarlijks geactualiseerd en vormt de basis voor deze uitvoeringsplannen.

 

1.6 Uitgangspunten

Voor het nieuwe integraal veiligheidsbeleid worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • De regierol op veiligheid ligt bij de gemeente;

    Deze richt zich vooral op het sturen op de selectie en aanpak van veiligheidsthema’s, op de samenwerking en nakoming van afspraken en op tussentijdse bijstelling en/of doorontwikkeling van de aanpak.

  • Inwoners zijn (mede)verantwoordelijk.

    Betrokkenheid van inwoners en ondernemers in toenemende mate van belang. Eigen verantwoordelijkheid van zowel individuele inwoners als organisaties en bedrijven wordt waar mogelijk gestimuleerd. In elke situatie wordt bezien wat van inwoners of organisaties zelf verwacht mag worden, wat er van de gemeente en haar partners verwacht mag worden en waar sprake is van een ‘coproductie’ tussen overheid en de lokale gemeenschap.

  • De integrale aanpak van veiligheidsproblemen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van álle veiligheidspartners;

    Belangrijke externe partners in het veiligheidsbeleid zijn onder andere inwoners en ondernemers, zorgorganisaties, woningcorporatie en onderwijsinstellingen. Gezien het brede veiligheidsveld is de gemeentelijke organisatie direct of indirect met al haar afdelingen, gemeenteraad, portefeuillehouders betrokken bij dit veiligheidsplan.

    Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan met concrete acties geformuleerd op basis van de speerpunten van dit veiligheidsplan;

    Dit veiligheidsbeleid richt zich op de ‘wat’ vraag op het gebied van veiligheid. In het uitvoeringsplan wordt nadrukkelijk ingegaan op de ‘hoe’ vraag.

  • Het veiligheidsbeleid wordt waar mogelijk regionaal uitgevoerd en waar nodig lokaal (couleur locale/maatwerk).

    De Basisteamdriehoek speelt een belangrijke rol in het opstellen van het uitvoeringsprogramma, aangezien hier met de politie en het Openbaar Ministerie de inzet van de beschikbare capaciteit wordt bepaald. Aan de burgemeesters de taak om het college mee te nemen in de zaken die worden besproken in het basisteam en te zorgen dat in de samenwerking de belangen van de eigen gemeente niet uit het oog worden verloren.

    Naast de samenwerking op basisteamniveau vormen 12 gemeenten in Zeeland een district. De 12 burgemeesters van deze gemeenten vormen samen met de politiechef en de gebiedsofficier het districtscollege. Ook op districtelijk niveau worden veiligheidszaken besproken en afgestemd. Ook in dit veiligheidsplan wordt regelmatig verwezen naar de wens te komen tot, of uitvoering te geven aan, een Zeeuwse agenda.

 

1.7 Randvoorwaarden

Voor alle prioriteiten geldt dat er aan belangrijke randvoorwaarden voldaan moet worden. Anders kan het gewenste resultaat niet worden behaald. Voor het voeren van regie op lokaal veiligheidsbeleid en het handhaven van de openbare orde, is een goede informatiepositie essentieel. Het is het belangrijk dat er zo veel als mogelijk informatie gestuurd gewerkt wordt. Daarom is het van belang dat iedere gemeente blijft meewerken aan de Monitor Integrale Veiligheid.

 

Daarnaast is het essentieel dat menskracht en middelen beschikbaar zijn. De gemeenten moeten de ambities in de prioriteiten ook een financiële vertaling geven. Binnen de begroting worden middelen vrijgemaakt om uitvoering te geven aan preventie, toezicht en handhaving. De basis moet op orde zijn.

 

1.8 Bijzondere rol burgemeester

Een belangrijke speler in het veiligheidsveld is de burgemeester. In de inleiding op het integraal veiligheidsbeleid staat de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en het college beschreven. De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Hiervoor heeft hij diverse algemene en specifieke bevoegdheden. De algemene bevoegdheden vloeien voort uit de Gemeentewet (denk aan noodverordening en noodbevel). De specifieke bevoegdheden komen uit specifieke wetten, zoals bijvoorbeeld de Wet tijdelijk huisverbod bij huiselijk geweld en het sluiten van drugspanden op basis van de Opiumwet. Op basis van de Politiewet kan de burgemeester voor de uitoefening van het gezag de nodige aanwijzingen geven aan de politie. De burgemeester maakt in het driehoeksoverleg afspraken over de inzet van de politie. Het driehoeksoverleg vindt plaats op het niveau van het politiebasisteam, dus met alle burgemeesters van de gemeenten uit basisteam Walcheren, de politiechef en de officier van justitie.

Naast de politie is de gemeentelijke handhaving (buitengewoon opsporingsambtenaren en/of toezichthouders) een belangrijk instrument om leefbaarheid en veiligheid te bevorderen. De gemeente is werkgever van deze handhavers. Ook de regie op de operationele inzet van de gemeentelijke handhavers vindt plaats vanuit het gemeentehuis. Bovendien heeft de burgemeester als lid van diverse overlegsituaties invloed op de uitvoering en de voortgang van (integraal) veiligheidsbeleid binnen de regio.

 

2 Digitale criminaliteit

2.1 Probleemstelling

De steeds verdergaande digitalisering heeft een grote invloed op onze samenleving. Het biedt nieuwe mogelijkheden bij bijvoorbeeld opsporing, handhaving en het informeren van de bevolking. Anderzijds zien we ook op het gebied van veiligheid de keerzijde, zo worden vitale infrastructuren door hackers verstoord en zien we dat digitale fraude en cybercrime enorm zijn toegenomen. Online criminaliteit wordt niet tegengehouden door fysieke grenzen.

Digitale criminaliteit is een allesomvattend onderwerp en kan in het kort omschreven worden als cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit samen. De bekende cybercrime uitingen als hacking, DDoS-aanvallen, of ransomware en malware tegen overheden, of bedrijven vallen hieronder. Aanvullend is de gedigitaliseerde criminaliteit een steeds belangrijker onderwerp geworden omdat dit onze inwoners en ondernemers direct raakt. Dit uit zich in online oplichting, internetfraude, stelen van persoonsgegevens, spam, sexting, online pesten en verspreiding van (kinder)porno. In deze vormen van digitale criminaliteit is de afgelopen jaren een sterke stijging te zien. Doordat digitale criminaliteit zo een omvangrijk probleem is, is het een rode draad door alle veiligheidsthema’s. Zo ook in dit beleidsplan. Binnen alle thema’s moeten wij bewust zijn van digitale criminaliteit en hier bij de aanpak rekening mee houden.

 

2.2 Trends en ontwikkelingen

We zien dat digitale criminaliteit een steeds grotere rol speelt in allerlei veiligheidsthema’s. Digitale criminaliteit komt voor op het gebied van ondermijning (denk aan hacken), maar ook bij jeugd en veiligheid (denk aan sexting en online pesten) of in een veilige leefomgeving (phishing of opruiing). Een deel van de criminaliteit die vroeger fysiek plaatsvond speelt zich nu online af. Ook landelijk wordt dit erkend en wordt geprobeerd de aanpak van digitale criminaliteit te stroomlijnen. Dit wordt gedaan aan de hand van vier deelonderwerpen:

  • Eigen huis op orde; waarbij we verantwoordelijkheid nemen voor het goed en veilig functioneren van onze eigen digitale systemen;

  • Cyberincidenten en cybercrisis;

  • Online aangejaagde ordeverstoring; we zorgen ervoor dat we goed zich krijgen op onrechtmatige activiteiten die zich online afspelen en daarmee voorkomen we fysieke ordeverstoring;

  • Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit; waarbij we inzetten op onder andere het weerbaar maken van bewoners en ondernemers.

De impact van digitale criminaliteit is groot en kan alle lagen van de bevolking raken. We zien dat het lang niet alleen ouderen zijn die slachtoffer worden van digitale criminaliteit. In alle gevallen is de impact op de slachtoffers enorm. Naast het mogelijk verlies van geld is ook het gevoel van schaamte groot. Dat de gevolgen van digitale criminaliteit groot zijn leeft bij alle partners. Ook commerciële bedrijven zijn zich hier steeds meer van bewust. De eerste publiek-private samenwerkingsverbanden in de aanpak van digitale criminaliteit worden dan ook gelegd.

 

2.3 Beoogde aanpak

Voor de gemeente ligt de belangrijkste taak op de pijler cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, waarbij ingezet wordt op preventie om bewoners en ondernemers weerbaarder te maken. Daarnaast is het van belang om ook digitale criminaliteit te gaan behandelen als een high impact crime. Dit betekent dat dit dezelfde prioriteit moet krijgen als andere High impact crimes. Niet alleen bij de gemeente maar ook bij onze partners. Ook digitale fraude willen we voorkomen door het inzetten van gerichte preventieve acties. Denk hierbij niet alleen gericht op een specifieke vorm van digitale criminaliteit maar ook specifiek gericht op alle doelgroepen. Hierbij is het belangrijk de samenwerking te zoeken in de keten om alle doelgroepen te bereiken. De focus moet niet alleen liggen bij de gemeente, scholen en verzorgingstehuizen maar juist ook bij de gehele sociale netwerken.

 

2.4 Gewenst resultaat

  • Digitale criminaliteit onder high impact crimes laten vallen en dit als zodanig te laten behandelen bij de politie en het Openbaar Ministerie;

  • Een dalende trend bewerkstelligen in het aantal digitale criminaliteit door het ‘eigen huis’ op orde stellen (de eigen gemeentelijke organisatie) en gerichte preventieve acties voor de gehele doelgroepen te houden met het doel te informeren en weerbaar maken van bewoners en ondernemers.

  • Op ieder taakveld inzetten op het tegen gaan van digitale criminaliteit. Ook hier op ieder thema de focus op het ‘eigen huis’ en preventieve acties om bewoners en ondernemers weerbaar te maken.

 

3 Ondermijning

3.1 Probleemstelling

Sinds enkele jaren staat de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit ook bij gemeenten nadrukkelijk op de bestuurlijke agenda. Dat is nodig want de verwevenheid tussen boven- en onderwereld groeit. Dit heeft een ontwrichtende invloed op onze samenleving en is een aantasting van het gezag van de overheid. Ook landelijk krijgt het thema prioriteit en wordt veel geld vrijgemaakt om deze vorm van criminaliteit aan te pakken.

Decennia lang heeft de overheid weggekeken bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit, of is er onvoldoende prioriteit aan toegekend. Afgelopen jaren is dat tij aanzienlijk gekeerd en is de samenwerking tussen gemeenten en andere partijen geïntensiveerd en geprofessionaliseerd. Er is o.a. ingezet op een gestructureerde aanpak van specifieke fenomenen, vergroten van de handhavingscapaciteit, meer integraliteit en opleiding en training. Echter is de strijd tegen ondermijning nog lang niet gewonnen, niet in Nederland en niet in Zeeland.

In Zeeland komen verschillende vormen van georganiseerde criminaliteit voor. Er worden drugs geproduceerd, er worden drugs verhandeld en er vindt logistiek plaats om drugs van a naar b te vervoeren. Daarnaast hebben we in Zeeland te maken met vormen van mensenhandel, fraude en witwaspraktijken.

De Zeeuwse havens vormen een kwetsbare locatie. De havens beslaan relatief grote gebieden, met veel verschillende gebruikers en beperkt toezicht. Het verkeer dat gebruik maakt van de havens komt overal ter wereld vandaan. De goede positie van Nederland voor wat betreft de logistiek is op dezelfde manier goed voor de georganiseerde criminaliteit. De havens in Zeeland hebben de handen ineen geslagen en vormen samen met Moerdijk één van de landelijke mainports. Er zijn middelen beschikbaar voor de aanpak van ondermijning in de Zeeuwse havens, er is een haven overleg voor dit doeleinde en er zijn plannen opgesteld om ondermijning in de havens tegen te gaan.

Naast de havens, vormen ook het buitengebied (uitgestrekt, weinig sociale controle, beperkt toezicht), de jachthavens en recreatieparken en de bedrijventerreinen in Zeeland een hotspot. Met hulp van subsidies hebben gemeenten de afgelopen jaren samen met de Taskforce RIEC projecten uitgevoerd om een aanpak van deze hotspots te ontwikkelen. Het is zaak om deze aanpak nu uit te breiden naar de rest van Zeeland en in te bedden in de reguliere aanpak.

Een ander thema is de criminele uitbuiting onder jongeren. De TF RIEC heeft begin 2022 een onderzoek afgerond naar deze vorm van uitbuiting op de Zeeuwse scholen. 5% van de schoolgaande jeugd geeft aan op één of andere wijze betrokken te zijn geweest bij een vorm van criminele uitbuiting, als slachtoffer of als dader. Zeeland heeft het onderwerp ‘jeugd’ als speerpunt voor de aanpak van mensenhandel binnen de eenheid Zeeland West Brabant toegewezen gekregen. Een vervolg onderzoek, specifiek naar uitbuiting onder jongeren die gebruik maken van speciaal onderwijs, wordt nu uitgevoerd. Verwachting is dat het slachtofferschap onder deze groep kwetsbare jongeren nog groter zal zijn.

Het is aan de overheid om zich weerbaar op te stellen en haar processen zo in te richten dat criminelen geen kans maken. Daarnaast zijn gemeenten een belangrijke partner in het tegengaan van ondermijning. Gemeenten ontvangen signalen, kunnen informatie verrijken, verlenen vergunningen, houden toezicht en zijn betrokken bij handhaving.

 

3.2 Trends en ontwikkelingen

Gemeenten in Zeeland geven samen met de Provincie en met het Waterschap invulling aan de Zeeuwse norm weerbare overheid. Een handelingskader dat dient als ondergrens voor een weerbare overheid in Zeeland. Deze norm is een bundeling van al bestaande (beleids)afspraken, wet- en regelgeving, handreikingen en modellen op diverse thema’s, met als overkoepelend thema: weerbaarheid. 8 maart 2022 hebben de Zeeuwse burgemeesters, de Commissaris van de Koning en de Dijkgraaf een intentieverklaring getekend om met elkaar deze norm te gaan hanteren. De komende jaren wordt de norm geïmplementeerd en verder ontwikkeld als instrument tegen ondermijning.

Het kabinet heeft geld beschikbaar gesteld voor de aanpak van ondermijning. Een groot deel van de beschikbare middelen is structureel. De samenwerkende organisaties in de aanpak van ondermijning kunnen dus met elkaar investeren in deze aanpak. Zeeland heeft aangegeven vooral behoefte te hebben aan uitvoeringskracht. Er zijn veel fenomenen die aangepakt kunnen worden, er is kennis en expertise, maar als het ontbreekt aan handen in de uitvoering dan zullen resultaten uitblijven. Daarnaast heeft Zeeland plannen gemaakt en ingediend voor de aanpak van ondermijning in de havens.

Cijfers over criminaliteit in Zeeland laten zien dat cybercriminaliteit het hardst groeit. Ook deze vorm van criminaliteit heeft een link met georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Binnen het Integraal Veiligheidsbeleid hebben we hier apart aandacht voor.

 

3.3 Beoogde aanpak

Komen tot een Zeeuwse aanpak op ondermijning.

Er zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet door politie, justitie, gemeenten en andere betrokken partners. Maar nog wel versnipperd en verbonden met de lokale situatie. Zeeland is kwetsbaar in de beperkte beschikbaarheid van mensen in de uitvoering in relatie tot het grote gebied waar Zeeland voor verantwoordelijk is. Binnen een Zeeuwse samenwerking kunnen krachten worden gebundeld en kan gerichter worden ingezet op een aantal fenomenen. De Zeeuwse gemeenten willen dit tot uitvoer brengen:

  • Door de inrichting van een Zeeuwse governance op ondermijning. Hoe kunnen gemeenten in Zeeland sturing geven aan een Zeeuwse aanpak?

  • Een Zeeuwse agenda en uitvoeringsplan met een vertaling naar de 3 basisteams.

  • Inventariseren op welke wijze een Bestuurlijk Interventieteam in Zeeland de gemeenten kan helpen aan slagkracht en continuïteit in de aanpak.

  • Jaarlijks een beperkt aantal thema’s/fenomenen waar in Zeeland op geacteerd zal worden.

 

Een professionaliseringsslag in de aanpak van ondermijning.

Zoals gesteld zijn er stappen gezet, maar nog versnipperd, kwetsbaar op de continuïteit en zonder plan. De professionaliseringsslag houdt in:

  • Inrichten van een programmatische aanpak, data gedreven;

  • Sturen op resultaat;

  • Beschikbaarheid van menskracht en middelen, structureel;

  • Een betere informatiepositie;

  • Bewustwording en betrokkenheid breed in de (betrokken) organisaties;

  • Inwoners, bedrijven en organisaties betrekken bij de aanpak;

  • Vervolg met opleiding en training van medewerkers.

 

Zichtbare resultaten op de thema’s haven, buitengebied, bedrijventerreinen en jeugd.

De uitwerking van ‘sturen op resultaat’ is dat de gemeenten in Zeeland beter zicht en grip willen krijgen op de menskracht en middelen die ingezet worden in de aanpak van ondermijning. Dat is nodig om zowel ‘de dingen juist te doen’ als ‘de juiste dingen te doen’.

  • Zichtbaar maken van de problematiek

  • Plan van aanpak met de gewenste interventies (volgen van crime script aanpak)

  • Monitoring inrichten

  • Resultaten presenteren

 

Aantoonbaar een weerbare overheid zijn.

Zeeuwse overheden laten zien ‘weerbaar te zijn’ door:

  • De Zeeuwse norm is geïmplementeerd. De 13 Zeeuwse gemeenten voldoen aan de verschillende onderdelen binnen de ze norm.

  • De norm is doorontwikkeld. De criminaliteit staat niet stil. Nieuw barrières en preventie is nodig om de risico’s op ondermijning tegen te gaan.

  • Gemeenten hebben hun bestuurlijk instrumentarium op orde. Er is voldoende menskracht om bijvoorbeeld BIBOB wetgeving breed toe te passen.

 

3.4 Gewenst resultaat

Aan het einde van deze beleidsperiode hebben gemeenten in Zeeland:

  • Een Zeeuwse samenwerking op het gebied van ondermijning.

  • Een planmatige aanpak met lange termijn doelen, een sturingscyclus en zicht op resultaten.

  • Continuïteit in de aanpak. Menskracht en middelen zijn beschikbaar om uitvoering te geven aan het plan.

  • De Zeeuwse overheden zijn getoetst als ‘weerbare overheid’.

 

4 Zorg en Veiligheid

4.1 Probleemstelling

Het Rijksbeleid heeft een omslag gemaakt van behandeling binnen psychiatrische klinieken naar ambulantisering van de psychiatrische zorg door begeleiding in de eigen woonomgeving. Deze omslag heeft geleid tot een situatie waarin de psychiatrische zorg en de daarbij behorende overlastproblematiek niet meer binnen de muren van de kliniek blijft, maar zich ook manifesteert in de woon- en leefomgeving in de Nederlandse gemeenten.

Door de decentralisaties van taken heeft de gemeente hierin vanuit het sociaal domein een directe verantwoordelijkheid gekregen bij het aanpakken van deze problematiek. Kenmerkend voor deze problematiek is dat een nieuw beleidsveld is ontstaan op het snijvlak van zorg en veiligheid.

Ook binnen de Zeeuwse gemeenten signaleren we dat we te maken krijgen met een steeds grotere groep inwoners met een opeenstapeling van problemen op het vlak van zorg en veiligheid. Oorzaken en gevolgen lopen vaak door elkaar heen en zijn vaak complex en structureel. We zien steeds vaker een combinatie van psychische klachten, dementie, verstandelijke beperking, verslavingen en het ontbreken van een goed netwerk waardoor mensen onvoldoende in staat zijn om hun situatie zelf te veranderen. De problematiek is vaak omvangrijk, waardoor er veel partijen bij betrokken zijn, zowel vanuit het zorg- als het veiligheidsdomein.

In het Zeeuwse veiligheidsbeleid is het thema zorg en veiligheid om die reden een belangrijke pijler. Binnen deze pijler ligt het zwaartepunt vanuit het perspectief van veiligheid bij de aanpak van mensen met verward gedrag. Uit de beschikbare cijfers blijkt dat we al jaren een stijgende trend zien in het aantal overlastmeldingen van mensen met verward gedrag in alle Zeeuwse gemeenten. Diverse ontwikkelingen zijn de afgelopen jaren in gang gezet om de overlast van deze personen met een gecombineerde aanpak van preventie, zorg en repressie te bestrijden. Daarbij zijn belangrijke stappen gezet door ketenpartners naar een meer passende persoon- en probleemgerichte aanpak. Toch zien we vanuit het veiligheidsdomein nog te veel voorbeelden waarbij mensen met verward gedrag niet altijd passende zorg en/of ondersteuning ontvangen. Hierdoor kunnen zij een gevaar voor zichzelf of hun omgeving gaan vormen en overlast en veiligheidsproblemen veroorzaken.

Daarnaast constateren we dat de laatste jaren de zorg ook een gevoelige branche is gebleken voor ondermijning. Zorgaanbieders stappen niet altijd met de juiste intenties naar voren. Zorgfraude is om die reden een belangrijke pijler in de ondermijningsaanpak.

 

4.2 Trends en ontwikkelingen

Vanuit de beschikbare cijfers, de evaluatie van de afgelopen beleidsperiode en de input vanuit de zorg- en veiligheidspartners concluderen we dat de overlast niet afneemt en dat de complexiteit van de problematiek toeneemt. Uit de beschikbare politiecijfers blijkt dat in o.a. Goes, Middelburg, Terneuzen en Vlissingen het aantal meldingen al jaren stijgt. In Vlissingen is er zelfs sprake van bijna een verdubbeling van het aantal meldingen ten opzichte van 2020. De impact van de problematiek wordt groter. Mensen met verward gedrag veroorzaken bovengemiddeld vaak overlast en veiligheidsproblemen of zijn zelf het slachtoffer van misbruik en criminaliteit. Het aantal incidenten met- en meldingen van personen met verward gedrag stijgt, terwijl de tolerantie in de samenleving af lijkt te nemen. Mensen ervaren sneller overlast wanneer zij te maken hebben met mensen in de buurt die zich vreemd gedragen.

Bovendien vragen deze overlastmeldingen bovenmatig veel inzet van de hulpdiensten, de politie in het bijzonder, en hebben veel incidenten een grote impact op de veiligheidsbeleving in een straat of buurt.

Het streven is om in deze beleidsperiode deze ontwikkelingen te doorbreken en de stijgende lijn in de overlastmeldingen van mensen met verward gedrag te kantelen.

 

4.3 Beoogde aanpak

Regie en een gezamenlijke agenda zorg en veiligheid

Uit de cijfers blijkt dat de zorg voor de groep personen met verward gedrag steeds meer een veiligheidsprobleem wordt en dat de beleidsvelden zorg en veiligheid elkaar bij deze doelgroep raken. De zorg bekijkt de problematiek en de aanpak daarvan vanuit het perspectief van de patiënt. De gemeente en de veiligheidspartners bekijken de problematiek ook vanuit het perspectief van de openbare orde en veiligheid in de straat, wijk en buurt. Om de geconstateerde ontwikkeling het hoofd te bieden is een hernieuwde samenwerking van politie, zorginstellingen, de gemeente, maar ook woningcorporaties nodig. Het gaat om samenwerking tussen de partijen die actief zijn in de sociale basis (zowel eerste- als tweedelijns) en in de verschillende domeinen. Dit met het oog op een betere verbinding tussen zorg, veiligheid, sociaal domein en straf. De afgelopen periode zijn er al succesvolle voorbeelden geweest op casusniveau, maar de komende jaren is het van belang dat dit ook op beleidsniveau verder wordt doorgevoerd.

Een stevige agenda om het beleidsveld zorg en veiligheid op de kaart te zetten is dan ook een noodzakelijke voorwaarde. Naast een vakinhoudelijke agenda om de huidige versnipperde agenda in een eenduidige structuur te brengen moeten we ook gaan werken aan een bestuurlijke agenda zorg en veiligheid op Zeeuwse schaal. De Zeeuwse burgemeesters, portefeuillehouders Sociaal Domein en de zorgpartners moeten een bestuurlijke agenda gaan voeren met periodieke overleggen, gebaseerd op gezamenlijke doelstellingen en periodieke monitoring of deze doelstellingen worden behaald.

 

Inzicht, structuur en randvoorwaarden

De huidige aanpak kenmerkt zich door een casuïstische aanpak, gebaseerd op Integrale proces coördinatie. Veel partners uit de zorg- en veiligheidsdomeinen zitten bij elkaar om een specifieke casus te bespreken, of bespreken periodiek de lijst met verwarde personen in de specifieke gemeente. Vanuit deze casuïstische benadering moet het streven in de komende beleidsperiode zijn om niet meer alleen vanuit een specifieke casus met heel veel partijen naar een specifieke oplossing te zoeken.

Vanuit dit inzicht moeten we komen tot meer generieke oplossingen die mogelijk al in preventieve zin kunnen leiden tot een daling van het aantal meldingen. Het begint met het beter duiden van de overlastmeldingen om beter inzicht te krijgen in de problematiek. Vanuit deze doelstelling moet meer aandacht worden gegenereerd voor het melden van overlast als gevolg van verward gedrag.

Naast inzicht moeten we vanuit een stevige agenda zorg en veiligheid komen tot een structuur waarin we algemene randvoorwaarden kunnen creëren waarvan nu al bekend is dat zij perspectief bieden die de stijgende lijn van het aantal overlastmeldingen kan keren. Deze structuur behelst de aanpak van drie onderwerpen:

 

Begeleiding

De uitvoering ligt bij het sociaal domein. Goede begeleiding door betrouwbare zorgaanbieders is een belangrijke randvoorwaarde ook gelet op de kwetsbaarheid voor ondermijning. Controle bij de aanbesteding van de zorg, maar ook controle en toezicht op de geleverde zorg moet structureel worden opgepakt.

 

Huisvesting

Goede huisvesting is in veel gevallen de achilleshiel bij het zoeken naar een oplossing in een specifieke casus. Vanuit het Sociaal Domein moet een regionaal plan van aanpak komen voor passende huisvesting voor de doelgroep. Het is vaak maatwerk, maar in algemene zin is de groep onder te verdelen in personen die redelijk zelfstandig kunnen wonen, personen die een tussenfase nodig hebben in een of andere vorm van begeleid wonen en de “onaangepasten” die niet meer in een wijk of buurt kunnen wonen. Naast het uitwerken van verschillende woonvormen moet het plan van aanpak een regionale verdeling van deze woonvormen bevatten. Op dit moment zijn vooral de gemeenten Vlissingen en Goes onevenredig belast met de huisvesting van de doelgroep. Dit blijkt ook uit de overlastcijfers. Daarnaast vormt de acute opvang van personen met verward gedrag, bij wie dit gedrag samen gaat met middelengebruik, een belangrijk knelpunt. Het is noodzakelijk dat we voor deze doelgroep oplossingsmogelijkheden zoeken voor passende opvang en begeleiding.

 

Inkomen

Vanuit het Sociaal Domein moet aandacht komen voor de financiering van een fatsoenlijk inkomen of een vorm van leefgeld voor de doelgroep. De doelgroep kenmerkt zich vaak door een samenstel van verschillende problemen, vaak ook met een schuldproblematiek. Schulden en een gebrek aan financiële middelen vormen vaak een belangrijk obstakel om weer perspectief te krijgen op een zelfstandig leven.

 

4.4 Gewenst resultaat

In de komende beleidsperiode moeten op regionaal niveau de volgende resultaten worden bereikt:

  • Heldere rolverdeling. Daarbij is het Sociaal Domein uitvoerend en vanuit het veiligheidsbeleid ligt een regisserende rol bij het veiligheidsdomein.

  • Structurele regionale ambtelijke en bestuurlijke overlegstructuur Zorg & Veiligheid met gezamenlijke doelstellingen.

  • Alle Zeeuwse gemeenten hebben het taakveld Zorg &Veiligheid organisatorisch ingebed in de gemeentelijke organisatie.

  • Inzicht in de aard en omvang van de overlastmeldingen van personen met verward gedrag als input voor de randvoorwaarden.

  • Zeeuws gedragen plan gericht op preventie en vroegsignalering.

  • Er ligt een Zeeuws projectplan voor de aanpak en realisatie van de randvoorwaarden met een concreet tijdspad. Begeleiding, huisvesting en inkomen met reeds concrete realisatie van regionale huisvestingsvormen in 2023/2024.

  • In de komende beleidsperiode een zichtbare ingezette daling van de overlastcijfers.

 

5 Jeugd en veiligheid

5.1 Probleemstelling

Preventie

In het Integraal Veiligheidsbeleid moet meer aandacht komen voor preventie bij jongeren. We maken ons zorgen over het toenemende middelengebruik en geweldsincidenten onder jongeren. We willen voorkomen dat jongeren overlastgevend gedrag veroorzaken en zij in de criminaliteit belanden. De inzet van preventie, voornamelijk gericht op communicatie, draagt in grote mate bij aan positieve gedragsbeïnvloeding van de jeugd. Deze doelstelling vormt ook een belangrijke barrière in de aanpak van ondermijning. Jongeren zijn de toekomstige generatie die kunnen opklimmen van straatdealer tot grote speler in de drugshandel. Het is een belangrijke preventietaak om deze jongeren te bewegen om een andere “carrière” te kiezen.

De rol van de ouders is hierbij van groot belang. Zij zijn primair verantwoordelijk voor het gedrag van hun kinderen. Veilig opgroeien gaat om een goede start, vanaf de geboorte, via de basisschool en middelbare school en uiteindelijk als volwassen inwoner van een gemeente en als deelnemer aan de maatschappij. Dit vergt een integrale aanpak van (jeugd) zorginstellingen/jongerenwerk, gemeente, politie, onderwijsinstellingen en andere partners.

Deze gezamenlijke aanpak vanaf de geboorte tot aan het bereiken van de volwassen leeftijd vergt een gezamenlijke inspanning van gemeenten en de genoemde partners. Bovendien vergt deze preventie-aanpak een lange adem en dus een beleidsaanpak voor de langere termijn.

 

Aanpak overlastgevende jeugd

Een andere belangrijk aandachtspunt is de aanpak van overlastgevende jeugd, al dan niet verenigd in jeugdgroepen. In Zeeland zien alle veiligheidspartners, met name de laatste twee jaar, een stijgende trend van het aantal overlastmeldingen waarbij jongeren zijn betrokken. Deels heeft deze stijgende trend een relatie met de geldende coronamaatregelen in deze periode. De jeugd had weinig tot geen vertier en er waren meer mensen thuis om overlastgevende situaties te signaleren en vervolgens te melden. Dit neemt niet weg dat de jeugdoverlast een belangrijk veiligheidsvraagstuk is binnen het integraal veiligheidsbeleid.

 

5.2 Trends en ontwikkelingen

Het is opvallend dat de bij overlast betrokken jongeren steeds jonger zijn (vaak tussen de 12-15 jaar). Daarnaast is een deel van deze overlastgevende jeugd betrokken bij criminele handelingen en zien we een toename van wapenbezit, met name steekwapens, bij jongeren.

Er zijn verschillende mogelijkheden bij verschillende (veiligheids) partners om overlast te melden. Dit zorgt voor een versnipperd en minder inzichtelijk beeld, doordat bij verschillende partners informatie ligt. Wat betreft het inzicht op de aard en omvang van de jeugdoverlast kan de bundeling van informatiestromen worden verbeterd.

 

5.3 Beoogde aanpak

Preventie

In de beleidsperiode 2023-2026 streven we naar een cyclisch geborgde preventieaanpak voor jongeren. In afstemming met alle partners die daarbij betrokken moeten zijn. Daarbij moet altijd het hoofddoel zijn dat de boodschap een actueel probleem raakt en dat we de doelgroep ook daadwerkelijk bereiken met onze boodschap. Dit alles vanuit een Zeeuwse gemeentelijke aanpak met als belangrijkste aanjager het Sociaal Domein, afgestemd met de Zeeuwse veiligheidspartners.

 

Aanpak overlastgevende jeugd

Vanuit het vergaren van inzicht streven we naar een centraal punt waarin de meldingen jeugdoverlast worden ingevoerd en indien nodig verder uitgewerkt.

De aanpak van dit probleem heeft veel raakvlakken met de aanpak op het gebied van zorg en veiligheid. Ook deze doelgroep heeft baat bij huisvesting gerelateerd aan een zinvolle dagbesteding. Dat kan een jeugdhonk zijn, of een locatie met aanvullende voorzieningen voor het leren van een vak of het volgen van een studie. Perspectief op een baan met voldoende inkomen om van te leven is een belangrijke randvoorwaarde om geen overlast te plegen en uit de criminaliteit te blijven. Daarnaast is in repressieve zin samenwerking nodig tussen zorg en veiligheid en de (ambulante) hulpverlening om het overlastgevende gedrag te stoppen en een barrière op te werpen voor het verder afglijden in de criminaliteit. We streven naar een integrale persoonsgerichte aanpak gericht op het oplossen van de problemen voor de individuele jongere. Om deze aanpak te bevorderen streven we in deze beleidsperiode naar een structurele en intensieve afstemming tussen de genoemde partners.

 

5.4 Gewenst resultaat

In de komende beleidsperiode moeten op regionaal niveau de volgende resultaten worden bereikt:

  • Een Zeeuwse preventie-agenda, gericht op het bereiken van de jongeren.

  • Een preventie-agenda met daarin de flexibiliteit om bepaalde beleidsvelden integraal in te zetten op dan geldende actuele veiligheidsthema’s.

  • Een stevige overlegstructuur met de relevante zorg- en veiligheidspartners, deze richt zich op het vroegtijdig signaleren van overlastlocaties en overlastgevende jongeren/groepen en daarnaast op een oplossingsgerichte persoonsgerichte aanpak van overlastgevende jongeren met gezamenlijke doelstellingen, prioriteiten en monitoring van de resultaten.

  • In de komende beleidsperiode een zichtbare ingezette daling van de overlastcijfers.

 

6 Veilige en duurzame leefomgeving

6.1 Probleemstelling

In onze samenleving is er sprake van een spanningsveld tussen de beperkt beschikbare ruimte, de economische activiteiten met bijbehorende risico’s en de daaromheen liggende woon- en leefomgeving. Het is aan de overheid om kaders te stellen en maatregelen te treffen tegen de risico’s die elke dag voortkomen in de leefomgeving. De Omgevingswet die naar alle waarschijnlijk ingaat op 1 januari 2023 biedt met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan nieuwe kansen, zo biedt het de overheid de mogelijkheid om binnen wettelijke kaders, invulling te geven aan beleidsregels voor externe veiligheid.

Zeeland is voor wat betreft externe veiligheid het tweede risicogebied van Nederland door de aanwezigheid van kerncentrale, havens, spoor, wegen en grote bedrijven in combinatie met de bijzondere geografische ligging. Omdat risico’s niet uit te sluiten zijn is het van belang dat onze inwoners, ondernemers en de overheid zelf voldoende voorbereid zijn op incidenten. Daarnaast is scherpe vergunningverlening en krachtig toezicht en adequate handhaving onmisbaar in de veiligheidsketen.

 

6.2 Trends en ontwikkelingen

Op het gebied van duurzaamheid is de leefomgeving de afgelopen jaren veel veranderd. De elektrische fiets was nog nooit zo populair en ook zijn er steeds meer elektrische auto’s, laadpalen en zonnepanelen in de bewoonde omgeving te vinden. De oorlog in Oekraïne zorgt ervoor dat we geconfronteerd worden met een versnelde wens om ‘van het gas af’ te gaan. Het lijkt erop dat kernenergie hernieuwde toekomst heeft. Bij al deze ontwikkelingen moet aandacht zijn voor de risico’s die met deze veranderingen gepaard gaan. Elektrische auto’s zijn moeilijk te blussen en woningbranden die ontstaan door het verkeerd opladen van fietsen en telefoons zijn enkele voorbeelden. In de huidige tijd blijven wet- en regelgeving op het gebied van bouw achter bij de snelle ontwikkelingen. De nieuwe risico’s zijn nog niet voldoende meegenomen in planvorming en wet- en regelgeving.

 

6.3 Beoogde aanpak

  • Er moet meer aandacht komen voor de nieuwe risico’s als gevolg van de energietransitie. Deze ontwikkelingen moeten worden opgenomen in wet- en regelgeving en planvorming. De autonome mogelijkheden van de gemeente zijn hierbij beperkt. We zullen vooral het onderwerp moeten agenderen bij onze partners als de Veiligheidsregio Zeeland, de Provincie, het Rijk en private partijen (waar het toezicht op bouwen deels heen gaat) om zo te stimuleren dat hier tijdig over na wordt gedacht.

  • De gemeente kan sturing geven in het te maken omgevingsplan en de omgevingsvisie.

  • Mocht er toch een incident plaatsvinden dan zijn we goed voorbereid en beschikken we over een adequate en goed opgeleide crisisorganisatie die dergelijke risico’s aan kan en waarbij de gemeente zorg draagt voor de kolom Bevolkingszorg.

 

6.4 Gewenst resultaat

  • De nieuwe risico’s vanuit de energietransitie zijn geborgd in ruimtelijke plannen Omgevingsvisie en Omgevingsplan, vergunningen, toezicht, handhaving en toekomstig beleid.

  • Onze veiligheidspartners de Veiligheidsregio, de provincie en het Rijk werken samen om de nieuwe risico’s continu te verwerken in wet- en regelgeving en planvorming.

 

7 Lokale Thema’s

 

In dit hoofdstuk komen lokale speerpunten aan bod. Een aantal prioriteiten binnen de gemeente Vlissingen kunnen niet goed geplaatst worden binnen de eerder behandelde hoofdthema’s van het veiligheidsbeleid. Daarom is er ruimte voor couleur locale. Het betreffen hier de volgende thema’s:

  • Coffeeshops

  • Ondermijningsaanpak in zeehaven

  • Ontplofbare oorlogsresten

De gemeente Vlissingen onderscheidt zich van de andere Walcherse gemeenten door de aanwezigheid van twee coffeeshops binnen de gemeentegrenzen. In het coalitieakkoord 2022-2026 is de pilot voor het opschorten van het ingezetenencriterium opgenomen als onderdeel van de verbetering van de veiligheidsbeleving in de meest brede zin.

Daarnaast kenmerkt Vlissingen zich door haar maritieme eigenschappen. In Vlissingen-Oost is een groot deel van North Sea Port gelegen. North Sea Port is een zestig kilometer lang grensoverschrijdend havengebied wat zich qua toegevoegde waarde tot de top van de Europese zeehavens mag rekenen (plaats drie, na Rotterdam en Antwerpen). Helaas wordt onze haven, juist door deze positieve eigenschappen, ook gezien als een verdienmodel door criminelen die kansen zien door de uitstekende logistieke functies van de haven.

Bij de gemeente Vlissingen is ook veel aandacht voor het gevaar en de opsporing van ontplofbare oorlogsresten, die door het grote aantal gevechtshandelingen en bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog op relatief veel plaatsen in de bodem verwacht worden.

 

7.1 Coffeeshops

 

7.1.1 Probleemstelling

In Vlissingen hebben we als enige gemeente op Walcheren twee gedoogde verkooppunten van softdrugs, beter bekend als coffeeshops. Op grond van het geldende Vlissingse coffeeshopbeleid is dit ook het maximum aantal dat is toegestaan binnen de gemeentegrenzen.

 

7.1.2 Trends en ontwikkelingen

Op 20 juli 2020 heeft uw raad de motie: “opschorten ingezetencriterium (I-criterium) in het Damoclesbeleid” aangenomen. De burgemeester heeft toegezegd uitvoering te geven aan de motie in de vorm van het invoeren van een pilot. In deze pilot wordt het I-criterium voor een periode van één jaar wordt opgeschort. Het doel van de pilot was het verkrijgen van inzicht in de effecten van het loslaten van het I-criterium voor de overlast in de openbare ruimte in de nabijheid van de coffeeshops en daarbij in het bijzonder de effecten op de straathandel in drugs in de omgeving van de coffeeshops. Tevens moet inzichtelijk worden gemaakt wat het effect van het loslaten van het I-criterium is op de verkeersoverlast in de directe omgeving van de coffeeshops.

De uitvoering van de pilot is afgerond op 1 augustus 2022. De pilot is begeleid door het bureau Breuer & Intraval. Bij het schrijven van dit Veiligheidsbeleid zijn de resultaten van het eindrapport nog niet bekend. Het eindrapport zal een advies aan de burgemeester opleveren en een uitvoering van de genoemde motie om hoe in de toekomst om te gaan met het I-criterium; behoud of definitief loslaten van het I-criterium.

 

7.1.3 Beoogde aanpak

Zoals uit de hiervoor genoemde pilot blijkt zijn we altijd op zoek naar oplossingen en instrumenten om de veiligheidssituatie in en in de nabije omgeving van de coffeeshops te verbeteren. Het Nederlandse gedoogbeleid met de daarbij behorende gedoogcriteria voor coffeeshops beoogt de softdrugsverkoop te beperken vanuit kleine en beheersbare verkooppunten. Deze verkooppunten zijn uitsluitend bedoeld voor de lokale markt. De gedoogcriteria vormen onderdeel van de exploitatievergunning van de coffeeshops. Op deze gedoogvoorwaarden wordt door de gemeente actief gehandhaafd. Ook de coffeeshophouders zien toe op het handhaven van de gedoogvoorwaarden en de algemene veiligheid in en om de coffeeshops. Voor dit doel hebben we ook periodiek overleg met de coffeeshophouders en zijn de contacten met de gemeente en de politie goed te noemen.

Uit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van een coffeeshop in meer of mindere mate leidt tot verschillende vormen van overlast en/of problemen gerelateerd aan de openbare orde en veiligheid. In het algemeen zijn deze problemen te herleiden tot overlast door straathandel in drugs en parkeer-en verkeersoverlast. Onze aanpak is gericht op het monitoren van deze overlast, zodat we in een vroeg stadium instrumenten kunnen inzetten om de situatie te verbeteren.

Onderdeel van de aanpak vormt ook het periodiek controleren van de omvang van het coffeeshopbezoek in onze coffeeshops. Op die manier kunnen we blijven monitoren of de coffeeshops wat betreft omvang nog passend zijn in de gemeente Vlissingen. Tevens is het van belang om te controleren of de coffeeshops nog voldoen aan de landelijke beleidsdoelstelling van een kleine beheersbare coffeeshop, bestemd voor de lokale markt.

 

7.1.4 Gewenst resultaat

Kleine en beheersbare coffeeshops die zich houden aan de geldende gedoogcriteria. Daarnaast is de aanpak gericht op het voorkomen en beperken van overlast en gevoelens van onveiligheid in de directe omgeving van de coffeeshops.

 

7.2 Ondermijningsaanpak in zeehaven

 

7.2.1 Probleemstelling

Zoals hiervoor aangegeven brengt de North Sea Port haven veel toegevoegde waarde voor Europa. Helaas zit er een keerzijde aan het positieve effect van de haven. Criminelen maken misbruik van de goede logistieke eigenschappen, zoals de scheepvaart lijnen tussen Midden- en Zuid-Amerika, de transportlijnen naar het Verenigd Koninkrijk en het transport per schip, vrachtwagen of trein landinwaarts. In opdracht van de Havendriehoek Zeeland – West Brabant heeft TNO een systeemanalyse uitge¬voerd in de zeehavens van Moerdijk, Vlissingen, Borsele en Terneuzen. Uit deze analyse blijkt dat in onze havens cocaïnesmokkel, arbeidsuitbuiting, smokkel van sigaretten, blenden van afvalproducten met stookolie, ladingdiefstal en allerlei andere vormen van criminaliteit plaats vinden. Als concreet voorbeeld voor Vlissingen: in 2022 werd ruim 4000 kilo cocaïne onderschept door de handhavingsdiensten. Ook kent de haven Vlissingen-Oost de afgelopen jaren een toename van mensensmokkel. Afgelopen zomer werden meerdere mensensmokkelaars in en rondom de haven opgepakt.

 

7.2.2 Trends en ontwikkelingen

De afgelopen drie jaar zit de aanpak in de havens van Zeeland-West Brabant in een ware stroomversnelling. Mede door de sturing vanuit de havendriehoek en nauwe samenwerking met publieke en private partners zijn enorme stappen gezet. In 2022 heeft het ministerie van J&V no-regret maatregelen aan onze havens toegekend. Deze toekenning is op basis van onderbouwde plannen, welke publiek-privaat zijn opgesteld. Door deze no-regret maatregelen zijn we in 2022 en 2023 gestart met de uitrol van security by design maatregelen. Investeringen worden gedaan in hekwerken, camera’s, biometrische toegangscontroles, infrastructurele verbeteringen etc. Dit allemaal in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven.

Vanaf 2023 zijn de havens van Zeeland-West Brabant tevens aangewezen als mainport vanuit het Rijk. Deze aanwijzing toont de importantie aan van onze havens als logistiek knooppunt. Dit heeft enorme positieve gevolgen. Voor minstens de komende zeven jaar mogen de havens structurele financiële steun verwachten om haar havens integer en weerbaar te maken tegen (crimineel) misbruik.

 

7.2.3 Beoogde aanpak

De beoogde aanpak behelst het volgende:

  • Security by design (‘no regret’ activiteiten) (looptijd t/m 2023)

  • Infrastructurele aanpassingen in de zeehavens van Vlissingen en Borsele

  • Versterken beveiliging zeehavens van Vlissingen, Borsele (risk-based); doorontwikkeling beveiligingsschil zeehaven Moerdijk;

  • Invoeren ‘haven VOG’ en betere screeningsmethoden voor de zeehavens in Zeeland en West-Brabant;

  • Uitvoeren van een criminologisch onderzoek voor de zeehaven van Terneuzen;

  • Versterking interne samenwerking;

  • Versterking van de (inter-)nationale lobby.

  • Mainport meerjarenprogramma 2023 (meerjarig)

Voor het mainportprogramma is een goed uitgewerkt meerjarenplan opgesteld dat is ingediend bij het ministerie van J&V. Het meerjarenplan bevat vier programmapijlers: kennis en informatiedeling, weerbaarheid (fysiek, sociaal en digitaal), PPS (internationaal) en toezicht, handhaving, opsporing en vervolging. Voor ieder kalenderjaar wordt tevens een uitvoeringsagenda opgesteld waarin de concrete acties en planning worden beschreven. In de uitvoeringsagenda staat welke partner de kartrekker is van een betreffende actie, de fasering, de kosten (personeel en materiële kosten) en het beoogde doel/resultaat (wat brengt het plan/project op).

Het drijft te ver om het gehele meerjarenplan uiteen te zetten, doch willen wij u niet weerhouden van enkele voorbeelden die de komende jaren in onze havens worden uitgerold:

  • Het project ‘Ken je klant’ zal worden uitgerold in de havens. Dit project richt zich op een beter beeld krijgen van de integriteit van bedrijven die zich in de zeehavens willen vestigen;

  • Campagnes voor meldingsbereidheid van ongewenste activiteiten in de haven worden ingezet.

  • Weerbaarheidstrainingen worden gehouden voor o.a. havenpersoneel.

  • Cyberweerbaarheidsscans worden uitgevoerd en digitale weerbaarheidstrainingen worden gegeven.

  • Het haventeam van de politie wordt flink uitgebreid.

  • De gemeenten krijgen een intergemeentelijk haventeam gericht op preventie, toezicht en handhaving.

 

7.2.4 Gewenst resultaat

De doelstelling van het mainport programma (2023- 2030) is: Het verstoren en terugdringen van onder¬mijnende (drugs)criminaliteit in de Zeeuwse- en West Brabantse zeehavens door 1. (preventief) de weerbaarheid in PPS-verband te verhogen op fysiek, sociaal en digitaal niveau en 2. (repressief) in te zetten op strafrechtelijke, bestuurlijke en fiscale maatregelen vanuit een gezamenlijke (integrale) focus.

 

7.3 Ontplofbare oorlogsresten

 

7.3.1 Probleemstelling

Gedurende de Tweede Wereldoorlog is de gemeente Vlissingen veelvuldig doelwit geweest van bombardementen en hebben tijdens de bevrijding tal van gevechtshandelingen plaatsgevonden. Vlissingen is een van de meest gebombardeerde gemeenten uit de Nederlandse geschiedenis. Ten gevolge hiervan zijn een relatief hoog aantal gebieden binnen de gemeentegrenzen verdacht op zogenaamde ontplofbare oorlogsresten. Het betreft bebouwde gebieden, buitengebieden en een groot deel van de wateroppervlakte.

 

7.3.2 Trends en ontwikkelingen

In de gemeente Vlissingen heeft de afgelopen jaren veel stedelijke ontwikkeling plaatsgevonden. Denk hierbij aan de herinrichting van de Coosje Buskensstraat, de bouw van het Scheldekwartier, de ontwikkeling van de Kenniswerf. Daarnaast blijven particulieren verder bouwen aan mooier, levendiger en aantrekkelijker Vlissingen. Regelmatig worden bij bouw- en herinrichtingsprojecten en (infrastructurele) onderhoudswerkzaamheden bodemroerende werkzaamheden verricht in gebied dat verdacht is op ontplofbare oorlogsresten, die bij touchering of bij een zeer hoge mate van trillingen in de bodem onbedoeld tot uitwerking kunnen komen.

De gemeente adviseert over onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten en beoordeelt projectplannen voor onderzoek/begeleiding. Het bevoegd gezag accordeert projectplannen voor detectie- en benaderingswerkzaamheden. Kijkend naar de afgelopen beleidsperiode van het Integraal Veiligheidsbeleid 2019-2022, zien we dat het aantal projecten waarin geadviseerd en beoordeeld wordt is toegenomen.

 

7.3.3 Beoogde aanpak

Het is van belang dat bodemroerende werkzaamheden veilig uitgevoerd kunnen worden en dat de kans op in aanraking komen met een blindganger (achtergebleven explosief) wordt geminimaliseerd. Daarvoor wordt specialistisch onderzoek uitgevoerd door daartoe gecertificeerde explosievenadviesbureaus die het bevoegd gezag adviseren om de uitvoerder kortgezegd maatregelen te laten treffen, aanvullend onderzoek te laten verrichten of opdrachtgevers vrij te stellen van aanvullende maatregelen. Dit laatste gebeurt wanneer op basis van historisch bronmateriaal aangetoond kan worden dat gebied niet meer verdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Voorts stelt het bevoegd gezag projectplannen vast voor detectie en benadering van ontplofbare oorlogsresten; bij het vaststellen van deze plannen beoordeelt het bevoegd gezag uitsluitend aspecten die van invloed zijn op de openbare orde en veiligheid.

De gemeente beleidskaart voor ontplofbare oorlogsresten (een zogenaamde risicokaart) dateert uit 2010 en is toe aan een actualisering. Delen van de kaart zijn voor het laatst in 2017 geüpdatet. We zien dat er sinds oplevering van de huidige kaart veel ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Door onderzoeken die sindsdien zijn uitgevoerd, de bredere hoeveelheid aan historisch (internationaal) bronmateriaal van explosievenadviesbureaus en nieuwe onderzoekstechnieken, is het mogelijk om met een actualisering van de risicokaart grotere delen van de gemeente Vlissingen vrij te laten geven. Dit zal ontwikkelaars (overheidsorganisaties en particulieren) veel onderzoekskosten besparen en daarom zal een nieuwe risicokaart opgesteld worden. Naar verwachting zal de kaart in 2024 opgeleverd worden.

 

7.3.4 Gewenst resultaat

Met als doel uitvoerders veilig te kunnen laten werken, gaan we op dezelfde proactieve wijze verder met het adviseren en beoordelen op het thema ontplofbare oorlogsresten. Teneinde capaciteit en kosten voor onderzoek te besparen, zal een nieuwe risicokaart voor ontplofbare oorlogsresten worden opgeleverd.