<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6932_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende-zaakbelasting 2009 (9.4a)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Haaksberger Koerier, 23-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelasting 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, 220b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220f</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220g</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220h</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Regeling gemeentelijke belastingen 2002</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening onroerende-zaakbelasting 2009 (9.4a)
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Nummer:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Onderwerp:</vet> Verordening onroerende-zaakbelastingen 2009</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>De Gemeenteraad van Haaksbergen;</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van het college d.d. 18 november 2008 ;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 220 tot en met 220 h van de Gemeentewet en het bepaalde in
                        de Algemene wet Bestuursrecht ;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de: </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende</vet>
            <vet>zaakbelastingen 2009</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Onder de naam ‘onroerendezaakbelastingen’ worden ter zake van binnen
                                de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens
                                        eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                        gebruikt, verder te noemen gebruikersbelasting ;</al></li>
                <li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                        noemen: eigenarenbelasting.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig
                                        te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven
                                        ;</al></li>
                <li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene
                                        die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is
                                        bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan
                                        wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat </al><al> hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt </al><al> recht is.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingobject</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li>
            <li nr="2."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde
                                die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken
                                is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het kalender-jaar bedoeld in artikel 1.</al></li>
            <li nr="2."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid,</al><al> van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voorzover dit niet reeds
                                is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde,
                                de waarde van:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>ten behoeve van de land of bosbouw bedrijfsmatig
                                        geëxploiteerde cultuur-grond, daaronder mede begrepen de
                                        open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                        bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                        gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                        gebruiken;</al></li>
                <li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan
                                        bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li>
                <li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak bestemd zijn voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levens-beschouwelijke aard, een
                                        en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                        zaken die dienen als woning;</al></li>
                <li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                        voet van de Natuurschoonwet 1928 (Stb.1989,252) aangewezen
                                        landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid,
                                        onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met
                                        uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                        eigendommen;</al><al> e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich
                                        uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li>
                <li nr="f."><al>openbare land en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li>
                <li nr="g."><al>waterverdedigings en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li>
                <li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool en ander
                                        afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen
                                        of diensten van publiek-rechtelijke rechtspersonen, met
                                        uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als
                                        woning;</al></li>
                <li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                        afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                        werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                        gebouwde eigendommen zijn aan te merken ;</al></li>
                <li nr="j."><al>onroerende zaken voorzover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                        onderwijs;</al></li>
                <li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                        eigendommen – niet zijnde gebouwen – die zijn geplaatst ten
                                        gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van
                                        het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals
                                        lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                                        fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;</al></li>
                <li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                        beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen
                                        van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li>
                <li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        dienen als woning.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste
                                lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet
                                voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li>
            <li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstafvoor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor :</al><lijst>
                <li nr="a."><al>bij de gebruikersbelasting 0,1220 % ;</al></li>
                <li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                                                dienen 0,0928 % ;</al></li>
                    <li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot
                                                woning dienen 0,1516 %.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Indien de heffingsmaatstaf beneden € 10.000,-- blijft, wordt geen
                                belasting geheven. </al></li>
            <li nr="3."><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                                afgerond op hele euro’s.</al></li>
            <li nr="4."><al>Belastingaanslagen van minder dan € 10,-- worden niet opgelegd. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></li>
            <li nr="2"><al>In gevallen bedoeld in het eerste lid geldt in afwijking van het
                                aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                                belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste
                                vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                                termijnen telkens één maand later.</al></li>
            <li nr="3"><al>In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan
                                € 1.815,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn die
                                vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li>
            <li nr="5."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                                van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake eenbestuurlijke boete is het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing, voorzover dezegelijktijdig wordt
                                opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al></li>
            <li nr="6."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande ledengestelde termijnen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Nadere regels door het college</titel>
          </kop>
          <al>Het college kan nadere regels geven over de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>De “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2008" van 19 december
                                2007, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                                hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                                onroerende-zaakbelastingen 2009'.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2008.</ondertekening>
        <ondertekening>de raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>(mr. G. Raaben) (drs. K.B. Loohuis)</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>('Verordening 1e wijziging onroerende-zaakbelastingen 2009 is in
                        de openbare raadsvergadering van 25 februari 2009 vastgesteld en is
                        inwerkinggetreden op 5 maart 2009)</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>Coll. R.B.M. Somhorst</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>