<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR692387_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">delegatie- of mandaatbesluit</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2023-12-14</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-14780">prb-2023-14780</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005645&amp;artikel=59a&amp;g=2023-01-01">artikel 59a van de Provinciewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005645&amp;artikel=166&amp;g=2023-01-01">artikel 166 van de Provinciewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;afdeling=10.1.1&amp;g=2023-01-01">afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2023-11-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2023-12-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2023-03-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 6, 9</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PZH-2023-843145069</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het Mandaatbesluit Vaststellen RES Voortgangsdocumenten 2023.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;</al><al/><al>Gelet op:</al><lijst><li nr="•"><al>de artikelen 59a en 166 van de Provinciewet, en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="•"><al>de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland,</al></li></lijst><al/><al> besluiten:</al><al/><al>vast te stellen het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de provinciale organisatie 2022</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="•"><al>Ambtelijk opdrachtgever: een Ambtelijk opdrachtgever als bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland</al></li><li nr="•"><al>Ambtelijk opdrachtnemer: een Ambtelijk opdrachtnemer als bedoeld in artikel 8, zesde lid van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland </al></li><li nr="•"><al>Bestuurlijk opdrachtgever: De bestuurlijk opdrachtgever als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland.</al></li><li nr="•"><al>Concerncontroller: de Concerncontroller als bedoeld in artikel 17.</al></li><li nr="•"><al>Concerndirecteur: de Concerndirecteur als bedoeld in artikel 5 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland</al></li><li nr="•"><al>Directeur mens en organisatie: een Directeur mens en organisatie als bedoeld in artikel 7,</al></li><li nr="•"><al>derde lid van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland</al></li><li nr="•"><al>Domeindirecteur: een Domeindirecteur als bedoeld in artikel 8, vierde lid van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland</al></li><li nr="•"><al>Opdracht: een opdracht als bedoeld in artikel 11 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland</al></li><li nr="•"><al>Opgave: een opgave als bedoeld in artikel 10 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland</al></li><li nr="•"><al>Personeelsmanager: een Personeelsmanager als bedoeld in artikel 7, vierde lid van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland</al></li><li nr="•"><al>Programmadirecteur: een Ambtelijk opdrachtgever als bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland, welke bezoldigd wordt in schaal 16 of hoger</al></li><li nr="•"><al>Provinciesecretaris: de Provinciesecretaris als bedoeld in artikel 4 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bestuurlijk mandaat</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Mandaatverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan ieder lid van Gedeputeerde Staten wordt mandaat verleend om tezamen met tenminste één ander lid, de besluiten te nemen als genoemd in de bij dit besluit behorende mandaatlijst, opgenomen in bijlage 1, onverminderd het bepaalde in het derde lid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot het in het eerste lid bedoelde mandaat behoort niet het nemen van besluiten die op grond van het bepaalde in Hoofdstuk 2 in ambtelijk mandaat kunnen worden afgedaan. Het mandaat houdt alleen een beslissingsmandaat in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In door Gedeputeerde Staten vast te stellen recesperioden kunnen de besluiten als bedoeld in het eerste lid, alsmede de besluiten genoemd op de lijst opgenomen in bijlage 2, in mandaat worden genomen door één lid van Gedeputeerde Staten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vertegenwoordiging </titel></kop><al>Ieder lid van Gedeputeerde Staten is bevoegd Gedeputeerde Staten in rechte te vertegenwoordigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ondertekening</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten staan de commissaris van de Koning toe om de ondertekening stukken die van gedeputeerde Staten uitgaan en van de besluiten die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 door leden van Gedeputeerde Staten in mandaat zijn genomen, op te dragen aan de secretaris.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Rapportage</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten worden wekelijks in kennis gesteld van de besluiten die ingevolge het in artikel 1, eerste lid verleend mandaat zijn genomen door middel van afschriften van de besluitvormingsformulieren.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Ambtelijk mandaat</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Mandaatverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de Provinciesecretaris wordt mandaat verleend om besluiten te nemen die vermeld staan op de bij dit besluit behorende mandaatlijst, opgenomen in bijlage 3. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het mandaat houdt zowel een beslissingsbevoegdheid in, als een bevoegdheid de krachtens mandaat genomen besluiten namens Gedeputeerde Staten te ondertekenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ondermandaat </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de Provinciesecretaris toegestaan zijn mandaat geheel of gedeeltelijk onder te mandateren aan de Concerndirecteur, Domeindirecteuren, Directeuren mens en organisatie, Personeelsmanagers, Programmadirecteuren, Ambtelijk opdrachtgevers of Ambtelijk opdrachtnemers, tenzij ondermandatering ten aanzien van een concreet mandaat in de mandaatlijst is uitgesloten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de secretaris toegestaan om in het kader van de verlening van ondermaat beperkende voorschriften aan het ondermandaat te verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reikwijdte van mandaat</titel></kop><al>Het mandaat als bedoeld in artikel 6, dan wel het ondermandaat als bedoeld in artikel 7 wordt uitsluitend uitgeoefend in het kader van de opdracht of taak waarvoor de betreffende mandaathouder inhoudelijk verantwoordelijk is </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vertegenwoordiging en machtiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Provinciesecretaris is bevoegd Gedeputeerde Staten in rechte te vertegenwoordigen. Tevens is het de Provinciesecretaris toegestaan medewerkers en derden hiertoe machtigen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris en de functionarissen aan wie krachtens artikel 7 ondermandaat is verleend, alsmede de secretaris van de bezwarencommissie, de secretaris van de klachtfunctionarissen, de griffier voor de behandeling van administratieve geschillen en de medewerkers welke werkzaam zijn ter uitvoering van de opdracht subsidieverlening, zijn gemachtigd om namens Gedeputeerde Staten feitelijke handelingen te verrichten, zijnde handelingen die geen rechtsgevolg hebben. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ondertekening</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten staan de commissaris van de Koning toe om de ondertekening van besluiten die in mandaat of ondermandaat zijn genomen, aan de betrokken mandaathouders en ondermandaathouders op te dragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In gevallen waarin ondermandaat verleend is aan een opdrachtnemer, kan het mandaat bij diens afwezigheid of verhindering worden uitgeoefend door de Ambtelijk opdrachtgever onder wiens verantwoordelijkheid de betreffende Ambtelijk opdrachtnemer werkzaam is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin ondermandaat verleend is aan een Ambtelijk opdrachtgever, kan het mandaat bij diens afwezigheid of verhindering worden uitgeoefend door de Domeindirecteur van de opgave, ten dienste waarvan de door de betreffende Ambtelijk opdrachtgever behartigde opdracht wordt uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen waarin ondermandaat verleend is aan een Personeelsmanager, kan het mandaat bij diens afwezigheid of verhindering worden uitgeoefend door de door hem/haar in het personeelsmanagementsysteem Youforce aangewezen vaste plaatsvervangend personeelsmanager. Door de Personeelsmanager kan als zodanig slechts één plaatsvervangend personeelsmanager worden aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In gevallen waarin zowel de Personeelsmanager als de plaatsvervangend Personeelsmanager als bedoeld in het derde lid beide afwezig of verhinderd zijn, kan het mandaat worden uitgeoefend door de Directeur mens en organisatie onder wiens verantwoordelijkheid de personeelsmanager werkzaam is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Mandaatregister </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Provinciesecretaris houdt een mandaatregister bij, waarin dit mandaatbesluit, alsmede alle door hem te nemen ondermandaatbesluiten worden opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het mandaatregister opgenomen gegevens zijn door eenieder op eerste aanvraag in te zien. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De volgende besluiten worden ingetrokken:</al><lijst><li nr="-"><al>Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de provinciale organisatie 2022;.</al></li><li nr="-"><al>Mandaatbesluit Regeling ontzorgingsprogramma’s maatschappelijk vastgoed Zuid-Holland tweede tranche.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit wordt geplaatst in het provinciaal blad en treedt in werking op 1 maart 2023. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Den Haag, 31 januari 2023,</functie><functie/><functie/><functie>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,</functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie/><functie>drs. J. Smit, voorzitter</functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie/><functie>Drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris</functie></ondertekening><ondertekening><functie/></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting bij het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland </titel></kop><al><vet>Inleiding</vet></al><al/><al>In deze toelichting wordt eerst ingegaan op wat onder de figuur mandaat wordt verstaan en op het mandaatsysteem van de provincie Zuid-Holland. Daarna wordt (hoofdstuksgewijs) nader ingegaan op het mandaatbesluit zelf. Afgesloten wordt met een leeswijzer voor de mandaatlijsten. </al><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al><cursief>Wat is mandaat?</cursief></al><al>Om te voorkomen dat een bestuursorgaan alle besluiten zelf moet nemen is in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geregeld dat besluiten ook namens het bestuursorgaan kunnen worden genomen. Deze bevoegdheid om namens een bestuursorgaan een besluit te nemen staat bekend als mandaat. Onder besluit dient op grond van artikel 1:3, eerste lid, Awb te worden verstaan, een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Dit laatste betekent dat de schriftelijke beslissing gericht moet zijn op een rechtsgevolg. Indien de handeling van of namens een bestuursorgaan niet is gericht op rechtsgevolg, dan is er sprake van een feitelijke handeling. De bevoegdheid om namens iemand anders een feitelijke handeling en een privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten heet machtiging, respectievelijk volmacht. De overkoepelende term voor al deze figuren is (evenzeer) machtiging. </al><al/><al>Kenmerkend voor mandaat is dat er geen overdracht van bevoegdheden plaatsvindt. De uitoefening van het mandaat geschiedt namens en dus onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan dat het mandaat verleent. Het bestuursorgaan, in dit geval dus Gedeputeerde Staten, behoudt ondanks de mandaatverlening altijd de bevoegdheid om zelf de besluiten te nemen. Overigens is het altijd mogelijk dat Gedeputeerde Staten een mandaat voor een speciale aangelegenheid verlenen, een zogenaamd ad hoc mandaat. Is een mandaat daarentegen structureel bedoeld dan is opname in de bij dit algemeen mandaatbesluit behorende mandaatlijsten aangewezen. </al><al/><al>In artikel 10:3 Awb is een heel beperkt aantal specifieke mandaatverboden opgenomen. Een restcategorie in dit verband is wanneer de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet. Een voor de mandaatpraktijk belangrijk voorbeeld is dat het opleggen van geheimhouding zich niet leent voor mandaatverlening, ook niet in de vorm van bestuurlijk mandaat. Besluitvorming daaromtrent dient door Gedeputeerde Staten plenair te gebeuren. </al><al/><al><cursief>Het mandaatsysteem</cursief></al><al>Het hier gekozen mandaatsysteem is te typeren als een gesloten systeem. Alleen wat daadwerkelijk is benoemd kan in mandaat worden afgedaan. Binnen de hierna te bespreken mandaten is in de regel het meest verstrekkende besluit beschreven. In zijn algemeenheid geldt dat voorbereidings- en uitvoeringsbesluiten in ambtelijk mandaat kunnen worden genomen. Verder geldt dat wat in bestuurlijk mandaat mag, niet in ambtelijk mandaat mag worden uitgeoefend en andersom. Wel is het zo dat bestuurlijk en ambtelijk mandaat vaak op elkaar aansluiten. Daarom wordt ook over en weer naar de corresponderende mandaatnummers verwezen. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Bestuurlijk mandaat</vet></al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>In de bij het mandaatbesluit behorende lijst bestuurlijk mandaat (bijlage 1) staan de besluiten genoemd welke in bestuurlijk mandaat kunnen worden genomen. Het bestuurlijk mandaat moet door minimaal twee leden van Gedeputeerde Staten in gezamenlijkheid worden uitgeoefend. Gedeputeerde Staten hebben voor alle provinciale taken een portefeuilleverdeling vastgesteld. Voor de meeste taken is volstaan met het aanwijzen van een eerste en tweede portefeuillehouder. De portefeuilleverdeling is een leidraad om te bepalen welke leden van Gedeputeerde Staten gezamenlijk besluiten in mandaat kunnen nemen. In het geval dat een lid van Gedeputeerde Staten zich niet kan vinden in het voorgelegde besluit, wordt het aan het voltallig college ter besluitvorming voorgelegd. </al><al/><al>Soms zijn de aangewezen gedeputeerden niet in staat om besluiten te nemen, bijvoorbeeld vanwege een dienstreis in het buitenland, vakantie of ziekte. Om vertraging in de besluitvorming te voorkomen kunnen in overleg met het GS-ondersteuning andere gedeputeerden dan de aangewezen eerste en tweede portefeuillehouder worden ingeschakeld om het betrokken besluit in mandaat te nemen. Het mandaatbesluit staat daar niet aan in de weg. Uiteraard bepaalt een gedeputeerde zelf of hij/zij daartoe bereid is. </al><al/><al><cursief>Recesmandaten</cursief></al><al>Tijdens door Gedeputeerde Staten (nader) aan te duiden recesperioden kunnen de bestuurlijke mandaten worden uitgeoefend door één lid van Gedeputeerde Staten. Daarnaast is het mogelijk gemaakt dat bepaalde besluitvorming doorgang kan vinden welke normaal door het voltallig college plaatsvindt. Deze onderwerpen en beleidsterreinen staan vermeld op de lijst recesmandaten (bijlage 2). Hiervan is in de praktijk gebleken dat besluitvorming in recesperioden gangbaar en noodzakelijk is. Deze zijn opgenomen in bijlage 2 bij het mandaatsbesluit. Het gaat daarbij om uitzonderlijke gevallen, waarin bevoegdheden die normaliter dor het voltallige college worden uitgeoefend tijdens recesperioden door slechts één gedeputeerde kan plaatsvinden. Met het oog daarop wordt er van uitgegaan dat van deze mogelijkheid slechts in zeer uitzonderlijke gevallen en bij uiterste noodzaak gebruik gemaakt zal worden.</al><al/><al><cursief>Bestuurlijk mandaat = uitsluitend beslissingsmandaat</cursief></al><al>Het bestuurlijk mandaat is zodanig geformuleerd dat het alleen een beslissingsmandaat inhoudt. De ondertekening van deze besluiten geschiedt door de secretaris. </al><al/><al>In de praktijk schrijven leden van Gedeputeerde Staten ook op eigen briefpapier zogeheten “lid-GS brieven”. Met een dergelijke brief wordt op persoonlijke titel geschreven en kan noch het college, noch de provincie worden gebonden. </al><al/><al><cursief>Vertegenwoordiging</cursief></al><al>In het mandaatbesluit is nadrukkelijk opgenomen dat leden van Gedeputeerde Staten het college in rechte kunnen vertegenwoordigen. Hierbij gaat het in hoofdzaak om vertegenwoordiging van het college bij zittingen van de bestuursrechter zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </al><al/><al><cursief>Rapportage</cursief></al><al>De besluiten die in bestuurlijk mandaat zijn genomen, worden wekelijks ter kennis van Gedeputeerde Staten gebracht. Dit vindt plaats door middel van het verstrekken van afschriften van de desbetreffende besluitnota’s. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Ambtelijk mandaat</vet></al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Bij het ambtelijk mandaat is er sprake van mandaatverlening aan de secretaris. In de bij het mandaatbesluit behorende mandaatlijst (bijlage 3) staan de besluiten opgesomd, die ambtelijk namens Gedeputeerde Staten kunnen worden genomen. Het ambtelijk (onder)mandaat dient binnen de reguliere werkzaamheden dan wel binnen de opgedragen opgave of opdracht te worden uitgeoefend. </al><al/><al><cursief>Ambtelijk mandaat = besluitvorming + ondertekening</cursief></al><al>Bij ambtelijk mandaat gaat het om zowel een beslissingsmandaat als een ondertekeningsmandaat. Met andere woorden, degene die namens Gedeputeerde Staten mag beslissen, is tevens bevoegd het betreffende besluit, alsmede uitgaande brieven namens Gedeputeerde Staten te ondertekenen. Concreet betekent dat dat besluitvorming en ondertekening in één hand liggen. </al><al/><al>Voor het geval besluitvorming namens Gedeputeerde Staten privaatrechtelijke consequenties heeft in de zin dat de rechtspersoon provincie als partij gebonden wordt, is een voorziening getroffen dat de door Gedeputeerde Staten gemandateerden evenzeer bevoegd zijn om namens de provincie (als publiekrechtelijke rechtspersoon) te ondertekenen. De commissaris van de Koning heeft in zijn Mandaat- en volmachtbesluit voor de provinciale organisatie die betreffende gemandateerden op voorhand gemachtigd de provincie buiten rechte te vertegenwoordigen. </al><al/><al><cursief>Opgavegericht werken in relatie tot de mandaatregeling</cursief></al><al>Bij de nieuwe organisatiekoers is opgavegericht werken leidend. Dit gebeurt steeds in een zogenoemde driehoek van bestuurlijk opdrachtgever, ambtelijk opdrachtgever en ambtelijk opdrachtnemer. Binnen deze driehoek wordt de rol van bestuurlijk opdrachtgever door de portefeuillehouder vervuld en heeft de ambtelijk opdrachtgever de rol van overall leidinggevende met daarbij de nodige mandaten voor besluitvorming. De ambtelijk opdrachtnemer is degene die feitelijk operationeel leiding geeft aan een opdracht of deelopdracht. Afhankelijk van de aard en omvang van de opgave of klus kan aan de ambtelijk opdrachtnemer ook zelf de ondermandaten worden verleend die nodig zijn om zijn opdracht ten uitvoer te leggen. Uitgangspunt bij dit alles blijft een “gesloten” systematiek waarin de mandaten concreet worden benoemd. Een en ander wordt hieronder nader toegelicht. </al><al/><al><cursief>Ondermandaat</cursief><cursief/></al><al>Deze regeling biedt de mogelijkheid aan de secretaris zijn mandaat onder te mandateren. Dit hoofdzakelijk plaatsvinden aan de Concerndirecteur, Domeindirecteuren, Programmadirecteuren, Ambtelijk opdrachtgevers, Ambtelijk opdrachtnemers, Directeuren mens en organisatie en Personeelsmanagers. De mogelijkheid bestaat dat bepaalde functionarissen één of meer van deze rollen in zich verenigen. In dergelijke gevallen kan, en mag men de eventueel gegeven ondermandaten uitsluitend uitoefenen wanneer men handelt ter uitvoering van de in de ene of andere specifieke afzonderlijke hoedanigheid opgedragen taken en verantwoordelijkheden.</al><al/><al>Verlening van ondermandaat is steeds uitsluitend mogelijk binnen de organisatie van de provincie Zuid-Holland. Daarbij zal het hoofdzakelijk gaan om functionarissen in dienst van de provincie Zuid-Holland. Maar het eveneens ingehuurde krachten betreffen, die aangetrokken zijn om binnen de organisatie van de provincie Zuid-Holland werkzaam te zijn en een bepaalde (functionele) rol te vervallen. Met name voor externe medewerkers is het daarbij van belang dat men wordt aangegeven welke de grenzen zijn van de hen gegeven opdracht, waarbinnen de medewerker uitsluitend diens eventuele mandaten mag uitoefenen. </al><al/><al>Mandaat wordt binnen de provincie Zuid-Holland functioneel toegekend. Met het gaan bekleden van een bepaalde rol of functie krijgt men dan “automatisch” de daarbij behorende ondermandaten. Voor de identificatie en legitimatie van de bevoegdheid van medewerkers die functies bekleden waaraan mandaat is toegekend, is daarom vereist dat deze medewerkers bij aanvang van een opdracht of werkzaamheden een formele aanwijzing ontvangt in de organieke rol of functie die men gaat bekleden. Benoemingen in de leidinggevende van Provinciesecretaris, Concerndirecteur, Domeindirecteur, Directeur men en organisatie en Personeelsmanagers kunnen bewaard worden in, en vervolgens blijken uit de personeelsadministratie van de provincie. Aanwijzingen inde rollen van programmadirecteur, Ambtelijk opdrachtgever en Ambtelijk opdrachtnemer dienen (bovendien) opgetekend te worden in het opdrachtenregister als bedoeld in artikel 12 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland. Dit alles geldt op gelijke wijze voor medewerkers in dienst van de provincie, als voor medewerkers die extern worden aangetrokken.</al><al/><al>Aan de Provinciesecretaris is een ruime ondermandaatbevoegdheid verleend, zodat deze de verdere inrichting van de ondermandaatverlening zo goed mogelijk op de organisatie en de bedrijfsvoering kan afstemmen. De Provinciesecretaris wordt daarin slechts begrensd door de “harde” ondermandaatverboden en de verdere voorschriften betreffende ondermandaat, die in de bijlagen bij het mandaatbesluit bepaald zijn. </al><al/><al>Naast (onder)mandaathouders blijft het college altijd ook zelf bevoegd de betreffende bevoegdheden uit te oefenen. (Onder)mandaathouders zijn ook niet steeds verplicht de aan hen gegeven bevoegdheden uit te oefenen. Met name in bestuurlijk of politiek gevoelige situaties kan een (onder)mandaathouder er voor kiezen om niet zelf en besluit te nemen, maar dit bij het college terug te leggen. In ieder geval doet de (onder)mandaathouder er verstandig aan in dergelijke situatie eerst met de betrokken portefeuillehouder te bespreken wie in het specifieke geval het betreffende besluit zal nemen.</al><al/><al><cursief>Vertegenwoordiging</cursief></al><al>In het hoofdstuk betreffende ambtelijk mandaat is een bepaling opgenomen ten aanzien van de mogelijkheid tot vertegenwoordiging van Gedeputeerde Staten in rechte door de secretaris. Daarnaast is geregeld dat de secretaris medewerkers en derden kunnen aanwijzen tot vertegenwoordiging van Gedeputeerde Staten in rechte. In praktijk gaat het om vertegenwoordiging van het college bij bestuursrechtelijke procedures en belastingprocedures. Het kan zowel om een algemene als om een incidentele machtiging gaan.</al><al/><al><cursief>Machtiging</cursief></al><al>Zoals hiervoor is aangegeven, houdt mandaat in de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan een besluit te nemen. Indien de handeling van of namens een bestuursorgaan niet is gericht op rechtsgevolg, dan is er sprake van een feitelijke handeling. Aangezien voor het verrichten van feitelijke handelingen namens Gedeputeerde Staten wel een wettelijke grondslag is vereist, is in het mandaatbesluit aan genoemde functionarissen een vrij algemene machtiging verleend tot het verrichten van feitelijke handelingen. Dit betreft bijvoorbeeld het doorzenden van onjuist geadresseerde post, het verzenden van een ontvangstbevestiging, belanghebbenden uitnodigen voor een hoorzitting, het zenden van ontvangstbevestigingen, het doorzenden van correspondentie, het verzenden van herinneringsbrieven, het verstrekken van inlichtingen (anders dan op basis van de Wet openbaarheid van bestuur), het aanvragen van informatie bij bedrijven en andere overheden anders dan uit hoofde van de uitoefening van een wettelijke taak of bevoegdheid, het versturen van uitnodigingen voor bijeenkomsten, etc.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Slotbepalingen</vet></al><al/><al><cursief>Mandaatregister</cursief></al><al>Binnen de opdracht compliance en control wordt een mandaatregister bijgehouden, waarin alle onderdelen van de mandaatregeling worden opgenomen. Dit mandaatregister betreft een digitale verzameling van de publicatieteksten uit het provinciaal blad en het is te benaderen via het “Binnenplein” (loket – mandaatregister). Daarnaast zullen in het mandaatregister ook de functionele aanwijzingen, c.q. benoemingen worden opgenomen van medewerkers (anders dan leidinggevenden), voor zover deze als gevolg daarvan automatisch ondermandaat verkrijgen. Dergelijke functionele aanwijzingen vormen op zichzelf geen mandaatbesluiten en behoeven ook niet als zodanig bekend gemaakt te worden. Met het oog daarop is wel bepaald dat de aanwijzingen en benoemingen door eenieder op eerste aanvraag kunnen worden ingezien.</al><al/><al>N.B.: het betreft bij dit alles uitsluitend de besluiten waarbij mandaat verleend is. Dit is niet te verwarren met de registratie van benoemingen en aanwijzingen van medewerkers in bepaalde functies waaraan uit hoofde van een mandaatbesluit mandaat verbonden is.</al><al/><al><vet>Leeswijzer mandaatlijsten</vet></al><al/><al>De mandaatnummers beginnend met de letter A en B betreffen ambtelijke, respectievelijk bestuurlijke mandaten. De BA-nummers betreffen algemene bestuurlijke mandaten waarvan alle gemandateerde gedeputeerden binnen hun portefeuille gebruik kunnen maken. De AAA-nummers betreffen algemene ambtelijke mandaten waarvan alle gemandateerden binnen hun reguliere werkzaamheden of opgedragen opgave of klus gebruik kunnen maken. </al><al/><al>De daaropvolgende mandaten betreffen specifiek belegde mandaten. De verschillende mandaten zijn op (beleids)thema gerubriceerd. Dit geeft op zich ook een indicatie over de organisatieonderdelen waar de betreffende mandaten gewoonlijk uitgeoefend zullen (kunnen) worden. Niettemin is het aan de secretaris om te oordelen waar het mandaat precies mag worden uitgeoefend. </al><al/><al>Het mandaatnummer vormt tevens de ingang voor het binnen de provinciale organisatie gehanteerde workflowsysteem. Indien een feitelijke handeling is opgenomen onder een mandaatnummer op de lijsten dan dient voor het verrichten van deze handeling dit mandaatnummer te worden gebruikt (zie hierboven).</al><al/><al>De reikwijdte van het mandaat behoort in beginsel duidelijk te zijn uit de tekst in de linker kolom. De mandaten zijn in de linker kolom zo kernachtig mogelijk geformuleerd, waarbij in beginsel de meest verstrekkende bevoegdheid is aangeduid. Om niet alle besluitmogelijkheden te moeten benoemen is hierbij veelal gebruik gemaakt van “besluiten omtrent”. Daar waar “besluiten tot” is gebruikt, is bedoeld dat alleen het onmiddellijk hierop volgende in mandaat is belegd. “Besluiten tot goedkeuring” betekent bijvoorbeeld dat het onthouden van goedkeuring niet in mandaat is toegestaan. In de rechterkolom kan wel, als daaraan behoefte bestaat, (de omvang van) het mandaat worden toegelicht. Naast een toelichting is de rechterkolom tevens bedoeld voor het opnemen van voorwaarden bij het mandaat, bij voorbeeld een periodieke rapportageverplichting. Tevens staat in de rechterkolom aangeduid wanneer het mandaat uitsluitend is voorbehouden aan de secretaris en er dus geen ondermandaat kan worden verleend. </al><al/><al>In de mandaatlijsten zijn verwijzingen aangebracht naar nummers van de relevante ambtelijke en bestuurlijke tegenhangers om het begrip en de leesbaarheid te vergroten.</al><al/></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Mandaatlijst, behorende bij artikel 2, eerste lid van het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland</titel></kop><al/><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><thead><row><entry><al><vet>Mandaat</vet></al><al><vet> Nr.</vet></al></entry><entry><al><vet>BESLUITEN/BEVOEGDHEDEN</vet></al></entry><entry><al><vet>TOELICHTING/VOORWAARDEN</vet></al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>BA01</al></entry><entry><al>Besluiten in bestuursrechtelijke procedures betreffende :</al><lijst><li nr="•"><al>het maken van bezwaar;</al></li><li nr="•"><al>het vragen van een voorlopige voorziening; </al></li><li nr="•"><al>het instellen van (al dan niet incidenteel), beroep of hoger beroep;</al></li><li nr="•"><al>het verzoeken om als partij in een procedure te worden aangemerkt;</al></li><li nr="•"><al>het voeren van verweer indien wijziging wordt bepleit van een in bestuurlijk mandaat, ambtelijk mandaat of in mandaat door de directeur van een omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende genomen besluit.</al></li></lijst><al>Besluiten in civielrechtelijke procedures, waarbij het financiële belang onbepaald of onbekend is, dan wel € 50.000,- of meer bedraagt en andere procedures, ongeacht het financiële belang:</al><lijst><li nr="•"><al>het starten van een procedure; </al></li><li nr="•"><al>het voeren van verweer;</al></li><li nr="•"><al>het instellen van (al dan niet incidenteel) beroep, hoger beroep en cassatie;</al></li><li nr="•"><al>het beëindigen van een procedure waartoe met behulp van BA01 is besloten, al dan niet behulp van een vaststellingsovereenkomst.</al></li></lijst><al>Alle besluiten en proceshandelingen in het kader van onteigeningsprocedures, ongeacht het financiële belang. </al></entry><entry><al>Van het mandaat is uitgezonderd, het instellen van beroep ten aanzien van verkeersboetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften of het instellen van hoger beroep in zaken waarop in mandaat is beslist binnen een omgevingsdienst.</al><al/><al>Zie ook ADMR03</al></entry></row><row><entry><al>BA01a</al></entry><entry><al>Besluiten inzake buitengerechtelijke geschillen, waarbij het financiële belang onbepaald of onbekend is, dan wel € 50.000,- of meer bedraagt, met uitzondering van:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>nadeelcompensatie op grond van de Beleidsregel nadeelcompensatie kabels en leidingen Zuid-Holland 2019;</al></li><li nr="-"><al>nadeelcompensatie op grond van de Beleidsregel nadeelcompensatie stremminghefbrug Boskoop 2019.</al></li><li nr="-"><al>kostenvergoeding van verlegging van kabels en leidingen op grond van de Telecommmunicatiewet;</al></li></lijst></entry><entry><al>Betreft het buiten rechte:</al><lijst><li nr="a."><al>aansprakelijk stellen van degene door wiens rechtmatig of onrechtmatig handelen of toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst de provincie schade heeft geleden;</al></li><li nr="b."><al>erkennen of afwijzen van aansprakelijkheid voor schade van een ander die te wijten zou zijn aan rechtmatig of onrechtmatig handelen van de provincie of een van haar bestuursorganen dan wel aan een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst door de provincie;</al></li><li nr="c."><al>toekennen of afwijzen van schadevergoeding in verband met rechtmatig of onrechtmatig handelen van de provincie of een van haar bestuursorganen dan wel een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst door de provincie; </al></li><li nr="d."><al>treffen van een minnelijke regeling, al dan niet door middel van een vaststellingsovereenkomst, in de onder a t/m c bedoelde gevallen. </al></li></lijst><al>Het gaat om het financiële belang zonder BTW, wettelijke of contractuele rente of (buitengerechtelijke) kosten.</al><al/><al>Zie ook BA01b, AAA24, AAA34, AAA35, ABI28, ABI29</al></entry></row><row><entry><al>BA01b</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent nadeelcompensatie op grond van:</al><lijst><li nr="-"><al>de Beleidsregel nadeelcompensatie kabels en leidingen Zuid-Holland 2019;</al></li><li nr="-"><al>de Beleidsregel nadeelcompensatie stremminghefbrug Boskoop 2019 en</al></li><li nr="-"><al>kostenvergoeding van verlegging van kabels en leidingen op grond van de Telecommunicatiewet, </al></li></lijst><al>een en ander voor zover het een financieel belang betreft van € 1.000.000,- of meer.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BA01c</al></entry><entry><al>Besluiten tot het indienen van bezwaar en het vragen van een voorlopige voorziening met betrekking tot gemeentelijke besluiten tot het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van art. 2.12 lid 1a onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BA02</al></entry><entry><al>Besluiten inzake verkrijgen en vervreemden van onroerende zaken (al dan niet zijnde registergoederen) en inzake het vestigen van (beperkte) zakelijke rechten, waarbij de koopsom inclusief schadeloosstellingen hoe dan ook genaamd of uit hoofde waarvan ook bepaald, meer bedraagt dan € 250.000,--.</al></entry><entry><al>Voor zover passend binnen het beschikbare budget. </al><al/><al>Dit mandaat omvat tevens het verkrijgen en vervreemden van voor de provinciale organisatie bestemde kantoor-/vergaderruimte.</al><al/><al>Zie ook ACOG03 en AFZ01</al></entry></row><row><entry><al>BA04</al></entry><entry><al>Indienen van inspraakreactie of zienswijze in het kader van een openbare voorbereidingsprocedure voor een besluit van een andere overheid. </al></entry><entry><al>Door PS en GS vastgestelde beleidskaders dienen in acht te worden genomen</al></entry></row><row><entry><al>BA04a</al></entry><entry><al>Adviseren aan minister op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BA05</al></entry><entry><al>Besluiten:</al><lijst><li nr="-"><al>omtrent subsidieverlening bij aanvragen van € 125.000,- of meer, met uitzondering van de intrekking op verzoek van de aanvrager;</al></li><li nr="-"><al>omtrent subsidieverlening bij aanvragen van minder dan € 125.000,-, voor zover deze in een voorstel voor besluitvorming worden afgedaan met een andere aanvraag van € 125.000,- of meer;</al></li><li nr="-"><al>omtrent verlening van incidentele subsidies bij aanvragen van € 50.000,- of minder;</al></li><li nr="-"><al>tot weigeren van incidentele subsidies bij aanvragen € 125.000,- of meer;;</al></li><li nr="-"><al>betrekking hebbend op art. 3, vijfde lid, onder b en c, art. 11, derde lid, en art. 26, vierde lid, Asv<cursief>;</cursief></al></li><li nr="-"><al>tot het aangaan van overeenkomsten als bedoeld in art. 4:36 Awb<cursief>,</cursief> voor zover die uitvoeringsovereenkomst strekt ter uitvoering van een onder dit mandaat verleende subsidie</al></li></lijst><al>Van dit mandaat zijn uitgezonderd:</al><lijst><li nr="-"><al>besluiten tot het niet terugvorderen van onverschuldigd betaalde bedragen;</al></li><li nr="-"><al>besluiten met gebruikmaking van de hardheidsbepaling van de Asv.</al></li></lijst></entry><entry><al>Het betreft in ieder geval het verlenen, weigeren en intrekken van subsidies </al><al/><al>Zie ook AAA11, AAA11a, BR05 en BS02 </al></entry></row><row><entry><al>BA06</al></entry><entry><al>Besluiten:</al><lijst><li nr="-"><al>tot aanbesteding van nieuwe opdrachten voor levering en diensten met een geraamde waarde van € 215.000,- of meer;</al></li><li nr="-"><al>tot aanbesteding van nieuwe opdrachten voor werken met een geraamde waarde van € 3.000.000,- of meer;</al></li><li nr="-"><al>tot gunning van aanvullende opdrachten voor werken van € 1.000.000,- of meer;</al></li><li nr="-"><al>tot bekrachtiging van voornoemde opdrachten;</al></li><li nr="-"><al>tot gezamenlijke aanbesteding van nieuwe opdrachten voor leveringen, diensten of werken, ongeacht de waarde.</al></li></lijst></entry><entry><al>Alle bedragen zijn exclusief BTW. </al><al/><al>Zie ook AAA16 en AAA18</al></entry></row><row><entry><al>BA08</al></entry><entry><al>Het adviseren over oplegging gedoogplicht (art. 2, zevende lid Belemmeringenwet privaatrecht).</al></entry><entry><al>Zie ABB03</al></entry></row><row><entry><al>BA10</al></entry><entry><al>Besluiten inzake het benoemen, schorsen en ontslaan van:</al><lijst><li nr="-"><al>plaatsvervangend voorzitters en (plaatsvervangende) leden van commissies van advies aan GS en van overige door GS ingestelde commissies</al></li><li nr="-"><al>de (plaatsvervangend) klachtenfunctionaris. </al></li></lijst></entry><entry><al>Het mandaat omvat niet het benoemen van voorzitters van de betreffende commissies,</al></entry></row><row><entry><al>BA12</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent het aanmelden van provinciale steunmaatregelen bij de Europese Commissie en het op verzoek van de Europese Commissie verstrekken van (aanvullende) informatie.</al></entry><entry><al>De feitelijk uitvoerende handeling, te weten de elektronische melding via het Ministerie van BZK, wordt gecoördineerd vanuit de opdracht Compliance en Control.</al></entry></row><row><entry><al>BA13</al></entry><entry><al>Kenbaar maken van een voornemen tot onthouding van goedkeuring of weigering (art. 10:30, Awb).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BA14</al></entry><entry><al>Indeplaatsstelling op basis van art. 124 van de Gemeentewet en het algemeen beleidskader indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 23 augustus 2011 (en de aanvullende beleidskaders voor Huisvesting voor verblijfsgerechtigden en Archief). </al><al>Het mandaat omvat fase 3 (actief toezicht) van de interventieladder van het genoemde algemene beleidskader.</al></entry><entry><al>Zie ook AAA41</al></entry></row><row><entry><al>BA15</al></entry><entry><al>Mededeling aan de minister van gemeentelijke besluiten die voor vernietiging in aanmerking komen op grond van artikel 273a van de Gemeentewet.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BC01</al></entry><entry><al>Besluiten tot het aantrekken van leningen bij een financiële instelling of een publiekrechtelijk lichaam die voldoen aan de Wet Fido. </al></entry><entry><al>Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>&gt; € 100 mln;</al></li><li nr="b."><al>looptijd &gt; 3 mnd.</al></li></lijst><al>Zie ook ACF01</al></entry></row><row><entry><al>BC02</al></entry><entry><al>Informatieverstrekking voor derden op grond van hoofdstuk VII Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BC03</al></entry><entry><al>Besluiten tot het houden van een hoorzitting alsmede de besluitvorming op basis van die hoorzitting (onder andere advies aan minister) ex titel VII van de Onteigeningswet .</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BC04</al></entry><entry><al>Besluiten tot de goedkeuring van rechtshandelingen tot verkrijging van openbare goederen (art. 43, lid 3, Boek 3, Burgerlijk Wetboek) en/of tot ontheffing van verboden handelingen door bestuurders en/of overheidsfunctionarissen (art. 15, lid 2, 41c, lid 1, 81h, 81m, 91, 101, 106, 107d, Gemeentewet en art. 20 en 62 Wgr).</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry><al>BC08</al></entry><entry><al>Besluiten en berichtgeving aan andere overheden over de uitvoering van Single Information Single Audit.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BC09</al></entry><entry><al>Besluiten als deelnemer in een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het bepalen van een standpunt op basis waarvan de vertegenwoordiger van Gedeputeerde Staten een stem kan uitbrengen in het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling ;</al></li><li nr="-"><al>het bepalen van een standpunt op basis waarvan de vertegenwoordiger van de provincie een stem kan uitbrengen in de algemene vergadering van een vereniging, naamloze vennootschap of besloten vennootschap.</al></li><li nr="-"><al>het aangaan van overeenkomsten en het verrichten van overige privaatrechtelijke rechtshandelingen in het kader van de deelname aan verbonden partijen. </al></li></lijst></entry><entry><al>Het mandaat tot het aangaan van overeenkomsten en het verrichten van overige privaatrechtelijke rechtshandelingen omvat tevens het bepalen van een standpunt dienaangaande.</al></entry></row><row><entry><al>BM01</al></entry><entry><al>Vrijstelling verlenen van een regel in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling </al><al>of grenswaarde voor geluid vervangen door een andere grenswaarde (art. 8.46, lid 1, Wet luchtvaart).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BM02</al></entry><entry><al>Besluiten inzake subsidieverstrekking voor de sanering van bodemverontreiniging van bedrijfsterreinen zoals bedoeld in het Besluit financiële bepalingen bodemsanering, hfdst. 3, par. 2 t/m 4 juncto het Delegatiebesluit subsidie bodemsanering bedrijfsterreinen, waarbij meer dan € 100.000,= is gevraagd. </al></entry><entry><lijst><li nr="-"><al>Omvat mede het niet in behandeling nemen van subsidieaanvragen voor de sanering van bodemverontreiniging van bedrijfsterreinen (art. 4:5 en 4:6 Awb).</al></li><li nr="-"><al>Omvat <vet>niet</vet> besluiten tot niet terugvorderen van onverschuldigd betaalde bedragen.</al></li><li nr="-"><al>Omvat <vet>niet </vet>wijziging van de uitvoeringstermijn, verlenging van de beslistermijn, vaststelling van subsidie en wijzigingen van ondergeschikt belang (zie hiervoor het aan de directeuren van de omgevingsdiensten verleende mandaat RBS13A).</al></li></lijst></entry></row><row><entry><al>BR05</al></entry><entry><al>Besluiten tot het aangaan van overeenkomsten als bedoeld in art. 5, tweede lid, van de Verordening Investeringsbudget stedelijke vernieuwing Zuid-Holland 2010-2014, met uitzondering van besluiten tot het niet terugvorderen van onverschuldigd betaalde bedragen. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>BP01</al></entry><entry><al>Besluiten met betrekking tot de halfjaarlijkse voortgangsrapportages aan de minister van Economische Zaken, Landbouw &amp; Innovatie in het kader van de uitvoering van de planologische kernbeslissing PMR en de Uitwerkingsovereenkomst PMR/750ha.</al></entry><entry><al>Indien en voor zover de gemeente Rotterdam en de Stadsregio Rotterdam met de rapportage hebben ingestemd.</al></entry></row><row><entry><al>BV01</al></entry><entry><al>Besluiten tot onttrekking van een weg, in onderhoud bij provincie of waterschap of waarop het waterschap heeft toe te zien, aan het open­baar verkeer (art. 8 Wegenwet, besluit van provinciale staten van 20 december 1996 tot overdracht van bevoegdheden op het terrein van het wegen- en waterstaatsrecht).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BV02</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overdracht en overname beheer, onderhoud en eigendom van wegen en kunstwerken van en naar de provincie op grond van de Wegenwet, Waterstaatswet en Waterschapswet indien met de transactie een bedrag van € 250.000,00 of meer gemoeid is.</al></entry><entry><al>Zie ABI20</al></entry></row><row><entry><al>BV03</al></entry><entry><al>Besluiten tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het ambtshalve ten nadele van de vergunninghouder wijzigen van een op basis van de artikelen 3.19 tot en met 3.24 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland verleende vergunning, of van de aan een zodanige vergunning gestelde voorwaarden (artikelen 3.5 en 6.41 Omgevingsverordening Zuid-Holland);</al></li><li nr="b."><al>het ambtshalve geheel of gedeeltelijk intrekken van een op basis van de artikelen 3.19 tot en met 3.24 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland verleende vergunning (artikelen 3.6, 6.42 en 9.1 Omgevingsverordening Zuid-Holland),</al></li></lijst><al>een en ander in gevallen waarin de aan de vergunning verbonden voorschriften niet of niet behoorlijk zijn nageleefd.</al></entry><entry><al>Zie ABI01</al></entry></row><row><entry><al>BV07</al></entry><entry><al>Besluiten tot aanwijzing van consumentenorganisaties in de zin van de Wp 2000. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>BV10</al></entry><entry><al>Het vaststellen van de veertarieven voor veren die conform art. 9, lid 3, Verenwet een verbinding vormen tussen provinciale wegen. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>BV11</al></entry><entry><al>Besluiten tot het gunnen van concessies openbaar vervoer als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000, of tot het aangaan van vervoersovereenkomsten als bedoeld in art. 6 en 7 van het Besluit personenvervoer 2000.</al><al>. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>BV12 </al></entry><entry><al>Besluiten tot het wijzigen van de voorwaarden in, en het verrichten van rechtshandelingen in verband met of voortvloeiend uit een concessie openbaar vervoer als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 of een vervoersovereenkomst als bedoeld in .art.6 en 7 van het Besluit personenvervoer 2000. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>BV12a</al></entry><entry><al>Besluiten tot het opleggen van een boete aan een concessiehouder op grond van art. 32 Wet Personenvervoer 2000, die openbaar vervoer verricht op grond van art. 20, lid 2 en lid 3, of aan de vervoerder die voor een ieder openstaand personenvervoer verricht krachtens een vervoersovereenkomst als bedoeld in art. 6 en 7 van het Besluit Personenvervoer 2000, een en ander tot een maximum van € 250.000 per tekortkoming bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften in de concessie of de vervoersovereenkomst.</al></entry><entry><al>Het opleggen van de boete moet mogelijk zijn op grond van de concessievoorwaarden dan wel vervoerovereenkomst.</al></entry></row><row><entry><al>BV13</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent planschadeovereenkomsten waarbij het financiële belang onbepaald of onbekend is, dan wel een geraamde waarde heeft hoger dan 1.000.000,- waarbij planschade is gedefinieerd zoals bedoeld in art. 6.1 Wro.</al></entry><entry><al>Zie AAA42 en AAA43.</al></entry></row><row><entry><al>BV14</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overeenkomsten in de verkenning- en planstudie- of realisatiefase met andere overheden in het kader van de aanleg, reconstructie en onderhoud van infrastructurele provinciale werken waarvan de omvang onbepaald of onbekend is, dan wel een geraamde waarde heeft hoger dan € 1.000.000,-. </al></entry><entry><al>Deze overeenkomsten moeten passen binnen het vigerend provinciaal ruimtelijk kader en mogen geen betrekking hebben op het verstrekken van subsidies </al><al>(Zie ook AV09 en AV10)</al></entry></row><row><entry><al>BV15</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overeenkomsten met anderen inzake opdrachtverlening ten behoeve van aanleg, reconstructie en onderhoud van provinciale wegen of vaarwegen, met een geraamde waarde van meer dan € 200.000,- doch niet meer dan € 5.000.000,-.</al></entry><entry><al>Dit ziet op het meenemen van werkzaamheden van de provincie of van een andere overheid of van een derde in één opdracht en heeft geen betrekking op bevoegdheden met betrekking tot regelgeving op het gebied van aanbesteding. </al><al/><al>De genoemde waarde heeft geen betrekking op de totale waarde van de opdracht, maar op het deel dat de provincie bij een ander neerlegt of het deel van een ander dat de provincie bij haar opdrachtverlening meeneemt. </al><al/><al>Zie ook ABI08</al></entry></row><row><entry><al>BMN01</al></entry><entry><al>Het uitbrengen van het schriftelijk verslag luchtkwaliteit. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>BMN02</al></entry><entry><al>De vaststelling van actieplannen op grond van art. 11.12, eerste lid, Wm. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>BMN03</al></entry><entry><al>Instemmen met aanvragen van rijksbijdragen op basis van de Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027, met uitzondering van aanvragen:</al><lijst><li nr="a."><al>die enige financiële betrokkenheid van Provincie Zuid-Holland vergen;</al></li><li nr="b."><al>waarin de Provincie Zuid-Holland met betrekking tot de betreffende aanvraag de rol van kassier wordt toegekend;</al></li><li nr="c."><al>waarvoor onvoldoende bestuurlijk draagvlak bestaat, als bedoeld in de toelichting bij de Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027;</al></li><li nr="d."><al>die niet voldoende aan de minimale vereisten van de aanvraag, zoals gesteld in de Tijdelijke im- pulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 en het daarbij behorende indieningsformat.</al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>BB01</al></entry><entry><lijst><li nr="-"><al>Besluiten inzake het benoemen, schorsen, ontslaan en voordragen van leden en plaatsvervangende leden in de besturen, programmabepalende organen en de Raad van Commissarissen van RTV West en RTV Rijnmond, alsmede in de besturen van stichtingen voor het in stand houden van molens krachtens de statuten.</al></li><li nr="-"><al>Besluiten omtrent goedkeuring van statuten. </al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>BB02</al></entry><entry><al>Uitbrengen verslag aan Minister van BZK en de raad voor de financiële verhoudingen over de financiële situatie van gemeenten met een aan­vullende uitkering (art. 20 Besluit Financiële Verhouding 2001).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BB03</al></entry><entry><al>Uitbrengen advies aan Ministers van BZK en Financiën en de raad voor de financiële verhoudingen over het inspectierapport van het Ministerie van BZK met betrekking tot art. 12-gemeenten (Handleiding art. 12 Financiële verhoudingswet).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BB04</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de voor burgemeester en wethou­ders en voor raads- en commissieleden geldende rechtspositiebesluiten met betrekking tot opclassificatie en ver­hoging tijdsbestedingsnorm wethouders, alsmede het beoordelen van besluiten op basis van art. 44, lid 5, Gemeentewet. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>BB05</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent het onder preventief toezicht plaatsen van gemeenten (art. 203 Gemeentewet en art. 21 Wet Arhi), alsmede het goedkeuren van begrotingen van gemeenten die om financiële redenen onder preventief toezicht zijn geplaatst (art. 203 Gemeentewet).</al></entry><entry><al>Omvat mede het opheffen van preventieve onder toezichtstelling van gemeenten. </al></entry></row><row><entry><al>BB06</al></entry><entry><al>Instellen van een onderzoek naar het beheer en de inrichting van de financiële administratie (art. 215 Gemeentewet).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BB07</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van art. 4, lid 2 en 3, Wet Fido:</al><lijst><li nr="a."><al>geven aanwijzing om een aangepast plan in te zenden</al></li><li nr="b."><al>goedkeuring kwartaalrapportage en plan.</al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>BB08</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van art. 6, lid 2 en 3, Wet Fido:</al><lijst><li nr="a."><al>geven aanwijzing om maatregelen te nemen om het renterisico op het begrotingstotaal te verminderen</al></li><li nr="b."><al>goedkeuring plan.</al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>BB09</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent het onder preventief toezicht plaatsen van gemeenschappelijke rege­lingen (art. 203, Gemeentewet en art. 33, Wgr<cursief>)</cursief>, alsmede het goedkeuren van begrotingen van gemeenschappelijke regelingen die om een andere reden dan termijnoverschrijding onder preventief toezicht zijn geplaatst (art. 203 Gemeentewet en art. 33, Wgr). </al></entry><entry><al>Omvat mede het opheffen van preventieve onder toezichtstelling van gemeenschappelijke regelingen.</al></entry></row><row><entry><al>BB10</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van art. 2, lid 2, de art. en 54 tot en met 56, art. 57, lid 2, en art. 61, lid 1, Wet Arhi.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BG02</al></entry><entry><al>Besluiten tot het vaststellen van collectieve beheerplannen (art. 9.2 Subsidieregeling Natuur- en landschapsbeheer Zuid-Holland).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BG05</al></entry><entry><al>Besluiten ter uitvoering van de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013: </al><lijst><li nr="-"><al>het vaststellen van de omvang en aard van de compensatieverplichting;</al></li><li nr="-"><al>het instemmen met het compensatieplan;</al></li><li nr="-"><al>het vaststellen of de compensatie conform het plan is uitgevoerd;</al></li><li nr="-"><al>instemmen met de financiële afkoop van het restant van de compensatieplicht;</al></li><li nr="-"><al>besluiten aangaande de realisatie van natuurcompensatie;</al></li></lijst><al>voor zover het financiële belang van de compensatie meer bedraagt dan </al><al>€ 200.000,00.</al></entry><entry><al>Zie ook AG16</al></entry></row><row><entry><al>BG06</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent vergoeding van de inrichtings- en beheerkosten van € 250.000,- of meer, samenhangend met de verkoop van provinciale natuur- en recreatiegebieden.</al></entry><entry><al>Zie ook AG20</al></entry></row><row><entry><al>BW01</al></entry><entry><al>Besluiten tot goedkeuring van projectplannen waarop paragraaf 2 van hoofdstuk 5 van de Waterwet van toepassing is en waartegen zienswijzen zijn ingediend (art. 5.7, lid 1, Waterwet), alsmede besluiten op grond van art. 5.7, lid 2, Waterwet bij interprovinciale waterstaatswerken.</al></entry><entry><al>Zie AW01</al></entry></row><row><entry><al>BW02</al></entry><entry><al>Besluiten op verzoeken tot uitstel en ontheffing zorgplicht afvalwater, voor zover niet in overeenstemming met het geldende provinciale beleid (art. 10.33, lid 3, Wm).</al></entry><entry><al>Zie AW10</al></entry></row><row><entry><al>BW04</al></entry><entry><al>Vaststellen van draaiboeken met betrekking tot uitvoering handhavings­beleid</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BW05</al></entry><entry><al>Besluiten tot inwerkingtreding van besluiten van PS, die aan GS zijn gedelegeerd, alsmede van besluiten van GS. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>BW06</al></entry><entry><al>Benoeming en ontslag van de leden van de Coördinatie Commissie Dijkverzwaring en het Provinciaal Overlegorgaan voor de kust en de Adviescommissie Schade Grondwater.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BW08</al></entry><entry><al>Besluiten met betrekking tot de voorbereiding en standpuntbepaling omtrent de wijziging van een reglement van een waterschap , voor zover het een wijziging van beperkte strekking betreft, alsmede bij interprovinciale waterschappen het besluit tot het instellen van een gemeenschappelijke commissie welke is belast met de voorbereiding van de reglementswijziging (art. 3 en art. 6, Waterschapswet).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BW09</al></entry><entry><al>Het verlenen van ontheffing van het verbod voor leden van het algemeen bestuur van een waterschap tot het aangaan van bepaalde overeenkomsten genoemd in art. 33, tweede lid , aanhef en onderdeel d, van de Waterschapswet.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BW10</al></entry><entry><al>Het jaarlijks vastleggen van de zwemwaterfunctie en de zwemwaterlocaties in oppervlaktewater (art. 4.12, derde lid, Waterbesluit en art. 10b Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>BS01</al></entry><entry><al>Uitwerking van een eerder al door GS en/of PS vastgesteld beleidskader dan wel uitvoeringsprogramma op het terrein van cultuur, jeugd en maatschappelijke participatie, inclusief de nadere uitwerking van besluiten, waarbij de middelen al via de begroting zijn vastgesteld.</al></entry><entry><al>Het betreft <vet>niet</vet> subsidiebesluiten.</al></entry></row><row><entry><al>BS02</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van het besluit van Provinciale Staten van 9 november 2011, gewijzigd bij besluit van 30 januari 2013 (Pb 2013, 16) inzake delegatie overcommitteringsverklaringen Operationeel Programma Kansen voor West, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van regels omtrent het afgeven van overcommitteringsverklaringen;</al></li><li nr="b."><al>besluiten tot het niet terugvorderen van onverschuldigd betaalde bedragen.</al></li></lijst><al>Besluiten in het kader van de Overeenkomst voorfinanciering Kansen voor West, zoals:</al><lijst><li nr="-"><al>besluiten op verzoeken om voorfinanciering (art.3); </al></li><li nr="-"><al>besluiten tot het terugvorderen van wat moet worden terugbetaald aan de provincie (art.4);</al></li><li nr="-"><al>opzegging/ontbinding (art.6);</al></li><li nr="-"><al>het aanhangig maken van een eventueel geschil (art.7).</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie ook BA05 en BR05</al></entry></row><row><entry><al>BBI01</al></entry><entry><al>Besluiten tot:</al><lijst><li nr="-"><al>verlening van een tijdelijke vergunning als bedoeld in artikel 3.23 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland;</al></li><li nr="-"><al>verlening van een tijdelijke ontheffing als bedoeld in artikel 7 van de Scheepvaartverkeerswet,</al></li></lijst><al>een en ander voor schepen welke bedoeld zijn te voorzien in noodopvang van asielzoekers.</al></entry><entry><al>De genoemde vergunningen worden slechts op aanvraag van een gemeente verleend. D bevoegdheid strekt slechts voor zover het tijdelijke vergunningen betreft.</al><al/><al>De te vergunnen ligplaats mag de veiligheid van het scheepvaartverkeer en de instandhouding van de oevers niet nadelig beïnvloeden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Bijlage A</vet><vet>Lijst van afkortingen</vet></al><al/><al><cursief>Arhi</cursief>: Algemene regels herindeling </al><al><cursief>art</cursief>.: artikel</al><al><cursief>Asv</cursief>: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013</al><al><cursief>Awb</cursief>: Algemene wet bestuursrecht </al><al><cursief>Bp</cursief><cursief> 2000</cursief>: Besluit personenvervoer 2000 </al><al><cursief>BZK</cursief>: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksaangelegenheden</al><al><cursief>Fido</cursief>: Financiering decentrale overheden </al><al><cursief>GS</cursief>: Gedeputeerde Staten</al><al><cursief>Plv</cursief>.: plaatsvervangend</al><al><cursief>PMR</cursief>: Project Mainportontwikkeling Rotterdam</al><al><cursief>PS</cursief>: Provinciale Staten</al><al><cursief>Wgr</cursief>: Wet gemeenschappelijke regelingen </al><al><cursief>Wm</cursief>: Wet milieubeheer</al><al><cursief>Wro</cursief>: Wet ruimtelijke ordening</al><al/><al><vet>Bijlage B</vet><vet>Verklarende woordenlijst</vet></al><al/><al>Dienst: verrichten van werkzaamheden, al dan niet leidend tot een product, inclusief eventuele levering van producten en/of uitvoering van werken met een waarde die lager dan wel bijkomstig is ten opzichte van de te verrichten diensten. Diensten kunnen worden onderscheiden in II-A diensten en B-diensten, afhankelijk van de aard van de opdracht.</al><al/><al>Levering: aankoop, leasing, huur of huurkoop met of zonder koopoptie, van producten inclusief eventuele montage en installatie daarvan, waarbij de waarde van de montage en installatie bijkomstig is ten opzichte van de te leveren producten.</al><al/><al>Werk: product van het geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen. </al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Mandaatlijst, behorende bij artikel 2, derde lid van het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland</titel></kop><al/><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><thead><row><entry><al><vet>Mandaat Nr.</vet></al></entry><entry><al><vet>BESLUITEN/BEVOEGDHEDEN</vet></al></entry><entry><al><vet>REIKWIJDTE/VOORWAARDEN</vet></al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>RM01</al></entry><entry><al>Beslissing op bezwaarschrift op grond van de Algemene wet bestuursrecht.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>RM02</al></entry><entry><al>Besluiten inzake rechtspositionele aangelegenheden anders dan opgenomen in de lijst bestuurlijk mandaat. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>RM03</al></entry><entry><al>Beantwoorden van schriftelijke statenvragen ex artikel 49 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten van Zuid-Holland, e.a.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>RM04</al></entry><entry><al>Besluiten in het kader van het uitoefenen van toezicht op de waterschappen.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>RM05</al></entry><entry><al>Het indienen van reacties en zienswijzen bij het Rijk met betrekking tot Rijksvoornemens, plannen en wetsvoorstellen. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>RM06</al></entry><entry><al>Besluiten en proceshandelingen in het kader van bestuursrechtelijke, civielrechtelijke of andere procedures, te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>in bestuursrechtelijke procedures, niet zijnde bestuursrechtelijke procedures in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) of hoger beroep in zaken waarop in mandaat is beslist binnen een omgevingsdienst (ADMR03):</al><lijst><li nr="•"><al>het maken van bezwaar, </al></li><li nr="•"><al>het vragen van een voorlopige voorziening, </al></li><li nr="•"><al>het instellen van (hoger) beroep en rechtstreeks beroep,</al></li><li nr="•"><al>het voeren van verweer in gevallen waarin wijziging wordt bepleit van een in bestuurlijk mandaat, ambtelijk mandaat of in mandaat door de directeur van een omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende genomen besluit;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>in civielrechtelijke procedures, waarbij het financiële belang onbepaald of onbekend is, dan wel € 50.000,- of meer bedraagt en in andere procedures, ongeacht het financiële belang:</al><lijst><li nr="•"><al>het starten van een procedure,</al></li><li nr="•"><al>het voeren van verweer,</al></li><li nr="•"><al>het instellen van beroep, hoger beroep en cassatie,</al></li><li nr="•"><al>het beëindigen van een procedure waartoe door gedeputeerde Staten is besloten, al dan niet behulp van een vaststellingsovereenkomst;</al></li></lijst></li></lijst></entry><entry><al>Onder civielrechtelijke procedures zijn, naast gerechtelijke procedures, ook arbitragezaken en bindend-adviesprocedures te begrijpen.</al><al/><al>Onder “andere procedures” vallen onder andere belastingprocedures, strafrechtelijke procedures.</al><al/><al>Het financiële belang van een procedure wordt berekend zonder BTW, wettelijke of contractuele rente en (buitengerechtelijke) kosten.</al><al/><al>Het mandaat ziet tevens op procedures van Gedeputeerde Staten, die zij op grond van art. 158 Provinciewet namens Provinciale Staten voeren.</al></entry></row><row><entry><al>RM07</al></entry><entry><al>Besluiten op bezwaarschriften op grond van de Awb conform advies Awb-bezwarencommissie (art. 7:11 Awb), indien het primaire besluit is genomen door de provinciesecretaris, de directeur DBI, de directeur van een omgevingsdienst of de directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.</al></entry><entry/></row></tbody></tgroup></table><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel>Mandaatlijst behorende bij artikel 6, eerste lid van het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland </titel></kop><al/><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><thead><row><entry><al><vet>Mandaat Nr.</vet></al></entry><entry><al><vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet></al></entry><entry><al><vet>VOORWAARDEN/TOELICHTING</vet></al></entry></row></thead><tbody><row><entry/><entry><al><vet>Specifieke (personele) aangelegenheden</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>APS01</al></entry><entry><al>Alle besluiten gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector en de overige rechtspositionele regelingen, mede gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector ten aanzien van medewerkers van de provincie Zuid-Holland, niet zijnde de Concerndirecteur, inzake:</al><lijst><li nr="-"><al>buitendienststelling (art. 8.2.4 CAO)</al></li><li nr="-"><al>tuchtrecht en disciplinaire maatregelen</al></li><li nr="-"><al>opzegging arbeidsovereenkomst wegens dringende reden (art. 10.1.1 sub d CAO)</al></li><li nr="-"><al>ontbinding arbeidsovereenkomst door kantonrechter (art. 10.1.1 sub e CAO)</al></li><li nr="-"><al>geen salaris(toelagen) en IKB over periode opzettelijk nalaten werk uit te voeren</al></li><li nr="-"><al>het niet toekennen van salaris etc., bij opzettelijk nalaten uitvoeren werkzaamheden.</al></li></lijst></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al><al/><al>Voor zover de genoemde bevoegdheden de concerndirecteur betreffen, worden deze door Gedeputeerde Staten zelf uitgeoefend.</al></entry></row><row><entry><al>APS02</al></entry><entry><al>Alle besluiten gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector en de overige rechtspositionele regelingen, mede gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector ten aanzien van een Domeindirecteur, een Directeur mens en organisatie, een Programmadirecteur, de Directeur compliance en control of de Concerncontroller, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="-"><al>buitendienststelling (art. 8.2.4 CAO)</al></li><li nr="-"><al>tuchtrecht en disciplinaire maatregelen</al></li><li nr="-"><al>opzegging arbeidsovereenkomst wegens dringende reden (art. 10.1.1 sub d CAO)</al></li><li nr="-"><al>ontbinding arbeidsovereenkomst door kantonrechter (art. 10.1.1 sub e CAO)</al></li><li nr="-"><al>geen salaris(toelagen) en IKB over periode opzettelijk nalaten werk uit te voeren</al></li><li nr="-"><al>het niet toekennen van salaris etc., bij opzettelijk nalaten uitvoeren werkzaamheden.</al></li></lijst></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de Concerndirecteur.</al><al/><al>De uitgezonderde bevoegdheden worden door de provinciesecretaris uitgeoefend.</al><al/><al>Zie APS01.</al></entry></row><row><entry><al>APS03</al></entry><entry><al>Alle besluiten gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector en de overige rechtspositionele regelingen, mede gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector, ten aanzien van de Concerndirecteur, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>sluiten van arbeidsovereenkomst (hoofdstuk 3 CAO).</al></li><li nr="-"><al>inschaling (artt. 4.2.1 t/m 4.2.4 CAO) en salaristoelagen (§ 4.3 CAO).</al></li><li nr="-"><al>wijziging arbeidsovereenkomst i.g.v. andere functie/werkzaamheden of wijziging omvang (hoofdstuk 7 CAO).</al></li><li nr="-"><al>andere functie i.v.m. re-integratie bij ziekte (art. 8.4.3. lid 2 CAO).</al></li><li nr="-"><al>driefasenmodel (§ 9.1 CAO).</al></li><li nr="-"><al>einde arbeidsovereenkomst (hoofdstuk 10 CAO) en eventuele daarmee samenhangende uitkeringen op basis van § 10.4 t/m § 10.7 CAO.</al></li><li nr="-"><al>tuchtrecht en disciplinaire maatregelen.</al></li><li nr="-"><al>buitendienststelling (art. 8.2.4 CAO).</al></li><li nr="-"><al>geen salaris(toelagen) en IKB over periode opzettelijk nalaten werk uit te voeren. </al></li></lijst></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al><al/><al>De uitgezonderde bevoegdheden worden door Gedeputeerde Staten zelf uitgeoefend.</al></entry></row><row><entry><al>APS04</al></entry><entry><al>Besluiten tot aanwijzen van collectieve vrije dagen (gehoord Directieteam).</al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al></entry></row><row><entry><al>APS05</al></entry><entry><al>Besluiten met betrekking tot de Basisregistratie Personen (BRP) zoals die is opgenomen in de gemeentelijke basisadministratievoorziening (GBA).</al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al></entry></row><row><entry><al>APS06</al></entry><entry><al>Afgeven van verklaringen betreffende het uitoefenen van werkzaamheden in dienst van PZH.</al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al></entry></row><row><entry><al>APS07</al></entry><entry><al>Besluiten gebaseerd op de hardheids-/kapstokbepalingen van de geldende CAO voor de provinciale sectoren de overige regelingen, mede gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector. </al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd. </al></entry></row><row><entry><al>APS08</al></entry><entry><al>Besluiten gebaseerd op de Regeling melden vermoedens van misstanden.</al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al></entry></row><row><entry><al>APS09</al></entry><entry><al>Alle besluiten betreffende bedrijfshulpverleners (BHV-ers)</al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al></entry></row><row><entry><al>APS10</al></entry><entry><al>Het in bijzondere gevallen, zo nodig in overleg met de betreffende Personeelsmanager, treffen van een arrangement/vaststellingsovereenkomst met een medewerker mede in het kader van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.</al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al><al>Zie ook APC07</al></entry></row><row><entry><al>APS11</al></entry><entry><al>Het toewijzen van generieke functies en het aanbrengen van wijzigingen in het functiegebouw en het vaststellen van generieke functiewaarderingen.</al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al></entry></row><row><entry><al>APS12</al></entry><entry><al>Alle besluiten en proceshandelingen in het kader van arbeidsrechtelijke procedures inzake aangelegenheden waarover in mandaat door de Provinciesecretaris is beslist , ongeacht het financieel belang.</al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al><al>Zie AP09</al></entry></row><row><entry><al>APS13</al></entry><entry><al>Alle besluiten gebaseerd op artikel 7:660 Burgerlijk Wetboek (instructierecht).</al></entry><entry><al>Het instructierecht betreft voorschriften omtrent het verrichten van de arbeid of voorschriften met betrekking tot de goede orde in de onderneming.</al><al/><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry><al>APC01</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de Regeling bevordering provinciale sport- en recreatieve activiteiten</al></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de Ambtelijk opdrachtgever die blijkens het opdrachtenregister als bedoeld in artikel 12 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland belast is met de uitvoering van de opdracht waarbinnen deze bevoegdheid wordt behartigd. </al></entry></row><row><entry><al>APC02</al></entry><entry><al>Toekenning pensioenen en (overlijdens)uitkeringen aan (gewezen) leden van GS (Uitkerings- en pensioenverordening staten- en commissieleden)</al></entry><entry><al>Op basis van de Appa en de Verordening rechtspositie gedeputeerden, staten- en commissieleden.</al><al/><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de Ambtelijk opdrachtgever die blijkens het opdrachtenregister als bedoeld in artikel 12 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland belast is met de uitvoering van de opdracht waarbinnen deze bevoegdheid wordt behartigd.</al></entry></row><row><entry><al>APC03</al></entry><entry><al>Verhalen van schade bij ongevallen van provinciale medewerkers bij derden (toepassen Verhaalswet Ongevallen Ambtenaren)</al></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de Ambtelijk opdrachtgever die blijkens het opdrachtenregister als bedoeld in artikel 12 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland belast is met de uitvoering van de opdracht waarbinnen deze bevoegdheid wordt behartigd.</al></entry></row><row><entry><al>APC04</al></entry><entry><al>Besluiten tot het plegen van een inhouding op de bezoldiging, loon­doorbetaling of uitkering alsmede tot het terugvorderen van te veel betaalde bedragen van een medewerker van de provincie Zuid-Holland naar aanleiding van een daaraan ten grondslag liggend besluit of direct voortvloeiend uit een rechtspositionele regeling of besluiten gebaseerd op hoofdstuk 8 van de geldende CAO voor de provinciale sector (Gezondheid en arbeidsomstandigheden) in combinatie met de Wet verbetering poortwachter.</al></entry><entry><al>Met uitzondering van artikel 8.2.4 geldende CAO voor de provinciale sector (Buitendienststelling).</al><al/><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de Ambtelijk opdrachtgever die blijkens het opdrachtenregister als bedoeld in artikel 12 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland belast is met de uitvoering van de opdracht waarbinnen deze bevoegdheid wordt behartigd.</al></entry></row><row><entry><al>APC06</al></entry><entry><al>Besluiten betreffende betalingsverplichtingen in het kader van de employability van <onderstreept>voormalig</onderstreept> medewerkers, voor wie de provincie “eigen risicodrager” is.</al></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de Ambtelijk opdrachtgever die blijkens het opdrachtenregister als bedoeld in artikel 12 van de Regeling opgavengerichte organisatie provincie Zuid-Holland belast is met de uitvoering van de opdracht waarbinnen deze bevoegdheid wordt behartigd.</al></entry></row><row><entry><al>APC07</al></entry><entry><al>Het treffen van een arrangement/ vaststellingsovereenkomst met een medewerker, mede in het kader van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, in verband met langdurige arbeidsongeschikt van een medewerker. </al></entry><entry><al>Zie ook APS10 </al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Algemene personele aangelegenheden</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AP01</al></entry><entry><al>Alle besluiten gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector, ten aanzien van medewerkers van de provincie Zuid-Holland, niet zijnde de concerndirecteur, een Domeindirecteur, een Directeur mens en organisatie, een Programmadirecteur, de Directeur compliance en control of de Concerncontroller, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>kostenvergoeding, ziektekosten bij bedrijfsongeval of beroepsziekte en schadevergoeding (§ 4.1 CAO), inschaling (artt. 4.2.1 t/m 4.2.4 CAO) en salaristoelagen (§ 4.3 CAO).</al></li><li nr="-"><al>wijziging arbeidsovereenkomst i.g.v. andere functie/werkzaamheden of wijziging omvang (hoofdstuk 7 CAO).</al></li><li nr="-"><al>Besluiten inzake arbeidsgezondheidskundige keuringen als bedoeld in artikel 8.2.1 van de CAO.</al></li><li nr="-"><al>andere functie i.v.m. re-integratie bij ziekte (art. 8.4.3. lid 2 CAO).</al></li><li nr="-"><al>buitendienststelling (art. 8.2.4 CAO);</al></li><li nr="-"><al>driefasenmodel (§ 9.1 CAO).</al></li><li nr="-"><al>tuchtrecht en disciplinaire maatregelen. </al></li></lijst></entry><entry><al>Zie ook AP01a en AP02</al></entry></row><row><entry><al>AP01a</al></entry><entry><al>Besluiten gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector ten aanzien met medewerkers van de provincie Zuid-Holland, niet zijnde de concerndirecteur tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het sluiten van een arbeidsovereenkomst (Hoofdstuk 3 CAO);</al></li><li nr="-"><al>beëindigen van een arbeidsovereenkomst (hoofdstuk 10 CAO, m.u.v. art. 10.1.1 sub d en e).</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie APS03</al></entry></row><row><entry><al>AP02</al></entry><entry><al>Alle besluiten gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector, ten aanzien van medewerkers van de provincie Zuid-Holland niet zijnde de concerndirecteur, een Domeindirecteur, een Directeur mens en organisatie, een Programmadirecteur, de Directeur compliance en control of de Concerncontroller,</al><al>betreffende:</al><lijst><li nr="-"><al>kostenvergoeding, ziektekosten bij bedrijfsongeval of beroepsziekte en schadevergoeding (§ 4.1 CAO). </al></li><li nr="-"><al>inschaling (artt. 4.2.1 t/m 4.2.4 CAO) en salaristoelagen (§ 4.3 CAO).</al></li><li nr="-"><al>wijziging arbeidsovereenkomst i.g.v. andere functie/werkzaamheden of wijziging omvang (hoofdstuk 7 CAO).</al></li><li nr="-"><al>andere functie i.v.m. re-integratie bij ziekte (art. 8.4.3. lid 2 CAO).</al></li><li nr="-"><al>driefasenmodel (§ 9.1 CAO).</al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>AP02a</al></entry><entry><al>Het aangaan van stageovereenkomsten en vrijwilligersovereenkomsten, waarbij de</al><al>vrijwilliger zich verplicht, anders dan op grond van</al><al>een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, voor</al><al>de PZH werkzaamheden te verrichten.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AP03</al></entry><entry><al>Besluiten gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector ten aanzien van een Personeelsmanager met uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>buitendienststelling (art. 8.2.4 CAO)</al></li><li nr="-"><al>tuchtrecht en disciplinaire maatregelen</al></li><li nr="-"><al>opzegging arbeidsovereenkomst wegens dringende reden (art. 10.1.1 sub d CAO)</al></li><li nr="-"><al>ontbinding arbeidsovereenkomst door kantonrechter (art. 10.1.1 sub e CAO)</al></li><li nr="-"><al>het niet toekennen van salaris etc., bij opzettelijk nalaten uitvoeren werkzaamheden.</al></li></lijst></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan Directeuren mens en organisatie.</al><al/><al>De uitgezonderde bevoegdheden kunnen uitsluitend door de Provinciesecretaris in mandaat worden uitgeoefend.</al><al/><al>Zie APS01</al></entry></row><row><entry><al>AP04</al></entry><entry><al>Besluiten gebaseerd op de overige rechtspositionele regelingen, mede gebaseerd op de geldende CAO voor de provinciale sector.</al></entry><entry><al>Ondermandaat kan worden verleend aan, en wordt uitgeoefend door de functionaris die ten aanzien van de medewerker die het aangaat de functie van directe personeelsleidinggevende vervult. </al><al/><al>Zie APS07 t.a.v. hardheids-/kapstokbepalingen.</al><al/><al> Besluiten inhoudende toestemming tot het maken van een buitenlandse dienstreis op grond van artikel 9, lid 1 worden opgenomen in een centraal register.</al></entry></row><row><entry><al>AP07</al></entry><entry><al>Besluiten inzake een detacheringsovereenkomst vanuit de PZH naar een andere organisatie en vice versa.</al></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan Directeuren mens en organisatie.</al></entry></row><row><entry><al>AP08</al></entry><entry><al>Besluiten tot aanwijzen van een onbezoldigd provincieambtenaar zoals bedoeld in artikel 227a, tweede lid, onderdelen b, c, d en e, van de Provinciewet, alsmede van een onbezoldigd provincieambtenaar die toezichthouder is met of zonder opsporingsbevoegdheid.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AP09</al></entry><entry><al>Alle besluiten en proceshandelingen in het kader van arbeidsrechtelijke procedures inzake de CAO en aanverwante regelingen, ongeacht het financiële belang, met uitzondering van procedures inzake aangelegenheden waarover in mandaat door de Provinciesecretaris is beslist.</al></entry><entry><al>Zie ook APS12.</al></entry></row><row><entry><al>AP10</al></entry><entry><al>Besluiten inzake arbeidsgezondheidskundige keuringen als bedoeld in artikel 8.2.1 van de geldende CAO voor de provinciale sector.</al></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan een Personeelsmanagers.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>  </al><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Algemene aangelegenheden</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA01</al></entry><entry><al>Alle besluiten en proceshandelingen in het kader van bestuursrechtelijke, civielrechtelijke of andere procedures, met uitzondering van:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>in bestuursrechtelijke procedures, niet zijnde bestuursrechtelijke procedures in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), of hoger beroep in zaken waarop in mandaat is beslist binnen een omgevingsdienst (ADMR03):</al><lijst><li nr="•"><al>het maken van bezwaar, </al></li><li nr="•"><al>het vragen van een voorlopige voorziening, </al></li><li nr="•"><al>instellen van (al dan niet incidenteel), beroep of hoger beroep,</al></li><li nr="•"><al>het voeren van verweer in gevallen waarin wijziging wordt bepleit van een in bestuurlijk mandaat, ambtelijk mandaat of in mandaat door de directeur van een omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende genomen besluit;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>in civielrechtelijke procedures, waarbij het financiële belang onbepaald of onbekend is, dan wel € 50.000,- of meer bedraagt en in andere procedures, ongeacht het financiële belang:</al><lijst><li nr="•"><al>het starten van een procedure,</al></li><li nr="•"><al>het voeren van verweer,</al></li><li nr="•"><al>het instellen van beroep, hoger beroep en cassatie,</al></li><li nr="•"><al>het beëindigen van een procedure waartoe door gedeputeerde Staten is besloten, al dan niet behulp van een vaststellingsovereenkomst;</al></li></lijst></li></lijst></entry><entry><al>De van het mandaat uitgezonderde besluiten worden genomen door het voltallige college van Gedeputeerde Staten, voor zover niet anders is bepaald.</al><al/><al>Onder civielrechtelijke procedures zijn, naast gerechtelijke procedures, ook arbitragezaken en bindend-adviesprocedures te begrijpen.</al><al/><al>Dit mandaat omvat het instellen van beroep ten aanzien van verkeersboetes, opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).</al><al/><al>Onder “andere procedures” vallen onder andere belastingprocedures, strafrechtelijke procedures.</al><al/><al>In civielrechtelijke procedures met een financieel belang van minder dan € 50.000,-, met uitzondering van de besluiten in procedures als bedoeld in mandaatnummer ACJ01, omvat het mandaat alle besluiten en proceshandelingen in het kader van de bewuste procedure.</al><al/><al>Het mandaat omvat het doen van verzoeken om als partij in een procedure te worden aangemerkt, onder voorwaarde dat deze verzoeken zo spoedig mogelijk nadat zij zijn gedaan aan het college van Gedeputeerde Staten ter kennis worden gebracht.</al><al/><al>Het mandaat omvat het digitaal ondertekenen en indienen (uploaden) van gerechtelijke stukken als bedoeld in art. 8:36d Awb (nieuw). Het betreft alle stukken, ongeacht de vraag welk orgaan ten aanzien van betreffende procedure heeft besloten.</al><al/><al>Het financiële belang van een procedure wordt berekend zonder BTW, wettelijke of contractuele rente en (buitengerechtelijke) kosten.</al><al/><al>Het mandaat ziet tevens op procedures van Gedeputeerde Staten, die zij op grond van art. 158 Provinciewet namens Provinciale Staten voeren.</al><al/><al>In het mandaat zijn besluiten begrepen ten aanzien van verzoeken om toepassing van rechtstreeks beroep op grond van art. 7:1a, Awb. Dit mandaat kan op grond van art. 10:3 Awb niet worden uitgeoefend door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.</al><al/><al>Zie ook AP09, ACJ01 en ADMR03 </al></entry></row><row><entry><al>AAA02</al></entry><entry><al>Besluiten op grond:</al><lijst><li nr="a."><al>art. 4:5 en 4:6, Awb (vereenvoudigde wijze van afdoen en afdoen herhaalde aanvraag);</al></li><li nr="b."><al>art. 4.7 en 4:8, Awb (horen);</al></li><li nr="c."><al>afdeling 4.1.3, Awb (opschorten beslistermijn; besluiten over dwangsommen bij niet tijdig beslissen);</al></li><li nr="d."><al>titel 4.4, Awb (bestuursrechtelijke geldschulden) m.u.v. afdeling 4.4.4, Awb (aanmaning en invordering bij dwangbevel);</al></li><li nr="e."><al>art. 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b, Awb (bestuurlijke lus en tussenuitspraak)</al></li></lijst><al>Besluiten tot toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb.</al></entry><entry><al>Het mandaat voor besluiten op grond van de art. 4:5 en 4:6 van de Awb geldt niet voor subsidies.</al></entry></row><row><entry><al>AAA03</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van afdeling 4.4.4, Awb (aanmaning en invordering bij dwangbevel).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA04</al></entry><entry><al>Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers of externe adviseurs om GS te vertegenwoordigen in gerechtelijke procedures als bedoeld onder AAA01</al></entry><entry><al>N.B. Dit ziet ook op procedures van Gedeputeerde Staten, die zij op grond van art. 158 Provinciewet <onderstreept>namens</onderstreept> Provinciale Staten voeren. </al></entry></row><row><entry><al>AAA05</al></entry><entry><al>Het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken en voor het aangaan en ondertekenen van mediationovereenkomsten;</al><al/><al>Het maken van afspraken en het aangaan en ondertekenen van vaststellingsovereenkomsten naar aanleiding van mediationgesprekken.</al></entry><entry><al>Vaststellingsovereenkomsten als resultaat van mediationgesprekken mogen alleen in ambtelijk mandaat worden aangegaan en ondertekend, indien het conflict zijn oorsprong vindt in een op ambtelijk niveau in mandaat genomen besluit.</al></entry></row><row><entry><al>AAA06</al></entry><entry><al>Beslissingen op bezwaarschriften op grond van de Awb conform advies Awb-bezwarencommissie (art. 7:11, Awb), indien het primaire besluit in ambtelijk mandaat is genomen </al><al/><al>Het mandaat omvat mede:</al><lijst><li nr="-"><al>rechtspositionele besluiten als bestreden besluit, met uitzondering van de vaststelling van een beoordeling van een medewerker;</al></li><li nr="-"><al>besluiten in het kader van de voorbereiding, zoals toepassing van art. 2:2 (weigeren raadsman of vertegenwoordiger), en 7:10 (verdagen beslistermijn), Awb.</al></li></lijst></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan Programmadirecteuren en Ambtelijk opdrachtgevers.</al><al/><al>Indien het primaire besluit is genomen door een Ambtelijk opdrachtnemer, wordt dit mandaat in ondermandaat uitgeoefend door de Ambtelijk opdrachtgever van de betreffende Ambtelijk opdrachtnemer. </al><al>Indien het primaire besluit is genomen door een Ambtelijk opdrachtgever, wordt de beslissing op het bezwaarschrift in mandaat genomen door de Provinciesecretaris, of wordt het besluit voorgelegd aan het voltallige college.</al><al/><al>Het mandaat betreft uitsluitend beslissingen op bezwaar <onderstreept>conform</onderstreept> advies van de Awb-bezwarencommissie. Beslissingen <onderstreept>contrair</onderstreept> aan het advies van de Awb-bezwarencommissie kunnen uitsluitend door het college worden genomen. </al><al/><al>Voorbereidende handelingen vinden (mede) plaats door het secretariaat van de bezwarencommissie. </al></entry></row><row><entry><al>AAA07</al></entry><entry><al>Het afdoen van klachten al dan niet op basis van een advies van de klachtenfunctionaris.</al></entry><entry><al>Het mandaat strekt voor zover het een onder de verantwoordelijkheid van de (onder)mandaathouder vallende aangelegenheid betreft.</al></entry></row><row><entry><al>AAA08</al></entry><entry><al>Het aanwijzen van personen belast met het houden van toezicht en van buitengewone opsporingsambtenaren. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA10</al></entry><entry><al>Het aanvragen en verantwoorden van subsidies op basis van regelingen van andere overheden, zoals het Rijk alsook de Europese Unie, alsmede het aangaan van overeenkomsten in verband met deze subsidies. </al><al/><al>Het middels een letter of support, of op vergelijkbare andere wijze, ondersteunen van subsidieaanvragen van derden op basis van regelingen van andere overheden, voor zover die bijdragen aan door de provincie nagestreefde beleidsdoelen. </al><al/><al>Het mandaat ziet niet op:</al><lijst><li nr="-"><al>Het besluit om als leadpartner (ook wel coördinaten beneficiary of omschrijvingen van gelijke strekking, dan wel penvoerder genoemd) op te treden en daarmee (mede) de verantwoordelijkheid te dragen voor de uitvoering van projecten door derden.</al></li><li nr="-"><al>De aanvraag van een subsidie bij andere overheden zoals het Rijk alsook de Europese Unie die leidt tot het vaststellen door Gedeputeerde Staten van een subsidieregeling teneinde de ontvangen subsidiegelden te kunnen verstrekken.</al></li></lijst></entry><entry><al>De uitgezonderde besluiten blijven voorbehouden aan Gedeputeerde Staten.</al></entry></row><row><entry><al>AAA11</al></entry><entry><al>Alle besluiten omtrent subsidies en ISV welke niet in bestuurlijk mandaat BA05 en BR05 zijn belegd, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>het verlenen van incidentele subsidies als bedoeld in art. 3, vijfde lid, onder a, Asv  van meer dan € 50.000,-;</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>het niet terugvorderen van onverschuldigd betaalde bedragen;</al></li><li nr="-"><al>besluiten met gebruikmaking van de hardheidsclausule van de Asv. </al></li></lijst></entry><entry><al>Het betreft het verlenen, weigeren, intrekken en buiten behandeling laten van aanvragen van subsidies, alsmede, ongeacht het gevraagde bedrag, bevoorschotten, wijzigingen van ondergeschikt belang, wijzigen van de uitvoeringstermijn, wijzigen van de termijn indienen aanvraag subsidievaststelling, terugvorderen onverschuldigd betaald subsidiebedrag, vaststellen van subsidie, het aangaan van een subsidie-uitvoeringsovereenkomst en dergelijke.</al></entry></row><row><entry><al>AAA11a</al></entry><entry><al>Het nemen van besluiten omtrent subsidieverlening op grond van de Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid Holland ten aanzien van aanvragen ten bedrage van € 125.000,- of meer.</al></entry><entry><al>De besluiten worden pas genomen na overleg en afstemming in het portefeuilleoverleg met de betrokken gedeputeerde en deze heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het nemen van de voorgenomen besluiten.</al><al/><al>Het nemen van besluiten op grond van deze regeling ten aanzien van aanvragen ten bedrage van minder dan € 125.000,-, is vervat in mandaat AAA11. </al><al/><al>Zie ook BA05</al></entry></row><row><entry><al>AAA12</al></entry><entry><al>Het aan andere overheden, instellingen of bedrijven vragen van informatie in een politiek-bestuurlijk gevoelige context.</al></entry><entry><lijst><li nr="-"><al>Het betreft bijvoorbeeld het vragen van informatie bij subsidie ontvangende instellingen over eventuele beloningen van bestuurders of functionarissen boven de normen op grond van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de concerndirecteur, de Domeindrecteuren of ambtelijk opdrachtgevers</al></li></lijst></entry></row><row><entry><al>AAA13</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van Titel 5.3 en Titel 5.4, Awb<cursief>, </cursief>(bestuurlijke sancties) met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>het toepassen van spoedeisende bestuursdwang op grond van art. 5:31, Awb juncto 5.17, Wabo;</al></li><li nr="b."><al>besluiten tot invordering van dwangsommen;</al></li><li nr="c."><al>besluiten tot verhaal van kosten bestuursdwang, inclusief het vaststellen van de hoogte van de verschuldigde kosten in verband met het toepassen van bestuursdwang.</al></li></lijst></entry><entry><al>Betreft in ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>het opleggen, intrekken en wijzigen van een bestuurlijke sanctie,</al></li><li nr="-"><al>het afzien van verhaal van de kosten van bestuursdwang, alsmede van de invordering van dwangsommen en andere geldschulden voortvloeiend uit een bestuurlijke sanctie als bedoeld in hoofdstuk 5, Awb.</al></li></lijst><al>Omvat <vet>niet </vet>besluiten tot voorbereidings- en uitvoeringshandelingen (AAA14).</al></entry></row><row><entry><al>AAA14</al></entry><entry><al>Besluiten: </al><lijst><li nr="a."><al>ter voorbereiding en uitvoering van de besluiten als bedoeld in AAA13;</al></li><li nr="b."><al>tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang op grond van art. 5:31, Awbjuncto 5.17, Wabo;</al></li><li nr="c."><al>tot invordering van dwangsommen;</al></li><li nr="d."><al>tot verhaal van kosten bestuursdwang, inclusief het vaststellen van de hoogte van de verschuldigde kosten in verband met het toepassen van bestuursdwang.</al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA15</al></entry><entry><al>Besluiten op verzoeken van derden om bestuursrechtelijk/handhavend op te treden.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA16</al></entry><entry><al>Besluiten tot inkoop en aanbesteding voor zover niet vallend onder BA06, en alle (rechts)handelingen in het kader van een aanbestedingsprocedure. </al></entry><entry><al>Het is toegestaan om bij de binnen dit mandaatnummer in ondermandaat te verlenen bevoegdheden te differentiëren.</al><al/><al>Onder dit mandaat valt niet de afdoening van een klacht in een aanbestedingsprocedure (zie ABIR01). </al><al/><al>Besluiten tot inkoop of aanbesteding van producten, waarbij het noodzakelijk is dat de provincie Zuid-Holland data levert aan de aanbieder van het product, worden eerst genomen na afstemming met vanuit de opdracht Compliance en Control., ten behoeve van de in dat kader eventueel te sluiten data-overeenkomst.</al><al/><al>Opdrachten binnen en raamovereenkomst of DAS, met opdrachtwaarden boven de drempelbedragen als genoemd in BA06 gelden niet als nieuwe opdrachten als bedoeld in BA06, maar als nadere opdrachten waartoe op grond van mandaat AAA16 kan worden besloten.</al><al/><al>Zie ook BA06, en AAA18, AAA46</al></entry></row><row><entry><al>AAA16a</al></entry><entry><al>Besluiten tot inkoop en aanbesteding en alle (rechts)handelingen in het kader van een aanbestedingsprocedure, voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="•"><al>nieuwe opdrachten voor levering en diensten met een geraamde waarde tot € 100.000,-;</al></li><li nr="•"><al>nieuwe opdrachten voor werken met een geraamde waarde tot 1.000.000,-; </al></li><li nr="•"><al>de gunning van aanvullende opdrachten voor werken met een geraamde waarde tot € 300.000,-;</al></li><li nr="•"><al>de bekrachtiging van voornoemde opdrachten;</al></li><li nr="•"><al>alle (rechts)handelingen in het kader van een aanbestedingsprocedure.</al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA18</al></entry><entry><al>Besluiten inzake het verrichten van rechtshandelingen in verband met of voortvloeiend uit een privaatrechtelijke overeenkomst waartoe door of namens GS is besloten. </al><al/><al>Tevens omvat de bevoegdheid het aanwijzen van derden ten behoeve van directievoering. </al></entry><entry><al>Het betreft rechtshandelingen als:</al><lijst><li nr="-"><al>het wijzigen, beëindigen of verlengen van een overeenkomst;</al></li><li nr="-"><al>beroep doen op bepalingen in een overeenkomst, zoals een boetebeding; </al></li><li nr="-"><al>het verlenen van een meerwerkopdracht;</al></li><li nr="-"><al>het goedkeuren van een herziene planning</al></li></lijst><al>voor zover binnen de voorwaarden/grenzen van de overeenkomst.</al><al>Het betreft niet het verrichten van rechtshandelingen in verband met buitengerechtelijke geschillen of procedures (BA01a, AAA01).</al><al/><al>In gevallen waarin dit mandaat in ondermandaat bij een extern aangetrokken opdrachtgever of opdrachtnemer van een klus of opgave berust, is de verlenging van de eigen inhuurovereenkomst van dit mandaat uitgezonderd.</al><al/><al>Zie ook BA06en AAA16. </al></entry></row><row><entry><al>AAA20</al></entry><entry><al>Het verstrekken van opdrachten aan gemeenschappelijke regelingen waarin de provincie deelneemt met uitzondering van Regionale uitvoeringsdiensten.</al></entry><entry><al>Betreft werkzaamheden die behoren tot de taken van de gemeenschappelijke regeling, maar niet zijn meegenomen in het jaarplan van die gemeenschappelijke regeling. </al></entry></row><row><entry><al>AAA21</al></entry><entry><al>Besluiten in het kader van het beheren van een zekerheidstelling (bankgarantie).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA22</al></entry><entry><al>Het aanvragen of laten aanvragen van vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen bij andere overheden in gevallen waarin gedeputeerde Staten bevoegd zijn deze aan te vragen.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA23</al></entry><entry><al>Het verlenen van toestemming tot gebruik van, of het verrichten van werkzaamheden in of aan een provinciaal eigendom, anders dan op basis van huur of pacht. De toestemming kan ook zien op het kappen van bomen. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA24</al></entry><entry><al>Besluiten inzake buitengerechtelijke geschillen waarbij het financiële belang minder bedraagt dan € 50.000,-, met uitzondering van: </al><al/><lijst><li nr="-"><al>nadeelcompensatie op grond van de Regeling nadeelcompensatie kabels en leidingen 2010;</al></li><li nr="-"><al>kostenvergoeding van verlegging van kabels en leidingen op grond van de Telecommunicatiewet ;</al></li><li nr="-"><al>besluiten in verband met onrechtmatig handelen van de provincie of een van haar bestuursorganen zoals opgenomen in ACJ01 en ABI10.</al></li><li nr="-"><al>nadeelcompensatie op grond van de Beleidsregel nadeelcompensatie stremming hefbrug Boskoop 2019;</al></li></lijst></entry><entry><al>Omvat het buiten rechte:</al><lijst><li nr="a."><al>aansprakelijk stellen van degene door wiens rechtmatig of onrechtmatig handelen of toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst de provincie schade heeft geleden;</al></li><li nr="b."><al>erkennen of afwijzen van aansprakelijkheid voor schade van een ander die te wijten zou zijn aan rechtmatig handelen van de provincie of een van haar bestuursorganen dan wel aan een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst door de provincie;</al></li><li nr="c."><al>toekennen of afwijzen van schadevergoeding in verband met rechtmatig handelen van de provincie of een van haar bestuursorganen dan wel een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst door de provincie; </al></li><li nr="d."><al>treffen van een minnelijke regeling, al dan niet door middel van een vaststellingsovereenkomst, in de onder a t/m c bedoelde gevallen.</al></li></lijst><al>Het gaat om het financiële belang zonder BTW, wettelijke of contractuele rente of (buitengerechtelijke) kosten.</al><al/><al>Zie ook BA01a, BA01b, ACJ01, AAA34, AAA35, ABI10, ABI28 &amp; ABI29</al></entry></row><row><entry><al>AAA26</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG), met uitzondering van het melden van inbreuken in verband met persoonsgegevens (Datalekken).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA27</al></entry><entry><al>Het melden van inbreuken in verband met persoonsgegevens (Datalekken) als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG).</al></entry><entry><al>Uitsluitend onder te mandateren aan de concerndirecteur.</al></entry></row><row><entry><al>AAA28</al></entry><entry><al>Besluiten inzake legitimatiebewijzen ten aanzien van:</al><lijst><li nr="-"><al>ambtenaren op grond van art. 5:12 Awb;</al></li><li nr="-"><al>personen in dienst van dan wel werkzaam voor of vanwege de provincie (in contact met derden). </al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA29</al></entry><entry><al>Afgeven van een verklaring in het kader van een cliëntenonderzoek, zoals bedoeld in art. 3, Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, alsmede het afgeven van vergelijkbare verklaringen in een Europees subsidietraject. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA30</al></entry><entry><al>Besluiten betreffende het oninbaar verklaren van openstaande vorderingen tot een bedrag van € 50.000,-.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA31</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent:</al><lijst><li nr="-"><al>het verstrekken van informatie aan de Europese Commissie inzake provinciale steunmaatregelen die van aanmelding zijn vrijgesteld (kennisgeving).</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van informatie in het kader van een monitoringsverzoek van de Europese Commissie.</al></li></lijst></entry><entry><al>De feitelijke uitvoerende handelingen, zoals de elektronische melding via het ministerie van BZK, worden gecoördineerd vanuit de opdracht Compliance en Control.</al></entry></row><row><entry><al>AAA32</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent gebruiksovereenkomsten ten behoeve van de provincie: overeenkomsten om niet of domeinnaamregistraties. </al><al>De overeenkomsten hebben geen betrekking op inkoop van diensten of leveringen. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA33</al></entry><entry><al>Aanschrijvingen tot het verleggen van kabels en leidingen, alsmede de eventueel daarmee samenhangende ingebrekestelling.</al></entry><entry><al>De aanschrijving ziet op het verleggen van kabels en leidingen in infrastructurele projecten waarin o.a. sprake is van een kabel of leiding die op een zakelijk recht ligt. </al><al>Het mandaat ziet niet op het intrekken of wijzigen van een ontheffing op grond waarvan een kabel of leiding binnen het beheergebied van de provincie is gelegen (zie ABI01).</al></entry></row><row><entry><al>AAA34</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent nadeelcompensatie op grond van:</al><lijst><li nr="-"><al>Beleidsregel nadeelcompensatie kabels en leidingen Zuid-Holland 2019; </al></li><li nr="-"><al>kostenvergoeding van verlegging van kabels en leidingen op grond van de Telecommunicatie- wet,</al></li></lijst><al>een en ander voor zover het financiële belang niet hoger is dan € 250.000,00.</al></entry><entry><al>Zie ook AAA24, AAA35, ABI28, ABI29 en BA01b</al></entry></row><row><entry><al>AAA35</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent nadeelcompensatie op grond van:</al><lijst><li nr="-"><al> Beleidsregel nadeelcompensatie kabels en leidingen Zuid-Holland 2019; </al></li><li nr="-"><al>kostenvergoeding van verlegging van kabels en leidingen op grond van de Telecommunicatie- wet,</al></li></lijst><al>een en ander voor zover het financiële belang</al><al>€ 250.000,00 tot € 1.000.000,00 bedraagt.</al></entry><entry><al>Zie ook AAA24, AAA34, ABI28, ABI29 en BA01b</al></entry></row><row><entry><al>AAA35a</al></entry><entry><al>Het voorafgaand aan de uitvoering van een project maken van afspraken met kabelexploitanten (projectovereenstemmingen), met uitzondering van afspraken over definitieve schadevergoeding. </al></entry><entry><al>Het betreft afspraken over te verrichten werkzaamheden en planning. Tevens kan er inzicht worden gegeven in een eventuele schadevergoeding, maar hieromtrent kunnen geen definitieve afspraken worden gemaakt . </al></entry></row><row><entry><al>AAA36</al></entry><entry><al>Besluiten tot het vaststellen van ontwerpgedoogbeschikkingen en definitieve gedoogbeschikkingen.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA37</al></entry><entry><al>Besluiten inzake het in de financiële systemen vastleggen en wijzigen van financiële verplichtingen en vorderingen en het versturen van facturen in verband met of voortvloeiend uit een overeenkomst of uit de wet.</al></entry><entry><al>Het mandaat is bedoeld als grondslag voor de administratieve verwerking van de betaling of facturering van periodiek terugkerende financiële verplichtingen die in een overeenkomst zijn afgesproken, of die rechtstreeks uit de wet voortvloeien.</al><al/><al>Het betreft bijvoorbeeld:</al><lijst><li nr="-"><al>de betaling abonnementsgelden of periodieke vergoedingen</al></li><li nr="-"><al>de betaling van boeten, leges en belastingen.</al></li></lijst><al>Het betreft niet:</al><lijst><li nr="-"><al>het opleggen van belastingaanslagen.</al></li><li nr="-"><al>het aangaan van op zichzelf staande nieuwe financiële verplichtingen die niet rechtstreeks uit de bepalingen van de betreffende bestuursrechtelijke of privaatrechtelijke overeenkomsten of uit de wet voortvloeien.</al></li><li nr="-"><al>het wijzigen van de (hoogte van) financiële verplichting die in de bestuursrechtelijke of privaatrechtelijke overeenkomst zelf zijn bepaald, anders dan op grond van de regels of voorwaarden voor verhoging of verlaging daarvan die in de betreffende overeenkomst zijn overeengekomen.</al></li></lijst></entry></row><row><entry><al>AAA38</al></entry><entry><al>Het vaststellen van aanvraagformulieren voor besluiten van Gedeputeerde Staten.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA39</al></entry><entry><al>Het op grond van art. 9f, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 bevoegd verklaren van een gemeente tot het afhandelen en coördineren van de benodigde vergunningen voor windturbines tussen de 5 en 100 MW.</al></entry><entry><al>De gemeente is -voor zover nodig- bereid tot aanpassing van het bestemmingsplan en locatie past binnen het provinciaal ruimtelijk (windenergie) beleid. </al></entry></row><row><entry><al>AAA40</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent samenwerkingsovereenkomsten waarbij tenminste één andere overheid betrokken is, met een financieel belang van minder dan € 50.000,- - exclusief BTW.</al></entry><entry><al>Het betreft praktische samenwerking met geringe financiële gevolgen.</al><al/><al>De samenwerking kan zowel met overheden als met private partijen plaatsvinden. Voorwaarde is wel, dat steeds tenminste één andere overheid bij de samenwerking betrokken is.</al><al/><al>Dit mandaat omvat <onderstreept>niet</onderstreept> het aangaan van overeenkomsten met andere overheden:</al><lijst><li nr="-"><al>in de verkenning en planstudie of realisatiefase in het kader van de aanleg, reconstructie en onderhoud van infrastructurele provinciale werken (zie BV14, AV09 en AV10);</al></li><li nr="-"><al>in verband met de bediening, het beheer en het onderhoud door de provincie van bruggen en sluizen ten behoeve van andere overheden (zie ABI11).</al></li></lijst></entry></row><row><entry><al>AAA41</al></entry><entry><al>Indeplaatsstelling op basis van art. 124 van de Gemeentewet en het algemeen beleidskader indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 23 augustus 2011 (en de aanvullende beleidskaders voor Huisvesting voor verblijfsgerechtigden en Archief). </al><al>Het mandaat omvat fase 1 (signaleren) en fase 2 (valideren van informatie) van de interventieladder van het genoemde algemene beleidskader.</al></entry><entry><al>Rapportage per kwartaal aan portefeuillehouder.</al><al/><al>Zie ook BA14</al></entry></row><row><entry><al>AAA42</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent planschadeovereenkomsten met een geraamde waarde tot € 250.000,-, waarbij planschade is gedefinieerd zoals bedoeld in art. 6.1, Wro.</al></entry><entry><al>ZieBV13 en AAA43</al></entry></row><row><entry><al>AAA43</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent planschadeovereenkomsten met een geraamde waarde tussen € 250.000,- en € 1.000.000,-, waarbij planschade is gedefinieerd zoals bedoeld in art. 6.1 Wro.</al></entry><entry><al>Zie BV13 en AAA42</al></entry></row><row><entry><al>AAA44</al></entry><entry><al>Coördinatie van voorbereiding en bekendmaking van besluiten als bedoeld in art. 3.33 Wro.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AAA45</al></entry><entry><al>Besluiten en handelingen op grond van het Besluit basisregistratie ondergrond (BRO), met uitzondering van de vaststelling van de verantwoordings-rapportage als bedoeld in artikel 9a BRO.</al></entry><entry/></row><row><entry><al> AAA46</al></entry><entry><al>Besluiten tot het sluiten van dataovereenkomsten in het kader van inkoop of aanbesteding van producten, waarbij het noodzakelijk is dat de provincie Zuid-Holland data levert aan de aanbieder van het product.</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van dit mandaat worden eerst genomen na afstemming met Team Juridische Zaken van de afdeling FJZ.</al><al/><al>Zie AAA16</al></entry></row><row><entry><al>AAA47</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van door Gedeputerede Staten vastgestelde regelingen inzake ontzorgingsprogramma’s voor maatschappelijk vastgoed.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Financiële aangelegenheden</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACF01</al></entry><entry><al>Besluiten tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het plaatsen en vervroegd opnemen van deposito’s binnen de schatkist, of</al></li><li nr="-"><al>het aantrekken van leningen bij een financiële instelling of een publiekrechtelijk lichaam die voldoen aan de Wet Fido;</al></li></lijst><al>een en ander met een maximale omvang van € 100 mln en een maximale looptijd van 3 maanden.</al><al/><al>Besluiten tot het storten van het nominale bedrag van een of meer aandelen in het kapitaal van Houdstermaatschappij Zuid-Holland B.V., indien en zodra dat door deze wordt opgevraagd, met een maximum van € 5 mln per volstortingsverzoek.</al></entry><entry><al>In het ondermandaat wordt bepaald dat de bevoegdheden worden uitgeoefend door de Treasurer en de PD of AOG van de opdracht waarbinnen de Treasury-taak wordt behartigd.</al><al/><al>Zie ook BC01</al></entry></row><row><entry><al>ACF02</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent (concern) verzekeringsovereenkomsten, exclusief CAR-verzekeringen en personeelsverzekeringen, op basis van het beschikbare budget.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry><al>ACF04</al></entry><entry><al>Aanbieding begroting, najaarsnota, jaarrekening en alle begrotings­wijzigingen aan BZK.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACF05</al></entry><entry><al>Het nemen van beslissingen in het kader van verleende borgstellingen voor intramurale zorgvoorzieningen.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACF07</al></entry><entry><al>Besluiten inzake het doen van belastingaangiften namens de provincie Zuid-Holland. alsmede het verrichten van alle daaraan gerelateerde (voorbereidings)handelingen, waaronder het vragen van rulings. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACF08</al></entry><entry><al>Besluiten betreffende het verzenden van herinneringen en aanmaningen en het opstellen en ondertekenen van dwangbevelen.</al></entry><entry><al>Ziet <vet>niet</vet> op het uitbrengen van dwangbevelen (dit gebeurt door aangewezen deurwaarder).</al></entry></row><row><entry><al>ACF09</al></entry><entry><al>Besluiten tot het afleggen van verklaringen in het kader van onder de provincie ten behoeve van derden gelegd conservatoir beslag.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACF10</al></entry><entry><al>Het vaststellen van uurlonen.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Juridische aangelegenheden</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACJ01</al></entry><entry><al>Besluiten in het kader van onrechtmatig handelen van de provincie, voor zover geen verband houdend met het beheer van infrastructuur, voor zover het financieel belang niet hoger is dan € 50.000,- :</al><lijst><li nr="-"><al>het starten en voeren van civielrechtelijke procedures; </al></li><li nr="-"><al>het treffen van minnelijke regelingen; </al></li><li nr="-"><al>het erkennen van aansprakelijkheid en toewijzen of afwijzen van schadevergoeding;</al></li><li nr="-"><al>het voorbereiden en uitvoeren van door het college genomen procesbesluiten, voor zover betrekking hebbend op civielrechtelijke procedures ongeacht het financieel belang en het verrichten van proceshandelingen in lopende procedures.</al></li></lijst></entry><entry><al>Het gaat om het financiële belang zonder BTW, wettelijke of contractuele rente of (buitengerechtelijke) kosten.</al><al/><al>Zie ook BA01a en ABI10</al></entry></row><row><entry><al>ACJ02</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent het verstrekken van informatie over steunmaatregelen die zijn aangemeld of kennisgegeven bij de directoraten-generaal Concurrentie en/of Landbouw ten behoeve van het jaarverslag van de Europese Commissie. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACJ03</al></entry><entry><al>Het doen van inschrijvingen in het Handelsregister.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACJ04</al></entry><entry><al>Het aanwijzen van contactpersonen voor, en gebruikers van de DROP-applicatie voor publicaties op overheid.nl en het doen van mededeling daarvan aan KOOP.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Bezwarencommissie en bijzondere wetten</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABB01</al></entry><entry><al>Het benoemen van de secretaris en plaatsvervangend secretaris van de bezwarencommissie en van de klachtenfunctionaris en plaatsvervangend klachtenfunctionaris.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABB02</al></entry><entry><al>Het aanwijzen vande griffiers en plaatsvervangend griffiers van de Kamers uit GS voor de behandeling van administratieve geschillen.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABB03</al></entry><entry><al>Het adviseren over erkenning van openbaar belang en het leiden van een zitting over een gedoogplichtverzoek met rechthebbenden, verzoeker en andere betrokkenen (art. 1, respectievelijk. 2, vierde lid, Belemmeringenwet privaatrecht).</al></entry><entry><al>Zie BA08</al></entry></row><row><entry><al>ABB04</al></entry><entry><al>Het afgeven van een verklaring als bedoeld in art. 20 Uitvoeringswet grondkamers.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABB05</al></entry><entry><al>Advisering aan de ministers van Economische Zaken en Veiligheid en Justitie over (her)benoeming van (plv.) leden van de grondkamers en pachtkamers (art. 11 Uitvoeringsbesluit pacht en art. 48a, eerste lid, Wet op de rechterlijke organisatie).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABB06</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de Wet op de lijkbezorging, met uitzondering van het vaststellen van een verordening als bedoeld in art. 36, derde lid.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABB07</al></entry><entry><al>Het uitoefenen van bevoegdheden op grond van de Wet op de strandvonderij. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABB08</al></entry><entry><al>Bestemmen van wegen tot openbare wegen (art. 4, lid 1, onder III, Wegenwet).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABB09</al></entry><entry><al>Besluiten tot het buiten behandeling laten van klachten (art. 9:8, lid 3, Awb)</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABB10</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent het einde van het gebruik van een gebouw of terrein door een niet door de gemeente in stand gehouden school op grond van artikel 110 Wet op het primair onderwijs.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Ontwikkeling &amp; grondzaken</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACOG01</al></entry><entry><al>Besluiten in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure.</al></entry><entry><al>Het betreft de voorbereiding van een dergelijke procedure alsmede het indienen van het verzoek tot het verkrijgen van een onteigenings-Koninklijk Besluit.</al></entry></row><row><entry><al>ACOG02</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent huur-, pacht- en gebruiksovereenkomsten met betrekking tot onroerende zaken.</al></entry><entry><al>Dit mandaat betreft uitdrukkelijk geen overeenkomsten betreffende:</al><lijst><li nr="-"><al>het verkrijgen en vervreemden van onroerende zaken (al dan niet zijnde registergoederen) en het vestigen van zakelijke rechten (zie ACOG03 en BA02);</al></li><li nr="-"><al>voor de provinciale organisatie bestemde kantoor-/vergaderruimte (zie mandaat FZ01).</al></li></lijst></entry></row><row><entry><al>ACOG03</al></entry><entry><al>Besluiten inzake het verkrijgen en vervreemden van onroerende zaken (al dan niet zijnde registergoederen) en inzake het vestigen van (beperkte) zakelijke rechten, waarbij de koopsom inclusief schadeloosstellingen hoe dan ook genaamd of uit hoofde waarvan ook bepaald, niet meer bedraagt dan € 250.000,--.</al></entry><entry><al>Voor zover passend binnen het beschikbare budget.</al><al/><al>Dit mandaat betreft uitdrukkelijk geen overeenkomsten betreffende voor de provinciale organisatie bestemde kantoor-/vergaderruimte.</al><al/><al>Zie ook ACOG02, AFZ01 en BA02 </al></entry></row><row><entry><al>ACOG04</al></entry><entry><al>Besluiten in het kader van het provinciaal voorkeursrecht krachtens de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) op onroerende zaken in gebied Nieuw Reijerwaard in de gemeente Ridderkerk, voor zover deze besluiten betrekking hebben op de uitvoering, zoals het verlenen van ontheffing als bedoeld in art. 10 Wvg (of een daarvoor in de plaats tredend art.) en het nemen van een beginselbesluit tot aankoop.</al></entry><entry><al>Er is een positief advies van de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard.</al><al/><al>De ontheffing heeft slechts betrekking op de betreffende onroerende zaak; voor het overige blijft het voorkeursrecht gehandhaafd.</al></entry></row><row><entry><al>ACOG05</al></entry><entry><al>Desgevraagd besluiten omtrent toestemming voor grondtransacties door derden in die gevallen dat provinciale toestemming is vereist. </al></entry><entry><al>Ingeval de toestemming is gelieerd aan een beleidsopgave wordt het mandaat uitgeoefend in overeenstemming met de betreffende beleidsafdeling.</al><al>Toestemming wordt verleend als het provinciaal belang zich er niet tegen verzet. </al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Openstelling elektronische weg</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AIA01</al></entry><entry><al>Besluiten inzake het openstellen van de elektronische weg voor specifieke procedures.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Aanbestedingen</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABIR01</al></entry><entry><al>Besluiten inzake een klacht in een aanbestedingsprocedure.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Aangelegenheden aangaande omgevingsdiensten</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ADMR01</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent extra werkzaamheden van omgevingsdiensten die niet zijn opgenomen in het jaarplan en behoren tot het takenpakket zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ADMR02</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent het jaarplan van de afzonderlijke omgevingsdiensten waarin de door de diensten voor de provincie uit te voeren werkzaamheden in het desbetreffende jaar worden vastgelegd.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ADMR03</al></entry><entry><al>Het instellen van hoger beroep in zaken welke in mandaat zijn afgedaan binnen omgevingsdiensten. </al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Ruimtelijke Ontwikkeling &amp; Beheer</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AR10</al></entry><entry><al>Het positief beslissen op gemeentelijke verzoeken om verkorting van de in art. 32.8, vierde lid, Wro bedoelde termijn van zes weken na de vaststelling van het bestemmingsplan in die situaties waarin geen aanleiding bestaat een reactieve aanwijzing te geven.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AR11</al></entry><entry><al>Het langs elektronische weg vastleggen van vastgestelde visies, plannen, besluiten en verordeningen als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AR12</al></entry><entry><al>Het indienen van zienswijzen tegen gemeentelijke ontwerpbestemmingsplannen, ontwerp(Wabo)projectbesluiten, ontwerpprojectuitvoeringsbesluiten en ontwerpstructuurvisies en notities over reikwijdte en detailniveau.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AR13</al></entry><entry><al>Het wijzigen van de begrenzing van bij of krachtens de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangewezen gebieden en aanduidingen binnen de daartoe in artikel 14.1, eerste lid van deze verordening gestelde randvoorwaarden.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AR14</al></entry><entry><al>Besluiten tot het vaststellen van de op grond van artikel 6.15 lid 1 Wro verplichte jaarlijkse herziening van een exploitatieplan behorend bij een inpassingsplan. </al></entry><entry><al>In gevallen waarin deze bevoegdheid bij de vaststelling van een inpassingsplan op grond van art. 6.12 lid 3 Jo art. 6.25 Wro door PS aan GS is gedelegeerd</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Mobiliteit</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AV01</al></entry><entry><al>Besluiten verband houdend met de zorg voor de coördinatie en afstemming van het openbaar vervoer op basis van art. 21, Wp2000 voor zover vallend onder de</al><al>verantwoordelijkheid van de provincie.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AV02</al></entry><entry><al>Besluiten tot het vaststellen van het beoordelingsprotocol in het kader van het aanbesteden van concessies openbaar vervoer en het voor eenieder openstaand personenvervoer in de zin van art. 6 en 7, Besluit personenvervoer 2000.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AV03</al></entry><entry><al>Bevoegdheden op grond van de Wp2000: </al><lijst><li nr="a."><al>besluiten omtrent verzoeken om overleg met concessieverlener in aangrenzend gebied ( art. 26); </al></li><li nr="b."><al>aanvragen van advies aan consumentenorganisaties (art. 27, lid 1);</al></li><li nr="c."><al>jaarlijkse informatieverstrekking aan consumentenorganisaties (art. 28);</al></li><li nr="d."><al>besluiten omtrent ontheffing (art. 29);</al></li><li nr="e."><al>aanwijzing van deskundigen (art. 39, lid 3);</al></li><li nr="f."><al>verzoek om advies aan consumentenorganisaties (art. 44, lid 3);</al></li><li nr="g."><al>verzoeken tot het verstrekken van gegevens (art. 46, lid 1).</al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>AV04</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de Regeling vaststelling kenmerken en startvoorwaarden buurtbusprojecten provincie Zuid-Holland 2006. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>AV05</al></entry><entry><al>Besluiten tot vaststelling van een advies als bedoeld in art. 2, tweede lid, Locaalspoor- en Tramwegwet.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AV06</al></entry><entry><al>Besluiten inzake de vaststelling van tarieven en modellen van vervoersbewijzen met een beperkte geldigheidsduur terzake van openbaar vervoer op grond van art. 20, lid 2 en art. 32 Wp 2000.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AV08</al></entry><entry><al>Besluiten tot vaststelling van jaarlijkse rapportage in het kader van de Wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer aan de minister van Infrastructuur en Milieu.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AV09</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overeenkomsten in de verkenning en planstudie of realisatiefase met andere overheden in het kader van de aanleg, reconstructie en onderhoud van infrastructurele provinciale werken waarbij de omvang van het provinciale werk lager is dan € 250.000,-. </al></entry><entry><al>Voor zover passend binnen vigerend provinciaal ruimtelijk kader.</al><al/><al>Ziet niet op het verstrekken van subsidies.</al><al/><al>Zie ook AV10 en BV14</al></entry></row><row><entry><al>AV10</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overeenkomsten in de verkenning en planstudie of realisatiefase met andere overheden in het kader van de aanleg, reconstructie en onderhoud van infrastructurele provinciale werken waarbij de omvang van het provinciale werk ligt tussen de € 250.000,- en € 1.000.000. </al></entry><entry><al>Voor zover passend binnen vigerend provinciaal ruimtelijk kader.</al><al/><al>Ziet niet op het verstrekken van subsidies</al><al/><al>Zie ook AV09 en BV14</al></entry></row><row><entry><al>AV11</al></entry><entry><al>Het geven en onthouden van toestemming aan een concessiehouder of vervoerder om financiële bijdragen van derden te ontvangen voor onder de concessie respectievelijk de vervoersovereenkomst aangeboden openbaar vervoer (art. 32, Wp 2000).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AV12</al></entry><entry><al>Het vaststellen van een Nota van inlichtingen in het kader van de aanbesteding van een concessie openbaar vervoer (art. 20, lid 2 en 3 WP 2000) of van een vervoerovereenkomst openbaar vervoer (art. 6 en 7 BP 2000).</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Beheer infrastructuur</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI01</al></entry><entry><al>Besluiten inzake vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen op basis van:</al><lijst><li nr="a."><al>de artikelen 3.19 tot en met 3.24 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>het ambtshalve wijzigen van een zodanige vergunning, of van de daaraan gestelde voorwaarden, ten nadele van de vergunninghouder (artikel 3.5 en 6.41 Omgevingsverordening Zuid-Holland);</al></li><li nr="-"><al>het ambtshalve geheel of gedeeltelijk intrekken van een zodanige vergunning ten nadele van de vergunninghouder (artikel 3.6, 6.42 en 9.1 Omgevingsverordening Zuid-Holland),</al></li><li nr="-"><al>een en ander in gevallen waarin de aan de vergunning verbonden voorschriften niet of niet behoorlijk zijn nageleefd;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (artikel 87 van het RVV);</al></li><li nr="c."><al>de Regeling voertuigen, art. 9.1 (artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en tweede lid, artikel 5.1.2 en artikel 5.1.3 van de Regeling voertuigen);</al></li><li nr="d."><al>artikel 7, eerste lid van de Scheepvaartverkeerswet;</al></li><li nr="e."><al>artikel 10, eerste lid, en artikel 148, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 (verbod om op een weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen), of</al></li><li nr="f."><al>de door Gedeputeerde Staten van Utrecht aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gemandateerde of gedelegeerde bevoegdheden betreffende beheer en onderhoud van het Utrechtse deel van het Merwedekanaal.</al></li></lijst><al>Het intrekken en wijzigen van besluiten met betrekking tot kabels en leidingen ten nadele van ontheffing- c.q. toestemminghouders.</al></entry><entry><al>Zie BV03</al></entry></row><row><entry><al>ABI02</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de Wegenwet:</al><lijst><li nr="a."><al>goedkeuring van de overdracht van de verplichting tot onderhoud van een weg door een gemeente of waterschap (art. 18a, lid 1);</al></li><li nr="b."><al>vaststelling van grenzen bebouwde kom (art. 27, lid 2);</al></li><li nr="c."><al>goedkeuring van het besluit van het waterschapsbestuur om het onderhoud van een weg, waarop het waterschap heeft toe te zien ten laste van het waterschap te brengen (art. 19, lid 3);</al></li><li nr="d."><al>bekendmaking van een goedkeuringsbesluit (art. 22, lid 1);</al></li><li nr="e."><al>vaststelling en wijziging van wegenleggers (Wegenwet/Wegenleggerbesluit);</al></li><li nr="f."><al>wijziging van de onderhoudsgrenzen ten gevolge van reconstructies zoals de aanleg van rotondes, aansluiting van openbare wegen op provinciale wegen van andere wegbeheerders en kunstwerken zoals viaducten en tunnels. </al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI03</al></entry><entry><al>Besluiten op basis van het herverdelingsplan wegenbeheer Zuid-Holland</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI04</al></entry><entry><al>Besluiten op basis van de Wegenverkeerswet 1994 (art. 15 en 19) en het Besluit Administratieve bepalingen inzake het Wegverkeer (art. 33, 34 en 36) inzake verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI06</al></entry><entry><al>Besluiten op basis van de Scheepvaartverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer inzake het plaatsen of verwijderen van verkeerstekens.</al></entry><entry><al>Het mandaat omvat tevens de door Gedeputeerde Staten van Utrecht aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gemandateerde of gedelegeerde bevoegdheden betreffende beheer en onderhoud van het Utrechtse deel van het Merwedekanaal. </al></entry></row><row><entry><al>ABI07</al></entry><entry><al>Besluiten op basis van de Beleidsregel overname bescherming oevers van derden Zuid-Holland.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI08</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overeenkomsten met anderen inzake opdrachtverlening ten behoeve van aanleg, reconstructie en onderhoud van provinciale wegen of vaarwegen, tot een geraamde waarde van </al><al>€ 200.000,00.</al></entry><entry><al>Dit ziet op het meenemen van werkzaamheden van de provincie en van een andere overheid of van een derde in één opdracht en heeft geen betrekking op bevoegdheden met betrekking tot regelgeving op het gebied van aanbesteding. </al><al/><al>De genoemde waarde heeft geen betrekking op de totale waarde van de opdracht, maar op het deel dat de provincie bij een ander neerlegt of het deel van een ander dat de provincie bij haar opdrachtverlening meeneemt. </al><al/><al>Zie ook BV15</al></entry></row><row><entry><al>ABI09</al></entry><entry><al>Besluiten in het kader van de verkoop van (overtollige) roerende zaken tegen marktwaarde, waarbij de geraamde verkoopwaarde minder bedraagt dan € 50.000,-.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI10</al></entry><entry><al>Het al dan niet erkennen van aansprakelijkheid en toekennen van schadevergoeding op civielrechtelijke grondslag in verband met onrechtmatig handelen van de provincie, uitsluitend in relatie tot beheer van infrastructuur, mits het financieel belang bekend is en niet hoger is dan € 50.000 exclusief wettelijke rente en kosten. </al></entry><entry><al>Zie ook BA01a en ACJ01</al></entry></row><row><entry><al>ABI11</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overeenkomsten met andere overheden in verband met de bediening, het beheer en het onderhoud door de provincie van bruggen en sluizen ten behoeve van andere overheden.</al></entry><entry><al>Financiële gevolgen: in principe altijd kostenneutraal.</al></entry></row><row><entry><al>ABI12</al></entry><entry><al>Besluiten tot het doen van een verzoek als bedoeld in art. 5.3, Telecommunicatiewet bij de OPTA bij bedenkingen tegen de kennisgeving van een telecommunicatiebedrijf in verband met de uitvoering van werkzaamheden in het provinciale weggebied.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI13</al></entry><entry><al>Besluiten tot vaststelling van de bedieningstijden van beweegbare bruggen of sluizen (artikel 5.4 Omgevingsverordening Zuid-Holland).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI14</al></entry><entry><al>Besluiten tot het aanwijzen van personen die bevoegd zijn tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen als bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet (art. 5, lid 1, Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI15</al></entry><entry><al>Besluiten tot het aanwijzen van functionarissen als bevoegde autoriteit als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement (art. 5, sub b, Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI17</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van Hoofdstuk 2 van de Wabo met betrekking tot provinciale wegen.</al></entry><entry><al>Heeft uitsluitend betrekking op omgevingsvergunningen voor wegaansluitingen op provinciale wegen, reclame-uitingen op gebouwen, beplantingen en enkelvoudige uitwegen (enkelvoudige omgevingsvergunning). </al></entry></row><row><entry><al>ABI18</al></entry><entry><al>Besluiten tot of in verband met het afgeven van een wettelijk advies op grond van art. 2.26 van de Wabo met betrekking tot provinciale wegen.</al></entry><entry><al>Heeft uitsluitend betrekking op aanvragen voor wegaansluitingen op provinciale wegen, reclame-uitingen op gebouwen, beplantingen en enkelvoudige uitwegen. </al></entry></row><row><entry><al>ABI19</al></entry><entry><al>Besluiten in het kader van de handhaving van omgevingsvergunningen, waarbij GS niet het bevoegd gezag zijn.</al></entry><entry><al>Omvat mede:</al><lijst><li nr="-"><al>het indienen van een formeel handhavingsverzoek bij de gemeente op grond van art. 5.20, Wabo (Indien na ambtelijk/bestuurlijk overleg door de gemeente geen gevolg wordt gegeven aan het handhavingsadvies kan een formeel verzoek om handhaving worden ingediend bij de gemeente);</al></li><li nr="-"><al>het ingebreke stellen van een gemeente indien niet tijdig wordt besloten op het handhavingsverzoek (Alvorens tot ingebrekestelling wordt overgegaan, dient eerst ambtelijk/bestuurlijk overleg plaats te vinden).</al></li></lijst></entry></row><row><entry><al>ABI20</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overdracht of overname van het beheer en onderhoud of van de eigendom van wegen en kunstwerken van en naar de provincie op grond van de Wegenwet, Waterstaatswet en Waterschapswet indien met de transactie een bedrag van minder dan € 250.000,00 gemoeid is.</al></entry><entry><al>Zie BV02</al></entry></row><row><entry><al>ABI21</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overeenkomsten inzake verkeersregelinstallaties (vri’s).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI22</al></entry><entry><al>Vaststelling van de richtlijn voor verkeersmaatregelen en het handboek wegontwerp.</al></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de concerndirecteur en het hoofd DBI.</al></entry></row><row><entry><al>ABI23</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent gedoogbeschikkingen op grond van art. 5.24 Waterwet.</al></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de concerndirecteur en het hoofd DBI.</al></entry></row><row><entry><al>ABI24</al></entry><entry><al>Besluiten tot het vaststellen van een Verklaring van Overeenstemming als bedoeld in de Machinerichtlijn 2006/42/EG inhoudende dat een beweegbare brug voldoet aan de van toepassing zijnde richtlijnen en de aansprakelijkheid voor de veiligheid van de brug wordt aanvaard.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI25</al></entry><entry><al>Besluiten tot het vaststellen van het onderzoek als bedoeld in artikel 30 Wet Basisregistratie Grootschalige Topografie. </al></entry><entry><al>Dit mandaat omvat mede het zenden van een afschrift van de resultaten van het onderzoek aan de minister van BZK, als bedoeld in het tweede lid van artikel 30 WBGT.</al></entry></row><row><entry><al>ABI26</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent (ontwerp) projectplannen op grond van artikel 5.4 Waterwet</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI27</al></entry><entry><al>Vaststellen en aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat zenden van het nalevingsverslag geluidsproductieplafonds als bedoeld in artikel 11.22 Wet milieubeheer. </al></entry><entry><al>Uitsluitend voor zover dit de van Rijkswaterstaat overgenomen wegdelen op en rondom knooppunt Westerlee betreft.</al></entry></row><row><entry><al>ABI28</al></entry><entry><al>Besluiten als bedoeld in de Beleidsregel nadeelcompensatie stremming hefbrug Boskoop 2019, voor zover deze besluiten een financieel belang betreffen van € 250.000,= of minder.</al></entry><entry><al> Zie ook AAA24, ABI29, BA01a</al></entry></row><row><entry><al>ABI29</al></entry><entry><al>Besluiten als bedoeld in de Beleidsregel nadeelcompensatie stremming hefbrug Boskoop 2019,voor zover deze een financieel belang betreffen van meer dan €250.000,=, doch minder dan € 1.000.000,=.</al></entry><entry><al>Kan alleen worden ondergemandateerd aan de concerndirecteur en aan het hoofd DBI </al><al/><al>Zie ook AAA24, ABI28, BA01a</al></entry></row><row><entry><al>ABI30</al></entry><entry><al>Besluiten tot verlening van ontheffingen op grond van artikel 5, lid 4 van het Reglement Rijbewijzen. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABI31</al></entry><entry><al>Het autoriseren van personen die geen buitengewoon opsporingsambtenaar zijn voor de verwerking van politiegegevens ter uitvoering van de onderdelen van de politietaak waarmee zij zijn belast. (Art.6, lid 4 van de Wet politiegegevens en art. 3 lid 1 Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaar)</al></entry><entry><al>Mandaat voor zover het bijzondere gevallen betreft die onder beheer van Gedeputeerde Staten als verwerkingsverantwoordelijke vallen.</al></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colC"/></row><row><entry/><entry><al><vet>Programma’s &amp; projecten</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>APP01</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overeenkomsten met ProRail in het kader van de realisatie van infrastructurele werken.</al></entry><entry><al>Kan niet worden ondergemandateerd.</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Milieu</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AM01</al></entry><entry><al>Besluiten ter voorbereiding en kennisgeving resp. bekendmaking van het ontwerp en van de vaststelling van de PMV en van het milieubeleidsplan.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AM03</al></entry><entry><al>i:</al><al>Besluiten inzake vaststelling Saneringsprogramma’s industrielawaai (art. 62, lid 1, Wgh), voor zover het bedrag van de aanvraag meer is dan € 50.000,-.</al></entry><entry><al>Zie ook AM05</al></entry></row><row><entry><al>AM04</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van titel 11.2 Wm (geluidsbelastingskaarten en actieplannen).</al></entry><entry><al>Omvat niet de vaststelling van actieplannen op grond van art. 11.12, eerste lid, Wm.</al><al/><al>Zie BMN02</al></entry></row><row><entry><al>AM05</al></entry><entry><al>Besluiten inzake vaststelling van Saneringsprogramma’s industrielawaai ((art. 62, lid 1, Wgh), voor zover het bedrag van de aanvraag lager of gelijk is aan € 50.000.</al></entry><entry><al>Zie ook AM03</al></entry></row><row><entry><al>AM06</al></entry><entry><al>Melding op grond van art. 5.12 lid 12 Wm aan de aangewezen minister in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (melding inzake wijzigen, vervangen of toevoegen van projecten en maatregelen binnen het programma NSL).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AM07</al></entry><entry><al>Op grond van art. 5.8 juncto 5.3 en 5.4 van de Wabo (coördinatietaak inzake doelmatige handhaving) vaststellen van:</al><lijst><li nr="a."><al>een verzoek om informatie en rapportage;</al></li><li nr="b."><al>een bezoekbevestigingsbrief;</al></li><li nr="c."><al>een voorwaarschuwingsbrief. </al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>AM08</al></entry><entry><al>Becommentariëren van het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma en jaarverslag in het kader van het Vuurwerkbesluit.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AM09</al></entry><entry><al>Reageren op ontwerpverordeningen betreffende vergunningverlening, toezicht en handhaving van gemeenten.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Bodem</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ARB01</al></entry><entry><al>Het indienen van verslagen over de uitvoering van de Wbb zoals bedoeld in art. 87a van de Wbb en het indienen van voortgangsrapportages op grond van het Convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties en het Convenant bodem en ondergrond 2016-2020.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ARB02</al></entry><entry><al>Verzoeken aan gemeenten tot het betalen van de gemeentelijke bijdrage in de kosten van onderzoek of sanering van een geval van bodemverontreiniging.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ARB04</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van paragraaf 8.2 Wet milieubeheer.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ARB05</al></entry><entry><al>Op grond art. 55c. eerste lid, Wbb en in het kader van de gebiedsgerichte aanpak van de verontreiniging van het diepe grondwater aanwijzen van een gebied waar een gebiedsgerichte aanpak zal plaatsvinden.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ARB06</al></entry><entry><al>Op grond van art. 55e, eerste lid, onder b, juncto art. 55g Wbb en in het kader van de gebiedsgerichte aanpak van de verontreiniging van het diepe grondwater vaststellen van een plan voor de gebiedsgerichte aanpak.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>ARB07</al></entry><entry><al>Op grond van art. 55f Wbb en in het kader van de gebiedsgerichte aanpak van de verontreiniging van het diepe grondwater instemmen met een plan voor de gebiedsgerichte aanpak.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Nazorg</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ARW01</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van art. 3.45 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland inzake ontheffingen met betrekking tot gesloten stortplaatsen.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Ontgronding</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ARG01</al></entry><entry><al>Adviseren van de minister inzake ontgrondingsaanvragen.</al></entry><entry><al>Voor zover niet strijdig met geldend provinciaal ruimtelijk beleid.</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Huisvestingsverordening &amp; woonvisies</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ARV01</al></entry><entry><al>Reageren op gemeentelijke ontwerp huisvestingverordeningen of woonvisies.</al></entry><entry><al>Voor zover in overeenstemming met provinciale uitgangspunten woonbeleid (Programma Ruimte).</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Cultureel Erfgoed/Kunsten</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AZ02</al></entry><entry><al>Het geven van adviezen aan de Minister van OCW en aan gemeente­besturen in het kader van de bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten ter uitvoering van de Monumentenwet 1988, alsmede het geven van adviezen aan gemeentebesturen, omvat tevens het geven van beoordelingen in het kader van het provinciaal archeologiebeleid.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AZ03</al></entry><entry><al>Het aangaan van bruikleenovereenkomsten en het op basis van een overeenkomst overdragen van vondsten van het Provinciaal Archeologisch Depot/Centrum.</al></entry><entry><al>In de overeenkomst wordt bepaald dat de overgedragen objecten op generlei wijze aan derden mogen worden overgedragen.</al><al/><al>Overdracht alleen aan daartoe aangewezen depots die voldoen aan de provinciale richtlijnen.</al></entry></row><row><entry><al>AZ04</al></entry><entry><al>Het in bruikleen geven respectievelijk nemen van objecten van kunst en cultuur.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Onderwijs</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AZ05</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van art. 4.19, lid 4b van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Openbaarheid van bestuur</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AWOB01</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), dan wel de Wet open overheid (Woo), wanneer deze in werking zal zijn getreden.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AWOB02</al></entry><entry><al>Procedure-besluiten in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), dan wel de Wet open overheid (Woo), wanneer deze in werking zal zijn getreden.</al></entry><entry><al>Onder dit mandaat is begrepen, het buiten behandeling stellen van verzoeken tot openbaarmaking.</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Bibob</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABIB01</al></entry><entry><al>Het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van de Wet Bibob, met uitzondering van het verwerken van het advies “ernstig gevaar”.</al></entry><entry><al>Het mandaat omvat mede het voorafgaand aan het vragen van advies aan LBB uit te voeren eigen onderzoek, het vragen van inlichtingen uit gesloten bronnen (verzoek op grond van art. 11a Wet Bibob) en het uitreiken van een vragenformulier.</al><al>Het verwerken van het advies “ernstig gevaar” is voorbehouden aan Gedeputeerde Staten.</al></entry></row><row><entry><al>ABIB02</al></entry><entry><lijst><li nr="-"><al>Het feitelijk aanmaken, wijzigen en opheffen van autorisaties en het verrichten van alle overige daarbij behorende handelingen.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Aanvragen van machtigingen tot het raadplegen van justitiële gegevens op grond van artikel 15 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (Bjsg) bij de Justitiële Informatiedienst (Justid) voor personen aangewezen als onbezoldigd ambtenaar van de provincie en tevens werkzaam bij een omgevingsdienst waaraan de provincie deelneemt.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Aanwijzen van personen werkzaam bij de provincie Zuid-Holland die bevoegd zijn tot het raadplegen van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel op natuurlijke personen, alsmede daartoe voor hen machtigingen aan te vragen.</al></li></lijst></entry><entry><al>Dit mandaat wordt uitgeoefend in overeenstemming met de Procedurebeschrijving autorisatie en beheer toegang justitiële documentatie provincie Zuid-Holland.</al><al/><al>Voor zover het de gemandateerde bevoegdheden op grond van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (Bjsg) betreft, doen de mandaathouder(s) en eventuele ondermandaathouder(s) tweemaal per jaar verslag van het gebruik van hun mandaat aan de portefeuillehouder, de commissaris van de Koning. </al></entry></row><row><entry><al>ABIB03</al></entry><entry><al>Aanwijzen van gebruikers werkzaam bij de provincie Zuid-Holland, die toegang hebben tot justitiële documentatie en daarmee bevoegd zijn tot het raadplegen van justitiële gegevens op grond van artikel 15 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (Bjsg) bij de Justitiële Informatiedienst (Justid), alsmede daartoe voor hen machtigingen aan te vragen.</al></entry><entry><al>Dit mandaat wordt uitgeoefend in overeenstemming met de Procedurebeschrijving autorisatie en beheer toegang justitiële documentatie provincie Zuid-Holland.</al><al/><al>De mandaathouder doet tweemaal per jaar verslag van het gebruik van dit mandaat aan de portefeuillehouder, de commissaris van de Koning.</al></entry></row><row><entry><al>ABIB04</al></entry><entry><al>Het aanwijzen van lokaal beheerders als bedoeld in de Procedurebeschrijving autorisatie en beheer toegang justitiële documentatie provincie Zuid-Holland.</al></entry><entry><al>Dit mandaat wordt uitgeoefend in overeenstemming met de Procedurebeschrijving autorisatie en beheer toegang justitiële documentatie provincie Zuid-Holland.</al><al/><al>De mandaathouder doet tweemaal per jaar verslag van het gebruik van dit mandaat aan de portefeuillehouder, de commissaris van de Koning.</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Hergebruik overheidsinformatie</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AWHO01</al></entry><entry><al>Besluiten in het kader van de Wet hergebruik overheidsinformatie</al></entry><entry><al>Besluiten tot beschikbaarstelling van data op grond van de Wet hergebruik overheidsinformatie worden eerst genomen na afstemming met Team Juridische Zaken van de afdeling FJZ. </al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Archief</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>APA01</al></entry><entry><al>Het beoordelen en voor kennisgeving aannemen van verordeningen als bedoeld in de art. 30, lid 1, 32, lid 2, 35, lid 1, 37, lid 2, en 40, lid 3, Archiefwet 1995.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>APA02</al></entry><entry><al>Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden, alsmede het opheffen daarvan als bedoeld in artikel 15, lid 1 t/m 3 Archiefwet 1995. </al></entry><entry/></row><row><entry><al>APA03</al></entry><entry><al>Het verstrekken van machtigingen als bedoeld in art. 13, lid 3, Archiefwet 1995.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>APA04</al></entry><entry><al>Toestemming geven tot raadpleging van niet-openbare stukken berustend in de provinciale archiefbewaarplaats.</al><al/><al>Opnemen van externe archieven in de provinciale archiefbewaarplaats.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>APA05</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de Regeling document- en archiefbeheer Zuid-Holland.</al><al/><al>Besluiten op grond van de Archiefwet tot het overbrengen van archiefbescheiden, anders dan naar de Rijksarchiefbewaarplaats. </al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Communicatie</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ACM01</al></entry><entry><al>Het afgeven of wijzigen van een toegankelijkheidsverklaring als bedoeld in het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Facilitaire Zaken</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFZ01</al></entry><entry><al>Besluiten:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>inzake het verkrijgen en vervreemden van voor de provinciale organisatie bestemde kantoor-/vergaderruimte waarbij de koopsom inclusief schadeloosstellingen, hoe dan ook genaamd of uit hoofde waarvan ook bepaald, niet meer bedraagt dan € 250.000,--.</al></li><li nr="-"><al>inzake de huur-/verhuur van voor de provinciale organisatie bestemde kantoor-/vergaderruimte.</al></li></lijst></entry><entry><al>Voor zover passend binnen het beschikbare budget. </al><al/><al>Zie ook BA02</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Interbestuurlijk toezicht</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT01</al></entry><entry><al>Besluiten o.g.v. de Gemeentewet:</al><lijst><li nr="a."><al>art. 95-98 (geldelijke voorzieningen)</al></li><li nr="b."><al>art. 160 (deelnemingen)</al></li><li nr="c."><al>art. 186, lid 3 (waarschuwing)</al></li><li nr="d."><al>art. 191, 192 en 203 (begroting/begrotingswijziging)</al></li><li nr="e."><al>art. 212, 213, 213a en 214 (verordeningen m.b.t de organisatie)</al></li><li nr="f."><al>art. 200 en 201 (jaarrekeningen)</al></li><li nr="g."><al>art. 203 jo art. 21 Wet <cursief>Arhi</cursief> (begroting/begrotingswijziging i.g.v. preventief toezicht)</al></li><li nr="h."><al>art. 208 (aangaan van verplichtingen indien begroting niet is goedgekeurd)</al></li><li nr="i."><al>art. 209 (uitgaven i.g.v. spoed).</al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT02</al></entry><entry><al>Het beoordelen en voor kennisgeving aannemen van berekeningen van grondexploitaties in het kader van de toetsing van de economische uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT03</al></entry><entry><al>Het informeren van gemeenten over de criteria voor financieel toezicht op de begroting en de jaarrekening.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT04</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de navolgende artikelen van de Wet Fido:</al><lijst><li nr="a."><al>art. 4 lid 3 (herstel overschrijding kasgeldlimiet);</al></li><li nr="b."><al>art. 4 lid 3 (treffen maatregelen om te voldoen aan de kasgeldlimiet);</al></li><li nr="c."><al>art. 4 lid 5 (verlenen ontheffing overschrijding kasgeldlimiet);</al></li><li nr="d."><al>art. 6 lid 3 (verlenen toestemming);</al></li><li nr="e."><al>art. 6 lid 5 (ontheffing overschrijding renterisiconorm).</al></li></lijst></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT05</al></entry><entry><al>De toezichtstaak als vermeld in AFT01 t/m AFT04 ten aanzien van gemeen­schappelijke regelingen ingevolge de art. 33 en 34, Wgr.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT06</al></entry><entry><al>Besluiten inzake het vaststellen van maximum eigen bijdrage voor art. 12-gemeenten bij bodemsanering.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT07</al></entry><entry><al>Het uitvoeren van een begrotingsscan van een gemeente en het op basis daarvan uitbrengen van een rapport met conclusies en aanbevelingen aan de gemeente.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT08</al></entry><entry><al>Besluiten tot goedkeuring van verordeningen van gemeenten tot het toekennen van voordelen ten laste van de gemeente, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, aan leden van de raad, van een commissie en van het dagelijks bestuur van een commissie (art. 99, tweede lid, Gemeentewet).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT09</al></entry><entry><al>Goedkeuren van door GS aangewezen besluiten van gemeenten die kunnen leiden tot nieuwe uitgaven, tot verhoging van bestaande uitgaven of tot verlaging van bestaande inkomsten van de gemeente (art. 25, Wet Arhi).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT10</al></entry><entry><al>Het beoordelen en voor kennisgeving aannemen van besluiten tot het aangaan, wijzigen, verlengen of opheffen van, of het toetreden tot of uittreden uit gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT11</al></entry><entry><al>De toezichtstaak als vermeld in AFT01 ten aanzien van de waterschappen ingevolge de Waterschapswet en de waterschapsreglementen, met uitzondering van het instellen van preventief toezicht, het aangaan van verplichtingen en uitgaven met spoed.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AFT12</al></entry><entry><al>Het opvragen en verstrekken van informatie en vaststellen van brieven, waarmee de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van de Zuid-Hollandse gemeenten en of derden worden geïnformeerd over:</al><lijst><li nr="a."><al>de criteria voor het interbestuurlijk toezicht;</al></li><li nr="b."><al>de uitkomsten van het interbestuurlijk toezicht op de betreffende gemeente;</al></li><li nr="c."><al>het totaalbeeld van de uitkomsten van het interbestuurlijk toezicht van alle gemeenten in de Provincie Zuid-Holland.</al></li></lijst></entry><entry><al>Het mandaat strekt alleen tot informatieverstrekking en omvat niet het nemen van besluiten tot het doen van concrete interventies.</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Gemeentelijke herindeling</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>ABZT01</al></entry><entry><al>Inschrijving registergoederen in openbare registers op grond van artikel 44 Wet Arhi.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Groen</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG01</al></entry><entry><al>Het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in de art. 5:29 en 5:30, Awb.</al></entry><entry><al>Het betreft onder meer het meevoeren, opslaan en afgifte van zaken bij de uitoefening van bestuursdwang.</al></entry></row><row><entry><al>AG02</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de Wet natuurbescherming, met uitzondering van de besluiten in verband met handhaving en toezicht en de besluiten als bedoeld onder mandaatnummer AG03.</al></entry><entry><al>Zie AG03</al></entry></row><row><entry><al>AG03</al></entry><entry><al>Besluiten op grond van de Wet natuurbescherming, inclusief besluiten omtrent (PAS)-overeenkomsten ter uitvoering van maatregelen zoals vastgesteld in beheerplannen en gebiedsanalyses, waaronder begrepen de daarmee gemoeide apparaatskosten, alsmede advisering op grond van deze wet aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat.</al></entry><entry><al>Overeenkomsten ter uitvoering van maatregelen uit beheerplannen en gebiedsanalyses, waarbij tevens door Gedeputeerde Staten een vergoeding wordt betaald aan de uitvoerende partij, kunnen alleen worden aangegaan indien en voor zover Gedeputeerde Staten hiervoor budget hebben gereserveerd.</al></entry></row><row><entry><al>AG04</al></entry><entry><al>Beheer van Informatiesysteem avifauna en vegetatie.</al></entry><entry><al>Het betreft:</al><lijst><li nr="•"><al>uitvoeren van veldwaarnemingen; </al></li><li nr="•"><al>opslaan en toegankelijk maken van eigen gegevens en gegevens van anderen;</al></li><li nr="•"><al>het maken van afspraken met het Rijk.</al></li></lijst></entry></row><row><entry><al>AG06</al></entry><entry><al>Besluiten in het kader van de Wet inrichting landelijk gebied, met uitzondering van de beantwoording van de bedenkingen naar aanleiding van de tervisielegging van een ontwerp-landinrichtingsplan, alsmede de definitieve vaststelling van een landinrichtingsplan.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG10</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent overeenkomsten met agrariërs voor de openstelling van hun grond ten behoeve van wandelroutes, voor zover deze overeenkomsten geen financiële consequenties hebben voor de provincie Zuid-Holland.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG11</al></entry><entry><al>Het geven van commentaar op conceptplannen van recreatieschappen, waarin de provincie deelneemt.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG12</al></entry><entry><al>Het instemmen met jaarplannen, begrotingen en jaarrekeningen voor de provinciale recreatiegebieden.</al></entry><entry><al>De instemming wordt gegeven na afstemming met de betrokken portefeuillehouder. </al></entry></row><row><entry><al>AG13</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent dienstverleningsovereenkomsten tussen de provincie en de recreatieschappen.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG14</al></entry><entry><al>Het vaststellen van collectieve beheerplannen weidevogels zoals bedoeld in art. 9.2 van de Subsidieregeling Natuur en Landschapsbeheer Zuid-Holland 2013.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG15</al></entry><entry><al>Het corrigeren van de kaart behorende bij het Natuurbeheerplan Zuid-Holland aan de hand van kennelijke in het veld waarneembare fouten.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG16</al></entry><entry><al>Besluiten ter uitvoering van de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland, voor zover het financiële belang van de compensatie niet meer bedraagt dan € 200.000,-: </al><lijst><li nr="-"><al>het accorderen van compensatieplannen;</al></li><li nr="-"><al>het vaststellen of compensatieplannen conform zijn uitgevoerd;</al></li><li nr="-"><al>het vorderen van nakoming indien compensatieplannen niet of niet volledig uitgevoerd zijn, voor zover GS bevoegd gezag zijn;</al></li><li nr="-"><al>het instemmen met financiële compensatie;</al></li><li nr="-"><al>het reageren op ramingen voor financiële compensatie;</al></li><li nr="-"><al>het beschikken over de trekkingsrechten bij het Groenfonds, alsmede van andere compensatiemiddelen, voor zover deze bij GS berusten;</al></li><li nr="-"><al>besluiten over het aanwenden van compensatiemiddelen, voor zover deze bij GS berusten;</al></li><li nr="-"><al>het (desgevraagd) reageren op compensatieplannen van een ander bevoegd gezag, ongeacht de hoogte van het financiële belang van de compensatie.</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie ook BG05</al></entry></row><row><entry><al>AG17</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent het aangaan van sponsorovereenkomsten tot een bedrag van € 500.000,-.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG18</al></entry><entry><al>Vaststellen monitoringrapportage groenbeleving.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG19</al></entry><entry><al>Het wijzigen van de Wandelroutenetwerkkaart.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AG20</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent vergoeding van de inrichtings- en beheerkosten minder dan € 250.000,-, samenhangend met de verkoop van provinciale natuur- en recreatiegebieden.</al></entry><entry><al>Zie ook BG06</al></entry></row><row><entry><al>AG21</al></entry><entry><al>Besluiten inzake de afwikkeling opheffing GZH.</al></entry><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry><al><vet>Water</vet></al></entry><entry/></row><row><entry><al>AW01</al></entry><entry><al>Besluiten tot goedkeuring van projectplannen waar paragraaf 2 van hoofdstuk 5 van de Waterwet op van toepassing is en waartegen geen zienswijzen zijn ingediend (art. 5.7, lid 1, Waterwet).</al></entry><entry><al>Indien zienswijzen zijn ingediend dan vallen de besluiten onder bestuurlijk mandaat BW01.</al></entry></row><row><entry><al>AW02</al></entry><entry><al>Besluiten tot toepassing en uitvoering van de coördinatieprocedure voor de besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van de projectplannen waar paragraaf 2 van hoofdstuk 5 van de Waterwet op van toepassing is (art. en 5.8 tot en met 5.12, Waterwet).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AW03</al></entry><entry><al>Besluiten tot:</al><lijst><li nr="a."><al>vaststelling van het tijdstip waarop de regionale waterkeringen voor de eerste keer moeten voldoen aan de veiligheidsnorm (artikel 4.1, vijfde lid Omgevingsverordening Zuid-Holland);</al></li><li nr="b."><al>vaststelling van het tijdstip waarop de verslagen bedoeld in artikel 11.1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland voor de eerste maal worden uitgebracht, alsmede tot vaststelling van de frequentie waarmee deze verslagen daarna worden uitgebracht (artikel 11.1, vierde lid van de Omgevingsverordening Zuid-Holland),</al></li></lijst><al>een en ander voor zover in overeenstemming met vastgesteld provinciaal beleid.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AW05</al></entry><entry><al>Vaststellen van standpunten en uitbrengen van adviezen met betrekking tot de voorbereiding van een AMvB, een ministeriële regeling, het </al><al>Hoogwaterbeschermingsprogramma, nadere regels en verslagen of leidraden ter </al><al>uitvoering van de Waterwet.</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AW07</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent verzoeken tot vrijstelling van de herzieningsverplichting van peilbesluiten (Waterverordeningen).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AW09</al></entry><entry><al>Besluiten tot het indienen van zienswijzen, het geven van advies en het geven van beschouwingen over het nationaal waterplan (art 4.3, Waterwet), (ontwerp-) beheerplan (art. 4.7, Waterwet), (ontwerp-) peilbesluiten alsmede (ontwerp-) projectplannen van de waterbeheerders en gemeentelijke rioleringsplannen (art. 4.23, Wm).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AW10</al></entry><entry><al>Besluiten op verzoeken tot uitstel en ontheffing zorgplicht afvalwater voor zover dit in overeenstemming is met het geldende provinciale beleid (art. 10.33 lid 3 Wm).</al></entry><entry><al>Indien niet in overeenstemming met het provinciaal beleid dan valt de besluitvorming onder bestuurlijk mandaat BW02.</al></entry></row><row><entry><al>AW13</al></entry><entry><al>Besluiten omtrent schadevergoeding (art. 7.14 tot en met 7.20, Waterwet)</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AW14</al></entry><entry><al>Besluiten bij gevaar voor waterstaatswerken (art. 5.28 tot en met 5.31, Waterwet).</al></entry><entry/></row><row><entry><al>AW17</al></entry><entry><al>Besluiten ter voorbereiding en kennisgeving resp. bekendmaking van het ontwerp en van de vaststelling van het waterplan.</al></entry><entry/></row></tbody></tgroup></table><al>  </al><al/><al><vet>Bijlage A</vet><vet/><vet>Lijst van afkortingen</vet></al><al/><al><cursief>AMvB</cursief>: Algemene Maatregel van Bestuur</al><al><cursief>Arhi</cursief>: Algemene regels herindeling</al><al><cursief>Art</cursief>.: artikel</al><al><cursief>Asv</cursief>: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013</al><al><cursief>Awb</cursief>: Algemene wet bestuursrecht </al><al><cursief>Bibob</cursief>: bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</al><al><cursief>Bjsg</cursief>: Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens</al><al><cursief>BZK</cursief>: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksaangelegenheden</al><al><cursief>CAP</cursief>: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies</al><al><cursief>DBI</cursief>: Dienst Beheer Infrastructuur</al><al><cursief>Fido</cursief>: Financiering decentrale overheden</al><al><cursief>GS</cursief>: Gedeputeerde Staten</al><al><cursief>Plv</cursief>: plaatsvervangend</al><al><cursief>PmfpZH</cursief>: Procedureregeling methodische functiewaardering provincie Zuid-Holland</al><al><cursief>PMV</cursief>: Provinciale milieuverordening Zuid-Holland</al><al><cursief>PS</cursief>: Provinciale Staten</al><al><cursief>PZH</cursief>: Provincie Zuid-Holland</al><al><cursief>UAV</cursief>: Uniforme Administratieve Voorwaarden</al><al><cursief>Wabo</cursief>: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al><al><cursief>Wahv</cursief>: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften</al><al><cursief>Wbb</cursief>: Wet bodembescherming</al><al><cursief>Wgh</cursief>: Wet geluidhinder </al><al><cursief>Wgr</cursief>: Wet gemeenschappelijke regelingen</al><al><cursief>Wm</cursief>: Wet milieubeheer</al><al><cursief>Wob</cursief>: Wet openbaarheid van bestuur</al><al><cursief>Wp</cursief><cursief> 2000</cursief>: Wet personenvervoer 2000</al><al><cursief>Wro</cursief>: Wet ruimtelijke ordening</al></bijlage></regeling></body></cvdr>