Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Haarlemmermeer

Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHaarlemmermeer
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingIntegraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen
CiteertitelIntegraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerponderwijs
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

20-10-2022nieuwe regeling

31-10-2017

gmb-2022-465546

20170026699

Tekst van de regeling

Intitulé

Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen

Samenvatting

Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen (IHP) is het periodieke document waarmee de gemeente Haarlemmermeer en de schoolbesturen die in de gemeente actief zijn afspraken maken over de toekomst van de onderwijshuisvesting. Het IHP gaat over de lange termijn en de strategische afspraken die deze partijen met elkaar maken. Dit IHP omvat een tijdvak van twee perioden van vier jaar: tot 2025.

Dit IHP heeft een aantal belangrijke aanleidingen: we hebben of krijgen binnenkort te maken met krimp van het aantal leerlingen, we hebben te maken met een gebouwenvoorraad die snel veroudert en we hebben een stevige ambitie om het toekomstige vastgoed veel beter te laten presteren.

Waarom doen we dit? We gaan voor schoolgebouwen die personeel en leerlingen beter in staat stellen hun talenten te ontwikkelen.

 

Doelstelling, visie en ambitie

De doelstelling van dit IHP is om voor langere tijd tussen gemeente en schoolbesturen vast te leggen welke interventies we gaan plegen. Zo weten alle partijen waar ze aan toe zijn en op welk moment. Dit is belangrijk vanuit financieel oogpunt omdat de komende jaren flinke investeringen nodig zijn die goed gepland moeten worden. Zowel gemeente als schoolbesturen dragen namelijk financieel bij aan de huisvestingsvoorziening: de gemeente vanuit haar wettelijke plicht om te voorzien in passende en adequate huisvesting en de schoolbesturen vanuit de wens om vanuit de exploitatie de middelen zodanig in te zetten dat de ingreep in een gebouw geconcentreerd in de tijd plaatsvindt.

Daarmee is duidelijk vanuit welke visie en ambitie we werken.

Vanuit wetgeving hebben gemeente en schoolbesturen een negatieve prikkel ten opzichte van elkaar. De gemeente is verantwoordelijk voor de investeringen en de schoolbesturen voor de exploitatie. Hogere investeringen in bijvoorbeeld duurzaamheidsmaatregelen leiden tot lagere exploitatie en vice versa. In Haarlemmermeer hebben we besloten dit voortaan anders aan te pakken: beide partijen leggen de middelen samen op tafel en beslissen samen over de –te nemen interventies.

We willen samen gaan voor gebouwen die de gebruikers, zowel docenten en leerlingen, aanmoedigen tot goede prestaties. De onderwijsgebouwen moeten bijdragen aan het best mogelijke onderwijs voor ieder kind. Onderwijs is immers de basis voor een goede toekomst voor de jonge inwoners van Haarlemmermeer!

 

Context, kaders en ontwikkelingen

We zien een aantal ontwikkelingen die bepalen voor welke opgave we ons gesteld zien.

In het primair onderwijs (PO) nemen de leerlingenaantallen al enkele jaren af. Deze daling vindt met name plaats in de Vinex-wijken die in de twee vorige decennia zijn gerealiseerd. Tegelijkertijd zullen in Haarlemmermeer weer nieuwe wijken gebouwd worden, waar nieuwe onderwijsvoorzieningen voor het PO nodig zijn. We werken vanuit het adagium ‘kleine dorpen – kleine scholen, grote dorpen– grote scholen’. Dit is mede van belang voor de betaalbaarheid van het onderwijs. In het IHP hebben we geanalyseerd waar we voorzien met de bestaande capaciteit voldoende ruimte te hebben en waar uitbreiding nodig is. Steeds vaker zien we dat onderwijs en opvang samen gaan en dat de lokale partijen kiezen voor Integrale Kindcentra (IKC) of communityscholen.

Qua momentum hebben we ons gebaseerd op het tempo van de woningbouw zoals dat per juli 2017 bekend was om te bepalen op welk moment uitbreiding van de capaciteit nodig kan zijn.

 

In het speciaal onderwijs (SO) zijn de leerlingenaantallen redelijk constant, maar onderkennen we de noodzaak om tot betere invulling van de ondersteuning van de leerlingen te komen. We willen baanbrekende Integrale Onderwijs Centra (IOC) realiseren, waarmee schotten tussen verschillende typen speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs worden afgebroken. Centraal staan de ondersteuningsvraag van de leerling en onderwijs zo dicht mogelijk bij huis: we bundelen deskundigheid en expertise.

 

In het voortgezet onderwijs (VO) nemen de aantallen leerlingen nog iets toe, waarna dezelfde daling als bij het primair onderwijs zich aandient. We zien dat veel Haarlemmermeerse jongeren een school buiten de polder kiezen. De schoolbesturen willen bereiken dat meer leerlingen binnen de gemeente naar school gaan.

 

Algemene maatregelen

Een andere belangrijke ontwikkeling betreft duurzaamheid. Sinds enkele jaren verwerken we de Gemeentelijke Prestatie Richtlijnen (GPR) in het onderwijsvastgoed, die leiden tot veel discussies en suboptimale resultaten. De discussies gaan vrijwel altijd over het budget dat nodig is om de GPR te realiseren en de consequenties voor de exploitatie. Dit willen we anders aanpakken, denkend vanuit de Total Cost of Ownership (TCO): de investering en de exploitatie van een gebouw versterken elkaar, leidend tot een langere levensduur van de onderwijsgebouwen. Hoe we dit precies uit kunnen werken, gaan we in het eerste jaar van het IHP (2018) onderzoeken.

Bij de eerste projecten uit dit IHP in 2018 werken we de TCO verder uit.

 

Tenslotte heeft dit IHP een belangrijke financiële component. De komende jaren zijn flinke investeringen nodig om de gebouwenvoorraad op orde te brengen. Voor de gemeente betekent de investeringslast een vergroting van de schuldpositie, waar de inspanningen erop gericht zijn deze juist te verkleinen. De gemeente wil daarom graag samen met de schoolbesturen onderzoeken op welke wijze zogenaamde doordecentralisatie haalbaar is. Doordecentralisatie houdt in dat de gemeente de verantwoordelijkheden voor onderwijshuisvesting en de daarbij behorende middelen onder wederzijdse condities en afspraken overdraagt aan de schoolbesturen. Het onderzoek moet onder meer aandacht besteden aan de mogelijkheden die er zijn om de gemeentelijke schuldpositie te beheersen.

De gemeente en de schoolbesturen zijn sinds 2015 in nauwe samenwerking bezig met dit IHP en hebben daarmee al stappen gezet in een richting die bij doordecentralisatie past. Mede daardoor komt een onderzoek naar doordecentralisatie voor beide partijen op het goede moment.

 

Specifieke maatregelen

In dit IHP hebben gemeente en schoolbesturen samen alle onderwijsgebouwen ‘langs de lat gelegd’, bekeken welke ontwikkelingen we onderkennen en vervolgens samen besloten welke maatregelen per gebouw het beste passen. Daarbij hebben we in het algemeen gekozen voor renovatie van het vastgoed, tenzij de omstandigheden dit niet toestaan of een andere oplossing zoals nieuwbouw integraal beter is. Het PO is een wijkgebonden voorziening, we hebben per wijk beschreven welke maatregelen we nemen. Het SO en het VO zijn wijkoverstijgend, deze hebben we gemeentebreed bekeken.

 

 

Voorwoord

 

Voor u ligt het Integraal Huisvestingsplan 2017-2024 voor onderwijsvoorzieningen (IHP). Dit IHP is een resultaat van een jarenlange samenwerking tussen de gemeente Haarlemmermeer en de schoolbesturen. Een resultaat gebaseerd op wederzijds vertrouwen en langdurige inzet van alle betrokkenen. Daarom zijn wij samen trots op dit resultaat. Uit gesprekken met collega- portefeuillehouders elders in het land weten we dat we voorop lopen met de aanpak die we kiezen in onze polder.

In dit IHP staan maatregelen en strategische keuzes die nodig zijn om de onderwijsgebouwen – en daarmee het onderwijs – op een kwalitatief goed niveau te houden. Het IHP bevat maatregelen voor de korte termijn (1-4 jaar) en een doorkijk naar de langere termijn (5-8 jaar). Hierbij is, met het oog op de fusie in 2019 van Haarlemmermeer en Haarlemmerliede & Spaarnwoude, ook al voor een deel naar de scholen in Haarlemmerliede en Spaarnwoude gekeken.

Dit IHP en vooral de onderliggende denkwijze hebben hun oorsprong in het Akkoord van Kamerik, opgesteld door de gemeente en de besturen voor primair onderwijs (najaar 2014). Aanleiding was de wettelijke overheveling van de budgetten buitenonderhoud per januari 2015 (van gemeente naar schoolbestuur) en de aankomende krimp. De uitgangspunten en denkwijze uit het Akkoord van Kamerik zijn vervolgens verbreed naar het speciaal en voortgezet onderwijs en op 4 juni 2015 hebben gemeente en schoolbesturen gezamenlijk een intentieovereenkomst getekend. Daarin hebben partijen zich gecommitteerd en de intentie uitgesproken om gezamenlijk tot een nieuw kader voor onderwijshuisvesting te komen. De inhoud van deze overeenkomst hebben we destijds al breed gedeeld met allerlei betrokkenen in de polder, zowel binnen als buiten de politiek. De tekst van deze intentieovereenkomst is een bijlage bij dit IHP.

 

Binnen de Lokale Educatieve Agenda (LEA) willen de schoolbesturen en de gemeente gezamenlijk het verschil maken voor de kinderen in de Haarlemmermeer. Samen staan we voor talentontwikkeling en het welbevinden van de jeugd. Eén van de speerpunten binnen de LEA is onderwijshuisvesting.

 

Het IHP is niet alleen een product, maar vooral een denkwijze en een uiting van de wil van gemeente en schoolbesturen om gezamenlijk de verantwoordelijkheid te nemen voor kwaliteit van onderwijshuisvesting. Nu en voor de lange termijn. Gemeente en schoolbesturen staan de komende jaren voor een stevige uitdaging: de uitvoering van het IHP is een gezamenlijke opgave die er niet om liegt. De wijze waarop we bouwen zal de

komende tijd nogal veranderen; dit IHP sorteert hier – zij het nog voorzichtig – op voor. Mede daarom is borging van deze werkwijze naar de toekomst van belang. Dit gebeurt onder meer in LEA-verband dankzij de gezamenlijke agenda op het gebied van onderwijs en onderwijshuisvesting.

 

Wij bieden u met genoegen dit resultaat aan!

 

 

Opbouw van het IHP

Dit IHP is de opmaat voor verdere beleidsontwikkeling op het terrein van onderwijshuisvesting in de gemeente Haarlemmermeer. Om te bepalen welke maatregelen nodig zijn, hebben we de huidige gebouwenvoorraad vergeleken met de wijze waarop we de toekomstige gebouwen nodig zullen hebben. Het verschil daartussen is een van de opdrachten die gemeente en schoolbesturen voor zich zien.

In dit IHP werken we ook zo: we presenteren de huidige voorraad, schetsen de ontwikkelingen die we onderkennen, delen onze analyse en hoe we deze in maatregelen hebben uitgewerkt. De kunst is om de dynamiek van het onderwijs zo goed mogelijk in het statische vastgoed verwerkt te krijgen.

 

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk laten we zien hoe het onderwijsaanbod in Haarlemmermeer er op dit moment uit ziet. Daarna schetsen we de belangrijkste ontwikkelingen waar de schoolbesturen en/of de gemeente mee te maken hebben omdat onze uitdaging is deze op de juiste manier in passende gebouwen om te zetten.

Het hoofdstuk dat daarop volgt omvat alle maatregelen die we noodzakelijk vinden. Deze zijn onderverdeeld ingedeeld naar onderwijssoort. Voor het PO zijn de maatregelen per dorp of wijk opgenomen, voor het SO en het VO op gemeenteniveau. Per maatregel hebben we aangegeven in welk jaar we deze verwachten te realiseren.

 

 

1. Het Onderwijs in Haarlemmermeer

In dit hoofdstuk laten we zien hoe het onderwijs in Haarlemmermeer eruit ziet. Dit doen we feitelijk in de vorm van een beschrijving van de onderwijsinstellingen en we duiden hoe de onderwijshuisvesting er op dit moment bij staat qua beleid, ontwikkelingen enzovoort

1.1 Primair Onderwijs (PO)

Haarlemmermeer telt zes schoolbesturen (in jargon: ‘bevoegde gezag’) voor het primair onderwijs die op basis van een eigen richting (denominatie) onderwijs aanbieden:

  • Stichting Openbaar Primair Onderwijs Haarlemmermeer (SOPOH). Bij het bestuur van SOPOH horen de volgende scholen:

    • o

      Badhoevedorp: Burgemeester Amersfoordtschool en Rietveldschool

    • o

      Hoofddorp: Dik Trom, Bikube, IJwegschool, De Bosrank, De Tovercirkel, De Twickel en De Octopus

    • o

      Lisserbroek: De Zilvermeeuw

    • o

      Nieuw Vennep: Het Palet, De Boog, ’t Joppe en Merlijn.

    • o

      Rijsenhout: De Zevensprong

    • o

      Vijfhuizen: De Waterwolf

    • o

      Zwaanshoek: De Zwanebloem

    • o

      Zwanenburg: De Achtbaan en Aldoende

  • Stichting Meer Primair (MP). Bij Meer Primair horen de volgende scholen:

    • o

      Abbenes: De Tonne

    • o

      Badhoevedorp: Oranje Nassauschool

    • o

      Buitenkaag: St. Willibrordusschool

    • o

      Hoofddorp: Klimop, De Caleidoscoop (fusie Flamingo en Albert Schweitzerschool), IKC Wereldwijs, Klippeholm, Braambos, De Bosbouwers, Vesterhavet, Juliana van Stolbergschool, De Regenboog, De Wijngaard, Vredeburg, Tabitha, De Wilgen, Klavertje Vier en De Brandaris.

  • Stichting Jong Leren. Bij Jong Leren horen de volgende scholen:

    • o

      Vijfhuizen: De Tweemaster

    • o

      Rijsenhout: Immanuël

    • o

      Nieuw-Vennep: De Mozaïek, Antoniusschool, De Polderrakkers, De Ark, Bommelstein, ’t Venne en Opmaat.

    • o

      Zwanenburg: Gaandeweg, De Meerburg

    • o

      Lisserbroek: De Reiger

  • Montessori Vereniging Haarlemmermeer. Bij de MVH horen de volgende scholen:

    • o

      Hoofddorp: Eerste Montessorischool, Montessorischool Floriande

  • Stichting Ithaka. Bij Ithaka hoort de volgende school:

    • o

      Hoofddorp: De Meiboom

  • ASKO (Amsterdamse Scholenstichtingen voor Katholiek Onderwijs). Bij ASKO hoort de volgende school:

    • Badhoevedorp: Dr. Plesmanschool.

In totaal zijn er in de hele gemeente Haarlemmermeer 53 basisscholen met zo’n 60 locaties.

 

In Haarlemmerliede zijn nog twee andere aanbieders met scholen actief, namelijk STOPOZ en Sint Bavo. STOPOZ biedt openbaar onderwijs aan in Halfweg (Margrietschool) en Sint Bavo biedt katholiek onderwijs aan in Spaarndam (Sint Adalbertusschool). In Haarlemmerliede biedt ook Jong Leren onderwijs aan: de Sint Jozefschool en Halverwege in Halfweg en de Franciscusschool in Haarlemmerliede.

 

Op de jaarlijkse teldatum van 1 oktober 2016 volgden in totaal 14.258 leerlingen onderwijs in de schoolgebouwen in Haarlemmermeer. Op basis van de leerlingenprognose zullen dat er in 2032 naar verwachting circa 13.630 zijn. In deze prognoses zijn de woningbouwplannen in de gemeente zoveel mogelijk meegerekend. Dit is van belang omdat woningbouwplannen invloed hebben op de leerlingenaantallen. We hebben per saldo dus te maken met krimp van de leerlingenaantallen.

1.2 Speciaal Onderwijs (SO)

Het Speciaal Onderwijs (SO) bestaat uit meerdere onderdelen.

 

In Haarlemmermeer hebben we de volgende scholen die tot het Speciaal Basisonderwijs (SBO) behoren:

  • In Hoofddorp: SBO Het Kompas, SBO De Klimboom (beide horen bij het Aloysius-bestuur) en SBO Dr. J.P. Heijeschool (behorende bij SOPOH)

  • In Nieuw-Vennep: SBO De Fakkel (behorende bij het Aloysius-bestuur).

Uit de prognose blijkt dat de leerlingenpopulatie de komende jaren redelijk stabiel blijft. De meeste gebouwen van de SBO-scholen zijn te groot, er is dus sprake van structurele leegstand.

 

In Haarlemmermeer hebben we ook scholen die we tot het (Voortgezet) Speciaal Onderwijs rekenen:

  • In Hoofddorp: Professor van Gilseschool (schoolbestuur Auris), de Dr. A. van Voorthuijsenschool (schoolbestuur Spaarnesant), het Altra College (schoolbestuur Altra), PI De Ster (schoolbestuur De Bascule).

  • In Cruquius: De Waterlelie (schoolbestuur SEIN).

Uit de prognose blijkt dat de leerlingenpopulatie de komende jaren redelijk stabiel blijft. Ook hier zijn de gebouwen groter dan nodig voor het aantal leerlingen en dus hebben we te maken met leegstand.

In Haarlemmerliede en Spaarnwoude is geen Speciaal Onderwijs gevestigd.

1.3 Voortgezet Onderwijs (VO)

In het Voortgezet Onderwijs zijn twee besturen actief in Haarlemmermeer, ieder met enkele scholen:

  • Bij de Stichting Dunamare Onderwijsgroep horen Praktijkschool De Linie, het Haarlemmermeer Lyceum en het Hoofdvaart College (al deze scholen staan in Hoofddorp).

  • Bij de Stichting IRIS horen de Katholieke Scholengemeenschap Hoofddorp, het Kaj Munk College (beide in Hoofddorp) en het Herbert Visser College (in Nieuw-Vennep).

In Haarlemmerliede en Spaarnwoude is geen Voortgezet Onderwijs gevestigd.

1.4 Doelstelling, visie en ambitie in het kort

De wereld van het onderwijs is voortdurend in beweging. Het onderwijs dat gegeven werd in de gebouwen van de jaren ’70 ziet er totaal anders uit dat het onderwijs van nu. Toch vindt dit onderwijs op sommige plaatsen in Haarlemmermeer in hetzelfde gebouw plaats. Kortom: onderwijs is dynamisch terwijl de huisvesting tamelijk statisch is. De uitdaging waar we in Haarlemmermeer voor staan, is de gebouwen zodanig aan te passen dat zij zo goed mogelijk (blijven) passen bij (de veranderingen in) het onderwijs. Voor goed onderwijs hebben we betere gebouwen nodig.

 

Met een IHP bezien gemeente en schoolbesturen de grote, strategische vraagstukken van de huisvesting. De gemeente is verantwoordelijk voor de investeringen in nieuwbouw en uitbreiding, de schoolbesturen voor de exploitatie (inclusief onderhoud) van en aanpassingen aan de gebouwen.

 

Schoolbesturen en gemeente willen dat alle leerlingen en personeelsleden kunnen leren en werken in gebouwen die bijdragen aan betere leer- en werkprestaties. We weten dat dit betekent dat we gebouwen beter moeten maken, bijvoorbeeld door te zorgen voor duurzame, inspirerende en functionele gebouwen. Gebouwen die een goed binnenklimaat hebben en voor alle partijen binnen de beschikbare middelen te exploiteren zijn. Gebouwen die multifunctioneel zijn en die een bredere rol van de school in de wijk, buurt of kern faciliteren. De gemeente stelt samen met de schoolbesturen een nieuw kader voor onderwijshuisvesting op, dat bestaat uit nieuwe, lokale afspraken over de kwaliteit, de financiering en bekostiging en de verdeling van verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting.

 

Het proces om tot dit IHP te komen, is begonnen met visievorming. In 2015 hebben de gemeente en de schoolbesturen een intentieovereenkomst ondertekend waarin zij hun intenties met de onderwijshuisvesting hebben uitgesproken. In de intentieovereenkomst (zie bijlage) hebben gemeente en de schoolbesturen gezamenlijke vertrekpunten vastgelegd. We gaan voor huisvesting die past binnen de beschikbare middelen en we willen keuzes maken op basis van efficiency, effectiviteit en eenduidige, eenvoudige en transparante oplossingen. Het vertrekpunt is de gezamenlijke erkenning dat sprake is van één afwegingskader voor de totale exploitatie van onderwijshuisvesting. Het bezien vanuit de totale exploitatie over de levensduur van een gebouw wordt Total Cost of Ownership (TCO) genoemd. Voor de totale levenscyclus van een gebouw zijn zowel de investerende gemeente als de exploiterende schoolbesturen verantwoordelijk. Daarmee hebben zij samen de verantwoordelijkheid om de kosten voor het gebruik van de gebouwen te optimaliseren.

Hoe we de TCO-gedachte verder vorm gaan geven, gaan we samen onderzoeken. Daarmee willen we onder meer helderheid krijgen over de rendementen die betere gebouwen opleveren en hoe we deze in de toekomst in kunnen zetten.

 

Schoolbesturen en gemeente vinden de huidige onderwijshuisvestingssystematiek (‘Verordeningsdenken’) niet meer van deze tijd. We hebben een gezamenlijk belang om de huisvesting kwalitatief goed en betaalbaar te houden. Ten opzichte van het vorige IHP (uit 2011) leggen we meer nadruk op duurzaamheid.

In principe kiezen we voor het renoveren van de gebouwen. Daar waar dit niet mogelijk is, kan (vervangende) nieuwbouw aan de orde zijn.

 

Voor het PO is bovenstaande vertaald in standpunten over onder meer Integrale Kindcentra en Communityschools van 0 tot 12 jaar, kwalitatief hoogwaardige schoolgebouwen, spreiding en bereikbaarheid tussen scholen. Voor het SO ligt dit, naast spreiding en bereikbaarheid van scholen, vooral op het gebied van nauwere onderwijskundige samenwerking tussen de verschillende instituten in Integrale OnderwijsCentra (IOC’s). Voor het VO zijn dit onder meer opvattingen over een pluriform en kwaliteitsrijk aanbod in Haarlemmermeer, zodat iedere leerling een plek kan vinden in de gemeente. Daarnaast ook, terugdringen van de uitstroom, op welke wijze dat gestalte zou moeten krijgen en goede spreiding en bereikbaarheid.

 

In de bijlage zijn we dieper op doelstelling, visie en ambitie ingegaan. Hierbij hebben we per sector de visie en ambitie uitgebreider beschreven en van toelichting voorzien.

1.5 Context en ontwikkelingen in het kort

Uitgangspunten voor het IHP

Dit IHP is niet het eerste plan; in 2009 en in 2011 (actualisatie) hebben gemeente en schoolbesturen met elkaar al een IHP opgesteld. Sommige uitgangspunten van toen komen overeen met de uitgangspunten van nu, ze zijn nog altijd actueel. In samenspraak hebben we de volgende uitgangspunten voor dit IHP opgesteld:

  • de afspraken genoemd in de intentieovereenkomst (zie bijlage);

  • het borgen van een goede spreiding van onderwijsvoorzieningen door deze te laten aansluiten op de vraag naar onderwijs, in voldoende omvang en van voldoende diversiteit;

  • anticiperen op krimp van de leerlingenaantallen;

  • efficiënt gebruik maken van beschikbare ruimte waarbij leegstand zoveel mogelijk vermeden wordt;

  • waar het kan streven naar gezamenlijke huisvesting van partners (PO en SO) die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het kind. Hiermee faciliteren we de samenwerking tussen deze partijen rondom het kind;

  • het zo multifunctioneel mogelijk inzetten van onderwijshuisvesting ten behoeve van activiteiten op het gebied van opvang, zorg, ondersteuning, welzijn, sport en cultuur;

  • zorgen voor een laagdrempelige toegang van onderwijsvoorzieningen voor alle doelgroepen.

Wettelijke kaders

Beide partijen hebben te maken met wettelijke kaders.

Met ingang van 1997 is de zorgplicht voor het bekostigen van de huisvesting van het primair, speciaal en het voortgezet onderwijs volledig overgedragen van het Rijk (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) naar de gemeenten. De gemeente heeft een verordening vastgesteld op grond van de onderwijswetten, zoals de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de Expertisecentra (WEC) en de Wet op het Voortgezet onderwijs (WVO) om aan haar zorgplicht voor adequate huisvesting van scholen de juiste invulling te geven. De gemeente hanteert de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (VVHO) om haar wettelijke kaders vorm te geven.

 

Vanaf 1 januari 2015 zijn het buitenonderhoud en de aanpassingen aan de schoolgebouwen overgeheveld van de gemeente naar de PO- en de SO-besturen. Voor het VO was de situatie al langer het geval. De bekostiging voor de uitvoering van deze verantwoordelijkheid is per 1 januari 2015 opgenomen in de rijksvergoeding Materiële Instandhouding (MI), die de schoolbesturen rechtstreeks van het Rijk ontvangen. Op grond van de onderwijswet- en regelgeving is het schoolbestuur verantwoordelijk voor de materiële instandhouding van het schoolgebouw. Hiertoe rekenen we alle kosten die verband houden met het instandhouden van het gebouw, zoals exploitatielasten (energie, schoonmaak etc.) en het onderhoud.

Daarmee is sprake van een sluitend systeem van verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting: de gemeente heeft de zorgplicht om te voorzien in adequate huisvesting (mutaties), de schoolbesturen de verantwoordelijkheid voor de instandhouding. Dit geldt voor zowel het PO als het SO en het VO.

Voor het gehele onderwijs geldt dat de bekostiging ontoereikend is. Jaarlijks komen landelijk alleen al de PO-besturen samen circa € 375 miljoen euro tekort om een goede exploitatie te kunnen organiseren (Bron: Berenschot en ICSadviseurs).

 

De verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting is landelijk geregeld in onderwijswetgeving en lokaal uitgewerkt in de verordening. De gemeente heeft daarbij de zorgplicht om te voorzien in adequate huisvesting. Formeel gezien heeft de gemeente de plicht om tijdig de benodigde middelen beschikbaar te stellen. De verantwoordelijkheid van de schoolbesturen ligt vooral in de instandhouding van die huisvesting. Landelijk staan kwaliteit en betaalbaarheid van onderwijshuisvesting sterk onder druk. Onder meer via het Bouwbesluit en de plicht om in 2020 (bijna) energie neutrale gebouwen (BENG) te gaan realiseren, is druk op kwaliteit ontstaan. Van rijkswege worden hieraan vooralsnog geen financiële consequenties verbonden. De brancheorganisaties van zowel de gemeenten als de schoolbesturen zijn hierover met de Rijksoverheid wel in gesprek.

 

Leerlingenprognoses

In de bijlage hebben we de leerlingenprognoses voor alle scholen in Haarlemmermeer opgenomen. In het PO zien we een daling van het aantal leerlingen van 14.250 nu naar ruim onder 13.000 in 2022. Daarna neemt het aantal leerlingen weer toe als gevolg van de vestiging van gezinnen in woningbouw die in de gemeente plaatsvindt. De ontwikkeling van de leerlingenaantallen hangt zowel qua hoogte als qua omvang (piek) en locatie sterk met de woningbouw samen: de meeste kinderen worden geboren in de wijken waar de meeste nieuwe eengezinswoningen gebouwd worden. Bij wijziging van de woningbouwplannen hoort ook wijziging van de huisvestingsplannen voor het onderwijs.

In het VO en SO kijken we hier anders naar, omdat dit voorzieningen zijn die op gemeenteniveau georganiseerd zijn. De locatie is minder bepalend, de omvang, bereikbaarheid en piek uiteraard wel. De leerlingenaantallen in het SO zijn de komende jaren naar verwachting redelijk stabiel. Voor het VO verwachten we nog een kleine toename door de grote aantallen leerlingen uit de Vinex-wijken; daarna is sprake van een dalende lijn. Pas aan het einde van de prognoseperiode zien we weer een toename.

 

Onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen

We onderkennen een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op de huisvesting van het onderwijs:

  • Bewegingsonderwijs: samen met voldoende gebouwen voor het onderwijs, zijn voldoende goede gebouwen nodig voor het gymnastiekonderwijs. In geval van nieuwbouw van onderwijsvoorzieningen nemen we de benodigde gymnastiekgebouwen mee; alle overige vraagstukken over bewegingsonderwijs komen in het nog op te stellen Integraal Accommodatieplan (IAP) aan de orde. Daarmee kunnen we de verbinding leggen met de andere gebruikers van de accommodaties, zoals het verenigingsleven.

  • Schakelonderwijs: deze vorm van onderwijs geven we aan kinderen tussen zes en achttien jaar die nog geen Nederlands spreken. IKC Wereldwijs en het Hoofdvaart College zijn de scholen voor leerlingen in respectievelijk PO en VO. De omvang die nodig is voor het schakelonderwijs hangt samen met de taakstelling die de gemeente heeft voor de huisvesting van statushouders. Bij beide scholen hebben we geanticipeerd op de mogelijke fluctuaties in de aantallen statushouders.

  • Passend onderwijs: met de invoering van de Wet Passend Onderwijs zijn de schoolbesturen eraan gehouden iedere leerling het best passende onderwijs te bieden. Dit bieden zij aan in de vorm van samenwerkingsverbanden. Het doel van de samenwerkingsverbanden is een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen scholen zodanig te organiseren dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen.

  • Internationaal onderwijs: dit onderwijs is een voorwaarde voor het aantrekken van internationaal bedrijfsleven. In Haarlemmermeer wonen op dit moment ongeveer 1.100 kinderen van internationals. Naar verwachting neemt dit aantal de komende jaren verder toe. De gemeente heeft geen wettelijke verantwoordelijkheid jegens privaat internationaal onderwijs, wel jegens publiek internationaal onderwijs. In gezamenlijkheid met SOPOH is besloten de volgende stap te zetten naar de daadwerkelijke ontwikkeling van een publieke internationale school in Haarlemmermeer. Deze school maakt gebruik van bestaande huisvesting. Een internationale school voor VO achten we op dit moment nog niet haalbaar.

Een uitgebreidere beschrijving van de diverse ontwikkelingen is opgenomen in de bijlage.

1.6 Herindeling Haarlemmermeer en Haarlemmerliede & Spaarnwoude

De gemeenten Haarlemmerliede & Spaarnwoude en Haarlemmermeer komen per 1 januari 2018 samen tot een nieuwe gemeente. Voor de onderwijshuisvesting in het algemeen betekent dit dat de schoolgebouwen in Haarlemmerliede & Spaarnwoude meegenomen moeten worden in de keuzes die we in dit IHP maken.

Voor een gedeelte gebeurt dit al: vanuit Haarlemmermeer ondersteunen we de gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude al geruime tijd op ambtelijk niveau bij de ontwikkeling van een nieuw schoolgebouw (IKC) in Halfweg. De gemeente Haarlemmermeer heeft ook besloten financieel aan de ontwikkeling van dit gebouw bij te dragen (€ 500.000), teneinde te bereiken dat het gebouw qua duurzaamheid aansluit bij de keuzes in Haarlemmermeer.

 

Een andere benodigde actie is om de schoolgebouwen in de dorpen Haarlemmerliede en Spaarndam mee te nemen in de Haarlemmermeerse analyses. Dat betekent onder meer dat we de gebouwen zullen schouwen en dat we de schoolbesturen in Haarlemmerliede & Spaarnwoude betrekken bij de ontwikkelingen en besprekingen die we in Haarlemmermeer voeren. Bij de herziening van het IHP (2019) zal dit gereed zijn.

 

 

2. Analyse en maatregelen

De informatie die we in het vorige hoofdstuk gepresenteerd hebben is in nauwe samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen geanalyseerd en omgezet in concreet te nemen maatregelen. Deze analyse komt in dit hoofdstuk aan bod, de maatregelen staan in het volgende hoofdstuk.

2.1 Periode IHP: 2017-2024

We kiezen er samen bewust voor een IHP te maken dat een redelijk lange looptijd heeft. Beide partijen, zowel de gemeente als de schoolbesturen, willen elkaar zekerheid geven en afspraken voor een langere periode maken. Beide partijen moeten financiële inspanningen leveren, schoolbesturen willen zo zeker mogelijk weten wanneer zij ‘aan de beurt zijn’, we moeten samen een andere werkwijze ontwikkelen – zo zijn er vele redenen om een langere planningshorizon te kiezen.

 

De IHP-periode valt uiteen in twee delen: de periode 2017-2020 en de periode 2021-2024. De eerste vier jaren kunnen we met grote zekerheid zeggen wat we gaan uitvoeren; de periode daarna is met iets meer onzekerheid omgeven. Daarom bieden we voor de laatste periode een doorkijk.

We hebben ook maatregelen gedefinieerd die in de periode na 2024 vallen. Deze hebben we benoemd zodat sprake is van een volledig overzicht.

2.2 Parameters IHP

Kwaliteitsnorm

Aan de hand van de uitgangpunten, visie en ambities en parameters zoals fusie, maatregelen in het omliggende gebied, leerlingenprognoses etc., hebben we gedefinieerd of een gebouw in de toekomst aan vervanging of aan renovatie toe is. Zo hebben we bepaald hoeveel investeringen de komende jaren nodig zijn om de onderwijshuisvesting kwalitatief op orde te houden. Het is daarbij de bedoeling dat we die kwaliteit periodiek bekijken en bepalen welke aanpassingen mogelijk of nodig zijn. Daarom hebben we in het algemeen gekozen voor renovatie van het vastgoed. Daarbij is de ruimte gelaten om bij de actualisatie in bepaalde omstandigheden, alsnog de integrale afweging te kunnen maken of nieuwbouw geen betere oplossing is. Met een dergelijke werkwijze behoudt het IHP zijn actualiteitswaarde en kunnen we optimaal inspelen op veranderende ontwikkelingen.

 

Financiële norm

We hebben de verschillende ambities omgezet in een Haarlemmermeers kwaliteitskader. Dit kader gaat uit van een gemiddelde norm voor nieuwbouw van € 2.100 per m2 voor de PO-gebouwen en €

2.280 per m2 voor de SO-gebouwen. Voor de VO-gebouwen stellen we deze norm op € 1.900 per m2 (dit komt doordat VO-gebouwen groter van omvang zijn en dus een lager kostenniveau per m2 hebben). Deze nieuwbouwnormen liggen hoger dan de landelijke trend met name als gevolg van de lokale duurzaamheidsambities. Zo hanteren veel gemeenten kengetallen voor PO en SO ter hoogte van € 1.800 en voor het VO € 1.600 per m2 (prijspeil 2017). Over het algemeen is de inschatting dat voor deze prijsniveaus een schoolgebouw aan de eisen van het Bouwbesluit voldoet. Daarom noemen we deze prijsniveaus ‘de bouwbesluitnorm’.

 

Voor een renovatie is nu als investeringsimpuls gerekend met een financiële norm van 50% van de bouwbesluitnorm, voor een levensverlenging van tenminste 20 jaar.

 

Bijdrage schoolbesturen

Op basis van de eerder in de intentieverklaring vastgestelde uitgangspunten leveren de schoolbesturen een wezenlijke financiële bijdrage in geval van renovatie of vervangende nieuwbouw. Omdat de schoolbesturen wettelijk niet mogen investeringen in onderwijshuisvesting, hebben we de bijdrage gezocht in de besparingen die de maatregelen uit het IHP voor de schoolbesturen zouden kunnen opleveren qua exploitatie en onderhoud. Daarbij geldt als uitgangspunt het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) dat het schoolbestuur opstelt.

De bijdrage komt tot stand door in het 30e levensjaar van een schoolgebouw gezamenlijk te beoordelen of het gebouw in het 40e levensjaar duurzaam kan worden gerenoveerd of dat het gebouw moet worden vervangen door nieuwbouw. Duurzaam wil in dit geval zeggen een verantwoord gebruik van het gebouw voor de volgende 20 jaar.

De bijdrage van het schoolbestuur is in principe het budget dat in het MJOP is opgenomen (per schoolgebouw) voor de 10 jaren voor het 40e levensjaar plus de 5 jaren na het 40e levensjaar en dat betrekking heeft op die onderhoudsactiviteiten die het schoolbestuur niet meer uitvoert, dan wel die het doorschuift of naar voren haalt naar het jaar waarin renovatie of vervangende nieuwbouw aan de orde is. Van dit vrijvallende budget wordt 10% apart gelegd als een zogenaamde ‘stroppenpot’.

Deze pot wordt aangewend om in voorkomende gevallen onderhoudsactiviteiten te bekostigen die door omstandigheden alsnog moeten worden uitgevoerd. Deze bestuurlijke bijdrage geldt zowel bij renovatie als vervangende nieuwbouw.

Dit zijn systeemafspraken met als uitdrukkelijk uitgangspunt dat per bestuur en per schoolgebouw maatwerk vereist wordt. Gemeente en schoolbestuur maken gedetailleerde afspraken op het moment dat partijen de uitvoering van de geplande maatregel opstarten.

 

Met deze aannames en afspraken kunnen gemeente en besturen naar elkaar de zekerheid uitspreken over de toekomstige maatregelen, ook voor de verre toekomstige periode. We weten op welk moment we in gesprek gaan over de vraag of een gebouw aan vervanging toe is. Ook is helder hoeveel investeringen de komende jaren nodig zijn om het onderwijsgebouw kwalitatief en duurzaam op orde te houden en in welke verhoudingen beide partijen deze middelen inbrengen.

De gemeente en schoolbesturen zijn daarmee baanbrekend in samenwerking en financiering en volgen daarmee voor zowel (vervangende) nieuwbouw als renovatie niet langer de normen die zijn opgenomen in de Verordening. Gemeente en schoolbesturen borgen daarmee naar elkaar financiële en materiële zekerheid op langere termijn.

2.3 Criteria IHP

Naast alle reeds genoemde criteria, hebben gemeente en schoolbesturen gekeken naar de kwaliteit van de huidige huisvesting en de daaruit volgende urgentie. In het PO en het SO hebben we ingespeeld op demografische ontwikkelingen of andere aanleidingen om maatregelen te nemen.

 

Kwaliteit

Van alle schoolgebouwen in Haarlemmermeer hebben we op een objectieve manier de bouwkundige staat in beeld gebracht. Uit de resultaten kunnen we concluderen dat de kwaliteit van de onderwijshuisvesting in het algemeen goed op orde is. Vergeleken met landelijke benchmarkgegevens (500 scholen) blijkt dat vooral de onderwijskundige kwaliteit in Haarlemmermeer boven het gemiddelde niveau ligt. We zien daarnaast duidelijk dat het binnenklimaat te wensen over laat en dat in Haarlemmermeer de vergoedingen die schoolbesturen ontvangen voor de instandhouding van hun gebouwen, ontoereikend zijn. Ook is duidelijk dat een relatief groot deel (35 procent) van de schoolgebouwen in de gemeente dateert uit de jaren ’70 en daarmee het einde van de huidige economische levensduur heeft bereikt. In de afgelopen jaren hebben we nog maatregelen aan deze gebouwen genomen, waardoor deze gebouwen niet volledig financieel zijn afgeschreven. Dit deel van de voorraad is echter wel grotendeels bepalend voor de opgave in dit IHP.

3. Maatregelen per wijk – kern – gemeente

In dit hoofdstuk laten we in verkorte vorm zien welke maatregelen we nemen.

Voor het PO is dit op niveau van wijk of dorp, voor het SO en het VO is dit voor het niveau van de gemeente als geheel.

3.1 PO: Zwanenburg

De mogelijkheden in Zwanenburg hangen grotendeels af van de vliegbewegingen van Schiphol. Een andere belangrijke factor is de gemeentelijke herindeling: Zwanenburg en Halfweg zijn een dubbeldorp. In beide dorpen zijn nieuwe onderwijsgebouwen nodig; in Halfweg ontwikkelt de gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude een IKC voor de huidige drie scholen. De gemeente Haarlemmermeer betaalt hieraan mee teneinde bij oplevering te beschikken over een gebouw dat voldoet aan het Haarlemmermeerse kwaliteitskader: € 500.000,- is in het IHP voorzien als bijdrage.

Zwanenburg heeft vier basisscholen, SOPOH en Jong Leren hebben beide twee scholen. De leerlingenpopulatie blijft de komende jaren min of meer stabiel. De scholen van SOPOH zijn al gefuseerd; Jong Leren is hiermee nog bezig.

De huidige schoolgebouwen zijn gedateerd en kennen structurele leegstand.

 

 

Voor de toekomstige investeringen zijn er meerdere modellen:

  • 1.

    Een optie is het bouwen van een unilocatie, met een zo optimaal mogelijke integratie van het dorpshuis, bijvoorbeeld doordat dorpsplein en schoolplein elkaar aanvullen. De locatie Oude Mavo is hiervoor benodigd.

  • 2.

    Bouwen van een unilocatie op de locatie van de Oude Mavo zonder integratie van de bouw van het dorpshuis. Beide projecten worden gebouwd in hun eigen tempo en de gebouwen en/of pleinen vullen elkaar niet (direct) aan.

  • 3.

    De voorkeursoptie is bouwen op twee locaties, namelijk de locatie van Meerbrug en Aldoende (Kinheim) en de locatie van De Achtbaan in het oosten van Zwanenburg.

  • 4.

    Alle onderwijshuisvesting concentreren op de locatie Kinheim. Dat laatste is vanuit onderwijskundig oogpunt zeer onwenselijk.

Voor het realiseren van een unilocatie in het centrum van Zwanenburg is een bestemmingsplanprocedure nodig. De kans dat dit een langlopende procedure is, is aanzienlijk. Met name de kwaliteit van het gebouw van de Gaandeweg in Zwanenburg is van dien aard, dat lang wachten geen optie kan zijn. Omdat we uitstel niet langer verantwoord vinden, kiezen gemeente en schoolbesturen voor model 3.

 

Maatregelen

 

Model 1: Unilocatie in combinatie met Dorpshuis

Wie

Wat

Wanneer

Gemeente

Verwerving grondpositie Oude Mavo

2017

Gemeente

Bestemmingsplanprocedure

2017

SOPOH en Jong Leren

Realisatie bouw

2019 e.v.

 

Model 2: Unilocatie zonder combinatie met Dorpshuis

Wie

Wat

Wanneer

Gemeente

Verwerving grondpositie Oude Mavo

2017

Gemeente

Bestemmingsplanprocedure

2017

SOPOH en Jong Leren

Realisatie bouw

2019 e.v.

 

Model 3: Bouwen op twee locaties (voorkeursoptie)

Wie

Wat

Wanneer

SOPOH

Nieuwbouw Locatie Achtbaan

2018

Jong Leren

Renovatie/nieuwbouw locatie

Kinheim

2018

 

Model 4: Unilocatie Locatie Kinheim

Wie

Wat

Wanneer

SOPOH en Jong Leren

Nieuwbouw/Renovatie

 

 

Model 3 is, gegeven de druk op tijd en kwaliteit, de beste optie. Het opstarten van de planvorming is voorzien in 2018.

3.2 PO: Badhoevedorp

De omlegging van de A9 en de daarbij behorende woningbouw is de belangrijkste ontwikkeling in Badhoevedorp. Een ander belangrijk punt vormt de stroom leerlingen uit Amsterdam die op de scholen in Badhoevedorp zitten.

 

In Badhoevedorp staan vier basisscholen van SOPOH, Meer Primair en ASKO. De leerlingenpopulatie zal de komende jaren licht stijgen. Voor de Rietveldschool is reeds besloten tot vervangende nieuwbouw Het oorspronkelijke schoolgebouw wordt een gemeentelijk monument, het geheel is gecombineerd ontworpen.

Badhoevedorp is voor het basisonderwijs min of meer op orde: de huisvesting voor Oranje Nassauschool is recentelijk in gebruik genomen en de vervangende nieuwbouw van de Rietveldschool begint in de loop van 2017 . Op langere termijn is renovatie nodig van de Plesmanschool en het hoofdgebouw van de Oranje Nassauschool. Vanwege de overloopfunctie die Badhoevedorp heeft, is het wenselijk om het maximum aantal leerlingen dat binnen de huidige capaciteit past te bekrachtigen en te handhaven. Op die manier kunnen we de groei van het aantal leerlingen vanuit de aanstaande woningbouwontwikkelingen binnen de beschikbare capaciteit opvangen.

 

 

Maatregelen

De vervangende nieuwbouw van de Rietveldschool is op dit moment in voorbereiding: het ontwerpproces is in uitvoering. Voor de Plesmanschool en het hoofdgebouw van de Oranje Nassauschool is renovatie nodig (in 2025, dus buiten de planningsperiode van dit IHP). Andere maatregelen zijn binnen de planningsperiode van het IHP niet voorzien.

3.3 PO: Vijfhuizen

Vijfhuizen heeft twee basisscholen, namelijk één van Jong Leren en één van SOPOH. Beide zijn gehuisvest in twee gebouwen die bouwkundig aan elkaar gekoppeld zijn. Zij hebben derhalve hetzelfde bouwjaar en zijn beide ook in 2015 aangepast aan de moderne eisen. Op dit moment is er weinig tot geen leegstand. Daarmee is de onderwijshuisvesting in Vijfhuizen op orde.

 

 

In de toekomst kan een deel van de nieuwe bewoners van Wickevoort ervoor kiezen hun kinderen in Vijfhuizen op school te doen. Desondanks is de verwachting dat in de loop van de jaren een daling van het aantal leerlingen plaatsvindt.

De twee schoolbesturen hebben met elkaar afgesproken welk leerlingenaantal zij als ondergrens wensen te hanteren voordat keuzes gemaakt moeten worden. Daarbij bezien zij Vijfhuizen en Rijsenhout in samenhang, omdat beide besturen daar actief zijn en het vraagstuk van soortgelijke aard is.

Qua leeftijd is de verwachting dat de schoolgebouwen rond 2035 aan vervanging toe zijn (circa 20 jaar na de renovatie van 2015).

 

Maatregelen

Binnen de planningsperiode van het IHP zijn geen maatregelen voorzien.

3.4 PO: Hoofddorp Centrum-Noord/Oost-Graan voor Visch

In deze twee wijken samen vinden we vier basisscholen, één van SOPOH en drie van Meer Primair. Het lesaanbod is stabiel en goed gelokaliseerd. De scholen staan op de goede plek en voorzien in een behoefte. Het is van belang om de komende jaren de kwaliteit en de demografische ontwikkelingen goed te monitoren en op middellange termijn actie te ondernemen als het gaat om de kwaliteit van de gebouwen.

De vervangende nieuwbouw van de Dik Tromschool is reeds in voorbereiding (realisatie 2018-2020). De bedoeling is dit gebouw als eerste project volgens de ideeën uit dit IHP te realiseren.

 

 

Daarmee wordt ook geanticipeerd op de aanstaande woningbouw in Hoofddorp Noord/Oost. Deze vindt grotendeels plaats door functieverandering (transformatie van de functie werken naar wonen) en is dus organisch van karakter.

Renovatie van de huisvesting van de Klimop is in de toekomst nodig. Voor de Juliana van Stolbergschool vinden we, gezien de staat van het gebouw, vervangende nieuwbouw voor de hand liggen: door de bouwkundige kwaliteit is renovatie geen optie. Verder zijn de effecten van de woningbouw in de wijk op te vangen bij de Juliana van Stolbergschool.

In Graan Voor Visch is IKC Wereldwijs verder versterkt door ruimte te maken voor de groei van het IKC en het schakelonderwijs. Dit is gebeurd door het verplaatsen van de Van Voorthuijsenschool (zie ook de teksten over het Speciaal Onderwijs). Het versterken van IKC Wereldwijs is belangrijk omdat dit de enige school is in de wijk; het behoud is van groot belang voor het onderwijs in Graan voor Visch. Voor IKC Wereldwijs is renovatie nodig.

 

Maatregelen

  • Nieuwbouw voor Dik Trom (2018 en verder)

  • Nieuwbouw Juliana van Stolberg (2018 en verder)

  • Renovatie Klimop (2024 en verder)

  • Renovatie IKC Wereldwijs (2023 en verder)

3.5 PO: Hoofddorp PAX-Bornholm

De vier schoolbesturen in deze twee wijken beseffen dat – ondanks de relatief kleinschalige opzet van de schoolgebouwen – de vraag naar ruimte kleiner is dan het beschikbare aanbod voor onderwijshuisvesting. Om die reden maken zij keuzes waardoor de schoolgebouwen de komende jaren gezamenlijk weer een gezonde omvang hebben.

Zo zal SOPOH op basis van de leerlingenprognose 2020/2021 een besluit nemen over een combinatie van IJwegschool en de Bikube (mede in relatie tot de Bosrank). Meer Primair heeft de Albert Schweitzerschool en De Flamingo inmiddels gefuseerd tot De Caleidoscoop. De ruimtelijke consequentie van deze beslissing is meegenomen in de financiën van het IHP: de voormalige Albert Schweitzerschool heeft het leegstaande deel van het Pax-gebouw in gebruik genomen.

Het gebouw dat vrijkomt is geschikt gemaakt als tijdelijke huisvesting voor het Voortgezet Onderwijs.

 

 

Met betrekking tot de Klippeholm en Vesterhavet is op korte termijn geen actie vereist. Wel zal de ontwikkeling van het leerlingenaantal worden gemonitord zodat actie genomen kan worden indien de aantallen onder de kritische grens zakken.

Ithaka heeft de Meiboom als een zogenaamde dislocatie van de Rudolf Steiner in Haarlem georganiseerd en zal deze vestiging instandhouden.

 

Met de opheffing van de Montessorischool in Toolenburg is op dit moment een stevigere basis voor de instandhouding van het aanbod van Montessori-onderwijs in Pax en Floriande.

 

Bouwtechnisch is er (nog) niet direct een reden ingrijpen. Het is echter wel van belang om op korte termijn keuzes te maken over renovatie/nieuwbouw/verder exploiteren en dit met elkaar vast te leggen ook in relatie tot de situatie in de wijk Overbos.

 

Maatregelen

We kiezen voor renovatie van de gebouwenvoorraad in dit deel van Hoofddorp. Hierbij bezien we nog preciezer welke scholen gehandhaafd blijven en welke gaan sluiten of fuseren. We houden rekening met de renovatie van in totaal vier schoolgebouwen. De renovatie van de Caleidoscoop begint met planvorming in 2024; die van Bornholm rond 2030 (dus buiten de planperiode van dit IHP).

3.6 PO: Hoofddorp Toolenburg

In 2016 heeft de Montessorivereniging Haarlemmermeer besloten de Montessorischool in Toolenburg op te heffen. Daarmee is het gebouw niet meer in gebruik en beschikbaar voor ontwikkeling voor het speciaal onderwijs. Naast dit gebouw is namelijk al SBO het Kompas gehuisvest (zie ook de teksten over het speciaal onderwijs).

Op enkele plaatsen in Toolenburg zien we een behoorlijke leegstand. Deze manifesteert zich met name in Toolenburg-West, terwijl de leerlingengroei vanuit de nieuwbouw van woningen in het nieuwbouwgebied in De Parken het eerst in Toolenburg-Oost terecht komt. We zouden dus kunnen zeggen dat de leegstand op de verkeerde plek zit. In de wijk hebben de schoolbesturen SOPOH en Meer Primair samen zes basisscholen en zij achten het wenselijk deze zes aanbodpunten zo veel mogelijk in stand te houden. De beschikbare gebouwen zijn nodig om te voorzien in de benodigde capaciteit.

Bijzonder aandachtspunt voor de komende tijd is een mogelijke combinatie van De Wijngaard en Vredeburg, gezien de terugloop van het aantal leerlingen van met name de Wijngaard. Een andere ontwikkeling is de behoefte aan extra huisvesting vanwege de woningbouwontwikkeling in Hoofddorp-Zuid: Tudorpark, Nassaupark en Lincolnpark.

De bestaande gebouwencapaciteit als geheel is onvoldoende om in de vraag naar ruimte te voorzien. Om die reden is nieuwbouw noodzakelijk. Dit kan in de vorm van een nieuwe school, of door een verplaatsing/verhuizing. Om de omvang hiervan voldoende inzichtelijk te krijgen, is het voorstel om nader onderzoek te doen naar de leerlingenstromen in heel Toolenburg aan de hand van de meest recente telgegevens en de recentste woningbouwontwikkelingen. In de wijk Nassaupark is een reservering van een kavel voor een school opgenomen in de planvorming.

 

De kwaliteit van de gebouwen is goed. Er is derhalve voor de korte termijn geen aanleiding tot renovatie. Dit is na de planperiode van dit IHP wel het geval.

 

Maatregelen

Onderzoek naar leerlingenstromen in Toolenburg en De Parken en als gevolg hiervan besluit nemen over de omvang en invulling van nieuwbouw van een school. Dit onderzoek moet in 2018 plaatsvinden. Maatregelen in de bestaande gebouwen in Toolenburg zijn buiten de planperiode van het IHP voorzien (circa 2027).

 

 

3.7 PO: Hoofddorp Overbos

De leegstand in deze wijk is vrij fors en de verwachting is dat het leerlingenaantal van de vier scholen van SOPOH en Meer Primair de komende jaren verder afneemt. Het is nodig om keuzes te maken over de toekomst van het aanbod van het onderwijs. Deze opgave ligt in eerste instantie bij de schoolbesturen: zij gaan namelijk over het openen en sluiten van scholen. Gelet op de leerlingenaantallen geldt dit vooral voor de Bosrank en in breder verband de achterstandsproblematiek in deze wijk. Vooralsnog zijn gesprekken gaande over een combinatie met andere scholen van SOPOH waarbij de blik is gericht op de scholen in zowel Overbos als Bornholm en Toolenburg. Mocht het aantal leerlingen te ver dalen, dan overweegt SOPOH de school te sluiten of te laten fuseren.

De renovatie van de gebouwenvoorraad is nodig maar valt buiten de planperiode van dit IHP.

 

 

Maatregelen

Besluit nemen over toekomst De Bosrank in samenhang met de andere gebouwen in Overbos, Toolenburg en Bornholm. Voorafgaand aan een besluit, doen Meer Primair en SOPOH onderzoek naar de toekomstscenario’s voor de scholen in Overbos. Renovatie van de voorraad in Overbos is voorzien voor 2023.

3.8 PO: Hoofddorp Floriande

Floriande is een relatief jonge wijk, waar de leerlingenaantallen zich vanuit de pieksituatie langzaam naar een stabiele situatie ontwikkelen. In Floriande zijn voor deze pieksituatie vooral zogeheten schoolwoningen ingezet. Dit zijn casco woningen die samen met Ymere als onderwijsgebouwen zijn gerealiseerd, waarbij de gedachte is deze schoolwoningen na gebruik door het onderwijs te transformeren naar huur- of koopwoningen. De schoolwoningen in Floriande-Noord zijn in eigendom van Ymere, die in Floriande-Midden zijn van de gemeente. De daling van het leerlingenaantal in Floriande-Noord betekent dat minder gebouwcapaciteit nodig is. Het opzeggen van de huren van deze schoolwoningen levert financiële ruimte op voor nieuwe investeringen. In dat kader is afgesproken dat de schoolwoningen versneld afgestoten worden op basis van de feitelijke leerlingenaantallen in plaats van rekening te houden met de systematiek van de teldatum (in jargon: ‘het na-ijleffect’).

 

 

Verder treffen we maatregelen om de eventuele leegstand binnen de MFA’s actief te vullen met andere functies, wat eveneens een exploitatievoordeel kan opleveren. Gemeente, schoolbesturen en andere gebruikers maken afspraken over de uitgangspunten op basis waarvan dat plaatsvindt. Eén van de uitgangspunten is dat een hurende partij meerwaarde voor het onderwijs moet hebben. Zo is in 2016-2017 het CJG in Floriande-Zuid in de brede school gehuisvest (consultatiebureau).

 

Daarmee zijn de komende jaren ook geen verdere bouwkundige maatregelen te verwachten voor de vijf scholen . Voor de volledigheid is een inschatting gemaakt van het moment waarop een renovatie kan worden verwacht. Deze valt buiten de planningshorizon van dit IHP.

 

Maatregelen

Afstoten schoolwoningen op basis van feitelijk gebruik.

3.9 PO: Zwaanshoek

Het dorp Zwaanshoek en de school De Zwanebloem kennen een stabiel leerlingenaantal. De Zwanebloem is de enige school in het dorp en voorziet in een behoefte.

Afgezien van eventuele woningbouwontwikkelingen in de omliggende gebieden zijn er geen wijzigingen. We gaan een onderzoek starten naar mogelijke renovatie rond 2019 (gelet op de leeftijd van het gebouw).

Om financiële redenen doen we dit in twee delen: de buitenkant als eerste in de eerste planperiode van dit IHP en het tweede deel aan het einde van de tweede periode.

 

 

Maatregelen

Renovatie Zwanebloem onderzoeken en uitvoeren (een deel in 2019 en een deel in 2024).

3.10 PO: Nieuw-Vennep Getsewoud

Net als Floriande in Hoofdorp is Getsewoud een relatief jonge wijk, die zich vanuit de pieksituatie langzaam naar een stabiele situatie ontwikkelt. De drie basisscholen in Getsewoud-Zuid zijn bij elkaar gehuisvest. Het gebouw dateert uit 2000 en is in 2015-2016 stevig aangepakt: het gebouw is bouwkundig zwak en is voor de komende decennia geschikt gemaakt.

SOPOH en Jong Leren hebben samen ook drie scholen aan de noordzijde van Getsewoud, deze dateren uit 2005. Op dit moment geeft de bouwkundige situatie nog geen aanleiding tot maatregelen. Het gebouw net naast Breedenborgh is eind 2016 opgeleverd als vervanging van de vorige tijdelijke huisvesting en is bedoeld voor een periode van tien jaar.

Voor de gehele wijk Getsewoud geldt dat volgens de prognose het leerlingenaantal fors gaat dalen, ondanks dat in Lisserbroek gebouwd wordt en leerlingen naar de scholen in Getsewoud zullen gaan. Daarmee is het van belang het leerlingenverloop goed te monitoren en tijdig maatregelen te treffen. In Getsewoud-Zuid betekent dit dat de capaciteit in de schoolwoningen wordt teruggebracht. Net als in Floriande geldt dat hiermee financiële ruimte voor andere maatregelen ontstaat. In dat kader is ook hier afgesproken dat de schoolwoningen versneld zullen worden afgestoten.

 

 

De tijdelijke huisvesting bij Fandango gaat weg per 1-8-2018, deze leerlingen vangen we op in het hoofdgebouw Breedenborgh en het naastgelegen tijdelijke gebouw.

De renovatie van de scholen in Getsewoud valt buiten de planperiode van dit IHP.

 

Op eventuele woningbouw ten westen van Getsewoud hebben we geanticipeerd. Op basis van de beschikbare informatie besteden we hieraan aandacht bij de bespreking van Beinsdorp.

 

Maatregelen

  • Opzeggen schoolwoningen per feitelijke datum

  • Verwijderen Fandango per 1-8-2018

3.11 PO: Nieuw-Vennep Dorp

In Nieuw-Vennep Dorp is het onderwijsaanbod georganiseerd in zes basisscholen, waarvan één met twee locaties (Antoniusschool). Gelet op de leegstand binnen de huidige huisvesting, de verdere terugloop van leerlingen in de toekomst en de leeftijd van de huidige onderwijshuisvesting, kiezen de schoolbesturen SOPOH en Jong Leren ervoor om te komen tot betere organisatie van de huisvesting. Hiervoor brengen zij het aantal instellingen terug (de zogeheten BRIN-nummers). Dit kan worden bereikt door scholen met elkaar te laten fuseren. Dit is ook nodig om in nieuwe uitbreidingsgebieden (zoals Beinsdorp) nieuwe scholen te kunnen starten. Met een dergelijke verplaatsing kan een onderwijsinstelling (BRIN nummer) worden behouden. Voor zo’n verplaatsing is Ministeriële goedkeuring nodig.

Het voorstel met betrekking tot de herschikking van de onderwijsinstelling en locaties, is concentratie van het aanbod op twee locaties:

renovatie van het aanbod in Linquenda en nieuwbouw voor de overige lespunten op Welgelegen (Dorpsstraat/Noorderdreef). Concentratie heeft als groot voordeel dat veranderingen in de belangstelling van ouders voor de ene school of de andere binnen de gebouwen opgevangen kunnen worden. De vrijvallende locaties kunnen we aanwenden voor woningbouwontwikkeling of andere doeleinden. De planvorming kan in 2018 beginnen. De vrijvallende locaties zijn meegenomen in de financiële analyses bij het IHP.

 

 

Maatregelen

We realiseren de onderwijshuisvesting in Linquenda en Welgelegen.

 

Renovatie Linquenda en Nieuwbouw Welgelegen (Noorderdreef)

wie

wat

wanneer

De Boog

Nieuwbouw

2019

Het Mozaïek (samen

met Avonturijn)

Nieuwbouw

2019

Antoniusschool

Ridderspoorstraat

Nieuwbouw

2019

Het Palet

Renovatie

2022 en 2030

Polderrakkers

Renovatie

2022 en 2030

Antoniusschool

Kalsslagering

Renovatie

2022 en 2030

 

3.12 PO: Lisserbroek

In Lisserbroek vindt de komende jaren woningbouw in twee delen plaats, dit is meegenomen in de leerlingenprognose. Deze nieuwe woningbouw leidt tot een forse toename van het aantal leerlingen, met name in Lisserbroek zelf (en in enige mate in Nieuw-Vennep en Abbenes). De verwachting is stijging van het leerlingenaantal van 288 tot 891 in een periode tot 15 jaar. Een ander tempo van de woningbouw leidt tot andere leerlingenaantallen.

 

De beide schoolbesturen SOPOH en Jong Leren hebben ieder één basisschool in Lisserbroek, respectievelijk De Zilvermeeuw en De Reiger. Dit zijn scholen met een tot nu toe stabiele populatieomvang en beperkte leegstand. De gebouwen zijn in 2015 zodanig aangepast dat groei en krimp van één van de scholen in het gebouw opgevangen kan worden (het kan in feite ‘meebewegen’ op groei en krimp).

Ingrepen in de bestaande gebouwen zijn niet nodig binnen de planningsperiode van dit IHP.

 

 

De aanwas van leerlingen door de woningbouwplannen is zo groot, dat capaciteit moet worden bijgebouwd. De aantrekkende markt voor woningbouw maakt dat we de planvorming voor Lisserbroek op korte termijn moeten oppakken.

De planvorming voor de woningbouw vindt inmiddels ook plaats; hierin heeft onderwijshuisvesting een positie gekregen. De wens van de twee schoolbesturen is om één duurzaam gebouw te realiseren dat aansluit bij de beoogde voorzieningenstrook en centraal ligt ten opzichte van de nieuwe woningbouwgebieden. Het beoogde duurzame karakter van de huisvesting sluit goed aan bij de profilering van de woningbouwgebieden. Hoe de verdeling van de scholen over het bestaande en het nieuwe gebouw precies uitpakt, is nog onderwerp van gesprek tussen SOPOH en Jong Leren. Beide besturen werken hierin nauw samen.

 

Maatregelen

  • Nieuwbouw in combinatie voor de beide scholen. Het opstarten van de planvorming hiervoor is voorzien in 2018.

3.13 PO: Abbenes en Buitenkaag

In Abbenes en Buitenkaag staan de kleinste scholen van Haarlemmermeer. De school in Buitenkaag is ook bestemd voor de leerlingen uit Kaag (dubbeldorp).

Passend in de filosofie van het IHP en het collegeprogramma zijn de inspanningen van gemeente en schoolbestuur Meer Primair erop gericht deze scholen zo goed mogelijk te laten functioneren. Met beperkte leerlingenaantallen is dit minder makkelijk te organiseren. Zowel de gemeente als het schoolbestuur Meer Primair zijn van mening dat het onderwijsaanbod in beide kernen behouden moet blijven, ondanks dat hier sprake is van een niet exploitabele situatie. Beide scholen voorzien in een behoefte die kenmerkend is voor de kleinere kernen binnen de gemeente.

 

 

Er is sprake van kwalitatief goed onderwijs in kwalitatief goede onderwijsgebouwen, passend binnen het uitgangspunt dat in kleine kernen kleine scholen mogelijk zijn. Op dit moment is in onderzoek of en hoe de leegstand bij De Tonne (drie lokalen) kan worden ingezet voor IKC-vorming. Verder is de verwachting dat als gevolg van woningbouw in Lisserbroek een (beperkte) leerlingenstroom richting Abbenes op gang kan komen omdat tussen Turfspoor en Abbenes een goede fietsverbinding ligt.

Hiermee wordt in de planvorming rekening gehouden.

Voor de Sint Willibrordusschool in Buitenkaag zijn vooralsnog geen maatregelen voorzien. Vanuit het kleine kernenbeleid is sluiting dan wel fusie van de school niet aan de orde.

Beide gebouwen zijn in het vorige decennium gerenoveerd en komen dus in de planningsperiode niet aan bod.

 

Maatregelen

IKC-vorming bij De Tonne.

3.14 PO: Rijsenhout

Rijsenhout heeft een kleinschalige maar stabiele opzet van het onderwijsaanbod. De komende jaren zijn weinig tot geen veranderingen te verwachten.

 

Op basis van de leerlingenprognoses zullen we in toekomstige periode bezien of beide scholen gecombineerd kunnen worden tot het model van een samenwerkingsschool (zowel qua instelling als qua huisvesting). De gebouwen zijn van de jaren zestig, maar nog in redelijke staat. Vooralsnog is nu op basis van het leerlingenaantal geen actie noodzakelijk. Het adagium dat in kleine kernen kleine scholen in stand worden gehouden rechtvaardigt dat we een zo groot mogelijke keuzevrijheid (openbaar of bijzonder onderwijs) voor de ouders in Rijsenhout waarborgen. Beide schoolbesturen SOPOH en Jong Leren kunnen zich hierin vinden. Beide besturen beschouwen Rijsenhout in samenhang met Vijfhuizen omdat het vraagstuk in de twee dorpen van gelijke aard is.

 

Maatregelen

Renovatie van de schoolgebouwen is wel benodigd maar buiten de planperiode van dit IHP.

3.15 PO: Cruquius

De gemeente heeft besloten in Cruquius twee woningbouwlocaties te realiseren: één aan de Noordoostzijde van de N201 (Wickevoort) en één aan de Westzijde van de N201. Het omzetten van het verwachte woningbouwprogramma leidt tot een piek van bijna 650 leerlingen in 2031.

Op basis van dit aantal zou het stichten van een school gerechtvaardigd zijn. Echter, de beide woningbouwlocaties worden gescheiden door de N201 en het is daarom complex om voor beide locaties één centrale onderwijsvoorziening te realiseren. De keuze is daarom om de beide leerlingenstromen in de prognose te splitsen, zodat een meer reëel beeld ontstaat over de te verwachten leerlingen aan beide zijden van de N201.

De leerlingen die in Wickevoort wonen, kunnen voor onderwijs terecht in Vijfhuizen, Floriande-Noord of Heemstede (direct over de brug vinden we meerdere scholen). Hoe de verdeling van de leerlingen zich de komende jaren ontwikkelt, zullen we monitoren zodat we hierop bij de tweejaarlijkse herziening van het IHP kunnen anticiperen.

Ook voor dit gebied geldt dat aanpassing van de woningbouwplannen leidt tot andere informatie om keuzes op te baseren.

 

 

Vervolgens onderzoeken we of en in hoeverre de leerlingenstroom vanuit de toekomstige Westzijde kan worden gehuisvest in Floriande-Noord. Daaruit komen mogelijk extra verkeersmaatregelen voort. Vanuit de gedachte dat het niet wenselijk is om een potentieel aan leerlingen te zien uitstromen naar scholen buiten Haarlemmermeer, doen we bij de herziening van het IHP onderzoek naar een mogelijke combinatie met de school voor Speciaal Onderwijs (Waterlelie) op het terrein van SEIN. Deze school kent echter ook zijn eigen dynamiek (zie ook de maatregelen voor SO).

 

Maatregelen

De voorbereiding van de nieuwbouw aan de Westzijde van de N201 hebben we voorzien in 2024. De bouw van de schoolgebouwen zelf verwachten we na 2024.

3.16 PO: Beinsdorp

De gemeente heeft besloten bij Beinsdorp woningbouw te realiseren. Op basis van de huidige informatie zien we een forse leerlingenontwikkeling tot in de pieksituatie (voor zover nu bekend ligt die in 2037) bijna 600 leerlingen. Op basis van dit aantal is het nodig tot schoolstichting en dus de bouw van een school over te gaan.

We zijn van plan om de vestiging van twee lespunten te onderzoeken en daartoe twee bestaande basisscholen ‘te verplaatsen’ van Nieuw-Vennep Dorp naar de kern Beinsdorp. De afspraak die hierover gemaakt is, is dat dit zowel een school van Jong Leren als van SOPOH zal betreffen.

 

Maatregelen

Onderzoeken van schoolstichting in Beinsdorp in samenhang met verplaatsing van twee BRIN- nummers vanuit Nieuw-Vennep Dorp. De planvorming voor scholenbouw verwachten we na 2024 en dus buiten de planperiode van dit IHP.

3.17 SO: voorstel 1 – pilot Hoofddorp

Bij de locatie Kompas en het voormalige Montessorischool-gebouw (Anne Franklaan 20 en 22) in Toolenburg is het voornemen te komen tot een Integraal Onderwijs Centrum (IOC) van de Van Voorthuijsenschool, De Prof. Van

Gilseschool (dislocatie) en het Kompas. Hiervoor is de Van Voorthuijsenschool per augustus 2017 verhuisd. Daarnaast neemt de Prof. Van Gilseschool zijn intrek in het Kompas .

Essentieel onderdeel van het IOC vormt de combinatie met de zorg, zoals voor de Dr. A. van Voorthuijsenschool in de vorm van Ons Tweede Thuis. Conform de uitgangspunten van het IHP heeft de gemeente aangegeven zich sterk te zullen maken voor het realiseren van een dergelijke zorgcombinatie in het nieuw te vormen IOC. De gemeente maakt graag langjarige afspraken in verband met extra investeringen, die niet binnen de onderwijshuisvesting kunnen worden opgelost. Het IOC start per schooljaar 2017-2018 met een vorm van dubbelgebruik , zodat partijen dit eerste schooljaar kunnen gebruiken om te bekijken hoe de zorgpartners kunnen worden gefaciliteerd en om nadere langjarige afspraken met elkaar te maken.

 

 

Die combinatie geldt feitelijk ook voor de Prof. Van Gilseschool en de NSDSK. Deze laatste heeft echter aangeven op dit moment geen mogelijkheden te zien om mee te verhuizen vanuit de bestaande huisvesting (Brede School Floriande-Midden) naar de nieuwe locatie op de Anne Franklaan in verband met in het verleden gedane investeringen. De combinatie (Van Gilseschool en NSDSK) blijft in de toekomst wel samenwerken en herenigt zich mogelijk later op één locatie.

 

Maatregelen

  • Verhuizing Van Voorthuijsenschool (per augustus 2017 al uitgevoerd)

  • Verhuizing Prof. Van Gilseschool (waarschijnlijk in 2018)

  • Verhuizing NSDSK (in de toekomst)

  • Om de huisvesting voor dit IOC geschikt te maken is aanpassing van de schoolgebouwen nodig (2017).

  • In de toekomst is renovatie van het gebouw van Het Kompas nodig. Deze valt echter buiten de planperiode van het IHP.

3.18 SO: voorstel 2 – pilot Nieuw-Vennep

Een tweede pilot kan ontstaan rondom de huidige huisvesting van De Fakkel aan de Athenelaan in Nieuw-Vennep. De schoolbesturen De Bascule en Aloysius willen samen de mogelijkheden verkennen om te komen tot een IOC in Nieuw-Vennep. Met deze stap kan voor PI de Ster ook worden voorzien in een dreigend capaciteitstekort vanwege de onverwachte groei van het aantal plaatsingen de afgelopen periode.

Naast de locatie in Nieuw-Vennep houdt PI De Ster zijn hoofdvestiging in Hoofddorp aan de Van den Berghlaan. Over deze huisvesting hebben gemeente en schoolbestuur al eerder afspraken gemaakt. Om het gebouw van De Fakkel geschikt te maken is mogelijk een aanpassing nodig, zodat twee groepen van acht leerlingen hier onderwijs kunnen volgen. Ook hier is dan sprake van een SBO+- arrangement.

 

 

Maatregelen

Ontwikkelen IOC bij De Fakkel en gebouw eventueel geschikt maken (2018).

3.19 SO: overige maatregelen

De ervaringen die de partijen met de pilots opdoen moet perspectief bieden op de vraag wat de meest optimale vorm van huisvesting voor een IOC kan zijn: deze ervaring is tot nu toe nog nergens opgedaan. De samenwerkende SO-schoolbesturen zullen de komende tijd nauwgezet monitoren hoe de vorming van de IOC’s zich ontwikkelt. Bij de eerstvolgende actualisatie van het IHP is de verwachting dat de ervaringen leiden tot een verdere ontwikkeling van de ingeslagen weg. Daar komen mogelijk extra huisvestingseffecten uit voort. Die zijn nu nog niet in te schatten. Een optie is om over bijvoorbeeld vijf jaar de ervaringen met de IOC’s om te zetten in nieuwbouw. Dit moet bij een toekomstige actualisatie duidelijk worden.

 

Zo is PI De Ster gevestigd in tijdelijke huisvesting. Over vier jaar (2021) kan die mogelijk met SBO De Klimboom een IOC vormen.

 

Voor een aantal schoollocaties heeft het vormen van een Integraal Onderwijskundig Centrum (nog) geen verschuivingen in locaties tot gevolg, zoals De J.P. Heijeschool, SBO De Klimboom en De Waterlelie. Voor deze schoolgebouwen rekenen we op renovatie, maar pas na de planperiode van dit IHP.

3.20 VO: eerste planperiode

De gemeente en de VO-schoolbesturen hebben samen bindende afspraken gemaakt over de maximale omvang van iedere VO-school (zie de bijlage). Doel hiervan is om te voorkomen dat de scholen elkaars gebouwen moeten gebruiken om voldoende capaciteit te hebben. Verder is afgesproken dat partijen langlopende hoge huurverplichtingen willen vermijden. Gezien een beperkte groei van het aantal leerlingen tot 2020, is er slechts sprake van een tijdelijke huisvestingsbehoefte en zijn geen permanente huisvestingsoplossingen nodig. De gebouwen van het Hoofdvaart College en Praktijkschool De Linie zijn aan vervanging toe: op onder meer de uitstraling, bouwkundige staat, exploitatie en binnenmilieu scoren de gebouwen slecht.

 

De VO-besturen en de gemeente lossen gezamenlijk de huisvestingsbehoeften voor de korte termijn op door een aantal maatregelen te nemen:

 

Maatregelen

  • Voor Kaj Munk College hebben we een oplossing gevonden door het voormalige gebouw van KDV Bobijn te gebruiken. Daarmee heeft de school op loopafstand een extra voorziening en is de maximale capaciteit bereikt. Dit is een tijdelijke maatregel die plaatsvindt in 2017.

  • Voor het Haarlemmermeer Lyceum is reeds in eigen beheer tijdelijke huisvesting geplaatst op het schoolterrein aan de Baron de Coubertinlaan. Daarmee heeft deze school eveneens de maximale capaciteit bereikt.

  • Voor de Praktijkschool De Linie en de Internationale Schakelklassen (ISK) stellen we vanwege de groei van het ISK en het capaciteitstekort van Praktijkschool De Linie een andere locatie beschikbaar. Dit in afwachting van de nieuwbouwplannen (zie hieronder). Het gebouw dat we hiervoor gebruiken, is het gebouw dat vrijkomt door de fusie van de Albert Schweitzerschool met Flamingo in de wijk Pax). Dit is een tijdelijke maatregel die plaatsvindt in 2017.

  • Voor Het Hoofdvaart College en Praktijkschool De Linie willen we een nieuwe eigentijdse voorziening realiseren, inclusief ruimte voor bewegingsonderwijs en met het ISK op één locatie. Een onderzoek naar de nieuwe locatie hebben we al opgestart. Deze combinatie is een uitwerking van de visie van het VMBO en Praktijkschool om tot meer en nauwere samenwerking te komen. Het VMBO en het praktijkonderwijs willen nauwer gaan samenwerken. Deze voorziening is een permanente maatregel, waarvan de planvorming start in 2018.

 

3.21 VO: tweede planperiode

Na 2020 voorspellen leerlingenprognoses voor alle VO-scholen een daling in de leerlingenaantallen. Wanneer we echter uitgaan van het scenario waarin de scholen de uitstroom weten te verminderen, blijft het huisvestingsaanbod op voldoende niveau voor de aantallen leerlingen die in Haarlemmermeer onderwijs volgen. De toekomst moet uitwijzen of het lukt deze ambitie te realiseren.

 

Maatregelen

In de toekomst is renovatie dan wel nieuwbouw van de gebouwen van het Kaj Munk College (2030) en Herbert Vissers College (2035) nodig. Deze vallen buiten de planperiode van het IHP.

We hebben ervoor gekozen de renovatiemaatregelen met tien jaar uit te stellen en hebben de denkrichting om nieuwbouw te realiseren. In het dan uit te voeren onderzoek zullen evenwel zowel de optie van nieuwbouw als renovatie worden bekeken.

4. Financiële paragraaf

De ambities en maatregelen uit dit IHP kosten geld, dat spreekt voor zich. Nieuw aan de afspraken tussen gemeente en schoolbesturen is dat zij de middelen samen inbrengen. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we de financiën van het IHP georganiseerd hebben.

4.1 Investeren en exploiteren

De gemeente en de schoolbesturen hebben ieder hun eigen rol inzake de onderwijshuisvesting. De gemeente is verantwoordelijk voor de investeringen, terwijl het schoolbestuur de exploitatie voor zijn rekening neemt. De gemeente ontvangt middelen via het gemeentefonds, de besturen krijgen van het Rijk de zogenaamde Materiële Instandhoudingsvergoeding (MI-vergoeding). Uit deze MI- middelen betaalt een schoolbestuur alle kosten die te maken hebben met de instandhouding van het schoolgebouw: schoonmaak, energie, onderhoud et cetera.

Voor zowel de gemeente als de schoolbesturen is de Rijksbijdrage te laag om tot een goede organisatie en financiering van het onderwijsvastgoed te komen. De Rijksoverheid is als wetgever verantwoordelijk voor het stelsel in zijn huidige vorm en is jarenlang niet bereid geweest hier verandering te brengen. Sinds 2016 lijkt hier langzaam verandering in te komen.

 

In Haarlemmermeer hebben we – mede daarom – besloten de middelen samen te brengen. Samen op zoek naar optimalisatie van de beperkte beschikbare middelen. Dit impliceert een stevige vertrouwensbasis in elkaar, bereidheid om transparantie te bieden in elkaars boekhouding en begrip voor de omstandigheden waarin gemeente en besturen opereren. De afgelopen jaren hebben we samen hard gewerkt aan goede verstandhouding; dit IHP is daarmee een product van intensieve samenwerking en een sterke vertrouwensband.

4.2 Financiële uitgangspunten

De gemeente en de schoolbesturen zijn in zekere zin op zoek naar een ander exploitatieniveau. De gedachte hierachter is dat duurzamere gebouwen leiden tot een betere exploitatie en dat de schoolbesturen deze exploitatiemiddelen in kunnen brengen. Deze gedachte kunnen we op dit moment nog niet onderbouwen met harde cijfers; wel zien we dat nieuwe duurzame gebouwen tot veel lagere exploitatiekosten op bijvoorbeeld energie leiden. Het is nu echter nog te vroeg om hieraan conclusies te verbinden, omdat we nog geen zicht hebben op de kosten die op langere termijn aan de orde zijn, zoals de kosten van installaties. Daarom gaan we nu ook een onderzoek starten om inzichtelijk te maken welke exploitatievoordelen mogen worden verwacht en welk percentage cofinanciering op welke termijn kan worden verwacht. We streven daarbij naar een mate van cofinanciering die substantieel boven de landelijke benchmark ligt. Dit willen we bereiken door op kosteneffectieve wijze te investeren in kwalitatief hoogstaande en uiterst duurzame onderwijshuisvesting, waardoor binnen de exploitatie van de scholen voordelen ontstaan.

 

Een duurzamer gebouw vergt een hogere investering. De projecten die we gerealiseerd hebben in de jaren voorafgaand aan dit IHP maken duidelijk dat we met investeringsbedragen gebaseerd op de normkosten niet uit de voeten kunnen. Voor dergelijke bedragen is simpelweg geen geschikt gebouw te realiseren. De gemeente heeft daarom de afgelopen jaren voor investeringen in onderwijshuisvesting altijd extra geld beschikbaar gesteld. Hiermee hebben we vastgoed gerealiseerd dat voldoet aan de gemeentelijke duurzaamheidseisen (GPR).

 

In het proces om te komen tot dit IHP hebben de gemeente en de schoolbesturen het Haarlemmermeerse Kwaliteitsniveau opgesteld. Hierin hebben we onderwijskundige ontwikkelingen, duurzaamheid en andere zaken omgezet in ons eigen kwaliteitskader. Een gespecialiseerd bureau heeft dit kwaliteitskader vertaald in investeringskosten per vierkante meter.

Voor het PO, het SO en het VO hebben we op die manier bepaald wat een vierkante meter schoolgebouw aan investeringslasten met zich meebrengt. Op basis van deze cijfers hebben we het investeringsprogramma van dit IHP bepaald. Hierbij hebben we per project ook rekening gehouden met bijbehorende zaken zoals grondaankoop en de aanleg van parkeerplaatsen. Zogenaamde locatiegebonden kosten – dat zijn kosten die zeer specifiek met de te bebouwen locatie te maken hebben, zoals bijvoorbeeld geluidwerende maatregelen of het aanpassen van infrastructuur – zijn hierin niet meegenomen.

 

Een van de uitgangspunten van dit IHP is dat we in principe kiezen voor renovatie van het vastgoed. Doorgaans rekenen we voor renovatie de helft van de kosten van nieuwbouw. Dit is logisch: nieuwbouw vindt plaats voor een periode van veertig jaar, terwijl renovatie voor een periode van twintig jaar beoogd is. Ervaringscijfers van andere projecten in Nederland bevestigen dit overigens. Voor de gemeente betekent renovatie van onderwijshuisvesting op dit moment een minder grote investeringsnoodzaak: veel gebouwen stammen uit de jaren ’70 en ’80 en zouden qua levensduur voor nieuwbouw in aanmerking komen. Door in principe te kiezen voor renoveren is het niveau van investeringen lager.

 

Het gezamenlijk optrekken van gemeente en schoolbesturen betekent ook dat de schoolbesturen bijdragen aan de investeringen. De schoolbesturen hebben voor hun gebouwen een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Hierin zetten zij alle onderhoudsverplichtingen op een rij. Uit deze middelen draagt het bestuur de MI-middelen die in een MJOP zijn geraamd voor de periode tien jaar voor en vijf jaar na het moment van de maatregel. De gedachte hierachter is dat het onderhoud van de tien jaar voor de ingreep uit te stellen is tot het moment van ingrijpen. En dat in de vijf jaar na de ingreep onderhoud slechts minimaal is. Op deze bedragen houden de schoolbesturen 10% achter als ‘stroppenpot’, voor onderhoud dat onafwendbaar is (zoals een lekkage).

 

 

4.3 Overzicht van de investeringen

In het vorige hoofdstuk hebben we alle maatregelen op een rij gezet. We vinden het verstandig een ‘disclaimer’ op te nemen: de bedachte maatregelen zijn gebaseerd op het inzicht van dit moment; er kunnen zich altijd veranderingen voordoen die tot herziening van de keuzes leiden. Mede daarom kiezen we voor tweejaarlijkse herziening van het IHP.

Een andere reden hiervoor is de financieringsopgave: cofinanciering/Total Cost of Ownership en schuldbeheersing. De financieringsopgave is een gezamenlijke opgave van gemeente en schoolbesturen, waarbij doordecentralisatie als wenselijke oplossing wordt gezien. Bij deze doordecentralisatie wordt ook als ambitie gesteld om de effecten van de gewenste investeringen op de schuldenpositie aanzienlijk te verminderen en wellicht zelfs teniet te doen.

 

De beoogde maatregelen leiden tot de volgende verwachte investeringen:

 

Voor het Primair Onderwijs:

 

 

 

Investering gebouw (prijspeil heden)

door gemeente door schoolbestuur totaal

 

 

 

 

Zwanenburg-A

renovatie

West

770.234

515.775

1.286.009

Zwanenburg-B

nieuwbouw

Oost

3.180.295

452.030

3.632.326

Nieuw-V. Dorp

renovatie

Linquenda

1.306.722

797.323

2.104.045

Nieuw-V. Dorp

renovatie

Linquenda

1.641.818

462.228

2.104.045

Nieuw-V. Dorp

nieuwbouw

Centrum

6.858.202

1.484.993

8.343.195

BHD

nieuwbouw

Rietveld

4.200.000

-

4.200.000

BHD

renovatie

Oranje Nassauschool

1.558.161

169.313

1.727.474

BHD

renovatie

Plesmanschool

1.559.297

152.829

1.559.297

HFD NO

nieuwbouw

Dik Trom

2.562.331

535.454

3.097.785

HFD NO

renovatie

Klimop

1.992.060

213.440

2.205.500

HFD-NO

nieuwbouw

J.v.Stolberg

2.296.357

266.888

2.563.244

HFD-GVV

renovatie

Wereldwijs

992.676

251.288

1.243.964

HFD-PAX

renovatie

Flamingo

2.808.458

131.904

2.940.362

HFD-Overbos

renovatie

alle scholen (3 of 4)

3.645.177

1.447.673

5.092.850

HFD-Toolenburg

nieuwbouw

Nassaupark

3.799.974

62.434

3.862.408

HFD-Toolenburg

renovatie

alle scholen

7.079.981

1.756.644

8.836.625

HFD-Bornholm

renovatie

alle scholen

4.157.051

1.599.368

5.756.419

HFD-Cruquius

nieuwbouw

NTB

3.862.408

-

3.862.408

Zwaanshoek

renovatie

Zwanebloem

530.904

20.700

551.604

Zwaanshoek

renovatie

Zwanebloem

271.493

280.111

551.604

Lisserbroek

nieuwbouw

alle scholen

7.272.809

-

7.272.809

Beinsdorp

nieuwbouw

NTB

7.724.817

-

7.724.817

Abbenes

renovatie

De Tonne

527.568

276.758

804.327

Buitenkaag

renovatie

Willibrordus

303.918

264.595

568.513

Halfweg

nieuwbouw

IKC Halfweg

500.000

-

500.000

Rijsenhout

renovatie

Zevensprong / Immanuel

893.306

294.904

1.188.210

Totaal PO prijspeil heden

 

 

72.575.911

€ 11.365.974

€ 83.789.056

Totaal PO inclusief indexering

 

 

€ 88.677.265

 

 

 

Voor het Speciaal Onderwijs:

 

 

 

Investering gebouw (prijspeil heden)

door gemeente door schoolbestuur totaal

 

 

 

 

HFD

renovatie

Kompas

609.682

451.481

€ 1.061.163

HFD

renovatie

J.P. Heije

994.328

372.113

€ 1.366.441

HFD

renovatie

De Fakkel

1.140.681

-

€ 1.140.681

HFD

renovatie

Prof. Van Gilseschool (verplaatsen naar de Fakkel)

50.000

-

€ 50.000

HFD

renovatie

Van Voorthuijsenschool (verplaatsen)

600.000

-

€ 600.000

HFD

nieuwbouw

PI De Ster/ Klimboom

1.255.185

301.635

€ 1.556.820

 

 

 

 

 

 

Totaal SO prijspeil heden

 

4.649.877

1.125.229

€ 5.775.106

Totaal SO inclusief indexering

 

5.948.104

 

 

 

Voor het Voortgezet Onderwijs:

 

 

 

Investering gebouw (prijspeil heden)

door gemeente door schoolbestuur totaal

 

 

 

 

HFD-VO

nieuwbouw

Linie

4.929.735

225.000

5.154.735

HFD-VO

nieuwbouw

Hoofdvaart

13.266.276

-

€ 13.266.276

Nieuw-Vennep

renovatie

Herbert Vissers College

4.415.833

512.495

4.928.328

HFD

renovatie

Kaj Munk College

2.290.311

420.572

2.710.883

HFD

renovatie

A. Schweitzerschool

280.000

-

280.000

HFD

uitbreiding

Kaj Munk College

80.000

-

80.000

HFD

uitbreiding

Haarlemmermeer Lyceum

618.494

-

618.494

HFD

renovatie

Haarlemmermeer Lyceum

361.000

-

361.000

HFD-VO

nieuwbouw

Gymaal - de linie

711.976

-

711.976

HFD-VO

nieuwbouw

Gymaal - Hoofdvaart

1.423.951

-

1.423.951

Nieuw-Vennep

renovatie

Gymaal - Herbert Vissers College

791.084

-

791.084

HFD

renovatie

Gymaal - Kaj Munk College

556.358

234.726

791.084

HFD

renovatie

Gymzaal - Hoofdvaart College

1.394.575

187.593

1.582.168

Totaal VO prijspeil heden

 

31.119.593

1.580.387

€ 32.699.980

Totaal VO inclusief indexering

 

38.222.382

 

 

 

Dit brengt de totale investering voor de periode tot en met 2024 op circa 122 miljoen euro, waarvan de schoolbesturen iets meer dan 14 miljoen bijdragen en de gemeente circa 108 miljoen. Indien we de indexering meerekenen, bedraagt de totale investering bijna 133 miljoen euro.

4.4 Schuldpositie van de gemeente

Een van de belangrijkste doelen van het college van B&W van de gemeente is om de schuldpositie van de gemeente te beheersen. De investeringen die in voorgaande jaren gedaan zijn, hebben tot een schuldenniveau geleid dat te hoog geworden is. De investeringen die bij dit IHP horen, leiden tot een vergroting van de schuldpositie. Deze ontwikkeling is op zich ongewenst.

 

Daarom acht de gemeente doordecentralisatie zeer wenselijk. Doordecentralisatie van de verplichtingen, schulden en middelen van de gemeente naar de schoolbesturen betekent dat de schoolbesturen meer zeggenschap en invloed krijgen en de gemeente minder. Een optie hierbij is om de schulden die volgen uit de gedane investeringen buiten de balans van de gemeentelijke organisatie te plaatsen waardoor er geen effect meer is op de schuldenpositie.

 

De gemeente kan dus duidelijk belang hebben bij doordecentralisatie van de onderwijshuisvesting. De schoolbesturen zien doordecentralisatie als een logische stap in de richting die met de opstelling van dit IHP ingeslagen is. Een geslaagde doordecentralisatie vergt echter meer: de betrokken partijen moeten hier organisatorisch ook op toegerust zijn.

 

Daarom is één van de voorstellen uit dit IHP om een gedegen onderzoek te doen naar de mogelijkheden van Total Cost of Ownership en de wijze van realisatie van doordecentralisatie, waarbij in ieder geval ambities zijn het bereiken van een ander evenwicht in verantwoordelijkheid en kosten, en het beperken of teniet doen van de gevolgen van de investeringen voor de schuldpositie van de gemeente.

 

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

de secretaris

drs. Carel Brugman

de burgemeester,

drs. Theo Weterings

Bijlagen
  • 1.

    Doelstelling, visie en ambities

  • 2.

    Context, kaders en ontwikkelingen

  • 3.

    Leerlingenprognoses

  • 4.

    Door de VO-besturen verwachte leerlingenaantallen

  • 5.

    Getekende Intentieovereenkomst

  • 6.

    Conceptvaststellingsovereenkomst tussen gemeente en schoolbesturen

Bijlage 1: Doelstelling, visie en ambities

 

Inleiding

Schoolbesturen en gemeente willen dat alle leerlingen en personeelsleden kunnen leren en werken in gebouwen die bijdragen aan betere leer- en werkprestaties. We weten dat dit betekent dat we gebouwen beter moeten maken, bijvoorbeeld door te zorgen voor duurzame, inspirerende en functionele gebouwen. Gebouwen die een goed binnenklimaat hebben en voor alle partijen binnen de beschikbare middelen te exploiteren zijn. Gebouwen die multifunctioneel zijn en die een bredere rol van de school in de wijk, buurt of kern faciliteren. De gemeente stelt samen met de schoolbesturen een nieuw kader voor onderwijshuisvesting op, bestaande uit nieuwe, lokale afspraken over de kwaliteit, de financiering en bekostiging en de verdeling van verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting.

 

In de intentieovereenkomst (zie bijlage) hebben gemeente en de schoolbesturen een aantal gezamenlijke vertrekpunten vastgelegd. We willen gaan voor goede gebouwen binnen de beschikbare middelen, zowel qua investering als qua exploitatie en we willen keuzes maken op basis van efficiency, effectiviteit en eenduidige, eenvoudige en transparante oplossingen. Het vertrekpunt is de erkenning dat in feite sprake is van één afwegingskader voor de totale exploitatie van onderwijshuisvesting. Het bezien vanuit de totale exploitatie over de levensduur van een gebouw wordt Total Cost of Ownership (TCO) genoemd.

Resultaat is een gezamenlijk ‘meerjaren-exploitatieplan’(MEP). De TCO kan aan de hand van referentie- en eigen ervaringscijfers op basis van de nog te realiseren projecten nader bepaald. Dat houdt in dat nadere voorstellen met betrekking tot TCO en MEP bij de eerste herziening van het IHP worden betrokken.

Daarnaast hebben we afgesproken om renovatie als instrument mee te nemen in de uitwerking van een nieuw kader voor onderwijshuisvesting. Hierbij is het uitgangspunt dat een gebouw met levensduur verlengende maatregelen en met minder financiële middelen op het juiste niveau kan worden gebracht.

 

Schoolbesturen en gemeente hebben uitgesproken, dat de huidige onderwijshuisvestingssystematiek (‘Verordeningsdenken’) niet meer van deze tijd is. Er is een gezamenlijk belang van gemeente en schoolbesturen om de huisvesting kwalitatief goed en betaalbaar te houden. Ook is de vraag naar meer duurzame huisvesting besproken. Dit laatste is een voortschrijdend inzicht op het IHP uit 2011, waarin de dominante factor bij de actualisatie van het IHP nog werd bepaald door de Verordening.

Nu zijn alle schoolbesturen PO, SO en VO en gemeente zo ver dat er vanuit die wettelijke zorgplicht een samenwerkingsbehoefte is die moet leiden tot een gezamenlijke inspanning om efficiënte investeringen en exploitatie voor onderwijshuisvesting te realiseren.

 

Voor het PO is bovenstaande vertaald in zaken als opvattingen over Integrale Kindcentra en Communityschools van 0 tot 12 jaar, kwalitatief hoogwaardige schoolgebouwen, spreiding en bereikbaarheid tussen scholen. Voor het SO ligt dit vooral op het gebied van nauwere onderwijskundige samenwerking tussen de verschillende instituten in Integrale OnderwijsCentra (IOC’s). Voor het VO zijn dit opvattingen over een breed onderwijspalet in Haarlemmermeer, terugdringen van de uitstroom en op welke wijze dat gestalte zou moeten krijgen.

 

Kwaliteit van de onderwijshuisvesting

 

Duurzaamheid

De gemeente heeft met de invoering van de Maatlat Duurzaam Bouwen (Besluitnummer: 2015.0015443) ambities vastgesteld voor duurzame gebouwen. De ambities zijn geformuleerd in termen van GPR Gebouw (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn: instrument voor het meten van duurzaamheid). Een gebouw kan scoren op energie, milieu, gezondheid, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Vaak staan energiebezuiniging en milieuvriendelijkheid tegenover elkaar omdat de productie van energiebesparende maatregelen belastend is voor het milieu. Gezondheid gaat onder andere over de luchtkwaliteit. Gebruikswaarde gaat bijvoorbeeld over voldoende liften, zijn gangen en trappen breed genoeg etc. Toekomstwaarde geeft onder andere aan wat er overblijft als de gebruiker het gebouw verlaat.

 

 

Besturen en gemeente hebben samen ambities geformuleerd voor de duurzaamheid voor nieuwe en bestaande bouw . Deze ambities zijn gebaseerd op het Bouwbesluit 2015, het "Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting Basisonderwijs" van Ruimte-OK en de eigen ambities voor duurzaamheid (GPR).

  • Voor nieuwbouw hanteert de gemeente de uitgangspunten conform het collegebesluit ‘Aanpassing rekenmethodiek Gemeentelijke Prestatie Richtlijn (GPR)-Gebouw’ (nota van B&W, 2015.0015443, d.d. 21-4-2015). Verder stelt de gemeente aanvullende eisen ten behoeve van multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen.

  • Voor bestaande gebouwen is gekeken welke maatregelen realistisch en effectief kunnen worden aangebracht om de vijf elementen van GPR gebouw omhoog te brengen tegen een bij renovatie passend investeringsniveau (max 50 procent van het niveau Bouwbesluit). Op basis daarvan is voorgesteld om voor bestaande gebouwen te streven naar een GPR-score van 7. De kwaliteitsniveaus en de financiële consequenties zijn eerder vastgelegd in de notitie: ‘Definitie kwaliteitsniveau’.

In de Intentieovereenkomst hebben we de doelstelling uitgesproken om bij renovatie uit te gaan van 50% van het nieuwbouwbudget. Met dit uitgangspunt is de GPR ambitie van de gemeente en schoolbesturen van 7,5 en een 8,5 voor het onderdeel energie, niet haalbaar. De gewenste GPR score voor renovatie is nog in ontwikkeling en nog niet vastgesteld. Bouwkundig bureau HEVO heeft aan de hand van een referentieproject onderzocht welke ambitie realistisch en financieel haalbaar is. De gemiddelde GPR score na renovatie komt op 7,3. De score voor het onderdeel energie komt op 7,0.

 

Daarnaast willen gemeente en schoolbesturen onderwijshuisvesting inzetten als vastgoed dat een circulair karakter heeft. Dit betekent dat schoolgebouwen hernieuwbare materialen bevatten en dat de te slopen materialen zoveel mogelijk opnieuw ingezet kunnen worden. Dit is een stevige ambitie die we de komende jaren verder willen uitwerken. Mogelijkheden waar we aan denken, zijn materiaalpaspoorten, het ontwikkelen van standaarden, methoden en technieken die nodig zijn om circulair met materialen om te kunnen gaan.

 

Onderhoud en Renovatie

Onderhoud aan schoolgebouwen is essentieel en is sinds 2015 een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Het is noodzakelijk dat de gebouwen een goede basiskwaliteit hebben, zodat het beschikbare budget over de middellange termijntoereikend is. Een professionele collectieve aanpak op dit gebied maakt dat budgettaire voordelen haalbaar zijn.

 

Uit de reeds uitgevoerde onderzoeken kunnen de volgende conclusies getrokken worden:

  • Verhoging van de kwaliteitscriteria zorgt voor hogere investeringskosten, boven op de aanvullende investering die benodigd is om de wettelijke minimum kwaliteit te realiseren.

  • Een hoger kwaliteitsniveau gerelateerd aan duurzaamheidsmaatregelen komt de exploitatiekosten alleen ten goede, bij een minimale omvang van circa 5.000 m² of meer. Bij gebouwen met een kleinere omvang stijgen mogelijk de exploitatietekorten als gevolg van de extra duurzaamheidsmaatregelen.

  • De resultaten ten aanzien van schaalgrootte pleiten voor een gebiedsgerichte integrale aanpak in plaats van solitaire nieuwbouw. Een grotere schaal kan ook een positief effect hebben op de inkoop van energie, onderhoudscontracten e.d.

  • In geval van renovatie kan met een investering van ca. 50% van het nieuwbouwbudget een goede opwaardering van het gebouw gerealiseerd worden. Het kwaliteitskader renovatie ligt lager dan bij nieuwbouw. Desalniettemin worden isolatiewaardes opgewaardeerd, wordt ventilatie conform frisse scholen klasse B aangebracht, toevoegen van PV-panelen etc.

  • Leegstand drukt op de exploitatielasten, waardoor kritisch gekeken moet worden naar het voorkomen en verminderen van leegstand door efficiënt inzetten van ruimtes.

We hebben met elkaar afgesproken dat we de realisatie van nieuwe en de renovatie van bestaande schoolgebouwen in Nederland de komende tijd scherp in de gaten houden. Doel is om de prestaties van deze gebouwen te achterhalen en zo onze TCO-ambitie vorm, inhoud en lading te geven. We leren graag ook van ervaringen van anderen.

Uiteraard betrekken we hierbij ook onze eigen resultaten.

 

Beleidsuitgangspunten Onderwijshuisvesting PO - SO - VO

 

Beleidsuitgangspunten onderwijshuisvesting primair onderwijs (PO)

De ambitie van de scholen en gemeente start bij de kansen voor kinderen. Elk kind moet zich op basis van de eigen talenten kunnen ontwikkelen en het liefst optimale ontwikkelingskansen voor de toekomst hebben in een doorlopende leerlijn van 0 tot 12 jaar. Daaraan willen alle partijen collectief een bijdrage leveren.

De huisvestingsagenda dient eraan bij te dragen dat elk kind telt en een passende plek krijgt om zich naar vermogen te kunnen ontwikkelen.

De scholen willen ten opzichte van elkaar onderscheidend en complementair zijn en zo een rijk palet aan ontwikkelingsmogelijkheden vormen. Zij bieden op basis van levensbeschouwelijke identiteit, onderwijskundige, didactische en pedagogische opvattingen en praktijk een ruime keuze voor ouders. Keuzevrijheid van onderwijs staat hoog in het vaandel, tegelijkertijd willen de scholen de ouders daarbij proactief ondersteunen. De scholen staan midden in de samenleving, die continu in ontwikkeling is. De scholen stimuleren een actieve en onderzoekende houding, gericht op innovatie en creativiteit en zij creëren daarbij een veilige en uitdagende leeromgeving.

 

In de gemeente Haarlemmermeer behoren goede duurzame voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang aanwezig te zijn met een weloverwogen spreiding. De primaire taakstelling voor onderwijs staat voorop en alle aanvullende functies versterken de pedagogische taak. Alle aanvullingen zijn wenselijk mits ze bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en de leeromgeving verrijken. Deze aanvullingen zijn haalbaar met additionele geldstromen.

 

Kinderen krijgen in het gehele onderwijssysteem kansen voor hun toekomst. Daarom kennen alle onderwijssoorten een oriëntatie op de omringende wereld, zowel maatschappelijk als economisch en cultureel. Bedrijvigheid, toekomstige banen ende ontwikkeling van burgerschap krijgen aandacht, zodat elk kind in vele opzichten vertrouwen op kan bouwen in de wereld van de 21e eeuw. In het kader van Passend Onderwijs is het (voortgezet) speciaal onderwijs nauw betrokken bij het reguliere PO en VO. Leerlingen zullen minder permanent naar het speciaal onderwijs gaan en het regulier onderwijs zet meer expertise in. Dat vraagt om flexibiliteit van alle partners en van de huisvesting. De scholen werken samen, enerzijds om optimale kansen voor kinderen te creëren, anderzijds om in strategisch partnerschap met elkaar en met de gemeente, tegemoet te komen aan de ontwikkelingsvragen vanuit Haarlemmermeer. De schoolbesturen hebben daarbij de ambitie om blijvend op een duurzame manier te werken en te handelen, vanuit de basisovertuiging dat we de wereld leefbaar en mooi moeten achterlaten voor de generaties die na ons komen.

 

Hoe zijn de PO-schoolbesturen te werk gegaan bij huisvestingsvraagstukken?

De basis van denken vormde het Akkoord van Kamerik:

  • Terugbrengen aantal kleine scholen in grote kernen (adagium grote scholen, grote kernen, kleine scholen, kleine kernen);

  • Betere benutting en bezetting: terugdringen van leegstand (van 5% naar 3%).

Daarbij is de volgende uitgangshouding gehanteerd:

  • De gezamenlijke bestuurders zijn ten aanzien van huisvesting en het scholenpalet opgetreden als ware zij één bestuur;

  • Er geldt een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de gekoppelde budgetten;

  • Het solidariteitsprincipe is geldend;

  • Het eerlijkheidsprincipe is geldend, waarbij het huidige marktaandeel binnen de Haarlemmermeer als relatieve is meegenomen;

  • Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus;

  • Er is, analoog aan het adagium grote scholen in grote kernen en kleine scholen in kleine kernen, een relatieve ondergrens (minimale omvang) vastgesteld op basis waarvan een school al dan niet zelfstandig in stand kan worden gehouden.

IKC en communityschool in Haarlemmermeer

In het collegeakkoord ‘Krachtig Samen Werken’ wordt ingegaan op het belang van communityschools. In een communityschool worden de ontwikkelings- en onderwijskansen van leerlingen versterkt door een relatie aan te gaan met organisaties binnen de gemeenschap of buurt en vice versa. Welke instellingen/organisaties dat zijn is afhankelijk van de gewenste versterking en kan dus per buurt verschillen. Voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het gezamenlijk beheren van de natuureducatietuin door RIBW (beschermd wonen), buurthuis (Maatvast), kinderopvang (SKH) en basisschoolleerlingen in Floriande.

Het vormgeven van communityschools sluit nauw aan bij het wijkgericht werken en de uitvoering van het Haarlemmermeers model. Soms kan de samenwerking van onderwijs met andere organisaties leiden tot een fysieke plek binnen een schoolgebouw, maar dit is niet persé noodzakelijk. Binnen een communityschool gaat het om een partnerschap van verschillende organisaties met elkaar, die de cohesie in de gemeenschap/buurt versterken, waarbij de ontwikkelings- en onderwijskansen van de kinderen (mede) centraal staan.

 

Naast communityschools kent Haarlemmermeer ook Integraal Kind Centra (IKC’s). Bij een IKC gaat het om één doorgaande leerlijn van 0 tot 12 jaar, waarbij kinderopvang en onderwijs in een gezamenlijke organisatie met één directeur worden ondergebracht. Uitgangspunt bij een IKC is één gezamenlijke pedagogische visie op ontwikkeling en educatie, waarvoor ouders bewust kiezen en waarbij de schotten tussen kinder-, voor-, naschoolse opvang en onderwijs komen te

vervallen. Ouders worden met dagarrangementen ontzorgd en hoeven niet langer bij verschillende instellingen aan te kloppen. Van essentieel belang voor een IKC is dat kinderopvang en onderwijs fysiek aan elkaar zijn gekoppeld, bij voorkeur in hetzelfde gebouw. Een voorbeeld van een IKC is Wereldwijs in Graan voor Visch. Hier worden (schakel)onderwijs, kinderopvang en VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie) gecombineerd, in een dagprogramma van 7.30 tot 18.00 uur. Binnen de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) van de schoolbesturen, kinderopvang en de gemeente Haarlemmermeer is afgesproken dat het IKC als item in de periode 2016-2020 wordt opgepakt.

 

Voor het slagen van een communityschool of IKC is het van belang dat de initiatieven vanuit de belanghebbende partners ontstaan en dat zij de regie van het proces op zich nemen. Indien nodig verbindt, ondersteunt of faciliteert de gemeente, maar de gemeente legt niet van bovenaf een concept op waar een communityschool of IKC gevestigd gaat worden. Vanuit het gebiedsgericht werken kan er wellicht een voorkeur zijn voor een bepaalde buurt, maar dat is alleen succesvol als deze voorkeur wordt gedeeld door de belanghebbende partners. Wanneer bij gebiedsgericht werken sprake is van verschillende initiatieven in een buurt/gemeenschap, is de communicatie en het op de hoogte zijn van groot belang. Centraal staat welk initiatief het meest kansrijk en ontwikkelings- en onderwijsversterkend is. Voor een communityschool of IKC is een blauwdruk niet passend, er is lokaal maatwerk gewenst. Een voorbeeld van een communityschool is “In de Breedte” in Floriande Zuid, waar o.a. SKH en Meer Primair participeren.

 

De uiteindelijke vormgeving en organisatie sluiten aan bij de lokale context en worden gerealiseerd vanuit een breed gedragen visie in aansluiting op de behoeften van de buurt of gemeenschap. De gemeente streeft hierbij, evenals de schoolbesturen, naar diversiteit en kwaliteit (voor alle kinderen alle mogelijkheden tot ontwikkeling en het benutten van hun talenten) in het aanbod van onderwijs, opvang en kindgerelateerde voorzieningen, met daarbij zo veel mogelijk keuzevrijheid voor de ouders.

De ontwikkeling van communityschools en IKC’s is vooral een inhoudelijke stroming, opgepakt door professionals: schoolbesturen, kinderopvang en overige organisaties en dient wel via maatschappelijk vastgoed gefaciliteerd te worden. Het gaat dan om multifunctionele, toegankelijke accommodaties, centraal gelegen in de buurt/gemeenschap. Voor onderwijshuisvesting kan dit kansen bieden, omdat we binnen de gemeente te maken hebben met leegstand en onderbezetting van het beschikbare vastgoed. Juist het feit dat de inhoudelijke ontwikkeling de basis vormt, maakt het interessant: sturing op maatschappelijk vastgoed vindt in principe plaats vanuit inhoudelijke overwegingen en pas in de tweede plaats vanuit financiële overwegingen.

 

Rijksbeleid

Hoewel vanuit het Rijk geen specifiek beleid is op het gebied van IKC en communityschool, is er wel breed draagvlak voor integrale basisvoorzieningen voor alle kinderen van 0-12 jaar en voor een sterke basis en grote pedagogische kracht binnen de buurt/gemeenschap in Haarlemmermeer.

Enerzijds leidt het ontbreken van landelijk beleid door verschillende wet- en regelgeving van onderwijs en opvang tot belemmeringen. Anderzijds hebben deze belemmeringen de daadkracht van vele schoolbesturen, kinderopvang en relevante organisaties nog niet ondermijnd. Een gebrek aan landelijke regelgeving schept namelijk ook ruimte voor lokale afspraken op maat!

 

Wat willen we in Haarlemmermeer

Doordat de wetgeving huurbescherming uitsluit, kan dit zeker voor een IKC tot een onzekere en ongewenste positie van de kinderopvang leiden. De gemeente heeft weliswaar geen zorgplicht voor de kinderopvang, maar wel een maatschappelijke belang.

Om het maatschappelijk belang te borgen maakt de gemeente Haarlemmermeer in beginsel géén gebruik van het vorderingsrecht. Wanneer sprake is van leegstand en/of groei, wordtper situatie bekeken hoe dit ingevuld wordt (maatwerk). Het is dus niet zo wanneer een basisschool groeit, de kinderopvang per definitie de partner is die uit het schoolgebouw moet vertrekken. Of wanneer sprake van leegstand is, de gemeente de leegstand principieel vordert. Dit laatste is zeker niet de handelswijze van de gemeente Haarlemmermeer.

 

De gemeente Haarlemmermeer omarmt de vorming van IKC’s en communityschools en faciliteert deze ook, zowel voor bestaande situaties als voor (vervangende) nieuwbouw. Voor nieuwe gebouwen wordt per gebouw gekeken of extra ruimte geregeld moet worden voor kinderopvang of eventuele andere partners. Over de kosten van die extra uitbreidingen worden afspraken gemaakt met de partners; er kan sprake zijn van cofinanciering of langdurige huurcontracten.

Naast het afsluiten van langdurige contracten waarop structureel gebouwd kan worden, is het zinvol zowel voor kinderopvang, schoolbesturen als gemeente dat eenduidigheid komt over de verhuur. Dit voorkomt concurrentie en geeft schoolbesturen en kinderopvang houvast voor de noodzakelijke huuropbrengsten c.q. huurlasten.

 

Beleidsuitgangspunten onderwijshuisvesting Speciaal (Basis) onderwijs (SO/SBO)

 

Visie

De schoolbesturen van het speciaal Onderwijs (SO) en het Speciaal Basis Onderwijs (SBO) hebben gezamenlijk met het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs PO (SWV) Haarlemmermeer een visie ontwikkeld. De onder het SWV Haarlemmermeer vallende instellingen bieden onderwijs aan in het SBO cluster 3 en cluster 4. Hoewel de Aurisgroep (cluster 2) formeel buiten het SWV valt, zal deze ook in de samenwerking participeren. Daarmee zijn alle vormen van SO en SBO vertegenwoordigd.

Het VSO heeft kenbaar gemaakt eveneens te willen participeren in de uitwerking van deze visie. (Het VSO kent een eigen Samenwerkingsverband VO: Amstelland en de Meerlanden). Daarmee kan worden gesteld dat hier sprake is van een breed gedragen visie.

 

 

In de visie is het toekomstperspectief beschreven van het SBO en SO. Het toekomstperspectief is gebaseerd op onderwijskundig beleid, waarbij niet langer het bestaande aanbod, maar de ondersteuningsvraag van het kind centraal staat. Deskundigheid en expertise wordt gebundeld voor kinderen die deze ondersteuning niet op een reguliere school kunnen krijgen. Door het realiseren van een Integraal Onderwijs Centra (IOC), worden de huidige vormen van SBO/SO ontschot en kunnen multidisciplinaire teams op basis van synergie resultaten behalen die bijdragen aan een krachtige en brede zorgstructuur. Er kunnen zo allerlei vormen van onderwijs gecombineerd worden tot een onderwijsaanbod, dat het beste aansluit bij de mogelijkheden van het kind. Zo mogelijk wordt ook aansluiting gezocht bij het regulier onderwijs. Er kunnen meerdere IOC’s worden gerealiseerd, die over verschillende locaties worden verdeeld, zodat er ook een meer thuis nabije spreiding ontstaat binnen de Samenwerkingsverbandregio. De samenwerking met ondersteunende partijen, zoals vanuit de jeugdzorg op basis van het uitgangspunt ‘de onderwijs carrière van het kind staat centraal’, is daarbij essentieel.

 

IOC

Het Integraal Onderwijscentrum in Haarlemmermeer heeft een onderwijsaanbod voor leerlingen van 2 tot en met 18 jaar met specifieke onderwijsbehoefte, waarin zij alle beschikbare expertise en aanwezige capaciteiten inzet voor het opstellen en uitvoeren van ontwikkelplannen op het gebied van onderwijs en zorg. Daarmee wordt voor deze kinderen een situatie gecreëerd, waarin zij hun kwaliteiten, talenten, zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid zoveel mogelijk kunnen ontwikkelen. Dit willen de partners bereiken door hen de best passende en meest adequate orthopedagogische en didactische benadering te bieden, waarbij het kind en de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind centraal staat.

 

Een IOC bevat:

  • 1.

    Een keten- en netwerksamenwerking: diensten in samenhang brengen, zodanig dat een sluitend netwerk bereikt wordt van expertises, activiteiten en voorzieningen, voor kinderen en ouders. Hierbij worden verbindingen gelegd met de ouders, het samenwerkingsverband, het regulier onderwijs, jeugdhulp en de maatschappelijke omgeving ten behoeve van de versterking en voortzetting van de ontwikkelingslijn.

  • 2.

    Een aanbod voor 365 dagen per jaar van 07.00 – 19.00 uur

  • 3.

    Individuele teamleden zijn zowel verantwoordelijk voor hun eigen professionele taakstelling, als voor de taakstelling van het Integraal Onderwijscentrum in zijn geheel.

Trends en ontwikkelingen in de huisvesting van het Haarlemmermeerse SO en SBO

Er zijn naast de vorming van de IOC’s nog een tweetal ontwikkelingen binnen het SBO en SO in Haarlemmermeer waar te nemen.

  • 1.

    De effecten van het beleid vanuit het Passend Onderwijs en specifiek binnen het SWV Haarlemmermeer zullen leiden tot een verdere reductie van het aantal leerlingen in het SBO en SO (krimp), hetgeen verdere leegstand binnen de gebouwen met zich mee zal brengen.

  • 2.

    de huidige geografische spreiding van de SO en SBO-scholen binnen het SWV is ongunstig voor een gewenste optimale spreiding van de onderwijs/zorgvoorzieningen.

Deze ontwikkelingen (vorming IOC, krimp en optimale spreiding) leiden tot een aantal maatregelen voor de onderwijshuisvesting voor het SBO en SO:

 

Met ingang van het schooljaar 2017/2018 gaan twee pilots tot de vorming van een IOC van start:

  • 1.

    De eerste pilot start in Hoofddorp. Hier ontstaat een IOC: samenwerking tussen SBO het Kompas en SO de Van Voorthuijsenschool (beide Cluster 3) en de Van Gilseschool (Cluster 2). In het SWV Haarlemmermeer krijgt deze samenwerking vorm vanuit de gedachte dat het gaat om de ondersteuning van kinderen. De locatie voor dit IOC is het gebouw van SBO het Kompas en het aanpalende gebouw van de voormalige Montessorischool .

  • 2.

    De tweede pilot start in Nieuw-Vennep op de locatie van SBO de Fakkel. Het gaat hier om de samenwerking tussen SBO de Fakkel en SO PI de Ster. Het integreren van SBO en SO Cluster 4 onderwijs betekent een verbreding van de onderwijsondersteuning. Het intensief en nauw samenwerken met ondersteunende partijen als de schoolcoach, de GGD en Leerplicht betekent een belangrijke meerwaarde voor de ondersteuning van het kind en zijn ouders of gezin.

Beleidsuitgangspunten onderwijshuisvesting Voortgezet Onderwijs (VO)

 

De besturen voor voortgezet onderwijs in Haarlemmermeer en de gemeente hebben een gemeenschappelijk doel om te komen tot afstemming over onderwerpen waar individueel en collectief verantwoordelijkheid voor wordt gedragen. Dit doel staat niet op zich, maar moet leiden tot en bijdragen aan een kwaliteitsrijk en pluriform aanbod van het voortgezet onderwijs in Haarlemmermeer. Leerlingen en hun ouders hebben keuzemogelijkheden, maar die keuzevrijheid tussen scholen moet niet leiden tot een concurrentieslag om de leerling. Tegelijkertijd beseffen de besturen dat de keuzes van leerlingen uiteindelijk medebepalend zijn voor de (financiële) gezondheid van alle scholen en besturen. Kortom: de VO-besturen proberen het ideale punt te vinden tussen individualiteit en collectiviteit, tussen keuzevrijheid en een afgestemd aanbod. De VO-besturen in Haarlemmermeer werken daartoe nadrukkelijk met elkaar samen om dit doel, kwaliteitsrijk onderwijs met een pluriform aanbod, te bereiken.

 

De ambitie voor het VO is: ‘Het beste uit kinderen halen op elk niveau’

 

Gemeente én VO-besturen willen voortgezet onderwijs dat een rijk leertraject biedt aan alle kinderen in Haarlemmermeer, rekening houdend met hun talenten, mogelijkheden en overtuigingen.

Onderwijs wil kinderen hun talenten laten ontdekken en ontwikkelen en daarmee kansen creëren voor een toekomstige loopbaan, voor het latere leven: het beste uit leerlingen halen op elk niveau. We gaan voor:

  • elke leerling kan een onderwijsplek vinden binnen Haarlemmermeer

  • alle ouders hebben vertrouwen in de inhoud en kwaliteit van het geboden Voortgezet Onderwijs in Haarlemmermeer.

Een pluriform en rijk aanbod voor Voortgezet Onderwijs is alleen in samenwerking mogelijk. Een samenwerking die het collectieve aanbod voor leerlingen verrijkt en afzonderlijke scholen beter maakt. Waarbij we elkaars toegevoegde waarde (h)erkennen en willen vergroten en waarbij we elkaars belangen (h)erkennen en willen dienen.

 

Trends en ontwikkelingen in de huisvesting van het Haarlemmermeerse VO

Onderweg naar de stip op de horizon komen praktische vraagstukken naar voren. Zoals de leerlingenaantallen in de komende jaren, schoolprofielen, sectoren, leerlingenstromen, huisvesting en de Lokale Educatieve Agenda. De antwoorden en oplossingen vinden we samen met onze partners zoals ouders en leerlingen, bedrijfsleven, besturen van mbo- en hbo-instellingen.

 

De VO-schoolbesturen hebben onderzoek gedaan naar de uitstroom van leerlingen, de scenario’s voor de toekomst en de huisvestingsconsequenties. Op basis van deze uitkomsten hebben de VO- besturen hun doelstellingen gedefinieerd. We streven naar een stabiele situatie op gemeenteniveau. Hoofdthema’s daarbij zijn de beïnvloeding van leerlingenstromen, huisvesting en profilering en kwaliteitsontwikkeling.

Dit leidt tot de volgende agenda.

 

  • We lossen de huisvestingsproblemen, kwantitatief en kwalitatief, op korte termijn op.

  • Daarnaast vangen we de verwachte krimp op door uitstroomreductie (de gemeente Haarlemmermeer uit) op de langere termijn. De uitstroomreductie is erop gericht om in 2031 een gelijk aantal VO-leerlingen te hebben als in 2015. Jaarlijks wordt de uitstroom op basis van nieuwe ontwikkelingen en cijfers gemonitord en eventueel bijgesteld.

 

De gemeente Haarlemmermeer heeft een rijk en gevarieerd VO-aanbod. Door een sterkere profilering en keuzes in ons aanbod willen we de uitstroom verminderen. Schoolbesturen en gemeente trekken gezamenlijk op en formuleren concrete opdrachten per school om de uitstroomreductie vorm te geven. Kansen liggen met name in Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Badhoevedorp.

 

De leerlingenprognoses maken duidelijk dat permanente uitbreidingen in huisvesting in ieder geval tot 2031 niet aan de orde zijn en dat de komende jaren nog duidelijk sprake is van een groei qua leerlingenaantal in het voortgezet onderwijs die tijdelijke uitbreidingen noodzakelijk maakt. De investeringen in het VO met een permanent karakter gaan uitsluitend over vervanging van huisvesting die op meerdere onderdelen negatief scoort.

 

Ambities ten aanzien van profilering

Om de uitstroomreductie vorm en inhoud te geven, pakken de VO-scholen de profilering op. Voor meer informatie over de profilering van de scholen, verwijzen de schoolbesturen graag naar de websites van de betreffende scholen.

 

Tenslotte hebben gemeente en VO-besturen bepaald hoe om te gaan met de spreiding van het Voortgezet Onderwijs in Badhoevedorp. In het VO zijn de besturen verantwoordelijk voor de spreiding van de voorzieningen en het onderwijsaanbod. Bij de totstandkoming van dit IHP is de spreiding van het onderwijsaanbod in Haarlemmermeer onderzocht. Daarbij is tevens gekeken naar de (on)mogelijkheden voor het realiseren van voortgezet onderwijs waar op dit moment geen voortgezet onderwijs aanwezig is, met name in Badhoevedorp.

Het is de ambitie van de schoolbesturen om de uitstroom van leerlingen naar scholen buiten de gemeente te beperken. Met de huisvestingsconsequenties van deze ‘uitstroomambitie’ is in dit IHP rekening gehouden. Op basis van de prognoses blijkt dat de bestaande scholen in Hoofddorp en Nieuw-Vennep de te verwachten aantallen leerlingen kunnen opvangen. Het uitbreiden van het bestaande aanbod, door middel van het stichten van een nieuwe school, is dan ook niet noodzakelijk. Ook niet in Badhoevedorp: het organiseren van VO-onderwijsaanbod is niet haalbaar als gevolg van te kleine aantallen leerlingen. Partijen hebben afgesproken in te zetten op verbetering van de bereikbaarheid voor de VO-leerlingen.

Bijlage 2: Context, kaders en ontwikkelingen

 

Context

De partijen in Haarlemmermeer hebben al ervaring met het uitvoeren van een Integraal Huisvestingsplan voor onderwijshuisvesting. De eerdere IHP’s dateren van 2009 en 2011. In 2011 heeft een actualisatie van het IHP van 2009 plaatsgevonden, in combinatie met een veranderend financieel beeld voor de gemeente. Deze actualisatie was ingegeven door de wens de onderlinge verhoudingen scherper neer te zetten: de gemeente met haar zorgplicht voor adequate en kwalitatief goede onderwijshuisvesting, en de schoolbesturen met de opdracht te zorgen voor een degelijke exploitatie.

 

De gemeente heeft de afweging gemaakt om vanaf 2012 de wettelijke zorgplicht centraal te stellen als het om onderwijshuisvesting gaat: de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (hierna: ‘de verordening’) is toen aangepast aan het landelijke model zoals dat door de besturenorganisaties en de VNG is vastgesteld.

Dit uitgangpunt van beleid vanaf 2012, maakte dat de gegroeide uitvoeringspraktijk werd ingeruild voor een werkwijze waarin het formele recht en de regels zoals vastgelegd in de verordening, de basis voor het concrete handelen vormen. Met de schoolbesturen zijn destijds afspraken gemaakt over het uitwerken van lange termijn scenario’s. Ook voor de korte termijn zijn toen besluiten genomen. Deze overwegingen zijn van belang om de aanloop naar een nieuw en geactualiseerd IHP te kunnen maken. In het IHP 2011 zijn al uitgangspunten benoemd die nog steeds van grote waarde zijn voor het huidige beleid, zoals:

  • een efficiënt en effectief ruimtegebruik

  • zo min mogelijk leegstand in permanente schoolgebouwen;

  • afstoten van tijdelijke onderwijsvoorzieningen (noodlokalen);

  • het ingaan op de krimp in het primair onderwijs en de consequenties die dat heeft voor de (omvang) van de voorzieningen

  • nagaan op welke wijze de wensen om functionele en kwalitatief goede schoolgebouwen beschikbaar te houden, past binnen het beschikbaar te stellen budget.

De eerdere IHP’s en het nu voorliggende IHP laten een ontwikkeling zien: van een inhoudelijk gedreven, op lokale afspraken gebaseerd IHP (2009), naar een op wet- en regelgeving en normen gebaseerd IHP (2011) tot het IHP dat nu voor u ligt. In dit IHP hebben gemeente en schoolbesturen gezamenlijk een kader opgesteld voor het omgaan met onderwijshuisvesting en is hiermee feitelijk een logisch resultaat van de twee voorgaande IHP’s.

 

Wettelijke kaders gemeente

Met ingang van 1997 is de zorgplicht voor het bekostigen van de huisvesting van het primair-, speciaal en het voortgezet onderwijs volledig overgedragen van het Rijk (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) naar de gemeenten. De gemeente heeft een verordening vastgesteld op grond van de onderwijswetten, zoals de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de Expertisecentra (WEC) en de Wet op het Voortgezet onderwijs (WVO) om aan haar zorgplicht voor adequate huisvesting van scholen de juiste invulling te geven.

 

De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Haarlemmermeer 2009 is op basis van de modelverordening van de VNG herzien in 2015. De aanleiding voor deze herziening is de Wet tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra per 1 januari 2015 . Deze wetswijziging betekent voor gemeenten dat hun zorgplicht voor (buiten)onderhoud en aanpassing van schoolgebouwen voor het PO en SO vervalt en overgaat naar het schoolbestuur. Een dergelijke wetswijziging heeft voor het VO reeds in 2006 plaatsgevonden. De gemeente blijft wel verantwoordelijk voor o.a. nieuwbouw, uitbreidingen (als een school groeit), vervangende nieuwbouw, medegebruik, constructiefouten, herstel in geval van bijzondere omstandigheden. Feitelijk zijn de schoolbesturen, zowel VO als het PO en SO, nu volledig verantwoordelijk voor de instandhouding van hun schoolgebouwen.

 

Wettelijke kaders schoolbestuur

Op grond van de onderwijswet- en regelgeving is het schoolbestuur verantwoordelijk voor de materiële instandhouding van het schoolgebouw. Daartoe worden gerekend alle kosten die verband houden met het instandhouden van het gebouw dat nodig is voor het onderwijs, zoals exploitatielasten (energie, schoonmaak etc.) klein en herstel onderhoud en het binnenonderhoud. Vanaf 1 januari 2015 zijn het buitenonderhoud en de aanpassingen aan de schoolgebouwen overgeheveld van de gemeente naar de PO-besturen. De bekostiging voor de uitvoering van deze verantwoordelijkheid is per 1 januari 2015 opgenomen in de rijksvergoeding Materiële Instandhouding (MI), die de schoolbesturen rechtstreeks van het Rijk ontvangen. Daarmee is sprake van een sluitend systeem van verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting: de gemeente heeft de zorgplicht om te voorzien in adequate huisvesting (mutaties), de schoolbesturen de verantwoordelijkheid voor de instandhouding.

Met het doorvoeren van deze wijziging zijn PO en SO gelijkgetrokken met het VO, dat al sinds 2008 deze verantwoordelijkheid had.

Voor het gehele onderwijs geldt dat de bekostiging ontoereikend is. Jaarlijks komen de PO-besturen samen circa € 375 mio tekort aan exploitatie. (Bron: onderzoek Berenschot en ICSadviseurs).

 

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

De verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting is landelijk geregeld in onderwijswetgeving en lokaal uitgewerkt in de verordening. De gemeente heeft daarbij de zorgplicht om te voorzien in adequate huisvesting. De verantwoordelijkheid van de schoolbesturen ligt vooral in de instandhouding van die huisvesting. Landelijk staan kwaliteit en betaalbaarheid van onderwijshuisvesting sterk onder druk. Onder meer via het Bouwbesluit en de ambitie om in 2020 (bijna) energie neutrale scholen te gaan realiseren (BENG), is een opwaartse druk op kwaliteit ontstaan. Van rijkswege worden hieraan vooralsnog geen financiële consequenties verbonden.

 

 

De kwaliteit van onderwijshuisvesting is in de gemeente Haarlemmermeer in het algemeen goed op orde en de gebouwen weerspiegelen de inspanningen die de gemeente en schoolbesturen de afgelopen decennia daarin hebben gedaan. Wel is heel duidelijk dat in de komende jaren nog diverse opgaven liggen op het gebied van onderwijshuisvesting onder meer door de leeftijdsopbouw van de portefeuille, demografische en ruimtelijke ontwikkelingen en de invoering van passend onderwijs.

Voor het PO komt daar de ontwikkeling van het Integrale Kindcentrum (IKC) bij en voor het speciaal onderwijs de vorming van Integraal Onderwijs Centrum (IOC). Dit is de context waarbinnen uitvoering gegeven wordt aan de wettelijke plicht en die richting geeft aan het gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid.

 

Bevolkings- en leerlingenprognoses

In de bijlage geven we een globaal inzicht in de ontwikkeling van de leerlingenaantallen in Haarlemmermeer per onderwijssoort.

 

Bewegingsonderwijs

De gemeente Haarlemmermeer heeft op grond van de genoemde onderwijswetten een zorgplicht om te zorgen voor voldoende en adequate gym/sportzalen voor bewegingsonderwijs. Zowel de schoolbesturen als de gemeente hechten er aan om in dit IHP aan te geven dat er ook wensen en behoeften zijn m.b.t. de sportaccommodaties waar de scholen binnen Haarlemmermeer gebruik van maken. Omwille van eenvoud en overzichtelijkheid kiezen gemeente en schoolbesturen ervoor om investeringen in bestaande gymzalen bij het nog te verschijnen Integraal Accommodatieplan (IAP) aan bod te laten komen. Daarmee komen het beheer, onderhoud en eventuele uitbreidingen binnen één dossier dat later (2018) aan de orde komt. In die gevallen waar bij nieuwbouw voor het onderwijs een gymzaal nodig is, hebben we hiermee in dit IHP rekening gehouden.

 

Schakelonderwijs

Kinderen tussen zes en achttien jaar die uit het buitenland komen en nog geen Nederlands spreken worden maximaal twee jaar, opgevangen in het schakelonderwijs. Voor het basisonderwijs wordt het schakelonderwijs gegeven aan het Integraal Kind Centrum Wereldwijs. Voor het voortgezet onderwijs, zijn er de Internationale Schakel Klassen (ISK), verbonden aan het Hoofdvaart College . De instroom van vluchtelingen fluctueert sterk en het aantal deelnemers wisselt daardoor per jaar. In 2016 en 2017 heeft de gemeente te maken met een verhoogde taakstelling om statushouders te huisvesten, en mede door het wegwerken van een achterstand in de taakstelling van 2016 en door gezinshereniging groeit het aantal (internationale) schakelgroepen snel. De groei en de wijzigingen in doelgroepen en ondersteuningsbehoeften hebben ook een impuls gegeven aan de kwaliteit van het schakelonderwijs. Het doel is dat het onderwijs in de schakelgroepen op hetzelfde niveau ligt als op de reguliere scholen, zodat deze leerlingen na het schakelonderwijs goed kunnen doorstromen.

 

Passend Onderwijs

Op 1 augustus 2014 is de Wet Passend Onderwijs in werking getreden. In Haarlemmermeer hebben we te maken met twee samenwerkingsverbanden passend onderwijs: één voor het primair onderwijs (basisscholen, speciale basisscholen en speciaal onderwijs) en één voor het voortgezet onderwijs (vo-scholen en voortgezet speciaal onderwijs).

Met de invoering van de Wet Passend Onderwijs zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor de zorgplicht, is een nieuwe bekostiging van de samenwerkingsverbanden van start gegaan en zijn de schoolbesturen uit het samenwerkingsverband gezamenlijk verantwoordelijk voor de toedeling van de extra onderwijsondersteuningsmiddelen.

 

 

Het doel van de samenwerkingsverbanden is “een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen scholen zodanig te organiseren dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen. Iedere leerling moet passend onderwijs krijgen op één van de scholen binnen het samenwerkingsverband. Als dit niet lukt binnen het samenwerkingsverband dan zal dit buiten het samenwerkingsverband gerealiseerd moeten worden”.

In het Samenwerkingsverband VO is gekozen voor het “schoolmodel”. Dit houdt in dat het grootste gedeelte van de middelen voor passend onderwijs direct naar de VO-scholen gaat in de vorm van een ondersteuningsbudget. Een relatief klein gedeelte wordt ingezet voor het plaatsen van leerlingen in bovenschoolse voorzieningen en voor de organisatie van het samenwerkingsverband zelf. Daarnaast is een deel van de middelen gereserveerd voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. In de visie van SWV AM ligt de verantwoordelijkheid voor het bieden van passend onderwijs bij de scholen zelf. De keuze voor het schoolmodel leidt niet tot een extra huisvestingsvraag vanuit de schoolbesturen.

 

Internationaal onderwijs

Voor het behoud van een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is de aanwezigheid van internationaal onderwijs van groot belang. De regionale en lokale vraag is de laatste jaren dusdanig gestegen dat het huidige aanbod niet langer toereikend is. Afgezien van tweetalig onderwijs ontbreekt het aanbod van publiek internationaal georiënteerd onderwijs tot nu toe in Haarlemmermeer.

 

Internationaal onderwijs is van aanzienlijk belang voor de gemeentelijke economie. De aanwezigheid van Schiphol heeft een grote aanzuigende werking op internationale bedrijven. Door goede bereikbaarheid en infrastructuur is de veelzijdigheid aan bedrijven in Haarlemmermeer enorm.

Onderwijs dat tegemoetkomt aan de behoefte van onze inwoners hoort hier ook bij. De aanstaande Brexit zorgt mogelijk voor een grotere vraag naar huisvesting in de MRA, Haarlemmermeer en rond Schiphol Airport.

Internationaal onderwijs is een cruciale factor voor het bieden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Werknemers van internationaal georiënteerde bedrijven zien graag dat hun kinderen internationaal onderwijs volgen. Door het huidige tekort aan plaatsen op internationale scholen en de wachtlijsten, bestaat het risico dat zowel bedrijven als internationals uitwijken naar andere regio's of zelfs naar een ander land.

In Haarlemmermeer wonen op dit moment ongeveer 1.100 kinderen van internationals. Naar verwachting neemt dit aantal de komende jaren verder toe. We zien dus een aanzienlijk Haarlemmermeers potentieel voor internationaal onderwijs. We weten dat 45% van de kinderen van internationals bij voorkeur gebruikmaakt van onderwijs met een International Baccalaureate- curriculum (IB) of een International Primary Curriculum (IPC).

 

Bij het internationaal onderwijs is sprake van een tweedeling. Publiek internationaal onderwijs is gesubsidieerd onderwijs door de overheid, terwijl privaat internationaal onderwijs eigen inkomstenbronnen kent. Beide vormen komen we tegen in Haarlemmermeer.

 

Ontwikkeling IGBO

Publiek internationaal onderwijs is gekoppeld aan een reguliere school door een aparte IG(B)O0- afdeling, oftewel 'Internationaal Georiënteerd (Basis)Onderwijs. Door de gedeeltelijke bekostiging vanuit de Rijksoverheid is een IGBO toegankelijk voor kinderen van internationals die uit kostenoverwegingen niet kunnen of willen kiezen voor een private school. In gezamenlijkheid met SOPOH is besloten de volgende stap te zetten naar de daadwerkelijke ontwikkeling van een IGBO- afdeling in Haarlemmermeer. Zij maken daarbij gebruik van bestaande huisvesting.

 

In aansluiting op de ontwikkelingen bij het primair onderwijs zijn ook de mogelijkheden voor internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs (IGVO) in de regio onderzocht. Uit het haalbaarheidsonderzoek voor IGVO volgt de conclusie dat er in Haarlemmermeer vooralsnog onvoldoende vraag is Uiteraard volgen we de ontwikkeling hiervan nauwlettend en anticiperen we waar nodig.

 

Privaat internationaal onderwijs

Op 17 augustus 2016 heeft Gifted Minds International School (GMIS) zijn deuren geopend in Hoofddorp. Hiermee heeft Haarlemmermeer sinds dit schooljaar officieel internationaal onderwijs binnen de gemeentegrenzen. Gifted Minds is een kleine private school die is verhuisd vanuit Amstelveen. De school heeft ongeveer vijftig leerlingen en wil groeien. GMIS is in de periode 2017- 2020 gehuisvest in een kantoorpand aan de Opaallaan in Graan voor Visch-Zuid en heeft de intentie om nieuw te bouwen. Deze vorm van internationaal onderwijs wordt niet bekostigd door de Rijksoverheid en dus is de gemeentelijke zorgplicht niet van toepassing.

 

Herindeling Haarlemmermeer en Haarlemmerliede en Spaarnwoude

De gemeenten Haarlemmerliede & Spaarnwoude en Haarlemmermeer zijn voornemens te komen tot een gemeentelijke herindeling. Dit betekent praktisch dat de schoolgebouwen in Haarlemmerliede & Spaarnwoude meegenomen moeten worden in de keuzes die Haarlemmermeer maakt. Voor een gedeelte gebeurt dit al: vanuit Haarlemmermeer ondersteunen we Haarlemmerliede en Spaarnwoude al geruime tijd bij de ontwikkeling van een nieuw schoolgebouw in Halfweg. De gemeente Haarlemmermeer heeft ook besloten financieel aan de ontwikkeling van dit gebouw bij te dragen (500.000 euro), teneinde te bereiken dat het gebouw qua duurzaamheid aansluit bij de keuzes in Haarlemmermeer.

 

 

Een andere benodigde actie is om de schoolgebouwen in Haarlemmerliede en Spaarndam mee te nemen in de Haarlemmermeerse analyses. Dat betekent onder meer dat de gebouwen geschouwd moeten worden en dat de schoolbesturen in Haarlemmerliede & Spaarnwoude betrokken worden bij de ontwikkelingen in Haarlemmermeer. Bij de herziening van het IHP (2019) zal dit geregeld zijn.

 

Voor SO en VO geldt dat de leerlingen uit Haarlemmerliede & Spaarnwoude op Haarlem en Amsterdam georiënteerd zijn. Het VO heeft de ambitie om leerlingen meer binnen de polder naar school te laten gaan; dit geldt ook voor de leerlingen uit de dorpen in Haarlemmerliede & Spaarnwoude.

Bijlage 3: Leerlingenprognoses

 

Noot: onder 2017 staat het leerlingenaantal per 1 oktober 2016 weergegeven. Dit werkt zo omdat de leerlingentelling van 1 oktober 2016 maatgevend is voor de bekostiging per schooljaar 2017-2018.

 

In het Primair Onderwijs:

 

In het Speciaal Onderwijs zien de cijfers er als volgt uit:

 

In het Voortgezet Onderwijs:

 

Bijlage 4: Door de VO-besturen verwachte leerlingenaantallen

School (BRIN)

1. Aantal leerlingen op teldatum 01-10-2016

2. Aantal leerlingen in 2031 bij ongewijzigd beleid (Pronexus)

3. Maximum aantal leerlingen op basis van de capaciteit conform de Verordening

(Basis / +10%)

4. Het minimum en maximum aantal leerlingen dat het onderwijs verwacht

(op basis van de

ambitie)

KSG Hoofddorp (00IP00)

1.041

933

1.375 / 1510

1100 / 1200

Herbert Vissers College (03RU00)-

HVC

 

1.711

 

1.264

 

2.045 / 2277

 

1500 / 1600

Praktijkschool De

Linie (16PJ00)

174

152

107 / 120

210 / 210

Haarlemmermeer lyceum Baron De Coubertinlaan (19TI00)

 

 

1.336

 

 

1.105

 

 

1.050 / 1210

 

 

1200 / 1350

Hoofdvaart College (19TI03)

672

+ 60 ISK

618

+ ISK?

747 / 815

700 / 800

Haarlemmermeer lyceum Locatie

Zuidrand (19TI05)

 

927

 

732

 

1.000 / 1083

 

950 / 1100

Kaj Munk College

(21WE00) - KMC

1.919

1.639

1.750 / 1925

1950 / 2100

Totaal

7.840

6.443

8.078 / 8979

7610 / 8360

 

De tabel maakt duidelijk:

  • dat permanente uitbreidingen qua huisvesting, ook bij een gerealiseerde uitstroomreductie, in ieder geval tot 2031 naar verwachting niet aan de orde zal zijn. Vergelijk kolom 3 en 4.

  • dat de komende jaren nog duidelijk sprake is van een groei qua leerlingenaantal in het voortgezet onderwijs die tijdelijke uitbreidingen noodzakelijk maakt (Haarlemmermeer Lyceum Baron de Coubertinlaan, Kaj Munk College en Praktijkschool De Linie/ISK).

Bijlage 5: Intentieovereenkomst (Akkoord van Kamerik)

 

 

Bijlage 6: Conceptvaststellingsovereenkomst tussen gemeente en schoolbesturen

 

Vaststellingsovereenkomst onderwijshuisvesting 2017met betrekking tot het Integraal Huisvestingsplan onderwijshuisvesting (IHP) 2.0 2017 – 2024

 

Ondergetekenden:

 

  • 1.

    de gemeente Haarlemmermeer, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder Jeugd- en Onderwijsbeleid, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders van 15-11-2015, hierna te noemen: de “Gemeente”;

  • en

  • 2.

    Stichting Openbaar Primair Onderwijs Haarlemmermeer (SOPOH), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw E. Burggraaff

  • en

  • 3.

    Stichting Meer Primair, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw M.A.M. Koopman-Vendel en de heer C.E. Niezing

  • en

  • 4.

    Amsterdamse Stichting voor Katholiek, Protestants-Christelijk en Interconfessioneel Onderwijs (ASKO), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw A.N. Middelkoop

  • en

  • 5.

    Stichting Jong Leren, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer P.G.M. Bronstring

  • en

  • 6.

    Montessorivereniging Haarlemmermeer, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw V.O. Groenewoud-van der Zaag

  • en

  • 7.

    Ithaka, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer R. van der Meijden

  • en

  • 8.

    Aloysius, Stichting voor Onderwijs en Jeugdzorg, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H. Kelderman

  • en

  • 9.

    Stichting De Bascule, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw N.D. de Koning

  • en

  • 10.

    Stichting Spaarnesant, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door M. Elkerbout

  • en

  • 11.

    Stichting Epilepsie Instellingen Nederland (SEIN), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.W. Barzilay

  • en

  • 12.

    Stichting Altra, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw N.B.G.M. Engbers

  • en

  • 13.

    Stichting Dunamare Onderwijsgroep, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.C. Rath

  • en

  • 14.

    Stichting voor Christelijk Voortgezet Onderwijs (IRIS), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw G.H.H. Wielenga-Vaes

Partijen twee tot en met veertien hierna ook ieder afzonderlijk en gezamenlijk te noemen: “Bevoegd Gezag” en/of “Bevoegde Gezagsorganen”,

hierna gezamenlijk te noemen: ‘de twee Partijen’ of ‘Partijen’;

 

Overwegende dat:

  • Op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertise centra de gemeente de zorgplicht heeft tot het voorzien in adequate huisvesting;

  • De gemeenteraad van Haarlemmermeer daartoe de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Haarlemmermeer 2015 (hierna: de Verordening) heeft vastgesteld;

  • In de Verordening het proces is geregeld om te komen tot toekenning van de voorzieningen in de huisvesting, op grond waarvan het college jaarlijks een huisvestingprogramma vaststelt voor onder andere het onderdeel ‘Capaciteit’;

  • Schoolbesturen en gemeente willen dat leerlingen en personeel in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs kunnen leren en werken in gebouwen, die bijdragen aan betere leer- en werkprestaties. Dit zich vertaalt naar:

    • o

      duurzame, inspirerende en functionele gebouwen, die een goed binnenklimaat hebben en voor alle partijen binnen de beschikbare middelen te exploiteren zijn;

    • o

      gebouwen die multifunctioneel zijn en die een bredere rol van de school in de wijk, buurt of kern faciliteren;

    • o

      dat de gemeente samen met de schoolbesturen een nieuw kader voor onderwijshuisvesting opstelt, bestaande uit nieuwe, lokale afspraken over de kwaliteit, de financiering en bekostiging en de verdeling van verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting.

  • In november 2014 het Akkoord van Kamerik is vastgesteld naar aanleiding van de wetswijziging met betrekking tot de overheveling van middelen voor het buitenonderhoud en aanpassingen van de gemeente naar de schoolbesturen voor primair onderwijs. Alle schoolbesturen en gemeente daarbij hebben uitgesproken dat de gehanteerde onderwijshuisvestingssystematiek (het zogeheten Verordeningsdenken) niet meer passend is in de huidige tijd, ook gezien de vraag naar meer duurzame huisvesting. Het akkoord behelst gezamenlijke ambities over kwaliteitsnormen van schoolgebouwen passend binnen de gezamenlijke beschikbare middelen (Total Cost of Ownership) tussen gemeenten en schoolbesturen;

  • De bevoegde gezagsorganen en de gemeente een Intentieverklaring “Samen werken aan een goede kwalitatieve leeromgeving” op 4 juni 2015 hebben ondertekend waarin zij zich committeren ten aanzien van het proces tot nadere samenwerking en uitwerking van ambities;

  • Partijen tot een gezamenlijk gedragen Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP) 2.0 wensen te komen;

  • Daarbij is de opgave om de totale kapitaallasten van de opgenomen maatregelen voor de periode tot en met 2024 te houden binnen het voor deze periode door de raad vastgestelde financiële kader;

  • Op basis van de eerder genoemde intentieverklaring en vastgestelde uitgangspunten een systeemafspraak geldt dat de schoolbesturen een wezenlijke financiële bijdrage leveren in geval van renovatie of vervangende nieuwbouw. Daarbij geldt het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) als uitgangspunt zoals dat door elk bevoegd gezag wordt gehanteerd, met dien verstande dat per bestuur en per schoolgebouw maatwerk vereist is. Deze systeemafspraak wordt per voorziening nader uitgewerkt in het Uitvoeringsoverleg van elk project;

  • In het IHP zijn opgenomen de door partijen noodzakelijk geachte voorzieningen in de huisvesting op basis van de in het Integraal Huisvestingsplan 2.0 geformuleerde ambities, gebaseerd op de Total Cost of Ownership (TCO) en waarin een hoger niveau aan voorzieningen is opgenomen dan op grond van de Verordening vanuit de zorgplicht noodzakelijk is (upgrading en renovatie);

  • De in het IHP 2.0 opgenomen voorzieningen kunnen worden beschouwd als een vaststelling van de noodzakelijkheid van de voorziening op grond van de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Haarlemmermeer 2015;

  • Het IHP periodiek wordt geactualiseerd op basis van de in het IHP opgenomen uitgangspunten en afspraken;

  • De gemeente Haarlemmermeer voornemens is het IHP 2.0 uiterlijk 31 december 2017 vast te stellen;

  • De gemeente en de bevoegde gezagsorganen tevens gezamenlijk zullen onderzoeken of een vervolgstap om te komen tot een vorm van doordecentralisatie haalbaar is.

verklaren te zijn overeengekomen als volgt:

 

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlemmermeer. Raad: de gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer.

Verordening: de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Haarlemmermeer 2015, zoals op 4 december 2014 door de Raad is vastgesteld.

HVP: Huisvestingsprogramma onderwijs als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Verordening, waarin het college een besluit neemt voor een voorziening op basis van aanvragen van schoolbesturen.

Voorziening: één van de voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2 van de Verordening.

Capaciteit: een voorziening als bedoeld in artikel 2 onder a (1 t/m 8) van de Verordening die betrekking heeft op het aantal m² bruto vloeroppervlakte dat voor onderwijs nodig is.

IHP 2.0 Het Integraal Huisvestingsplan onderwijshuisvesting 2017-2024 dat door de bevoegde gezagsorganen en de gemeente is opgesteld en na vaststelling door het college en votering van het krediet door de raad achteraf als bijlage onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van deze overeenkomst.

 

Artikel 2: Doelstellingen

  • 1.

    Het doel van deze overeenkomst is om voor het PO, SO en VO afspraken te maken met betrekking tot de aanvragen voor voorzieningen in de huisvesting wat betreft het onderdeel ‘Capaciteit’ en de uitvoering van het IHP 2.0 2017-2024.

  • 2.

    De zorgplicht voor onderwijshuisvesting blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente.

Artikel 3: Verplichtingen gemeente

  • 1.

    Het college gaat bij de bepaling van de capaciteitsvraag vanaf 2017 niet langer uit van de aanvragen van het HVP maar van de prioriteiten uit het IHP 2017- 2024, waardoor de vaststelling van het HVP 2018 en volgende voor wat betreft het onderdeel ‘Capaciteit’ achterwege blijft.

  • 2.

    Het college neemt voor het uitvoeringsjaar 2017 éénmalig de voorziening herstel van constructiefouten op in het IHP 2.0 2017-2024.

  • 3.

    Het college neemt de in het IHP 2.0 vermelde prioriteiten onverkort over en stelt het IHP vast.

  • 4.

    Het college doet op basis van het IHP jaarlijks aan de raad een voorstel tot kredietvotering om het investeringsbedrag voor het volgende uitvoeringsjaar te kunnen voldoen.

  • 5.

    De kredietvotering onder lid 4 kan uitsluitend worden voorgesteld nadat het college heeft getoetst dat deze past binnen de door de raad vooraf vastgestelde financiële kaders.

  • 6.

    Het college zal bij de toets onder lid 5 zo nodig maatregelen doorvoeren om deze kredietvotering passend te maken door middel van

    • a.

      het toepassen van fasering van de kredietvotering, waarbij de totale IHP periode zal worden gesplitst in twee periodes (2017-2020 en 2021-2024) en het temporiseren van de investeringen;

    • b.

      een gezamenlijk onderzoek met de bevoegde gezagsorganen naar een verdere verdiepingsslag met betrekking tot de co-financiering in het kader van de Total Costs of Ownership (TCO) en de haalbaarheid van een mogelijke doordecentralisatie. Deze verdiepingsslag is nodig voor de balans in de risico’s tussen gemeente en schoolbesturen.

  • 7.

    De raad neemt over de kredietvotering uiterlijk 31 december voorafgaand aan het uitvoeringsjaar een besluit.

  • 8.

    De raad neemt in afwijking van lid 4 voor het uitvoeringsjaar 2017 uiterlijk 31 december 2017 een besluit over de kredietvotering.

  • 9.

    Het college stelt voor de toegekende voorzieningen van elk jaar na kredietvotering een beschikking op.

  • 10.

    Het college verklaart voor de voorzieningen zoals opgenomen in het IHP de uitvoeringsbepalingen van toepassing zoals vermeld in § 2.4 van de Verordening. Over de uitvoering worden door partijen, analoog aan de Verordening, in het kader van het Uitvoeringsoverleg per voorziening nadere afspraken opgesteld en vastgelegd.

  • 11.

    De gemeente is op de hoogte van het feit dat ten aanzien van de gebouwen waarvoor een voorziening is opgenomen in het IHP, afspraken kunnen gelden over het slechts beperkt uitvoeren van het onderhoud door het bevoegd gezag (bij renovatie of vervangende nieuwbouw). De gemeente zal in dat verband geen claim neerleggen bij het bevoegd gezag ter zake van het in onvoldoende mate zorgdragen voor onderhoud als bedoeld in artikel 106 van de Wet op het primair onderwijs.

  • 12.

    Het IHP wordt telkens per twee jaar geactualiseerd op basis van de in het IHP opgenomen uitgangspunten en afspraken. De actualisatie is bedoeld om te kunnen inspelen op de actualiteiten en ontwikkelingen binnen de onderwijswetgeving en de huisvestingbehoefte.

Artikel 4: Verplichtingen bevoegde gezagsorganen

  • 1.

    De bevoegde gezagsorganen trekken de reeds bij het college ingediende aanvragen voor het HVP 2018 voor het onderdeel ‘Capaciteit’ binnen een maand na ondertekening van deze overeenkomst in via het Onderwijsloket.

  • 2.

    De bevoegde gezagsorganen dienen voor het onderdeel ‘Capaciteit’ geen nieuwe aanvragen in en dienen geen claims hoe ook genaamd bij het college in voor de looptijd van deze overeenkomst, tenzij sprake is van een spoedaanvraag (onvoorziene omstandigheden) conform de Verordening.

  • 3.

    Indien het betreffende schoolgebouw in het IHP is opgenomen voor renovatie (40 jaar) of nieuwbouw (60 jaar), levert het betreffende bevoegde gezag een wezenlijke financiële bijdrage. De systeemafspraak is dat de bijdrage bestaat uit het budget dat in het MJOP is opgenomen (per schoolgebouw) voor de 10 jaren voorafgaand aan de maatregel (voorafgaand aan het 40ste dan wel 60ste levensjaar) plus de 5 jaren na het 40ste, dan wel 60ste levensjaar dat betrekking heeft op die onderhoudsactiviteiten die vanwege de maatregel niet langer nodig zijn. Van deze bijdrage wordt door het bevoegd gezag 10% apart gehouden als zgn. “stroppenpot”. Deze ‘stroppenpot’ wordt aangewend om in voorkomende gevallen onderhoudsactiviteiten te bekostigen, die door omstandigheden voorafgaand aan de maatregel alsnog moeten worden uitgevoerd. Per situatie zal per schoolgebouw de systeemafspraak door partijen worden beoordeeld (maatwerk).

  • 4.

    Ten aanzien van de gebouwen, waarvoor een voorziening is opgenomen in het IHP, kunnen afspraken gelden over het slechts beperkt uitvoeren van het onderhoud door het bevoegd gezag (bij renovatie of vervangende nieuwbouw). De bevoegde gezagsorganen zijn ermee bekend, dat de gemeente in dat verband geen claim zal neerleggen bij het bevoegd gezag ter zake van het in onvoldoende mate zorgdragen voor onderhoud als bedoeld in artikel 106 van de Wet op het primair onderwijs; het bevoegd gezag daarentegen zal er voor zorgdragen dat het schoolgebouw in voldoende staat van onderhoud blijft verkeren, zodat de continuïteit van het onderwijs gewaarborgd blijft.

  • 5.

    Over de uitvoering van de voorziening worden door partijen, analoog aan de Verordening, in het kader van het Uitvoeringsoverleg per voorziening nadere afspraken opgesteld en vastgelegd.

  • 6.

    De bevoegde gezagsorganen onderzoeken gezamenlijk met de gemeente een verdere verdiepingsslag met betrekking tot de cofinanciering in het kader van de Total Cost of Ownership (TCO) en de haalbaarheid van een mogelijke doordecentralisatie. Deze verdiepingsslag is nodig voor de balans in de risico’s tussen gemeente en schoolbesturen.

Artikel 5: Looptijd

  • 1.

    Deze uitvoeringsovereenkomst heeft een looptijd van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2024.

  • 2.

    Partijen kunnen uiterlijk tot 31 december 2024 gezamenlijk besluiten deze overeenkomst te verlengen.

  • 3.

    Tenzij partijen besluiten tot verlenging, eindigt deze overeenkomst met ingang van 31 december 2024 van rechtswege.

Artikel 6: Tussentijdse beëindiging overeenkomst

  • 1.

    Partijen zijn gerechtigd deze overeenkomst tussentijds te beëindigen, indien de Raad niet voor 31 december van enig jaar een besluit heeft genomen over de dekking van de in het IHP opgenomen investeringen.

  • 2.

    Bij een wetswijziging of wijzigingen in de bekostiging, die maken dat de uitvoering van deze overeenkomst niet ongewijzigd kan worden voortgezet, bestaat de mogelijkheid te komen tot aanpassing of als daarover geen overeenstemming ontstaat, tot tussentijdse beëindiging. Partijen treden daarover eerst in overleg.

  • 3.

    De opzegging dient aangetekend te geschieden aan alle deelnemende partijen met inachtneming van een termijn van minimaal één maand.

  • 4.

    De overige deelnemende partijen treden onverwijld met elkaar in overleg over mogelijkheden tot voortzetting van deze overeenkomst.

  • 5.

    Partijen zijn gerechtigd de overeenkomst te beëindigen indien een van de bevoegde gezagsorganen de overeenkomst opzegt.

  • 6.

    Na opzegging zal voor de opzeggende partij het wettelijke regime weer van kracht zijn, hetgeen betekent dat deze partij binnen een redelijke termijn na opzegging - de gelegenheid heeft de noodzakelijke voorzieningen in de huisvesting voor het desbetreffende jaar op basis van de Verordening via een procedure bij de gemeente aan te vragen. De in de Verordening vermelde termijnen voor spoedaanvragen zijn daarbij van toepassing. De gemeente zal deze aanvragen toetsen op basis van de wettelijke zorgplicht en de bepalingen in de Verordening.

  • 7.

    Bij tussentijdse beëindiging zijn partijen over en weer niet gehouden tot vergoeding van enigerlei andere schade hoe ook genaamd, dan op basis van de Verordening had mogen worden verwacht, tenzij anders is overeengekomen.

Artikel 7: Onvoorziene omstandigheden

1. Partijen treden eveneens in overleg indien zich feiten en omstandigheden voordoen waarin deze overeenkomst niet voorziet.

Artikel 8: Niet nakoming

  • 1.

    Indien één van de partijen te kort schiet in de nakoming van één of meer verplichtingen uit deze overeenkomst, zal de andere partij hem in gebreke stellen, tenzij nakoming van de betreffende verplichting(en) reeds blijvend onmogelijk is, in welk geval de nalatige partij onmiddellijk in gebreke is.

  • 2.

    De ingebrekestelling dient schriftelijk te geschieden, waarbij de nalatige partij een redelijke termijn (in beginsel zes weken) zal worden gegund om alsnog zijn verplichtingen na te komen. Deze termijn heeft het karakter van een fatale termijn.

  • 3.

    Indien de verplichtingen als bedoeld in lid 2 na ingebrekestelling niet of niet volledig zijn nagekomen, dan wel dat de termijn als bedoel in lid 2 is verstreken, is de andere partij gerechtigd om de overeenkomst te beëindigen door middel van een aangetekend schrijven.

  • 4.

    Partijen behouden het recht de overeenkomst te beëindigen indien één van de bevoegde gezagsorganen de overeenkomst opzegt.

 

Vaststellingsovereenkomst onderwijshuisvesting 2017met betrekking tot het Integraal Huisvestingsplan onderwijshuisvesting (IHP) 2.0 2017 – 2024

 

Ondergetekenden:

 

  • 1.

    de gemeente Haarlemmermeer, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder Jeugd- en Onderwijsbeleid, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders van 15-11-2015, hierna te noemen: de “Gemeente”;

  • en

  • 2.

    Stichting Openbaar Primair Onderwijs Haarlemmermeer (SOPOH), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw E. Burggraaff

  • en

  • 3.

    Stichting Meer Primair, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw M.A.M. Koopman-Vendel en de heer C.E. Niezing

  • en

  • 4.

    Amsterdamse Stichting voor Katholiek, Protestants-Christelijk en Interconfessioneel Onderwijs (ASKO), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw A.N. Middelkoop

  • en

  • 5.

    Stichting Jong Leren, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer P.G.M. Bronstring

  • en

  • 6.

    Montessorivereniging Haarlemmermeer, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw V.O. Groenewoud-van der Zaag

  • en

  • 7.

    Ithaka, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer R. van der Meijden

  • en

  • 8.

    Aloysius, Stichting voor Onderwijs en Jeugdzorg, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H. Kelderman

  • en

  • 9.

    Stichting De Bascule, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw N.D. de Koning

  • en

  • 10.

    Stichting Spaarnesant, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door M. Elkerbout

  • en

  • 11.

    Stichting Epilepsie Instellingen Nederland (SEIN), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.W. Barzilay

  • en

  • 12.

    Stichting Altra, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw N.B.G.M. Engbers

  • en

  • 13.

    Stichting Dunamare Onderwijsgroep, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.C. Rath

  • en

  • 14.

    Stichting voor Christelijk Voortgezet Onderwijs (IRIS), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw G.H.H. Wielenga-Vaes

Partijen twee tot en met veertien hierna ook ieder afzonderlijk en gezamenlijk te noemen: “Bevoegd Gezag” en/of “Bevoegde Gezagsorganen”,

 

hierna gezamenlijk te noemen: ‘de twee Partijen’ of ‘Partijen’;

 

Overwegende dat:

  • Op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertise centra de gemeente de zorgplicht heeft tot het voorzien in adequate huisvesting;

  • De gemeenteraad van Haarlemmermeer daartoe de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Haarlemmermeer 2015 (hierna: de Verordening) heeft vastgesteld;

  • In de Verordening het proces is geregeld om te komen tot toekenning van de voorzieningen in de huisvesting, op grond waarvan het college jaarlijks een huisvestingprogramma vaststelt voor onder andere het onderdeel ‘Capaciteit’;

  • Schoolbesturen en gemeente willen dat leerlingen en personeel in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs kunnen leren en werken in gebouwen, die bijdragen aan betere leer- en werkprestaties. Dit zich vertaalt naar:

    • o

      duurzame, inspirerende en functionele gebouwen, die een goed binnenklimaat hebben en voor alle partijen binnen de beschikbare middelen te exploiteren zijn;

    • o

      gebouwen die multifunctioneel zijn en die een bredere rol van de school in de wijk, buurt of kern faciliteren;

    • o

      dat de gemeente samen met de schoolbesturen een nieuw kader voor onderwijshuisvesting opstelt, bestaande uit nieuwe, lokale afspraken over de kwaliteit, de financiering en bekostiging en de verdeling van verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting.

  • In november 2014 het Akkoord van Kamerik is vastgesteld naar aanleiding van de wetswijziging met betrekking tot de overheveling van middelen voor het buitenonderhoud en aanpassingen van de gemeente naar de schoolbesturen voor primair onderwijs. Alle schoolbesturen en gemeente daarbij hebben uitgesproken dat de gehanteerde onderwijshuisvestingssystematiek (het zogeheten Verordeningsdenken) niet meer passend is in de huidige tijd, ook gezien de vraag naar meer duurzame huisvesting. Het akkoord behelst gezamenlijke ambities over kwaliteitsnormen van schoolgebouwen passend binnen de gezamenlijke beschikbare middelen (Total Cost of Ownership) tussen gemeenten en schoolbesturen;

  • De bevoegde gezagsorganen en de gemeente een Intentieverklaring “Samen werken aan een goede kwalitatieve leeromgeving” op 4 juni 2015 hebben ondertekend waarin zij zich committeren ten aanzien van het proces tot nadere samenwerking en uitwerking van ambities;

  • Partijen tot een gezamenlijk gedragen Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP) 2.0 wensen te komen;

  • Daarbij is de opgave om de totale kapitaallasten van de opgenomen maatregelen voor de periode tot en met 2024 te houden binnen het voor deze periode door de raad vastgestelde financiële kader;

  • Op basis van de eerder genoemde intentieverklaring en vastgestelde uitgangspunten een systeemafspraak geldt dat de schoolbesturen een wezenlijke financiële bijdrage leveren in geval van renovatie of vervangende nieuwbouw. Daarbij geldt het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) als uitgangspunt zoals dat door elk bevoegd gezag wordt gehanteerd, met dien verstande dat per bestuur en per schoolgebouw maatwerk vereist is. Deze systeemafspraak wordt per voorziening nader uitgewerkt in het Uitvoeringsoverleg van elk project;

  • In het IHP zijn opgenomen de door partijen noodzakelijk geachte voorzieningen in de huisvesting op basis van de in het Integraal Huisvestingsplan 2.0 geformuleerde ambities, gebaseerd op de Total Cost of Ownership (TCO) en waarin een hoger niveau aan voorzieningen is opgenomen dan op grond van de Verordening vanuit de zorgplicht noodzakelijk is (upgrading en renovatie);

  • De in het IHP 2.0 opgenomen voorzieningen kunnen worden beschouwd als een vaststelling van de noodzakelijkheid van de voorziening op grond van de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Haarlemmermeer 2015;

  • Het IHP periodiek wordt geactualiseerd op basis van de in het IHP opgenomen uitgangspunten en afspraken;

  • De gemeente Haarlemmermeer voornemens is het IHP 2.0 uiterlijk 31 december 2017 vast te stellen;

  • De gemeente en de bevoegde gezagsorganen tevens gezamenlijk zullen onderzoeken of een vervolgstap om te komen tot een vorm van doordecentralisatie haalbaar is.

verklaren te zijn overeengekomen als volgt:

 

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlemmermeer. Raad: de gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer.

Verordening: de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Haarlemmermeer 2015, zoals op 4 december 2014 door de Raad is vastgesteld.

HVP: Huisvestingsprogramma onderwijs als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Verordening, waarin het college een besluit neemt voor een voorziening op basis van aanvragen van schoolbesturen.

Voorziening: één van de voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2 van de Verordening.

Capaciteit: een voorziening als bedoeld in artikel 2 onder a (1 t/m 8) van de Verordening die betrekking heeft op het aantal m² bruto vloeroppervlakte dat voor onderwijs nodig is.

IHP 2.0 Het Integraal Huisvestingsplan onderwijshuisvesting 2017-2024 dat door de bevoegde gezagsorganen en de gemeente is opgesteld en na vaststelling door het college en votering van het krediet door de raad achteraf als bijlage onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van deze overeenkomst.

 

Artikel 2 : Doelstellingen

  • 1.

    Het doel van deze overeenkomst is om voor het PO, SO en VO afspraken te maken met betrekking tot de aanvragen voor voorzieningen in de huisvesting wat betreft het onderdeel ‘Capaciteit’ en de uitvoering van het IHP 2.0 2017-2024.

  • 2.

    De zorgplicht voor onderwijshuisvesting blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente.

Artikel 3: Verplichtingen gemeente

  • 1.

    Het college gaat bij de bepaling van de capaciteitsvraag vanaf 2017 niet langer uit van de aanvragen van het HVP maar van de prioriteiten uit het IHP 2017- 2024, waardoor de vaststelling van het HVP 2018 en volgende voor wat betreft het onderdeel ‘Capaciteit’ achterwege blijft.

  • 2.

    Het college neemt voor het uitvoeringsjaar 2017 éénmalig de voorziening herstel van constructiefouten op in het IHP 2.0 2017-2024.

  • 3.

    Het college neemt de in het IHP 2.0 vermelde prioriteiten onverkort over en stelt het IHP vast.

  • 4.

    Het college doet op basis van het IHP jaarlijks aan de raad een voorstel tot kredietvotering om het investeringsbedrag voor het volgende uitvoeringsjaar te kunnen voldoen.

  • 5.

    De kredietvotering onder lid 4 kan uitsluitend worden voorgesteld nadat het college heeft getoetst dat deze past binnen de door de raad vooraf vastgestelde financiële kaders.

  • 6.

    Het college zal bij de toets onder lid 5 zo nodig maatregelen doorvoeren om deze kredietvotering passend te maken door middel van

    • a.

      het toepassen van fasering van de kredietvotering, waarbij de totale IHP periode zal worden gesplitst in twee periodes (2017-2020 en 2021-2024) en het temporiseren van de investeringen;

    • b.

      een gezamenlijk onderzoek met de bevoegde gezagsorganen naar een verdere verdiepingsslag met betrekking tot de co-financiering in het kader van de Total Costs of Ownership (TCO) en de haalbaarheid van een mogelijke doordecentralisatie. Deze verdiepingsslag is nodig voor de balans in de risico’s tussen gemeente en schoolbesturen.

  • 7.

    De raad neemt over de kredietvotering uiterlijk 31 december voorafgaand aan het uitvoeringsjaar een besluit.

  • 8.

    De raad neemt in afwijking van lid 4 voor het uitvoeringsjaar 2017 uiterlijk 31 december 2017 een besluit over de kredietvotering.

  • 9.

    Het college stelt voor de toegekende voorzieningen van elk jaar na kredietvotering een beschikking op.

  • 10.

    Het college verklaart voor de voorzieningen zoals opgenomen in het IHP de uitvoeringsbepalingen van toepassing zoals vermeld in § 2.4 van de Verordening. Over de uitvoering worden door partijen, analoog aan de Verordening, in het kader van het Uitvoeringsoverleg per voorziening nadere afspraken opgesteld en vastgelegd.

  • 11.

    De gemeente is op de hoogte van het feit dat ten aanzien van de gebouwen waarvoor een voorziening is opgenomen in het IHP, afspraken kunnen gelden over het slechts beperkt uitvoeren van het onderhoud door het bevoegd gezag (bij renovatie of vervangende nieuwbouw). De gemeente zal in dat verband geen claim neerleggen bij het bevoegd gezag ter zake van het in onvoldoende mate zorgdragen voor onderhoud als bedoeld in artikel 106 van de Wet op het primair onderwijs.

  • 12.

    Het IHP wordt telkens per twee jaar geactualiseerd op basis van de in het IHP opgenomen uitgangspunten en afspraken. De actualisatie is bedoeld om te kunnen inspelen op de actualiteiten en ontwikkelingen binnen de onderwijswetgeving en de huisvestingbehoefte.

Artikel 4: Verplichtingen bevoegde gezagsorganen

  • 1.

    De bevoegde gezagsorganen trekken de reeds bij het college ingediende aanvragen voor het HVP 2018 voor het onderdeel ‘Capaciteit’ binnen een maand na ondertekening van deze overeenkomst in via het Onderwijsloket.

  • 2.

    De bevoegde gezagsorganen dienen voor het onderdeel ‘Capaciteit’ geen nieuwe aanvragen in en dienen geen claims hoe ook genaamd bij het college in voor de looptijd van deze overeenkomst, tenzij sprake is van een spoedaanvraag (onvoorziene omstandigheden) conform de Verordening.

  • 3.

    Indien het betreffende schoolgebouw in het IHP is opgenomen voor renovatie (40 jaar) of nieuwbouw (60 jaar), levert het betreffende bevoegde gezag een wezenlijke financiële bijdrage. De systeemafspraak is dat de bijdrage bestaat uit het budget dat in het MJOP is opgenomen (per schoolgebouw) voor de 10 jaren voorafgaand aan de maatregel (voorafgaand aan het 40ste dan wel 60ste levensjaar) plus de 5 jaren na het 40ste, dan wel 60ste levensjaar dat betrekking heeft op die onderhoudsactiviteiten die vanwege de maatregel niet langer nodig zijn. Van deze bijdrage wordt door het bevoegd gezag 10% apart gehouden als zgn. “stroppenpot”. Deze ‘stroppenpot’ wordt aangewend om in voorkomende gevallen onderhoudsactiviteiten te bekostigen, die door omstandigheden voorafgaand aan de maatregel alsnog moeten worden uitgevoerd. Per situatie zal per schoolgebouw de systeemafspraak door partijen worden beoordeeld (maatwerk).

  • 4.

    Ten aanzien van de gebouwen, waarvoor een voorziening is opgenomen in het IHP, kunnen afspraken gelden over het slechts beperkt uitvoeren van het onderhoud door het bevoegd gezag (bij renovatie of vervangende nieuwbouw). De bevoegde gezagsorganen zijn ermee bekend, dat de gemeente in dat verband geen claim zal neerleggen bij het bevoegd gezag ter zake van het in onvoldoende mate zorgdragen voor onderhoud als bedoeld in artikel 106 van de Wet op het primair onderwijs; het bevoegd gezag daarentegen zal er voor zorgdragen dat het schoolgebouw in voldoende staat van onderhoud blijft verkeren, zodat de continuïteit van het onderwijs gewaarborgd blijft.

  • 5.

    Over de uitvoering van de voorziening worden door partijen, analoog aan de Verordening, in het kader van het Uitvoeringsoverleg per voorziening nadere afspraken opgesteld en vastgelegd.

  • 6.

    De bevoegde gezagsorganen onderzoeken gezamenlijk met de gemeente een verdere verdiepingsslag met betrekking tot de cofinanciering in het kader van de Total Cost of Ownership (TCO) en de haalbaarheid van een mogelijke doordecentralisatie. Deze verdiepingsslag is nodig voor de balans in de risico’s tussen gemeente en schoolbesturen.

Artikel 5: Looptijd

  • 1.

    Deze uitvoeringsovereenkomst heeft een looptijd van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2024.

  • 2.

    Partijen kunnen uiterlijk tot 31 december 2024 gezamenlijk besluiten deze overeenkomst te verlengen.

  • 3.

    Tenzij partijen besluiten tot verlenging, eindigt deze overeenkomst met ingang van 31 december 2024 van rechtswege.

Artikel 6: Tussentijdse beëindiging overeenkomst

  • 1.

    Partijen zijn gerechtigd deze overeenkomst tussentijds te beëindigen, indien de Raad niet voor 31 december van enig jaar een besluit heeft genomen over de dekking van de in het IHP opgenomen investeringen.

  • 2.

    Bij een wetswijziging of wijzigingen in de bekostiging, die maken dat de uitvoering van deze overeenkomst niet ongewijzigd kan worden voortgezet, bestaat de mogelijkheid te komen tot aanpassing of als daarover geen overeenstemming ontstaat, tot tussentijdse beëindiging. Partijen treden daarover eerst in overleg.

  • 3.

    De opzegging dient aangetekend te geschieden aan alle deelnemende partijen met inachtneming van een termijn van minimaal één maand.

  • 4.

    De overige deelnemende partijen treden onverwijld met elkaar in overleg over mogelijkheden tot voortzetting van deze overeenkomst.

  • 5.

    Partijen zijn gerechtigd de overeenkomst te beëindigen indien een van de bevoegde gezagsorganen de overeenkomst opzegt.

  • 6.

    Na opzegging zal voor de opzeggende partij het wettelijke regime weer van kracht zijn, hetgeen betekent dat deze partij binnen een redelijke termijn na opzegging - de gelegenheid heeft de noodzakelijke voorzieningen in de huisvesting voor het desbetreffende jaar op basis van de Verordening via een procedure bij de gemeente aan te vragen. De in de Verordening vermelde termijnen voor spoedaanvragen zijn daarbij van toepassing. De gemeente zal deze aanvragen toetsen op basis van de wettelijke zorgplicht en de bepalingen in de Verordening.

  • 7.

    Bij tussentijdse beëindiging zijn partijen over en weer niet gehouden tot vergoeding van enigerlei andere schade hoe ook genaamd, dan op basis van de Verordening had mogen worden verwacht, tenzij anders is overeengekomen.

Artikel 7: Onvoorziene omstandigheden

  • 1.

    Partijen treden eveneens in overleg indien zich feiten en omstandigheden voordoen waarin deze overeenkomst niet voorziet.

Artikel 8: Niet nakoming

  • 1.

    Indien één van de partijen te kort schiet in de nakoming van één of meer verplichtingen uit deze overeenkomst, zal de andere partij hem in gebreke stellen, tenzij nakoming van de betreffende verplichting(en) reeds blijvend onmogelijk is, in welk geval de nalatige partij onmiddellijk in gebreke is.

  • 2.

    De ingebrekestelling dient schriftelijk te geschieden, waarbij de nalatige partij een redelijke termijn (in beginsel zes weken) zal worden gegund om alsnog zijn verplichtingen na te komen. Deze termijn heeft het karakter van een fatale termijn.

  • 3.

    Indien de verplichtingen als bedoeld in lid 2 na ingebrekestelling niet of niet volledig zijn nagekomen, dan wel dat de termijn als bedoel in lid 2 is verstreken, is de andere partij gerechtigd om de overeenkomst te beëindigen door middel van een aangetekend schrijven.

  • 4.

    Partijen behouden het recht de overeenkomst te beëindigen indien één van de bevoegde gezagsorganen de overeenkomst opzegt.