Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Vlieland

Bezoldigingsverordening

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVlieland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBezoldigingsverordening
CiteertitelBezoldigingsverordening
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene wet bestuursrecht
  2. Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

25-06-1994Onbekend

14-06-1994

Uit het Kastje 1994

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Bezoldigingsverordening

De raad van de gemeente Vlieland;

overwegende, dat het in verband met de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht gewenst is de Bezoldigings-verordening aan te passen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 mei 1994 gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de: BEZOLDIGINGSVERORDENING

Artikel 1  

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. ambtenaar : hij, die door het gemeentebestuur in dienst is genomen om werkzaam te zijn in een functie, die is ingedeeld bij een der salarisschalen, opgenomen in de bij lagen van deze verordening; b. salaris : het voor de ambtenaar geldende bedrag van de op zijn functie betrekking hebbende salarisschaal; c. bezoldiging : het salaris, vermeerderd met de toelagen, waarop de ambtenaar op grond van deze verordening aanspraak heeft; d. toelagen alle toelagen, waarop de ambtenaar op grond van deze verordening aanspraak heeft; e. salarisschaal : een zodanig in de bijlage van deze verordening vermelde reeks van genummerde salarissen; f. salarisnummer : een aanduiding, bestaande uit een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld; g. functie : het geheel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het daartoe bevoegde bestuursorgaan is opgedragen; h. conversie : de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen.

Artikel lA

Het Algemeen Ambtenaren reglement is van overeenkomstige toepassing op de bepalingen van deze verordening.

Artikel 1B  

  • 1.

    Het recht op bezoldiging vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op bezoldiging aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.

  • 2.

    Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.

Artikel 1C  

Wanneer het salaris, een emolument of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.

Artikel 2  

  • 1.

    Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversie de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, tenzij zijn/haar wijze van functioneren zich daartegen verzet.

  • 2.

    Iedere ambtenaar wordt door burgemeester en wethouders ingedeeld in een salarisschaal, met daarbij de vermelding van het salarisnummer.

  • 3.

    Anders dan bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in het AAR, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager

Artikel 3  

  • 1.

    Bij aanstelling wordt de ambtenaar het salaris toegekend, dat: a. wanneer hij 21 jaar of ouder is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer ; b. wanneer hij jonger dan 21 jaar is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal dat overeenkomt met zijn leeftijd.

  • 2.

    Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris, in geval daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.

Artikel 4

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij aanstelling in gemeentedienst van personen, die de dienst der gemeente of van een ander lichaam, als bedoeld in artikelen Bi, B2 en B3 van de Algemene burgerlijke pensioenwet met pensioen hebben verlaten, af te wijken van het bepaalde in deze verordening met betrekking tot het salaris en de vaststelling van het bedrag in de salarisschaal.

Artikel 5  

Burgemeester en wethouders bepalen het salaris van de ambtenaar, die belast is met een gedeeltelijke taak, in verhouding tot de tijd, waarin hij in gemeentedienst werkzaam is.

Artikel 6  

Aan de ambtenaar, die een volledige functie vervult in gemeentedienst, wordt voor zoveel zijn salaris lager is dan het voor hem door burgemeester en wethouders, overeenkomstig de ter zake algemeen geldende normen, vast te stellen minimum bedrag, een toelage toegekend ter grootte van het verschil tussen dat minimumbedrag en zijn salaris. Voor de ambtenaar met een gedeeltelijke taak wordt het in de vorige volzin bedoelde minimumbedrag naar evenredigheid vastgesteld

Artikel 7  

De tijd, gedurende welke de ambtenaar krachtens wettelijk voorschrift verlof geniet ter vervulling van militaire of daarvoor in de plaats tredende dienst, wordt in aanmerking genomen voor de vaststelling van het bedrag in de voor hem geldende salarisschaal.

Artikel 8  

  • 1.

    De ambtenaar heeft jaarlijks aanspraak op verhoging van zijn salaris tot het naast hogere bedrag van de voor hem geldende salarisschaal.

  • 2.

    De verhoging wordt toegekend:

    a. wanneer de ambtenaar 21 jaar of ouder is en hij het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na een jaar;

    b. wanneer de ambtenaar jonger dan 21 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zijn verjaardag valt;

    c. wanneer de onder a. bedoelde ambtenaar reeds voor zijn 21e verjaardag was aangesteld, met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zijn verjaardag valt;

    d. wanneer de ambtenaar bevorderd is, in afwijking van a., b. en c., met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn bevordering een jaar verstreken en nadien telkens na een jaar.

     

  • 3.

    Voor zover de salarisschaal dit aangeeft, wordt het salaris, wanneer het maximum is bereikt, voor de eerste maal na zes jaar en vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag, vermeld achter een salaris- nummer beginnende met de letter U.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een verhoging toekennen tot een hoger bedrag in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal dan in lid 1 wordt geregeld of op een eerder tijdstip dan in lid 2 wordt geregeld.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan de ambtenaar, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, een extra salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaan boven het maximumsalaris, toekennen op grond van:

    a. buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver;

    b. andere door burgemeester en wethouders van voldoende belang geachte, werkzaamheden.

  • 6.

    Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolgde artikel 8, lid 1 tot en met 4 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen.

Artikel 9  

1. In afwijking van het vorige artikel valt het tijdstip van verhoging van het salaris van de ambtenaar tot een in de voor hem geldende salarisschaal genoemd bedrag later, en wel:

a. wanneer een ambtenaar onbezoldigd verlof heeft genoten, uitsluitend in zijn belang, zoveel later als het verlof heeft geduurd;

b. wanneer het verlof werd verleend onder voorwaarde dat het tijdstip van de verhoging van het salaris van de ambtenaar tot een in de salarisschaal genoemd bedrag hierdoor werd uitgesteld, zoveel later als het verlof heeft geduurd;

c. wanneer een ambtenaar onbezoldigd verlof heeft genoten gedurende langer dan een jaar, zoveel later als dit verlof de periode van een jaar overschrijdt, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen.

Artikel 10  

  • 1.

    Wanneer de ambtenaar wordt ingedeeld in een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris, dat hij in de oude schaal zou hebben genoten.

  • 2.

    In afwijking voor zover nodig van het bepaalde in het vorige lid zal de vooruitgang in salaris ten gevolge va de indeling in een salarisschaal met een hoger maximum salaris nimmer minder bedragen dan het geval zou zijn bij verhoging ingevolge artikel 8, lid 1 in de salarisschaal, waarin de ambtenaar wordt ingedeeld.

  • 3.

    Wanneer de indeling in een salarisschaal met een hoger maximumsalaris plaatsvindt op een ander tijdstip dan bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt voor de vaststelling van het salaris van de ambtenaar als uitgangspunt genomen het salaris, dat hij - ware hij niet in een andere salarisschaal ingedeeld - bij de eerst komende toepassing van artikel 8, eerste lid, zou verkrijgen.

Artikel 11  

  • 1.

    Wanneer de ambtenaar ingevolge hem daartoe door of namens burgemeester en wethouders verstrekte opdracht een andere ambtenaar, wiens functie is ingedeeld in een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, langer dan een jaar heeft vervangen, deze bij het einde van de vervanging in zijn functie opvolgt en deswege wordt ingedeeld in een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, wordt voor de vaststelling van zijn salaris de vergoeding, bedoeld in artikel C2 van het Algemeen Ambtenarenreglement geacht deel uit te maken van het salaris dat hij tijdens de vervanging genoot, met dien verstande echter, dat het vastgestelde salaris niet het maximum van de nieuwe salarisschaal mag overschrijden.

  • 2.

    Heeft de vervanging korter geduurd dan een jaar, dan wordt bij een indeling in een salarisschaal met een hoger maximumsalaris als in dit artikel bedoeld het salaris in de regel vastgesteld overeenkomstig de in artikel 10 opgenomen algemene regeling.

Artikel 12  

  • 1.

    De ambtenaar heeft aanspraak op een vakantietoelage voor elke maand of gedeelte van een maand waarover hij als zodanig salaris heeft genoten.

  • 2.

    De vakantietoelage bedraagt per kalendermaand 8 pct. van het bedrag dat de ambtenaar in die maand aan salaris, vermeerderd met de toelagen waarop de ambtenaar op grond van deze verordening aanspraak heeft, met uitzondering van die bedoeld in artikel 14 van deze verordening heeft genoten, met dien verstande dat aan de ambtenaar die in de van toepassing zijnde maand: a. 21 jaar of ouder is, dan wel b. onder is dan 21 jaar en gehuwd dan wel gehuwd geweest is of ongehuwd is en recht op kinderbijslag heeft en c. gedurende die gehele maand een betrekking met een volledige dagtaak vervult, tenminste een bedrag wordt uitbetaald dat gelijk is aan de voor overeenkomstig rijkspersoneel vastgestelde minimum vakantieuitkering. Indien hij geen volledige dagtaak heeft vervuld, doch bij het vervullen van een volledige dagtaak recht zou hebben op de minimum vakantietoelage ontvangt hij een bedrag dat zich verhoudt tot de minimum vakantietoelage als het gewerkte aantal uren tot de normale werktijd. d. Aan de ambtenaar die jonger is dan 21 jaar wordt tenminste een bedrag uitbetaald gelijk aan de in dit lid bedoelde vakantietoelage verminderd met 7,5 voor elk leeftijdsjaar of gedeelte van leeftijdsjaar dat hij jonger is dan 21 jaar, met dien verstande dat het bedrijf waarop hij alsdan aanspraak heeft naar evenredigheid wordt verminderd bij het vervullen van een onvolledige betrekking.

  • 3.

    De vakantietoelage wordt eenmaal per jaar uitbetaald over een periode van twaalf maanden, aanvangende met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar.

  • 4.

    Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantietoelage is betaald en de datum van ontslag, tenzij dit ontslag zonder onderbreking wordt gevolgd door een andere functie bij deze gemeente.

  • 5.

    a. De voorgaande leden van dit artikel zijn niet van toepassing op de ambtenaar die wegens verplichte militaire- of daarmee gelijk gestelde dienst, anders dan voor herhalingsoefeningen met verlof zijnde, slechts een bezoldiging heeft genoten tot het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioen- bijdragen.

    b. De overige ambtenaren op wie de artikelen van het Algemeen Ambtenarenreglement betreffende bezoldiging tijdens militaire dienst van toepassing zijn, wordt een bedrag uitgekeerd dat gelijk is aan het verschil tussen de vakantie-uitkering welke hij uit hoofde van zijn militaire dienst ontvangt en de vakantie- toelage - zo deze hoger is - waarop hij aanspraak zou hebben bij berekening op basis van het salaris, zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dat hij zou hebben genoten indien hij in actieve dienst van de gemeente was geweest.

  • 6.

    Met betrekking tot de uitvoering van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders nadere regelen stellen.

Artikel 13  

  • 1.

    Aan de ambtenaar, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan, wanneer daartoe op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver aanleiding bestaat, een toelage worden toegekend.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen voor de toepassing van dit artikel nadere regels vaststellen.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bepalingen van dit artikel toe te passen op ambtenaren, wier bezoldiging door de raad afzonderlijk is geregeld.

Artikel 14  

  • 1.

    De ambtenaar, aan wie de verplichting wordt opgelegd zijn/haar rijwiel ter beschikking van de dienst te stellen, ontvangt hiervoor een toelage van f 125,-- per jaar.

  • 2.

    De ambtenaar aan wie de verplichting wordt opgelegd zijn/haar gereedschap ter beschikking van de dienst te stellen, ontvangt hiervoor een vergoeding van f 125,-- per jaar.

  • 3.

    Ter tegemoetkoming in de extra kosten van kleding ontvangt het personeel van de dienst gemeentewerken een vergoeding van f 150,-- per jaar.

Artikel 15  

Burgemeester en wethouders kunnen in gevallen, waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid voorziet, een bijzondere regeling treffen.

Artikel 16
  • 1.

    1.Indien in de salarissen van het burgerlijk rijkspersoneel een wijziging wordt aangebracht welke een algemeen karakter draagt, wordt door burgemeester en wethouders met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat, een overeenkomstige wijziging aangebracht in de salarissen van de ambtenaren.

  • 2.

    2. Van de wijziging bedoeld in het vorige lid geven burgemeester en wethouders kennis aan de raad.

Artikel 17  

Waar in deze verordening wordt gesproken van burgemeester en wethouders wordt daarvoor gelezen de burgemeester, voor zover de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn op ambtenaren wier benoeming, schorsing en ontslag bij of krachtens de wet aan de burgemeester is opgedragen.

Artikel 18  

Deze verordening kan worden aangehaald als “Bezoldigingsverordening”. 2. Zij treedt in werking op de derde dag na bekendmaking. 3. Tegelijkertijd wordt de Bezoldigingsverordening 1988, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 oktober 1988, sedertdien gewijzigd ingetrokken.

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Vlieland in zijn openbare vergadering van 14 juni 1994

,voorzitter.

, secretaris.