Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hulst

Verordening participatie, inkomen en inburgering Gemeente Hulst 2022

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHulst
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening participatie, inkomen en inburgering Gemeente Hulst 2022
CiteertitelVerordening participatie, inkomen en inburgering Gemeente Hulst 2022
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpVerordening participatie, inkomen en inburgering

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze verordening vervangt Verordening tegenprestatie Participatiewet; Verordening loonkostensubsidie en loonwaarde Participatiewet; Re-integratieverordening Participatiewet; Verordening individuele studietoeslag Participatiewet; Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hulst 2016; Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive; Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet; Verordening wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening; Handhavingsverordening sociale zekerheid; Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Participatiewet
  2. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
  3. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  4. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
  5. Wet inburgering 2021
  6. Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

n.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-2022Nieuwe regeling

24-02-2022

gmb-2022-89689

Zaaknummer: 260673

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening participatie, inkomen en inburgering Gemeente Hulst 2022

De raad van de gemeente Hulst;

BESLUIT:

 

  • 1.

    Kennis te nemen van de gemeentelijke uitgangspunten rondom de nieuwe Wet inburgering 2021;

  • 2.

    Het financieel kader inburgering te bekrachtigen;

  • 3.

    De ‘Verordening participatie, inkomen en inburgering Gemeente Hulst 2022’ vast te stellen;

  • 4.

    De navolgende Verordeningen in te trekken:

    • a.

      Verordening tegenprestatie Participatiewet;

    • b.

      Verordening loonkostensubsidie en loonwaarde Participatiewet;

    • c.

      Re-integratieverordening Participatiewet;

    • d.

      Verordening individuele studietoeslag Participatiewet;

    • e.

      Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hulst 2016;

    • f.

      Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive;

    • g.

      Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet;

    • h.

      Verordening wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening;

    • i.

      Handhavingsverordening sociale zekerheid;

    • j.

      Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening; en

  • 5.

    In te stemmen met begrotingswijziging 2022-08 Verordening participatie, inkomen en inburgering Gemeente Hulst 2022.

Hoofdstuk 1: Inleiding

In deze verordening staan regels en afspraken over participatie, inkomen en inburgering. Er staat wat inwoners van onze gemeente kunnen verwachten, maar u leest ook wat wij van u verwachten. In deze inleiding vindt u informatie over onze uitgangspunten en doelen. De regels en afspraken gaan over de volgende onderwerpen:

  • Werken en participeren

  • Uitkeringen

  • Schuldhulpverlening

  • Inburgering

Artikel 1.1 Waarom deze regels?

De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Hulst kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval:

  • gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen;

  • een zinvolle dagbesteding hebben (van betaald werk tot vrijwilligerswerk);

  • een inkomen hebben;

  • hun financiën op orde hebben en houden.

Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij:

  • Participatiewet (PW);

  • Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);

  • Inkomensvoorziening Oudere Arbeidsongeschikte Zelfstandigen (IOAZ);

  • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

  • Wet inburgering (WI);

  • Gemeentewet;

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • Burgerlijk Wetboek (BW).

De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld op 24 februari 2022. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat hebben we in deze verordening geregeld.

Artikel 1.2 Uitgangspunten

De regels in deze verordening hebben we geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels:

  • zijn bedoeld om de eerdergenoemde doelen te realiseren;

  • zijn bedoeld om knelpunten van inwoners op te lossen;

  • zijn goed leesbaar;

  • regelen niet meer dan nodig is;

  • houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk;

  • kunnen we goed uitvoeren;

  • zijn duidelijk voor de inwoners;

  • zijn onderling afgestemd op elkaar;

  • respecteren de wettelijke regels;

  • helpen om maatwerk toe te kunnen passen.

Artikel 1.3 Kernwaarden

Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden we rekening met de doelen van de genoemde wetten. We zorgen ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. We gaan daarbij uit van de volgende kernwaarden:

  • 1.

    U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te realiseren.

  • 2.

    U zet zich ervoor in om deze doelen te bereiken.

  • 3.

    Wij helpen waar dat nodig is en stimuleren u om zelf oplossingen te vinden voor problemen. Bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (het sociale netwerk).

  • 4.

    Kwetsbare groepen, zoals kinderen en inwoners met een beperking, hebben extra hulp nodig om volwaardig mee te doen aan de samenleving.

  • 5.

    We begeleiden u zo goed mogelijk naar passend werk of participatie.

  • 6.

    Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente.

  • 7.

    Iedereen doet mee aan de samenleving.

  • 8.

    We maken aansluiting tussen uitkering en werk gemakkelijker.

  • 9.

    We zijn gelijkwaardige partners, we behandelen u professioneel en nemen u serieus.

  • 10.

    U geeft de informatie die nodig is.

  • 11.

    We helpen u om op een eenvoudige manier uw mening te geven.

  • 12.

    Wij werken efficiënt en doelgericht.

  • 13.

    Wij stemmen de hulp op u af.

Artikel 1.4 Artikel en wet

Deze verordening baseren we op de wetten die bij artikel 1.1 zijn genoemd. Niet alle wetten zijn op ieder artikel van toepassing. Dat verschilt per artikel. Per artikel geven we aan welke wetten op dat artikel van toepassing zijn.

Artikel 1.5 Nadere regels en beleidsregels

Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift en is voor u rechtstreeks bindend. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. Vaak wordt dat niet in detail in de verordening uitgewerkt. Dat kan vervolgens in nadere regelgeving.

Nadere regels

Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen, waarover nadere regels kunnen worden vastgesteld.

Beleidsregels

Een beleidsregel beschrijft hoe wij als college omgaan met een bepaalde bevoegdheid die de wet aan ons geeft. Het geeft u duidelijkheid hoe ons college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag.

Hoofdstuk 2: Participatie en inkomen

Dit hoofdstuk gaat over participatie, tegenprestatie en aanvullende inkomensondersteuning. Wij vinden het belangrijk inwoners die geen werk hebben te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt.

Artikel 2.1 Participatie – Voor wie (PW, IOAW, IOAZ)

Wij helpen u op weg naar werk als:

  • 1.

    u een uitkering van de gemeente krijgt en het niet lukt om zelf, met de hulp van de mensen om u heen of met hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, werk te vinden;

  • 2.

    u geen uitkering van de gemeente krijgt en ook geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers. Wij beoordelen per persoon of en hoe wij u kunnen helpen;

  • 3.

    u jonger bent dan 27 jaar, geen werk hebt en geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. Wij helpen u bij het vinden van een passende opleiding of passend werk of wij helpen u op weg naar hulpverlening of zorg.

Artikel 2.2 Samenwerken (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met UWV, regiogemeenten en organisaties.

  • 2.

    Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen.

Artikel 2.3 Budget (PW, IOAW, IOAZ)

Het op weg helpen van inwoners naar werk kost geld. Hoeveel geld wij hiervoor inzetten leggen we elk jaar vast in de begroting van de gemeente.

Artikel 2.4 Voorzieningen – Werk (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij stemmen de hulp die wij u bieden af op uw situatie. Zo kijken wij onder andere naar uw opleiding, werkervaring, waar u goed in bent en of u zorg biedt aan anderen.

  • 2.

    Wij bieden hulp aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk.

  • 3.

    Voor welke voorziening u in aanmerking komt, bepalen we samen met u aan de hand van uw positie op de arbeidsmarkt. Dit doen we met behulp van de Zeeuws-Vlaamse re-integratieladder. Deze vindt u in de bijlage. De voorzieningen worden in de artikelen 2.4 en 2.5 nader toegelicht.

  • 4.

    Als wij het samen niet eens worden over de inzet van een voorziening dan kunnen wij u op basis van artikel 9 van de Participatiewet hiertoe verplichten.

Artikel 2.4.1 Participatieplaats (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u voor een periode van maximaal twee jaar een participatieplaats aanbieden. U komt hiervoor in aanmerking als u een uitkering krijgt, ouder dan 27 jaar bent en de kans op werk klein is.

  • 2.

    Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om passende werkzaamheden.

  • 3.

    Een voorwaarde is dat het werk, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

  • 4.

    Na iedere zes maanden kunt u een premie van maximaal € 250 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk.

Artikel 2.4.2 Beschut werk (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij bieden u een beschutte werkplek aan als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd.

  • 2.

    Het doel is om u een veilige werkplek te bieden als u alleen onder aangepaste omstandigheden kan werken.

  • 3.

    Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken:

    • a.

      het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt;

    • b.

      uitsplitsing van taken;

    • c.

      het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt.

  • 4.

    Als u in aanmerking komt voor beschut werk, kunnen wij helpen om de stap naar beschut werken makkelijker te maken. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden:

    • a.

      helpen bij de invulling van uw dag;

    • b.

      vrijwilligerswerk;

    • c.

      scholing;

    • d.

      schuldhulpverlening.

  • 5.

    Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven ernaar om in ieder geval het door het Rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplekken per jaar te realiseren.

Artikel 2.4.3 Proefplaatsing (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u een proefplaatsing aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uw uitkering aan de slag bij een bedrijf om werkervaring op te doen.

  • 2.

    Het doel is dat u kennis en vaardigheden opbouwt.

  • 3.

    Tijdens deze periode kan het bedrijf een beeld krijgen om te zien of u geschikt bent voor het werk.

  • 4.

    De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt als het doel eerder duidelijk is.

  • 5.

    Het uiteindelijke doel is dat u voor minimaal zes maanden in dienst komt bij het bedrijf.

  • 6.

    De werkgever moet u, naar ons oordeel, goed begeleiden.

  • 7.

    Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het, naar ons oordeel, niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

Artikel 2.4.4 Werkervaringsplaats/stage (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uw uitkering aan de slag bij een re-integratiebedrijf om werknemersvaardigheden te leren.

  • 2.

    Tijdens deze periode willen wij een beeld krijgen van de voortgang van de doelen in het trajectplan.

  • 3.

    De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt als u de afgesproken doelen hebt gehaald.

  • 4.

    We kunnen de plaatsing na 3 maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal 6 maanden.

  • 5.

    Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. U doet tijdens deze periode werkzaamheden die bij u passen.

  • 6.

    Een voorwaarde is dat dit, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

Artikel 2.4.5 Detacheringsbaan (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u een detacheringsbaan aanbieden.

  • 2.

    Hierbij gaat u via een andere organisatie aan de slag bij een werkgever.

  • 3.

    Het doel is dat u uiteindelijk bij de werkgever in dienst komt.

Artikel 2.4.6 Basisbaan (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u een basisbaan aanbieden.

  • 2.

    Deze baan bieden we u aan als na afloop van een werkervaringsplaats blijkt dat er geen werk voor u is, terwijl u uw doelen wel hebt gehaald.

  • 3.

    Het doel is u een werkplek te bieden, zodat u niet meer afhankelijk bent van een uitkering.

Artikel 2.4.7 Sociale activering (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u sociale activering aanbieden. U gaat dan nuttige werkzaamheden doen die u dichter bij werk brengen.

  • 2.

    Het doel is u te helpen moeilijkheden op weg naar werk of in uw dagelijks leven te overwinnen.

Artikel 2.4.8 Vrijwilligerswerk (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u vrijwilligerswerk aanbieden. Vrijwilligerswerk kan u helpen om uw afstand tot werk kleiner te maken.

  • 2.

    Het doel van het vrijwilligerswerk is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot.

  • 3.

    Een vergoeding voor vrijwilligerswerk mag u geheel of gedeeltelijk houden. Dit bedrag wordt niet gekort op de uitkering die u ontvangt. Dit is geregeld in landelijke regels.

Artikel 2.4.9 Diagnostische instrumenten (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u testen en/of onderzoeken aanbieden. U gaat dan naar een deskundige die onderzoekt welke belemmeringen en mogelijkheden u heeft om te kunnen werken of om uw werk te kunnen houden.

  • 2.

    Het doel van testen en onderzoeken is dat u uw kans op betaald werk vergroot en dat werk of een voorziening past bij uw mogelijkheden.

Artikel 2.4.10 Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen werkgevers een subsidie geven.

  • 2.

    Het doel is om werkgevers te stimuleren u in dienst te nemen.

  • 3.

    Wij stellen vast of een werkgever een subsidie krijgt en hoe hoog de subsidie is. Dit is afhankelijk van uw situatie.

  • 4.

    Een voorwaarde is dat dit, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

Artikel 2.4.11 Wettelijke loonkostensubsidie (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt een wettelijke loonkostensubsidie geven, als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen met een fulltime baan.

  • 2.

    Het doel is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en hen een vergoeding te geven voor productieverlies.

  • 3.

    Wij stellen vast of u in staat bent om het wettelijk minimumloon te verdienen. De loonwaarde deskundige bepaalt uw loonwaarde op de manier zoals beschreven in het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet. De loonkostensubsidie stemmen we af op de loonwaarde.

Artikel 2.4.12 Scholing (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u scholing aanbieden.

  • 2.

    De scholing is bedoeld om werk te kunnen vinden of te kunnen behouden.

  • 3.

    In overleg met u bepalen wij welke scholing u krijgt en hoelang deze duurt. De scholing stemmen we af op uw mogelijkheden en afstand tot de arbeidsmarkt.

  • 4.

    Wij kunnen u ondersteunen bij een leerwerktraject. Dit doen we als u

    • a.

      16 of 17 jaar bent en leerplichtig bent, of

    • b.

      18 tot 27 jaar bent en nog geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt.

Artikel 2.4.13 Jobcoaching (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen voor begeleiding op uw werkplek een jobcoach inzetten.

  • 2.

    Dit doen we als u extra begeleiding nodig heeft om uw werk te behouden.

  • 3.

    We kunnen ook uw werkgever een vergoeding geven als hij een jobcoach inzet.

  • 4.

    Wij spreken met uw werkgever af hoe en hoe lang we de jobcoach inzetten.

Artikel 2.4.14 Bemiddeling (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen een jobhunter inzetten voor het vinden van werk.

  • 2.

    Een jobhunter zoekt passend werk voor de werkzoekende.

Artikel 2.4.15 Kinderopvang (PW, IOAW, IOAZ, WI)

  • 1.

    We kunnen er voor zorgen dat er passende kinderopvang beschikbaar is als:

    • a.

      u meedoet aan een activiteit die nodig is om in te burgeren, aan het werk te gaan of om werkervaring op te doen, en

    • b.

      u zelf geen kinderopvang kunt regelen en betalen.

  • 2.

    Wij kunnen de kosten van kinderopvang die voor uw rekening blijven, vergoeden.

Artikel 2.4.16 Nazorg (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u ondersteunen of begeleiden als u werk gevonden heeft en uw uitkering is beëindigd.

  • 2.

    Dit doen we als dat nodig is om uw werk te kunnen doen of te kunnen behouden.

Artikel 2.4.17 Andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    We kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om uw kans op werk te vergroten.

  • 2.

    We kunnen kosten vergoeden die u moet maken om mee te kunnen doen aan een voorziening of om te kunnen werken.

  • 3.

    We bieden u de mogelijkheid om zelf een plan in te dienen om uw kans op werk te vergroten.

  • 4.

    Er kunnen nadere regels worden vastgesteld onder welke voorwaarden en eventueel tot welke duur de voorziening wordt ingezet en tot bijvoorbeeld welke hoogte een vergoeding wordt betaald.

Artikel 2.5 Voorzieningen - Tegenprestatie (PW, IOAW, IOAZ)

Op het moment dat u een uitkering van de gemeente ontvangt, kunnen wij u een verplichting opleggen om een tegenprestatie te doen. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

Artikel 2.5.1 Waarom een tegenprestatie? (PW, IOAW, IOAZ)

Een tegenprestatie is een passende manier om iets terug te doen voor de samenleving. U zet zich in voor de samenleving als reactie op inspanningen van de gemeente voor u. Het doel van een tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen op werk. Zelfredzaamheid is het vermogen om voor uzelf te zorgen.

Artikel 2.5.2 Voorbeelden van een tegenprestatie (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    U kunt de tegenprestatie invullen door:

    • a.

      het doen van vrijwilligerswerk;

    • b.

      het leveren van mantelzorg;

    • c.

      overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden;

    • d.

      door te werken aan persoonlijke problemen, zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen.

  • 2.

    De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan.

  • 3.

    U mag zelf een voorstel doen hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel.

  • 4.

    Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen we deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie.

Artikel 2.5.3 Wanneer doet u een tegenprestatie? (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen, zolang u nog geen re-integratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden.

  • 2.

    Wij leggen geen tegenprestatie op als:

    • a.

      U tenminste 20 uur per week vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht;

    • b.

      U tenminste 20 uur per week betaalde arbeid verricht.

  • 3.

    Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke situatie en omstandigheden.

Artikel 2.5.4 Duur en omvang tegenprestatie (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Een tegenprestatie duurt maximaal 320 uur per jaar.

  • 2.

    U hoeft niet meer dan 20 uur per week en 40 weken per jaar een tegenprestatie te doen.

Artikel 2.6 Inkomensvrijlating en premie (PW, IOAW, IOAZ)

De wet biedt ons de mogelijkheid om soms een deel van uw inkomsten vrij te laten en u een premie te geven.

Artikel 2.6.1 Inkomensvrijlating (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Een deel van uw inkomsten kunnen wij op basis van de wet vrijlaten.

  • 2.

    We gaan ervan uit dat vrijlaten in alle gevallen bijdraagt aan arbeidsinschakeling.

Artikel 2.6.2 Premie (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Als u goed meewerkt aan het krijgen van betaald werk kunnen wij u een premie verstrekken.

  • 2.

    De premie krijgt u in twee termijnen per kalenderjaar en is niet hoger dan het bedrag zoals genoemd in artikel 31, lid 2, sub j van de Participatiewet.

  • 3.

    Een premie kan alleen verstrekt worden aan personen van 27 jaar en ouder.

  • 4.

    Er worden nadere regels vastgesteld over de voorwaarden.

Hoofdstuk 3: Minimaregelingen en aanvullende inkomensondersteuning

De gemeente Hulst heeft verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Wanneer u hier recht op heeft, kunt u vergoedingen ontvangen voor verschillende kosten die u maakt. In dit hoofdstuk leest u er meer over. Binnen de regelingen werken wij met uitkeringsnormen en vermogensgrenzen. Volgens de wet zijn wij verplicht om enkele onderwerpen uit te werken in een verordening en beleidsregels. Deze verordening gaat alleen over de onderwerpen die vastgelegd moeten worden in een verordening. Wij kennen daarnaast minimaregelingen en bijzondere bijstand. Deze onderwerpen zijn vastgelegd in beleidsregels.

Artikel 3.1 Individuele inkomenstoeslag (PW)

  • 1.

    U komt in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag als:

    • a.

      u in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger was dan 110 procent van de toepasselijke uitkeringsnorm.

    • b.

      uw vermogen niet hoger is dan de voor u geldende vermogensgrens, zoals genoemd in artikel 34 van de Participatiewet.

    • c.

      er geen zicht is op inkomensverbetering.

  • 2.

    U kunt maar één keer in de twaalf maanden in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag.

Artikel 3.1.1 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag (PW)

De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar:

  • 1.

    € 350,00 als u alleenstaand bent;

  • 2.

    € 450,00 als u alleenstaande ouder bent;

  • 3.

    € 500,00 als u gehuwd of samenwonend bent.

Artikel 3.2 Individuele studietoeslag (PW)

  • 1.

    U komt in aanmerking voor een individuele studietoeslag als u:

    • a.

      18 jaar of ouder bent, en;

    • b.

      een opleiding volgt, en;

    • c.

      een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen, en;

    • d.

      door dat u door een structurele medische beperking niet in staat bent om naast uw studie bij te verdienen.

Artikel 3.2.1 Vaststellen beperking (PW)

Nadat u een aanvraag voor individuele studietoeslag heeft ingediend, onderzoeken wij of uw beperking zo groot is dat u niet in staat bent om bij te kunnen verdienen naast uw studie. Wij kunnen een extern advies inwinnen.

Artikel 3.2.2 Hoogte en duur individuele studietoeslag (PW)

  • 1.

    De hoogte van de individuele studietoeslag is afhankelijk van uw leeftijd. Per 1 april 2022 is de hoogte van de individuele studietoeslag vastgelegd in de wet. Vanaf de ingangsdatum van deze verordening sluiten wij aan bij deze bedragen.

  • 2.

    De individuele studietoeslag wordt toegekend zolang u aan de voorwaarden voldoet zoals vastgelegd in de Participatiewet.

  • 3.

    Wij betalen de individuele studietoeslag maandelijks aan u uit.

  • 4.

    De maximale duur van de individuele studietoeslag is vier kalenderjaren.

Artikel 3.3 Maatschappelijke participatie / meedoen budget (Gemeentewet)

  • 1.

    Het meedoen budget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten.

  • 2.

    U kunt in aanmerking komen voor het meedoen budget als u een inkomen heeft dat lager is dan 110 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.

  • 3.

    Het meedoen budget bedraagt € 100,00 per gezinslid dat tot hetzelfde huishouden behoort per jaar.

  • 4.

    U moet bewijsstukken van de gemaakte kosten bewaren. We kunnen steekproefsgewijs controleren.

  • 5.

    Wij betalen het meedoen budget in één keer aan u uit.

Artikel 3.4 Kindpakket (Gemeentewet)

  • 1.

    Het kindpakket is bedoeld om kinderen van ouders met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten.

  • 2.

    U kunt in aanmerking komen voor het kindpakket als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.

  • 3.

    Het kindpakket kan worden aangevraagd bij de Stichting Leergeld of het Jeugdfonds sport en cultuur.

Hoofdstuk 4: Schuldhulpverlening

Wij hebben de taak om inwoners met schulden te helpen. Schuldhulpverlening is toegankelijk voor natuurlijke personen, voor zowel privé schulden als voor zakelijke schulden.

Artikel 4.1 Doel (Wgs)

  • 1.

    Ons doel is het voorkomen en verminderen van het aantal inwoners met financiële problemen.

  • 2.

    Om ons doel te bereiken, bieden wij integrale schuldhulpverlening. Dat is een samenhangend aanbod van preventie tot en met zorg gericht op zowel de financiële als psychosociale en andere oorzaken van schulden. De schuldhulpverlening wordt afgestemd op uw individuele situatie.

  • 3.

    Om ons doel te bereiken, gaan we samenwerken met andere organisaties.

Artikel 4.2 Toegang (Wgs)

  • 1.

    Als u schulden en/of betalingsachterstanden heeft, kunt u een aanvraag indienen.

  • 2.

    Wij doen een aanbod voor een eerste gesprek als we een signaal van schuldeisers ontvangen over betalingsachterstanden.

  • 3.

    Het eerste gesprek waarin we de hulpvraag vaststellen, vindt zo snel mogelijk plaats, maar in ieder geval binnen vier weken. Bij bedreigende situaties is dit drie werkdagen.

Artikel 4.3 Beslistermijn schuldhulpverlening (Wgs)

  • 1.

    De beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan vindt zo snel mogelijk plaats, maar in ieder geval binnen acht weken na de dag waarop het eerste gesprek heeft plaatsgevonden.

Hoofdstuk 5: Inburgering

Als u in onze gemeente komt wonen en u moet inburgeren, dan ondersteunen wij u hierbij. Wij vinden het belangrijk dat u snel kunt starten met inburgering. Het is de bedoeling dat uw traject niet langer is dan nodig, maar maximaal drie jaar duurt. Wij bieden u bij de inburgering maatwerk, kwaliteit en zorgen ervoor dat u tijdens het leren van de taal ook zo veel mogelijk leert over meedoen en werken in Nederland.

Artikel 5.1 Informatieverstrekking (WI)

  • 1.

    Wij informeren u over:

    • a.

      uw wettelijke rechten en plichten;

    • b.

      de ondersteuning en begeleiding die u krijgt; en

    • c.

      wat ons aanbod is.

Artikel 5.2 Brede intake (WI)

  • 1.

    De brede intake wordt zo vroeg mogelijk afgenomen, bij voorkeur zodra u bekend bent bij de gemeente. Voor asielstatushouders is dit het moment van koppeling aan de gemeente, voor gezinsmigranten en overige migranten is dit het moment van inschrijving in de gemeente.

  • 2.

    De brede intake bestaat in ieder geval uit:

    • a.

      een onderzoek naar uw onderwijsniveau en werkervaring;

    • b.

      een onderzoek naar uw persoonlijke omstandigheden, waaronder de fysieke en mentale gezondheid;

    • c.

      voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om uw kind(eren) deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; en

    • d.

      een leerbaarheidstoets.

Artikel 5.2.1 Verplichtingen bij de brede intake (WI)

  • 1.

    Het is verplicht mee te werken aan de brede intake.

  • 2.

    Als u na een uitnodiging niet komt naar de brede intake krijgt u een waarschuwingsbrief.

  • 3.

    Als u na twee uitnodigingen nog niet komt, ontvangt u een boete. De hoogte van de boete is vastgelegd in de wet.

  • 4.

    Voordat we u een boete geven, onderzoeken we wat er aan de hand is en waarom u niet naar uw afspraken komt.

Artikel 5.3 Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (WI)

  • 1.

    Na de brede intake maken we samen met u een trajectplan.

  • 2.

    Dit is het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP). Hierin staat:

    • a.

      Hoe u gaat inburgeren en waar, wat de leerroute is en wat het einddoel van uw inburgering is.

    • b.

      Als u (gezins-)migrant bent, krijgt u informatie over waar en bij welke organisatie u goed kunt inburgeren.

    • c.

      In het PIP staat wat u moet doen om in te burgeren. Er staat ook in hoe wij u daarbij kunnen helpen.

    • d.

      In het PIP staat ook wat uw kinderen kunnen doen om zo snel mogelijk mee te kunnen doen in Nederland.

    • e.

      Wij sturen u een brief waarin alle afspraken staan. Deze brief krijgt u in ieder geval tien weken nadat u officieel in de gemeente woont.

    • f.

      De datum op de brief bij uw PIP is de startdatum van uw inburgering. Vanaf dat moment heeft u maximaal drie jaar de tijd om de afgesproken doelen in uw PIP te halen.

    • g.

      Als u een bijstandsuitkering heeft, horen de afspraken over het PIP bij de afspraken over uw uitkering en andersom.

    • h.

      Als u verhuist naar een andere gemeente binnen Nederland, neemt die gemeente het PIP en de afspraken die wij met u daarover maken over.

Artikel 5.4 Handhaving tijdens het PIP traject (WI)

  • 1.

    Het is verplicht om mee te werken aan de afspraken in uw PIP.

  • 2.

    We geven een boete als u de afspraken in uw PIP niet of niet genoeg nakomt.

  • 3.

    De hoogte van de boete is vastgelegd in de wet.

  • 4.

    Voordat we u een boete geven onderzoeken we wat er aan de hand is en waarom u zich niet aan uw afspraken houdt.

  • 5.

    We geven een lagere boete als u zich niet aan uw afspraken houdt en u heeft hiervoor een goede reden.

  • 6.

    Als u een bijstandsuitkering heeft, en u houdt zich niet aan de afspraken in de PIP, vindt verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet. U krijgt dan geen boete. In hoofdstuk 6 van deze verordening staat wat de verlaging inhoudt.

Artikel 5.5 Leerroutes (WI)

  • 1.

    Er zijn drie leerroutes die u kunt volgen om in te burgeren:

    • a.

      de B1-route, zo snel en goed mogelijk de Nederlandse taal leren;

    • b.

      de onderwijsroute, als u ook een opleiding kunt volgen; of

    • c.

      de zelfredzaamheidsroute (Z-route) als het leren van Nederlandse taal op hoog niveau te moeilijk is. U leert dan zo snel mogelijk mee te doen in de samenleving.

  • 2.

    Wij zorgen ervoor dat de leerroute past bij alle andere afspraken die wij met u maken.

  • 3.

    Wij werken samen met andere organisaties, zodat u de best passende leerroute kunt volgen.

  • 4.

    Als u de leerroute niet binnen de afgesproken termijn behaald, krijgt u een boete. De hoogte van de boete is vastgelegd in de wet.

Artikel 5.6 Voortgang inburgering (WI)

  • 1.

    De gemeente volgt de vorderingen en afspraken die we in het PIP met u maken.

  • 2.

    Dit doen we door regelmatig met u te praten over de voortgang.

  • 3.

    Ter voorbereiding op deze gesprekken praten we ook met andere organisaties die bij uw inburgering betrokken zijn.

  • 4.

    Als het nodig is kunnen we in overleg met u de leerroute en/of het PIP bijstellen.

  • 5.

    Als we het PIP aanpassen sturen we u hierover een brief.

Artikel 5.7 Participatieverklaringstraject – Module Arbeidsmarkt en Participatie (WI)

  • 1.

    Als u in Nederland komt wonen moet u een Participatieverklaringstraject en een Module Arbeidsmarkt en Participatie volgen.

  • 2.

    Het Participatieverklaringstraject helpt u om te weten wat de belangrijkste gewoonten, rechten en plichten zijn in Nederland.

  • 3.

    Een Module Arbeidsmarkt en Participatie volgt u om u te helpen zo snel mogelijk te kunnen gaan werken.

  • 4.

    U moet de Participatieverklaring ondertekenen.

  • 5.

    Na afloop van de Module Arbeidsmarkt en Participatie is er een gesprek waarin we kijken of u een volgende stap kunt doen om te gaan werken.

  • 6.

    Dat u een Participatieverklaringstraject en een Module Arbeidsmarkt en Participatie moet volgen staat ook in uw PIP.

  • 7.

    U moet binnen drie jaar het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt afronden anders krijgt u een boete. De hoogte van de boete is vastgelegd in de wet.

Artikel 5.8 Maatschappelijke begeleiding (WI)

  • 1.

    De gemeente zorgt ervoor dat u zo snel mogelijk nadat u in gemeente Hulst bent komen wonen maatschappelijke begeleiding krijgt.

  • 2.

    Deze begeleiders helpen u met alles wat het makkelijker maakt om aan uw nieuwe woonplaats en nieuwe omgeving te wennen. De begeleiders helpen u zo snel mogelijk zelf uw zaken rondom wonen, werk, zorg, inkomen en onderwijs te doen.

Hoofdstuk 6: Afspraken tussen inwoner en gemeente

U leest in dit hoofdstuk over de afspraken tussen inwoners en gemeente. Wij zijn er voor u en u kunt dingen van ons verwachten. Andersom verwachten we ook dingen van u. In dit hoofdstuk beschrijven wij wat de gevolgen zijn als u zich niet aan uw plichten houdt.

Artikel 6.1 De rol van de inwoner (PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb)

  • 1.

    U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij vullen de mogelijkheden van u en uw sociale netwerk aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende:

    • a.

      U zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat u hulp vraagt aan de gemeente.

    • b.

      Als wij hulp verlenen werkt u mee aan de oplossing van uw probleem.

    • c.

      U zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is.

  • 2.

    U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier we uw probleem zo snel mogelijk kunnen oplossen. Dat betekent het volgende:

    • a.

      U informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk. Het gaat dan over alles wat belangrijk is voor het beoordelen van uw hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten.

    • b.

      Wij ontvangen alle documenten en bewijsstukken die we nodig hebben zo snel mogelijk van u.

    • c.

      U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons.

Artikel 6.2 Afspraken en verplichtingen

 

Artikel 6.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner (PW, IOAW, IOAZ, Awb)

  • 1.

    Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt.

  • 2.

    Als bijzondere bijstand is toegekend, kan een verlaging daarop worden toegepast:

    • a.

      aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet, of;

    • b.

      de verwijtbare gedraging van belanghebbende in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft.

  • 3.

    Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten:

    • a.

      waarom wij uw uitkering verlagen;

    • b.

      hoelang wij uw uitkering verlagen;

    • c.

      met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en

    • d.

      als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken.

  • 4.

    Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met:

    • a.

      hoe ernstig uw gedrag is;

    • b.

      of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?);

    • c.

      uw persoonlijke situatie.

  • 5.

    Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven.

  • 6.

    Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven (zoals bedoeld in lid 4). Dit doen wij als:

    • a.

      u al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd; of

    • b.

      wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedrag of dat u iets te verwijten valt.

Artikel 6.2.2 Geen schuld en verlaging (PW, IOAW, IOAZ, Awb)

Het college ziet af van verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of als er sprake is van een dringende reden.

Artikel 6.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging (PW, IOAW, IOAZ, Awb)

  • 1.

    Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat dit gedrag heeft plaatsgevonden.

  • 2.

    Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen. Dat kan als we de uitkering over die periode al hebben uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm.

  • 3.

    Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop uw gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken en zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald.

  • 4.

    Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat uw gedrag heeft plaatsgevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag.

Artikel 6.2.4 Berekening verlaging (PW, IOAW, IOAZ, Awb)

  • 1.

    De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm.

  • 2.

    Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen.

Artikel 6.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen (PW, IOAW, IOAZ, Awb)

  • 1.

    Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV of u niet tijdig uw registratie heeft verlengd.

  • 2.

    Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u:

    • a.

      niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak;

    • b.

      de verplichtingen op basis van artikel 9 en 55 niet nakomt voor zover deze niet zijn aan te merken als verplichtingen op basis van artikel 18 lid 4 voor zover niet opgenomen in dit artikel;

    • c.

      een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) is ingetrokken;

    • d.

      niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie;

    • e.

      niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets (artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet);

    • f.

      niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP).

  • 3.

    Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand.

  • 4.

    Op verzoek van belanghebbende herziet het college een opgelegde maatregel door deze te beëindigen per datum van het weer nakomen van de verplichtingen, indien uit de houding en gedraging van belanghebbende ondubbelzinnig is gebleken dat de verplichtingen van artikel 9, 9a en 55 weer worden nagekomen.

  • 5.

    Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u:

    • a.

      niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen;

    • b.

      niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening;

    • c.

      een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken;

    • d.

      niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie.

  • 6.

    Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u:

    • a.

      niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen;

    • b.

      niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening;

    • c.

      een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken;

    • d.

      niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie;

    • e.

      niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen.

  • 7.

    Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u:

    • a.

      een baan afwijst (in de bedoeling van niet aanvaarden);

    • b.

      er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt (in de bedoeling van niet behouden);

    • c.

      niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening.

  • 8.

    Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ).

Artikel 6.2.6 Te weinig besef van verantwoordelijkheid (PW, Awb)

  • 1.

    Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag.

  • 2.

    Onder tekortschietend besef wordt in ieder geval begrepen:

    • a.

      het op onverantwoorde wijze besteden van vermogen, inbegrepen het doen van een schenking, voorafgaand aan de uitkeringsverlening, voor zover het beroep op uitkeringsverlening redelijkerwijs was te voorzien;

    • b.

      Indien belanghebbende niet alles doet ter voorkoming van het, gedeeltelijk of volledig, afhankelijk worden van een uitkering.

  • 3.

    De verlaging van de uitkering is:

    • a.

      10 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00;

    • b.

      20 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00;

    • c.

      50 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00;

    • d.

      100 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00;

    • e.

      100 procent voor de duur van twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.000,00 tot € 12.000,00;

    • f.

      100 procent voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,00 tot € 16.000,00;

    • g.

      100 procent voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,00 tot € 20.000,00;

    • h.

      100 procent voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,00 leidt tot een verlenging van de duur met één maand.

  • 4.

    Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor een maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden.

Artikel 6.2.7 Onacceptabel gedrag (PW, IOAW, IOAZ, Awb)

Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met:

  • 1.

    100 procent voor de duur van een maand bij fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers;

  • 2.

    100 procent voor de duur van een maand bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen.

Artikel 6.2.8 Niet nakomen van andere verplichtingen (PW, Awb)

  • 1.

    Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen (bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet nakomt.

  • 2.

    Wij verlagen uw uitkering voor een maand met:

    • a.

      50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling;

    • b.

      50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;

    • c.

      50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand;

    • d.

      50 procent bij het niet of niet voldoende instemmen met het financieel ontzorgen door het vanuit de uitkering betalen van vaste lasten;

    • e.

      100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.

Artikel 6.2.9 Samenloop van gedragingen (PW, IOAW, IOAZ, Awb)

  • 1.

    Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de hoogste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort.

  • 2.

    Wij leggen u meerdere verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.

  • 3.

    Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van één gedraging waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan leggen we een bestuurlijke boete op.

  • 4.

    Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van uw gedrag, mate van verwijtbaarheid en uw persoonlijke omstandigheden.

Artikel 6.2.10 Herhaling (recidive) (PW, IOAW, IOAZ, Awb)

  • 1.

    Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 6.2.5. lid 2, 5 en 6, artikel 6.2.6, lid 3 a, b en c, artikel 6.2.8, lid 2 a t/m d.

  • 2.

    Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarin we een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan hetzelfde of ander verwijtbaar gedrag.

  • 3.

    Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende twee maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet.

  • 4.

    Indien wij toepassing hebben gegeven aan lid 1 van dit artikel, dan verlagen wij uw uitkering met hetzelfde percentage als eerder toegepast gedurende twee maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging.

  • 5.

    Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende drie maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging én we hebben toepassing gegeven aan lid 2 of 3 van dit artikel.

Hoofdstuk 7: Handhaving en naleving

Op veel gebieden binnen de gemeente zijn regels gesteld. Aan deze regels moet u zich houden. De gemeente controleert of u zich wel aan deze regels houdt en kan handhaving toepassen. Dit wordt uitgelegd in dit hoofdstuk.

Artikel 7.1 Terugvordering en incasso (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    We vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We doen dat volgens de regels van de wet en de beleidsregels van het college. We vorderen niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen voor u heeft.

  • 2.

    Bij de incasso zorgen we ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan of hoger dan de beslagvrije voet.

  • 3.

    Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 7.2 hebben opgesomd. Wij kunnen voorzieningen alleen bij opzet van u terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken, omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt.

Artikel 7.2 Beëindiging voorziening (PW, IOAW, IOAZ, WGS)

  • 1.

    We kunnen het recht op een voorziening intrekken als:

    • a.

      de voorziening niet langer passend of nodig is;

    • b.

      u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden;

    • c.

      we de voorziening hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u;

    • d.

      u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening. En we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten;

    • e.

      u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld;

    • f.

      u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening, behalve als u daar niets aan kunt doen.

  • 2.

    We kunnen de voorziening met terugwerkende kracht intrekken.

Artikel 7.3 Hoe controleert de gemeente? (PW, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    We controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. We controleren dit onder andere door:

    • a.

      huisbezoeken te doen;

    • b.

      gegevens te vergelijken met andere instanties; en

    • c.

      signalen en tips uit te zoeken.

  • 2.

    Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of u de voorziening op de juiste manier gebruikt.

  • 3.

    Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen we ervoor dat we de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten naleven.

  • 4.

    Als u de uitkering of voorziening wilt stoppen, onderzoeken wij wat de reden daarvan is. Daarnaast controleren wij of we de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht hebben verstrekt.

  • 5.

    Er kunnen nadere regels worden vastgesteld over dit onderwerp

Artikel 7.4 Voorkomen van fraude (W, IOAW, IOAZ)

  • 1.

    Wij voeren een actief fraudepreventiebeleid. Een onderdeel hiervan is dat wij u vroegtijdig informeren over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik.

  • 2.

    Als u een verzoek of aanvraag heeft gedaan, mogen wij gebruik maken van alle benodigde gegevens die wij tot onze beschikking hebben. Hieronder vallen ook bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de daaruit voorkomende signalen.

  • 3.

    Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 7.3.

  • 4.

    Als wij hebben vastgesteld dat er sprake is van fraude en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen.

  • 5.

    Als het ‘Aanwijzingsbesluit sociale zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie.

Hoofdstuk 8: Inspraak, cliëntenparticipatie en rechtsbescherming

Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook vindt u informatie over de advies- en cliëntenraad. Het is mogelijk dat u het niet eens bent met de werkwijze van de gemeente. In dit hoofdstuk is vastgelegd wat inwoners in dat geval kunnen doen.

Artikel 8.1 Hulp van de gemeente bij inspraak (PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet)

De gemeente zorgt voor een goede inspraak en doet dat op de volgende manier:

  • 1.

    Het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners de mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan.

  • 2.

    De inwoners worden deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is.

  • 3.

    De inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeente over de kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan.

  • 4.

    De inwoners krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.

  • 5.

    Er kunnen nadere regels worden vastgesteld over dit onderwerp.

Artikel 8.2 Cliëntenparticipatie (PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet)

  • 1.

    Cliënten en vertegenwoordigers van belangenorganisaties kunnen invloed uitoefenen op het lokale beleid en de uitvoering daarvan. Dit heet cliëntenparticipatie.

    • a.

      De Adviesraad Sociaal Domein adviseert het college en de Gemeenteraad over zaken die het sociale domein aangaan, waaronder de Participatiewet.

    • b.

      De Cliëntenraad Sociale Zekerheid vertegenwoordigt inwoners die te maken hebben met de Participatiewet.

  • 2.

    De regels met betrekking tot de Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad Sociale Zekerheid zijn vastgelegd in de volgende verordeningen:

    • a.

      ‘Verordening Adviesraad Sociaal Domein Gemeente Hulst 2019’.

    • b.

      ‘Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet’.

    Hierin staat onder andere wat de taken en bevoegdheden zijn van deze raden.

Artikel 8.3 Klachtenregeling (Awb, Gemeentewet)

De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat u het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In de ‘Klachtenregeling gemeente Hulst 2018’ is vastgelegd hoe wij omgaan met klachten.

Artikel 8.4 Bezwaar en beroep (Awb, Gemeentewet)

  • 1.

    De gemeente kan een besluit nemen waar u het niet mee eens bent. Wij informeren u over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit.

  • 2.

    U kunt binnen zes weken bezwaar maken indien u het niet eens bent met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en deze verordening.

  • 3.

    In de ‘Verordening commissie bezwaarschriften 2010’ is vastgelegd hoe wij met het bezwaarschrift omgaan.

  • 4.

    Bent u het niet eens bent met de beslissing op uw bezwaarschrift? Dan kunt u in beroep bij de rechtbank.

Hoofdstuk 9: Intrekking en inwerkingtreding verordening

U vindt in dit hoofdstuk informatie over wanneer het college kan afwijken van deze verordening en welke oude verordeningen komen te vervallen.

Artikel 9.1 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) (Gemeentewet)

U kunt de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. U kunt dit doen als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de doelen die we met deze verordening nastreven. Wij kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze regels zou leiden tot onredelijkheid en onbillijkheid.

Artikel 9.2 Geen bepalingen (Gemeentewet)

Het college beslist in gevallen waarin deze verordening niet voorziet.

Artikel 9.3 Intrekken oude verordeningen (Gemeentewet)

Wij trekken de volgende verordeningen in op de datum dat deze verordening ingaat (inwerkingtreding):

  • a.

    Verordening tegenprestatie Participatiewet;

  • b.

    Verordening loonkostensubsidie en loonwaarde Participatiewet;

  • c.

    Re-integratieverordening Participatiewet;

  • d.

    Verordening individuele studietoeslag Participatiewet;

  • e.

    Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hulst 2016;

  • f.

    Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive;

  • g.

    Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet;

  • h.

    Verordening wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening;

  • i.

    Handhavingsverordening sociale zekerheid;

  • j.

    Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening.

Artikel 9.4 Overgangsrecht (Gemeentewet, Awb)

  • 1.

    Als u een aanvraag heeft ingediend onder de oude verordeningen en waarop het college nog niet heeft beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening.

  • 2.

    Als u een bezwaarschrift heeft ingediend tegen een besluit dat wij hebben genomen op grond van een ingetrokken verordening, beslissen wij op uw bezwaarschrift op de toepasselijke ingetrokken verordeningen.

Artikel 9.5 Ingangsdatum en naam (Gemeentewet)

  • 1.

    Wij noemen deze verordening: ‘Verordening participatie, inkomen en inburgering Gemeente Hulst 2022’.

  • 2.

    Deze verordening treedt op 1 maart 2022 in werking.

Hoofdstuk 10: Begrippenlijst

In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening betrekking heeft.

  • a.

    Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of voorziening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen.

  • b.

    Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan.

  • c.

    Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet.

  • d.

    Basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde.

  • e.

    Benadelingsbedrag: het bedrag dat de gemeente onterecht heeft uitbetaald.

  • f.

    Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.

  • g.

    Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.

  • h.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst.

  • i.

    Detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers.

  • j.

    Doel: het resultaat.

  • k.

    Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.

  • l.

    Gemeente: het gemeentebestuur van Hulst.

  • m.

    Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het doel dat hij wil bereiken bespreekt.

  • n.

    Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet.

  • o.

    Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet.

  • p.

    Inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Hulst.

  • q.

    IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

  • r.

    IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

  • s.

    Kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school.

  • t.

    Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.

  • u.

    Mantelzorg: Alle hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving.

  • v.

    Opleiding: Scholing op MBO-, HBO- of WO-niveau.

  • w.

    Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging.

  • x.

    Plan van aanpak: een plan zoals bedoeld in artikel 9 en 44a Participatiewet inclusief de in te zetten voorzieningen.

  • y.

    Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.

  • z.

    Scholing: een opleiding, cursus en/of training.

  • aa.

    U: de rechthebbende als bedoeld in de Participatiewet, schuldhulpverlening of de Wet inburgering.

  • bb.

    Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering.

  • cc.

    Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.

  • dd.

    Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.

  • ee.

    Voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet.

  • ff.

    Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering 2021, de wet de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet.

  • gg.

    Wij/we/ons: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst.

Dit besluit werd in de raadsvergadering van 24 februari 2022 aangenomen.

De gemeenteraad van de gemeente Hulst,

De Griffier

De Raadsvoorzitter

Bijlage 1: De Zeeuws-Vlaamse re-integratieladder

 

Voor welke voorzieningen (artikel 2.4 en 2.5) u of een werkgever in aanmerking komt, is afhankelijk van de afstand die u heeft tot de arbeidsmarkt. In Zeeuws-Vlaanderen is afgesproken om iedereen die een uitkering heeft of een inburgeringstraject volgt in te delen op de Zeeuws-Vlaamse re-integratieladder. Het verschil in treden is niet zwart-wit. We kijken altijd samen met u en de werkgever naar het te behalen doel. Hieronder is de ladder weergegeven.

 

Trede:

Naam trede:

(indicatieve) Loonwaarde doelgroep:

Voorzieningen:

1

Regulier werk

80 - 100%

Bemiddeling, job coaching, kinderopvang, nazorg, proefplaatsing, scholing, subsidie.

2

Werken met (tijdelijke) ondersteuning of garantiebaan

50 - 80%

Basisbaan, bemiddeling, detachering, job coaching, kinderopvang, nazorg, proefplaatsing, scholing, subsidie, werkervaringsplaats.

3

Beschut werk of groepsaanpak

30 - 50%

Basisbaan, beschut werk, bemiddeling, detachering, job coaching, kinderopvang, nazorg, scholing, subsidie.

4

Maatschappelijke participatie

< 30%

Dagbesteding, kinderopvang, participatieplaats, scholing, sociale activering, tegenprestatie, vrijwilligerswerk.

Bijlage 2: Was-wordt lijst

 

Was

Wordt

Niet opgenomen

Hoofdstuk 1 Inleiding. Algemene uitleg verordening.

Re-integratieverordening Participatiewet

Hoofdstuk 2 Participatie en inkomen + bijlage 1. Technische aanpassingen en:

• Artikel 11 No risk polis oude verordening geschrapt in verband met centrale regeling via UWV.

• Artikel 14 Projecten uit oude verordening geschrapt in verband met sluiten VOC en onderbrengen Hulst Werkt bij Dethon.

• Artikel 2.4.1 Participatieplaats. Verhoging premie van € 100 naar € 250.

• Artikel 2.4.6 Basisbaan. Nieuw.

• Artikel 2.4.17 lid 3 Ondersteuning op maat. Nieuw.

• Artikel 2.6.1 Inkomensvrijlating. Nieuw.

• Artikel 2.6.2 Premie. Premie in twee termijnen in plaats van één termijn per kalenderjaar.

• Bijlage 1: De Zeeuws-Vlaamse re-integratieladder. Overzicht toegevoegd ter verduidelijking.

Verordening loonkostensubsidie en loonwaarde Participatiewet

Hoofdstuk 2 Participatie en inkomen (2.4). Technische aanpassingen. Geen grote inhoudelijke wijzigingen.

Verordening tegenprestatie Participatiewet

Hoofdstuk 2 Participatie en inkomen (2.5). Technische aanpassingen. Geen grote inhoudelijke wijzigingen.

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet

Hoofdstuk 3 Minimaregelingen en aanvullende inkomensondersteuning (3.1). Technische aanpassingen. Geen grote inhoudelijke wijzigingen.

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet

Hoofdstuk 3 Minimaregelingen en aanvullende inkomensondersteuning (3.2). Technische aanpassingen en verhoging individuele studietoeslag. In de oude verordening bedraagt de toeslag maximaal € 50 per maand en is er een vermogensgrens. Per 1 april 2022 is de hoogte van de studietoeslag wettelijk vastgelegd. Tevens vervalt de vermogenstoets. Vanaf de ingangsdatum van deze verordening sluiten wij aan bij de wettelijke bedragen.

Niet opgenomen

Hoofdstuk 4 Schuldhulpverlening. Nieuw.

Niet opgenomen

Hoofdstuk 5 Inburgering. Nieuw.

Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hulst 2016

Hoofdstuk 6 Afspraken tussen inwoner en gemeente en Hoofdstuk 7 Handhaving en naleving. Technische aanpassingen en gelijkstelling mate van verlaging bij gedragingen PW, IOAW en IOAZ (6.2). IOAW en IOAZ kennen geen geüniformeerde verplichtingen. We stellen de maatregelen gelijk aan de PW, zodat de gevolgen van een bepaalde gedraging zoveel mogelijk gelijkgesteld zijn.

Niet opgenomen

Hoofdstuk 8 Inspraak, cliëntenparticipatie en rechtsbescherming. Algemene uitleg.

Handhavingsverordening sociale zekerheid

Niet actueel, formele intrekking (opschoonactie).

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

Verordening wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening