Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Nieuwegein

Reglement van orde van de gemeenteraad van Nieuwegein 2021

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNieuwegein
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingReglement van orde van de gemeenteraad van Nieuwegein 2021
CiteertitelReglement van orde van de gemeenteraad van Nieuwegein 2021
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening op de raadscommissies Nieuwegein 2018, het Reglement van orde van de gemeenteraad van Nieuwegein 2018 en het Reglement informatieve bijeenkomsten Nieuwegein 2012.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 16 van de Gemeentewet
  2. artikel 82 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

09-11-2021nieuwe regeling

14-10-2021

gmb-2021-396978

2021-348

Tekst van de regeling

Intitulé

Reglement van orde van de gemeenteraad van Nieuwegein 2021

De raad van de gemeente Nieuwegein; gezien het advies van het Presidium 25 augustus;

 

gelet op artikel 16 en 82 van de Gemeentewet;

besluit:

 

vast te stellen de volgende regeling:

 

Reglement van orde van de gemeenteraad van Nieuwegein 2021

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

 

  • a.

    lid: een raadslid;

  • b.

    steunfractielid: vertegenwoordiger van een fractie die geen raadslid is en het woord kan voeren namens de fractie in de Avond voor de stad;

  • c.

    griffier: de raadsgriffier, plaatsvervangend raadsgriffier of griffier tijdens de avond voor de Stad;

  • d.

    presidium: de commissie zoals bedoeld in artikel 2;

  • e.

    amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;

  • f.

    subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;

  • g.

    motie: beknopte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

  • h.

    voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;

  • i.

    initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel;

  • j.

    adviesformulier: formulier met de inventarisatie van de zorg- en aandachtspunten van de raadsvoorbereidende bespreking van een raadsvoorstel;

  • k.

    C-stuk: een raadsvoorstel waarover zonder bespreking in en advies van de Avond voor de Stad door de gemeenteraad wordt besloten.

  • j.

    Raadskalender: Een overzicht van alle onderwerpen en voorstellen die vanuit het college en vanuit de raad ter bespreking en besluitvorming worden aangeboden.

Artikel 2 Presidium

  • 1.

    De raad heeft een presidium. Het presidium bestaat naast de voorzitter van de raad uit maximaal vijf raadsleden, waaronder de plaatsvervangend raadsvoorzitter.

  • 2.

    De plaatsvervangend raadsvoorzitter is voorzitter van het presidium.

  • 3.

    De raadsgriffier is secretaris van het presidium. Het presidium kan anderen verzoeken (een deel van) een vergadering bij te wonen.

Artikel 3 Taken presidium

  • 1.

    Het presidium hanteert de raadskalender als basis voor agendering.

  • 2.

    Het presidium neemt een besluit over alle verzoeken tot agendering, zowel vanuit burgemeester en wethouders als uit de gemeenteraad, dan wel één of meer raadsleden.

  • 3.

    Het presidium vergadert volgens een opgesteld schema of op initiatief van hun voorzitter of als twee leden daarom verzoeken.

  • 4.

    De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar.

  • 5.

    Elk lid heeft één stem in het presidium en neemt slechts besluiten als ten minste drie leden aanwezig zijn. Het presidium streeft ernaar consensus in besluitvorming te bereiken.

  • 6.

    Het presidium stelt de voorlopige agenda’s voor de vergaderingen van de raad en de Avonden voor de Stad vast.

  • 7.

    Het presidium bepaalt of iets als bespreekstuk in de Avond voor de Stad wordt geagendeerd of als C-stuk op de agenda komt van de raadsvergadering.

  • 8.

    Het presidium voert de taken uit die dit reglement het presidium opdraagt.

  • 9.

    Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en van zijn Avonden voor de Stad.

Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties en voorzitters

Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders

  • 1.

    De raad stelt voor de gehele raadsperiode in de eerste raadsvergadering na de installatie van de nieuwe raad een onderzoekscommissie geloofsbrieven in. Deze commissie bestaat uit drie leden van de raad.

  • 2.

    De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde raadsleden en het proces-verbaal van het (centraal) stembureau en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

  • 3.

    Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

  • 4.

    Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 5.

    In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 5. Benoeming wethouders

  • 1.

    Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de commissie genoemd in artikel 4 of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet.

  • 2.

    De commissie kan van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag vragen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

  • 3.

    De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

  • 4.

    De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.

Artikel 6 Benoeming steunfractieleden en Fracties

  • 1.

    Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.

  • 2.

    Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.

  • 3.

    Een fractie mag maximaal twee steunfractieleden benoemen.

  • 4.

    De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

  • 5.

    Indien:

     

    • a.

      één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;

    • b.

      twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;

    • c.

      één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;

    wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

  • 6.

    Met de onder lid 5 sub a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan.

  • 7.

    Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het steunfractielid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

  • 8.

    Indien fracties splitsen of indien een of meer leden als zelfstandige fractie gaan optreden, vervalt van rechtswege het lidmaatschap van steunfractieleden die door de oorspronkelijke fractie zijn voorgedragen en kan per fractie (de oorspronkelijke en nieuw ontstane fracties) maximaal één steunfractielid benoemd worden.

  • 9.

    Bij de benoeming van de in lid 3 en lid 8 genoemde leden onderzoekt de commissie geloofsbrieven, genoemd in artikel 4 van dit reglement of de steunfractieleden voldoen aan de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. De commissie geloofsbrieven brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot steunfractielid.

  • 10.

    De steunfractieleden leggen na benoeming de eed of belofte af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad.

Artikel 7 Voorzitters

  • 1.

    De plaatsvervangende raadsvoorzitter en de andere leden van het presidium vervullen de rol van voorzitter of gespreksleider voor de Avond voor de Stad.

  • 2.

    De zittingsperiode van de plaatsvervangende raadsvoorzitter en de voorzitters van de Avond voor de Stad eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 3.

    De voorzitters zijn belast met:

     

    • a.

      het leiden van de vergaderingen;

    • b.

      Het handhaven van de orde;

    • c.

      Hetgeen dit reglement de voorzitter verder opdraagt.

  • 4.

    Bij ontstentenis of verhindering van de plaatsvervangende raadsvoorzitter wordt zijn functie waargenomen door de voorzitters van de Avond voor de stad te beginnen bij het langstzittende raadslid.

  • 5.

    Het plaatsvervangende raadsvoorzitterschap eindigt op het moment dat de voorzitter niet langer raadslid is, dan wel door de raad ontslag is verleend.

  • 6.

    De plaatsvervangende raadsvoorzitter en de voorzitters van de Avond voor de Stad kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 7.

    Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

Hoofdstuk 3 Vergaderingen

Paragraaf 1 Orde van de vergaderingen, algemeen.

Artikel 8 Vergaderingen

  • 1.

    De raad kent Avonden voor de Stad en raadsvergaderingen.

  • 2.

    Tijdens de Avonden voor de Stad worden in principe parallelle programma’s geagendeerd, met uitzondering van de kadernota, de jaarstukken, de bestuursrapportages en de begroting.

  • 3.

    Tijdens Avonden voor de Stad worden bijeenkomsten gehouden conform het blokkenschema dat de raad daarvoor heeft vastgesteld. (bijlage 1)

  • 4.

    Avonden voor de Stad zijn voorbereidende vergaderingen waarop artikel 82 Gemeentewet van toepassing is.

Artikel 9 De griffier

  • 1.

    De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en zorgt tevens voor de aanwezigheid van een griffier bij de Avond voor de stad.

  • 2.

    De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 10 De wethouders en gemeentesecretaris

  • 1.

    De wethouders worden geacht te zijn uitgenodigd voor de vergaderingen van de raad en tijdens de Avond voor de stad en aan de beraadslagingen deel te nemen.

  • 2.

    De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.

 

Paragraaf 2 Orde van de vergaderingen, Avonden voor de Stad.

Artikel 11 Vergaderfrequentie en agenda

  • 1.

    De Avonden voor de stad vinden plaats volgens een door het presidium jaarlijks vast te stellen vergaderschema en worden in de regel gehouden op donderdag om 20.00 uur waarbij tot maximaal 23.00 uur wordt geprogrammeerd, met de mogelijkheid om op woensdag een extra Avond voor de stad te beleggen als de agenda dit noodzakelijk maakt.

  • 2.

    Een onderwerp voor de Avond voor de stad wordt ook geagendeerd als het presidium het nodig oordeelt of als ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de gemeenteraad bestaat onder opgave van reden de wens daartoe schriftelijk kenbaar heeft gemaakt.

  • 3.

    De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden aan de leden van de raad verstrekt via publicatie op het raadsinformatiesysteem tenminste vijf dagen voor een Avond voor de stad, stukken waarop geheimhouding is opgelegd, blijven onder berusting van de griffier, waarbij inzage door raadsleden en steunfractieleden mogelijk is onder verantwoordelijkheid van de griffier.

  • 4.

    Avonden voor de stad worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in de Molenkruier, op sociale media en op het raadsinformatiesysteem.

Artikel 12 Raadsvoorbereidende ronde

  • 1.

    Per agendapunt neemt slechts één vertegenwoordiger per fractie plaats aan tafel om aan het debat deel te nemen.

  • 2.

    Raads- en steunfractieleden delen hun fractie standpunten en stellen alleen politieke vragen.

  • 3.

    Alle aanwezigen aan de vergadertafel kunnen elkaar bevragen, Na iedere vraag volgt direct een antwoord. De voorzitter zorgt voor een logische clustering van onderwerpen en vragen en heeft daarbij het recht vragen eerder of juist later aan bod te laten komen.

  • 4.

    De voorzitter ziet daarbij toe op een eerlijke tijdsverdeling tussen de fracties en de verschillende onderwerpen die, al dan niet, voorafgaande aan de vergadering bij de griffie zijn aangedragen.

  • 5.

    Aan het einde van de bespreking van het betreffende agendapunt geven de leden hun zorg- en/of aandachtspunten mee waarop bij de behandeling van het agendapunt in de raad verder over wordt gedebatteerd.

Artikel 13 Rondvraag en regionale ontwikkelingen

  • 1.

    Aan het begin van de agenda van de Avond voor de Stad wordt een rondvraag opgenomen, waarbij (steunfractie)leden vragen kunnen stellen aan het college, de burgemeester en aan elkaar over het gevoerde bestuur ten aanzien van niet-geagendeerde onderwerpen.

  • 2.

    Een lid dat van deze mogelijkheid gebruik wil maken, draagt ervoor zorg dat de griffier uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering over de vragen beschikt.

  • 3.

    Indien er geen onderwerpen zijn aangemeld komt de rondvraag te vervallen, tenzij een lid bij de vaststelling van de agenda oordeelt dat sprake is van plotseling zeer urgente vragen, die geen uitstel dulden. Daarvoor dient instemming te zijn van een meerderheid van de woordvoerders.

  • 4.

    Regionale ontwikkelingen wordt 1 keer per maand opgenomen op de agenda van de laatste avond van de betreffende vergadercyclus. Tijdens dit moment geeft het college inlichtingen over regionale ontwikkelingen en leden kunnen daarover vragen stellen.

Artikel 14 Inspraakronde

  • 1.

    Op de Avonden voor de Stad wordt 1 keer per maand aan het begin van de agenda een inspraakronde opgenomen om inwoners en andere belanghebbenden in de gelegenheid te stellen het woord te voeren over zaken die niet op de agenda voor de vergadering staan.

  • 2.

    Het woord kan niet gevoerd worden over:

     

    • a.

      een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;

    • b.

      benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

    • d.

      de lijst van ingekomen stukken, de mededelingen, besluitenlijst, raadskalender en onderwerpen voor de rondvraag,

  • 3.

    Degene die van de inspraakronde gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, (mail)adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.

  • 4.

    De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding.

  • 5.

    De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend, met dien verstande dat de spreektijd maximaal 5 minuten bedraagt en de totale tijd voor alle insprekers maximaal 15 minuten bedraagt.

  • 6.

    De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

Artikel 15 Meespreekrecht inwoners en andere belangstellenden

  • 1.

    Over elk raadsvoorstel dat de gemeenteraad behandeld kan door inwoners en belangstellenden worden meegesproken.

  • 2.

    Maandelijks worden voor sommige raadsvoorstellen specifieke bijeenkomsten ingericht, de dialogen met de stad, waarvoor inwoners en andere belangstellenden uitgenodigd worden deel te nemen.

  • 3.

    Als meesprekers zich aanmelden voor het meespreken over een raadsvoorstel waarvoor geen aparte dialoog is ingericht start de raadsvoorbereidende behandeling alsnog met een dialoog met de stad.

  • 4.

    Degene die mee wil spreken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, (mail)adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.

Artikel 16 Adviesformulier

  • 1.

    Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij het gesprek af, tenzij de woordvoerders anders beslissen.

  • 2.

    Een raadsvoorbereidende bespreking wordt afgesloten met een inventarisatieronde waarin de zorg- en/of aandachtspunten van alle aanwezige fracties opgenomen.

  • 3.

    Als fracties een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid achten, kan aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies worden gevraagd. Indien het een raadsvoorstel betreft kan de gemeenteraad via het presidium adviseren het voorstel niet voor de eerstvolgende raadsvergadering te agenderen omdat het nog niet rijp is voor besluitvorming.

 

Paragraaf 3 Orde van de vergaderingen, Raadsvergadering.

Artikel 17 Vergaderfrequentie en Agenda

  • 1.

    De vergaderingen van de raad vinden plaats volgens een door het presidium jaarlijks vast te stellen vergaderschema en worden in de regel gehouden op donderdag om 19.30 uur, in het Stadshuis, met mogelijke voortzetting op de daaropvolgende maandag om 19.30 uur.

  • 2.

    Er wordt gestreefd naar een eindtijd van 23.30 uur. Met het oog daarop stelt de voorzitter de raad tegen die tijd zo nodig de vraag op welke wijze de vastgestelde agenda wordt afgerond, met in achtneming van het eerste lid.

  • 3.

    De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprak is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium.

  • 4.

    Het presidium stelt de voorlopige agenda van de raadsvergadering vast op basis van de adviezen uit de Avond voor de Stad.

  • 5.

    De voorzitter zendt tenminste vijf dagen voor een vergadering de leden van de raad door publicering op het raadsinformatiesysteem een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende voorlopige agenda opstellen.

  • 6.

    De voorlopige agenda en de daarbij horende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad gezonden door middel van publicering op het raadsinformatiesysteem, stukken waarop geheimhouding is opgelegd, blijven onder berusting van de griffier, waarbij inzage door raadsleden en steunfractieleden mogelijk is onder verantwoordelijkheid van de griffier.

  • 7.

    Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in de Molenkruier, op sociale media en op het raadsinformatiesysteem.

  • 8.

    Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren, of een stuk in een andere bespreekcategorie van de lijst ingekomen stukken (Lis) plaatsen.

  • 9.

    Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 18 Presentielijst

  • 1.

    De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

  • 2.

    Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Artikel 19 Zitplaatsen

  • 1.

    De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

  • 2.

    Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met het presidium.

  • 3.

    De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 20 Opening vergadering; quorum

  • 1.

    De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is.

  • 2.

    Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.

  • 3.

    Onmiddellijk na de opening van de vergadering wordt een ogenblik stilte in acht genomen, nadat de voorzitter daarom heeft verzocht met de woorden: ‘Ik verzoek u een ogenblik stilte in acht te nemen voor gebed of bezinning’.

Artikel 21 Spreekregels

  • 1.

    De leden van de raad en de overige deelnemers aan de vergadering spreken vanaf het spreekgestoelte en via de interruptiemicrofoons.

  • 2.

    Bij bijzondere gelegenheden of in bijzondere situaties kan de voorzitter bepalen dat de deelnemers aan de vergadering vanaf een andere plaats spreken.

  • 3.

    Een lid van de raad of andere deelnemer aan de vergadering voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van de voorzitter verkregen te hebben.

  • 4.

    Een spreker spreekt via de voorzitter.

Artikel 22 Aantal spreektermijnen

  • 1.

    De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  • 2.

    Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3.

    Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4.

    Het derde lid is niet van toepassing op het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.

  • 5.

    Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

  • 6.

    Iedere fractie kan per agendapunt maximaal drie keer interrumperen.

Artikel 23 Spreektijd

  • 1.

    De raad stelt voor zijn reguliere vergaderingen in het eerste zittingsjaar een algemene spreektijdregeling vast, die tot het einde van de zittingsperiode van de raad geldt.

  • 2.

    Tot het moment waarop de spreektijdregeling in het eerste lid wordt vastgesteld, geldt de spreektijdregeling van de voorafgaande zittingsperiode.

  • 3.

    Voor de behandeling van de Kadernota en de begroting kan het presidium een afwijkende spreektijdregeling opstellen.

  • 4.

    De voorzitter of één van de leden kan een aanvullend voorstel over de spreektijd doen.

Artikel 24 Handhaving orde; schorsing

  • 1.

    De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2.

    Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3.

    De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

Artikel 25 Beraadslaging

  • 1.

    De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2.

    Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

Artikel 26 Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1.

    De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de gemeentesecretaris, de raadsgriffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2.

    Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 27 Ingekomen stukken

  • 1.

    Raadsinformatiebrieven van het college worden gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem.

  • 2.

    Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst van ingekomen stukken geplaatst met een advies voor afdoening van de griffie. Deze lijst maakt onderdeel uit van de agenda van elke raadsvergadering en over de afdoening wordt ter vergadering besloten.

 

Paragraaf 3.1 Stemmingen

Artikel 28 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag kort te motiveren.

Artikel 29 Beslissing

  • 1.

    Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

  • 2.

    Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.

  • 3.

    Een lid van de raad kan om een afzonderlijke stemming over onderdelen van het voorstel vragen.

  • 4.

    De voorzitter formuleert het besluit op het voorstel in zijn geheel of over de onderdelen, voordat de besluitvorming plaatsvindt.

Artikel 30 Primus bij hoofdelijke stemming

De voorzitter deelt, nadat een lid heeft verzocht om hoofdelijke stemming, mee bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.

Artikel 31 Algemene bepalingen over stemming

  • 1.

    De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.

  • 2.

    In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.

  • 3.

    Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.

  • 4.

    Stemmen gebeurt bij handopsteken, tenzij hoofdelijke stemming wordt verlangd.

  • 5.

    Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter (of de raadsgriffier) de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor via loting is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.

  • 6.

    Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.

  • 7.

    De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.

  • 8.

    Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

  • 9.

    De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 32 Stemming over amendementen en moties

  • 1.

    Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

  • 2.

    Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

  • 3.

    Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

  • 4.

    Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

  • 5.

    Indien verschillende moties over hetzelfde onderwerp worden ingediend, dan wordt de motie die het meest verstrekkend is, het eerst in stemming gebracht. De raad beslist over de vraag welke motie het meest verstrekkend is.

Artikel 33 Stemming over personen

  • 1.

    Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.

  • 2.

    Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.

  • 3.

    Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 4.

    Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

  • 5.

    Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:

     

    • a.

      een blanco stembriefje;

    • b.

      een ondertekend stembriefje;

    • c.

      een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

    • d.

      een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

    • e.

      een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

  • 6.

    In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.

  • 7.

    Onder de zorg van de raadsgriffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 34 Beslissing door het lot

  • 1.

    Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

  • 2.

    Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

  • 3.

    Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Artikel 35 Verslag en besluitenlijst

  • 1.

    De (raads)griffier draagt zorg voor het vastleggen van het gesprokene in de vergadering van de raad en tijdens de Avonden van de raad door het verzorgen van beelduitzendingen, een schriftelijk verslag en de besluitenlijst van de vergadering.

  • 2.

    De besluitenlijst, als bedoeld in het eerste lid, bevat:

     

    • a.

      de namen van de leden, die de presentielijst hebben getekend dan wel afwezig waren, met afzonderlijke vermelding van de leden, die na opening ter vergadering zijn gekomen en van de leden, die de vergadering vóór sluiting hebben verlaten;

       

    • b.

      de namen van de leden, die voorstellen aan de raad deden;

       

    • c.

      vermelding van het afleggen van de stemverklaring die door een raadslid voorafgaande aan een stemming kan worden afgelegd,

       

    • d.

      vermelding van een raadslid dat voorafgaande aan een stemming heeft laten weten zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van stemming te onthouden;

       

    • e.

      een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming of stemming bij handopsteking, van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

       

    • f.

      een opsomming van de aan de raad gedane mededelingen, door de raad besproken voorstellen, door de raad genomen besluiten met vermelding van de aantekening, als bedoeld in artikel 32 lid 2 (de aantekening kan ook een onderdeel van een voorstel betreffen) en voorts door de burgemeester en wethouders gedane toezeggingen.

Artikel 36 Vaststelling besluitenlijst

  • 1.

    De besluitenlijst van een openbare vergadering wordt in ontwerp gepubliceerd aan de leden van de raad.

  • 2.

    De lijst wordt in de volgende openbare vergadering na de opening aan de orde gesteld en met inachtneming van de door de raad verlangde wijzigingen vastgesteld. Na vaststelling ondertekenen de voorzitter en de raadsgriffier de besluitenlijst.

  • 3.

    De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, lid 2 verzonden. Deze lijst wordt in een volgende vergadering, desgewenst met gesloten deuren, dadelijk na de opening aan de orde gesteld en, met inachtneming van de door de raad verlangde wijzigingen, vastgesteld. Na vaststelling ondertekenen de voorzitter en de raadsgriffier de besluitenlijst.

Hoofdstuk 4 Rechten van leden

Artikel 37 Amendementen

  • 1.

    Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.

  • 2.

    Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).

  • 3.

    Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

  • 4.

    Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Artikel 38 Moties

  • 1.

    Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.

  • 2.

    Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.

  • 3.

    De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.

  • 4.

    De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

  • 5.

    Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

  • 6.

    Indien het college besluit een door de gemeenteraad aangenomen motie niet uit te voeren, dan geeft zij hiervan schriftelijk en gemotiveerd kennis aan de leden van de raad, binnen drie weken nadat de raad de motie heeft aangenomen.

Artikel 39 Voorstellen van orde

  • 1.

    De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.

Artikel 40 Initiatiefvoorstel

  • 1.

    Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk door tussenkomst van de raadsgriffier bij de voorzitter worden ingediend.

  • 2.

    De voorzitter brengt het ingediende voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college.

  • 3.

    Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

  • 4.

    Het presidium plaatst een voorstel nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden, de indiener anders verlangt of het voorstel eerst in een een Avond voor de stad behandeld dient te worden. In dat laatste geval agendeert het presidium het voorstel, in overleg met de indiener, in de Avond voor de stad.

Artikel 41 Collegevoorstel

  • 1.

    Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

  • 2.

    Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 42 Interpellatie

  • 1.

    Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

  • 2.

    De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

  • 3.

    De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 43 Vragenhalfuur

  • 1.

    Gedurende een half uur is er voor de raadsleden gelegenheid tot het stellen van spoedeisende, actuele vragen aan het college of de burgemeester over het gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij de geagendeerde onderwerpen aan de orde komt of schriftelijke vragen zijn, die in een brief die in behandeling is, betreffen. Indien er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend, wordt deze mogelijkheid tot het stellen van vragen niet gehouden.

  • 2.

    Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en de vragen ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenhalfuur door tussenkomst van de raadsgriffier bij de voorzitter. De voorzitter kan, bij voorkeur na overleg met het presidium, weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.

  • 3.

    De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.

  • 4.

    De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad.

  • 5.

    Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.

  • 6.

    Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

  • 7.

    Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

  • 8.

    Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Artikel 44 Schriftelijke vragen

  • 1.

    Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.

  • 2.

    De vragen worden door tussenkomst van de raadsgriffier bij de voorzitter ingediend. De raadsgriffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.

  • 3.

    Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

  • 4.

    De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de raadsgriffier aan de leden van de raad kenbaar gemaakt door publicering op het raadsinformatiesysteem.

Artikel 45 Inlichtingen

  • 1.

    Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe, door tussenkomst van de raadsgriffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester.

  • 2.

    De raadsgriffier zendt een afschrift van dit verzoek aan de raad.

  • 3.

    De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.

  • 4.

    De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.

Hoofdstuk 5 Besloten vergadering

Artikel 46 Algemeen

  • 1.

    Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

  • 2.

    Een steunfractielid kan het woord voeren in een besloten gedeelte van de Avond voor de Stad en aanwezig zijn in een besloten raadsvergadering bij die onderwerpen waarover hij in een Avond voor de Stad het woord heeft gevoerd.

Artikel 47 Besluitenlijst

  • 1.

    De besluitenlijst en het verslag van een besloten vergadering worden voor de leden ter inzage gelegd, waarbij inzage mogelijk is onder eindverantwoordelijkheid van de raadsgriffier.

  • 2.

    De besluitenlijst wordt in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst en van het verslag.

  • 3.

    Van een besloten gedeelte in de Avond voor de Stad wordt eveneens een verslag en een besluitenlijst gemaakt.

Artikel 48 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 49 Opheffing geheimhouding

Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Hoofdstuk 6 Toehoorders en Pers

Artikel 50 Toehoorders en pers

  • 1.

    Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 2.

    Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

Artikel 51 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 52 Uitleg reglement

  • 1.

    Voor zover de bepalingen overeenkomstig het model-reglement van de VNG zijn, is de daarbij behorende toelichting van toepassing ten aanzien van de uitleg daarvan.

  • 2.

    In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 53 Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit reglement treedt in werking op de dag na zijn bekendmaking.

  • 2.

    Op dat tijdstip vervallen het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Nieuwegein, vastgesteld bij raadsbesluit van 5 maart 2018, 2018-040; de verordening op de raadscommissies Nieuwegein 2018, vastgesteld bij raadsbesluit van 5 maart 20218, 2018-040 en het reglement informatieve bijeenkomsten Nieuwegein 2021, vastgesteld bij raadsbesluit 30 mei 2012, 2012-144.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 oktober 2021.

Jan Karens

griffier

Frans Backhuijs

voorzitter