Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Utrecht

Beleidsregel voldoende toezicht seksinrichtingen gemeente Utrecht

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUtrecht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel voldoende toezicht seksinrichtingen gemeente Utrecht
CiteertitelBeleidsregel voldoende Toezicht seksinrichtingen gemeente Utrecht
Vastgesteld doorburgemeester
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
  2. artikel 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht
  3. artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-05-2015Nieuwe regeling

12-05-2015

Gemeenteblad

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel voldoende toezicht seksinrichtingen gemeente Utrecht

De burgemeester van de gemeente Utrecht;

 

Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel artikel 3:4a en 3:11 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010;

 

Besluit vast te stellen de volgende Beleidsregel voldoende toezicht seksinrichtingen gemeente Utrecht.

 

 

 

1. Inleiding

 

1.1

In artikel 3:4a en 3:11 (en andere plaatsen) van de APV wordt verschillende malen gerefereerd aan hetfeit / voorschrift dat er sprake moet zijn van voldoende toezicht gedurende de uren dat de seksinrichtingdaadwerkelijk geopend is voor publiek. Het houden van voldoende toezicht valt onder de verplichtingenvan de exploitant en leidinggevenden. De exploitant dient in zijn bedrijfsplan uit te werken en te motiveren hoe hij ervoor zal zorgdragen dat er sprake is van voldoende toezicht (artikel 3:4a, lid 4).

 

1.2

Voor alle seksinrichtingen is op dit moment van toepassing dat gedurende de openingstijden er altijdeen beheerder aanwezig moet zijn. Naar aanleiding van de recente handhavingszaken in 2013 op hetZandpad is beoordeeld wat nu precies verlangd wordt van exploitanten. Bestaat daar nu voldoendehelderheid over? Hoe toetsen we een bedrijfsplan als dat, conform de gewijzigde APV, wordt ingediend?Om die vragen te beantwoorden is deze beleidsregel opgesteld. Het bedrijfsplan wordt onder andereaan deze beleidsregel getoetst. De beleidsregel is erop gericht om ervoor zorg te dragen dat een exploi-tant / beheerder altijd en adequaat kan ingrijpen bij ongeregeldheden / misstanden, maar ook genoegwaarborgen heeft georganiseerd om signalen van mensenhandel en andere misstanden te melden entegen te gaan. Dit geeft de exploitant een waarborg dat bij een goede uitvoering de kans op intrekkingc.q. niet verlengen van zijn vergunning op deze gronden verkleind wordt. Daarnaast hebben ook deprostituees een waarborg dat zij huren van een exploitant die zijn bedrijfsvoering in overeenstemmingmet de geldende regels heeft georganiseerd. Als laatste is deze beleidsregel er ook op gericht om tekomen tot een betere bestrijding van mensenhandel en andere misstanden. Bij het uitwerken van hetbegrip ‘voldoende toezicht’ is rekening gehouden met het feit dat kleinere ondernemingen (waaronderZZP’ers), grotere financiële gevolgen ondervinden naarmate er strengere eisen worden gesteld aanhet toezicht.

 

1.3

In deze beleidsregel staan regels voor seksinrichtingen geformuleerd die recht doen aan de beoogdedoelen van ‘voldoende toezicht’. Dit reduceert de kans op willekeur bij de vergunningverlening en biedteen kader voor toezicht en handhaving. Benadrukt wordt dat de exploitant de verantwoordelijkheidheeft om mensenhandel/misstanden binnen zijn bedrijf te voorkomen en zijn bedrijfsvoering dan ookzo in te richten. De beleidsregel bevat enkele minimumeisen aan die bedrijfsvoering, maar de praktijkis niet statisch / vaststaand. De exploitant zal dan ook steeds met zijn bedrijfsvoering moeten inspelenop situaties in de praktijk. Hierbij wordt benadrukt dat de exploitant verantwoordelijk is voor zijn keuzesen bedrijfsvoering en ook voor de gevolgen hiervan.

 

1.4

In paragraaf 2 van deze beleidsregel worden de doelen van 'voldoende toezicht' toegelicht. Aan dehand van deze doelen worden in paragraaf 3 regels beschreven voor ‘voldoende toezicht’.

In Utrecht bestaan verschillende soorten seksinrichtingen. Er zijn naast de raamprostitutiepanden inUtrecht zes andersoortige seksinrichtingen mogelijk (en op dit moment vergund). Bij het opstellen vandeze beleidsregel is geen onderscheid gemaakt hierin. De exploitanten kunnen per onderwerp in hunbedrijfsplan aangeven welke zaken om wat voor reden niet voor de betreffende seksinrichting van toepassing zijn.

 

2. Doelen van voldoende toezicht

 

2.1

Voldoende toezicht dient drie doelen, die in deze paragraaf kort toegelicht worden.

Het zorg dragen van een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.

Dit houdt o.a. in:

• Beschikbaar stellen van informatiemateriaal aan prostituees;

• Beantwoorden van vragen van prostituees.

• Het voeren en vastleggen van intakegesprekken, inclusief vergewissen zelfredzaamheid, leeftijd,vaststellen van het bezit van een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel en controlerenvan de inschrijving in de Kamer van Koophandel.

• Het bijhouden van een sluitende bedrijfsadministratie, die ter plaatse op verzoek direct inzichtelijkis voor de toezichthouders van politie en gemeente..Zorgdragen voor schone ruimtes zonder mankementen (volgens de algemene eisen in de branchezoals bijvoorbeeld de richtlijnen Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid).

• Het realiseren van de arbeids- en verhuurvoorwaarden en het naleven van de overige maatregelenuit het bedrijfsplan.

• Het zorgdragen dat de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituees en (potentiële) klanten geenoverlast voor de omgeving veroorzaken en de openbare orde niet verstoren. Omwonenden,passanten en toezichthouders moeten voorvallen bij de beheerders kunnen melden tijdens ope-ningstijden.

• Het te woord staan van toezichthouders en opsporingsambtenaren.

• Check van de registratie van de prostituees bij raamprostitutie.

 

Het zorgdragen dat er geen personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f WvSr(mensenhandel) (artikel 3:11)

De exploitant en beheerders dragen er zorg voor dat er in het prostitutiebedrijf geen prostituees ofderden werkzaam zijn die slachtoffer zijn van, of zich schuldig maken aan, mensenhandel of anderevormen van uitbuiting en maken zich hier ook zelf niet schuldig aan. Hiervoor moeten (mogelijke)misstanden in en rond het bedrijf voorkomen en gesignaleerd worden en actief gemeld worden bij detoezichthouders van de gemeente en de politie. Naast de melding aan de bevoegde instanties dient deexploitant direct zelf passende maatregelen te treffen ten behoeve van zijn goede bedrijsvoering.

 

Door zijn aanwezigheid in en rond het bedrijf kan de exploitant of beheerder zich een beeld vormenvan mogelijke signalen van dwang en/of uitbuiting bij de prostituee:

• Hangen er personen rond op straat wanneer bepaalde prostituees werken?

• Lopen er personen in en uit de werkkamer van prostituees die geen klant zijn?

• Zijn er tekenen dat een prostituee (per telefoon) word gecontroleerd of begeleid door pooiers /derden?

• Zien de in het bedrijf werkzame prostituees er gezond uit?

• Zijn er tekenen van mishandeling of ziekte?

• Vertonen in het bedrijf werkzame prostituees tekenen van,vermoeidheid, spanning, zwangerschapof angst?

• Zijn er tekenen dat een prostituee gedwongen wordt zonder condoom te werken of klanten nietmag weigeren?

• Zijn er signalen dat een prostituee drugs dealt, onder invloed van drugs of alcohol werkt of onderdruk wordt gezet om drugs of alcohol te nuttigen?

• Beschikt de prostituee over een registratienummer en een geldende inschrijving in de Kamer vanKoophandel?

 

Dit soort tekenen is niet uitputtend. Er zijn veel meer tekenen en signalen van mensenhandel en anderevormen van uitbuiting. Enige scholing hierin is aanbevolen. Door middel van goed toezicht, ook op elkaar,dient te worden voorkomen dat medewerkers van het bedrijf of derden zich schuldig maken aan hetfaciliteren van mensenhandel en / of een andere vorm van uitbuiting.

 

het zorg dragen dat prostituees en klanten niet het slachtoffer kunnen worden van s trafbare feiten endat er ook geen strafbare feiten plaatsvinden in de seksinrichting.

Een verplichting van de exploitant en de beheerder is dat zij er zorg voor dragen dat er geen strafbarefeiten plaatsvinden in de seksinrichting (artikel 3:11 lid 3). Toezicht is daarbij een instrument. Zo moetener duidelijkheid worden gegeven over de snelheid van het opvolgen van alarmsignalen bij onveiligesituaties. Hiervoor moeten er dus ook voldoende veiligheidsmaatregelen worden getroffen op dewerkplek.

 

3. Regels voor de invulling van voldoende toezicht

 

3.1

De exploitant dient in zijn bedrijfsplan de concrete maatregelen ten aanzien van voldoende toezicht uitte werken en te motiveren. Belangrijk element in de motivatie is dat de exploitant omschrijft welkespecifieke omstandigheden in en rond zijn bedrijf de uitwerking van ‘voldoende toezicht’ bepaaldhebben. Aan de hand van de bovenstaande drie doelen van ‘voldoende toezicht’ zijn voor seksinrichtingenregels omschreven. De regels gelden bij de beoordeling van de invulling van ‘voldoende toezicht’ doorde seksinrichtingen. Uiteraard is het mogelijk om op een andere wijze dan onderstaande regels hettoezicht in te vullen. Dit is aan de exploitant, maar zal op een gelijke wijze beoordeeld worden.

 

Ad a) het zorgdragen voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.

 

De exploitant, dan wel beheerder, dient tijdens openingstijden goed bereikbaar te zijn voor de in hetbedrijf werkzame prostituees: voor het intakegesprek, voor administratieve handelingen, voor vragendie te maken hebben met het werken in het bedrijf en ook voor het melden van eventuele misstanden.De exploitant of zijn beheerder dient ook goed bereikbaar te zijn voor de toezichthouders van de gemeente en politie.

 

De exploitant dient te beschikken over een kantoorruimte, bij voorkeur in of in de nabijheid van deseksinrichting. Dit mede gelet op het feit dat de beheerders binnen een bepaalde tijd bij de werkruimtenmoeten zijn. In het kantoor kunnen prostituees terecht voor het intakegesprek, administratieve zakenen vragen. Dit is ook de ruimte waar toezichthouders de administratie in kunnen zien. Exploitantenkunnen een kantoorruimte met elkaar delen en gebruik maken van dezelfde leidinggevende, zoalsvoorheen gebeurde, maar de namen van de beheerder(s) dienen dan wel op de vergunningen vermeldte staan van de bedrijven waarvoor zij het beheer uitvoeren. Indien een beheerder voor verschillendebedrijven tegelijkertijd werkt, dan kan een overtreding van de regelgeving door die beheerder in gevallenconsequenties hebben voor alle bedrijven waarvoor hij/zij werkt, zoals ook in het recente verleden isgebeurd. De exploitant moet zich hiervan bewust zijn.

 

Om te beoordelen of de goede gang van zaken gecontroleerd kan worden dient duidelijk te zijn binnenhoeveel minuten een beheerder bij een werkruimte kan zijn. Zo kan het noodzakelijk zijn dat wanneereen toezichthouder een overtreding constateert, de beheerder/exploitant zich binnen korte tijd (<5 minuten) bij het desbetreffende raam vervoegt.

 

Ad b) het zorgdragen dat er geen personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f vanhet Wetboek van Strafrecht (mensenhandel) (artikel 3:11)

 

Voor het signaleren en voorkomen van (mogelijke) misstanden in en rond het bedrijf moet de exploitantzicht hebben op wat er in (en rond) zijn bedrijf gebeurt.

 

Bij (raam)prostitutiebedrijven worden de volgende uitgangspunten als regels gehanteerd:

  • Beheerders zijn verplicht om onder andere bij ongeregeldheden, ruzies etc. in te grijpen dan welmaatregelen te treffen waarbij de bevoegde instanties worden ingeschakeld. Hierbij is de onder-grens dat men met in achtneming van de eigen veiligheid en binnen de kaders van de strafwetge-ving dient te opereren. Gezien de hoeveelheid ramen is het niet ondenkbaar dat er op meerdereplaatsen tegelijk ingrijpen noodzakelijk is. Daarnaast moet er gewoon (toe)zicht gehouden wordenop het terrein, de directe omgeving, en voor zover mogelijk de personen (waaronder de prostituees)die zich op het terrein bevinden. Tevens dienen dames en toezichthouders te woord te wordengestaan wanneer één beheerder elders moet ingrijpen. Derhalve is het uitgangspunt dat altijdminimaal twee beheerders aanwezig moeten zijn in de seksinrichting gedurende de openingstijden.Hiervan kan gemotiveerd, via het bedrijfsplan, worden afgeweken.

  • Er dient continu toezicht te worden gehouden op de verhuurde werkruimten en de omgeving zoalshiervoor omschreven. Bij een melding dienen de beheerders binnen 5 minuten bij elke werkruimtekunnen zijn om op te kunnen treden bij calamiteiten.

  • Om signalen van misstanden, mensenhandel en onveilige situaties te ontdekken is het nodig datde beheerder regelmatig de situatie ter plekke peilt door een rondje te lopen langs de werkruimtes.Zo krijgt de beheerder een beeld van het welbevinden van de in het bedrijf werkzame prostituees,van signalen van misstanden op en rond de werkkamers en van de veiligheid op straat bij dewerkkamers. Ook om die reden dienen er altijd twee beheerders aanwezig te zijn. De regelmaatdient in het bedrijfsplan gemotiveerd te worden.

  • Van de rondes en de eruit volgende acties doet de exploitant of beheerder verslag in een rappor-tage die te allen tijde door de toezichthouders kan worden ingezien.

  • Vanwege de span of control dient het continu aanwezige aantal beheerders toe te nemen naarmate meerdere werkruimten worden geëxploiteerd. De exploitant of beheerders moeten genoeg tijd hebben om het welbevinden van de aanwezige prostituees in te schatten en de situatie in enrondom het bedrijf te controleren.

 

Het exacte aantal beheerders wordt beïnvloed door o.a. een combinatie van de volgende factoren:

  • het totaal aantal ramen beheerd vanuit één kantoor;

  • de ligging (afstand) van het kantoor ten opzichte van de ramen;

  • de afstand tussen de ramen;

  • het verloop onder de in het bedrijf werkzame prostituees;

  • het aantal in het bedrijf werkzame prostituees;

  • aanvullende monitoringsmaatregelen;

  • de frequentie van veiligheidsincidenten in en rond het bedrijf.

  • de frequentie van overtredingen op de vergunningsvoorwaarden.

 

De exploitant motiveert in zijn bedrijfsplan op welk aantal ramen de beheerders toezien en waarom hijheeft gekozen voor het door hem te bepalen aantal beheerders per shift (met een minimum van 2).

 

  • Het is mogelijk dat meerdere ondernemers van kleine bedrijven gebruik maken van hetzelfdekantoor en dezelfde leidinggevende. Voor het aantal te beheren ramen vanuit één kantoor en hetaantal beheerders tijdens openingsuren gelden bovenstaande richtlijnen.

  • Veiligheidsincidenten en overtredingen zijn aanleiding om het aantal beheerders tijdens openings-tijden te verhogen of te moeten verhogen.

  • In het bedrijfsplan moet duidelijk vastgelegd zijn op welke wijze en wanneer (dagelijks, per incidentof signaal) signalen van mensenhandel of andere misstanden bij de politie en de gemeente wordengemeld en welke maatregelen zelf worden genomen betreffende die situatie. Het niet melden vansignalen van mensenhandel of andere misstanden is een reden voor intrekken of weigeren vande vergunning. Indien dit onvoldoende geborgd is, zijn beheerders hier wellicht niet van door-drongen, en bestaat de vrees dat niet alle signalen van mensenhandel of andere misstandenworden gemeld.

 

Benadrukt wordt dat het melden van signalen van mensenhandel of andere misstanden geen 'vrijbrief'is voor de exploitant om zelf geen maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld signalen van mensenhandeldienen ook gevolgen te hebben voor de verhuur van werkruimten of het laten werken in de seksinrichting.In de Handhavingsstrategie Seksinrichting staat omschreven op welke wijze het college van burgemeesteren wethouders zal optreden bij signalen van mensenhandel of andere misstanden.

 

Ad c. het zorgdragen dat prostituees en klanten niet het slachtoffer kunnen worden van strafbare feitenen dat er ook geen strafbare feiten plaatsvinden in de seksinrichting.

 

Om de kans op onveilige situaties preventief te beperken is het allereerst nodig dat de exploitant mis-standen en onveilige situaties op en rond zijn bedrijf in beeld brengt. Hiervoor gelden dezelfde regelsals genoemd onder b).

 

Verder kan merkbaar toezicht op de toegang van de werkruimtes een preventieve werking hebben. Ditkan door tekstborden, het ophangen van huisregels, maar ook van de zichtbare aanwezigheid van eenbeheerder kan een preventieve werking uitgaan. Daarnaast is het nodig dat de exploitant in het bedrijfs-plan beschrijft welke veiligheidsmaatregelen zijn getroffen om hulp te bieden aan een prostituee en/ofklant die terecht komt in een acuut bedreigende situatie:

 

  • De aanwezigheid van een werkend stil alarm (gekoppeld aan een telefoon van het kantoor c.q.de beheerder) met een snelle opvolging is een minimale voorwaarde. Dit houdt in dat de exploitantorganiseert dat bij het afgaan van een (stil) alarm binnen drie minuten hulp ter plekke is.

  • De exploitant dient minimaal te beschrijven welke instructies de in het bedrijf werkzame prostitueesen beheerders krijgen over wat zij moeten doen, wanneer zij in een bedreigende situatie terechtkomen of wanneer er sprake is van een calamiteit. Gewaarborgd moet worden dat de omschreveninstructies ook bekend zijn bij de prostituees die in het bedrijf een werkruimte huren en de beheer-ders.

  • Ook dient de exploitant te beschrijven hoe de in het bedrijf werkzame prostituees geacht wordente handelen, indien zij merken dat er een bedreigende situatie ontstaat voor een collega of klant.De exploitant dient er voor te zorgen dat de bij hen werkzame prostituees en beheerders hiervanop de hoogte zijn.

 

4. Slotbepalingen

 

4.1 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking.

 

4.2 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel voldoende toezicht seksinrichtingen gemeente Utrecht.

 

 

Aldus vastgesteld door de burgemeester van Utrecht op 12 mei 2015.

De burgemeester,

Mr. J.H.C. van Zanen