Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Twenterand

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand houdende regels omtrent bijzondere bijstand (Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Twenterand 2021)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieTwenterand
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand houdende regels omtrent bijzondere bijstand (Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Twenterand 2021)
CiteertitelBeleidsregels bijzondere bijstand gemeente Twenterand 2021
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Twenterand 2016.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
  2. artikel 35 van de Participatiewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

07-07-2021nieuwe regeling

29-06-2021

gmb-2021-213873

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand houdende regels omtrent bijzondere bijstand (Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Twenterand 2021)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand;

 

Gelet op 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 van de Participatiewet;

 

Besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

 

Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Twenterand 2021

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand;

  • b.

    wet: Participatiewet;

  • c.

    bijstand: algemene en bijzondere bijstand;

  • d.

    algemene bijstand: bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan;

  • e.

    bijzondere bijstand: bijstand ter voorziening in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet;

  • f.

    bijstandsnorm: normen zoals bedoeld in artikelen 20 tot en met 24 en artikel 27 en 28 van de wet;

  • g.

    draagkracht: het gedeelte van het inkomen en/of vermogen dat de belanghebbende geacht wordt aan te wenden om in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd te voorzien;

  • h.

    voorliggende voorziening: voorziening die naar aard en doel geacht wordt passend te zijn voor een belanghebbende, waardoor geen recht op bijzondere bijstand bestaat;

  • i.

    woonkosten bij een huurwoning: de per maand geldende rekenhuur als omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag;

  • j.

    woonkosten bij een koopwoning: de kosten die de eigenaar verschuldigd is voor de hypotheekrente (niet de aflossing), de premie voor opstalverzekering, het eigenaarsgedeelte van de onroerend zaak belasting, de omslagheffing voor huiseigenaren (de waterschapslasten) en een vast bedrag voor kosten van groot onderhoud en ingrijpende reparaties.

  • k.

    MSNP: minnelijke schuldsanering natuurlijke personen uitgevoerd op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet).

  • l.

    WSNP: Wet schuldsanering natuurlijke personen;

  • m.

    Nibud: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting;

  • n.

    WSF: Wet Studiefinanciering.

Hoofdstuk 2 Vorm en voorwaarden

Artikel 2 Voorwaarden bijzondere bijstand

Aan de bijzondere bijstand zijn de volgende voorwaarden verbonden:

 

  • De kosten doen zich daadwerkelijk voor;

  • De kosten komen voort uit bijzondere omstandigheden. De bijzondere individuele situatie van belanghebbende en/of zijn huishouden bepaalt of kosten als bijzonder kunnen worden aangemerkt.

  • De kosten zijn noodzakelijk. Het is alleen mogelijk om bijzondere bijstand te verlenen voor noodzakelijke kosten. Dit ter onderscheiding van wenselijke kosten.

  • De kosten kunnen niet door de belanghebbende zelf worden betaald (eigen draagkracht). In deze beleidsregels worden richtlijnen vastgesteld hoe om te gaan met de draagkrachtberekening.

  • Vergoeding van de kosten. Door het aanvullende karakter en de vangnetfunctie van de Participatiewet, is een passende verstrekking in het kader van de bijzondere bijstand de meest goedkope en adequate voorziening die een noodzakelijke oplossing biedt.

Artikel 3 Hoogte van de bijstand

  • 1.

    De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt maximaal het bedrag zoals vastgelegd in de Nibud-prijzengids, tenzij anders is bepaald in deze beleidsregels.

  • 2.

    Wanneer meerkosten ten opzichte van de richtprijzen aantoonbaar noodzakelijk zijn, worden deze alsnog vergoed.

  • 3.

    In gevallen waarin de prijzengids niet voorziet, wordt uitgegaan van de goedkoopste, adequate voorziening.

Artikel 4 Bestedingsverplichting

  • 1.

    De bijzondere bijstand wordt besteed aan het doel waarvoor zij wordt verstrekt.

  • 2.

    De besteding van alle verstrekte bijzondere bijstand kan steekproefsgewijs worden gecontroleerd.

  • 3.

    Bewijzen van de besteding van de bijzondere bijstand dienen minimaal 1 jaar bewaard te worden.

Artikel 5 Voorliggende voorziening

  • 1.

    Bijzondere bijstand wordt niet toegekend voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die passend en toereikend is.

  • 2.

    Er is geen recht op bijzondere bijstand als de kosten door de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.

Hoofdstuk 3 Aanvraag

Artikel 6 Moment indiening aanvraag

  • 1.

    De aanvraag bijzondere bijstand wordt ingediend voordat de kosten worden gemaakt of uiterlijk drie maanden na de datum waarop de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Het tijdstip waarop de kosten gemaakt zijn wordt niet bepaald door de facturatiedatum maar door het tijdstip waarop de kosten zijn opgekomen.

Hoofdstuk 4 Draagkracht

Artikel 7 Draagkracht

  • 1.

    Bij de vaststelling van de bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de aanwezige draagkracht in het inkomen exclusief vakantiegeld en het vermogen. Bij de vaststelling van aanwezige draagkracht wordt in ieder geval rekening gehouden met de draagkrachtperiode, het vermogen en het inkomen. De toeslagen bedoeld in artikel 36 (individuele inkomenstoeslag) en 36b (individuele studietoeslag) van de wet worden niet tot de draagkracht gerekend.

  • 2.

    Indien de belanghebbende een hoger inkomen heeft dan 100 % van de geldende bijstandsnorm dan wordt van het inkomen, boven de voor hem geldende bijstandsnorm, 35 % als draagkracht in aanmerking genomen.

  • 2.

    100 % van het van het in aanmerking te nemen inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt als draagkracht gerekend, indien bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor woonkostentoeslag of de kosten van beschermingsbewind /mentorschap/curatele.

  • 3.

    Er wordt een extra bedrag van € 230,- in mindering gebracht op de draagkracht. Dit geldt niet voor de woonkostentoeslag en bij de kosten voor beschermingsbewind / mentorschap / curatele.

  • 4.

    Het volledige vermogen boven de geldende vermogensgrens geldt als draagkracht in de draagkrachtberekening.

  • 5.

    De waarde van een auto wordt meegenomen als vermogensbestanddeel voor zover de waarde van de auto hoger is dan € 5.000, -. De waarde van een auto wordt bepaald via de website www.autotrader.nl dan wel een vergelijkbare website.

  • 6.

    De draagkracht wordt voor een periode van één jaar vastgesteld, beginnend op de eerste dag van de maand waarop de daadwerkelijke kosten zijn gemaakt. Bij elke volgende aanvraag binnen het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met de vastgestelde draagkracht; de vastgestelde ruimte blijft dus gelden.

  • 7.

    In geval van periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht verrekend naar rato van het aantal maanden van de periode waarop deze bijstand betrekking heeft.

  • 8.

    Belanghebbenden in een minnelijke dan wel wettelijk schuldenregeling (MSNP/WSNP) worden geacht geen draagkracht te hebben.

  • 9.

    Bij inkomen dat onder executoriaal beslag ligt volgen we de vaste jurisprudentie. Huidige jurisprudentie is dat inkomen onder beslag niet wordt meegenomen in de draagkrachtberekening.

  • 10.

    Bij het vaststellen van de draagkracht wordt rekening gehouden met de van toepassing zijnde bijstandsnorm (kostendelersnorm).

Artikel 8 Drempelbedrag

Voor bijzondere bijstand wordt geen drempelbedrag gehanteerd.

Hoofdstuk 5 Periodieke bijzondere bijstand

Artikel 9 Bijzondere bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar

  • 1.

    Een persoon van 18, 19 of 20 jaar kan slechts aanspraak maken op bijzondere bijstand voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de belanghebbende uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep gedaan kan worden op de ouders omdat:

    • a.

      de middelen van de ouders niet toereikend zijn of;

    • b.

      ouders van belanghebbende bevinden zich in het (verre) buitenland en zijn daar onbereikbaar of;

    • c.

      de ouders van belanghebbende zijn overleden of;

    • d.

      de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.

  • 2.

    Van noodzakelijke bestaanskosten, die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, kan uitsluitend sprake zijn als de belanghebbende zelfstandige huisvesting heeft en deze huisvesting noodzakelijk is.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid van dit artikel, kan er ook bij een verblijf in een opvangcentrum dan wel een inrichting sprake zijn van noodzakelijke bestaanskosten waarvoor bijzondere bijstand verstrekt kan worden.

  • 4.

    De bijzondere bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar kan in tegenstelling tot het genoemde in artikel 6 niet met terugwerkende kracht ingaan.

  • 5.

    De bijzondere bijstand wordt vastgesteld, rekening houdend met de individuele omstandigheden en bedraagt maximaal een aanvulling tot de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor een 21-jarige ingevolge de wet.

  • 6.

    De bijzondere bijstand wegens hogere noodzakelijke bestaanskosten van de 18 tot 20-jarige jongere als aanvulling tot maximaal de norm van een 21-jarige kan de gemeente verhalen op de onderhoudsplichtigen van de jongere.

Artikel 10 Woonkostentoeslag

  • 1.

    Indien een eigen woning of een huurwoning wordt bewoond waarbij geen aanspraak kan worden gemaakt op een (volledige) bijdrage op grond van de Wet op de huurtoeslag, kan belanghebbende in aanmerking voor woonkostentoeslag komen.

  • 2.

    De bijzondere bijstand wordt voor een periode van maximaal 12 maanden verleend, tenzij er zwaarwegende omstandigheden zijn waardoor een verlenging van 12 maanden noodzakelijk is.

  • 3.

    Aan de woonkostentoeslag voor woonkosten boven de maximale huurprijs zoals omschreven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag en wanneer belanghebbende een woning in huur of eigendom bewoont, wordt met toepassing van artikel 55 van de Participatiewet de verplichting verbonden dat belanghebbende zo spoedig mogelijk verhuist naar een goedkopere woning, waarvoor geen aanspraak meer gedaan hoeft te worden op woonkostentoeslag, dan wel, indien de woning een eigen woning betreft, de woning zo spoedig mogelijk te koop aanbiedt, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten, zodat geen aanspraak meer gedaan hoeft te worden op woonkostentoeslag.

  • De verhuisplicht als bedoeld in het derde lid wordt niet opgelegd:

    • a.

      als sprake is van een huur boven de maximale huurprijs en deze hoge huur veroorzaakt wordt door voorzieningen die in de woning aangebracht zijn vanwege de handicap van de huurder, van diens partner of van een medebewoner;

    • b.

      vanaf de gepensioneerde leeftijd, als een goedkoper redelijk woonalternatief, gelet op medische en sociale omstandigheden, niet voor handen is;

    • c.

      als het huishouden bestaat uit tenminste acht personen en waarbij de woning geschikt en bestemd is voor de huisvesting van tenminste acht personen.

  • 4.

    Artikel 7 lid 2 en 3 van deze beleidsregels zijn van toepassing: het gehele inkomen boven de geldende bijstandsnorm wordt gezien als draagkracht. De extra vrijlating van € 230,00 is niet van toepassing.

  • 5.

    De woonkostentoeslag voor een eigen woning wordt bepaald door de kosten van de hypotheekrente (niet de aflossing), de premie voor opstalverzekering, het eigenaarsgedeelte van de onroerend zaak belasting, de omslagheffing voor huiseigenaren (de waterschapslasten) en een vast bedrag voor kosten van groot onderhoud en ingrijpende reparaties. Het bedrag voor kosten van groot onderhoud en ingrijpende reparaties wordt gebaseerd op de richtlijnen van Nibud (heden: € 1,36 per € 1000,- WOZ). De voorlopige teruggave in verband met de eigen woning van de Belastingdienst wordt in mindering gebracht.

Artikel 11 Kosten van beschermingsbewind / mentorschap / curatele

  • 1.

    Indien er sprake is van beschermingsbewind / mentorschap / curatele kan bijzondere bijstand worden verleend. Als bewijs wordt de beschikking van de kantonrechter overgelegd.

  • 2.

    De hoogte van de bijzondere bijstand wordt volgens de Regeling beloning curatoren bewindvoerders en mentoren vastgesteld.

  • 3.

    Artikel 7 lid 2 en 3 van deze beleidsregels zijn van toepassing: het gehele inkomen boven de geldende bijstandsnorm wordt gezien als draagkracht. De extra vrijlating van € 230,00 is niet van toepassing.

  • 4.

    Een aanvraag wordt gedaan binnen drie maanden na de uitspraak van de onderbewindstelling /mentorschap / curatele Dit is de dag waarop de eerste kosten zich voordoen. De kosten van de griffierechten doen zich eerder voor en komen met de aanvraag voor de kosten van het bewind/mentorschap/curatele in aanmerking voor bijzondere bijstand.

  • 5.

    De gemeente kan bij een aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind verlangen dat het plan van aanpak en de boedelbeschrijving worden overlegd. Dit sluit aan op de inleverplicht in het kader van Adviesrecht gemeenten schuldenbewinden (Ags).

  • 6.

    Indien belanghebbende gebruik maakt van een schuldenregeling (MNSP/WSNP) en er is in het VTLB rekening is gehouden met de kosten van het bewind dan is voor deze kosten geen bijzondere bijstand mogelijk.

  • 7.

    Voor de kosten van WSNP bewind is geen bijzondere bijstand mogelijk.

Hoofdstuk 6 Kosten van maatschappelijke aard

Artikel 12 Schulden

Voor schulden wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.

Artikel 13 Eigen bijdrage rechtsbijstand

  • 1.

    Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand indien op grond van een toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand wordt verleend.

  • 2.

    Indien wordt voldaan aan lid 1 kan bijzondere bijstand worden verleend voor de eigen bijdrage en de eventueel noodzakelijke bijkomende kosten zoals griffierecht.

  • 3.

    De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de verlaagde eigen bijdrage die in rekening wordt gebracht door het juridisch loket. Belanghebbende dient hiervan bewijsstukken te overleggen.

Artikel 14 Reiskosten

  • 1.

    Er kan bijzondere bijstand voor reiskosten worden verstrekt, indien het gaat om reiskosten die te maken hebben met:

    • reiskosten psychische/medische behandeling

    • bezoek aan elders verpleegden/verzorgden (bijvoorbeeld ziekenhuis)/detentie

    • bezoek aan uit huisgeplaatste kinderen

    • het volgen van inburgeringslessen van een gecertificeerde inburgeringsinstelling en de dichtstbijzijnde internationale schakelklas (jongeren van 12 tot en met 17 jaar)

  • 2.

    Voor de hierboven genoemde reiskosten geldt dat deze alleen worden vergoed als de bestemming meer dan tien kilometer van het woonadres is verwijderd. Er worden alleen reiskosten verstrekt voor reizen binnen Nederland.

  • 3.

    Voor alle reiskosten geldt dat de vergoedingen worden verstrekt op basis van de goedkoopst adequate oplossing. Hiervoor kunnen www.9292.nl en www.anwb.nl worden gebruikt.

  • 4.

    Er wordt alleen een uitzondering gemaakt op lid 3 indien er sprake is van bijzonder vervoer vanwege gezondheidsredenen. In een dergelijk geval kan er een vergoeding op basis van gebruik van de eigen auto worden vastgesteld. Deze vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijk te rijden kilometers op basis van de kortste route volgens www.anwb.nl . Het uitkeringsbedrag per kilometer is gelijk aan de onbelaste vergoeding van de Belastingdienst.

Artikel 15 Reiskosten psychische/medische behandeling

Voor reiskosten in verband met regelmatige geneeskundige behandelingen (bijvoorbeeld afspraken ziekenhuis) of bezoeken aan instanties zoals de GGZ kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Voorwaarde is dat er een indicatie moet zijn waaruit de medische noodzakelijkheid blijkt.

Artikel 16 Reiskosten bezoek aan elders verpleegden/verzorgden/detentie

  • 1.

    Er kan bijzondere bijstand worden verleend indien de verpleegde/verzorgde of gedetineerde een bloed- of aanverwant is in de 1e of 2e graad (ouder, grootouder, kind, broer of zus).

  • 2.

    De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op een bezoekfrequentie die past bij de persoonlijke omstandigheden.

Artikel 17 Reiskosten bezoek aan uit huis geplaatste kinderen

  • 1.

    Er kan bijzondere bijstand worden verleend voor de verzorgende ouder indien er een bewijs van uithuisplaatsing is.

  • 2.

    De bijzondere bijstand wordt vastgesteld aan de hand van de bezoekregeling die opgesteld is door een erkende instelling.

Artikel 18 Inburgeringslessen en internationale schakelklas

  • 1.

    Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de reiskosten tussen woonhuis en inburgeringsinstelling en voor de reiskosten van jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar tussen woonhuis en de dichtstbijzijnde internationale schakelklas.

  • 2.

    Voorwaarde voor verstrekking is dat de inburgeringsinstelling een Blik op de Werk keurmerk heeft.

Artikel 19 Begrafenis- of crematiekosten

  • 1.

    Begrafenis- dan wel crematiekosten behoren tot de bijzondere noodzakelijke kosten voor erfgenamen.

  • 2.

    Indien er onvoldoende middelen zijn om de kosten van een begrafenis dan wel een crematie te bekostigen, zal bijstandsverlening om niet worden verstrekt op basis van de goedkoopste adequate oplossing. Het maximaal te verstrekken bedrag is het normbedrag zoals is vastgesteld door het Nibud.

  • 3.

    Er wordt geen bijstand verstrekt voor begrafenis- dan wel crematiekosten in het buitenland.

Hoofdstuk 7 Kosten van inrichting

Artikel 20 Duurzame gebruiksgoederen

  • 1.

    De kosten van duurzame gebruiksgoederen behoren tot algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan waarvoor in principe geen bijzondere bijstand mogelijk is. Deze kosten dienen te worden voldaan van de bijstandsnorm. Slechts wanneer de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden kunnen de kosten in het individuele geval in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Het hebben van schulden maakt niet dat er sprake is van bijzondere omstandigheden.

  • 2.

    In uitzondering op lid 1 is bijzondere bijstand voor kosten van een wasmachine of koelkast mogelijk indien belanghebbende tenminste 36 maanden lang een inkomen heeft genoten tot maximaal 110 % van de bijstandsnorm exclusief vakantiegeld en er in het gezin minderjarige kinderen aanwezig zijn.

  • 3.

    In alle gevallen wordt een lening bij de Stadsbank, voor zover deze mogelijk is, als een voorliggende voorziening aangemerkt voor duurzame gebruiksgoederen.

  • 6.

    Het bedrag dat voor bijzondere bijstand eventueel in aanmerking komt, wordt vastgesteld aan de hand van de prijzengids van het Nibud.

Artikel 21 Woninginrichtingskosten

  • 1.

    Belanghebbende(n), komende uit een asielzoekerscentrum (statushouders) of uit een langdurige periode van detentie of in echtscheiding liggen/verbreking van de relatie met een inkomen tot 100% van de geldende bijstandsnorm kunnen voor de kosten van woninginrichting in aanmerking komen.

  • 2.

    Bij woninginrichting is een lening bij bijvoorbeeld de Stadsbank altijd voorliggend; dit houdt in dat een deel door de Stadsbank in de vorm van een lening wordt verstrekt en het overige deel gebaseerd op de Nibud-normen om niet.

  • 3.

    Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld voor statushouders op 50% van het

  • 6.

    inventarispakket naar huishoudtype volgens het Nibud. In het geval van gezinshereniging van statushouders kan de aanvrager opnieuw een aanvraag indienen, waarbij aan de hand van de gezinssamenstelling de bijzondere bijstand worden bepaald.

  • 4.

    Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt voor langdurige gedetineerden vastgesteld op 50 % van het inventarispakket naar huishoudtype volgens het Nibud. Er is sprake van langdurige detentie als betrokkene langer dan 2 jaar een gevangenisstraf heeft uitgezeten.

  • 5.

    Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt voor belanghebbende in echtscheiding dan wel verbreking van de relatie vastgesteld op 25 % van het inventarispakket naar huishoudtype volgens het Nibud. De reden voor het percentage van 25 % is dat er veelal sprake is van een aanwezige boedel die verdeeld kan worden.

  • 6.

    De afschrijvingstermijn van nieuwe gebruiksgoederen wordt vastgesteld aan de hand van de prijzengids van het Nibud. Voor tweedehands gebruiksgoederen geldt als richtlijn dat de helft van de afschrijvingstermijn van het Nibud aangehouden dient te worden.

Artikel 22 Overbruggingsuitkering

In aanvulling op artikel 21 wordt aan een statushouder(s) en langdurige gedetineerden die zich binnen de gemeente Twenterand (her)vestigen een bedrag om niet verstrekt van 90% van de van toepassing zijnde norm exclusief vakantiegeld ter overbrugging tot de eerstvolgende volledige uitkeringsbetaling.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 23 Slotbepaling

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of toepassing daarvan niet billijk is, beslist het college.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking, onder intrekking van de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Twenterand 2016.

  • 3.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Twenterand 2021.

Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand van 29 juni 2021

Burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand,

de secretaris,

P.F.G Rossen

de burgemeester,

mr. J.C.F. Broekhuizen

Toelichting Beleidsregels bijzondere bijstand 2021

Algemene toelichting

Soms doen zich kosten door bijzondere omstandigheden voor waar inwoners financieel niet zelf in kunnen voorzien. In die gevallen kan - mits aan alle voorwaarden wordt voldaan - bijzondere bijstand worden verstrekt. Het is daarbij niet relevant of deze personen ook algemene bijstand ontvangen. Met andere woorden: iedereen kan bijzondere bijstand aanvragen.

 

De grondslag voor bijzondere bijstand is te vinden in artikel 5 sub d Participatiewet en artikel 35 van de Participatiewet. In artikel 35 lid 1 Participatiewet is bepaald dat bijzondere bijstand wordt verstrekt voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

 

Elke aanvraag om bijzondere bijstand moet individueel beoordeeld worden. Om te voorkomen dat dezelfde situaties verschillend worden beoordeeld en daardoor soms wel bijzondere bijstand wordt verstrekt en soms niet, zijn deze beleidsregels opgesteld. Dit betekent niet dat deze regels blindelings gevolgd kunnen worden, het zijn richtlijnen. Bij elke aanvraag moet de vraag worden beantwoord of de richtlijnen gevolgd kunnen worden of dat de situatie toch anders is dan in deze beleidsegels is beschreven. Is dat het geval, dan moet worden afgeweken van deze richtlijnen.

 

Bijstandsverlening is niet mogelijk als belanghebbende een beroep kan doen op een voorliggende voorziening die de kosten vergoedt of als de kosten door de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden beschouwd (artikel 15 Participatiewet). Is er geen voorliggende voorziening dan dient een bijzondere bijstandsaanvraag beoordeeld te worden aan de hand van onderstaande vragen in onderstaande volgorde:

 

1. Doen de kosten zich voor?

Zo ja, beoordeel dan vraag 2. Zo nee, wijs de aanvraag af.

 

2. Vloeien de kosten voort uit bijzondere individuele omstandigheden?

Zo ja, beoordeel dan vraag 3, zo nee wijs de aanvraag af.

 

3. Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk?

Zo ja, beoordeel dan vraag 4. Zo nee, wijs de aanvraag af.

 

4. Kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm? Zo nee, wijs de aanvraag toe. Zo ja, wijs de aanvraag af.

 

Stroomschema bijzondere bijstand

 

 

Artikelsgewijze Toelichting Beleidsregels bijzondere bijstand 2021

 

Artikel 1 Begripsbepaling

 

In dit artikel worden relevante begrippen toegelicht.

 

Artikel 2 Voorwaarden bijzondere bijstand

Algemene kosten kunnen worden voldaan uit de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Bijzondere bijstand wordt alleen toegekend voor noodzakelijke kosten die worden veroorzaakt door bijzondere omstandigheden en die niet kunnen worden betaald door belanghebbende.

 

Wat ‘noodzakelijke kosten’ en ‘bijzondere omstandigheden’ zijn wordt op basis van de individuele situatie bepaald. In veel gevallen is jurisprudentie leidend. De gemeente heeft beleidsvrijheid ten aanzien van wat betrokkene zelf moet kunnen betalen (draagkrachtregels).

 

Artikel 3 Hoogte van de bijstand

 

De hoogte van de te verlenen bijzondere bijstand wordt (individueel) bepaald door de hoogte van de noodzakelijke kosten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat, wanneer in geval van bepaalde kosten meerdere (adequate) voorzieningen mogelijk zijn, voor de goedkoopste voorziening moet worden gekozen.

 

Als richtlijn wordt gebruik gemaakt van de Nibud-prijzengids. Gezien de individuele afweging die gemaakt moet worden, kan hier beargumenteerd van worden afgeweken. Wanneer de te maken kosten hoger zijn mogen deze vergoed worden, tenzij de meerkosten ten opzichte van de richtprijzen niet noodzakelijk zijn.

 

Artikel 4 Bestedingsverplichting

 

Bijzondere bijstand die wordt verstrekt voor noodzakelijke kosten, dienen ook aan die kosten besteed te worden.

 

De gemeente kan de besteding van de bijstand controleren. In deze beleidsregels is ervoor gekozen dat steekproefsgewijs te doen, bijvoorbeeld bij inrichtingskosten. Dat betekent wel dat alle aanvragers na toekenning minimaal 12 maanden de bewijzen van de besteding moeten bewaren. De gemeente Twenterand kan verzoeken om deze te overleggen als bewijs van juiste besteding van de bijzondere bijstand.

 

Artikel 5 Voorliggende voorziening

 

Bijzondere bijstand is een vangnet. Dat betekent dat eerst moet worden gekeken of kosten niet op een andere wijze vergoed kunnen worden. Dan is er sprake van een voorliggende voorziening, waar eerst aanspraak op gemaakt moet worden. Bij elke aanvraag wordt opnieuw gekeken of er voorliggende voorzieningen zijn. Als de voorliggende voorziening kosten niet noodzakelijk acht, komen ze niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Als de kosten slechts om budgettaire redenen niet noodzakelijk worden geacht door de voorliggende voorziening kunnen ze wel voor bijzondere bijstand in aanmerking komen.

 

Artikel 6 Moment indiening aanvraag

 

In principe dient een aanvraag ingediend te worden voordat kosten gemaakt worden. Bepalend is de datum waarop de kosten opkomen (en dus niet de factuurdatum). De kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand komen bijvoorbeeld op, op de dag dat de rechtsbijstandsverlener het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand tot verlening van de aangevraagde toevoeging heeft ontvangen.

Dit artikel beschrijft echter ook de handelswijze bij omstandigheden waarbij het niet mogelijk is om een aanvraag in te dienen voordat de kosten zich voordoen. Het geeft de maximale termijn weer waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend. Bepaald is dat een periode van maximaal van drie maanden redelijk is.

 

Artikel 7 Draagkracht

 

Draagkracht is dat deel van het vermogen en inkomen dat de aanvrager zelf dient aan te wenden om de kosten te voldoen. Uitgangspunt is dat het vermogen en inkomen boven een vastgestelde grens als draagkracht dienen te worden aangemerkt; met andere woorden, middelen die beschikbaar zijn om de bijzondere kosten te voldoen. Het college maakt van zijn bevoegdheid gebruik om de individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag niet in de draagkrachtbepaling te betrekken, ze tellen dus niet mee in de berekening van de draagkracht.

 

De hoofdregels is dat van het inkomen boven de van toepassing zijn bijstandsnorm 35 % wordt gezien als draagkracht. Op deze draagkracht wordt € 230,- in mindering gebracht. Bij de woonkostentoeslag en de kosten van beschermingsbewind, mentorschap en curatele, geldt dat 100 % van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt meegenomen als draagkracht. Bovendien wordt er voor deze kostensoorten geen € 230,- in mindering gebracht op de draagkracht.

 

De draagkracht wordt per jaar vastgesteld. In het belang van rechtszekerheid en uitvoeringspraktijk geldt als uitgangspunt dat de draagkracht binnen de vastgestelde draagkrachtperiode voor die periode definitief is. Een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt in beginsel niet meer aangepast. Mogelijke uitzonderingen hierop zijn wijzigingen in de gezinssituatie, zoals het verbreken of aangaan van samenwoning waardoor er een aanzienlijke wijziging optreedt in de persoonlijke en/of financiële situatie van belanghebbende.

 

Als inkomen onder executoriaal beslag ligt kan belanghebbende er niet over beschikken. Volgens jurisprudentie wordt inkomen dat onder beslag ligt niet meegenomen bij de draagkrachtberekening. Inkomen dat via betalingsafspraken wordt gebruikt om schulden af te lossen telt wel mee in de draagkrachtberekening. Betalingsafspraken zijn immers op vrijwillige basis. Voor executoriaal beslag is een executoriale titel nodig, hetzij op grond van de wet hetzij op grond van een rechtelijke uitspraak.

 

Indien belanghebbende gebruik maakt van een minnelijke schuldregeling (MSNP) of de wettelijke schuldenregeling (WSNP), wordt de draagkracht op nihil gesteld. Ook als het VTLB hoger is dan de bijstandsnorm is er geen sprake van draagkracht. Bij een minnelijke schuldenregeling dient de schuldhulpverlener te werken volgens de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK.

 

Artikel 8 Drempelbedrag

 

Het college mag bepalen dat de aanvrager de kosten moet opsparen totdat deze in totaal meer bedragen dan een drempelbedrag. In deze beleidsregels is ervoor gekozen geen drempelbedrag te hanteren.

 

Artikel 9 Bijzondere bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar

 

Jongeren tot 21 jaar hebben een lagere bijstandsnorm, omdat de wetgever uitgaat van de onderhoudsplicht van ouders tot 21 jaar. In bepaalde situaties kan het echter noodzakelijk zijn om deze bijstandsnorm aan te vullen tot het niveau van iemand van 21 jaar. Dit artikel voorziet in deze mogelijkheid wanneer een jongere wegens omstandigheden zelfstandig moet wonen en geen aanspraak kan maken op (de onderhoudsplicht) van zijn/haar ouders.

 

Bijzondere bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar wegens hogere bestandskosten kan niet met terugwerkende kracht worden toegekend en bedraagt maximaal een aanvulling tot de norm van een 21-jarige. De kosten kunnen verhaald worden op de onderhoudsplichtigen van de 18- tot 20-jarige (ouders).

 

Artikel 10 Woonkostentoeslag

 

Als een belanghebbende tijdelijk) geen huurtoeslag ontvangt of een eigen woning bewoont, dan kan hij/zij aanspraak maken op een woonkostentoeslag.

 

De woonkostentoeslag geldt in principe voor 12 maanden, met andere woorden: belanghebbende dient maatregelen te nemen om binnen een jaar te verhuizen. Wanneer er zwaarwegende redenen zijn dat de verhuizing niet is gelukt, kan in uitzonderingssituaties voor nog eens 12 maanden woonkostentoeslag worden verstrekt.

 

De voorlopige teruggave in verband met de eigen woning wordt in mindering gebracht op de woonlasten. Indien de teruggave niet bekend is kunnen we 70 % van de betaalde hypotheekrente (niet de aflossing) nemen aangezien de het percentage teruggave op ongeveer 30 % ligt.

 

Bij de woonkostentoeslag dient de draagkracht volledig te worden ingezet. Dat betekent dat alle inkomsten boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm benut dienen te worden. In het geval dat een woning ontruimd is op last van de burgemeester wordt er in principe geen bijzondere bijstand en dus ook geen woonkostentoeslag verstrekt.

 

Artikel 11 Kosten van beschermingsbewind / mentorschap / curatele

 

Als de kantonrechter op grond van artikel 1:431 e.v. Burgerlijk Wetboek de noodzaak tot onderbewindstelling (mentorschap / curatele) heeft beoordeeld en vastgesteld, bestaat er (los van het wettelijke adviesrecht ingeval van beschermingsbewind met problematische schulden) voor het college geen vrijheid de onderbewindstelling (mentorschap / curatele) te beoordelen en evenmin om te bezien of er andere (goedkopere) oplossingen mogelijk zouden zijn. De met bewindvoering (mentorschap / curatele) samenhangende kosten komen in deze situatie in aanmerking voor bijzondere bijstand.

 

Bij bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind (mentorschap / curatele) dient al het inkomen boven de bijstandsnorm als draagkracht te worden ingezet. Dit is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid om belanghebbenden te stimuleren ook naar andere oplossingen te laten kijken en niet te makkelijk naar het middel van beschermingsbewind (mentorschap / curatele) te grijpen.

 

Voor bewindvoeringskosten in het kader van de WSNP is geen bijzondere bijstand mogelijk. Bij een toereikende boedel dienen deze kosten uit de boedel te worden voldaan. Wanneer er niet voldoende is in de boedel, doen de kosten zich niet voor.

 

Het draagkrachtjaar loopt vanaf de eerste van de eerste maand waarin de beheerkosten zich voordoen. De kosten van griffierechten doen zich eerder voor maar worden uit praktische overwegingen meegenomen in deze draagkrachtperiode.

 

Indien een inwoner gebruik maakt van een schuldregeling (MNSP/WSNP) en er is in het Vrij Te laten Bijstand (VTLB) rekening gehouden met de kosten van beschermingsbewind dan wordt er reeds voorzien in de kosten en bestaat er geen recht bijzondere bijstand.

 

Artikel 12 Schulden

 

De Participatiewet kan geen belangrijke rol spelen in het kader van schuldsaneringen. Schuldsanering is een wettelijke taak die de gemeente heeft gekregen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Schuldsaneringen worden voor inwoners van Twenterand uitgevoerd door de Stadsbank.

 

Artikel 13 Eigen bijdrage rechtsbijstand

 

Indien op grond van een toevoeging rechtsbijstand wordt verleend, dient het college de noodzaak voor het verlenen van rechtshulp aan te nemen. Een toevoeging (van een advocaat) vindt slechts plaats als de Raad voor de rechtsbijstand de procedure noodzakelijk acht.

 

In dit artikel is vastgelegd dat aanspraak kan worden gemaakt op bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand. Daarvoor dient wel een bewijs te worden overhandigd om de noodzaak van de rechtsbijstand aan te tonen. Hiervan is ieder geval sprake wanneer een strafzaak, asielzaak of bestuurlijke sanctie speelt. Ook geldt dit bij de gang naar een hogere instantie in een civiele of bestuursrechtelijke zaak.

 

Bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage wordt enkel verstrekt voor de verlaagde eigen bijdrage. Dit is het geval als de procedure via het juridisch loket wordt gevolgd.

 

Artikel 14 tot en met 18 Reiskosten

 

Reiskosten behoren tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten welke uit de bijstandsnorm kunnen worden voldaan. In een aantal situaties is het mogelijk om, indien men aan de voorwaarden voldoet, bijzondere bijstand te verstrekken. Het gaat hier om reiskosten in verband met:

  • -

    bezoek aan een ziekenhuis/instelling in verband met psychisch/medische behandeling;

  • -

    bezoek aan elders verpleegden/verzorgden (bijvoorbeeld ziekenhuis)/detentie;

  • -

    bezoek aan uit huisgeplaatste kinderen;

  • -

    volgen van inburgeringslessen van een gecertificeerde inburgeringsinstelling en voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar het volgen van lessen aan de dichtstbijzijnde internationale schakelklas.

  • -

     

Sommige zorgverzekeraars vergoeden deels deze reiskosten. Deze vergoeding wordt meegenomen in de berekening voor de hoogte van de bijzondere bijstand. De genoemde reiskosten zijn niet limitatief; in bijzondere situaties dient maatwerk te worden geboden als het gaat om te vergoeden reiskosten.

 

In bovengenoemde artikelen wordt beschreven in welke omstandigheden er sprake is van een bijzondere noodzakelijke situatie, waarin bijzondere bijstand verstrekt kan worden. Het principe is dat indien er sprake is van een bijzondere noodzakelijke situatie er op basis van het goedkoopst adequate openbaar vervoer verstrekt wordt. Bovendien geldt dat er sprake moet zijn van reis die minimaal tien kilometer van het huisadres is verwijderd en binnen Nederland plaatsvindt. Gekozen is voor een afstand van 10 kilometer, omdat een afstand van minder dan 10 kilometer voor iedere Twenterander te overbruggen dient te zijn (=eigen kracht). Reiskosten worden bepaald door raadpleging van www.9292.nl en www.anwb.nl . Uitgangspunt is de goedkoopste adequate vervoersoplossing.

 

De reiskosten voor bezoek aan een uit huis geplaatst kind door ouder(s) komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. De reiskosten die gemaakt worden in verband met een omgangsregeling omdat beide ouders niet dichtbij elkaar wonen, komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

 

Op 1 januari 2022 gaat de nieuwe wet inburgering (Wet inburgering 2022) in. De gemeente Twenterand heeft met ingang van genoemde datum de regie inzake de inburgering, participatie en integratie van nieuwe Twenteranders. Het beheersen van de Nederlandse taal is een voorwaarde om te integreren en te participeren in de Twenterandse samenleving. Om dit proces te bevorderen wordt er conform de bepalingen van artikel 18, reiskosten verstrekt voor de reisafstand tussen woonhuis en de inburgeringsinstelling. Voorwaarde voor verstrekking is dat de inburgeringsinstelling een Blik op Werk keurmerk heeft.

 

Dit geldt ook voor de kinderen van nieuwe Twenteranders in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar. Daarom verstrekken we bijzondere bijstand voor de reiskosten van woonhuis tot de dichtstbijzijnde internationale schakelkas.

 

Artikel 19 Begrafenis- of crematiekosten

 

In dit artikel staat beschreven onder welke omstandigheden er bijzondere bijstand kan worden verstrekt voor begrafenis- dan wel crematiekosten. Indien er onvoldoende middelen zijn bij de erfgenamen, kan bijstand worden verstrekt. De bijzondere bijstand is om niet.

 

Er wordt uitgegaan van een verstrekking voor de goedkoopst mogelijke adequate oplossing met een maximum van het normbedrag, zoals is vastgelegd door het Nibud. Geen bijstand wordt verstrekt als het gaat om begrafenis- dan crematiekosten in het buitenland. Nabestaanden kunnen alleen voor hun deel van de kosten bijzondere bijstand krijgen. Er moet dus bij iedere aanvraag onderzoek worden gedaan of er nog andere nabestaanden zijn.

 

Artikel 20 Duurzame gebruiksgoederen

 

De hoofdregel is dat bijzondere bijstand voor de kosten van duurzame gebruiksartikelen niet mogelijk is omdat deze kosten algemene kosten van het bestaan zijn die moeten worden voldaan van de bijstandsnorm. Slechts als ze veroorzaakt worden door bijzondere omstandigheden (maatwerk) is bijzondere bijstand mogelijk. Het hebben van alleen schulden is volgens vaste jurisprudentie geen bijzondere omstandigheid.

 

Voorheen was bijzondere bijstand voor deze kosten wel mogelijk in Twenterand. Dit ‘buitenwettelijke begunstigende beleid’ is alleen nog mogelijk voor een wasmachine of koelkast. Voorwaarden hierbij zijn dat belanghebbende minimaal drie jaar een inkomen tot maximaal 110 % van de bijstandsnorm heeft genoten en dat er in het gezin één of meerdere minderjarige kinderen aanwezig zijn.

 

Artikel 21 Woninginrichtingskosten

 

Bij een eerste huisvesting na het verlaten van een AZC wordt de reguliere vergunninghouder (=statushouder) en langdurige gedetineerde geconfronteerd met de kosten van een ‘eerste inrichting’. Gelet op het eerder genoten

inkomen was er geen ruimte om te kunnen reserveren voor de kosten van een complete woninginrichting. Deze kosten komen, voor zover deze niet voldaan kunnen worden uit eigen middelen of via een lening, voor bijzondere bijstand in aanmerking. Tevens biedt het artikel de mogelijkheid aan betrokkene die in echtscheiding zit/de relatie is verbroken om ook in aanmerking te komen voor inrichtingskosten. Gelet op het feit dat er veelal sprake is van een boedel, wordt hier uitgegaan van een andere verdeelsleutel.

 

Uitgangspunt is dat bij een (volledige) inrichting een deel tweedehands kan worden aangeschaft via overname van derden of kringloopwinkel. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat hiermee de volledige inventaris wordt aangeschaft en derhalve na afloop van het afschrijvingstermijn pas weer een beroep kan worden gedaan op de regeling. Bij aanschaf van tweedehandsgoederen dient door middel van een huisbezoek worden beoordeeld in hoeverre een aanvrager recht heeft op aanschaf van een (nieuw) gebruiksgoed. Als richtlijn wordt de helft van de gebruiksduur gebruikt, zoals vastgesteld door het Nibud.

 

Per individueel geval zal gekeken moeten worden welke inrichtingskosten noodzakelijk zijn. Voor een eerste inrichting voor jongeren wordt in ieder geval geen bijzondere bijstand verstrekt.

 

Artikel 22 Overbruggingsuitkering

 

Dit artikel spreekt voor zichzelf. De overbruggingsuitkering is geen voorschot, maar een extra éénmalige uitkering om niet.

 

Artikel 23 Slotbepaling

 

In dit artikel staat aangegeven dat de Beleidsregels de dag na bekendmaking in werking treden, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregels Bijzondere Bijstand gemeente Twenterand 2016.