Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Vlieland

Beleidsregels toelating tot de schuldhulpverlening Vlieland 2021

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVlieland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels toelating tot de schuldhulpverlening Vlieland 2021
CiteertitelBeleidsregels toelating schuldhulpverlening Vlieland 2021
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpMaatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 1 van de Participatiewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2021nieuwe regeling

15-12-2020

gmb-2021-188156

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels toelating tot de schuldhulpverlening Vlieland 2021

 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    college: burgemeester en wethouders van de gemeente Vlieland;

  • b.

    inwoner: ingezetene die op grond van de Wet basisregistratie personen bij de gemeente Vlieland is ingeschreven;

  • c.

    zelfstandig ondernemer: de persoon als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;

  • d.

    zelfstandige: de persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel b van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;

  • e.

    Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • f.

    schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs.

    Omdat schuldhulpverlening een integraal karakter behoort te hebben wordt onder schuldhulpverlening tevens verstaan alle vormen van ondersteuning vanaf het voorkomen van financiële problemen/ schulden inclusief nazorg.

  • g.

    fraudeschuld: een vordering als bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wgs. Waarbij de fraudeschuld ontstaan als gevolg van opzettelijk handelen of nalaten waarbij misleiding wordt gebruikt om een wederrechtelijk voordeel te behalen ten koste van een bestuursorgaan. De persoon die fraude heeft gepleegd moet in verband met die fraude onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld zijn of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt hem leed toe te voegen, opgelegd zijn

  • h.

    succesvol afgeronde schuldhulpverleningstraject: Een schuldhulpverleningstraject is succesvol afgerond indien alle schulden bij alle schuldeisers zijn afgelost en het eventuele restant tegen finale kwijting teniet is gedaan. Tevens wordt hieronder begrepen dat eventuele overige afspraken van een in het verleden ingezet traject in het kader van de uitvoering van de Wgs succesvol is afgerond en waarbij de schuldenaar alle opgelegde verplichtingen is nagekomen.

Artikel 2 Doelgroep schuldhulpverlening

  • 1.

    Alle inwoners van de gemeente Vlieland van 18 jaar en ouder, met uitzondering van zelfstandig ondernemers, kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kunnen ex-zelfstandig ondernemers een beroep doen op schuldhulpverlening als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. het bedrijf is beëindigd en uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel;

b. er is een liquidatiebalans en de fiscale schuldpositie is duidelijk;

c. de boekhouding is op orde en de administratie is volledig afgerond.

Zelfstandigen met een nog bestaande onderneming kunnen een beroep doen op een voorliggende voorziening in de vorm van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).

 

Artikel 3 Aanbod schuldhulpverlening

  • 1.

    Het college verleent aan verzoeker schuldhulpverlening indien zij schuldhulpverlening noodzakelijk acht. De aanvraag wordt getoetst aan de uitgangspunten zoals neergelegd in de kadernota 2012-2015 resp. 2016-2019 Schuldhulpverlening.

  • 2.

    De vorm waarin de gemeente Vlieland schuldhulpverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en kan daardoor per situatie verschillen. De factoren die een rol kunnen spelen zijn onder andere:

    • zwaarte, omvang, soort en/of regelbaarheid van de schulden;

    • houding of gedrag van verzoeker (motivatie);

    • een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening

    • psychosociale situatie;

    • of er sprake is van een crisissituatie.

  • 3.

    Uitgangspunt is dat gekozen wordt voor de lichtste vorm van hulpverlening die naar het oordeel van het college passend is.

 

Artikel 4 Verplichtingen

  • 1.

    Verzoeker doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schuldhulpverleningstraject.

  • 2.

    Verzoeker is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schuldhulpverleningstraject.

  • De medewerking bestaat onder andere uit:

    • a.

      het tijdig verschijnen op een afspraak en het tijdig nakomen van afspraken;

    • b.

      geen nieuwe financiële verplichtingen dan wel schulden aangaan;

    • c.

      het meewerken aan de totstandkoming van - en het zich houden aan de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst dan wel de bepalingen van het plan van aanpak schuldhulpverlening.

  • 3.

    De verzoeker kan door het college verplicht worden gesteld om zich naar vermogen in te spannen om zijn/ haar inkomen te verhogen, dan wel de lasten te verminderen. Te denken valt hierbij aan:

    • meewerken aan re-integratie en/of inburgering;

    • betaald werk vinden of meer uren gaan werken. Dit geldt ook, voor zover van toepassing, voor de partner;

    • meerderjarige kinderen leveren een financiële bijdrage aan de huishouding;

    • indien autobezit niet noodzakelijk is deze auto te verkopen of in te ruilen tegen een goedkoper(e) auto of vervoermiddel;

    • overige mogelijkheden om de financiële ruimte te vergroten, zoals een beroep doen op voorliggende voorzieningen en/of vermogensbestanddelen te gelde maken.

 

Artikel 5 Weigerings- en beëindigingsgronden en hersteltermijn

  • 1.

    Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels en de Wgs, kan het college besluiten tot weigering dan wel beëindiging van de schuldhulpverlening indien:

    • a.

      verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals opgenomen in artikel 6 en 7 van de Wgs, artikel 4 van deze beleidsregels, in het besluit tot toekenning van schuldhulpverlening, de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst dan wel de bepalingen van het plan van aanpak schuldhulpverlening.

    • b.

      de schuldenaar niet (langer) voldoet aan het bepaalde onder artikel 2 (doelgroep);

    • c.

      het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;

    • d.

      de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden;

    • e.

      op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;

    • f.

      verzoeker zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;

    • g.

      er bij de verzoeker sprake is van andere vormen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;

    • h.

      de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; of op verzoek van schuldenaar zelf;

    • i.

      de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is;

    • j.

      de verzoeker niet (langer) woonachtig is binnen de gemeente Vlieland;

    • k.

      het wettelijke traject schuldsanering van de WSNP van toepassing is verklaard op verzoeker.

    • l.

      er bij verzoeker sprake is van een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening. Bij het bepalen van deze termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee.

  • 2.

    Alvorens, ingevolge in het eerste lid onder a. en d. te besluiten tot weigering dan wel beëindiging, wordt verzoeker éénmaal een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt deze hersteltermijn niet.

  • 3.

    Indien er sprake is van meervoudige problematiek bij verzoeker wordt, voordat het schuldhulpverleningstraject wordt beëindigd of geweigerd overleg gepleegd met betrokken zorginstellingen dan wel gebiedsteams.

 

Artikel 6 Hernieuwde aanvraag en weigering

  • 1.

    Indien minder dan 2 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, door verzoeker een traject schuldhulpverlening succesvol is afgerond (minnelijk of wettelijk), wordt een aanvraag schuldhulpverlening geweigerd met uitzondering van het product Informatie, advies en doorverwijzing.

  • 2.

    Met uitzondering van het product Informatie, advies en doorverwijzing wordt een aanvraag schuldhulpverlening geweigerd indien minder dan 1 jaar, voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend:

    • a.

      een traject schuldhulpverlening is geweigerd, (tussentijds) beëindigd of ingetrokken (minnelijk of wettelijk)als gevolg van schending van verplichtingen zoals omschreven in artikel 6 en 7 van de Wgs, artikel 4 van deze beleidsregels, het besluit tot toekenning van schuldhulpverlening, de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst dan wel de bepalingen van het plan van aanpak schuldhulpverlening;

    • b.

      schuldhulpverlening is beëindigd op grond van artikel 5 onder a., d., e., f. of g.

  • 3.

    Indien minder dan 1 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, de aanvraag tot schuldhulpverlening als gevolg van een verwijtbare gedraging/nalatig handelen door de verzoeker is ingetrokken en/of niet is doorgezet wordt een aanvraag schuldhulpverlening geweigerd met uitzondering van het product informatie, advies en doorverwijzing.

  • 4.

    Met uitzondering van het product informatie, advies en doorverwijzing kan een aanvraag schuldhulpverlening worden geweigerd indien minder dan 6 maanden voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, een aanvraag tot schuldhulpverlening door verzoeker is ingetrokken. Hieronder wordt verstaan een ingetrokken aanvraag niet als gevolg van een verwijtbare gedraging of nalatig handelen van de verzoeker.

 

Artikel 7 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

  • 1.

    Het college kan in zeer bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid.

  • 2.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorzien, beslist het college.

 

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en wordt aangehaald als de regeling “Beleidsregels toelating schuldhulpverlening Vlieland 2021”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders op 15 december 2021.

 

A. Idema

C. Schokker-Strampel

secretaris-directeur

burgemeester

 

 

Toelichting op de Beleidsregels toelating tot de schuldhulpverlening Vlieland 2021

Algemeen

 

Bij de toelating tot schuldhulpverlening worden de criteria gehanteerd die in deze beleidsregels zijn opgenomen. Naast algemene criteria kan voor specifieke groepen of situaties een op maat gesneden aanpak nodig zijn. Denk hierbij aan jongeren, mensen met zware psychosociale problemen en dreigende situatie volgens artikel 4, tweede lid van de Wgs, zoals huisuitzetting, en afsluiting van gas, water en elektriciteit.

 

De hulpvraag als bedoeld in artikel 4 van de Wgs vindt plaats binnen vier weken na het eerste contact. Bij crisissituaties (bijvoorbeeld dreigende uithuiszetting) wordt de hulpvraag binnen drie werkdagen na het eerste contact vastgesteld. Bij de aanpak werkt het gebiedsteam van de gemeente Vlieland nauw samen met ketenpartners. De schuldenaar is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om de aanpak te laten slagen.

 

Het gebruik van de schuldhulpverlening is een tijdelijke voorziening. De inspanningen zijn er op gericht om mensen financieel zelfstandig te maken. De schuldhulpverlening is in principe gelimiteerd tot eens in de drie jaar. De criteria in de beleidsregels geven invulling aan de juridische voorwaarden voor de toepassing van de Awb. Daarmee is de rechtszekerheid voor de burger gewaarborgd. Deze heeft immers de mogelijkheid om bezwaar en beroep aan te tekenen.

 

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit artikel zijn een aantal begrippen nader omschreven. Begrippen die al zijn omschreven in de Wgs, de Participatiewet, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2014 en de Awb worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze beleidsregels. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze beleidsregels.

 

Artikel 2. Doelgroep schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening staat in beginsel open voor alle inwoners van de gemeente Vlieland van 18 jaar en ouder die duurzaam in Nederland verblijven. Net zoals in de Participatiewet worden hiermee gelijkgesteld de hier te lande verblijvende vreemdelingen. Artikel 5 van de Wgs stelt dat vreemdelingen die ingezetenen zijn in aanmerking kunnen komen voor schuldhulpverlening als ze rechtmatig in Nederland verblijf houden. Dit in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de vreemdelingenwet 2000. Het is echter niet de bedoeling om mensen te helpen die hier kortstondig zijn, bijvoorbeeld om te werken, te helpen. Het gaat er om dat er hier een persoonlijke band van duurzame aard bestaat. Voor EU-onderdanen (Unieburgers) geldt dat er in principe een permanent verblijfsrecht is als deze langer dan vijf jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Zij kunnen dan gebruik maken van de Sociale zekerheid zoals bijstand. Het is logisch om dat ook voor de schuldhulpverlening te laten gelden.

Schuldhulpverlening voor gehuwden, samenwonenden en geregistreerde partners kan alleen voor beide partners worden aangegaan. Er moet sprake zijn van een door beiden ondertekende aanvraag. Financiële en eventueel onderliggende problemen binnen een gezamenlijke huishouding kunnen namelijk alleen worden aangepakt als beide partners meewerken en zich willen inzetten.

 

Ex-zelfstandigen

Een uitzondering op de brede toegankelijkheid wordt gevormd door zelfstandig ondernemers. Zij kunnen geen beroep doen op gemeentelijke schuldhulpverlening. Als het voortbestaan van een onderneming in gevaar is vanwege te hoog oplopende schulden, zal de zelfstandig ondernemer veelal bij een bank aankloppen om extra krediet. Als het niet mogelijk is het benodigde extra krediet bij een bank te verkrijgen, kan een zelfstandig ondernemer een beroep doen op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

Als de onderneming voldoende levensvatbaar is, kan besloten worden tot het verstrekken van (extra) Bbz bedrijfskapitaal, waarmee de schulden worden geherfinancierd. Schuldhulpverlening vanwege problematische schulden is dan niet meer aan de orde.

 

Ex-zelfstandigen moeten hun boekhouding op orde hebben en alle aangiften inkomstenbelasting bij de belastingdienst gedaan hebben om te kunnen worden toegelaten tot een schuldregeling of WSNP traject. Ex-zelfstandigen worden bij een verzoek om schuldhulpverlening hierop gewezen en zo nodig verwezen naar een boekhouder of hulpverlenende instantie.

 

Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening

In het eerste lid is aangegeven dat het college schuldhulpverlening verleent indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid. Anderzijds wordt recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt dat schuldhulpverlening selectief en gericht ingezet dient te worden. Daar waar sprake is van een schuldenpakket dat zich niet laat regelen in combinatie met een onregelbare verzoeker, kan een aanvraag worden geweigerd.

 

Dit artikel toont de kern van schuldhulpverlening nieuwe stijl: een gerichte en selectieve toepassing van schuldhulpverlening. Het gaat om maatwerk. De inzet van producten kan per situatie verschillen. In dit artikel worden een aantal factoren genoemd die bepalen in welke mate één of meerdere producten schuldhulpverlening worden aangeboden.

 

Artikel 4. Verplichtingen

Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van inwoners zelf om tijdig de benodigde informatie te geven en medewerking te verlenen. Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject. Genoemd worden een aantal verplichtingen, dit is geen limitatieve opsomming. In het derde lid zijn bepalingen opgenomen die er op gericht zijn dat de schuldenaar, en indien van toepassing zijn/haar gezin, een zo groot mogelijke financiële ruimte dient te verkrijgen. Dit past binnen de uitgangspunten van een gemotiveerde verzoeker die zoveel mogelijk probeert zelfredzaam te zijn.

 

Artikel 5. Weigerings- en beëindigingsgronden en hersteltermijn

Dit artikel heeft een duidelijk verband met de bepalingen in artikel 3 en 4 van deze beleidsregels waarbij het gaat om eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en motivatie van de belanghebbende. Beschreven is in dit artikel wanneer schuldhulpverlening kan worden geweigerd of beëindigd, dit is geen limitatieve opsomming.

Het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het college de ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien. Altijd zal een beoordeling moeten plaatsvinden naar de feiten en of omstandigheden in de individuele situatie. De beoordeling van de persoonlijke omstandigheden vereist maatwerk.

 

Fraudevorderingen

Een persoon die fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft gehad en daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd, kan worden uitgesloten van schuldhulp. De bevoegdheid om hulp te weigeren aan diegenen met fraudeschulden, wordt als mogelijkheid geboden door artikel 3 Wgs.

Het gaat om openstaande fraudevorderingen bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening.

Bij het bepalen van deze termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee. Ligt de ontdekkingsdatum van de fraude vóór vijf jaar terug, dan zijn er geen redenen om het verzoek tot schuldhulpverlening te weigeren, mits er geen andere redenen tot weigering aanwezig zijn. Er is nadrukkelijk voor de vijf-jaar termijn gekozen om aan te sluiten bij de termijn zoals die geldt bij de toegang tot de WSNP (het wettelijk traject). Indien de ontdekkingsdatum niet vast te stellen is, wordt de datum van de veroordeling of het opleggen van de sanctie gehanteerd.

 

Hersteltermijn

Als de verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Maar voor dat te doen wordt de verzoeker éénmalig een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn conform de Awb. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid wordt een eenmalige hersteltermijn voldoende geacht.

Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt de hersteltermijn niet.

 

Artikel 6. Hernieuwde aanvraag en weigering

Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4 en/of er eerder sprake is geweest van een weigerings- of beëindigingsgrond zoals bedoeld in artikel 5 heeft het college de bevoegdheid om de verzoeker niet toe te laten tot schuldhulpverlening.

 

Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Dit artikel gaat evenwel niet alleen over eigen verantwoordelijkheid. Dit artikel gaat ook over prioriteitstelling: keuzes tot al dan niet toelaten tot de schuldhulpverlening die mee wordt gemaakt tegen de organisatorische achtergrond van beschikbare formatie en tijd.

Bij het gebruik van dit artikel dient in ogenschouw te worden genomen dat het product Informatie, advies en doorverwijzing wel aan verzoeker kan worden geboden.

 

Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening telt de verleende schuldhulpverlening c.q. de contacten daaromtrent vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels ook mee.

Deze beleidsvrijheid zoals die aan het college is gegeven, ontslaat haar niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige situatie ontstaat voor de verzoeker, af te wijken van het bepaalde van dit artikel en indien nodig de hardheidsclausule (ingevolge artikel 7.) toe te passen. Uitgangspunt is en blijft evenwel het bepaalde in artikel 6.

 

Artikel 7. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) c.q. onvoorziene (lid 2) gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid.

 

Artikel 8. Inwerkingtreding

Inwerkingtreding vindt plaats per 1 januari 2021.

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlieland,