Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Almelo

Regeling commissie bezwaarschriften sociaal domein

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieAlmelo
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingRegeling commissie bezwaarschriften sociaal domein
CiteertitelRegeling commissie bezwaarschriften sociaal domein
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 7:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
  2. artikel 7:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
  3. artikel 84 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

02-03-2021Nieuw besluit

03-11-2020

gmb-2021-62347

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling commissie bezwaarschriften sociaal domein

 

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Almelo;

 

 

gelet op:

- de artikelen 7:13, eerste lid, en 7:5, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht; en

- artikel 84 van de Gemeentewet; en

- artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de Verordening commissie bezwaarschriften algemene zaken,

 

 

overwegende,

- dat gewenst is dat het horen van belanghebbenden in de bezwaarprocedure als bedoeld in artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht binnen het sociaal domein, mede afhankelijk van de wensen van belanghebbenden, zowel door de commissie als door het college kan worden gedaan;

 

 

besluit vast te stellen de:

‘Regeling commissie bezwaarschriften sociaal domein’

 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Awb: de Algemene wet bestuursrecht

b. IVRK: Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind

c. wetgeving sociaal domein: wetgeving zoals de Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Jeugdwet en aanverwante wet- en regelgeving

d. college: het college van burgemeester en wethouders van Almelo

e. organisatie: ambtelijke organisatie van de gemeente Almelo

f. commissie: een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13, eerste lid, van de Awb

g. ambtelijk horen: horen als bedoeld in artikel 7:5, eerste lid, onderdeel b, van de Awb

h. secretaris: degene die de commissie en voorzitter bij al hun werkzaamheden ondersteunt

i. bezwaarmaker: degene die een bezwaarschrift heeft ingediend

j. deskundige: een persoon met voldoende kennis en begrip van de bezwaarprocedure en die ervaring heeft met het werken met kinderen

 

Artikel 2 Onafhankelijke commissie/ambtelijk horen

1. Er is een commissie met de bevoegdheid tot het geven van advies over bezwaarschriften binnen het sociaal domein en over verzoeken tot vergoeding van kosten bedoeld in artikel 7:15 van de Awb.

2. In afwijking van het eerste lid is ambtelijk horen mogelijk. Van ambtelijk horen wordt afgezien:

a. indien het een minderjarige betreft als bedoeld in artikel 12 van het IVRK, tenzij het college zich laat bijstaan door een deskundige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j,

b. als er sprake is van complexe (multi)problematiek,

c. als er sprake is van zaken van politiek-, financieel-, of bestuurlijk gevoelige aard of van zaken die belangrijke maatschappelijke gevolgen kunnen hebben,

d. als er complexe rechts- of beleidsvragen voorliggen,

e. als belanghebbende gehoord wil worden door de commissie

f. als belanghebbende niet gehoord wil worden.

 

Artikel 3 Samenstelling commissie

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en op zijn minst twee leden. Zij mogen geen deel uitmaken of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het college.

2. De voorzitter en leden en hun plaatsvervangers worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

3. De secretaris is een door het college aangewezen lid uit de organisatie.

4. Het college kan nadere regels stellen over de vergoedingen van kosten van de commissieleden.

 

Artikel 4 Zittingsduur

1. Voorzitter en leden worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar en kunnen ten hoogste tweemaal, telkens voor een periode van maximaal vier jaar, worden herbenoemd.

2. Voorzitter en leden kunnen op elk gewenst moment aftreden.

3. Voorzitter en leden blijven zo mogelijk hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

4. Opnieuw benoemen kan, mits er per datum aftreden een jaar wachttijd is verstreken.

 

Artikel 5 Gedragscode

1. De voorzitter en leden en hun plaatsvervangers dienen voor een onafhankelijke en integere invulling van hun taken belangenverstrengeling of de schijn ervan te vermijden. De artikelen 3.1 tot en met 5.3 van de Gedragscode Integriteit gemeenteraadsleden gemeente Almelo 2015 zijn zoveel mogelijk overeenkomstig van toepassing.

2. De voorzitter en leden van de commissie melden het direct bij het college indien zij menen dat er mogelijk sprake is van een datalek als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

 

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

1. Het college ontvangt het bezwaarschrift en tekent daarop de datum van ontvangst aan en stuurt bezwaarmaker indien nodig een termijn in geval van verzuim als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb.

2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk aan de commissie overhandigd, tenzij er ambtelijk wordt gehoord.

 

Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden in geval van behandeling door commissie

1. De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden uitgeoefend door de voorzitter:

a. artikel 2:1, tweede lid

b. artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie

c. artikel 7:4, tweede lid, in plaats van ter inzage leggen kunnen de stukken ook worden verzonden

d. artikel 7:6, vierde lid

e. artikel 7:3

2. De voorzitter is bevoegd rechtstreeks inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. Zo nodig kan de voorzitter een deskundige uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden is vooraf machtiging van het college vereist.

3. Geen machtiging is vereist voor inschakeling van een deskundige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de regeling, mits de voorzitter het college een redelijke termijn heeft gegund om voor het verstrijken ervan alsnog deze deskundige aan te wijzen.

4. De voorzitter kan degene die de hoorzitting bij wil wonen, verzoeken zich te legitimeren.

5. De voorzitter beslist over het doen van een melding als bedoeld in hoofdstuk 4 van het agressieprotocol.

 

Artikel 8 Pre-mediation, mediation en bemiddeling

1. Het college zoekt na ontvangst bezwaarschrift zo snel mogelijk contact met de bezwaarmaker. Het college legt het verloop en de uitkomst van het gesprek vast in het bezwaardossier.

2. Indien belanghebbende en het college besluiten een mediation traject te volgen, dan stelt het college de commissie zo spoedig mogelijk van zowel de start- als einddatum van dit traject in kennis.

3. Het college maakt uiterlijk 3 dagen voorafgaand aan de hoorzitting aan bezwaarmaker en commissie bekend wat het standpunt is over het ingediende bezwaarschrift.

 

Artikel 9 Uitnodiging hoorzitting in geval van behandeling door commissie

1. De voorzitter nodigt belanghebbenden en het bestuursorgaan in ieder geval 10 dagen voor datum hoorzitting schriftelijk uit.

2. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken de datum of het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. De beslissing wordt gegeven binnen 1 week na ontvangst. De voorzitter is bevoegd onder opgaaf van redenen deze termijn te verdagen.

3. Indien belanghebbende of het bestuursorgaan (getuigen)-deskundigen mee willen nemen naar de hoorzitting, dan stellen partijen zowel elkaar als de commissie tot 3 dagen voor datum hoorzitting hiervan in kennis.

4. In geval van ambtelijk horen is het college bevoegd tot toepassing van het eerste en het tweede lid.

 

Artikel 10. Horen minderjarige (Jeugdwet)

1. De minderjarige belanghebbende van 12 jaar en ouder wordt de gelegenheid geboden diens mening mondeling, of indien de minderjarige dit zegt te willen, schriftelijk kenbaar te maken. De minderjarige van 11 jaar en jonger wordt de gelegenheid geboden diens mening te geven, indien de minderjarige volgens de deskundige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen.

2. Er wordt geen toepassing gegeven aan artikel 7:3 van de Awb om af te zien van horen. Het horen kan in beginsel achterwege blijven indien de mening van de minderjarige op een minder belastende wijze kan worden achterhaald.

3. Voorafgaand aan het horen als bedoeld in artikel 7:2 van de Awb wordt met alleen de minderjarige eerst een kort gesprek gevoerd. Degene die dit gesprek met de minderjarige voert laat zich voorafgaand daaraan zo nodig adviseren door de deskundige, tenzij degene zelf deskundige is.

4. Het bestuursorgaan regelt dat de minderjarige op zijn niveau, via de voor de minderjarige gebruikelijke communicatiekanalen, in begrijpelijke taal wordt voorgelicht over de bezwaarprocedure en over de daarbij behorende mogelijkheden en rechten voor de minderjarige.

5. Ouder(s), en/of degene(n) die belast zijn met het ouderlijk gezag alsmede het bestuursorgaan of haar vertegenwoordiger mogen niet bij het gesprek als bedoeld in het derde lid aanwezig zijn.

6. Van het gesprek bedoeld in het derde lid mag geen verslag en beeld- en/of geluidsopname worden gemaakt. Degene die het gesprek met de minderjarige heeft gevoerd geeft tijdens de hoorzitting mondeling kort en zakelijk weer wat de minderjarige heeft verteld.

 

Artikel 11 Quorum en niet-deelnemen aan de behandeling

1. Onverminderd artikel 7:13, derde lid, van de Awb is horen door 2 leden mogelijk, mits belanghebbende daarmee heeft ingestemd. Bij het horen is in ieder geval de voorzitter of diens vervanger aanwezig.

2. De voorzitter en leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als hun onpartijdigheid mogelijk in geding komt. Zij laten zich vervangen door een ander lid.

 

Artikel 12 Openbaarheid hoorzittingen

1. Het horen geschiedt zowel bij de commissie als in geval van ambtelijk horen niet in het openbaar.

2. De voorzitter is bevoegd om af te wijken van het eerste lid als een van de commissieleden of belanghebbende(n) daartoe verzoeken. Bij ambtelijk horen komt deze bevoegdheid toe aan het college.

 

Artikel 13 Verslaglegging

1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van aanwezigen en hun hoedanigheid.

2. Het verslag bevat een zakelijke weergave van wat in essentie naar voren is gebracht, wat er verder tijdens de hoorzitting is voorgevallen en welke stukken eventueel nog zijn overgelegd.

3. Het is alleen de secretaris toegestaan van het horen een geluidsopname te maken voor de uitwerking van het verslag. Nadat het verslag is gemaakt dient de geluidsopname te worden vernietigd.

 

Artikel 14 Beraadslaging advies en uitbrengen advies in geval van behandeling door commissie

1. De commissie beraadslaagt in beslotenheid over het uit te brengen advies.

2. De commissie brengt in beginsel binnen 2 weken na de dag van de hoorzitting advies uit. De voorzitter kan de termijn verdagen en stelt het college met opgaaf van reden zo spoedig mogelijk hiervan in kennis.

3. Het advies moet zorgvuldig tot stand zijn gekomen en het dient concrete en deugdelijk gemotiveerde aanbevelingen te bevatten.

4. Als nader onderzoek nodig blijkt en indien dat onderzoek leidt tot nieuwe feiten, dan kunnen belanghebbende(n) en het college een verzoek indienen voor een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist over zo’n verzoek.

5. Het advies wordt voorzien van datum waarop het advies is uitgebracht en wordt ondertekend door voorzitter en secretaris.

 

Artikel 15 Jaarverslag

1. Een maal per kalenderjaar brengt de commissie een jaarverslag uit. Het college legt een maal per jaar verantwoording af over de uitkomsten van ambtelijk horen.

2. Het jaarverslag is openbaar.

 

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling commissie bezwaarschriften sociaal domein’.

 

Artikel 17 Overgangsrecht

1. Benoemingen op grond van de Verordening behandeling bezwaarschriften sociale zekerheid of diens rechtsvoorgangers gelden als benoemingen op grond van de Regeling commissie bezwaarschriften sociaal domein.

2. Voor de behandeling van een bezwaarschrift dat vóór de datum van inwerkingtreding van deze regeling is ingediend en waarop per datum inwerkingtreding van deze regeling nog geen advies is uitgebracht, gelden de regels van de Verordening behandeling bezwaarschriften sociale zekerheid voor zover deze voor belanghebbende(n) gunstiger zijn.

 

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

 

Aldus besloten in de vergadering van 3 november 2020.

 

Het college voornoemd,

 

De voorzitter, de gemeentesecretaris,

 

A.J. Gerritsen F. van Ardenne

 

 

Bekend gemaakt op 1 maart 2021.

 

 

Toelichting bij de Regeling commissie bezwaarschriften sociaal domein

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel zijn alleen begripsbepalingen opgenomen die niet in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorkomen of die in deze regeling een andere of specifieke betekenis hebben.

 

Artikel 2 Onafhankelijke commissie/ambtelijk horen

De commissie hoort belanghebbenden, maar er kan binnen het sociaal domein ook gekozen worden voor ambtelijk horen. In een aantal situaties ziet het college hiervan af. Het horen van een kind moet gebeuren door een persoon met voldoende kennis en begrip van de procedure en die persoon moet ervaring hebben met het werken met kinderen. Dat vloeit volgens het VN-comité voor de Rechten van het Kind voort uit artikel 3 en 12 IVRK (Zie VN-Comité voor de Rechten van het Kind 2009, par. 36). In geval van complexe rechts-of beleidsvragen is een onafhankelijk advies van belang, zodat dit kan dienen als onpartijdig signaal voor noodzakelijke aanpassing of verbetering van regelgeving en werkwijzen. Als inwoners op enig moment in het proces van ambtelijk horen bijvoorbeeld ontevreden raken of het idee krijgen dat de onafhankelijkheid van de ambtenaar in het geding is, dan moet de weg naar horen en advies door de commissie openblijven.

 

Artikel 3 Samenstelling en selectie commissie

Het eerste lid verwijst naar de adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb. Het is gebruikelijk dat een secretaris de commissie en de voorzitter ondersteunt bij de werkzaamheden. Dit dient te gebeuren op een onafhankelijke wijze.

 

Artikel 4 Zittingsduur

Met deze regeling wordt de zittingsduur van de commissieleden en de procedure van herbenoemen gelijk getrokken met dat van de commissieleden van de algemene kamer. Tussentijdse benoemingen kunnen gebeuren voor de resterende duur van de periode. Er is voorzien in een wachttijd na aftreden.

 

Artikel 5 Gedragscode

Deze commissie krijgt veelal privacygevoelige persoonsgegevens en informatie over inwoners te zien. Met lid 1 is gewaarborgd dat daar zorgvuldig en integer mee om wordt gegaan. Lid 2 stelt het college in staat schade te voorkomen of te beperken, mocht bijvoorbeeld een commissielid zien dat deze gegevens onverhoopt naar een derde zijn verstuurd of als gegevens niet bij de commissie blijkt te zijn aangekomen.

 

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

In de Awb wordt uitgebreid aandacht geschonken aan de wijze van indienen bezwaar en de vereisten aan een bezwaarschrift om deze te kunnen behandelen. Hier is bepaald dat het college het bezwaarschrift ontvangt, dus niet de commissie. Het college blijft daarom bevoegd voor het stellen van een termijn als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb. Het bezwaarschrift met bescheiden moet zo snel mogelijk aan de commissie worden gestuurd, doch uiterlijk binnen 10 dagen voor de hoorzitting.

 

Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden in geval van behandeling door commissie

De voorzitter is onder andere bevoegd om de stukken ter inzage te leggen, maar verzending mag ook. De Awb bepaalt dat de commissie bevoegd is te beslissen of bepaalde stukken geheim moeten blijven. In lid 2 wordt niet alleen de deskundige bedoeld als genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel j van de regeling. Een weigering voor vergoeding van de kosten voor het inwinnen van informatie mag gelet op de onafhankelijkheid van de commissie niet lichtvaardig genomen worden, dit dient zorgvuldig gemotiveerd te worden. Verder zijn de bepalingen in dit artikel bedoeld voor een goede procesorde.

 

Artikel 8 Pre-mediation, mediation en bemiddeling

In dit artikel wordt een poging tot pre-mediation voor het bestuursorgaan verplicht gemaakt. Het kan belanghebbende(n) de ruimte bieden om alvast te vertellen wat zij belangrijk vinden om rekening mee te houden. Mogelijk kan daarmee de situatie worden opgelost zonder dat de commissie er (volledig) aan te pas hoeft te komen.

 

Artikel 9 Uitnodiging hoorzitting

Het is van groot belang dat zowel belanghebbende(n) als de vertegenwoordiger van het college daadwerkelijk op de hoorzitting verschijnen. Daarmee kan een evenwichtig beeld worden verkregen over het bezwaar. Voor een goede procesorde zijn termijnen bepaald en moeten partijen vooraf van elkaar kunnen weten of er nog getuigen meekomen. De voorzitter moet hier vanzelfsprekend daarom over worden ingelicht.

 

Artikel 10. Horen minderjarige (Jeugdwet)

Door de komst van de Jeugdwet is er behoefte aan regels over het horen van een minderjarige. Het horen van een kind vereist een andere aanpak dan het horen van een meerderjarige. Er is in het IVRK geen leeftijdsgrens. De minderjarige mag zowel direct als indirect (door tussenkomst van een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling) diens mening geven. Zo kan de minderjarige bijvoorbeeld via de Raad voor de Kinderbescherming een briefje schrijven hoe de minderjarige zijn situatie ziet.

 

Het is van belang om te luisteren naar de bezwaren van een minderjarige, ook als een bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren is. Een minderjarige mag bij de gemeente Almelo niet voor een zogenoemde dichte deur komen te staan. Voor het horen van een minderjarige is gezien het IVRK bepaalde expertise nodig. Het college dient daarom een deskundige aan te wijzen (Zie analoog de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1-5-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1477). Van horen kan wel worden afgezien als er volgens de deskundige een voor het kind minder belastende manier is om de mening van het kind te weten te komen, waaronder als uit dossierstukken al duidelijk blijkt wat de mening is van het kind (Zie bijvoorbeeld Arrest HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2226 (en ECLI:NL:PHR:2010:BL2226).

 

Voorafgaand aan de hoorzitting wordt een kort en vertrouwelijk gesprek met de minderjarige gevoerd. De minderjarige moet in staat worden gesteld vrijuit zijn eigen mening te geven. Voorkomen moet worden dat de minderjarige denkt dat hij tijdens het horen zijn mond moet houden, of dat de minderjarige denkt dingen te moeten zeggen waarvan de minderjarige denkt dat de commissie, het college of andere belanghebbende(n) dat graag zouden willen horen. Er kunnen feiten en omstandigheden zijn waarvan de minderjarige niet wil dat anderen dit in detail kennen. Een minderjarige moet zich geen zorgen hoeven maken dat de gevolgen niet te overzien zijn als het kind wel zou praten over de situatie. Daarom wordt er in de hoorzitting volstaan met een korte zakelijke weergave van het gesprek, zodat voor de andere belanghebbenden wel duidelijk is wat in essentie de wensen zijn van het kind.

 

Het is de bedoeling dat de minderjarige van te voren goed weet waar hij in een bezwaarprocedure aan toe is. Het college geeft hierover begrijpelijke informatie welke eenvoudig voor de minderjarige te vinden is.

 

Artikel 11 Quorum en niet-deelnemen aan de behandeling

De Centrale Raad van Beroep heeft tot op heden bepaald dat het horen door de voorzitter en 1 lid van de commissie in strijd is met de Awb (Zie CRvB van 22-02-2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP6231). Wel mag er worden gehoord door de voorzitter of door 1 lid. Het advies moet evengoed wel door de voorzitter en 2 leden worden uitgebracht. Daarom moet belanghebbende voor het horen eerst om toestemming worden gevraagd of hij door zowel de voorzitter als 1 lid mag worden gehoord. Lid 2 spreekt voor zich.

 

Artikel 12 Openbaarheid hoorzittingen

Er worden meestal persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter besproken. Vandaar dat horen in beslotenheid plaatsvindt, tenzij een of meerdere betrokken partijen verzoeken om een openbare hoorzitting. Hierover beslist de voorzitter.

 

Artikel 13 Verslaglegging

De Awb schrijft alleen voor dat van het horen een verslag moet worden gemaakt. Er zijn geen voorschriften gegeven voor de vorm ervan. Volstaan kan worden met een samenvatting van wat er tijdens de hoorzitting is gezegd en gebeurd. Het is niet noodzakelijk een afzonderlijk verslag op te stellen als uit de beslissing op het bezwaar blijkt wat op de hoorzitting is besproken. Als een belanghebbende of het college beschikt over een pleitnota of nadere bewijsstukken kan deze bij het verslag worden gevoegd.

 

Artikel 14 Beraadslaging advies en uitbrengen advies

De eerste 3 leden spreken voor zich. Het college mag niet te lang hoeven wachten op advies, dit vanwege de wettelijke beslistermijnen. In artikel 7:9 van de Awb is bepaald dat als nieuwe feiten of omstandigheden van aanmerkelijk belang zijn, dit aan belanghebbende wordt verteld en dat belanghebbende het recht heeft om opnieuw te worden gehoord (rechtsbeginsel hoor en wederhoor). Artikel 7:13 lid 7 van de Awb gaat volgens rechtspraak van de CRvB uit van een toezending van het advies van de adviescommissie tegelijk met de beslissing op het bezwaar.

 

Artikel 15 Jaarverslag en evaluatievergadering

In het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de werkzaamheden van de commissie. Behalve adviezen geven over bezwaarschriften geeft de commissie ook signalen af over bijvoorbeeld de eventuele noodzaak tot evaluatie gemeentelijke regelgeving en werkwijzen.

 

Artikel 16 Citeertitel

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 17 Overgangsrecht

Met lid 1 is geregeld dat de benoeming van een commissielid automatisch is gebaseerd op deze regeling. Met lid 2 is geregeld dat belanghebbende(n) de oude rechten behouden als blijkt dat deze gunstiger voor belanghebbende(n) uitpakken dan de regels in deze regeling.

 

Artikel 18 Inwerkingtreding

Dit artikel spreekt voor zich.