Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Sluis

Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSluis
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening inzake de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken
CiteertitelInspraakverordening gemeente Sluis
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpInspraakverrodening

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 150

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-08-2008Nieuwe regeling

26-06-2008

Zeeuws Vlaams Advertentieblad, 9 juli 2008.

Inspraakverordening

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken

Paragraaf 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1

De verordening verstaat onder:

  • A.

    inspraak: het ten aanzien van gemeentelijke beleidsvoornemens kenbaar maken van een zienswijze en daarover van gedachten wisselen;

  • B.

    inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven.

Paragraaf 2 Object van inspraak

Artikel 2

Vervallen.

Artikel 2a
  • 1.

    Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.

  • 2.

    Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.

  • 3.

    Geen inspraak wordt verleend:

    • a.

      ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;

    • b.

      indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

    • c.

      indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • d.

      inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

    • e.

      indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;

    • f.

      indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Paragraaf 3 Subject van inspraak

Artikel 3

Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen.

Paragraaf 4 Inspraakprocedure

Artikel 4
  • 1.

    Op de in deze verordening bedoelde inspraakprocedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Vervallen.

Artikel 5
  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen voor elk beleidsvoornemen, waarop inspraak wordt verleend, een inspraakprocedure vast.

  • 2.

    De inspraakprocedure omvat:

    • a.

      de wijze waarop inspraak wordt verleend;

    • b.

      een termijnstelling;

    • c.

      een omschrijving van de mate waarin en de voorwaarden waaronder de in artikel 3 genoemde invloed op het beleidsvoornemen kunnen uitoefenen.

Artikel 6

Burgemeester en wethouders kunnen de inspraakprocedure wijzigen in die gevallen waarin de vaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist. Zij geven hiervan kennis overeenkomstig het gestelde in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.

Paragraaf 5 Eindverslag

Artikel 7
  • 1.

    Ter afronding van de inspraak maken burgemeester en wethouders een eindverslag op.

  • 2.

    Het eindverslag bevat in ieder geval:

    • a.

      een overzicht van de gevolgde procedure;

    • b.

      een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;

    • c.

      een reactie op deze zienswijzen waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen zou kunnen worden overgegaan.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders brengen het eindverslag onmiddellijk ter kennis van de gemeenteraad.

Paragraaf 6 Beklagrecht

Artikel 8
  • 1.

    Ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen kunnen over de wijze van uitvoering van deze verordening en de inspraakprocedure bij burgemeester en wethouders een schriftelijke klacht indienen.

  • 2.

    Een klacht, als bedoeld in het eerste lid, dient uiterlijk vier weken na afloop van de inspraakprocedure te worden ingediend.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift omtrent de ingediende klacht. zij kunnen deze termijn met ten hoogste vier weken verdagen,

  • 4.

    Burgemeester en wethouders brengen de beslissing over het klaagschrift onmiddellijk ter kennis van de klager en de gemeenteraad.

Paragraaf 7 Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 9

De verordening kan worden aangehaald als “Inspraakverordening gemeente Sluis”.

Artikel 10
  • 1.

    De verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van haar bekendmaking.

  • 2.

    Op dat tijdstip vervallen:

    • a.

      De Inspraakverordening van de gemeente Sluis-Aardenburg, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 1996, gewijzigd 24 juni 1999 en 8 februari 2001.

    • b.

      de Inspraakverordening van de gemeente Oostburg, vastgesteld bij raadbesluit van 19 januari 1995.