Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Terschelling

Verordening op de heffing en de invordering van Watertoeristenbelasting 2021

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieTerschelling
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van Watertoeristenbelasting 2021
CiteertitelVerordening watertoeristenbelasting 2021
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 224 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-202101-01-2021Nieuwe regeling

21-10-2020

gmb-2020-315741

01-01-202101-01-2022artikel 2

16-12-2020

gmb-2021-457861

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van Watertoeristenbelasting 2021

De raad van de gemeente Terschelling;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van september 2020;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van Watertoeristenbelasting 2021:

 

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam “watertoeristenbelasting” worden ter zake van het op een vaartuig houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, twee directe belastingen geheven:

a. een belasting ter zake van het houden van verblijf tussen 7.00 uur en 23.00 uur op de dag van aankomst;

b. een belasting ter zake van het houden van verblijf met overnachten op een vaartuig, welk verblijf volgt op het verblijf bedoeld in onderdeel a.

 

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening worden de begripsomschrijvingen in artikel 1 van de Verordening Havengeld 2021 eveneens van toepassing verklaard.

 

Artikel 3 Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, dan wel degene die als vertegenwoordiger voor een van dezen optreedt dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.

 

Artikel 4 Maatstaf van heffing

1. De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, wordt geheven per verblijf;

2. De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt geheven naar het aantal overnachtingen.

 

Artikel 5 Afwijkende maatstaf van heffing

Op een door de belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, binnen een maand na afloop van het belastingjaar gedaan schriftelijk verzoek wordt de maatstaf van de heffing vastgesteld op het door de belastingplichtige aan te geven werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal afwijkt op grond van een eerder opgegeven aantal.

 

Artikel 6 Belastingtarief

1. De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, bedraagt € 1,78 per persoon.

2. De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, bedraagt € 1,78 per persoon.

 

Artikel 7 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld

De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het verblijf.

 

Artikel 9 Vrijstellingen

1. De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, wordt niet geheven ter zake van het verblijf door personen die jonger zijn dan twaalf jaar.

2. De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt niet geheven ter zake van het verblijf door degene die verblijf houdt aan boord van een vaartuig:

a. en die de leeftijd van vier jaar nog niet heeft bereikt;

b. dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;

c. dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;

d. tot het tijdelijk uit hoofde van zijn beroep of functie binnen de gemeente tegen betaling verrichten van werkzaamheden;

e. en nachtverblijf houdt bij een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad in rechte lijn, die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven;

f. en als bezoeker van een begrafenis of van een graf van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad in rechte lijn, tijdelijk binnen de gemeente verblijft. In dit geval wordt de belasting niet van het eerste en het tweede etmaal geheven.

 

Artikel 10 Wijze van heffing

De belasting wordt bij geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

 

Artikel 11 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moeten de gevorderde bedragen bedoeld in artikel 9 wordt betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving.

2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de schriftelijk toegezonden kennisgeving moeten worden betaald in één termijn. De termijn vervalt één maand na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

3. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, is het derde lid van overeenkomstige toepassing op de bij mondelinge of schriftelijke kennisgeving nagevorderde bedragen.

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 13 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b en d van de Gemeentewet.

 

Artikel 14 Overgangsrecht, Inwerkingtreding en Citeertitel

1. De "Verordening watertoeristenbelasting 2020" van 29 oktober 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening watertoeristenbelasting 2021".

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeente Terschelling,

21 oktober 2020.

J. Hofman, J.H.M. Hermans-Vloedbeld,

Griffier voorzitter.