Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
De Bilt

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente De Bilt 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDe Bilt
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente De Bilt 2020
CiteertitelBeleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente De Bilt 2020
Vastgesteld doorburgemeester
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet
  2. artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht
  3. artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

08-09-2020Nieuwe regeling

25-08-2020

gmb-2020-224963

ZS143270

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente De Bilt 2020

De burgemeester van de gemeente De Bilt,

 

gelet op:

artikel 13b lid 1 van de Opiumwet, artikel 4:81 en artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

overwegende dat:

  • in artikel 13b van de Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid toegekend is om een last onder bestuursdwang op te leggen indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is of een voorwerp of stof voorhanden is en daarvoor is/wordt of kan worden gebruikt;

  • de burgemeester op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht beleidsregels kan vaststellen ten aanzien van de toepassing van de bevoegdheid neergelegd in artikel 13b van de Opiumwet;

  • dat het van belang is beleidsregels vast te stellen waarin wordt aangegeven hoe de bovenbedoelde bestuursdwang bevoegdheid zal worden toegepast;

besluit:

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente De Bilt vast te stellen.

 

Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    harddrugs: alle middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet;

  • b.

    softdrugs: alle middelen vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet;

  • c.

    handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn van een handelshoeveelheid hard- of softdrugs in een pand en/of de daarbij behorende erven;

  • d.

    handelshoeveelheid: een hoeveelheid drugs die de “geringe hoeveelheid voor eigen gebruik” (zoals vastgelegd in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie) overtreft;

    In de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie is vastgelegd wat wordt aangemerkt als een “geringe hoeveelheid voor eigen gebruik”. Een grotere hoeveelheid wordt aangemerkt als een handelshoeveelheid. Concreet betekent dit dat sprake is van een overtreding op grond van dit beleid bij een hoeveelheid:

    • harddrugs: meer dan 0,5 gram (of 5 ml (GHB))

    • softdrugs: meer dan 5 gram

    • hennepplanten: meer dan 5 planten

    • qat: meer dan 1 bundel (ca. 200 gram, stengel en blaadjes)

  • Volgens vaste jurisprudentie mag een burgemeester wanneer er een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen in een woning of lokaal, aannemen dat het gaat om handel en hoeft er geen bewijs aanwezig te zijn van daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking.

  • e.

    lokaal: een voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorende erf, zoals een winkel of horecabedrijf, of een niet voor publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een loods, magazijn of bedrijfsruimte;

  • f.

    woning: een pand met bijbehorende erven dat in hoofdzaak dient tot woning. Zowel een koopwoning, als een huurwoning valt onder de definitie.

  • g.

    voorbereidingshandelingen: voorwerpen of stoffen aanwezig die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, zoals bepaalde apparatuur (drugslaboratorium, cocaïnewasserij), chemicaliën (apaan, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen. Dit vereist dat degene die het voorwerp of de stof in de woning of het lokaal of op het erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Op zijn minst moeten de voorwerpen of stoffen het ernstige vermoeden rechtvaardigen dat zij daarvoor bestemd zijn. Onvoldoende om als voorbereidingshandeling te kwalificeren, is aantreffen van (uitsluitend) vervoermiddelen, gelden of andere betaalmiddelen.

Inleiding

In de Opiumwet is vastgelegd dat het verboden is om drugs te bezitten, om het in- en uit te voeren, om het te telen, bereiden, verwerken, verkopen, verstrekken, af te leveren of te vervoeren. Via het strafrecht kan iemand bestraft worden als diegene in strijd handelt met het bovenstaande. Concreet betekent dit dat iemand een gevangenisstraf of geldboete kan krijgen voor het overtreden van de wet.

 

Op deze manier wordt opgetreden tegen drugshandel(aar). Via het strafrecht kan echter niet bereikt worden dat er maatregelen genomen worden om te voorkomen dat er specifiek vanuit een woning of een lokaal drugs verhandeld worden.

 

De burgemeester heeft deze bevoegdheid wel: artikel 13b van de Opiumwet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een woning of lokaal te sluiten met toepassing van bestuursdwang als in, bij of vanuit de woning of het lokaal drugs worden verkocht, afgeleverd, verstrekt of daartoe aanwezig zijn of een voorwerp of stof voorhanden is en daarvoor is/wordt of kan worden gebruikt.

 

De bevoegdheid van de burgemeester tot toepassen van artikel 13b Opiumwet is een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat deze bevoegdheid gebruikt wordt na een belangenafweging. In deze beleidsregels wordt vastgelegd op welke wijze de burgemeester met zijn discretionaire bevoegdheid omgaat.

 

Doel maatregel

Het doel van artikel 13b van de Opiumwet is de preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico's voor de volksgezondheid en het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven, het woon- en leefklimaat en andere lokale omstandigheden.

 

De inzet van de maatregel uit artikel 13b van de Opiumwet is er op gericht om de drugshandel in of vanuit een woning of lokaal te beëindigen en beëindigd te houden. De maatregel is derhalve niet bedoeld als straf, maar is gericht op bescherming van het woon-en leefklimaat bij de woning of het lokaal/beëindigen van de verstoring van de openbare orde. Immers, de handel in drugs en de aanwezigheid daarvan hebben vanuit hun aard een nadelig effect op de openbare orde. Dit nadelige effect dient te worden weggenomen en de gevolgen dienen te worden hersteld.

 

Doel van de maatregel is om:

  • aan de overtreder kenbaar te maken welke bestuurlijke maatregel diegene van de overheid kan verwachten na een overtreding, waardoor een preventieve werking kan ontstaan;

  • de bekendheid van de woning of het lokaal als drugspand te doorbreken en de loop eruit te halen;

  • de bekendheid van de woning of het lokaal in het drugscircuit te doorbreken;

  • te verhinderen dat de woning of het lokaal (nog) wordt gebruikt ten behoeve van (georganiseerde) drugshandel en het drugscircuit;

  • verdere aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning of het lokaal te voorkomen.

  • te realiseren dat geconstateerde overtredingen van artikel 13b van de Opiumwet opgevolgd worden door een reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de aard en de ernst van de overtreding (proportionaliteit en subsidiariteit).

  • Om bij te dragen aan brede aanpak van ondermijning, daarbij eenduidig op te treden binnen de regio om een waterbedeffect te voorkomen.

  • door onderliggend beleid de motivering van een maatregel en een gerechtelijke procedure te versterken.

Toepassen van bestuurlijke maatregelen

  • 1.

    Dit beleid ziet op woningen en lokalen.

  • 2.

    Dit beleid gaat bij woningen die in eigendom zijn van een woningbouwcorporatie alleen in als de woningcorporatie niet tot ontbinding van de huurovereenkomst overgaat. Dit ten behoeve van het belang van behoud van de woning voor de woningvoorraad en het belang van de woningbouwcorporatie als eigenaar die bij sluiting worden getroffen.

  • 3.

    Als beleidsuitgangspunt wordt als regel gekozen voor het toepassen van bestuursdwang en niet voor het opleggen van een dwangsom. Van een dwangsom mag in de meeste gevallen weinig effect worden verwacht, gelet op het feit dat het financiële gewin in het verdovende middelencircuit dusdanig groot is dat met een dwangsom naar verwachting niet zal worden bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Bestuursdwang is een directer middel dat in tegenstelling tot de dwangsom op termijn tot feitelijke beëindiging van de overtreding zal leiden.

  • 4.

    Bij het toepassen van bestuursdwang wordt vervolgens in principe gekozen voor sluiting van de woning/ het lokaal. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. Bij wijze van uitzondering kan in concrete gevallen, waar het middel van sluiting niet adequaat of niet evenredig is, bekeken worden welke andere vorm van bestuursdwang dient te worden toegepast dan wel een last onder dwangsom wordt opgelegd.

  • 5.

    Als begunstigingstermijn wordt een periode van 24 uur aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid is om gehoor te geven aan de opgelegde last. Bij lokalen geldt dat binnen de eerste 3 uur van deze 24 uur de klanten uit de inrichting dienen te worden verwijderd.

  • 6.

    Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan zal de woning/ het lokaal voor publiek ontoegankelijk worden gemaakt.

  • 7.

    De duur van de sluiting is afhankelijk van de overtreding en van de vraag of de woning/ het lokaal reeds eerder gesloten is geweest en varieert van een sluiting voor drie maanden tot een sluiting voor 12 maanden.

  • 8.

    Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven kan worden afgeweken van deze regels en direct tot sluiting worden overgegaan. De burgemeester motiveert in dat geval waarom wordt afgeweken van het beleid. Feiten en omstandigheden die kunnen worden aangemerkt als verzwarende omstandigheden, zijn opgenomen in onderstaande indicatorenlijst. De indicatorenlijst heeft geen cumulatief, maar een alternatief karakter en is nadrukkelijk een hulpmiddel. Voor toepassing van de maatregel moet uiteraard altijd eerst gekeken worden of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid.

Drugshandel in of vanuit woningen en lokalen

Woningen

Bij woningen grijpt een sluiting in beginsel ernstiger in op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n) dan het sluiten van een lokaal. De beginselen als ‘recht op ongestoord woongenot’ (artikel 8 EVRM) en ‘huisvredebreuk’ vereisen een zorgvuldige afweging ten aanzien van woningen. In gevallen waarbij er (mogelijk) sprake is van verblijf van minderjarige(n) zal daarom bijvoorbeeld een zorgmelding worden gedaan bij Veilig Thuis. Minderjarige(n) dienen beschermd te worden tegen blootstelling aan dergelijke situaties.

 

Dit is anders wanneer een woning niet feitelijk voor bewoning wordt gebruikt. Of een woning daadwerkelijk wordt gebruikt voor bewoning kan blijken uit inschrijvingen in de Basisregistratie Personen (BRP) of uit constateringen ter plaatse.

 

Omdat er sprake is van ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zal niet in alle gevallen direct tot sluiting van een woning worden overgegaan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft onder andere in een uitspraak van 28 november 2012 geoordeeld dat van dit uitgangspunt - niet direct sluiten bij de eerste overtreding, maar eerst waarschuwen - in ernstige gevallen mag worden afgeweken. Dit is inmiddels bestendige jurisprudentie.

 

De Afdeling heeft bovendien geoordeeld dat het beleid, om in het geval een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen, zonder voorafgaande waarschuwing de sluiting van het betrokken pand te gelasten, niet onredelijk is.

 

Uit jurisprudentie blijkt dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs onvoldoende is om te kunnen spreken van een ernstig geval waarbij de woning direct gesloten kan worden. Wanneer er echter sprake is van bijkomende omstandigheden - zoals bijvoorbeeld de daadwerkelijke verkoop van softdrugs in/vanuit de woning - kan er wél sprake zijn van een ernstig geval waarbij de woning direct, zonder voorafgaande waarschuwing kan worden gesloten.

Lokalen

De burgemeester sluit een lokaal bij constatering van een overtreding van de Opiumwet in beginsel zonder voorafgaande waarschuwing. Dit acht de burgemeester noodzakelijk om het gevaar dat de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs vanuit haar aard heeft effectief aan te kunnen pakken.

Woningen en lokalen

In deze beleidsregels is vastgelegd hoe wordt opgetreden na constatering van specifieke overtredingen. In onderstaande handhavingsmatrixen is dit schematisch weergegeven. Hierbij is een onderscheid gemaakt in situaties waarin harddrugs worden aangetroffen en situaties waarin softdrugs worden aangetroffen. Tevens is er dus onderscheid gemaakt tussen de overtreding bij woningen en bij lokalen. Bij de enkele aanwezigheid van softdrugs in een woning zal in beginsel eerst een waarschuwingsbrief wordt verstuurd aan de betrokkene(n). Wanneer er echter sprake is van een ernstig geval, wordt deze eerste stap overgeslagen en volgt direct sluiting voor minimaal 3 maanden. De burgemeester hanteert de regel dat indien sprake is van een ernstig geval een stap uit de handhavingsmatrix kan worden overgeslagen. De belangrijkste feiten en omstandigheden die duiden op ernstige gevallen, staan omschreven in onderstaande “indicatorenlijst”.

 

Indicatorenlijst

De indicatorenlijst is nadrukkelijk een hulpmiddel bij het nemen van een besluit tot sluiting van een woning of lokaal. De indicatorenlijst heeft een alternatief en geen cumulatief karakter. Voor toepassing van de maatregel moet uiteraard altijd eerst gekeken worden of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid.

 

De volgende indicatoren kunnen gebruikt worden bij het nemen van een besluit op grond van deze beleidsregels:

  • a.

    De hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet (dit zal in ieder geval een grotere hoeveelheid moeten zijn dan een hoeveelheid die duidt op eigen gebruik). Er moet minimaal sprake zijn van een hoeveelheid die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel (hierbij wordt aangesloten bij de richtlijnen van de Procureurs Generaal). Indien sprake is van een dergelijke hoeveelheid kan op grond van de jurisprudentie aangenomen worden dat het gaat om handel en hoeft er geen sprake te zijn van daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking. Daarnaast kan er sprake zijn van andere signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men) (handels) geld, weegschaal, assimilatielampen e.d.);

  • b.

    De mate waarin de woning betrokken is bij de drugshandel in georganiseerd verband;

  • c.

    Er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten;

  • d.

    Er is sprake van één of meer (vuur)wapen(s)/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;

  • e.

    Er is een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n);

  • f.

    Er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet met name gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen);

  • g.

    Er is sprake van recidive;

  • h.

    Er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II Opiumwet;

  • i.

    De mate van gevaar voor de omgeving, mate van risico voor omwonenden;

  • j.

    De mate van overlast;

  • k.

    Aannemelijkheid dat de woning niet overeenkomstig de woonfunctie wordt gebruikt;

  • l.

    Aannemelijkheid dat behalve de woning of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt;

  • m.

    De aanwezigheid van voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen, waarvan aannemelijk is dat zij bestemd zijn tot het plegen van een strafbaar feit; of

  • n.

    Overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband.

Handhavingsmatrixen

In de navolgende handhavingsmatrixen wordt schematisch weergegeven hoe de burgemeester optreedt in de verschillende situaties:

 

Hard- dan wel softdrugs in een handelshoeveelheid in een al dan niet voor het publiek toegankelijk lokaal (niet zijnde een woning):

 

Feit / actie door

Politie

Openbaar Ministerie

Gemeente

1e overtreding

1. Constatering overtreding

2. Opmaken PV

3. Melding aan burgemeester + verstrekken van schriftelijke informatie (zoals het toesturen van een bestuurlijke rapportage, mutatierapport of algemeen informatierapport)

Vervolging.

Sluiting voor een periode van maximaal 6 maanden.

2e overtreding binnen 5 jaar

1. Constatering overtreding

2. Opmaken PV

3. Melding aan burgemeester + verstrekken van schriftelijke informatie (zoals het toesturen van een bestuurlijke rapportage, mutatierapport of algemeen informatierapport)

Vervolging.

Sluiting voor een periode van maximaal 12 maanden.

3e overtreding binnen 5 jaar

1. Constatering overtreding

2. Opmaken PV

3. Melding aan burgemeester + verstrekken van schriftelijke informatie (zoals het toesturen van een bestuurlijke rapportage, mutatierapport of algemeen informatierapport)

Vervolging.

Sluiting voor onbepaalde tijd.

 

Hard- dan wel softdrugs in een handelshoeveelheid in een woning:

 

Feit / actie door

Politie

Openbaar Ministerie

Gemeente

1e overtreding

1. Constatering overtreding

2. Opmaken PV

3. Melding aan burgemeester + verstrekken van schriftelijke informatie (zoals het toesturen van een bestuurlijke rapportage, mutatierapport of algemeen informatierapport)

Vervolging.

Schriftelijke waarschuwing indien de aangetroffen hoeveelheid softdrugs minder is dan 0,5 kilogram of de aangetroffen hoeveelheid harddrugs minder is dan 20 gram.

Indien een grotere hoeveelheid wordt aangetroffen: sluiting voor een periode van maximaal 3 maanden.

2e overtreding binnen 5 jaar

1. Constatering overtreding

2. Opmaken PV

3. Melding aan burgemeester + verstrekken van schriftelijke informatie (zoals het toesturen van een bestuurlijke rapportage, mutatierapport of algemeen informatierapport)

Vervolging.

Sluiting voor een periode van maximaal 3 maanden indien de eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing betrof. Indien bij de eerste overtreding een sluiting voor een periode van 3 maanden heeft plaatsgevonden: sluiting voor een periode van maximaal 6 maanden.

3e overtreding binnen 5 jaar

1. Constatering overtreding

2. Opmaken PV

3. Melding aan burgemeester + verstrekken van schriftelijke informatie (zoals het toesturen van een bestuurlijke rapportage, mutatierapport of algemeen informatierapport)

Vervolging.

Sluiting voor een periode van maximaal 12 maanden.

 

In het geval van (handel in) softdrugs en/of harddrugs in of vanuit een woning kan er indien er sprake is van ernstige gevallen afgezien worden van het sturen van een waarschuwing en direct overgegaan worden tot sluiting van de woning voor drie maanden. De belangrijkste feiten en omstandigheden die duiden op ernstige gevallen, staan hierboven in de indicatorenlijst vermeld.

 

Procedure sluiting woningen en lokalen

De Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op besluiten van de burgemeester tot het sluiten van woningen of lokalen op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Dit betekent dat voordat wordt besloten tot sluiting over te gaan, aan belanghebbenden de gelegenheid wordt geboden een zienswijze in te dienen op het voorgenomen besluit. Daartoe zal eerst een voornemen worden verzonden aan de belanghebbenden. Er zal doorgaans gekozen worden voor redelijk korte reactietermijnen. Artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht biedt de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen de zienswijzemogelijkheid achterwege te laten en onmiddellijk tot sluiting over te gaan. Het sluitingsbevel op grond van artikel 13b Opiumwet wordt op schrift gesteld en aangetekend verzonden. Tegen het definitieve besluit staat vervolgens bezwaar en/of beroep open.

 

Een besluit tot het sluiten van een woning, lokaal en/of daarbij behorend erf op grond van artikel 13b Opiumwet wordt op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) ingeschreven in het gemeentelijke beperkingenregister.

 

Bij de uitvoering van de sluiting kunnen naast een medewerker van de gemeente en politie ook derden, zoals een aannemer, het energiebedrijf of de GGDrU aanwezig zijn. Wanneer het een woning van de woningbouwcorporatie betreft zal deze ook betrokken worden. Het pand wordt ontruimd, zo nodig ontsmet, de nutsvoorzieningen worden afgesloten en de deuren en ramen worden zo nodig dichtgetimmerd en verzegeld. Op de deur wordt een sluitingsbevel aangebracht.

 

Gevolgen sluiting

In artikel 2:41 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening De Bilt is bepaald dat het verboden is om een woning of lokaal dat door de burgemeester is gesloten, te betreden. De burgemeester kan een ontheffing verlenen van dit verbod en personen toestaan om (tijdelijk) de gesloten woning of het gesloten lokaal te betreden. Het doorbreken van het zegel zonder ontheffing levert tevens een strafbaar feit op grond van artikel 199 Wetboek van Strafrecht.

 

Verplichte keuring ontmantelde hennepkwekerijen

Woningeigenaren van ontmantelde hennepkwekerijen worden, op grond van artikel 3 van de Woningwet, verplicht een keuring van de binnenhuisinstallaties (elektra/gas) uit te laten voeren door een erkende installateur om de risico’s voor toekomstige bewoners, maar ook omwonenden te verminderen.

 

Nadere belangenafweging en afwijkingsbevoegdheid

Erkend wordt dat de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet ingrijpende (financiële) gevolgen heeft voor zowel de gebruikers/huurders als de eigenaren van woningen en/of lokalen. Er is echter door de gebruikers/huurders en mogelijk tevens door de eigenaren van de woningen of lokalen ook (direct dan wel indirect) financieel voordeel behaald uit de handel in drugs. De oplopende zwaarte van de maatregelen wordt volgens de burgemeester gerechtvaardigd doordat handel in drugs verboden is bij wet en beleid dat gemeentebreed bekend is gemaakt. In bijzondere omstandigheden kan de burgemeester afwijken van deze beleidsregels. Afhankelijk van de omstandigheden en/of bij schrijnende gevallen kan bijvoorbeeld worden gekozen voor een langere of kortere sluitingsduur. Bij de beoordeling van de vraag welke alternatieve sluitingsduur in een betreffend geval passend is, zal bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de bekendheid van een woning of lokaal als drugsadres en/of drugshandel al langere tijd plaatsvindt. Daarnaast wordt de noodzaak om de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of herhaling van een ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen alsmede een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen meegewogen in de besluitvorming. Ook relevant is of er sprake is van een gezinssituatie met minderjarige kinderen. Bij een sluitingsmaatregel kan dit tevens aanleiding zijn een langere begunstigingstermijn te geven om vervangende woonruimte te zoeken. Het kan ook zijn dat er geen sprake is van verwijtbaarheid of dat de eigenaar/verhuurder een proactieve betrokkenheid toont richting politie, gemeente of andere instanties bij het aanbrengen van situaties of adressen. Ook in die gevallen kan de burgemeester ervoor kiezen geen of een andere sanctie op te leggen. Een besluit waarbij van deze beleidsregels wordt afgeweken wordt aanvullend gemotiveerd.

 

Kosten bestuursdwang

Volgens artikel 5:25 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder. Dit betekent dus dat de kosten die verband houden met de sluiting worden verhaald op de betrokkene(n). Denk hierbij aan de kosten voor het vervangen van sloten, verzegeling, ontruiming, ontsmetting en de ambtelijke uren voor uitvoering van de sluiting. In beginsel wordt de gebruiker van het pand voor deze kosten aangeschreven. Als daar aanleiding voor is, kan hiervan worden afgeweken en bijvoorbeeld de eigenaar van het pand worden aangeschreven.

 

Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente De Bilt 2020’.

 

Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

 

Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente De Bilt op 25 augustus 2020.

De burgemeester van de gemeente De Bilt,

mr. S.C.C.M.Potters