Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Simpelveld

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld houdende regels omtrent social return arbeidsmarkt (Beleidsregels social return Zuid-Limburg 2020)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSimpelveld
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld houdende regels omtrent social return arbeidsmarkt (Beleidsregels social return Zuid-Limburg 2020)
CiteertitelBeleidsregels social return Zuid-Limburg 2020
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-07-2020nieuwe regeling

12-05-2020

gmb-2020-154372

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld houdende regels omtrent social return arbeidsmarkt (Beleidsregels social return Zuid-Limburg 2020)

Artikel 1 Drempel opdrachtwaarde

Social return wordt toegepast op alle aanbestedingen van werken, diensten en leveringen van de gemeenten in de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg met een (verwachte) opdrachtwaarde van minimaal € 100.000,- en waarbij de toepassing van social return proportioneel is.

Artikel 2 Percentage opdrachtwaarde

  • 1.

    Wanneer social return wordt toegepast dient 5% van de opdrachtwaarde te worden omgezet in werkgelegenheid voor de doelgroep van social return.

  • 2.

    Betreft het kapitaalintensieve projecten dan wel diensten dan geldt 2% van de opdrachtwaarde. Van een kapitaalintensief project is sprake wanneer de verhouding materiaal/arbeid minimaal 70/30 bedraagt.

Artikel 3 Doelgroep

Tot de doelgroep van social return behoren:

  • 1.

    Uitkeringsgerechtigden in het kader van de

    • a.

      Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en Wet Inkomens-voorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Ioaz;

    • b.

      Werkloosheidswet;

    • c.

      Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)/ Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO);

    • d.

      Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong);

    • e.

      Algemene Nabestaandenwet (ANW);

    • f.

      Dan wel rechtsopvolgers van deze regelingen.

  • 2.

    Personen die gebruik maken van voorzieningen/instrumenten van één van bovengenoemde regelingen en daardoor geen uitkering meer ontvangen (waaronder personen werkzaam op een gesubsidieerde arbeidsplaats).

  • 3.

    Niet uitkeringsgerechtigden zoals bedoeld in de Participatiewet;

  • 4.

    Met werkloosheid bedreigde inwoners;

  • 5.

    Personen behorende tot de doelgroep Wet sociale Werkvoorziening (Wsw-ers);

  • 6.

    Kandidaten doelgroepregister;

  • 7.

    BOL/BBL-leerlingen (voor maximaal 50% van de opdrachtwaarde).

Artikel 4 Duur meetellen

  • 1.

    Als startdatum voor het meetellen van een contract geldt de datum van definitieve gunning.

  • 2.

    Mensen met een vastgestelde arbeidsbeperking, die worden geplaatst via social return mogen gedurende minimaal twee jaar, met een uitloop zolang de indicatie duurt, worden meegeteld.

  • 3.

    Mensen die geen vastgestelde arbeidsbeperking hebben, die worden geplaatst via social return, mogen gedurende maximaal twee jaar worden meegeteld.

  • 4.

    Leerlingen die BOL/BBL-traject volgen, mogen vanaf de datum van definitieve gunning gedurende de gehele opleiding worden meegeteld.

Artikel 5 Controle en monitoring

  • 1.

    Binnen 7 dagen na definitieve gunning moet de opdrachtnemer contact opnemen met de opdracht gevende organisatie zoals opgenomen in de bestektekst.

  • 2.

    De invulling wordt schriftelijk vastgelegd in prestatieafspraken.

  • 3.

    Verantwoording vindt plaats door de opdrachtnemer zoals vastgelegd in de prestatieafspraken.

  • 4.

    De opdrachtnemer blijft te allen tijde eindverantwoordelijk voor het nakomen van zijn social return verplichtingen, zoals het werven, selecteren, opleiden, plaatsen en begeleiden van de doelgroep. Dit geldt ook wanneer opdrachtnemer de social return verplichting (deels) overdraagt aan derden.

Artikel 6 Niet voldoen verplichting

  • 1.

    Wanneer een opdrachtnemer niet (volledig) voldoet aan de verplichting in het kader van social return, dan is sprake van wanprestatie in de nakoming van de overeenkomst en wordt het niet ingevulde social return-bedrag verrekend.

  • 2.

    Het niet ingevulde social return-bedrag genoemd in lid 1 wordt geïnd via de laatste betalingen aan de opdrachtnemer.

Artikel 7 Tekst in het bestek

De gemeenten in de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg hanteren dezelfde bestektekst.

Artikel 8 Hardheidsclausule en zaken waarin de beleidsregels niet voorzien

  • 1.

    Het college heeft de mogelijkheid om van dit beleid af te wijken als de toepassing tot een onvoorzien en onredelijk benadelend gevolg zou leiden voor de betreffende burger of ondernemer.

  • 2.

    In alle gevallen waarin deze beleidsregels en de daarop gebaseerde nadere regelgeving niet voorziet, beslist het college.

Artikel 9 Citeertitel en ingangsdatum

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als: Beleidsregels social return Zuid-Limburg 2020.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden per 1 juli 2020 in werking.

de gemeentesecretaris,

mr. M. Liu

de burgemeester,

mr. R. de Boer

Toelichting beleidsregels

Social return Arbeidsmarktregio Zuid-Limburg 2020

 

Algemeen

De gemeenten in Zuid-Limburg zijn reeds geruime tijd bezig met het inzetten van social return. Social return is een instrument waarbij de inkoopkracht van de gemeenten wordt ingezet om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (inclusief met werkloosheid bedreigden) kansen te bieden op die arbeidsmarkt. Daarbij wordt bij aanbestedingen een bestektekst opgenomen waardoor een percentage van het aanbestedingsbedrag beschikbaar komt om deze mensen toe te leiden naar de arbeidsmarkt.

 

Dit beleid is de afgelopen jaren doorontwikkeld en nu is het moment om tot uniformering in de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg te komen. De markt vraagt hier ook om en deze beleidsregels zien op deze uniformering. Social return is op deze wijze een mooie kans voor mensen die willen werken, maar die dat nog niet lukt. Zij kunnen via social return werkritme en Sociale en vakvaardigheden opdoen om de stap naar regulier werk te maken. Werk is immers de beste vorm van participatie en voorkomt vaak veel problemen.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1 Drempelwaarde opdracht

Social return wordt toegepast op alle aanbestedingen van werken, diensten en leveringen van de gemeenten in de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg. Hierbij is een drempelwaarde van € 100.000,00 ingebouwd. Dit houdt in dat alleen bij aanbestedingen die dit bedrag te boven gaan de bestektekst wordt opgenomen in de aanbesteding. Een gemeente kan zelf afwegen of zij ook al bij een bedrag van € 50.000,00 de bestektekst opneemt. Dit zal veelal ook afhangen van de soort aanbesteding en het werk dat daarmee is gemoeid.

Per aanbesteding vindt beoordeling van de proportionaliteit plaats. Deze toets is ingebouwd vanwege een aantal cases waarin door de Commissie van Aanbestedingsexperts is geoordeeld dat het opleggen van de social return-verplichting disproportioneel was. De omvang van de verplichting stond in die situaties niet in verhouding tot het soort werk dat uitgevoerd kon worden door de doelgroep. Aanvankelijk is gedacht om de drempel naar € 250.000 te verhogen, maar dat is niet wenselijk, aangezien dan aanbestedingen met een lagere waarde en een hoge SR-factor (veel werk voor de doelgroep) worden gemist.

Voor raamovereenkomsten wordt de opdrachtwaarde jaarlijks achteraf bepaald.

 

Artikel 2 Percentage opdrachtwaarde

Wanneer social return wordt toegepast dan dient 5% van de opdrachtwaarde te worden omgezet in werkgelegenheid voor de doelgroep van social return. Betreft het een kapitaalintensief projecten dan wel diensten dan geldt 2% van de opdrachtwaarde. Van een kapitaalintensief project is sprake wanneer de verhouding materiaal/arbeid minimaal 70/30 bedraagt.

 

Mocht in overleg blijken dat het onmogelijk is om te voldoen aan de eis van social return, kan er in uitzonderlijke gevallen worden besloten om een ander percentage toe te passen. Denk daarbij aan sectoren waarbij een krimp is en ontslagen voor de deur staan. Ook kan gekozen worden voor een alternatieve invulling van de social return, zoals het verzorgen van opleiding/trainingen aan en begeleiding van (potentiële) werknemers. De verplichting mag breder binnen de bedrijfsvoering van opdrachtnemer worden ingevuld dan alleen op onderliggende opdracht en kan ook (deels) overdraagbaar zijn aan onderaannemers, onder voorwaarde dat het past binnen art. 2.80 Aanbestedingswet. Dit betekent dat de invulling verband moet houden met de opdracht.

 

Artikel 3 Doelgroep

De doelgroep die in aanmerking komt om te profiteren van social return is heel breed. Deze kan niet worden ingeperkt tot bijvoorbeeld uitkeringsgerechtigden in het kader van de Participatiewet, aangezien dit discriminatie is. Het gaat er om dat mensen kunnen profiteren van de inkoopkracht van gemeenten en hierdoor kansen krijgen om aan het werk te komen of aan het werk te blijven. De doelgroep bestaat dan ook uit:

  • 1.

    Uitkeringsgerechtigden in het kader van de

    • a.

      Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Ioaz;

    • b.

      Werkloosheidswet;

    • c.

      Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)/ Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO);

    • d.

      Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong);

    • e.

      Algemene Nabestaandenwet (ANW);

    • f.

      Dan wel rechtsopvolgers van deze regelingen.

  • 2.

    Personen die gebruik maken van voorzieningen/instrumenten van één Van bovengenoemde regelingen en daardoor geen uitkering meer ontvangen (waaronder personen werkzaam op een gesubsidieerde arbeidsplaats).

  • 3.

    Niet uitkeringsgerechtigden zoals bedoeld in de Participatiewet;

  • 4.

    Met werkloosheid bedreigde inwoners;

  • 5.

    Personen behorende tot de doelgroep Wet sociale Werkvoorziening (Wsw-ers);

  • 6.

    Kandidaten doelgroepregister;

  • 7.

    BOL/BBL-leerlingen (voor maximaal 50% van de opdrachtwaarde).

Artikel 4 Duur meetellen

  • 1.

    We willen voorkomen dat er naar aanleiding van de SR-verplichting een ‘banencarroussel’ ontstaat. Daarom hoeven de contracten geen nieuwe contracten te zijn. Wel geldt als startdatum voor het meetellen van een contract, de datum van definitieve gunning. De duur van het meetellen is afhankelijk van de doelgroep. Deze is beschreven in artikel 4 lid 2, 3 en 4.

  • 2.

    Mensen met een vastgestelde arbeidsbeperking (de WAO, WIA, Wajong, ANW en WSW-doelgroep), die worden geplaatst via social return mogen gedurende minimaal twee jaar, met een uitloop zolang de indicatie duurt, worden meegeteld gedurende de hele opdracht.

  • 3.

    Mensen die geen vastgestelde arbeidsbeperking hebben (Pw, Ioaw, Ioaz en WW-doelgroep), die worden geplaatst via social return, mogen gedurende maximaal twee jaar worden meegeteld. Wanneer de Wet werk en zekerheid (dan wel haar rechtsopvolgers) het mogelijk maakt om mensen gedurende langere tijd een lexcontract aan te bieden, dan geldt deze langere termijn ook voor het meetellen bij social return.

  • 4.

    Leerlingen die BOL/BBL-traject volgen, mogen gedurende de gehele opleiding worden meegeteld.

 

 

Artikel 5 Controle en monitoring

Om deze regeling uit te kunnen voeren, is het van belang dat een coördinator SR hier mee aan de slag gaat. Inkopers en projectleiders moeten hun weg weten te vinden naar de coördinator SR. Op deze wijze wordt meteen bij aanvang van de aanbesteding gezorgd dat de mogelijkheid voor SR onder de aandacht komt. De coördinator beoordeelt of SR moet worden toegepast en welk percentage wordt opgenomen. Na definitieve gunning ontvangt de coördinator de brief van de gunning, met daarin het bedrag van de aanbesteding vermeld. De opdrachtnemer dient binnen zeven dagen contact op te nemen met de coördinator. In de eerste vergadering wordt met de opdrachtnemer aandacht besteed aan de invulling van social return.

De coördinator zorgt verder voor de afspraken. Onderdeel van deze afspraken zijn zaken zoals voor welk bedrag wordt ingezet, welke doelgroepen ingezet zullen worden en op welke wijze wordt gemonitord.

Deelnemers worden aangemeld bij de coördinator. Deze beoordeelt of de mensen, diensten of andere manieren van invulling van social return voldoen aan de uitgangspunten. Er worden gemeenschappelijke overzichten gebruikt. Deze voldoen aan de AVG en kunnen worden ingezet bij alle bedrijven. Afhankelijk van de duur van de opdracht wordt afgesproken met welke frequentie gerapporteerd wordt. Dit varieert in termijnen van tweewekelijks tot halfjaarlijks.

Op de lijsten wordt een aantal gegevens minimaal gemeld, te weten:

  • -

    naam,

  • -

    geboortedatum,

  • -

    woonplaats,

  • -

    doelgroep,

  • -

    datum inzet,

  • -

    loonkosten,

  • -

    bedrag i.v.m. andere invulling.

De opdrachtnemer blijft altijd verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichting in het kader van social return. Ook als hij/zij de verplichting (deels) doorlegt naar derden zoals bijvoorbeeld onderaannemers.

Bij aanbestedingen die zich over meerdere jaren uitstrekken, wordt minimaal een keer per jaar een gesprek gepland. Hierin wordt besproken welk resultaat is behaald in de achterliggende periode en wat de inzet wordt voor de komende periode. Van alle bijeenkomsten wordt schriftelijk verslag gedaan door de coördinator. Deze verslaglegging (die vorm van verslagen of brieven kan hebben) wordt in ieder geval beschikbaar gesteld aan de opdrachtnemer en de interne projectverantwoordelijke.

Tijdens de voortgangsgesprekken kan ervoor worden gekozen om in overleg met de coördinator voor een alternatieve invulling te kiezen. De alternatieve invulling dient meetbaar te zijn en te worden ingediend bij de coördinator zodat dit controleerbaar is.

 

 

Artikel 6 Niet voldoen verplichting

De naleving van de verplichting wordt gedurende de looptijd gemonitord. Als de opdrachtnemer daaraan niet voldoet is er sprake van wanprestatie en wordt hij/zij in gebreke gesteld. Als na ingebrekestelling de verplichting niet wordt nagekomen volgt verrekening van het niet ingevulde social return-bedrag. Het te verrekenen bedrag wordt geïnd via de laatste betalingen aan de opdrachtnemer van de projectleider (bij werken) of de opdrachtgever (bij diensten en leveringen). De opdrachtnemer wordt dan voor dat deel niet betaald.

 

 

Artikel 7 Tekst in het bestek

In de standaard bestektekst die door gemeenten in de arbeidsmarktregio wordt gehanteerd, is de social return-verplichting nader uitgewerkt.