<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6412_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening vertrouwenscommissie De Bilt 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Biltbuis 14-06-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening vertrouwenscommissie De Bilt 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 61</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-06-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-06-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-03-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>vervallen van rechtswege</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv19-05-2006</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervalt op de dag waarop een nieuwe burgemeester is benoemd. De geheimhoudingsplicht blijft van kracht na ontbinding van de commissie.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening vertrouwenscommissie De Bilt 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Bilt; </al><al>gelezen het voorstel van de voorzitter van de raad;</al><al>overwegende dat: - de raad uit zijn midden een vertrouwenscommissie dient in
                        te stellen, belast met de beoordeling van de kandidaten voor een
                        burgemeestervacature;</al><al>-de raad hiertoe een verordening op de vertrouwenscommissie vaststelt;</al><al>gelet op artikel 61 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de Verordening vertrouwenscommissie De Bilt
                        2006</al><al><vet>VERORDENING VERTROUWENSCOMMISSIE DE BILT 2006</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de commissie: de vertrouwenscommissie;</al></li><li nr="b."><al>de Commissaris: de Commissaris van de Koningin in de provincie
                                Utrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie heeft tot taak een door de Commissaris aan te reiken
                                selectie van kandidaten voor het ambt van burgemeester te beoordelen
                                en over haar bevindingen vertrouwelijk schriftelijk verslag uit te
                                brengen aan de raad en de Commissaris.</al></li><li nr="2."><al>Indien de commissie besluit een door de Commissaris geselecteerde
                                kandidaat niet te ontvangen, worden de Commissaris en de kandidaat
                                door haar schriftelijk van de beslissing op de hoogte gesteld.</al></li><li nr="3."><al>De commissie kan ook andere kandidaten beoordelen dan die door de
                                Commissaris zijn geselecteerd en dient daarover haar bevindingen in
                                het in lid 1 bedoelde verslag op te nemen. Zij doet hiervan
                                onverwijld mededeling aan de Commissaris.</al></li><li nr="4."><al>De commissie verschaft zich door tussenkomst van de Commissaris de
                                door haar nodig geachte informatie over kandidaten.</al></li><li nr="5."><al>Bij de beoordeling van de kandidaten laten de leden van de commissie
                                zich leiden door de profielschets, zoals deze is vastgesteld door de
                                gemeenteraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie brengt haar in artikel 2 bedoelde bevindingen uit op
                                basis van de namen en eventuele verdere gegevens die de Commissaris
                                haar verstrekt en op basis van mondelinge en schriftelijke
                                informatie die de door haar ontvangen kandidaten geven, zulks na
                                weging van een en ander.</al></li><li nr="2."><al>De commissie doet het in artikel 2 bedoelde verslag vergezeld gaan
                                van een conceptaanbeveling van tenminste twee kandidaten, in
                                voorkeursvolgorde, die naar haar oordeel voor de benoeming in
                                aanmerking komen. De commissie vermeldt daarbij ten aanzien van
                                iedere kandidaat de motieven die tot haar oordeel hebben
                                geleid.</al></li><li nr="3."><al>De beraadslagingen in de raad over de bevindingen van de
                                vertrouwenscommissie vinden plaats met gesloten deuren. Ten aanzien
                                van de beraadslagingen en de stukken die aan de raad en de
                                Commissaris worden gezonden geldt een geheimhoudingsplicht.</al></li><li nr="4."><al>Bij het opstellen van de aanbeveling betrekt de raad de bevindingen
                                van de vertrouwenscommissie. Het op schrift gestelde oordeel van de
                                vertrouwenscommissie voegt hij bij zijn aanbeveling.</al></li><li nr="5."><al>De raad stelt, voordat de aanbeveling openbaar wordt elke op de
                                aanbeveling geplaatste kandidaat op de hoogte van het feit dat hij
                                of zij op de aanbeveling staat die aan de minister wordt
                                gezonden.</al></li><li nr="6."><al>Het besluit tot vaststelling van de aanbeveling is openbaar, met
                                dien verstande dat de openbaarheid uitsluitend de als eerste
                                aanbevolen persoon betreft.</al></li><li nr="7."><al>De aanbeveling van de raad wordt direct na vaststelling aan de
                                minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezonden.
                                Afschrift van de aanbeveling wordt gezonden aan de Commissaris.</al></li><li nr="8."><al>De niet op de openbare aanbeveling voorkomende kandidaten worden
                                kort na de vaststelling van de aanbeveling schriftelijk
                                geïnformeerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.</titel></kop><al>De commissie kan de Commissaris verzoeken in de gelegenheid te worden
                        gesteld de op schrift gestelde opvattingen mondeling toe te lichten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie wordt benoemd door en uit de raad en bestaat uit één
                                vertegenwoordiger(ster) uit en aangewezen door iedere fractie uit de
                                raad die aan de selectie wil deelnemen.</al></li><li nr="2."><al>Iedere fractie kan tevens een plaatsvervangend lid voordragen, dat
                                bij ontsteltenis van het lid zijn / haar plaats kan overnemen.</al></li><li nr="3."><al>De vervanging als bedoeld in het tweede lid is mogelijk tot het
                                moment dat de commissie de namen van de kandidaten heeft
                                ontvangen.</al></li><li nr="4."><al>De plaatsvervangend raadsvoorzitter is technisch voorzitter (zonder
                                stemrecht) van de commissie.</al></li><li nr="5."><al>Als secretaris van de commissie fungeert de raadsgriffier. De
                                raadsgriffier verleent ambtelijke bijstand en is adviseur.</al></li><li nr="4."><al>De raadsgriffier kan zich laten bijstaan en vervangen door een door
                                hem aan te wijzen medewerker.</al></li><li nr="6."><al>Als adviseurs van de commissie worden aangewezen de
                                gemeentesecretaris en een door en uit het college van B&amp;W voor
                                te dragen vertegenwoordiger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gesprekken met en de oordeelsvorming over de kandidaten zullen
                                uitsluitend plaatsvinden in aanwezigheid van en door degenen als
                                genoemd in artikel 5.</al></li><li nr="2."><al>De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste
                                twee leden dit noodzakelijk achten.</al></li><li nr="3."><al>Van elke vergadering wordt door of vanwege de voorzitter tenminste 4
                                dagen van tevoren aankondiging gedaan aan de leden van de
                                commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie vergadert niet, indien niet tenminste de helft van de
                                leden aanwezig is en vergadert tevens niet, indien de aanwezige
                                leden niet via hun fracties de meerderheid van de raad
                                vertegenwoordigen.</al></li><li nr="2."><al>Voor de bepaling van de stemuitslag geldt dat ieder lid evenveel
                                stemmen uitbrengt als de fractie, die dit lid vertegenwoordigt,
                                leden telt in de raad.</al></li><li nr="3."><al>De opvattingen bedoeld in artikel 2 worden bij meerderheid van
                                stemmen vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in het schriftelijke
                                verslag aan de raad en de Commissaris opgenomen.</al></li><li nr="5."><al>Bij staking van de stemmen over de uit te brengen opvattingen wordt
                                het nemen van een besluit uitgesteld tot de volgende vergadering. Is
                                uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken die stemmen ook in
                                de volgende vergadering, dan worden geen bevindingen van de
                                commissie, maar verschillende meningen binnen de commissie in het in
                                artikel 2 bedoelde verslag vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar
                                buiten.</al></li><li nr="2."><al>Alle stukken bestemd voor de commissie worden gericht aan de
                                voorzitter en gezonden aan het privé-adres van de raadsgriffier en
                                aldaar bewaard.</al></li><li nr="3."><al>Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de voorzitter
                                en de raadsgriffier ondertekend en vanaf het privé-adres van de
                                raadsgriffier verzonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raadsgriffier nodigt in overleg met de commissie de kandidaten
                                uit voor de gesprekken met de commissie.</al></li><li nr="2."><al>De plaats en het tijdstip voor een gesprek worden zodanig gekozen,
                                dat voorkomen wordt dat kandidaten hierdoor bekend worden of tijdens
                                een bezoek aan de commissie met elkaar in contact komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op hetgeen direct of indirect aan de leden van de commissie omtrent
                                de kandidaten wordt toevertrouwd, rust een volstrekte
                                geheimhoudingsplicht.</al></li><li nr="2."><al>Deze geheimhoudingsplicht geldt voor de in artikel 5 genoemde
                                personen, alsook voor anderen die bij de werkzaamheden van de
                                vertrouwenscommissie zijn betrokken.</al></li><li nr="3."><al>Deze geheimhoudingsplicht blijft ook van kracht na ontbinding van de
                                commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de
                                dertigste dag, volgend op die, waarop aan het gemeentebestuur is
                                bekend gemaakt, dat in de vacature is voorzien.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter en de raadsgriffier dragen er zorg voor, dat, op het
                                eerste lid bedoelde tijdstip, alle archiefbescheiden, die de
                                commissie zelf heeft opgemaakt, op last van burgemeester en
                                wethouders onverwijld in verzegelde enveloppen en gerubriceerd als
                                “geheim” worden overgebracht naar de krachtens de Archiefwet door de
                                raad aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens zorg
                                voor dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de navolgende
                                leden van dit artikel.</al></li><li nr="3."><al>Van de in het tweede lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring
                                van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit
                                1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met
                                toepassing van artikel 15, eerste lid, sub a. en c. van de
                                Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende
                                voor en periode van 75 jaar.</al></li><li nr="4."><al>De originele bescheiden die de commissie heeft ontvangen van de
                                Commissaris of van de kandidaten worden onmiddellijk aan deze
                                teruggezonden.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter en de raadsgriffier van de commissie dragen er
                                eveneens zorg voor dat alle kopieën van de bescheiden als bedoeld in
                                lid 2 alsdan onverwijld worden vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12.</titel></kop><al>In alle gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist de
                        commissie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                haar vaststelling.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening vervalt op de dag waarop de nieuwe burgemeester is
                                benoemd behoudens het gestelde in artikel 10 lid 3.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juni 2006,</ondertekening><ondertekening>de gemeenteraad van De Bilt,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>mr. drs. J.L. van Berkel</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. A. Tchernoff</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>