<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6410_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Biltbuis 16-05-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-10-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-10-19</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv28-09-2006</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening komt het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raadscommissies van De Bilt van 25 maart 2002 te vervallen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente De Bilt; </vet></al><al>Gelezen het voorstel van de commissie bestuurlijke vernieuwing van 28
                        september 2006;</al><al>gelet op artikelen 82 en 149 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid of buitengewoon lid van een raadscommissie; </al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger; </al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger; </al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger; </al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2 Instelling raadscommissies</al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in: </al><lijst><li nr="a."><al>Commissie Burger en Bestuur; </al></li><li nr="b."><al>Commissie Openbare Ruimte; </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De raadscommissie Burger en Bestuur adviseert en overlegt over
                                    de volgende beleidsterreinen: </al><al>sociale zaken, sociale vernieuwing, gezondheidszorg, cultuur,
                                    sport en recreatie, emancipatie, kinderopvang, vrijwilligers- en
                                    jongerenwerk, maatschappelijke dienst- en hulpverlening,
                                    bibliotheek en onderwijs, openbare orde en veiligheid, politie,
                                    brandweer, burgerzaken, algemene zaken, communicatie en
                                    bestuursinformatie, juridische zaken, financiën en personeel,
                                    rekenkamer, organisatie en informatie, wijk- en dorpsgericht
                                    werken, wijk- en integrale veiligheid, internationale
                                    samenwerking, bestuurlijke vernieuwing, automatisering</al></li><li nr="3."><al>De raadscommissie Openbare Ruimte adviseert en overlegt over de
                                    volgende beleidsterreinen: </al><al>ruimtelijke ordening, wonen, groen, water, agrarische zaken en
                                    grondzaken, regiozaken. </al></li><li nr="4."><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                    onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij
                                    de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg
                                    beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de
                                    raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het
                                    onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. </al></li><li nr="5."><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                    belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                    onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter. </al></li></lijst><al>Artikel 3 Taken Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde
                                    of vierde lid, genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                    ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde
                                    onderwerpen.</al></li></lijst><al>Artikel 4 Samenstelling </al><lijst><li nr="1."><al>Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal twee
                                    leden per fractie naar evenredigheid van het aantal zetels in de
                                    raad, waarvan per onderwerp slechts één fractielid het woord mag
                                    voeren. </al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op
                                    voordracht van de fracties benoemd. </al></li><li nr="3."><al>Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen
                                    10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                    toepassing op een lid van een raadscommissie. De in het eerste
                                    lid genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste
                                    verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst
                                    van een fractie. </al></li><li nr="4."><al>De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere
                                    raadscommissie tenminste een plaatsvervangend lid per fractie,
                                    die zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of
                                    ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het
                                    plaatsvervangend lid voldoet aan de in het vierde lid, genoemde
                                    vereisten. </al></li></lijst><al>Artikel 5 Voorzitter</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit
                                    zijn midden benoemd. </al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering; </al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde; </al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening; </al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. </al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</al><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                    plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                    zittingsperiode van de raad. </al></li><li nr="2."><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                    raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                    vierde lid, gestelde eisen. </al></li><li nr="3."><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                    voordracht het lid is benoemd. </al></li><li nr="4."><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
                                </al></li><li nr="5."><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen
                                    tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling
                                    aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke
                                    mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
                                </al></li><li nr="6."><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist
                                    de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met
                                    inachtneming van artikel 4 en 5. </al></li><li nr="7."><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                    voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de
                                    raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van
                                    die fractie is benoemd, van rechtswege. </al></li></lijst><al>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</al><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een
                                    medewerker van de griffie als commissiegriffier. </al></li><li nr="2."><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. </al></li><li nr="3."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door
                                    daartoe door de griffier aangewezen medewerker van de griffie.
                                </al></li><li nr="4."><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 8 <vet>Aanwezigheid college, burgemeester en
                            secretaris</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de
                                    secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan
                                    de beraadslagingen deel te nemen. </al></li><li nr="2."><al>Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering
                                    aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet
                                    hij hiertoe een verzoek aan de voorzitter. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige
                                    beslissing op het verzoek. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 9 Vergaderfrequentie</al><lijst><li nr="1."><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies
                                        Burger en Bestuur en Openbare Ruimte plaats op de tweede
                                        donderdag van de maand. </al></li><li nr="2."><al>De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 20:00
                                        uur en vinden plaats in het gemeentehuis.</al></li><li nr="3."><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                        nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties
                                        schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                        aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.
                                        Hij voert hierover overleg met de griffier. </al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Oproep</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt zo mogelijk veertien dagen maar ten
                                        minste zeven dagen voor een vergadering de leden een
                                        schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het
                                        tijdstip en de plaats van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                        uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van
                                        de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met
                                        de schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld
                                        in artikel 11, eerste lid, worden deze agenda en de daarop
                                        vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk,
                                        doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de
                                        leden gezonden.</al></li></lijst><al>Artikel 11 De agenda </al><lijst><li nr="1."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden
                                        van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de
                                        aanvang van een vergadering een aanvullende agenda
                                        opstellen.</al></li><li nr="2."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de
                                        agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                        raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen
                                        aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. </al></li><li nr="3."><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel
                                        onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij
                                        aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of
                                        advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke
                                        vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd
                                        wordt. </al></li><li nr="4."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                        raadscommissie de volgorde van behandeling van de
                                        agendapunten wijzigen. </al></li></lijst><al>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</al><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het
                                        gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van
                                        de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd,
                                        wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk
                                        in een openbare kennisgeving. </al></li><li nr="2."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet
                                        buiten het gemeentehuis gebracht. </al></li><li nr="3."><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en
                                        tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
                                        blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder
                                        berusting van de griffier en verleent de griffier een lid
                                        inzage. </al></li></lijst><al>Artikel 13 Openbare kennisgeving</al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke
                                        oproep door aankondiging in de Biltse en Bilthovense Courant
                                        en de Vierklank en door plaatsing op de gemeentelijke
                                        website openbaar gemaakt . </al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt: </al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de
                                                voorlopige agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                                agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;
                                            </al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het
                                                spreekrecht als bedoeld in artikel 16.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende
                                        stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de
                                        gemeente geplaatst.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 16 Spreekrecht burgers</al><lijst><li nr="1."><al>Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige
                                        burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het
                                        woord voeren over geagendeerde onderwerpen. </al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over: </al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
                                            </al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                                van personen; </al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van
                                                de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                                ingediend. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                        zo spoedig mogelijk, maar ten minste 5 minuten voor de
                                        aanvang van de vergadering aan de griffier of de
                                        commissiegriffier en maakt daarbij gebruik van het
                                        aanmeldformulier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                        telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
                                        voeren. Indien de inspreker ter vergadering stukken wil
                                        indienen dan dient hij zelf voor voldoende exemplaren zorg
                                        te dragen of deze tenminste 24 uur voor de vergadering bij
                                        de griffie ter vermenigvuldiging aan te bieden. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                        voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                        belang is van de orde van de vergadering. </al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                        voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers
                                        als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens
                                        in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van
                                        de spreektijd. </al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                        heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                        commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                        verhelderende vraag te stellen. </al></li><li nr="7."><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de
                                        behandeling van de inbreng van de inspreker.</al></li></lijst><al>Artikel 17 Verslag</al><lijst><li nr="1."><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                        mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                        schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde
                                        moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                        toegezonden. </al></li><li nr="2."><al>Bij het begin van de vergadering wordt, het verslag van de
                                        vorige vergadering vastgesteld. </al></li><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders,
                                        hebben het recht, een voorstel tot wijziging van het verslag
                                        aan de raadscommissie te doen, indien het verslag
                                        onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeven hetgeen
                                        gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient
                                        voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                        commissiegriffier te worden ingediend. </al></li><li nr="4."><al>Het verslag moet inhouden: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders,
                                                de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden,
                                                allen voorzover aanwezig, alsmede van de overige
                                                personen die het woord gevoerd hebben; </al></li><li nr="b."><al>welke leden afwezig waren; </al></li><li nr="c."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                                geweest; </al></li><li nr="d."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                                vermelding van de namen der aanwezigen die het woord
                                                voerden; </al></li><li nr="e."><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder
                                                vermelding van de namen van de leden die mededeling
                                                hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met
                                                aantekening van de namen van de leden die zich niet
                                                uitgelaten hebben; </al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                                hoedanigheid van die personen aan wie het op grond
                                                van het bepaalde in artikel 23 door de
                                                raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                                beraadslagingen. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid
                                        van de griffier. </al></li></lijst><al>Artikel 18 Aantal spreektermijnen</al><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                        beslist. </al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
                                    </al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. </al></li><li nr="4."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde
                                        onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet
                                        meegerekend het spreken over een voorstel van orde. </al></li></lijst><al>Artikel 19 Spreektijd Een lid kan een voorstel doen over de
                                spreektijd van de leden.</al><al>Artikel 20 Voorstellen van orde</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                        mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                        toegelicht. </al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de
                                        vergadering betreffen. </al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                        terstond. </al></li></lijst><al>Artikel 21 Handhaving orde; schorsing</al><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                opvolgen van deze verordening te herinneren; </al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen
                                                dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
                                                betoog zal afronden. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
                                        zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
                                        interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
                                        hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                                        spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                        gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over
                                        het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                        heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                        sluiten. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid
                                        dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken
                                        belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
                                        ontzeggen. </al></li><li nr="5."><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming
                                        daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo
                                        nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van
                                        zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie
                                        maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. </al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties en
                                    buitengewone leden opgenomen. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 25 Algemeen </vet></al><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al><al><vet>Artikel 26 Verslag</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verslag van een besloten vergadering worden niet
                                    rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij
                                    de griffier. </al></li><li nr="2."><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt de raadscommissie een beslissing over het al
                                    dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde
                                    verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier
                                    ondertekend. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 27 Geheimhouding </vet></al><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al><al><vet>Artikel 28 Opheffing geheimhouding </vet></al><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 29 Toehoorders en pers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                    uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                    vergaderingen bijwonen. </al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de
                                    orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.
                                    Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering
                                    verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
                                    de vergadering ontzeggen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties </vet></al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al><al><vet>Artikel 31 Verbod gebruik mobiele telefoons </vet></al><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2006. </al><al>Op dat tijdstip vervalt Reglement van orde voor de vergaderingen en
                            andere werkzaamheden van de raadscommissies vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 25 maart 2002.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente De Bilt in zijn openbare
                        vergadering van 19 oktober 2006.</ondertekening><ondertekening>De gemeenteraad van gemeente De Bilt,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. drs. J.L. van Berkel mr. A. Tchernoff</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening op de raadscommissies</titel></kop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden.</al><al>Deze verordening heeft betrekking op de raadscommissies. </al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies
                    instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden
                    van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt. Deze verordening voorziet in de instelling van
                    raadscommissies, waarbij de taken bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van
                    de raadscommissies worden vastgelegd. </al><al>Het bestaande Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                    van de raadscommissies dateert van 2002. Na vier jaar ervaring met de duale
                    werkwijze van de raad was er behoefte aan een herziening van het Reglement van
                    orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad. </al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><al>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1 Begripsbepalingen Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende
                    begrippen in de verordening moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een
                    aantal begrippen eenmalig gedefinieerd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><al>Artikel 2 <vet>Instelling raadscommissies</vet></al><al>In geval van een gezamenlijke vergadering vervult de voorzitter van de commissie
                    die het onderwerp het meest aangaat, de rol van voorzitter. Het spreekt voor
                    zich dat dan ook de commissiegriffier van die commissie de functie van
                    commissiegriffier vervult.</al><tussenkop>Artikel 3 Taken</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. Voor wat betreft de invulling
                    van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden.
                    In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de
                    besluitvorming door de raad plaats.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het presidium.
                    Veelal zal het echter wel zo blijven dat een onderwerp eerst in een
                    raadscommissie wordt besproken.</al><tussenkop>Artikel 4 Samenstelling</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 4 voor dat
                    een raadscommissie bestaat uit ten minste een en maximaal 3 leden per fractie
                    naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad. De verhoudingen in de
                    raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te
                    komen met de verhoudingen in de raad. Om tot een evenwichtige verdeling te komen
                    is gekozen voor een minimum en een maximum aantal leden. Sommige gemeenten
                    kiezen voor een maximum van twee leden per fractie.</al><al>Zoals ook uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. Wel is er in deze modelbepaling vanuit gegaan dat de politieke
                    groeperingen (fracties) de in het eerste lid bedoelde leden voordragen.
                    Daarnaast moeten de in het eerste lid bedoelde leden op grond van deze bepaling
                    op de kandidatenlijst van een fractie hebben gestaan. Deze laatste eis hoeft
                    niet te worden gesteld, de beslissing hierover is aan de raad.</al><al>Op grond van het vierde lid moeten leden en buitengewone leden, evenals
                    raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15
                    van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn,
                    over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar
                    moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in
                    strijd mogen handelen met artikel 14.</al><al>Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in
                    staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt
                    het vijfde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan voordragen. Voor
                    de plaatsvervangende leden gelden dezelfde eisen als voor het lid van een
                    raadscommissie. De vervangingsregeling geldt uitsluitend voor de op basis van
                    het eerste lid benoemde leden.</al><tussenkop>Artikel 5 Voorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters en de
                    plaatsvervangend voorzitters van de raadscommissies door de raad te laten
                    benoemen. Bij deze mogelijkheid zou een voorzittersprofiel aan de uiteindelijke
                    keuze ten grondslag dienen te liggen.</al><al>Op basis van het tweede lid, zijn de voorzitter en de plaatsvervangend
                    voorzitter geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze
                    wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch)
                    voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van
                    de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn
                    fractie in de raadscommissie. Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend)
                    voorzitters, evenals de leden, van de raadscommissies in de eerste vergadering
                    van de raad in nieuwe samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode
                    van de voorzitters en de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad
                    eindigt (artikel 6, eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal
                    zijn om de voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen
                    om geen termijn in artikel 5, eerste lid, op te nemen. Hetzelfde geldt overigens
                    voor artikel 4, tweede lid.</al><tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de eventuele buitengewone leden, de voorzitters
                    en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden,
                    in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad
                    hoeft hen niet te ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een
                    raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de
                    in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op
                    voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                    voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende
                    lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. Er is in deze bepaling
                    niet voorzien in een ontslagregeling voor buitengewone leden, deze hebben in
                    principe 4 jaar zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                    vierde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of overlijden. Desgewenst kan de raad
                    er voor kiezen om hiervoor een vergelijkbare ontslagregeling als voor de
                    voorzitter op te nemen door aanvulling van het vierde lid. De (plaatsvervangend)
                    voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een
                    fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend) voorzitter niet
                    meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en zesde
                    lid voorzien in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij door ontslag het
                    zij door overlijden.</al><tussenkop>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. Dit is een
                    medewerker van de griffie. De vervanging van de commissiegriffiers wordt
                    overgelaten aan de griffier.</al><al>De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie
                    aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 23 van deze verordening altijd de
                    mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><al>Het kan gewenst zijn dat een lid van het college, de burgemeester of de
                    secretaris deelneemt aan de vergadering van de raadscommissie. De commissie kan
                    per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de
                    genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, dat
                    artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaard, is hiervoor de
                    grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet besloten vergaderingen.
                    In openbare vergaderingen kunnen collegeleden, de burgemeester en de secretaris
                    uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij
                    echter alleen als de raadscommissie hiermee instemt. In de regel zal de
                    portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van
                    overleg en het uitoefenen van controle door de raadscommissie.</al><al>Om te komen tot een praktische regeling is er in deze bepaling voor gekozen om
                    de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing omtrent de
                    aanwezigheid van de burgemeester of een wethouder en de deelname aan de
                    beraadslagingen te laten nemen. Als de raadscommissie het niet met deze
                    voorlopige beslissing van de voorzitter eens is, kan zij bij aanvang van de
                    vergadering anders beslissen. Een expliciete beslissing bij iedere vergadering
                    is niet nodig. Als de raadscommissie niet aangeeft dat de aanwezigheid van het
                    college niet gewenst is, volstaat de beslissing van de commissievoorzitter.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><al> De vergaderingen van de raadscommissies vinden plaats op een vaste dag en
                    plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad, te weten de tweede
                    donderdag van de maand in het gemeentehuis. Een raadscommissie vergadert vaker
                    als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties hierom
                    vragen. In plaats van twee fracties kan gekozen worden voor een bepaald deel van
                    de raadscommissie. Ook kan het presidium hierin een rol vervullen. Indien een
                    raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter gebruik
                    maken van het derde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen.
                    Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de griffier. </al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aangezien artikel 82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling wordt
                    artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies. Dit
                    betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het openbaar
                    plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een
                    raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter
                    gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie
                    anders beslist.</al><tussenkop>Artikel 10 Oproep</tussenkop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken zo mogelijk twee weken, maartenminste een week
                    voor de vergadering. Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda
                    wordt vastgesteld bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering.
                    Uiteraard kan ook voor andere termijnen worden gekozen. Gestreefd wordt naar het
                    verzenden van de stukken twee weken voor de vergaderingen opdat de termijn
                    zodanig is dat de leden van een raadscommissie in staat zijn om de stukken te
                    lezen. De stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet
                    toegezonden, maar kunnen bij de griffier in het fractiehuis worden ingezien
                    (artikel 12, derde lid).</al><tussenkop>Artikel 11 De agenda</tussenkop><al> Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 10.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld. </al><al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    college. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het
                    college of de secretaris.</al><tussenkop>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. Veelal zal dit in het
                    gemeentehuis zijn, maar uiteraard kan in een gemeente met meerdere dorpskernen
                    ook gekozen worden voor terinzagelegging op meerdere plaatsen zoals een
                    bibliotheek. In de openbare kennisgeving wordt vermeld waar de stukken liggen.
                    Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Stukken ten
                    aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van raadscommissies
                    bij de griffier inzien. </al><tussenkop>Artikel 13 Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de herziening van
                    deze verordening en van het reglement van orde voor de raad is tevens de
                    verplichting opgenomen op de agenda en stukken ook op internet te plaatsen.
                    Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit een voor de hand liggende
                    regeling. </al><tussenkop>Paragraaf 2 Orde der vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 16 Spreekrecht burgers</tussenkop><al>Tijdens de commissievergaderingen zijn er mogelijkheden voor de inspreker om van
                    gedachten te wisselen met de commissieleden en zo bij te dragen aan de
                    besluitvorming. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van
                    de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen
                    van de vernieuwing van het lokaal bestuur.</al><al>Het spreekrecht is beperkt gehouden tot geagendeerde onderwerpen, omdat burgers
                    op die manier een doeltreffende bijdrage kunnen leveren aan de beraadslagingen
                    van een raadscommissie. Doordat het spreekrecht betrekking heeft op geagendeerde
                    onderwerpen, kan een burger alleen inspreken over onderwerpen die een
                    raadscommissie aangaan. Als een burger zich meldt voor een onderwerp dat een
                    andere raadscommissie aangaat, ligt het voor de hand dat de griffier de
                    betreffende persoon naar de juiste raadscommissie verwijst.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet
                    uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                    spreekrecht van burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken melden zich uiterlijk vijf minuten voor de
                    vergadering melden bij de griffier of commissiegriffier. In het zesde lid is
                    ervoor gekozen om een burger één maal het woord te geven. De raad kan er ook
                    voor kiezen om burgers die inspreken een tweede termijn te geven. In dat geval
                    zal het zesde lid moeten worden aangepast. Op basis van artikel 17, eerste lid,
                    wordt het verslag toegezonden aan de burgers die hebben ingesproken.</al><tussenkop>Artikel 18 Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                    voorzitter niet te honoreren. Indien de raad van mening is, dat na de tweede
                    termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten.</al><tussenkop>Artikel19 Spreektijd</tussenkop><al>Een raadscommissie kan op eigen initiatief regels stellen over de spreektijd van
                    de leden. Hetzelfde geldt voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter
                    hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om
                    de orde tijdens de vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te
                    beperken.</al><tussenkop>Artikel 20 Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen (zie ook
                    artikel 20, tweede lid). De beslissing of er inderdaad sprake is van een
                    voorstel van orde is aan de betreffende raadscommissie. Over een voorstel van
                    orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door een raadscommissie Bij
                    staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid
                    Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft
                    bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze. </al><tussenkop>Artikel 21 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid is sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 29 van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 22 Beraadslaging</tussenkop><al>Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 20).</al><tussenkop>Artikel 23 Deelname aan beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen (bij voorbeeld de
                    voorzitter van een deelraad aan de beraadslaging over
                    deelgemeenteaangelegenheden). Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden,
                    de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de secretaris. Deze hebben op
                    grond van de artikel 8 van deze verordening reeds het recht om aan de
                    beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet
                    dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om
                    een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel over de
                    spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><tussenkop>Artikel 24 Advies</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de
                    standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een
                    lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 25 Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><tussenkop>Artikel 26 Verslag</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid van
                    deze modelbepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage
                    liggen bij de griffier. Uiteraard kan ook voor inzage bij de commissiegriffier
                    worden gekozen, indien deze (vrijwel) voortdurend aanwezig is. De raadscommissie
                    beslist over het openbaar maken van dit verslag.</al><tussenkop>Artikel 27 Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><tussenkop>Artikel 28 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 27 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze lbepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 29 Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Artikel 31 Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 32 Uitleg verordening en artikel 34 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>