<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6408_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Biltbuis 04-06-2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-06-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2002-05-30</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv26-02-2002</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Bilt;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 26
                        februari 2002</al><al>Gezien het advies van het presidium van </al><al>Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al>Besluit :</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2002;</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1: Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                    verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                            zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                    informatie bedoeld onder het</al></li></lijst><al> eerste lid, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris
                            beslist.</al><al>3.Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand
                            bij het opstellen van</al><al> voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand.</al><al>4.De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de griffier
                            of een medewerker van de</al><al> griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een
                            medewerker van de griffie kan</al><al> worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer
                            ambtenaren aan te wijzen, die </al><al> de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>1.Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris
                            ambtelijke</al><al> bijstand tenzij:</al><al>a.het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking
                            heeft op de</al><al> werkzaamheden van de raad;</al><lijst><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al><lijst><li nr="2."><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond
                                            van het eerste lid geweigerd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt
                                            geweigerd deelt de secretaris dit met</al></li></lijst></li></lijst><al> redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek
                            heeft ingediend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>1.Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende
                            bijstand, doet hij of de</al><al> griffier hiervan mededeling aan de secretaris. </al><al>2.Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                            partijen bevredigende oplossing</al><al> leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo
                            spoedig mogelijk over de</al><al> zaak.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>De secretaris houdt een register bij hoeveel verzoeken een raadslid om
                            ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, derde lid, bij, een
                            raadslid doet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het
                            college desgewenst een afschrift van het verzoek uit het register. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>1.Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand of de
                            inhoud van</al><al> het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al><al>2.Indien het college of leden van het college informatie wensen over een
                            verzoek om ambtelijke</al><al> bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe
                            rechtstreeks tot het </al><al> betrokken raadslid.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2: Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>De in de raad vertegenwoordigde fracties ontvangen jaarlijks een
                            financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het
                            functioneren van de fractie. Deze bijdrage is een vast bedrag voor elke
                            fractie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>1.Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                            kaderstellende en</al><al> controlerende rol te versterken.</al><lijst><li nr="2."><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                            overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                            partijen verbonden instellingen of natuurlijke</al></li></lijst></li></lijst><al> personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of
                            goederen) geleverd ten </al><al> behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële
                            declaratie;</al><lijst><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die
                                    de leden ingevolge het</al></li></lijst><al> rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen;</al><al>e.opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>1.De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van een
                            kalenderjaar, als voorschot</al><al> op dat kalenderjaar verstrekt.</al><al>2.In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot
                            verstrekt voor de maanden tot en</al><al> met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na
                            de maand waarin de </al><al> eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt het
                            voorschot verstrekt voor de </al><al> overige maanden van dat jaar.</al><al>3.Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen voorschotten in
                            jaren waarvoor de raad de</al><al> bedragen heeft vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>1.Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8
                            vastgestelde bijdrage voor</al><al> de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar
                            evenredigheid van het aantal bij </al><al> de splitsing betrokken leden. </al><al>2.Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie
                            verstrekte voorschot verrekend</al><al> overeenkomstig de verdeling die volgt uit het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>1.Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                            kalenderjaar, aan de raad</al><al> verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor
                            fractieondersteuning.</al><lijst><li nr="2."><al>De raad stelt de bedragen vast van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige
                                            kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde
                                            uitgaven en het ontvangen voorschot en,</al><al> voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van
                                            ontvangen voorschotten.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>1.Elke in de raad vertegenwoordigde fractie kan als fractieondersteuning
                            één niet</al><al> raadslid als fractieassistent voordragen ter benoeming als
                            commissielid.</al><al>2.De gemeenteraad stelt omtrent benoeming, schorsing en ontslag regels
                            op.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Waar gesproken wordt over griffier wordt in alle gevallen zolang de
                            griffier niet door de raad is benoemd bedoeld de
                            gemeentesecretaris.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2002.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening op de
                                    ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2002".</al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van De Bilt in zijn openbare vergadering van
                        30 mei 2002. </ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De secretaris,</ondertekening><ondertekening>mr A. Tchernoff drs. Y.Y. van Doeveren</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Algemeen</al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is door de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt
                    expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke
                    bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op
                    fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden
                    geregeld. De gemeente De Bilt kende geen regeling ambtelijke bijstand. Bijstand
                    werd op informele wijze geregeld. </al><al>In de voorliggende regeling is het meest opvallend de centrale rol van de
                    griffier. Dit nieuwe instituut, dat bij uitstek bedoeld is voor het verlenen van
                    hulp aan raadsleden, wordt het eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke
                    bijstand. De griffier vervult ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de
                    reguliere ambtelijke organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft.</al><al>Gezien de nieuwe dualistische verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op
                    het punt van de ambtelijke bijstand duidelijkere scheidslijnen worden getrokken
                    tussen werkzaamheden voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking
                    in het feit dat een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand
                    en de inhoud van de verleende bijstand geheim moet worden gehouden. De ambtenaar
                    mag niet onder druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad
                    verricht. Daarom zal een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek
                    om ambtelijke bijstand wenst, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en
                    niet tot de behandelend ambtenaar.</al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is er behoefte aan duidelijke regels. Ambtenaren werken doorgaans namelijk voor
                    het college. De wijziging van artikel 103 van de Gemeentewet laat dit scherp
                    zien. De wetgever heeft het recht op ambtelijke ondersteuning expliciet
                    vastgelegd. Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al>De nieuwe formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is er sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al>Artikelgewijze toelichting</al><al>Artikel 1</al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Voor niet openbare documenten
                    wordt een regeling gegeven in de artikel 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Deze
                    rechten zijn veelal uitgewerkt in het reglement van orde voor de raad, het
                    reglement van orde voor het college en het reglement van orde voor de
                    raadscommissies. </al><al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Omdat de
                    griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de
                    secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De
                    ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een
                    verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. </al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In het eerste lid wordt de mogelijkheid geboden aan raadsleden om zich
                    rechtstreeks tot een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie te
                    wenden. Het is ook mogelijk om alle verzoeken aan de raadsgriffier te richten
                    alvorens deze in het ambtelijk apparaat terechtkomen. De keuze is uiteraard aan
                    de raad.</al><al>Artikelen 2 en 3 </al><al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al>Artikel 4</al><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor.</al><al>Artikel 5 </al><al>Het register dat door de secretaris kan worden bijgehouden maakt het mogelijk na
                    te gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie en kan
                    een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte van deze
                    voorzieningen.</al><al>Artikel 6</al><al>In dit artikel is aangegeven dat het van belang is dat de betrokken
                    portefeuillehouder op de hoogte is van het feit dat bijstand is verleend door
                    onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien de vergroting
                    van de afstand tussen raad en college die met de dualisering is gecreëerd, is
                    het logisch dat desgewenst melding wordt gemaakt van het verschaffen van
                    ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris kunnen afspreken in welke
                    gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al>Artikel 7</al><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen
                    gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk
                    opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. De mogelijkheid wordt dan ook geopend dat
                    een raadslid aangeeft dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim wordt gehouden. Om te verzekeren dat een ambtenaar
                    niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te
                    verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het tweede lid bepaald dat
                    collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en
                    niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor
                    de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al>Artikel 8</al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte
                    van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten
                    worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. Een vast budget per
                    fractie garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau
                    te laten ondersteunen.</al><al>Ten aanzien besteding van en controle op het fractiebudget kan een uitgebreide
                    regeling worden getroffen. Gelet op de geringe omvang van het fractiebudget
                    wordt daartoe op dit moment geen aanleiding gezien.</al><al>Artikel 9</al><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke
                    besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage
                    besteed wordt aan raadswerkzaamheden. </al><al>Artikel 10</al><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. Indien blijkt dat het geld
                    onrechtmatig is besteed kan dit aan het eind van het jaar verrekend worden. </al><al>Artikel 11</al><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderde
                    verhoudingen in de raad. Bij splitsing van een fractie zal het al eerder
                    verstrekte voorschot direct verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren
                    zou een deel van de oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot
                    beschikken en zou het andere deel juist helemaal geen voorschot krijgen. Na het
                    kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is billijker de
                    verrekening in deze gevallen direct te laten plaatsvinden.</al><al>Artikel 12</al><al>De fracties doen elk jaar verslag van de besteding van het fractiebudget. In
                    grotere gemeenten wordt hier een accountantscontrole aan gekoppeld. In kleinere
                    gemeenten waar het om een beperkte bijdrage voor fractieondersteuning gaat, kan
                    accountantscontrole van het verslag van de fractie achterwege blijven. Dat
                    betekent overigens wel dat de fracties een duidelijk overzicht moeten geven van
                    de besteding van de voorschotten.</al><al>Artikel 13</al><al>Dit artikel regelt de politieke ondersteuning van de fractie. Voor dit soort
                    werkzaamheden kan geen ambtelijke bijstand worden verleend. Het betreft hier de
                    zogenaamde fractieassistent die lid is van de commissie. De gemeenteraad heeft
                    dienaangaande regels gesteld in het Reglement van orde voor de vergaderingen en
                    andere werkzaamheden van de raadscommissies.</al><al>Artikel 14 en 15</al><al>Deze artikelen mogen duidelijk zijn.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>