<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR64034_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Extra Nieuws, 30-07-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0008903">Wet sociale werkvoorziening, art. 7</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008-006521</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lochem,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 mei 2008 inzake
                        Verordeningen Wet sociale werkvoorziening;</al><al>gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale werkvoorziening;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen
                        met betrekking tot het verstrekken van Persoonsgebonden budgetten; </al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE
                        WERKVOORZIENING</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Lochem;</al></li><li nr="b."><al>gemeente: de gemeenten die deelnemen in de Gemeenschappelijke
                                    regeling Delta;</al></li><li nr="c."><al>de wet: de Wet sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de
                                    werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten.
                                </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet zijn van toepassing op de begrippen
                            die in deze verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                            uitvoeringskosten</titel></kop><al>Het college stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de
                        rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk
                        te verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende
                        kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar
                            recht op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, indien
                            werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de
                            arbeidsplaats voor de sw-geïndiceerde adequaat wordt ingevuld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al>De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op
                                    de indicatiestelling en mogelijkheden van de sw-geïndiceerde,
                                    als passend aan te merken;</al></li><li nr="b."><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste 6 maanden, met
                                    een mogelijkheid tot verlenging; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al>De begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn
                                    gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep, c.q. de
                                    sw-geïndiceerde voor wie het Persoonsgebonden budget is
                                    bestemd;</al></li><li nr="c."><al>De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring
                                    in het werkveld;</al></li><li nr="d."><al>De begeleidingsorganisatie is in het bezit van de erkenning als
                                    jobcoach van het UWV; </al></li><li nr="e."><al>De begeleidingsorganisatie heeft in het werkgebied een
                                    vestiging. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt op voorstel van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de
                            subsidie aan de werkgever vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval een voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan 70 % van
                            het bruto loon van de Wsw-geïndiceerde, wordt de loonkostensubsidie door
                            het college op dat bedrag vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij toepassing van het vorige lid het college gerede twijfel
                            heeft aan de juiste hoogte van de loonkostensubsidie vindt, in afwijking
                            van het vorige lid, een loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de
                            hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld. Daarbij kan een
                            externe deskundige worden ingeschakeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In ieder geval vindt een loonwaardeonderzoek plaats als de voorgestelde
                            hoogte voor een loonkostensubsidie hoger is dan het percentage genoemd
                            in lid 2. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 10 van deze verordening
                            vindt jaarlijks een loonwaardebepaling plaats in geval er sprake is van
                            een dienstverband voor onbepaalde tijd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien
                            als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de
                            werknemer, aanleiding voor is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie kan ambtshalve worden gewijzigd als hier gerede
                            aanleiding toe is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang
                            van het aantal uren begeleiding wordt door partijen in onderling overleg
                            vastgesteld. Tussentijdse aanpassingen hierin zijn mogelijk indien
                            partijen dit vooraf overeenkomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken van
                            een begeleid werkenplaats komen alleen voor vergoeding in aanmerking als
                            dit leidt tot het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst voor
                            minimaal 6 maanden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als
                            uit een deskundigenrapport blijkt dat aanpassingen op de werkplek
                            noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk
                            is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten
                            voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal
                            en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet
                            in aanmerking voor vergoeding door het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                            dienstverband van minimaal 6 maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanpassingen waarvan de kosten hoger zijn dan 50 % van de beschikbare
                            subsidie komen niet voor een vergoeding in aanmerking. In dat geval
                            wordt de arbeidsplaats niet als passend beschouwd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door middel
                            van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt mede-ondertekend
                            door werkgever en de begeleidingsorganisatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier
                            vaststellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen 4 weken na ontvangst van
                            alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste 4 weken verdagen. Het
                            college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                worden aangepast; </al></li><li nr="b."><al> wijze van bevoorschotting van de subsidie;</al></li><li nr="c."><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever verstrekt binnen 4 weken na afloop van het kalenderjaar aan
                            het college een schriftelijke opgave van het door hem in het voorgaande
                            jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met
                            alle werkgeverslasten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de periodieke subsidie over het afgelopen jaar binnen
                            4 weken na ontvangst van deze opgave vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De periodieke subsidie aan de werkgever kan niet meer bedragen dan de
                            voor de aanvrager beschikbare rijkssubsidie minus de som van de
                            vastgestelde uitvoeringskosten, de vastgestelde vergoeding voor de
                            begeleidingsorganisatie (incl. BTW) en te verstrekken vergoedingen op
                            grond van artikel 7 van deze verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald,
                        onder verrekening van de betaalde voorschotten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van
                        alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de
                        verstrekking van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden
                                budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op 1 juli 2008</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Lochem in zijn openbare
                        vergadering van 1 juli 2008,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.P. Stegeman. F. Spekreijse</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Op 1 januari 2008 is de herziene Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in
                        werking getreden. Deze wet bevordert dat Wsw-geïndiceerden meer in een
                        reguliere werkomgeving gaan werken. Om deze doelstelling te verwezenlijken
                        voert de wet enkele belangrijke wijzigingen door. Zo worden regie en sturing
                        op de Wsw nadrukkelijker in handen gelegd van gemeenten. Een tweede
                        verandering heeft betrekking op het geven van meer rechten en
                        keuzemogelijkheden aan Wsw-geïndiceerden, waaronder het recht op een
                        persoonsgebonden budget (PGB) om begeleid werken te realiseren. </al><al>De wet verplicht gemeenteraden om bij verordening nadere regels vast te
                        stellen over de wijze waarop het college vormgeeft aan het PGB (artikel 7,
                        tiende lid, Wsw). Gemeenteraden moeten binnen zes maanden na
                        inwerkingtreding van de wet deze verordening hebben vastgesteld. </al><al/><al><vet>Twee vormen van begeleid werken </vet></al><al>Sinds 1998 kent de Wsw de mogelijkheid van begeleid werken door
                        Wsw-geïndiceerden bij een reguliere werkgever. Het begeleid werken was onder
                        de oude wet geregeld in het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en
                        begeleid werken. Bij deze vorm van begeleid werken worden begeleid
                        werkenplekken tot stand gebracht door Delta. Deze wijze van tot stand
                        brengen van begeleid werken blijft ook onder de nieuwe wet bestaan. </al><al>Naast het begeleid werken dat door Delta tot stand wordt gebracht,
                        introduceert de nieuwe Wsw het begeleid werken via de figuur van het
                        persoonsgebonden budget (PGB). De Wsw-geïndiceerde moet de mogelijkheid
                        hebben om zelf te bepalen op welke manier de arbeidsplaats wordt
                        gerealiseerd. Door de Wsw-geïndiceerde een recht op een PGB te geven wordt
                        hierin voorzien. Tussen beide vormen van begeleid werken, totstandkoming via
                        een PGB dan wel met behulp van Delta, bestaat een aantal verschillen. Zo is
                        begeleid werken met een PGB als een recht voor elke Wsw-geïndiceerde
                        geformuleerd. Deze heeft recht op begeleid werken met een PGB als de
                        aanvraag aan de wettelijke eisen en de daarop gebaseerde gemeentelijke
                        voorwaarden voldoet. Bovendien ligt bij begeleid werken met een PGB het
                        initiatief bij de Wsw-geïndiceerde zelf. De Wsw-geïndiceerde, of iemand
                        namens hem, zal een PGB bij de gemeente moeten aanvragen en om dit te kunnen
                        doen zal hij zelf een werkgever en een begeleidingsorganisatie moeten
                        aandragen en de wijze van werkplekaanpassing moeten regelen, dan wel daar
                        een voorstel voor doen. Als een Wsw-geïndiceerde (of een door hem
                        ingeschakelde begeleidingsorganisatie) een werkgever vindt die hem een
                        adequate werkplek aanbiedt, de begeleiding op de werkplek adequaat wordt
                        geregeld én de kosten van begeleid werken binnen het beschikbare budget
                        vallen, dan is de gemeente (na de aanvraag te hebben beoordeeld) verplicht
                        de wens van de Wsw-geïndiceerde te honoreren. Iedere Wsw-geïndiceerde komt
                        in beginsel in aanmerking voor begeleid </al><al>werken met een PGB. Voor personen op de wachtlijst geldt dat zij pas van het
                        PGB gebruik kunnen maken als zij op grond van hun plek op die wachtlijst aan
                        de beurt zijn voor een wsw-plek. </al><al>Voor het beroep op een PGB is geen begeleid werken-indicatie van het CWI
                        vereist. Hij of zij hoeft daarvoor dus niet een positief advies begeleid
                        werken te hebben gekregen. Een sw-indicatie volstaat. Ook een sw-werknemer
                        met een bestaand dienstverband kan dus een beroep doen op een PGB. </al><al>Het verschil tussen begeleid werken dat door Delta wordt georganiseerd en
                        begeleid werken met een PGB is in beginsel uitsluitend gelegen in de
                        procedurele wijze waarop een begeleid werkenplek tot stand wordt gebracht.
                        Als de begeleid werkenplek eenmaal is gerealiseerd zijn er in principe geen
                        verschillen. Dit betekent dat gemeenten bij het stellen van regels voor
                        begeleid werken met een PGB zoveel mogelijk kunnen aansluiten bij de wijze
                        waarop zij het begeleid werken op dit moment organiseren. Dit geldt met name
                        voor de eisen die zij aan werkgevers, de werkplek en aan
                        begeleidingsorganisaties stellen. </al><al/><al><vet>De regeling van begeleid werken met een PGB</vet></al><al>Het begeleid werken met een PGB wordt geregeld in artikel 7. De gemeente kan
                        een verzoek van een Wsw-geïndiceerde om voor een PGB in aanmerking niet
                        weigeren, als: </al><lijst><li nr="1."><al>De betrokkene al een Wsw-dienstbetrekking heeft of recht heeft op
                                plaatsing vanaf de wachtlijst;</al></li><li nr="2."><al>De door de Wsw-geïndiceerde of de door hem aangedragen
                                begeleidingsorganisatie voorgestelde werkplek en begeleiding op de
                                werkplek adequaat zijn; </al></li><li nr="3."><al>De door de gemeente aan de werkgever te verstrekken periodieke
                                subsidie en de aan begeleidingsorganisatie te verstrekken
                                vergoeding, na aftrek van de voor de gemeente rechtstreeks aan de
                                subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten, niet hoger zijn dan
                                het (gemiddelde) budget dat beschikbaar is voor een Wsw-plaats. Komt
                                het bedrag van de periodieke subsidie en de periodieke vergoeding
                                van begeleiding boven het budget uit dat beschikbaar is voor een
                                Wsw-plaats, dan is het college niet verplicht om subsidie te
                                verstrekken, maar mag het dat wel doen (artikel 7, eerste lid,
                                Wsw).</al></li></lijst><al>Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op
                        begeleid werken met een PGB. Het college heeft de bevoegdheid om op grond
                        van de wet en de voorwaarden in deze verordening te toetsen of het
                        aangevraagde bedrag voor het PGB nodig is om de betreffende Wsw-geïndiceerde
                        op een adequate wijze begeleid te laten werken, dan wel dat zou kunnen
                        worden volstaan met een lager bedrag. Omgekeerd kan het college, hoewel hij
                        de toekenning van een dergelijke hogere aanvraag mag weigeren, ook besluiten
                        een hoger bedrag toe te kennen dan het beschikbare bedrag. </al><al>Het PGB bestaat uit drie bestanddelen: </al><lijst><li nr="1."><al>Een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-geïndiceerde in
                                dienst is. Deze subsidie is primair bedoeld als een tegemoetkoming
                                in de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit.
                                Ook kan deze subsidie worden gebruikt als een vergoeding voor
                                structurele kosten van de werkgever die verband houden met het in
                                dienst hebben van een Wsw-geïndiceerde. Daarbij kan worden gedacht
                                aan reiskosten of kosten voor intermediaire activiteiten ten behoeve
                                van mensen met een visuele of auditieve handicap (zoals een
                                voorleeshulp of een doventolk).</al></li><li nr="2."><al>Een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie die de
                                begeleiding van de Wsw-geïndiceerde verzorgt.</al></li><li nr="3."><al>Een vergoeding voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing
                                van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht (artikel 7,
                                derde lid, Wsw). Hieronder worden bijvoorbeeld kosten verstaan die
                                gemaakt worden voor technische aanpassingen in de werkplek.
                                Gemeenten kunnen deze vergoedingen verstrekken, ze zijn daartoe niet
                                verplicht. </al></li></lijst><al>Het PGB is geen rugzakje: de Wsw-geïndiceerde krijgt geen budget mee. In
                        feite moet het PGB als hier bedoeld dan ook eerder worden gezien als een
                        persoonsvolgend budget. Het PGB wordt aangevraagd door de Wsw-geïndiceerde,
                        maar de subsidie en vergoeding worden door de gemeente verstrekt aan de
                        werkgever respectievelijk de begeleidingsorganisatie. </al><al>De Wsw-geïndiceerde heeft echter geen recht op een bepaald budget. Het
                        uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid
                        werken met een PGB. </al><al/><al><vet>De onderwerpen in de verordening</vet></al><al>In artikel 7, tiende lid, Wsw staan de onderwerpen genoemd die de
                        gemeenteraad in ieder geval in zijn verordening zal moeten regelen: </al><lijst><li nr="1."><al>de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de
                                werkgever dient te worden vastgesteld;</al></li><li nr="2."><al>de hoogte van de voor het college rechtstreeks aan de
                                subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op
                                jaarbasis;</al></li><li nr="3."><al>de voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een vergoeding
                                verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                                de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht, en</al></li><li nr="4."><al>de voorwaarden waaronder het college een begeleidingsorganisatie
                                inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde zelf is aangewezen. </al></li></lijst><al>Naast deze vier verplichte onderwerpen kan nog een aantal andere zaken bij
                        of krachtens de verordening worden geregeld. Het gaat dan om voorwaarden die
                        gesteld </al><al>kunnen worden aan de werkgever en de werkplek van de Wsw-geïndiceerde. Het
                        college zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de werkgever
                        de voorgestelde inpassing in de arbeid adequaat kan verzorgen. In verband
                        hiermee kan een gemeente eisen stellen aan de werkgever en de door hem
                        aangeboden werkplek. Omdat begeleid werken met een PGB een recht is voor
                        alle Wsw-geïndiceerden, zullen eventuele voorwaarden waaronder dit recht kan
                        worden gerealiseerd bij verordening moeten worden geregeld. </al><al>Daarnaast kunnen ook procedurele bepalingen in de verordening worden
                        opgenomen die verband houden met het feit dat een PGB moet worden
                        aangevraagd. Het gaat dan om aangelegenheden als gegevens en documenten die
                        bij de aanvraag voor een PGB moeten worden overgelegd, de beslistermijn en
                        de bevoegdheid van het college om een subsidie te wijzigen. </al><al/><al><vet>Onderscheid subsidies en vergoedingen</vet></al><al>De wet maakt een onderscheid tussen subsidies en vergoedingen. De periodieke
                        betalingen door de gemeente aan een werkgever worden als een subsidie
                        aangemerkt en de periodieke betalingen aan de begeleidingsorganisatie als
                        een vergoeding. Ook de betalingen in verband met eenmalige kosten van
                        aanpassing van de werkplek worden in de wet als een vergoeding aangemerkt. </al><al>Om vast te stellen of een bepaalde geldverstrekking een subsidie is (die op
                        basis van een beschikking wordt verstrekt) of een commerciële transactie
                        (waarvoor een overeenkomst wordt gesloten) doet de naamgeving van de
                        geldverstrekking niet ter zake. Als tegenover de betaling door de gemeente
                        een reële economische tegenprestatie staat (in de vorm van een concrete
                        dienst of concreet product), is er sprake van een commerciële transactie.
                        Staat tegenover de betaling door de gemeente geen duidelijke economische
                        tegenprestatie, dan is er sprake van een subsidie. Dit betekent dat de
                        periodieke subsidie aan de werkgever en de vergoeding voor de eenmalige
                        kosten van aanpassing van de werkplek moeten worden aangemerkt als een
                        subsidie. Tegenover deze betalingen staan immers geen economische
                        tegenprestaties van werkgevers. </al><al>De periodieke vergoeding aan een begeleidingsorganisatie moet worden opgevat
                        als een commerciële transactie. De gemeente koopt een dienst in bij de
                        begeleidingsorganisatie en betaalt daarvoor in principe de marktprijs. </al><al>Het verstrekken van subsidies is een publiekrechtelijke rechtshandeling: het
                        vindt plaats op basis van een beschikking. De bepalingen in de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb) zijn in beginsel van toepassing op de subsidies die de
                        gemeente in het kader van het PGB verstrekt. In de verordening kunnen nadere
                        regels worden gesteld over de subsidieverstrekking in het kader van het PGB.
                        De verstrekking van periodieke vergoedingen aan een begeleidingsorganisatie
                        is privaatrechtelijk van aard. Hierover hoeven in de verordening in beginsel
                        geen regels te worden gesteld. </al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                        gebruikt in de Wet sociale werkvoorziening ook van toepassing zijn op deze
                        verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Artikel 7, tiende lid, onderdeel b, Wsw bepaalt dat de gemeenteraad bij
                        verordening regels stelt over de hoogte van de voor het college rechtstreeks
                        aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op
                        jaarbasis. Artikel 2 van deze verordening vormt de uitwerking van deze
                        verplichting. In dit artikel wordt bepaald dat het college elk jaar de
                        hoogte van de gemeentelijke uitvoeringskosten van begeleid werken met een
                        PGB vaststelt.</al><al>Het moet in ieder geval gaan om kosten die rechtstreeks aan de
                        subsidieverlening verbonden zijn (artikel 7, tweede lid, onderdeel b, Wsw).
                        Daarbij kan worden gedacht aan kosten als het beoordelen van aanvragen voor
                        een PGB; de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                        subsidies en vergoedingen in het kader van het PGB etc. </al><al>De uitvoeringskosten worden afgetrokken van het bedrag dat de gemeente
                        (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt, waarbij ook rekening
                        wordt gehouden met de mate van arbeidshandicap. Het bedrag dat de gemeente
                        (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt minus de (gemiddelde)
                        uitvoeringskosten per Wsw-geïndiceerde levert vervolgens het bedrag op dat
                        de gemeente in beginsel beschikbaar heeft voor een PGB. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het college beoordeelt bij elke aanvraag van een PGB of de inpassing in de
                        arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn werkplek
                        adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid, Wsw). In
                        verband hiermee stelt de gemeente eisen aan de werkgever en de door hem
                        aangeboden werkplek. In artikel 7, tiende lid, Wsw dient de gemeenteraad in
                        zijn verordening de voorwaarden te regelen waaronder het college een
                        begeleidingsorganisatie inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde is
                        aangewezen. </al><al>De duur van het minimale dienstverband is tenminste 6 maanden. Het Rijk
                        keert de bonus voor begeleid werken pas uit als er sprake is van een
                        dienstverband van zes maanden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De gemeenteraad dient bij verordening nadere regels te stellen met
                        betrekking tot de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de
                        werkgever dient te worden vastgesteld (artikel 7, tiende lid, onderdeel a,
                        Wsw). De periodieke subsidie bestaat uit een loonkostensubsidie en eventueel
                        ook uit een vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die verband
                        houden met het in dienst hebben van een Wsw-geïndiceerde (bijvoorbeeld
                        reiskosten of terugkerende kosten voor intermediaire activiteiten). </al><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming
                        in de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit van de
                        Wsw-geïndiceerde. Om te kunnen bepalen wat de hoogte van de
                        loonkostensubsidie moet zijn, is inzicht nodig in de verdiencapaciteit
                        (loonwaarde) van de betrokken Wsw-geïndiceerde. Daarbij gaat het niet alleen
                        om de (veronderstelde) loonwaarde van de betrokken Wsw-geïndiceerde, maar
                        ook om het functieprofiel van de te vervullen functie en het daarbij
                        behorende (CAO-)loon. </al><al>Er is gekozen voor een methode waarbij een percentage van het bruto loon als
                        maximale loonkostensubsidie kan worden verstrekt. Vanuit een oogpunt van
                        administratieve lastenverlichting is deze methode te verkiezen. Tevens
                        blijkt uit ervaringsgegevens in de praktijk dat dit een werkbare manier is. </al><al>In geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd is in lid 5
                        geregeld om periodiek onderzoek te doen naar de loonwaarde, om op die manier
                        een actueel beeld te krijgen en het subsidie bij te stellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De productiviteit van een sw-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon
                        langer op een begeleid werkenplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de
                        loonkostensubsidie worden aangepast. De werkgever kan dan, als de
                        productiviteit, c.q. verdiencapaciteit van de werknemer minder wordt, na
                        overleg en met instemming van de werknemer, een verzoek indienen om de
                        loonkostensubsidie te herzien. De werkgever moet zijn verzoek om herziening
                        met redenen omkleden. </al><al>Ook ambtshalve kan het college, als er een gerede aanleiding is voor een
                        (tussentijds) aanpassing van de subsidie, een hernieuwde beoordeling voor de
                        hoogte van het subsidie doen. Dit zal zich overigens alleen in
                        uitzonderlijke gevallen voordoen, bijvoorbeeld als er sprake is van
                        kennelijke onredelijkheid bij handhaving van een bestaande situatie. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Op basis van ervaringsgegevens blijkt dat de omvang van het aantal uren aan
                        begeleiding in de tijd kan variëren, afhankelijk van de behoefte hieraan en
                        de aard van de handicap. Daarom is de mogelijkheid in de verordening
                        opgenomen om het aantal uren aan begeleiding, en dus de vergoeding, aan te
                        passen. Partijen (gemeente, sw-geïndiceerde en begeleidingsorganisatie)
                        moeten het hier uiteraard wel over eens zijn en van te voren met elkaar
                        afspreken dat periodieke evaluaties over aanpassingen in de omvang van het
                        aantal begeleidingsuren plaats vinden. Op die manier kan maatwerk in de
                        begeleiding worden geleverd. </al><al>In het tweede lid wordt het zoeken naar een werkplek gehonoreerd als dit ook
                        daadwerkelijk leidt tot een arbeidsovereenkomst (no cure, no pay) voor
                        minimaal 6 maanden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de
                        voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een vergoeding (subsidie)
                        verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                        omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht (artikel 7, tiende lid, Wsw).
                        Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. </al><al>Het eerste lid bepaalt dat een eenmalige vergoeding kan worden verstrekt.
                        Het derde lid stelt een minimale duur aan het dienstverband van tenminste 6
                        maanden dat de werkgever met de betrokken Wsw-geïndiceerde moet aangaan,
                        alvorens tot investeringen wordt overgegaan</al><al>In het vierde lid wordt een maximum gesteld aan de hoogte van de vergoeding.
                        De gedachte hierachter is dat als de kosten boven dit bedrag uitgaan de
                        aangeboden arbeidsplaats als niet passend moet worden beschouwd. In de
                        praktijk zullen hierbij van geval tot geval kosten en baten tegen elkaar
                        moeten worden afgewogen. </al><al>Duidelijk is dat hier de criteria van redelijkheid en maatwerk van belang
                        zijn om een verantwoorde en zorgvuldige afweging te maken. De aard van de
                        voorziening kan immers van geval tot geval verschillen en overigens ook
                        gerelateerd zijn aan de aard van de handicap. Bovendien hoeft er niet persé
                        sprake te zijn van aanpassingen van bouwkundige aard. Het kan ook gaan om
                        (aangepaste) apparatuur die een sw-geïndiceerde kan gebruiken bij een andere
                        werkgever. </al><al>Het vijfde lid bepaalt dat het college de wijze van uitbetaling van de
                        vergoeding regelt. Daarbij kan worden gedacht aan de termijnen van betaling.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met
                        een PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het
                        verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                        begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                        vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                        Wsw-geïndiceerde de aanvraag moeten ondertekenen. </al><al>Op basis van de aanvraag beslist het college vervolgens of een periodieke
                        subsidie aan de werkgever en een periodieke vergoeding aan de
                        begeleidingsorganisatie worden verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens
                        vindt de verstrekking van de periodieke subsidie aan de werkgever plaats op
                        basis van een beschikking en de verstrekking van een periodieke vergoeding
                        aan de begeleidingsorganisatie op basis van een overeenkomst. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het
                        betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat
                        jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen,
                        dient de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het
                        voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd
                        met alle werkgeverslasten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding.</titel></kop><al>De verordening moet binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet zijn
                        vastgesteld. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>