<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63950_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling betreffende de zorg van het college voor de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, de aanwijzing van de archiefbewaarplaats, het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 10/11/2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Archiefverordening gemeente Ouder-Amstel 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet 1995, artikelen 30, eerste lid, 31 en 32 tweede lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/55</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling betreffende de zorg van het college voor de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, de aanwijzing van de archiefbewaarplaats, het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 september
                        2010, nummer 2010/55;</al><al>gelet op artikelen 30, eerste lid, 31 en 32, tweede lid van de
                        Archiefwet 1995;</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al>vast te stellen de volgende: </al><al>Regeling betreffende de zorg van het college voor de archiefbescheiden
                        van de gemeentelijke organen, de aanwijzing van de archiefbewaarplaats,
                        het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn
                        overgebracht naar de archiefbewaarplaats (Archiefverordening).</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan
                            onder:</al><al><cursief>de wet: </cursief></al><al>de Archiefwet 1995;</al><al><cursief>gemeentelijke organen: </cursief></al><al>de overheidsorganen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de wet, voor
                            zover behorende tot de gemeente;</al><al><cursief>het college: </cursief></al><al>het college van burgemeester en wethouders;</al><al><cursief>de secretaris:</cursief></al><al>de gemeentesecretaris</al><al><cursief>de archiefbewaarplaats: </cursief></al><al>de overeenkomstig artikel 31 van de wet aangewezen
                            archiefbewaarplaats;</al><al><cursief>beheerder: </cursief></al><al>degene die ingevolge artikel 3 is belast met het beheer van de
                            archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, die nog niet naar de
                            archiefbewaarplaats zijn overgebracht;</al><al><cursief>beheereenheid: </cursief></al><al>een door het college als zodanig aan te wijzen
                            organisatieonderdeel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De zorg van het college voor de archiefbescheiden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Archiefbewaarplaats en archiefruimten</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor het inrichten en instandhouden van een
                            archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 31 van de wet, alsmede van
                            voldoende en doelmatige archiefruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanwijzen beheerder(s)</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor het aanwijzen van een of meer
                            beheerders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanstelling deskundig personeel</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor de aanstelling van voldoende deskundig
                            personeel voor de werkzaamheden verbonden aan het beheer van de
                            gemeentelijke archiefbescheiden en documentaire verzamelingen, ongeacht
                            hun vorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vervaardiging en bewaring archiefbescheiden</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor, dat de vervaardiging en de bewaring van
                            de archiefbescheiden geschiedt op zodanige wijze, dat het behoud van
                            deze bescheiden voldoende is gewaarborgd.</al><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                            vervaardiging van bescheiden bestemd voor een overheidsorgaan of andere
                            belanghebbende, van welke bescheiden redelijkerwijze kan worden
                            aangenomen dat zij voor dezen als archiefbescheiden voor blijvende
                            bewaring in aanmerking komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Voldoende middelen op gemeentebegroting</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor, dat jaarlijks op de gemeentebegroting
                            voldoende middelen worden geraamd ter bestrijding van de kosten die aan
                            de zorg voor de archiefbescheiden zijn verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Voorschriften voor beheer archiefbescheiden</titel></kop><al>Het college stelt voor het beheer van de archiefbescheiden van de
                            gemeentelijke organen die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn
                            overgebracht, voorschriften vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verslag aan de raad</titel></kop><al>Het college doet tenminste eenmaal per twee jaar aan de raad verslag
                            omtrent hetgeen zij hebben verricht ter uitvoering van artikel 30 van de
                            wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Toezicht van de secretaris op de naleving van het bij of krachtens de
                            wet gestelde ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden die
                            niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beheer van beheereenheden</titel></kop><al>De secretaris ziet erop toe, dat het beheer van de archiefbescheiden van
                            de verschillende beheereenheden die niet zijn overgebracht en voor zover
                            hij daarvan zelf geen beheerder is, geschiedt overeenkomstig de
                            bepalingen van de wet en de ter uitvoering daarvan gegeven
                            voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vervanging van secretaris</titel></kop><al>De secretaris is bevoegd zich onder handhaving van zijn
                            verantwoordelijkheid te doen vervangen door aan hem ondergeschikte
                            ambtenaren die in het bezit zijn van het diploma archivistiek als
                            bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>erstrekken van bescheiden en inlichtingen: toegang tot
                            archiefbescheiden</titel></kop><al>De beheerder of beheerders verstrekt/verstrekken aan de secretaris of
                            aan degene die namens hem met het toezicht belast is, alle bescheiden en
                            inlichtingen die voor een goede vervulling van zijn taak noodzakelijk
                            zijn en verlenen de nodige medewerking om inzicht te verschaffen in de
                            ordening en toegankelijkheid van de archiefbescheiden alsmede in de
                            opzet en werking van hulpmiddelen en systemen waarin archiefbescheiden
                            zijn opgenomen.</al><al>De secretaris en degenen die hem bij de uitoefening van het toezicht
                            vervangen of bijstaan, hebben met inachtneming van de voorschriften ten
                            aanzien van de beveiliging van geheimen, toegang tot de
                            archiefbescheiden en de ruimten waarin deze zich bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Toezicht door secretaris</titel></kop><al>De secretaris doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het
                            nalevingtoezicht mededeling aan de beheerders, alsmede, indien hij
                            daartoe aanleiding vindt, aan het college. Hij geeft daarbij aan welke
                            voorzieningen naar zijn mening in het belang van een goed beheer moeten
                            worden getroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Mededeling door beheerder aan secretaris</titel></kop><al>De beheerder doet aan de secretaris tenminste tijdig mededeling van het
                            voornemen om aan het college een voorstel te doen tot:</al><al>opheffing, samenvoeging of splitsing van een beheereenheid of overdracht
                            van een of meer taken aan een andere beheereenheid, overheidsorgaan of
                            rechtspersoon;</al><al>bouw, verbouwing, inrichting of verandering van inrichting en
                            ingebruikneming van ruimten als archiefruimte;</al><al>vermindering van de plaats van bewaring van niet naar de
                            archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden;</al><al>voorbereiding, invoering en wijziging van ordeningssystemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verslag aan het college</titel></kop><al>De secretaris doet eenmaal per twee jaar verslag aan het college
                            betreffende de uitoefening van het toezicht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Archiefverordening gemeente
                            Ouder-Amstel 2010".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De “Archiefverordening gemeente Ouder-Amstel 1998” d.d. 26 maart 1998
                            wordt ingetrokken, alsmede het besluit van de gemeenteraad van 13
                            november 2003 waarbij de archiefbewaarplaats van het gemeentearchief
                            Amsterdam is aangewezen als de archiefbewaarplaats van de gemeente
                            Ouder-Amstel.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 4 november 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting </vet></al><al>De archiefverordening sluit aan bij de Archiefwet 1995 (Stb. 276 en 277)
                            en het Archiefbesluit 1995 (Stb. 671), en dient door de gemeenteraad te
                            worden vastgesteld op grond van de in de aanhef genoemde artikelen in de
                            Archiefwet 1995.</al><al>Zij bestaat in hoofdzaak uit twee gedeelten, namelijk de regeling voor
                            de zorg, die het college draagt voor de archieven van de gemeentelijke
                            organen en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, die niet
                            zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. </al><al>Deze verordening is, evenals wet en besluit, niet alleen van toepassing
                            op klassieke, papieren archiefbescheiden, maar ook op moderne, digitale
                            informatiedragers.</al><al>Hoofdstuk 2 bevat een uitwerking van het begrip “zorg”, dat in de
                            Archiefwet 1995 niet wordt gedefinieerd. Wat voldoende en doelmatige
                            archiefruimten zijn (art. 2), is geregeld in het Archiefbesluit
                            1995.</al><al>Hoofdstuk 3 is een uitwerking van het toezicht bedoeld in art. 32,
                            tweede lid van de wet.</al><al>Het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, die niet naar een
                            archiefbewaarplaats zijn overgebracht wordt in de Archiefwet 1995 niet
                            bij de secretaris gelegd, indien geen archivaris is benoemd. Met name in
                            organisaties met meerdere beheereenheden is het nuttig de secretaris met
                            dit toezicht te belasten.</al><al>Na overbrenging van de archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats
                            wordt hij immers als beheerder van de archiefbewaarplaats
                            verantwoordelijk voor de archiefbescheiden. In alle gevallen - en met
                            name ten aanzien van digitale archiefbescheiden - is het dan nuttig, dat
                            hij in een eerder stadium door middel van dit toezicht kan waarborgen,
                            dat de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat in
                            de archiefbewaarplaats kunnen worden opgenomen.</al><al>Deze verordening is aangepast aan:</al><al>De op 6 januari 2010 vastgestelde ministeriële Regeling met betrekking
                            tot de duurzaamheid en de geordende en toegankelijke staat van
                            archiefbescheiden en de bouw en inrichting van archiefruimten en
                            archiefbewaarplaatsen. (Archiefbesluit 1995, artikelen 11, tweede lid,
                            12 en 13, vierde lid)</al><al>De verordening is aangepast aan de dualisering van de
                            medebewindsbevoegdheden met ingang van 8 maart 2006 in het kader waarvan
                            ook de Archiefwet 1995 is gewijzigd.</al><al>Vanaf die datum is niet langer de gemeenteraad bevoegd om de archivaris
                            te benoemen en de archiefbewaarplaats aan te wijzen. Deze bevoegdheden
                            komen dan te berusten bij het college. Dit heeft onder andere tot gevolg
                            dat het hoofdstuk over de archiefbewaarplaats in de oude verordeningen
                            is overgeheveld naar het Besluit Informatiebeheer. Verder worden sinds
                            de dualisering van het gemeentebestuur in 2002 gemeentelijke
                            verordeningen ondertekend door de burgemeester en de griffier.</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>Artikel 1</al><al>Begripsbepalingen zijn alleen uit de wet overgenomen als daaraan in deze
                            verordening een meer specifieke betekenis moest worden toegekend. </al><al>Artikel 2</al><al>De op 6 januari 2010 vastgestelde ministeriële Regeling met betrekking
                            tot de duurzaamheid en de geordende en toegankelijke staat van
                            archiefbescheiden en de bouw en inrichting van archiefruimten en
                            archiefbewaarplaatsen stelt op grond van artikel 13, vierde lid, van het
                            Archiefbesluit 1995 vast, aan welke voorschriften de archiefbewaarplaats
                            en de archiefruimten moeten voldoen. </al><al>Artikel 3</al><al>De aanwijzing van de beheerders is opgenomen in de op grond van artikel
                            7 te stellen voorschriften: het Besluit Informatiebeheer Ouder-Amstel. </al><al>Artikel 5</al><al>De op 6 januari 2010 vastgestelde ministeriële Regeling met betrekking
                            tot de duurzaamheid en de geordende en toegankelijke staat van
                            archiefbescheiden en de bouw en inrichting van archiefruimten en
                            archiefbewaarplaatsen stelt op grond van artikel 11 tweede lid van het
                            Archiefbesluit 1995 voorschriften omtrent de kwaliteit van en de
                            procedures rond het materiële behoud van de daarvoor in aanmerking
                            komende archiefbescheiden. Artikel 11 van het Archiefbesluit 1995 kent
                            de in dit artikel bedoelde verplichting slechts ten behoeve van de
                            interne stukken. Uit overwegingen van behoorlijk bestuur en ter
                            besparing van conserveringskosten voor de overheid als geheel achten wij
                            dit onjuist. Daarom is in het tweede lid bepaald, dat ook de te
                            verzenden stukken aan de genoemde Regeling dienen te voldoen. De
                            gemeente heeft als ontvanger van door andere overheden opgemaakte
                            stukken daarvan zelf ook profijt.</al><al>Artikel 7</al><al>De bedoelde voorschriften zijn opgenomen in het Besluit Informatiebeheer
                            Ouder-Amstel 2010. </al><al>Artikel 8</al><al>Artikel 30 van de wet heeft betrekking op de zorg van het college voor
                            de gemeentelijke archiefbescheiden.</al><al>Artikel 9</al><al>De ontwikkelingen op het gebied van de moderne informatietechnologie
                            hebben in de wet geleid tot een gewijzigde definitie van de term
                            “archiefbescheiden”. De wetgever heeft – binnen de formele betekenis van
                            het begrip archiefbescheiden – bedoeld onder deze term alle op enigerlei
                            wijze vastgelegde informatie te begrijpen inclusief die welke slechts
                            via informatietechnologie opgevraagd kan worden.</al><al>Ondanks de ruimere betekenis van “archiefbescheiden” kan de materie
                            veelal met de traditionele bepalingen worden geregeld, zij het dat
                            sommige begrippen een andere, ruimere inhoud hebben gekregen. Dat heeft
                            onder andere gevolgen voor een term als “ beheer”. Zo zal het voor het
                            toezicht op het beheer van machine leesbare gegevensbestanden niet meer
                            voldoende zijn dat toegang tot de ruimte is verzekerd. De formulering
                            betreffende de noodzakelijke medewerking is ontleend aan de artikelen 52
                            van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en 5:20 van de Algemene wet
                            bestuursrecht. </al><al>Artikel 11</al><al>Slechts die aspecten van de uitoefening van het archiefbeheer zijn hier
                            vermeld, die bij constatering achteraf tot onevenredig hoge kosten
                            zouden kunnen leiden, of die ernstige schade voor het behoud dan wel de
                            openbaarheid van de archiefbescheiden en de rechtszekerheid van de
                            burger tot gevolg zouden hebben.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>