<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63920_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregeling reïntegratieverordening WWB 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Jutter/Hofgeest van, 13-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsregeling reïntegratieverordening WWB 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://velsen.regelingenbank.nl/regelingen/Reintegratieverordening-Wet-werk-en-bijstand-2004-gemeente-Velsen/05-07-2007">Reintegratieverordening Wet werk en bijstand 2004 gemeente Velsen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-11-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B07.0859</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Uitvoeringsregeling reïntegratieverordening WWB 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1: Definities</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Velsen;</al></li><li nr="c."><al>de gemeente: de gemeente Velsen;</al></li><li nr="d."><al>vrijwilligerswerk: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk
                                    nuttige activiteiten gericht op arbeids-inschakeling of
                                    zelfstandige maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="e."><al>proefplaats: werken met behoud van uitkering als bedoeld in
                                        <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-vrijwilligerswerk">artikel 2 van deze regeling</extref>;</al></li><li nr="f."><al>opstapbaan: een arbeidsplaats die door de gemeente wordt
                                    gesubsidieerd op grond van <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#afdeling-2-subsidie-voor-opstapbanen">afdeling 2 van hoofdstuk 4 van deze regeling</extref>;</al></li><li nr="g."><al>traject: een aaneenschakeling van
                                    reïntegratie-instrumenten;</al></li><li nr="h."><al>reïntegratie-instrumenten: de instrumenten die het college ter
                                    beschikking heeft voor het bieden van onder-steuning als bedoeld
                                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7 van de wet</extref>;</al></li><li nr="i."><al>arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling zoals bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=6">artikel 6 onder b van de wet</extref>;</al></li><li nr="j."><al>bijstandsgerechtigde: de persoon die recht heeft op een algemene
                                    bijstandsuitkering op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">de wet</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers%20">de wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)</extref> of
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">de wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)</extref>
                                    ;</al></li><li nr="k."><al>doelgroep: de personen aan wie op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7 eerste lid onder a van de wet</extref>door de
                                    gemeente ondersteuning kan worden geboden;</al></li><li nr="l."><al>belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt op
                                    ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden;</al></li><li nr="m."><al>werknemer: het lid van de doelgroep dat een dienstverband heeft
                                    met een werkgever die daarvoor subsidie ontvangt op grond van
                                    deze regeling;</al></li><li nr="n."><al>wettelijk minimumloon: het wettelijk minimumloon dat van
                                    toepassing is op de werknemer, exclusief werkgeverslasten;</al></li><li nr="o."><al>arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                    recht. Met een arbeidsovereenkomst wordt gelijk gesteld een
                                    aanstelling op grond van het ambtenarenrecht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2: Werken met behoud van uitkering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2: Vrijwilligerswerk</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vrijwilligerswerk kan een onderdeel zijn van een traject gericht
                                    op arbeidsinschakeling of, als dat vooralsnog niet mogelijk is,
                                    op zelfstandige maatschappelijke participatie.</al></li><li nr="2."><al>Vrijwilligerswerk heeft als doel de belanghebbende, met behoud
                                    van diens bijstandsuitkering, werkritme op te laten doen en/of
                                    te behouden.</al></li><li nr="3."><al>Vrijwilligerswerk wordt alleen verricht bij organisaties zonder
                                    winstoogmerk. In afwijking daarvan kan vrijwilligerswerk ook
                                    verricht worden bij een organisatie die ten behoeve van de
                                    gemeente reïntegratieactiviteiten verricht.</al></li><li nr="4."><al>Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan
                                    de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende
                                    geen perspectief, of op (middel)lange termijn een reëel
                                    perspectief, heeft op regulier werk en inzet van het instrument
                                    wenselijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3: Proefplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bemiddeling naar een proefplaats kan een onderdeel zijn van een
                                    traject gericht op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>De proefplaats heeft als doel de belanghebbende, met behoud van
                                    een bijstandsuitkering, te laten wennen aan aspecten die
                                    samenhangen met het verrichten van betaalde arbeid.</al></li><li nr="3."><al>Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan
                                    de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende
                                    op korte of (middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op
                                    regulier werk en een proefplaats geïndiceerd is.</al></li><li nr="4."><al>De proefplaats kan maximaal zes maanden duren. Wanneer door het
                                    college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de
                                    belanghebbende op korte of middellange termijn een reëel
                                    perspectief heeft op regulier werk, en de proefplaats in
                                    combinatie met een opstapbaan wordt ingezet, is de duur van de
                                    proefplaats maximaal drie maanden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4: Leerwerkstage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een leerwerkstage kan een onderdeel zijn van een traject gericht
                                    op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>De leerwerkstage heeft als doel de belanghebbende, met behoud
                                    van een bijstandsuitkering, door middel van een stage
                                    werkervaring en vaardigheden op te laten doen in een bepaald
                                    vakgebied.</al></li><li nr="3."><al>Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan
                                    de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende
                                    op korte of (middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op
                                    regulier werk en een leerwerkstage geïndiceerd is.</al></li><li nr="4."><al>De leerwerkstage duurt maximaal negen maanden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3: Betaald werk</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5: Opstapbaan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bemiddeling naar een opstapbaan kan een onderdeel zijn van een
                                    traject gericht op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>De opstapbaan heeft als doel de belanghebbende, door betaald
                                    werk, sneller op regulier werk te plaatsen.</al></li><li nr="3."><al>Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan
                                    de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende
                                    op korte of middellange termijn een reëel perspectief heeft op
                                    regulier werk en een opstapbaan geïndiceerd is.</al></li><li nr="4."><al>Het instrument wordt niet ingezet als de belanghebbende gehuwd
                                    is of anderszins een gezamenlijke huishouding voert en het
                                    bruto-inkomen hoger is dan 130% van het wettelijk
                                    minimumloon.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4: Subsidies voor de werkgever</titel></kop><afdeling><kop><titel>Afdeling 1: Algemene voorwaarden voor subsidies aan
                                werkgevers</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6: Doel van de subsidies voor de werkgever</titel></kop><al>Het college kan een subsidie verstrekken voor de loonkosten van
                                bepaalde werknemers, om zo werkgevers te stimuleren arbeidsplaatsen
                                beschikbaar te stellen voor bepaalde categorieën werkloos
                                werkzoekenden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7: Werkingssfeer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie aan werkgevers is alleen mogelijk ten behoeve van
                                        arbeidsplaatsen die worden vervuld door leden van de
                                        doelgroep.</al></li><li nr="2."><al>De werknemer moet zijn werkzaamheden doorgaans binnen de
                                        gemeente Velsen verrichten. Het college kan in bijzondere
                                        gevallen afwijken van deze voorwaarde voor
                                        subsidieverlening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8: Samenloop van subsidies</titel></kop><al>Geen subsidie wordt verstrekt voor kosten waarvoor, al dan niet door
                                de gemeente, reeds een andere subsidie wordt verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9: Definitieve vaststelling</titel></kop><al>Als de subsidie voor een bepaalde periode geldt, wordt het recht op
                                die subsidie telkens na afloop van het kalenderjaar
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10: Voorschotten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan in de situatie die bedoeld wordt in het
                                        vorige artikel voorafgaande aan de subsidievaststelling
                                        voorschotten verstrekken als aan de andere voorwaarden voor
                                        subsidie is voldaan.</al></li><li nr="2."><al>Voorschotten worden eerst verrekend met de definitief
                                        vastgestelde subsidie of met voorschotten over een zelfde of
                                        een volgend kalenderjaar. Als een werkgever meerdere
                                        subsidies ontvangt, kunnen voorschotten op de ene subsidie
                                        met een definitief vastgestelde andere subsidie op grond van
                                        deze verordening of met voorschotten op een andere subsidie
                                        op grond van deze verordening worden verrekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11: Bevoegdheid college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aanvullende regels stellen met nadere
                                        voorwaarden voor subsidies aan werkgevers.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan regels stellen waarin categorieën van
                                        werkgevers of werknemers worden aangewezen waarvoor aan
                                        bepaalde voorwaarden voor subsidie of de hoogte of de duur
                                        daarvan niet hoeft te worden voldaan.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een subsidieplafond vaststellen voor de
                                        subsidies aan werkgevers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12: De aanvraag</titel></kop><al>De subsidie voor loonkosten moet uiterlijk drie maanden na de
                                ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst door de werkgever worden
                                aangevraagd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 2: Subsidie voor opstapbanen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13: Voorwaarden bij subsidie voor opstapbanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan een werkgever een subsidie geven voor de
                                        loonkosten van een werknemer die in het kader van een
                                        traject gericht op reïntegratie in de arbeid ten behoeve van
                                        de werkgever werkt.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie wordt alleen verstrekt als de werkgever een
                                        arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werknemer van wie
                                        vooraf door het college is vastgesteld dat deze tot de
                                        doelgroep voor een opstapbaan behoort.</al></li><li nr="3."><al>De subsidie wordt alleen verstrekt als het gaat om een
                                        arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer voor een dusdanig
                                        aantal uren wordt aangesteld, dat zijn netto salaris meer
                                        bedraagt dan het voor hem geldende bijstandsniveau.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het vorige lid kan subsidie worden
                                        verstrekt als de werknemer voor een aantal uren wordt
                                        aangesteld waarbij het netto salaris minder bedraagt dan het
                                        voor hem geldende bijstandsniveau, als het college ten
                                        aanzien van de werknemer die alleenstaande ouder is heeft
                                        vastgesteld dat hij niet in staat is het aantal in het
                                        vorige lid bedoelde uren te werken in verband met de zorg
                                        voor één of meerdere kinderen.</al></li><li nr="5."><al>De subsidie is mogelijk ten behoeve van arbeidsplaatsen in
                                        organisaties met en zonder winstoogmerk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14: Hoogte en duur van de subsidie voor
                                    opstapbanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie bedraagt ten hoogste: </al><lijst><li nr="a."><al>€ 7.500 als de werknemer 23 jaar of ouder is en door
                                                het college aan de hand van een onderzoek is
                                                vastgesteld dat er bij aanvang van het dienstverband
                                                op korte termijn een reëel perspectief is op
                                                arbeidsinschakeling en hij tot de aanvang van de
                                                arbeidsovereenkomst bijstand ontving;</al></li><li nr="b."><al>€ 10.000 per jaar als de werknemer 23 jaar of ouder
                                                is en door het college aan de hand van een onderzoek
                                                is vastgesteld dat er bij aanvang van het
                                                dienstverband op middellange termijn een reëel
                                                perspectief is op arbeidsinschakeling en hij tot de
                                                aanvang van de arbeidsovereenkomst bijstand
                                                ontving;</al></li><li nr="c."><al>100% van het wettelijk minimumloon als de werknemer
                                                jonger dan 23 jaar is.</al></li><li nr="d."><al>€ 5.000 als de werknemer 23 jaar of ouder is en geen
                                                bijstand ontving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidie geldt voor een periode van: </al><lijst><li nr="a."><al>één jaar als de werknemer 23 jaar of ouder is en
                                                door het college aan de hand van een onderzoek is
                                                vastgesteld dat er bij aanvang van het dienstverband
                                                op korte termijn een reëel perspectief is op
                                                arbeidsinschakeling en hij tot de aanvang van de
                                                arbeidsovereenkomst bijstand ontving;</al></li><li nr="b."><al>twee jaar als de werknemer 23 jaar of ouder is en
                                                door het college aan de hand van een onderzoek is
                                                vastgesteld dat er bij aanvang van het dienstverband
                                                op middellange termijn een reëel perspectief is op
                                                arbeidsinschakeling en hij tot de aanvang van de
                                                arbeidsovereenkomst bijstand ontving;</al></li><li nr="c."><al>twee jaar als de werknemer jonger dan 23 jaar
                                                is;</al></li><li nr="d."><al>één jaar als de werknemer 23 jaar of ouder is en
                                                geen bijstand ontving.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de hoogte en de duur van de subsidie is bepalend de
                                        leeftijd van werknemer bij aanvang van de
                                        arbeidsovereenkomst.</al></li><li nr="4."><al>De subsidie wordt naar rato verlaagd als het dienstverband
                                        korter heeft geduurd dan de periode waarvoor hij geldt.</al></li><li nr="5."><al>De subsidie geldt voor dienstverbanden van 32 uren per week.
                                        Het subsidiebedrag wordt naar rato verlaagd bij een
                                        dienstverband van minder dan 32 uren per week.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15: Bevoegdheid college</titel></kop><al>Het college kan categorieën van werknemers of categorieën van
                                werkgevers aanwijzen waarvoor de subsidie in</al><al>afwijking van het vorige artikel hoger kan worden vastgesteld of
                                voor een langere duur kan worden verstrekt.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Premieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16: Activerings-/uitstroompremie</titel></kop><al>1. De (potentiële) bijstandsgerechtigde die in het kader van Velsen@work
                            of een daarmee gelijk te stellen traject werk aanvaardt komt na 2 en 4
                            maanden dienstverband</al><al>in aanmerking voor een premie van € 375,=. Bij uitstroom naar regulier
                            werk, uiterlijk 9 maanden na de start van het traject, kan hij recht
                            doen gelden op een premie van</al><al>€750,=.</al><al>2. De bijstandsgerechtigde die anderszins een arbeidsovereenkomst sluit
                            en daarmee een inkomen verwerft waardoor het recht op uitkering geheel
                            of gedeeltelijk eindigt,</al><al>wordt eenmalig een premie toegekend.</al><al>3. Recht op deze premie bestaat:</al><lijst><li nr="a."><al>zodra de arbeidsovereenkomst 6 maanden heeft geduurd;</al></li><li nr="b."><al>indien de bijstandsgerechtigde direct voorafgaande aan de in lid
                                    1 bedoelde werkaanvaarding ten minste een jaar ononderbroken een
                                    algemene bijstandsuitkering ontving op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">de wet</extref>, haar rechtsvoorganger, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers">de IOAW</extref>of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">de IOAZ</extref>.</al></li></lijst><al>4. De premie bedraagt € 1.500 bij volledige uitstroom uit de uitkering.
                            Bij gedeeltelijke uitstroom bedraagt de premie:</al><al>€ 1.000,= bij een dienstverband langer dan 16 uur per week;</al><al>€ 750,= bij een dienstverband van 12 tot 16 uur per week;</al><al>€ 500,= bij een dienstverband van 8 tot 12 uur per week.</al><al>5. De premieverstrekking vindt plaats op aanvraag onder overlegging van
                            de arbeidsovereenkomst en bewijsstukken waaruit blijkt dat deze direct
                            aansluitend op de periode van</al><al>bijstandsverlening tenminste 6 maanden heeft geduurd.</al><al>6. Geen deeltijdpremie wordt verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de bijstandsgerechtigde in aanmerking komt voor de
                                    inkomstenvrijlating als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=31">artikel 31, eerste lid onder o van de wet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>indien de gemiddelde arbeidsduur minder is dan 8 uur per
                                    week.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17: Activiteitenpremie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijstandsgerechtigde met een (zeer) grote afstand tot de
                                    arbeidsmarkt (trede 1 tot en met 4) die activiteiten verricht
                                    die door burgemeester en wethouders noodzakelijk worden geacht
                                    uit een oogpunt van maatschappelijke activering, wordt gedurende
                                    maximaal twee jaar een premie toegekend.</al></li><li nr="2."><al>Deze premie bedraagt netto:</al></li><li nr="-"><al>€ 840,= per jaar, indien de in het eerste lid bedoelde
                                    activiteiten gemiddeld 20 uur of meer per week in beslag
                                    nemen;</al></li><li nr="-"><al>€ 600,= per jaar, indien de in het eerste lid bedoelde
                                    activiteiten gemiddeld 10 uur of meer, maar minder dan 20 uur
                                    per week in beslag nemen;</al></li><li nr="-"><al>€ 300,= per jaar, indien de in het eerste lid bedoelde
                                    activiteiten gemiddeld 4 uur of meer, maar minder dan 10 uur per
                                    week in beslag nemen.</al></li><li nr="3."><al>Als de individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan
                                    de in het eerste lid bedoelde termijn van twee jaar met steeds
                                    maximaal 1 jaar worden verlengd.</al></li><li nr="4."><al>Geen deeltijdpremie wordt verstrekt indien de
                                    bijstandsgerechtigde in aanmerking komt voor de
                                    inkomstenvrijlating als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=31">artikel 31, eerste lid onder o van de wet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18: Bevoegdheid college</titel></kop><al>Het college kan afwijken van het bepaalde in de artikelen 16
                            en 17 indien
                            onverkorte toepassing in een individueel geval leidt tot onbillijkheden
                            van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19: Aanpassing bedragen</titel></kop><al>Het college kan halfjaarlijks per 1 januari en per 1 juli de bedragen
                            genoemd in de artikelen 16 en 17 wijzigen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Onkosten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20: Onkostenvergoedingen</titel></kop><al>Onkosten die direct verband houden met noodzakelijke
                            reïntegratiedienstverlening kunnen worden vergoed ten laste van het
                            werkdeel WWB.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21: Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling
                                    reïntegratieverordening WWB 2004.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt gelijktijdig met de Reïntegratieverordening
                                    WWB 2004 in werking.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 30 maart
                        2004</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Artikelsgewijs</al><al><vet>Artikel 1 Definities</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen afzonderlijke toelichting.</al><al><vet>Artikel 2 Vrijwilligerswerk</vet></al><al>Vrijwilligerswerk met behoud van uitkering kan een nuttig instrument zijn om
                    werkritme op te doen of te laten behouden. Het kan worden ingezet als uitstroom
                    naar algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is, of als dat pas op
                    middellange of lange termijn mogelijk is. Er is bewust voor gekozen om geen
                    exacte termijnen te noemen voor dit arbeidsperspectief. Niet alleen zou dat ten
                    onrechte de suggestie wekken dat dit altijd vooraf exact vast te stellen is, het
                    arbeidsperspectief is ook niet alleen afhankelijk van in de persoon gelegen
                    omstandigheden. Ook een veranderende arbeidsmarkt maakt dat het
                    arbeidsperspectief wijzigt.</al><al>Wij hanteren de volgende uitgangspunten:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>korte termijn</al></entry><entry colname="col2"><al>: binnen één jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>middellange termijn</al></entry><entry colname="col2"><al>: tussen één en twee jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>lange termijn</al></entry><entry colname="col2"><al>: langer dan twee jaar.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Daarnaast worden nog groepen onderscheiden die direct kunnen uitstromen naar
                    betaald werk, of bij wie er in het geheel geen arbeidsperspectief is. Niet
                    alleen het arbeidsperspectief is bepalend voor de inzet van een
                    reïntegratie-instrument.</al><al>Vrijwilligerswerk wordt alleen verricht bij organisaties die geen winstoogmerk
                    hebben. Uit de definitie van vrijwilligerswerk in artikel 1 onder d. volgt
                    bovendien dat het moet gaan om maatschappelijk nuttige activiteiten. Er is van
                    afgezien om een maximale duur vast te stellen, om ervoor te zorgen dat het
                    instrument ingezet kan worden voor degenen voor wie uitstroom naar betaald werk
                    niet mogelijk is, en voor wie het vrijwilligerswerk zelfstandige
                    maatschappelijke participatie als doel heeft. Als vrijwilligerswerk een
                    onderdeel van een traject naar betaald werk is, wordt de duur beperkt doordat
                    een traject van beperkte duur is.</al><al><vet>Artikel 3 Proefplaats</vet></al><al>Bij de proefplaats is het doel niet zozeer het leren van vaardigheden, maar
                    vooral het wennen aan aspecten die samenhangen met betaald werk. Het instrument
                    kan worden ingezet voor leden van de doelgroep met een perspectief op betaald
                    werk op korte, middellange of lange termijn. Wat die termijnen inhouden is nader
                    uitgewerkt in de toelichting op artikel 2.</al><al>De proefplaats duurt maximaal zes maanden. De proefplaats duurt drie maanden als
                    die voorafgaat aan een opstapbaan. Omdat opstapbanen gereserveerd zijn voor
                    mensen met een arbeidsperspectief op korte of middellange termijn, doet die
                    situatie zich alleen in die gevallen voor.</al><al><vet>Artikel 4 Leerwerkstage</vet></al><al>De leerwerkstage heeft als belangrijkste doel het opdoen van vaardigheden in een
                    vakgebied, waardoor uitstroom naar betaald werk mogelijk wordt gemaakt. De
                    leerwerkstage is bedoeld voor leden van de doelgroep die op korte, middellange
                    of lange termijn perspectief op betaald werk hebben. Wat die termijnen inhouden
                    is nader uitgewerkt in de toelichting op artikel 2. Anders dan bij
                    vrijwilligerswerk geldt hier een duurbeperking. De reden daarvan is dat de
                    leerwerkstage niet kan worden ingezet met als (voorlopig) einddoel zelfstandige
                    maatschappelijke participatie, zodat een duurbeperking hier geen ongewenste
                    beperkingen aan de inzet ervan geeft.</al><al><vet>Artikel 5 Opstapbaan</vet></al><al>De opstapbaan is een gesubsidieerde baan die bedoeld is om de belanghebbende
                    sneller op een reguliere baan geplaatst te krijgen. Hij is alleen bedoeld voor
                    mensen die op korte of middellange termijn naar regulier werk kunnen uitstromen.
                    Wat die termijnen inhouden is uitgewerkt in de toelichting op artikel 2.
                    Gehuwden, of degenen die daarmee gelijk te stellen zijn, worden niet op een
                    opstapbaan geplaatst als zij een partner hebben en het gezamenlijk inkomen hoog
                    genoeg is om in het gezinsinkomen te voorzien.</al><al><vet>Artikel 6 Doel van de subsidies voor de werkgever</vet></al><al>Doel van subsidiering van arbeidsplaatsen is om extra werkgelegenheid te
                    bevorderen voor speciale groepen van werklozen die anders geen werk kunnen
                    vinden. De reden hiervoor kan zijn dat deze werklozen door de grotere afstand
                    tot de arbeidsmarkt minder productief zijn, of dat werkgevers door een gebrek
                    aan werkervaring huiverig zijn om iemand in dienst te nemen vanwege de extra
                    financiële risico's die daaraan verbonden zijn. Door deze subsidiëring worden
                    die financiële risico’s gecompenseerd, en komen er voor de gemeente extra
                    instrumenten beschikbaar voor het uitvoeren van haar
                    reïntegratiedoelstellingen.</al><al><vet>Artikel 7 Werkingssfeer</vet></al><al>Vanwege het lokale karakter van het gemeentelijk werkgelegenheidsbeleid, is
                    subsidie alleen mogelijk voor arbeidsplaatsen binnen de gemeentegrenzen. Omdat
                    arbeid niet in alle gevallen op één locatie wordt verricht, is gekozen voor de
                    formulering dat de werkzaamheden doorgaans binnen de gemeente moeten worden
                    verricht. De werknemer moet overigens ook in de gemeente Velsen wonen.</al><al><vet>Artikel 8 Samenloop van subsidies</vet></al><al>Ongewenste samenloop van subsidies moet worden voorkomen. Voor een deel is
                    daarin al voorzien doordat alleen voor kosten (en voor zover die er zijn)
                    subsidie kan worden verleend. Toch is nog eens uitdrukkelijk opgenomen dat een
                    loonkostensubsidie alleen mogelijk is voor die loonkosten, of voor dat deel van
                    die loonkosten, waar niet al een andere subsidie voor wordt ontvangen. Dat hoeft
                    niet een subsidie te zijn die alleen voor de loonkosten bedoeld is. Het kan ook
                    om een meer algemene subsidie gaan, waarvan is vastgesteld dat die ook voor de
                    loonkosten bedoeld is.</al><al><vet>Artikel 9 Definitieve vaststelling</vet></al><al>Het definitieve recht op subsidie wordt vastgesteld na afloop van ieder
                    kalenderjaar. Als er meer dan één gesubsidieerde arbeidsplaats is, wordt op dat
                    moment tevens het totaal aan subsidies voor die arbeidsplaatsen vastgesteld.
                    Definitieve vaststelling per kalenderjaar sluit ook goed aan bij het moment van
                    salarisveranderingen en fiscale veranderingen en bij het moment waarop
                    definitief opgave van loonkosten moet worden gedaan ten behoeve van andere
                    regelingen.</al><al><vet>Artikel 10 Voorschotten</vet></al><al>Voorschotverlening is mogelijk gemaakt omdat de subsidie eenmaal per jaar
                    definitief wordt vastgesteld en de bedrijfsvoering van werkgevers niet altijd
                    toelaat dat de loonkosten worden betaald zonder dat daar de inkomsten uit de
                    loonkostensubsidie tegenover staat. Als is vastgesteld dat aan de voorwaarden
                    van subsidiering is voldaan, kunnen periodiek voorschotten worden verstrekt ter
                    hoogte van een voorlopige schatting van het uiteindelijk toe te kennen
                    subsidiebedrag ten behoeve van de aanwezige gesubsidieerde arbeidsplaatsen over
                    de periode waar het voorschot betrekking heeft. Bij de definitieve vaststelling
                    van de subsidie vindt verrekening van de verstrekte voorschotten plaats. Het
                    verschil dat resteert wordt uitbetaald als het positief is, of verrekend met de
                    bevoorschotting van het volgende kalenderjaar als het negatief is. Als
                    verrekening niet mogelijk is, worden te veel verstrekte voorschotten
                    teruggevorderd.</al><al><vet>Artikel 11 Bevoegdheid college</vet></al><al>In deze regeling zijn de belangrijkste voorwaarden voor subsidieverlening
                    opgenomen. Desondanks kan het wenselijk zijn dat bepaalde voorwaarden worden
                    aangevuld of aangescherpt, bijvoorbeeld als blijkt dat bestaande regels
                    oneigenlijke subsidiëring of concurrentievervalsing mogelijk maken. Omgekeerd
                    kan het wenselijk zijn dat ten behoeve van bepaalde categorieën van werknemers
                    of werkgevers in gunstige zin kan worden afgeweken. Om te voorkomen dat telkens
                    in individuele gevallen van de gestelde regels wordt afgeweken, is
                    voorgeschreven dat dit alleen kan op grond van door het college vastgestelde
                    algemene richtlijnen.</al><al>De aan het college gegeven mogelijkheid om een subsidieplafond vast te stellen
                    is om ongewenste overschrijding van de beschikbare middelen te voorkomen. Dat is
                    nodig omdat vooraf niet bepaald kan worden hoe effectief het beleid om de
                    werkgelegenheid voor speciale doelgroepen te vergroten zal zijn, en wat de
                    uitgaven zullen zijn die daar het gevolg van zijn.</al><al><vet>Artikel 12 De aanvraag</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen afzonderlijke toelichting.</al><al><vet>Artikel 13 Voorwaarden bij subsidie voor opstapbanen</vet></al><al>De voorwaarden die zijn verbonden aan een loonkostensubsidie zoals bedoeld in
                    dit artikel houden rechtstreeks verband met de voorwaarden die gelden voor
                    plaatsing van een belanghebbende op een opstapbaan. Dat komt doordat een
                    werkgever alleen subsidie kan krijgen nadat hij een arbeidsoverkomst heeft
                    gesloten met een werknemer waarvan vooraf door het college is vastgesteld dat
                    hij tot de doelgroep behoort. Een andere belangrijke voorwaarde is dat het werk
                    (en dus ook de betaling daarvoor) van een dusdanige omvang is, dat de
                    belanghebbende daarmee in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien, en dus geen
                    beroep meer hoeft te doen op (aanvullende) bijstand. Een uitzondering hierop kan
                    worden gemaakt als het om een alleenstaande ouder gaat, van wie vooraf door het
                    college is vastgesteld dat deze dat benodigde aantal uren niet kan werken
                    vanwege de zorg voor minderjarige kinderen.</al><al>Omdat het creëren van extra werkgelegenheid voor bepaalde doelgroepen het
                    belangrijkste doel van de loonkostensubsidie is, is het niet van belang of de
                    werkgever winst nastreeft of geen winstoogmerk heeft.</al><al><vet>Artikel 14 Hoogte en duur van de subsidie voor opstapbanen</vet></al><al>De hoogte en de duur van de subsidie zijn afhankelijk van omstandigheden die in
                    de werknemer gelegen zijn. De reden daarvoor is dat met de subsidie beoogd wordt
                    werkgelegenheid te creëren voor bepaalde doelgroepen. Om voor bepaalde
                    doelgroepen waar dat extra belangrijk voor is meer werkgelegenheid te creëren,
                    is de subsidie voor een geschikte arbeidsplaats hoger, of is de duur van de
                    subsidie langer.</al><al>Het gaat om jongeren (jonger dan 23 jaar), mensen die een bijstandsuitkering
                    ontvangen en mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Voor al deze
                    criteria geldt de situatie bij aanvang van het gesubsidieerde dienstverband. Dat
                    betekent dat de hoogte en de maximumduur van de subsidie bij aanvang van het
                    gesubsidieerde dienstverband al vastgesteld kan worden.</al><al><vet>Artikel 15 Bevoegdheid college</vet></al><al>In dit artikel wordt aan het college de mogelijkheid geboden om voor bepaalde
                    categorieën van werknemers of werkgevers de subsidie voor een opstapbaan hoger
                    vast te stellen, of voor een langere duur mogelijk te maken.</al><al><vet>Artikel 16 Activerings-/uitstroompremie</vet></al><al>Deze premie wordt ingezet als preventief instrument (stimulering) voor diegenen
                    die niet instromen in de uitkering maar direct aan het werk gaan bij één van de
                    bij Velsen@work aangesloten bedrijven.</al><al>Voorts kunnen uitkeringsgerechtigden die uitstromen naar regulier werk in
                    aanmerking komen voor een (deeltijd-) premie zodra het dienstverband tenminste 6
                    maanden heeft geduurd.</al><al><vet>Artikel 17 Activiteitenpremie</vet></al><al>Onder activering kan in dit verband worden verstaan het stimuleren van
                    uitkeringsgerechtigden met een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt tot
                    deelname aan maatschappelijk nuttige activiteiten, die op termijn een
                    kansvergrotende werking kunnen hebben op participatie aan het reguliere
                    arbeidsproces én het voorkomen en bestrijden van sociale uitsluiting, isolement
                    en maatschappelijke tweedeling. Het kan gaan om activiteiten die nuttig zijn
                    voor de samenleving of die alleen nuttig zijn voor het welzijn en de
                    ontwikkeling van betrokkenen zelf. Globaal kan het gaan om (onbeloonde)
                    activiteiten als: verrichten van klusjes op het terrein van buurtwerk
                    (verbeteren leefklimaat), regulier vrijwilligerswerk zoals bij een
                    sportvereniging of een bejaardencentrum, stageachtige activiteiten gericht op
                    instandhouden of verbeteren van arbeidscapaciteit en –ritme door deelname aan
                    maatschappelijk nuttige activiteiten of persoonsgerichte activiteiten zoals het
                    aanleren van sociale vaardigheden en andere basisvaardigheden. Het verstrekken
                    van een premie in dit soort situaties past binnen de filosofie dat
                    uitkeringsgerechtigden zo veel mogelijk moeten worden aangespoord tot
                    activering.</al><al>De premie kan slechts worden verstrekt als sprake is van continuïteit in de
                    activiteiten. De ondergrens is tenminste vier uur per week.</al><al><vet>Artikel 18 Bevoegdheid college</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen afzonderlijke toelichting.</al><al><vet>Artikel 19 Aanpassing bedragen</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen afzonderlijke toelichting.</al><al><vet>Artikel 20 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen afzonderlijke toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>