<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>63893_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Velsen 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-08-05</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofgeest/Jutter, 22-11-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet">Huisvestingswet </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingsbesluit">Huisvestingsbesluit </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20huurtoeslag">Wet op de huurtoeslag </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20eigenwoningbezit">Wet bevordering eigenwoningbezit </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankenrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-04-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R07/0066</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>-Uitvoeringsovereenkomsten met eigenaren van woonruimte.</al><al>-Huishoudelijk reglement regionale bezwarencommissie woonruimte.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>-De huisvestingsverordening 1994 wordt ingetrokken.</al><al>-De verordening behandeling bezwaarschriften regionale woonruimteverdeling 1998
                    wordt ingetrokken, omdat deze in de nieuwe verordening is opgenomen.</al><al>-Door de IJmondgemeenten worden verordeningen vastgesteld, die op hoofdlijnen
                    gelijkluidend zijn.</al><al>-Het innemen van een ligplaats met een woonschip is geregeld in de
                    Havenverordening</al><al>-De innemen van een woonwagenstandplaats is geregeld in de
                    Toewijzingsverordening woonwagenstandplaatsen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk id="hoofdstuk-1-algemene-bepalingen"><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel id="artikel-1-begripsbepalingen"><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt een groot aantal vaste begrippen gebruikt. De
                            beschrijving hiervan is opgenomen in de bijlage. Deze bijlage is
                            onderdeel van deze verordening.</al></artikel><artikel id="artikel-2-uitvoeringsovereenkomsten-met-eigenaren-van-woonruimte"><kop><titel>Artikel 2 Uitvoeringsovereenkomsten met eigenaren van
                                woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan met eigenaren van woonruimte overeenkomsten over
                                    het in gebruik geven van woonruimte sluiten, als bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=4">artikel 4 van de wet</extref>.</al></li><li nr="2."><al>De overeenkomsten bevorderen een evenwichtige en rechtvaardige
                                    verdeling van schaarse woonruimte. De overeenkomsten worden
                                    tenminste twee maanden voor de inwerkingtreding en ondertekening
                                    ter kennis gebracht van de raad.</al></li><li nr="3."><al>Na de inwerkingtreding wordt de inhoud van de overeenkomsten met
                                    een publicatie openbaar bekend gemaakt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-2-de-huisvestingsvergunning"><kop><titel>Hoofdstuk 2 De huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel id="artikel-3-huisvestingsvergunning"><kop><titel>Artikel 3 Huisvestingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder vergunning van het college woonruimte
                                    in gebruik te nemen of te geven, wanneer de huurprijs lager is
                                    dan of gelijk is aan de huurprijsgrens of de koopprijs lager is
                                    dan of gelijk is aan de koopprijsgrens.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte uit hoofde
                                    van inwoning, het innemen van een woonwagenstandplaats, een
                                    ligplaats voor een woonschip of opname in een
                                    zorginstelling.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-4-procedure-voor-het-verkrijgen-van-een-vergunning"><kop><titel>Artikel 4 Procedure voor het verkrijgen van een
                                vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een vergunning op grond van deze verordening
                                    vindt schriftelijk plaats. Hiervoor wordt een aanvraagformulier
                                    beschikbaar gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer de aanvraag is ingediend met het daarvoor bestemde
                                    formulier en dit volledig is ingevuld en ondertekend kunnen door
                                    het college aanvullende gegevens of bescheiden worden
                                    gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer gegevens of bescheiden ontbreken krijgt de aanvrager een
                                    termijn van drie weken om het ontbrekende aan te vullen.</al></li><li nr="4."><al>Op basis van de ontvangen gegevens neemt het college een besluit
                                    en deelt dit schriftelijk mee aan de aanvrager.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-5-voorwaarden-voor-verlening-huisvestingsvergunning"><kop><titel>Artikel 5 Voorwaarden voor verlening
                                huisvestingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent de vergunning wanneer tenminste één lid van
                                    een huishouden dat de vergunning aanvraagt, behoort tot de in
                                        <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-regionale-bindingseisen">artikel 6</extref> van deze verordening genoemde
                                    categorieën.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt geweigerd wanneer verlening ertoe zou leiden
                                    dat een huishouden meer dan één woning in gebruik heeft.</al></li><li nr="3."><al>In de vergunning wordt de volgende informatie opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al>Datum van afgifte</al></li><li nr="b."><al>De naam (namen) van de vergunninghouder(s);</al></li><li nr="c."><al>Het aantal personen dat de woonruimte in gebruik
                                            neemt;</al></li><li nr="d."><al>Het adres van de woonruimte;</al></li><li nr="e."><al>De termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet
                                            zijn gemaakt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-6-regionale-bindingseisen"><kop><titel>Artikel 6 Regionale bindingseisen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Om in aanmerking te kunnen komen voor een huisvestingsvergunning
                                    moet tenminste één van de leden van het huishouden: </al><lijst><li nr="a."><al>meerderjarig zijn en</al></li><li nr="b."><al>de Nederlandse nationaliteit of een geldige
                                            verblijfstitel bezitten, zoals omschreven in artikel 9,
                                            lid 2, van de wet en tevens</al></li><li nr="c."><al>ingezetene zijn van de regio of</al></li><li nr="d."><al>maatschappelijk of economisch gebonden zijn aan de
                                            regio.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt de eis van binding niet
                                    bij woningruil en voor de categorieën woningzoekenden, genoemd
                                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=13c">artikel 13c van de wet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-7-vruchteloze-aanbieding-van-vrijstaande-woonruimte"><kop><titel>Artikel 7 Vruchteloze aanbieding van vrijstaande
                                woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-voorwaarden-voor-verlening-huisvestingsvergunning">artikel 5</extref> wordt de vergunning altijd verleend
                                    nadat de woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in het
                                    tweede lid weergegeven procedure gedurende 10 weken vruchteloos
                                    is aangeboden aan woningzoekenden, die daarvoor volgens <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-regionale-bindingseisen">artikel 6</extref> in aanmerking komen.</al></li><li nr="2."><al>De eigenaar moet de woonruimte binnen de in het vorige lid
                                    genoemde termijn tenminste twee maal door middel van een
                                    publicatie, geplaatst in een regionaal dag- of weekblad, te huur
                                    of te koop hebben aangeboden. Deze publicatie moet in ieder
                                    geval bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>het adres van de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de huur- of koopprijs;</al></li><li nr="c."><al>de mededeling welke woningzoekenden de voorkeur
                                            genieten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De termijn, bedoeld in het eerste lid, begint bij het plaatsen
                                    van de eerste advertentie.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-8-het-intrekken-van-een-vergunning"><kop><titel>Artikel 8 Het intrekken van een vergunning</titel></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen de in de vergunning gestelde termijn van de
                                    vergunning gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de woningzoekende
                                    verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijze moest
                                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-3-urgentie-bemiddeling-en-labeling"><kop><titel>Hoofdstuk 3 Urgentie, bemiddeling en labeling</titel></kop><artikel id="artikel-9-urgentie"><kop><titel>Artikel 9 Urgentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een woningzoekende dringend behoefte heeft aan andere
                                    woonruimte, omdat de woonsituatie een zeer ernstige bedreiging
                                    vormt voor zijn lichamelijke en/of sociaal-psychische
                                    gezondheid, kan hij het college verzoeken een urgentieverklaring
                                    te verstrekken. Voor de aanvraag wordt een formulier beschikbaar
                                    gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Een urgentieverklaring kan tevens worden verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al>wanneer de aanvrager behoort tot door het college
                                            aangewezen voorrangsgroepen;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte waarover men zelfstandig beschikt direct
                                            definitief moet worden verlaten als gevolg van
                                            natuurgeweld of een niet door eigen opzet ontstane
                                            calamiteit;</al></li><li nr="c."><al>bij woonruimte die in het kader van een
                                            stadsvernieuwings- of herstructureringsproject op korte
                                            termijn moet worden verlaten. Daarbij geldt als
                                            voorwaarde dat er recht is op huurbescherming ten
                                            opzichte van de eigenaar en voor de woning geen
                                            leegstandsvergunning van kracht is.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Wanneer de ontstane woonproblematiek aan de aanvrager van een
                                    urgentieverklaring zelf kan worden verweten of door hem
                                    onvoldoende pogingen zijn gedaan om een oplossing te vinden,
                                    levert dit een weigeringsgrond voor de urgentieverklaring
                                    op.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-10-urgentieverklaring"><kop><titel>Artikel 10 Urgentieverklaring</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De urgentieverklaring houdt in: </al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling dat verhuizing van de woningzoekende
                                            dringend noodzakelijk is en dat het college
                                            overeenkomstig <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-12-bemiddeling">artikel 12</extref> bemiddeling zal verlenen bij
                                            het verkrijgen van andere woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>dat wanneer een passende woning vrijkomt deze door de
                                            wooncorporatie aan de urgent woningzoekende wordt
                                            aangeboden;</al></li><li nr="c."><al>de vaststelling van een zoekprofiel bestaande uit de
                                            woningtypen waarvoor de verklaring geldig is op grond
                                            van de omstandigheden, die aan de urgentie ten grondslag
                                            liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij gewijzigde omstandigheden kan het college de inhoud van de
                                    verleende verklaring, al dan niet op op verzoek van de
                                    woningzoekende, wijzigen of de verklaring intrekken.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een verklaring tevens intrekken wanneer de
                                    verklaring is verstrekt op grond van door de woningzoekende
                                    verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijze moest
                                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-11-onderzoek-door-deskundigen"><kop><titel>Artikel 11 Onderzoek door deskundigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd de aanvrager ter beoordeling van het
                                    recht op urgentie op een door het college te bepalen plaats en
                                    tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                                    onderzoeken of ondervragen.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvrager is verplicht aan het college of de door hem
                                    aangewezen adviesinstantie die gegevens te (doen) verschaffen
                                    die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn
                                    aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-12-bemiddeling"><kop><titel>Artikel 12 Bemiddeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor woningzoekenden die beschikken over een urgentieverklaring
                                    zal het college bij wooncorporaties actief bemiddelen naar
                                    passende woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Het college bepaalt in overleg met de wooncorporaties door welke
                                    instantie en onder welke voorwaarden de bemiddeling wordt
                                    georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>De bemiddeling wordt gestaakt nadat de woningzoekende tweemaal
                                    een aanbieding van een naar het oordeel van het college passende
                                    woonruimte heeft geweigerd.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-13-labeling-woonruimte-voor-specifieke-groepen"><kop><titel>Artikel 13 Labeling woonruimte voor specifieke groepen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan woningen of complexen van woningen aanwijzen die
                                    uitsluitend bestemd zijn voor de toewijzing aan woningzoekenden,
                                    die voldoen aan specifieke voorwaarde(n).</al></li><li nr="2."><al>Een aanwijzingsbesluit als in het eerste lid bedoeld wordt
                                    alleen genomen in overleg met de eigenaar van die
                                    woonruimte(n).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-4-de-regionale-bezwaarcommissie-woonruimte"><kop><titel>Hoofdstuk 4 De regionale bezwaarcommissie woonruimte</titel></kop><artikel id="artikel-14-de-commissie"><kop><titel>Artikel 14 De commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een regionale bezwaarcommissie woonruimte, die advies
                                    uitbrengt over bezwaren tegen besluiten die krachtens de <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#hoofdstuk-2-de-huisvestingsvergunning">hoofdstukken 2</extref> en <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#hoofdstuk-3-urgentie-bemiddeling-en-labeling">3</extref> van deze verordening zijn genomen.</al></li><li nr="2."><al>De bezwaarcommissie fungeert tevens als klachtencommissie, als
                                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=4">artikel 4 van de wet</extref>, voor besluiten ter
                                    uitvoering van overeenkomsten tussen het college en eigenaren
                                    van woonruimte.</al></li><li nr="3."><al>Bij klachten, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=4">artikel 4 van de wet</extref>, is het oordeel van de
                                    commissie voor partijen bindend.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-15-samenstelling-van-de-commissie"><kop><titel>Artikel 15 Samenstelling van de commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bezwaarcommissie bestaat uit een voorzitter, twee leden en
                                    drie plaatsvervangende leden, die door het college van Velsen,
                                    mede namens de andere colleges in de regio, worden benoemd,
                                    geschorst en ontslagen. Behoudens overwegende bezwaren tegen een
                                    kandidaat volgt dit college de in het tweede lid genoemde
                                    voordrachten.</al></li><li nr="2."><al>Een lid en zijn plaatsvervanger worden benoemd op voordracht van
                                    de gezamenlijke regiogemeenten. Een lid en zijn plaatsvervanger
                                    worden benoemd op voordracht van de wooncorporaties in de regio.
                                    Een lid en zijn plaatsvervanger worden benoemd namens de
                                    woonconsumenten in de regio.</al></li><li nr="3."><al>Bij voorgenomen schorsing of ontslag op zwaarwegende gronden
                                    overlegt het college van Velsen met de indiener van de
                                    voordracht en met de regiogemeenten.</al></li><li nr="4."><al>Kandidaten die lid zijn van een gemeentebestuur of een orgaan
                                    van een wooncorporatie in de regio of die daarvoor direct of
                                    indirect werkzaam zijn, zijn niet benoembaar.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag
                                    van het aftreden van het college na verkiezingen. De aftredende
                                    leden blijven hun functie vervullen tot in de opvolging is
                                    voorzien.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen elk moment
                                    ontslag nemen, waarna een nieuwe voordracht wordt gevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-16-secretaris-van-de-commissie"><kop><titel>Artikel 16 Secretaris van de commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris van de bezwaarcommissie is een door de
                                    gemeentesecretarissen in overleg aangewezen medewerker van een
                                    regiogemeente.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentesecretarissen wijzen tevens een of meer
                                    plaatsvervanger(s) voor de secretaris aan.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris verricht de werkzaamheden onder aansturing en
                                    verantwoordelijkheid van de voorzitter van de
                                    bezwaarcommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-17-huishoudelijk-reglement-en-jaarverslag"><kop><titel>Artikel 17 Huishoudelijk reglement en jaarverslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bezwaarcommissie legt haar werkwijze vast in een
                                    huishoudelijk reglement. Dit reglement wordt aan de colleges
                                    meegedeeld.</al></li><li nr="2."><al>Elk jaar doet de commissie aan het college en de wooncorporaties
                                    verslag van haar werkzaamheden.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-18-kosten-van-de-bezwaarcommissie"><kop><titel>Artikel 18 Kosten van de bezwaarcommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissieleden ontvangen voor hun werkzaamheden een
                                    vergoeding als bepaald door het college van velsen.</al></li><li nr="2."><al>De kosten van de ambtelijke ondersteuning van de commissie en
                                    van uitbetaalde vergoedingen worden op basis van het
                                    inwoneraantal omgeslagen over de regio-gemeenten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-5-wijziging-woningvoorraad"><kop><titel>Hoofdstuk 5 Wijziging woningvoorraad</titel></kop><artikel id="artikel-19-werkingsgebied"><kop><titel>Artikel 19 Werkingsgebied</titel></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle zelfstandige
                            en onzelfstandige woonruimten ongeacht de huur- of de koopprijs.</al></artikel><artikel id="artikel-20-vergunning-voor-onttrekken-samenvoegen-en-omzetten-van-woonruimte"><kop><titel>Artikel 20 Vergunning voor onttrekken, samenvoegen en omzetten
                                van woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder vergunning van het college woonruimte: </al><lijst><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijk aan de woonbestemming te
                                            onttrekken. Onder onttrekken wordt verstaan het slopen
                                            of het gebruiken voor een ander doel dan permanente
                                            bewoning door een huishouden. Onder gedeeltelijk
                                            onttrekken wordt verstaan een zodanige onttrekking van
                                            woonruimte, dat die woonruimte daardoor niet langer
                                            geschikt is voor bewoning door een huishouden van
                                            dezelfde omvang dan waarvoor deze zonder zodanige
                                            onttrekking geschikt is;</al></li><li nr="b."><al>met andere woonruimte samen te voegen;</al></li><li nr="c."><al>om te zetten van zelfstandige in onzelfstandige
                                            woonruimte.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een aanvraag voor een vergunning, als bedoeld in lid 1, wordt
                                    door de eigenaar schriftelijk bij het college ingediend.
                                    Hiervoor wordt een aanvraagformulier beschikbaar gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-21-voorwaarden-voor-verlening-vergunning"><kop><titel>Artikel 21 Voorwaarden voor verlening vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent de vergunning, als bedoeld in <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-20-vergunning-voor-onttrekken-samenvoegen-en-omzetten-van-woonruimte">artikel 20</extref>, wanneer naar haar oordeel het met de
                                    onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang groter is
                                    dan het belang van het behoud of de samenstelling van de
                                    woningvoorraad.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een vergunning verlenen voor tijdelijke
                                    onttrekking, indien de onttrekking voorziet in een tijdelijke
                                    behoefte.</al></li><li nr="3."><al>Bij onttrekking wordt de vergunning altijd verleend wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>na samenvoeging de vergunningaanvrager als eigenaar de
                                            bewoner is, de bestemming tot bewoning gehandhaafd
                                            blijft en de samengevoegde woonruimte naar het oordeel
                                            van het college passend is voor het huishouden van de
                                            eigenaar-bewoner;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag geschiedt door een verhuurder/beheerder ten
                                            behoeve van een te krap wonend huishouden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien het college heeft vastgesteld dat het belang van de
                                    aanvrager niet opweegt tegen het belang van het behoud of de
                                    samenstelling van de woonruimtevoorraad, maar dat dat belang
                                    door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan
                                    worden gediend, kan het de gevraagde vergunning verlenen, indien
                                    de aanvrager de compensatie voldoet, als bedoeld in <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-22-compensatie">artikel 22</extref>, en ook overigens voldoet aan door het
                                    college vastgestelde beleidsregels.</al></li><li nr="5."><al>In de vergunning wordt de volgende informatie vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>Datum van afgifte</al></li><li nr="b."><al>De naam (namen) van de vergunninghouder(s);</al></li><li nr="c."><al>De termijn waarna de onttrekking, samenvoeging of
                                            omzetting moet hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="d."><al>Het adres van de betrokken woonruimte.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-22-compensatie"><kop><titel>Artikel 22 Compensatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Compensatie kan worden geboden door het toevoegen aan de
                                    woningvoorraad van andere, vervangende woonruimte, die naar het
                                    oordeel van het college gelijkwaardig is aan de te onttrekken
                                    woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Compensatie kan ook worden geboden door betaling van een
                                    compensatietarief. Dit tarief is een door het college
                                    vastgesteld percentage van de WOZ-waarde van de woning.</al></li><li nr="3."><al>Het college voegt het compensatiebedrag toe aan het
                                    Woonfonds.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is niet van toepassing op sloop-/nieuwbouw in het
                                    kader van met de gemeente overeengekomen
                                    herstructureringsprojecten door een wooncorporatie.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-23-intrekking"><kop><titel>Artikel 23 Intrekking</titel></kop><al>Het college kan een vergunning, als bedoeld in <intref doc="artikel-20-vergunning-voor-onttrekken-samenvoegen-en-omzetten-van-woonruimte">artikel 20</intref>, intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen de in de vergunning aangegeven termijn nadat de
                                    beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot
                                    onttrekking, samenvoeging of omzetting;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                    verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-24-splitsingsvergunning"><kop><titel>Artikel 24 Splitsingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op een
                                    bestaand gebouw te splitsen in appartementsrechten, indien een
                                    of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het
                                    gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als
                                    woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag voor een vergunning, als bedoeld in lid 1 wordt
                                    door de eigenaar schriftelijk bij het college ingediend.
                                    Hiervoor wordt een aanvraagformulier beschikbaar gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Deze bepaling is van toepassing op alle bestaande gebouwen, die
                                    woonruimte bevatten, ongeacht de huur- of koopprijs.</al></li><li nr="4."><al>Bij verlening van een splitsingsvergunning vermeldt het college
                                    de volgende informatie: </al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen een jaar van de
                                            splitsingsvergunning gebruik gemaakt moet worden;</al></li><li nr="b."><al>de gebouwde onroerende zaak waarop de splitsing
                                            betrekking heeft.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-25-gronden-voor-weigering-van-splitsingsvergunning"><kop><titel>Artikel 25 Gronden voor weigering van
                                splitsingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een splitsingsvergunning weigeren wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>het (gedeelte van een) gebouw waarop de aanvraag
                                            betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die
                                            verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="b."><al>de huurprijs van één of meer van die (voormalige)
                                            woonruimten lager is dan de huurprijsgrens;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet kan waarborgen dat de woonruimte(n) na
                                            de splitsing bestemd blijven, of de voormalige
                                            woonruimte(n) na de splitsing opnieuw bestemd zullen
                                            worden voor verkoop of verhuur ter bewoning en het
                                            belang dat de aanvrager bij splitsing heeft niet opweegt
                                            tegen de kwaliteit van de woonomgeving, zoals aangegeven
                                            in de Leidraad voor Inrichtingswerken in de Openbare
                                            Ruimte. Bij deze afweging worden ook de ligging en de te
                                            verwachten vraag naar de betreffende woonruimten
                                            betrokken;</al></li><li nr="d."><al>de splitsing zou leiden tot woningen met een
                                            oppervlakte, die vanuit het oogpunt van woonkwaliteit
                                            door het college als te klein worden aangemerkt;</al></li><li nr="e."><al>het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
                                            aanvraag betrekking heeft, voor zover dit geheel of ten
                                            dele verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de
                                            voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ruimtelijke%20Ordening/article=10">artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke
                                                Ordening</extref>, of met enig wettelijk
                                            voorschrift, geheel of ten dele voor een ander doel dan
                                            voor bewoning in gebruik is genomen.</al></li><li nr="f."><al>voor het gebied, waarin het gebouw is gelegen, een een
                                            stadsvernieuwings- of herstructureringsproject van
                                            kracht is, wanneer het ontwerp voor dat plan of
                                            verordening danwel de herziening daarvan, ter inzage is
                                            gelegd voordat de aanvraag voor de splitsingsvergunning
                                            is gedaan;</al></li><li nr="g."><al>de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen heeft voor de
                                            met het plan of de verordening nagestreefde doeleinden
                                            en</al></li><li nr="h."><al>het belang dat de aanvrager bij de splitsing heeft niet
                                            opweegt tegen het belang van het voorkomen van
                                            belemmeringen van de stadsvernieuwing.</al></li><li nr="i."><al>de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van
                                            indeling of staat van onderhoud geheel of gedeeltelijk
                                            tegen splitsing verzet;</al></li><li nr="j."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                            voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
                                            worden opgeheven, of onvoldoende is verzekerd dat de
                                            gebreken zullen worden opgeheven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van gebreken als bedoeld in lid 2, onder i. en j., is in ieder
                                    geval sprake indien: </al><lijst><li nr="a."><al>Het college ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=14%2C25">artikelen 14 tot en met 25 van de
                                                Woningwet</extref>een aanschrijving heeft gedaan en
                                            deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>Het gebouw, waarop de aanvraag om een
                                            splitsingsvergunning betrekking heeft, één of meer
                                            woonruimten bevat, die ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=29%2C38">artikelen 29 tot en met 38 van de
                                                Woningwet</extref> onbewoonbaar zijn verklaard.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-26-aanhouden-van-een-splitsingsaanvraag"><kop><titel>Artikel 26 Aanhouden van een splitsingsaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt een beslissing op een aanvraag voor een
                                    splitsingsvergunning aan, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw waarop de aanvraag
                                            betrekking heeft ligt een voorbereidingsbesluit als
                                            bedoeld in artikel 21 van de Wet op de ruimtelijke
                                            ordening van kracht is met het oog op een
                                            herstructureringsproject of een stadsvernieuwingsplan of
                                            een herziening daarvan, wanneer het besluit daartoe is
                                            genomen voordat de aanvraag om vergunning werd ingediend
                                            en</al></li><li nr="b."><al>redelijkerwijze verwacht mag worden dat de in het een
                                            stadsvernieuwings- of herstructureringsproject op te
                                            nemen maatregelen nadelig kunnen worden beïnvloed door
                                            de voorgenomen splitsing.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanhouding als bedoeld in het vorige lid duurt tot het moment
                                    dat het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 21 van de Wet op
                                    de ruimtelijke ordening is vervallen.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-27-intrekking"><kop><titel>Artikel 27 Intrekking</titel></kop><al>Het college een splitsingsvergunning intrekken wanneer niet binnen een
                            jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot
                            inschrijving in de openbare registers van de akte van splitsing in
                            appartementsrechten of tot het verlenen van deelnemings- of
                            lidmaatschapsrechten.</al></artikel><artikel id="artikel-28-ontheffing"><kop><titel>Artikel 28 Ontheffing</titel></kop><al>Het college kan in het belang van de volkshuisvesting geheel of
                            gedeeltelijk ontheffing verlenen van de bepalingen van <intref doc="hoofdstuk-5-wijziging-woningvoorraad">hoofdstuk
                            5</intref>.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-6-verdere-bepalingen"><kop><titel>Hoofdstuk 6 Verdere bepalingen</titel></kop><artikel id="artikel-29-hardheidsclausule"><kop><titel>Artikel 29 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze
                            verordening naar zijn oordeel tot bijzondere hardheid leidt ten gunste
                            van de woningzoekende af te wijken van deze verordening.</al></artikel><artikel id="artikel-30-strafbepaling"><kop><titel>Artikel 30 Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met het bepaalde in de <intref doc="artikel-3-huisvestingsvergunning">artikelen 3</intref>,
                                <intref doc="artikel-20-vergunning-voor-onttrekken-samenvoegen-en-omzetten-van-woonruimte">20</intref> of <intref doc="artikel-24-splitsingsvergunning">24</intref> wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier
                            maanden of geldboete van de derde categorie. De genoemde strafbaar
                            gestelde feiten zijn overtredingen.</al></artikel><artikel id="artikel-31-handhaving"><kop><titel>Artikel 31 Handhaving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                    verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college
                                    aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>Met de opsporing van de bij <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-30-strafbepaling">artikel 30</extref> van deze verordening strafbaar gestelde
                                    feiten zijn, behalve de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering%20/article=141">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</extref>en
                                    de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=75">artikel 75 van de wet</extref>aangewezen ambtenaren belast
                                    de in het eerste lid genoemde ambtenaren, voor zover zij door de
                                    Minister van Justitie daartoe zijn aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden
                                    als genoemd in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=77">artikelen 77</extref>en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=78">78 van de wet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-32-restbepaling"><kop><titel>Artikel 32 Restbepaling</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college. Het zal zich daarbij laten leiden door overwegingen betrekking
                            hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse
                            woonruimte.</al></artikel><artikel id="artikel-33-overleg-bij-wijziging"><kop><titel>Artikel 33 Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                            pleegt het college overleg met de regiogemeenten, met de in de gemeente
                            werkzame wooncorporaties en met andere daarvoor naar diens oordeel in
                            aanmerking komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van
                            de woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al></artikel><artikel id="artikel-34-toepassing-regelgeving-na-sluiten-overeenkomsten"><kop><titel>Artikel 34 Toepassing regelgeving na sluiten
                                overeenkomsten</titel></kop><al>Bij de toepassing van <intref doc="artikel-2-uitvoeringsovereenkomsten-met-eigenaren-van-woonruimte">artikel 2</intref>, zijn de criteria voor werving en selectie van
                            kandidaten voor vrijkomende woningen ook van toepassing op zelfstandige
                            woonruimte, die in het bezit is van een eigenaar van woonruimte die de
                            uitvoeringsovereenkomst niet heeft ondertekend, of die deze eenzijdig
                            opzegt.</al></artikel><artikel id="artikel-35-experimenten"><kop><titel>Artikel 35 Experimenten</titel></kop><al>Het college kan, na kennisgeving aan de raad afwijken van deze
                            verordening ten behoeve van experimenten in het belang van de
                            volkshuisvesting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-7-slotbepalingen"><kop><titel>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</titel></kop><artikel id="artikel-36-overgangsbepaling"><kop><titel>Artikel 36 Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vóór de inwerkingtreding van deze verordening ingediende
                                    aanvragen worden geacht aanvragen te zijn als bedoeld in deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen tot verlening van een vergunning volgens deze
                                    verordening, die voor de dag van inwerkintreding zijn ingediend,
                                    worden behandeld volgens het voordien geldende recht, indien dit
                                    voor de betrokkene gunstiger is.</al></li><li nr="3."><al>In wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten, die
                                    op grond van de Huisvestingsverordening1994 zijn genomen, blijft
                                    de Huisvestingsverordening1994 van toepassing, tenzij toepassing
                                    van de Huisvestingsverordening 2008 gunstiger is voor de
                                    betrokken partij.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-37-inwerkingtreding-en-citeertitel"><kop><titel>Artikel 37 Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Huisvestingsverordening 1994 wordt ingetrokken per 1 januari
                                    2008.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening behandeling bezwaarschriften regionale
                                    woonruimteverdeling 1998 wordt ingetrokken per 1 januari
                                    2008.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening
                                    Velsen 2008.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van Velsen, gehouden
                        op {datum},</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al>mr J.P.E.M. Huys mr P.A.G. Cammaert</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>BIJLAGE I bij de huisvestingsverordening 2007 Velsen:
                        Begripsomschrijvingen</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="50*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="50*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>a. aftoppingsgrens</al></entry><entry colname="col2"><al> Rekenhuur als bedoeld in Artikel 20 van de Wet op de
                                        huurtoeslag waarboven het college, als omschreven in Artikel
                                        38 van de Wet op de huurtoeslag, moet toezien dat het aantal
                                        gevallen, waarin huurtoeslag wordt toegekend, beperkt
                                        blijft. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b. besluit</al></entry><entry colname="col2"><al>Het Huisvestingsbesluit.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c. bezwaarcommissie woonruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>De regionale commissie waarbij belanghebbenden bezwaar
                                        kunnen maken tegen de uitvoering van deze verordening of van
                                        de daarop baseerde overeenkomsten met derden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d. college</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college van burgemeester en wethouders van Velsen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e. economische binding</al></entry><entry colname="col2"><al>Binding van een persoon aan de regio IJmond, gelegen in het
                                        redelijke belang dat die persoon, met het oog op de
                                        voorziening in het bestaan, heeft om zich in deze regio te
                                        vestigen. Er is in elk geval sprake van economische binding
                                        wanneer men voor de voorziening in het bestaan is aangewezen
                                        op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit de
                                        regio. Aan groepen woningzoekenden die behoren tot de
                                        categorieën genoemd in artikel 13c van de wet wordt de eis
                                        van economische binding niet gesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f. eigenaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van
                                        woonruimte: hetzij de eigenaar in de zin van het burgerlijk
                                        wetboek, de rechthebbende op een appartementsrecht, de
                                        erfpachter of de vruchtgebruiker.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g. huishouden</al></entry><entry colname="col2"><al>Een alleenstaande danwel twee of meer personen die een
                                        gemeenschappelijke huishouding (willen gaan) voeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> h. huisvestings- vergunning </al></entry><entry colname="col2"><al>De vergunning genoemd in artikel 7 van de
                                        Huisvestingswet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i. huurprijs</al></entry><entry colname="col2"><al>De prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het
                                        enkele gebruik van een woning, uitgedrukt in een bedrag per
                                        maand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j. huurprijsgrens</al></entry><entry colname="col2"><al> De wettelijk bepaalde huurpijs, waarboven geen
                                        huisvestingsvergunning verplicht is. Deze grens vloeit voort
                                        uit artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag; (huurprijs 2007
                                        € 621,78 per maand). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k. ingezetene</al></entry><entry colname="col2"><al>Degene die tenminste een jaar in het bevolkingsregister van
                                        de gemeente Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest of Velsen is
                                        opgenomen en die feitelijk binnen het grondgebied van deze
                                        gemeenten zijn hoofdverblijf heeft in een voor permanente
                                        bewoning aangewezen woonruimte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l. inwoning</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van
                                        een woonruimte, die bij een ander huishouden in gebruik
                                        is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m. koopprijs</al></entry><entry colname="col2"><al>De prijs die voor de enkele aankoop van een woonruimte is of
                                        zal worden betaald.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n. koopprijsgrens</al></entry><entry colname="col2"><al>De wettelijk bepaalde koopprijs, waarboven geen
                                        huisvestingsvergunning verplicht is. Deze grens vloeit voort
                                        uit artikel 15 van de Wet bevordering eigenwoningbezit;
                                        (koopprijs 2007 € 158.850).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o. leidraad voor inrichtingswerken in de openbare ruimte
                                        (‘LIOR’)</al></entry><entry colname="col2"><al>Leidraad die de gemeente als toetsingsinstrument hanteert,
                                        die basiseisen stelt aan inrichtingswerken in de openbare
                                        ruimte en procedures beschrijft.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p. maatschappelijke binding</al></entry><entry colname="col2"><al>Binding van een persoon aan de regio, aangenomen wanneer men
                                        in de afgelopen tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken
                                        ingezetene is geweest van deze regio; binding wordt tevens
                                        aangenomen bij het verhuizen voor de duur van een opleiding
                                        aan een erkende opleidingsinstelling.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> q. onttrekkings- vergunning </al></entry><entry colname="col2"><al>De vergunning tot onttrekking van woonruimte als beschreven
                                        als bedoeld in artikel 30 van de wet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r. onzelfstandige woonruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonruimte, die niet bestemd is voor inwoning, zonder eigen
                                        toegang, die niet door een huishouden kan worden bewoond,
                                        zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke
                                        voorzieningen buiten die woonruimte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>s. permanente bewoning</al></entry><entry colname="col2"><al>Het over een periode van zes maanden tenminste 120 dagen
                                        houden van nachtverblijf op het adres.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t. raad</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeenteraad van Velsen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>u. specifieke groepen, als bedoeld in artikel 13c van de
                                        wet</al></entry><entry colname="col2"><al>Gepensioneerden, ernstig gehandicapten, langdurig werklozen;
                                        remigranten; vergunninghouders vreemdelingenwet; personen in
                                        een proces van duurzame ontbinding van een duurzame
                                        relatie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>v. regio</al></entry><entry colname="col2"><al>Het samenwerkingsgebied voor de woningmarkt: de regio IJmond
                                        omvattende het grondgebied van de gemeenten Beverwijk,
                                        Heemskerk, Uitgeest en Velsen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>w. splitsingsvergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>Vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>x. uitvoeringsovereenkomst</al></entry><entry colname="col2"><al>De overeenkomst tussen de gemeente en een wooncorporatie met
                                        betrekking tot de uitvoering van de Huisvestingsverordening
                                        2007.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>y. voorrangsgroepen</al></entry><entry colname="col2"><al>Groepen woningzoekenden die voldoen aan een specifiek door
                                        het college gesteld criterium.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>z. wet</al></entry><entry colname="col2"><al>De Huisvestingswet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aa. wooncorporatie</al></entry><entry colname="col2"><al>Toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70, eerste lid
                                        of artikel 2, eerste lid van de Woningwet.1991, 439.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bb. woningruil</al></entry><entry colname="col2"><al>Het door twee of meer huishoudens over en weer in gebruik
                                        nemen van zelfstandige woonruimte voor permanente
                                        bewoning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>cc. woningzoekende</al></entry><entry colname="col2"><al>Huishouden dat in de regio woonruimte in gebruik wil
                                        nemen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>dd. woonconsument</al></entry><entry colname="col2"><al>Huurders, eigenaar-bewoners, kandidaat-huurders,
                                        kandidaat-kopers en woningzoekenden in de regio.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ee. woonfonds</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestemmingsreserve in de gemeentebegroting, bedoeld voor
                                        stedelijke vernieuwing en/of experimenten in de
                                        volkshuisvesting.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ff. woonruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonruimte die niet bestemd is voor inwoning met een eigen
                                        toegang, die door een huishouden kan worden bewoond zonder
                                        afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                        woonruimte.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de Huisvestingsverordening 2008</vet></al><al><vet>In één oogopslag</vet></al><al><vet>Waarom deze verordening ?</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Om de betaalbare huur- en koopwoningvoorraad eerst ten goede laten komen
                            aan woningzoekenden in de IJmond. Het stellen van bindingseisen beperkt
                            de vrije marktwerking in het belang van de regionale
                            volkshuisvesting.</al></li><li nr="2."><al>Als basis voor het mandateren van het afgeven van
                            huisvestingsvergunningen voor huurwoningen aan wooncorporaties.</al></li><li nr="3."><al>Om initiatieven om woningen te onttrekken, deze samen te voegen of juist
                            te splitsen te kunnen toetsen aan het belang van de
                            volkshuisvesting.</al></li><li nr="4."><al>Om de bezwaarcommissie woonruimte een juridische grondslag te
                            geven.</al></li></lijst><al><vet>Inhoud</vet></al><al>Verbod om zonder vergunning van het college:</al><lijst><li nr="-"><al>Een woning onder de koopprijsgrens (€ 158.850) te kopen en te gaan
                            bewonen, wanneer deze niet tenminste tien weken lokaal is
                            aangeboden.</al></li><li nr="-"><al>Een woning onder de huurprijsgrens (€ 621,78) te huren.</al></li><li nr="-"><al>Woningen samen te voegen tot één woning.</al></li><li nr="-"><al>Een woning aan de woonbestemming te onttrekken.</al></li><li nr="-"><al>Woonruimte te splitsen in appartementsrechten.</al></li></lijst><al>Waarom een nieuwe verordening ?</al><al>Het uitgangspunt van regionale binding is gehandhaafd, maar de bepalingen zijn
                    ten opzichte van de geldende verordening waar mogelijk gedereguleerd. Het
                    intussen ingevoerde optie- winkelmodel ligt ten grondslag aan de regeling. De
                    regeling voor woonwagens en woonschepen is uit de verordening genomen en
                    afzonderlijk opgezet. Passendheidseisen (grootte van de woning en inkomen) staan
                    niet langer in de verordening. Overbodig geworden bepalingen zijn geschrapt. Bij
                    aanvragen te overleggen gegevens worden niet meer opgesomd in de verordening,
                    maar zullen worden opgenomen in bij de gemeente verkrijgbare of te downloaden
                    aanvraagformulieren.</al><al>Al jaren loopt landelijk (VNG en Aedes) de discussie om de Huisvestingswet uit
                    1992 fundamenteel te wijzigen. Naar verwachting zal het nog geruime tijd duren
                    voordat een nieuwe wet het Staatsblad zal bereiken. Mogelijk zal de wijziging
                    gevolgen hebben voor de bevoegdheid van gemeenten om bij verordening regels te
                    stellen. Wanneer dit het geval is zal de verordening worden aangepast. Het is
                    niet gewenst om hierop te wachten met het vaststellen van een nieuwe
                    verordening.</al><al><vet>Artikelsgewijze</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>Om de leesbaarheid van de verordening te verbeteren, zijn de begripsbepalingen
                    opgenomen in een overzichtelijke bijlage. Deze is maatgevend bij de
                    interpretatie van de 37 artikelen, die de verordening telt.</al><al><vet>Sub e Bindingseisen</vet></al><al>De IJmondregio wordt hier aangegeven als de woningmarkt, waar Velsen onderdeel
                    van uitmaakt. Woningzoekenden uit Velsen, Uitgeest, Heemskerk en Beverwijk
                    worden beschermd tegen de vraag van woningzoekenden van buiten de regio.</al><al><vet>Sub s Permanente bewoning</vet></al><al>Het niet permanent bewonen van een woning geldt als een onttrekking, waar een
                    vergunning voor nodig is. Van permanent bewonen is volgens de definitie alleen
                    sprake wanneer over een periode over een half jaar gemeten, tenminste vier
                    maanden op een adres wordt overnacht. Hiermee kan tegen het aanhouden van een
                    ‘pied-a-terre’ in de gemeente worden opgetreden.</al><al><vet>Artikel 2 Uitvoeringsovereenkomst met corporaties</vet></al><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om met de corporaties overeen te
                    komen, dat deze zelf huisvestingsvergunningen afgeven aan degenen, met wie zij
                    een huurovereenkomst aangaan. Daarbij wordt het optie- winkelmodel gehanteerd
                    (zie ook de site www.woneninvelsen.nl). De Huisvestingswet maakt dit mogelijk
                    (artikel 4). In de uitvoeringsovereenkomst kunnen, naast de bindingseis, nog
                    aanvullende criteria met de corporaties worden afgesproken. Bijvoorbeeld de
                    passendheid van de woning ten opzichte van het inkomen of ten opzichte van de
                    grootte van het huishouden. Deze overeenkomst zal nog worden uitgewerkt. Bij
                    mandaat blijft het college blijft formeel verantwoordelijk voor de namens de
                    gemeente afgegeven huisvestingsvergunningen. Dat betekent dat een bezwaarschrift
                    - gehoord het advies van de regionale bezwaarcommissie - altijd door het college
                    zal worden afgehandeld. In een beroepsprocedure is de gemeente de wederpartij
                    van de bezwaarde en niet de corporatie die de vergunning heeft verstrekt.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 Huisvestingsvergunning (artt. 3 t/m 8)</vet></al><al>Dit hoofdstuk schrijft een vergunning voor wanneer iemand een woning onder de
                    koopprijsgrens voor eigen gebruik wil aankopen of een huis beneden de
                    huurprijsgrens wil gaan huren. De aanvrager moet dan meerderjarig zijn, moet
                    rechtsgeldig in Nederland verblijven en moet een binding hebben met de IJmond.
                    De bindingseis geldt niet bij woningruil en voor een groep personen, die de
                    Huisvestingswet in artikel 13c opsomt, dat wil zeggen langdurig werklozen,
                    remigranten, statushouders en gescheiden personen.</al><al>De koopprijs- en de huurprijsgrens worden landelijk vastgesteld op basis van
                    twee wetten, respectievelijk de Wet bevordering eigenwoningbezit en de Wet op de
                    huurtoeslag. De actuele bedragen voor 2007 zijn voor de volledigheid opgenomen
                    bij de definities. Zij kunnen jaarlijks wijzigen. Wanneer de gemeente bij
                    verordening deze grenzen stelt, is het niet mogelijk om eigen grenzen te
                    hanteren. In bijzondere gevallen is alleen verhoging van de koopprijsgrens
                    mogelijk. Gedeputeerde Staten moeten daarvoor toestemming verlenen. Voor Velsen
                    is dit niet aan de orde.</al><al>Wanneer een woning 10 weken na publicatie niet verkocht of verhuurd is,
                    vervallen de bindingseisen en kan de woning ook aan gegadigden buiten de regio
                    worden aangeboden. Dit artikel is vooral van belang voor betaalbare
                    koopwoningen. De woning moet eerst bij advertentie worden aangeboden in een
                    regionaal dag- of weekblad. Wanneer sprake is van een bepaalde doelgroep voor
                    wie de woning bestemd is, moet dat daarbij worden vermeld. Vaak zal dat laatste
                    zich niet voordoen.</al><al><vet>Hoofdstuk 3 Urgentie/labeling (artt. 9 t/m 13)</vet></al><al>Wanneer de woonsituatie dermate bedreigend is voor iemands welbevinden, dat deze
                    situatie niet langer dan drie maanden kan voortduren, zal het college een
                    urgentieverklaring afgeven. Om dit vast te stellen wordt advies gevraagd aan de
                    GGD. Een urgentie geldt tevens voor sommige groepen, zoals bewoners van
                    herstructureringsprojecten, die opnieuw gehuisvest moeten worden. Urgent
                    verklaarde woningzoekenden krijgen via de bemiddelingslijst bij voorrang een
                    woning aangeboden, wanneer wordt vastgesteld dat deze voldoet aan hun
                    profiel.</al><al>Het college kan bepaalde wooncomplexen labelen voor een doelgroep. Dit gebeurt
                    altijd in overleg met eigenaar is van het complex, meestal een corporatie.</al><al><vet>Hoofdstuk 4 De regionale bezwaarcommissie (artt. 14 t/m 18)</vet></al><al>De verordening biedt tevens de basis voor de regionale bezwaarcommissie
                    woonruimte. Voorheen was dit in een afzonderlijke verordening geregeld. Deze
                    commissie heeft twee taken. 1<sup>e</sup> Het is in de Huisvestingswet
                    voorgeschreven klachtencommissie, waar het gaat om de uitvoeringsovereenkomsten
                    tussen gemeente en corporaties. Deze privaatrechtelijke overeenkomst bindt
                    immers alleen de partijen die de overeenkomst ondertekenen. Derden kunnen er
                    geen rechten aan ontlenen. Daarom geeft deze commissie een bindend advies over
                    klachten van woningzoekenden, die de uitvoering betreffen. 2<sup>e</sup> Wanneer
                    iemand formeel bezwaar maakt tegen weigering van een huisvestingsvergunning door
                    of namens het college, brengt de commissie ook hier een advies over uit. Dit
                    advies kan niet bindend zijn, omdat het college bij bezwaar zelf moet
                    heroverwegen en dit in een beroepsprocedure moet kunnen verdedigen.</al><al>De regionale bezwaarcommissie bestaat uit drie leden, namens de regio benoemd
                    door het college van Velsen. Voordrachten worden gedaan door de gemeenten, de
                    wooncorporaties en de woonconsumenten. Als secretaris wordt door één van de
                    gemeenten een medewerker beschikbaar gesteld. De zittingsduur van de commissie
                    is gelijk aan die van het college. Elke vier jaar wordt een voordracht gevraagd.
                    De verordening bepaalt dat de leden onafhankelijk moeten zijn. Zij mogen daarom
                    geen binding hebben met een corporatie of met een gemeente.</al><al><vet>Hoofdstuk 5 Wijziging van de woningvoorraad (artt. 19 t/m 28)</vet></al><al>De woningvoorraad kan op drie manieren worden gewijzigd.</al><al>1<sup>e</sup> Door een woning (tijdelijk) aan de bestemming te onttrekken.</al><al>2<sup>e</sup> Door twee woningen tot één woning samen te voegen.</al><al>3<sup>e</sup> Door woonruimte juist te splitsen in meerdere appartementen.</al><al>In al deze gevallen is een vergunning van het college voorgeschreven. Het
                    college toetst het initiatief aan het belang van de volkshuisvesting. Via
                    beleidsregels kunnen hiervoor normen worden vastgelegd. Bij onttrekking en
                    samenvoeging bestaat de mogelijkheid om het voldoen van een
                    compensatievergoeding als voorwaarde te stellen. Zo’n vergoeding komt ten bate
                    van het Woonfonds. De inkomsten in dit fonds komen ten goede aan de
                    volkshuisvesting. Bij voorgenomen splitsing van woningen in appartementsrechten,
                    dat wil zeggen het oprichten van een Vereniging van Eigenaren, zal tevens worden
                    gekeken naar de woonomgeving. Splitsing kan bijvoorbeeld leiden tot verhoging
                    van de parkeerdruk. Hiervoor zijn normen opgenomen in de ‘LIOR’. Het college kan
                    de aanvraag aanhouden, wanneer in de omgeving een herstructurering in
                    voorbereiding is en nog niet duidelijk is of het initiatief daarbinnen past. De
                    aanvraag hoeft dan niet geweigerd en opnieuw ingediend te worden.</al><al><vet>Hoofdstukken 6 verdere bepalingen (artt. 29 t/m/ 35) en 7 slotbepalingen
                        (artt. 35 en 36)</vet></al><al>Deze bepalingen spreken voor zich.</al><al><vet>Uitvoeringsbesluiten van het college</vet></al><al>Op basis van de verordening is nog een aantal uitvoeringsbesluiten van het
                    college in voorbereiding.</al><lijst><li nr="1."><al>Uitvoeringovereenkomsten ingevolge artikel 2 opstellen en deze afsluiten
                            met Woningscorporaties.</al></li><li nr="2."><al>Eventueel besluiten nemen tot het labelen van woningen of complexen voor
                            doelgroepen. Art. 13.</al></li><li nr="3."><al>Leden van de bezwaarcommissie op basis van nieuwe voordrachten
                            (her)benoemen. Art. 15.</al></li><li nr="4."><al>Secretaris en plaatsvervangend secretaris bezwaarcommissie aanwijzen.
                            Art. 16.</al></li><li nr="5."><al>Eventueel beleidsregels vaststellen met betrekking tot toetsing aan het
                            algemeen belang van aanvragen tot wijziging van de woningvoorraad.</al></li><li nr="6."><al>Compensatiepercentage vaststellen. Art. 22.</al></li><li nr="7."><al>Handhavingsambtenaren aanwijzen. Art. 30.</al></li><li nr="8."><al>Aanvraagformulieren ontwerpen en vaststellen. Artt. 4, 9, 20 en 24.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>