<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>63829_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Landschapsverordening Zeeland 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-20</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2002, 65
</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2002-09-17</dcterms:issued><dcterms:alternative>Landschapsverordening Zeeland 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer; Provinciewet; Provinciale milieuverordening
</dcterms:source><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Kaarten c, s,y en aa</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>029333
</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Natuur en Landschap</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef xml:lang="nl"><preambule><al>De staten der provincie Zeeland,</al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van  15 mei 2001 nr. 0014005/10;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de Wet Milieubeheer;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de Provinciewet;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de Provinciale milieuverordening Zeeland;</al></li><li nr="-"><al>gezien het advies van de Commissie Ruimte, Milieu en Water d.d. 1 juni 2001;</al></li><li nr="-"><al>gezien het advies van de Commissie Algemeen Bestuur d.d.  1 juni 2001;</al></li><li nr="-"><al>gezien het advies van de Provinciale Commissie voor de Groene Ruimte d.d. 6 juni 2001;</al></li></lijst><al>besluiten:</al><lijst><li nr="-"><al>Vast te stellen de Landschapsverordening Zeeland 2001.</al></li><li nr="-"><al>Vast te stellen de bijgaande verordening tot wijziging van de Provinciale Milieuverordening Zeeland.</al></li><li nr="-"><al>Deze verordeningen in werking te laten treden met ingang van een door gedeputeerde staten te bepalen tijdstip.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, bedoeld in artikel 20a Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>borden: opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, constructies ten behoeve daarvan of kennelijk voor reclamedoeleinden gebezigde transportmiddelen en overige objecten;</al></li><li nr="c."><al>bedrijventerrein: industrie- of bedrijventerrein als zodanig bestemd in het vigerende bestemmingsplan of waarop artikel 19 van de Wet op de ruimtelijke ordening is toegepast;</al></li><li nr="d."><al>vlaggen: opschriften, aankondigingen, afbeeldingen aangebracht op doek, plastic of vergelijkbaar materiaal voor dat doel bestemd, dat aan één of meer zijden bevestigd is;</al></li><li nr="e."><al>spandoeken: opschriften, aankondigingen, afbeeldingen aangebracht op een uitgespannen doek, plastic of vergelijkbaar materiaal voor dat doel bestemd;</al></li><li nr="f."><al>sportterrein: terrein, waar men een sport kan beoefenen en dat als zodanig bestemd is in een bestemmingsplan, hetzij als hoofdbestemming, hetzij als subbestemming, dan wel in de voorschriften als zodanig is aangegeven of waar sprake is van bestendiging van bestaand gebruik of waarop artikel 19 Wet op de ruimtelijke ordening is toegepast; </al></li><li nr="g."><al>agrarisch bouwblok: het gedeelte van het agrarisch bedrijf dat in het bestemmingsplan als zodanig is aangegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om buiten de bebouwde kom borden, vlaggen en spandoeken te plaatsen, te doen plaatsen, aan te brengen, dan wel als eigenaar of andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van enige onroerende zaak plaatsing op, aan of tegen die onroerende zaak toe te staan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de borden, vlaggen, en spandoeken niet zichtbaar zijn vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de op de kaarten a tot en met ae aangegeven bedrijventerreinen.</al></li><li nr="4."><al>Gedeputeerde staten zijn bevoegd de kaarten a tot en met ae aan te passen aan wijzigingen van de desbetreffende bestemmingsplannen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het in artikel 2 bedoelde verbod geldt niet voor borden:</al><al></al><lijst><li nr="a."><al>die kennelijk tot de meubilering of stoffering van een gebouw behoren mits deze:  </al><al>1o. tegen het gebouw zijn geplaatst en</al><al>2o. niet boven het gebouw uitsteken;</al></li><li nr="b."><al>die  zich  in  het inwendig gedeelte van een onroerende zaak bevinden en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg;</al></li><li nr="c."><al>die moeten worden aangebracht ter voldoening aan een wettelijke verplichting, mits de  wettelijk voorgeschreven  minimum maten niet worden  overschreden;  zijn  in de desbetreffende wettelijke voorschriften geen  maten  vermeld, dan  mag  de oppervlakte ten hoogste 0,50 m2 en de grootste afmeting  in één richting ten hoogste 1 meter bedragen;</al></li><li nr="d."><al>die betrekking hebben op enig beroep, enig bedrijf of enige dienst, uitgeoefend  in  een  gebouw, mits niet meer dan twee borden bij het gebouw of bij de inrit daar naar toe  zijn aangebracht;</al></li><li nr="e."><al>die  op  of  bij een onroerende zaak zijn aangebracht, waarbij deze onroerende  zaak  te  koop, te huur of in pacht wordt aangeboden, mits deze: </al><al>1o. feitelijke betekenis hebben en</al><al>2o. het aantal niet groter is dan twee; </al></li><li nr="f."><al>die betrekking hebben op een werk in uitvoering, mits deze: </al><al>1o. onmiddellijk bij het werk zijn geplaatst en</al><al>2o. niet langer aanwezig zijn dan de uitvoering van dat werk duurt en</al><al>3o. het aantal niet meer bedraagt dan twee;</al></li><li nr="g."><al>die  zijn  geplaatst  op een terrein waar een openbare wedstrijd, manifestatie, evenement of tentoonstelling wordt gehouden, mits deze:</al><al>1o. niet  behoren tot de gebruikelijke commerciële uitoefening van een beroep, bedrijf of dienst en</al><al>2o. niet eerder dan twee weken daaraan voorafgaand zijn geplaatst en</al><al>3o. een  week  na  afloop  van de openbare wedstrijd, de manifestatie, het evenement of de tentoonstelling worden weggehaald; </al></li><li nr="h."><al>die tijdelijk geplaatst zijn langs een weg teneinde het verkeer naar een openbare  wedstrijd,  manifestatie,  evenement  of tentoonstelling dan wel naar een werk in uitvoering te geleiden, mits:</al><al>1o. de wegbeheerder ontheffing heeft verleend in het kader van de van kracht  zijnde  Wegenverordening  Zeeland  dan  wel de Wegenverkeerswet en de krachtens deze wet geldende regelingen en</al><al>2o. de borden niet groter zijn dan 0,25 m2 en</al><al>3o. de borden geen handelsreclame bevatten en</al><al>4o. de  onderzijde  van  de borden niet  hoger is dan 1 m boven maaiveld en</al><al>5o. de  borden  niet  eerder dan twee weken daaraan voorafgaand zijn geplaatst en</al><al>6o. de borden een week na afloop van de openbare wedstrijd, de manifestatie,  het  evenement  of de tentoonstelling dan wel na beëindiging van het werk worden weggehaald;</al></li><li nr="i."><al>voor de  verkoop van  agrarische producten, mits niet meer dan twee borden  worden  geplaatst  bij  het  verkooppunt  of  op  het agrarisch bouwblok van het bedrijf waar de verkoop plaatsvindt.</al></li><li nr="j."><al>behorend tot de bewegwijzering als bedoeld in de geldende richtlijnen van de Minister van Verkeer en Waterstaat (februari 1993), deel I autosnelwegen, deel II niet-autosnelwegen, deel Aanduidingsbeleid dan wel verkeerstekens  als  bedoeld  in  het geldende Reglement Verkeersregels  en  Verkeerstekens  1990  alsmede  de borden behorend tot de bewegwijzering  als  bedoeld  in  de regeling vastgesteld door het  bestuursorgaan,  dat  het  beheer van een  weg voert als bedoeld in de van kracht zijnde Wegenverordening Zeeland;</al></li><li nr="k."><al>behorend  tot de verkeerstekens en verkeersaanwijzingen als bedoeld in  de  Scheepvaartverkeerswet en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten;</al></li><li nr="l."><al>die zijn geplaatst voor een campagne ten behoeve van de verkeersveiligheid, mits de borden geen handelsreclame bevatten;</al></li><li nr="m."><al>die  zijn  aangebracht op een wachtruimte bij een halteplaats voor het openbaar vervoer;</al></li><li nr="n."><al>borden  die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet, mits deze borden geen handelsreclame bevatten;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in artikel 2 bedoelde verbod geldt niet voor borden en vlaggen:</al><lijst><li nr="a."><al>die informatie verschaffen over het object of gebied, mits deze: </al><al>1o. geplaatst zijn bij het object of gebied en</al><al>2o. geen handelsreclame bevatten en</al><al>3o. voorzover  het  vlaggen betreft, het aantal niet meer bedraagt dan vier en</al><al>4o. deze vlaggen niet meer dan 2 meter boven  het object uitsteken of</al><al>5o. indien de vlaggen bij een gebied zijn geplaatst  ze  niet  hoger zijn dan 4 meter;</al></li><li nr="b."><al>die op of bij benzinestations en ANWB Wegenwachtstations zijn aangebracht,  mits de borden en vlaggen direct betrekking hebben op de aldaar uitgeoefende activiteiten;</al></li><li nr="c."><al>die  zijn  geplaatst op een sportterrein, mits, voorzover het borden betreft,  de  zijde met de tekst of de afbeelding is gericht naar het speelveld;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in artikel 2 bedoelde verbod geldt niet voor vlaggen die:</al><lijst><li nr="a."><al>betrekking  hebben op enig beroep, enig bedrijf of enige dienst, uitgeoefend  in een gebouw mits niet meer dan vier vlaggen bij het gebouw of  bij  de  inrit daar naar toe zijn aangebracht, met dien verstande dat de  vlag met vlaggenstok/mast niet meer dan 2 meter uitsteekt boven de nokhoogte van het gebouw;</al></li><li nr="b."><al>kennelijk tot  de  meubilering  of  stoffering van een gebouw behoren, mits  de  vlaggenstok  niet  meer dan 2 meter uitsteekt boven de nokhoogte van het deel van het gebouw waarop de vlag is geplaatst;</al></li><li nr="c."><al>zijn geplaatst op een terrein waar een openbare wedstrijd, manifestatie, evenement of tentoonstelling wordt gehouden:</al><al>1o. niet behorend  tot  de  gebruikelijke  commerciële  uitoefening  van   een beroep, bedrijf of dienst en</al><al>2o. niet eerder dan twee weken daaraan voorafgaand zijn geplaatst en</al><al>3o. een week na afloop  van  de  openbare  wedstrijd, de manifestatie, het evenement of de tentoonstelling worden weggehaald;</al></li><li nr="d."><al>zijn aangewezen als officiële binnenlandse en buitenlandse vlaggen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste en tweede lid  bepaalde ten aanzien van borden, geldt eveneens ten aanzien van spandoeken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 </label></kop><lijst><li nr="a."><al>De afmetingen van een bord dan wel spandoek worden gemeten langs de buitenomtrek. De onder- of achtergrond, die kennelijk tot het bord dan wel spandoek behoort, wordt hierin begrepen.</al></li><li nr="b."><al>De borden en spandoeken bedoeld in artikel 3, met uitzondering van het eerste lid, onder a, j, k, m en tweede lid, onder b zijn niet verlicht.</al></li><li nr="c."><al>De oppervlakte van de borden en spandoeken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, e, i, n en tweede lid, onder a bedraagt maximaal 1,5 m2. </al></li><li nr="d."><al>De totale hoogte van de borden bedoeld in artikel 3, eerste lid, met uitzondering van het eerste lid, onder a, j, k, l en tweede lid, onder b bedraagt niet meer dan 2,50 m boven het maaiveld.</al></li><li nr="e."><al>De totale hoogte van de spandoeken, bedoeld in artikel 3, vierde lid juncto het eerste en tweede lid, met uitzondering van onderdeel l, bedraagt niet meer dan 2,50 m boven het maaiveld.</al></li><li nr="f."><al>Borden, vlaggen en spandoeken bedoeld in artikel 3 verkeren in goede staat van onderhoud.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5</label></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen al dan niet onder het stellen van voorwaarden artikel 2 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover de toepassing, gelet op het belang van de bescherming van het landschap, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6</label></kop><al>Een gedraging in strijd met artikel 2 van deze verordening is een strafbaar feit en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand of een geldboete van de tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7</label></kop><al>Met toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening gestelde, zijn belast de door gedeputeerde staten aan te wijzen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Ontheffingen op grond van artikel 2 van de Landschapsverordening Zeeland en ontheffingen, verleend op grond van artikel 4.4.2.1 van de Provinciale milieuverordening Zeeland (Provinciaal Blad 1995, nr. 4),  aangevraagd vóór 1 juni 1996 en niet vallend onder de in artikel 4.4.2.3 Provinciale milieuverordening Zeeland genoemde vrijstellingen, worden geacht een vrijstelling te zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ontheffingen, verleend op grond van artikel 4.4.2.1 van de Provinciale milieuverordening Zeeland (Provinciaal Blad 1995, nr. 4), aangevraagd tussen 1 juni 1996 en 1 oktober 1996 hebben een geldigheidsduur van vijf jaar.</al></li><li nr="3."><al>De ontheffingen laatstelijk verleend op grond van artikel 4.4.2.1 van de Provinciale milieuverordening Zeeland (Provinciaal blad 1995, 4) aan de Stichting Internationale Ronde van Midden Zeeland, de Stichting Arjaan de Schipper Trofee en de Stichting Zeeuwse Dag van het Paard worden gelijkgesteld met een vrijstelling, met dien verstande dat de vrijstelling jaarlijks geldt voor eenzelfde periode als bedoeld in de ontheffingen. De overige voorschriften blijven onverminderd van kracht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9</label></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Landschapsverordening Zeeland 2001.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10</label></kop><al>De Landschapsverordening Zeeland 2001, vastgesteld door provinciale staten op 29 juni 2001, treedt in werking met ingang van 1 oktober 2001.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Gegeven te Middelburg, 28 augustus 2001</al><al></al><al>Gedeputeerde Staten voornoemd,</al><al>W.T. van GELDER, voorzitter,</al><al>mr. drs. L.J.M. VERDULT, griffier,</al><al></al><al>Uitgegeven 18 september 2001</al><al>De griffier der Staten,</al><al>mr. drs. L.J.M. VERDULT</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage id="attachment_75"><kop><label>Landschapsverordening Zeeland 2001 - kaarten</label></kop><al><extref doc="http://dras.zlnd.org/attachment.php?file=118/Landschapsverordening_Zeeland_2001_-_kaarten-1.pdf">Landschapsverordening_Zeeland_2001_-_kaarten-1.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>