<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63828_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Aanwijzing ex. Artikel 67 van de Flora-en faunawet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2003, 2</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Aanwijzing ex. Artikel 67 van de Flora-en faunawet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Flora- en faunawet, art 67; Provinciaal Faunabeleid; Algemene wet bestuursrecht; Provinciewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-01-07</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-01-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>0212995</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Aanwijzing ex. Artikel 67 van de Flora-en faunawet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Zeeland</al><lijst><li nr="-"><al>gelet op het bepaalde in artikel 67 van de Flora- en faunawet, het
                                Besluit beheer en schadebestrijding dieren en de Regeling beheer en
                                schadebestrijding dieren;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de op 20 december 2002 door provinciale staten vastgestelde
                                nota Provinciaal Faunabeleid;</al></li><li nr="-"><al>maken ter voldoening aan het bepaalde in de Algemene wet
                                bestuursrecht en de Provinciewet bekend dat zij in hun vergadering
                                van 7 januari 2003 heb ben vastgesteld: het Besluit aanwijzing ex.
                                artikel 67 Flora- en fauna wet.</al></li><li nr="-"><al>Het Besluit aanwijzing ex. artikel 67 Flora- en faunawet komt te
                                luiden als volgt:</al></li></lijst><al>besluiten vast te stellen de navolgende aanwijzing ex artikel 67 van de
                        Flora- en faunawet.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Artikelen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1</label></kop><al>Als personen of categorieën van personen en middelen als bedoeld in
                            artikel 67 van de Flora- en faunawet voor het grondgebied van de
                            provincie Zeeland aan te wijzen:</al><lijst><li nr="1."><al>houders van een geldige jachtakte mogen de in bijlage 1 genoemde
                                    soorten beperken met het geweer of met honden, niet zijnde lange
                                    honden, op de gronden waar zij gerechtigd zijn gebruik te maken
                                    van het geweer of honden, niet zijnde lange honden, dit in het
                                    belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid;</al></li><li nr="2."><al>jachthouders en grondgebruikers in de provincie Zeeland mogen de
                                    in bijlage 2 genoemde soorten beperken met gebruikmaking van een
                                    kastval ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee,
                                    bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of ter voorkoming van
                                    schade aan flora en fauna;</al></li><li nr="3."><al>houders van een geldige valkeniersakte mogen de in bijlage 1
                                    genoemde soorten beperken met gefokte jachtvogels, te weten
                                    slechtvalken (Falcoperegrinus) en haviken (Accipiter gentilis),
                                    op gronden waar ze gerechtigd zijn te jagen, of op andere
                                    gronden met toestemming van de grondgebruiker, ter voorkoming
                                    van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige
                                    visserij en wateren of ter voorkoming van schade aan flora en
                                    fauna; </al></li><li nr="4."><al>de muskusrattenbestrijders in dienst van het Waterschap Zeeuwse
                                    Eilanden en het Waterschap Zeeuws Vlaanderen mogen de in bijlage
                                    3 genoemde soorten beperken met gebruikmaking van vangkooien,
                                    waaronder fuiken, en klemmen. Zij zijn hiertoe gerechtigd op het
                                    gehele provinciale grondgebied, waarbij zij toegang hebben tot
                                    alle gronden (onder verwijzing naar art. 67, lid 4 Flora- en
                                    faunawet).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2</label></kop><al>Aan de aanwijzing in artikel 1 worden de volgende voorwaarden
                            verbonden:</al><lijst><li nr="1."><al>de in de Flora- en faunawet vastgelegde verboden ex artikel 74
                                    dienen in acht te worden genomen;</al></li><li nr="2."><al>de regels zoals gesteld in het Jachtbesluit (Stbl. 2000, nr.
                                    520) en het Besluit beheer en schadebestrijding dieren (Stbl.
                                    2000, nr. 521) dienen, tenzij in dit besluit anders is bepaald,
                                    in acht te worden genomen;</al></li><li nr="3."><al>het recht gebruik te maken van het geweer, zoals bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid, dient te blijken uit een geldige
                                    jachthuurovereenkomst of uit verkregen schriftelijke
                                    toestemmingen van de grondgebruiker(s);</al></li><li nr="4."><al>voor het doden van de in bijlage 1 genoemde dieren mag gebruik
                                    worden gemaakt van een geweer dat voldoet aan de volgende eisen:
                                    hagelgeweer kaliber 12,16 of 20, hagel max. 3,5 mm, kogelgeweer
                                    met een kaliber van af .22 inch of 5,6 (5,58) mm en een
                                    trefenergie van minimaal 980 Joules op 100 meter;</al></li><li nr="5."><al>indien bij het gebruik van een kastval andere diersoorten dan de
                                    op bijlage 2 of 3 vermelde worden gevangen, dienen deze
                                    onverwijld in vrijheid te worden gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Van de aanwijzing als bedoeld in artikel 1 wordt geen gebruik
                                    gemaakt in gebieden als bedoeld in arti-kel 46, lid 3 Flora- en
                                    faunawet, tenzij het beperken van de in bijlage 1 en 2 genoemde
                                    soorten is voor-zien in een faunabeheerplan als bedoeld in
                                    artikel 1, lid 1 van de Flora- en faunawet.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing voor de in
                                    artikel 1, lid 4 genoemde personen.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 kunnen Gedeputeerde Staten in
                                    spoedeisende gevallen een specifieke, op naam gestelde
                                    aanwijzing doen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4</label></kop><al>Bij bijzondere weersomstandigheden kunnen Gedeputeerde Staten besluiten
                            om de werking van deze aanwijzing op te schorten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5</label></kop><al>Het bepaalde in artikel 16, derde lid Flora- en faunawet is niet van
                            toepassing bij gebruik van honden en jachtvogels op grond van deze
                            aanwijzing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6</label></kop><al>Deze aanwijzing treedt in werking 8 januari 2003 (de eerste dag na de
                            dag van uitgifte van het Provinciaal blad, waarin zij is
                            opgenomen).</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 7 januari
                        2003.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. W.T. VAN GELDER, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. drs. L.J.M. VERDULT, griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Uitgegeven 7 januari 2003</ondertekening><ondertekening>De griffier der staten, </ondertekening><ondertekening>mr. drs. L.J.M. VERDULT.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>als bedoeld in het Besluit aanwijzing ex artikel 67 van de Flora- en
                        faunawet</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Nederlandse naam</vet></al></entry><entry><al><vet>Wetenschappelijke naam</vet></al></entry><entry><al><vet>Belang</vet></al></entry></row><row><entry><al>Muskusrat</al></entry><entry><al>Ondatra zibethicus</al></entry><entry><al>1/2</al></entry></row><row><entry><al>Gedomesticeerde grauwe gans</al></entry><entry><al>Anser anser</al></entry><entry><al>2/3</al></entry></row><row><entry><al>Nijlgans</al></entry><entry><al>Alopochen aegyptiacus</al></entry><entry><al>2/3</al></entry></row><row><entry><al>Rosse stekelstaart</al></entry><entry><al>Oxyura jamaicensis</al></entry><entry><al>3</al></entry></row><row><entry><al>Verwilderde duif</al></entry><entry><al>Columba livia forma domestica</al></entry><entry><al>2</al></entry></row><row><entry><al>Verwilderde kat</al></entry><entry><al>Felis catus</al></entry><entry><al>3</al></entry></row><row><entry><al>Verwilderde nerts</al></entry><entry><al>Mustela vison</al></entry><entry><al>3</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Belang: </al><lijst><li nr="1."><al> In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; </al></li><li nr="2."><al> In het belang van het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen,
                            vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren; </al></li><li nr="3."><al> In het belang van het voorkomen van schade aan flora en fauna. </al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>als bedoeld in het Besluit aanwijzing ex artikel 67 van de Flora- en
                        faunawet</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Nederlandse naam</vet></al></entry><entry><al><vet>Wetenschappelijke naam</vet></al></entry><entry><al><vet>Belang</vet></al></entry></row><row><entry><al>Verwilderde nerts</al></entry><entry><al>Mustela vison</al></entry><entry><al>3</al></entry></row><row><entry><al>Verwilderde kat</al></entry><entry><al>Felis catus</al></entry><entry><al>3</al></entry></row><row><entry><al>Verwilderde duif</al></entry><entry><al>Columba livia forma domestica</al></entry><entry><al>2</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Belang: </al><lijst><li nr="1."><al>In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; </al></li><li nr="2."><al> In het belang van het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen,
                            vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren; </al></li><li nr="3."><al> In het belang van het voorkomen van schade aan flora en fauna </al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage 3</label><titel>als bedoeld in het Besluit aanwijzing ex artikel 67 van de Flora- en
                        faunawet</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Nederlandse naam</vet></al></entry><entry><al><vet>Wetenschappelijke naam</vet></al></entry><entry><al><vet>Belang</vet></al></entry></row><row><entry><al>Muskusrat</al></entry><entry><al>Ondatra zibethicus</al></entry><entry><al>1/2</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Belang: </al><lijst><li nr="1."><al>In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; </al></li><li nr="2."><al>In het belang van het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen,
                            vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren; </al></li><li nr="3."><al>In het belang van het voorkomen van schade aan flora en fauna </al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting Besluit ex artikel 67 van de Flora- en faunawet</label></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al-groep><al>In artikel 67 van de Flora- en faunawet is bepaald dat Gedeputeerde Staten
                        personen of categorieën van personen kunnen aanwijzen om de stand van een
                        aantal diersoorten te beperken in het belang van de volksgezondheid en
                        openbare veiligheid, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen,
                        vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of ter voorkoming van schade
                        aan flora en fauna. De diersoorten waarvoor Gedeputeerde Staten deze
                        aanwijzing kunnen doen zijn beperkt tot de in de Regeling beheer en
                        schadebestrijding dieren (Stcr. 12 december 2001, nr. 241) door de minister
                        van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gepubliceerde lijst. Hierop is een
                        aantal soorten vermeld die als exoot of als verwilderd worden beschouwd en
                        derhalve niet tot de beschermde soorten worden gerekend. Daarnaast komen
                        enkele beschermde soorten. Hoewel onbeschermde dieren gedood mogen worden,
                        is voor het gebruik van geweer, hond, kastval of jachtvogel wel aanwijzing
                        in de zin van artikel 67 van de Flora- en faunawet noodzakelijk. </al><al>In het onlangs vastgestelde provinciaal faunabeleid is voorzien in het
                        verlenen van een aanwijzing ex artikel 67 voor bestrijding van de muskusrat,
                        de nijlgans, de gedomesticeerde grauwe gans, de rosse stekelstaart, de
                        verwilderde duif, de verwilderde kat en de verwilderde nerts. De in Zeeland
                        voorkomende exoten en verwilderde diersoorten zijn thans in de provinciale
                        aanwijzing opgenomen. Voor de op de ministeriële lijst voorkomende
                        beschermde dieren achten wij het instrument van ontheffing op grond van
                        artikel 68 Flora- en faunawet een geschikter middel omdat op die wijze beter
                        rekening gehouden kan worden met de staat van instandhouding van de soort. </al><al>In de Flora- en faunawet is opgenomen dat de jacht niet wordt geopend in,
                        kort gezegd, de beschermde natuurgebieden. Hieraan ligt de overweging ten
                        grondslag dat in deze gebieden rust moet heersen. Gebruikmaking van de
                        onderhavige aanwijzing kan in natuurgebieden dezelfde onrust veroorzaken als
                        jacht. Derhalve zal van de aanwijzing slechts in uitzonderlijke gevallen
                        gebruik gemaakt mogen worden. De afweging daartoe kan het best in een
                        faunabeheerplan plaatsvinden waarbij alle betrokken belangen aan de orde
                        kunnen komen. De aanwijzing voorziet overigens ook in een mogelijkheid om
                        snel te kunnen ingrijpen als daartoe aanleiding bestaat. </al><al>Voor de muskusrattenbestrijding geldt de bepaling dat van de aanwijzing geen
                        gebruik zal worden gemaakt in beschermde natuurmonumenten niet. Een
                        doelmatige bestrijding van muskusratten vergt een gebiedsdekkende aanpak.
                        Bovendien worden met de waterschappen afzonderlijke afspraken gemaakt over
                        het vangen van muskusratten in deze gebieden. </al><al/><al>Ten aanzien van de in artikel 67 genoemde criteria merken wij het volgende
                        op. In lid c staat bijvoorbeeld vermeld dat een aanwijzing kan worden
                        gegeven ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen. Dit zou kunnen
                        impliceren dat een aanwijzing alleen kan worden gegeven voor die
                        omstandigheden en tijdstippen dat daadwerkelijk is aangetoond dat schade
                        dreigt. Artikel 67 geldt echter zowel voor beschermde als onbeschermde
                        diersoorten. Wij gaan ervan uit deze zwaardere bewijslast met name gericht
                        is op de beschermde soorten en dat het niet de intentie is geweest van de
                        wetgever om wat dit betreft aan onbeschermde diersoorten dezelfde
                        bescherming te bieden; terzijde merken wij op dat dit onvermijdelijk zou
                        leiden tot extra landbouwschade waar geen voorziening voor is
                        getroffen.</al><al>Ter behartiging van het belang genoemd onder b. veiligheid van het
                        luchtverkeer, zien wij geen aanleiding om voor de provincie Zeeland soorten
                        aan te wijzen. Aan beheerders van vliegvelden kan zonodig een specifieke
                        aanwijzing worden gedaan.</al><al>Tot slot merken wij op dat in de praktijk het onderscheid tussen verwilderde
                        duiven en niet-verwilderde duiven, dus met gehouden postduiven, niet
                        gemakkelijk te maken is. Dit is evenwel de privaatrechtelijke
                        verantwoordelijkheid van de jachthouders. In ieder geval is jaarlijks
                        gedurende de perioden en tijdstippen wanneer er een ophokplicht geldt, dit
                        verschil zonder meer duidelijk.</al><al/></al-groep><tussenkop>Openbare veiligheid</tussenkop><al-groep><al>De muskusrat kan met zijn gangenstelsels dammen, kaden en dijken ondergraven
                        . Dit kan leiden tot verzakking of instortingsgevaar met alle gevolgen van
                        dien. Om deze reden wordt sinds een groot aantal jaren de muskusrat op grote
                        schaal bestreden. De uitvoering van deze bestrijding is in Zeeland
                        ondergebracht bij de waterschappen. Circa 18 personen zijn fulltime met de
                        muskusrattenbestrijding in Zeeland belast. Met behulp van klemmen en
                        vangkooien worden de dieren gevangen. De vanglocaties zijn vooral gelegen in
                        kreken, plassen, waterlopen en sloten. Om deze locaties te kunnen bereiken,
                        moeten gronden van veel verschillende en vaak onbekende eigenaren worden
                        betreden. De muskusrat zelf geniet geen bescherming ingevolge de Flora- en
                        faunawet. Vrijstelling of ontheffing van de wettelijke bepalingen is
                        derhalve niet noodzakelijk. Dit is echter wel het geval voor het, zonder
                        verkregen toestemming, betreden van particuliere gronden. Omdat het
                        verkrijgen van deze toestemming een grote bestuurlijke last met zich brengt
                        én bij weigering van toestemming alsnog een aanwijzing moet plaatsvinden,
                        kiest de provincie ervoor voor de bestrijding van muskusratten het middel
                        van aanwijzing toe te passen. Uitvoering van de bestrijding zal, conform de
                        afspraken die hierover zijn gemaakt, door de Zeeuwse waterschappen worden
                        uitgevoerd.</al><al/></al-groep><tussenkop>Landbouwschade</tussenkop><al-groep><al>De genoemde soorten in deze aanwijzing golden onder de Jachtwet als
                        onbeschermde soort. Daardoor kon landbouwschade gemakkelijk worden voorkomen
                        maar was het anderzijds niet mogelijk om voor de door deze soorten
                        veroorzaakte schade een tegemoetkoming te ontvangen van het Jachtfonds. Dit
                        is met de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet nog steeds het geval.
                        Daarom bestaan er geen objectieve gegevens over de door deze soorten
                        veroorzaakte landbouwschade. Bekend is evenwel dat de nijlgans, de
                        verwilderde gedomesticeerde grauwe gans en de verwilderde gedomesticeerde
                        rotsduif landbouwschade kunnen veroorzaken. Verwacht mag worden dat deze
                        schade aanzienlijk zal zijn als geen adequate mogelijkheden worden geboden
                        de stand van deze diersoorten in het buitengebied te beperken.</al><al/></al-groep><tussenkop>Schade aan fauna</tussenkop><al-groep><al>Afgezien van de verwilderde gedomesticeerde grauwe gans zijn de genoemde
                        soorten in Nederland exoti-sche diersoorten. Los van de mogelijke directe
                        schade die deze soorten veroorzaken aan landbouwgewassen en natuurwaarden,
                        is ook de vraag aan de orde of de aanwezigheid van exoten gewenst is.
                        Daarbij achten wij de volgende algemene overwegingen van belang. Aan het
                        invoeren van diersoorten zijn vaak negatieve effecten verbonden zoals het
                        terugdringen of zelfs uitsterven van de nu aanwezige soorten. Voorbeelden
                        van door exoten met uitsterving bedreigde soorten zijn de Europese nerts en
                        de witkopeend. De stand van de overige nu aanwezige soorten kan sterk
                        afnemen door concurrentie met de nieuwkomers. Hierdoor gaat de in vele
                        miljoenen jaren ontstane eigenheid van de soortensamenstelling van een
                        gebied grotendeels verloren.</al><al/></al-groep><tussenkop>Overweging per soort</tussenkop><al-groep><al>De muskusrat (Ondatra zibethicus) is uit Zuid-Amerika afkomstig en ooit in
                        Europa ingevoerd voor het bont. De muskusrat weet zich na ontsnappingen
                        uitstekend te redden in het Nederlandse landschap. Het is de bekendste
                        bedreiging van dijken en waterkeringen. Aanleiding bestrijding: het belang
                        van de openbare veiligheid en voorkomen van landbouwschade. </al><al>Hoewel muskusrat intensief bestreden wordt door speciaal daarvoor aangewezen
                        medewerkers van de waterschappen, biedt deze aanwijzing ook aan
                        jachtaktehouders de mogelijkheid om met de in de aanwijzing vermelde
                        middelen hun bijdrage te leveren aan bestrijding van deze soorten. </al><al>De verwilderde gedomesticeerde grauwe gans is een afstammeling van de grauwe
                        gans (Anser anser) die in Zeeland ook in wilde staat voorkomt. In Zeeland is
                        de verwilderde gedomesticeerde grauwe gans plaatselijk talrijk. Onder
                        verwilderde gedomesticeerde grauwe ganzen worden alle witte en bonte grauwe
                        ganzen begrepen, alsmede kruisingen daarvan met andere ganzensoorten.
                        Aanleiding bestrijding: voorkomen van landbouwschade en bescherming van de
                        fauna.</al><al>De verwilderde duif is een gedomesticeerde afstammeling van de rotsduif
                        (Columba livia) welke in wilde staat voorkomt in Ierland en het Verenigd
                        Koninkrijk en in Zuid-Europa. Wilde rotsduiven komen in Nederland niet voor.
                        Wel bestaat er een aanzienlijke populatie van verwilderde gedomesticeerde
                        rotsduiven, vooral in stedelijke gebieden. Aanleiding bestrijding: voorkomen
                        van landbouwschade. </al><al>De nijlgans (Alopochen aegyptiacus) is een uit Afrika afkomstige soort. De
                        huidige populatie is ontstaan door ontsnappingen uit particuliere
                        watervogelcollecties. De afgelopen jaren is er sprake van een verdere groei
                        en daarmee gepaard gaande verdringing van inheemse fauna. Waarnemingen van
                        groepen van honderden exemplaren zijn geen uitzondering meer. Aanleiding
                        bestrijding: voorkomen van landbouwschade en bescherming fauna. </al><al>De rosse stekelstaart (Oxyura jamaicensis) is een uit Noord-Amerika
                        afkomstige eendensoort. De Europese populatie is afkomstig van uitzettingen
                        en ontsnappingen. Omdat de rosse stekelstaart hybridiseert met de nauw
                        verwante en bedreigde witkopeend (Oxyura leucocephala), vormt de
                        aanwezigheid van in het wild levende rosse stekelstaarten een bedreiging
                        voor de instandhouding van de witkopeend in Europa. De witkopeend is een in
                        de Europese Unie alleen in Spanje voorkomende soort welke daar enkele
                        tientallen jaren geleden door overbejaging en biotoopvernietiging dreigde
                        uit te sterven, maar waarvan door beschermingsmaatregelen de populatie
                        inmiddels weer tot enkele honderden paren is gegroeid. Het staat evenwel
                        vast dat deze soort op korte termijn door hybridisering alsnog zal
                        uitsterven als de vestiging van rosse stekelstaarten niet wordt tegengegaan.
                        In Spanje wordt de rosse stekelstaart daarom zoveel mogelijk bestreden.
                        Vanuit Spaanse natuurbeschermingskringen is aan de andere Europese landen
                        verzocht de stand van de rosse stekelstaart ook daar zoveel mogelijk te
                        beperken. Op dit moment is er met name in het Verenigd Koninkrijk sprake van
                        een grote populatie van de rosse stekelstaart, waartegen inmiddels ook wordt
                        opgetreden. Aanleiding bestrijding: voorkomen schade aan de fauna. </al><al>De populatie verwilderde katten (Felis catus) breidt zich uit door nieuwe
                        verwilderingen van huiskatten. Mogelijk is er ook sprake van voortplanting
                        van verwilderde huiskatten in het wild. Aanleiding bestrijding: voorkomen
                        van schade aan de fauna.</al><al>De verwilderde nerts of mink (Mustela vison) is een uit Noord-Amerika
                        afkomstige soort. De Europese populatie is afkomstig van uitzettingen en
                        ontsnappingen. De populatie Europese nertsen (Mustela lutreola) wordt
                        bedreigd door verwilderde nertsen. Weliswaar komt de Europese nerts niet in
                        Nederland voor, maar voor bijvoorbeeld de otter (Lutra lutra) is de
                        verwilderde nerts een potentiële concurrent die de stand negatief kan
                        beïnvloeden. Aanleiding bestrijding: voorkomen schade aan de fauna.</al></al-groep></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>