<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63802_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening nazorgheffing stortplaatsen Zeeland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 1999, 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening nazorgheffing stortplaatsen Zeeland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet art. 220, 221, 227 t/m 232h; Wet milieubeheer art.15.44</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-03-12</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-03-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RMW-739</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belasting en heffing</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening nazorgheffing stortplaatsen Zeeland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Staten der provincie Zeeland</al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Zeeland van 26 januari 1999, nr.990831/5;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 221, artikelen 227 tot en met 232h van de Provinciewet en artikel 15.44 van de Wet milieubeheer;</al></li></lijst><al>besluiten het navolgende vast te stellen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</label></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>storten van afvalstoffen: het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet in verpakking, om deze stoffen daar te laten; </al></li><li nr="b."><al>stortplaats: inrichting waar na 1 september 1996 afvalstoffen zijn of worden gestort, dan wel het gedeelte van een inrichting, waar afvalstoffen worden gestort, indien in de inrichting niet uitsluitend afvalstoffen worden gestort;</al></li><li nr="c."><al>gesloten stortplaats: stortplaats ten aanzien waarvan de in artikel 8.47, derde lid, van de Wet milieubeheer, bedoelde verklaring is afgegeven; </al></li><li nr="d."><al>niet-bedrijfsgebonden stortplaats: stortplaats niet zijnde bedrijfsgebonden stortplaats of stortplaats waar uitsluitend baggerspecie wordt gestort;</al></li><li nr="e."><al>ton: gewichtseenheid van 1.000 kg;</al></li><li nr="f."><al>doelvermogen: het voor de eeuwigdurende nazorg benodigde vermogen, dat op het moment van aanvang nazorg moet zijn opgebracht;</al></li><li nr="g."><al>startvermogen: het voor de eeuwigdurende nazorg benodigde vermogen, dat op het moment dat het storten van afvalstoffen wordt beëindigd, als bedoeld in artikel 8.47, lid 3 onder a van de Wet milieubeheer, moet zijn opgebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Aard van de heffing</label></kop><al>Onder de naam "nazorgheffing" wordt bij wijze van een directe provinciale belasting een heffing opgelegd ter bestrijding van de kosten gemoeid met:</al><lijst><li nr="a."><al>de in artikel 8.49 van de Wet milieubeheer bedoelde zorg voor de in de provincie Zeeland gelegen stortplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afdracht van gelden aan het interprovinciaal fonds als bedoeld in artikel 15.48 van de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="c."><al>de door de provincie Zeeland uitgevoerde inventarisatie van plaatsen waar in de provincie Zeeland afvalstoffen zijn gestort en waar dat storten vóór 1 september 1996 is beëindigd en het onderzoek naar en systematische controle van de aanwezigheid, aard en omvang van eventuele verontreiniging aldaar;</al></li><li nr="d."><al>de dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 6:176 van het Burgerlijk Wetboek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Belastingplicht</label></kop><al>De nazorgheffing wordt geheven van degene die een stortplaats drijft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Vrijstellingen</label></kop><al>De nazorgheffing wordt niet geheven ter zake van stortplaatsen waar baggerspecie is gestort én die worden gedreven of mede worden gedreven door de Minister van Verkeer en Waterstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Maatstaf voor de heffing</label></kop><al>De nazorgheffing wordt geheven per stortplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Berekening van de heffing, het doelvermogen en het startvermogen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het doelvermogen, bedoeld in artikel 1 onder f, wordt berekend op grond van het IPO-model "Berekening van nazorgkosten en nazorgheffing" (versie 2.02), dat is opgenomen in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende bijlage 1. </al></li><li nr="2."><al>Het startvermogen, bedoeld in artikel 1 onder g, wordt berekend door het doelvermogen op grond van de bij deze verordening behorende en daarvan deeluitmakende bijlage 2 terug te rekenen naar het moment waarop het storten van afvalstoffen wordt beëindigd.</al></li><li nr="3."><al>Het bedrag van de nazorgheffing is als volgt opgebouwd:</al><lijst><li nr="a."><al>het startvermogen, berekend overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, voor kosten genoemd in artikel 2, de  onderdelen a en b; </al></li><li nr="b."><al>een bedrag voor de kosten genoemd in artikel 2, onderdeel d;</al></li><li nr="c."><al>een bedrag, uitsluitend voor niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen, voor kosten genoemd in artikel 2, onderdeel c.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het bedrag als bedoeld in het derde lid onder c bedraagt ƒ 2,-- (Euro 0,90757) per ton gestort afval en wordt via een afzonderlijke aanslag opgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Belastingtijdvak</label></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan de periode tussen inwerkingtreding van deze verordening en het moment dat het storten van afvalstoffen wordt beëindigd als bedoeld in artikel 8.47, lid 3 onder a van de Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Wijze van heffing</label></kop><al>De nazorgheffing wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Termijn van betaling</label></kop><al>De nazorgheffing moet worden voldaan binnen 30 dagen na dagtekening van het aanslagbiljet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Nadere regels</label></kop><al>Het college van Gedeputeerde Staten is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot de heffing en invordering van de nazorgheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Kwijtschelding</label></kop><al>Bij de invordering van de heffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Inwerkingtreding, ingang van heffing en citeertitel</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag volgende op die van uitgifte van het provinciaal blad, waarin de verordening wordt afgekondigd.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 31 maart 1999.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening nazorgheffing stortplaatsen Zeeland".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gegeven te Middelburg, 16 maart 1999</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>drs. W. T. VAN GELDER, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>mr. J. A. LANDER, griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Uitgegeven 16 maart 1999.</ondertekening><ondertekening>De griffier der Staten,</ondertekening><ondertekening>mr. J. A. LANDER</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>