<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63780_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Velsen 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Jutter/De Hofgeest, 16-10-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Velsen 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, afdeling 4 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R08.0033</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Per 17 oktober 2008 is de algemene subsidieverordening van 2002 komen te vervallen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Velsen 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 begripsomschrijving</titel></kop><al>Awb: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht">Algemene Wet Bestuursrecht</extref>;</al><al>Aanvrager: een rechtspersoon, die door middel van het indienen van een
                            schriftelijke aanvraag een verzoek heeft ingediend om subsidie te
                            verkrijgen;</al><al>Activiteitenplan: een overzicht van de voorgenomen activiteiten;</al><al>Balans: een overzicht per een bepaalde datum van de bezittingen (activa)
                            en schulden (passiva);</al><al>Begroting: een overzicht van de geraamde baten en lasten voor een
                            bepaalde periode en/of bepaalde activiteiten;</al><al>Budgetsubsidie: een subsidie in de vorm van een budget voor een periode
                            van minimaal één en maximaal vier jaren, waarbij het subsidiebedrag is
                            gerelateerd aan een bepaald niveau van te leveren prestaties of
                            resultaten;</al><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Velsen;</al><al>Jaar: begrotingsjaar en/of boekjaar, gelijklopend aan het
                            subsidietijdvak;</al><al>Maatschappelijk resultaat: het profijt dat de samenleving van Velsen
                            heeft van de door de subsidieontvanger geleverde producten;</al><al>Opdrachtformulering: een overzicht van de door de gemeente gewenste
                            projectresultaten, gebaseerd op de geformuleerde beleidsdoelstellingen
                            en het gewenste maatschappelijke resultaat;</al><al>Prestatieplan: een overzicht van de met gebruikmaking van de subsidie te
                            leveren producten en projectresultaten;</al><al>Projectresultaat: de uitkomst van de inzet van de subsidieontvanger om
                            het maatschappelijk resultaat te bereiken;</al><al>Raad: de raad van de gemeente Velsen, zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=6">artikel 6 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>Subsidie: een subsidie als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A21">artikel 4.21 Awb</extref> te weten “de aanspraak op financiële
                            middelen, door een bestuursorgaan verleend met het oog op bepaalde
                            activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het
                            bestuursorgaan geleverde goederen of diensten”;</al><al>Subsidieontvanger: een rechtspersoon waaraan, al dan niet onder
                            voorbehoud, voorwaarden en beperkingen, subsidie is verleend;</al><al>Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                            hoogste beschikbaar is voor de verlening van subsidies krachtens een
                            wettelijk voorschrift;</al><al>Subsidietijdvak: de periode waarvoor subsidie wordt verleend;</al><al>Uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A36">artikel 4:36 van de Awb</extref> die door de gemeente en de
                            subsidieontvanger kan worden gesloten ter uitvoering van de
                            subsidiebeschikking;</al><al>Voorschot: de betaling van een deel van de subsidie voorafgaand aan de
                            subsidievaststelling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2 Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidiëring, tenzij
                                    de gemeenteraad anders bepaalt, van activiteiten die door derden
                                    in het gemeentelijk belang worden uitgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidies die door of
                                    namens het college worden verleend, tenzij op grond van een
                                    wettelijk voorschrift een afzonderlijke verordening dient te
                                    worden vastgesteld, dan wel een subsidie rechtstreeks op grond
                                    van een wettelijk voorschrift wordt verleend;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan subsidie verlenen voor de beleidsvelden zoals
                                    opgenomen in de gemeentebegroting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3 Bevoegdheden van de raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt jaarlijks in het kader van de
                                    begrotingsbehandeling de subsidieplafonds vast en daarmee de
                                    budgetten die voor subsidiëring beschikbaar zijn;</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt eenmaal in de vier jaar het beleid per beleidsveld
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4 Bevoegdheden van het college</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het nemen van alle besluiten ter uitvoering
                            van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5 Grondslag voor subsidieverstrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op basis van deze verordening per deelterrein
                                    beleidsregels vaststellen.</al></li><li nr=""><al>De beleidsregels bevatten tenminste: </al><lijst><li nr="a."><al>de uitwerking van de beleidsmatige grondslagen voor de
                                            subsidie;</al></li><li nr="b."><al>eventuele specifieke voorschriften die van toepassing
                                            zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Subsidie wordt slechts verstrekt voor de bekostiging van
                                    activiteiten die, naar het oordeel van het college, van belang
                                    zijn voor de gemeente Velsen en/of haar inwoners.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.6 Weigeringgronden</titel></kop><al>De subsidieverstrekking kan, naast de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A25">artikel 4:25</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A35">artikel 4:35 van de Awb</extref> genoemde gevallen, geweigerd c.q.
                            opgeschort worden, indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen
                            dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente of niet aanwijsbaar ten goede zullen komen aan
                                    ingezetenen van de gemeente;</al></li><li nr="2."><al>de aanvrager zich richt op zaken die strijdig zijn met het
                                    gemeentelijk beleid en/of het collegeprogramma;</al></li><li nr="3."><al>de gelden niet, of in onvoldoende mate, besteed zullen worden
                                    voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt
                                    gesteld;</al></li><li nr="4."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="5."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden, uit eigen middelen of uit middelen van derden, kan
                                    beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;</al></li><li nr="6."><al>de aanvrager zich richt op het uitdragen van overtuigingen en
                                    denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke
                                    aard;</al></li><li nr="7."><al>in het beoogde doel/de voorgenomen activiteit(en) reeds op
                                    andere wijze in belangrijke mate is voorzien;</al></li><li nr="8."><al>de aanvrager gelieerd is aan een commerciële instelling die
                                    dezelfde of vergelijkbare activiteiten biedt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.7 Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan toezichthouders, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=5%3A11">artikel 5.11 van de Awb</extref>, aanwijzen die zijn belast
                                    met het toezicht op de naleving van de verplichtingen die zijn
                                    opgelegd aan de subsidieontvanger;</al></li><li nr="2."><al>De toezichthouders hebben niet de bevoegdheden, vermeld in de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=5%3A18">artikelen 5.18</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=5%3A19">5.19 van de Awb</extref>.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 Aanvraag en verlening subsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvrager die in aanmerking wenst te komen voor een
                                    structurele (budget) subsidie, dient hiertoe een schriftelijk
                                    verzoek in bij het college vóór 1 juli van het jaar voorafgaande
                                    aan dat, waarvoor het subsidie wordt aangevraagd. De
                                    subsidie-aanvraag dient in ieder geval te voldoen aan de eisen
                                    van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A2">artikel 4:2 Awb</extref>;</al></li><li nr="2."><al>Van de genoemde termijn in artikel 2.1, lid1 kan afgeweken
                                    worden in geval van een incidentele aanvraag of als het
                                    subsidieplafond nog niet bereikt is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2 Verplichte informatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van subsidie gaat vergezeld van: </al><lijst><li nr="1"><al>a. een activiteitenplan; </al><lijst><li nr="b."><al>een prestatieplan waarin de projectresultaten en
                                                  de te leveren producten en prestaties zijn
                                                  omschreven, gebaseerd op de door het college
                                                  vastgestelde opdrachtformulering (als het een
                                                  aanvraag voor een budgetsubsidie betreft);</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>een (product)begroting van de aan de activiteit
                                            verbonden inkomsten en uitgaven, voorzien van een
                                            toelichting;</al></li><li nr="3"><al>een opgave van eventueel bij anderen aangevraagde
                                            subsidie voor dezelfde activiteiten, met daarbij de
                                            stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van
                                            die aanvraag;</al></li><li nr="4"><al>een financieel overzicht en verantwoording over het
                                            laatst voorgaande boekjaar, inclusief balans;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij een eerste aanvraag om subsidie legt de aanvrager tevens
                                    over: </al><lijst><li nr="1"><al>een afschrift van de oprichtings- of stichtingsakte dan
                                            wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn
                                            gewijzigd;</al></li><li nr="2"><al>een bewijs van inschrijving uit het register van de
                                            Kamer van Koophandel en Fabrieken;</al></li><li nr="3"><al>een opgave van het aantal leden, onderverdeeld in
                                            inwoners van Velsen en inwoners buiten Velsen;</al></li><li nr="4"><al>motivering van de aanvraag;</al></li><li nr="5"><al>een overzicht van haar financiële situatie op dat
                                            moment.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan: </al><lijst><li nr="1"><al>modellen vaststellen die moeten worden gebruikt voor de
                                            bescheiden;</al></li><li nr="2"><al>richtlijnen vaststellen waaraan de aanvraag moet
                                            voldoen;</al></li><li nr="3"><al>binnen een door hen te bepalen termijn overlegging van
                                            andere stukken of anderszins nadere informatie
                                            verlangen, indien zij dat voor de beoordeling van de
                                            aanvraag nodig achten.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij een incidentele subsidie voor een investering legt de
                                    subsidieontvanger, naast de in het 1e en 2e lid genoemde
                                    stukken, tevens over: </al><lijst><li nr="1"><al>een plan tot investering en financiering;</al></li><li nr="2"><al>een kostenspecificatie of -raming van de voorgenomen
                                            investering;</al></li><li nr="3"><al>de raming van de gevolgen voor de exploitatie.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan bepalen dat één of meer van de in het 1e en 2e
                                    lid vermelde stukken niet verstrekt behoeven te worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3 Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op de aanvraag voor subsidie wordt door het college beslist vóór
                                    31 december voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie
                                    betrekking heeft;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van de in 2.3.1 genoemde termijn afwijken als
                                    het beschikbare subsidieplafond in de begroting van het lopende
                                    jaar nog niet bereikt is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 Uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><al>Aan de subsidieverlening kan de voorwaarde worden verbonden dat de
                            subsidieontvanger verplicht is om mee te werken aan de totstandkoming
                            van een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot
                            subsidieverlening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2 Uitvoering van de activiteiten</titel></kop><al>De subsidieontvanger kan worden verplicht de activiteiten uit te voeren
                            die in de subsidiebeschikking en de uitvoeringsovereenkomst vermeld
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3 Behalen van projectresultaten</titel></kop><al>De subsidieontvanger kan worden verplicht de in de
                            uitvoeringsovereenkomst opgenomen projectresultaten te behalen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4 Informatieverstrekking en meldplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                            schriftelijk over:</al><lijst><li nr="1"><al>aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en
                                    inkomsten van de begrote uitgaven en inkomsten, onder vermelding
                                    van de oorzaak van de verschillen;</al></li><li nr="2"><al>wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met
                                    derden;</al></li><li nr="3"><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat gemaakte afspraken
                                    voortvloeiende uit een tussen gemeente en subsidieontvanger
                                    gesloten uitvoeringsovereenkomst niet kunnen worden
                                    verwezenlijkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.5 Administratieve organisatie</titel></kop><al>Het college kan nadere eisen stellen aan de inrichting van de
                            administratieve organisatie van de subsidieontvanger.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.6 Onderzoek</titel></kop><al>Indien door of namens de rijks- of provinciale overheid, na overleg met
                            het college, onderzoeken worden ingesteld, verleent de subsidieontvanger
                            daaraan de nodige medewerking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7 Zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger beheert de tot haar beschikking staande
                                    middelen zorgvuldig en treft maatregelen ter voorkoming van
                                    vermogensschade;</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht haar roerende zaken te
                                    verzekeren en verzekerd te houden op basis van dagwaarde:</al></li><li nr="3."><al>De subsidieontvanger is verplicht haar onroerende zaken te
                                    verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of
                                    vervangingswaarde;</al></li><li nr="4."><al>De subsidieontvanger is verplicht het bij haar in dienst zijnde
                                    personeel en de voor haar werkzame vrijwilligers, gedurende de
                                    tijd dat deze voor haar werkzaam zijn, te verzekeren tegen de
                                    gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8 Toegankelijkheid accommodaties voor lichamelijk
                                gehandicapten</titel></kop><al>Het college kan de subsidieontvanger verplichten ervoor te zorgen dat de
                            gebruikte accommodatie bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor
                            lichamelijk gehandicapten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.9 Overige verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan - aanvullend op de verplichtingen die in deze
                                    verordening of in een bijzondere verordening zijn opgenomen -
                                    andere doel- en niet-doelgebonden verplichtingen opleggen.</al></li><li nr="2."><al>Voor de niet-doelgebonden verplichtingen geldt dat deze,
                                    overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A39">artikel 4.39 Awb</extref>, alleen betrekking kunnen hebben
                                    op de wijze waarop, en de middelen waarmee, de gesubsidieerde
                                    activiteiten worden verricht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 De subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1 Vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger dient vóór 1 juli van het jaar volgend op
                                    het jaar waarvoor een subsidie is verleend, een aanvraag tot
                                    subsidievaststelling in zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A44">artikel 4:44 van de Awb</extref>, tenzij bij de
                                    subsidieverlening een andere termijn is gesteld;</al></li><li nr="2."><al>De subsidie wordt per boekjaar vastgesteld, tenzij anders is
                                    bepaald;</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken, nadat de
                                    aanvraag daartoe ontvangen is.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de in het 2e lid vermelde termijn met ten
                                    hoogste 13 weken verlengen. Van deze verlenging doet zij
                                    schriftelijk mededeling aan de subsidieontvanger die de aanvraag
                                    tot vaststelling heeft ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 Verantwoording bij subsidie tot € 10.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie tot € 10.000 wordt gelijktijdig verleend en
                                    vastgesteld, tenzij in de beschikking of in door het college
                                    vastgestelde nadere regels anders wordt beslist;</al></li><li nr="2."><al>De verantwoording wordt geacht plaats te vinden bij de aanvraag
                                    van de subsidie, zoals bedoeld in artikel 2.1 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan binnen 5 jaar na de verlening en vaststelling
                                    als bedoeld in lid 1 bepalen dat de volgende gegevens en
                                    bescheiden worden overgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt of het doel
                                            is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan
                                            verbonden uitgaven en inkomsten (financieel jaarverslag
                                            of jaarrekening).</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel
                                    bedoelde gegevens en bescheiden worden overgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.3 Verantwoording bij subsidie vanaf € 10.000 tot €
                                50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd,
                                    dient de subsidieontvanger vóór 1 juli van het jaar volgend op
                                    het jaar waarvoor een subsidie is verleend de volgende
                                    bescheiden in bij het college: </al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt of het doel
                                            is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan
                                            verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                            jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans naar de toestand aan het einde van het
                                            afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                            daarop;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel
                                    bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van
                                    belang zijn, worden overgelegd;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere eisen stellen over de wijze waarop zij
                                    geïnformeerd wil worden over de in artikel 3.4, onder 1 genoemde
                                    aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en
                                    inkomsten van de begrote uitgaven en inkomsten;</al></li><li nr="4."><al>Indien de subsidieontvanger de in het 1e of 2e lid bedoelde
                                    bescheiden niet tijdig bij het college indient, kan het college
                                    besluiten om de subsidie lager vast te stellen;</al></li><li nr="5."><al>De subsidieontvanger behoeft toestemming van het college voor
                                    handelingen vermeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A71">artikel 4:71 van de Awb</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.4 Verantwoording bij subsidie vanaf € 50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd,
                                    dient de subsidieontvanger vóór 1 juli van het jaar volgend op
                                    het jaar waarvoor een subsidie is verleend de volgende
                                    bescheiden in bij het college: </al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt of het doel
                                            is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan
                                            verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                            jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans naar de toestand aan het einde van het
                                            afgelopen subsidiejaar met een toelichting daarop;</al></li><li nr="d."><al>een accountantsverklaring, zoals bedoeld in het tweede
                                            lid van dit artikel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht een controleopdracht te
                                    verstrekken aan een accountant als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20boek%203/article=93">artikel 393, 1e lid, boek 2 van het Burgerlijk
                                        Wetboek</extref>, resulterend in een accountantsverklaring.
                                    De controle richt zich op de getrouwheid en rechtmatigheid van
                                    de verantwoordingsinformatie;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel
                                    bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van
                                    belang zijn, worden overgelegd;</al></li><li nr="4."><al>Het college kan nadere eisen stellen over de wijze waarop zij
                                    geïnformeerd wil worden over de in 3.4, onder 1 genoemde
                                    aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en
                                    inkomsten van de begrote uitgaven en inkomsten;</al></li><li nr="5."><al>Indien de subsidieontvanger de in het eerste of tweede lid
                                    bedoelde bescheiden niet tijdig bij het college indient, kan het
                                    college besluiten om de subsidie lager vast te stellen;</al></li><li nr="6."><al>Het college kan besluiten dat de verplichtingen zoals neergelegd
                                    in het eerste lid, onder d van dit artikel, voor een bepaalde
                                    categorie subsidieontvangers niet gelden;</al></li><li nr="7."><al>De subsidieontvanger behoeft toestemming van het college voor
                                    handelingen vermeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Awb/article=4%3A71">artikel 4:71 van de Awb</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5 Controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd controle uit te oefenen op de getrouwheid
                                    van de in artikel 4.2, 4.3 of 4.4 bedoelde gegevens en kan
                                    bepalen aanvullend onderzoek te (laten) verrichten om een
                                    oordeel te krijgen over de effectiviteit en efficiency van de
                                    subsidieontvanger en de rechtmatigheid van besteding van de
                                    toegekende subsidie;</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan de
                                    controle respectievelijk een onderzoek zoals bedoeld in het
                                    eerste lid van dit artikel en verschaft daartoe de
                                    toezichthouders als bedoeld in het derde lid van dit artikel
                                    toegang tot de betreffende accommodatie en verleent hen inzage
                                    in de boekhouding;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een of meer toezichthouders aanwijzen die zijn
                                    belast met het toezicht op de naleving van de aan de
                                    subsidieontvanger opgelegde verplichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.6 Lagere vaststelling</titel></kop><al>Het college kan op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Awb/article=4%3A46">artikel 4:46 Awb</extref> het subsidiebedrag lager vaststellen dan
                            het bedrag in de subsidieverlening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.7 Intrekking en wijziging</titel></kop><al>Het college kan met in achtneming van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Awb/article=4%3A48">artikelen 4:48</extref> tot en met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Awb/article=4%3A51">4:51 Awb</extref> de subsidieverlening intrekken of ten nadele van
                            de subsidieontvanger wijzigen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5 Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 Bevoorschotting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan voorschotten als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Awb/article=4%3A54">artikel 4:54 van de Awb</extref> verlenen;</al></li><li nr="2."><al>Indien er geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot
                                    bevoorschotting, kan het college bij de subsidieverlening
                                    bepalen dat het subsidiebedrag in gedeelten wordt
                                    uitbetaald;</al></li><li nr="3."><al>Subsidies boven € 10.000 worden voor 95% bevoorschot. Het
                                    eventueel resterende bedrag wordt uitbetaald na verantwoording
                                    van de besteding van de subsidie en de vaststelling van de
                                    definitieve hoogte van de subsidie;</al></li><li nr="4."><al>Subsidies tussen € 10.000 en € 50.000 worden bevoorschot in 2
                                    termijnen;</al></li><li nr="5."><al>Subsidies boven € 50.000 worden bevoorschot in 4
                                    kwartaaltermijnen;</al></li><li nr="6."><al>Het college kan vorderingen op een subsidieontvanger
                                    rechtstreeks met het voorschot verrekenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2 Betalingstermijn</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen 6 weken na de subsidievaststelling
                            betaald. Bij verrekening vindt betaling dan wel terugvordering binnen 6
                            weken plaats.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3 Terugvordering</titel></kop><al>Het college kan op grond van en met inachtneming van het bepaalde in
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Awb/article=4%3A57">artikel 4:57 Awb</extref> onverschuldigd betaalde subsidiebedragen
                            en voorschotten terugvorderen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4 Vermogensvorming subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de subsidieontvanger structureel subsidie ontvangt, mogen
                                    eventuele exploitatieoverschotten in enig jaar, zulks ter
                                    beoordeling van het college, worden gedoteerd aan een
                                    egalisatiereserve. Aan deze egalisatiereserve is een maximum
                                    verbonden van 10% van de laatst ontvangen periodieke
                                    subsidie;</al></li><li nr="2."><al>Indien een reserve als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
                                    is opgebouwd, dient de subsidieontvanger deze reserve gedurende
                                    een periode van 3 jaar aan te wenden om eventuele
                                    exploitatietekorten in volgende jaren op te vangen;</al></li><li nr="3."><al>De subsidieontvanger is, voor zover het verlenen van de subsidie
                                    heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor in de volgende
                                    gevallen een vergoeding verschuldigd aan het college: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de subsidieontvanger een schadevergoeding
                                            ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de
                                            gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde
                                            goederen;</al></li><li nr="b."><al>indien de gesubsidieerde activiteiten geheel of
                                            gedeeltelijk worden beëindigd;</al></li><li nr="c."><al>indien de subsidieverlening of de subsidievaststelling
                                            wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd;</al></li><li nr="d."><al>indien de rechtspersoon die subsidie ontvangt wordt
                                            ontbonden;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding wordt
                                    bepaald door het college, maar ingeval van ontbinding van de
                                    rechtspersoon die subsidie ontvangt vervalt het batig saldo van
                                    de liquidatierekening - gelimiteerd tot het bedrag dat opgebouwd
                                    is met (behulp van) gemeentelijke subsidie - aan de gemeente en
                                    zal de raad het batig saldo een bestemming geven die gericht is
                                    op het belang/welzijn van de inwoners van de gemeente
                                    Velsen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6 Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1 Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of onduidelijk is,
                            beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, artikelen van deze verordening
                            buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing van
                            deze artikelen, gelet op het belang van de aanvrager of
                            subsidieontvanger, leidt tot een onbillijkheid van overwegende
                            aard.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.3 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Algemene Subsidieverordening
                            Velsen 2008.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.4 Inwerkingtreding, intrekking en
                                overgangsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 17 oktober
                                    2008 en is vanaf dat tijdstip van toepassing op
                                    subsidieaanvragen, subsidieverlening en
                                    subsidievaststelling;</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van deze datum wordt de Algemene Subsidieverordening
                                    Velsen, vastgesteld op 5 september 2002, ingetrokken;</al></li><li nr="3."><al>De verordening genoemd in lid 2 blijft van toepassing voor zover
                                    dat voor de afwikkeling van subsidie verleend op basis van deze
                                    verordening noodzakelijk is;</al></li><li nr="4."><al>Besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze
                                    verordening blijven gehandhaafd;</al></li><li nr="5."><al>Aanvragen voor het subsidiejaar 2009, die ingediend zijn voor de
                                    inwerkingtreding van deze verordening, worden beoordeeld op
                                    grond van de nieuwe verordening, tenzij de oude verordening voor
                                    belanghebbende gunstiger is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad op 11 september
                        2008.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Inleiding</al><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft een wettelijk kader voor alle
                    subsidies die het Rijk en de lagere overheden verlenen. De eis dat een subsidie
                    in beginsel steeds een wettelijke grondslag heeft, staat hierbij centraal.</al><al>Voor de gemeente betekent dit dat verlening van subsidies gebaseerd moet zijn op
                    een verordening. Naast deze Algemene Subsidieverordening, verder te noemen: ASV,
                    zal de uitwerking van het subsidiebeleid op bepaalde beleidsterreinen in
                    beleidsregels kunnen worden vastgelegd.</al><al>Deze subsidieverordening geldt voor alle door de gemeente te verlenen subsidies.
                    Deze verordening bepaalt niet de verdeling van beschikbare subsidiebedragen. In
                    principe is de begroting het beleidsinstrument voor bepaling van subsidies in
                    samenhang met eventuele deelverordeningen en beleidsnota’s. Per beleidsveld kan
                    een andere wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebudget worden
                    aangegeven.</al><al>Wat betreft de budgetsubsidies wordt de relatie gelegd tussen het gemeentelijk
                    beleid en de te leveren prestaties/activiteiten van de subsidieontvanger
                    (organisatie). De ASV geeft een aantal uitgangspunten en regels. Het beleid
                    wordt op een andere wijze vastgelegd, dit kan zijn in afzonderlijke
                    beleidsnotities, gemeentebegroting of deel-subsidieverordeningen. Daarnaast
                    zullen afspraken per subsidieontvanger organisatie gemaakt worden, die worden
                    vastgelegd in een subsidiebeschikking. In een uitvoeringsovereenkomst wordt
                    vastgelegd welke producten en/of prestaties de subsidieontvanger organisatie
                    levert. Dit conform de systematiek van Beleidsgestuurde Contract Financiering
                    (BCF).</al><al>De Awb onderscheidt drie fasen in het subsidieproces:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieverlening;</al></li><li nr="b."><al>de subsidievaststelling;</al></li><li nr="c."><al>de uitbetaling.</al></li></lijst><al>ad. a. de subsidieverlening</al><al>Het subsidieproces begint met een aanvraag om subsidie. Op deze subsidieaanvraag
                    neemt de gemeente een besluit. Dit besluit wordt de beschikking tot
                    subsidieverlening genoemd. In de beschikking tot subsidieverlening moet óf een
                    maximum bedrag worden opgenomen óf de wijze waarop de subsidie wordt berekend
                    met daarbij een maximumbedrag.</al><al>De beschikking geeft de aanvrager aanspraak op uitbetaling van subsidie, op
                    voorwaarde dat de aanvrager de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt en
                    de daaraan verbonden verplichtingen ook daadwerkelijk uitvoert.</al><al>Zo nodig kunnen aan de aanvrager voorschotten worden verstrekt voor de
                    uitvoering van deze activiteiten.</al><al>Ad b. de subsidievaststelling</al><al>Wanneer de activiteiten zijn afgerond, dient de subsidieontvanger een verzoek
                    tot vaststelling van subsidie in. In dit verzoek legt de aanvrager tevens
                    rekening en verantwoording af.</al><al>De subsidieverstrekker stelt vervolgens de definitieve subsidie vast. Dit
                    besluit wordt de beschikking tot subsidievaststelling genoemd. Het bedrag van de
                    subsidievaststelling kan lager zijn dan het bedrag genoemd in de beschikking tot
                    subsidieverlening, indien de subsidieontvanger bijvoorbeeld niet alle
                    overeengekomen producten c.q. activiteiten heeft geleverd. De Awb biedt de
                    mogelijkheid om de subsidieverlening en subsidievaststelling samen te laten
                    vallen, bijvoorbeeld bij het toekennen van kleinere subsidies (in de verordening
                    wordt de grens van € 10.000 gehanteerd).</al><al>Ad c. de uitbetaling</al><al>De beschikking tot subsidievaststelling verplicht de subsidieverstrekker tot
                    uitbetaling. Een uitbetaling is een handeling naar burgerlijk recht en dus geen
                    beschikking in de zin van de Awb. Op uitbetalingen is dan ook het privaatrecht
                    van toepassing. Bij de uitbetaling vindt een verrekening met eventuele
                    voorschotten plaats. In deze fase van het subsidieproces vindt ook een eventuele
                    terugvordering van voorschotten en onverschuldigd betaalde subsidies
                    plaats.</al><al>Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de ASV Velsen 2002</al><al>Aangezien de hele tekst van de verordening is herzien en de ASV op enkele
                    belangrijke punten is gewijzigd, is ervoor gekozen om de oude verordening in te
                    trekken en een nieuwe verordening vast te stellen. Er zijn twee redenen voor de
                    betreffende wijzigingen:</al><lijst><li nr="1."><al>Invoering van de Beleidsgestuurde Contract Financiering</al></li><li nr="2."><al>Actualisatie in verband met wijzigingen in wet- en regelgeving, onder
                            andere op het gebied van rechtmatigheid.</al></li></lijst><al>De wijzigingen hebben als zodanig geen invloed op de hoogte van subsidies en de
                    verdeling van de subsidiegelden.</al><al>De belangrijkste wijzigingen in de verordening betreffen de volgende
                    aspecten:</al><al>1. Termijn van indienen van subsidieaanvraag en -verantwoording</al><al>In de huidige ASV moet de subsidieaanvraag worden ingediend vóór 1 mei van het
                    kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De
                    begrotingsrichtlijnen voor het volgende kalenderjaar zijn omstreeks de maand
                    april bekend. De tijd tussen het verschijnen van de begrotingsrichtlijnen en de
                    datum van indiening van de subsidieaanvraag blijkt al een aantal jaren te krap.
                    De datum van indiening van indiening van de aanvraag is daarom verschoven naar 1
                    juli.</al><al>2. Termijn voor indiening van verzoek tot subsidievaststelling</al><al>In de huidige ASV moet de aanvraag tot subsidievaststelling binnen 12 weken na
                    afloop van het subsidietijdvak (meestal het kalenderjaar) worden ingediend. In
                    de praktijk blijkt deze termijn niet reëel, met name als er sprake is van een
                    verantwoording die van een accountantsverklaring moet worden voorzien. De datum
                    van indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling is daarom eveneens
                    verschoven naar 1 juli. Het college heeft vervolgens 13 weken om tot
                    subsidievaststelling over te gaan.</al><al>3. Wijze van verantwoording afhankelijk van hoogte subsidie</al><al>Een belangrijke voorwaarde bij het toekennen van subsidies is dat de ontvanger
                    moet kunnen verantwoorden hoe hij of zij de door de gemeente ter beschikking
                    gestelde middelen heeft besteed. In de nieuwe verordening is een systematiek van
                    verantwoording opgenomen, waarbij de verantwoordingsplicht zwaarder wordt als er
                    meer subsidie wordt verleend.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>