<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63702_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur, van de gemeente Winsum</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Niet</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Winsum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-11-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en
            doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur, van de gemeente
            Winsum.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Winsum;</al><al>gelet op artikel 213a Gemeentewet,</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen:</al><al><vet>De verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de
                            doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde
                            bestuur, van de gemeente Winsum.</vet></al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr> .</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al><onderstreept>Doelmatigheid</onderstreept></al><al>Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                                inzet van middelen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al><onderstreept>Doeltreffendheid </onderstreept></al><al>De mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke
                                effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt een onderzoeksplan naar de raad van het te
                                verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid en de
                                doeltreffendheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                                aangegeven:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>Het object van onderzoek</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>De reikwijdte van het onderzoek</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>De onderzoeksmethode</al></lid><lid><lidnr>d)</lidnr><al>Doorlooptijd van het onderzoek</al></lid><lid><lidnr>e)</lidnr><al>De wijze van uitvoering</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de
                                productenraming zijn opgenomen voor de uitvoering van de
                                onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting
                            en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de
                            doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van de bijbehorende
                            budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                                Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de
                                onderzoeksresultaten en indien nodig aanbevelingen voor
                                verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college
                                indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan
                                van verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het
                                college neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                                maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                            doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Winsum”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Winsum in zijn openbare
                        gemeente van 27 november 2006.</ondertekening><ondertekening>de burgemeester, de griffier,</ondertekening><ondertekening>_______________ ___________</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de artikelen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Onderzoeksplan</tussenkop><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad
                    willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als hij dat nodig acht invloed uit te oefenen. Hierin voorziet het
                    onderzoeksplan.</al><al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken,
                    zij het uiteraard nog globaal.</al><al>De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het
                    onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad, en de raad kan het ter bespreking
                    agenderen, maar het wordt door het college vastgesteld. In de verordening kan
                    worden aangegeven wat in een onderzoeksplan in ieder geval moet worden
                    opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden
                    toegelicht:</al><al>a) Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk
                    aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden bij de
                    doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen aangegeven ten aanzien van
                    de te onderzoeken procedures en instrumenten. Bij de
                    doeltreffendheidsonderzoeken worden duidelijk de scheidslijnen met andere
                    beleidsvelden aangegeven.</al><al>b) De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over alle
                    organen (raad, college), organisatie-eenheden en instellingen waarvoor de
                    gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten geheel of in
                    belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De reikwijdte kan in het
                    onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven van het te onderzoeken
                    tijdsvak en de te onderzoeken organen, organisatie-eenheden en instellingen. De
                    reikwijdte van onderzoeken moet van te voren duidelijk worden aangegeven.
                    Aangegeven moet worden welk tijdvak wordt onderzocht en welke
                    organisatie-eenheden en niet gemeentelijke instellingen bij het onderzoek worden
                    betrokken.</al><al>c) Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden (benchmarking,
                    enquête, enzovoorts).</al><al>d) Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel onderverdeeld in
                    fasen.</al><al>e) Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd door het
                    ambtelijke apparaat (al of niet met inbreng van deskundigheid van derden) of
                    door derden. Indien de ambtelijke organisatie de onderzoeken uitvoert zullen in
                    de onderzoeksopzet waarborgen dienen te worden ingebouwd, waarmee de
                    onafhankelijkheid van de analyse en/of adviezen ter verbeteringen worden
                    gegarandeerd. Dat betekent dat van het onderzoek wel mag worden uitgevoerd door
                    functionarissen die in hun dagelijks werk betrokken zijn bij het
                    onderzoeksobject. De analyse en de aanbevelingen tot verbetering echter moeten
                    zoveel als mogelijk onafhankelijk tot stand komen en uitgevoerd worden door
                    functionarissen die niet in hun dagelijks werk betrokken zijn bij het
                    onderzoeksobject.</al><tussenkop>Artikel 5. Voortgang onderzoek</tussenkop><al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                    geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                    Daarbij dient een relatie te worden gelegd met de inhoud van de programma’s van
                    de begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens
                    te rapporteren over de stand van zaken bij de interne onderzoeken naar de
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.</al><tussenkop>Artikel 6. Rapportage en gevolgtrekking</tussenkop><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid, van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt
                    zodra ze zijn vastgesteld.</al><al>Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook het
                    doel om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering, daarom is in
                    deze modelverordening opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor verbetering
                    onderdeel zijn van de rapportage, en dat zo nodig door middel van een plan van
                    verbetering het vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een
                    zaak van het college. Het is dan ook het college dat maatregelen moet nemen tot
                    verbetering. Het college moet een plan van verbetering opstellen en uitvoeren.
                    Het plan van verbetering wordt uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad
                    gestuurd.</al><tussenkop>Artikel 7. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>